Beleidskader covergisting
|
|
|
- Thijs Verstraeten
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Beleidskader covergisting
2 1 PROVINCIE DRENTHE BELEIDSKADER COVERGISTING Mede opgesteld door KNN Milieu BV
3 2 Oktober 2006
4 3 INHOUD 1. ACHTERGROND 5 2. (CO)VERGISTING VAN MEST: WAT EN WAAROM Wat is (co)vergisting van mest? (Co)vergisting van mest en plattelandsontwikkeling Duurzame energie en milieuverbetering 8 3. BELEIDSINSTRUMENTEN Wet milieubeheer (Wm) Mestbeleid en gebruiksnormen Handreiking covergisting Financiële instrumenten Positieve lijst Ministerie van LNV PROVINCIALE BELEIDSKADERS MESTVERGISTING POP, Landbouw Agenda, Agenda Veenkoloniën en "Energiek Drenthe" Visie op mestvergisting: ruimte voor energie Randvoorwaarden ruimtelijke ordening 14 BIJLAGEN Stroomschema beoordeling vergistingsinstallie Schema Agrarisch of industrieel Stappenplan categorie D (industrieel) Positieve lijst covergisting Warmtekansen Drenthe 26
5 4
6 5 1. ACHTERGROND Vergisting van mest en biomassa is een actueel onderwerp. Het levert een bijdrage aan onze ambitie om via bio-energie in kiloton CO 2 te reduceren. Deze ambitie is verwoord in Energiek Drenthe, Nota energiebeleid Wij worden regelmatig benaderd door initiatiefnemers en gemeenten met vragen over de ruimtelijke inpassing van mestvergistingsinstallaties. De landelijke Handreiking covergisting, opgesteld door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) biedt onvoldoende aanknopingspunten voor ons provinciaal beleid. In het Provinciaal omgevingsplan (POP) II is er niet expliciet aandacht besteed aan deze nieuwe ontwikkeling in het buitengebied. Met deze notitie willen wij het bestaande beleid in het POP II verduidelijken en specificeren voor mestvergistingsinstallaties. Hiermee bieden wij initiatiefnemers en gemeenten helderheid. In dit provinciaal beleidskader mestvergisting besteden wij aandacht aan de mogelijke betekenis van mestvergisting voor het provinciale klimaat- en energiebeleid en aan de relatie tussen mestvergisting en ruimtelijke ordening en regelgeving. In hoofdstuk 2 schetsen wij kort wat (co)vergisting van mest is, wat de relatie met plattelandsontwikkeling is en beschrijven wij wat het milieueffect van (co)vergisting is. Daarna komen in hoofdstuk 3 de diverse (landelijke) beleidsinstrumenten voor (co)vergisting aan de orde, waarna wij in hoofdstuk 4 het provinciale beleidskader definiëren.
7 6
8 7 2. (CO)VERGISTING VAN MEST: WAT EN WAAROM 2.1. Wat is (co)vergisting van mest? Het vergisten van mest houdt in dat door bacteriën in een zuurstofloze omgeving de mest wordt omgezet in biogas. Mest kan zelfstandig worden vergist (monovergisting), maar dat kan ook samen met ander organisch materiaal gebeuren. In het laatste geval spreken wij van covergisting. 1 Het resultaat is biogas. Biogas bestaat vooral uit methaangas (circa 60%) en kooldioxide. Het gas kan gebruikt worden als directe brandstof, of via een gasmotor (een WKK-installatie 2 ) worden omgezet in elektriciteit en warmte. Elektriciteit wordt in eerste instantie intern gebruikt en kan bovendien worden teruggeleverd aan het openbare net; de warmte kan gebruikt worden voor de vergistingsinstallatie, het woonhuis en eventuele overige warmtevragers (glastuinbouw, bedrijventerreinen, woningen, zwembaden en recreatie) (Co)vergisting van mest en plattelandsontwikkeling Voor plattelandsontwikkeling kan (co)vergisting van mest positieve betekenis hebben. Dit om de volgende redenen: - het biedt extra inkomsten (onder andere via de MEP-vergoeding 3 ) voor boeren; - het draagt bij aan behoud van werkgelegenheid in de regio; - het kan samenwerking tussen boeren versterken; - het biedt mogelijkheden om oogst- en productieafval uit de agro-industrie en agrosector op te waarderen; - het zorgt voor een digestaat met een hogere bemestende waarde. 1 Een voorbeeld van een coproduct is energiemaïs. 2 WKK = warmtekrachtkoppeling. 3 Per 18 augustus 2006 heeft de minister van economische zaken de MEP-subsidie voor alle duurzame energie stopgezet. Het is nog onduidelijk of, en in welke vorm, de MEP terugkomt. Op 12 september 2006 is bekend geworden dat er een overgangsregeling komt voor kleinere installaties (tot 2 MW) op agrarische bedrijven.
9 Duurzame energie en milieuverbetering Mest (co)vergisten is een vorm van duurzame energieproductie en is beter voor het milieu, want: - door een lagere uitstoot van methaan (een sterk broeikasgas 4 ) wordt een bijdrage geleverd aan het tegengaan van de opwarming van de aarde. De directe emissiereductie 5 varieert van 13,2 kg CO 2 -eq/ton voor melkkoemest tot 56,9 kg CO 2 -eq/ton voor varkensmest. Naast het type mest en cosubstraat is hierbij onder meer de aard (kelder of silo) en verblijftijd van de mestopslag bepalend (hoe verser de mest, hoe minder methaanemissie), alsmede de vergistingstemperatuur (hoe hoger de temperatuur, hoe meer bruikbaar gas, des te hoger de reductie van broeikasgassen); - het biogas vervangt aardgas voor de productie van CO 2 neutrale duurzame energie (elektriciteit en warmte); - het vermindert de geuremissie bij het uitrijden van de gier doordat de zwavel- en stikstofhoudende geurstoffen al in het vergistingsproces zijn verwijderd; - er kan veel nauwkeuriger worden bemest doordat de hoeveelheid direct werkende voedingsstoffen bekend is en er scheiding kan plaatsvinden in een dunne stikstofrijke fractie en een dikke fractie met veel kalium en fosfor. 4 Methaan is een 21x zo sterk broeikasgas als koolstofdioxide. Om de bijdrage van broeikasgassen aan het broeikaseffect onderling te kunnen vergelijken is de rekeneenheid CO 2 -equivalent (CO 2 -eq.) ontwikkeld door het IPCC. De rekeneenheid is gebaseerd op het global warming potential (GWP), de mate waarin een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. 5 Exclusief CO 2 -reductie als gevolg van productie elektriciteit en warmte.
10 9 3. BELEIDSINSTRUMENTEN 3.1. Wet milieubeheer (Wm) Inrichtingen- en vergunningenbesluit (IVB) Conform het IVB is de gemeente in de meeste gevallen het bevoegd gezag voor het bewerken, verwerken, opslaan (> 10 m 3 ) of overslaan van dierlijke of overige organische meststoffen, zolang: - er niet meer dan m 3 meststoffen van buiten de inrichting worden be- of verwerkt; - de te verwerken cosubstraten niet aan te merken zijn als afval of, indien dat wel het geval is, er minder dan ton afvalstoffen wordt verwerkt en de opslagcapaciteit voor afvalstoffen minder is dan m 3. Voor initiatieven die boven deze grenzen komen, is de provincie het bevoegd gezag. Onderstaande tabel kan helpen bij het bepalen van wie bevoegd gezag is. Wm-vergunning Wat is de herkomst van de mest? - Eigen mest - Mest van derden Wat is de opslagcapaciteit voor: - Energiegewassen - Eigen reststromen - Reststromen van derden (afvalstoffen) Wat is de herkomst van de cosubstraten? - Energiegewassen - Eigen reststromen - Reststromen van derden (afvalstoffen) m 3 per jaar m 3 per jaar m 3 m 3 m 3 ton per jaar ton per jaar ton per jaar Opmerkingen < m 3 mest van derden per jaar: gemeente bevoegd gezag. Daarboven is de provincie bevoegd gezag. Opslagcapaciteit afvalstoffen < m 3 : gemeente bevoegd gezag. Daarboven is de provincie bevoegd gezag. < ton afvalstoffen per jaar verwerkt: gemeente bevoegd gezag. Daarboven is de provincie bevoegd gezag. Milieueffectrapportage (MER) Het opstellen van een MER voor een mestvergisting en het beoordelen door het bevoegd gezag of een dergelijke rapportage noodzakelijk is, is in de regel niet nodig. Concreet: er bestaat geen MER-plicht voor mestvergistingsinstallaties. Indien de installatie een capaciteit van meer dan ton per jaar heeft, bestaat er wel een MER-beoordelingsplicht 6. In dat geval dient het bevoegd gezag te beslissen of een MER moet worden gemaakt. Dit gebeurt op grond van ken- 6 Deze volgt uit de beschrijving van categorie 18.2 van onderdeel D van de bijlage van het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage 1994: "De oprichting van een inrichting bestemd voor het bewerken, verwerken of vernietigen van dierlijke of overige organische meststoffen, groenafval en GFT, niet zijnde gevaarlijke afvalstoffen".
11 10 merken van de activiteit, de plaats, de samenhang met andere activiteiten en de kenmerken van de milieueffecten. De procedure hiervoor is beschreven in de artikelen 7.8.a tot en met 7.8.d van de Wm. Indien het bevoegd gezag aan de hand van deze omstandigheden en criteria van mening is dat er sprake is van "bijzondere omstandigheden", dient, ten behoeve van de besluitvorming over de activiteit, de MER-procedure te worden doorlopen Mestbeleid en gebruiksnormen Het Nederlandse mestbeleid heeft als doel de negatieve milieueffecten van mest zoveel mogelijk te beperken. Om de gewenste milieukwaliteit te bereiken wordt sinds 1 januari 2006 in het mestbeleid onder andere het zogeheten "Gebruiksnormenstelsel" gehanteerd, dat de "verliesnormen" van het "oude" MINAS vervangt. Dit stelsel houdt in dat wettelijk is bepaald hoeveel stikstof en fosfaat ondernemers mogen gebruiken voor de teelt van gewassen. Ook wordt in het nieuwe beleid aandacht besteed aan de verwerking of bewerking van mest tot producten die toepassing vinden buiten de landbouw. Mest bevat naast mineralen organische stof en is daarom een geschikte grondstof voor processen die energiewinning tot doel hebben (elektriciteit, gas en warmte). Energie uit biomassa is een vorm van duurzame energieproductie en is daarmee een belangrijk speerpunt van overheidsbeleid. De overheid stimuleert initiatieven op verschillende manieren en tracht belemmeringen weg te nemen. Zo stelt de overheid de beschikbare kennis uit onderzoek beschikbaar via de website Handreiking covergisting Als algemeen hulpmiddel voor initiatiefnemers en vergunningverleners heeft het Ministerie van VROM de zogeheten Handreiking covergisting opgesteld. In deze handreiking worden onder andere milieuaspecten en maatregelen uitgewerkt die bij mestvergisting aan de orde kunnen zijn. Daarnaast is een belangrijk onderdeel van deze handreiking de indeling in vier situaties, waarvan A, B en C als agrarisch worden getypeerd 7. Deze categorie-indeling is van belang bij de ruimtelijke inpassing van initiatieven. A. In hoofdzaak eigen mest, eigen of niet eigen cosubstraten, digestaat hoofdzakelijk op eigen grond. B. In hoofdzaak eigen mest, eigen of niet eigen cosubstraten digestaat op eigen grond of naar derden. C. Mest van derden, eigen of niet eigen cosubstraten, digestaat hoofdzakelijk op eigen grond. D. Mest hoofdzakelijk van derden, eigen of niet eigen cosubstraten, digestaat hoofdzakelijk naar derden. Dit betreft industriële installaties, deze kunnen niet meer worden beschouwd als agrarische activiteiten. 7 Het "in hoofdzaak/hoofdzakelijk" criterium is bedoeld om rekening te houden met praktijksituaties waarin een (beperkt) deel van buiten het eigen bedrijf wordt aangevoerd of naar derden wordt afgevoerd. Het mag worden uitgelegd als "minimaal 50%".
12 Financiële instrumenten In Nederland zijn in 2006 diverse financiële regelingen die zich richten op het vergroten van het aandeel duurzame energie en/of reductie van broeikasgassen, en die ook voor mestvergisting relevant kunnen zijn. Genoemd kunnen worden 8 : - MEP-subsidie voor verbetering milieukwaliteit elektriciteitsproductie. Per geleverde kilowattuur duurzame elektriciteit ontvangt de producent een geldelijke vergoeding 9 ; - milieu- en/of energie-investeringsaftrek (MIA/EIA) en VAMIL (willekeurige afschrijving milieu-investeringen) voor investeringen in duurzame apparatuur; - de Unieke Kansen Regeling voor duurzame energie experimenten; - BSE-DEN, voor haalbaarheids- en kennisoverdrachtsprojecten en DE-scans; - de energieonderzoekssubsidie (EOS) die onderzoeks- en demonstratieprojecten stimuleert; - ROB, een programma voor Reductie overige broeikasgassen dat onder voorwaarden haalbaarheids-, R&D- en demonstratieprojecten subsidieert; - de per 1 maart 2006 door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) opengestelde regeling: Regeling ontheffing productierechten. Het Ministerie van LNV wil met de regeling de verwerking van varkens- en pluimveemest stimuleren en de mestmarkt ontlasten Positieve lijst Ministerie van LNV Binnen huidige nationale beleidskaders is pas sprake van covergisting waarin een meststof geproduceerd wordt als: - minimaal 50% mest wordt meevergist; - het cosubstraat op de zogeheten "positieve lijst" is vermeld 10. Dit betekent dat wanneer niet in hoofdzaak dierlijke mest wordt vergist (dus bijvoorbeeld 25% mest en 75% energiemaïs), het digestaat niet wordt gezien als mest maar als afval, en om die reden ook niet als meststof mag worden aangewend. Een andere mogelijkheid om geen afval te produceren is door compost te produceren, maar dan mag geen mest worden meevergist en moet aan de criteria voor compost worden voldaan (Besluit overige organische meststoffen (BOOM)). Wij geven de voorkeur aan initiatieven waarin sprake is van: - óf covergisting van minimaal 50% mest met een "positieve lijst stof"; - óf biomassavergisting zonder mest. Indien een initiatiefnemer een cosubstraat wil vergisten dat niet op de positieve lijst staat of minder dan 50% mest wil vergisten, dan zullen wij de initiatiefnemer erop wijzen dat daarmee een afvalstof wordt geproduceerd en dat een vergunningaanvraag als zodanig behandeld zal worden Dit zijn de in 2006 geldende regelingen. Per 18 augustus 2006 heeft de minister van economische zaken de MEP-subsidie voor alle duurzame energie stopgezet. Het is nog onduidelijk of, en in welke vorm, de MEP terugkomt. Op 12 september 2006 is bekend geworden dat er een overgangsregeling komt voor kleinere installaties (tot 2 MW) op agrarische bedrijven. 10 Zie bijlage IV. Overigens zegt plaatsing op de positieve lijst niets over de status van een stroom als afvalstof. Ook stromen op de positieve lijst kunnen in het kader van de Wm als afvalstof worden aangemerkt. 11 In dergelijke gevallen kan de initiatiefnemer een individuele ontheffing aanvragen of proberen om het cosubstraat op de positieve lijst te krijgen. Met beide procedures is in de regel behoorlijk wat tijd gemoeid.
13 12
14 13 4. PROVINCIALE BELEIDSKADERS MESTVERGISTING 4.1. POP, Landbouw Agenda, Agenda Veenkoloniën en "Energiek Drenthe" Het college acht het behoud van een vitaal platteland van groot belang. Hiervoor is beleid ontwikkeld zoals onder meer verwoord in: - het POP II - de Drentse Landbouw Agenda - de Agenda voor de Veenkoloniën Zoals verwoord in het vigerende POP Drenthe, richten wij ons als provincie op het stimuleren en versterken van een duurzame, vooral grondgebonden landbouw, onder meer door het stimuleren van verbredingsactiviteiten (POP Drenthe, pagina 180 en volgende). Met het oog op die doelstelling is ook de zogeheten Drentse Landbouw Agenda opgesteld. Hierin wordt een duidelijk beeld geschetst van het belang en perspectief voor de landbouwsector. In de Nota energiebeleid is het realiseren van bio-energie (uit onder andere vergistinginstallaties) een van de speerpunten. Daarbij is voor ons het ruimtelijkeordeningsaspect een belangrijke voorwaarde.
15 Visie op mestvergisting: ruimte voor energie Vanuit provinciaal perspectief streven wij naar maximale energieopbrengst binnen ruimtelijke randvoorwaarden. Achterliggend idee is dat door optimalisatie van de energieopbrengst de rentabiliteit van de installatie wordt vergroot hetgeen gunstige economische gevolgen heeft voor de initiatiefnemer in het bijzonder en de duurzaamheid van de agrarische sector in het algemeen. Belangrijkste uitdaging daarbij is een goede benutting van het bij vergisting geproduceerde biogas of de met dat gas opgewekte warmte. Gerelateerd aan de "mestvergistingsketen" bedoelen wij daarmee dat: - de bruikbare energie-inhoud van mest en/of cosubstraten (aanbod) optimaal wordt omgezet in gas, elektriciteit en/of warmte (vraag); - waarbij deze optimale energiebenutting plaatsvindt binnen ruimtelijke randvoorwaarden voor de vergistingsinstallatie en het transport van en naar de installatie. Op deze wijze willen wij werken aan de integratie van de landbouwtransitie en de energietransitie. Coproducten Nabehandeling Gas Elektriciteit Biogas WKK Warmte Vergistingsinstallatie Mest Digestaat landbouw Initiatiefnemer vergisting afnemers RO Energie en klimaat
16 Randvoorwaarden ruimtelijke ordening In deze paragraaf wordt het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader beschreven. In bijlage 1 treft u een stroomschema aan. Dit kader passen wij toe bij de beoordeling van bijvoorbeeld vrijstellingsprocedures (artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO)) of wijzigingsplannen (artikel 11 van de WRO) waarvoor gedeputeerde staten (GS) goedkeuring moeten verlenen. Dit beoordelingskader vormt een verduidelijking van het POP II. In het POP II is er niet expliciet aandacht besteed aan deze nieuwe ontwikkeling in het buitengebied. Het beoordelingskader is bedoeld om een relatief nieuwe ontwikkeling in goede planologische banen te leiden. In de toekomst kunnen gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen voor dergelijke activiteiten in het buitengebied vrijstellingsregelingen opnemen. Dit hoofdstuk geeft aan wat het provinciale afwegingskader bij dergelijke initiatieven is. Als eerste wordt bepaald wat voor soort activiteit het is, vervolgens wordt gekeken waar een vergistingsinstallatie kan worden opgericht, welke stappen daarbij moeten worden doorlopen en met welke aspecten rekening moet worden gehouden. Categorie-indeling VROM In paragraaf 3.3 is de categorie-indeling uit de Handreiking covergisting van het Ministerie van VROM weergegeven. Aan de hand van die indeling kan worden bepaald of sprake is van een agrarische of een industriële activiteit 12. Deze indeling gebruiken wij als leidraad. Agrarische activiteit In het algemeen kunnen vergistingsinstallaties uit de categorieën A, B en C gezien worden als een agrarische (neven)activiteit. Vestiging hiervan is mogelijk op een agrarisch bouwperceel, al dan niet na uitbreiding daarvan. Dit laatste kan sneller het geval zijn als er sprake is van een buurtvergister. Ook dit kan gezien worden als een agrarische (neven)activiteit, maar dan een waar meerdere agrarische bedrijven aan deelnemen. Soms is plaatsing op een agrarisch bouwperceel niet altijd mogelijk en zal er naar een nieuwe locatie gezocht moet worden. Bij het zoeken naar een geschikte locatie voor een buurtvergister in samenwerkingsverband, zijn er naast afwegingen ten aanzien van de ruimtelijke inpasbaarheid ook milieuhygiënische aspecten (vervoer mest en besmettingsgevaar) waarmee rekening gehouden moet worden. Ook kan het mestbeleid voor ingewikkelde situaties zorgen. Industriële activiteit Voor initiatieven in de categorie D, waarbinnen mestvergisting moet worden gezien als een industriële activiteit, geldt dat installaties in principe moeten worden gevestigd op speciaal daarvoor aangewezen bedrijfsterreinen. Voor de locatiebepaling volgen wij het stappenplan uit de Handreiking covergisting (zie ook bijlage 3). Plaatsing van vergistingsinstallatie als agrarische (neven)activiteit in het buitengebied Naar aanleiding van de categorie-indeling van een biomassavergistingsinstallatie is gemeld dat de industriële vergisters voor hun vestiging op een bedrijventerrein zijn aangewezen. 12 In bijlage 2 zijn deze situaties verder in beeld gebracht.
17 16 Bestaand bouwperceel Voor de vestiging van een agrarische vergister wordt in eerste instantie uitgegaan van de bouwmogelijkheden op een bestaand agrarisch bouwperceel. Soms biedt het bestemmingsplan hiervoor al mogelijkheden, bijvoorbeeld in de vorm van een binnenplanse vrijstelling of een wijzigingsbevoegdheid (al dan niet gedereguleerd). Uitbreiding bestaand bouwperceel In andere gevallen is uitbreiding van een bestaand agrarisch bouwperceel nodig. Dit kan bijvoorbeeld mogelijk worden gemaakt door het volgen van een vrijstellingsprocedure ex artikel 19 van de WRO, als het bestemmingsplan geen uitbreidingsmogelijkheden biedt. Nieuw bouwperceel Als het oprichten van een vergistingsinstallatie op het agrarisch bouwperceel niet mogelijk is, en er geen mogelijkheden zijn om het perceel uit te breiden, zal moeten worden gezocht naar een andere oplossing. Er zal een nieuwe locatie gevonden moeten worden. Voor het zoeken naar een nieuwe locatie wordt in eerste instantie aansluiting gezocht bij reeds verstorende elementen in het buitengebied (bijvoorbeeld een voormalige rioolwaterzuivering, een kassencomplex of een voormalige NAM-locatie), waarvan voorbeelden zijn aangegeven in de handreiking van VROM. Het heeft de voorkeur om mestvergisters te vestigen op deze vrijkomende locaties, wanneer verder voldaan kan worden aan de overige eisen (milieu, transport etc.). Wanneer dit niet tot voldoende resultaat leidt, kan verder worden gezocht naar een nieuwe locatie. Hierbij sluiten wij aan bij de integrale zonering van het POP. Verder is van belang te kijken wat de infrastructurele effecten zijn. Wat betreft hinder (geluid, geur etc.) en overige milieuaspecten, gelden de toetsingscriteria van de Wm-vergunning. Ruimtelijke afweging bij de locatiekeuze Bij uitbreiding van een bestaand bouwperceel of het in gebruik nemen van een nieuw bouwperceel, is in het kader van de te volgen bestemmingsplanprocedure veelal goedkeuring van GS nodig. De afwegingspunten worden hieronder beschreven. Integrale zonering Bij de beoordeling van nieuwe initiatieven in het buitengebied speelt de integrale zonering een rol, deze is vastgelegd op de functiekaart 1 van het POP, zie figuur 1. In de zones I en II zijn voor de vestiging van bebouwing ten behoeve van grondgebonden landbouw ruime mogelijkheden. Uitoefening van grondgebonden landbouw op bedrijfseconomische grondslag staat in deze zones voorop. Een agrarisch bouwperceel voor een grondgebonden agrarisch bedrijf en een intensieve veehouderij is niet groter dan 1,5 ha. Bij gebleken noodzaak kan een grotere oppervlakte worden aangehouden. Vestiging van een nieuw bouwperceel is mogelijk. Ook in de zones III en IV is een bouwperceel van 1,5 ha mogelijk, al geldt in deze zone nadrukkelijk de voorwaarde dat nieuwe grondgebonden bedrijven en vergistingsinstallaties alleen worden toegestaan als er geen wezenlijke aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden. In de zones V en VI ligt de nadruk op behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie. Het oprichten van een vergistingsinstallatie past doorgaans niet in deze doelen en wordt daarom niet toegestaan.
18 17 Omgevingsaspecten Naast de integrale zonering zijn ook andere beleidsonderdelen uit het POP van belang. Bij de afweging van ruimtelijke ingrepen, dus ook bij het oprichten van een biomassavergistingsinstallatie, zijn ook de omgevingskwaliteiten zoals aangegeven in het POP van toepassing. De omgevingskwaliteiten worden omschreven in hoofdstuk C.2 en bijlage C. Verder geeft het POP op overige punten beleid, bijvoorbeeld ten aanzien van beekdalen. Het provinciaal beleid staat in principe geen nieuwe kapitaalintensieve functies toe in gebieden die zijn aangewezen als "beekdal" (functiekaart 2). Ook in de ecologische hoofdstructuur (EHS) is het in principe niet mogelijk om bestaande bebouwing en activiteiten uit te breiden en nieuwe activiteiten te starten, wanneer deze niet in overeenstemming zijn met de doeleinden van deze zones, die zijn gericht op ontwikkeling, behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden. Figuur 1: Functiekaart 1 uit het POP Overige aandachtspunten Naast de richtlijnen die het POP biedt voor het bepalen van de locatiekeuze, willen wij aandacht vragen voor de volgende aspecten die meespelen in de ruimtelijke afweging.
19 18 Transport Als uitgangspunt voor transport geldt dat er zoveel mogelijk gebruikgemaakt moet worden van bestaande infrastructuur. Van belang is om te kijken naar de geschiktheid van de bestaande infrastructuur. Toename van vervoersbewegingen heeft invloed op de verkeersveiligheid en het onderhoud van wegen. De capaciteit en kwaliteit van de bestaande wegenstructuur moet toereikend zijn voor de verwachte transportbewegingen. Wij vinden het van belang om de aan- en afvoerroutes zo kort mogelijk te houden. Dit beperkt het aantal vervoersbewegingen en voorkomt "gesleep met mest", maar is ook vanuit bedrijfseconomisch oogpunt gunstiger. Over de afzet van warmte, gas, elektriciteit en digestaat spreekt de provincie geen voorkeur uit. Wel is het van belang dat de producten vanuit energetisch oogpunt optimaal worden benut. Hinder voor de omgeving Voor dit onderdeel gaan wij uit van de criteria die zijn bepaald in de milieuwetgeving. De milieuvergunning wordt alleen verleend als aan bepaalde afstanden met betrekking tot hinder (geluid, geur etc.) kan worden voldaan. Bij de ruimtelijke toets zijn deze criteria het uitgangspunt. Landschappelijke inpassing Zoals gezegd zal wat betreft de landschappelijke inpassing van een vergistingsinstallatie rekening gehouden moeten worden met aspecten als de cultuurhistorische gaafheid, archeologische en natuurlijke waarden van het desbetreffende gebied. Er dient zoveel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij bestaande bebouwing en de aanwezige landschapsstructuur (verkaveling, bosschages/bomenrijen, watergangen etc.). Om een goede landschappelijke inpassing te garanderen (en de bebouwingsmassa te doorbreken), stellen wij de voorwaarde om bij de aanvraag/goedkeuring een beplantingsplan bij de ruimtelijke onderbouwing te voegen.
20 19 BIJLAGEN
21 20 1. Stroomschema beoordeling vergistingsinstallie Start: initiatief voor een biomassavergistingsinstallatie 1.a. Is het een agrarische activiteit? Volg indeling categorieën Handreiking VROM: A, B, C of een buurtvergister. Nee 1.b. Het is een industriële activiteit Categorie D uit de Handreiking VROM: vestiging op een (daarvoor aangewezen) bedrijventerrein. Ja Bij het zoeken naar een geschikte locatie moet het stappenplan uit de Handreiking VROM worden doorlopen (zie ook bijlage 3). 2.a. Voorziet het bestemmingsplan in plaatsing binnen een agrarisch bouwperceel? Ja: Dit kan bijvoorbeeld met een binnenplanse vrijstelling of een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11 van de WRO (al dan niet gedereguleerd). De gemeente kan de benodigde vergunningen verlenen. Let hierbij op hinder, transport, milieu etc. Indien voor een wijzigingsplan goedkeuring van GS is vereist, geldt onderstaand toetsingskader. Nee 2.b. Is plaatsing mogelijk na uitbreiding van het agrarische bouwperceel? Ja: Bij afwijking van het bestemmingsplan kan hiervoor een vrijstellingsprocedure (artikel 19 van de WRO) gevolgd worden. Hierbij is goedkeuring van GS vereist. De provincie toetst aan onderstaand kader. Nee 2.c. Plaatsing is alleen mogelijk op een nieuwbouwperceel In eerste instantie zal hiervoor aansluiting moeten worden gezocht bij bestaande, verstorende elementen in het buitengebied (rioolwaterzuiveringsinstallatie, voormalige gaswinlocatie, kassencomplex en dergelijke). Voor alle nieuwe bouwpercelen geldt onderstaand toetsingskader. Integrale zonering POP: Zones I en II: ruime mogelijkheden agrarische activiteiten en bebouwing tot 1,5 ha. Zones III en IV: mogelijkheden voor de agrarische activiteiten, mits er geen aantasting van overige (omgevings)waarden plaatsvindt. Zones V en VI: het oprichten van een vergistingsinstallatie past doorgaans niet in deze doelstelling van deze zones en wordt daarom niet toegestaan.
22 21 Omgevingsaspecten Worden er door de plaatsing van een vergistingsinstallatie geen omgevingskwaliteiten, zoals weergegeven in hoofdstuk C.2 en bijlage 2, aangetast? Ook andere beleidsonderdelen uit het POP, zoals het beleid voor beekdalen en EHS, kunnen knelpunten opleveren. Overige aandachtspunten - Transport: is de capaciteit van de bestaande infrastructuur toereikend? - Hinder: kan er worden voldaan aan de milieueisen (afstanden geur, geluid etc.)? - Landschappelijke inpassing: hoe is de ruimtelijke impact op de omgeving? Een beplantingsplan wordt als voorwaarde gesteld om een goede landschappelijke inpassing te waarborgen.
23 22 2. Schema Agrarisch of industrieel Situatie A eigen mest, digestaat op eigen grond, eigen of niet-eigen co-substraten Combi bedrijf Mestproductie en/of -levering productie en/of levering Co-substraat productie en/of levering digestaat Combi bedrijf Veehouder Mestproductie en/of -levering productie en/of levering digestaat Veehouder Akker bouwer productie en/of levering Co-substraat Agroindustrie productie en/of levering Co-substraat Situatie B Als A, maar digestaat kan ook naar derden Combi bedrijf Mestproductie en/of -levering productie en/of levering Co-substraat productie en/of levering digestaat Combi bedrijf Veehouder Mestproductie en/of -levering productie en/of levering digestaat Veehouder Akker bouwer productie en/of levering Co-substraat Akker bouwer Agroindustrie productie en/of levering Co-substraat
24 23 Situatie C Mest van derden, eigen of niet-eigen co-substraten, digestaat op eigen land Combi bedrijf Mestproductie en/of -levering Veehouder Mestproductie en/of -levering Akkerbouwer X productie en/of levering Co-substraat productie en/of levering digestaat Akkerbouwer X Agro- Industrie/ akkerbouwer Y Situatie D Mest van derden, eigen of niet-eigen co-substraten, digestaat naar derden Combi bedrijf Mestproductie en/of -levering Combi bedrijf Mestproductie en/of -levering Akkerbouwer X productie en/of levering Co-substraat productie en/of levering digestaat Veehouder Agro- Industrie/ akkerbouwer Y Veehouder Akkerbouwer Y N.B.: cursief gedrukt is datgene waar in hoofdzaak (> 50%) sprake van is.
25 24 3. Stappenplan categorie D (industrieel) Bij het zoeken door gemeente en/of provincie naar een geschikte locatie voor een mestvergistingsinstallatie dienen de volgende stappen te worden gezet. 13 Stap 1. De eerste stap bestaat uit drie locatiemogelijkheden. - Industrie- c.q. bedrijventerrein (onder meer onder voorwaarde dat de installatie moet passen binnen de hindercategorieën van het bedrijventerrein zoals aangegeven in het bestemmingsplan. - Vestigingsgebied glastuinbouw. De Handreiking covergisting vestigt hierbij de aandacht op de te benutten restwarmte: in of aansluitend bij vestigingsgebieden glastuinbouw kan de vestiging van (co)vergistingsinstallaties overwogen worden als hierdoor synergievoordelen worden behaald, zoals het gebruik van restwarmte. De omvang van de installatie moet afgestemd zijn op de synergievoordelen en de ruimtelijke uitstraling moet passen bij het glastuinbouwgebied. - Terreinen voor rioolwaterzuiveringsinstallaties of stortplaatsen, zolang deze buiten kwetsbare en landschappelijk of cultuurhistorisch waardevolle gebieden liggen. Indien beargumenteerd kan worden dat de voorgaande stappen geen geschikte locatie hebben opgeleverd, kan door het bevoegd gezag een locatie worden aangewezen. 13 Dit wijkt af van het algemene stappenplan uit de handreiking, want het heeft specifiek betrekking op de situatie in de provincie Drenthe.
26 25 4. Positieve lijst covergisting Op de positieve lijst staan op dit moment de volgende coproducten. Coproducten op positieve lijst - Granen: gerst, haver, rogge en tarwe - Voedergewassen: weidegras, kuilgras, snijmaïs, kuilmaïs/maïssilage, corn cob mix (CCM) en voederbieten - Rooivruchten: aardappelen, (suiker)bieten, bietenstaartjes/-puntjes en witlofpennen - Vlinderbloemigen: erwten, lupinen en veldbonen - Energiegewas: energiemaïs (5 m hoog) - Oliehoudende gewassen: koolzaad, zonnebloempitten en olievlas - Overige producten: - vezelvlas, groente en fruit - ingedikt onteiwit aardappelvruchtwater dat is vrijgekomen bij de verwerking van aardappels tot zetmeel, vezels en eiwit (protomylasse) - resten aardappelzetmeel die met een bezinker zijn afgescheiden uit het afvalwater dat is vrijgekomen bij de productie van aardappelzetmeel (primair aardappelzetmeelslib) - restproduct dat is vrijgekomen na vergisting van tarwezetmeel ten behoeve van alcoholproductie (tarwegistconcentraat) - vloeibaar product dat bestaat uit schillen die met stoom zijn verwijderd van vooraf gewassen aardappelen (aardappelstoomschillen) - vloeibaar product dat bestaat uit schillen die met stoom zijn verwijderd van vooraf gewassen wortelen (wortelstoomschillen) - ingedampt weekwater dat is verkregen bij de natte vermaling van maïs (amysteep) Naast deze producten heeft LNV de coproducten bermgras en twee soorten slib in beraad. Deze coproducten voldoen ook aan de door LNV gestelde criteria. Voor bermgras geldt echter dat twee andere aanvragen van bermgras niet voldeden aan de criteria. Voor slib geldt dat zij dierlijke bijproducten kunnen bevatten waardoor ze vallen onder de Verordening dierlijke bijproducten, Europese verordening (EC), nummer 1774/2002. LNV stelt dat vooralsnog geen producten op de positieve lijst worden geplaatst die (mogelijk) vallen onder categorie 2 of 3 van deze verordening, ook al voldoen zij aan alle criteria waaraan LNV coproducten toetst. Op EU-niveau wordt de verordening aangepast waarna plaatsing op de positieve lijst wellicht mogelijk wordt. Tot slot zegt LNV de regelgeving over de verhandeling van meststoffen, inclusief de regelgeving voor covergisting, te willen vereenvoudigen. Het is de bedoeling dat de nieuwe regelgeving in 2006 van kracht wordt. Dan wordt ook duidelijk of bermgras kan worden covergist Zie
27 26 5. Warmtekansen Drenthe Voor de provincie Drenthe lijken er provinciebreed goede kansen te zijn op afzet van warmte, gelet op de verhouding tussen vraag en aanbod. 15 9% Provincie Drenthe 91% warmte-vraag warmte-aanbod co-vergisting 15 Het warmteaanbod is berekend op basis van gas- en warmteopbrengsten voor mest en cosubstraten en de omvang van deze stromen in beider provincies, de warmtevraag is afgeleid op basis van kengetallen voor en aantallen van de diverse potentiële warmtevragers (nieuwbouw, herstructurering, glastuinbouw (bestaand en nieuw), bedrijventerreinen (idem) en zwembaden (bestaand)).
28 27
29 28
Mestvergisting provincie Groningen. Beleidskader en stimuleringsprogramma voor initiatiefnemers en gemeenten
Mestvergisting provincie Groningen Beleidskader en stimuleringsprogramma voor initiatiefnemers en gemeenten Inhoudsopgave 1 ACHTERGROND... 5 2 MESTVERGISTING: WAT EN WAAROM... 5 2.1 WAT IS MESTVERGISTING?...
Opzet biogasinstallatie
Opzet biogasinstallatie Voor: NAJK energie bijeenkomst 22 maart 2007, Nieuw Vennep Door: Jan Schellekens, DLV BMT b.v. tel. 06 53 33 92 47 DLV Adviesgroep nv Biogasinstallaties in Nederland op 1 oktober
Biobased economy in het Groene Hart
Biobased economy in het Groene Hart Energie & Bio/Groen Gas 27 juni 2013, Langeraar, Michiel van Galen Inhoud Landelijke doelen energie en beleid Stimuleringsbeleid Groen Gas Het proces Stand van zaken
Mest, mestverwerking en wetgeving
Mest, mestverwerking en wetgeving Harm Smit Beleidsmedewerker Economische Zaken, DG AGRO Inhoud Feiten en cijfers. Huidig instrumentarium. Visie op mestverwerking en hoogwaardige meststoffen Toekomstig
1. Aanleiding. 2. Omgevingsaspecten
1. Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van een facetbestemmingsplan Ruimte-voorbedrijfsruimte is de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied door middel van een beheersverordening. Hiertoe
4.3. Biomassa. Lopende projecten
4.3. Biomassa Doel Met het toepassen van biomassa willen we: hernieuwbare grondstoffen inzetten; de uitstoot van CO 2 in 2007 verminderen met 125 kiloton per jaar; onze afhankelijkheid van de energievoorziening
(CMC) composteren; grof doorploegen van wet en regelgeving
(CMC) composteren; grof doorploegen van wet en regelgeving Compositie van beelden en uitspraken van verschillende bronnen Tbv verduidelijking en discussie, niet om er rechten aan te ontlenen Het speelveld
Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a
Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a 1 Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 3 1.1. Het project 3 2. Beschrijving huidige en
Integraal beleidskader voor bio-ethanol en vergistingsinstallaties GEMEENTE NOORDENVELD
Integraal beleidskader voor bio-ethanol en vergistingsinstallaties GEMEENTE NOORDENVELD Roden, juli 2008 Inhoud 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Doel 4 1.3 Doorwerking in de praktijk 4 1.4 Opbouw notitie
Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe
Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan
Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa
Opties voor productie van duurzame energie in de regio Helmond d.m.v. van mest en andere biomassa Jennie van der Kolk, Alterra Helmond, 22-02-13 Nico Verdoes, Livestock Research Inhoud presentatie Wetenschapswinkel
TITRE 00/00/2015 DE LA PRESENTATION ( MENU "INSERTION / 1 EN-TETE ET PIED DE PAGE") Groen Gas Burgum. 25 maart 2017
TITRE 00/00/2015 DE LA PRESENTATION ( MENU "INSERTION / 1 EN-TETE ET PIED DE PAGE") Groen Gas Burgum 25 maart 2017 Centrale Bergum: zonnepanelen park Realisatie medio 2017 5 MW Ontwikkeling drijvende zonnepanelen
Het college van burgemeester en wethouders, in haar vergadering van 24 oktober 2006,
Het college van burgemeester en wethouders, in haar vergadering van 24 oktober 2006, gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening; BESLUIT
Ruimtelijke onderbouwing. Wijziging gebruik van loods voor opslag op het perceel Rinkesfort 13 te Maasbree
Ruimtelijke onderbouwing Wijziging gebruik van loods voor opslag op het perceel Rinkesfort 13 te Maasbree 16-08-2011 1. Inleiding Algemeen De heer Wijnen heeft het verzoek gedaan om een loods op het perceel
Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist.
Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist. Ten behoeve van de stroomlijning van het vooroverleg over: - voorontwerpbestemmingsplannen
Projectbesluit Watermolendijk 3 Eelde
Projectbesluit Watermolendijk 3 Eelde Gemeente Tynaarlo Oktober 2011 NL.IMRO.1730.PBWatermolendijk3-0401 Projectgebied Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 2. Huidige en beoogde situatie... 5 2.1 Beschrijving
Vereveningsplan Groene Poort
Vereveningsplan Groene Poort Vereveningsplan Groene Poort ZLTO 8 april 2010 1 Vereveningsplan Groene Poort Opdrachtgever: De Groene Poort p/a Diaconielaan 27 4443 AN Nisse Opgesteld door: ZLTO Advies Cereshof
Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24
Pagina 1 van 5 Ruimtelijke onderbouwing kleinschalige uitbreiding olfantenstal Heiderschoor 24 te Mierlo Luchtfoto perceel Heiderschoor 24 Pagina 2 van 5 Inleiding Op donderdag 3 april 2014 is door Dierenrijk
Bestemmingsplan Buitengebied Ankeveen, wijziging Stichtse Kade 47a en c, Ankeveen Toelichting
Bestemmingsplan Buitengebied Ankeveen, wijziging Stichtse Kade 47a en c, Ankeveen Toelichting Pos Service Holland BV 19 februari 2013 Ontwerp A COMPANY OF HASKONING NEDERLAND B.V. PLANNING & TRANSPORT
Compact Plus biogasinstallatie, Lierop, 600 kw
Hoe maak je biogas? Inhoud presentatie Wie en wat is Biogas Plus? Hoe werkt een biogasinstallatie? Voor wie is een biogasinstallatie interessant? Is een biogasinstallatie duurzaam? Zijn subsidies nodig?
1 Inleiding 2. 2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3. 3 Uitgangspunten 5. 4 Marktanalyse Laddertoets 19. Bijlage A 25.
Laddertoets De Smaragd Waalre Laddertoets De Smaragd Waalre 1 Inleiding 2 2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3 3 Uitgangspunten 5 4 Marktanalyse 11 5 Laddertoets 19 Bijlage A 25 Artikel 4.3 Nieuwbouw
CONCEPT regels Verordening ruimte 2014 naar aanleiding van de dialoog Brabants mestbeleid
Bijlage 2 Bij statenmededeling Brabants Mestbeleid d.d. 15 november 2016 CONCEPT regels Verordening ruimte 2014 naar aanleiding van de dialoog Brabants mestbeleid 1. Definities Hokdierenhouderij Het houden
Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas. Bruno Mattheeuws 09 juni 2007
Mogelijkheden van vergisting voor de productie van biogas Bruno Mattheeuws 09 juni 2007 AGENDA Biogas-E vzw Biomassa Anaerobe vergisting Digestaat Biogas en de toepassingen Anaerobe vergisting en het milieu
GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK Plan van wijziging Buitengebied 2000, herziening 2002 Locatie Marmelhorstweg 2a
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Oude IJsselstreek d.d. nr., G.H. Tamminga secretaris J.P.M. Alberse burgemeester GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK Plan van wijziging Buitengebied
4.A.1 Ketenanalyse Groenafval
4.A.1 Ketenanalyse Groenafval Prop Beplantingswerken v.o.f. Autorisatie Nummer/versie Datum Opsteller Goedgekeurd directie 01 22-01-2015 Naam: F. van Doorn Naam: A. Prop Datum: 22 januari 2015 Datum: 22
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug
Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente
Bio-energie. van de Boer. www.host.nl
NL Bio-energie van de Boer www.host.nl HoSt Microferm: duurzame energie uit mest Het Microferm concept is ontwikkeld voor boeren die de eigen mest verwerken. De Microferm is uitermate geschikt voor agrarische
: Skal-voorwaarden voor vergisters en digestaat : Bedrijven die vergisten en biologische bedrijven die digestaat afnemen
Onderwerp Voor Van Datum : Skal-voorwaarden voor vergisters en digestaat : Bedrijven die vergisten en biologische bedrijven die digestaat afnemen : Skal : 18 februari 2015 herziene versie 16 april 2015:
1. EEN RUIMTELIJKE KIJK OP MESTVERGISTINGSINSTALLATIES
1. EEN RUIMTELIJKE KIJK OP MESTVERGISTINGSINSTALLATIES Samenvatting Op het gebied van duurzame energie zijn er in allerlei beleidsnotities door verschillende overheden ambities neergelegd. Een aspect van
GroenLinks Bronckhorst. Themabijeenkomst Groengas Hoe groen is ons gas? 2 juni 2015
GroenLinks Bronckhorst Themabijeenkomst Groengas Hoe groen is ons gas? 2 juni 2015 Waarom co-vergisten Omdat de meststoffenwet veehouders verplicht de overtollige (mineralen in de) mest te ver(be)werken
Ruimtelijke motivering Mts. Hartlief Lammers Bijlage 1
Ruimtelijke motivering Mts. Hartlief Lammers Bijlage 1 In deze notitie worden de uitbreidingsplannen van Mts. Hartlief Lammers toegelicht. De ondernemer wenst een verruiming in de omgevingsvergunning van
Duurzame Regio Energie
Duurzame Regio Energie Fase 2: Omgevings Benuttings Plan In het kader van het project zijn er in september de volgende afspraken gemaakt: Overleg met netwerkbeheerders over de technische haalbaarheid;
Beleidsregel Lichthinder gemeente Westvoorne
Beleidsregel Lichthinder gemeente Westvoorne Artikel 1 Begripsbepalingen Deze regel verstaat onder: a. assimilatiebelichting: kunstmatige belichting van gewassen, gericht op de beïnvloeding van het groeiproces
Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2017
Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2017 Artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 Wabo Beleidsregels toepassing artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2 Wabo, gemeente Cranendonck 1 Hoofdstuk
Be- en verwerken van mest: een zegen voor water en milieu?
Kennisdag emissies, vergroening en verduurzaming in de landbouw Be- en verwerken van mest: een zegen voor water en milieu? Mark Heijmans 2 december 2014 Het speelveld: schaken op meerdere borden Opzet
Notitie oppervlakteregeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen Buitengebied Steenwijkerland
Notitie oppervlakteregeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen Buitengebied Steenwijkerland Notitie oppervlakteregeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen Buitengebied Steenwijkerland Code 03-61-02 / 09-06-03
Gemeente Houten Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling Cluster Ontwikkeling, Sectie Ruimtelijke Ordening
** Vastgesteld oktober 2014 Cluster Ontwikkeling, Sectie Ruimtelijke Ordening Visie verplaatsing nietagrarische bedrijven binnen het buitengebied Status: vastgesteld door de gemeenteraad van Houten d.d.
Van Stal tot akker Jos Strobbe Provincie Zeeland
Van Stal tot akker Jos Strobbe Provincie Zeeland enkele kengetallen van de Zeeuwse landbouwsector beleid provincie Zeeland acties en instrumentarium Grondgebruik Zeeland (ha) Sector/grondgebruik 2007 2011
GEMEENTE EMMEN NOTA VAN UITGANGSPUNTEN GLASTUINBOUWGEBIED ERICA
GEMEENTE EMMEN NOTA VAN UITGANGSPUNTEN GLASTUINBOUWGEBIED ERICA Nota van uitgangspunten Glastuinbouwgebied Erica Code 08-118-06 / 09-06-2009 GEMEENTE EMMEN 08-118-06/09-06-2009 NOTA VAN UITGANGSPUNTEN
Besluit m.e.r.-beoordeling aanmeldingsnotitie. De Torenhoeve Biogas B.V. Zeebiesweg 33, Biddinghuizen
Besluit m.e.r.-beoordeling aanmeldingsnotitie De Torenhoeve Biogas B.V. Zeebiesweg 33, Biddinghuizen Aanvraagnummer: Olo-nummer 2948331 Gemachtigde: Haro Milieuadvies De Stroom 21 9411 MB Beilen Locatie:
Workshop mestvergisting. Jan Willem Bijnagte CCS Energie advies
Workshop mestvergisting Jan Willem Bijnagte CCS Energie advies [email protected] BioEnergy Farm 2 Project beschrijving Europees project Markt ontwikkeling mono-mestvergisting Verspreiden onafhankelijke
Mestvergisting Botniaweg 6, Marrum
Mestvergisting Botniaweg 6, Marrum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 maart 2011 / rapportnummer 2499 35 1. Oordeel over het MER Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
Bestemmingsplan buitengebied
Bestemmingsplan buitengebied Voorontwerp Informatieavond dinsdag 26 juni 2012 Wat is een bestemmingsplan? Plan met regels over het gebruik van de ruimte Waar en hoe mag wat worden gebouwd? Welke functies
Byosis Group. oplossingen voor vergisters; maisraffinage. Datum: September 2012
Byosis Group oplossingen voor vergisters; maisraffinage Door: René Oudman Datum: September 2012 Bedrijf Byosis is opgericht in 2007. Technologie ontwikkeld samen met Wageningen Universiteit. Oprichters:
Relevante artikelen Verordening ruimte Noord-Brabant
Bijlage 3 Relevante artikelen Verordening ruimte Noord-Brabant Artikel 2.1 - Zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk
Biogasbeleid Toepassing artikel 19 lid 1 WRO in geval van biogasinstallaties bij agrarische bedrijven
Biogasbeleid Toepassing artikel 19 lid 1 WRO in geval van biogasinstallaties bij agrarische bedrijven Vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Nijefurd op 12 april 2005. Inleiding Aanleiding
Bijlage: beoordeling duurzame locatie
Bijlage: beoordeling duurzame locatie Het bedrijf is gelegen in een verwevingsgebied. In een verwevingsgebied is een bouwblokvergroting voor intensieve veehouderijen toegestaan indien het bedrijf is gelegen
Quickscan energie uit champost
Quickscan energie uit champost Paddenstoelenpact 27 juni 2018 Stijn Schlatmann en Erik Kosse Achtergrond Wekelijks 16.000 ton champost Strengere regelgeving in Duitsland Kosten voor afvoer ca 15 per ton
"OPSLAG VAN MEST EN VEEVOER BUITEN AGRARISCHE BOUWPERCELEN
Bijlage 2 BESTUURSOVEREENKOMST "OPSLAG VAN MEST EN VEEVOER BUITEN AGRARISCHE BOUWPERCELEN PARTIJEN 1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente.. (hierna te noemen: het gemeentebestuur)
Bestemmingsplan Buitengebied Zundert, vormverandering agrarisch bouwblok Hazeldonksestraat 2B, Rijsbergen. Toelichting/ ruimtelijke onderbouwing
vormverandering agrarisch bouwblok Hazeldonksestraat 2B, Rijsbergen. Toelichting/ ruimtelijke onderbouwing Opgesteld door: Provincie Noord-Brabant 19-05-2016 S.M.Verhaart- Menken Versie: 3_19-05-2016 Inhoud
Onderstaand is uitsluitend de voor het onderhavige plan relevante regelgeving weergegeven.
Betreft : Bijlage 7: Toets aan het bestemmingsplan Locatie : Krite 23-25 te Boornbergum Van : J.M. Miellet, Exlan Datum : Februari 2016 Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan Buitengebied
Toelichting. Wijzigingsplan Glastuinbouw Nieuwe Dijk 2, 4, 6, 8. Artikel 3.6 Wro
Toelichting Wijzigingsplan Artikel 3.6 Wro INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 3 1.1. Gegevens initiatiefnemer... 3 1.2. Glastuinbouw Het Grootslag... 3 2. Bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Het Grootslag 2003,
Wijzigingsplan Grootweg 13a, Berkhout Bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland, wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning
Wijzigingsplan Grootweg 13a, Berkhout Bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland, wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Beschrijving initiatief
Melkveebedrijf Familie Prinsen
Project mestwaardering Open dag 4 maart 2015 Melkveebedrijf Familie Prinsen Mestvergistingsinstallatie Fermtec Systems Locatie KTC de Marke Het bedrijf Biomassa voor vergisting In de vergister wordt jaarlijks
Statenmededeling. Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant, Kennisnemen van Actuele ontwikkelingen rondom mestbeleid in Noord-Brabant
Statenmededeling Onderwerp Mestbewerking in Noord-Brabant Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant, Kennisnemen van Actuele ontwikkelingen rondom mestbeleid in Noord-Brabant Aanleiding In maart 2014 hebben
Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE
Format Ruimtelijke Onderbouwing (versie 1, aug 2014) INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Aanleiding en doel 1.3. Plangebied 1.4. Leeswijzer 2. PLANBESCHRIJVING 2.1. Bestaande situatie 2.2. Gewenste
producten naar smaak toevoegen? E kwadraat advies Klaas Kooistra Senior adviseur E kwadraat advies 22 maart2010
Co producten naar smaak toevoegen? E kwadraat advies Klaas Kooistra Senior adviseur E kwadraat advies 22 maart2010 E kwadraat advies BV; architect duurzame keten. Expertise Projectbegeleiding van A tot
Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen
Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde
Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo)
Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo) Versie: vastgesteld Gemeente Landsmeer, januari 2011 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding...
G. Akkerman-Wielinga Ruimtelijke Ontwikkeling en Economische Zaken
Gemeente Südwest-Fryslan Raadsvoorstel gemeente Südwest-Fryslan Ons nummer: R14.000175 llllllllilllllilllllllllllllllllllllllllllllllllllllllllll Onderwerp Bestemmingsplan Kilewierwei 1 in Tirns Raadsvergadering
Gemeente Achtkarspelen Projectbesluit Veranderen erf bij de woning Skieppedrifte 5 te Drogeham Ruimtelijke onderbouwing
Gemeente Achtkarspelen Projectbesluit Veranderen erf bij de woning Skieppedrifte 5 te Drogeham Ruimtelijke onderbouwing 1. INLEIDING 1.1 Aanleiding voor het projectbesluit Op 15 januari 2010 is er een
Wijzigingsplan Baarsdorpermeer 4, Zuidermeer Bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland, wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning
Wijzigingsplan Baarsdorpermeer 4, Zuidermeer Bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland, wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning *D14.001905* D14.001905 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding
bestemmingsplan 't rulge veld
VA STcES-TEZ.J0 DU Co Etc F IC-Eolaea gemeente leusden bestemmingsplan 't rulge veld herziening 2-1993 a a ww,a ado IS la ree..111110 I. a a la //1 -ir ADVISEURS BV LEUSDERWEG 220 3817 KG AMERSFOORT TEL.
15003 RO VERPLAATSEN VLAAMSE SCHUUR LANGEREIT 14
15003 RO VERPLAATSEN VLAAMSE SCHUUR LANGEREIT 14 Ordito b.v. Postbus 94 5126 ZH Gilze E [email protected] T 0161 801 022 I www.ordito.nl KVK 54 811 554 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Ligging en begrenzing
ADVIES VOOR DE M.E.R.-BEOORDELING OVER DE PRODUCTIE VAN PRIMAIR ALUMINIUM BIJ ALUMINIUM DELFZIJL 28 MEI 2001 INHOUDSOPGAVE
ADVIES VOOR DE M.E.R.-BEOORDELING OVER DE PRODUCTIE VAN PRIMAIR ALUMINIUM BIJ ALUMINIUM DELFZIJL 28 MEI 2001 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...1 2. ADVIES VAN DE COMMISSIE OVER DE M.E.R.-BEOORDELING...2 2.1
Mestverwaarding Op weg naar een duurzame veehouderij
Mestverwaarding Op weg naar een duurzame veehouderij 19 november 2014 ABO Ooststellingwerf Nijeberkoop LTO Noord Programma Duurzame Energie Auke Jan Veenstra ([email protected]) Inhoud Activiteiten
Particuliere zonneakkers in het buitengebied van de gemeente Lingewaard
Particuliere zonneakkers in het buitengebied van de gemeente Lingewaard Toelichting op de regels voor kleinschalige zonnevelden om te kunnen voorzien in eigen energiegebruik Inhoud In dit document wordt
Ontwerp Wijzigingsplan. Ballumerweg 23 te Nes Ameland
Ontwerp Wijzigingsplan Ballumerweg 23 te Nes Ameland Ontwerp Wijzigingsplan Ballumerweg 23 te Nes Ameland Inhoud Toelichting op wijzigingsplan 1. Beschrijving van het plan 2. Beleidskader 3. Omgevingsaspecten
Geldend Bestemmingsplan Het Woud
Geldend Bestemmingsplan Het Woud Artikel 3.1. Agrarisch gebied 1. Bestemmingsomschrijving De als zodanig op de kaart aangegeven gronden zijn bestemd voor: - agrarisch grondgebruik; - slachterij, uitsluitend
Wijziging Verordening ruimte 2014, actualisatie 2017
Wijziging Verordening ruimte 2014, actualisatie 2017 Nota van wijzigingen Vastgesteld Gedeputeerde Staten Datum 13 juni 2017 1 Inleiding Voor u ligt de Nota van wijzigingen behorende bij de Wijziging
Als omwonende van de Turfweg waar het college een locatie voor Skaeve Huse wil aanwijzen, wil ik uw aandacht vragen voor het volgende.
College van B&W van Doetinchem Postbus 9020 7000 HA DOETINCHEM Vooraf per e-mail Geachte raad, geachte raadsleden, Als omwonende van de Turfweg waar het college een locatie voor Skaeve Huse wil aanwijzen,
In eerste plaats willen wij ons verontschuldigen voor het feit dat wij niet eerder op uw vraag hebben gereageerd.
Raadhuisplein 1 Correspondentieadres: 7811 AP Emmen Postbus 30001 Telefoon (0591) 68 55 55 7800 RA Emmen Aan CDA fractie t.a.v. de heer L.T. Pekelsma Vaart ZZ 31 7833 AB Nieuw-Amsterdam Dienst Beleid ons
Innoveren doe je Samen
Innoveren doe je Samen Deep in the shit Ervaringen van een innovatieve ondernemer in een hooggereguleerde sector Ir Roger A.B.C. Rammers CMC 1 Agenda 1. Introductie AquaPurga 2. Mestmarkt: mestproblematiek
Nota van B&W. onderwerp Beleidsregels Ruimtelijke inpassing zonnepanelen parken. Portefeuilehouder Adam Elzakalai, John Nederstigt
7 gemeente Haarlemmermeer Nota van B&W onderwerp Portefeuilehouder Adam Elzakalai, John Nederstigt Collegevergadering 6 januari 201 5 inlichtingen Herman Nijman (023 5676889) Registratienummer 2014.0057122
Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging
Ruimtelijke Onderbouwing Bouwplan voor het realiseren van een werktuigenberging Gemeente Tynaarlo September 2012 NL.IMRO.1730.ABYdermade3depunt-0301 Inhoudsopgave 2.1 Beschrijving van het projectgebied,
Werkveld Landbouw & Natuur
Werkveld Landbouw & Natuur Betreft: Door: Voorlopige Leidraad regionale mestverwerking Hans Corsten/Irma Schmitz Datum: 15 december 2015 Inleiding In Nederland wordt meer mest geproduceerd dan op het land
Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel
Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Inleiding en planbeschrijving In Netersel is in de huidige situatie een speelterrein gelegen (zie figuur 1). Dat speelterrein is deels binnen het plangebied
STRUCTUURVISIE ZON Beleidskader ten behoeve van het opwekken van grondgebonden zonne-energie in het landelijk gebied
STRUCTUURVISIE ZON Beleidskader ten behoeve van het opwekken van grondgebonden zonne-energie in het landelijk gebied Status: Ontwerp Versie: vastgesteld Provinciale Staten 18 april 2018 1 1 Aanleiding
