VAKWERKPLAN Heerbeeck College
|
|
|
- Elias van Doorn
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Bonusmateriaal Lichamelijke Opvoeding 6 van september 2016 Dit vakwerkplan is de uitwerking behorende bij het artikel Beoordelingscriteria op het Heerbeeck College in het kader van het topic: Zet je vak op de kaart VAKWERKPLAN Heerbeeck College 1. Bewegingsbekwaamheid 2. Omgangsbekwaamheid 3. Regelbekwaamheid 4. Reflectie op bewegen 5. Kennis over bewegen Koppeling kerndoelen en competenties Kerndoel De leerling leert... Competentie zich mede met het oog op buitenschoolse beoefening op praktische wijze te oriënteren op veel verschillende bewegingsactiviteiten uit gevarieerde gebieden als spel, turnen, atletiek, bewegen op muziek, zelfverdediging en actuele ontwikkelingen in de bewegingscultuur, en daarin de eigen mogelijkheden te verkennen. Bewegingsbekwaamheid Reflectie op bewegen door middel van uitdagende bewegingssituaties zijn Bewegingsbekwaamheid bewegingsrepertoire uit te breiden de hoofdbeginselen van de bewegingsactiviteiten op eigen niveau Bewegingsbekwaamheid toe te passen tijdens bewegingsactiviteiten sportief te zijn, rekening te houden Omgangsbekwaamheid met de mogelijkheden en voorkeuren van anderen, en respect en zorg te hebben voor elkaar eenvoudige regelende taken te vervullen die het mogelijk maken, zelfstandig en samen met andere leerlingen bewegingsactiviteiten te beoefenen. Regelbekwaamheid door deel te nemen aan praktische bewegingsactiviteiten de waarde Kennis over bewegen van het bewegen voor gezondheid en welzijn kennen en ervaren.
2 1 Bewegingsbekwaamheid Verantwoording De doelstelling van het vak Lichamelijke Opvoeding is gericht op de leerlingen vanuit pedagogisch perspectief meer bekwaam te maken voor een deelname aan de bewegingscultuur, als onderdeel van een gezonde en actieve leefstijl. Het gaat er daarbij om de leerlingen meer bekwaam te maken voor de deelname aan de bewegingscultuur. Hiervoor laten we de leerlingen zoveel mogelijk werken op hun eigen niveau. Dat wil zeggen dat zowel de lesinhoud als het beoordelen gedifferentieerd (adaptief) wordt aangeboden. Om de leerlingen meer kansen te geven op een actieve en gezonde leefstijl op lange termijn, wordt door deze gedifferentieerde manier erg aangesloten bij de basisbehoeften van de leerlingen. Leerdoelen De onderstaande leerdoelen staan centraal bij deze competentie: 1 Atletiek 1.1 zich oriënteren op de beoefening van atletiek; springen, werpen en lopen, 1.2 het bewegingsrepertoire atletiek uitbreiden, 1.3 Het toepassen van de hoofdbeginselen van de bewegingsactiviteit binnen de leerlijn atletiek 2 Bewegen en muziek 2.1 zich oriënteren op de beoefening van bewegen op muziek, 2.2 het bewegingsrepertoire bewegen en muziek uitbreiden, 2.3 Het toepassen van de hoofdbeginselen van de bewegingsactiviteit binnen de leerlijn bewegen en muziek 3. Spel 3.1. zich oriënteren op de beoefening van spel; in- en uitmaakspelen, terugslagspelen en doelspelen, 3.2. het bewegingsrepertoire spel uitbreiden, 3.3. Het toepassen van de hoofdbeginselen van de bewegingsactiviteit binnen de leerlijn spel 4. Turnen 4.1. zich oriënteren op de beoefening van turnen; springen, zwaaien en balanceren, 4.2. het bewegingsrepertoire atletiek uitbreiden, 4.3. Het toepassen van de hoofdbeginselen van de bewegingsactiviteit binnen de leerlijn atletiek 5. Zelfverdediging 5.1. zich oriënteren op de beoefening van zelfverdediging, 5.2. het bewegingsrepertoire zelfverdediging uitbreiden, 5.3. Het toepassen van de hoofdbeginselen van de bewegingsactiviteit binnen de leerlijn zelfverdediging Beoordelingscriteria per leerdoel Atletiek Duurloop: beginnend ontwikkelend behaald O: Oriëntatieloop P: - als groep lopen P: - als groep lopen - niet gaan wandelen O: 1600m/coopertest P: - als groep lopen - niet gaan wandelen - oriëntatiepunten op juiste manier aandoen
3 P: - niet gaan wandelen O: 5x400 meter P: - niet gaan wandelen - race goed indelen ongeveer gelijke tijd per ronde. P: - niet gaan wandelen - race goed indelen ongeveer gelijke tijd per ronde. - een bepaalde afstand/tijd lopen P: - niet gaan wandelen P: - niet gaan wandelen P: - niet gaan wandelen - tijden tussen de 5 - lopen verschillen weinig Sprint: Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 O: 40 of 60 m sprint met/zonder startblok P: - leerling kan versnellen P: - leerling kan voordeel halen door gebruik van startblok - race goed indelen P: - leerling kan voordeel halen door gebruik van startblok - race goed indelen - een bepaalde tijd lopen O: 80 m sprint met/zonder startblok P: - leerling kan versnellen O: estafette (5x80) P: - overname binnen zone - leerling kan versnellen -leerlingen kan race goed indelen P: - leerling kan voordeel halen uit gebruik startblok - race goed indelen P: - overname binnen zone - overname met gelijke snelheid - leerling kan versnellen -leerling kan race goed indelen P: - leerling kan voordeel halen uit gebruik startblok - race goed indelen - een bepaalde tijd lopen P: - overname binnen zone - overname met gelijke snelheid - een bepaalde tijd lopen leerling kan versnellen -leerling kan race goed indelen BEOORDELING Het werken in niveaus -> Leerlingen moeten uitgedaagd worden om naar een hoger niveau te komen. Beoordelingscriteria blijven gelijk! Leerlingen mogen kiezen tussen 2 verschillende afstanden en moeten dus inschatten wat het beste past bij hun kwaliteiten. Ook kiezen ze of ze met of zonder startblokken willen starten. Als ze zonder startblokken willen starten of ze dit staand of zittend willen doen. Bewegen verbeteren Beginnend Ontwikkeld Behaald Voorbeeldig Door mijn explosieve start lig ik meteen op snelheid. Het lukt me mijn snelheid te vergroten door mijn passen groten
4 te maken, door de pasfrequentie op te voeren of door beide te doen. Ik loop op de bal van mijn voeten, waarbij het contact met de grond kort is. Mijn armen zwaaien recht naar voren. Ik loop met mijn bovenlichaam naar voren, waarbij ik mijn bovenlichaam en hoofd zo stil mogelijk houd. Ik kan goed inschatten welke start en afstand het beste bij me passen. Werpen: Aanbieden van speelse vormen, waarbij leerlingen op een leuke manier beter leren werpen. Leerlingen kunnen zelf kiezen welk spel ze gaan doen en welke moeilijkheidsgraad. Docent geeft de kaders aan (zie invulling lessen) Moeilijkheidsgraad Mikken/Afstand Voorwerp Bal Frisbee Fietsband Vanuit de aangegeven kaders kunnen de leerlingen uit de keuzetabel een spel kiezen en zelf de organisatie neerzetten. Keuze Mikken/afst and Makkelijk Mikken Gatendoek (bal en frisbee) Drijfbal (bal) springend balwerpen (bal, verspringbak) Ballenregen Ballentikkertje (bal, frisbee) Moeilijk Darten (bal, fietsband, frisbee) Hindernisbal (bal, frisbee, gatendoek) Golf (bal, fietsband, frisbee) Estafette (bal en frisbee) Jeu de boule (frisbee, bal, fietsband) Eilandjeshoppen (fietsband)
5 Afstand Wie gooit het verst (fietsband, frisbee, bal) Grenswerpbal (bal, frisbee) Gooi en haalspel (bal, frisbee, fietsband) Ballenregen Minst aantal worpen de finish halen (bal, frisbee, fietsband) Fietsbandpylonnenloop (softbalspel, fietsband, bal) Golf (bal, fietsband, frisbee) Grenswerpbal (bal, frisbee) Jeu de boule (frisbee, bal, fietsband) Eilandjeshoppen (fietsband) Bewegen op muziek: Differentiatie binnen de dans. beginnend ontwikkelend behaald Leerjaar 1 Dansen op tel, zonder armbewegingen Dansen op tel, met armbewegingen Dansen met tussentellen en armbewegingen Opdracht Klein stukje dans (minimaal 2x8) zelf invullen, docent geeft aan welk stukje in de muziek. Dit moeten minimaal 2 verschillende pasjes zijn. beginnend ontwikkelend behaald Leerjaar 2 Dansen op tel, zonder armbewegingen Dansen op tel, met armbewegingen Dansen met tussentellen en armbewegingen Opdracht Stukje dans (minimaal 4x8) zelf invullen, docent geeft aan welk stukje in de muziek. Dit moeten minimaal 4 verschillende pasjes zijn. Leerjaar 3 Aanleren muziekanalyse (hebben ze al gehad bij muziek in leerjaar 2) beginnend ontwikkelend behaald Dansen op tel, met armbewegingen Dansen met tussentellen en armbewegingen Opdracht Stukje dans (minimaal 4x8) zelf invullen, docent geeft aan welk stukje in de muziek. Dit moeten minimaal 4 verschillende pasjes zijn. De leerlingen moeten tijdens de dans wisselen van positie.
6 Spel: Inblijf- en uitmaakspelen: Het werken in niveaus -> Het spel wordt gedurende de jaren lastiger. Beoordelingscriteria blijven gelijk! beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig Aanval in balbezit Aanval zonder balbezit Verdedig ing Speler twijfelt veel maar speelt uiteindelijk toch in de richting van de vrijstaande speler, dit gaat vaak fout. De speler mist overzicht in het spel en heeft veel tijd nodig om de vrije mensen te vinden. De speler kan de bal nog niet vrijmaken en heeft moeite met het beschermen van de bal. De speler ziet de ruimtes niet en staat vaak verdedigd. Zoekt vaak de vrije ruimte op achter de verdediger. Indien er veel tegenstand is, lukt het niet meer om vrij te lopen. In het spel valt deze speler op door passief spel. De speler is vaak te laat tijdens het omschakelen in balbezit. Verder snapt de speler wel de principes van de man to man verdediging, maar het lukt hem niet om deze toe te passen. Speler speelt meestal de vrije mensen, maar het gaat ook weleens fout. Hij heeft moeite met het overzicht. Zolang er beschermd balbezit is en er tijd is kan de leerling de bal vrijspelen en probeert hij hem te beschermen. De spelers ziet soms de ruimtes om in vrij te lopen, maar kiest nog vaak voor de verkeerde oplossing. Als er nog niet veel tegenstand is lukt het de speler om vrij te komen. De speler is niet zo snel met het omschakelen in balbezit. Verder kan de speler bij niet al te veel druk binnen een man to man verdediging zijn taken uitvoeren. Speler speelt constant de vrije mensen aan. Hij heeft overzicht en probeert medeleerlingen te coachen. Hij probeert als er geen beschermd balbezit is de bal te beschermen en kan de bal soms ook vrijmaken De speler ziet meestal de ruimtes om vrij te lopen en kiest daarbij vaak voor de juiste oplossing. Indien hij kan coachen probeert hij dat, maar dat lukt nog niet altijd. Indien er veel weerstand komt heeft deze speler het moeilijk. De speler schakelt redelijk snel om bij het wisselen van balbezit. Verder kan deze speler beter uit de voeten in een man to man verdediging dan in een zoneverdediging. Bij het coachen lukt het de speler niet altijd om goed te coachen. Speler heeft een hoge handelings-snelheid en speelt constant de vrije personen aan. Daarbij heeft hij overzicht en coacht mindere spelers op een positieve manier. Indien geen beschermd balbezit kan hij de bal goed beschermen en/of vrijmaken. Speler ziet de ruimtes en past constant zijn positie aan om aanspeelbaar te zijn en kan ook bij toenemende tegenstand vrij blijven lopen. Daarbij is hij in staat om medeleerlingen te coachen. De speler schakelt snel om bij het wisselen van balbezit. Daarbij kan deze speler zowel in een zone verdediging als een man to man verdediging zijn taak vervullen. Ook kan deze speler zijn medeleerlingen coachen om beter te spelen. Terugslagspelen Het werken in niveaus -> Leerlingen moeten uitgedaagd worden om naar een hoger niveau te komen. Beoordelingscriteria blijven gelijk! Racketspelen: Op tijd bij de bal beginnend ontwikkelend behaald Je kan in laag tempo de balbaan inschatten en op de Je kan in wisselend tempo de bal-baan inschatten, op de juiste plek staan om de bal Je kan in hoog tempo de bal-baan inschatten, op de juiste plek staan om de bal
7 Gericht spelen Tempo juiste plek staan om de bal terug te spelen. Je kan de bal gericht naar de ander slaan. Je kan de bal in laag tempo meerdere keren met de ander op gang houden. terug te spelen en daarna terug te keren naar de uitgangspositie. Je kan de bal gericht spelen naast de tegenstander. Variatie links-rechts Je kan de bal met fore- en backhand op gang houden in wisselend tempo. terug te spelen, daarna terug te keren naar de uitgangspositie en hierbij anticiperen op de tegenstander. Je kan de bal gericht spelen naast, voor en achter de tegenstander. Variatie links-rechts-voorachter Je kan de bal met fore- en backhand met gebruik van verschillende technieken op gang houden in wisselend tempo Volleybal: Op tijd bij de bal Spelen om te scoren beginnend ontwikkelend behaald Je kan in laag tempo de balbaan inschatten en op de juiste plek staan om de bal terug te spelen. Je kan de bal over het net spelen met twee handen boven het hoofd. Je kan in wisselend tempo de bal-baan inschatten, op de juiste plek staan om de bal terug te spelen en daarna terug te keren naar de uitgangspositie. Je kan de bal gericht spelen naast de tegenstander. Je kan in hoog tempo de bal-baan inschatten, op de juiste plek staan om de bal terug te spelen, daarna terug te keren naar de uitgangspositie en hierbij anticiperen op de tegenstander. Je kan de bal gericht spelen op de plek waar de tegenstander niet staat met de juiste techniek. Tempo Overspelen Je kan de bal in laag tempo meerdere keren met de ander op gang houden. Je kan de bal vanuit vangen met twee handen naar een medespeler spelen. Je kan de bal bovenhands en onderhands op gang houden in wisselend tempo. Je kan de bal bovenhands en onderhands naar een medespeler spelen. De tweede bal mag je vangen. Je kan de bal met gebruik van verschillende technieken op gang houden in wisselend tempo Je kan de bal bovenhands en onderhands naar een medespeler spelen. De bal mag niet worden gevangen. Doelspelen: Het werken in niveaus -> Het spel wordt gedurende de jaren lastiger. Beoordelingscriteria blijven gelijk! beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig Aanval in balbezit Speler twijfelt veel maar speelt uiteindelijk toch in de richting van de vrijstaande speler, dit gaat vaak fout. De speler mist overzicht in het spel en heeft veel tijd Speler speelt meestal de vrije mensen, maar het gaat ook weleens fout. Hij heeft moeite met het overzicht. Zolang er beschermd balbezit is en er tijd is kan de Speler speelt constant de vrije mensen aan. Hij heeft overzicht en probeert medeleerlingen te coachen. Hij probeert als er geen beschermd balbezit Speler heeft een hoge handelingssnelheid en speelt constant de vrije personen aan. Daarbij heeft hij overzicht en coacht mindere spelers op een positieve
8 Aanval zonder balbezit Verdediging nodig om de vrije mensen te vinden. De speler kan de bal nog niet vrijmaken en heeft moeite met het beschermen van de bal. De speler ziet de ruimtes niet en staat vaak verdedigd. Zoekt vaak de vrije ruimte op achter de verdediger. Indien er veel tegenstand is, lukt het niet meer om vrij te lopen. In het spel valt deze speler op door passief spel. De speler is vaak te laat tijdens het omschakelen in balbezit. Verder snapt de speler wel de principes van de man to man verdediging, maar het lukt hem niet om deze toe te passen. leerling de bal vrijspelen en probeert hij hem te beschermen. De spelers ziet soms de ruimtes om in vrij te lopen, maar kiest nog vaak voor de verkeerde oplossing. Als er nog niet veel tegenstand is lukt het de speler om vrij te komen. De speler is niet zo snel met het omschakelen in balbezit. Verder kan de speler bij niet al te veel druk binnen een man to man verdediging zijn taken uitvoeren. is de bal te beschermen en kan de bal soms ook vrijmaken De speler ziet meestal de ruimtes om vrij te lopen en kiest daarbij vaak voor de juiste oplossing. Indien hij kan coachen probeert hij dat, maar dat lukt nog niet altijd. Indien er veel weerstand komt heeft deze speler het moeilijk. De speler schakelt redelijk snel om bij het wisselen van balbezit. Verder kan deze speler beter uit de voeten in een man to man verdediging dan in een zoneverdediging. Bij het coachen lukt het de speler niet altijd om goed te coachen. manier. Indien geen beschermd balbezit kan hij de bal goed beschermen en/of vrijmaken. Speler ziet de ruimtes en past constant zijn positie aan om aanspeelbaar te zijn en kan ook bij toenemende tegenstand vrij blijven lopen. Daarbij is hij in staat om medeleerlingen te coachen. De speler schakelt snel om bij het wisselen van balbezit. Daarbij kan deze speler zowel in een zone verdediging als een man to man verdediging zijn taak vervullen. Ook kan deze speler zijn medeleerlingen coachen om beter te spelen. Turnen Balanceren; beginnend ontwikkelend behaald Balanceren op de benen; - lopen op de klossen - Stabiele bank, brede kant Balanceren op de benen; - lopen op stelten (lage blokjes) - Stabiele bank, smalle kant Balanceren op de benen; - lopen op stelten (hoge blokjes) - Labiele bank, brede kant. Balanceren op de handen; - voeten hangen laag in de ringen en steunend op handen een rondje lopen. - handstand met gebruik van hulpverleners of muur. - Freeze nr 1 min 2 sec. Balanceren op voorwerpen; - skatebike met hulp Balanceren op de handen; - voeten hangen hoger in de ringen en al steunend op handen een rondje met hindernissen lopen - zelfstandige handstand min. 2 sec. - Freeze nr 1en 2 min 2 sec. Balanceren op voorwerpen; - skatebike zonder hulp - enkele pedalo met hulp Balanceren op de handen; - handstand in de ringen waarbij de ringen heel laag boven de dikke mat hangen. Benen leunen tegen de touwen. - zelfstandig tot handstand komen en doorrollen,evt met hulpverlener - Freeze nr 1, 2 en 3 min. 2 sec. Balanceren op voorwerpen; - skatebike zonder hulp met bochten - enkele pedalo zonder hulp - touwtje springen met lolobal
9 - dubbele pedalo met plankjes ertussen. - lolobal met hulp - staan op slackline evt. met hulp) - rijden op één-wieler, met hulp - springen op pogostick met hulp - aantal meters blijven staan op een skateboard. - lolobal zonder hulp - lopen op slackline (evt. met hulp) - rijden op één-wieler, zonder hulp - springen op pogostick zonder hulp - vooruit bewegen op een waveboard met hulp van medeleerlingen. - sprongetje maken op slackline - rijden op één-wieler, met bochten - springen op pogostick met afleggen parcours - zelfstandig vooruit bewegen en eventueel bochtjes maken op het waveboard. Springen beginnend ontwikkelend behaald Aanloop, minimale 1 e, 2 e en evt 3 e zweeffase Variëren in hoogte. Aanloop, 1 e, uitbouw 2 e en evt. 3 e zweeffase Variëren in hoogte Aanloop, uitbouw 1 e, uitbouw 2 e en uitbouw 3 e zweeffase. Variëren in hoogte Reutherplankspringen; -Rol op kast -Bokspringen -Hurksprong op (landen op knieën of voeten) - Spreidsprong op de kast (lengte) landen op billen. Trampolinespringen; - Rechtstandig springen - Variatie tijdens 2 e zweeffase (hurk spreid halve draai enz.) - Ophurken en koprol op een verhoogd vlak - Koprol op verhoogd vlak - Rol op schuin vlak - Wendsprong over de kast (mag met gebogen benen) Reutherplankspringen; - Rol op kast (plank verder weg) - Bokspringen (plank verder weg) - Hurksprong over de breedtekast - Spreidsprong over de kast (lengte), plank verder weg Trampolinespringen; - Zweefrol op verhoogd vlak (met uibouw 2 e zweeffase) - Tipsalto schuin vlak (nadruk snelle handen) tot landing op billen - Wendsprong over de kast (met rechte benen) - Tipsalto over de kast met gebruik van hulpverleners. Reutherplankspringen; - Rol op de kast met plank verder, gestrekte benen en nette landing - Bokspringen met halve draai - Hurksprong over breedtekast (plank verder) of lengtekast. - Spreidsprong over de lengtekast. Trampolinespringen; - Arabier over de kast - Salto over kast (met bijstaan hulpverleners) - salto - salto halve draai
10 Zwaaien beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig Ringenzwaaien; - Zwaaien met afsprong Ringenzwaaien; -Zwaai met ½ rotatie en afsprong Ringenzwaaien; - Zwaaien met ½ en 1/1 rotatie (plus buighang) en afsprong Ringen zwaaien; - Zwaaien met 1/1 rotatie, buighang en/of vouwhang en afsprong Trapezezwaaien; - hangend zwaaien van A naar B (met rustig overpakken naar andere trapeze) en afsprong - steunend zwaaien (vanaf kast springen tot steun) voor wegduwen Trapezezwaaien; - hangend zwaaien van A naar B (overpakken naar andere trapeze met 2 handen tegelijk(al vliegend)) en afsprong - steunend zwaaien (vanaf kast springen tot steun) rol voorover af Trapezezwaaien; - met insprong hangend zwaaien van A naar B (overpakken naar andere trapeze) en afsprong - Steunend zwaaien (via aanloop met behulp van borstwaartsom komen tot steun) voor wegduwen Trapezezwaaien; - met insprong (evt. trampoline) hangend zwaaien en overgang naar zwaaiende trapeze en afsprong. - steunend zwaaien (via aanloop met behulp van borstwaartsom komen tot steun) rol voorover af Eventueel Touwzwaaien; - hangend zwaaien van A naar B (met vaste ondergrond) Eventueel Touwzwaaien; - hangend zwaaien van A naar B (met aanloop) Eventueel Touwzwaaien; - hangend zwaaien van A naar B (met touw in beweging en aanloop, timing) Eventueel Touwzwaaien; - hangend zwaaien van A naar B (met touw in beweging en aanloop, timing, en vervoeren materiaal). Vb. pion meenemen/verder wegzetten
11 2 Regelbekwaamheid Verantwoording De doelstelling van het vak Lichamelijke Opvoeding is gericht op de leerlingen vanuit pedagogisch perspectief meer bekwaam te maken voor een deelname aan de bewegingscultuur, als onderdeel van een gezonde en actieve leefstijl. Deze bekwaamheid voor deelname aan de bewegingscultuur bestaat naast de bekwaamheid in bewegen, ook uit regelbekwaamheid. Een bekwaamheid waarbij de leerling in andere rollen dan die van beweger deel kan nemen aan sport- en bewegingssituaties. Kerndoel 57 is gericht op deze andere rollen en luidt: Leerdoelen De onderstaande leerdoelen staan centraal bij deze competentie: 1.1. De leerling kan een beweegarrangement aanpassen (opruimen, veranderen, inrichten) 1.2. De leerling kan een beweegarrangement begeleiden (coachen, hulpverlenen, les, etc) Beoordelingscriteria per leerdoel 1.1 De leerling kan een beweegarrangement aanpassen (opruimen, veranderen, inrichten). Niveau 1 het lukt, waarbij ik vaak aanwijzingen nodig heb van de docent/medeleerling Niveau 2 het lukt, waarbij ik soms aanwijzingen nodig heb Niveau 3 het lukt me zelfstandig Niveau 4 het lukt me zelfstandig en ik kan anderen verbeteren/coachen Beweegarrangementen Opruimen Ik weet waar de spullen naar toe moeten en hoe ik ze moet opbergen. beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig Ik kan de materialen op een zorgvuldige manier verplaatsen, dat wil zeggen: veilig voor mezelf, veilig voor de ander en veilig voor het materiaal. Inrichten Ik weet waar de spullen naar toe moeten en hoe ik ze moet klaarzetten. beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig
12 Ik kan de materialen op een zorgvuldige manier verplaatsen, dat wil zeggen: veilig voor mezelf, veilig voor de ander en veilig voor het materiaal. Aanpassen Ik weet waar de spullen naar toe moeten en hoe ik ze moet klaarzetten. beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig Ik kan de materialen op een zorgvuldige manier verplaatsen, dat wil zeggen: veilig voor mezelf, veilig voor de ander en veilig voor het materiaal. Ik kan het spel of de oefening aanpassen door een wijziging aan te brengen in het materiaal, de teams of de regels. 1.1 De leerling kan een beweegarrangement begeleiden (coachen, hulpverlenen, les, etc) Begeleiden Beveiligen à de hulpverlener geeft de medeleerling een veilig gevoel tijdens het bewegen Ik kan de beweging van een andere leerling op een veilige manier van begin tot einde begeleiden met de juiste techniek beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig Ik sta actief klaar op de juiste plek en maak oogcontact met de beweger. Coachen van een bewegingsbekwaamheid: De leerling kiest een veilige plek waarvan hij/zij overzicht heeft op de bewegingsactiviteit De leerling geeft aan wat er goed gaat. De leerling geeft tips. Kort en duidelijk. De leerling stimuleert en moedigt aan. beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig
13
14 Spelleider De leerling staat op een veilige plek vanwaar hij/zij het hele spel kan overzien. De leerling zorgt ervoor dat het spel kan starten: De teams staan klaar, de regels zijn bekend en het veld is speelbaar De leerling kan het spel eerlijk begeleiden: De leerling past de afgesproken regels toe. Beslissingen zijn duidelijk in woord en gebaar. beginnend ontwikkelend behaald voorbeeldig De leerling stimuleert en moedigt aan. De leerling geeft een duidelijk signaal en legt het spel stil.
15 3 Omgangsbekwaamheid Verantwoording De doelstelling van het vak Lichamelijke Opvoeding is gericht op de leerlingen vanuit pedagogisch perspectief meer bekwaam te maken voor een deelname aan de bewegingscultuur, als onderdeel van een gezonde en actieve leefstijl. Deze bekwaamheid voor deelname aan de bewegingscultuur bestaat naast de bekwaamheid in bewegen, ook uit regelbekwaamheid. Een bekwaamheid waarbij de leerling in andere rollen dan die van beweger deel kan nemen aan sport- en bewegingssituaties. Leerdoelen De onderstaande leerdoelen staan centraal bij deze competentie: 1.1 De leerling kan respectvol omgaan met anderen: 1.2 De leerling kan zorgvuldig omgaan met materialen: Beoordelingscriteria per leerdoel 1.1 De leerling kan respectvol omgaan met anderen Omgangsbekwaamheden 1 Omgang met anderen 1.1 De leerling communiceert respectvol Je praat op een rustige manier met anderen, waarbij je de ander aankijkt. Beginnend Ontwikkelend Behaald Voorbeeldig Het lukt me Het lukt me Het lukt me regelmatig. zelfstandig. zelfstandig. Het lukt, waarbij ik vaak aanwijzingen nodig heb van de docent/ medeleerlingen Ik maak gebruik van tips van anderen. Ik laat regelmatig zien dat ik anderen kan verbeteren of coachen. Je kan goed luisteren, openstaan voor andere ideeën en meedenken. Het lukt, waarbij ik vaak aanwijzingen nodig heb van de docent/ medeleerlingen Het lukt me nog niet. Ik vind het lastig om hulp te vragen. Het lukt, waarbij ik soms aanwijzingen nodig heb van de docent/ medeleerling Het lukt me regelmatig. Ik maak gebruik van tips van anderen. Het lukt me zelfstandig Het lukt me zelfstandig. Het lukt me zelfstandig en ik kan anderen verbeteren/ coachen. Het lukt me zelfstandig. Ik kan anderen verbeteren of coachen. 1.2 De leerling houdt zich aan de gedragsregels (waarden en normen) Ik houd me aan de bij LO geldende afspraken. Beginnen Ontwikkelen Behaald Voorbeeldig Het lukt me nog Het lukt me Het lukt me Het lukt me niet. regelmatig. zelfstandig. zelfstandig.
16 Ik vind het lastig om hulp te vragen. Ik maak gebruik van tips van anderen. Ik kan anderen verbeteren of coachen. 1.2 De leerling kan zorgvuldig omgaan met materialen: 1.3 De leerling kan verschillende rollen aannemen om samen zoveel mogelijk plezier en succes te beleven. Ik kan verschillen in niveau zien. Ik heb er begrip voor en kan me daaraan aanpassen. Beginnen Ontwikkelen Behaald Voorbeeldig Het lukt me nog Het lukt me Het lukt me Het lukt me niet. regelmatig. zelfstandig. zelfstandig. Ik vind het lastig om hulp te vragen. Ik maak gebruik van tips van anderen. Ik kan anderen verbeteren of coachen.
17 4 Reflectie op (eigen) bewegen Verantwoording De doelstelling van het vak Lichamelijke Opvoeding is gericht op de leerlingen vanuit pedagogisch perspectief meer bekwaam te maken voor een deelname aan de bewegingscultuur, als onderdeel van een gezonde en actieve leefstijl. Deze bekwaamheid voor deelname aan de bewegingscultuur bestaat naast de bekwaamheid in bewegen, ook uit regelbekwaamheid. Een bekwaamheid waarbij de leerling in andere rollen dan die van beweger deel kan nemen aan sport- en bewegingssituaties. Leerdoelen De onderstaande leerdoelen staan centraal bij deze competentie: 1.1 De leerling heeft inzicht in de eigen mogelijkheden en beperkingen in meerdere bekwaamheden; 1.2 De leerling kan (beweeg)gedrag van deelnemers in meerdere bekwaamheden waarderen/ beoordelen. 1.3 De leerling kan zijn eigen mogelijkheden en beperkingen in situaties van sport en bewegen vertalen naar een persoonlijke gezonde actieve leefstijl (?) onderbouwde keuze uit het sport- en beweegaanbod; Beoordelingscriteria per leerdoel 1.1 De leerling heeft inzicht in de eigen mogelijkheden en beperkingen in meerdere bekwaamheden; Criteria De leerling kan zijn eigen vaardigheden/gedrag analyseren en waarderen Tops De leerling kan voor zichzelf verbeterpunten benoemen Tips De leerling kan verbeterpunten omzetten in concrete doelen en acties Acties De leerling kan het effect van ingezette acties evalueren en bijstellen indien nodig (product en proces!) Toelichting 1.2 De leerling kan (beweeg)gedrag van deelnemers in meerdere bekwaamheden waarderen/ beoordelen. Criteria De leerling kan de vaardigheden/gedrag van de ander analyseren en waarderen tops De leerling kan voor de ander verbeterpunten benoemen tips De leerling kan verbeterpunten omzetten in concrete doelen en acties voor de ander acties Proces evaluatie Toelichting
18 1.3 De leerling kan zijn eigen mogelijkheden en beperkingen in situaties van sport en bewegen vertalen naar een persoonlijke gezonde actieve leefstijl (?); Criteria De leerling kent de mogelijkheden om inzicht te krijgen in het lokale beweegaanbod De leerling kan de verschillende activiteiten waarderen en dan wel een keuze maken uit het beschikbare aanbod, dan wel aangeven waarom de gekozen activiteit past. De leerling kan een toekomstvisie formuleren met betrekking tot zijn plaats in de bewegingscultuur. Tips tops Acties Procesevaluatie Toelichting
19 5 Kennis over een gezonde leefstijl Verantwoording Uit Human Movement & Sports 2028: Je moet kennis hebben van de samenhang tussen lichamelijke inspanning en gezondheid, je moet weten op welke manier bewegen en sport wel bijdraagt aan een gezonde leefstijl en wanneer niet. Kerndoel 58: De leerling leert door deel te nemen aan praktische bewegingsactiviteiten de waarde van het bewegen voor gezondheid en welzijn kennen en ervaren. Leerdoelen (CONCEPT!) Kennisthema s (moeten nog meer gedetailleerd naar leerdoelen) 1.1 Kennis van het menselijk lichaam (=bij biologie) Anatomie van het bewegingsapparaat en relevante organen (m.n. hart- en vaten, longen) Fysiologie (m.n. werking hart- en vaatstelsel, longen) 1.2 Kennis van de acute effecten van bewegen en sport in het lichaam Hartslag en bloedsomloop Ademhaling Energiesystemen (koolhydraat- en vetverbranding) 1.3 Kennis van de langetermijneffecten van bewegen en sport op het lichaam Gezondheid en welzijn Effecten op de stofwisseling Effecten op de lichaamssamenstelling Spiermassa en krachttraining Vetmassa: afvallen door bewegen 1.4 Bewegen in het dagelijks leven Beweegnormen Sedentair gedrag (= zitten) Veel onderwerpen zouden aan bod kunnen komen in een project(-week) over gezondheid. Maar ook in de les LO en als huiswerk zijn er mogelijkheden. Echte papieren kennistoets met kennisvragen zien te vermijden(?!). Voorbeelden werkvormen en toetsing: 1.1 Wordt aangeboden/beoordeeld bij biologie (?) > check wat en wanneer. 1.2 In samenwerking/afstemming met biologie. Op moment dat bij biologie de betreffende kennis aan bod komt: - Laat leerlingen hun geschatte maximale hartslag uitrekenen; - Laat ze tijdens een les of lessen van verschillende intensiteit de hartslag meten (indien aanwezig met hartslagmeters, anders door de pols of in de nek te voelen. Bijvoorbeeld bij shuttle run, duurloop, spel, enz.) en dit noteren in een persoonlijk schemaatje (werkboek of opdrachtvel). - Laat ze thuis uitrekenen op hoeveel procent van hun maximale hartslag ze steeds zitten, en wat dit voor zones zijn. > later of direct laten koppelen naar koolhydraat en vetverbranding. - Aftekenen als voldaan/niet voldaan. Eventueel terugkoppeling in de les door er enkele uit te pikken om te vertellen over.. en dan ook met de klas koppelen naar de onderliggende kennis uit de reader. 1.4 Laat leerlingen een beweegdagboekje bijhouden of een beweegvragenlijst invullen en uitrekenen of ze voldoen aan de norm voor gezond bewegen, en hoe veel ze zitten. Laat ze hier aan de hand van enkele vragen, op reflecteren (voldoe ik wel/niet aan de norm, hoe komt dat, wat zou ik willen/kunnen veranderen, enz.). Aftekenen in werkboek of portfolio, of als afzonderlijke opdracht (eventueel: terugkoppeling in de les door er enkele uit te pikken om te vertellen over..) En/of: je moet eind van het jaar een aantal opdrachten hebben gemaakt over voeding/bewegen/gezondheid. Moet wel ondersteund worden met een lesactiviteiten, projectvorm.
Bewegingsonderwijs en sport (PO - vmbo)
Bewegingsonderwijs en sport (PO - vmbo) Sectoren kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw vmbo bovenbouw exameneenheden Sleutels 1. Bewegen verbeteren 57: De leerlingen leren op een verantwoorde
Programma van Toetsing en Afsluiting
Leerweg: TL Klas: 3 Vak: LO2 Methode: GO! en readers Toetsnr 3.1.1 Wat moet je voor de toetsing doen? Praktijk- Atletiek COOPERTEST. Je kan 12 minuten op de skatebaan rennen in 1 tempo. Examen- Eenheden
Bewegingsonderwijs en sport (PO - havo/vwo)
Bewegingsonderwijs en sport (PO - havo/vwo) Sectoren kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo/vwo bovenbouw exameneenheden Sleutels 1. Bewegen verbeteren 57: De leerlingen leren op een verantwoorde
werpen van een softbal vangen van een softbal slaan van een softbal spelen van het eindspel het kunnen klaarzetten en variëren van leersituaties
Vak: Lichamelijk Opvoeding Leerweg: GL 2011-201 Module In methode, hoofdstuk Allround LO Basisvorming Turnen van Tjalling van de Berg Bewegingsonderwijs Bekadidact 1 Softbal: werpen van een softbal vangen
LES 9. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, klimmen, mikken DOELSTELLINGEN:
LES 9. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4: Beoordelen Trampolinespringen. O De leerling heeft geen goede sprong in de trampoline ( 1 been voor de trampoline, 2 benen in de trampoline) en geen balans
Graag breng ik u op de hoogte van de (on)vermogens van Elise op het gebeid van spel en bewegen.
Gegevens afzender Plaats, datum Geachte docent LO, Elise... is een leerling van de... school. Elise een. (omschrijving van karakter: vrolijk, (weinig) energiek, afwachtend, initiatiefrijk, creatief, angstig,
DE WEG NAAR MOTIVEREND BEOORDELEN OP HET HEERBEECK COLLEGE
DE WEG NAAR MOTIVEREND BEOORDELEN OP HET HEERBEECK COLLEGE VOORSTELLEN HANS BARMENTLO DOCENT LO/BSM HEERBEECK COLLEGE MASTER OF SPORTS (2012) DOCENT PRAKTIJKONDERZOEK FONTYS SPORTHOGESCHOOL TEAMLEIDER
Ultimate frisbee. LO2 studiedag. Do 22 november Eric Swinkels
Ultimate frisbee LO2 studiedag Do 22 november 2012 Eric Swinkels [email protected] Programma Introductie 14.30 uur Mikken (discgolf) Samenspelen (discathlon) Ontwerp discgolf-parcours 14.45 uur Technieken
Materiaalgebruik en Veiligheid. Afsluiten van de module Turnen
MODULE TURNEN Deze module bestaat uit vier lessen turnen, waarin jullie zelf een gedeelte van de lessen verzorgen. Er wordt in groepen gewerkt van 4 of 5 personen. Probeergroepen te vormen die ongeveer
Lichamelijke opvoeding: leerlijnen leerplandoelen en leerinhouden 1 ste 2 de 3 de graad
1 2 3 4 5 6 ALGEMENE DOELENKADERS 1 ste 2 de 3 de graad: leerlijnen (resultaatsverplichting - *inspanningsverplichting) 1 e graad 2 e graad 3 e graad kunnen onder begeleiding veiligheidsvoorschriften,
Krachtig Spelonderwijs
Krachtig Spelonderwijs Krachtig Spelonderwijs Optimale spe(e)l- en belevingservaring voor iedere speler DEEL I Krachtig Spelonderwijs Optimale spe(e)l- en belevingservaring voor iedere speler Doelstelling
Lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs
Lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs BEWEGINGSONDERWIJS Karakteristiek Kinderen bewegen veel en graag. Dat zien we bijvoorbeeld op het schoolplein tijdens het buitenspelen van de kleuters. Het
Werkstuk LO Gym 5,5. Werkstuk door een scholier 1417 woorden 15 februari keer beoordeeld. Gym Werkstuk. Voorwoord
Werkstuk LO Gym Werkstuk door een scholier 1417 woorden 15 februari 2006 5,5 126 keer beoordeeld Vak LO Gym Werkstuk Voorwoord Elke dinsdag heeft klas 3A een blokuur gym. Dit zijn de twee uurtjes waar
Bewegen en sport. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1. Bewegen en sport
Een actieve leefstijl is een wezenlijk bestanddeel van een gezonde leefstijl. Een actieve leefstijl draagt bij aan kwaliteit van leven of gezondheid in de breedste zin van het woord. De school kan op diverse
DOELENKADERS 1 ste 2 de 3 de graad: leerlijnen (resultaatsverplichting - *inspanningsverplichting)
Reflecteren over bewegen Zelfstandig leren Verantwoord en veilig bewegen DOELENKADERS 1 ste 2 de 3 de graad: leerlijnen (resultaatsverplichting - *inspanningsverplichting) De leraar kiest uit het doelenkader
Programma van toetsing en afsluiting
Programma van toetsing en afsluiting Opleiding: VWO Vak: (BSM) Bewegen, Sport en Maatschappij Module 1 [periode 4] Bewegen en regelen: De kandidaat kan een hockey en een voetbal spel zelfstandig kunnen
Doorlopende leerlijn Bewegen en sport (PO - vmbo)
Doorlopende leerlijn Bewegen en sport (PO - vmbo) De samengevatte vakinhoudelijke kerndoelen en eindtermen per perspectief of sleutel voor kwaliteit Sleutel PO Onderbouw VO Vmbo 1. Bewegen verbeteren Nr.
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 Springen, tikspelen, jongleren. DOELSTELLINGEN:
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 Trampolinespringen: - De leerling kan met korte verhoogde aanloop in de trampoline springen. 1 voet afzetten voor de trampoline, 2 voeten in de trampoline,
LES 38 GROEP: 3 t/m 8 Handstand, mikken, over de kop gaan
LES 38 GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 Handstand - De leerling kan als een spinnetje tegen de muur op lopen. Mikken - De leerling kan de bovenhandse strekworp gericht uitvoeren. Rollen: - De leerling
Zelfregulering bij bewegingsonderwijs in het po
Zelfregulering bij bewegingsonderwijs in het po Zelfregulering houdt in: zelfstandig handelen en daarvoor verantwoordelijkheid nemen in de context van een bepaalde situatie/omgeving, rekening houdend met
LES 28. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, Springen, Tikspelen
LES 28. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4: Beoordelen Hurksprong: O De leerling steunt niet op de armen en loopt op de plank. V De leerling springt met 2 voeten op de plank en landt op de knieën
Leerlijn Springen. Milou Boonen, sportconsulent gemeente Venlo Nick Fleuren, sportconsulent gemeente Horst aan de Maas
Leerlijn Springen Door: Milou Boonen, sportconsulent gemeente Venlo Nick Fleuren, sportconsulent gemeente Horst aan de Maas Studiedag bewegingsonderwijs 30 oktober 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Vrije
NTS niveau 17. Balk Vanaf verhoging voor de balk op de balk stappen tot schredestand
NTS niveau 17 Vanaf verhoging voor de balk op de balk stappen tot schredestand vanuit schredestand gaan op platte voeten tot het midden van de balk met armen wijd. hurken en weer komen tot schredestand.
Meisjes 6 en 7 jaar - TURNEN
Meisjes 6 en 7 jaar - TURNEN SPRONG valmat op banken (Reutherplank) - Aanloop gevolgd door koprol. Uitgangswaarde 7.5 - Aanloop gevolgd door zweefrol. Uitgangswaarde 8.5 - Aanloop gevolgd door handstand
Programma van toetsing en afsluiting
Programma van toetsing en afsluiting Opleiding: HAVO Vak: (BSM) Bewegen, Sport en Maatschappij Module 1 Bewegen en regelen: De kandidaat kan een hockey,voetbal en een softbal spel zelfstandig kunnen opstarten,
LES 17. GROEP: 3 t/m 8 Over de kop gaan, Doelspelen, Tikspelen.
LES 17. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 Beoordelen Rollen, schuin vlak. O de leerling maakt niet zelfstandig een koprol op een schuine, dikke mat (zonder trampoline) V de leerling kan 3 keer veren
Lesrooster naschoolse traject turnen week 1 t/m week 10
Lesrooster naschoolse traject turnen week 1 t/m week 10 Klassikaal In vakken Week Onderdeel Oefening 1. 1. Spel 2. Spanningsoefeningen 3. Basissprongen 4. Triple Nine(deel 1) 5. Springen: - Minitramp-dikke
LES 39 GROEP: 3 t/m 8 Springen, Hardlopen, Doelspelen DOELSTELLINGEN:
LES 39 GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4: Handstand: - De leerling doet een rol op een verhoogd vlak waarbij de afzet op de trampoline is. Doelspelen: - De leerling speelt in een groep van maximaal
Gymrooster groep 3 Opgesteld voor 20 weken, dus twee keer in het jaar uitvoeren Elske Schudde CZ 09/10
Gymrooster groep 3 Opgesteld voor 20 weken, dus twee keer in het jaar uitvoeren Elske Schudde CZ 09/10 Week 1 - Leerlijn: balanceren, bew thema: balanceren Balanceren op een bank, op een bank in het wandrek
VMBO leerweg: TL Sector: Gemengd/Theoretisch Vak: L.O. 2 Klas: 3 +( 4) Plan van toetsing/afsluiting. Soort toets: Tijdsduur.
VMBO leerweg: TL Sector: Gemengd/Theoretisch Vak: L.O. 2 Klas: 3 +( 4) 202-204 Plan van toetsing/afsluiting Toets Leerstofomschrijving (Hfst. boek) (onderwerpen) Eind termen Soort toets: Tijdsduur Herkansing
Programma van toetsing en afsluiting
Programma van toetsing en afsluiting Opleiding: HAVO Vak: (BSM) Bewegen, Sport en Maatschappij Module 1 Bewegen en regelen: De kandidaat kan een hockey,voetbal en een softbal spel zelfstandig kunnen opstarten,
LES 30. GROEP: 3 t/m 8 Zwaaien, Klimmen, Mikken. DOELSTELLINGEN:
LES 30. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerling kan na een klein duwtje de schommel zelf opgang houden en zelfstandig stoppen. - De leerling kan op eigen niveau verschillende hindernissen
Les 6 - Gymlessen (middenbouw) Zomerspelen
Les 6 - Gymlessen (middenbouw) Zomerspelen Les 1: vier zomersporten Inleiding: Warming-up Kern: Vier zomersporten Afsluiting: Olympische ringen werpen 5 minuten 30 minuten Olympische waarden: Tijdens de
(Vanuit voorhup) overslag met bewegingshulp van verhoging (blok) - Overstrekte/gespannen lichaamshouding in de afzweeffase
Overslag Score Moment 9: Handstand tegen de muur oplopen - Armen gestrekt en op schouderbreedte - Oplopen tot boven heuphoogte - Gecontroleerd teruglopen tot hurkzit Vluchtige handstand - Gestrekte armen
LES 15. GROEP: 3 t/m 8 Over de kop gaan, Stoeispelen, Tikspelen.
LES 15. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerling kan achterover een koprol maken. - De leerling speelt zonder conflicten het spel enige tijd. - De leerling gooit de bal op het moment dat
LES 3. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.
LES 3. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerlingen letten heel de tijd goed op de bal/ blijven kijken naar de bal - De leerlingen kunnen de bal op het racket balanceren - De oog-hand coördinatie
NTS niveau 17. Sprong Met reutherplank en landingsmat streksprong tot stand gevolgd door inhurken en rol voorover tot stand
NTS niveau 17 Vanaf verhoging voor de balk op de balk stappen tot schredestand vanuit schredestand gaan op platte voeten tot het midden van de balk met armen wijd. hurken en weer komen tot schredestand.
Beleidsplan bewegingsonderwijs rkbs Maria Datum: 19-11-2009. Bron: Herziene kerndoelen Basisonderwijs. Bewegingsonderwijs.
Beleidsplan bewegingsonderwijs rkbs Maria Datum: 19-11-2009 Bron: Herziene kerndoelen Basisonderwijs Bewegingsonderwijs Karakteristiek: Kinderen bewegen veel en graag. Dat zien we bijvoorbeeld op het schoolplein
Zowel turnsters als turners kunnen kiezen uit de 11 bovenstaande toestellen Turnsters en turners moeten een keuze maken van 4 van de 11 toestellen.
BEPALINGEN VOOR DE VAARDIGHEIDSPROEVEN. De 1 e graad is bedoeld voor de beginnende turnster en turners, terwijl de moeilijkheidsgraad geleidelijk oploopt tot de 8 e graad. Graad 1 & 2 mogen worden overgeslagen.
Mozarthof school voor ZML Leerlijn Bewegingsonderwijs dd 15-07-2011 1/14
Bewegingsonderwijs Kerndoel 1: De leerlingen nemen deel aan bewegingssituaties (kennen de benodigde bewegingsvaardigheden, basisvaardigheden met betrekking tot spel en nemen deel aan spel) 1.1. Balanceren
Uitbreidings of veranderingsmogelijkheden
Uitbreidings of veranderingsmogelijkheden Springen met de minitrampoline Leg de dikke mat achter de trampoline. Indien de kinderen (en de leerkracht) er ervaring mee hebben, kan het springen van de hurkwendsprong
werkblad Basisopstelling 2 Vak 1 Glijden en klimmen Vak 2 Rollen op verhoogd vlak 1 Vak 3 Doeljagerbal Materiaal
werkblad Basisopstelling opstelling in 3 vakken klimramen aan de korte kant Vak 1 Glijden en klimmen Vak Rollen op verhoogd vlak 1 Vak 3 Doeljagerbal Materiaal 3 Groot -3 klimramen 6 banken 6 matten 1
Voorbeeldspelen / -oefeningen
Plus Athletic Skills Model (ASM). Alle rechten voorbehouden. Deze afbeeldingen mogen niet gekopieerd, geproduceerd, verspreid of gebruikt worden zonder uitdrukkelijke toestemming van ASM. 1 Voorbeeldspelen
Doorlopende leerlijn Bewegen en sport (PO - havo/vwo)
Doorlopende leerlijn Bewegen en sport (PO - havo/vwo) De samengevatte vakinhoudelijke kerndoelen en eindtermen per sleutel kwaliteit Sleutel PO Onderbouw 3e 1. Bewegen verbeteren Nr. 57: Leren op een verantwoorde
TULE inhouden & activiteiten Bewegingsonderwijs. Kerndoel 57 - Zwaaien. Toelichting en verantwoording
TULE - BEWEGINGSONDERWIJS KERNDOEL 57 - ZWAAIEN 24 TULE inhouden & activiteiten Bewegingsonderwijs Kerndoel 57 - Zwaaien De leerlingen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur
LES 37. GROEP: 3 t/m 8 Klimmen, springen, mikken. DOELSTELLINGEN:
LES 37. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4: Wandrek klimmen - De leerling klimt vlot in het wandrek naar boven en omlaag. Hurksprong: - De leerling zet af met 2 voeten op de plank en landt op zijn
Lees en bekijk de activiteitkaarten bij de activiteiten. Hierop. staat de uitleg van de activiteit. met tekst en plaatjes.
LES 7: Sport 2 Activiteit Atletiek: lopen en verspringen. Materialen & tekening 1. 10 pionnen 5 touwtjes/1-meterstokken Stopwatch 2. 4 kleine matjes 3. Pion 4 kleine matjes Tape 1-meterstok. Activiteitkaarten
PTA Lichamelijke opvoeding BBL/KBL/TL alle locaties cohort
Inleiding Het vak lichamelijke opvoeding is ook in het derde en vierde leerar een verplicht vak. In leerar 3 wordt een cijfer van 1 t/m 10 gegeven en moet minimaal een 6,0 worden gehaald. In leerar 4 wordt
Bewegingsonderwijs Nutsschool Zorgvliet. [Company Name]
Bewegingsonderwijs Nutsschool Zorgvliet Door: M Lange Nutsschool Zorgvliet Dartijn en Hde aag [Company Name] Voorwoord: Niet zo lang geleden ontmoette ik een generatiegenote, een vrouw van deze tijd. Zo,
TULE inhouden & activiteiten Bewegingsonderwijs. Kerndoel 57 - Springen. Toelichting en verantwoording
TULE - BEWEGINGSONDERWIJS KERNDOEL 57 - SPRINGEN 36 TULE inhouden & activiteiten Bewegingsonderwijs Kerndoel 57 - Springen De leerlingen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur
MODULE BADMINTON Bron: Periode 2. Lestijd : 4 weken. Naam:
MODULE BADMINTON Bron: www.emmauscollege.nl/images/.../module%20badminton.doc Periode 2 Lestijd : 4 weken Naam: 1 2 3 4 5 Bij deze module gaat het er om dat je zo zelfstandig mogelijk werkt. Alle regeltaken
Examenprogramma bewegen, sport en maatschappij
Examenprogramma bewegen, sport en maatschappij Havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Bewegen
Nevobo 2011. Inhoud: CMV werkgroep Eindredactie: Communicatie Nevobo Coördinatie: Jacqueline de Wit, Ruben Nijhuis. Eerste druk, maart 2011
Nevobo 2011 Inhoud: CMV werkgroep Eindredactie: Communicatie Nevobo Coördinatie: Jacqueline de Wit, Ruben Nijhuis De CMV werkgroep van de Nevobo bestaat in januari 2011 uit Marina Miedema, Adrie Noij,
LES 20. GROEP: 3 t/m 8 Springen, Tikspelen, Zwaaien
LES 20. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 Touwzwaaien: - De leerling zwaait heen en weer, zonder knoop en landt op de mat. Wendsprong: - De leerling kan met 2 voeten afzetten, handen zijwaarts op
Reglement Minitrampoline (groepsspringen)
Reglement Minitrampoline (groepsspringen) 2017-2018 Algemene bepalingen: Er wordt alleen gesprongen in de categorie schoolteam. In deze categorie mogen dus leerlingen uit alle leerjaren deelnemen. Leerlingen
Zonder doelen ken je niet scoren. Nijkerk, 22 november 2012
Zonder doelen ken je niet scoren Nijkerk, 22 november 2012 Introductie Bart Neutkens Gwen Weeldenburg Opleidings-/ Speldocenten Fontys Sporthogeschool Eindhoven Spelen beleven 1 3 tegen 3 op vier baskets
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 TENNIS.
LES 2. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerlingen letten heel de tijd goed op de bal/ blijven kijken naar de bal - De leerlingen kunnen de bal op het racket balanceren - De oog-hand coördinatie
Schoolzwemmen. Leerlijnoefeningen Ondiep Diep Benodigdheden Aandachtspunten. Klimmen op een drijvende mat en vervolgens gaan staan.
Leerlijn Balanceren Klimmen op een drijvende mat. Vervolgens gaan staan op de drijvende mat. Dan eraf springen. Houd indien nodig één hand van de kinderen vast. Klimmen op een drijvende mat en vervolgens
Warming up. Shuttle tikkertje. Hoe lang? Doel van het spel Wat heb ik nodig? Organisatie. Start. Speelregels Hoe maak ik het makkelijker?
Warming up Shuttle tikkertje warming up met shuttle 1 shuttle en evt. lint(en) voor de tikker(s) Alle kinderen lopen in de zaal, een tikker wordt aangewezen. Deze tikker heeft een shuttle in de hand waarmee
LES 32. GROEP: 3 t/m 8 Over de kop gaan, Tikspelen, Balanceren.
LES 32. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 Beoordelen Koprol O De leerling komt niet zelfstandig rond op een dun turnmatje. V De leerling maakt zelfstandig een koprol op het dunne turnmatje. G De
TULE inhouden & activiteiten Bewegingsonderwijs. Kerndoel 57 - Balanceren. Toelichting en verantwoording
TULE - BEWEGINGSONDERWIJS KERNDOEL 57 - BALANCEREN 12 TULE inhouden & activiteiten Bewegingsonderwijs Kerndoel 57 - Balanceren De leerlingen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende
bewegingsonderwijs Kennisbasis bewegingsonderwijs op de Pabo
bewegingsonderwijs Belang van het vak Het bewegingsonderwijs aan de Pabo is exclusief gericht op de bevoegdheid voor groep 1 en 2, voorts op bewegen in brede context: bewegingsactiviteiten die op de basisschool
Opspringen tot steun, 1 been overheffen tot rijzit (basis) of Ophurken, kwart draai in hurkzit, komen tot rijzit (+0,30) spreidhoeksteun
Instap d3 balk Opspringen tot steun, 1 been overheffen tot rijzit (basis) of Ophurken, kwart draai in hurkzit, komen tot rijzit (+0,30) spreidhoeksteun Zitten op de balk; benen zijn gespreid en boven de
Kracht- en Coördinatiecircuit
Kracht- en Coördinatiecircuit Kracht en Coördinatiecircuit Het circuit wordt 2 keer uitgevoerd. Er worden tweetallen gevormd. De duur is ca. 30 minuten, steeds na 50 seconden wisselen van station. Zorg
7&8. Sportles groep 7 & 8 Lekker in je vel? Jouw veiligheidsplan. Over deze les. Wat heeft u nodig?
Sportles groep 7 & 8 Lekker in je vel? Over deze les Wat heeft u nodig? Banken 11 pylonen Wandrek 3 lintjes Tennisrackets* (of beachplankjes) Zachte tennisballen* Krijt (bijv. stoepkrijt) 6 dunne matten
Volleybal binnen het basisonderwijs
Volleybal binnen het basisonderwijs Voorwoord Voor u ligt HET volleybalboek voor het basisonderwijs. Aan de hand van deze uitgeschreven oefenvormen en lessen kunt u als leerkracht stoere, uitdagende volleyballessen
Minitrampoline. Oefenstof individuele springwedstrijd
Minitrampoline Leeftijd Geboortejaar 2008 en 2007 Geboortejaar 2006 en 2005 Geboortejaar 2004 en 2003 Geboortejaar 2002 en eerder F Streksprong Hurksprong Spreidsprong Skatesprong Hurksprong Spreidsprong
MICROTEACHING AANGEPASTE BEWEGINGSACTIVITEITEN Master LO
MICROTEACHING AANGEPASTE BEWEGINGSACTIVITEITEN Master LO 2009 2010 Onderwerp: Torbal Student: Elise Robeers Doelgroep: Blinden Datum: 17 november 2009 Lesdoelstelling: Opbouw naar het echte boccia + regels
Reglement Minitrampoline (groepsspringen)
Reglement Minitrampoline (groepsspringen) 2016-2017 Algemene bepalingen: Er wordt alleen gesprongen in de categorie schoolteam. In deze categorie mogen dus leerlingen uit alle leerjaren deelnemen. Leerlingen
LES 3. GROEP 3 t/m 8 HANDBAL. DOELSTELLINGEN:
LES 3. GROEP 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 - De leerling vangt een goed aangegooide bal in een balspel. - De leerlingen kan de bal gericht naar een medespeler gooien. Tips: - Maak deze les groepen
Opdracht 2.4.1: Verzorgen van een warming up
Opdracht 2.4.1: Verzorgen van een warming up Opdracht: Geef in een tweetal een warming up voor je LO2 klas. Stap 1 Voorbereiden Stap 2 Uitvoeren Stap 3 Terugkijken o Gebruik het lesvoorbereidingsformulier
Overzicht Prestatie Niveau 3 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen
Overzicht Prestatie Niveau 3 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen Bovenhands en spelverdelen: Bovenhands en spelverdelen: Plezier hebben in het volleybal Weten waar je moet
Structuur jeugdopleiding A.S.C. Waterwijk: Onderbouw Seizoen 2009/ 2010 versie 1.1
Structuur jeugdopleiding A.S.C. Waterwijk: Onderbouw Seizoen 2009/ 2010 versie 1.1 F Pupillen: Een speler bij de F pupillen moet op meerdere posities inzetbaar zijn. 1. Dribbelen: 1.1 Elke stap de bal
Inleiding. Kern A B A B A B A B A B A B A B. Groep 7 en 8 Les 1 Klassikale les. Kerndoel
Les 1 Klassikale les Inleiding Kern zoals werpen vangen en voortbewegen met de bal. De leerlingen kunnen in looppas een bal gooien en vangen. 10 minuten - Kleine bal/stressbal - Bank zoals werpen en vangen.
Leskaarten muurkaatsen
Leskaarten muurkaatsen Muurkaatsen Opbouw Spelvormen Muurkaatsen Kaatstennis Flyball Leskaarten muurkaatsen Najaar 2010 Vlot te doen Volop actie!! Maaike Osinga Inhoudsopgave Inleiding...3 Spelregels muurkaatsen
Rayon Delfland. Oefenstof. Recreatie Wedstrijd
Rayon Delfland Oefenstof Recreatie Wedstrijd 1 Versie 1.0 d.d. januari 2019 1 Inleiding. Vanaf het seizoen 2014 heeft de rayoncommissie van Rayon Delfland gekozen voor een andere opzet van de individuele
14.5. Impressie / Plattegrond
Alle groepen Materiaal: - 7 hoepels - Bank - 2 kasten - 5 5cm matten - 2 losse grote touwen - 2 springtouwen - Ringen - Wandrek - 20 pionnen - Korf - 2 meterstokken Impressie / Plattegrond Opdracht - De
OEFENSTOF CIRCULATIE-MINIVOLLEYBAL
OEFENSTOF CIRCULATIE-MINIVOLLEYBAL NIVEAU 1 VANGEN, GOOIEN EN BEWEGEN ACCENTEN: VEELZIJDIG ONTWIKKELEN. BASISVAARDIGHEDEN VOOR IEDERE BALSPORT. BALVAARDIGHEID EN COÖRDINATIE. OOG - HAND, BALBAAN HERKENNING
kuiten kuiten Quadriceps benen 1 OPDRACHT: maak de knipmes beweging
Rudy Duvillier benen 1 maak de knipmes beweging benen 2 ter plaatse 15'' knieen hoog afwisselend L en R en met de armen eveneens afwisslend L en R hoog.(snel tempo) benen 3 B Bal moet gerold worden van
Oefenstof Vaardigheidseisen
Oefenstof Vaardigheidseisen Versie 2017 Reglement De vaardigheidseisen bestaan uit 8 graden, oplopend in de moeilijkheidsgraad. De 1e graad is dan ook bedoeld voor de beginnende turner en turnster. Graad
NTS niveau 17 (jongens)
NTS niveau 17 (jongens) Met gelijke liggers neerspringen tot stand tussen de liggers Opzet naar achteren trekken en duwen afspringen tot stand Met reutherplank en landingsmat streksprong tot stand gevolgd
Keepers Training. De basisvaardigheden 1-9
Keepers Training De basisvaardigheden 1-9 Inhoudsopgave: 1) De basisvaardigheden a) Het vangen b) Het duiken c) De spelhervatting De basisvaardigheden 2-9 1. De basisvaardigheden. De basisvaardigheden
Overzicht Prestatie Niveau 6 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen
Overzicht Prestatie Niveau 6 Technische doelen Tactische doelen Sociale Doelen Mentale Doelen Bovenhands en spelverdelen: Bovenhands en spelverdelen: Plezier hebben in het volleybal Inzet Zuiver spelen
Staan. Maak de slackline korter, doordat er iemand op gaat zitten. Maak het moeilijker, door met twee benen tegelijk op de slackline te staan.
Staan Staan is leuk en super belangrijk! Door dit te oefenen maak je namelijk een basis voor jezelf. Hoe makkelijker het is om te blijven staan, hoe sneller je andere trucjes kunt aanleren! Hoe lang kun
Inleiding. Kern. Groep 3 en 4 Les 1 Klassikale les. Kerndoel
Les 1 Klassikale les Inleiding Kern Materiaal als werpen, vangen, voortbewegen met een bal. De leerlingen kunnen een opstuitende bal vangen. 10 minuten - Lucht-/tennisbal - Zachte bal - Bank Materiaal
Bewegingsthema: Springen. Klimmen. Mikken
Lesonderdeel: Vak 1: Mikken Vak 2: Klimmen en rollen Vak 3: Touwtje/hoepel Springen Springen over zelf rondgedraaid touw Gooien, klimmen Bewegingsthema: Springen Klimmen Mikken Groep: 5 6 Lesweek 6 Les
1 Vanaf een verhoging voor de balk opstappen tot schredestand op de balk
Balk RW 6 1 Vanaf een verhoging voor de balk opstappen tot schredestand op de balk 2 Lopen tot het midden van de balk 3 Inhurken, met 2 handen de balk aanraken en komen tot stand 4 Streksprong 5 Tot het
LES 1. GROEP: 3 t/m 8 Balanceren, jongleren, doelspelen. DOELSTELLINGEN:
LES 1. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4 Balanceren: - De leerling loopt zelfstandig (zonder hulp) in regelmatig tempo over een omgekeerde bank. Badminton: - De leerling slaat een shuttle onderhands
Dit is de bij het artikel Ruis in de gymles uit Lichamelijke Opvoeding Magazine 8, 2018 behorende lessenreeks. Auteur Danny Wals
Dit is de bij het artikel Ruis in de gymles uit Lichamelijke Opvoeding Magazine 8, 2018 behorende lessenreeks. Auteur Danny Wals Les 1 situatie 1 Opdrachten (tip)salto voorover op een schuin vlak met aanloop
Let s Smash! StreetSmash Spellenboek Voor Sportleiders. Superhandig. boekje
Let s Smash! StreetSmash Spellenboek Voor Sportleiders Superhandig boekje 1 Inleiding SMASH! SMASH! is het nieuwe volleybalprogramma voor kinderen en jongeren tot en met 18 jaar. Met SMASH! brengen we
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 3 4
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 3 4 Inleiding Schaduwlopen Kinderen staan in tweetallen verspreid over de zaal. Nummer 2 volgt zo dicht mogelijk nummer 1, zonder botsingen. Na 20 seconden wisselen
LES 1. GROEP: 3 t/m 8 HANDBAL DOELSTELLINGEN:
LES 1. GROEP: 3 t/m 8 DOELSTELLINGEN: Groep 3/4: Eilandbal: - De leerlingen kennen de regels en spelen het spel zelfstandig. Vangen: - De leerling vangt een goed aangegooide bal bijna altijd. Groep 5/6:
De kracht van kracht in de gymles
De kracht van kracht in de gymles Laatst geactualiseerd: 22 december 2017 Leestijd: 5 minuten Onderwerp(en): Onderwijs en bewegen Jongeren met overgewicht kunnen flink opzien tegen de gymles. Het omkleden,
Minitrampoline Reglement: Groepsspringen
Minitrampoline Reglement: Groepsspringen Categorie: Er wordt alleen gesprongen in de categorie schoolteam. In deze categorie mogen dus leerlingen uit alle leerjaren deelnemen. Leerlingen mogen zowel deelnemen
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 7 8
Lesthema Sprinten 3: Teamsprint Groep 7 8 Inleiding Schaduwlopen Kinderen staan in tweetallen verspreid over de zaal. Nummer 2 volgt zo dicht mogelijk nummer 1, zonder botsingen. Na 20 seconden wisselen
Oefenstof Onderlinge wedstrijden meisjes
Oefenstof Onderlinge wedstrijden meisjes Oefenstof meisjes pre-pre-instap 2008 - ophurken, koprol, streksprong af Verd vlak 60 cm. 2.5 - koprol, streksprong af Verd vlak 60 cm. 2.9 - zweefrol, streksprong
Bewegingsthema: Springen. Klimmen. Mikken
Lesonderdeel: Vak 1: Mikken Vak 2: Klimmen en rollen Vak 3: Touwtje/hoepel Springen Springen over zelf rondgedraaid touw Gooien, klimmen Bewegingsthema: Springen Klimmen Mikken Groep: 7 8 Lesweek 6 Les
