1. Veiligheidsmaatregelen
|
|
|
- Gerarda van de Veen
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Treinbrandbestrijding Oefenkaart Lesstof Overige bronnen 605 Treinbrandbestrijding Bevelvoerder, tekstboek Soorten incidenten, hoofdstuk Spoorwegincidenten Inleiding Treinbrandbestrijding is een specialistische vorm van brandbestrijding. Op en rond het spoor kan de brandweer te maken krijgen met verschillende soorten incidenten: van brand en botsing tot lekkages met giftige stoffen. In deze achtergrondinformatie wordt aandacht besteed aan de kenmerken en de techniek en tactiek van brandbestrijding in treinen. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de opdrachten en beoordelingscriteria van de oefenkaart. 1. Veiligheidsmaatregelen Bij haar optreden moet de brandweer met name rekening houden met de risico's: op de (naastliggende) sporen met betrekking tot de bovenleiding bij het betreden van treinen. Situatie op de (naastliggende) sporen Vaak liggen er meerdere spoorbanen naast elkaar. De brandweer mag alleen op de naastliggende sporen aan het werk gaan, als zeker is dat er maatregelen zijn genomen om uitbreiding van het incident te voorkomen. Zolang dat niet volledig zeker is, mag er niet op de naastliggende sporen worden gewerkt. Ook als de spanning van de bovenleiding is afgeschakeld, kunnen op het spoor nog wel dieseltreinen rijden. Dat is onmogelijk als door de backoffice van ProRail is bevestigd dat het treinverkeer op het baanvak geheel is stilgelegd. Twee brandweermensen worden door hun bevelvoerder ingezet als wachters. Deze hebben als taak om de omgeving van het incident in de gaten te houden. Spoorwegpersoneel, dat later arriveert, zal deze visuele beveiliging overnemen. Voor het overige is het verstandig om zoveel mogelijk vanuit de berm te werken en met afzetlint het werkvak aan te duiden. Situatie met betrekking tot de bovenleiding In Nederland hangt de bovenleiding van de trein meestal op 5,50 meter hoogte (norm van ProRail). De minimale hoogte is 5,10 meter. De Zoetermeer Stadslijn vormt een uitzondering met een bovenleidinghoogte van 4,65 meter. Een ongeval op de spoorweg is op zich geen aanleiding om het treinverkeer direct te stoppen en de bovenleiding uit te schakelen. Vaak is het mogelijk om het treinverkeer met aangepaste snelheid te laten rijden, of om de trein of wagon eerst op een zijspoor te laten plaatsen (bijvoorbeeld als het om een kleine lekkage van een wat minder gevaarlijke stof gaat). Optreden bij een brand op de spoorweg is bijna altijd mogelijk, ongeacht of er nu wel of geen spanning op de bovenleiding staat. Een voorwaarde daarbij is dat de afstand tussen de spuitmond en de dichtstbijzijnde onder spanning staande bovenleidingcomponent (met inbegrip van de stroomafnemers, die in hun geheel spanningvoerend zijn) groter, of gelijk is aan zeven meter, zowel bij gebruik van hogedrukblussing, als van lagedrukblussing. Dit geldt alleen voor zoet water uit drinkwaterleidingen en open water. Voor zout water en water met toevoegingen zoals schuimvormend middel moet de afstand minimaal 15 meter bedragen. Voor waterkanonnen zijn deze afstanden respectievelijk 25 en 35 meter. Waterkanonnen mogen bij voorkeur pas worden ingezet als de bovenleiding is uitgeschakeld. De volgende incidenten kunnen aanleiding zijn om de bovenleiding uit te schakelen: blusacties in de nabijheid van de bovenleiding Bij blusacties met gevaar voor direct contact van de blusstraal met de bovenleiding, op een afstand die kleiner is dan zeven meter, moet de bovenleiding worden uitgeschakeld. technische hulpverlening met een hoge prioriteit die niet kan wachten op een rangeermogelijkheid 1
2 (dreiging van) kapotte bovenleiding. Als de ernst en omvang van het ongeval al direct duidelijk zijn uit de melding of als daarom wordt gevraagd vanaf de plaats van het incident, zal de bovenleiding door de backoffice zonder meer worden uitgeschakeld. Met betrekking tot het uitschakelen van de bovenleiding zijn er op de traditionele spoorwegen (niet: Betuweroute en Hogesnelheidslijn Zuid) twee mogelijke situaties: Het incident heeft plaats op: 1. de vrije baan of de overige emplacementen Wanneer een incident plaatsvindt op de vrije baan (baanvak tussen twee stations) of de overige emplacementen zal er ruim uitgeschakeld worden. 2. een met name benoemd en begrensd groot emplacement. Wanneer een incident plaats vindt op een met name benoemd en begrensd groot emplacement is er sprake van een onoverzichtelijke situatie: er zijn meer verschillende spanningvoerende delen in de buurt. In dit geval moet de bovenleiding voldoende uitgeschakeld worden en zal er door spoorwegpersoneel (uiterlijk binnen 15 minuten) ter plaatse een aardset aangebracht worden zodat de bovenleiding veilig is. Situatie bij het betreden van treinen Bij brand zijn er twee zaken waarop de brandweer speciaal moet letten: 1. de zevenmeterregel voor het gebruik van bluswater bij onder spanning staande installaties betekent dat de trein, zolang de bovenleidingspanning niet is afgeschakeld, alleen met afgesloten straalpijp mag worden betreden; de ingang van de trein zit immers altijd binnen zeven meter van de bovenleiding. 2. in treinen is veel kunststof verwerkt. Bij brand in een trein moet daarom adembescherming worden gebruikt en moet rekening worden gehouden met vallende, smeltende kunststoffen. 2. Procedure ruim uitschakelen Door middel van de procedure Ruim uitschakelen wordt geregeld op welke manier en met welke voorzorgsmaatregelen de bovenleiding kan worden uitgeschakeld. 2
3 Op basis van de eerste melding van een incident bepaalt de centralist of de treindienstleider van ProRail aan de hand van de Trein Incident Scenario s (TIS) het voorlopige scenario. Het afschakelen van de bovenleiding kan bij een scenario behoren of kan tijdens het incident door u noodzakelijk worden gevonden. De meldkamer geeft dan het verzoek van de brandweer tot uitschakelen van de bovenleiding en het stilleggen van het treinverkeer door aan de backoffice van ProRail. De backoffice bepaalt of de plaats van het incident tot de Betuweroute of de Hogesnelheidslijn Zuid behoort in verband met de hogere spanning op de bovenleiding. Deze hogere spanning vraagt een andere. Als blijkt dat er ruim uitgeschakeld moet worden, belt de CMK met de betreffende treindienstleider van ProRail Verkeersleiding. De treindienstleider geeft vervolgens het betreffende Schakel- en Meld Centrum opdracht om de spanning ruim uit te schakelen in het bewuste gebied. De treindienstleider neemt vervolgens veiligheidsmaatregelen en regelt de bijsturing van de treindienst. In het geval van ruim uitschakelen, schakelt het Schakel- en Meld Centrum de volgende zaken uit: de bovenleidinggroep ter plaatse van het incident de voor- en achterliggende groep van de bovenleidinggroep ter plaatse van het incident alle naastliggende bovenleidingen, over dezelfde lengte. Nadat de bovenleiding door het Schakel- en Meld Centrum ruim is uitgeschakeld, wordt een bericht doorgegeven aan de meldkamer, de treindienstleider en de backoffice. Het bericht geeft aan welke maatregelen door ProRail zijn getroffen en op welk baanvak. De backoffice van ProRail bevestigt dit bericht nog eens via de communicatiemiddelen van de brandweer, zodat u van twee kanten bevestigd krijgt dat is afgeschakeld. Onderling wordt nogmaals de juiste locatie gecontroleerd. Het ruim uitschakelen en de melding daarvan aan de meldkamer moeten onmiddellijk na de binnenkomst van de melding (= opstarten van de procedure) gebeuren. Doelstelling hiervan is dat de brandweer binnen 15 minuten na het verzoek tot uitschakelen voor zichzelf een veilige werksituatie kan creëren. Plaatsen veiligheidstester Zodra het ruim uitschakelen van de bovenleiding bekendgemaakt is door de meldkamer en door het Schakelen Meld Centrum van ProRail, geeft de bevelvoerder de opdracht tot het plaatsen van de veiligheidstester. De voorbereidingsacties hiervoor hebben dan al plaatsgevonden. De veiligheidstester wordt geplaatst door de lange stok met kop aan te brengen op de bovenleiding; de koperen draad is hiervoor lang genoeg. Als de tester blijft hangen, is direct duidelijk dat de bovenleiding spanningloos is. De situatie is veilig en de brandweer kan beginnen met de hulpverlening. U bevestigt via de meldkamer aan de backoffice van ProRail dat de veiligheidstester aan de bovenleiding hangt. De veiligheidstester geeft de brandweer weliswaar de zekerheid dat er geen spanning meer op de bovenleiding aanwezig is, maar dit geldt alleen voor de bovenleiding waaraan de tester hangt. Controleer daarom ook de naastliggende bovenleidingen. Als de veiligheidstester niet aan de bovenleiding blijft hangen omdat deze (nog) niet spanningloos is, meldt de brandweer dit via de meldkamer aan de backoffice van ProRail. De veiligheidstester kan nu niet nog eens worden ingezet, omdat bij de eerste test de branddraad van de kop is gesmolten. De veiligheidstester valt dan met een knal en een lichtflits naar beneden. Brandweer, backoffice en Schakel- en Meld Centrum communiceren dan over wat er in de procedure of de uitvoering ervan is misgegaan, om te zorgen dat alsnog de gewenste uitschakeling ontstaat. De meldkamer regelt dat met spoed een tweede brandweervoertuig (met ongebruikte veiligheidstester) ter plaatse komt. Ook het aanbrengen van een aarding door ProRail Ongevallenbestrijding of de EV-er (EV staat voor Energie Voorziening) van ProRail Railinfrabeheer is in dit geval een oplossing. Bij het aanbrengen van de veiligheidstester moeten altijd twee brandweerlieden (de 'wachters') de omgeving van het incident blijven observeren. Het ligt voor de hand om dit te doen ter plaatse van de hulpverlener die de veiligheidstester aanbrengt. Deze wachters moeten blijven opletten of er uitrijdende treinen of diesellocomotieven het werkterrein naderen. De wachters kunnen mondeling of door gebruik te maken van hun portofoon, de andere hulpverleners snel en doelgericht waarschuwen voor een optredende wijziging in de veilige situatie. Let er hierbij op dat dit effectief gebeurt, gezien het gebruikelijke omgevingslawaai bij een spoorwegongeval. Personeel (van ProRail Railinfrabeheer of Ongevallenbestrijding) dat later ter plaatse komt, neemt de observatietaak over. Zij zal bovendien de werkplek beveiligen met aarding van de bovenleiding. Het kan zijn dat direct uit de melding blijkt dat uitschakelen van de bovenleiding noodzakelijk is. Dit kan het geval zijn bij een TIS waarbij automatisch wordt uitgeschakeld. Het kan ook zijn dat uit de melding de ernst van de situatie blijkt. In deze gevallen is de procedure voor uitschakeling van de bovenleiding eerder in gang gezet: na de melding wordt dan direct overgegaan tot actie door de backoffice van ProRail. Bij wijzigingen in de situatie geeft de meldkamer deze door aan de backoffice van ProRail. Omgekeerd geeft ook de verkeersleiding en/of het Schakel- en Meld Centrum veranderingen door aan de backoffice van ProRail. De backoffice van ProRail communiceert deze informatie weer door naar de andere partijen. 3
4 3. Inzettactiek Toegang tot de trein Bij de meeste incidenten speelt in de eerste plaats de vraag hoe de brandweer zich het beste toegang tot de trein kan verschaffen. Via de voorkant van de trein (= de plaats van de machinist, herkenbaar aan drie witte/gele 'koplampen') kan toegang verkregen worden tot de rest van de trein (als de voorkant van de trein tenminste nog intact is). Als de trein stilstaat, zijn de deuren van alle rijtuigen te openen. Alle NS-rijtuigen en de modernste treinstellen zijn voorzien van nooddrukknoppen, noodhandgrepen of noodhendels om de deuren te openen. Deze bevinden zich, als men aan de buitenkant naar de raamzijde van het rijtuig kijkt, onder de linkerdeur. Door middel van deze knoppen, grepen of hendels wordt de vergrendeling opgeheven en kan de deur worden geopend. Ook aan de binnenkant van de trein bevinden zich bij de deuren noodknoppen, noodgrepen of noodhendels. Ander reizigersmaterieel, meestal met grijze deuren, kan alleen betreden worden: via de cabine van de machinist door vanuit de binnenzijde van de deur de noodknop te bedienen (deze knop is op elke materieelsoort aanwezig). De brandweer mag goederenwagons alleen openen als dat echt noodzakelijk is voor de incidentbestrijding. Meestal zijn op goederenwagons grote hendels aanwezig, soms verzegeld door de douane. Als de brandweer het wagennummer aan de machinist kan opgeven, kan deze aan de hand van de aanwezige documenten uitzoeken wat er in de wagon zit. Als er gevaarlijke stoffen in een wagon zitten, is dit altijd aan de buitenkant van de wagon aangegeven. Voor het ontgrendelen van de deuren van een trein is geen spanning nodig. Ontgrendelen is dus altijd mogelijk, tenzij een rijtuig door de brand zwaar beschadigd is en/of niet meer op de wielen staat. Het is voor de brandweer niet altijd eenvoudig om de deuren van een trein te bereiken. Dit komt doordat de spoorbaan meestal hoger ligt dan de omgeving, en doordat het onderstel van de trein ook een bepaalde hoogte heeft. De overbruggingshoogte tussen het maaiveld en de deuren van de trein kan daardoor variëren van 80 centimeter tot twee meter. De brandweer kan daarom bij een inzet ladders of steigermateriaal nodig hebben om de deuren van de trein te bereiken. Het is ook mogelijk om via de ramen toegang te verkrijgen tot een trein. Om ramen te kunnen openen, moet als dat nodig is geweld gebruikt worden. Door een juiste toepassing van gereedschappen daarbij kan dit geweld op gecontroleerde wijze worden toegepast. Met een slagpen kunnen ramen eenvoudig worden gebroken. De grote ramen in een trein zijn altijd dubbel uitgevoerd. Gezien de overbruggingshoogte tussen de deuren van de trein en het maaiveld, zal voor het ontruimen van een trein enige improvisatie nodig zijn. Brand in materieel Eén van de elementen die bepalend is bij het bestrijden van brand in materieel, is de plaats waar het materieel is stilgezet. Afhankelijk van de situatie in de trein zal een machinist proberen de trein stil te zetten op één van de overwegen of in de directe nabijheid van één van de stations. Gezien de lengte van het spoorwegennet en de plotselinge manier waarop een brand kan ontstaan, zal dit vaak niet mogelijk zijn. In veel gevallen komt een trein plotseling tot stilstand doordat reizigers bij brand aan de noodrem trekken. In deze situatie kan de machinist geen invloed meer uitoefenen op de stopplaats. Goederentreinen zullen echter in geval van brand de reizigersstations zoveel mogelijk proberen te mijden als stopplaats. Een goederentrein bevat dikwijls gevaarlijke stoffen. Dit betekent dat bij een brand in goederenmaterieel eigenlijk altijd de procedure ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen gevolgd moet worden. Op de zijkanten van bulk-/tankwagens staan de VN-nummers vermeld. Bovendien is de machinist voorzien van de wagenlijst waarop vermeld staat welke wagen welke stoffen (lijst van VN-nummers en stofnamen) vervoert. Zo nodig kan de backoffice de wagenlijst van de trein en een lijst met aanvullende bestrijdingsinformatie bij de betreffende stoffen aanleveren. Wanneer u ter plaatse komt en concludeert dat het niet om gevaarlijke stoffen, maar om bijvoorbeeld een trein met zand gaat, kan alsnog worden afgeschaald. Bij het blussen van een brand in materieel moeten de eerder aangegeven veiligheidsafstanden in acht worden genomen. Bij uitsluitend hoge- en lagedruk handstralen met water uit waterleiding of open water zonder toevoegingen geldt de zevenmeterregel. Voor waterkanonnen, zout water of water met toevoegingen zoals schuimvormend middel gelden grotere veiligheidsafstanden. 4
5 Bij blussing aan de onderzijde van het materieel, waarbij ruim uitschakelen van de bovenleiding niet nodig is, moeten de stroomafnemers zijn neergelaten. Je werkt dan vaak binnen de zeven meter en er wordt vaak gespoten op hoogspanningkasten of delen daarvan. Brand in onroerend goed Het optreden bij een brand in een station of een werkplaats is gelijk aan het optreden bij een gewone brand in een gebouw. Voor het bestrijden van een dergelijke brand kan het nodig zijn dat de brandweer zich toegang verschaft tot een spoorwegemplacement. De brandweer moet dan de hekken rond het emplacement doorknippen met een schaar of forceren met een koevoet. In werkplaatsen waarin bovenleiding is aangebracht moet worden gehandeld zoals op een spoorweg met bovenleiding. Ook in zogenaamde onderstations kan brand voorkomen. Onderstations zijn voedingspunten van de bovenleiding. In deze gebouwen wordt wisselspanning van een lokale energieleverancier omgezet naar gelijkstroom voor de bovenleiding. In geval van brand moet u als bevelvoerder via de meldkamer vragen om het uitschakelen van de wisselspanning bij de energieleverancier. 4. De Hogesnelheidslijn Zuid en de Betuweroute Deze beide spoorwegen hebben een aantal bijzondere aspecten waardoor voor de hulpdiensten enige aanvullende aandachtspunten van belang zijn. Locatie De Hogesnelheidslijn Zuid loopt van Amsterdam naar België. Op deze lijn rijden uitsluitend passagierstreinen met hoge snelheid. De treinen zullen grote hoeveelheden personen met hoge snelheid vervoeren. De Betuweroute loopt van de Maasvlakte aan zee bij Rotterdam naar Duitsland. Op deze lijn rijden uitsluitend goederentreinen met verhoogde snelheid. De treinen vervoeren grote hoeveelheden goederen en gevaarlijke stoffen met hoge snelheid. Veiligheidsmaatregelen Voor beide spoorwegen geldt dat bijzondere beveiligingsmaatregelen zijn getroffen. Zo komen er geen gelijkvloerse overgangen voor. Daardoor is de kans op aanrijdingen minimaal. Bovendien zijn grote delen voorzien van geluidsschermen. Daardoor is echter de bereikbaarheid van de spoorweg in geval van een ongeval slechter dan bij andere spoorwegen. De overgangen zijn vaak met bruggen en fly-overs gemaakt. Er komen veel tunnels op de trajecten van beide spoorlijnen voor. Ook dit kan de hulpverlening bemoeilijken. Beide spoorwegen zijn uitgerust met een andere, veel hogere spanning op de bovenleiding. Daardoor is het niet mogelijk de veiligheidstester te gebruiken, zoals op het traditionele spoor. Procedure Complete Lijnuitschakeling (CLU) Er is voor deze beide spoorwegen een andere procedure van afschakelen van de bovenleiding ontwikkeld. Dit is de procedure Complete Lijnuitschakeling ( CLU). De brandweer start deze procedure op dezelfde wijze als de procedure Ruim uitschakelen op de traditionele spoorwegen. De meldkamer neemt contact op met de backoffice van ProRail Verkeersleiding op basis van het gekozen Treinincident scenario (TIS) en krijgt na enige tijd zowel via de meldkamer als via het Schakel- en Meld Centrum van ProRail teruggemeld dat de lijn is uitgeschakeld. Bij deze spoorlijnen worden veel grotere delen van de spoorweg uitgeschakeld. Daartoe zijn beide spoorlijnen in twee delen gedeeld. Er wordt telkens met een halve spoorlijn uitgeschakeld. Bij uitschakeling kan de afwezigheid van spanning op de bovenleiding niet met de veiligheidstester worden vastgesteld. De tunnels in de spoorlijnen worden echter vanwege de bijzondere situatie en gevaren afzonderlijk van spanning voorzien. Bij de ingangen van de tunnels zijn door de brandweer bedienbare aardingsschakelaars aangebracht. Bluswatervoorziening Voor de Betuweroute zijn voor de bluswatervoorziening de spoorsloten aangepast. Voor de bereikbaarheid van de spoorweg is de mobiele spoorslootoverbrugging ontwikkeld en aan de betreffende brandweerkorpsen ter beschikking gesteld. Hiermee kunnen sloten tot acht meter breed worden overbrugd. 5
Rail (NS - bestaand spoor - 1.800 Volt gelijkspanning 1 )
Rail (NS - bestaand spoor - 1.800 Volt gelijkspanning 1 ) Gevaren Vervoer gevaarlijke stoffen. Botsing met rijdend materiaal. Elektrocutie door (hoog) spanning van de bovenleiding. Elektrocutie door (hoog)
Veilig hulpverlenen op Betuweroute en HSL-zuid
Veilig hulpverlenen op Betuweroute en HSL-zuid Betuweroute HSL-zuid Instructie 25 kv tester Doel van deze instructie: Kennen van de inzetprocedure en werking van de 25 kv tester; Juist en veilig kunnen
Specialistische brandbestrijding Ploeg: manschappen, manschap b en bevelvoerder Frequentie: korpsspecifiek
Oefening Doel Specialisme Specialistische brandbestrijding Ploeg: manschappen, manschap b en bevelvoerder Frequentie: korpsspecifiek Algemeen doel De ploeg voert veilig en effectief een inzet uit bij een
Veiligheidsmaatregelen bij calamiteiten. Beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kv bovenleiding.
Inframanagement Richtlijn Veiligheidsmaatregelen bij calamiteiten Beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kv bovenleiding. Deel 2 Uitschakelprocedures 1500 V en 25 kv Ruim
Beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kv bovenleiding. Versie: 001
Inframanagement Richtlijn Beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kv bovenleiding Deel 1 Algemeen Beherende instantie: IM Infra Configuratie Beheer Inhoudverantwoordelijke
Alternatieve energiebronnen
Electriciteit op het spoor Alternatieve energiebronnen Electriciteit op het spoor en in het wegvervoer Nederlandse spoor heeft 2 soorten bovenleidingen. Betuwelijn 1-1500 V reguliere spoor (Merwedelingelijn)
PROTOCOL INZET BRANDWEER VEENENDAAL BIJ 150 KV HOOGSPANNINGSLIJN
PROTOCOL INZET BRANDWEER VEENENDAAL BIJ 150 KV HOOGSPANNINGSLIJN 1 INLEIDING: Het veilig werken van de brandweer onder of in de nabijheid van de 150 kv. hoogspanningslijn vereist afspraken tussen netbeheerder
Veiligheidsmaatregelen bij calamiteiten. Beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kv bovenleiding.
Inframanagement Richtlijn Veiligheidsmaatregelen bij calamiteiten Beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kv bovenleiding. Deel 3 Beherende instantie: IM Infra Configuratie
Hoe te handelen bij aantreffen VWAM- Blokkering
Hoe te handelen bij aantreffen Vergeten VWAM- Blokkering Rijden van Treinen op Openbare Infra Wijzigingshistorie Versie datum Opmerking, beschrijving wijziging Auteur(s) 0.1 03-09- 2015 0.2 25-09- 2015
Veiligheidsmaatregelen bij calamiteiten. Beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kv bovenleiding.
Inframanagement Richtlijn Veiligheidsmaatregelen bij calamiteiten. Beheersing van elektrocutiegevaar van hulpverleners bij 1500 V en 25 kv bovenleiding. Deel 4 Beherende instantie: IM Infra Configuratie
Vakkennis Machinist Cluster 10: Treinincidenten
Vakkennis Machinist Cluster 10: Treinincidenten Huidige versie: Eerdere versies: Versie 1.0 Vóór review (TT 25-05-13) Versie 2.0 Na review (MD en MdW 05-06-13) Versie 2.1 Na review (TT 06-06-13) Versie
Voor electrische treinen gelden, behalve de hiervoor genoemde seinen, bovendien de in dit Hoofdstuk genoemde seinen.
146 Omschrijving der seinen en seinmiddelen. HOOFDSTUK VIII. Voor electrische treinen gelden, behalve de hiervoor genoemde seinen, bovendien de in dit Hoofdstuk genoemde seinen. Sein 59. Langzaam rijden.
Vakkennis wijzigingsdocument Op de website VVRV update
Vakkennis wijzigingsdocument Op de website VVRV update 12-2-2018 Cluster tekst tekstwijziging datum Infra (5) Hoe is de energievoorziening geregeld? Spanningssluis Doordat een spanningsluis geen spanning
Specialistische brandbestrijding Manschappen en bevelvoerder (ploeg) Frequentie: afhankelijk van korpstaken
601 Natuurbrandbestrijding Oefening Doel Specialisme Specialistische brandbestrijding Manschappen en bevelvoerder (ploeg) Frequentie: afhankelijk van korpstaken Algemeen doel De ploeg voert veilig en effectief
BESLISBOMEN. HSL-Zuid en Betuweroute
BESLISBOMEN HSL-Zuid en Betuweroute Oktober 2007 BESLISBOMEN HSL-Zuid en Betuweroute Uitgave : Versie : 2.0 Datum : 16 oktober 2007 De beslisbomen in dit document zijn identiek aan die in Calamiteitenmatrices
1. Kenmerken van een inzet bij OGS. 2. Belangrijkste Risico's bij OGS. 3. Specifieke zaken voor Beeldvorming bij OGS
Beeld-, oordeel- en besluitvorming bij OGS Oefenkaart Lesstof Overige bronnen 222A Beeld-, oordeel- en besluitvorming bij OGS Bevelvoerder, tekstboek OGS Inleiding Deze achtergrondinformatie gaat over
BHV-procedures bij incidenten
BHV-procedures bij incidenten Inclusief instructieblad met toelichting. Bij bedrijfshulpverlening voor ongevallen, brand en ontruiming is het belangrijk dat de BHV ers goede instructies en werkprocedures
Bedrijfshulpverleningsplan
Bedrijfshulpverleningsplan voor de openbare apotheek te Datum opmaak: bijlage 8 61 Inhoud 1 Basisgegevens Apotheek Arts Ziekenhuis met EHBO-post Aanwezige bedrijfshulpverleners 2 Informatie/instructie
INFONAMIDDAG SPOORWEGEN ELEKTRISCHE ASPECTEN 16 / 12 / 2005 INFRABEL ANTWERPEN
INFONAMIDDAG SPOORWEGEN ELEKTRISCHE ASPECTEN 16 / 12 / 2005 INFRABEL ANTWERPEN BOVENLEIDINGEN Bovenleidingen Wat? Elektrische spanning Afstanden Blussen onder spanning Aarding Verdeler ES Info Spoorwegen
Feitenrapport. Wagen over remslof geduwd Kijfhoek 18 juli BVR Ontsporing
Wagen over remslof geduwd Kijfhoek 18 juli 2018 BVR Ontsporing Intern ProRail Auteur / eigenaar Afdeling Veiligheid Randstad Zuid Documentnaam wagen over remslof geduwd.doc Datum rapport 24-07-2018 Versie
INHOUDSOPGAVE. Generiek Bedrijfsnoodplan Keyrail, v1.2 april 2014 2
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding... 3 1.1 Doelstelling... 3 1.2 Opzet... 3 1.3 Leeswijzer... 3 1.4 Versiebeheer... 4 1.5 Referentiedocumenten... 4 1.6 Relatie met milieuvergunning... 5 2 Calamiteitenorganisatie...
BHV/Ontruimingsplan Ouderenzorg Anders BEM1303136 gemeente Steenbergen
BHV/Ontruimingsplan Ouderenzorg Anders BEM1303136 gemeente Steenbergen Naam :Ouderenzorg Anders Adres :Van Glymesstraat 30, 4651 LM Steenbergen Telefoon : 0167-567055 Directeur : Mw. A. Elferink Aantal
Samen werken aan veilig spoor. bijeenkomst Kennistafel Transport 21 mei 2019 Royal Haskoning / DHV Rotterdam
bijeenkomst Kennistafel Transport 21 mei 2019 Royal Haskoning / DHV Rotterdam 1 introductie Reinier Boeree brandweerofficier Utrecht manager Ongevallenbestrijding NS Holland Railconsult: Arbomanager projectmanager
HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. Sein 5. Sein 5. Veilig.
22 Omschrijving der seinen en seinmiddelen. Toepassingsvoorschriften. 23 HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. HOOFDSTUK III. Seinen op niet bepaalde plaatsen te geven. De beambte toont
RV uursrapportage bijna botsing na STS passage te Utrecht op 25 april 2012
RV12-0386 24-uursrapportage bijna botsing na STS passage te Utrecht op 25 april 2012 Stoptonend seinpassage met risico op een botsing met een passerende trein. Datum 26 april 2012 Status definitief RV12-0386
Vloeistofbrandbestrijding. Oefening
602 Vloeistofbrandbestrijding Oefening Doel Specialisme Specialistische brandbestrijding Ploeg: manschappen, manschap b (optioneel) en bevelvoerder Frequentie: korpsspecifiek Algemeen doel De ploeg voert
Ventilatie uit bij rampen BOA-V schakelt op afstand
Ventilatie uit bij rampen BOA-V schakelt op afstand RAM mobile data Ventilatie uit bij rampen BOA-V schakelt op afstand Bij rampen en incidenten roept de lokale rampenzender op tot het sluiten van ramen
Onderwerp Kamervragen leden Van Hijum, Mastwijk, Duyvendak, Ten Broeke en De Krom inzake de problemen met de treinverbinding Almelo - Hengelo
abcdefgh De voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGeneraal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Contactpersoon Datum 24 april 2007 Ons kenmerk DGP/SPO/U.07.01068 Doorkiesnummer Bijlage(n) Uw kenmerk Onderwerp
gemeente Eindhoven Raadsvragenvan de raadsleden dhr. R. Reker en dhr. C. Stroek (LPF) over veiligheidsrisico.
gemeente Eindhoven Inboeknummer 13bst01059 Beslisdatum B&W 11 juni 2013 Dossiernummer 13.24.103 (2.3.1) Raadsvragenvan de raadsleden dhr. R. Reker en dhr. C. Stroek (LPF) over veiligheidsrisico. Op zaterdagochtend
Vliegtuigbrandbestrijding. Oefening
Oefening Doel Specialisme Specialistische brandbestrijding Ploeg: manschappen, manschap b (optioneel) en bevelvoerder Frequentie: korpsspecifiek Algemeen doel De ploeg voert veilig en effectief een inzet
Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail
Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen s, Politie en Art. 1 Doelen Partijen maken afspraken over: 1. organiseert bijeenkomsten voor de Doorlopend naar - Het vergroten
Eindrapport. Aanrijding medewerker te Meteren 13 oktober 2016
Eindrapport Aanrijding medewerker te Meteren 13 oktober 2016 Colofon Opdrachtgever ProRail B.V. Adres Postbus 2038 3500 GA Utrecht Promise 500348 Document T20150157-792113182-2028 Inhoud 1 Samenvatting...4
ALGEMEEN PROTOCOL INZET BRANDWEER BIJ CALAMITEITEN NABIJ HOOGSPANNINGSLIJNEN
ALGEMEEN PROTOCOL INZET BRANDWEER BIJ CALAMITEITEN NABIJ HOOGSPANNINGSLIJNEN 1 INLEIDING: Het veilig werken van de brandweer onder of in de nabijheid van een hoogspanningslijn vereist afspraken tussen
24-uursRapportage railongeval Amsterdam 21 april Datum 22 april 2012
24-uursRapportage railongeval Amsterdam 21 april 2012 Datum 22 april 2012 Inhoud Samenvatting 3 1 Inleiding 4 1.1 Voorval 4 1.2 Beknopte beschrijving en classificatie 4 2 Het voorval 5 2.1 De melding 5
Draaiboek. (naam evenement)
Draaiboek (naam evenement) 1 DRAAIBOEK (Naam Evenement) Hieronder vindt u een voorbeeld van een draaiboek, die u kunt gebruiken als basis voor de vergunningaanvraag. Als u alle onderwerpen volgt heeft
Vakkennis Machinist. Cluster 10 Treinincidenten. Huidige versie: Versie 4.0 vraag-antwoordstructuur (IB. HB IvdS, RvS, MV)
Vakkennis Machinist Cluster 10 Treinincidenten Huidige versie: Versie 4.0 vraag-antwoordstructuur (IB. HB IvdS, RvS, MV) 01-11-16 De vakkennis is bedoeld als bronmateriaal en niet als leerboek, vandaar
Schoolnoodplan/ brandprotocol 2013-2014
Schoolnoodplan/ brandprotocol 2013-2014 Inhoudsopgave 1 1. Algemene gegevens 2 2. Inleiding 2 3. Overzicht van mogelijke noodsituatie 2 4. Processen van melden t/m nazorg 2 4.1 Bij brand 2 4.2 Bij persoonlijk
Nieuwsbrief juli 2013
Nieuwsbrief juli 2013 Modelbouwvereniging Hoekse Waard Achterzeedijk 1b 2991 SB Barendrecht Nieuwsbrief juli 2013 Barendrecht, 31-07-2013 Beste abonnees, Hierbij de nieuwsbrief van de Modelbouwvereniging
Ontwikkelingen HSL-zuid en Betuweroute op naar een blauwdruk spoor
Symposium Incidentbestrijding op het spoor Ontwikkelingen HSL-zuid en Betuweroute op naar een blauwdruk spoor Reinier Boeree projectmanager project Versterking OVT HSL/ BR 9 juni 2016 Project Railplan
Reizen zonder spoorboekje. Programma Hoogfrequent Spoorvervoer
Reizen zonder spoorboekje Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Reizen zonder spoorboekje Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Reizen zonder spoorboekje Zes intercity s en zes sprinters per uur in de drukste
Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan
Handleiding voor het opstellen van een bedrijfsnoodplan HR-CentruM Samenwerken aan je loopbaan! November 2010 Inhoudsopgave Inleiding 3 Bedrijfsnoodplan 4 Belangrijke bedrijfsgegevens 4 De bedrijfshulpverleningsorganisatie
Machinist. 1 Deze regelgeving: Is een aanvulling op het NedTrain Handboek Machinist/rangeerder NedTrain uitgave januari 2011
Machinist 1 Deze regelgeving: Is een aanvulling op het NedTrain Handboek Machinist/rangeerder NedTrain uitgave januari 2011 2 Gebieden: gebied verantwoordelijk bestaat uit de sporen - WZ, vanaf sein 2;
Strategie en tactiek bij natuurbrand
Strategie en tactiek bij natuurbrand Oefenkaart 464C 464D 465C 465D Lesstof Bevelvoerder, Soorten Incidenten, hoofdstuk Natuurbrand Overige bronnen Syllabus Natuurbrand, maatwerkproduct voor VRBZO Inleiding
Thema: Wachtrij. Toetsvragen. Vraag 1. Vraag 2. Vraag 3. Leerlijn: Randapparatuur bedienen Thema: Wachtrij/Busy
Toetsvragen Thema: Wachtrij Leerlijn: Randapparatuur bedienen Thema: Wachtrij/Busy Vraag 1 Bij een grootschalig optreden waar zowel politie, brandweer, marechaussee als ambulancedienst bij betrokken zijn,
BORNE. 18uit doorkiesnummer
GEMEENTE BORNE De heerľ.h.g.m. Verreussel N ij stad 15 7622 LA BORNE I uw brief/e-mail van uw kenmerk datum verzending ons kenmerk 21 juni 2018 18uit18038 contactpersoon doorkiesnummer e-mail J. Wissink
VVRV cluster Treinincidenten, versie juli 2019
VVRV cluster Treinincidenten, versie juli 2019 1/19 Inhoud 1 Treinincidenten 3 1.1 Voorwoord 3 1.2 Wat is een treinincident en wat is een calamiteit? 3 1.3 Wat is ProRail incidentenregie? 4 1.4 Welke algemene
Inzetstrategieën Haaglanden Rail- en spoortunnels Lengte 250 meter of meer
Doel Deze inzetstrategie betreft alleen de tunnelbuizen en niet de stations, haltes of perrons Deze inzetstrategie gaat alleen over personenvervoer en niet over gevaarlijke stoffen Uitgangspunt voor beoordeling
CALAMITEITENPLAN LEKKODAGEN 2018
14 september 2018 CALAMITEITENPLAN LEKKODAGEN 2018 Spoed? Bel 112 Politie geen spoed 0900 8844 Hoofd BHV Lekkodagen: Egbert Meindertsma 06-5140 7096 Contactpersoon Shantyfestival: Eric Harmsen 06-4415
BASISPRINCIPES VAN DE SEININRICHTING
TREINBESTUURDER BASISPRINCIPES VAN DE SEININRICHTING Publicatiedatum: 04/02/2015 NMBS B-TR.2 Inhoud Blz. 1. Spoorwegen 3 2. Sporen 6 3. Lichtseinen 8 4. Snelheidssignalisatie 14 5. Allerhande seinen 16-2
LOKALE REGELGEVING SPV ONDERHOUDSBEDRIJF ONNEN
LOKALE REGELGEVING SPV ONDERHOUDSBEDRIJF ONNEN Page 1 of 13 Colofon Betreft: Lokale Regelgeving Spoorwegveiligheid Locatie: Onderhoudsbedrijf Onnen Regio: Productie-eenheid Noord Auteurs: L. Mulder & R.J.M.
Slachtoffers bevrijden met hydraulisch gereedschap
Slachtoffers bevrijden met hydraulisch gereedschap Oefenkaart 112B Slachtoffers bevrijden met hydraulisch gereedschap Lesstof Leerboek Manschap A, Technische Hulpverlening Deel B-3 Verkeersongevallen met
24-Uurs rapportage bijna trein trein botsing na STS-passage van sein 1288 op spoor 13 te Utrecht CS d.d. 25-04-2012
24-Uurs rapportage bijna trein trein botsing na STS-passage van sein 1288 op spoor 13 te Utrecht CS d.d. 25-04-2012 Van ProRail/VL Kenmerk Versie 1.0 Datum 26 april 2012 Bestand 24 u rapport bijna trein
Spoorcollege veiligheid / treinbeveiliging SpoorParade 17 oktober 2014
Spoorcollege veiligheid / treinbeveiliging SpoorParade 17 oktober 2014 Samenvatting 3 november 2014 Presentatie door André van Es Railverkeerskundige Adviseur bij Arcadis en docent op de Hogeschool Utrecht
Stichting Dante s Vriendjes Televisiebaan 106a 3402 VH IJsselstein Tel. 030 6871353 GSM. 06 23750706 [email protected].
Stichting Dante s Vriendjes Afdeling De Kikkervisjes Televisiebaan 106 Telefoon 06-23750706 Mail [email protected] Ontruimingsplan Object: Kinderdagverblijf Dante s Vriendjes, afdeling De
Het plangebied ligt ten zuiden van de Akersteenweg, nabij de kruising Burg. Cortenstraat.
Externe veiligheid: verantwoording groepsrisico 0. Inleiding Ter plaatse van de voormalige Rekko-locatie aan de Akersteenweg is men voornemens een appartementencomplex, een paviljoen en winkels te realiseren.
Waterschap en bluswatervoorziening. Presentatie door Niels Robbemont, beleidsadviseur calamiteitenzorg
1 Presentatie door Niels Robbemont, beleidsadviseur calamiteitenzorg 2 waterschap Hollandse Delta is, naast Rijkswaterstaat en de waterbedrijven, één van de mogelijke leveranciers van bluswater op de Zuid-Hollandse
Bussen die rijden op: Aardgas CNG = Compressed Natural Gas
Bussen die rijden op: Aardgas CNG = Compressed Natural Gas Landelijke OGS Netwerkdag, 27 juni 2013 te Arnhem Dick Arentsen, AGS 1 Brandweer en Methaan Aardgas (zoals aan huis geleverd) Hogedruk (80 bar)
Veel gestelde vragen 1
In dit document zijn de antwoorden op veel gestelde vragen opgenomen. Veel gestelde vragen 1 1. Wat is een BHV-plan? Een document waarin een werkgever schriftelijk vastlegt op welke restrisico s de BHV
Feitenrapport. Te snelle afloop (TSA) Kijfhoek 11 augustus 2018
Te snelle afloop (TSA) Kijfhoek 11 augustus 2018 Intern ProRail Auteur / eigenaar Afdeling Veiligheid Regio Randstad Zuid Documentnaam Feitenrapport te snelle afloop.doc Datum rapport 15 augustus 2018
Raadsvragenuan het raadslid de heer E. Cols over goederentreinen rijden
gemeente Eindhoven Openbare Ruimte, Verkeer lk Milieu Raadsnummer 0 9. RQQ7$. QOI Inboeknummer o9bstoat46 Beslisdatum B&W 9 november 2009 possiernummer 945 55> Raadsvragenuan het raadslid de heer E. Cols
Belangrijke veiligheidskennisgeving
Belangrijke veiligheidskennisgeving CentriMag -systeem voor ondersteuning van de bloedsomloop Motormodel 201-10002 Compatibel met CentriMag -pomp en PediVas -pomp 6 september 2018 Geachte mevrouw, geachte
CALAMITEITENPLAN LEKKODAGEN 2017
1 september 2017 CALAMITEITENPLAN LEKKODAGEN 2017 Spoed? Bel 112 Politie geen spoed 0900 8844 Hoofd BHV Lekkodagen: Egbert Meindertsma 06-5140 7096 Contactpersoon Shantyfestival: Eric Harmsen 06-4415 2202
Hogesnelheidslijn 4 NZV-Antwerpen. Centraal. Veiligheidsaspecten
Hogesnelheidslijn 4 NZV-Antwerpen Centraal Veiligheidsaspecten Ludo Van Ingelgem 16 december 2005 Noord-zuidverbinding Antwerpen-Centraal noordzuid Noord-zuidverbinding Amsterdam noord- zuidverbinding
L3G Niet Routine - Werkzaamheden op, naast of aan het spoor
het spoor Doel Het veilig en juist uitvoeren van werkzaamheden die betrekking hebben op het werken op, naast of aan het spoor op het Dow terrein. Categorie en level Categorie: Maintenance Operations Anders
Datum: 08 december Ontruimingsplan voor BEACH HOTEL V.O.F. Duinweg EC Zoutelande
Datum: 08 december 2015. Ontruimingsplan voor BEACH HOTEL V.O.F. Duinweg 97 4374 EC Zoutelande 0119-561255 www.beachhotel.nl [email protected] 1 Inhoud 1 Inhoud... 3 2 Inleiding en toelichting... 4 3
Rijweginstelling en roodseinpassages
Datum Rijweginstelling en roodseinpassages 2 van 17 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Achtergrond 3 1.2 Doel en doelgroep 4 1.3 Aanpak 4 2 Begrippenkader 5 3 Inspectieresultaten 7 3.1 Hengelo 7 3.2 Enschede
Beperkt OGS Manschappen en bevelvoerder (ploeg) Frequentie: minimaal 1 keer per oefencyclus. waarbij een gevaarlijke stof vrijkomt.
Verkeersongeval waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen Oefening Doel Beginsituatie Samenstelling oefenstaf Mogelijke opdrachten Hulpmiddelen Specifieke aandachtspunten voor veiligheid en milieu Specifieke
Betrouwbaar en veilig overal in huis energie beschikbaar. Uw vision groepenverdeler van Hager
Betrouwbaar en veilig overal in huis energie beschikbaar Uw vision groepenverdeler van Hager De groepenverdeler in uw meterkast Beste bewoner, Uw Hager-groepenverdeler zorgt dat u op veilige wijze stroom
Rijweginstelling en roodseinpassages
Rapport Datum 9 april 2008 Rijweginstelling en roodseinpassages Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 1.1 Achtergrond 3 1.2 Doel en doelgroep 4 1.3 Aanpak 4 2 Begrippenkader 6 3 Inspectieresultaten 8 3.1 Hengelo
Specialisten van de VRU. Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS)
Specialisten van de VRU Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS) Utrecht is een knooppunt van vitale transportroutes over de weg, het spoor en het water, waarover ook grote volumes gevaarlijke stoffen
Inzet met accent op brandbestrijding. Oefening
700 Inzet met accent op brandbestrijding Oefening Doel Basisbrandweerzorg, eventueel met specialisme(n) Brandbestrijding Minimaal twee TS-en, OVD, eventueel ondersteunende voertuigen Frequentie: minimaal
-2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn?
-2- Bij welke werkzaamheden kan een aanvullende werkvergunning nodig zijn? -2- Noem voorbeelden van orde en netheid (good housekeeping). -2- Noem enkele gevaren op het werk. -2- Noem werkzaamheden of omstandigheden
Ontruimingsplan MFC Onder de pannen te Melderslo. Ontruimingsplan GOEDGEKEURD. Voorzitter: Piet van Lipzig. Datum: januari 2017
Ontruimingsplan MFC Onder de pannen te Melderslo. Ontruimingsplan GOEDGEKEURD Voorzitter: Piet van Lipzig Datum: januari 2017 Inhoudsopgave Pagina 1 Inhoudsopgave 2 2 Inleiding en/of toelichting 3 3 Situatietekening
Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden
33 Bijlage 1 Advies brandweer Veiligheidsregio Haaglanden Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) Wijzigingsplan "Emmastraat Pijnacker" (vastgesteld) 34 Veiligheidsregio Haaglanden HlMlIIlil
ALGEMEEN REGLEMENT VAN HET PERSONEEL EN DE SOCIALE DIENSTEN BUNDEL TUCHTREGLEMENT
ALGEMEEN REGLEMENT VAN HET PERSONEEL EN DE SOCIALE DIENSTEN BUNDEL 550 - TUCHTREGLEMENT BIJLAGE III BESTRAFFING VAN DE FOUTEN TEGEN DE VEILIGHEID VAN HET VERKEER. A. INBREUKEN OP DE REGLEMENTAIRE VOORSCHRIFTEN
Draaiboek ontruimingsoefening AB&C Partners te Zoetermeer
AB&C Partners te Zoetermeer 25 september 2012 Oefendraaiboek Locatie AB&C Partners Noodlandingsweg 122 2710 EA ZOETERMEER 079-9876543 Contactpersoon Jan Helicopter OMS nummer 22334 Onderwerp Het optreden
Samenvatting Veiligheidsonderzoeksverslag Ontsporing van een goederentrein Melsele - 12 april 2012
Onderzoeksorgaan voor Ongevallen en Incidenten op het Spoor Samenvatting Veiligheidsonderzoeksverslag Ontsporing van een goederentrein Melsele - 12 april 2012 December 2017 2 ALGEMENE INFORMATIE Aard van
VVRV cluster Bevoegdheidseisen, taken en verantwoordelijkheden machinist, versie maart 2019
VVRV cluster Bevoegdheidseisen, taken en verantwoordelijkheden machinist, versie maart 2019 1/8 Inhoud 1 Bevoegdheidseisen, taken en verantwoordelijkheden machinist 3 1.1 Voorwoord 3 1.2 Wat zijn de taken
TIB-005 Werkwijze m.b.t. SWI-AOW 15 april 2019
Doel Duidelijkheid geven door wie en op welke wijze SWI-AOW blokkeringen kunnen worden aangebracht, inclusief de uitzonderingen in 220-380kV. Toepassingsgebied Deze procedure is van toepassing op alle
Weten wat er staat. Onderzoek naar treinen met gevaarlijke stoffen op emplacementen
Weten wat er staat Onderzoek naar treinen met gevaarlijke stoffen op emplacementen Weten wat er staat Onderzoek naar treinen met gevaarlijke stoffen op emplacementen Datum 15 juni 2011 Status definitief
Handleiding Morgan Plus 8
Klassiekershuren.nl Huur een klassieke auto voor bruiloft, gala of dagje uit! http://www.klassiekershuren.nl Handleiding Morgan Plus 8 Om ervoor te zorgen dat je zo veel mogelijk kunt genieten van de Morgan,
enexis.nl Aarding Voor alle zekerheid
enexis.nl Aarding Voor alle zekerheid Inhoud Belangrijkste punten 4 Aarding en elektriciteit 5 Geaard of niet? 5 Vier systemen van aarding 7 Aarding is onzichtbaar 8 Een veilige installatie 8 Wanneer
Trein van de Toekomst Jelte Bos, 22 februari 2017
Trein van de Toekomst Jelte Bos, 22 februari 2017 Status quo: bemande trein, lage frequentie Planning van personeel en materieel maakt het systeem kwetsbaar Capaciteit van het spoor wordt lang niet optimaal
Procedure Langstransport
Procedure Langstransport In vier processtappen: 1. Voorbereiding Langstransport 2. Besluitvorming Langstransport 3. Uitvoering Langstransport 4. Beëindiging Langstransport Definitief versie 4.0 Inhoudsopgave
VEILIGHEID OP DE CAMPUS
VEILIGHEID OP DE CAMPUS Als student breng je een belangrijk deel van je tijd door op de campus. De universiteit zorgt daarom voor goede verlichting, inbraakdetectie, camera s en deskundige bedrijfshulpverleners.
ONTRUIMINGSPLAN. Scouting Sweder van Voorst. Adres : Torenallee 2. : 0314-381224 (Eigenaar gebouw, Fam. Zadelhoff) Fax : : www.scoutingsweder.
Scouting Sweder van Voorst Adres : Torenallee 2 Postcode Plaats Telefoon : 6999DD : Hummelo : 0314-381224 (Eigenaar gebouw, Fam. Zadelhoff) Fax : Internet E-mail : www.scoutingsweder.nl : [email protected]
Vakkennis Machinist Cluster 7: Gereedmaken en vertrekken
Vakkennis Machinist Cluster 7: Gereedmaken en vertrekken Eerdere versies: Versie 1.0 Vóór review (TT 23-04-13) Versie 2.0 Na review (HB 05-05-13) Versie 2.1 Na review (TT 15-05-13) Versie 3.0 (TT 11-12-13)
Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK)
Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Herziening ministeriele regeling spoorverkeer 1. Specificeren bij welke aanwijzingen cf. art. 36 trein stilgezet
Unispect - Toolbox 10 - Werken op hoogte. Inleiding
Unispect - Toolbox 10 - Werken op hoogte Inleiding Het werken op hoogte wordt als normaal beschouwd binnen de bouwnijverheid, echter vallende voorwerpen of werknemers die van grote hoogte naar beneden
Ontruimings Plan. Kinderdagverblijven Tinker Bell
Ontruimings Plan Kinderdagverblijven Tinker Bell Tinker Bell Kinderdagverblijven Zoetermeer Schoolstraat 38 2712 VC Zoetermeer Tel 079-3167555 www.tinker-bell.nl versie sept 2013 1 1. Inhoudsopgave 1.
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID. 3 MEI Koninklijk besluit betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen.
MINISTERIE VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID 3 MEI 1999. - Koninklijk besluit betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen Bijlage IV Minimumvoorschriften bedoeld in artikel 53, 4, tweede lid 1. Voorafgaande
Goederentrein en reizigerstrein botsen te Zwolle
2 Goederentrein en reizigerstrein botsen te Zwolle RV09-0333 Datum 26 november 2010 Status RV09-0333, Definitief Goederentrein en reizigerstrein botsen te Zwolle RV09-0333 Datum 26 november 2010 Status
Brandweer Sliedrecht Draaiboek brand- en ontruimingsoefening ASZ Sliedrecht 26-10-2010
Draaiboek brand- en ontruimingsoefening ASZ Sliedrecht 26-10-2010 Referentie oefenkaart / lesbrieven Oefenkaart(en) Manschappen Oefenkaarten: L103 : Gevaren bij repressief optreden 105-A : Verkenning 105-B
Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Meteren - Boxtel
Geen goede weergave? Klik hier voor de nieuwsbrief op onze website. december 2016 Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Meteren - Boxtel Planning van het project Het project PHS Meteren-Boxtel duurt meerdere
Veiligheidsplan. bijlage evenementvergunning aanvraag
Veiligheidsplan bijlage evenementvergunning aanvraag De gemeente Geldermalsen wil, net als u, het evenement veilig laten verlopen. Daar hoort ook het onderdeel Veiligheid bij. Als u een vergunningsplichtig
