De arbeidsmarkt van het voltijd MAO Meting 1998
|
|
|
- Godelieve de Valk
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 De arbeidsmarkt van het voltijd MAO Meting 1998 M.A.M. van der Meijs F.G. van der Veen H.R.M. Smulders A.J.H. Willemse Stoas Onderzoek Wageningen, maart 2001
2 De arbeidsmarkt van het voltijd MAO; Meting 1998 / M.A.M. van der Meijs, F.G. van der Veen, H.R.M. Smulders en A.J.H. Willemse Wageningen, Stoas. ISBN: NUGI: 722 Trefwoorden: arbeidsmarkt, middelbaar onderwijs Stoas Onderzoek Postbus AB WAGENINGEN Telefoon: Dit rapport en andere producten van Stoas Onderzoek zijn schriftelijk te bestellen bij: Stoas orderadministratie, Postbus 78, 6700 AB Wageningen. Fax: [email protected] Dit rapport heeft bestelnummer: XX Stoas Onderzoek Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het hoofd van Stoas Onderzoek. In geval van overname van het data-materiaal moet telkens als bron worden vermeld: Stoas Onderzoek.
3 Inhoud Overzicht tabellen en figuren... 3 Samenvatting, trends en aandachtspunten voor beleid... 7 Het onderzoek... 7 Conclusies, trends en aandachtspunten voor beleid Inleiding Doelstelling onderzoek Onderzoeksopzet en uitvoering Leeswijzer De respondenten Belangrijkste gegevens uit dit hoofdstuk Afdeling, niveau en diplomajaar Vooropleiding Geslacht Leeftijd en studieduur Positie op de arbeidsmarkt Belangrijkste gegevens uit dit hoofdstuk Deelname aan het arbeidsproces Arbeidsmarkt- en onderwijsverloop sinds schoolverlaten Vervolgopleidingen en cursussen Belangrijkste gegevens uit dit hoofdstuk Vervolgopleidingen Cursussen Betaald werk Belangrijkste gegevens uit dit hoofdstuk Functies en sectoren Functies Branches Wervingskanaal Aanstellingsvorm/dienstverband Inkomen Niveau en richting van de functies Evaluatie van de opleiding Belangrijkste gegevens uit dit hoofdstuk Belang van onderwijsaspecten De opleiding achteraf De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 1
4 7 MAO-ers vergeleken met MBO-ers uit de overige sectoren Belangrijkste gegevens uit dit hoofdstuk Persoonskenmerken Arbeidsmarktpositie Cursusdeelname Werk en aansluiting Literatuur Bijlage 1 Populatie, steekproef en respons Bijlage 2 Vragenlijst loopbaanonderzoek 1998 MAO Bijlage 3 Overzicht van beroepen en sectoren naar afdeling Bijlage 4 Belang en aandacht onderwijsaspecten per opleidingsniveau
5 Overzicht tabellen en figuren Samenvatting, trends en aandachtspunten voor beleid Inleiding De respondenten Tabel 2.1 Aantal respondenten naar afdeling, niveau en cohort Tabel 2.2 Vooropleiding naar niveau en uitstroomcohort Tabel 2.3 Gemiddelde leeftijd op enquêtedatum en op uitstroommoment 13 Tabel 2.4 Gemiddelde studieduur (in jaren) per cohort en niveau Figuur 2.1 Percentage vrouwen per afdeling en cohort Positie op de arbeidsmarkt Tabel 3.1 Voornaamste bezigheid op enquêtemoment Tabel 3.2 Werkloosheid volgens CBS definitie per uitstroomjaar en afdeling Tabel 3.3 Werkloosheid volgens CBS definitie per uitstroomjaar en niveau Tabel 3.4 Het arbeidsmarktverloop sinds schoolverlaten Tabel 3.5 Gemiddeld aantal maanden werkloos naar afdeling Tabel 3.6 Onderwijsverloop Figuur 3.1 Voornaamste bezigheid op enquêtemoment per niveau Figuur 3.2 Voornaamste bezigheid op enquêtemoment per afdeling Vervolgopleidingen en cursussen Tabel 4.1 Percentage gediplomeerden dat een vervolgopleiding in MBO, HBO, leerlingwezen of anders heeft afgerond Tabel 4.2 Vervolgopleiding niveau 4 gediplomeerden per afdeling Tabel 4.3 Beoordeling aansluiting tussen MAO en vervolgopleiding Tabel 4.4 Percentage personen dat na het verlaten van het MAO één of meer cursussen heeft gevolgd per niveau, opleidingsrichting en afdeling Betaald werk Tabel 5.1 Beroepen naar hoofdrichting per uitstroomcohort Tabel 5.2 Niveau van de beroepen per uitstroomcohort Tabel 5.3 Branches per uitstroomcohort Tabel 5.4 Werving huidige baan naar uitstroomjaar Tabel 5.5 Werving huidige baan naar opleidingsniveau Tabel 5.6 Dienstverband naar uitstroomjaar Tabel 5.7 Verschillen in dienstverband naar niveau Tabel 5.8 Percentage vaste aanstellingen van alle aanstellingen naar uitstroomjaar, opleidingsniveau en geslacht Tabel 5.9 Percentage vaste aanstellingen van alle aanstellingen naar uitstroomjaar en afdeling Tabel 5.10 Gemiddeld aantal werkuren per week (volgens contract) naar niveau Tabel 5.11 Gemiddeld aantal werkuren per week (volgens contract) naar opleidingsrichting Tabel 5.12 Gemiddelde bruto maandloon bij een 40-urige werkweek naar opleidingsrichting en cohort De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 3
6 Tabel 5.13 Gemiddelde bruto maandloon bij een 40-urige werkweek naar niveau en cohort Tabel 5.14 Gemiddeld bruto maandloon bij een 40-urige werkweek naar loondienst/zelfstandige en niveau Tabel 5.15 Beroepsniveau per opleidingsniveau en cohort Tabel 5.16 Beroepsniveau per afdeling en cohort Tabel 5.17 Beroepsrichting per opleidingsniveau en cohort Tabel 5.18 Beroepsrichting per afdeling en cohort Evaluatie van de opleiding Tabel 6.1 Belang en aandacht onderwijsaspecten per cohort Tabel 6.2 Belang en aandacht onderwijsaspecten per opleidingsniveau (cohort 94 en ) Tabel 6.3 Achteraf dezelfde opleiding gekozen per niveau en cohort Tabel 6.4 Achteraf dezelfde opleiding gekozen per afdeling en cohort MAO-ers vergeleken met MBO-ers uit de overige sectoren Tabel 7.1 Kenmerken van MAO-schoolverlaters vergeleken met schoolverlaters uit andere MBO sectoren Tabel 7.2 Voornaamste bestemming van MAO schoolverlaters vergeleken met schoolverlaters uit andere sectoren Tabel 7.3 Indicatoren voor de arbeidsmarktpositie van MAO schoolverlaters vergeleken met schoolverlaters uit andere sectoren Tabel 7.4 Percentage MAO-ers dat na diplomering aan één of meerdere cursussen of bedrijfsopleidingen heeft deelgenomen vergeleken met andere sectoren Tabel 7.5 De marktpositie van het MAO vergeleken met andere sectoren. 44 Literatuur Bijlage 1 Populatie, steekproef en respons Tabel B1.1 Populatie, steekproef en respons (gediplomeerden) Tabel B1.2 Responspercentage en dekkingsgraad (gediplomeerden) Tabel B1.3 Aantallen respondenten voor en na weging Bijlage 2 Vragenlijst loopbaanonderzoek 1998 MAO Bijlage 3 Overzicht van beroepen en sectoren naar afdeling Tabel B3.1 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Plantenteelt Tabel B3.2 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Plantenteelt Tabel B3.3 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Veehouderij Tabel B3.4 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Veehouderij Tabel B3.5 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Tabel B3.6 Levensmiddelentechnologie Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Levensmiddelentechnologie Tabel B3.7 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Bloemschikken Tabel B3.8 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Bloemschikken Tabel B3.9 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Dierverzorging Tabel B3.10 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Dierverzorging Tabel B3.11 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Biologisch Dynamische Landbouw
7 Tabel B3.12 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Biologisch Dynamische Landbouw Tabel B3.13 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Paardenhouderij en Paardensport Tabel B3.14 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Paardenhouderij en Paardensport Tabel B3.15 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Groene Ruimte Tabel B3.16 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Groene Ruimte Tabel B3.17 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek Tabel B3.18 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek Bijlage 4 Belang en aandacht onderwijsaspecten per opleidingsrichting Tabel B4.1 Afdeling Plantenteelt Tabel B4.2 Afdeling Veehouderij Tabel B4.3 Levensmiddelentechnologie Tabel B4.4 Bloemschikken Tabel B4.5 Dierverzorging Tabel B4.6 Biologisch Dynamische Landbouw Tabel B4.7 Paardenhouderij en Paardensport Tabel B4.8 Groene Ruimte Tabel B4.9 Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 5
8 6
9 Samenvatting Samenvatting, trends en aandachtspunten voor beleid HET ONDERZOEK Eind 1998 is een arbeidsmarkt- en loopbaanonderzoek gehouden onder 2871 mensen die tussen 1987 en 19 het voltijds Middelbaar Agrarisch Onderwijs (MAO) hebben verlaten. Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de arbeidsmarkt, soort en kwaliteit van de functies, de aansluiting tussen opleiding en werk, het volgen van vervolgopleidingen en cursussen en de positie van het MAO ten opzichte van het overige MBO. Door vergelijking met eerder onderzoek (1995) zijn ontwikkelingen in de tijd zichtbaar. De resultaten van het onderzoek kunnen onder andere gebruikt worden door opleidingsinstellingen (kwaliteitsbewaking, zelfevaluaties, voorlichting aan (toekomstige) leerlingen, bijscholing), ministerie van LNV (ontwikkeling en toetsing van beleid), journalisten en studie- en beroepskeuzeadviseurs. CONCLUSIES, TRENDS EN AANDACHTSPUNTEN VOOR BELEID De arbeidsmarkt voor gediplomeerden is beter dan in De werkloosheid is afgenomen van 5,5% in 1995 naar 2,4% in De werkloosheid is het hoogst onder recent gediplomeerden van niveau 2 (namelijk 15,7%) en bijna nihil onder niveau 2 en 3 gediplomeerden uit 1987 en De afdeling Bosbouw, Cultuur- en Milieutechniek kent het hoogste percentage werklozen, de afdeling Veehouderij het laagste. Gediplomeerden van de afdelingen Bloemschikken en Dierverzorging verrichten relatief vaak onbetaald werk. Wat betreft de kwaliteit van de functies valt op dat meer dan 50% van de niveau 2 gediplomeerden onder hun niveau aan het werk is. Van de niveau 4 gediplomeerden is 28% beneden hun niveau werkzaam. De richting van de functie sluit voor ruim 50% van de niveau 2 en 3 gediplomeerden aan bij de gevolgde opleidingsrichting, voor de niveau 4 gediplomeerden ligt dit percentage op 63. De functies van de gediplomeerden van Groene Ruimte sluiten qua niveau en richting het best aan op de gevolgde opleiding. Belangrijke aspecten voor het goed uitoefenen van de functies van gediplomeerden zijn: nauwkeurigheid/zorgvuldigheid, zelfstandigheid, initiatief en creativiteit, aanpassingsvermogen en het oplossen van problemen. Het belang van agrarische beroepen neemt af van 58% in 1995 naar 47% in Economisch-administratieve en commerciële functies winnen aan belang voor MAO gediplomeerden. Ook recent gediplomeerden hebben minder vaak een agrarisch beroep dan mensen die al langer geleden op de arbeidsmarkt kwamen. Van de gediplomeerden uit 19 heeft 42% een agrarisch beroep, voor de gediplomeerden uit 1987 is dat 53%. Onder recent gediplomeerden (19) zijn de economisch, administratieve en commerciële functies van groter belang dan onder de gediplomeerden uit 1987: 31% uit 19 en 18% uit 1987 heeft een economisch, administratieve of commerciële functie. De afname in agrarische beroepen is met name zichtbaar bij de gediplomeerden van de afdelingen Veehouderij en Plantenteelt. In vergelijking tot 1995 nemen in 1998 relatief minder recent gediplomeerden deel aan een vervolgopleiding: in 1995 volgt 26% en in % circa 1 jaar De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 7
10 na diplomering een vervolgopleiding. Mogelijk heeft dit te maken met de betere beschikbaarheid van betaald werk. De aansluiting tussen MAO en vervolgopleiding wordt door 62% van de doorlerenden van cohort 19 als voldoende of goed beoordeeld en door 38% als matig of slecht. Niveau 4 gediplomeerden nemen het meest deel aan vervolgopleidingen. Van de niveau 4 gediplomeerden uit 1991 en 1994 heeft ca. 20% een HBO opleiding in een van de agrarische richtingen afgerond. Achteraf bezien had de opleiding, volgens niveau 2 gediplomeerden uit 1994 en 19, met name meer aandacht moeten besteden aan probleemoplossing, zelfstandigheid, nauwkeurigheid en zorgvuldigheid, samenwerken in teamverband en vakkennis. Niveau 4 gediplomeerden uit 1994 en 19 hadden graag meer aandacht gezien voor informatie- en communicatietechnologie, bedrijfsvoering en probleemoplossing. Ruim tweederde van de gediplomeerden zou achteraf voor dezelfde opleiding gekozen hebben. De gediplomeerden van Bosbouw, cultuur- en milieutechniek, Biologisch Dynamische landbouw en Paardenhouderij zouden voor 80% of meer achteraf voor dezelfde opleiding kiezen. De gediplomeerden van de afdelingen Dierverzorging en Bloemschikken zouden achteraf het meest voor een andere richting kiezen. De uitstroom 19 van het MAO kent ten opzichte van de overige MBO sectoren minder gediplomeerden met MAVO en HAVO vooropleiding, minder vrouwen en minder allochtonen. Ten opzichte van het overige MBO zijn gediplomeerden met een VBO vooropleiding in het MAO veruit in de meerderheid. MAO-ers op niveau 1-2 vervolgen hun opleiding vaker in de Beroeps Begeleidende Leerweg dan de overige MBO-ers op dat niveau, maar zijn ook iets vaker werkloos. Hun inkomen is beduidend lager dan van de overige MBO-ers. Wel zijn ze vaker dan gemiddeld werkzaam in de richting waarvoor men is opgeleid. Beduidend minder vaak dan overige MBO-ers wordt deelgenomen aan cursussen. MAO-ers op niveau 3-4 leren minder vaak door in het vervolgonderwijs dan overige MBO-ers van dat niveau, maar nemen wel vaker deel aan cursussen of bedrijfsopleidingen. Het beroepsniveau van MAO-ers niveau 3-4 is minder vaak MBO of hoger en de beroepsrichting komt minder vaak overeen met de opleidingsrichting in vergelijking tot overige MBO-ers op dat niveau. 8
11 Inleiding 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de doelstelling en opzet van het tweede arbeidsmarkt- en loopbaanonderzoek onder schoolverlaters van het voltijd Middelbaar Agrarisch Onderwijs besproken. 1.1 DOELSTELLING ONDERZOEK In 1998 is voor de tweede maal een arbeidsmarkt- en loopbaanonderzoek gehouden onder schoolverlaters van het voltijds Middelbaar Agrarisch Onderwijs (MAO). Het vorige onderzoek is gehouden in 1995 (Lokman, 19). Het onderzoek is gehouden onder 2871 schoolverlaters uit de uitstroomjaren 1987, 1991, 1994 en 19. Doel van het onderzoek is inzicht te verschaffen in de positie en loopbanen van de schoolverlaters van het MAO en de ontwikkelingen die zich daarin voordoen. Het onderzoek geeft informatie over schoolverlaters van de verschillende richtingen en niveaus wat betreft: de positie op de arbeidsmarkt (werk, werkloosheid, doorstuderen); de functies en inkomens na schoolverlaten en later in de loopbaan; de aansluiting tussen opleiding en werk; het volgen van vervolgopleidingen en cursussen; de positie van MAO gediplomeerden ten opzichte van gediplomeerden uit andere MBO sectoren. Gebruikers van het onderzoek zijn o.a.: de Agrarische Onderwijs Centra (AOC s) voor kwaliteitsbewaking, ontwikkeling en aanpassing van het curriculum en de voorlichting aan (toekomstige) leerlingen; het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor de toetsing van het eigen onderwijsbeleid en ter ondersteuning van het nog te ontwikkelen beleid; MAO gediplomeerden, journalisten en studie- en beroepskeuzeadviseurs. 1.2 ONDERZOEKSOPZET EN UITVOERING Het onderzoek is eind 1998 gehouden onder een steekproef van gediplomeerde en ongediplomeerde schoolverlaters uit de jaren 1987, 1991, 1994 en 19. Voor de verhouding tussen steekproef en populatie wordt verwezen naar bijlage 1. De opzet van het onderzoek is in grote lijnen vergelijkbaar met het onderzoek dat in 1995 is gehouden. Voor de schoolverlaters uit 1987, 1991 en 1994 is een vragenlijst opgesteld waarin naar de huidige positie, maar ook naar de loopbaanontwikkeling in de tijd tussen schoolverlaten en nu wordt gevraagd (zie bijlage 2 voor de vragenlijst). Onder schoolverlaters uit 19 is de RUBS enquête afgenomen (Registratie van Uitstroom en Bestemming Schoolverlaters). Deze enquête wordt ook in andere sectoren van het MBO gebruikt, waardoor vergelijking mogelijk is. De RUBS vragenlijst komt voor een groot deel overeen met de vragenlijst die voor de schoolverlaters uit 87, 91 en 94 gebruikt is. De vragenlijsten zijn verzonden en verwerkt door DESAN Marktonderzoek in Amsterdam. 1.3 LEESWIJZER Aan het begin van elk hoofdstuk staan de belangrijkste gegevens uit het betreffende hoofdstuk puntsgewijs weergegeven. Voor een snel inzicht in de resultaten wordt hiernaar verwezen. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 9
12 Hoofdstuk 1 In de volgende hoofdstukken wordt aan de hand van tabellen, figuren en begeleidende teksten achtereenvolgens inzicht gegeven in de volgende onderwerpen: kenmerken van de respondenten: aantallen, vooropleiding, man/vrouw verhouding, leeftijd en studieduur (hoofdstuk 2); positie op de arbeidsmarkt: voornaamste bezigheid, werkeloosheid, vervolgopleiding (hoofdstuk 3); verder leren: vervolgopleiding en aansluiting MAO vervolgopleiding, cursusdeelname (hoofdstuk 4) ; betaald werk: functies en sectoren waar gediplomeerden werkzaam zijn, wervingskanalen, soort dienstverband, omvang betrekking, inkomen, niveau en richting van de functies (hoofdstuk 5); evaluatie van de opleiding: belang van een aantal kennis-, houding- en vaardigheidsaspecten en oordeel over de mate waarin opleiding hier aandacht aan heeft besteed, opleiding achteraf beoordeeld (hoofdstuk 6); MAO gediplomeerden vergeleken met gediplomeerden van overige MBO sectoren wat betreft: vooropleiding, bestemming, arbeidsmarktpositie en aansluiting opleiding-werk (hoofdstuk 7). De resultaten in dit rapport betreffen alleen gediplomeerde schoolverlaters van de voltijd dagopleidingen van het MAO op niveau 2, 3 en 4. Niveau 2 betreft de (tweejarige) opleiding tot beginnend beroepsbeoefenaar (BB) en de KMAO opleiding, niveau 3 betreft de opleiding tot zelfstandig beroepsbeoefenaar (ZB) en de (verlengde) MAS-B opleiding en niveau 4 betreft de opleiding tot kaderfunctionaris (KF) en de (verlengde) MAS-A opleiding. De afdelingen zijn gegroepeerd onder de volgende categorieën: PT Plantenteelt; VH Veehouderij; LVT Levensmiddelentechnologie; BS Bloemschikken; DV Dierverzorging; BDL Biologisch Dynamische Landbouw; PHP Paardenhouderij en Paardensport; GR Groene Ruimte; BCM Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek. In de tabellen zijn vaak verdelingen gemaakt naar opleidingsniveau, afdeling en/of cohort (het jaar waarin het diploma behaald is). Bij het lezen van de tabellen dient in het oog gehouden te worden dat, waar dat relevant is, de aantallen gewogen zijn om een representatief beeld te kunnen geven naar opleiding en diplomajaar (zie ook paragraaf 2.1). Verder dienen met name de resultaten van de afdelingen Biologisch Dynamische Landbouw en Paardenhouderij met enige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd, gezien het geringe aantal respondenten. Ditzelfde geldt ook voor de resultaten van de groep niveau 2 gediplomeerden, met name uit de uitstroomjaren 1987 en
13 De respondenten 2 De respondenten Dit hoofdstuk beschrijft de belangrijkste achtergrondkenmerken van de respondenten en het onderwijs dat zij hebben genoten. Kenmerken zijn de gevolgde opleiding, geslacht, leeftijd en studieduur. In het onderzoek zijn zowel gediplomeerde als ongediplomeerde schoolverlaters benaderd. De resultaten in dit rapport hebben betrekking op de gediplomeerde schoolverlaters. BELANGRIJKSTE GEGEVENS UIT DIT HOOFDSTUK De belangrijkste vooropleiding voor gediplomeerden van niveau 2 en 3 is LBO/VBO. De helft van de niveau 4 gediplomeerden heeft een Mavo vooropleiding. Opvallend is de toename van het aandeel vrouwen dat een Veehouderij opleiding heeft gevolgd. 2.1 AFDELING, NIVEAU EN DIPLOMAJAAR In onderstaande tabel (2.1) is te zien hoe de gediplomeerde schoolverlaters, die aan het onderzoek hebben meegedaan, verdeeld zijn over de verschillende afdelingen, niveaus en cohorten (diplomajaren). Omdat de respondenten niet evenwichtig verdeeld zijn over deze groepen, is door middel van het toekennen van weegfactoren een correctie uitgevoerd. Zo hebben de respondenten van jaren of opleidingen die ten opzichte van de populatie ondervertegenwoordigd waren een gewicht groter dan 1 gekregen. Respondenten uit jaren of opleidingen die oververtegenwoordigd waren kregen een gewicht kleiner dan 1. De resultaten van de weging staan in bijlage 2. Tabel 2.1 Aantal respondenten naar afdeling, niveau en cohort Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 PT VH LVT BS DV PHP GR Totaal PT VH LVT BS DV PHP GR Totaal PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM Totaal De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 11
14 Hoofdstuk VOOROPLEIDING De verdeling naar vooropleiding per cohort en niveau van de MAO opleiding is zichtbaar in tabel 2.2. De belangrijkste vooropleiding voor gediplomeerden van niveau 2 en 3 is LBO/VBO, de helft van de niveau 4 gediplomeerden heeft een Mavo vooropleiding. Tabel 2.2 Vooropleiding naar niveau en uitstroomcohort Niveau 87 Vooropleiding N % N % N % N % lbo/vbo mavo havo (kort)mbo anders lbo/vbo mavo havo (kort)mbo anders lbo/vbo mavo havo (kort)mbo anders % 41 73% 33 73% 63 76% 8 14% 6 13% 5 6% 0 1% 5 8% 3 7% 3 4% 3 5% 3 7% 11 13% % % % % 74 22% 32 13% 40 21% 74 30% 7 2% 1 0% 9 3% 8 3% 9 4% 10 4% 10 3% 6 2% 3 1% 11 4% % % % 93 26% % % % % 49 10% 40 9% 27 8% 61 17% 5 1% 16 4% 14 4% 14 4% 20 4% 15 3% 6 2% 13 4% 2.3 GESLACHT De afdelingen verschillen sterk in de verhouding tussen mannen en vrouwen (zie figuur 2.1). De afdelingen Bloemschikken en Dierverzorging kennen relatief veel vrouwen. Opvallend is de toename van het aandeel vrouwen dat een Veehouderij opleiding heeft gevolgd. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de mogelijkheid die een AOC aangegrepen heeft om het onderwijsarrangement binnen deze opleiding aan te passen in de richting dierverzorging. 12
15 De respondenten PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM % vrouwen % 20% 40% 60% 80% 100% Figuur 2.1 Percentage vrouwen per afdeling en cohort 2.4 LEEFTIJD EN STUDIEDUUR De gemiddelde leeftijd bij uitstroom staat aangegeven in tabel 2.3. Deze leeftijd ligt tussen de 19 en 21 jaar. Vanaf 1990 is een deel van de vroegere MAS A en B opleidingen vervangen door de 3- en 4 jarige MAO opleidingen, wat voor een aantal opleidingen een verlenging van 2 naar 3 of van 3 naar 4 jaar betekende. Met name de uitstroomleeftijd van de niveau 4 opleidingen is hierdoor vanaf 1994 hoger geworden. Dit zelfde effect is zichtbaar in de tabel gemiddelde studieduur (tabel 2.4). Tabel 2.3 Gemiddelde leeftijd op enquêtedatum en op uitstroommoment Totaal Leeftijd op enquêtemoment 31,2 27,2 24,7 21,3 26,4 Leeftijd bij uitstroom Totaal Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 19,3 19,7 19,5 19,0 19,3 20,0 20,0 20,4 19,9 20,0 20,5 20,4 21,0 20,8 20,6 20,2 20,2 20,7 20,3 20,3 De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 13
16 Hoofdstuk 2 Tabel 2.4 Gemiddelde studieduur (in jaren) per cohort en niveau Niveau niveau 2 2,20 1,99 1,85 1,79 niveau 3 2,74 2,73 3,06 2,73 niveau 4 2,98 3,17 3,66 3,42 14
17 Positie op de arbeidsmarkt 3 Positie op de arbeidsmarkt In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de positie die de afgestudeerden op de arbeidsmarkt innemen: hebben zij een functie, zijn ze op zoek naar werk of zijn ze bezig aan een studie. In de tweede paragraaf wordt het arbeidsmarkt- en onderwijsverloop sinds schoolverlaten in kaart gebracht. BELANGRIJKSTE GEGEVENS UIT DIT HOOFDSTUK De werkloosheid onder gediplomeerden neemt af met het aantal jaren dat men op de arbeidsmarkt is en bedraagt in 1998 voor cohort 87: 1,0% en voor cohort 5,3%. Ten opzichte van 1995 is de werkloosheid afgenomen van 5,5% in 1995 naar 2,4% in De langer geleden gediplomeerde vrouwen hebben beduidend minder vaak betaald werk dan mannen. De werkloosheid is het hoogst onder recent gediplomeerden van niveau 2 en het laagst onder gediplomeerden van niveau 3. De afdeling Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek heeft het hoogste percentage werkloze gediplomeerden, Veehouderij het laagste. Gediplomeerden van de afdelingen Bloemschikken en Dierverzorging verrichten relatief vaak onbetaald werk. Rond de 30% heeft na de MAO opleiding nog een vervolgopleiding gevolgd. 3.1 DEELNAME AAN HET ARBEIDSPROCES De voornaamste bezigheid op het moment van enquête verschilt tussen de cohorten (zie tabel 3.1). Recent gediplomeerden zijn relatief vaker nog scholier/student terwijl langer geleden afgestudeerden vaker betaald werk hebben (cohort 87: 92%, cohort : 73% betaald werk). Tabel 3.1 Voornaamste bezigheid op enquêtemoment Voornaamste bezigheid leerlingwezen,5%,3%,1% 2,6% betaald werk 92,1% 94,9% 89,3% 72,5% scholier/student,6% 1,1% 6,3% 21,8% werkloos 1,2%,4% 1,4% 1,6% onbetaald werk 4,3% 1,4% 1,6%,8% anders, nl. 1,3% 2,0% 1,2%,8% Overigens valt op dat langer geleden afgestudeerde vrouwen beduidend minder vaak betaald werk hebben dan mannen: % van de mannen uit cohort 87 heeft betaald werk ten opzichte van 62% van de vrouwen. Onder recent afgestudeerden zijn deze verschillen tussen mannen en vrouwen gering. Het werkloosheidspercentage in bovenstaande tabellen geeft een vertekend beeld, omdat het is afgezet tegen de totale uitstroom. Een beter beeld geeft het werkloosheidspercentage volgens de CBS definitie: werkloos is degene die tot de beroepsbevolking behoort, maar minder dan 12 uur per week betaald werk uitoefent en wel beschikbaar is en zoekt naar betaald werk voor minimaal 12 uur per week. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 15
18 Hoofdstuk 3 Tabel 3.2 Werkloosheid volgens CBS definitie per uitstroomjaar en afdeling PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM Totaal Totaal % N % N % N % N % N 1,4% 219,6% 146 1,9% 121 6,7% 119 2,3% 604,4% 390 1,0% 328 2,6% 190 4,4% 149 1,5% 1057,0% 28 1,0% 60 3,0% 42 6,0% 40 2,5% 171,0% 31 1,6% 56 5,4% 52 7,3% 77 4,3% 215 4,1% 13 20,0% 8 2,0% 22,0% 38 3,2% 81 33,3% 5,0% 1,0% 3 19,1% 10,0% 6,0% 6,0% 56,0% 87 4,6% 66 4,2% 80 2,2% 289 5,6% 14 10,0% 20 3,3% 16 12,5% 18 8,2% 67 1,0% 757 1,3% 706 3,0% 511 5,3% 526 2,4% 2500 Vergeleken met de meting uit 1995 valt op dat de werkloosheid van recent afgestudeerden is afgenomen (in 1995 bedroeg die 5,5%, in 1998: 2,4%) De werkloosheid onder gediplomeerden neemt tevens af met het aantal jaren dat men op de arbeidsmarkt is en bedraagt in 1998 voor cohort 87: 1,0%, cohort 91:1,3%, cohort 94: 3,0% en voor cohort 5,3%. De werkloosheid is het hoogst onder gediplomeerden van de afdeling Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek en het laagst bij de afdeling Veehouderij (zie tabel 3.2). Tabel 3.3 Werkloosheid volgens CBS definitie per uitstroomjaar en niveau Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Totaal Totaal % N % N % N % N % N,0% 19,0% 53 3,7% 39 15,7% 54 6,0% 165,2% 305,3% 241 1,9% 181 3,3% 228 1,3% 955 1,7% 434 2,1% 413 3,5% 291 4,9% 243 2,8% ,0% 757 1,3% 706 3,0% 511 5,3% 526 2,4% 2500 Recent gediplomeerde van de niveau 2 opleidingen kennen de hoogste werkloosheid (15,7%). Onder niveau 3 gediplomeerden is de werkloosheid het laagst (zie tabel 3.3). De verschillen in arbeidsmarktpositie tussen opleidingsniveaus en afdelingen staan aangegeven in de figuren 3.1. en 3.2. Wat hier opvalt is dat gediplomeerden van de afdelingen Bloemschikken en Dierverzorging relatief vaak onbetaald werk verrichten 16
19 Positie op de arbeidsmarkt anders 40 onbetaald werk 30 werkloos 20 leerlingwezen 10 opleiding 0 niveau 2 niveau 3 niveau 4 betaald werk Figuur 3.1 Voornaamste bezigheid op enquêtemoment per niveau anders 40 onbetaald werk 30 werkloos 20 leerlingwezen 10 opleiding 0 PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM betaald werk Figuur 3.2 Voornaamste bezigheid op enquêtemoment per afdeling De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 17
20 Hoofdstuk ARBEIDSMARKT- EN ONDERWIJSVERLOOP SINDS SCHOOLVERLATEN Vergeleken met het onderzoek uit 1995 valt op dat de het gemiddeld aantal maanden dat men werkloos is geweest na afstuderen is afgenomen (zie tabel 3.4). Tabel 3.4 Het arbeidsmarktverloop sinds schoolverlaten Gem. aantal maanden werkloos na schoolverlaten Gem. aantal maanden werkervaring na schoolverlaten Gem. aantal functies van schoolverlaters met werkerva a ,6 1,2 1,1,5 113,9 74,6 47,0 13,7 3,4 3,1 2,9 a. Gegevens voor uitstroomjaar ontbreken Het aantal maanden werkloos na diplomering verschilt nogal naar afdeling en uitstroomjaar. Met name gediplomeerden Levensmiddelentechnologie en Dierverzorging kennen een gemiddeld wat langere periode van werkloosheid. Tabel 3.5 Gemiddeld aantal maanden werkloos naar afdeling Afdeling PT 2,23,71,60,30 VH 1,25,91,49,43 LVT,35 1,65 5,24,59 BS 1,37 2,45,85,71 DV 1,49 5,33 2,24,14 BDL PHP 4,00,00,00,60 GR 1,30 1,70,86,72 BCM 3,45 1,40,26 1,10 Naast het arbeidsmarktverloop is ook het onderwijsverloop in kaart gebracht. Rond de 30% heeft na het MAO nog een opleiding gevolgd is hier een uitzondering op: 38% volgde een vervolgopleiding (zie tabel 3.6). In het volgende hoofdstuk wordt dieper ingegaan op het volgen van een vervolgopleiding. Tabel 3.6 Onderwijsverloop Opleiding gevolgd na MAO (% van totaal) Nu nog bezig met opleiding (% van totaal) ,6% 38,2% 31,0% 32,2% 2,1% 3,8% 8,4% 23,9% 18
21 Vervolgopleidingen en cursussen 4 Vervolgopleidingen en cursussen In dit hoofdstuk komt het leren na de MAO aan de orde. Eerst wordt ingegaan op de vervolgopleidingen van gediplomeerden en vervolgens op het volgen van cursussen. BELANGRIJKSTE GEGEVENS UIT DIT HOOFDSTUK Niveau 4 gediplomeerden nemen het meest deel aan vervolgopleidingen, niveau 3 gediplomeerden het minst. Doorleren komt het meest voor bij de niveau 4 gediplomeerden van de afdelingen Levensmiddelentechnologie, Groene Ruimte en Veehouderij. Van de niveau 4 gediplomeerden van de afdeling Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek studeert een relatief groot deel (33%) door aan het HBO. De aansluiting tussen MAO en vervolgopleiding wordt door het merendeel van de doorlerenden van cohort 19 als voldoende tot goed beoordeeld. Hoe hoger het niveau, hoe groter het percentage cursusdeelnemers. 4.1 VERVOLGOPLEIDINGEN Zoals in het vorige hoofdstuk is te lezen, is bijna 22% van de gediplomeerden uit 19 op de enquêtedatum scholier of student. De schoolverlaters van 94, 91 en 87 hebben een eventuele vervolgopleiding dan meestal al afgerond. In de onderstaande tabel (4.1) staat van de gediplomeerden uit 87, 91 en 94 het percentage aangegeven dat een vervolgopleiding in MBO, HBO, leerlingwezen of anders heeft afgerond. Tevens staat aangegeven hoeveel mensen géén vervolgopleiding hebben afgerond. In deze laatste groep zitten ook de mensen die een vervolgopleiding voortijdig gestaakt hebben. Van de gediplomeerden uit 19 is het aandeel lopende en afgeronde vervolgopleidingen bij elkaar genomen, aangezien een groot deel nog bezig is met de vervolgopleiding. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 19
22 Hoofdstuk 4 Tabel 4.1 Percentage gediplomeerden dat een vervolgopleiding in MBO, HBO, leerlingwezen of anders heeft afgerond a Niveau Vervolgopleiding niveau 2 (K)MAO 2% 23% (K)MBO niet-agrarisch 6% 4% 6% leerlingwezen agrarisch 45% 14% 12% leerlingwezen niet agrarisch 3% 3% 6% anders 2% geen vervolgopleiding 55% 77% 89% 52% niveau 3 niveau 4 N (=100%) (K)MAO (K)MBO niet-agrarisch HAO HBO niet-agrarisch leerlingwezen agrarisch leerlingwezen niet agrarisch anders geen vervolgopleiding onbekend N (=100%) (K)MAO (K)MBO niet-agrarisch HAO HBO niet-agrarisch leerlingwezen agrarisch leerlingwezen niet agrarisch anders geen vervolgopleiding onbekend N (=100%) % 3% 3% 2% 3% 3% 5% 2% 2% 2% 0% 2% 2% 0% 1% 2% 3% 4% 3% 3% 4% 1% 3% 0% 0% 0% 85% 81% 85% 87% 1% 1% 2% 0% % 9% 3% 4% 4% 3% 4% 4% 11% 21% 19% 22% 3% 4% 5% 10% 6% 5% 3% 0% 2% 1% 2% 2% 2% 0% 1% 0% 64% 55% 62% 58% 2% 1% 1% 0% a. Voor uitstroomjaar 87, 91 en 94 betreft het alleen afgeronde opleidingen. Voor jaar betreft het lopende en afgeronde opleidingen. Uit deze tabel blijkt dat met name onder de niveau 3 gediplomeerden weinig doorstudeerders te vinden zijn. Onder niveau 4 uitstromers wordt veel doorgeleerd, met name aan het HBO (HAO). Bekijken we de vervolgopleidingen van de niveau 4 gediplomeerden naar afdeling (zie tabel 4.2) dan valt op dat er met name sprake is van doorleren bij de afdelingen Levensmiddelentechnologie, Groene Ruimte en Veehouderij. Van de afdeling 20
23 Vervolgopleidingen en cursussen Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek studeert een relatief groot deel (33%) door aan het HBO. Tabel 4.2 Vervolgopleiding niveau 4 gediplomeerden per afdeling Afdeling (K)MAO (K)MBO niet-agrarisch HAO HBO niet-agrarisch leerlingwezen agrarisch leerlingwezen niet agrarisch anders geen vervolgopleiding onbekend N (=100%) PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM 3% 9% 1% 2% 50% 7% 1% 4% 4% 3% 6% 6% 1% 16% 18% 19% 18% 12% 22% 24% 6% 2% 11% 7% 11% 50% 8% 9% 3% 5% 7% 4% 2% 1% 2% 2% 1% 1% 12% 1% 1% 1% 1% 0% 1% 63% 57% 56% 63% 71% 88% 58% 65% 1% 2% 0% 1% 1% De aansluiting tussen MAO en vervolgopleiding wordt door het merendeel van de doorlerenden van cohort 19 als voldoende tot goed beoordeeld (zie tabel 4.3). Tabel 4.3 Beoordeling aansluiting tussen MAO en vervolgopleiding goed voldoende matig slecht N (=100%) 28% 34% 29% 9% CURSUSSEN Een grote groep gediplomeerden heeft na het verlaten van het MAO één of meer cursussen gevolgd. Dit geldt met name voor de cohorten 87, 91 en 94. Hoe hoger het niveau, hoe groter het percentage cursusdeelnemers. De recent gediplomeerden hebben nog weinig aan cursussen deelgenomen (zie tabel 4.4) De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 21
24 Hoofdstuk 4 Tabel 4.4 Percentage personen dat na het verlaten van het MAO één of meer cursussen heeft gevolgd per niveau, opleidingsrichting en afdeling Niveau Afdeling niveau 2 niveau 3 niveau 4 PT VH LVT BS DV GR PT VH LVT BS DV PHP GR PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM 50% 63% 63% 33% 57% 40% 10% 0% 17% 29% 7% 62% 0% 50% 14% 45% 0% 72% 65% 59% 22% 72% 58% 57% 34% 80% 76% 56% 0% 36% 50% 29% 12% 62% 33% 0% 33% 75% 58% 42% 26% 80% 70% 52% 28% 68% 69% 54% 30% 77% 61% 57% 20% 44% 48% 36% 16% 44% 39% 50% 33% 67% 0% 33% 50% 71% 52% 42% 29% 75% 60% 73% 33% 22
25 Betaald werk 5 Betaald werk In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in functie- en werkkenmerken van alle gediplomeerden die betaald werk hebben. Achtereenvolgens komen aan bod: de functies en sectoren waarin gediplomeerden werken (par. 5.1), gegevens over het gebruikte wervingskanaal (par 5.2), aanstellingsvorm/dienstverband (par 5.3), inkomen (par 5.4) en niveau en richting van de functies (par 5.5). BELANGRIJKSTE GEGEVENS UIT DIT HOOFDSTUK Het belang van de agrarische beroepen neemt af van 58% in 1995 naar 47% in Met name bij de afdelingen Veehouderij en Plantenteelt is de afname in agrarische beroepen zichtbaar. Economisch, administratieve en commerciële beroepen winnen aan belang voor gediplomeerden van het MAO. Het belang van de agrarische sector als werkplek voor gediplomeerden neemt af van 53% in 1995 naar 41% in Ten opzichte van 1995 is het gemiddelde beroepsniveau van de gediplomeerden gestegen. Voor recent gediplomeerden zijn familie/vrienden/kennissen en de stageplek de belangrijkste wervingskanalen voor een baan. In vergelijking tot 1995 is het werk vinden via een uitzendbureau belangrijker geworden. Ten opzichte van 1995 is het percentage dat in loondienst werkt toegenomen. Vrouwen hebben minder vaak een vaste aanstelling dan mannen. Het gemiddelde bruto maandinkomen bij een volledige werkweek is het hoogst onder de gediplomeerden van de afdelingen Levensmiddelentechnologie en Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek. Zelfstandigen (met uitzondering van de recent gediplomeerden) verdienen gemiddeld minder dan mensen in loondienst. Ca. 60% van de 1 tot 4 jaar geleden gediplomeerden van een niveau 2 opleiding is onder het niveau van de opleiding aan het werk. Tweederde tot driekwart van de niveau 4 gediplomeerden is werkzaam op een functie van het niveau waarvoor men is opgeleid of hoger. Van de gediplomeerden van niveau 4 is ruim 60% werkzaam in de eigen of een verwante opleidingsrichting, voor niveau 2 is dat percentage 45%. 5.1 FUNCTIES EN SECTOREN De agrarische functies en agrarische sectoren zijn nog steeds voor een groot deel van de MAO-ers de belangrijkste werkplekken: 47% van de gediplomeerden heeft een agrarisch beroep, 38% werkt in de landbouw, jacht of bosbouwsector FUNCTIES Het belang van de agrarische beroepen neemt echter af. Recent gediplomeerden hebben minder vaak een agrarisch beroep dan mensen die al langer geleden op de arbeidsmarkt kwamen: van de gediplomeerden uit 19 heeft 42% een agrarisch beroep, terwijl deze beroepen door 53% van de gediplomeerden uit 1987 worden uitgeoefend. Vergeleken met het onderzoek uit 1995 werken de afgestudeerden ook minder vaak in een agrarisch beroep: in 1995 werkte nog 58% en in % in een agrarisch beroep. Met name bij de afdelingen Veehouderij en Plantenteelt is de afname in agrarische beroepen zichtbaar. Het aandeel werkenden in de economisch, administratieve en De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 23
26 Hoofdstuk 5 commerciële beroepen is echter toegenomen ten opzichte van 1995 (van 17% in 1995 naar 23% in 1998). Tabel 5.1 Beroepen naar hoofdrichting per uitstroomcohort agrarisch 53% % % % % 1140 economisch, administratief en commercieel 18% 73 18% % % % 546 technisch transport, communicatie en verkeer algemeen medisch en paramedisch docenten/ staffuncties onderwijs persoonlijke en sociale verzorging exact 16% 64 16% % % 57 14% 346 5% 22 7% 43 3% 27 4% 22 5% 114 2% 10 2% 12 3% 25 5% 24 3% 71 2% 8 2% 15 3% 21 2% 11 2% 55 1% 5 2% 16 2% 16 1% 7 2% 44 2% 7 1% 5 1% 7 2% 12 1% 31 0% 1 2% 11 2% 13 0% 2 1% 27 juridisch, bestuurlijk, openbare orde en veilig1% 3 1% 5 1% 9 1% 3 1% 20 gedrag en maatschappij taal en cultuur management Totaal 87 % N 91 % N 94 % N % N 0% 1 1% 7 1% 6 1% 3 1% 17 0% 1 0% 1 0% 2 0% 2 0% 2 100% % % % % 2415 In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van de beroepen per afdeling. Het beroepsniveau naar uitstroomjaar is zichtbaar in tabel 5.2. Hoe langer geleden het diploma behaald is, hoe vaker men een beroep heeft op minimaal MBO niveau. Het betreft hier het beroepsniveau zoals dat is afgeleid van het beroep volgens de Standaard Beroepen Classificatie. In paragraaf 5.5 wordt nadere informatie gegeven over het niveau en de richting van de functies zoals respondenten dat (namens hun werkgever) inschatten. De ervaring leert dat dit door de respondenten ingeschatte niveau vaak wat lager ligt dan het niveau volgens de Standaard Beroepen Classificatie. Ten opzichte van de meting uit 1995 valt op dat het beroepsniveau gestegen is. Totaal % N 24
27 Betaald werk Tabel 5.2 Niveau van de beroepen per uitstroomcohort elementaire beroepen lagere beroepen middelbare beroepen hogere beroepen wetenschappelijke beroepen Totaal Totaal % N % N % N % N % N 2% 10 2% 12 3% 23 5% 24 3% 69 24% % % % % % % % % % % 48 10% 66 11% 88 0% 2 8% 204 2% 7 0% 1 0% 1 0% 9 100% % % % % BRANCHES Steeds minder gediplomeerden vinden werk in de agrarische sector (landbouw, jacht en bosbouw): in 1995 werkte 53% en in % in de agrarische sectoren. Steeds meer gediplomeerden vinden werk in de sector handel/verhuur van (on)roerend goed en zakelijke dienstverlening. De detailhandel (onderdeel van reparatie van consumentenartikelen en handel ) is daarnaast een belangrijke branche, met name voor recent gediplomeerden. Tabel 5.3 Branches per uitstroomcohort landbouw jacht en bosbouw 41% % % % % 993 reparartie van consumentenartikelen en hand12% 50 12% 76 16% % % 422 handel / verhuur van (on)roerend goed en zakelijke dienstverlening voedings- en genotmiddelenindustrie overige industrie openbaar bestuur, overheidsdiensten bouwnijverheid vervoer, opslag en communicatie gezondheids- en welzijnszorg cultuur, recreatie, milieudienstverlening en overige dienstverlening onderwijs horeca financiele instellingen elektriciteit, aardgas en water Totaal 87 % N % N % N % N Totaal % N 9% 38 7% 44 8% 66 4% 22 7% 170 6% 25 7% 44 8% 65 4% 21 6% 155 6% 24 6% 36 6% 50 4% 19 5% 129 8% 34 7% 42 4% 32 3% 17 5% 125 4% 17 5% 35 5% 44 2% 12 4% 108 4% 18 4% 28 2% 13 4% 19 3% 78 3% 12 3% 20 3% 27 4% 19 3% 78 2% 10 2% 10 2% 20 4% 21 3% 61 1% 6 3% 17 3% 22 0% 2 2% 47 0% 2 1% 4 1% 6 2% 12 1% 24 1% 4 0% 3 1% 9 1% 4 1% 20 0% 1 0% 1 0% 2 100% % % % % 2412 In bijlage 3 staat een overzicht van de sectoren gerangschikt naar afdeling. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 25
28 Hoofdstuk WERVINGSKANAAL Voor de recent gediplomeerden zijn familie/vrienden en stage belangrijk als wervingskanaal. Voor oudere cohorten zijn advertenties en overname/- beginnen eigen bedrijf belangrijke kanalen (zie tabel 5.4). Uit het soort dienstverband blijkt echter dat het feitelijk niet altijd gaat om een eigen bedrijf maar dat ook werken bij het bedrijf van ouders of partner hiertoe gerekend wordt. In vergelijking tot het onderzoek uit 1995 is het uitzendbureau met name voor recent gediplomeerden belangrijker geworden. Tabel 5.4 Werving huidige baan naar uitstroomjaar arbeidsburo uitzendburo, comm. bemiddelingsburo reactie op advertentie (incl. selectie auditie) open sollicitatie stage docent, ver.v.afgest., alumnibureau e.d. bedrijveninfodagen eerder werk, interne vacature familie, vrienden, kennissen zelf bedrijf begonnen/overgenomen bedrijf heeft contact met mij opgenomen anders Total N % N % N % N % 15 2% 21 3% 13 3% 32 6% 34 5% 58 9% 46 10% 77 14% % % 77 17% 67 12% 81 13% 68 11% 58 13% 56 10% 32 5% 40 6% 56 12% 99 18% 5 1% 10 2% 10 2% 13 2% 3 0% 2 0% 2 0% 49 8% 48 8% 32 7% 27 5% % % 87 19% % % % 60 13% 34 6% 23 4% 23 4% 14 3% 13 2% 5 1% 11 2% 6 1% 21 4% % % % % Kijken we naar de verschillen in wervingskanaal tussen de niveaus (tabel 5.5) dan valt op dat bij niveau 2 stage en eerder werk, interne vacatures belangrijker zijn dan bij niveau 4, waar juist de advertentie een belangrijk kanaal is. Tabel 5.5 Werving huidige baan naar opleidingsniveau Opleidingsniveau arbeidsburo uitzendburo, comm. bemiddelingsburo reactie op advertentie (incl. selectie auditie) open sollicitatie stage docent, ver.v.afgest., alumnibureau e.d. bedrijveninfodagen eerder werk, interne vacature familie, vrienden, kennissen zelf bedrijf begonnen/overgenomen bedrijf heeft contact met mij opgenomen anders Total niveau 2 niveau 3 niveau 4 N % N % N % 10 6% 29 4% 42 3% 16 10% 79 10% 120 9% 16 10% % % 21 13% 92 11% % 24 15% 77 9% % 9 6% 9 1% 20 2% 1 1% 4 0% 2 0% 17 11% 57 7% 83 6% 33 20% % % 5 3% % % 3 2% 24 3% 46 4% 6 3% 12 1% 25 2% % % % 26
29 Betaald werk 5.2 AANSTELLINGSVORM/DIENSTVERBAND Naarmate men langer geleden het MAO verlaten heeft neemt het percentage dat een eigen bedrijf heeft toe, ten koste van contracten op oproepbasis via een uitzendbureau of op basis van een leer-arbeidsovereenkomst. In vergelijking met het onderzoek uit 1995 is het percentage dat in loondienst werkt toegenomen. Ook wordt er bij recent gediplomeerden minder in het bedrijf van ouders of partner meegewerkt (zie tabel 5.6). Tabel 5.6 Dienstverband naar uitstroomjaar leer-arbeidsovereenkomst uitzendbureau loondienst oproepkracht ed. werkervaringsproject bedrijf ouders/partner eigen bedrijf / free lance anders Totaal N % N % N % N % 5 1% 2 0% 16 3% 6 1% 13 2% 18 4% 45 8% % % % % 2 0% 4 1% 7 1% 26 5% 3 1% 1 0% 12 2% 21 3% 23 5% 27 5% % % 71 15% 33 6% 3 1% 6 1% 5 1% 12 2% % % % % In tabel 5.7 worden de verschillen in dienstverband naar niveau aangegeven. Daaruit blijkt dat onder niveau 2 gediplomeerden loondienst relatief veel voorkomt (83%). Een eigen bedrijf komt onder niveau 3 en 4 gediplomeerden beduidend meer voor dan onder de uitstromers van niveau 2. Tabel 5.7 Verschillen in dienstverband naar niveau Opleidingsniveau leer-arbeidsovereenkomst uitzendbureau loondienst oproepkracht ed. werkervaringsproject bedrijf ouders/partner eigen bedrijf / free lance anders Totaal niveau 2 niveau 3 niveau 4 N % N % N % 7 4% 8 1% 9 1% 8 5% 40 5% 35 3% % % % 2 1% 9 1% 28 2% 3 2% 1 0% 1 0% 2 1% 37 4% 44 3% 6 4% % % 1 0% 8 1% 18 1% % % % Wat betreft het aandeel vaste aanstellingen valt op dat met name vrouwen met een diploma op niveau 3 of 4 minder vaak een vaste aanstelling hebben dan mannen (zie tabel 5.8). De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 27
30 Hoofdstuk 5 Tabel 5.8 Percentage vaste aanstellingen van alle aanstellingen naar uitstroomjaar, opleidingsniveau en geslacht opleidings niveau man vrouw man vrouw man vrouw man vrouw niveau 2 100% 79% 88% 69% 94% 75% 42% niveau 3 93% 93% 91% 82% 87% 67% 75% 72% niveau 4 92% 82% 86% 81% 78% 67% 70% 64% Als gekeken wordt naar het percentage vaste aanstellingen naar afdeling (zie tabel 5.9) dan valt op dat onder recent gediplomeerden van de afdeling Levensmiddelentechnologie minder dan de helft een vaste aanstelling heeft, terwijl bij de oudere cohorten een groot aandeel een vaste aanstelling heeft. Tabel 5.9 Percentage vaste aanstellingen van alle aanstellingen naar uitstroomjaar en afdeling Afdeling PT 96% 86% 85% 77% VH 90% 89% 78% 68% LVT 100% 89% 74% 46% BS 83% 76% 74% 63% DV 92% 75% 78% 61% BDL PHP 100% 100% 50% 81% GR 91% 84% 70% 85% BCM 82% 89% 89% 63% Recent gediplomeerden werken gemiddeld het minste aantal uren per week (zie tabel 5.10). Tabel 5.10 Gemiddeld aantal werkuren per week (volgens contract) naar niveau opleidings niveau ,9 35,7 36,6 35,7 43,4 40,4 38,8 37,6 42,1 41,7 41,3 33,7 De verschillen naar opleidingsrichting zijn zichtbaar in tabel
31 Betaald werk Tabel 5.11 Gemiddeld aantal werkuren per week (volgens contract) naar opleidingsrichting opleidings richting afgekort PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM ,6 41,1 41,0 37,7 45,3 44,0 42,2 36,6 37,3 36,2 37,8 32,2 34,8 34,1 36,5 33,3 35,5 30,8 31,6 34,8 37,5 40,0 39,0 31,1 36,5 39,5 39,3 36,2 34,6 37,9 41,3 32,4 Gediplomeerden Dierverzorging en Paardenhouderij werken het minste aantal uren, Plantenteelt en Veehouderij de meeste uren per week. 5.3 INKOMEN In deze paragraaf worden gegevens over het inkomen van de gediplomeerden gepresenteerd. De inkomens zijn omgerekend naar een volledige werkweek (40 uur). Het reële inkomen kan hiervan verschillen als gevolg van deeltijdaanstelling en/of nevenfuncties. In onderstaande tabellen staat het gemiddelde bruto inkomen bij een 40-urige werkweek naar opleidingsrichting (tabel 5.12) en naar niveau (tabel 5.13). Gezien de geringe aantallen van met name de niveau 2 gediplomeerden moeten de cijfers van deze groep met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Tabel 5.12 Gemiddelde bruto maandloon bij een 40-urige werkweek naar opleidingsrichting en cohort opleidings richting afgekort PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM Mean Mean Mean Mean De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 29
32 Hoofdstuk 5 Tabel 5.13 Gemiddelde bruto maandloon bij een 40-urige werkweek naar niveau en cohort opleidings niveau Zelfstandigen, met uitzondering van de recenter afgestudeerden, verdienen in veel gevallen minder dan mensen in loondienst (zie tabel 5.14). Tabel 5.14 Gemiddeld bruto maandloon bij een 40-urige werkweek naar loondienst/zelfstandige en niveau opleidingsniveau werkverband loon N loon N loon N loon N 2 loondienst zelfstandige loondienst zelfstandige loondienst zelfstandige NIVEAU EN RICHTING VAN DE FUNCTIES In de vragenlijst is een vraag opgenomen naar het niveau dat volgens de werkgever minimaal vereist was voor de functie. Uit de antwoorden blijkt dat rond de 60% van de 1 tot 4 jaar geleden gediplomeerden van een niveau 2 opleiding, onder het niveau van de opleiding aan het werk is. Van de niveau 4 gediplomeerden is, afhankelijk van het diplomajaar, 64 tot 76% op MBO/voortgezet Leerlingwezen of een hoger niveau werkzaam. De gediplomeerden van de uitstroomjaren 87, 91 en 94 die werkzaam zijn op HBO niveau hebben merendeels naast de MAO ook een HBO opleiding gevolgd. De verschillen in beroepsniveau naar afdeling staan vermeld in tabel
33 Betaald werk Tabel 5.15 Beroepsniveau per opleidingsniveau en cohort Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit Totaal N % N % N % N % N % 10 22% 6 16% 11 20% 27 18% 2 20% 10 22% 14 42% 24 45% 51 35% 2 4% 2 1% 2 20% 20 42% 5 14% 11 21% 38 26% 7 61% 5 10% 10 28% 8 14% 29 20% 22 10% 23 12% 19 13% 35 17% 99 13% 49 23% 31 16% 30 20% 53 25% % 7 3% 4 2% 3 2% 14 7% 27 4% 8 4% 21 11% 9 6% 13 6% 51 7% % % 86 58% 93 44% % 13 6% 3 2% 1 1% 2 1% 20 3% 20 6% 19 5% 11 4% 19 8% 69 6% 44 13% 54 15% 29 12% 55 22% % 12 3% 9 3% 4 2% 5 2% 30 2% 16 4% 18 5% 15 6% 15 6% 63 5% % % % % % 66 19% 67 19% 44 18% 4 2% % De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 31
34 Hoofdstuk 5 Tabel 5.16 Beroepsniveau per afdeling en cohort N % N % N % N % PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO MBO/voortgezet LLW basisonderwijs MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit basisonderwijs MAVO of LBO/VBO HAVO, VWO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit basisonderwijs MAVO of LBO/VBO kort MBO/KMBO/prim. MBO/voortgezet LLW HBO/universiteit 9 6% 9 7% 7 7% 15 13% 23 15% 25 20% 23 22% 25 23% 3 2% 1 1% 1 1% 1 1% 13 8% 12 10% 10 9% 4 4% 85 54% 62 50% 54 52% 64 58% 24 15% 15 12% 9 9% 2 1% 32 11% 34 13% 16 11% 20 15% 57 20% 51 20% 24 16% 37 28% 13 4% 8 3% 5 3% 2 1% 6 2% 19 7% 8 5% 9 7% % % 81 53% 63 48% 38 13% 25 10% 18 12% 1 2% 2 4% 10 22% 2 8% 4 7% 6 14% 9 20% 1 2% 1 1% 1 3% 5 8% 3 7% 1 2% 20 72% 35 61% 24 58% 25 55% 5 18% 12 21% 7 17% 1 2% 1 2% 2 5% 11 15% 10 19% 8 19% 21 26% 3 5% 1 1% 3 13% 7 13% 4 9% 14 18% 18 73% 28 52% 25 59% 32 41% 3 13% 5 9% 3 8% 1 5% 2 4% 2 18% 1 17% 6 32% 14 32% 1 10% 0 1% 14 32% 1 5% 1 5% 2 4% 7 60% 4 67% 9 47% 11 24% 1 8% 1 17% 2 9% 2 3% 2 50% 1 100% 2 50% 1 100% 4 43% 4 38% 2 19% 2 3% 8 10% 6 10% 3 4% 8 18% 3 4% 5 9% 22 27% 2 3% 2 3% 1 1% 3 7% 15 20% 3 6% 4 5% 28 63% 38 51% 36 65% 51 63% 2 5% 9 12% 5 9% 1 7% 1 6% 2 15% 4 25% 1 4% 4 25% 9 61% 14 78% 9 67% 9 50% 5 33% 4 22% 1 7% 32
35 Betaald werk In de vragenlijst was ook een vraag opgenomen naar de aansluiting van de functie op de richting van de gevolgde opleiding. Naarmate het opleidingsniveau hoger is, komt men meer terecht in een functie die aansluit bij de eigen of een verwante opleidingsrichting: van niveau 4 is ruim 60% werkzaam in eigen of verwante richting, van niveau 2 is circa 45% werkzaam in eigen of verwante richting (zie tabel 5.17). De verschillen per afdeling en cohort staan in tabel Enige voorzichtigheid bij de interpretatie van deze tabel is geboden gezien de soms geringe aantallen bij sommige afdelingen in bepaalde uitstroomjaren. Tabel 5.17 Beroepsrichting per opleidingsniveau en cohort Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 geen specif. oplr. geheel andere oplr. eigen/verwante oplr. alleen eigen oplr. geen specif. oplr. geheel andere oplr. eigen/verwante oplr. alleen eigen oplr. geen specif. oplr. geheel andere oplr. eigen/verwante oplr. alleen eigen oplr. Totaal N % N % N % N % N % 27 58% 17 48% 26 46% 70 47% 2 6% 1 2% 3 2% 4 39% 9 20% 8 21% 17 30% 38 25% 7 61% 11 23% 9 25% 13 22% 39 26% 77 38% 71 37% 61 40% 67 31% % 17 9% 15 8% 10 6% 25 12% 67 9% 71 34% 79 41% 52 34% 69 32% % 40 19% 28 14% 29 19% 53 25% % 92 27% % 67 27% 94 36% % 39 11% 28 8% 14 6% 14 5% 96 8% % % % % % 84 25% 57 16% 44 18% 44 17% % De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 33
36 Tabel 5.18 GR geen specif. oplr. geheel andere oplr. Hoofdstuk 5 eigen/verwante oplr. alleen eigen oplr. BCM geen specif. oplr. geheel andere oplr. eigen/verwante oplr. Beroepsrichting per afdeling en cohort alleen eigen oplr. 7 17% 16 21% 11 19% 15 18% 49 19% 0 1% 3 4% 2 3% 4 5% 10 4% 22 50% 36 46% 28 50% 41 50% % 14 32% 22 28% 16 28% 22 27% 74 28% 2 11% 2 11% 4 30% 9 50% 17 26% 1 4% 1 1% 11 78% 10 56% 8 56% 9 50% 38 59% 2 11% 6 33% 2 11% 9 14% 34
37 Evaluatie van de opleiding 6 Evaluatie van de opleiding In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt en hoe gediplomeerden achteraf tegen de gevolgde opleiding aankijken. In paragraaf 6.1. wordt gekeken naar het belang van een groot aantal kennis-, houding- en vaardigheidsaspecten voor het uitoefenen van de functie en in welke mate deze aspecten voldoende aandacht hebben gekregen in de opleiding. Vervolgens komt in paragraaf 6.2 aan bod of respondenten achteraf weer opnieuw voor dezelfde opleiding zouden kiezen. BELANGRIJKSTE GEGEVENS UIT DIT HOOFDSTUK Voor het uitoefenen van de huidige functie blijken vooral nauwkeurigheid/zorgvuldigheid, zelfstandigheid, initiatief en creativiteit, aanpassingsvermogen en het oplossen van problemen belangrijk te zijn. Niveau 2 gediplomeerden van de uitstroomjaren 94 en vinden achteraf dat er meer aandacht in de opleiding had moeten zijn voor probleemoplossing, zelfstandigheid, nauwkeurigheid en zorgvuldigheid, samenwerken in teamverband en vakkennis. Niveau 4 gediplomeerden van de uitstroomjaren 94 en vinden achteraf dat er meer aandacht in de opleiding had moeten zijn voor informatie- en communicatie technologie, bedrijfsvoering en probleemoplossing. Tussen de ca. 50 en 80% (afhankelijk van afdeling, niveau en uitstroomjaar) zou achteraf wederom voor dezelfde opleiding gekozen hebben. 6.1 BELANG VAN ONDERWIJSASPECTEN In de vragenlijst is een 15-tal aspecten onderscheiden die voor het uitoefenen van de functie van de respondenten van belang kunnen zijn. Het betreft kennis-, houding en vaardigheidsaspecten. De respondenten hebben aangegeven in welke mate elk aspect van belang is voor een goede uitoefening van hun functie en of er achteraf gezien in de MAO opleiding minder, evenveel of meer aandacht voor dat aspect had moeten zijn. Onderwerpen die door veel mensen belangrijk tot zeer belangrijk worden gevonden zijn: nauwkeurigheid/zorgvuldigheid, zelfstandigheid, initiatief en creativiteit, aanpassingsvermogen en het oplossen van problemen. Onderwerpen waaraan in de opleiding achteraf relatief meer aandacht besteed had moeten worden zijn: inzicht in ICT en inzicht in bedrijfsvoering (met name door de mensen die langer geleden van school zijn gekomen) en het oplossen van problemen. Recent gediplomeerden (19) vinden dat vooral ook vakkennis en nauwkeurigheid/zorgvuldigheid meer aandacht hadden mogen hebben (zie tabel 6.1). Kijken we naar de twee meest recente cohorten (94 en ) dan valt op dat er tussen de 3 opleidingsniveaus geen grote verschillen zijn wat betreft het belang van de diverse aspecten voor de uitoefening van de functie. Het belang van inzicht in informatie- en communicatietechnologie is bij de functies van niveau 4 gediplomeerden iets groter dan bij de functies van niveau 2 gediplomeerden. Datzelfde geldt voor inzicht in bedrijfsvoering. De gediplomeerden van niveau 2 vinden met name dat er meer aandacht in de opleiding had moeten zijn voor probleemoplossing, zelfstandigheid, nauwkeurigheid en zorgvuldigheid en samenwerken in teamverband. Ook vakkennis had wat de niveau 2 gediplomeerden betreft wel meer aandacht kunnen krijgen. De niveau 4 gediplomeerden willen met name meer aandacht voor informatie- en communicatie technologie, bedrijfsvoering en probleemoplossing (zie tabel 6.2) De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 35
38 Hoofdstuk 6 Tabel 6.1 Belang en aandacht onderwijsaspecten per cohort % belangrijk Gem. score belang % meer aandacht zeer belangrijk Vakkennis 83% 77% 80% 77% 4,2 4,1 4,2 4,1 37% 34% 43% 46% Inzicht in ICT 58% 60% 59% 49% 3,6 3,7 3,7 3,4 69% 69% 63% 46% Inzicht in bedrijfsvoering 66% 63% 64% 59% 3,8 3,8 3,8 3,6 53% 51% 50% 38% Toepassen van (theoretische) kennis en technieken 69% 66% 70% 73% 3,9 3,9 4,0 4,0 29% 32% 34% 40% Schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid 46% 43% 44% 37% 3,4 3,3 3,3 3,1 28% 26% 26% 19% Mondelinge presentatie, spreekvaardigheid 68% 63% 62% 60% 3,9 3,8 3,7 3,7 49% 46% 44% 29% Het overdragen van kennis 64% 63% 69% 67% 3,8 3,8 3,9 3,9 39% 37% 40% 37% Plannen, coördineren en organiseren van activiteiten 71% 69% 67% 64% 3,9 3,9 3,9 3,7 50% 47% 47% 41% Het oplossen van problemen 84% 81% 82% 80% 4,3 4,2 4,2 4,2 51% 50% 50% 47% Contactuele eigenschappen 78% 75% 78% 72% 4,2 4,2 4,2 4,0 44% 43% 38% 30% Werken in teamverband 70% 71% 78% 78% 4,0 4,0 4,2 4,2 34% 35% 30% 35% Zelfstandigheid 92% 92% 92% 91% 4,5 4,6 4,6 4,6 43% 44% 42% 41% Initiatief, creativiteit 90% 87% 87% 88% 4,4 4,4 4,4 4,4 41% 39% 41% 41% Aanpassingsvermogen 82% 82% 83% 88% 4,3 4,3 4,3 4,4 33% 31% 30% 34% Nauwkeurigheid, zorgvuldigheid 89% 87% 90% 92% 4,4 4,5 4,5 4,6 38% 37% 38% 45% Tabel 6.2 Belang en aandacht onderwijsaspecten per opleidingsniveau (cohort 94 en ) Opleidingsniveau 2 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. 36
39 Evaluatie van de opleiding Opleidingsniveau 3 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. Opleidingsniveau 4 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst In bijlage 4 staan de gegevens over belang en aandacht uitgesplitst naar afdeling. 6.2 DE OPLEIDING ACHTERAF Ter evaluatie van de opleiding is gevraagd of men achteraf weer opnieuw voor dezelfde opleiding zou kiezen (zie tabel 6.2 en 6.3). Tussen de ca. 50 en 80% (afhankelijk van de afdeling, niveau en uitstroomjaar) zou achteraf opnieuw voor dezelfde opleiding hebben gekozen. Hoe hoger het niveau van de opleiding, hoe vaker men voor dezelfde opleiding opnieuw zou kiezen. Van de De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 37
40 Hoofdstuk 6 mensen die achteraf niet meer voor dezelfde opleiding zouden kiezen, had de grootste groep een MBO opleiding willen doen buiten het MAO. De gediplomeerden van de afdelingen Dierverzorging en Bloemschikken zouden achteraf het meest voor een andere richting hebben gekozen. Tabel 6.3 Achteraf dezelfde opleiding gekozen per niveau en cohort niveau 2 niveau 3 niveau 4 ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer N % N % N % N % 11 50% 33 61% 27 65% 48 62% 2 10% 6 11% 4 10% 4 6% 9 40% 8 14% 6 15% 24 30% 5 9% 1 3% 2 3% 3 5% 3 8% % % % % 32 10% 17 7% 14 7% 27 11% 51 16% 45 18% 25 13% 46 19% 9 3% 6 3% 11 6% 13 6% 15 4% 5 2% 6 3% 10 4% % % % % 28 6% 32 7% 18 6% 32 9% 74 16% 53 13% 37 11% 36 10% 45 10% 45 11% 23 7% 32 9% 9 2% 3 1% 5 1% 2 1% 38
41 Evaluatie van de opleiding Tabel 6.4 Achteraf dezelfde opleiding gekozen per afdeling en cohort PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer ja, zelfde opl. ja, zelfde opl. nee, andere MBO opl. ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer ja, zelfde opl. nee, andere MAO opl. nee, andere MBO opl. nee, ander niveau nee, geen opl. meer 87 N % N % 91 N % % 94 63% 84 66% % 18 8% 19 13% 11 9% 6 4% 41 17% 21 14% 23 18% 17 12% 17 7% 13 9% 6 4% 13 9% 3 1% 3 2% 4 3% 1 1% % % % % 30 7% 18 5% 17 9% 25 14% 65 16% 50 15% 18 9% 23 13% 25 6% 24 7% 14 7% 8 4% 16 4% 5 1% 4 2% 8 4% 21 61% 38 60% 36 77% 33 62% 2 6% 4 6% 2 4% 7 14% 3 8% 12 19% 6 14% 6 12% 6 19% 8 13% 1 3% 6 11% 2 6% 2 2% 1 3% 1 2% 35 71% 39 66% 38 68% 53 57% 4 8% 6 10% 3 5% 8 9% 9 18% 12 20% 9 15% 25 27% 2 3% 3 4% 4 8% 4 4% 2 4% 3 3% 10 67% 8 88% 18 72% 24 51% 1 7% 2 9% 3 6% 3 18% 2 9% 16 33% 1 4% 1 12% 3 10% 5 10% 1 4% 5 100% 2 100% 4 100% 12 87% 2 13% 36 61% 63 74% 58 77% 77 67% 7 12% 5 6% 1 2% 13 11% 12 20% 11 13% 7 9% 16 14% 2 4% 5 6% 7 9% 9 8% 2 3% 1 1% 2 3% 12 79% 14 78% 13 73% 20 82% 2 11% 2 11% 3 18% 2 11% 2 11% 1 6% 4 18% 1 3% 94 N % De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 39
42 40 Hoofdstuk 6
43 MAO-ers vergeleken met MBO-ers uit de overige sectoren 7 MAO-ers vergeleken met MBO-ers uit de overige sectoren In dit hoofdstuk wordt de uitstroom van gediplomeerden uit het MAO vergeleken met de uitstroom uit enkele belangrijke sectoren in het MBO en met de totale MBO uitstroom op de niveaus 1-2 en 3-4. Aangezien van het overige MBO alleen resultaten over het uitstroomjaar 19 bekend zijn (de RUBS enquêtes: Registratie van Uitstroom en Bestemming van Schoolverlaters), kunnen alleen de gediplomeerden uit 19 met elkaar vergeleken worden. De resultaten uit dit hoofdstuk zijn gebaseerd op het rapport Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1998 (ROA, 1999). BELANGRIJKSTE GEGEVENS UIT DIT HOOFDSTUK Het MAO kent ten opzichten van de overige MBO sectoren beduidend meer gediplomeerden met een VBO, en minder met een MAVO en HAVO vooropleiding. Ook kent het MAO minder vrouwelijke en allochtone gediplomeerden. MAO-ers op niveau 1-2 vervolgen hun opleiding vaker in de BBL dan de overige MBO-ers op dat niveau, maar zijn ook iets vaker werkloos. Hun inkomen is beduidend lager dan van de overige MBO-ers. Wel zijn ze vaker dan gemiddeld werkzaam in de richting waarvoor men is opgeleid. MAO-ers op niveau 3-4 leren minder vaak door dan overige MBO-ers van dat niveau. Hun beroepsniveau is gemiddeld ook lager en de beroepsrichting komt minder vaak overeen met de opleidingsrichting. MAO-ers op niveau 3-4 nemen in vergelijking tot overige MBO-ers vaker deel aan cursussen of bedrijfsopleidingen. MAO-ers op niveau 1-2 nemen beduidend minder vaak deel aan cursussen dan overige MBO-ers. 7.1 PERSOONSKENMERKEN Het MAO kent relatief meer gediplomeerde schoolverlaters met een VBO vooropleiding en minder schoolverlaters met MAVO of HAVO achtergrond dan de andere MBO sectoren. Ten opzichte van de andere sectoren stromen er uit het agrarisch onderwijs relatief weinig vrouwen uit. Verder valt op dat het MAO praktisch geen allochtone uitstromers heeft. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 41
44 Hoofdstuk 7 Tabel 7.1 Kenmerken van MAO-schoolverlaters vergeleken met schoolverlaters uit andere MBO sectoren Hoogste in het voortgezet onderwijs behaalde diploma MAVO HAVO (%) (%) VBO (%) VWO (%) Geslacht (% vrouw) Persoonskenmerken Etniciteit (% allochtoon) Gemiddelde leeftijd BOL niveau ,0 1 en 2 totaal Landbouw ,0 Techniek ,4 Economie ,4 Gezondheidszorg ,4 BOL niveau ,8 3 en 4 totaal Landbouw ,5 Techniek ,5 Economie ,4 Gezondheidszorg ,4 Bron: Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1998 (Statistische bijlage ROA- R-1999/5B). 7.2 ARBEIDSMARKTPOSITIE Ongeveer één jaar na het verlaten van de MBO opleiding zijn de MAO-ers minder vaak dan gemiddeld met een studie bezig. Bij niveau 1 en 2 komt een BBL opleiding vaker voor onder agrarisch gediplomeerden dan onder gediplomeerden uit de sectoren economie en gezondheidszorg. De MAO-ers met een diploma op niveau 1-2 zijn ook iets vaker dan andere MBO-ers werkloos. MAO niveau 3-4 kent van alle sectoren het hoogste percentage gediplomeerden met betaald werk, maar daarnaast ook het laagste percentage mensen dat doorleert. Tabel 7.2 Voornaamste bestemming van MAO schoolverlaters vergeleken met schoolverlaters uit andere sectoren Voornaamste bestemming Studie (%) BBL (%) Betaald werk (%) Werkloos (%) Anders (%) BOL niveau en 2 totaal Landbouw Techniek Economie Gezondheidszorg BOL niveau en 4 totaal Landbouw Techniek Economie Gezondheidszorg Bron: Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1998 (Statistische bijlage ROA- R-1999/5B). 42
45 MAO-ers vergeleken met MBO-ers uit de overige sectoren Van de schoolverlaters die als voornaamste bezigheid werken hebben opgegeven, is de arbeidsmarktpositie vergeleken tussen de verschillende sectoren in het MBO. MAO-ers van niveau 3-4 hebben iets vaker een flexibel dienstverband dan de MBO-ers van overige sectoren. Daarentegen hebben MAO-ers van niveau 1-2 minder vaak een flexibel dienstverband dan de MBOers van overige sectoren. Het percentage fulltimers onder de gediplomeerden uit het agrarisch onderwijs is hoger dan gemiddeld. Het bruto maandsalaris onder gediplomeerden op MAO niveau 1-2 is beduidend lager dan gemiddeld. Op niveau 3-4 is het salaris gemiddeld. Het beroepsniveau van MAO-ers 3-4 is lager dan van de andere MBO sectoren. Ook de richting waarin deze groep werkt komt minder vaak overeen met de in het MAO gevolgde richting dan gemiddeld over alle sectoren. Voor de gediplomeerde MAO-ers van niveau 1-2 ligt dat omgekeerd: een relatief grote groep is werkzaam in de richting waarvoor men is opgeleid. Tabel 7.3 Indicatoren voor de arbeidsmarktpositie van MAO schoolverlaters vergeleken met schoolverlaters uit andere sectoren Dienst-verband (flexibel) (%) Arbeids-duur (full-time) (%) Bruto maandsalaris (gemiddeld, in guldens) Beroeps-niveau MBO of hoger(%) Beroeps-richting zelfde als MBO(%) BOL niveau 25 35, en 2 totaal Landbouw 19 38, Techniek 12 37, Economie 32 35, Gezondheidszorg 30 32, BOL niveau 19 36, en 4 totaal Landbouw 22 39, Techniek 13 39, Economie 18 38, Gezondheidszorg 17 33, Bron: Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1998 (Statistische bijlage ROA- R-1999/5B). 7.3 CURSUSDEELNAME Het volgen van een cursus komt onder MAO-ers van niveau 1-2 minder en onder MAO-ers van niveau 3-4 méér voor dan in andere sectoren. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 43
46 Hoofdstuk 7 Tabel 7.4 Percentage MAO-ers dat na diplomering aan één of meerdere cursussen of bedrijfsopleidingen heeft deelgenomen vergeleken met andere sectoren Cursus BOL niveau 31 1 en 2 totaal Landbouw 13 Techniek 40 Economie 27 Gezondheidszorg 18 BOL niveau 42 3 en 4 totaal Landbouw 54 Techniek 49 Economie 31 Gezondheidszorg 27 Bron: Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1998 (Statistische bijlage ROA- R-1999/5B). 7.4 WERK EN AANSLUITING Voor MAO-ers van niveau 1-2 is de werkgelegenheid en werkzekerheid slechter dan voor MBO techniek en MBO economie gediplomeerden. Als men echter werk heeft dan is de aansluiting tussen opleiding en werk beter dan gemiddeld, hoewel de kwaliteit van het werk zeer slecht is. Voor MAO-ers van niveau 3-4 is de werkgelegenheid en werkzekerheid gemiddeld en de kwaliteit van het werk relatief slecht. Tabel 7.5 De marktpositie van het MAO vergeleken met andere sectoren Werkgelegen-heid en werkzekerheid Kwaliteit van werk Aansluiting volgens werkenden 1 (% goed) Aansluiting volgens studerenden 2 (% goed) BOL niveau en 2 totaal Landbouw relatief zeer slecht relatief zeer slecht Techniek relatief goed Gemiddeld Economie relatief slecht relatief slecht Gezondheidszorg relatief zeer slecht relatief slecht BOL niveau en 4 totaal Landbouw gemiddeld relatief slecht Techniek relatief goed Gemiddeld Economie relatief goed Gemiddeld Gezondheidszorg gemiddeld Gemiddeld Bron: Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1998 (ROA-R-1999/5 en statistische bijlage ROA-R-1999/5B). 1 Vraag in de enquête: hoe vindt u de aansluiting tussen uw [ ] opleiding en uw huidige functie?. 2 Vraag in de enquête: hoe vindt u de aansluiting tussen uw [ ] opleiding en deze vervolgopleiding?. 44
47 Literatuur Literatuur Gimbrère, M.C. en H.R.M. Smulders (19a), De arbeidsmarkt van het HAO. Meting Wageningen: Bureau Arbeidsmarktonderzoek Stoas. Gimbrère, M.C. en H.R.M. Smulders (19b), De Wageningse ir. in functie: loopbaanonderzoek naar de arbeidsmarktpositie van afgestudeerden. Wageningen: Koninklijke Landbouwkundige Vereniging. Lokman, A.H. (19), De arbeidsmarkt van het voltijd MAO. Meting Wageningen: Bureau Arbeidsmarktonderzoek Stoas. ROA (1999), Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt Statistische bijlage. Maastricht: Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. Verhaar, C.H.A. en M. Jellema (eds.) (2000), Aan het werk met loopbaangegevens. Ervaringen uit het landbouwonderwijs. Wageningen: Stoas. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 45
48 46
49 Bijlagen Bijlage 1 Populatie, steekproef en respons Tabel B1.1 Populatie, steekproef en respons (gediplomeerden) pop. stkpr. resp. pop. stkpr. resp. pop. stkpr. resp. pop. stkpr. resp. Niveau 2 PT VH LVT BS DV PHP GR Totaal Niveau 3 PT VH LVT BS DV PHP GR BCM Totaal Niveau 4 PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM Totaal De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 47
50 Tabel B1.2 Responspercentage en dekkingsgraad (gediplomeerden) 87,0 91,0 94,0,0 respons % dekking % respons % dekking % respons % dekking % respons % dekking % Niveau 2 PT 36,4 % 8,3 % 27,3 % 12,5 % 22,2 % 13,3 % 28,9 % 13,5 % VH 24,1 % 11,7 % 31,3 % 27,8 % 40,0 % 24,4 % LVT 100,0 % 9,1 % BS 29,2 % 10,8 % 31,8 % 21,2 % 31,8 % 10,8 % DV 59,1 % 39,4 % 54,5 % 9,8 % PHP 29,4 % GR 25,0 % 2,7 % 24,1 % 5,9 % 29,7 % 17,7 % 34,3 % 9,4 % Totaal 26,1 % 2,5 % 26,1 % 9,1 % 32,4 % 23,7 % 34,6 % 11,9 % Niveau 3 PT 46,4 % 6,1 % 40,9 % 18,7 % 36,0 % 21,1 % 40,5 % 15,4 % VH 42,4 % 8,5 % 38,2 % 15,5 % 36,6 % 23,3 % 50,3 % 17,5 % LVT 40,0 % 23,8 % 60,4 % 28,2 % 42,9 % 34,6 % 21,4 % 4,3 % BS 55,0 % 8,9 % 41,1 % 15,8 % 47,1 % 28,9 % 46,1 % 21,9 % DV 40,6 % 33,3 % 40,0 % 52,9 % 20,9 % 16,7 % 1,4 % PHP 14,3 % 50,0 % 9,4 % GR 38,7 % 11,7 % 35,9 % 18,3 % 39,7 % 24,2 % 32,2 % 11,7 % Totaal 42,9 % 8,9 % 40,2 % 17,5 % 39,4 % 24,0 % 42,8 % 15,3 % Niveau 4 PT 49,2 % 11,6 % 44,3 % 20,8 % 57,0 % 36,4 % 52,4 % 23,2 % VH 49,1 % 10,2 % 44,4 % 16,9 % 50,5 % 30,2 % 61,1 % 19,1 % LVT 36,1 % 8,2 % 55,3 % 19,9 % 50,3 % 41,2 % 63,6 % 21,9 % BS 56,3 % 10,8 % 54,9 % 19,3 % 57,1 % 37,1 % 57,5 % 35,2 % DV 45,0 % 19,6 % 52,9 % 33,3 % 72,7 % 60,6 % 60,7 % 11,7 % BDL 42,9 % 9,7 % 20,0 % 15,4 % 50,0 % 12,0 % PHP 20,0 % 33,3 % 4,2 % GR 72,4 % 39,6 % 42,2 % 13,6 % 58,1 % 43,7 % 52,3 % 15,2 % BCM 50,0 % 22,5 % 55,6 % 8,9 % 50,0 % 33,7 % 57,1 % 8,0 % Totaal 49,7 % 11,7 % 46,2 % 17,8 % 53,8 % 35,9 % 57,0 % 19,0 % 48
51 Bijlagen Tabel B1.3 Aantallen respondenten voor en na weging voor na voor na voor na voor na Niveau Afd N % N % N % N % N % N % N % N % 2 PT 4 67% 8 39% 9 30% 13 23% 8 14% 11 23% 13 23% 17 21% VH LVT BS DV GR 7 23% 11 19% 10 18% 6 14% 10 18% 7 9% 1 2% 2 2% 7 23% 11 21% 14 25% 12 26% 14 25% 23 28% 13 23% 6 13% 6 11% 11 13% 2 33% 13 61% 7 23% 21 38% 11 20% 11 24% 12 21% 22 27% 3 4 PT VH LVT BS DV PHP GR PT VH LVT BS DV BDL PHP GR BCM 32 19% 92 28% 61 24% 58 23% 58 22% 49 25% 45 21% 52 21% 81 47% % % % 93 35% 71 37% 77 36% 77 31% 10 6% 7 2% 29 12% 18 7% 27 10% 14 7% 3 1% 12 5% 11 6% 22 7% 23 9% 26 10% 48 18% 29 15% 59 27% 47 19% 13 8% 7 2% 9 3% 8 4% 1 0% 13 5% 3 1% 6 2% 24 14% 36 11% 33 13% 32 13% 31 12% 23 12% 28 13% 42 17% 92 29% % % 86 20% % 71 22% 98 25% 75 21% % % % % % % % % 13 4% 28 6% 52 12% 46 11% 77 12% 33 10% 56 14% 45 12% 18 6% 29 6% 28 6% 26 6% 36 5% 17 5% 50 13% 25 7% 9 3% 8 2% 18 4% 10 2% 40 6% 12 4% 17 4% 26 7% 3 1% 5 1% 2 0% 2 1% 3 0% 4 1% 2 1% 8 2% 21 7% 9 2% 27 6% 35 8% % 42 13% 45 11% 52 14% 20 6% 16 3% 10 2% 20 5% 33 5% 17 5% 12 3% 26 7% De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 49
52 50
53 Bijlagen Bijlage 2 Vragenlijst loopbaanonderzoek 1998 MAO diplomajaar 1987, 1991 en De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 51
54 52.
55 Bijlagen Bijlage 3 Overzicht van beroepen en sectoren naar afdeling Tabel B3.1 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Plantenteelt boer, bedrijfshoofd agrarisch bedrijf, kweker, teler,fokker arbeider, agr. medewerker vrachtwagenchauffer winkelbediende, cassiere medewerker groenvoorziening, bosonderhoud hulparbeider, sjouwer landbouwmachinebestuurder(landbouwloonbedrijf/loonwerker) detailhandelaar, 1e verkoper detailhandel hovenier, bedrijfsleider hoveniersbedrijf commercieel medewerker, verkoper groothandel produktieplanner, werkvoorbereider bedrijfshoofd loonbedrijf bloemschikker-verkoper bewaking, politie (weg- en water)bouwkundig (assistent)uitvoerder/opzichter overige beroepen % N % N % N % N 44% 47 30% 45 26% 48 24% 30 6% 7 15% 22 24% 44 22% 27 5% 5 7% 10 3% 5 5% 6 5% 7 2% 3 5% 6 4% 4 5% 7 1% 2 2% 2 1% 2 4% 7 3% 4 3% 3 1% 1 2% 3 4% 5 3% 3 1% 1 2% 3 2% 2 3% 3 1% 2 1% 2 1% 1 1% 1 1% 2 2% 3 2% 2 1% 1 1% 2 1% 1 1% 2 2% 3 1% 1 1% 2 2% 2 1% 1 1% 2 1% 1 1% 1 1% 1 2% 3 1% 1 28% 30 29% 44 32% 59 28% 35 Tabel B3.2 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Plantenteelt akker- en tuinbouw dienstverlening tbv de landbouw overige gespecialiseerde detailhandel in winkel groothandel in landbouwprodukten en levende dieren akker- en/of tuinbouw in combinatie met fokken/houden van di openbaar bestuur vervoer over de weg natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingwerk fokken en houden van dieren bouwrijp maken van terreinen burgerlijke en utiliteitsbouw; grond-, water-, en wegenbouw groente en fruitverwerking groothandel in voedings- en genotmiddelen overheidsdiensten groothandel in machines, apparaten en toebehoren adviesbureaus op het gebied van automatisering en systeemhui overige zakelijke dienstverlening welzijnszorg vervaardiging van landbouwmachines en -werktuigen groothandel in intermediaire goederen niet-gespecisialiseerde detailhandel in winkel rechtskundige dienstverlening, accountants, belastingconsult overig onderwijs levensbeschouwelijke en politieke organisaties, ideele org. landbouw, jacht en dienstverlening tbv post- en koeriersdiensten architecten-, ingenieurs- en overige technische ontwerp-,tek voortgezet onderwijs overige sectoren % N % N % N % N 37% 40 39% 58 51% 94 48% 59 7% 8 7% 11 4% 7 8% 10 4% 4 7% 11 4% 8 6% 7 4% 6 5% 9 7% 9 8% 9 2% 3 3% 5 2% 3 5% 5 5% 8 2% 3 2% 3 3% 3 5% 7 1% 2 2% 3 2% 2 3% 4 1% 2 2% 3 3% 3 3% 4 1% 1 2% 3 2% 3 2% 2 1% 1 3% 6 1% 1 2% 2 1% 1 1% 2 1% 1 3% 3 1% 1 1% 2 2% 2 1% 1 1% 2 1% 1 2% 2 1% 1 1% 1 1% 1 1% 1 1% 1 2% 3 1% 2 2% 3 3% 4 1% 1 1% 2 2% 2 1% 1 1% 2 1% 1 1% 2 2% 2 3% 3 1% 1 1% 1 1% 2 1% 1 2% 2 1% 1 1% 1 1% 2 1% 1 1% 1 1% 1 1% 1 1% 2 1% 1 1% 1 1% 1 1% 1 13% 14 7% 11 13% 23 10% De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 61
56 Tabel B3.3 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Veehouderij boer, bedrijfshoofd agrarisch bedrijf, kweker, teler,fokker arbeider, agr. medewerker vrachtwagenchauffer hulparbeider, sjouwer landbouwmachinebestuurder(landbouwloonbedrijf/loonwerker winkelbediende, cassiere meewerkend gezinslid commercieel medewerker, verkoper groothandel medewerker groenvoorziening, bosonderhoud ongeschoolde arbeid neg hovenier, bedrijfsleider hoveniersbedrijf dierenverzorger kinderboerderij, asiel,laboratorium magazijnbediende (adm) boekhoudkundig medewerker, loonadministrateur dierentrainer, -verzorger, oppasser in dierentuin machine bediende voedings- en genotmiddelen-/procesindus chauffeur ov. (bus, taxi, heftruck) bewaking, politie detailhandelaar, 1e verkoper detailhandel veeverloskundige,-inseminator procesoperator voedings- en genotmiddelenindustrie ea ind. produktiemedewerker, controleur, sorteerder van produkten ( produktieplanner, werkvoorbereider produktiemedewerker ind. (eenvoudige machine bedienen),in keurmeester vee en vlees docent agr. economie, wetenschappen en praktijkvakken (2e vertegenwoordiger agrarische produkten (incl zaai-,pootgoed overige beroepen % N % N % N % N 37% 69 37% % 88 15% 24 6% 12 12% 33 12% 34 21% 33 5% 10 8% 23 6% 16 2% 3 4% 7 6% 18 2% 6 3% 5 2% 3 3% 8 5% 13 5% 8 2% 3 1% 2 2% 5 12% 19 2% 7 3% 8 3% 5 2% 3 3% 8 3% 9 1% 2 2% 6 1% 2 2% 3 1% 2 3% 4 1% 1 1% 3 0% 1 2% 3 0% 1 0% 1 3% 5 1% 2 1% 2 2% 3 1% 2 1% 2 1% 3 1% 2 3% 4 1% 1 1% 3 1% 2 1% 1 1% 2 0% 1 1% 2 1% 1 1% 3 1% 2 1% 2 0% 1 1% 3 2% 3 1% 2 1% 2 1% 2 1% 1 1% 1 1% 4 1% 2 0% 1 1% 2 1% 2 1% 2 1% 2 1% 2 1% 3 0% 1 1% 2 1% 2 29% 54 18% 50 25% 71 20%
57 Bijlagen Tabel B3.4 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Veehouderij fokken en houden van dieren dienstverlening tbv de landbouw akker- en tuinbouw burgerlijke en utiliteitsbouw; grond-, water-, en wegenbouw akker- en/of tuinbouw in combinatie met fokken/houden van di vervaardiging van diervoeder vervoer over de weg openbaar bestuur overige gespecialiseerde detailhandel in winkel rechtskundige dienstverlening, accountants, belastingconsult bouwrijp maken van terreinen groothandel in landbouwprodukten en levende dieren architecten-, ingenieurs- en overige technische ontwerp-,tek slachterijen en vleesverwerking adviesbureaus op het gebied van automatisering en systeemhu overheidsdiensten veterinaire diensten sport bouwinstallatie groothandel in intermediaire goederen musea, dieren en plantentuinen, natuurbehoud vervaardiging van zuivelprodukten vervaardiging van landbouwmachines en -werktuigen groothandel in machines, apparaten en toebehoren gespecialiseerde detailhandel in vodings- en genotmiddelen i verzekeringswezen en pensioenfondsen (excl verplichte social keuring en controle vervaardiging van produkten van kunststof afwerken van gebouwen groothandel in voedings- en genotmiddelen niet-gespecisialiseerde detailhandel in winkel post- en koeriersdiensten geldscheppende financiele instellingen bemiddeling in en beheer van onroerend goed natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingwerk uitzendbureaus, uitleenbedrijven, arbeidsbemiddeling ed voortgezet onderwijs welzijnszorg landbouw, jacht en dienstverlening tbv drukkerijen en aanverwante activiteiten vervaardiging van produkten van metaal (excl machines en tra vervaardiging van overige machines en apparaten voor algeme handel in en reparatie van auto's groothandel in overige consumentenartikelen verhuur van machines en werktuigen overige zakelijke dienstverlening overig onderwijs milieudienstverlening overige sectoren % N % N % N % N 32% 59 42% % % 56 8% 15 10% 27 10% 27 10% 15 4% 8 4% 12 5% 14 9% 14 3% 5 6% 17 4% 10 3% 4 4% 8 3% 8 4% 11 4% 7 3% 8 4% 10 1% 2 5% 9 4% 12 2% 5 1% 1 2% 4 3% 9 3% 9 1% 1 3% 5 0% 1 1% 2 8% 13 3% 6 1% 3 3% 9 1% 2 1% 4 2% 6 2% 3 1% 2 2% 5 1% 2 2% 3 1% 2 2% 5 1% 1 1% 4 1% 2 1% 2 1% 2 1% 3 1% 1 1% 4 1% 2 0% 1 1% 2 3% 4 1% 2 3% 5 1% 2 1% 3 0% 1 1% 1 0% 1 1% 2 1% 2 1% 1 0% 1 0% 1 2% 3 1% 1 1% 3 0% 1 1% 1 1% 2 1% 2 1% 2 0% 1 1% 2 1% 1 0% 1 2% 3 2% 3 0% 1 0% 1 2% 3 0% 1 1% 1 1% 1 1% 2 1% 1 1% 2 0% 1 0% 1 1% 1 1% 2 0% 1 1% 2 1% 2 0% 1 2% 3 1% 4 1% 1 1% 2 1% 1 1% 1 0% 1 0% 1 1% 1 1% 2 0% 1 1% 1 1% 3 0% 1 1% 2 0% 1 1% 1 0% 1 1% 2 1% 1 0% 1 1% 1 1% 2 0% 1 1% 3 1% 2 0% 1 1% 2 0% 1 1% 2 0% 1 1% 1 0% 1 0% 1 1% 1 1% 2 1% 2 0% 1 8% 15 6% 17 6% 17 8% De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 63
58 Tabel B3.5 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Levensmiddelentechnologie procesoperator voedings- en genotmiddelenindustrie ea ind. werkmeester, baas voedings- en genotmiddelenfabricage ea scheikundig laborant/analist mechanisch operator voedings- en genotmiddelen en andere keurmeester voedingsmiddelen winkelbediende, cassiere produktieplanner, werkvoorbereider bedrijfsleider/manager/directeur voedingsmiddelenindustrie horeca medewerker (serveerster, keukenhulp, etc) adm. medewerker arbeider, agr. medewerker produktiemedewerker ind. (eenvoudige machine bedienen),in produktiemedewerker, controleur, sorteerder van produkten ( detailhandelaar, 1e verkoper detailhandel programmeur, systeemanalist overige beroepen % N % N % N % N 15% 3 16% 12 27% 24 14% 6 25% 5 11% 8 3% 3 9% 4 11% 8 4% 4 5% 1 9% 8 2% 1 5% 1 3% 2 6% 5 5% 2 1% 1 4% 4 9% 4 4% 3 2% 2 2% 1 10% 2 3% 2 1% 1 5% 1 1% 1 7% 3 5% 4 2% 1 1% 1 2% 2 2% 1 1% 1 7% 3 1% 1 1% 1 5% 2 5% 1 2% 2 2% 1 5% 1 3% 2 1% 1 25% 5 42% 32 34% 30 33%
59 Bijlagen Tabel B3.6 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Levensmiddelentechnologie vervaardiging van overige voedingsmiddelen vervaardiging van zuivelprodukten groente en fruitverwerking slachterijen en vleesverwerking vervaardiging van farmaceutische produkten niet-gespecisialiseerde detailhandel in winkel vervaardiging van dranken groothandel in voedings- en genotmiddelen openbaar bestuur voedings- en genotmiddelenindustrie vervaardiging van diervoeder vervaardiging van basischemicalieen adviesbureaus op het gebied van automatisering en systeemh akker- en tuinbouw gespecialiseerde detailhandel in vodings- en genotmiddelen i natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingwerk dienstverlening tbv de landbouw vervaardiging van tabak vervaardiging van chemische produkten vervaardiging van kantoormachines en computers overige gespecialiseerde detailhandel in winkel restaurants, cafetarias, snackbars ed vervoer over de weg reiniging van gebouwen en transportmiddelen ed drukkerijen en aanverwante activiteiten vervaardiging van overige chemische produkten vervaardiging van produkten van kunststof vervaardiging van electrische componenten groothandel in machines, apparaten en toebehoren overige gespecialiseerde groothandel en groothandel met een kantines en catering geldscheppende financiele instellingen architecten-, ingenieurs- en overige technische ontwerp-,tek overheidsdiensten hoger onderwijs gezondheidszorg milieudienstverlening overige sectoren % N % N % N % N 10% 2 8% 6 12% 11 7% 3 15% 3 4% 3 10% 9 9% 4 10% 2 4% 3 9% 8 2% 1 10% 2 4% 3 3% 3 9% 4 5% 1 1% 1 8% 7 5% 1 7% 6 5% 2 5% 1 4% 3 4% 4 5% 1 4% 3 3% 3 2% 1 5% 4 1% 1 7% 3 3% 2 4% 4 2% 1 5% 4 2% 2 4% 3 3% 3 5% 1 4% 3 2% 2 1% 1 3% 3 2% 1 3% 2 5% 2 5% 4 1% 1 2% 2 5% 1 1% 1 2% 1 5% 1 2% 2 5% 1 1% 1 1% 1 1% 1 5% 2 1% 1 5% 2 1% 1 1% 1 2% 1 3% 2 2% 1 3% 2 1% 1 2% 1 1% 1 1% 1 1% 1 1% 1 1% 1 2% 1 1% 1 1% 1 3% 2 1% 1 2% 1 1% 1 2% 1 1% 1 1% 1 1% 1 1% 1 1% 1 2% 1 5% 2 15% 3 18% 13 8% 7 16% 7 94 De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 65
60 Tabel B3.7 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Bloemschikken bloemschikker-verkoper winkelbediende, cassiere detailhandelaar, 1e verkoper detailhandel arbeider, agr. medewerker bloembinder/-schikker, bloemsierkunstenaar boer, bedrijfshoofd agrarisch bedrijf, kweker, teler,fokker docent agr. economie, wetenschappen en praktijkvakken (2e typiste, secretaresse, receptioniste verpleging, verzorging boekhoudkundig medewerker, loonadministrateur overige beroepen % N % N % N % N 6% 1 13% 7 30% 23 55% 59 17% 3 10% 5 25% 19 17% 18 39% 7 15% 8 9% 7 1% 1 6% 3 5% 4 3% 3 6% 1 2% 1 3% 2 6% 6 4% 2 3% 2 1% 1 11% 2 4% 2 1% 1 4% 2 4% 3 4% 2 3% 2 1% 1 6% 1 2% 1 2% 2 17% 3 37% 19 17% 13 15% Tabel B3.8 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Bloemschikken overige gespecialiseerde detailhandel in winkel akker- en tuinbouw niet-gespecisialiseerde detailhandel in winkel gezondheidszorg dienstverlening tbv de landbouw groothandel in landbouwprodukten en levende dieren welzijnszorg gespecialiseerde detailhandel in vodings- en genotmiddelen voortgezet onderwijs overige zakelijke dienstverlening restaurants, cafetarias, snackbars ed geldscheppende financiele instellingen openbaar bestuur basisonderwijs, speciaal onderwijs burgerlijke en utiliteitsbouw; grond-, water-, en wegenbouw groothandel in overige consumentenartikelen overige gespecialiseerde groothandel en groothandel met ee detailhandel in farmaceutische en medische artikelen,parfum detailhandel niet in winkel vervoer over de weg rechtskundige dienstverlening, accountants, belastingconsul keuring en controle sport overige sectoren % N % N % N % N 53% 9 33% 17 54% 42 74% 79 6% 1 8% 4 4% 3 4% 4 6% 1 4% 2 3% 2 2% 2 6% 3 3% 2 2% 2 6% 3 3% 2 1% 1 4% 2 3% 2 2% 2 12% 2 4% 2 3% 2 5% 4 1% 1 12% 2 4% 2 1% 1 1% 1 3% 3 1% 1 2% 2 2% 1 1% 1 1% 1 6% 3 4% 3 2% 1 1% 1 6% 1 1% 1 2% 1 1% 1 6% 1 1% 1 2% 1 1% 1 2% 1 1% 1 1% 1 1% 1 2% 1 1% 1 2% 1 1% 1 13% 7 9% 7 5% 5 66
61 Bijlagen Tabel B3.9 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Dierverzorging dierenartsassistente winkelbediende, cassiere dierentrainer, -verzorger, oppasser in dierentuin detailhandelaar, 1e verkoper detailhandel dierenverzorger kinderboerderij, asiel,laboratorium arbeider, agr. medewerker adm. medewerker boer, bedrijfshoofd agrarisch bedrijf, kweker, teler,fokker dierenasiel/-pensionhouder, hondentrimmer docent agr. economie, wetenschappen en praktijkvakken (2e horeca medewerker (serveerster, keukenhulp, etc) verpleging, verzorging overige beroepen % N % N % N % N 6% 1 50% 6 18% 10 29% 6 12% 2 16% 9 14% 3 18% 3 8% 1 4% 2 10% 2 11% 6 10% 2 6% 1 8% 1 9% 5 5% 3 5% 1 5% 3 5% 1 12% 2 2% 1 6% 1 2% 1 8% 1 2% 1 2% 1 5% 1 2% 1 5% 1 41% 7 25% 3 22% 12 19% 4 94 Tabel B3.10 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Dierverzorging veterinaire diensten overige gespecialiseerde detailhandel in winkel musea, dieren en plantentuinen, natuurbehoud voortgezet onderwijs gezondheidszorg fokken en houden van dieren vervoer over de weg akker- en tuinbouw dienstverlening tbv de landbouw niet-gespecisialiseerde detailhandel in winkel rechtskundige dienstverlening, accountants, belastingconsult overheidsdiensten welzijnszorg overige sectoren % N % N % N % N 6% 1 50% 6 24% 13 29% 6 6% 1 24% 13 14% 3 11% 2 8% 1 13% 7 10% 2 17% 2 7% 4 6% 1 4% 2 5% 1 6% 1 8% 1 5% 1 6% 1 8% 1 5% 1 4% 2 6% 1 2% 1 2% 1 5% 1 6% 1 2% 1 11% 2 6% 1 2% 1 33% 6 8% 1 17% 9 29% 6 94 De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 67
62 Tabel B3.11 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Biologisch Dynamische Landbouw arbeider, agr. medewerker overige beroepen medewerker groenvoorziening, bosonderhoud 87 % N 91 % N 50% 1 100% 1 50% 1 94 % N 100% 2 Tabel B3.12 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Biologisch Dynamische Landbouw fokken en houden van dieren akker- en/of tuinbouw in combinatie met fokken/houden van di dienstverlening tbv de landbouw restaurants, cafetarias, snackbars ed telecommunicatie % N 50% 1 50% 1 % N 100% 1 % N 50% 1 50% 1 Tabel B3.13 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Paardenhouderij en Paardensport instructeur (oa. paardrijden) bedrijfsbeheerder manege winkelbediende, cassiere % N 50% 2 25% 1 25% 1 Tabel B3.14 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Paardenhouderij en Paardensport fokken en houden van dieren dienstverlening tbv de landbouw overige gespecialiseerde detailhandel in winkel sport % N 25% 1 25% 1 25% 1 25% 1 68
63 Bijlagen Tabel B3.15 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Groene Ruimte hovenier, bedrijfsleider hoveniersbedrijf medewerker groenvoorziening, bosonderhoud winkelbediende, cassiere arbeider, agr. medewerker boer, bedrijfshoofd agrarisch bedrijf, kweker, teler,fokker detailhandelaar, 1e verkoper detailhandel hulparbeider, sjouwer produktieplanner, werkvoorbereider tuin- en landschapstekenaar/architect vrachtwagenchauffer (weg- en water)bouwkundig (assistent)uitvoerder/opzichter boswachter, bosbaas, boomchirurg opzichter groenvoorziening, chef plantsoendienst docent agr. economie, wetenschappen en praktijkvakken (2e chauffeur ov. (bus, taxi, heftruck) overige beroepen % N % N % N % N 24% 10 31% 19 21% 24 49% 31 19% 8 18% 11 15% 17 5% 3 2% 1 5% 3 4% 5 14% 9 10% 4 3% 2 4% 5 3% 2 4% 5 2% 1 2% 1 2% 1 4% 4 3% 2 3% 3 6% 4 2% 1 4% 4 3% 2 5% 2 3% 2 1% 1 2% 1 2% 1 5% 3 3% 2 3% 3 2% 1 3% 2 1% 1 3% 2 1% 1 3% 2 1% 1 2% 1 2% 2 30% 14 16% 11 28% 38 12% 8 94 Tabel B3.16 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Groene Ruimte dienstverlening tbv de landbouw openbaar bestuur overige gespecialiseerde detailhandel in winkel akker- en tuinbouw burgerlijke en utiliteitsbouw; grond-, water-, en wegenbouw architecten-, ingenieurs- en overige technische ontwerp-,tek overheidsdiensten voortgezet onderwijs gezondheidszorg natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingwerk welzijnszorg bosbouw en dienstverlening tbv vervoer over de weg musea, dieren en plantentuinen, natuurbehoud akker- en/of tuinbouw in combinatie met fokken/houden van d slachterijen en vleesverwerking groothandel in landbouwprodukten en levende dieren groothandel in overige consumentenartikelen overige gespecialiseerde groothandel en groothandel met een kampeerterreinen en overige voorzieningen voor recreatief ve overige zakelijke dienstverlening sport overige sectoren % N % N % N % N 20% 9 34% 21 34% 39 44% 28 30% 13 19% 12 5% 6 10% 6 5% 2 8% 5 14% 16 16% 10 7% 3 6% 4 8% 9 2% 1 5% 3 5% 6 5% 3 5% 2 3% 2 6% 7 2% 1 2% 1 2% 1 3% 3 3% 2 2% 2 2% 1 5% 2 3% 2 2% 1 2% 2 3% 2 2% 1 2% 1 1% 1 2% 1 2% 1 2% 1 1% 1 2% 1 2% 1 2% 1 2% 1 3% 2 2% 1 1% 1 2% 2 2% 2 2% 1 1% 1 2% 2 2% 1 1% 1 1% 1 2% 1 2% 1 1% 1 13% 5 11% 6 11% 11 9% 5 De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 69
64 Tabel B3.17 Beroepen van schoolverlaters uit de afdeling Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek (weg- en water)bouwkundig (assistent)uitvoerder/opzichter hulparbeider, sjouwer hovenier, bedrijfsleider hoveniersbedrijf medewerker groenvoorziening, bosonderhoud bodemkundig/cultuurtechnisch onderzoeker, karteerder,cultuu milieukundige, -adviseur arbeider, agr. medewerker boer, bedrijfshoofd agrarisch bedrijf, kweker, teler,fokker boswachter, bosbaas, boomchirurg milieu-ambtenaar assistent-onderzoeker landbouwkundig ed overige beroepen % N % N % N % N 17% 3 22% 2 17% 5 6% 1 7% 2 22% 2 6% 1 7% 2 11% 1 6% 1 7% 2 6% 1 11% 1 3% 1 11% 2 3% 1 3% 1 11% 1 7% 2 11% 2 3% 1 11% 1 11% 1 3% 1 39% 7 56% 5 38% 11 44% 4 94 Tabel B3.18 Sectoren van schoolverlaters uit de afdeling Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek architecten-, ingenieurs- en overige technische ontwerp-,tek burgerlijke en utiliteitsbouw; grond-, water-, en wegenbouw openbaar bestuur dienstverlening tbv de landbouw akker- en tuinbouw bouwrijp maken van terreinen natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingwerk musea, dieren en plantentuinen, natuurbehoud overige sectoren % N % N % N % N 28% 5 11% 1 14% 4 11% 1 6% 1 22% 2 17% 5 11% 1 28% 5 22% 2 7% 2 6% 1 11% 1 21% 6 7% 2 11% 1 11% 2 3% 1 7% 2 6% 1 3% 1 17% 3 33% 3 21% 6 67%
65 Bijlagen Bijlage 4 Belang en aandacht onderwijsaspecten per opleidingsrichting Tabel B4.1 Afdeling Plantenteelt 94 Belang gem. Aandacht Vakkennis 4,3 43% inzicht inform. & communic. techn. 3,6 59% inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm 3,9 49% toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak 4,0 36% schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid 3,2 22% mondelinge presentatie, spreekvaardigheid 3,7 39% kennisoverdracht 3,9 39% plannen, coördineren en organiseren van activiteiten 4,0 51% probleemoplossing 4,3 48% contactuele vaardigheden 4,1 42% samenwerken, werken in teamverband 4,1 32% zelfstandigheid 4,6 43% creativiteit, initiatieven nemen 4,5 41% aanpassingsvermogen, flexibiliteit 4,3 34% nauwkeurigheid, zorgvuldigheid 4,6 40% Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. Tabel B4.2 Afdeling Veehouderij 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 71
66 Tabel B4.3 Levensmiddelentechnologie 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. Tabel B4.4 Bloemschikken 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. 72
67 Bijlagen Tabel B4.5 Dierverzorging 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. Tabel B4.6 Biologisch Dynamische Landbouw 94 Belang gem. Aandacht vakkennis 4.6 0% inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak 4.2 0% schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten 4.0 0% probleemoplossing % contactuele vaardigheden 4.4 0% samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 73
68 Tabel B4.7 Paardenhouderij en Paardensport 94 - Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden 4.3 0% samenwerken, werken in teamverband 3.8 0% zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. Tabel B4.8 Groene Ruimte 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. 74
69 Bijlagen Tabel B4.9 Bosbouw, Cultuur en Milieutechniek 94 Belang gem. Aandacht vakkennis % inzicht inform. & communic. techn % inzicht in bedrijfsvoering (organisatorisch, financieel, adm % toepassen van (theoretische) kennis en technieken in de prak % schriftelijke presentatie, schrijfvaardigheid % mondelinge presentatie, spreekvaardigheid % kennisoverdracht % plannen, coördineren en organiseren van activiteiten % probleemoplossing % contactuele vaardigheden % samenwerken, werken in teamverband % zelfstandigheid % creativiteit, initiatieven nemen % aanpassingsvermogen, flexibiliteit % nauwkeurigheid, zorgvuldigheid % Kolom 1: gemiddelde score (schaal 1-5) belang. Kolom 2: % in categorie meer aandacht in opleiding gewenst. De arbeidsmarkt van het voltijd MAO 75
De arbeidsmarkt van het voltijd MAO
De arbeidsmarkt van het voltijd MAO Meting 2002 Marian van der Meijs Titia Sjenitzer Anneke Smidt De arbeidsmarkt van het voltijd MAO Meting 2002 Stoas Onderzoek Wageningen, oktober 2004 Opdrachtgever:
Annet Jager Koen Kauffman Ben Hövels. Waar blijven de opgeleiden van het mbo-groen?
Annet Jager Koen Kauffman Ben Hövels Waar blijven de opgeleiden van het mbo-groen? WAAR BLIJVEN DE OPGELEIDEN VAN HET MBO-GROEN? Waar blijven de opgeleiden van het mbo-groen? Resultaten van onderzoek
Vrouwen op de arbeidsmarkt
op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna
Presentatie WAI database November 2012. Hoe ziet het werkvermogen van de Nederlandse werkende beroepsbevolking eruit?
Presentatie WAI database November 2012 Hoe ziet het werkvermogen van de Nederlandse werkende beroepsbevolking eruit? Over de data De WAI vragenlijsten worden afgenomen door verschillende WAI licentienemers
Jongeren op de arbeidsmarkt
Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding
LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007
LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,
ROA Fact Sheet. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2011 Feiten en cijfers. Research Centre for Education and the Labour Market ROA
Research Centre for Education and the Labour Market ROA Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2011 Feiten en cijfers ROA Fact Sheet ROA-F-2012/1 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
1. Inleiding... 1. 2. Data... 1. 3. Bestemming van havo- en vwo-abituriënten... 1. 4. Relevante werkvelden... 2
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 1 2. Data... 1 3. Bestemming van havo- en vwo-abituriënten... 1 4. Relevante werkvelden... 2 5. Schatting van het aantal havo- en vwo-abituriënten in relevante werkvelden...
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart 2004-2006 Gediplomeerden van
Aantal respondenten 1758 1707 1578 13981 Aantal benaderd 4500 4404 4344 36949
Onderwijs & Kwaliteit Eerste rapportage HBO-Monitor 2013 Op 3 april 2014 zijn de resultaten van de jaarlijkse HBO-monitor (enquête onder afgestudeerden) over 2013 binnengekomen. Het onderzoek betreft studenten
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart 2006-2008 Gediplomeerden van
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart 2005-2007 Gediplomeerden van
Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt
Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 1999-4Middelbaar BeroepsOnderwijs ROA De cijfers in deze publicatie zijn gebaseerd op de jaarlijkse schoolverlatersonderzoeken van het Researchcentrum voor
Salarissen en competenties van MBO-BOL gediplomeerden: Feiten en cijfers
Research Centre for Education and the Labour Market ROA Salarissen en competenties van MBO-BOL gediplomeerden: Feiten en cijfers ROA Fact Sheet ROA-F-2014/1 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart - Tabellen en vragenlijsten
Resultaten WO-monitor 2013
Resultaten WO-monitor 2013 Samenvatting: De WO-Monitor is een vragenlijst die wordt afgenomen onder recent afgestudeerden (1-1,5 jaar na afstuderen) van de universiteiten in Nederland. De WO-monitor wordt
ROA Fact Sheet. Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2012 Feiten en cijfers. Research Centre for Education and the Labour Market ROA
Research Centre for Education and the Labour Market ROA Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2012 Feiten en cijfers ROA Fact Sheet ROA-F-2013/2 Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs. HBO-Monitor 2007. G.W.M. Ramaekers
De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hoger beroepsonderwijs HBO-Monitor 2007 G.W.M. Ramaekers Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde
Samenvatting Onderwijs- en Arbeidsmarktmonitor. Metropoolregio Amsterdam. Oktober amsterdam economic board
Samenvatting Onderwijs- en Arbeidsmarktmonitor Metropoolregio Amsterdam Oktober 2016 amsterdam economic board Samenvatting Onderwijs- en Arbeidsmarktmonitor Metropoolregio Amsterdam (MRA) Oktober 2016
Brug of kloof? De ervaringen van HAVO- en VWO-schoolverlaters over de aansluiting tussen VO en HO vóór en ná de invoering tweede fase VO
Brug of kloof? De ervaringen van HAVO- en VWO-schoolverlaters over de aansluiting tussen VO en HO vóór en ná de invoering tweede fase VO ROA-R-2005/8 Robert de Vries Rolf van der Velden Researchcentrum
5. Onderwijs en schoolkleur
5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone
Uitstroomonderzoek. Doel en vraagstelling. Conclusie
Opdrachtgever UWV Uitstroomonderzoek Doel en vraagstelling Opdrachtnemer Heliview / W. van Baars Wat is de reden van uitstroom van personen die niet meer ingeschreven staan bij het UWV Werkbedrijf (waarvan
Factsheet. HBO-Monitor De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden
HBO-Monitor 2018 De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden Managementsamenvatting In deze factsheet staat de arbeidsmarktpositie van de hbo-afgestudeerden uit studiejaar 2016-2017 centraal. Eind 2018,
Erratum Jaarboek onderwijs 2008
Centraal Bureau voor de Statistiek Erratum 13 december 2007 Erratum Jaarboek onderwijs 2008 Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is een aantal zaken niet juist vermeld. Onze
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt
Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal
6,1. Praktische-opdracht door een scholier 1991 woorden 25 mei keer beoordeeld. Hoofdvraag:
Praktische-opdracht door een scholier 1991 woorden 25 mei 2004 6,1 123 keer beoordeeld Vak Economie Hoofdvraag: Wat is de relatie tussen jongeren, arbeid en geld? Deelvragen: 1. Hoeveel jongeren werken?
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart 2002-2004 Gediplomeerden van
Vacatures in de industrie 1
Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.
Gediplomeerden van het MBO van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het MBO van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het MBO van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart -. Tabellen en vragenlijsten.
Factsheet. HBO-Monitor De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden
HBO-Monitor 2016 De arbeidsmarktpositie van hbo-afgestudeerden Managementsamenvatting In deze factsheet staat de arbeidsmarktpositie van de hbo-afgestudeerden uit studiejaar 2014/2015 centraal. Eind 2016,
Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen
nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel
Schoolverlaters uit het Beroepsonderwijs
Schoolverlaters uit het Beroepsonderwijs Digitale en schriftelijk Schoolverlaters - Panelonderzoek 12 WoonWerk Jonna Stasse Woerden, augustus 2006 In geval van overname van het datamateriaal is bronvermelding
SH&M 2012 Gediplomeerden MBO 2011
Rapportage Gediplomeerden van het MBO van hout- en meubelopleidingen Analyse van de positie van gediplomeerden van het MBO van opleidingen binnen de kwalificatiestructuur van de hout- en meubelbranche
Vakantiewerk onderzoek 2015 FNV Jong. Hans de Jong & Leon Pouwels Juni 2015
Vakantiewerk onderzoek 2015 FNV Jong Hans de Jong & Leon Pouwels Juni 2015 Achtergrond Achtergrond 2 Achtergrond SAMPLE 420 Respondenten WEging De data is gewogen op geslacht, leeftijd en opleiding naar
Langdurige werkloosheid in Nederland
Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.
Opleidingsniveau stijgt
Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma
Feiten en cijfers. HBO-Monitor 2014: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo. April 2015
Feiten en cijfers HBO-Monitor 2014: De arbeidsmarktpositie van afgestudeerden van het hbo April 2015 Feiten en cijfers 2 Inleiding In deze factsheet staan de arbeidsmarktresultaten van hbo-afgestudeerden
BEROEPSBEVOLKING EN PENDEL PROVINCIE FLEVOLAND 2000 SAMENVATTING
BEROEPSBEVOLKING EN PENDEL PROVINCIE FLEVOLAND 2000 SAMENVATTING Arbeidsmarkt Arbeidsparticipatie Van de 15 tot 65-jarige bevolking in Flevoland behoort 71% tot de beroepsbevolking (tabel 1) tegenover
Werk en inkomen. Sociale zekerheid. Sociale zekerheid. De buurt Schildersbuurt-West ligt in stadsdeel 5 Centrum en heeft inwoners.
Sociale zekerheid Werk en inkomen De buurt Schildersbuurt-West ligt in stadsdeel 5 Centrum en heeft 14.291 inwoners. Sociale zekerheid De gegevens over de sociale zekerheid zijn alleen op gemeentelijk
Gediplomeerden van het MBO van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het MBO van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het MBO van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO- Kaart 2008, 2009 en 2010 Utrecht,
Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt
Hoofdstuk 13. Arbeidsmarkt Samenvatting De potentiële beroepsbevolking wordt gedefinieerd als alle inwoners van 15-64 jaar en bestaat uit ruim 86.000 Leidenaren. Van hen verricht ruim zeven op de tien
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het mbo van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO-Kaart - Tabellen en vragenlijsten
Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen.
SAMENVATTING 1. Doel en onderzoeksopzet De invoering van de Wet kinderopvang per 1 januari 2005 heeft veel veranderingen gebracht voor de gebruikers van formele kinderopvang in kinderdagverblijven (KDV),
Gediplomeerden van het MBO van opleidingen ECABO
Gediplomeerden van het MBO van opleidingen ECABO Analyse van de positie van gediplomeerden van het MBO van opleidingen binnen ECABO op basis van de gegevens van de MBO- Kaart 2009, 2010 en 2011 Utrecht,
Werkgelegenheidsonderzoek 2010
2010 pr ov i nc i e g r oni ng e n Wer kgel egenhei dsonder zoek Eenanal ysevandeont wi kkel i ngen i ndewer kgel egenhei di nde pr ovi nci egr oni ngen Werkgelegenheidsonderzoek 2010 Werkgelegenheidsonderzoek
Over de voedingsmiddelenindustrie
Voedingsmiddelenindustrie Brancheontwikkelingen 2012 Deze factsheet bevat arbeidsmarktinformatie over de voedingsmiddelenindustrie. Onderwerpen die aan bod komen zijn: werkgelegenheid, trends en ontwikkelingen,
Trendbrochure mbo groen gediplomeerden ------ Groen in perspectief. KBA, april 2015
Trendbrochure mbo groen gediplomeerden ------ Groen in perspectief KBA, april 2015 Inleiding Sinds 2010 voert KBA in nauw overleg met ROA, AOC Raad en Aequor, en op initiatief van het ministerie van EZ,
1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt
1 Inleiding: de metamorfose van de arbeidsmarkt 1.1 De beroepsbevolking in 1975 en 2003 11 1.2 De werkgelegenheid in 1975 en 2003 14 Halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw trok de gemiddelde Nederlandse
Zorgplicht arbeidsmarktperspectief ZORGEN VOOR WERKZAME OPLEIDINGEN. Arbeidsmarktintrede van mbo-gediplomeerden. september 2016
ZORGEN VOOR WERKZAME OPLEIDINGEN Arbeidsmarktintrede van mbo-gediplomeerden Auteurs Christoph Meng & Annelore Verhagen, Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) september 2016 Jaarlijks krijgen
Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen
Arbeidsmarktmobiliteit van ouderen Jan-Willem Bruggink en Clemens Siermann Werkenden van 45 jaar of ouder zijn weinig mobiel op de arbeidsmarkt. Binnen deze groep neemt de mobiliteit af met het stijgen
Concurrentiebeding. Dataverzameling bij het LISS panel in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Dataverzameling bij het LISS panel in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid datum 18 december 2015 auteur(s) Maarten Streefkerk Suzan Elshout Boukje Cuelenaere versie 2.0 CentERdata,
Middelbaar opgeleiden op de arbeidsmarkt
Middelbaar opgeleiden op de arbeidsmarkt september 2006 De beleidsmatige belangstelling voor de arbeidsmarkt spitst zich over het algemeen toe op gevreesde tekorten aan de bovenkant van de markt en gevreesde
Gediplomeerden van Kenteq-opleidingen in het mbo
Gediplomeerden van Kenteq-opleidingen in het mbo Analyse van de positie van gediplomeerden van het mbo van Kenteq-opleidingen op basis van de gegevens van de MBO-Kaart 2006-2008 Colofon Uitgave Kenteq
Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010
FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage
Aantal werkzoekenden en aantal WWuitkeringen
April 2009 Aantal werkzoekenden en WW-uitkeringen blijven stijgen 2 Ingediende vacatures 5 Vraag en aanbod bij UWV WERKbedrijf 6 Ingediende ontslagaanvragen en verleende ontslagvergunningen 7 Statistische
Na(ar) de lerarenopleiding
Na(ar) de lerarenopleiding Onderwijsmonitor 1999 H.F. Vaatstra K.H.M. Jacob-Tacken Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde Universiteit Maastricht
Vragenlijst HBO-Monitor 2016
Vragenlijst HBO-Monitor 2016 > Met zwarte of blauwe pen invullen > Kruis slechts één antwoord aan tenzij anders is aangegeven > Let op naar welke vraag u soms wordt doorverwezen Enkele algemene vragen
