Code Interbestuurlijke Verhoudingen
|
|
|
- Sarah Maes
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 CODE >
2 Code Interbestuurlijke Verhoudingen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen dragen samen de verantwoordelijkheid voor een goed bestuur van Nederland. De medeoverheden erkennen dat zij daarin ieder een eigen verantwoordelijkheid hebben en dat keuzes die zij maken ten aanzien van beleid en uitvoering gevolgen kunnen hebben voor de verantwoordelijkheden van andere overheden. Een goed samenspel tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen is noodzakelijk om de gezamenlijke doelstellingen te realiseren, problemen in de Nederlandse samenleving het hoofd te bieden en ambities te realiseren. De Code Interbestuurlijke Verhoudingen bevat afspraken tussen het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen die eraan bijdragen dat er een goed samenspel ontstaat tussen de verschillende medeoverheden, zodat ieder zijn verantwoordelijkheid in het bestel waar kan maken. De Code is geen afspraak tussen Rijk enerzijds en decentrale overheden anderzijds, maar een afspraak tussen alle vier de partners. Het Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) spreken hiertoe het volgende af:
3 Taken en informatie Artikel 1 Het uitgangspunt is een zo groot mogelijke beleidsvrijheid voor de decentrale overheden, financiering via de algemene uitkering, alleen de noodzakelijke interbestuurlijke informatie (conform de IBI-spelregels) en tot slot verantwoording en vermindering van regels (deregulering en ontbureaucratisering). Voor interbestuurlijk toezicht geldt als uitgangspunt het kader zoals opgenomen in de Wet revitalisering generiek toezicht. Dit past bij het vertrouwensbeginsel dat tussen overheden geldt. Artikel 2 Bij nieuwe taken zal vanuit de uitgangspunten van de code ( decentraal wat kan, centraal wat moet ) overlegd worden waar een taak het beste belegd kan worden. Ditzelfde geldt als door veranderingen in omgeving of vraagstukken er redenen zijn om de taakverdeling aan te passen. Artikel 3 Teneinde de wederzijdse verantwoordelijkheden goed tot hun recht te laten komen houden partijen zich aan de diverse afgesproken spelregels, zoals de IBI-spelregels over de noodzakelijkheid van informatie en de tijdigheid en kwaliteit ervan. Wijze van betrekken decentrale overheden Artikel 4 Bij de vormgeving van bestuurlijke arrangementen wordt getoetst of de regeling uitvoerbaar is. Omwille van een effectief beleid kan worden gekozen voor differentiatie in rijkssturing richting het decentrale niveau en maatwerk op decentraal niveau. Artikel 5 Overheden betrekken elkaar bij de ontwikkeling van nieuwe beleidsvoornemens en knelpunten die een andere overheidslaag raken op een dusdanig tijdstip dat de beleidsvoornemens nog kunnen worden aangepast. Na afronding van de voorstellen, waaronder (concept-)wet- en regelgeving volgt een formele consultatietermijn van twee maanden. Dit is een maximumtermijn, waar mogelijk reageren de decentrale overheden eerder. Ingeval de decentrale overheden al betrokken waren in het beleidsproces maken Rijk en decentrale overheden afspraken over een kortere termijn voor een bestuurlijke reactie.
4 Inzicht gevolgen beleidsvoornemens Artikel 6 Het Rijk geeft bij beleidsvoornemens die relevant zijn voor provincies en gemeenten inzicht in de financiële consequenties* en in de bestuurlijke, praktische en informatiekundige gevolgen (ontwikkelde kader van toezichtarrangementen, de spelregels voor interbestuurlijke informatie en de bestuurlijke uitvoeringstoets). Een overeenkomstige benadering geldt voor de waterschappen. De bestuurlijke en praktische gevolgen betekenen dat bij alle concepten voor wet- en regelgeving die de inter bestuurlijke verhoudingen raken, de argumenten en motieven worden genoemd op basis waarvan de naleving van de uitgangspunten en beginselen van beleidsvrijheid, complementariteit en evenredigheid kunnen worden beoordeeld. Dit geldt ook voor regelgeving en beleidsvoornemens van de decentrale overheden die de interbestuurlijke verhoudingen raken. Formatie Artikel 7 Tijdens de kabinetsinformatie behoort de kabinets(in) formateur de provincies, gemeenten en waterschappen te consulteren wanneer tijdens de (in)formatie van een nieuw kabinet wordt gesproken over de bestuurlijke en financiële verhouding met decentrale overheden. De ministers van BZK en AZ zullen namens het Rijk de (in)formateur(s) verzoeken de voorzitters van IPO, VNG en UvW te consulteren wanneer dit aangewezen is. Artikel 8 Na totstandkoming van een nieuw kabinet vindt zo spoedig mogelijk een overhedenoverleg plaats met IPO, VNG en UvW. Onderwerp van gesprek is de rol van de decentrale overheden bij het realiseren van maatschappelijke opgaven zoals opgenomen in het regeerakkoord, met respect voor elkaars positie. * Cf. art 2. FvW
5 Europa Artikel 9 Op grond van het subsidiariteitsbeginsel treedt de Europese Unie (EU) slechts op als doelstellingen niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden verwezenlijkt**. Voor de toedeling en uitvoering van taken is het bestuursniveau dat zich het dichtst bij de burger bevindt het uitgangspunt, tenzij dat niet doeltreffend en/of doelmatig is. Uitgangspunt is dat afspraken met decentrale overheden over nationale dossiers mutatis mutandis ook gelden voor Europese dossiers. Daarom treden Rijk en decentrale overheden in een zo vroeg mogelijke fase van de beleidsvoorbereiding met elkaar in overleg om nieuwe Europese beleids - voornemens te beoordelen op de bestuurlijke en financiële consequenties (inclusief bestuurlijke lasten) voor de provincies, gemeenten en waterschappen. Het Rijk en decentrale overheden zullen, waar EU-dossiers gevolgen hebben voor decentrale overheden in een zo vroeg mogelijk stadium de mogelijkheden voor samenwerking verkennen. Voor deze dossiers werken zij in alle fasen van de beleidscyclus (voorfase, onderhandelingen en implementatie) zoveel mogelijk samen (bijvoorbeeld op basis van interbestuurlijke dossierteams) en maken gebruik van elkaars netwerken. Decentrale overheden en Rijk houden de ruimte om zelfstandig te handelen. Rijk en decentrale overheden raadplegen hun leden en brengen specifieke deskundigheid in. Zij zullen vertrouwelijkheid betrachten ten aanzien van gedeelde informatie. Decentrale overheden benutten actief de mogelijkheden van hun lidmaatschap van de Nederlandse EU-overlegfora. Financiële en bestuurlijke consequenties van Europese regelgeving voor decentrale overheden dienen voorafgaand aan implementatie door het Rijk in kaart te worden gebracht. ** Artikel 5 van het EU verdrag, protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.
6 Evaluatie en naleving Artikel 10 Partijen hechten aan naleving van de afspraken en komen daarom overeen gebruik te maken van de volgende mogelijkheden: a. In artikel 17, tweede lid, van de Wet op de Raad van State is bepaald dat de regering de Raad voorts hoort over alle zaken waaromtrent de regering dat nodig oordeelt. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal van die mogelijkheid gebruik maken in de volgende gevallen: om de afdeling Advisering van de Raad te vragen een periodieke beschouwing op te stellen (eens in de vier jaar, in principe halverwege de kabinetsperiode) over de interbestuurlijke verhoudingen in het licht van de regelgeving waarover de Raad in de daaraan voorafgaande periode heeft geadviseerd; voor het vragen van advies over specifieke aangelegenheden. b. Dit laat onverlet dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in de aanbiedingsbrief aan de Raad van State bij een verplichte adviesaanvraag als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Raad van State (wetsvoorstellen en algemene maatregelen van bestuur) gerichte vragen kan stellen. c. De periodieke beschouwing wordt besproken in het overhedenoverleg en kan tot herijking van de gemaakte interbestuurlijke afspraken leiden; d. Voor adviezen op een ander terrein dan de interbestuurlijke verhoudingen in het algemeen (bijv. financieel) ligt het meer voor de hand een (ad hoc) commissie van wijzen te raadplegen. Over de samenstelling en de opdracht van deze commissie dient overeenstemming tussen partijen te bestaan. e. De resultaten van de advisering worden direct bekend gemaakt aan IPO, VNG en UvW. De advisering en de daarop te nemen acties keren ter bespreking terug in het overhedenoverleg. Artikel 11 De minister van BZK bevordert de naleving van de Code interbestuurlijke verhoudingen binnen het Rijk. De koepels bevorderen de naleving van de Code bij hun leden. De naleving wordt minstens een keer per jaar besproken in het overhedenoverleg. De financiële verhoudingen worden door de ministers van BZK en van Financiën besproken in het Bofv.
7 Dit boekje is een gezamenlijke uitgave van het Rijk, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) << <
Code interbestuurlijke verhoudingen
Code interbestuurlijke verhoudingen I. Interbestuurlijke verhoudingen I.a. Visie interbestuurlijke verhoudingen I.b. I.c. Sturing Verantwoording en interbestuurlijk toezicht I.d. Relatie tot de EU I.e.
Hartelijk dank aan de Raad voor het Openbaar Bestuur voor dit advies over de relatie tussen decentrale overheden en Europa.
Het gesproken woord geldt Speech VNG-voorzitter Jorritsma Rob, 25 november 2013 Hartelijk dank aan de Raad voor het Openbaar Bestuur voor dit advies over de relatie tussen decentrale overheden en Europa.
InterprovinciaalOverleg
Herengracht 23 Postbus 16107 2500 Be Den Haag telefoon (070) 888 12 12 fax (070) 888 12 80 www.ipo.nl Aan de minister van Infrastructuur en Milieu, mevrouw drs. M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 36912 29 december 2014 Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 18 december 2014, CZW/S&B
9 Europese regelgevende agentschappen
9 Europese regelgevende agentschappen Bij de uitvoering van Europese regelgeving spelen in toenemende mate Europese regelgevende agentschappen een belangrijke rol. Het gaat daarbij om organen die los staan
Prof drs. J. Wallage, voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties De heer mr. P.H. Dormer Postbus 20011 2500 EA Den Haag Datum 12 november 2010 Inlichtingen bij Kees Breed Bijlagen l Uw kenmerk Doorkicsnummer
Samen werken aan goed openbaar bestuur
Samen werken aan goed openbaar bestuur SAMEN WERKEN AAN GOED OPENBAAR BESTUUR Gemeenten, provincies, waterschappen, het Rijk, de EU en hun samenwerkingsverbanden vormen samen het openbaar bestuur in ons
BRG. De Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid,
Instellingsbesluit voor de instelling van een dagelijks bestuur van de Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-overheid, van de Programmaraad e-overheid voor Burgers en van de Programmaraad Stelsel
(070) 373 8393. Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad. Samenvatting. informatiecentrum tel. ons kenmerk BAOZW/U201300267 Lbr.
Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Archiefconvenant; wijzigingen in de Archiefwet en -regelgeving Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk BAOZW/U201300267
Bestuursakkoord 2011-2015. Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Rijk
Bestuursakkoord 2011-2015 Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Rijk Bestuursakkoord 2011-2015 1. Preambule Een krachtige, kleine en dienstverlenende
Samenwerkingsprotocol
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische
Bestuursafspraken 2011-2015. Rijk, IPO, VNG, UvW
Bestuursafspraken 2011-2015 Rijk, IPO, VNG, UvW Voorwoord Nederland staat voor een grote uitdaging: het op orde krijgen van de overheidsfinanciën, gecombineerd met het versterken van de economie. Rijk,
VERORDENING CLIENTENPARTICIPATIE HALTE WERK GEMEENTE HEERHUGOWAARD
VERORDENING CLIENTENPARTICIPATIE HALTE WERK GEMEENTE HEERHUGOWAARD Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Het bestuur: het bestuur van Halte Werk.
Verordening cliëntenparticipatie adviesraad sociaal domein Ede 2015.
De raad van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; gelet op artikel 47 van de Participatiewet artikel 2.1.3, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning
Samenwerkingsprotocol. Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische
Adviesgroep Informatievoorziening. Omgevingswet. Erna Roosendaal
Adviesgroep Informatievoorziening Omgevingswet Erna Roosendaal Inhoud De Omgevingswet Impact gemeenten Governance model Omgevingsplan versus bestemmingsplan Invoeringsondersteuning Eerste resultaten impactanalyse
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 290 Besluit van 16 juli 2014, houdende wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in verband met de rapportageverplichting
STAND VAN ZAKEN STORM, 15 januari 2011
STAND VAN ZAKEN STORM, 15 januari 2011 Afgelopen vrijdag, 14 januari 2011, is er in Amersfoort een klankbordgroep bijeen geweest. (De klankbordgroep bestaat uit dijkgraven, DB-leden, secr.- directeuren
Doe mee en test je kennis. Stuur je antwoorden naar mij en ik informeer je over de scoren.
Quiz over politiek, Europa en staatsrechtelijke spelregels Toelichting In de periode 2008-2010 werkte ik als staatsrechtjurist binnen het projectteam versterking Grondwet bij het Miniserie van BZK. Dit
de hierna volgende Verordening cliëntenparticipatie Halte Werk gemeente Langedijk 2015 vast te stellen.
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Langedijk. Nr. 58371 30 juni 2015 Verordening cliëntenparticipatie Halte Werk gemeente Langedijk 2015 De raad van de gemeente Langedijk gelezen het voorstel
Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit
Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere taken van gemeenschappelijk
ons kenmerk ECFE/U201401021 Lbr. 14/036
Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Rapport Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten Samenvatting uw kenmerk ons kenmerk ECFE/U201401021
Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. Overeenkomst inzake de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid
Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid Overeenkomst inzake de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid Versie geldig vanaf 01 februari 2003 De minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Onderwijs,
Strategie Waterschappen Zuid Holland Aart Haitjema / 10 mei 2011
Strategie Waterschappen Zuid Holland Aart Haitjema / 10 mei 2011 Basis documenten/ rapporten: Nota Toezicht op waterschappen Provincie Zuid Holland, 27 april 2010 Bestuursakkoord Water 2011 Concept Rapport
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 300 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2016 Nr. 11
Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit
Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere
Kennis ontwikkelen en kennis delen voor het omgevingsbeleid
Kennis ontwikkelen en kennis delen voor het omgevingsbeleid Ruimteconferentie Workshop 11 21-05-2013 Jeannette Beck, Lia van den Broek, Olav-Jan van 1 Inhoud presentatie Context Kennis en decentralisatie
informatiecentrum tel. uw kenmerk bijlage(n) (070) 373 8393 - Lbr. 14/086
Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. uw kenmerk bijlage(n) (070) 373 8393 - betreft ons kenmerk datum Voortgang informatieveiligheid ECLBR/U201402103 Lbr. 14/086 19 november
Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet, Wmo en Jeugdwet gemeente Kampen
Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet, Wmo en Jeugdwet gemeente Kampen Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Organisatie Organisatietype Officiële naam regeling Citeertitel Vastgesteld
Bestuursakkoord 2011-2015. Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Rijk
Bestuursakkoord 2011-2015 Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en Rijk Bestuursakkoord 2011-2015 1. Preambule Een krachtige, kleine en dienstverlenende
Duurzaam Inkopen. Ric Hettinga. Programmadirectie Duurzaam Inkopen. Ministerie van VROM
Duurzaam Inkopen Ric Hettinga Programmadirectie Duurzaam Inkopen Ministerie van VROM Wat is duurzaamheid? Relevante concepten: People, planet, profit Cradle to cradle (C2C) Duurzame bedrijfsvoering Wat
College van Burgemeester en wethouders gemeente Tynaarlo
College van Burgemeester en wethouders gemeente Tynaarlo Vergadering d.d. Agendapunt: 20 november 2018 Zaaknummer: 534361 Portefeuillehouder : J. Gopal Openbaar Besloten : R.A. Kraaijenbrink Team : Maatschappij
