DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4"

Transcriptie

1 - 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen de grondbewerkingen en de uitzaai in goede omstandigheden? Hebben we een groeizaam seizoen gekend of was er veeleer schade door een te droge zomer? Hoe is het met de ziektedruk geweest? Hebben de bieten- en de cichoreivelden een goede opbrengst- zowel plantkundig als financieel - gebracht? Welke gewasbeschermingsmiddelen deden het goed en welke rassen sprongen eruit? Om op al deze vragen een bevredigend antwoord te geven werken wij, PIBO-Campus, samen met o.a. de Vlaamse overheid afdeling duurzame landbouw, het KBIVB en Orafti. Proeven werden aangelegd om de nodige gegevens te kunnen verzamelen zodat tijdens de volgende teeltseizoenen van suikerbieten en cichorei rekening kan gehouden worden met de resultaten en de opmerkingen van de proeven. We willen er hier ook nog op wijzen dat PIBO-Campus meewerkt aan een project Groene Grondstoffen, waarin gezocht wordt naar alternatieve afzetmarkten voor ondermeer de suikerbieten om zo de teelt van de suikerbieten, die van groot belang is in Haspengouw, te vrijwaren. In het kader hiervan werd op 6 november een studiedag georganiseerd om de perspectieven van energiebieten toe te lichten. Ook wordt actief gezocht naar de mogelijkheid om nieuwe gewassen te introduceren om zo nieuwe perspectieven te kunnen bieden aan de akkerbouwer van morgen. Hier wordt gedacht aan de teelt van vezels (hennep, vlas) voor verwerking in de betonindustrie of aan energiegewassen (olifantengras). In ieder geval biedt de brochure die u nu in de hand hebt weer een hele brok actuele informatie over de teelt van twee toch wel belangrijke gewassen voor de Haspengouwse akkerbouwer. We hopen dan ook dat u met deze informatie het volgende seizoen weer aan de slag kunt gaan om een goed product op de markt te brengen, met aandacht voor de rendabiliteit van de teelt en de kwaliteit van het milieu. Medewerkers PIBO-Campus vzw

2 - 2 - INHOUD DEEL 1: SUIKERBIETEN Overzicht van het voorbije suikerbietenjaar Rassenproef suikerbieten Proefopzet Perceelsgegevens Oogst en bewaring Waarnemingen en tellingen Resultaten Rassen voor de uitzaai Situatie in de bieten doorheen het netwerk waarnemingsvelden van het KBIVB Inleiding Proefopzet Waarnemingsveld Tongeren Waarnemingsveld Horpmaal Situatie van de bieten in 2012 (Bron KBIVB) Bespreking van de schimmelziekten Meeldauw Bruine roest Cercospora Ramularia Rhizoctonia Rhizomanie Violetwortelrot Erosieproef in suikerbieten Proefopzet Perceelsgegevens Aangelegde objecten Waarnemingen Bespreking Energiebieten: resultaten studiedag 6 november Inleiding Teelt Oogst en bewaring Gebruik Knelpunten en perspectief DEEL 2: CICHOREI Rassenproef cichorei Proefopzet Perceelsgegevens Waarnemingen Bespreking Proef teelttechniek Proefopzet Perceelsgegevens Waarnemingen en tellingen Oogstresultaten Besluit... 48

3 Schietersproef cichorei Proefopzet Perceelsgegevens Waarnemingen Besluit Onkruidbestrijdingsproef cichorei - remming cichorei Proefopzet Perceelsgegevens Proefprotocol onkruidbestrijding Waarnemingen Opbrengstresultaten Onkruidbestrijdingsproef Crisnée werking onkruid Proefopzet Perceelsgegevens Proefprotocol onkruidbestrijding Waarnemingen Opbrengstresultaten Bespreking Groeicurveproef Proefopzet Perceelsgegevens Waarnemingen Vergelijking premie en groeipotentieel cichorei Bespreking Erosieproef cichorei Perceelsgegevens Aangelegde objecten Waarnemingen Opbrengstresultaten Bespreking DEEL 3: PRODUCTEN EN ACTIEVE STOFFEN...75 Herbiciden Fungiciden Insecticiden Varia... 86

4 - 4 - DEEL 1: SUIKERBIETEN 1 Overzicht van het voorbije suikerbietenjaar Het voorjaar 2012 was vroeg, vergelijkbaar met de situatie van 2011, wat 2 3 weken vroeger is dan normaal. De eerste bieten werden in de praktijk uitgezaaid rond 20 maart, en in Haspengouw was de zaai nagenoeg afgelopen rond 7 april De 50 zaaidatum voor de Tiense werd bereikt op 27 maart, iets later voor het land. Op 15 maart dachten we allemaal dat 2012 zou kunnen beginnen zoals 2011, maar de hoop heeft snel plaats gemaakt voor het pessimisme van het weer van april en mei. De opkomsten waren dikwijls traag en onregelmatig, soms ook met (niet altijd vastgesteld) verlies van kiemplanten door een combinatie koude-vorst-herbicide-diepte-energie. Koud voorjaar De maanden april en mei werden gekenmerkt door een klimaat in alle woorden tegengesteld aan 2011: nat, koud en somber. Door de koude van april (met twee nachten vorst rond 17 april) verscheen er een sterke rood gepigmenteerde verkleuring, op sommige rassen in het bijzonder (KassiaKws, LouellaKws). In de meeste gevallen verdween het verschijnsel met de piek van warmte van begin mei, maar sommige kiemplanten overleefden niet. Voor alle rassen werd de ontwikkeling vertraagd. Ook kenden sommige rassen, met een trage kiemenergie, een moeilijkere opkomst. Onkruidbestrijding In tegenstelling met 2011 verliep de onkruidbestrijding veel gemakkelijker, maar soms wel agressiever door de sterke werking van bodemherbiciden op traag groeiende planten. Het interval van 8 dagen tussen de eerste behandelingen kwam goed van pas ook al was de kieming van het onkruid trager en gespreid, maar dan met lage doseringen. Zoals verwacht lag het aantal behandelingen dit jaar hoger. Veel bladeren Door de ijzige maand april en de niet minder koude omstandigheden van mei, werd de mineralisatie van de organische stikstof vertraagd. De opnamepieken werden verplaatst naar de zomer. In augustus werd er door de suikerfabrieken een overmatige bladproductie opgemeten, ten koste van de wortel, een verschijnsel dat nog belangrijker is in leemstreek. De wortelgroei heeft zich verdergezet tijdens de herfst, vermoedelijk niet altijd gelijk voor alle rassen. Meer schieters Zoals men mocht verwachten lag het aantal schieters hoger, zowel in de zaai van midden maart als begin april. Het is vooral in de rhizomanie-rhizoctonia rassen dat men een hoog aantal schieters telt (soms meer dan 1000 schieters/ha). Sommige rhizomanie en rhizomanie-nematoden rassen hebben eveneens meer schieters, maar dit blijft gelukkig sporadisch. Bladziekten Voor het beheren van de bladziekten in de proeven, wordt de fungicidebehandeling uitgevoerd in functie van hun verschijning in de proeven. Ter bevordering van de rasresistentie werd de behandeling een week uitgesteld. In 2012 werden de waarschuwingen gegeven begin augustus en werden de behandelingen uitgevoerd rond 8 augustus of later.

5 - 5 - Dankzij de ontwikkeling van ramularia reeds in augustus, konden de rassen gekwoteerd worden op hun resistentie. De rassen EleonoraKws, SabrinaKws, RosalindaKws, Goodwood en ClaudettaKws vertoonden een betere resistentie. De rassen TimotheaKws en Rubens waren zeer gevoelig voor cercospora. Grondtarra In september waren de rooiomstandigheden gemakkelijk, maar vanaf begin oktober was het aantal dagen om te rooien in optimale omstandigheden geteld. De grondtarra was dus hoger (tot meer dan 10%) en helaas ook meer variabel in deze omstandigheden. Niettemin kon het raskenmerk in meerdere velden worden vastgesteld. Wij herhalen dat het gepubliceerde financieel potentieel de boete voor grondtarra aan 10 /ton omvat. Bewaring Er werden (en nog steeds) parallelle bewaarproeven uitgevoerd met de voornaamste gecommercialiseerde en aanbevolen rassen. Zij zullen besproken worden in latere edities.

6 - 6-2 Rassenproef suikerbieten Proef in samenwerking met het KBIVB, de Vlaamse Overheid Afdeling Duurzame Landbouwontwikkelingen (Ir. A Demeyere) en KBIVB. 2.1 Proefopzet De proef aangelegd in 2012 heeft als doel de bewaarcapaciteit van de 22 aanbevolen en meest voorkomende marktrassen te vergelijken. In de leemstreek wordt normaal aanbevolen de bieten te oogsten voor half november. Tot in 2007 konden de bieten dan maximum 40 dagen in de hoop blijven vooraleer ze werden opgeladen. De laatste jaren duurt de verwerking van de bieten echter tot half januari (of zelfs later), waardoor de bieten soms meer dan 2 maanden in de hoop blijven. 2.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: wintertarwe gevold door bladrammenas ( matig ontwikkeld ) b Ploegen tijdens de winter c Afslepen akker d Zaaidatum: e Zaaiafstand: 19,7 x 45 cm f Onkruidbestrijding: - naopkomst: 1 e Betanal Elite 0,9 l/ha + Goltix 0,750 l/ha + olie 0,3 l/ha e Dianal l/ha + Treto 500 0,250 l/ha + Goltix 0,75 l/ha + Gaon 0,3 l/ha e Dianal l/ha + Treto l/ha + Goltix 0.75 l/ha + Gaon 0.3 l/ha e Dianal l/ha + Treto 500 0,2 l/ha + Dual Gold 0.5 l/ha + Gaon 0,3 l/ha e Dianal 160 0,5 l/ha + Treto 500 0,1 l/ha + Frontier Elite 0,6 l/ha + boor 2 l/ha g Bemesting- - organische: o varkensmengmest o inzaai van bladrammenas, goed ontwikkeld chemische stikstof: o stikstofindex: 147 (normaal) o stikstofbehoefte: 153 E/ha o stikstofgift vlak voor zaai 150 E/ha h Insectenbestrijding: zaaizaadbehandeling met Poncho Beta of Cruiser&Force (afhankelijk van het ras) i Fungicidebehandeling: Geyser 0,5 l/ha

7 - 7 - j Ontledingsuitslag van de bouwlaag Bepaling Uitslag ontleding Streefzone Beoordeling Grondsoort 40 Leem ph-kcl 6.3 6,7-7,3 Tamelijk Laag C in % (humus) 1.1 1,2-1,6 Tamelijk Laag Fosfor (P) Tamelijk hoog Kalium (potas) (K) Tamelijk hoog Magnesium (Mg) Normaal Calcium (Ca) Normaal Natrium (Na) 1.6 3,1 6,2 Laag Boor (B) --- k Rooien: Oogst en bewaring De proef werd op 14 november machinaal geoogst. Per perceeltje werden ongeveer 150 kg bieten gerooid (maal 4 herhalingen) voor de 22 bestudeerde rassen (tabel 1). Juist na de oogst, werden alle bietenmonsters verdeeld in 3 sub-stalen - Eén derde (50 kg) te bewaren en te ontleden rond 15 januari, - Eén derde (50 kg) te bewaren en te ontleden rond 20 december, - Eén derde (of het saldo) direct te ontleden. Alle sub-stalen worden gewogen voor en na bewaring. De suikergehalten (en andere melassevormende elementen) worden gemeten op 3 verschillende data : 15 november 20 december -15 januari Per ras zal, na aflopen de proef, de suikeropbrengst en de financiële waarde berekend worden op de verschillende leveringsdata. Aan de hand van deze proef zal het verlies per ras (gewicht en suiker) kunnen berekend worden. De bewaarcapaciteit houdt zowel het verleis aan suikeropbrengst als de gevoeligheid voor bewaarschimmels (Botrytis e.d.) in. Gelijkaardige proeven worden in twee andere velden gevolgd.

8 - 8 - Tabel 1: geeft, per ras, de mandataris en de eigenschappen in verband met de tolerantie. Nr. Ras Mandataris Eigenschap Rhizo Rhizot Nemato 1 KassiaKws KWS Benelux x x 2 Baloo SESVanderHave x x 3 Charly Dewulf Agro x x 4 Perruche Erauw-Jacquery x 5 Gandhi Strube x x 6 Bengal SESVanderHave x x 7 Sanemax Erauw-Jacquery x x 8 Vienna Strube x x 9 Julietta KWS Benelux x x 10 IsabellaKws KWS Benelux x x 11 Magellan SESVanderHave x 12 RosalindaKws KWS Benelux x 13 Husky SESVanderHave x 14 BernadettaKws KWS Benelux x 15 Ardamax Erauw-Jacquery x 16 Pasteur Dewulf Agro x 17 Rambler Limagrain/Clovis matton x 18 SabrinaKws KWS Benelux x 19 Benno Dewulf Agro x 20 EleonoraKws KWS Benelux x 21 Coyote SESVanderHave x 22 Rubens Dewulf Agro x

9 Waarnemingen en tellingen Tabel 2 geeft per ras, het gemiddelde opkomstpercentage en het aantal planten/ha weer Nr. Ras Planten/ha 1 KassiaKws Baloo Charly Perruche Gandhi Bengal Sanemax Vienna Julietta IsabellaKws Magellan RosalindaKws Husky BernadettaKws Ardamax Pasteur Rambler SabrinaKws Benno EleonoraKws Coyote Rubens Gemiddelde Resultaten De resultaten van deze proef zullen worden toegelicht tijdens de vergadering en verschijnen in de landbouwpers.

10 Rassen voor de uitzaai Een grote keuze van rassen is beschikbaar voor de telers. Men zal de resultaten moeten bestuderen en een verstandige keuze maken tussen de rhizomanie rassen (ze zijn het allemaal), de dubbel-tolerante rassen rhizomanie-nematoden (aanwezigheid of twijfel over aanwezigheid van nematoden) of rhizomanie-rhizoctonia (indien aanwezigheid van rhizoctonia bruinwortelrot en in het bijzonder de rotaties met veel maïs). Als we het hebben over algemene kenmerken, spreken we over tolerantie en resistentie tegen bodempla gen die de groepen van rassen verdelen : rhizomanie - rhizoctonia bruinwortelrot - bietencystenematode. Alle in België voorgestelde rassen zijn tolerant voor rhizomanie. Vandaag geeft deze eigenschap de bieten doeltreffende bescherming tegen deze virusziek te. De andere genoemde groepen bieden oplossingen bij problemen : in aanwezigheid van rhizcotonia bruinwortelrot is een resistent ras vereist, in aanwezigheid van nematoden (zelfs zeer gering) moet men eveneens kiezen voor een nematodentolerant ras. Rhizomanie rassen Naast de financiële opbrengst van de rassen, moet de keuze uit de rhizomanie rassen rekening houden met een aantal specifieke kenmerken. In de zwaardere en kleverige gronden kan de factor grondtarra een belangrijke rol spelen daar de boete «gr ondtarra» kan leiden tot verschillen tussen de rassen van meer dan 40 Euro. Bovendien kan de ziekteresistentie gebruikt worden ten bate van zowel de vroege leveringen als die op het einde van de campagne. Stabiliteit Wij dringen aan op een zorgvuldige analyse van de resultaten rekening houdend met, naast de gemiddelde prestatie van de rassen (tabel hiernaast en grafieken op de laatste pagina), de variatie tussen de prestaties in de verschillende jaren. Idealiter moet deze variatie zo klein mogelijk zijn voor alle in aanmerking genomen factoren. Een belangrijke variatie kan afkomstig zijn van hetzij een wijziging van de genetica zelf, hetzij van een interactie van de genetica met het milieu (klimaat, ziektedruk, rhizomanie, enz ). Nematodenrassen De nadruk ligt nu meer dan ooit op de keuze van de rassen tolerant voor het bietencystenematode. Hoewel het potentieel van de huidige rassen nog enkel percenten onder de beste rhizomanierassen ligt, wordt dit tekort aan potentieel snel gecompenseerd door de toename van de opbrengst in aanwezigheid van nematoden, zelfs bij lage dichtheid. Op een perceel besmet met het bietencystenematode moet men automatisch een nematodentolerant ras uitzaaien. Zelfs bij lage een besmetting (waar men weinig verliezen verwacht) is het gebruik van deze rassen interessant. Het is in deze gronden dat men de hoogste vermenigvuldiging van nematoden opmeet : van minder dan 200 eieren + larven kan men klimmen naar enkele duizenden! Vandaag moet men minder dan 150 eieren+larven/100g grond hebben om een tolerant ras hetzelfde jaar rendabel te maken, niet te vergeten de voordelen op middellange termijn op de nematodenpopulaties. In een driejarige rotatie (met twee graangewassen) nemen de populaties toe in de tijd, met nadelige gevolgen voor de opbrengst van de rhizomanierassen. Men merkt snel het gunstige

11 effect van het gebruik van een tolerant ras (en semi-resistent) zowel op de opbrengst als op het beheer van de nematoden in de teelt. De verliezen zijn niet enkel te wijten aan het aantal nematoden bij de zaai maar ook hun vermenigvuldigingsfactor is belangrijk. Tijdens de jaren 2011 en 2012 was er een significante evolutie in het opbrengstpotentieel van de nematoden rassen, dat het potentieel van de rhizomanierassen in gezonde bodem benadert. Verschillende nieuwe rassen (op dit moment nog gestest) hebben de productiviteit van de normale rassen in gezonde bodem bereikt of zelfs overschreden. Maar afgezien van deze drie groepen, en naast de financiële opbrengst, kunnen sommige raskenmerken onder bepaalde omstandigheden de planter ten goede komen. Met de keuze van een ras, wil men zich in 2013 verzekeren van een maximale productiviteit, kwaliteit en economisch potentieel van het gezaaide bietenperceel. Een deel van de opbrengst kan dus afhangen van de rassenkeuze. Natuurlijk beïnvloeden andere factoren, waaronder in de eerste plaats het jaar, de opbrengst van het perceel positief of negatief. De ganse teelttechniek speelt een rol : keuze van de zaaidatum, beheer van de bemesting, de bodembewerkingstechnieken, kwaliteit van de zaai, de gewasbescherming Het financieel inkomen is anderzijds afhankelijk van de gemaakte kosten. Om een goede keuze te maken moet men de pathologische problemen op het perceel kennen (nematoden, rhizoctonia) en dienovereenkomstig kiezen ; het risico verspreiden door verschillende rassen te kiezen (niet meer dan 5 ha per ras in de middelgrote bedrijven, 10 ha in de grotere bedrijven) ; de voorkeur geven aan de «bevestigde» rassen en de variatie van de resultaten tussen de jaren te onderzoeken ; niet te veel oppervlakten zaaien met nieuwe rassen : soms zeer veelbelovend, zij moeten worden bevestigd! naast de financiële opbrengst is het interessant om sommige betalende kenmerken te overwegen : gevoeligheid voor bladziekten, aan de wortels klevende grond, veldopkomst, bodembedekking.

12 De factor opkomst Iedereen is het er mee eens dat men voor een goede oogst eerst een goede opkomst moet garanderen : bij voorkeur snel en homogeen. Hoewel bieten een aanzienlijke compensatiekracht hebben, is starten met een onvoldoende aantal planten niet ideaal. Elk jaar onderwerpt het KBIVB de gecommercialiseerde loten van de belangrijkste rassen aan een «cold-test», dit wil zeggen een koude opkomsttest (10 C) op substraat in klimaatkamer. De resultaten van deze test zijn geen garantie voor opkomst maar zij benadrukken wel de verschillen in rasgedrag en loten, zowel in opkomstsnelheid als uiteindelijke opkomst. We merken dat sommige rassen opkomen in slechts 10 dagen, andere in 4 dagen meer. Hier kan men de effecten van de activering waarnemen. Indien de opkomst kan beïnvloed worden door de kwaliteit van het zaadlot, is het ook (en vooral) een kwestie van kwaliteit van de zaai : goede aandrukking van het zaaibed en gecontroleerde zaaidiepte! De factor suikerrijkheid Het bekomen van een hoge suikerrijkheid is het resultaat van meerdere factoren : organische en minerale bemesting, rooidatum, klimaat, ras,... De invloed van het veld (bemesting, rooidatum, ) is groot op het algemene niveau van de suikerrijkheid. Het kan meer dan 2 graden bedragen. Onder de gecommercialiseerde rhizomanierassen is het verschil tussen het minst rijke ras en het rijkste ras gemiddeld 1,2 graden suikerrijkheid (grafiek hierboven). Voor de nematodenrassen is het verschil soms iets groter tussen de rassen, afnemend voor sommige productieve genetica. Het ras kan, binnen bepaalde grenzen, een lage(re) suikerrijkheid als gevolg van de teeltomstandigheden compenseren. Een hoger suikergehalte van het ras is dikwijls (en helaas) gerelateerd aan een lager wortelproductie (tot 15 t/ha) ten opzichte van de andere rassen. Een hoger suikergehalte daarentegen beïnvloedt de prijs per ton bieten. Dit is eveneens positief voor de laad- en transportkosten. De factor «grondtarra» De hoeveelheid aan de bieten klevende grond is dikwijls zeer gering bij rooi in droge omstandigheden. In vochtigere omstandigheden daarentegen en vooral in kleverige situaties, kan de aan de wortels klevende grond meerdere percenten bedragen met belangrijke financiële boete. Een goede afstelling van de machines, een combinatie van verwijdering van de grond en beperking van de verliezen en kwetsuren zal moeten uitgevoerd worden. Reeds 2 jaar nu maakt het criterium «grondtarra» deel uit van het resultaat van de rassen. De geëxporteerde aarde wordt beboet aan 10 per ton in het financieel potentieel van de rassen. Het raseffect is ook hier, zoals voor de suikerrijkheid en de wortelopbrengst, een interessant kenmerk van het ras. Bij rooi in droge omstandigheden is de hoeveelheid aarde gering, de verschillen tussen rassen eveneens. Met een uitvoer van 3 ton aarde/ha (dus minder dan 5% op bruto gewicht) bedragen de verschillen 1 tot 1,7 ton tussen de beste en de minst goede. Indien de rooi in een meer kleverig perceel gebeurt en de omstandigheden vochtiger zijn

13 (groene staven op de grafieken), kunnen de verschillen gaan van 7 tot 12 ton grond (10 tot 15% van het gewicht). De verschillen tussen de rassen zijn verdrievoudigd in waarde, h et gevolg van de financiële boete eveneens! De factor «bladziekten» Hoe gevoeliger het ras is voor bladziekten, hoe belangrijker het is om de waarschuwingen te volgen en op tijd te behandelen met een fungicide. De verschillen zijn welbekend op witziekte, cercospora, ramularia en roest. Aan de ene kant is het belangrijk om op tijd de fungicidebehandeling uit te voeren, maar geen enkele behandeling is verantwoord 40 dagen voor de rooi, noch in september, zelfs indien het ras zeer gevoelig is. Hierdoor kan men in de praktijk, sommige jaren, de fungicidebehandeling voor de rooiingen van september overslaan. Hier kunnen we de «globale» resistentie voor bladziekten benutten. Maar de «goede» gezondheid van het blad kan ook helpen na afloop van de nawerking van de behandeling, hoewel de effecten hier aanzienlijk minder zijn.

14 (willekeurige rangschikking van de rassen) De meerjarige resultaten (2010-) roest Witziekte cercospora ramularia Opkomst bodem- wortels netto 9 = gezond blad * * * * * bevestigde "Rhizomanie" rassen bedek- king grondtarra suikergehalte Financieel Rubens Magellan SabrinaKws BernadettaKws Benno Coyote RosalindaKws EleonoraKws Husky Rambler Pasteur lsd nieuwe "Rhizomanie" rassen Mercator Goodwood TimotheaKws Candimax lsd (*) Relatief tov. Getuige Coyote, EleonoraKws, SabrinaKws, RosalindaKws, Benno, Rubens, Pasteur, Rambler

15 (willekeurige rangschikking van de rassen) witziekte De meerjarige resultaten = gezond blad * sol * * * * * Bevestigde "Nematoden" rassen bodem- cerco Ramu Opkomst netto tarra gehalte cieel wortels grond- suiker- Finan- roest bedek- king spora laria Financieel besmet perceel Baloo Perruche Nieuwe "Nematoden" rassen Bengal Charly KassiaKws Gandhi lsd (*) Relatief tov. Referentie Baloo, Bengal, KassiKws, Gandhi (willekeurige rangschikking van de rassen) Witziekte cercospora De meerjarige resultaten bodem- ramularikomst netto tarra gehalte Op- wortels grond- suiker- roest bedek- king Financieel resistentiegraad ** 9 = gezond blad * sol * * * * "Rhizoctonia" rassen Zorro Iguane Vedeta Gecko IsabellaKws lsd (*) Relatief tov. Getuige Coyote, EleonoraKws, SabrinaKws, RosalindaKws, Benno, Rubens, Pasteur, Rambler (**) 1 = hoog resistent

16 Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet vzw PVBC Programma Voorlichting Bieten Cichorei [email protected] - met de steun van de Vlaamse overheid - DLV Departement Landbouw en Visserij; ADLO - Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling - Voorlichting 4 Situatie in de bieten doorheen het netwerk waarnemingsvelden van het KBIVB 4.1 Inleiding Dankzij de oproep van het KBIVB naar externe waarnemers sinds 2006 kon het netwerk waarnemingsvelden aanzienlijk verbreed worden. In 2012 telt dit netwerk ongeveer 55 bieten- en 20 cichoreivelden en wordt opgevolgd door een veertigtal bietentelers, landbouwkundigen, gepensioneerden, studenten, medewerkers van het KBIVB, van het PIBO-Tongeren, van de CHPTE- CEFA (Borgworm) en van de CARAH (Aat). Sinds 2007 gebeurt de wekelijkse verzending van de waarnemingen naar het KBIVB via een on-line formulier dat rechtstreeks ingevuld wordt op de Website van het Instituut. Deze website (Web site KBIVB ( > Waarnemingsvelden) geeft ook alle informatie over de uit te voeren waarnemingen. Geïnteresseerde kandidaten om mee te werken aan deze teeltopvolging, kunnen dit nog steeds melden bij KBIVB ([email protected]). De waarnemingen geven een beeld van de ontwikkeling van de teelt en van de problemen in alle streken, en laten toe zo snel mogelijk de eventuele noodzaak te bepalen om een behandeling aan te bevelen tegen een plaag of een ziekte. Indien dit vereist is wordt een behandelingsadvies onmiddellijk verspreid via de volgende kanalen: - de website van het KBIVB: - de verzendingsdienst per (gratis, op aanvraag via - de landbouwpers, de landbouwkundige diensten van de suikerfabrieken en de provinciale diensten. De berichten worden meestal op dinsdag aangepast en in kritieke perioden meerdere keren per week (bvb. bij aantastingen door bietenkevers, bladluizen of bladschimmelziekten). Deze berichten bevatten ook meer algemene aanbevelingen (bemestingsadvies, grondvoorbereiding, vorstschade, onkruidbestrijding, afdekken van de bietenhopen,...).

17 Nieuwe info via kaarten op website: Vanaf 2009 worden de gegevens afkomstig van de waarnemingsvelden alsook andere meldingen, grafisch medegedeeld via kaarten. Gedurende het seizoen 2012 verschenen de volgende kaarten. In het voorjaar : een kaart met de veldopkomst en een kaart met de melding van schade in de jonge bieten. Een kaart met de ontwikkeling van de bladschimmelziekten werd vanaf eind juni uitgegeven en wekelijks (of dagelijks) aangepast. De aanwezigheid van de verschillende ziekten, alsook het bereiken van de spuitdrempel kon gevisualiseerd worden per veld. Deze kaarten laten iedereen toe de situatie in de bietenvelden te volgen, nationaal maar ook in eigen regio. Een uitleg over de keuze van de kleuren wordt gegeven op de website zelf. Voorbeeld : kaart met de ontwikkeling van de bladschimmelziekten eind juli 2012 Gelijkaardige kaarten worden ook opgesteld voor de cichoreiteelt.

18 Proefopzet De meeste waarnemingsvelden zijn gewone praktijkvelden waarin tellingen en waarnemingen door de landbouwers of anderen uitgevoerd worden. 4.3 Waarnemingsveld Tongeren Perceelsgegevens a Voorvrucht: Wintertarwe b Zaaidatum: c Zaaiafstand: 19 x 45 cm d Ras: Eleonora e Onkruidbestrijding: - Voor de zaai: niet kerend: Glyfosaat 4 l/ha (pemen) naopkomst: 1 e Betanal Elite 0,9 l/ha + Goltix 0,750 l/ha + olie 0,3 l/ha e Betanal Elite 0,9 l/ha + Goltix 0,750 l/ha + olie 0,3 l/ha e Dianal l/ha + Treto 500 0,250 + Goltix 0,75 l/ha + olie 0,3 l/ha e Dianal 160 0,75 l/ha + Treto 500 0,25 l/ha + Goltix 0,75 l/ha + uitvloeier 0.5 l/ha e Dianal 160 0,75 l/ha + Treto 500 0,2 l/ha + Dual Gold 0,5 l/ha + uitvloeier 0,3 l/ha e Dianal 160 0,5 l/ha + Treto 500 0,1 l/ha + Frontier 0,6 l/ha f Bemesting: Organische bemesting: 15 ton/ha varkensdrijfmest Chemische stikstof: - Stikstofindex: 133 (normaal) - Stikstofbehoefte: 152 E N/ha - Stikstofgift vlak voor zaai 150 E N/ha Tabel 1: ontledingsuitslag van de bouwlaag Bepaling Uitslag ontleding Streefzone Beoordeling Grondsoort 45 Zware Leem ph-kcl 7.1 6,7 7,3 Gunstig C in % (humus) 1,6 1,2 1,6 Normaal Fosfor (P) Tamelijk hoog Kalium (potas) (K) Tamelijk hoog Magnesium (Mg) Tamelijk hoog Calcium (Ca) Tamelijk hoog Natrium (Na) 2.4 3,2 6,4 Tamelijk laag Boor (B) h Insectenbestrijding: zaaizaadbehandeling met Pocho Beta i Fungicidebehandeling: Geyser 0,5 l/ha j Oogstdatum:

19 Waarnemingsveld Horpmaal Perceelsgegevens a. Voorvrucht: Wintertarwe b. Groenbemester = gele mosterd zeer sterk ontwikkeld c. Ploegen jan.11 d. Zaaidatum: e. Zaaiafstand: 20 cm x 45 cm f. Ras: Isabella g. Onkruidbestrijding: - vooropkomst : Pyramin 3 l/ha naopkomst: 1 e : Dianal l/ha + Treto cc/ha + Goltix 0,5 l/ha + Actirob 250 cc/ha e : Dianal l/ha + Treto cc/ha + Goltix 0,5 l/ha + Actirob 250 cc/ha e : Dianal l/ha + Treto cc/ha + Goltix 0,5 l/ha + Pyramin 0,5 l/ha + Actirob 250 cc/ha e : Dianal l/ha + Treto cc/ha + Goltix 750 cc/ha + Venzar 200 cc/ha + Actirob 250 cc/ha e : Dianal 160 1l/ha + Frontier 0,5 l/ha e Frontier 0,5 l/ha h. Insectenbestrijding: Poncho Beta i. Bemesting: 15 ton/ha runderdrijfmest op de akker EN/ha vloeibare N voor zaaibedbereiding j. Fungicidebehandeling: Spyrale 1 l/ha k. Oogstdatum

20 Situatie van de bieten in 2012 (Bron KBIVB) Zaai en opkomst Februari 2012 werd gekenmerkt door een lange en koude periode van vorst (15 dagen vorst, tot - 13 C te Ukkel). Er werden nog heel veel gronden geploegd op het einde van januari, juist voor de periode van vorst en in zeer goede omstandigheden. Hierdoor vertoonden de gronden over het algemeen een goede structuur. De akker van in de herfst geploegde percelen is door de vele regenval van december daarentegen meer afgevlakt (152 mm te Ukkel, norm. : 69 mm). Na de vorstperiode van februari, warmde de grond langzaam op. Het weer was relatief goed (30 mm te Ukkel in februari ; norm. : 63 mm). In verschillende bietenstreken van het land werd de allereerste zaai uitgevoerd op donderdag 15 maart. In het weekend van maart werd plaatselijk een doortocht van regen waargenomen. Sommige streken hadden weinig regen, andere bijna niets. Op maandag 19 maart waren er reeds ± 260 hectare gezaaid, voornamelijk aan de kust, in de streek van Quévy, en in Haspengouw. In het kader van de onderzoeken betreffende een vroege zaai voor de verlenging van de groeiperiode van de biet, heeft het KBIVB op vrijdag 16 maart een proef aangelegd met verschillende rassen en plantdichtheden. De week van 19/03 tot 25/03 was het fris, droog en zonnig. Het einde van die week werd gekenmerkt door hogere temperaturen. Veel landbouwers hebben van deze zeer gunstige weersomstandigheden geprofiteerd om de grondbewerking en de zaai te realiseren. De zaai gebeurde voornamelijk in zware grond (streek van Veurne, de Polders van Brugge, Eeklo en de Schelde) en eveneens in Haspengouw en een beetje in het Centrum van het land. Veel gronden in Henegouwen en Vlaanderen waren nog te nat door de hevige regens en sneeuwbuien waargenomen in deze streek tijdens de eerste decade van maart. De temperaturen en de weersomstandigheden (afwezigheid van regen) eind maart waren gunstig voor de verderzetting van de zaai. De 50-zaaidatum (50% van de oppervlakte gezaaid) valt in 2012 op 28/03. De gemiddelde 50-zaaidatum van de laatste twintig jaar is ongeveer 11 april. De vroegste 50-zaaidata van de laatste 30 jaar (sinds 1982) zijn : 24/03 in 2003; 25/03 in 1993; 26/03 in 1990 en 27/03 in De 50-zaaidata van de laatste 5 jaar zijn: 27/03 in 2011; 15/04 in 2010; 05/04 in 2009; 20/04 in 2008; 06/04 in Volgens de gegevens verstrekt door de Landbouwkungdige Diensten van de suikerfabrieken, blijkt dat in 2012 : - De rassen tolerant voor rhizoctonia bruinwortelrot gebruikt worden op ± 8,5% van het areaal, (8% in 2011; 7,3% in 2010; 7% in 2009; 5,2% in 2008; 6,3% in 2007). - Het gebruikte percentage rassen tolerant voor het bietencystennematode toeneemt met 11,8% van het areaal (8% in 2011 en 2010; 7% in 2009; 5,6% in 2008; 4,9% in 2007). - Het percentage zaad behandeld met een insecticide in de omhulling (behandeling van zaad op basis van Poncho Beta of Cruiser&Force of Imprimo) 98,5% bedraagt in 2012 (97,8% in 2011; 97% in 2010; 95% in 2009; 88% in 2008; 83% in 2007). - Zoals sinds 2010, het gebruikte percentage «geactiveerd» zaad praktisch 100% van de loten bereikt (90% in 2009).

21 De voorziene oppervlakte in 2012 bedroeg ha, dit is een daling van 3% ten opzicht van De bietenoppervlakte bedroeg ha in 2011; ha in 2010; ha in 2009; ha in 2008 en ha in Vorst bleef in april niet uit. Er is uiteindelijk weinig schade door nachtvorst waargenomen. Slechts enkele velden in de streek van Luik die juist aan het opkomen waren zijn enigszins aangetast (zaai van ±18-20/03). Deze velden waren weliswaar niet genoeg beschadigd om een herzaai te verantwoorden. Hevige stortbuien en hagelbuien, plaatselijk waargenomen op woensdag 11/04 en op zaterdag 14/04. Sommige velden in de streek van Haspengouw waren enigszins aangetast (uiteinden van de kiemlobben beschadigd). Door de koude komen de bieten, die (soms te diep cf 2011) gezaaid werden begin april, moeilijk op. Dankzij de zeer goede weersomstandigheden de voorbij jaren was de opkomst sneller en homogener. Dit jaar echter kwamen alle (kleine) imperfecties van de zaai tevoorschijn. De volgende tabel geeft de uitzaai van de suikerbieten weer per suikerindustrie en per week. 26/03 02/04 10/04 16/04 ISCAL Sugar 7, RT-TS ,5 Nationaal 36, (bron: RT/TS en ISCAL)

22 Plagen en ziekten in het voorjaar De eerste meldingen van slakkenschade werden genoteerd kort na het paasweekend. Bij schade door slakken wordt er een toepassing van een erkend lokaas-granulaat aanbevolen. De doeltreffendheid van de behandeling wordt verzekerd door een tiental granulaten te plaatsen onder een plastiek (50 x 50 cm) die tegen de grond wordt gehouden. De toediening van de granulaten moet herhaald worden met een interval van verschillende dagen, indien, nadat de vallen na enkele dagen verplaatst werden, er opnieuw slakken onder de nieuwe vallen waargenomen worden. Er wordt eveneens schade door emelten waargenomen. Deze schade kan verward worden met deze veroorzaakt door slakken (uitgetrokken kiemlobben en bladeren, doorgesneden, opgegeten, ). Daarom moet men, in geval van schade van het type «slak», bij de keuze van een lokaas-granulaat de voorkeur geven aan Mesurol Pro. Waarnemingen hebben immers reeds aangetoond dat dit product een gedeeltelijke doeltreffendheid had op emelten (in tegenstelling tot producten op basis van metaldehyde of ijzerfosfaat). Bovendien kan de aanwezigheid van emelten (grote grijze cylindrische larven) in een bietenveld het uittrekken van de kiemplanten door vogels (kraaien) op zoek naar deze larven veroorzaken. Deze schade kan in enkele uren een grote omvang nemen. De onkruidbestrijding verliep vrij gemakkelijk het voorbije jaar en zeker gemakkelijk in vergelijking met seizoen De behandeling in zowel vooropkomst als na-opkomst zijn over het algemeen uitgevoerd in goede omstandigheden. Praktisch heel het voorjaar was het somber en fris. Het heeft dan ook meer dan 2 maanden geduurd vooraleer de eerst gezaaid bieten (rond 20 maart) de rij gesloten hadden. Vanaf half juni werd een grote activiteit van insecten waargenomen in de velden en dan voornamelijk van nuttige insecten. Lieveheersbeestje werden veelal waargenomen. Ook groene perzikbladluizen, zwarte bonenluis evenals bietenvliegen en bovengrondse kevers worden waargenomen. In velden waarvan het zaaizaad met insecticide behandeld is geworden vormen deze insecten dan ook geen schade Plagen en ziekten - toestand zomer Op dinsdag 2 juli was er geen enkele schadelijke bladziekte waargenomen in het netwerk van waarnemingsvelden van het KBIVB (geen witziekte, noch cercospora, ramularia of roest). De secundaire infecties ten gevolge van de bacterie Pseudomonas, waargenomen sinds begin juni, waren nog steeds goed zichtbaar in een aantal velden en op een aantal rassen. De eerste symptomen van witziekte, cercospora, ramularia en/of roest werden op 24 juli waargenomen in enkele velden van het netwerk waarnemingsvelden. Echter op dat moment werd de behandelingsdrempel voor deze bladziekten nergens bereikt.

23 Ziekte Schadedrempel of spuitdrempel Witziekte 15 % Roest 15 % Cercospora 5 % Ramularia 5 % 15%= 7 8 aangetaste bladeren per 50 bladeren 5% =2 3 aangetaste bladeren per 50 bladeren Tijdens de laatste week van juli hebben witziekte, roest en vooral Ramularia zich in meerdere velden van het netwerk in de waarnemingsvelden verder ontwikkeld. Op dat moment werd de behandelingsdrempel voor Ramularia in 25 % van de percelen overschreden. Cercospora was nagenoeg in de velden afwezig, maar kan in vele velden verward worden met vlekken van de aantasting door de bacterie Pseudomonas. Gedurende de eerste week nam de aantastingsgraad van voornamelijk Ramularia en witziekte toe. 50 % van de percelen overschreden de behandelingsdrempel. Echter bleken er grote verschillen aanwezig te zijn tussen bepaalde percelen. Sommige velden vertoonden nog geen ziekte. De ziektedruk in cichoreipercelen was op dat moment betrekkelijk laag. Half augustus kon men besluiten o.b.v. de verschillende waarnemingsvelden dat in 60 % van de percelen de behandelingsdrempel was overschreden. Het advies op dat moment was dan ook controleer uw velden. En indien de drempel niet bereikt was en er voor 15 oktober gerooid wordt het niet rendabel was een behandeling uit te voeren. In de cichoreiteelt was de druk half augustus nog steeds laag. Enkel witziekte en roest kwamen her en der voor Wortelziekten Typisch sinds 2009 is de uitbreiding, over de hele leemstreek maar eveneens de poldergronden van het violetwortelrot. Deze wortelziekte komt vooral voor op diepe leembodems, op percelen met een hoge ph en is niet bijzonder afhankelijk van een slechte structuur. Deze ziekte wordt meestal pas bij de oogst vastgesteld: Bieten sterven niet af maar het blad verkleurd met haarden. Het wortelrot wordt pas duidelijk in de hoop! Na de oogst vertonen de bieten dezelfde symptomen als bruinwortelrot (Rhizoctonia solani) waardoor de bewaringscapaciteit van de bieten duidelijk achteruit gaan. Violetrot heeft een zeer grote waaier aan waardplanten, waardoor de bestrijding door vruchtwisseling moeilijk te ondernemen is. Er bestaat momenteel géén resistentie in bieten tegen violetrot, ook de resistentie tegen Rhizoctonia solani helpt hier niet! In 2011 werden meerdere gevallen van violet wortelrot vastgesteld bij de oogst. Aphanomyces Velden met symptomen = vroege rooi Nogal ernstige wortelrotsymptomen kunnen in enkele velden waargenomen worden op de bietenwortels. Het betreft in dit geval zwartrot veroorzaakt door een bodemschimmel van het genus Aphanomyces sp. De groei van de aangetaste bieten heeft momenteel niet altijd een vertraging van

24 de ontwikkeling of een afsterven van het blad tot gevolg. Wanneer men de bieten uittrekt kan men op sommige wortels rotte zones met een opengebarsten opperhuid en oppervlakkige sponsachtige scheuren waarnemen, min of meer vierkant en zwart door een necrose van het weefsel ter hoogte van de wortelgroeven. Deze droge verrotting blijft vaak oppervlakkig en tast het wortelweefsel weinig aan in de diepte. Bij het snijden vertonen de interne delen van de wortel weinig zichtbare schade aan het weefsel. De kraag en de punt van de wortel zijn minder aangetast door deze ziekte. Het zijn vaak de zones met lichtere grond die aangetast zijn. Deze ziekte tast vaak de wortel van de biet aan, iets boven de zone van de zaaibedbereiding (zone met potentiële verslemping van de grond tijdens het openbreken van de grond in nog vochtige omstandigheden). Het stagnerend water aan de oppervlakte of iets dieper na hevige regen is een gunstig element. De besmetting kan reeds hebben plaatsgevonden in de lente in de meer vochtige gronden (symptoom van insnoering van de wortel) of heeft zich geïnstalleerd met de hevige regens in juli (zwartwortelrot). Er is geen behandeling om deze ziekte te bestrijden. Men moet met voorrang de velden rooien waar zo n symptomen zouden waargenomen zijn om de gevolgen te beperken van deze wortelverrotting in de bietenhoop, bestemd voor bewaring op lange termijn. De zwaar aangetaste wortels kunnen breken tijdens het rooien. Deze ziekte werd vaak waargenomen in augustus 1991, ten gevolge van zware regenval en hoge temperaturen in juni en juli. Een te lage ph, een laag calciumgehalte en/of een gebrek aan bodemstructuur zijn gungstige elementen. De bieten aangetast door deze verrotting in 1991 konden 1,5 tot 2,5 punten aan suikerghalte verliezen. De industriële kwaliteit werd slechts licht beïnvloed. Het verlies aan wortelopbrengst in het veld was minder belangrijk dan dit van andere wortelverrottingen (rhizoctonia wortelrot, violetwortelrot, ) Opbrengsten proefrooiingen De gemiddelde resultaten van de eerste bemonstering van de suikerfabrieken op 6 augustus weerspiegelen goed de trage ontwikkeling van bieten deze lente. De suikeropbrengst bedraagt momenteel ± 6,78 t/ha. Deze lag op 10,14 t/ha in 2011 en op 7,21 t/ha in dezelfde periode in De suikeropbrengst is ook 0,8 ton lager dan de gemiddelde opbrengst van de laatste 10 jaar (7,57 t/ha). De opbrengst van 2012 is licht boven de opbrengst van 2005, 2006 en De suikeropbrengst is het resultaat van een laag wortelgewicht (46,6 ton/ha) en een suikergehalte van 14,5 Z. Zowel de wortelopbrengst als het suikergehalte zijn veel lager dan deze van 2011 (15,8 Z en 64 t/ha). Zij zijn 0,4 Z en 4 ton lager dan de gemiddelden van de laatste 10 jaar (14,9 Z en 50,5 t/ha). De bladmassa is echter uitzonderlijk hoog met 68,6 ton/ha, wat 17 ton hoger is dan het gemiddelde van de laatste 10 jaar (51,9 t/ha). De verhouding bladmassa/wortel is dan ook de hoogste met een cijfer van 1,5 ten opzichte van 1,0 voor het gemiddelde van de laatste 10 jaar. Volgens het gemiddelde van de resultaten van de bemonstering door de suikerfabrieken op 20 augustus bedraagt de suikeropbrengst momenteel ±9,3 t/ha. Deze benadert de gemiddelde suikeropbrengst van 2010 (9,45 t/ha) en deze van de laatste 10 jaar op dezelfde datum (9,6 t/ha). De suikeropbrengst is daarentegen duidelijk lager dan die van 2011 en 2009 (meer dan 12 t/ha op 20 augustus). De toename van de suikeropbrengst/ha tijdens de laatste 2 weken is uitzonderlijk met 2,5 t/ha, dit is 178 kg suiker per dag en per hectare (2011 : 149 kg ; 2010 : 159 kg ; gemiddelde 10 jaar : 143 kg/dag). Dank zij de zeer geringe neerslag opgemeten tijdens de laatste 2 weken, is het suikergehalte met 1,8 Z gestegen en bedraagt momenteel 16,3 Z, dit is de tweede hoogste van de laatste 10 jaar. Het suikergehalte is 0,2 Z hoger dan in 2011.

25 Daarentegen ligt de wortelopbrengst op 56,9 t/ha, dit is 9 ton lager dan het gemiddelde van de laatste 5 jaar. Zij is gestegen met 10 t/ha tijdens de laatste 2 weken. De bladmassa blijft steeds zeer hoog (67 t/ha) en is ruim hoger dan het gemiddelde van de laatste 5 of 10 jaar (respectievelijk 54 en 53 t/ha). De afname is slechts 2 ton/ha tijdens de laatste 2 weken. Volgens het gemiddelde van de resultaten van de bemonstering door de suikerfabrieken op 3 september bedraagt de suikeropbrengst momenteel ±11,1 t/ha. Deze benadert de gemiddelde suikeropbrengst van 2007 (11,2 t/ha), is hoger dan deze van 2008, maar ruim onder deze van 2009 en Dit is juist onder het gemiddelde van de laatste 5 en gelijk aan het gemiddelde van de laatste 10 jaar (zonder 2011!). De toename van de suikeropbrengst/ha tijdens de laatste 2 weken bedraagt 1,8 t/ha (tegen 2,5 t/ha tijdens de vorige 2 weken), dit is 133 kg suiker per dag per hectare, hetgeen de gemiddelde toename is van de laatste 10 jaar (zonder 2011). Dank zij de matige neerslag, opgemeten tijdens de laatste 2 weken, is het suikergehalte nog met 0,2 Z gestegen en bedraagt momenteel 16,6 Z, dit is de derde hoogste van de laatste 10 jaar (zonder 2011). De wortelopbrengst is gestegen met 10,4 t/ha en situeert zich op 67,2 t/ha, dit is één van de laagste wortelopbrengsten van de laatste 10 jaar. De bladmassa neemt af met 6 ton tijdens de laatste 2 weken maar blijft nog steeds zeer hoog (60 t/ha) en is ruim hoger dan het gemiddelde van de laatste 5 of 10 jaar (50 t/ha). De verhouding blad/ wortel daalt eindelijk onder het cijfer 1, dit is ongewoon laat. Wij wijzen erop dat de meerjarige gemiddelden geen rekening houden met 2011, daar de derde staalname niet werd uitgevoerd.

26 Bespreking van de schimmelziekten Meeldauw, bruine roest, cercospora, ramularia en de wortelschimmelziektes rhizoctonia, violetwortelrot en rhizomanie 5.1 Meeldauw Symptomen en schade Meeldauw of witziekte, kwam dit jaar meer voor dan de voorbije jaren. De bladeren worden in de loop van de zomer met een witte, stofachtige poederlaag bedekt. Ze blijven aanvankelijk groen, worden daarna geelachtig wit en drogen bij zware aantasting uit. Onder bepaalde omstandigheden verschijnen, te midden van de witte poederlaag, korrels. Eerst geel van kleur en vervolgens zwart. De ziekte komt aanvankelijk op afzonderlijke planten voor, maar verspreidt zich daarna snel over het ganse perceel. De aanwezigheid van de schimmel op de bladeren vermindert de werking van de bladgroenkorrels en veroorzaakt daardoor opbrengstverliezen. Beschrijving De witte poederlaag bestaat uit een stelsel van schimmeldraden. Voor de ontwikkeling is warmte nodig (beste temperatuur 20 C), vandaar het late optreden in de zomer. Bij zeer gunstige omstandigheden verschijnt de ziekte omstreeks de tweede helft van juli, in noordwest Europa pas in de maand augustus. De afwisseling van droge en vochtige perioden schijnt eveneens een belangrijke factor bij de ontwikkeling van de conidiosporen te zijn, die zich verspreiden en de ziekte overbrengen. Dit wordt bevorderd door dauw en irrigatie. De korrels die zich bij een vergevorderd stadium tussen het mycelium bevinden, zijn kleine sporenbevattende organen, die de schimmel in staat stellen ongunstige perioden te overleven. 5.2 Bruine roest Symptomen en schade Vanaf het begin van de zomer verschijnen kleine oneffenheden van ongeveer 1 mm doorsnede en roodoranje tot bruin gekleurd op beide zijden van de bladschijf. Deze oneffenheden bevatten een fijn roodbruin poeder, dat uit schimmelsporen bestaat. Tegen het eind van de vegetatieperiode ziet men ook op de bladstelen elliptisch gevormde vlekken ontstaan. De schade die door deze ziekte wordt veroorzaakt, is zelden van betekenis. Bij zware aantasting kan de vroegtijdige uitdroging van bepaalde bladeren een opbrengstderving veroorzaken. De aantastingen vinden in het algemeen aan het eind van de zomer plaats, gelijk met andere bladschimmelziekten, zoals de meeldauw. Beschrijving De symptomen van de voorjaarsroest komen overeen met het eerste ontwikkelingsstadium van de schimmel die dan ecidiosporen voortbrengt. Deze sporen vormen nieuwe plekken op dezelfde plant of de omliggende planten, die op hun beurt uredosporen (zomersporen) bevatten. De bruine sporen die aan het eind van de zomer worden gevormd, heten teleutosporen. Ze dragen zorg voor de overwintering van de schimmel. De sporen in de roestplekken zijn bolvormig, met een doorsnede van ongeveer 1/100 mm en ze vertonen onder de microscoop rondom kleine puntjes. Een overmaat aan stikstof schijnt de ontwikkeling van deze ziekte te bevorderen.

27 Cercospora Symptomen en schade Op de bladeren verschijnen talloze ronde grijze vlekken, omgeven met een rode of bruine rand. Naarmate de aantasting vordert, vermeerderen de vlekken zich en veroorzaken een volledig verdrogen van de aangetaste bladeren. Bij vochtig weer ontstaan in het midden van de vlekken zwarte puntjes, omgeven door een grijze viltlaag, in het bijzonder aan de onderzijde van de bladeren. De eerste symptomen verschijnen hier en daar op enkele planten en deze vormen een haard vanwaar de ziekte zich over het gehele perceel verspreidt. Bij sterke aantastingen wordt het volledige bladapparaat vernietigd, de plant reageert vervolgens door nieuw blad te vormen dat ook weer wordt aangetast. De kop wordt hoger. Hierdoor kunnen aanzienlijke verliezen aan wortelgewicht en suikergehalte worden veroorzaakt. Beschrijving De ziekte wordt veroorzaakt door cercospora beticola, een schimmel die zich systematisch door de plant verplaatst. De besmetting van de plant ontstaat door een spore die in warme en vochtige omstandigheden op een blad ontkiemt. De schimmeldraden dringen door de opening van een huidmondje in het blad en groeien door het weefsel. Enkele dagen na de besmetting vormen zich kleine vlekjes op de bladeren gevolgd door de ontwikkeling van zwarte puntjes en de grijze viltlaag, waarin de sporendragers voorkomen, die de lange en meercellige sporen van de schimmel dragen. Deze sporen, die door de regen worden verspreid, brengen de ziekte over op de omringende planten. Vochtigheid en warmte (temperaturen boven 17 C) zijn nodig om de schimmel te doen ontwikkelen. De sporen blijven in de plant en op het zaad gedurende lange tijd levenskrachtig. Dit is de reden waarom het risico op aantasting bij een kortere rotatie met bieten groter is. 5.4 Ramularia Symptomen en schade De schimmel veroorzaakt grijze tot bruinachtige vlekken, die soms door een donkere bies omrand zijn. In het algemeen zijn ze groter en onregelmatiger dan de vlekken van cercospora. Daarenboven verschijnen in de Ramularia-bladvlekken spierwitte puntjes. Dit zijn de sporendragers die door de huidmondjes uit het blad steken en de sporen dragen. Zware aantastingen leiden tot volledige uitdroging van de bladeren, waarbij verliezen van de suikeropbrengst of van het zaad bij zaaibieten ontstaan. Beschrijving De ontwikkeling van deze schimmel vindt plaats bij relatief lage temperaturen en zelfs tijdens de winter (beste temperatuur 17 C). De bemesting kan slechts in vochtige omstandigheden plaatsvinden (relatieve vochtigheid meer dan 95 %) en wel door middel van de schimmeldraden die vanuit een spore in de huidmondjes binnendringen. 15 dagen later heeft de schimmel zich in het blad ontwikkeld en treden de eerste symptomen op. De schimmel kan blijven voortbestaan in dode bladeren en in de bodem.

28 Rhizoctonia Een veel voorkomend probleem de voorbije jaren, was de schimmelziekte rhizoctonia. Symptomen en schade Deze ziekte, die door een bodemschimmel wordt veroorzaakt, ontwikkelt zich pleksgewijs in bietenvelden. In eerste instantie verwelken de planten en vervolgens sterft het blad langzamerhand geheel af. Op het bovenste deel van de bietenwortel ontstaat een bruine verrotting die meer of minder diep doordringt, naargelang van het ontwikkelingsstadium van de ziekte. Beschrijving De schimmel overleeft in de grond in de vorm van sclerotiën, waaruit zich schimmeldraden ontwikkelen, die het worteloppervlak aantasten en daarna geleidelijk dieper doordringen en de verrotting veroorzaken. Deze ziekte kan zich vrij vroeg openbaren en wordt in haar ontwikkeling versneld door een hoge bodemtemperatuur, slechte structuur en een overmaat aan vocht. Economische betekenis De schade beperkt zich in het algemeen tot enkele haarden in het veld, maar bij een vroege aantasting kunnen de bieten volledig vernield worden. De sclerotiën blijven in de grond zeer lang levenskrachtig. Bij iedere teelt van waardplanten in de vruchtafwisseling treedt de ziekte weer op en kan ze zich verder verspreiden. Goede mogelijkheden tot bestrijding zijn verbetering van de bodemstructuur en vermindering van het aantal waardegewassen in de vruchtopvolging. Aardappelen en een groot aantal groentegewassen, zoals wortelen, bonen, boerenkool en schorseneren, worden door bepaalde rassen van deze schimmel aangetast. 5.6 Rhizomanie Symptomen en schade De virusziekte rhizomanie (rhizo = wortel, manie = gekheid) is gekenmerkt door een abnormaal sterke ontwikkeling van zijwortels op de hoofdwortel. De hoofdwortel vertraagt daardoor sterk in zijn ontwikkeling en vertoont meestal een typische insnoering naar de worteltip toe. Naast de kenmerkende wortelsymptomen zijn er ook aanwijzingen van een virusinfectie op het bladniveau. Geïnfecteerde planten verwelken vlugger bij droogtestress. Bij het begin van de zomer gaan de bladeren opkrullen. De bladnerven kunnen over hun volledige lengte vergelen. De bladsymptomen zijn soms van tijdelijke aard en kunnen na enige tijd verdwijnen. De typische bruinverkleuring van de vaatbundels kan na dwarsdoorsnede van de wortel uitsluitsel geven betreffende een rhizomanie-infectie. De schade aangericht door deze ziekte kan zeer ernstig zijn. In een aangetast perceel zijn meestal een groot deel van de planten geïnfecteerd. De wortels zijn slecht gevormd en zeer klein. De opbrengst daalt drastisch zowel op het niveau van wortelgewicht als suikeropbrengst. Een daling onder het niveau van 12 % suiker is niet ongewoon.

29 Beschrijving Het organisme verantwoordelijk voor deze ziekte is een staafvormig viruspartikel (Beet Necrotic Yellow Vein Virus). Enkel via de vector Polymyxa Betae (bodemschimmel) kan het virus de suikerbietenplanten besmetten. De geografische verspreiding en de evolutie van het besmette areaal worden enkel en alleen bepaald door de vector. Bij een overmaat aan water (irrigatie, lager gelegen velden) en hoge temperaturen kan de ziekte zich snel verspreiden op een veld dankzij de zwemsporen van de vector. Een slechte bodemstructuur bevordert eveneens de verspreiding van de ziekte. Economische betekenis Rhizomanie is een bedreiging voor de suikerbietenteelt. Mochten er geen bestrijdingsmiddelen voorhanden zijn, dan zou de teelt in sommige streken onmogelijk zijn geworden. Mede de zeer lage opbrengst en de duurzame overleving van de vectorsporen in de grond vormen de grootste bedreiging. Het gebruik van rhizomanietolerante/resistentie suikerbietenrassen is op dit ogenblik de enige mogelijkheid om een normale opbrengst te bekomen in besmette velden. Grondontsmetting lost slechts tijdelijk het probleem op en is bovendien economisch niet verantwoord. In de afgelopen 20 jaar is de ziekte gestaag uitgebreid en is momenteel aanwezig in alle landen waar extensief aan suikerbietenteelt wordt gedaan. In Frankrijk bijvoorbeeld werd ze voor het eerst waargenomen in de streek van Alsace en recent ook ten zuiden van het bekken van Parijs en in de Côte d Or. Opmerking Recentelijk onderzoek in Nederland toonde aan dat op steeds meer plaatsen een variant van het rhizomanievirus (AYPR) de resistentie van bestaande suikerbietenrassen doorbreekt. Symptomen van resistentiedoorbraak Aanvullende resistentie is in principe alleen nodig als u suikerbieten gaat telen op een perceel waar bij de vorige suikerbietenteelt met een rhizomanieresistent ras veel blinkers (>2-5%) waren of waar blinkers in plekken of stroken bij elkaar stonden. Een blinker is een bietenplant die de symptomen heeft van rhizomanie. Ook als u op uw bedrijf de afgelopen jaren deze symptomen in een rhizomanieresistent ras al meerdere jaren achter elkaar waarnam, is aanvullende resistentie aan te raden. Ook dit jaar zijn er op diverse locaties door heel Nederland percelen met veel blinkers, vaak in plekken en stroken. Aanvullende resistentie al beschikbaar Alle kwekers werken hard aan rassen met aanvullende resistentie tegen rhizomanie. Momenteel staat er op de rhizomanierassenlijst in Nederland één ras met aanvullende resistentie: Sandra KWS. We hebben het getoetst op de standaardrassenproefvelden op opbrengst en kwaliteit. Uit klimaatkamertesten van het IRS blijkt dat vermeerdering van de AYPR-variant in dit ras minimaal is. Dit geeft aan dat de aanvullende resistentie het virus beheersbaar maakt. 5.7 Violetwortelrot Symptomen en schade De symptomen verschijnen in het algemeen pas laat en worden gekenmerkt door verwelking van het blad. Plekken met aangetaste planten verschijnen in het veld, die vooral bij droogte goed zichtbaar zijn. Op de wortel ontstaan paarse, oppervlakkige en min of meer omvangrijke vlekken, die met een

30 viltachtige schimmellaag bedekt zijn en zich over een groot deel van de biet kunnen verspreiden. De verrotting onder deze vlekken kan meer of minder diep doordringen. In geval van ernstige aantasting is de wortel in zijn geheel verrot. Beschrijving De veroorzaker is een bodemschimmel, die jaren in de grond kan overleven, dankzij sclerotiën. Deze kleine, bolvormige en zeer resistente lichaampjes kunnen gedurende minstens 7 jaar levensvatbaar blijven. Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, ontwikkelt de schimmel zich op de huid en later ook in het binnenste van de biet. Langzaam verspreidt deze zich door de bodem van de ene plant naar de andere. Deze ziekte komt in het algemeen pas laat tot ontwikkeling en leidt zelden tot het afsterven van de plant. Meestal wordt de ziekte pas bij het rooien ontdekt. Deze schimmel tast eveneens andere cultuurplanten aan, zoals luzerne, klaver en aardappelen. Een zekere mate van bodemverdichting en een slechte structuur zijn de voornaamste omstandigheden, die de ontwikkeling van deze ziekte begunstigen. Economische betekenis Deze ziekte neemt zelden ernstige vormen aan. Aantasting mag echter niet veronachtzaamd worden, omdat de schimmel zijn ontwikkeling voortzet op de bieten in de opslag en daarbij snel naburige wortels kan besmetten, waardoor aanzienlijke verliezen bij bewaring kunnen ontstaan. Deze ziekte komt algemeen voor op verschillende grondsoorten. Beheersing Er zijn geen directe maatregelen te nemen tegen violetwortelrot. Ook de rassen die resistent zijn tegen rhizoctonia kunnen last hebben van violetwortelrot. Om dit te voorkomen, moet de structuur van het perceel op orde zijn. Ook kent violetwortelrot veel waardplanten, waaronder distels en aardappelen. Het verbeteren van de structuur en een goede bestrijding van de distels in alle gewassen kan helpen om de schade te beperken. Noteer de plaats van de plekken met violetwortelrot in de aantekeningen van het perceel. Zelf herkennen? Om violetwortelrot zelf te herkennen kunt u de biet schoonmaken. Dit kan met water en een klein borsteltje of afwasborstel. Wanneer u de biet vervolgens laat drogen op kamertemperatuur wordt het paarse schimmelpluis veel beter zichtbaar in ongeveer 1 à 2 dagen.

31 6 Erosieproef in suikerbieten 6.1 Proefopzet Reeds 4 jaar worden verschillende grondbewerkingen voor de uitzaai vergeleken: ploegen, schijveneg tijdens de winterperiode, vaste tand cultivator tijdens de winterperiode en beperkte niet-kerende grondbewerking in het voorjaar. Er gebeurt een vergelijking tussen de technieken qua opkomst, groei, erosie, bodemvocht in het voorjaar, onkruiddruk, ziekteaantasting, rooibaarheid, opbrengst en percentage suiker. a 6.2 Perceelsgegevens Voorvrucht: Wintertarwe b Zaaidatum: c Zaaiafstand: 19 x 45 cm d Ras: Eleonora e Onkruidbestrijding: - Voor de zaai: niet kerend: Glyfosaat 4 l/ha (pemen) naopkomst: 1 e Betanal Elite 0,9 l/ha + Goltix 0,750 l/ha + olie 0,3 l/ha e Betanal Elite 0,9 l/ha + Goltix 0,750 l/ha + olie 0,3 l/ha e Dianal l/ha + Treto 500 0,250 + Goltix 0,75 l/ha + olie 0,3 l/ha e Dianal l/ha + Treto l/ha + Goltix 0.75 l/ha + uitvloeier 0.5 l/ha e Dianal l/ha + Treto 500 0,2 l/ha + Dual Gold 0.5 l/ha + uitvloeier 0,3 l/ha f 5 e Dianal l/ha + Treto l/ha + Frontier 0.6l/ha Bemesting: Organische bemesting: 15 ton/ha varkensdrijfmest Chemische stikstof: - Stikstofindex: 133 (normaal) - Stikstofbehoefte: 152 E N/ha - Stikstofgift vlak voor zaai 150 E N/ha Tabel 1: ontledingsuitslag van de bouwlaag Bepaling Uitslag ontleding Streefzone Beoordeling Grondsoort 45 Zware Leem ph-kcl 7.1 6,7 7,3 Gunstig C in % (humus) 1,6 1,2 1,6 Normaal Fosfor (P) Tamelijk hoog Kalium (potas) (K) Tamelijk hoog Magnesium (Mg) Tamelijk hoog Calcium (Ca) Tamelijk hoog Natrium (Na) 2.4 3,2 6,4 Tamelijk laag Boor (B)

32 h Insectenbestrijding: zaaizaadbehandeling met Pocho Beta i fungicidebehandeling: Geyser 0,5 l/ha j Oogstdatum: k Ontleding suikerbieten Aangelegde objecten Tabel 3 : Verschillende bodembewerkingen in de objecten. nr Objecten Datum bewerking winterperiode Type bewerking voorjaar Datum bewerking Voorjaar 1 Zonder voorbewerking winter / Vaste tand + rotoreg en rol 1 * Canadese Eg + 2 * compactor Voorbewerking schijveneg winter Voorbewerking vaste tand winter * Canadese Eg + 2 * compactor Ploegen Afslepen akker +1 * Canadese Eg +2 * compactor Objecten 2 en 3 zijn aangelegd om na te gaan hoe we ook zonder ploegen de bodem voldoende snel kunnen laten opdrogen in het voorjaar. 6.4 Waarnemingen Opkomsttellingen en percentage bodembedekking De tellingen gebeurden in 4 herhalingen op 11/04/2012 en 12/06/2012 op afgebakende stukken van 20 m. Tabel 4 : Geeft het opkomstpercentage en het percentage bodembedekking van de objecten weer. nr Objecten 1 e telling 2 e telling % bodembedekking 1 Beperkte NKG in het voorjaar 52,3 % 80% % 2 3 Schijveneg tijdens winterperiode Vaste tand Cultivator tijdens winterperiode 39,0 % 86.5% % 60,0 % 87% % 4 Ploegen 34,2 % 91% 0 % % van de bodem dat bedekt wordt door de resten van een groenbemester

33 Onkruidtellingen Het verschil in onkruiddruk tussen de drie objecten was verwaarloosbaar. In het voorjaar konden we geen verschil waarnemen in onkruiddruk tussen de verschillende objecten. Dit bleef zo tot bij de oogst Opbrengstresultaten Tabel 6 : geeft de opbrengstresultaten weer van volgende objecten: ploegen en beperkte grondbewerking. De proef werd uitgevoerd in vier herhalingen. Teelttechniek Netto wortelopbrengst kg/ha % suiker kg suiker/ha % Vertakte bieten Ploegen , Schijveneg , Cultivator , Beperkt NKG , Bespreking De voorvrucht van deze teelt was wintertarwe, waarvan het stro gehakseld werd. Na de oogst werd er drijfmest (15 t/ha varkensdrijfmest) geïnjecteerd, waarna gele mosterd als groenbemester werd gezaaid. Deze groenbemester had zich normaal ontwikkelt en werden verbrijzeld op half november. Op 14 november werden de objecten ploegen, voorbewerking schijveneg- en voorbewerking vaste tand cultivator tijdens de winterperiode aangelegd. De bodem was op dat moment droog en bijgevolg goed berijdbaar. Deze bodembewerkingen werden uitgevoerd met als doel na te gaan hoe het mogelijk is zonder ploegen de bodem voldoende snel kunnen laten opdrogen in het voorjaar. Het voorjaar 2012 kondigde zich aan als een zeer vroeg voorjaar. Door de warme temperaturen vanaf begin maart konden de veldwerkzaamheden vroeg van start gaan. Op 20 maart werd de akker van het geploegde object afgesleept, om een te sterke uitdroging en kluitvorming te voorkomen. Op 24 maart werd de bodem in alle objecten opengetrokken met een Candese veereg. We merkten toen wel dat de bodem in het object NKG zonder voorbewerking in de winterperiode een stuk natter/plakkeriger was dan in de andere objecten. Doordat er een sterke noordoosten wind heerste die dagen gecombineerd met zonneschijn droogde de bovenlaag van de bodem snel op. Op 25 maart werd de bodem in alle objecten zaaiklaar gelegd door middel van 2 bewerkingen met een lemken compactor. Het perceel werd dezelfde dag ook ingezaaid. Juist vóór de zaai werd er ook 150 E N meegegeven vollevelds. Het zaaibed was in tegenstelling tot de voorbije jaren in alle objecten goed. De voorbije jaren hadden we in de objecten zonder ploegen en zeker in het object NKG meer moeite om de bodem voldoende fijn te krijgen. Door de sterke winter en het uitstekende weer tijdens het voorjaar was dit niet het geval dit jaar. Na de zaai was er enkel verschil te zien in % bovenliggende groenbemester resten. Dit percentage is het laagst bij ploegen (0%) en het hoogst bij NKG ( %), de objecten schijveneg en cultivator hebben % bovenliggende resten van groenbemester.

34 Het koude voorjaar vertaalde zich in verschillen in kiemsnelheid en uiteindelijk kiemingspercentage. De kiemsnelheid in de objecten voorjaarsbewerking en schijveneg in de winter was beduidend lager. De oorzaak is het feit dat de grond van de voorjaarsbewerking en de minder intensieve winterbewerking met de schijveneg minder was opgedroogd en kouder was. Het uiteindelijk kiemingspercentage was goed. Enkel het object met enkel voorjaarsbewerkingen was minder en bedroeg 80 %. Na het toepassen van het onkruidbestrijdingschema bleek er geen verschil te zijn tussen de objecten in het aantal resterende onkruiden. In totaal werden er 6 behandelingen uitgevoerd, 1 voor de zaai, en 5 in naopkomst. Uit de opbrengstresultaten (Tabel 6) blijkt dat de wortelopbrengst per hectare in het object winterbewerking met de schijveneg hoger is dan de overige objecten. Het suikergehalte varieerde maar 0.3 % tussen de objecten onderling en is dan ook te verwaarlozen. Het gemiddeld suikergehalte is 18,7 %.

35 Energiebieten: resultaten studiedag 6 november 7.1 Inleiding Heel wat biogasinstallaties zijn gelegen in agrarisch gebieden. Voor het verkrijgen van subsidies voor deze installaties geldt dat 60 % van de inputstromen van agrarische oorsprong moet zijn. Drijfmest is zowel in Nederland als in Vlaanderen in grote hoeveelheden aanwezig en is een belangrijke input voor vergisters. Helaas is de energetische waarde van drijfmest laag, zodat men in de praktijk genoodzaakt is ook andere energierijke landbouwproducten toe te voegen. Het gebruik van energiegewassen gaat gepaard met hoge en over het algemeen stijgende grondstofprijzen. Het meest bekende en met voorsprong het meest gebruikte energiegewas op dit moment is maïs. Daarnaast zijn er nog mogelijkheden: vb. gras, groenbedekkers, nevenstromen uit de landbouw, alsook energiebieten. Niet tegenstaande de druk op de landbouwgrond vandaag reeds hoog is, zal die in de toekomst enkel verder toenemen. Dit maakt dat we efficiënt en duurzaam dienen om te gaan met onze landbouwgrond. In Duitsland zijn er op dit moment veel biogasinstallaties en dat zorgt voor grote oppervlakten maïs. De publieke opinie in Duitsland begint zich stilaan te keren tegen het gebrek aan diversiteit in het monotone landschap. Ook in België kan zich dat probleem gaan stellen. Een alternatief energiegewas dat toenemende interesse kent zijn suikerbieten of de zogenaamde energiebieten. Bieten zijn met het oog op diversiteit een goed alternatief voor energiemaïs, is een uitstekend rotatiegewas en de teelt is door de landbouwer gekend. Ook het nitraatresidu in het najaar is over het algemeen lager dan bij maïs. 7.2 Teelt Areaal suikerbieten In Duitsland is men al volop bezig met het vergisten van suikerbieten. In 2011 werd maar liefst à ha energiebieten geteeld. Dat is de helft van de totale bietenproductie in Vlaanderen. In 2011 werden de eerste bieten vergist in België. In 2012 werd het eerste praktijkveld bieten, specifiek voor energieproductie, in Vlaanderen ingezaaid. Teelt De huidige suikerbietenteelt is geoptimaliseerd voor de verwerking van de wortels tot suiker, waarbij het loof op het land achterblijft. Teeltfactoren die een belangrijke rol spelen zijn de bemesting en rassenkeuze. Deze factoren kunnen voor energiebieten enigszins anders zijn, omdat de winbaarheid van de suiker niet belangrijk is. Door bijvoorbeeld een licht hogere bemesting (die in het geval van suikerbieten de winbaarheid van de suiker nadelig zou beïnvloeden) kan de biomassa-opbrengst verhoogd worden waardoor de energie-efficiënte per hectare toeneemt.

36 Wat bieten interessant maakt voor vergisting is het feit dat het zeer veel biomassa per hectare produceert. Opbrengsten van 80 ton/ha zijn de laatste jaren geen uitzondering gebleken. Bovendien maakt het hoge gehalte aan suikers de biet bij uitstek geschikt voor de productie van biogas. Bij vergisting wordt methaan gevormd, deze methaan is afkomstig uit koolstofverbindingen. Suikerbieten bevatten koolhydraten (=koolstofverbinding) die snel afgebroken kunnen worden tot methaan. Ook voederbieten produceren veel biomassa, zelfs meer dan energiebieten. Het drogestofgehalte van voederbieten is weliswaar lager wat maakt dat voederbieten veel water bezitten en dus per ton versgewicht minder biogas opbrengt dan energiebieten. 7.3 Oogst en bewaring Bij de oogst worden bieten normaal gekopt. De kop van de biet bevat weinig suiker en wordt bijgevolg achtergelaten op het veld. Energiebieten daarentegen kunnen bij de oogst volledig worden geoogst. De biet moet enkel ontbladerd worden (en dus niet ontkopt) (Figuur 1). Figuur 1: Niet ontkopte bieten Naast de biet kan ook het loof afgevoerd worden voor vergisting (IRS, 2011). Dit betekent wel een aanzienlijke afvoer van nutriënten. Deze afvoer van nutriënten dient gecompenseerd te worden om de bodemvruchtbaarheid op peil te houden. Gezien het strenge mestbeleid, zowel in Nederland als in België, is het aangeraden het loof op het veld te laten. Zo niet moet er aandacht besteed worden aan het in stand houden van de vruchtbaarheid van de bodem. Voor de suikerproductie worden de bieten ten laatste in december gerooid om vorstschade te voorkomen. Bieten met vorstschade kunnen nauwelijks tot niet verwerkt worden in de fabriek. Wanneer de bieten dienen om te vergisten, is aantasting door vorst echter geen probleem zolang de bieten niet volledig rot zijn. Over het algemeen zullen de bieten toch gerooid worden voor de vrieskou en dienen de bieten dus gestockeerd te worden. Hiervoor zijn er verschillende methoden van vermalen tot de opslag van gehele bieten. Elk systeem heeft echter zijn voor- en nadelen. Aan bieten hangt, afhankelijk van de oogstomstandigheden, weinig tot veel tarra. Deze grond is zeker niet gewenst in een vergister. Indien de bieten in klei- of leembodem geteeld werden is het niet nodig

37 om deze tarra te verwijderen, deze tarra blijft immers in suspensie en verlaat de vergister opnieuw met het digestaat. Zand moet echter wel verwijderd worden, zodat wassen van de bieten noodzakelijk is. Daarnaast moeten ook stenen worden verwijderd. Vandaag zijn er reeds enkele mobiele machines ter beschikking die suikerbieten in één werkgang kunnen wassen en ontstenen (Figuur 2). In de praktijk zal men geen risico nemen en worden alle bieten- ook deze uit klei- en leembodemsgewassen, deels ook omdat de oogst best zo lang mogelijk uitgesteld wordt (hogere opbrengst) met de kans op meer tarra. Figuur 2: oogst energiebieten en een mobiele wasinstallatie Ook is er de mogelijkheid om bieten reeds op het veld droog te reinigen. De zogenaamde bietenmuizen zijn vandaag reeds in gebruik en sturen de bieten over verschillende reinigingssystemen waardoor het tarragehalte sterk afneemt. Vooral wanneer de rooiomstandigheden niet optimaal zijn en er veel grond aan de bieten hangt zal het gebruik van dergelijke machine noodzakelijk zijn (Figuur 3). Van deze machine wordt reeds gebruik gemaakt voor het laden van de bieten bestemd voor de suikerraffinaderij. Dergelijke machines hebben een grote capaciteit.

38 Figuur 3: een mobiele bietenmuis Traditioneel worden de bieten op een hoop gelegd om te bewaren. De grootste uitdaging hierbij is om de temperatuur in de bietenhoop niet te hoog, maar ook niet te laag te laten evolueren. Bij een te hoge temperatuur kan immers broei ontstaan, terwijl de bieten bij een te lage temperatuur kunnen bevriezen en rotten. Het tweede probleem is het feit dat de bieten het hele jaar rond beschikbaar moeten zijn wat bij bewaring op hopen ook kan leiden tot rot en sapverliezen. Om problemen te vermijden worden energiebieten op alternatieve manieren opgeslagen. Zo kan men bieten bewaren in torensilo s, in lasagnekuilen samen met maïs en in slurfsilo s (Figuur 4). Bij het inkuilen van bieten moet men rekening houden met overvloedige productie van silosappen. Deze sappen kunnen eveneens vergist worden. Een nieuwe evolutie is het bewaren van de versnipperde bieten in open lagunes. Aan de oppervlakte ontstaat een korst die de goede bewaring van de bieten in de lagune garandeert. Het grootste voordeel van deze opslagwijze is dat de vermaalde bieten vervolgens verpompt kunnen worden, zodat de arbeidsinvestering om de vergister te voeden sterk vermindert. Nadeel is de plaats die een dergelijke lagune inneemt. Er is nog maar weinig geweten omtrent de drogestof verliezen bij bewaring in een lagune. Samengevat kunnen energiebieten bewaard worden als: a. Pulp storage: in silo s, goede bewaring, maar relatief duur b. Whole beets in film tubes: bewaring is goed, maar is in de praktijk niet haalbaar aangezien grote volumes elke dag nodig zijn en is daarenboven duur c. Mengen van maïs en energiebieten: probleem van oogsttijdstip. Maïs wordt best geoogst eind september eerste helft van oktober. Het optimale oogsttijdstip van energiebieten is zo laat mogelijk om een maximale opbrengst per hectare te behalen. d. Opslag van hele bieten: een plastiek onder de bieten zorgt ervoor dat het sap dat uit de bieten komt kan opgevangen worden en verliezen tot een minimum kunnen beperkt worden. Dit systeem werkt relatief goed. e. Hele bieten tussen geplette maïskorrels: sapverliezen worden opgevangen door de maïskorels f. Bietenpulp in een lagune: bieten versnipperen met behulp van een houtversnipperaar. De versnipperde bieten worden bewaard in open mestsilo en zijn vloeibaar. Bovenaan is er een

39 korst, maar onderin is het vloeibaar zodat het door een gewone pomp kan aangezogen worden. Figuur 4: verschillende vormen van opslag energiebieten 7.4 Gebruik Het energetisch rendement van energiebieten per hectare is hoog in vergelijking met de meeste andere energiegewassen. Uit stalen van verschillende energiebietenrassen is gebleken dat de methaanopbrengst per hectare van energiebieten minstens even hoog is als energiemaïs per hectare en dat daarenboven de methaanproductie sterk gecorreleerd is met de suikeropbrengst (Tabel 1). Dit maakt dan ook dat in grote lijnen kan gesteld worden dat het beste suikerbietenras ook het beste ras is om energie mee te produceren (bron IRS 2011). Dit geeft bijgevolg de landbouwer de mogelijkheid om pas aan het eind van zijn teelt te kiezen of hij zijn bieten wil leveren aan een vergistingsinstallatie of aan de suikerindustrie. De aanwezigheid van suiker in bieten maakt dat energiebieten zeer snel vergistbaar zijn (± 2 weken i.p.v. 2 tot 3 maanden bij energiemaïs) wat een bijkomend voordeel is.

40 Tabel 1: vergelijking methaanopbrengst energiemaïs, suikerbieten en energiebieten Suikerbiet Energiebieten Voederbiet Energiemaïs % suiker 16,55 16,02 12,89 Opbrengstpotentieel (geschat) Ton/ha Gasopbrengst m³/ton Gasopbrengst m³/ha Ook het blad zou kunnen vergist worden. Dit zou de biogasopbrengst van één hectare kunnen verhogen. De bladopbrengst van één hectare wordt geschat op 40 ton. 1 ton bietenblad produceert ± 40 m³ methaan. De gasopbrengst zou dus kunnen verhoogd worden met 20 % indien de bladeren zouden vergist worden. Echter bladeren bevatten veel water en het transporteren van water is vanuit energetisch opzicht niet optimaal. Momenteel wordt in Nederland onderzoek gedaan naar eenvoudige manieren om bladeren te persen. 7.5 Knelpunten en perspectief Op dit moment kunnen zowel voeder- als suikerbieten mee met de top van andere energiegewassen. De veredeling naar nieuwe en betere rassen zou in de toekomst de teelt van energiebieten een verdere stimulans kunnen geven. Daarnaast heerst er in Europa momenteel een suikerregime en zijn er de laatste jaren enkele grootschalige hervormingen geweest. Deze hervormingen hebben voor een areaal- en prijsdaling gezorgd, maar ook het aantal fabrieken is drastisch afgenomen waardoor de bietencampagne langer is geworden. Dit houdt in dat de bieten gedurende langere tijd opgeslagen dienen te worden op het perceel met daarbij kans op vorstschade. Ontdooide bieten worden rot en hierdoor niet verwerkbaar in het fabriek. Fabrieken zouden deze bieten kunnen vergisten. Daarnaast kunnen telers die nu minder of zelfs geen bieten meer mogen leveren aan de suikerindustrie opnieuw bieten telen en deze leveren aan een biogasinstallatie. Ook telers met zogenaamde overschotbieten hebben eventueel een alternatief.

41 DEEL 2: CICHOREI Proeven in samenwerking met het Landbouwcentrum, afdeling bieten-cichorei (L.C.B.C.) met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet) en de Vlaamse overheid Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (Ir. A. Demeyere en medewerkers). Dit teeltjaar werd op de PIBO Campus een proefperceel aangelegd i.v.m. teelttechniek en onkruidbestrijding. Verder werden er bij landbouwers nog verschillende proeven aangelegd. Volgende proeven werden uitgezaaid: Teelttechniek (in proef): o o Vals zaaibed (bonalan 9 l/ha) Compactor (2x)=> directe zaai Compactor (1x) + rotoreg + rol + schraper => directe zaai Compactor (1x) + rotoreg => directe zaai Compactor => compactor vlak voor zaai Zaaidiepte Teelttechnisch (buiten proef) o Zaaimachines (Accord vs nieuwe Monosem) o o Zaaidata Schietersproef o Zaai op ruggen Met 14 rassen Een onkruidbestrijdingsproef o o Een onkruidbestrijdingsproef met opbrengstbepaling (remmende werking op de cichorei) Een onkruidbestrijdingsproef met opbrengstbepaling (werking naar onkruiden) te Crisnée Een rassenproef o Groeicurveproef o o Een rassenproef (12 rassen) op vlakke zaai met 3 rooidata te Crisnée Ras: Orchies Kwaliteitsproef o o Vanaf begin augustus-begin december (2 wekelijks) 14 rassen Vanaf begin augustus-begin december (2 wekelijks) Erosieproef cichorei op het proefveld Betho in Tongeren

42 1. Rassenproef cichorei Proef in samenwerking met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet) en landbouwer Lahaye (Crisnée). 1.1 Proefopzet Vergelijking van groei, inulinegehalte, productie en economische waarde van twaalf rassen. In het kader van resistentieonderzoek wordt de aantasting van witziekte en roest per ras nagegaan. De proef wordt op dit perceel in 3 herhalingen uitgezaaid met als doel te kunnen rooien in september, oktober en november. 1.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: spelt b Geploegd begin december c Zaaibedbereiding o Onderwerken bonalan o Rotoreg + rol d Zaaidatum e Zaaiafstand: vlak veld: 10,5 x 45 cm f Ras: zie Tabel 1 g Bemesting: - Organische: - geen drijfmest - gele mosterd Chemische: kg/ha: 0/4/ kg/ha: Mg 18 % kg NH4NO3 (27 %) h Onkruidbestrijding: - Voor zaai: Bonalan 9 l/ha Vooropkomst: Kerb 1,25 l/ha + Legurame 3 l/ha (geen Asulox) Naopkomst: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, L = Legurame) 1. S: 8 g/ha + K: 0,3 l/ha + L: 0,5 l/ha + uitvloeier 0,2 l/ha S: 5 g/ha + 30 cc AZ uitvloeier 0,2 l/ha S: 5 g/ha + 50 cc Frontier Elite + uitvloeier 0,2 l /ha S: 6 g/ha cc Frontier Elite + uitvloeier 0,2 l/ha S: 6 g/ha cc/ha Frontier Elite + uitvloeier 0,2 l/ha cc/ha Frontier Elite Schoffelen begin juni

43 i Ontledingsuitslag van de bouwlaag: Bepaling Uitslag ontleding Streefzone Beoordeling Grondsoort 40 Leem ph-kcl 6,3 6,7-7,3 Tamelijk laag C in % (humus) 2,8 1,2-1,6 Hoog Fosfor (P) Tamelijk laag Kalium (potas) (K) Normaal Magnesium (Mg) Normaal Natrium (Na) 1,5 3,2 6,4 Laag j Fungicide: Geyser (0,5 l/ha) k Oogst (zie tabel 2) 1.3 Waarnemingen Tabel 1: Opkomsttellingen Tellingen en opbrengst Ras Opkomstpercentage Orchies 79 Cadence 82 Dolce 82 Maurane 79 Melci 80 Chicoline 1 75 Desprez 1 77 Desprez 2 71 Desprez 3 70 Melci ca 83

44 Tabel 2 Het opbrengstresultaat (kg/ha) per ras van de machinale rooiïngen (Ropa vorkenrooier) op 3 verschillende tijdstippen. 29/09/12 20/10/12 17/11/12 Gemiddeld Cadence Chicoline Desprez Desprez Desprez Dolce Maurane Melci Melci ca Orchies Gemiddeld Bespreking De machinale rooiïngen hebben op drie tijdstippen plaatsgevonden met een Ropa vorkenrooier. Dit systeem zorgt ervoor dat de punten van de cichorei beter uit de grond gehaald worden. Op de markt bestaan er echter verschillende rooisystemen (rooivorken, rooischaren en oppelwielen), met elk zijn voor- en nadelen. Vaak zijn deze voor- en nadelen sterk afhankelijk van de klimatologische omstandigheden en het bodemtype. Uit een voorgaand onderzoek bleek dat machinaal rooien resulteerde in een opbrengstdaling van ± 10 à 15 % wat wijst op het belang van een juiste machineafstelling. Op 29 september werd de eerste cichorei machinaal gerooid. Wanneer de verschillende rassen gesorteerd worden naargelang opbrengst dan blijkt dat de verschillen tussen de rassen maximum kg/ha bedragen. Dit opbrengstverschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het mindere resultaat van Maurane met een opbrengst van 47 ton/ha. Indien we Maurane buiten beschouwing laten dan bekomen we een onderling opbrengstverschil van maximum kg/ha. In dit perceel werden veel schieters genoteerd bij Maurane en deze zijn handmatig verwijderd geworden. De gemiddelde opbrengst van alle rassen bedraagt voor de eerste rooiïng weliswaar kg/ha. De tweede machinale rooiïng vond plaats op 20 oktober waarbij de cichorei ter plaatse werd gereinigd. Ook hier vormt Maurane weer de uitzondering met 56 ton/ha en zorgt voor een maximum opbrengstverschil van kg/ha. Gemiddeld werd er bij de tweede rooiing een opbrengst bekomen van kg/ha. Op 17 november werd de laatste rooiing uitgevoerd. Ook hier werd de cichorei ter plaatse gereinigd. Maurane fungeerde nog steeds als uitschieter maar de verschillen waren hier eerder miniem. Het maximum opbrengstverschil bedroeg hier nog kg/ha en er werd een gemiddelde opbrengst van kg/ha behaald. De verschillende rooidata tonen aan dat de opbrengsten evolueren van gemiddeld kg/ha naar kg/ha oftewel een opbrengststijging van 30 %. Tussen de rassen onderling zijn opmerkelijke verschillen waarneembaar. Algemeen kan gesteld worden dat de nieuwe rassen toekomstperspectief bieden waaruit blijkt de innoverend onderzoek zeker de moeite loont.

45 Proef teelttechniek Proef in samenwerking met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet). Dit jaar is de proef in tweevoud aangelegd, namelijk op de PIBO en bij landbouwer Peters. 2.1 Proefopzet Voor het ras Orchies worden er verschillende teelttechnische proeven aangelegd. De aangelegde proeven zijn: - Vals zaaibed, Vals zaaibed herbewerkt - Rotoreg, Rotoreg + rol - Zaaidiepte - Zaaimachines (demonstratief) - Zaaidata (demonstratief) - Ruggen (demonstratief) 2.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: bonen b Ploegen c Afslepen akker (om uitdrogen te voorkomen) d Bonalan + inwerken e Zaaidatum: f Zaaiafstand: vlak veld: 9,6 x 45 cm g Zaaimachine: Monosem 6 rijen, de ruggenteelt werd gezaaid door een combinatie: rotoreg gevolgd door ruggentrekker en zaaimachine Kleine 6 rijen h Ras: - Orchies - Chrysolite op de kopakkers i Bemesting: - organische: - geen drijfmest - chemische: - 40 EN/ha onder vloeibare vorm

46 j Onkruidbestrijding: - vooruitzaai: Bonalan 9 l/ha vooropkomst: Kerb 1,25 l/ha (geen Asulox) naopkomst: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, L = Legurame, Fr = Frontier Elite, Tr = Trend) 1. S 5 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha S 5 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha S 10 g/ha + AZ 500 0,03 l/ha + Tr 0,1 l/ha S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha + Tr 0,1 l/ha S 10 g/ha + DG 0.05 l/ha + Tr 0,1 l/ha S 10 g/ha + Fr 0,05 l/ha + Tr 0.1 l/ha S 10 g/ha + K 0,3 l/ha + DG 0,2 l/ha + Fr 0,1 l/ha + Tr 0,1 l/ha Fr 0,4 l/ha Schoffelen k Ontledingsuitslag van de bouwlaag: Bepaling Uitslag ontleding Streefzone Beoordeling Grondsoort 40 Leem ph-kcl 6,6 6,7-7,3 Tamelijk laag C in % (humus) 1,1 1,2-1,6 Tamelijk laag Fosfor (P) Tamelijk hoog Kalium (potas) (K) Normaal Magnesium (Mg) Normaal Calcium (Ca) Normaal Natrium (Na) 1,3 3,1 6,1 Laag Boor (B) l Fungicide: Geyser 0,5 l/ha m Oogst

47 Waarnemingen en tellingen Opkomsttellingen Tabel 1: Bij elke bewerking is er telkens op 10 meter het aantal planten geteld in rij (PIBO) Object Opkomstpercentage Opkomstpercentage Compactor (21/03) Compactor (21/03) + compactor (23/03)* 65* 76* Rotoreg + rol (21/03) Rotoreg + rol (21/03) + rotoreg (23/03) Zaaidiepte (2 * compactor) Rotoreg rol (21/03) + ruggen (23/03)** 21** 56** Rotoreg rol (21/03) + Accord slecht zaaibed Rotoreg rol (21/03) + compactor (23/03) + Accord goed zaaibed Rotoreg rol (21/03) + Monosem slecht zaaibed 14 / Rotoreg rol (21/03) + compactor (23/03) + Monosem goed zaaibed Rotoreg rol (21/03) + compactor (23/03) + zaaidata ( ) 66 / 0 84 * controle = akker afgesleept, twee werkgangen met Lemken compactor, vlakke zaai zonder kluitenruimers, ondiepe zaai en niet schoffelen ** slecht zaadlot Orchies ALE Figuur 1: oude pneumatische zaaimachine Accord (links), nieuwe mechanische zaaimachine Monosem (rechts)

48 Oogstresultaten Tabel 2: Opbrengst teelttechnische proef PIBO (gerooid met Holmer vorkenrooier) Reiniging Lading Netto-opbrengst Kg/ha Aantal planten/ha VALS ZAAIBED ja onrechtstreeks VALS ZAAIBED HERBEWERKT ja onrechtstreeks ROTOREG ja onrechtstreeks ROTOREG + ROL ja onrechtstreeks ZAAIDIEPTE ja onrechtstreeks Figuur 2: vals zaaibed herbewerkt (links), rotoreg (midden), rotoreg + rol met schraper (rechts) 2.5 Besluit In deze proef werden verschillende teelttechnieken voor de industriële cichoreiteelt met elkaar vergeleken. Met teelttechnieken bedoelen we de verschillende manieren van zaaibedbereiding en zaaitechniek. Reeds voor het tweede jaar op rij lag er een meer uitgebreide proef aan op het PIBO. Voorgaande jaren lag er ook een teelttechnische proef aan bij landbouwer Peters. Deze proef werd ook dit jaar aangelegd maar mislukte door de drift van de gewasbeschermingsmiddelen tijdens een bespuiting van het naburige aardappelperceel. De opkomst van de cichoreiplanten verliep moeizaam zoals dit op verschillende percelen het geval was dit jaar. De trage en heterogene opkomst was te danken aan de koude periode die we een week na de zaai kende. Dit wordt bevestigd door de opkomstpercentages die worden weergegeven in tabel 1. In deze tabel ziet u dat er op twee momenten opkomsttellingen werden uitgevoerd. Bij de eerste telling was het onmiddellijk duidelijk dat er nog geen acceptabele opkomst bereikt werd. Daarom werden er 23 dagen later opnieuw opkomsttellingen uitgevoerd waardoor er voor de meeste objecten pas half mei een acceptabel opkomstpercentage werd bereikt. Tussen de verschillende objecten van vlakke zaai waren er slechts kleine verschillen in kiemingspercentages waar te nemen. Dit jaar scoorde het object rotoreg + rol beter dan het herwerkte object met de rotoreg. Dit resultaat komt waarschijnlijk doordat het vochtgehalte in het gerolde object beter behouden werd. Het herwerkte object met de compactor had eveneens een hoger vochtgehalte in de bovenste centimeters wat de kieming bevorderde. Gezien de weersomstandigheden tijdens de

49 zaaiperiode dachten veel landbouwers dat zij opnieuw geconfronteerd gingen worden met een droog voorjaar zoals vorig jaar het geval was. Daarom namen enkelen hun voorzorgen door hun cichoreipercelen dicht te rollen. Meestal boekte men hierbij succes op voorwaarde dat men de zaaidiepte niet veranderd. Het object zaaidiepte kende dit jaar een goede opkomst. Bij een minder diepe zaai (met neerslag in het vooruitzicht) zullen de cichoreizaden sneller kiemen dan bij diepere zaai (bij droge omstandigheden) maar bij beide zaaitechnieken is het van belang dat de zaden op een vaste ondergrond liggen waar capillair opstijgend vocht beschikbaar is. De ruggenteelt kiemde dit jaar slecht maar dit was te wijten aan een slecht lot zaaizaad. De zaaimachine is tevens voorzien om tijdens de zaai reeds Frontier Elite en Dual Gold mee te geven wat zich ook uitte in een lagere onkruiddruk. Ook de zaai met de oude pneumatische zaaimachine Accord vertoonde een lager opkomstpercentage. Dit resultaat komt waarschijnlijk door een minder nauwkeurige zaaitechniek en/of een hoger percentage missers. Tussen de verschillende vlakke zaaibedbereidingen kunnen we voor wat betreft de opbrengstresultaten statistisch geen verschil detecteren. Dat de onderlinge opbrengstverschillen dit jaar gering zijn komt waarschijnlijk door het feit dat de cichorei tijdens het groeiseizoen zijn groeiachterstand heeft ingehaald. Alle cichorei werd na het rooien gereinigd om de tarra te reduceren. Zoals voorgaande proeven (2011) reeds hebben aangetoond is het toch van belang om indien er in natte omstandigheden gerooid wordt de cichoreiwortels te reinigen alvorens deze te laden. Het opbrengstverlies veroorzaakt door de reiniger wordt ruimschoots gecompenseerd door de tarrareductie. Het gebruik van de schoffel juist voor het sluiten van de rijen wordt in deze streek algemeen toegepast alsook bij deze volledige proef. Dit jaar werd er geen afzonderlijk object schoffelen aangelegd maar uit voorgaand onderzoek bleek dat diep schoffelen (7 à 8 cm) geen significante invloed had op de opbrengst wanneer deze vergeleken werd met vlakke zaai.

50 Schietersproef cichorei Proef in samenwerking met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet). 3.1 Proefopzet De schietersproef werd uitgezaaid om de schietgevoeligheid per ras beter te kunnen beoordelen. Het aantal schieters per ras wordt regelmatig tijdens het groeiseizoen geteld. 3.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: erwten b Ploegen c Afslepen akker (om uitdrogen te voorkomen) d Bonalan + inwerken e Zaaidatum: f Zaaiafstand: vlak veld: 9,6 x 45 cm g Zaaimachine: Monosem 6 rijen h Ras: zie tabel 1 i Bemesting: - chemische: 40 EN/ha onder vloeibare vorm j Onkruidbestrijding: - vooruitzaai: Bonalan 9 l/ha vooropkomst: Kerb 1,25 l/ha naopkomst: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, Tr = Trend, Fr = Frontier Elite, L = Legurame) 1. S 5 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha S 5 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha S 10 g/ha + AZ 0,03 l/ha + Tr 0,1 l/ha S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha + Tr 0,1 l/ha + aminoplant 0,5 l/ha S 10 g/ha + DG 0.1 l/ha + Tr 0.1 l/ha S 10 g/ha + Fr 0,05 l/ha + Tr 0.1 l/ha S 10 g/ha + K 0,3 l/ha + Fr 0,1 l/ha + Tr 0,1 l/ha DG 0,2 l/ha + Fr 0,2 l/ha Schoffelen k Vogelafweer: Voor afweer van de vogels Aversis (1,5 L/100 liter water) l Fungicide: Geyser 0,5 l/ha m Oogst

51 Waarnemingen Tellingen Tabel 1: Opkomsttellingen Ras Mandataris Opkomstpercentage Opkomstpercentage # Planten/ha % Schieters Orchies Florimond Deprez Cadence Chicoline Dolce Chicoline Maurane Chicoline < 1 Melci Chicoline Diabolus Chicoline Diesis Chicoline Malachite Selente FDC Dacopo* Chicoline ** Krips* Chicoline FDC-1101* FDC-1102* Florimond Deprez Florimond Deprez ** Gemiddelde ,1 *naakt zaad ** opkomstpercentage niet relevant

52 Besluit De lage temperaturen van het voorjaar 2012 zorgden voor een abnormale groei van de cichoreiplanten. Het effect van deze temperaturen op de gezaaide zaden vormt de oorzaak van de schieters die in sommige velden reeds midden juni aanwezig waren. Vanaf juli konden in het algemeen schieters worden waargenomen, in sommige velden talrijker dan in andere. Voor de schietersproef werden verschillende rassen uitgezaaid (zie tabel1). De opkomst van deze rassen verliep zeer traag en heterogeen. Dit was enerzijds te wijten aan de ongunstige weersomstandigheden en anderzijds aan de vogelschade die werd berokkent door bosduiven. Door de warmere periode die we bij de zaai (23 maart) kende, was de kans op vernalisatie eerder klein. De kans op vernalisatie trad pas een week later op toen er een koude periode aanbrak die ongeveer 4 weken duurde. Doordat het perceel beschut gelegen was, vertoonde deze proef bijna geen schieters. Enkel bij het ras Maurane werden < 1% schieters waargenomen. De overige 13 rassen vertoonden geen enkele schieter. Uit deze proef blijkt dus dat er tussen de rassen onderling geen opmerkelijke verschillen waar te nemen zijn wat betreft de schietersresistentie toch werd dit jaar op de praktijkvelden het tegendeel bewezen.

53 Onkruidbestrijdingsproef cichorei - remming cichorei Proef in samenwerking met het PVBC (Programma Voorlichting Bieten Cichorei, vroeger Landbouwcentrum bieten-cichorei, L.C.B.C.) met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet), de Vlaamse overheid Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (Ir. A. Demeyere). 4.1 Proefopzet Voor het ras Orchies worden twaalf verschillende onkruidbestrijdingsschema s met elkaar vergeleken. De invloed van de vooruitzaai-, vooropkomst- en naopkomstmiddelen op de cichoreiplanten (remming) wordt nagegaan. 4.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: erwten b Ploegen c Afslepen akker (om uitdrogen te voorkomen) d Bonalan + inwerken e Zaaidatum: f Zaaiafstand: vlak veld: 9,6 x 45 cm g Zaaimachine: Monosem 6 rijen h Ras: Orchies i Bemesting: - chemische: 40 EN/ha onder vloeibare vorm j Onkruidbestrijding buiten proef: - vooruitzaai: Bonalan 9 l/ha vooropkomst: Kerb 1,25 l/ha naopkomst: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, Tr = Trend, Fr = Frontier Elite, L = Legurame) 1. S 7 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha S 7 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha S 10 g/ha + AZ 0,03 l/ha + Tr 0,1 l/ha S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha + Tr 0,1 l/ha + aminoplant 0,5 l/ha S 15 g/ha + DG 0.1 l/ha + Tr 0.1 l/ha S 10 g/ha + Fr 0,05 l/ha + Tr 0.1 l/ha S 10 g/ha + K 0,3 l/ha + Fr 0,1 l/ha + Tr 0,1 l/ha DG 0,2 l/ha + Fr 0,2 l/ha Kopakkers: DG 0,2 l/ha + Fr 0,2 l/ha Schoffelen k Onkruidbestrijdingsproef: - Vooruitzaai: Bonalan 9 l/ha Vooropkomst en naopkomst: zie schema proefprotocol l Fungicide: Geyser 0,5 l/ha m Oogst

54 Proefprotocol onkruidbestrijding Tabel 1: protocol onkruidbestrijdingsproef Object Vooropkomst Kiemlob 1 e echt blad 1 e 2 e echte bladeren 3 e 4 e echte bladeren 5 e 6 e echte bladeren 8 e blad Datum Getuige Getuige Getuige Getuige Getuige Getuige S10 - K0,3 2 K1,25 S 5 - K 0,3- L 0,5 DG0,05 PM2 0,05 TR 0,1% S10-DG0,1-FR0,1- TR0,1% S15-DG0,2- FR0,2-TR0,1% FR0,5 3 K 1.25 S 5 - K0,3- L0,5 S10 - K0,3 - DG0,05 PM2 0,05 - TR 0,1% S15- DG0,1-FR0,1- TR0,1% S20-DG0,2- FR0,2-TR0,1% FR0,5 4 K1,25 S 5 -K0,3-L0,5 S10 - K0,3 - DG0,05-PM2 0,05 TR 0,1% - L0,5 S15-DG0,1-FR0,1- TR0,1%- L0,5 S20-DG0,2- FR0,2-TR0,1%- L0,5 FR0,5 5 K1,25 S 5 -K0,3- L0,5- PM1 0,025 S10 - K0,3 - DG0,05 - PM1 0,025 -TR 0,1% - L0,5 S15- DG0,1-FR0,1- TR0,1% S20-DG0,2- FR0,2-TR0,1% FR0,5 6 K1,25 S 5 -K0,3-L0,5 S10-K0,3 - TR0,1% S15-DG0,2- FR 0,2 -TR0,1% S20-DG0,2- - FR0,2-TR0,1% FR0,5 7 K1,25 S5 K0,3 - L0,5 S10-K0,3- Tf 0,05 - TR0,1% S15-DG0,2- Tf 0,1 - FR0,2- TR0,1% S20- DG0,2- Tf 0,05 -FR0,2- TR0,1% FR0,5 8 K1,25 S5 K0.3 - PM3 0,5 L0.5 S10-K0,3- PM3 0,5 -TR0,1% S15-DG0,2-FR0,2- TR0,1% S20-DG0.2- FR0,2-TR0,1% FR0,5 9 K 1.25 S 10- K 0,3 PM3 1,0 L0,5 S10-K0,3- PM3 1,0- TR0,1% S15-DG0,2 -FR0,2- TR0,1% S20-DG0,2- FR0,2-TR0,1% FR0,5 10 K 1.25 S 5 K0,3 L0,5 S15-K0,3- TR0,1% PM5 35-DG0,2- FR0,2-TR0,1% S35-DG0,2- FR0,2-TR0,1% FR0,5 11 K 1.25 S 5 K 0,3 PM1 0,025 PM3 0,5 L 0,5 S 10 K 0,3 PM1 0,05 PM3 0,5 Tr 0,1 % S 15 AZ 0,125 PM3 0,5 Tr 0,1 % S20-DG0,2- FR0,2-TR0,1% FR0,5 12 K 1.25 S 5 DG 0,05 Tf 0,05- PM3 0,5 L 0,5 S 10 - DG 0,15 PM3 0,5 Tf 0,075 Tr 0,1 % S 15 DG 0,3 PM3 0,5 Tf 0,075 Tr 0,1 % S20-PM4 0,2- FR0,2-TR0,1% FR0,5 S: Safari; Dg: Dual Gold; Fr: Frontier Elite; Tr: Trend 90; K: Kerb; Tfl: Tramat flow; L: Legurame; Pm1 : proefmiddel 1; Pm2 : proefmiddel 2 ; Pm3 : proefmiddel 3, Pm4 : proefmiddel 4; Pm5: proefmiddel 5

55 Tabel 2: overzicht schema s proefprotocol B K S Fr DG Tr AZ Tf L Pm1 Pm2 Pm3 Pm4 Pm5 Kostprijs ( ) , ,80 0,35 3x 0,5 0, , ,80 0,35 3x 0,5 0, , ,80 0,35 3x 2,0 0, , ,8 0,35 3x 0,5 0, , ,9 0,4 3x 0, , ,9 0,4 3x 0,2 0, , ,9 0,4 3x 0, , ,9 0,4 3x 0, , ,9 0,4 3x 0, , ,7 0,2 3x 0,125 0,5 0, , ,7 0,5 3x 0,5 0, Waarnemingen Opkomsttellingen De cichorei bevond zich op in het 1 e /2 e 3 e /4 e bladstadium. Tabel 3: Opkomsttelling Object Schema Opkomstpercentage Planten/ha 1 Controle Micro-dosis + PM 2 (1) Micro-dosis + S + PM 2 (1) Micro-dosis + L + PM 2 (1) Micro-dosis + PM Referentie Referentie + TF Referentie + PM 3 (1) Referentie + PM 3 (2) PM PM 1 + PM 3 (1) TF + PM 3 (1) + PM Gemiddeld OPM: 100 % opkomst = planten/ha (0,45 * 9,6 cm in de rij)

56 Tabel 4: klimatologische omstandigheden tijdens behandeling: luchtvochtigheid, temperatuur en algemeen opmerkingen. Datum behandeling Tijdstip Toestand bodem Temp. RV Droog 9,8 C 70,6 % Vochtig 16,0 C 55 % Vochtig 11,0 C 70 % Vochtig 7,4 C 73 % Vochtig 15,4 C 74,7 % Vochtig 22,5 C 57,0 % Datum behandeling Wind Wind Gem. Opmerkingen Matig 5,5 km/h Voor-opkomst Matig 10 km/h Kiemlob, neerslag binnen 48 u na behandeling Geen 0 km/h Droog weer, windstil Neerslag binnen 48 u na behandeling Matig 7 km/h Neerslag binnen 24 u na behandeling Planten in 3 4 bladstadium Weinig 1,2 km/h Planten in 5 6 bladstadium Weinig 0,4 km/h Planten in 8 10 bladstadium

57 Remming van de cichorei Overzicht : Remming cichorei Figuur 1: overzicht remming cichorei Tabel 5: Remming van het gewas en onkruidflora op Nr. Score remming* ,75 3 5,75 4 6,25 5 5,5 6 6,25 7 6,25 8 6,25 Onkruiden paardenbloem, kamille, melkdistel, herderstasje, klein kruiskruid, knopherik, straatgras, vogelmuur, perzikkruid heermoes, paardenbloem, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, knopherik, zwarte nachtschade paardenbloem, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, hanepoot, varkensgras, straatgras, vogelmuur paardenbloem, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, knopherik, vogelmuur paardenbloem, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, knopherik paardenbloem, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, knopherik, straatgras, vogelmuur paardenbloem, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, knopherik, straatgras paardenbloem, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, kroontjeskruid, klein kruiskruid, knopherik, straatgras, vogelmuur 9 5,5 melde, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid , * 9: geen remming, 0: zeer sterke remming kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, straatgras, vogelmuur paardenbloem, kamille, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, knopherik, vogelmuur paardenbloem, kamille, bingelkruid, melkdistel, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, knopherik

58 Tabel 6: Geeft het aantal onkruiden weer per m² per object op object onkruiden/m² heermoes (paardenstaart) ,00 0,47 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 paardenbloem 0,05 0,14 0,05 0,26 0,05 0,07 0,07 0,05 0,00 0,00 0,05 0,02 melde 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,05 0,00 0,00 0,00 kamille 0,81 0,60 0,16 0,40 0,26 0,35 0,84 0,16 0,33 0,44 0,51 0,53 bingelkruid 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,05 melkdistel 0,95 0,70 0,12 0,42 0,47 0,09 0,63 0,19 0,12 0,33 0,30 0,23 akkerdistel 0,00 1,21 0,14 0,19 0,19 0,02 0,12 0,26 0,23 0,07 0,49 0,05 herderstasje 0,98 0,60 0,91 0,60 0,40 0,51 1,16 0,40 0,58 1,49 0,35 1,33 kroontjeskruid 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,05 0,00 0,00 0,00 0,00 klein kruiskruid 0,77 1,05 0,19 0,58 0,51 0,70 1,02 0,09 0,21 0,09 0,58 0,56 knopherik 0,74 0,44 0,00 0,05 0,14 0,02 0,12 0,14 0,00 0,00 0,14 0,07 hanepoot 0,00 0,00 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 varkensgras 0,00 0,00 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 straatgras 0,02 0,00 0,05 0,00 0,00 0,05 0,02 0,02 0,00 0,09 0,00 0,00 vogelmuur 0,02 0,00 0,14 0,05 0,00 0,02 0,00 0,05 0,00 0,02 0,02 0,00 perzikkruid 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 zwarte nachtschade 0,00 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 Figuur 2: optimaliseren van fytosanitaire behandelingen: doppenkeuze/luchtvochtigheid

59 Opbrengstresultaten Tabel 6: opkomstpercentage, opbrengstresultaten en aantal planten geoogst per schema Object Schema Netto opbrengst/ha Planten/ha bij oogst 1 Controle Micro-dosis + PM 2 (1) Micro-dosis + S + PM 2 (1) Micro-dosis + L + PM 2 (1) Micro-dosis + PM Referentie Referentie + TF Referentie + PM 3 (1) Referentie + PM 3 (2) PM PM 1 + PM 3 (1) TF + PM 3 (1) + PM Gemiddeld

60 Onkruidbestrijdingsproef Crisnée werking onkruid Proef in samenwerking met het PVBC (vroeger Landbouwcentrum bieten-cichorei, L.C.B.C.) met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet), de Vlaamse overheid Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (Ir. A. Demeyere) en landbouwer Peters (Crisnée). 5.1 Proefopzet Voor het ras Melci worden 12 verschillende onkruidbestrijdingsschema s met elkaar vergeleken. De werking van de vooruitzaai-, vooropkomst- en na-opkomstmiddelen op de onkruidflora wordt nagegaan. De proef werd aangelegd in 4 herhalingen. 5.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: Spelt b Groenbemester: phacelia c Ploegen d Opentrekken met canadese eg + onderwerken Bonalan e Dichtgerold (tegen uitdroging) f Zaaidatum g Zaaiafstand: 10 x 45 cm h Zaaimachine: Kleine 12 rijen, mechanische zaaimachine i Ras: Melci j Bemesting : E stikstof l/ha Fertileader Magnum (MgO) k Onkruidbestrijding buiten proef - vooruitzaai : bonalan 9 l/ha vooropkomst : Kerb 1,25 l/ha + Legurame 3,0 l/ha naopkomst : 1 e 7 g/ha S l/ha L l/ha K e 5 g/ha S l/ha L l/ha aminomix e 15 g/ha S+ 50 cc/ha DG + 0,5 l/ha L + 0,3 l/ha K + 0,1 l/ha uitvloeier e 15 g/ha S + 1 l/ha aminomix e 15 g/ha S + 1 l/ha aminomix + 0,5 l/ha L + 0,3 l/ha K + 50 cc/ha Frontier Elite + 50 cc Treto e 125 cc/ha Dual Gold cc/ha Frontier + 75 cc Treto cc uitvloeier l Onkruidbestrijdingsproef: Vooruitzaai: Bonalan 9 l/ha Vooropkomst en naopkomst: zie schema proefprotocol m Fungicide: Geyser (0,5 l/ha) n Oogst

61 Proefprotocol onkruidbestrijding Proefprotocol: zie onkruidbestrijdingsproef remming PIBO = idem. 5.4 Waarnemingen Opkomstellingen De cichorei bevond zich op in het 3 e /4 e bladstadium. Tabel 1: Opkomsttelling Object Schema Opkomstpercentage Aantal planten/ha 1 Controle Micro-dosis + PM 2 (1) Micro-dosis + S + PM 2 (1) Micro-dosis + L + PM 2 (1) Micro-dosis + PM Referentie Referentie + TF Referentie + PM 3 (1) Referentie + PM 3 (2) PM PM 1 + PM 3 (1) TF + PM 3 (1) + PM Gemiddeld OPM: 100 % opkomst = planten/ha (0,45 * 10 cm in de rij)

62 Werking onkruid Figuur 1: overzicht werking onkruid Tabel 2: werking onkruid en onkruidflora op Object Score onkruidwerking* ,75 3 4,75 4 6,25 Onkruiden paardenbloem, hondspeterselie, kamille, bingelkruid, melkdistel, akkerdistel, kroontjeskruid, klein kruiskruid, knopherik, straatgras, zwarte nachtschade hondspeterselie, bingelkruid, melkdistel, klein kruiskruid, straatgras, zwarte nachtschade hondspeterselie, bingelkruid, melkdistel, klein kruiskruid, straatgras, zwarte nachtschade paardenbloem, hondspeterselie, kamille, bingelkruid, akkerdistel, klein kruiskruid, straatgras, zwarte nachtschade 5 4,5 bingelkruid, akkerdistel, klein kruiskruid, zwarte nachtschade 6 5,25 hondspeterselie, bingelkruid, straatgras, zwarte nachtschade ,25 9 4, , , hondspeterselie, bingelkruid, melkdistel, akkerdistel, klein kruiskruid, knopherik, straatgras, zwarte nachtschade hondspeterselie, bingelkruid, klein kruiskruid, straatgras, zwarte nachtschade, hondspeterselie, bingelkruid, akkerdistel, klein kruiskruid, straatgras, zwarte nachtschade hondspeterselie, bingelkruid, akkerdistel, herderstasje, klein kruiskruid, straatgras, zwarte nachtschade hondspeterselie, bingelkruid, akkerdistel, klein kruiskruid, straatgras paardenbloem, hondspeterselie, bingelkruid, melkdistel, akkerdistel, klein kruiskruid, straatgras, zwarte nachtschade * 9: zeer goede werking, 0: geen werking

63 Onkruidtellingen Tabel 2: Geeft het aantal onkruiden weer per m² per object op object onkruiden/m² paardenbloem 0,05 0,00 0,00 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,02 hondspeterselie 0,02 0,00 0,02 0,02 0,00 0,02 0,12 0,05 0,05 0,09 0,02 0,12 kamille 0,07 0,00 0,00 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 bingelkruid 1,91 1,81 1,58 2,02 2,63 4,07 1,26 0,86 3,33 3,09 0,72 1,88 melkdistel 0,09 0,00 0,05 0,00 0,00 0,00 0,09 0,00 0,00 0,00 0,00 0,02 akkerdistel 0,14 0,05 0,00 0,02 0,07 0,00 0,12 0,00 0,16 0,07 0,19 0,02 herderstasje 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,02 0,00 0,00 kroontjeskruid 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 klein kruiskruid 0,07 0,07 0,05 0,05 0,02 0,00 0,05 0,14 0,02 0,02 0,05 0,02 knopherik 0,09 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,02 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 straatgras 0,02 0,14 0,02 0,05 0,00 0,05 0,14 0,02 0,05 0,02 0,02 0,05 zwarte nachtschade 0,19 0,07 0,02 0,02 0,07 0,07 0,44 0,05 0,02 0,05 0,00 0,02

64 Weersgegevens Onderstaande tabel geeft de weersomstandigheden weer op het ogenblik van de behandelingen. Opmerking: de werking van sulfonylureum-verbindingen is sterk gecorreleerd met de luchtvochtigheid. Tabel 3: weersomstandigheden tijdens de herbicidebehandeling Datum behandeling Tijdstip Toestand bodem Temp. RV Droog 10.9 c 79 % Vochtig 12.3 c 60 % Vochtig 13.0 c 71 % Vochtig 10.5 c 67 % Vochtig 17.6 c 64.4 % Vochtig 20.7 C 64.7 % Datum behandeling Wind Wind Gem. Opmerkingen Matig 11 km/u Vooropkomst Matig 15 km/h Kiemlob, neerslag binnen 48 u na behandeling Matig 5 km/h Droog weer, neerslag binnen 48 u na behandeling Matig 7 km/h Neerslag binnen 24 u na behandeling Planten in 3 4 bladstadium Matig 8 km/h Planten in 5 6 bladstadium Matig 6.6 km/h 8 10 bladstadium

65 Opbrengstresultaten Tabel 4: opbrengstresultaten en aantal planten geoogst per schema Object Schema Netto opbrengst/ha Planten/ha bij oogst 1 Controle Micro-dosis + PM 2 (1) Micro-dosis + S + PM 2 (1) Micro-dosis + L + PM 2 (1) Micro-dosis + PM Referentie Referentie + TF Referentie + PM 3 (1) Referentie + PM 3 (2) PM PM 1 + PM 3 (1) TF + PM 3 (1) + PM Gemiddeld

66 Bespreking Begin maart werd gekenmerkt door zeer gunstige weers- en bodemomstandigheden waardoor er reeds vroeg in het voorjaar gezaaid kon worden. De bouwvoor van 2012 was op dat moment killer en natter dan die van Op de PIBO en bij Peters werd de bonalan respectievelijk op 21 maart en 16 maart ondergewerkt met een Canadese eg. De zaai van de cichorei vond respectievelijk plaats op 23 en 26 maart. De klimatologische omstandigheden na de zaai waren minder. Begin april is er zelfs nachtvorst aan de grond geweest. Deze omstandigheden bleven niet zonder gevolgen. Een trage opkomst gecombineerd met een heterogene opkomst komt meermaals voor. De relatief lage temperatuur is de grootste oorzaak geweest, maar ook de droge omstandigheden kort na de zaai van de eerste percelen en de wat diepere zaai op sommige percelen (cf 2011 diepere zaai was beter omwille van het droge voorjaar) heeft geleid tot deze mindere opkomst. Echter naargelang de streek en zaaidata zijn de opkomstpercentages soms zeer verschillend. Protocol In de onkruidbestrijdingsproef werden dit jaar 11 verschillende onkruidbestrijdingsschema s met elkaar vergeleken. Van deze 11 verschillende onkruidbestrijdingsschema s bevatten 9 schema s proefmiddelen. Deze proefmiddelen (PM 1,2,3,4 en 5) zijn nog niet erkend in de industriële cichoreiteelt enerzijds of niet erkend aan de huidige dosis en/of toepassingstijdstip anderzijds. Daarenboven werd voor het derde jaar oprij geen gebruik meer gemaakt van Asulox in de proefschema s. Een geslaagde onkruidbestrijding was een relatief makkelijke opdracht in 2012 Na de zaai werd een voor-opkomstbehandeling uitgevoerd op 30 maart. De bodemmiddelen kende een goede werking vanwege de lichte neerslag en het mistige weer 24 uur na de behandeling. De eerste na-opkomstbehandeling werd 27 dagen na het zaaien van de cichorei uitgevoerd. Ondanks de vroege zaai in goede omstandigheden werd de eerste na-opkomstbehandeling toch redelijk laat uitgevoerd vanwege de trage en onregelmatige opkomst op beide proefpercelen. Deze zeer heterogene opkomst was te wijten aan de frisse periode die we aan het einde van de maand maart en gedurende de eerste 20 dagen van april kende. 48 uur na de eerste na-opkomstbehandeling viel er redelijk veel neerslag. De 2 e naopkomstbehandeling vond 11 dagen later plaats. In die periode was het vrij warm en zonnig weer. Vandaar dat er geopteerd werd om s morgens vroeg te behandelen omwille van de relatieve luchtvochtigheid. Een optimale luchtvochtigheid bedraagt > 70 %. Deze factor is bepalend voor de werking van de contactmiddelen. Tussen de 2 e en 3 e na-opkomstbehandeling zat een lang interval als gevolg van de trage ontwikkeling van de cichoreiplanten. 24 uur na de behandeling trok er een neerslagzone over onze regio. De 4 e na-opkomstbehandeling werd uitgevoerd na groeizaam weer waardoor de systemische bladherbiciden een goede werking vertoonden. De laatste naopkomstbehandeling met een bodemherbicide werd half juni uitgevoerd op een vochtige bodem. Planten kunnen na een behandeling gedurende enkele dagen een groeistilstand of -vertraging hebben. Dit geven we aan door de remming van de verschillende schema s te scoren. In tegenstelling tot vorig jaar waren er dit jaar wel visuele verschillen waarneembaar tussen de verschillende objecten. De quotatie omtrent de remming wordt per object weergegeven in tabel 5. Het standaard microdosissysteem realiseert een zeer correct resultaat op alle vlakken maar indien er aan dit systeem (proef)middelen worden toegevoegd dan vergroot de kans op een groeiremming. Tussen de referentieschema s onderling is er geen verschil in groeiremming waar te nemen behalve bij toevoeging van een verhoogde dosis van proefmiddel 3. De objecten waar proefmiddel 1, 3 en 5 werden toegevoegd vertoonden de zwaarste groeiremming.

67 Ondanks de beperkte onkruidflora op het perceel van Peters kunnen er toch verschillende conclusies worden getrokken. De meest overheersende onkruiden waren bingelkruid, zwarte nachtschade en akkerdistel. De microdosissystemen hebben in het algemeen een goede onkruidwerking behalve de werking tegen bingelkruid is matig. Toch resulteert een toevoeging van (proef)middelen aan de microdosissystemen niet altijd in een betere onkruidwerking. De referentieschema s werkten onvoldoende tegen bingelkruid terwijl proefmiddel 3 zorgt voor een zeer goede opruiming van bingelkruid en akkerdistel. De schema s met Tramat Flow hebben een geringe werking tegen melkdistels. Opmerkelijk is wel dat deze schema s het meest aantal planten hebben, afziend van de controle. Bij deze schema s is er dus weinig plantenverlies waardoor er ook een hoge netto-opbrengst werd behaald. De proefmiddelen 1, 4 en 5 hebben een goede werking tegen dicotylen wat eventueel een oplossing kan bieden wanneer er moeilijk te bestrijden onkruiden op een perceel voorkomen. Dit zijn duidelijk interessante pistes die in de toekomst nog verder dienen onderzocht te worden om aldus een erkenning in de industriële cichoreiteelt te bekomen. Bij de oogst van de verschillende schema s werd gekeken naar de opbrengst per ha en het aantal geoogste wortels. De controle scoort op beide percelen ver boven het gemiddelde wat betekent dat de groeiachterstand tijdens het groeiseizoen werd ingehaald. Tussen de verschillende schema s onderling zijn er geen opmerkelijke opbrengstverschillen waar te nemen. Algemeen kan er geconcludeerd worden voor wat de selectiviteit betreft dat de meest geremde objecten niet noodzakelijk minder opbrengen en vice versa. Ditzelfde geldt voor de onkruidwerking.

68 Groeicurveproef Proef in samenwerking met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet). 6.1 Proefopzet Voor het ras Orchies wordt het rendement op verschillende rooidata vergeleken. 6.2 Perceelsgegevens Zie perceelsgegevens proef teelttechniek Ras: Orchies 6.3 Waarnemingen ton/ha Groeicurve aug 15-aug 25-aug 4-sep 14-sep 24-sep 4-okt 14-okt Orchies Figuur 1: Geeft de opbrengst in ton/ha van de verschillende data weer voor Orchies 6.4 Vergelijking premie en groeipotentieel cichorei Tabel 1: vergelijking groeipotentieel cichorei en vroegrooipremie voor seizoen 2012 voor het ras Orchies (manueel gerooid). Datum Kg/ha (Orchies) % kg/ha bereikt t.o.v. opbrengst 11 oktober Premie (%) 6/aug /aug /sep /sep /okt /okt

69 Bespreking Bij het interpreteren van deze resultaten is het belangrijk te weten dat voor de groeicurveproef de cichorei manueel werd gerooid, waarbij dus rooiverliezen niet ingerekend worden, waardoor in de praktijk de stijging van de rendementen al vroeger afzwakt. Proeven van het jaar hebben uitgewezen dat wanneer er manueel wordt gerooid de opbrengst ± 10 à 15 % hoger is in vergelijking met wanneer er machinaal gerooid zou worden. Vanwege de koude periode begin april liep de groei aanvankelijk achter op andere jaren. Na het vochtige voorjaar is een wisselvallige zomer gekomen die ertoe geleid heeft dat de cichorei de groeiachterstand, die het had opgelopen in het voorjaar, tegen het einde van de zomer gedeeltelijk had bijgebeend. De opbrengst van de eerste staalname bedroeg 28 ton/ha. Deze rooiïng gaf dan ook aan dat er ons dit jaar geen topopbrengsten te wachten stonden. Bij de proefrooiïng van 4 september bedroeg de opbrengst 48 ton. Dit was ± 20 ton/ha minder dan rond hetzelfde tijdstip vorig jaar. Aangezien er vorige jaar topopbrengsten behaald werden zijn de tonnages die dit jaar behaald werden wel als normaal te beschouwen. Cichoreiwortels die vóór 11 oktober 2012 geleverd werden krijgen een premie in de vorm van een gewichtsvermeerdering. De gewichtsvermeerdering wordt berekend door Orafti op basis van de leveringen met een maximum gelijk aan de geplande hoeveelheid plus 5%. Tabel 1 geeft aan dat de premie ruimschoots de mindere opbrengst financieel vergoed voor het ras Orchies. Dat de vroeg rooipremie de opbrengstderving, omwille van een vroege rooiïng, ruimschoots compenseert is te wijten aan het feit dat er manueel gerooid is ( ± 15 % meeropbrengst). Het is voor het derde jaar dat het ras Chrysolite werd uitgezaaid (slechts enkele rijen in de kopakker). Chrysolite is het resultaat van een kruising van een sulfonylurea resistente witloof met een industriële cichorei. Dit ras zou dus vroeger kunnen behandeld worden met Safari wat een betere controle van de onkruidbestrijding zou toelaten. Chrysolite vertoonde aanvankelijk ook duidelijk minder remming.

70 Erosieproef cichorei Er worden verschillende grondbewerkingen voor de uitzaai vergeleken: ploegen, schijfeg tijdens de winterperiode, vaste tand cultivator tijdens de winterperiode. Er gebeurt een vergelijking tussen de technieken qua opkomst, groei, erosie, bodemvocht in het voorjaar, onkruiddruk, ziekteaantasting, bodemverdichting, rooibaarheid en opbrengst. 7.1 Perceelsgegevens a Voorvrucht: wintertarwe Object ploegen akker afgesleept op b Zaaidatum: c Zaaiafstand: 9,6 cm x 45 cm d Ras: Orchies e Onkruidbestrijding: - Voor de zaai: niet-kerend: Glyfosaat 4 l/ha Bonalan 9 l/ha Vooropkomst : Kerb 1,25 l/ha + Legurame 3,0 l/ha Naopkomst: (S = Safari; Tr = Trend; DG = Dual Gold;L = Legurame) 1e S 5 g/ha + Kerb 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha e S 5 g/ha + Kerb 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha e S 10 g/ha + AZ 0,03 l/ha + Trend 0,1 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha + Trend 0,1 l/ha + aminoplant 0,5 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,1 l/ha + Trend 0,1 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,1 l/ha + Trend 0,1 l/ha e S 10 g/ha + K 0,3 l/ha + Trend 0,1 l/ha f g Bemesting: - Organische bemesting: 15 ton varkensdrijfmest Groenbemester: bladrammenas (goed ontwikkeld) Chemische: stikstof: o stikstofindex: 133 (normaal) o stikstofgift: 39 EN/ha (op akker met bonalan) Ontledingsuitslag van de bouwlaag: Bepaling Uitslag ontleding Streefzone Beoordeling Grondsoort 45 Zware Leem ph-kcl 7,1 6,7 7,3 Gunstig C in % (humus) 1,6 1,2 1.6 Normaal Fosfor (P) Tamelijk hoog Kalium (potas) (K) Tamelijk hoog Magnesium (Mg) Tamelijk hoog Calcium (Ca) Tamelijk hoog Natrium (Na) 2.4 3,2 6,4 Tamelijk laag h Fungicide: Geyser 0,5 l/ha i Oogstdatum

71 Aangelegde objecten Tabel 1: Verschillende bodembewerkingen in de objecten. Nr Objecten Datum bewerking winterperiode 1 Zonder voorbewerking winter / 2 Voorbewerking schijfeg winter Voorbewerking vaste tand winter Type bewerking voorjaar 2 * vaste tand + 1 * compactor 1 * canadese eg + 1 * compactor Datum bewerking Voorjaar Ploegen afslepen akker + 1 * canadese eg + 1 * compactor Objecten 2 en 3 zijn aangelegd om na te gaan hoe we ook zonder ploegen de bodem voldoende snel kunnen laten opdrogen in het voorjaar. 7.3 Waarnemingen Opkomsttelling en percentage bodembedekking Tabel 2: De tellingen gebeurden in 4 herhalingen op Nr Objecten % Opkomst % Bodembedekking* 1 Ploegen 79 % 0 % 2 Schijveneg tijdens winterperiode 81 % % 3 4 Vaste tand cultivator tijdens winterperiode Geen winterbewerking 79 % % Rotoreg 72 % % Rotoreg + rol 81 % % Compactor 80 % % * % van de bodem dat bedekt wordt door resten van de groenbemester

72 Onkruidtellingen Het verschil in onkruiddruk tussen de 3 objecten is gedurende het hele groeiseizoen verwaarloosbaar gebleven. 7.4 Opbrengstresultaten Tabel 3: geeft de kilo-opbrengst per hectare weer van de oogst, uitgevoerd op Object Kg opbrengst/ha Ploegen Vaste tand cultivator tijdens winterperiode Schijveneg tijdens winterperiode Geen winterbewerking

73 Bespreking De voorvrucht van dit perceel is wintertarwe, waarvan het stro gehakseld werd. Na de oogst werden er groenbemesters ingezaaid. Deze groenbemesters hadden zich goed ontwikkeld en werden begin november geklepeld. Half november werd er geploegd en op dezelfde dag werd de grond bewerkt met een schijveneg en een vaste tand cultivator (in objecten niet-kerende grondbewerking) met het oog op een betere verwering door vorst en het creëren van een luchtigere bodem. Het geploegde object werd op 21 maart afgesleept om een sterke uitdroging te vermijden. Op 22 maart werd in alle objecten 9l/ha Bonalan ondergewerkt met een Canadese veereg. Vervolgens werd op 24 maart de zaaibedbereiding uitgevoerd met een Lemken Compactor. Alle objecten werden eenmaal met de Lemken Compactor bewerkt. Vlak na de zaaibedbereiding werden de verschillende objecten gezaaid met een 6 rijer mechanische zaaimachine Monosem. Het zaaibed in de objecten niet-kerende bodembewerking bevatte meer kluiten dan in het geploegde object. Omwille van het natte voorjaar was er tussen de verschillende objecten praktisch geen verschil in opkomstpercentage (zie tabel 2). Na het toepassen van de onkruidbestrijding bleek er geen verschil te zijn in het aantal resterende onkruiden tussen de verschillende objecten. Uit de opbrengstresultaten (tabel 3) blijkt dat er geen aantoonbare statistische verschillen zijn in wortelopbrengst tussen de verschillende grondbewerkingstechnieken.

74 Bijlage 1:

75 DEEL 3: PRODUCTEN EN ACTIEVE STOFFEN Herbiciden Handelsproducten Actieve stoffen Aako Chlortoluron 500 g/l chloortoluron Accent 75 % nicosulfuron Accurate 20 % metsulfuron-methyl Acomac 360 g/l glyfosaat Adango 150 g/l cyprosulfamide g/l isoxaflutol + 90 g/l thiencarbazone-methyl Agil 100 EC 100 g/l propaquizafop Agil 100 g/l propaquizafop + uitvloeier Agriguard ethofumesate g/l ethofumesaat Akris 280 g/l dimethenamide-p g/l terbuthylazin Alister 150 g/l diflufenican + 3 g/l iodosulfuronmethyl-natrium + 27 g/l mefenpyr-diëthyl + 9 g/l mesosulfuron-methyl Allié 20 % metsulfuron-methyl Allié express 10 % metsulfuron-methyl + 40 % carfentrazone-ethyl Allié star 11,1 % metsulfuron-methyl + 22,2 % tribenuron-methyl Aminex 500 g/l 2,4 D Amega ACE 360 g/l glyfosaat Andes 200 g/l flufenacet g/l terbuthylazin Aramo 50 g/l tepraloxydim Arelon L 500 g/l isoproturon Ariëtta 336 g/l topramezone Artist 24 % flufenacet + 17,5 % metribuzine Askelon 22 g/l isoxadifen-ethyl + 44 g/l tembotrione Aspect T 200 g/l flufenacet g/l terbuthylazine Ataco 1 g/l florasulam g/l fluroxypyr Atlantis WG 0,6% iodosulfuron + 9% mefenpyr-diethyl + 3% mesosulfuron-methyl Attribut 70 % propoxycarbazone Na Augur 500 g/l isoproturon Aurora 50 % carfentrazone-ethyl Axial 12,5 g/l cloquintocet-mexyl + 50 g/l pinoxaden Avadex 480 g/l triallaat AZ 500 SC 500 g/l isoxaben Azur 400 g/l isoproturon g/l ioxynil + 20 g/l diflufenican Bacara 250 g/l flurtamone g/l diflufenican Banvel 480 g/l dicamba Barclay D-Quat 200 g/l diquat Barclay Hurler g/l fluroxypyr Basagran S.G. 87% bentazon Basagran. 480 g/l bentazon Basta S 200 g/l ammoniumglufosinaat

76 Beetup 160 sc 160 g/l fenmedifam Benta 400 SL 480 g/l bentazon Betanal Elite 91 g/l fenmedifam + 71 g/l desmedifam +112 g/lethofumesaat Betanal Expert 75 g/l fenmedifam + 25 g/l desmedifam +150 g/lethofumesaat Betanal Quattro 60 g/l fenmedifam + 20 g/l desmedifam g/ethofumesaat g/l metamitron Betanal SE 160 g/l fenmedifam Betasana SC 160 g/l fenmedifam Betasana Trio SC 15 g/l desmedifam g/l ethofumesaat + 75 g/l fenmedifam g/l fenmedifan Betosip forte SC 471 g/l fenmidfan Bettatronix 700 SC 700 g/l metamitron Better SC 430 g/l chloridazon Bi-agroxylduo 275 g/l 2,4-D g/l MCPA Bietazol g/l chloridazon Bifenix N 333 g/l isoproturon g/l bifenox Bingo 200 g/l cinidon-ethyl Bofix 40 % fluroxypyr + 20 g/l clopyralid g/l MCPA Bonolan 180 g/l benfluralin Booster g/l chloridazon Brogue 200 g/l diquat Bromoterb 500 SC 200 g/l bromoxynil phenol g/l terbuthylazine Bromotril 250 SC 250 g/l bromoxynil phenol Butisan plus 400 g/l metazochloor g/l quinmerac Butisan S 500 g/l metazochloor Butizyl 400 g/l MCPB Buttress 400 g/l 2,4-DB Calaris 70 g/l mesotrione g/l terbuthylazine Caliban Duo 1 % iodosulfuron-methyl-natrium + 8 % mefenpyr-diethyl + 16,8 % propoxycarbanzone Caliban Top 6 % amidosulfuron + 0,83 % iodosulfuron-methyl-natrium + 6,67 %mefenpyr - diethyl+ 14 % propoxycarbanzone Calipuron 500 g/l isoproturon Callam 60 % dicamba + 12,5 % tritosulfuron Callistar 70 g/l mesotrione g/l terbuthylazin Callisto 100 g/l mesotrione Cameo 50 % tribenuron-methyl Campus 336 g/l topramezone Capture 300 g/l bromoxynil + 50 g/l diflufenican g/l ioxynil Capri 7,5 % cloquintocet-methyl + 7,5 % pyroxsulam Capri Duo 7,1 % cloquintocet-methyl + 1,5 % florasulam + 7,1 % pyroxsulam Capri Twin 7,5 % cloquintocet-methyl + 2,3 % florasulam + 7,5 % pyroxsulam Careca 500 g/l propyzamide Carburame 305 g/l carbeetamide Casper 50 % dicamba + 5 % prosulfuron Celtic 320 g/l pendimethalin + 16 g/l picolinafen Celmitron 70 % wg 70 % metamitron Centium 36CS 360 g/l clomazone Ceridor MCPA 750 g/l MCPA

77 Certis Ethofumesate 200 Challenge Chekker Chief Chlordex SC Chlordex WG Cinder CS Clio Elite Cliophar Cliness Clinic Ace Connex g/l ethofumesaat 600 g/l aclonifen 12,5% amidosulfuron + 12,5% iodosulfuron-methyl-natrium + 12,5% mefenpyridiethyl 70 % metamitron 430 g/l chloridazon 65% chloridazon 400 g/l pendimethalin 538 g/l dimethenamide-p + 32 g/l topramezone 100 g/l clopyralid 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 6 % metsulfuron methyl + 68,2 % thifensulfuron-methyl Cossack 3% iodosulfuron-methyl-natium + 9% mefenpyr-diethyl 4 + 3% mesosulfuron-metyl Coyote 40 g/l nicosulfuron Crystar 400 g/l chloorprofam Dalila 240 g/l nicosulfuron Datura 500 g/l linuron Defi 800 g/l prosulfocarb Dianal g/l fenmedifan Dianal g/l fenmedifan Diflanil 500 SC 500 g/l deflufenican Dinet 40 g/l fluroxypyr + 20 g/l clopyralid g/l MCPA Diqua 200 g/l diquat Diquanet SL 200 g/l diquat Dractar 300 g/l sulcotrion Dual Gold 960 g/l metolachloor Enkor Plus 200 g/l diquat Equip 22,5 g/l foramsulfuron + 22,5 g/l isoxadifen-ethyl (safener) Ethofol 500 SC 500 g/l ethofumesaat Fiesta New 360 g/l chloridazon + 60 g/l quinmerac Falcon 200 g/l diquat Fidox 800 g/l prosulfocarb Finy 20% metsulfuron-methyl Figaro 360 g/l glyfosaat Fornet 40 SC 40 g/l nicosulfuron Fornet Extra 60 OD 60 g/l nicosulfuron Floxy 180 g/l fluroxypyr Fluorostar 180 g/l fluroxypyr Flurox 180 ec 180 g/l fluroxypyr Foxtrot 34,5 g/l cloquintocet-mexyl +69 g/l fenoxaprop-p-ethyl Focus Plus 100 g/l cyclodim Foxpro D 300 g/l bifenox g/l MCPP-P + 92 g/l ioxynil Frisk 60 % dicamba + 12,5 % tritosulfuron Frontier Elite 720 g/l dimethenamid-p Fumesaat 500 SC 500 g/l ethofumesaat Fusilade Max 125 g/l fluazifop-p-butyl Gardo Gold 312,5 g/l s-meolachloor + 187,5 g/l terbutylazine Gardoprim 312,5 g/l s-meolachloor + 187,5 g/l terbutylazine Garlon 480 g/l triclopyr

78 Galistop Gat Stake 200 EC Genoxone Glyfo Nect Glyfo Star Glyfo TDI Glyfos envision Glyfos Goltix 700 SC Goltix WG Gramix super Gratil Hatchet XTRA Harmony M Harmony pasture Herbaflex Hermoo mecoprop-p 600 Herold CS Hussar ultra Hussar tandem Hussar Intruder Iso-calliope Isoguard 83 WG Isomexx It diquat Itineris Javelin Kabuki Kart Kalahari Kelvin Kemicombi Kemifam Forte SC Kemifam SE Kemiron SC Kerb 400 SC Kombo WG Laddok T Lanox Laudis Lecar Legurame Lenazar WP Lentagran 45 WP Lentipur 500 SC Lexus Millenium Lexus Solo Lexus XPE Liberator 200 g/l fluroxypyr 200 g/l fluroxypyr 93 g/l 2,4 D + 103,6 g/l triclopyr 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 700 g/l metamitron 70 % metamitron 310 g/l dichloorprop-p g/l MCPA g/l mecoprop-p 75 % amidosulfuron 200 g/l fluroxypyr 4 % metsulfuron-methyl + 40 % thifensulfuron-methyl 50 % thifensulfuron-methyl 85 g/l beflubutamide g/l isoproturon 600 mecoprop-p 200 g/l diflufenican g/l flufenacet 100 g/l iodosulfuron-methyl-natrium g/l mefenpyrdiethyl 150 g/l diflufenican + 10 g/l iodosulfuron-methyl-natrium +50g/l mefenpyr-diethyl 5 % iodosulfuron + 15 % mefenpyr-diëthyl 400 g/l chloorprofam 500 g/l isoproturon 83% isoproturon 20% metsulfuron-methyl 200 g/l diquat 22 g/l isoxadifen-ethyl + 44 g/l tembotrione 500 g/l isoproturon + 62,5 g/l diflufenican 26,5 g/l pyraflufen-ethyl 100 g/l fluroxypyr + 1 g/l florasulam 200 g/l diquat 40 g/l nicosulfuron 190 g/l ethofumesaat g/l fenmedifam 471 g/l fenmedifam 160 g/l fenmedifam 500 g/l ethofumesaat 400 g/l propyzamide 70% metamitron 200 g/l bentazon g/l terbutylazin 48 % flufenacet + 10 % isoxaflutol 22 g/l isoxadifen-ethyl + 44 g/l tembotrione 960 g/l S-metolachloor 300 g/l carbeetamide 80% lenacil 45 % (450 g/l) pyridaat 500 g/l chloortoluron 10% flupyrsulfuron-methyl + 40% thifensulfuron-methyl 50 % flupyrsulfuron-methyl 33,3 % flupyrsulfuron-methyl + 16,7 % metsulfuron-methyl 100 g/l diflufenican g/l flufenacet

79 LidLinugan 500 SC Life Scientific Diquat Linurex 50 SC Lumica 100 Malibu Matrigon Medifam SE Merlin Metaline Metazachloor SC 500 Metritex 70% WG Metrizin Metric Mextra Mikado Milagro Milan Mission Mistral Monitor Mon Murena 500 Nicosh Nic-It Othello Panic Pacifica Peak Pertus Phase Piorun Platform S Premium Primstar Primus Prologue Promess Prop sol Puma S Pyramin SC 520 Pyramin WG Pyroquin TDI Quickdown Quickfire Racing extra Rapsan TDI Rapsan Turbo Reglone Relva 500 g/l linuron 200 g/l diquat 500 g/l linuron 100 g/l mesotrione 60 g/l g/l pendimethalin 100 g/l clopyralid 160 g/l fenmedifam 75 % isoxaflutole 400 g/l pendimethalin 500 g/l metazachloor 70 % metribuzin 70% metribuzin 60 g/l clomazon g/l metribuzin 180 g/l ioxynil g/l mecoprop-p 300 g/l sulcotrione 240 g/l nicosulfuron 9 g/l pyraflufen-ethyl g/l bifenox 200 g/l diquat 70% metribuzin 80% sulfosulfuron 360 g/l glyfosaat 500 g/l ethofumesaat 40 g/l nicosulfuron 240 g/l nicosulfuron 50 g/l diflufenican + 2,5 g/l iodosulfuron-methyl-natrium + 22,5 g/l mefenpyr-diethyl + 7,5 g/l mesosulfuron-methyl 360 g/l glyfosaat 1 % iodosulfuron-methyl-natrium + 9 % mefenpyr diethyl +3 % mesosulfuron - methyl 75 % prosulfuron 360 g/l clomazon 15 g/l desmedifam g/lethofumesaat + 75 g/lfenmedifam 60% dicamba + 12,5 % tritosulfuron 1,5 % carfentrazone-ethyl + 60 % mecoprop-p 471 g/l fenmedifan 2,5 g/l florasulam + fluroxypyr 100 g/l 50 g/l florasulame 360 g/l glyfosaat 200 g/l flufenacet g/l terbuthylazin 360 g/l glyfosaat 69 g/l fenoxaprop-p-ethyl + 39 g/l fenchlorazol-ethyl 520 g/l chloridazon 65 % chloridazon 360 g/l chloridazon + 60 g/l quinmerac 26,5 g/l pyraflufen-ethyl 200 g/l diquat 7 % metsulfuron methyl + 68 % thifensulfuron-methyl 400 g/l metazachloor g/l quinmerac 375 g/l metazachloor g/l quinmerac 195 g/l diquat 400 g/l propyzamide

80 Ridal 360 g/l glyfosaat Round-up 360 g/l glyfosaat Roudup g/l glyfosaat Rosate g/l glyfosaat Roundup Force 360 g/l glyfosaat Roxy EC 800 g/l prosulfocarb Safari 50 % triflusulfuron-methyl Salvo 500 g/l 2,4-D Samson 4 SC 40 g/l nicosulfuron Samson Extra 60 OD 60 g/l nicosulfuron Select Prim 120 g/l clethodim Sempra 500 g/l diflufenican Sencor WE 70 % metribuzi Silvio 360 g/l glyfosaat Silvanet 20 g/l fluroxypyr + 60 g/l triclopyr Spotlight Plus 60 g/l carfentrazone-ethyl Starane Kombi 100 g/l fluroxypyr + 30 g/l clopyralid +120 g/l ioxynil Starane 180 g/l fluroxypyr Stellar Elite 538 g/l dimethenamide-p + 32 g/l topremazone Stomp aqua 455 g/l pendimethalin Successor g/l pethoxamide Sudoku 300 g/l sulcotrion Supporter 300 g/l sulcotrion Springbok 200 g/l dimethenamide-p g/l metazachloor Sultan 500 SC 500 g/l metazachlooor Taifun g/l glyfosaat Tandus g/l fluroxypyr Tandus g/l fluroxypyr Targa Prestige 50 g/l quizalofop-ethyl isom D Terano 600 g/kg flufenacet + 25 g/kg metosulam Terbuzon 200 g/l bentazon g/l terbuthylazine Timok 25 g/l clodinafop-propargyl + 6,25 g/l cloquintocet-mexyl + 25 g/l pinoxaden Titus 25 % rimsulfuron TolurexSC 500 g/l chloortoluron Tomahawk 180 g/l fluroxypyr Topik 100 g/l clodinafop + 25 g/l cloquintocet Torero 150 g/l ethofumesaat g/l metamitron Touchdown quatro 360 g/l glyfosaat Traxos 25 g/l clodinafop-propargyl + 6,25 g/lcloquintocet-mexyl + 25 g/l pinoxaden Trema 700 g/l metamitron Treto g/l ethofumesaat Trilogy 15 g/l desmedifam g/l ethofumesaat + 75 g/l fenmedifam Venzar 80 % lenacil Verigal D 250 g/l bifenox g/l mecoprop-p Victus 40 g/l nicosulfuron Vival 360 g/l glyfosaat Xinca 401,58 g/l bromoxynil Zeus 300 g/l sulcotrion

81 Fungiciden Handelsproducten Acanto Acrobat extra WG Adept Adexar Allegro SC Alto Extra Amistar Extra Amistar opti Amistar Apache Armure Aviator xpro Aviso Axidor Banjo Barclay Bolt Bariton Bio safestop Bravo 500 Bravo xtra Bumper 25 EC Cantus Capalo Capitan 25 EW Caramba 60 SL Caramba Ceriax Cherokee Citadelle Comet Corbel Cosavet Cosine Credo Curzate M WG Cymbal 45 Cymco Cymopus WG Cymoxanil 45% W Actieve stoffen 250 g/l picoxystrobine 67 % mancozeb + 7,5 % dimethomorf 4.5% cymoxanil + 68% mancozeb 62,5 g/l epoxyconazool 62,5 g/l fluxapyroxad 125 g/l Kresoxim-methyl g/l epoxiconazol 160g/l cyproconazool g/l propiconazool 200 g/l azoxystrobin + 80 g/l cyproconazol 80 g/l azoxystrobin g/l chloorthalonil 250 g/l azoxystrobine 375 g/l chloorthalonil + 50 g/l cyproconazool + 62,5 g/l propiconazool 150 g/l difenoconazol g/l propiconazol 75 g/l bixafen g/l prothioconazool 64 % metiram + 4,8 cymoxanil 50 g/l cymoxanil g/l propamocarb 500 g/l fluazinam 250 g/l propiconazool 37,5 g/l fluoxastrobin + 37,5 g/l prothioconazool 1,62 % ijzerfosfaat 500 g/l chloorthalonil 375 g/l chloorthalonil + 40 g/l cyproconazool 250 g/l propiconazoleceando83 g/l epoxyconazool g/l metrafenone 50 % boscalid 62,5 g/l epoxyconazool g/l fenpropimorf + 75 g/l metrafenone 250 g/l flusilazole 60 g/l metconazool 60 g/l metconazool 41,6 g/l epoxyconazool 41,6 g/l fluxapyroxad 66,6 g/l pyraclostrobin 375 g/l chloorthalonil + 50 g/l cyproconazool+ 62,5 g/l propiconazool 375 g/l chloortalonil + 40 g/l cyproconazool 250 g/l pyraclostrobin 750 g/l fenpropimorf 80% zwavel 50 g/l cyflufenamide 500 g/l chloortalonil g/l picoxystrobine 4,5 % cymoxanil + 68 % mancozeb 45 % cymoxamil 4% cymoxanil + 66,6 mancozeb 35 % cymoxanil 45 % cymoxamil

82 Delan 70 WG Delaro Diamant Difcor 250 EC Dirango Ditho WG Edipro Eminent Epok 600 EC Ebrimax WG Evora Xpro Fandango Fandango Pro Festival Fezan Flowsan FS Flowsan Ultra Flamenco Plus Flexity Fortress Fubol gold Fungitex WG Geyser Granovo % dithianon 175 g/l prothioconazool +150 g/l trifloxystrobine 114,3 g/l pyraclostrobine + 42,9 g/l epoxiconazol +214,3 g/l fenpropimorf 250 g/l defenoconazool 500 g/l fluazinam 70 % dithianon 722 g/l propamocarb 125 g/l tetraconazool 400 g/l fluainam g/l metalaxyl-m 4,5 % Cymoxanil + 65 % Mancozeb 75 g/l bixafen g/l prothioconazool g/l tebuconazool 100 g/l fluoxastrobin g/l prothioconazool 50 g/l fluoxastrobin g/l prothioconazool 7,5 % dimethomorf + 66,7 % mancozeb 250 g/l tebuconazool 533 g/l Thiram 485 g/l Thiram 54 g/l fluquinconazool g/l prochloraz 300 g/l metrafenone 500 g/l quinoxyfen 64 % mancozeb % metalaxyl-m 45 % cymoxanil + 65 % mancozeb 250 g/l difenoconazol 140 g/l boscalid + 50 g/l epoxyconazool Helix 160 g/l prothioconazool g/l spiroxamine Horizon EW 250 g/l tebuconazol Hydro super 25 wg 25 % koperhydroxide Impact R 94 g/l flutriafol g/l carbendazim Impulse 500 g/l spiroxamine Imtrex 62,5g/l fluxapyroxad Indofil M % mancozeb Infinito 62,5 g/l fluopicolide g/l propamocarb Input 160 g/l prothioconazole g/l spyroxamine Input Pro 250 g/l prothioconazole Kinto duo 60 g/l prochloraz + 20 g/l triticonazool Life Scientific Azoxystrobin 250 g/l azoxystrobin Life Scientific Chloorthalonil 500 g/l chloorthalonil Lirotect super 250 g/l thiabendazol g/l imazalil Mancoplus 75 WG 75 % mancozeb Manfil 75 WG 75 % mancozeb Maxim 100 FS 100 g/l fludioxonil Microthiol special 80 % zwavel Mildin 750 g/l fenpropidin Mirage 45 EC 450 g/l prochloraz Monceren 12,5 DS 12,5 % pencycuron Mystique 250 g/l tebuconazool Nando 500 SC 500 g/l fluazinam Nissodium 50 g/l cyflufenamide Olympus 80 g/l azoxystrobin g/l chloorthalonil Opus plus 83 g/l epoxyconazool

83 Opus team Opus Ortiva TOP Ortiva Orvega extra Orvega star Osiris Palmas Palazzo Paraat Priori Xtra Profilux Proline Propi 25 EC Prosaro Proxanil Prozeb WG Prozeb Punch SE Ranman component A Ranman component B Ranman Top Revus Riza Rovral SC Rovral WG Rubric Sereno Shirlan Skyway Xpro Sluxx Sportak Spoutnik Spyrale Soleeda Stereo Swing Gold Switch Symphonie Taloline Tanos Tapier Tattoo C Tizca Terminett Tezate 220 SL Topsin M 500 SC Topsin N 70 WG Twist 500 SC Unikat Pro 84 g/l epoxiconazol g/l fenpropimorf 125 g/l epoxiconazol 200 g/l azoxystrobin g/l difenoconazool 250 g/l azoxystrobine 8 % ametoctradin + 48 % mancozeb 300 g/l ametoctradin g/l dimethomorf 37,5 g/l epoxyconazool + 27,5 g/l metconazool 4.5 % cymoxanil + 65% mancozeb 62,5 g/l epoxyconazool + 20 g/l fenpropimorf + 75 g/l metrafenone 50% dimethomorf 200 g/l azoxystrobin + 80 g/l cyproconazool 4,5 % cymoxanil + 65% mancozeb 250 g/l prothioconazool 250 g/l propiconazool 125 g/l prothioconazool g/l tebuconazool 50 g/l cymoxanil g/l propamocarb 70% mancozeb 80% mancozeb 250 g/l flusilazole g/l carbendazim 400 g/l cyzofamid 845,9 g/l heptamethyltrisiloxaan 160 g/l cyzofamid 250 g/l mandipropamid 250 g/l tebuconazool 500 g/l iprodione 75 % iprodione 125 g/l epoxyconazool 10 % fenamidone + 50% mancozeb 500 g/l fluazinam 75 g/l bixafen g/l prothioconazool g/l tebuconazool 3 % ijzerfosfaat 450 g/l prochloraz 80 % mancozeb 100 g/l difenoconazol g/l fenpropidine 133 g/l dimoxystrobine + 50 g/l epoxyconazool 250 g/l cyprodinil + 62,5 g/l propiconazol 133 g/l dimoxystrobine + 50 g/l epoxyconazool 250 g/kg fludioxinyl g/kg cyprodinil 6 % flutolanil 500 g/l Chloorthalonil 25 % cymoxanil + 25 % famoxate 250 g/l difenoconazool 375 g/l propamocarb - HCL g/l chlorothalonil 500 g/l fluazinam 26,7 % boscalid + 6,7 % pyraclostrobin 220 g/l thiabendazool 70 % of 500 g/l thiofanaat-methyl 70 % thiofanaat-methyl 500 g/l trifloxystrobine 8,3 % zoxamide + 66,7% mancozeb

84 Valbon Venture Viverda Viridal Yak Zignal Zoxis 1.75 % benthiavalicarb + 70% mancozeb 233 g/l boscalid + 67 g/l epoxyconazool 140 g/l boscalid + 50 g/l epoxyconazool + 60 g/l pyraclostrobin 4,5 % cymoxanil + 68 % mancozeb 500 g/l fluazinam 500 g/l fluazinam 250 g/l azoystrobin

85 Insecticiden Handelsproducten Actara Antilop SG Argento Baythroïd EC 050 Biscaya 240 OD Bulldock 25 EC Boyano Calypso Cyperstar Cytox Decis EC 2,5 Decis Plus Dimistar progress 400 EC Exxodus SG Fastac Force Fury 100 EW Gaucho 70 WS Gaucho R 70 WS Karate Karis 100 CS Lambda 50 ec Life Scientific Cyhalothrin Mavrik 2 F Mesurol FS 500 Neemazal-T/S Neonet RTU Ninja Okapi Patriot Perfekthion 400 EC Pirimor Plenum Poncho 600 FS Poncho beta Poncho maïs Ravane Raptol Sherpa 200 Steward WG Sumi Alpha Sombrero Teppeki Vydate CHL Actieve stoffen 25 % thiamethoxam 20 % acetamiprid 250 g/l clothianidin + 50 g/l prothioconazool 50 g/l cyfluthrine 240 g/l thiacloprid 25 g/l Beta -cyfluthrin 500 g/l fluazinam 480 g/l thiacloprid 200 g/l cypermethrin 100 g/l cypermethrin 25 g/l deltamethrin 15 g/l deltamethrin 400 g/l dimethoaat 20 % acetamiprid 50 g/l alpha-cypermethrin 200 g/l tefluthrin 100 g/l zétacyperméthrin 70 % imidacloprid 70 % imidacloprid 100 g/l lambda-cyhalothrin 100 g/l lambda-cyhalothrin 50 g/l lambda-cyhalothrin 100 g/l lamba-cyhalothrin 240 g/l fluvalinaat 500 g/l methiocarb 10 g/l Azadirachtine 120 g/l Chloorprofam 100 g/l lambda-cyhalothrin 100 g/l pirimicarb + 5 g/l lambda-cythalothrin 25 g/l deltamethrin 400 g/l dimethoaat 50 % pirimicarb 50 % pymetrozin 600 g/l clothianindin 53.5 g/l beta-cyfluthrin g/l clothianindin 600 g/l clothianindin 50 g/l lambda-cythalothrin 825 g/l koolzaadolie + 4,6 g/l pyrethrinen 200 g/l cypermethrine 30 % indoxacarb 25 g/l esfenvalerate 600 g/l imidacloprid 50% flonicamid 250 g/l oxamyl

86 Varia Handelsproducten Abion E Actirob Addit Agrichim Antigerme Catapult CCC Consola Ready Cet M Ethefon 480 SL Fazor 60 SG Fieldor Gaon Germex Gro-stop Flexifog Gro-stop Ready Himalaya 60 SG Itcan Korit 400 FS Mero Mesurol Pro Meteor 369 Medax Top Mero Moddus Mondium Neonet dust Restrain Servorem Ready Solamyl 1 % Terpal Tipo Trend 90 / Wett 90 TRS 2 Tuperprop Easy Vegelux mineral super Xedamate 60 Yatze Actieve stoffen 36 % paraffine 885 g/l geësterde koolzaadolie 780,2 g/l koolzaadolie 1 % chloorprofam 60,6 % maleïnehydrazide 452 g/l chloormequat (diverse) 120 g/l chloorprofam 19 g/l Alpha Olefine - Natriumsulfonaat 480 g/l ethefon 60 % maleinehydrazide 790 g/l geëtholyleerd triglyceride 10 EO 636,3 g/l geesterde koolzaadolie 1 % chloorprofam 300 g/l chloorprofam 120 g/l chloorprofam 60 % maleinehydrazide 60 % maleinehydrazide 420 g/l ziram 733 g/l geësterde koolzaadolie 4 % methiocarb 368 g/l chloormequat + 0,8 g/l imazaquin 300 g/l Mepiquatchloride + 50 g/l Prohexadion 733 g/l Geesterde koolzaadolie 250 g/l trinexapac ethyl 368 g/l chloormequat + 0,8 g/l imazaquin 1 % chloorprofam ethyleen 120 g/l chloorprofam 1 % chloorprofam 155 g/l ethefon g/l mepiquatchloride 842 g/l geësterde koolzaadolie 900 g/l isodecyl alcoloh-ethoxylaat 600 g/l zonnebloemolie (ethylester) 120 g/l chloorprofam 840 g/l minerale paraffineolie 636 g/l chloorprofam 480 g/l ethefon

DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4

DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4 - 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen

Nadere informatie

DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4

DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4 - 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen

Nadere informatie

BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF

BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF Juni 2016 Barbara Manderyck & Françoise Vancutsem - KBIVB IPM= 3 basisprincipes 2 PREVENTIE of schade vermijden MONITORING = WAARNEMINGEN INTERVENTIE= BESTRIJDING

Nadere informatie

DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4

DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4 - 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen

Nadere informatie

BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF

BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF Juni 2016 Barbara Manderyck & Françoise Vancutsem - KBIVB IPM= 3 basisprincipes 2 PREVENTIE of schade vermijden MONITORING = WAARNEMINGEN INTERVENTIE= BESTRIJDING

Nadere informatie

Het begint met ons. www.kws.com

Het begint met ons. www.kws.com www.kws.com KWS Benelux BV Einsteinstraat 33 3281 NJ Numansdorp tel.: 0186-657506 fax: 0186-657507 E-mail J. [email protected] www.kws.com Het begint met ons. Inleiding Inhoudsopgave Bladgezondheid is een belangrijk

Nadere informatie

Overvloedige neerslag tijdens het groeiseisoen

Overvloedige neerslag tijdens het groeiseisoen Overvloedige neerslag tijdens groeiseizoen - Bemesting en verslemping - Wortelrot Peter Wilting en Bram Hanse SID Heerenveen en Tilburg, 7/8 december 2016 Overvloedige neerslag tijdens het groeiseisoen

Nadere informatie

5.2.4 Rhizoctonia. 5.2.4.3 De ziekte. In deze paragraaf wordt verwezen naar foto s. Deze kunt u vinden op de website als bijlage bij 5.2.4.

5.2.4 Rhizoctonia. 5.2.4.3 De ziekte. In deze paragraaf wordt verwezen naar foto s. Deze kunt u vinden op de website als bijlage bij 5.2.4. 5.2.4 Rhizoctonia AUTEUR EN CONTACTPERSOON: HANS SCHNEIDER De bodemschimmel Rhizoctonia solani veroorzaakt wortelbrand en wortelrot in suikerbieten. Bij zware aantasting gaan hele percelen verloren. Rotte

Nadere informatie

- 1 - Voorwoord. De inkt van mijn vorig voorwoordje voor de resultatenbrochure 2006 is amper opgedroogd, of weer is er een seizoen voorbij.

- 1 - Voorwoord. De inkt van mijn vorig voorwoordje voor de resultatenbrochure 2006 is amper opgedroogd, of weer is er een seizoen voorbij. - 1 - Voorwoord De inkt van mijn vorig voorwoordje voor de resultatenbrochure 2006 is amper opgedroogd, of weer is er een seizoen voorbij. Een seizoen dat zich met een onvergetelijke droge en hete aprilmaand

Nadere informatie

DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw

DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse

Nadere informatie

Praktijkgids. Herkenning bladaantastingen in suikerbieten

Praktijkgids. Herkenning bladaantastingen in suikerbieten Praktijkgids Herkenning bladaantastingen in suikerbieten Herken de bladschimmels op tijd Diagnose Om de bietenteelt rendabel te houden, moeten de teeltkosten zo laag mogelijk blijven. Voor de bestrijding

Nadere informatie

versie: maart 2012 9. Diagnostiek CONTACTPERSONEN: ELMA RAAIJMAKERS EN BRAM HANSE

versie: maart 2012 9. Diagnostiek CONTACTPERSONEN: ELMA RAAIJMAKERS EN BRAM HANSE 9. Diagnostiek CONTACTPERSONEN: ELMA RAAIJMAKERS EN BRAM HANSE Het verricht diagnostisch onderzoek naar ziekten, plagen en gebreksverschijnselen in suikerbieten. Telers kunnen via de medewerkers van de

Nadere informatie

BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)

BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009) BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009) Let wel: de proeven aangelegd door het LCG in 2009 werden uitgevoerd conform de bemestingsnormen die van kracht waren in 2009. Deze bemestingsnormen

Nadere informatie

Teelthandleiding. 9 diagnostiek

Teelthandleiding. 9 diagnostiek Teelthandleiding 9 diagnostiek 9 Diagnostiek... 1 2 9 Diagnostiek Versie: december 2015 Het IRS verricht diagnostisch onderzoek naar ziekten, plagen en gebreksverschijnselen in suikerbieten. Medewerkers

Nadere informatie

Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei

Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei Hoe stel ik de juiste diagnose? Elma Raaijmakers, Peter Wilting, Ellen van Oorschot, Bram Hanse en Marco Bom Rolde, 2 september 2014 Workshop Korte uitleg:

Nadere informatie

Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei. Hoe stel ik de juiste diagnose?

Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei. Hoe stel ik de juiste diagnose? Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei Hoe stel ik de juiste diagnose? Elma Raaijmakers, Bram Hanse, Peter Wilting, Ellen van Oorschot en Marco Bom Bergen op Zoom, 15 oktober 2015 Workshop Korte

Nadere informatie

SUIKERBIETEN. Wereld productie suiker? Wereldproductie van suiker. Productie: ton 20% uit Riet 80% uit Suikerbieten

SUIKERBIETEN. Wereld productie suiker? Wereldproductie van suiker. Productie: ton 20% uit Riet 80% uit Suikerbieten SUIKERBIETEN Wereld productie suiker? Wereldproductie van suiker Productie: 180.000.000 ton 20% uit Riet 80% uit Suikerbieten 1 Waar komt de suiker vandaan? Arealen Europa Waar komt de suiker vandaan?

Nadere informatie

Actualiteiten Emeltenbestrijding Elma Raaijmakers

Actualiteiten Emeltenbestrijding Elma Raaijmakers Actualiteiten SID, 9/10 december 2014 Emeltenbestrijding Elma Raaijmakers 1 Emelten veroorzaken plantwegval Emeltenbestrijding bestaat uit meerdere stappen + Laat eieren en + Voorkom eileg larven uitdrogen

Nadere informatie

DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw

DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse

Nadere informatie

Groenbemesters. Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging!

Groenbemesters. Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging! Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging! Dit demonstratieproject wordt medegefinancierd door de Europese Unie en het Departement Landbouw en Visserij

Nadere informatie

Suikerbieten. magazine

Suikerbieten. magazine Suikerbieten magazine 1 Inhoud Suikerbietenmagazine De suikerbiet 4 Cruciaal in onze voedselketen Beste landbouwer, Overzicht van de Syngenta rassen 6 Rhizomanie tolerante rassen Tyler 6 Escault 6 Rhizomanie

Nadere informatie

A. WAUTERS, G. LEGRAND, M. TITS. Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België

A. WAUTERS, G. LEGRAND, M. TITS. Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België Rhizomanie herkennen in het veld A. WAUTERS, G. LEGRAND, M. TITS Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België Publicatie uitgevoerd in het kader van het Landbouwcentrum

Nadere informatie

BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)

BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009) - 1 - BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit ) Let wel: de proeven aangelegd door het LCG in 2009 werden uitgevoerd conform de bemestingsnormen die van kracht waren in 2009. Deze bemestingsnormen van 2009 zijn

Nadere informatie

LCBC CABC O. HERMANN. Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België

LCBC CABC O. HERMANN. Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België LCBC CABC Bladziekten van de biet herkennen in het veld O. HERMANN Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België Publicatie uitgevoerd in het kader van het Landbouwcentrum

Nadere informatie

Groenbemesters. Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging!

Groenbemesters. Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging! Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging! Dit demonstratieproject wordt medegefinancierd door de Europese Unie en het Departement Landbouw en Visserij

Nadere informatie

Workshop Voorjaarsproblemen

Workshop Voorjaarsproblemen Workshop Voorjaarsproblemen Hoe stel ik de juiste diagnose? Bram Hanse, Peter Wilting, Ellen van Oorschot en Marco Bom Valthermond, 24 juni 2015 Workshop Korte uitleg: hoe stel ik de juiste diagnose? Aan

Nadere informatie

Verbetering rendement suikerbietenteelt

Verbetering rendement suikerbietenteelt IRS Postbus 3 600 AA Bergen op Zoom www.irs.nl / [email protected] Op naar 3 x Verbetering rendement suikerbietenteelt Bram Hanse jaar suiker kostprijs 0 ton/ha /ton biet Ligging van deelnemende bedrijfsparen

Nadere informatie

NIET-KERENDE BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN

NIET-KERENDE BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN NIET-KERENDE BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN Vandergeten J.P. & Vanstallen M. Prov. Vlaams-Brabant - Tollembeek 2 NKG & Erosiebestrijding wordt vanaf het eerste jaar waargenomen dubbel effect: - op niveau

Nadere informatie

WAARNEMINGS- EN WAARSCHUWINGSSYSTEMEN

WAARNEMINGS- EN WAARSCHUWINGSSYSTEMEN WAARNEMINGS- EN WAARSCHUWINGSSYSTEMEN Els Lapage Departement Landbouw en Visserij Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling KVIV-studiedag, 24 april 2014 Inhoud Wat? Financiering en uitvoerders Waarnemingen

Nadere informatie

Teelthandleiding. 1.3.schietergevoeligheid

Teelthandleiding. 1.3.schietergevoeligheid Teelthandleiding 1.3.Schietergevoeligheid... 1 2 1.3.Schietergevoeligheid versie: november 2018 Een suikerbiet is een tweejarige plant. In het eerste jaar verkeert zij in de vegetatieve fase en vormt reservevoedsel

Nadere informatie

Teelthandleiding. 3.1 vroeg of laat zaaien

Teelthandleiding. 3.1 vroeg of laat zaaien Teelthandleiding 3.1 Vroeg of laat zaaien?... 1 2 3.1 Vroeg of laat zaaien? versie: maart 2018 Het IRS adviseert suikerbieten te zaaien zodra de grond bekwaam is, maar niet vóór 1 maart. Vroeg zaaien levert

Nadere informatie

BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN WELKE KIEZEN?

BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN WELKE KIEZEN? BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN WELKE KIEZEN? Ronald Euben Wat vraagt de biet? 2 Bij de zaai Enkele (kleine) kluiten bovenaan (dichtslaan, erosie) Verkruimelde, aangedrukte laag (contact zaad bodem) Vaste,

Nadere informatie

Bestrijding van blad- en aarziekten in wintertarwe. EH 859 Door: ing.h.w.g.floot

Bestrijding van blad- en aarziekten in wintertarwe. EH 859 Door: ing.h.w.g.floot Bestrijding van blad- en aarziekten in wintertarwe EH 859 Door: ing.h.w.g.floot Inleiding In de tarweteelt is de bestrijding van blad- en aarziekten eigenlijk ieder jaar nodig om een maximale financiële

Nadere informatie

DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4

DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4 - 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen

Nadere informatie

122 JUNI 2014. Retengo Plust in suikerbieten. Retengo Plust in suikerbieten

122 JUNI 2014. Retengo Plust in suikerbieten. Retengo Plust in suikerbieten 122 JUNI 2014 INFO Retengo Plust in suikerbieten Suikerbieten zijn de laatste jaren tot één van de rendabelste teelten in het bouwplan van veel landbouwbedrijven geworden. De bietenteelt wordt echter steeds

Nadere informatie

PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT

PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT Beredeneerde gewasbescherming vandaag en morgen 13 & 14 Juni 2017 te Ramillies Met ondersteuning van de Vlaamse en Waalse regio en ontvangst

Nadere informatie

BODEMGEBONDEN SCHIMMELZIEKTEN Beheersen van Rhizoctonia solani met resistente rassen, fungiciden, vanggewassen en antagonisten

BODEMGEBONDEN SCHIMMELZIEKTEN Beheersen van Rhizoctonia solani met resistente rassen, fungiciden, vanggewassen en antagonisten Project No. 12-04 BODEMGEBONDEN SCHIMMELZIEKTEN Beheersen van Rhizoctonia solani met resistente rassen, fungiciden, vanggewassen en antagonisten Projectleider: J.H.M. Schneider 1. Inleiding De bodemschimmel

Nadere informatie

Groeicurve Bintje en Fontane 2014

Groeicurve Bintje en Fontane 2014 Groeicurve en 2014 V. De Blauwer (Inagro), D. Florins (FIWAP), H. Rasmont (CARAH) Samenvatting Net zoals de vorige jaren werd tijdens het groeiseizoen van 2014 de groei van opgevolgd op 29 praktijkpercelen.

Nadere informatie

SEEDING THE FUTURE SINCE 1856 LEONELLA KWS

SEEDING THE FUTURE SINCE 1856 LEONELLA KWS KWS suikerbieten Rassengids 18 SEEDING THE FUTURE SINCE 1856 LEONELLA KWS Inhoud Beste bietenplanter, KWS Benelux B. V. 22A avenue des Alliés B-754 Kain Tél : +32 () 476 617 333 Fax : +32 () 24 3 725 E-mail

Nadere informatie

TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN VOEDERBIET

TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN VOEDERBIET TECHNISCH INTERREGIONALE WERKGROEP VOOR DE SAMENSTELLING VAN DE NATIONALE RASSENCATALOGUS VOOR LANDBOUWGEWASSEN CRITERIA VOOR HET ONDERZOEK VAN DE RASSEN MET HET OOG OP HUN TOELATING TOT DE CATALOGUS VOEDERBIET

Nadere informatie

bladschimmelherkenning

bladschimmelherkenning IRS Van Konijnenburgweg 24 4611 HL Bergen op Zoom The Netherlands e-mail: [email protected] http://www.irs.nl Workshop bladschimmelherkenning Bram Hanse, Elma Raaijmakers, Ellen van Oorschot www.irs.nl/bladschimmel

Nadere informatie

Meervoudige resistentie

Meervoudige resistentie Meervoudige resistentie in opmars Noud van Swaaij SID Heerenveen en Tilburg, 7/8 december 2016 100 90 Groei aandeel resistente rassen 1996-2016 zonder resistentie aandeel in zaadbestelling (%) 80 70 60

Nadere informatie

LG-BROCHURE voor voederbieten

LG-BROCHURE voor voederbieten LG-BROCHURE voor voederbieten 2017 Voederbieten, enkel voordelen: 120-130 ton opbrengst per ha 18-20 ton drogestofopbrengst per ha 1100 VEM per kg drogestof 2 VOEDERBIETEN Inleiding Voederbieten: de smakelijkste

Nadere informatie

EFFECT VAN DE EVOLUTIE VAN HET KLIMAAT VAN DE LAATSTE JAREN OP ONZE SUIKERBIETENTEELT

EFFECT VAN DE EVOLUTIE VAN HET KLIMAAT VAN DE LAATSTE JAREN OP ONZE SUIKERBIETENTEELT EFFECT VAN DE EVOLUTIE VAN HET KLIMAAT VAN DE LAATSTE JAREN OP ONZE SUIKERBIETENTEELT 14 Januari 216 LEGRAND Guy & WAUTERS André KBIVB/IRBAB Evolutie Belgisch klimaat op bietenteelt 2 Effect van warmere

Nadere informatie

Reken af met duist in stappen

Reken af met duist in stappen Reken af met duist in stappen Zo blijft resistente duist beheersbaar Duist is een lastig onkruid in wintertarwe. Dat komt met name doordat het een directe concurrent is voor het gewas. Het ontneemt voedsel

Nadere informatie

Kansen voor NKG op zand

Kansen voor NKG op zand Kansen voor NKG op zand Sander Bernaerts DLV plant 14 juni Vessem NKG Niet Kerende Grondbewerking betekent het systematisch vermijden van intensief kerende of mengende grondbewerking en het zoveel mogelijk

Nadere informatie

landbouw en natuurlijke omgeving 2011 plantenteelt open teelten CSPE BB minitoets bij opdracht 17

landbouw en natuurlijke omgeving 2011 plantenteelt open teelten CSPE BB minitoets bij opdracht 17 landbouw en natuurlijke omgeving 2011 plantenteelt open teelten CSPE BB minitoets bij opdracht 17 variant a Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen Omcirkel het goede antwoord (voorbeeld 1). Geef

Nadere informatie

Brochure Suikerbietenzaad 2018

Brochure Suikerbietenzaad 2018 Brochure Suikerbietenzaad 2018 Uitgegeven door Suiker Unie Samengesteld door het IRS Deze brochure geeft de gemiddelde resultaten weer van het cultuur- en gebruikswaarde-onderzoek (CGO) van suikerbieten

Nadere informatie

Programma voor vandaag: Bespreking toets Graanteelt deel 1 Ziekten in wintergranen Plagen en legering Werkopdracht Ziekten, plagen en legering

Programma voor vandaag: Bespreking toets Graanteelt deel 1 Ziekten in wintergranen Plagen en legering Werkopdracht Ziekten, plagen en legering Plantenteelt Graan Programma voor vandaag: Bespreking toets Graanteelt deel 1 Ziekten in wintergranen Plagen en legering Werkopdracht Ziekten, plagen en legering Huiswerk Werkopdracht Ziekten, plagen en

Nadere informatie

KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 ZIEKTEN EN PLAGEN / INSECTEN. www.dlvplant.nl TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN

KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 ZIEKTEN EN PLAGEN / INSECTEN. www.dlvplant.nl TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN KENNISBUNDEL Biologische aardappelen Mei 2013 TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN ZIEKTEN EN PLAGEN / VIRUSZIEKTEN ZIEKTEN EN PLAGEN / PHYTOPHTHORA INFESTANS ZIEKTEN EN PLAGEN / RHIZOCTONIA SOLANI DE SMAAK

Nadere informatie

Teelthandleiding. 8.1 kwaliteit

Teelthandleiding. 8.1 kwaliteit Teelthandleiding 8.1 kwaliteit 8.1 Kwaliteit... 1 2 8.1 Kwaliteit Versie: mei 2014 8.1.1 Inleiding Met de kwaliteit van suikerbieten wordt het totaal aan eigenschappen wat van belang is bij rooien, opslag,

Nadere informatie

Geïntegreerde gewasbescherming (IPM)

Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) 1 Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) Update i.v.m. het verbod op neonicotinoïden De plaaginsecten De rol van de waarnemingsdienst 23/01/2019 Zaaizaadbehandelingen met NNI: waarom is (was) dit een goede

Nadere informatie

Schimmels in maïs Kiemschimmels Wortelverbruining Builenbrand Stengelrot Kolfsteelrot Bladvlekkenziekte Rhizoctonia Roest

Schimmels in maïs Kiemschimmels Wortelverbruining Builenbrand Stengelrot Kolfsteelrot Bladvlekkenziekte Rhizoctonia Roest Schimmels in maïs Er zijn verschillende schimmels die schade kunnen veroorzaken in maïs. Tot nu toe bestrijdt men alleen de kiemschimmels met chemische middelen. Bij de schimmelziekten stengelrot, kolfsteelrot

Nadere informatie

De bietenteelt heeft veel herbiciden nodig

De bietenteelt heeft veel herbiciden nodig PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT Beredeneerde gewasbescherming vandaag en morgen 13 & 14 Juni 2017 te Ramillies Met ondersteuning van de Vlaamse en Waalse regio en ontvangst

Nadere informatie

KWS Suikerbieten Rassenoverzicht 2016 SEEDING THE FUTURE SINCE 1856

KWS Suikerbieten Rassenoverzicht 2016 SEEDING THE FUTURE SINCE 1856 KWS Suikerbieten Rassenoverzicht 2016 SEEDING THE FUTURE SINCE 1856 KWS Benelux B.V. Postbus 137 4870 AC Etten-Leur Tel: 076-50 333 05 E-mail: [email protected] www.kwsbenelux.nl Beste bietenteler, Het

Nadere informatie

Rassenkeuze Noud van Swaaij, Elma Raaijmakers, Hans Schneider. Rassenlijstcijfer: gemiddelde van onderzoek

Rassenkeuze Noud van Swaaij, Elma Raaijmakers, Hans Schneider. Rassenlijstcijfer: gemiddelde van onderzoek SUIKERBIETENINFORATIEDAGEN IRS Postbus 3 400 AA Bergen op Zoom www.irs.nl / [email protected] Rassenkeuze 009 Noud van Swaaij, Elma Raaijmakers, Hans Schneider Rassenkeuze 009 Rassenkeuze en rhizomanieresistente

Nadere informatie

Programma. Meer rendement door opbrengstverhoging. GBM-update

Programma. Meer rendement door opbrengstverhoging. GBM-update Meer rendement door opbrengstverhoging Marco Bom Wieringerwerf, 27 januari 2015 Programma Meer rendement door opbrengstverhoging GBM-update grote variatie Opbrengsten in de praktijk 2013 inuline wortel

Nadere informatie

OPTIMALE BEWARING: WELKE FACTOREN ZIJN BELANGRIJK?

OPTIMALE BEWARING: WELKE FACTOREN ZIJN BELANGRIJK? WORTELZIEKTEN EN WORTELROT: IDENTIFICEREN EN VERMINDEREN DRUK OPTIMALE BEWARING: WELKE FACTOREN ZIJN BELANGRIJK? 25/01/2017 Françoise Vancutsem KBIVB-IRBAB Waarom wortelrot identificeren? 2 om hun ontwikkeling

Nadere informatie

INFO 204 JUNI 2009 2011. Signum, dé standaard in de teelt van wortelen. Signum in wortelen. Signum

INFO 204 JUNI 2009 2011. Signum, dé standaard in de teelt van wortelen. Signum in wortelen. Signum 204 JUNI 2009 2011 INFO Signum, dé standaard in de teelt van wortelen Voor een geslaagde wortelenteelt is een goede bescherming van het loof van groot belang, maar zeker voor bewaarpeen moet de bescherming

Nadere informatie

Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe biologische teelt

Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe biologische teelt Interprovinciaal Proefcentrum voor de Biologische Teelt (P.C.B.T.) v.z.w. Ieperseweg 87 8800 RUMBEKE Tel. : 051/26 14 00, Fax. : 051/24 00 20 Verslag BT03ZTA_RAS01 Topopbrengsten in rassenproef zomertarwe

Nadere informatie

Onderzoek verbetering rendement suikerbietenteelt. A.C. Hanse

Onderzoek verbetering rendement suikerbietenteelt. A.C. Hanse Onderzoek verbetering rendement suikerbietenteelt A.C. Hanse Stichting IRS Postbus 32 4600 AA Bergen op Zoom Telefoon: +31 (0)164-27 44 00 Fax: +31 (0)164-25 09 62 E-mail: [email protected] Internet: http://www.irs.nl

Nadere informatie

Genetisch gewijzigde aardappelen ter bestrijding van de aardappelziekte. met de medewerking van

Genetisch gewijzigde aardappelen ter bestrijding van de aardappelziekte. met de medewerking van Genetisch gewijzigde aardappelen ter bestrijding van de aardappelziekte met de medewerking van De aardappelziekte De aardappelziekte wordt veroorzaakt door Phytophthora infestans, een schimmelachtig organisme.

Nadere informatie

Programma Programma /02/2010

Programma Programma /02/2010 Programma 2009-2010 4 oktober: asperge 24 januari: sla en ajuin 14 februari: kruiden, kiemplanten en groenbemesters 7 maart: meloen, pompoen en courgettes 30 mei: selder en wortelen Witloof Kolen Aardappelen

Nadere informatie

Actualiteiten in gewasbescherming: Bladluizen en BYDV

Actualiteiten in gewasbescherming: Bladluizen en BYDV Actualiteiten in gewasbescherming: Bladluizen en BYDV Prof. Dr. ir. Geert Haesaert Department of applied biosciences Faculty of Bioscience Engineering GhentUniversity [email protected] Dwerg vergelingsvirus

Nadere informatie

TOLALG14SPZ_BM08 (Blad)bemestingsproef in najaarsspinazie voor industriële verwerking met voorteelt Tarwe.

TOLALG14SPZ_BM08 (Blad)bemestingsproef in najaarsspinazie voor industriële verwerking met voorteelt Tarwe. TOLALG14SPZ_BM08 (Blad)bemestingsproef in najaarsspinazie voor industriële verwerking met voorteelt Tarwe. Doel Rekening houdende met N-vrijstelling/immobilisatie uit oogstresten van de voorteelt gedeeltelijk

Nadere informatie

Valse meeldauw in zonnebloemen. Marjan de Boer, Suzanne Breeuwsma, Jan van der Bent, Rik de Werd en Frank van der Helm

Valse meeldauw in zonnebloemen. Marjan de Boer, Suzanne Breeuwsma, Jan van der Bent, Rik de Werd en Frank van der Helm Valse meeldauw in zonnebloemen Marjan de Boer, Suzanne Breeuwsma, Jan van der Bent, Rik de Werd en Frank van der Helm Probleem in zonnebloemen Valse meeldauw (Plasmopara halstedii) > oomyceet In Nederland,

Nadere informatie

Proefresultaten zoete aardappel 2016

Proefresultaten zoete aardappel 2016 Proefresultaten zoete aardappel 2016 Zoete aardappel, een veelbelovend gewas In het najaar van 2016 werden in Proefcentrum Herent de eerste zoete aardappelen geoogst. Ondanks zijn naam is de zoete aardappel

Nadere informatie

Thuis bestuderen Aardappelen signalen blz. 52 t/m 85

Thuis bestuderen Aardappelen signalen blz. 52 t/m 85 Aardappelteelt Programma voor vandaag: De belangrijke aardappelziekten PowerPoint presentaties Thuis bestuderen Aardappelen signalen blz. 52 t/m 85 Planning Toets deel 2 Woe, 9. november (ziekten, plagen,

Nadere informatie

Proefresultaten suikerbieten en cichorei. Vzw PIBO campus Tongeren Morgan Carlens

Proefresultaten suikerbieten en cichorei. Vzw PIBO campus Tongeren Morgan Carlens Proefresultaten suikerbieten en cichorei Vzw PIBO campus Tongeren Morgan Carlens Cichoreiproeven vzw PIBO campus 2018 Chemische onkruidbestrijding 10 objecten en 1 controle Bemestingsvensters Nulbemesting

Nadere informatie

WORTEL wortelvliegbestrijding 2015

WORTEL wortelvliegbestrijding 2015 WORTEL wortelvliegbestrijding 2015 1 Bestrijding van de wortelvlieg in wortel opstellen van drempels 1.1 Doel De economische schadedrempels voor de behandeling van wortelvlieg zijn gedurende enige tijd

Nadere informatie

Trichodorideaaltje: beheersbaar?

Trichodorideaaltje: beheersbaar? Vrijlevende wortelaaltjes ((Para)Trichodorus soorten) Trichodorideaaltje: beheersbaar IRS Suikerbieteninformatiedagen 5 Evert Brommer, PPO AGV Lelystad! ectoparasiet! alle stadia mobiel! zeer veel waardplanten!

Nadere informatie

Actualiteiten. Suikerbieten voor bio-energie?! Suikerbieten voor bio-energie. Voorwaarden. Waarom? Toon Huijbregts

Actualiteiten. Suikerbieten voor bio-energie?! Suikerbieten voor bio-energie. Voorwaarden. Waarom? Toon Huijbregts IRS Van Konijnenburgweg 24 4611 HL Bergen op Zoom The Netherlands email: [email protected] http://www.irs.nl Suikerbieten voor bio-energie?! Actualiteiten Toon Huijbregts Suikerbieten voor bio-energie waarom

Nadere informatie

DACOM - Waarnemingstabellen

DACOM - Waarnemingstabellen DACOM - Waarnemingstabellen Inhoudsopgave Introductie... 1 Waarnemingstabellen aardappel... 6 Waarnemingstabellen biet... 10 Waarnemingstabellen druif... 12 Waarnemingstabellen peen... 15 Waarnemingstabellen

Nadere informatie

VELDSLA ONDER GLAS Rassenonderzoek

VELDSLA ONDER GLAS Rassenonderzoek VELDSLA ONDER GLAS 216 - senonderzoek Winterteelt 216-217 4 e gamma TOAGLA16VSL_RA3 Onderzoek financieel gesteund door de Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij, Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling

Nadere informatie

Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen

Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen KW 0112 Door: ing. H.W.G. Floot Inleiding In de teelt van biologische aardappelen gelden specifieke regels van

Nadere informatie

Verbetering rendement suikerbietenteelt

Verbetering rendement suikerbietenteelt IRS Postbus AA Bergen op Zoom www.irs.nl / [email protected] Inhoud presentatie Project Verbetering rendement bietenteelt Verbetering rendement suikerbietenteelt resultaten opvallende zaken 7 Bram Hanse Project

Nadere informatie

VELDSLA ONDER GLAS 2015

VELDSLA ONDER GLAS 2015 VELDSLA ONDER GLAS 2015 Zaaidichtheid 4 e gamma (winter 2015-2016 ) TOAGLA15VSL_TT01 Onderzoek financieel gesteund door GMO. Doel Nagaan wat de invloed is van de zaaidichtheid op opbrengst en geel blad.

Nadere informatie

Is spuiwater een volwaardig alternatief voor minerale meststoffen in de aardappelteelt?

Is spuiwater een volwaardig alternatief voor minerale meststoffen in de aardappelteelt? Is spuiwater een volwaardig alternatief voor minerale meststoffen in de aardappelteelt? J. Bonnast (BDB), W. Odeurs (BDB) Samenvatting Het optimaliseren van de teelttechniek is een uitdaging voor iedere

Nadere informatie

3. Rassenproef knolvenkel voorjaarsteelt

3. Rassenproef knolvenkel voorjaarsteelt 3. Rassenproef knolvenkel voorjaarsteelt 3.1 Doel In deze proef werden diverse rassen vergeleken in de vroege teelt voor wat betreft, plant- en gewaskenmerken, ziektegevoeligheid, alsook oogst- en opbrengstgegevens.

Nadere informatie

MLHD onkruidbestrijding in suikerbieten. ing. K.H. Wijnholds en ing.h.w.g. Floot, PAV-NNO

MLHD onkruidbestrijding in suikerbieten. ing. K.H. Wijnholds en ing.h.w.g. Floot, PAV-NNO MLHD onkruidbestrijding in suikerbieten Door: ing. K.H. Wijnholds en ing.h.w.g. Floot, PAV-NNO Inleiding MLHD betekent Minimum Letale Herbicide Dosering. De MLHD-methode stelt akkerbouwers in staat om

Nadere informatie

Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien.

Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien. Toepassing van Agro-Vital en Agriton bemestingsproducten in de teelt van zaaiuien. In opdracht van: Agro-vital/Agriton Molenstraat 10-1, 8391 AJ Noordwolde Fr, The Netherlands Uitgebracht door: N.G. Boot

Nadere informatie

22a Grondbewerkingssystemen voor de teelt van wintertarwe EH 0623 Door: ing.h.w.g. Floot

22a Grondbewerkingssystemen voor de teelt van wintertarwe EH 0623 Door: ing.h.w.g. Floot 22a Grondbewerkingssystemen voor de teelt van wintertarwe EH 0623 Door: ing.h.w.g. Floot Inleiding In de tarweteelt is de grondbewerking een belangrijke kostenpost. Vooral bij monocultuur wintertarwe komt

Nadere informatie

Verslag geleide bestrijding wortelvlieg 2016

Verslag geleide bestrijding wortelvlieg 2016 Verslag geleide bestrijding wortelvlieg 2016 In het kader van IPM ondersteunt Inagro ook dit jaar opnieuw de worteltelers bij de geleide bestrijding van de wortelvlieg. Na de zaai van de wortelen, kwam

Nadere informatie