Verzuimonderzoek PO en VO 2012
|
|
|
- Thomas Dirk Hendrickx
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 EINDRAPPORTAGE Verzuimonderzoek PO en VO 2012 DUO Informatieproducten Ako Madomi 15 september 2013
2 Inhoudsopgave SAMENVATTING INLEIDING OPZET ONDERZOEK LEESWIJZER VERZUIMKENGETALLEN PO INLEIDING ONDERWIJZEND PERSONEEL ONDERSTEUNEND PERSONEEL SURVIVALANALYSE VERZUIMKENGETALLEN VO INLEIDING ONDERWIJZEND EN ONDERSTEUNEND PERSONEEL SURVIVALANALYSE BIJLAGEN BIJLAGE 1 DRIE VERZUIMMATEN BIJLAGE 2 NULVERZUIM BIJLAGE 3 GRAFIEKEN SURVIVALANALYSE BIJLAGE 4 DEFINITIES EN BEREKENINGEN Pagina 2 van 60
3 % Eindrapportage Verzuimonderzoek PO en VO 2012 Samenvatting Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Vervangingsfonds en AenO Fonds VO hebben behoefte aan gegevens over het niveau en de ontwikkeling van het verzuim in het primair en voortgezet onderwijs. DUO verzamelt verzuimgegevens als onderdeel van de personele gegevensleveringen. In dit rapport beschrijft DUO het niveau en de ontwikkeling van het verzuim aan de hand van vier verzuimkengetallen. Dit zijn het verzuimpercentage (VP), de meldingsfrequentie (MF), de gemiddelde verzuimduur (GZD) en het nulverzuim (NZ). Het verzuim wordt gesplitst in ziekteverzuim en overig verzuim. Onder overig verzuim vallen alle andere redenen voor verzuim dan ziekteverzuim, zoals zwangerschaps- en bevallingsverlof, ouderschapsverlof, studieverlof, calamiteitenverlof en diverse vormen van kort en lang buitengewoon verlof. Het ziekteverzuim wordt berekend conform de Standaard voor verzuimregistratie, zoals vastgesteld door de projectgroep uniformering verzuimgrootheden op 21 juni Vervolgens wordt een onderscheid gemaakt tussen onderwijzend personeel (inclusief directie) en ondersteunend personeel. Onderwijzend personeel Het ziekteverzuimpercentage onder het onderwijzend personeel in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs is van 2011 op 2012 vrijwel ongewijzigd gebleven. In het speciaal onderwijs is dit percentage in 2012 licht gestegen (zie Figuur S.1 en Tabel S.1). Het ziekteverzuimpercentage over 2012 is in het speciaal onderwijs het hoogst en in het voortgezet onderwijs het laagst. De eerdergenoemde daling van het verzuim in het voortgezet onderwijs van 2011 op 2012 volgt op een stijging van het verzuim van 2010 op De daling in 2012 is in vergelijking met de forse daling van het ziekteverzuimpercentage in de periode 2000 tot en met 2006 zwak te noemen. Het verzuimpercentage voor het overig verzuim onder het onderwijzend personeel is van 2011 op 2012 zowel in het basisonderwijs als het speciaal onderwijs fors gedaald. Voor het voortgezet onderwijs is er geen overig verzuim berekend VO Figuur S.1. Ziekteverzuimpercentage onderwijzend personeel in, en VO Pagina 3 van 60
4 De meldingsfrequentie voor het ziekteverzuim onder het onderwijzend personeel vertoont een vrij stabiel patroon (zie Tabel S.1). In het basisonderwijs blijft deze met gemiddeld 1,05 meldingen in 2012 vrijwel hetzelfde als in 2010 en Ook in het speciaal onderwijs (1,23 meldingen) en in het voortgezet onderwijs (1,60 meldingen) blijft de meldingsfrequentie in 2012 nagenoeg onveranderd. Waar het voortgezet onderwijs in 2012 het laagste ziekteverzuimpercentage kent, kent het wel het hoogste aantal meldingen van ziekteverzuim. De meldingsfrequentie voor het overig verzuim is van 2011 op 2012 zowel in het basisonderwijs als het speciaal onderwijs gestegen. Tabel S.1. Kengetallen ziekteverzuim en overig verzuim onderwijzend personeel, VP MF GZD NZ Ziekteverzuim 6,08 6,46 6,44 1,01 1,00 1,05 18,72 18,88 21,98 45,92 45,59 46,79 6,48 6,78 6,85 1,24 1,21 1,23 15,87 17,39 20,14 40,13 40,88 41,78 VO 4,85 5,15 4,97 1,48 1,61 1,60 10,37 10,61 12,01 36,73 36,12 39,70 Overig verzuim 3,67 3,98 3,06 1,15 1,16 1,36 15,67 16,64 15, ,15 3,43 2,72 0,62 0,58 0,70 27,41 31,67 30, * Nulverzuim is alleen berekend voor het ziekteverzuim De gemiddelde verzuimduur voor het ziekteverzuim onder het onderwijzend personeel is van 2011 op 2012 in alle drie sectoren verder toegenomen. Net als vorig jaar is in het basisonderwijs de gemiddelde verzuimduur het hoogst en de meldingsfrequentie het laagst, terwijl dit in het voortgezet onderwijs omgekeerd is. Het onderwijzend personeel in het voortgezet onderwijs meldde zich dus vaker voor een kortere periode ziek dan hun collega s in het basisonderwijs. De gemiddelde verzuimduur voor het overig verzuim is ook in 2012 in het speciaal onderwijs twee keer zo groot als die in het basisonderwijs (resp. 30,91 en 15,28). Het nul(ziekte)verzuim onder het onderwijzend personeel is in alle sectoren van 2011 op 2012 gestegen. Van 2010 op 2011 was het nulverzuim in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs juist licht gedaald. Net als in de voorgaande jaren is het deel van het onderwijzend personeel dat zich in een jaar niet heeft ziek gemeld in het basisonderwijs het hoogst en in het voortgezet onderwijs het laagst (resp. 46,79 en 39,70 procent). Ondersteunend personeel Voor het ondersteunend personeel is het ziekteverzuimpercentage van 2011 op 2012 in alle sectoren gedaald (zie Tabel S.2). Net als in de voorgaande jaren is ook in 2012 het verzuimpercentage het laagst in het voortgezet onderwijs en het hoogst in het speciaal onderwijs (resp. 5,32 en 7,22 procent). In alle sectoren was het ziekteverzuimpercentage onder het ondersteunend personeel hoger dan onder het onderwijzend personeel. Het verzuimpercentage van het overig verzuim van het ondersteunend personeel is in 2012 ten opzichte van 2011 zowel in het basisonderwijs als het speciaal onderwijs fors gedaald. Opvallend is dat het verzuimpercentage van het overig verzuim in vooral het basisonderwijs onder het ondersteunend personeel aanzienlijk lager is dan onder het onderwijzend personeel (resp. 0,92 en 3,06 procent). De meldingsfrequentie voor het ziekteverzuim onder het ondersteunend personeel is in 2012 in alle sectoren min of meer hetzelfde gebleven. Deze meldingsfrequentie is het hoogst in het speciaal onderwijs en het laagst in het basisonderwijs (resp. 1,34 en 0,84). De meldingsfrequentie voor het overig verzuim is ook in 2012 weinig veranderd. Net als in de voorgaande jaren is deze het laagst voor het basisonderwijs en het hoogst voor het speciaal onderwijs (resp. 0,22 en 0,44). Pagina 4 van 60
5 De gemiddelde verzuimduur voor het ziekteverzuim onder het ondersteunend personeel is in alle drie sectoren toegenomen, met name in het basisonderwijs naar gemiddeld 27,40 dagen in Het is opvallend dat in het speciaal onderwijs de gemiddelde verzuimduur voor het overig verzuim bijna twee keer zo groot is als de verzuimduur voor het ziekteverzuim (resp. 34,35 en 19,20). Tabel S.2. Kengetallen ziekteverzuim en overig verzuim ondersteunend personeel, VP MF GZD NZ Ziekteverzuim 6,68 7,14 6,74 0,81 0,82 0,84 21,76 23,36 27,40 54,96 54,04 56,21 7,03 7,45 7,22 1,34 1,31 1,34 15,04 16,50 19,20 37,36 37,90 39,47 VO 5,43 5,46 5,32 1,26 1,32 1,28 14,18 14,58 15,81 42,67 43,09 44,69 Overig verzuim 1,12 1,12 0,92 0,21 0,20 0,22 19,78 18,51 25, ,49 2,62 2,06 0,41 0,39 0,44 28,30 33,01 34, * Nulverzuim is alleen berekend voor het ziekteverzuim Pagina 5 van 60
6 1 Inleiding Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Vervangingsfonds en AenO Fonds VO hebben behoefte aan gegevens over het niveau en de ontwikkeling van het verzuim in het primair en voortgezet onderwijs. DUO verzamelt verlofgegevens als onderdeel van de personele gegevensleveringen. Tot en met 2011 zijn deze verlofgegevens jaarlijks geanalyseerd door een onderzoeksbureau in opdracht van het ministerie en het AenO Fonds VO. In 2012 heeft DUO voor het eerst behalve de verzameling van de gegevens ook de analyse van deze gegevens voor haar rekening genomen. In overleg met het ministerie is besloten dat DUO ieder jaar het verzuimonderzoek uitvoert en de resultaten hiervan in een rapportage presenteert. 1.1 Opzet onderzoek De verzameling van personeelsgegevens door DUO is aan een sterke versnippering onderhevig. Tot 2004 bestond één centrale salarisadministratie (CASO), waaruit gegevens over vrijwel het gehele onderwijs aan DUO werden geleverd. Sindsdien hebben vele schoolbesturen gekozen voor een andere salarisverwerker en leveren deze de personeelsgegevens aan DUO. Andere besturen hebben de levering van personeelsgegevens zelf ter hand genomen. Dit onderzoek is gebaseerd op de gegevens van de grootste leveranciers: Raet ECS (voorheen CASO), Raet en AFAS. Dit jaar heeft DUO besloten om de gegevens van Merces wegens onduidelijkheid over de datastructuur van de verlofgegevens, buiten beschouwing te laten. De dekkingsgraad voor het primair onderwijs komt daarmee op 95,6%. Voor het voortgezet onderwijs is de dekkingsgraad 81,4%. De totale dekkingsgraad voor 2012 is 90,7%, waarbij de 6,5% dekking van Merces dus buiten beschouwing is gelaten. Tabel 1.1 laat een overzicht van de dekking van alle leveranciers zien die een gegevenslevering aan DUO hebben verricht. Dit jaar heeft Raet (50,4%) de plek van Raet ECS (30,8%) als de grootste leverancier overgenomen. Tabel 1.1. Aantal records in procenten per leverancier over 2012, uitgesplitst naar onderwijssector Salarisadministratie PO VO Totaal Raet 51,7% 47,9% 50,4% Raet ECS 35,3% 22,3% 30,8% AFAS 8,6% 11,2% 9,5% Merces 2,9% 13,3% 6,5% Overig 1,5% 5,3% 2,8% Totaal 100% 100% 100% Volgens het Programma van Eisen zijn schoolbesturen in het PO verantwoordelijk voor het aanleveren van verzuim- en formatiegegevens over het voorgaande kalenderjaar op 15 maart. Voor schoolbesturen in het VO is dit 1 april. De verantwoordelijkheid voor een volledige, juiste en actuele aanlevering van de personeelsgegevens berust bij de schoolbesturen (bevoegd gezag), ook al verzorgen salarisverwerkers deze aanlevering. DUO is niet in staat om alle fouten van een levering op te sporen, uitgezonderd pertinente fouten en gaat daarom uit van een correcte levering. DUO voert wel plausibiliteitscontroles uit, maar dit laat onverlet dat wijzigingen in de manier van verzuimregistratie van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het verzuim. Pagina 6 van 60
7 Tussen de salarisverwerkers blijkt een verschil in verzuimregistratie (zie Tabel 1.2). Opvallend is het grote verschil in aandeel ziekteverlof tussen de twee grote leveranciers en AFAS. Daar waar Raet ECS en Raet een aandeel van ongeveer 60 procent ziekteverlof kennen, is dit aandeel bij AFAS bijna tien procentpunten groter. Ditzelfde tien procentpunt verschil tussen AFAS en de twee grote leveranciers is te zien in de verlofsoort Overig verlof. Deze verschillen, samen met de verschillen uit de andere categorieën suggereren dat de verschillende verlofsoorten door de leveranciers op uiteenlopende wijze worden geregistreerd. Tabel 1.2. Aantal records in procenten per leverancier naar verlofsoort, 2012 Verlofsoort Raet ECS Raet AFAS Ziekteverlof 58,4% 60,4% 69,4% Onbetaald ouderschapsverlof 0,7% - 0,4% Betaald ouderschapsverlof 2,7% - 1,5% Zwangerschaps-/bevallingsverlof 1,8% 0,6% 2,2% Scholingsverlof 0,0% 0,4% 2,2% Levensloopverlof Overig verlof 36,3% 38,6% 24,3% Totaal aantal records niet gespecificeerd Onder overig verzuim vallen alle andere redenen voor verzuim dan ziekteverzuim, zoals zwangerschaps- en bevallingsverlof, ouderschapsverlof, studieverlof, calamiteitenverlof en diverse vormen van kort en lang buitengewoon verlof. Het overig verzuim is van een heel andere orde dan het ziekteverzuim, aangezien de afwezigheid van het betreffende personeel meestal van tevoren bekend is. Tot en met 2012 is het overig verzuim in het primair onderwijs enkel op basis van de gegevens van Raet ECS berekend. In 2013 zijn naast de gegevens van Raet ECS ook de gegevens van Raet en AFAS meegenomen in het berekenen van het overig verzuim in het primair onderwijs 1. Wegens een onvolledige registratie van het overig verzuim in het voortgezet onderwijs kunnen voor deze geen representatieve cijfers worden berekend. In dit rapport worden vier verzuimkengetallen gepresenteerd. Het gaat om het verzuimpercentage (deel van de werktijd dat verloren is gegaan wegens verzuim), de meldingsfrequentie (gemiddeld aantal verzuimmeldingen), de gemiddelde verzuimduur (gemiddelde lengte van het verzuim in dagen) en het nulverzuim (percentage medewerkers dat zich over het jaar heen niet ziek heeft gemeld). De berekening van de verzuimkengetallen heeft dit jaar een verbeteringsslag ondergaan. De betrouwbaarheid van de verzuimkengetallen is hiermee bevorderd zonder dat dit het bepalen van de ontwikkeling lastig maakt. Het vervangingspercentage (gedeelte van het verzuim waarvoor vervanging is gerealiseerd) waarover voorheen werd gerapporteerd, is niet berekend, omdat dit op basis van de bij DUO aangeleverde bestanden niet meer mogelijk is. Over 2010, 2011 en 2012 zijn de benodigde bestanden door de salarisverwerkers volgens de eisen van het Programma van Eisen (PvE) aan DUO geleverd. Deze bestanden zijn op een zodanig manier opgebouwd dat het vervangingspercentage niet meer kan worden berekend. 1 In Bijlage 4 wordt de argumentatie van het meenemen van de gegevens van Raet en AFAS bij het berekenen van het overig verzuim in het primair onderwijs uitgebreid besproken. Pagina 7 van 60
8 1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de vier verzuimkengetallen (het verzuimpercentage, de meldingsfrequentie, de gemiddelde verzuimduur en het nulverzuim) in het primair onderwijs beschreven. Het onderwijzend en ondersteunend personeel komen afzonderlijk aan bod. Met behulp van een zogenaamde survivalanalyse wordt inzicht gegeven in de verzuimduur: hoe groot is de kans dat iemand zich na een bepaald aantal dagen weer beter meldt. In hoofdstuk 3 komen de verzuimkengetallen in het voortgezet onderwijs aan bod. Voor deze sector worden de cijfers voor het onderwijzend en ondersteunend personeel tegelijk belicht. Ook voor het voortgezet onderwijs wordt door middel van een survivalanalyse inzicht gegeven in de verzuimduur. Net als in de rapportage van 2011 worden gedetailleerde uitkomsten, definities en berekeningswijze vermeld in de bijlagen. In Bijlage 1 staan de gedetailleerde uitkomsten van het verzuimpercentage, de meldingsfrequentie en de gemiddelde verzuimduur en in Bijlage 2 die van het nulverzuim. In Bijlage 3 zijn enkele aanvullende grafieken die behoren bij de survivalanalyse uit paragraaf 2.4 en paragraaf 3.3 weergegeven. Tot slot worden in Bijlage 4 de gehanteerde definities en de berekeningswijze van de verzuimkengetallen beschreven. Pagina 8 van 60
9 2 Verzuimkengetallen PO 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste resultaten in het primair onderwijs Paragraaf 2.2 beschrijft de resultaten voor het onderwijzend personeel (inclusief directie) en in paragraaf 2.3 komen de resultaten voor het ondersteunend personeel aan bod. Net als in voorgaande jaren wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen scholen voor het basisonderwijs enerzijds en scholen voor het speciaal onderwijs en expertisecentra anderzijds. Om de ontwikkeling van het verzuim te kunnen duiden worden de verzuimkengetallen van 2010, 2011 en 2012 beschreven. Ten slotte worden in paragraaf 2.4 de resultaten van de survivalanalyse getoond, waarmee een antwoord wordt gegeven op de vraag hoe groot de kans is dat iemand zich na een bepaald aantal dagen weer beter meldt. 2.2 Onderwijzend personeel Het ziekteverzuimpercentage onder het onderwijzend personeel (inclusief directie) in het primair onderwijs is in 2012 ten opzichte van 2011 vrijwel ongewijzigd gebleven (zie Tabel 2.1). Waar het ziekteverzuimpercentage in het basisonderwijs hetzelfde is gebleven, is het in het speciaal onderwijs van 6,78 procent in 2011 naar 6,85 procent in 2012 licht gestegen. Het verzuimpercentage voor het overig verzuim is in het primair onderwijs fors gedaald, namelijk van 3,89 procent in 2011 naar 3,01 procent in Tabel 2.1. Kengetallen ziekteverzuim en overig verzuim PO onderwijzend personeel, VP MF GZD Ziekteverzuim 6,08 6,46 6,44 1,01 1,00 1,05 18,72 18,88 21,98 6,48 6,78 6,85 1,24 1,21 1,23 15,87 17,39 20,14 PO 6,14 6,51 6,50 1,04 1,03 1,07 18,22 18,63 21,67 Overig verzuim 3,67 3,98 3,06 1,15 1,16 1,36 15,67 16,64 15,28 3,15 3,43 2,72 0,62 0,58 0,70 27,41 31,67 30,91 PO 3,58 3,89 3,01 1,07 1,08 1,26 16,69 17,83 16,54 De meldingsfrequentie voor het ziekteverzuim onder het onderwijzend personeel nam in het primair onderwijs van 2010 op 2011 nauwelijks af, maar vertoont wel een lichte stijging van 1,03 in 2011 naar 1,07 in Ook de meldingsfrequentie voor het overig verzuim vertoont een stijging, namelijk van 1,08 in 2011 naar 1,26 in De gemiddelde verzuimduur voor het ziekteverzuim onder het onderwijzend personeel is de afgelopen jaren ( ) steeds verder toegenomen, terwijl het in de jaren daarvoor ( ) een licht dalende trend liet zien. Deze toename is zowel in het basisonderwijs als het speciaal onderwijs zichtbaar. Voor het primair onderwijs als geheel is de gemiddelde ziekteverzuimduur bijna 22 dagen. 2 In Bijlage 4 wordt uitgebreid aandacht besteed aan het verschil in de berekening van het overig verzuim in 2012 ten opzichte van 2011 en het effect hiervan op de verzuimkengetallen. Pagina 9 van 60
10 De gemiddelde duur van het overig verzuim vertoont echter wel een daling. Deze daling is zowel in het basisonderwijs als het speciaal onderwijs zichtbaar. Opvallend is dat de gemiddelde duur van het overig verzuim in het speciaal onderwijs ook in 2012 bijna twee keer zo groot is als in het basisonderwijs, terwijl voor de meldingsfrequentie het omgekeerde geldt. De berekeningswijze van het verzuimpercentage exclusief de verzuimgevallen die langer dan één jaar duren heeft een verbeteringsslag ondergaan 3. Tabel 2.3 toont een overzicht van dit verzuimpercentage voor de jaren 2010 tot en met Dit overzicht biedt inzicht in hoe de langdurige ziektegevallen het totale verzuimcijfer beïnvloeden 4. Door de wijziging in de berekeningswijze is de ontwikkeling tussen 2011 en 2012 lastig te bepalen. Tabel 2.3. Verzuimpercentage ziekteverzuim PO onderwijzend personeel exclusief verzuim langer dan één jaar, VP exclusief verzuim langer dan één jaar Ziekteverzuim 5,69 6,05 5,40 6,13 6,45 5,86 PO 5,75 6,11 5,47 Het nul(ziekte)verzuim onder het onderwijzend personeel oftewel het aandeel werknemers dat het gehele kalenderjaar niet heeft verzuimd, is van 2011 op 2012 met ruim één procent gestegen (zie Tabel 2.4). Van 2010 op 2011 was dit vrijwel ongewijzigd gebleven. In 2012 had 46,79 procent van het onderwijzend personeel in het basisonderwijs zich in dat jaar niet ziek gemeld, terwijl dit geldt voor 41,78 procent van het onderwijzend personeel in het speciaal onderwijs. Tabel 2.4. Nulverzuim ziekteverzuim PO onderwijzend personeel, NZ* Ziekteverzuim 45,92 45,59 46,79 40,13 40,88 41,78 PO 45,02 44,84 46,01 * Nulverzuim is alleen berekend voor het ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage onder het onderwijzend personeel verschilt aanzienlijk per leeftijdscategorie (zie Tabel 2.5). In het basisonderwijs is dit percentage onder 55-plussers ruim twee keer zo groot als onder jongeren tot 35 jaar. Ook in het speciaal onderwijs zijn ouderen aanzienlijk vaker afwezig door ziekte dan jongeren. In zowel het basisonderwijs als het speciaal onderwijs is het verzuimpercentage onder jongeren tot 35 jaar in 2012 afgenomen. Het verzuimpercentage van het onderwijzend personeel van 35 tot en met 44 jaar is in het speciaal onderwijs van 6,02 in 2011 naar 6,23 in 2012 toegenomen. In het basisonderwijs is deze ongewijzigd gebleven. Het verzuimpercentage onder personeel van 45 tot en met 54 jaar is in het speciaal onderwijs in 2012 wederom toegenomen. In het basisonderwijs is het verzuimpercentage van deze groep in 2012 juist afgenomen. Onder 55-plussers is het omgekeerde te zien. Het verzuimpercentage in het 3 In Bijlage 4 is de wijziging in de berekeningswijze van het verzuimpercentage exclusief de verzuimgevallen die langer dan één jaar duren besproken. 4 Voor 2012 publiceerde het CBS een ziekteverzuimpercentage van 4,0 procent voor de totale economie en van 5,0 procent voor de gehele sector Onderwijs (bedrijfstak P). Pagina 10 van 60
11 basisonderwijs vertoont namelijk een toename in 2012 terwijl dit in het speciaal onderwijs is afgenomen. Tabel 2.5. Kengetallen ziekteverzuim PO onderwijzend personeel uitgesplitst naar leeftijd, VP MF GZD Ziekteverzuim Jonger dan 35 jaar 4,23 4,60 4,40 1,05 1,08 1,20 12,28 12,36 13, jaar 5,23 5,62 5,63 0,96 0,98 1,08 15,83 16,24 18, jaar 6,50 6,64 6,34 0,94 0,96 1,01 20,97 20,74 23, jaar* 8,93 9,48 9,78 1,00 0,97 0,91 28,12 28,43 33,47 Ziekteverzuim Jonger dan 35 jaar 5,00 5,34 5,15 1,31 1,27 1,39 11,87 12,34 14, jaar 6,19 6,02 6,23 1,26 1,23 1,37 14,52 15,67 16, jaar 6,66 6,82 6,94 1,20 1,19 1,22 16,84 18,95 21, jaar* 8,46 9,21 9,15 1,19 1,14 1,03 21,58 23,77 28,36 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Het ziekteverzuimpercentage onder het onderwijzend personeel in het basisonderwijs verschilt net als in 2011 in 2012 maar weinig per regio (zie Tabel 2.6): van 6,21 procent in regio Oost tot 6,72 procent in regio Noord. In het speciaal onderwijs zijn de verschillen groter: van 6,23 procent in regio Oost tot 7,67 procent in regio Noord. In het basisonderwijs is het ziekteverzuimpercentage in 2012 in regio Zuid gedaald, terwijl deze in regio West juist licht is gestegen. Het ziekteverzuimpercentage in regio s Noord en Oost is vrijwel ongewijzigd gebleven. In het speciaal onderwijs is in 2012 in regio Noord het ziekteverzuimpercentage gestegen, terwijl deze in regio s Oost, West en Zuid vrijwel ongewijzigd is gebleven. Tabel 2.6. Kengetallen ziekteverzuim PO onderwijzend personeel uitgesplitst naar regio, VP MF GZD Ziekteverzuim Noord 6,63 6,73 6,72 0,94 0,95 1,06 21,64 22,04 21,44 Oost 5,92 6,26 6,21 0,97 1,00 1,00 19,52 19,05 21,37 West 5,94 6,37 6,50 1,05 1,06 1,12 17,67 18,13 21,10 Zuid 6,27 6,74 6,40 0,93 0,94 0,93 18,71 18,73 25,33 Ziekteverzuim Noord 7,54 7,43 7,67 1,32 1,34 1,29 16,35 19,18 20,29 Oost 6,01 6,22 6,23 1,14 1,21 1,15 16,37 18,17 19,61 West 6,75 7,00 7,09 1,33 1,34 1,30 16,15 16,84 20,05 Zuid 6,11 6,87 6,90 1,18 1,21 1,21 14,71 16,75 20,83 Het ziekteverzuimpercentage onder onderwijzend personeel verschilt aanzienlijk per denominatie (zie Tabel 2.7). Het ziekteverzuim is het hoogst onder het onderwijzend personeel op vrije scholen en scholen op islamitische grondslag in het basisonderwijs (resp. 10,48 en 10,59 procent). Het laagst was dit bij basisscholen op gereformeerde, reformatorische of evangelische grondslag (4,17 procent). Met uitzondering van de protestants-christelijke en islamitische scholen is het verzuimpercentage voor alle categorieën afgenomen. Pagina 11 van 60
12 Tabel 2.7. Kengetallen ziekteverzuim onderwijzend personeel uitgesplitst naar denominatie, VP MF GZD Ziekteverzuim Openbaar 6,49 7,00 6,85 1,03 1,04 1,06 19,14 19,46 23,66 Rooms-katholiek 5,96 6,36 6,32 0,96 0,98 1,01 19,20 19,05 22,46 Protestants-christelijk 5,57 5,90 6,17 0,95 0,95 1,06 18,31 18,69 20,03 Algemeen bijzonder 6,07 6,32 6,19 1,05 1,05 1,09 17,20 16,84 20,48 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch 4,65 4,67 4,17 0,82 0,92 0,88 15,80 15,21 19,17 Islamitisch 9,74 9,99 10,59 1,36 1,46 1,29 19,54 17,81 25,99 Vrije scholen 9,43 10,55 10,48 1,62 1,56 1,63 16,17 18,68 22,81 Overig 7,23 7,08 6,85 1,22 1,18 1,21 17,93 21,53 19,64 In Tabel 2.8 worden de kengetallen voor het ziekteverzuim van het onderwijzend personeel naar verschillende persoons-, baan- en schoolkenmerken uitgesplitst. Procentueel waren vrouwen in 2012 vaker ziek dan mannen. Zij meldden zich vaker ziek, maar hun verzuimduur was gemiddeld wel korter dan de verzuimduur van mannen. Eerder constateerden wij al dat ouderen vaker ziek zijn dan jongeren. Leerkrachten waren in 2012 procentueel vaker ziek dan directieleden, maar waren bij ziekte vaker van kortere duur ziek dan directieleden. Onderwijzend personeel met een voltijdaanstelling verzuimde in 2012 in het basisonderwijs minder dan onderwijzend personeel met een deeltijdaanstelling. In het speciaal onderwijs verzuimde het onderwijzend personeel meer dan hun collega s met een kleine deeltijdaanstelling, maar minder dan het personeel met een grote deeltijdaanstelling. Uit de cijfers naar verstedelijkingsgraad blijkt dat het ziekteverzuimpercentage hoger is in sterk verstedelijkte gebieden. Dit was eerdere jaren ook al zo. Het verzuim duurde in sterk verstedelijkte gebieden wel minder lang dan in niet-verstedelijkte gebieden. Wat de schoolgrootte betreft zien we een enigszins verschillend patroon tussen het basisonderwijs en het speciaal onderwijs. In het basisonderwijs is het verzuimpercentage bij de kleinste scholen relatief laag, terwijl de kleinste scholen in het speciaal onderwijs juist het hoogste verzuimpercentage hebben. In het basisonderwijs hebben de grootste scholen het laagste verzuimpercentage. Pagina 12 van 60
13 Tabel 2.8. Kengetallen ziekteverzuim PO onderwijzend personeel uitgesplitst naar achtergrondkenmerken, 2012 VP MF GZD VP MF GZD Totaal 6,44 1,05 21,98 6,85 1,23 20,14 Geslacht Mannen 6,29 0,86 25,85 6,67 1,11 20,96 Vrouwen 6,47 1,08 21,34 6,92 1,28 19,86 Leeftijd Jonger dan 35 jaar 4,40 1,20 13,68 5,15 1,39 14, jaar 5,63 1,08 18,71 6,23 1,37 16, jaar 6,34 1,01 23,38 6,94 1,22 21, jaar* 9,78 0,91 33,47 9,15 1,03 28,36 Functie Directieleden 5,18 0,67 27,97 5,07 0,73 24,73 Leerkrachten (OP) 6,56 1,08 21,68 6,97 1,27 19,96 Aanstellingsomvang < 0,5 wtf 6,17 0,92 21,63 6,30 1,07 19,32 0,5 0,87 wtf 6,94 1,16 23,20 7,23 1,36 20,07 > 0,87 wtf 6,02 1,23 20,13 6,91 1,42 21,88 Verstedelijkingsgraad Sterk verstedelijkt 6,72 1,26 20,05 7,01 1,35 18,90 Verstedelijkt 6,43 1,05 21,81 6,87 1,21 20,76 Niet verstedelijkt 6,29 0,94 23,43 6,61 1,19 19,78 Schoolgrootte in aantal werknemers Kleiner dan 10 6,29 0,92 24, >= 10 en < 20 6,61 0,99 23, >= 20 en < 50 6,39 1,06 21, en groter 6,18 1,23 18, Kleiner dan ,23 1,02 22,38 >= 20 en < ,23 1,15 22,67 >= 50 en < ,59 1,21 19, en groter ,75 1,36 18,42 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie In Tabel 2.9 worden de kengetallen voor het overig verzuim van het onderwijzend personeel naar verschillende persoons- en baankenmerken uitgesplitst. Opvallend is dat het verzuimpercentage en gemiddelde verzuimduur veel hoger is onder vrouwen, jongeren, leerkrachten en deeltijders. Dit geldt zowel voor het basisonderwijs als het speciaal onderwijs. Pagina 13 van 60
14 Tabel 2.9. Kengetallen overig verzuim PO onderwijzend personeel uitgesplitst naar achtergrondkenmerken, 2012 VP MF GZD VP MF GZD Totaal 3,06 1,36 15,28 2,72 0,70 30,91 Geslacht Mannen 1,93 1,46 11,41 1,59 0,58 27,26 Vrouwen 3,32 1,33 16,17 3,19 0,75 31,95 Leeftijd Jonger dan 35 jaar 5,66 1,72 24,63 5,71 1,09 45, jaar 3,18 1,34 22,76 2,96 0,77 44, jaar 1,03 1,24 4,66 0,78 0,55 8, jaar* 1,64 1,12 5,71 1,35 0,47 11,76 Functie Directieleden 1,69 1,14 10,95 0,30 1,52 36,63 Leerkrachten (OP) 3,19 1,37 15,58 0,73 2,81 30,76 Aanstellingsomvang < 0,5 wtf 3,71 1,12 21,01 3,47 0,60 43,02 0,5 0,87 wtf 3,24 1,46 13,90 2,95 0,74 27,49 > 0,87 wtf 1,92 1,99 5,99 1,66 0,90 15,25 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie 2.3 Ondersteunend personeel Het ziekteverzuimpercentage onder het ondersteunend personeel in het primair onderwijs is van 7,29 procent in 2011 naar 6,97 procent in 2012 afgenomen (zie Tabel 2.10). Deze daling is zowel in het basisonderwijs als het speciaal onderwijs te zien. Het verzuimpercentage voor het overig verzuim is van 1,89 procent in 2011 naar 1,48 procent in 2012 afgenomen. Deze daling geldt wederom voor zowel het basisonderwijs als het speciaal onderwijs. De meldingsfrequentie voor het ziekteverzuim is zowel in het basisonderwijs als het speciaal onderwijs in 2012 ten opzichte van 2011 vrijwel onveranderd gebleven. Het valt op dat het ondersteunend personeel in het speciaal onderwijs zich vaker ziek heeft gemeld dan hun collega s in het basisonderwijs. De meldingsfrequentie voor het overig verzuim is in 2012 ook ongewijzigd gebleven. De gemiddelde verzuimduur van het ziekteverzuim in het primair onderwijs kende in 2012 een lichte stijging naar ongeveer 23 dagen. In het basisonderwijs is het ondersteunend personeel gemiddeld langer ziek dan het personeel in het speciaal onderwijs. Het tegenovergestelde is van toepassing op de gemiddelde verzuimduur van het overig verzuim. Hier is namelijk het ondersteunend personeel in het speciaal onderwijs langer ziek dan hun collega s in het basisonderwijs. Pagina 14 van 60
15 Tabel Kengetallen ziekteverzuim en overig verzuim PO ondersteunend personeel, VP MF GZD Ziekteverzuim 6,68 7,14 6,74 0,81 0,82 0,84 21,76 23,36 27,40 7,03 7,45 7,22 1,34 1,31 1,34 15,04 16,50 19,20 PO 6,85 7,29 6,97 1,05 1,04 1,06 18,00 19,49 22,83 Overig verzuim 1,12 1,12 0,92 0,21 0,20 0,22 19,78 18,51 25,62 2,49 2,62 2,06 0,41 0,39 0,44 28,30 33,01 34,35 PO 1,81 1,89 1,48 0,30 0,29 0,32 25,11 27,46 31,02 Het nul(ziekte)verzuim in het primair onderwijs is tussen 2011 en 2012 met ruim 2 procentpunten gestegen (zie Tabel 2.11). Van het ondersteunend personeel had 48,03 procent zich in 2012 niet ziek gemeld. Dit percentage verschilt flink tussen het basisonderwijs en het speciaal onderwijs. In het basisonderwijs had 56,21 procent zich niet ziek gemeld, terwijl dit in het speciaal onderwijs 39,47 procent was. Tabel Nulverzuim ziekteverzuim ondersteunend personeel, NZ* Ziekteverzuim 54,96 54,04 56,21 37,36 37,90 39,47 PO 46,37 46,09 48,03 * Nulverzuim is alleen berekend voor het ziekteverzuim Tot slot worden in Tabel 2.12 de kengetallen voor het ziekteverzuim van het ondersteunend personeel naar verschillende persoons- en baankenmerken uitgesplitst. Opvallend is dat het ziekteverzuimpercentage onder het ondersteunend personeel onder mannen hoger is dan onder vrouwen. Dat geldt zowel voor het basisonderwijs als het speciaal onderwijs. Onder het onderwijzend personeel is het verzuimpercentage juist onder vrouwen hoger dan onder mannen. Naar leeftijd zien we een bekend patroon: met de leeftijd stijgt het verzuimpercentage. Vooral de gemiddelde verzuimduur stijgt met de leeftijd. Naar functiegroep zien we een verschil tussen het basisonderwijs en het speciaal onderwijs: in het basisonderwijs verzuimt het beheer en administratief personeel relatief vaker dan het onderwijsondersteunend personeel, in het speciaal onderwijs is dat precies andersom. Wat de aanstellingsomvang betreft neemt in zowel het basisonderwijs als het speciaal onderwijs het ziekteverzuimpercentage toe met de werktijdfactor. Pagina 15 van 60
16 Tabel Kengetallen ziekteverzuim PO ondersteunend personeel uitgesplitst naar achtergrondkenmerken, 2012 VP MF GZD VP MF GZD Totaal 6,74 0,84 27,40 7,22 1,34 19,20 Geslacht Mannen 7,38 0,85 31,03 7,54 1,23 22,95 Vrouwen 6,49 0,84 26,34 7,13 1,36 18,43 Leeftijd Jonger dan 35 jaar 4,31 0,96 14,92 5,88 1,51 13, jaar 6,44 0,89 24,10 7,47 1,55 18, jaar 6,76 0,84 28,37 7,30 1,31 19, jaar* 8,34 0,76 36,74 8,62 1,03 27,01 Functie Onderwijsondersteunend personeel (OOP) 6,65 0,92 22,82 7,57 1,45 17,97 Beheer- en administratief personeel (OBP) 6,96 0,66 40,51 6,27 1,07 23,03 Aanstellingsomvang < 0,5 wtf 5,55 0,70 27,03 5,63 1,11 18,64 0,5 0,87 wtf 7,35 1,06 27,32 8,07 1,60 19,49 > 0,87 wtf 8,15 1,26 29,15 8,45 1,73 20,32 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie 2.4 Survivalanalyse De gemiddelde verzuimduur geeft een beeld van het gemiddeld aantal dagen dat iemand heeft verzuimd. Maar hoe groot is nu de kans dat iemand zich na een bepaald aantal dagen weer beter meldt? Via een zogenaamde survivalanalyse is op deze vraag een antwoord te geven. Voor alle verzuimgevallen die op 1 januari 2012 al bestonden of in 2012 zijn ontstaan, is de totale duur berekend. Een survivalanalyse is een techniek die rekening houdt met verschillen in de lengte van de perioden die personen in het onderzoek konden worden gevolgd. De kans dat iemand zich beter meldt, wordt niet eenmalig vastgesteld, maar op elk moment tussen de start en het einde van de totale observatietermijn, in dit geval op elke dag in het jaar Hierbij wordt steeds rekening gehouden met het aantal personen dat op het meetmoment beschikbaar is ofwel een formatie heeft. Met de survivalanalyse kan een nauwkeuriger beeld van de verzuimduur worden verkregen. In Tabel 2.13 zijn de resultaten van de survivalanalyse voor het primair onderwijs weergegeven. De tabel toont het verloop van de ziekteduur van onderwijzend personeel voor de jaren 2011 en Uit de tabel blijkt dat 28,3 procent van de mensen die zich in 2012 ziek hebben gemeld zich na één dag weer beter hebben gemeld. Hiermee is het aantal mensen dat zich na één dag beter heeft gemeld ten opzichte van 2011 met 5,4 procent gestegen. In 2010 was het percentage 23,8 procent. Pagina 16 van 60
17 Tabel Schattingsresultaat op basis van survivalanalyse: percentage onderwijzend personeel in het PO dat beter is gemeld na N dagen Dagen Y-as: % mensen beter X-as: aantal dagen in ,9% 28,3% 2 35,4% 46,2% 3 47,5% 54,5% 4 57,6% 60,4% 5 62,9% 66,4% 6 67,6% 69,0% 7 74,8% 72,1% 14 81,9% 80,5% 30 85,4% 85,7% 92 89,8% 92,2% ,8% 95,8% ,9% 97,4% ,6% 98,6% ,4% 1,4% In de eerste zeven dagen steeg het percentage mensen dat zich beter meldde vrij snel. Na de eerste week had ongeveer driekwart van de mensen zich weer beter gemeld. De grafiek naast de tabel laat dit verloop duidelijk zien: het grootste deel van de betermeldingen vond plaats in de eerste week. Daarna nam het aantal betermeldingen veel langzamer toe. Er is wel een verschil te zien tussen 2011 en 2012 met betrekking tot de betermeldingen in de eerste week. In de tabel is namelijk te zien dat in 2012 mensen zich sneller beter meldden dan in Zo had in 2012 bijna de helft (46,2%) van de mensen zich al op de tweede dag beter gemeld, terwijl dit in 2011 iets meer dan één derde (35,4%) was. Tabel 2.14 toont de resultaten van de survivalanalyse voor het primair onderwijs per leeftijdsgroep. Net als in eerdere jaren wijzen de resultaten uit dat naarmate men ouder wordt, het langer duurt voor men zich beter meldt. In de jongste leeftijdscategorie had 69,8 procent zich na drie dagen beter gemeld, terwijl dit in de oudste categorie 46,1 procent was. Ruim een kwart van de ziektegevallen onder personeel van 55 jaar en ouder duurde langer dan twee weken. In de jongste categorie duurde slechts 8,0 procent van de ziektegevallen langer dan twee weken. De ziekteduur neemt evenredig met de leeftijd toe. De resultaten van de survivalanalyse zijn ook uitgesplitst naar schooltype. De tabel en de grafiek met de duur van het ziekteverzuim uitgesplitst naar schooltype zijn in Bijlage 3 in Tabel B3.1 weergegeven. De verschillen tussen het basisonderwijs en het speciaal onderwijs zijn gering. De personen in het basisonderwijs meldden zich in de eerste vier dagen sneller beter dan in het speciaal onderwijs, maar dit verschil loopt in de dagen daarna terug en wordt vanaf dag 14 zelfs omgekeerd. Pagina 17 van 60
18 Tabel Schattingsresultaat op basis van survivalanalyse: percentage onderwijzend personeel in het PO dat beter is gemeld na N dagen naar leeftijd Dagen Leeftijdsklasse t/m ,9% 31,7% 29,4% 27,1% 23,3% 2 60,7% 51,9% 48,1% 43,9% 38,4% 3 69,8% 60,7% 56,8% 52,2% 46,1% 4 76,0% 67,0% 62,5% 58,2% 51,4% 5 82,0% 73,0% 68,9% 64,3% 56,7% 6 83,9% 75,4% 71,4% 67,0% 59,5% 7 86,4% 78,2% 74,7% 70,0% 63,0% 14 92,3% 85,4% 82,9% 79,1% 72,6% 30 95,1% 89,8% 87,9% 84,6% 79,0% 92 98,3% 95,4% 93,7% 91,4% 87,1% ,6% 97,9% 96,6% 95,3% 92,6% ,9% 98,9% 97,9% 97,1% 95,1% ,9% 99,5% 98,9% 98,5% 97,2% ,1% 0,5% 1,1% 1,5% 2,8% Pagina 18 van 60
19 3 Verzuimkengetallen VO 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste resultaten in het voortgezet onderwijs over De resultaten voor het voortgezet onderwijs betreffen alleen het ziekteverzuim. Zoals in de inleiding is toegelicht, kon er wegens een onvolledige registratie van het overig verzuim in het voortgezet onderwijs, net als vorig jaar, over 2012 geen representatieve cijfers worden berekend. Paragraaf 3.2 beschrijft de ziekteverzuimgegevens voor zowel het onderwijzend (inclusief directie) als het ondersteunend personeel. Ten slotte worden in paragraaf 3.3 de resultaten van de survivalanalyse gepresenteerd, waarmee een nauwkeuriger beeld van de verzuimduur wordt gegeven. 3.2 Onderwijzend en ondersteunend personeel Het verzuimpercentage onder het onderwijzend personeel (inclusief directeuren) in het voortgezet onderwijs is van 5,15 procent in 2011 naar 4,97 procent in 2012 gedaald (zie Tabel 3.1). Deze daling volgde op een stijging van het verzuimpercentage van 2010 op Onder het ondersteunend personeel is het verzuimpercentage in 2012 ten opzichte van 2011 ook gedaald. Opvallend is dat het verzuimpercentage in het voortgezet onderwijs een stuk lager is dan in het basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Dit geldt voor zowel het onderwijzend als het ondersteunend personeel. De meldingsfrequentie voor zowel het ziekteverzuim als het overig verzuim onder het onderwijzend en ondersteunend personeel is vrijwel ongewijzigd gebleven. In 2012 meldde het onderwijzend personeel zich gemiddeld 1,60 keer per dienstverband ziek, terwijl dit onder het ondersteunend personeel 1,28 keer was. De gemiddelde verzuimduur in het voortgezet onderwijs is zowel onder het onderwijzend als het ondersteunend personeel tussen 2011 en 2012 licht gestegen. Tabel 3.1. Kengetallen ziekteverzuim VO, VP MF GZD Ziekteverzuim Onderwijzend personeel 4,85 5,15 4,97 1,48 1,61 1,60 10,37 10,61 12,01 Ondersteunend personeel 5,43 5,46 5,32 1,26 1,32 1,28 14,18 14,58 15,81 In Tabel 3.2 is het verzuimpercentage gepresenteerd waarbij de verzuimgevallen die langer dan één jaar duurden, zijn verwijderd. Dit geeft inzicht in hoe de langdurige ziektegevallen het totale verzuimcijfer beïnvloeden. Door het uitsluiten van de verzuimgevallen die langer dan een jaar duurden, is het verzuimpercentage over 2012 van het voortgezet onderwijs van 4,95 procent naar 4,56 procent gedaald. De ontwikkeling tussen 2011 en 2012 is net als bij het primair onderwijs vanwege de verbeteringsslag in de berekeningswijze van dit verzuimpercentage lastig te bepalen. Tabel 3.2. Verzuimpercentage ziekteverzuim VO onderwijzend personeel exclusief verzuim langer dan één jaar, VP exclusief verzuim langer dan één jaar * Ziekteverzuim Onderwijzend personeel 4,64 4,95 4,56 * In 2012 heeft de berekeningswijze een verbeteringsslag ondergaan Pagina 19 van 60
20 Het nul(ziekte)verzuim oftewel het aandeel werknemers dat gedurende het gehele kalenderjaar niet heeft verzuimd, is zowel onder het onderwijzend en ondersteunend personeel tussen 2011 en 2012 gestegen (zie Tabel 3.3). Het nulverzuim van het onderwijzend personeel kent met een toename van 3,58 procentpunten tussen 2011 en 2012 een grotere stijging dan het nulverzuim van het ondersteunend personeel. Het ondersteunend personeel kent ook in 2012 een hoger nulverzuim dan het onderwijzend personeel. Zowel het onderwijzend als het ondersteunend personeel in het primair onderwijs kent in 2012 een hoger nulverzuim dan hun collega s in het voortgezet onderwijs. Tabel 3.3. Nul(ziekte)verzuim VO, NZ* Ziekteverzuim Onderwijzend personeel 36,73 36,12 39,70 Ondersteunend personeel 42,67 43,09 44,69 * Nulverzuim is alleen berekend voor het ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage verschilt fors per leeftijdscategorie (zie Tabel 3.4). De verschillen zijn echter minder groot dan in het basisonderwijs, waar het verzuimpercentage onder 55-plussers ruim twee keer zo groot is als onder jongeren tot 35 jaar. Met uitzondering van de 55-plussers onder het onderwijzend personeel is er bij elke leeftijdscategorie sprake van een afname van het ziekteverzuimpercentage. Tabel 3.4. Kengetallen ziekteverzuim VO uitgesplitst naar leeftijd, VP MF GZD Onderwijzend personeel Jonger dan 35 jaar 3,64 3,74 3,59 1,59 1,73 1,75 7,06 7,14 8, jaar 4,62 4,62 4,28 1,58 1,73 1,76 9,09 9,14 10, jaar 4,63 5,06 4,68 1,44 1,58 1,58 10,34 11,17 12, jaar* 6,41 6,84 6,92 1,34 1,43 1,38 15,61 15,62 17,98 Ondersteunend personeel Jonger dan 35 jaar 3,79 4,12 3,32 1,34 1,53 1,44 8,96 8,69 9, jaar 4,90 4,59 4,70 1,38 1,43 1,46 11,33 12,35 12, jaar 5,34 5,39 5,18 1,27 1,30 1,30 14,38 14,61 15, jaar* 6,63 6,63 6,63 1,12 1,17 1,11 18,83 19,56 21,12 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie In Tabel 3.5 worden de kengetallen voor het ziekteverzuim naar verschillende persoons-, baan- en schoolkenmerken uitgesplitst. Procentueel waren vrouwen in 2012 vaker ziek dan mannen en meldden zich ook vaker ziek. De gemiddelde verzuimduur is vrijwel gelijk tussen de geslachten. In de vorige alinea constateerden wij al dat ouderen vaker ziek zijn dan jongeren. De directie was in 2012 relatief minder vaak ziek dan de andere functiecategorieën. Personeel met een kleine deeltijdaanstelling of met een voltijdaanstelling heeft in 2012 minder verzuimd dan personeel met een grote deeltijdaanstelling. Uit de cijfers naar verstedelijkingsgraad blijkt dat het ziekteverzuimpercentage hoger is in sterk verstedelijkte gebieden. Tot slot blijkt uit de cijfers naar schoolgrootte dat het ziekteverzuimpercentage het laagst is bij VO-scholen met werknemers en het hoogst bij scholen met minder dan 50 werknemers. Pagina 20 van 60
21 Tabel 3.5. Kengetallen ziekteverzuim VO uitgesplitst naar achtergrondkenmerken, 2012 Onderwijzend personeel Ondersteunend personeel VP MF GZD VP MF GZD Totaal 4,97 1,60 12,01 5,32 1,28 15,81 Geslacht Mannen 4,42 1,39 12,26 5,08 1,21 15,62 Vrouwen 5,65 1,82 11,82 5,56 1,33 15,93 Leeftijd Jonger dan 35 jaar 3,59 1,75 8,03 3,32 1,44 9, jaar 4,28 1,76 10,05 4,70 1,46 12, jaar 4,68 1,58 12,07 5,18 1,30 15, jaar* 6,92 1,38 17,98 6,63 1,11 21,12 Functie Directieleden 3,15 0,77 18, Leerkrachten (OP) 5,07 1,63 11, Onderwijsondersteunend personeel (OOP) ,49 1,38 14,15 Beheer- en administratief personeel (OBP) ,13 1,15 18,35 Aanstellingsomvang < 0,5 wtf 4,51 1,47 10,88 4,91 1,05 16,59 0,5 0,87 wtf 5,32 1,75 12,55 5,90 1,44 15,95 > 0,87 wtf 4,87 1,58 13,43 4,90 1,44 14,38 Verstedelijkingsgraad Sterk verstedelijkt 5,11 1,64 11,63 5,94 1,43 15,01 Verstedelijkt 5,01 1,63 11,94 5,23 1,26 16,03 Niet verstedelijkt 4,70 1,46 12,79 5,01 1,17 15,94 Schoolgrootte in aantal werknemers Kleiner dan 50 6,12 1,28 16,41 5,21 1,20 17,03 >= 50 en < 100 4,51 1,48 11,68 5,32 1,20 14,92 >= 100 en < 200 4,92 1,68 11,42 5,39 1,33 15, en groter 4,96 1,61 12,03 5,32 1,28 16,02 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 21 van 60
22 3.3 Survivalanalyse Vorig jaar werd er voor het eerst zowel voor het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs een survivalanalyse uitgevoerd. Dit jaar is dit ook gedaan 5. De resultaten van deze analyse zijn in Tabel 3.6 weergegeven. Uit de tabel blijkt dat 29,8 procent van de mensen die zich in 2012 ziek hebben gemeld zich na één dag weer beter hebben gemeld. Hiermee is het aantal mensen dat zich na één dag beter heeft gemeld ten opzichte van 2011 met 2,6 procent gestegen. Net als in het primair onderwijs steeg het percentage mensen dat zich beter meldt in de eerste zeven dagen vrij snel. Na de eerste week had 80,4 procent zich weer beter gemeld. De grafiek naast de tabel laat dit verloop duidelijk zien: het grootste deel van de betermeldingen vond plaats in de eerste week. Daarna nam het aantal betermeldingen veel langzamer toe. Het percentage betermeldingen in de eerste week is ten opzichte van 2011 met 4,0 procentpunten gedaald en is 8,3 procentpunten hoger dan in het primair onderwijs. Tabel 3.6. Schattingsresultaat op basis van survivalanalyse: percentage onderwijzend personeel in het VO dat beter is gemeld na N dagen Dagen Y-as: % mensen beter X-as: aantal dagen in ,2% 29,8% 2 42,9% 49,0% 3 57,0% 57,7% 4 67,2% 66,4% 5 73,2% 73,2% 6 78,2% 76,9% 7 84,4% 80,4% 14 89,7% 87,9% 30 91,8% 91,7% 92 94,1% 95,6% ,0% 96,4% ,2% 96,4% ,0% 96,4% ,0% 3,6% Het valt op dat er in 2012 geen verschil bestond tussen het percentage betermeldingen na 183 dagen en na 365 dagen. Het percentage betermeldingen na 365 dagen is wel van 2,0 procent in 2011 naar 3,6 procent in 2012 gestegen. Tabel 2.14 toont de resultaten van de survivalanalyse voor het voortgezet onderwijs per leeftijdsgroep. Ook de resultaten voor het voortgezet onderwijs wijzen uit dat naarmate men ouder wordt, het langer duurt voor men zich beter meldt. In de jongste leeftijdscategorie had 64,6 procent zich na drie dagen alweer beter gemeld, terwijl dit in de oudste categorie 50,6 procent was. Onder personeel van 55 jaar en ouder duurde 17,9 procent van de ziektegevallen langer dan twee weken. In de jongste categorie 5 In 2012 zijn VO-afdelingen in het BVE (AOCV, ROCV en vakscholen), in tegenstelling tot de berekeningswijze van de verzuimmaten, meegenomen in de survivalanalyse. In 2013 zijn deze afdelingen, consistent met de berekeningswijze van de verzuimmaten, niet meegenomen. Dit bemoeilijkt enigszins het vaststellen van de ontwikkeling tussen de jaren. Pagina 22 van 60
23 duurde slechts 3,9 procent van de ziektegevallen langer dan twee weken. De ziekteduur neemt evenredig met de leeftijd toe. Tabel Schattingsresultaat op basis van survivalanalyse: percentage onderwijzend personeel in het VO dat beter is gemeld na N dagen naar leeftijd Dagen Leeftijdsklasse t/m ,6% 31,9% 30,4% 30,4% 25,5% 2 55,7% 52,8% 50,1% 49,2% 42,6% 3 64,6% 62,0% 59,3% 57,7% 50,6% 4 74,6% 71,2% 68,5% 66,3% 58,1% 5 81,9% 77,8% 75,5% 72,9% 65,2% 6 86,2% 81,5% 79,0% 76,7% 69,1% 7 90,3% 84,8% 82,4% 79,9% 73,2% 14 96,1% 91,0% 89,5% 87,4% 82,1% 30 97,4% 94,2% 93,0% 91,1% 86,9% 92 98,9% 97,4% 96,4% 95,9% 93,0% ,2% 97,8% 97,0% 96,6% 95,5% ,2% 97,8% 97,0% 96,7% 95,8% ,2% 97,8% 97,0% 96,7% 95,8% ,8% 2,2% 3,0% 3,3% 4,2% Pagina 23 van 60
24 Bijlagen Bijlage 1 Drie verzuimmaten Tabel B1.1. Kengetallen ziekteverzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD ,08 6,46 6,44 1,01 1,00 1,05 18,72 18,88 21,98 6,48 6,78 6,85 1,24 1,21 1,23 15,87 17,39 20,14 PO 6,14 6,51 6,50 1,04 1,03 1,07 18,22 18,63 21,67 Leeftijd < 35 jaar 4,23 4,60 4,40 1,05 1,08 1,20 12,28 12,36 13, jaar 5,23 5,62 5,63 0,96 0,98 1,08 15,83 16,24 18, jaar 6,50 6,64 6,34 0,94 0,96 1,01 20,97 20,74 23, jaar* 8,93 9,48 9,78 1,00 0,97 0,91 28,12 28,43 33,47 < 35 jaar 5,00 5,34 5,15 1,31 1,27 1,39 11,87 12,34 14, jaar 6,19 6,02 6,23 1,26 1,23 1,37 14,52 15,67 16, jaar 6,66 6,82 6,94 1,20 1,19 1,22 16,84 18,95 21, jaar* 8,46 9,21 9,15 1,19 1,14 1,03 21,58 23,77 28,36 Bapo Geen bapo 8,08 8,36 5, Wel bapo 8,63 9,41 10, Geen bapo 8,03 8,55 9, Wel bapo 7,98 8,64 6, Geslacht Mannen 5,77 6,24 6,29 0,85 0,86 0,86 22,39 21,86 25,85 Vrouwen 6,16 6,52 6,47 1,02 1,03 1,08 18,09 18,40 21,34 Mannen 6,02 6,51 6,67 1,15 1,12 1,11 15,85 17,16 20,96 Vrouwen 6,67 6,89 6,92 1,27 1,24 1,28 15,87 17,47 19,86 Functie Directieleden 4,82 5,29 5,18 0,67 0,68 0,67 24,35 26,26 27,97 Leerkrachten (OP) 6,20 6,58 6,56 1,02 1,03 1,08 18,43 18,52 21,68 Directieleden 5,01 5,22 5,07 0,72 0,75 0,73 23,54 22,17 24,73 Leerkrachten (OP) 6,57 6,88 6,97 1,27 1,24 1,27 15,62 17,24 19,96 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 5,41 5,93 6,17 0,87 0,91 0,92 17,46 17,04 21, wtf 6,45 6,86 6,94 1,09 1,09 1,16 17,37 17,38 23,20 > 0.87 wtf 5,54 5,68 6,02 1,16 1,15 1,23 14,84 14,92 20,13 < 0.5 wtf 6,32 6,47 6,30 1,10 1,12 1,07 14,64 15,98 19, wtf 6,54 6,43 7,23 1,30 1,23 1,36 14,68 15,89 20,07 > 0.87 wtf 5,75 6,64 6,91 1,40 1,37 1,42 13,05 14,84 21,88 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 24 van 60
25 Vervolg Tabel B1.1. Kengetallen ziekteverzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Denominatie Openbaar 6,49 7,00 6,85 1,03 1,04 1,06 19,10 19,46 23,66 Rooms-katholiek 5,96 6,36 6,32 0,96 0,98 1,01 19,17 19,05 22,46 Protestants-christelijk 5,46 5,77 5,91 0,94 0,94 1,03 18,02 18,32 19,93 Overig bijzonder 6,94 7,22 7,18 1,17 1,17 1,19 17,15 17,98 21,23 Openbaar 6,82 7,41 7,43 1,36 1,27 1,22 15,05 18,47 22,47 Rooms-katholiek 6,26 6,84 6,59 1,17 1,21 1,16 15,57 16,68 20,70 Protestants-christelijk 6,31 6,46 6,24 1,11 1,06 1,17 17,26 19,23 20,23 Overig bijzonder 6,47 6,55 7,03 1,29 1,27 1,33 16,00 16,51 18,73 Denominatie uitgesplitst Openbaar 6,49 7,00 6,85 1,03 1,04 1,06 19,14 19,46 23,66 Rooms-katholiek 5,96 6,36 6,32 0,96 0,98 1,01 19,20 19,05 22,46 Protestants-christelijk 5,57 5,90 6,17 0,95 0,95 1,06 18,31 18,69 20,03 Algemeen bijzonder 6,07 6,32 6,19 1,05 1,05 1,09 17,20 16,84 20,48 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch 4,65 4,67 4,17 0,82 0,92 0,88 15,80 15,21 19,17 Islamitisch 9,74 9,99 10,59 1,36 1,46 1,29 19,54 17,81 25,99 Vrije scholen 9,43 10,55 10,48 1,62 1,56 1,63 16,17 18,68 22,81 Overig 7,23 7,08 6,85 1,22 1,18 1,21 17,93 21,53 19,64 Openbaar 6,80 7,41 7,43 1,35 1,27 1,22 15,03 18,47 22,47 Rooms-katholiek 6,26 6,84 6,59 1,17 1,21 1,16 15,57 16,68 20,70 Protestants-christelijk 6,35 6,46 6,50 1,11 1,07 1,20 17,16 19,24 20,35 Algemeen bijzonder 6,50 6,58 7,12 1,29 1,26 1,32 16,06 16,43 19,06 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch - - 3, , ,33 Overig - - 5, , ,02 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 6,30 6,93 6,72 1,17 1,21 1,26 16,47 17,18 20,05 Verstedelijkt 6,19 6,57 6,43 1,02 1,03 1,05 18,74 18,47 21,81 Niet verstedelijkt 5,81 6,10 6,29 0,88 0,88 0,94 19,97 20,53 23,43 Sterk verstedelijkt 6,92 6,84 7,01 1,36 1,34 1,35 15,30 16,06 18,90 Verstedelijkt 6,25 6,84 6,87 1,22 1,20 1,21 15,72 17,45 20,76 Niet verstedelijkt 6,51 6,53 6,61 1,16 1,11 1,19 17,26 18,89 19,78 Regio Noord 6,63 6,73 6,72 0,94 0,95 1,06 21,64 22,04 21,44 Oost 5,92 6,26 6,21 0,97 1,00 1,00 19,52 19,05 21,37 West 5,94 6,37 6,50 1,05 1,06 1,12 17,67 18,13 25,33 Zuid 6,27 6,74 6,40 0,93 0,94 0,93 18,71 18,73 25,33 Noord 7,54 7,43 7,67 1,32 1,34 1,29 16,35 19,18 20,29 Oost 6,01 6,22 6,23 1,14 1,21 1,15 16,37 18,17 19,61 West 6,75 7,00 7,09 1,33 1,34 1,30 16,15 16,84 20,05 Zuid 6,11 6,87 6,90 1,18 1,21 1,21 14,71 16,75 20,83 Pagina 25 van 60
26 Vervolg Tabel B1.1. Kengetallen ziekteverzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Provincies en G5 Groningen 7,20 6,77 6,43 0,97 0,94 1,07 20,69 22,29 19,54 Friesland 6,68 6,69 6,38 0,96 0,97 1,05 23,15 21,85 20,40 Drenthe 5,95 6,73 7,46 0,88 0,93 1,06 20,89 21,95 24,73 Overijssel 6,19 6,33 6,59 0,94 0,93 1,01 21,65 20,72 22,07 Gelderland 5,77 6,23 6,17 0,97 1,01 1,01 18,81 18,71 21,12 Flevoland exclusief Almere 5,66 5,95 5,99 0,99 1,03 0,87 18,59 17,50 23,24 Utrecht exclusief Utrecht-stad 5,79 6,10 6,04 0,98 0,99 1,05 18,26 18,59 20,42 Noord-Holland exclusief 5,72 6,04 6,72 0,97 0,98 1,06 18,51 18,90 23,38 Amsterdam Zuid-Holland excl. Den Haag 5,77 6,17 6,13 1,02 1,01 1,06 18,05 18,33 20,83 en Rotterdam Zeeland 6,23 6,14 6,45 0,87 0,96 0,92 18,57 17,28 26,54 Noord-Brabant 5,86 6,43 6,18 0,94 0,92 0,95 17,39 18,54 23,89 Limburg 7,29 7,77 6,94 0,93 0,96 0,90 21,90 19,78 28,71 Amsterdam 7,10 8,21 7,52 1,21 1,25 1,34 18,18 19,51 21,90 Rotterdam 5,96 6,15 6,48 1,12 1,12 1,14 16,51 17,36 20,73 Den Haag 6,18 6,08 6,49 1,20 1,26 1,48 15,09 14,85 15,04 Utrecht 5,85 7,47 6,89 1,15 1,19 1,15 15,05 15,84 23,26 Almere 6,16 6,49 4,90 1,19 1,36 0,91 15,89 14,97 16,44 Groningen 8,73 7,42 7,66 1,37 1,24 1,36 15,80 18,78 19,46 Friesland 6,82 7,37 6,72 1,28 1,09 1,20 17,16 19,24 18,68 Drenthe 6,42 7,57 9,42 1,31 1,22 1,30 15,99 20,07 25,30 Overijssel 6,24 6,01 6,21 1,11 0,96 1,04 19,75 18,99 21,37 Gelderland 5,73 6,22 5,90 1,12 1,11 1,20 14,74 18,07 18,49 Flevoland exclusief Almere 6,79 7,01 8,02 1,32 1,24 1,35 16,07 15,89 19,02 Utrecht exclusief Utrecht-stad 7,34 7,01 7,44 1,31 1,28 1,36 17,26 19,29 21,12 Noord-Holland exclusief 6,88 7,13 6,84 1,18 1,28 1,15 18,44 18,63 22,12 Amsterdam Zuid-Holland excl. Den Haag 6,03 7,22 6,65 1,28 1,33 1,22 15,24 16,30 20,28 en Rotterdam Zeeland 5,04 7,08 6,97 1,12 1,44 1,27 14,37 16,90 20,98 Noord-Brabant 6,21 6,87 7,00 1,25 1,22 1,28 13,53 16,27 19,51 Limburg 6,26 6,80 6,67 1,01 1,10 1,06 18,51 17,88 24,12 Amsterdam 6,88 7,29 8,46 1,52 1,47 1,48 13,19 15,50 20,18 Rotterdam 6,77 6,67 6,68 1,48 1,44 1,41 15,79 14,17 19,29 Den Haag 6,81 5,70 6,61 1,47 1,37 1,44 16,14 12,98 14,12 Utrecht 7,33 7,58 7,16 1,29 1,37 1,37 15,12 18,80 19,23 Almere - - 8, , ,33 Pagina 26 van 60
27 Vervolg Tabel B1.1. Kengetallen ziekteverzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Schoolgrootte Kleiner dan 10 5,81 5,76 6,29 0,83 0,85 0,92 22,58 21,56 24,44 > = 10 en < 20 6,04 6,56 6,61 0,91 0,93 0,99 19,93 20,55 23,34 > = 20 en < 50 6,11 6,47 6,39 1,02 1,02 1,06 18,26 18,46 21,69 50 en groter 6,52 6,43 6,18 1,17 1,21 1,23 17,33 15,70 18,49 Kleiner dan 20 7,07 7,35 7,23 0,96 0,98 1,02 22,58 21,37 22,38 >= 20 en < 50 6,57 7,26 7,23 1,19 1,20 1,15 17,00 18,99 22,67 >= 50 en < 100 6,42 6,70 6,59 1,28 1,23 1,21 15,04 16,86 19, en groter 6,44 6,35 6,75 1,28 1,23 1,36 15,25 16,13 18,42 Pagina 27 van 60
28 Tabel B1.2. Kengetallen overig verzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD ,67 3,98 3,06 1,15 1,16 1,36 15,67 16,64 15,28 3,15 3,43 2,72 0,62 0,58 0,70 27,41 31,67 30,91 PO 3,58 3,89 3,01 1,07 1,08 1,26 16,69 17,83 16,54 Leeftijd < 35 jaar 6,83 7,45 5,66 1,33 1,29 1,72 25,00 26,33 24, jaar 4,23 4,40 3,18 1,10 1,10 1,34 22,58 24,61 22, jaar 1,15 1,26 1,03 1,06 1,12 1,24 4,34 5,34 4, jaar* 1,54 1,84 1,64 1,03 1,08 1,12 4,88 5,66 5,71 < 35 jaar 6,61 7,01 5,71 0,87 0,79 1,09 37,39 44,67 45, jaar 3,69 3,90 2,96 0,61 0,59 0,77 45,28 45,10 44, jaar 0,84 0,96 0,78 0,52 0,47 0,55 7,53 9,81 8, jaar* 1,20 1,40 1,35 0,45 0,44 0,47 7,96 10,83 11,76 Geslacht Mannen 2,18 2,40 1,93 1,29 1,38 1,46 10,84 12,36 11,41 Vrouwen 4,04 4,36 3,32 1,12 1,12 1,33 16,78 17,65 16,17 Mannen 1,63 1,68 1,59 0,51 0,48 0,58 24,19 27,16 27,26 Vrouwen 3,79 4,16 3,19 0,67 0,62 0,75 28,28 32,90 31,95 Functie Directieleden 2,06 2,16 1,69 0,96 1,08 1,14 11,02 12,52 10,95 Leerkrachten (OP) 3,82 4,14 3,19 1,16 1,17 1,37 15,95 16,89 15,58 Directieleden 1,75 1,90 1,52 0,34 0,28 0,30 19,90 26,94 36,63 Leerkrachten (OP) 3,23 3,50 2,81 0,64 0,60 0,73 27,60 31,76 30,76 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 5,22 4,93 3,71 0,83 0,79 1,12 27,65 27,50 21, wtf 3,70 4,23 3,24 1,31 1,38 1,46 11,70 13,43 13,90 > 0.87 wtf 1,99 2,23 1,92 1,75 1,95 1,99 4,44 4,95 5,99 < 0.5 wtf 5,03 4,82 3,47 0,53 0,50 0,60 45,98 49,21 43, wtf 3,33 3,60 2,95 0,64 0,57 0,74 23,15 29,73 27,49 > 0.87 wtf 1,43 1,79 1,66 0,80 0,82 0,90 6,79 7,55 15,25 Denominatie Openbaar 3,28 3,66 2,84 1,08 1,12 1,26 16,85 17,82 16,24 Rooms-katholiek 3,95 4,30 3,35 1,40 1,45 1,52 14,33 14,61 14,90 Protestants-christelijk 3,78 4,05 2,98 0,99 0,92 1,34 15,67 17,94 14,17 Overig bijzonder 3,82 3,74 3,01 1,01 0,96 1,10 18,02 19,25 18,24 Openbaar 2,88 2,83 2,13 0,56 0,49 0,66 24,94 32,10 27,30 Rooms-katholiek 3,31 4,19 3,46 0,79 0,84 0,91 26,67 29,46 29,88 Protestants-christelijk 3,19 3,20 2,47 0,56 0,53 0,66 26,80 26,26 26,87 Overig bijzonder 3,17 3,19 2,59 0,56 0,45 0,61 30,09 38,51 35,95 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 28 van 60
29 Vrije scholen 2,85 2,49 3,08 0,72 0,65 1,11 19,61 16,21 16,43 Overig 3,23 3,25 2,61 1,18 1,39 1,04 15,31 12,05 16,95 Openbaar 2,87 2,83 2,13 0,56 0,49 0,66 24,94 32,10 27,30 Vervolg Tabel B1.2. Kengetallen overig verzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Denominatie uitgesplitst Openbaar 3,28 3,66 2,84 1,08 1,12 1,26 16,85 17,82 16,24 Rooms-katholiek 3,94 4,30 3,35 1,40 1,45 1,52 14,31 14,61 14,90 Protestantschristelijk 3,82 4,08 3,03 1,02 0,93 1,40 15,51 17,81 14,17 Algemeen bijzonder 3,83 3,77 2,88 1,09 1,01 1,17 16,79 19,52 16,44 Gereformeerd, reformatorisch, 3,56 3,73 2,67 0,80 0,80 0,96 16,75 19,24 14,15 evangelisch Islamitisch 5,30 5,97 4,42 0,56 0,64 0,65 41,71 43,21 51,69 Rooms-katholiek 3,31 4,19 3,46 0,79 0,84 0,91 26,67 29,46 29,88 Protestantschristelijk 3,22 3,18 2,50 0,56 0,53 0,65 26,62 26,25 27,50 Algemeen bijzonder 3,14 3,19 2,61 0,56 0,45 0,62 29,57 38,51 34,77 Gereformeerd, reformatorisch, - - 2, , ,52 evangelisch Overig - - 2, , ,86 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 3,44 3,62 2,70 0,55 0,58 0,65 30,36 29,88 29,43 Verstedelijkt 3,68 4,01 3,07 1,16 1,17 1,32 15,48 16,39 15,96 Niet verstedelijkt 3,78 4,12 3,25 1,43 1,40 1,73 13,16 14,56 12,19 Sterk verstedelijkt 2,94 2,79 2,16 0,49 0,37 0,44 28,94 37,72 36,58 Verstedelijkt 3,21 3,47 2,75 0,63 0,60 0,75 28,96 32,05 30,77 Niet verstedelijkt 3,28 3,91 3,26 0,78 0,73 0,87 22,44 27,85 28,28 Regio Noord 3,76 4,09 3,18 1,59 1,49 2,11 12,49 15,66 10,77 Oost 3,92 4,44 3,37 1,13 1,16 1,69 16,36 17,55 13,75 West 3,27 3,50 2,63 0,72 0,74 0,83 20,62 20,77 21,21 Zuid 4,07 4,34 3,60 1,67 1,64 1,64 13,17 13,90 14,13 Noord 3,72 4,06 3,28 0,92 0,80 1,10 18,16 21,96 21,92 Oost 3,22 3,32 2,66 0,59 0,53 0,82 27,22 31,90 26,93 West 2,81 2,80 2,03 0,44 0,35 0,42 31,49 40,34 37,59 Zuid 3,37 4,03 3,62 0,79 0,84 0,85 28,11 30,46 35,15 Provincies en G5 Groningen 3,96 4,53 3,33 1,81 1,59 2,16 12,53 15,81 12,23 Friesland 4,31 4,52 3,20 1,53 1,51 2,45 12,38 16,49 8,15 Drenthe 3,22 3,46 2,99 1,42 1,37 1,61 12,53 15,01 13,80 Overijssel 4,25 4,51 3,65 1,29 1,38 2,41 14,35 12,65 10,80 Gelderland 3,89 4,82 3,45 1,14 1,11 1,46 16,31 19,67 16,17 Pagina 29 van 60
30 Vervolg Tabel B1.2. Kengetallen overig verzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Provincies en G5 Flevoland exclusief Almere 4,07 4,36 2,99 1,00 0,92 0,96 21,99 19,77 17,39 Utrecht exclusief Utrecht-stad 3,23 3,77 2,72 0,99 0,96 1,04 13,70 16,98 15,32 Noord-Holland exclusief 3,49 3,84 2,79 0,89 0,88 0,98 16,73 18,52 18,71 Amsterdam Zuid-Holland excl. Den Haag en 2,94 3,09 2,50 0,75 0,78 0,90 18,99 17,56 19,74 Rotterdam Zeeland 3,07 3,35 2,47 1,10 1,13 1,17 13,04 15,43 11,71 Noord-Brabant 4,08 4,35 3,66 1,41 1,30 1,43 15,64 17,31 17,31 Limburg 4,57 4,68 4,00 2,66 2,61 2,43 9,79 9,78 9,77 Amsterdam 3,35 2,94 2,44 0,33 0,32 0,41 52,69 46,39 38,18 Rotterdam 3,18 4,35 3,07 0,37 0,48 0,49 41,00 24,60 40,87 Den Haag 3,02 2,99 2,08 0,30 0,29 0,44 40,83 45,55 46,28 Utrecht 4,35 4,48 3,21 0,82 0,84 0,69 24,65 25,42 23,17 Almere 2,96 5,93 1,59 0,40 0,71 0,55 35,20 36,64 20,95 Groningen 3,32 3,31 3,39 0,86 0,72 1,09 18,32 26,08 22,19 Friesland 3,82 4,97 3,07 0,91 0,89 1,03 15,43 18,83 21,07 Drenthe 4,48 4,22 3,42 1,12 0,81 1,26 22,48 18,99 22,76 Overijssel 3,82 3,41 2,86 0,57 0,43 0,94 32,20 36,79 24,14 Gelderland 3,06 3,28 2,68 0,60 0,58 0,75 25,42 30,81 28,81 Flevoland exclusief Almere 2,99 3,33 2,16 0,70 0,56 0,93 28,04 22,24 31,90 Utrecht exclusief Utrecht-stad 2,36 2,43 2,14 0,35 0,38 0,56 33,29 42,14 25,48 Noord-Holland exclusief 3,28 3,17 2,08 0,51 0,46 0,51 28,93 33,71 32,97 Amsterdam Zuid-Holland excl. Den Haag en 2,63 2,77 1,88 0,49 0,39 0,42 29,54 36,89 38,63 Rotterdam Zeeland 3,32 2,79 3,21 0,56 0,52 0,79 36,87 39,40 40,42 Noord-Brabant 3,33 4,26 3,71 0,69 0,70 0,76 30,87 37,16 40,17 Limburg 3,48 3,83 3,53 1,12 1,15 1,06 22,22 22,16 26,71 Amsterdam 2,30 1,72 1,68 0,29 0,19 0,24 39,47 38,18 54,63 Rotterdam 2,67 3,55 2,22 0,40 0,17 0,35 36,13 86,00 51,43 Den Haag 3,27 3,00 1,88 0,15 0,12 0,26 80,11 118,70 71,64 Utrecht 2,99 2,87 2,77 0,67 0,45 0,50 25,63 30,01 35,06 Almere - - 1, , ,61 Schoolgrootte Kleiner dan 10 3,64 3,63 3,14 1,35 1,37 1,94 14,41 13,71 10,58 > = 10 en < 20 3,65 3,91 3,10 1,30 1,33 1,60 12,93 14,36 12,51 > = 20 en < 50 3,65 3,97 3,00 1,09 1,09 1,21 16,83 17,59 17,12 50 en groter 3,92 4,51 3,33 0,96 0,97 1,17 20,60 21,72 20,09 Kleiner dan 20 2,70 3,86 2,69 0,73 0,58 0,88 26,43 31,33 23,80 >= 20 en < 50 3,35 3,62 2,86 0,77 0,78 0,91 21,73 23,97 25,30 >= 50 en < 100 3,22 3,45 2,91 0,57 0,54 0,65 29,26 35,37 34, en groter 3,02 3,26 2,42 0,55 0,49 0,56 32,74 37,57 36,76 Pagina 30 van 60
31 6,68 7,14 6,74 0,81 0,82 0,84 21,76 23,36 27,40 7,03 7,45 7,22 1,34 1,31 1,34 15,61 16,50 19,20 PO 6,85 7,29 6,97 1,05 1,04 1,06 18,25 19,49 22,83 Leeftijd < 35 jaar 4,11 4,64 4,31 0,88 0,88 0,96 11,92 14,31 14, jaar 6,02 7,13 6,44 0,82 0,85 0,89 19,16 20,79 24, jaar 6,96 7,17 6,76 0,80 0,79 0,84 22,96 23,62 28, jaar* 8,67 8,72 8,34 0,77 0,80 0,76 30,86 32,36 36,74 < 35 jaar 5,96 6,24 5,88 1,49 1,40 1,51 11,98 12,30 13, jaar 7,33 8,01 7,47 1,41 1,46 1,55 15,72 16,08 18, jaar 6,92 7,43 7,30 1,25 1,26 1,31 16,49 17,12 19, jaar* 8,68 8,70 8,62 1,17 1,10 1,03 21,05 23,18 27,01 Geslacht Mannen 7,25 7,73 7,38 0,83 0,86 0,85 22,49 26,08 31,03 Vrouwen 6,44 6,90 6,49 0,80 0,81 0,84 21,55 22,56 26,34 Mannen 6,95 7,79 7,54 1,25 1,20 1,23 15,83 18,74 22,95 Vrouwen 7,05 7,36 7,13 1,36 1,34 1,36 15,56 16,05 18,43 Tabel B1.3. Kengetallen ziekteverzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD 2012 Functie Onderwijsondersteunend personeel (OOP) Beheer- en administratief personeel (OBP) Onderwijsondersteunend personeel (OOP) Beheer- en administratief personeel (OBP) 6,36 6,71 6,65 0,94 0,91 0,92 18,84 20,49 22,82 6,93 7,72 6,96 0,71 0,69 0,66 24,88 28,40 40,51 7,89 8,04 7,57 1,59 1,47 1,45 15,05 16,15 17,97 6,16 6,61 6,27 1,11 1,10 1,07 16,33 17,12 23,03 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 4,80 5,41 5,55 0,64 0,65 0,70 19,96 20,32 27, wtf 7,03 7,93 7,35 1,10 1,13 1,06 17,42 21,02 27,32 > 0.87 wtf 8,42 8,62 8,15 1,31 1,29 1,26 18,64 19,71 29,15 < 0.5 wtf 5,48 6,18 5,63 1,09 1,11 1,11 14,04 14,73 18, wtf 7,54 7,59 8,07 1,60 1,48 1,60 14,81 15,24 19,49 > 0.87 wtf 7,73 8,43 8,45 1,78 1,78 1,73 13,03 14,87 20,32 Denominatie Openbaar 7,34 7,99 7,18 1,03 0,98 0,96 18,92 22,27 26,35 Rooms-katholiek 6,73 7,23 6,82 0,73 0,81 0,85 25,31 25,73 27,97 Protestants-christelijk 5,37 5,95 5,94 0,63 0,64 0,70 22,54 23,07 27,72 Overig bijzonder 7,54 7,74 7,51 1,01 0,97 0,99 19,23 20,65 27,72 Openbaar 7,66 7,57 7,34 1,55 1,38 1,42 15,69 15,70 17,84 Rooms-katholiek 6,88 8,38 7,34 1,22 1,40 1,33 15,68 17,52 20,50 Protestants-christelijk 6,57 6,17 6,61 1,15 1,05 1,19 15,57 16,52 20,75 Overig bijzonder 6,99 7,38 7,32 1,39 1,34 1,37 15,68 16,20 18,35 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 31 van 60
32 Vervolg Tabel B1.3. Kengetallen ziekteverzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Verstedelijking Sterk verstedelijkt 8,37 8,41 7,90 1,20 1,17 1,25 17,76 19,76 23,74 Verstedelijkt 6,32 7,20 6,60 0,81 0,85 0,83 21,33 23,34 26,75 Niet verstedelijkt 5,32 5,74 5,73 0,55 0,56 0,59 27,92 28,26 33,44 Sterk verstedelijkt 7,52 7,68 6,97 1,53 1,49 1,47 14,22 15,49 18,21 Verstedelijkt 6,98 7,65 7,36 1,29 1,29 1,33 16,15 16,65 19,10 Niet verstedelijkt 6,58 6,64 7,09 1,23 1,19 1,21 16,27 17,35 20,74 Regio Noord 6,60 6,35 5,51 0,62 0,60 0,62 30,08 29,95 31,70 Oost 5,93 7,06 6,50 0,74 0,77 0,75 22,28 23,92 28,41 West 7,03 7,33 7,00 0,96 0,96 1,02 18,45 20,14 24,34 Zuid 6,58 7,07 6,96 0,63 0,65 0,64 28,64 30,52 35,68 Noord 7,58 7,68 8,22 1,38 1,22 1,32 16,86 17,45 19,49 Oost 6,36 6,97 6,79 1,21 1,16 1,27 15,69 17,49 18,24 West 7,21 7,37 7,11 1,46 1,42 1,39 14,88 15,28 18,73 Zuid 7,29 8,10 7,47 1,25 1,37 1,35 16,61 17,06 20,90 Provincies en G5 Groningen 7,02 5,96 4,51 0,73 0,52 0,51 26,41 31,24 33,35 Friesland 6,50 6,33 5,64 0,60 0,67 0,65 33,88 30,27 29,10 Drenthe 6,01 7,11 7,21 0,49 0,61 0,72 29,68 27,81 33,77 Overijssel 4,48 5,39 5,58 0,66 0,71 0,71 20,43 22,74 24,81 Gelderland 6,24 7,61 7,17 0,71 0,73 0,76 24,45 25,72 32,55 Flevoland exclusief Almere 5,85 7,61 6,27 0,67 0,72 0,67 28,36 23,38 23,00 Utrecht exclusief Utrecht-stad 5,33 5,74 4,68 0,72 0,69 0,69 20,59 21,14 26,72 Noord-Holland exclusief 5,37 6,42 6,18 0,85 0,87 0,93 18,55 20,88 24,90 Amsterdam Zuid-Holland excl. Den Haag en 5,94 6,44 6,11 0,80 0,80 0,81 18,59 21,66 25,02 Rotterdam Zeeland 4,73 6,37 6,86 0,50 0,66 0,61 30,78 24,17 34,07 Noord-Brabant 6,60 7,08 7,10 0,68 0,68 0,68 27,94 28,59 33,97 Limburg 7,66 7,08 6,61 0,57 0,58 0,57 30,27 39,84 42,34 Amsterdam 9,01 7,34 8,74 1,40 1,33 1,48 17,36 17,08 23,76 Rotterdam 9,52 8,60 8,11 1,13 1,04 1,13 19,27 22,09 26,89 Den Haag 7,85 7,86 8,06 1,20 1,32 1,54 17,50 17,79 17,81 Utrecht 7,00 8,95 8,37 1,12 1,11 1,06 17,34 23,26 32,52 Almere 8,94 10,04 5,45 1,37 1,59 0,99 14,50 19,03 16,34 Groningen 7,43 7,75 7,76 1,51 1,36 1,31 14,44 16,06 18,18 Friesland 7,37 7,12 7,73 1,26 1,10 1,27 16,79 17,88 19,78 Drenthe 8,48 9,19 10,52 1,47 1,29 1,49 22,48 19,73 21,62 Overijssel 6,85 6,26 6,16 1,25 1,08 1,20 18,23 19,27 17,18 Gelderland 6,08 7,17 6,81 1,17 1,19 1,27 14,63 17,34 18,50 Flevoland exclusief 5,59 6,37 7,93 1,20 1,02 1,35 13,60 13,14 21,16 Almere Pagina 32 van 60
33 Vervolg Tabel B1.3. Kengetallen ziekteverzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Provincies en G5 Utrecht exclusief Utrecht-stad 7,60 8,11 7,73 1,20 1,21 1,23 19,87 16,38 25,32 Noord-Holland exclusief Amsterdam 6,81 7,84 7,74 1,46 1,42 1,37 15,24 16,60 18,27 Zuid-Holland excl. Den Haag en 5,70 6,05 5,86 1,42 1,35 1,25 12,39 12,79 16,04 Rotterdam Zeeland 7,97 6,86 6,19 1,26 1,33 1,12 18,25 17,82 15,78 Noord-Brabant 6,96 7,89 7,60 1,26 1,42 1,42 15,84 16,14 19,69 Limburg 8,17 9,08 7,51 1,20 1,25 1,22 18,70 19,63 25,90 Amsterdam 8,22 7,77 7,70 1,79 1,77 1,59 15,16 15,55 18,67 Rotterdam 8,05 7,25 7,70 1,68 1,47 1,33 12,59 12,40 25,00 Den Haag 8,38 7,01 6,53 1,66 1,62 1,76 16,02 16,42 12,18 Utrecht 8,61 8,77 7,56 1,20 1,33 1,54 16,70 17,82 19,51 Almere , , ,45 Schoolgrootte Kleiner dan 10 4,08 5,57 5,58 0,58 0,56 0,66 19,44 25,89 30,64 > = 10 en < 20 5,53 6,48 6,54 0,63 0,66 0,67 24,49 24,66 32,80 > = 20 en < 50 6,97 7,32 6,88 0,85 0,84 0,89 21,54 23,64 26,69 50 en groter 8,36 7,55 6,67 1,21 1,17 1,11 18,15 19,02 20,50 Kleiner dan 20-6,12 5,37-1,12 0,93-17,57 17,64 >= 20 en < 50 7,07 7,06 6,75 1,21 1,22 1,18 16,90 17,52 20,78 >= 50 en < 100 7,06 7,55 7,33 1,40 1,37 1,39 15,34 16,11 18, en groter 7,01 7,64 7,48 1,39 1,33 1,41 15,11 16,25 19,13 Pagina 33 van 60
34 2,49 2,62 2,06 0,41 0,39 0,44 28,30 33,01 34,35 PO 1,81 1,89 1,48 0,30 0,29 0,32 25,11 27,46 31,02 Leeftijd < 35 jaar 3,39 3,41 2,70 0,37 0,36 0,49 35,58 33,98 34, jaar 1,23 1,27 1,19 0,19 0,19 0,23 28,31 25,27 43, jaar 0,36 0,48 0,33 0,17 0,17 0,16 5,70 5,54 10, jaar* 0,53 0,59 0,50 0,16 0,15 0,14 6,43 6,74 13,14 < 35 jaar 5,37 5,78 5,00 0,61 0,56 0,74 42,74 46,85 51, jaar 2,44 2,68 1,94 0,40 0,39 0,47 34,92 48,79 47, jaar 0,67 0,58 0,39 0,35 0,33 0,36 7,62 8,63 6, jaar* 0,80 0,93 0,77 0,23 0,22 0,23 7,64 8,68 12,75 Geslacht Mannen 0,62 0,64 0,56 0,22 0,21 0,18 11,74 10,79 22,42 Vrouwen 1,33 1,33 1,07 0,20 0,20 0,23 22,30 20,78 26,34 Mannen 1,16 1,04 0,87 0,24 0,22 0,26 34,16 33,22 39,23 Vrouwen 2,84 3,07 2,38 0,45 0,43 0,48 27,64 32,98 33,76 Tabel B1.4. Kengetallen overig verzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD ,12 1,12 0,92 0,21 0,20 0,22 19,78 18,51 25,62 Functie Onderwijsondersteunend personeel (OOP) Beheer- en administratief personeel (OBP) Onderwijsondersteunend personeel (OOP) Beheer- en administratief personeel (OBP) 1,83 1,80 1,02 0,24 0,24 0,25 27,14 24,14 27,49 0,80 0,83 0,70 0,19 0,18 0,15 15,39 14,90 19,06 3,26 3,31 2,07 0,64 0,62 0,52 23,75 27,69 31,88 1,96 2,23 2,04 0,27 0,26 0,25 35,06 39,95 46,48 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 1,38 0,92 0,98 0,17 0,16 0,20 25,35 20,73 27, wtf 1,10 1,28 0,98 0,28 0,27 0,24 14,51 16,30 27,06 > 0.87 wtf 0,63 1,01 0,70 0,32 0,34 0,27 4,57 6,21 14,75 < 0.5 wtf 3,17 3,01 2,62 0,33 0,30 0,39 41,92 47,44 46, wtf 2,42 2,90 2,06 0,49 0,48 0,52 19,73 27,46 24,06 > 0.87 wtf 1,26 1,22 1,08 0,57 0,55 0,50 7,64 5,98 16,25 Denominatie Openbaar 0,98 1,23 0,88 0,21 0,22 0,21 20,15 20,44 25,03 Rooms-katholiek 1,03 0,90 0,81 0,21 0,20 0,17 16,45 14,21 29,21 Protestants-christelijk 1,41 1,31 1,08 0,21 0,20 0,26 22,39 20,03 23,38 Overig bijzonder 1,00 0,97 0,92 0,19 0,17 0,21 18,04 20,66 27,26 Openbaar 2,49 2,47 1,62 0,41 0,37 0,40 24,06 36,44 33,08 Rooms-katholiek 2,60 2,68 2,12 0,45 0,43 0,47 19,56 38,64 35,21 Protestants-christelijk 2,38 3,28 2,48 0,40 0,40 0,50 18,83 30,95 26,90 Overig bijzonder 2,45 2,31 2,05 0,40 0,36 0,43 16,83 27,88 38,04 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 34 van 60
35 Vrije scholen 0,52 0,79 0,80 0,12 0,16 0,14 26,59 20,31 21,00 Overig 0,55 1,27 0,75 0,40 0,38 0,31 6,19 9,59 13,47 Openbaar 2,49 2,47 1,62 0,41 0,37 0,40 24,06 36,44 33,08 Vervolg Tabel B1.4. Kengetallen overig verzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Denominatie uitgesplitst Openbaar 0,98 1,23 0,88 0,21 0,22 0,21 17,51 20,44 25,03 Rooms-katholiek 1,02 0,90 0,81 0,21 0,20 0,17 16,48 14,21 29,21 Protestantschristelijk 1,20 1,15 0,85 0,18 0,16 0,22 24,57 20,07 25,01 Algemeen bijzonder 0,81 0,80 0,62 0,15 0,13 0,19 25,22 19,59 20,55 Gereformeerd, reformatorisch, 2,05 2,09 1,91 0,28 0,35 0,38 21,99 19,96 20,55 evangelisch Islamitisch 2,08 1,48 1,79 0,21 0,15 0,22 54,58 55,50 77,74 Rooms-katholiek 2,60 2,68 2,12 0,45 0,43 0,47 19,56 38,64 35,21 Protestantschristelijk 2,33 3,26 2,39 0,41 0,40 0,47 19,02 30,35 27,79 Algemeen bijzonder 2,45 2,31 2,05 0,40 0,36 0,43 16,95 27,88 37,46 Gereformeerd, reformatorisch, - - 3, , ,02 evangelisch Overig - - 2, , ,04 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 1,10 1,50 0,89 0,18 0,19 0,18 21,78 23,56 35,99 Verstedelijkt 1,09 1,00 0,94 0,21 0,22 0,24 20,77 16,00 24,90 Niet verstedelijkt 1,16 0,93 0,92 0,23 0,18 0,20 17,18 19,01 20,56 Sterk verstedelijkt 2,81 2,20 1,68 0,40 0,39 0,34 26,49 30,81 34,68 Verstedelijkt 2,37 2,59 2,19 0,38 0,36 0,46 18,49 37,01 34,54 Niet verstedelijkt 2,49 3,11 2,14 0,53 0,45 0,51 15,82 26,05 33,64 Regio Noord 1,15 1,52 1,07 0,24 0,26 0,25 16,50 21,79 25,98 Oost 1,27 0,85 1,08 0,22 0,20 0,26 21,58 17,16 27,44 West 0,97 1,17 0,85 0,17 0,18 0,21 21,68 17,93 25,46 Zuid 1,29 1,07 0,85 0,26 0,22 0,17 17,34 18,65 22,32 Noord 2,67 3,36 2,58 0,64 0,53 0,68 21,55 25,48 23,78 Oost 2,41 2,61 2,24 0,35 0,31 0,47 31,91 37,29 36,53 West 2,37 2,21 1,61 0,35 0,34 0,32 26,37 29,04 33,42 Zuid 2,64 2,86 2,34 0,47 0,48 0,50 29,86 36,98 38,63 Provincies en G5 Groningen 0,78 1,52 0,83 0,22 0,14 0,17 17,51 26,27 25,04 Friesland 1,12 2,43 1,31 0,27 0,27 0,27 11,24 34,02 32,38 Drenthe 1,76 0,77 1,08 0,22 0,42 0,34 20,98 14,30 18,94 Overijssel 1,32 0,60 1,06 0,19 0,19 0,23 29,16 10,74 34,37 Gelderland 1,29 0,96 1,09 0,24 0,19 0,27 18,69 21,26 26,64 Flevoland exclusief Almere - - 1, , Pagina 35 van 60
36 Vervolg Tabel B1.4. Kengetallen overig verzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk VP MF GZD Provincies en G5 Utrecht exclusief Utrecht-stad 0,61 1,09 0,99 0,20 0,24 0,25 15,00 14,94 13,39 Noord-Holland exclusief 0,77 0,75 0,79 0,17 0,14 0,17 16,31 13,54 21,86 Amsterdam Zuid-Holland excl. Den Haag en 0,92 0,63 0,71 0,17 0,18 0,23 21,33 9,88 19,75 Rotterdam Zeeland 1,97 1,28 1,32 0,29 0,18 0,29 28,41 27,82 21,76 Noord-Brabant 1,34 1,25 0,83 0,21 0,20 0,15 17,58 22,08 23,52 Limburg 0,82 0,60 0,63 0,36 0,27 0,15 11,05 9,70 19,67 Amsterdam 1,32 2,04 1,02 0,20 0,21 0,22 29,44 26,14 42,42 Rotterdam 0,94 1,19 0,81 0,10 0,09 0,14 34,83 37,90 40,62 Den Haag 0,95 0,71 0,82 0,12 0,12 0,18 26,12 32,21 35,28 Utrecht 1,43 2,35 1,22 0,31 0,33 0,29 18,97 22,37 29,25 Almere 0,87-0,92 0,27-0,28 11,06-17,07 Groningen 2,38 3,42 2,53 0,78 0,55 0,68 21,19 30,66 25,42 Friesland 3,03 3,13 2,37 0,59 0,51 0,65 22,62 19,82 21,49 Drenthe 2,31 3,89 3,19 0,49 0,49 0,75 18,76 27,64 25,24 Overijssel 2,61 2,30 2,53 0,27 0,27 0,46 36,07 28,43 37,94 Gelderland 2,37 2,70 2,07 0,37 0,34 0,49 31,91 37,56 33,28 Flevoland exclusief Almere 2,22 2,79 2,38 0,38 0,21 0,44 26,50 57,93 54,04 Utrecht exclusief Utrecht-stad 1,79 2,43 1,49 0,22 0,25 0,30 26,47 39,25 27,59 Noord-Holland exclusief 2,34 2,30 1,50 0,41 0,44 0,36 23,14 28,65 29,21 Amsterdam Zuid-Holland excl. Den Haag en 1,77 2,41 1,82 0,41 0,38 0,36 17,23 19,38 29,11 Rotterdam Zeeland 1,07 1,27 1,21 0,35 0,16 0,44 17,11 23,67 27,33 Noord-Brabant 2,88 2,85 2,48 0,43 0,41 0,46 35,09 43,62 43,24 Limburg 2,49 3,15 2,32 0,66 0,69 0,61 20,62 28,14 32,64 Amsterdam 2,87 1,48 0,97 0,30 0,17 0,20 24,10 59,22 56,01 Rotterdam 3,02 2,10 2,63 0,35 0,19 0,29 38,34 23,45 42,74 Den Haag 3,04 1,81 1,19 0,15 0,14 0,28 100,45 77,26 55,95 Utrecht 2,59 2,04 1,87 0,42 0,48 0,39 23,68 24,48 27,59 Almere - - 1, , ,85 Schoolgrootte Kleiner dan 10 1,63 1,51 0,66 0,21 0,16 0,27 25,86 38,41 11,63 > = 10 en < 20 0,99 1,03 0,90 0,21 0,20 0,19 17,36 13,43 22,37 > = 20 en < 50 1,17 1,16 0,93 0,20 0,19 0,22 20,30 21,00 28,32 50 en groter 0,98 0,99 0,96 0,26 0,26 0,26 20,82 13,19 23,41 Kleiner dan , , ,95 >= 20 en < 50 2,31 2,67 1,74 0,41 0,37 0,38 25,80 31,50 31,18 >= 50 en < 100 2,59 2,92 2,24 0,42 0,42 0,49 27,32 34,33 34, en groter 2,48 2,38 2,13 0,43 0,38 0,44 31,42 32,30 35,97 Pagina 36 van 60
37 Tabel B1.5. Kengetallen ziekteverzuim VO onderwijzend personeel, Kenmerk VP MF GZD Totaal 4,85 5,15 4,97 1,48 1,61 1,60 10,37 10,61 12,01 Verzuim max 1 jaar 4,64 4,95 4, Leeftijd < 35 jaar 3,64 3,74 3,59 1,59 1,73 1,75 7,06 7,14 8, jaar 4,62 4,62 4,28 1,58 1,73 1,76 9,09 9,14 10, jaar 4,63 5,06 4,68 1,44 1,58 1,58 10,34 11,17 12, jaar* 6,41 6,84 6,92 1,34 1,43 1,38 15,61 15,62 17,98 Bapo Geen bapo 5,87 6,10 4, Wel bapo 6,16 6,74 6, Geslacht Mannen 4,17 4,57 4,42 1,29 1,42 1,39 10,04 10,59 12,26 Vrouwen 5,71 5,86 5,65 1,68 1,80 1,82 10,49 10,62 11,82 Functie Directieleden 2,96 3,46 3,15 0,77 0,79 0,77 13,83 15,54 18,28 Leerkrachten (OP) 4,93 5,23 5,07 1,50 1,64 1,63 10,24 10,52 11,90 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 3,89 4,38 4,51 1,27 1,50 1,47 8,47 8,87 10, wtf 5,27 5,57 5,32 1,64 1,70 1,75 10,16 10,46 12,55 > 0.87 wtf 4,38 4,53 4,87 1,64 1,62 1,58 9,25 10,02 13,43 Denominatie Openbaar 4,82 5,26 4,99 1,49 1,59 1,55 10,08 10,62 12,29 Rooms-katholiek 4,66 4,98 4,77 1,42 1,59 1,57 10,47 11,02 11,76 Protestants-christelijk 4,67 5,07 4,68 1,46 1,59 1,54 10,35 10,60 12,40 Overig bijzonder 5,27 5,25 5,45 1,57 1,67 1,72 10,26 10,26 11,71 Denominatie uitgesplitst Openbaar 4,83 5,26 4,99 1,48 1,59 1,55 10,14 10,62 12,29 Rooms-katholiek 4,66 4,98 4,77 1,42 1,59 1,57 10,47 11,02 11,76 Protestants-christelijk 4,80 5,10 4,94 1,44 1,56 1,54 10,55 10,71 12,91 Algemeen bijzonder 5,31 5,02 5,05 1,45 1,58 1,62 10,55 10,21 11,19 Gereformeerd, reformatorisch, 4,10 4,88 3,59 1,64 1,75 1,55 8,99 10,00 10,18 evangelisch Islamitisch , ,94 - Vrije scholen - - 4,15-1,40 1,80-11,75 11,31 Overig 5,10 5,29 5,86 1,64 1,76 1,80 10,05 10,05 12,13 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 4,86 5,51 5,11 1,58 1,60 1,64 9,24 10,66 16,41 Verstedelijkt 4,84 5,02 5,01 1,46 1,64 1,63 10,54 10,39 11,68 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 37 van 60
38 Vervolg Tabel B1.5. Kengetallen ziekteverzuim VO onderwijzend personeel, Kenmerk VP MF GZD Verstedelijking Niet verstedelijkt 4,92 5,19 4,70 1,45 1,51 1,46 10,71 11,35 12,79 Regio Noord 4,69 5,28 4,77 1,34 1,42 1,38 11,06 11,26 13,40 Oost 4,78 5,31 5,33 1,56 1,80 1,68 10,61 10,47 12,58 West 5,05 5,21 4,96 1,51 1,63 1,65 9,87 10,39 11,28 Zuid 4,62 4,77 4,76 1,43 1,47 1,54 10,52 10,95 12,19 Provincies en G5 Groningen 5,10 4,87 5,08 1,24 1,23 1,33 11,42 11,12 13,74 Friesland 4,66 5,88 4,74 1,43 1,56 1,41 10,84 11,94 13,45 Drenthe 4,12 5,08 4,03 1,34 1,65 1,41 10,81 10,30 12,25 Overijssel 5,12 5,76 5,58 1,47 1,80 1,56 11,02 11,83 13,94 Gelderland 4,59 5,06 4,96 1,62 1,73 1,69 10,42 10,01 12,09 Flevoland exclusief Almere 5,01 5,13 4,78 1,09 1,90 1,92 23,71 9,17 8,67 Utrecht exclusief Utrecht-stad 5,11 4,77 5,15 1,36 1,49 1,73 10,37 10,10 11,94 Noord-Holland exclusief Amsterdam 5,56 5,03 4,81 1,34 1,60 1,65 10,69 10,44 10,43 Zuid-Holland excl. Den Haag en Rotterdam 4,55 5,16 4,46 1,60 1,66 1,57 9,36 10,46 10,87 Zeeland 5,01 5,21 3,03 1,78 1,89 1,39 9,24 10,60 9,98 Noord-Brabant 4,58 4,66 4,70 1,45 1,45 1,57 10,32 11,13 11,88 Limburg 4,54 4,99 5,23 1,11 1,34 1,46 12,95 10,39 13,77 Amsterdam 5,17 5,77 6,41 1,83 1,90 1,79 9,33 9,71 12,22 Rotterdam 5,05 5,65 5,42 1,60 1,57 1,63 8,88 10,76 12,29 Den Haag 4,43 5,77 5,36 1,58 1,98 2,01 10,48 10,45 10,89 Utrecht 6,49 6,90 3,71 1,48 1,36 1,36 14,49 12,67 11,22 Almere 4,95 5,42 6,52 1,66 2,26 2,09 8,21 8,99 11,81 Schoolgrootte Kleiner dan 50 5,49 6,00 6,12 1,22 1,23 1,28 13,39 14,34 16,41 >= 50 en < 100 4,99 5,11 4,51 1,47 1,64 1,48 9,84 10,28 11,68 >= 100 en < 200 4,62 4,88 4,92 1,46 1,53 1,68 9,94 10,13 11, en groter 4,91 5,17 4,96 1,51 1,66 1,61 10,42 10,59 12,03 Salarisschaal LA 6,70 6,65 5,93 1,35 1,32 1,28 16,76 15,53 16,09 LB 5,46 6,08 5,73 1,65 1,82 1,80 10,13 10,75 11,98 LC 4,04 4,65 4,84 1,31 1,55 1,56 9,69 9,88 11,95 LD 3,77 3,83 3,71 1,14 1,24 1,25 10,85 10,81 11,68 LE 3,16 3,46 3,60 0,75 0,72 0,71 17,90 12,76 24,90 Schaal 13 en hoger 2,32 2,58 2,08 0,47 0,49 0,52 13,01 21,59 20,50 Schooltype Havo/vwo - 4,23 4,07-1,49 1,56-10,12 10,79 Pro - 6,10 5,78-1,32 1,34-13,72 14,94 Pagina 38 van 60
39 Vervolg Tabel B1.5. Kengetallen ziekteverzuim VO onderwijzend personeel, Kenmerk VP MF GZD Schooltype Vmbo-t - 3,72 6,63-1,07 1,52-11,66 16,00 Vmbo-t/havo/vwo - 4,49 4,32-1,50 1,65-9,40 10,94 Vmbo - 6,40 6,63-1,47 1,52-12,77 16,00 Vmbo/havo/vwo - 5,25 5,01-1,67 1,62-10,61 11,94 Niet westerse allochtonen < 5% allochtone ll 4,91 4,93 4,33 1,41 1,50 1,50 10,37 11,16 11,81 5 tot 10% allochtone ll 4,49 4,88 4,79 1,44 1,63 1,54 10,33 10,65 12,29 10 tot 25% allochtone ll 4,84 5,08 4,99 1,47 1,55 1,63 10,39 10,52 11,62 25 tot 50% allochtone ll 5,08 5,56 5,80 1,57 1,74 1,65 9,84 9,80 13,37 >= 50% allochtone ll 5,81 6,41 6,37 1,78 2,05 1,94 10,01 10,37 11,18 Pagina 39 van 60
40 Tabel B1.6. Kengetallen ziekteverzuim VO ondersteunend personeel, Kenmerk VP MF GZD Totaal 5,43 5,46 5,32 1,26 1,32 1,28 14,18 14,58 15,81 Leeftijd < 35 jaar 3,79 4,12 3,32 1,34 1,53 1,44 8,96 8,69 9, jaar 4,90 4,59 4,70 1,38 1,43 1,46 11,33 12,35 12, jaar 5,34 5,39 5,18 1,27 1,30 1,30 14,38 14,61 15, jaar* 6,63 6,63 6,63 1,12 1,17 1,11 18,83 19,56 21,12 Geslacht Mannen 5,12 5,24 5,08 1,20 1,27 1,21 13,82 14,34 15,62 Vrouwen 5,76 5,68 5,56 1,30 1,35 1,33 14,20 14,74 15,93 Functie* Onderwijsondersteunend personeel (OOP) Beheer- en administratief personeel (OBP) - 5,65 5,49-1,43 1,38-14,17 14,15-5,29 5,13-1,22 1,15-15,00 18,35 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 4,59 5,18 4,91 1,01 1,17 1,05 13,31 14,33 16, wtf 5,61 5,43 5,90 1,41 1,40 1,44 12,84 13,32 15,95 > 0.87 wtf 5,12 5,17 4,90 1,46 1,50 1,44 11,67 12,40 14,38 Denominatie Openbaar 5,62 5,68 5,63 1,32 1,33 1,32 13,63 14,39 15,80 Rooms-katholiek 5,44 5,54 5,38 1,19 1,35 1,29 14,60 15,63 15,45 Protestants-christelijk 4,77 5,04 4,98 1,15 1,21 1,12 13,56 14,55 17,68 Overig bijzonder 5,80 5,57 5,32 1,35 1,39 1,38 14,36 13,96 14,69 Denominatie uitgesplitst Openbaar 5,62 5,68 5,63 1,32 1,33 1,32 13,68 14,39 15,80 Rooms-katholiek 5,45 5,54 5,38 1,19 1,35 1,29 14,67 15,63 15,45 Protestants-christelijk 4,96 5,09 5,20 1,17 1,21 1,12 13,81 14,71 18,36 Algemeen bijzonder 6,28 5,45 4,73 1,32 1,35 1,34 14,46 14,40 13,89 Gereformeerd, reformatorisch, 4,00 4,79 3,91 1,11 1,23 1,12 12,05 13,53 14,58 evangelisch Islamitisch Vrije scholen - - 5, , ,09 Overig 5,22 5,65 5,86 1,36 1,44 1,41 13,98 13,63 15,45 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 5,92 6,18 5,94 1,40 1,43 1,43 13,34 14,67 15,01 Verstedelijkt 5,43 5,35 5,23 1,24 1,31 1,26 14,16 14,44 16,03 Niet verstedelijkt 4,80 5,05 5,01 1,16 1,21 1,17 14,36 15,05 15,94 Regio Noord 5,20 5,22 4,88 1,21 1,13 1,10 14,37 16,22 16,54 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 40 van 60
41 Vervolg Tabel B1.6. Kengetallen ziekteverzuim VO ondersteunend personeel, Kenmerk VP MF GZD Regio Oost 5,45 5,59 5,26 1,32 1,42 1,26 14,71 13,92 16,06 West 5,59 5,63 5,41 1,28 1,35 1,35 13,55 14,09 15,07 Zuid 5,19 5,08 5,50 1,18 1,23 1,28 14,16 15,85 16,68 Provincies en G5 Groningen 4,90 4,92 4,78 1,12 1,01 1,14 12,99 16,22 15,28 Friesland 4,89 5,13 4,62 1,31 1,22 1,09 14,88 14,66 18,09 Drenthe 6,17 6,04 5,89 1,18 1,23 1,03 15,75 19,26 15,42 Overijssel 5,63 5,68 5,42 1,24 1,44 1,19 14,82 14,49 15,89 Gelderland 5,42 5,41 5,08 1,33 1,36 1,22 15,22 13,63 16,90 Flevoland exclusief Almere - - 4, , ,43 Utrecht exclusief Utrecht-stad 5,02 5,09 5,66 1,10 1,14 1,31 16,21 15,05 15,96 Noord-Holland exclusief Amsterdam 6,07 5,30 4,92 1,13 1,33 1,33 14,47 14,05 13,35 Zuid-Holland excl. Den Haag en Rotterdam 5,30 5,44 4,94 1,33 1,35 1,24 12,05 13,74 15,34 Zeeland 6,02 5,05 6,76 1,49 1,65 1,42 15,01 12,74 11,96 Noord-Brabant 5,04 5,07 5,57 1,15 1,20 1,29 13,62 16,30 17,02 Limburg 5,51 5,12 4,90 1,08 1,06 1,21 17,22 16,68 16,51 Amsterdam 6,54 6,55 6,92 1,69 1,72 1,72 13,69 12,26 15,86 Rotterdam 5,12 6,41 6,30 1,33 1,39 1,32 12,25 15,33 16,15 Den Haag 5,38 7,67 5,06 1,59 1,70 1,67 12,58 14,59 13,64 Utrecht 6,46 4,64 5,47 1,14 1,24 1,32 19,96 14,83 15,41 Almere 5,05 6,85 6,12 1,60 1,78 1,73 10,93 13,43 15,42 Schoolgrootte Kleiner dan 50 6,19 6,10 5,21 1,18 1,10 1,20 14,04 16,96 17,03 >= 50 en < 100 5,76 6,12 5,32 1,27 1,45 1,20 13,73 15,62 14,92 >= 100 en < 200 5,08 4,90 5,39 1,21 1,24 1,33 14,03 14,41 15, en groter 5,52 5,54 5,32 1,28 1,35 1,28 14,07 14,35 16,02 Salarisschaal Schaal 1 tot en met 4 7,43 7,19 7,25 1,41 1,39 1,35 16,29 17,16 19,86 Schalen 5 en 6 5,60 5,48 5,57 1,40 1,45 1,42 13,22 13,33 14,12 Schalen 7, 8 en 9 4,55 4,64 4,18 1,24 1,30 1,25 11,89 13,23 12,92 Schaal 10, 11 en 12 (middenmanagement) 3,60 4,12 4,19 0,89 1,04 0,98 13,06 13,57 16,75 Schaal 13 en hoger (hoger management) - 2,32 2,11-0,57 0,52-14,94 14,36 Schooltype Havo/vwo - 5,27 4,48-1,30 1,30-15,77 14,42 Pro - 6,14 5,60-1,17 1,22-15,81 16,22 Vmbo-t - 6,39 5,75-1,06 1,17-21,62 26,02 Vmbo-t/havo/vwo - 5,11 5,07-1,23 1,31-14,19 15,46 Vmbo - 5,98 5,94-1,20 1,14-17,58 15,88 Vmbo/havo/vwo - 5,45 5,38-1,35 1,28-14,24 15,88 Pagina 41 van 60
42 Vervolg Tabel B1.6. Kengetallen ziekteverzuim VO ondersteunend personeel, Kenmerk VP MF GZD Niet westerse allochtonen < 5% allochtone ll 4,69 5,01 4,82 1,07 1,17 1,16 13,89 16,16 17,11 5 tot 10% allochtone ll 5,56 5,19 5,29 1,24 1,33 1,24 14,94 13,93 15,66 10 tot 25% allochtone ll 5,46 5,26 5,16 1,27 1,29 1,29 14,08 14,45 14,61 25 tot 50% allochtone ll 5,79 6,68 6,20 1,40 1,46 1,34 12,56 14,93 19,30 >= 50% allochtone ll 5,97 6,74 6,62 1,51 1,70 1,70 13,44 12,59 13,02 Pagina 42 van 60
43 Bijlage 2 Nulverzuim Tabel B2.1. Nul(ziekte)verzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk Nulverzuim ,92 45,59 46,79 40,13 40,88 41,78 PO 45,02 44,84 46,01 Leeftijd < 35 jaar 43,55 42,62 44, jaar 45,74 45,48 45, jaar 47,50 47,26 48, jaar* 47,63 47,93 48,65 < 35 jaar 36,62 37,58 39, jaar 38,39 39,08 39, jaar 41,52 41,53 41, jaar* 44,48 45,84 45,96 Geslacht Mannen 53,75 52,90 53,61 Vrouwen 43,97 43,84 45,21 Mannen 44,51 44,69 45,10 Vrouwen 38,28 39,27 40,41 Functie Directieleden 61,05 60,37 61,76 Leerkrachten (OP) 44,45 44,17 45,36 Directieleden 59,11 58,06 58,40 Leerkrachten (OP) 38,94 39,78 40,61 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 52,07 50,57 52, wtf 42,53 42,40 43,20 > 0.87 wtf 42,73 43,05 43,87 < 0.5 wtf 46,46 44,82 48, wtf 37,68 40,03 38,00 > 0.87 wtf 36,95 37,74 40,22 Denominatie Openbaar 44,13 43,31 45,84 Rooms-katholiek 46,50 45,39 46,62 Protestants-christelijk 48,59 49,35 49,21 Overig bijzonder 41,89 42,22 42,60 Openbaar 38,01 40,51 43,36 Rooms-katholiek 40,20 40,08 42,03 Protestants-christelijk 42,46 45,55 44,31 Overig bijzonder 40,28 39,37 39,73 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 43 van 60
44 Vervolg Tabel B2.1. Nul(ziekte)verzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk Nulverzuim Denominatie uitgesplitst Openbaar 44,16 43,31 45,84 Rooms-katholiek 46,53 45,39 46,62 Protestants-christelijk 48,14 49,05 48,33 Algemeen bijzonder 44,15 44,47 43,31 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch 51,88 51,95 54,89 Islamitisch 37,02 37,27 40,76 Vrije scholen 29,90 28,51 33,77 Overig 43,64 44,75 46,52 Openbaar 38,03 40,51 43,36 Rooms-katholiek 40,20 40,08 42,03 Protestants-christelijk 42,46 45,54 43,48 Algemeen bijzonder 40,13 39,41 39,91 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch ,97 Overig ,41 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 42,16 40,60 41,91 Verstedelijkt 44,56 44,83 46,49 Niet verstedelijkt 49,76 49,09 49,90 Sterk verstedelijkt 39,00 39,68 39,73 Verstedelijkt 40,44 40,44 42,80 Niet verstedelijkt 40,70 43,40 41,09 Regio Noord 46,37 47,20 47,87 Oost 47,26 47,06 48,99 West 45,34 45,15 45,35 Zuid 45,56 44,20 46,89 Noord 36,57 42,19 39,07 Oost 42,09 43,41 43,07 West 40,07 39,75 42,71 Zuid 39,49 39,00 39,92 Provincies en G5 Groningen 44,89 46,10 47,92 Friesland 47,29 48,04 50,03 Drenthe 46,98 47,52 45,09 Overijssel 48,60 50,40 47,38 Gelderland 46,73 45,54 47,40 Flevoland exclusief Almere 48,80 46,64 50,98 Utrecht exclusief Utrecht-stad 47,88 46,14 46,48 Noord-Holland exclusief Amsterdam Zuid-Holland excl. Den Haag en Rotterdam 47,34 47,62 47,44 46,06 47,04 47,67 Pagina 44 van 60
45 Vervolg Tabel B2.1. Nul(ziekte)verzuim PO onderwijzend personeel, Onderwijssoort Kenmerk Nulverzuim Provincies en G5 Zeeland 48,51 45,11 49,68 Noord-Brabant 44,89 44,68 46,53 Limburg 45,75 42,60 46,44 Amsterdam 42,78 38,67 39,16 Rotterdam 43,08 44,77 45,78 Den Haag 41,84 41,04 39,81 Utrecht 37,86 35,56 37,73 Almere 43,00 41,87 68,93 Groningen 34,79 39,83 38,21 Friesland 38,59 46,21 42,77 Drenthe 36,41 38,73 34,20 Overijssel 46,08 46,56 45,39 Gelderland 41,09 42,56 41,34 Flevoland exclusief Almere 34,47 36,89 40,74 Utrecht exclusief Utrecht-stad 39,61 40,00 40,01 Noord-Holland exclusief Amsterdam 42,94 39,30 48,75 Zuid-Holland excl. Den Haag en Rotterdam 41,18 40,08 45,59 Zeeland 41,47 35,51 37,01 Noord-Brabant 38,00 37,97 39,49 Limburg 41,89 42,10 41,54 Amsterdam 39,72 39,23 37,96 Rotterdam 34,31 37,58 39,11 Den Haag 40,06 42,73 39,70 Utrecht 39,69 27,20 36,99 Almere ,29 Schoolgrootte Kleiner dan 10 51,38 50,57 52,40 > = 10 en < 20 48,25 47,82 49,04 > = 20 en < 50 44,96 45,00 46,05 50 en groter 41,56 39,95 41,16 Kleiner dan 20 48,61 50,99 45,91 >= 20 en < 50 41,31 41,42 42,35 >= 50 en < ,50 40,47 42, en groter 38,62 39,89 39,83 Pagina 45 van 60
46 Tabel B2.2. Nul(ziekte)verzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk Nulverzuim ,96 54,04 56,21 37,36 37,90 39,47 PO 46,37 46,09 48,03 Leeftijd < 35 jaar 57,70 56,50 58, jaar 53,35 51,74 54, jaar 54,06 53,34 55, jaar* 55,75 55,14 57,49 < 35 jaar 33,95 36,15 38, jaar 34,97 31,76 34, jaar 39,83 39,10 39, jaar* 41,65 45,54 45,52 Geslacht Mannen 56,52 54,60 58,09 Vrouwen 54,32 53,80 55,46 Mannen 40,40 41,67 43,29 Vrouwen 36,53 36,84 38,44 Functie Onderwijsondersteunend personeel (OOP) Beheer- en administratief personeel (OBP) Onderwijsondersteunend personeel (OOP) Beheer- en administratief personeel (OBP) 51,91 52,78 54,60 57,37 55,72 59,76 31,96 35,55 38,63 42,79 41,26 41,73 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 62,69 61,60 62, wtf 49,04 47,78 51,37 > 0.87 wtf 46,83 45,79 50,61 < 0.5 wtf 45,70 44,26 46, wtf 31,63 34,35 35,25 > 0.87 wtf 31,61 32,05 34,52 Denominatie Openbaar 48,13 47,86 52,40 Rooms-katholiek 56,16 53,20 54,35 Protestants-christelijk 63,04 62,59 63,26 Overig bijzonder 51,28 50,67 52,42 Openbaar 33,62 36,44 39,22 Rooms-katholiek 36,58 34,27 36,49 Protestants-christelijk 42,17 46,94 45,70 Overig bijzonder 38,23 36,91 39,07 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 46 van 60
47 Vervolg Tabel B2.2. Nul(ziekte)verzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk Nulverzuim Denominatie uitgesplitst Openbaar 48,12 47,86 52,40 Rooms-katholiek 56,15 53,20 54,35 Protestants-christelijk 60,66 60,26 60,85 Algemeen bijzonder 55,65 54,68 56,60 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch 72,71 73,52 72,29 Islamitisch 45,12 49,09 48,68 Vrije scholen 50,41 46,07 50,91 Overig 45,70 45,12 48,06 Openbaar 33,69 36,44 39,22 Rooms-katholiek 36,58 34,27 36,49 Protestants-christelijk 42,07 46,86 45,00 Algemeen bijzonder 38,18 37,05 39,16 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch ,37 Overig ,55 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 44,61 44,01 45,66 Verstedelijkt 55,08 53,76 56,79 Niet verstedelijkt 65,94 64,76 66,70 Sterk verstedelijkt 35,25 33,69 39,25 Verstedelijkt 37,67 38,13 38,87 Niet verstedelijkt 39,75 41,83 41,44 Regio Noord 62,89 62,95 66,57 Oost 58,78 58,28 62,75 West 50,18 49,31 50,38 Zuid 59,64 57,66 59,43 Noord 37,53 41,88 38,10 Oost 40,09 41,64 41,26 West 36,69 36,18 41,67 Zuid 35,88 34,07 34,71 Provincies en G5 Groningen 60,19 63,43 69,79 Friesland 66,10 63,04 67,29 Drenthe 62,11 61,88 59,00 Overijssel 64,33 62,91 63,88 Gelderland 59,36 58,67 61,47 Flevoland exclusief Almere 60,10 56,90 60,47 Utrecht exclusief Utrecht-stad 60,48 57,66 60,95 Noord-Holland exclusief Amsterdam 54,01 51,43 54,49 Zuid-Holland excl. Den Haag en Rotterdam 54,96 55,33 56,81 Pagina 47 van 60
48 Vervolg Tabel B2.2. Nul(ziekte)verzuim PO ondersteunend personeel, Onderwijssoort Kenmerk Nulverzuim Provincies en G5 Zeeland 68,46 65,17 63,32 Noord-Brabant 57,17 54,84 57,57 Limburg 61,20 61,61 62,41 Amsterdam 38,57 38,44 36,74 Rotterdam 45,17 48,98 52,53 Den Haag 47,29 43,06 40,48 Utrecht 50,11 44,75 47,91 Almere 35,20 37,69 68,82 Groningen 34,01 36,16 36,96 Friesland 41,23 47,03 41,11 Drenthe 35,14 39,69 33,43 Overijssel 41,55 44,17 39,33 Gelderland 39,76 40,42 42,22 Flevoland exclusief Almere 39,15 43,46 44,51 Utrecht exclusief Utrecht-stad 42,92 38,89 43,02 Noord-Holland exclusief Amsterdam 35,05 35,03 42,71 Zuid-Holland excl. Den Haag en Rotterdam 39,36 39,49 45,58 Zeeland 40,55 38,78 44,43 Noord-Brabant 36,03 32,06 33,60 Limburg 33,20 37,83 34,58 Amsterdam 29,42 30,45 41,85 Rotterdam 33,81 34,11 40,66 Den Haag 33,84 35,00 34,71 Utrecht 40,15 34,70 33,34 Almere ,46 Schoolgrootte Kleiner dan 10 65,78 66,98 66,00 > = 10 en < 20 61,66 59,62 61,89 > = 20 en < 50 53,80 53,58 54,53 50 en groter 43,63 44,49 52,20 Kleiner dan 20 51,78 47,62 52,15 >= 20 en < 50 41,19 43,11 43,27 >= 50 en < ,25 35,70 38, en groter 36,29 36,51 37,07 Pagina 48 van 60
49 Tabel B2.3. Nul(ziekte)verzuim VO onderwijzend personeel, Kenmerk Nulverzuim Totaal 36,73 36,12 39,70 Leeftijd < 35 jaar 33,97 32,98 37, jaar 33,16 32,42 35, jaar 37,93 36,70 40, jaar 40,69 40,97 43,17 Geslacht Mannen 41,15 40,49 43,45 Vrouwen 31,16 30,70 35,15 Functie Directieleden 57,91 59,19 62,11 Leerkrachten (OP) 35,93 34,97 38,52 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 42,55 40,05 43, wtf 32,42 33,19 36,40 > 0.87 wtf 35,83 35,49 40,86 Denominatie Openbaar 36,76 34,76 39,36 Rooms-katholiek 37,16 37,10 40,07 Protestants-christelijk 36,84 36,47 40,62 Overig bijzonder 35,93 36,37 38,78 Denominatie uitgesplitst Openbaar 36,91 34,76 39,36 Rooms-katholiek 37,15 37,10 40,07 Protestants-christelijk 35,68 36,23 40,35 Algemeen bijzonder 36,12 36,02 39,82 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch 39,02 37,79 41,75 Islamitisch - 27,12 - Vrije scholen - 46,18 34,61 Overig 37,14 36,11 38,17 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 36,15 36,16 39,70 Verstedelijkt 36,93 35,92 39,34 Niet verstedelijkt 36,38 36,84 40,98 Regio Noord 40,55 37,79 44,32 Oost 35,60 34,46 39,94 West 35,59 34,94 38,76 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 49 van 60
50 Vervolg Tabel B2.3. Nul(ziekte)verzuim VO onderwijzend personeel, Kenmerk Nulverzuim Regio Zuid 38,29 39,39 38,66 Provincies en G5 Groningen 41,29 41,84 46,47 Friesland 39,23 35,99 44,30 Drenthe 41,19 31,85 38,39 Overijssel 33,50 34,57 40,96 Gelderland 36,78 35,05 39,17 Flevoland exclusief Almere 55,27 34,86 35,12 Utrecht exclusief Utrecht-stad 37,20 36,22 37,30 Noord-Holland exclusief Amsterdam 36,34 35,48 40,30 Zuid-Holland excl. Den Haag en Rotterdam 34,36 34,16 39,44 Zeeland 35,63 32,71 43,55 Noord-Brabant 38,24 39,93 38,40 Limburg 40,96 40,84 39,09 Amsterdam 37,62 35,38 41,36 Rotterdam 32,19 35,31 34,16 Den Haag 38,74 31,11 34,13 Utrecht 33,70 42,11 41,48 Almere 28,98 29,19 41,97 Schoolgrootte kleiner dan 50 42,66 43,48 46,22 >= 50 en < ,46 33,94 40,25 >= 100 en < ,46 36,88 35, en groter 36,61 35,53 40,55 Salarisschaal LA 37,76 42,23 49,72 LB 32,36 31,61 36,14 LC 39,48 34,66 37,98 LD 45,02 44,21 45,78 LE 57,75 61,18 64,06 Schaal 13 en hoger 68,98 68,06 69,18 Schooltype Havo/vwo - 36,44 37,15 Pro - 41,21 44,35 Vmbo-t - 50,86 39,35 Vmbo-t/havo/vwo - 37,66 51,44 Vmbo - 35,03 35,55 Vmbo/havo/vwo - 35,41 40,23 Niet westerse allochtonen < 5% allochtone ll 36,96 37,14 39,94 5 tot 10% allochtone ll 37,76 36,07 40,29 Pagina 50 van 60
51 Vervolg Tabel B2.3. Nul(ziekte)verzuim VO onderwijzend personeel, Kenmerk Nulverzuim Niet westerse allochtonen 10 tot 25% allochtone ll 36,93 37,48 39,52 25 tot 50% allochtone ll 34,35 32,35 38,58 >= 50% allochtone ll 34,31 30,72 37,03 Pagina 51 van 60
52 Tabel B2.4. Nul(ziekte)verzuim VO ondersteunend personeel, Kenmerk Nulverzuim Totaal 42,67 43,09 44,69 Leeftijd < 35 jaar 41,25 40,05 45, jaar 38,64 39,29 41, jaar 42,68 42,30 43, jaar* 45,96 47,68 47,97 Geslacht Mannen 44,67 44,81 46,26 Vrouwen 40,60 41,41 43,17 Functie Onderwijsondersteunend personeel (OOP) - 42,20 43,02 Beheer- en administratief personeel (OBP) - 43,89 46,73 Aanstellingsomvang < 0.5 wtf 50,02 48,36 50, wtf 39,64 41,51 41,63 > 0.87 wtf 40,40 39,33 44,11 Denominatie Openbaar 40,35 40,37 43,44 Rooms-katholiek 43,41 45,96 44,37 Protestants-christelijk 46,15 43,90 46,93 Overig bijzonder 41,47 42,74 44,04 Denominatie uitgesplitst Openbaar 40,52 40,37 43,44 Rooms-katholiek 43,42 45,96 44,37 Protestants-christelijk 45,11 44,08 46,75 Algemeen bijzonder 41,31 42,25 45,62 Gereformeerd, reformatorisch, evangelisch 47,80 42,88 47,77 Islamitisch - 35,97 - Vrije scholen - 54,92 46,17 Overig 42,81 42,47 42,41 Verstedelijking Sterk verstedelijkt 40,43 39,53 43,82 Verstedelijkt 42,95 43,27 44,23 Niet verstedelijkt 44,01 46,56 47,25 Regio Noord 45,46 44,50 48,02 Oost 41,03 40,40 46,47 West 41,68 41,18 43,39 * In 2012 is het personeel boven de 65 jaar ook meegenomen in deze categorie Pagina 52 van 60
53 Vervolg Tabel B2.4. Nul(ziekte)verzuim VO ondersteunend personeel, Kenmerk Nulverzuim Regio Zuid 45,24 49,67 43,28 Provincies en G5 Groningen 47,48 48,12 50,85 Friesland 43,23 42,58 47,39 Drenthe 45,39 39,97 42,45 Overijssel 40,76 40,44 44,35 Gelderland 41,63 41,23 49,38 Flevoland exclusief Almere - 38,00 44,24 Utrecht exclusief Utrecht-stad 45,86 46,46 44,17 Noord-Holland exclusief Amsterdam 43,45 42,27 45,03 Zuid-Holland excl. Den Haag en Rotterdam 39,35 39,73 43,32 Zeeland 38,86 38,89 46,58 Noord-Brabant 46,05 51,97 43,35 Limburg 45,25 45,99 42,27 Amsterdam 38,81 36,89 41,48 Rotterdam 40,90 40,57 42,04 Den Haag 40,25 34,62 40,66 Utrecht 47,41 46,76 42,91 Almere 36,27 34,89 40,95 Schoolgrootte kleiner dan 50 43,43 47,47 45,90 >= 50 en < ,54 39,15 44,25 >= 100 en < ,88 45,27 42, en groter 42,57 42,37 45,35 Salarisschaal Schaal 1 tot en met 4 37,60 39,89 41,35 Schalen 5 en 6 39,38 39,78 41,78 Schalen 7, 8 en 9 41,52 43,73 44,98 Schaal 10, 11 en 12 (middenmanagement) 51,69 47,83 49,46 Schaal 13 en hoger (hoger management) - 65,63 65,96 Schooltype Havo/vwo - 44,01 40,80 Pro - 45,00 44,91 Vmbo-t - 50,37 44,30 Vmbo-t/havo/vwo - 45,99 53,42 Vmbo - 44,07 43,73 Vmbo/havo/vwo - 42,27 45,12 Niet westerse allochtonen < 5% allochtone ll 46,67 46,62 45,90 5 tot 10% allochtone ll 43,81 42,91 44,84 10 tot 25% allochtone ll 41,66 44,05 44,83 Pagina 53 van 60
54 Vervolg Tabel B2.4. Nul(ziekte)verzuim VO ondersteunend personeel, Kenmerk Nulverzuim Niet westerse allochtonen 25 tot 50% allochtone ll 38,83 37,94 43,13 >= 50% allochtone ll 39,89 35,93 39,51 Pagina 54 van 60
55 Bijlage 3 Grafieken survivalanalyse Tabel B3.1. Schattingsresultaat op basis van survivalanalyse: percentage onderwijzend personeel in het PO dat beter is gemeld na N dagen naar schooltype Dagen SBAO/ WEC 1 29,1% 24,3% 2 47,2% 41,2% 3 55,6% 49,6% 4 61,2% 56,8% 5 66,9% 64,0% 6 69,3% 67,4% 7 72,2% 71,3% 14 80,3% 81,1% 30 85,3% 86,5% 92 92,5% 92,9% ,5% 95,1% ,5% 95,2% ,5% 95,3% ,5% 4,7% Y-as: % mensen beter X-as: aantal dagen in 2012 Grafiek B3.1. Percentage onderwijzend personeel in het PO dat beter is gemeld na N dagen ziekte in 2012 naar leeftijdsklasse Pagina 55 van 60
56 Grafiek B3.2. Percentage onderwijzend personeel in het VO dat beter is gemeld na N dagen ziekte in 2012 naar leeftijdsklasse Pagina 56 van 60
57 Bijlage 4 Definities en berekeningen Bij de berekening van de verzuimkengetallen is, net als voorgaande jaren, aangesloten bij de standaard voor verzuimregistratie die in 1996 door de Projectgroep Uniformering Verzuimgrootheden is opgesteld 6. De gegevens die zijn gebruikt voor het berekenen van de verzuimkengetallen zijn afkomstig uit de administraties van de salarisverwerkers Raet ECS, Raet en AFAS. In deze bijlage worden de definities van de verzuimmaten en de berekeningen zoals toegepast in het verzuimonderzoek van 2012, toegelicht. Berekening verzuimmaten Verzuimpercentage (VP) Het verzuimpercentage geeft aan welk deel van de werktijd in 2012 verloren is gegaan wegens het verzuim van werknemers. Het geeft de relatie weer van de omvang van het verzuim tot de arbeidscapaciteit. Hieronder is de definitie van het verzuimpercentage weergegeven. Verzuimpercentage = aantal verzuimde dagen in 2012 x omvang verlof aantal gewerkte dagen in 2012 x omvang betrekking X 100 Voor de berekening van het verzuimpercentage zijn alleen de verzuimgevallen meegenomen die in 2012 actief waren. De begindatum van verzuimgevallen die vóór 2012 zijn begonnen en de einddatum van verzuimgevallen die na 2012 zijn beëindigd, zijn afgekapt. Grafiek B4.1 toont een illustratie hiervan Grafiek B4.1. De verzuimgevallen die voor de berekening van het VP zijn meegenomen Naast het hierboven genoemde verzuimpercentage is er ook een verzuimpercentage berekend waarbij verzuimgevallen die langer dan een jaar duurden zijn verwijderd. Dit cijfer is beter te vergelijken met verzuimcijfers uit andere marktsectoren. 6 Projectgroep Uniformering Verzuimgrootheden (1996), Berekening van ziekteverzuim. Standaard voor verzuimregistratie. Amsterdam: WCC. Pagina 57 van 60
58 Meldingsfrequentie (MF) De meldingsfrequentie is het gemiddeld aantal verzuimmeldingen per dienstverband. Hieronder is de definitie van de meldingsfrequentie weergegeven. Meldingsfrequentie = aantal meldingen in 2012 aantal dienstverbanden in 2012 Voor de berekening van de meldingsfrequentie zijn alleen de verzuimgevallen die in 2012 zijn begonnen meegenomen. De einddatum van de verzuimgevallen die na 2012 zijn beëindigd, is afgekapt. Grafiek B4.2 toont een illustratie hiervan Grafiek B4.2. De verzuimgevallen die voor de berekening van de MF zijn meegenomen Gemiddelde verzuimduur (GZD) De gemiddelde verzuimduur geeft het gemiddelde aantal verzuimdagen per verzuimgeval weer. Hieronder is de definitie van de gemiddelde verzuimduur weergegeven. Gemiddelde verzuimduur = alle verzuimdagen van de in 2012 beëindigde gevallen aantal in 2012 beëindigde gevallen Voor de berekening van de gemiddelde verzuimduur zijn alleen de verzuimgevallen die in 2012 zijn beëindigd meegenomen. Grafiek B4.3 toont een illustratie hiervan Grafiek B4.3. De verzuimgevallen die voor de berekening van de GZD zijn meegenomen Pagina 58 van 60
59 Verhouding tussen de verzuimmaten De drie hierboven beschreven verzuimmaten hoeven niet evenredig met elkaar samen te hangen. De maten worden namelijk alle drie over deels verschillende gevallen gemeten. Zo heeft de meldingsfrequentie alleen betrekking op de ziektegevallen die in 2012 zijn begonnen terwijl de gemiddelde verzuimduur betrekking heeft op de ziektegevallen die in 2012 zijn beëindigd. Bij het verzuimpercentage gaat het om alle dienstverbanden waarbij in 2012 sprake is geweest van verzuim. Kortom, een stijging in de meldingsfrequentie of de gemiddelde verzuimduur hoeft niet tot een stijging in het verzuimpercentage te leiden. Nulverzuim (NZ) Het nulverzuim is het percentage medewerkers dat zich niet ziek heeft gemeld in Bij uitsplitsing naar achtergrondkenmerken geeft dit cijfer inzicht in de samenstelling van deze personeelsgroep. Hieronder is de definitie van het nulverzuim weergegeven. Nulverzuim = aantal formatiedagen van werknemers zonder ziekteverzuim in 2012 totale aantal formatiedagen in 2012 x 100 Overig verzuim Het verzuim wordt gesplitst in ziekteverzuim en overig verzuim. Onder overig verzuim vallen alle andere redenen voor verzuim dan ziekteverzuim, zoals zwangerschaps- en bevallingsverlof, ouderschapsverlof, studieverlof, calamiteitenverlof en diverse vormen van kort en lang buitengewoon verlof. Tot en met 2012 is het overig verzuim in het primair onderwijs enkel op basis van de gegevens van Raet ECS berekend. In 2013 zijn naast de gegevens van Raet ECS ook de gegevens van Raet en AFAS meegenomen bij deze berekening. Zoals het in Tabel 1.1 van deze rapportage is weergegeven, was Raet ECS in 2012 niet meer de grootste leverancier in het primair onderwijs. Raet heeft deze positie van Raet ECS overgenomen. Als wij in lijn met voorgaande jaren het overig verzuim enkel op de gegevens van Raet ECS zouden baseren, zouden wij met enkel 35,3 procent van de totale dekking voor het primair onderwijs werken. Dit zou ten koste gaan van de generaliseerbaarheid van de gegevens naar de populatie (i.e., het personeel in het primair onderwijs). Hierbij is het is ook belangrijk om te vermelden dat Raet ECS tot 2014 verder zal inkrimpen en uiteindelijk in 2014 zal ophouden te bestaan. Om het effect van het includeren van de gegevens van Raet en AFAS op het overig verzuim in het primair onderwijs te bestuderen, hebben wij het verzuimpercentage, de meldingsfrequentie en de gemiddelde verzuimduur voor het overig verzuim per functie en leverancier berekend. Het resultaat van deze berekeningen is weergegeven in Tabel B4.1. Tabel B4.1. Het overig verzuim in PO uitgesplitst naar functie en leverancier, VP MF GZD Onderwijzend personeel Raet ECS 3,89 3,54 1,16 1,14 17,83 17,89 Raet - 2,66-1,39-16,05 AFAS - 3,01-0,92-13,97 Alle drie leveranciers - 3,01-1,26-16,54 Ondersteunend personeel Raet ECS 1,89 1,82 0,29 0,29 27,46 33,34 Raet - 1,28-0,34-31,11 AFAS - 1,39-0,26-17,72 Alle drie leveranciers - 1,48-0,32-31,02 - Voor dit jaar niet berekend Pagina 59 van 60
60 In Tabel B4.1 is goed te zien dat het includeren van de gegevens van Raet en AFAS, met uitzondering van de meldingsfrequentie onder ondersteunend personeel, heeft geresulteerd in een groter afwijking van alle verzuimcijfers van 2012 ten opzichte van Kortom, het includeren van de gegevens van Raet en AFAS bij het berekenen van het overig verzuim in het primair onderwijs geeft door de grotere dekking (90,7 procent ten opzichte van 35,3 procent) een nauwkeuriger beeld van het overig verzuim in 2012 over de gehele populatie, maar resulteert wel in een afwijking van de cijfers ten opzichte van 2011 die niet enkel door de ontwikkeling tussen 2011 en 2012 is te verklaren. Het includeren van de gegevens van Raet en AFAS is wel een nodige wijziging in de berekening van het overig verzuim, omdat Raet ECS tot 2014 verder zal inkrimpen en uiteindelijk in 2014 zal ophouden te bestaan. Net als voorgaande jaren kon wegens een onvolledige registratie van het overig verzuim in het voortgezet onderwijs, voor deze geen representatieve cijfers worden berekend. Tabel B4.2 geeft een duidelijk beeld van deze onvolledige registratie van het overig verzuim in het voortgezet onderwijs. Tabel B4.2. Het aantal records in procenten in VO per leverancier naar verlofsoort, 2012 Verlofsoort Raet ECS Raet AFAS Ziekteverzuim 91,3% 87,1% 92,0% Overig verzuim 8,7% 12,9% 8,0% Het aandeel ziekteverzuim in het voortgezet onderwijs voor Raet ECS, Raet en AFAS (resp. 91,3; 87,1 en 92,0 procent) is aanzienlijk hoger dan het aandeel ziekteverzuim voor deze leveranciers in het primair onderwijs (resp. 50,1; 49,1 en 54,5 procent). Verzuimpercentage exclusief verzuimgevallen langer dan een jaar Tot en met 2012 werd de begin- en einddatum van verzuimgevallen die vóór het lopende jaar waren gestart beiden op 1 januari van het lopende jaar gezet, resulterend in een verzuimduur van nul dagen. De verzuimgevallen met een verzuimduur van nul dagen werden daarop verwijderd. De einddatum van verzuimgevallen die in het lopende jaar zijn geëindigd werd met deze berekeningswijze niet op 1 januari gezet en dus werden deze gevallen alsnog meegenomen in de vergelijking. Dit jaar is er besloten om de verzuimgevallen die langer dan een jaar duren altijd te verwijderen, ongeacht het feit of deze in of vóór het lopende jaar zijn beëindigd. Deze nieuwe berekeningswijze schetst een correcter beeld van het verzuimpercentage exclusief de verzuimgevallen die langer dan een jaar duren. Tabel B4.3 toont een voorbeeld van deze twee berekeningswijzen en hun resultaten. Tabel B4.3. Een voorbeeld van de berekeningswijze van Regioplan en DUO Berekeningswijze Begindatum Einddatum Nieuwe begindatum Nieuwe einddatum Verzuimduur Regioplan dagen DUO Verwijderd Verwijderd N.V.T. Vervanging De berekeningen zijn uitgevoerd op de dienstverbanden die geen vervanging betroffen. Van de personen die naast hun dienstverband ook een dienstverband als vervanger hadden, is de laatstgenoemde dus verwijderd. Pagina 60 van 60
Verzuimonderzoek PO en VO 2011
EINDRAPPORTAGE Verzuimonderzoek PO en VO 2011 DUO Informatieproducten André Dickmann en Oscar Terpstra 2 november 2012 Inhoudsopgave Samenvatting 1. Inleiding 1.1 Opzet onderzoek 1.2 Leeswijzer 2. Verzuimkengetallen
Verzuimonderzoek PO en VO 2015
EINDRAPPORTAGE Verzuimonderzoek PO en VO 2015 DUO Informatieproducten Ako Madomi 19 augustus 2016 Inhoudsopgave SAMENVATTING... 2 1 INLEIDING... 5 1.1 OPZET ONDERZOEK... 5 1.2 LEESWIJZER... 6 2 VERZUIMKENGETALLEN
Verzuimonderzoek PO en VO 2016
EINDRAPPORTAGE Verzuimonderzoek PO en VO 2016 DUO Informatieproducten Mark Dekkers en Joost Schaacke 19 oktober 2017 Inhoudsopgave SAMENVATTING... 2 1 INLEIDING... 5 1.1 OPZET ONDERZOEK... 5 1.2 LEESWIJZER...
Verzuim en vervanging in het primair onderwijs 2009
Verzuim en vervanging in het primair onderwijs 2009 VERZUIM EN VERVANGING IN HET PRIMAIR ONDERWIJS 2009 - eindrapport - Dr. M. Witvliet Drs. S.G. van Otterloo Drs. H. van Leenen Dr. B. Dekker Amsterdam,
INHOUD Samenvatting verzuimonderzoek 2011...2 Ziekteverzuimcijfers en personeelskenmerken...3 Ziekteverzuimpercentage en schoolkenmerken...
INHOUD Samenvatting verzuimonderzoek...2 Uitvoering verzuimonderzoek...2 Verzuimcijfers...2 Conclusies...3 Ziekteverzuimcijfers en personeelskenmerken...3 Conclusies...4 Ziekteverzuimpercentage en schoolkenmerken...5
Veilig, gezond & vitaal werken. Verzuimcijfers 2014 voortgezet onderwijs Uitsplitsing naar personeelsen schoolkenmerken
Veilig, gezond & vitaal werken Verzuimcijfers voortgezet onderwijs Uitsplitsing naar personeelsen schoolkenmerken Verzuimcijfers voortgezet onderwijs Uitsplitsing naar personeels- en schoolkenmerken...
Figuur 1: Verzuimpercentage onderwijzend personeel en ondersteunend personeel in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs ( ).
Het verzuimpercentage onder het in het primair onderwijs is tussen en afgenomen, van 6,8% in naar 6,4% in. In het voortgezet onderwijs is het verzuimpercentage onder het relatief stabiel: in komt het verzuimpercentage
VERZUIM ONDER PERSONEEL IN HET ONDERWIJS IN 2000. - eindrapport - drs. M. Voorpostel dr. S.W. van der Ploeg
VERZUIM ONDER PERSONEEL IN HET ONDERWIJS IN 2000 - eindrapport - drs. M. Voorpostel dr. S.W. van der Ploeg Amsterdam, september 2001 Regioplan Ref. nr. OA-170 Regioplan Onderwijs en Arbeidsmarkt Leidsegracht
Definities en berekening van de verzuimmaten 2010
BIJLAGE 1 Definities en berekening van de verzuimmaten 2010 Bij de berekening van de verzuimkengetallen is, net als voorgaande jaren, aangesloten bij de standaard voor verzuimregistratie die in 1996 door
Inhoudsopgave. Bijlage: De standaard rekenregels voor verzuimmaten...11
Verzuimanalyse MBO-sector 3 e kwartaal 2013 t/m 2 e kwartaal 2013 MBO Raad Woerden, oktober 2013 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 4 3. Van registratie naar informatie...
Verzuimanalyse MBO-sector
Verzuimanalyse MBO-sector 3 e kwartaal 2011 t/m 2 e kwartaal 2012 MBO Raad Woerden, November 2012 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 4 3. Van registratie naar
Verzuimanalyse MBO-sector
Verzuimanalyse MBO-sector 1 e kwartaal 2015 t/m 4 e kwartaal 2015 MBO Raad Woerden, April 2016 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 3 3. Van registratie naar informatie...
Verzuimanalyse MBO-sector
Verzuimanalyse MBO-sector 1 e kwartaal 2012 t/m 4 e kwartaal 2012 MBO Raad Woerden, april 2013 1 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het genereren van de verzuimgegevens... 4 3. Van registratie naar informatie...
Toelichting Berekening Verlof
Toelichting Berekening Verlof Datum 08-12-2016 Auteur DUO Status Definitief Versie 1.0 Versiebeheer Versie Reden van versie Auteur Datum nummer 1 Initiële versie Tris Serail Aug 2016 pagina 2 van 10 Inhoudsopgave
Jaarrapportage 2010. Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening
Jaarrapportage 2010 Branche informatie voor Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening Inhoud Inleiding... 3 Samenvatting... 3 Kerncijfers 2008, 2009, 2010... 4 Participatie... 5 Verzuimontwikkeling...
Notitie. Verzuimrapportage 2e kwartaal 2014 1. AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca. VAN : Secretariaat Veneca
Notitie AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca VAN : Secretariaat Veneca DATUM : 22 september 2014 ONDERWERP : Verzuimrapportage 2e kwartaal 2014 NUMMER : 20344209 Algemeen Vanaf het
Verzuimcijfers 2010 sector Gemeenten
Verzuimcijfers 00 sector Gemeenten A+O fonds Gemeenten, april 0 Ziekteverzuim bij gemeenten daalt licht tot, procent in 00 Het ziekte van gemeenten is in 00 licht gedaald tot, procent. Ten opzichte van
Ziekteverzuimregistratie
Datum 22 juli 2002 Ons kenmerk EA2002/81344 zie verzendlijst Onderdeel directie Politie Inlichtingen M.Hendriks/F.v.Gessel T (070) 426 6809 F (070) 426 6809 Uw kenmerk Onderwerp Ziekteverzuimregistratie
Ziekteverzuimanalyse van O2A5
Ziekteverzuimanalyse van O2A5 1 Ziekteverzuimanalyse van O2A5 Kalenderjaar 2007: het gehele jaar Kalenderjaar 2008: van januari 2008 tot half augustus 2008 Om een volledig beeld te kunnen vormen van de
GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018
arbeidsmarkt- en opleidingsfonds hbo PAPER ZIEKTEVERZUIM HBO 2019 GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018 ZIEKTEVERZUIM HBO 2019 GEBASEERD OP DE VERZUIMGEGEVENS OVER 2018 Jaarlijks brengt Zestor, op
Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld.
Inhoudsopgave 1. Verzuim naar geslacht 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Verzuim naar grootteklasse 4. Verzuim en meldingsfrequentie naar leeftijd 5. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 6.
Personeelsgegevens. Totaal aantal medewerkers
Inleidende tekst voor Sociaal Jaarverslag 2012 op Internet: De hier gepubliceerde personeelsgegevens en verzuimcijfers zijn een aanvulling op de verslaglegging over personeel in het Geïntegreerd Jaardocument.
Notitie. Verzuimrapportage 3e en 4e kwartaal AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca. VAN : Secretariaat Veneca
Notitie AAN : Commissie Sociale Aangelegenheden en Leden van Veneca VAN : Secretariaat Veneca DATUM : 2 april 2014 ONDERWERP : Verzuimrapportage 3e en 4e kwartaal 2013 NUMMER : 20299224 Algemeen Vanaf
Analyse Ziekteverzuim
Analyse Ziekteverzuim Jaaroverzicht 2013 In het Agrarisch en Groen Bedrijf pagina 1 SAZAS HELPT U VERDER! SAZAS HELPT U VERDER! pagina 2 1. INLEIDING Voor u ligt de analyse ziekteverzuim over het kalenderjaar
Grootste stijging aantal nieuwe WIA-uitkering in het hoger beroepsonderwijs
Langdurig zieke werknemers die in aanmerking komen voor een uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid vielen voorheen onder de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Op 1 januari 2006 maakte
Inhoudsopgave. Alle verzuimgrootheden worden berekend exclusief zwangerschap, tenzij anders vermeld.
Inhoudsopgave 1. Tijdreeks verzuimcijfers 2. Verzuim naar geslacht 3. Verzuim naar grootteklasse 4. Verzuim en meldingsfrequentie naar leeftijd 5. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie 6.
SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012
SCHORSINGEN EN VERWIJDERINGEN 2007/2008-2011/2012 Utrecht, januari 2013 INHOUD Samenvatting 4 Inleiding 6 1 Trends en wetenswaardigheden 8 1.1 Inleiding 8 1.2 Trends 8 1.3 Wetenswaardigheden 11 2 Wet-
Feiten en cijfers 2010 Branche Kinderopvang
Feiten en cijfers 2010 Branche Kinderopvang Ieder jaar maakt FCB de zogenoemde factsheets. Deze bestaat uit cijfers over de branche in een bepaald jaar. De cijfers over 2010 worden met de ontwikkelingen
VERZUIMRAPPORT 2016 Een gezonde aanpak van verzuim.
2016 VERZUIMRAPPORT 2016 Een gezonde aanpak van verzuim. Verzuimrapport Inleiding V oor u ligt het verzuimrapport over het kalenderjaar 2016. In dit rapport vindt u de kengetallen van het ziekteverzuim
Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages
Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Stoppen als huisarts: trends in aantallen en percentages Een analyse van de huisartsenregistratie over de
Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003
Ontwikkeling werkdruk in het onderwijs 1999-2003 Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het Vervangingsfonds Frank Schoenmakers Rob Hoffius B3060 Leiden, 21 juni 2005 Inhoudsopgave 1 Inleiding 4 2 Verantwoording:
Feiten en cijfers 2010 Branche WMD
Feiten en cijfers 2010 Branche WMD Ieder jaar maakt FCB de zogenoemde factsheets. Deze bestaat uit cijfers over de branche in een bepaald jaar. De cijfers over 2010 worden met de ontwikkelingen ook in
Rapportage. Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2011. Gezond & Veilig werken. Prae Advies & Onderzoek, 17 september 2012, Utrecht
Rapportage Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2011 Prae Advies & Onderzoek, 17 september 2012, Utrecht Gezond & Veilig werken Gezond & Veilig werken Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector,
Voorbeelden Verzuimpercentages
Voorbeelden Verzuimpercentages I Voorbeelden Verzuimpercentages Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Verzuimpercentages 2... 2 1.1 Waarom verzuimpercentages?... 2 1.2 Verzuimpercentages scherm... 3 1.3 De rapporten...
Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007
Rapportage benchmark ziekteverzuim SW-sector, 2007 24-06-2008, Bussum Etienne Lemmens, Orbis Inleiding Vergelijking Respons Regionale spreiding In de CAO voor de sector SW is opgenomen dat de verzuimbenchmark,
CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt
CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het
Joost Meijer, Amsterdam, 2015
Deelrapport Kohnstamm Instituut over doorstroom vmbo-mbo t.b.v. NRO-project 405-14-580-002 Joost Meijer, Amsterdam, 2015 Inleiding De doorstroom van vmbo naar mbo in de groene sector is lager dan de doorstroom
Wachtdagen en ziekteverzuim
Wachtdagen en ziekteverzuim 1 Inhoud presentatie Onderzoeksvraag Uitvoering onderzoek Betrouwbaarheid van de gegevens Uitkomsten Hoofdvraag Neveneffect (verlof) Controlevariabelen Stijgers/dalers Conclusie
Periodieke Brancherapportage 2014
Periodieke Brancherapportage 2014 Peildatum: 1 januari 2015 Brancheorganisatie: Datum: Februari 2015 Sectormanager: Jaap Tinga Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage
Vergrijzing en duurzame inzetbaarheid in het onderwijs
Vergrijzing en duurzame inzetbaarheid in het onderwijs 1. Inleiding Nederland heeft te maken met vergrijzing van de Nederlandse (beroeps)bevolking. De overheid heeft hierdoor diverse maatregelen getroffen
koef lits NIEUWJAARSRECEPTIE: Het bestuursbureau wenst jullie een Zalig Kerstfeest en een Voorspoedig 2016
koef lits nieuws voor alle medewerkers van de stichting K.O.E. 8 januari 2012 december 2015 Inclusief Sociaal Jaarverslag NIEUWJAARSRECEPTIE: Dit jaar wijken we af van onze nieuwjaarstraditie. In verband
Bijlage. Verzuimgegevens Rijk. (excl. Defensie, Hoge Colleges van Staat en Rechtspraak) Man 61.968 Vrouw 45.039
Bijlage Verzuimgegevens Rijk Aantal medewerkers Rijk 107.007 (excl. Defensie, Hoge Colleges van Staat en Rechtspraak) Man 61.968 Vrouw 45.039 5,2 5,0 1,3 1,0 0,8 1,1 2,5 0,6 Nulverzuim 42 % Aantal medew.
Vernet Viewer Q Voorbeeldorganisatie
Voorbeeld Vernet-ID 498319 Branche Gehandicaptenzorg Regio Randstad Ontwikkeling van verzuim Het verzuim in de in het voortschrijdend jaar 2016-2 t/m 2017-1 is %. Dit is een stijging ten opzichte van dezelfde
Samenvatting WijkWijzer 2017
Samenvatting WijkWijzer 2017 Bevolking & wonen Inwoners Op 1 januari 2017 telt Utrecht 343.134 inwoners. Met 47.801 inwoners is Vleuten-De Meern de grootste wijk van Utrecht, gevolgd door de wijk Noordwest.
Ziekteverzuim naar leeftijd en geslacht, 2002 2005
0i07 07 Ziekteverzuim naar leeftijd en geslacht, 2002 2005 Frank van der Linden en Anouk de Rijk Centrum voor Beleidsstatistiek (maatwerk) Voorburg/Heerlen, 2008 Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken
TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS. Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs.
ARBEIDSMARKTPLATFORM PO. Van en voor werkgevers en werknemers TEVREDEN WERKEN IN HET PRIMAIR ONDERWIJS Onderzoek naar de tevredenheid en werkbeleving van personeel in het primair onderwijs april 2016 1
VerzuimMonitor Sector Zorg Jaar 2005
VerzuimMonitor Sector Zorg Verzuimpercentage Sector Zorg Meldingsfrequentie Sector Zorg Gemiddelde duur Sector Zorg Aantal werknemers Sector Zorg De indeling voor de vijf regio s in de zorgsector NN :
Branche Viewer. Algemene Ziekenhuizen. Kwartaal
Branche Viewer Algemene Ziekenhuizen Kwartaal 2016-1 Inhoudsopgave Voorwoord/Analyse 1. Verzuimpercentage naar ziektejaar 2. Tijdreeks verzuimcijfers 3. Combinatie verzuimpercentage en meldingsfrequentie
Aantal huisartsen en aantal FTE van huisartsen vanaf 2007 tot en met 2016
Aantal huisartsen en aantal FTE van huisartsen vanaf 2007 tot en met 2016 Werken er nu meer of minder huisartsen dan 10 jaar geleden en werken zij nu meer of minder FTE? LF.J. van der Velden & R.S. Batenburg,
Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003
Rapportage Vergelijkend Onderzoek naar Ziekteverzuim SW-sector 2003 Inleiding In het arboconvenant Sociale Werkvoorziening is bepaald dat jaarlijks een vergelijkend onderzoek naar de hoogte van het ziekteverzuim
Vernet Health Ranking. Verzuim in de branche. Ontwikkeling van verzuim. Gemiva-SVG Groep. Vernet-ID Gehandicaptenzorg
Naam Gemiva-SVG Groep Vernet-ID 641316 Gehandicaptenzorg Vernet Health Ranking Over 2013 is de Vernet Health Ranking(*) voor uw organisatie bepaald. Uw score in 2013 is 9,7. heeft een goede performance
SticVerzuimrapportage J C:\Verzuimrapportages
16-01-2018 # December SticVerzuimrapportage J C:\Verzuimrapportages Stichting voor Bijzonder Voortgezet Onderwijs Bilthoven ArboNed Kenniscentrum Rapportagedatum: 16-01-2018 Peiljaar: 2017 Peilmaand: December
Periodieke Brancherapportage 2013-2014
Periodieke Brancherapportage 2013-2014 Peildatum: 1 juli 2014 Brancheorganisatie: Datum: oktober 2014 Sectormanager: Telefoonnummer: Zonder toestemming van de sectormanager mogen de in deze rapportage
Monitor Arbeid en Gezondheid update eerste halfjaar 2013 Cijfers & trends over Inzetbaarheid van werknemers
Monitor Arbeid en Gezondheid update eerste halfjaar 2013 Cijfers & trends over Inzetbaarheid van werknemers Oktober 2013 1 Inhoud Inleiding... 3 Belangrijkste resultaten/bevindingen... 5 Verzuimpercentage...
Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen
Analyse van de vooraanmeldingen voor de lerarenopleidingen Aanmelding voor opleidingen tot vo docent steeds vroeger, pabo trekt steeds minder late aanmelders juni 2009 Inleiding Om de (toekomstige) leraartekorten
Verzuimgegevens BVE 3e kwartaal 2014 t/m 2e kwartaal 2015
Printdatum : 5-10-2015 1/13 Aantal werknemers gemiddeld Aantal werknemers totaal Aantal fte Aantal fte BAPO Aantal fte ziek Aantal ziekmeldingen Aantal herstelmeldingen Aantal nul-verzuimers 49.100 58.155
Vernet Health Ranking
Naam Voorbeeldorganisatie Vernet-ID 000000 Voorbeeldbranche Vernet Health Ranking De Vernet Health Ranking(*) over 2014 is bekend! De score van uw organisatie is 5,2. Op verschillende verzuimonderdelen
Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016
1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 20 Fact sheet april 20 De totale werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar vrijwel gelijk gebleven aan 2015. Van de 14.000 Amsterdamse jongeren
Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren
Mobiliteit van leraren tussen onderwijssectoren Versie 2 Datum 15 oktober 2018 Status Definitief Onze referentie 1427719 Colofon Directie Projectnaam Contactpersoon Kennis/DUO Mobiliteit leraren Ministerie
Werkgelegenheidsonderzoek 2010
2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek
Studenten aan lerarenopleidingen
Studenten aan lerarenopleidingen Factsheet januari 219 In de afgelopen vijf jaar is het aantal Amsterdamse studenten dat een lerarenopleiding volgt met ruim 9% afgenomen. Deze daling is het sterkst voor
Drentse Onderwijsmonitor
Drentse Onderwijsmonitor Feitenbladen Gemeente Midden- Kerncijfers uit de periode 2009-2014 Drentse Onderwijsmonitor 2014 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 9 de editie van de Drentse Onderwijsmonitor.
Jeugdwerkloosheid Amsterdam
Jeugdwerkloosheid Amsterdam 201-201 Factsheet maart 201 De afgelopen jaren heeft de gemeente Amsterdam fors ingezet op het terugdringen van de jeugdwerkloosheid. Nu de aanpak jeugdwerkloosheid is afgelopen
