Inleiding. Artikel 10 Successiewet 1956: algemeen
|
|
|
- Eva Abbink
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 > Retouradres Postbus EE Den Haag Mevrouw E.I. Kortlang Voorzitter van de Koninklijke Notariéle Beroepsorganisatie Postbus BA DEN HAAG Korte Voorhout CW Den Haag Postbus EE Den Haag Uw brief (kenmerk) Bijlagen Datum 12 oktober 2009 Betreft wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet (kamerstukken 31930) artikel 10 SW en testamenten/vermogensverschuivingen tussen partners Geachte mevrouw Kortlang, Inleiding Uw brief van 30 september jl. aan mij en uw bericht van 8 oktober jl. aan de vaste commissie Financiën van de Tweede Kamer namens de KNB, inzake de wijzigingen van de Successiewet 1956, heb ik met belangstelling gelezen. Reacties uit de beroepspraktijk kunnen immers bijdragen aan het wegnemen van onvolkomenheden die het wetsvoorstel mogelijk nog in zich heeft. De opmerkingen van de KNB hebben met name betrekking op de werking van artikel 10 Successiewet Daarnaast brengt de KNB nog enkele andere punten naar voren. Hierna zal ik ingaan op de aanpassingen van artikel 10 Successiewet 1956 zoals de KNB die voorstaat. Daartoe schets ik eerst kort het algemene kader van artikel 10 Successiewet 1956, waarna ik vervolgens puntsgewijs inga op de in uw e- mail naar voren gebrachte punten. Daarnaast bespreek ik de vragen en opmerkingen die niet zien op de toepassing van artikel 10 Successiewet Artikel 10 Successiewet 1956: algemeen Artikel 10 Successiewet 1956 is een anti-ontgaansbepaling. Tijdens de parlementaire behandeling voorafgaand aan de totstandkoming van de huidige Successiewet is daarover gezegd: 'Deze bepaling heeft betrekking op rechtshandelingen, welke tot resultaat hebben de omzetting van aan de erflater voor het geheel of voor een onverdeeld aandeel toebehorende vermogensbestanddelen in genotsrechten, welke bij zijn dood eindigen.', en 'Bedoelde transacties toch, die tot resultaat hebben een verkleining van het Pagina 1 van 12
2 vermogen, waarover bij erflaters dood successierecht kan worden geheven, kunnen des te gemakkelijker worden aangegaan omdat de erflater zich bij zijn leven geen voelbare offers behoeft te getroosten, aangezien hij immers praktisch in het genot blijft van een equivalent van de uit het afgestane vermogen verkregen inkomsten.' Het artikel is derhalve van oudsher nodig geacht om te voorkomen dat de nalatenschap van de erflater wordt verkleind doordat hij tijdens zijn leven vererfbare eigendomsrechten omzet in niet-vererfbare genotsrechten. Wat met name van belang is, is dat de toekomstige erflater van de voorgenoemde omzetting tijdens zijn leven geen last heeft en zich dus geen voelbare offers heeft getroost. Nu artikel 10 Successiewet 1956 ervoor moet zorgen dat de nalatenschap van die erflater niet wordt verkleind, moet de nalatenschap worden hersteld naar de omvang zoals die zou zijn geweest als de omzetting in het genotsrecht niet had plaatsgevonden. Vanuit de erflater bezien is dat een juiste insteek, omdat hij zich gedurende zijn leven geen offers heeft getroost ten aanzien van goederen waarvan hij op het moment van zijn het genotsrecht heeft en niet meer het eigendomsrecht. Vanuit het oogpunt van de nalatenschap van de erflater wordt er niet meer in de heffing betrokken dan zijn nalatenschap zou zijn geweest als de rechtshandeling niet had plaatsgevonden. Dit kan er in een incidenteel geval toe leiden dat vanuit de verkrijger bezien een vermogensbestanddeel (deels) twee keer tot de grondslag van de erfbelasting wordt gerekend. In een dergelijke situatie is het wel van belang om vast te stellen dat het vermogensbestanddeel van twee verschillende erflaters wordt verkregen. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen bij een ik-opa testament of bij een turbotestament. In dit laatste geval is de dubbele heffing bij de verkrijger zoals de KNB dat noemt, door de Hoge Raad overigens gesanctioneerd in zijn arrest over het turbotestament (HR 19 juni 2009, BNB 2009/224). Daarmee onderkent de Hoge Raad dat artikel 10 een anti-ontgaansbepaling is, die beoogt te voorkomen dat de erflater zijn nalatenschap verkleint. Artikel 10 Successiewet 1956: specifiek Hieronder ga ik in op de punten zoals in de van 8 oktober genoemd. De door u gehanteerde volgorde houd ik daarbij zoveel mogelijk aan. Artikel 10, vijfde lid Artikel 10 Successiewet 1956 is niet van toepassing indien de wettelijke verdeling wordt toegepast. In dat geval ontbreekt de rechtshandeling van de erflater, zoals ook het geval is bij een zogenoemde ouderlijke boedelverdeling (OBV). Een economisch zelfde eindresultaat als de wettelijke verdeling kan worden bereikt indien de wettelijke verdeling is uitgeschakeld, maar door nabestaanden wordt verdeeld alsof de wettelijke verdeling van toepassing is. Op zich is in dat laatste geval artikel 10 Successiewet 1956 van toepassing, omdat daarvoor een rechtshandeling is verricht. Het kan zijn dat de wettelijke verdeling alleen is uitgeschakeld omdat de driemaandstermijn van artikel 4:18 BW te kort werd geacht. Aan deze situatie heb ik tegemoet willen komen door in het voorgestelde vijfde Pagina 2 van 12
3 lid van artikel 10 Successiewet 1956 een uitzondering op te nemen. Indien derhalve de nabestaanden een rechtshandeling (verdelingshandeling) plegen waardoor een situatie wordt bereikt die ook zou zijn bereikt indien er geen rechtshandeling was gepleegd (met andere woorden als de wettelijke verdeling van toepassing zou zijn geweest), is er reden om artikel 10 Successiewet 1956 niet toe te passen. De beslissing om zo te gaan verdelen, moet worden gemaakt bij het indienen van de aangifte. Dit is een logisch moment, omdat dan duidelijk moet zijn wat de omvang van ieders verkrijging zal zijn, anders is het doen van aangifte niet mogelijk. De verdelingshandelingen zelf kunnen meer tijd vragen. Daarom is, om tegemoet te komen aan kritiek van ondermeer de KNB, de termijn hiervoor gesteld op twee jaar na van de erflater. Hiermee wordt partijen voldoende de tijd gegeven om een en ander gestalte te geven. Het hiervoor weergegeven kader ten aanzien van de uitzondering die verband houdt met de gelijktrekking met de wettelijke verdeling, geeft meteen aan waarom deze uitzondering niet ook van toepassing is op partiële verdelingen of op de situatie waarin de erflater niet getrouwd was, maar sprake is van samenwoningpartners. Er is geen gelijke situatie ontstaan als ware er een wettelijke verdeling, zodat een uitzondering niet passend is. Overigens kunnen samenwoners uit de voeten met legaten tegen inbreng tegen schuldigerkenning. In dat geval is ook sprake van een rechtshandeling waarbij de erflater eigen vermogen omzet waarvan hij tijdens zijn leven zich geen voelbaar offer heeft getroost. Indien een legaat tegen inbreng van de waarde op alle goederen wordt uitgeoefend, ontstaat economisch echter dezelfde eindsituatie als die zou zijn ontstaan als de wettelijke verdeling wel had kunnen worden toegepast. Vanwege de gelijkenis met de wettelijke verdeling en de maatschappelijke gebruikelijkheid van het legaat tegen inbreng van de waarde, heb ik bij tweede nota van wijziging ook deze situatie uitgezonderd van de toepassing van artikel 10 Successiewet 1956 indien het legaat ziet op de verkrijging van volle eigendom. Met deze uitzondering voor het legaat tegen inbreng van de waarde hebben samenwoners voldoende de mogelijkheid om zonder gevolgen voor artikel 10 Successiewet 1956 een situatie te bereiken als die bij een wettelijke verdeling. Een nadere uitzondering is dus niet nodig en zou bovendien te zeer indruisen tegen het civielrechtelijke uitgangspunt dat een wettelijke verdeling alleen van toepassing is tussen gehuwden. De uitzondering voor legaten ziet overigens niet alleen op een legaat voor alle goederen, omdat ook in geval van een wettelijke verdeling via legaten goederen bij anderen terecht kunnen komen dan bij de langstlevende. Ik-opa testamenten Sinds het arrest van de Hoge Raad over het turbotestament (HR 19 juni 2009, BNB 2009/224), is duidelijk geworden dat het aanvaarden van een legaat een rechtshandeling vormt in de zin van artikel 10 Successiewet Dit geldt ook voor een ik-opa testament met lastbevoordeling Pagina 3 van 12
4 (hierna ik-opa testament). Hierin brengt de herziening van de Successiewet 1956 geen enkele wijziging. Een alternatieve ik-opa making, waarbij aan het kleinkind de blote eigendom van een vermogensbestanddeel wordt gelegateerd, valt niet onder artikel 10. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin het kleinkind tot erfgenaam wordt benoemd en het kind het vruchtgebruik van het vermogen van opa verkrijgt. In deze vruchtgebruikvarianten is weliswaar ook een rechtshandeling gepleegd, maar is er niets ten koste van het vermogen van de erflater (het kind van opa) gegaan. Hij heeft geen eigen vermogen omgezet in een genotsrecht. Bij een ik-opa testament heeft de erflater dat wel gedaan, zodat artikel 10 Successiewet 1956 van toepassing is. Vanuit de nalatenschap van de erflater bezien, vindt dan een juiste heffing plaats. Zijn nalatenschap wordt belast naar de grondslag zoals die zou zijn geweest als er geen eigendomsrechten waren omgezet in genotsrechten. De KNB is van mening dat artikel 10 Successiewet 1956 hier deels niet zou moeten worden toegepast, omdat ten aanzien van de vordering bij het kleinkind tweemaal wordt geheven: één keer bij het van opa over de blote eigendomswaarde en één keer bij het van het kind over de nominale waarde. Een ander argument dat wordt aangevoerd, is dat als sprake was geweest van een vruchtgebruiktestament de heffing lager zou zijn uitgevallen. Dubbele heffing is niet sympathiek en dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Voor de onderhavige situatie deel ik de mening van de KNB echter niet dat 1) sprake is van een dubbele heffing en 2) dat sprake is van een situatie van een dermate hardheid dat een voorziening geboden is. Hierna zal ik dit standpunt nader toelichten. Ik-opa testamenten hebben mede een fiscale achtergrond. Niet is beoogd dezelfde situatie te creëren als die zou zijn ontstaan bij een vruchtgebruiktestament. Beoogd is het creëren van een nominale schuld in het vermogen van het kind, die onder omstandigheden zelfs groter kan zijn dan het eigen vermogen van het kind, waardoor bij het van het kind zijn eigen vermogen (deels) onbelast vererven naar het kleinkind. Ter toelichting het volgende voorbeeld, waarbij is gerekend met dezelfde omvang van vermogens van opa en het kind als in uw brief. Dit betekent dat opa een vermogen heeft van en het kind ook In een ik-opa testament is doorgaans bepaald dat de verkrijging van het kleinkind niet tegen een hoger tarief belast mag zijn dan dat van het kind. Een verkrijging van is onder de huidige Successiewet 1956 belast tegen een toptarief van 19%. De verkrijging van het kleinkind mag dan maximaal bedragen (tarief 12,8%). Dit is de blote eigendomswaarde van de vordering die het kleinkind verkrijgt bij het van opa. De nominale waarde van de schuld van het kind is vervolgens afhankelijk van de leeftijd van het kind ten tijde van het van opa: Leeftijd kind 20-30: vruchtgebruik 90%, blote eigendom 10%: nominale schuld: Leeftijd kind 30-40: vruchtgebruik 84%, blote eigendom 16%: nominale schuld: Leeftijd kind 40-50: vruchtgebruik 78%, blote eigendom 22%: nominale schuld: Pagina 4 van 12
5 Leeftijd kind 50-60: vruchtgebruik 72%, blote eigendom 28%: nominale schuld: In de hier opgenomen tabel is aangegeven wat de fiscale gevolgen zonder toepassing van artikel 10 Successiewet 1956 zouden zijn (bedragen zijn afgerond). 1. Opvolgende vererving 2. Kind jaar Blote eigendom vordering 45 nominaal Kind jaar Blote eigendom vordering 45 nominaal Kind jaar Blote eigendom vordering 45 nominaal Kind jaar Blote eigendom vordering 45 nominaal 162 grondslag kind grond slag kleinkind totaal opa grondslag kind zonder art totaal 1e en 2e Uit de tabel blijkt dat met een ik-opa testament het vermogen van het kind wordt uitgehold. Daarop ziet artikel 10 Successiewet Artikel 10 Successiewet 1956 beoogt de omvang van de nalatenschap van de erflater te beschermen en reconstrueert deze alsof de betreffende rechtshandeling en de omzetting in het genotsrecht niet had plaatsgevonden. Daarmee brengt artikel 10 Successiewet 1956 in dit geval de situatie terug naar de Pagina 5 van 12
6 situatie dat er geen schuld van het kind aan het kleinkind zou zijn geweest. Dit heeft tot gevolg dat evenveel in de grondslag wordt betrokken als bij de standaardvererving opa - kind - kleinkind, namelijk 600. Het is naar mijn mening terecht dat artikel 10 tot gevolg heeft dat een gelijke uitkomst wordt bereikt als bij een standaardvererving het geval zou zijn geweest. Immers het kind heeft zich gedurende zijn leven geen voelbaar offer getroost; hij heeft geen last gehad van de schuld. De schuld moet daarom worden genegeerd bij het van het kind. Hiermee wordt in totaal de juiste grondslag in de heffing betrokken. Ik deel de mening van de KNB dan ook niet dat sprake is van een dubbele heffing. Zelfs in het geval als deze vergelijking wel zou worden gemaakt, dan nog komt de totale grondslag alleen hoger uit als het kind ten tijde van het van opa 50 jaar of ouder is (zonder toepassing van artikel 10 Successiewet 1956). 1 In alle andere gevallen wordt het vermogen van het kind uitgehold indien artikel 10 niet van toepassing zou zijn. De Hoge Raad heeft echter beslist dat sprake is van een artikel 10 rechtshandeling, zodat dit fiscale beoogde resultaat niet wordt behaald. Men had het ook anders kunnen doen, maar heeft voor deze variant gekozen met als nevendoelstelling om het vermogen van het kind uit te hollen bij zijn door de hoge nominale schuld die ontstaat bij zijn. Nu het tegengaan van uitholling van de grondslag één van de speerpunten is die ik met de gewijzigde Successiewet 1956 probeer te bereiken, is een voorziening hier niet op zijn plaats. Bovendien stel ik vast dat de Belastingdienst geen beleidsuitlating heeft gedaan waarin is aangegeven dat een ik-opa testament bij het van het kind (tussenliggende generatie) niet tot toepassing van artikel 10 Successiewet 1956 zou leiden, zodat ook om die reden geen aanleiding is om een voorziening te treffen. Kortom: ik zie geen klemsituatie voor belastingplichtigen die voor de wetgever aanleiding zou moeten zijn om een voorziening te treffen. Daar komt bij dat dergelijke regelgeving zowel erg ingewikkeld zou worden als het risico met zich mee brengen dat in andere situaties die terecht onder artikel 10 vallen er onbedoeld ook gebruik van zouden kunnen maken. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een turbotestament. Zie de als bijlage toegevoegde tabel van de gevolgen voor het achterwege laten van artikel 10 Successiewet 1956 bij een turbotestament. Omdat bij de herziening van de Successiewet 1956 eenvoud, toegankelijkheid en evenwichtigheid voorop hebben gestaan, acht ik een verdere verfijning van artikel 10 niet op zijn plaats. Vanwege de werking van artikel 10 zal een ik-opa testament waarschijnlijk niet meer worden geadviseerd. Dit wil niet zeggen dat opa zijn kleinkind niets kan nalaten. Er zijn voldoende alternatieven. Zie ook hierna onder het kopje legaat van een geldsom. Voor nog open te vallen nalatenschappen van opa s geldt, dat toekomstige artikel 10 heffing kan worden voorkomen doordat het kleinkind de lastbevoordeling niet accepteert. Hoewel er dan een rechtshandeling wordt gepleegd, is er niets ten koste van erflaters vermogen gegaan. Omdat de lastbevoordeling 1 Overigens is in dat geval de belasting bij het van opa bij een vruchtgebruiktestament hoger, omdat het tarief van het kleinkind hoger ligt dan die voor het kind. Pagina 6 van 12
7 doorgaans is begrensd tot het een omvang waarbij het tarief van de erfbelasting van het kleinkind niet groter is dan het tarief voor het kind, leidt de toepassing van artikel 30 Successiewet 1956 in die gevallen niet tot nadeel. Voor reeds aanvaarde ik-opa lastbevoordelingen merk ik op dat wat u in uw bericht als dubbele heffing aanduidt, zoals hiervoor gemotiveerd, naar mijn mening niet aan de orde is en dat de heffing niet wordt opgeroepen door enige wetswijziging. De herziening van de Successiewet 1956 brengt de ik-opa lastbevoordeling niet onder artikel 10 Successiewet 1956 daar waar dat tot nu toe niet mogelijk zou zijn geweest. De enige uitbreiding is de verheldering ten aanzien van de niet mede handelende echtgenoot. De literatuur neemt toepassing van artikel 10 in een dergelijk geval aan bij het van de niet mede handelende echtgenoot. Nu rechtbank Haarlem daar anders over denkt, heb ik, ook al loopt daartegen hoger beroep, de rechtszekerheid willen dienen door artikel 10 op dit punt te verduidelijken (Rb Haarlem, 11 juni 2009, NTFR 2009/1510). Overigens geeft ook rechtbank Haarlem aan dat artikel 10 Successiewet 1956 van toepassing zou moeten zijn bij een ikopa testament. Ik zie dan ook geen noodzaak voor het geven van overgangsrecht. Legaat van een geldsom Indien een opa 1000 wil laten toekomen aan zijn kleinkind, opeisbaar bij het van oma, hangt de toepassing van artikel 10 bij het van oma af van de vormgeving in het testament. Indien de blote eigendom van 1000 wordt gelegateerd, is artikel 10 niet van toepassing. Indien oma de 1000 als lasthebber schuldig erkent aan het kleinkind, is artikel 10 wel van toepassing. In het eerste geval is er niets ten koste van het vermogen van oma gegaan, in het tweede geval wel. In het eerste geval is uitholling van het vermogen van oma niet mogelijk, in het tweede geval wel (vergelijk het ik-opa testament zoals hiervoor beschreven). Dat de vormgeving het doorslaggevende verschil maakt, is binnen het kader van artikel 10 bezien een logische en geaccepteerd verschijnsel. Indien opa zijn kleinkind als erfgenaam aanwijst en het vruchtgebruik legateert aan zijn kind, is artikel 10 niet van toepassing. Wijst hij zijn kind als erfgenaam aan onder de last de blote eigendom over te dragen, is artikel 10 wel van toepassing. Immers dan is er wel een genotsrecht gevestigd ten koste van het vermogen van het kind. Men kiest in de praktijk voor de eerste variant. Juist omdat er een goed toegankelijk alternatief is, is er geen noodzaak om tegemoetkomingen in de wet op te nemen voor de gevallen die wel leiden tot toepassing van de fictie. Hetzelfde geldt voor de ik-opa testamenten onder de last om een bedrag schuldig te erkennen, zoals hiervoor reeds aangegeven. Keuzetestamenten Uit het voorafgaande blijkt hoe de toepassing van artikel 10 Successiewet 1956 verloopt in geval van zogenoemde keuzetestamenten. Afhankelijk van de keuze (bijvoorbeeld een verdeling door de nabestaanden alsof de Pagina 7 van 12
8 wettelijke verdeling van toepassing zou zijn geweest, danwel een partiële verdeling) zal in het ene geval artikel 10 niet, en in het andere geval artikel 10 wel van toepassing zijn. Waarom ik alleen voor enige specifieke situaties een reden aanwezig acht om een uitzondering te verlenen, heb ik al gemotiveerd onder het kopje artikel 10, vijfde lid. Buitenwettelijke genotsrechten Het bij tweede nota van wijziging voorgestelde zevende lid van artikel 10 Successiewet 1956 maakt een uitzondering op de toepassing van de fictiebepaling ingeval van zogenoemde blote eigendoms wilsrechten. Bij deze herziening is telkens beoogd situaties zoals die zich kunnen voordoen bij toepassing van de wettelijke verdeling voor de erfbelasting glad te laten verlopen. Voor de zogenoemde buitenwettelijke wilsrechten geldt dat een erflater in zijn testament wilsrechten kan uitbreiden. Hoewel de testamentaire wilsrechten dus een bron hebben in het erfrecht, geeft het Burgerlijk Wetboek geen nader kader waarbinnen deze wilsrechten kunnen worden verleend. De uitzondering heb ik daarom beperkt tot de wel omschreven wettelijke wilsrechten van artikelen 4: 19 en 21 BW. Resolutie 30 november 1964 De resolutie van 30 november 1964 behelst dat voor artikel 10 Successiewet 1956 de waarde van een ten koste van het vermogen van erflater gekomen onroerende zaak niet hoger wordt gesteld dan de waarde op het tijdstip waarop de rechtshandeling, die tot toepassing van artikel 10 heeft geleid, plaats vond. Deze tegemoetkoming past bij nader inzien niet goed bij het karakter van artikel 10. Dit artikel beoogt immers bepaalde rechtshandelingen voor de heffing van erfbelasting te negeren. In de gedachte van artikel 10 wordt het betreffende vermogensbestanddeel geacht krachtens erfrecht door het te zijn verkregen. Daarbij hoort een waardering op het moment van, overigens naar de toestand ten tijde van de verrichte rechtshandeling. Bij de aangekondigde intrekking van de resolutie is overwogen of er een overgangssituatie voor bestaande gevallen zou moeten gelden. Daarvan is afgezien omdat het nadeel van een ongelijke waardering in gelijktijdig openvallende nalatenschappen, afhankelijk van het moment van de rechtshandeling, groter is geoordeeld dan het nadeel dat bestaande vooruitzichten worden doorkruist. Quasi-stiefkinderen Stiefkinderen, kinderen van de echtgenoot van de erflater die niet zijn eigen kinderen zijn, worden in de Successiewet gelijk gesteld met eigen kinderen. Dit geldt niet voor de kinderen van de partner waarmee schenker of erflater ongehuwd samenwoont. Hoewel ik met de KNB sympathie heb voor de gedachten ook deze kinderen voor de Successiewet 1956 als eigen kinderen in de heffing te betrekken, heb ik hiervoor geen budgettaire dekking in het kader van de gehele herziening van de wet. Pagina 8 van 12
9 Indien deze in de toekomst wel gevonden wordt, deel ik de mening dat de bepleitte gelijkschakeling hoog op het prioriteitenlijstje staat. Vermogensverschuiving tussen partners Op grond van reeds lang geldende rechtspraak is het opheffen van bestaande huwelijkse voorwaarden waardoor de wettelijke gemeenschap van goederen tussen partijen gaat gelden, geen schenking inhoudt (HR 28 januari 1959, BNB 1959/122). Daarbij heeft de Hoge Raad aangegeven dat voor het vast stellen wie is bevoordeeld niet beslissend is hetgeen door de boedelmening geschiedt, maar wat bij het einde van de huwelijksgemeenschap in verband met het gegeven saldo van de vermogensverschuivingen het resultaat voor de dan weer afzonderlijk bestaande vermogens van de echtgenoten blijkt te zijn. Een dergelijke (uitgestelde) heffing van schenkbelasting kent, zo stelt de Hoge Raad vast, geen aanknopingspunt in de Successiewet. Uit het arrest blijkt dat de bijzonderheid waardoor niet aan een schenking wordt toegekomen niet ligt in het feit dat partijen echtgenoten van elkaar zijn, maar in het feit dat tussen hen een algehele wettelijke gemeenschap van goederen ontstaat, waarvan op het moment van het ontstaan van de gemeenschap nog niet duidelijk is of er een bevoordeling is. In het besluit van 14 oktober 2008, nr. CPP2008/1426M, Stcrt. nr. 207 heb ik aangegeven dat dit ook geldt bij een overgang naar een wederkerig finaal verrekenbeding alsof de echtgenoten in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd. Een soortgelijke uitzondering geldt echter niet indien tussen twee in zogenoemde koude uitsluiting met elkaar gehuwde echtelieden een beperkte huwelijksgemeenschap voor bijvoorbeeld een pand wordt aangegaan. Indien één van de echtgenoten dit pand inbrengt en de andere echtgenoot brengt niet dezelfde waarde in, dan is de waardeverschuiving voltooid en duidelijk. Voor de schenkbelasting bestaat er geen partnervrijstelling en voor de erfbelasting geen algehele partnervrijstelling. Indien vermogensverschuivingen tussen partners tijdens leven nooit als een schenking zouden worden aangemerkt, wordt als het ware een volledige partnervrijstelling tijdens leven ingevoerd. Een dergelijk gevolg van de uitzondering in de schenkbelasting zoals de KNB die bepleit, past dan ook niet in de bestaande systematiek van de Successiewet Op voorhand kan ik overigens niet aangeven of een vermogensverschuiving van de ene naar de andere echtgenoot wel of geen schenking in zal houden. Of een schenking in een concreet geval aanwezig is, is immers voor geen enkele situatie te geven, dus ook niet voor de situatie tussen twee echtgenoten. Steeds zal in het individuele geval moeten worden vastgesteld of sprake is van de voor het aannemen van een schenking vereiste elementen, waaronder de bevoordelingsbedoeling. Of is voldaan aan de vereiste elementen hangt af van de omstandigheden van het geval, zoals dat ook geldt voor vermogensverschuivingen tussen anderen dan echtgenoten. Overigens kan een concreet geval aan de inspecteur worden voorgelegd voor zekerheid vooraf over de gevolgen voor het schenkingsrecht. Verder wijs ik nog op het besluit van 14 oktober 2008, nr. CPP2008/1426M, Stcrt. nr. 207 waarin ik heb goedgekeurd dat Pagina 9 van 12
10 met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) voor bepaalde situaties (bijvoorbeeld omdat het aangaan van de huwelijksgemeenschap berust op een misverstand) heb goedgekeurd dat in algehele gemeenschap van goederen gehuwden alsnog huwelijkse voorwaarden kunnen opmaken, zonder dat schenkingsrecht is verschuldigd als daardoor de onderlinge vermogenspositie wijzigt. Hoogachtend, De Staatssecretaris van Financiën, namens deze, mevr. drs. A.J.F.M. Deckers Directeur Directe belastingen Pagina 10 van 12
11 Bijlage: gevolgen turbotestament Omvang nalatenschap eerst overledene: 100 Eigen vermogen langstlevende: 100 Vermogens blijven gelijk 1. normaal vruchtgebruiktesta ment 2. langstlevende vruchtgebruik nalatenschap met last blote eigendom van eigen vermogen in te brengen in nalatenschap (turbotestament) grondslag langstlevende grondslag kind totaal eerste grondslag langstlevende zonder totaal 1e en 2e grondslag langstlevende met totaal 1e en 2e art. 10 art n.v.t Uit de tabel blijkt dat in geval van een turbotestament in totaal 100 minder belast zou worden als artikel 10 niet van toepassing zou zijn. Artikel 10 zorgt ervoor dat de nalatenschap van de erflater weer wordt hersteld, zodat zijn grondslag niet wordt uitgehold. Vanuit het kind bezien, wordt deze bij het van de eerste ouder belast over de blote eigendom van het vermogen (40) van de nog levende ouder en als deze overlijdt nog een keer over de volle eigendom (100). Hierdoor lijkt het alsof bij het kind dubbele heffing optreedt. Dit is echter niet het geval. Er wordt ten eerste verkregen van twee verschillende erflaters en ten tweede zou zonder toepassing van artikel 10 te weinig bij het kind worden belast. Als het kind een voorziening wordt gegeven van 40, wordt in totaal 160 in de grondslag betrokken in plaats van 200, dus minder dan bij een fiscaal normaal testament zoals het vruchtgebruiktestament is. Dan kan naar mijn mening niet de bedoeling zijn. De turbotestamenten komen voor, omdat daar een hoger fiscaal doel achter zat: geen heffing bij van de langstlevende. Men wilde dus fiscaal een beter resultaat bereiken dan bij een vruchtgebruiktestament. Evenmin als bij de ik-opa testamenten het geval is, zie ik niet in waarom voor dit soort situaties een voorziening moet worden getroffen. Pagina 11 van 12
12 Pagina 12 van 12
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur
Datum 22 oktober 2009 Betreft Wetsvoorstel tot wijziging van de Successiewet (kamerstukken 31 930)
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.minfin.nl Inlichtingen mw. mr. G.J. van Es
Voorwoord bij de tweeëntwintigste druk / 13
Voorwoord bij de tweeëntwintigste druk / 13 Lijst van gebruikte afkortingen / 15 1 1.1 1.2 1.3 1.4 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3 Inleiding / 17 Korte historische schets / 17 Rechtsgronden / 20 Civielrechtelijke
Bachelor Thesis [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ]
Bachelor Thesis Naam : Jeffrey Rous Studierichting : Fiscale Economie ANR : s902350 Datum : 21/11/2009 Begeleider : Mr. S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst [HET (SUPER)TURBOTESTAMENT EN DE TURBOVERDELING ] Inhoudsopgave
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Wijziging van het besluit van 5 juli 2010, nr. DGB2010/872M, Stcrt. 2010, nr.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 18050 30 maart 2018 Wijziging van het besluit van 5 juli 2010, nr. DGB2010/872M, Stcrt. 2010, nr. 10783 Belastingdienst/Directie
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Schenk- en erfbelasting. Toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 57602 1 november 2016 Schenk- en erfbelasting. Toepassing van artikel 9, 10 en 15 van de Successiewet 1956 18 oktober
1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek
Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 10783 13 juli 2010 Schenk- en erfbelasting. Verkrijging door aanstaande of voormalige echtgenoot of partner. Wijziging
Voorbeelden Schenkbelasting Voorbeeld 1
Onderstaande voorbeelden zijn afkomstig uit de Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2018 De volledige tekst kunt u vinden via onderstaande link https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2017/09/19/overige-fiscale-maatregelen-
2014 -- Successiewet -- Deel 1
Successiewet les 1 programma Eén wet, twee belastingen Woonplaats Successierecht Wettelijk erfrecht en wettelijke verdeling Testamenten Wetsficties 1 Eén wet, twee belastingen De Successiewet bestaat uit:
Kwartaalbericht Estate Planning, Knelpunten bij het Ik-opa-testament
Page 1 of 6 Kwartaalbericht Estate Planning, Knelpunten bij het Ik-opa-testament Bijgewerkt tot 2012-12-01. Knelpunten bij het Ik-opa-testament Auteur: Mr. J. Beers 1 Inleiding Wanneer de erflater naast
Schenkings- en successierecht
Page 1 of 5 Netwerk Notarissen Centrale Organisatie Lt. Gen. Van Heutszlaan 8 3743 JN Baarn T: (035) 577 27 07 F: (035) 695 28 95 E: [email protected] Schenkings- en successierecht Inhoudsopgave: Schenkingsrecht
EPN-EXAMEN 17 JUNI 2011 (OCHTENDGEDEELTE)
EPN-EXAMEN 17 JUNI 2011 (OCHTENDGEDEELTE) I ONDERDEEL HUWELIJKSVERMOGENSRECHT Pieter (65) en Margot (63) zijn reeds vele jaren gehuwd. Zij hebben samen drie kinderen, Albert, Bernard en Carla.De echtgenoten
Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken)
Mr. Caroline J.M. Martens 1 Wettelijke verdeling, ouderlijke boedelverdeling en rente(afspraken) De verkrijging krachtens de renteafspraak is een verkrijging op grond van een fictiebepaling In deze bijdrage
Onder voorwaarden getrouwd of geregistreerd
Onder voorwaarden getrouwd of geregistreerd Van Kaam Notarissen Someren, Witvrouwenbergweg 8a, tel. (0493) 49 43 52 Wat is... Wie gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap wil aangaan en de verdeling
Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten
Overdrachtsbelasting. Belastbaar feit Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 14-12-2011, nr. BLKB/2011/1803M, Staatscourant 2011, nr. 23104 De staatssecretaris
Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil
Vergeten testament. Informele wil 1 Successierecht. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,
Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 4 april 2018) Inleiding
Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 4 april 2018) Inleiding Op 1 april 2017 zijn de maatregelen van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen in werking
Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 13 oktober 2017)
Handreiking ODV-aanspraken en overlijden (versie 13 oktober 2017) Inleiding Op 1 april 2017 zijn de maatregelen van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen in
1.1 Gebruikte begrippen en afkortingen
Overdrachtsbelasting. Belastbaar feit Directoraat-generaal Belastingdienst, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 29 juni 2011, nr. BLKB2011/137M, Staatscourant 7 juli 2011, nr. 12049 De staatssecretaris
Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Het huwelijksvermogensrecht Wat is het belang van het huwelijksvermogensrecht?... 5 Gemeenschap van goederen... 5 Verdeling... 5 Wat behoort tot het gemeen schappelijk vermogen?...
Estate Planning. Leo Brunt FFP
Estate Planning Leo Brunt FFP 1.900.000.000 Miljoenen Nota 150.000 Door welke bril bekijk je het? Juridisch Fiscaal En wanneer bekijk je het? Tijdens het leven Inventarisatie is noodzakelijk Juridisch
NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER
NIBE-SVV, 2015 OEFENEXAMEN SCHENK- EN ERFWIJZER 1. Voor welke schenking is een notariële akte verplicht? A. Voor de schenking van een effectenportefeuille. B. Voor de schuldigerkenning uit vrijgevigheid
INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010
INFOKAART TESTAMENTEN Versie november 2010 Informatie over langstlevende testamenten en het " tweetrapstestament " Hieronder heb ik enige voorbeelden en uitwerkingen van diverse testamentvormen weergegeven,
Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 Successiewet 1956
Regelingen en voorzieningen CODE 3.3.1.214 Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 Successiewet 1956 tekst bronnen Besluit van de staatssecretaris van Financiën d.d. 4.4.2012 Nr. BLKB2012/103M, zoals gepubliceerd
Aanvaarden Het accepteren van een erfdeel, inclusief de schulden. Hierdoor wordt iemand erfgenaam.
Erfrecht Woordenboek Op onze website heb je een hoop moeilijke woorden en vaktermen gezien. We hebben steeds geprobeerd die goed uit te leggen. Waarschijnlijk lees je de komende tijd documenten die bol
2014 -- Successiewet -- Deel 2
Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht
Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956
Erfbelasting. Toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 4 april 2012, nr. BLKB2012/103M, Staatscourant
De overdracht van de ouderlijke woning aan de kinderen onder voorbehoud van een vruchtgebruik (deel 2)
Mr. Wim J.J.G. Speetjens 1 De overdracht van de ouderlijke woning aan de kinderen onder voorbehoud van een vruchtgebruik (deel 2) Eindigt het vruchtgebruik door opzegging door de vruchtgebruiker, dan fingeert
2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap.
EPN-EXAMEN EXAMEN 17 JUNI 2011 (OCHTENDGEDEELTE) I ONDERDEEL HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 1. Geef aan welke vier varianten er bestaan op het geboed van finale verrekenbedingen en beschrijf de gevolgen voor
2. Wettelijke regeling tarief echtgenoten en partners
Successiewet 1956. Tarief. Verkrijging door aanstaande echtgenoot, aanstaande partner, ex-echtgenoot of ex-partner. Gemeenschappelijke huishouding bij opname in tehuis 1 Successiewet 1956. Tarief. Verkrijging
ESTATE PLANNING. I. Schenking
ESTATE PLANNING Estate planning, ofwel nalatenschapsplanning, wordt wel omschreven als een geheel van maatregelen om te bereiken dat het vermogen op zo goed mogelijke wijze overgaat op de erfgenamen. Vaak
Bijlage I Berekening waarde vruchtgebruik en periodieke uitkeringen 191. Bijlage II Afgeronde overlevingstafel (GBM/GBV ) 193
Inhoud Voorwoord 11 1 Erfrecht in vogelvlucht 13 1.1 Wettelijk erfrecht 13 1.2 Invloed huwelijk op nalatenschap 14 1.3 Wettelijke verdeling 15 1.3.1 Gevolgen van wettelijke verdeling voor erfbelasting
Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten
Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U betaalt pas als het bedrag van de erfenis of schenking hoger is dan de vrijstelling Estate planning Fiscaal voordelig vermogen nalaten U denkt er misschien
Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?
Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november
De heer P. Groothuizen. Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen
De heer P. Groothuizen Datum: 02 januari 2015 Samengesteld door: Anneke Janssen Geachte heer P. Groothuizen, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een
Levering juridische eigendom na economische eigendomsoverdracht en de onherroepelijke volmacht
Levering juridische eigendom na economische eigendomsoverdracht en de onherroepelijke volmacht In deze bijdrage wordt ingegaan op de problematiek van een levering van juridische eigendom van een woning
Levensverzekering, premiesplitsing. Jasper Commandeur Fiscalist bij Reaal
Levensverzekering, premiesplitsing en erfbelasting Jasper Commandeur Fiscalist bij Reaal 1 Met een overlijdensrisicoverzekering kun je met de verzekeraar afspreken dat iemand na een overlijden een eenmalig
Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten
Schenk- en erfbelasting. Internationale aspecten Besluit van 15 oktober 2014, nr. BLKB2013M/1870M, Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende
In enkele artikelen van mijn hand is ingegaan op het Franse erfrecht. Naast het civiele recht, speelt echter ook het fiscale recht: de erfbelasting.
Henriette van Zelm van Eldik Office de Maître Paul-Etienne DUPONT, Notaire 81-83 Avenue Ledru Rollin 75012 PARIS Tel : + 33(0)1.71.19.45.28 Fax: + 33(0)1.43.43.17.56 [email protected]
VOORBEELD. Voorbeeld: Als de nalatenschap 100 bedraagt en er naast de langstlevende partner drie kinderen zijn, erft
Geachte heer Test, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een testament nodig hebt, is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor is de hoogte
Enkele belangrijke Wijzigingen in de Successiewet per 1 januari 2010
Enkele belangrijke Wijzigingen in de Successiewet per 1 januari 2010 Op 1 januari 2010 is de Successiewet 1956 gewijzigd. Er is veel gewijzigd. Hieronder zijn enkele wijzigingen vermeld welke ook voor
Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten:
EPN EXAMEN (ochtendgedeelte) 14 maart 2013 Vraagstuk I Het antwoord van de examenkandidaat moet tenminste de volgende onderdelen bevatten: De Successiewet 1956 is een verkrijgersbelasting (artikel 5, 24
Estate planning. Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke gevolgen bij overgang van vermogen. Hulpmiddel Schijf van vijf. Géén schenkbelasting
Estate planning Stichting RB studiekring Utrecht, 11 november 2014 Mr. C.G.C. Engelbertink, Van Ewijk Estate Planning te Bussum Definitie van estate planning Inventarisatie van civiel- en fiscaalrechtelijke
Datum 6 juni 2012 Betreft: Vragen van de leden Omtzigt en Van Bochove over de erfbelasting over een niet verkochte woning
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's Gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl
Belastingadviesbureau Groenemans WELKOM. Henk Groenemans CB RB Msc. Register Belastingadviseur
Belastingadviesbureau Groenemans WELKOM Henk Groenemans CB RB Msc. Register Belastingadviseur Koren 16 a 0492-841336 5731 LC Mierlo u 06-24243155 Nederland [email protected] Vliegert Mierlo, 15 november
32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010)
Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Financiën datum 19 november 2010 Betreffende wetsvoorstel: 32401 Wijziging van enkele
Testamenten lezen. Inleiding en onderwerpen. Tot stand komen van een testament 03-09-15. en andere notariële zaken
Testamenten lezen en andere notariële zaken Janien Zomer Carina Hudepohl Inleiding en onderwerpen Het opmaken van een testament Wettelijk erfrecht Verschillende soorten testamenten De executeur Erven De
Naar aanleiding van uw brief van 8 februari 2012 heb ik de eer het volgende op te merken.
I f^l öobuicq3~o\ Den Haag, 2 O MRT 2012 Kenmerk: DGB 2012-753 TL Motivering van liet beroepsciirir: in cassatie (rolnummer 12/00641) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-gravenhage van 21 december
Radartestament. En andere interessante fiscale en juridische varia
Radartestament En andere interessante fiscale en juridische varia Nut en noodzaak van een testament 70% van de Nederlanders heeft geen testament (Zelfs) bij 60+ rs heeft meer dan 50% geen testament 30%
ten behoeve van het Rondetafelgesprek over wetsontwerp 31.930 (herziening successiewetgeving) op 23 september 2009
- 1 Position Paper ten behoeve van het Rondetafelgesprek over wetsontwerp 31.930 (herziening successiewetgeving) op 23 september 2009 Mr P. Blokland, notaris en estate planner te Tilburg, lid Wetenschappelijke
ESTATE PLANNING. Meester in advies. Huwelijkse voorwaarden. Schenken. Testament
ESTATE PLANNING Schenken Huwelijkse voorwaarden Testament Wat is estate planning? Estate planning is het nemen van maatregelen gericht op de besparing van schenk- en erfbelasting bij de overgang of overdracht
OPA/OMA-CLAUSULE BESPARING ERFBELASTING DOOR IK-OPA/OMA. (vanaf 2010) opa/oma-testament
BESPARING ERFBELASTING DOOR IK-OPA/OMA OPA/OMA-CLAUSULE (vanaf 2010) In navolgende is een toelichting van ik-opa/oma-testamenten opgenomen, hetgeen met name relevant is voor mensen met kleinkinderen en
Bachelor Thesis. Het huwelijksgoederenregime en schenkingen
Bachelor Thesis Het huwelijksgoederenregime en schenkingen Indien er sprake is van een belastbare schenking bij een wijziging in het huwelijksgoederenregime, in hoeverre is deze belastbare schenking dan
De tweetrapsmaking in het nieuws!
notaris mr. W.J. Boelens Oude Delft 62 2611 CD Delft Postbus 2882 2601 CW Delft tel. 015-213 70 50 fax 015-213 70 55 [email protected] www.boelens.net De tweetrapsmaking in het nieuws! Extra nieuwsbrief
Mr H.M.L. Simons, notaris Notariskantoor Kunderlinde Voerendaal
Erfrecht Mr H.M.L. Simons, notaris Notariskantoor Kunderlinde Voerendaal Erfrecht Algemeen Wettelijke verdeling Legitieme portie Samenwoners 2-Trapsmaking Zuivere aanvaarding, beneficiaire aanvaarding,
Wat nu met de (gewijzigde) erfbelasting?
Men sprak dan van drempelvrijstellingen. Zo kwam de vrijstelling van kinderen onder de oude wet helemaal te vervallen als er per kind meer werd verkregen dan 27.309,-. Het totaal verkregen bedrag werd
Erfrecht. Mr. Caroline de Maat Fikkers notarissen BAS Bergen op Zoom 27 januari 2015
Erfrecht Mr. Caroline de Maat Fikkers notarissen BAS Bergen op Zoom 27 januari 2015 Fikkers notarissen Lange Parkstraat 1 Bergen op Zoom Tel. 0164 242 650 [email protected] Erfrecht Bij versterf
Kluwer Online Research. Kwartaalbericht Estate Planning, Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956
Kwartaalbericht Estate Planning, Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Auteur: - Besluit toepassing van artikel 10 van de Successiewet 1956 Op 4 april is een nieuw besluit uitgevaardigd
JJJ de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen
JJJ de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs Commissie Wetsvoorstellen Aan de Vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer der Staten-Generaal mr. R.F. Berck Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG mr.
Waarom een testament?
notaris Oude Delft 62 2611 CD Delft Postbus 2882 2601 CW Delft tel. 015-213 70 50 fax 015-213 70 55 [email protected] Waarom een testament? REDENEN VOOR HET OPSTELLEN VAN EEN (NIEUW) TESTAMENT - Benoemen
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds Inkomstenbelasting. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3)
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 21344 29 december 2010 Inkomstenbelasting. Inkomen uit sparen en beleggen (box 3) 19 december 2010 Nr. DGB2010/4308M,
Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M
Successiewet. Vrijstellingen successie- en schenkingsrecht. Juridische fusie 1 Dit besluit is vervangen door het besluit van 15 september 2010, DGB2010/602M Successiewet. Vrijstellingen successie- en schenkingsrecht.
Wet schenk- en erfbelasting
Successiewet 2010 Wet schenk- en erfbelasting Successiewet 2010 De nieuwe Successiewet is op 1 januari 2010 ingegaan en heeft gevolgen voor bijna iedereen! Wijziging tariefstructuur/ vrijstellingen Vereenvoudiging
Wezep / Oldebroek Erfrecht, eigen baas met testament
Wezep / Oldebroek Erfrecht, eigen baas met testament Notariaat Kremer Wezep, Stationsweg 87a, tel (038) 376 00 80 Oldebroek, Beeklaan 10, (0525) 63 13 35 Wet of testament De meeste zekerheid over verdeling
VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN
VERGELIJKING HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMEWONEN HUWELIJK WETTELIJK SAMENWONEN FEITELIJK SAMENWONEN = verbintenis tussen 2 ongehuwde personen van verschillend of hetzelfde geslacht die een
Cassatieberoepsehrift zaaknummer F12/01402
Cassatieberoepsehrift zaaknummer F12/01402 1, B
Successiewet en rente na 1 januari 2010
Successiewet en rente na 1 januari 2010 Mr. Caroline J.M. Martens 1 Renteovereenkomsten en rentebepalingen in testamenten houden ons voortdurend bezig. Wanneer kan er successierecht en wanneer schenkingsrecht
OUDERS EN KINDEREN: HET ERFRECHT
OUDERS EN KINDEREN: HET ERFRECHT Sinds 1 januari 2003 is de wetgeving met betrekking tot het erfrecht gewijzigd. Het grootste deel van de wijzigingen in het erfrecht heeft betrekking op gehuwden (of geregistreerde
Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken
Seminar Fiscaal vriendelijk erven en schenken Estate planning Fiscale en juridische begeleiding overgang en instandhouding (familie)vermogen Vermogen zo goedkoop mogelijk naar volgende generatie Wensen
Belastingrecht voor het ho 2014
Belastingrecht voor het ho 2014 Uitwerkingen opgaven Deel 7 Erfbelasting en schenkbelasting Henk Guiljam Noordhoff Uitgevers Groningen/Houten Belastingrecht voor het ho 2014 Uitwerkingen Noordhoff Uitgevers
Den Haag, 9 oktober 2015. Welkom bij de workshop
Den Haag, 9 oktober 2015 Welkom bij de workshop Programma en even voorstellen 1. Financieel Fit 2. Voorgestelde wijziging Box 3 Prinsjesdag 2015 3. Overdracht bij overlijden 4. Overdracht door schenken
de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag
> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl
Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners
Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners 1 Overdrachtsbelasting. Vrijstelling; verdeling gemeenschap samenwoners Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling,
Fiscaal voordeling vermogen nalaten
Kennisdocument Estate planning Fiscaal voordeling vermogen nalaten U denkt er misschien liever niet aan, maar er komt ooit een moment dat u er niet meer zult zijn. Het is goed om daar nu al bij stil te
Financiële Planning. Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ
Financiële Planning Nabestaandenpensioen in de SPMS regeling Erfrecht Successiewet, schenk- en erfbelasting Eigen bijdrage AWBZ Alisen Düzgün, financieel planner bestuursbureau SPMS [email protected] 030-6937680
Alumni-Mfp. Actualiteiten estate planning. Theo Hoogwout woensdag 12 februari 2014
Alumni-Mfp Actualiteiten estate planning Theo Hoogwout woensdag 12 februari 2014 1 Programma Fiscaal partnerschap Huwelijks vermogensrecht Erven & AWBZ Erven of schenken woning & WOZ Schenken Uniform partnerbegrip
EINDEJAARSTIPS 2015 1/5
EINDEJAARSTIPS 2015 Particulieren...2 Vermogenstoets voor zorgtoeslag en kindgebonden budget... 2 Verlaag uw box 3 grondslag... 2 Hypotheekrente vooruit betalen... 2 Let op lagere hypotheekrente in hoogste
Inhoudsopgave. Voorwoord... XIII Introductie... XIV. Wat is van wie? 1. U bent gehuwd... 3. Inhoudsopgave
Voorwoord................................................. XIII Introductie................................................. XIV Wat is van wie? 1. U bent gehuwd...........................................
Vernieuwde Successiewet 1.1.2010 in werking
DD-NR Regelingen en voorzieningen CODE 3.3.1.212 vervallen: het bericht 'Nieuwe Schenk- en erfbelasting aangenomen door Tweede Kamer', datumnr 0911-1159 Vernieuwde Successiewet 1.1. in werking bronnen
03-05-2016. Onbezorgd ouder worden. Ouder worden en zorg. Deel I Ouder worden en zorg. Wat is het probleem? Eigen bijdrage zorgkosten. Wanneer?
Onbezorgd ouder worden Deel I Ouder worden en zorg Ouder worden en zorg Wat is het probleem? Eigen bijdrage zorgkosten Wanneer? U woont in een zorginstelling; U heeft een volledig pakket thuis of modulair
AdviesbureauJournaal SPECIAL
AdviesbureauJournaal SPECIAL ASR Adviesbureau Fiscale en Juridische Zaken januari 2010 Schenk- en erfbelasting Wetsvoorstel schenk- en erfbelasting 2010 is wet Op 3 november 2009 is het wetsvoorstel schenk-
Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon
Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus Irma van der Zon BOR / BOF BOR: bedrijfsopvolgingsregeling BOF: bedrijfsopvolgingsfaciliteit Verschillende benamingen voor hetzelfde onderwerp. BOR faciliteiten:
Tweetraps- en levenstestament
Tweetraps- en levenstestament fiscaal, juridisch en praktisch S.J.C. (Bas) Schipper notaris en estate-planner J.M.M. (Anja) Putman kandidaat-notaris en estate-planner SBOG, 26 april 2012 1 Wat gaan we
[Essentie] Verslag van de Belastingadviseursdag, gehouden op 12 juni 2009
WFR 2009/896 De Successiewet 1956 ten grave gedragen... en een nieuwe wet geboren Verslag van de Belastingadviseursdag 2009, gehouden op 12 juni 2009 Mr. M.F. Dijkstra FB NOOT * [Essentie] Verslag van
Recht van gebruik en bewoning
Recht van gebruik en bewoning MR. THEO C. HOOGWOUT 1 Recent zijn in de jurisprudentie de consequenties voor het schenkingsrecht en de overdrachtsbelasting van het afstand doen van het recht van gebruik
Variant 1 t/m 3: Wettelijke verdeling gelijke erfdelen
Geachte heer X, U hebt aangegeven momenteel geen testament te hebben. Het antwoord op de vraag of u wel een testament nodig hebt, is van veel factoren afhankelijk. Een belangrijke factor is de hoogte van
- OVEREENKOMST - Schenking onder bewind van effecten ouder aan een meerderjarig kind
- OVEREENKOMST - Schenking onder bewind van effecten ouder aan een meerderjarig kind ONDERGETEKENDEN: De heer/mevrouw, geboren op. 19 te, wonende aan de.., ( ).., hierna ook te noemen "de Schenker", en
