Filosoferen doe je zo
|
|
|
- Ruben van den Berg
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Filosoferen doe je zo Leidraad voor de basisschool Rob Bartels en Marja van Rossum Daarom is geen reden, groep 5 en 6 De hoofdzaak, groep 7 en 8 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :10:41
2 Inhoud Woord vooraf 7 Werkwijzer 9 Wat is dat, filosoferen met kinderen? 9 Hoe doe je dat, filosoferen met kinderen? 11 Waarom zou je dat doen: filosoferen met kinderen? 15 Wat is het doel? 15 Democratie leren door filosoferen 16 Is filosoferen met kinderen een democratische praktijk? 18 Als je meer wilt 20 Daarom is geen reden een programma Filosoferen met kinderen voor groep 5 en 6 van de basisschool 23 De hoofdzaak een programma Filosoferen met kinderen voor groep 7 en 8 van de basisschool 95 Inhoud DVD 168 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :12:03
3 Woord vooraf Filosoferen doe je zo is een programma filosoferen voor de hele basisschool, van groep 1 t/m 8. Filosoferen doe je zo hebben we om verschillende redenen gemaakt. De toenemende belangstelling voor burgerschap en burgerschapsvorming in het onderwijs is de belangrijkste. Die belangstelling wordt mede gevoed door wetgeving: sinds 2006 hebben alle basisscholen (en scholen voor voortgezet onderwijs) de opdracht burgerschap bij de kinderen te bevorderen. Wij zijn ervan overtuigd dat filosoferen hieraan een bijdrage kan leveren. In een democratische samenleving als de onze hebben burgers een goed denk- en oordeelsvermogen nodig, ze zijn tot dialoog in staat en weten om te gaan met verschil van mening. Dat zien we allemaal in het filosoferen. We hebben dit programma vanuit die overtuiging gemaakt, en daarin zijn we in de afgelopen tijd alleen maar gesterkt. Terwijl we Filosoferen doe je zo ontwikkelden en het in scholen als proef draaide, onderzocht Rob Bartels of - en zo ja - welke bijdrage filosoferen levert aan democratische burgerschapsvorming in de school. De resultaten van het onderzoek lees je op pagina 15 e.v. van deze inleiding. Als je Filosoferen doe je zo gebruikt en regelmatig, minstens een keer per veertien dagen, met kinderen filosofeert, draag je op school bij aan burgerschapsvorming. Gewoon door met de kinderen te filosoferen. Je hoeft er geen speciale onderwerpen voor aan te snijden. In het materiaal voor groep 7 en 8 vind je wel thema s die er bij aansluiten. De tweede reden om dit programma te maken komt voort uit een wens die we al langere tijd hadden: het opnieuw beschikbaar maken van materiaal uit de map Filosoferen op de basisschool, die in 1994 verscheen bij de Stichting Leerplan Ontwikkeling. Daarin zat zoveel moois, dat er niet meer uitkwam. In Filosoferen doe je zo hebben we een aantal van die verborgen juwelen opnieuw aan het licht gebracht. We hebben ze bewerkt op basis van onze praktijkervaringen er mee. De meeste van deze uitwerkingen vind je terug in het materiaal voor groep 5 6. Daarmee werkten we aan een programma, niet aan een verzameling losse thema s, maar aan een samenhangend geheel, met een lijn erin, onze derde reden voor Filosoferen doe je zo. Er is veel materiaal om met kinderen te filosoferen, maar een leraar moet elke keer opnieuw bedenken wat hij of zij zal gaan doen. In de overvolle schooltijd schiet het filosoferen er dan gemakkelijk bij in. Met Filosoferen doe je zo hebben we een programma gemaakt waarin je voor de hele basisschoolperiode voldoende materiaal vindt. Met een doorlopende lijn: in groep 1 en 2 staat het vragen stellen centraal, in groep 3 en 4 de ontwikkeling van dialoog, in groep 5 en 6 denk- en redeneervaardigheden en in groep 7 en 8 vind je meerdere thema s die betrekking hebben op de democratie. Een andere lijn is die, die aansluit bij de ontwikkeling van kinderen en hun verschuivende interesses en leefwerelden, en we hebben rekening gehouden met diversiteit in de thema s van de filosofie. In elk boek vind je thema s die verbonden zijn met kennisleer, met de filosofie van de mens, met ethiek, met taal. Nog belangrijker vinden we afwisseling in werkvormen, met name in de openingsscenario s en afrondingen. Al te veel domineren in het reeds bestaande materiaal het verhaal als opening en de schrijfopdracht als verwerking. Het zijn geschikte werkvormen, maar we weten intussen dat kinderen verschillen, dat ze verschillende behoeften hebben. Vooral jonge kinderen moeten veel kunnen doen. In Filosoferen doe je zo hebben we veel en een evenwichtige afwisseling van werkvormen ingebracht, met name in de openingsscenario s en afrondingen. 7 Kinderfilosofie inleiding p7-p indd :27:43
4 En toen was er een programma, om uit te proberen. Ruim veertig leraren - sommigen met veel, anderen met weinig ervaring in het filosoferen - hebben met de proefversies gewerkt. Ze waren er blij mee; niet alleen met de thema-uitwerkingen - daar hadden de leraren soms ook wel commentaar op - maar vooral omdat ze een programma in handen hadden, waarmee ze op een verantwoorde wijze konden filosoferen met kinderen. Sinds we dit hebben, ben ik enthousiaster geworden. Dit geeft voor mij zoveel richting. ( ) het werkt gewoon. Hierdoor ben ik meer gaan filosoferen. Het programma is niet alleen uitdagend, maar zorgt er vooral ook voor dat het gesprek niet aan de oppervlakte blijft, dat je de diepte in moet. De leraren die de proefversie van het programma hebben uitgevoerd en aan het onderzoek hebben meegewerkt willen we op deze plaats heel hartelijk bedanken. Jullie ervaring en opmerkingen hebben eraan bijgedragen dat we de uitwerkingen zo toegankelijk mogelijk voor anderen hebben kunnen maken. En natuurlijk willen we hier ook alle kinderen die meededen bedanken. Jullie opmerkingen, fragmenten van gesprekken en markante uitspraken hebben we verwerkt als illustraties bij de uitwerkingen. Ze maken het materiaal compleet en laten zien: zo kan je het doen! Wij wensen jullie en je kinderen veel filosofisch plezier met Filosoferen doe je zo. Rob Bartels en Marja van Rossum Kinderfilosofie inleiding p7-p indd :27:43
5 Werkwijzer Op school stellen we meestal drie vragen: wat gaan we doen? Hoe gaan we dat doen? Waarom doen we dat? Er zijn meer vragen, zoals: wie gaat dat doen en wanneer? Daar gaat deze handleiding niet over. Wel over wat, hoe en waarom. In dit deel, de werkwijzer, gaan we eerst in op de watvraag: wat is dat, filosoferen met kinderen? De meeste aandacht besteden we aan de hoevraag. Eigenlijk vind je in de handleidingen bij elk thema een beschrijving hoe je over dat thema de kinderen met elkaar kunt laten filosoferen. Hieronder vind je vooral algemene handreikingen, we gaan in op de verschillende stappen in het proces en jouw rol daarin. De waaromvraag bespreken we in het volgende hoofdstuk van deze inleiding. Wat is dat, filosoferen met kinderen? Wat is dat filosoferen? Die vraag is al een filosofische. Dat komt omdat wij daar allemaal verschillende antwoorden op hebben. Zelfs filosofen denken daar verschillend over. Stel je voor: nu al een paar maanden filosoferen de kinderen in jouw groep regelmatig met elkaar (of al een paar jaar, of al hun hele schooltijd), en iemand vraagt: wat is dat, filosoferen? De kinderen hebben allemaal aan dezelfde gesprekken deelgenomen, je zult het horen: veel verschillende antwoorden. Probeer maar. De een zal het vooral hebben over nadenken en peinzen, en taalvaardig als zij is zegt ze misschien wel: het is proberen je gedachten onder woorden te brengen. Een ander kind heeft het over je eigen mening zeggen, dat je daar vrij in bent, daar houdt hij van, en dat er geen goede en foute antwoorden zijn. Nog een ander benadrukt het met elkaar praten, naar elkaar luisteren, het samen iets uitzoeken. Met elkaar kunnen die kinderen een gesprek hebben over de vraag wat filosoferen is, waarin ze elkaar uitleggen wat dat voor hen betekent en waarom. Met elkaar proberen ze iets meer te begrijpen van dat fenomeen, dat ze allemaal kennen. Filosoferen met kinderen lijkt een containerbegrip te worden. Zo n begrip dat iedereen naar eigen believen gebruikt en invult. Dat komt ervan als steeds meer mensen het gaan doen. We willen hier graag drie kenmerken van filosofische gesprekken noemen. Om het verschil duidelijk te maken. Met gesprekken gericht op de sociaal-emotionele vorming, met levensbeschouwelijke gesprekken en die in cultuureducatie, en waar we nog meer over in gesprek kunnen zijn. (Je kunt natuurlijk wel over sociaal-emotionele onderwerpen, bijv. over pesten, over jezelf, filosoferen, en dat geldt op dezelfde wijze voor onderwerpen uit levensbeschouwing en cultuureducatie.) Het eerste waarin filosofische gesprekken zich onderscheiden van andere gesprekken zijn de vragen die aan de orde zijn; filosofische vragen zijn van een andere orde. De filosofie noemt ze hogere orde vragen. Hogere orde vragen zijn vragen die je kunt onderzoeken door erover na te denken zonder dat je op zoek hoeft te gaan naar feiten, zonder dat je eerst gegevens in de werkelijkheid hoeft te verzamelen. De vraag Moet je je altijd aan de regels houden? kun je onderzoeken zonder allerlei feitenmateriaal te hoeven verzamelen. Je kunt over die vraag in gesprek gaan met de ervaring en kennis die de kinderen al hebben. Hogere orde vragen noemen we ook wel conceptuele vragen, ze vragen dus niet: wat zijn de feiten?, maar: wat is de betekenis daarvan? Conceptuele vragen gaan over de betekenis van begrippen, over onze mensbeelden, over onze opvattingen van de werkelijkheid, over onze 9 Kinderfilosofie inleiding p7-p indd :27:43
6 morele oordelen. Wat is pesten? Waarom zou je elkaar niet mogen pesten? Is een pestkop een slechter mens? Filosofische gesprekken zijn onderzoeksgesprekken. We onderzoeken een vraag, en dat doen we in gesprek. Het is onderzoek, dat de vorm heeft van een gesprek. Daarom gebruiken we die termen filosofisch onderzoek en filosofisch gesprek vaak door elkaar. Een tweede kenmerk van filosofische gesprekken is dat ze plaatsvinden in dialoog. Daarin zijn filosofische gesprekken niet uniek, denk je misschien. Misschien? Een dialoog is volgens ons een uitwisseling van vragen en antwoorden, gericht op gezamenlijk nadenken. Dus niet alleen de vragen van de leraar en de antwoorden van de kinderen. Kinderen zijn met elkaar in dialoog. Althans daar streven we naar. En het filosofisch gesprek is dus gericht op gezamenlijk nadenken. Dit is een belangrijk verschil met de meeste gesprekken die we in de kring voeren. Daarin wordt wel van alles uitgewisseld, van de belevenissen in het voorbije weekend tot de bevindingen van een groepje kinderen naar aanleiding van een natuuronderzoek, maar die kringgesprekken zijn niet gericht op gezamenlijk nadenken. Dan houden we ook nog wel eens een leergesprek, de leraar probeert de kinderen te laten nadenken, maar wel graag in een bepaalde richting, van uitwisseling is dan sowieso geen sprake. Een dialoog, en dat willen we hier met nadruk stellen, is geen discussie. In een discussie poneren we stellingen of meningen met als doel een ander te overtuigen. Een discussie kun je winnen of verliezen. Wij vinden het prima als leraren, in de bovenbouw, kinderen de ruimte geven met elkaar te discussiëren. Retorica, welsprekendheid, is ook een kunst die geleerd moet worden. Dat heeft echter niets te maken met de dialoog, waarin gezamenlijk onderzoek centraal staat. Een dialoog over een hogere orde vraag wordt pas filosofisch als we daarin ook verdieping kunnen bereiken. Filosofische verdieping heeft vele gezichten. We noemen er hier twee: redeneren en begripsvorming. Redeneren doen we allemaal, we leggen oorzaak gevolg relaties, het is donker buiten, want de zon is al onder; we gebruiken middel doel redeneringen: je gaat naar school om te leren, en zo gebruiken we nog vele andere redeneerstrategieën. Waar het in een filosofisch gesprek om gaat, het is immers een onderzoek, is dat kinderen deze strategieën bewust en reflectief (leren) gebruiken. Dat wil zeggen dat we in de gesprekken ook onderzoeken hoe een strategie wordt gebruikt. Het is donker, want de zon is onder. Is de hier gebruikte oorzaak gevolg relatie juist? En: gaan we naar school om te leren? En dan zijn er de begrippen die in filosofisch onderzoek aan de orde zijn: jezelf, vriendschap, tolerantie, waarheid,... Als we filosoferen, proberen we iets van de betekenis van deze begrippen te ontrafelen. We proberen die begrippen betekenis te geven: wat betekent vriendschap? En voor mij? De kinderen merken dat anderen aan vriendschap een andere betekenis toekennen. Waar komen die verschillen vandaan? Filosofische vragen, dialoog, redeneren, samen maken ze een filosofisch gesprek. Dat gaat niet van vandaag op morgen. Het ontwikkelen van filosofische gesprekken in een groep kost even. Filosoferen doe je zo is een leidraad door de jaren heen. In groep 1 en 2 staat het vragen stellen centraal: wat is een vraag? Wat is een antwoord? Over welke vragen is het boeiend om samen na te denken? Dat deel heet: een kind kan meer vragen dan In groep 3 en 4, Alle stemmen tellen, willen we vooral de dialoog bevorderen: wie wil daar op reageren? Wie heeft een vraag 10 Kinderfilosofie inleiding p7-p indd :27:44
7 aan een ander kind? We laten zien: ieders inbreng is van waarde. In groep 5 en 6, redeneren doen de kinderen dan natuurlijk al lang, maar het onderzoeken daarvan, van verschillende redeneerstrategieën, dat krijgt nadrukkelijk zijn plaats in Daarom is geen reden. En in groep 7 en 8 brengen we het bij elkaar in de Hoofdzaak. Daarin onderzoeken we ook enkele in de democratie belangrijke thema s. Filosofische vragen, dialoog, redeneren, is niet alleen de lijn die loopt door de achtereenvolgende jaren van Filosoferen doe je zo, het is ook de lijn die er door de handleiding van de thema s loopt: de opening: vragen stellen; vervolg: dialoog op gang brengen en verdieping. Hoe je dat kunt doen, lees je hierna. Hoe doe je dat, filosoferen met kinderen? In deze handleiding staat bij elk thema beschreven hoe je over dat thema de kinderen met elkaar kunt laten filosoferen. Elke themahandleiding is opgebouwd uit vier delen: l van kinderen, l oriëntatie, l voorbereiding en l uitwerking. Hieronder zullen we elk van die delen toelichten en met name de uitwerking uitvoerig beschrijven. Van kinderen Alle thema s zijn door ons en/of vooral door leraren in hun groepen uitgevoerd. Meer dan veertig leraren hebben met hun kinderen gedurende ruim anderhalf jaar met het materiaal gewerkt. Op basis van hun reacties hebben we de thema s definitief vorm gegeven. Wat kinderen vonden, fragmenten van gesprekken, we hebben ze op de eerste plaats gezet in de themahandleidingen. Niet als ode aan het kind. Wel om te laten zien dat het in het gesprek op de eerste plaats gaat om wat kinderen vinden, waarom ze dat vinden, of en hoe ze dat anderen duidelijk kunnen maken, hoe ze daarover met elkaar in gesprek gaan. Korter geschreven: het is hun gesprek. De leraar ondersteunt dit. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Hier enkele tips die je kunnen helpen minder op de voorgrond van het gesprek te treden: l l l l Luister, houd je eigen opvatting voor je. Altijd! Stuur het gesprek niet in de richting van jouw of een andere opvatting. Wees nieuwsgierig, vraag door over wat de kinderen zeggen. Je wilt hun denken proberen te begrijpen. Vraag jezelf even niet: wat leren ze hiervan? Maar laat je verrassen door waar de kinderen allemaal mee komen. Wat ze ervan leren, ontdek je daarna. Laat stiltes vallen, niet zelf praten maar wacht waar kinderen mee komen. Oriëntatie De beste voorbereiding op een filosofisch gesprek is het voeren ervan. Regelmatig vinden die gesprekken plaats, in de personeelskamers van scholen of s avonds thuis, over het thema dat de volgende dag in de groep aan de orde komt. Het belangrijkste van die gesprekken vooraf is, 11 Kinderfilosofie inleiding p7-p indd :27:44
8 Waarom zou je dat doen: filosoferen met kinderen? Iedere leraar die met kinderen filosofeert heeft daarvoor zijn eigen motieven, zijn eigen redenen. In Kinderen leren filosoferen 1 vertellen verschillende leraren daarover: l Het is een prettige manier om met kinderen in gesprek te komen, ook om de samenhang in de groep te versterken. l Ik was op zoek naar iets leuks om met kinderen te doen, iets dat kinderen met plezier doen, en tegelijk een belangrijke betekenis voor ze heeft. l De kinderen zijn er enthousiast over. Je voelt de chemie, je voelt dat het aanslaat. Dan luisteren ze ook goed naar elkaar. l Het past helemaal bij mij, want ik ben erg nieuwsgierig naar het denken en voelen van kinderen. l Ik vind het leuk als kinderen met elkaar in gesprek gaan over vragen die hen bezighouden. Dat hoeven niet alleen filosofische vragen te zijn, maar het gaat me er wel om dat het vragen van henzelf zijn. Ik vind het heel belangrijk dat kinderen vragen stellen en niet alles klakkeloos aannemen. Een paar jaar geleden is in Vlaanderen 2 een grote rondvraag gehouden onder leraren over filosoferen met kinderen. Veel leraren zien filosoferen met kinderen als een manier om de kinderen beter te leren kennen. Talrijk waren in het onderzoek de spontaan gemaakte opmerkingen als: l Ik leer de kinderen op een andere manier kennen. Ik heb het gevoel dat ik tijd heb om naar ze te luisteren. l Ik ondervind dat ik nu dichterbij de kinderen sta. l Ik vind het verbazend aangenaam om te doen. De kinderen doen mij soms verstomd staan met hun uitspraken. Het ging ook vlotter dan ik had verwacht. Verder meldden de Vlaamse leraren vooral de effecten op het vlak van sociale en dialogische vaardigheden 3 : l De kinderen bloeien open, ze durven meer aan elkaar te vertellen en horen graag de verhalen van anderen. l Stillere kinderen krijgen ook een kans omdat ieders mening gerespecteerd wordt. l Kinderen durven vrijer uit te spreken, het bevordert de klassfeer. Wat is het doel? Als je met kinderen filosofeert kun je eigenlijk niet zonder de persoonlijke betrokkenheid, zonder het enthousiasme, die uit de citaten van deze leraren naar voren komt. Wat ons betreft zijn dit zeer legitieme motivaties waarom je in school met kinderen zou filosoferen. Het is alleen zo dat school met de waaromvraag altijd bedoelt: wat is het doel? Of: wat zijn de doelstellingen? En hoe weet je of je die bereikt? 1 Rob Bartels, Kinderen leren filosoferen, Agiel, Utrecht, Verborgen gedachten, rapport en analyse van de rondvraag Filosoferen met kinderen, 2005, Brussel: Vzw Initia en Filoket. Pagina 11 en Idem 2. Pagina 13 en Kinderfilosofie inleiding p7-p indd :27:44
9 Daarom is geen reden een programma Filosoferen met kinderen voor groep 5 en 6 van de basisschool Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :10:41
10 Inhoud 1. Weten en denken Wat is een deel van jou? Feiten en meningen Pesten Deel en geheel Voor de domste Sorteren en indelen Toeval Spoken bestaan niet Plastic planten water geven Een potlood is om te schrijven Regels Hoe kan dat nou? De ring van de koning Wat gaat Sofie doen? Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :10:41
11 1. Weten en denken Oriëntatie Ik weet wat voor weer het is vandaag, ik weet: als ik niet genoeg eet, krijg ik honger. Ik weet wie mijn moeder is. Weet ik dat allemaal, of denk ik dat dat zo is? Ik denk dat het morgen mooi weer wordt. Ik denk dat ik met de auto sneller thuis ben dan met de fiets. Of weet ik dat? Op grond waarvan zeg je dat je iets weet? Hebben wij mensen wel zoveel betrouwbare kennis van de wereld, dat we iets kunnen weten? Wanneer zeggen we dat we denken dat iets is zoals het is? Zijn we dan vooral voorzichtig in onze uitspraak het zou ook wel eens anders kunnen zijn? In onze dagelijkse taal maken we intuïtief verschillend gebruik van de woorden weten en denken. In dit thema willen we op de eerste plaats proberen dat verschil in gebruik boven tafel te krijgen. Ik weet dat zeker, omdat ik het zelf gezien heb; omdat.... Kunnen we daarom ook zeggen: Als ik iets zelf gezien heb, weet ik zeker dat het zo is. Als, weet ik zeker dat het zo is. Op de kaarten hebben we aan de formulering Ik weet, dat het woord zeker toegevoegd: Ik weet zeker, dat... Dit hebben we gedaan om het onderscheid scherper te maken. Voorts hebben we gekozen voor de formulering, dat het zo is. En bijvoorbeeld niet voor, dat het waar is. Waarheid is een groot en complex concept, met dat het zo is blijven we dichterbij de concrete ervaring. Voorbereiding Bij de opening gaan de kinderen eerst in groepjes van drie (of vier) aan het werk. Zorg ervoor dat elke groep een stapeltje kaartjes heeft en vier vellen om deze kaartjes op te plakken. Het is handig de kaartjes vooraf uit te snijden. De kinderen kunnen ook zelf de kaartjes uitknippen. Het groepswerk doen de kinderen aan tafel, trek daar zeker een kwartier voor uit. Daarna gaan ze in de kring. Misschien moet er daarom wat omgebouwd worden in de groep. De uitwerking is beschreven alsof het één gesprek is. Dat kan, maar het hoeft niet! Misschien is het zelfs beter om ergens onderweg te onderbreken, en een week later weer verder te gaan. Je zou je dan in het eerste gesprek kunnen concentreren op de vellen: ik weet zeker dat het zo is en ik weet zeker dat het niet zo is. Het tweede gesprek begin je dan door terug te verwijzen naar de belangrijkste bevindingen van de eerste keer. Daarna pak je de vellen ik denk dat het zo is en ik denk dat het niet zo is. Hiermee onderzoek je de redenen die de kinderen hiervoor hebben. Vervolgens focus je op de verschillen met weten. Uitwerking Openingsscenario De kinderen zitten in groepen van drie (of vier) aan tafel. Leg de opdracht uit: Jullie krijgen per groep een stapeltje kaartjes. Op die kaartjes staan zinnen, als Op de Zuidpool is het erg koud en Voetballers kunnen harder lopen dan schakers. Elke groep krijgt ook vier vellen. Bovenaan elk vel staat een zin ik weet zeker dat het zo is en ik weet zeker dat het niet zo is., enz. In je groep bespreek je elke zin op de kaartjes: op welk vel wil je die plakken? Pas als iedereen het erover eens is, plakken jullie het kaartje op dat vel. Als je het niet eens kunt worden over een zin, leg je dat kaartje apart. Geef de kinderen voldoende tijd, zodat alle groepen de meeste kaartjes besproken hebben. Vervolg Daarna gaan de kinderen in de kring. Met z n drieën zitten ze naast elkaar en ze hebben de vellen (en eventuele losse kaartjes) meegenomen. 25 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :10:41
12 Laat iedere groep de twee vellen ik weet zeker dat het zo is en ik weet zeker dat het niet zo is voor zich in de kring leggen. Bekijk met elkaar welke zinnen zijn opgeplakt. Kijk eerst eens naar veel voorkomende zinnen: l Waarom hebben jullie die hierbij gekozen? l Hoe komt het dat je dat zeker weet? Gebruik zelf (je bent ook een rolmodel) formuleringen als: l Jij weet het zeker, omdat je het zelf gezien hebt. l Jij weet het zeker, omdat je het kan meten. l Is iedereen het daarmee eens? Kies vervolgens een zin (en desgewenst daarna nog een, enz.) die maar door een of enkele groepjes hier is opgeplakt. l Waarom hebben jullie die hierbij gekozen? l Waar hebben anderen deze zin geplakt? Stimuleer nu de het gesprek tussen de kinderen over de redenen die ze voor de een of de andere keuze hebben gehad. l Wat vind je van wat zegt? l Wie wil er reageren op wat zegt? Op dezelfde manier kun je ook de vellen Ik denk dat het zo is en ik denk dat het niet zo is bespreken. Verdieping 1. Nu vragen we (voorbeeld): l Als je iets zelf gezien hebt, weet je het dan zeker? Wat precies weet je dan zeker? l Als je iets kunt meten, weet je het dan zeker? Wat precies weet je dan zeker? Hiermee onderzoeken we de redenen die de kinderen naar voren gebracht hebben. Zijn die algemeen geldig? l Geldt dat voor alles dat je zelf hebt gezien? l Kun je voorbeelden geven van wat je zelf hebt gezien en toch niet zeker weet? 2. Wat is het verschil tussen iets weten, en iets denken? l Als je iets weet, dan Als je iets denkt, dan l Voorbeeld: Als je iets weet, heb je het zelf gezien. Als je iets denkt, heb je er alleen maar van gehoord. l Klopt het dat als je van iets gehoord hebt, dat je er minder zeker van bent dan als je het zelf hebt gezien? l Kun je twee voorbeelden bedenken waarvoor dat niet zo is. Afronding Het is interessant om te zien of de kaartjes die groepjes niet konden plakken, omdat ze het niet eens waren, nu wel geplakt kunnen worden. Of zijn er kaartjes bij die je nu op een ander vel zou willen plakken? Vat de belangrijkste bevindingen van het gesprek samen. Focus op de onderzochte redenen. Benoem punten van overeenstemming en kaartjes of redenen waar de kinderen verschillend over denken. Opdracht: wat weet jij zeker? En wat niet? Dit is een individuele opdracht. Make up your mind voor jezelf. Wat weet jij zeker? En wat niet? 26 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :10:42
13 De kinderen gebruiken een liggend vel A4 papier. Nog mooier is het als ze op een strook papier kunnen werken. Wat weet je zeker? Helemaal! Geen enkele twijfel over! Helemaal links op de strook schrijven ze, of tekenen, of schrijven en tekenen, iets dat ze helemaal zeker weten. Probeer nu (minstens) vijf andere dingen te bedenken die je steeds iets minder zeker weet. Uiterst rechts op de strook komt dus een afbeelding te staan waaraan je heel erg sterk twijfelt. Variatie Links teken je iets waarvan je zeker weet dat het zo is, uiterst recht iets dat zeker niet zo is. In het midden komen dan dingen die misschien wel zo kunnen zijn, en tegelijk ook niet. Bijlage Kaartjes, zie de bijlage op de DVD. Bladen om de kaartjes op te plakken 27 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :10:42
14 Bijlage Kaartjes 28 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :10:43
15 De hoofdzaak een programma Filosoferen met kinderen voor groep 7 en 8 van de basisschool Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :11:13
16 Inhoud 1. Zeker weten? Vrije meningsuiting Muziekclips Evolutie Spinoza in Rijnsburg Iedereen is gelijk Androïd Het verleden in heden en toekomst De ervaringsmachine Straf Wat is waar? Kiezen Communicatie Tolerantie Het prisoner s dilemma Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :11:13
17 1. Zeker weten? Ik denk dus ik ben Van kinderen Naar aanleiding van de leestekst vroegen kinderen: l Als de wereld een droom is, is het dan ook een gedachte? Of komt ie ergens anders vandaan? l Als iedereen zeker weet dat hij zelf bestaat, weet je dan ook van een ander dat hij bestaat? l Wat is zekerheid? l Waarom ga je twijfelen aan alles, als je zekerheid probeert te krijgen? l Waarom twijfel je aan alles en niet aan jezelf? l Ik kan voelen, ruiken, horen, zien. Hoe kun je dan denken dat alles wat je ziet enzo er niet is? Oriëntatie De (hoofd)vragen van de filosofie zijn vragen van alle tijden en alle leeftijden. Steeds opnieuw komen ze op in het leven van mensenkinderen. Hoe weet ik of alles wat ik om me heen zie niet een droom is? Wat is echt? Wat kan ik daar zeker over weten? Deze vragen die we in verschillende vormen regelmatig van kinderen horen, komen dichtbij de vragen en het denken daarover van de filosoof Descartes. Door iets te vertellen over zijn leven willen we de persoon Descartes kleur geven. Daarom voeren we hem hier op in een leestekst die het begin vormt van dit thema. Het denken van Descartes vormt de opmaat van dit thema. De invloed van Descartes op ons denken kan nauwelijks overschat worden. Iedereen kent zijn uitspraak Ik denk, dus ik besta. Wat Descartes werkelijk schreef was: Cogito ergo sum, ik denk, dus ik ben. Die uitspraak was het resultaat van een denkproces dat begon met twijfel. Descartes twijfelde aan de betrouwbaarheid van de menselijke waarneming. Wat is werkelijkheid, en wat is illusie? Descartes meende dat de menselijke waarneming zo onbetrouwbaar is, dat aan de werkelijkheid, zoals de mens die waarneemt, ernstig getwijfeld moet worden. Laten onze zintuigen ons niet voortdurend in de steek: wat veraf is zien we kleiner, maar dat is het niet. Misschien, dacht Descartes, is er wel een kwade geest, die erop uit is ons - via onze waarneming voortdurend op het verkeerde been te zetten. Waaraan getwijfeld kan worden moet worden afgewezen, vond hij, want iets bewijzen kunnen we alleen op basis van onbetwijfelbare argumenten. Waaraan volgens hem echter niet getwijfeld kon worden, is het feit dát hij twijfelde: ik denk, dus ik ben. Met die uitspraak introduceerde hij het dualisme, de scheiding tussen geest en lichaam, of anders gezegd tussen geest en materie. Descartes twijfelde aan vrijwel alles, dus ook aan het bestaan van ons lichaam, en hij vroeg zich af of we niet eigenlijk allemaal dromen. Bij alle twijfel blijft een ding zeker: dat we twijfelen, en dus dat we denken. Of ons lichaam bestaat weten we niet, wel weten we van het bestaan van onze geest. Bijna vier eeuwen na Descartes kunnen we ons nog steeds niet of nauwelijks losmaken van het beeld van de geest (of de ziel) die in ons lichaam huist. Dat lichaam lijkt op een machine, dacht Descartes, dat bestuurd wordt door onze geest, ons bewustzijn. Dat roept allerlei vragen op. Is die geest te lokaliseren? Hoe stuurt die het lichaam? Sommige mensen denken dat onze geest ons eigenlijke ik is, dat we in een spiegel niet naar onszelf kijken, maar naar het gezicht van het lichaam waar ik in vertoef. Descartes laat door zijn twijfelexperiment zien dat hij een rationalist is. Je kunt de wereld alleen leren kennen door je verstand te gebruiken. Je zintuigen kun je niet vertrouwen. Ook in zijn tijd waren er mensen die er anders over dachten. Empiristen zeiden dat de (natuur) wetenschap juist op de ervaring moest berusten. Newton (geboren in 1642) zou als kritiek op Descartes gezegd hebben: Ik verzin geen hypothesen. 97 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :11:14
18 Voorbereiding Het hoofdthema is zeker weten. Met de introductie van het denken van Descartes brengen we ook het thema lichaam en geest mee. Dat kun je eventueel in een tweede gesprek aan de orde stellen. Voor het eerste gesprek heb je de leestekst en het werkblad nodig (zie bijlagen). Je kunt alle kinderen de leestekst geven, of die alleen voorlezen. Het werkblad is wel voor alle kinderen. Het is niet nodig het eerste gesprek in een sessie te houden, je kunt het ook in twee sessies doen, afhankelijk van de interesse en betrokkenheid van de kinderen. Uitwerking Openingsscenario Samen lezen van de tekst (zie bijlage). Je kunt voorlezen, maar beter is het als alle kinderen mee kunnen lezen. l Welke vragen komen bij jullie op? Deze tekst roept waarschijnlijk veel vragen op bij de kinderen. Inventariseer deze vragen door ze op een flap of op het bord te schrijven. Als de kinderen dit nog niet gewend zijn, is het aan te raden een eigen startvraag te formuleren. Bespreek de vragen: is iedereen alle vragen duidelijk? De groep kiest een vraag om met elkaar te bespreken, door te stemmen. Startvraag De door de kinderen gekozen vraag kan de startvraag vormen. Je kunt ook zelf een startvraag inbrengen, bijvoorbeeld: l Wat weet jij zeker? Met deze startvraag richt je je direct op het thema, wat kunnen we zeker weten? Het is een pittige vraag, waarna je de kinderen zeker de tijd moet geven er voor zichzelf over na te denken. Een alternatief is: l Wat is leuker, twijfelen of zeker weten? Zeker weten is niet vanzelfsprekend beter, nuttiger, prettiger, dan twijfel. Deze startvraag geeft de gelegenheid op een iets andere manier over het thema na te denken. Je kunt hem ook bewaren voor later in het gesprek om als nieuwe invalshoek te gebruiken. Andere vragen: l Vraag jij je wel eens af of alles om je heen niet een droom is? l Zou dat kunnen? Verdieping Afhankelijk van de gekozen startvraag en ook van de richting die het gesprek neemt kun je de volgende verdiepingsvragen stellen: l Hoe weet je dat zeker? l Zien we allemaal hetzelfde als we naar hetzelfde kijken? l Hoe kunnen we dat weten? Descartes vertrouwde op zijn denken. Alleen dat waaraan je niet kunt twijfelen, weet je zeker: l Hoe kun je door twijfelen iets zeker weten? l Weet je dat je bestaat doordat je denkt? Of kun je hier ook aan twijfelen? Of heb je andere redenen om zeker te weten dat je bestaat? l Kun je wel zeker weten of de wereld er is wanneer je die niet ziet? Afronding Door het werkblad (zie bijlage) te maken kunnen de kinderen de gedachten die zich tijdens het gesprek gevormd hebben op een rijtje zetten. 98 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :11:14
19 Tweede gesprek: lichaam en geest Het denken van Descartes brengt ons ook op het thema lichaam en geest. Hoewel dit niet expliciet in de leestekst staat zou je ook hierover een gesprek met kinderen kunnen voeren. Neem een spiegel mee. Opening: Een paar kinderen kijken in de spiegel. Wat zie je? l Zie je jezelf? Of zie je (een deel van) je lichaam? Je lichaam doet heel vaak dingen die jij niet wilt. Je wilt nog opblijven om naar de TV te kijken, maar je valt toch in slaap. Je vertelt iets en ineens word je rood. Dat wil je niet, en het lijkt alsof je daardoor nog roder wordt. Je lichaam doet nog veel meer dingen waar jij geen controle over hebt: je hart pompt het bloed door de aderen, je maag verteert het eten. Descartes dacht dat lichaam en geest twee verschillende dingen zijn. Je geest woont in je lichaam en regelt je denken en je gevoelens. l Wat denken jullie? Vervolgvragen l Waar zit die geest dan? l Als je geen geest hebt, doet het lichaam dan alles? Bijlage Descartes, zie de bijlagen op de DVD. 99 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :11:14
20 Bijlage Descartes (twijfelen) 1 1 Met dank aan Judith van Raalte, die de basis van deze tekst schreef. 100 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :11:15
21 Bijlage Werkblad Descartes 101 Kinderfilosofie band 2, deel nw.indd :11:16
een ontmoeting met Descartes
reeks ontmoetingen 1 een ontmoeting met Descartes Toelichting De invloed van Descartes kan nauwelijks overschat worden. Iedereen kent zijn uitspraak 'Ik denk, dus ik besta'. Wat Descartes schreef was:
Filosoferen doe je zo
Filosoferen doe je zo Leidraad voor de basisschool Rob Bartels en Marja van Rossum Een kind kan meer vragen, groep 1 en 2 Alle stemmen tellen, groep 3 en 4 Kinderfilosofie band 1, 15-12-2008 deel nw.indd
DEEL 1. WERKBOEK 5 Eigen keuze. 2015 Monique van Dam YOU: De keuze is aan jou!
DEEL 1 1 WERKBOEK 5 Eigen keuze Inhoud 2 1. Hoe zit het met je keuzes? 3 2. Hoe stap je uit je automatische piloot? 7 3. Juiste keuzes maken doe je met 3 vragen 9 4. Vervolg & afronding 11 1. Hoe zit het
Descartes, Heraclitus,. ontmoetingen met denkers
Descartes, Heraclitus,. ontmoetingen met denkers Centrum voor Kinderfilosofie Postbus 403 1800 AK Alkmaar Tel: 072-51 83 584 Coördinatoren: Marja van Rossum, e-mail: [email protected] Rob Bartels,
Spreekbeurt, en werkstuk
Spreekbeurt, krantenkring en werkstuk Dit boekje is van: Datum spreekbeurt Datum krantenkring Inleverdatum werkstukken Werkstuk 1: 11 november 2015 Werkstuk 2: 6 april 2016 Bewaar dit goed! Hoe bereid
2 Ik en autisme VOORBEELDPAGINA S
2 Ik en autisme In het vorige hoofdstuk is verteld over sterke kanten die mensen met autisme vaak hebben. In dit hoofdstuk vertellen we over autisme in het algemeen. We beginnen met een stelling. In de
Bijeenkomst over geloofsopvoeding Communiceren met je puber Deze bijeenkomst sluit aan bij Moments, magazine voor ouders van jongeren van 12-18 jaar
DOELSTELLINGEN Ouders zijn zich ervan bewust dat je altijd en overal communiceert Ouders wisselen ervaringen met elkaar uit over hoe de communicatie met hun pubers verloopt Ouders verwerven meer inzicht
Handreiking voor het onderwijs
Handreiking voor het onderwijs (behorend bij Heeft de dood een kleur? ) Hoe doe je dat, filosoferen? Filosoferen is in de kern verwonderen: durf je te verbazen over zaken die we vaak als normaal of anderszins
Instructie 1. Heb jij je voelsprieten uitstaan? De relatie met je cliënt
Instructie 1 De relatie met je cliënt Heb jij je voelsprieten uitstaan? Met behulp van dit werkblad onderzoek je of je je voelsprieten hebt uitstaan naar de cliënt. Kies een cliënt en vul met die cliënt
Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken?
>> Inhoudsopgave Inleiding 4 Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10 Les 2. Denken Kunnen dieren denken? 14 Les 3. Geluk Wat is het verschil tussen blij zijn en gelukkig zijn?
B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1
B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 JE ONBEWUSTE PROGRAMMEREN VOOR EEN GEWELDIGE TOEKOMST De meeste mensen weten heel goed wat ze niet willen in hun leven, maar hebben vrijwel geen
TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven.
TITEL ACTIVITEIT + beschrijving: filosofisch gesprek over geloven. Beginsituatie: De lln doen als inleiding op het project rond geloven en de kerkwandeling, een filosofisch gesprek. Er komen verschillende
Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken
Huiswerk Spreekbeurten Werkstukken - 2 - Weer huiswerk? Nee, deze keer geen huiswerk, maar een boekje óver huiswerk! Wij (de meesters en juffrouws) horen jullie wel eens mopperen als je huiswerk opkrijgt.
Instructie voor leerlingen.. 5. Gebruik van de lesbrieven. 6. Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7. Wat wil je zijn en worden.
VOORBEELD DE KLAS ALS TEAM (LEERLINGENBOEK) INHOUDSOPGAVE Instructie voor leerlingen.. 5 Gebruik van de lesbrieven. 6 Lesbrief: Wat wil je zijn en worden.. 7 Wat wil je zijn en worden. 11 Wat wil je zijn
Handleiding Gespreksvormen Discussie
Handleiding Gespreksvormen Discussie Inhoud Overzicht 1. Inleiding 2. Doel 3. Werkvormen 4. Tips voor het begeleiden van een discussie 4.1. Onderwerp inleiden 4.2. Voorlopig standpunt bepalen 4.3. Discusieren
Ik geloof, geloof ik. Levensbeschouwelijk dossier Griftland college Bovenbouw. Mijn naam en klas:
Ik geloof, geloof ik Levensbeschouwelijk dossier Griftland college Bovenbouw Mijn naam en klas: Bezinningsmomenten In de godsdienstlessen stonden de afgelopen jaren verhalen centraal en de verschillende
Lesbrief Theater Dakota
Lesbrief Theater Dakota In de film #Niet Gemeen Bedoeld! vertellen kinderen van drie scholen uit Wateringse Veld hun gedachten en ervaringen met social media en pesten. Kijk de film samen met je klas.
Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,
3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol
Meten van mediawijsheid. Bijlage 6. Interview. terug naar meten van mediawijsheid
Meten van mediawijsheid Bijlage 6 Interview terug naar meten van mediawijsheid Bijlage 6: Het interview Individueel interview Uitleg interview Ik zal je uitleggen wat de bedoeling is vandaag. Ik ben heel
Online Titel Competentie Groepsfase Lesdoel Kwink van de Week
onderbouw Les 1 Online Dit ben ik! Besef van jezelf Forming Ik kan mezelf voorstellen aan een ander. Ken je iemand nog niet? Vertel hoe je heet. Les 2 Online Hoe spreken we dit af? Keuzes maken Norming
Grenzeloze vrijheid? Discussiebijeenkomst tienerclub
Grenzeloze vrijheid? Discussiebijeenkomst tienerclub Leeftijd: 12-16 jaar Tijdsduur: 1 uur Doelen - De jongeren denken na over de betekenis van de muur tussen Israël en de Palestijnse gebieden in het dagelijks
Lesbrief bij Mijn broer is een boef van Netty van Kaathoven voor groep 7 en 8
Lesbrief bij Mijn broer is een boef van Netty van Kaathoven voor groep 7 en 8 Inhoud van deze lesbrief - Thema s in het boek - Lesopzet - Doel van de les - Uitwerking - Bijlage: opdrachtenblad Thema s
Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou!
Hallo Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou Als je ouders uit elkaar zijn kan dat lastig en verdrietig zijn. Misschien ben je er boos over of denk je dat het jouw
Compassie leven. 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie. PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman
Compassie leven 52 wekelijkse inspiraties vanuit Geweldloze Communicatie PuddleDancer Press Samengesteld door Monie Doodeman Inhoudsopgave Voorwoord Wekelijkse inspiraties 01 Geweld in de taal? Wie, ik?
Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling
Handleiding les 1: Een verhaal schrijven over jouw dag in 2034 voor een toekomsttentoonstelling Deze schrijfles sluit aan bij het Nieuwsbegriponderwerp van deze week: Vuurwerk bij Oud en Nieuw. De schrijftaak
Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS)
Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Stel dat dat (te grote wonder) gebeurt, ik betwijfel of dat zal gebeuren, maar stel je voor dat, wat zou je dan doen dat je nu niet doet? (p36)
Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek. Ontdek de Bibliotheek
Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Ontdek de Bibliotheek Welkom in de bibliotheek. Je gaat op ontdekking in de bibliotheek. Hierbij doe je een onderzoek naar verschillende soorten media; zoals
Inhoudsopgave. Inleiding 4. Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10. Les 2. Denken Kunnen dieren denken?
>> Inhoudsopgave Inleiding 4 Les 1. Introductie filosofie Hebben alle vragen een antwoord? 10 Les 2. Denken Kunnen dieren denken? 14 Les 3. Geluk Wat is het verschil tussen blij zijn en gelukkig zijn?
Reflectiegesprekken met kinderen
Reflectiegesprekken met kinderen Hierbij een samenvatting van allerlei soorten vragen die je kunt stellen bij het voeren van (reflectie)gesprekken met kinderen. 1. Van gesloten vragen naar open vragen
A1) Kennismakingsgesprek over sociale media en internetgebruik
Mediawijsheid A1) Kennismakingsgesprek over sociale media en internetgebruik Ik heb samen met de kinderen een gesprek gevoerd over de sociale media en het internet gebruik. Ik heb voor mezelf thuis een
Het houden van een spreekbeurt
Het houden van een spreekbeurt In deze handleiding staan tips over hoe je een spreekbeurt kunt houden. Waar moet je op letten? Wat moet je wel doen? En wat moet je juist niet doen? We hopen dat je wat
150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft!
150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft! Scott de Jong http://www.positiefleren.nl - 1 - Je leest op dit moment versie 2.0 van het Ebook: 150 Tips om kinderen te laten zien dat je om ze geeft.
E-PAPER. Drie praktische tips om je werk als apothekersassistent(e) leuker te maken!
Dé expert in praktische apotheektrainingen E-PAPER Drie praktische tips om je werk als apothekersassistent(e) leuker te maken! 1 Inhoudsopgave De cliënt en ik 3 Weet jij nog waarom je in de apotheek wilde
SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN
SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN Dit thema is opgesplitst in drie delen; gevoelens, ruilen en familie. De kinderen gaan eerst aan de slag met gevoelens. Ze leren omgaan met de gevoelens van anderen. Daarna
Inhoudstafel Luistermoment La J Kinderen Lees dit alvorens te beginnen... 2 Doel van de activiteit... 2 Overzicht... 2 Praktische voorbereiding...
Inhoudstafel Luistermoment La J Kinderen Lees dit alvorens te beginnen... 2 Doel van de activiteit... 2 Overzicht... 2 Praktische voorbereiding... 2 Voorbereiding... 2 Locatie... 2 Materiaal... 2 Veel
Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?
Tuin van Heden 3 en 4 Werken met kunst in de paasperiode Opmerking vooraf: Voor de uitwerking van deze lessen hebben we doelen gehaald uit verschillende thema s van de betreffende graad. Na elk doel verwijzen
Feedback aan leerkrachten
Feedback aan leerkrachten Studiedag Leerlingenparticipatie 24 april 2013 Paleizenstraat Saskia 90 > 1030 Vandeputte Brussel T 02 215 32 29 > F 02 215 41 78 > www.vsknet.be Wie ben ik? Saskia Vandeputte
Jezus vertelt, dat God onze Vader is
Eerste Communieproject 26 Jezus vertelt, dat God onze Vader is Jezus als leraar In les 4 hebben we gezien dat Jezus wordt geboren. De engelen zeggen: Hij is de Redder van de wereld. Maar nu is Jezus groot.
Knabbel en Babbeltijd.
Knabbel en Babbeltijd. (zorg ervoor dat je deze papieren goed leest, uitprint en meeneemt naar de VBW) Het thema van deze VBW-week is Zeesterren. Het thema is de titel van de week (dus geen kreet of korte
Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben
Ik ben wie ik ben Naam: Johan Vosbergen Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Johan Vosbergen... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Johan,
OPA EN OMA DE OMA VAN OMA
Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en
Ik-Wijzer Ik ben wie ik ben
Ik ben wie ik ben Naam: Lisa Westerman Inhoudsopgave Inleiding... 3 De uitslag van Lisa Westerman... 7 Toelichting aandachtspunten en leerdoelen... 8 Tot slot... 9 Pagina 2 van 9 Inleiding Hallo Lisa,
Tekst lezen en vragen stellen
1. Lees de uitleg. Tekst lezen en vragen stellen Als je een tekst leest, kunnen er allerlei vragen bij je opkomen. Bijvoorbeeld: Welke leerwegen zijn er binnen het vmbo? Waarom moet je kritisch zijn bij
Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande
Koningspaard Polle en de magische kamers van paleis Kasagrande Eerste druk 2015 R.R. Koning Foto/Afbeelding cover: Antoinette Martens Illustaties door: Antoinette Martens ISBN: 978-94-022-2192-3 Productie
Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld
Nationaal Gevangenismuseum Gevangen in beeld Groep 8 Les 1. Boeven in beeld Les 1. Boeven in beeld Nationaal Gevangenismuseum Groep 8 120 minuten Samenvatting van de les De les begint met een klassikaal
Hoe bereid ik een spreekbeurt voor?
Hoe bereid ik een spreekbeurt voor? Het maken van een spreekbeurt is eigenlijk niets anders dan het schrijven van een informatieve tekst (weettekst). Het is daarom handig om net zo te werk te gaan als
In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen
14 In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen einde, alleen een voortdurende kringloop van materie
Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School
Nieuwsbrief 3 De Vreedzame School Blok 3 Blok 3: We hebben oor voor elkaar Blok 3: Algemeen: In dit blok stimuleren we de kinderen om oor voor elkaar te hebben. De lessen gaan over communicatie, over praten
Luisteren en samenvatten
Luisteren en samenvatten Goede communicatie, het voeren van een goed gesprek valt of staat met luisteren. Vaak denk je: Dat doe ik van nature. Maar schijn bedriegt: luisteren is meer dan horen. Vaak luister
Thema in de kijker : Filosoferen met kinderen
Thema in de kijker : Filosoferen met kinderen Wat is filosoferen met kinderen? Samen op een gestructureerde wijze nadenken en praten over filosofische vragen. Zoeken naar antwoorden op vragen die kinderen
Werkboek Het is mijn leven
Werkboek Het is mijn leven Het is mijn leven Een werkboek voor jongeren die zelf willen kiezen in hun leven. Vul dit werkboek in met mensen die je vertrouwt, bespreek het met mensen die om je geven. Er
Openingsgebeden INHOUD
Openingsgebeden De schuldbelijdenis herzien Openingsgebeden algemeen Openingsgebeden voor kinderen Openingsgebeden voor jongeren INHOUD De schuldbelijdenis herzien De schuldbelijdenis heeft in de openingsritus
Stellingen en normering leerlingvragenlijst
Stellingen en normering leerlingvragenlijst Expertsysteem ZIEN! voor het primair onderwijs 2.0 juli 2012 ZIEN! is een product van, in samenwerking met ParnasSys ZIEN!PO leerlingvragenlijst 2.0 Stellingen
Eenzaam. De les. Inhoud. Doel. Materiaal. Belangrijk. les
8 Inhoud 1 Eenzaam De Soms ben je alleen en vind je dat fijn. Als alleen zijn niet prettig aanvoelt, als je niet in je eentje wilt zijn, dan voel je je eenzaam. In deze leren de leerlingen het verschil
BE HAPPY. 90-dagen Goed Gevoel conditionering programma
BE HAPPY 90-dagen Goed Gevoel conditionering programma Alle rechten voorbehouden. Geen deel van dit boek mag worden gereproduceerd op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.
Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis (dubbele les) Groep 8 Verdiepingsles: Lagerhuis voorbereiding. Leerkrachtinformatie
Leerkrachtinformatie (dubbele les) Lesduur: 2 x 50 minuten (klassikaal) Introductie van de activiteit 1. Deze klassikale les bestaat uit twee delen: Voorbereiding Uitvoering voorbereiding Lesduur: 50 minuten
Les 3 - maandag 3 januari 2014 - De Wilgenstam kleutergroep van meester Jasper
Les 3 - maandag 3 januari 2014 - De Wilgenstam kleutergroep van meester Jasper Het lampje is aan, dat betekent dat we gaan filosoferen. Isa-Noa vertlede in de eerste les dat zij lippenstift en badeendjes
Thema. Kernelementen. Oplossingsgericht taalgebruik Voorbeeld van communiceren 10 communicatie-tips
Thema Kernelementen Oplossingsgericht taalgebruik Voorbeeld van communiceren 10 communicatie-tips Tips voor de trainer: Doseer je informatie: less is more. Beoordeel wat je gymnasten doen, niet wie ze
Zonder dieet lekkerder in je vel!
Zonder dieet lekkerder in je vel! Vijf vragen en vijf stappen om te ontdekken hoe je jouw eetpatroon kunt veranderen en succesvol kunt afvallen. Overgewicht neemt ernstige vormen aan, veel volwassenen
De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten
De gelijkenis van de twee zonen Lees : Mattheüs 21:28-32 Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel
Lisa Van Damme. Ik hou ervan om het juiste moment af te wachten!
2 portfolio Lisa Van Damme Lisa Van Damme begon, geïnspireerd door sociaal geëngageerde fotografen, op 17-jarige leeftijd aan een studie fotografie. Voor haar is fotografie meer dan een doel; het is eerst
De Drakendokter: Gideon
De Drakendokter: Gideon Om hulp vragen Vervolgverhalen Groep 5 en 6 (SO en SBO) Overzicht De opdrachten zijn het leukst om te doen, als het hele boek in de klas is voorgelezen. Dit kan door elke dag in
Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten
Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting
Inleiding. Autisme & Communicatie in de sport
Sanne Gielen Inleiding Starten met een nieuwe sport is voor iedereen spannend; Hoe zal de training eruit zien? Zal de coach aardig zijn? Heb ik een klik met mijn teamgenoten? Kán ik het eigenlijk wel?
Mijn lichaam is goed! Doe-opdrachten rond lichaamsbeeld voor 5-6 BaO
Mijn lichaam is goed! Doe-opdrachten rond lichaamsbeeld voor 5-6 BaO Hieronder vind je een lesvoorbereiding voor twee lesuren rond lichaamsbeeld bij kinderen van 10 tot 12 jaar. Het bevat verschillende
Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding
Checklist Gesprek voeren 2F - handleiding Inleiding De checklist Gesprek voeren 2F is ontwikkeld voor leerlingen die een gesprek moeten kunnen voeren op 2F. In deze handleiding wordt toegelicht hoe de
Trainershandleiding Brugklas Bikkels. Inkijkexemplaar
Trainershandleiding Brugklas Bikkels versie 2014 Inhoudsopgave Introductie Organiseer je training Praktische tips De werkmap Powerpoint presentatie Ouderbrieven Draaiboek Bijeenkomst 1 Bijeenkomst 2 Bijeenkomst
1.Inleiding: De Plug & Play Business Formule
Werkboek Inhoudsopgave: 1.Inleiding: De Plug & Play Business Formule 2. Het H.A.R.T. model 2.1. H.A.R.T. staat voor: 2.1.1. Mijn verhaal over oprechte communicatie 2.1.1: Hoofd Gebruik de rest van deze
hoe we onszelf zien, hoe we dingen doen, hoe we tegen de toekomst aankijken. Mijn vader en moeder luisteren nooit naar wat ik te zeggen heb
hoofdstuk 8 Kernovertuigingen Kernovertuigingen zijn vaste gedachten en ideeën die we over onszelf hebben. Ze helpen ons te voorspellen wat er gaat gebeuren en te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit.
MEE Nederland. Raad en daad voor iedereen met een beperking. Moeilijk lerend. Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind
MEE Nederland Raad en daad voor iedereen met een beperking Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Moeilijk lerend Uitleg over het leven van een moeilijk lerend kind Inhoudsopgave
5. Overtuigingen. Gelijk of geluk? Carola van Bemmelen Food & Lifestylecoaching. Jouw leven op dit moment weerspiegelt exact jouw overtuigingen
5. Overtuigingen Jouw leven op dit moment weerspiegelt exact jouw overtuigingen Een overtuiging is een gedachte die je hebt aangenomen als waarheid doordat ie herhaaldelijk is bevestigd. Het is niet meer
Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn.
Werkstukwijzer Deze werkstukwijzer helpt je om een werkstuk in elkaar te zetten. Je vult eerst een formulier in. Op dit formulier komt te staan waar je werkstuk over gaat en hoe je het aanpakt. Met behulp
Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou.
Voor jou! 9 Voor jou! Dit boek is voor jou. Het gaat over God. En over God en jou samen. Over Gods liefde voor jou. Het boek gaat over geloven. Het gaat over jouw geloof! Lees en bekijk alles goed. Je
2: vergaderen VASTE VOORZITTER EN NOTULIST
2: vergaderen Als je lid bent van een studentenraad, vergader je vaak. Je hebt vergaderen met de studentenraad, maar ook vergaderingen met het College van Bestuur en de Ondernemingsraad (OR). Gemiddeld
lesmateriaal Taalkrant
lesmateriaal Taalkrant Toelichting Navolgend vindt u een plan van aanpak en 12 werkbladen voor het maken van de Taalkrant in de klas, behorende bij het project Taalplezier van Stichting Wereldleren. De
[IN 3 STAPPEN JE EX TERUG.]
2011 Life Coach Désirée Snelling Berg Desirée [IN 3 STAPPEN JE EX TERUG.] Leer de technieken om met behulp van je onderbewuste en het universum je ex weer terug te krijgen. Inleiding Het is geen geheim
Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd
Mijn ouders zijn gescheiden en nu? Een folder voor jongeren met gescheiden ouders over de OTS en de gezinsvoogd 1 Joppe (13): Mijn ouders vertelden alle twee verschillende verhalen over waarom ze gingen
Lesbrief nr 1. voor Groep 5 + 6
Lesbrief nr 1 voor Groep 5 + 6 1 / 2016 + Download deze lesbrief ook op samsam.net Wat is Samsam Junior? Samsam Junior is een cross-mediale methode over mondiaal burgerschap, kinder rechten en duurzaamheid.
Vind je eigen geld uit
Geld graad 2 Vind je eigen geld uit Lesvoorbereiding Print verhaal Meneertje Yamada en de drukbezette zakenman uit en steek hem in een envelop. Print, schrijf zelf (of laat overschrijven) brief 1 van meter
Creatief en flexibel toepassen van Triplep. Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus
Creatief en flexibel toepassen van Triplep Maarten Vos Doe, laat zien, lach, oefen en geef applaus Programma Overzicht Kennismaking Persoonlijke werving van ouders Een goede relatie opbouwen met de ouders
De meeste jonge kinderen zijn dol op dieren en willen heel graag een eigen huisdier
Marlies Huijzer verzorging wat wil jouw dier? De meeste jonge kinderen zijn dol op dieren en willen heel graag een eigen huisdier om te vertroetelen. Ze denken niet zo na over wat een dier zelf leuk vindt
Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam.
Formeel en informeel Tijdens je stage praat je veel met mensen. Soms is het een officieel gesprek, soms een gezellig praatje met een collega. Dit noem je formele en informele gesprekken. Formeel betekent
Een nieuwe bank. Lesvoorbereiding Crisis graad 2. Verwondering
Een nieuwe bank Lesvoorbereiding Crisis graad 2 Voorzie speelgoed - geld, echte kleine muntstukken of print het blad met de centen. Op elk blad staan 100 centen in rijen van 10. Zo kan je gemakkelijk het
DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 HAVO
DEEL 1 DE NATIONALE WETENSCHAPSAGENDA VOOR SCHOLIEREN - DEEL 1 In Nederland wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan. Maar wie bepaalt wat er onderzocht wordt? In het voorjaar van 2015 hebben Nederlanders
MOEILIJKHEIDSGRAAD: -**- Een spreekbeurt geven, vraagt veel voorbereiding. Je moet immers vlot kunnen vertellen en je moet je luisteraars boeien.
DOELGROEP: basisschool THEMA: spreekbeurt MOEILIJKHEIDSGRAAD: -**- ALS IK EEN... WAS... Een spreekbeurt geven, vraagt veel voorbereiding. Je moet immers vlot kunnen vertellen en je moet je luisteraars
De nieuwe zorgmedewerker
Werkblad De nieuwe zorgmedewerker De zorg verandert in snel tempo. Ook jouw rol als verzorgende of helpende verandert: meer aandacht voor individuele cliënten en hun netwerk. Werken met een zorg-leefplan
Communiceren is teamwork
Communiceren is teamwork Je werkt vaak zelfstandig, maar blijft altijd onderdeel van je team. Samen met je collega s zorg je zo goed mogelijk voor jullie cliënten. Samenwerken vereist veel communicatie.
Lespakket Middenbouw Lesmodule M1 Horen, zien en zwijgen
Lespakket Middenbouw Lesmodule M1 Horen, zien en zwijgen Natuurproject SAMEN OP PAD Activiteit ALGEMEEN Versie 1 Horen, zien en zwijgen Doelstelling lesmodule Voorbereiding: Ontdekken van drie zintuigen
Liefde, voor iedereen gelijk?
Seksuele diversiteit graad 2 Lesvoorbereiding Liefde, voor iedereen gelijk? Bij lesmateriaal, bij deze les op de site, vind je het nodige lesmateriaal voor deze les: Print de verhalen 'Het geheim van Mirjam'
Mirjams mama en moekie
Seksuele diversiteit graad 1 Mirjams mama en moekie Lesvoorbereiding Bij lesmateriaal, bij deze les op de site, vind je het nodige lesmateriaal voor deze les: Print 2 lege gedragspatroongrafieken af voor
Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor www.kinderenbiddenvoorkinderen.
Bidden Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor www.kinderenbiddenvoorkinderen.nl en kinderactiviteiten www.lambertuskerk-rotterdam.nl
Het onze Vader. Naam:
Het onze Vader Naam: Onze Vader Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood.
Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts
Les 1 Vragen stellen Leestekst: De tandarts "Welkom:... " Introductiefase: 1. "Vandaag gaan we weer een tekst lezen. Daarbij gaan we een nieuwe strategie leren. Deze strategie heet vragen stellen. We gaan
Alles is genade en Stel, ik zoek een kerk
Alles is genade en Stel, ik zoek een kerk De Werkgroep Vorming en Toerusting ontwikkelde een programma voor de parochies om te benutten bij de promotie dvd en het artikel Alles is genade uit het Identiteitsnummer
Gefeliciteerd. De allerbelangrijkste regel als we het hebben over kinderen en honden is:
Gefeliciteerd. Je bent zwanger en je hebt één of meerdere honden. Het wordt jullie eerste kind. Je bent net bij de verloskundige geweest, het gaat goed met je kindje, en je hebt deze folder meegekregen.
Wendy Smit, juli 2014
Ontdek jezelf inspiratiespel light Maak je eigen inspiratiekaarten op basis van het boek Ontdek jezelf door tekenen en reflectief schrijven Welkom! Al weer 5 jaar werk ik in mijn praktijk op verschillende
1. Doel 2. Soorten gesprekken 3. Vormen 4. Afspraken en regels. Kringen en kringgesprekken
1. Doel 2. Soorten gesprekken 3. Vormen 4. Afspraken en regels Kringen en kringgesprekken 1. Visie 1.1.je voor de ander openstellen 1.2.inclusief denken bevorderen; alle gespreksdeelnemers zijn gelijkwaardig
Wij zijn Kai & Charis van de Super Student en wij geven studenten zin in de toekomst.
Hallo, Wij zijn Kai & Charis van de Super Student en wij geven studenten zin in de toekomst. Dat is namelijk helemaal niet zo makkelijk. Veel studenten weten nog niet precies wat ze willen en hoe ze dat
Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.
Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me
Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de paasperiode. Kernles 1: Kunstenaar, wat vertel je mij?
Tuin van Heden 5 en 6 Werken met kunst in de paasperiode Opmerking vooraf: Voor de uitwerking van deze lessen hebben we doelen gehaald uit verschillende thema s van de betreffende graad. Na elk doel verwijzen
