OPDRACHTE N B I J TH E M A 5
|
|
|
- Jonathan van der Velde
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 OPDRACHTE N B I J TH E M A 5 M ETACOM M U N I C A TI E Als je achteroverleunt en niets zegt, dan communiceer je niet.
2 INLEIDING Om metacommunicatie te leren toepassen, is een aantal begrippen van belang: de aspecten van de boodschap en vormen van ruis. In jouw toekomstige beroep krijg je hier vaak mee te maken. Maar wat is ruis en hoe herken je die? Als je dat weet, kun je metacommunicatie inzetten. Daarmee maak je ruis tot het onderwerp van het gesprek. Je oefent metacommunicatie op papier en in de praktijk. De opdrachten helpen je dit stap voor stap te leren. Doelstellingen Je: omschrijft de vier aspecten van de boodschap: het inhoudelijke, relationele, expressieve en appellerende legt uit welke soorten ruis er zijn geeft voorbeelden van ruis in de praktijk onderzoekt hoe ruis tot misverstanden leidt past metacommunicatie toe. Verdieping Je onderzoekt het effect van waarderende, geringschattende, vrijlatende en betuttelende communicatie. Voorbereiding Voor het maken van de opdrachten heb je nodig: pen en papier tekenspullen of afbeeldingen internet (om afbeeldingen en video s te zoeken). 2 OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
3 OPWARMEN EN ORIËNTEREN Opdracht 1 Positie innemen* Doe deze opdracht met de groep. Ben je het eens met de stelling: Als je achteroverleunt en niets zegt, dan communiceer je niet? 1 Aan de linkerkant van het lokaal staat eens. Aan de rechterkant van het lokaal staat oneens. Kies een plaats in het lokaal die laat zien in hoeverre jij het met de stelling eens bent: Als je het helemaal eens bent met de stelling ga je helemaal links staan. Als je het helemaal oneens bent met de stelling ga je helemaal rechts staan. Als je het een beetje eens bent met de stelling ga je ergens in het midden staan. 2 Leg met twee argumenten uit waarom jij het eens/een beetje eens/oneens bent met de stelling. Opdracht 2 Nabootsen en ervaren** Doe deze opdracht met een medestudent. Ervaar of achteroverleunen en niets zeggen, ook een vorm van communiceren is: A vertelt wat zij dit weekend heeft gedaan. B leunt achterover, heeft de armen over elkaar, kijkt B niet aan en reageert niet op het verhaal. Na een paar minuten stopt het gesprek. Dan draai je de rollen om. Bespreek samen na: Vertel aan elkaar hoe het was om dit te doen. Vonden jullie dat degene die (niet) luisterde, communiceerde? Zo ja, wat? OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE 3
4 WETEN EN BEGRIJPEN Opdracht 3 Belangrijke begrippen* Leg in je eigen woorden uit wat de volgende begrippen inhouden: metacommunicatie inhoudsniveau betrekkingsniveau ruis gelijkwaardige communicatie Opdracht 4 Waar of niet?** Geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn. Leg uit waarom. Elkaar niet goed verstaan, doordat de radio aanstaat is een voorbeeld van externe ruis. waar/niet waar, want Als professional heb je nooit last van interne ruis.waar/niet waar, want Psychologische ruis kun je oplossen door metacommunicatie. Het inhoudsniveau van communicatie is vooral non-verbaal. waar/niet waar, want waar/niet waar, want 4 OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
5 Opdracht 5 Aspecten van communicatie* Welke termen horen bij de omschrijvingen? Kies uit: aspecten van de boodschap inhoudelijk aspect relationeel aspect expressief aspect appelerend aspect. Laat iets persoonlijks van de spreker zien: Vier lagen in de communicatie: Het verzoek dat in de boodschap is verborgen: Laat zien hoe de spreker zichzelf, de ander en de relatie ziet: De feitelijke informatie uit de boodschap: OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE 5
6 ANALYSEREN EN TOEPASSEN Opdracht 6 Ruis** Doe deze opdracht met drie medestudenten. Bespreek samen de vragen. Ze gaan over het voorbeeld van mevrouw De Vries: Mevrouw De Vries komt bij de dokter. De arts zit met zijn rug naar de deur, achter een computer. Zonder om te kijken roept hij Mevrouw De Vries, gaat u zitten hoe gaat het met u?. Mevrouw De Vries geeft geen antwoord. Ze vindt het onbeleefd dat de arts haar niet aankijkt. Ik vroeg: Hoe gaat het met u?, roept de arts nu iets harder. Mevrouw De Vries blijft zwijgen. De arts draait zich om, buigt naar mevrouw De Vries en zegt luid: Mevrouw De Vries, ik vraag: hoe gaat het met u? U hoeft niet zo te schreeuwen, ik hoor prima, antwoordt mevrouw De Vries kortaf. Waarom gaf u dan geen antwoord?, vraagt de arts. O, had u het tegen mij? Ik dacht dat u het tegen uw computer had, zegt mevrouw De Vries droogjes. Ze denkt bij zichzelf: dat zal hem leren niet zo onbeleefd te zijn. 1 Leg uit hoe je merkt dat hier sprake is van ruis. 2 De arts merkt dat mevrouw niet antwoordt. Wat denkt hij dat de reden is? 3 Mevrouw De Vries heeft haar eigen reden om geen antwoord te geven. Welke? 6 OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
7 4 De arts vraagt, zonder aankijken: Hoe gaat het met u? Wat communiceert hij daarmee? op inhoudsniveau op betrekkingsniveau. 5 Op welk niveau van de boodschap van de arts reageert mevrouw De Vries als ze zwijgt? 6 Wat communiceert ze met dit zwijgen? op inhoudsniveau op betrekkingsniveau. 7 Mevrouw De Vries zegt: Ik dacht dat u het tegen uw computer had. Wat zou ze daarmee bedoelen? 8 Vind je dat mevrouw De Vries aan het einde metacommunicatie laat zien? 9 Wat zou je als professional zeggen om het misverstand op te helderen? OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE 7
8 Opdracht 7 Het betrekkingsniveau*** In deze opdracht onderzoek je aan de hand van een voorbeeld wat er op betrekkingsniveau wordt gecommuniceerd. Mieke en Bianca delen samen een werkplek. Ze bespreken welke poster ze zullen ophangen. Mieke: Ik vind dat we moeten kiezen voor deze. Die is grappig! Bianca: Maar ik vind deze veel rustiger. Ik houd van rustig. Mieke: Ja, maar het is hier altijd al zo rustig. Een leuke poster ophangen kan toch wel? Bianca: Oké hoor, jij je zin. Kijk naar de laatste twee zinnen. Werk per zin uit wat die laat zien over hoe de spreker: zichzelf ziet (zelfdefinitie) de ander ziet (definitie van de ander) de relatie ziet (relatiedefinitie, gelijkwaardig of ongelijkwaardig). Mieke: Ja maar het is hier altijd al zo rustig. Een leuke poster ophangen kan toch wel? Bianca: Oké hoor, jij je zin. 8 OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
9 Opdracht 8 Gesprek analyseren** In deze opdracht benoem je de vier aspecten van communicatie aan de hand van een filmpje. Zoek op YouTube een kort filmpje waarin twee mensen praten over een onderwerp dat aansluit bij de beroepspraktijk. Werk uit: Waar gaat het gesprek inhoudelijk over? (inhoudelijke aspect) Wat laat de manier van spreken zien over de relatie? (relationele aspect) Wat zie je aan de manier waarop de mensen zich presenteren? (expressieve aspect) Welke verzoeken zitten in het gesprek verborgen? (appellerende aspect) Opdracht 9 Voorbeelden van metacommunicatie** In deze opdracht pas je metacommunicatie toe aan de hand van voorbeelden. Met metacommunicatie stel je de ruis aan de orde. Schrijf op hoe je metacommunicatie toepast in de volgende situaties. En schrijf letterlijk op wat je zou kunnen zeggen: externe ruis Je bent in gesprek met een ouder op het kinderdagverblijf. Door de drukte die de kinderen maken kun je de ouder haast niet verstaan. semantische ruis Je werkt bij de daklozenopvang. Een van de daklozen vertelt je over zijn leven. Hij gebruikt woorden die je niet kent. psychologische ruis Je werkt als onderwijsassistent. Het gedrag van één van de kinderen valt je op. Dit vertel je aan de leerkracht. Ze kijkt je niet aan en je hebt het idee dat ze je niet serieus neemt. OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE 9
10 Opdracht 10 Aspecten van communicatie uitproberen** Doe deze opdracht met een medestudent. In deze opdracht probeer je aspecten van communicatie uit in een gesprek. Denk per onderdeel eerst samen na over voorbeelden. Stel elkaar vragen om het voorbeeld helder te krijgen. Als je een goed beeld hebt, probeer je samen uit hoe dit in de praktijk werkt. I - Inhoudelijk aspect A - Bedenk een voorbeeld van iemand die moeilijk te volgen is. En een voorbeeld van iemand die juist heel duidelijk kan uitleggen. Vergelijk ze met elkaar: Wat doet de persoon die moeilijk te volgen is? Wat doet de persoon die heel goed te volgen is? B - Probeer ze één voor één uit. Vertel aan elkaar wat je in het weekend hebt gedaan: De eerste keer doe je dat zoals de persoon die moeilijk te volgen is. De tweede keer zoals de persoon die juist goed te volgen is. C - Bespreek samen na: Hoe was het om dit te doen? Wat was prettiger? Welke goede tips om helder je boodschap over te brengen halen jullie eruit? II - Relationeel aspect A - Bedenk een voorbeeld van mensen die steeds kibbelen. En een voorbeeld van mensen die juist heel goed samenwerken. Vergelijk ze met elkaar: Hoe gaat dat bij de mensen die steeds kibbelen? De strijd lijkt over de inhoud te gaan, maar wat gebeurt er op betrekkingsniveau? Zijn ze het eens over hoe ze met elkaar om zouden moeten gaan? Hoe gaat dat bij de mensen die juist gemakkelijk samenwerken? Wat laten die op betrekkingsniveau zien? Zijn ze het met elkaar eens over hoe ze met elkaar om zouden moeten gaan? B - Speel van ieder één voorbeeld na. Bespreek dus eerst goed waar het gekibbel/samenwerken over gaat (inhoud). Bespreek ook hoe ze kibbelen/samenwerken (betrekking). Probeer het dan uit. Dus: Eerst spelen jullie het kibbelende stel. Dan spelen jullie het stel dat goed kan samenwerken. C - Bespreek samen na: Hoe was het om dit te doen? Wat was prettiger? Wat zou nu een oplossing zijn voor het stel dat steeds kibbelt? III - Expressief aspect A - Bedenk een voorbeeld van iemand die zich graag groot maakt en anderen imponeert. En een voorbeeld van iemand die juist heel bescheiden en onzeker overkomt. Vergelijk ze met elkaar: Hoe spreekt de imponerende persoon precies? Welke onderwerpen, woorden, houding, toon, gezichtsuitdrukking bijvoorbeeld? Hoe spreekt de bescheiden en verlegen persoon? Welke onderwerpen, woorden, houding, toon, gezichtsuitdrukking bijvoorbeeld? 10 OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
11 B - Probeer beide uit. Vertel aan elkaar wat je komend weekend gaat doen. De eerste keer doe je dat als de imponerende persoon. De tweede keer als de onzekere, verlegen persoon. C - Bespreek samen na: Hoe was het om dit te doen? Wat voelde meer vertrouwd voor je? Hoe was het voor de ander? Welke indruk had die van jou, en van je weekend? Opdracht 11 metacommunicatie*** Doe deze opdracht met vier medestudenten. In deze opdracht oefen je metacommunicatie in een rollenspel. Lees de situatie. Stefan en Charifa werken op een verblijfsafdeling voor mensen met een verstandelijke beperking. Charifa al bijna vier jaar. Stefan twee weken, hij heeft net zijn diploma. Vandaag werken ze samen op de groep. Het is uur en ze gaan met de bewoners aan tafel. Het beleid is dat de bewoners éérst een boterham met hartig beleg nemen, daarna eventueel nog een boterham met zoet beleg. Sarah, een jongvolwassen vrouw met het syndroom van Down, lacht vaak naar Stefan, ze maken samen grapjes. Bij de eerste boterham kijkt Sarah Stefan met haar allerliefste blik aan. Mag ik zoet erop? vraagt ze. Stefan kijkt haar aan en vraagt: Eet je daarna dan een boterham met kaas? Ja! zegt Sarah. Stefan denkt even na en zegt: Oké, dan mag het. Sarah strooit glunderend hagelslag op haar boterham. Charifa ergert zich hieraan. Dit is niet de afspraak. Het is verwarrend voor de cliënten als de vaste regels worden losgelaten. Maar als ze nu reageert, dan is dat óók verwarrend. Dan zitten ze als begeleiders niet op één lijn. Ze besluit om Stefan straks in het kantoortje erop aan te spreken. Ze vindt dat hij het beleid moet volgen. Stefan vindt de regel eerst hartig, dan zoet betuttelend. Hij heeft geleerd dat zelf bepalen belangrijk is voor hoe cliënten zich voelen. Omschrijving van de rollen: A speelt Charifa: Je vindt Stefan eigenwijs. Hij denkt dat hij alles weet omdat hij boeken heeft gelezen. Maar in de praktijk is het anders. Je werkt al vier jaar op deze groep en je weet hoe belangrijk is om vaste regels te hanteren. Als je ervan afwijkt, is dat onduidelijk voor de cliënten. Er komt onrust van. Wat de een krijgt, wil de ander ook. De regel eerst hartig, dan zoet is er omdat deze cliënten anders geen gezonde keuzes maken. Als ze met zoet beginnen, zeggen ze daarna ik zit vol en blijven de worst en kaas staan. Je kent Sarah heel goed en je weet waarom ze zo aardig doet tegen Stefan: die geeft haar te vaak haar zin. Sarah windt Stefan om haar vinger. In het kantoortje spreek je Stefan aan. Je legt hem uit waarom hij de regels moet volgen. OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE 11
12 B speelt Stefan: Je hebt net je diploma gehaald. Charifa heeft een lagere opleiding dan jij. Ze denkt dat ze alles weet, omdat ze al lang op de groep werkt. Maar ze pakt het verkeerd aan. Ze betuttelt de cliënten. Ze beslist alles voor ze. Sarah mag niet eens kiezen wat ze op haar brood wil. Jij hebt geleerd dat je cliënten juist moet laten meedenken en meebeslissen. Daarmee vergroot je hun zelfvertrouwen. Als Sarah zoet op haar brood wil, dan is het kleinerend om te zeggen dat dat niet mag. Ze is een volwassen vrouw, ook al heeft ze het syndroom van Down. Het maakt toch niets uit wat je éérst eet? Als je Charifa straks spreekt leg je uit waarom het raar is dat de cliënten niet zelf mogen kiezen. C speelt de teamleider: Jij komt binnen als Charifa en Stefan discussiëren. Je luistert even mee. De discussie gaat over de inhoud (mag Sarah zelf kiezen?). Maar het probleem zit op betrekkingsniveau (moet Charifa naar Stefan luisteren of omgekeerd?). Gebruik metacommunicatie om de verwarring op te helderen. Als dat is gelukt, breng je het gesprek weer terug naar de inhoud. Wanneer je vastloopt, leg je het gesprek stil en bespreek je met de anderen wat je zou kunnen zeggen of doen. D en E observeren. Schrijf op: wat C precies zegt en doet als ze metacommunicatie toepast wat daar goed aan is wat je zelf zou zeggen om metacommunicatie toe te passen. 12 OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
13 VERDIEPEN EN CREËREN Opdracht 12 Het betrekkingsniveau in beeld** In deze opdracht maak je afbeeldingen van waarderen en geringschatten, vrijlaten en bevoogden. Zoek vier afbeeldingen die elk één van de onderstaande begrippen weergeven. Je mag ze ook uitdrukken in een tekening. waarderen geringschatten vrijlaten bevoogden. Beoordeel: Welk beeld laat een ongelijkwaardige relatie zien, waarbij de één boven de ander staat? Welk beeld laat iets zien van strijd, van tegen elkaar zijn? Welk beeld laat iets zien van samen, van respect voor elkaar? Opdracht 13 Voorbeelden** In deze opdracht bedenk je voorbeelden van waarderen en geringschatten, vrijlaten en bevoogden. Bedenk voorbeelden van situaties waarin je je... gewaardeerd voelde geringschat voelde vrijgelaten voelde bevoogd (betutteld) voelde. Omschrijf per voorbeeld: wat de ander zei hoe hij dat zei hoe je dat vond. OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE 13
14 Opdracht 14 Zinnen* In deze opdracht bedenk je voorbeelden van waarderende, geringschattende, vrijlatende en bevoogdende uitspraken. Bedenk een voorbeeld van een: waarderende uitspraak geringschattende uitspraak vrijlatende uitspraak bevoogdende uitspraak. Leg uit waarom die uitspraken waarderend en geringschattend, vrijlatend en bevoogdend zijn. Opdracht 15 Discussie** Doe deze opdracht met de groep. In deze opdracht discussieer je over de stelling: als je cliënten begeleidt, dan moet je wel bevoogden * (*Scherp de stelling aan naar een bij de studie passende setting.) Vorm twee groepen die tegenover elkaar zitten: De ene helft bedenkt zoveel mogelijk argumenten vóór de stelling. De andere helft bedenkt zo veel mogelijk argumenten tégen de stelling. Jullie stappen nu in een rol: jullie zijn allemaal te gast bij het televisieprogramma Lagerhuis. De docent is de presentator. Hij nodigt jullie uit als experts je mening te geven. De ene groep is voorstander van de stelling. De andere groep de tegenstander. Als je het woord krijgt, mag je gerust wat overdrijven, voorbeelden bedenken en alles uit de kast halen om met je groep het overtuigend te zijn. De docent leidt het gesprek. Zij vat tussendoor samen en geeft een pen door als microfoon, zodat duidelijk is wie het woord heeft. Na een minuut of tien is de discussie klaar. Bespreek samen na: Wat vind je nu van die stelling, na alle argumenten gehoord te hebben? Opdracht 16 Respectvol communiceren*** Doe deze opdracht met de groep. In deze opdracht ervaar je hoe je in een ongelijkwaardige relatie toch waarderend en vrijlatend kunt communiceren. Kies een setting die bij je opleiding past. Bedenk twee rollen, waarbij de één boven de ander staat. Bijvoorbeeld: teamleider en werknemer op een kinderdagverblijf, begeleider en cliënt in een instelling. 14 OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
15 De docent speelt de ondergeschikte rol en zit midden in het lokaal op een stoel. Hij bedenkt een goede reden om daar te blijven zitten. Je hebt niet zo n zin om op te staan. De groep speelt de rol van de hogere positie. Samen ben je de leidinggevende, of de begeleider van de docent. Probeer nu als groep de docent te bewegen op te staan. Om de beurt ga je in gesprek en probeer je de docent uit z'n stoel te krijgen. Na 5 minuten stopt het spel. Bespreek samen na: Hoe pakten jullie het aan? Was dat waarderend of geringschattend? Was het vrijlatend of bevoogdend? Hoe werkte dat? De docent kan hierover vertellen: wat deed het hem om zo in beweging gezet te worden? Niet gelukt om de docent in beweging te krijgen? Dan proberen jullie het opnieuw. Kies nu bewust een waarderende en vrijlatende aanpak. Bespreek opnieuw na: Hoe was dit om te doen? War was het anders dan in de eerste ronde? Wat was het effect? Laat de docent opnieuw vertellen hoe het was. Trek samen conclusies. Vertel over situaties uit je eigen praktijk, waarin je iemand in beweging wilde brengen. Vertel over je aanpak en of die werkte. Als die niet werkte, zou je het ook anders kunnen doen? Hoe dan? OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE 15
16 EVALUEREN EN REFLECTEREN Opdracht 17 STARRT** Je schrijft voor deze opdracht een STARRT-verslag over een eigen situatie. Neem een situatie in gedachten uit je eigen praktijk, waarin sprake was van ruis. Bij a beschrijf je steeds wat er was. Bij b onderzoek je het verband met dit thema. Beschrijf: 1 Situatie A B Wat was er aan de hand? Maak het concreet. Wat deed jij, wat deed de ander? Werk uit: - Welke soort ruis was er? Externe ruis, semantische ruis of psychologische ruis? Leg uit. - Wat communiceerden jullie aan elkaar op de vier aspecten: - inhoudelijk - relationeel (zelfdefinitie, definitie van de ander, relatiedefinitie, gelijkwaardig of ongelijkwaardig) - expressief - appellerend. 2 Taak A B Wat was jouw taak in die situatie? Werk uit: - Voor wie was dit belangrijk? Voor jou, voor je werk, voor de ander? Leg uit. 3 Actie A B Wat zei je precies (inhoudsniveau) en hoe (betrekkingsniveau)? Werk uit: - Was dit metacommunicatie? Leg uit. 4 Resultaat A B Welk gevolg had jouw aanpak voor het verdere gesprek? Voor jezelf? Voor de ander? Kun je dit verklaren, als je naar je eigen analyse kijkt? 5 Reflectie A B Wat deed, wilde, dacht en voelde jij in deze situatie? En hoe zit dit bij de ander? Werk uit: - Was dit een probleem op inhoudsniveau of op betrekkingsniveau? Paste jouw aanpak daarbij? - Wat vind je van jouw aanpak? Welk voordeel en welk nadeel had die bijvoorbeeld? 16 OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
17 6 Transfer A B C Wat zou je een volgende keer in zo n situatie hetzelfde doen? Wat zou je anders doen? Als je in dit voorbeeld metacommunicatie zou toepassen, wat zou je dan zeggen? Opdracht 18 Reflectie op dit thema* In deze opdracht kijk je terug op dit thema: wat heb je geleerd? Werk de volgende vragen uit: Wat uit dit thema ga je in de toekomst in jouw werk gebruiken? Wat lijkt je makkelijk? En wat lastig? Leg uit. Wat zou je helpen bij het toepassen van metacommunicatie? Hoe ga je daarvoor zorgen of eraan werken? OPDRACHTEN BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE 17
5.1. Metacommunicatie
T H E M A 05 Metacommunicatie betekent: communiceren over de communicatie. Je bespreekt samen: hoe verloopt dit gesprek eigenlijk? Dit is nuttig wanneer de communicatie niet goed loopt. Door even te kijken
OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID
OPDRACHTEN BIJ THEMA 11 BELEID Beleid is alleen nodig als je iets gaat veranderen. INLEIDING Het beleid van een organisatie bepaalt hoe je moet werken en wat de bestuurders belangrijk vinden. Dat beleid
OPDRACH TE N B I J TH E M A 4
OPDRACH TE N B I J TH E M A 4 COM MU N I C A TI E Eén blik en ik weet genoeg. INLEIDING In je toekomstige beroep communiceer je de hele dag: met cliënten, collega s, leidinggevenden, ouders, verzorgers.
OPDRACHTEN BIJ THEMA 9 FEEDBACK
OPDRACHTEN BIJ THEMA 9 FEEDBACK Van positieve feedback leer ik niets. INLEIDING Feedback geven en ontvangen moet je eerst oefenen en dan toepassen. In de opdrachten hieronder ga je ermee aan de slag. Doelstellingen
KBS BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE
KBS BIJ THEMA 5 METACOMMUNICATIE Boek: Professioneel werken, Thema 5: Metacommunicatie KRITISCHE BEROEPSSITUATIE BEROEPSBEOEFENAAR Desi is pedagogisch medewerker op een kinderdagverblijf. Ze vindt het
4 communicatie. Ik weet welke informatie anderen nodig hebben om mij te kunnen begrijpen. Ik vertel anderen wat ik denk of voel.
4 communicatie Communicatie is het uitwisselen van informatie. Hierbij gaat het om alle informatie die je doorgeeft aan anderen en alle informatie die je van anderen krijgt. Als de informatie aankomt,
OPDRACHTEN BIJ THEMA 8 GESPREKSMODELLEN
OPDRACHTEN BIJ THEMA 8 GESPREKSMODELLEN Gespreksvoering is een kwestie van je gezond verstand gebruiken. INLEIDING Een professioneel gesprek is geen alledaags gesprek. Bij een professioneel gesprek heb
P r o e f l e s Overtuigend communiceren en adviseren Thema > Adviseren kan je leren Door Astrid Kies
Proefles Overtuigend communiceren en adviseren Thema > Adviseren kan je leren Door Astrid Kies Docent van de cursus Overtuigend Communiceren en Adviseren www.secretary.nl/adviseren Inhoudsopgave 1.Standaard
Speak up! Wat is JA en wat NEE?
Les 3 Speak up! Wat is JA en wat NEE? Deze derde les gaat over het leren inzien en uitspreken van je wensen en grenzen bij intimiteit en seks. Hoe zorg je dat het leuk is en blijft? Het belangrijkste daarbij
Inleiding. OMGANGSKUNDE OEFENINGEN Isa Goossens
Inleiding Omgangskunde draait om contact maken. Met deze oefeningen hoop ik dat u echt contact kan maken met leerlingen. We willen allemaal gezien en gehoord worden. We zijn allemaal mensen en iedereen
voorwoord VOORBEELDPAGINA S Bestelnr De ander en ik
voorwoord Dit werkboek gaat over de omgang met andere mensen. We bespreken hoe jij met anderen kunt omgaan. Bijvoorbeeld hoe je problemen oplost, omgaat met pesten, gevoelens en vriendschappen en hoe je
Spelregels voor de kaarten Beroepskwaliteiten en Leerpunten. Het Beroepskwaliteitenspel
Het Beroepskwaliteitenspel Het Beroepskwaliteitenspel is een leermiddel voor de loopbaanoriëntatie van mensen in de leeftijd van twaalf jaar en ouder. Het spel heeft als doel de speler bewust te maken
TACTIEKEN BIJ DE STRIJDGEEST
TACTIEKEN BIJ DE STRIJDGEEST Het werkmateriaal is een onderdeel van de website Krachtenspel.nl. Werkmateriaal Sociaal Emotionele Educatie (SEE) Alle informatie is te vinden op de website Jan Ausum en Mieke
opdrachten bij thema participatiesamenleving
opdrachten bij thema participatiesamenleving Wie gaat straks de Tena-luier van jouw moeder vervangen? opwarmen en oriënteren Opdracht 1 Placemat 1 Vorm een viertal en zorg voor één blanco A4 tje. 2 Beantwoord
Werkplekboek. Kinderbegeleider duaal Baby s en peuters (0-3 jaar)
Werkplekboek Kinderbegeleider duaal Baby s en peuters (0-3 jaar) Personalia Naam Klas Schooljaar Periode Organisatie Adres Afdeling Kinderbegeleider duaal Trajectbegeleider Leraar beroepsspecifieke vakken
3 Pesten is geen lolletje
Na deze les kun je: het verschil tussen plagen en pesten noemen; jouw ervaringen met pesten vertellen; uitleggen hoe je pesten kunt stoppen; afspraken maken over pesten. 3 Pesten is geen lolletje Pesten
Werkplekboek. Kinderbegeleider duaal Het schoolgaande kind (3-12jaar)
Werkplekboek Kinderbegeleider duaal Het schoolgaande kind (3-12jaar) 2017-2018 Personalia Naam Klas Schooljaar Periode Organisatie Adres Afdeling Kinderbegeleider duaal Trajectbegeleider Leraar beroepsspecifieke
KiesWijzer. een les over kiezen voor het voortgezet onderwijs
KiesWijzer een les over kiezen voor het voortgezet onderwijs Inleiding Met veel plezier presenteert Intermijn de les KiesWijzer. Uw leerlingen staan in het nieuwe schooljaar weer voor grote keuzes. Welk
Het participeren in een voortgangsgesprek van een stagiaire
1 1 1 1 1 1 0 1 0 0 Opdrachtformulier Het participeren in een voortgangsgesprek van een stagiaire Naam student: Datum: 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen.
lesmateriaal Taalkrant
lesmateriaal Taalkrant Toelichting Navolgend vindt u een plan van aanpak en 12 werkbladen voor het maken van de Taalkrant in de klas, behorende bij het project Taalplezier van Stichting Wereldleren. De
? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.
1. Kijk naar de titel en de tussenkopjes van de tekst. Kijk ook naar het plaatje. Waar gaat de tekst over? 2. Tijdens deze les let je extra op moeilijke woorden in de tekst. Kies of je opdracht 1 met hulp
Effectief aansluiten bij overbelaste leerlingen en hun ouders: Zo makkelijk is dat niet!
Effectief aansluiten bij overbelaste leerlingen en hun ouders: Zo makkelijk is dat niet! drs. Hilde Jans psycholoog Iedereen heeft een ander perspectief! Oefening in tweetallen Stap 1 Draai je gezicht
Intervisie. Helpende Z&W versnelde leerroute. ROC Mondriaan, School voor Zorg en Welzijn, Leiden
Intervisie Helpende Z&W versnelde leerroute ROC Mondriaan, School voor Zorg en Welzijn, Leiden Reflecteren Eén van de definities van reflecteren: Reflecteren is het terugblikken op je handelen, nadenken
Zo verstuurt u een WhatsApp! Opdracht: Analyseren, evalueren
Zo verstuurt u een WhatsApp! Opdracht: Analyseren, evalueren 1. Inleiding Een mobiele telefoon; niet meer weg te denken uit de broekzak van elke scholier. In deze opdracht kijken de leerlingen naar een
Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve
Themabundel Samen werken = samenwerken bij De Belvertshoeve Assistent medewerker Dit project is mede mogelijk gemaakt met een bijdrage uit het Europees Sociaal Fonds Voorwoord Deze themabundel is bedoeld
- Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt geschreven. - Je hebt aanmoediging nodig om je huiswerk te noteren.
Schoolse competenties Competentie 1: Agendagebruik - Je schrijft je huiswerk in je agenda als dit wordt opgegeven. - Je agenda ziet er verzorgd uit. - Een docent controleert of jij je huiswerk op hebt
voor leerlingen Pesten op het werk VRAGEN EN OPDRACHTEN
voor leerlingen Pesten op het werk VRAGEN EN OPDRACHTEN Bladzijde 5 Waarom dit boekje? Lees de tekst goed. Beantwoord dan de onderstaande vragen. 1 Waar gaat het boekje over?... 2 Door wie kun je op het
OPDRACHTEN. Verzorgende IG. Module 8 Kraamzorg
OPDRACHTEN Verzorgende IG Module 8 Kraamzorg Inhoudsopgave Leeropdrachten 3 De cliënt in de kraamzorg 5 A Taken van de kraamverzorgende 5 B Visie op kraamzorg 7 C Ontwikkelingskenmerken van het ongeboren
Handleiding SHARE. Regio College. Auteur: L.E. Sinnema 31-1-2013 Master Professioneel Meesterschap MBO. Opleiders: Drs. Trudy Moerkamp Dr.
Regio College Handleiding SHARE Een spel bij het onderzoek Juf het is school! 2012 Auteur: L.E. Sinnema 31-1-2013 Master Professioneel Meesterschap MBO Opleiders: Drs. Trudy Moerkamp Dr. Tirza Bosma 1
OPDRACHTEN BIJ THEMA 6 LUISTEREN, SAMENVATTEN EN DOORVRAGEN
OPDRACHTEN BIJ THEMA 6 LUISTEREN, SAMENVATTEN EN DOORVRAGEN Al die gesprekstechnieken zijn maar onnatuurlijk en vervelend. INLEIDING Mensen die kiezen voor een beroep in het welzijnswerk, kunnen vaak van
1Communicatie als. containerbegrip
1Communicatie als containerbegrip Als medisch specialist is communiceren onlosmakelijk verbonden met het uitoefenen van uw professie. Niet alleen hebt u contact met uw patiënten, maar ook met diverse professionals
In je kracht. Werkboek voor deelnemers
In je kracht Werkboek voor deelnemers Uitleg Mijn toekomst! Benodigdheden: Werkblad Mijn toekomst! (je kunt het Werkblad meegeven om thuis na te lezen, maar dit is niet noodzakelijk) Voor iedere deelnemers
Sooo! Sooo! viral! viral! toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media
Sooo! Sooo! Die post Die post over onze over onze leraar gaat leraar gaat viral! viral! Dan moet Dan moet het wel het wel waar zijn, waar zijn, toch? toch? In 7 stappen debatteren in de klas over media
DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 VMBO
DEEL 1 DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 In Nederland wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Maar wie bepaalt wat er onderzocht wordt? In het voorjaar van 2015 hebben Nederlanders
Zelfbeeld. Basisonderwijs
Basisonderwijs 2 Wist je dat er wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar zelfbeeld? Wereldwijd zijn wetenschappers daarmee bezig, ook bij de Universiteit Leiden. Bij het Brain & Development Onderzoekscentrum
Duurt eerlijk het langst?
Duurt eerlijk het langst? Leeftijd: 9 tot 12 jaar Duur: 60 min. Doelen Kinderrechten Kinderrechtenwaarden Kinderrechtenvaardigheden Leermiddelen Materialen Vooraf Kinderen denken na over wat eerlijk zijn
Waarderen van wat werkt: luisteren naar succesverhalen en creëren van een groepsdroom
Waarderen van wat werkt: luisteren naar succesverhalen en creëren van een groepsdroom Methodiek Omschrijving: In deze workshop staan succesverhalen centraal. We luisteren naar recente succesverhalen uit
Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling
8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen
Week van de opvoeding
In gesprek Voor ouders en hun kinderen vanaf ca. 12 jaar Het is heerlijk om een goed gesprek te voeren met iemand waar je veel van houdt. Maar soms lukt dat niet goed. Laat je daarom uitdagen tot een eerlijk
OPDRACHTEN BIJ THEMA 7 PROFESSIONELE GESPREKKEN
OPDRACHTEN BIJ THEMA 7 PROFESSIONELE GESPREKKEN Een professioneel gesprek moet je altijd voorbereiden! INLEIDING Je voert dagelijks gesprekken. En dat doe je vaak op de automatische piloot. Professionele
Tekst lezen zonder hulp: samenvatten
1. Bekijk de buitenkant van de tekst: de titel, de tussenkopjes en het plaatje. De tekst gaat over de laatste speelgoedrage: de fidget spinner. Wat gaat de tekst je hierover vertellen, denk je? 2. Welke
Waar gaan we het over hebben?
Waar gaan we het over hebben? Onderwerp: Sommige meisjes zijn heel snel verliefd, andere meisjes zullen niet snel of misschien zelfs helemaal niet verliefd worden. Dit is bij ieder meisje anders. Wat gebeurt
Welke voorkeur heb jij?
Pedagogische vaardigheden: Welke voorkeur heb jij? Als pedagogisch medewerker maak je in de omgang met de kinderen in jouw groep gebruik van verschillende pedagogische vaardigheden. Wat zijn jouw voorkeursvaardigheden
WERKBLADEN Seksuele intimidatie
WERKBLADEN Seksuele intimidatie 1 Waarom dit boekje? 1.1 Zet een rondje om het goede antwoord. Seksuele intimidatie komt vaak voor. Ja Nee Seksuele intimidatie komt weinig voor. Ja Nee Mannen worden vaker
Waarom ga je schrijven? Om de directeur te overtuigen
week 17 20 april 2015 - Schrijfopdrachten niveau A, les 1 Les 1: Een overtuigende tekst schrijven Beantwoord deze vragen: Een mooie manier om te herdenken 1. Waarom is het volgens jou belangrijk om de
Thema 5 Communicatie. Aline de Vries. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.
Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Aline de Vries 09 November 2015 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/67765 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijsleermiddelenplein.
DE L CKER ZELFVERTROUWEN NA PESTEN
ZELFVERTROUWEN NA PESTEN DOCENTENHANDLEIDING DE L CKER Leeftijd: 13-15 jaar, 16-18 jaar Geschikt voor: vmbo, havo en vwo vanaf de eerste klas Vakgebied en kerndoelen: Deze les vindt aansluiting bij vakken
20 tips voor een goed debat!
20 tips voor een goed debat! Moedig elkaar aan tijdens jullie voorbereidingen en de wedstrijd. Geef elkaar tips en zoek samen de sterktes en zwaktes van de argumenten. Je kan veel leren van elkaar, ook
Reflectie #Zo dus! Hieronder vind je een aantal oefeningen om te leren reflecteren waar je zelf mee aan de slag kunt.
Reflectie #Zo dus! Hieronder vind je een aantal oefeningen om te leren reflecteren waar je zelf mee aan de slag kunt. In je eentje Time-out reflectie Time-out reflectie is een snelle manier om in je eentje
Workshop Persoonlijk Leiderschap
2015 Workshop Persoonlijk Leiderschap Margje Mul & Jorg Andree Hanzehogeschool Groningen 2-3-2015 Draaiboek Persoonlijk leiderschap. Doel: loskomen, kennismaken, ontmoeten, contact Een half uur voor start
Een oorzaak-gevolg-schema maken met je schrijfmaatje
Les 1: Een verklarende tekst schrijven Wat ga je schrijven: een verklarende tekst 1. Bekijk het filmpje van Nieuwsbegrip. Praat erover met je schrijfmaatje of met de klas. - Wat is plastic soep? - Wat
Lesbrief: Bewust sociaal Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen?
Lesbrief: Bewust sociaal Thema: Wat is Mens & Dienstverlenen? Copyright Stichting Vakcollege Groep 2015. Alle rechten voorbehouden. Inleiding Zonder dat we het door hebben worden we steeds asocialer. Dit
Theorie Ondernemend werken Hoofdstuk 3 Samenwerken en Netwerken
Theorie Ondernemend werken Hoofdstuk 3 Samenwerken en Netwerken Samenvatting 2 3.1 Netwerken 3 3.2 Samenwerken 6 3.3 Liftpitch 7 Ruimte voor notities 8 1 SAMENVATTING 3.1 Netwerken Wat is netwerken? Waarom
LESBRIEF. Laat uw leerlingen 10 minuten lezen in 7Days. Uw leerlingen mogen zelf weten welke artikelen ze deze 10 minuten lezen.
Vrijdag 27 maart 2015 Artikelen: Alle artikelen - 7Days week Inhoud: - De leerlingen leren artikelen analyseren. - De leerlingen leren hoe een interview eruit ziet. - De leerlingen leren zelf interviewen.
Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus
Creatief en flexibel toepassen van Triplep Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Programma Overzicht Kennismaking Persoonlijke werving van ouders Een goede relatie opbouwen met de ouders
Sta daar eens even bij stil!
Sta daar eens even bij stil! Timothy A.Carey De Method of Levels, een effectieve gespreksmethode in twee stappen INHOUDSOPGAVE VOORWOORD: EEN THEORIE EN EEN METHODE WAAROM DE METHOD OF LEVELS 5 HOE KUN
Workshop Handleiding. Verhalen schrijven. wat is jouw talent?
Workshop Handleiding Verhalen schrijven wat is jouw talent? Inhoudsopgave Hoe gebruik je deze workshop? Hoe kun je deze workshop inzetten in je klas? Les 1: Even voorstellen stelt zich kort voor en vertelt
Wat waardeer je enorm aan de persoon die tegenover je zit? Geef één voorbeeld wat jou helpt om je agressie onder controle te houden.
1 Geef één positieve eigenschap over de persoon die links van je zit. Wat waardeer je enorm aan de persoon die tegenover je zit? Vertel de groep wat je doe als je kwaad bent, doe het voor. Geef een voorbeeld
Mijn doelen voor dit jaar
Mijn doelen voor dit jaar Een nieuw schooljaar betekent nieuwe kansen. Aan het begin van een nieuw kalenderjaar maken veel mensen goede voornemens. Dat gaan wij nu ook doen: het maken van voornemens of
Workshop Tweede Kamerverkiezingen
Workshop Tweede Kamerverkiezingen Korte omschrijving workshop In deze workshop leren de deelnemers wat de Tweede Kamer doet, hoe ze moeten stemmen en op welke partijen ze kunnen stemmen. De workshop bestaat
Handleiding Werkvormen Overtuigend presenteren
Handleiding Werkvormen Overtuigend presenteren Inhoud 1. Inleiding 2. Zeg geen Uhm 3. De emotionele bus 4. Boos op een mandarijntje 5. Levend memory Lichaamstaal 1. Inleiding In een debat is het geven
Jeugd Verkeerskrant 4
Jeugd Verkeerskrant 4 Wat kies je? Een uitgave van Veilig Verkeer Nederland, schooljaar 2016-2017 groep 7/8 Wat kies je? a. Welke keuzes maak jij voordat je gaat deelnemen aan het verkeer? Bedenk er samen
Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk
Handleiding voor: * spreekbeurt * nieuwskring * leeskring * werkstuk Antoniusschool Groep 5/6 Let op: deze heb je het hele schooljaar nodig! Hoe maak je een spreekbeurt? Mijn voorbereiding: 1. Je kiest
Werkwijzer Verslagkring:
Werkwijzer Verslagkring: 1. Je maakt een tweetal. 2. Met zijn tweeën kies je een onderwerp, waarin jullie je willen verdiepen en waarover jullie meer willen weten. 3. Samen ga je op zoek naar informatie
Oefenen 1 punt verdienen Onderwerpen van de presentaties
Presenteren vmbo-4 Presenteren is aan de ene kant een kunst de één is er beter in dan de ander maar aan de andere kant valt of staat elke presentatie met een goede voorbereiding en veel oefening. Bij presenteren
1 People Do Change/IVA Onderwijs
1 People Do Change/IVA Onderwijs 2 People Do Change/IVA Onderwijs 3 People Do Change/IVA Onderwijs 1 Dit vergt minimaal 1 dagdeel van 4 klokuren. De werkwijze kan tot 10 teamleden door 1 facilitator worden
Lesbrief: Vriendschap in beeld. Opdracht: maak een foto waarop je laat zien wat vriendschap voor jou betekent.
Lesbrief: Vriendschap in beeld Opdracht: maak een foto waarop je laat zien wat vriendschap voor jou betekent. Fotograferen Kiekjes maken we allemaal, als verslag van een mooie vakantie, een familiefeest,
Tijdens de video- hometraining worden verschillende begrippen gebruikt. In de bijlage geven we een korte omschrijving van deze begrippen.
Bijlage 11 Voorbeeld informatie VHT: Bouwstenen voor geslaagd contact Informatie Video - hometraining Belangrijke begrippen initiatieven herkennen volgen ontvangstbevestiging beurt verdelen leidinggeven
DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 HAVO
DEEL 1 DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 In Nederland wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Maar wie bepaalt wat er onderzocht wordt? In het voorjaar van 2015 hebben Nederlanders
Opdracht 1. Wat speelt er om JA te zeggen tegen iets wat je niet wil?
JA of NEE? - Doe deze opdracht in tweetallen - Hoe vaak komt het voor dat je ongevraagd iets aangeboden krijgt? Een actieve kiosk-verkoper in de trein, met koffie, thee, gevulde koeken etc? Of het aanbod
Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar
DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht
en zelfbeeld Lichamelijke ontwikkeling Lesdoelen: Werkvormen: Benodigdheden: Kinderboeken: Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht
I Lichamelijke ontwikkeling en zelfbeeld Les 1: Wie ben ik Lesoverzicht Lesdoelen: Kinderen worden zich meer bewust van eigen talenten en eigenschappen en ontwikkelen een positief zelfbeeld. Kinderen kunnen
Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf
Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend
Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie
Leerkrachtinformatie (dubbele les) Lesduur: 2 x 50 minuten (klassikaal) Introductie van de activiteit 1. Deze klassikale les bestaat uit twee delen: Voorbereiding Uitvoering voorbereiding Lesduur: 50 minuten
Ik geloof, geloof ik. Levensbeschouwelijk dossier Griftland college Bovenbouw. Mijn naam en klas:
Ik geloof, geloof ik Levensbeschouwelijk dossier Griftland college Bovenbouw Mijn naam en klas: Bezinningsmomenten In de godsdienstlessen stonden de afgelopen jaren verhalen centraal en de verschillende
Tuesday, February 8, 2011. Opleiding Interactieve Media
Opleiding Interactieve Media Inhoud Inleiding presenteren 1. Voorwerk 2. Middenstuk 3. Begin presentatie 4. Einde presentatie 5. Visuele middelen 6. Non-verbale communicatie 7. Opdracht 8. Criteria 1.
Ik ben BANG. oefenboekje om te leren omgaan met angst. Steef Oskarsson. Copyright Steef Oskarsson
Ik ben BANG oefenboekje om te leren omgaan met angst Steef Oskarsson Bang Bang is een emotie. Net als blij, bedroefd en boos. Iedereen is wel eens bang. Sommige mensen zijn vaak bang, sommigen niet. Iedereen
Uitdaging Workshop 3 Een keuze maken Kun jij goed kiezen?
Uitdaging Workshop 3 Een keuze maken Kun jij goed kiezen? Je gaat een nieuw mobieltje kopen. A Je gaat 20 mobieltjes bekijken voor je een keuze maakt. B Je gaat naar de winkel en je koopt er een. C Je
Pedagogische aanpak op de St. Plechelmusschool
Pedagogische aanpak op de St. Plechelmusschool Ons uitgangspunt is het welbevinden en positief gedrag van leerlingen te bevorderen. Wij gaan uit van: Goed gedrag kun je leren Om dit te bereiken werken
Het houden van een spreekbeurt
Het houden van een spreekbeurt In deze handleiding staan tips over hoe je een spreekbeurt kunt houden. Waar moet je op letten? Wat moet je wel doen? En wat moet je juist niet doen? We hopen dat je wat
OPDRACHT Zeeuwse Havens
OPDRACHT Zeeuwse Havens Wat ga je doen? Wat gebeurt er eigenlijk allemaal in de Zeeuwse Havens? Weet jij dat? Ben jij er al eens geweest? Met een groepje van vier leerlingen ga je werken aan een opdracht
Les 17 Zo zeg je dat (niet)
Blok 3 We hebben oor voor elkaar les 17 Les 17 Zo zeg je dat (niet) Doel blok 3: Leskern: Woordenschat: Materialen: Leerlingen leren belangrijke communicatieve vaardigheden, zoals verplaatsen in het gezichtspunt
Respectvol reageren op gevoelens
OPDRACHTFORMULIER Respectvol reageren op gevoelens Naam student: Datum: 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met medestudenten of je docent.
Inleiding WIST JE DAT JE GEVOEL VAAK BEPAALT WAT VOOR HUMEUR JE HEBT?
Inleiding Gevoelens: we hebben ze allemaal. Maar soms is het lastig te weten hoe je je nu écht voelt. Je bent blij, maar ook zenuwachtig. Of je weet niet of je boos of verdrietig bent. Of je snapt niet
SPEELWIJZE OPVOEDINGSSPEL - Bladzijde 1 / 10
SPEELWIJZE OPVOEDINGSSPEL - Bladzijde 1 / 10 SPEELWIJZE Opvoedingsspel Opvoeden is een belangrijke, leuke, maar soms ook moeilijke taak. Voor veel ouders en opvoeders is dit dan ook geen kinderspel en
Dia 1 Introductie max. 2 minuten!
1 Dia 1 Introductie max. 2 minuten! Vertel: Deze les gaat vooral over het gebruik van sociale media. Maar: wat weten jullie eigenlijk zelf al over sociale media? Laat de leerlingen in maximaal een minuut
Coördinatie van zorg. Test jezelf.
Coördinatie van zorg. Test jezelf. Pagina 1 Kun jij coördineren? Werk je planmatig en zorgvuldig? Ben je goed in samenwerken? Doe de testjes en kijk of jij een kei bent! 1. Coördineren Continuïteit en
(Docentenhandleiding) Rollenspel
(Docentenhandleiding) Rollenspel Een rollenspel is als het ware een klein toneelstukje. In een rollenspel komen personages aan bod die bepaalde eigenschappen of een doel in het verhaal hebben. De bedoeling
? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.
Zonder hulp: onduidelijkheden ophelderen 1. Lees de tekst actief. Schrijf de volgende tekens in de kantlijn bij de tekst om te laten zien dat je actief leest. X Dit klopt niet met wat ik al wist/dacht.
Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4. Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2:
Document vertellen en presenteren voor de groepen 1, 2, 3 en 4 Doelen van vertellen en presenteren in groep 1 en 2: Leerlingen raken vertrouwd met het presenteren voor een groep Leerlingen raken vertrouwd
DE L CKER DOELEN STELLEN
DOCENTENHANDLEIDING DE L CKER DOELEN STELLEN Leeftijd: 13-15 jaar, 16-18 jaar Geschikt voor: vmbo, havo en vwo vanaf de eerste klas Vakgebied en kerndoelen: Deze les vindt aansluiting bij vakken Maatschappijleer,
Techniekkaart: Het houden van een interview
WAT IS EEN INTERVIEW? Een interview is een vraaggesprek. Wat een interview speciaal maakt, is dat je met een interview aan informatie kunt komen, die je niet uit boeken kunt halen. Als je de specifieke
1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met medestudenten of je docent.
OPDRACHTFORMULIER Gesprekken voeren 1 Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en noteer vragen en opmerkingen. Bespreek deze met medestudenten of je docent. 2 Kijk in de bronnen welke informatie
Sollicitatiegesprekken volgens de STAR methode
Sollicitatiegesprekken volgens de STAR methode Tijdens sollicitatiegesprekken wil je zo snel en zo goed mogelijk een kandidaat voor een openstaande functie selecteren. De STAR vragenmethode is een gedegen
HANDLEIDING TALENTENQUIZ
HANDLEIDING TALENTENQUIZ STAPPENPLAN TALENTENQUIZ 1. Download alle nodige bestanden van de talentenquiz kleur bekennen met kinderen op de studentenpagina bij de pagina voor de coördinator bedenk & doe
IK WIJZER. Ik wil graag weten wie ik ben
IK WIJZER Ik wil graag weten wie ik ben Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Jouw uitslag... 4 Copyright DilemmaManager B.V. Pagina 2 van 8 1 Inleiding Hallo Ruben, Dit is de uitslag van jouw Ik-Wijzer.
