VerzuimMonitor Gehandicaptenzorg Jaar 2007
|
|
|
- Emilie Verstraeten
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 VerzuimMonitor Gehandicaptenzorg
2 Verzuimpercentage GHZ Meldingsfrequentie GHZ Gemiddelde duur GHZ Aantal werknemers GHZ De indeling voor de vijf regio s in de zorgsector NN : Noord Nederland MN : Midden Nederland ZWN : Zuid-West Nederland ZON : Zuid-Oost Nederland GS : Grote Steden
3 Inhoud Hoofdstuk pagina Eerste ziektejaar Toelichting eerste ziektejaar 2 Landelijke verzuimcijfers 3 Instellingen naar verzuimklasse 4 Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 5 Verzuim naar geslacht 6 Verzuim naar leeftijdklasse 8 Verzuim naar deeltijdklasse 12 Verzuim naar duurklasse 16 Werknemers per meldingsklasse 17 Verzuim naar grootteklasse 18 Verzuim naar salarisklasse 19 Verzuim en verzuimkosten 24 Verzuim naar regio 26 Tijdreeks verzuimcijfers 28 Eerste en Tweede ziektejaar Toelichting eerste én tweede ziektejaar 3 overzicht 31 Verzuim naar geslacht 32 Verzuim naar leeftijdklasse 33 Verzuim naar deeltijdklasse 34 Verzuim naar duurklasse 35 Verzuim naar grootteklasse 36 Verzuim naar regio 37 Tijdreeks verzuimcijfers 39 Rekenregels voor de verzuimgrootheden 4 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
4 VP = Verzuimpercentage VKP = Verzuimkostenpercentage MF = Meldingsfrequentie BF = Beëindigingsfrequentie GD = Gemiddelde duur Toelichting (eerste ziektejaar) Opdrachtgever: De VerzuimMonitor voor de branche Gehandicaptenzorg (GHZ) wordt geproduceerd door VERNET verzuimnetwerk B.V. (Vernet) in opdracht van de Stichting Arbeidsmarkt Gehandicaptenzorg. Branche: De branche omvat volgens opgave van de GHZ ca. 12. werknemers. De gegevens voor deze Monitor, die zijn aangeleverd door 144 organisaties, zijn gebaseerd op bijna 1. werknemers. Dit komt neer op circa 83% van de totale werknemerspopulatie. Bij alle kengetallen zijn de oproepkrachten niet meegeteld. Eerste en tweede ziektejaar: Werkgevers hebben sinds 24 de plicht om het loon van een zieke werknemer twee jaar lang door te betalen. Het effect van het tweede ziektejaar kon voor het eerst in 26 correct berekend worden. Het eerste deel van deze VerzuimMonitor bevat uitsluitend de verzuimcijfers die op het eerste ziektejaar betrekking hebben. Deze verzuimcijfers kunnen met die van de jaren 24 en eerder vergeleken worden. Vergelijking met het voorgaande jaar: In deze VerzuimMonitor zijn de verzuimcijfers van het jaar weergegeven. In bijna alle tabellen staan ook de cijfers van 26 vermeld, zodat de ontwikkeling van het ziekteverzuim te zien is. Alle verzuimpercentages zijn m.i.v. met 2 decimalen weergegeven. Die van 26 zijn herberekend. De verzuimcijfers zijn onderverdeeld naar verschillende kenmerken. Bij een aantal tabellen staat de personeelsopbouw vermeld, zodat het gewicht bekend is en de cijfers beter geïnterpreteerd kunnen worden. In alle tabellen worden de verzuimcijfers exclusief het zwangerschaps- en bevallingsverlof weergegeven, tenzij anders vermeld. Absolute of relatieve verschillen: Verschillen tussen verzuimcijfers worden uitgedrukt in absolute of relatieve zin. Een verzuimpercentage dat bijvoorbeeld verandert van 4,56 naar 4,28 is met,28 procentpunt gedaald. Dit is een absoluut verschil. In relatieve zin is het verzuim met 6,1% gedaald (,28 / 4,56 x 1%). Standaard voor de berekening: Voor de meeste verzuimgrootheden hanteert Vernet de standaard zoals die in 1996 is vastgelegd door de Projectgroep Uniformering Verzuimgrootheden. Voor een korte samenvatting van de berekeningen verwijzen we naar de laatste pagina in deze Monitor. De integrale teksten van De Standaard en de 'Vernetmethode' staan op / documenten. In deze VerzuimMonitor worden voor de verzuimgrootheden de volgende afkortingen gebruikt: PS = Personeelssterkte ofwel aantal werknemers FTE = Fulltime-equivalenten ofwel volledige arbeidsplaatsen. Colofon De VerzuimMonitor verschijnt eenmaal per jaar en wordt geproduceerd door VERNET verzuimnetwerk B.V. te Amsterdam. Reproductie en overname is toegestaan onder bronvermelding. Dit verzuimrapport is gemaakt in opdracht van de Stichting Arbeidsmarkt Gehandicaptenzorg. Productiedatum: 14 maart 28 Redactie: Gerard Dobbenberg Eindredactie: Anna Tessel 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
5 Landelijke verzuimcijfers (eerste ziektejaar) In de onderstaande grafiek staan naast de verzuimcijfers van de branche Gehandicaptenzorg die van de totale Zorgsector. Te zien is dat de branche in alle kwartalen een hoger verzuim heeft dan de Zorgsector totaal. Tevens zijn in dezelfde grafiek de verzuimcijfers van het gehele Nederlandse bedrijfsleven weergegeven, zoals die zijn berekend door het CBS. Op de productiedatum van deze Monitor waren de verzuimcijfers van het CBS van 26 en nog niet bekend. 8, Verzuimpercentage per kwartaal in de Gehandicaptenzorg in vergelijking met Nederland totaal (CBS) en Zorgsector totaal 7, 6, 5, VP 4, 3, 2, 1,, Gehandicaptenzorg Zorgsector totaal CBS Nederland totaal In de tabel zijn van en 26 de verzuimcijfers van de Gehandicaptenzorg weergegeven naast de verzuimcijfers van de totale Zorgsector. De verzuimpercentages en de gemiddelde duur van de Gehandicaptenzorg zijn in beide jaren hoger dan die van de totale Zorgsector, de meldingsfrequentie is steeds lager. Ten opzichte van het vorige jaar zijn in de branche en bij de totale Zorgsector alle verzuimpercentages licht gestegen. De meldingsfrequentie bleef gelijk en de gemiddelde duur daalde enigszins. Verslagperioden 26 Gehandicapten- Zorgsector Gehandicapten- Zorgsector zorg totaal zorg totaal Verzuimpercentage (excl. zw.) 5,41 5,5 5,3 5,1 Verzuimpercentage (incl. zw.) 6,92 6,33 6,83 6,3 Meldingsfrequentie 1,37 1,43 1,37 1,44 Gemiddelde duur 12,8 11,9 13, 12, 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
6 Instellingen naar verzuimklasse (eerste ziektejaar) De onderstaande grafiek heeft betrekking op alle organisaties die verzuimgegevens voor deze VerzuimMonitor hebben aangeleverd. Op de horizontale as zijn de diverse verzuimklassen aangegeven. Van elke instelling is het verzuim in berekend en vervolgens is deze instelling in de passende verzuimklasse geplaatst. De hoogte van de kolom geeft het aantal instellingen aan dat in een bepaalde verzuimklasse valt. De rode stippellijn geeft het gemiddelde verzuim van de branche aan. In de Zorgsector als geheel zijn er bij de instellingen grote verschillen in verzuimniveau waar te nemen. Dit kan verklaard worden door branche-specifieke factoren, zoals de personeelsopbouw of de aard van het werk. Iedere branche afzonderlijk laat echter ook grote verschillen zien, terwijl er binnen deze branches sprake is van vergelijkbaar werk en van een vergelijkbare populatie. Bij de Gehandicaptenzorg varieert het verzuim van bijna 3 tot ruim 8 procent. aantal instellingen Verdeling van de instellingen naar verzuimklasse () < >8 Verzuimklassen In de volgende grafiek geeft de hoogte van de kolom de gezamenlijke personeelssterkte weer van de instellingen die in deze verzuimklasse zijn ingedeeld. In combinatie met de vorige grafiek valt af te leiden dat bij 'kleinere' instellingen het verzuim het meest van het gemiddelde afwijkt. 6. Verdeling van de personeelssterkte naar verzuimklasse () 5. aantal personen < >8 Verzuimklassen 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
7 Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie (eerste ziektejaar) In het onderstaande diagram staat op de horizontale as het verzuimpercentage en op de verticale as de meldingsfrequentie. De stippellijnen geven van beide verzuimgrootheden het gemiddelde van de branche Gehandicaptenzorg weer. Zo ontstaan er vier kwadranten. Kwadrant I een laag verzuim en een lage meldingsfrequentie Kwadrant II een laag verzuim en een hoge meldingsfrequentie Kwadrant III een hoog verzuim en een hoge meldingsfrequentie Kwadrant IV een hoog verzuim en een lage meldingsfrequentie Van alle instellingen die hun gegevens hebben aangeleverd zijn zowel het verzuimpercentage als de meldingsfrequentie van het jaar berekend. De combinatie van deze twee kengetallen maakt het mogelijk de instellingen binnen dit diagram te positioneren. 3, 2,5 II Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie III () MF 2, 1,5 1,,5, I VP IV De schuine lijn in het diagram is de lineaire regressielijn. In het algemeen kan gezegd worden dat een hoger verzuim gepaard gaat met een hogere meldingsfrequentie. Kwadrant I Het 'beste' kwadrant. Maar men zegt wel eens: "het verzuim omlaag krijgen is niet zo moeilijk als het laag te houden". Verzuim blijft een punt van aandacht. Kwadrant II Het verzuim van de instelling in dit kwadrant is weliswaar laag, maar de meldingsfrequentie mag niet vergeten worden. Veel ziekmeldingen zijn storend voor het personeel en verhogen de werkdruk. Kwadrant III Bij de instellingen die zich in dit kwadrant bevinden is naast reïntegratie van langdurig zieken ook het meldgedrag van werknemers een belangrijk aandachtspunt in het verzuimbeleid. Hierbij moet voor ogen worden gehouden dat men zich realistische doelen stelt, bijvoorbeeld jaarlijks een verzuimreductie van 1% en tevens een vermindering van het aantal ziekmeldingen met 1%. Kwadrant IV Een hoog verzuim met een lage meldingsfrequentie duidt op een naar verhouding hoog aantal langdurig zieken. Een snelle (gedeeltelijke) reïntegratie in eigen of ander werk voorkomt dat werknemers uit beeld raken: naast het kostenaspect van het verzuim is dit belangrijk voor het sociaal beleid. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
8 Verzuim naar geslacht (eerste ziektejaar) De onderstaande tabellen geven de verzuimcijfers ex- en inclusief het zwangerschaps- en bevallingsverlof weer, uitgesplitst naar geslacht. Verzuim wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof is een stabiele en een niet beïnvloedbare factor. Om deze reden worden in alle overige tabellen de verzuimcijfers alleen exclusief het zwangerschaps- en bevallingsverlof gepresenteerd. Het bevallingsverlof duurt 16 weken. Als de werkneemster voorafgaand of aansluitend aan het bevallingsverlof ziek wordt als gevolg van de zwangerschap en/of de bevalling, dan wordt dit verzuim meegenomen bij het verzuimpercentage inclusief zwangerschap. Verslagperioden 26 Tabel 1.1 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur naar geslacht exclusief zwangerschap Geslacht Mannen Vrouwen Totaal VP MF GD VP MF GD 4,91 1,3 12,3 4,77 1,32 12,1 5,56 1,38 12,9 5,47 1,38 13,2 5,41 1,37 12,8 5,3 1,37 13, 6 Verzuimpercentage naar geslacht (exclusief-zw) VP Mannen Vrouwen Totaal Verslagperioden 26 Tabel 1.2 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur naar geslacht inclusief zwangerschap Geslacht Mannen Vrouwen Totaal VP MF GD VP MF GD 4,91 1,3 12,3 4,77 1,32 12,1 7,52 1,45 17, 7,46 1,45 17,3 6,92 1,42 16,2 6,83 1,42 16,4 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
9 Verslagperiode Tabel 1.3 Personeelsopbouw naar geslacht Geslacht PS PS in % FTE FTE in % Mannen , , Vrouwen , , Totaal , , De cijfers van het jaar In de bovenstaande tabel 'Personeelsopbouw naar geslacht' staat dat ruim 8% van het personeelsbestand uit vrouwen bestaat. De hoogte van de verzuimcijfers wordt dan ook sterk bepaald door de vrouwen die werkzaam zijn binnen deze branche. In diezelfde tabel staan de fulltime-equivalenten (FTE) vermeld. De verhouding tussen de FTE van mannen (23,%) en vrouwen (77,%) is niet gelijk aan de verhouding tussen de personeelssterkte van mannen en vrouwen, omdat vrouwen gemiddeld kleinere banen hebben. Hierdoor is het gewicht van vrouwen op die verzuimcijfers kleiner dan op grond van het aantal vrouwen verwacht wordt. Het verzuimpercentage exclusief het zwangerschaps- en bevallingsverlof van de vrouwen is 5,56 en van de mannen 4,91 (zie tabel 1.1). Vrouwen hebben niet alleen een hoger verzuim dan mannen, ook de meldingsfrequentie (vrouwen 1,38 en mannen 1,3) en de gemiddelde duur (vrouwen 12,9 en mannen 12,3) zijn hoger. Het verzuimpercentage inclusief het zwangerschaps- en bevallingsverlof is bij de vrouwen 7,52 (zie tabel 1.2). Als gevolg van zwangerschap wordt het verzuim bij vrouwen derhalve met 1,96 procentpunt verhoogd, ofwel met 35,3%. Het totale verzuim exclusief het zwangerschaps- en bevallingsverlof in de branche is 5,41%, inclusief is dat 6,92%. Het aantal ziektedagen wordt in de gehele branche door het zwangerschaps- en bevallingsverlof en door ziekten als gevolg van zwangerschap en/of bevalling met 27,9% verhoogd. De cijfers van het jaar vergeleken met die van 26 Het totale verzuim (exclusief zwangerschap) is gestegen van 5,3% in 26 naar 5,41% in. Deze absolute stijging van,11 procentpunt betekent een relatieve stijging van het aantal ziektedagen ten opzichte van 26 van 2,1%. De stijging bij de mannen is,14 procentpunt ofwel een stijging van het aantal ziektedagen van 2,9%. Bij vrouwen steeg het verzuim met,9 procentpunt wat neerkomt op een stijging van 1,6%. Het verzuimpercentage inclusief zwangerschap is gestegen van 6,83 in 26 naar 6,92 in : een stijging van,9 procentpunt ofwel een stijging van het totale aantal ziektedagen van 1,3%. De totale meldingsfrequentie was in gelijk aan die van 26. Bij de mannen daalde het met,2 naar 1,3 en bij de vrouwen bleef het met 1,38 gelijk. De totale gemiddelde duur is in licht gedaald, van 13, naar 12,8. Bij de mannen steeg het van 12,1 naar 12,3, bij de vrouwen daalde het van 13,2 naar 12,9. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
10 Verzuim naar leeftijdklasse (eerste ziektejaar) In tabel 2.1 zijn de verzuimcijfers verdeeld naar leeftijdklasse. Uit tabel 2.2 blijkt dat ruim 76% van de werknemers tussen de 25 en 55 jaar oud is. De 55-plussers vormen de kleinste groep. Een deel hiervan is met vervroegd pensioen gegaan of is in de WAO of WIA terechtgekomen. In de tabellen 2.3 t/m 2.5 zijn het verzuimpercentage, de meldingsfrequentie en de gemiddelde duur weergegeven naar leeftijdklasse en geslacht. Om verzuimcijfers goed te kunnen interpreteren is inzicht in de samenstelling van de steekproef van groot belang. Het is bekend dat in de Zorgsector veel vrouwen werkzaam zijn en dat de meeste van hen een leeftijd hebben die tussen de 25 en 55 valt. In tabel 2.6 is in één oogopslag te zien binnen welke categorie de meeste werknemers voorkomen. Verslagperioden 26 Tabel 2.1 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur naar leeftijdklasse Leeftijdklasse VP MF GD VP MF GD t/m 25 3,39 1,3 8,2 3,47 1,3 8,5 26 t/m 35 5,23 1,59 11, 5,29 1,61 11,1 36 t/m 45 5,84 1,39 13,7 5,59 1,38 14,1 46 t/m 55 6,14 1,25 15,6 6,2 1,26 15, ,39 1,1 18, 6,9 1,7 18,2 Totaal 5,41 1,37 12,8 5,3 1,37 13, Verzuimpercentage naar leeftijdklasse t/m t/m t/m t/m Totaal VP 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
11 Verslagperiode Tabel 2.2 Personeelsopbouw naar leeftijdklasse Leeftijdklasse PS PS in % FTE FTE in % t/m , ,3 26 t/m , ,1 36 t/m , ,2 46 t/m , , , ,2 Totaal , , Verslagperioden 26 Tabel 2.3 Verzuimpercentage naar leeftijdklasse en geslacht Leeftijdklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal t/m 25 2,55 3,51 3,39 2,54 3,59 3,47 26 t/m 35 4,66 5,37 5,23 4,54 5,47 5,29 36 t/m 45 4,93 6,14 5,84 5,4 5,77 5,59 46 t/m 55 5,35 6,46 6,14 5,1 6,41 6, ,81 6,72 6,39 5,25 6,59 6,9 Totaal 4,91 5,56 5,41 4,77 5,47 5,3 8 Verzuimpercentage naar leeftijdklasse en geslacht () VP Mannen Vrouwen Totaal t/m t/m t/m t/m VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
12 Verslagperioden 26 Tabel 2.4 Meldingsfrequentie naar leeftijdklasse en geslacht Leeftijdklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal t/m 25 1,1 1,33 1,3 1,16 1,32 1,3 26 t/m 35 1,55 1,6 1,59 1,6 1,61 1,61 36 t/m 45 1,42 1,38 1,39 1,43 1,37 1,38 46 t/m 55 1,19 1,27 1,25 1,19 1,28 1, ,2 1,14 1,1,97 1,12 1,7 Totaal 1,3 1,38 1,37 1,32 1,38 1,37 Tabel 2.5 Gemiddelde duur naar leeftijdklasse en geslacht Leeftijdklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal t/m 25 7,2 8,3 8,2 7,4 8,6 8,5 26 t/m 35 1, 11,1 11, 9,5 11,4 11,1 36 t/m 45 11,9 14,2 13,7 12,6 14,4 14,1 46 t/m 55 14,8 15,8 15,6 14,2 16,2 15, ,5 18,6 18, 17, 18,7 18,2 Totaal 12,3 12,9 12,8 12,1 13,2 13, Tabel 2.6 Personeelsopbouw in procenten naar leeftijdklasse en geslacht Leeftijdklasse Mannen Vrouwen Totaal t/m 25 1,9 14,4 16,3 26 t/m 35 3,9 2, 23,9 36 t/m 45 4,8 21,6 26,4 46 t/m 55 5,8 2,3 26, ,1 5,2 7,4 Totaal 18,5 81,5 1, 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
13 De cijfers van het jaar In tabel 2.6 is te zien dat de drie klassen 'vrouwen tussen de 25 en 55 jaar' bijna 62% van de werknemers bevatten. Hun verzuim is resp. 5,37%, 6,14% en 6,46% (zie tabel 2.3). Het totale verzuimpercentage exclusief het zwangerschaps- en bevallingsverlof van 5,41 wordt dan ook sterk bepaald door deze groep. Zowel voor mannen als voor vrouwen geldt dat met het ouder worden het verzuimpercentage en de gemiddelde duur stijgt en de meldingsfrequentie daalt. M.a.w.: werknemers die in een hogere leeftijdklasse zitten, melden zich gemiddeld minder vaak ziek in vergelijking met jongere mensen, maar als ze ziek worden duurt het langer voor ze weer aan de slag kunnen. Uitzondering hierop is de meldingsfrequentie van de jonge werknemers tot 25 jaar die lager is dan die van de leeftijdsgroep boven hen. De cijfers van het jaar vergeleken met die van 26 In tabel 2.3 is te zien dat op totaal niveau en bij de vrouwen het verzuimpercentage in ten opzichte van 26 boven de 35 jaar is gestegen, daaronder is het gedaald. Bij de mannen steeg het verzuim in alle leeftijdklassen, uitgezonderd de klasse '36 t/m 45 jaar'. Omdat de meldingsfrequentie (tabel 2.4) in bij de mannen in vergelijking met 26 praktisch gelijk was gebleven en bij de vrouwen onveranderd was, laat de verdeling van de frequentie naar leeftijdklassen evenveel dalingen als stijgingen zien. Bij de onderverdeling naar geslacht en leeftijdklassen zien we dat de gemiddelde duur overal daalde, behalve bij de mannen in de klassen '26 t/m 35' en '46 t/m 55'. Het verzuimpercentage is in alle leeftijdklassen bij de vrouwen hoger dan bij de mannen. Het absolute verschil tussen mannen en vrouwen daalde. In 26 was het op totaal niveau,7, in was dat,65. Alleen in de leeftijdklasse '36 t/m 45' is dat verschil toegenomen, van,73 in 26 naar 1,21 in. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
14 Verzuim naar deeltijdklasse (eerste ziektejaar) Bij de berekening van verzuimcijfers wordt elke ziektedag en elke dienstverbanddag van de werknemer vermenigvuldigd met de bij die dag behorende parttimefactor. Het aantal 'dagen' ofwel het 'gewicht' wordt derhalve groter naarmate werknemers meer uren per week werken. Uit tabel 3.2 blijkt dat het percentage fulltime-equivalenten (FTE) bij de groep die 8% of meer werkt verreweg het hoogst is. De invloed van het verzuim van die groep op het totale verzuim is door het 'gewicht' dan ook veel groter in vergelijking met de overige groepen. In tabel 3.1 worden de verzuimcijfers verdeeld naar deeltijdklasse. In de tabellen 3.3 t/m 3.5 zijn het verzuimpercentage, de meldingsfrequentie en de gemiddelde duur weergegeven naar deeltijdklasse en geslacht. Vervolgens is in tabel 3.7 van het verzuimpercentage de verdeling naar deeltijdklasse en leeftijdklasse weergegeven. Verslagperioden 26 Tabel 3.1 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur naar deeltijdklasse Deeltijdklasse VP MF GD VP MF GD < 4% 4,74 1,4 13,7 4,36 1,2 13,1 4% - 8% 5,54 1,39 13, 5,46 1,39 13,4 8% 5,37 1,47 12,3 5,28 1,49 12,5 Totaal 5,41 1,37 12,8 5,3 1,37 13, 6 Verzuimpercentage naar deeltijdklasse VP < 4% 4% - 8% 8% Totaal Verslagperiode Tabel 3.2 Personeelsopbouw naar deeltijdklasse Deeltijdklasse PS PS in % FTE FTE in % < 4% , ,5 4% - 8% , ,5 8% , , Totaal , , 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
15 Verslagperioden 26 Tabel 3.3 Verzuimpercentage naar deeltijdklasse en geslacht Deeltijdklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal < 4% 3,11 4,89 4,74 3,9 4,47 4,36 4% - 8% 4,75 5,62 5,54 4,62 5,55 5,46 8% 4,98 5,59 5,37 4,84 5,54 5,28 Totaal 4,91 5,56 5,41 4,77 5,47 5,3 Verzuimpercentage naar deeltijdklasse en geslacht () Mannen Vrouwen Totaal < 4% 4% - 8% 8% Verslagperioden 26 Tabel 3.4 Meldingsfrequentie naar deeltijdklasse en geslacht Deeltijdklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal < 4%,86 1,6 1,4,89 1,3 1,2 4% - 8% 1,27 1,4 1,39 1,29 1,4 1,39 8% 1,35 1,54 1,47 1,37 1,56 1,49 Totaal 1,3 1,38 1,37 1,32 1,38 1,37 Tabel 3.5 Gemiddelde duur naar deeltijdklasse en geslacht Deeltijdklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal < 4% 12, 13,8 13,7 1,5 13,3 13,1 4% - 8% 11,3 13,1 13, 11,7 13,5 13,4 8% 12,6 12,2 12,3 12,4 12,5 12,5 Totaal 12,3 12,9 12,8 12,1 13,2 13, Tabel 3.6 Personeelsopbouw in procenten naar deeltijdklasse en geslacht Deeltijdklasse Mannen Vrouwen Totaal < 4% 1,5 14,2 15,6 4% - 8% 4,1 43, 47,1 8% 12,9 24,3 37,3 Totaal 18,5 81,5 1, 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
16 Verslagperioden Tabel 3.7 Verzuimpercentage naar deeltijdklasse en leeftijdklasse Deeltijdklasse t/m t/m t/m t/m Totaal < 4% 2,1 4,54 5,13 5,55 5,66 4,74 4% - 8% 3, 5,38 5,94 6,45 7,2 5,54 8% 3,79 5,18 5,85 5,95 6,39 5,37 Totaal 3,39 5,23 5,84 6,14 6,39 5, VP 4 Verzuimpercentage naar deeltijdklasse en leeftijdklasse () t/m t/m t/m t/m < 4% 4% - 8% 8% Verslagperiode Tabel 3.8 Personeelsopbouw in procenten naar deeltijdklasse en leeftijdklasse Deeltijdklasse t/m t/m t/m t/m Totaal < 4% 2,9 2,7 4,4 3,9 1,6 15,6 4% - 8% 6,7 1,9 13,8 12,5 3,2 47,1 8% 6,6 1,3 8,1 9,6 2,7 37,3 Totaal 16,3 23,9 26,4 26,1 7,4 1, 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
17 De cijfers van het jaar Tabel 3.2 laat zien dat ruim 37% van het aantal werknemers een arbeidsovereenkomst heeft van 8% of meer. In diezelfde tabel staan de fulltime-equivalenten (FTE) vermeld. Omdat bij de berekening van het verzuim het gewicht van de groep een grote rol speelt, is het met name in dit hoofdstuk van belang dat de percentages FTE in ogenschouw worden genomen. Het percentage FTE van de groep die de meeste uren werkt ( 8%) bedraagt 52,%. Het hoogste verzuimpercentage (5,54) op totaal niveau is in de klassen '4% - 8%' (zie tabel 3.1). Het lagere verzuim van 4,74 van de werknemers met de kleinste deeltijdbanen is nauwelijks van invloed op het totale verzuim vanwege de geringe omvang (5,5% FTE's). Kijken we naar de verdeling naar geslacht in de twee hoogste deeltijdklassen (tabel 3.3) dan zien we dat het verzuim bij vrouwen in de klasse '4% - 8%' het hoogst is en bij mannen in de klasse ' 8%'. Uit tabel 3.4 blijkt dat de meldingsfrequentie toeneemt bij mannen en vrouwen naarmate de baan 'groter' wordt. In tabel 3.5 is te zien dat mannen de hoogste gemiddelde duur hebben in de deeltijdklasse ' 8%' en de vrouwen in de klasse '< 4%'. Binnen alle deeltijdklassen is te zien dat vrouwen een hoger verzuimpercentage, een hogere meldingsfrequentie en een langere gemiddelde duur hebben in vergelijking met mannen. De uitzondering betreft hier de deeltijdklasse ' 8%', waar bij vrouwen de gemiddelde duur korter is. Uit tabel 3.7 is op te maken dat ook voor de opsplitsing naar deeltijd geldt dat het verzuim toeneemt naarmate men ouder wordt. De cijfers van het jaar vergeleken met die van 26 Uit tabel 3.3 blijkt dat het verzuimpercentage van de mannen en de vrouwen in alle deeltijdklassen is gestegen in. De meldingsfrequentie (tabel 3.4) van mannen daalde in alle deeltijdklassen in. Bij de de vrouwen daalde het alleen in de deeltijdklasse ' 8%'. In de klasse '4%-8%' bleef het gelijk en in de deeltijdklasse '< 4%' steeg het. De gemiddelde duur op totaal niveau (tabel 3.5) steeg in de klasse '< 4%' met,6 dag en daalde in de overige klassen met resp.,4 en,2. De onderverdeling naar geslacht laat een wisselend beeld zien. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
18 Verzuim naar duurklasse (eerste ziektejaar) In de onderstaande tabel zijn de verzuimcijfers verdeeld naar vier duurklassen. Uit de verdeling van het verzuimpercentage blijkt dat verreweg het grootste deel van het verzuim veroorzaakt wordt door werknemers die langer dan zes weken ziek zijn. De hoogste meldingsfrequentie valt in de klasse '1 t/m 7 dagen'. Verslagperioden jaar jaar 26 Tabel 4 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur naar duurklasse Duurklasse VP MF GD VP MF GD 1 t/m 7 dagen,97 1,4 3,3,98 1,4 3,3 8 t/m 14 dagen,42,14 1,5,44,15 1,5 15 t/m 42 dagen,6,1 24,4,58,9 24,7 > 42 dagen 3,43,9 122,1 3,31,9 124,5 Totaal 5,41 1,37 12,8 5,3 1,37 13, Verzuim naar duurklasse () Meldingsfrequentie naar duurklasse 6,6% 17,9% 7,3% () 7,7% 1,2% 63,3% 11,1% 1 t/m 7 dagen 8 t/m 14 dagen 15 t/m 42 dagen > 42 dagen 75,9% 1 t/m 7 dagen 8 t/m 14 dagen 15 t/m 42 dagen > 42 dagen De berekeningen voor het 'Totaal' en 'per duurklasse' worden afzonderlijk uitgevoerd. Hierdoor kan het 'Totaal' afwijken van de som der delen. In beide jaren is dit bij het verzuimpercentage het geval. In tabel 4 is te zien dat de stijging van het verzuimpercentage van 5,3 in 26 naar 5,41 in voornamelijk door de stijging van het verzuim in de klasse '43 t/m 365 dagen' veroorzaakt is. Het langdurig verzuim steeg van 3,31 naar 3,43. De stijging van,12 procentpunt komt neer op een stijging van het aantal ziektedagen in die klasse van 3,6%. De meldingsfrequentie laat in de duurklassen van in vergelijking met 26 minieme verschillen zien. De gemiddelde duur daalde bij de ziektegevallen die langer dan 2 weken duurden. In het linker diagram is te zien dat verreweg het grootste deel van het verzuim in het jaar, namelijk 63,3% toe te schrijven is aan het langdurig verzuim. Uit de gegevens in de tabel kan worden afgeleid dat in 26 het aandeel langdurig verzuim 62,5% was. Door werknemers die langdurig ziek zijn vaker en sneller (gedeeltelijk) te reïntegreren, kan in deze klasse het verzuim worden teruggedrongen. Uit beide cirkeldiagrammen blijkt de relatie tussen ziektedagen en ziekmeldingen: in de hoogste duurklasse is het percentage ziektedagen 63,3% en het percentage ziekmeldingen 6,6%. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
19 Werknemers per meldingsklasse (eerste ziektejaar) Van elke werknemer wordt jaarlijks vastgesteld hoe vaak hij of zij zich heeft ziekgemeld. Vervolgens worden zij in een 'meldingsklasse' ingedeeld. Een hoog percentage in de klasse '4' of '5 of meer' biedt een aangrijpingspunt voor het verzuimbeleid, met name waar het de cultuur rond het meldgedrag betreft. De kans dat werknemers die gedurende het verslagjaar in dienst komen, of de dienst verlaten, zich ziek melden is kleiner in vergelijking met werknemers die het hele jaar in dienst zijn geweest. Vernet houdt hier rekening mee. Afhankelijk van de lengte van het dienstverband krijgt iedere werknemer een gewicht: werknemers die het hele jaar in dienst zijn geweest hebben een gewicht van '1'. Wettelijk gezien worden de ziektedagen van iemand, die zich binnen 4 weken na herstel opnieuw ziek meldt, opgeteld bij de vorige ziekteperiode(n). De samengestelde perioden bepalen wanneer een werknemer een aanvraag kan doen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Vernet gaat er bij het begrip 'meldingsfrequentie', 'werknemers per meldingsklasse' en 'beëindigingsfrequentie' van uit dat elke melding geteld moet worden. Juist met deze kengetallen moet het storende effect van ziekmeldingen (zoals frequent kortdurend verzuim) in de instelling respectievelijk de branche tot uiting komen. Tabel 6 Percentage werknemers per meldingsklasse Aantal Meldingen of meer Totaal 26 38,5 38,3 27,2 27,2 17,3 17,1 9,2 9,2 4,5 4,7 3,4 3,6 1, 1, Percentage werknemers per meldingsklasse 4,5% 3,4% 9,2% 38,5% 17,3% () of meer 27,2% Tabel 6 laat zien dat het percentage werknemers dat zich geen enkele keer heeft ziek gemeld is gestegen van 38,3% in 26 naar 38,5% in. Ook in de klasse met 2 meldingen steeg het percentage (van 17,1 naar 17,3). In de klassen met 1 en 3 meldingen is het percentage gelijk gebleven, in de hoogste klassen is het gedaald. De frequente verzuimers in de klasse '4' en '5 of meer' verzuimen per melding vaak niet lang. Vanwege het storend effect behoeft deze groep extra aandacht bij de bestrijding van het verzuim. Het percentage van deze twee klassen samen daalde van 8,3% naar 7,9%. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
20 Verzuim naar grootteklasse (eerste ziektejaar) Voor de Gehandicaptenzorg is t.b.v. deze VerzuimMonitor een indeling in vier grootteklassen gemaakt. In tabel 7.1 zijn de verzuimcijfers per grootteklasse weergegeven. De personeelsopbouw staat in tabel 7.2. Verslagperioden 26 Tabel 7.1 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur naar grootteklasse Grootteklasse VP MF GD VP MF GD < 5 5,61 1,47 12,3 5,31 1,49 12, ,25 1,4 12,2 5,23 1,39 12, ,2 1,35 13, 5,16 1,39 12,8 > 1.5 5,49 1,33 13,2 5,4 1,3 13,5 Totaal 5,41 1,37 12,8 5,3 1,37 13, 8 Verzuimpercentage naar grootteklasse VP < > 1.5 Totaal Verslagperiode Tabel 7.2 Personeelsopbouw naar grootteklasse Grootteklasse PS PS in % FTE FTE in % < , , , , , ,3 > , ,3 Totaal , , In tabel 7.1 is te zien dat in het verzuimpercentage bij de kleinste instellingen ('< 5') het hoogst was. In 26 was dat nog bij de grootste instellingen ' (> 1.5') het geval. De hoogste meldingsfrequentie was in beide jaren in de klasse '< 5' en de langste gemiddelde duur in de klasse '> 1.5'. Het verzuimpercentage is in t.o.v. 26 in alle grootteklassen gestegen. Bij de meldingsfrequentie en de gemiddelde duur zien we in die grootteklassen in zowel dalingen als stijgingen. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
21 Verzuim naar salarisklasse (eerste ziektejaar) Wegens het ontbreken van een standaard functie-coderingssysteem is het niet mogelijk om verzuimcijfers naar functie weer te geven. Een alternatieve methode om inzicht te krijgen in het verzuim naar functiegroepen is door middel van een verdeling naar salarisklasse. Alle werknemers met min of meer hetzelfde salarisniveau worden in dezelfde salarisklasse ingedeeld. Zo is het mogelijk om het verzuim te analyseren naar functiezwaarte, uitgaande van de stelling dat het salaris parallel loopt aan het niveau van de functie. In de tabellen 8.1 t/m 8.3 zijn het verzuimpercentage, de meldingsfrequentie en de gemiddelde duur weergegeven naar salarisklasse en geslacht. In tabel 8.5 wordt het verzuimpercentage weergegeven naar salarisklasse en leeftijdklasse. In tabel 8.7 staat het verzuimpercentage naar salarisklasse en deeltijdklasse. In de tabellen 8.4, 8.6 en 8.8 is de bijbehorende personeelsopbouw weergegeven. Verslagperioden jaar jaar 26 Tabel 8.1 Verzuimpercentage naar salarisklasse en geslacht Salarisklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal < 1.5 2,5 2,55 2,54 2,93 3,2 3, ,54 6,23 6,12 5,39 6,2 6, ,73 6,4 5,98 5,64 5,83 5, ,2 4,91 4,95 4,49 4,93 4,78 > 3. 2,92 3,61 3,29 3,1 3,54 3,28 Totaal 4,91 5,56 5,41 4,77 5,47 5,3 Verzuimpercentage naar salarisklasse en geslacht () 8 VP Mannen Vrouwen Totaal < > VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
22 Verslagperioden jaar jaar 26 Tabel 8.2 Meldingsfrequentie naar salarisklasse en geslacht Salarisklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal < 1.5,91 1,2 1,,96 1,1 1, ,46 1,54 1,53 1,48 1,54 1, ,46 1,41 1,41 1,48 1,4 1, ,28 1,26 1,27 1,29 1,27 1,28 > 3.,83 1,9,98,88 1,9 1, Totaal 1,3 1,38 1,37 1,32 1,38 1,37 Meldingsfrequentie naar salarisklasse en geslacht dienstverbanddagen (kalenderdagen) , () 1,5 MF 1,,5 Mannen Vrouwen Totaal, < > 3. Verslagperioden jaar jaar 26 Tabel 8.3 Gemiddelde duur naar salarisklasse en geslacht Salarisklasse Mannen Vrouwen Totaal Mannen Vrouwen Totaal < 1.5 8,3 8,3 8,3 9, 9,1 9, ,2 12,3 12,1 11,5 13, 12, ,7 13,8 13,6 12,9 13,9 13, ,3 13,6 13,5 12,1 13,7 13,2 > 3. 13,1 12,5 12,7 11,9 12,2 12,1 Totaal 12,3 12,9 12,8 12,1 13,2 13, 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
23 Verslagperiode Tabel 8.4 Personeelsopbouw in procenten naar salarisklasse en geslacht Salarisklasse Mannen Vrouwen Totaal < 1.5 1,2 6,6 7, ,7 23,5 27, ,7 4,1 47, , 7,4 1,4 > 3. 2,9 3,9 6,8 Totaal 18,5 81,5 1, 5 Personeelsopbouw in procenten naar salarisklasse en geslacht () () 4 3 PS % 2 Mannen Vrouwen 1 < > 3. Uit tabel 8.1 blijkt dat op totaal niveau in zowel als in 26 het verzuimpercentage het hoogste is in de klasse ' '. Het verzuim daalt vervolgens naarmate het salaris stijgt. Tabel 8.2 laat hetzelfde beeld zien voor de meldingsfrequentie en uit tabel 8.3 blijkt dat de gemiddelde duur stijgt tot en met salarisklasse ' ', waarna zij weer daalt. De meeste werknemers (75%) verdienen tussen de 1.5 en 2.5 (zie tabel 8.6). In beide jaren is het verzuimpercentage (tabel 8.1) en de gemiddelde duur (tabel 8.3) in deze categorie bij vrouwen hoger dan bij mannen. De meldingsfrequentie (tabel 8.2) is bij de vrouwen in de klasse ' ' ook hoger in vergelijking met die van de mannen, maar in de klasse ' ' is zij lager. In tabel 8.5 is te zien dat voor bijna alle salarisklassen gezegd kan worden dat het verzuimpercentage stijgt naarmate de leeftijd toeneemt. Bij de 55-plussers neemt het verzuim in 3 salarisklassen echter weer af. Uit de combinatie van de tabellen 8.5 en 8.6 (de bijbehorende personeelsopbouw) is op te maken dat er een categorie is (salarisklassen ' ' / leeftijdklassen '36-55') die èn een meer dan gemiddeld verzuim heeft èn veel werknemers bevat, namelijk 39% van de werknemerspopulatie. Tabel 8.7 geeft het verzuim naar salarisklasse en deeltijdklasse weer. Ook hier kan gekeken worden naar de combinatie met tabel 8.8 (de bijbehorende personeelsopbouw). Te zien is dat er vier cellen zijn, te weten salarisklasse ' ' / deeltijdklassen ' 4%' die èn een meer dan gemiddeld verzuim hebben èn veel werknemers bevatten (62,1%). 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
24 Tabel 8.5 Verzuimpercentage naar salarisklasse en leeftijdklasse () Salarisklasse t/m t/m t/m t/m Totaal < 1.5 1,8 5, 5,76 5,99 3, 2, ,23 5,96 7,66 7,99 7,57 6, ,43 5,36 6,6 6,57 6,9 5, ,61 3,71 4,93 5,26 6,82 4,95 > 3. 3,52 2,93 3,6 3,53 3,33 3,29 Totaal 3,39 5,23 5,84 6,14 6,39 5,41 1 Verzuimpercentage naar salarisklasse en leeftijdklasse () 8 6 dienstverbanddagen VP (kalenderdagen) < > 3. t/m t/m t/m t/m Tabel 8.6 Personeelsopbouw in procenten naar salarisklasse en leeftijdklasse () Salarisklasse t/m t/m t/m t/m Totaal < 1.5 6,,7,6,4,1 7, ,6 6, 5,3 5,4 2, 27, ,6 14,4 14,6 13,7 3,6 47, ,1 1,9 3,9 3,7,8 1,4 > 3., 1, 2, 2,9,9 6,8 Totaal 16,3 23,9 26,4 26,1 7,4 1, Personeelsopbouw naar salarisklasse en leeftijdklasse () PS% t/m t/m t/m t/m < > VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
25 Tabel 8.7 Verzuimpercentage naar salarisklasse en deeltijdklasse () Salarisklasse < 4% 4% - 8% 8% Totaal < 1.5 2,81 2,39 2,68 2, ,27 6,37 6,3 6, ,94 5,88 6,18 5, ,19 4,92 5,2 4,95 > 3. 2,68 3,6 3,22 3,29 Totaal 4,74 5,54 5,37 5,41 Verzuimpercentage naar salarisklasse en deeltijdklasse () 8 6 dienstverbanddagen (kalenderdagen) 4 VP < 4% % - 8% 2 8% < > 3. Tabel 8.8 Personeelsopbouw in procenten naar salarisklasse en deeltijdklasse () Salarisklasse < 4% 4% - 8% 8% Totaal < 1.5 1,6 4, 2,2 7, ,3 12,6 8,2 27, ,6 24,7 16,6 47, ,8 4,1 5,6 1,4 > 3.,3 1,8 4,7 6,8 Totaal 15,6 47,1 37,3 1, Personeelsopbouw naar salarisklasse en deeltijdklasse () PS% < 4% < > 3. 4% - 8% 8% 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
26 Verzuim en verzuimkosten (eerste ziektejaar) In de onderstaande tabellen staan verzuimpercentages en verzuimkostenpercentages weergegeven: - het verzuimpercentage is een sociale indicatie: het zegt iets over het welzijn van werknemers. - het verzuimkostenpercentage is een financieel-economisch begrip: met dit gegeven heeft men een indicatie van het uitgekeerde ziekengeld. Het verzuimkostenpercentage wordt berekend door in het verzuimpercentage loongegevens te koppelen aan de ziektedagen en de dienstverbanddagen van werknemers. Zo ontstaat er een relatie tussen het verzuim en de kosten die dat verzuim met zich meebrengt. De kosten van het verzuim kunnen verdeeld worden in directe kosten en indirecte kosten: - directe kosten van het verzuim kan men berekenen door het verzuimkostenpercentage te vermenigvuldigen met de bruto loonsom van de gehele werknemerspopulatie en dit bedrag te verhogen met 28%, zijnde het vakantiegeld (8%) en de werkgeverslasten (2%). Bij deze berekening is uitgegaan van 1% doorbetaling van het loon bij ziekte en van nul wachtdagen. - indirecte verzuimkosten zijn kosten als gevolg van overwerk collega s, inhuren uitzendkrachten, arbodienst of bedrijfsarts, personeelsverloop, kosten preventie, begeleiding en reïntegratie, administratieve verplichtingen (o.a. door de Wet Poortwachter), slecht imago, kwaliteitsverlies, overbelasting collega s, verhoogde premie etc. etc. In het algemeen wordt gesteld dat de indirecte kosten min of meer gelijk zijn aan de directe kosten. Het verzuim- en verzuimkostenpercentage is in de tabellen 9.1 t/m 9.3 onderverdeeld naar geslacht, leeftijdklasse en deeltijdklasse. Voor de interpretatie is het percentage werknemers toegevoegd. Verslagperioden 26 Tabel 9.1 Verzuim en verzuimkosten naar geslacht Geslacht VP VKP PS in % VP VKP PS in % Mannen 4,91 4,63 18,5 4,77 4,49 18,7 Vrouwen 5,56 5,62 81,5 5,47 5,53 81,3 Totaal 5,41 5,36 1, 5,3 5,25 1, 6 Verzuim en verzuimkosten naar geslacht () 4 2 VP VKP Mannen Vrouwen Totaal In tabel 9.1 is te zien dat in en in 26 het verzuimkostenpercentage op totaal niveau en bij de mannen lager is dan het verzuimpercentage. Bij vrouwen is het verzuimkostenpercentage hoger. Voor de onderverdeling naar leeftijdklasse (tabel 9.2) geldt dat het verzuimkostenpercentage altijd lager is dan het verzuimpercentage. Een uitzondering hierop vormt de leeftijdklasse 't/m 25' waar het verzuimkostenpercentage in beide jaren hoger is. Bij de verdeling naar deeltijdklasse (tabel 9.3) is alleen in de klasse ' 8%' het verzuimkostenpercentage lager is dan het verzuimpercentage. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
27 Verslagperioden 26 Tabel 9.2 Verzuim en verzuimkosten naar leeftijdklasse Leeftijdsklasse VP VKP PS in % VP VKP PS in % t/m 25 3,39 4,4 16,3 3,47 4,17 16,3 26 t/m 35 5,23 5,13 23,9 5,29 5,19 24,4 36 t/m 45 5,84 5,56 26,4 5,59 5,33 27,3 46 t/m 55 6,14 5,72 26,1 6,2 5,56 25, ,39 5,78 7,4 6,9 5,48 6,7 Totaal 5,41 5,36 1, 5,3 5,25 1, 8 Verzuim en verzuimkosten naar leeftijdklasse dienstverbanddagen (kalenderdagen) () VP VKP 2 t/m t/m t/m t/m Totaal Verslagperioden 26 Tabel 9.3 Verzuim en verzuimkosten naar deeltijdklasse Deeltijdklasse VP VKP PS in % VP VKP PS in % < 4% 4,74 4,78 15,6 4,36 4,41 15,9 4% - 8% 5,54 5,66 47,1 5,46 5,58 46,2 8% 5,37 5,2 37,3 5,28 5,1 37,9 Totaal 5,41 5,36 1, 5,3 5,25 1, 6 Verzuim en verzuimkosten naar deeltijdklasse () 4 VP VKP 2 < 4% 4% - 8% 8% Totaal 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
28 Verzuim naar regio (eerste ziektejaar) In tabel 1.1 staan de verzuimcijfers naar regio. De indeling voor de vijf regio's, zoals die door Vernet wordt gehanteerd, staat hieronder weergegeven. De verzuimcijfers voor de grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht en hun naaste omgeving zijn afzonderlijk gepresenteerd in tabel 1.2. Noord Nederland: Groningen, Friesland, Drenthe, Gooi- en Vechtstreek, Noord-Holland-Noord, Kennemerland, Amstel- en Meerlanden. Midden Nederland: IJssel/Vecht, Twente, Midden-IJssel, Veluwe, Arnhem, Oost-Gelderland, Nijmegen, Rivierenland, Flevoland, Oost-Utrecht. Zuid-Oost Nederland: Midden-Brabant, Noord-Oost-Brabant, Zuid-Oost Brabant, Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Zuid-West Nederland: Rijnstreek, Drechtsteden, Zeeland, Westelijk Noord-Brabant, Breda. Grote Steden: Amsterdam (met Zaanstreek en Waterland), Rotterdam (met Rijnmond), Den Haag (met Delft en Westland) en Utrecht-West. Verslagperioden jaar jaar 26 Tabel 1.1 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur naar regio Regio VP MF GD PS in % VP MF GD PS in % Noord Nederland 5,41 1,34 13,2 2,9 5,27 1,35 13,2 22,3 Midden Nederland 5,44 1,35 13,1 42,5 5,48 1,35 13,5 41,1 Zuid-Oost Nederland 4,6 1,34 11,9 6,5 4,39 1,35 11,1 1,9 Zuid-West Nederland 5,38 1,34 12,1 13,4 5,45 1,37 13,3 11,2 Grote Steden 5,64 1,49 12,5 16,8 5,42 1,49 12,2 14,5 Totaal 5,41 1,37 12,8 1, 5,3 1,37 13, 1, Verzuim naar regio Noord Nederland Midden Nederland Zuid-Oost Nederland 26 Zuid-West Nederland Grote Steden Totaal VP 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
29 Verslagperioden 26 Tabel 1.2 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur naar Grote Steden Grote Steden VP MF GD PS in % VP MF GD PS in % Amsterdam 5,69 1,45 12,6 27,5 5,37 1,48 12,8 27,9 Rotterdam 5,62 1,46 13, 18,6 6,7 1,5 13,2 21,8 Den Haag 5,49 1,51 12, 29,3 4,98 1,52 1,5 27,9 Utrecht 5,77 1,51 12,5 24,5 5,43 1,47 12,8 22,4 Totaal 5,64 1,49 12,5 1, 5,42 1,49 12,2 1, Verzuim naar Grote Steden Amsterdam Rotterdam 26 Den Haag Utrecht Totaal VP In tabel 1.1 is te zien dat in bij de 'Grote Steden' het hoogste verzuimpercentage is gemeten. In 26 was dat in Midden Nederland. De hoogste meldingsfrequentie was in beide jaren in de 'Grote Steden' te zien. De langste gemiddelde duur was in in Noord Nederland, in 26 in Midden Nederland. Zuid-Oost Nederland behaalde bij alle verzuimcijfers, zowel in als 26, de laagste waarden. Ook in enkele andere regio's werd de laagste meldingsfrequentie gemeten. De grootste relatieve stijging van het verzuimpercentage is te zien in Zuid-Oost Nederland. Echter, door de grotere omvang in Noord Nederland en bij de Grote Steden is de stijging in aldaar van grotere invloed op het totale verzuimpercentage van de branche. De meldingsfrequenties zijn in de regio's in gelijk gebleven of gedaald. De gemiddelde duur steeg alleen in Zuid Oost Nederland en bij de Grote Steden. In tabel 1.2 zien we dat Utrecht in het hoogste verzuim heeft. In 26 was dat in Rotterdam. In Den Haag is in beide jaren het laagste verzuimpercentage gemeten. De hoogste meldingsfrequentie was in in Den Haag en Utrecht, in 26 in Den Haag. De langste gemiddelde duur was in beide jaren in Rotterdam te zien. Het verzuimpercentage steeg in t.o.v. 26 in Amsterdam (met,32) en in Utrecht (met,34). De grootste relatieve stijging vond plaats in Utrecht met 6,3%. De meldingsfrequentie steeg alleen in Utrecht (met,4) in en de gemiddelde duur steeg in vergelijking met 26 alleen in Den Haag (met 1,5 dag). 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
30 Tijdreeks verzuimcijfers (eerste ziektejaar) In de onderstaande tabel staan de verzuimcijfers per kwartaal en per voortschrijdend jaar. Bij het verzuimpercentage en de meldingsfrequentie op kwartaalbasis zien we een afspiegeling van het 'seizoenspatroon': het ziekteverzuim is doorgaans iets hoger in het eerste kwartaal, de winter, en wat lager in het derde kwartaal, de zomer. Het tweede en vierde kwartaal zijn min of meer gelijk aan elkaar, mits er geen sprake is van een structurele groei of daling van het verzuim. De gemiddelde duur daarentegen is in het derde kwartaal steeds hoger. De verklaring hiervoor ligt in het aantal gevallen van verkoudheid en griep in de overige kwartalen: deze ziekten duren naar verhouding kort en beïnvloeden de gemiddelde duur. De jaarcijfers geven om die reden betere informatie. Een voortschrijdend jaar bestaat uit vier aaneengesloten kwartalen. Verzuimcijfers van voortschrijdende jaren vertonen geen fluctuaties als gevolg van seizoensinvloeden. Hierdoor geven de 'voortschrijdende jaarcijfers' de structurele ontwikkeling beter weer dan 'kwartaalcijfers'. In de grafiek, waarin tevens de cijfers vanaf 24 zijn opgenomen, is het verschil tussen beide cijfers goed te zien. GD*) Als gevolg van de invoering van het tweede ziektejaar is de gemiddelde duur in 25 sterk verlaagd in vergelijking met de jaren daarvoor. Vanaf 26 is de gemiddelde duur gebaseerd op twee ziektejaren. Tabel 11.1 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie en gemiddelde duur per kwartaal en voortschrijdend jaar Kwartaal VP MF GD* Voortschrijdend jaar VP MF GD* ,14 2,8 11, t/m ,14 1,53 14, ,39 1,2 14, t/m ,93 1,51 14, ,66 1,4 15, t/m ,75 1,49 13, ,82 1,52 11, t/m ,65 1,45 12, ,48 1,93 11, t/m ,62 1,43 13, ,18 1,14 15, t/m ,55 1,41 13, ,52 1,1 15, t/m ,42 1,4 13, ,44 1,42 11, t/m ,3 1,37 13, -1 6,4 1,71 11, t/m -1 5,25 1,32 13,1-2 5,21 1,13 14, t/m -2 5,28 1,32 13, -3 4,82 1,3 15, t/m -3 5,32 1,32 13,1-4 5,74 1,58 11, -1 t/m -4 5,41 1,37 12,8 8 Verzuimpercentage en meldingsfrequentie per kwartaal en voortschrijdend jaar 6 4 VP kwartaal VP jaar MF kwartaal MF jaar VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
31 Tabel 11.2 Verzuimpercentage per voortschrijdend jaar naar duurklasse Voortschrijdend jaar 1-7 dagen 8-14 dagen dagen > 42 dagen Totaal VP VP VP VP VP 25-1 t/m ,6,51,62 3,46 5, t/m ,3,47,62 3,5 5, t/m ,2,46,61 3,46 5, t/m ,1,46,62 3,34 5, t/m 26-4,98,44,58 3,31 5, t/m -1,93,41,59 3,32 5, t/m -2,93,41,58 3,35 5, t/m -3,93,41,59 3,39 5,32-1 t/m -4,97,42,6 3,43 5,41 Tabel 11.3 Meldingsfrequentie per voortschrijdend jaar naar duurklasse Voortschrijdend jaar 1-7 dagen 8-14 dagen dagen > 42 dagen Totaal MF MF MF MF MF 25-1 t/m ,8,17,1,9 1, t/m ,8,16,1,9 1, t/m ,7,16,1,9 1, t/m ,6,16,1,9 1, t/m ,4,15,9,9 1, t/m -1,99,14,9,9 1, t/m -2,99,14,9,9 1, t/m -3,99,14,1,9 1,32-1 t/m -4 1,4,14,1,9 1,37 8 Verzuim en langdurig verzuim per voortschrijdend jaar t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m t/m -3-1 t/m -4 VP totaal VP langdurig verzuim In tabel 11.1 kunnen de verzuimcijfers van de overeenkomstige kwartalen met elkaar vergeleken worden. In het 2-de, 3-de en 4-de kwartaal van is het verzuim voor het eerst sinds jaren weer gestegen. Ook is het verzuim van de bij die kwartalen behorende voortschrijdende jaren gestegen. Uit tabel 11.2 blijkt dat de stijging van het totale verzuim in die laatste drie voortschrijdende jaren voornamelijk veroorzaakt is door de stijging van het langdurige verzuim. In tabel 11.3 is te zien dat de meldingsfrequentie in de voortschrijdende jaren tussen 26-1 t/m 26-4 en -1 t/m -4 de laagste waarde bereikt heeft van 1,32. De stijging van het totale niveau in naar 1,37 werd voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de frequentie in de duurklasse '1-7 dagen'. De grafiek, waarin de verzuimcijfers vanaf het jaar 23-1 t/m 23-4 te zien zijn, maakt de ontwikkeling van het langdurig verzuim ten opzichte van het totale verzuim zichtbaar. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
32 Toelichting (eerste èn tweede ziektejaar) Eerste en Tweede ziektejaar: In 24 is de wet 'Verlenging Loondoorbetalingsverplichting bij Ziekte' (VLZ) van kracht geworden. In plaats van één jaar hebben werkgevers de plicht om het loon van een zieke werknemer twee jaar lang door te betalen. In dit deel van de Monitor staan de verzuimcijfers van het eerste en tweede ziektejaar tezamen. Het jaar 25 was, zoals uit het onderstaande schema blijkt, een opbouwjaar voor de ziektedagen ofwel de verzuimpercentages die op het tweede ziektejaar betrekking hebben. In 26 waren de verzuimcijfers volledig. Verzuimcijfers van 25, die eerder gepubliceerd zijn, kunnen derhalve niet met die van 26 vergeleken worden. Meer informatie hierover staat op / documenten / verzuim tweede ziektejaar kw1 kw2 kw3 kw4 kw1 kw2 kw3 kw4 kw1 kw2 kw3 kw4 kw1 kw2 kw3 kw4 kw1 kw2 kw3 kw4 oude ziektewet oude ziektewet nieuwe ziektewet nieuwe ziektewet nieuwe ziektewet ziektedagen die betrekking hebben op het eerste ziektejaar - ziektedagen die betrekking hebben op het tweede ziektejaar Verzuimpercentage naar duurklasse en eerste en tweede ziektejaar (fase): De verzuimcijfers in tabel 16 (pagina 35) zijn weergegeven in 12 duurklassen. De duurklassen 1 t/m 8 (tezamen 365 dagen) kunnen als ze worden opgeteld niet worden vergeleken met de verzuimcijfers van het eerste ziektejaar (deel I van deze Monitor en tabel 12.1 op pagina 31). - Duurklassen: Bij de verdeling naar duurklasse worden alle ziektedagen in één duurklasse geplaatst. Als het verzuim van een werknemer langer dan een jaar heeft geduurd gaan al zijn of haar ziektedagen naar een duurklasse uit het tweede ziektejaar, dus ook de ziektedagen die op het eerste ziektejaar betrekking hebben. - Fasen: Bij de verdeling naar fase kunnen ziektedagen in meer dan één fase worden geplaatst. In deze Monitor is fase 1 gelijk aan het eerste ziektejaar en fase 2 aan het tweede: van alle ziektegevallen die langer dan een jaar hebben geduurd worden de eerste 365 ziektedagen in het eerste ziektejaar geplaatst en de resterende dagen in het tweede. Deze verdeling naar fase maakt het mogelijk om de verzuimcijfers van het eerste ziektejaar te blijven vergelijken met die van 24 en eerder. Meer informatie staat op / documenten / verzuim naar duurklassen en fasen. Beëindigingsfrequentie verdeeld naar duurklasse: In tabel 16 is een nieuw begrip geïntroduceerd: de beëindigingsfrequentie. de beëindigingsfrequentie = het aantal beëindigingen gedeeld door het aantal werknemers (onder beëindigingen wordt verstaan: het herstel of het einde van de ziekteperiode van twee jaar) Omdat alle aangevangen ziektegevallen ook weer beëindigen is de beëindigingsfrequentie min of meer gelijk aan de meldingsfrequentie. Indien in dit deel van de Monitor bij de verdeling naar duurklasse zou worden vastgehouden aan de meldingsfrequentie, zouden de duurklassen die betrekking hebben op het tweede ziektejaar nooit gevuld worden, omdat de verslagperiode één kalenderjaar is. Het aantal beëindigingen is aan het einde van het eerste ziektejaar en in het tweede ziektejaar heel laag. Om deze reden is ervoor gekozen om de beëindigingsfrequentie in 3 decimalen weer te geven. Voor de beëindigingsfrequentie geldt eveneens dat 25 een opbouwjaar was: in 26 was de informatie volledig. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
33 overzicht (eerste èn tweede ziektejaar) Verslagperioden 26 Tabel 12.1 Verzuimpercentage en verzuimkostenpercentage VP VKP VP VKP Eerste ziektejaar 5,41 5,36 5,3 5,25 Tweede ziektejaar,46,32,44,3 Totaal 5,87 5,68 5,75 5,55 Tabel 12.2 Meldingsfrequentie en gemiddelde duur MF GD MF GD Totaal 1,37 16,5 1,37 16,8 Verzuimpercentage (exclusief-zw) 7, 6, 5, VP 4, 3, tweede ziektejaar eerste ziektejaar 2, 1,, VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
34 Verzuim naar geslacht (eerste èn tweede ziektejaar) VERSLAGPERIODEN 26 Tabel 13.1 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie, gemiddelde duur en personeelsopbouw naar geslacht Geslacht VP MF GD PS in % VP MF GD PS in % Mannen 5,3 1,3 15,6 18,5 5,17 1,32 15,7 18,7 Vrouwen 6,4 1,38 16,7 81,5 5,92 1,38 17, 81,3 Totaal 5,87 1,37 16,5 1, 5,75 1,37 16,8 1, Tabel 13.2 Verzuimpercentage en meldingsfrequentie naar geslacht, inclusief zwangerschap Geslacht VP-inzw MF-inzw VP-inzw MF-inzw Mannen 5,3 1,3 5,17 1,32 Vrouwen 8,5 1,45 7,96 1,45 Totaal 7,42 1,42 7,31 1,42 Verzuim naar geslacht (exclusief-zw) Mannen Vrouwen Totaal 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
35 Verzuim naar leeftijdklasse (eerste èn tweede ziektejaar) VERSLAGPERIODEN 26 Tabel 14 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie, gemiddelde duur en personeelsopbouw naar leeftijdklasse Leeftijdklasse VP MF GD PS in % VP MF GD PS in % t/m 25 3,55 1,3 9,3 16,3 3,67 1,3 1,2 16,3 26 t/m 35 5,69 1,59 14,2 23,9 5,73 1,61 13,9 24,4 36 t/m 45 6,31 1,39 17,5 26,4 6,6 1,38 18, 27,3 46 t/m 55 6,74 1,25 2,6 26,1 6,55 1,26 21,4 25, ,2 1,1 24,5 7,4 6,66 1,7 25, 6,7 Totaal 5,87 1,37 16,5 1, 5,75 1,37 16,8 1, Verzuim naar leeftijdklasse t/m t/m t/m t/m Totaal VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
36 Verzuim naar deeltijdklasse (eerste èn tweede ziektejaar) VERSLAGPERIODEN 26 Tabel 15 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie, gemiddelde duur en personeelsopbouw naar deeltijdklasse Deeltijdklasse VP MF GD PS in % VP MF GD PS in % < 4% 5,17 1,5 17,6 15,6 4,79 1,2 18,1 15,9 4% - 8% 6, 1,39 16,6 47,1 5,93 1,39 17,4 46,2 8% 5,83 1,47 16, 37,3 5,71 1,49 15,8 37,9 Totaal 5,87 1,37 16,5 1, 5,75 1,37 16,8 1, Verzuimpercentage naar deeltijdklasse < 4% 4% - 8% 8% Totaal 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
37 Verzuim naar duurklasse (eerste èn tweede ziektejaar) VERSLAGPERIODEN jaar 26 Tabel 16 Verzuimpercentage, verzuimkostenpercentage en beëindigingsfrequentie naar duurklasse Duurklasse VP VKP BF VP VKP BF 1 t/m 3 dagen,34,33,615,34,34,618 4 t/m 7 dagen,63,62,42,64,63,422 8 t/m 14 dagen,42,41,142,44,43,15 15 t/m 42 dagen,6,58,88,58,57,88 43 t/m 91 dagen,73,72,4,72,71,4 92 t/m 182 dagen,96,96,27,97,97, t/m 275 dagen,7,71,11,65,66, t/m 365 dagen,57,59,6,52,52,7 366 t/m 455 dagen,3,29,3,3,28,2 456 t/m 545 dagen,21,19,2,2,17,2 546 t/m 635 dagen,14,11,1,13,1,1 636 t/m 73 dagen,27,19,4,25,18,4 Totaal 5,87 5,68 1,358 5,75 5,55 1, t/m 635 dagen 2,4% 366 t/m 455 dagen 5,1% 456 t/m 545 dagen 3,6% Verzuim naar duurklasse 636 t/m 73 dagen 4,6% () 1 t/m 3 dagen 5,8% 8 t/m 14 dagen 7,2% 4 t/m 7 dagen 1,7% 15 t/m 42 dagen 1,2% 276 t/m 365 dagen 9,7% 43 t/m 91 dagen 12,4% 183 t/m 275 dagen 11,9% 92 t/m 182 dagen 16,4% 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
38 Verzuim naar grootteklasse (eerste èn tweede ziektejaar) VERSLAGPERIODEN 26 Tabel 17 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie, gemiddelde duur en personeelsopbouw naar grootteklasse Grootteklasse VP MF GD PS in % VP MF GD PS in % < 5 6,4 1,48 15,4 14, 5,67 1,49 15,6 17, ,64 1,4 15,3 23,5 5,56 1,39 15,4 2, ,62 1,35 17, 15,8 5,63 1,39 16,9 18, > 1.5 6,2 1,33 17,3 46,8 5,92 1,3 18, 43,3 Totaal 5,87 1,37 16,5 1, 5,75 1,37 16,8 1, Verzuimpercentage naar grootteklasse < > 1.5 Totaal 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
39 Verzuim naar regio (eerste èn tweede ziektejaar) VERSLAGPERIODEN 26 Tabel 18.1 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie, gemiddelde duur en personeelsopbouw naar regio Regio VP MF GD PS in % VP MF GD PS in % Noord Nederland 5,9 1,34 17,4 2,9 5,72 1,35 17,2 22,3 Midden Nederland 5,89 1,35 16,7 42,5 5,96 1,35 17,8 41,1 Zuid-Oost Nederland 4,87 1,34 14, 6,5 4,62 1,35 13, 1,9 Zuid-West Nederland 5,91 1,34 15,8 13,4 5,86 1,37 17,4 11,2 Grote Steden 6,12 1,49 16,2 16,8 5,94 1,49 15,6 14,5 Totaal 5,87 1,37 16,5 1, 5,75 1,37 16,8 1, Verzuim naar regio Noord Nederland Midden Nederland Zuid-Oost Nederland Zuid-West Nederland Grote Steden Totaal VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
40 VERSLAGPERIODEN 26 Tabel 18.2 Verzuimpercentage, meldingsfrequentie, gemiddelde duur en personeelsopbouw naar Grote Steden Grote Steden VP MF GD PS in % VP MF GD PS in % Amsterdam 6,4 1,45 15,3 27,5 5,84 1,48 16,4 27,9 Rotterdam 6,6 1,46 17,7 18,6 6,66 1,5 17,2 21,8 Den Haag 6,12 1,51 16,9 29,3 5,59 1,52 14, 27,9 Utrecht 6,23 1,51 15,4 24,5 5,8 1,47 15,1 22,4 Totaal 6,12 1,49 16,2 1, 5,94 1,49 15,6 1, Verzuim naar Grote Steden Amsterdam Rotterdam Den Haag 26 Utrecht Totaal VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
41 Tijdreeks verzuimcijfers (eerste èn tweede ziektejaar) Tabel 19.1 Verzuimpercentage per voortschrijdend jaar naar duurklasse t/m t/m t/m t/m t/m t/m 3 dagen,34,32,32,32,34 4 t/m 7 dagen,64,61,61,61,63 8 t/m 14 dagen,44,41,41,41,42 15 t/m 42 dagen,58,59,58,59,6 43 t/m 91 dagen,72,72,69,69,73 92 t/m 182 dagen,97,97 1,2,98, t/m 275 dagen,65,68,7,74,7 276 t/m 365 dagen,52,48,5,53, t/m 455 dagen,3,3,3,3,3 456 t/m 545 dagen,2,21,19,2, t/m 635 dagen,13,15,15,13, t/m 73 dagen,25,25,26,26,27 Totaal 5,75 5,7 5,74 5,78 5,87 Tabel 19.2 Beëindigingsfrequentie per voortschrijdend jaar naar duurklasse t/m t/m t/m t/m t/m t/m 3 dagen,618,589,589,589,615 4 t/m 7 dagen,422,44,44,42,42 8 t/m 14 dagen,15,142,142,14, t/m 42 dagen,88,87,87,87,88 43 t/m 91 dagen,4,39,4,4,4 92 t/m 182 dagen,27,26,26,27, t/m 275 dagen,11,11,1,1, t/m 365 dagen,7,6,6,6,6 366 t/m 455 dagen,2,3,3,3,3 456 t/m 545 dagen,2,2,2,2,2 546 t/m 635 dagen,1,1,1,1,1 636 t/m 73 dagen,4,4,4,4,4 Totaal 1,371 1,371 1,314 1,311 1,358 Tabel 19.3 Gemiddelde duur per voortschrijdend jaar t/m t/m t/m t/m t/m Gemiddelde duur 16,8 17,1 17,1 16,9 16,5 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
42 Rekenregels voor de verzuimgrootheden elke ziektedag in de periode x pt x ao Verzuimpercentage: VP = x 1 % elke dienstverbanddag in de periode x pt uitgekeerd ziekengeld in de periode Verzuimkostenpercentage: VKP = x 1 % totale loonsom van de instelling in de periode aantal ziekmeldingen in de periode Meldingsfrequentie: MF = aantal werknemers in de periode aantal beëindigingen in de periode Beëindigingsfrequentie: BF = aantal werknemers in de periode alle ziektedagen van de in de periode beëindigde gevallen Gemiddelde duur: GD = alle in de periode beëindigde gevallen alle dienstverbanddagen Personeelssterkte / PS = aantal werknemers: aantal dagen in de periode Verklaring van de begrippen in de bovenstaande definities. Verzuimpercentage: Van alle werknemers wordt elke ziektedag in de periode vermenigvuldigd met de bij die dag behorende parttimefactor (pt) en de arbeidsongeschiktheidsfactor (ao), waarna de ziektedagen worden opgeteld. Van alle werknemers (ziek en niet ziek) wordt elke dienstverbanddag in de periode vermenigvuldigd met de bij die dag behorende parttimefactor (pt), waarna de dienstverbanddagen worden opgeteld. Verzuimkostenpercentage: Het verzuimkostenpercentage is afgeleid van het verzuimpercentage. Aan alle ziektedagen en dienstverbanddagen is het bruto dagloon gekoppeld. M.a.w. het verzuimkostenpercentage is het uitgekeerde bruto loon bij ziekte van de werknemer(s) gedeeld door de bruto loonsom van alle werknemers. Meldingsfrequentie: Totaal aantal ziekmeldingen in de periode gedeeld door het aantal werknemers in de periode. De meldingsfrequentie in een kwartaal is ongeveer een kwart van de meldingsfrequentie van het jaar. Om vergelijking met het (voortschrijdend) jaar mogelijk te maken is de meldingsfrequentie van een kwartaal vermenigvuldigd met 4. Beëindigingsfrequentie: Totaal aantal beëindigde ziektegevallen in de periode gedeeld door het aantal werknemers in de periode. De beëindigingsfrequentie in een kwartaal is ongeveer een kwart van de beëindigingsfrequentie van het jaar. Om vergelijking met het (voortschrijdend) jaar mogelijk te maken is de beëindigingsfrequentie van een kwartaal vermenigvuldigd met 4. Gemiddelde duur: Beëindigde gevallen zijn ziektegevallen waarvan de hersteldatum in de periode valt. Ziektedagen van beëindigde gevallen zijn alle dagen vanaf de eerste ziektedag tot de hersteldatum. De aansluitende ziektedagen die vóór de periode vallen worden dus ook meegerekend. Personeelssterkte / aantal werknemers: Het totaal aantal dienstverbanddagen in de periode gedeeld door 9, 91 of 92 dagen voor een kwartaal of door 365 dagen (schrikkeljaar 366) voor een jaar. Meer info op bij documenten. 28 VERNET verzuimnetwerk GHZ-VerzuimMonitor
VerzuimMonitor Gehandicaptenzorg Jaar 2008
VerzuimMonitor Gehandicaptenzorg Verzuimpercentage GHZ Meldingsfrequentie GHZ Gemiddelde duur GHZ Aantal werknemers GHZ De indeling voor de vijf regio s in de zorgsector NN : Noord Nederland MN : Midden
Meldingsfrequentie GHZ Verzuimpercentage GHZ Aantal werknemers GHZ Gemiddelde duur GHZ 2009
Verzuimpercentage GHZ Meldingsfrequentie GHZ Gemiddelde duur GHZ Aantal werknemers GHZ De indeling voor de vijf regio s in de zorgsector NN : Noord Nederland MN : Midden Nederland ZWN : Zuid-West Nederland
VerzuimMonitor Thuiszorg Jaar 2007
VerzuimMonitor Thuiszorg Verzuimpercentage TZ Meldingsfrequentie TZ Gemiddelde duur TZ Aantal werknemers TZ De indeling voor de vijf regio s in de zorgsector NN : Noord Nederland MN : Midden Nederland
VerzuimMonitor Sector Zorg Jaar 2005
VerzuimMonitor Sector Zorg Verzuimpercentage Sector Zorg Meldingsfrequentie Sector Zorg Gemiddelde duur Sector Zorg Aantal werknemers Sector Zorg De indeling voor de vijf regio s in de zorgsector NN :
Meldingsfrequentie Sector Zorg 2009. Verzuimpercentage Sector Zorg 2009. Aantal werknemers Sector Zorg 2009. Gemiddelde duur Sector Zorg 2009
Verzuimpercentage Sector Zorg Meldingsfrequentie Sector Zorg Gemiddelde duur Sector Zorg Aantal werknemers Sector Zorg De indeling voor de vijf regio s in de zorgsector NN : Noord Nederland MN : Midden
KwartaalRapport. Gehandicaptenzorg periode
Rapport Gehandicaptenzorg periode Toelichting In dit Rapport zijn de volgende tabellen opgenomen: Tabel Eerste ziektejaar Pagina Tabel Eerste èn tweede ziektejaar Pagina 1 Tijdreeks verzuimcijfers 2 8
Branche Viewer. Geestelijke Gezondheidszorg. Kwartaal
Branche Viewer Geestelijke Gezondheidszorg Kwartaal 2016-3 Inhoudsopgave Voorwoord/Analyse 1. Verzuimpercentage naar ziektejaar 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie
Branche Viewer VVT. Kwartaal
Branche Viewer VVT Kwartaal 2016-4 Inhoudsopgave Voorwoord/Analyse 1. Verzuimpercentage naar ziektejaar 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 4. Verzuim naar
Branche Viewer. Algemene Ziekenhuizen. Kwartaal
Branche Viewer Algemene Ziekenhuizen Kwartaal 2016-1 Inhoudsopgave Voorwoord/Analyse 1. Verzuimpercentage naar ziektejaar 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie
Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld.
Inhoudsopgave 1. Verzuim naar geslacht 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Verzuim naar grootteklasse 4. Verzuim en meldingsfrequentie naar leeftijd 5. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 6.
Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld.
Inhoudsopgave 1. Verzuim naar geslacht 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Verzuim naar grootteklasse 4. Verzuim en meldingsfrequentie naar leeftijd 5. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 6.
Toelichting. PS = gemiddeld aantal werknemers BF = beëindigingsfrequentie
Toelichting In dit KwartaalRapport zijn de volgende tabellen opgenomen: Tabel Eerste ziektejaar Pagina 1 Tijdreeks verzuimcijfers 2 2 Verzuim naar geslacht 3 3 Verzuim naar leeftijdklasse 4 4 Verzuim naar
Branche Viewer VVT. Kwartaal
Branche Viewer VVT Kwartaal 2015-4 Inhoudsopgave Voorwoord/Analyse 1. Verzuimpercentage naar ziektejaar 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 4. Verzuim naar
Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld.
Inhoudsopgave 1. Tijdreeks verzuimcijfers 2. Verzuim naar geslacht 3. Verzuim naar grootteklasse 4. Verzuim en meldingsfrequentie naar leeftijd 5. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 6.
verzuimnetwerk Vernet Viewer Zorg aan Zet Voortschrijdend jaar 2013-1 t/m 2013-4 T (020) 422 9771 F (020) 427 2839 E [email protected] W www.vernet.
verzuimnetwerk Vernet Viewer Zorg aan Zet Voortschrijdend jaar -1 t/m -4 Oude Braak 16 1012 PS Amsterdam T (020) 422 9771 F (020) 427 2839 E [email protected] W www.vernet.nl Inhoudsopgave 1. Leeftijdsopbouw
Vernet Health Ranking
Naam Voorbeeldorganisatie Vernet-ID 000000 Voorbeeldbranche Vernet Health Ranking De Vernet Health Ranking(*) over 2014 is bekend! De score van uw organisatie is 5,2. Op verschillende verzuimonderdelen
Vernet Viewer Q Voorbeeldorganisatie
Voorbeeld Vernet-ID 498319 Branche Gehandicaptenzorg Regio Randstad Ontwikkeling van verzuim Het verzuim in de in het voortschrijdend jaar 2016-2 t/m 2017-1 is %. Dit is een stijging ten opzichte van dezelfde
Jaarrapportage 2010. Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening
Jaarrapportage 2010 Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening Inhoud Inleiding... 3 Samenvatting... 3 Kerncijfers 2008, 2009, 2010... 4 Participatie... 5 Verzuimontwikkeling...
Vernet Health Ranking. Verzuim in de branche. Ontwikkeling van verzuim. Gemiva-SVG Groep. Vernet-ID Gehandicaptenzorg
Naam Gemiva-SVG Groep Vernet-ID 641316 Gehandicaptenzorg Vernet Health Ranking Over 2013 is de Vernet Health Ranking(*) voor uw organisatie bepaald. Uw score in 2013 is 9,7. heeft een goede performance
Vernet Viewer Plus Q Voorbeeldorganisatie
Vernet Viewer Plus Q1-2017 Voorbeeldorganisatie Vernet-ID 498319 Branche Gehandicaptenzorg Regio Randstad m eldingsfrequentie Spreiding met verzuimpercentage en meldingsfrequentie II III 1,1 5 6 2 1 1,1
Notitie. Verzuimrapportage 2e kwartaal 2014 1. AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca. VAN : Secretariaat Veneca
Notitie AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca VAN : Secretariaat Veneca DATUM : 22 september 2014 ONDERWERP : Verzuimrapportage 2e kwartaal 2014 NUMMER : 20344209 Algemeen Vanaf het
Notitie. Verzuimrapportage 3e en 4e kwartaal AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca. VAN : Secretariaat Veneca
Notitie AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca VAN : Secretariaat Veneca DATUM : 2 april 2014 ONDERWERP : Verzuimrapportage 3e en 4e kwartaal 2013 NUMMER : 20299224 Algemeen Vanaf
Feiten en cijfers 2010 Branche Kinderopvang
Feiten en cijfers 2010 Branche Kinderopvang Ieder jaar maakt FCB de zogenoemde factsheets. Deze bestaat uit cijfers over de branche in een bepaald jaar. De cijfers over 2010 worden met de ontwikkelingen
Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten
Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van
Ziekteverzuim naar leeftijd en geslacht, 2002 2005
0i07 07 Ziekteverzuim naar leeftijd en geslacht, 2002 2005 Frank van der Linden en Anouk de Rijk Centrum voor Beleidsstatistiek (maatwerk) Voorburg/Heerlen, 2008 Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken
Feiten en cijfers 2010 Branche WMD
Feiten en cijfers 2010 Branche WMD Ieder jaar maakt FCB de zogenoemde factsheets. Deze bestaat uit cijfers over de branche in een bepaald jaar. De cijfers over 2010 worden met de ontwikkelingen ook in
Verzuimanalyse MBO-sector
Verzuimanalyse MBO-sector 3 e kwartaal 2011 t/m 2 e kwartaal 2012 MBO Raad Woerden, November 2012 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 4 3. Van registratie naar
Periodieke Brancherapportage 2014
Periodieke Brancherapportage 2014 Peildatum: 1 januari 2015 Brancheorganisatie: Datum: Februari 2015 Sectormanager: Jaap Tinga Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage
Verzuimanalyse MBO-sector
Verzuimanalyse MBO-sector 1 e kwartaal 2015 t/m 4 e kwartaal 2015 MBO Raad Woerden, April 2016 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 3 3. Van registratie naar informatie...
Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007
Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007 24-06-2008, Bussum Etienne Lemmens, Orbis Inleiding Vergelijking Respons Regionale spreiding In de CAO voor de sector SW is opgenomen dat de verzuimbenchmark,
Brancherapportage J C:\Brancherapportages
23-03-2016 2015 December VOB Brancherapportage J C:\Brancherapportages Vereniging Openbare Bibliotheken ArboNed Kenniscentrum Rapportagedatum: 23-03-2016 Peildatum: 31-12-2015 Sectormanager: Jaap Tinga
Rapportage. Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2011. Gezond & Veilig werken. Prae Advies & Onderzoek, 17 september 2012, Utrecht
Rapportage Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2011 Prae Advies & Onderzoek, 17 september 2012, Utrecht Gezond & Veilig werken Gezond & Veilig werken Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector,
PeopleOnline rapportraamwerk
PeopleOnline rapportraamwerk begrippen, verzuimgrootheden en berekeningswijze Versie: 24-07-2012 Auteur: Erik Baaijens Heeft u vragen en maakt u nog geen gebruik van PeopleOnline? Bram Evers +31(0)478-759425
Inhoudsopgave. Bijlage: De standaard rekenregels voor verzuimmaten...11
Verzuimanalyse MBO-sector 3 e kwartaal 2013 t/m 2 e kwartaal 2013 MBO Raad Woerden, oktober 2013 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 4 3. Van registratie naar informatie...
SticVerzuimrapportage J C:\Verzuimrapportages
16-01-2018 # December SticVerzuimrapportage J C:\Verzuimrapportages Stichting voor Bijzonder Voortgezet Onderwijs Bilthoven ArboNed Kenniscentrum Rapportagedatum: 16-01-2018 Peiljaar: 2017 Peilmaand: December
Factsheet Paddenstoelen 2016
Factsheet Paddenstoelen 2016 Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2015 Colland Bestuursbureau, 28 oktober 2016 1610-1267 Pagina 2 33 Inhoudsopgave Toelichting
Verzuimonderzoek PO en VO 2012
EINDRAPPORTAGE Verzuimonderzoek PO en VO 2012 DUO Informatieproducten Ako Madomi 15 september 2013 Inhoudsopgave SAMENVATTING... 3 1 INLEIDING... 6 1.1 OPZET ONDERZOEK... 6 1.2 LEESWIJZER... 8 2 VERZUIMKENGETALLEN
Periodieke Brancherapportage 2013-2014
Periodieke Brancherapportage 2013-2014 Peildatum: 1 juli 2014 Brancheorganisatie: Datum: oktober 2014 Sectormanager: Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage
Verzuimonderzoek PO en VO 2015
EINDRAPPORTAGE Verzuimonderzoek PO en VO 2015 DUO Informatieproducten Ako Madomi 19 augustus 2016 Inhoudsopgave SAMENVATTING... 2 1 INLEIDING... 5 1.1 OPZET ONDERZOEK... 5 1.2 LEESWIJZER... 6 2 VERZUIMKENGETALLEN
Ziekteverzuimregistratie
Datum 22 juli 2002 Ons kenmerk EA2002/81344 zie verzendlijst Onderdeel directie Politie Inlichtingen M.Hendriks/F.v.Gessel T (070) 426 6809 F (070) 426 6809 Uw kenmerk Onderwerp Ziekteverzuimregistratie
Voorbeelden Verzuimpercentages
Voorbeelden Verzuimpercentages I Voorbeelden Verzuimpercentages Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Verzuimpercentages 2... 2 1.1 Waarom verzuimpercentages?... 2 1.2 Verzuimpercentages scherm... 3 1.3 De rapporten...
Factsheet Groothandel in Bloembollen Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2013
Factsheet Groothandel in Bloembollen 2014 Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2013 Colland Bestuursbureau, 31 oktober 2014 Pagina 2 27 Inhoudsopgave Toelichting
GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018
arbeidsmarkt- en opleidingsfonds hbo PAPER ZIEKTEVERZUIM HBO 2019 GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018 ZIEKTEVERZUIM HBO 2019 GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018 Jaarlijks brengt Zestor, op
Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013
Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 drs. W. van Ooij MarktMonitor Januari 2015 Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013 . Kengetallen Mobiliteitsbranche 2003-2013
Factsheet Loonwerk Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2013
Factsheet Loonwerk 2014 Ontwikkelingen in de sector op basis van de administratie van Colland Arbeidsmarkt in 2013 Colland Bestuursbureau, 29 oktober 2014 Pagina 2 27 Inhoudsopgave Toelichting 3 Samenvatting
Definities verzuimcijfers vs 2.0 def
Definities verzuimcijfers vs 2.0 def Versie Status Datum Auteur Opmerking 0.1 Concept 08-03-2012 Maarten Hendriks Initiële versie. 1.0 Concept 19-02-2013 WvdS Bijgewerkt 1.1 Concept 02-04-2013 WvdS Commentaar
