Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
|
|
|
- Stefanie Sasbrink
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten Februari 2014 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter) Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda (lid) Dr. C.M. Hooymans (lid) H. (Hans) Koolmees (secretaris)
2 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding Schets van de hogeschool Bevindingen Structuur en samenhang in de kwaliteitszorg Randvoorwaarden voor de uitvoering van de kwaliteitszorg Evaluaties van de Onderzoekseenheden Verbeterbeleid Conclusies en aanbevelingen Bijlage 1. Instellingsbesluit VKO Bijlage 2. Overzicht bestudeerd materiaal Bijlage 3. Bezoekprogramma Bijlage 4. Korte beschrijving van de VKO deelcommissieleden Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 2
3 1. Inleiding De Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek (VKO) is begin 2009 door de voorzitter van de HBOraad geïnstalleerd (zie instellingsbesluit, bijlage 1). De VKO maakt als onafhankelijke commissie deel uit van het per 1 januari 2009 ingevoerde kwaliteitszorgstelsel voor onderzoek aan hogescholen, gebaseerd op het brancheprotocol kwaliteitszorg onderzoek (BKO). De taak van de VKO is het valideren van de kwaliteitszorgsystemen van de hogescholen, voor zover de kwaliteitszorg betrekking heeft op onderzoek. Kwaliteitszorg wordt daarbij gedefinieerd als "het systematische en dynamische geheel van beleid, organisatie, procedures, processen en middelen, gericht op het permanent handhaven en verhogen van de kwaliteit van het onderzoek binnen de hogeschool, door middel van cyclisch evalueren en verbeteren". Bij de installatie van de VKO is voor elke hogeschool - op basis van eigen voorkeuren door de HBO-raad vastgelegd in welk jaar de validatie plaatsvindt. In de zo tot stand gekomen planning voor stond ArtEZ ingeroosterd voor de tweede helft van De VKO ontving in oktober 2013 het zelfevaluatierapport van de hogeschool met bijbehorende documentatie (zie overzicht in bijlage 2) ter bestudering en bespreking. Het validatiebezoek vond vervolgens plaats op vrijdag 22 november Een deelcommissie vanuit de VKO sprak op die dag met het College van Bestuur, leden van de centrale staf, lectoren, onderzoekers/docenten, externe stakeholders en de voorzitter van de externe evaluatiecommissie (zie het volledige bezoekprogramma en de antecedenten van de deelcommissie vanuit de VKO in bijlage 3 en 4). Aan het eind van het bezoek is door de voorzitter van de deelcommissie VKO een voorlopige mondelinge terugkoppeling gegeven. Daarna heeft de VKO zich intern beraden op de definitieve rapportage. Van de VKO wordt verwacht dat zij bij elke hogeschool tot een op ontwikkeling en verbetering gerichte rapportage komt. Het gaat daarbij om een onderbouwde en genuanceerde kwalitatieve conclusie ten aanzien van het functioneren van het kwaliteitszorgsysteem in verschillende opzichten en op verschillende dimensies, alsmede de hierop gebaseerde aanbevelingen tot verbetering. Op basis van haar bevindingen heeft de VKO de kwaliteitszorg met betrekking tot het onderzoek van ArtEZ Hogeschool voor de kunsten voorwaardelijk gevalideerd. Deze rapportage geeft een nadere onderbouwing van dit oordeel. In hoofdstuk 2 wordt een schets gegeven van de hogeschool, in algemene zin en meer toegespitst op de missie, organisatie en omvang van het onderzoek. Hoofdstuk 3 beschrijft de bevindingen en beoordelingen van de VKO aan de hand van de vier validatievragen zoals deze zijn vastgelegd in het basisdocument kwaliteitszorg onderzoek (zie: In hoofdstuk 4 sluit de VKO af met haar conclusie en aanbevelingen. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 3
4 2. Schets van de hogeschool ArtEZ is een monosectorale hogeschool op het gebied van kunst. ArtEZ is ontstaan uit diverse fusies en heeft vestigingsplaatsen in Arnhem, Enschede en Zwolle. Er studeren studenten (waarvan 19 % internationaal). Er zijn 900 personeelsleden in dienst waarvan er 600 met onderwijs- en onderzoekstaken belast zijn. Bovendien dragen ca gastdocenten incidenteel bij aan de onderwijsprogramma s van de hogeschool. ArtEZ biedt het volledige scala aan kunstopleidingen aan. Die opleidingen worden verzorgd binnen 6 onderwijsinstituten en hebben betrekking op de volgende deelgebieden: Beeldende Kunst, Architectuur en Interieur, Mode, Vormgeving, Muziek, Theater, Creative Writing, Dance en Docentopleidingen. Er zijn vooropleidingen en er zijn 12 bacheloropleidingen met 23 studievarianten en 6 masteropleidingen met 10 studievarianten. Bovendien biedt ArtEZ een Associate Degree Opleiding aan op het gebied van Interieurvormgeving en er is een hogeschoolbreed Honours Programme Theorie en Onderzoek. De opleidingen richten zich op het ontwikkelen van vakmanschap, artisticiteit en innovatie in een multidisciplinaire omgeving die in nauwe verbinding staat met de beroepspraktijk. Tot drie jaar na het afstuderen kunnen studenten een beroep doen op het Art Business Centre waarin ze trainingen kunnen volgen, coachingstrajecten ondergaan en advies kunnen krijgen. Bovendien hebben ze binnen het Centre de beschikking over de dienstverlening van een Startersdesk. Het onderzoek vindt plaats in 4 lectoraten: 1) Lectoraat Modevormgeving, 2) Lectoraat Kunst, Cultuur en Economie, 3) Lectoraat Theorie in de Kunsten en 4) Lectoraat Kunsteducatie. De huidige missie van ArtEZ die vermeld staat in het Strategisch Plan ArtEZ luidt als volgt: ArtEZ leidt kunstenaars op die werken. Afgestudeerden kennen hun positie en kracht, hebben hun artisticiteit en vakmanschap ontwikkeld en weten in samenwerking met anderen maatschappelijke betekenis te geven. Zij zijn voorbereid op een professioneel bestaan op het hoogste niveau binnen een internationale context. Die missie krijgt gestalte vanuit een context die in de visie van ArtEZ als volgt is verwoord: Kunst krijgt bij ArtEZ ruimte om van betekenis te zijn voor anderen: voor individuen, groepen en organisaties. ArtEZ acht zich mede verantwoordelijk voor een aantrekkelijk en stimulerend cultureel klimaat en voor de culturele infrastructuur in Oost Nederland en in het bijzonder haar vestigingsplaatsen Arnhem, Enschede en Zwolle. ArtEZ draagt bij aan een levendig klimaat waarin jonge kunstenaars kunnen gedijen. Missie en visie leiden uiteindelijk tot 5 hogeschooldoelen: ArtEZ streeft naar de hoogste kwaliteit afgestudeerden; ArtEZ geeft ruimte aan talent waarvan aard en instroomniveau verschilt; ArtEZ ontwikkelt zich tot kennisinstituut; ArtEZ internationaliseert met het oog op de kwaliteit van het onderwijs; ArtEZ versterkt haar interne samenhang en doelmatigheid. Voor een nadere uitwerking van het beleid t.a.v. het onderzoek wordt verwezen naar paragraaf 3.1. In 2012 zijn reeds voorbereidingen getroffen voor het opstellen van een nieuw beleidsplan. Dat traject werd voortijdig beëindigd nadat de Raad van Toezicht een onoverbrugbaar verschil van inzicht constateerde tussen het College van Bestuur en het hogeschoolmanagement over de invulling en de uitvoering van het toekomstige beleid. Inmiddels is er door de Raad van Toezicht een interimbestuurder aangesteld die verantwoordelijk is voor de continuering van het onderwijs en voor een nieuw strategietraject: ArtEZ Uiteraard zal ArtEZ 2020 een aangepaste visie, missie en doelstellingen opleveren maar ten tijde van het Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 4
5 validatiebezoek waren de tussenresultaten nog te algemeen van aard om deze te betrekken bij het validatieproces. De jaarcijfers 2012 die door de VKO worden geïnventariseerd met betrekking tot. het onderzoek van ArtEZ laten het volgende beeld zien: ArtEZ Landelijk gemiddelde Positie t.o.v. 37 hogescholen Financieel Totale financiële bijdrage per student 445,84 385,62 17 Rijksbijdrage per student 349,70 234,47 5 Raak-bijdrage per student 0,00 46,93 25 Internationale bijdrage per student 27,42 31,72 8 Overige bijdrage per student 68, Personeel Aantal studenten per lector (landelijk streefcijfer: 720) Aantal fte s per lector 0,77fte 0,56 fte 2 Percentage gepromoveerde lectoren 67 % 77 % 23 Percentage docent-onderzoekers van docenten 3,3 % 13,7 % 35 Gemiddelde fte per docent-onderzoeker 0,17 fte 0,25 fte 23 Percentage gepromoveerde onderzoekers 15,0 % 15,1 % 15 Percentage promovendi van docenten 0,33 % 3,12 % 34 Gemiddelde fte per promovendus 0,45 fte 0,43 fte 13 Percentage student-onderzoekers 1,4 % 4,5 % 28 Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 5
6 3. Bevindingen Bij ArtEZ is op dit moment sprake van een omvangrijke heroriëntatie onder leiding van een interim bestuurder. Er wordt gewerkt aan een nieuwe strategie en daarbij hoort ook een herijking van de positionering van het onderzoek. Door deze situatie was er slechts een beperkte documentatie beschikbaar waarover de VKO kon beschikken. Deze bestond uit het rapport ArtEZ Onderzoekt: kritische zelfevaluatie van de lectoraten van ArtEZ (juli 2013). Dit zelfevaluatierapport had betrekking op de onderzoekseenheden en niet, zoals in het BKO vermeld staat, op de kwaliteitszorgsystematiek van het onderzoek. Daarnaast beschikte de commissie over het in oktober 2013 verschenen beoordelingsrapport van de onderzoekseenheden van ArtEZ door een externe evaluatiecommissie. Naast deze twee rapporten ontving de commissie voorafgaand aan en tijdens de validatiedag nog enkele aparte notities. Voor een compleet overzicht van de documentatie zie bijlage 2. Hoewel de commissie niet kon beschikken over voldoende relevante documenten is besloten om de validatie toch plaats te laten vinden. Dat besluit werd ingegeven door de wens van ArtEZ om de bevindingen van de VKO te betrekken bij het opstellen van het nieuwe beleidsplan ArtEZ Bovendien kon er van uitstel nauwelijks sprake zijn omdat ArtEZ zich had aangemeld voor de validatie aan het einde van de mandaatsperiode van de VKO.. De externe beoordeling van de onderzoekseenheden is pas in een laat stadium (juli 2013) vlak vóór de validatie van het kwaliteitszorgsysteem door de VKO van start gegaan. Deze externe beoordeling van de onderzoekseenheden is niet gebaseerd op een goed uitgewerkt en uitgevoerd integraal kwaliteitszorgplan voor het onderzoek en wekt daardoor de indruk dat het hier om een snel ingezette maar geïsoleerde last minute -actie gaat. Door het late stadium waarin de externe beoordeling van de onderzoekseenheden plaatsvond is het bovendien nog niet mogelijk om te bepalen wat de doorwerking van deze externe beoordeling in de praktijk van het ArtEZ-onderzoek betekent. Het verbaast de commissie zeer dat het onderzoeksbeleid en specifiek het kwaliteitszorgbeleid m.b.t. het onderzoek, gedurende ruim 10 jaar zo weinig bestuurlijke aandacht heeft gekregen. Zeker in een periode waarin het onderzoeksbeleid vanaf de basis opgebouwd werd was een intensieve bestuurlijke aandacht voor de hand liggend geweest. Dat is niet gebeurd en bij gevolg is het onderzoeksbeleid en het kwaliteitszorgbeleid onvoldoende ontwikkeld waardoor de commissie niet anders kan besluiten dan dat er een hervalidatie moet plaatsvinden. Die hervalidatie dient binnen een termijn van 2 jaar te gebeuren. Het feit dat het kwaliteitszorgsysteem onvoldoende op orde is, wil niet zeggen dat het uitgevoerde onderzoek onder de maat is. Het beoordelingsrapport van de externe evaluatiecommissie getuigt hier in ruime mate van. Bovendien bleek uit de gesprekken die de commissie met de lectoren, de onderzoekers en externe stakeholders voerde, dat er met veel elan gewerkt wordt aan de uitvoering van het onderzoek met soms uitstekende resultaten getuige bij voorbeeld de beoordeling van het lectoraat Modevormgeving dat regionaal, nationaal en internationaal brede erkenning krijgt. De commissie heeft de stellige indruk dat deze successen eerder ondanks dan dankzij het (vaak ontbrekende) hogeschool onderzoeksbeleid tot stand zijn gekomen. Er zal de komende jaren veel energie geïnvesteerd moeten worden in het opzetten en uitvoeren van een gedegen onderzoeks(kwaliteits)beleid op hogeschoolniveau waardoor de lectoraten zich gesteund en geleid weten door de hogeschool en zij zich beter kunnen concentreren op hun kerntaak om goed onder- Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 6
7 zoek uit te voeren, en zich minder hoeven bezig te houden met de vele randvoorwaardelijke zaken die beter op hogeschoolniveau uitgevoerd kunnen worden. De commissie hoopt dat gedurende de bestuurlijke interim-periode waarin de hogeschool momenteel verkeert er werk van gemaakt wordt om een degelijk onderzoeks(kwaliteits)beleid met bijbehorende processen te ontwikkelen, uit te werken en in te voeren zodat bij de hervalidatie zal blijken dat de kwaliteitszorg m.b.t. het onderzoek op orde is. Daarmee kan het onderzoek ook een betere verankering krijgen in het totale beleid van de hogeschool. Ondanks het feit dat de commissie constateerde dat er nog vele hiaten in het kwaliteitszorgsysteem zitten en er dus niet altijd sprake kon zijn van een inhoudelijke beoordeling, heeft zij toch gemeend de validatie te laten plaatsvinden omdat de bevindingen van de commissie voldoende basis bieden voor het doen van aanbevelingen die richting geven aan en suggesties bevatten voor de verbetering van het kwaliteitszorgsysteem onderzoek. De vier validatievragen zijn de volgende: 1. Is er sprake van voldoende structuur en samenhang in de kwaliteitszorg van de hogeschool (ten aanzien van onderzoek)? 2. Zijn er voldoende randvoorwaarden voor de uitvoering van de kwaliteitszorg (ten aanzien van onderzoek)? 3. Worden de onderzoekevaluaties op deskundige en onafhankelijke wijze uitgevoerd en conform de brancheafspraken hierover? 4. Worden evaluaties gebruikt voor de handhaving en verbetering van de kwaliteit van het onderzoek en de organisatie? Hieronder structureert de validatiecommissie haar bevindingen aan de hand van deze vier vragen in respectievelijk de paragrafen 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4. Elk van deze vier paragrafen wordt afgesloten met mogelijkheden voor verbetering op de voor de validatievraag relevante onderwerpen Structuur en samenhang in de kwaliteitszorg Beschrijving In 2010 is het strategisch beleidsplan van ArtEZ verschenen. Daarin worden vijf ambities verwoord. Eén van die ambities luidt: ArtEZ ontwikkelt zich tot kennisinstituut. De onderliggende motivatie hierbij is de overtuiging van ArtEZ dat verdieping van het kunstonderwijs gevoed wordt door onderzoek en theorievorming. In deze verdieping ligt tevens de bron van het ontstaan van nieuwe kunstvormen. Bovendien versterkt het onderzoek de uitvoeringspraktijk. Onderzoek dient met name uitgevoerd te worden door de lectoraten en waar nodig en mogelijk in samenwerking met andere externe en interne partijen. In de beleidsperiode wil ArtEZ zich met name richten op 1) het versterken van de verbinding tussen lectoren en opleidingen, 2) het versterken van de samenwerking tussen de lectoren en de masteropleidingen, 3) het ontwikkelen door de lectoren van een structureel meerjarig onderzoeksbeleid, 4) het aangaan van strategische allianties met externe (kennis)partners en 5) het dissemineren van inzichten en kennis. In september 2012 is de notitie Onderzoeksbeleid ArtEZ verschenen. Daarin worden de volgende doelen genoemd: Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 7
8 1. Het uitvoeren van onderzoek ter ondersteuning van de artistieke of educatieve beroepspraktijk, met bijzondere aandacht voor: a. De rol en betekenis van theorie in de kunsten en het kunstvakonderwijs; b. Interdisciplinariteit binnen de kunsten en interdisciplinaire samenwerking met disciplines buiten de kunsten (dit laatste vormgegeven i.s.m. andere hogescholen en universiteiten); c. De rol van zowel lokale als internationale ontwikkelingen in de creatieve praktijk. 2. Het bewaken van de kwaliteit van theorie en onderzoek in het onderwijs; 3. Het stimuleren van de onderzoekscultuur binnen ArtEZ. Op het moment van het validatiebezoek was het nog onduidelijk welke elementen van het Strategisch beleidsplan en van de notitie Onderzoeksbeleid ArtEZ verwerkt zullen worden in het nieuwe beleidsplan ArtEZ Het beleid wordt uitgevoerd in de volgende organisatorische context. De lectoraten vallen onder de directe verantwoordelijkheid van het College van Bestuur. De aansturing is evenwel gering; de lectoren zijn zelf verantwoordelijk voor het eigen onderzoek, de organisatie en de aansturing van de onderzoekers in hun eigen kenniskring. Wel worden de jaarplannen van de lectoraten in bilaterale gesprekken tussen lector en College van Bestuur besproken. Tot 2008 opereerden de lectoren onafhankelijk van elkaar. In dat jaar is er op initiatief van de lectoren een samenwerkingsoverleg op gang gekomen in de vorm van een lectorenplatform. Het lectorenplatform is in 2009 gestart met de ontwikkeling van een visie op de positionering van de lectoren en het onderzoeksbeleid als input voor het overleg met het college van bestuur. Sinds 2010 vinden er geen bilaterale gesprekken meer plaats tussen de afzonderlijke lectoren en het College van Bestuur maar is het lectorenplatform het podium waarop het 6-wekelijkse overleg tussen de lectoren en het College van Bestuur plaatsvindt. Het lectorenplatform staat onder voorzitterschap van een van de lectoren en naast alle lectoren neemt ook de medewerker Kwaliteitszorg Onderzoek deel aan dit overleg. De lectoraten zijn niet formeel verbonden aan een of meerdere faculteiten en/of opleidingen en kennen met andere organisatie-eenheden eveneens geen formele banden. Ze verkeren dus nauwelijks in een positie waarin ze formeel invloed kunnen uitoefenen op relevante beleidsontwikkelingen. In het kader van ArtEZ 2020 worden momenteel wel wegen verkend op welke wijze de positie van de onderzoekseenheden en de lectoren versterkt kan worden. Er wordt nagedacht over de koppeling van de lectoraten aan de Centres of Expertise en/of over de koppeling van de lectoraten aan een eventueel in te richten hogeschoolbrede Graduate School waarin masteropleidingen direct met de lectoraten verbonden zijn. Het kwaliteitszorgstelsel is opgebouwd op basis van het INK model waarin de PDCA-cyclus de kern vormt. In de notitie Kwaliteit bij ArtEZ = Consistente aandacht voor het onderwijs (januari 2009) wordt aandacht besteed aan de toepassing van het INK-model in vrijwel alle onderdelen en lagen van de organisatie: ArtEZ als geheel, de faculteiten, de diensten, de opleidingen en de vakgebieden. Het aspect onderzoek komt in de notitie niet voor. Ter ondersteuning van de kwaliteitszorgprocessen heeft ArtEZ een digitaal portfolio ingericht onder de naam DigOport. DigOport is opgezet om alle relevante documenten op het gebied van kwaliteitszorg digitaal op te slaan waardoor alle organisatie-eenheden snel toegang kunnen krijgen tot relevante documenten. DigOport dat gebaseerd is op SharePoint is niet slechts een database maar is bij goed gebruik ook te hanteren als een collaborative working tool waardoor het mogelijk is om samen te werken aan gemeenschappelijke documenten. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 8
9 Observaties en oordeel Zoals eerder in dit rapport gesteld is, kon de VKO niet beschikken over een Zelfevaluatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek. Zij moest haar oordeel baseren op hetgeen geschreven is in het zelfevaluatierapport van de onderzoekseenheden en de gesprekken daarover met medewerkers en externe stakeholders. Daaruit komt een algemeen beeld naar voren van een organisatie die enerzijds zijn koers aan het heroverwegen is en op basis daarvan nadenkt over een aangepaste inrichting van de organisatie en de daarbij behorende processen. Anderzijds trof de commissie bij de medewerkers een overdaad aan plannen, ideeën en experimenten aan hetgeen getuigt van een grote creativiteit en de wil om de organisatie te verbeteren. Deze plannen, ideeën en experimenten maken ten opzichte van elkaar een vaak geïsoleerde indruk maar dragen wel vaak de potentie in zich om goede bouwstenen te zijn om tot een samenhangende organisatie te komen. Het zal in de nabije toekomst nodig zijn om beide elementen in de planvorming met elkaar te verbinden zodat er een koersvaste samenhangende organisatie gaat ontstaan die op een creatieve, effectieve en efficiënte wijze zijn doelen weet te realiseren. De commissie is verheugd over het feit dat de lectoren een gemeenschappelijk overleg hebben. Dit overleg kan er toe bijdragen dat er meer samenhang komt tussen de vele ideeën die er leven m.b.t. de missie, de doelen en de organisatie van het onderzoek. Voor wat betreft het onderzoek constateert de commissie dat na een periode van het introduceren van en experimenteren met onderzoek ( laat duizend bloemen bloeien ) er nu gekozen is voor vier lectoraten die van voldoende belang en relevantie zijn om richting te geven aan de kennisontwikkeling van ArtEZ. De commissie doet geen uitspraak over de wenselijkheid tot het inrichten van aanvullende lectoraten. De noodzaak daartoe zal afhankelijk zijn van de voltooiing van de discussie over de missie en de doelen van de onderzoeksfunctie van ArtEZ. De huidige lectoraten verschillen in hun missie en doelen nog wel in de mate waarin zij focus ontwikkeld hebben. Dat zoeken van focus is echter lastig in een situatie waarin de lectoren in een vrij geïsoleerde positie verkeren ten opzichte van het onderwijs. Het lukt de ene lector beter dan de andere om op eigen initiatief verbindingen met het onderwijs te ontwikkelen en het onderzoeksbeleid daarop aan te passen. Het zal de komende jaren dan ook een voortdurend punt van aandacht moeten zijn om de focus nader te bepalen of bij te stellen met als doel om een herkenbaar en richtinggevend onderzoeksprofiel te ontwikkelen. De discussie over focus zal op den duur ook een vervolg moeten krijgen over de wijze waarop de massa van de onderzoekseenheden vergroot kan worden zodat er ambitieuzere onderzoeksprogramma s uitgevoerd kunnen worden. ArtEZ beschikt nog niet over een voldragen missie op het gebied van onderzoek op hogeschoolniveau. In diverse documenten komen elementen die deel kunnen uitmaken van een missie wel naar voren maar ze zijn nog niet geïntegreerd in één overkoepelende hogeschoolbrede missie. Dat is wel het geval bij de afzonderlijke lectoraten. Ieder lectoraat heeft in de zelfevaluatie zijn missie beschreven. Dat gebeurt op heel verschillende manieren waardoor het voor het ene lectoraat makkelijker is dan voor het andere lectoraat om de beleidsdoelen van het lectoraat te ontlenen aan deze missies. De algemene beleidsdoelen die verwoord zijn in het Onderzoeksbeleid ArtEZ van september 2012 en de doelen die geformuleerd zijn in het Strategisch Beleidsplan van ArtEZ bevatten voldoende waardevolle elementen om te betrekken in de discussie over de inhoud van het nieuwe beleidsplan ArtEZ 2020 maar verdienen na eventuele aanpassing en bevestiging ervan nog wel hogeschoolbrede kaders om tot gemeenschappelijke uitvoering te kunnen komen. Het ontwikkelen van deze hogeschoolbrede kaders vereist wel een gedegen visieontwikkeling m.b.t. de mate van centralisatie en decentralisatie van het ontwikke- Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 9
10 len en uitvoeren van het onderzoeksbeleid. De commissie wil hier geen aanbevelingen over doen maar brengt het onderwerp wel graag onder de aandacht. Evenals andere hogescholen kan ArtEZ niet volstaan met het formuleren van een onderzoeksmissie en onderzoeksdoelen. Om de onderzoeksbeleidsdoelen operationeel te maken dienen deze doelen voorzien te worden van zorgvuldig geformuleerde indicatoren en daarbij behorende normeringen. Pas dan is een gedegen basis gelegd om een effectief kwaliteitszorgsysteem te ontwikkelen waarmee de mate van doelrealisatie geëvalueerd kan worden. De commissie constateert dat de onderzoekseenheden en met name de lectoren in een relatief geïsoleerde positie verkeren ten opzichte van andere onderdelen van de organisatie. Ze hebben relatief weinig formele invloed op het beleid van de organisatie en ondervinden zoals eerder geconstateerd is, moeilijkheden bij het leggen van functionele verbanden met bij voorbeeld het onderwijs. Als de doelen van het onderzoek (her)bevestigd zijn dan dient goed nagedacht te worden over de organisatorische positie die de onderzoekseenheden innemen binnen ArtEZ en de daaraan verbonden verantwoordelijkheden en bevoegdheden. In het nadenken over deze organisatorische positie heeft de commissie van veel verschillende modellen kennisgenomen. Het is niet aan de commissie om hierover een uitspraak te doen, zeker in een fase waarin de doelen van het onderzoek nog (her)bevestigd moeten worden. Maar de commissie constateert wel dat de lectoren een voorkeur hebben voor het verbinden van de het onderzoek aan de masteropleidingen al dan niet samengebracht in een graduate school of in relatie gebracht met het honours programme. Er zijn al de nodige stappen gezet en de graduateschool is in ontwikkeling. Het is een van de mogelijke oplossingen maar de commissie waarschuwt er voor dat een al te grote gerichtheid op de masteropleidingen en het honours programme ten koste kan gaan van de aandacht voor de bacheloropleidingen (waar de lectoraten oorspronkelijk voor bedoeld waren), zeker in een fase waarin de verbindingen met het bacheloronderwijs binnen ArtEZ nog versteviging behoeven. Omdat de hiervoor geschetste beleidselementen nog onvoldoende op orde zijn kan de kwaliteitszorg m.b.t. het onderzoek nog niet optimaal functioneren. ArtEZ beschikt weliswaar over een notitie m.b.t. de kwaliteitszorg maar deze notitie heeft een hoog abstractieniveau. De grote lijnen van het INK-model en de PDCA-cyclus worden hierin beschreven zonder dat ze concreet uitgewerkt worden. Bovendien heeft de notitie alleen betrekking op de onderwijsfunctie. Er is verzuimd om hiervan een vertaling te maken ten behoeve van de onderzoeksfunctie. Bovendien ontbreken er procedures en formats op basis waarvan de externe kwaliteitszorg in de praktijk uitgevoerd kan worden. Daarnaast constateert de commissie dat bij vele medewerkers het kwaliteitszorgsysteem gelijk gesteld wordt aan DigOport. DigOport is een softwareprogramma dat de mogelijkheid biedt om een onderzoeksportfolio in te richten waarin alle relevante documenten m.b.t. de kwaliteitszorg worden opgeslagen. Echter DigOport is slechts een hulpmiddel in het kwaliteitszorgproces: het documenteren van de benodigde documenten. Het is geen instrument om de kwaliteitszorg inhoudelijk vorm te geven. Juist dat laatste verdient veel meer aandacht en dient voor de onderzoeksfunctie nader uitgewerkt te worden. Voor wat betreft de interne kwaliteitszorg (m.n. de evaluatie van de afzonderlijke onderzoeken) heeft de commissie geen documenten aangetroffen die deze processen beschrijven. Uit de gesprekken is gebleken dat dit per lectoraat op verschillende wijze en met verschillende intensiteit aangepakt wordt. Enkele hogeschoolrichtlijnen in dezen zouden sturing kunnen geven aan de inrichting van deze interne kwaliteitszorg. De commissie was zeer tevreden over de wijze waarop de meeste onderzoekseenheden verbonden zijn met de beroepspraktijk. Met name het lectoraat Modevormgeving is hierin ver gevorderd. Diverse partijen wor- Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 10
11 den rechtstreeks bij de planning van het onderzoeksprogramma betrokken en/of nemen concreet deel aan de uitvoering van het onderzoek en soms aan de financiering ervan. Men is in het algemeen zeer tevreden over de kwaliteit van het onderzoek. Veel waardering heeft men voor de relevantie en de multidisciplinariteit van het onderzoek. Vooral de verbinding met de regio vindt men belangrijk Het onderzoek draagt duidelijk bij aan het profiel dat bij voorbeeld de regio Arnhem nastreeft. Nu het proces van het zoeken naar meer focus ver gevorderd is, breekt de tijd aan om binnen deze focus meer massa te ontwikkelen. De externe partijen geven aan graag betrokken te worden bij het vergroten van de tweede en derde geldstroom door samen te werken bij het aanvragen van onderzoeksprojecten. Ook de samenwerking met andere kennisinstellingen zoals de hogescholen en universiteiten komt volgends de commissie goed op gang o.a. door participatie in centres of expertise. Wel merken de externe partners op dat het succes van de samenwerking grotendeels een gevolg is van het handelen van de afzonderlijke lectoren en dus meer aan personen gebonden is dan dat de samenwerking beleidsmatig en organisatorisch verankerd is binnen ArtEZ. De externe partners hebben dan ook zorgen over de positie van het onderzoek binnen ArtEZ en de invloed die de lectoraten hebben op het hogeschoolbeleid. Een van de gesprekpartners omschreef de lectoraten als a wheel that is not connected to the machine. Voor zover men een oordeel kan hebben over de kwaliteitszorg karakteriseert men deze als informeel. Men is er evenwel van overtuigd dat als de onderzoeksfunctie beter verankerd wordt binnen ArtEZ dat dit met zich mee zal brengen dat de kwaliteitszorg verder geprofessionaliseerd zal worden. Samenvattend kan gesteld worden dat volgens de externe evaluatiecommissie van de lectoraten en volgens de vele externe stakeholders het onderzoek van ArtEZ relevant en aan de maat is en in sommige gevallen als zeer goed wordt beoordeeld. Die kwaliteit is echter primair te danken aan de inzet van lectoren en onderzoekers en is daardoor zeer persoonsgebonden. Het bevorderen van de kwaliteit van het onderzoek wordt bij ArtEZ echter nauwelijks ondersteund door een goed functionerend objectief werkend kwaliteitszorgsysteem. De commissie heeft niet de illusie dat een goed functionerend kwaliteitszorgsysteem een garantie is voor kwalitatief goed onderzoek maar is er wel van overtuigd dat een dergelijk systeem signalen kan afgeven op basis waarvan verbeterprocessen ingezet kunnen worden. Daarom dient het verder ontwikkelen van het kwaliteitszorgbeleid en kwaliteitszorginstrumenten met voortvarendheid aangepakt te worden. Mogelijkheden voor verbetering 1. Besteed meer bestuurlijke aandacht aan de onderzoeksfunctie van ArtEZ. 2. Finaliseer de discussie over de missie en de doelen van het onderzoek en laat deze een samenhangend onderdeel zijn van het toekomstige beleidsplan ArtEZ Denk na over de mate van centralisatie en decentralisatie van het onderzoeksbeleid en ontwikkel aan de hand hiervan hogeschoolbrede kaders om tot uitvoering van het gemeenschappelijk onderzoeksbeleid te komen. 4. Ga door met het bevorderen van de samenwerking tussen de lectoraten op het lectorenplatform. 5. Heroverweeg in het kader van het toekomstige beleidsplan ArtEZ 2020 of het portfolio lectoraten in voldoende mate dekkend is en blijf aandacht besteden aan het verder ontwikkelen van focus in de onderzoeksprogramma s. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 11
12 6. Positioneer de lectoraten binnen ArtEZ zodanig dat zij een minder geïsoleerde positie hebben dan nu het geval is. Daardoor kunnen zij meer formele inhoudelijke invloed uitoefenen op het beleid en de strategie van ArtEZ, met name op het gebied van de samenhang tussen onderwijs en onderzoek. 7. Houdt bij de positionering van de lectoraten rekening met de taken die het onderzoek heeft ten aanzien van met name het bachelor onderwijs. 8. Ontleen aan de doelen van het onderzoeksbeleid indicatoren en voorzie deze van een normering opdat er een stevige basis ontstaat aan de hand waarvan doelrealisatie geëvalueerd kan worden. 9. Ontwikkel kaders voor het kwaliteitszorgsysteem voor het onderzoek op basis van de uitgangspunten die beschreven zijn in de notitie Kwaliteit bij ArtEZ = Consistente aandacht voor het onderwijs. 10. Ontwikkel op basis van deze kaders eenvoudige evaluatieprocessen en formats op basis waarvan de PDCA-cycli doorlopen kunnen worden. Richt die processen zodanig in dat ze relatief zelfstandig door de onderzoekseenheden gehanteerd kunnen worden. 11. Koppel de PDCA-cycli voor het onderzoek aan de overige PDCA-cycli van ArtEZ. 12. Besteed aandacht aan de interne kwaliteitszorg van het onderzoek door gemeenschappelijke kaders en processen te ontwikkelen die door alle onderzoekseenheden gehanteerd kunnen worden. 13. Beschouw het DigOport systeem niet als een sturende kern van het kwaliteitszorgsysteem maar beschouw het veel meer als een nuttig hulpmiddel. 14. Maak een planning voor de komende zes jaar waarin de externe evaluaties en eventueel interne audits opgenomen zijn. 15. Ga voort met het intensiveren van de samenwerking met de beroepspraktijk zoals dat tot op heden al succesvol gebeurt. 16. Maak bij de verdere ontwikkeling van het kwaliteitszorgsysteem gebruik van de kennis en instrumenten die bij andere hogescholen aanwezig zijn. 17. Houdt het te ontwikkelen kwaliteitszorgsysteem slank waardoor het effectief en efficiënt kan bijdragen aan de kwaliteitsverbetering. 18. Houd je bij de hervalidatie aan de kaders die omschreven staan in het BKO Randvoorwaarden voor de uitvoering van de kwaliteitszorg Beschrijving Binnen ArtEZ zijn op centraal niveau twee medewerkers belast met de kwaliteitszorg. Een van hen houdt zich sinds 2012 specifiek bezig met de kwaliteitszorg voor het onderzoek (0,2 fte). Daarnaast is er op centraal niveau een managementassistent aangesteld voor iets minder dan 0,2 fte. Decentraal zijn er per lectoraat medewerkers belast met aspecten van de kwaliteitszorg. Het betreft hier ook relatief kleine aanstellingen. De medewerker op centraal niveau heeft zich tot op heden voornamelijk bezig gehouden met het verder ontwikkelen en inrichten van DigoPort. Daarnaast heeft zij enkele evaluaties onder de externe stakeholders en de kenniskringleden uitgevoerd. Tenslotte adviseert zij bij het opstellen van stukken over het onderzoeksbeleid. Ten aanzien van zaken rond financiën, personeel, voorlichting etc. maken de lectoren gebruik van de diensten die beschikbaar zijn binnen de staf- en hulpdiensten van ArtEZ. Deze dienstverlening is algemeen van aard en niet specifiek opgezet voor de ondersteuning van het onderzoek. Binnen ArtEZ is geen sprake van een duidelijk gearticuleerd beleid op het gebied van kwaliteitscultuur. Dat wil niet zeggen dat er op dat gebied niets gebeurt. Uit de gesprekken blijkt dat de te leveren kwaliteit hoog Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 12
13 in het vaandel staat van de medewerkers van ArtEZ maar er is op dat gebied geen gemeenschappelijke basis ontwikkeld die als fundament dient voor de kwaliteitszorg. Observaties en oordeel De commissie is van mening dat het huidige beschikbare aantal fte s niet voldoende is om de in de vorige paragraaf genoemde problematiek rond de kwaliteitszorg op te lossen. Er wordt weliswaar werk verzet rond de ontwikkeling en het gebruik van DigoPort en rond het organiseren en uitvoeren van evaluaties maar ArtEZ ontbeert een goed uitgewerkt kwaliteitszorgsysteem voor het onderzoek dat voorziet in efficiënte en effectieve kwaliteitszorgprocessen. Daar zal volgens de commissie, nadat missie en doelen van het onderzoek vastgesteld zijn, hoge prioriteit aan gegeven moeten worden. Dit zal waarschijnlijk tijdelijk meer fte s vereisen dan momenteel beschikbaar is. De commissie heeft momenteel geen oordeel over de gewenste toekomstige omvang van de centrale ondersteuning m.b.t. de kwaliteitszorg van het onderzoek. Die omvang zal pas bepaald kunnen worden als het kwaliteitszorgsysteem ontwikkeld is en als duidelijk is welke elementen daarvan op centraal of op decentraal niveau uitgevoerd zullen worden. De commissie heeft geen documenten aangetroffen m.b.t. het ontwikkelen en het in stand houden van een kwaliteitscultuur binnen ArtEZ. Dat wil niet zeggen dat er van een kwaliteitscultuur geen sprake is. In tegendeel: in alle gesprekken kwam duidelijk het belang en de noodzaak van kwalitatief goed uitgevoerd onderzoek naar voren. De commissie onderschrijft de visie van ArtEZ dat waarden als inspireren, mobiliseren, waarderen en reflecteren van belang zijn voor het denken over kwaliteit. Maar de commissie zou hier verder in willen gaan door ArtEZ uit te dagen verder na te denken over een gezamenlijke visie op kwaliteit van het onderzoek zodat er een gezamenlijke basis en beoordelingskader ontstaat van waaruit de kwaliteit van het onderzoek verder bevorderd kan worden. In de documentatie en in de gesprekken is geen oordeel naar voren gekomen over de algemene centrale dienstverlening van de staf- en hulpdiensten. Het functioneren van deze diensten lijkt op dit moment voldoende te zijn voor de onderzoekseenheden. Maar de commissie sluit niet uit dat bij het verder vormgeven van het onderzoeksbeleid er specifiekere eisen aan de dienstverlening gesteld zullen worden. Te denken valt hier aan projectondersteuning, subsidiemanagement, specifiek op het onderzoek gerichte ictondersteuning en documentaire informatievoorziening.. De commissie heeft wel geconstateerd dat het ontlenen van data aan de management informatiesystemen niet altijd ondubbelzinnige data oplevert. De medewerkers van de stafafdelingen zijn zich hiervan bewust en willen gaan werken aan verbetering hiervan. Het belang van een goed management informatiesysteem is groot bij de evaluatie van de resultaten van de onderzoekseenheden. Mogelijkheden voor verbetering 1. Stel voldoende capaciteit en kennis beschikbaar om het kwaliteitszorgsysteem voor het onderzoek verder te ontwikkelen. 2. Stel nadat het kwaliteitszorgsysteem ontwikkeld is, welke centrale en decentrale capaciteit nodig om de kwaliteitszorgprocessen naar behoren uit te voeren. 3. Ontwikkel een visie op de kwaliteit van het onderzoek en operationaliseer deze visie in de uitvoering van het kwaliteitszorgsysteem voor het onderzoek en het verder bevorderen van de kwaliteitscultuur binnen ArtEZ. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 13
14 4. Heroverweeg de aard van de dienstverlening van de staf- en hulpdiensten als het kwaliteitszorgsysteem ontwikkeld is. 5. Besteed aandacht aan het verbeteren van het management informatiesysteem Evaluaties van de Onderzoekseenheden Beschrijving De verschillende evaluaties die ten grondslag liggen aan de externe evaluatie van de lectoraten hebben alle in 2013 plaatsgevonden. Het betrof hier o.a. een evaluatie onder kenniskringleden en externe stakeholders. De evaluatie van de lectoraten door een externe evaluatiecommissie heeft in oktober 2013 plaatsgevonden. Dit was de eerste externe onderzoeksevaluatie die bij ArtEZ heeft plaatsgevonden. Deze evaluatie is niet voorafgegaan door het uitvoeren van een interne audit of een vergelijkbaar instrument. ArtEZ heeft er voor gekozen om alle onderzoekseenheden in één proces te evalueren. De evaluatiecommissie bestond uit 5 personen (inclusief de voorzitter) die afkomstig waren uit diverse kunstsectoren. Vrijwel allen hadden een overwegend academische achtergrond. De voorzitter is verbonden aan het adviesbureau AeQui dat actief is op het gebied van onderwijsvisitaties. Aan de externe evaluatie lag een zelfevaluatierapport ten grondslag dat was opgebouwd uit een algemeen gedeelte en uit de zelfevaluatie van de vier afzonderlijke lectoraten. De vier lectoraten zijn gedurende twee dagen geëvalueerd door de externe commissie. De evaluatie bestond uit een gesprek met het bestuur van de hogeschool, uit vier showcases met betrekking tot de onderzoeksresultaten en gesprekken met lectoren, onderzoekers en externe stakeholders. Aan de evaluatie lagen de vijf evaluatievragen ten grondslag zoals die verwoord zijn in het BKO. Het evaluatierapport is opgebouwd rond de volgende onderwerpen: Output, Missie en onderzoeksprofiel, Portfolio en organisatie, Mensen en middelen en Samenwerkingsverbanden. Ieder onderwerp werd apart in zijn algemeenheid beoordeeld maar daar waar dat nodig was werd het oordeel verbijzonderd naar de afzonderlijke onderzoekseenheden. Observaties en oordeel De commissie is teleurgesteld over het feit dat ondanks het ruim 10 jarig bestaan van de lectoraten, pas in 2013 aandacht is besteed aan de externe evaluatie van de onderzoekseenheden. Deze nalatigheid is volgens de commissie het gevolg van de geringe bestuurlijke aandacht die het onderzoek de afgelopen jaren gekregen heeft en het bij gevolg daarvan ontbreken van een goed functionerend kwaliteitszorgsysteem. De evaluatie heeft onder scherpe tijdsdruk plaatsgevonden in de tweede helft van 2013 omdat er ten minste één externe evaluatie beschikbaar moest zijn bij de validatie van het kwaliteitszorgsysteem in november Ondanks de grote tijdsdruk is de externe evaluatie wel naar behoren uitgevoerd en conform hetgeen in het BKO verwoord is. De structuur en inhoud van het evaluatierapport zijn helder. Er zijn weliswaar geen afzonderlijke concrete verbeterpunten verwoord in het rapport maar die verbeterpunten zijn wel af te leiden uit de beoordeling van de diverse aspecten zoals die in het rapport aan de orde komen. De grote waarde van het rapport ligt in de integrale beoordeling van de vier lectoraten in één proces en door één commissie. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 14
15 Naar het oordeel van de commissie is de onafhankelijkheid, de deskundigheid en de representativiteit van de externe evaluatiecommissie voldoende geborgd o.a. door de ondertekening van een onafhankelijkheidsverklaring. Wel is de commissie van mening dat de samenstelling van de evaluatiecommissie gedomineerd wordt door personen met een academische achtergrond. De commissie zou een zwaardere vertegenwoordiging vanuit de beroepspraktijk wenselijk vinden. Tenslotte constateert de commissie dat de externe evaluatiecommissie die alle vier de lectoraten beoordeelt over een brede deskundigheid moet beschikken. De commissie geeft ArtEZ graag in overweging om met een wisselende commissie te gaan werken waarin naast een aantal vaste leden ook een aantal wisselende leden kunnen plaatsnemen die een gespecialiseerde kennis van zaken met zich meebrengen op het domeinkennisgebied van de afzonderlijke lectoraten. Mogelijkheden voor verbetering 1. Plan ruim van te voren en ten minste een maal in de zes jaar de externe evaluaties (zie ook aanbeveling 14 uit paragraaf 3.1). 2. Laat de verbeterpunten meer expliciet in het beoordelingsrapport naar voren komen. 3. Zorg voor een zwaardere vertegenwoordiging van de beroepspraktijk in de externe evaluatiecommissie. 4. Zorg er voor dat meer domeindeskundigheid verankerd is in de externe evaluatiecommissie door de commissie voor een gedeelte wisselend van samenstelling te laten zijn Verbeterbeleid Beschrijving Met betrekking tot het verbeterbeleid valt nog niet zo veel te melden. Het externe evaluatierapport is immers pas enkele weken voor de validatie van het kwaliteitszorgsysteem uitgebracht. De PDCA-cyclus voor het onderzoek is ook nog niet zo ver ontwikkeld dat aangegeven wordt op welke wijze er omgegaan moet worden met de resultaten van het evaluatierapport. Wel hebben de lectoren gezamenlijk een notitie geschreven waarin zij ingaan op de inhoud van het evaluatierapport. Deze notitie bevat echter nog geen formulering van voldoende concrete verbeteracties. Observaties en oordeel Gezien het recente verschijnen van het evaluatierapport heeft de commissie er begrip voor dat alle consequenties van dit rapport nog onvoldoende doordacht zijn en nog geen vertaling hebben gekregen in voorgenomen concrete verbeteracties. De lectoren willen eerst de missie en visie van ArtEZ 2020 afwachten om vanuit deze overkoepelende visie concrete invulling te geven aan de verbeteracties. Bovendien willen de lectoren de adviezen van de VKO betrekken bij de verbeteracties. De commissie beveelt aan hier snel en serieus aan te gaan werken want te lang heeft de kwaliteitszorg te weinig aandacht gekregen. Er moet op dit gebied een inhaalslag gemaakt worden. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 15
16 Mogelijkheden voor verbetering 1. Ontleen aan het evaluatierapport van de externe evaluatiecommissie verbeterpunten die gezamenlijk of per lectoraat afzonderlijk genomen moeten worden en beschrijf op welke wijze deze verbeterpunten ten uitvoer moeten worden gebracht. Breng dit verbeterproces onder in de nog nader te ontwikkelen PDCA-cyclus van het onderzoek. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 16
17 4. Conclusies en aanbevelingen Conclusies De validatiecommissie trof bij ArtEZ een situatie aan waarin het hogeschoolbeleid heroverwogen wordt. Die heroverweging zal moeten leiden tot een nieuw beleidsplan waar momenteel aan gewerkt wordt: ArtEZ De commissie constateert dat het onderzoeksbeleid en de kwaliteitszorg rond het onderzoek in het verleden te weinig bestuurlijke aandacht heeft gekregen waardoor het onderzoeks(kwaliteits)beleid veel minder ver gevorderd is dan in het geval dat die bestuurlijke aandacht er wel was geweest. De commissie stelt vast dat er (nog) geen duidelijke visie is op de plaats en bijdrage van het onderzoek binnen ArtEZ. Bovendien stelt ze vast dat er bij ArtEZ, voor wat betreft het onderzoek, nog geen sprake is van een geïntegreerd kwaliteitszorgbeleid en dat er ook nog onvoldoende geïntegreerde kwaliteitszorgprocessen operationeel zijn. Daarmee wil de commissie niet beweren dat er geen activiteiten op het gebied van de kwaliteitszorg worden ondernomen. Maar deze activiteiten vertonen nog een te sterk geïsoleerd karakter en zijn vaak op een heel laat tijdstip ingezet, getuige de externe onderzoeksevaluatie die vlak voor het moment van de validatie van het kwaliteitszorgsysteem plaatsvond. Ook constateert de commissie dat de organisatorische positie van de lectoraten zwak is. Zij kennen geen formele banden met andere onderdelen van de organisatie, met name het onderwijs, waardoor de impact van het onderzoek in een aantal gevallen geringer dan gewenst is. Evenmin kunnen de lectoren op een structurele en systematische wijze invloed uitoefenen op het beleid van de hogeschool. Wel heeft de commissie met veel genoegen geconstateerd dat bij de meeste lectoraten de banden met de beroepspraktijk goed tot zeer goed ontwikkeld zijn. Met name het lectoraat Modevormgeving heeft veel werk gemaakt van het systematisch ontwikkelen van samenwerkingsverbanden met de beroepspraktijk en plukt daar nu de vruchten van. Een en ander wil niet zeggen dat door de geringe bestuurlijke aandacht de kwaliteit van het onderzoek onder de maat is. Het beoordelingsrapport van de externe evaluatiecommissie van de lectoraten getuigt hiervan. Die commissie stelt dat de kennisproductie hoog is, in voldoende mate relevant is en impact heeft. Bovendien stelt deze commissie dat het onderzoek een goed niveau heeft en daadwerkelijk tot nieuwe kennis leidt. Een en ander is mogelijk geweest door de inzet van lectoren en onderzoekers die naast het uitvoeren van onderzoek ook veel werk hebben verzet in de randvoorwaardelijke sfeer. Werkzaamheden die vaak in een goed georganiseerde onderzoeksorganisatie wellicht beter op centraal niveau gerealiseerd hadden kunnen worden. Het voorgaande betekent dat m.b.t. het onderzoeksbeleid en het kwaliteitszorgbeleid van het onderzoek er nog veel werk verzet moet worden. Het tijdstip lijkt daar gunstig voor nu het gehele hogeschoolbeleid heroverwogen word. Dat biedt de mogelijkheid om ook het onderzoeksbeleid te heroverwegen en geïntegreerd onder te brengen in het hogeschoolbeleid. Het biedt ook de mogelijkheid om de organisatorische positie van de lectoraten en de daaraan gekoppelde verantwoordelijkheden en bevoegdheden te herzien op een zodanige wijze dat de impact van het onderzoek op het onderwijs vergroot kan worden. Als hier duidelijkheid over bestaat kan er ook gewerkt worden aan de herinrichting van het kwaliteitszorgsysteem. Dat betekent dat er nog veel werk verzet moet worden op dit gebied maar ArtEZ hoeft daarbij niet vanuit het 0-punt Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 17
18 te starten. De commissie trof bij de medewerkers zeer veel ideeën aan over elementen van het onderzoeksbeleid en de kwaliteitszorg. Daar kan gebruik van gemaakt worden. Bovendien is er veel kennis en ervaring beschikbaar bij andere hogescholen waarvan ArtEZ gebruik kan maken. Aanbevelingen Om tot verbetering van de situatie te komen geeft de validatiecommissie ArtEZ graag op hoofdlijnen de volgende aanbevelingen mee. Voor meer gedetailleerde aanbevelingen wordt verwezen naar de vorige paragrafen. 1. Heroverweeg het onderzoeksbeleid van ArtEZ en laat dit een integraal onderdeel zijn van het nieuw te formuleren hogeschoolbeleid. 2. Heroverweeg binnen de kaders van het onderzoeksbeleid de doelen van het onderzoek en ontleen aan deze doelen een beperkte set van goed geformuleerde indicatoren en bijbehorende normen. 3. Heroverweeg de verhouding tussen centraal en decentraal onderzoeksbeleid en de uitvoering ervan. 4. Verstevig de organisatorische positie van de lectoraten en formuleer de daarbij behorende verantwoordelijkheden en bevoegdheden. 5. Heroverweeg het kwaliteitszorgbeleid voor het onderzoek en ontwikkel een geïntegreerde systematiek voor het uitvoeren van de kwaliteitszorgprocessen. Houdt deze processen slank waardoor ze efficiënt en effectief gehanteerd kunnen worden. 6. Besteed voldoende aandacht aan de interne kwaliteitszorg van het onderzoek. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 18
19 Bijlage 1. Instellingsbesluit VKO Het bestuur van de HBO-raad, vereniging van hogescholen, gelet op het door de vereniging in 2008 vastgestelde basisdocument kwaliteitszorgstelsel ten aanzien van het onderzoek aan hogescholen (hieronder verder aangeduid als basisdocument) als nadere uitwerking van het in 2007 vastgestelde brancheprotocol kwaliteitszorg onderzoek. BESLUIT Artikel 1: Instelling 1. Er is met ingang van 23 maart 2009 een validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek, hierna te noemen VKO. 2. De VKO is ingesteld voor de periode Artikel 2: Samenstelling 1. De VKO bestaat uit zeven leden, waaronder de voorzitter en de vicevoorzitter. 2. De volgende leden zijn door de HBO-raad benoemd: - Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); - Prof. dr. F.A. (Frans) van Vught (vicevoorzitter); - Drs. B. (Bart) van Bergen (lid); - Dr. C.M. (Tini) Hooymans (lid); - Drs. P.M. (Paul) van Roon (lid); - Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann (lid); - Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda (lid). 3. De HBO-raad voorziet in het secretariaat van de VKO. Artikel 3: Taak en werkwijze 1. De taak van de VKO is het zesjaarlijkse evalueren en valideren van de kwaliteitszorgsystemen van hogescholen op het aggregatieniveau van de instelling, voor zover de kwaliteitszorg betrekking heeft op het (praktijkgerichte) onderzoek van de hogeschool. 2. De VKO hanteert het in het basisdocument beschreven validatiekader bij het valideren van de kwaliteitszorg van elke hogeschool en komt onafhankelijk en objectief tot een validatiebesluit. 3. De VKO komt op basis van haar evaluerende activiteiten tevens tot analyses en aanbevelingen voor verdere verbetering van het kwaliteitszorgsysteem van de hogeschool. 4. De VKO baseert haar validatiebezoek op een door de hogeschool uitgevoerde zelfevaluatie. Het basisdocument specificeert de eisen die aan zelfevaluatie en validatiebezoek inclusief de op te leveren rapportages worden gesteld. 5. De VKO bepaalt haar eigen procedures en werkwijze ten aanzien van het validatiebezoek, de validatie en de oplevering van de rapportages binnen de kaders van het basisdocument. 6. De VKO brengt op basis van elk validatiebezoek een openbaar validatierapport uit zoals bedoeld in het basisdocument, nadat hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden. 7. Indien de VKO tot een voorwaardelijke validatie heeft geoordeeld worden afspraken gemaakt voor een vervolgvalidatie binnen een termijn van twee jaar. Daarop baseert de VKO of sprake is van onvoorwaardelijke validatie of dat geen validatie wordt verleend. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 19
20 Artikel 4: Rapportage en informatievoorziening 1. De besturen van de hogescholen dragen er zorg voor dat elk rapport van een externe evaluatiecommissie als bedoeld in het bovengenoemde basisdocument, vergezeld van het eventuele bestuursstandpunt over dat rapport, binnen een maand na het openbaar maken van het rapport ter kennis van de VKO wordt gebracht. 2. De besturen van de hogescholen dragen er zorg voor dat een gedocumenteerd zelfevaluatierapport tijdig ter beschikking wordt gesteld aan de VKO en dat een validatiebezoek kan plaatsvinden, beide conform de kaders die daaraan door middel van het basisdocument zijn gesteld en de procedures die binnen die kaders door de VKO worden opgesteld. 3. De VKO draagt er zorg voor dat elk validatierapport ter beschikking wordt gesteld aan de HBOraad en de Minister van OCW. 4. De VKO draagt er zorg voor dat de door haar ontvangen externe evaluatierapporten vanuit de hogescholen alsmede de door haar zelf gepubliceerde validatierapporten vrij verkrijgbaar zijn via de website van de VKO. Artikel 5: Geldmiddelen 1. De basisinfrastructuur van de VKO (t.b.v. secretariaat, communicatie en algemene vergaderingen) wordt gefinancierd met de jaarlijks te indexeren doelcontributie van de hogescholen. 2. De reëel gemaakte kosten (honoraria en reiskosten van de betreffende deelcommissie VKO) per validatie worden via de HBO-raad bij de betreffende hogeschool in rekening gebracht. 3. De VKO-leden ontvangen via de HBO-raad een jaarlijkse vergoeding op basis van het aantal verrichte validaties en bijgewoonde VKO vergaderingen. Artikel 6: Planning 1. De validaties door de VKO vinden plaats in de volgende vastgestelde volgorde: 2009: Hogeschool Utrecht, Gerrit Rietveld Academie, Hogeschool Zuyd; 2010: Hogeschool van Beeldende Kunsten Muziek en Dans, Hogeschool van Amsterdam, De Haagse Hogeschool, Hogeschool INHOLLAND, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, Hanzehogeschool Groningen; 2011: Fontys Hogescholen, Hogeschool Leiden, Aeres Groep, Gereformeerde Hogeschool Zwolle, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, Saxion Hogescholen; 2012: Hogeschool Zeeland, Interactum (Hogeschool IPABO, Marnix Academie, Hogeschool Domstad, Iselinge Hogeschool, Hogeschool De Kempel en Katholieke PABO Zwolle; Hogeschool Edith Stein separaat), Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, Stenden Hogeschool, Hogeschool Helicon, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten; 2013: Codarts Hogeschool voor de Kunsten, Van Hall Larenstein, Hogeschool Rotterdam, NHTV internationale hogeschool Breda, ArtEZ hogeschool voor de kunsten, Windesheim; 2014: Avans Hogeschool, Design Academy Eindhoven, Driestar educatief, HAS Den Bosch, Christelijke Hogeschool Ede, Hotelschool Den Haag. 2. Van deze planning kan alleen worden afgeweken in uitzonderlijke situaties. VKO, HBO-raad en betreffende hogescho(o)l(en) treden met elkaar in overleg indien volgens een van deze partijen sprake is van een situatie die wijziging in de planning noodzakelijk maakt. Het bestuur van de HBO-raad stelt de gewijzigde planning vast en communiceert deze via de geëigende kanalen. 3. De specifieke planning per validatietraject wordt in overleg tussen VKO en hogeschool gemaakt, e.e.a. conform de procedures van de VKO. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 20
21 Artikel 7: Evaluatie 1. Na twee jaar (gerekend vanaf de eerste validatie) zal het overkoepelende kwaliteitszorgstelsel -en daarbinnen de rol en het functioneren van de VKO- worden geëvalueerd op basis van de opgedane ervaringen. Hierop wordt mede gebaseerd of en welke eventuele tussentijdse aanpassingen in samenstelling, organisatie en werkwijzen nodig zijn. 2. Ruim voor het aflopen van de periode waarop dit instellingsbesluit betrekking heeft zal het stelsel - en daarbinnen de rol en het functioneren van de VKO - worden geëvalueerd met het oog op de vormgeving en invulling van de kwaliteitzorg t.a.v. onderzoek in de erop volgende periode. Den Haag, 23 maart 2009 D. Terpstra, voorzitter HBO-raad Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 21
22 Bijlage 2. Overzicht bestudeerd materiaal 1. ArtEZ Onderzoekt: Kritische zelfevaluatie van de lectoraten van ArtEZ. 17 juni Kwaliteitszorg onderzoek bij ArtEZ hogeschool voor de kunsten: bijlage bij rapport ArtEZ Onderzoekt d.d. 17 juli ArtEZ hogeschool voor de kunsten Lectoraten: Modevormgeving, Kunst, Cultuur & Economie, Kunsteducatie en Theorie in de Kunsten: verslag van de onderzoeksevaluatie op 5 en 12 september Oktober Lectoraten ArtEZ, reflectie op geedback externe evaluatiecommissie: versie d.d. 21 november ArtEZ hogeschool voor de kunsten: Strategisch Beleidsplan Kwaliteit bij ArtEZ = Consistente aandacht voor het onderwijs: versie 15 januari 2009 Gedurende de validatiedag lag een groot aantal aanvullende documenten ter inzage die over het algemeen te karakteriseren was als voorlichtingsmateriaal of betrekking had op de kennisproductie van de onderzoekseenheden. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 22
23 Bijlage 3. Bezoekprogramma Van Tot Programma-items en deelnemers Welkom, presentatie ArtEZ Gerben Eggink, voorzitter College van Bestuur Ronald Kox, voormalige beleidsmedewerker ArtEZ, thans directeur academie voor Art & Design Enschede Besloten vergadering VKO Vraaggesprek VKO-commissie met het College van Bestuur/staf Gerben Eggink, voorzitter College van Bestuur Ronald Kox, voormalige beleidsmedewerker ArtEZ, thans directeur academie voor Art & Design Enschede Ko Jacobs, directeur academie voor Bouwkunst José Teunissen, afvaardiging lectoren Vraaggesprek VKO-commissie met lectoren en kenniskringleden Dany Jacobs, lector Kunst, Cultuur & Economie José Teunissen, lector Modevormgeving Jeroen van den Eijnde, lid kenniskring lectoraat Kunst, Cultuur & Economie en lectoraat Modevormgeving Ton Lamers, lid kenniskring lectoraat Kunst, Cultuur en Economie Hanka van de Voet, lid kenniskring lectoraat Modevormgeving Besloten vergadering VKO en lunch Vraaggesprek VKO-commissie met lectoren en kenniskringleden Peter Sonderen, lector Theorie in de Kunsten Peter Hermans, programmaleider Onderzoek Kunsteducatie Laura van Grinsven, lid kenniskring lectoraat Theorie in de Kunsten Geert Christenhusz, lid kenniskring lectoraat Theorie in de Kunsten Janeke Wienk, lid kenniskring lectoraat Kunsteducatie Ariane Vervoorn, lid kenniskring lectoraat Kunsteducatie Vraaggesprek VKO-commissie met de voorzitter van de externe onderzoeksevaluatiecommissie en externe stakeholders René Kloosterman (Aequi), voorzitter evaluatiecommissie lectoraten ArtEZ Esther Ruiten (Gemeente Arnhem) Matthijs Crietee (Modint) Petran Kockelkoren (Universiteit Twente) Jenneken Aarssen (Kunstbende) Vraaggesprek VKO-commissie over het kwaliteitszorgsysteem Luc Corstens, hoofd afdeling Onderwijs en Kwaliteit Iris van de Kamp, medewerker Kwaliteitszorg Onderzoek Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 23
24 Besloten vergadering VKO-commissie Mondelinge terugkoppeling VKO-commissie Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 24
25 Bijlage 4. Korte beschrijving van de VKO deelcommissieleden Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); Hoogleraar bestuur van de gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam. Voorzitter van de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie, ZonMw. Permanent lid van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda (lid); Hoogleraar Strategic Management and Business Policy en Director Knowledge Transfer aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit. Wetenschappelijk directeur INSCOPE: Research for Innovation. Directeur Erasmus Strategic Renewal Center. Commissaris NXP Netherlands BV. Dr. C.M (Tini) Hooymans (lid) Voormalig lid Raad van Bestuur TNO. Voormalig Plaatsvervangend Kroonlid SER. Voormalig Lid Adviesraad Wetenschap en Technologie (AWT). H. (Hans) Koolmees (secretaris); Secretaris Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek. Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten 25
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek ArtEZ hogeschool voor de kunsten Januari 2016 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter) Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda
Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) (Versie oktober 2007, algemene ledenvergadering)
Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek (BKO) 2009 2015 (Versie oktober 2007, algemene ledenvergadering) Voorwoord 1. Omschrijving praktijkgericht onderzoek 2. Doelstelling en uitgangspunten 3. Gezamenlijk
Samenvatting. Samenvatting 9
Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool Leiden Maart 2011 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.M. (Pauline) Meurs (voorzitter) Drs. B. (Bart) van Bergen Drs. P. (Paul) van Roon Prof. dr. H.W. (Henk)
Het is gezien; het is niet onopgemerkt gebleven
Het is gezien; het is niet onopgemerkt gebleven Een nabeschouwing van de Validatiecommissie Kwaliteitszorg Onderzoek over de staat van het praktijkgerichte onderzoek in Nederlandse instellingen voor HBO
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool Arnhem Nijmegen Januari 2011 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.M. (Pauline) Meurs (voorzitter) Dr. C.M. (Tini) Hooymans Drs. P. M. (Paul) van Roon Drs.
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Gerrit Rietveld Academie
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Gerrit Rietveld Academie Januari 2010 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter) Drs. P.M. (Paul) van Roon Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda Drs.
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. Medewerker dierverzorging Natuur en vormgeving (Specialist natuur en vormgeving)
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU Edudelta Onderwijsgroep Medewerker dierverzorging Natuur en vormgeving (Specialist natuur en vormgeving) Plaats : Goes BRIN nummer : 11UL Onderzoeksnummer
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU ROC A12 Onderwijsassistent, 93500 Veiligheid en vakmanschap (Aankomend medewerker grondoptreden), 95081 Ondernemer detailhandel,
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool van Amsterdam Mei 2010 Deelcommissie VKO Prof. dr. P. Meurs (voorzitter) Drs. B. (Bart) van Bergen Drs. P. (Paul) van Roon Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann
Kwaliteitszorg onderzoek
Kwaliteitszorg onderzoek met de methode sci_quest/eric 1 Opzet workshop Ervaringen Hogeschool Utrecht met validatiecommissie kwaliteitszorg onderzoek (vko) Uitgangspunten methodiek sci_quest/eric Vragen
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU. Rescue Nederland. Verzorgende-IG
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU Rescue Nederland Verzorgende-IG Plaats: Rotterdam BRIN-nummer: 29RH Onderzoeksnummer: 280253+283214 Datum onderzoek: 12 februari
Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016 2022 Kwaliteitszorgstelsel Praktijkgericht Onderzoek Hogescholen
Brancheprotocol Kwaliteitszorg Onderzoek 2016 2022 Kwaliteitszorgstelsel Praktijkgericht Onderzoek Hogescholen Vereniging Hogescholen, oktober 2015, vastgesteld tijdens de algemene vergadering 1 INHOUD
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Clusius College te Alkmaar
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU Clusius College te Alkmaar Natuur en groene ruimte 3 (Vakbekwaam medewerker groenvoorziening) 97252 Bloemendetailhandel (Medewerker bloembinden)
Taken en competenties gecertificeerde secretarissen en coördinatoren
Taken en competenties gecertificeerde secretarissen en coördinatoren NVAO 17 augustus 2010 Inhoud 1 Certificering 3 2 Taken en competenties 3 2.1 Rapport 3 2.2 Procesgang 4 2.3 Vaardigheden 5 3 Gedragscode
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek. Design Academy Eindhoven
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Design Academy Eindhoven mei 2014 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); Dr. C.M. (Tini) Hooymans (lid); Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann Drs.
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Stenden Hogeschool November 2012 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); Drs. B. (Bart) van Bergen Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann Prof. dr.
Taken en competenties getrainde secretarissen en coördinatoren
Taken en competenties getrainde secretarissen en coördinatoren Februari 2015 Inhoud 1 Training 3 2 Taken en competenties 3 2.1 Rapport 3 2.2 Procesgang 4 2.3 Vaardigheden 4 3 Gedragscode voor opleidingsbeoordelingen
Functieprofiel lid Raad van Toezicht
Functieprofiel lid Raad van Toezicht Bestuursbureau Postbus 245, 6710 BE Ede Bovenbuurtweg 27, 6717 XA Ede 088 020 70 00 aeres.nl [email protected] Doel van de functie De Raad van Toezicht staat het College
Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202
Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool voor de Kunsten Utrecht November 2010 Deelcommissie VKO Prof. dr. F.A. (Frans) van Vught (dagvoorzitter) Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann Dr. C.M (Tini)
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN/ OPLEIDINGSNIVEAU. Leidse instrumentmakers School te Leiden
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN/ OPLEIDINGSNIVEAU Leidse instrumentmakers School te Leiden Fijnmechanische techniek (Researchinstrumentmaker) 4255204/4 BRIN: 02OV Onderzoeksnummer:
RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP WILLEM VAN ORANJE
RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP WILLEM VAN ORANJE Plaats : Kampen BRIN-nummer : 13KB Onderzoeksnummer : 119040 Datum schoolbezoek : 30 Rapport vastgesteld te Zwolle op 9
De begeleidings- en beoordelingstrajecten zijn schriftelijk vastgelegd en te raadplegen door anderen. ILS en Radboud Docenten Academie.
Rapportageformat Instrument Keurmerk HAN ILS en samenwerkingsscholen Versie VO, oktober 2014 Standaard 1. De samenwerkingsschool in relatie tot de kwaliteit van de leerwerkomgeving van de lerende Deze
Kwaliteitszorgstelsel ten aanzien van het onderzoek aan hogescholen Basisdocument
Kwaliteitszorgstelsel ten aanzien van het onderzoek aan hogescholen 2009-2015 Basisdocument Nadere uitwerking van het brancheprotocol kwaliteitszorg onderzoek (BKO) in een kwaliteitszorgstelsel. HBO-raad,
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU. Opleidingsinstituut Thomas te Den Bosch
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP INSTELLINGS- EN OPLEIDINGSNIVEAU Opleidingsinstituut Thomas te Den Bosch Schoonheidsspecialist (Allround schoonheidsspecialist) maart 2015 BRIN: 24AL Onderzoeksnummer:
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Inholland Maart 2013 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter); Dr. C.M. (Tini) Hooymans (lid); Drs. P.M. (Paul) van Roon (lid); Prof. dr.
Profiel lid Raad van Toezicht
Profiel lid Raad van Toezicht De huidige Raad van Toezicht (RvT) bestaat uit zes leden. De RvT streeft naar een maatschappelijk heterogene samenstelling van leden die herkenbaar en geloofwaardig zijn in
HU GERICHT IN BEWEGING
HU GERICHT IN BEWEGING Organisatieontwikkeling HU het verhaal - versie maart 2016 - Agenda Waar komen we vandaan? Waarom gaan we veranderen? Wie willen we zijn? Hoe gaan we dit bereiken? Wat verandert
We doen zeven aanbevelingen om de aanpak van drukte en de leefbaarheid te
Aanbevelingen Rekenkamer t.a.v. Drukte Amsterdam december 2016 Aanbevelingen We doen zeven aanbevelingen om de aanpak van drukte en de leefbaarheid te verbeteren. Vier aanbevelingen hebben betrekking op
Beleidsmedewerker Onderwijs
Horizon College Beleidsmedewerker Onderwijs Sector BMO Alkmaar C70) Afdeling Communicatie en Onderwijs (C&O) Contract: Vervanging wegens zwangerschapsverlof Periode: 1 mei 2015 tot 1 oktober 2015 Omvang:
TRAINING AUDIT. Doelen van deze training is: Leden van de auditteams trainen in het uitvoeren van een audit. Voorbereiden van de audit.
TRAINING Doelen van deze training is: Leden van de auditteams trainen in het uitvoeren van een audit. Voorbereiden van de audit. DAGAGENDA 09.00 09.15 uur: Inloop en koffie 09.15 09.30 uur: Kennismaking
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek NHL
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek NHL juli 2012 Deelcommissie VKO Prof. dr. F.A. (Frans) van Vught (voorzitter deelcommissie) Dr. C.M. (Tini) Hooymans (lid) Prof. dr. H.W. (Henk) Volberda Drs.
Kwaliteit is van Iedereen ( ). Avans Integrale Kwaliteitszorg Raamwerk (2006).
Conceptvragenlijst functioneren kwaliteitssysteem Versie diensteenheden Beschrijving opdrachtgever Paul Rupp, voorzitter Regiegroep IKZ opdrachtnemer Marco Cornelissen en Amber Verrycken link met andere
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek Hogeschool Rotterdam December 2015 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs (voorzitter) Drs. P.M. (Paul) van Roon (lid) Drs. P.M.M. (Paul) Rullmann (lid)
KENNISCENTRUM CREATE-IT, FACULTEIT DIGITALE MEDIA EN CREATIEVE INDUSTRIE
KENNISCENTRUM CREATE-IT, FACULTEIT DIGITALE MEDIA EN CREATIEVE INDUSTRIE ONDERZOEK: JAARVERSLAG 2015 CREATE-IT/FDMCI April 2016 1 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Onderzoeksinput... 5 2. Producten van onderzoek...
Functieprofiel Beleidsadviseur Functieprofiel titel Functiecode 00
1 Functieprofiel Beleidsadviseur Functieprofiel titel Functiecode 00 Doel Ontwikkelen, implementeren en evalueren van beleid en adviseren op één of meerdere aandachtsgebieden/beleidsterreinen ten behoeve
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU Landstede te Zwolle Luchtvaartdienstverlening Secretariële beroepen (Secretaresse) Juridisch medewerker (Juridisch medewerker openbaar bestuur)
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek HAS Hogeschool Den Bosch en Venlo December 2014 Deelcommissie VKO Prof. dr. P.L. (Pauline) Meurs, (voorzitter) Prof. dr. H. (Henk) Volberda, (lid) H. (Hans) Koolmees
TOEZICHTSVISIE RAAD VAN TOEZICHT NOVA COLLEGE. 8 februari
TOEZICHTSVISIE RAAD VAN TOEZICHT NOVA COLLEGE 8 februari 2017 1 Inleiding In deze toezichtvisie geven wij als de Raad van Toezicht van het Nova College aan waarom wij toezicht houden, wat we daarmee willen
Zelfevaluatie Raad van Toezicht RvT
werkveld datum Instemming/advies GMR Vaststelling RvT Vastgesteld CvB Organisatie 28-11-2012 n.v.t. 28-11-2012 n.v.t. Zelfevaluatie Raad van Toezicht RvT Inhoudsopgave 1. Procedure zelfevaluatie Raad van
WAARDE(N)VOL TOEZICHT IS MENSENWERK. Toezichtkader Bibliotheek Velsen
Vastgesteld nov 2017 WAARDE(N)VOL TOEZICHT IS MENSENWERK Toezichtkader Bibliotheek Velsen 2017-2020 AANLEIDING TOEZICHTKADER Niets duurt voort, behalve verandering Heraclitus Voor je ligt het tussentijdse
Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs
Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs 12 november 2012 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Handreiking voor specifieke invulling van de standaarden
Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 [email protected] (t.a.v. J. van der Meer)
Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: [email protected] (t.a.v. J. van der
Functieprofiel: Lector Functiecode: 0101
Functieprofiel: Lector Functiecode: 0101 Doel Zorgdragen voor de ontwikkeling en uitvoering van praktijkgericht onderzoek, uitgaande van de strategische speerpunten van de HU en de maatschappelijke relevantie,
VWO (R.K. Lyceum St. Dominicus College, Nijmegen, diploma behaald)
CURRICULUM VITAE IRIS VAN DE KAMP PERSONALIA Naam Roepnaam Adres I.N. van de Kamp Iris Trompstraat 14 7311 HV Apeldoorn Telefoon Email Geb. datum 06 47214907 [email protected] 28111971 OPLEIDINGEN
Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld R v T
Werkveld Datum Instemming/Advies GMR Vastgesteld R v T Organisatie Januari 2012 nvt 18 Januari 2012 Zelfevaluatie Raad van Toezicht Organisatie/Zelfevaluatie Inhoudsopgave 1. PROCEDURE ZELFEVALUATIE RAAD
bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018
bewegelijke tegenkracht Visie op toezicht Raad van Toezicht WZC Humanitas november 2018 Pagina 1 van 6 Inhoudsopgave 1. Visie op toezicht... 3 1.1 Inleiding... 3 1.2 Visie op toezichthouden... 3 1.3 Doel
zorgen voor kwaliteit altijd, overal en door iedereen
onze hogeschool is een op kwaliteit georiënteerde instelling voor hoger onderwijs, onderzoek en dienstverlening zorgen voor kwaliteit altijd, overal en door iedereen reflecteren PDCA-cirkel motor van verandering
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek
Validatierapport Kwaliteitszorg Onderzoek De Haagse Hogeschool Augustus 2010 Deelcommissie VKO Prof. dr. F.A. (Frans) van Vught (voorzitter) Drs. B. (Bart) van Bergen Dr. C.M (Tini) Hooymans Prof. dr.
Functieprofiel: Directeur Service Eenheid Functiecode: 0206
Functieprofiel: Directeur Service Eenheid Functiecode: 0206 Doel Voorbereiden en uitvoeren van het beleid van in het algemeen en van de eigen service in het bijzonder, alsmede het leidinggeven aan de werkzaamheden
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU. Hout- en Meubileringscollege
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OP OPLEIDINGSNIVEAU Hout- en Meubileringscollege Werkvoorbereider houtbranche (Werkvoorbereider timmerindustrie) Plaats : Rotterdam BRIN nummer : 02PG Onderzoeksnummer
LECTOR WERELDBURGERSCHAP DE HAAGSE HOGESCHOOL
LECTOR WERELDBURGERSCHAP DE HAAGSE HOGESCHOOL Inhoudsopgave 1 De Haagse Hogeschool 3 De organisatie 3 Strategische opdracht 3 De missie 3 Facts & figures 4 Lectoraat Wereldburgerschap 4 2 Lector Wereldburgerschap
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING VAVO. VAVO Rijnmond College, Albeda-Zadkine te Rotterdam. Opleiding vwo
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING VAVO VAVO Rijnmond College, Albeda-Zadkine te Rotterdam Opleiding vwo BRIN: 25LP Kenmerk: 4481172 Onderzoek uitgevoerd in: November 2014 Rapport vastgesteld te Utrecht
Vernieuwd toezicht: wat betekent dat voor het bestuur? Het toezicht op besturen en scholen per 1 augustus 2017
Vernieuwd toezicht: wat betekent dat voor het bestuur? Het toezicht op besturen en scholen per 1 augustus 2017 Inleiding Het onderwijs verandert. En het toezicht verandert mee. Vanaf 1 augustus 2017 houden
Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM
Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM Instructie Dit document hoort bij het beoordelingsformulier. Op het beoordelingsformulier kan de score per criterium worden ingevuld. Elk criterium kan op vijf niveaus
Bachelor of Business Administration (MER opleiding)
Bachelor of Business Administration (MER opleiding) voor decentrale overheden Het Onderwijs De Bachelor of Business Administration voor decentrale overheden (Management, Economie & Recht, MER) wordt aangeboden
2 De organisatie geeft aan welke actuele maatschappelijke ontwikkelingen relevant zijn in relatie tot haar missie en visie.
BEOORDELINGSELEMENTEN, BEOORDELINGSCRITERIA EN EVALUATIECRITERIA VAN DE SOCIAAL- CULTURELE ORGANISATIES MET EEN WERKING BINNEN SPECIFIEKE REGIO DECREET EN MEMORIE VAN TOELICHTING ARTIKEL 35, UITVOERINGSBESLUIT
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU. Da Vinci College te Dordrecht
ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING MBO OPLEIDINGSNIVEAU Da Vinci College te Dordrecht Gespecialiseerd pedagogisch medewerker 4 Medewerker maatschappelijke zorg 3 Mei 2014 BRIN: 20MQ Onderzoeksnummer:
