Filet Divers Werkt! 1
|
|
|
- Filip de Vries
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Filet Divers Werkt! 1
2 Inhoud 1. Inleiding Voorstelling Filet Divers Voorstelling VDAB I-Labo Antwerpen Voorstelling Centrum Basiseducatie Antwerpen Voorgeschiedenis 5 2. Het voortraject: Filet Divers werkt! Scope Instapvoorwaarden Doelstellingen Realiseren van de doelstellingen Rolverdeling en taakomschrijving De leerkrachten van Centrum Basiseducatie De POP-coach De projectopvolgers van VDAB De projectcoördinatoren De praktische werking Een schematische voorstelling Toelichting bij de schematische voorstelling Aanmelding Deelnemersoverleg Intakegesprek Traject Uitstroom Nazorg & kwaliteitscontrole Operationeel team Aandachtspunten & succesverhaal 19 2
3 4. Bijlagen Bijlage 1 Beknopte routing van het voortraject Bijlage 2 Taalkompas Bijlage 3 Infofiche Bijlage 4 Inlichtingenblad Bijlage 5 Inzagerechtenformulier Bijlage 6 Onkostennota kinderopvang Bijlage 7 Voorbeeld weekschema Bijlage 8 Huisreglement Bijlage 9 POP Bijlage 10 In- en uitstroomtabel Bijlage 11 Foto s 100 3
4 1. Inleiding 1.1 Voorstelling Filet Divers Filet Divers is een door Bond zonder Naam ondersteunde, erkende vereniging waarin armen het woord nemen. Filet Divers is ook een verbindend en versterkend kansencentrum en een sociale kruidenier. Filet Divers verbindt, versterkt, emancipeert, geeft een stem en perspectief aan mensen in armoede en gaat van individuele verandering naar een hernieuwde verbinding met de samenleving. Hoe werkt Filet Divers? Filet Divers creëert een kansrijke omgeving waarin talenten en kwaliteiten ontkiemen. Filet Divers focust op activiteiten die het doelpubliek energie geven. Zo ontwikkelen ze kracht om moeilijkheden zelf te overwinnen. Filet Divers countert het lage zelfbeeld via verbindende activiteiten, focust op succeservaringen en de vergroting van het sociaal netwerk. Filet Divers brengt kansarmen en de maatschappij via openheid, dialoog en samenspraak tot een sterkere wederzijdse betrokkenheid. Filet Divers werkt via innovatieve projecten en vrijwilligerswerking aan sensibilisering naar de politiek toe, met het oog op structurele verandering. 1.2 Voorstelling VDAB I-Labo Antwerpen Het VDAB inwerkingslabo (kortweg I-labo) te Antwerpen biedt specifieke trajecten aan voor oud- en nieuwkomers die op zoek zijn naar werk. Enkele van deze trajecten zijn experimenteel. Nieuwe methodieken worden ontwikkeld en uitgeprobeerd om zo elke werkzoekende een passend traject naar werk te kunnen bieden. Het VDAB I-labo te Antwerpen heeft een rijke ervaring in het begeleiden van hoog- en laagopgeleide anderstaligen. In 2007 werd i.s.m. de KdG Hogeschool Antwerpen een traject voor analfabete anderstaligen ontwikkeld. In het kader hiervan ontstond het alfatraject naar werk waarbinnen Filet Divers Werkt later ook een plaats zal krijgen. 1.3 Voorstelling Centrum Basiseducatie Antwerpen Centrum Basiseducatie Antwerpen (CBE Antwerpen) bereikt met diverse opleidingen waaronder vnml. Nederlands en rekenen alle laaggeletterde volwassenen, ongeacht of ze Nederlandstalig onderwijs hebben gevolgd. Het centrum heeft als missie de geletterdheid van deze volwassenen te vergroten via onderwijs en vorming. Elke cursist wordt benaderd vanuit een integrale visie als lerende en als persoon. Leervaardigheden, leerstijlen, achtergrondkenmerken, rollen in de samenleving, persoonskenmerken en motivatie spelen een belangrijke rol. Centrum Basiseducatie Antwerpen zet in op het uitbouwen van leertrajecten op maat waarbij versterking van bovenstaande elementen een belangrijke doelstelling is. Via experiment en innovatieve methodieken spelen we in op de steeds evoluerende leernoden en behoeften van de laaggeletterde cursisten. 4
5 1.4 Voorgeschiedenis In 2012 dient Filet Divers een dossier in bij het Federaal impulsfonds (F.I.F.). Ze willen een alternatief traject opzetten voor nieuwkomers. Het traject, dat vertrekt vanuit de invalshoek talenten en welzijn, dient de kloof tot de arbeidsmarkt te verkleinen en, voor de meest kwetsbaren uit deze doelgroep, meer kansen te bieden. Hiermee willen ze tevens werken aan de armoede- en welzijnsproblemen, die welig tieren binnen deze doelgroep. Tewerkstelling zou een deel van die problemen kunnen oplossen, maar tegelijk staan hun armoede- en welzijnsproblemen een tewerkstelling vaak in de weg. Met het project wil Filet Divers de oefening maken om de werking door te lichten en deze te bekijken vanuit de invalshoek tewerkstelling en niet enkel vanuit hulpverlening. VDAB Inwerking Antwerpen is reeds geruime tijd aan de slag met specifieke doelgroepen binnen de ruimere groep van anderstaligen. In het kader van het traject voor analfabete anderstaligen werd men geconfronteerd met enkele subdoelgroepen die meer zorg nodig hebben en waarvoor het huidig aanbod niet altijd toereikend is. Hierbij gaat het voornamelijk om: - Uitgeleerden (in schoolverband) die het instapniveau VDAB (1.2) niet altijd halen; - Anderstaligen / zeer laagtaalvaardig die te kampen hebben met ernstige welzijnsproblemen; - Anderstaligen / zeer laagtaalvaardig die nood hebben aan het verder ontwikkelen van hun algemene competenties en sleutelvaardigheden en zo trajectklaar kunnen gestoomd worden. Vanuit de ervaring van beide werkingen en ieders eigen expertise was het evident om de handen in elkaar te slaan en een aangepast voortraject uit te werken. Het is niet eenvoudig, om deze specifieke doelgroepen aan het werk te helpen. Ze zijn zelfs nog niet klaar voor een traject naar werk via VDAB. Het gaat om burgers, waar we van geloven dat ze op een aanvaardbare termijn opnieuw, op de arbeidsmarkt, inzetbaar zullen zijn. Vanuit de VDABmissie blijft het hoofddoel mensen aan de slag te krijgen en te houden. Zowel Filet Divers als VDAB erkennen de nood aan verdere taalontwikkeling van deze werkzoekenden. Dit kan echter niet op de klassieke manier. Er dient gewerkt met een integrale aanpak (geïntegreerd functioneel motivatieversterkend) en met een coachende aanpak. Hiervoor werd de expertise van Centrum Basiseducatie aangesproken. De focus blijft echter op tewerkstelling liggen. Zo kwam een samenwerking tussen Centrum Basiseducatie, VDAB en Filet Divers tot stand. De uitgebreide info over de gehanteerde onderwijsmethodiek kan u nalezen in het taalkompas als bijlage 2. 5
6 2. Het voortraject: Filet Divers werkt! 2.1 Scope Met dit voortraject willen we, door middel van kwaliteitsvol maatwerk, een traject aanbieden aan een bijzonder kwetsbare doelgroep, waarvoor weinig tot geen alternatieven bestaan in hun begeleiding naar werk. Deze bijzonder kwetsbare doelgroep kan worden omschreven als: - Anderstaligen zwaktaalvaardigen Nederlands: uitgeleerden, analfabeten, zwakgealfabetiseerden, - NT2-cursisten met lagere cognitieve vaardigheden. Het gaat om burgers die nog nood hebben aan bijkomende Nederlandse taalopleiding. (NT2= Nederlands voor anderstaligen) - Burgers die kampen met welzijnsproblemen: armoede, huisvestingsproblemen, - Burgers met een lichte MMPP- (Medische Mentale Psychologische Psychiatrische) problematiek, die nog in aanmerking komen voor (alternatieve) tewerkstelling. - Burgers die nood hebben aan attitudetraining, empowerment, sociale vaardigheidstraining, verzelfstandiging,. - Burgers die nood hebben aan een aangepaste oriëntatie. Het is de bedoeling om deze werkzoekenden, op een aanvaardbare termijn, trajectklaar te krijgen voor een regulier traject naar werk. Meestal gaat het om burgers die onder meerdere van deze doelgroepkenmerken vallen. Zij zijn nog niet meteen klaar voor een secundair (begeleidings-)traject naar werk, maar kunnen op korte termijn en mits intensieve begeleiding wel klaargestoomd worden voor deze tewerkstelling. Het gaat duidelijk om trajecten die kaderen in de aanpak van gekleurde armoede. Op de doelgroep die we beogen staat geen leeftijd. Ook jongeren of ouderen kunnen kampen met bovenvermelde problematieken. De opdrachtnemer voorziet steeds in een minimum aantal gewaarborgde plaatsen voor jongeren en ouderen. Er wordt gefocust op: - talenten welzijn gezondheid sleutelvaardigheden arbeidsattitudes. - Nederlandse taalverwerving. De gehanteerde methodieken richten zich op: - een functionele geïntegreerde aanpak in groep met een permanente in -, door- en uitstroom. - met bijzondere aandacht voor individuele noden en behoeften. In het kader van het diversiteitsbeleid van de VDAB werd er een bijzondere aandacht gevraagd voor een empowerende aanpak die het emancipatorisch denken en handelen versterkt. Deze opdracht betreft een opdracht voor diensten in de zin van artikel 3, 4 van de Wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni
7 De te verlenen diensten vallen onder categorie B.25 van bijlage 2 van de Wet van15 juni 2006: gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening - CPC code (diensten voor begeleiding en adviesverlening). 2.2 Instapvoorwaarden De instapvoorwaarden vooropgesteld door de VDAB zijn van toepassing. - Anderstaligen: burgers die een inburgerings- en/of inwerkingstraject volgen of gevolgd hebben. - Ingeschreven werkzoekenden: burgers die zich inschrijven bij VDAB of ingeschreven zijn. - Burgers met een professioneel perspectief, die uitgesproken willen werken of via uitbetalingsinstanties moeten werken. - Burgers die beschikken over de nodige geldige verblijfsdocumenten en indien nodig arbeidskaart. - Het gaat niet om burgers waar duidelijk blijkt dat ze een aangepast MMPP-traject nodig hebben. 2.3 Doelstellingen Doelstellingen naar de werkzoekende: - Het beste traject naar werk voor elke individuele werkzoekende uitstippelen. - Begeleiden naar oplossingen voor problematiek(en) waarmee ze worstelen. - Perspectief bieden op verdere competentieontwikkeling en versterking via een alternatief aanbod. - Aangepaste begeleiding of hulpverlening, wanneer dit aangewezen is. Dit kan via (succesvolle) toeleiding naar gespecialiseerde diensten en in een duaal traject. - Motivatie aanscherpen door deze aangepaste en activerende aanpak. Doelstellingen naar VDAB / Filet Divers: - Verhogen van kansen op tewerkstelling voor deze bijzondere doelgroep. - Verstevigen van relatie VDAB-trajectbegeleider en werkzoekende, waarbij de POP-coach de brug vormt. - Versterken van de partnerschappen in deze werking, waarbij de POP-coach een belangrijke schakel vormt. Doelstellingen naar CBE: - Een alternatief en praktijkgericht aanbod kunnen voorzien voor laagtaalvaardige werkzoekenden Er wordt gestreefd naar een vlotte doorstroom naar een secundair traject naar werk voor alle deelnemers. Er is sprake van een positieve doorstroom wanneer de deelnemer doorstroomt naar een volgende actie en dit in Mijn Loopbaan voor Partners ook zo geregistreerd staat. Er is sprake van een positieve uitstroom wanneer de deelnemer op het moment van de meting als werkend geregistreerd staat in het cliëntvolgsysteem Mijn Loopbaan voor Partners van VDAB. 7
8 2.4 Realiseren van de doelstellingen De vooropgestelde doelstellingen worden aangepakt door te werken op: - Belemmerende factoren (talige, financiële, sociale), die de werkzoekenden hinderen bij het opstarten van een traject naar werk. o o o Taal: 4x per week komen de werkzoekenden samen met de leerkrachten van Centrum Basiseducatie voor taalondersteuning (zie taalkompas in bijlage). Financiën: de POP-coach en de sociale omkadering van Filet Divers heeft oog voor mogelijke financiële problemen en probeert de nodige stappen te zetten om hier verbetering in te brengen. Sociaal: vaak heeft deze doelgroep een beperkt netwerk. Het feit dat ze in Filet Divers terecht kunnen en zich er welkom voelen en gehoord weten is voor velen al heel wat. Daarnaast is er uiteraard de individuele ondersteuning van de POPcoach (zie 2.5.2). - Sleutelvaardigheden, nodig voor het opstarten van een werktraject. Sleutelvaardigheden zijn de sleutels die de deuren tot tewerkstelling kunnen openen. Volgende competenties zien wij als belangrijke sleutelvaardigheden: Motivatie tonen samenwerken regels en afspraken nakomen zelfstandig werken flexibiliteit tonen assertiviteit tonen zelfkennis hebben zelfzorg tonen basis Nederlands hanteren Via competentieversterkende activiteiten tijdens de taalondersteuning en via stages op maat leren zowel de begeleiding als de werkzoekende zelf welke sleutelcompetenties reeds aanwezig zijn en aan welke competenties er nog dient gewerkt te worden. Via een persoonlijk ontwikkelingsplan kunnen deze eenvoudiger in kaart gebracht worden. - Jobhunting / Netwerking Uiteraard dienen onze werkzoekenden op het einde van dit voortraject een passend aanbod te verkrijgen. Het moet duidelijk zijn welk vervolg het traject naar werk zal kennen. Aan de hand van het persoonlijk ontwikkelingsplan zal er dan ook uitgekeken worden naar opleiding en/of tewerkstelling in het normaal- of sociaal economisch circuit. Zowel de POP-coach als de VDAB-medewerkers kijken uit naar passende stageplaatsen of tewerkstellingsmogelijkheden om zo het best passende traject voor de werkzoekende te bepalen. Dit vergt heel wat netwerking en hunting. 8
9 De POP-coach gaat dus ook op zoek naar door- en uitstroommogelijkheden voor de werkzoekenden, die hiervoor klaar zijn. Hij/zij doet dit in samenwerking met de trajectbegeleider en jobhunters van VDAB. Dit kan zowel binnen de alternatieve tewerkstelling als binnen het NEC (normaal economisch circuit). De betrokken VDABconsulenten vormen de brug met de Jobhunters binnen VDAB. 2.5 Rolverdeling en taakomschrijving De leerkrachten van Centrum Basiseducatie (CBE) De leerkrachten van CBE zorgen voor Nederlandse taalondersteuning. De lessen worden zo actief mogelijk georganiseerd met de focus op de werkgerelateerde sleutelvaardigheden, zowel in activiteiten als in woordenschat. Het is hierbij niet de bedoeling de cursisten in een klassieke lescontext van het Nederlands te onderwijzen. De lesgevers van Basiseducatie ontwikkelden hiertoe een Taalkompas, een soort draaiboek waarin ze hun methodiek vorm geven. U kan het terugvinden als bijlage 2. Doelstelling van de talige ondersteuning is het aanpakken van talige problemen waarmee de werkzoekenden worden aangemeld (vaak sprekend vermogen, maar ook spreekdurf, houding, begrijpend vermogen,...). De leerkrachten volgen de taalvorderingen nauwgezet op. Samen met de vorderingen rond de sleutelvaardigheden worden ze op regelmatige basis aan de coach bij Filet Divers gerapporteerd. Dit gebeurt via het deelnemersoverleg, een heen-en-weer-schriftje en informeel in de wandelgangen. Tijdens de taalondersteuning leren de docenten hun cursisten goed kennen. Ze kunnen vaak de vinger leggen op moeilijkheden en problemen. De cursisten zien hun docenten dan ook gemakkelijk als vertrouwenspersoon waar ze bij terecht kunnen met allerhande vragen. Voor deze vragen en moeilijkheden kan ruimte worden gemaakt binnen de lessen. Ze worden ook geregeld aangegrepen om in de les rond te werken. Vaak is de persoon die het (talige) probleem aanhaalt niet de enige die daarmee te kampen krijgt en kan zijn/haar vraag ook nuttig zijn voor de andere cursisten. vb: samen oefenen om naar een interimkantoor te telefoneren. Naast het geven van de lessen neemt de leerkracht van CBE ook enige administratie op zich. Zo worden de contracten, de aan- en afwezigheidsdocumenten en de opleidingsattesten door de lesgever beheerd. Meer info m.b.t. deze documenten vindt u verderop De POP-coach De POP-coach volgt de werkzoekenden nauw op. Hij neemt de tijd om de werkzoekende te leren kennen. Samen met de werkzoekende worden competenties, talenten en werkpunten in kaart gebracht zodat hij een beter zicht krijgt op zijn situatie en versterkt wordt in de zoektocht naar de juiste job. 9
10 Dit gebeurt a.d.h.v. individuele gesprekken, observaties en terugkoppeling met alle betrokkenen: de lesgevers van CBE, de individuele trajectbegeleider van VDAB, de eventuele stagebegeleider,. Dit maakt de POP-coach tot de communicatiespil tussen alle betrokkenen. Daarom leidt hij het deelnemersoverleg. (zie ) Daarnaast spelen ook vaak belemmerende factoren een rol in het vinden en houden van werk. De POP-coach probeert ook die belemmerende factoren in kaart te brengen en samen met de werkzoekende op zoek te gaan naar oplossingen. Dit vertrekt vanuit het idee dat het moeilijk is werk te vinden en te houden als het hoofd vol zit met andere problematieken (vb slechte huisvesting, problemen met de kinderen, armoede,...). Werkzoekenden komen geregeld zelf aankloppen met vragen of dingen komen naar boven tijdens de begeleiding. Daarnaast durft de POP-coach te vragen naar mogelijk gevoelige zaken om zo te kunnen achterhalen waar mogelijke problemen liggen. Dit gebeurt steeds in overleg met, en met veel respect voor, de werkzoekende. Dit is meteen de specifieke expertise die de POP-coach en zijn sociale organisatie toevoegen aan het traject. De POP-coach kijk dus erg holistisch naar de werkzoekende waardoor iedere deelnemer een individuele aanpak krijgt. Er wordt gekeken naar de individuele noden, vaardigheden en werkpunten en hoe we daar het best mee kunnen omgaan. Soms is het aangewezen de werkzoekende op een werkvloer te plaatsen om te kijken hoe hij daar functioneert. Dan is het de POP-coach die, steeds in overleg met alle betrokkenen, een stage kan regelen. De POP-coach legt en onderhoudt de contacten met mogelijke stageplaatsen, start stages op evalueert deze. 10
11 Het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) De tool die de POP-coach ter beschikking heeft om de sleutelvaardigheden van de werkzoekende in kaart te brengen is de POP. De POP bestaat uit 3 delen: - een algemeen informatie luik - een beoordelingsluik waar de verschillende sleutelvaardigheden in kaart worden gebracht - een begeleidingsluik waar de POP-coach informatie met betrekking tot de begeleiding in het algemeen kan wegschrijven. De POP is het evaluatiedocument dat doorheen het hele traject wordt meegenomen. De aanmelder vult de algemene gegevens in en geeft een eerste beoordeling mee. In de loop van het traject worden er vanuit de taalondersteuning, de stages, de coaching,... beoordelingen toegevoegd die steeds worden besproken met de werkzoekende zelf zodat die zicht krijgt op zijn talenten en leerkansen. Idealiter krijgen de werkzoekenden voldoende zelfinzicht zodat ze op termijn zelf hun POP kunnen invullen. De POP zorgt ervoor dat de begeleiding de werkzoekenden op essentiële kwaliteiten (sleutelvaardigheden) kan beoordelen, elementen die ook door werkgevers als belangrijk worden ervaren. Het helpt om de vinger te leggen op wat er precies (nog) niet goed loopt, hierdoor weet de werkzoekende waaraan hij nog kan werken om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Deze informatie wordt regelmatig teruggekoppeld met de individuele trajectbegeleider van de werkzoekende. De POP wordt ook regelmatig opgeladen in het dossier van de werkzoekende ter inzage. U vindt de POP terug als bijlage De projectopvolgers van VDAB Op twee niveaus is er projectopvolging vanuit VDAB: 1) Een individuele trajectbegeleider van VDAB kan een werkzoekende aanmelden via een POP. De individuele trajectbegeleider blijft gedurende het gehele voortraject nauw op het traject betrokken. Er wordt verwacht dat de trajectbegeleider aanwezig is bij het intakegesprek en bij het uitstroomgesprek. Er dient een vlotte communicatie mogelijk te zijn met de trajectbegeleider. 2) Twee projectopvolgers: 1 iemand participeert aan het deelnemersoverleg en volgt de werkzoekenden van nabij op. 1 iemand leidt het operationeel team en richt zich voornamelijk op kwaliteitscontrole en uitdieping van het voortraject. 11
12 Een projectopvolger van VDAB denkt samen met de POP coach en CBE de verdere ontwikkeling van het project uit. Hij dient de beleidswensen mee te vertalen naar de praktijk en dient de kwaliteit van het traject te bewaken. Het nemen van belangrijke beslissingen over de dagelijkse werking van het project gebeurt in het operationeel team. Vooral in de opstartfase van het project komt dit operationeel team regelmatig (maandelijks) samen. Idealiter vindt het operationeel team om de 3 maanden plaats De projectcoördinatoren De grote lijnen van het project worden uitgetekend door de stuurgroep. Deze bestaat uit: - de coördinatie van de leidende organisaties (Filet Divers, VDAB, CBE) - de coördinatie van belangrijke partners (HvN, Inburgering,...) - VDAB-regie (zorgen o.a. voor de samenwerkingsakkoorden) - Betrokken leidinggevenden van specifieke projectonderdelen (o.a. Steunpunt vrijwilligerswerk, de dienst arbeidsmarktcompetenties VDAB,...) De projectcoördinatoren van VDAB, Filet Divers en CBE toetsen deze lijnen voortdurend af aan de visie/missie van de eigen organisatie en sturen eventueel bij. Daar waar de POP-coach, de projectopvolgers van VDAB en de leerkrachten van CBE het schip onderhouden en bevaarbaar houden, zijn de projectcoördinatoren de kapiteins die de koers bepalen. 12
13 2.6 Praktische werking Een schematische voorstelling Aanmelding. Screening van de aanmelding door een projectopvolger VDAB. Invullen POP door aanmelder indien ok. Deelnemersoverleg: Bespreken van nieuwe aanmeldingen door leerkrachten CBE, trajectbegeleider VDAB en POP-coach a.d.h.v. de POP. Intakegesprek met: Werkzoekende POP-coach Trajectbegeleider VDAB Tolk Traject: 4x week Nederlandse les (CBE) Evt. stage op maat van de werkzoekende Maandelijks deelnemersoverleg voor evaluatie en trajectbepaling werkzoekende. Voortdurende terugkoppeling naar VDAB-trajectbegeleiding Uitstroomgesprek met: Werkzoekende POP-coach Trajectbegeleider VDAB Tolk Nadien overdracht naar de VDAB-begeleiding. Eventueel nazorg door POP-coach en kwaliteitscontrole uitstroom door trajectbegeleider VDAB. 13
14 2.6.2 Toelichting bij de schematische voorstelling Hierbij vindt u informatie over het traject Filet Divers werkt!. Een beknopte routing van het huidige traject vindt u ook terug in bijlage Aanmelding De aanmelding gebeurt enkel via VDAB, CBE of Filet Divers. Van daaruit wordt een mailtje gestuurd naar een projectopvolger van VDAB. VDAB toetst de aanmelding af aan de hand van de aanmeldingsvoorwaarden (deze staan vermeld op een infofiche, zie bijlage 3). Daarnaast wordt het dossier zo volledig mogelijk gescreend (informatie wordt opgevraagd bij Centrum Basiseducatie, VDAB, Filet Divers, evt. partnerorganisaties). Indien de aanmelding geschikt lijkt, stuurt VDAB de aanmelder een lege POP door. De aanmelder vult het infoluik in en beoordeelt voor een eerste keer de sleutelvaardigheden Deelnemersoverleg Tijdens het deelnemersoverleg, dat elke maand plaatsvindt en geleid wordt door de POP-coach, worden alle werkzoekenden in het voortraject besproken. Er wordt gekeken welke stappen de werkzoekenden al hebben gezet en welke pistes we kunnen bewandelen om hen te versterken in hun zoektocht naar werk. Een projectopvolger van VDAB, de leerkrachten van CBE en de POP-coach spreken er zowel over de belemmerende factoren als over de sleutelvaardigheden. Ook de nieuwe aanmeldingen worden er besproken. Er wordt gekeken of een aangemeld profiel geschikt is voor dit traject en of we met dit traject een oplossing kunnen bieden voor de gestelde hulpvraag. Is dit traject het meest geschikte voor deze persoon op dit moment? Indien het antwoord positief is, wordt bekeken wanneer de werkzoekende(n) best kan instappen. We bekijken of we de initiële aanmeldingsvraag van de deelnemers kunnen beantwoorden en bekijken of er nog andere (sociale) elementen spelen. Tijdens en na het deelnemersoverleg wordt de POP aangevuld (een beoordeling en/of een toevoeging aan het luik begeleidersinfo) en wordt een verslag opgemaakt met to do s voor alle partijen. Eens de aanmeldingsvraag beantwoord is en er geen bijkomende vragen naar boven komen drijven, vindt een warme overdracht plaats vanuit Filet Divers Werkt! naar de individuele trajectbegeleider Intakegesprek Na een beslissing of iemand al dan niet kan opstarten neemt de POP-coach of de projectopvolger contact op met de aanmelder. 14
15 Bij groen licht wordt een intakegesprek gepland met de individuele trajectbegeleider, de werkzoekende, een tolk en de POP-coach bij Filet Divers. Tijdens het gesprek wordt de doelstelling en de werking van het project geschetst. Dit gebeurt oa aan de hand van de POP. De trajectbegeleider is aanwezig om het voor de werkzoekende duidelijk te maken dat dit een samenwerking met VDAB is en dat er een voortdurend overleg zal plaatsvinden tussen de POP-coach en de trajectbegeleider. Een tolk is aanwezig om er zeker van te zijn dat alles goed begrepen wordt en de werkzoekende eventuele vragen kan stellen. Tijdens het intakegesprek worden het inlichtingenblad en het inzagerechtenformulier ingevuld en ondertekend. Het inlichtingenblad (zie bijlage 4) bevat allerhande info die vooral voor de POP-coach tijdens het traject interessant is. Aan de hand van het inlichtingenblad kan de lesgever van Basiseducatie ook mogelijke vervoersonkosten of kinderopvangkosten registreren. Indien er kinderopvang nodig is, dient de werkzoekende dit zelf te regelen. Kosten kunnen worden terugbetaald a.d.h.v. een onkostennota kinderopvang (zie bijlage 6). Het inzagerechtenformulier (zie bijlage 5) dient te worden doorgestuurd naar de projectopvolger die de POP-coach en de lesgever van CBE hiermee inzagerechten kan verlenen in het VDAB-dossier van de werkzoekende. Het contract wordt nadien opgemaakt, overlopen en ondertekend bij de eerste effectieve lesdag. Verder krijgt de werkzoekende zijn individuele weekschema (voorbeeld in bijlage 7). Bij aanvang is dat meestal het standaardschema met de momenten van Nederlandse taalondersteuning (4 halve dagen per week). Later kunnen daar eventueel stagemomenten bij komen. Daarnaast overlopen we het huisreglement (zie bijlage 8), waarin enkele afspraken zijn opgesomd Traject Als de werkzoekende er tijdens het intakegesprek mee instemt, start zijn traject. Nu dient er enige administratie in orde gebracht te worden door: - De POP-coach: maakt een registratie-lijn aan in Mijn loopbaan voor Partners (MLP) en laadt de POP op in het dossier van de werkzoekende. - De lesgever van CBE: maakt een opleidingslijn aan in Mijn loopbaan voor Partners (MLP), zorgt ervoor dat de werkzoekende indien nodig kosten rond vervoer en kinderopvang krijgt terugbetaald en maak het contract op. Hoe deze administratie dient te gebeuren leren nieuwe medewerkers in een opleiding georganiseerd door VDAB. 15
16 De POP-coach overloopt het contract met de werkzoekende. Dit contract wordt ondertekend en bewaard door de POP-coach. 1 exemplaar is voor de werkzoekende. Hij dient hiervan een kopie te bezorgen aan zijn uitbetalingsinstelling, zodat RVA op de hoogte is van het voortraject. Mocht het nog niet het geval zijn, dan krijgt iedere deelnemer een individuele trajectbegeleider bij de specifieke begeleiding bij wie hij idealiter 1 keer per maand wordt uitgenodigd. Mensen blijven na uitstroom uit het project bij diezelfde trajectbegeleider. De aanvraag van zo n begeleider wordt gedaan door een projectopvolger van VDAB indien er nog geen individuele trajectbegeleider werd aangesteld. De werkzoekenden krijgen 12 uur per week Nederlandse taalondersteuning (verdeeld over vier halve dagen). Deze lessen worden opgedeeld in modules. Bij elke module wordt een andere sleutelvaardigheid behandeld. Een module duurt 2 à 3 weken. Na afloop van elke module kunnen nieuwe cursisten instromen. De lessen worden praktisch opgevat wat wil zeggen dat de cursisten regelmatig het klaslokaal en zelfs het gebouw verlaten om praktische taalervaring op te doen. Dat kan onder verschillende vormen: samen koken voor een grote groep mensen, op bedrijfsbezoek, op bezoek bij een werkwinkel, meewerken aan projecten binnen Filet Divers,.... De context werk staat steeds centraal. Alle info m.b.t. de taallessen vindt u terug in het taalkompas (bijlage 2). Naast de Nederlandse taalondersteuning wordt er individueel gekeken welke leerkansen er nog kunnen aangegrepen worden. Afhankelijk van de werkpunten van cursisten kunnen stages opgestart worden. Deze stages kunnen zowel binnen Filet Divers als extern plaatsvinden. vb: meedraaien in het onthaal van Filet Divers om te durven leren spreken. vb: stage in het magazijn van de Bond Zonder Naam om de arbeidsattitude in kaart te brengen. vb: stage bij een sociale of commerciële partner om een arbeidsvloer in een bepaalde sector te leren kennen. Aan de hand van deze stages leren de werkzoekenden of deze werkvloer hen ligt, aan welke werkpunten ze nog dienen te werken,... Ook voor de POP-coach kan het een tool zijn om de werkzoekende beter te leren kennen en te ontdekken welke talenten/werkpunten aanwezig zijn om zo de werkzoekende goed te kunnen oriënteren binnen zijn zoektocht naar werk. In het organiseren van deze beroepsverkennende stage neemt de POP-coach de regie op zich. Hij legt en onderhoudt de contacten met verschillende stageplaatsen en maakt het stageecontract op. De POP-coach gaat samen met de werkzoekende ter plaatste op het contract te ondertekenen. Voor een tussentijdse en eventueel een eind-evaluatie gaat de POP-coach eveneens ter plaatste. De info die uit de stage naar boven komt koppelt hij terug met de individuele trajectbegeleider en het deelnemersoverleg. Zo kunnen vervolgstappen in het traject besproken worden. 16
17 Tijdens het traject hebben de POP-coach en de werkzoekende geregeld een gesprek. Zowel de POP-coach als de werkzoekenden kunnen om een gesprek vragen. De POP-coach probeert dan ook zo maximaal mogelijk aanwezig te zijn tijdens de taalondersteuningsmomenten. Wel proberen we zo weinig mogelijk tijdens de momenten van taalondersteuning mensen uit de groep te halen voor een persoonlijk gesprek. Dit onderbreekt het groepsmoment en is hinderlijk voor de cursist, de groep en de leerkracht. Cursisten kunnen wel tijdens de pauze of voor en na de groepsbijeenkomst een gesprek hebben. Belangrijk: De POP-coach noteert alle acties die plaatsvinden i.f.v. de begeleiding van de werkzoekende in de POP (onder begeleidingsinfo). De POP wordt met regelmaat in het dossier opgeladen (maandelijks?) zodat alle begeleiders die toegang hebben tot het VDAB-dossier de recente begeleidingsacties kunnen bekijken. In de registratielijn die de POP-coach aanmaakte in het VDAB-dossier, verwijst de POP-coach naar deze POP Uitstroom Het doel van Filet Divers Werkt! is om werkzoekenden opnieuw perspectief te bieden, hen opnieuw op het spoor te zetten richting werk. Een uitstroom uit het project kan zich dan ook op verschillende manieren manifesteren: De werkzoekende vindt werk binnen het normaal economisch circuit (NEC) De werkzoekende blijkt niet in staat om te werken in het NEC en wordt doorverwezen naar een indiceringsconsulent van VDAB om te kijken of werken binnen de sociale tewerkstelling mogelijk is. (Maatwerk of Lokale diensteneconomie) Of tewerkstelling wordt tijdelijk niet mogelijk geacht en de werkzoekende krijgt het label niet toeleidbaar. De werkzoekende kan aan een opleiding beginnen die hem ondersteunt in zijn toekomstige job. De werkzoekende heeft nog nood aan bijkomende ervaring (vaardigheden, taal,...) en gaat die op doen binnen het vrijwilligerswerk. De werkzoekende wordt uitgeschreven bij VDAB omdat hij niet langer begeleid wenst te worden naar werk of niet actief genoeg op zoek was naar werk. Het uitstroomgesprek vindt plaats met de werkzoekende, zijn trajectbegeleider, de POP-coach en idealiter een tolk. Er wordt geduid waarom het traject hier stopt en wat het vervolgverhaal is. Er wordt aangegeven dat Filet Divers beschikbaar blijft voor eventuele sociale vragen of problemen en dat de trajectbegeleider van VDAB het traject terug opneemt over werkgerelateerde zaken. Werkzoekenden die uitstromen omdat ze klaar zijn voor een arbeidsmarkt kunnen een referentiebrief mee krijgen met hun kwaliteiten die ze bij hun CV kunnen voegen. 17
18 De POP-coach en de leerkracht van CBE sluiten hun begeleidingslijnen af in Mijn Loopbaan voor Partners (MLP) en de POP-coach laadt de laatste versie van de POP op in het dossier van VDAB Nazorg en kwaliteitscontrole Vaak hebben deelnemers een zekere vertrouwensband opgebouwd met Filet Divers en de POP-coach waardoor ze regelmatig met vragen of paperassen komen aankloppen. De POP-coach kan dit in beperkte mate opnemen. Indien de vraag/behoefte groter is kan de sociale dienst van Bond Zonder Naam het dossier opnemen. Daarnaast volgen de POP-coach en de trajectopvolger van VDAB het vervolgtraject van de werkzoekende verder op. Er wordt gekeken of het vervolgtraject naar wens verloopt en of er nog dingen dienen opgenomen te worden om het vervolgtraject te verbeteren. We willen te allen tijde vermijden dat mensen na een uitstroom uit Filet Divers Werkt in een gat vallen en terug thuis zitten te wachten op een volgend traject. Filet Divers werkt! moet leiden tot nieuwe perspectieven. We zetten mensen back on track in het vinden van een gepaste tewerkstelling. De duur van de nazorgperiode hangt af van de noodzaak. Als iemand goed gestart is, zal hij minder intensief worden opgevolgd. Als we aanvoelen dat de overdracht niet optimaal verliep of er nog nood is aan bijkomende opvolging, dan zal de nazorg intensiever gebeuren. Omdat de POP-coach de kans heeft gekregen de werkzoekende goed te leren kennen kan de individuele trajectbegeleider al eens behoefte hebben om uit deze kennis te putten. Ook bij tewerkstelling kan het nuttig zijn dat er contact is tussen de werkgever en de coach zodat mogelijke problemen besproken/verholpen kunnen worden en de werknemer niet meteen zijn job hoeft te verliezen Operationeel team Het operationeel team wordt eveneens geleid door een projectopvolger van VDAB. Hij/ zij denkt samen met de POP coach en CBE de verdere ontwikkeling van het project uit. Hij/zij dient de beleidswensen mee te vertalen naar de praktijk en dient de kwaliteit van het traject te bewaken. De projectopvolger screent, samen met de VDAB-trajectbegeleider, mee de aanmeldingen voor het project. Het nemen van beslissingen over de dagelijkse werking van het project gebeurt in overleg met de projectopvolger. Vooral in de opstartfase van het project komt dit operationeel team regelmatig samen. Het operationeel team vindt om de 3 maanden plaats. 18
19 3. Aandachtspunten & succesverhaal Reeds enige tijd wordt het Filet Divers Werkt-traject in Antwerpen georganiseerd. Enkele ervaringen willen we graag in de spotlight plaatsen als aandachtspunten. Een voorbeeld van een aanmeldingsvraag kan zijn of een werkzoekende in staat is om te werken in het Normaal Economisch Circuit (NEC). Na een periode actief te zijn geweest in het traject kunnen we indicaties meegeven waarom dit al dan niet zou kunnen. We kunnen materiaal aanleveren om een indiceringsdossier aan te maken voor een tewerkstelling in de sociale economie of een referentie meegeven indien iemand gaat solliciteren. Initieel is het niet de bedoeling om personen toe te leiden naar het sociaal economisch circuit. Echter, Filet Divers Werkt doet waar de individuele trajectbegeleiders van VDAB vaak niet toe komen: de tijd nemen om mensen te leren kennen, hen aan het werk te zien, hen tot zelfinzicht te laten komen over hun mogelijkheden. Vaak levert dit interessante info op die kan leiden tot een doorverwijzing naar tewerkstelling op maat. Het zou dan ook jammer zijn deze kans niet te grijpen. De instroom voor dit traject is vaak erg divers. Ook op vlak van het taalniveau durven er grote verschillen de kop opsteken. De ene persoon is analfabeet. De andere is uitgeleerd in een regulier taaltraject. Deze verschillende personen onderwijzen in een groep vraagt heel wat differentiatie. Personen die beter scoren op taalgebied kunnen dan ook andere taken en verantwoordelijkheden krijgen t.o.v. de laagtaalvaardigere werkzoekenden. Het is belangrijk om hier een goed evenwicht in te zoeken. Uit onze ervaringen blijkt het ook interessant te zijn om een instroom van werkzoekenden te groeperen. In principe kunnen er na elk deelnemersoverleg werkzoekenden instromen in het traject. Indien dit telkens maar over één of twee personen gaat, blijkt dit niet zo interessant te zijn voor de groepsdynamiek. De groep wijzigt immers telkens weer en gezien de sociale achtergrond van vele werkzoekenden in het traject is dit niet optimaal. Wanneer echter een grotere groep werkzoekenden tegelijk kan instappen, verhoogt dit de kans op een betere groepsdynamiek (wat vaak cruciaal is voor het slagen van het traject). Het instrument dat gebruikt wordt als POP, blijkt niet altijd even geschikt voor de werkzoekenden zelf. Daarom zijn we volop op zoek naar het ontwikkelen van een alternatieve POP die door de cursisten zelf gehanteerd kan worden tijdens het traject en die hen kan tonen wat hun sterktes en zwaktes zijn. De huidige POP zal kunnen blijven bestaan als begeleidingsinstrument voor de projectmedewerkers. Flexibiliteit in dit project is nodig. Niet enkel naar begeleiding toe, maar ook naar uitstroommogelijkheden toe. Het zoeken naar geschikte mogelijkheden voor uitstroom is een voortdurend aandachtspunt en vraagt veel engagement. Extra duiding m.b.t. enkele van bovenstaande aandachtspunten vindt u ook terug in het taalkompas in bijlage. 19
20 Succesverhaal In oktober 2015 komt Aziz A. bij Filet Divers Werkt! terecht. Aziz is een Marokkaanse man van 52 jaar. In zijn geboorteland zou hij als timmerman gewerkt hebben. Hij is 5 jaar in België en heeft Nederlandse les gevolgd in een traag traject bij Open School waar hij uitgeleerd verklaard is. Volgens de intake is hij verlegen, maakt hij geen goede indruk, en kan hij niet genoeg Nederlands om te gaan werken. Het doel van zijn traject bij Filet Divers Werkt! wordt: Nederlandse taalkennis verbeteren, als hij nog kan bijleren. En uitzoeken of hij kan werken in het NEC. Heeft hij daar de capaciteiten voor? De eerste weken is Aziz inderdaad een timide man. Hij zegt nauwelijks iets maar gaande weg ontpopt hij zich tot een van de ijverigste en leergierigste deelnemers. Het traject interesseert hem, hij is een al aandacht, participeert goed in de taalles en vergroot zijn woordenschat. Hij geeft aan dat hij ook buiten de bijeenkomsten probeert Nederlands te praten. Dat werpt vruchten af. Hij neemt vaker en vaker het woord en wordt zekerder van zichzelf. We zien ook snel dat hij over goede werkattitudes beschikt. Bij aanvang van de eerste bijeenkomst merkt hij dat een paar mensen de tafels en stoelen klaarzetten en hij helpt dadelijk en ongevraagd mee. Hij biedt spontaan aan om vuile kopjes naar de keuken te brengen. Tijdens een kooksessie blijft hij zonder tegensputteren langer om de keuken mee op te ruimen. Wanneer de hele groep een zaal moet klaarzetten voor een feest bij Filet Divers is het zijn taak om de tafels die uit de garage komen, proper te maken. We zien dat hij er vaart achter zet en tegelijkertijd toch nauwgezet op een plakkerige vlek schrobt en de tafels zorgzaam droog maakt. In het begin is hij een paar keer afwezig zonder te verwittigen. Een afspraak met de dokter blijkt. Maar naar het einde van zijn traject toe plant hij zijn afspraken op momenten dat er geen bijeenkomsten zijn. Als hij toch een afspraak heeft, verwittigt hij per sms. Dat hebben we tijdens de lessen rond regels en afspraken zo afgesproken. Ter gelegenheid van Kerstmis maken we houten sterren om in Filet Divers op te hangen. Aziz is in zijn nopjes. Het is duidelijk dat timmeren zijn ding is. Hij werkt geroutineerd aan zijn ster. Met oog voor detail schuurt hij het hout glad en werkt hij de ster prachtig af. Hij blijkt ook een behulpzame man te zijn. Zijn minder handige collega s toont hij hoe ze best de punten aan de stralen van de ster kunnen zagen en hij waarschuwt hen als ze niet veilig bezig zijn. Op een vanzelfsprekende manier en zonder opdringerig te zijn, neemt hij de leiding van de workshop over. De POP-coach regelt voor Aziz een stageplaats in het houtatelier bij Filet Divers. Daar bevestigen ze dat hij inderdaad een ervaren ambachtsman is, maar niet genoeg van moderne houtbewerking afweet om in België als timmerman of schrijnwerker aan de slag te kunnen gaan. Een opleiding ligt niet voor de hand omdat hij daar niet genoeg Nederlands voor spreekt. In gesprekken met hem blijkt dat Aziz dat zelf ook beseft en zijn besluit slaat vast: Ik wil poetsen. Hij heeft nog geen werkervaring als poetskracht maar wij hebben tijdens de werkopdrachten gezien dat hij daar wel de capaciteiten voor heeft. Daarom stellen we hem voor om na te gaan of hij bij VDAB een poetsopleiding kan volgen. Aziz is enthousiast. Maar dan wordt hij ziek en moet hij een operatie ondergaan. Anderhalve maand is hij buiten strijd. Hij komt terug met een doktersbriefje: niet heffen en tillen, voorzichtig stappen, oppassen met trappen. 20
21 Geen goed nieuws voor onze kandidaat-poetsman. Op het deelnemersoverleg besluiten we om hem langer dan gepland in het traject te houden, tot we meer nieuws hebben van zijn dokter. Half maart is het zo ver: een doktersbriefje met alles in orde. Aziz gaat een week later op intakegesprek bij de poetsopleiding en hij wordt toegelaten! Aziz is erg trots. En wij ook. De dag voor hij aan zijn opleiding begint, nemen wij afscheid van een man die in de herfst bij Filet Divers Werkt! binnenstapte als een verlegen en onzekere man en die nu vol vertrouwen buiten wandelt omdat hij in dit project is kunnen open bloeien en heeft kunnen bewijzen dat hij over heel wat kwaliteiten als mens en werkkracht beschikt. Aziz brengt de poetsopleiding tot een goed einde. Op dit moment doet hij stage bij een poetsbedrijf. Er is een goeie kans dat hij daar wordt aangenomen. (Aziz is een schuilnaam) Anne-Mie Wouters Lesgever Nederlands bij Filet Divers Werkt! 24 april
22 4. Bijlagen 4.1 Bijlage 1 - Beknopte routing van het voortraject BEKNOPTE ROUTING VOORTRAJECT FILET DIVERS 1 Aanmelding - De instapvoorwaarden voor instap in dit voortraject staan vermeld in de infofiche. - Aanmeldingen gebeuren door Filet Divers, CBE of VDAB via mail. - In de aanmeldingsmail wordt omschreven om wie het gaat (mét rijksregisternummer!), wat het afgelegde taalparcours is (leerloopbaan) en welke randproblemen er zijn. Ook wordt concreet geschetst wat er precies van de begeleiding wordt verwacht (concrete hulpvraag). - Een projectmedewerker van VDAB screent het dossier en beoordeelt de aanmelding. De toeleider ontvangt zo snel als mogelijk is feedback. Noot 1: Wie nog les volgt in de school kan worden opgenomen in dit voortraject. Echter, er mag niet meer dan 1 lesmoment overlappen met het CBE-aanbod binnen het traject voor het volgen van deze lessen bij IVCA/FD. Een overlapping van lesmomenten zal steeds goed worden besproken met alle partijen. Noot 2: Nieuwe aanmeldingen worden in volgorde van volgende prioriteiten opgenomen: 1) Uitgeleerden ; 2) Traaglerenden ; 3) Niet-uitgeleerde of niet-traaglerende analfabete anderstaligen ; 4) Niet-uitgeleerde of niet-traaglerende gealfabetiseerde anderstaligen ; 5) Afgestudeerde anderstaligen Noot3: Er mogen slechts 14 werkzoekenden tegelijk in de groep worden begeleid. Er dienen steeds minstens 6 werkzoekenden aanwezig te zijn binnen elke CBE-les. 2 Opmaak POP Indien de VDAB-projectmedewerker oordeelt dat de werkzoekende opgenomen kan worden, zal deze een blanco POP bezorgen aan de toeleider. De toeleider vult blad 1 en blad 2 van de POP zo volledig mogelijk in. Het POP dient, zo snel als mogelijk is, terugbezorgd te worden aan te VDAB-projectmedewerker. 3 Trajectbegeleiding Indien er nog geen trajectbegeleider werd aangesteld, zal de VDAB-projectmedewerker een afspraak inplannen bij een trajectbegeleider specifieke begeleiding voor een verkennend gesprek. De info m.b.t. deze afspraak wordt ook bezorgd aan de toeleider. Voor deze afspraak wordt geen brief verstuurd. De toeleider dient de werkzoekende hiervan zelf op de hoogte te stellen. 4 Instapafspraken Wanneer de POP werd ingevuld en een trajectbegeleider werd aangesteld, wordt de aanmelding besproken op een deelnemersoverleg bij Filet Divers. 22
23 Er wordt een weekschema opgemaakt en er wordt een datum voor een intakegesprek ingepland. Normaliter start 1 week na dit gesprek het traject op. 5 Intakegesprek - Elk nieuw traject start met een intakegesprek bij Filet Divers. Bij dit intakegesprek zijn minimaal volgende mensen aanwezig: De werkzoekende De POP-coach van Filet Divers De trajectbegeleider van VDAB Een tolk - Het intakegesprek duurt +/- 1 uur. Tijdens dit gesprek wordt aan de werkzoekende toegelicht waarom hij/zij werd aangemeld en waarom dit voortraject zinvol is. De werkzoekende dient minimaal geïnformeerd te worden over: De inhoud van het traject (a.d.h.v. het POP) De wijze van opvolging en communicatie De taken van de projectopvolgers De rechten en de plichten (voorbeeldcontract) - Tijdens het intakegesprek wordt ook het inlichtingenblad en het inzagerechtenformulier ingevuld en gehandtekend. - Het inzagerechtenformulier wordt zo snel als mogelijk is verwerkt door de VDAB-projectmedewerker. Deze verleent inzage aan zowel CBE als Filet Divers. CBE bewaart het inlichtingenblad i.f.v. de registratie in MLP. 6 Registratie Nadat de VDAB-projectmedewerker inzage heeft verleend, worden volgende zaken geregistreerd: Door CBE: Een opleidingslijn met als naam Filet Divers werkt (opleidingscode E19300, financieringsnr. A88R012) Vervoersonkosten indien de werkzoekenden te voet, met de fiets, de trein of de auto komen óf indien zij met de bus/tram komen en zij reeds een Lijn-abonnement gebruiken. Een aanvraag voor een Lijn-abonnement indien de werkzoekende met de bus/tram komen en zij nog geen Lijn-abonnement gebruiken. Het Lijn-abonnement wordt aangevraagd door in het dossier van de werkzoekende te navigeren naar Begeleiding en bij Stappen naar werk een stap toe te voegen met als naam: De Lijn abonnement aanvragen. Het eerste abonnement wordt voor 1 maand aangevraagd. Het bankrekeningnummer van de werkzoekende wordt ingegeven in het VDAB-dossier bij de tab Extra. 23
24 Het opleidingscontract wordt in 4-voud afgedrukt. De werkzoekende krijgt 2 exemplaren. Één voor zichzelf en één voor RVA/OCMW/ (indien nodig). Uitkeringsgerechtigde werkzoekenden dienen dit opleidingscontract te bezorgen aan hun vakbond/hulpkas. Verder ontvangt de VDAB-trajectbegeleider één exemplaar en wordt één exemplaar bij Filet Divers bewaard. De opleidingscontracten worden de eerste effectieve lesdag gehandtekend door de werkzoekende. Uiteraard worden ook de aan- en afwezigheden in het VDAB-systeem geregistreerd. Door Filet Divers: De POP-coach van Filet Divers registreert een begeleidingslijn in het VDAB-dossier van de werkzoekenden. Onder de tab Begeleiding wordt Stappen naar werk geselecteerd. Hier selecteert men Voeg een stap toe : Begeleiding sollicitatie en amc anderstaligen (financieringsnummer A88 D011). In de samenvatting wordt verwezen naar de POP die opgeladen wordt in het dossier. De POP-coach van Filet Divers laadt het POP van de werkzoekende op in het dossier. Dit kan onder de tab Begeleiding. Wanneer men de subtab Traject selecteert, kan men onderaan het documentenoverzicht raadplegen. Door Voeg toe te selecteren, kan de POP worden toegevoegd. De POP wordt met regelmaat (om de maand?) opgeladen in het dossier. Noot: Indien een werkzoekende, buiten de lesmomenten van het Filet Divers Werkt -traject, een stage wil/kan/moet lopen, dan kan dit worden georganiseerd als een opleidingsstage! ER WORDEN GEEN WERKSTAGES VOOR ANDERSTALIGEN MEER GEORGANISEERD! De POP-coach maakt in de opleidingenmanager een opleiding aan met als naam Competentieversterking Filet Divers Werkt. Het financieringsnummer is A88 D011. Eens de opleidingslijn is aangemaakt, kan men op deze lijn klikken en stage opstarten selecteren. Voor het organiseren van deze stage dient ook een opleidingscontract + stagecontract afgedrukt te worden, alsook documenten voor RVA (C98 / C91) indien nodig. 7 Eerste lesmoment De werkzoekende ondertekent op de eerste lesdag de opleidingscontracten die CBE heeft opgemaakt. Tijdens dit eerste lesmoment wordt, samen met de andere werkzoekenden, het competentiethema verkend. Elke werkzoekende dient te allen tijde zicht te hebben op de doelstellingen waaraan gewerkt wordt. 24
25 8 Opvolging Door CBE: CBE registreert de kinderopvangkosten indien deze via het formulier onkostennota kinderopvang worden binnengebracht. Dit formulier wordt bezorgd aan de werkzoekenden die kinderopvang dienen te voorzien. Op het einde van elke maand dienen de uitkeringsgerechtigde werkzoekenden een C98-document te verkrijgen. Zij dienen dit binnen te brengen bij de vakbond/hulpkas. De CBE-lesgevers trachten de vorderingen van de werkzoekenden op te volgen. Per thematisch uitgewerkte competentie houden zij de vorderingen bij. Info-overdracht m.b.t. deze vorderingen vindt plaats tijdens het deelnemersoverleg. Mogelijke acties worden dan besproken. Alle info m.b.t. de werkzoekenden wordt steeds overgedragen aan de POP-coach. Door Filet Divers: De POP-coach van Filet Divers houdt een neerslag bij van de begeleidende acties gedurende het traject. Deze neerslag wordt weergegeven in de POP onder begleidingsinfo. De POP-coach tracht minstens maandelijks (idealiter 2- wekelijks) een individueel gesprek te voeren met de werkzoekenden. De gesprekken worden afgestemd op de activiteiten van CBE en/of op het deelnemersoverleg en hebben als doel competentiegerichte acties / opdrachten te formuleren en op te volgen. Deze kunnen ook in de POP worden opgenomen. De POP-coach kan stages organiseren volgens de geldende VDAB-reglementering. Overlegplatformen: Deelnemersoverleg: Wordt maandelijks georganiseerd en heeft o.a. tot doel de huidige werkzoekenden in het voortraject te bespreken. Daarnaast worden er weekschema s opgemaakt voor nieuw aangemelde profielen. Ook wordt voor deze profielen een datum voor het intakegesprek vastgelegd. De POPS worden besproken en evt. bijgewerkt. Aanwezigen: POP-coach, CBE-lesgevers, VDABprojectopvolger. Operationeel team: Wordt 2- à 3-maandelijks georganiseerd en heeft o.a. tot doel de inhouden van het traject te optimaliseren. 25
26 Aanwezigen: POP-coach, CBE-lesgevers, alle VDABprojectopvolgers, evt. externen i.f.v. de besproken inhouden. Stuurgroep: Wordt 2- à 3-jaarlijks georganiseerd en heeft o.a. tot doel de kwaliteit van het project te waarborgen. Aanwezigen: Alle projectmedewerkers + diens coördinatoren. 9 Uitstroomgesprek Een werkzoekende is klaar voor uitstroom als de doelstelling van het voortraject bereikt is. Dit houdt in dat een vervolgtraject werd bepaald voor de werkzoekende. Het vervolgtraject moet binnen een redelijke termijn kunnen opstarten. 10 Afsluiting traject CBE Voorbeeld: Een werkzoekende werd aangemeld wegens uitgeleerdheid en had daarnaast ook een attitudeprobleem. Gedurende het traject werd er gewerkt aan de attitude en blijkt het Nederlands voldoende te vorderen voor instap in een opleiding. De werkzoekende kan uitstromen. De trajectbegeleider kan een alternatief traject uitstippelen tijdens de wachttijd voor opleiding. Voorbeeld 2: Een werkzoekende werd aangemeld wegens traaglerendheid. Er is een vermoeden van lichte psychologische problemen. Gedurende het traject blijkt tewerkstelling in het normaal economisch circuit (NEC) niet mogelijk. De werkzoekende dient doorverwezen te worden naar de trajectbegeleider voor indicering. De werkzoekende kan uitstromen. De begeleiders maken een grondig verslag op. De trajectbegeleider volgt de indiceringsprocedure verder op. Uitstroom wordt besproken op een deelnemersoverleg. Indien een werkzoekende kan uitstromen, wordt deze hiervan zo spoedig mogelijk door de POP-coach op de hoogte gebracht. Er wordt in overleg met Basiseducatie nagegaan wanneer de werkzoekende best uitstroomt. Dit kan enkel na het beëindigen van een lessenreeks (thema). Er vindt dan een uitstroomgesprek plaats met de werkzoekende, de POP-coach, de trajectbegeleider en een tolk. Na het uitstroomgesprek wordt het traject overgedragen aan de trajectbegeleider. Op het einde van het traject dienen de uitkeringsgerechtigde werkzoekenden een C91-document te verkrijgen. Zij dienen dit binnen te brengen bij de vakbond/hulpkas. Ook wordt het laatste C98-document bezorgd. De opleidingslijn wordt afgesloten met een korte reden hiervan in de samenvatting. 26
27 Filet Divers De POP-coach voert een afsluitend trajectgesprek met de werkzoekende. De werkzoekende dient duidelijk te weten waarom het traject wordt beëindigd en wat de volgende stap naar werk zal zijn. Een verslagje van dit gesprek wordt in het dossier van de cursist genoteerd (begeleidingslijn van de POP-coach zie boven). Deze begeleidingslijn wordt ook afgesloten. Een eindversie van het POP wordt in het dossier opgeladen onder de subtab traject (zie boven). De POP-coach informeert de VDAB-trajectbegeleider over de stopzetting van het traject. Er wordt dan ook een afspraak vastgelegd bij de VDAB-trajectbegeleider ter opvolging. Laatste aanpassing: Door: Dennis Sysmans 27
28 4.2 Bijlage 2 Taalkompas Taalkompas Dit taalkompas beschrijft het aanbod NT2 dat Open School Antwerpen voorziet aan cursisten die deelnemen aan de projecten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt. In een eerste hoofdstuk staan een aantal organisatorische aspecten centraal: Hoeveel uren aanbod voorziet Open School? Hoe intensief is dit aanbod? Hoe is het aanbod opgebouwd? In een tweede hoofdstuk bekijken we de inhoud en didactische aanpak van het aanbod. Eerst komen een aantal algemene didactische basisprincipes aan bod. Die gelden in principe voor álle lessen NT2 die Open School Antwerpen inricht. Daarna formuleren we enkele bijzondere aandachtspunten en tips, specifiek met betrekking tot de bijeenkomsten bij Filet Divers Werkt en IVCA Werkt. Het derde hoofdstuk tenslotte is de kern van dit taalkompas. Daarin zijn acht voorbeeldlessen gedetailleerd neergeschreven. Deze lessen geven een realistisch en heel concreet beeld van hoe er tijdens de groepsbijeenkomsten gewerkt wordt. 1 Organisatorisch 1.1 Situering van het aanbod NT2 binnen de projecten IVCA Werkt en Filet Divers Werkt Zoals te zien is in het schema hieronder is het aanbod NT2 dat Open School Antwerpen aanbiedt een mogelijk deel van het traject ten behoeve van cursisten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt. Cursisten in de projecten kúnnen in de taalgroep terecht komen indien zij hier nood aan hebben. Evengoed kan voor andere cursisten, die dan voldoende Nederlands spreken en begrijpen maar andere tekorten hebben, beslist worden om een werkstage te organiseren. In de realiteit komen de meeste cursisten in de taalgroep terecht. Voor het profiel van de cursisten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt verwijzen we hier naar de draaiboeken IVCA Werkt en Filet Divers Werkt. Cursisten kunnen in de taalgroep terechtkomen na aanmelding op basis van het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP), bespreking op het deelnemersoverleg en een intakegesprek. De lessen vinden plaats aan een intensiteit van vier halve dagdelen per week. Gemiddeld blijven cursisten zes maanden in de taalgroep, dat is een realistische trajecttijd. Cursisten kunnen uitstromen, opnieuw na bespreking op het deelnemersoverleg en na een uitstroomgesprek. 28
29 Schematische voorstelling van het project Aanmelding. Screening van de aanmelding door een projectopvolger VDAB. Invullen POP door aanmelder indien ok. Deelnemersoverleg: Bespreken van nieuwe aanmeldingen door leerkrachten CBE, trajectbegeleider VDAB en POP-coach a.d.h.v. de POP. Intakegesprek met: Werkzoekende POP-coach Trajectbegeleider VDAB Tolk Traject: 4x week Nederlandse les (CBE) Evt. stage op maat van de werkzoekende Maandelijks deelnemersoverleg voor evaluatie en trajectbepaling werkzoekende. Voortdurende terugkoppeling naar VDAB-trajectbegeleiding Uitstroomgesprek met: Werkzoekende POP-coach Trajectbegeleider VDAB Tolk Nadien overdracht naar de VDAB-begeleiding. Eventueel nazorg door POP-coach en kwaliteitscontrole uitstroom door trajectbegeleider VDAB. 29
30 1.2 Het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) Het aanbod dat Open School Antwerpen voorziet in het kader van Filet Divers Werkt en IVCA Werkt, hangt nauw samen met het instrument aan de hand waarvan de cursisten opgevolgd worden, het persoonlijk ontwikkelingsplan (of POP). Voor het goede begrip hieronder eerst een klein woordje uitleg. Voor een uitgebreidere toelichting over inhoud en toepassing verwijzen we graag naar het draaiboek. Het POP is het centrale instrument aan de hand waarvan alle cursisten die deelnemen aan de projecten IVCA Werkt en Filet Divers Werkt opgevolgd worden door alle betrokken medewerkers. Het loopt als een rode draad doorheen het traject dat de cursisten volgen: Ze worden aangemeld op basis van het POP, hun vorderingen worden bijgehouden aan de hand van het POP en bij uitstroom geeft het POP informatie over het eindresultaat. Het POP is opgebouwd volgens acht basiscompetenties die elk onmisbaar zijn om succesvol te kunnen functioneren op een werkvloer. Elke basiscompetentie wordt geoperationaliseerd aan de hand van één centrale doelstelling en een aantal subdoelen. Hierop worden de cursisten geëvalueerd. Het aanbod dat Open School Antwerpen voorziet volgt zoals gezegd de opbouw van dit POP. De acht thema s, hieronder gevisualiseerd aan de hand van een schijf, volgen de acht basiscompetenties van het POP. Dit betekent dus dat er thematisch gewerkt wordt. De cursisten zijn bijvoorbeeld een aantal weken bezig met de basiscompetentie samenwerken. Alle groepsactiviteiten trainen dan deze basiscompetentie. De cursisten leren bijvoorbeeld onderling werkafspraken maken of ze oefenen op elkaar eenvoudige instructies geven. De weken nadien staat dan weer een andere basiscompetentie en andere doelen centraal. Natuurlijk is het in de praktijk zo dat tijdens één groepsactiviteit meerdere basiscompetenties een rol spelen. Als de cursisten bijvoorbeeld samen soep koken, werken ze samen, maar moeten ze ook regels en afspraken volgen, én ook assertief zijn. De focus echter ligt steeds op één basiscompetentie. Daarop worden de cursisten gericht, daarop worden ze geëvalueerd. Zo kan één groepsactiviteit er, afhankelijk van de basiscompetentie die centraal staat, telkens anders uitzien. 30
31 1.2 Trajecttijd, intensiteit en in- en uitstroom Met één thema zijn de cursisten in de taalgroep gemiddeld 3 weken bezig. Zoals gezegd organiseert Open School Antwerpen wekelijks vier groepsbijeenkomsten. Deze bijeenkomsten duren telkens drie uur (= 12 uur per week). Dit betekent dat het ongeveer 24 weken, of ruwweg een half jaar, duurt voordat een cursist de acht thema s volledig doorlopen heeft. (Voor IVCA) Met één thema zijn de cursisten in de taalgroep gemiddeld 3 weken bezig. Zoals gezegd organiseert Open School Antwerpen wekelijks vier groepsbijeenkomsten. Deze bijeenkomsten duren telkens twee en half uur (= 12 uur per week). Het duurt dus ongeveer 24 weken, of ruwweg een half jaar, voordat een cursist de acht thema s volledig doorlopen heeft. Naast de bijeenkomsten NT2 voorziet ook IVCA één groepsbijeenkomst per week. Tijdens deze bijeenkomst diepen de cursisten de inhouden van de lessen NT2 uit in de eigen taal onder begeleiding van een ervaringsdeskundige. Dit is dus geen bijeenkomst NT2. Voor meer informatie rond deze bijeenkomst verwijzen we naar het draaiboek Ivca Werkt. Op het moment dat een cursist rond is, dat wil zeggen de acht thema s doorlopen heeft, stroomt hij uit. Het is niet de bedoeling dat cursisten dan nog in de groep blijven. De inhouden komen vanaf dat moment immers terug. De procedure instroom en uitstroom valt buiten het bestek van dit taalkompas en wordt gedetailleerd beschreven in het draaiboek. De taalgroep heeft een systeem van continue in- en uitstroom. Cursisten die het volledige aanbod doorlopen hebben, stromen uit en maken zo plaats voor nieuwe cursisten. Er is, in tegenstelling tot de meeste reguliere NT2-groepen bij Open School Antwerpen, dus geen vaste groep die op hetzelfde moment start en afsluit. Belangrijke kanttekening: In- en uitstromen kan enkel bij de overgang van één thema naar het volgende. Cursisten die klaar zijn stromen uit na de evaluatieles aan het einde van een thema (zie verder), nieuwe cursisten stromen in op het moment van de introductieles aan het begin van een nieuw thema. In- en uitstroom wordt met alle betrokken medewerkers besproken op het deelnemersoverleg (DO) 1.3 Introductieles, verdiepingslessen en evaluatieles Elk thema wordt aangevat met een introductieles. In deze introductieles staat het inzicht van de cursisten in de betekenis en in het belang van de basiscompetentie op de arbeidsmarkt centraal. Wat is bijvoorbeeld assertief zijn? Wat is de betekenis van dit woord in het Nederlands? En waarom is assertiviteit belangrijk als je een job zoekt, als je solliciteert of als je op een werkvloer communiceert met collega s en met de chef? Daarnaast schatten de cursisten zichzelf ook al een eerste keer in: Ben ik assertief? In welke sociale situaties wel? Wanneer niet? Na de introductieles volgen er een aantal verdiepingslessen. Hierin wordt de basiscompetentie waarop de focus ligt getraind, verwerkt, ingeoefend. Dit gebeurt aan de hand van verschillende inhouden, met verschillende werkvormen, in verschillende contexten. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat ze hun motivatie voor een specifieke vacature kunnen verwoorden in de context van een sollicitatiegesprek. Maar het is ook belangrijk dat de cursisten inzicht krijgen in welk gedrag er op de werkvloer voor zorgt dat ze de indruk geven aan anderen dat ze niet gemotiveerd zijn. En het is belangrijk dat de cursisten hun persoonlijke motivatie om te willen werken versterken door deze helder te krijgen: Waarom wil jij graag werken? Wie in je omgeving zal blij zijn als jij werkt? Waar wil je staan binnen vijf jaar? 31
32 Elk thema wordt afgesloten met een evaluatieles. Tijdens deze evaluatieles vindt er een zelfevaluatie plaats: In welke mate vinden de cursisten zélf dat ze de basiscompetentie zoals aangebracht in de introductieles verworven hebben? Ben je de voorbije weken altijd op tijd geweest? Heb je Nederlands gesproken in de klas? De aanpak en werkvormen tijdens deze zelfevaluatie staat gedetailleerd beschreven in één van de acht voorbeeldlessen (zie verder). Een zelfevaluatie alleen geeft natuurlijk geen volledig beeld. Daarom is er ook een evaluatie vanwege de lesgevers. Ook zij schatten in of de cursisten de doelstellingen van het thema behaald hebben. Zij gebruiken daartoe het POP. Ze scoren op het einde van elk thema alle cursisten op de hoofd- en subdoelstellingen van de overeenkomstige basiscompetentie. Ze maken deze evaluatie zo concreet mogelijk door specifieke voorbeelden uit de les aan te halen. De evaluatie vanwege de lesgevers én de zelfevaluatie worden vervolgens besproken op het deelnemersoverleg (DO). Zijn er grote tekorten? Zijn er grote verschillen tussen beide evaluaties? Schat de cursist zijn competentie realistisch in? Zijn er concrete acties nodig? Is er opvolging nodig? Naast de lesgevers is op het DO ook de POP-coach aanwezig. De POPcoach koppelt de bevindingen terug in een individueel gesprek met de cursist en maakt daarmee de cirkel rond. 1.4 Andere organisatorische aspecten Open School Antwerpen organiseert de groepsbijeenkomsten via maatwerk. Het decreet voor het volwassenenonderwijs van 15 juni 2007 biedt de centra voor basiseducatie (CBE's) deze mogelijkheid. Met maatwerk kunnen CBE's op vraag van derden een flexibel aanbod bieden. Voor meer informatie verwijzen we naar de website van de overheid: Via Mijn loopbaan voor Partners (MLP) registeren de leerkrachten van Open School Antwerpen de aanwezigheden van de cursisten in het registratiesysteem van VDAB. De cursisten ondertekenen een VDAB-contract dat hun rechten en plichten tijdens de opleiding vastlegt. Hun aanwezigheid in de lessen is verplicht. Bij afwezigheid is een attest nodig. Op het einde van elke maand ontvangen de cursisten een C98. Dit document moeten uitkeringsgerechtigde cursisten aan hun vakbond of uitbetalingsinstelling bezorgen. Op basis hiervan ontvangen ze hun uitkering. De cursisten hebben ook recht op terugbetaling van vervoersonkosten en kinderopvang. Om deze terugbetaling te krijgen dienen de lesgevers gegevens in te voeren in MLP. De gegevens die ze hiervoor nodig hebben vinden ze terug op het inlichtingenblad (zie bijlagen). Dit inlichtingenblad vullen de lesgevers bij instroom in samen met de cursist en houden zij bij. De modaliteiten van de samenwerking tussen Open School Antwerpen en VDAB in het kader van de projecten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. De groepsbijeenkomsten vinden plaats in de gebouwen van Filet Divers en IVCA. Deze organisaties stellen daartoe een aangename ruimte ter beschikking en het nodige ondersteunende materiaal: een magnetisch bord, tafels en stoelen, een internetverbinding in de klas, laptop en beamer. 32
33 2 Didactische uitgangspunten In dit hoofdstuk beschrijven we de didactische methode die aan de basis ligt van alle groepsbijeenkomsten die Open School Antwerpen organiseert voor de taalgroepen Filet Divers Werkt en IVCA Werkt. Basis voor deze beschrijving is de publicatie onze visie op didactiek, een initiatief van de stuurgroep aanbod, die in mei 2014 ontwikkeld werd. We nemen deze tekst hier integraal over. 2.1 onze visie op didactiek: de krachtige leeromgeving We zorgen voor een positief en veilig leerklimaat Een krachtige leeromgeving betekent ook een veilige leeromgeving. We beschouwen het als onze taak een veilig klasklimaat te waarborgen. We streven naar een goede relatie tussen lesgever en cursist, en tussen de cursisten onderling. De klas moet een plaats zijn waar cursisten durven praten en vragen stellen. We gaan steeds uit van wat de cursist wél kan en we bekijken fouten als leerkansen. De lesgever ondersteunt, is aanwezig en aanspreekbaar voor of na de les. De cursisten tonen respect voor elkaar. We leren ze conflicten uitpraten, als ze zich voordoen. Zo leren de cursisten beter communiceren met elkaar en met de lesgever. Ook kan een portie humor bij de lesgever bijdragen tot een prettige leeromgeving. Veilig betekent eveneens dat er duidelijke afspraken zijn. We zorgen dat cursisten weten wat mag en kan in de les en in onze school. We geven de grenzen aan, want onduidelijkheid kan leiden tot conflicten We werken behoeftegericht: we vertrekken van de leefwereld van de cursist De cursist kennen Uitgaan van de leefwereld en de behoeften van de cursist impliceert dat we de cursist voldoende kennen: Wat is zijn geschiedenis? Welke voorkennis heeft hij? Wat kan hij goed? Wat is zijn uiteindelijke doel? Welk traject is ideaal voor hem? Is het aanbod precies wat hij nodig heeft? Het intakegesprek geeft een antwoord op de meeste vragen. We schetsen het beeld van de cursist zo compleet mogelijk. Bij beginnende NT2- en alfa-cursisten is er een taalbarrière die we bij de start moeilijk kunnen overbruggen. In de loop van het traject grijpen we elke gelegenheid aan om het beeld van onze cursisten scherper te stellen. Peilen naar behoeften Op basis van de intake zoeken we een aanbod dat zoveel mogelijk aansluit bij de behoefte van de cursist. In het aanbod werken we aan taken uit zijn leefwereld die bruikbaar zijn buiten de klas. De inbreng van de cursist is hiervoor noodzakelijk en we voorzien voldoende tijd en ruimte in de cursus om zijn behoeften te leren kennen. Behoeften kunnen in de loop van iemands leven wijzigen of specifieker worden. We hebben er aandacht voor en vragen er vaak expliciet naar. Bij de introductie van een lesonderwerp peilen we bij de cursisten naar hun ervaring en voorkennis. In de lessen informeren we geboeid naar wat cursisten in het weekend doen, welke hobby s en interesses ze hebben, of ze naar welke tv-zenders ze kijken, 33
34 Sleutelcompetenties trainen De uiteindelijke behoefte van de cursist is om zelfstandig te functioneren in zijn dagelijkse leven. Sleutelcompetenties beheersen is daarvoor een noodzaak. Daarom zijn ze van essentieel belang in onze trajecten. Ze zijn in elke opleiding vervat. Het functionele karakter van het aanbod maakt dat cursisten sleutelcompetenties oefenen en werken aan taken bruikbaar in hun dagelijkse leven. We schenken daarbij aandacht aan alle sleutelcompetenties die bij deze taken aan bod komen. In de taallessen oefenen cursisten meer dan taal alleen: in een rollenspel tussen klant en marktkramer, bijvoorbeeld, kan het ook gaan over gepast betalen en prijzen vergelijken. In de ICT-les leren de cursisten op het internet informatie opzoeken die ze zelf ook nodig hebben. Ze kunnen daarbij ook leren hoe ze producten vergelijken of hoe ze een duidelijke mail schrijven. We kiezen gericht voor oefen- en werkvormen die automatisch sleutelcompetenties trainen. Daarom laten we cursisten regelmatig samenwerken bij het uitvoeren van opdrachten. Of we leren hen met aangepaste methodieken (bijvoorbeeld hoekenwerk) keuzes maken en prioriteiten stellen. We leren cursisten antwoorden zoeken op het internet of in een woordenboek, we leren hen informatie verwerken of ordelijk te werk gaan. Het zijn leerstrategieën die voor cursisten overal bruikbaar zijn. Daarom integreren we ze in onze lessen. De juiste strategie inzetten bij het leren biedt cursisten ook heel wat voordelen. We leren hen nadenken over hoe lang een taak duurt, wat ze best eerst doen bij een opdracht, hoe ze kunnen gebruiken wat ze al leerden, hoe ze best tot een oplossing komen. Ze reflecteren over hun leergedrag en leerproces. Ze nemen er actief aan deel en krijgen er meer vat op. Dat verhoogt ook hun motivatie We werken functioneel en houden de doelen voor ogen Als we een beeld hebben van de cursist én een zo passend mogelijk aanbod, formuleren we doelstellingen. Ze zijn gebaseerd op wat de cursist nodig heeft. Zoals eerder al gezegd, bereiken we de doelstellingen op een functionele manier. Dat betekent dat de oefenvormen zo dicht mogelijk aansluiten bij reële taken uit het dagelijkse leven. We selecteren telkens de meest geschikte oefening en zorgen ervoor dat de gespendeerde tijd ten volle rendeert om het vooropgestelde doel te bereiken. Het uitleggen van een oefening of oefenvorm kan veel tijd in beslag nemen. Het is belangrijk kritisch te overwegen of het om een noodzakelijke stap gaat. Ook is het nodig om in het aanwenden van taken voldoende tussenstappen of subdoelen te voorzien. We blijven bij deze opbouw alert voor de meest geschikte weg om te komen tot het zelfstandig uitvoeren van de taak. 34
35 2.1.4 We zorgen voor een logische opbouw van de les en van de cursus Door ons aanbod verruimen we de wereld van de cursist. Dit vindt ook zijn weerslag in de opbouw van de cursus en van de les: We kiezen taken en voorbeelden dichtbij de leefwereld van de cursist en breiden ze uit naar taken verder weg van zijn leefwereld; We werken eerst op een concreet niveau om te evolueren naar een meer abstract niveau; We werken initieel met kleine tussenstappen, later met grotere tussenstappen. Vertrekken vanuit de cursist We houden rekening met de beginsituatie en het potentieel van onze cursisten. We vertrekken van hun voorkennis, hun vaardigheden en hun talenten, en gebruiken ze zo optimaal mogelijk. We weten dat hun leermogelijkheden soms worden beïnvloed door beslommeringen waar we geen vat op hebben, maar die een rechtstreeks effect hebben op het leren. Differentiëren We geven cursisten de kans hun kennis, ervaring en interesse op hun manier uit te drukken. De eigenheid van elke cursist willen we valideren door ze hem te betrekken in het leerproces. Dat maakt differentiëren noodzakelijk. Differentiëren kan op basis van behoeften of op basis van niveau. Over het eerste hadden we het al uitgebreid. Hier gaan we dieper in op differentiëren naar niveau. Het dagelijkse leven stelt cursisten voor vrij complexe taken. Wij geven hen voldoende tijd om op hun eigen niveau en tempo te leren en zaken te verwerken. Daarom gaan we ook op een positieve manier om met hun fouten. We focussen bij het leren steeds op wat cursisten wél goed doen en kijken naar fouten als bron van nuttige informatie over het leerproces. We differentiëren bij het beoordelen van fouten, want fouten zeggen ons veel over de fase van het leerproces waarin een cursist zich bevindt. Wat voor de ene cursist voldoende correct is, is dat niet altijd voor een andere. We differentiëren in moeilijkheidsgraad van de opdrachten: receptieve en productieve oefeningen, een oefening die de correcte uitvoering van een taak inoefent of een oefening die ook het inzicht vergroot, een oefening met of zonder (visuele) ondersteuning, een oefening op woordniveau of een oefening op zinsniveau, Variëren met werkvormen De manier waarop mensen leren verschilt. Onze cursisten zijn zich vaak niet bewust van de manier waarop ze het best leren. Daarom is het belangrijk variatie te brengen in de manier waarop je iets aanbiedt. Zo sluit je aan bij verschillende leerstijlen. Sommige cursisten willen eerst observeren en analyseren, om dan het geleerde te verwerken en pas later te komen tot het correct uitvoeren van een opdracht. Anderen zijn meer doeners, zij willen direct aan de slag en leren door gissen en missen. We variëren in werkvormen. We werken klassikaal, oefenen in kleine groepjes of individueel. Belangrijk is dat cursisten kunnen aangeven op welke manier ze best werken of hoe zij het liefst leren. De meeste cursisten zullen dit niet automatisch doen. We laten het hen zelf ondervinden. 35
36 Doe-tijd bewaken We bewaken de doe-tijd voor cursisten. Hoe dikwijls is de cursist actief en functioneel aan de slag? Hoe vaak is hij aan het woord? Hoe lang spendeert de lesgever aan spreken, instructies geven, demonstreren? In een eerste fase zal hij waarschijnlijk meer praten, maar daarna is de cursist aan de beurt. Herhalen, herhalen en herhalen We herhalen als het geleerde nog onvoldoende gekend is of te ver in het geheugen zit. We herhalen om iets beter vast te zetten of om het op te frissen. We herhalen vaak in verschillende contexten, met verschillende werkvormen. Soms kan het belangrijk zijn om dezelfde werkvorm te hanteren en op net dezelfde manier te oefenen. Zeker voor de lagere niveaus kan het nuttig zijn om de leerstof op precies dezelfde manier aan te reiken. Dezelfde werkvormen gebruiken biedt de cursisten dan veiligheid en zekerheid. Structuur bieden Structuur geeft de cursisten houvast. Structuur in het leren en verwerken van het geleerde is een belangrijke voorwaarde in het leren leren. Het verhoogt de efficiëntie van het leren. Te veel afleiders belasten onnodig de hersenen. Structuur bieden kan op allerlei manieren: - Een rustige spreekstijl en houding - Consequente en duidelijke instructies - Gestructureerd op het bord werken, het lokaal zorgvuldig klaar zetten en cursisten leren om ordelijk te werken aan hun tafels - Papieren ordenen en kaften sluiten om het overzicht op de taak te bewaren - Aandacht voor de duidelijke lay-out van lesmateriaal Consolideren We willen dat het geleerde beklijft. Daarom hanteren we het principe beter minder, maar goed. Wat we aanreiken, moet ook vastgezet of geconsolideerd worden. De consolideringsfase mag in de opbouw van de les(sen) niet ontbreken. Transfer waarborgen In de les vertrekken we van een concrete en betekenisvolle context: een situatie uit de leefwereld van de cursist. De weg naar de uiteindelijke taak vereist vaak tussenstappen. Dat kan gaan om het inoefenen van getallen, grammatica of bepaalde handelingen, Het einddoel is dat de cursist het geleerde toepast in de praktijk en de taak kan volbrengen buiten de klas. Om die transfer optimaal te waarborgen, laat de lesgever de cursist oefenen in andere contexten. Cursisten leren zo om zich met een beperkt aantal handelingen en vaardigheden in verschillende situaties te behelpen. Ze verlaten de vertrouwde omgeving en we tonen hen expliciet het verband tussen het geleerde en de buitenwereld. Het gebruik van (semi)authentiek materiaal in de lessen bevordert een vlotte transfer. De ultieme manier om een transfer te realiseren zijn buitenschoolse opdrachten. Cursisten zelf activiteiten laten organiseren, zoals een sportdag of een rommelmarkt, is een aanrader om informeel te leren en transfer te verzekeren. Maar we maken de cursist ook duidelijk dat niet al het leren in de klas of georganiseerd gebeurt. We willen dat hij zijn eigen leren in handen neemt. Daarvoor is leren buiten de les minstens even belangrijk. Enkel naar de les komen volstaat niet. 36
37 2.2 Aandachtspunten en tips Organisatorisch Taakafbakening lesgevers Open School / POP-coach. De kerntaak van onze lesgevers situeert zich op groepsniveau. Onze lesgevers geven les. Dit betekent dat ze een klassikaal aanbod voorzien dat relevant is voor de hele groep. Binnen dit klassikale gebeuren differentiëren ze natuurlijk wel in de mate van het mogelijke maar ze hebben niet de ruimte om op maat te werken of cursisten individueel te begeleiden. Die individuele cursistenbegeleiding is de taak van de POP-coach. Tijdens hun lesopdracht zien onze lesgevers de cursisten natuurlijk wel functioneren. Ze merken uit eerste hand, tijdens allerlei praktijkopdrachten, op welke basiscompetenties cursisten te kort schieten of net sterk scoren. En het is dan wel niet hun taak om dit op individuele basis te bespreken met de cursisten, ze geven hun observaties wél door aan de POP-coach. Die observatie zijn immers onmisbaar voor de POP-coach in diens individuele begeleiding van de cursisten. Tip: Onze lesgevers gebruiken een logboek. Hierin noteren ze opmerkelijke concrete observaties over het functioneren van de cursisten. Dit logboek nemen ze steeds mee naar het deelnemersoverleg. Zo komt alle informatie ook steeds bij de POP-coach. Op datzelfde deelnemersoverleg wordt het functioneren van de cursisten op vlak van de basiscompetenties ook steeds geëvalueerd (aan de hand van het POP). De aanwezigheid van onze lesgevers op het deelnemersoverleg is dan ook belangrijk. Systeem continue in- en uitstroom. In tegenstelling tot de reguliere groepen bij Open School heeft de taalgroep IVCA Werkt en Filet Divers Werkt geen vaste samenstelling. Er is geen gezamenlijk instapmoment voor alle cursisten en geen gezamenlijk uitstroommoment. Er stromen immers op gezette tijden individuele cursisten in en uit. Dit kan een zekere druk leggen op het veilige groepsgevoel. De groep moet immers telkens opnieuw haar evenwicht vinden. Tip: Zorg ervoor dat alle cursisten elk lesmoment aanwezig kunnen zijn. In het verleden hebben we moeilijke ervaringen gehad met cursisten die voor één of twee lesmomenten vrijgesteld werden voor de taalgroep (om ook nog een ander aanbod te kunnen volgen). Dit legt extra druk op een klasgroep die sowieso al minder stabiel is. Tip: Cursisten kunnen in de projecten IVCA Werkt en Filet Divers Werkt enkel in- of uitstromen bij de overgang van één thema naar het volgende. Dit is om de drie weken. Spanningsveld screenen/ versterken. In de praktijk merken onze lesgevers een spanningsveld tussen enerzijds cursisten screenen en anderzijds cursisten versterken. Dit spanningsveld hangt nauw samen met de aanmelding van de cursisten. Trajectbegeleiders melden cursisten immers aan voor verschillende redenen. Het spanningsveld screenen/ versterken is hier een direct gevolg van. Sommige cursisten worden door hun trajectbegeleider aangemeld met het oog op tewerkstelling in het NEC. De trajectbegeleider schat in dit geval in dat, mits het remediëren van een aantal specifieke tekorten, tewerkstelling in het NEC haalbaar is en hoopt dat de cursisten versterkt worden in het project. Andere cursisten worden dan weer aangemeld omdat de trajectbegeleider twijfelt of tewerkstelling in het NEC mogelijk is. 37
38 Trajectbegeleiders zien hun cliënten immers enkel in de context van een gesprek en zien ze nooit bezig in een werkcontext. Zij hebben vaak wel een gevoel maar geen zekerheid. Voor deze trajectbegeleiders fungeert het project als een soort screening. Tenslotte zijn er cursisten die specifiek aangemeld worden met het oog op indicering in functie van maatwerk. In dit geval is de trajectbegeleider zeker dat tewerkstelling in het NEC niet mogelijk is en is hij op zoek naar concreet voorbeeldmateriaal met het oog op rapportering. Deze verschillende functies van de bijeenkomsten (versterken versus screenen en rapporteren) zetten een zekere druk op de bijeenkomsten omdat ze in zekere zin tegengesteld zijn. Versterken enerzijds betekent vertrekken van wat de cursisten wél kunnen, van wat wel goed loopt. De groepsbijeenkomsten zijn er dan op gericht de talenten van de cursisten verder te ontwikkelen en te versterken. Dat is een heel positieve insteek waar geen ruimte is om activiteiten te organiseren waaruit tekorten zouden blijken (in functie van screening of rapportering). De cursisten hebben in het verleden al vaak geconfronteerd geweest met wat niet lukt. Ze zijn soms gefrustreerd en hebben hun vertrouwen in eigen kunnen verloren. Het is belangrijk ruimte te maken voor deze frustraties, de cursisten moeten kunnen ventileren. Maar het is even belangrijk dat er tegenover deze negatieve gevoelens een positief verhaal komt. De cursisten mogen niet blijven steken in hun frustraties maar moeten opnieuw enthousiast gemaakt worden. Screenen en rapporteren anderzijds heeft een heel andere insteek. Een voorbeeld: de laatste les van elk thema is een evaluatieles die de lesgevers toe moet laten een inschatting te maken van de vorderingen van de cursisten. Dit is zoals gezegd belangrijk aangezien deze inschatting de POP-coach informatie geeft om de cursist op maat te kunnen begeleiden naar werk. Maar die evaluatieles is dan natuurlijk wel zo opgevat dat de cursisten opdrachten krijgen waarop ze ook tekort kunnen schieten. De cursisten worden bovendien geobserveerd (en niet geholpen) door de lesgevers. Nogmaals, dit staat dan wel haaks op het versterken van de cursisten. Tip: Het is in elk geval belangrijk de evaluatieles niet te beschouwen als een definitief eindoordeel maar als een beginpunt: Als we weten op welk competenties de cursist onvoldoende scoort, kunnen ze daaraan werken. Onvoldoende ontwikkelde competenties zijn dan geen definitieve tekorten maar aandachtspunten. Ze kunnen doorheen de volgende thema s opgevolgd en permanent geëvalueerd worden. Tip: Verval niet in uitersten. Bespreek aandachtspunten en tekorten maar leg daarnaast ook genoeg nadruk op de talenten en de sterke punten van de cursisten. Zet niet heel het aanbod in functie van de evaluatieles maar maak ruimte voor een gemeenschappelijk project dat het positieve in de cursisten naar boven haalt. Dat kan van alles zijn: maak een tentoonstelling, een optreden, begin een cateringbedrijfje, een was- en plasservice. Een heterogene groep met zeer grote verschillen op het vlak van taal. Cursisten worden aangemeld voor de taalgroep omwille van hun moeilijke toegang tot werk. Voor alle cursisten is de taal, naast andere factoren, een belangrijke oorzaak van deze moeilijke toegang. Bovendien hebben alle cursisten een CBE-profiel en zijn ze dus laaggeschoold. Tot daar de gemeenschappelijke deler. De mate waarin taal een struikelblok is verschilt echter sterk van cursist tot cursist. In de taalgroep van Filet Divers Werkt en IVCA Werkt zitten zowel alfacursisten (analfabeten) als gealfabetiseerden, zowel traaglerende cursisten als cursisten die een normaal leertempo (voor laaggeschoolden) hebben, zowel afgestudeerde cursisten bij CBE (niveau 1.2 behaald) als uitgeleerden. 38
39 Ook dit legt natuurlijk een druk op de lesgevers. Reguliere groepen worden bij Open School samengesteld volgens taalniveau en zijn dan ook veel homogener. Dit maakt het lesgeven makkelijker: Je vertrekt van één bepaalde inhoud, je past één werkvorm toe, je maakt één oefening. Alle cursisten kunnen hier weg mee. In een heterogene groep moet de lesgever veel meer differentiëren en creatief zijn om alle cursisten te betrekken. Tip: impliciet Nederlands. Tijdens de activiteiten (koken, moestuin, uitstap, ) wordt er niet expliciet op Nederlands geoefend. We gaan bijvoorbeeld geen taalhandelingen ( Mag ik iets vragen, wil jij de pot afwassen? ) per twee inoefenen terwijl de cursisten aan het koken zijn. Dit wil echter niet zeggen dat de cursisten geen Nederlands leren. De omgangstaal is Nederlands, dus de cursisten pikken impliciet heel wat op. Het mooie is dat op deze manier alle cursisten op hun eigen taalniveau bijleren. Sterke cursisten gaan in interactie en oefenen taalhandelingen in een heel natuurlijke context. Zij leren bij. Zwakke cursisten gaan minder in interactie maar luisteren naar de instructies van hun collega s. Ook zij leren bij. Takenlast lesgevers. De lesgevers in de projecten IVCA Werkt en Filet Divers Werkt hebben heel wat extra taken die niet in het takenpakket van de lesgevers van de reguliere groepen zitten: - Lesmateriaal ontwikkelen (al neemt dit af elke nieuwe cyclus die gestart wordt omdat materiaal licht aangepast en herhaald kan worden) + extra materiaal om te differentiëren. - Doe-gericht Nederlands: Uitstappen en ervaringsgerichte opdrachten organiseren. - Overleg bijwonen: intern overleg, overleg met partnerorganisaties, deelnemersoverleg - Verslagen schrijven in functie van indicering - Administratief werk (mlp en alles wat daar bij komt kijken, onder andere ook mlpopleiding volgen, Tip: Vanwege deze extra takenlast krijgen alle lesgevers in de projecten een vrijstelling. Dit betekent dat ze wekelijks één lesmoment minder geven dan de lesgevers aan de reguliere groepen. Hierdoor komt er elke week 6 uur vrij (de les- en voorbereidingstijd van één lesmoment) voor de extra taken Didactisch Doelgericht. Een doelgericht aanbod is steeds belangrijk maar in de projecten IVCA Werkt en Filet Divers Werkt zo mogelijk nog wat meer. De rode draad doorheen het aanbod is versterken in functie van werk. Tewerkstelling is het ultieme doel. De lesgevers zijn hiervan doordrongen. Bij elke lesactiviteit, elke uitstap, elke oefening weten zij welke basiscompetentie centraal staat en op welke wijze de versterking daarvan bij kan dragen aan de tewerkstellingskansen van de cursisten. De lesgever expliciteert dit ook steeds naar de cursisten toe. Ook zij weten steeds wat het doel is van een activiteit. Zo is bijvoorbeeld de doelstelling van de introductieles van elk thema dat de cursisten kunnen zeggen waarom de basiscompetentie in kwestie zo belangrijk is om aan werk te geraken in België. Ervaringsgericht. De activiteiten die de lesgever organiseert met de taalgroep vertrekken zo veel mogelijk van concrete ervaringen. Zij geven bijvoorbeeld geen klassieke les over de basiscompetenties. Dat zou weinig effectief zijn. Ze plaatsen de cursisten daarentegen in een echte situatie. In die echte situaties doen de cursisten ervaringen op. De cursisten koken bijvoorbeeld samen een maaltijd, ze maken een plantenbak in het houtatelier of ze gaan op bezoek bij de opleiding schoonmaak. 39
40 Binnen die context focussen we samen met de cursisten op één bepaalde attitude of vaardigheid: Werken de cursisten goed samen? Kunnen ze een rit naar het opleidingscentrum organiseren en op tijd daar zijn? Kunnen de cursisten alleen werken en durven ze vragen stellen. Het hoofddoel is dus nooit het koken of het werken in het houtatelier, dat is slechts de context. De hoofddoelstelling is de attitude waaraan gewerkt wordt. Deze wordt tastbaarder, concreter, meer bespreekbaar voor de cursisten. Impliciet Nederlands tijdens het werk. De cursisten worden in een context geplaatst van een concrete activiteit: Ze moeten bijvoorbeeld 100 liter soep maken voor Filet Divers, ze krijgen een rol in de voorbereiding van het vrijwilligersfeest, ze hangen kaders aan de muur voor de tentoonstelling. Tijdens dit werk wordt er niet expliciet op Nederlands geoefend. De lesgever gaat bijvoorbeeld tijdens het afwassen de cursisten niet lastig vallen met expliciete oefeningen op taalhandelingen ( Mag ik iets vragen, wil jij de pot afwassen? ) Dit wil echter niet zeggen dat de cursisten geen Nederlands leren. De omgangstaal is Nederlands, dus de cursisten pikken impliciet heel wat op. Zoals hoger al gezegd is het mooie hiervan dat op deze manier alle cursisten op hun eigen taalniveau bijleren. Evenwicht impliciet / expliciet taalaanbod. Naast deze impliciete momenten (zie hoger) is ook het expliciete taalaanbod van groot belang. Een concrete activiteit zoals bijvoorbeeld soep maken en verkopen is steeds het startpunt. Die activiteit biedt de context. Tijdens het maken en verkopen van de soep geldt dat Nederlands impliciet verworven wordt (zie hoger). Maar tijdens een volgende les kan die context wel hernomen worden om expliciet in te zoomen en te oefenen op de taal. In de voorbeeldlessen zijn heel wat voorbeelden opgenomen van meer expliciete oefeningen. 40
41 3 Voorbeeldlessen Introductieles Verdiepingsles Buitenschools Evaluatieles Competentie 1 Ik kan samenwerken x Competentie 2 Ik ben gemotiveerd en wil graag leren x Competentie 3 Ik zorg goed voor mezelf x Competentie 4 Ik ben flexibel x Competentie 5 Ik ken mezelf x Competentie 6 Ik ben assertief x Competentie 7 Ik kan zelfstandig werken x Competentie 8 Ik volg de regels en de afspraken. x De tabel hierboven toont hoe de acht voorbeeldlessen verspreid zijn over de acht basiscompetenties en hoe ze passen in de algemene opbouw van de thema s (introductieles, verdiepingslessen en andere activiteiten en evaluatieles). De acht voorbeeldlessen zijn het resultaat van acht bijeenkomsten van de interne werkgroep IVCA Werkt/ Filet Divers Werkt, met daarin alle lesgevers van de projecten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt onder begeleiding van hun teamleider. Elke bijeenkomst nam de werkgroep één thema onder de loep. De werkgroep volgde telkens het hieronder beschreven proces: 1 Kritische blik op de doelen en brainstorm lesactiviteiten De werkgroep startte steeds met een kritische blik op de doelstellingen zoals geformuleerd in het POP: Vinden we dat alle doelstellingen relevant zijn? Passen sommige doelstellingen niet beter bij een ander thema? Zijn de doelstellingen goed geformuleerd? Zijn er belangrijke deelcompetenties die ontbreken bij het thema in kwestie? Op deze manier schrapte, herformuleerde of verplaatste de werkgroep een aantal doelstellingen en kwamen er ook een aantal bij. Het resultaat van deze oefening kan u terugvinden aan het begin van elke voorbeeldles. Daar staan de herwerkte doelstellingen opgesomd. Vaak maakte de werkgroep een onderscheid tussen competentiegerichte subdoelen en communicatiegerichte subdoelen. De werkgroep wil graag benadrukken dat de doelstellingen herwerkt zijn op maat van de begeleiders en niet op maat van de deelnemers. Ze zijn met andere woorden niet bruikbaar om samen met de cursisten in de klas aan de slag te gaan. Daarvoor zijn ze inhoudelijk te gecompliceerd en te genuanceerd en ook talig veel te moeilijk. 41
42 Met het oog op zelfevaluatie in de klas ontwikkelden de lesgevers een ander instrument. Alle informatie daarover vindt u terug bij de voorbeeld(evaluatie)les Ik volg de regels en afspraken. Na de kritische blik op de doelen brainstormde de werkgroep rond de richtvragen Welke activiteiten hebben we in het verleden al gedaan rond dit thema? Welke andere activiteiten kunnen we nog bedenken rond dit thema? Doelstelling van deze denkoefening was natuurlijk zo ruim mogelijk alle mogelijke lesactiviteiten op te lijsten die zouden kunnen helpen bij het verwerven van de basiscompetentie in kwestie. In deze fase probeerde de werkgroep zo open en creatief mogelijk te dromen, zonder rekening te houden met praktische beperkingen en geen enkel idee bij voorbaat af te wijzen. 2 Meest geschikte activiteit kiezen en schematisch lesverloop opstellen In de tweede fase namen we die praktische beperkingen wél in overweging. De werkgroep bekeek de haalbaarheid van alle ideeën op het lijstje en nam ook de effectiviteit van alle ideeën in overweging: In welke mate doen de activiteiten wat ze zouden moeten doen: de cursisten helpen om de basiscompetentie in kwestie effectief te verwerven. Op deze manier maakte de werkgroep telkens de weloverwogen keuze voor één (of een beperkt aantal) lesactiviteiten. Op het einde van de bijeenkomst tenslotte stelde de werkgroep telkens een schematisch lesverloop op. Dit schematisch lesverloop legt de ruwbouw van de les vast. Het fungeert als bouwplan voor de lesgevers die in de volgende fase de les concreet gaan uitwerken en geeft structuur op vlak van volgende aspecten: algemene lesopbouw, logische volgorde van lesdelen, timing, inhouden (taalhandelingen), geschikte werkvormen en ondersteunend materiaal. 3 De les uitwerken en uitproberen in de praktijk In deze fase is de rol van de werkgroep uitgespeeld. De lesgevers gaan nu zelf verder aan de slag met het schematisch lesverloop: Ze zoeken ondersteunend beeldmateriaal, ontwikkelen oefeningen, geven invulling. Kortom: Ze werken het schema uit tot een kant en klare les. Vervolgens proberen ze deze les dan ook uit in hetzij de taalgroep IVCA Werkt, hetzij de taalgroep Filet Divers Werkt. 4 Evaluatie Nadien ging de teamleider in gesprek met de lesgever in kwestie voor een uitgebreide evaluatie: Werkte alle lesonderdelen zoals gepland? Werden de doelen bereikt? Klopte de timing? Waren de werkvormen op maat van de cursisten? Waren de inhouden niet te moeilijk of gemakkelijk? Wat was voor verbetering vatbaar? Op basis van de bevindingen van deze evaluatie werd de voorbeeldles dan nog herwerkt. Op deze manier hebben alle voorbeeldlessen de toets aan de praktijk doorstaan. Aan het einde van dit proces schreef de werkgroep de acht voorbeeldlessen gedetailleerd uit in het sjabloon. 42
43 Lesfiche 1 Project: Filet Divers Werkt! / IVCA Werkt! Thema: Samenwerken : introductieles Algemene themadoelstelling: Ik kan samenwerken. Competentiegerichte subdoelen Ik erken het belang van samenwerken bij een tewerkstelling Ik doe een eerlijk deel van het werk. Ik profiteer niet en neem geen werk uit handen van anderen. Ik vraag hulp als ik iets niet alleen kan of begrijp. Ik bied hulp op eigen initiatief. Als ik klaar ben help ik anderen. Ik houd mij aan de taakverdeling. Ik lach niet met mijn collega s en respecteer andere gewoontes. Ik behoud een correcte afstand tot collega s op de werkvloer. Ik ben vriendelijk en aangenaam maar bespreek geen privéonderwerpen en raak collega s niet aan. Communicatiegerichte subdoelen Ik spreek vriendelijk en beleefd met andere mensen op de werkvloer. Ik praat over neutrale onderwerpen en vermijd gevoelige onderwerpen (geld, andere collega s, religie, roddelen). Ik maak problemen op het werk bespreekbaar. Ik uit mijn ergernis op de juiste manier. Ik aanvaard kritiek en reageer rustig. Lesdoelen: De cursisten erkennen het belang van samenwerken bij een tewerkstelling. De cursisten kunnen aangeven in welke mate ze reeds goed samenwerken en op welke vlakken ze nog kunnen bijleren. 43
44 In het kort tijd lesonderdeel beschrijving 60 Schilder een lentetuin. De les start met een ervaringsopdracht. Op deze manier ervaren de cursisten vanuit de praktijk en Ervaringsopdracht samenwerken. heel concreet wat samenwerken betekent voor hen. 60 Het eigen functioneren onder de loep. Nabespreking ervaringsopdracht en stellingenspel. 30 Belang van samenwerken op de werkvloer. De cursisten staan stil bij het eigen functioneren tijdens samenwerkingsopdrachten, eerst aan de hand van een nabespreking van de ervaringsopdracht (samenwerken tijdens de ervaringsopdracht), vervolgens aan de hand van een stellingenspel (samenwerken in het algemeen) De cursisten krijgen inzicht in het belang van goed samenwerken op de werkvloer: Werken = samenwerken. Beginsituatie Dit is de eerste les van het thema samenwerken. Dit thema is dus nog niet expliciet aan bod gekomen. Alle cursisten hebben natuurlijk wel hun eigen ervaringen, strategieën en voorgeschiedenis in verband met samenwerken. Datum: maandag 11 mei 2015 Plaats: IVCA Educatieve: Patricia Quintens 44
45 Gedetailleerd tijd inhoud groeperingsvorm werkvorm activiteiten middelen - klasschikking 15 Specifieke woordenschat: lente, winter, herfst, zomer, tuin, boom, stam, bladeren, bloemen, bloesems, fruit, struik, planten, gras, zand, onkruid, stenen, paadje, trap, vijver, lucht, zon, wolken, de kleuren, kat, vogels, tafel, bank, stoel, 45 Let op volgende aspecten van de samenwerking: - Wie doet wat? - Wie neemt initiatief? Wie wacht af? - Wie werkt alleen? Wie werkt samen? - Wie werkt hard? Wie doet weinig? - Wie praat veel? Wie weinig? - Wie helpt? Wie wordt geholpen? - Wie geeft instructies? Wie voert uit? - Wie is rustig? Wie zenuwachtig? Wie geïrriteerd? - Hoe communiceren de cursisten met elkaar? ervaringsopdracht schilderen. Voorbereiding. De leerkracht voert een groepsgesprek met als doel voorkennis en specifieke woordenschat rond tuinen te activeren. Zij toont foto s en gebruikt volgende vragen als leidraad: - Welk seizoen is het op de foto s? Hoe zie je dat? - Wat tonen de foto s? Welke dingen zie je allemaal in de tuinen? - Welke kleuren zie je? Hoe maak je groen en bruin? - Welke vormen zie je? Wat is recht? Wat is rond? Wat is krom? - Wat vind je mooi? Wat vind je lelijk? ervaringsopdracht schilderen. Uitvoering. De cursisten werken samen aan de lentetuin. De leerkracht geeft eerst volgende opdracht aan de cursisten: Schilder samen een lentetuin. Je mag al het materiaal op de tafel gebruiken. Gebruik zeker groen en bruin. Vraag hulp aan mekaar. Ik kijk mee maar mag niet helpen. De lentetuin moet klaar zijn binnen 30 minuten. De leerkracht observeert tijdens het werk en noteert concrete gedragingen. De cursisten hangen aansluitend op het werk het schilderij aan het bord, ruimen het schildermateriaal op en maken de tafel en het materiaal schoon. De leerkracht observeert opnieuw. Ook dit luik geeft belangrijke info over de samenwerkingsstrategieën van de cursisten. Voorbeelden van lentetuinen op foto. Ongeveer 12 cursisten zitten samen rond een tafel. In het midden van de tafel ligt een groot tekenpapier. Volgende schildermaterialen liggen op de tafel: 2 dikke penselen, 2 dunne penselen, verf (geel, blauw, rood, wit, zwart), mengbordjes en mengstokken. (De materialen zijn met opzet heel beperkt gehouden zodat de cursisten uitgedaagd worden samen te werken. Er is geen groen en bruin. Deze kleuren moeten eerst gemengd worden. Vanwege de grote groep zullen er bepaalde cursisten leiden en anderen afwachten) Observatiedocument voor de leerkracht. Probeer zoveel mogelijk informatie te noteren. Probeer zo mogelijk ook concrete voorbeelden te onthouden. De kwaliteit en diepgang van de nabespreking van de opdracht is grotendeels afhankelijk van de kwaliteit van de observaties. Schoonmaakmateriaal (emmer, 2 werkdoeken, interieurproduct, water, 2 handdoeken) 45
46 30 - Het product. Vind je de tuin mooi? Niet mooi? Duidelijk? Wat hebben jullie allemaal getekend? Wat is dit? - Het samenwerkingsproces. Vond je het samenwerken plezant? Niet plezant? Moeilijk? Is er ruzie geweest? - Individuele cursisten. De taak. Wie heeft wat getekend? Wie heeft er veel/ weinig plaats ingenomen? - Individuele cursisten. Samenwerken. Hoe voelde je je tijdens het werk? Wie was de baas? Wie heeft uitgevoerd? Wie heeft veel/ weinig gepraat? Wie heeft er geluisterd en gewacht? Wie is boos geworden? Ervaringsopdracht schilderen.nabespreking. De leerkracht bespreekt achtereenvolgens volgende aspecten van de ervaringsopdracht: het product, het samenwerkingsproces, individuele taken en individuele rollen in samenwerkingsproces. Richtinggevende vragen staan links: Het schilderij hangt aan het bord. De tafel is opgeruimd. De cursisten gaan op dezelfde plaats rond de tafel terug zitten. De informatie op het observatiedocument is heel belangrijk. Concrete anekdotes uit de ervaringsopdracht kunnen de nabespreking veel concreter en diepgaander maken. 20 PAUZE 30 Mogelijke oefenstellingen: - Ik ben een man. - Ik kom uit Marokko. - Ik draag een zwarte broek. - Mijn naam is Joyce. Mogelijke inhoudelijke stellingen: - Ik ben graag de baas. - Ik doe graag wat anderen vragen. - Ik spreek veel als ik samenwerk. - Ik word soms boos als ik samen werk. - Ik werk graag per 2 samen. - Ik werk graag alleen. - Ik werk graag met veel mensen samen. Ren je Rot. Stellingenspel. De cursisten gaan in het midden van de ruimte staan. De leerkracht leest een stelling voor. Werkvorm voorbereiden met een aantal oefenstellingen. De cursisten kiezen kant. Aansluitend steeds een korte nabespreking. Voor de volgende stelling komen de cursisten opnieuw in het midden van de ruimte staan. Probeer tijdens de nabespreking voldoende diepgang te creëren door te vragen naar concrete anekdotes, voorbeelden, toelichting. Alle tafels en stoelen aan de kant. Er wordt een ja - kant en een nee -kant gecreëerd in de ruimte. Hang bijvoorbeeld de woordbeelden ja en nee op twee tegenover elkaar liggende muren. 15 Richtvragen: Welk beroep is dit? Wat is de juiste term in het Nederlands? Wat moet je allemaal doen? Raad het beroep. De cursisten krijgen allemaal een colorcard maar mogen deze nog niet tonen. Beurtrolsysteem. De cursisten zitten samen rond de tafel. 46
47 Zou dit beroep goed voor jou zijn? Waarom wel/ niet? Elke cursist beeldt eerst het beroep in kwestie uit, de andere cursisten mogen raden. Aansluitend korte bespreking. Zie links voor richtvragen. Colorcards van 12 beroepen die relevant zijn voor de leefwereld van de cursisten: metser, schoonmaker, keukenhulp, afwasser, groenarbeider, chauffeur, productiearbeider, arbeider in een strijkatelier, vuilnisman, schilder, boer, medewerker kringwinkel. 10 Instructie: Moet je samenwerken in dit beroep? Hang je prent dan links. Moet je niet samenwerken in dit beroep? Hang je prent dan rechts. Beroepen categoriseren. De cursisten staan recht en hangen hun colorcard in de volgens hen juiste kolom. Aansluitend nabespreking. De leerkracht focust op de beroepen die in de kolom alleen werken hangen. Probeer met concrete voorbeelden aan te tonen dat je ook in die beroepen moet samenwerken met andere mensen. De leerkracht verplaatst de colorcards naar de juiste kolom. Zo wordt het ook visueel duidelijk dat samenwerken belangrijk is in alle beroepen. 12 colorcards Ondersteuningsprenten samenwerken en alleen werken 2 kolommen (samenwerken, alleen werken) op het bord. Ondersteuningsprenten hangen bovenaan de kolom. 5 Conclusie en opzet volgende weken: Wie graag werk wil vinden, moet kunnen samenwerken, ook met moeilijke mensen. Werken = samenwerken. Er bestaan geen jobs waar je niet moet samenwerken met andere mensen. Wie niet goed kan samenwerken (vlug boos worden, nooit spreken met collega s, ) heeft problemen en zal geen werk kunnen vinden of houden. De volgende lessen gaan we oefenen rond samenwerken. We gaan samen een aantal werkjes doen, we gaan Nederlandse zinnen oefenen die je nodig hebt om samen te werken. Op het einde van dit thema, binnen 2 weken, is er een test. Daarin gaan we kijken of je goed kan samenwerken of niet. Wie dan nog moeilijk samenwerkt, gaan we extra helpen met extra oefeningen. 47
48 Lesfiche 2 Project: Filet Divers Werkt! Thema: Motivatie: verdiepingsles Hoofddoelstelling: Ik maak een gemotiveerde indruk Subdoelen: Ik laat zien dat ik graag werk/ les volg. Ik kan tijdens een sollicitatiegesprek aangeven wat mijn motivatie is voor een bepaalde job. Ik kan verwoorden waarom ik wil werken. Ik werk goed mee tijdens de les/ de activiteiten. Ik zorg dat ik gemotiveerd blijf. Lesdoelen: De cursisten weten en kunnen verwoorden waarom ze willen werken. De cursisten versterken en verdiepen hun motivatie om te werken. De cursisten weten welk uiterlijk gedrag leidt tot een bepaalde (positieve of negatieve) indruk bij anderen. Beginsituatie: De cursisten volgden reeds de introductieles. Datum: oktober 2015 Plaats: Filet Divers Rolwagenstraat Lesgever: Anne-Mie Wouters 48
49 Gedetailleerd tijd leerinhoud groeperingsvorm werkvorm - activiteiten 15 Vragen ter inspiratie: Groepsgesprek rond de functies van werken - Wie werkt er allemaal in jouw land? Mannen/ vrouwen/ en rond motivaties om te werken in het kinderen? thuisland en België. De lesgever leidt het - Zijn er ook werklozen? groepsgesprek en zorgt dat iedereen aan - Waarom werken mensen in jouw land? bod komt. - Moet je werken? Of is dit een vrije keuze? Kan je kiezen om niet te werken? Doel van deze activiteit is vooral de - Welk beroep had jouw vader/ moeder/ grootouders? herkenbaarheid en betrokkenheid van de - Werkt iedereen voor geld? Of in ruil voor iets anders? cursisten bij het thema verhogen. Vandaar - Mag je vrij je beroep kiezen? Of heb je automatisch dat we vertrekken van hun eigen hetzelfde beroep als je vader? achtergrond en cultuur. De focus ligt hier op - Hoe zit dat in België? de betekenis, zeker niet op de correcte - Waarom werken mensen in België? vorm. - Waarom wil jij werken? middelen - klasschikking Klassikaal rond de hoofdtafel. 15 Rollenspel 1: een cursist komt op afspraak bij zijn trajectbegeleider van VDAB. Na een aantal inleidende vragen ( Hoe gaat het? Ben je bezig bij Filet Divers? Op welke dagen moet je naar de les? Mag ik je paspoort even? Even in je dossier kijken, heb jij al gewerkt in België?) peilt de trajectbegeleider naar de motivatie om te werken van de cursist: Wat is jouw motivatie om te werken? Waarom wil jij werken? De cursist geeft een te vaag antwoord: Werken moet. Da s normaal he. Ik heb geld nodig. Rollenspel 2: idem maar ditmaal antwoordt de cursist wel goed op de motivatievraag van de trajectbegeleider: Ik heb veel ervaring. In mijn land werkte ik als mecanicien. Ik werk graag. Ik wil ook hier in België graag werken. Thuis zitten is niet goed voor mij, ik praat graag met andere mensen. Ik vind sociaal contact belangrijk. En als ik een vast contract heb en genoeg verdien, mogen mijn vrouw en kinderen naar hier komen. Dat is heel belangrijk voor mij. Globaaloefening. Twee rollenspelen, eentje hoe het niet moet, eentje hoe het wel moet. De lesgever speelt trajectbegeleider van VDAB, een tweede medewerker speelt cursist. De cursisten observeren. Het rollenspel wordt telkens kort nabesproken. Deze rollenspelen hebben als voornaamste doel context te creëren. De cursisten ondervinden in welke concrete situatie het belangrijk is hun motivatie om te werken te kunnen verwoorden. Vanuit deze globaaloefening gaan we dan verder over naar aspectoefeningen. Een extra medewerker komt even mee in de klas rollenspelen. Geef deze medewerker op voorhand wat uitleg. 49
50 15 Motivaties om te werken: een nieuwe auto kopen/ vrouw laten overkomen naar België/ voor mijn gezin/ om op vakantie te gaan/ om bezig te zijn en niet alleen thuis te zitten/ voor het sociaal contact met mensen/ om iets bij te leren/ omdat ik een opleiding gevolgd heb/ omdat ik heel goed kan / omdat ik mijn kinderen de kans wil geven te studeren/ omdat het moet van VDAB en RVA/ om dure telefoonrekeningen te betalen/ om geld te verdienen/ om mijn familie in mijn land te helpen/ omdat ik graag werk/ omdat ik sterk en gezond ben/ om een huis te kopen/ omdat ik ervaring heb. 10 Taalhandeling Ik wil werken omdat ik een nieuwe auto wil kopen. om mijn vrouw te laten overkomen naar België. om mijn gezin te onderhouden. om op vakantie te kunnen gaan. omdat ik niet alleen thuis wil zitten en heel de dag tv kijken. omdat ik een opleiding gevolgd heb. omdat ik veel ervaring heb. om mijn kinderen de kans te geven om te studeren. omdat het moet van VDAB of RVA. omdat ik dure telefoonrekeningen moet betalen. omdat ik veel rekeningen moet betalen. om geld te verdienen. Aspectoefening receptief. De cursisten lopen op voorhand even rond de tafels en bekijken de foto s. Vervolgens verwoordt de lesgever de motivaties om te werken die op de foto s afgebeeld staan (zie taalhandelingen links) samen met een nummer. De cursisten luisteren, schrijven het nummer op een post-it en kleven dit bij de juiste foto. Aspectoefening: de juiste vorm. De groep denkt, onder begeleiding van de lesgever, na over de correcte vorm in het Nederlands om een motivatie te verwoorden. De lesgever toont een prent, stelt de vraag: Wat is jouw motivatie om te werken? en laat vervolgens de juiste vorm uit de groep komen. De lesgever zet de juiste structuur op het bord. Op deze manier komen een aantal motivaties/ foto s aan bod tot de structuur goed duidelijk is. 15 om mijn familie in mijn land te onderhouden. omdat ik graag werk. omdat ik gezond en sterk ben. om een huis te kopen. Aspectoefening: productief inoefenen. De cursisten oefenen de structuur in aan de hand van de foto s, eerst klassikaal in beurtrol, intensief ondersteund door de lesgever. De lesgever kan verwijzen naar de structuur op het bord. In een volgende fase per 2. 5 Bij wijze van afsluiting krijgen de cursisten de synthesebladen mee. Zo kunnen zij thuis het geleerde nog eens herhalen. Eventueel kan je kiezen om kort klassikaal te lezen. 16 foto s met verschillende motivaties om te werken liggen kriskras op tafels aan de zijkant. Post-its en pennen voor de cursisten Nog altijd aan de zijtafels, nog altijd de 16 foto s ter ondersteuning. Structuur op het bord ter ondersteuning van de cursisten: Ik wil werken om Tip: Gaat dit moeilijk? Herhaal dan nog even een stuk van het rollenspel en geef de cursisten de opdracht goed te luisteren: Welke woorden gebruikt de cursist? Nog altijd aan de zijtafels met de 16 foto s. Structuur staat nog altijd op het bord. Synthesebladen (hierop dezelfde foto s in het klein en bijhorende zinnen) 50
51 Tip: Voor groepen die nood hebben aan extra oefenen op lezen kan je een matchingoefening maken. Verknip de foto s en de zinnen. De cursisten combineren de beide. Pauze 51
52 10 De cursisten versterken en verdiepen de eigen motivatie door erover te reflecteren en ze te verwoorden. Instructie: Denk na over jezelf, waarom wil jij werken hier in België? Wil je een nieuwe auto? Wil je niet alleen thuis zitten? Kijk naar de foto s. Is het jouw motivatie? Omcirkel de foto. Is het jouw motivatie niet? Doorstreep de foto. 20 Rollenspel: een cursist komt op afspraak bij zijn trajectbegeleider van VDAB. Na een aantal inleidende vragen ( Hoe gaat het? Ben je bezig bij Filet Divers? Op welke dagen moet je naar de les? Mag ik je paspoort even? Even in je dossier kijken, heb jij al gewerkt in België?) peilt de trajectbegeleider naar de motivatie om te werken van de cursist: Wat is jouw motivatie om te werken? Waarom wil jij werken? De cursist antwoordt, eventueel met behulp van zijn werkblad Vragen ter inspiratie van de nabespreking: - Welke motivatie heeft de cursist? - Zegt hij in goed Nederlands waarom hij wil werken? (verwijs naar structuur op bord) - Vindt de assistent dit een goede motivatie? - Welke indruk maakt de cursist? - Hoe is zijn houding? - Is hij vriendelijk/ assertief/enthousiast/ niet verlegen? 30 De cursisten verwoorden de eigen motivatie om te werken. Instructie voor de bazen: Jullie zijn de assistent van VDAB. Er komen straks mensen die werk zoeken op afspraak. Spreek met deze mensen. Vraag hoe ze heten, waar ze wonen, uit welk land ze komen. Vraag zeker ook naar hun motivatie. De focus verschuift vanaf dit lesdeel naar de motivatie van de cursisten zélf: Waarom wil jij eigenlijk werken? De cursisten krijgen het werkblad en de instructie (zie links): Ze omcirkelen en doorstrepen de foto s. De lesgever gaat rond om te ondersteunen. Het rollenspel (zie hoger) wordt hernomen, maar ditmaal spelen twee à drie (sterke) cursisten zichzelf (beurtrol). Na elk rollenspel volgt een nabespreking. De andere cursisten krijgen volgende kijkopdracht: Luister goed. Waarom wil de cursist werken? Welke motivatie heeft hij? Tip: In zwakke groepen kan je opteren om tijdens de nabespreking nog even in te zoomen op de correcte vorm en hier nog enkele klassikale aspectoefeningen op te maken (zie hoger). Afsluitende carrousel. Vijf sterkere cursisten spelen de rol van baas. Posteer hen achter de tafel en geef hen de instructie (zie links). Refereer nogmaals kort aan de structuurzin op het bord. De cursisten komen terug aan de centrale tafel zitten. Werkblad met dezelfde foto s als hoger, ditmaal in het klein. Tip: Gebruik niet de synthesebladen maar de werkbladen zonder tekst. De cursisten werken hier aan mondelinge doelen. De tekst leidt af van dit doel. Werkblad ter ondersteuning voor de cursist die het rollenspel speelt. Grote foto s en structuurzin Ik wil werken om op het bord. Tafels voor de bazen. Eventueel een attribuut (toetsenbord, agenda, telefoon) Structuurzin Ik wil werken om op het bord. 52
53 Waarom willen ze werken? Hebben ze een sterke motivatie? Hebben ze een goede motivatie? Hoe vraag je dat? Welke woorden gebruik je in het Nederlands? De persoon met de sterkste motivatie mag je een contract geven. Je hebt maar één contract Instructie voor de werkzoekenden: Je zoekt werk. Je hebt een afspraak met je assistent. De assistent kan je helpen om werk te zoeken. Hij zal vragen naar je motivatie om te werken: Waarom wil jij werken? Spreek over je motivatie. Spreek sterk. Dan geeft de baas je misschien een contract. De baas heeft maar één job. Misschien is die wel voor jou! Succes! Brief nu de werkzoekenden (zie links voor instructie). De bazen blijven zitten, de werkzoekenden schuiven door. De lesgever gaat rond om te ondersteunen. Verder werken tot alle werkzoekenden bij alle bazen op afspraak geweest zijn. Nabespreking: Welke werkzoekenden krijgen het contract? Waarom? Tip: leg zo nodig de oefening vlak na het doorschuiven even stil. Zo kan je de aandacht vestigen op iets of opmerkingen geven. 53
54 Bovenstaande les werkt aan de doelstelling ik kan mijn motivatie om te werken verwoorden. Een andere doelstelling van het thema motivatie is minstens even belangrijk, namelijk Ik maak een gemotiveerde indruk. Hieronder noteren we schematisch het lesverloop van een activiteit daarrond. Doel: videomateriaal verzamelen. Doel: de cursisten weten welk uiterlijk gedrag leidt tot een bepaalde (positieve of negatieve) indruk bij anderen. Conclusie: De baas kijkt naar jou. De baas kan niet in je hoofd kijken, hij ziet wat je doet. De baas denkt dat jij graag of niet graag werkt door wat jij doet (of niet doet). Dat noemen we indruk. In België is die indruk heel belangrijk. Het kan dat je graag werkt maar dat de baas toch denkt dat je profiteert. Het is heel belangrijk dat je een gemotiveerde indruk geeft. Doel: de cursisten weten welk uiterlijk gedrag leidt tot een bepaalde (positieve of negatieve) indruk bij anderen. Gemotiveerd gedrag: Hij lacht/ hij is snel/ hij is blij/ hij staat recht/ hij is enthousiast/ hij is vriendelijk/ hij kijkt in de ogen/ hij luistert goed/ hij praat veel/ Ongemotiveerd gedrag: Hij hangt/ hij werkt traag/ hij zucht/ Hij kijkt op zijn klok/ hij geeuwt/ hij is moe/ hij draait met zijn ogen/ hij is stil/ hij praat slecht/ hij kijkt boos/ hij wacht/ Doel: De cursisten oefenen met gemotiveerd en ongemotiveerd gedrag. Klassikaal het takenblad invullen. De lesgever verdeelt de taken voor de volgende week: Wie wil er volgende week de vloer proper houden? Wie maakt de vuilbakken leeg? De cursisten vullen het takenblad in. De reacties van de cursisten tijdens het verdelen van de taken worden gefilmd. Fragmenten globaal kijken. De cursisten bekijken de video s aan de hand van een globale kijkvraag: Ze duiden op het rooster aan of ze de mensen in kwestie al dan niet een vast contract willen geven. Instructie: Deze mensen zitten in hun proefperiode. Jij bent de baas. Krijgen deze mensen een vast contract van jou? Conclusie (zie links) Fragmenten gericht kijken, fragment per fragment. Eerst kort bespreken of de persoon een vast contract krijgt en vooral waarom (niet). Vervolgens een tweede maal het fragment bekijken, ditmaal met volgende gerichte kijkvraag: Wat maakt dat de persoon een (on)gemotiveerde indruk geeft. Wat zie je? Wat doet de persoon? De lesgever lijst gemotiveerd gedrag en ongemotiveerd gedrag op (zie links) Toneel spelen. De lesgever stelt een vraag aan een cursist (Wil jij deze tafel opruimen? Wil jij de stoelen op de tafel zetten, Wil jij hier even wachten? ) en geeft de cursist in kwestie de opdracht een gemotiveerde of ongemotiveerde indruk te maken. Na elk toneeltje nabespreking: Op deze manier komen een aantal cursisten aan bod. De cursisten zitten allemaal aan de tafel. Takenblad (vloer poetsen, tafels en stoelen juist zetten, vuilbakken leegmaken, ). Ipad of camera. Zelfgemaakt videomateriaal (gemotiveerde en minder gemotiveerde mensen: stofzuigende dame, poetsvrouw, secretariaatsmedewerkster, assistente die kopies moet maken voor de baas) rooster Colorcards verbs ter ondersteuning. 54
55 Doel: De cursisten maken een gemotiveerde indruk. De reacties van de cursisten tijdens het verdelen van de taken (zie eerste deel) opnieuw bekijken: Wie maakt een gemotiveerde indruk? Hoe zie je dat? Wie maakt een ongemotiveerde indruk? Hoe zie je dat? Wat kan de cursist beter doen. De cursisten die een ongemotiveerde indruk maken, krijgen een herkansing. Opnames met camera of Ipad. Tip: In een veilige groep is het goed mogelijk de cursisten elkaar tips te laten geven in verband met een gemotiveerde indruk maken. 55
56 Lesfiche 3 Project: Filet Divers Werkt! Thema: Ik zorg goed voor mezelf: verdiepingsles Algemene themadoelstelling: Ik zorg goed voor mezelf. Subdoelen uit de POP Ik zie er proper uit. Ik ruik fris. Ik kan mij ontspannen. Ik heb geen stress. Specifieke lesdoelen De cursisten weten wat hen stress geeft. De cursisten kunnen verwoorden wat hen stress geeft. De cursisten begrijpen wat het nut van stress kan zijn. De cursisten weten wat hen helpt bij stress. De cursisten kunnen zichzelf tot rust brengen (aan de hand van relaxatieoefeningen, ademhaling en eenvoudige Tai Chi technieken) Datum: februari 2016 Plaats: Filet Divers rolwagenstraat Educatieve: Anne-Mie Wouters / Kris Van Capellen 56
57 In het kort Tijd lesonderdeel Beschrijving 60 Bewustworden. In een eerste deel worden de cursisten zich bewust van volgende aspecten van stress: Wat geeft je stress? Wat zijn stressoren in je leven? Hoe uit stress zich? Hoe voel je dat je stress hebt? Wat is het nut van stress? Wat helpt jou bij stress? Wat kan je doen om minder stress te hebben? 90 Oefenen. De cursisten leren een aantal technieken die hen kunnen helpen op constructieve wijze om te gaan met stress: Gronding, ademhaling, bodyscan, Tai Chi Qigong (De Qi wekken, roeien met de boot naar het midden van het meer, vliegen als een wilde gans, de Qi tot rust brengen) Beginsituatie en achtergrond Cursisten in de projecten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt ondervinden allemaal in mindere of meerdere mate stress in hun leven omwille van volgende elementen: Ze leven in kwetsbare situaties, ze zijn vaak gescheiden van familie en vrienden. Ze moeten een leven opbouwen in een cultuur en maatschappij waarin ze niet geboren of opgegroeid zijn. Vaak komen ze ook uit oorlogssituaties en brengen ze trauma s mee. Ze zijn ook allemaal al lange tijd zonder succes op zoek naar werk en hebben op die zoektocht al heel wat faalervaringen achter de rug. Met name in die zoektocht naar werk is het heel belangrijk dat de cursisten op constructieve wijze kunnen omgaan met de stress die dit met zich meebrengt. Ze moeten de rust vinden om niet te blokkeren of door te slaan in frustratie. Tai Chi, eenvoudige ademhalingsoefeningen en relaxatietechnieken kunnen hen daarbij helpen. De les die we hier beschrijven is een workshop omgaan met stress die Kris Van Capellen, ex educatieve bij Open School en momenteel zaakvoerder van Rust in Beweging, speciaal op maat van de cursisten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt ontwikkelde. We nemen deze workshop mee op in het exemplarisch lesmateriaal van het taalkompas om twee redenen: Ten eerste vinden we omgaan met stress heel belangrijk voor de cursisten. Ten tweede draagt deze workshop bij aan het brede beeld dat we met de acht exemplarische lessen willen schetsen van de lespraktijk. Het is een voorbeeld van hoe er regelmatig externe professionals de educatieven bijstaan om de cursisten een mooi aanbod te geven. Naast Kris geven bijvoorbeeld ook de mensen van AMC 5VDAB) of van servicepunt vrijwilligerswerk op regelmatige basis sessies aan de cursisten. Het spreekt vanzelf dat deze workshop niet gewoon gegeven kan worden door eender welke educatieve, met name de praktijkoefeningen uit het tweede deel is specialistenwerk. Kris Van Capellen heeft een jarenlange ervaring met Tai Chi én met deze specifieke doelgroep. Dat is absoluut noodzakelijk. Kris mag gecontacteerd worden:
58 Gedetailleerd tijd leerinhoud groeperingsvorm werkvorm - activiteiten middelen - klasschikking 15 Opwarming: energetische zelfmassage De cursisten staan in een ontspannen houding verspreid in de ruimte. Brochure omgaan met stress voor cursisten Kris begeleidt hen tijdens een energetische zelfmassage. 15 Mensen krijgen stress van verschillende dingen. Dat is niet voor iedereen hetzelfde. Wat de ene persoon tot rust brengt, kan de andere persoon stress geven. Kris hangt alle prenten op het bord en bespreekt kort de inhoud. Vervolgens praten de cursisten per 2 over de vraag Waar krijg jij stress van? Wat vind jij moeilijk/ niet leuk in je leven? Nadien volgt er een terugkoppeling naar de volledige groep. Kris noteert de voornaamste stressoren van de cursisten kort op het bord. 5 Tussendoortje: adem hoog adem laag De cursisten staan in een ontspannen houding verspreid in de ruimte. Kris begeleidt hen tijdens deze ademhalingsoefening. 15 Stress uit zich bij iedereen op een andere manier. Volgende De cursisten denken na over de vraag: Wat gebeurt er met jouw lichaamsdelen zijn erg stressgevoelig: hoofd, nek, lichaam als je stress hebt. Wat voel je? Waar voel je dat? De cursisten schouders, rug. Volgende symptomen komen veel voor: tekenen of schrijven individueel op een kaartje en leggen het kaartje duizeligheid, oppervlakkige ademhaling, rusteloosheid, vervolgens op de plaats op de levensgrote lijntekening waar het boos worden. symptoom thuis hoort volgens hen. Aansluitend bespreking. 5 Tussendoortje: stretchoefening in combinatie met De cursisten staan in een ontspannen houding verspreid in de ruimte. ademhaling Kris begeleidt hen tijdens deze ademhalingsoefening. 15 Ook wat oplossingen betreft om te copen met stress zijn er geen standaarden. Iedereen moet zijn eigen manier vinden. Je moet ontdekken wat het beste werkt. De oefeningen na de pauze zijn een mogelijke manier. De cursisten denken in groep na over de vraag: Wat helpt jou bij stress? Wat kan je doen om minder stress te hebben? Deze vraag valt uitéén in twee stukken: Wat kan je zelf doen/ Beter niet doen? en Wat kunnen anderen doen/ beter niet doen? Deze vragen worden in groep besproken. Kris noteert de antwoorden in + en kolom op een groot blad papier. PAUZE Prenten van mogelijke stressoren (wenen, rust, vraagteken, dokter, facturen, vakantie, oorlog, familie, alleen zijn, partnergeweld, wenende kinderen, vliegen, emigratie, bommen, drukke massa, België, tandarts, hoofdpijn, moe, slapeloos, boos, ziek, solliciteren, werkloos, stempelkaart, ocmw, vdab, Nederlands leren, ) Brochure omgaan met stress Levensgrote lijntekening van een mannetje op de grond. Kaartjes. Brochure omgaan met stress voor cursisten Groot blad papier met + en kant. 90 De Qi wekken, roeien met de boot naar het midden van het meer, vliegen als een wilde gans, de Qi tot rust brengen, Bodyscan, Ademfocus, Gronding. De cursisten staan in een ontspannen houding verspreid in de ruimte. Kris begeleidt hen tijdens deze ademhalingsoefening. Brochure omgaan met stress voor cursisten 58
59 Lesfiche 4 Project: Filet Divers Werkt! / IVCA werkt! Thema: Flexibiliteit verdiepingsles Algemene themadoelstelling Ik stel mij zo flexibel mogelijk op. Competentiegerichte subdoelen Ik blijf langer werken, doe extra uren of begin vroeger als het kan (werkuren). Ik doe ook taken die ik niet leuk vind (taken). Ik zoek werk in een zo groot mogelijke regio (verplaatsing). Ik weet dat meer flexibiliteit meer kans biedt op werk. Ik heb een correct beeld van mijn eigen flexibiliteit (qua werkuren, verplaatsing en taken). Communicatiegerichte subdoelen Ik kan bevestigend antwoorden op een vraag van de baas (Taalhandeling Ja, natuurlijk, geen probleem ) Ik kan op vriendelijke wijze ontkennend antwoorden op een vraag van de baas. (Taalhandeling Sorry, dat gaat echt niet. Ik moet ) Ik kan bedenktijd vragen (Taalhandeling Ik wil erover nadenken. Ik moet het vragen aan mijn vrouw ) 59
60 Lesdoelen De cursisten weten dat meer flexibiliteit meer kans biedt op werk. De cursisten hebben een correct beeld van mijn eigen flexibiliteit (qua werkuren, verplaatsing en taken). De cursisten kunnen aangeven welke redenen algemeen aanvaard worden om nee te zeggen op een vraag van de baas. De cursisten kunnen op vriendelijke wijze nee zeggen op een vraag van de baas. (Taalhandeling Sorry, dat gaat echt niet. Ik moet ) In het kort tijd lesonderdeel beschrijving 75 Mevrouw nee, dat gaat niet en mevrouw ja, natuurlijk Een videofragment biedt de cursisten eerst een context (een poetsfirma) waarbinnen het thema flexibiliteit behandeld wordt. Na een toneeltje binnen diezelfde context rond twee extreme houdingen komen de cursisten tot het doel van dit lesonderdeel: de eigen flexibiliteit onder de loep nemen. 30 Goede en slechte redenen om nee, De cursisten denken na over goede en slechte redenen om nee te zeggen op de vraag van de baas om dat gaat niet te zeggen tegen de baas 30 Taalhandeling Sorry, dat gaat echt niet, ik moet morgen extra te komen werken. Focus op de taal. We werken natuurlijk met de goede redenen (zie hoger). De cursisten leren op vriendelijke wijze nee zeggen op de vraag van de baas. De leerkracht creëert eerst een authentieke taalsituatie, en zoomt vervolgens samen met de cursisten in op de juiste vorm van de taalhandeling. Uiteindelijk gaan de cursisten de taalhandeling gebruiken. 15 Afsluitend ervaringsmoment De leerkracht vraagt aan de cursisten of ze een kwartiertje langer kunnen blijven om te helpen en koppelt terug naar goede en slechte redenen en naar de aangeleerde taalhandeling. Beginsituatie: De activiteit die hier uitgeschreven wordt, is de eerste verdiepingsles van het thema flexibiliteit. De cursisten hebben de introductieles achter de rug. Daarin werd het begrip flexibiliteit verhelderd aan de hand van videofragmenten, concrete voorbeelden en rollenspelen. Daarnaast werd ook het belang van een flexibele houding benadrukt om werk te vinden en te houden. Datum: vrijdag 19 juni 2015 Plaats: IVCA Educatieve: Petra Scheepmaker 60
61 Gedetailleerd tijd lesdoelnr. leerinhoud groeperingsvorm werkvorm - activiteiten middelen - klasschikking 20 (1) Korte beschrijving fragment: Een vrouw is aan De cursisten kijken twee maal naar het fragment, telkens Videofragment uit Attitudes in het stofzuigen. Baas komt binnen en vraagt of ze aan de hand van een richtvraag en gevolgd door een de schoonmaak een zieke collega wil vervangen op een andere werkplaats. De vrouw wil dit niet doen. De baas nabespreking. 1 e beurt. De cursisten krijgen globale richtvragen: Hoeveel vraagt waarom niet. De vrouw geeft geen goede personen zie je? Wie zijn de personen? Waar zijn ze? Wat is reden. Ze zegt alleen graag op haar huidige plaats te werken en stelt zich niet flexibel op. De baas zegt uiteindelijk dat hij dan een andere oplossing zal moeten zoeken en druipt af. De vrouw poetst verder. het probleem? Tijdens de nabespreken worden deze vragen beantwoord én zorgt de leerkracht ervoor dat de inhoud van de communicatie tussen poetsvrouw en baas duidelijk is: Wat zegt de baas? Wat zegt de vrouw? 2 e beurt. De cursisten krijgen een specifieke richtvraag: Wie maakt een fout? Tijdens de nabespreking wordt deze vraag beantwoord. Volgende vragen kunnen meer diepgang aan de nabespreking: Wat gaat de baas doen? Wat zal hij denken? Is de baas boos? Wat denkt de vrouw? Waarom is ze niet flexibel? Zal de vrouw volgende week nog bij de baas werken? Zal haar contract verlengd worden? 10 (2) - Kan jij vandaag blijven tot 22u? - Wil jij de toiletten gaan poetsen? - Wil jij vandaag nog snel mijn auto nog even wassen? Die is heel vuil. - Er is een collega ziek in Brussel. Wil jij de trein nemen naar Brussel en daar gaan helpen? - Kan jij morgenvroeg om 6 uur starten? - Wil jij mijn schoenen eerst even poetsen? - Kan jij deze zondag komen werken? De leerkracht duidt twee cursisten aan voor een kort toneeltje. De leerkracht speelt baas van een poetsfirma en stelt de twee cursisten een aantal vragen die hun flexibiliteit testen (zie links). De ene cursist krijgt het groene etiket opgeplakt en moet op elke vraag van de baas ja, natuurlijk antwoorden. De andere cursist krijgt het rode etiket opgeplakt en moet op elke vraag van de baas nee, sorry, dat gaat niet antwoorden. De andere cursisten observeren. Nabespreking (Doen ze het goed? Of is er een probleem? Waarom is dit een probleem? Gaan ze binnen 5 jaar nog een contract hebben?) en conclusie (Mevrouw nee doet het niet goed. Mevrouw ja doet het ook niet goed. Als de baas iets vraagt en het kan, zeg dan ja. Dat heeft de baas natuurlijk graag. Als de baas iets vraagt dat echt niet kan, moet je vriendelijk nee durven zeggen. Zeg dan ook waarom). Groen etiket met daarop ja, natuurlijk en rood etiket met daarop nee, sorry, dat gaat niet. Attributen voor baas (das of hoed) en schoonmakers (borstel of emmer) 61
62 30 (2) - Wil jij de planten water geven? - Wil jij even naar de winkel gaan voor koffie en melk? Die zijn op. - Het is heel druk en er zijn 2 collega s ziek. Wil jij het werk van deze collega s doen? Je kan dan geen pauze nemen. De stroken liggen omgedraaid. Alle cursisten krijgen een rode en een groene kaart. De stroken worden om de beurt voorgelezen (door de leerkracht of een sterke cursist). De cursisten steken de groene (ja, natuurlijk) of rode (nee, sorry, dat gaat niet) kaart omhoog. Na elke strook is er een bespreking. Deze is heel belangrijk om voldoende diepgang te garanderen. - Stel bij elke stelling 2 cursisten (met opvallend of onverwacht antwoord centraal. Zo komt iedereen voldoende aan bod. - Leg de link met het leven van de cursisten. - Vraag waarom. - Betrek de groep: Vinden jullie dat een goede reden? 15 (2) De cursisten krijgen het werkblaadje. De vragen worden klassikaal gelezen en verduidelijkt. De cursisten zetten een kruisje in de kolom ja, natuurlijk of in de kolom nee, sorry, dat gaat niet. Afhankelijk van de groep zal hier meer of minder ondersteuning van de leerkracht nodig zijn. Vragen op grote stroken. Rode en groene kaarten. Werkblaadje met daarop de vragen die de baas aan de schoonmakers stelt in het toneeltje. PAUZE 5 (2) Na de pauze herhaalt de leerkracht kort de activiteit van voor de pauze. Neem hiervoor 2 ingevulde werkblaadjes: Wie is heel flexibel (veel groen) en wie is niet zo flexibel (veel rood)? Leg ook de link met het leven van de cursisten in kwestie. Spreek niet in termen van goed of slecht maar maak wel duidelijk wie het makkelijkst werk zal vinden. 5 (3) Voorbeeld 1: niet normaal (baas) Kan jij morgen extra komen werken? (schoonmaker) Sorry dat gaat niet. Ik moet rusten. Ik ben moe. Voorbeeld 2: normaal (baas) Kan jij morgen extra komen werken? (schoonmaker) Sorry, dat gaat niet. Ik moet naar het trouwfeest van mijn dochter. De leerkracht verdeelt het bord in twee kolommen en schrijft de termen normaal en niet normaal bovenaan. Deze termen zijn bekend en doorzichtig voor de cursisten. De leerkracht schetst de context ( Je werkt nog altijd bij de poetsfirma. De baas vraagt of je morgen voor één keer extra kan komen werken), bespreekt met behulp van de grote pictogrammen de twee duidelijke voorbeelden (zie links) en hangt de pictogram in de juiste kolom aan het bord. Ingevulde werkblaadjes grote pictogrammen en bijhorende woordbeelden van mogelijke redenen 62
63 20 (3) Andere mogelijke redenen: ziek, afspraak school kinderen, afspraak dokter, afspraak ocmw, zieke kinderen en geen opvang, zorg voor kinderen, oudercontact, schoolfeest, waterleiding kapot, bezoek technieker, geen zin, bezoek familie, eten maken voor partner, partner ziek, geen vervoer, weersomstandigheden (te warm, te koud, regen, sneeuw). De cursisten werken per twee. De leerkracht deelt de knipbladen en de plakbladen uit en geeft volgende instructie: Kijk samen naar de foto s en lees de woorden. Knip foto en woorden uit en leg op de juiste plaats. Nog niet plakken. Vind je het normaal dat de vrouw niet komt werken? leg hier onder. Vind je het niet normaal? Leg hier onder. Als de cursisten zwak zijn en slecht lezen, kan de leerkracht ervoor kiezen klassikaal te werken. Bespreek dan één voor één de foto s en lees de zinnen. Laat de cursisten wel zelf kiezen in welke kolom ze de foto leggen. Nabespreking aan de hand van de grote pictogrammen en tenslotte vast plakken. 30 (4) Taalhandeling Sorry, dat gaat niet, ik moet Authentieke situatie creëren met een rollenspel: De cursisten worden in de situatie neergezet waarin ze de aan te leren taalhandeling effectief nodig hebben. Zo ondervinden zij best het nut van de taalhandeling. In dit geval krijgen ze een pictogram en moeten ze reageren op de vraag van de baas (de leerkracht). De andere cursisten observeren. Focus op de vorm: Tot de juiste vorm komen. De leerkracht ondersteunt de cursisten om zélf tot de juiste vorm te komen: Hoe zeg je dat vriendelijk in het Nederlands? Probeer eens. Zo veel mogelijk vanuit de cursisten. Laat ze elkaars taalhandelingen beoordelen en van elkaar leren. Komt geen van de cursisten zelf tot de juiste taalhandeling, speel dan opnieuw een kort rollenspel (waarbij je nu de rol van schoonmaker speelt) en laat de cursisten goed luisteren. Zet bij wijze van conclusie de juiste structuur op het bord (Sorry, dat gaat niet. Ik moet ) en hang alle grote pictogrammen er onder. Hiernaar kan je dan steeds verwijzen tijdens het inoefenen. Focus op de vorm: Inoefenen. Maak hier een beweging van: - Receptief naar productief - Klassikaal naar individueel Aandacht voor prosodie, klemtoon en intonatie indien nodig. Gebruik de structuur op het bord ter ondersteuning. Knipbladen met daarop dezelfde kleine pictogrammen Plakblad Grote pictogrammen van goede redenen (ziek, afspraak ziekenhuis, afspraak ocmw, oudercontact, trouwfeest, afspraak technieker, zorg voor kinderen) Leesblaadje 63
64 Deel het leesblad pas achteraf uit. De cursisten zijn vanaf dat moment eerder bezig met lezen dan met spreken. Focus op het gebruik. Als de cursisten de vorm min of meer onder de knie hebben, gaan ze de taalhandeling gebruiken. De focus ligt nu niet langer op de juiste vorm of op correct spreken, dat is heel belangrijk. De cursisten mogen fouten maken, zolang de betekenis duidelijk is. Je kan hier kiezen om de cursisten per 2 te laten werken (sterke groep) of klassikaal (zwakke groep). De aangewezen werkvorm is opnieuw het rollenspel. 15 ( ) Afsluitende ervaringsoefening. De leerkracht vraagt aan de cursisten of ze een kwartiertje langer kunnen blijven. Zorg voor een steekhoudende reden (extra oefenen in de computerklas, afwas moet gebeuren, de klas opruimen) en maak dat extra kwartier ook waar. De cursisten moeten zich veilig blijven voelen dus het verhaal moet wel kloppen Laat de cursisten in een eerste rondje vrij reageren op de vraag. Vraag in een tweede rondje goed door waarom (niet)? Is dit een goede reden? Is dit normaal? Ben jij flexibel? Koppel ook terug naar de juiste vorm van de taalhandeling. Ideeën voor andere verdiepingslessen rond flexibiliteit: - Vertrekken van een aantal authentieke vacatures en de cursisten daarin informatie laten zoeken (=functioneel lezen) over afstand, jobinhoud en werkuren. Vandaaruit het gesprek voeren wat ze wél en niet willen. - Een aantal gemakkelijkere en moeilijkere uren (11:00, 7:00, zondag, 19:00) / plaatsen (Antwerpen, Brussel, Boom, Herentals)/ taken (bij mensen thuis poetsen, bedden opmaken, met machines werken, ) en de cursisten kant laten kiezen. Dit kan met ren je rot of met groene en rode kaartjes opsteken. - De cursisten een neerslag laten maken van hun eigen flexibiliteit (op een kaart aanduiden tot waar ze zich willen verplaatsen voor een job; op een tijdsbalk laten kleuren wanneer ze wel/ niet willen werken/ foto s van soorten jobs laten classificeren) 64
65 Lesfiche 5 Project: Filet Divers Werkt! / IVCA Werkt! Thema: Ik ken mezelf: buitenschoolse activiteit Algemene themadoelstelling: Ik ken mezelf Subdoelen uit de POP Ik weet wat ik goed/ niet goed kan. Ik ken mijn goede/ slechte eigenschappen. Ik kan verwoorden wat ik goed/ niet goed kan. Ik kan mijn goede eigenschappen/ werkpunten verwoorden (context sollicitatiegesprek) Ik weet wat ik moet leren om een job goed uit te voeren. Ik heb een realistisch beeld van mijn professionele mogelijkheden in België. Ik kan mijn culturele bagage inzetten in mijn zoektocht naar werk. Specifieke lesdoelen De cursisten hebben een correct beeld van de jobinhoud en arbeidsvoorwaarden magazijn kringwinkel De cursisten stellen informatieve vragen aan de medewerkers van de kringwinkel De cursisten beslissen of een job in de kringwinkel interessant is voor hen Datum: januari 2016 Plaats: IVCA Paleisstraat Educatieve: Patricia Quintens en Petra Scheepmaker 65
66 In het kort Tijd lesonderdeel Beschrijving 75 Voorbereiding Aan de hand van verschillende materialen (folder, filmpje Youtube, tekstjes) informeren de cursisten zich over de kringwinkel: Wat is een kringwinkel? Wat kan je er wel/ niet kopen? Wat zijn doelstellingen van een kringwinkel? Daarnaast bereiden de cursisten ook de vragen voor die ze aan de medewerkers van het magazijn van de kringwinkel zullen stellen. 90 Bezoek aan het magazijn van de kringwinkel en taaltaak. De cursisten gaan op bezoek in het magazijn van de kringwinkel, krijgen een rondleiding door de verantwoordelijke en stellen vragen aan de medewerkers. 45 Nabespreking in de klas Het bezoek wordt nabesproken. De vragen die de cursisten stelden aan de medewerkers worden besproken en de cursisten denken na over de vraag of een job in de kringwinkel iets voor hen zou zijn. Beginsituatie en achtergrond De cursisten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt gaan regelmatig op bezoek bij een aantal instanties en organisaties, onder andere beroepsopleidingen VDAB (dakdekker schuine daken, PST, horeca, ) en derden (Levanto, Kiem, ). Er worden ook tewerkstellingsinitiatieven en andere organisaties bezocht. Om een breed beeld te schetsen van de lespraktijk willen we daarom zeker ook een buitenschoolse activiteit opnemen bij de acht voorbeeldlessen in het taalkompas. Meestal kaderen deze bezoeken binnen het thema Ik ken mezelf. De cursisten krijgen een realistisch beeld van hun tewerkstellingsmogelijkheden. De cursisten maken tijdens de buitenschoolse uitstappen ook van de gelegenheid gebruik om een aantal taalhandelingen in te oefenen in een authentieke context. In dit geval stellen ze informatieve vragen in verband met de jobinhoud en arbeidsvoorwaarden aan de medewerkers van het magazijn van de kringwinkel. 66
67 Praktische info voor de educatieve Educatieven kunnen telefonisch een rondleiding voor de groep in het centraal magazijn in Merksem aanvragen. Het telefoonnummer is en de contactpersoon is Vera Maes. Je kan haar ook een sturen: Een rondleiding vraag je best een maand op voorhand aan. Ook vermeld je in je mailtje aan Vera dat je je cursisten graag werknemers wil laten interviewen. Het is vaak druk in het magazijn, zo kan Vera op voorhand al kandidaten aanspreken. Rondleidingen worden het hele jaar door gegeven van maandag tot vrijdag. Een rondleiding wordt gegeven door een vast intern gidsenteam (5 medewerkers van de kringwinkel Antwerpen) en duurt ongeveer 1,5 uur. Tijdens de rondleiding komen de sorteerafdelingen en herstelateliers van het centraal magazijn aan bod. Een rondleiding voor cursisten van Open School en dus ook voor de cursisten Filet Divers Werkt en IVCA Werkt is gratis. Het centraal magazijn is vlot bereikbaar met het openbaar vervoer. Het adres is Deurnsebaan 52, 2170 Merksem. Het adres van de kringwinkel is Bredabaan 397, 2170 Merksem. Je kan een bezoek aan het magazijn eventueel combineren met een (kort) bezoek aan de kringwinkel. Je kan de verbinding met je lesplaats eenvoudig opzoeken met behulp van een routeplanner op Internet, zoals maps.google.be 67
68 Gedetailleerd lesverloop tijd leerinhoud groeperingsvorm werkvorm - activiteiten middelen - klasschikking Voorbereiding in de klas 5 Inleidend klasgesprek: De kringwinkel, wat is dat? Ga jij soms naar de kringwinkel? Waar? Waarom? Wat koop je daar dan? 10 - Wie heb je gezien? - Wat heb je gezien? - Wat kan je kopen in de kringwinkel? - Wat is het beroep van de mensen? De cursisten kijken naar het filmfragment, afhankelijk van de sterkte van de groep één of twee maal. Aansluitend nabespreking. Zie vragen links te rondersteuning van de nabespreking. 20 Categoriseren. Elke cursist krijgt één foto. De educatieve maakt twee kolommen op het bord (wel/niet te koop in de kringwinkel). De cursisten hangen hun foto in de juiste kolom. Nadien klassikaal overlopen van de kolommen. 20 Geld besparen In de kringwinkel vind je alles wat je in je huis en tuin nodig hebt. Je vindt er tweedehands meubels, kleren, speelgoed, boeken, elektronische apparaten, borden, tassen, glazen, CD s, fietsen, Omdat de spullen tweedehands zijn, zijn ze niet zo duur. Je kan dus geld besparen. Kwaliteit Elektrische apparaten die je in de kringwinkel koopt zijn ook veilig. De kringwinkel controleert en repareert elektrische toestellen. Daarna testen en poetsen werknemers deze apparaten. Toestellen die helemaal in orde zijn, krijgen een Revisie-label. Toestellen met dit label hebben een goede kwaliteit. Op deze toestellen en op fietsen heb je ook 1 jaar garantie. Recyclage De kringwinkel verkoopt tweedehands spullen. Dat betekent dat deze spullen nog een keer gebruikt kunnen worden. De meubels, elektronische apparaten, fietsen, boeken, speelgoed, komen niet bij het afval terecht. De kringwinkel zorgt dus voor de natuur. Ophaaldienst Je kan je oude spullen zelf naar de kringwinkel brengen. Voor grote toestellen, zoals koelkasten of diepvriezers, kan je telefonisch een afspraak maken met de ophaaldienst van de kringwinkel. Deze ophaaldienst is gratis. Werknemers komen de toestellen of meubels bij je thuis ophalen en brengen ze naar de kringwinkel. Extra jobs De kringwinkel helpt mensen die moeilijk een job vinden. Bij de hersteldienst van de kringwinkel kan je werken of een opleiding volgen. De kringwinkel zorgt voor een opleiding tot hersteller. Dan leer je hoe je fietsen of huishoudelijke apparaten moet nakijken, repareren en testen. Lezen met Dilit-methode: de cursisten werken in groepjes van 3. Elke cursist leest één tekstje. Als ze klaar zijn, draaien ze het tekstje om en vertellen ze aan elkaar wat ze gelezen hebben. Nadien kan je nog een verwerkingsopdracht doen: Cursisten werken in dezelfde groepjes. Ze bespreken of volgende zinnetjes juist of fout zijn. 1) In de kringwinkel kan je nieuwe spullen kopen. 2) De kringwinkel is slecht voor de natuur. 3) In de kringwinkel kan je werken als hersteller. 4) De opleiding als hersteller moet je bij VDAB volgen. 5) Elektrische apparaten van de kringwinkel hebben een goede kwaliteit. 6) Je hebt 3 jaar garantie op fietsen en elektrische toestellen van de kringwinkel. 7) tch?v=cfiy3_gd7uo Foto s van allerlei zaken, sommige kan je kopen in de kringwinkel, sommige niet Zie kolom links voor inhoud tekstjes. Verwerkingsopdracht: kopie juist/ fout 68
69 Je maakt de apparaten ook schoon, zodat de kringwinkel ze terug kan verkopen. 8) Spullen van de kringwinkel zijn goedkoper Is er een kringwinkel in Antwerpen/ Deurne/ Merksem/ Mortsel/ Hoboken? - Wat zijn de openingsuren? - Hoe kan je contact opnemen met de kringwinkel? - In welke gemeenten kan je gratis spullen laten ophalen? - Eventueel route van lesplaats naar kringwinkel Merksem opzoeken mbv google maps of de routeplanner van de Lijn. 10 Volgende vragen ter inspiratie: - Hoeveel mensen werken er in het magazijn en de kringwinkels? (370 mensen, 8 kringwinkels) - Uit welke landen komen die mensen? (260 mensen van vreemde origine, allemaal verschillende landen) - Welke taken krijgen de werknemers? (sorteren, rijden met de camion, administratie, kleren plooien, herstellen, kassa, ) - Is het rustig of hard werken? (speelgoed sorteren is rustig, laden en lossen is zwaar) - Werken de werknemers graag/ niet graag in het magazijn? - Hoe laat beginnen ze te werken? Hoe laat hebben ze gedaan? (elke job is verschillend. Chauffeur begint om 7:30u, fietsatelier van 7:30u tot 16:00u, ) - Hebben de werknemers een vast contract? (vervangingscontract, artikel 60 van ocmw, maatwerk vdab, ) - Welke goede eigenschappen/ vbasiscompetenties heb je nodig? - Klassikale bespreking van de folder. Vragen voor de educatieve zie links. Voorbereiding interview met werknemers magazijn kringwinkel. - Eerst een klassikale brainstorm: Wat willen jullie allemaal weten? De educatieve maakt een woordenwolk op het bord. - Vervolgens per 2 cursisten één vraag: De cursisten proberen een goede vraag in het Nederlands te formuleren. Aansluitend klassikaal feedback en verbeteren - Inoefenen van de vraag. Folder kringwinkel Bezoek kringwinkel en taaltaak interview medewerkers Nabespreking in de klas 45 Als er cursisten zijn die na de rondleiding heel enthousiast zijn over werken in het magazijn en geen klant zijn bij het OCMW, kan je de site van de kringwinkel in de klas tonen. Hierbij kan je focussen op hoe je de kringwinkel via mail kan contacteren. Cursisten die willen solliciteren kunnen namelijk spontaan een sturen om hun interesse te tonen. Als er een vrije plaats is, worden ze doorverwezen naar de VDAB die hen verder op weg helpt. Ze moeten daar dan wel expliciet vermelden dat ze in de kringwinkel aan de slag willen. Je kan dus ook klassikaal een mail opstellen en deze op het bord schrijven. Hierbij focus je op de structuur van een Hoe begin je een e- mail? Wat schrijf je dan? Hoe eindig je de mail? Bovendien kan je stilstaan bij de inhoud van zo n mail en dat het belangrijk is om reclame te maken voor jezelf. Vb.: Ik wil graag werken als in de kringwinkel. Ik heb (hoelang?) ervaring als... Ik heb (hoelang?) in gewerkt als. Ik ben handig / sociaal /. Ik graag. Ik heb een rijbewijs B/BE/C. U kan mij contacteren op het nummer. Etc De educatieve overloopt eerst samen met de cursisten de informatieve vragen die ze stelden en bespreekt klassikaal de antwoorden (zodat alle cursisten alle info hebben) Met wie heb je gepraat? Wat weet je over hem/ haar? (+ focus OTT en zinsstructuur) Vervolgens maken de cursisten klassikaal een tabel met voor- en nadelen van werken in de kringwinkel en maken ze voor zichzelf uit of een job in de kringwinkel iets voor hen is. Die info kan in het portfolio. Portfolio. 69
70 Lesfiche 6 Project: Filet Divers Werkt! Thema: Assertiviteit: verdiepingsles assertief reageren op een vacature Algemene themadoelstelling: Ik ben assertief Competentiegerichte subdoelen Ik kom op voor mezelf in mijn contacten met collega s. Ik vraag hulp aan de verantwoordelijke bij problemen. Ik ken mijn grenzen en durf ze stellen. Communicatiegerichte subdoelen Ik kan mijn sterke punten verwoorden in een sollicitatiegesprek. Ik maak een assertieve eerste indruk tijdens een sollicitatiegesprek. Ik stel mezelf voor. Ik verwoord mijn vragen en opmerkingen op een beleefde manier. 70
71 In het kort Tijd lesonderdeel Beschrijving 45 Gericht informatie zoeken in een vacature. De cursisten worden geïntroduceerd tot de context (solliciteren op een vacature) via een oefening functioneel lezen. Onder begeleiding van de leerkracht zoeken ze gericht naar informatie in een authentieke vacature. 20 Wat doet Latif? Adequaat reageren op een vacature. Vervolgens denken de cursisten na over wat goede en minder goede strategieën zijn om te reageren op een vacature. Ze doen dit aan de hand van het fictieve personage Latif. 60 Talig: telefoneren om een afspraak te maken. De meest adequate strategie telefoneren om een afspraak te maken- wordt vervolgens talig onder de loep genomen. Stap voor stap wordt alle taal die hiertoe nodig is met ondersteuningsprenten en streepjeszinnen aan het bord opgebouwd en aan de hand van rollenspelen ingeoefend. 25 Transfer: ervaringsoefening. De cursisten passen het geleerde toe in een authentieke situatie. Beginsituatie. De cursisten begrijpen de term assertief zijn en weten waarom dit belangrijk is in het kader van solliciteren en tewerkstelling. Ze hebben een aantal andere activiteiten gehad rond assertief zijn (voornamelijk in de context van een werkvloer en het contact met de verantwoordelijke en met collega s). Deze activiteit is de eerste waarin de cursisten werken rond assertief reageren op vacatures (in de context solliciteren dus) Datum: juni 2014 Plaats: Filet Divers Rolwagenstraat Educatieve: Karlien Schouteden 71
72 Gedetailleerd tijd leerinhoud groeperingsvorm werkvorm - activiteiten middelen - klasschikking 5 Een vacature is een bericht van een baas die werk heeft. Vacatures vind je in krantjes en op de website van VDAB. In de vacature kan je lezen waar je moet werken, hoe je moet solliciteren, welke uren je moet werken, welke ervaring je nodig hebt, hoe goed je Nederlands moet zijn, welk soort contract je krijgt. Wie het werk graag wil hebben, moet reageren. Functie en doel van vacatures. De leerkracht toont de vacature aan de groep en vraagt wat dat document kan zijn: Reclame? Een brief? Een rekening? Waaraan zie je dat het deze dingen niet zijn? Wat is het dan wel? Aan de hand van volgende vragen krijgen de cursisten inzicht in inhoud, opbouw en doel van vacatures (zie links): - Wat is de naam in het Nederlands van het document? - Wie maakt/ schrijft een vacature? - Voor wie is een vacature bestemd? - Waar vind je vacatures? - Wat moet je doen met een vacature? Een recente vacature op maat van de doelgroep (schoonmaker / keukenhulp / afwasser / groendienst) 10 Correcte leesstrategie: Om een vacature te begrijpen, moet je niet alles (kunnen lezen). Je moet snel de belangrijke informatie zoeken. - Welke belangrijke info verwacht je? Zoek gericht naar die info. werkuren, plaats (adres), contactgegevens, telefoonnummer, ervaring nodig, Nederlands nodig. - Hoe herken je nog belangrijke info? Belangrijke info is vaak groter, vetgedrukt, gekleurd, onderlijnd, in een kader. Leesstrategie. De leerkracht zet de cursisten per 2, geeft de opdracht en bespreekt vooraf uitgebreid de correcte leesstrategie. Opdracht: Ik geef jullie dadelijk de vacature. Zoek alle belangrijke informatie. Je mag maar 1 minuut lezen. Dan neem ik de vacature terug weg. Vragen ter ondersteuning van een gesprek rond correcte leesstrategie: - 1 minuut is niet veel. Ga je boven beginnen en alle woorden lezen tot beneden? - Wat ga je dan wél doen? - Hoe herken je belangrijke informatie? - Welke informatie verwacht je te vinden? Woordbeelden onderlijnd, vet, groot lettertype, in een kader, gekleurd. 1 Gericht lezen. De cursisten zoeken gericht naar belangrijke informatie in de vacature. De leerkracht haalt de vacatures terug op. 15 Tip: Laat zoveel mogelijk informatie zelf uit de cursisten komen. Tip: Zeg nog niet of de gevonden informatie juist of fout is. Als de cursisten het onderling oneens zijn, noteer je al hun info op het bord. Zo blijft het boeiend. Informatie bespreken. De leerkracht bespreekt met de groep welke belangrijke informatie er in de vacature stond. De syntheseprenten dienen ter visuele ondersteuning. Afdrukken van de vacature. Syntheseprenten functioneel lezen Tip: Stel eerst een open vraag Wat heb je allemaal begrepen?. Stel pas in tweede instantie gesloten vragen: Heb je een telefoonnummer zien staan? 72
73 15 Controleren. De leerkracht deelt de vacature opnieuw uit en geeft nu omcirkelopdrachten. Bijvoorbeeld: Omcirkel het adres waar je moet werken. Wie wil het adres eens lezen? Klopt dit met de informatie die jullie gevonden hadden (op het bord)? 20 - Latif telefoneert naar het telefoonnummer op de vacature en vraagt om een afspraak te maken? (goed / moeilijk) - Latif schrijft een sollicitatiebrief, een cv en stuurt beide met de post naar het adres op de vacature (goed / te moeilijk) - Latif schrijft een met z n smartphone om te solliciteren (goed / te moeilijk) - Latif praat over de vacature met zijn leraar Nederlands (niet goed) - Latif zoekt samen met een vriend die goed kan lezen het adres op de brief, gaat er naartoe en belt aan (niet goed) - Latif wacht en doet niets (niet goed) - Latif gaat naar de cafetaria om na te denken. (niet goed) - Latif telefoneert naar zijn assistent bij VDAB om hulp te vragen. (goed, niet zo moeilijk) - Latif vraagt aan zijn broer die perfect Nederlands praat om te telefoneren en mee te gaan op sollicitatiegesprek. (niet goed) - Latif telefoneert in het Frans. Misschien spreekt de baas ook Frans. (niet goed) Adequaat reageren op een vacature. De leerkracht introduceert aan de hand van de ondersteuningsprent het personage Latif. Latif spreekt een beetje Nederlands en kan niet zo goed lezen en schrijven. Hij is een harde werker, een correcte man en is op zoek naar werk. Hij heeft een vacature gevonden als afwasser in een restaurant die perfect is voor hem. Hij wil heel graag solliciteren. Wat moet hij doen? De leerkracht laat eerst zoveel mogelijk ideeën uit de groep komen (vul afhankelijk van de input van de groep het lijstje links aan) en bespreekt vervolgens samen met de cursisten alle mogelijke acties voor Latif. Ondersteuningsvragen: - Is dit een goede oplossing? Gaat Latif zo de job krijgen? - Waarom is dit geen goede oplossing? - Is dit moeilijk of gemakkelijk voor Latif? Hij spreekt maar een beetje Nederlands. Hij kan niet goed lezen en schrijven. Conclusie: telefoneren naar de contactgegevens op de vacature is een goede oplossing maar moeilijk. Makkelijker (en ook goed) is om hulp te vragen aan je assistent bij VDAB. Ondersteuningsprent Latif 60 Taal: Goeiemiddag. Kan ik spreken met de verantwoordelijke? Ik ben Latif El Hamdaoui. Ik bel voor de vacature van afwasser. Is de job nog vrij? Ik wil graag solliciteren. Kan ik een afspraak maken? Wanneer? Om hoe laat? Wat is het adres? Naar wie vraag ik? Bedankt en tot morgen. De leerkracht bespreekt eerst het doel van deze oefening met de cursisten: Telefoneren naar de contactgegevens op een vacature om een afspraak te maken is moeilijk. Maar het is wel de beste oplossing. Daarom gaan we hier op oefenen. De leerkracht overloopt eerst samen met de cursisten: - welke informatie ze zeker moeten geven (begroeting, naam, welke vacature) - welke informatie ze zeker moeten vragen (nog vrij? Afspraak? Wanneer? Waar? Met wie?) - hoe afsluiten? (dank u en tot morgen) De grote ondersteuningsprenten zorgen voor ondersteuning. Grote ondersteuningsprenten (idem bordschema) Bordschema Tip: Bij zwakke groepen kan je de opbouw van het gesprek best spreiden over een aantal lessen. Tip: Als de cursisten moeilijk zelf tot de inhoud van het gesprek komen (welke info ze moeten geven en vragen) kan je opteren om zelf even de rol van Latif te spelen en een faketelefoontje te doen. De cursisten luisteren dan gericht. 73
74 25 Vervolgens bouwt de leerkracht het gesprek stap voor stap al rollenspelend op. Een bordschema dient ter visuele ondersteuning en wordt tegelijkertijd eveneens stap per stap opgebouwd. Ervaringsopdracht. Voorbereiding: De leerkracht zoekt een voor de cursisten onbekende persoon die de rol van baas kan spelen aan de telefoon (collega op de bureau, vriend, familie) Tip: Streef geen vormcorrectheid na. Als de cursisten de boodschap kunnen overbrengen, is dit voldoende. Script voor baas 74
75 Andere ideeën voor activiteiten binnen het thema assertiviteit en solliciteren. - De cursisten leren zichzelf assertief verkopen tijdens een sollicitatiegesprek. o Ze denken eerst na over hun kwaliteiten en sterke punten (ter inspiratie vereenvoudigde versie van kernkwaliteiten met concrete kwaliteiten die de cursisten begrijpen (vriendelijk, stipt, sociaal, harde werker, ) o Vervolgens denken ze na over hun werkpunten en minder goede eigenschappen. Ze leren onder begeleiding van de leerkracht deze positief te herbenoemen: Ik spreek geen perfect Nederlands maar ik ga drie keer per week naar de Nederlandse les - De cursisten leren een goede (assertieve) eerste indruk maken tijdens het sollicitatiegesprek. o Ze observeren een aantal toneeltjes waarin de leerkracht het slechte voorbeeld geeft: Anne-Mie praat niet uit zichzelf. Ze wacht de vragen af en antwoordt afgemeten, kort maar wel beleefd. Anne-Mie is slordig. Ze haalt een opgefrommeld cv uit haar handtas, ze hangt haar jas half over haar stoel, ze gaat uitgezakt onderuit zitten. Anne-Mie is verlegen. Ze praat te stil, kijkt weinig in de ogen van de gesprekspartner en geeft een slap handje. o Ze spelen deze situaties zelf na. De ene keer goed, de andere keer slecht. - (naar aanleiding van eerste toneeltje Anne-Mie praat niet uit zichzelf ): De cursisten leren zichzelf assertief voorstellen tijdens een sollicitatiegesprek. Ze denken na over welke info ze uit zichzelf kunnen geven, krijgen een spiekbriefje ter ondersteuning en oefenen. - Ervaringsoefening: De cursisten gaan op sollicitatiegesprek (authentiek of zo dicht mogelijk benaderd, in elk geval bij een voor de cursisten onbekend persoon). OP voorhand natuurlijk goed de inhoud van het sollicitatiegesprek overlopen. 75
76 Lesfiche 7 Project: Filet Divers Werkt! Thema: Alleen werken: verdiepingsles Algemene themadoelstelling: Ik kan alleen (zelfstandig) werken. Competentiegerichte subdoelen Ik beheers de specifieke vaktechnieken voldoende om alleen te werken. Ik plan mijn werk en houd mij aan een timing. Ik geef niet op als het werk moeilijk is. Als er een probleem is, zoek ik een oplossing. Communicatiegerichte subdoelen Ik spreek de verantwoordelijke aan met mijn vragen en opmerkingen. Ik kan hulp vragen. Ik kan extra informatie vragen over een taak. Ik kan rapporteren over het werk. Datum: juni 2014 Plaats: Filet Divers rolwagenstraat Educatieve: Anne-Mie Wouters 76
77 Lesdoelen: De cursisten vragen extra informatie aan de verantwoordelijke bij onduidelijkheid (attitude). De cursisten kunnen extra informatie vragen over een taak (talig). Taalhandelingen: Mag ik nog iets vragen? Wil jij komen kijken? Moet ik ook op de kast poetsen? Moet ik de poten van de stoelen ook poetsen? Moet ik ook tussen de verwarming poetsen? Welke materialen moet ik gebruiken? In het kort Tijd lesonderdeel Beschrijving 40 Videofragmenten Zo moet het en Zo moet het niet 120 Taalhandeling Moet ik op de hoge kast poetsen? Moet ik tussen de verwarming poetsen? Moet ik stofwissen of moppen? Welk product moet ik gebruiken? Om hoe laat moet ik klaar zijn? Aan de hand van deze twee videofragmenten wordt de context van deze activiteit (een professioneel schoonmaakbedrijf) geschetst. De cursisten leren uit de videofragmenten dat ze bij een onduidelijke opdracht extra informatie moeten (durven) vragen aan de verantwoordelijke. De attitude staat hier dus centraal. De focus ligt in dit deel niet meer op de attitude maar op de taalhandelingen zelf. De cursisten leren in het Nederlands extra informatie vragen over een onduidelijke taak. Eerst komen de gemakkelijkere taalhandelingen aan bod. Sterkere groepen kunnen vervolgens ook met de wat moeilijkere taalhandelingen werken. De opbouw is steeds als volgt: Eerst wordt de taalsituatie uit de videofragmenten zo authentiek mogelijk nagespeeld aan de hand van een rollenspel, daarna proberen de cursisten, onder begeleiding van de leerkracht, zélf tot de juiste vorm te komen. Vervolgens oefenen de cursisten de juiste vorm in. Ze maken daarbij een beweging van receptief naar productief en van klassikaal naar kleine groepjes. Tot slot komen de cursisten opnieuw los van deze focus op vormcorrectheid en maken ze de transfer naar de authentieke taalsituatie, opnieuw via rollenspelen. Beginsituatie De cursisten hebben al een introductieles gehad. Hierin werd stilgestaan bij het belang van zelfstandig werken op de werkvloer in België. Vervolgens werd in een aantal andere verdiepingslessen onder meer gewerkt aan aangeven dat het werk klaar is, feedback vragen (De is klaar. Wil jij komen kijken?) en nieuw werk vragen (Wat moet ik nu doen?) De activiteit die hier beschreven wordt is een expliciete taalactiviteit. 77
78 Gedetailleerd tijd leerinhoud groeperingsvorm werkvorm - activiteiten middelen - klasschikking 10 5 Korte inhoud fragment 1: Een baas en een schoonmaker bevinden zich in een kantoorruimte. De baas geeft de opdracht: Wil jij het dagelijks onderhoud van deze klas doen? De schoonmaker knikt en zegt: geen probleem. De baas geeft aan dat hij in z n kantoor is voor als er vragen zijn en verdwijnt vervolgens. De schoonmaker gaat aan de slag. Uit zijn acties blijkt dat hij de opdracht niet begrepen heeft. Hij doet maar wat. Je ziet hem twijfelen tussen verschillende producten, verschillende materialen. Hij begint de poten van een stoel te poetsen, kijkt dan op z n horloge en stopt. Hij kijkt boven op een hoge kast en neemt daar vervolgens stof af. Hij poetst tussen de verwarming. Dan gaat hij op een stoel zitten en zucht. 1 ste kijkbeurt. De cursisten kijken klassikaal naar het eerste videofragment. De focus van deze eerste kijkbeurt ligt op feitelijkheden. Mogelijke observatievragen: Hoeveel mensen zie je? Wat is hun beroep? Waar zijn de mensen? Wat doen de mensen? Wat zeggen ze? Aansluitend nabespreking. De leerkracht zorgt dat het duidelijk is voor de cursisten wat de personen zeggen en doen. Indien nodig kan er nogmaals in stukjes gekeken worden. Videofragment 1. Conclusie: De schoonmaker maakt een fout. Hij moet aan de baas extra informatie vragen over de taak. 2 de kijkbeurt. Ditmaal ligt de focus op een interpretatie/ oordeel van het gedrag van de schoonmaker. Op voorhand geeft de leerkracht daartoe volgende observatievraag mee: Wie maakt er een fout? Waarom? Wat is een betere oplossing? Aansluitend nabespreking en conclusie Korte inhoud fragment 2: identiek fragment 1 tot op het punt dat de baas verdwijnt. De schoonmaker twijfelt vervolgens even maar gaat dan op weg naar het bureau van de baas. Hij klopt aan en zegt: Sorry, kan je even komen kijken? De baas gaat mee en eenmaal terug in de bureauruimte stelt de schoonmaker een aantal vragen. De baas beantwoordt de vragen (zie onder voor de vragen en de antwoorden) Conclusie: Als je alleen moet werken en iets niet weet of begrijpt, vraag het dan aan de baas. Vragen is goed. Dan maak je geen fouten Moet ik de vloer stofwissen? - Moet ik de vloer moppen? (enkel stofwissen, niet moppen) - Moet ik de poten van de stoelen poetsen (neen) - Moet ik op de kasten poetsen (enkel op de kasten binnen handbereik) - Moet ik de klinken poetsen? (ja) - Moet ik de lichtschakelaar poetsen? (ja) - Moet ik tussen de verwarming poetsen? (neen) - Moet ik de tafels poetsen? (ja, maar enkel de bovenkant) 1 ste kijkbeurt. De cursisten kijken klassikaal naar het tweede videofragment. De leerkracht geeft volgende globale observatievraag mee: Doet de schoonmaker het nu goed? Of maakt hij nog fouten? Aansluitend nabespreking en conclusie 2 de kijkbeurt. Ditmaal moeten de cursisten gericht luisteren aan de hand van het observatieblaadje. De leerkracht deelt dit op voorhand uit, bespreekt kort zodat alle foto s en woordbeelden duidelijk zijn en geeft volgende opdracht: Kijk naar het fragment. Omcirkel alles wat de schoonmaker nodig heeft en moet doen. Aansluitend nabespreking en controle van het werkblaadje. Rollenspelen. De taalsituatie uit de videofragmenten (zie boven) wordt nu zo authentiek mogelijk nagespeeld. De leerkracht speelt de rol van de baas, 2 à 3 cursisten spelen beurtelings de rol van de schoonmaker. De andere cursisten observeren. De schoonmakers/ cursisten zullen waarschijnlijk niet uit zichzelf alle vragen (zie links) stellen. Daarom de bordprenten. De leerkracht/ baas kan tijdens het rollenspel hiernaar wijzen en op deze manier uitnodigen extra vragen te stellen, ook non-verbaal. Videofragment 2 Observatieblaadje Bordprenten (zie bijlage) hangen kriskras door elkaar op het bord ter ondersteuning. Tip: speel het hard. De baas heeft weinig tijd. Dwing de schoonmakers assertief te zijn. Tip: De focus ligt tijdens de rollenspelen nog niet op de juiste vorm, streef geen vormcorrectheid na. 78
79 20 20 Samen tot de juiste vorm komen (gemakkelijkere taalhandelingen). Probeer samen met de cursisten, bordprent na bordprent, tot de juiste vorm te komen aan de hand van de vraag: Hoe vraag je het perfect in het Nederlands? Bouw zo stap voor stap een helder bordschema op (zie voorbeeld in bijlage). Inoefenen. Dit onderdeel is erop gericht de cursisten de juiste vorm die zonet samen opgebouwd werd- in te laten oefenen. De focus ligt nu dus (even) wél op vormcorrectheid. Het bordschema fungeert als visuele ondersteuning. De leerkracht maakt een beweging van receptief naar productief en van klassikaal naar kleine groepjes: - Receptief (bij zwakke groepen): De leerkracht verwoordt, de cursisten wijzen de juiste bordprent aan. - Reproductief: De leerkracht verwoordt, de cursisten herhalen klassikaal. Aandacht voor klemtoon, prosodie en uitspraak. - Productief klassikaal. - Productief in subgroepen (om de beurt de mannen, de vrouwen, de Marokkanen, de Afrikanen, ) - Productief per 2 (1 cursist is de verantwoordelijke, de andere cursist is de schoonmaker). Nog steeds fungeert het bordschema als ondersteuning. Misschien is hier een korte demonstratie op voorhand aangewezen. Laat de bordprenten die verwijzen naar de gemakkelijkere taalhandelingen (onderlijnd) aan het bord hangen. Haal de andere voorlopig even weg. Anders is het teveel ineens Tip: Geef de juiste vorm niet gewoon zelf weg maar laat zo veel mogelijk van de cursisten zelf komen. Kijk, indien nodig, terug naar fragment 2 of speel een omgekeerd rollenspel (waarbij een cursist de baas is en jijzelf de schoonmaker) Bordschema. Tip: Geef dit bordschema niet op papier mee aan de cursisten. Bij het inoefenen van de juiste vorm kan het bordschema de cursisten dan wel ondersteunen, in het echte leven of in rollenspelen zal het de cursisten eerder verlammen. Ze raken dan té gefixeerd op de correcte vorm. 20 Transfer. Misschien nog belangrijker dan de focus op vormcorrectheid is het opnieuw loskomen ervan. Cursisten moeten nu de ingeoefende taalhandelingen gebruiken in het echte leven (of een zo authentiek mogelijk rollenspel). Focus op de juiste vorm kan dan verlammend werken. Fouten maken mag zolang de betekenis maar duidelijk blijft. Breng dat ook over op de groep! Je kan nu opteren voor rollenspelen waarbij de cursisten zowel baas (een sterke cursist) als schoonmaker spelen (lachen gegarandeerd ). Installeer een baas achter zijn bureau en brief hem. Hang een aantal bordprenten aan het bord. Wijs hier tijdens het rollenspel naar ter ondersteuning. De andere cursisten krijgen een observatiestrookje (daarop dezelfde prenten als op het bord) en omcirkelen. Bordprenten Observatiestrookje (zie bijlage) Tip: spreid deze rollenspelen over een aantal volgende lessen. Dat werkt beter dan alles in één les te proppen. Tip: Vraag eens aan een collega om een opdracht te komen geven in de les. Dat maakt het ook weer wat authentieker en leerrijker. 79
80 40 - Welk product moet ik gebruiken voor de vloer (groen product) - Hoeveel dopjes moet ik in een emmer doen? (2) - Moet ik de vuilbakjes leegmaken? (ja, vuilzakjes enkel vervangen indien zichtbaar vuil.) - Welk materiaal moet ik gebruiken? (blauwe werkdoek) - Om hoe laat moet het werk klaar zijn? (15 minuten) De moeilijkere taalhandelingen. Identieke werkwijze al is het niet aangewezen om op dezelfde manier een bordschema op te bouwen. De grammaticale structuur van de verschillende taalhandelingen is hier onderling te verschillend voor. Aangezien het sterkere groepen betreft is een gedetailleerd bordschema eigenlijk ook niet nodig. 80
81 Lesfiche 8 Project: IVCA werkt! Thema: Stiptheid - evaluatieles Beginsituatie De cursisten hebben, op het moment van de evaluatie, een drietal weken gewerkt rond de basiscompetentie stiptheid. Dit wil niet zeggen dat elke les volledig in het teken stond van op tijd komen. Het betekent wel dat stiptheid de rode draad, de focus was voor de lesgever en cursisten. Ondertussen stonden er allerlei andere zinvolle activiteiten, oefeningen en uitstappen op het programma. Het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) is een instrument op maat van de begeleiders. Het is te moeilijk voor de cursisten. Het doet niet wat het hoort te doen voor hen. Toch is inzicht in het eigen functioneren en de afstand met de eisen van de arbeidsmarkt zeer belangrijk voor de cursisten. Daarom hebben we een alternatieve evaluatiemethode ontwikkeld. Voor de ontwikkeling van deze alternatieve evaluatie zijn we uitgegaan van de kenmerken van onze cursisten: Zij zijn niet geschoold en hebben dus ook geen vaardigheden in verband met zelfreflectie aangeleerd. Inzicht in eigen functioneren is erg moeilijk voor hen. Onze evaluatie moest dus voldoen aan volgende voorwaarden: zeer eenvoudig en herkenbaar, met een minimum aan geschreven taal, visueel en concreet. Een woordje uitleg over deze laatste voorwaarde. We merkten in het verleden dat evalueren op basis van algemene evaluatiecriteria die niet geconcretiseerd zijn (genre Ik kom meestal op tijd ) niet werkt. Voor het welslagen van de evaluatie is het van cruciaal belang de evaluatie in te bedden in een concrete oefening, activiteit. Bijvoorbeeld Ik was om 13u15 op de Rooseveltplaats Dáár kunnen de cursisten iets mee, dáár kan ook de lesgever iets mee. Je hebt dan iets concreet in handen om over te spreken. We merkten ook dat het belangrijk is om niet meer dan één basiscompetentie per keer te evalueren. De éne keer stiptheid, een andere keer samenwerken. Anders wordt het te veel en te moeilijk. We hopen hiermee een instrument in handen te hebben dat wél doet wat het moet doen: de cursisten inzicht geven in het eigen functioneren, zodat ze stappen vooruit kunnen zetten! Datum: februari 2016 Plaats: IVCA Paleisstraat Educatieve: Anne-Mie Wouters 81
82 Doelstellingen Basiscompetentie Ik volg de regels en de afspraken Subdoelen Ik kom op tijd. Als ik te laat ben of niet kan komen, verwittig ik. Ik doe wat afgesproken is. Kort Visuele basis voor de evaluatie: Het zelfportret. Testactiviteit Nabespreking Opvolging door de POP coach Eerst maken de cursisten een zelfportret. Deze zelfportretten zijn de visuele basis voor de evaluatie en worden voor elke evaluatieles opnieuw gebruikt. Basis van de evaluatie is een authentieke activiteit waarbinnen de basiscompetentie getest kan worden. De cursisten worden in een aantal testsituaties geplaatst, de lesgever observeert en noteert de bevindingen op het evaluatiedocument. Aan de hand van een stellingenspel met nabespreking worden de testen eerst opnieuw voor de geest gehaald. Nadien volgt een conclusie. De cursisten krijgen een button (met daarop een visuele voorstelling van de basiscompetentie) en plaatsen die ofwel in ofwel buiten zichzelf op het zelfportret. De lesgever gaat in dialoog en stelt het beeld van de cursisten zo nodig bij. Tijdens de volgende lessen worden de slechte evaluaties opgevolgd. De zelfportretten blijven in de klas hangen en blijven dus visueel aanwezig. De POP-coach kan remediëringsopdrachten geven en deze opvolgen. Is er verbetering? Dan kan de button verhangen worden. 82
83 Gedetailleerd lesverloop Tijd lesinhoud Lesverloop Materiaal 30 Vragen voor de begeleider ter voorbereiding: - Welke kleuren vind je mooi en doe je veel aan? - Heb je lang haar of kort haar? Draag je een hoofddoek? - Welke huidskleur heb je? - Wat vind je mooi/ niet mooi aan jezelf? - Wat is typisch voor je uiterlijk? - Draag je graag juwelen? De cursisten krijgen elk een lijntekening van een man of vrouw. Ze personaliseren deze lijntekening. Ze verwerken de standaardfoto tot zichzelf. De lesgever begeleidt dit proces en biedt verschillende mogelijkheden aan. Instructie: Maak van deze foto jezelf. Je mag doen wat je wilt: kleuren, stof of pareltjes plakken. Het resultaat, de zelfportretten, worden vervolgens op een prikbord geplaatst en opgehangen in de klas. Deze zelfportretten zijn de visuele basis voor de evaluatie (zie verder). Ze worden elke keer opnieuw gebruikt. Dit lesonderdeel moet dus maar één keer gedaan worden. Opmerking: Door middel van zelfportretten willen we ervoor zorgen dat de cursist voor de evaluatie écht van zichzelf vertrekt, dat hij/ zij zichzelf binnenbrengt. Lijntekening van man en vrouw op A3. Prikbordjes A3 Kleurpotloden, stiften of ander materiaal (stukjes Afrikaanse stof voor kleding bijvoorbeeld, pareltjes, ) Tip: Lamineer de zelfportretten. In een latere fase worden er buttons met dubbelzijdige tape opgeplakt. Organiseer een opdracht, taak of activiteit waarbinnen de basiscompetentie in kwestie gebruikt en dus ook geëvalueerd kan worden. Het is belangrijk dat de evaluatie gebeurt tijdens een authentieke activiteit met authentieke taken. Een algemene evaluatie (genre ik kom altijd op tijd of ik kan goed samenwerken is te algemeen en abstract voor deze doelgroep. De cursisten én de educatieve hebben nood aan concrete, tastbare taken en contexten waar dan makkelijk naar teruggewezen kan worden tijdens de nabespreking. Dat maakt de evaluatie tastbaar en echt voor de cursisten. In dit geval plande de lesgever een uitstap naar een talentenmarkt die georganiseerd werd op de Minck door de cursisten van module 15. Ontwerp binnen de activiteit een aantal testmomenten die de basiscompetentie effectief testen. Noteer steeds nauwgezet op het evaluatiedocument hoe de cursisten scoren. In dit geval werden de cursisten aan de hand van volgende instructies getest op de basiscompetentie stiptheid. - (les vooraf) We spreken om 13u15 af op de Rooseveltplaats. Kom zeker op tijd. - (les vooraf) Breng een stuk kapotte kleding mee. Dat heb je nodig. Niet vergeten he. Het is belangrijk. - (bij aankomst) Neem nu deel aan de workshops die je wil. We nemen samen pauze om 15u onder deze boom. Kom zeker, ook als de workshop nog niet klaar is. - (bij aankomst) Laat de aanwezigheidsattest tekenen door de begeleider van de workshop. - (na de pauze) We nemen samen de tram terug. Kom om 16u naar de uitgang. - (einde van talentenmarkt). De les begint morgen vijftien minuutjes vroeger. We starten om 8u45. Evaluatiedocument waarop de educatieve kan noteren hoe de cursisten scoren en opmerkingen kan noteren Tip: Werk transparant. Licht de cursisten zeker in dat het om een test gaat en maak ook duidelijk wat er juist getest wordt. Als het goed is, hebben de cursisten de voorbije weken veel nagedacht en geoefend over de basiscompetentie in kwestie en weten ze wat er verwacht wordt. 45 Stellingen met nabespreking: - Ik was op tijd op de Rooseveltplaats. - Ik bracht kapotte kleding mee. - Ik was om 15u terug onder de boom voor de pauze. Stellingenspel. De cursisten staan vrij in de ruimte. De educatieve (of een sterke cursist) leest een stelling voor (zie links). De cursisten kiezen kant. Aansluitend nabespreking. - Kijk op het evaluatiedocument of de beweringen van de cursisten stroken met de realiteit. Stellingen op strookjes. JA-kant en NEE-kant (A4 tegen de muur) 83
84 - Ik liet mijn attest tekenen. - Ik stond om 16u bij de uitgang. - Ik was vandaag om 8u45 in de klas. - Bespreek zeker ook waarom bepaalde zaken niet lukten. Tip: Indien er grote verschillen zijn tussen het beeld dat de cursist van zichzelf heeft en de realiteit is het niet aangewezen dit in groep te bespreken. Het is dan beter de POP-coach in te schakelen (en deze op voorhand te briefen met zo concreet mogelijke info de testsituaties en hoe de cursist presteerde) 30 Button. De cursisten krijgen bij wijze van synthese een button en hangen deze op hun zelfportret. Ze denken eerst na voor zichzelf. Vinden ze dat ze in de test bewezen hebben dat ze de basiscompetentie beheersen? Dan plakken ze de button BINNEN zichzelf (= Dat kan ik). Vinden ze dat ze niet goed gescoord hebben en dat ze de basiscompetentie niet beheersen? Dan plakken ze de button BUITEN zichzelf (= Dat moet ik nog leren). De educatieve ondersteunt. Hij/zij gaat rond en bespreekt kort met elke cursist. Zo nodig geeft hij/ zij feedback en wordt het beeld bijgesteld of verwijst hij door naar de POPcoach Gelamineerde zelfportretten Button (dubbelzijdige tape achteraan) met daarop een visuele weergave van de basiscompetentie. In dit geval een wijzerklok Aansluitend klassikale nabespreking. Tijdens de volgende lessen worden de slechte evaluaties opgevolgd. De zelfportretten blijven in de klas hangen en blijven dus visueel aanwezig. Ze zijn ook handig om de brug te slaan tussen de evaluatie in de les en de POP-coach. De POP-coach kan het zelfportret gebruiken als visuele kapstok voor de evaluatie. Hij of zij kan concrete afspraken maken ter verbetering. In dit geval kreeg een cursist de opdracht om altijd op tijd in de les te komen gedurende de komende 3 weken en altijd te bellen als er iets tussen kwam naar de lesgever. Het is belangrijk deze actiepunten met de educatieven te bespreken zodat zij ook op de hoogte zijn. Ook daar weer kan het zelfportret als visuele basis dienen. De POP-coach kan de opdracht onder het zelfportret hangen: Kom 3 weken lang steeds op tijd. Om 9u ben je in de klas. Als je niet op tijd bent, bel je de lerares: xx. Als er een positieve evolutie merkbaar is, kan die visueel gemaakt worden op het zelfportret. De button kan dan verhangen worden. 84
85 4.3 Bijlage 3 Infofiche (zie volgende pagina) 85
86 stelt voor Wat? Filet Divers is een Antwerpse organisatie onder de vlag van Bond Zonder Naam die zinvolle activiteiten aanbiedt voor mensen met een armoedeproblematiek en deze mensen een toekomstperspectief wilt bieden. Meer info op Sinds kort werken we met deze organisatie én Basiseducatie samen met als doel anderstalige werkzoekenden in te schakelen in het normaal economisch circuit. Hen o.a. laten participeren binnen één of meerdere activiteiten binnen Filet Divers gecombineerd met een aanbod Nederlands is hierbij een middel. Zo wordt er bij Filet Divers een taalgroep georganiseerd voor zowel analfabete als niet-analfabete anderstaligen die een specifieke taalproblematiek ondervinden. Daarnaast worden er verschillende activiteiten aangeboden. Voorbeelden hiervan zijn o.a. : het werken in een kleine schrijnwerkerij of het bemannen van het onthaal. De werkzoekenden kunnen ook langsgaan bij de sociale dienst van Filet Divers indien zij een specifieke welzijnsproblematiek ervaren. De werking van Filet Divers is dus een geïntegreerd traject waarbij we werkzoekenden een voortraject aanbieden met intense begeleiding tot ze trajectklaar zijn. Doelgroep? Bij toeleiding dien je rekening te houden met verschillende criteria. Deze staan hiernaast opgesomd. Bij toeleiding dient de werkzoekende aan deze criteria te voldoen. Bij de samenstelling van de groep houden we rekening met een evenwichtige verdeling op basis van leeftijd! Toeleidingscriteria De werkzoekende is anderstalig én traaglerend of uitgeleerd (= 1.2 niveau niet behaald, niet afgestudeerd bij CBE Open School) heeft randproblemen (kinderopvang, sociale problemen, ) die, mits de nodige ondersteuning, op korte termijn oplosbaar zijn. heeft nog geen beroepsopleiding met succes gevolgd (tenzij nieuwe elementen het huidige traject hinderen). heeft nog geen art.60-tewerkstelling gehad (tenzij nieuwe elementen het huidige traject hinderen). is minimaal 4 halve dagen/week beschikbaar. De trajectbegeleider schat in dat op termijn een vorm van tewerkstelling mogelijk is. de werkzoekende geen zware medische, mentale, psychiatrische of psychologische-problemen heeft. de werkzoekende gemotiveerd / werkwillig is. 86
87 Het trajectverloop Hoe meld je een werkzoekende aan en wat gebeurt ermee? Volg de onderstaande 5 stappen: 1) Screen de werkzoekende aan de hand van de toeleidingscriteria. Indien de werkzoekende aan deze 9 criteria voldoet, ga ja naar stap 2. 2) Meld de werkzoekende aan door een mailtje te sturen naar [email protected]. Schets kort de situatie. Vermeld naam en rijksregisternummer. Vermeld Filet Divers in het onderwerp. 3) Er zal contact worden opgenomen m.b.t. de aanmelding. Indien de werkzoekende in aanmerking komt voor Filet Divers, ontvang je een POP. Dit persoonlijk ontwikkelingsplan dien je zo volledig mogelijk in te vullen. Het pers. ontwikkelingsplan dient als basis voor een verdere kwaliteitsvolle begeleiding. 4) Na het invullen van het POP wordt met Filet Divers het aanbod bekeken. Er zal een voorstel worden gedaan m.b.t. het trajectplan van de werkzoekende. 5) Indien alle partijen akkoord zijn met het trajectplan, maakt de trajectbegeleider een trajectovereenkomst op en volgt er een opstartgesprek bij Filet Divers (mét de TB!). Een traject op maat Bij Filet Divers trachten we een traject op maat aan te bieden. Dit traject bestaat uit verschillende onderdelen: - Het verplicht volgen van praktijkgericht Nederlands in een taalgroep (max. 12 deelnemers, 4 halve dagen/week) - Het volgen van een specifiek werktraject (max. 3 deelnemers): Meewerken in een schrijnwerkatelier Het bemannen van een onthaal Participeren in een sociale kruidenier Meedoen aan kookactiviteiten, poetsopdrachten, - Aansluiting zoeken bij tewerkstellingsprojecten van partners - Consulteren van de sociale dienst van Filet Divers - Elk traject zal er anders uitzien en heeft een andere trajectduur. Gedurende het traject worden in het POP competenties in kaart gebracht door alle betrokkenen. Van de trajectbegeleider wordt verwacht dat hij/zij op tussentijdse evaluatiemomenten met de WZ aanwezig is. Uiteindelijk toeleiding naar opleiding of tewerkstelling is het doel. Contact Dennis Sysmans Consulent projectcoaching Inwerking VDAB Antwerpen [email protected] 03/ of 0474/
88 4.4 Bijlage 4 Inlichtingenblad %20opleidingen%20-%20derden.doc 4.5 Bijlage 5 Inzagerechtenformulier doc 4.6 Bijlage 6 - Onkostennota kinderopvang pvang.doc 4.7 Bijlage 7 - Voorbeeld weekschema WEEKSCHEMA - Filet Divers Voormiddag Namiddag Avond Maandag Onthaal CBE - les Nederlands Sociale kruidenier 13.30u u Dinsdag Schrijnwerk Schrijnwerk CBE - les Nederlands Tweedehandswinkel 18.30u - 21u Woensdag Onthaal Onthaal Sociale kruidenier Sociale kruidenier CBE - les Nederlands 13.30u u Donderdag Schrijnwerk Schrijnwerk Sociale dienst Vrijdag CBE - les Nederlands 9u - 12u Schrijnwerk van 10u tot 15.30u Onthaal van 8.30u tot 12.30u Sociale kruidenier van 8.30u tot 12.30u en/of van 13.30u tot 15.30u 88
89 4.8 Bijlage 8 - Huisreglement HUISHOUDELIJK REGLEMENT 1. Je start een traject bij: Filet Divers Rolwagenstraat Antwerpen Dit traject is samen met en 2. Contactpersonen: => Van Nueten Katrien tel: => Anne-mie Wouters tel: => Karlien Schouteden tel: =>Nikè Goos tel: De les is: maandag uur tot uur dinsdag uur tot uur woensdag 9 uur tot 12 uur vrijdag 9 uur tot 12 uur 89
90 4. Kom op tijd! De les start om op maandag en dinsdag. De les start om op woensdag en vrijdag. 5. Je kan niet komen? Bel naar Katrien of 03/ Zeg je naam. Zeg de naam van je lerares. Zeg waarom je niet kan komen. 6. Je bent ziek? Vraag aan je dokter een doktersattest en bezorg het aan Katrien (binnen de 3 dagen). Als je stempelgeld ontvangt moet je dit ook aan je ziekenfonds bezorgen!!!! 7. Je bent te laat? Ga naar je lerares en zeg waarom je te laat bent. Als je dikwijls te laat komt, mag je niet meer naar de cursus komen! 90
91 8. Je wil op vakantie? Je hebt 20 werkdagen vakantie per jaar. Je gaat op vakantie als er geen les is. Je zegt vooraf tegen Hannelore dat je vakantie wil. Heb je een uitkering? Schrijf op de blauwe kaart een V op de datum dat je op vakantie bent. Ik heb het reglement heb gelezen. Ik begrijp wat ik moet doen. Ik ga het reglement respecteren. Voor akkoord: Naam : Voornaam: Handtekening: 91
92 4.9 Bijlage 9 - POP 92
93 93
94 94
95 95
96 96
97 97
98 98
99 99
100 4.10 Bijlage 10 In- en uitstroomtabel Voorbeeld van de tabel waar de in- en uitstromende werkzoekenden kunnen bijgehouden worden. Naam Cat. Rijksregisternummer instroomdatum Door- of uitstroomdatum Door- of uitstroom naar nazorg 4.11 Bijlage 11 Foto s Verschillende foto s van dit traject worden als bijlage aangeboden op Bibis, de bibliotheekcatalogus van VDAB. Gelieve deze databank te raadplegen voor diverse foto s en een powerpoint van het traject te raadplegen. 100
Filet Divers. Werkt!
Werkt! Filet Divers Werkt! Werkt! Instapvoorwaarden: De werkzoekende is anderstalig is analfabeet, traaglerend of uitgeleerd heeft randproblemen die, mits ondersteuning, op korte termijn oplosbaar zijn
Op-Stap Een oriëntatie- en activeringsmodule voor personen met een psychische kwetsbaarheid
Op-Stap Een oriëntatie- en activeringsmodule voor personen met een psychische kwetsbaarheid Ontstaan Doorheen de jaren een stijging van het aantal aanmeldingen van personen met een psychische kwetsbaarheid.
Stappen in het traject TWE-OCMW. Onderstaand stappenplan gaat uit van:
Stappen in het traject TWE-OCMW Onderstaand stappenplan gaat uit van: - een art60 7-tewerkstelling met een duurtijd van 1 jaar - en een TWE-traject met maximale duurtijd van 2 jaar - het OCMW van de verblijfplaats
GTB afdeling Limburg Welzijnscampus 23 bus Genk (Tel) 089/
GTB afdeling Limburg Welzijnscampus 23 bus 41 3600 Genk (Tel) 089/32 10 50 [email protected] www.gtb-vlaanderen.be 1. Wat is de opdracht van GTB? De opdracht van GTB is opgedeeld is drie luiken:
3. Start traject TWE = registratie van de werkervaringsovereenkomst (WEO) in MLP
Stappen in het traject TWE-OCMW Onderstaand stappenplan gaat uit van: - een art60 7-tewerkstelling met een duurtijd van 1 jaar - en een TWE-traject met maximale duurtijd van 2 jaar - het OCMW van de verblijfplaats
Voor de coördinatie en verdere uitbouw van het groepswerk zijn we op zoek naar een enthousiaste medewerker
BZN Filet Divers is een door Bond zonder Naam ondersteunde, erkende vereniging waarin armen het woord nemen. Filet Divers is ook een verbindend en versterkend kansencentrum en een sociale kruidenier. Voor
Welkom! Je stopt met school en je hebt nog geen werk. Wat Nu? 24-4-2014. Transitietraject. Wie zijn wij? Verloop info
Welkom! Wie zijn wij? Verloop info Afgestudeerd, en nu? Info over onze dienst GTB Info over de ondersteuningsmaatregelen vanuit de VDAB Vragen? Heb je goed nagedacht over je beslissing? Je stopt met school
Verslag werkgroepen traject VDAB en VVSG deel II : Het traject TWE
Verslag werkgroepen traject VDAB en VVSG deel II : Het traject TWE Uit de conceptnota : Het traject TWE heeft als doelstelling competenties en werkervaring op te bouwen binnen een reële arbeidsmarktomgeving,
Wat? ESF project 1 sept aug dec 2019 VDAB, OCMW, In-Gent, Stad Gent en GSIW vzw
Wat? ESF project 1 sept 2016 31 aug 2018 31 dec 2019 VDAB, OCMW, In-Gent, Stad Gent en GSIW vzw Sneller en op maat toeleiden naar arbeidsmarkt Inburgerings- en activeringstraject afstemmen Werkgevers actief
Dienstverleningsmodel 2020: naar een futureproof Serr inn VDAB
Dienstverleningsmodel 2020: naar een futureproof Serr inn VDAB 30 11 2018 DVL2020, onze ambities... 1 meer klanten bereiken: van 240.000 werkzoekenden naar 4 miljoen Vlamingen. Ons klantenbereik wordt
TAALBELEIDSPLAN OPLEIDING POLYVALENT VERZORGENDE
TAALBELEIDSPLAN OPLEIDING POLYVALENT VERZORGENDE Voor de periode van 2011 tot 2014 1. Voorstelling van de opleiding begeleider in de kinderopvang en polyvalent verzorgende Het CVO biedt volwassenen met
SCHOOLPROJECT - KAAP Reglement voor basisscholen
1. Achtergrond en doelstelling van Kaap SCHOOLPROJECT - KAAP Reglement voor basisscholen Situering Doelstelling Missie Onderwijsbeleid Naast het algemene NT2-aanbod is er nood aan een aanbod op maat van
Terugkoppeling van de workshops. Chris De Nijs (VRT)
Terugkoppeling van de workshops Chris De Nijs (VRT) Vaardig genoeg voor de 21 ste eeuw? Samen aan de slag met de Vlaamse PIAAC resultaten Brussel - 20 maart 2014 Workshop 1: Basisvaardigheden voor de arbeidsmarkt
Handleiding Mijn Loopbaan voor partners voor registratie van de begeleiding van personen met een arbeidsbeperking
Handleiding Mijn Loopbaan voor partners voor registratie van de begeleiding van personen met een arbeidsbeperking Deze handleiding is bestemd voor de externe partners van de VDAB die personen met een (vermoeden
Geïntegreerde aanpak laagtaalvaardig anderstalige werkzoekenden
Geïntegreerde aanpak laagtaalvaardig anderstalige werkzoekenden Provinciale Netwerkdag Sociale Economie over Werken op maat 06 oktober 2016 Job-Link - Faruk Akkus GTB - Stefany Tan Kennismaken Agenda DEEL
Overzichtstabel werkplekleervormen
Overzichtstabel werkplekleervormen 1. Focus op oriëntering Alle niet-werkende werkzoekenden die interesse hebben voor een beroep maar zich geen concreet beeld kunnen vormen van dit beroep en/of twijfelen
VDAB aanbod NT2 NT2 SCHAKKETTEN. VDAB Aanbod NT2. 1) NT2 + Mijn Loopbaanatelier 2) Sectorspecifiek Nederlands 3) Sector-overschrijdend Nederlands
1 VDAB aanbod Turnhout, 12/12/2018 VDAB Aanbod 2 1) + Mijn Loopbaanatelier 2) Sectorspecifiek Nederlands 3) Sector-overschrijdend Nederlands 1 VDAB Aanbod 3 1) + MIJN LOOPBAAN@TELIER Mijnloopbaan@telier
Getenderd begeleidingstraject in kader van TIW
Getenderd begeleidingstraject in kader van TIW Deze handleiding is specifiek bedoeld voor trajectbegeleiders van projecten waarbij het begeleidingstraject door de VDAB getenderd is. De functionaliteiten
DRAAIBOEK PROJECT ROMA T WERKT
DRAAIBOEK PROJECT ROMA T WERKT Het project Roma t Werkt werd uitgeschreven door Odice vzw en de OCMW s van Beveren, Sint- Niklaas en Temse. Het project werd gesubsidieerd door het Europees Sociaal Fond
Vrijstelling van beschikbaarheid tijdens opleiding, studie of stage (VOSS)
Vrijstelling van beschikbaarheid tijdens opleiding, studie of stage (VOSS) Door de 6de Staatshervorming is VDAB vanaf 1/1/2017 bevoegd voor het verlenen van vrijstellingen voor het volgen van een opleiding,
Klas-in-zicht Wat? Hoe gaan we tewerk? Aan de slag en verder?
Klas-in-zicht Wat? Een negatieve groepsdynamiek, leerlingen die niet met elkaar overeenkomen, een vertroebelde relatie tussen leerlingen en leerkrachten, moeilijk les kunnen geven door storend gedrag zijn
Begeleiding Outplacement
Begeleiding Outplacement Deze handleiding is bestemd voor de medewerkers van outplacementkantoren die een begeleiding outplacement registreren in Mijn Loopbaan voor partners (MLP). Inhoudstafel 1.Toegang
Handleiding Tijdelijke werkervaring voor OCMW s
Handleiding Tijdelijke werkervaring voor OCMW s Situering Op 1 januari 2017 start TWE-OCMW (Tijdelijke werkervaring). Vanaf dat moment worden tewerkstellingen art 60 7 ingebed in een ruimer begeleidingstraject
Begeleiding Outplacement
Begeleiding Outplacement Deze handleiding is bestemd voor de medewerkers van outplacementkantoren die een begeleiding outplacement registreren in Mijn Loopbaan voor partners (MLP). Inhoudstafel 1.Toegang
COLLOQUIUM GENT, 23 OKTOBER 2014
COLLOQUIUM GENT, 23 OKTOBER 2014 1. Cijfers en jongerengarantie 2 September 2014: enkele cijfers Cijfers en jongerengarantie 3 57.374 NWWZ jonger dan 25 jaar op een totaal van 242.084 (23,7%) Cijfers en
VDAB PROGRAMMA INTEGRATIE VIA WERK. 15/06/16
VDAB PROGRAMMA INTEGRATIE VIA WERK. VDAB INTEGRATIE VIA WERK INHOUD: 1.AANPAK VDAB 2.ACTIES 3.VOORBEELDEN & GOOD PRACTICES 4.VRAGEN? AANPAK VDAB AANPAK VDAB / PRINCIPES: Aanpak krijgt vorm op basis van:
Visie- en afsprakennota bij de samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse VI (via het NIC), het RIZIV, GTB en de VDAB
Samen werken aan werk Visie- en afsprakennota bij de samenwerkingsovereenkomst tussen de Vlaamse VI (via het NIC), het RIZIV, GTB en de VDAB Deze nota bevat de operationele visie en concrete afspraken
ORGANISATIE GTB-West-Vlaanderen (gespecialiseerde trajectbegeleiding en bepaling voor mensen met arbeidshandicap)
GTB-West-Vlaanderen (gespecialiseerde trajectbegeleiding en bepaling voor mensen met arbeidshandicap) Mensen (werkzoekenden) met arbeidsbeperking, op: - medisch - fysiek - psychisch - mentaal - Trajectbegeleiding
Leren. Werkervaring & Werkplekleren. 27 november 2012 29-5-2013. Wat is werkplekleren?
Werkervaring & Werkplekleren 27 november 2012 Wat is werkplekleren? Leren Op de werkplek (productieomgeving) Gestructureerd en systematisch (met opleidingsplan) Situatiegebonden maar leidt naar overdraagbare
Tijdelijke werkervaring (TWE): VDAB & OCMW samen sterk voor werk. v.u. F. Leroy, Keizerslaan 11, 1000 Brussel - 04/2017
Tijdelijke werkervaring (TWE): VDAB & OCMW samen sterk voor werk v.u. F. Leroy, Keizerslaan 11, 1000 Brussel - 04/2017 Stap 1: Voor de start van het traject TWE-OCMW ➊ EEN KLANT MELDT ZICH AAN BIJ HET
Combinatiefunctie Wijkwerk-coach (Wijkwerken Zuid-West-Vlaanderen) & Trajectbegeleider Anzegem/Deerlijk Functiebeschrijving en competentieprofiel
Combinatiefunctie Wijkwerk-coach (Wijkwerken Zuid-West-Vlaanderen) & Trajectbegeleider Anzegem/Deerlijk Functiebeschrijving en competentieprofiel 1. Identificatiegegevens Functietitel Juridische werkgever
Warme overdracht tussen leren en werken en de VDAB: visietekst
Raad Secundair Onderwijs 2 april 2015 RSO-RSO-END-1415-001 Warme overdracht tussen leren en werken en de VDAB: visietekst Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219 42 99 F +32
Voorstelling arbeidscoaching SaRA en het ZoWeZo-team
Voorstelling arbeidscoaching SaRA en het ZoWeZo-team Kader Veel vraag naar samenwerking tussen gezondheidszorg en VDAB/GTB Past binnen functie 3: rehabilitatieteams die werken rond herstel en sociale inclusie,
Opdracht bij stappenplan kwaliteitsontwikkeling
Opdracht bij stappenplan kwaliteitsontwikkeling Rubriek: De school stimuleert de ontwikkeling van alle lerenden Deelrubriek: De lerende begeleiden Kwaliteitsverwachting B2 Het schoolteam biedt de begeleiding
BIJLAGE V: Leidraad voor de interview met de jobcoaches. Interview jobcoach
BIJLAGE V: Leidraad voor de interview met de jobcoaches Inleiding Interview jobcoach Ik ben Maarten Vanherle en ik zit in mijn laatste jaar Sociaal-Agogisch-Werk. Binnenkort hoop ik afgestudeerd te zijn
Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP)
Handleiding bij het opstellen van een Persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) In de voorbereiding op het Pop gesprek stelt de medewerker een persoonlijk ontwikkelingsplan op. Hierbij maakt de medewerker gebruik
OP-STAP. Een oriëntatie- en activeringsmodule naar werk op de reguliere arbeidsmarkt voor personen met een psychosociale kwetsbaarheid
OP-STAP Een oriëntatie- en activeringsmodule naar werk op de reguliere arbeidsmarkt voor personen met een psychosociale kwetsbaarheid Christel WITGEERS 1 Jobcentrum vzw is een centrum voor gespecialiseerde
DRAAIBOEK SAMENWERKING TUSSEN WERKWINKEL EN AMBULANTE ZORGSETTING
DRAAIBOEK SAMENWERKING TUSSEN WERKWINKEL EN AMBULANTE ZORGSETTING BEGELEIDER VOORBEREIDING OP DE VERWIJZING NAAR DE WERKWINKEL De begeleider gaat in gesprek met de klant om te horen waar hij werkt(e).
Handleiding verificatie cursistendossier NT2
Handleiding verificatie cursistendossier NT2 1. Inleiding Algemene richtlijnen en afspraken m.b.t. verificatie zijn opgenomen in het Afsprakenkader Verificatie. De Huizen van het Nederlands hebben een
Aanvraag van evaluatiegesprek ifv opstart doorstroomtraject of evaluatie WOP MAART 2019
Aanvraag van evaluatiegesprek ifv opstart doorstroomtraject of evaluatie WOP MAART 2019 Inleiding 2 Het decreet maatwerk bij collectieve inschakeling wil ondersteunen en subsidiëren op maat van elke werknemer.
VDAB Beleid t.a.v. werkzoekenden met een alcohol- en/of drugsprobleem
SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 69 van FREYA SAEYS datum: 21 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT VDAB Beleid t.a.v. werkzoekenden met een alcohol- en/of drugsprobleem
INLICHTINGENBLAD LOOPBAANBEGELEIDING
INLICHTINGENBLAD LOOPBAANBEGELEIDING PERSOONLIJKE GEGEVENS Naam: Voornaam: M V Straat en nummer:... Postcode:...Gemeente:.. Rijksregisternummer:... Geboortedatum:. Moedertaal:..Nationaliteit:... Telefoonnummer:
12 scenario s. van warme overdracht
12 scenario s van warme overdracht Scenario s van warme overdracht tussen centra voor volwassenenonderwijs CVO - centra voor basiseducatie CB Voor mensen met minder geletterdheidsvaardigheden is het niet
Handleiding Mijn Loopbaan voor Partners voor
Handleiding Mijn Loopbaan voor Partners IBAL, aanloopfase vorming, aanloopfase werkervaring Handleiding Mijn Loopbaan voor Partners voor Organisatoren Intensieve Begeleiding Alternerend Leren (IBAL) Organisatoren
VACATURE Trajectbegeleider (m/v) Persoonlijke ontwikkelingstrajecten vzw LEJO 100% Voor een op te starten P.O.T.-antenne in Boom
VACATURE Trajectbegeleider (m/v) Persoonlijke ontwikkelingstrajecten vzw LEJO 100% Voor een op te starten P.O.T.-antenne in Boom In diensttreding: 1 september 2010 Contactadres: vzw LEJO Borgerhoutsestraat
8 uitgangspunten. Leerbedrijf BAVA => BaVa Leerwerktraject => LWT Leerwerkhuis => LWH De Vip groep => VIP. 1 doelgroepomschrijvingen
8 uitgangspunten De deelnemende scholen willen uitgaan van dezelfde uitgangspunten. Helaas is het nog niet mogelijk om al die punten te verwezenlijken. De verschillende scholen geven aan hoever de zaken
Voor de coördinatie en verdere uitbouw van de onthaal/ontmoetingswerking en kookproject zijn we op zoek naar een enthousiaste medewerker
BZN Filet Divers is een door Bond zonder Naam ondersteunde, erkende vereniging waarin armen het woord nemen. Filet Divers is ook een verbindend en versterkend kansencentrum en een sociale kruidenier. Voor
[LEERWINKEL WEST-VLAANDEREN]
[LEERWINKEL WEST-VLAANDEREN] [LEERWINKEL WEST-VLAANDEREN] CONTEXT Per 1-1-2015 : stopzetting werking van de 13 Consortia Volwassenenonderwijs in Vlaanderen TAKEN CONSORTIA Samenwerking binnen Volwasseneneducatie
CONSULTATIEBUREAU DE VEST. Deelwerking vzw Centrum Ambulante Diensten
CONSULTATIEBUREAU DE VEST Deelwerking vzw Centrum Ambulante Diensten OPBOUW PRESENTATIE 1. Wat is het consultatiebureau De Vest? 2. Gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdienst (GA): Werkvragen Aanbod GA 3.
Info voor de leidinggevenden m.b.t. het voeren van een functioneringsgesprek
Info voor de leidinggevenden m.b.t. het voeren van een functioneringsgesprek Achtergrond informatie Voor men aan een functioneringsgesprek begint is het belangrijk wat achtergrondinformatie in te winnen
VDAB PROGRAMMA INTEGRATIE DOOR WERK
VDAB PROGRAMMA INTEGRATIE DOOR WERK INTEGRATIE DOOR WERK Het VDAB-programma gericht op anderstalige werkzoekenden met een migratieachtergrond. Een programma gebaseerd op: - het advies van de Commissie
Doelstelling Partners Projectinhoud en opbouw opleiding Instapvoorwaarden Wat bieden wij? Na de opleiding Contactgegevens
10 VOOR KOKEN Doelstelling Partners Projectinhoud en opbouw opleiding Instapvoorwaarden Wat bieden wij? Na de opleiding Contactgegevens Clienten van het OCMW via een korte intensieve opleiding en stage
VIP & Educatie ten behoeve van maatschappelijke participatie en re-integratie
VIP & Educatie ten behoeve van maatschappelijke participatie en re-integratie Inleiding Per 1 januari 2015 hebben zowel de gemeente Enschede als het Leger des Heils zich aangesloten bij het landelijk programma
1. Situering en doelstelling
Aanwezigheidslijsten voor cursisten Deze onderrichting geldt niet voor onderwijsinstellingen. 1. Situering en doelstelling... 1 2. Organisatie... 1 3. Gebruik en afdrukken van de aanwezigheidslijsten...
- via Agentschap, OCMW of asielcentrum - vanaf 8 oktober: online of telefonisch!
Inschrijving bij VDAB - via Agentschap, OCMW of asielcentrum - vanaf 8 oktober: online of telefonisch! Intakegesprek bemiddelaars vluchtelingen - doorverwijzing naar oriëntatiecursus - inschrijven cursus
DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE en SPORT NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni
Informatie voor doorverwijzers Aanbod taalcoaching
Informatie voor doorverwijzers Aanbod taalcoaching Taal doet meer Taal doet meer heeft een niet meer weg te denken rol in de Utrechtse samenleving op het gebied van integratie en participatie. Door taal
Competentieprofiel Mentor Duaal Leren
Competentieprofiel Mentor Duaal Leren COMPETENTIE: Competenties vertellen wat iemand allemaal moet kunnen om een beroep of een functie goed te kunnen uitoefenen. Het competentieprofiel van de mentor duaal
Met een GOB naar werk
Met een GOB naar werk Katherine Smith Universitair Centrum voor Begeleiding en Opleiding (UCBO) 2009 www.ucbo.be GOB Dienst voor Gespecialiseerde Opleiding, Begeleiding en Bemiddeling doelgroep: personen
Doorstroomtrajecten binnen LDE MAART 2019
Doorstroomtrajecten binnen LDE MAART 2019 Inleiding 2 Het decreet Lokale Diensteneconomie wil een antwoord bieden op de vraag naar passende arbeid voor kwetsbare werkzoekenden met een arbeidsbeperking.
Intake bij atlas trefdag NT2
Intake bij atlas trefdag NT2 Nieuwe organisatie Atlas Bij Atlas, integratie& inburgering Antwerpen kan je terecht voor: inburgeringstrajecten en informatie over Nederlands leren en oefenen ondersteuning
Gespecialiseerde TrajectBepaling -en begeleiding naar werk (GTB)
1 GTB Gespecialiseerde TrajectBepaling -en begeleiding naar werk (GTB) Opdracht: werkzoekenden met een arbeidsbeperking begeleiden in hun participatie aan de arbeidsmarkt. Twee disciplines in huis: trajectbegeleiding
Randstad Diversity. voor een succesvol diversiteitsbeleid. www.randstad.be/diversity
Randstad Diversity voor een succesvol diversiteitsbeleid www.randstad.be/diversity inhoud Randstad en diversiteit Wat is diversiteit? Waarom diversiteit? Onze dienstverlening Coaching 22 Consulting onze
decreet Werk- en zorgtrajecten Goedgekeurd in plenaire zitting Vlaams parlement 23 april 2014
decreet Werk- en zorgtrajecten Goedgekeurd in plenaire zitting Vlaams parlement 23 april 2014 Basis = participatieladder Kader: Trede 5 = maatwerkdecreet Trede 3 en 4= decreet Werk- en zorgtrajecten Trede
Academiejaar 2013/2014. navorming. Mentor Klinisch Onderwijs. Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Academiejaar 2013/2014 navorming Mentor Klinisch Onderwijs Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen Navorming Mentor Klinisch Onderwijs Deze opleiding is een samenwerking van het departement Gezondheid en
Levenslang en samen leren omgaan met diversiteit
Levenslang en samen leren omgaan met diversiteit Maart 2017 20-tal ingekantelde organisaties Van 20-tal organisaties naar één Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering 2015: installeren 2016: organiseren
STERKE SCHAKELS. Samen werken aan functionele taalvaardigheid. Probleemstelling STERKE SCHAKELS 1
STERKE SCHAKELS Samen werken aan functionele taalvaardigheid Probleemstelling Jongeren in het deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO) en het beroepssecundair onderwijs (BSO) stromen vaak uit zonder
Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen
Agentschap Integratie en Inburgering Oost-Vlaanderen Agentschap: wie zijn we? Extern Verzelfstandigd Agentschap (EVA) sinds 1 januari 2015 Alle diensten voor: Integratie Inburgering Sociaal tolken en vertalen
Naam van de schoolexterne interventie: ipot Groep INTRO Brussel
Naam van de schoolexterne : ipot Groep INTRO Brussel 1. Inhoud vd schoolexterne Algemeen kader 1 : Ontstaansgeschiedenis 2 Visie Belangrijke uitgangspunten Doelstelling(en) Doelgroep(en) 3 Duur van het
Tijdens dit proces wordt ook overlegd met de leerling en ouders in kwestie.
Zorgcontinuüm Het zorgcontinuüm omvat de stappen die een school zet om de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden. Dit gebeurt steeds in samenspraak met de verschillende actoren (leerling, ouders, leerkrachten,
Anderstaligen voorbereiden op het Nederlandstalige hoger onderwijs en de arbeidsmarkt. 15 maart 2016
Anderstaligen voorbereiden op het Nederlandstalige hoger onderwijs en de arbeidsmarkt 15 maart 2016 Opbouw Geschiedenis IVAN in de praktijk Toekomst 2 Geschiedenis Intensief Voorbereidingsjaar hoger onderwijs
TAALBELEID ZAVENTEM. Waarom een taalbeleid? Taalvisie (SC 8/2/2016) Infobundel voor het personeel oktober 2017
TAALBELEID ZAVENTEM Infobundel voor het personeel oktober 2017 Waarom een taalbeleid? - De diensten van de gemeente Zaventem worden dagdagelijks geconfronteerd met mensen die de Nederlandse taal onvoldoende
Tijdelijke Werkervaring (TWE)
Tijdelijke Werkervaring (TWE) 31-10-2017 Even kort kaderen HOE IS TWE TOT STAND GEKOMEN? 6 e Staatshervorming: uitbreiding bevoegdheden Gewesten. Alles start met het Vlaams Regeerakkoord van 23 juli 2014
Sta versteld... en ontdek wat WEB voor u kan betekenen.
Sta versteld... en ontdek wat WEB voor u kan betekenen. WAT KAN WEB VOOR U BETEKENEN? 1 2 WIJ VINDEN DE JUISTE WERKNEMER VOOR UW BEDRIJF OF ORGANISATIE WEB bereikt jaarlijks een 1000-tal werkzoekenden.
Advies over de modulaire opleiding NT2 alfa R1, traject 1.2 voor de basiseducatie
4 ADVIES Raad Levenslang en Levensbreed Leren 21 maart 2006 RLLL/PCA/ADV/007 Advies over de modulaire opleiding NT2 alfa R1, traject 1.2 voor de basiseducatie VLAAMSE ONDERWIJSRAAD, LEUVENSEPLEIN 4, 1000
