Opvolgend vruchtgebruik: een koerswijziging?
|
|
|
- Simon Peeters
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Page 1 of 5 Publicatie Publicatiedatum Afleveringnummer 5 Artikelnummer 16 Titel Auteurs Rubriek Wet- en regelgeving Overige verwijzingen NTFR: Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht Opvolgend vruchtgebruik: een koerswijziging? prof.dr. F. Sonneveldt. Prof.dr. F. Sonneveldt is partner/aandeelhouder bij Mazars Paardekooper Hoffman N.V. te Rotterdam, bijzonder hoogleraar Estate Planning aan de Universiteit Utrecht. en hoogleraar Successiewet en Estate Planning aan de Universiteit Leiden. mr.drs. B.B.A. de Kroon LL.M.. Mw.mr.drs. B.B.A. de Kroon LL.M is estate Planner bij Mazars Paardekooper Hoffman N.V. te Rotterdam en is tevens werkzaam als notarieel docent Successiewet en Estate Planning aan de Universiteit Leiden. Successiewet Uitv.besl. SW 1956, art. 5 Uitv.besl. SW 1956, art. 7 BW, art. 3:203 NTFR 2010(5) 16 Opvolgend vruchtgebruik: een koerswijziging? Opvolgend vruchtgebruik: een koerswijziging? 1. Inleiding De vernieuwde Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) houdt de vakbladen tot nu toe goed gevuld. Daarbij valt op dat vooralsnog met name aandacht wordt besteed aan de onderwerpen die ook in de parlementaire geschiedenis aan bod zijn gekomen. Hierdoor zouden onderwerpen aan de aandacht van de lezer kunnen ontsnappen, die bewust of onbewust niet met zoveel woorden aan bod zijn gekomen tijdens de parlementaire behandeling, maar wel - bedoeld of onbedoeld - gewijzigd zijn en mogelijk belangrijke gevolgen met zich kunnen brengen. Een voorbeeld hiervan betreft het opvolgend vruchtgebruik. Tot 1 januari jl. was voor de waardering van verkrijgingen onder de last van een opvolgend vruchtgebruik een aparte bepaling opgenomen in het negende lid van art. 21 SW 1956 (oud).[noot:1] Zonder dat wij de wetgever hebben kunnen betrappen op enige nadere motivering is deze aparte bepaling komen te vervallen.[noot:2] De vraag die opkomt is of een en ander (onbedoelde) gevolgen zou kunnen hebben voor de berekening van de waarde van een verkrijging onder de last van een opvolgend vruchtgebruik. In het navolgende gaan wij op deze vraag in. Daartoe bespreken wij allereerst het opvolgend vruchtgebruik vanuit een civielrechtelijk perspectief. Vervolgens beschrijven wij de waarderingssystematiek zoals deze gold onder de successiewetgeving die van toepassing was tot 1 januari Ten slotte bespreken wij de gevolgen die het vervallen van de bewuste bepaling mogelijk heeft op de oude waarderingssystematiek. 2. Opvolgend vruchtgebruik Art. 3:203, lid 1, BW bepaalt dat een vruchtgebruik[noot:3] kan worden gevestigd ten behoeve van één persoon, ofwel ten behoeve van twee of meer personen hetzij gezamenlijk hetzij bij opvolging. In het laatste geval moeten (ook) de later geroepenen op het ogenblik van de vestiging bestaan. Indien het vruchtgebruik ten behoeve van twee of meer personen is gevestigd, wast dit bij het einde van het recht van een van hen bij dat van de andere(n) aan. Dit geschiedt naar evenredigheid. Het vruchtgebruik eindigt in een dergelijk geval in principe door tenietgaan van het recht van de laatst overgebleven vruchtgebruiker.[noot:4] Het opvolgend vruchtgebruik komt regelmatig voor. Zo kan een erflater bijvoorbeeld het vruchtgebruik van zijn
2 Page 2 of 5 nalatenschap, of van een bepaald goed dat tot zijn nalatenschap behoort, legateren aan een persoon (A) met de bepaling dat bij het overlijden van deze eerste vruchtgebruiker, het vruchtgebruik overgaat naar een andere persoon (B). Bij het overlijden van de erflater verkrijgt A direct het recht van vruchtgebruik. B verkrijgt een recht van vruchtgebruik onder de opschortende voorwaarde dat hij de eerste vruchtgebruiker (A) overleeft. B kan als opvolgend vruchtgebruiker zijn recht derhalve pas uitoefenen als het recht van A als voorgaand vruchtgebruiker is geëindigd. Met andere woorden, voorafgaande aan het overlijden van A heeft B slechts een voorwaardelijk recht. Ons inziens is het onjuist te stellen dat de opvolgend vruchtgebruiker bij de vestiging van het vruchtgebruik nog geen recht heeft.[noot:5] Op het moment van het in vervulling gaan van de voorwaarde, in ons voorbeeld de voorwaarde dat B de eerste vruchtgebruiker overleeft, ontstaat het opvolgend vruchtgebruik zonder verdere handeling van partijen.[noot:6] De opvolgend vruchtgebruiker B verkrijgt zijn recht onmiddellijk van de hoofdgerechtigde. Het vruchtgebruik gaat derhalve niet over van de eerste vruchtgebruiker naar zijn of haar opvolger. Het moment waarop de voorwaarde in vervulling gaat kan wel eerder doch niet later dan het overlijden van de eerste vruchtgebruiker bepaald worden. Immers, op grond van de wet mag het vruchtgebruik niet langer voortduren dan het leven van de vruchtgebruiker.[noot:7] 3. Systematiek tot 1 januari 2010 Op grond van art. 21, lid 9, SW 1956 (oud) werd een verkrijging onder de last van een vruchtgebruik derhalve de waarde van de hoofdgerechtigdheid belast voor het verschil van de waarde van de volle eigendom van de met het vruchtgebruik bezwaarde goederen en de waarde van het vruchtgebruik. De waarde van het vruchtgebruik moest worden vastgesteld met inachtneming van het achtste lid van genoemd artikel. Deze systematiek is na 1 januari 2010 gehandhaafd en te vinden in art. 21, lid 10 en 13, SW In het geval sprake was van elkaar opvolgende vruchtgebruiken werd bij de waardebepaling van de daarmee bezwaarde goederen terstond rekening gehouden.[noot:8] Dit element lijkt niet terug te komen in de vernieuwde SW 1956 (zie paragraaf 4). Zonder de regeling van art. 21, lid 9, tweede volzin, SW 1956 (oud), waarin was bepaald dat terstond rekening werd gehouden met opvolgende vruchtgebruiken, zou op het moment van het overlijden van de erflater bij de berekening van de waarde van de bloot eigendom slechts rekening mogen worden gehouden met het vruchtgebruik ten behoeve van de eerste vruchtgebruiker. Verkrijgt vervolgens de opvolgend vruchtgebruiker na het overlijden van de eerste vruchtgebruiker, of op een eerder bepaald moment, dan zou de waarde van de verkrijging van de bloot eigenaar opnieuw moeten worden vastgesteld. Teneinde een dergelijke ingewikkelde herrekening van recht te voorkomen heeft de wetgever er destijds voor gekozen om terstond met de last van beide vruchtgebruiken rekening te houden. Als gevolg hiervan werd op het moment van het overlijden van de eerste vruchtgebruiker niet op de waardering van de bloot eigendom teruggekomen. Voor de bepaling van de waarde van die bloot eigendom diende het Uitvoeringsbesluit SW 1956 (hierna: Uitv.besl. SW 1956) te worden geraadpleegd. In het ongewijzigde art. 7, lid 1, Uitv.besl. SW 1956 is bepaald dat een vruchtgebruik, vervallende bij het overlijden van de langstlevende van twee of meer personen, wordt gelijkgesteld met een vruchtgebruik dat afhankelijk is van het leven van iemand, die vijf jaar jonger is dan de jongste vruchtgebruiker. Deze systematiek heeft tot gevolg dat bij het overlijden van de erflater in eerste instantie minder dan 100% van de waarde van de met het opvolgend vruchtgebruik belaste vermogensbestanddelen kan worden belast met successierecht. Noodzakelijk is dat echter niet. Indien namelijk de waardering van het vruchtgebruik van de eerste vruchtgebruiker correspondeert met de waarde van de gecombineerde vruchtgebruiken als waardedrukkend element ter bepaling van de hoofdgerechtigdheid, wordt exact 100% van de waarde van de nalatenschap in de heffing betrokken. Dit doet zich voor in een aantal situaties. Indien zowel de eerste als de opvolgend vruchtgebruiker(s) van een zodanige leeftijd zijn dat zij in eenzelfde leeftijdsgroep van art. 5 Uitv.besl. SW 1956 vallen en dit niet wijzigt door de vermindering van de leeftijd van de jongste met vijf jaar, is deze waarderingsparallelliteit aan de orde. Denk aan de situatie waarin beide vruchtgebruikers 46 jaar oud zijn. Daarnaast corresponderen de waarderingen indien de eerste vruchtgebruiker de jongste is en de aanpassing van de leeftijd niet tot gevolg heeft dat een andere leeftijdsgroep van art. 5 Uitv.besl. SW 1956 in beeld komt. Bijvoorbeeld indien de eerste vruchtgebruiker 26 jaar oud is en de opvolgend vruchtgebruiker ouder is. Vanzelfsprekend zal heffing bij de opvolgend vruchtgebruiker ter zake van de verkrijging van het vruchtgebruik wegens het in vervulling gaan van de opschortende voorwaarde op dat moment aan de orde zijn. Immers, ten aanzien van een verkrijging onder opschortende voorwaarde[noot:9] geldt dat de verkrijging feitelijk wordt belast op het moment dat de voorwaarde in vervulling gaat.[noot:10] Een aantal voorbeelden ter verduidelijking. Voorbeeld 1 (verkrijging krachtens erfrecht) Erflater legateert aan A (62 jaar) het vruchtgebruik van zijn nalatenschap en wijst als opvolgend vruchtgebruiker B (42 jaar) aan. De nalatenschap heeft een waarde van De waarde van het vruchtgebruik van A wordt bepaald op 60%. De waarde van het vruchtgebruik van B blijft vooralsnog buiten beschouwing, daar de opschortende voorwaarde nog niet is vervuld. De waarde van de hoofdgerechtigdheid bedraagt 16%. Derhalve blijft op het moment van overlijden van de erflater een bedrag van buiten beschouwing.
3 Page 3 of 5 van B is op dat moment 52 jaar. Nu B A overleeft wordt de opschortende voorwaarde vervuld en verkrijgt B het vruchtgebruik dat op dat moment een waarde vertegenwoordigt van 72% ( ). Uiteindelijk vindt heffing plaats over In dit geval wordt dus circa 150% van de oorspronkelijke nalatenschap aan heffing onderworpen. Voorbeeld 2 (verkrijging krachtens erfrecht) Erflater legateert aan A (48 jaar) het vruchtgebruik van zijn nalatenschap en wijst als opvolgend vruchtgebruiker B (46 jaar) aan. De nalatenschap heeft een waarde van De waarde van het vruchtgebruik van A wordt bepaald op 78%. De waarde van het vruchtgebruik van B blijft vooralsnog buiten beschouwing, daar de opschortende voorwaarde nog niet is vervuld. De waarde van de hoofdgerechtigdheid bedraagt 22%. Derhalve wordt op het moment van overlijden van de erflater direct 100% van de nalatenschap in de heffing betrokken. van B is op dat moment 56 jaar. Nu B A overleeft wordt de opschortende voorwaarde vervuld en verkrijgt B het vruchtgebruik dat op dat moment een waarde vertegenwoordigt van 66% ( ). Uiteindelijk vindt heffing plaats over Uiteraard is het nauwelijks voorstelbaar dat in de tussenliggende periode geen waardemutaties plaatsvinden ten aanzien van de aan het vruchtgebruik onderworpen vermogensbestanddelen. De verkrijging van B op het moment van het in vervulling gaan van de opschortende voorwaarde vindt plaats naar de waarde van de verkrijging en de tarieven en vrijstellingen van het latere moment. [noot:11] Het is denkbaar dat uiteindelijk minder dan 100% van de nalatenschap aan heffing is onderworpen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij het vooroverlijden van de opvolgend vruchtgebruiker(s) en het tenietgaan van het vruchtgebruikvermogen alsmede bij een zodanige waardedaling van of intering op het vruchtgebruikvermogen dat bij het overlijden van de eerste vruchtgebruiker de waarde van het opvolgend vruchtgebruik geringer is dan het bedrag dat in eerste instantie buiten de heffing bleef. Uiteraard kan het voorgaande slechts aan de orde zijn indien bij het overlijden van de erflater minder dan 100% van de nalatenschap in de heffing werd betrokken (vergelijk voorbeeld 1). Ten aanzien van schenkingen gelden identieke principes. Voorbeeld 3 (verkrijging krachtens schenking) Schenker schenkt aan A (62 jaar) het vruchtgebruik van een bedrag in contanten van en wijst als opvolgend vruchtgebruiker B (42 jaar) aan. De waarde van het vruchtgebruik van A wordt bepaald op 60%. De waarde van het vruchtgebruik van B blijft vooralsnog buiten beschouwing, daar de opschortende voorwaarde nog niet is vervuld. De waarde van de hoofdgerechtigdheid bedraagt 16%. van B is op dat moment 52 jaar. Nu B A overleeft wordt de opschortende voorwaarde vervuld en verkrijgt B het vruchtgebruik dat op dat moment een waarde vertegenwoordigt van 72% ( ). Uiteindelijk vindt heffing plaats over Systematiek vanaf 1 januari 2010 Opvallend is dat in de vernieuwde SW 1956 de hiervoor besproken bepaling over elkaar opvolgende vruchtgebruiken niet terugkeert. De vraag kan worden gesteld of dit een bewuste keuze is geweest van de wetgever. Indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, betekent dit dat voor de behandeling van de hoofdgerechtigdheid bij opvolgende vruchtgebruiken aangesloten dient te worden bij de hoofdregel, te weten herrekening bij het ingaan van het opvolgend vruchtgebruik. Dit zou betekenen dat wij terugkeren naar een systeem waarvan in een ver verleden afstand is genomen. Reeds de wetgever van 1917 merkte hierover op dat Ter voorkoming van talrijke herrekeningen en met het oog op de moeilijkheid de waarde op andere wijze naar billijkheid te regelen, komt het wenschelijk voor gemelde uitzondering te behouden. Zij wordt thans uitdrukkelijk in de wet vermeld en zal toepasselijk zijn, zoowel indien een vruchtgebruiker of genieter een ander opvolgt, als in het geval, dat eene uitkeering volgt op een vruchtgebruik of na het eindigen van een vruchtgebruik voortduurt, in welk laatste geval de vruchtgebruiker meestal overeenkomstig art. 847 B.W. de uitkeering zal hebben te voldoen. Ook bij making van het vruchtgebruik van zaken, welke reeds met dit recht zijn belast, zal de bepaling toepassing vinden. [noot:12] Vanaf 1917 is in de Successiewet 1956 een bepaling opgenomen die vrijwel gelijkluidend is aan art. 21, lid 9, tweede volzin, SW 1956 (oud). Het schrappen van een dergelijke bepaling leidt ertoe dat wij weer terugkeren naar een systeem van talrijke herrekeningen. Dit komt ons ongewenst voor. Wij zijn van mening dat het niet terugkeren van de bepaling in de Successiewet 1956 geen bewuste keuze is geweest maar een omissie van de wetgever. Deze stelling kan worden
4 Page 4 of 5 gebaseerd op een tweetal argumenten. Ten eerste maakt de parlementaire geschiedenis bij de vernieuwde Successiewet 1956 op geen enkele wijze gewag van een bewuste breuk met het verleden. Ten tweede maakt art. 7, lid 1, Uitv.besl. SW 1956, dat een waarderingsvoorschrift geeft voor de eenmalige waardedruk die ontstaat door de opvolgende vruchtgebruiken, nog steeds deel uit van ons wettelijk systeem. Bij het bewust schrappen van art. 21, lid 9, tweede volzin, SW 1956 (oud), ontvalt iedere betekenis aan dit waarderingsvoorschrift. Wellicht heeft de wetgever gemeend dat art. 21, lid 9, tweede volzin, SW 1956 (oud) overbodig is in het licht van art. 7 Uitv.besl. SW 1956 waarnaar art. 21, lid 13, SW 1956 verwijst. Nu het laatste artikellid slechts verwijst naar de bepaling van de waarde van een vruchtgebruik, is deze redenering ons inziens niet geheel sluitend. Het voor de waardering van de hoofdgerechtigdheid rekening mogen houden met de opvolgende vruchtgebruiken vormt immers een uitzondering op de (fiscale) hoofdregel dat met de opschortende voorwaarde pas rekening wordt gehouden ten tijde van het in vervulling gaan van die voorwaarde.[noot:13] Voor een dergelijke uitzondering dient ons inziens een expliciete wettelijke basis gecreëerd te worden. Wij pleiten er derhalve voor om de geschrapte bepaling in ere te herstellen. Nu - zeker gezien de complexiteit van de materie - beter iedere twijfel kan worden weggenomen. Wat in ieder geval boven iedere twijfel verheven is, is het feit dat de systematiek van schenkingen is gewijzigd. Indien de schenker uit voorbeeld 3 op het moment van het vervullen van de opschortende voorwaarde geen (fictieve) inwoner van Nederland is, en dat wel is op het moment van het totstandkomen van de civielrechtelijke schenking, kan in de situatie voorafgaand aan 1 januari 2010 bij de opvolgend vruchtgebruiker schenkingsrecht worden geheven. Terwijl in de situatie na genoemde datum heffing van schenkbelasting achterwege dient te blijven. 5. Conclusie Binnen het conceptuele systeem van voorwaardelijke verkrijgingen wordt in eerste instantie geen rekening gehouden met een opschortende voorwaarde. Fiscaal gezien worden deze pas verwerkt op het moment waarop de opschortende voorwaarde in vervulling gaat. Om daarom bij de berekening van de hoofdgerechtigdheid af te wijken van dit systeem, en onmiddellijk de gezamenlijke vruchtgebruiken in de waarde te kunnen verdisconteren, dient ons inziens een wettelijke basis te bestaan. Art. 21, lid 9, SW 1956 (oud) voorzag hierin. De vraag die daarom nu opkomt is of het - naar het schijnt - onbewust schrappen van deze bepaling, gevolgen heeft voor de waardering van de hoofdgerechtigdheid. Om iedere discussie in dit kader te voorkomen, wijzen wij de wetgever op de overwegingen van zijn voorganger van 1917 en bepleiten dit te vertalen in een herstel van de geschrapte bepaling. [1] De genoemde bepaling had tevens betrekking op elkaar opvolgende periodieke uitkeringen, in dit artikel beperken wij ons tot het vruchtgebruik. Mutatis mutandis geldt een en ander ook voor de periodieke uitkering. [2] Wet van 17 december 2009 tot wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een regeling voor afgezonderde particulier vermogen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956), hierna: de wetswijziging. [3] Het recht om goederen die aan een ander toebehoren, te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten. Art. 3:201 BW. [4] Art. 3:203, lid 2, BW. [5] In deze zin M.S. van Gaalen, Vruchtgebruik, Academisch Proefschrift, Kluwer, 2001, p [6] M.S. van Gaalen, Vruchtgebruik, Academisch Proefschrift, 2001, p [7] Art. 3:203, lid 2 BW.
5 Page 5 of 5 [8] Art. 21, lid 9, tweede volzin, SW 1956 (oud). [9] Ten aanzien van een verkrijging onder ontbindende voorwaarde geldt een andere systematiek. Deze wordt in eerste instantie belast zonder rekening te houden met de ontbindende voorwaarde (als ware onvoorwaardelijk verkregen). Als de voorwaarde vervolgens wordt vervuld, vindt een herrekening van het recht plaats op grond van art. 53 SW [10] F. Sonneveldt, Verkrijgingen onder tijdsbepaling en voorwaarde in de SW 1956, NTFR 2004/1350. [11] HR 12 januari 1977, BNB 1977/51. [12] Zoals vermeld in: J.P. Sprenger van Eyk/B.J. de Leeuw, De wetgeving op het recht van successie, van overgang en van schenking, Martinus Nijhoff, Den Haag 1919, p [13] Vgl. art. 45, lid 3, SW 1956.
De overdracht van de ouderlijke woning aan de kinderen onder voorbehoud van een vruchtgebruik (deel 2)
Mr. Wim J.J.G. Speetjens 1 De overdracht van de ouderlijke woning aan de kinderen onder voorbehoud van een vruchtgebruik (deel 2) Eindigt het vruchtgebruik door opzegging door de vruchtgebruiker, dan fingeert
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur
Verkrijgingen vrij van recht
Mr. Pascal Baard 1 Verkrijgingen vrij van recht Het nettobedrag van de verkrijging moet worden herleid tot een brutobedrag In het systeem van de Successiewet is in beginsel iedere verkrijging krachtens
Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken)
Mr. Caroline J.M. Martens 1 Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) De verkrijging krachtens de renteafspraak is een verkrijging op grond van een fictiebepaling In deze bijdrage
Page 1 of 6 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel II) NTFRB2011-41 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35d SW 1956-art.
Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.
I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december
Auteur. Onderwerp. Datum
Auteur Alain Verbeke Buitengewoon Hoogleraar Leuven, Antwerpen, Tilburg Advocaat Philippe & Partners Onderwerp Vruchtgebruik: creatief met rechthebbenden Datum 1999 Copyright and disclaimer Gelieve er
Wijzigingen in de voorkoming van dubbele successiebelastingheffing Mr. Maria de L. Monteiro 1
Wijzigingen in de voorkoming van dubbele successiebelastingheffing Mr. Maria de L. Monteiro 1 1 Mazars Belastingadviseurs te Rotterdam, Universiteit Utrecht en Notariskantoor Rompes te Nieuwerkerk aan
Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil
Vergeten testament. Informele wil 1 Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,
Page 1 of 7 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel I) NTFRB2011-35 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35c SW 1956-art.
Estate planning en het gehandicapte kind: balanceren tussen emotie en fiscaliteit
Estate planning en het gehandicapte kind: balanceren tussen emotie en fiscaliteit MR. P.J.T. (ELLE) VAN GOMPEL 1 Estate planning is balanceren tussen emotie en fiscaliteit. Dit komt wellicht het meest
ESTATE PLANNING. I. Schenking
ESTATE PLANNING Estate planning, ofwel nalatenschapsplanning, wordt wel omschreven als een geheel van maatregelen om te bereiken dat het vermogen op zo goed mogelijke wijze overgaat op de erfgenamen. Vaak
[Essentie] Verslag van de Belastingadviseursdag, gehouden op 12 juni 2009
WFR 2009/896 De Successiewet 1956 ten grave gedragen... en een nieuwe wet geboren Verslag van de Belastingadviseursdag 2009, gehouden op 12 juni 2009 Mr. M.F. Dijkstra FB NOOT * [Essentie] Verslag van
Vruchtgebruik en successierecht: lusten en lasten
Vruchtgebruik en successierecht: lusten en lasten MR. RUDOLF L.M.C. JANSSEN 1 Het vruchtgebruiklegaat krijgt in het kader van nalatenschapsplanning vaak een prominente rol toebedeeld. De voordelen zijn
AdviesbureauJournaal SPECIAL
AdviesbureauJournaal SPECIAL ASR Adviesbureau Fiscale en Juridische Zaken januari 2010 Schenk- en erfbelasting Wetsvoorstel schenk- en erfbelasting 2010 is wet Op 3 november 2009 is het wetsvoorstel schenk-
2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap.
EPN-EXAMEN EXAMEN 17 JUNI 2011 (OCHTENDGEDEELTE) I ONDERDEEL HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 1. Geef aan welke vier varianten er bestaan op het geboed van finale verrekenbedingen en beschrijf de gevolgen voor
2014 -- Successiewet -- Deel 1
Successiewet les 1 programma Eén wet, twee belastingen Woonplaats Successierecht Wettelijk erfrecht en wettelijke verdeling Testamenten Wetsficties 1 Eén wet, twee belastingen De Successiewet bestaat uit:
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Wijziging van het besluit van 5 juli 2010, nr. DGB2010/872M, Stcrt. 2010, nr.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 18050 30 maart 2018 Wijziging van het besluit van 5 juli 2010, nr. DGB2010/872M, Stcrt. 2010, nr. 10783 Belastingdienst/Directie
Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten
Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Besluit van 15 oktober 2014, nr. BLKB2013M/1870M, Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende
JJJ de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen
JJJ de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen Aan de Vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal mr. R.F. Berck Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG mr.
Estate planning. Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen bij overgang van vermogen. Hulpmiddel Schijf van vijf. Géén schenkbelasting
Estate planning Stichting RB studiekring Utrecht, 11 november 2014 Mr. C.G.C. Engelbertink, Van Ewijk Estate Planning te Bussum Definitie van estate planning Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke
DE OORZAAK VAN EISBAARHEID VAN DE SUCCESSIERECHTEN...
Successierechten 1. INLEIDING...2 A. OMSCHRIJVING...2 B. ONDERSCHEID...2 1 Het eigenlijk successierechten...2 2 Het recht van overgang bij overlijden...2 3 Oneigenlijke gewestelijke belasting...2 4 Ontstaan
Recht van gebruik en bewoning
Recht van gebruik en bewoning MR. THEO C. HOOGWOUT 1 Recent zijn in de jurisprudentie de consequenties voor het schenkingsrecht en de overdrachtsbelasting van het afstand doen van het recht van gebruik
1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek
Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit
Het Vlaams Decreet van 19 december 2003 in werking sinds 1 januari 2004 wijzigt het schenkingsrecht in Vlaanderen.
DE NIEUWE VLAAMSE SCHENKINGSRECHTEN Wettelijk kader Het Vlaams Decreet van 19 december 2003 in werking sinds 1 januari 2004 wijzigt het schenkingsrecht in Vlaanderen. Tariefherschikking : art 131 W.Reg
ONTWERP VAN DECREET TEKST AANGENOMEN DOOR PLENAIRE VERGADERING
Zitting 2005-2006 5 juli 2006 ONTWERP VAN DECREET houdende vrijstelling van successierechten ten voordele van de langstlevende partner voor de nettowaarde van de gezinswoning TEKST AANGENOMEN DOOR PLENAIRE
Levering juridische eigendom na economische eigendomsoverdracht en de onherroepelijke volmacht
Levering juridische eigendom na economische eigendomsoverdracht en de onherroepelijke volmacht In deze bijdrage wordt ingegaan op de problematiek van een levering van juridische eigendom van een woning
Belastingrecht voor het ho 2014
Belastingrecht voor het ho 2014 Uitwerkingen opgaven Deel 7 Erfbelasting en schenkbelasting Henk Guiljam Noordhoff Uitgevers Groningen/Houten Belastingrecht voor het ho 2014 Uitwerkingen Noordhoff Uitgevers
Bijlage I Berekening waarde vruchtgebruik en periodieke uitkeringen 191. Bijlage II Afgeronde overlevingstafel (GBM/GBV ) 193
Inhoud Voorwoord 11 1 Erfrecht in vogelvlucht 13 1.1 Wettelijk erfrecht 13 1.2 Invloed huwelijk op nalatenschap 14 1.3 Wettelijke verdeling 15 1.3.1 Gevolgen van wettelijke verdeling voor erfbelasting
Informatiebijeenkomst Rabobank Flevoland 16 december. Successiewet 2010. I.s.m. notariskantoor van Der Weele
Informatiebijeenkomst Rabobank Flevoland 16 december Successiewet 2010 I.s.m. notariskantoor van Der Weele 0611083 1 mr. Jeroen van der Weele - Notaris 16 december 2009 Successiewet per 1 januari 2010
ten behoeve van het Rondetafelgesprek over wetsontwerp 31.930 (herziening successiewetgeving) op 23 september 2009
- 1 Position Paper ten behoeve van het Rondetafelgesprek over wetsontwerp 31.930 (herziening successiewetgeving) op 23 september 2009 Mr P. Blokland, notaris en estate planner te Tilburg, lid Wetenschappelijke
HANDREIKING VERWERKING EN WAARDERING VAN NALATENSCHAPPEN BELAST MET (VRUCHT)GEBRUIK Januari 2018
HANDREIKING VERWERKING EN WAARDERING VAN NALATENSCHAPPEN BELAST MET (VRUCHT)GEBRUIK Januari 2018 ALGEMEEN In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving zijn in RJ 640 Organisaties zonder winststreven en
Bachelor Thesis [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ]
Bachelor Thesis Naam : Jeffrey Rous Studierichting : Fiscale Economie ANR : s902350 Datum : 21/11/2009 Begeleider : Mr. S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ] Inhoudsopgave
Successiewet en rente na 1 januari 2010
Successiewet en rente na 1 januari 2010 Mr. Caroline J.M. Martens 1 Renteovereenkomsten en rentebepalingen in testamenten houden ons voortdurend bezig. Wanneer kan er successierecht en wanneer schenkingsrecht
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11993 7 juli 2011 Natuurschoonwet 29 juni 2011 Nr. BLKB2011/310M Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s/brieven
Kwartaalbericht Estate Planning, Knelpunten bij het Ik-opa-testament
Page 1 of 6 Kwartaalbericht Estate Planning, Knelpunten bij het Ik-opa-testament Bijgewerkt tot 2012-12-01. Knelpunten bij het Ik-opa-testament Auteur: Mr. J. Beers 1 Inleiding Wanneer de erflater naast
Schenken door (Neder)Belgen bij de Nederlandse notaris
Schenken door (Neder)Belgen bij de Nederlandse notaris Eerst tien jaar weg uit Nederland... Voor Nederbelgen heeft schenken over het algemeen pas zin als men meer dan tien jaar weg is uit Nederland. De
Natuurschoonwet 1928
Wet van 15 maart 1928, houdende regeling van sommige van landgoederen geheven belastingen tot bevordering van behoud van natuurschoon, laatstelijk gewijzigd bij Stb. 2009, 609 Artikel 1. 1. Deze wet verstaat
2009 -- Overdrachtsbelasting -- Deel 1
Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object
De overdracht van de ouderlijke woning aan de kinderen onder voorbehoud van een vruchtgebruik (deel 1)
Mr. Wim J.J.G. Speetjens 1 De overdracht van de ouderlijke woning aan de kinderen onder voorbehoud van een vruchtgebruik (deel 1) De bepalingen van de vruchtgebruiktitel zijn op de rechten van gebruik
ERFRECHT EN SCHENKING
MR. C. ASSER'S HANDLEIDING TOT DE BEOEFENING VAN HET NEDERLANDS BURGERLIJK RECHT ERFRECHT EN SCHENKING BEWERKT DOOR MR. S. PERRICK ADVOCAAT EN NOTARIS TE AMSTERDAM DERTIENDE DRUK KLUWER - DEVENTER - 2002
Overdrachtsbelasting -- Deel 1
Overdrachtsbelasting les 1 programma Inleiding overdrachtsbelasting Verkrijgingen Maatstaf van heffing Verandering in beperkt recht Hoe bij gezamenlijk eigendom Vrijstellingen Heffing en teruggaaf Object
Voorwoord 19 DEEL I SUCCESSIERECHTEN 21. HOOFDSTUK 1 Gewestelijk karakter Toestand vóór 1 januari
VGLSUCR_DO_1201.fm Page 3 Friday, September 14, 2012 9:53 AM INHOUDSTAFEL Voorwoord 19 DEEL I SUCCESSIERECHTEN 21 HOOFDSTUK 1 Gewestelijk karakter 23 1. Toestand vóór 1 januari 2002 23 2. Het Lambermont
NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER
NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER 1. Voor welke schenking is een notariële akte verplicht? A. Voor de schenking van een effectenportefeuille. B. Voor de schuldigerkenning uit vrijgevigheid
2. Wettelijke regeling tarief echtgenoten en partners
Successiewet 1956. Tarief. Verkrijging door aanstaande echtgenoot, aanstaande partner, ex-echtgenoot of ex-partner. Gemeenschappelijke huishouding bij opname in tehuis 1 Successiewet 1956. Tarief. Verkrijging
Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956
Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 Besluit van 20 juli 1956, ter uitvoering van de Successiewet 1956 Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz.,
Voorwoord bij de tweeëntwintigste druk / 13
Voorwoord bij de tweeëntwintigste druk / 13 Lijst van gebruikte afkortingen / 15 1 1.1 1.2 1.3 1.4 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3 Inleiding / 17 Korte historische schets / 17 Rechtsgronden / 20 Civielrechtelijke
Financiële Planning. Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ
Financiële Planning Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ Alisen Düzgün, financieel planner bestuursbureau SPMS [email protected] 030-6937680
Enkele belangrijke Wijzigingen in de Successiewet per 1 januari 2010
Enkele belangrijke Wijzigingen in de Successiewet per 1 januari 2010 Op 1 januari 2010 is de Successiewet 1956 gewijzigd. Er is veel gewijzigd. Hieronder zijn enkele wijzigingen vermeld welke ook voor
Inhoud. Inhoud... Titel 1. Juridische aspecten... 1. Hoofdstuk 1. Algemeen... 1
p. Inhoud... V Titel 1. Juridische aspecten.... 1 Hoofdstuk 1. Algemeen... 1 Hoofdstuk 2. Algemene beschouwingen over de schenking onder de levenden... 2 Afdeling 1. Definitie...... 2 Afdeling 2. Grondvereisten
10 November 2007 Estate Planner. Testamentair vruchtgebruik en de eigenwoningschuld MR. WIM J.J.G. SPEETJENS Het legaat van vruchtgebruik
Testamentair vruchtgebruik en de eigenwoningschuld MR. WIM J.J.G. SPEETJENS 1 In veel testamenten komt als beschikking voor het legaat van vruchtgebruik van de gehele nalatenschap of van bepaalde goederen
De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling
De aansprakelijkheid voor schulden der nalatenschap bij de wettelijke verdeling 1. Inleiding Wanneer men de problematiek van aansprakelijkheid voor en verhaalbaarheid van schulden van de nalatenschap bij
Schenken door (Neder)Belgen bij de Nederlandse notaris
Schenken door (Neder)Belgen bij de Nederlandse notaris Eerst tien jaar weg uit Nederland...?xml:namespace prefix = "o" ns = "urn:schemas-microsoft- com:office:office" /> Voor Nederbelgen heeft schenken
Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing
Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing 1 Overdrachtsbelasting. Maatstaf van heffing Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector Brieven & beleidsbesluiten Besluit van 19 februari
Hoe beveilig ik mijn partner?
Hoe beveilig ik mijn partner? Brussel, 22 oktober 2011 2 Agenda Planning tussen partners Samenwonenden Echtgenoten Civiel- en fiscaal statuut Instrumenten Van testament tot contract 3 Wettelijke bescherming
32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010)
Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Financiën datum 19 november 2010 Betreffende wetsvoorstel: 32401 Wijziging van enkele
de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen
de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen Ministerie van Justitie en Veiligheid Ingediend op https://www.internetconsultatie.nl/moderniseringpersonenvennootschap Amsterdam, 29
1. Inleiding. 2. Uitgangspunt
1. Inleiding In het geval u overweegt een vakantiewoning aan te kopen gelegen in Parc Les Etoiles wilt u wellicht meer weten over de mogelijke gevolgen voor de belastingheffing met betrekking tot de aankoop
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 27 789 Modernisering Successiewetgeving Nr. 19 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten:
EPN EXAMEN (ochtendgedeelte) 14 maart 2013 Vraagstuk I Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: De Successiewet 1956 is een verkrijgersbelasting (artikel 5, 24
1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012
BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:
2014 -- Successiewet -- Deel 2
Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht
En ik regeerde nog lang en gelukkig
UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM En ik regeerde nog lang en gelukkig Een uiteenzetting over een vruchtgebruiktestament en tweetrapsmaking Arco de Vries Studentnummer 5619092 Begeleiders: Prof. Dr. J.P.M. Stubbé
Welke aandelen kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet?
Mr. Almer M.A. de Beer 1 Welke aandelen kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet? Art. 4.6 Wet IB 2001 geeft antwoord op de vraag wie aanmerkelijkbelanghouder is De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten
De Private Stichting als modern alternatief voor successieplanning van ouders met een zorgenkind
De Private Stichting als modern alternatief voor successieplanning van ouders met een zorgenkind Annick Buggenhout Adviseur Estate Planning 18/10/2014 1 Agenda Uitgangspunt (praktijkvoorbeeld) Geen planning:
nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM Overdracht familiebedrijf - Schenkingsrechten
SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 360 van BART SOMERS datum: 16 juli 2015 aan ANNEMIE TURTELBOOM VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN BEGROTING, FINANCIËN EN ENERGIE Overdracht familiebedrijf
Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?
Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november
Inleiding. Artikel 10 Successiewet 1956: algemeen
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Mevrouw E.I. Kortlang Voorzitter van de Koninklijke Notariéle Beroepsorganisatie Postbus 16020 2500 BA DEN HAAG Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201
Erfrechtelijke verkrijgingen onder de loep
Erfrechtelijke verkrijgingen onder de loep In deze bijdrage wordt onderzocht hoe de verkrijgingen krachtens versterf en uiterste wil in economische zin uitwerken en hoe deze in de Successiewet worden behandeld.
Defiscalisering van schuldigerkenningen?
Defiscalisering van schuldigerkenningen? Defiscalisering in de Successiewet en in de Wet Inkomstenbelasting 2001 Naam: Anneke van Hooft ANR: S256947 Begeleider: I.J.F.A van Vijfeijken Datum: 24 juli 2009
32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:
- OVEREENKOMST - Schenking onder bewind van effecten ouder aan een meerderjarig kind
- OVEREENKOMST - Schenking onder bewind van effecten ouder aan een meerderjarig kind ONDERGETEKENDEN: De heer/mevrouw, geboren op. 19 te, wonende aan de.., ( ).., hierna ook te noemen "de Schenker", en
RECENTE ONWIKKELINGEN INZAKE SUCCESSIEPLANNING
1 RECENTE ONWIKKELINGEN INZAKE SUCCESSIEPLANNING De voorbije maanden waren er op het vlak van de Vlaamse fiscaliteit weer diverse wijzigingen die hun belang hebben voor successieplanning. Wij selecteerden
DE SUCCESSIE- EN SCHENKINGSRECHTEN: OFFICIËLE TARIEVEN
DE SUCCESSIE- EN SCHENKINGSRECHTEN: OFFICIËLE TRIEVEN De successie- en schenkingsrechten verschillen per gewest.. DE SUCCESSIERECHTEN EN DE SCHENKINGSRECHTEN IN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 1. SUCCESSIERECHTEN
Voor wat betreft de heffing van schenkbelasting gelden dezelfde, hierboven genoemde grondslagen.
ERFBELASTING IN FRANKRIJK Tarieven en vrijstellingen geldend per 1 januari 2018 Grondslagen voor heffing De Franse fiscus heft erfbelasting wanneer: a) de overledene in Frankrijk woont op het moment van
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Inkomstenbelasting. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3)
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 21344 29 december 2010 Inkomstenbelasting. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3) 19 december 2010 Nr. DGB2010/4308M,
Inkomstenbelasting. Giften
Inkomstenbelasting. Giften 1 Inkomstenbelasting. Giften Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven & beleidsbesluiten Besluit van 21 december 2007 nr. CPP2007/2873, Stcrt.
Gemeente Utrecht mevrouw mr. M.C. Don prof. dr. R.N.G. van der Paardt - belastingadviseur. fiscale aspecten omzetten erfpacht naar vol eigendom
Memorandum AAN T. A. V. VAN D A T U M 3 juli 2015 Gemeente Utrecht mevrouw mr. M.C. Don prof. dr. R.N.G. van der Paardt - belastingadviseur B E T R E F T fiscale aspecten omzetten erfpacht naar vol eigendom
ECLI:NL:PHR:2012:BY8780 Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie Datum publicatie Zaaknummer 12/01402
ECLI:NL:PHR:2012:BY8780 Instantie Parket bij de Hoge Raad Datum conclusie 14-12-2012 Datum publicatie 12-04-2013 Zaaknummer 12/01402 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken - Inhoudsindicatie
Bijlage 1: bouwstenennotitie schenk- en erfbelasting
Bijlage 1: bouwstenennotitie schenk- en erfbelasting 1. Inleiding bouwstenen voor schenk- en erfbelasting Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2014 zijn in zowel de Tweede als de Eerste Kamer diverse
