CTB1420 Oefenopgaven Deel 1
|
|
|
- Alexander Pauwels
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Oefenopgaven Deel 1 Oefenopgaven Deel 1 De hoofdstuknummers in deze bundel corresponderen met de hoofdstukken in het diktaat 1 SAMENHANG RUIMTELIJK SYSTEEM EN VERVOERSSYSTEEM 1. Cirkel van Wegener a) Wat geeft de cirkel van Wegener weer? b) De cirkel van Wegener bestaat uit een groot aantal onderdelen die samen te vatten zijn in vier elementen. Schets de cirkel van Wegener met deze vier elementen. c) Licht voor elk van de vier elementen toe wat ze betekenen en hoe hun rol is binnen de cirkel van Wegener.. Het transportsysteem a) Het transportsysteem bestaat uit twee subsystemen. Noem beide. b) Geef van beide subsystemen aan in een schets hoe ze opgebouwd zijn. c) Geef aan hoe deze twee subsystemen samenhangen, met behulp van de schetsen uit de vorige vraag. d) In het transportsysteem zijn ook twee markten te onderscheiden. Noem beide en licht ze toe. 1
2 Oefenopgaven Deel 1 Antwoorden Oefenopgaven Deel 1 - Antwoorden De hoofdstuknummers in deze bundel corresponderen met de hoofdstukken in het diktaat 1 SAMENHANG RUIMTELIJK SYSTEEM EN VERVOERSSYSTEEM 1. Cirkel van Wegener a) De relatie tussen het transportsysteem en het ruimtelijk systeem, oftewel tussen activiteiten en vervoer. b) c) Activiteiten: De activiteiten die gegenereerd worden op elke plek. Wonen, werken, enzovoort. Transportsysteem: De verplaatsingen die ontstaan voor het faciliteren van de activiteiten Bereikbaarheid: De mate waarin het transportsysteem geschikt is om aan de transportvraag te voldoen Grondgebruik: De plaats waar wonen, werken, recreëren enzovoort plaatsvindt wordt weer beïnvloed door de bereikbaarheid. Het transportsysteem a) Vervoerssysteem en verkeerssysteem. b) Zie figuur 1.3 en 1.4 uit het diktaat. c) Zie figuur 1.5 uit het diktaat. d) Vervoermarkt: De vraag naar verplaatsingen vanuit de laag Activiteiten versus aanbod van vervoerdiensten om die verplaatsingen te maken vanuit de laag Vervoerdiensten. kwaliteit van het aanbod wordt beschreven met reistijd, reiskosten, comfort, etc.. Voorbeeld is keuze tussen vervoerwijzen, bijvoorbeeld keuze uit vervoerdiensten fiets of bus. De interactie is hier de individuele keuze van de reiziger Verkeersmarkt: De vraag naar verplaatsingen van vervoermiddelen uit de laag Vervoerdiensten versus aanbod van infrastructuur en gebruiksregelingen vanuit de laag Verkeersdiensten. Het aanbod wordt beschreven in gebruikskosten, rijtijden, comfort,etc. De interactie kan sterk gereguleerd zijn (spoorwegen) of minimaal geregeld zijn (wegverkeer: wie het eerst komt, het eerst maalt). 1
3 Oefenopgaven Deel 1 Antwoorden RUIMTELIJK SYSTEEM 1. a) Bij x=3 klapt de route naar A om. Dus x<3: 1500/x+400/(3+x)+3000/(4-x) x>3: 1500/x+400/(5+(4-x))+3000/(4-x) b) c) x=1,8 Maximum x<3 x>3. a) Stel het ziekenhuis staat in punt A,B,C, of D. Het aantal personenkilometers is dan: A km B km C km D km Het minimale aantal personenkilometers wordt gevonden bij een ziekenhuis in plaats C. b) Stel de ziekenhuizen worden geplaatst in twee plaatsen, met de keuze uit A,B,C of D. Het aantal personenkilometers is dan (ten opzichte van het dichtstbijzijnde ziekenhuis) A en B km A en C km A en D km B en C km B en D km C en D km Het minimale aantal personenkilometers wordt gevonden bij ziekenhuizen in B en C. Let op, het aantal inwoners moet evenredig worden verdeeld over de twee ziekenhuizen, aangezien er per ziekenhuis slechts 150 bedden beschikbaar zijn. In totaal zijn er inwoners, dus per ziekenhuis moeten er mensen gerangschikt worden. Dit moet zo gedaan worden dat de te reizen afstanden het kleinst blijven. Voor A en B is de berekening dan: ( *1) + ( * *(8+4)) Mensen in range ziekenhuis B + mensen in range ziekenuhis A
4 Oefenopgaven Deel 1 Antwoorden c) Bij een megabioscoop wil men zo dicht mogelijk bij de meeste mensen zijn, omdat de bereidbaarheid om te reizen laag is. Dit betekent een vestiging in de grootste stad in de regio. In dit geval is dat stad B. Potentiaal: A B C D Berekening: potentiaalwaarde A = / / /(4+8) = a) A i =som(m j /d ij ) A a =110, A b =A c =115 => P(A)=0,3 b) P(A)*P(A)=10,5% c) P(A)*P(B)*P(C)= 3,7% a) Goed b) Goed c) Fout d) Goed e) Goed f) Fout g) Fout h) Fout i) Goed j) Fout 5. a) Bereken bereikbaarheidsindex A i m M j 1 j b d : ij van i naar j j = 1 j = j = 3 A ij i = , i = , 5 888, i = , , Bereken dan ontwikkelingspotentie D i = A i *H i met H = wooncapaciteit: Zone A i H i D i D i in % van totale D % % % b) Verdeel de totale bevolking (G i ) volgens de percentages van de ontwikkelingspotentie over de zones: Zone D i in % van totale D G i 1 0.4% % % Totaal 100%
5 Oefenopgaven Deel 1 Antwoorden 3 TRANSPORTSYSTEEM 1.. a) Kengetallen:.7 verplaatsingen per persoon per dag en 30.4 kilometer per persoon per dag: verplaatsingen en kilometer per dag. b) Kengetal: mediaan verplaatsingsafstand is 3,5 kilometer: 50% van de verplaatsingen: verplaatsingen per dag c) Kengetal: aandeel woon-werk is 17,4%: verplaatsingen per dag d) Aandachtspunt: ochtendspits is in 1 richting, dus helft van verplaatsingen Kengetal: capaciteit rijstrook.000 voertuigen per uur *0.5*0.8*1.5/000=.94 rijstroken dus 3 rijstroken a) Behoud van Reistijd en Verplaatsingen. De gemiddelde bestede reistijd en het gemiddeld aantal verplaatsingen per persoon is in een aantal (geïndustrialiseerde) landen met verschillend welvaartsniveau ongeveer even groot. b) Meer verplaatsingen alleen door meer mensen. Wel gaan mensen steeds verder weg (snelheid neemt toe) c) Niet minder verplaatsingen. Wellicht wel minder verplaatsingen in de spits, maar dat wordt gecompenseerd door verplaatsingen op andere tijdstippen (later naar het werk), eventueel met andere motieven. 3. Verplaatsingspatronen a) 17,4%, en 7,7% b),0% en 7,9% 4. Multimodaal personenvervoer a) Verplaatsing waarbij meer dan 1 vervoerwijze wordt gebruikt, bijvoorbeeld lopen, trein, fiets. b) Lopen: is universeel voor- en natransportmiddel en altijd aanwezig bij een overstap, maar kan soms substantieel aandeel (in tijd en afstand) hebben. Alternatief antwoord: Trein, bijna alle verplaatsingen met een trein zijn multimodaal (80% als lopen buiten beschouwing wordt gelaten) c) In een tijd-weg-diagram is een unimodale verplaatsing (gemakshalve) een rechte lijn. Multimodaal betekent vaak langzamer voor- en natransport plus een wachttijd, dit kan worden gecompenseerd door een sneller hoofdvervoermiddel. 4
6 Oefenopgaven Deel 1 Antwoorden 5. a) Twee stappen: bepaling netto disnut in minuten (negatief!), vervolgens toepassen logitmodel met µ=0.4 Tijd Etalage Reductie Ervaren exp(-0.4* Kans (min) (km) (min) tijd (min) ervaren tijd) Route A % Route B % Route C % b) Voor toevoegen 400m winkelruit aan route C: Tijd Etalage Reductie Ervaren exp(-0.4* Kans (min) (km) (min) tijd (min) ervaren tijd) Route A % Route B % Route C % Voor toevoegen 300m winkelruiten en reistijd 4.5min: Tijd Etalage Reductie Ervaren exp(-0.4* Kans (min) (km) (min) tijd (min) ervaren tijd) Route A % Route B % Route C % De tweede optie levert het grootste aandeel mensen op route C op. Daarom kan de projectontwikkelaar deze het beste kiezen. 6. Vervoerwijzekeuze a) Met de reistijdwaardering of Value of Time. Één uur reizen is circa 9,- waard (met een zekere bandbreedte). b) Toepassing logitmodel. Omrekening tijd naar kosten met VoT (hier is 10 gebruikt). Zie onderstaande tabel (NB. Check alternatief met de laagste kosten heeft ook het hoogste aandeel). Alternatief Kosten Tijd Tijd Kosten mu* exp(disnut) Kans in ( ) disnut % % % c) Deze benadering veronderstelt volledig rationeel keuzegedrag. Parameter voor de gevoeligheid van het keuzegedrag is situatieafhankelijk. 5
7 Oefenopgaven Deel 1 Antwoorden 7. Keuzemodellering a) Nutsmaximalisatie b) c) N N z max c j ij j, met N c = nut van alternatief c N j = nut van alle alternatieven Z ij = offer van huidige locatie i naar alternatieven 8. 4-fasenmodel a) - Productie/attractie - distributie/bestemmingskeuze - modal split/vervoerwijzekeuze - routekeuze/toedeling zie verder H6 b) Bestemmingskeuze: nut en disnut: inwoners, arbeidsplaatsen, centrumfunctie, reistijd, reiskosten Vervoerwijzekeuze: disnut: reistijd, reiskosten, overstap, wachttijd, betrouwbaarheid Routekeuze: disnut: reistijd, congestie, overstap, loopafstanden van-naar halte, frequentie c) Beïnvloeding vervoerwijzekeuze: extra nut bij vervoerwijzen niet auto (OV of fiets) Introductie vertrektijdstipmodel: Extra nut bij buiten de spits reizen, disnut bij ander aankomsttijdstip (te vroeg of (erger?) te laat). 9. OV op Olympisch niveau a) Vestiging, verplaatsen, bestemming, vervoerwijze, route, tijdstip NB. 4 fasenmodel geeft al vier keuzen: productie/attractie (verplaatsen (of niet)), bestemmingskeuze, vervoerwijzekeuze, routekeuze b) Hoogfrequent OV: vervoerwijzekeuze Randstedelijke bereikbaarheid: bestemmingskeuze/vervoerwijzekeuze Ontwikkeling stationsgebieden: productie/attractie Dynamisch beprijzen: Vervoermarkt (doel is beïnvloeden keuzegedrag van reizigers) 6
8 Oefenopgaven Deel 1 RUIMTELIJK SYSTEEM 1. Zie onderstaand netwerk. a) Bereken voor punt P de bereikbaarheid als functie van x. b) Teken het verloop van de waarden voor de bereikbaarheid van P over de verbinding BC in onderstaande figuur. c) Voor welke waarde van x is de bereikbaarheid minimaal?. Zie onderstaand netwerk. a) Voor het totale aantal inwoners binnen het netwerk zijn 300 ziekenhuisbedden noodzakelijk. Wat is de beste locatie voor één ziekenhuis van 300 bedden? Licht uw antwoord met een berekening toe. b) Wat zijn de twee beste locaties wanneer ziekenhuizen van 150 bedden worden gebouwd? Licht uw antwoord met een berekening toe. c) Wat is de beste locatie voor een megabioscoop en wat is het potentieel aan bezoekers dat bereid is de vereiste afstand te overbruggen? Neem F(z)=1/z.
9 Oefenopgaven Deel 1 3. Zie onderstaand netwerk. De kans dat een bedrijf zich vestigt wordt bepaald door: Pi = Ai / Ai Waarbij Ai = de bereikbaarheid met als massa het aantal bedrijven. Achtereenvolgens en onafhankelijk van elkaar vestigen zich 3 bedrijven. a) Wat is de kans dat zich in A het eerste bedrijf vestigt? b) Wat is de kans dat zich in A ook het tweede bedrijf vestigt? c) Wat is de kans dat zich in A, B en C ieder één bedrijf vestigt? 4. Geef van de volgende beweringen aan of ze goed of fout zijn. a) In het Lowry model vindt de verdeling van de beroepsafhankelijke bevolking plaats op basis van de waarschijnlijkheid van interactie. b) In het Lowry model blijft de basiswerkgelegenheid constant. c) In het Lowry model blijft de basisbevolking constant. d) De omvang van de oorspronkelijke bevolking per zone is bepalend voor de waarschijnlijkheid van interactie. e) Voor de beroepsbevolking die afhankelijk is van de werkgelegenheid in de dienstensector wordt één keer de waarschijnlijkheid van interactie berekend. f) Het Hansen model is zowel een zwaartekracht model als een iteratie model. g) Het Lowry model kan gebruikt worden voor een lange termijn voorspelling. h) Het Hansen model en het Lowry model kunnen gebruikt worden voor de toedeling van de beroepsbevolking. i) Met behulp van het Lowry model kunnen verkeersstromen voor het woon werkverkeer tussen de zones worden berekend. j) Met het Hansen model kunnen de verkeersstromen voor het woon werkverkeer tussen de zones worden berekend. 5. In bijgaande tabellen zijn de werkgelegenheid, wooncapaciteit en afstanden aangegeven. Werkgelegenheid (in basissector en dienstensector), bevolkingsomvang en wooncapaciteit per zone: Zone nr. Totale werkgelegenheid Wooncapaciteit Totaal Afstands/reistijd-matrix: van i naar j j = 1 j = j = 3 i = i = i = a) Bereken de ontwikkelingspotentie voor de locaties. b) Gegeven is dat de basisbevolking G is gelijk aan inwoners. Bereken de toedeling van de basisbevolking over alle locaties. 3
10 Oefenopgaven Deel 1 3 TRANSPORTSYSTEEM 1. De wijk Ypenburg heeft circa woningen. Uitgaande van een woningbezetting van,5 inwoners per woning betekent dit zo n inwoners. a) Hoeveel verplaatsingen en hoeveel verplaatsingskilometers betekent dit per dag? Licht het antwoord kort toe. b) Als wordt aangenomen dat alle verplaatsingen korter dan 3,5 kilometer binnen de wijk Ypenburg zelf blijven, hoeveel verplaatsingen zijn dat dan per dag? Licht het antwoord kort toe. c) Hoeveel verplaatsingen per dag met het motief werk levert deze wijk? Licht het antwoord kort toe. d) Stel dat als gevolg van de ligging van de wijk het aandeel auto voor woonwerkverplaatsingen relatief hoog is, 80% in plaats van gemiddeld 54,8%, bereken dan het aantal rijstroken dat in de ochtendspits nodig is om de wijk te ontsluiten. Reken met een opslag van 5% voor andere verplaatsingsmotieven en neem aan dat de auto alleen gebruikt wordt voor arbeidsplaatsen buiten de wijk Ypenburg. Licht het antwoord kort toe.. In de verkeerskunde hebben we geen echte wetten zoals de natuurkunde. Een uitzondering op deze regel is de zogenaamde BREVER-wet. a) Hoe luidt deze wet en wat houdt deze in? b) Wat is gegeven deze wet aan de hand als we het hebben over de groeiende mobiliteit? c) Wat is gegeven deze wet de consequentie van telewerken? 3. Verplaatsingspatronen a) Wat is ongeveer het aandeel van woon-werkverplaatsingen in respectievelijk verplaatsingen en verplaatsingskilometers? b) Wat is ongeveer het aandeel van treinverplaatsingen in respectievelijk verplaatsingen en verplaatsingskilometers? 4. Multimodaal personenvervoer a) Wat is multimodaal personenvervoer? b) Welke vervoerwijze verdient aparte aandacht bij de analyse van multimodaal personenvervoer? Licht het antwoord toe. c) Geef in een figuur aan op welke wijze multimodaal vervoer aantrekkelijker kan zijn dan unimodaal vervoer en licht deze figuur toe. 5. Tussen een centrumgebied en het station is een drietal looproutes: Centrum Route B Route C Route A Station 4
11 Oefenopgaven Deel 1 De looptijden voor de routes A, B en C bedragen respectievelijk 6, 7 en 6 minuten. Uit onderzoek is gebleken dat mensen de looptijd minder erg vinden als de looproute langs winkeletalages gaat: 1 kilometer winkeletalages leidt tot een reductie van de ervaren looptijd van 5 minuten. De lengte van de winkeletalages voor de 3 routes is respectievelijk 400 meter, 300 meter en 0 meter. Uit het onderzoek is verder gebleken dat de gevoeligheid voor de ervaren looptijd 0.4/min is. a) Wat is de verdeling van voetgangers tussen centrum en station over de 3 looproutes? Leg kort uit op welke wijze deze aandelen zijn berekend. b) Een projectontwikkelaar wil investeren in het gebied langs looproute C. Hij heeft twee opties: handhaven looproute C met 400 meter winkeletalages of verkorting van de looproute tot 4,5 minuten en maar 300 meter winkeletalages. Om te kunnen besluiten welke van de twee opties hij moet kiezen, wil hij graag weten, hoeveel passanten hij mag verwachten. Bereken voor beide opties het aandeel voor route C. Geef aan welke optie de projectontwikkelaar zou moeten kiezen. 6. Vervoerwijzekeuze a) In het keuzegedrag spelen zowel tijd als kosten een rol. Hoe worden deze op één noemer gebracht? Wat is hiervan de gemiddelde waarde? b) Een individu kan kiezen uit een drietal vervoerwijzen. Elk van deze vervoerwijzen heeft andere kosten en een ander reistijd: namelijk respectievelijk,-- en 35 minuten, 3,- - en 15 minuten en,50 en 5 minuten. Als gegeven is dat de gevoeligheid voor de kosten -0,3/ bedraagt, wat is dan voor elk van de drie vervoerwijzen dan de kans om gekozen te worden? c) Deze benadering van het keuzegedrag heeft een belangrijke beperking in het gebruik. Welke? 7. Keuzemodellering a) Welk principe uit de micro-economie wordt bij vaak bij de modellering van het transportsysteem gebruikt? b) Geef de formule van het hierbij behorende keuzemodel en beschrijf de gebruikte variabelen. c) Laat in onderstaande grafiek het verloop van het aandeel OV-gebruik zien als functie van het verschil tussen de reistijden auto en openbaar vervoer. Licht het functieverloop en de karakteristieke punten kort toe. 5
12 Oefenopgaven Deel Fasenmodel a) Voor het modelleren van het verkeers- en vervoersysteem worden 4 fasen of deelmodellen onderscheiden. Welke zijn dat en geef kort aan wat in elk deelmodel wordt gemodelleerd? b) Om het keuzegedrag te modeleren wordt bij 3 onderdelen van het 4-fasenmodel vaak het logit-model gebruikt. Geef welke onderdelen dat zijn en geef voor elk keuzeproces een voorbeeld van met welke variabelen het nut en/of disnut kan worden beschreven (minimaal 4 per keuzeproces). c) Recentelijk is in de regio Haaglanden de proef Spitsmijden gehouden. Automobilisten tussen Zoetermeer en Den Haag en Zoetermeer kregen een beloning aangeboden als zij niet met de auto in de ochtendspits rijden. Hoe kan deze keuzesituatie aan het 4- fasenmodel worden gekoppeld, en welke variabelen zouden dan in de (dis-)nutsfunctie kunnen worden opgenomen? 9. OV op Olympisch niveau a) In het transportsysteem draait het om keuzen die mensen maken. Welke keuzen zijn relevant voor personenvervoer? Geef aan welke keuzen in een verkeers- en vervoermodel worden gemodelleerd en welke niet. b) Er is een voorstel ontwikkeld voor een OV-systeem op Olympisch niveau. Basis van dit voorstel is het spoorvervoer. Het ontwerp is gebaseerd op 3 bouwblokken: Bouwblokken Hoogfrequent OV Ideeën Hoogfrequente IC s en Sprinters over het hele net en hoogfrequent regionaal openbaar vervoer Randstedelijke Bereikbaarheid Bereikbaarheid van stadsranden met het OV verbeteren en de bereikbaarheid van het OV met de auto verbeteren Ontwikkeling stationsgebieden Reizigers bundelen op stationslocatie door bundelen activiteiten Geef voor elk van de eerste drie bouwblokken aan welke onderdeel van het 4- fasenmodel Dynamisch het meest Vereffening wordt van beïnvloedt de kosten en verhogen op welke bezettingsgraad wijze. beprijzen door dynamisch beprijzen in tijd en ruimte Betrouwbaarheid OV Door het versimpelen van het netwerk de kans op storingen verkleinen 6
CT2710 TRANSPORT & PLANNIN ANTWOORDEN EN OPMERKINGEN BIJ OEFENMATERIAAL DELEN 1 EN 2
CT2710 TRANSPORT & PLANNIN ANTWOORDEN EN OPMERKINGEN BIJ OEFENMATERIAAL DELEN 1 EN 2 OPGAVE LAGENMODEL a. Het transportsysteem kan worden beschreven met behulp van het TRAIL-lagenschema. Teken dit lagenschema
CT2710 Transport & Planning Keuzen en keuzemodellering
CT2710 Transport & Planning Keuzen en keuzemodellering Rob van Nes, Transport & Planning 9-5-2012 Delft University of Technology Challenge the future 1. Modellering transportsysteem 2 Beschrijvend model:
CT2710 Transport & Planning Sommencollege delen 1 en 2
CT2710 Transport & Planning Sommencollege delen 1 en 2 Rob van Nes, Transport & Planning 11-5-2012 Delft University of Technology Challenge the future Tentamenvorm Elektronisch tentamen (Etude) Open rekenvragen
CT2710 Transport & Planning Tentamen/vragenuur
CT2710 Transport & Planning Tentamen/vragenuur Rob van Nes, Transport & Planning 11-5-2012 Delft University of Technology Challenge the future 1. Wiki en tentamen 2 Wiki-opdracht Deadline maandag 10 januari
CTB Transport & Planning Bereikbaarheid en Ruimtelijke interactie
CTB1420-14 Transport & Planning Bereikbaarheid en Ruimtelijke interactie Rob van Nes, Transport & Planning 18-06-18 Delft University of Technology Challenge the future Agenda Bereikbaarheid Ruimtelijke
Examen H111 Verkeerskunde Basis
pagina 1 van 5 Examen H111 Verkeerskunde Basis Katholieke Universiteit Leuven Departement Burgerlijke Bouwkunde Datum: donderdag 30 augustus 2001 Tijd: 8u30 11u30 Instructies: Er zijn 5 vragen; start de
CT2710 Transport & Planning Verplaatsingspatronen
CT2710 Transport & Planning Verplaatsingspatronen Rob van Nes, Transport & Planning 9-5-2012 Delft University of Technology Challenge the future 1. Terugblik 2 TRAIL-lagenmodel: alleen voor transport?
Bijlage B: Ontwerp-tracébesluit A7/N7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2
Bijlage B: Ontwerp-tracébesluit A7/N7 Zuidelijke Ringweg Groningen, fase 2 Uitgangspunten van de verkeersberekeningen Datum mei 2013 Inhoud 1 Beschrijving gehanteerde verkeersmodel 3 1.1 Het Nederlands
Factsheet Verkeer. 1. Inleiding. 2. Ambities. Definities, bestaande wetgeving en beleid
Factsheet Verkeer 1. Inleiding In deze factsheet Verkeer staan de voertuigen en personen centraal die de openbare weg gebruiken. Het gaat hier dus niet om de fysiek aanwezige infrastructuur (die komt aan
CT2710 Transport & Planning Oefening
CT2710 Transport & Planning Oefening Rob van Nes, Transport & Planning 5-4-2012 Delft University of Technology Challenge the future 1. Introductie 2 Oefening CT2710 Doel Oefenen en toepassen Uitdaging
CT2710 Transport & Planning Netwerken
CT2710 Transport & Planning Netwerken Rob van Nes, Transport & Planning 5-4-2012 Delft University of Technology Challenge the future Kritiekpunten Tracénota A4 creëert congestie in Beneluxtunnel Problemen
Dit tentamen bestaat uit 6 vragen. Voor elke vraag zijn 10 punten te behalen. Het tentamencijfer is 1+ [aantal punten]/60.
Tentamen AutoMobility 3 juli 14:00-17:00 Dit tentamen bestaat uit 6 vragen. Voor elke vraag zijn 10 punten te behalen. Het tentamencijfer is 1+ [aantal punten]/60. VRAAG 1: A13/A16 (Normering 1a: 2, 1b:2,
Inventarisatie evaluaties stedelijk verkeersmanagement
Inventarisatie evaluaties stedelijk verkeersmanagement Een overzicht van de beschikbare kennis Florence Bloemkolk, Henk Taale 21 juni 2018 Stedelijk verkeersmanagement: wat is het? CROW: Verkeersmanagement
CTB1420 Transport & Planning Verkeers- en vervoermodellen
CTB1420 Transport & Planning Verkeers- en vervoermodellen Rob van Nes, Transport & Planning 18-06-18 Delft University of Technology Challenge the future Agenda presentatie Het hoe en wat van V&V modellen
Meer bereiken door ruimtelijk inrichten 9 maart 2016
Meer bereiken door ruimtelijk inrichten 9 maart 2016 Barry Zondag Inhoud 2 Inhoud 3 Ruimtelijk inrichten i van inrichten onderdeel programma meer bereiken ruimtelijke inrichten als oplossingsrichting Ter
CT2710 Transport & Planning Verkeers- en vervoermodellen
CT2710 Transport & Planning Verkeers- en vervoermodellen Rob van Nes, Transport & Planning 5-4-2012 Delft University of Technology Challenge the future Slotsheet Logitmodel Logitmodel is standaardgereedschap
oktober 2009 Eindrapport corridor Den Haag Rotterdam Ruimtelijk economische effecten Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Ruimtelijk economische effecten corridor Den Haag Rotterdam Eindrapport oktober 2009 Titel Datum Versie Kenmerk Opdrachtgever Uitvoering Colofon Programma Hoogfrequent
Het ritdistributiemodel
Het ritdistributiemodel H01I6A Verkeerskunde basis Ben Immers Traffic and Infrastructure Department of Civil Engineering Faculty of Engineering Katholieke Universiteit Leuven Het klassieke verkeersprognosemodel
CT2710 Transport & Planning Introductie en Lagenmodel
CT2710 Transport & Planning Introductie en Lagenmodel Rob van Nes, Transport & Planning 28-4-2012 Delft University of Technology Challenge the future 1. Introductie CT2710 2 CT2710 Transport & Planning
OV-knooppunt met P+R bij De Punt. Analyse van nut en noodzaak
OV-knooppunt met P+R bij De Punt Analyse van nut en noodzaak Inhoud Aanleiding & doel van het onderzoek Probleemanalyse Oplossingsrichtingen Advies Aanleiding & doel van dit onderzoek Omgevingsvisie Drenthe:
25/02/2016. STAP 2 Distributie. STAP 1 Ritgeneratie (en tijdstipkeuze) STAP 3 Vervoerwijzekeuze. STAP 4 Toedeling. Resultaten.
STAP 1 (en tijdstip) Hoeveel mensen zullen er vertrekken en aankomen in een bepaalde periode (spitsuur) Aantal vertrekken (productie) = aantal aankomsten (attractie) per motief STAP 2 Bepalen van aantal
verkeer veilige veiligheid verbindingen BIJLAGE 6: TAG CLOUDS MOBILITEIT staat stad stiptheid stress tijd tram trein treinen uur veilig
flexibiliteit genoeg geraken gezondheid goed goede goedkoop grote BIJLAGE 6: TAG CLOUDS MOBILITEIT Grafische voorstelling open antwoorden andere belangrijke zaken bij verplaatsingen aankomen aansluiting
Nieuwe data voor (nieuwe) OV modellen
Nieuwe data voor (nieuwe) OV modellen Beeld plaatsen ter grootte van dit kader Niels van Oort Ties Brands Erik de Romph 2 Uitdagingen in het OV Kosten staan onder druk: lijnen schrappen, frequenties verlagen?
deltaplan duurzame bereikbaarheid deltaplan duurzame bereikbaarheid
deltaplan duurzame bereikbaarheid deltaplan duurzame bereikbaarheid adviseurs deltaplan duurzame bereikbaarheid deltaplan? problemen! files slechte bereikbaarheid economische schade milieu-overlast gezondheid
De latente vraag in het wegverkeer
De latente vraag in het wegverkeer Han van der Loop, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Jan van der Waard, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid Contactpersoon DGB: Henk van Mourik Afdelingsoverleg
Effecten. Zuidvleugel
4 Effecten Zuidvleugel 19 Invloedsgebieden De reistijden van verplaatsingen van of naar een locatie bepalen de grootte van het invloedsgebied van een locatie. In dit hoofdstuk richten wij ons op hoeveel
Aantal HSL-reizigers groeit fors: een succes en een uitdaging
Aantal HSL-reizigers groeit fors: een succes en een uitdaging Justin Hogenberg Nederlandse Spoorwegen [email protected] Roswitha van de Kamer Nederlandse Spoorwegen [email protected] Thijs
Bruggen bouwen voor het spoor van de toekomst 29 januari 2013
Bruggen bouwen voor het spoor van de toekomst 29 januari 2013 Joke van Veen Manager Business Development NS Reizigers Dimitri Kruik Manager Veranderprogramma 2012-2015 ProRail De NS strategie De NS strategie
De latente vraag in het wegverkeer
De latente vraag in het wegverkeer Han van der Loop, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid KiM, kennislijn 1 en 2, 5 juni 2014 Vraagstuk * Veel gehoord bij wegverbreding of nieuwe wegen: Roept extra autogebruik
10 m/s = km/h 5 km = m 4 m/s = km/h. 15 m/s = km/h 81 km/h = m/s 25 m/s = km/h. 2,25 h = h min 3 m/s = km/h 6 min = s
Het omrekenen van gegevens 2THA 1 Reken de volgende gegevens om: 10 m/s = km/h 5 km = m 4 m/s = km/h 15 m/s = km/h 81 km/h = m/s 25 m/s = km/h 2,25 h = h min 3 m/s = km/h 6 min = s 20 m/s = km/h 1 h 25
Centre for Urban Studies Theorie en stellingen trein/fiets
Centre for Urban Studies Theorie en stellingen trein/fiets Roland Kager, Luca Bertolini, Bram Fokke, Marco te Brömmelstroet VerDuS, 17 juni 2014 1. Habitat analyse Gezamenlijk biedt trein/fiets een volwaardig
BIJLAGE A KENGETALLEN In deze bijlage geven we in overzichtelijke tabellen de kengetallen weer die gebruikt zijn ter bepaling van de effecten van het kantoren- en bedrijventerreinenprogramma voor de regio
1 Beleidskader. 1.1 Gemeente Zoetermeer. 1.2 Vervoermanagementplan Politieacademie
1 Beleidskader 1.1 Gemeente Zoetermeer De parkeernota van de gemeente Zoetermeer is vastgesteld door de gemeenteraad op 27 juni 2005. In deze nota worden de parkeernormen van het CROW toegespitst op de
Resultaten enquête Uithoornlijn
Resultaten enquête Uithoornlijn Juni 2015 Resultaten enquête Uithoornlijn Inleiding De gemeente Uithoorn en de Stadsregio Amsterdam willen graag weten wat inwoners van Uithoorn belangrijk vinden aan het
Stadspanel-onderzoek naar mobiliteit en City Line
Stadspanel-onderzoek naar mobiliteit en City Line Wat is het Stadspanel? De gemeente Assen heeft een digitaal stadspanel. Iedere inwoner kan meedoen. Momenteel telt het stadspanel ruim 1 leden. Elk lid
10 m/s = km/h 5 km = m 4 m/s = km/h. 15 m/s = km/h 81 km/h = m/s 25 m/s = km/h. 2,25 h = h min 3 m/s = km/h 6 min = s
Het omrekenen van gegevens 1 Reken de volgende gegevens om: 10 m/s = km/h 5 km = m 4 m/s = km/h 15 m/s = km/h 81 km/h = m/s 25 m/s = km/h 2,25 h = h min 3 m/s = km/h 6 min = s 20 m/s = km/h 1 h 25 min
Toelichting verkeersmodellen
Toelichting verkeersmodellen Juni 2012 Carlo Bernards Toelichting verkeersmodellen 2 Vanavond een toelichting op: Waarom een verkeersmodel? Hoe werkt een verkeersmodel? Kenmerken model Noordoostcorridor
Bereikbaarheid als maatstaf voor beleid!
De wereld wordt kleiner door HOV! Bereikbaarheid als maatstaf voor beleid! Een toepassing van de Movares Verbindingswijzer* * Powered by conveyal De wereld wordt kleiner door HOV Een toepassing van de
Faculteit Construerende Technische Wetenschappen. Civiele Techniek: Verkeer & Vervoer. Deeltoets 1 Theorie Verkeer & Vervoer ( )
Faculteit Construerende Technische Wetenschappen Civiele Techniek: Verkeer & Vervoer Deeltoets 1 Theorie Verkeer & Vervoer (201300145) Datum Toets : 23 februari 2016 Tijd : 8:45 11:45 Locatie : Therm Docenten
Pijler 1: Inspelen op veranderende mobiliteitsstromen
Vervoervisie Pijler 1: Inspelen op veranderende mobiliteitsstromen Het aantal huishoudens in de regio Amsterdam neemt tot 2040 met circa 270.000 toe. Hiermee neemt ook de economische bedrijvigheid en de
Bereikbaarheidswinst van openbaarvervoerknooppuntenbeleid. Prof. dr. ing. Karst Geurs
Bereikbaarheidswinst van openbaarvervoerknooppuntenbeleid Prof. dr. ing. Karst Geurs 1 Inhoud 1. Verschillende perspectieven op bereikbaarheid 2. Aanpak TOD project 3. Resultaten en conclusies 2 Brede
Onderzoek verplaatsingsgedrag Vlaanderen ( ) Analyserapport
Onderzoek verplaatsingsgedrag Vlaanderen (2015-2016) Analyserapport 1 INLEIDING Sinds 1994 voert de Vlaamse Overheid onderzoek uit naar het verplaatsingsgedrag van Vlamingen. Dit onderzoek wordt het Onderzoek
Het Mobiliteitsplan Vlaanderen De strategische doelstelling verkeersveiligheid. A. Carpentier, M. Govaerts & G. Wets
Het Mobiliteitsplan Vlaanderen De strategische doelstelling verkeersveiligheid A. Carpentier, M. Govaerts & G. Wets Inhoud Achtergrond Strategische doelstelling verkeersveiligheid Operationele doelstellingen
Overstappen op hoogwaardig OV. HOV-NET Zuid-Holland Noord
Overstappen op hoogwaardig OV HOV-NET Zuid-Holland Noord Overstappen op hoogwaardig OV 2 Zuid-Holland biedt veel mogelijkheden om te wonen, werken en recreëren. Het is het economisch hart van Nederland
Lightrail verbinding Hasselt Maastricht : een kosten-baten analyse
Samenvatting van de masterthesis van Toon Bormans met als promotor Prof.Dr.S.Proost- KUL. Lightrail verbinding Hasselt Maastricht : een kosten-baten analyse NB: lightrail = sneltram Inleiding : 1. Kosten/
Inspiratie- en referentieprojecten ontwerpopdracht transporttechniek-ecostad
Inspiratie- en referentieprojecten ontwerpopdracht transporttechniek-ecostad Verplaatsingen in Vlaanderen vandaag (2007) Dagelijks gebruik transportmiddel of enkele keren per week 89% de auto 48% de fiets
Kwalitatieve onderbouwing parkeren Noordgebouw Utrecht
Deventer Den Haag Eindhoven Snipperlingsdijk 4 Casuariestraat 9a Flight Forum 92-94 7417 BJ Deventer 2511 VB Den Haag 5657 DC Eindhoven T +31 (0)570 666 222 F +31 (0)570 666 888 Leeuwarden Amsterdam Postbus
Notitie Wat kost RegioTaxiPlus
Aan : Het college Van : Robrecht Lentink, afdeling samenleving Betreft : Notitie Wat kost RegioTaxiPlus Datum : 5 april 2012 Notitie Wat kost RegioTaxiPlus ( in relatie tot het Tweede besluit voorzieningen
Nieuwe data voor (nieuwe) OV modellen
Nieuwe data voor (nieuwe) OV modellen Beeld plaatsen ter grootte van dit kader Niels van Oort Ties Brands Erik de Romph 2 Uitdagingen in het OV Kosten staan onder druk: lijnen schrappen, frequenties verlagen?
Centre for Urban Studies Fiets in voor- en natransport
Centre for Urban Studies Fiets in voor- en natransport Roland Kager, Luca Bertolini, Bram Fokke, Marco te Brömmelstroet Railforum, 5 juni 2014 Fiets en trein (kreten / de oppervlakte ) Fietschaos!!! (voorzieningen
Het is ook deze volgorde die we gebruiken voor deze samenvatting.
9 Samenvatting 9.1 Schets van de steekproef Van januari 2000 tot januari 2001 werd bij 2500 gezinnen in het stadfsgewest Hasselt-Genk een onderzoek naar het verplaatsingsgedrag uitgevoerd. Hierbij werd
Het college van burgemeester en wethouders heeft de raad op 8 januari 2014 geïnformeerd over de ontstane situatie bij EBS.
M E M O Aan : leden van de commissie SOB Van : Wethouder J. Krieger Tel. nr : Datum : 6 februari 2014 Onderwerp : EBS concept vervoerplan 2014/2015 Bijlagen : 1. Inleiding Tijdens de bijeenkomst van 28
Bijlage 1: Achtergrond, verantwoording en rekenresultaten
Pagina 2 limieten zijn er immers niet voor niets. Zo blijft van de ruim 9.000 km autosnelweg en autoweg, ruim 4.000 km over waar een snelheidsverhoging is toegepast. Dit zijn vooral autosnelwegen buiten
Richtlijnen mobiliteitsplan evenement
Richtlijnen mobiliteitsplan evenement Inleiding Voor u ligt de richtlijn mobiliteitsplan evenement. Voordat u verder gaat is er een aantal belangrijke punten over deze richtlijn. Deze richtlijn bevat (uitgebreide)
Bijlage 11 Algemene beschrijving verkeersmodel
Bijlage 11 Algemene beschrijving verkeersmodel Wat is een verkeersmodel? Een verkeersmodel is een model dat inzicht geeft in huidige en/of toekomstige verkeersen vervoerstromen. Een verkeersmodel wordt
Betrouwbaarheid van OV in verkeersmodellen
Betrouwbaarheid van OV in verkeersmodellen PLATOS maart 2013 Niels van Oort Robert van Leusden Erik de Romph Ties Brands 2 Inhoud Betrouwbaarheid van OV Relatie met verkeersmodellen Case VRU model Conclusies
Fietsstraat: Auto te gast in combinatie met dynamische afsluiting
BESTUDEERDE VARIANTEN INRICHTING ACHILLESSTRAAT De inrichting van de Achillesstraat in het deel Cascadepark West betrof een tijdelijke inrichting. Naar aanleiding van de hoge verkeersintensiteit tijdens
Documentair onderzoek naar proefprojecten in het kader van de kilometerheffing
Documentair onderzoek naar proefprojecten in het kader van de kilometerheffing Dr. Inge Mayeres en Dr. Carolien Beckx VITO 13/09/2013 Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de wetenschappelijke
Nationale DenkTank 2014 Flexibus
Flexibus Achtergrond en uitwerking Aanbod en vraag van het openbaar vervoer sluiten niet optimaal op elkaar aan, zowel in de stad als in de regio In drukke steden zijn er veel opstoppingen door verkeersdrukte
Mooie samenvatting: http://members.ziggo.nl/mmm.bessems/kinematica%20 Stencil%20V4%20samenvatting.doc.
studiewijzer : natuurkunde leerjaar : 010-011 klas :6 periode : stof : (Sub)domeinen C1 en A 6 s() t vt s v t gem v a t s() t at 1 Boek klas 5 H5 Domein C: Mechanica; Subdomein: Rechtlijnige beweging De
DICTAAT CT2710 TRANSPORT & PLANNING
DICTAAT CT2710 TRANSPORT & PLANNING Inleiding Deel 1: Ruimtelijke planning & Vervoerplanning: systeem en elementen Deel 2: Netwerkontwerp en infrastructuurplanning Deel 3: Geometrisch wegontwerp Deel 4:
CTB Transport & Planning Introductie, Oefening, Lagenmodel en Wegener
CTB1420-14 Transport & Planning Introductie, Oefening, Lagenmodel en Wegener Rob van Nes, Transport & Planning 18-06-18 Delft University of Technology Challenge the future 1. Introductie CTB1420-14: Het
Eerste resultaten van de Monitor-enquête over de mobiliteit van de Belgen
Eerste resultaten van de Monitor-enquête over de mobiliteit van de Belgen Inleiding De FOD Mobiliteit en Vervoer en het Vias-instituut hebben een grote enquête georganiseerd om de mobiliteitsgewoonten
10 m/s = 36 km/h 5 km = 5000 m 4 m/s = 14,4 km/h. 15 m/s = 54 km/h 81 km/h = 22,5 m/s 25 m/s = 90 km/h
Het omrekenen van gegevens 1 Reken de volgende gegevens om: 10 m/s = 36 km/h 5 km = 5000 m 4 m/s = 14,4 km/h 15 m/s = 54 km/h 81 km/h = 22,5 m/s 25 m/s = 90 km/h 2,25 h = 2 h 15 min 3 m/s = 10,8 km/h 6
München. Gewestelijk mobilteitsplan -Dec. 2017
83 Stadsperimeter Brussel München 84 Visitekaart o Bevolking: " Stad: 1.400.000 (sterke groei verwacht tegen 2030) " Grootstedelijk gebied: 5.500.000 o Netwerk " Regionale treinen: 14 lijnen " Metro: 6
