Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek
|
|
|
- Jeroen van der Pol
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 C12246 RWS Ministerie van Verkeer en Waterstaat DirettDraat-Generaal RifkswaU Dienst Weg- en Waterbouwkunde Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek
2 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek door Jan Driessen, Ria Landwier, Yvonne Verhoeven en René Verwoerd Rijkswaterstaat Dienst Weg- en Waterbouwkunde Delft ISBN Rapport nr P-DWW december 1994 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
3 Colofon Dit boek is gebaseerd op het rapport De Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek voor wegen, december 1989, ISBN en is samengesteld door een projekt-team bestaande uit: Jan Driessen, projektleider Ria Landwier Yvonne Verhoeven René Verwoerd Dienst Weg- en Waterbouwkunde EDS EDS EDS Info : EDS Helpdesk telefoon (070) Datum : december 1994 ISBN : DWW publicatie : P-DWW Opmaak en produktie : Elan Reklame & Marketing, Delft De Dienst Weg- en Waterbouwkunde van de Rijkswaterstaat (DWW), degenen die aan deze publikatie hebben meegewerkt, hebben in deze publikatie opgenomen gegevens zorgvuldig verzameld naar de laatste stand van wetenschap en techniek. Desondanks kunnen er onjuistheden in deze publikatie voorkomen. Het Rijk sluit, mede ten behoeve van degenen die aan deze publikatie hebben meegewerkt, iedere aansprakelijkheid uit voor schade die uit het gebruik van de hierin opgenomen gegevens mocht voortvloeien. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
4 Inhoud 1 Inleiding Doel van het boek Inhoud van het boek Leeswijzer Ondersteuning Oefenen met BPS 6 2 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek (BPS) Wat is BPS? Wie kan BPS gebruiken? Wanneer BPS gebruiken? Ontstaan Relatie met metende systematiek Voor- en nadelen BPS in de praktijk 9 3 Op welke weg? De weg benoemen De oriëntatierichting bepalen Vaststellen bij welk hectometerbord Afstand tot het hectometerbord bepalen BPS-notatie Samenvatting 13 4 Waar op de weg? Soort baan bepalen Ligging Weg Oriëntatie Lijn (WOL) bepalen Weg met even aantal hoofdrijbanen Weg met oneven aantal hoofdrijbanen Weg zonder hoofdrijbanen Positie van de baan ten opzichte van de WOL bepalen Volgnummer toekennen Uitzonderingen Niet-parallelle banen Middenberm Weg met één hoofdrijbaan BPS-notatie Samenvatting 19 5 Waar op de baan? Soort strook bepalen Ligging Baan Oriëntatie Lijn (BOL) bepalen Baan met één rijrichting Baan met twee rijrichtingen Bermen Positie van de strook ten opzichte van de BOL bepalen Volgnummer toekennen BPS-notatie Samenvatting 25 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
5 6 BPS nog verder in detail Repen BPS-notatie Samenvatting Referentielijn BPS-notatie Samenvatting 30 7 Vertalen van en naar BPS Vertalen van beschrijving naar BPS BPS toelichten en aanvullen Samenvatting 33 8 Wegdelen binnen BPS Weg Wegsoorten Definities wegsoorten Baan Baansoorten Definities baansoorten Strook Strooksoorten Definities strooksoorten Reep 40 9 Voorbeelden BPS Meetlus in wegdek Meetapparatuur in buiten berm Het plaatsen van meetlus en meetapparatuur Melding: Gat in de weg Rijspoordiepte meting op een verbindingsweg Bijlagen Afkortingen in BPS Nummering wegen Hectometerborden Hectometersprongen Tegengestelde hectometrering Dubbele hectometrering Meerdere hectometerborden Afstand meten in bochten Verharde bermen Nieuwe ontwikkelingen Afwijkende ligging van de BOL 55 Begrippenlijst 57 Trefwoorden 63 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
6 1 Inleiding Welkom als lezer van het boek Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek (BPS). Voor u ligt een belangrijk document voor iedereen die te maken heeft met het beschrijven van plaatsen op of langs wegen. In dit hoofdstuk kunt u lezen wat het doel van dit boek is en hoe u het kunt gebruiken. 1.1 Doel van het boek Het belangrijkste doel van dit boek is het op weg helpen van de beginnende BPS-gebruiker. Stap voor stap wordt het beschrijven van een wegsituatie uitgelegd. U kunt het boek ook gebruiken als naslagwerk. Als u de werkwijze eenmaal kent, heeft u voldoende aan de overzichten uit dit boek. U kunt met dit boek ook uw kennis weer opfrissen. In dit boek vindt u de algemene werkwijze en de gebruikte begrippen. Het kan echter voorkomen dat er in de praktijk situaties voorkomen die u niet in dit boek kunt terugvinden. Probeer dan de werkwijze van het boek zo veel mogelijk te volgen en ga creatief om met uw kennis. U kunt ook altijd ondersteuning vragen. Het boek is in de eerste plaats bedoeld voor medewerkers van Rijkswaterstaat. Het is echter bruikbaar voor iedereen die op of aan de weg werkt. U heeft geen speciale voorkennis nodig om het boek te kunnen gebruiken. De in het boek gebruikte begrippen worden in een bijlage beschreven. 1.2 Inhoud van het boek Het boek is ingedeeld in 10 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 kunt u meer lezen over de achtergronden en de geschiedenis van BPS. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 staan de stappen die u moet uitvoeren om een beschrijving van een plaats op de weg te maken. Deze stappen geven respectievelijk antwoord op de vragen: 'Op welke weg?', 'Waar op de weg?' en 'Waar op de baan?'. In hoofdstuk 6 kunt u lezen hoe u de BPS-beschrijving kunt detailleren. Hoe u moet omgaan met niet-bps-gebruikers vindt u in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 zijn alle wegdelen op een rijtje gezet. Per wegdeel worden de te onderscheiden soorten genoemd en per soort wordt de afkorting en de definitie gegeven. In hoofdstuk 9 staat een aantal voorbeelden. Hier kunt u bekijken hoe BPS in de praktijk gebruikt kan worden. Tot slot staat in hoofdstuk 10 een aantal overzichten en worden uitzonderingssituaties beschreven. In de begrippenlijst staat een alfabetisch overzicht van alle BPS-termen die in dit boek voorkomen. Quick reference card Bij dit boek hoort een 'quick reference card'. Dit is een kaart waarop in het kort een overzicht staat van de meest voorkomende BPS-begrippen. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
7 1.3 Leeswijzer Dit boek is zodanig ingedeeld, dat u niet het hele boek van voor naar achter hoeft door te lezen. Als u BPS nog niet kent, kunt u het beste eerst hoofdstuk 2 lezen. Als uw belangstelling voor BPS gewekt is en u globaal wilt weten hoe het werkt, kunt u de hoofdstukken 3 en 4 lezen. Als u de hoofdlijnen van BPS kent en uw kennis verder wilt uitdiepen bestudeer dan de hoofdstukken 5 en 6. Als u de theorie van BPS wilt toepassen in de praktijk, lees dan de hoofdstukken 9 en 10. Als u BPS kent en gebruikt, maar uw gesprekspartner niet, lees dan de aanwijzingen uit hoofdstuk 7. Als u het verschil tussen wegen, banen, stroken en repen kent, maar met de juiste benaming nog problemen heeft, zoek die dan op in hoofdstuk 8. Hierin vindt u per soort de definitie en de afkorting. Als u niet weet wat een bepaald begrip betekent, zoek dit dan op in de begrippenlijst. Als u niet weet wat een bepaalde afkorting betekent, zoek deze dan op in paragraaf Ondersteuning Quick reference card Als extra geheugensteuntje is bij dit boek een 'quick reference card' gevoegd. Hierop vindt u, kort en overzichtelijk, de belangrijkste punten en begrippen uit BPS samengevat. De kaart kunt u gemakkelijk bij u steken. Met behulp van de informatie uit dit boek kunt in de meeste gevallen probleemloos BPS toepassen. Voor situaties waarin u dit niet mogelijk is, kunt u ondersteuning krijgen. Daarvoor dient u telefonisch contact op te nemen met: Helpdesk EDS Helpdesk, telefoon (070) Hier kunt u op werkdagen tussen 8.00 uur en uur met uw vragen over BPS terecht. 1.5 Oefenen met BPS Instructieprogramma BPS Oefening baart kunst. Uw vaardigheden met BPS zullen toenemen door te oefenen. Dat kan met een door de Dienst Weg- en Waterbouwkunde van Rijkswaterstaat ontwikkelde 'instructieprogramma BPS' (IP-BPS). U heeft daarvoor een Personal Computer nodig, minimaal een 286 IBM-compatible met harde schijf en VGA kleurenscherm. Het programma past op één 3,5" diskette en is op aanvraag verkrijgbaar bij EDS Helpdesk, telefoon (070) EDS zorgt voor de verspreiding en verdere gebruikersondersteuning. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
8 2 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek (BPS) 2.1 Wat is BPS? De Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek (BPS) is een eenduidige manier om plaatsen op wegen te beschrijven. Binnen BPS zijn op elkaar afgestemde afspraken gemaakt. Bijvoorbeeld over de opdeling van de weg in 'wegdelen' en over het gebruik van permanent zichtbare kenmerken op of langs de weg. Hiermee kunt u elke plaats op de weg beschrijven. BPS geeft ook aanwijzingen over de manier waarop u de benodigde gegevens kunt verzamelen en hoe u deze noteert. De afspraken en de aanwijzingen zorgen ervoor dat de beschrijving uniek wordt. Hierdoor weet iedereen die BPS kent, precies welke plaats u bedoelt. 2.1 Wie kan BPS gebruiken? BPS is er voor iedereen die meer met een weg doet dan alleen erop rijden. BPS kan bijvoorbeeld gebruikt worden door: - Werkers aan de weg, zoals aannemers en medewerkers van Rijkswaterstaat, Provinciale Waterstaten en Gemeenten. Bijvoorbeeld om de plaats te beschrijven waar werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. - Dienstverleners, zoals politie, ambulance, brandweer en gladheidbestrijders. Bijvoorbeeld om de plaats van een ongeval te beschrijven. - Beleidmakers van Rijkswaterstaat, Provinciale Waterstaten en Gemeenten. Bijvoorbeeld om de plaats van aanpassingen te beschrijven. Communicatie Hoe meer mensen BPS gaan gebruiken, des te meer zal de communicatie verbeteren. Deze communicatie kan rechtstreeks of via uitwisseling van gegevens plaatsvinden. 2.3 Wanneer BPS gebruiken? U gebruikt BPS wanneer u precies wilt beschrijven waar een plaats zich op de weg bevindt. Bijvoorbeeld om de plaats te beschrijven waar: - een stuk weg gefreesd moet worden; - kabels, leidingen en wegmeubilair zijn aangebracht; - de kantonnier een wegafzetting moet plaatsen voor werkzaamheden aan de weg; - een schaderijding heeft plaatsgevonden. Interpretatie Wanneer u praat met iemand die BPS niet kent, kunt u BPS wel gebruiken. U moet dan wel extra aanwijzingen geven en controleren of de ander u heeft begrepen. Dat voorkomt de kans op verkeerde interpretatie. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
9 Tip Dwing derden niet om BPS te gebruiken. Dat werkt waarschijnlijk averechts. Wel is het verstandig om hardop te denken in BPS. 2.4 Ontstaan Uniforme taal Binnen en buiten Rijkswaterstaat werken veel mensen op en aan de wegen. Velen spreken verschillende talen als het gaat om het beschrijven van een plaats op de weg. Het niet spreken van één uniforme taal leidt regelmatig tot spraakverwarring. En juist de spraakverwarring over een plaats op de weg kan tijd en geld kosten. Erger nog, zij kan ook het leven van mensen in gevaar brengen. Daarom heeft de Rijkswaterstaat één uniforme taal ontwikkeld: BPS, de Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek voor wegen. Rijkswaterstaat gebruikt BPS al en heeft het in computerprogramma's toegepast. Hoe meer organisaties BPS gebruiken, des te beter zullen ze elkaar begrijpen. 2.5 Relatie met metende systematiek U kunt een plaats op de weg aangeven door te meten èn door de plaats te beschrijven. Door te meten met behulp van coördinaten kunt u gedetailleerde kaarten tekenen. Door te beschrijven met behulp van zichtbare kenmerken langs de weg kunt u vertellen waar op de weg iets aanwezig is, iets is gebeurd, of iets moet gebeuren. Metende systematiek Beschrijvende systematiek De metende systematiek is precies en gestandaardiseerd. Het gebruik hiervan is eenduidig en laat weinig ruimte voor misverstanden. Maar het is niet geschikt voor direct gebruik langs de weg. Een kantonnier stuur je tenslotte niet met coördinaten de weg op. In dit soort situaties wordt vaak gebruik gemaakt van een beschrijvende systematiek. Nadeel daarvan is dat dit vaak aanleiding gaf tot misverstanden en interpretatieverschillen. Met alle gevolgen van dien. Meten en beschrijven vullen elkaar aan en horen bij elkaar. BPS is een beschrijvende systematiek en vervangt het meten dus niet. 2.6 Voor- en nadelen Zoals elk nieuw systeem, heeft BPS voor- en nadelen. De voordelen van BPS zijn: - Het is een uniforme taal voor het beschrijven van een plaats op de weg. - Deze taal kan gebruikt worden door mensen, maar ook door computers. - Het is gebaseerd op permanent zichtbare kenmerken. - Formulieren en systemen kunnen op elkaar afgestemd worden. - Een plaats kan tot op detail beschreven worden indien dit nodig is. - Met behulp van BPS kan plaatsgebonden informatie beter uitgewisseld worden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
10 De nadelen van BPS zijn: - Niet alle mensen (ANWB, Aannemers, etc) spreken de BPS-taal. - De taal is zeer veelzijdig (niet alles is voor iedereen noodzakelijk). - BPS sluit niet altijd aan op het huidige, gangbare taalgebruik (BPS kent bijvoorbeeld de termen 'noord' en 'zuid' niet). - BPS maakt soms een keuze uit meerdere mogelijkheden. Deze zullen niet direct voor iedereen logisch lijken. - BPS gaan gebruiken betekent verandering. En verandering betekent dat er van u tijdelijk een extra inspanning gevraagd wordt. De meeste nadelen zullen verdwijnen wanneer BPS meer bekendheid krijgt en meer gebruikt wordt. 2.7 BPS in de praktijk U heeft het vast weieens meegemaakt. In een gesprek met een collega praatte u over de 'linker rijbaan'. U dacht dat uw collega wist over welke baan u sprak. Maar toen u zich over de tekening boog, wees uw collega de 'andere linker rijbaan' aan. Of toen u het allebei leek te hebben over de 'derde rijstrook'. Maar u telde van binnen naar buiten en hij telde van buiten naar binnen. In een gesprek is een dergelijke spraakverwarring snel opgelost. Maar het gaat wel goed fout wanneer u deze collega vraagt een ambulance naar de 'linker rijbaan' te sturen. Of wanneer u deze collega vraagt een wegafzetting op de derde rijstrook te plaatsen omdat u daar werkzaamheden wilde verrichten. Interpretatie Niet elke verkeerde interpretatie heeft vergaande gevolgen. Maar lastig is het altijd. BPS lost dit op door vaste afspraken te maken. Bijvoorbeeld over wat links en rechts is, over het punt van waaruit u gaat tellen en over meer van dat soort zaken. Door BPS te gebruiken, staat u vaker aan dezelfde kant! Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
11 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
12 3 Op welke weg? Welke gegevens moet u nu verzamelen om een plaats op de weg met BPS te kunnen beschrijven? Dit kunt u in de hoofdstukken 3 tot en met 6 lezen. De definities die daarbij gebruikt zijn, vindt u in hoofdstuk De weg benoemen De eerste stap op weg naar een beschrijving volgens BPS, is het vaststellen op welke weg een plaats zich bevindt. De definitie van een weg in BPS luidt als volgt: Weg Een weg is een voor verkeersdoeleinden bestemd gebied, in lengte- en dwarsrichting begrensd door weggrenzen. BPS maakt bij weggrenzen, afhankelijk van de materie, onderscheid tussen: a. onderhoudsgrenzen b. eigendomsgrenzen c. beheergrenzen Deze grenzen kunnen tegelijk voorkomen en kunnen dan al dan niet samenvallen. Dit betekent dat voor BPS een weg meer is dan alleen het gedeelte waarop gereden wordt. Ook de bermen horen bij de weg. Wegsoorten Binnen BPS is een onderverdeling van de weg gemaakt in wegsoorten. Deze onderverdeling hangt samen met de beherende instantie. Rijksweg Provinciale weg Gemeenteweg Waterschapsweg Particuliere weg RW PW GW WW PA Wegnummer Binnen BPS wordt alleen de afkorting van de wegsoort gebruikt. Achter de afkorting van de wegsoort vermeldt u het wegnummer. Bijvoorbeeld Rijksweg 12 wordt in BPS aangeduid met RW012. De regels voor de nummering van de verschillende wegsoorten vindt u in paragraaf De oriëntatierichting bepalen Nu u weet om welke weg het gaat, bepaalt u de ligging van de plaats op deze weg in de lengterichting. Hiervoor maakt BPS gebruik van de hectometerborden langs de weg. Oriëntatierichting In gedachte gaat u op de te beschrijven plaats staan en u kijkt in de richting van de oplopende hectometrering. Deze richting is de oriëntatierichting van de weg. Let opl Dit is niet altijd de rijrichting! Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
13 3.3 Vaststellen bij welk hectometerbord Met behulp van de oriëntatierichting kunt u de plaats op de weg in de lengterichting nader aanduiden. Ook hiervoor worden de hectometerborden gebruikt. De plaats die u wilt beschrijven, ligt niet altijd exact op de hoogte van een hectometerbord. Voor BPS neemt u de hectometrering van één van de dichtstbijzijnde hectometerborden over. Dit hectometerbord mag zich, gezien in de oriëntatierichting, zowel voor als achter de te beschrijven plaats bevinden. Hierna bepaalt u de afstand van de plaats tot het gekozen hectometerbord. 3.4 Afstand tot het hectometerbord bepalen Dwarsraai De afstand tot het hectometerbord bepaalt u door in gedachten een lijn te trekken die vanuit het hectometerbord dwars over de weg loopt. Zo'n denkbeeldige lijn wordt 'raai' of 'dwarsraai' genoemd. Nog steeds kijkend in de oriëntatierichting, meet u nu de afstand van de plaats tot de denkbeeldige lijn. De nauwkeurigheid waarmee u de afstand meet, is afhankelijk van het doel waarvoor u de BPS-notatie gebruikt. U moet in ieder geval in hele meters meten. Negatieve afstand Positieve afstand Wanneer het hectometerbord zich vóór u bevindt, is het een negatieve afstand, bijvoorbeeld -50. Wanneer het hectometerbord zich achter u bevindt, is het een positieve afstand, bijvoorbeeld +55. BPS houdt er rekening mee, dat niet alle hectometerborden op exact 100 meter van elkaar staan. Bijvoorbeeld: 15,5 +50 is niet hetzelfde als 15,6-50 wanneer de afstand tussen de hectometerborden 105 meter is. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
14 "^sw^5* 55 Hieruit blijkt het voordeel van de eenduidigheid in BPS. Als iemand u nu zegt dat de plaats zich bevindt op 15,5 +55, dan weet u direct dat de ander gemeten heeft vanaf hectometerbord 15,5 en dat de plaats zich 55 meter verderop in de oriëntatierichting bevindt. U zult dus altijd op dezelfde positie uitkomen. Opmerking U vermeldt alleen een afstand indien dit noodzakelijk is. Voor het plaatsen van bijvoorbeeld een wegafzetting is de vermelding van een afstand niet nodig, omdat deze niet op de meter nauwkeurig geplaatst hoeft te worden. 3.5 BPS-notatie Wanneer u de in dit hoofdstuk genoemde voorbeelden in BPS wilt beschrijven, krijgt u de volgende notaties: RW012 15,6-50 De plaats bevindt zich op Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15,6. RW012 15,5 +55 De plaats bevindt zich op Rijksweg 12, 55 meter achter hectometerbord 15, Samenvatting Lengterichting In lengterichting bepaalt u de plaats op de weg in vier stappen. 1. De weg benoemen. 2. De oriëntatierichting bepalen. 3. Vaststellen bij welk hectometerbord. 4. Afstand tot het hectometerbord bepalen. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
15 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
16 4 Waar op de weg? Met het bepalen van de plaats op de weg heeft u de positie in lengterichting beschreven. Maar het is bijvoorbeeld nog niet duidelijk op welke weghelft de plaats zich bevindt. Hoe u dit kunt vastleggen, kunt u in dit hoofdstuk lezen. 4.1 Soort baan bepalen In BPS is een weg in dwarsrichting (in de breedte) opgedeeld in banen. De definitie van een baan in BPS luidt als volgt: Baan Een baan is een gebied op de weg, in lengterichting begrensd door een begin- en een eindraai, en in dwarsrichting begrensd door twee opeenvolgende overgangsgrenzen verhardvonverhard, of door een overgangsgrens verhardvonverhard en een weggrens in dwarsrichting. Banen M&ff- ' -».5rït*"»-i 1 '!' Weggrens. jrhard Verhard Weggrens Baansoorten Op grond van deze definitie zijn baansoorten benoemd. Bijvoorbeeld een hoofdrijbaan of een middenberm. In paragraaf 8.2 vindt u de definities van alle baansoorten met hun afkorting. Voor BPS noteert u de afkorting van de baansoort waarop de te beschrijven plaats zich bevindt. Bijvoorbeeld HR voor hoofdrijbaan, of MB voor middenberm. 4.2 Ligging Weg Oriëntatie Lijn (WOL) bepalen Een baan kan zowel op de linker- als op de rechterhelft van de weg voorkomen. Voordat u echter meer over de positie van de baan kunt vermelden, moet u eerst vaststellen wat uw uitgangspositie is. Dit doet u door de Weg Oriëntatie Lijn (WOL) te bepalen. De definitie van de WOL in BPS luidt als volgt: Weg Oriëntatie Lijn WOL De Weg Oriëntatie Lijn is een oriëntatielijn ten opzichte waarvan de positie en het volgnummer van een baan op een weg in dwarsrichting wordt bepaald. De WOL is niet altijd zichtbaar. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
17 Ligging van de WOL De ligging van de WOL is afhankelijk van de opbouw van de weg. U bepaalt de ligging door de volgende regels toe te passen Weg met even aantal hoofdrijbanen Op een weg met een even aantal hoofdrijbanen bevindt de WOL zich in de middenberm Weg met oneven aantal hoofdrijbanen Op een weg met een oneven aantal hoofdrijbanen bevindt de WOL zich op de (middelste) hoofdrijbaan. WOL Weg zonder hoofdrijbanen Het kan voorkomen dat een weg geen hoofdrijbanen heeft. Bijvoorbeeld een weg die niet bestemd is voor doorgaand verkeer. In die situatie worden de belangrijkste verkeerdragende banen gelijkgesteld aan 'hoofdrijbanen'. Daarna kunt u de ligging van de WOL bepalen. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
18 4.3 Positie van de baan ten opzichte van de WOL bepalen Positie Nadat u uw uitgangspositie heeft vastgesteld, is de positie van de baan ten opzichte van de WOL eenvoudig te bepalen. Ga in gedachten op de WOL staan en kijk in de oriëntatierichting. Bepaal nu of de baan links of rechts van de WOL of midden op de WOL ligt. Voor BPS noteert u alleen L, R of AA. WOL Met behulp van de WOL deelt u de weg op in een gedeelte voor banen links, een gedeelte voor banen rechts en eventueel een baan in het midden. Tip Voor een weg met gescheiden hoofdrijbanen geldt: Loopt de hectometrering in de rijrichting op, dan bevindt u zich op een hoofdrijbaan rechts. Loopt de hectometrering af, dan bevindt u zich op een hoofdrijbaan links. 4.4 Volgnummer toekennen Als laatste moet u nog een volgnummer aan de baan toekennen. Er kunnen namelijk meerdere banen van eenzelfde soort links (of rechts) van de WOL voorkomen. Volgnummer Voor het toekennen van een volgnummer van de baan telt u vanaf de WOL de banen van dezelfde soort. 4.5 Uitzonderingen Er is een aantal uitzonderingen bij het bepalen van de positie en het toekennen van een volgnummer. In deze paragraaf worden deze behandeld. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
19 4.5.7 Niet-parallelle banen Parallel Niet parallel DVK-letter Het bepalen van de positie en het toekennen van een volgnummer is alleen van toepassing voor parallelle banen. Dit zijn banen die parallel liggen ten opzichte van de WOL. Bijvoorbeeld een hoofdrijbaan of een middenberm. Niet-parallelle banen zijn banen die niet parallel liggen ten opzichte van de WOL. Bijvoorbeeld een verbindingsweg (in een knooppunt). Voor niet-parallelle banen kunt u volstaan met het noemen van de soort baan en de DVK-letter. Dit is een letter die de AVV aan onder andere verbindingswegen heeft gegeven. Deze letter staat achter de hectometrering op het hectometerbord. De AVV is de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat. Vroeger was dit de DVK (Dienst Verkeerskunde). De DVK-letter maakt de baan uniek. Om een plaats op een verbindingsweg te kunnen vinden, heeft u dus voldoende aan de DVK-letter en de hectometrering Middenberm Hoewel de 'middenberm' een parallelle baan is, hoeft u voor de middenberm geen positie en volgnummer te vermelden, omdat er altijd maar één middenberm is. De middenberm heeft altijd positie M en volgnummer Weg met één hoofdrijbaan Wanneer een weg maar één hoofdrijbaan heeft, hoeft u voor de hoofdrijbaan geen positie en volgnummer te vermelden. Ook deze baan heeft altijd positie M en volgnummer BPS-notatie Wanneer u een plaats op een baan in BPS wilt beschrijven, krijgt u de volgende notaties: RW012 15, HR R De plaats bevindt zich op de eerste hoofdrijbaan rechts van Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15,6. RW012 15,6-50 MB RW012 15,6-50 VW a De plaats bevindt zich in de middenberm van Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15,6. De plaats bevindt zich op verbindingsweg a van Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15,6. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
20 RW031 41,0 +10 HR De plaats bevindt zich op de hoofdrijbaan van Rijksweg 31, 10 meter achter hectometerbord 41,0. Opmerking Er zijn geen algemene richtlijnen voor de volgorde van de BPS-notatie. RW012 1 HR R 15,6-50 is hetzelfde als RW012 15, HR R. Beide notaties zijn goed. In dit boek wordt altijd de laatste notatiewijze gebruikt, dus eerst de weg, dan de hectometrering en de afstand, dan de baan enz. 4.7 Samenvatting In lengterichting heeft u bepaald op welke weg, bij welk hectometerbord en op welke afstand van het hectometerbord de te beschrijven plaats zich bevindt. Dwarsrichting In dwarsrichting bepaalt u nu de plaats van een baan in vier stappen. 1. Bepaal de soort baan. 2. Bepaal de Weg Oriëntatie Lijn (WOL). 3. Bepaal de positie van de baan ten opzichte van de WOL. 4. Bepaal het volgnummer van de baan ten opzichte van de WOL. U heeft de plaats nu voldoende beschreven voor bijvoorbeeld het plaatsen van een portaal. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
21 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
22 5 Waar op de baan? Het kan voorkomen dat het gewenst is dat u de plaats op de weg nog preciezer beschrijft. Bijvoorbeeld bij werkzaamheden aan de weg. Dan kunt u aangeven welk gedeelte van een hoofdrijbaan afgezet moet worden. Om dit te kunnen doen, is een baan in BPS opgedeeld in stroken. 5.1 Soort strook bepalen De definitie van een strook in BPS luidt als volgt: Strook Een strook is een gebied op een baan (van de weg) in lengterichting begrensd door een begin- en een eindraai, en in dwarsrienting begrensd door twee opeenvolgende zichtbare overgangsgrenzen tussen verschillende materies of door zichtbare kniklijnen. De mogelijke materies zijn: betonverharding, bitumenverharding, bestrating en lengtemarkering. Uitzondering: De niet-zichtbare lijn in het midden van een enkelbaansweg zonder asstreep, bestemd voor verkeer in twee richtingen, wordt ook aangemerkt als een strookgrens. ' i M»*. * X.:' i* 1 * i T ï 1 - *.' j- ' j ; I IT~ h / /. t 1 i,1 1, 1 l -j } i l Stroken 1 i 1 1 s i > 1 1 f. f 'ri * ^3i- "-'f!* \ i ntatieichting Strooksoorten Op grond van deze definitie zijn in BPS strooksoorten benoemd. Bijvoorbeeld een rijstrook of een asstreep. In paragraaf 8.3 vindt u de definities van alle strooksoorten met hun afkorting. Voor BPS noteert u de afkorting van de strooksoort. Bijvoorbeeld R- voor een rijstrook of A- voor een asstreep. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
23 5.2 Ligging Baan Oriëntatie Lijn (BOL) bepalen Een strook kan zowel links, rechts als midden op de baan liggen. Voordat u meer over de positie van de strook kunt vermelden, moet u eerst vaststellen wat uw uitgangspositie is. Dit doet u door de Baan Oriëntatie Lijn (BOL) te bepalen. De definitie van de BOL in BPS luidt als volgt: Baan Oriëntatie Lijn BOL De Baan Oriëntatie Lijn is een oriëntatielijn ten opzichte waarvan de positie en het volgnummer van een strook op een baan in dwarsrichting wordt bepaald. De BOL is niet altijd zichtbaar. ledere baan heeft zijn eigen BOL. De ligging daarvan is afhankelijk van enkele kenmerken van de baan. Bij het bepalen van de ligging wordt gesproken over 'rijstrook' en 'asstreep'. De definities van deze strooksoorten in BPS luiden als volgt: Een rijstrook is het gemarkeerd gedeelte van de verkeerdragende baan dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Een asstreep is een verkeersstreep die rijstroken voor verkeer Ligging van de BOL in tegengestelde richtingen scheidt. U bepaalt de ligging van de BOL door de volgende regels toe te passen Baan met één rijrichting Op een baan met één rijrichting bevindt de BOL zich op de binnenste grens van de binnenste rijstrook. BOL \ tatie- WOL Uitzondering Een uitzondering op deze regel vormt een baan met één rijrichting, als deze baan de enige hoofdrijbaan is van de weg. Zie voor de ligging van de BOL in uitzonderingsgevallen paragraaf Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
24 Binnenste Let op Binnenste betekent hier: gezien vanuit de positie van de WOL. Als u 'binnenste' bij een verbindingsweg wilt bepalen, moet u eerst vaststellen waar het beginpunt van de verbindingsweg ligt. Dit ligt bij de weg waarvan de hectometrering wordt overgenomen. Vanaf dit beginpunt bepaalt u wat de binnenste rijstrook is Baan met twee rijrichtingen Op een baan met twee rijrichtingen bevindt de BOL zich in het midden van de asstreep. BOL : - - i.. : ;! i -. 1 ':"i :i '. :.'' ill.v:i." '.(.[ Uitzondering Als de baan geen asstreep heeft, kunt u bovenstaande regel niet toepassen. Zie voor de ligging van de BOL in uitzonderingsgevallen paragraaf Let op U moet hier de begrippen asstreep en deelstreep goed uit elkaar houden. Een asstreep scheidt de rijstroken voor verkeer in tegengestelde richtingen. Een deelstreep daarentegen scheidt de rijstroken voor verkeer in dezelfde richting. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
25 5.2.3 Bermen Op een baan die niet bestemd is voor verkeer (bermen), bevindt de BOL zich: bij de middenberm in het midden van deze baan; bij de overige bermen op de binnenste grens van de berm (gezien vanuit de WOL). BOL BOL BOL WOL 5.3 Positie van de strook ten opzichte van de BOL bepalen Positie U kunt nu de positie bepalen door vast te stellen of de strook links of rechts van de BOL of midden op de BOL ligt. Kijk hierbij in de oriëntatierichting van de weg. Voor BPS noteert u alleen L, R of M. Tip Op hoofdrijbanen rechts liggen altijd rijstroken rechts en op hoofdrijbanen links liggen altijd rijstroken links. 5.4 Volgnummer toekennen Als laatste moet u nog een volgnummer aan de strook toekennen. Er kunnen namelijk meerdere stroken van eenzelfde soort links (of rechts) van de BOL voorkomen. Volgnummer Voor het toekennen van een volgnummer telt u vanaf de BOL de stroken van dezelfde soort. Uitzondering Het is mogelijk dat een strook positie midden (M) heeft en volgnummer 0 (bijvoorbeeld de asstreep). In dat geval hoeft u de positie en het volgnummer van de strook niet te vermelden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
26 5.5 BPS-notatie Wanneer u een plaats op een strook in BPS wilt beschrijven, krijgt u de volgende notaties: RW012 15,6-50 1HRR1R-R RW012 15,6-50 1HRR1K-L De plaats bevindt zich op de eerste rijstrook rechts van de eerste hoofdrijbaan rechts van Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15,6. De plaats bevindt zich op de eerste kantstreep links van de eerste hoofdrijbaan rechts van Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15, Samenvatting In lengterichting heeft u bepaald op welke weg, bij welk hectometerbord en op welke afstand de plaats zich bevindt. Vervolgens heeft u in dwarsrichting al bepaald op welke baan de plaats zich bevindt. Dwarsrichting In dwarsrichting bepaalt u nu de plaats van een strook in vier stappen. 1. Bepaal de soort strook. 2. Bepaal de Baan Oriëntatie Lijn (BOL). 3. Bepaal de positie van de strook ten opzichte van de BOL. 4. Bepaal het volgnummer van de strook ten opzichte van de BOL. U heeft de plaats nu voldoende beschreven voor bijvoorbeeld het uitvoeren van reparatiewerkzaamheden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
27 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
28 6 BPS nog verder in detail Repen en referentielijn Voor de meeste toepassingen heeft u voldoende aan de BPS-notatie tot op het niveau van baan of strook. Het kan echter voorkomen dat u een plaats nog nauwkeuriger wilt beschrijven. Bijvoorbeeld voor het herstellen van spoorvorming of het plaatsen van wegmeubilair. Dit is binnen BPS mogelijk door gebruik te maken van repen of van een zelf te definiëren hulpmiddel: de referentielijn. 6.1 Repen Om een plaats op een strook gedetailleerder te kunnen beschrijven, is binnen BPS een strook nog eens in repen opgedeeld. Repen komen alleen voor op banen die bestemd zijn voor verkeer. De definitie van een reep in BPS luidt als volgt: Reep Een reep is een gebied op een strook, in lengterichting begrensd door een begin- en een eindraai, en in dwarsrichting begrensd per materie-soort. BPS kent twee soorten repen: een rijspoor en een niet-rijspoor. Een rijspoor is een reep waar de wielen van de auto's rijden en een niet-rijspoor zijn de overige repen. Ook voor een reep kunt u de positie en een volgnummer vastleggen. Positie De positie van de reep bepaalt u door vast te stellen of de reep links of rechts van de BOL ligt, kijkend in de oriëntatierichting van de weg. Tip Dit betekent dat de positie van de reep altijd gelijk is aan de positie van de strook, waarop de reep ligt. Volgnummer Voor het toekennen van een volgnummer telt u vanaf de BOL de repen van dezelfde soort die op een en dezelfde strook liggen. Niet-rijsporen BOL "lersr 2eRSR Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
29 6.1.1 BPS-notatie Wanneer u een plaats op een reep in BPS wilt beschrijven, krijgt u de volgende notatie: RW012 15, HR R 1 R- R 2 RS R De plaats bevindt zich op het tweede rijspoor rechts van de eerste rijstrook rechts van de eerste hoofdrijbaan rechts van Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15, Samenvatting In lengterichting heeft u bepaald op welke weg, bij welk hectometerbord en op welke afstand de plaats zich bevindt. Vervolgens heeft u in dwarsrichting al bepaald op welke baan en strook de plaats zich bevindt. Dwarsrichting In dwarsrichting bepaalt u nu de plaats van een reep in vier stappen. 1. Bepaal de soort reep. 2. Bepaal de Baan Oriëntatie Lijn (BOL). 3. Bepaal de positie van de reep ten opzichte van de BOL. 4. Bepaal het volgnummer van de reep ten opzichte van de BOL. 6.2 Referentielijn Als u de ligging van een plaats in dwarsrichting nauwkeurig wilt beschrijven, kunt u gebruik maken van een referentielijn. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn om de plaats te beschrijven waar wegmeubilair moet komen. De definitie van de referentielijn in BPS luidt als volgt: Referentielijn Een referentielijn is een zichtbare, permanent aanwezige lijn, bijvoorbeeld de grens van een baan of strook, ten opzichte waarvan en loodrecht waarop een afstand wordt bepaald. De referentielijn moet u zelf kiezen. Het moet een zichtbare, permanent aanwezige lijn zijn die voor het meten makkelijk bereikbaar is. De keuze van de plaats van de referentielijn is vaak een overgang tussen twee stroken, bijvoorbeeld de overgang tussen de kantstreep en de correctiestrook. De referentielijn kunt u ook kiezen op de grens verhard en onverhard. U bepaalt eerst de baan of strook waaraan de referentielijn grenst. Vervolgens bepaalt u, zoals altijd kijkend in de oriëntatierichting, de positie van de oriëntatielijn. Dit kan de linker- of rechtergrens zijn. Positie Voordat u gaat meten, bepaalt u eerst de positie van de plaats ten opzichte van de referentielijn. De positie bepaalt u door vast te stellen of de plaats rechts of links van de referentielijn ligt, kijkend in de oriëntatierichting. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december 1994
30 Afstand tot referentielijn Als laatste meet u de afstand van de plaats tot de referentielijn, loodrecht vanaf referentielijn. Deze afstand meet u met een nauwkeurigheid van een decimeter BPS-notatie Wanneer u een plaats met behulp van een referentielijn in BPS wilt beschrijven, krijgt u de volgende notaties: RW012 15, HR R 1 K- R R 4,5 R De referentielijn ligt rechts van de rechterbegrenzing van de eerste kantstreep rechts van de eerste hoofdrijbaan rechts. De plaats ligt op Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15,6 en 4 meter 50 rechts van de referentielijn. RW012 15, HR R R 1,5 R De referentielijn ligt rechts van de rechterbegrenzing van de eerste hoofdrijbaan rechts. De plaats ligt op Rijksweg 12, 50 meter voor hectometerbord 15,6 en 1 meter 50 rechts van de referentielijn. Referentielijn B Referentielijn A Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
31 Opmerking Aan de beschrijving van een plaats met behulp van een referentielijn is niet direct te zien op welke strook of baan de plaats ligt! Desgewenst kunt u dit nog afzonderlijk aangeven Samenvatting In lengterichting heeft u bepaald op welke weg, bij welk hectometerbord en op welke afstand de plaats zich bevindt. Vervolgens heeft u in dwarsrichting al bepaald op welke baan en strook de plaats zich bevindt. Dwarsrichting In dwarsrichting detailleert u de plaats in drie stappen: 1. Bepaal de referentielijn. 2. Bepaal de positie van de plaats ten opzichte van de referentielijn. 3. Bepaal de afstand tot de referentielijn. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
32 7 Vertalen van en naar BPS BPS is een taal waarmee u de ligging van een plaats eenduidig kunt aangegeven. Dit gebeurt volgens vaste afspraken en met behulp van voorgeschreven benamingen. Echter, niet iedereen spreekt BPS en niet iedereen zal BPS gaan leren. Er zullen altijd situaties blijven waarin u BPS niet zonder meer kunt toepassen. Situaties waarin tweetaligheid van u verlangd wordt. Dit hoofdstuk geeft u een aantal aanwijzingen over hoe u in die situaties het best kunt handelen. In de hoofdstukken 3 tot en met 6 heeft u reeds gezien op welke wijze u plaatsen op wegen volgens BPS kunt beschrijven. In hoofdstuk 8 vindt u alle namen en definities die u daarbij kunt gebruiken. 7.1 Vertalen van beschrijving naar BPS U krijgt informatie van iemand die geen BPS gebruikt. Toch wilt u de plaatsgegevens hieruit graag vastleggen in BPS. Wat nu? Vaak kunt u wel ongeveer afleiden waar de bewuste plaats zich bevindt. Als u dit zonder meer doet, loopt u grote risico's. U weet namelijk niet zeker wat de ander bedoelt. In zo'n geval kunt u beter de ander vragen wat hij precies bedoelt. Vertel daarbij dat u BPS gebruikt. Stel gerichte vragen en toon geduld. Als u het betreffende weggebied goed kent, maak dan gebruik van die kennis. Hierna volgen een aantal voorbeelden van vragen die u kunt stellen. Bij iedere vraag wordt aangegeven wat u met het antwoord kunt doen. - Wat is het routenummer van de weg? Hieruit kunt u in veel gevallen het wegnummer afleiden. - Waar rijdt u naar toe? I Wat is de laatste plaats waar u langs bent gereden? In het antwoord worden waarschijnlijk een of meer plaatsnamen genoemd. Als u het wegnummer nog niet weet, kunt u dat nu mogelijk wel bepalen. - Wat is het getal op het dichtstbijzijnde hectometerbord? U weet nu de waarde van de hectometrering. - Loopt de hectometrering in de rijrichting op of af? U weet nu de oriëntatierichting van de weg. Nu kunt u ligging van banen en stroken bepalen. Tenminste als u de opbouw van de weg in dwarsrichting (het dwarsprofiel) kent. - Staat u voor of achter het hectometerbord? Let goed op of de ander dit in de rijrichting bekijkt of niet. Door verder te vragen kunt u de afstand tot het hectometerbord te weten komen. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
33 Tip Vaak wordt, ten onrechte, een hectometrering in 3 cijfers achter de komma gegeven. Om dit juist naar BPS te vertalen moet u precies weten hoe dit getal tot stand is gekomen. Een waarde van 20,399 zal eerder bedoeld zijn als 20,4-1 dan als 20, Staat er een letter op het hectometerbord? Het antwoord helpt u bij het bepalen van de soort baan waarover het gaat. Meestal heeft u dan te maken met een verbindingsweg. - Hoe is de weg opgebouwd? Vraag naar de opeenvolging van bermen en verharde banen. Vraag ook naar de baan die in de beschrijving bedoeld wordt. U kunt dan het volgnummer en de soort baan vastleggen. - Op welke strook? Gebruik uw kennis van definities om te bepalen over welke soort strook het gaat. Vergeet hierbij niet dat lengtemarkeringen ook stroken zijn. Geef altijd duidelijk aan vanaf waar de stroken geteld worden. Meestal is dit van binnen uit. 7.2 BPS toelichten en aanvullen U heeft een plaatsbeschrijving in BPS. Met deze beschrijving wilt u iemand op pad sturen. Bijvoorbeeld om werkzaamheden uit te voeren. De beschrijving in BPS is op zich voldoende om de juiste plaats te kunnen vinden. Dit vereist natuurlijk wel kennis van BPS. Als de ontvanger van de BPS-beschrijving deze niet begrijpt, zult u zeker uit moeten leggen wat u bedoelt. Geef dan, stap voor stap, de betekenis van de BPS-beschrijving aan. Zorg ervoor dat de stappen niet te groot zijn en raadpleeg zonodig de hoofdstukken 3 tot en met 6. Controleer ook steeds of de ander u begrijpt. Communicatie Kortom, beperk u niet alleen tot een minimaal noodzakelijke BPSbeschrijving. Geef zoveel mogelijk (aanvullende) informatie. Dat voorkomt misverstanden en verbetert de communicatie. Precies zoals BPS beoogt te bereiken. Aanvullende informatie kan op velerlei manieren aangereikt worden. Zelf kunt u het beste, per situatie, bepalen welke informatie nuttig is. Een aantal voorbeelden worden getoond in de volgende praktijksituatie: Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
34 Een wegbeheerder heeft gezien dat ergens in zijn beheergebied een hectometerbord verkeerd is gemonteerd. Het bord met hectometrering 9,6 is omgekeerd geplaatst. Hij wil dit bord laten omkeren. Daarvoor heeft hij de volgende BPS beschrijving opgesteld: Toelichting: RW012 9,6 1 BB L RW012 Dit is de A12, Den Haag - Utrecht. 1 BB Het bord staat in de buitenberm (en is geplaatst op de geleiderail). 1 BB L Het bord staat in de buitenberm links. Dit wil zeggen dat daar de hectometrering, in de rijrichting gezien, afloopt. En dat gebeurt langs de hoofdrijbaan richting Den Haag. 9,6 Het hectometerbord bevindt zich, in rijrichting gezien, tussen Zoetermeer en het Prins Clausplein. Nog preciezer: tussen verzorgingsplaats Knorrestein en de afrit Nootdorp. Baan-aanduiding met windrichting Vaak worden hoofdrijbanen aangeduid met een windrichting. Er is dan sprake van een 'noordbaan' en een 'zuidbaan'. Of van een west- en oostbaan. In het voorbeeld zou de toelichting dan kunnen zijn: 'in de buitenberm langs de noordbaan'. Omdat de banen hier duidelijk oost-west lopen, is in dit geval de toelichting duidelijk. Vaak lopen wegen niet duidelijk in oost-west of noord-zuid richting. Het gebruik van windrichtingen is dan verwarrend en kan misverstanden tot gevolg hebben. Het gebruik van de termen noord-, oost-, zuid- en westbaan wordt daarom sterk afgeraden. 7.3 Samenvatting Niet iedereen spreekt BPS. - Stel gerichte vragen als de ander een beschrijving geeft die u naar BPS wilt vertalen. - Geef extra aanwijzingen als u de ander een BPS-beschrijving geeft, zodat hij begrijpt welke plaats u bedoelt. - Toon begrip en geduld wanneer u elkaar niet direct begrijpt. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
35 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
36 8 Wegdelen binnen BPS Wanneer u met BPS gaat werken, zult u al snel de werkwijze kennen zoals die in hoofdstuk 3 tot en met 6 is behandeld. U heeft dan voldoende aan een overzicht van de wegdelen. In dit hoofdstuk worden alle wegdelen binnen BPS op een rijtje gezet. Per wegdeel worden de soorten genoemd en per soort wordt de afkorting en de definitie gegeven. 8.1 Weg Een voor verkeersdoeleinden bestemd gebied, in lengte- en dwarsrichting begrensd door weggrenzen, welke afhankelijk van de materie kunnen zijn: - onderhoudsgrenzen; - eigendomsgrenzen; - beheergrenzen. Deze grenzen kunnen tegelijk voorkomen en kunnen dan al dan niet samenvallen Wegsoorten BPS kent de volgende wegsoorten en afkortingen: Rijksweg Provinciale weg Gemeenteweg Waterschapsweg Particuliere weg RW PW GW WW PA Definities wegsoorten Rijksweg Provinciale weg Gemeenteweg Waterschapsweg Particuliere weg Een weg, grotendeels in beheer bij het Rijk. Een weg, grotendeels in beheer bij de provincie. Een weg, grotendeels in beheer bij de Gemeente. Een weg, grotendeels in beheer bij een Waterschap. Een weg, grotendeels in beheer bij een particulier lichaam of persoon. 8.2 Baan Een gebied op de weg, in lengterichting begrensd door een begin- en een eindraai, en in dwarsrichting begrensd door twee opeenvolgende overgangsgrenzen verhard/onverhard of een overgangsgrens verhard/ onverhard en een weggrens in dwarsrichting. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
37 8.2.7 Baansoorten BPS kent de volgende ba.ansoor Voor verharde banen: Hoofdrijbaan - Verbindingsweg - Parallelweg - Fietspad - Rotondebaan - Verzorgingsbaan - Tussenbaan - Voetpad HR VVV PW FP RB VB TN VP Voor niet verharde banen: Middenberm MB Buitenberm BB - Tussenberm TB - Ingesloten berm IB Voor overige banen: - Overige baan YY Definities baansoorten Verharde banen Hoofd rij baan Verbindingsweg Parallelweg Fietspad Rotondebaan Een verkeerdragende baan bestemd voor doorgaand verkeer. Een verkeerdragende baan die de verbinding verzorgt tussen ongelijkvloers samenkomende wegen of tussen niet samenkomende wegen, en die voorzien is van hectometerborden met een hectometrering en een DVK-letter. Een verkeerdragende baan die naast een hoofdrijbaan loopt en het lokale verkeer dat die hoofdrijbaan mag en wil kruisen, oprijden of verlaten, kan opvangen, verzamelen of verdelen, of alleen voor lokaal verkeer gebruikt kan worden. Een verkeerdragende baan bestemd voor (brom-) fietsers. Een hoofdrijbaan op een rotonde, met een hectometrering en een DVK-letter. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
38 Verzorgingsbaan Tussenbaan Voetpad Een verkeerdragende baan op een parkeer- of verzorgingsplaats voor rustend verkeer en voorzien van hectometerborden met een hectometrering en een DVK-letter. Een verkeerdragende baan die een verbinding vormt tussen twee verzorgingsbanen en geen eigen DVKletter heeft. Een verkeerdragende baan bestemd voor voetgangers. Niet verharde banen Middenberm Buitenberm Tussenberm Ingesloten berm Verharde of onverharde wegberm, midden tussen twee hoofdrijbanen met tegengestelde rijrichtingen. Onverharde wegberm tussen de buitenkant van de buitenste verkeerdragende baan en de weggrens. Verharde of onverharde wegberm tussen verkeer dragende banen als dat niet een middenberm is. Een door verharde banen ingesloten berm op knoop punten en bij aansluitingen. Overige banen Overige baan Een baan die niet aan één van de bovenstaande definities voldoet. 8.3 Strook Een gebied op de baan (van de weg) in lengterichting begrensd door een begin- en een eindraai, en in dwarsrichting begrensd door twee opeenvolgende zichtbare overgangsgrenzen tussen verschillende materies of door zichtbare kniklijnen. De mogelijke materies zijn: betonverharding, bitumenverharding, bestrating en lengtemarkering. Uitzondering: de niet-zichtbare lijn in het midden van een enkelbaansweg zonder asstreep bestemd voor verkeer in twee richtingen, wordt aangemerkt als een strookgrens. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
39 8.3.1 Strooksoorten BPS kent de volgende strooksoorten en afkortingen: Voor bereden stroken: - Rijstrook - Vluchtstrook - Correctiestrook - Uitrijstrook - Invoegstrook - Weefstrook - Busstrook - Fietsstrook Suggestiestrook Parkeerstrook - Kruipstrook Voor markeringen: - Kantstreep - Deelstreep - Asstreep Voor niet verharde stroken: - Bovenberm - Talud Onderberm - Watergang - Berm tussen watergang en weggrens Voor overige stroken: Voetstrook - Gootstrook - Kan topsl uiting - Overige strook R- V- C- u- I- w- B- F- S- P- L- K- D- A- BB TA OB WG BG j_ G- O- X- Definities strooksoorten Bereden stroken Rijstrook Vluchtstrook Gemarkeerd gedeelte van de verkeerdragende baan dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motor voertuigen op meer dan 3 wielen. Strook van de verkeerdragende baan van een weg waarop alleen in bijzondere gevallen mag worden gereden of worden gestopt. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
40 Correctiestrook Uitrijstrook Invoegstrook Weefstrook Busstrook Fietsstrook Suggestiestrook Parkeerstrook Kruipstrook Verharde strook van beperkte breedte aan de buitenkant op een verkeerdragende baan bedoeld om weggebruikers gelegenheid te geven hun koers te corrigeren. Strook van beperkte lengte, grenzend aan een door gaande rijstrook, bedoeld om verkeer dat zich naar een afbuigende baan begeeft in staat te stellen zonder hinder voor het overige verkeer snelheid te minderen. Strook van beperkte lengte, grenzend aan een door gaande rijstrook, bedoeld om verkeer afkomstig van een toeleidende baan in gelegenheid te stellen zijn snelheid aan te passen voor het de doorgaande rijstrook op rijdt. Een strook tussen splitsingspunten van de verharding, gelegen buiten de doorgaande rijstroken. Gemarkeerd gedeelte van een verkeerdragende baan bestemd voor het openbaar vervoer. Gedeelte van verkeerdragende baan, bestemd voor (brom)fietsers. Een door een kantstreep afgescheiden gedeelte van een verkeerdragende baan, bestemd maar niet verplicht voor langzaam verkeer. Verharde strook langs een verkeerdragende baan, waarop mag worden geparkeerd. Strook van beperkte lengte gelegen aan de buitenzijde van een op een helling gelegen verkeerdragende, bestemd voor langzaam rijdende voertuigen. Markeringen Kantstreep Deelstreep Asstreep Doorgetrokken streep, die de buitenkant van een buitenste rijstrook markeert. Verkeersstreep die rijstroken voor verkeer in dezelfde richting scheidt. Verkeersstreep die rijstroken voor verkeer in tegengestelde richtingen scheidt. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
41 Niet verharde stroken Bovenberm Talud Onderberm Watergang Bermstrook langs de verharding tot de eerstvolgende zichtbare lijn, kniklijn of tot de grens van de verharding. Schuine zijde van een grondlichaam. Bermstrook vanaf de onderzijde van het talud tot de eerstvolgende zichtbare kniklijn. Bermstrook, bestemd voor afvoer van water, be staande uit taluds en een natte of droge bodem. Berm tussen water- Bermstrook vanaf buitenste insteek watergang tot gang en weggrens aan weggrens. Overige stroken Voetstrook Gootstrook Kantopsluiting Overige strook Gedeelte van verkeerdragende baan, bestemd voor voetgangers. Aansluitend aan, in, of op enige afstand van het wegdek aangebrachte open afvoer van hemelwater. Langwerpige constructie langs de verharding, die zijdelingse steun geeft aan de wegverharding. Een strook die niet aan één van de bovenstaande definities voldoet. 8.4 Reep Een gebied op een strook, in lengterichting begrensd door een begin- en eindraai, en in dwarsricht'mg begrensd per materiesoort. BPS kent de volgende reepsoorten en afkortingen: - Rijspoor RS Niet-rijspoor Rijspoor Niet-rijspoor NR Reep waar de wielen van de auto's rijden. Overige repen op de strook. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
42 9 Voorbeelden BPS In dit hoofdstuk wordt aan de hand van een aantal praktijkvoorbeelden beschreven hoe u voldoende informatie kunt geven en krijgen om een plaats op de weg met BPS te noteren. 9.1 Meetlus in wegdek Op rijksweg 16 (Rotterdam - Breda) moeten verkeersintensiteiten gemeten worden voor een verkeersstudie. In het wegdek moet een meetlus aangebracht worden. Hiermee kan de intensiteit van het verkeer gemeten worden. De lus moet in de richting Rotterdam op de rechterrijstrook (in rijrichting gezien) komen. De gekozen locatie ligt, in de rijrichting gezien, 10 meter voorbij hectometerbord 16,1. De situatie ter plaatse is als volgt: Lengterichting Eerst stelt u de BPS-plaatsbeschrijving voor de meetlus in lengterichting op. 1 Het betreft rijksweg 16. Noteer: RW De hectometrering loopt op in de richting Breda. Dat is de oriëntatierichting van de weg. 3 De lus wordt gelegd bij hectometerbord 16,1. Notatie: RW016 16,1. 4 In de rijrichting gezien moet de lus 10 meter voorbij hectometerbord 16,1 komen. De oriëntatierichting voor BPS is echter 'de andere kant op' want de hectometrering loopt af in de rijrichting. De lus ligt dus 10 meter vóór het hectometerbord. De plaatsaanduiding in lengterichting is: RW016 16,1-10. Meer uitleg over deze vier stappen vindt u in hoofdstuk 3. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
43 Dwarsrichting Voor de plaatsaanduiding in dwarsrichting benoemt u eerst de baan. 1 Volgens de situatieschets zijn er vijf banen te onderscheiden. In volgorde (van boven naar beneden): een buitenberm, een hoofdrijbaan, een middenberm, een hoofdrijbaan en nog een buitenberm. De lus wordt gelegd op de hoofdrijbaan (HR) richting Rotterdam. WOL Positie Volgnummer BPS-notatie 2 De Weg Oriëntatie Lijn (WOL) ligt in de middenberm (weg met twee gescheiden hoofdrijbanen). 3 Om de positie van de baan te bepalen gaat u in gedachten in de middenberm staan. Kijkend in de oriëntatierichting ligt de bedoelde hoofdrijbaan links van de WOL (HR L). 4 Nog steeds vanuit de middenberm kijkend, is het de eerste hoofdrijbaan. Het volgnummer is 1 (1 HR L). U kunt de BPS-notatie uitbreiden: RW016 16, HR L. Voor meer informatie over aanduiding van banen kunt u hoofdstuk 4 raadplegen. De plaatsbeschrijving is nog niet compleet. U heeft nog niet aangegeven waar op de hoofdrijbaan de lus aangebracht moet worden. U moet nog bepalen op welke strook dat moet zijn. De eerste hoofdrijbaan links in detail: V- K- R- BOL- :*- >. - K- C- Oriëntatierichting - U beschrijft vervolgens de strook. 1 De hoofdrijbaan bestaat uit de volgende stroken: vluchtstrook, kantstreep, rijstrook, deelstreep, rijstrook, kantstreep en correctiestrook. Uit de informatie blijkt dat een van de rijstroken bedoeld wordt (R-). Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
44 2 Het betreft hier een baan met één rijrichting. De Baan Oriëntatie Lijn (BOL) ligt dan op de binnenste grens van de binnenste rijstrook, gezien vanaf de WOL. 3 Neem in gedachten plaats op de BOL en kijk in de oriëntatierichting. De bedoelde rijstrook ligt links van de BOL (R- L). Op hoofdrijbanen links komen altijd rijstroken links voor. 4 Er zijn hier twee rijstroken aanwezig. De bedoelde rijstrook is de meest rechtse, gezien in de rijrichting. Gezien vanaf de BOL is dat de tweede rijstrook (2 R- L). BPS-notatie De volledige BPS-notatie voor de lus wordt dan RW016 16, HRL 2 R-L De lus wordt als volgt geplaatst: Meer over plaatsaanduiding op strookniveau kunt u in hoofdstuk 5 vinden. 9.2 Meetapparatuur in buitenberm Bij de lus uit paragraaf 9.1 moet ook een kast met meetapparatuur geplaatst worden. Deze kast moet ter hoogte van de lus in de buitenberm komen te staan. En wel precies zes meter vanaf de kant van de verharding. De plaatsbeschrijving in lengterichting kunt u uit het vorige voorbeeld overnemen. De kast moet immers ter hoogte van de lus komen staan. U noteert dus: RW016 16,1-10. Nu moet u een referentielijn kiezen. Hiervoor kunt u de genoemde kant van de verharding kiezen. Dit is een permanent zichtbare lijn die de begrenzing van een baan vormt. Het is de grens tussen de eerste hoofdrijbaan links en de eerste buitenberm links. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
45 Referentielijn Nu kunt u de BPS-notatie opstellen. Dat kan op twee manieren omdat de referentielijn zowel de grens van de hoofdrijbaan als van de buitenberm is. 1 Als grens van de eerste hoofdrijbaan links. U noteert eerst de BPSnotatie van de baan: 1 HR L. Vervolgens geeft u aan of u de linker- of de rechtergrens van de baan bedoelt. Om dit te bepalen kijkt u vanaf de oriëntatielijn. Voor banen is dat de WOL, die hier in de middenberm ligt. Van hieruit, kijkend in de oriëntatierichting, ziet u dat de referentielijn de linkergrens van de eerste hoofdrijbaan links is. Dit noteert u als volgt: 1 HR L L 2 Als grens van de buitenberm. U noteert de BPS-notatie van de berm: 1 BB L. De referentielijn is nu de rechtergrens van de berm: 1 BB L R. BPS-notatie De BPS-notatie wordt: RW016 16,1-10 RW016 16, HR L L of 1 BB LR. De kast wordt op een afstand van 6 meter van de referentielijn geplaatst. Dit geeft u in decimeters nauwkeurig aan (6,0). De kast staat in de buitenberm, In de oriëntatierichting gezien is dat links van de referentielijn. Met deze informatie kunt u de plaatsbepaling voor de kast afsluiten: RW016 16, HR L L 6,0 L of RW016 16, BB LR 6,0 L. Aan deze notaties is niet direct te zien op welk wegdeel de kast moet staan. Als u dit wenst, kunt u dat voor de duidelijkheid nog toevoegen. RW016 16, HR L L 6,0 L (1 BB L). i, Oriëntatierichting Het is mogelijk dat de genoemde kant van de verharding niet bruikbaar is als referentielijn. Bijvoorbeeld wegens een onregelmatig verloop van de overgang verhard/onverhard. Een alternatief is dan de buitenste grens van de kantstreep. In het voorbeeld is dat de linkergrens van de kantstreep links. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
46 Referentielijn Deze referentielijn duidt u als volgt aan: 1 HR L de baan waarop de kantstreep ligt. 1 K- L de kantstreep zelf. L de linkergrens van de kantstreep. Bij de afstand van de kast tot de referentielijn moet u dan de breedte van de vluchtstrook (2,5 meter) bijtellen: RW01616,1-10 1HRL 1 K-L L 8,5 L Meer over referentielijnen vindt u in hoofdstuk Het plaatsen van meetlus en meetapparatuur U wilt een aannemer opdracht geven om de lus en kast uit de vorige voorbeelden te plaatsen. Dat kunt u het beste met behulp van situatieschetsen doen. De toelichting op de plaatsaanduidingen in BPS kan er zo uitzien: RW016 U moet op rijksweg 16 zijn. Dat is de snelweg Breda - Rotterdam. 1 HR L U moet de hoofdrijbaan richting Rotterdam hebben. De hectometrering loopt daar af in de rijrichting. 16,1-10 Kast en lus moeten ter hoogte van hectometerbord 16,1 geplaatst worden. In rijrichting gezien 10 meter voorbij hectometerbord 16,1, dus tussen de hectometerborden 16,0 en 16,1. 2 R- L De lus komt op de tweede rijstrook vanaf de middenberm. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
47 (1 BB L) De kast moet in de buitenberm naast de rijstrook met de lus staan. 1 HR L L U meet vanaf de buitenkant van de verharding. 6,0 L Het hart van de kast komt precies zes meter vanaf de buiten kant verharding. Vertalen van BPS In hoofdstuk 7 kunt u meer lezen over het vertalen van BPS voor niet-bpsgebruikers. 9.4 Melding: Gat in de weg De politie meldt u dat er op de A31 een gat in de weg zit. U wilt de plaats van dat gat beschrijven in BPS. U weet dat de A31 rijksweg 31 is. RW031 U stelt de volgende vragen: Vraag: Op welk kilometerpunt zit het gat? Antwoord: Ongeveer op kilometerpunt 42,490 U weet dat de A31 een weg met één hoofdrijbaan is en dat deze er op die plaats zo uitziet: Links Rechts Leeuwarden Drachten Vraag: Antwoord: Vraag: Antwoord: Ligt het gat 90 meter voorbij bord 42,4 of 10 meter vóór bord 42,5? We gaan toch zeker geen 90 meter afpassen! U heeft dus 10 meter afgepast vanaf bord 42,5 in de richting Leeuwarden? Ja. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
48 Uw conclusie: RW016 42,5-10 Het gat ligt op de hoofdrijbaan (midden): RW016 42,5-10 HR Vraag: Antwoord: Waar zit het gat precies? Midden op de rijbaan. De auto's rijden er zo in. Op een rijstrook dus. Maar welke: Links of rechts? Vraag: Is het de rijstrook richting Drachten? Antwoord: Nee. U kunt nu uw beschrijving voltooien: RW016 42,5-10 HR 1 R- L Interpretatie In hoofdstuk 7 worden meer aanwijzingen gegeven over het interpreteren van beschrijvende informatie. 9.5 Rijspoordiepte meting op een verbindingsweg. Verbindingswegen worden in BPS anders aangegeven dan de meeste andere baansoorten. De dienstkring Huis ter Heide dient een aanvraag in om metingen op een verbindingsweg uit te voeren. De schriftelijke aanvraag aan de Dienst Wegen Waterbouwkunde kan dan het volgende bevatten: RSD-meting (Rijspoordiepte meting): RW027 VW n 1 R- L 2 RS L van 80,1 tot 81,2 Dit betreft een rijspoordiepte meting op rijksweg 27, knooppunt Rijnsweert, op verbindingsweg n (afslag de Bilt). Deze verbindingsweg heeft één rijstrook. De meting moet plaatsvinden in het tweede rijspoor van de eerste rijstrook links. De gemeten rijspoordiepte blijkt zo hoog te zijn dat er onmiddellijk maatregelen getroffen moeten worden. Er moet een nieuwe deklaag aangebracht worden over de gehele breedte van de verbindingsweg. Dit baanvak kunt u zo opgeven: RW027 VWn van 80,1 tot 81,2 Strookvak Baanvak Wegvak Opmerking In dit voorbeeld is gebruik gemaakt van vakken. Een vak beschrijft u door een begin- en een eindpunt te vermelden. De beschrijving van de rijspoordiepte meting betreft een strookvak. Voor het aanbrengen van een nieuwe deklaag is een baanvak beschreven. Op overeenkomstige wijze kunt u een wegvak aanduiden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
49 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
50 10 Bijlagen BPS is zó ontworpen dat u de systematiek in de meeste situaties op en langs de weg zonder meer kunt gebruiken. In sommige gevallen echter is het niet meteen duidelijk hoe u moet handelen. Een aantal van deze uitzonderingssituaties worden in de bijlagen behandeld. Tevens vindt u een alfabetische lijst met afkortingen die in BPS gebruikt worden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
51 10.1 Afkortingen in BPS A- B- BB BB BG BOL C- D- F- FP G- GW HR I- IB K- L L- M MB NR O- OB P- PA PW PW R R- RB RS RW S- T- TA TB TN U- V- VB VP VW W- WG WOL WW X- YY Asstreep Busstrook Boven berm (strooksoort) Buitenberm (baansoort) Berm tussen watergang en weggrens Baan Oriëntatie Lijn Correctiestrook Deelstreep Fietsstrook Fietspad Gootstrook Gemeenteweg Hoofdrijbaan Invoegstrook Ingesloten berm Kantstreep Links Kruipstrook Midden Middenberm Niet-rijspoor Kantopsluiting Onderberm Parkeerstrook Particuliere weg Provinciale weg (wegsoort) Parallelweg (baansoort) Rechts Rijstrook Rotondebaan Rijspoor Rijksweg Suggestiestrook Voetstrook Talud Tussenberm Tussenbaan Uitrijstrook Vluchtstrook Verzorgingsbaan Voetpad Verbindingsweg Weefstrook Watergang Weg Oriëntatie Lijn Waterschapsweg Overige strook Overige baan Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
52 10.2 Nummering wegen Wegnummer De wegnummers zijn toegedeeld volgens bestaande regels: - Voor rijkswegen wordt gebruik gemaakt van de administratieve rijkswegnummering zoals de DVK (AVV) vaststelt (bijvoorbeeld RW012). - De provinciale wegen hebben twee letters voor de provincienaam plus de bij de provincie gebruikelijke nummering. - Het nummer van gemeentewegen bestaat uit 3 cijfers van het CBSnummer plus de bij de gemeente gebruikelijke leggernummers. - Voor waterschapswegen gelden dezelfde regels als bij de gemeentewegen Hectometerborden De hectometerborden spelen een belangrijke rol in BPS. Vrijwel alle aanduidingen in BPS maken gebruik van de positie van één of meer hectometerborden. Dat is nodig om een plaats te kunnen beschrijven èn weer terug te kunnen vinden. Een strikte voorwaarde hierbij is dat de borden blijven staan waar ze staan. Daarom mogen hectometerborden nooit verplaatst worden. Het kan voorkomen, bijvoorbeeld bij maaiwerkzaamheden in de berm, dat een hectometerbord van zijn plaats raakt. Het bord dient dan op exact dezelfde plaats teruggeplaatst te worden. Tip Plaats verfstrepen op het asfalt ter hoogte van de hectometerborden. Dit helpt u bij het juist terugplaatsen van hectometerborden. Meestal is de hectometrering volgens een vast, voorspelbaar patroon aangebracht. Door een aantal oorzaken (bijvoorbeeld reconstructie en overdracht van wegen) kunnen hierin afwijkingen optreden. Een aantal worden hierna behandeld Hectometersprongen De getallen op de hectometerborden vormen meestal een aaneensluitende reeks. Afhankelijk van uw rijrichting loopt de hectometrering keurig op of af, en wel met intervallen van 100 meter. Het kan voorkomen dat in deze volgorde plotseling een vreemde 'sprong' plaatsvindt. Het getal op het hectometerbord komt dan niet overeen met het getal dat u verwacht aan te treffen. Dit worden hectometersprongen en soms ook wel kilometersprongen genoemd. BPS ziet de hectometrering niet als een getal maar als een rugnummer. De hectometrering is dus niet geschikt om mee te rekenen. U kunt dus niet de afstand tussen twee punten bepalen aan de hand van de hectometerborden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
53 Een hectometersprong heeft geen gevolgen voor de wijze van plaatsaanduiding in lengterichting. Zoals het volgende voorbeeld laat zien: 104,0.44 A " 98, " ' ' : r& De ligging van punt A (in lengterichting) wordt gegeven door: RW001 98, of door RW , Tegengestelde hectometrering Oriëntatierichting Bij tegengestelde hectometrering kan wèl een vreemd effect in de positie van banen optreden. Dit effect treedt op wanneer bij een hectometersprong de oriëntatierichting van de weg verandert. De oriëntatierichting is gelijk aan de richting van de oplopende hectometrering. In situaties waar niet alleen een hectometersprong plaatsvindt, maar ook de richting van de oplopende hectometrering verandert, zien we het volgende: U ziet dat ter hoogte van de hectometersprong de banen en stroken links en de banen en stroken rechts als het ware omgewisseld worden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
54 Dubbele hedometrering Het kan voorkomen dat bij één en dezelfde weg twee gedeelten op dezelfde wijze gehectometreerd zijn. Dit wordt dubbele hectometrering genoemd. Het zal duidelijk zijn dat in zo'n geval de eenduidigheid van BPS verloren gaat. Één plaatsaanduiding geldt dan voor twee plaatsen op de weg. Dubbele hectometrering mag niet voorkomen! Er zijn omstandigheden mogelijk waarin toch dubbele hectometrering aanwezig is. Dan dient zo snel mogelijk her-hectometrering plaats te vinden. Zolang dat nog niet gebeurd is, kan de betreffende wegbeheerder tijdelijke maatregelen treffen. Daarmee kan de eenduidigheid van BPS hersteld worden. Mogelijke maatregelen zijn: 1. Beschouw het betreffende weggedeelte als twee afzonderlijke wegen. De weg wordt dan beschouwd als twee wegen met ieder een afzonderlijk wegnummer. 2. Spreek af dat voor één gedeelte van de dubbele hectometrering de te noteren waarde verhoogd wordt. Bijvoorbeeld met 500. De dan verkregen waarden mogen uiteraard nergens anders in de bestaande hectometrering voorkomen Meerdere hectometerborden Lengterichting DVK-letter Bij het bepalen van een plaats in lengterichting maakt u gebruik van één van de dichtstbijzijnde hectometerborden. Meestal is het direct duidelijk welk hectometerbord u moet gebruiken. Het kan echter voorkomen dat bij een dwarsdoorsnede van de weg meerdere hectometerborden geplaatst zijn. Bijvoorbeeld in de buitenbermen langs de hoofdrijbaan links en langs de hoofdrijbaan rechts. Ook kunnen langs een of meer verbindingswegen nog hectometerborden met dezelfde hectometrering geplaatst zijn. Deze laatste zijn dan voorzien van een DVK-letter. Het is in zo'n situatie niet meteen duidelijk welk hectometerbord u moet gebruiken. Als vuistregel kunt u deze stappen hanteren: 1. Bepaal op welke baan de plaats zich bevindt. 2. Als op deze baan hectometerborden geplaatst zijn, kunt u deze gebruiken. 3. Gebruik de borden in de meest dichtbijgelegen aangrenzende baan. 4. Maak gebruik van de borden in de andere aangrenzende baan. 5. Nog geen hectometerbord aangetroffen? Dan neemt u het bord dat, in dwarsrichting gezien, op de kleinste afstand staat. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
55 Afstand meten in bochten Afstand meten Op rechte stukken weg meet u de afstand tot een hectometerbord altijd in een rechte lijn tussen twee dwarsraaien. Het maakt dan niet uit op welke plaats u dat doet. In bochten ligt dat anders. De gemeten afstand aan de buitenzijde van de bocht is groter dan de afstand aan de binnenzijde. Binnen BPS is afgesproken: In bochten wordt de afstand tot hectometerborden gemeten langs de kant van de verharding waarlangs deze geplaatst zijn. In bovenstaande figuur moet dus afstand A en niet afstand B of C gemeten worden Verharde bermen Volgens de door BPS gebruikte definitie zijn de grenzen tussen banen altijd overgangen verhard/onverhard. Hierbij is geen rekening gehouden met het fenomeen verharde berm. Smalle middenbermen zijn regelmatig verhard aangelegd. Ook worden gedeelten van buitenbermen wel eens verhard uitgevoerd. Bijvoorbeeld als bescherming tegen erosie door regenwater. Meestal zijn deze bermen duidelijk als zodanig herkenbaar, bijvoorbeeld omdat er een geleiderail geplaatst is of door het gebruik van een andere soort verharding. In deze gevallen beschouwt BPS verharde bermen toch als afzonderlijke banen. Dit in tegenspraak met de (formele) definitie van baan. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
56 10.5 Nieuwe ontwikkelingen De ontwikkelingen in de wegenbouw en de politiek verlopen snel. Denk daarbij aan vernieuwingen, zoals de (vrije) busbaan en de carpoolstrook. Ten tijde van de ontwikkeling van BPS waren deze nog niet bekend. Busbaan en carpoolstrook zijn dan ook (nog) niet opgenomen in de BPS. Voor plaatsaanduidingen dient u uitsluitend gebruik te maken van de baanen strooksoorten die momenteel in BPS zijn opgenomen. Baansoorten Strooksoorten De carpoolstrook kunt u benoemen als rijstrook. Voor de baan waarop de carpoolstrook gelegen is, kunt u de regels voor verharde bermen toepassen. Dit betekent dat de carpoolstrook op een afzonderlijke hoofdrijbaan (midden) ligt. Ook voor een (vrije) busbaan zal meestal een van de genoemde baansoorten van toepassing zijn. Mocht u géén keuze kunnen maken uit de baan- en strooksoorten, dan kunt u 'overige baan' en 'overige strook' gebruiken. Maak hier zo weinig mogelijk gebruik van. Terwille van de duidelijkheid Afwijkende ligging van de BOL Ligging van de BOL In hoofdstuk 5 kunt u lezen hoe u de ligging van de Baan Oriëntatie Lijn (BOL) van een baan kunt bepalen. Er worden daar twee uitzonderingssituaties genoemd, namelijk: - De enige hoofdrijbaan van een weg met één rijrichting Hier kunnen een of meer rijstroken liggen, al dan niet gescheiden door lengtemarkering (deelstrepen). - Baan met twee rijrichtingen zonder asstreep Ook hier kunnen een of meer rijstroken aanwezig zijn. Deze zijn niet gescheiden door lengtemarkering. In deze uitzonderingsgevallen is het aantal rijstroken bepalend voor de ligging van de BOL. Rijstroken kunnen aangegeven worden door gebruik van een andere kleur of door gebruik van een andere soort verharding. In die gevallen ligt de BOL altijd op de grens van twee rijstroken. Als de rijstroken door (deel-)strepen aangegeven worden, ligt de BOL in het midden van zo'n streep. In de voorbeelden zijn deelstrepen getekend. U kunt deze ook wegdenken. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
57 Op een baan met één rijstrook bevindt de BOL zich op de linkergrens van de rijstrook. Op een baan met een even aantal rijstroken bevindt de BOL zich op de grens van de middelste twee rijstroken of in het midden van de strook ertussen. \ tatie- Op een baan met een oneven aantal rijstroken (maar meer dan één) bevindt de BOL zich op de grens van de middelste rijstrook en de rijstrook links hiervan of in het midden van de strook ertussen. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
58 Begrippenlijst Afstand bepalen vanaf een hectometerbord Afstand bepalen vanaf een referentielijn Asstreep Baan Baan Oriëntatie Lijn Baanvak Beginpunt van de baan Beginpunt van de strook Beginpunt van de weg Berm Berm tussen watergang en weggrens Bermstrook De afstand geeft u aan met het aantal meters vóór het hectometerbord of achter het hectometerbord. De eerste afstand is een negatieve afstand, de tweede afstand is een positieve afstand. De afstand vanaf een referentielijn naar een punt wordt loodrecht op die referentielijn gemeten. De referentielijn is een overgang tussen stroken en/ of banen. De afstand wordt in decimeters nauwkeurig gemeten. Verkeersstreep die rijstroken voor verkeer in tegengestelde richtingen scheidt. Afkorting: A-. Een gebied op de weg, in lengterichting begrensd door een begin- en een eindraai, en in dwarsrichting begrensd door twee opeenvolgende overgangsgrenzen verhard/onverhard of een overgangsgrens verhard/ onverhard en een weggrens in dwarsrichting. De oriëntatielijn ten opzichte waarvan de positie en het volgnummer van een strook op een baan in dwarsrichting worden bepaald. De oriëntatielijn is al of niet zichtbaar. Gedeelte van een baan, begrensd door een begin- en een eindraai. De dwarsraai op de plaats van het splitsingspunt van de verharding, loodrecht op de BOL van die baan. Uitzondering: het beginpunt van de verbindingsweg (VW) is de dwarsraai ter plaatse van het splitsingspunt van de verharding, loodrecht op de BOL van de verbindingsweg. De dwarsraai van een baan waarop de strook is gelegen, ter plaatse van de laagste hectometrering en afstand die nog van toepassing is op de strook. De dwarsraai met de laagste hectometrering en afstand. Wegberm. Bermstrook vanaf buitenste insteek watergang tot aan weggrens. Afkorting: BG. Strook van de wegberm. BOL Baan Oriëntatie Lijn. Bovenberm Buitenberm Bermstrook langs de verharding tot de eerstvolgende zichtbare lijn, kniklijn of tot de grens van de verharding. Afkorting: BB. Onverharde wegberm tussen de buitenkant van de buitenste verkeerdragende baan en de weggrens. Afkorting: BB. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
59 Busstrook Correctiestrook Deelstreep DVK-letter Dwarsraai Dwarsrichting Eindpunt van de baan Eindpunt van de strook Eindpunt van de weg Fietspad Fietsstrook Gemeenteweg Gootstrook Hectometerbord Gemarkeerd gedeelte van een verkeerdragende baan bestemd voor het openbaar vervoer. Afkorting: B-. Verharde strook van beperkte breedte aan de buitenkant op een verkeerdragende baan bedoeld om weggebruikers gelegenheid te geven hun koers te corrigeren. Afkorting: C-, Verkeersstreep die rijstroken voor verkeer in dezelfde richting scheidt. Afkorting: D-. Letter die volgens DVK-nota aan de hectometrering van een verbindingsweg, rotondebaan of verzorgingsbaan moet worden toegevoegd. Lijn loodrecht op de oriëntatielijn. Over de breedte van de weg. In dwarsrichting kunt u zich oriënteren ten opzichte van en loodrecht op de WOL, de BOL of een referentielijn. De dwarsraai op de plaats van het splitsingspunt van de verharding, loodrecht op de BOL van die baan. Uitzondering: het eindpunt van de verbindingsweg (VVV) is de dwarsraai ter plaatse van het splitsingspunt van de verharding, loodrecht op de BOL van de verbindingsweg. De dwarsraai van de baan waarop de strook is gelegen, ter plaatse van de hoogste hectometrering en afstand die nog van toepassing is op de strook. De dwarsraai met de hoogste hectometrering en afstand. Een verkeerdragende baan bestemd voor (brom) fietsers. Afkorting: FP. Gedeelte van verkeerdragende baan bestemd voor (brom)fietsers. Afkorting: F-. Een weg, grotendeels in beheer bij de Gemeente. Afkorting: GW. Aansluitend aan, in, of op enige afstand van het wegdek aangebrachte open afvoer van hemelwater. Afkorting: G-. Het bord volgens DVK-nota waarop de hectometrering en eventueel een DVK-letter staan aangegeven. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
60 Hectometrering Hoofdrijbaan Ingesloten berm Invoegstrook Kantopsluiting Kantstreep Kijkrichting Kilometerpunt Kniklijn Kruipstrook Lengterichting Middenberm Niet-rijspoor Het getal dat op een hectometerbord staat (niet de DVK-letter). De hectometerborden in de bermen van wegen verdelen de wegen in stukken van in principe 100 meter. Een verkeerdragende baan bestemd voor doorgaand verkeer. Afkorting: HR. Een door verharde banen ingesloten berm op knooppunten en bij aansluitingen. Afkorting: IB. Strook van beperkte lengte, grenzend aan een doorgaande rijstrook, bedoeld om verkeer afkomstig van een toeleidende baan in de gelegenheid te stellen zijn snelheid aan te passen voor het de doorgaande rijstrook op rijdt. Afkorting: I-. Langwerpige constructie langs de verharding, die zijdelingse steun geeft aan de wegverharding. Afkorting: O-. Doorgetrokken streep die de buitenkant van een buitenste rijstrook markeert. Afkorting: K-. BPS kijkt altijd in de richting van de oplopende hectometrering en niet in de rijrichting. De richting van de oplopende hectometrering heet de oriëntatie richting van de weg. Een punt op de dwarsraai door een hectometerbord. De lijn die de begrenzing vormt tussen twee vlakken met een verschillende helling. Strook van beperkte lengte gelegen aan de buitenzijde van een op een helling gelegen verkeerdragende baan, bestemd voor langzaam rijdende voertuigen. Afkorting: L-. Over de lengte van de weg. In lengterichting kunt u zich oriënteren ten opzichte van de weg en met behulp van de hectometerborden. Verharde of onverharde wegberm, midden tussen twee hoofdrijbanen met tegengestelde rijrichtingen. Afkorting: MB. De repen op de strook, waarop de wielen van de auto's niet rijden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
61 Onderberm Oriëntatielijn Oriëntatierichting Parallelweg Parkeerstrook Particuliere weg Positie t.o.v. de Baan Oriëntatie Lijn Positie to.v. de Weg Oriëntatie Lijn Provinciale weg Raai Redresseerstrook Reep Referentielijn Relatief volgnummer Rijksweg Rijspoor Bermstrook vanaf de onderzijde van het talud tot de eerstvolgende zichtbare kniklijn. Afkorting: OB. Een al of niet zichtbare lijn ten opzichte waarvan de positie en het volgnummer van een wegdeel in dwarsrichting wordt bepaald. De richting van de oplopende hectometrering heet de oriëntatierichting van de weg. Een verkeerdragende baan die naast een hoofdrijbaan loopt en het lokale verkeer dat die hoofdrijbaan mag en wil kruisen, oprijden of verlaten, kan opvangen, verzamelen of verdelen, of alleen voor lokaal verkeer gebruikt kan worden. Afkorting: PW. Verharde strook langs een verkeerdragende baan, waarop mag worden geparkeerd. Afkorting: P-. Een weg, grotendeels in beheer bij een particulier lichaam of persoon. Afkorting: PA. De plaats van een strook of een reep ten opzichte van de Baan Oriëntatie Lijn: links, rechts of midden, gezien in de oriëntatierichting van de weg. De plaats van een baan ten opzichte van de Weg Oriëntatie Lijn: links, rechts of midden, gezien in de oriëntatierichting van de weg. Een weg, grotendeels in beheer bij de provincie. Afkorting: PW. Lijn loodrecht op de oriëntatielijn. Zie correctiestrook. Een gebied op een strook, in lengterichting begrensd door een begin- en eindraai, en in dwarsrichting begrensd per materiesoort. Zichtbare, permanent aanwezige lijn, bijvoorbeeld de grens van de baan of strook, ten opzichte waarvan en loodrecht waarop een afstand wordt bepaald. Voor het relatief volgnummer telt u vanaf de oriëntatielijn (WOL of BOL) alle banen of stroken van dezelfde soort. Een weg, grotendeels in beheer bij het Rijk. Afkorting: RW. Reep waar de wielen van de auto's rijden. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
62 Rijstrook Rotondebaan Strook Strookvak Suggestiestrook Talud Tussenhaart Tussenberm Uitrijstrook Verbindingsweg Verzorgingsbaan Gemarkeerd gedeelte van de verkeerdragende baan dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen. Afkorting: R-. Een hoofdrijbaan op een rotonde, met een hectometrering en een DVK-letter. Afkorting: RB. Een gebied op de baan (van de weg) in lengterichting begrensd door een begin- en een eindraai, en in dwarsrichting begrensd door twee opeenvolgende zichtbare overgangsgrenzen tussen verschillende materies of door zichtbare kniklijnen. De mogelijke materies zijn: betonverharding, bitumenverharding, bestrating en lengtemarkering. Uitzondering: de niet-zichtbare lijn in het midden van een enkelbaansweg zonder asstreep bestemd voor verkeer in twee richtingen, wordt aangemerkt als een strookgrens. Gedeelte van een strook, begrensd door een begin- en een eindraai. Een door een kantstreep afgescheiden gedeelte van een verkeerdragende baan bestemd maar niet verplicht voor langzaam verkeer. Afkorting: S-. Schuine zijde van een grondlichaam. Afkorting: TA. Een verkeerdragende baan die een verbinding vormt tussen twee verzorgingsbanen en geen eigen DVK-letter heeft. Afkorting: TN. Verharde of onverharde wegberm tussen verkeerdragende banen als dat niet een middenberm is. Afkorting: TB. Strook van beperkte lengte, grenzend aan een doorgaande rijstrook, bedoeld om verkeer dat zich naar een afbuigende baan begeeft in staat te stellen zonder hinder voor het overige verkeer snelheid te minderen. Afkorting: U-. Een verkeerdragende baan die de verbinding verzorgt tussen ongelijkvloers samenkomende wegen of tussen niet samenkomende wegen, en die voorzien is van hectometerborden met een hectometrering en een DVKletter. Een verbindingsweg heeft geen relatief volgnummer en geen positie. Afkorting: VW. Een verkeerdragende baan op een parkeer- of verzorgingsplaats bestemd voor rustend verkeer en voorzien van hectometerborden met een hectometrering en een DVK-letter. Afkorting: VB. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
63 Vluchtstrook Voetpad Voetstrook Watergang Waterschapsweg Weefstrook Weg Weg Oriëntatie Lijn Wegberm Wegdeel (BPS) Wegvak WOL Strook van de verkeerdragende baan van een weg waarop alleen in bijzondere gevallen mag worden gereden of worden gestopt. Afkorting: V-. Een verkeerdragende baan bestemd voor voetgangers. Afkorting: VP. Gedeelte van verkeerdragende baan bestemd voor voetgangers. Afkorting: T-. Bermstrook, bestemd voor afvoer van water, bestaande uit taluds en een natte of droge bodem. Afkorting: WC Een weg, grotendeels in beheer bij een Waterschap. Afkorting: WW. Een strook tussen splitsingspunten van de verharding, gelegen buiten de doorgaande rijstroken. Afkorting: W-. Een voor verkeersdoeleinden bestemd gebied, in lengte- en dwarsrichting begrensd door weggrenzen, welke afhankelijk van de materie kunnen zijn: - onderhoudsgrenzen; - eigendomsgrenzen; - beheergrenzen. Deze grenzen kunnen tegelijk voorkomen en kunnen dan al dan niet samenvallen. De oriëntatielijn ten opzichte waarvan de positie en het volgnummer van een baan op een weg in dwarsrichting worden bepaald. Baan die doorgaans niet bestemd is voor verkeer. Een binnen BPS gedefinieerd gedeelte van de dwarsdoorsnede van een weg. Met behulp van wegdelen wordt een plaatsbeschrijving in BPS opgebouwd. Gedeelte van een weg, begrensd door een begin- en een eindraai. Weg Oriëntatie Lijn. Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
64 Trefwoorden Afstand meten Afstand tot referentielijn Baan Baansoorten Baanvak Baan Oriëntatie Lijn Beschrijvende systematiek Binnenste BOL BPS-notatie Communicatie Dubbele hectometrering DVK-letter Dwars raai Dwarsrichting Hectometerborden Hectometersprongen Helpdesk Instructieprogramma BPS Interpretatie Lengterichting Ligging van de BOL Ligging van de WOL Metende systematiek Negatieve afstand Niet parallel Oriëntatierichting Parallel Positie Positieve afstand Quick Reference Card Reep Referentielijn Strook Strooksoorten Strookvak Tegengestelde hectometrering Uniforme taal Verharde bermen Vertalen naar BPS Vertalen van BPS Volgnummer Weg Wegnummer Wegsoorten Wegvak Weg Oriëntatie Lijn WOL 54 29, 57 15,35, 57 15,36, 55 47, 57 22, ,57 13, 18,25,28,29,42,43,44 7, , 53, 58 12, 58 19, 25, 28, 30, 42, 58 51, , 9, 47 13,41, 53,59 22, , ,52, ,24,27,28,42,60 12,57 5,6 27, 40, 60 28, 44, 45, 60 21,37,61 21,38, 55 47, ,24,27,42,60 11,35,62 11, 51 11,35 47, 62 15, 62 15, 17,42,62 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
65 Beschrijvende Plaatsaanduiding Systematiek december
66 .f v De Dienst Weg- en Waterbouwkunde is de adviesdienst vóór techniek en 'rnjlieü voor de weg- en waterbouw, die onderzoekt, adviseert en kennis overdraagt in de constructieve weg- en waterbouw, de natuur- en mijiecftèchniek van fysieke infrastructuur, waterkeringen en watersystemen, en de grondstoffenvoorziening voor de bouw, inclusief de milieu-aspecten. Meer exemplaren van deze publikatie kunnen worden besteld bij: Dienst Weg- en Waterbouwkunde Rijkswaterstaat, Van der Burghweg 1, Postbus 5044,2600 GA DELFT, i ƒ '-. J' telefoon (015) ,. ISBN DWW-PUBLIKATIE P-DWW
Referentiekader Rijkswaterstaat
Referentiekader Rijkswaterstaat 1 Inleiding Referentiekader Rijkswaterstaat Reference frame RWS (vs 20131101) Referentiekader Rijkswaterstaat bevat een aantal aanvullingen op de COINS Systematiek 1.0 die
jklmnopq Voorheen uitgegeven onder de titel (en naar verwezen als) DVM-systemen BPS codering
Ministerie van Verkeer en Waterstaat jklmnopq Adviesdienst Verkeer en Vervoer BPS voor DVM-systemen Richtlijn BPS codering voor DVM-systemen Voorheen uitgegeven onder de titel (en naar verwezen als) DVM-systemen
Een STREEPJE voor... De betekenis van verkeerstekens op het wegdek
Een STREEPJE voor... De betekenis van verkeerstekens op het wegdek Wat betekenen al die strepen toch? In Nederland verplaatsen zich dagelijks miljoenen personen lopend, fietsend en rijdend in het verkeer.
EEN STREEPJE VOOR... De betekenis van verkeerstekens op het wegdek. Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland. Platform en Kenniscentrum
EEN STREEPJE VOOR... De betekenis van verkeerstekens op het wegdek Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland Platform en Kenniscentrum Wat betekenen al die strepen toch? In Gelderland verplaatsen
Welkom 23/10/2014. Open WiFi netwerk: t Godshuis
Welkom 23/10/2014 Open WiFi netwerk: t Godshuis Filip Van Alboom Test uw kennis van de wegcode Commercieel vantwoordelijke VAB Rijschool A. Ik heb voorrang B. Ik moet voorrang verlenen De bus verlaat de
a. op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter "P" aangebracht is;
Reglement 20170619-008 Politieverordening betreffende de gemeentelijk administratieve sancties voor overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en overtredingen betreffende de verkeersborden C3
Artikel 4 In voetgangerszones is het parkeren verboden. Deze overtreding van de eerste categorie kan worden bestraft met een administratieve
POLITIEVERORDENING BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES VOOR OVERTREDINGEN BETREFFENDE HET STILSTAAN EN HET PARKEREN EN OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE VERKEERSBORDEN C3 EN F103, VASTGESTELD
Files. We kunnen er samen wat aan doen.
Files. We kunnen er samen wat aan doen. Inhoud Files. We kunnen er samen wat aan doen. Inleiding Tip 1: Invoegen op snelheid Tip 2: Blijf bij drukte in uw rijstrook Tip 3: Gebruik de spitsstrook Tip 4:
Snelweg invoegen, inhalen, uitvoegen.
Het naderen van een autosnelweg. Door goed op te letten op de verkeersborden, wordt al snel duidelijk of je een autosnelweg of een autoweg nadert. Het type weg moet je ruim van te voren herkennen om te
VERKEERSBEGRIPPEN. bij Verkeersexamen 2011. Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. verkeersbegrip uitleg
VERKEERSBEGRIPPEN bij Verkeersexamen 2011 Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. bestuurder Je bent bestuurder: - als je fietst - als je paardrijdt of loopt met je paard aan
Bijzondere bestuurlijke verordening VERKEER
Bijzondere bestuurlijke verordening VERKEER betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de
Politiereglement betreffende stilstaan en parkeren. Gemeente De Panne
Politiereglement betreffende stilstaan en parkeren Gemeente De Panne Inhoud Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen... 3 Hoofdstuk 2. Overtredingen van de eerste categorie volgens KB van 1 december 1975 openbare
Brandweer Ambulance Politie in aantocht. Wat gaat de weggebruiker doen?
Brandweer Ambulance Politie in aantocht. Wat gaat de weggebruiker doen? Ton Hendriks, ANWB Studiedag NIFV 18 december 2012 2 Centrale vraag: Welke kennis, ervaring en wensen hebben weggebruikers bij confrontatie
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied. Hoofdstuk 2. Definities. Afdeling Territoriaal toepassingsgebied
Gemeentelijk politieverordening op het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatische werkende toestellen Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
STILSTAAN EN PARKEREN LES 5
27 STILSTAAN EN PARKEREN LES 5 STOPPEN : STOPPEN IS IETS WAT JE NIET VRIJWILLIG DOET, MAAR OMDAT HET MOET. BIJVOORBEELD OM VOORRANG TE VERLENEN OF EEN VOETGAN- GER EEN VOETGANGERSOVERSTEEKPLAATS OVER TE
VERKEERSBEGRIPPEN. bij het Verkeersexamen 2014. Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. verkeersbegrip uitleg
VERKEERSBEGRIPPEN bij het Verkeersexamen 2014 Overzicht van verkeersbegrippen, die belangrijk zijn voor kinderen. bestuurder Je bent bestuurder: - als je fietst - als je paardrijdt of loopt met je paard
VERKEERSBOETES 2019: ALLE BEDRAGEN OP EEN RIJ
VERKEERSBOETES 2019: ALLE BEDRAGEN OP EEN RIJ Je gaat meer betalen voor verkeersboetes in 2019 Verkeersboetes 2019 Het zal geen verrassing zijn: de 2019-tarieven voor snelheidsboetes en boetes voor andere
Veilig je draai vinden...
Veilig je draai vinden... op rotondes in Gelderland Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Gelderland Platform en Kenniscentrum Rotondes in Gelderland Na hun introductie zo n 30 jaar geleden, zijn rotondes
Bijzondere weggedeelten
Hoofdstuk 5 ijzondere weggedeelten 5.1 Rotondes Een rotonde is eigenlijk een ronde eenrichtingsweg. Je moet altijd rechts om het middeneiland heen rijden. Op dat middeneiland staat bord rotonde (D1). Vaak
5. PLAATS OP DE OPENBARE WEG RIJBEWIJS OP SCHOOL
51 5. PLAATS OP DE OPENBARE WEG 52 5.1 Hoofdregel 53 Wanneer een openbare weg een rijbaan omvat, moet je die volgen. Dat betekent dat je niet op de gelijkgrondse bermen of op andere delen van de openbare
12 STILSTAAN EN PARKEREN
12 STILSTAAN EN PARKEREN 12.1 Algemene regels 77 Waar moet het voertuig worden opgesteld? De rijbaan is bedoeld voor het rijdende verkeer. Daarom moet je zoveel mogelijk buiten de rijbaan stilstaan of
EERSTE HULP BIJ MOTOR ONGELUKKEN
EERSTE HULP BIJ MOTOR ONGELUKKEN INCIDENT MANAGEMENT Wat is Incident Management? IM is het geheel aan maatregelen die beogen de weg zo snel mogelijk voor het verkeer vrij te maken nadat een incident heeft
Mensen met afasie hebben moeite met taal, maar zij zijn niet gek!
Afasie Logopedie Afasie is een taalstoornis die ontstaat door schade aan de hersenen, bijvoorbeeld na een beroerte of CVA (hersenbloeding, herseninfarct). In deze folder leest u hoe afasie ontstaat en
TAW s - Projectleiders/werfleiders/werfcontroleurs - Team exploitatie/districten - Verkeer & Signalisatie/Wegendatabank-opmeters
Dienstorder MOW/AWV/2018/13 d.d. 7 december 2018 Titel: Voorgesteld door: (stuurgroep) Plaatsing van Referentiepunten Werkgroep Referentiepunten Informatiefolder: 2.7.1 Doelgroep: Voor wie van toepassing?
Snelweg invoegen en uitvoegen hoe?
Snelweg invoegen en uitvoegen hoe? Snelweg vast procedure Ga je naar een ander stad waarbij je stukje op de snelweg moet rijden? Denk dan aan: Je route tot je eind bestemming. Welke ANWB borden je moet
Oefenboek. rijbewijs B
Oefenboek rijbewijs B Gevaarherkenning Elk examen/tentamen in dit oefenboek is ingedeeld zoals een theorie-examen bij het CBR. Een examen begint met 25 vragen over gevaarherkenning. Bij deze vragen wordt
VERKEERSBORDEN. www.gratisrijbewijsonline.be
VERKEERSBORDEN www.gratisrijbewijsonline.be GEVAARSBORDEN ALGEMEEN Zoals de naam van deze reeks het laat vermoeden, wijzen de gevaarsborden op een mogelijk gevaar. De gevaarsborden worden rechts geplaatst.
Fiche Leerlingen. De plaats op de openbare weg binnen de bebouwde kom
De plaats op de openbare weg binnen de bebouwde kom Kijk naar de fietsers. Kleur de nummers van de fietsers die de verkeersregels volgen en op de juiste plaats rijden groen. Kleur de nummers van de fietsers
Inhoud. Introductie tot de cursus
Inhoud Introductie tot de cursus 1 Inleiding 7 2 Voorkennis 7 3 Het cursusmateriaal 7 4 Structuur, symbolen en taalgebruik 8 5 De cursus bestuderen 9 6 Studiebegeleiding 10 7 Huiswerkopgaven 10 8 Het tentamen
Theorieboek. rijbewijs A
Theorieboek rijbewijs A 1. Basiskennis Wegenverkeerswetgeving Doelstelling De belangrijkste wetgeving waarin wij onze verkeersregels vinden zijn de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement Verkeersregels
Breuken in de breuk. 1 Breuken vermenigvuldigen en delen (breuken in de breuk)
Breuken in de breuk update juli 2013 WISNET-HBO De bedoeling van deze les is het repeteren met pen en papier van het werken met breuken. Steeds wordt bij gebruik van letters verondersteld dat de noemers
Lokale Politie LAN. Foutparkeren. Je doet er toch niet aan mee? Veiligheid? Samen zorgen we daarvoor!
Lokale Politie LAN Foutparkeren Je doet er toch niet aan mee? Veiligheid? Samen zorgen we daarvoor! beste inwoner Stilstaan en parkeren Het gevaar en de hinder die veroorzaakt worden door foutparkeerders
Even opfrissen... Moeilijke verkeersregels en -situaties uitgelegd. Ga wijs op weg, blijf veilig mobiel!
Even opfrissen... Moeilijke verkeersregels en -situaties uitgelegd Ga wijs op weg, blijf veilig mobiel! Ga wijs op weg, blijf veilig mobiel! Ook nu u wat ouder wordt, wilt u actief blijven. U doet Ouder
7 Manoeuvres en bewegingen
7 Manoeuvres en bewegingen 62 7.1 Manoeuvres Als je een manoeuvre uitvoert, zoals van rijstrook of van file veranderen, de rijbaan oversteken, een parkeerplaats verlaten of oprijden, uit een aangrenzend
STILSTAAN EN PARKEREN
Definities: Stilstaan: Een stilstaand voertuig is een voertuig dat niet langer dan nodig stilstaat voor: het laten in- en uitstappen van personen. of voor het laden en lossen van goederen. Parkeren: Een
Test theorie: Autowegen en Autosnelwegen
Test theorie: Autowegen en Autosnelwegen (wordt je aangeboden door Autorij-instructie.nl) Zie de Maximum toegestane snelheid op de Nederlandse wegen van de verschillende voertuigen Test theorie: Autosnelwegen
Richtlijn gebruik gele attentieverlichting
ncident management ONGEVALLEN EN PECHGEVALLEN WERK IN UITVOERING Richtlijn gebruik gele attentie Verkeerscentrum Nederland Incident Management Papendorpseweg 101 3528 BJ Utrecht Postbus 3268, 3502 GG Utrecht
5. De plaats van de fietser op de openbare weg 1 M. Is er een fietspad, dan moeten fietsers daar op rijden, tenminste indien het berijdbaar is.
5. De plaats van de fietser op de openbare weg 1 M Is er een fietspad, dan moeten fietsers daar op rijden, tenminste indien het berijdbaar is. 2 E Is het fietspad op de grond aangeduid met twee witte evenwijdige
VERKEER. Handleiding. Proeflessen THEMA 1
8 VERKEER Proeflessen Handleiding THEMA 1 Wat u vooraf moet weten In dit pakket vindt u het werkboek van thema 1 van groep 8. Het werkboek kunt u optioneel inzetten voor zelfstandig werken. Kinderen slijpen
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3
Publiekspanel Rijkswegen Noord Resultaten peiling 5- mei 2018
Publiekspanel Rijkswegen Noord Resultaten peiling 5- mei 2018 Rijkswegen Noord 15 juni 2018 Rijkswaterstaat Noord-Nederland, de Politie eenheid Noord-Nederland en het Openbaar Ministerie Noord-Nederland
Artikel 06c gedrag bij in- en uitrijden werkvakken en tijdelijke uitritten en het laden en lossen
Bron: Titel: CROW Artikel 06c gedrag bij in- en uitrijden werkvakken en tijdelijke ten en het laden en lossen Inhoud: 1. Inleiding In de artikelen 'Maatregelen bij in- en uitrijden werkvakken' en 'Maatregelen
Theorieboek. rijbewijs B
Theorieboek rijbewijs B 1 1. Begripsbepalingen hfst1 In de verkeerswetgeving zijn diverse begrippen opgenomen. Dat is gedaan om duidelijk te maken voor wie en in welke situatie de verkeersregels gelden.
Duurzaam Veilig(e) Wegen
Duurzaam Veilig(e) Wegen Categoriseringskaart (2015) Kaart met de belangrijkste wegen in onze provincie. Dit is het wensbeeld van de wegcategorisering zoals wij dat graag zien. Provinciale wegen Duurzaam
Leerstofoverzicht Lezen in beeld
Vaardigheden die bij één passen, worden in Lezen in beeld steeds bij elkaar, in één blok aangeboden. Voor Lezen in beeld a geldt het linker. Voor Lezen in beeld b t/m e geldt het rechter. In jaargroep
5.9 PARKEREN ACHTER EEN VOERTUIG
5.9 PARKEREN ACHTER EEN VOERTUIG Vooraf Een van de manoeuvres die je tijdens het praktijkexamen zult moeten doen, is het parkeren achter een geparkeerd (of stilstaand) voertuig. Over dit examenonderdeel
Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen.
Netwerkdiagram voor een project. AOA: Activities On Arrows - activiteiten op de pijlen. Opmerking vooraf. Een netwerk is een structuur die is opgebouwd met pijlen en knooppunten. Bij het opstellen van
Algemene informatie. Na het kijken Na het bekijken van de aflevering kunt u gebruik maken van de volgende lessuggesties.
Algemene informatie Doelstellingen Na het zien van het televisieprogramma, het werken met het begeleidend materiaal en het oefenen op de site: weten de kinderen dat fietsen gezond is. kunnen de kinderen
Rekenen aan wortels Werkblad =
Rekenen aan wortels Werkblad 546121 = Vooraf De vragen en opdrachten in dit werkblad die vooraf gegaan worden door, moeten schriftelijk worden beantwoord. Daarbij moet altijd duidelijk zijn hoe de antwoorden
PLATEN DEEL III: WEGMARKERINGEN
ALGEMENE OMZENDBRIEF NOPENS DE WEGSIGNALISATIE (versie 20140710) PLATEN DEEL III: WEGMARKERINGEN COLOFON Werkgroep Gert De Wilde Sophie De Vlieger Paul Bossuyt Dirk Van Bellegem Tom Viaene Tekeningen Ellen
Werkzaamheden plannen met behulp van hulpmiddelen. Plannen met een planbord. Plannen met de computer
Werkzaamheden plannen met behulp van hulpmiddelen Het plannen van werkzaamheden kost veel tijd. Zeker in een groot bedrijf dat veel medewerkers in dienst heeft. Of bij een bedrijf dat allerlei werkzaamheden
Afasie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!
Afasie Afasie is een taalstoornis ontstaan door hersenletsel. Iemand met afasie heeft moeite met het uiten en het begrijpen van de taal. In deze brochure leest u wat afasie inhoudt en vindt u een aantal
FOUTPARKEREN. U doet er toch niet aan mee? Veiligheid? Samen zorgen we daarvoor! PZ HerKo. Lokale Politie Herent- Kortenberg
FOUTPARKEREN PZ HerKo U doet er toch niet aan mee? Lokale Politie Herent- Kortenberg Veiligheid? Samen zorgen we daarvoor! Beste inwoner, Het gevaar en de hinder die veroorzaakt worden door foutparkeerders
Moet je voorrang verlenen aan de fietser? Toelichting De fietser is een bestuurder en komt hier van rechts op een gelijkwaardig kruispunt.
TeraKnowledge Nationaal Kampioen Verkeersexamen De Resultaten per afzonderlijke vraag Moet je voorrang verlenen aan de fietser? en het goede antwoord is 1. Ja De fietser is een bestuurder en komt hier
U kunt zich voorstellen dat plotseling wakker worden in Frankrijk iets minder grote problemen veroorzaakt voor het
Afasie Inleiding Als gevolg van een hersenbeschadiging kan een patiënt te maken krijgen met communicatieproblemen. Deze beperken hem/haar in het uitwisselen van gedachten, wensen en gevoelens. Op de afdeling
dat bij Koninklijk Besluit van 12 augustus 1978, Staatsblad 458, is vastgesteld het Besluit wegslepen van voertuigen;
De burgemeester van Ferwerderadiel, overwegende: dat bij Wet van 30 juni 1976, Staatsblad 412, wijzigingen in de Wegenverkeerswet zijn aangebracht, ertoe strekkende nieuwe voorzieningen te treffen, teneinde
FIETSEXAMEN WIJK STENE
FIETSEXAMEN WIJK STENE INFOSLIDE (maakt geen deel uit van de route) UITLEG VERSCHIL FIETSOVERSTEEK / FIETSPAD Fietsoversteken: steeds met blokken Nooit voorrang aan een fietsoversteek, dus: *voorrang verlenen
Naderingssnelheid gelijkwaardig kruispunt: Lage snelheid Tweede versnelling Naderingssnelheid gevaarlijk kruispunt: Lage snelheid Tweede versnelling
19 Voorrangregel LES 3 Soorten Kruisingen Gelijkwaardige kruising Als je een gelijkwaardig kruispunt nadert, moet je je snelheid aanpassen en zorgen dat je het overzicht bewaart. Als er van rechts een
Oefenboek. rijbewijs B
Oefenboek rijbewijs B Gevaarherkenning Elk examen/examen in dit oefenboek is ingedeeld zoals een theorie-examen bij het CBR. Een examen begint met 25 vragen over gevaarherkenning. Bij deze vragen wordt
Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag
Bepaal eerst de probleemstelling of hoofdvraag De probleemstelling is eigenlijk het centrum waar het werkstuk om draait. Het is een precieze formulering van het onderwerp dat je onderzoekt. Omdat de probleemstelling
FIETSEXAMEN WIJK STENE
FIETSEXAMEN WIJK STENE INFOSLIDE (maakt geen deel uit van de route) UITLEG VERSCHIL FIETSOVERSTEEK / FIETSPAD Fietsoversteken: steeds met blokken Nooit voorrang aan een fietsoversteek, dus: *voorrang verlenen
MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking. Voor verwijzers
MEE Ondersteuning bij leven met een beperking Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Voor verwijzers Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking Veel mensen met een licht
Geldt het bord voor de kinderen als ze lopen of fietsen? Hoe gedragen de kinderen zich bij het bord als ze er langs komen?
Praktijk(verkeer)les: Kijken bij verkeersborden De kinderen gaan een wandeling maken langs verkeersborden in de buurt. Bij die borden gaan ze kijken of de mensen die erlangs komen, doen wat het bord zegt.
Tijdens de verkeerslessen hebben we met de kinderen gepraat over veilig fietsen.
O Ouderbrief 1 Kopieerblad 1 Beste ouder/verzorger, Tijdens de verkeerslessen hebben we met de kinderen gepraat over veilig fietsen. Bijvoorbeeld: hoe maak je veilig een bocht naar links en naar rechts?
Voorkeursschetsontwerp traverse Lemmer
Bylage 4 Voorkeursschetsontwerp traverse Lemmer Uit de verkeersstudie naar de Rondweg Lemmer (uitgevoerd in 2009/2010) is een voorkeursschetsontwerp naar voren gekomen. Dit ontwerp bestaat in hoofdlijnen
Vragen en antwoorden theorie verkeersregels en verkeerstekens - Deel 1
Theorie Verkeersregels Deel 1 Vragen en antwoorden theorie verkeersregels en verkeerstekens - Deel 1 (wordt je aangeboden door Autorij-instructie.nl) Onderstaand vind je -in totaal 30- afbeeldingen over
Wat is je functie? (meerdere antwoorden mogelijk)
Resultaten enquête Veiligheid bij wegwerkzaamheden De drie noordelijke provincies, Rijkswaterstaat, de politie en het Openbaar Ministerie slaan de handen ineen om onveiligheid rondom wegwerkzaamheden in
Deelrapport Hoogwater? Vrije Weg! A12 toerit 16 Nieuwegein/Papendorp
Deelrapport Hoogwater? Vrije Weg! A12 toerit 16 Nieuwegein/Papendorp 1 Deelrapport toerit Nieuwegein/Papendorp, 16 A12 Het project Hoogwater? Vrije weg! van de innovatieprogramma s Wegen naar de Toekomst
Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere. I Besluit
Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere I Besluit Pagina 4 van 42 Inhoud I Tracébesluit II Bijlagen III Tracékaarten IV Toelichting Pagina 5 van 42 I Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere
AUTORIJSCHOOL JOHN VAN DEN KIEBOOM VLAMINGVAART 49 4651 GR STEENBERGEN
Op het examen worden natuurlijk wel eens fouten gemaakt. In de loop der jaren hebben wij al verschillende fouten gezien en daarom hebben wij besloten deze fouten, samen met enkele tips, op papier te zetten.
Bijlage A: Variantenbeschrijving
Bijlage A: Variantenbeschrijving 1 Variant A: Brug huidige locatie Figuur 1: Variant A Figuur 2: Ontwerptekening In deze variant wordt de nieuwe Steekterbrug op de bestaande locatie gerealiseerd (zie figuur
Oefenboek. rijbewijs A
Oefenboek rijbewijs A examen 1 Examen 1 De antwoorden en motivaties van examen 1 vind je vanaf pagina 118. 1. Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van motorhandschoenen? A. Dat ze warm zijn en soepel
Verkeerswetgeving fietsers
Verkeerswetgeving (Koninklijk besluit 1 december 1975) INDIVIDUELE FIETSERS of GROEPEN van MINDER DAN 15 FIETSERS Een verplicht fietspad wordt aangegeven met bord G11. Fietsers en snor MOETEN hier gebruik
(Eerlijk) verdelen, breuken (taal), meetkunde, meten
Titel Belgische voet Groep / niveau Groep 5/6 Leerstofaspecten (Eerlijk) verdelen, breuken (taal), meetkunde, meten Benodigdheden Stroken; A3 in de lengte in vieren (smalle strook), bij voorkeur in verschillende
Het eerste wat we gaan behandelen is afslaan naar rechts 1
Dit lesonderwerp gaat over We hebben nu diverse onderwerpen, t/m kruispunten behandeld, dit is de volgende stap. Afslaan doe je op een kruispunt en op een rotonde. Enkele belangrijke punten: Bij het neem
Plaatsing van Referentiepunten. Dienstorder
Plaatsing van Referentiepunten Dienstorder Algemene plaatsingsvoorwaarden Plaatsing en uitvoering: Voldoen aan SB250 Steun met bord en oranje en/of witte reflector in de lijn van de reflectorpalen. Berm
HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. Sein 5. Sein 5. Veilig.
22 Omschrijving der seinen en seinmiddelen. Toepassingsvoorschriften. 23 HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. De beambte toont
Hier vertel je wat je hebt gedaan om informatie te vinden. Wat en waar gezocht? Wie geïnterviewd, enz.
Onderzoeksverslag Omslag en titelpagina Op het omslag staan in elk geval de titel van het onderzoek en de namen van de schrijvers. Op de titelpagina opnieuw de titel en de namen van de schrijvers. Nu uitgebreid
Wat wordt de toekomst van de Zuidelijke Ringweg Groningen
Wat wordt de toekomst van de Zuidelijke Ringweg Groningen 1 INHOUD Inleiding 3 Vijf oplossingen 4 Beoordelingskader 5 Vervolg 10 INFORMATIE EN CONTACT Voor informatie over de zuidelijke ringweg kunt u
Afasie en logopedie informatie voor naasten/familie
Afasie en logopedie informatie voor naasten/familie Inhoud Afasie, wat is dat en hoe kunt u er mee om gaan? 5 Taalproblemen 6 Hoe ervaren afasiepatiënten de moeilijkheden zelf? 7 Hoe kunt u het beste omgaan
EuroRAP Road Protection Score
EuroRAP Road Protection Score Samenvatting Verkeersveiligheid staat hoog op de Europese en de Nederlandse agenda. Het European Road Assessment Programme (EuroRAP) wil eraan bijdragen om de verkeersveiligheid
Einde Autosnelweg. Woonerf
Autosnelweg min 60 - max 130 km/u Einde Autosnelweg max 80 km/u Autoweg min 50 - max 100 km/u Einde Autoweg min 50 - max 100 km/u Woonerf max 15 km/u - stapvoets Woonerf met snelheidsbeperking Einde woonerf
Antwoorden Kennisvragenlijst voorrangsvoertuigen
Antwoorden Kennisvragenlijst voorrangsvoertuigen Wet- en regelgeving 1. Wanneer ben je bestuurder van een voorrangsvoertuig? (bron: artikel 29 RVV 1990) a. als je optische én geluidssignalen voert b. als
Kruispunten met de borden
Auteursrechtinformatie Dit document is bedoeld voor eigen gebruik. In het algemeen geldt dat enig ander gebruik, daaronder begrepen het verveelvoudigen, verspreiden, verzenden, herpubliceren, vertonen
Tip: oefen het examen op http://www.veiligverkeernederland.nl/examen beschikbaar vanaf 7 maart
Tip: oefen het examen op http://www.veiligverkeernederland.nl/examen beschikbaar vanaf 7 maart Enkele belangrijke pas op. Borden Pas op een gevaarlijk kruispunt Pas op er kunnen tegemoet komers zijn Pas
Certificering Gebruik gele attentieverlichting
Zware Richtlijn berging Certificering Gebruik gele attentie keuring oktober 2011 2011 Colofon De brochure Richtlijn Gebruik gele attentie, oktober 2011, is opgesteld in samenwerking met: ANWB Rijkswaterstaat
Algemene regel. Soorten borden
Algemene regel Je bent verplicht verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden op te volgen. Verkeerstekens zijn: verkeersborden verkeerslichten verkeerstekens op het wegdek Soorten borden De verkeersborden
GESPREKKEN VOEREN NEDERLANDS AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG:
AAN HET EINDE VAN DEZE UITLEG: - Kun je een verzorgde brief schrijven. - Kun je op een juiste manier werkwoorden vervoegen. - Schrijf je op een juiste manier in meervoud. - Gebruik je hoofdletters op een
A4 tussen knooppunt Badhoevedorp (rechts) en Schipholtunnel (links). Bij knooppunt Badhoevedorp zijn de wegen in aanleg gestreept paars/blauw
Presentatie gegeven door Henk Heikoop op de FOSIM-gebruikersbijeenkomst van woensdag 14 juni 2017 in het Vergadercentrum van de Jaarbeurs (Beatrixtheater) te Utrecht Voor het wegvak van A4 Badhoevedorp
Kracht van Utrecht. De ladder van Verdaas Trede 5. Beter benutten bestaande infra: Opties voor binnen de bak van Amelisweerd
Kracht van Utrecht De ladder van Verdaas Trede 5 Beter benutten bestaande infra: Opties voor binnen de bak van Amelisweerd MER 2 de fase en Kosten-Baten-Analyse-Aspecten Ir. Jan Fransen Drs. Jan Morren
Hoe verandert uw route naar de A20? Stap voor stap naar een nieuwe aansluiting A20 Moordrecht
Hoe verandert uw route naar de? Stap voor stap naar een nieuwe aansluiting Dit is een uitgave van Rijkswaterstaat www.rijkswaterstaat.nl 0800-8002 (gratis, dagelijks 06.00-22.30 uur) maart 2014 cd0314ck001
Naam:. Namen groepsleden:... Begeleider:
Naam:. Klas: Namen groepsleden:........ Begeleider: 1 Inleiding In deze projectweek ga je onderzoek doen. Dit onderzoek is ter voorbereiding op het sectorwerkstuk in de vierde klas. Dit boekje is jouw
Inhoud. 1. Inleiding Doorstroming Wegwerkzaamheden Informatie Aangeven maximumsnelheid Goede en slechte voorbeelden 16
Gemeenschappelijk onderzoek provincies en Rijkswaterstaat: aanvullende analyses Augustus 2013 Inhoud 1. Inleiding 4 2. Doorstroming 5 3. Wegwerkzaamheden 7 4. Informatie 11 5. Aangeven maximumsnelheid
Snelheidsbeperkingen in MTM
Snelheidsbeperkingen in MTM Onderzoek naar de snelheidsinstellingen in MTM voor de verkeerscentrale Zuid-Nederland Datum 8 augustus 2011 Status Defintief Colofon Uitgegeven door In opdracht van Ministerie
