Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
|
|
|
- Pieter-Jan van Dijk
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ hogeschool voor de kunsten Januari 2016 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter) Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda H. (Hans) Koolmees (secretaris)
2 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding Schets van de hogeschool Organisatie Visie en ambities Jaarcijfers onderzoek Bevindingen Structuur en samenhang in de kwaliteitszorg Randvoorwaarden voor de uitvoering van de kwaliteitszorg Evaluaties van de Onderzoekseenheden Verbeterbeleid Conclusies en aanbevelingen Bijlage 1. Instellingsbesluit VKO Bijlage 2. Overzicht bestudeerd materiaal Bijlage 3. Bezoekprogramma Bijlage 4. Korte beschrijving van de VKO deelcommissieleden Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 2
3 1. Inleiding De Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek (VKO) is begin 2009 door de voorzitter van de HBOraad geïnstalleerd (zie instellingsbesluit, bijlage 1). De VKO maakt als onafhankelijke commissie deel uit van het per 1 januari 2009 ingevoerde kwaliteitszorgstelsel voor onderzoek aan hogescholen, gebaseerd op het brancheprotocol kwaliteitszorg onderzoek (BKO). De taak van de VKO is het valideren van de kwaliteitszorgsystemen van de hogescholen, voor zover de kwaliteitszorg betrekking heeft op onderzoek. Kwaliteitszorg wordt daarbij gedefinieerd als "het systematische en dynamische geheel van beleid, organisatie, procedures, processen en middelen, gericht op het permanent handhaven en verhogen van de kwaliteit van het onderzoek binnen de hogeschool, door middel van cyclisch evalueren en verbeteren". De validatie van de kwaliteitszorg voor het onderzoek van ArtEZ hogeschool voor de kunsten vond plaats op 22 november Helaas moest de VKO constateren dat ze niet tot validatie over kon gaan. Het kwaliteitszorgsysteem voor het onderzoek was ten tijde van het bezoek sterk gefragmenteerd en onvolledig. Bovendien constateerde de VKO dat de onderzoeksfunctie van ArtEZ onvoldoende bestuurlijke aandacht kreeg hetgeen negatieve gevolgen had voor de verankering van het onderzoek in de organisatie. In aansluiting op het validatiebezoek is in overleg met ArtEZ besloten dat er in het najaar van 2015 een hervalidatie zou plaatsvinden. Die hervalidatie vond plaats op 12 november Een deelcommissie vanuit de VKO sprak op die dag met het College van Bestuur, leden van de centrale staf, lectoren, onderzoekers/docenten, studenten en externe stakeholders. Het volledige bezoekprogramma en de antecedenten van de deelcommissie zijn opgenomen in de bijlagen 3 en 4 van dit rapport. Aan het eind van het bezoek is door de voorzitter van de deelcommissie VKO een voorlopige mondelinge terugkoppeling gegeven. Daarna heeft de VKO zich intern beraden op de definitieve rapportage. Van de VKO wordt verwacht dat zij bij elke hogeschool tot een op ontwikkeling en verbetering gerichte rapportage komt. Het gaat daarbij om een onderbouwde en genuanceerde kwalitatieve conclusie ten aanzien van het functioneren van het kwaliteitszorgsysteem in verschillende opzichten en op verschillende dimensies, alsmede de hierop gebaseerde aanbevelingen tot verbetering. Op basis van haar bevindingen heeft de VKO de kwaliteitszorg met betrekking tot het onderzoek van ArtEZ Hogeschool voor de kunsten gevalideerd. Deze rapportage geeft een nadere onderbouwing van dit oordeel. De VKO heeft zich tijdens het validatiebezoek vooral gericht op de wijze waarop ArtEZ is omgegaan met de aanbevelingen die zij gegeven heeft n.a.v. het eerste validatiebezoek en de resultaten daarvan. In deze rapportage heeft de VKO deze aanbevelingen ondergebracht bij de vier validatievragen die zij dient te beantwoorden. De opbouw van het rapport is als volgt: Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een schets gegeven van de hogeschool, in algemene zin en meer in het bijzonder toegespitst op de missie, organisatie en omvang van het onderzoek. Hoofdstuk 3 beschrijft de bevindingen en beoordelingen van de VKO aan de hand van de vier validatievragen zoals deze zijn vastgelegd in het basisdocument kwaliteitszorg onderzoek (zie: Omdat de VKO zich tijdens het validatiebezoek vooral gericht heeft op de Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 3
4 wijze waarop ArtEZ is omgegaan met de aanbevelingen die zij gegeven heeft n.a.v. het eerste validatiebezoek en de resultaten daarvan, zijn deze aanbevelingen en het oordeel over de realisatie daarvan ondergebracht bij de vier validatievragen. In hoofdstuk 4 sluit de VKO af met haar conclusie en aanbevelingen. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 4
5 2. Schets van de hogeschool ArtEZ is een monosectorale hogeschool op het gebied van kunst. ArtEZ is ontstaan uit diverse fusies en heeft vestigingsplaatsen in Arnhem, Enschede en Zwolle. Er studeren ca studenten (waarvan 18 % internationaal). Er zijn 900 personeelsleden in dienst waarvan er 600 met onderwijs- en onderzoekstaken belast zijn. Bovendien dragen ca gastdocenten incidenteel bij aan de onderwijsprogramma s van de hogeschool. ArtEZ biedt het volledige scala aan kunstopleidingen aan Organisatie De organisatorische structuur is als volgt weer te geven: De hogeschool biedt 10 bachelor opleidingen aan met 32 studievarianten, 1 Associate Degree opleiding en 9 master opleidingen plus een Honours Programme. Daarnaast verzorgt de hogeschool enkele premaster en voortraject cursussen. Enkele bachelor opleidingen worden op meerdere locaties aangeboden. Het onderwijsaanbod is in 2015 opgedeeld in een Undergraduate School en een Graduate School. Dit is per 1 januari 2016 geformaliseerd. In de Undergraduate School zijn de bachelor-opleidingen ondergebracht in 6 academies: ArtEZ Academie voor Art & Design Arnhem ArtEZ Academie voor Kunst en Industrie (AKI) ArtEZ Academie voor Art & Design Zwolle Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 5
6 ArtEZ Academie van Bouwkunst ArtEZ Academie voor Theater en Dans ArtEZ Conservatorium In de Graduate School zijn de lectoraten en de master-opleidingen ondergebracht. ArtEZ kende ten tijde van het validatiebezoek 4 lectoraten: Modevormgeving Theorie in de Kunsten Kunst- en Cultuureducatie Kunst, Cultuur & Economie (in afbouw) en Product & Interior Design (in opbouw) ArtEZ heeft de ambitie om deze vier lectoraten uit te breiden tot 8. Het eerder genoemde Honours Programme is verbonden aan het lectoraat Theorie in de Kunsten. ArtEZ beschikt over één Centre of Expertise: Future Makers Beide Schools worden in het College van Bestuur vertegenwoordigd door de Dean van de School. De voorzitter van het College van Bestuur speelt een algemeen coördinerende rol en stuurt de ondersteunende diensten, het valorisatie centrum, het Studium Generale en ArtEZ Press aan. Uit de beschrijving van de hogeschool en de gesprekken blijkt dat binnen het aansturen van de schools, het op gang houden van het inhoudelijk gesprek en het afstemmen tussen de opleidingen en de onderzoekseenheden onderling en tussen onderzoek en onderwijs, een belangrijke taak van de deans is. Een Raad van Toezicht werd ten tijde van de validatie samengesteld; zij houdt toezicht op de ArtEZ Hogeschool voor de kunsten Visie en ambities Ten tijde van het validatiebezoek in 2013 was het Strategisch Plan ArtEZ in uitvoering. In 2012 is er voor de onderzoeksfunctie een onderzoeksbeleidsplan geformuleerd. Dat onderzoeksbeleidsplan had uitsluitend betrekking op de lectoraten en was nog onvoldoende gebaseerd op een voldragen visie. In het plan werd gesteld dat de lectoren zouden samenwerken aan de ontwikkeling van de visie op onderzoek en theorievorming en de wijze waarop deze in de onderwijsprogramma s kan worden verankerd. Die verankering zou moeten plaatsvinden binnen het reeds genomen besluit om de lectoraten definitief in te bedden in de ArtEZ-organisatie. Helaas ging ArtEZ in 2013 gebukt onder een bestuurscrisis die gevolgd werd door een periode waarin een interim-bestuur tot en met april 2014 was aangesteld. In die periode is er van de beoogde visieontwikkeling niet of nauwelijks sprake geweest. Pas vanaf juli 2014 is de discussie over de toekomst van de onderzoeksfunctie goed op gang gekomen o.l.v. de nieuwe interim-voorzitter van het College van Bestuur en onder begeleiding van prof. dr. Frans Leijnse. De discussie was breed van opzet en had betrekking op de aard van het onderzoek en de randvoorwaarden die er voor nodig zijn om dat onderzoek uit te voeren en te verbinden met het onderwijs en de beroepspraktijk. Een van de belangrijke randvoorwaarden was de inbedding van de onderzoeksfunctie in de ArtEZ organisatie. Omdat ArtEZ het onderzoek vooral wil positioneren in relatie tot het onderwijs werden lastige issues in breed verband besproken hetgeen tot overeenstemming heeft geleid tussen lectoren, onderzoekers, opleidingshoofden, academiedirecteuren, hoofden van stafdiensten en studenten. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 6
7 De breed georganiseerde discussie heeft geleid tot een nieuw instellingplan voor de periode van : Here as the centre of the world. Parallel daaraan is het Onderzoeksbeleidsplan ontwikkeld voor dezelfde periode onder de titel: Ways of Research. In het instellingsplan wordt weliswaar expliciet aandacht besteed aan de profilering van het onderzoek en de master-opleidingen maar er worden slechts in grove lijnen enkele uitgangspunten beschreven zoals de wenselijkheid om tot een optimale verhouding te komen tussen lectoraten, masters en bachelors, de invalshoeken van waaruit de komende jaren onderzoek gedaan zal worden en de wens om naast traditionele onderzoeksmethoden ook aandacht te besteden aan andere strategieën om tot kennisontwikkeling te komen zoals lateraal denken, logica, empirie en intuïtie en affectieve, narratieve, poëtische of transversale strategieën. Tenslotte wordt het voornemen beschreven om enerzijds onderzoek te verrichten vanuit de onderzoekswensen van studenten en docenten en anderzijds vanuit de lectoraten die meer gericht zijn op de externe omgeving. Het instellingsplan krijgt zijn vertaling in het onderzoeksbeleidsplan Ways of Research, Daarin zijn de voornemens van het instellingsplan ten aanzien van het onderzoek nader uitgewerkt. Voor het onderzoek is de volgende missie geformuleerd: Het uitvoeren van kwalitatief hoogwaardig, oorspronkelijk, vooruitstrevend, methodisch vakkundig en maatschappelijk relevant onderzoek met een binnen de hogeschool helder gepositioneerde gemeenschap van lectoren, geassocieerde onderzoekers, opleidingshoofden, docenten en studenten. Deze gemeenschap functioneert als een inspirerende, stimulerende en professionele onderzoeksomgeving die bijdraagt aan: Het versterken van het reflectief, kritisch, onderzoekend vermogen van studenten en docenten van bachelor- en masteropleidingen en geassocieerde onderzoekers. Verbetering en innovaties van het kunstonderwijs. Innoverende kennisproductie, kritische reflectie en theorievorming die relevant zijn voor de artistieke domeinen waarin ArtEZ onderwijs verzorgt, als ook voor de verbinding tussen kunsten met nietartistieke domeinen. Het actuele internationaal gevoerde discours over theorie en onderzoek in de kunsten. ArtEZ streeft ernaar om lectoraten te verbinden aan alle onderscheiden domeinen waarbinnen ze opleidingen verzorgt. Daarbij acht zij het van wezenlijk belang dat ook een aantal lectoraten het multidisciplinaire potentieel van de hogeschool weerspiegelen, activeren en intensiveren. De missie wordt vertaald in de langetermijnvisies en jaarplannen Jaarcijfers onderzoek De jaarcijfers 2012 die door de VKO worden geïnventariseerd met betrekking tot het onderzoek van ArtEZ laten het volgende beeld zien: ArtEZ Positie t.o.v. 37 hogescholen ArtEZ Positie t.o.v. 37 hogescholen Financieel Rijksbijdrage per student 349, ,00 5 Raak-bijdrage per student 0, ,00 21 Internationale bijdrage per student 27,42 8 0,00 16 Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 7
8 ArtEZ Positie ArtEZ Positie t.o.v. 37 hogescholen t.o.v. 37 hogescholen Overige bijdrage per student 68, ,00 11 Personeel Aantal studenten per fte lector (landelijk streefcijfer: 720) Aantal fte s per lector 0,77fte 2 0,73 fte 7 Percentage gepromoveerde lectoren 67 % % 28 Percentage docent-onderzoekers van docenten 3,3 % % 34 Gemiddelde fte per docent-onderzoeker 0,17 fte 23 0,14 fte 30 Percentage gepromoveerde onderzoekers 15,0 % % 22 Percentage promovendi van docenten 0,33 % 34 5 % 30 Gemiddelde fte per promovendus 0,45 fte 13 0,69 fte 6 Percentage student-onderzoekers 1,4 % 28 1,1 % 24 De bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op: de jaarlijkse gegevens die door de hogescholen verstrekt worden in het kader van de landelijke monitor van het Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO); de personele en financiële cijfers die door de Vereniging Hogescholen worden beschikbaar worden gesteld op de website: Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 8
9 Bevindingen De VKO kon ter voorbereiding van het validatiebezoek beschikken over documentatie in de vorm van het zelfevaluatierapport en enkele visie- en beleidsnota s zoals het Instellingsplan : Here as the centre of the world, het onderzoeksbeleidsplan : Ways of Research en het Kwaliteitszorgplan Daarnaast waren in Digoport (de digitale werkomgeving van ArtEZ) tal van documenten beschikbaar gesteld die betrekking hadden op het onderzoek en de kwaliteitszorg van het onderzoek. Dit betrof o.a. de lange termijnvisies, de jaarplannen en de jaarverslagen van de afzonderlijke lectoraten, het document Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School 2015, en verschillende documenten die ten grondslag lagen aan de formulering en de uitvoering van het onderzoeksbeleidsplan. Tijdens het validatiebezoek lagen tal van uitvoeringsnotities, verslagen en evaluatierapporten ter inzage. Vrijwel alle documenten zijn van recente datum. Want, anders dan gehoopt, kon de hogeschool door voortduring van de bestuurlijke crisis die in 2012 ontstaan was, minder aandacht besteden aan de onderzoeksfunctie van ArtEZ dan het CvB en de lectoren zich hadden voorgenomen. In deze situatie is door aantreding van een nieuwe interim-bestuurder medio 2014 een aanzienlijke verandering opgetreden. Met voortvarendheid heeft zij werk gemaakt van de uitvoering van de aanbevelingen zoals die door de VKO in het validatierapport van 2013 naar voren waren gebracht. Daarbij is veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van draagvlak voor het hogeschoolbeleid en meer in het bijzonder voor het onderzoeksbeleid en het vergroten van de samenhang binnen de organisatie. Dit heeft er toe geleid dat ArtEZ vanaf juli 2015 kon beschikken over een volwaardig instellingsplan en onderzoeksplan dat een breed draagvlak kent. Het relatief laat verschijnen van deze plannen heeft logischerwijs tot gevolg dat deze plannen voor een groot gedeelte nog niet in uitvoering genomen zijn. De VKO kan zich bij de validatie derhalve slechts baseren op deze plannen, de gesprekken die zijn gevoerd en de daarin naar voren gebrachte benadering van het onderzoek en de veranderde organisatiecultuur die garant moet staan voor een succesvolle implementatie van deze plannen. Ondanks deze beperking heeft de commissie gemeend om de validatie te laten plaatsvinden omdat er voldoende basismateriaal beschikbaar was en om ArtEZ behulpzaam te zijn bij de verdere uitwerking van het onderzoeksbeleid en de kwaliteitszorg van het onderzoek. De vier validatievragen die de VKO bij een validatie dient te beantwoorden zijn de volgende: 1. Is er sprake van voldoende structuur en samenhang in de kwaliteitszorg van de hogeschool (ten aanzien van onderzoek)? 2. Zijn er voldoende randvoorwaarden voor de uitvoering van de kwaliteitszorg (ten aanzien van onderzoek)? 3. Worden de onderzoekevaluaties op deskundige en onafhankelijke wijze uitgevoerd en conform de brancheafspraken hierover? 4. Worden evaluaties gebruikt voor de handhaving en verbetering van de kwaliteit van het onderzoek en de organisatie? Hieronder structureert de validatiecommissie haar bevindingen aan de hand van deze vier vragen in respectievelijk de paragrafen 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4. Elk van deze vier paragrafen wordt afgesloten met mogelijkheden voor verbetering op de voor de validatievraag relevante onderwerpen. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 9
10 3.1. Structuur en samenhang in de kwaliteitszorg Medio 2015 zijn het instellingsbeleidsplan en het onderzoeksbeleidsplan van ArtEZ verschenen. In het instellingsbeleidsplan wordt o.a. beschreven op welke wijze de onderzoeksfunctie gepositioneerd is binnen de gehele ArtEZ-organisatie en hoe deze functie zich moet verhouden tot o.a. het onderwijs. Voorts wordt aangegeven welke aspecten in het onderzoeksbeleidsplan nader uitgewerkt moeten worden. Het voorbereidingsproces voor het onderzoeksbeleidsplan is onder begeleiding van prof. dr. Frans Leijnse (oudvoorzitter HBO-Raad, hoogleraar-emeritus Onderwijs en Arbeidsmarkt en lector-emeritus Kenniscirculatie) uitgevoerd. Het onderzoeksbeleidsplan Ways of Research gaat ten eerste in op de aard van het onderzoek dat in het kunstonderwijs dient plaats te vinden. In het plan wordt gesteld dat, anders dan bij andere hboopleidingen, de kunstopleidingen geen wetenschappelijke pendant kennen waardoor de gebruikelijke definitie van praktijkgericht onderzoek te beperkend werkt voor het kunstonderwijs. Het onderzoek binnen het kunstonderwijs dient niet primair gericht te zijn op onderzoek naar de kunsten (b.v. sociologisch, historisch, psychologisch, economisch) omdat dat soort onderzoek bij voorkeur dient plaats te vinden binnen de diverse bestaande academische disciplines. Wel dient het onderzoek primair gericht te zijn op het ontwikkelen van kennis, vaardigheden en ervaring m.b.t. de kunstproductie. Daarbij maakt men onderscheid tussen: Artistiek onderzoek (het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het artistieke proces om tot kunstproducten te komen) Ontwerpend onderzoek (het onderzoek waarbij creatieve en artistieke competenties in relatie gebracht worden met ontwerpende en construerende wetenschappen zoals die vaak plaatsvinden aan Technische Universiteiten) Art based research (het onderzoek waarbij kunst een instrumentele rol speelt bij multidisciplinair onderzoek zoals bij kunsteducatie of muziektherapie) Uitgaande van deze onderzoeksopvatting wordt in Ways of Research aandacht besteed aan de organisatorische positie van het onderzoek binnen de ArtEZ hogeschool. In paragraaf 2.1 is hier al eerder een overzicht van gegeven. Vervolgens wordt ingegaan op de specifieke functie die het onderzoek in het bachelor onderwijs dient te hebben: 1) het kweken van een onderzoekende houding, 2) het beoordelen van de bruikbaarheid van kennis uit bestaand onderzoek en 3) het uitvoeren van basaal onderzoek. Bachelor studenten die zich theoretisch willen verdiepen kunnen opteren voor deelname aan het Honours Programme Theory and Research. Hierin wordt de bachelor-kennis m.b.t. onderzoek verbreed en verdiept. Het onderzoek in het masteronderwijs is gericht op: 1) een gedegen praktijktheoretische verdieping en/of verbreding, 2) het kunnen opzetten, uitvoeren en evalueren van onderzoek, 3) het op een hoger niveau brengen van het professioneel vakmanschap en 4) het ontwikkelen van een beroepsethische onderzoekshouding en het bevorderen van een maatschappelijke oriëntatie ten dienste van het onderzoek. De lectoraten van ArtEZ dienen zich, naast het uitvoeren van lopend onderzoek, de komende jaren te richten op het ontwikkelen van een onderzoeksagenda. Die onderzoeksagenda dient gericht te zijn op het uitvoeren van onderzoek dat bijdraagt aan de kennisbasis van de professie. Dat is probleem- en praktijkgericht onderzoek dat probleemoplossingen generaliseert met het oog op bredere toepassing. Bovendien dient het theoriegedreven onderzoek aandacht te krijgen: het onderzoek dat feiten zoekt ter bevestiging on ontkenning van theoretische inzichten. De onderzoeksagenda dient enerzijds voldoende flexibel te zijn om op de Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 10
11 actualiteit te kunnen inspelen maar dient primair gericht te zijn op continuïteit (10 15 jaar) waardoor gewerkt kan worden aan een robuuste herkenbare body of knowledge. De kenniscirculatie m.b.t. het onderzoek kent twee richtingen die gebaseerd zijn op a) het ophalen van actuele vragen die binnen het onderwijs leven en thema s die voortkomen uit de samenleving en b) het terugploegen van de onderzoeksresultaten naar onderwijs en beroepspraktijk. Daarbij is het streven om tot onderzoekszwaartepunten te komen. ArtEZ wil eveneens dat de onderzoeksagenda afgestemd wordt op de nationale en internationale onderzoeksagenda s. Dit gebeurt in samenwerking met andere kunstopleidingen in Nederland. De laatste hoofdstukken van het onderzoeksbeleidsplan zijn gewijd aan de kwaliteitszorg, de kennisdisseminatie/valorisatie en de wijze van financiering van het onderzoek in de lectoraten. In 2015 is een nieuw kwaliteitszorgplan ontwikkeld onder de titel Kwaliteitszorgplan ArtEZ hogeschool voor de kunst. Dit nieuwe plan verschilt aanzienlijk van het oude plan: Het plan beschrijft een visie op kwaliteitszorg voor heel ArtEZ die primair gericht is op zorg en minder op controle. De reeds langer bestaande PDCA-cyclus blijft een middel; het debat over de kwaliteit staat centraal. Het plan heeft betrekking op de gehele ArtEZ gemeenschap: onderwijs, onderzoek en ondersteunende diensten. In het plan worden de taken en verantwoordelijkheden scherper inzichtelijk gemaakt Het plan besteedt meer aandacht aan de ambities ten aanzien van kwaliteitszorg en geeft een overzicht van de processen die uitgevoerd moeten worden om de ambities te realiseren. Evenals bij het instellingsbeleidsplan en het onderzoeksbeleidsplan is het kwaliteitszorgplan tot stand gekomen in intensieve samenspraak met de betrokken organisatieonderdelen om het draagvlak voor het plan te vergroten. Voor wat betreft de lectoraten zijn de kwaliteitsdoelen, met het instellingsplan en het onderzoeksbeleidsplan als kader, beschreven in de meerjarenplannen en jaarplannen in de vorm van ambities, doelstellingen, formatieplannen, voorzieningenplannen etc. ArtEZ maakt bij de kwaliteitszorg gebruik van de PDCA-cyclus. Deze wordt niet alleen gedetailleerd beschreven op het niveau van de instelling, maar eveneens op het niveau van de schools (academies, lectoraten en masters), van de opleidingen en van de ondersteunende diensten. In Digoport (het digitale portal van ArtEZ) worden alle relevante beleids- en evaluatiedocumenten opgeslagen zodat ze makkelijk toegankelijk zijn voor de leden van de ArtEZ gemeenschap. Het kwaliteitszorgplan wordt besloten met een overzicht van de beschikbare evaluatie-instrumenten en de partijen die betrokken zijn bij de kwaliteitszorgprocessen waaronder ook het werkveld. Voor wat betreft het onderzoek is in 2015 een document verschenen dat nader aandacht besteedt aan de uitwerking van het kwaliteitszorgplan voor zover het de Graduate School betreft: Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School In dit document wordt aandacht besteed aan de aspecten die voor wat betreft het onderzoek aan bod moeten komen in de PDCA-cyclus op het niveau van ArtEZ, van de Graduate School en op het niveau van de afzonderlijke projecten. Het document bevat eveneens een planningsschema van de diverse evaluaties die plaats gaan vinden. Dit betreft de zesjaarlijkse externe evaluaties van de onderzoekseenheden (visitaties) en de tweejaarlijkse feed- Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 11
12 backsessies met het werkveld. Het document wordt afgesloten met een overzicht van kwaliteitsindicatoren en een format voor het evalueren van afzonderlijke onderzoeksprojecten. Observaties en oordeel Door de aanhoudende bestuurlijke crisis hebben de aanbevelingen die de VKO gedaan heeft n.a.v. de validatie van 2013, niet direct de aandacht kunnen krijgen die wenselijk was. Pas in de tweede helft van 2014 toen ArtEZ in een rustiger vaarwater kwam, is die aandacht er wel gekomen. In bijna anderhalf jaar tijd is veel werk verzet. Daarbij is men niet in de actiemodus geschoten door in hoog tempo beleidsdocumenten te produceren maar is er voorafgaand en parallel aan dat proces veel aandacht besteed aan het vergroten van het draagvlak voor de beleidsvernieuwing. Aldus is op iteratieve wijze een instellingsbeleid, een onderzoeksbeleid en een kwaliteitszorgbeleid ontwikkeld dat op veel draagvlak mag rekenen. De commissie heeft bewondering voor de veerkracht die de organisatie aan de dag heeft gelegd om na de bestuurlijke crisis met veel voortvarendheid in relatief korte tijd, nieuw beleid te ontwikkelen. Ze is van mening dat de wijze waarop men dat gedaan heeft een goede aanpak is geweest en heeft er begrip voor dat door de geringe beschikbaarheid van tijd nog lang niet alle aspecten tot in details uitgewerkt zijn. De commissie heeft echter wel kunnen vaststellen dat die ontbrekende aspecten in een duidelijke planning opgenomen zijn. Die planning heeft een tijdhorizon tot en met In 2013 heeft de commissie ten aanzien van het onderdeel Structuur en Samenhang in de Kwaliteitszorg 18 aanbevelingen uitgebracht. In het vervolg van deze paragraaf zal de commissie een oordeel geven over de wijze waarop ArtEZ de aanbeveling in uitvoering genomen heeft en het resultaat ervan. 1. Besteed meer bestuurlijke aandacht aan de onderzoeksfunctie van ArtEZ. De commissie betreurt het dat de bestuurlijke crisis zo lang heeft aangehouden hetgeen geleid heeft tot een zekere stagnatie in de uitvoering van de aanbevelingen. Maar het uiteindelijk resultaat telt: de onderzoeksfunctie staat ten tijde van het validatiebezoek in 2015 in het brandpunt van de belangstelling hetgeen tot uiting komt in een heldere opdeling van de organisatie in een Undergraduate School en een Graduate School. Bovendien hebben beleid en de uitvoeringsprocessen met betrekking tot het onderzoek veel aandacht gekregen. Naast de heldere splitsing van de organisatie in twee schools is er de intentie om extra aandacht te besteden aan de relatie tussen het onderzoek in de Graduate School en het bachelor onderwijs in de Undergraduate School. 2. Finaliseer de discussie over de missie en de doelen van het onderzoek en laat deze een samenhangend onderdeel zijn van het toekomstige beleidsplan ArtEZ De commissie heeft er begrip voor dat er veel tijd is besteed aan het ontwikkelen van een gezamenlijke visie op de functie van het onderzoek, het onderzoeksbeleid en de kwaliteitszorg. Dat is goed geweest om een stevige gezamenlijke basis te ontwikkelen van waaruit verder beleid ontwikkeld en in uitvoering genomen kan worden. Na een periode waarin het beleid sterk gefragmenteerd tot stand kwam en dus weinig samenhang vertoonde, is de situatie nu ten goede gekeerd. Het is nu zaak om de goede uitgangspunten in daden om te zetten. Juist op dit punt heeft de commissie enige zorg. Ze kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de deelnemers aan de ArtEZ-gemeenschap zich graag laten verleiden om telkenmale weer tot bediscussiëring van het beleid over te gaan zonder dat dit tot verbetering van dat beleid leidt. Daar waar de commissie tijdens de gesprekken de regie enigszins los liet, werd ze geconfronteerd met een stapeling van soms onnavolgbare uitspraken die niet bepaald tot groter begrip en helderheid leidden m.b.t. het voorgeno- Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 12
13 men beleid. De commissie constateert met genoegen dat na jaren waarin de inhoudelijke discussie (of het discours zoals ArtEZ deze gesprekken graag noemt) niet altijd in gezamenlijkheid aan bod kwam, deze discussie nu wel met veel enthousiasme gevoerd wordt. Maar volgens de commissie dient ArtEZ de koers thans te verleggen van een nadere detaillering van de wellicht nog niet tot in alle details uitgewerkte beleidsvisie, naar de implementatie van het beleid. De commissie is de mening toegedaan dat ArtEZ in dezen nog een forse achterstand heeft in te halen. De basis voor implementatie is inmiddels stevig genoeg ontwikkeld. Daarmee wil de commissie niet beweren dat de gesprekken afgebroken moeten worden maar wel dat ze veel beter gevoerd kunnen worden op basis van de bevindingen die de implementatie van de diverse maatregelen met zich meebrengt. Op basis van dergelijke ervaringen kan dan vervolgens bepaald worden of het beleid of de uitvoering ervan al dan niet aangepast moet worden. 3. Denk na over de mate van centralisatie en decentralisatie van het onderzoeksbeleid en ontwikkel aan de hand hiervan hogeschoolbrede kaders om tot uitvoering van het gemeenschappelijk onderzoeksbeleid te komen. De commissie is van oordeel dat hier door ArtEZ goed werk is verzet in de afgelopen twee jaar. De opdeling van ArtEZ in een Graduate School en een Undergraduate School is volgens de commissie een goede zaak. De twee schools worden geleid door twee Deans die binnen de kaders van het instellingsplan een overwegend stimulerende, coördinerende en randvoorwaarden scheppende rol hebben. Hun positie is zodanig dat deze enerzijds tegemoet komt aan de autonome professionele verantwoordelijkheid van de medewerkers van de schools en anderzijds tegemoet komt aan de behoefte om ArtEZ als instituut een duidelijk eigen gezicht te geven. Evenals bij het vorige punt moet hier echter ook gesteld worden dat op basis van ervaringen bij de invoering van dit concept, bijstelling op onderdelen wellicht noodzakelijk zal zijn. De commissie vraagt nog wel aanvullende aandacht voor de verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij de leidinggevenden. Zij heeft hierover nog onvoldoende duidelijkheid gekregen. Die onduidelijkheid kan in de toekomst al snel tot conflicterende situaties leiden. 4. Ga door met het bevorderen van de samenwerking tussen de lectoraten op het lectorenplatform. De commissie heeft met genoegen geconstateerd dat het gesprek op het lectorenplatform geïntensiveerd is, meer inhoud en richting gekregen heeft en dat de conclusies die getrokken worden uit deze gesprekken minder vrijblijvend zijn en meer direct invloed hebben op het onderzoeksbeleid. Bovendien constateerde de commissie dat de interdisciplinaire samenwerking tussen de lectoraten eveneens geïntensiveerd is. 5. Heroverweeg in het kader van het toekomstige beleidsplan ArtEZ 2020 of het portfolio lectoraten in voldoende mate dekkend is en blijf aandacht besteden aan het verder ontwikkelen van focus in de onderzoeksprogramma s. De commissie heeft met genoegen geconstateerd dat tijdens de discussie over het instellingsplan en het onderzoeksbeleidsplan de samenstelling van het onderzoeksportfolio veel aandacht heeft gekregen. Er wordt overwogen om naast de vier bestaande lectoraten nog 4 aanvullende lectoraten te ontwikkelen waardoor alle opleidingen een verbinding kunnen krijgen met één of meerdere lectoraten. Eveneens heeft de commissie geconstateerd dat bij de lectoraten die al enige tijd bestaan er gezocht is naar een nadere focus in het onderzoeksprogramma waardoor er meer massa geconcentreerd kan worden op deze focuspunten en er een duidelijker onderzoeksprofiel ontstaat. 6. Positioneer de lectoraten binnen ArtEZ zodanig dat zij een minder geïsoleerde positie hebben dan nu het geval is. Daardoor kunnen zij meer formele en inhoudelijke invloed uitoefenen op het beleid en de strategie van ArtEZ, met name op het gebied van de samenhang tussen onderwijs en onderzoek. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 13
14 7. Houdt bij de positionering van de lectoraten rekening met de taken die het onderzoek heeft ten aanzien van met name het bachelor onderwijs. De commissie is van mening dat het onderzoek in de diverse beleidsdocumenten momenteel een volwaardige positie aan het innemen is naast het onderwijs. In 2013 constateerde de commissie dat hier nog lang geen sprake van was. De onderzoeksfunctie kreeg onvoldoende bestuurlijke aandacht en de positie die zij innam was navenant. De inhoudelijke discussie t.b.v. het instellingsplan en het onderzoeksbeleidsplan heeft er toe geleid dat het belang van de onderzoeksfunctie inmiddels breder erkend wordt en dat ingezien wordt dat kwalitatief goed onderwijs mede afhankelijk is van het uitvoeren van goed en innoverend onderzoek. De organisatiestructuur die ArtEZ aan het invoeren is draagt eveneens bij aan een volwaardige positie van het onderzoek naast het onderwijs. De opdeling van de hogeschool in een Undergraduate School en een Graduate School is volgens de commissie een goede zaak. Daardoor kan de onderzoeksfunctie zich in de nabije toekomst relatief autonoom verder ontwikkelen in samenwerking met het onderwijs. Wel constateert de commissie dat de organisatorische scheiding die nu aangebracht wordt tussen het bacheloronderwijs en het onderzoek met zich mee kan brengen dat het onderzoek zich mogelijk meer zal gaan richten op de samenwerking met de masterprogramma s dan met de bachelorprogramma s. Dit is niet te ondervangen in de voorziene organisatiestructuur maar vereist voortdurende aandacht van de deans, de lectoren en de opleidingsdirecteuren opdat die noodzakelijke samenwerking tussen het bachelor onderwijs en het onderzoek verder gestalte kan krijgen. 8. Ontwikkel kaders voor het kwaliteitszorgsysteem voor het onderzoek op basis van de uitgangspunten die beschreven zijn in de notitie Kwaliteit bij ArtEZ = Consistente aandacht voor het onderwijs. 9. Ontwikkel op basis van deze kaders eenvoudige evaluatieprocessen en formats op basis waarvan de PDCA-cycli doorlopen kunnen worden. Richt die processen zodanig in dat ze relatief zelfstandig door de onderzoekseenheden gehanteerd kunnen worden. 10. Koppel de PDCA-cycli voor het onderzoek aan de overige PDCA-cycli van ArtEZ. De commissie vindt het een goede zaak dat ArtEZ gekozen heeft voor een integrale benadering van de kwaliteitszorg. Het kwaliteitszorgplan beschrijft een PDCA-cyclus waarin de kwaliteitszorgprocessen op instellingsniveau, op het niveau van de schools, op het niveau van de opleidingen en de ondersteunende diensten aan elkaar gekoppeld worden. De onderzoeksfunctie is hier nog niet volwaardig in opgenomen. In een aparte notitie Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School wordt hier iets meer duidelijkheid over gegeven. Voor het onderzoek is in deze notitie beschreven hoe de PDCA-cyclus er uit dient te zien op het hogeschoolniveau, op het niveau van de Graduate School en lectoraten. De commissie heeft veel waardering voor het feit dat ArtEZ aandacht besteedt aan de evaluatie van de afzonderlijke onderzoeksprojecten. De commissie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het document Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School van zeer recente datum is hetgeen de reden kan zijn dat het nog niet integraal in kwaliteitszorgplan van de gehele hogeschool is opgenomen. Daarvoor is dit document volgens de commissie nog onvoldoende gerijpt en te algemeen van aard en verdient nog nadere uitwerking. Wel zijn in dit document alle onderwerpen opgenomen die relevant zijn voor de kwaliteitszorg van het onderzoek maar verdienen dus meer uitwerking. De commissie heeft met genoegen geconstateerd dat de gepubliceerde lange termijnvisies van de lectoraten al voor een groot deel een vertaling zijn van het onderzoeksbeleidsplan. Ze kennen alle dezelfde inhoudselementen en kunnen dus goed met elkaar vergeleken worden. Veel meer dan de commissie in 2013 kon constateren is er nu per lectoraat concreet beleid ontwikkeld dat tot tastbare resultaten moet leiden. Daarbij maakt de commissie wel de opmerking dat het ene lectoraat verder gevorderd is dan het andere Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 14
15 lectoraat in het beschrijven van zijn concrete doelen en resultaten. In het eerste geval zijn er concrete eindresultaten genoemd. In het tweede geval worden inspanningsverplichtingen genoemd. 11. Ontleen aan de doelen van het onderzoeksbeleid indicatoren en voorzie deze van een normering opdat er een stevige basis ontstaat aan de hand waarvan doelrealisatie geëvalueerd kan worden. De commissie heeft geconstateerd dat de kwaliteitszorg m.b.t. de onderzoeksfunctie, zoals beschreven bij de vorige drie aanbevelingen, nog in de kinderschoenen staat. Maar de commissie vindt het een goede zaak dat er nu al nagedacht is over de kwaliteitsindicatoren die ArtEZ wil gaan hanteren. ArtEZ baseert zich daarbij op het concept BKO-kader Een volgende stap die gezet moet worden is het verbinden van een norm aan deze indicatoren. Het is goed om te weten aan de hand waarvan men wil bepalen of een lectoraat goed functioneert maar het is evenzeer belangrijk om te weten op basis van welke kwantitatieve en kwalitatieve criteria deze conclusie getrokken kan worden. Dat is nu nog onduidelijk. Nadere uitwerking hiervan is dus in de komende tijd zeer gewenst. 12. Besteed aandacht aan de interne kwaliteitszorg van het onderzoek door gemeenschappelijke kaders en processen te ontwikkelen die door alle onderzoekseenheden gehanteerd kunnen worden. De commissie vindt het een goede zaak dat ArtEZ als een van de weinige hogescholen in Nederland oog heeft voor het belang van de kwaliteitszorg van de afzonderlijke onderzoeksprojecten. Een format is hiervoor ontwikkeld. Maar ook hier heeft de commissie de indruk dat het een eerste concept betreft dat zijn waarde nog in de praktijk moet bewijzen en dan ongetwijfeld tot bijstelling zal leiden. Ook hier is dus weer nadere uitwerking gewenst. 13. Beschouw het Digoport systeem niet als een sturende kern van het kwaliteitszorgsysteem maar beschouw het veel meer als een nuttig hulpmiddel. Werd in 2013 het digitaal informatiesysteem Digoport nog gezien als hèt kwaliteitszorginstrument waar de kwaliteitszorg om draaide, anno 2015 is de situatie gewijzigd. Het accent is nu volledig verschoven naar de uitwerking van kwaliteitszorgprocessen waarvan de resultaten organisatiebreed in Digoport beschikbaar worden gesteld. Daarmee wordt Digoport in het verlengde geplaatst van de kwaliteitszorgprocessen. Met het gebruik van Digoport is ArtEZ wel een van de weinige hogescholen in Nederland die aandacht besteedt aan de interne informatie-uitwisseling rond onderzoeksbeleid en de kwaliteitszorg. Dat is niet onbelangrijk omdat daar een lerend effect van uit kan gaan. De informatie is organisatiebreed beschikbaar en kan voorkómen dat dezelfde wielen op verschillende plaatsen uitgevonden moeten worden 14. Maak een planning voor de komende zes jaar waarin de externe evaluaties en eventueel interne audits opgenomen zijn. De commissie vindt het een goede zaak dat ArtEZ naast de zes jaarlijkse externe evaluaties (visitaties) er voor gekozen heeft om tweejaarlijks een feedbacksessie te organiseren die preludeert op de visitaties. Dat houdt de onderzoekseenheden scherp door te evalueren in hoeverre men gevorderd is bij de realisatie van de jaarplannen en de meerjarenplannen. Bovendien waardeert de commissie het dat bij deze feedbacksessies niet alleen de interne stakeholders maar eveneens de externe stakeholders betrokken worden. Wel stelt de commissie dat het voorgestelde schema ook daadwerkelijk op tijd uitgevoerd moet worden. De laatste visitatie van de onderzoekseenheden stamt uit 2013, een tweede visitatieronde zal in 2020 plaatsvinden; zeven jaar na de eerste visitatieronde. Consequent en op tijd uitvoeren van feedbacksessies is derhalve zeer belangrijk en uitstel van de tweede visitatieronde tot na 2020 is daarom niet aanvaardbaar. Eveneens constateert de commissie dat het visitatieproces nog op onderdelen uitwerking verdient. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 15
16 15. Ga voort met het intensiveren van de samenwerking met de beroepspraktijk zoals dat tot op heden al succesvol gebeurt. De commissie constateerde reeds in 2013 dat de samenwerking met de beroepspraktijk bij de meeste lectoraten goed op gang gekomen was. Ook in 2015 kan de commissie constateren dat deze samenwerking onverminderd intensief heeft plaatsgevonden. Deze samenwerking komt met name tot uitdrukking in het Centre of Expertise Future Makers. 16. Maak bij de verdere ontwikkeling van het kwaliteitszorgsysteem gebruik van de kennis en instrumenten die bij andere hogescholen aanwezig zijn. De kwaliteitszorgmedewerker van ArtEZ heeft contact opgenomen met haar collega van de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN). Het is niet duidelijk geworden wat de meerwaarde van dit bezoek is geweest. Nogmaals wil de commissie het belang van kennisuitwisseling tussen hogescholen benadrukken. Met name tussen de hogescholen voor de kunsten; die staan immers, vanwege het ontbreken van een pendant in het wetenschappelijk onderzoek, voor een vergelijkbare uitdaging. Het kan voorkómen dat er veel dubbel werk wordt verricht. Een geringe tijdsinvestering door dit soort netwerken te ontwikkelen kan zeer veel tijdswinst en kwaliteit opleveren bij het ontwikkelen en uitvoeren van het kwaliteitszorgbeleid. 17. Houd het te ontwikkelen kwaliteitszorgsysteem slank waardoor het effectief en efficiënt kan bijdragen aan de kwaliteitsverbetering. De commissie is van mening dat het kwaliteitszorgsysteem zoals dat tot op heden ontwikkeld is voldoende proportioneel van aard is. Maar tegelijkertijd constateert de commissie dat nog heel veel elementen van het kwaliteitszorgsysteem onderzoek nader uitgewerkt moeten worden. Dat brengt het gevaar van een zekere bureaucratisering met zich mee. Beperk je in deze detaillering dus tot de hoofdlijnen van het kwaliteitszorgbeleid. 18. Houd je bij de hervalidatie aan de kaders die omschreven staan in het BKO. De commissie heeft geconstateerd dat er voldoende rekening is gehouden met het vigerende en het toekomstige BKO. Mogelijkheden voor verbetering De commissie beveelt aan om de momenteel ontstane dynamiek in de ontwikkeling en de uitvoering van het onderzoeksbeleid en de kwaliteitszorg van het onderzoek voort te zetten. Daarbij dienen de volgende aspecten overwogen te worden: 1. Finaliseer de discussie op hoofdlijnen m.b.t. de missie en de doelen van het onderzoek en ga over tot het implementeren van beleidsmaatregelen. Gebruik de ervaringen die hiermee opgedaan worden om, indien nodig, het beleid en de uitvoering ervan aan te passen. 2. Besteed voldoende aandacht aan het verder ontwikkelen van de relatie tussen onderzoek en het bachelor onderwijs. 3. Werk het kwaliteitszorgbeleid voor het onderzoek nader uit. Besteed daarbij ook aandacht aan de kwaliteitszorg van de afzonderlijke lectoraten. Breng dit beleid onder in het kwaliteitszorgplan van ArtEZ. 4. Werk het visitatieproces nader uit en doe ervaring op via de tweejaarlijkse feedbacksessies. 5. Blijf investeren in deelname aan netwerken op het gebied van het onderzoeksbeleid en de kwaliteitszorg van het onderzoek. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 16
17 6. Wees waakzaam voor bureaucratiseringstendensen bij het nader uitwerken van de kwaliteitszorg van het onderzoek Randvoorwaarden voor de uitvoering van de kwaliteitszorg Beschrijving Centrale initiëring van en begeleiding bij de kwaliteitszorgprocessen m.b.t. het onderzoek is in 2014 ondergebracht bij de afdeling Onderwijs en Kwaliteit. De capaciteit is de laatste twee jaar gegroeid van 0,3 tot 0,8 fte. Er bestaat ruimte om op basis van verdere toekomstige ontwikkelingen deze capaciteit eventueel uit te breiden. De overige ondersteuning m.b.t. de onderzoeksfunctie is momenteel voor ieder lectoraat afzonderlijk geregeld. ArtEZ beheert op centraal niveau het digitale documenten opslagsysteem Digoport. Dat systeem stelt medewerkers in staat om documenten op te slaan en binnen de ArtEZ gemeenschap beschikbaar te stellen. Deze beschikbaarstelling bevordert de kennisuitwisseling tussen personen en afdelingen van ArtEZ. Gezien de recent geformuleerde onderzoeksvisie en het recent geformuleerde onderzoeksbeleid en de uitvoering ervan is nog niet geheel duidelijk op welke wijze de onderzoeksfunctie het beste ondersteund kan worden door centrale staf- en hulpdiensten (o.a. financiën, personeel, voorlichting). Dit werd ten tijde van het validatiebezoek onderzocht. Observaties en oordeel Hieronder volgen de aanbevelingen uit het validatierapport van 2013 alsmede een oordeel over de wijze waarop ArtEZ met deze aanbevelingen is omgegaan. In zijn algemeenheid constateert de commissie dat de ondersteuning van de onderzoeksfunctie binnen ArtEZ nog onvoldoende aandacht heeft kunnen krijgen. Daar heeft ze begrip voor gezien het recente tijdstip waarop zowel het instellingsplan als het onderzoeksbeleidsplan en het kwaliteitszorgplan zijn vastgesteld. De tijd is evenwel aangebroken om hier in de nabije toekomst voldoende aandacht aan te besteden. 1. Stel voldoende capaciteit en kennis beschikbaar om het kwaliteitszorgsysteem voor het onderzoek verder te ontwikkelen. 2. Stel nadat het kwaliteitszorgsysteem ontwikkeld is, welke centrale en decentrale capaciteit nodig is om de kwaliteitszorgprocessen naar behoren uit te voeren. 3. Heroverweeg de aard van de dienstverlening van de staf- en hulpdiensten als het kwaliteitszorgsysteem ontwikkeld is. De commissie waardeert het dat ArtEZ het belang van een goede ondersteuning van de onderzoeksfunctie erkent. Een goede ondersteuning draagt er toe bij dat de lectoren en onderzoekers zich beter kunnen concentreren op de essentie van hun onderzoekstaken. Het is een goede zaak dat, gezien het vele werk dat de verdere onderzoeksbeleidsontwikkeling en uitvoering nog met zich mee zal brengen, de capaciteit van de dienst Onderwijs en Kwaliteit is uitgebreid. M.b.t. de overige staf- en hulpdiensten dient nog overwogen te worden op welke wijze de ondersteuning het beste vorm kan krijgen en welke capaciteit dat vergt. De commissie wil specifiek aandacht vragen voor de rol die de stafdienst Personeel en Organisatie in dezen kan betekenen. Voor de verdere ontwikkeling van de onderzoeksfunctie is het van essentieel belang dat de Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 17
18 medewerkers van ArtEZ de mogelijkheid hebben om kennis en vaardigheden op te doen m.b.t. het uitvoeren van onderzoek. Bovendien dient overwogen te worden op welke wijze de onderzoekstaken opgenomen kunnen worden in het functiegebouw van de hogeschool. Beide aspecten zijn van essentieel belang om de onderzoeksfunctie van ArtEZ op voldoende kwalitatief niveau verder uit te bouwen. 4. Ontwikkel een visie op de kwaliteit van het onderzoek en operationaliseer deze visie in de uitvoering van het kwaliteitszorgsysteem voor het onderzoek en het verder bevorderen van de kwaliteitscultuur binnen ArtEZ. De commissie constateert met genoegen dat ArtEZ veel vorderingen heeft gemaakt bij het ontwikkelen van een visie op het gebied van de kwaliteit van het onderzoek. Die visie krijgt relatief veel aandacht in het onderzoeksbeleidsplan. De visie heeft ze vertaald in een aantal indicatoren die de essentie van de kwaliteit weergeven. Daarbij heeft ze gebruik gemaakt van het concept-bko voor de periode 2016 / De indicatoren zijn echter nog niet voorzien van een normering waardoor ze een onnodig vrijblijvend karakter krijgen. De kwaliteitscultuur krijgt in de diverse beleidsstukken geen integrale specifieke aandacht. Maar de commissie constateert wel dat er van een groot kwaliteitsbewustzijn sprake is bij ArtEZ omdat tijdens de gesprekken en op vele plaatsen in de beleidsstukken die kwaliteit zowel expliciet als impliciet naar voren komt; het internaliseringsproces is in dezen al goed op gang gekomen. 5. Besteed aandacht aan het verbeteren van het management informatiesysteem. ArtEZ stelt in het zelfevaluatierapport dat er nieuwe formats opgesteld zijn m.b.t het meerjarenplan, het jaarplan en het jaarverslag. De commissie heeft kunnen constateren dat dit inderdaad het geval is en dat deze hun nut al bewijzen door een grotere mate van concreetheid, transparantie en vergelijkbaarheid van de diverse plannen. De commissie is er evenwel niet van overtuigd dat het managementinformatiesysteem van ArtEZ ook zodanig is bijgesteld dat dit systeem die gegevens kan opleveren die nodig zijn voor beleidsformulering en vooral voor evaluatie van het beleid. Ze hebben nu voor het grootste gedeelte alleen betrekking op de indicatoren die ArtEZ gekozen heeft en op de data die nodig zijn voor het monitoren van de onderzoeksinzet. Mogelijkheden voor verbetering 1. Ga voort met het bepalen op welke wijze de ondersteuning van de onderzoeksfunctie vorm moet krijgen en besteed daarbij voldoende aandacht aan het personeelsbeleid. 2. Draag zorg voor de normering van de onderzoeksindicatoren. 3. Besteed aandacht aan het aanpassen van het managementinformatiesysteem opdat er ten behoeve van de beleidsvorming en beleidsevaluatie voldoende relevante data beschikbaar zijn Evaluaties van de Onderzoekseenheden Beschrijving Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 18
19 De laatste visitaties van alle lectoraten heeft plaatsgevonden in De commissie constateerde destijds dat deze visitaties naar behoren uitgevoerd waren. In de jaren voorafgaand aan het validatiebezoek van 2015 hebben er geen visitaties plaatsgevonden. In de notitie Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School is voorzien dat de volgende visitatie van alle onderzoekseenheden in 2020 zal plaatsvinden. Een procedurebeschrijving van de wijze waarop de visitaties zullen plaatsvinden is nog niet aanwezig. Daar is echter nog ruim voldoende tijd voor beschikbaar. Observaties en oordeel 1. Plan ruim van te voren en ten minste een maal in de zes jaar de externe evaluaties. De commissie vindt het een goed idee om de komende visitatie die gepland staat voor 2020 vooraf te laten gaan door drie tweejaarlijkse feedbacksessies waaraan o.a. het werkveld deelneemt. Dat biedt de mogelijkheid om tussentijds, indien nodig, corrigerende acties te ondernemen. Omdat de komende visitatie zeven jaar na de vorige visitatie plaatsvindt, is het niet aanvaardbaar dat deze voorziene visitatie in tijd wordt uitgesteld. 2. Laat de verbeterpunten meer expliciet in het beoordelingsrapport naar voren komen. 3. Zorg voor een zwaardere vertegenwoordiging van de beroepspraktijk in de externe evaluatiecommissie. 4. Zorg er voor dat meer domeindeskundigheid verankerd is in de externe evaluatiecommissie door de commissie voor een gedeelte wisselend van samenstelling te laten zijn. Er is nog geen geactualiseerde versie beschikbaar van het document dat het visitatieproces beschrijft. De hiervoor genoemde aanbevelingen dienen t.z.t. wel in dit document opgenomen te worden. De aanbevelingen 3 en 4 zijn echter wel opgenomen in de paragraaf Samenstelling externe visitatiecommissies van het document Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School. Mogelijkheden voor verbetering 1. Houd je strikt aan het evaluatieschema zoals dat opgenomen is in de notitie Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School. 2. Ontwikkel een notitie waarin de uitvoering van het visitatieproces beschreven wordt Verbeterbeleid Beschrijving In 2013 schreef de VKO in haar validatierapport dat er met betrekking tot het verbeterbeleid nog niet zo veel te melden viel. Het externe visitatierapport was immers pas enkele weken voor het validatiebezoek uitgebracht. Inmiddels zijn we twee jaar verder. De commissie heeft in de documentatie geen informatie gevonden op welke wijze ArtEZ is omgegaan met de aanbevelingen van de visitatiecommissie. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 19
20 Observaties en oordeel De commissie deed in het validatierapport 2013 de onderstaande aanbeveling: 1. Ontleen aan het evaluatierapport van de externe evaluatiecommissie verbeterpunten die gezamenlijk of per lectoraat afzonderlijk genomen moeten worden en beschrijf op welke wijze deze verbeterpunten ten uitvoer moeten worden gebracht. Breng dit verbeterproces onder in de nog nader te ontwikkelen PDCA-cyclus van het onderzoek. De commissie merkt op dat m.b.t. de externe visitatie van de gezamenlijke lectoraten er door ArtEZ één overzicht van aanbevelingen en te ondernemen acties is ontwikkeld. In de beleidsdocumenten van de afzonderlijke lectoraten is vrijwel geen aandacht besteed aan het verbetertraject n.a.v. de visitatie. Het heeft er daardoor de schijn van dat het verbetertraject vooral op het niveau van de Graduate School is uitgevoerd. De commissie constateert dat een aantal van de aanbevelingen in het nieuwe onderzoeksbeleidsplan meegenomen zijn. Het is echter belangrijk dat de aanbevelingen ook gaan leven in de praktijk van het werk van de lectoraten en dat zichtbaar wordt gemaakt wat de effecten van de interventies waren. Ook constateert de commissie dat in de beschrijving van de PDCA/cyclus nog geen aandacht wordt besteed aan de wijze waarop de resultaten van de visitaties hun vertaling krijgen in het verbeterbeleid. Mogelijkheden voor verbetering 1. De aanbeveling die de commissie in 2013 gegeven heeft dient alsnog in uitvoering genomen te worden. 2. Het visitatieproces dient beter verankerd te worden in de PDCA/cyclus. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 20
21 3. Conclusies en aanbevelingen Conclusies De eindconclusie van het validatiebezoek dat de VKO eind 2013 aan ArtEZ bracht luidde dat de kwaliteitszorg voor het onderzoek slechts voorwaardelijk gevalideerd kon worden. In bijna 35 aanbevelingen heeft de validatiecommissie aangegeven welke zaken om aandacht vroegen. Door de bestuurscrisis waarin ArtEZ verkeerde tot ca. medio 2014, heeft de realisatie van de aanbevelingen tot dat moment weinig aandacht kunnen krijgen. Vanaf dat tijdstip is de zittende interim-bestuurder vervangen door een nieuwe interimbestuurder die met voortvarendheid aan de slag zijn gegaan met het uitvoeren van de aanbevelingen. Het is daarbij volgens de commissie verstandig geweest om eerst op een iteratieve wijze met de organisatie en externe betrokkenen van gedachten te wisselen over de missie, de doelen en de organisatie van de onderzoeksfunctie. ArtEZ heeft daarbij niet geaarzeld om gebruik te maken van externe deskundigen o.a. in de persoon van prof. dr. Frans Leijnse die een adviserende en begeleidende rol heeft gespeeld in dit proces. De intensieve raadpleging van interne en externe stakeholders heeft er toe geleid dat er tenslotte drie belangrijke documenten zijn vastgesteld die helderheid verschaffen over wat ArtEZ met de onderzoeksfunctie wil bereiken en de manier waarop dat gedaan moet worden: een instellingsplan, een onderzoeksbeleidsplan en een kwaliteitszorgplan. De commissie is van mening dat deze documenten een voldoende stevige basis bieden om tot inrichting en uitbouw van de onderzoeksfunctie over te gaan. Een en ander is in ruim een jaar tijd tot stand gekomen. De commissie heeft veel waardering voor de doortastende en effectieve wijze waarop dit proces is ingericht en uitgevoerd. Het heeft er toe geleid dat de onderzoeksfunctie een volwaardige plaats inneemt naast de onderwijsfunctie en dat daar een breed draagvlak voor ontwikkeld is. Dat is een enorme winst ten opzichte van de situatie waarin de commissie de hogeschool in 2013 aantrof. Het feit dat er effectief betrekkelijk weinig tijd was om tot op heden alle aanbevelingen uit te voeren en gegeven het feit dat het vergroten van draagvlak voor beleidswijziging nu eenmaal relatief veel tijd vergt, brengt met zich mee dat de uitvoering van alle aanbevelingen nog lang niet afgerond is. Dat zal in de nabije toekomst nog veel aandacht vergen. Naast het ontwikkelen van een duidelijke onderzoeksvisie en onderzoeksbeleid waardoor het onderzoek een volwaardige positie naast het onderwijs heeft gekregen, heeft ArtEZ ook de organisatiestructuur aangepast. Ook deze herziene organisatiestructuur draagt bij aan een duidelijkere positie van het onderzoek binnen de ArtEZ-organisatie. De commissie is positief over de invoering van een Undergraduate School en een Graduate School onder leiding staan van twee deans. Daardoor ontstaat de mogelijkheid om een specifiek onderzoeksbeleid voor de afzonderlijke lectoraten uit te voeren binnen de context waarin zij verkeren terwijl er tegelijkertijd voldoende garanties zijn om met één gemeenschappelijk ArtEZ-onderzoeksprofiel naar buiten te treden. Wel is de commissie van mening dat de relatie tussen enerzijds de lectoraten die in de Graduate School zijn ondergebracht en anderzijds het bachelor onderwijs dat in de Undergraduate School is ondergebracht, voortdurend aandacht zal vergen. De commissie is van mening dat het een goede zaak is dat het onderzoeksportfolio meer aandacht heeft gekregen. Dat betreft een nadere focus van de bestaande lectoraten en een uitbreiding met ca. 4 lectoraten. Dat zal leiden tot een duidelijker profiel van de lectoraten. Bovendien kunnen door de uitbreiding van het aantal lectoraten alle opleidingen aansluiting krijgen bij één of meer lectoraten. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 21
22 De commissie vindt het een goede zaak dat er één kwaliteitszorgplan ontwikkeld is voor het onderwijs, het onderzoek en de ondersteunende diensten. Het kwaliteitszorgplan van ArtEZ en de aanvullende notitie Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School bieden op hoofdlijnen voldoende basis om de kwaliteitszorg voor het onderzoek op onderdelen nog nader uit te werken, te integreren en in uitvoering te nemen. De PDCA-cyclus is eveneens voor de gehele hogeschool opgezet en legt op een goede manier voldoende verticale en horizontale verbanden waardoor er in de toekomst sprake zal zijn van meerdere cycli die op een logische wijze op elkaar ingrijpen. Dit zal naar verwachting sterk bijdragen aan een geïntegreerde beleidsuitvoering. De commissie vindt het een goede zaak dat de diensten die ondersteunend werk moeten verrichten voor het onderzoek meer aandacht krijgen. Een en ander is nog niet geheel uitgekristalliseerd maar er zijn voldoende middelen vrijgemaakt om op basis van ervaringen de ondersteuningsfunctie beter af te stemmen op de behoeften. De commissie vraagt hierbij vooral aandacht voor de O&K-functie en de P&O-functie. Op basis van het voorgaande kan de commissie concluderen dat er zeker sprake is van een kwaliteitscultuur. Ze vindt het een goede zaak dat er in gezamenlijkheid gewerkt is aan een onderzoeksbeleid en een kwaliteitsbeleid. Maar nu moeten de plannen omgezet worden in daden. Veel onderdelen moeten nog nader uitgewerkt worden en het geheel zal in uitvoering moeten worden genomen. Daar ligt voor de commissie nog een punt van zorg. Eerder in dit rapport constateerde de commissie dat ArtEZ niet langer in de (overigens waardevolle) discussiefase moet blijven steken maar dat het accent nu verschoven moet worden naar de uitvoering van de vele plannen die gemaakt zijn. Dat moet nu met voldoende discipline en voortvarendheid gedaan worden. Dat zal niet altijd probleemloos verlopen maar het is volgens de commissie nu nodig om die handelingsfase in te gaan en om, als dat nodig is, op basis van daarbij opgedane ervaringen, doelen, beleid of uitvoeringsmodaliteiten aan te passen. De commissie concludeert dat de kwaliteitszorg voor het onderzoek van ArtEZ gevalideerd kan worden. Zij tekent daarbij aan dat er nog veel zaken nader uitgewerkt moeten worden maar is van mening dat er een voldoende stevige basis aanwezig is. Bovendien constateert zij dat er, veel meer dan in 2013, eenheid in beleid is ontstaan. De neuzen wijzen in dezelfde richting. Bovendien is zij onder de indruk van het vele werk dat de afgelopen anderhalf jaar verzet is en de cultuurverandering die dat teweeg heeft gebracht. Dit alles geeft de commissie het vertrouwen dat de tekortkomingen die er nu nog zijn, in de nabije toekomst met voortvarendheid aangepakt zullen worden. Daarbij dienen de volgende aanbevelingen op hoofdlijnen betrokken te worden: 1. Finaliseer de discussie m.b.t. de missie en de doelen van het onderzoek en ga over tot het implementeren van de beleidsmatregelen. 2. Blijf aandacht houden voor de relatie tussen onderzoek en het bachelor onderwijs zeker in een situatie waarin beide organisatorisch gescheiden zijn. 3. Werk het kwaliteitszorgbeleid m.b.t. het onderzoek op de noodzakelijke onderdelen nader uit, koppel daaraan uitvoeringsdocumenten en integreer het in het kwaliteitszorgplan van ArtEZ. 4. Wees waakzaam voor bureaucratiseringstendensen bij het nader uitwerken van de kwaliteitszorg van het onderzoek. 5. Ga voort met het bepalen op welke wijze de ondersteuning van de onderzoeksfunctie vorm moet krijgen en besteed daarbij voldoende aandacht aan het personeelsbeleid. 6. Draag zorg voor de normering van de onderzoeksindicatoren. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 22
23 7. Houd je strikt aan het evaluatieschema zoals dat opgenomen is in de notitie Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School. 8. Besteed voldoende aandacht aan het verbeterbeleid. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 23
24 Bijlage 1. Instellingsbesluit VKO Het bestuur van de HBO-raad, vereniging van hogescholen, gelet op het door de vereniging in 2008 vastgestelde basisdocument kwaliteitszorgstelsel ten aanzien van het onderzoek aan hogescholen (hieronder verder aangeduid als basisdocument) als nadere uitwerking van het in 2007 vastgestelde brancheprotocol kwaliteitszorg onderzoek. BESLUIT Artikel 1: Instelling 1. Er is met ingang van 23 maart 2009 een validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek, hierna te noemen VKO. 2. De VKO is ingesteld voor de periode Artikel 2: Samenstelling 1. De VKO bestaat uit zeven leden, waaronder de voorzitter en de vicevoorzitter. 2. De volgende leden zijn door de HBO-raad benoemd: - Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); - Prof. dr. F.A. (Frans) van Vught (vicevoorzitter); - Drs. B. (Bart) van Bergen (lid); - Dr. C.M. (Tini) Hooymans (lid); - Drs. P.M. (Paul) van Roon (lid); - Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann (lid); - Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda (lid). 3. De HBO-raad voorziet in het secretariaat van de VKO. Artikel 3: Taak en werkwijze 1. De taak van de VKO is het zesjaarlijkse evalueren en valideren van de kwaliteitszorgsystemen van hogescholen op het aggregatieniveau van de instelling, voor zover de kwaliteitszorg betrekking heeft op het (praktijkgerichte) onderzoek van de hogeschool. 2. De VKO hanteert het in het basisdocument beschreven validatiekader bij het valideren van de kwaliteitszorg van elke hogeschool en komt onafhankelijk en objectief tot een validatiebesluit. 3. De VKO komt op basis van haar evaluerende activiteiten tevens tot analyses en aanbevelingen voor verdere verbetering van het kwaliteitszorgsysteem van de hogeschool. 4. De VKO baseert haar validatiebezoek op een door de hogeschool uitgevoerde zelfevaluatie. Het basisdocument specificeert de eisen die aan zelfevaluatie en validatiebezoek inclusief de op te leveren rapportages worden gesteld. 5. De VKO bepaalt haar eigen procedures en werkwijze ten aanzien van het validatiebezoek, de validatie en de oplevering van de rapportages binnen de kaders van het basisdocument. 6. De VKO brengt op basis van elk validatiebezoek een openbaar validatierapport uit zoals bedoeld in het basisdocument, nadat hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. 7. Indien de VKO tot een voorwaardelijke validatie heeft geoordeeld worden afspraken gemaakt voor een vervolgvalidatie binnen een termijn van twee jaar. Daarop baseert de VKO of sprake is van onvoorwaardelijke validatie of dat geen validatie wordt verleend. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 24
25 Artikel 4: Rapportage en informatievoorziening 1. De besturen van de hogescholen dragen er zorg voor dat elk rapport van een externe evaluatiecommissie als bedoeld in het bovengenoemde basisdocument, vergezeld van het eventuele bestuursstandpunt over dat rapport, binnen een maand na het openbaar maken van het rapport ter kennis van de VKO wordt gebracht. 2. De besturen van de hogescholen dragen er zorg voor dat een gedocumenteerd zelfevaluatierapport tijdig ter beschikking wordt gesteld aan de VKO en dat een validatiebezoek kan plaatsvinden, beide conform de kaders die daaraan door middel van het basisdocument zijn gesteld en de procedures die binnen die kaders door de VKO worden opgesteld. 3. De VKO draagt er zorg voor dat elk validatierapport ter beschikking wordt gesteld aan de HBOraad en de Minister van OCW. 4. De VKO draagt er zorg voor dat de door haar ontvangen externe evaluatierapporten vanuit de hogescholen alsmede de door haar zelf gepubliceerde validatierapporten vrij verkrijgbaar zijn via de website van de VKO. Artikel 5: Geldmiddelen 1. De basisinfrastructuur van de VKO (t.b.v. secretariaat, communicatie en algemene vergaderingen) wordt gefinancierd met de jaarlijks te indexeren doelcontributie van de hogescholen. 2. De reëel gemaakte kosten (honoraria en reiskosten van de betreffende deelcommissie VKO) per validatie worden via de HBO-raad bij de betreffende hogeschool in rekening gebracht. 3. De VKO-leden ontvangen via de HBO-raad een jaarlijkse vergoeding op basis van het aantal verrichte validaties en bijgewoonde VKO vergaderingen. Artikel 6: Planning 1. De validaties door de VKO vinden plaats in de volgende vastgestelde volgorde: 2009: Hogeschool Utrecht, Gerrit Rietveld Academie, Hogeschool Zuyd; 2010: Hogeschool van Beeldende Kunsten Muziek en Dans, Hogeschool van Amsterdam, De Haagse Hogeschool, Hogeschool INHOLLAND, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, Hanzehogeschool Groningen; 2011: Fontys Hogescholen, Hogeschool Leiden, Aeres Groep, Gereformeerde Hogeschool Zwolle, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Saxion Hogescholen; 2012: Hogeschool Zeeland, Interactum (Hogeschool IPABO, Marnix Academie, Hogeschool Domstad, Iselinge Hogeschool, Hogeschool De Kempel en Katholieke PABO Zwolle; Hogeschool Edith Stein separaat), Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, Stenden Hogeschool, Hogeschool Helicon, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten; 2013: Codarts Hogeschool voor de Kunsten, Van Hall Larenstein, Hogeschool Rotterdam, NHTV internationale hogeschool Breda, ArtEZ hogeschool voor de kunsten, Windesheim; 2014: Avans Hogeschool, Design Academy Eindhoven, Driestar educatief, HAS Den Bosch, Christelijke Hogeschool Ede, Hotelschool Den Haag. 2. Van deze planning kan alleen worden afgeweken in uitzonderlijke situaties. VKO, HBO-raad en betreffende hogescho(o)l(en) treden met elkaar in overleg indien volgens een van deze partijen sprake is van een situatie die wijziging in de planning noodzakelijk maakt. Het bestuur van de HBO-raad stelt de gewijzigde planning vast en communiceert deze via de geëigende kanalen. 3. De specifieke planning per validatietraject wordt in overleg tussen VKO en hogeschool gemaakt, e.e.a. conform de procedures van de VKO. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 25
26 Artikel 7: Evaluatie 1. Na twee jaar (gerekend vanaf de eerste validatie) zal het overkoepelende kwaliteitszorgstelsel -en daarbinnen de rol en het functioneren van de VKO- worden geëvalueerd op basis van de opgedane ervaringen. Hierop wordt mede gebaseerd of en welke eventuele tussentijdse aanpassingen in samenstelling, organisatie en werkwijzen nodig zijn. 2. Ruim voor het aflopen van de periode waarop dit instellingsbesluit betrekking heeft zal het stelsel - en daarbinnen de rol en het functioneren van de VKO - worden geëvalueerd met het oog op de vormgeving en invulling van de kwaliteitzorg t.a.v. onderzoek in de erop volgende periode. Den Haag, 23 maart 2009 D. Terpstra, voorzitter HBO-raad Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 26
27 Bijlage 2. Overzicht bestudeerd materiaal 1. Jaarstukken ArtEZ 2. Jaarstukken afzonderlijke lectoraten ArtEZ 3. Zelfevaluatierapport Lectoraten ArtEZ Graduate School: ten behoeve van de (her)validatie kwaliteitszorg van onderzoek bij ArtEZ. 12 november Here as the centre of the world: Instellingsplan Ways of Research: Onderzoeksbeleidsplan ArtEZ hogeschool voor de kunsten Kwaliteitszorgplan : ArtEZ hogeschool voor de kunsten 7. Procedures Kwaliteitszorg Onderzoek Graduate School: Beschrijving van de PDCA-cycli en de planning van de visitaties en evaluaties 8. Langetermijnvisie Kunst- en Cultuureducatie 9. Langetermijnvisie Modelectoraat 10. Langetermijnvisie Theorie in de kunsten 11. Jaarplan Kunst, Cultuur en Economie 12. Jaarplan Kunst- en Cultuureducatie 13. Jaarplan Modevormgeving 14. Jaarplan Theorie in de kunsten 15. Naar een ArtEZ Graduate School of the Arts 16. Onderzoek en onderwijs onderwijs in onderzoek Aanvullende documentatie was beschikbaar gesteld op DigOport. Gedurende de validatiedag lag een groot aantal aanvullende documenten ter inzage. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 27
28 Bijlage 3. Bezoekprogramma Van Tot Programma-items en deelnemers Welkom met presentatie ArtEZ en thema: Onderzoek in de organisatie. Vraaggesprek VKOcommissie met het College van Bestuur/staf Marjolijn Brussaard, voorzitter College van Bestuur per ; Wim Fiselier, dean Undergraduate School, lid College van Bestuur per ; Renate Litjens, voorzitter College van Bestuur t.m ; Laurien Timmermans, secretaris College van Bestuur; Gaby Allard, directeur faculteit Dans en Theater; Jeroen Lutters, afvaardiging lectoraten; Jeroen van den Eijnde, voorzitter werkgroep Onderzoeksbeleidsplan; Luc Corstens, hoofd afdeling Onderwijs en Kwaliteit Besloten vergadering VKO-commissie Vraaggesprek VKO-commissie over het kwaliteitszorgsysteem Luc Corstens, hoofd afdeling Onderwijs en Kwaliteit; Minke Zeillemaker, beleidsadviseur kwaliteitszorg onderzoek Besloten vergadering VKO-commissie met lunch om uur Thema: Onderzoek in relatie tot onderwijs: Vraaggesprek VKO-commissie met lectoraten Theorie in de Kunsten en Kunst- en Cultuureducatie Peter Sonderen, lector Theorie in de Kunsten; Jeroen Lutters, lector Kunst- en Cultuurgeschiedenis; Janeke Wienk, programmaleider/onderzoeker lectoraat Kunst- en Cultuureducatie; Wilhelm Weltkamp, directeur Art & Design Zwolle; Nelleke Hendriks, docent Art & Design; Elsbeth Veldpape, hoofd opleiding Docent Beeldende Kunst en Vormgeving Pauze Thema: Onderzoek in relatie tot het werkveld: Vraaggesprek VKO-commissie met lectoren en kenniskringleden rondom het Centre of Expertise Future Makers José Teunissen, lector Modevormgeving; Jeroen van den Eijnde, programmaleider Kunst, Cultuur en Economie; Lucie Huiskens, programmacoördinator Next Fashion; Judith ter Haar, docent/onderzoeker verbonden aan project Closing the Loop + Going Eco going Dutch; Hanka van der Voet, docent/onderzoeker verbonden aan project Modekern; Tjeerd Veenhoven, externe stakeholder CoE, verbonden aan Composing the new carpet; Anke van den Ban, student met opdracht binnen project Closing the Loop Besloten vergadering VKO-commissie Mondelinge terugkoppeling door VKO-commissie Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 28
29 Bijlage 4. Korte beschrijving van de VKO deelcommissieleden Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); Hoogleraar bestuur van de gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam. Voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Buitengewoon Raadslid Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann (lid) Voorzitter SURF. Voorzitter Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs. Voorzitter Raad van Toezicht ROC NOVA. Lid bestuur Quality Assurance Netherlands Universities (QANU). Oud lid College van Bestuur Technische Universiteit Delft. Oud lid Commissie tussentijdse evaluatie lectoren en kenniskringen. Oud lid College van Bestuur Hogeschool Haarlem. Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda (lid); Hoogleraar Strategic Management and Business Policy en Director Knowledge Transfer aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit. Wetenschappelijk directeur INSCOPE: Research for Innovation. Directeur Erasmus Strategic Renewal Center. Commissaris NXP Netherlands BV. H. (Hans) Koolmees (secretaris); Secretaris Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 29
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten Februari 2014 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter) Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda (lid) Dr. C.M. Hooymans
Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) (Versie oktober 2007, algemene ledenvergadering)
Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) 2009 2015 (Versie oktober 2007, algemene ledenvergadering) Voorwoord 1. Omschrijving praktijkgericht onderzoek 2. Doelstelling en uitgangspunten 3. Gezamenlijk
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool Rotterdam December 2015 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter) Drs. P.M. (Paul) van Roon (lid) Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann (lid)
Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016 2022 Kwaliteitszorgstelsel Praktijkgericht Onderzoek Hogescholen
Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016 2022 Kwaliteitszorgstelsel Praktijkgericht Onderzoek Hogescholen Vereniging Hogescholen, oktober 2015, vastgesteld tijdens de algemene vergadering 1 INHOUD
Functieprofiel Beleidsadviseur Functieprofiel titel Functiecode 00
1 Functieprofiel Beleidsadviseur Functieprofiel titel Functiecode 00 Doel Ontwikkelen, implementeren en evalueren van beleid en adviseren op één of meerdere aandachtsgebieden/beleidsterreinen ten behoeve
Het is gezien; het is niet onopgemerkt gebleven
Het is gezien; het is niet onopgemerkt gebleven Een nabeschouwing van de Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek over de staat van het praktijkgerichte onderzoek in Nederlandse instellingen voor HBO
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool Leiden Maart 2011 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.M. (Pauline) Meurs (voorzitter) Drs. B. (Bart) van Bergen Drs. P. (Paul) van Roon Prof. dr. H.W. (Henk)
IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM
IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM De tijd dat MVO was voorbehouden aan idealisten ligt achter ons. Inmiddels wordt erkend dat MVO geen hype is, maar van strategisch belang voor ieder
Zelfevaluatierapport Van Hall Larenstein
Zelfevaluatierapport Van Hall Larenstein Kwaliteitszorg onderzoek Inhoudsopgave Managementsamenvatting... 3 1. Inleiding... 4 2. Van Hall Larenstein... 5 2.1 Feiten en cijfers... 5 2.2 Organisatie... 5
Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.
Bijlage V Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en. Tabel ter vergelijking NLQF niveaus 5 t/m 8 en Dublindescriptoren NLQF Niveau 5 Context Een onbekende, wisselende
PR V1. Beroepscompetentie- profiel RBCZ therapeuten
PR 180724 V1 Beroepscompetentie- profiel Afgeleid van de niveaubepaling NLQF, niveau 6 heeft RBCZ kerncompetenties benoemd voor de complementair/alternatief therapeut. Als uitgangspunt zijn de algemene
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool Arnhem Nijmegen Januari 2011 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.M. (Pauline) Meurs (voorzitter) Dr. C.M. (Tini) Hooymans Drs. P. M. (Paul) van Roon Drs.
Samenvatting. Samenvatting 9
Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen
Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202
Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of
Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.
Bijlage V Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en. Tabel ter vergelijking NLQF niveaus 5 t/m 8 en Dublindescriptoren NLQF Niveau 5 Context Een onbekende, wisselende
bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018
bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018 Pagina 1 van 6 Inhoudsopgave 1. Visie op toezicht... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Visie op toezichthouden... 3 1.3 Doel
Professionele Masters. Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters
Professionele Masters Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Professionele Masters Uitgangspunten verdere uitbouw aanbod professionele masters Inhoud 5 Voorwoord 7 Inleiding 8 Professionele
Afbeelding: TriamFloat Effectmetingsmodel
Het meten van het effect van leren en ontwikkelen is een belangrijk thema bij onze klanten. Organisaties willen de toegevoegde waarde van leren weten en verwachten een professionele aanpak van de afdeling
De begeleidings- en beoordelingstrajecten zijn schriftelijk vastgelegd en te raadplegen door anderen. ILS en Radboud Docenten Academie.
Rapportageformat Instrument Keurmerk HAN ILS en samenwerkingsscholen Versie VO, oktober 2014 Standaard 1. De samenwerkingsschool in relatie tot de kwaliteit van de leerwerkomgeving van de lerende Deze
7 e Leergang De regionale ambtenaar als regisseur
7 e Leergang De regionale ambtenaar als regisseur RegioAcademie 2012-2013 De regionale samenwerking De regionale samenwerking tussen gemeenten is niet meer weg te denken in bestuurlijk Nederland. Ruwweg
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek. Design Academy Eindhoven
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Design Academy Eindhoven mei 2014 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); Dr. C.M. (Tini) Hooymans (lid); Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann Drs.
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU. Rescue Nederland. Verzorgende-IG
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU Rescue Nederland Verzorgende-IG Plaats: Rotterdam BRIN-nummer: 29RH Onderzoeksnummer: 280253+283214 Datum onderzoek: 12 februari
Instellingstoets kwaliteitszorg (ITK)
Instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) De instellingstoets kwaliteitszorg (ITK) is een periodieke, externe en onafhankelijke beoordeling van de interne kwaliteitszorg van een instelling. Interne kwaliteitszorg
FORMULIER STRATEGISCHE THEMA S OPLEIDING [NAAM]: INSTITUUT: (G)OC: INSTITUUTSDIRECTEUR: DATUM:
FORMULIER STRATEGISCHE THEMA S OPLEIDING [NAAM]: INSTITUUT: (G)OC: INSTITUUTSDIRECTEUR: DATUM: De (G)OC heeft als formele wettelijke vastgelegde taak het adviseren over de OER en het jaarlijks beoordelen
Advies Universiteit van Tilburg
Advies Universiteit van Tilburg De Reviewcommissie (hierna commissie) heeft kennisgenomen van het voorstel van de Universiteit van Tilburg (hierna UvT) dat het College van Bestuur met zijn brieven van
Kwaliteitszorg onderzoek
Kwaliteitszorg onderzoek met de methode sci_quest/eric 1 Opzet workshop Ervaringen Hogeschool Utrecht met validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek (vko) Uitgangspunten methodiek sci_quest/eric Vragen
Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma
Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel
KENNISCENTRUM CREATE-IT, FACULTEIT DIGITALE MEDIA EN CREATIEVE INDUSTRIE
KENNISCENTRUM CREATE-IT, FACULTEIT DIGITALE MEDIA EN CREATIEVE INDUSTRIE ONDERZOEK: JAARVERSLAG 2015 CREATE-IT/FDMCI April 2016 1 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Onderzoeksinput... 5 2. Producten van onderzoek...
Op weg naar de (academische) opleidingsschool
Discussienota Nationalgeographic.nl Adviescommissie ADEF OidS Mei 2014 1 Inhoudsopgave Inleiding 1. Uitgangspunten Samen Opleiden 2. Ambities van (academische) opleidingsscholen 3. Concept Samen Opleiden
Strategische Personeelsplanning. Basisdocument
Strategische Personeelsplanning Basisdocument Strategische Personeelsplanning Basisdocument SPP als pijler van hr-beleid Om als organisatie in een dynamische omgeving met veel ontwikkelingen en veranderingen
Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo
Gedragscode praktijkgericht onderzoek voor het hbo Gedragscode voor het voorbereiden en uitvoeren van praktijkgericht onderzoek binnen het Hoger Beroepsonderwijs in Nederland Advies van de Commissie Gedragscode
Kwaliteit is van Iedereen ( ). Avans Integrale Kwaliteitszorg Raamwerk (2006).
Conceptvragenlijst functioneren kwaliteitssysteem Versie diensteenheden Beschrijving opdrachtgever Paul Rupp, voorzitter Regiegroep IKZ opdrachtnemer Marco Cornelissen en Amber Verrycken link met andere
Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE
Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. ROC van Amsterdam te Amsterdam
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU ROC van Amsterdam te Amsterdam Ondernemer horeca/bakkerij (Manager/ondernemer horeca) Januari, 2015 BRIN: 25PZ Onderzoeksnummer: 278550 Onderzoek
CONCEPT-OPDRACHT STICHTING EINDHOVEN/BRABANT 2018
Hoort bij raadsvoorstel 27-2012 BIJLAGE 2 APPENDIX 1. CONCEPT-OPDRACHT STICHTING EINDHOVEN/BRABANT 2018 1. Doel van de opdracht Winnen van de titel Culturele Hoofdstad van Europa voor het project 2018Brabant
Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs
Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs 12 november 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Handreiking voor specifieke invulling van de standaarden
Functieprofiel: Teamleider Functiecode: 0203
Functieprofiel: Teamleider Functiecode: 0203 Doel Plannen en organiseren van de werkzaamheden en aansturen van de medewerkers binnen een team, binnen het vastgestelde beleid van een overkoepelende eenheid
De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden:
Marco Snoek over de masteropleiding en de rollen van de LD Docenten De curriculum van de masteropleiding PM MBO kan op verschillende niveau s bekeken worden: Het intended curriculum : welke doelen worden
Functieprofiel lid Raad van Toezicht
Functieprofiel lid Raad van Toezicht Bestuursbureau Postbus 245, 6710 BE Ede Bovenbuurtweg 27, 6717 XA Ede 088 020 70 00 aeres.nl [email protected] Doel van de functie De Raad van Toezicht staat het College
Directeur onderwijsinstituut
Directeur onderwijsinstituut Doel College van van Bestuur Zorgdragen voor de ontwikkeling van het facultair en uitvoering en organisatie van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande
KWALITEITSSYSTEEM AVANS
KWALITEITSSYSTEEM AVANS Dilemma's bij vernieuwing Sanne Damsma, Annemieke Voets 4 juni Wat gaan we doen? Even voorstellen Annemieke & Sanne Huidige kwaliteitssysteem door Annemieke Programma Herijking
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek HAS Hogeschool Den Bosch en Venlo December 2014 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs, (voorzitter) Prof. dr. H. (Henk) Volberda, (lid) H. (Hans) Koolmees
Didactische cursus 2007-2008 POP
Jeremy Waterloo Datum: 251007 Ranonkelstraat 9 4818 HN Breda Netherlands Didactische cursus 20072008 POP Toelichting Na het doornemen van het competentieprofiel van de HKU en de verwerking hiervan op het
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Gerrit Rietveld Academie
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Gerrit Rietveld Academie Januari 2010 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter) Drs. P.M. (Paul) van Roon Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda Drs.
Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak
Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5
DIRECTEUR BELEID EN STRATEGIE
FUNCTIEPROFIEL DIRECTEUR BELEID EN STRATEGIE HOGESCHOOL LEIDEN Inhoudsopgave 1 Hogeschool Leiden 3 De organisatie 3 De structuur 3 De thema s 4 2 4 Plaats in de organisatie 4 Taken en verantwoordelijkheden
De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie.
ROWF Les op locatie in de beroepsopdracht van de HvA. De ROWF organiseert al vanaf het begin van de opleidingsschool onderdelen vanuit het generieke programma van de HvA Les op Locatie. Het doel is de
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool van Amsterdam Mei 2010 Deelcommissie VKO Prof. dr. P. Meurs (voorzitter) Drs. B. (Bart) van Bergen Drs. P. (Paul) van Roon Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann
Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek
Raadsvergadering, 22 april 2008 Voorstel aan de Raad Nr: 228 Agendapunt: 6 Datum: 9 april 2008 Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek Onderdeel raadsprogramma:
ONZE AGENDA OPLEIDEN IN ROTTERDAM VOOR DE WERELD VAN MORGEN STRATEGISCHE AGENDA
ONZE AGENDA OPLEIDEN IN ROTTERDAM VOOR DE WERELD VAN MORGEN STRATEGISCHE AGENDA VOORWOORD Hoe leiden we elke student op tot de professional voor de wereld van morgen? Met de blik op 2025 daagt die vraag
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Clusius College te Alkmaar
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU Clusius College te Alkmaar Natuur en groene ruimte 3 (Vakbekwaam medewerker groenvoorziening) 97252 Bloemendetailhandel (Medewerker bloembinden)
van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut
Opleidingsmanager Doel Ontwikkelen van programma( s) van wetenschappenlijk onderwijs en (laten) uitvoeren en organiseren van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van een faculteitsplan
RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool
RAPPORT Onderzoek in het kader van het vierjaarlijks bezoek bij Anne Frankschool Plaats : Doesburg BRIN-nummer : 23ED Onderzoeksnummer : 123094 Datum schoolbezoek : 17 Rapport vastgesteld te Zwolle op
Directeur onderzoeksinstituut
Directeur onderzoeks Doel College van van Bestuur Zorgdragen voor de ontwikkeling van het van het en uitvoering en organisatie van onderzoek en onderzoeksondersteuning binnen het, uitgaande van het faculteitsplan
Nota Universiteitsraad
Nota Universiteitsraad UR nummer 15.087 n.v.t. Corsanummer Aan : Universiteitsraad Van : Voorzitter Taskforce medezeggenschap Opsteller : Drs. F. Toppen Onderwerp : Startnotitie taskforce medezeggenschap
RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK KOETSVELDSCHOOL SO/VSO-ZMLK. : Koetsveldschool SO/VSO-ZMLK : 's-gravenhage BRIN-nummer : 02GA Onderzoeksnummer : 92613
RAPPORT JAARLIJKS ONDERZOEK KOETSVELDSCHOOL SO/VSO-ZMLK School : Koetsveldschool SO/VSO-ZMLK Plaats : 's-gravenhage BRIN-nummer : 02GA Onderzoeksnummer : 92613 Datum schoolbezoek : 13 maart 2007 Datum
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Inholland Maart 2013 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); Dr. C.M. (Tini) Hooymans (lid); Drs. P.M. (Paul) van Roon (lid); Prof. dr.
Succesvolle leerlingen in een kleurrijke omgeving februari 2015
- Missie/Visie - Succesvolle leerlingen in een kleurrijke omgeving februari 2015 Op AMS staat de leerling centraal. Dat betekent dat alles wat we doen er op gericht is om iedere leerling zo goed mogelijk
Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM
Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM Instructie Dit document hoort bij het beoordelingsformulier. Op het beoordelingsformulier kan de score per criterium worden ingevuld. Elk criterium kan op vijf niveaus
Samenvatting. Aanleiding en adviesvraag
Samenvatting Aanleiding en adviesvraag In de afgelopen jaren is een begin gemaakt met de overheveling van overheidstaken in het sociale domein van het rijk naar de gemeenten. Met ingang van 2015 zullen
Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017
Kwaliteitscode - Vlaanderen 2015-2017 Situering van de Kwaliteitscode Afstemming op Europese referentiekaders De regie-pilots De uitgebreide instellingsreview In de periode 2015-2017 krijgen de universiteiten
Stichting Empowerment centre EVC
I N V E N T A R I S A T I E 1. Inleiding Een inventarisatie van EVC trajecten voor hoog opgeleide buitenlanders in Nederland 1.1. Aanleiding De Nuffic heeft de erkenning van verworven competenties (EVC)
COMMUNICEREN VANUIT JE KERN
COMMUNICEREN VANUIT JE KERN Wil je duurzaam doelen bereiken? Zorg dan voor verbonden medewerkers! Afgestemde medewerkers zijn een belangrijke aanjager voor het realiseren van samenwerking en innovatie
