Inleiding/doel. 1. De Rijkscoördinatieregeling
|
|
|
- Gijs Janssen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Voorbereidings-/achtergrondnotitie over inzet van de Rijkscoördinatieregeling voor het beoogde windmolenpark N33 in de gemeenten Veendam en Menterwolde. Ten behoeve van bestuurlijk overleg 6 januari 2011 Opgesteld door: Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) in overleg met Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) Aan: Participanten in Bestuurlijk overleg van 6 januari 2011 Inleiding/doel Deze notitie gaat over de toepassing van de Rijkscoördinatieregeling (RCR) op het voornemen tot realisatie van een windenergieproject in de gemeenten Veendam en Menterwolde aan beide zijden van de Rijksweg N33 met een omvang van ca. 120 MW (hierna windproject N33). - De notitie beoogt allereerst om inzicht te geven in de werking van RCR voor grootschalige windenergieprojecten. Wij denken dat het voor een goede discussie van belang is dat alle betrokken partijen zich bewust zijn van de verplichtingen, mogelijkheden en procedures die volgen uit de wetsteksten. Paragraaf 1 gaat hier nader op in. - De notitie vervolgt met een korte beschrijving van het initiatief (paragraaf 2) - Daarna wordt kort ingegaan op de visie van het Rijk (paragraaf 3). - De notitie besluit met een nadere uitwerking van het wettelijk kader, het op basis daarvan te doorlopen proces en de terzake mogelijke afspraken, zoals wij die thans voor ogen hebben. Voorafgaand daaraan wordt de vraag opgeworpen of en in hoeverre er bereidheid is om het RCR-proces binnen de grenzen van de wet gezamenlijk te doorlopen en in hoeverre er binnen deze wettelijke kaders (anders dan genoemde) samenwerkingsmogelijkheden zijn te bedenken paragraaf 4). 1. De Rijkscoördinatieregeling De Rijkscoördinatieregeling heeft als voornaamste doel om ruimtelijke procedures en processen voor projecten met een landelijk belang te versnellen door een aantal bevoegdheden op een hoger bestuurlijk niveau (i.c. het Rijk) te leggen. Hieronder gaan wij in op de relevante wettelijke bepalingen en wat dit betekent voor het onderhavige windinitiatief. In artikel 9b, eerste lid van de Elektriciteitswet 1998 is bepaald dat de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is op windenergieprojecten met een vermogen van tenminste 100 MW. Hieruit volgt dat een (Rijks)inpassingsplan wordt vastgesteld en dat de voorbereiding en bekendmaking daarvan wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van op aanvraag of ambtshalve te nemen besluiten. Het bovenstaande betekent dat de Rijkscoördinatieregeling automatisch (van rechtswege) van toepassing is op windprojecten van 100 MW of groter 1, en dus ook op het onderhavige initiatief voor de realisatie van het windpark N33, zodat voor dit project in beginsel een Rijksinpassingsplan zal worden gemaakt. In het derde lid van artikel 9b is bepaald dat de producent/initiatiefnemer zo spoedig mogelijk een voornemen tot de aanleg van een productie-installatie moet melden bij de minister van EL&I. Dat is gebeurd met een brief van 21 oktober jl. van de initiatiefnemers aan de minister van EL&I 1 Alleen in geval niet te verwachten is dat toepassing van de RCR tot versnelling leidt of daaraan andere aanmerkelijke voordelen verbonden zijn kan de minister van EL&I besluiten om (onderdelen van) de RCR niet toe te passen. Gelet op de doelstelling van de RCR ligt uiterste terughoudendheid bij de toepassing van deze bevoegdheid in de rede. Alleen als met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vooraf kan worden vastgesteld dat inzet van de RCR niet tot versnelling leidt in het bijzonder wanneer de gemeente ten volle bereid is een bestemmingsplanprocedure te doorlopen en nauwelijks maatschappelijk weerstand te verwachten is - kan worden overwogen om (onderdelen van) de RCR niet toe te passen. 1
2 (bijgevoegd), in reactie waarop de minister van EL&I met een brief van 8 november (bijgevoegd) heeft aangegeven dat de RCR van toepassing is 2. De RCR bestaat uit twee modules: Planologische module: De minister van EL&I is samen met de minister van I&M verantwoordelijk voor het nemen van een ruimtelijk besluit middels het (Rijks)inpassingsplan. Het inpassingsplan komt in de plaats van het bestemmingsplan. De ruimtelijke besluitvorming komt hiermee dus op Rijksniveau te liggen. Uitvoeringsmodule: De voor het project benodigde vergunningen worden door het Rijk gecoördineerd. De betrokken overheden blijven zelf inhoudelijk verantwoordelijk voor het nemen van de besluiten. De minister van EL&I coördineert echter de procedure, wat in het bijzonder inhoudt dat hij de beslistermijnen bepaalt en ook zorgt voor de praktische aspecten (bundeling beroepsmomenten en terinzagelegging etc.). Doel hiervan is het besluitvormingsproces voorafgaande aan de projectrealisatie te versnellen. Indien dat nodig blijkt kan het Rijk overigens wel de beslissingsbevoegdheid van een bestuursorgaan overnemen en zelf een besluit nemen. Net als een bestemmingsplan moet het inpassingsplan voldoen aan het vereiste van goede ruimtelijke ordening. Er moet dus zorgvuldig worden onderzocht of een goede ruimtelijke inpassing mogelijk is. Dit geschiedt onder meer middels een MER-procedure en in nauw overleg met betrokken gemeenten, provincie en (o.m. via inspraak) andere belanghebbenden. In tegenstelling tot een normaal proces betekent toepassing van de RCR echter wel dat weliswaar zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met lokale en regionale belangen en afwegingen, maar dat daarnaast het nationale (ruimtelijke) beleid een zwaar gewicht toekomt. Een en ander neemt niet weg dat het Rijk altijd streeft naar een inpassingsplan dat binnen de doelstellingen van de RCR zoveel mogelijk op maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak kan rekenen. Zie voor nadere informatie over de RCR bijgevoegde informatiesheet. 2. Initiatief voor het windpark N33 en status Zoals gezegd is het project aangemeld met een brief van 21 oktober Het gaat om een project dat afhankelijk van de nog te kiezen configuratie een totale omvang heeft van ca. 120 MW. Gelet op het feit dat dit initiatief een omvang van meer dan 100 MW heeft is de RCR conform de bepaling van artikel 9b van de Elektriciteitswet 1998 van toepassing op dit project. Bijgevoegd is een korte omschrijving van het project door de initiatiefnemer. 3. De visie van het Rijk, de Provincie Groningen en de Gemeenten Veendam en Menterwolde in vogelvlucht. A. Rijk Toepassing van windenergie op land is noodzakelijk om de nationale energie- en klimaatdoelstellingen te halen. Met de presentatie van de contouren van de SDE+ 3, stelt het kabinet niet langer concrete doelstellingen per duurzame energietechnologie. De kabinetsdoelstelling voor duurzame bedraagt 14 duurzame energie in 2020 en is daarmee gelijk aan de Nederlandse taakstelling in de EU-richtlijn Hernieuwbare Energie. Het kabinet kiest ervoor om deze doelstelling met de goedkoopste opties in te vullen. Wind op land behoort samen met grootschalige biomassa-bijstook en groen gas tot de goedkoopste technieken en zal een grote bijdrage aan de realisatie van de doelstelling moeten leveren. Alhoewel het kabinet dus geen concrete wind-doelstelling heeft is een behoorlijke hoeveelheid wind wel nodig om doelstelling te halen. Het is niet onrealistisch om, gegeven het beschikbare budget, daarbij ten minste 6000 MW wind op land in heel Nederland te veronderstellen. 2 Het gaat hier niet om een apart besluit, maar om een bevestiging dat de in de wet vastgelegde regeling van toepassing is. 3 Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (subsidieregeling voor duurzame energie) 2
3 Daarom kunnen bij het zoeken naar geschikte locaties niet op voorhand bepaalde regio s of provincies buiten beschouwing worden gelaten. Vanzelfsprekend zal daarbij wel rekening moeten worden gehouden met een goede ruimtelijke ordening op nationaal en lokaal niveau. Een gedegen MER is daarbij een belangrijke input. Mede in dit licht is in de Elektriciteitswet bepaald dat de hiervoor toegelichte RCR van toepassing is op windenergieprojecten groter dan 100 MW. Verder heeft het Ministerie van I&M een ambtelijke notitie opgesteld genaamd Concept Ruimtelijk Perspectief Wind op Land. In dit concept dient de ruimtelijke inpassing van grootschalige windenergieprojecten plaats te vinden in tien concentratiegebieden, die daarvoor zeer geschikt zijn. In deze gebieden is in principe voldoende ruimte om grote windparken van meer dan 100 MW per park te situeren. Het gaat om de volgende gebieden: Noordoost Groningen, de Veenkoloniën, het Westen van Friesland, de Kop van Noord-Holland, het IJsselmeer/Markermeer, Flevoland, Regio Rotterdam, Goeree-Overflakkee, West Noord-Brabant en Zeeland. Het totaal van de ruimte in deze concentratiegebieden is in principe voldoende om bovengenoemde 6000 MW in 2020 te realiseren. Het Ruimtelijk Perspectief zal uiteindelijk moeten leiden tot vaststelling van een nationale ruimtelijke visie. Het vormt een bouwsteen voor planologische beleidsvorming en uitwerking op het vlak van duurzame energie en ruimte. Over de uitvoerbaarheid worden verschillende voorstellen voor vervolgstappen gedaan. De provincie Groningen heeft in het verleden aangegeven ruimte te willen scheppen voor minimaal 750 MW wind op land. De locatie voor het windpark N33 is op basis van deze afspraken dus noodzakelijk naast de invulling van windenergie in de zgn. concentratiegebieden. Momenteel wordt ook in het Veenkoloniaal gebied van Drenthe, (concentratiegebied in het kader van het conceptruimtelijk perspectief windenergie) een grootschalig windpark voorbereid. Gezien de ligging van beide parken in elkaars nabijheid is de landschappelijke inpassing van beide parken een gemeente/provinciegrensoverschrijdende aangelegenheid die de nodige aandacht behoeft. 4. Het wettelijk kader, het op basis daarvan te doorlopen proces en de binnen het wettelijk kader te maken/mogelijke afspraken. A. Wettelijk kader Hierboven werd geconstateerd dat de RCR van toepassing is op het onderhavige initiatief. Uit de wet vloeien dan een aantal te doorlopen processtappen voort. Allereerst is het van belang om vast te stellen dat de wet voor het onderhavige grootschalige windinitiatief voorschrijft dat de MER-procedures ten behoeve van het MER-plichtige besluit (vergunning) en het inpassingsplan gecombineerd en gelijktijdig moeten worden doorlopen en ook dat in beginsel één gecombineerd MER wordt gemaakt (zie artikel 7.35, zesde lid van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 14.4b van de Wet milieubeheer). Kortheidshalve wordt het bovenstaande hierna aangeduid met de term combinatieprocedure. In de combinatieprocedure spelen in de praktijk drie partijen een rol: 1) De initiatiefnemer deze zou auteur zijn van het MER als er alleen een besluit-mer voor de vergunning zou worden gemaakt, en is dus auteur van dit deel van het MER. 2) EL&I & I&M deze zouden auteur (en bevoegd gezag) zijn van het MER als er alleen een plan- MER voor het inpassingsplan zou worden gemaakt, en is dus auteur én bevoegd gezag voor dit deel van het MER. 3) Het bevoegd gezag voor de MER-plichtige vergunning deze zou het bevoegd gezag zijn voor de MER-procedure als er alleen een besluit-mer voor de vergunning zou worden gemaakt, en blijft voor dat deel ook bevoegd gezag. B. De (wettelijke) processtappen en de binnen het wettelijk kader mogelijke onderlinge afspraken. Zoals hierboven reeds gesignaleerd hebben de verschillende bestuurlijke lagen (Gemeente, Provincie en Rijk) in de wet neergelegde bevoegdheden en rollen. Tevens bestaat de mogelijkheid om aanvullende afspraken te maken. We benadrukken dat dergelijke afspraken niet in de plaats van de wet kunnen komen en daar vanzelfsprekend ook niet mee in strijd kunnen zijn. Ook indien het onverhoopt niet mogelijk zou 3
4 zijn om aanvullende afspraken te maken blijft de RCR en het daaruit voortvloeiende proces onverkort van toepassing. Alvorens nader in te gaan op de verschillende processtappen en de mogelijke afspraken is het van belang om allereerst vast te stellen of er bij gemeente en provincie een bereidheid tot samenwerking bestaat. Beslispunt: Voorgesteld wordt dat Rijk, Provincie en Gemeente het hierna beschreven RCR-proces binnen de grenzen van de wet zoveel mogelijk gezamenlijk doorlopen en daarover nadere afspraken (zie hieronder) met elkaar maken. Tevens wordt voorgesteld om de nadere uitwerking van de afspraken (procedure, planning) in een startoverleg op ambtelijk niveau te laten plaats vinden. Organisatorisch zou de samenwerking in de vorm van een stuurgroep met één of meer werkgroepen kunnen worden gegoten. Hieronder worden de verschillende stappen en actoren in de eerste fase van het proces opgesomd. Daarbij wordt vetgedrukt aangegeven waar nadere afspraken tussen de verschillende betrokken partijen gewenst en/of mogelijk zijn. Het is over het algemeen zinvol om af te spreken dat de formele processtappen, zoals kennisgevingen, door één der bevoegde gezagen (bijvoorbeeld het Rijk) mede namens anderen worden gedaan (uiteraard na voorafgaande instemming met de andere bevoegde gezagen). 1. Startnotitie MER voorafgaand aan formele start voorleggen De Startnotitie MER zal in het proces ter inzage worden gelegd en zal ook aan de wettelijk verplichte adviseurs worden voorgelegd (zie de stappen hierna). In die formele adviesronde zal de startnotie ook aan gemeente en provincie worden voorgelegd, maar voorgesteld wordt om voorafgaand aan de start van het formele traject (zie punt 2) een informele commentaarronde te hebben, zodat iedereen zich kan vinden in de startnotitie voorafgaand aan de terinzagelegging. Afspraak 1: Voorgesteld wordt om de startnotitie MER in een informele ronde te laten becommentariëren door provincie en gemeente. 2. (Daadwerkelijke) start proces met mededeling door initiatiefnemer. Het RCR-proces is formeel reeds gestart met de in paragraaf 1 genoemde melding door de initiatiefnemer bij de minister van EL&I. Echter met een mededeling door de initiatiefnemer aan in dat geval B & W van de gemeenten Veendam en Menterwolde 4 van het voornemen om een aanvraag te doen voor een MER-plichtig besluit treden in de wet vastgelegde besluitvormingstermijnen in werking. Daarom is het van belang dat dit startmoment vooraf goed wordt besproken en afgestemd tussen initiatiefnemer, gemeente en provincie. Afspraak 2: Voorgesteld wordt om het startmoment in onderling overleg vast te stellen 5. Dit kan worden gecombineerd met de commentaarronde genoemd onder stap Kennisgeving door bevoegde gezagen B & W is wettelijk verplicht om openbaar kennis te geven van het aan hen gemelde voornemen (Art. 7.27, lid 3 Wm). EL&I is tevens verplicht kennis te geven van haar voornemen een MERplichtig plan voor te bereiden (Art. 7.9 Wm). Omdat de combinatieprocedure van toepassing is moet de gemeentelijke kennisgeving 4 Gelet op het feit dat het transformatorstation deel uitmaakt van de vergunningplichtige installatie en gelet op Bijlage I, onderdeel C, 20.5 van het Besluit omgevingsrecht wordt gedeputeerde staten in plaats van B & W het bevoegd gezag indien het transformatorstation een vermogen van 200 MVA of meer heeft. Wij gaan er in de eerste fase van het proces van uit dat B & W bevoegd gezag zijn. Dit kan mogelijk in een later stadium wijzigen. 5 Dit impliceert niet dat het mogelijk is om geen startmoment vast te stellen. Aangezien de RCR mikt op versnelling van het besluitvormingsproces zal het startmoment ook op redelijk korte termijn moeten worden vastgesteld. 4
5 gelijktijdig plaatsvinden met de kennisgeving door EL&I van het voornemen om een MERplichtig (inpassings)plan op te stellen 6. Alhoewel niet verplicht ligt het in de combinatieprocedure voor de hand dat één kennisgeving wordt gedaan door of namens de betrokken bevoegde gezagen (B & W, EL&I en I&M). Afspraak 3: Voorgesteld wordt om de kennisgeving door het Rijk (de facto: EL&I), mede namens B &W te doen. 4. Terinzage-legging van stukken (incl. startnotitie MER) en gelegenheid tot kenbaar maken van zienswijzen. In de kennisgeving wordt o.m. vermeld dat stukken openbaar zullen worden gemaakt, dat er gelegenheid wordt geboden zienswijzen naar voren te brengen, welke onafhankelijke instanties om advies wordt gevraagd en dat een passende beoordeling wordt gemaakt. Het gaat hierbij om een combinatie van de eisen die bij de plan-mer- en de uitgebreide besluit-mer-procedure aan de kennisgeving worden gesteld. Alhoewel niet verplicht is het gewenst dat met de kennisgeving een startnotitie MER ter inzage wordt gelegd. Het is zinvol dat de inhoud van deze startnotitie vooraf goed wordt afgestemd (zie processtap 1 hierboven) 7. Afspraak 4: Voorgesteld wordt om de terinzagelegging te laten doen door het Rijk. Daarbij zal de startnotitie MER fysiek op (een aantal) nader te bepalen lokaties ter inzage worden gelegd. 5. Raadpleging van in de wet genoemde adviseurs Het bevoegd gezag raadpleegt de adviseurs en bestuursorganen die bij de voorbereiding van het plan moeten worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau (artikel 7.8 en artikel 7.27, tweede lid, Wm). Het is wettelijk niet verplicht dat het hier om een gezamenlijke raadpleging door het bevoegd gezag voor het besluit (B & W) en het bevoegd gezag voor het plan (EL&I/I&M) gaat, maar het lijkt praktischer dat één bevoegd gezag namens de andere zorg draagt voor raadpleging van alle adviseurs en bestuursorganen 8. De initiatiefnemer heeft hier overigens geen formele rol in. Afspraak 5: Voorgesteld wordt om EL&I, mede namens B & W zorg te laten dragen voor de raadpleging van de in de wet genoemde adviseurs. 6. Organisatie van informatie-avonden Voor het raadplegings- en zienswijzetraject is wettelijk 6 weken uitgetrokken. In die weken zullen ook informatie-avonden worden georganiseerd. Daarbij zullen in ieder geval de initiatiefnemer en EL&I/I&M in informele sfeer zoveel mogelijk informatie over project en proces verstrekken aan iedere belangstellende. Bij de meeste RCR projecten wordt er in de regel een inloopavond georganiseerd waarbij er een infomarkt is. De ervaring is dat dit goed werkt. Graag horen wij of provincie en/of gemeente ook een rol willen spelen in het communicatietraject. Dat hoeft zich natuurlijk niet te beperken tot de hier genoemde informatie-avonden. Hier kunnen later nadere afspraken over worden gemaakt. Wel willen wij benadrukken dat we een dergelijke rol graag zien. Provincie en gemeente staan immers dichter bij de lokale bevolking dan de Rijksoverheid. 7. Vaststellen van een definitieve notitie reikwijdte en detail. In de definitieve notitie reikwijdte en detail zullen de resultaten van de raadpleging worden verwerkt. Alhoewel niet verplicht achten wij het van belang dat we zoveel mogelijk streven naar één door alle partijen gedragen notitie reikwijdte en detail. Het is echter ook mogelijk dat er twee afzonderlijke notities reikwijdte en detail worden opgesteld (voor het besluit-mer-deel 6 Hierboven is reeds aangegeven dat de RCR van toepassing is en dat dit impliceert dat een inpassingsplan moet worden voorbereid. 7 De kennisgeving zelf is wel verplicht, maar in de wet zijn geen vormvereisten opgenomen. 8 Wie de betrokken adviseurs en bestuursorganen zijn, volgt in elk geval uit artikel Bro en artikel 3.28, eerste lid, Wro. Het zijn in de regel in elk geval alle overheden die een besluit nemen in het kader van het project (gemeenten, provincies, waterschappen, andere ministeries, ProRail), gemeenteraden en provinciale staten, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (wettelijk adviseur), de directeur Regionale Zaken van het ministerie van LNV (wettelijk adviseur), de VROM Inspectie (wettelijk adviseur). Alhoewel niet verplicht wordt ook de commissie MER in dit stadium om advies gevraagd. Op basis van Wm heb je weer andere adviseurs nodig die je i.h.k.v. Wm vergunning moet raadplegen (Nea, adviescommissie provincie, ) 5
6 door de initiatiefnemer, gehoord het advies van B & W, en voor het plan-mer-deel door EL&I/I&M). In dat geval zullen er dan ook 2 verschillende MER rapporten worden opgesteld. In dit stadium is het nog te vroeg om hier nadere afspraken over te maken. 8. De hiernavolgende stappen betreffen het opstellen van het MER, het ontwerp-inpassingsplan en de ontwerp-vergunning, de ter-inzagelegging van- en inspraak op deze stukken, het advies van de commissie MER en de uiteindelijke besluitvorming. In deze fase is het nog te vroeg om concrete afspraken over inbreng, betrokkenheid en proces te maken. 6
7 Bijlage: Plangebied windinitiatief N33 7
Waarom windenergie op land?
Waarom windenergie op land? Steeds meer schone energie Het Rijk kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Basis vormt de Europese doelstelling van 14% duurzame
Waarom windenergie (op land)?
Waarom windenergie (op land)? Steeds meer schone energie Dit kabinet kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Evenwichtige energiemix Om dit doel verantwoord
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag
Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum Geheim. 28 oktober 2014 J j OKF ZOU
5 -minuten versie voor Provinciale Staten provincie HOLLAND Directie DLB Afdeling Samenleving en Economie Registratienummer 489015306 {DOS-2007-0015748) Datum vergadering Gedeputeerde Staten Verzenddatum
RCR en PCR, nu en straks: do s en don ts
RCR en PCR, nu en straks: do s en don ts Aaldert ten Veen, Stibbe en Harm Borgers, AT Osborne 12 juni 2015 Wie zijn wij? Harm Borgers Directeur AT Osborne Legal Practice areas Omgevingsrecht Strategievorming
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 42535 24 juli 2017 Besluit van de Minister van Economische Zaken tot toepassing van de Rijkscoördinatieregeling ten behoeve
Onderwerp Brief van Provincie Zuid-Holland over windenergie A44-zone - Ter kennisname
BESLUIT OPSCHRIFT Vergadering van 15 oktober 2013 nummer: 2013_BW_00638 Onderwerp Brief van Provincie Zuid-Holland over windenergie A44-zone - Ter kennisname Beknopte samenvatting Het college wordt voorgesteld
Nieuwe hoogspanningsverbinding vanuit Borssele. Zuid West
Zuid West Nieuwe hoogspanningsverbinding vanuit Borssele De ministeries van Economische Zaken en VROM werken samen met TenneT TSO B.V. aan de Zuid-West 380 kv-verbinding. De landelijk netbeheerder TenneT
Vraag en antwoord windmolens in de gemeente Dronten
Vraag en antwoord windmolens in de gemeente Dronten Waarom worden er windmolens geplaatst in Dronten? De realisatie van grootschalige windenergie op land is een belangrijke bouwsteen in de nationale opgave
Gemeente f Bergen op Zoom
Gemeente f Bergen op Zoom VooMegger _ I Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Portefeuillehouder(s) Contactpersoon Afdeling Contactpersoon Email Contactpersoon Telefoon Programmanummer en -naam : Coördinatiebesluit
Aan de Raad. Uw raad heeft zich tot nu toe (formeel) niet uitgesproken inzake windmolens langs de N33.
Aan de Raad. No. : 6/8. Muntendam : 9 september 2005 Onderwerp : Startnotitie MER Windpark N33 --------------------------------------- Inleiding Aanleiding Op 7 april 2005 heeft Blaaswind BV de startnotitie
Bijlage 1 - Stand van zaken windparken in ontwikkeling
Bijlage 1 - Stand van zaken windparken in ontwikkeling Hieronder wordt per windpark weergegeven wat de algemene stand van zaken is. Het windpark dat het verst in procedure is staat bovenaan in deze lijst.
: Coördinatieregeling ruimtelijke besluiten. Beslispunt(en): 1. De coördinatieverordening Wro gemeente Woensdrecht vaststellen
Voorstel aan de Raad Onderwerp : Coördinatieregeling ruimtelijke besluiten Raadsvergadering : 26 juni 2013 Agendapunt : Portefeuillehouder : A.Th.S. van der Wijst Datum : 14 mei 2013 Bestuurlijk kader
Raadsvoorstel Start m.e.r.-procedure windpark Spinder
150714-44-RUI-01 Raadsvoorstel start MER procedure Spinder_crdv 1 Raadsvoorstel Start m.e.r.-procedure windpark Spinder Aanleiding Stichting MOED heeft een verzoek om herziening van het bestemmingsplan
3. Coöperatie Windgroep Goeree-Overflakkee, namens deze Arjan van der Tol, handelend als voorzitter, hierna te noemen: Windgroep.
Wind Werkt voor Goeree-Overflakkee Samenwerkingsovereenkomst Partijen: 1. Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland, handelend als bestuursorgaan, namens deze de gedeputeerde voor Economie, Ruimte
Tracéwet en Wro procedure voor MIRT-projecten MIRT 1
Enkelzijdig_Voorzijde MIRT 1 uitmondend in een Rijksinpassingsplan (*0) op basis de WET RUIMTELIJKE ORDENING omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen of in werking hebben van een m.e.r.- plichtige
MEMO AAN DE GEMEENTERAAD
MEMO AAN DE GEMEENTERAAD Aan T.a.v. Datum Betreft Van Ons kenmerk Bijlagen De gemeenteraad - 5 april 2011 Beantwoorden VVDvragen van 17 feb. ivm VObplan Groene Kruisweg-metrogebied. 96087 Het college Controller
Regionale Energie- en Klimaatstrategieën. Lianne Barnhoorn en Iman Brinkman
Regionale Energie- en Klimaatstrategieën Lianne Barnhoorn en Iman Brinkman Houtzaagmolenseminar 24 januari 2019 Programma Wat is de RES? Proces van de RES Doorwerken in ruimtelijke instrumenten Juridische
Intentieovereenkomst Windpark Zeewolde
Intentieovereenkomst Windpark Zeewolde Partijen: 1. De Minister van Economische Zaken, de heer H.G.J. Kamp, handelend in zijn hoedanigheid van bestuursorgaan, hierna te noemen: EZ; 2. De Minister van Infrastructuur
Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt
Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Besluit tot coördinatie procedures Ressen/Bouwmarkt Programma Stedelijke ontwikkeling Portefeuillehouder B. Velthuis Samenvatting De initiatiefnemer van de realisatie
Procedure coördinatieregeling Wro
Procedure coördinatieregeling Wro Mogelijkheid: tot coördinatie van alle besluiten die nodig zijn voor een ruimtelijk project in één procedure tot en met het beroep bij de rechter. Twee coördinatiemogelijkheden:
Omgevingsvergunning aanleg hoogspanningsverbinding Doetinchem-Wesel 380 kv, mast 3 nummer
Omgevingsvergunning aanleg hoogspanningsverbinding Doetinchem-Wesel 380 kv, mast 3 nummer 2015.0494 Aanvraag Op 16 juli 2015 is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend door TenneT TSO B.V. ten
Factsheet van de nationale, provinciale en lokale beslismomenten van windparken in de Veenkoloniën
Factsheet van de nationale, provinciale en lokale beslismomenten van windparken in de Veenkoloniën 2008 In 2008 is het Nationaal Plan van Aanpak Windenergie opgesteld als uitwerking van het coalitieakkoord
Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Brielle
Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Brielle Partijen: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, vertegenwoordigd door gedeputeerde de heer J.F. Weber, daartoe
Concept Ruimtelijk Perspectief Windenergie op Land
Concept Ruimtelijk Perspectief Windenergie op Land 3 februari 2010 Inhoudsopgave 1. Aanleiding, doel en aanpak 2. Waar wél; concentratiegebieden 3. Waar niét: vrijwaringsgebieden i 4. Overig Nederland
Bestemmingsplan 1e partiële herziening BP Oosteindsepolder en Warmoeziersweg (caravanstalling Oosteindseweg 155b)
Bestemmingsplan 1e partiële herziening BP Oosteindsepolder en Warmoeziersweg (caravanstalling Oosteindseweg 155b) 29 juli 2014 ontwerp Gemeente Lansingerland Bestemmingsplan 1e partiële herziening BP
Vraag- en antwoordlijst Windenergie op Goeree-Overflakkee Aanleiding
1 Vraag- en antwoordlijst Windenergie op Goeree-Overflakkee Versie: 25 april 2013 Opgesteld door: Windgroep Goeree-Overflakkee, gemeente Goeree-Overflakkee en provincie Zuid-Holland Aanleiding Waarom zijn
WEIGERING OMGEVINGSVERGUNNING. ENGIE t.a.v. de heer O. Keet Postbus GB Zwolle. Betreft: Weigering omgevingsvergunning (ontwerp)
Bezoekadres Ebbehout 31 1507 EA Zaandam ENGIE t.a.v. de heer O. Keet Postbus 10087 8900 GB Zwolle Postbus 209 1500 EE Zaandam www.odnzkg.nl Betreft: Weigering omgevingsvergunning (ontwerp) Datum aanvraag:
STARTNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE AARDGASTRANSPORTLEIDING NORG-GRONINGEN (NORGRON)
Inspraakreacties op STARTNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORTAGE AARDGASTRANSPORTLEIDING NORG-GRONINGEN (NORGRON) Inspraakpunt Bureau Energieprojecten Postbus 223 2250 AE VOORSCHOTEN www.bureau-energieprojecten.nl
ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan "Motorcrossterrein Arnhem"
Aan de gemeenteraad Documentnummer 2015.0.101.295 Zaaknummer 2015-07-00870 ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan "Motorcrossterrein Arnhem" Voorstel 1. Gewijzigd vast te stellen het bestemmingsplan "Motorcrossterrein
Voorstel raad en raadsbesluit
Voorstel raad en raadsbesluit Gemeente Landgraaf Documentnummer: B.18.1594 *B.18.1594* Landgraaf, 11 september 2018 ONDERWERP: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor een zonnepark in Abdissenbosch
Bestuursopdracht. Centrumvisie
Bestuursopdracht Centrumvisie Bestuursopdracht Centrumvisie Opdrachtgever: Auteur: gemeente Scherpenzeel afdeling Ruimte en Groen W. Hilbink/W.Algra Datum: 2 december 2014 Centrumvisie Scherpenzeel -1-
Foech ried/kolleezje De raad stelt bestemmingsplannen vast. Het college is verantwoordelijk voor de voorbereiding.
Riedsútstel Informatiecarrousel : 18 oktober 2012 Status : Informerend Agindapunt : 5 Portefúljehâlder : J. Lammers Amtner : mw. M. Streefkerk Taheakke : Bijlage 1 Procedurevarianten bestemmingsplannen
b e s l u i t : Pagina 1 van 7 Nr: De raad van de gemeente Barneveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr.
Nr: 13-13 De raad van de gemeente Barneveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, nr. 13-13; gelet op artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening (Wro); b e s l u i t : vast te stellen de volgende:
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 112 28 januari 2016 Voorbereidingsbesluit kavel II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid), Ministerie van Economische
RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 4
RAADSBIJEENKOMST LELYSTAD SESSIE 4 Datum: 13 maart 2012. Deelsessie: 19.55 20.45 uur in de Calamiteitenzaal Doel: Beeldvorming. Onderwerp: Standpunt ontwikkeling windpark Markermeer. Toelichting: Door
Windpark De Drentse Monden en Oostermoer
Windpark De Drentse Monden en Oostermoer Nederland stapt over op duurzame energie. Dit is nodig om klimaatverandering tegen te gaan en minder afhankelijk te worden van energie uit het buitenland. Windenergie
Beleidsnota projectbesluit / partiële herziening bestemmingsplan. Gemeente Wijk bij Duurstede
Beleidsnota projectbesluit / partiële herziening bestemmingsplan Gemeente Wijk bij Duurstede Status: Ontwerp Afdeling: SBP Opgesteld door: Jacco de Feijter Datum: 20 februari 2009 Inleiding Op 1 juli 2008
Omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning wordt verleend overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte documenten.
Omgevingsvergunning Poststuknummer: DA00079369 Burgemeester en wethouders hebben op 30 juni 2016 een aanvraag omgevingsvergunning ontvangen en in behandeling genomen voor het bouwen van 14 woningen op
AGENDAPUNT voor burgemeester en wethouders
AGENDAPUNT voor burgemeester en wethouders Nummer: Datum vergadering: 02-11-2010 Onderwerp: Gevallen waarin geen verklaring van geen bedenkingen is vereist. Conceptbesluit: Samenvatting: Bijlagen: De raad
Houten, 17 februari Geachte leden van het rondetafelgesprek,
Houten, 17 februari 2015 Geachte leden van het rondetafelgesprek, Inleiding Mijn naam is Ruben Berendts en ik spreek in namens Windpark Goyerbrug. Windpark Goyerbrug is een windpark in ontwikkeling tussen
Herziening bestemmingsplan Ter Borch ex artikel 30 WRO
Herziening bestemmingsplan Ter Borch ex artikel 30 WRO Herziening bestemmingsplan Ter Borch ex artikel 30 WRO Inhoud: Toelichting Voorschriften en bijlagen Plankaart nr. 247.00.10.30.97.C01 Vries/Assen
Notitie reikwijdte en detailniveau plan-m.e.r. bestemmingsplan Buitengebied 2014
B en W voorstel 13INT02879 Onderwerp Notitie reikwijdte en detailniveau plan-m.e.r. bestemmingsplan Buitengebied 2014 Samenvatting voorstel Het te actualiseren bestemmingsplan Buitengebied 2014 is kaderstellend
Dit ontwerpbesluit betreft dus nog niet het definitieve besluit dan wel de definitieve omgevingsvergunning.
@nuon.com Nuon Windpark Wieringermeer B.V. Mevrouw Hoekenrode 8 1102 BR AMSTERDAM Verzenddatum Ons kenmerk Uw kenmerk Uw brief van Onderwerp Omgevingsvergunning Contact 1/4 T 088 321 Geachte mevrouw, Op
Procedurestappen MER-trajecten
Procedurestappen MER-trajecten 1. Procedurestappen besluitmer-traject p.2 2. Procedurestappen planmer-traject p.4 3. Procedurestappen combi plan- en besluitmer p.6 1. Procedurestappen BesluitMER-traject
Omgevingsvisie Giessenlanden. Plan van aanpak V1.3. Inleiding
Omgevingsvisie Giessenlanden Plan van aanpak V1.3 Inleiding De omgevingsvisie van de gemeente Giessenlanden moet inspireren, ruimte bieden en uitnodigen. Een uitnodiging aan burgers, bedrijven en instellingen
Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland. Haarlem, 14 april Vragen nr. 27
Aan de leden van Provinciale Staten van Noord-Holland Haarlem, 14 april 2015 Vragen nr. 27 Vragen van de heer mr. J.M. Bruggeman (SP) over de toepassing van de "overgangsregeling" als bedoeld in artikel
Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl)
Bestemmingsplan Bedrijventerrein Oosterhorn (Industrieterrein Delfzijl) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvullingen wind en geur 16 mei 2017 / projectnummer: 3041 1. Toetsingsadvies
Aan de Gemeenteraad. Raad. Onderwerp : Vervangende nieuwbouw van een vrijstaande woning op het perceel Boelenswei 76 te Boelenslaan.
Aan de Gemeenteraad Raad Status 14 mei 2009 Besluitvormend Onderwerp Vervangende nieuwbouw van een vrijstaande woning op het perceel Boelenswei 76 te Boelenslaan Punt no. 10 Te besluiten om 1. de voorbereiding/procedure
INHOUDELIJKE TOELICHTING (waaronder beoogde doelen en/of maatschappelijke effecten)
Agendapunt: 8 No. 94/'10 Dokkum, 8 november 2010 ONDERWERP: Vaststellen bestemmingsplan Ee-Skieppereed 26 SAMENVATTING: Zoals u weet zijn de twee vigerende bestemmingsplannen voor het buitengebied sterk
Het ontwerpwijzigingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning liggen gedurende zes weken ter visie met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.
B&W-voorstel Onderwerp: Ontwerpwijzigingsplan Kruisstraat Rosmalen naast nr. 44 1) Status Dit stuk is opgesteld in het kader van de voorbereiding van het wijzigingsplan Kruisstraat Rosmalen naast nr. 44
ONDERWERP Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan "Centrum en omgeving" t.b.v. nieuwbouw Vomar
ONDERWERP Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan "Centrum en omgeving" t.b.v. nieuwbouw Vomar SAMENVATTING Op 22 mei 2017 is door Trottoir Participaties B.V. (Hoorne Vastgoed) een verzoek om wijziging
: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan "Katwijk aan den Rijn 2012
Aan de gemeenteraad Zaaknummer : 2012-23744 Programma : Wonen en ruimte Onderwerp : Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan "Katwijk aan den Rijn 2012 Katwijk, 18 december 2012 Inleiding Bestemmingsplan
ONTWERP-OMGEVINGSVERGUNNING
Hof van Tholen 2 4691 DZ Tholen Postbus 51 4690 AB Tholen telefoon: 140166 telefax: (0166) 66 35 53 e-mail: [email protected] website: www.tholen.nl bank: BNG 28.50.08.315 iban: NL14BNGH0285008315 bic:
Voldoende afstand tot windturbines en belangrijke kabels en leidingen. archeologische vindplaatsen, natuurgebieden, etc.).
Hoe vindt de trechtering van groot concept zoekgebied naar voorkeursalternatief plaats? Om tot een voorkeurslocatie voor het station en voorkeurslocatie voor de kabelcircuits te komen worden een aantal
