RIJKSWATERSTAAT NOORD-HOLLAND
|
|
|
- Rosa Jacobs
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 TUNNELVEILIGHEIDSPLAN 2.0 GAASPERDAMMERTUNNEL RIJKSWATERSTAAT NOORD-HOLLAND 1 juni :C - Definitief D
2
3 Release notes Versiebeheer Datum Auteur(s) Versie Opmerkingen Ir. S.A. Lezwijn 1.0 (definitief concept) Initiële versie P.J. de Kok BBA. L.J.D. Rommelse MSc. Ir. S.A. Lezwijn 2.0 Inpassing Landelijke Tunnelstandaard, voorkeursontwerp uit Value Engineeringstudie [7]. Tabel1: Versiebeheer :C - Definitief ARCADIS 3
4 Inhoud Release notes Uitgangspunten Beschrijving werkingsgebied Beschrijving belanghebbenden Beschrijving gebruik Beschrijving relevante wegaspecten Beschrijving relevante verkeersaspecten Gevaarlijke stoffen Gebruik tijdens onderhoud Eisen Wet- en regelgeving voor veiligheid van wegtunnels Bijzondere voorschriften uit andere procedures Aanvullende eisen Toetscriteria Afwijkingen Proces Historisch overzicht van de belangrijkste keuzes en besluiten Proces in de volgende fase Tunnelsysteem Beschrijving tunnel, infrastructuur en voorzieningen Organisatie Procedure tunnelveiligheidsdossier Calamiteitenbestrijding Veiligheidsverantwoording Verantwoording veiligheidseisen Risicoanalyse Eindbeschouwing Kwantitatieve risicoanalyse Scenarioanalyse...19 Bijlage 1 Referentiedocumenten...21 Bijlage 2 Contactgegevens betrokken partijen...22 Bijlage 3 Uitgangspunten ondergronds bouwen brandweer Amsterdam-Amstelland...23 Bijlage 4 Advies Commissie Tunnelveiligheid op TVP versie Bijlage 5 Advies Veiligheidsbeambte op TVP versie Colofon ARCADIS :C - Definitief
5 1 Uitgangspunten Op 21 maart 2011 is het Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (TB SAA 2011) vastgesteld [6]. Dit TB SAA 2011 is op 4 januari 2012 onherroepelijk geworden. Bestaande wegen en knooppunten in deze corridor worden aangepakt teneinde de wegcapaciteit te vergroten. Het project voorziet in de aanleg van een circa 3 kilometer lange landtunnel als onderdeel van de A9, te weten de, ter hoogte van Amsterdam Zuidoost. Het ontwerp in het Tracébesluit is beschouwd op tunnelveiligheid. Voor de aan te leggen is door ARCADIS een Tunnelveiligheidsplan (TVP) opgesteld versie 1.0 (d.d. 14 april 2008) [3], inclusief Scenarioanalyse en Kwantitatieve risicoanalyse. In 2011 is door Rijkswaterstaat een Value Engineeringsstudie (VE-studie) uitgevoerd waarbij het voorkeursontwerp [7] is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp in het Tracébesluit. De wijziging houdt in het aanpassen van de wisselstrook in de tunnel van één rijstrook per tunnelbuis hoofdrijbaan naar een wisselbaan met één rijstrook in een aparte tunnelbuis. Op 20 maart 2012 ging de Minister akkoord met deze variant. In het Ontwerp Tracébesluit 2012 (OTB SAA 2012) is deze geoptimaliseerde variant voor de opgenomen. Het TVP 1.0 uit 2008 is hiermee niet meer actueel en moest worden herzien. Het voorliggende geactualiseerde TVP 2.0 zal integraal onderdeel uitmaken van het te herziene Tracébesluit. Zowel de Scenarioanalyse als de Kwantitatieve risicoanalyse zijn hiervoor geactualiseerd [4][5]. 1.1 BESCHRIJVING WERKINGSGEBIED De loopt van km 7,2 tot km. 10,2 van de A9 en is daarmee circa 3000 meter lang. De tunnel kruist 1 spoorlijn (Amsterdam-Utrecht), 1 metrolijn en 3 wegen: De Huntumdreef, Gooiseweg en Kromwijkdreef en diverse langzaamverkeerroutes. In onderstaande figuur is de geografische ligging van de tunnel afgebeeld :C - Definitief ARCADIS 5
6 Tunnelveiligheidsplan 2.0 Figuur 1: Geografische ligging Bouwwijze Voor de bouw van de tunnel kunnen de opdrachtnemers met verschillende bouwmethoden inschrijven. Oplossingen plossingen door de markt moeten binnen de gestelde randvoorwaarden uitvoerbaar zijn. In het bijzonder zal hierbij in het kader van de veiligheid gekeken moeten worden of de uitgangspunten en aannamen en de uitkomsten van de veiligheidsverantwoording veiligheidsverantwoording (zie hoofdstuk 3) nog van toepassing zijn zi of dienen te worden herzien. Karakteristieken van de tunnel Enkele belangrijke karakteristieken in het kader van tunnelveiligheid van de tunnel zijn hierna weergegeven.. Voor een uitgebreide systeembeschrijving systeembeschrij zie Hoofdstuk 2 en Scenarioanalyse 2.1 [5]: De tunnel loopt van km 7,2 tot km. 10,2 en is daarmee circa 3000 meter lang. De diverse tunnelbuizen hebben verschillende lengten. De westelijke tunnelmonden liggen daardoor niet op één lijn. l De tunnel heeft 2 Hoofdbuizen, 2 Parallelbuizen en 1 Tidal Flow buis. Het dwarsprofiel is vastgesteld op 2 x 2 rijstroken met een ruimtereservering voor de Hoofdbuizen en 2 x 2 rijstroken met een in- / uitvoegstrook voor de Parallelbuizen. De Tidal Flow Flow buis kent 1 rijstrook. Er gelden geen beperkingen ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen door de HoofdHoofd en Parallelbuizen van tunnel, de tunnels is daarmee een zogenaamde ADR-Categorie ADR Categorie A tunnel. De Tidal Flow buis kent een beperking voor het het vrachtverkeer. Voor deze tunnelbuis is een afwijkende categorie-toedeling toedeling (Categorie E) voorzien. Om vanuit Knooppunt Holendrecht de Gooiseweg te bereiken wordt er in de linker Parallelbuis een uitvoeger gecreëerd. Eveneens wordt een invoeger gecreëerd om om vanuit de Gooiseweg Knooppunt Diemen te bereiken. Om vanuit Knooppunt Diemen de Gooiseweg te bereiken wordt er in de rechter Parallelbuis een uitvoeger gecreëerd. Eveneens wordt een invoeger gecreëerd om vanuit de Gooiseweg Knooppunt Holendrecht te bereiken. ken. 6 ARCADIS :C - Definitief
7 1.2 BESCHRIJVING BELANGHEBBENDEN In onderstaande tabel zijn de belanghebbenden beschreven, inclusief een korte toelichting per belanghebbende. In bijlage 2 zijn contactgegevens van betrokken partijen opgenomen. Belanghebbenden Toelichting Tunnelbeheerder (TB); Rijkswaterstaat Noord-Holland De partij die verantwoordelijk is voor het beheer van de tunnel. De wegbeheerder van de weg die door de tunnel voert óf de rechtspersoon aan wie alle wegbeheerstaken van de in de tunnel gelegen weg zijn opgedragen, is Tunnelbeheerder. Decentraal Veiligheidsfunctionaris De DVF is de adviseur van de Tunnelbeheerder en draagt zorg voor de verbinding tussen de TB en de VB. De DVF signaleert, registreert en rapporteert de TB over (on)veilige situaties in het kader van tunnelveiligheid, ook op het organisatorische deel. Bevoegd Gezag (BG); College B&W Amsterdam Het Bevoegd Gezag wordt gevormd door het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) van de gemeente waarin de tunnel ligt. BG is wettelijk verantwoordelijk voor het toezicht op de veiligheid van de tunnel tijdens de bouw, inrichting (voorzieningen), verlenen van vergunningen (bouw en openstelling) en het handhaven op onveilige situaties (bouw en exploitatie). Veiligheidsbeambte De persoon die alle preventieve en veiligheidsmaatregelen ter verzekering van de veiligheid van de tunnelgebruikers en het tunnelpersoneel coördineert voor de organisatie van de Tunnelbeheerder. De Veiligheidsbeambte wordt aangesteld door de Tunnelbeheerder, nadat het Bevoegd College van Burgemeesters en Wethouders met deze aanstelling heeft ingestemd. De Veiligheidsbeambte is onafhankelijk in de uitoefening van zijn functie. Commissie voor de Tunnelveiligheid De Commissie voor de Tunnelveiligheid is een onafhankelijk orgaan met als opdracht het desgevraagd uitbrengen van advies over de veiligheid van projecten waar een tunnel deel van uitmaakt. De Commissie beziet of de relevante veiligheidsaspecten van de tunnel en de veiligheidseffecten op de omgeving voldoende aan de orde zijn gekomen. Hulpverleningsdiensten Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland met daaronder de Brandweer en de GHOR Politie Amsterdam-Amstelland en het KLPD. Inspectie-instantie: Dienst Milieu- en Bouwtoezicht Amsterdam De gemeentelijke instantie die toezicht houdt op het nakomen van de wettelijke eisen en daaruit voortkomende afspraken inzake veiligheid. De Inspectie-instantie rapporteert hierover aan het Bevoegd gezag. Commissie MER De commissie MER ziet toe op het correcte verloop van het proces en de te doorlopen procedures. Deze commissie heeft geen inhoudelijke rol bij het opstellen van het Tunnelveiligheidsplan. Verkeerscentrale noordwest Nederland Verkeerscentrale De Wijde Blik, een centrum voor verkeersmanagement voor alle hoofdroutes in de regio. Wegverkeersleider Functionaris binnen de organisatie van de Verkeercentrale die zorgt voor de bediening en bewaking van de tunnel gedurende de gebruiksfase. De Wegverkeersleider heeft taken op het gebied van verkeersmanagement en incidentafhandeling. Ook speelt hij een essentiële rol in de eerste minuten van een calamiteit in de tunnel. Tabel 2: Belanghebbenden :C - Definitief ARCADIS 7
8 1.3 BESCHRIJVING GEBRUIK In onderstaande paragraaf wordt het beoogde gebruik van de tunnel beschreven BESCHRIJVING RELEVANTE WEGASPECTEN De A9 is een autosnelweg. Bij het ontwerp van de is uitgegaan van een snelheid van 100 km/uur. De A9 buiten de tunnel is gebaseerd op een ontwerpsnelheid van 120 km/uur. De maximum snelheid in de tunnel bedraagt voor de beide Hoofdbuizen en de Tidal Flow buis 100 km/uur. Dit is gelijk aan de nu geldende maximum snelheid op de A9. Voor de Parallelbuizen gaat een maximum snelheid van 80 km/uur gelden. De Hoofdbuizen kennen twee rijstroken met een ruimte reservering voor een toekomstige derde rijstrook. De Parallelbuizen kennen drie rijstroken, twee rijstroken voor het doorgaande verkeer en één rijstrook voor het in- en uitvoegende verkeer van en naar de Gooiseweg. De Tidal Flow buis kent 1 rijstrook maar conform de wetgeving heeft deze tunnelbuis wel een effectieve rijvloerbreedte van 7 meter waardoor het mogelijk is dat voertuigen elkaar (in geval van nood) kunnen passeren. De Tidal Flow buis is alleen bestemd voor personenauto s en bestelbusjes (vrachtwagens en lijnen tourbussen zijn uitgesloten). WETTELIJK KADER In theorie van de wet (Regeling Vervoer en Verkeerstekens) mogen voertuigen met een lengte van meer dan 7 meter (vrachtwagen en bussen) alleen gebruik maken van de twee meest rechtse rijstroken van een rijbaan. In het merendeel van de aansluitingen op de spitstrook vanaf de hoofdbaan is dit het geval. Echter, doordat de spitstrook hier meerdere aansluiten kent (A1/A6) kan dit niet als enige beheersmaatregel gelden. Aanvullend kan worden gekozen voor een verbod van vrachtverkeer en bussen dan wel het instellen van een breedtebeperking van 2 meter (besluitvorming in de fase voorafgaand aan de openstelling) BESCHRIJVING RELEVANTE VERKEERSASPECTEN Voor een overzicht van de relevante verkeersaspecten wordt verwezen naar de Kwantitatieve Risicoanalyse QRA(1.5) (d.d. 7 mei 2012) [4] GEVAARLIJKE STOFFEN De Hoofd- en Parallelbuizen vallen onder tunnelcategorie A conform de ADR. Dit betekent dat er geen beperkingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn getroffen. De Tidal Flow buis kent een beperking voor vrachtverkeer. Om vervoer van gevaarlijke stoffen uit te sluiten is voor de Tidal Flow buis een afwijkende categorie-toedeling voorzien (categorie E). Zie de Kwantitatieve Risicoanalyse QRA(1.5) (d.d. 7 mei 2012) [4] voor een actuele inschatting van de vervoerscijfers van gevaarlijke stoffen door de. 8 ARCADIS :C - Definitief
9 1.3.4 GEBRUIK TIJDENS ONDERHOUD Voor het gebruik van de tijdens onderhoud worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Er zal in geen geval sprake zijn van tegengesteld verkeer binnen één tunnelbuis. Blokverkeer is tijdens onderhoud een mogelijkheid, maar betekent een grote beperking van de capaciteit van de tunnel. Onderhoud gebeurt s nachts: Waarbij in parallelbuizen 2 rijstroken in gebruik blijven (afhankelijk van de aard en omvang van de werkzaamheden). Bij onderhoud in de hoofdbuizen gaat deze buis geheel dicht. Het vervoer van gevaarlijke stoffen door de tunnel moet tijdens onderhoud mogelijk blijven. Een omleidingsroute voor gevaarlijke stoffen is alleen een optie bij totale blokkade van de tunnel. Onderzoek en vaststellen van de omleidingsroutes dient plaats te vinden in de fase voorafgaand aan de openstelling van de tunnel. 1.4 EISEN WET- EN REGELGEVING VOOR VEILIGHEID VAN WEGTUNNELS Wettelijk kader Een aantal ernstige incidenten in Europese tunnels is de aanleiding geweest voor het verscherpen en aanpassen van de wetgeving voor tunnelveiligheid in Europa middels de minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-europese wegennet (Europese richtlijn 2004/54/EG). De richtlijn is van toepassing op alle tunnels in het Trans-Europese wegennet van meer dan 500 m lang. Voor de Nederlandse tunnels is deze wetgeving vertaald en verscherpt om het huidige veiligheidsniveau van de tunnels in Nederland te behouden. Voor wegtunnels in Nederland langer dan 250 m is de volgende wet- en regelgeving van toepassing: Wet Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels (WARVW 2006) Besluit Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels (BARVW 2006) Regeling Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels (RARVW 2010) Bouwbesluit 2012 en Regeling Bouwbesluit 2012 Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo); De Wabo regelt alle wetten rondom bouwen en heeft als doel een eenvoudige en snelle vergunningverlening en een goede dienstverlening door de overheid op het terrein van bouwen, ruimte en milieu. De Wabo hanteert hiervoor de omgevingsvergunning. Wet veiligheidsregio's (Wvr 2010). Ten tijde van het uitvoeren van deze studie is de wet- en regelgeving rondom Tunnelveiligheid in beweging. Op basis van een evaluatie van de tunnelwetgeving ligt er een voorstel van de Minister van Infrastructuur en Milieu (I&M) tot aanpassing van de Wet aanvullende veiligheid wegtunnels (WARVW). Onderdeel van de nieuwe wet is de Landelijke Standaard Tunnels (LTStd). Deze analyse gaat uit van de vigerende wetgeving (WARVW 2006). Het ontwerp van de tunnel (met name de voorzieningen / installaties) is gebaseerd op de ontwikkelde LTStd. Wanneer er in een latere fase op basis van een wijzigingen in het ontwerp of een wijziging in het gebruik een actualisatie van het Tunnelveiligheidsplan noodzakelijk is dan dient dit te gebeuren op basis van de nieuwe wet- en regelgeving :C - Definitief ARCADIS 9
10 Richtlijnen Door het Steunpunt Tunnelveiligheid zijn leidraden opgesteld voor invulling aan de vereisten uit de wetgeving (deze leidraden zijn wettelijk vastgelegd en daarmee bindend). Deze vereisten hebben zowel betrekking op technisch inhoudelijke aspecten als op procedurele en organisatorische aspecten ten aanzien van de veiligheid. Voorliggend TVP is gebaseerd op de Leidraad Veiligheidsdocumentatie (2007), van het Steunpunt Tunnelveiligheid BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN UIT ANDERE PROCEDURES Vooralsnog zijn er nog geen bijzondere eisen uit andere procedures relevant AANVULLENDE EISEN Vooralsnog zijn er nog geen aanvullende eisen van toepassing TOETSCRITERIA Oriëntatiewaarden kwantitatieve risicoanalyse Voor de kwantitatieve toetswaarden voor interne veiligheid wordt aangesloten bij de Handreiking Risicoanalyse [1]. In deze handreiking zijn zowel toetscriteria als te hanteren methodieken vermeld voor de analyses. In onderstaande tabel zijn deze oriëntatiewaarden ten aanzien van de kwantitatieve risicoberekening weergegeven. Risiconorm Persoonlijk risico per reizigerskilometer 1x10-7 Groepsrisico (bij N 1 10) per kilometer per jaar 0,1 / N 2 Tabel 3: Risiconorm Toetswaarden scenarioanalyse Het ontwerp van de tunnel bij het analyseren van ongevalsontwikkelingen met een waarschijnlijkheid van optreden groter dan 10-6 (kans van 1 op miljoen per jaar) moet voldoen aan de gestelde functionele eisen. Voor ongevalsontwikkelingen met een geringere waarschijnlijkheid van optreden kunnen op grond van de Scenarioanalyse geen specifieke maatregelen worden geëist. In de Scenarioanalyse wordt getoetst op basis van criteria welke door het scenarioanalyseteam worden afgeleid van de in de Handreiking Risicoanalyse Tunnelveiligheid [1] geformuleerde doelstellingen voor Verkeersafwikkeling, Incidentbeheersing, Zelfredzaamheid en Hulpverlening AFWIJKINGEN Als gevolg van de in 2011 vastgestelde Landelijke Standaard Tunnels (LTStd) 2 is het ontwerp van de hier zoveel als mogelijk op aangepast. Er zijn echter elementen in het ontwerp die niet aansluiten op de LTStd als gevolg van eerder gemaakte keuzes met de omgeving of door het specifieke ontwerp van de tunnel (bijvoorbeeld de keuze en uitvoering van de Tidal Flow buis). 1 Waarbij N staat voor het aantal dodelijke slachtoffers 2 Met inbegrip van de Bedrijfsprocessen (UPP) RWS Tunnelsysteem 10 ARCADIS :C - Definitief
11 Als gevolg hiervan zijn er zogeheten afwijkingen ten opzichte van de LTStd opgetreden. Deze afwijkingen zijn middels issueformulieren besproken met de Landelijke Tunnelregisseur Rijkswaterstaat (als initiator van de LTStd). De afwijkingen zijn tevens beschreven in de systeembeschrijving zoals opgenomen in paragraaf 2.4 van de Scenarioanalyse 2.1 [5]. Deze issues hebben betrekking op de uitvoering en voorzieningen van de Tidal Flow buis, de voorzieningen bij de aansluiting met de Gooiseweg, en de lengte van de vluchtweg via het middentunnelkanaal. 1.5 PROCES HISTORISCH OVERZICHT VAN DE BELANGRIJKSTE KEUZES EN BESLUITEN De keuze voor een tunnel in Amsterdam-Zuidoost is door het kabinet op 12 oktober 2007 gemaakt [8] en hierop volgend door de Tweede Kamer bekrachtigd. Een jaar eerder was de keuze voor het uitbreiden van de capaciteit van het bestaande netwerk in de corridor Schiphol - Amsterdam - Almere reeds gemaakt [9]. Op 21 maart 2011 wordt het definitieve Tracébesluit genomen, welke op 4 januari 2012 onherroepelijk wordt verklaard na afronding van de beroepsprocedure bij de Raad van State. In 2011 is door Rijkswaterstaat een Value Engineeringsstudie (VE-studie) [7] uitgevoerd waarbij het voorkeursontwerp is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp in het Tracébesluit. Op 20 maart 2012 ging de Minister akkoord met deze variant. Tegelijkertijd is de wetgeving rond tunnelveiligheid in beweging. Een Landelijke Standaard Tunnels moet onderdeel gaan uitmaken van een het wettelijk kader na een voorziene wetswijziging. Het voorliggende Tunnelveiligheidsplan (versie 2.0, d.d. 1 juni 2012) en onderliggende documentatie (Scenarioanalyse 2.1 (d.d. 25 mei 2012) en de Kwantitatieve Risicoanalyse QRA(1.5) (d.d. 7 mei 2012) zijn geactualiseerd op basis van het nieuwe voorkeursontwerp en binnen de normen die in de Landelijke Standaard zijn vastgelegd. Onderdeel van het Tracébesluit is het Tunnelveiligheidsplan (versie 1.0, d.d. 14 april 2008). Over dit plan en over onderliggende QRA en Scenarioanalyse werd advies ingewonnen bij het Bureau Veiligheidsbeambte en bij de Commissie voor de Tunnelveiligheid. Deze reageerden per brief, respectievelijk op 20 mei 2008 (bijlage 5) en 14 november 2008 (bijlage 4). De adviespunten van de Commissie zijn meegenomen in het voorkeursontwerp van het Ontwerp Tracébesluit SAA Op de volgende onderwerpen is het advies van de Commissie als volgt uitgewerkt: Het Tracébesluit SAA 2011 voorziet dat halverwege de tunnel verkeer in- en uitvoegt in de parallelbuizen via de linker kant van de weg. In de Toelichting op het Tracébesluit SAA 2011 is aangegeven dat het advies van de Commissie voor rechts in- en uitvoegen niet wordt opgevolgd omdat daarvoor geen ruimte is. De Commissie vraagt extra maatregelen om weven in de parallelbuis te voorkomen. De Commissie geeft als mogelijkheid daarvoor cameratoezicht en strikte handhaving. In het Tracébesluit SAA 2011 is gekozen voor een oplossing met flexibele paaltjes. Daarmee is tegemoet gekomen aan de oplossing die sterker is dan een doorgetrokken streep, maar minder heftig is dan een barrier, waarvan de Commissie aangeeft dat een dergelijke oplossing niet wenselijk is. Tevens blijft effectieve inzet van de hulpdiensten hierbij mogelijk :C - Definitief ARCADIS 11
12 Een aantal punten van het advies van de Commissie zijn niet meer van toepassing omdat het geoptimaliseerde ontwerp daarin niet meer voorziet. Het betreft specifiek het aandachtspunt van de barrier in de hoofdbuis (die de wisselstrook scheidde van de andere rijstroken). Het geoptimaliseerde ontwerp voorziet in een zogenaamde Tidal Flow buis die de functie van heeft van wisselstrook. Daar waar afwijkende keuzes zijn gemaakt worden deze gemotiveerd in de Uitgangspuntennota [7] WERKWIJZE Het geactualiseerde Tunnelveiligheidsplan is opgesteld in overleg met de volgende partijen/personen: Project Schiphol-Amsterdam-Almere: dhr. L. Postma (omgevingsmanager SAA), dhr. N. Tripodi (disciplineleider Tunneltechnische Installaties) Regionale brandweer Amsterdam-Amstelland (onderdeel van Veiligheidsregio Amsterdam- Amstelland): dhr. R. Beij Gemeente Amsterdam; Dienst Milieu en Bouwtoezicht: mevr. M.A. Eijtjes en dhr. R. Veldhuisen GHOR Amsterdam-Amstelland (onderdeel van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland): mevr. A. Boer. Rijkswaterstaat Dienst Noord-Holland: dhr. K. Hoogmoed (Decentrale Veiligheidsfunctionaris), dhr. G.J. van den Dries (Coördinator SAA unit Tunnelbeheer) Rijkswaterstaat Dienst Infrastructuur: dhr. N. Lundgren (Steunpunt Tunnelveiligheid) De werkzaamheden voor het opzetten van het Tunnelveiligheidsplan heeft de Tunnelbeheerder laten uitvoeren door de projectorganisatie SAA. Onder verantwoordelijkheid van de projectorganisatie SAA is Arcadis aangeworven als inhoudelijk adviseur. Hiermee is Arcadis de opsteller van de documenten en komt het resultaat onder leiding van en met gebruikmaking van de expertise van Arcadis tot stand. De ambtelijke vertegenwoordigers van de omgevingspartijen hebben allen vanuit hun eigen deskundigheid hun inbreng geleverd bij de totstandkoming van het geactualiseerde Tunnelveiligheidsplan. Het Steunpunt Tunnelveiligheid heeft de projectorganisatie SAA geadviseerd bij het uitvoeren van het Tunnelveiligheidsplan. De adviezen die het STV heeft gegeven bij het maken van het Tunnelveiligheidsplan zijn meegenomen in het voorliggende document PROCES IN DE VOLGENDE FASE Het volledige proces van idee tot openstelling van een tunnel kan grofweg worden ingedeeld in vier fasen, te weten de planfase, de ontwerpfase, de bouwfase en de gebruiksfase. Activiteiten hierbij zijn respectievelijk het opstellen van het Tunnelveiligheidsplan (TVP) in de planfase, het Bouwplan (BP) in de ontwerpfase en het Veiligheidbeheersplan (VBP) in de bouwfase. Binnen deze fasen kan weer onderscheid worden gemaakt naar een aantal activiteiten/stappen welke doorlopen moeten worden. FASERING TUNNELVEILIGHEID [2] Fase 1 planfase / het TVP: is voorbereidend op het Planologisch besluit en beschrijft of de tunnel veilige kan worden gerealiseerd waarbij op hoofdlijnen wordt gekeken naar het ontwerp en de organisatie hieromheen. 12 ARCADIS :C - Definitief
13 Fase 2 ontwerpfase / het BP: is voorbereidend op de aanvraag van de Bouwvergunning en moet aantonen dat het ontwerp zoals verder wordt uitgewerkt in de ontwerp zowel constructief als technisch een veilige tunnel oplevert voor gebruiker en beheerder/hulpverlener. Fase 3 / bouwfase / het VBP: is voorbereidend op de vergunning tot openstelling en beschrijft met name de organisatorische aspecten van het tunnelsysteem. Hoe gaat de beheerder tijdens gebruik om met de tunnel en welke partijen zijn waarvoor verantwoordelijk. De uitwerking van de incidentbestrijding in de tunnel vormt hier een belangrijk onderdeel in. In de navolgende figuur zijn de verschillende fasen weergegeven inclusief bij behorende producten en de advies- en beslismomenten. Figuur 2: Samenhang tussen besluitvorming en planvorming [2] Volgens de fasen uit figuur 2 bevindt het project zich op dit moment in de planfase. De stappen die moeten worden doorlopen om te komen tot het afronden van deze fase staan onder weergegeven. Na de fase van het Tunnelveiligheidsplan moet een Bouwplan worden opgesteld waarin op een meer technisch detailniveau naar de veiligheid van het tunnelsysteem moet worden gekeken. Het Bouwplan vormt onderdeel voor het verkrijgen van de Omgevingsvergunning om de tunnel te mogen bouwen. Tunnelveiligheidsplan De activiteiten die kunnen worden onderscheiden bij het opstellen van het TVP zijn: :C - Definitief ARCADIS 13
14 1 Het opstellen van het TVP door de Tunnelbeheerder in samenspraak met betrokken partijen 3 (bijvoorbeeld Bevoegd Gezag, hulpdiensten et cetera) 2 Het vragen van advies van de Veiligheidsbeambte van de tunnel als eerste onafhankelijke toets. (wettelijk conform artikel 6 lid 2 van de WARVW) 3 Het vragen van advies van de Commissie Tunnelveiligheid als onafhankelijke toets. (wettelijke conform artikel 6 lid 3 van de WARVW) 4 Beoordeling advies door Tunnelbeheerder en opstellen aanbiedingsbrief richting Bevoegd Gezag over hoe om te gaan met advies Commissie. 5 Het aanbieden van het TVP inclusief de adviezen zoals benoemd in ad. 2 (Veiligheidsbeambte) en 3 (Commissie voor de Tunnelveiligheid) aan het Bevoegd Gezag van de gemeente waarin de tunnel is gelegen. uitgevoerd, maart 2012 mei 2012 juni 2012 september 2012 najaar 2012 najaar 2012 Tabel 4: stappen tunnelveiligheid [2] 3 Voor een overzicht van betrokken partijen wordt verwezen naar bijlage 2 14 ARCADIS :C - Definitief
15 2 Tunnelsysteem 2.1 BESCHRIJVING TUNNEL, INFRASTRUCTUUR EN VOORZIENINGEN Voor een uitgebreide beschrijving van de tunnel, de infrastructuur en de (tunneltechnische) voorzieningen wordt verwezen naar de Scenarioanalyse versie 2.1 (d.d. 25 mei 2012) [5] en de Uitgangspuntennota (d.d.25 april 2012) [7]. 2.2 ORGANISATIE Het tunnelbeheer van de is belegd bij de Dienst Noord-Holland (DNH) van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor onderhoud, beheer en aanleg van de en voor de praktische uitvoering van het beleid. Daarnaast is DNH verantwoordelijk voor het Tunnelveiligheidsdossier, zie paragraaf 2.3. Door de Tunnelbeheerder is na instemming van het College B&W Amsterdam de Veiligheidsbeambte aangesteld. De Veiligheidsbeambte coördineert alle preventieve- en veiligheidsmaatregelen ter verzekering van de veiligheid van de tunnelgebruikers. De Veiligheidsbeambte is onafhankelijk in de uitoefening van zijn functie. De Decentrale Veiligheidsfunctionaris (DVF) is de adviseur van de Tunnelbeheerder en draagt zorg voor de verbinding tussen de Tunnelbeheerder en de Veiligheidsbeambte. De DVF signaleert, registreert en rapporteert aan de Tunnelbeheerder over (on)veilige situaties in het kader van tunnelveiligheid, ook op het organisatorische vlak (zowel in de fase van de planvorming, het ontwerp als de exploitatie). Bediening en bewaking van de tunnel vindt plaats vanuit de Verkeercentrale Noord West Nederland De Wijde Blick. Hier houden wegverkeersleiders 24 uur per dag, 7 dagen per week toezicht op de verkeersafwikkeling in de tunnel en kunnen handelend optreden bij incidenten. 2.3 PROCEDURE TUNNELVEILIGHEIDSDOSSIER Op wettelijke basis (WARVW 2006 artikel 10) draagt de Tunnelbeheerder zorg voor een actueel Tunnelveiligheidsdossier. Dit dossier bevat alle documenten die van belang zijn voor de veiligheid van de tunnel dan wel tot de totstandkoming hiervan. Alle actoren die een belangrijke rol spelen bij de besluitvorming over tunnelveiligheid en bij de uitvoering ervan kunnen stukken (via de Tunnelbeheerder) toevoegen aan het tunnelveiligheidsdossier. Voor een uitgebreide beschrijving van de structuur en inhoud van het Tunnelveiligheidsdossier wordt verwezen naar bijlage II van de Leidraad veiligheidsdocumentatie [2] :C - Definitief ARCADIS 15
16 Op basis van de RARVW 2010 artikel 12 bevat het tunnelveiligheidsdossier minimaal de volgende documentatie en bescheiden: De planologische besluiten ten aanzien van de tunnel. De bouwaanvraag en de bouwvergunning (nu nog niet aanwezig). Een lijst van de uitgevoerde oefeningen en een analyse van de lering, die hieruit getrokken is (nu nog niet aanwezig). Gedurende het proces tot het opstellen van het Veiligheidsbeheerplan is de taak voor het bijhouden en beheren van het dossier belegd bij de projectorganisatie Schiphol - Amsterdam - Almere. 2.4 CALAMITEITENBESTRIJDING Wanneer er zich in de tunnel in een incident voordoet dan is er enerzijds sprak van de incidentbestrijding door de Wegverkeersleider en anderzijds (in nagenoeg alle gevallen) sprake van calamiteitenbestrijding door de openbare hulpdiensten (brandweer, ambulance en politie). In bijlage 3 is een notitie van de brandweer Amsterdam-Amstelland opgenomen, met uitgangspunten ten behoeve van ondergronds bouwen. De wijze van afhandeling en de afspraken die hierover zijn gemaakt tussen de Tunnelbeheerder en de hulpdiensten staan beschreven in hoofdstuk 4 van de Scenarioanalyse versie 2.1 (d.d. 25 mei 2012) [5]. 16 ARCADIS :C - Definitief
17 3 Veiligheidsverantwoording 3.1 VERANTWOORDING VEILIGHEIDSEISEN De moet voldoen aan de eisen die vanuit de WARVW, BARVW, RARVW en het Bouwbesluit worden gesteld. Op het moment van aanbesteden dient het voldoen aan bovenstaande weten regelgeving te worden opgenomen als contracteis richting de Opdrachtnemer. Onderstaand zijn de relevante eisen vanuit de WARVW opgenomen en beargumenteerd. Ter toetsing van de in de Scenarioanalyse, versie 2.1 (d.d. 25 mei 2012) [5] uitgewerkte scenario s zijn criteria opgesteld door betrokken partijen. Aan de hand van deze criteria is het tunnelsysteem getoetst. Hieruit zijn aandachtspunten voor de vervolgfase naar voren gekomen. Eis conform de WARVW Art 5, lid 1 Voor elke tunnel, alsmede voor elke tunnel ten aanzien waarvan de bouw overwogen wordt of die in aanbouw is, is er één tunnelbeheerder en één veiligheidsbeambte. Art 6, lid 1 In geval overwogen wordt een tunnel te bouwen laat de tunnelbeheerder een risicoanalyse uitvoeren ten aanzien van het tracé van de tunnel, alternatieve tracés en mogelijke alternatieven voor een tunnel, alsmede een risicoanalyse ten aanzien van het ontwerp van de tunnel. In geval overwogen wordt een tunnel dan wel het gebruik van een tunnel te veranderen, laat de tunnelbeheerder een risicoanalyse uitvoeren ten aanzien van het ontwerp van deze verandering of ten aanzien van het voornemen tot het veranderen van het gebruik. De risicoanalyse wordt uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ten aanzien van de methode voor het uitvoeren van de risicoanalyse en de aspecten die in ieder geval bij de risicoanalyse worden betrokken. Art 6, lid 2 In geval overwogen wordt een tunnel te bouwen of het gebruik te veranderen, stelt de tunnelbeheerder na overleg met de veiligheidsbeambte een tunnelveiligheidsplan op waarin alle veiligheidsaspecten die een rol spelen bij de keuze van de locatie, het ontwerp en het beoogde gebruik, worden afgewogen. De risicoanalyses, bedoeld in het eerste lid, maken daarvan onderdeel uit. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van de vorm en inhoud van het tunnelveiligheidsplan. Art 6, lid 3a De tunnelbeheerder vraagt advies aan de Commissie, bedoeld in artikel 3, over: a.het tunnelveiligheidsplan; Invulling voor De Tunnelbeheerder is de (waarnemend) directeur wegen en verkeer RWS DNH Drs. R.E. Peschier; De Veiligheidsbeambte is prof ir. J.W. Bosch Er is voor de een Tunnelveiligheidsplan opgesteld inclusief bijbehorende QRA en Scenarioanalyse. Er is voor de een Tunnelveiligheidsplan opgesteld inclusief bijbehorende QRA en Scenarioanalyse. De Tunnelbeheerder legt na afronding van het Tunnelveiligheidsplan inclusief bijbehorende QRA en Scenarioanalyse de documentatie voor aan de Commissie Tunnelveiligheid voor een onafhankelijk advies. Tabel 5: Eisen conform de WARVW :C - Definitief ARCADIS 17
18 3.2 RISICOANALYSE In de RARVW zijn de voorgeschreven leidraden en methodieken aangegeven voor het uitvoeren van de diverse veiligheidsbeschouwingen. In de onderstaande tabel zijn de gehanteerde modellen en leidraden weergegeven, het doel, en referentie zoals die zijn gebruikt voor het uitvoeren en vastleggen van de veiligheidsbeschouwing voor de A9. Voor Voorgeschreven Referentie Kwantitatieve risicoanalyse als onderdeel van de risicoanalyse als bedoeld in RWS QRA-model voor wegtunnels Art. 4 RARVW art. 6 lid 1 WARVW Scenarioanalyse als onderdeel van de risicoanalyse als bedoeld in Leidraad Scenarioanalyse Ongevallen in Tunnels, Art. 4 RARVW art. 6 lid 1 WARVW Deel 1: Wegtunnels Tunnelveiligheidsplan, Bouwplan en Veiligheidsbeheerplan Leidraad Veiligheidsdocumentatie voor Wegtunnels Art. 5 en Art. 6 lid 1 RARVW Tabel 6: Risicoanalyse Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Voor de QRA wordt verwezen naar Kwantitatieve risicoanalyse (QRA 1.5), mei 2012 [4]. In dit document worden de verschillende tunnelbuizen kwantitatief onderzocht met het RWSQRA model, versie 1.5. Scenarioanalyse Voor de scenarioanalyse wordt verwezen naar Scenarioanalyse 2.1, mei 2012 [5]. 3.3 EINDBESCHOUWING KWANTITATIEVE RISICOANALYSE Onderstaand de fn-curves voor de diverse verkeersbuizen van de 4. De norm voor het groepsrisico is eveneens weergegeven in het rood. Uit de figuur blijkt dat de tunnelbuizen voldoen aan de norm van 0,1/N 2 per km (waarbij N staat voor het aantal dodelijke slachtoffers). 4 PBL = Parallelbuis Links, HBL = Hoofdbuis Links, TFB = Tidal Flow buis, HBR = Hoofdbuis Rechts, PBR = Parallelbuis Rechts 18 ARCADIS :C - Definitief
19 Figuur 3: fn-curves (Legenda: PBL = Parallelbuis Links, HBL = Hoofdbuis Links, TFB = Tidal Flow buis, HBR = Hoofdbuis Rechts, PBR = Parallelbuis Rechts) Om de robuustheid van de kwantitatieve risicoberekening aan te tonen is er gerekend met verkeerscijfers op basis van het Global Economy scenario met als richtjaar 2030 en zijn een viertal gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. Voor gevoeligheidsanalyse A geldt dat er gerekend is met een toename van de verkeersintensiteit op het wegvak met 30%. Voor gevoeligheidsanalyses B geldt een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen door de tunnel, waarbij een deel van het transport over wegvak N12 (Zuidas) is meeberekend. Voor gevoeligheidsanalyse C geldt een toename van het vervoer van gevaarlijke stoffen door de tunnel, waarbij gerekend is met de plafondwaarden uit Basisnet. Voor gevoeligheidsanalyse D zijn de filekansen gebruikt die betrekking hebben op een situatie zonder tunnel en voor gevoeligheidsanalyse E geldt dat er gerekend is met een toename van de incidentkansen met een factor 5. Uit elke gevoeligheidsanalyse blijkt dat de tunnel voldoet aan de norm van 0,1/N 2 per km. Het veiligheidsniveau van de tunnel, circa 10 jaar na openstelling, voldoet aan de bij wet vastgestelde oriënterende waarde voor het persoonlijk risico (1,0x10-7 ) en groepsrisico ( 0,1/N 2 ). Dit betekent dat op basis van het huidige ontwerp en het verwachte gebruik de tunnel veilig te exploiteren is SCENARIOANALYSE De scenario s zijn getoetst aan de door het scenarioanalyseteam vastgestelde criteria zoals afgeleid van de doelstellingen uit de Handreiking Risicoanalyse [1]. In deze analyse zijn de impact van het toepassen van de Landelijke Tunnelstandaard, de uitkomsten van de Value Engineeringsstudie [7] en de gemaakte opmerkingen en openstaande punten uit de vorige fase meegenomen. Categorie Scenario Locatie A. Pech, UMS, obstakel A.1 Pech Hoofdbuis Links B. Botsing met letsel B.1 Complexe aanrijding met gewonden en betrokkenheid bus Hoofdbuis Rechts B.2 Kopstaart aanrijding met gewonden Tidal Flow C. Kleine brand C.1 Brand personenauto Parallelbuis Links C.2 Brand bestelbus Tidal Flow :C - Definitief ARCADIS 19
20 C.3.1 Brand personenauto Uitrit Gooiseweg C.3.2 Brand personenauto Toerit Gooiseweg D. Grote brand D.1 Grote brand vrachtauto Hoofdbuis Rechts D.2 Plasbrand Hoofdbuis Links E. Vrijkomen van giftige stoffen E.1 Vrijkomen toxische vloeistof Hoofdbuis Rechts F. Explosie F.1 Warme BLEVE (LPG) Hoofdbuis Links G. Anders N.v.t. N.v.t. Tabel 7: beschouwde scenario s Op basis van de (kwalitatieve) toetsing wordt geconcludeerd dat het tunnelsysteem en bijbehorende organisatie op bijna alle punten voldoen aan de vastgestelde criteria. De voornaamste bevindingen van de toetsing worden samen met de belangrijkste conclusies in hoofdstuk 6 van de scenarioanalyse [5] weergegeven. Ook worden er een aantal aanbevelingen gedaan voor de volgende fase. Eén negatief scorend criterium, de beperking in beheersbaarheid van het brandvermogen, wordt nader beschouwd. De brandweer Amsterdam-Amstelland heeft aangegeven dat branden met een vermogen van meer dan 50 MW niet effectief kunnen worden bestreden. Hierbij kan geen verkenning worden uitgevoerd en moet zodoende worden uitgegaan van het niet optreden van de brandweer in verband met het in gevaar komen van het operationeel in te zetten personeel. Grote branden zijn bij het ontbreken van brandweer inzet onbeheersbaar. De brandweer zal zich richten op het zover mogelijk ondersteunen van het proces van zelfredzaamheid en het voorkomen van uitbreiding cq. escalatie van de brand. 20 ARCADIS :C - Definitief
21 Bijlage 1 Referentiedocumenten 1. Handreiking Risicoanalyse Tunnelveiligheid, Projectbureau Tunnelveiligheid, september Leidraad Veiligheidsdocumentatie voor Wegtunnels, Steunpunt Tunnelveiligheid, Versie 1.0, oktober Tunnelveiligheidsplan, versie 1.0, 14 april Kwantitatieve risicoanalyse (QRA 1.5), 7 mei Scenarioanalyse 2.1, 25 mei Tracébesluit Schiphol Amsterdam - Almere, 21 maart Uitgangspuntennota Amsterdam-Zuidoost, versie 4 definitief, 25 april Urgentieprogramma Randstad, Kamerstuk nr. 6, 12 oktober Brief Minister Peijs: Planstudie Schiphol Amsterdam Almere, 13 oktober Basisspecificatie TTI RWS Tunnelsysteem, Landelijk Tunnelregisseur, versie 1.1, 26 september 2011, definitief, documentnummer HB [ ]; :C - Definitief ARCADIS 21
22 Bijlage 2 Contactgegevens betrokken partijen Actor Tunnelbeheerder Bevoegd Gezag Veiligheidsbeambte en Commissie voor de Tunnelveiligheid Hulpverleningsdiensten Verkeerscentrale noordwest Nederland Contactgegevens Drs. R.E. Peschier; Rijkswaterstaat Noord-Holland Toekanweg LC Haarlem Postbus DC Haarlem T: B&W Gemeente Amsterdam Dienst Milieu en Bouwtoezicht Mevr. M.A. Eitjes en dhr. R. Veldhuijsen Postbus AE Amsterdam Prof. Ir. J.W. Bosch Veiligheidsbeambte Rijkstunnels Rijkswaterstaat Dienst Infrastructuur Bureau Veiligheidsbeambte Europalaan KS UTRECHT T T Brandweer Amsterdam-Amstelland Dhr. R. Beij Karspeldreef 16, Amsterdam Postbus AD Amsterdam T: Politie Amsterdam-Amstelland Dhr. G. Gerritsen Postbus CG Amsterdam T: Verkeerscentrale De Wijde Blik Dhr. G. van Calkar Amsterdamseweg LE Velsen-Zuid Postbus AC Velsen-Zuid T: Commissie voor de Tunnelveiligheid Büchnerweg GR Gouda Postbus AK Gouda T: F: [email protected] Bureau GHOR Amsterdam-Amstelland Mevr. A. Boer Postbus CE Amsterdam T: ARCADIS :C - Definitief
23 Bijlage 3 Uitgangspunten ondergronds bouwen brandweer Amsterdam- Amstelland :C - Definitief ARCADIS 23
24 24 ARCADIS :C - Definitief
25 Bijlage 4 Advies Commissie Tunnelveiligheid op TVP versie :C - Definitief ARCADIS 25
26 26 ARCADIS :C - Definitief
27 :C - Definitief ARCADIS 27
28 28 ARCADIS :C - Definitief
29 Bijlage 5 Advies Veiligheidsbeambte op TVP versie :C - Definitief ARCADIS 29
30 30 ARCADIS :C - Definitief
31 :C - Definitief ARCADIS 31
32 32 ARCADIS :C - Definitief
33 Colofon TUNNELVEILIGHEIDSPLAN 2.0 GAASPERDAMMERTUNNEL OPDRACHTGEVER: Rijkswaterstaat Noord-Holland STATUS: Definitief AUTEUR: L.J.D. Rommelse MSc. P.J. de Kok BBA. GECONTROLEERD DOOR: Ir. S.A. Lezwijn VRIJGEGEVEN DOOR: Drs. J.E. Nieuwenhuis 1 juni :C ARCADIS NEDERLAND BV Piet Mondriaanlaan 26 Postbus AE Amersfoort Tel Fax Handelsregister :C - Definitief ARCADIS 33
Veiligheidsbeambte wegtunnels Rijkswaterstaat
Processchema s veiligheidsbeambte -2014-080, 2 juni 2014, versie 1.0 Proces afhandeling Probleem Doel afhandeling Vastleggen van het van de veiligheidsbeambte. Behandeling in B overleg aanvraag Ja aanvraag??
Wet- en regelgeving. wetsvoorstel Warvw concept wijzigingsregeling Rarvw - Suzanne Borneman
Wet- en regelgeving wetsvoorstel Warvw concept wijzigingsregeling Rarvw - Suzanne Borneman Woord vooraf Voor hetgeen deze presentatie informatie bevat over de inhoud van het wetsvoorstel, geldt dat die
Bijlagen. Inhoudsopgave bijlagen. Water. Wegen. Werken. Rijkswaterstaat
Bijlagen Water. Wegen. Werken. Rijkswaterstaat Inhoudsopgave bijlagen Tunnelveiligheidsplan Bijlage A Referenties Bijlage B Contactgegevens Bijlage C Langs- en dwarsdoorsneden ontwerp Bijlage D Situatietekeningen
Praktijkervaring Leidsche Rijntunnel A2
Instituut Fysieke Veiligheid Praktijkervaring Leidsche Rijntunnel A2 Reinier Boeree projectmanager veilige infrastructuur IFV 150.000 voertuigen per etmaal dit is ca 50 miljoen voertuigen per jaar
Colofonblad. Colofonblad. Leidraad Veiligheidsdocumentatie voor Wegtunnels. 1 oktober 2007
Colofonblad Colofonblad 1 oktober 2007 OPSTELLERS Ir. Sandra IJsselstijn (DHV B.V.) Drs. Annemiek van Waterschoot (Rijkswaterstaat Bouwdienst) Ir. Thijs Ruland (Tunnel Engineering Consultants) CONTACTADRES
Tracébesluit SAA Aanvullende beschouwing Externe veiligheid
Notitie Datum 30 mei 2012 Kenmerk N001-1207995RTG-pws-V02-NL Tracébesluit SAA Aanvullende beschouwing Externe veiligheid 1 Inleiding Het Tracébesluit Weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2011) heeft
Beleidsnota Tunnelveiligheid
Beleidsnota Tunnelveiligheid Deel B: Veiligheidseisen Ministeries van Verkeer en Waterstaat Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Den Haag, juli
Tunnelveiligheidsplan
Tunnelveiligheidsplan Nota van Antwoord op Formeel Advies van Veiligheidsbeambte behorend bij Tunnelveiligheidsplan versie 1.0 dd 12 maart 2014 G.W.E.B. van Herpen 18 augustus 2014 Provincie Zuid-Holland
OPLEGNOTITIE EXTERNE VEILIGHEID
OPLEGNOTITIE EXTERNE VEILIGHEID NIEUWBOUW CAPGEMINI LEIDSCHE RIJN, UTRECHT Opdrachtgever BBN Adviseurs B.V. Dhr. E.V. Bijker Postbus 94 3990 DB Houten Opdrachtnemer Falck AVD Postbus 142 5680 AC Best Telefoon
Tunneldoseren Leidsche Rijntunnel A2
Tunneldoseren Leidsche Rijntunnel A2 11 december 2014 Alfred Kersaan operationeel verkeerskundige adviseur RWS Verkeer en Watermanagement Midden Nederland mijn achtergrond betrokken bij vanaf 2001 betrokken
Beheer en renovatie MAASTUNNEL
Henk van der Maas Beheerorganisatie Maastunnel Stadsbeheer Rotterdam 3 juni 2014 Beheer en renovatie MAASTUNNEL KIVI- TTOW-Lezing Bouw 1937-1942 Historie Bouwperiode: 1937-1942; Intussen 72 jaar oud. Eerste
Eén standaard, altijd vlot en veilig. Standaard TTI biedt uniforme richtlijn voor tunnelveiligheid
Eén standaard, altijd vlot en veilig Standaard TTI biedt uniforme richtlijn voor tunnelveiligheid Eén standaard, altijd vlot en veilig We willen vlot en veilig doorrijden, onze leefomgeving beschermen
Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 17 september P. Coenen-Stalman
Notitie 20120783-07 Brandweerkazerne Beek Verantwoording groepsrisico Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 17 september 2012 20120783-07 P. Coenen-Stalman 1 Inleiding In opdracht van BRO Tegelen
Project Zuidasdok. Steven Delfgaauw en Ivo Visser. 28 april 2015 KIVI-TTOW
Project Zuidasdok Steven Delfgaauw en Ivo Visser 28 april 2015 KIVI-TTOW 1 Inhoud Zuidas en Zuidasdok Stand van zaken Uitdagingen Vragen uit de zaal 2 3 Zuidas Amsterdam Nieuw gemengd stedelijk gebied
Colofon. Uitgegeven door: Rijkswaterstaat Noord Holland. Informatie: Telefoon: Uitgevoerd door: Arcadis. Datum: Definitief concept. Versienummer: 1.
....................................................................................... Colofon Uitgegeven door: Rijkswaterstaat Noord Holland Informatie: Telefoon: Uitgevoerd door: Arcadis Gecontroleerd
Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Rijkswaterstaat. Bijlagen. Leidraad Tunnelveiligheidsplan Wegtunnels
Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat Leidraad Tunnelveiligheidsplan Wegtunnels Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Veiligheidsdossier... 4 1.1 Definitie en doel... 4 1.2 Eisen... 4 1.3 Toelichting...
Bijlage 2 behorende bij de artikelen 5 en 6 van de Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels en artikel 2.13 van de Regeling Omgevingsrecht.
Bijlage 2 behorende bij de artikelen 5 en 6 van de Regeling aanvullende regels veiligheid wegtunnels en artikel 2.13 van de Regeling Omgevingsrecht. Leidraad veiligheidsdocumentatie voor wegtunnels Leidraad
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 15 mei 2017 / projectnummer: 2732 1. Toetsingsadvies Inleiding De gemeente Moerdijk
Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden
33 Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) 34 Veiligheidsregio Haaglanden HlMlIIlil
Richtlijn structuur en inhoud tunnelveiligheidsdossier
Richtlijn structuur en inhoud veiligheidsdossier Op basis van de Warvw en Rarvw 2013 Datum 25 juni 2014 Status Definitief Richtlijn structuur en inhoud veiligheidsdossier Op basis van de Warvw en Rarvw
Regelgeving brandwerendheid wegtunnels
Regelgeving brandwerendheid wegtunnels 16 november 2017 Rutger Veldhuijsen Inhoud Omgevingsdienst NZKG, mandaat tunnels Verandermomenten in de tunnelregelgeving Regelgeving brandwerendheid Consequenties
Annex XV - Veiligheid en gezondheid. Tijdelijke parkeervoorziening rechtbank Amsterdam
Annex XV - Veiligheid en gezondheid Tijdelijke parkeervoorziening rechtbank Amsterdam Versie 2.0 Datum 4 mei 2015 Status Definitief Ondertekening Paraaf Rijksvastgoedbedrijf, Paraaf Opdrachtnemer, Colofon
Inleiding. Situering. De situering van het geplande asielzoekerscentrum is in onderstaande figuur weergegeven.
Notitie 2015.245.02-01: Beperkte verantwoording tijdelijk asielzoekerscentrum Jachthuisweg te Hardenberg Berg en Terblijt, 6 oktober 2015 1. Inleiding Men is voornemens een asielzoekerscentrum te vestigen
Tunnelveiligheid. een introductie
Tunnelveiligheid een introductie Introductie Roel Scholten Coördinator Tunnels & Veiligheid Centrum Ondergronds Bouwen en ruimtegebruik Coördinator Kennisplatform Tunnelveiligheid Directeur NedMobiel Adviseur
B.R01. IJsselstein Clinckhoeff - onderzoek externe veiligheid Bunnik Projekten in IJsselstein. datum: 10 oktober 2013
20130319B.R01 IJsselstein Clinckhoeff - onderzoek externe veiligheid Bunnik Projekten in IJsselstein datum: 10 oktober 2013 milieu geluid bouwadvies brandveiligheid ruimtelijke ordening beleidsadvies 20130319B.R01
Amsterdam Centraal Station Michiel de Ruijtertunnel
Amsterdam Centraal Station Michiel de Ruijtertunnel Brussel, 7 januari 2015 Erik Boldingh, [email protected] Ron Beij, [email protected] Inhoud presentatie Tunnels in Amsterdam Wettelijk kader
Voor een volledig overzicht van de uitspraken van mijn ambtsvoorganger verwijs ik naar bijlage 1.
a 1 > Retouradres: Postbus 20901, 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070
Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h
Datum 12 december 2011 Bijlage(n) - Aanvullende rapportage verkeersveiligheidseffecten experimenten 130km/h Achtergrond Het kabinet is voornemens de maximumsnelheid op autosnelwegen te verhogen naar 130
Inhoud. Circulaire en QRA. Vervoer gevaarlijke. stoffen door wegtunnels. Circulaire Vervoer gevaarlijke
Vervoer gevaarlijke stoffen door Circulaire en QRA [email protected] Inhoud Circulaire Vervoer gevaarlijke stoffen door 1. Aanleiding 2. Afwegingsschema 3. Circulaire 4. Wat te doen bij voornemen beperking
Beantwoording vragen van de raad
Beantwoording vragen van de raad Datum collegevergadering 19-5-2015 Registratienummer Rs15.00477 Naam raadslid Beryl Dreijer Fractie Beryl Dreijer Portefeuillehouder(s) R. Vennik F.M. Weerwind Onderwerp:
RUD Utrecht. Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Paardenveld de Kade
RUD Utrecht Toetsing plaatsgebonden risico (PR) en verantwoording groepsrisico (GR) Bestemmingsplan Paardenveld de Kade Auteur : J. van Berkel Datum : 17 december 2014 RUD Utrecht Archimedeslaan 6 3584
Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte documenten.
Omgevingsvergunning Poststuknummer: DA00079369 Burgemeester en wethouders hebben op 30 juni 2016 een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen en in behandeling genomen voor het bouwen van 14 woningen op
Tijd 13.00 uur 17.00 uur Ons kenmerk Zeepkist4/9_N_11_46915
Verslag 1 e bijeenkomst startup Veiligheid tunnels ProjectOmschrijving Datum 29 maart 2011 Plaats CURNET/COB, Gouda Tijd 13.00 uur 17.00 uur Ons kenmerk Zeepkist4/9_N_11_46915 Op het gebied van de veiligheid
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Circulaire vervoer gevaarlijke stoffen door wegtunnels
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 7028 15 maart 2013 Circulaire vervoer gevaarlijke stoffen door wegtunnels 14 december 2012 1 Aanleiding, doel en reikwijdte
Datum : 16 april 2015 : Externe veiligheid aanzet verantwoording groepsrisico
Notitie Project Projectnummer : 15-056 EV Betreft : Externe veiligheid aanzet verantwoording groepsrisico Behandeld door : Linda Gelissen 1 Inleiding Aan de Beatrixlaan te Weert wordt een Kennis en Expertise
BEPERKTE VERANTWOORDING gasleidingen, GOS en transport gevaarlijke stoffen.
BEPERKTE VERANTWOORDING gasleidingen, GOS en transport gevaarlijke stoffen. Gasleidingen (W-500-01 en W-500-23) De beperkte verantwoording voor beide gasleidingen (W-500-01 en W-500-23) betreft de volgende
Veiligheidsplan verdiepte ligging Zuidelijke Ringweg Groningen
Project Aanpak Ring Zuid Groningen Veiligheidsplan verdiepte ligging Zuidelijke Ringweg Groningen Een overzicht van de veiligheidsvoorzieningen en -maatregelen voor de verdiepte ligging van de zuidelijke
RGLO MIT4 BSLI WP 7.13 L 7.13.2 RAPPORT EXTERNE VEILIGHEID
RGLO MIT4 BSLI WP 7.13 L 7.13.2 RAPPORT EXTERNE VEILIGHEID PRORAIL SPOORONTWIKKELING, PLANVORMING EN INFRA Versie 2.0 16 september 2005 141222/EA5/160/029.062/nve Inhoud 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3
Bijlage 2 Indicatieve doorlooptijden (open) aanbesteding(svarianten)
Bijlage 2 Indicatieve doorlooptijden (open) aanbesteding(svarianten) Wanneer duidelijkheid burger* Aanbestedings dossier gereed Opties 0 en 1 Optie 2 Optie 3 Optie 4 DT Noord (verlegd en verdiept**) met
Presentatie SAA-project A9BAHO. Bedrijvenbijeenkomst Breikers Amstelveen. 27 september Kees Abrahamse Omgevingsmanager RWS. Inhoud presentatie
Presentatie SAA-project A9BAHO Bedrijvenbijeenkomst Breikers Amstelveen 27 september 2018 Kees Abrahamse Omgevingsmanager RWS HB3600750 28-9-2018 Inhoud presentatie Voorgeschiedenis programma Schiphol-Amsterdam-Almere
Ontwerp Omgevingsverguuning (fase 1)
Artikel WW. gemeente Dossier: Ï5OMGS1O5 Ontwerp Omgevingsverguuning (fase 1) Burgemeester en wethouders hebben op 8 mei 2015 een aanvraag voor een oingevingsvergunning uitgebreide procedure fase 1 ontvangen
Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum
Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16-12-2010 / rapportnummer 2302-55 1. Oordeel over het MER Rijkswaterstaat Zuid-Holland heeft het voornemen om
Bestemmingsplan Kern Roosteren. Teksten t.b.v. verantwoording groepsrisico
Adviseurs externe veiligheid en risicoanalisten Adviesgroep AVIV BV Langestraat 11 7511 HA Enschede Bestemmingsplan Kern Roosteren Teksten t.b.v. verantwoording groepsrisico Project : 122179 Datum : 16
1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2. Inplantingsplaats: Pijnven - Kerkhoven
ADVIESVERSLAG BRANDWEER BIJ VOORONDERZOEK/BOUWAANVRAAG VOOR AARDGASVERVOERLEIDING uw kenmerk ons kenmerk datum dienst ambtenaar telefoon I. Inleiding: 1. Aanvraagplannen werden ons overgemaakt door 2.
OMGEVINGSVERGUNNING. aanleg waterstofleiding. milieuneutraal veranderen van een inrichting. Oosterhorn 4 te Farmsum. vth-nummer: Z
OMGEVINGSVERGUNNING voor: aanleg waterstofleiding activiteiten: milieuneutraal veranderen van een inrichting verleend aan: Akzo Nobel Chemicals B.V. locatie: Oosterhorn 4 te Farmsum vth-nummer: Z2017-00002714
Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.
Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. In de BEROEPSCOMPETENTIES CIVIELE TECHNIEK 1 2, zijn de specifieke beroepscompetenties geformuleerd overeenkomstig de indeling van het beroepenveld.
OPLEIDEN, TRAINEN, OEFENEN
OPLEIDEN, TRAINEN, OEFENEN OTO Waterwolftunnel 07-11-13 1 Introductie NedMobiel is ondernemer in Tol, Tunnels en Exploitatie. Wij doen dit o.a. als adviseur en projectmanager bij overheden, bedrijven en
Spoorzone Delft Aanpak integrale veiligheid in de gebruiksfase en samenwerking met OHD
Spoorzone Delft Aanpak integrale veiligheid in de gebruiksfase en samenwerking met OHD Presentatie voor het platform veiligheid en veiligheidsbeleving door Alain Kooiman 18 maart 2014 1 2 Inhoud Even voorstellen
Welkom. Kennissessie. Vervoer van gevaarlijke stoffen: Externe Veiligheid
Welkom Kennissessie Vervoer van gevaarlijke stoffen: Externe Veiligheid Project: PHS Meteren - Boxtel Eigenaar: Rolf Wiemer 19 mei 2016 Status: Definitief Inhoud Wat is externe veiligheid? Begrippen externe
Bestemmingsplan Maastricht Aachen Airport, Businesspark AviationValley
Bestemmingsplan Maastricht Aachen Airport, Businesspark AviationValley Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 17 augustus 2016 / projectnummer: 3103 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER)
Rapport. Churchill Avenue tunnel. Tunnels met meerdere in- en uitgangen. Opdrachtgever : Team Churchill Avenue. Datum : 2 mei 2012
Tunnel Safety Consults bv Schoolstraat 18 3742 CE Baarn The Netherlands Tel +31 (0)35 5430490 Fax +31 (0)84 7282382 [email protected] www.tunnelsafetyconsults.com Rapport Churchill Avenue tunnel
Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere. I Besluit
Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere I Besluit Pagina 4 van 42 Inhoud I Tracébesluit II Bijlagen III Tracékaarten IV Toelichting Pagina 5 van 42 I Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere
Burgemeester en Wethouders 16 september 2015. Steller Documentnummer Afdeling. S.L. Strauss 15I0006740 Ruimte
Burgemeester en Wethouders Steller Documentnummer Afdeling 15I0006740 Ruimte Doorkiesnummer Communicatie Portefeuillehouder 036 5229423 Nee W.P. van der Es Kabinet Brief bijgevoegd Te volgen procedure
Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend onder de bepaling dat de gewaarmerkte stukken en bijlagen deel uitmaken van de vergunning.
Dossiernummer: 2011/16386 Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders van Zundert zijn voornemens om overeenkomstig de besluitvormingsprocedure als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet algemene bepalingen
Actieplan Wegtunnels
Actieplan Wegtunnels 3 Actieplan Wegtunnels Inhoud 1 Inleiding 6 1.1 Brief Aanpak Wegtunnels 6 1.2 Actieplan 6 1.3 Leeswijzer 6 2 Korte termijn 7 2.1 Quick scan 7 2.2 Onderzoek Ale en Vrouwenvelder 12
Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2013) IV Toelichting
Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2013) IV Tracébesluit weguitbreiding Schiphol- Amsterdam-Almere (2013) IV januari 2013 Pagina 4 van 38 Inhoud Inhoud 5 1 Redenen voor wijziging van
Veiligheid bij Renovatie Maastunnel
Veiligheid bij Renovatie Maastunnel Inhoud Filmpje Aanleiding project Buis-voor-Buis Veiligheidsbeheer exploitatiebuis - - werkbuis Maastunnel Bouwperiode 1937-1942 Rijksmonument Lengte 1,1 km Dwarsventilatie
Brandweer Amsterdam-Amstelland
Brandweer Amsterdam-Amstelland Behulpzaam Deskundig Daadkrachtig Advies Externe Veiligheid Polderweg 1 in Amsterdam Referentie: 0062/RoEv-2016 Datum: 30 november 2016 Behandeld door: B. (Bente) Boogaard
Beperkte verantwoording groepsrisico
Beperkte verantwoording groepsrisico Transport over de weg (200m 4000m) en transport over het spoor (200m 995m De afstand is dermate groot dat bij een ramp (toxisch scenario) op die afstand de gevolgen
Quickscan Externe Veiligheid N240
Quickscan Externe Veiligheid N240 projectnr. 194453 revisie 0.1 februari 2009 Auteur M. Beterams MSc. Opdrachtgever Gemeente Wieringermeer Postbus 1 1770 AA Wieringerwerf datum vrijgave beschrijving revisie
Geluidbelasting wegverkeer op. woning Molenstraat. te Swolgen
Geluidbelasting wegverkeer op woning Molenstraat te Swolgen versie 14 juni 2010 datum 15 juni 2010 opdrachtgever Econsultancy bv Rapenstraat 21 5831 GJ Boxmeer auteur A.D. Postma INHOUDSOPGAVE bladzijde
Samen een tunnel bouwen
Samen een tunnel bouwen Benny Nieswaag - Rijkswaterstaat Bernadette Paping - ProRail COB congres 2013 Programma Het project Combiplan Nijverdal Bouwproces van de tunnel Samenwerking ProRail en Rijkswaterstaat
Evaluatie wetgeving tunnelveiligheid
Evaluatie wetgeving tunnelveiligheid Utrecht, 31 januari 2011 Maliebaan 16 postbus 85198 3508 AD Utrecht telefoon 030 236 3030 telefax 030 236 3070 kvk 30096560 [email protected] p 2 Inhoud 1 Inleiding 5 1.1
Ontwerp-Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2012) IV Toelichting
Ontwerp-Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2012) IV Toelichting Ontwerp-Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere (2012) IV Toelichting juni 2012 Pagina 4 van 28 Inhoud
Rapportage advies externe veiligheid
Rapportage advies externe veiligheid Ontwerp bestemmingsplan Gochsedijk Siebengewald Gemeente Bergen Adviesaanvrager: Gemeente Bergen Datum: 14 april 2016 Status: Opgesteld door: Collegiaal getoetst door:
: RUD Utrecht. Externe Veiligheid Bestemmingsplan Verdistraat 53 Amersfoort. : Gemeente Amersfoort, mevrouw N. Ludeking
Externe Veiligheid Bestemmingsplan Verdistraat 53 Amersfoort Opdrachtgever : Gemeente Amersfoort, mevrouw N. Ludeking Adviseur : Auteur : de heer R. Polman Projectnummer : POLR/8154A312 Aantal pagina s
Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen. Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2013' d.d. 14 november 2012
Verantwoording groepsrisico Hogedruk aardgastransportleidingen Bestemmingsplan 'Bedrijventerrein 2013' d.d. 14 november 2012 Inhoudsopgave 1 1 Aanleiding In en in de nabijheid van het bestemmingsplangebied
Stappenplan nieuwe Dorpsschool
Stappenplan nieuwe Dorpsschool 10 juni 2014 1 Inleiding Het college van burgemeester en wethouders heeft op 10 juni 2014 dit stappenplan vastgesteld waarin op hoofdlijnen is weergegeven op welke wijze
26 november 2013 afgeven 'verklaring van geen bedenking' omgevingsvergunning nieuwbouw tankstation De Buunderkamp aan de A12
Voorstel aan raad Verantwoordelijke afdeling ROM Nummer Inboeknummer: 125145 Raad d.d. Paragraaf begroting: 3 29 januari 2014 Steller: A. Ruiter Portefeuillehouder H.J. Weeda Datum Onderwerp 26 november
