DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4
|
|
|
- Lander de Backer
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 - 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen de grondbewerkingen en de uitzaai in goede omstandigheden? Hebben we een groeizaam seizoen gekend of was er veeleer schade door een vrij droge zomer? Hoe is het met de ziektedruk geweest? Hebben de bieten- en de cichoreivelden een goede opbrengst- zowel plantkundig als financieel - gebracht? Welke gewasbeschermingsmiddelen deden het goed en welke rassen sprongen eruit? Om op al deze vragen een bevredigend antwoord te geven werken wij, PIBO-Campus, samen met o.a. de Vlaamse overheid afdeling duurzame landbouw, het KBIVB en Beneo-Orafti. Proeven werden aangelegd om de nodige gegevens te kunnen verzamelen zodat tijdens de volgende teeltseizoenen van suikerbieten en cichorei rekening kan gehouden worden met de resultaten en de opmerkingen van de proeven. In ieder geval biedt de brochure die u nu in de hand hebt weer een hele brok actuele informatie over de teelt van twee toch wel belangrijke gewassen voor de Haspengouwse akkerbouwer. We hopen dan ook dat u met deze informatie het volgende seizoen weer aan de slag kunt gaan om een goed product op de markt te brengen, met aandacht voor de rendabiliteit van de teelt en de kwaliteit van het milieu. Medewerkers PIBO-Campus vzw
2 - 2 - INHOUD DEEL 1: SUIKERBIETEN De resultaten van de suikerbietenrassen in De opbrengsten Resultaten ALLE velden voor de nematodentolerante rassen in De aanbevolen rassen in IPM in de bietenteelt Checklist IPM voor alle sectoren Situatie in de bieten doorheen het netwerk waarnemingsvelden van het KBIVB Inleiding Proefopzet Waarnemingsveld Tongeren Waarnemingsveld Horpmaal Situatie van de bieten in 2013 (Bron KBIVB) Bespreking van de schimmelziekten Meeldauw Bruine roest Cercospora Ramularia Rhizoctonia Rhizomanie Violetwortelrot Nieuwe technieken bij ploegloos suikerbieten telen Proefopzet Perceelsgegevens Aangelegde objecten Waarnemingen Opbrengstresultaten Bespreking DEEL 2: CICHOREI Rassenproef cichorei Proefopzet Perceelsgegevens Waarnemingen Bespreking Proef teelttechniek Proefopzet Perceelsgegevens Waarnemingen en tellingen Oogstresultaten Besluit Schietersproef cichorei Proefopzet Perceelsgegevens Waarnemingen Besluit... 57
3 Onkruidbestrijdingsproef cichorei Proefopzet Perceelsgegevens Proefprotocol onkruidbestrijding Waarnemingen Opbrengstresultaten Bespreking Groeicurveproef Proefopzet Perceelsgegevens Plantendichtheid Groeicurve Bespreking Fungiciden- en bladmeststoffenproef Proefopzet Perceelsgegevens Oogstresultaten Bespreking Oligo-elementenproef Proefopzet Perceelsgegevens Oogstresultaten Bespreking DEEL 3: BIJLAGE...73 DEEL 4: PRODUCTEN EN ACTIEVE STOFFEN Herbiciden Fungiciden Insecticiden Varia
4 - 4 - DEEL 1: SUIKERBIETEN 1. De resultaten van de suikerbietenrassen in 2013 In 2013, werden de rhizomanierassen uitgezaaid in een beperkt aantal proefvelden waaronder Saint- Gérard, Avernas-le-Bauduin, Barry en Sint-Blasius Boekel. De «nematoden»-rassen werden bestudeerd in Limont, Gingelom, Avernas-le-Bauduin, Thisnes, Saint-Amand, Ligne, Helkijn en Sint- Goriks-Oudenhove, waarvan de helft van de proeven een aaltjesbesmetting had. De rhizoctoniaproeven werden aangelegd in Kortemark, Oudenburg, Assenede, Tielt-Winge en Cambron. Koude lente De koude lente en de droge en koude oostenwind hebben de veldopkomst negatief beïnvloed, zowel in kwaliteit als in de eindopkomst. Bij sommige zaadomhullingen hebben de kiemlobben zich moeilijk kunnen vrijmaken waardoor een laag plantenaantal bekomen werd en planten een stengel als een kurketrekker vertoonden, dit voor sommige rassen van de firma Strube maar eveneens SESvanderhave en Florimond Desprez. Algemeen lag de veldopkomst dit jaar ongeveer planten lager dan de voorbije jaren, weliswaar lager voor sommige zaadloten. Voor alle rassen was de jeugdontwikkeling traag tot in juni, dit werd wel gecompenseerd door een goede groei in de zomermaanden. Schieters Ondanks het aanhoudend koude weer tot in de maand juni bleef het aantal schieters, voor de bieten gezaaid in april, redelijk laag. Wel werd voor sommige rhizomanie-rhizoctonia rassen een hoger aantal schieters waargenomen (tot meer dan 1000 /ha), vooral in het Westen van het land. Bladziekten Dit jaar is gekenmerkt door een late en trage ontwikkeling van de bladschimmelziekten. Het aantal percelen die een bespuiting vergden voor 15 augustus is zeer laag, en ook in de proefvelden werd slechts 1 proef op 2 behandeld (enkel late rooi). De rasgevoeligheid voor witziekte en cercospora kon in enkele onbespoten waarnemingsproeven waargenomen worden. Bij de nieuwe rassen hebben GondolaKws, LisannaKws en Marjolaine een interessant ziekteresistentie profiel. Wij herinneren u dat de fungicidebehandeling uitgevoerd wordt in functie van het verschijnen van de ziekten in de proeven. Ter bevordering van de rasresistentie wordt de behandeling een week uitgesteld na het behalen van de ziektedrempel en niet uitgevoerd wordt indien de oogst in de 45 dagen gepland is. Grondtarra De rooiomstandigheden waren goed tijdens de eerste weken, maar door de hoeveelheid regen in Hengouwen en het westen van het land werd de situatie kritischer in oktober en november. De grondtarra lag dan ook hoger (tot meer dan 8 ton/ha). Dit raseigenschap kon in enkele proefvelden goed gemeten worden. In deze moeilijke omstandigheden lieten rassen zoals Rubens, Columbus, Prodige, Escault, Steel en Carreau toe om 2 ton/ha grond minder te vervoeren. Wij herhalen dat het gepubliceerde financieel potentieel de boete voor grondtarra aan 10 /ton omvat.
5 - 5 - Nematoden Ondanks de koude lente was het effect van de nematoden reeds vroeg in de zomer zichtbaar, ook in licht besmette percelen. De invloed van nematoden in de diepere lagen is nogmaals bevestigd, met een significant effect op de opbrengst. Het ras LisannaKWS heeft zijn resultaten zowel naar potentieel als inkomen in sterk besmet perceel bevestigd.
6 De opbrengsten De proeven werden geoogst vanaf 20 september in goede omstandigheden, en zeer moeilijk beëindigd in Hengouwen na midden november. Zoals in de praktijk lag het suikergehalte op een goed niveau (rond 18 Z) buiten de eerste proefvelden in de Vlaanderen met een iets lager suikergehalte. De grondtarra varieerde tussen minder dan 3 ton/ha tot meer dan 8 ton in de nattere leemgronden geoogst begin november. Resultaten van de rhizomanierassen in 2013 (4 velden) (willekeurige volgorde van de rassen) schieters wortels netto veldopkomst grondtarra suikergehalte witsuiker financieel ONBESMET % /ha t/ha t/ha % t/ha (1) Husky Rambler Rubens* Goodwood Benno* Coyote RosalindaKws SabrinaKws TimotheaKws Candimax Pasteur* Mercator EleonoraKws Magellan BernadettaKws Prodige Texel Escault Columbus* GondolaKws BanderaKws BTS BTS Tyler ClaudettaKws Mintaramax Lsd (1) relatieve cijfers ten opzichte van getuige (EleonoraKws, RosalindaKws, Rambler, TimotheaKws, Mercator, Prodige)
7 - 7 - suikergehalte Resultaten 2013 Rhizomanie BTS370 Goodwood BernadettaKws BTS880 ClaudettaKws BanderaKws GondolaKws Rambler Rubens Candimax EleonoraKws TimotheaKws Columbus Coyote Benno Texel Magellan SabrinaKws Pasteur Tyler Husky Escault Mintaramax RosalindaKws Mercator Prodige Financieel Euro/ha Fig.1 resultaten van de «rhizomanierassen» in 2013 getest in gezonde percelen zonder nematoden, bevestigd door een bodemanalyse van de laag 0-60 cm. (100 = getuige rhizomanie)
8 Resultaten ALLE velden voor de nematodentolerante rassen in Voor de publicatie van de resultaten van de nematodentolerante rassen, gebruiken wij de opbrengsten «alle velden» en de opbrengsten in de «besmette» velden. Voor deze laatsten is de situatie duidelijk: aanwezigheid van nematoden in de bodemlaag 0-60 cm (tussen 300 en 3000 eieren en larven/100 g in de proefsites). Resultaten ALLE velden voor de nematodentolerante rassen in (willekeurige volgorde van de rassen) schieters wortels netto veldopkomst grondtarra suikergehalte witsuiker financieel ALLE velden financieel BESMET perceel % /ha t/ha t/ha % t/ha (2) (2) KassiaKws Charly* Bengal Perruche Gandhi Baloo Sanemax Balear LisannaKws LouellaKws Adler* Rentamax Biscay Steel Cassini* Greenmax Euromax Marjolaine Carreau Lsd (2) relatieve cijfers ten opzichte van referentie (Baloo, LouellaKws, KassiaKws, Rentamax, Gandhi)
9 resultaten nematoden 2013 (alle velden) suikergehalte Greenmax LouellaKws Biscay Cassini KassiaKws Gandhi Carreau Charly Baloo Bengal Perruche Euromax Marjolaine Adler Balear LisannaKws 96 Sanemax Steel 94 Rentamax Financieel Euro/ha Fig.2 resultaten van de «nematodenrassen» in 2013 (links) getest in «alle velden» situatie. Deze gemiddelde resultaten houden tevens rekening van het opbrengstpotentieel van de rassen in alle omstandigheden alsook de tolerantie bij hoge besmetting. (100=referentie nematoden)
10 De aanbevolen rassen in 2014 Met de keuze van een ras, wil men zich in 2014 verzekeren van een maximale productiviteit, kwaliteit en economisch potentieel van het gezaaide bietenperceel. Maar kennen we onze percelen? De keuze van het juiste type ras zal afhangen van de goede kennis van het perceel. En een deel van de opbrengst kan afhangen van de juiste rassenkeuze. Natuurlijk beïnvloeden andere factoren, waaronder in de eerste plaats het jaar, de opbrengst van het perceel positief of negatief. De ganse teelttechniek speelt een rol : keuze van de zaaidatum, beheer van de bemesting, kwaliteit van de zaaibedbereiding, kwaliteit van de zaai, de gewasbescherming Het financieel inkomen is anderzijds afhankelijk van de gemaakte kosten. De nematodenbesmetting kennen : een prioriteit om zijn rassen te kiezen Het is essentieel om de aanwezigheid van nematoden in het perceel vast te stellen vooraleer zijn zaad te bestellen voor de zaai Tijdens de groei van de vorige bietenteelt moeten een aantal indicatoren worden geanalyseerd om de aanwezigheid van nematoden in zijn percelen vast te stellen : - Tragere groei van de bieten in haarden. - Aanwezigheid van verwelkte haarden tijdens de zomer. - Lokaal of algemeen magnesiumgebrek. - Wortelopbrengsten lager dan het gemiddelde. - Aanwezigheid van witte cysten op de haarwortels einde juni. Indien de visuele symptomen niet werden bevestigd door de aanwezigheid van witte cysten op de bieten, wordt een bodemanalyse aanbevolen. Men kan best de laag 0-60 cm bemonsteren om het probleem te kwantificeren. In aanwezigheid van nematoden zal een tolerant ras aanbevolen worden indien de analyse meer dan 200 eieren en larven / 100 g grond bepaalt of indien de indicatoren werden waargenomen tijdens een voorgaande teelt. Voor de zaai 2014 breidt het gamma van de nematodentolerante rassen uit tot meerdere rassen ingeschreven einde Ook dit jaar zijn er nieuwe inschrijvingen voorzien ter verbetering van de opbrengst met meerdere punten. De best presterende rassen hebben het potentieel van onze beste rhizomanierassen bereikt
11 De aanbevolen rhizomanie rassen Bevestigde rassen Husky Rambler Goodwood Benno RosalindaKws TimotheaKws Candimax Pasteur Mercator Magellan BernadettaKws Nieuwe rassen Prodige Texel Escault GondolaKws De aanbevolen nematoden rassen Bevestigde rassen KassiaKws Gandhi Baloo Nieuwe rassen Sanemax Balear LisannaKws Adler Rentamax Biscay Steel Cassini Na het selecteren van de gewenste resistentie, bevindt de financiële opbrengst van het ras zich altijd op de eerste plaats tussen de essentiële keuzefactoren. Enkele andere kenmerken worden vaak geanalyseerd om specifieke problemen aan te pakken : - De rijkheid : het ras kan helpen met een tekort aan rijkheid aan te vullen, te wijten aan het perceel, maar gedeeltelijk; - De bodembedekking : interessant in de gronden waar de bodembedekking de latere onkruidopkomsten moet voorkomen; - De resistentie voor bladziekten : de resistentie biedt flexibiliteit bij fungicidenbehandelingen. - De lage grondtarra kan de aanklevende grond en de reiniging van de bieten bij het laden beperken.
12 Rhizomanie-rhizoctonia rassen Alvorens de keuze te maken voor een ras resistent voor rhizoctonia bruinwortelrot, zal men eerst de risicofactoren aanwezig op het perceel moeten bestuderen : - Een (frekwente) rotatie met maïs, vooral korrelmaïs. De inwerking van onverteerde materie is een verzwarende factor; - Gebrek aan bodemstructuur, door rooiingen uitgevoerd in vochtige omstandigheden, zelfs tijdens de laatste 5 jaar; - Aanwezigheid van rhizoctonia bruinwortelrot geïdentificeerd op het perceel. Het gebruik van een resistent ras sluit de aanwezigheid van rotte bieten niet uit maar verzwakt ze sterk. Bij aanwezigheid van rhizoctonia violetrot biedt het gebruik van bieten resistent voor rhizoctonia bruinwortelrot geen oplossing. In geval van vermoeden van sterke aantasting van rhizoctonia (hoewel moeilijk te voorspellen), biedt het ras Vedeta een sterkere resistentie, maar een lager productiepotentieel. Meerdere rhizoctonia rassen hebben een hogere neiging tot schieten. «De resistente rassen bieden geen oplossing indien zij niet gepaard gaan met passende landbouwkundige maatregelen : rotatie, respect voor de structuur, optimale ph en beredeneerde bemesting. Resultaten van de aanbevolen rhizomanierassen (2011-) (willekeurige volgorde van de rassen) bladgezondheid suikergehalte Witziekte Cercospora Ramularia roest wortels netto Grond tarra bodembedekking inkomen onbesmet (3) (2) (1) (1) (1) (1) Bevestigde rhizomanierassen Husky Rambler Goodwood Benno RosalindaKws TimotheaKws Candimax Pasteur Mercator Magellan BernadettaKw s lsd Nieuwe rhizomanierassen Prodige Texel Escault GondolaKws lsd
13 Resultaten van de aanbevolen rhizoctoniarassen (willekeurige volgorde van de rassen) bladgezondheid roest wortels netto Grond tarra inkomen onbesmet (3) (2) (1) (1) (1) (1) Bevestigde rhizoctoniarassen Vedeta IsabellaKws Zorro Iguane lsd Resultaten van de aanbevolen nematodentolerante rassen (2011-) (willekeurige volgorde van de rassen) bladgezondheid suikergehalte Witziekte Cercospora Ramularia roest wortels netto Grond tarra bodembedekking suikergehalte Witziekte Cercospora Ramularia bodembedekking inkomen ALLE velden (3) (2) (1) (1) (1) (1) Bevestigde nematodentolerante rassen KassiaKws Gandhi Baloo lsd Nieuwe nematodentolerante rassen Sanemax Balear LisannaKws Adler Rentamax Biscay Steel Cassini lsd
14 IPM in de bietenteelt
15 - 15 -
16 - 16 -
17 - 17 -
18 - 18 -
19 - 19 -
20 - 20 -
21 - 21 -
22 - 22 -
23 - 23 -
24 - 24 -
25 Checklist IPM voor alle sectoren Zie bijlage 3, p 74
26 Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet vzw PVBC Programma Voorlichting Bieten Cichorei [email protected] - met de steun van de Vlaamse overheid - DLV Departement Landbouw en Visserij; ADLO - Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling - Voorlichting 4. Situatie in de bieten doorheen het netwerk waarnemingsvelden van het KBIVB 4.1 Inleiding Dankzij de oproep van het KBIVB naar externe waarnemers sinds 2006 kon het netwerk waarnemingsvelden aanzienlijk verbreed worden. In 2013 telt dit netwerk ongeveer 55 bieten- en 20 cichoreivelden en wordt opgevolgd door een veertigtal bietentelers, landbouwkundigen, gepensioneerden, studenten, medewerkers van het KBIVB, van het PIBO-Tongeren, van de CHPTE- CEFA (Borgworm) en van de CARAH (Aat). Sinds 2007 gebeurt de wekelijkse verzending van de waarnemingen naar het KBIVB via een on-line formulier dat rechtstreeks ingevuld wordt op de Website van het Instituut. Deze website (Web site KBIVB ( > Waarnemingsvelden) geeft ook alle informatie over de uit te voeren waarnemingen. Geïnteresseerde kandidaten om mee te werken aan deze teeltopvolging, kunnen dit nog steeds melden bij KBIVB ([email protected]). De waarnemingen geven een beeld van de ontwikkeling van de teelt en van de problemen in alle streken, en laten toe zo snel mogelijk de eventuele noodzaak te bepalen om een behandeling aan te bevelen tegen een plaag of een ziekte. Indien dit vereist is wordt een behandelingsadvies onmiddellijk verspreid via de volgende kanalen: - de website van het KBIVB: - de verzendingsdienst per (gratis, op aanvraag via - de landbouwpers, de landbouwkundige diensten van de suikerfabrieken en de provinciale diensten. De berichten worden meestal op dinsdag aangepast en in kritieke perioden meerdere keren per week (bvb. bij aantastingen door bietenkevers, bladluizen of bladschimmelziekten). Deze berichten bevatten ook meer algemene aanbevelingen (bemestingsadvies, grondvoorbereiding, vorstschade, onkruidbestrijding, afdekken van de bietenhopen,...).
27 Nieuwe info via kaarten op website: Vanaf 2009 worden de gegevens afkomstig van de waarnemingsvelden alsook andere meldingen, grafisch medegedeeld via kaarten. Gedurende het seizoen 2013 verschenen de volgende kaarten. In het voorjaar : een kaart met de veldopkomst en een kaart met de melding van schade in de jonge bieten. Een kaart met de ontwikkeling van de bladschimmelziekten werd vanaf eind juni uitgegeven en wekelijks (of dagelijks) aangepast. De aanwezigheid van de verschillende ziekten, alsook het bereiken van de spuitdrempel kon gevisualiseerd worden per veld. Deze kaarten laten iedereen toe de situatie in de bietenvelden te volgen, nationaal maar ook in eigen regio. Een uitleg over de keuze van de kleuren wordt gegeven op de website zelf. Voorbeeld : kaart met de ontwikkeling van de bladschimmelziekten eind juli 2013 Gelijkaardige kaarten worden ook opgesteld voor de cichoreiteelt.
28 Proefopzet De meeste waarnemingsvelden zijn gewone praktijkvelden waarin tellingen en waarnemingen door de landbouwers of anderen uitgevoerd worden. 4.3 Waarnemingsveld Tongeren Perceelsgegevens a. Voorvrucht: wintertarwe gevold door Gele mosterd b. Groenbemester maaien c. Ploegen tijdens de winter d. Afslepen akker e. Zaaidatum: f. Zaaiafstand: 21 x 45 cm g. Onkruidbestrijding: - vooropkomst: 2 l/ha Pyramine (niet IPM) naopkomst: 1 e Dianal 160 0,75 l/ha + Treto 500 0,2 l/ha + Metatron SC 0,5 l/ha + Vegelux 0,5 l/ha e Dianal l/ha + Treto 500 0,3 l/ha + Metatron SC 0,5 l/ha + + Vegelux 0,5 l/ha e Dianal 160 1,2 l/ha + Treto 500 0,3 l/ha + Metatron SC 0,75 l/ha + Vegelux 0,5 l/ha + Aminomix 0,5 l/ha e Betanal Elite 1 l/ha + Metatron SC 0,5 l/ha + Frontier Elite 0,5 l/ha + Aminomix 0,5 l/ha e Dianal 160 0,75 l/ha + Treto 500 0,25 l/ha + Metatron SC 0,5 l + Dual Gold 0,5 l/ha + h. Bemesting: boor 2 l/ha + Aminomix 0,5 l inzaai van gele mosterd, goed ontwikkeld chemische stikstof: - Kali 60% K2O 300E stikstofindex: 145 (normaal) - stikstofbehoefte: 154 E/ha (norm 150 E/ha) - stikstofgift vlak voor zaai 150 E/ha Ontledingsuitslag van de bouwlaag op 11/12/2013 Bepaling Uitslag ontleding Streefzone Beoordeling Grondsoort 40 Leem ph-kcl 6.7 6,5-7,0 Gunstig C in % (humus) ,2-1,6 Normaal Fosfor (P) Tamelijk hoog Kalium (K) (potas) Tamelijk hoog
29 Magnesium (Mg) Normaal te laag t.o.v. kalium Calcium (Ca) Normaal Natrium (Na) 1.1 3,4 6,7 Laag f. fungicide: Spyrale 1 l/ha Waarnemingsveld Horpmaal Perceelsgegevens a. Voorvrucht: Wintertarwe b. Groenbemester = gele mosterd zeer sterk ontwikkeld c. Ploegen jan 2013 d. Zaaidatum: e. Zaaiafstand: 20 cm x 45 cm f. Ras: Husky g. Onkruidbestrijding: - grondbewerking: Pyramin 3 l/ha naopkomst: 1 e : Dianal l/ha + Treto cc/ha + Metatron SC 0,5 l/ha + actirob 0,5 l/ha e : Dianal l/ha + Treto cc/ha + Metatron SC 0,5 l/ha + actirob 0,5 l/ha e : Dianal l/ha + Treto cc/ha + Goltix 0,5 l/ha + Pyramin 0,5 l/ha e : Dianal l/ha + Treto cc/ha + Goltix 0,75 l/ha + Venzar 0,15 l/ha + Frontier Elite 0,4 l/ha h. Insectenbestrijding: Poncho Beta i. Bemesting: 10 ton/ha runderstalmest 20 ton/ha runderdrijfmest op de akker EN/ha vloeibare N voor zaaibedbereiding j. Fungicide: Spyrale 1 l/ha
30 Situatie van de bieten in 2013 (Bron KBIVB) Zaai en opkomst Februari 2013 werd gekenmerkt door een lange periode van koude en vorst (16 dagen vorst te Ukkel). Toch was de koude minder intens dan in Hierdoor waren in het voorjaar nog talrijke gronden zeer koud en/of nat onder de oppervlakte. Tijdens de vorstperiode van januari en februari werden nog enkele percelen geploegd wat resulteerde in een algemene goede bodemtoestand. Het herfstploegen is daarentegen afgeplat door de hevige regens van december Tijdens de tweede week van maart werd nog een koudeperiode waargenomen met hevige sneeuwval en minima aan de grond tot - 10 C afhankelijk van de plaats. In verschillende bietenstreken van het land werd de allereerste zaai uitgevoerd op woensdag 6 maart. Tijdens de eerste week van maart werden aan de Kust en in de Antwerpse polders een honderdtal hectaren bieten gezaaid. Door de bijzonder moeilijke weersomstandigheden (hevige sneeuwval en algemene nachtvorst) van half maart konden de zaaiwerkzaamheden noch de grondbewerkingen aangevat of verdergezet worden. In de laatste week van maart werden daar waar de grond het toeliet slechts enkele honderden hectaren gezaaid en dit in koude omstandigheden. Op 2 april waren er ongeveer 360 ha suikerbieten uitgezaaid wat overeenstemt met minder dan 1% van de voorziene oppervlakte voor Het droge weer van begin april heeft talrijke landbouwers aangezet om de zaai van hun bieten te hervatten in vrijwel alle bietenstreken. Toch was het ook tijdens deze periode nog vrij koel (gem. temperatuur te Ukkel: 2,8 C) met op sommige plaatsen lichte nachtvorst en een zwakke tot matige wind uit het Noorden, Noord-Oosten. Op maandag 8 april waren er in totaal ongeveer ha uitgezaaid, dit is ± 57% van de voorziene oppervlakte voor De 50-zaaidatum (50% van de oppervlakte gezaaid) valt in 2013 op 07/04. De gemiddelde 50-zaaidatum van de laatste twintig jaar is ongeveer 11 april. De 50-zaaidata van de laatste 5 jaar zijn: 28/03 in 2012, 27/03 in 2011, 15/04 in 2010, 05/04 in 2009 en 20/04 in Vanaf 9 april waren er opnieuw doortochten van regens waardoor de zaaiwerkzaamheden in alle streken werden vertraagd. Op maandag 15 april waren er in totaal ± ha wat overeenkomt met 71,5% van de voorziene oppervlakte voor De bieten die begin maart gezaaid werden bereikten op 15/04 ongeveer 100 graaddagen en bevonden zich op dat moment in het stadium gekiemd in de grond, maar nog niet opgekomen. De allereerste opkomsten van de bieten alsook de opkomst van de eerste onkruiden waren vanaf 15 april goed zichtbaar vanwege de optimale kiemingsomstandigheden gekend tijdens het weekend van april. De eerste FAR-interventie moet voor onkruiden gebeuren in het stadium witte draad of niet ontplooide kiemlobben en dit onafhankelijk van het stadium van de bieten. Volgens de gegevens verstrekt door de Landbouwkundige Diensten van de suikerfabrieken, blijkt dat in 2013: - De rassen tolerant voor rhizoctonia bruinwortelrot gebruikt worden op ± 8,5% van het areaal, (8,5% in 2012; 8% in 2011; 7,3% in 2010; 7% in 2009; 5,2% in 2008). - Het gebruikte percentage rassen tolerant voor het bietencystennematode toeneemt met 17,7% van het areaal (11,8% in 2012; 8% in 2011 en 2010; 7% in 2009; 5,6% in 2008). - Het percentage zaad behandeld met een insecticide in de omhulling (behandeling van zaad op basis van Poncho Beta of Cruiser&Force) 98,8% bedraagt in 2013 (98,5% in 2012; 97,8% in 2011; 97% in 2010; 95% in 2009 en 88% in 2008).
31 Zoals sinds 2010, het gebruikte percentage «geactiveerd» zaad praktisch 100% van de loten bereikt (90% in 2009). Op maandag 22 april waren er in totaal ± ha uitgezaaid, dit is ± 93,8% van de voorziene oppervlakte voor De voorziene oppervlakte voor 2013 bedraagt ha, dit zou een daling van 2,5% zijn ten opzicht van De zaai werd beëindigd op maandag 29 april. De bietenoppervlakte bedroeg ha in 2012; ha in 2011; ha in 2010; ha in 2009 en ha in In totaal werden er ± 110 ha herzaaid ten gevolge van en afhankelijk van het geval, een oppervlakkige korstvorming, schade door emelten of larven van kniptorren, winderosie, het gebruik van verouderd zaad of ontoereikende herbicidebehandelingen. De ontwikkeling van de bieten gezaaid begin april verloopt langzaam maar over het algemeen goed. Toch was april 2013 een beetje koeler dan normaal. De gemiddelde temperatuur te Ukkel bedroeg 9,0 C (norm. : 9,8 C). Het was bijzonder droog, met 25,8 mm neerslag te Ukkel (norm. : 51,3 mm). Talrijke velden werden in april getekend door een oppervlakkige droogte die in vele gevallen de opkomst heeft benadeeld. De velden geploegd in het voorjaar vertoonden over het algemeen een betere opkomst. Deze kan ook afhangen van het ras en/of de zaadactiveringsbehandeling. De regenbuien van begin mei waren zeer welkom, ook al hadden zij een zeer variabele intensiteit afhankelijk van de plaats. Eveneens waren deze regendoortochten zeer gunstig voor de doeltreffendheid van de onkruidbestrijdingsbehandelingen. De ontwikkeling van de bieten verloopt normaal maar langzaam, doordat de temperaturen iets te fris zijn voor het seizoen. De som van de graaddagen bereikte op 21 mei ± 500 graaddagen sinds begin april (te Ukkel). Men moet er minstens 800 tot hebben opdat de bieten de rijen zouden sluiten. Hierdoor worden er echter grote verschillen in opkomstpercentages en ontwikkelingssnelheid waargenomen afhankelijk van de percelen (vaak na de vorming van een oppervlakkige korst na de zaai) en de zaaivoorbereiding, maar ook afhankelijk van de rassen en hun genetische oorsprong.
32 Plagen en ziekten in het voorjaar De meest voorkomende zichtbare schade was de schade door klein wild (hazen, fazanten, duiven, konijnen, ) die de kiemplanten soms gelijk met de grond hadden afgegeten in het kiembladstadium. De symptomen zijn jonge bietenplantjes met kiemlobben die halfweg of zelfs bijna gelijk met de grond doorgesneden zijn. Indien de groeiknop nog aanwezig is, zal deze plant normaal gezien overleven en zal nog alle kansen hebben om zich terug te herstellen. Door de zeer droge en warme weersomstandigheden die we kenden op 7 mei werden er vluchten van bietenkevers en/of aardvlooien waargenomen in meerdere velden. Bietenkevers zijn zeer kleine kevers (1,5 tot 3,5 mm), langwerpig en donker bruin van kleur. Aardvlooien zijn kleine kevers (2 tot 2,5 mm), glanzend metallic blauw, met gespierde en verdikte achterpoten waardoor zij grote sprongen kunnen maken. Half mei werd er weinig schade door plagen gemeld. Er werd wel een sporadische aanwezigheid van insecten gemeld. De meest voorkomende zichtbare schade was de schade door klein wild (hazen, duiven, ) die de kiemplanten soms gelijk met de grond hadden afgegeten in het kiembladstadium. Plagen en ziekten - toestand zomer Op 6 augustus werden er enkele zeer zwakke symptomen van witziekte, cercospora en ramularia waargenomen in 6 velden van het netwerk van waarnemingsvelden van het KBIVB. Phoma werd eveneens waargenomen maar slechts in 1 veld. Deze secundaire bladziekte wordt vaak verward met ramularia. De behandelingsdrempel voor de bladziekten werd nergens bereikt. Geen enkele fungicidebehandeling is momenteel gerechtvaardigd, noch aanbevolen. Tijdens de week 32 (van 05/08 tot 12/08), werd een geringe aanwezigheid van witziekte, cercospora, ramularia en roest waargenomen in ±40% van de velden van het netwerk van waarnemingsvelden van het KBIVB. Tot op heden werd de behandelingsdrempel bereikt in 5% van de waarnemingsvelden (3 velden op ±60 wekelijks opgevolgde velden). Het is nu dus aanbevolen om uw percelen te observeren en de aanwezigheid na te gaan van ziekten die schadelijk zijn voor de opbrengst van de biet. In geval van twijfel over de identificatie, aarzel niet om contact op te nemen met uw landbouwkundige of met het KBIVB.
33 Ziekte Schadedrempel of spuitdrempel Witziekte 15 % Roest 15 % 15%= 7 8 aangetaste bladeren per 50 bladeren Cercospora 5 % Ramularia 5 % 5% =2 3 aangetaste bladeren per 50 bladeren Half augustus hebben 25 % van de velden van het netwerk in de waarnemingsvelden de behandelingsdrempel bereikt. Op dat moment werd zeer gering witziekte en cercospora waargenomen. Ramularia en roest zijn eveneens zeldzaam en ontwikkelingen zeer weinig. Wel was het aanbevolen om individuele velden te controleren op eventuele aanwezigheid van bladziekten. Tijdens de voorlaatste week van augustus hebben 50 % van de velden van het netwerk in de waarnemingsveldende behandelingsdrempel bereikt. Op dat moment werd zeer gering witziekte en cercospora waargenomen. Ramularia en roest zijn eveneens zeldzaam en ontwikkelingen zeer weinig. Wel was het aanbevolen om individuele velden te controleren op eventuele aanwezigheid van bladziekten. Bijzonderheden anno 2013 Vorstschade De koude van 20 en 21 april, met plaatselijk temperaturen dicht bij de 0 C (op 1 m van de grond), vormde een risico voor vorstschade. Toch werd er in geen enkel waarnemingsveld vorstschade waargenomen. De symptomen van vorstschade zijn bietenplantjes met een volledig zwart en uitgedroogd stengeltje ter hoogte van het grondoppervlak. Men moet enkele dagen wachten om te zien of de gedeeltelijk bevroren kiemplanten de kans hebben om zich te herstellen. Indien deze schade slechts sporadisch voorkomt dan noodzaakt dit zeker geen herzaai. Herzaai is slechts noodzakelijk vanaf een plantenbezetting van < 20 planten/10 meter waargenomen in verschillende zones van het veld. Het meest gevoelige stadium van de biet voor vorst is het stadium «kiemblad boven de grond, maar niet ontvouwen» («crosse stadium»). Wanneer de kiembladeren ontvouwen zijn, is de jonge biet relatief bestand tegen lichte nachtvorst (-1 tot -2 C). Een gemiddelde van ± 120 graaddagen (= som van de gemiddelde dagtemperaturen) is nodig om de eerste bietenopkomsten waar te nemen. Dit aantal van 120 graaddagen is gebaseerd op de gemiddelde dagtemperaturen waargenomen sinds de zaaidatum. Een volledige opkomst is zichtbaar na ± 250 graaddagen. De gemiddelde dagtemperaturen waargenomen te Ukkel zijn beschikbaar op de website van het KMI.
34 Rupsen van nachtvlinders Rupsen van nachtvlinders worden gemeld, vaak in de rand van velden vanaf begin juli. De jonge rupsen (1ste ontwikkelingsstadium : ±1 cm) zijn moeilijk te zien en laten zich op de grond vallen van zodra ze verstoord worden. Na ± dagen, in een meer gevorderd ontwikkelingsstadium (ontwikkelingsstadium 5 of 6 : 3 tot 4 cm) zijn ze meer vraatzuchtig maar voltooien al snel hun ontwikkeling. De behandelingsdrempel, zelden bereikt, komt overeen met 3 tot 4 rupsen/plant. De rupsen zijn ongevoelig voor de behandelingen in het laatste stadium van ontwikkeling (stadium 6) en in het verpoppingsstadium. Ze worden ook bejaagd door insectenetende vogels (leeuweriken, mezen, ). De laatste aantasting die plaatselijk een behandeling rechtvaardigde in België dateert van Vanaf dinsdag 23 juli kondigden het KMI en andere weermodellen voor de komende dagen nog extreme hitte aan. In sommige velden beginnen de bieten te lijden onder de hitte en aanhoudende droogte. Het is normaal dat de bladeren overdag verwelken zolang ze maar herstellen tijdens de koelte van de nacht. De komst van vluchten van de gamma-uil (Autographa gamma, trekvlinder uit het Zuiden) werd waargenomen vanaf eind juni in verschillende teelten. De eerste rupsen in de eerste larvale stadia en dus zeer moeilijk te zien, werden begin juli gemeld. In deze stadia laten de kleine rupsen (0,5 tot 1 cm) zich op de grond vallen van zodra ze verstoord worden. Eind juni waren er talrijke velden met zichtbare aantastingen door rupsen, maar in verschillende mate (gaten in de bladeren, uitwerpselen op de bladeren, volledig opgegeten bladeren). Vele waarnemingsvelden van het KBIVB vertonen geen of minimale schade die geen behandeling rechtvaardigen. De rupsen zijn momenteel in de larvale stadia 4 of 5 en worden zeer vraatzuchtig. Het laatste larvale stadium (stadium 6, minder vraatzuchtig) moet worden bereikt op het einde van juli of begin augustus. De rupsen gaan vervolgens in het verpoppingsstadium (kokon vastgemaakt met witte draden aan de bladeren). De insecticidenbehandelingen hebben weinig effect op het stadium 6 en geen effect op het verpoppingsstadium. De nieuwe vlinders komen uit vanaf midden augustus en moeten normaal terugkeren naar hun land van oorsprong. Een tweede generatie van rupsen zou niet gezien worden in onze streken. Een behandeling lijkt economisch gerechtvaardigd indien alle planten lichte schade vertonen, met uitbreiding of indien belangrijkere schade wordt waargenomen op ½ van de planten of in grote cirkels, met actieve rupsen. In dit geval moet de behandeling onverwijld worden uitgevoerd. Ze zal idealiter gebeuren laat in de avond of vroeg in de ochtend, periodes wanneer de rupsen het meest actief zijn. De erkende producten tegen rupsen zijn hetzij op basis van lambda-cyhalothrine, hetzij op basis van deltamethrine. Lees aandachtig de productlabels om de te gebruiken dosis te respecteren. Deze verschilt naargelang de formuleringen. Opbrengsten proefrooiingen De resultaten van de eerste bemonstering van de suikerfabrieken op 5 augustus geven een gemiddelde suikeropbrengst die momenteel ± 7,1 t/ha bedraagt. Deze lag rond 10 t/ha in 2009 en 2011 maar slechts op 6,8 t/ha in De suikeropbrengst is 0,5 ton lager dan de gemiddelde opbrengst van de laatste 10 jaar (7,6 t/ha), en 1,0 ton lager dan de gemiddelde suikeropbrengst van de laatste 5 jaar (8,1 t/ha). De suikeropbrengst is het resultaat van een wortelgewicht van 48 ton/ha en een suikergehalte van 14,7 Z. Deze cijfers zijn 4 ton wortels en 0,7 Z lager dan de gemiddelden van de laatste 5 jaar (52 t/ha en 15,4 Z). De bladmassa is dit jaar normaal, met 54 ton/ha, wat 14 ton lager is dan in 2012, en vergelijkbaar met de gemiddelden van de laatste 5 of 10 jaar. De verhouding
35 bladmassa/wortel is gelijk aan 1,12 en is iets hoger dan de gemiddelde waarden van de laatste 5 of 10 jaar (resp. 1,06 en 1,04). De resultaten van de tweede bemonstering van de suikerfabrieken op 19 augustus geven een gemiddelde suikeropbrengst die momenteel ± 9,3 t/ha bedraagt. Deze lag rond 12,2 t/ha in 2009 en 2011 en op 9,3 t/ha in De suikeropbrengst is 0,3 ton lager dan de gemiddelde opbrengst van de laatste 10 jaar. De suikeropbrengst is het resultaat van een wortelgewicht van 58 ton/ha en een suikergehalte van 16,0 Z. De toename tijdens de laatste 14 dagen bedraagt 1,4 Z en 9,8 ton wortels. Dit komt overeen met een verhoging van de suikeropbrengst met 2,2 ton suiker/ha, of 159 kg suiker/dag. Deze toename ligt in het gemiddelde. De bladmassa is constant gebleven tijdens de laatste 14 dagen. De resultaten van de derde bemonstering van de suikerfabrieken op 2 september geven een gemiddelde suikeropbrengst die momenteel ± 11,0 t/ha bedraagt. Deze lag rond 14,0 t/ha in 2009 en op 11,1 t/ha in De suikeropbrengst is 0,3 ton lager dan de gemiddelde opbrengst van de laatste 10 jaar. De suikeropbrengst is het resultaat van een wortelgewicht van 66,5 ton/ha en een suikergehalte van 16,6 Z. De toename tijdens de laatste 14 dagen bedraagt 0,6 Z en 8,4 ton wortels. Dit komt overeen met een verhoging van de suikeropbrengst met 1,7 ton suiker/ha, of 123 kg suiker/dag. Deze toename ligt lager dan het gemiddelde (135 kg suiker/dag). De bladmassa is gedaald tijdens de laatste 14 dagen.
36 Bespreking van de schimmelziekten Meeldauw, bruine roest, cercospora, ramularia en de wortelschimmelziektes rhizoctonia, violetwortelrot en rhizomanie 6.1 Meeldauw Symptomen en schade Meeldauw of witziekte, kwam dit jaar meer voor dan de voorbije jaren. De bladeren worden in de loop van de zomer met een witte, stofachtige poederlaag bedekt. Ze blijven aanvankelijk groen, worden daarna geelachtig wit en drogen bij zware aantasting uit. Onder bepaalde omstandigheden verschijnen, te midden van de witte poederlaag, korrels. Eerst geel van kleur en vervolgens zwart. De ziekte komt aanvankelijk op afzonderlijke planten voor, maar verspreidt zich daarna snel over het ganse perceel. De aanwezigheid van de schimmel op de bladeren vermindert de werking van de bladgroenkorrels en veroorzaakt daardoor opbrengstverliezen. Beschrijving De witte poederlaag bestaat uit een stelsel van schimmeldraden. Voor de ontwikkeling is warmte nodig (beste temperatuur 20 C), vandaar het late optreden in de zomer. Bij zeer gunstige omstandigheden verschijnt de ziekte omstreeks de tweede helft van juli, in noordwest Europa pas in de maand augustus. De afwisseling van droge en vochtige perioden schijnt eveneens een belangrijke factor bij de ontwikkeling van de conidiosporen te zijn, die zich verspreiden en de ziekte overbrengen. Dit wordt bevorderd door dauw en irrigatie. De korrels die zich bij een vergevorderd stadium tussen het mycelium bevinden, zijn kleine sporenbevattende organen, die de schimmel in staat stellen ongunstige perioden te overleven. 6.2 Bruine roest Symptomen en schade Vanaf het begin van de zomer verschijnen kleine oneffenheden van ongeveer 1 mm doorsnede en roodoranje tot bruin gekleurd op beide zijden van de bladschijf. Deze oneffenheden bevatten een fijn roodbruin poeder, dat uit schimmelsporen bestaat. Tegen het eind van de vegetatieperiode ziet men ook op de bladstelen elliptisch gevormde vlekken ontstaan. De schade die door deze ziekte wordt veroorzaakt, is zelden van betekenis. Bij zware aantasting kan de vroegtijdige uitdroging van bepaalde bladeren een opbrengstderving veroorzaken. De aantastingen vinden in het algemeen aan het eind van de zomer plaats, gelijk met andere bladschimmelziekten, zoals de meeldauw. Beschrijving De symptomen van de voorjaarsroest komen overeen met het eerste ontwikkelingsstadium van de schimmel die dan ecidiosporen voortbrengt. Deze sporen vormen nieuwe plekken op dezelfde plant of de omliggende planten, die op hun beurt uredosporen (zomersporen) bevatten. De bruine sporen die aan het eind van de zomer worden gevormd, heten teleutosporen. Ze dragen zorg voor de overwintering van de schimmel. De sporen in de roestplekken zijn bolvormig, met een doorsnede van ongeveer 1/100 mm en ze vertonen onder de microscoop rondom kleine puntjes. Een overmaat aan stikstof schijnt de ontwikkeling van deze ziekte te bevorderen.
37 Cercospora Symptomen en schade Op de bladeren verschijnen talloze ronde grijze vlekken, omgeven met een rode of bruine rand. Naarmate de aantasting vordert, vermeerderen de vlekken zich en veroorzaken een volledig verdrogen van de aangetaste bladeren. Bij vochtig weer ontstaan in het midden van de vlekken zwarte puntjes, omgeven door een grijze viltlaag, in het bijzonder aan de onderzijde van de bladeren. De eerste symptomen verschijnen hier en daar op enkele planten en deze vormen een haard vanwaar de ziekte zich over het gehele perceel verspreidt. Bij sterke aantastingen wordt het volledige bladapparaat vernietigd, de plant reageert vervolgens door nieuw blad te vormen dat ook weer wordt aangetast. De kop wordt hoger. Hierdoor kunnen aanzienlijke verliezen aan wortelgewicht en suikergehalte worden veroorzaakt. Beschrijving De ziekte wordt veroorzaakt door cercospora beticola, een schimmel die zich systematisch door de plant verplaatst. De besmetting van de plant ontstaat door een spore die in warme en vochtige omstandigheden op een blad ontkiemt. De schimmeldraden dringen door de opening van een huidmondje in het blad en groeien door het weefsel. Enkele dagen na de besmetting vormen zich kleine vlekjes op de bladeren gevolgd door de ontwikkeling van zwarte puntjes en de grijze viltlaag, waarin de sporendragers voorkomen, die de lange en meercellige sporen van de schimmel dragen. Deze sporen, die door de regen worden verspreid, brengen de ziekte over op de omringende planten. Vochtigheid en warmte (temperaturen boven 17 C) zijn nodig om de schimmel te doen ontwikkelen. De sporen blijven in de plant en op het zaad gedurende lange tijd levenskrachtig. Dit is de reden waarom het risico op aantasting bij een kortere rotatie met bieten groter is. 6.4 Ramularia Symptomen en schade De schimmel veroorzaakt grijze tot bruinachtige vlekken, die soms door een donkere bies omrand zijn. In het algemeen zijn ze groter en onregelmatiger dan de vlekken van cercospora. Daarenboven verschijnen in de Ramularia-bladvlekken spierwitte puntjes. Dit zijn de sporendragers die door de huidmondjes uit het blad steken en de sporen dragen. Zware aantastingen leiden tot volledige uitdroging van de bladeren, waarbij verliezen van de suikeropbrengst of van het zaad bij zaaibieten ontstaan. Beschrijving De ontwikkeling van deze schimmel vindt plaats bij relatief lage temperaturen en zelfs tijdens de winter (beste temperatuur 17 C). De bemesting kan slechts in vochtige omstandigheden plaatsvinden (relatieve vochtigheid meer dan 95 %) en wel door middel van de schimmeldraden die vanuit een spore in de huidmondjes binnendringen. 15 dagen later heeft de schimmel zich in het blad ontwikkeld en treden de eerste symptomen op. De schimmel kan blijven voortbestaan in dode bladeren en in de bodem.
38 Rhizoctonia Een veel voorkomend probleem de voorbije jaren, was de schimmelziekte rhizoctonia. Symptomen en schade Deze ziekte, die door een bodemschimmel wordt veroorzaakt, ontwikkelt zich pleksgewijs in bietenvelden. In eerste instantie verwelken de planten en vervolgens sterft het blad langzamerhand geheel af. Op het bovenste deel van de bietenwortel ontstaat een bruine verrotting die meer of minder diep doordringt, naargelang van het ontwikkelingsstadium van de ziekte. Beschrijving De schimmel overleeft in de grond in de vorm van sclerotiën, waaruit zich schimmeldraden ontwikkelen, die het worteloppervlak aantasten en daarna geleidelijk dieper doordringen en de verrotting veroorzaken. Deze ziekte kan zich vrij vroeg openbaren en wordt in haar ontwikkeling versneld door een hoge bodemtemperatuur, slechte structuur en een overmaat aan vocht. Economische betekenis De schade beperkt zich in het algemeen tot enkele haarden in het veld, maar bij een vroege aantasting kunnen de bieten volledig vernield worden. De sclerotiën blijven in de grond zeer lang levenskrachtig. Bij iedere teelt van waardplanten in de vruchtafwisseling treedt de ziekte weer op en kan ze zich verder verspreiden. Goede mogelijkheden tot bestrijding zijn verbetering van de bodemstructuur en vermindering van het aantal waardegewassen in de vruchtopvolging. Aardappelen en een groot aantal groentegewassen, zoals wortelen, bonen, boerenkool en schorseneren, worden door bepaalde rassen van deze schimmel aangetast. 6.6 Rhizomanie Symptomen en schade De virusziekte rhizomanie (rhizo = wortel, manie = gekheid) is gekenmerkt door een abnormaal sterke ontwikkeling van zijwortels op de hoofdwortel. De hoofdwortel vertraagt daardoor sterk in zijn ontwikkeling en vertoont meestal een typische insnoering naar de worteltip toe. Naast de kenmerkende wortelsymptomen zijn er ook aanwijzingen van een virusinfectie op het bladniveau. Geïnfecteerde planten verwelken vlugger bij droogtestress. Bij het begin van de zomer gaan de bladeren opkrullen. De bladnerven kunnen over hun volledige lengte vergelen. De bladsymptomen zijn soms van tijdelijke aard en kunnen na enige tijd verdwijnen. De typische bruinverkleuring van de vaatbundels kan na dwarsdoorsnede van de wortel uitsluitsel geven betreffende een rhizomanie-infectie. De schade aangericht door deze ziekte kan zeer ernstig zijn. In een aangetast perceel zijn meestal een groot deel van de planten geïnfecteerd. De wortels zijn slecht gevormd en zeer klein. De opbrengst daalt drastisch zowel op het niveau van wortelgewicht als suikeropbrengst. Een daling onder het niveau van 12 % suiker is niet ongewoon.
39 Beschrijving Het organisme verantwoordelijk voor deze ziekte is een staafvormig viruspartikel (Beet Necrotic Yellow Vein Virus). Enkel via de vector Polymyxa Betae (bodemschimmel) kan het virus de suikerbietenplanten besmetten. De geografische verspreiding en de evolutie van het besmette areaal worden enkel en alleen bepaald door de vector. Bij een overmaat aan water (irrigatie, lager gelegen velden) en hoge temperaturen kan de ziekte zich snel verspreiden op een veld dankzij de zwemsporen van de vector. Een slechte bodemstructuur bevordert eveneens de verspreiding van de ziekte. Economische betekenis Rhizomanie is een bedreiging voor de suikerbietenteelt. Mochten er geen bestrijdingsmiddelen voorhanden zijn, dan zou de teelt in sommige streken onmogelijk zijn geworden. Mede de zeer lage opbrengst en de duurzame overleving van de vectorsporen in de grond vormen de grootste bedreiging. Het gebruik van rhizomanietolerante/resistentie suikerbietenrassen is op dit ogenblik de enige mogelijkheid om een normale opbrengst te bekomen in besmette velden. Grondontsmetting lost slechts tijdelijk het probleem op en is bovendien economisch niet verantwoord. In de afgelopen 20 jaar is de ziekte gestaag uitgebreid en is momenteel aanwezig in alle landen waar extensief aan suikerbietenteelt wordt gedaan. In Frankrijk bijvoorbeeld werd ze voor het eerst waargenomen in de streek van Alsace en recent ook ten zuiden van het bekken van Parijs en in de Côte d Or. Opmerking Recentelijk onderzoek in Nederland toonde aan dat op steeds meer plaatsen een variant van het rhizomanievirus (AYPR) de resistentie van bestaande suikerbietenrassen doorbreekt. Symptomen van resistentiedoorbraak Aanvullende resistentie is in principe alleen nodig als u suikerbieten gaat telen op een perceel waar bij de vorige suikerbietenteelt met een rhizomanieresistent ras veel blinkers (>2-5%) waren of waar blinkers in plekken of stroken bij elkaar stonden. Een blinker is een bietenplant die de symptomen heeft van rhizomanie. Ook als u op uw bedrijf de afgelopen jaren deze symptomen in een rhizomanieresistent ras al meerdere jaren achter elkaar waarnam, is aanvullende resistentie aan te raden. Ook dit jaar zijn er op diverse locaties door heel Nederland percelen met veel blinkers, vaak in plekken en stroken. Aanvullende resistentie al beschikbaar Alle kwekers werken hard aan rassen met aanvullende resistentie tegen rhizomanie. Momenteel staat er op de rhizomanierassenlijst in Nederland één ras met aanvullende resistentie: Sandra KWS. We hebben het getoetst op de standaardrassenproefvelden op opbrengst en kwaliteit. Uit klimaatkamertesten van het IRS blijkt dat vermeerdering van de AYPR-variant in dit ras minimaal is. Dit geeft aan dat de aanvullende resistentie het virus beheersbaar maakt. 6.7 Violetwortelrot Symptomen en schade De symptomen verschijnen in het algemeen pas laat en worden gekenmerkt door verwelking van het blad. Plekken met aangetaste planten verschijnen in het veld, die vooral bij droogte goed zichtbaar zijn. Op de wortel ontstaan paarse, oppervlakkige en min of meer omvangrijke vlekken, die met een
40 viltachtige schimmellaag bedekt zijn en zich over een groot deel van de biet kunnen verspreiden. De verrotting onder deze vlekken kan meer of minder diep doordringen. In geval van ernstige aantasting is de wortel in zijn geheel verrot. Beschrijving De veroorzaker is een bodemschimmel, die jaren in de grond kan overleven, dankzij sclerotiën. Deze kleine, bolvormige en zeer resistente lichaampjes kunnen gedurende minstens 7 jaar levensvatbaar blijven. Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, ontwikkelt de schimmel zich op de huid en later ook in het binnenste van de biet. Langzaam verspreidt deze zich door de bodem van de ene plant naar de andere. Deze ziekte komt in het algemeen pas laat tot ontwikkeling en leidt zelden tot het afsterven van de plant. Meestal wordt de ziekte pas bij het rooien ontdekt. Deze schimmel tast eveneens andere cultuurplanten aan, zoals luzerne, klaver en aardappelen. Een zekere mate van bodemverdichting en een slechte structuur zijn de voornaamste omstandigheden, die de ontwikkeling van deze ziekte begunstigen. Economische betekenis Deze ziekte neemt zelden ernstige vormen aan. Aantasting mag echter niet veronachtzaamd worden, omdat de schimmel zijn ontwikkeling voortzet op de bieten in de opslag en daarbij snel naburige wortels kan besmetten, waardoor aanzienlijke verliezen bij bewaring kunnen ontstaan. Deze ziekte komt algemeen voor op verschillende grondsoorten. Beheersing Er zijn geen directe maatregelen te nemen tegen violetwortelrot. Ook de rassen die resistent zijn tegen rhizoctonia kunnen last hebben van violetwortelrot. Om dit te voorkomen, moet de structuur van het perceel op orde zijn. Ook kent violetwortelrot veel waardplanten, waaronder distels en aardappelen. Het verbeteren van de structuur en een goede bestrijding van de distels in alle gewassen kan helpen om de schade te beperken. Noteer de plaats van de plekken met violetwortelrot in de aantekeningen van het perceel. Zelf herkennen? Om violetwortelrot zelf te herkennen kunt u de biet schoonmaken. Dit kan met water en een klein borsteltje of afwasborstel. Wanneer u de biet vervolgens laat drogen op kamertemperatuur wordt het paarse schimmelpluis veel beter zichtbaar in ongeveer 1 à 2 dagen.
41 Nieuwe technieken bij ploegloos suikerbieten telen Ondersteund door provincie Limburg 7.1 Proefopzet De bodem is een samenhangend complex, waarbij de volgende zaken van belang zijn: bodemvruchtbaarheid (fysisch, chemisch en biologisch), bodemweerbaarheid en bodembiodiversiteit. In het huidige Vlaamse beleid worden de verschillende bodemaspecten nog te vaak afzonderlijk belicht. Duurzaam bodembeheer is nog onvoldoende gekend en de praktijktoepassing ervan kan nog sterk verbeterd worden. De doelstelling is om in dit project na te gaan of de recent ontwikkelde machines voor onze regio s een compromis kunnen bieden tussen bestrijding van erosie enerzijds en bodemverdichting anderzijds door enkel de grond los te maken in de zaailijn waar er gezaaid wordt ook wel strip tillage genoemd. Strip tillage werd tot nu toe enkel toegepast in droge gebieden van Brazilië, Argentinië en USA. Recent worden machines om deze techniek toe te passen ook aangeboden in onze gebieden. Uit dit project zal blijken of deze techniek perspectieven biedt voor de Limburgse akkerbouwers. Aangelegde Objecten: - Ploegen in de wintermaanden - Beperkte grondbewerking met vaste tand in de wintermaanden - Beperkte grondbewerking in de wintermaanden met een specifieke machine die de grond enkel bewerkt in de zaailijn waar de bieten zullen gezaaid worden (Strip Tillage najaar) - Directe inzaai (geen grondbewerking) 7.2 Perceelsgegevens a. Voorvrucht: Wintertarwe + gele mosterd b. Mosterd klepelen c. Zaaidatum: d. Zaaiafstand: 19 x 45 cm e. Ras: Adler f. Onkruidbestrijding: - Vooropkomst: pyramin 2,5 l/ha - naopkomst: 1 e Kemifam Super 0,6 l/ha + Treto500 0,3 l/ha + Goltix 1 l/ha + olie 0,3 l/ha e Kemifam Super 1 l/ha + Treto500 0,35 l/ha + Goltix 0,75 l/ha + Pyramin 0,5 l/ha + olie 0,5 l/ha + Fusilade 0,4 l/ha e Dianal 160 1,75 l/ha + Treto500 0,4 + Goltix 0,75 l/ha + Venzar 0,2 + Frontier Elite 0,2 l/ha + Aramo 0,6 l/ha e Dianal 160 1,75 l/ha + Treto500 0,25 l/ha + Goltix 0,5 l/ha + Frontier Elite 1 l/ha + boor 2 l/ha g. Bemesting: - Organische bemesting: 10 ton/ ha varkensdrijfmest Chemische stikstof: - Stikstofgift vlak voor zaai 100 E N/ha E N/ha Kali: - 50 E K/ha + 20 E Mg/ha + 20 Na h. Insectenbestrijding: zaaizaadbehandeling met Pocho Beta
42 i. Fungicidebehandeling: Geyser 0,5 l/ha j. Oogstdatum: k. Ontleding suikerbieten Aangelegde objecten Tabel 1 : Verschillende bodembewerkingen in de objecten. nr Objecten Datum bewerking winterperiode Type bewerking voorjaar Datum bewerking Voorjaar 1 Zonder voorbewerking winter / 2 Ploegen Kompactor Voorbewerking vaste tand winter Strip Till Waarnemingen Opkomsttellingen en percentage bodembedekking De tellingen gebeurden in 4 herhalingen op 22/05/13 op afgebakende stukken van 20 m. Tabel 2 : Geeft het opkomstpercentage en het percentage bodembedekking van de objecten weer. nr Object Opkomstpercentage (22/05/2013) % bodembedekking 1 Ploegen 88 0 % 2 Vaste tand % 3 Strip till % 4 Geen bewerking % % van de bodem dat bedekt wordt door de resten van een groenbemester
43 Onkruidtellingen Het verschil in onkruiddruk tussen de drie objecten was verwaarloosbaar. In het voorjaar konden we geen verschil waarnemen in onkruiddruk tussen de verschillende objecten. Dit bleef zo tot bij de oogst Onkruidbieten Tabel 3: Aantal onkruidbieten bij de verschillende grondbewerkingen geteld op Object Aantal onkruidbieten/ha Ploegen Vaste tand Striger Geen bewerking Opbrengstresultaten Tabel 4 : geeft de opbrengstresultaten weer van volgende objecten: ploegen en beperkte grondbewerking. De proef werd uitgevoerd in vier herhalingen. Teelttechniek Netto wortelopbrengst kg/ha % suiker kg suiker/ha % Vertakte bieten Ploegen , Vaste tand , Striger , Geen bewerking , Bespreking De voorvrucht van deze teelt was wintertarwe. Na de oogst werd er drijfmest (10 t/ha varkensdrijfmest) geïnjecteerd, waarna gele mosterd als groenbemester werd gezaaid. Deze groenbemester had zich normaal ontwikkelt en werden verbrijzeld op half januari. Op 15 januari werden de objecten ploegen, voorbewerking vaste tand cultivator en strip till aangelegd. De bodem was op dat moment licht bevroren en bijgevolg goed berijdbaar. Deze bodembewerkingen werden uitgevoerd met als doel na te gaan hoe het mogelijk is zonder ploegen de bodem voldoende
44 snel kunnen laten opdrogen in het voorjaar en of het mogelijk was om door middel van minimale grondbewerking (strip till) en geen bewerking suikerbieten te telen. Op 9 april werden de verschillende objecten gezaaid. We merkten toen wel dat de bodem in het object NKG zonder voorbewerking een stuk natter/plakkeriger was dan in de andere objecten. Doordat er een sterke noordoosten wind heerste die dagen gecombineerd met zonneschijn droogde de bovenlaag van de bodem snel op. Op 9 april werd de bodem in het object ploegen zaai klaar gelegd door middel van 2 bewerkingen met een Lemken Kompaktor (zie Tabel 1). Vlak vóór de zaai werd er ook 100 E N meegegeven vollevelds. Door de sterke winter was de bodem van de objecten die winterbewerkingen hadden gehad goed uitgevroren. Bij de zaai van deze objecten was het zaad dan ook goed bedekt door fijne/vochtige grond. Dat vertaal zich ook in het opkomstpercentage (zie Tabel 2). Tijdens de zaai van het object zonder bewerking was het reeds duidelijk dat het zaad, niet tegenstaande dat er gezaaid werd met een aangepast zaaimachine (schijven), slecht tot niet bedekt was. Dit vertaald zich ook in het opkomstpercentage van dit object. Na de zaai was er ook verschil te zien in % bovenliggende groenbemester resten. Dit percentage is het laagst bij ploegen (0%) en het hoogst bij geen bewerking ( %). Na het toepassen van het onkruidbestrijdingschema bleek er geen verschil te zijn tussen de objecten in het aantal resterende onkruiden. Ook werd het aantal onkruidbieten op het perceel geteld. Aangezien in het verleden nogal onkruidbieten aanwezig waren op het perceel was de veronderstelling dat hoe intensiever de grondbewerking gebeurde hoe meer schieters er zouden aanwezig zijn. Bij geen bewerking werd verwacht nauwelijks onkruidbieten te vinden. Uit de tellingen van 17 juli 2013 bleek dat ploegen het meeste onkruidbieten had, en strip till het laagste (zie Tabel 3). Uit de opbrengstresultaten (Tabel 4) blijkt dat de wortelopbrengst per hectare in het object winterbewerking met de vaste tand hoger is dan de overige objecten. Het suikergehalte varieerde niet tot nauwelijks tussen de objecten onderling en is dan ook te verwaarlozen. Het gemiddeld suikergehalte is 18,3 %.
45 DEEL 2: CICHOREI Proeven in samenwerking met het Landbouwcentrum, afdeling bieten-cichorei (L.C.B.C.) met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet) en de Vlaamse overheid Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (Ir. A. Demeyere en medewerkers). Dit teeltjaar werd op de PIBO Campus een proefperceel aangelegd i.v.m. teelttechniek, schieters en onkruidbestrijding en rassen. Verder werden er bij landbouwers nog verschillende proeven aangelegd. Volgende proeven werden uitgezaaid: Teelttechniek: o o o o o o o o Vals zaaibed (bonalan 8l/ha) Rotoreg + rol Compactor Zaaidiepte Zaaidata Ruggen (demonstratief) Schietersproef Melci Chrysolite Schietersproef o 15 rassen Onkruidbestrijdingsproef o Onkruidbestrijdingsproef met opbrengstbepaling (doeltreffendheid) Rassenproef o Rassenproef (12 rassen) op vlakke zaai met 3 rooidata te Oreye (machinale rooiing) Groeicurveproef o Ras: Chrysolite o Vanaf begin augustus-half oktober (2 wekelijks) Kwaliteitsproef o 15 rassen o Vanaf begin augustus-begin december (wekelijks)
46 Rassenproef cichorei Proef in samenwerking met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet) en landbouwer Suchy. 1.1 Proefopzet Vergelijking van groei, inulinegehalte, productie en economische waarde van twaalf rassen. In het kader van resistentieonderzoek wordt de aantasting van witziekte en roest per ras nagegaan. Enerzijds worden de rassen onderzocht op rendement en worden ze machinaal geoogst, anderzijds worden ze onderzocht op kwaliteit en worden ze manueel gerooid. De proef wordt op dit perceel in 4 herhalingen uitgezaaid met als doel te kunnen rooien in september, oktober en november. 1.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: spelt gevolgd door gele mosterd b Geploegd c Afslepen akker d Zaaibedbereiding o Onderwerken bonalan met compactor o 2 x compactor e Zaaidatum f Zaaiafstand: 10,5 x 45 cm g Ras: zie tabel 1 h Bemesting: - Chemische: kg/ha kali 60 % EN/ha E Nitra 27 % i Onkruidbestrijding: - Voor zaai: Bonalan 8 l/ha Vooropkomst: Kerb 1 l/ha + Legurame 1,5 l/ha Na-opkomst: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, L = Legurame) 1. S: 8 g/ha + K: 0,3 l/ha + L: 0,5 l/ha S: 10 g/ha + K: 0,3 l/ha + L: 0,5 l/ha S: 15 g/ha + K: 0,5 l/ha + L: 1 l/ha + Treto 500: 0,05 l /ha S: 10 g/ha + L: 0,5 l/ha + Treto 500: 0,05 l/ha S: 10 g/ha + L: 0,5 l/ha + Treto 500: 0,06 l/ha + Frontier Elite: 0,06 l/ha S: 7 g/ha + L: 0,5 l/ha + Treto 500: 0,07 + Frontier Elite: 0,1 l/ha Frontier Elite: 0,5 l/ha Schoffelen k Fungicide: - Geyser: 0,5 l/ha l Machinale rooien (zie tabel 2)
47 Waarnemingen Tellingen en opbrengst Tabel 1: Opkomsttellingen Groep Ras Aantal planten/ha 1 Diabolus, Selenite, Proefras Dacapo, Orchies, Krips Melci, Canzona, Dolce, Diesis, Cadence, Proefras Tabel 2: Het opbrengstresultaat (kg/ha) per ras van de machinale rooiïngen (Holmer vorken- /scharenrooier) op 3 verschillende tijdstippen. Holmer vorken vorken scharen Groep 05/09/13 19/10/13 16/11/13 Gemiddeld Gemiddeld Bespreking De machinale rooiïngen hebben op drie tijdstippen plaatsgevonden met een Holmer vorken- /scharenrooier. Dit systeem zorgt ervoor dat de punten van de cichorei beter uit de grond gehaald worden. Op de markt bestaan er echter verschillende rooisystemen (rooivorken, aangedreven rooischaren, aangedreven rooischaren met diepwoelertanden en oppelwielen), met elk zijn voor- en nadelen. Vaak zijn deze voor- en nadelen sterk afhankelijk van de klimatologische omstandigheden en het bodemtype. Uit een voorgaand onderzoek bleek dat machinaal rooien resulteerde in een opbrengstdaling van ± 10 à 15 % wat wijst op het belang van een juiste machineafstelling. Vanwege de heterogene eindopkomsten (tabel 1) welke te wijten zijn aan de zaaibedbereiding (dwars over de geploegde bouwvoor), de zaai (meer planten in de wielsporen) en de weersomstandigheden is het statistisch niet correct om de individuele rassen onderling te vergelijken daarom werden de rassen onderverdeeld in drie groepen. De indeling gebeurde op basis van de eindopkomst. Op 5 september werd de eerste cichorei machinaal gerooid met een Holmer vorkenrooier (tabel 2). Wanneer de verschillende groepen gesorteerd worden naargelang opbrengst dan blijkt dat de onderlinge verschillen maximum kg/ha bedragen. De gemiddelde opbrengst van alle rassen bedraagt voor de eerste rooiïng kg/ha. De tweede machinale rooiïng vond plaats op 19 oktober met dezelfde Holmer vorkenrooier (tabel 2). Gemiddeld werd er bij de tweede rooiing een opbrengst bekomen van kg/ha oftewel een gemiddelde opbrengststijging van 10 % ten opzichte van de eerste machinale rooiing.
48 Op 16 november werd de laatste rooiing uitgevoerd met dezelfde rooier als de twee voorgaande keren maar dan uitgerust met scharen i.p.v. vorken. De cichorei werd ter plaatse gereinigd alvorens deze te laden om de tarra de reduceren. Deze rooiing gebeurde in slechte omstandigheden waardoor er veel puntbreuk optrad. De oorzaak van deze puntbreuken was het lage plantenaandeel waardoor de cichoreiplanten sneller dikten (brossere wortel) en dieper wortelden (fixatie in de grond). Het onderlinge maximum opbrengstverschil bedroeg hier nog kg/ha en er werd een gemiddelde opbrengst van kg/ha behaald. De verschillende rooidata tonen aan dat de opbrengsten evolueren van gemiddeld kg/ha naar kg/ha oftewel een opbrengststijging van 11 %. Tussen de onderlinge groepen zijn kleine verschillen waarneembaar maar deze zijn te miniem om correcte conclusies te formuleren.
49 Proef teelttechniek Proef in samenwerking met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet). 2.1 Proefopzet Voor het ras Chrysolite worden er verschillende teelttechnische proeven aangelegd. De aangelegde proeven zijn: - Vals zaaibed (Bonalan 8 l inwerken met canadese eg en rotoreg + rol) - Compactor - Rotoreg + rol - Zaaidiepte - Zaaidata - Ruggen (demonstratief) - Schietersproef - Melci Chrysolite 2.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: Erwten b Ploegen en klepelen van gele mosterd c Afslepen van de akker d Bonalan spuiten + inwerken canadese eg e Zaaidatum vroege zaai: f Zaaidatum late zaai: g Zaaiafstand: vlak veld: 9,6 x 45 cm h Zaaimachine voor gewone teelt: Monosem 6 rijen, de ruggenteelt werd gezaaid door een combinatie van rotoreg gevolgd door een ruggentrekker en zaaimachine Kleine 6 rijen i Ras: - Chrysolite - Melci (2 werkgangen) j Bemesting: - organische: geen drijfmest na teelt van erwten - chemische: 40 EN/ha onder vloeibare vorm
50 k Onkruidbestrijding: - voor zaai: Bonalan 8 l/ha vooropkomst: Kerb 1,25 l/ha naopkomst: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, L = Legurame, Fr = Frontier Elite, Tr = Trend) 1 e S 6 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha + L 0,5 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha+ L 0,5 l/ha e S 10 g/ha + DG 0.05 l/ha + Aminomix 1 l/ha e DG 0,1 l/ha e DG 0,1 l/ha + Fr 0,1 l/ha e DG 0,15 l/ha + Fr 0,15 l/ha Schoffelen Schoffelen l Ontledingsuitslag van de bouwlaag (21/09/2010): Bepaling Uitslag ontleding Streefzone Beoordeling Grondsoort 40 Leem ph-kcl 6,6 6,7-7,3 Tamelijk laag C in % (humus) 1,1 1,2-1,6 Tamelijk laag Fosfor (P) Tamelijk hoog Kalium (potas) (K) Normaal Magnesium (Mg) Normaal Calcium (Ca) Normaal Natrium (Na) 1,3 3,1 6,1 Laag m Fungicide: Geyser 0,5 l/ha n Machinale rooiing
51 Waarnemingen en tellingen Opkomsttellingen Tabel 1: Bij elke bewerking is er telkens op 10 meter het aantal planten geteld in rij Object vroege zaai % Opkomst ( ) % Opkomst ( ) % Opkomst ( ) Compactor, ondiepe zaai Compactor, diepe zaai Rotoreg + rol, diepe zaai Rotoreg + rol, ondiepe zaai Ruggen Melci Object late zaai % Opkomst ( ) % Opkomst ( ) % Opkomst ( ) Compactor, ondiepe zaai / 4 82 Compactor, diepe zaai / Rotoreg + rol, diepe zaai / Rotoreg + rol, ondiepe zaai / Figuur 1: Zaai cichorei
52 Oogstresultaten Tabel 2: Opbrengst teelttechnische proef PIBO (gerooid met Holmer vorkenrooier) Object vroege zaai Reiniging Lading Compactor, ondiepe zaai Nettoopbrengst (kg/ha) Tarra (%) Aantal planten/ha ja onrechtstreeks , Compactor, diepe zaai ja onrechtstreeks , Rotoreg + rol, diepe zaai Rotoreg + rol, ondiepe zaai ja onrechtstreeks , ja onrechtstreeks , Ruggen ja onrechtstreeks , Melci ja onrechtstreeks , Object late zaai Reiniging Lading Compactor, ondiepe zaai Nettoopbrengst (kg/ha) Tarra (%) Aantal planten/ha ja onrechtstreeks , Compactor, diepe zaai ja onrechtstreeks , Rotoreg + rol, diepe zaai Rotoreg + rol, ondiepe zaai ja onrechtstreeks , ja onrechtstreeks , Figuur 2: Rotoreg + rol versus compactor
53 Besluit In deze proef werden verschillende teelttechnieken voor de industriële cichoreiteelt met elkaar vergeleken. Met teelttechnieken bedoelen we de verschillende manieren van zaaibedbereiding en zaaitechniek. Reeds voor het derde jaar op rij lag er een meer uitgebreide proef aan op het PIBO. De opkomst van de cichoreiplanten verliep moeizaam zoals dit op verschillende percelen het geval was dit jaar. De trage en heterogene opkomst was te wijten aan het lange koude voorjaar enerzijds en vogelvraatschade anderzijds. Dit wordt bevestigd door de opkomstpercentages die worden weergegeven in tabel 1. In deze tabel ziet u dat er op drie momenten opkomsttellingen werden uitgevoerd. Bij de eerste telling was het onmiddellijk duidelijk dat er nog geen acceptabele opkomst werd bereikt voor de objecten die vroeg gezaaid werden. Op 14 mei 2013 werden er opnieuw opkomsttellingen uitgevoerd alsook voor de laat gezaaide objecten. Toch werd er voor geen van beide zaaidata een acceptabel opkomstpercentage bereikt daarom werden er op 28 mei 2013 opnieuw opkomsttellingen uitgevoerd. Hierbij werd er pas eind mei bij alle objecten van de late zaai een acceptabele opkomst bereikt in tegenstelling tot de vroeg gezaaide objecten waar nooit een acceptabel opkomstpercentage bereikt werd. Tussen de twee verschillende zaaidata van vlakke zaai waren er grote verschillen in kiemingspercentages waar te nemen. De vroege zaai kende een zeer heterogene opkomst waarbij de opkomstpercentages ondermaats waren terwijl de late zaai een vlottere en homogenere opkomst vertoonde. Bij de vroege zaai kende enkel het object rotoreg + rol, ondiepe zaai een betere opkomst ten opzichte van de overige objecten. Het object rotoreg + rol kiemde sneller dan het object compactor. Dit resultaat komt waarschijnlijk doordat het vochtgehalte en de vastheid (voet) in het gerolde object beter behouden werd terwijl het object compactor sneller uitdroogde door de schrale noordoostenwind. De overige vroeg gezaaide objecten kenden een zeer slechte opkomst wat zoals reeds eerder werd aangehaald enerzijds te maken had met de weersomstandigheden en de vogelvraatschade maar anderzijds dient er ook een oorzaak gezocht te worden richting het zaadlot. Bij een minder diepe zaai (met neerslag in het vooruitzicht) zullen de cichoreizaden sneller kiemen dan bij een diepere zaai (bij droge omstandigheden) maar bij beide zaaitechnieken is het van belang dat de zaden op een vaste ondergrond liggen waar capillair opstijgend vocht beschikbaar is. De ruggenteelt kiemde dit jaar traag maar zeer homogeen doordat de ruggen sneller opwarmen. Op dit proefveld werd ook Melci vergeleken met Chrysolite. Melci werd enkel vroeg gezaaid in een dichtgerold zaaibed voorafgegaan door een rotoreg. Door de vaste voet die hierbij gecreëerd werd was er een zeer vlotte en homogene opkomst. Chrysolite heeft afhankelijk van de zaaibedbereiding verschillend gereageerd op de koude weersomstandigheden. Tussen de verschillende vlakke zaaibedbereidingen kunnen we voor wat betreft de opbrengstresultaten grote verschillen detecteren bij de vroege zaai objecten. Deze opbrengstverschillen zijn te wijten aan de kiemingsproblematiek en de groeiachterstand. Bij de late zaai waren de opbrengstverschillen tussen de objecten zeer miniem wat te danken is aan de homogene opkomst tijdens het groeiseizoen. Alle cichorei werd na het rooien gereinigd om de tarra te reduceren. Zoals voorgaande proeven (2011) reeds hebben aangetoond is het toch van belang om indien er in natte omstandigheden wordt gerooid de cichoreiwortels te reinigen alvorens deze te laden. Het opbrengstverlies veroorzaakt door de reiniger wordt ruimschoots gecompenseerd door de tarrareductie.
54 Het gebruik van de schoffel juist voor het sluiten van de rijen wordt in deze streek algemeen toegepast. Bij deze proef werden enkel de kopakkers volledig geschoffeld. Dit jaar werd er geen afzonderlijk object schoffelen aangelegd maar uit voorgaand onderzoek bleek dat diep schoffelen (7 à 8 cm) geen significante invloed had op de opbrengst.
55 Schietersproef cichorei Proef in samenwerking met het landbouwcentrum bieten-cichorei (L.C.B.C.), de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet), het KBIVB en landbouwer Euben. 3.1 Proefopzet Voor de schieters anno 2013 werd gebruik gemaakt van behandeld en niet behandeld naakt zaad. Het behandelde zaad heeft een toegenomen kans om later op het seizoen door te schieten. De schieters zullen doorheen het jaar op drie manieren verwijderd worden. Enerzijds zullen manueel alle schieters uit het veld verwijderd worden, anderzijds zullen de schieters ook verwijderd worden door een cirkelmaaier en een strijker. Helaas werden er tijdens het seizoen zeer weinig schieters waargenomen (ondanks dat het zaad behandeld was om te schieters te verkrijgen) waardoor er geen opbrengstbepaling werd uitgevoerd. 3.2 Perceelsgegevens a Voorvrucht: Suikerbieten b Ploegen c Zaaibedbereiding d Zaaidatum: e Zaaiafstand: vlak veld: 8,8 x 45 cm f Zaaimachine: Accord 6 rijen g Bemesting: - organisch: zeugendrijfmest 15 ton chemische: 500 kg chloorpotas (40 %) h Onkruidbestrijding: - voor zaai: Bonalan 8 l/ha na zaai: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, Tr = Trend, Fr = Frontier Elite, L = Legurame) 1. K 1,25 l/ha + L 1,5 l/ha S 7 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha S 9 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,7 l/ha S 7 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha i Fungicide: Tapier 0,5 l/ha j Oogst
56 Waarnemingen Tellingen Tabel 1: Opkomsttelling Object Opkomst (%) ( ) Geen schieters 79 Cirkelmaaier 79 Manueel 79 Onkruidstrijkers 78 Tabel 2: Telling schieters Object Aantal schieters ( ) Aantal schieters ( ) Aantal schieters ( ) Geen schieters Cirkelmaaier Manueel Onkruidstrijkers Figuur 1: Cichoreischieter
57 Besluit Naar aanleiding van de schietersproblematiek die we kenden in 2012 werd er dit jaar een grote schietersproef aangelegd. De lage temperaturen van het voorjaar 2013 zorgden voor een abnormale groei van de cichoreiplanten. Het effect van deze temperaturen op de gezaaide zaden vormt de oorzaak van de schieters die dit jaar sporadisch in sommige velden aanwezig waren. Toch heeft het behandelde naaktzaad op het proefperceel tijdens het seizoen nauwelijks schieters opgeleverd. Voor de schietersproef werd een schietersgevoelig ras uitgezaaid. De opkomst van dit ras verliep traag maar toch redelijk homogeen (tabel 1). De schieters werden gedurende het seizoen drie maal geteld (tabel 2). De koude en sombere aprilmaand (gem. dagtemperatuur 9,0 tegen 9,2 C) en ook het begin van mei waarin ook nog enkele koude dagen voorkwamen vergroten de kans op vernalisatie. Temperaturen tussen 3 en 12 C stimuleren de schietergevoeligheid van cichorei. Hoe langer deze periode duurt hoe groter de kans op schieters. Volgens rekenmodellen waren de drempelwaarden voor vernalisatie half mei nog niet overschreden. Dit gebeurde ook niet meer aangezien de maanden nadien de normale waarden bereikt werden. Vanwege het lage aantal schieters werden de verschillende verwijdertechnieken niet uitgevoerd. Uit deze proef kan er dus geen besluit omtrent de ideale verwijdertechniek worden gevormd. Daarom zal deze proef volgend jaar opnieuw worden aangelegd hopelijk met betere resultaten.
58 Onkruidbestrijdingsproef cichorei Proef in samenwerking met het PVBC (Programma Voorlichting Bieten Cichorei, vroeger Landbouwcentrum bieten-cichorei, L.C.B.C.) met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet), de Vlaamse overheid Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling (Ir. A. Demeyere). 4.1 Proefopzet Voor het ras Melci worden twaalf verschillende onkruidbestrijdingsschema s met elkaar vergeleken. De werking van de vooruitzaai-, vooropkomst- en na-opkomstmiddelen op de onkruidflora wordt nagegaan. De proef werd aangelegd in 4 herhalingen. 4.2 Perceelsgegevens a. Voorvrucht: wintergerst b. Ploegen c. Afslepen van de akker d. Bonalan spuiten + inwerken canadese eg e. Zaaidatum: f. Zaaiafstand: vlak veld: 9,6 x 45 cm g. Zaaimachine: Monosem 6 rijen h Ras: Melci i Bemesting: - chemische: 40 EN/ha onder vloeibare vorm j Onkruidbestrijding buiten proef: - vooruitzaai: Bonalan 8 l/ha vooropkomst: Kerb 1,25 l/ha na-opkomst: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, Tr = Trend, Fr = Frontier Elite, L = Legurame) 1 e S 6 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,5 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha + Trend 0,1 l/ha e S 15 g/ha + DG 0,1 l/ha + Trend 0,1 l/ha e S 20 g/ha + DG 0,2 l/ha + Trend 0,1 l/ha + Aversis 1l/100l water e DG 0,1 l/ha e DG 0,1 l/ha + Frontier 0,1 l/ha e DG 0,15 l/ha + Frontier 0,15 l/ha Schoffelen kopakkers + randen Schoffelen k Onkruidbestrijdingsproef: - Vooruitzaai: Bonalan 8 l/ha Vooropkomst en na-opkomst: zie schema proefprotocol l Fungicide: Geyser 0,5 l/ha m Manuele rooiing
59 Proefprotocol onkruidbestrijding Tabel 1: protocol onkruidbestrijdingsproef Nr. Vooropkomst Kiemlob 1 e echt blad 1 e 2 e echte bladeren 3 e 4 e echte bladeren 5 e 6 e echte bladeren 8 e blad Datum Getuige Getuige Getuige Getuige Getuige Getuige S10 - K0.3 2 K1,25 S 5 - K 0.3- L 0,5 DG0.05 PM1 TR 0.1% S15-DG0.1- FR0.1-TR0.1% S20-DG0.2- FR0.2-TR0.1% FR0.5 3 K1.25 S 5 - K 0.3- L 0,5 S10 - K0.3 DG0.05 PM1 TR 0.1% L 0,5 S15-DG0.1- FR0.1- TR0.1%- PM2 S20-DG0.2- FR0.2- TR0.1%- PM2 FR0.5 S10 - K0.3 4 K1,25 S 5 - K 0.3- L 0,5 PM3 DG0.05 PM3 TR 0.1% S15-DG0.1- FR0.1-TR0.1% S20-DG0.2- FR0.2-TR0.1% FR0.5 5 K1,25 S 5 - K 0.3- L 0,5 S10 - K0.3 TR 0.1% S15-DG0.2- FR0.2-TR0.1% S20-DG0.2- FR0.2-TR0.1% FR0,5 6 K1,25 S 5 - K 0.3- L 0,5 S10-K0.3 -TR0.1% - Tf 0,05 S15-DG0.2- FR Tf 0.1- TR0.1% S20-DG FR0.2- TR0.1% - Tf 0,05 FR0,5 7 K1,25 S 5 - K 0.3- L 0,5 C 0,5 S10-K0.3- C 0,5 - TR0.1% S15-DG FR0.2- TR0.1% S20- DG0.2- FR0.2-TR0.1% FR0,5 8 K1,25 S 5 - K 0.3- L 0,5 C 0,5 S10-K0.3- C 0,5 - TR0.1% S15-DG0.2- C0,5 - FR0.2- TR0.1% S20-DG0.2- FR0.2- C0,5- TR0.1% FR0,5 9 K 1.25 S 5 - K 0.3- L 1 PM3 S10-K0.3-PM3 -TR0.1%- L 0,5 S15-DG0.2 PM3- TR0.1% S20-DG0.2- FR TR0.1% FR0,5 10 K 1.25 PM4 - K 0.3- L 0,5 PM4-K0.3- TR0.1% PM4-DG0.2- FR0.2-TR0.1% PM4-DG0.2- FR0.2-TR0.1% FR0,5 11 K 1.25 S 10 - K 0.3- L 1 PM3 S 15 K 0,3 PM3 L 0,5 Tr 0,1 % S 20 K 0,3- AZ 0,05 Tr 0,1 % AZ 0,07 / 12 K 1.25 PM5 S 5 - K 0.3- L 0,5 S 10 - K 0,3 - Tr 0,1 % S 15 DG 0,2 Fr 0,2 Tr 0,1 % S20-DG0.2- FR0.2-TR0.1% DG 0,5 S: Safari; Dg: Dual Gold; Fr: Frontier Elite; Tr: Trend 90; K: Kerb; Tf: Tramat flow; L: Legurame; C: CIPC; Pm1 : proefmiddel 1; Pm2 : proefmiddel 2 ; Pm3 : proefmiddel 3, Pm4 : proefmiddel 4; Pm5: proefmiddel 5
60 Tabel 2: Kostprijs schema s proefprotocol Object Schema Kostprijs excl. btw ( ) 1 Controle Micro-dose met PM Micro-dose met PM1 en PM Micro-dose met PM Referentie Referentie + Tramat F Referentie + CIPC 1 l Referentie + CIPC 4 x 0,5 l Referentie + PM PM Systeem firma Beneo-Orafti + PM Waarnemingen Opkomsttellingen De cichorei bevond zich op en op respectievelijk in het kiemlob-1 ste blad en 1 ste -2 de blad. Tabel 3: Opkomsttelling Object Schema Opkomst (%) ( ) Opkomst (%) ( ) Planten/ha 1 Controle Micro-dose met PM Micro-dose met PM1 en PM Micro-dose met PM Referentie Referentie + Tramat F Referentie + CIPC 1 l Referentie + CIPC 4 x 0,5 l Referentie + PM PM Systeem firma Beneo-Orafti + PM Gemiddeld OPM: 100 % opkomst = planten/ha (45 * 9,6 cm)
61 Tabel 4: klimatologische omstandigheden tijdens behandeling: luchtvochtigheid, temperatuur en algemeen opmerkingen. Opmerking: de werking van sulfonylureum-verbindingen is sterk gecorreleerd met de luchtvochtigheid. Datum behandeling Tijdstip Toestand bodem Temp. RV Vochtig 11,0 C 73 % Droog 5,5 C 77 % Vochtig 18 C 36 % Droog 12,1 C 69,4 % Droog 20 C 68 % Vochtig 19,9 C 75,8 % Datum behandeling Wind Wind Gem. Opmerkingen km/h 0 km/h Voor-opkomst, vochtige bodem km/h 0 km/h Kiemlob-1 blad, Aversis km/h 1 km/h 2-3 blad, 24 l regen voor bespuiting, vlak na bespuiting viel er ook regen, Aversis km/h 0 km/h 3-4 blad, geen Aversis ,5 km/h 2,5 km/h 5-6 blad, Aversis ,8 km/h 2,8 km/h 8 blad, Aversis
62 Werking onkruid Tabel 5: werking onkruid en onkruidflora op Schema Score doeltreffendheid* Controle 0,00 Micro-dose met PM1 7,00 Micro-dose met PM1 en PM2 3,25 Micro-dose met PM3 6,75 Referentie 5,75 Referentie + Tramat F 5,25 Referentie + CIPC 1 l 6,00 Referentie + CIPC 4 x 0,5 l 5,50 Referentie + PM3 4,75 PM4 5,25 Systeem firma 2,00 Beneo-Orafti + PM5 5,00 * 9: zeer goede werking, 0: geen werking Onkruiden Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Herik, Knopherik Herderstasje, Echte Kamille, Melkdistel, Herik, Knopherik, Perzikkruid Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Herik, Vogelmuur, Knopherik, Varkenskers Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Herik, Vogelmuur Herderstasje, Echte Kamille, Melkdistel, Vogelmuur, Knopherik, Varkenskers Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Herik, Vogelmuur, Varkenskers Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Herik, Vogelmuur, Akkerdistel, Knopherik, Varkenskers Herderstasje, Echte Kamille, Melkdistel, Herik, Vogelmuur, Knopherik, Uitstaande melde Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Herik, Vogelmuur, Varkenskers Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Zwarte Nachtschade, Vogelmuur, Knopherik Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Zwarte Nachtschade, Herik, Vogelmuur, Varkenskers, Uitstaande melde, Paarse dovenetel Herderstasje, Echte Kamille, Klein Kruiskruid, Melkdistel, Herik, Knopherik
63 Tabel 6: Geeft het aantal onkruiden weer per m² per object op Ctrl Micro + PM 1 Micro + PM 1 en 2 Micro + PM 3 Ref Ref + TF Ref + C1 Ref + C4x0,5 Ref + PM 3 PM 4 Sys firma Beneo- Orafti + PM 5 Herderstasje 21,25 7,75 6,75 5,00 6,00 4,75 7,00 7,00 6,75 9,00 9,25 9,00 Echte Kamille 12,50 6,00 4,25 6,75 5,50 8,75 7,75 7,00 7,00 4,50 6,25 8,00 Klein Kruiskruid 1,75 0,00 0,50 0,25 0,00 0,25 0,25 0,00 0,25 0,50 0,50 0,25 Melkdistel 4,00 7,25 6,25 5,25 3,75 4,75 2,75 2,75 4,00 5,00 4,75 5,50 Zwarte Nachtschade 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,25 0,25 0,00 Herik 1,00 0,25 0,25 0,75 0,00 1,50 0,25 0,25 1,00 0,00 1,25 1,25 Vogelmuur 0,00 0,00 1,25 1,00 1,50 0,50 1,25 0,25 0,50 1,50 1,25 0,00 Akkerdistel 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,25 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 Knopherik 0,25 1,00 0,75 0,00 0,50 0,00 0,75 0,25 0,00 1,00 0,00 0,25 Perzikkruid 0,00 0,25 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 Varkenskers 0,00 0,00 1,50 0,00 0,50 0,25 0,25 0,00 0,75 0,00 0,50 0,00 Uitstaande melde Paarse dovenetel 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,25 0,00 0,00 0,25 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,25 0,00 Tabel 7: Geeft het werkingspercentage per object object onkruiden* Ctrl Micro + PM 1 Micro + PM 1 en 2 Micro + PM 3 Ref Ref + TF Ref + C1 Ref + Ref + C4x0,5 PM 3 PM 4 Sys firma Beneo- Orafti + PM 5 Herderstasje Echte Kamille Klein Kruiskruid Melkdistel Zwarte Nachtschade Herik Vogelmuur Akkerdistel Knopherik Perzikkruid Varkenskers Uitstaande melde Paarse dovenetel * Ctrl uitgedrukt in aantal onkruiden/ha, andere objecten uitgedrukt in % werkzaamheid
64 Tabel 8: remming cichorei op Schema Score selectiviteit* Controle 9,00 Micro-dose met PM1 6,25 Micro-dose met PM1 en PM2 8,25 Micro-dose met PM3 7,25 Referentie 5,50 Referentie + Tramat F 7,50 Referentie + CIPC 1 l 6,25 Referentie + CIPC 4 x 0,5 l 7,75 Referentie + PM3 7,00 PM4 5,50 Systeem firma 8,00 Beneo-Orafti + PM5 6,25 * 9: niet geremd, 0: sterk geremd Figuur 1: optimaliseren van fytosanitaire behandelingen: doppenkeuze/luchtvochtigheid
65 Opbrengstresultaten Tabel 9: opbrengstresultaten en aantal planten geoogst per schema Object Schema Netto opbrengst/ha Planten/ha bij oogst 1 Controle Micro-dose met PM Micro-dose met PM1 en PM Micro-dose met PM Referentie Referentie + Tramat F Referentie + CIPC 1 l Referentie + CIPC 4 x 0,5 l Referentie + PM PM Systeem firma Beneo-Orafti + PM Gemiddeld
66 Bespreking Maart werd gekenmerkt door ongunstige weers- en bodemomstandigheden waardoor de uitzaai van cichorei dit voorjaar later startte dan in De bouwvoor van 2013 was op dat moment nog killer en natter dan die van In april werd het weer stabieler toch was het op dat moment nog steeds te koud voor de tijd van het jaar. Begin april is er zelfs nog nachtvorst aan de grond geweest. Er werd dan toch maar beslist om te starten met de zaaiwerkzaamheden op de proefvelden. De bonalan werd op 3 april ondergewerkt met een Canadese eg waarna de zaai van de cichorei plaatsvond op 5 april. De klimatologische omstandigheden na de zaai waren ongunstig voornamelijk door de lagere temperaturen. Deze omstandigheden bleven niet zonder gevolgen. Een trage opkomst gecombineerd met een heterogene opkomst komt meermaals voor daarnaast was er nog duivenvraatschade gedurende verschillende weken. De relatief lage temperatuur is de grootste oorzaak geweest, maar ook de droge omstandigheden kort na de zaai van de eerste percelen en de wat diepere zaai op sommige percelen (cfr diepere zaai was beter omwille van het droge voorjaar) heeft geleid tot deze lagere opkomstpercentages. Echter naargelang de streek en zaaidata zijn de opkomstpercentages soms zeer verschillend. Protocol In de onkruidbestrijdingsproef werden dit jaar 12 verschillende onkruidbestrijdingsschema s met elkaar vergeleken. Van deze 12 verschillende onkruidbestrijdingsschema s bevatten 6 schema s proefmiddelen. Deze proefmiddelen (PM 1,2,3,4 en 5) zijn nog niet erkend in de industriële cichoreiteelt enerzijds of niet erkend aan de huidige dosis en/of toepassingstijdstip anderzijds. Er werd reeds voor het vierde jaar oprij geen gebruik meer gemaakt van Asulox in de proefschema s aangezien dit product sinds januari 2013 niet meer erkend is. Een geslaagde onkruidbestrijding was een relatief moeilijke opdracht in 2013 Na de zaai werd een voor-opkomstbehandeling uitgevoerd op 10 april. De bodemmiddelen kende een relatief goede werking vanwege de vochtige bodem waar deze op toegepast werden. Er volgde echter wel geen neerslag vlak na de behandeling. De eerste na-opkomstbehandeling werd 25 dagen na de zaai van de cichorei uitgevoerd. Ondanks de vroege zaai in goede omstandigheden werd de eerste na-opkomstbehandeling toch redelijk laat uitgevoerd vanwege de trage en onregelmatige opkomst. Deze zeer heterogene opkomst was te wijten aan de frisse periode die we in april kende. De tweede na-opkomstbehandeling vond 24 dagen later plaats. In de dagen voor de behandeling viel er redelijk veel neerslag waardoor er getwijfeld werd om een bespuiting uit te voeren omwille van de bodemtoestand. Toch was op dat moment een toepassing noodzakelijk aangezien de onkruiddruk. Vandaar dat er dan toch geopteerd werd om s namiddags te behandelen bij een relatieve luchtvochtigheid van 36 % en een temperatuur van 18 C. Een optimale luchtvochtigheid bedraagt > 70 %. Deze factor is bepalend voor de werking van de contactmiddelen. Tussen de naopkomstbehandelingen zat een lang interval als gevolg van de trage ontwikkeling van de cichoreiplanten. Vlak na de tweede na-opkomstbehandeling trok er alweer een neerslagzone over onze regio. De derde en vierde na-opkomstbehandeling werden uitgevoerd bij droge omstandigheden waardoor de systemische bladherbiciden een slechtere werking vertoonden. De laatste na-opkomstbehandeling met een bodemherbicide werd eind juni uitgevoerd op een vochtige bodem.
67 Op het proefperceel was een beperkte onkruidflora aanwezig. De meest overheersende onkruiden waren herderstasje, echte kamille en melkdistel. De micro-dosissystemen hebben in het algemeen een goede onkruidwerking behalve de werking tegen melkdistel is matig. Toch resulteert een toevoeging van (proef)middelen aan de microdosissystemen niet altijd in een betere onkruidwerking. Het referentieschema werkt goed tegen herderstasje waarbij Tramat Flow een extra werking heeft tegen herderstasje. Tramat Flow biedt geen enkele oplossing voor melkdistelproblemen alsook CIPC dat slechts matig werkt tegen melkdistels. Het proefmiddel 4 en proefschema van firma X hebben een ondermaatse werking tegen herderstasje en echte kamille wel bieden deze schema s een oplossing voor herik en knopherik. Bij het object Beneo-Orafti met toevoeging van proefmiddel 5 stierven de melkdistels langzaam maar volledig af. Ook werkte dit schema positief op herderstasje en echte kamille. Dit zijn duidelijk interessante pistes die in de toekomst nog verder dienen onderzocht te worden om aldus een erkenning in de industriële cichoreiteelt te bekomen. Planten kunnen na een behandeling gedurende enkele dagen een groeistilstand of -vertraging hebben. Dit geven we aan door de remming van de verschillende schema s te scoren. De groeiremming was visueel moeilijk waar te nemen door de groeiachterstand die veroorzaakt werd door de weersomstandigheden en de duivenvraatschade. De quotatie omtrent de remming wordt per object weergegeven in tabel 7. De onderlinge verschillen zijn zeer klein: de micro-dosissystemen en de referentieschema s vertonen een zeer aanvaardbare groeiremming. Het standaard referentieschema en proefmiddel 4 vertonen een grotere groeiremming. Bij de oogst van de verschillende schema s werd gekeken naar de opbrengst per ha en het aantal geoogste wortels. Het controle-object scoort ondermaats wat betekent dat de groeiachterstand tijdens het groeiseizoen niet werd ingehaald. Tussen de verschillende schema s onderling zijn er geen opmerkelijke opbrengstverschillen waar te nemen. Algemeen kan er geconcludeerd worden voor wat de selectiviteit betreft dat de meest geremde objecten niet noodzakelijk minder opbrengen en vice versa. Ditzelfde geldt voor de doeltreffendheid.
68 5/aug 7/aug 9/aug 11/aug 13/aug 15/aug 17/aug 19/aug 21/aug 23/aug 25/aug 27/aug 29/aug 31/aug 2/sep 4/sep 6/sep 8/sep 10/sep 12/sep 14/sep 16/sep 18/sep Groeicurveproef Proef in samenwerking met de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet). 5.1 Proefopzet Voor het ras Chrysolite wordt het rendement op verschillende rooidata vergeleken. 5.2 Perceelsgegevens Zie perceelsgegevens teelttechnische proef 5.3 Plantendichtheid # planten/ha /aug 10/aug 15/aug 20/aug 25/aug 30/aug 4/sep 9/sep 14/sep 5/aug 19/aug 2/sep 18/sep 8/apr /apr Groeicurve Plantendichtheid Figuur 1: Plantenaantal ton/ha 60 Groeicurve /apr 23/apr Figuur 2: Groeicurve
69 Bespreking Bij het interpreteren van deze resultaten is het belangrijk te weten dat voor de groeicurveproef de cichorei manueel werd gerooid, waarbij dus rooiverliezen niet ingerekend worden, waardoor in de praktijk de stijging van de rendementen al vroeger afzwakt. Proeven daterend uit hebben uitgewezen dat wanneer er manueel wordt gerooid de opbrengst ± 10 à 15 % hoger is in vergelijking met wanneer er machinaal gerooid zou worden. Vanwege de koude periode in april liep de groei aanvankelijk achter op andere jaren. Na het koude voorjaar is een vrij droge en zonnige zomer gekomen die ertoe geleid heeft dat de cichorei de groeiachterstand, die het had opgelopen in het voorjaar, tegen het einde van de zomer gedeeltelijk had bijgebeend. Een belangrijk aspect dat dit jaar doorslaggevend was is de zaaibedbereiding. Er diende dit voorjaar een zaaibed gecreëerd te worden met een vaste voet (rotoreg + rol) waarin voldoende vocht aanwezig was om het cichoreizaad te doen kiemen. Bij een vroege zaai was dit aspect des te belangrijker. De opbrengst van de eerste staalname (in zaaibed rotoreg + rol) bedroeg voor de vroeg gezaaide cichorei 22,5 ton/ha en voor de laat gezaaide cichorei 19,7 ton/ha met respectievelijk planten/ha en planten/ha. Deze rooiïng gaf dan ook meteen aan dat er ons dit jaar geen topopbrengsten te wachten stonden. Bij de proefrooiïng van 2 september bedroeg de opbrengst gemiddeld 40 ton/ha. Dit was ± 10 ton/ha minder dan rond hetzelfde tijdstip vorig jaar en ± 20 ton/ha minder dan rond hetzelfde tijdstip in De opbrengsten zijn dit jaar dan ook in het algemeen aan de lage kant. Op het proefperceel werd Chrysolite uitgezaaid vanwege de twee verschillende zaaidata die bij de bespuitingen een probleem zouden kunnen vormen. Chrysolite werd reeds gedurende voorgaande jaren demonstratief beproefd. Het ras is het resultaat van een kruising van een sulfonylurea resistente witloof met een industriële cichorei. Dit ras zou dus vroeger kunnen behandeld worden met Safari wat een betere controle van de onkruidbestrijding zou toelaten.
70 Fungiciden- en bladmeststoffenproef Proef van de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet). 6.1 Proefopzet Voor het ras Chrysolite wordt nagegaan welke fungiciden en bladmeststoffen de opbrengsten positief kunnen beïnvloeden. 6.2 Perceelsgegevens a Zaaidatum: b Zaaicombinatie: Rotoreg gevolgd door ruggentrekker en zaaimachine Kleine 6 rijen c Ras: Chrysolite d Bemesting: - chemische: bladmeststof: zie tabel 1 e Onkruidbestrijding: - voor zaai: Bonalan 8 l/ha vooropkomst: Kerb 0,5 l/ha na-opkomst: (S = Safari, K = Kerb, DG = Dual Gold, L = Legurame, Fr = Frontier Elite, Tr = Trend) 1 e S 8 g/ha + K 0,3 l/ha + L 0,3 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha + L 0,3 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,05 l/ha+ Aminosol 1 l/ha e S 3 g/ha + DG 0,1 l/ha + Aminosol 0,5 l/ha e S 10 g/ha + DG 0,1 l/ha + Fr 0,1 l/ha + Aminosol 1 l/ha e DG 0,3 l/ha + Fr 0,4 l/ha f Fungicide: zie tabel 1 g Machinale rooiing: Grimme Maxtron, oppelwielen Oogstresultaten Tabel 1: Opbrengst fungiciden- en bladmeststofproef object juli aug sept rdt 2 geyser 0, pm pm1 pm pm1 geyser 0, pm1 geyser 0,5 pm pm1 pm pm1 geyser 0,5 pm pm2 pm pm2 geyser 0,5 pm pm3 geyser 0, pm (11 cm) pm4 geyser 0, gem (7 cm) pm4 geyser 0,
71 Bespreking In deze proef werden verschillende (mogelijke) fungiciden en bladmestoffen voor de industriële cichoreiteelt met elkaar vergeleken. Het merendeel van de beproefde producten staat onder de naam proefmiddel wat betekent dat deze producten momenteel nog niet erkend zijn in de industriële cichoreiteelt. De fungiciden en/of bladmeststoffen werden toegediend in juli, augustus of september. Uit de opbrengstcijfers kan men concluderen dat de cichoreiplanten positiever gereageerd hebben op de laattijdig toegediende bladmeststoffen. Om representatieve gegevens te verkrijgen dienen deze proeven herhaald te worden in 2014.
72 Oligo-elementenproef Proef van de suikerindustrie ORAFTI (Ir. Erwin Boonen, Vincent Sevrin en Jos Piffet). 7.1 Proefopzet Voor het ras Chrysolite wordt nagegaan welke bladmeststoffen de opbrengsten positief kunnen beïnvloeden en op welke manier deze het best worden toegediend. 7.2 Perceelsgegevens Zie perceelsgegevens fungiciden- en bladmeststoffenproef 7.3 Oogstresultaten Tabel 1: Opbrengst oligo-elementenproef objectnr. object pop. rdt 1 dolce dolce pm1 omhulling dolce pm2 omhulling dolce pm1 gespoten melci melci 1 pm1 6 omhulling melci 2 pm2 omhulling melci pm1 gespoten melci pm2 granulaat melci pm2 omhulling gem Bespreking In deze proef werden verschillende (mogelijke) oligo-elementen voor de industriële cichoreiteelt met elkaar vergeleken. De beproefde producten staan onder de naam proefmiddel wat betekent dat deze producten momenteel nog niet erkend zijn in de industriële cichoreiteelt. De oligo-elementen werden getest op 2 rassen en toegediend op 3 verschillende manieren. Uit de opbrengstcijfers kan men concluderen dat de cichoreiplanten mogelijk positief gereageerd hebben op de bladmeststoffen (oligo-elementen). Om representatieve gegevens te verkrijgen dienen deze proeven herhaald te worden in 2014.
73 DEEL 3: BIJLAGE Bijlage 1:
74 Bijlage 2: Lijst van de erkende herbiciden in de industriële cichoreiteelt A3 (2x) A4
75 Bijlage 3: Checklist IPM alle sectoren 1: major 100 % conform 2 : minor: 70 % conform 3(=C): aanbeveling nvt= niet van toepassing 1 Preventie van schadelijke organismen Akkerbouw Ruwvoeder, uitz maïs, voederbieten Groenten Glas-groenten Fruit 1.1 Biodiversiteit en ecologische structuren: min. 2 maatregelen uit bijlage a toepassen De teler moet voor de teelten op zijn bedrijf over informatie beschikken van de eigenschappen van de geteelde rassen en variëteiten. Op basis van deze informatie worden de rassen gekozen i.f.v. gezondheidsstatus, resistentie of tolerantie tegen belangrijke ziekten en plagen en in functie van de vraag van de afnemer nvt De akkerbouwer beschikt tenminste over de volgende lijsten. 1 nvt nvt nvt nvt Voor granen, vlas en koolzaad: lijsten opgesteld door LCG - Voor mais: lijsten opgesteld door LCV/CIPF - Voor suikerbieten en cichorei: lijsten opgesteld door KBIVB - Voor aardappelen: lijsten opgesteld door PCA, Inagro
76 Doe een visuele controle op het ziekte- en plaagvrij zijn van het aangeleverde plantenmateriaal Gebruik gezond plantenmateriaal, zaaigoed of gecertificeerd uitgangsmateriaal 2 nvt Aanplanten van bestuivers volgens variëteit en teelttechniek nvt nvt nvt nvt 2 Vruchtafwisseling geldt voor vollegrondsteelten in open lucht met minimum van 1/2 teelten of jaren. 2 nvt 2 nvt 2 - Suikerbiet: rotatie van 1/3 respecteren 2 Nvt nvt nvt nvt - Aardappelen: verplichte rotatie van 1/3 respecteren (uitgezonderd voor Primeuraardappelen gerooid voor 20 juni) 1 nvt nvt nvt nvt - Pootgoed: verplichte rotatie van 1/4 respecteren 1 Nvt nvt nvt nvt - Granen: bij voorkeur max. 2/3 graan telen 2 Nvt nvt nvt nvt Vlas: rotatie van minimaal 1/6 respecteren 2 Nvt nvt nvt nvt - Koolzaad: rotatie van minimaal 1/3 respecteren 2 nvt nvt nvt nvt Drooggeoogste erwten, viciabonen,lupinen: rotatie van minimaal 1/3 jaar respecteren 2 2 nvt nvt nvt - Wortelen, pastinaak, knolselder, witloofwortelen, bonen, uien: rotatie van minimaal 1/3 respecteren nvt Nvt 2 nvt nvt
77 Erwten rotatie van minimaal 1/6 respecteren nvt Nvt 2 nvt nvt - Schorseneren: rotatie van minimaal 1/4 respecteren nvt Nvt 2 nvt nvt - Aardbeien: rotatie van 1/3 respecteren nvt Nvt nvt nvt Grondontsmetting is enkel mogelijk als dit uit een gewas- of grondanalyse blijkt. Deze kan uitgevoerd worden conform de erkenning van de gewasbeschermingsmiddelen. Indien mogelijk/haalbaar moet de voorkeur gegeven worden aan een niet-chemische bodem ontsmetting. Bemesting baseren op een bodem-, voedingswater- of gewasanalyse of standaard analyse van de bouwvoor minstens om 4-5 jaar. Bodemerosie voorkomen volgens de maatregelen opgenomen in bijlage b is aanbevolen voor licht erosiegevoelige percelen Bodemerosie voorkomen volgens de maatregelen opgenomen in bijlage b voor matig erosiegevoelige percelen Bodemerosie voorkomen volgens de maatregelen opgenomen in bijlage b is verplicht voor sterk erosiegevoelige percelen Voor irrigatie wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van hemelwater. Andere waterbronnen zijn: beekwater, water van open put, boorputwater, leidingwater, regenwater of water van erkende procedés Bij irrigatie wordt rekening gehouden met de behoeften van de plant en overtollig gebruik van water wordt vermeden om uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen te beperken In het beschermingsgebied voor ringrot en bruinrot mag men geen oppervlaktewater gebruiken in de teelt van aardappelen, aubergine, tomaten nvt nvt nvt Nvt 1 1 nvt
78 Machines en apparatuur worden regelmatig gereinigd om verspreiding van schadelijke organismen zoals aaltjes of bodemgebonden ziekten en knolcyperus te voorkomen (is opgenomen in het schoonmaakplan) Gepaste maatregelen nemen (vb afdekken) om groei van aardappelen op afvalhopen te vermijden zodat er geen ziekten of plagen kunnen verspreid worden. Voorkomen van de verspreiding van schadelijke organismen door middel van hygienemaatregelen: toepassen van min. 2 maatregelen uit bijlage c Bacterievuur - bij vaststelling: besmette planten vernietigen of besmetting wegsnoeien. Door aangepaste teelttechniek het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verduurzamen: 1 maatregel in bijlage d toepassen nvt 3 2 Nvt nvt nvt nvt nvt Nvt nvt 1 1 nvt Nvt nvt nvt Monitoren van schadelijke organismen Waarnemen van schadelijke en/of nuttige organismen en i.f.v. de schadedrempels beslissen om al dan niet te behandelen: 1 van volgende maatregelen in bijlage e Per gewas informatie beschikbaar hebben over de belangrijkste ziekten, plagen, onkruiden en/of nuttigen Interventie ter bestrijding of om schade te voorkomen 3.1 Keuze van bestrijdingsmethoden: één van maatregelen in bijlage f toepassen: biologische, fysische en nietchemische bestrijdingsmethoden verdienen de voorkeur boven chemische bestrijding op voorwaarde dat ze een afdoende bestrijding geven en economisch rendabel zijn
79 Keuze van gewasbeschermingsmiddelen: gebruik selectieve middelen voor nuttigen, indien deze voor handen zijn Keuze van product afstemmen op efficiëntie, giftigheid, risico op resistentieontwikkeling en milieurisico's Kiezen van middel op basis van hun efficiënte werking tov het stadium van het gewas, de ziekte, plaag of onkruid en aanwezigheid van nuttigen De teler moet voor de teelten op zijn bedrijf, toegang hebben tot informatie over de lijst met erkende gewasbeschermingsmiddelen voor zijn teelten Toepassing van gewasbeschermingsmiddelen - gebruik maken van een gekeurd spuittoestel conform de wetgeving - benodigde hoeveelheid berekenen om resten te voorkomen - morsen vermijden en het toestel niet vullen op verharde oppervlakten, waar geen opvang voorzien is en dit om puntvervuiling te vermijden - verpakkingen (incl. zegels) reinigen en apart opslaan en inleveren bij Phytofar Recover - gebruik driftreducerende doppen of driftreducerende maatregelen - respecteer een spuitvrije bufferzone van 1 m voor veldspuiten en van 3 m voor boomgaardspuiten t.o.v. oppervlaktewater nvt nvt 1 - spuitresten verdunnen en terug op het veld brengen toestel volledig reinigen op het veld of op een verharde oppervlakte die voorzien is van de nodige opvang -toepassen van middel in beste klimatologische omstandigheden -de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen gebeurt volgens de erkende techniek
80 Resistentiebeheersing Dosissen respecteren volgens het etiket van de gewasbeschermingsmiddelen Afwisselen en/of mengen van producten met verschillende werkingsmechanismen In geval van risico op resistentie niet-chemische of biologische middelen en methoden inpassen Registratie 4.1 Registratie van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen conform vereisten van het FAVV Noteer op het registratieformulier op basis van welke monitoringsmethode overgegaan is tot interventie Registreer de niet chemische gewasbescherming Registreer het resultaat van de bestrijding
81 Bijlage a: Maatregelen ter bevordering van nuttige organismen, biodiversiteit en ecologische structuren Minimum 2 van deze maatregelen moeten op het bedrijf toegepast worden Op een geschikte manier plaatsen en/of in stand houden van nestkasten en/of zitstangen voor vogels (mezen, roofvogels, enz.) Op een geschikte manier plaatsen van kunstmatige schuil- en nestplaatsen voor wilde solitaire bijen (Osmia, Andrena, ) en/of voor de overwintering van nuttige insecten (gaasvliegen, lieveheersbeestjes, enz.) Plaatsen en/of het in stand houden van natuurlijke schuil- en nestplaatsen voor de overwintering van nuttige organismen (hagen, struiken, bosjes,bomen, rietkragen enz.) Plaatsen en/of in stand houden van gemengde hagen (sleedoorn, vlierbes, klimop, wilg, sporkehout, enz.) rond de teelt/het perceel als toevluchtsoord voor nuttige insecten Aanleggen of in stand houden van een bloemenstrook of een wilde vegetatiestrook met een breedte van minimum 1 m In stand houden van een compenserende ecologische oppervlakte die ten minste 2 % van het bedrijf bedekt. Deze oppervlakte mag geen enkele meststofgift of gewasbeschermingsmiddel ontvangen Het volledig mechanisch onkruid vrijhouden van niet beteelde stroken Het inzaaien of planten van bodembedekkers of groenbedekkers Weidevogelbeheer door bescherming van vogelnesten en/of aanleg van vluchtstroken Akkervogelbeheer zoals aanleggen van gemengde grasstroken, leeuwerikvlakjes, faunaranden, winterstoppel of graanranden Aanleg van grasbufferstroken Bevorderen van natuurlijke vijanden onder bescherming door bv. bankerplanten, laten liggen van niet-zieke afgeplukte bladeren, klimatisatie
82 Bijlage b: Maatregelen ter voorkoming van bodemerosie (zal aangepast worden als de nieuwe wetgeving van kracht is) Minimale bodembedekking: het perceel onder permanente bedekking houden (onder permanente bedekking hoort: grassen, grasklaver, klaver, vlinderbloemigen, faunabraak, bebossing, pitfruit en noten); indien wintergranen geteeld worden: de bodem niet langer dan 3 maanden onbedekt laten (hiertoe wordt indien nodig een groenbedekker, tussenteelt of mulch van korrelmaïs gebruikt); indien zomergranen of vlas geteeld worden: een bodembedekking (groenbedekker, tussenteelt of mulch van korrelmaïs) voorzien die niet meer dan 2 weken voor de zaaidatum wordt ondergewerkt; indien een andere (= sterk erosiegevoelige) teelt geteeld wordt:de bodem in ieder geval niet langer dan 2 maanden onbedekt laten voorafgaand aan het inzaaien van het hoofdgewas. Minimaal landbeheer op basis van de specifieke omstandigheden ter plaatse indien een matig erosiegevoelige teelt (wintergranen,zomergranen of vlas) geteeld wordt:inzaaien volgens de richting die best aansluit bij de hoogtelijnen als het perceel in deze richting langer is dan 100 meter; indien een andere (= sterk erosiegevoelige) teelt geteeld wordt: - de bodem niet bewerken; - de bodem alleen met een niet-kerende bodembewerking bewerken voor de inzaai van de bodembedekker of de tussenteelt en de hoofdteelt direct inzaaien; - de bodem niet of oppervlakkig met een niet-kerende bodembewerking bewerken voor de inzaai van de bodembedekker of de tussenteelt en daarnaast de bodem zeer oppervlakkig (een ruw zaaibed achterlatend) bewerken voor de inzaai van de hoofdteelt; - een buffervoorziening van 10 m3 voorzien of een dammetje van 0,5 m hoog onderaan het perceel over een lengte van minimaal 1 4 van de omtrek van het perceel. Indien onderaan het sterk erosiegevoelige perceel een weide van minstens 10 are en overal 10 meter breed, is gelegen, is eveneens aan de verplichting van minimaal landbeheer voldaan. Indien de percelen in de hellingsrichting langer zijn dan 300 meter worden ze best onderbroken door een grasstrook van minstens vijf meter evenwijdig met de benedengrens van het perceel. Voor landbouwgrond waarvoor de landbouwer een beheersovereenkomst erosie afgesloten heeft of afsluit, is voldaan aan de verplichting van minimaal landbeheer Licht erosiegevoelige percelen Indien een licht erosiegevoelig perceel in de hellingsrichting langer dan 500 meter is, wordt aangeraden dit met een grasbufferstrook van minstens vijf meter breed te onderbreken of in een grasbufferstrook onderaan dit perceel te voorzien.
83 Bijlage c: hygiënemaatregelen ter voorkoming van de verspreiding van schadelijke organismen Minstens 2 maatregelen toepassen Door gepaste maatregelen (bv. afdekken en/of buiten de serre of teelt brengen) verspreiding van ziekten en plagen vanuit afvalhopen met gewasresten voorkomen Machines en apparatuur worden regelmatig gereinigd om verspreiding van schadelijke organismen te voorkomen Gebruik van propere potten, trays en plant- en trekbakken Potgrond opslaan op propere plaats en afdekken (beschermd tegen onkruid) Reinigen van afgedekte velden en teeltbodems Onkruidvrij houden van paden en wegen Grondig reinigen van de binnenkant van de kasconstructie of kweektrekcel Aangetaste planten, plantendelen en plantenresten verwijderen Gebruik van ontsmettingsmateriaal voor schoeisel en/of handen en gastenkledij (jassen, schoenovertrekkers, handschoenen, haarnetjes, petjes, ) Optimale klimaatsturing (o.a. luchten (relatieve vochtigheid onder controle houden), beregenen (irrigatie druppelen), verwarmen (bv. planten droogstoken)) Insectengaas in verluchtingsramen Plaatsen van linten, flappen aan ingangsdeuren (voorkomen insecten), sluis UV vanglampen Ontsmetten van drainwater bij hergebruik Verwijderen van tweede bloei bij pitfruit Stimuleren van de afbraak van de op de bodem gevallen aangetaste vruchten en bladeren met borstel en hakselaar; met uitzondering van aantasting door Drosophila suzuki Zuiver maken van kankers en insmeren van de wonden met erkende middelen Verwijderen van de rupsen van de glasvlinder in kankers en van de tijgerrups in takken of stam; Voorkomen van sterk groeiende scheuten die in staat zijn tot het scheppen van haarden van schadelijke organismen; Controleren van de boomgaardomgeving op bacterievuur geïnfecteerde waardplanten en gepaste maatregelen nemen Ontsmetten van snoeischaren, snoeimessen en oogstmateriaal
84 Bijlage d: Maatregelen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te verduurzamen. Minimaal 1 maatregel/ sector toepassen akkerbouw Ruwvoeder, uitz maïs, voederbieten groenten Glasgroenten, fruit Pleksgewijze behandeling x x x x X Geen gebruik van insecticiden of herbiciden x x x x x Rijenbehandeling X x x x Precisielandbouw x x x X Goede drainage ter voorkoming van (wortel)ziekten x x x X Aanleg van vals zaaibed x x Inzaaien van groenbedekkers tegen ziekten en plagen en aaltjes x x X Aanpassen plantafstand/zaaiafstand x x x X Zaaizaadbehandeling/dummy pil/phytodrip x x X Doorzaaien Weideslepen Bloten van grasland X X x Zaaibedbehandeling/plantbakbehandeling x X Afdekking met insectengaas of plaatsen van insectengaas in verluchtingsramen X
85 Optimale klimaatsturing (o.a. luchten: relatieve vochtigheid onder controle houden), beregenen (irrigatie-druppel), verwarmen X Teeltbescherming door afdekking (voorbeelden; regenkap, hagelnetten, vliesdoek, ) x X Aangepast snoeien (eventueel wortelsnoeien) om een evenwichtige groei te stimuleren X Beperken van de zwarte strook tot maximum 75 cm van de fruitbomen (fruit) Aangepaste dunning bij een mogelijk te grote fruitproductie x X Plantsysteem kiezen in functie van groeikracht X Plantsysteem kiezen bij fruitbomen en -struiken loodrecht op overheersende windrichting x
86 Bijlage e: Monitoren van ziekten en plagen gebeurt op minstens 1 van de volgende wijzen - Intensieve, systematische monitoring in het gewas door o.a. (wekelijkse) visuele waarnemingen (dmv. o.a. vangplaten, feromoonvallen, indicatorplanten, tellingen, ) + notities - Gebruiken van klimatologische waarnemingen die de infectiedruk kunnen bepalen - Gebruiken van de waarschuwingsberichten komende van de erkende waarnemings- en waarschuwingsdiensten : - aardappelteelt: PCA, Inagro - granen: LCG - mais: LCV - suikerbieten-cichorei: KBIVB - groenten: PCH, PSKW, PCG, NPW, Inagro - fruitteelt: pcfruit, PCH, Inagro - kolen (bloemkool, broccoli, sluitkolen en spruitkool) en prei: PCG, Inagro, PSKW - witloof: NPW, Inagro - andere : mits goedkeuring door ADLO - Individuele begeleiding en perceelsopvolging door een erkende adviseur of voorlichter + verslaggeving - Determinatie of analyse van staal met ziekte of plaag
87 Bijlage f: Keuze van de bestrijdingsmethoden: één van de volgende maatregelen toepassen Biologische bestrijding door gebruik te maken van natuurlijke vijanden. Gebruik van erkende biologische en natuurlijke preparaten tegen ziekten en plagen (bv. Trichoderma tegen schimmels, Bacillus tegen rupsen) Gebruik van fysische methoden (bv. wegvangen door vallen en lijmbanden (mass trapping, langzame zandfilter voor wegvangen schimmels, UV-behandeling, stomen, insectengaas) Verwarringstechniek Mechanische onkruidbestrijding Alternatieve (niet chemische) onkruidbestrijding: thermische onkruidbestrijding, wieden, gebruik van onkruidonderdrukkende methoden (gronddoek, organische mulchen, bedekkend gewas, ) Biologische bodemontsmetting Fysische bodemontsmetting Bodemontsmetting via solarisatie Grasland afwisselend grazen of maaien
88 DEEL 4: PRODUCTEN EN ACTIEVE STOFFEN 1. Herbiciden Handelsproducten Actieve stoffen Aako Chlortoluron 500 g/l chloortoluron Accent 75 % nicosulfuron Accurate 20 % metsulfuron-methyl Acomac 360 g/l glyfosaat Adango 150 g/l cyprosulfamide g/l isoxaflutol + 90 g/l thiencarbazone-methyl Agil 100 EC 100 g/l propaquizafop Agil 100 g/l propaquizafop + uitvloeier Agriguard ethofumesate g/l ethofumesaat Akris 280 g/l dimethenamide-p g/l terbuthylazin Alister 150 g/l diflufenican + 3 g/l iodosulfuronmethyl-natrium + 27 g/l mefenpyr-diëthyl + 9 g/l mesosulfuron-methyl Allié 20 % metsulfuron-methyl Allié express 10 % metsulfuron-methyl + 40 % carfentrazone-ethyl Allié star 11,1 % metsulfuron-methyl + 22,2 % tribenuron-methyl Aminex 500 g/l 2,4 D Amega ACE 360 g/l glyfosaat Andes 200 g/l flufenacet g/l terbuthylazin Aramo 50 g/l tepraloxydim Arelon L 500 g/l isoproturon Ariëtta 336 g/l topramezone Artist 24 % flufenacet + 17,5 % metribuzine Askelon 22 g/l isoxadifen-ethyl + 44 g/l tembotrione Aspect T 200 g/l flufenacet g/l terbuthylazine Ataco 1 g/l florasulam g/l fluroxypyr Atlantis WG 0,6% iodosulfuron + 9% mefenpyr-diethyl + 3% mesosulfuron-methyl Attribut 70 % propoxycarbazone Na Augur 500 g/l isoproturon Aurora 50 % carfentrazone-ethyl Axial 12,5 g/l cloquintocet-mexyl + 50 g/l pinoxaden Avadex 480 g/l triallaat AZ 500 SC 500 g/l isoxaben Azur 400 g/l isoproturon g/l ioxynil + 20 g/l diflufenican Bacara 250 g/l flurtamone g/l diflufenican Bantang 15 g/l cyprosulfamide + 30 g/l foramsulfuron + 10 g/l thiencarbazone-methyl Banvel 480 g/l dicamba Barclay D-Quat 200 g/l diquat
89 Barclay Hurler g/l fluroxypyr Basagran S.G. 87% bentazon Basagran. 480 g/l bentazon Basta S 200 g/l ammoniumglufosinaat Beetup 160 sc 160 g/l fenmedifam Benta 400 SL 480 g/l bentazon Betanal Elite 91 g/l fenmedifam + 71 g/l desmedifam +112 g/lethofumesaat Betanal Expert 75 g/l fenmedifam + 25 g/l desmedifam +150 g/lethofumesaat Betanal Quattro 60 g/l fenmedifam + 20 g/l desmedifam g/ethofumesaat g/l metamitron Betanal SE 160 g/l fenmedifam Betasana SC 160 g/l fenmedifam Betasana Trio SC 15 g/l desmedifam g/l ethofumesaat + 75 g/l fenmedifam 160 g/l fenmedifan Betosip forte SC 471 g/l fenmidfan Bettatronix 700 SC 700 g/l metamitron Better SC 430 g/l chloridazon Biathlon Duo 5,4 % Florasulam + 71,4 % Tritosulfuron Bi-agroxylduo 275 g/l 2,4-D g/l MCPA Bietazol g/l chloridazon Bifenix N 333 g/l isoproturon g/l bifenox Bingo 200 g/l cinidon-ethyl Bofix 40 % fluroxypyr + 20 g/l clopyralid g/l MCPA Bonolan 180 g/l benfluralin Booster g/l chloridazon Brogue 200 g/l diquat Bromoterb 500 SC 200 g/l bromoxynil phenol g/l terbuthylazine Bromotril 250 SC 250 g/l bromoxynil phenol Butisan plus 400 g/l metazochloor g/l quinmerac Butisan S 500 g/l metazochloor Butizyl 400 g/l MCPB Buttress 400 g/l 2,4-DB Calaris 70 g/l mesotrione g/l terbuthylazine Caliban Duo 1 % iodosulfuron-methyl-natrium + 8 % mefenpyr-diethyl 16,8 % propoxycarbanzone Caliban Top 6 % amidosulfuron + 0,83 % iodosulfuron-methyl-natrium + 6,67 %mefenpyr - diethyl+ 14 % propoxycarbanzone Calipuron 500 g/l isoproturon Callam 60 % dicamba + 12,5 % tritosulfuron Callistar 70 g/l mesotrione g/l terbuthylazin Callisto 100 g/l mesotrione Cameo 50 % tribenuron-methyl Campus 336 g/l topramezone Capture 300 g/l bromoxynil + 50 g/l diflufenican g/l ioxynil Capri 7,5 % cloquintocet-methyl + 7,5 % pyroxsulam Capri Duo 7,1 % cloquintocet-methyl + 1,5 % florasulam + 7,1 % pyroxsulam Capri Twin 7,5 % cloquintocet-methyl + 2,3 % florasulam + 7,5 % pyroxsulam Careca 500 g/l propyzamide Carburame 305 g/l carbeetamide
90 Casper Celtic Celmitron 70 % wg Centium 36CS Ceridor MCPA Certis Ethofumesate 200 Challenge Chekker Chief Chlordex SC Chlordex WG Cinder CS Clio Elite Cliophar Cliness Clinic Ace Connex Corum % dicamba + 5 % prosulfuron 320 g/l pendimethalin + 16 g/l picolinafen 70 % metamitron 360 g/l clomazone 750 g/l MCPA 200 g/l ethofumesaat 600 g/l aclonifen 12,5% amidosulfuron + 12,5% iodosulfuron-methyl-natrium + 12,5% mefenpyridiethyl 70 % metamitron 430 g/l chloridazon 65% chloridazon 400 g/l pendimethalin 538 g/l dimethenamide-p + 32 g/l topramezone 100 g/l clopyralid 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 6 % metsulfuron methyl + 68,2 % thifensulfuron-methyl 480 g/l bentazon + 22,4 g/l imazamox Cossack 3% iodosulfuron-methyl-natium + 9% mefenpyr-diethyl 4 + 3% mesosulfuron-metyl Coyote 40 g/l nicosulfuron Crystar 400 g/l chloorprofam Dalila 240 g/l nicosulfuron Datura 500 g/l linuron Defi 800 g/l prosulfocarb Dianal g/l fenmedifan Dianal g/l fenmedifan Diflanil 500 SC 500 g/l deflufenican Dinet 40 g/l fluroxypyr + 20 g/l clopyralid g/l MCPA Diqua 200 g/l diquat Diquanet SL 200 g/l diquat Dractar 300 g/l sulcotrion Dual Gold 960 g/l metolachloor Eloge 108 g/l Haloxyfop-R- Methyl Enkor Plus 200 g/l diquat Equip 22,5 g/l foramsulfuron + 22,5 g/l isoxadifen-ethyl (safener) Ethofol 500 SC 500 g/l ethofumesaat Fiesta New 360 g/l chloridazon + 60 g/l quinmerac Falcon 200 g/l diquat Fidox 800 g/l prosulfocarb Finy 20% metsulfuron-methyl Figaro 360 g/l glyfosaat Fornet 40 SC 40 g/l nicosulfuron Fornet Extra 60 OD 60 g/l nicosulfuron Floxy 180 g/l fluroxypyr Fluorostar 180 g/l fluroxypyr Flurox 180 ec 180 g/l fluroxypyr Foxtrot 34,5 g/l cloquintocet-mexyl +69 g/l fenoxaprop-p-ethyl Focus Plus 100 g/l cyclodim Foxpro D 300 g/l bifenox g/l MCPP-P + 92 g/l ioxynil
91 Frisk Frontier Elite Fumesaat 500 SC Fusilade Max Gardo Gold Gardoprim Garlon Galistop Gat Stake 200 EC Genoxone Glyfo Nect Glyfo Star Glyfo TDI Glyfos envision Glyfos Goltix 700 SC Goltix WG Gramix super Gratil Hatchet XTRA Harmony M Harmony pasture Herbaflex Hermoo mecoprop-p 600 Herold CS Hussar ultra Hussar tandem Hussar Intruder Iso-calliope Isoguard 83 WG Isomexx It diquat Itineris Javelin Kabuki Kart Kalahari Kelvin Kemicombi Kemifam Forte SC Kemifam SE Kemiron SC Kerb 400 SC Kombo WG Laddok T Lanox Laudis Lecar Legurame 60 % dicamba + 12,5 % tritosulfuron 720 g/l dimethenamid-p 500 g/l ethofumesaat 125 g/l fluazifop-p-butyl 312,5 g/l s-meolachloor + 187,5 g/l terbutylazine 312,5 g/l s-meolachloor + 187,5 g/l terbutylazine 480 g/l triclopyr 200 g/l fluroxypyr 200 g/l fluroxypyr 93 g/l 2,4 D + 103,6 g/l triclopyr 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 360 g/l glyfosaat 700 g/l metamitron 70 % metamitron 310 g/l dichloorprop-p g/l MCPA g/l mecoprop-p 75 % amidosulfuron 200 g/l fluroxypyr 4 % metsulfuron-methyl + 40 % thifensulfuron-methyl 50 % thifensulfuron-methyl 85 g/l beflubutamide g/l isoproturon 600 mecoprop-p 200 g/l diflufenican g/l flufenacet 100 g/l iodosulfuron-methyl-natrium g/l mefenpyrdiethyl 150 g/l diflufenican + 10 g/l iodosulfuron-methyl-natrium +50g/l mefenpyr-diethyl 5 % iodosulfuron + 15 % mefenpyr-diëthyl 400 g/l chloorprofam 500 g/l isoproturon 83% isoproturon 20% metsulfuron-methyl 200 g/l diquat 22 g/l isoxadifen-ethyl + 44 g/l tembotrione 500 g/l isoproturon + 62,5 g/l diflufenican 26,5 g/l pyraflufen-ethyl 100 g/l fluroxypyr + 1 g/l florasulam 200 g/l diquat 40 g/l nicosulfuron 190 g/l ethofumesaat g/l fenmedifam 471 g/l fenmedifam 160 g/l fenmedifam 500 g/l ethofumesaat 400 g/l propyzamide 70% metamitron 200 g/l bentazon g/l terbutylazin 48 % flufenacet + 10 % isoxaflutol 22 g/l isoxadifen-ethyl + 44 g/l tembotrione 960 g/l S-metolachloor 300 g/l carbeetamide
92 Lenazar WP 80% lenacil Lentagran 45 WP 45 % (450 g/l) pyridaat Lentipur 500 SC 500 g/l chloortoluron Lexus Millenium 10% flupyrsulfuron-methyl + 40% thifensulfuron-methyl Lexus Solo 50 % flupyrsulfuron-methyl Lexus XPE 33,3 % flupyrsulfuron-methyl + 16,7 % metsulfuron-methyl Liberator 100 g/l diflufenican g/l flufenacet LidLinugan 500 SC 500 g/l linuron Life Scientific Diquat 200 g/l diquat Linurex 50 SC 500 g/l linuron Lumica g/l mesotrione Malibu 60 g/l g/l pendimethalin Matrigon 100 g/l clopyralid Medifam SE 160 g/l fenmedifam Merlin 75 % isoxaflutole Metaline 400 g/l pendimethalin Metazachloor SC g/l metazachloor Metritex 70% WG 70 % metribuzin Metrizin 70% metribuzin Metric 60 g/l clomazon g/l metribuzin Mextra 180 g/l ioxynil g/l mecoprop-p Mikado 300 g/l sulcotrione Milagro 240 g/l nicosulfuron Milan 9 g/l pyraflufen-ethyl g/l bifenox Mission 200 g/l diquat Mistral 70% metribuzin Monitor 80% sulfosulfuron Mon g/l glyfosaat Monsoon Active 15 g/l cyprosulfamide + 30 g/l foramsulfuron + 10 g/l thiencarbazone-methyl Murena g/l ethofumesaat Nicosh 40 g/l nicosulfuron Nic-It 240 g/l nicosulfuron Othello 50 g/l diflufenican + 2,5 g/l iodosulfuron-methyl-natrium + 22,5 g/l mefenpyr-diethyl + 7,5 g/l mesosulfuron-methyl Panic 360 g/l glyfosaat Pacifica 1 % iodosulfuron-methyl-natrium + 9 % mefenpyr diethyl +3 % mesosulfuron - methyl Peak 75 % prosulfuron Pertus 360 g/l clomazon Phase 15 g/l desmedifam g/lethofumesaat + 75 g/lfenmedifam Piorun 60% dicamba + 12,5 % tritosulfuron Platform S 1,5 % carfentrazone-ethyl + 60 % mecoprop-p Premium 471 g/l fenmedifan Primstar 2,5 g/l florasulam + fluroxypyr 100 g/l Primus 50 g/l florasulame Prologue 360 g/l glyfosaat Promess 200 g/l flufenacet g/l terbuthylazin Prop sol 360 g/l glyfosaat Puma S 69 g/l fenoxaprop-p-ethyl + 39 g/l fenchlorazol-ethyl Pyramin SC g/l chloridazon
93 Pyramin WG 65 % chloridazon Pyroquin TDI 360 g/l chloridazon + 60 g/l quinmerac Quickdown 26,5 g/l pyraflufen-ethyl Quickfire 200 g/l diquat Racing extra 7 % metsulfuron methyl + 68 % thifensulfuron-methyl Rapsan TDI 400 g/l metazachloor g/l quinmerac Rapsan Turbo 375 g/l metazachloor g/l quinmerac Reglone 195 g/l diquat Relva 400 g/l propyzamide Ridal 360 g/l glyfosaat Round-up 360 g/l glyfosaat Roudup g/l glyfosaat Rosate g/l glyfosaat Roundup Force 360 g/l glyfosaat Roxy EC 800 g/l prosulfocarb Safari 50 % triflusulfuron-methyl Salvo 500 g/l 2,4-D Samson 4 SC 40 g/l nicosulfuron Samson Extra 60 OD 60 g/l nicosulfuron Select Prim 120 g/l clethodim Sempra 500 g/l diflufenican Sencor SC 600 g/l Metribuzin Sencor WE 70 % metribuzi Silvio 360 g/l glyfosaat Silvanet 20 g/l fluroxypyr + 60 g/l triclopyr Spotlight Plus 60 g/l carfentrazone-ethyl Starane Kombi 100 g/l fluroxypyr + 30 g/l clopyralid +120 g/l ioxynil Starane 180 g/l fluroxypyr Stellar Elite 538 g/l dimethenamide-p + 32 g/l topremazone Stomp aqua 455 g/l pendimethalin Successor g/l pethoxamide Sudoku 300 g/l sulcotrion Supporter 300 g/l sulcotrion Springbok 200 g/l dimethenamide-p g/l metazachloor Sultan 500 SC 500 g/l metazachlooor Taifun g/l glyfosaat Tandus g/l fluroxypyr Tandus g/l fluroxypyr Targa Prestige 50 g/l quizalofop-ethyl isom D Terano 600 g/kg flufenacet + 25 g/kg metosulam Terbuzon 200 g/l bentazon g/l terbuthylazine Timok 25 g/l clodinafop-propargyl + 6,25 g/l cloquintocet-mexyl + 25 g/l pinoxaden Titus 25 % rimsulfuron TolurexSC 500 g/l chloortoluron Tomahawk 180 g/l fluroxypyr Topik 100 g/l clodinafop + 25 g/l cloquintocet Torero 150 g/l ethofumesaat g/l metamitron Touchdown quatro 360 g/l glyfosaat Traxos 25 g/l clodinafop-propargyl + 6,25 g/lcloquintocet-mexyl + 25 g/l pinoxaden
94 Trema Treto 500 Trilogy Venzar Verigal D Victus Vival Xinca Zeus 700 g/l metamitron 500 g/l ethofumesaat 15 g/l desmedifam g/l ethofumesaat + 75 g/l fenmedifam 80 % lenacil 250 g/l bifenox g/l mecoprop-p 40 g/l nicosulfuron 360 g/l glyfosaat 401,58 g/l bromoxynil 300 g/l sulcotrion
95 Fungiciden Handelsproducten Acanto Acrobat extra WG Adexar Allegro SC Alto Extra Amistar Extra Amistar opti Amistar Apache Armure Aviator xpro Aviso Axidor Banjo Barclay Bolt Bariton Bio safestop Bravo 500 Bravo xtra Bumper 25 EC Ceando Cantus Capalo Capitan 25 EW Caramba 60 SL Caramba Carial Star Ceriax Cherokee Chamane Citadelle Comet Corbel Cosavet Cosine Credo Curzate M WG Cymbal 45 Cymco Cymopus WG Actieve stoffen 250 g/l picoxystrobine 67 % mancozeb + 7,5 % dimethomorf 62,5 g/l epoxyconazool 62,5 g/l fluxapyroxad 125 g/l Kresoxim-methyl g/l epoxiconazol 160g/l cyproconazool g/l propiconazool 200 g/l azoxystrobin + 80 g/l cyproconazol 80 g/l azoxystrobin g/l chloorthalonil 250 g/l azoxystrobine 375 g/l chloorthalonil + 50 g/l cyproconazool + 62,5 g/l propiconazool 150 g/l difenoconazol g/l propiconazol 75 g/l bixafen g/l prothioconazool 64 % metiram + 4,8 cymoxanil 50 g/l cymoxanil g/l propamocarb 500 g/l fluazinam 250 g/l propiconazool 37,5 g/l fluoxastrobin + 37,5 g/l prothioconazool 1,62 % ijzerfosfaat 500 g/l chloorthalonil 375 g/l chloorthalonil + 40 g/l cyproconazool 250 g/l propiconazole 83 g/l epoxyconazool g/l metrafenone 50 % boscalid 62,5 g/l epoxyconazool g/l fenpropimorf + 75 g/l metrafenone 250 g/l flusilazole 60 g/l metconazool 60 g/l metconazool 250 g/l difenoconazool g/l mandipropamid 41,6 g/l epoxyconazool 41,6 g/l fluxapyroxad 66,6 g/l pyraclostrobin 375 g/l chloorthalonil + 50 g/l cyproconazool+ 62,5 g/l propiconazool 250 g/l azoxystrobine 375 g/l chloortalonil + 40 g/l cyproconazool 250 g/l pyraclostrobin 750 g/l fenpropimorf 80% zwavel 50 g/l cyflufenamide 500 g/l chloortalonil g/l picoxystrobine 4,5 % cymoxanil + 68 % mancozeb 45 % cymoxamil 4% cymoxanil + 66,6 mancozeb 35 % cymoxanil
96 Cymoxanil 45% W 45 % cymoxamil Delan 70 WG 70 % dithianon Delaro 175 g/l prothioconazool +150 g/l trifloxystrobine Diamant 114,3 g/l pyraclostrobine + 42,9 g/l epoxiconazol +214,3 g/l fenpropimorf Difcor 250 EC 250 g/l defenoconazool Dirango 500 g/l fluazinam Ditho WG 70 % dithianon Edipro 722 g/l propamocarb Eminent 125 g/l tetraconazool Epok 600 EC 400 g/l fluainam g/l metalaxyl-m Ebrimax WG 4,5 % Cymoxanil + 65 % Mancozeb Evora Xpro 75 g/l bixafen g/l prothioconazool g/l tebuconazool Fandango 100 g/l fluoxastrobin g/l prothioconazool Fandango Pro 50 g/l fluoxastrobin g/l prothioconazool Festival 7,5 % dimethomorf + 66,7 % mancozeb Fezan 250 g/l tebuconazool Flowsan FS 533 g/l Thiram Flowsan Ultra 485 g/l Thiram Flamenco Plus 54 g/l fluquinconazool g/l prochloraz Flexity 300 g/l metrafenone Fortress 500 g/l quinoxyfen Fubol gold 64 % mancozeb % metalaxyl-m Fungitex WG 45 % cymoxanil + 65 % mancozeb Geyser 250 g/l difenoconazol Granovo 140 g/l boscalid + 50 g/l epoxyconazool Helix 160 g/l prothioconazool g/l spiroxamine Horizon EW 250 g/l tebuconazol Hydro super 25 wg 25 % koperhydroxide Impact R 94 g/l flutriafol g/l carbendazim Impulse 500 g/l spiroxamine Imtrex 62,5g/l fluxapyroxad Indofil M % mancozeb Infinito 62,5 g/l fluopicolide g/l propamocarb Input 160 g/l prothioconazole g/l spyroxamine Input Pro 250 g/l prothioconazole Kinto duo 60 g/l prochloraz + 20 g/l triticonazool Life Scientific Azoxystrobin 250 g/l azoxystrobin Life Scientific Chloorthalonil 500 g/l chloorthalonil Lirotect super 250 g/l thiabendazol g/l imazalil Luna Privilege 500 g/l Fluopyram Mancoplus 75 WG 75 % mancozeb Manfil 75 WG 75 % mancozeb Maxim 100 FS 100 g/l fludioxonil Microthiol special 80 % zwavel Mildin 750 g/l fenpropidin Mirage 45 EC 450 g/l prochloraz Mixanil 375 g/l chloorthalonil + 50 g/l cymoxanil Monceren 12,5 DS 12,5 % pencycuron Mystique 250 g/l tebuconazool Nando 500 SC 500 g/l fluazinam
97 Nissodium Olympus Opus plus Opus team Opus Ortiva TOP Ortiva Orvega extra Orvega star Osiris Palmas Palazzo Paraat Priori Xtra Profilux Proline Propi 25 EC Prosaro Proxanil Prozeb WG Prozeb Punch SE Ranman component A Ranman component B Ranman Top Revus Riza Rovral SC Rovral WG Rubric Sereno Shirlan Skyway Xpro Sluxx Sportak Spoutnik Spyrale Soleeda Stereo Swing Gold Switch Symphonie Taloline Tanos Tapier Targa Megamix Tattoo C Tizca Terminett Tezate 220 SL 50 g/l cyflufenamide 80 g/l azoxystrobin g/l chloorthalonil 83 g/l epoxyconazool 84 g/l epoxiconazol g/l fenpropimorf 125 g/l epoxiconazol 200 g/l azoxystrobin g/l difenoconazool 250 g/l azoxystrobine 8 % ametoctradin + 48 % mancozeb 300 g/l ametoctradin g/l dimethomorf 37,5 g/l epoxyconazool + 27,5 g/l metconazool 4.5 % cymoxanil + 65% mancozeb 62,5 g/l epoxyconazool + 20 g/l fenpropimorf + 75 g/l metrafenone 50% dimethomorf 200 g/l azoxystrobin + 80 g/l cyproconazool 4,5 % cymoxanil + 65% mancozeb 250 g/l prothioconazool 250 g/l propiconazool 125 g/l prothioconazool g/l tebuconazool 50 g/l cymoxanil g/l propamocarb 70% mancozeb 80% mancozeb 250 g/l flusilazole g/l carbendazim 400 g/l cyzofamid 845,9 g/l heptamethyltrisiloxaan 160 g/l cyzofamid 250 g/l mandipropamid 250 g/l tebuconazool 500 g/l iprodione 75 % iprodione 125 g/l epoxyconazool 10 % fenamidone + 50% mancozeb 500 g/l fluazinam 75 g/l bixafen g/l prothioconazool g/l tebuconazool 3 % ijzerfosfaat 450 g/l prochloraz 80 % mancozeb 100 g/l difenoconazol g/l fenpropidine 133 g/l dimoxystrobine + 50 g/l epoxyconazool 250 g/l cyprodinil + 62,5 g/l propiconazol 133 g/l dimoxystrobine + 50 g/l epoxyconazool 250 g/kg fludioxinyl g/kg cyprodinil 6 % flutolanil 500 g/l Chloorthalonil 25 % cymoxanil + 25 % famoxate 250 g/l difenoconazool 50 g/l Quizalofop-Ethyl D 375 g/l propamocarb - HCL g/l chlorothalonil 500 g/l fluazinam 26,7 % boscalid + 6,7 % pyraclostrobin 220 g/l thiabendazool
98 Topsin M 500 SC Topsin N 70 WG Twist 500 SC Unikat Pro Valbon Venture Viverda Viridal Winby Yak Zignal Zoxis 70 % of 500 g/l thiofanaat-methyl 70 % thiofanaat-methyl 500 g/l trifloxystrobine 8,3 % zoxamide + 66,7% mancozeb 1.75 % benthiavalicarb + 70% mancozeb 233 g/l boscalid + 67 g/l epoxyconazool 140 g/l boscalid + 50 g/l epoxyconazool + 60 g/l pyraclostrobin 4,5 % cymoxanil + 68 % mancozeb 500 g/l Fluazinem 500 g/l fluazinam 500 g/l fluazinam 250 g/l azoystrobin
99 Insecticiden Handelsproducten Actara Antilop SG Argento Baythroïd EC 050 Biscaya 240 OD Bulldock 25 EC Boyano Calypso Cyperstar Cytox Decis EC 2,5 Decis Plus Dimistar progress 400 EC Exxodus SG Fastac Force Fury 100 EW Karate Karis 100 CS Lambda 50 ec Life Scientific Cyhalothrin Mavrik 2 F Mesurol FS 500 Neemazal-T/S Neonet RTU Ninja Okapi Patriot Perfekthion 400 EC Pirimor Plenum Poncho 600 FS Poncho beta Poncho maïs Ravane Raptol Sherpa 200 Steward WG Sumi Alpha Teppeki Vydate CHL Actieve stoffen 25 % thiamethoxam 20 % acetamiprid 250 g/l clothianidin + 50 g/l prothioconazool 50 g/l cyfluthrine 240 g/l thiacloprid 25 g/l Beta -cyfluthrin 500 g/l fluazinam 480 g/l thiacloprid 200 g/l cypermethrin 100 g/l cypermethrin 25 g/l deltamethrin 15 g/l deltamethrin 400 g/l dimethoaat 20 % acetamiprid 50 g/l alpha-cypermethrin 200 g/l tefluthrin 100 g/l zétacyperméthrin 100 g/l lambda-cyhalothrin 100 g/l lambda-cyhalothrin 50 g/l lambda-cyhalothrin 100 g/l lamba-cyhalothrin 240 g/l fluvalinaat 500 g/l methiocarb 10 g/l Azadirachtine 120 g/l Chloorprofam 100 g/l lambda-cyhalothrin 100 g/l pirimicarb + 5 g/l lambda-cythalothrin 25 g/l deltamethrin 400 g/l dimethoaat 50 % pirimicarb 50 % pymetrozin 600 g/l clothianindin 53.5 g/l beta-cyfluthrin g/l clothianindin 600 g/l clothianindin 50 g/l lambda-cythalothrin 825 g/l koolzaadolie + 4,6 g/l pyrethrinen 200 g/l cypermethrine 30 % indoxacarb 25 g/l esfenvalerate 50% flonicamid 250 g/l oxamyl
100 Varia Handelsproducten Abion E Actirob Addit Agrichim Antigerme Catapult CCC Consola Ready Cet M Ethefon 480 SL Fazor 60 SG Fieldor Gaon Germex Gro-stop Flexifog Gro-stop Ready Himalaya 60 SG Itcan Korit 400 FS Mero Mesurol Pro Meteor 369 Medax Top Mero Moddus Mondium Neonet dust Restrain Servorem Ready Solamyl 1 % Terpal Tipo Trend 90 / Wett 90 TRS 2 Tuperprop Easy Vegelux mineral super Xedamate 60 Yatze Actieve stoffen 36 % paraffine 885 g/l geësterde koolzaadolie 780,2 g/l koolzaadolie 1 % chloorprofam 60,6 % maleïnehydrazide 452 g/l chloormequat (diverse) 120 g/l chloorprofam 19 g/l Alpha Olefine - Natriumsulfonaat 480 g/l ethefon 60 % maleinehydrazide 790 g/l geëtholyleerd triglyceride 10 EO 636,3 g/l geesterde koolzaadolie 1 % chloorprofam 300 g/l chloorprofam 120 g/l chloorprofam 60 % maleinehydrazide 60 % maleinehydrazide 420 g/l ziram 733 g/l geësterde koolzaadolie 4 % methiocarb 368 g/l chloormequat + 0,8 g/l imazaquin 300 g/l Mepiquatchloride + 50 g/l Prohexadion 733 g/l Geesterde koolzaadolie 250 g/l trinexapac ethyl 368 g/l chloormequat + 0,8 g/l imazaquin 1 % chloorprofam ethyleen 120 g/l chloorprofam 1 % chloorprofam 155 g/l ethefon g/l mepiquatchloride 842 g/l geësterde koolzaadolie 900 g/l isodecyl alcoloh-ethoxylaat 600 g/l zonnebloemolie (ethylester) 120 g/l chloorprofam 840 g/l minerale paraffineolie 636 g/l chloorprofam 480 g/l ethefon
101
DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4
- 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen
DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4
- 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen
BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF
BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF Juni 2016 Barbara Manderyck & Françoise Vancutsem - KBIVB IPM= 3 basisprincipes 2 PREVENTIE of schade vermijden MONITORING = WAARNEMINGEN INTERVENTIE= BESTRIJDING
DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4
- 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen
BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF
BLADZIEKTEN IN DE BIET IN EEN IPM PERSPECTIEF Juni 2016 Barbara Manderyck & Françoise Vancutsem - KBIVB IPM= 3 basisprincipes 2 PREVENTIE of schade vermijden MONITORING = WAARNEMINGEN INTERVENTIE= BESTRIJDING
DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4
- 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen
Het begint met ons. www.kws.com
www.kws.com KWS Benelux BV Einsteinstraat 33 3281 NJ Numansdorp tel.: 0186-657506 fax: 0186-657507 E-mail J. [email protected] www.kws.com Het begint met ons. Inleiding Inhoudsopgave Bladgezondheid is een belangrijk
Overvloedige neerslag tijdens het groeiseisoen
Overvloedige neerslag tijdens groeiseizoen - Bemesting en verslemping - Wortelrot Peter Wilting en Bram Hanse SID Heerenveen en Tilburg, 7/8 december 2016 Overvloedige neerslag tijdens het groeiseisoen
- 2 - VOORWOORD... 1 DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4
- 1 - Voorwoord In de winterperiode blikken we naar goede gewoonte terug op het voorbije bieten- en cichoreiseizoen. Deze brochure biedt u een overzicht van de omstandigheden van de uitzaai en het verloop
EFFECT VAN DE EVOLUTIE VAN HET KLIMAAT VAN DE LAATSTE JAREN OP ONZE SUIKERBIETENTEELT
EFFECT VAN DE EVOLUTIE VAN HET KLIMAAT VAN DE LAATSTE JAREN OP ONZE SUIKERBIETENTEELT 14 Januari 216 LEGRAND Guy & WAUTERS André KBIVB/IRBAB Evolutie Belgisch klimaat op bietenteelt 2 Effect van warmere
Actualiteiten Emeltenbestrijding Elma Raaijmakers
Actualiteiten SID, 9/10 december 2014 Emeltenbestrijding Elma Raaijmakers 1 Emelten veroorzaken plantwegval Emeltenbestrijding bestaat uit meerdere stappen + Laat eieren en + Voorkom eileg larven uitdrogen
Praktijkgids. Herkenning bladaantastingen in suikerbieten
Praktijkgids Herkenning bladaantastingen in suikerbieten Herken de bladschimmels op tijd Diagnose Om de bietenteelt rendabel te houden, moeten de teeltkosten zo laag mogelijk blijven. Voor de bestrijding
SUIKERBIETEN. Wereld productie suiker? Wereldproductie van suiker. Productie: ton 20% uit Riet 80% uit Suikerbieten
SUIKERBIETEN Wereld productie suiker? Wereldproductie van suiker Productie: 180.000.000 ton 20% uit Riet 80% uit Suikerbieten 1 Waar komt de suiker vandaan? Arealen Europa Waar komt de suiker vandaan?
DEEL 1: SUIKERBIETEN... 4
- 1 - Voorwoord Nu de nachten lang zijn en de dagen kort, is het tijd om het voorbije bieten- en cichoreiseizoen nog eens de revue te laten passeren en te bespreken. Hoe was de start van het seizoen? Verliepen
5.2.4 Rhizoctonia. 5.2.4.3 De ziekte. In deze paragraaf wordt verwezen naar foto s. Deze kunt u vinden op de website als bijlage bij 5.2.4.
5.2.4 Rhizoctonia AUTEUR EN CONTACTPERSOON: HANS SCHNEIDER De bodemschimmel Rhizoctonia solani veroorzaakt wortelbrand en wortelrot in suikerbieten. Bij zware aantasting gaan hele percelen verloren. Rotte
Suikerbieten. magazine
Suikerbieten magazine 1 Inhoud Suikerbietenmagazine De suikerbiet 4 Cruciaal in onze voedselketen Beste landbouwer, Overzicht van de Syngenta rassen 6 Rhizomanie tolerante rassen Tyler 6 Escault 6 Rhizomanie
Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei
Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei Hoe stel ik de juiste diagnose? Elma Raaijmakers, Peter Wilting, Ellen van Oorschot, Bram Hanse en Marco Bom Rolde, 2 september 2014 Workshop Korte uitleg:
Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei. Hoe stel ik de juiste diagnose?
Workshop Najaarsproblemen bieten en cichorei Hoe stel ik de juiste diagnose? Elma Raaijmakers, Bram Hanse, Peter Wilting, Ellen van Oorschot en Marco Bom Bergen op Zoom, 15 oktober 2015 Workshop Korte
SEEDING THE FUTURE SINCE 1856 LEONELLA KWS
KWS suikerbieten Rassengids 18 SEEDING THE FUTURE SINCE 1856 LEONELLA KWS Inhoud Beste bietenplanter, KWS Benelux B. V. 22A avenue des Alliés B-754 Kain Tél : +32 () 476 617 333 Fax : +32 () 24 3 725 E-mail
- 1 - Voorwoord. De inkt van mijn vorig voorwoordje voor de resultatenbrochure 2006 is amper opgedroogd, of weer is er een seizoen voorbij.
- 1 - Voorwoord De inkt van mijn vorig voorwoordje voor de resultatenbrochure 2006 is amper opgedroogd, of weer is er een seizoen voorbij. Een seizoen dat zich met een onvergetelijke droge en hete aprilmaand
A. WAUTERS, G. LEGRAND, M. TITS. Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België
Rhizomanie herkennen in het veld A. WAUTERS, G. LEGRAND, M. TITS Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België Publicatie uitgevoerd in het kader van het Landbouwcentrum
LCBC CABC O. HERMANN. Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België
LCBC CABC Bladziekten van de biet herkennen in het veld O. HERMANN Koninklijk Belgisch Instituut tot Verbetering van de Biet (KBIVB/IRBAB) Tienen, België Publicatie uitgevoerd in het kader van het Landbouwcentrum
WAARNEMINGS- EN WAARSCHUWINGSSYSTEMEN
WAARNEMINGS- EN WAARSCHUWINGSSYSTEMEN Els Lapage Departement Landbouw en Visserij Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling KVIV-studiedag, 24 april 2014 Inhoud Wat? Financiering en uitvoerders Waarnemingen
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
Workshop Voorjaarsproblemen
Workshop Voorjaarsproblemen Hoe stel ik de juiste diagnose? Bram Hanse, Peter Wilting, Ellen van Oorschot en Marco Bom Valthermond, 24 juni 2015 Workshop Korte uitleg: hoe stel ik de juiste diagnose? Aan
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw
DOPERWT vergelijking efficiëntie fungiciden tegen valse meeldauw Vergelijking van de efficiëntie van fungiciden tegen valse meeldauw in groene erwt - eigen onderzoek 1 Efficiëntie van middelen tegen valse
Meervoudige resistentie
Meervoudige resistentie in opmars Noud van Swaaij SID Heerenveen en Tilburg, 7/8 december 2016 100 90 Groei aandeel resistente rassen 1996-2016 zonder resistentie aandeel in zaadbestelling (%) 80 70 60
Teelthandleiding. 1.3.schietergevoeligheid
Teelthandleiding 1.3.Schietergevoeligheid... 1 2 1.3.Schietergevoeligheid versie: november 2018 Een suikerbiet is een tweejarige plant. In het eerste jaar verkeert zij in de vegetatieve fase en vormt reservevoedsel
BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)
BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009) Let wel: de proeven aangelegd door het LCG in 2009 werden uitgevoerd conform de bemestingsnormen die van kracht waren in 2009. Deze bemestingsnormen
Teelthandleiding. 3.1 vroeg of laat zaaien
Teelthandleiding 3.1 Vroeg of laat zaaien?... 1 2 3.1 Vroeg of laat zaaien? versie: maart 2018 Het IRS adviseert suikerbieten te zaaien zodra de grond bekwaam is, maar niet vóór 1 maart. Vroeg zaaien levert
Verslag geleide bestrijding wortelvlieg 2016
Verslag geleide bestrijding wortelvlieg 2016 In het kader van IPM ondersteunt Inagro ook dit jaar opnieuw de worteltelers bij de geleide bestrijding van de wortelvlieg. Na de zaai van de wortelen, kwam
Verbetering rendement suikerbietenteelt
IRS Postbus 3 600 AA Bergen op Zoom www.irs.nl / [email protected] Op naar 3 x Verbetering rendement suikerbietenteelt Bram Hanse jaar suiker kostprijs 0 ton/ha /ton biet Ligging van deelnemende bedrijfsparen
BODEMGEBONDEN SCHIMMELZIEKTEN Beheersen van Rhizoctonia solani met resistente rassen, fungiciden, vanggewassen en antagonisten
Project No. 12-04 BODEMGEBONDEN SCHIMMELZIEKTEN Beheersen van Rhizoctonia solani met resistente rassen, fungiciden, vanggewassen en antagonisten Projectleider: J.H.M. Schneider 1. Inleiding De bodemschimmel
bladschimmelherkenning
IRS Van Konijnenburgweg 24 4611 HL Bergen op Zoom The Netherlands e-mail: [email protected] http://www.irs.nl Workshop bladschimmelherkenning Bram Hanse, Elma Raaijmakers, Ellen van Oorschot www.irs.nl/bladschimmel
versie: maart 2012 9. Diagnostiek CONTACTPERSONEN: ELMA RAAIJMAKERS EN BRAM HANSE
9. Diagnostiek CONTACTPERSONEN: ELMA RAAIJMAKERS EN BRAM HANSE Het verricht diagnostisch onderzoek naar ziekten, plagen en gebreksverschijnselen in suikerbieten. Telers kunnen via de medewerkers van de
BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit LCG-Brochure Granen Oogst 2009)
- 1 - BEMESTING WINTERTARWE (Tekst uit ) Let wel: de proeven aangelegd door het LCG in 2009 werden uitgevoerd conform de bemestingsnormen die van kracht waren in 2009. Deze bemestingsnormen van 2009 zijn
Geïntegreerde gewasbescherming (IPM)
1 Geïntegreerde gewasbescherming (IPM) Update i.v.m. het verbod op neonicotinoïden De plaaginsecten De rol van de waarnemingsdienst 23/01/2019 Zaaizaadbehandelingen met NNI: waarom is (was) dit een goede
Aardvlooien. Plagen in de tuin
Aardvlooien Zeer kleine kevers (2.5mm). Donkere, glanzende, staalblauwe kleur. Maakt grote sprongen. Legt eitjes in de grond. Larven vreten aan de plantenwortels en eten van de blaadjes tot ze groot genoeg
KWS Suikerbieten Rassenoverzicht 2016 SEEDING THE FUTURE SINCE 1856
KWS Suikerbieten Rassenoverzicht 2016 SEEDING THE FUTURE SINCE 1856 KWS Benelux B.V. Postbus 137 4870 AC Etten-Leur Tel: 076-50 333 05 E-mail: [email protected] www.kwsbenelux.nl Beste bietenteler, Het
IPM IN DE BIETENTEELT T IS NIE MOEILIJK, T IS GEMAKKELIJK
IPM IN DE BIETENTEELT T IS NIE MOEILIJK, T IS GEMAKKELIJK Januari 2014 Barbara Manderyck KBIVB ADLO project: de weg naar duurzame landbouw verder zetten! www.inagro.be www.lcg.be www.irbab kbivb.be www.pcainfo.be
PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT
PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT Beredeneerde gewasbescherming vandaag en morgen 13 & 14 Juni 2017 te Ramillies Met ondersteuning van de Vlaamse en Waalse regio en ontvangst
MAANDBLAD VAN DE CONFEDERATIE VAN DE BELGISCHE BIETENPLANTERS vzw CBB Anspachlaan 111 Bus Brussel T F P
De Bietplanter MAANDBLAD VAN DE CONFEDERATIE VAN DE BELGISCHE BIETENPLANTERS vzw CBB Anspachlaan 111 Bus 10 1000 Brussel T. 02 513 68 98 F. 02 512 19 88 P 806265 Onze genetica, een gevestigde waarde Beste
Teelthandleiding. 9 diagnostiek
Teelthandleiding 9 diagnostiek 9 Diagnostiek... 1 2 9 Diagnostiek Versie: december 2015 Het IRS verricht diagnostisch onderzoek naar ziekten, plagen en gebreksverschijnselen in suikerbieten. Medewerkers
Schimmels in maïs Kiemschimmels Wortelverbruining Builenbrand Stengelrot Kolfsteelrot Bladvlekkenziekte Rhizoctonia Roest
Schimmels in maïs Er zijn verschillende schimmels die schade kunnen veroorzaken in maïs. Tot nu toe bestrijdt men alleen de kiemschimmels met chemische middelen. Bij de schimmelziekten stengelrot, kolfsteelrot
Brochure Suikerbietenzaad 2018
Brochure Suikerbietenzaad 2018 Uitgegeven door Suiker Unie Samengesteld door het IRS Deze brochure geeft de gemiddelde resultaten weer van het cultuur- en gebruikswaarde-onderzoek (CGO) van suikerbieten
122 JUNI 2014. Retengo Plust in suikerbieten. Retengo Plust in suikerbieten
122 JUNI 2014 INFO Retengo Plust in suikerbieten Suikerbieten zijn de laatste jaren tot één van de rendabelste teelten in het bouwplan van veel landbouwbedrijven geworden. De bietenteelt wordt echter steeds
Bestrijding van blad- en aarziekten in wintertarwe. EH 859 Door: ing.h.w.g.floot
Bestrijding van blad- en aarziekten in wintertarwe EH 859 Door: ing.h.w.g.floot Inleiding In de tarweteelt is de bestrijding van blad- en aarziekten eigenlijk ieder jaar nodig om een maximale financiële
Rassenkeuze Noud van Swaaij, Elma Raaijmakers, Hans Schneider. Rassenlijstcijfer: gemiddelde van onderzoek
SUIKERBIETENINFORATIEDAGEN IRS Postbus 3 400 AA Bergen op Zoom www.irs.nl / [email protected] Rassenkeuze 009 Noud van Swaaij, Elma Raaijmakers, Hans Schneider Rassenkeuze 009 Rassenkeuze en rhizomanieresistente
De bietenteelt heeft veel herbiciden nodig
PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE BIETENTEELT Beredeneerde gewasbescherming vandaag en morgen 13 & 14 Juni 2017 te Ramillies Met ondersteuning van de Vlaamse en Waalse regio en ontvangst
Eindelijk een nieuw. SUIKERBIETENTELERS hebben voor komend. In elk segment een ras met aanvullende rhizomanie-resistentie
In elk segment een ras met aanvullende rhizomanie-resistentie 40 Eindelijk een nieuw De Aanbevelende Rassenlijst 2015 telt negen nieuwe suikerbietenrassen. In ieder segment zijn weer betere rassen voor
Vooruitgang bietenrassen gaat gestaag door
AKKERBOUW GRADATIE IN RESISTENTIENIVEAUS GERINGE KEUS AANVULLENDE RHIZOMANIERESISTENTIE EERSTE CONVISO SMART-RAS BEPERKT BESCHIKBAAR Vooruitgang bietenrassen gaat gestaag door De Aanbevelende Rassenlijst
Koolzaadbericht nr 03 mei 2013 Koolzaadsnuitkever -Sclerotinia
Koolzaadbericht nr 03 mei 2013 Koolzaadsnuitkever -Sclerotinia 1. Stand van het gewas (observatie 7mei) Op vandaag zijn alle percelen volop in bloei. Op de percelen met een egale gewasstand, behalen we
WORTEL wortelvliegbestrijding 2015
WORTEL wortelvliegbestrijding 2015 1 Bestrijding van de wortelvlieg in wortel opstellen van drempels 1.1 Doel De economische schadedrempels voor de behandeling van wortelvlieg zijn gedurende enige tijd
landbouw en natuurlijke omgeving 2011 plantenteelt open teelten CSPE BB minitoets bij opdracht 17
landbouw en natuurlijke omgeving 2011 plantenteelt open teelten CSPE BB minitoets bij opdracht 17 variant a Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen Omcirkel het goede antwoord (voorbeeld 1). Geef
Raseigenschappen. Alleen rhizomanierassen scoren beter. akkerbouw. Zaaien van suikerbieten.
Raseigenschappen Alleen rhizomanierassen scoren beter Zaaien van suikerbieten. Afgelopen seizoen waren er veel problemen met schieters. Zaaien voor 10 maart geeft een verhoogd risico. FOTO: HERBERT WIGGERMAN
NIET-KERENDE BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN
NIET-KERENDE BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN Vandergeten J.P. & Vanstallen M. Prov. Vlaams-Brabant - Tollembeek 2 NKG & Erosiebestrijding wordt vanaf het eerste jaar waargenomen dubbel effect: - op niveau
Proefresultaten suikerbieten en cichorei. Vzw PIBO campus Tongeren Morgan Carlens
Proefresultaten suikerbieten en cichorei Vzw PIBO campus Tongeren Morgan Carlens Cichoreiproeven vzw PIBO campus 2018 Chemische onkruidbestrijding 10 objecten en 1 controle Bemestingsvensters Nulbemesting
OPTIMALE BEWARING: WELKE FACTOREN ZIJN BELANGRIJK?
WORTELZIEKTEN EN WORTELROT: IDENTIFICEREN EN VERMINDEREN DRUK OPTIMALE BEWARING: WELKE FACTOREN ZIJN BELANGRIJK? 25/01/2017 Françoise Vancutsem KBIVB-IRBAB Waarom wortelrot identificeren? 2 om hun ontwikkeling
22a Grondbewerkingssystemen voor de teelt van wintertarwe EH 0623 Door: ing.h.w.g. Floot
22a Grondbewerkingssystemen voor de teelt van wintertarwe EH 0623 Door: ing.h.w.g. Floot Inleiding In de tarweteelt is de grondbewerking een belangrijke kostenpost. Vooral bij monocultuur wintertarwe komt
KENNISBUNDEL. Biologische aardappelen. Mei 2013 ZIEKTEN EN PLAGEN / INSECTEN. www.dlvplant.nl TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN
KENNISBUNDEL Biologische aardappelen Mei 2013 TEELTTECHNISCHE ASPECTEN LOOFDODEN ZIEKTEN EN PLAGEN / VIRUSZIEKTEN ZIEKTEN EN PLAGEN / PHYTOPHTHORA INFESTANS ZIEKTEN EN PLAGEN / RHIZOCTONIA SOLANI DE SMAAK
Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen
Invloed plantversterkers op opbrengst en gezondheid gewas in de teelt van pootaardappelen KW 0112 Door: ing. H.W.G. Floot Inleiding In de teelt van biologische aardappelen gelden specifieke regels van
Groenbemesters. Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging!
Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging! Dit demonstratieproject wordt medegefinancierd door de Europese Unie en het Departement Landbouw en Visserij
Valse meeldauw in zonnebloemen. Marjan de Boer, Suzanne Breeuwsma, Jan van der Bent, Rik de Werd en Frank van der Helm
Valse meeldauw in zonnebloemen Marjan de Boer, Suzanne Breeuwsma, Jan van der Bent, Rik de Werd en Frank van der Helm Probleem in zonnebloemen Valse meeldauw (Plasmopara halstedii) > oomyceet In Nederland,
Groenbemesters. Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging!
Virtueel proefveldbezoek: Nitraatresidu beheersen in de akkerbouw: een permanente uitdaging! Dit demonstratieproject wordt medegefinancierd door de Europese Unie en het Departement Landbouw en Visserij
CERCOSPORA: EEN ONGEKENDE INTENSITEIT IN 2016 ONKRUIDEN NIEUWIGHEDEN: ALS BIETEN
CERCOSPORA: EEN ONGEKENDE INTENSITEIT IN 2016 ONKRUIDEN NIEUWIGHEDEN: ALS BIETEN 25/01/2017 Barbara Manderyck KBIVB-IRBAB 3 Stel uw vragen over dit onderwerp nu via SMS 0471 32.19.96 Uitsluitend vragen
De buxusmot: Glyphodes perspectalis (syn. Diaphania perspectalis)
De buxusmot: Glyphodes perspectalis (syn. Diaphania perspectalis) Lepidoptera, fam. Crambidae Waardplanten Buxussoorten zoals Buxus microphylla, B. sempervirens en B. sinica. Geografische verspreiding
Programma voor vandaag: Bespreking toets Graanteelt deel 1 Ziekten in wintergranen Plagen en legering Werkopdracht Ziekten, plagen en legering
Plantenteelt Graan Programma voor vandaag: Bespreking toets Graanteelt deel 1 Ziekten in wintergranen Plagen en legering Werkopdracht Ziekten, plagen en legering Huiswerk Werkopdracht Ziekten, plagen en
VLAIO project: BYDV predictor. Jolien Bode Technisch onderzoeksmedewerker PIBO-Campus
VLAIO project: BYDV predictor Jolien Bode Technisch onderzoeksmedewerker PIBO-Campus Doelstelling Eerste doelstelling: Beheersingsstrategie voor BYDV (gerstvergelingsvirus) Houvast voor landbouwers Adviessysteem
Thuis bestuderen Aardappelen signalen blz. 52 t/m 85
Aardappelteelt Programma voor vandaag: De belangrijke aardappelziekten PowerPoint presentaties Thuis bestuderen Aardappelen signalen blz. 52 t/m 85 Planning Toets deel 2 Woe, 9. november (ziekten, plagen,
PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE CICHOREITEELT
PROEF CHEMISCH-MECHANISCHE ONKRUIDBESTRIJDING IN DE CICHOREITEELT Beredeneerde gewasbescherming vandaag en morgen Les 13 & 14 Juin 2017 à Ramillies Met ondersteuning van de Vlaamse en Waalse regio en ontvangst
INFO 204 JUNI 2009 2011. Signum, dé standaard in de teelt van wortelen. Signum in wortelen. Signum
204 JUNI 2009 2011 INFO Signum, dé standaard in de teelt van wortelen Voor een geslaagde wortelenteelt is een goede bescherming van het loof van groot belang, maar zeker voor bewaarpeen moet de bescherming
Verbetering rendement suikerbietenteelt
IRS Postbus AA Bergen op Zoom www.irs.nl / [email protected] Inhoud presentatie Project Verbetering rendement bietenteelt Verbetering rendement suikerbietenteelt resultaten opvallende zaken 7 Bram Hanse Project
Groeicurve Bintje en Fontane 2014
Groeicurve en 2014 V. De Blauwer (Inagro), D. Florins (FIWAP), H. Rasmont (CARAH) Samenvatting Net zoals de vorige jaren werd tijdens het groeiseizoen van 2014 de groei van opgevolgd op 29 praktijkpercelen.
Onderzoek verbetering rendement suikerbietenteelt. A.C. Hanse
Onderzoek verbetering rendement suikerbietenteelt A.C. Hanse Stichting IRS Postbus 32 4600 AA Bergen op Zoom Telefoon: +31 (0)164-27 44 00 Fax: +31 (0)164-25 09 62 E-mail: [email protected] Internet: http://www.irs.nl
TOLALG14SPZ_BM08 (Blad)bemestingsproef in najaarsspinazie voor industriële verwerking met voorteelt Tarwe.
TOLALG14SPZ_BM08 (Blad)bemestingsproef in najaarsspinazie voor industriële verwerking met voorteelt Tarwe. Doel Rekening houdende met N-vrijstelling/immobilisatie uit oogstresten van de voorteelt gedeeltelijk
BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN WELKE KIEZEN?
BODEMBEWERKING BIJ SUIKERBIETEN WELKE KIEZEN? Ronald Euben Wat vraagt de biet? 2 Bij de zaai Enkele (kleine) kluiten bovenaan (dichtslaan, erosie) Verkruimelde, aangedrukte laag (contact zaad bodem) Vaste,
