Beleidsnota Tunnelveiligheid
|
|
|
- Lucas Claessens
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beleidsnota Tunnelveiligheid Deel B: Veiligheidseisen Ministeries van Verkeer en Waterstaat Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Den Haag, juli
2 INHOUD BLZ 1. Inleiding en doelstelling 3 2. Vaststelling van het veiligheidsniveau 3 3. Implementatie van oplossingen in regelgeving 4 3.a. Veiligheidseisen voor wegtunnels 4 3.b. Veiligheidseisen voor spoortunnels 5 4. De gebruiksvergunning 5 5. Het vervoer van gevaarlijke stoffen 5 6. Financiële consequenties 6 7. Conclusie 6 Projectteam Tunnelveiligheid
3 1. Inleiding en doelstelling De Beleidsnota tunnelveiligheid deel B, Veiligheidseisen, is het aangekondigde vervolg op de Beleidsnota Tunnelveiligheid deel A, Proceseisen, van 7 november Met de delen A en B geven de ministers van Verkeer & Waterstaat, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties invulling aan een meer consequente en gestructureerde aanpak van de veiligheidsaspecten bij het ontwerp, de bouw en het gebruik van tunnels in Nederland. In de nota deel A werden de probleemanalyses en de procesmatige oplossingen beschreven voor het waarborgen van veiligheid in het besluitvormingsproces, het vastleggen van veiligheidseisen voor tunnels, het behoud van het veiligheidsniveau in de gebruiksfase en het bevorderen van veilig gedrag van tunnelgebruikers. Nota deel B geeft nadere invulling aan het vastleggen van de inhoudelijke veiligheidseisen voor tunnels. Deel B biedt een algemeen erkend normenkader voor het veiligheidsniveau in tunnels. Daarnaast worden per vervoersmodaliteit specifieke veiligheidseisen voor tunnels gesteld. Hiermee wordt vooraf eenduidig vastgelegd aan welke veiligheidsvoorschriften een tunnelontwerp in de praktijk moet worden getoetst. Hierdoor zal het overleg tussen de initiatiefnemers enerzijds en de gemeente(n) en hulpverleningsorganisaties anderzijds - over het te bereiken veiligheidsniveau en over de te stellen veiligheidseisen voor tunnels, zowel voor bouw/constructie en gebruik van tunnels als voor incidentbestrijding - aanmerkelijk vereenvoudigen. De beleidsnota is ter consultatie voorgelegd aan gemeenten met een tunnel, aan koepels van medeoverheden en van hulpverleningsorganisaties en aan overige betrokken partijen. Hun reacties zijn in deze nota verwerkt. De beleidsdoelstelling van het kabinet is om het veiligheidsniveau voor nieuwe tunnels aan te laten sluiten bij de praktijksituatie van tunnels uit de periode na 1999 en van vóór de sprinklers. Een vertaling van dit beleidsvoornemen heeft zijn beslag gekregen in dit deel B en in de notitie Veiligheidseisen Wegtunnels. Hiermee wordt de veiligheid in zowel het constructieve ontwerp als in de gebruiksfase goed geborgd. Voor bestaande tunnels wordt in het onderhoudsprogramma bezien om, bijvoorbeeld bij innovatieve ontwikkelingen, tegen geringe kosten de veiligheid verder te verhogen. 2. Vaststelling van het veiligheidsniveau De EU-Richtlijn 2004/54/EG inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-europese wegennet als ook de Europese Veiligheidsrichtlijn 2004/49 voor spoorwegtoepassingen verplichten de lidstaten tot het uitvoeren van risicoanalyses. Bij het vaststellen van het veiligheidsniveau wordt gebruik gemaakt van zowel de kwantitatieve risicoanalyse als de scenarioanalyse. In de komende jaren zal het ontwerp voor nieuwe wegtunnels worden getoetst aan een oriënterende waarde voor het persoonlijk risico van 1x10-7 per persoonkilometer wegtunnel en voor het groepsrisico van 0,1/N 2 per kilometer per jaar. Hierbij staat N voor het aantal dodelijke slachtoffers. Voor nieuwe spoortunnels zijn deze waarden respectievelijk 1,5x10-9 per persoonkilometer tunnel en 0,03/N 2 per kilometer per jaar. Daarnaast moet het ontwerp van de tunnel bij het analyseren van ongevalontwikkelingen met een waarschijnlijkheid van optreden van groter dan 1x10-6 voldoen aan de gestelde functionele eisen. Voor ongevalontwikkelingen met een geringere waarschijnlijkheid van optreden kunnen op grond van de scenarioanalyse geen specifieke maatregelen worden geëist. De kosteneffectiviteit van deze maatregelen is dan te laag. 3
4 De risicoanalyses moeten worden opgesteld aan de hand van goedgekeurde uitgangswaarden en rekenmethoden. Voor projectleiders, bevoegd gezag en Commissie Tunnelveiligheid is een concept handreiking risicoanalyses opgesteld. De handreiking heeft betrekking op de volgende risicoanalyses: - De Leidraad Scenarioanalyse Ongevallen in tunnels 1. Wegtunnels. (Centrum Ondergronds Bouwen, Rijkswaterstaat, 2004). 2. Spoortunnels. (Centrum Ondergronds Bouwen, ProRail eind 2005). - Rekenmodellen Kwantitatieve Risicoanalyse (Rijkswaterstaat, 2005). - De safety case voor spoortunnels (ProRail, 2005). In 2008 vindt een evaluatie plaats van de methodieken. De EU houdt de optie open om in 2009 hierover nadere regels op te stellen. 3. Implementatie van oplossingen in regelgeving In de Europese Unie zijn in 2004 veiligheidseisen voor wegtunnels vastgesteld. Europese veiligheidseisen voor spoortunnels zijn in voorbereiding en worden in 2006 verwacht. Het kabinetsbeleid is dat Europese richtlijnen overeenkomstig worden uitgevoerd. Aanvullingen hierop zijn slechts toegestaan indien zwaarwegende Nederlandse belangen hiertoe aanleiding geven. 3.a. Veiligheidseisen voor wegtunnels Op 29 april 2004 is de EU-Richtlijn 2004/54/EG inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-europese wegennet vastgesteld. Deze richtlijn moet op 30 april 2006 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd zijn. De lidstaten worden aangespoord vergelijkbare veiligheidsniveaus toe te passen voor wegtunnels, die geen deel uitmaken van het trans- Europese wegennet. Op 30 september 2004 is de Nota Mobiliteit aan de Tweede Kamer toegezonden. Deze nota stelt als ambitie dat Nederland tot de meest verkeersveilige landen van de Europese Unie blijft behoren. In de huidige situatie geldt dat ook voor de Nederlandse tunnels. Een één op één omzetting van de EU-Richtlijn in nationale regelgeving zou evenwel leiden tot een ongewenste verlaging van het veiligheidsniveau naar het Europese minimum. Door bij de omzetting van de EU-richtlijn in nationale regelgeving ook rekening te houden met de bestaande praktijk in Nederlandse tunnels, wordt bij enkele technische voorschriften verder gegaan dan de Europese minimumeisen. Het kabinet wil hiermee een daling van het in Nederland bereikte veiligheidsniveau voorkomen. Concreet gaat het daarbij om de volgende maatregelen: - Eén rijrichting per tunnelbuis - De aanwezigheid van langsventilatie bij tunnels langer dan 500 meter. - De aanwezigheid van een bedieningscentrale bij tunnels langer dan 500 meter. - Een kortere afstand tussen hulpposten met o.a. brandblusapparatuur. - Een kortere afstand tussen de vluchtdeuren. Bij recente projecten is veel discussie geweest over de kosten en effectiviteit van sprinklers om tunnelbranden te beheersen. De Europese Unie heeft deze maatregel niet in het minimumniveau opgenomen. De Nederlandse Vereniging van Brandweer en Rampenbestrijding wil de toepassing van sprinklers niet uitsluiten, indien ze op grond van de scenarioanalyse nuttig worden geacht. Het kabinet is niet overtuigd van de kosteneffectiviteit van deze maatregel en zal eerst de uitkomsten van lopend onderzoek afwachten. De Nota Mobiliteit geeft aan dat in 2007 evaluatieresultaten beschikbaar komen over nieuwe methoden en technieken om tunnelbranden te beheersen. Op basis daarvan kunnen verdere toepassingen en innovaties worden ingezet. 4
5 De veiligheidseisen van de EU-Richtlijn, alsmede enkele nationaal reeds toegepaste veiligheidseisen worden medio 2006 bij of krachtens een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van artikel 120 van de Woningwet en artikel 1.13 van de Wet Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels (WARVW) geregeld. Ten behoeve van de consultatie zijn de beoogde veiligheidseisen voor wegtunnels in een aparte notitie opgenomen. Het wetsvoorstel Aanvullende Regels Veiligheid Wegtunnels is in voorbereiding en zal naar verwachting deze zomer bij de Tweede Kamer worden ingediend. 3.b. Veiligheidseisen voor spoortunnels In Europees verband loopt de vaststelling van veiligheidsregels voor spoortunnels achter bij die van wegtunnels. De Europese Commissie werkt op dit moment nog aan the Technical Specification for Interoperability Safety in Railway Tunnels (TSI SRT). Naar verwachting zullen de Europese veiligheidseisen voor spoortunnels in de eerste helft van 2006 definitief gereed komen. De eisen voor spoortunnels zullen naar verwachting in 2008 geïmplementeerd zijn. Momenteel wordt samen met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag onderzocht in hoeverre de eisen voor spoortunnels toepasbaar zijn op metro, tram en lightrail. De notitie Veiligheidseisen Spoortunnels zal in 2006 ter consultatie worden voorgelegd aan gemeenten met een railtunnel, aan koepels van medeoverheden en van hulpverleningsorganisaties en aan overige bij railveiligheid betrokken partijen. Parallel aan de ontwikkeling van de Europese eisen worden enkele nationale spoortunneleisen nog nader onderzocht. Het gaat hierbij in het bijzonder om vluchtmogelijkheden in ondergrondse stations. Daarnaast is gebleken dat er op onderdelen wel onderscheid moet worden aangebracht in de eisen voor de verschillende railconcepten (Betuweroute, HogeSnelheidsLijn, conventioneel spoor, metro, tram en lightrail). Gezien de verschillen tussen de railsystemen zullen op onderdelen andere eisen gesteld worden. Het streven is om bij het van kracht worden van de Europese eisen voor spoortunnels tevens een definitief beeld opgemaakt te hebben van de eventuele aanvullende nationale eisen voor de andere railconcepten. 4. De gebruiksvergunning De tunnelbeheerder moet de veiligheid van tunnels in de gebruiksfase goed en eenduidig waarborgen. Daarover zijn in deel A goede afspraken gemaakt. Beoogd wordt dat in 2007 alle gebruikseisen voor tunnels opgenomen zijn in een landelijke regeling (Het Gebruiksbesluit). Tegen deze achtergrond zijn medeoverheden verzocht tot 2007 terughoudend te zijn in het opleggen van gebruiksvergunningen. Een aantal gemeenten heeft naar aanleiding van de consultatie aangekondigd door te gaan met hun voorgenomen programma van vergunningverlening. In die gevallen wordt er bij hen op aangedrongen om gebruik te maken van de laatste inzichten, zoals deze zijn vastgelegd in de notitie Veiligheidseisen Wegtunnels respectievelijk in de meest actuele conceptnotitie Veiligheidseisen Spoortunnels. Om wijziging van vigerende vergunningen te voorkomen zal in de landelijke regeling van 2007 een overgangsbepaling worden opgenomen. 5. Het vervoer van gevaarlijke stoffen Een aantal gemeenten heeft in de consultatie verzocht om criteria waarbij het vervoer van de zwaarste categorie van gevaarlijke stoffen (LPG en explosieven) overwogen kan worden in wegtunnels, die tevens oeververbinding zijn. Het huidige beleid is dat dit transport uit economische en technische overwegingen in dit type wegtunnels niet toegestaan is. Bij een 5
6 ongeval met LPG of explosieven zou de oeververbinding verloren gaan. De Beleidsnota Tunnelveiligheid beperkt zich tot vraagstukken die de veiligheid betreffen. 6. Financiële consequenties De kosten van de implementatie van de beleidsnota deel B worden, voor zover het de wegtunnels betreft, in totaal geraamd op ca. 7 miljoen, waarvan ca. 5 miljoen voor Rijkstunnels. Deze kosten hangen samen met de implementatie van de EU-Richtlijn voor wegtunnels. De implementatie moet binnen 10 jaar plaatsvinden. De kosten van specifieke veiligheidseisen voor spoortunnels kunnen eerst in 2006 worden ingeschat. 7. Conclusie Met de vastlegging van de bovenstaande Europese en nationale maatregelen kan het hoge veiligheidsniveau in Nederlandse wegtunnels verder worden geconsolideerd en zelfs verbeterd. Toepassing van de in deel A vastgestelde proceseisen levert daaraan een belangrijk aandeel. De in deel B gestelde toetscriteria voor risicoanalyses vormen samen met de veiligheidseisen voor weg- en spoortunnels en het advies van de Commissie Tunnelveiligheid (in deel A expertgroep genoemd) een compleet instrumentarium, waardoor meer duidelijkheid over procesmatige en inhoudelijke eisen aan tunnelprojecten wordt verkregen. Door vergunningaanvragen af te stemmen op de toetscriteria en de veiligheidseisen, zal de initiatiefnemer daarmee aanzienlijk meer zekerheid hebben over het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Uiteindelijk gaat het erom bij elke vergunningsaanvraag in een vroeg stadium met het bevoegd gezag in overleg te treden om, op basis van de vastgestelde en in regelgeving opgenomen eisen, te komen tot een veilige tunnel. Het beleidsterrein tunnelveiligheid zal worden geëvalueerd, zodra de resultaten van de evaluaties van nieuwe methoden en technieken om tunnelbranden te beheersen respectievelijk van de EU over risicoanalyses beschikbaar zijn. 6
Amsterdam Centraal Station Michiel de Ruijtertunnel
Amsterdam Centraal Station Michiel de Ruijtertunnel Brussel, 7 januari 2015 Erik Boldingh, [email protected] Ron Beij, [email protected] Inhoud presentatie Tunnels in Amsterdam Wettelijk kader
Regelgeving brandwerendheid wegtunnels
Regelgeving brandwerendheid wegtunnels 16 november 2017 Rutger Veldhuijsen Inhoud Omgevingsdienst NZKG, mandaat tunnels Verandermomenten in de tunnelregelgeving Regelgeving brandwerendheid Consequenties
Wet- en regelgeving. wetsvoorstel Warvw concept wijzigingsregeling Rarvw - Suzanne Borneman
Wet- en regelgeving wetsvoorstel Warvw concept wijzigingsregeling Rarvw - Suzanne Borneman Woord vooraf Voor hetgeen deze presentatie informatie bevat over de inhoud van het wetsvoorstel, geldt dat die
Wet- en regelgeving voor veiligheid in spoortunnels. Ing. R.J. Houben MSc, 26 november 2009. 1. Inleiding
1 Wet- en regelgeving voor veiligheid in spoortunnels Ing. R.J. Houben MSc, 26 november 2009. 1. Inleiding Dit document geeft een overzicht van de wet- en regelgeving voor de veiligheid in spoortunnels.
Voor een volledig overzicht van de uitspraken van mijn ambtsvoorganger verwijs ik naar bijlage 1.
a 1 > Retouradres: Postbus 20901, 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070
Welkom. Kennissessie. Vervoer van gevaarlijke stoffen: Externe Veiligheid
Welkom Kennissessie Vervoer van gevaarlijke stoffen: Externe Veiligheid Project: PHS Meteren - Boxtel Eigenaar: Rolf Wiemer 19 mei 2016 Status: Definitief Inhoud Wat is externe veiligheid? Begrippen externe
Beleidsregels voor de uitvoering van artikel 7A van de Woningwet
Beleidsregels voor de uitvoering van artikel 7A van de Woningwet VROM Circulaire De beleidsregels voor de uitvoering van artikel 7a van de Woningwet van 29 januari 1999 zijn toegevoegd aan de circulaire
Evaluatie wetgeving tunnelveiligheid
Evaluatie wetgeving tunnelveiligheid Utrecht, 31 januari 2011 Maliebaan 16 postbus 85198 3508 AD Utrecht telefoon 030 236 3030 telefax 030 236 3070 kvk 30096560 [email protected] p 2 Inhoud 1 Inleiding 5 1.1
Rol Veiligheidsbeambte wegtunnels. Een fascinerende uitdaging en opgave
Rol Veiligheidsbeambte wegtunnels Een fascinerende uitdaging en opgave Han Admiraal Onafhankelijk adviseur ondergronds ruimtegebruik Voorzitter ITA Committee on Underground Space ITACUS Veiligheidsbeamte
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 4831 14 maart 2012 Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 5 maart 2012, nr. IENM/BSK-2012/23596, tot
BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND
Middelburg, 3 mei 2006 Nummer: RMW0605090 Afdeling: Milieuhygiëne BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND Arrow Terminals B.V. is in bezit van een aantal vergunningen ingevolge de Wet milieubeheer.
Watermist als veiligheidsmaatregel. Ir. E.W. Worm
Watermist als veiligheidsmaatregel Ir. E.W. Worm Opbouw verhaal Inleiding Definities Tunnelveiligheid Europees/Nederlands tunnelveiligheidsbeleid Brand Watermist in het totale veiligheidsconcept Interessante
Praktijkervaring Leidsche Rijntunnel A2
Instituut Fysieke Veiligheid Praktijkervaring Leidsche Rijntunnel A2 Reinier Boeree projectmanager veilige infrastructuur IFV 150.000 voertuigen per etmaal dit is ca 50 miljoen voertuigen per jaar
Spoorzone Delft Aanpak integrale veiligheid in de gebruiksfase en samenwerking met OHD
Spoorzone Delft Aanpak integrale veiligheid in de gebruiksfase en samenwerking met OHD Presentatie voor het platform veiligheid en veiligheidsbeleving door Alain Kooiman 18 maart 2014 1 2 Inhoud Even voorstellen
Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen
Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen Onderdeel: Externe Veiligheid Definitief Grontmij Nederland B.V. De Bilt, 18 juli 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1 Leeswijzer... 5
Gevolgen inwerkingtreding Wet lokaal spoor
EINdRAPPoRt V150 Gevolgen inwerkingtreding Wet lokaal spoor Verkenning KPT KENNISPLATFORM TUNNELVEILIGHEID Inhoudsopgave 1 Inleiding 1 5 1.1 Aanleiding 5 1.2 Doel 5 1.3 Toepassingsgebied/scope 5 1.4 Leeswijzer
Besluit van. tot intrekking Asbestbesluit milieubeheer
Besluit van tot intrekking Asbestbesluit milieubeheer Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van, nr. MJZ, Directie Juridische Zaken, Afdeling
Colofonblad. Colofonblad. Leidraad Veiligheidsdocumentatie voor Wegtunnels. 1 oktober 2007
Colofonblad Colofonblad 1 oktober 2007 OPSTELLERS Ir. Sandra IJsselstijn (DHV B.V.) Drs. Annemiek van Waterschoot (Rijkswaterstaat Bouwdienst) Ir. Thijs Ruland (Tunnel Engineering Consultants) CONTACTADRES
BELEIDSVISIE EXTERNE VEILIGHEID
GEMEENTE HELMOND 27 maart 2007 141223/EA7/0H0/000350/sfo Inhoud 1.1 Waarom deze visie? 3 1.2 Externe Veiligheidssituatie Helmond 3 1.3 Visie ten aanzien van omgang met plaatsgebonden risico 4 1.4 Visie
Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Rijkswaterstaat. Bijlagen. Leidraad Tunnelveiligheidsplan Wegtunnels
Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat Leidraad Tunnelveiligheidsplan Wegtunnels Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Veiligheidsdossier... 4 1.1 Definitie en doel... 4 1.2 Eisen... 4 1.3 Toelichting...
Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland)
21 september 2009 Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland) Inleiding In een gezamenlijke brief van 17 september 2008 aan de Nederlandse Tweede Kamer hebben
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG
a 1 1 > Retouradres: Postbus 20901, 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGeneraal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Plesmanweg 16 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T 070
Tunnelveiligheid. een introductie
Tunnelveiligheid een introductie Introductie Roel Scholten Coördinator Tunnels & Veiligheid Centrum Ondergronds Bouwen en ruimtegebruik Coördinator Kennisplatform Tunnelveiligheid Directeur NedMobiel Adviseur
Besluit van Provinciale Staten
Besluit van Provinciale Staten Vergaderdatum Maart 2015 Nummer 6773 Onderwerp Beleidsregel groepsrisicoverantwoording in inpassingsplannen 1 Besluit Provinciale Staten van Zuid-Holland, Gelet op artikel
OMGEVINGSWET VOOR DUMMIES. 1 oktober Willem Wensink
OMGEVINGSWET VOOR DUMMIES 1 oktober 2015 Willem Wensink INHOUDSOPGAVE Deel 1: Quiz Deel 2: Omgevingswet Hoofdlijnen wetsvoorstel Uitvoeringsregelgeving Implementatie INHOUDSOPGAVE Deel 1: Quiz 1. WELKE
Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, van nr. IenM/BSK-2012/ Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Besluit van houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes (Besluit externe veiligheid transportroutes) Op de voordracht
Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid
Onderzoek naar de evalueerbaarheid van gemeentelijk beleid Plan van aanpak Rekenkamer Maastricht februari 2007 1 1. Achtergrond en aanleiding 1 De gemeente Maastricht wil maatschappelijke doelen bereiken.
Methoden voor het bepalen van mogelijke schade Aan mensen en goederen door het vrijkomen van gevaarlijke stoffen
Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1 Methoden voor het bepalen van mogelijke schade Aan mensen en goederen door het vrijkomen van gevaarlijke stoffen Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 1 Methoden voor
De vormvrije m.e.r.-beoordeling: vereisten
Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu vereisten In gevallen dat een be sluit of plan betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst kent de vormvrije m.e.r.-beoordeling
Externe veiligheidsparagraaf. Bestemmingsplan Skoatterwald
Externe veiligheidsparagraaf Bestemmingsplan Skoatterwald Toetsingskader Externe veiligheid gaat om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: - het gebruik,
Afwijkingen inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens
Afwijkingen inrichting, uitrusting en gebruik luchthavens Pagina 1 Luchthavens in Nederland zijn ingericht en uitgerust in overeenstemming met (inter)nationale voorschriften. Dit bevordert het veilig gebruik
COLOFON PROJECTTEAM LEIDRAAD SCENARIOANALYSE UITVOERINGSCOMMISSIE LEIDRAAD SCENARIOANALYSE. Datum publicatie: juni 2006
COLOFON Leidraad Scenarioanalyse Ongevallen in Tunnels Deel 2: Spoor-, tram-, metrotunnels en overkappingen PROJECTTEAM LEIDRAAD SCENARIOANALYSE N. Lundgren (projectleider) (Movares 1 ) E.G. Schermer (Movares
Handreiking Risicoanalyse Tunnelveiligheid. Methodieken, modellen en veiligheidscriteria voor kwantitatieve risicoanalyse en scenarioanalyse
special van het Projectbureau Handreiking Risicoanalyse Tunnelveiligheid Methodieken, modellen en veiligheidscriteria voor kwantitatieve risicoanalyse en scenarioanalyse Tunnelfacts is een speciale uitgave
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De heer dr. R.H.A. Plasterk Postbus EA DEN HAAG. Geachte heer Plasterk,
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De heer dr. R.H.A. Plasterk Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Datum 25 augustus 2017 Onderwerp Consultatie wijzigingsvoorstel Wet BRP Uw kenmerk Ons
Veiligheidsbeambte wegtunnels Rijkswaterstaat
Processchema s veiligheidsbeambte -2014-080, 2 juni 2014, versie 1.0 Proces afhandeling Probleem Doel afhandeling Vastleggen van het van de veiligheidsbeambte. Behandeling in B overleg aanvraag Ja aanvraag??
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/1973 VAN DE COMMISSIE
10.11.2015 L 293/15 GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2015/1973 VAN DE COMMISSIE van 8 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 514/2014 van het Europees Parlement en de Raad met specifieke bepalingen
Raadsvragenuan het raadslid de heer E. Cols over goederentreinen rijden
gemeente Eindhoven Openbare Ruimte, Verkeer lk Milieu Raadsnummer 0 9. RQQ7$. QOI Inboeknummer o9bstoat46 Beslisdatum B&W 9 november 2009 possiernummer 945 55> Raadsvragenuan het raadslid de heer E. Cols
Intern memo. Projectgroep bestemmingsplan Youri Egorovweg. Archief afdeling Ruimte en Wonen. Gert-Jan van de Bovenkamp
Intern memo Dienst Stedelijke Ontwikkeling G.J. v.d. Bovenkamp Telefoon (036) 036 5484027 Fax (036) 036 539955 E-mail [email protected] www.almere.nl Aan Projectgroep bestemmingsplan Youri Egorovweg
Code Interbestuurlijke Verhoudingen
CODE > Code Interbestuurlijke Verhoudingen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen dragen samen de verantwoordelijkheid voor een goed bestuur van Nederland. De medeoverheden erkennen dat zij daarin
Inleiding. 1.1 Wat is de omgevingsvergunning?
1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat deel met een korte bespreking wat een omgevingsvergunning is en wat vergunningsvrij bouwen is. De achtergrond en doelstellingen van de belangrijkste regelingen (de Wet algemene
2. Actuele wet- en regelgeving
2. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, per 1 oktober 2010) regelt de omgevingsvergunning voor het bouwen (voorheen de bouwvergunning) en de omgevingsvergunning/gebruiksmelding
Quickscan externe veiligheid Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel
Woningbouw Merellaan te Capelle aan den IJssel projectnr. 201716 revisie 00 november 2009 Auteur ing. S. M. O. Krutzen Opdrachtgever Gemeente Capelle aan den IJssel Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Postbus
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
> Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt
Platform Bevoegd Gezag Tunnels 18 juni jaarlijkse inspectie
Platform Bevoegd Gezag Tunnels 18 juni 2015 6-jaarlijkse inspectie Agenda 13.00u Ontvangst met koffie/thee 13.15u Opening / inleiding Terugkoppeling bijeenkomst 15 januari 2015. Actie vorige keer; overzicht
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN
AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT No. 6 Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid 1 1 Structuur van de ambtelijke organisatie Artikel 1 1. Ingesteld worden de volgende ministeries:
Historie tunnelveiligheid. Evert Worm
Historie tunnelveiligheid Evert Worm De grote stappen Praktisch inzicht Probabilistische ontwikkelingen (jaren 70) Scenario analyse ( jaren 90) Tunnel regelgeving (vanaf 2004) 2 De grote stappen Praktisch
RICHTSNOEREN OVER DE REGLEMENTAIRE WERKZAAMHEDEN VAN DE CCR. Artikel 1. Doel en strekking van het besluit
CENTRALE COMMISSIE VOOR DE RIJNVAART Bijlage bij RV (12) 45 add. 1 RICHTSNOEREN OVER DE REGLEMENTAIRE WERKZAAMHEDEN VAN DE CCR Artikel 1 Doel en strekking van het besluit 1. Dit besluit bepaalt de manier
Weigering omgevingsvergunning
Ontwerpbesluit van Gedeputeerde Staten van Limburg Weigering omgevingsvergunning Oprichting Vleesvarkensstallen, voerkeuken, luchtwassers, loods, mest- en sleufsilo s Klevar B.V. te gemeente Horst aan
V e r g a d e r v e r s l a g
V e r g a d e r v e r s l a g Naam overleg : Datum : 22 april 2009 Aanwezig Notulist Afwezig : c.c. : Expertmeeting Abdijtunnel : Ben Ale, Ronald Mante, Joost Pothuis, Reinier Boeree, René van Treeck,
memo Vivare Projecten BV ing. Edwin G.M. Bonekamp SAB Arnhem, Jeffrey Luttikhuizen Bergerhof, Renkum paragraaf externe veiligheid
B.V. memo aan: van: Vivare Projecten BV ing. Edwin G.M. Bonekamp datum: 18 november 2008 cc: betreft: SAB Arnhem, Jeffrey Luttikhuizen 80769 Bergerhof, Renkum paragraaf externe veiligheid Situatie Vivare
Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 27 januari 2010 ALDUS BESLOTEN 4 FEBRUARI 2010. Oostelijke randweg; afronding mer-procedure
Aan de raad AGENDAPUNT 3 ALDUS BESLOTEN 4 FEBRUARI 2010 Oostelijke randweg; afronding mer-procedure Voorstel: 1. Het toetsingsadvies van de Commissie voor de mer over het milieueffectrapport (mer) oostelijke
