8. VAN WAARNEMING NAAR GETAL. 8.1 Inleiding
|
|
|
- Floris Maas
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 8. VAN WAARNEMING NAAR GETAL 8.1 Inleiding Het doen van empirisch onderzoek betekent het doen van waarnemingen. Deze waarnemingen kunnen van diverse aard zijn: het gedrag van mensen kan geobserveerd worden, verschijnselen in teksten of gesprekken kunnen onderwerp van onderzoek zijn, vragenlijsten of toetsen kunnen afgenomen worden, et cetera. Nadat de waarnemingen gedaan zijn, moeten deze op een systematische wijze beschreven en geanalyseerd worden. In deze syllabus gaan we met name in op de wijze van analyse. Een goede analyse leidt tot een reductie van de gegevens, zodat het relatief eenvoudig is om tot beslissingen te komen aangaande de vraagstelling. Het doel van de analyse van gegevens is dus reductie. Zo is het gemiddelde en een maat voor de spreiding van de gegevens een adequate beschrijving (onder de aannamen dat gegevens normaal verdeeld zijn, en dat gemeten is op intervalniveau; zie deel I van deze syllabus) van alle verzamelde gegevens. Het is dan niet nodig een compleet overzicht van de gegevens te geven; het gemiddelde en een maat voor de spreiding geven net zoveel informatie, maar met veel minder data (datareductie!). Alle gegevens, om het even of het er nu 10, 100 of zijn, zijn met twee grootheden (getallen) te beschrijven. Bij de analyse van gegevens wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen kwalitatieve dan wel kwantitatieve analyse, en daar van afgeleid kwalitatief dan wel kwantitatief onderzoek. Deze syllabus is voornamelijk gericht op het laatste. De reden hiervoor is niet zozeer dat kwalitatief onderzoek van minder waarde zou zijn, integendeel; maar de reden is dat in onze ogen het onderscheid tussen beide typen meer een kwestie is van retoriek dan van principiële verschillen. Alles draait hierbij om de vraag hoe de waarnemingen gerepresenteerd worden. Representeren we de waarnemingen in woorden, dan is er sprake van een kwalitatieve analyse, representeren we de waarnemingen in getallen, dan is er sprake van kwantitatieve analyse. Echter, wanneer we bij een kwalitatieve analyse aan hetzelfde type waarnemingen die dezelfde verbale code hebben telkens een code in de vorm van een getal toekennen, dan hebben we opeens een kwantitatieve analyse. Het voordeel van het toekennen van getallen die een betekenis kunnen hebben op nominaal, ordinaal, interval- of rationiveau is dat hiermee de verzamelde gegevens overzichtelijk samengevat (reductie) kunnen worden, waardoor het relatief eenvoudig is om zinvolle conclusies te trekken op basis van deze gegevens. 8.2 Voorbeeld 1: Een toets Iedereen kent wel toetsen, verzamelingen items over een bepaald onderwerp, waarmee beoogd wordt de kennis en vaardigheden van respondenten met betrekking tot dit onderwerp te meten. Repetities, tentamens, examens, intelligentietests, rijexamens, geheugen-, reken-, taaltoetsen, et cetera. Allemaal voorbeelden van toetsen of tests. De items uit de toets worden beoordeeld en later gesommeerd tot een totaal- of toetsscore. Als we ervan uitgaan dat elk item goed of fout beantwoord kan worden, dan zouden vijf respondenten op drie items de volgende antwoorden gegeven kunnen hebben.
2 128 Item Respondent A B C 1 G G F 2 G G F 3 G F G 4 G G G 5 G F F Als we aan een goed antwoord de code 1 en aan een fout antwoord de code 0 toekennen, kunnen we deze matrix ook weergeven in getallen. Item Respondent A B C Beide representaties van de antwoorden zijn volstrekt identiek, en kunnen makkelijk tot elkaar herschreven worden als we de betekenis van de codes kennen. De keuze voor de codes, 1 voor een goed antwoord en 0 voor een fout antwoord, is an sich volstrekt arbitrair, we hadden net zo goed kunnen kiezen voor respectievelijk en of welke andere twee verschillende getallen dan ook. Het zijn in eerste instantie slechts nominale categorieën en de twee verschillende getallen dienen enkel om goed en fout uit elkaar te houden. Alleen heeft de keuze voor 1 en 0 een aantal voordelen, waaronder de eenvoud van het berekenen van de totaalscore op de toets. Dat is bij de hier gebruikte codering een kwestie van het tellen van het aantal enen: respondent 1 heeft de items A en B correct beantwoord en item C fout, zijn toetsscore is daarom 2; respondent 2 heef t ook zowel item A als item B correct beantwoord, wat eveneens een totaalscore van 2 oplevert (merk op dat wanneer de scores opgeteld worden, er vanuit gegaan wordt dat de waarnemingen de antwoorden tenminste op intervalniveau gerepresenteerd zijn). Evenzo is het in één blik duidelijk dat item A door alle vijf de respondenten correct beantwoord is, item B door drie en item C beide door twee van de vijf respondenten. Nu is de onderzoeker in sommige gevallen niet tevreden met een onderscheid tussen goed en fout, hij wil gradaties aanbrengen: half goed, driekwart goed, het is wel fout maar er zit toch ook wel iets in, een kwart goed. Ook dergelijke gradaties laten zich eenvoudig in getallen vertalen: we kunnen eenvoudig de codes 1.0, 0.5, 0.75, 0.25 of 0.0 aan de verschillende typen antwoorden toekennen. Samenvattend: het gedrag van respondenten (i.e. het afleggen van de test) resulteert in een aantal responsies, welke beoordeeld kunnen worden. De oordelen kunnen vervolgens met behulp van getallen weergegeven worden (itemscores), die zoals we zullen zien op verschillende manieren samengevat kunnen worden.
3 HOOFDSTUK 8: VAN WAARNEMING NAAR GETAL 8.3 Voorbeeld 2: Vragen uit een schriftelijke enquête Er is een vragenlijst ontwikkeld waarmee men de invloed van verschillende media op de meningsvorming wil onderzoeken. Twee van de vragen luiden: 1 Hoeveel tijd besteedt u per dag gemiddeld aan: a. het lezen van de krant min b. het lezen van opiniërende weekbladen min c. het luisteren naar actualiteiten en achtergronden op de radio min d. het kijken naar actualiteitenprogramma's op de televisie min 2 Geef aan welke informatiebron u het meest objectief vindt (geef een 1 aan de meest objectieve berichtgeving, een 2 aan die daarna het meest objectief is, et cetera, en een 7 aan de minst objectieve; N.B. elk cijfer mag slechts één keer gebruikt worden) a Het nieuws op de radio b actualiteitenprogramma's van de omroepen op de radio c algemeen nieuws in de krant d achtergrondartikelen in de krant e achtergrondartikelen in weekbladen f Het journaal op de televisie g actualiteitenprogramma's van de omroepen op de televisie cijfer De eerste vraag bestaat uit vier variabelen: de tijd dat de krant gelezen wordt, de tijd die aan weekbladen besteed wordt, de hoeveelheid tijd waarin naar actualiteiten- en achtergrondprogramma's op de radio geluisterd wordt en de tijd waarin naar actualiteitenprogramma s op de televisie gekeken wordt. De matrix met antwoorden voor deze vraag kan er dus (bij voorbeeld) als volgt uit zien. De eerste respondent besteedt tien minuten per dag aan de krant en vijf minuten aan weekbladen, luistert tien minuten naar de radio en kijkt een half uur naar de tv. Aangezien we zonder al te veel problemen aan kunnen nemen dat de gegevens op intervalniveau 1 1 Het is verstandig om de definities en de voorbeelden van de verschillende meetniveaus (zie Deel I van deze syllabus) constant paraat te hebben. Dan zal je duidelijk zijn dat hoewel we hier de aanna-
4 130 gerepresenteerd zijn, kunnen we eenvoudig de totale tijdsbesteding per respondent, de gemiddelde tijdsbesteding per onderdeel (krant, weekblad, radio en televisie) maar ook het overall gemiddelde (hoeveel tijd wordt gemiddeld besteed aan informatie over actuele zaken?) uitrekenen. (In oudere versies van SPSS (SPSS 12.0) kan een variabelenaam niet meer dan acht posities/tekens innemen. Dan wordt de naam een variabele afgekort (bijvoorbeeld: respon, of respnr, resp, ppnr, etc.). De tweede vraag is een vraag naar de rangorde van de verschillende typen artikelen/programma's (merk op dat de gegevens hier op ordinaal niveau gerepresenteerd zijn). Deze rangorde heeft geen absolute betekenis, maar de scores/cijfers kunnen feitelijk alleen geïnterpreteerd worden in samenhang met elkaar; de score 4 zegt op zich niets, het zegt alleen maar dat dát onderdeel in vergelijking met de andere onderdelen op de vierde plaats komt. Hetzelfde geldt voor de andere waarden, ook die hebben een betekenis in relatie tot elkaar. Een representatie van de gegevens zou kunnen zijn. Respondent 1 meent dat het radiojournaal het meest objectief is, en dat actualiteitenprogramma's van de omroepen op de televisie de meest gekleurde berichtgeving verzorgen, et cetera. Doordat we naar rangordes gevraagd hebben, is het niet informatief om gemiddelden uit te rekenen. De matrix kan alleen vereenvoudigd worden door een frequentieverdeling van de scores per onderdeel. Een fictief voorbeeld voor het oordeel van 47 respondenten over de objectiviteit van de actualiteitenprogramma's van de omroepen op de radio is hieronder weergegeven. me makkelijk maken, we dat misschien wel te makkelijk doen. Waarom is deze aanname hier te makkelijk?
5 HOOFDSTUK 8: VAN WAARNEMING NAAR GETAL Vraag_2a Frequency Percent Valid Percent Cumulative Percent Valid Total Van de 47 ondervraagde personen vinden 18, of wel 38.3% het nieuws op de radio het meest objectief. Als we de scores 1 tot en met 3 objectief noemen, dan vindt 76.6% (of afgerond 77%) van de ondervraagden het nieuws op de radio objectief. Dezelfde informatie kan vaak op veel verschillende manieren weergegeven worden. Wanneer we deze informatie in een zogenaamd histogram weergeven, dan ziet het er zo uit (N: aantal respondenten; C: cijfer): N C 18 1³ ³ ³ ³ ³ ³ ³ 2.1 Beide manieren van representatie van de gegevens geven dezelfde informatie. In veel gevallen is een dergelijke genuanceerde weergave van de gegevens echter niet noodzakelijk. De onderzoekers zouden zich bij voorbeeld kunnen beperken tot objectieve nieuwsweergave, waarbij alleen de codes 1 en 2 als objectief beschouwd worden en de rest als gekleurd. Hier wordt dan een keuze gemaakt door de onderzoekers, die zeker een inhoudelijke argumentatie behoeft. De matrix ziet er dan als volgt uit.
6 Voorbeeld 3: Een hardop-denk-protocol Om inzicht te krijgen in processen die een rol spelen tijdens het schrijven wordt respondenten vaak gevraagd hardop te denken tijdens het uitvoeren van de opdracht. Dit wordt opgenomen, geprotocolleerd en geanalyseerd. De verschillende uitspraken van de respondent worden als uitingen van processen gezien en als zodanig getypeerd. Hiervoor wordt een classificatieschema gebruikt. Een cruciale stap is natuurlijk de constructie van zo'n classificatieschema. In feite is dat een brok geoperationaliseerde schrijfprocestheorie. Uit de theorie moet volgen dat proces X onderscheiden moet worden van Y en dat dit onderscheid nuttig en relevant is; het gaat om (een deel) van de begripsvaliditeit. Aan de constructie van een classificatieschema besteden we hier ongeacht het eminente belang geen aandacht; we gaan ervan uit dat dit gegeven is en beperken ons tot de met behulp van zo'n schema verkregen getallen. Hieronder is een klein stukje van een schrijfprotocol weergegeven, met daarnaast de classificatie in processen en de codes die deze hebben (merk op dat de codes hier een volstrekt nominale betekenis hebben). Protocol Proces Code (... leest opdracht...) lezen van de opdracht 1... wat bedoelen ze hiermee? nu eerst maar zelfinstructie over lezen van de opdracht 4 eens verder lezen (...) (... leest opdracht...) 1 wat weet ik nu allemaal... zelfinstructie over selecteren, relateren 6 of ordenen laat ik dat allemaal eerst eens ordenen, zelfinstructie over aanpak 13 eerst iets over de aanleiding; het moet gaan over werkeloosheid, tja (..) parafraseren van taakeisen 15 wat wil ik daar over zeggen? zelfinstructie over generen van ideeën 17 moet het gaan over werkeloosheid? in het zelfinstructie over aanpak 13 algemeen, over een specifieke groep? Tja,.. oh ja, een citaat wat werd ook al...(eh)... zelfinstructie over herlezen opdracht 5 eerst even kijken wat gezegd wordt over werkeloosheid bij jongeren (...), ja, ja. Nou, laat ik eerst eens opschrijven wat er in parafraseren ideeën 20 moet, maar dan moet ik wel een beslissing nemen over het onderwerp. Algemeen of specifiek, of algemeen en later zelfinstructie over aanpak 13 specifiek? (...) Ja, laat ik dat maar doen, zelfinstructie over aanpak 13 dan ordent het ook makkelijker (..). Nu eerst zelfinstructie over selecteren, relateren 6 de volgorde dus. of ordenen (2x) 6
7 HOOFDSTUK 8: VAN WAARNEMING NAAR GETAL We kunnen de codes op twee verschillende manieren weergeven: in de oorspronkelijke codes en zonder verlies aan informatie in enen en nullen. Of als: Welk van beide representaties op een bepaald moment de voorkeur verdient, is afhankelijk van het type analyse en kan niet op voorhand gezegd worden. Wat belangrijk is, is dat dezelfde informatie op verschillende manieren weergegeven kan worden. Nu lijkt de stap van observaties naar getallen welhaast een triviale. Maar het is de eerste stap om gegevens te reduceren. Onderzoekers lieten bij voorbeeld 10 leerlingen hardop denken tijdens het schrijven en onderscheidden bij de analyse 61 verschillende processen; het resultaat bestond uit 5881 benoemde processen. Dat is niet meer te behappen voor een normaal mens. Maar maak er een frequentieverdeling van en het resultaat lijkt in elk geval enigszins overzichtelijk. Kijk maar:
8 134 (elk* representeert 6 cases) code N (aantal observaties) :************ :*************** :****************************** :** :******* :***** :***************** :******************************* :******* :********************** :************************** :******** :************** :******************** :******* :**** :***** :********************* :************* :************************************ :************************ :******** :*************************** :************ :********** :**** :************* :****************** :**************** :***** :*********************************************** :************************* :**************************** :***************************************** :**************** :******************* :************************** :**** :********************************************** :******************* :************** :******************** :********* :**************** :*********************** :**************************** :******************************** :*************** :********************** :**************************** :******************** :*** :*********************** :******************** :***************** :* :********** :*** :* :* :*
9 HOOFDSTUK 8: VAN WAARNEMING NAAR GETAL Deze weergave van de hardloopdenkprocessen is een weergave van nominale gegevens. De code 1 betekent het lezen van de opdracht en komt 71 keer voor; de code 4 betekent zelfinstructies met betrekking tot het lezen van de opdracht en komt 11 keer voor, et cetera. Door de truc van het toekennen van getallen aan categorieën (c.q. procesnamen/processen) zijn we in staat snel een dergelijk overzicht van de gegevens te maken. We zien nu haast in één oogopslag welke processen vaak voorkomen (bij voorbeeld: 31 en 39) en welke processen zeldzaam zijn (bij voorbeeld: 56 en 59). Als we om wat voor reden dan ook alleen geïnteresseerd zijn in het eerste proces het lezen van de opdracht, kunnen we ervoor kiezen om dit proces de code 1 te geven en alle andere processen de code 0. Dat zou een verdeling opleveren als: (elke * representeert 118 cases) Code N (aantal cases/processen)) : ************************************************** : * Dus (71 / 5881) * 100 = 1.21% van de processen is gecategoriseerd als proces 1. Op welke wijze gegevens gerepresenteerd worden, is afhankelijk van wat het handigste is. In principe is het natuurlijk lood om oud ijzer. 8.5 De normaalverdeling Wanneer gegevens gerepresenteerd zijn op intervalniveau, dan is er heel vaak wat meer te zeggen over de verdeling van die gegevens. Het is namelijk zo dat scores rond het gemiddelde vaker voorkomen dan scores die verder van het gemiddelde weg liggen; hoe verder we van het gemiddelde komen, hoe minder scores we tegen komen. In de volgende figuur is dat grafisch weergegeven. Het betreft een voorbeeld van de verdeling van scores op een oud tentamen van dit vak.
10 136 (Elke* representeert 3 cases) Code N (aantal respondenten) 0 1 : * 1 2 : * 2 6 : ** 3 8 : *** 4 14 : ***** 5 23 : ******** 6 58 : ******************** 7 80 : *************************** 8 82 : **************************** : ********************************** : *************************************** : **************************************** : ************************************** : ***************************** : *********************** : **************** : ********** : ****** 18 9 : *** 19 7 : *** 20 3 : * 21 1 : * 22 0 : We zien het principe, dat de gemiddelde score (11) het meest voorkomt (120 keer) en dat hoe verder we van het gemiddelde weggaan hoe minder frequent een score voorkomt in de bovenstaande figuur mooi geïllustreerd. Ook zien we dat de verdeling mooi symmetrisch is rond het gemiddelde. Een dergelijke verdeling komen we bijzonder vaak tegen. Denk maar eens aan variabelen als lengte, maar ook aan variabelen als intelligentie, rekenvaardigheid, taalvaardigheid, het aantal leerlingen in klassen, etc. Als we van de scores op dergelijke variabelen een frequentieverdeling maken, dan zal deze in veel gevallen hetzelfde type verdeling hebben als geïllustreerd in de figuur hierboven: een mooie klokvorm. Van de kenmerken van deze verdeling wordt zo vaak gebruik gemaakt dat we er een naam voor hebben: de normaalverdeling. Dat wil zeggen: bij veel van de statistische procedures die in deze syllabus aan de orde komen, wordt de aanname gedaan dat de scores in de populatie normaal verdeeld zijn. Dat wil niet direct zeggen dat de scores in de steekproef die uit een populatie genomen is ook meteen dezelfde mooie klokvorm hebben. Zeker als de steekproef niet al te groot is (minder dan 100 waarnemingen), kan de verdeling er behoorlijk anders uitzien. Dat wil echter nog niet zeggen dat de aanname dat de verdeling in de populatie normaal is onjuist zou zijn; daarvoor is in veel gevallen het aantal waarnemingen domweg te klein. Kijk eens naar de volgende figuur waarin de opstelscores van 50 leerlingen gerepresenteerd zijn.
11 HOOFDSTUK 8: VAN WAARNEMING NAAR GETAL Cijfer N (aantal leerlingen) : : * : ***** : ************** : ******* : **** : *************** : *** : * De bovenstaande verdeling van opstelcijfers is beslist niet normaal (waar is immers de mooie klokvorm?). De verdeling heeft zelfs twee toppen (bij de cijfers 5.5 en 7.0) en zou daarom bimodaal of tweetoppig genoemd kunnen worden. Echter, een dergelijke verdeling bij dit aantal observaties hoeft geen enkele reden te zijn om aan de normaliteit van schrijfvaardigheid van leerlingen (op een bepaald moment in het onderwijs) te twijfelen. Let wel: hoeft niet; als er op theoretische gronden redenen zijn om aan te nemen dat de verdeling in de populatie niet normaal is, dan is het natuurlijk onverstandig om deze aanname wel te maken. Op de eerste bladzijde van dit deel van de syllabus is een matrix met de scores van tien studenten op tien meerkeuze-tentamenvragen weergegeven. Op elke regel staan de antwoorden van een student. De eerste student heeft bij vraag 1 (V1) gekozen voor alternatief 2, bij vraag 2 (V2) ook voor alternatief 2 en bij vraag 3 (V3) voor alternatief 1, etc. Deze syllabus draait om de analyse van dergelijke datamatrices, waarbij het in principe onbelangrijk is wat de scores nu precies representeren. Er wordt een overzicht gegeven van een veelheid aan technieken die ingezet kunnen worden om dergelijke matrices te analyseren, zodat een verantwoorde reductie van gegevens mogelijk is en goed beredeneerde beslissingen genomen kunnen worden. De genoemde datamatrix zou een representatie kunnen zijn van enquêteantwoorden, maar ook van de antwoorden op tentamens (wat het feitelijk is), of een classificatie van de proefpersonen op een tiental kenmerken, maar ook een combinatie van gezondheidsgegevens, taalvaardigheidgegevens en wat al niet meer. Wat de scores precies representeren is voor de inhoud van deze syllabus niet van belang. Wanneer we over items spreken, zou daar net zo goed tijdregistratie van het tandenpoetsgedrag, aantal gerookte sigaretten of aantal bezoeken aan de groenteboer, of wat dies meer zij voor ingevuld kunnen worden. In de praktijk van het doen van onderzoek is de aan het begin van deze alinea gedane uitspraak natuurlijk volstrekte nonsens. Daar gaat het juist om wat de scores representeren en of de scores een goede weerspiegeling zijn van de werkelijkheid. Met andere woorden: het gaat in eerste en laatste instantie altijd om de validiteit, díe moet centraal staan. Alleen, om inzicht te krijgen in methoden om gegevens te analyse-
12 138 ren waarvan de resultaten aanwijzingen kunnen geven omtrent de validiteit laten we dit aspect, waarvan het belang niet vaak genoeg onderstreept kan worden, even buiten beschouwing. 8.6 Opgaven In werkelijkheid representeren de scores op het eerste blad van dit deel van de syllabus de scores van 10 studenten op een deel van het tentamen Methoden van communicatieonderzoek met 10 meerkeuzevragen. Weergegeven zijn de antwoorden van de studenten per vraag. Voor het gemak zijn de antwoorden omgecodeerd, waarbij de lettercodes (A, B, C,..., etc.) vervangen zijn voor cijfers (1 voor A, 2 voor B, 3 voor C, etc.). A. Voer de scores in in SPSS, en save deze file als tentamen1.sav. B. Maak een frequentieverdeling van de scores op de items; C. Hercodeer de antwoorden zodat een -1- staat voor een goed antwoord, en een -0- voor een fout antwoord. Gebruik hiervoor de volgende sleutel (G_A: Goede antwoord): Vraag G_A Vraag G_A Vraag G_A Vraag G_A Vraag G_A D. Maak een frequentieverdeling van de scores op de items, en laat ook het gemiddelde per item berekenen. E. Maak een nieuwe variabele ( totaal ) die aangeeft hoeveel vragen elke student goed beantwoord heeft. F. Maak hiervan een frequentieverdeling, en bereken het gemiddeld aantal correct beantwoorde vragen.
5.0 Voorkennis. Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram:
5.0 Voorkennis Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram: De lengte van de staven komt overeen met de hoeveelheid; De staven staan meestal los van
SPSS Introductiecursus. Sanne Hoeks Mattie Lenzen
SPSS Introductiecursus Sanne Hoeks Mattie Lenzen Statistiek, waarom? Doel van het onderzoek om nieuwe feiten van de werkelijkheid vast te stellen door middel van systematisch onderzoek en empirische verzamelen
DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005)
DATA-ANALYSEPLAN (20/6/2005) Inleiding De manier waarop data georganiseerd, gecodeerd en gescoord (getallen toekennen aan observaties) worden en welke technieken daarvoor nodig zijn, dient in het ideale
5.0 Voorkennis. Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram:
5.0 Voorkennis Er zijn verschillende manieren om gegevens op een grafische wijze weer te geven: 1. Staafdiagram: De lengte van de staven komt overeen met de hoeveelheid; De staven staan meestal los van
lengte aantal sportende broers/zussen
Oefening 1 Alvorens opgenomen te worden in een speciaal begeleidingsprogramma s voor jonge talentvolle lopers, worden jonge atleten eerst onderworpen aan een aantal vragenlijsten en onderzoeken. Uit het
A. Week 1: Introductie in de statistiek.
A. Week 1: Introductie in de statistiek. Populatie en steekproef. In dit vak leren we de basis van de statistiek. In de statistiek probeert men erachter te komen hoe we de populatie het beste kunnen observeren.
3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625.
3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625. Absolute verandering = Aantal 2004 Aantal 1994 = 1625 3070 = -1445 Relatieve verandering = Nieuw Oud Aantal
datavisualisatie Stappen 14-12-12 verzamelen en opschonen analyseren van data interpeteren hoorcollege 4 visualisatie representeren
Stappen datavisualisatie hoorcollege 4 visualisatie HVA CMD V2 12 december 2012 verzamelen en opschonen analyseren van data interpeteren representeren in context plaatsen 1 "Ultimately, the key to a successful
Statistische variabelen. formuleblad
Statistische variabelen formuleblad 0. voorkennis Soorten variabelen Discreet of continu Bij kwantitatieve gegevens gaat het om meetbare gegeven, zoals temperatuur, snelheid of gewicht. Bij een discrete
Wat betekent het twee examens aan elkaar te equivaleren?
Wat betekent het twee examens aan elkaar te equivaleren? Op grond van de principes van eerlijkheid en transparantie van toetsing mogen kandidaten verwachten dat het examen waarvoor ze opgaan gelijkwaardig
TIP 10: ANALYSE VAN DE CIJFERS
TOETSTIP 10 oktober 2011 Bepaling wat en waarom je wilt meten Toetsopzet Materiaal Betrouw- baarheid Beoordeling Interpretatie resultaten TIP 10: ANALYSE VAN DE CIJFERS Wie les geeft, botst automatisch
Professionaliseringstraject onderzoeksvaardigheden voor docenten. prof. dr. Saskia Brand-Gruwel
Professionaliseringstraject onderzoeksvaardigheden voor docenten prof. dr. Saskia Brand-Gruwel Leerdoelen Na het volgen van dit professionaliseringtraject: heeft u kennis en inzicht in de gehele onderzoekscyclus;
Hoofdstuk 1 Het soort onderzoek waar dit boek op gericht is 15
Inhoud Voorwoord 11 Hoofdstuk 1 Het soort onderzoek waar dit boek op gericht is 15 1.1 Inleiding 15 1.2 Voorbeelden 16 1.2.1 Leiden problemen in welbevinden tot voortijdig schoolverlaten? 16 1.2.2 Beter
Onderzoek. B-cluster BBB-OND2B.2
Onderzoek B-cluster BBB-OND2B.2 Succes met leren Leuk dat je onze bundels hebt gedownload. Met deze bundels hopen we dat het leren een stuk makkelijker wordt. We proberen de beste samenvattingen voor jou
Het gebruik van SPSS voor statistische analyses. Een beknopte handleiding.
Het gebruik van SPSS voor statistische analyses. Een beknopte handleiding. SPSS is een alom gebruikt, gebruiksvriendelijk statistisch programma dat vele analysemogelijkheden kent. Voor HBO en universitaire
WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de
Samenvatting Nederlands
Samenvatting Nederlands 178 Samenvatting Mis het niet! Incomplete data kan waardevolle informatie bevatten In epidemiologisch onderzoek wordt veel gebruik gemaakt van vragenlijsten om data te verzamelen.
We berekenen nog de effectgrootte aan de hand van formule 4.2 en rapporteren:
INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 4 1. Toets met behulp van SPSS de hypothese van Evelien in verband met de baardlengte van metalfans. Ga na of je dezelfde conclusies
Onderzoeksvraag Uitkomst
Hoe doe je onderzoek? Hoewel er veel leuke boeken zijn geschreven over het doen van onderzoek (zie voor een lijstje de pdf op deze site) leer je onderzoeken niet uit een boekje! Als je onderzoek wilt doen
Voorbeeldtentamen Statistiek voor Psychologie
Voorbeeldtentamen Statistiek voor Psychologie 1) Vul de volgende uitspraak aan, zodat er een juiste bewering ontstaat: De verdeling van een variabele geeft een opsomming van de categorieën en geeft daarbij
Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y
1 Regressie analyse Zowel correlatie als regressie meten statistische samenhang Correlatie: geen oorzakelijk verband verondersteld: X Y Regressie: wel een oorzakelijk verband verondersteld: X Y Voorbeeld
College 4 Inspecteren van Data: Verdelingen
College Inspecteren van Data: Verdelingen Inleiding M&T 01 013 Hemmo Smit Overzicht van deze cursus 1. Grondprincipes van de wetenschap. Observeren en meten 3. Interne consistentie; Beschrijvend onderzoek.
Vendorrating: statistische presentatiemiddelen
pag.: 1 van 6 Vendorrating: statistische presentatiemiddelen Hieronder bespreken we in het kort een aantal verschillende presentatievormen waarmee we vendorratingresultaten op een duidelijke manier kunnen
Klantonderzoek: statistiek!
Klantonderzoek: statistiek! Statistiek bij klantonderzoek Om de resultaten van klantonderzoek juist te interpreteren is het belangrijk de juiste analyses uit te voeren. Vaak worden de mogelijkheden van
Werkbelevingsonderzoek 2013
Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:
Voorwoord... iii Verantwoording... v
Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...
Hoofdstuk 7: De analyse en rapportering van jouw empirisch onderzoek
Hoofdstuk 7: De analyse en rapportering van jouw empirisch onderzoek Nadat je je empirisch of veldonderzoek voltooide, en je hebt de data ingevoerd, moet je die ook analyseren, verwerken en rapporteren.
Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM
Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM Instructie Dit document hoort bij het beoordelingsformulier. Op het beoordelingsformulier kan de score per criterium worden ingevuld. Elk criterium kan op vijf niveaus
Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)
Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie
Rekenen aan wortels Werkblad =
Rekenen aan wortels Werkblad 546121 = Vooraf De vragen en opdrachten in dit werkblad die vooraf gegaan worden door, moeten schriftelijk worden beantwoord. Daarbij moet altijd duidelijk zijn hoe de antwoorden
Normering en schaallengte
Bron: www.citogroep.nl Welk cijfer krijg ik met mijn score? Als je weet welke score je ongeveer hebt gehaald, weet je nog niet welk cijfer je hebt. Voor het merendeel van de scores wordt het cijfer bepaald
Hoofdstuk 7: Statistische gevolgtrekkingen voor distributies
Hoofdstuk 7: Statistische gevolgtrekkingen voor distributies 7.1 Het gemiddelde van een populatie Standaarddeviatie van de populatie en de steekproef In het vorige deel is bij de significantietoets uitgegaan
Correctievoorschrift HAVO 2016
Correctievoorschrift HAVO 06 tijdvak wiskunde A Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels voor
Hoofdstuk 8 Het toetsen van nonparametrische variabelen
Hoofdstuk 8 Het toetsen van nonparametrische variabelen 8.1 Non-parametrische toetsen: deze toetsen zijn toetsen waarbij de aannamen van normaliteit en intervalniveau niet nodig zijn. De aannamen zijn
Feedback proefexamen Statistiek I 2009 2010
Feedback proefexamen Statistiek I 2009 2010 Het correcte antwoord wordt aangeduid door een sterretje. 1 Een steekproef van 400 personen bestaat uit 270 mannen en 130 vrouwen. Een derde van de mannen is
Auteurs: Baarda e.a. isbn: 978-90-01-80771-9
Woord vooraf Het Basisboek Methoden en Technieken biedt je een handleiding voor het opzetten en uitvoeren van empirisch kwantitatief onderzoek. Je stelt door waarneming vast wat zich in de werkelijkheid
Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen. Master Innovation & Leadership in Education
Onderzoek Module 10.3 Het empirisch onderzoek ontwerpen Master Innovation & Leadership in Education Leerdoelen Aan het eind van deze lesdag heb je: Kennis van de dataverzamelingsmethodes vragenlijstonderzoek,
Oplossingen hoofdstuk 4
Oplossingen hoofdstuk 4 1.Welke uitslag komt overeen met percentiel 50? Dit is de uitslag 588. Blijft dit antwoord van toepassing indien elk blad (leaf) overeenkomt met 10 observaties? Ja. 2. Welke leeftijd
Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde. Foeke van der Zee
Methodologie voor onderzoek in de verpleegkunde Foeke van der Zee Inhoudsopgave 1. Onderzoek, wat is dat eigenlijk... 1 1.1 Hoe is onderzoek te omschrijven... 1 1.2 Is de onderzoeker een probleemoplosser
Samenvattingen 5HAVO Wiskunde A.
Samenvattingen 5HAVO Wiskunde A. Boek 1 H7, Boek 2 H7&8 [email protected] Boek 2: H7. Verbanden (Recht) Evenredig Verband ( 1) Omgekeerd Evenredig Verband ( 1) Hyperbolisch Verband ( 2) Machtsverband
Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM
Beoordelingscriteria scriptie Nemas HRM Instructie Dit document hoort bij het beoordelingsformulier. Op het beoordelingsformulier kan de score per criterium worden ingevuld. Elk criterium kan op vijf niveaus
Cursus TEO: Theorie en Empirisch Onderzoek. Practicum 2: Herhaling BIS 11 februari 2015
Cursus TEO: Theorie en Empirisch Onderzoek Practicum 2: Herhaling BIS 11 februari 2015 Centrale tendentie Centrale tendentie wordt meestal afgemeten aan twee maten: Mediaan: de middelste waarneming, 50%
Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen?
Wat vinden kijkers en luisteraars van de Omroep Organisatie Groningen? Marjolein Kolstein Juli 2017 www.os-groningen.nl BASIS VOOR BELEID Inhoud Samenvatting 2 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding van het onderzoek
TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN WISKUNDE B VWO EERSTE TIJDVAK 2014
TERUGBLIK CENTRAAL EXAMEN WISKUNDE B VWO EERSTE TIJDVAK 2014 Inleiding Quickscan Via WOLF (Windows Optisch Leesbaar Formulier) geven examinatoren per vraag de scores van hun kandidaten voor het centraal
Rapportage. Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen
Rapportage Onderzoek: mediawijsheid onder ouders en kinderen In opdracht van: Mediawijzer.net Datum: 22 november 2013 Auteurs: Marieke Gaus & Marvin Brandon Index Achtergrond van het onderzoek 3 Conclusies
Data analyse Inleiding statistiek
Data analyse Inleiding statistiek 1 Doel Beheersen van elementaire statistische technieken Toepassen van deze technieken op aardwetenschappelijke data 2 1 Leerstof Boek: : Introductory Statistics, door
8. Analyseren van samenhang tussen categorische variabelen
8. Analyseren van samenhang tussen categorische variabelen Er bestaat een samenhang tussen twee variabelen als de verdeling van de respons (afhankelijke) variabele verandert op het moment dat de waarde
Enkelvoudige ANOVA Onderzoeksvraag Voorwaarden
Er is onderzoek gedaan naar rouw na het overlijden van een huisdier (contactpersoon: Karolijne van der Houwen (Klinische Psychologie)). Mensen konden op internet een vragenlijst invullen. Daarin werd gevraagd
Hoofdstuk 2 : Grafische beschrijving van data. Marnix Van Daele. Vakgroep Toegepaste Wiskunde en Informatica Universiteit Gent
Hoofdstuk 2 : Grafische beschrijving van data Marnix Van Daele [email protected] Vakgroep Toegepaste Wiskunde en Informatica Universiteit Gent Grafische beschrijving van data p. 1/35 Soorten meetwaarden
Correctievoorschrift HAVO
Correctievoorschrift HAVO 00 tijdvak wiskunde A Het correctievoorschrift bestaat uit: Regels voor de beoordeling Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores Regels voor
Correctievoorschrift HAVO 2016
Correctievoorschrift HAVO 2016 tijdvak 1 Arabisch Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores 6 Bronvermeldingen
Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping
Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Wiskunde Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.
De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport
De Bladenbox in 2012 en verder.. Onderzoeksrapport Samenvatting Onderzoeksvraag en methodebeschrijving Uit de situatieanalyses is naar voren gekomen dat er een verandering plaats vindt in het leefgedrag
G0N11a Statistiek en data-analyse: project Eerste zittijd Modeloplossing
G0N11a Statistiek en data-analyse: project Eerste zittijd 2007-2008 Modeloplossing Opmerking vooraf: Deze modeloplossing is een heel volledig antwoord op de gestelde vragen. Om de maximumscore op een vraag
INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5
INDUCTIEVE STATISTIEK VOOR DE GEDRAGSWETENSCHAPPEN OPLOSSINGEN BIJ HOOFDSTUK 5 1. De onderzoekers van een preventiedienst vermoeden dat werknemers in een bedrijf zonder liften fitter zijn dan werknemers
Hoeveel vertrouwen heb ik in mijn onderzoek en conclusie? Les 1
Hoeveel vertrouwen heb ik in mijn onderzoek en conclusie? Les 1 1 Onderwerpen van de lessenserie: De Normale Verdeling Nul- en Alternatieve-hypothese ( - en -fout) Steekproeven Statistisch toetsen Grafisch
Check Je Kamer Rapportage 2014
Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden
Handleiding voor het afnemen van het IPPA Basis-interview en het IPPA Vervolg-interview
Handleiding voor het afnemen van het IPPA Basis-interview en het IPPA Vervolg-interview IPPA Basis-interview De interviewer neemt zeven IPPA Basis-interview formulieren, een IPPA Checklist, een pen of
Kwantitatieve analyse toetskwaliteit
Kwantitatieve analyse toetskwaliteit Auteur: Rob Kayzel Aan de hand van de resultaten van het tentamen (de scores van de studenten) is het mogelijk om de kwaliteit van het tentamen onderzoeken. De analyse
Statistiek met Excel. Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten. Dit materiaal is gemaakt binnen de Leergang Wiskunde schooljaar 2013/14
Statistiek met Excel Schoolexamen en Uitbreidingsopdrachten 2 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie... 4 Schoolexamen Wiskunde VWO: Statistiek met grote datasets... 5 Uibreidingsopdrachten vwo 5... 6 Schoolexamen
Tentamen Mathematische Statistiek (2WS05), vrijdag 29 oktober 2010, van 14.00 17.00 uur.
Technische Universiteit Eindhoven Faculteit Wiskunde en Informatica Tentamen Mathematische Statistiek (WS05), vrijdag 9 oktober 010, van 14.00 17.00 uur. Dit is een tentamen met gesloten boek. De uitwerkingen
Eerste effectmeting van de training ouderverstoting voor professionals in opdracht van De FamilieAcademie
Eerste effectmeting van de training ouderverstoting voor professionals in opdracht van De FamilieAcademie 1 Samenvatting In opdracht van de FamilieAcademie is een eerste effectmeting gedaan naar de training
Dienstverlening Amsterdam-Noord
Dienstverlening Amsterdam-Noord tweede meting bewonerspanel Projectnummer: 9151 In opdracht van stadsdeel Amsterdam-Noord Rogier van der Groep Esther Jakobs Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL
DEZE PAGINA NIET vóór 8.30u OMSLAAN!
STTISTIEK 1 VERSIE MT15303 1308 1 WGENINGEN UNIVERSITEIT LEERSTOELGROEP MT Tentamen Statistiek 1 (MT-15303) 5 augustus 2013, 8.30-10.30 uur EZE PGIN NIET vóór 8.30u OMSLN! STRT MET INVULLEN VN NM, REGISTRTIENUMMER,
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 36955 22 december 2014 Regeling van het College voor Toetsen en Examens van 8 december 2014, nummer CvTE-14.02423, houdende
Rapport Team Competenties i360. Test Kandidaat
Rapport Team Competenties i360 Naam Test Kandidaat Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Sterkte/zwakte-analyse 3. Feedback open vragen 4. Overzicht competenties 5. Persoonlijk ontwikkelingsplan Inleiding Voor
Handleiding SPSS. 1) Maak je bestand
Handleiding SPSS 1) Maak je bestand In de file die op Minerva staat, zijn de data opgenomen van alle groepjes. Het is de bedoeling dat je je eindverslag schrijft over de data van jouw groepje. Om dit te
Internetpanel over de lokale media
Internetpanel over de lokale media In opdracht van: Afdeling Communicatie Rapportage door: Team Beleidsonderzoek & Informatiemanagement Gemeente Purmerend J. van Poorten november 2008 Verkrijgbaar bij:
Starten met het onderzoeksproces
Starten met het onderzoeksproces hoofdstuk 1 casus Suxes is marktleider op de Nederlandse cateringmarkt. Het bedrijf is succesvol in meerdere marktsegmenten. Voor het hogeronderwijssegment heeft het een
Voorbeeldcase RAB RADAR
Voorbeeldcase RAB RADAR Radio AD Awareness & Respons Private Banking (19725) Inhoud 2 Inleiding Resultaten - Spontane en geholpen merkbekendheid - Spontane en geholpen reclamebekendheid - Herkenning radiocommercial
introductie Wilcoxon s rank sum toets Wilcoxon s signed rank toets introductie Wilcoxon s rank sum toets Wilcoxon s signed rank toets
toetsende statistiek week 1: kansen en random variabelen week : de steekproevenverdeling week 3: schatten en toetsen: de z-toets week : het toetsen van gemiddelden: de t-toets week 5: het toetsen van varianties:
Programma. Schaalconstructie. IRT: moeilijkheidsparameter. Intro: Het model achter het LOVS Mogelijkheden die het model biedt voor interpretatie
Programma LOVS Rekenen-Wiskunde Inhoud, rapportage en invloed van en Intro: Het model achter het LOVS Mogelijkheden die het model biedt voor interpretatie Marian Hickendorff Universiteit Leiden / Cito
Inleiding tot de meettheorie
Inleiding tot de meettheorie Meten is het toekennen van cijfers aan voorwerpen. Koeien Koeien in een kudde, studenten in een auditorium, mensen met een bepaalde stoornis, leerlingen met meer dan 15 in
1 Sociaalwetenschappelijk onderzoek
Noordhoff Uitgevers bv 3 Sociaalwetenschappelijk onderzoek. Causale conclusie en generalisatie.2 Interne validiteit.3 Externe validiteit Samenvatting Opgaven Het doel van veel onderzoek is om op basis
Domein A: Vaardigheden
Examenprogramma Wiskunde A havo Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Algebra en tellen
Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi
Inhoudsopgave Voorwoord van Hester van Herk... iii Voorwoord van Foeke van der Zee... iv Verantwoording... vi INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker
nederlandse samenvatting Dutch summary
Dutch summary 211 dutch summary De onderzoeken beschreven in dit proefschrift zijn onderdeel van een grootschalig onderzoek naar individuele verschillen in algemene cognitieve vaardigheden. Algemene cognitieve
1 Rekenen in eindige precisie
Rekenen in eindige precisie Een computer rekent per definitie met een eindige deelverzameling van getallen. In dit hoofdstuk bekijken we hoe dit binnen een computer is ingericht, en wat daarvan de gevolgen
Statistiek: Herhaling en aanvulling
Statistiek: Herhaling en aanvulling 11 mei 2009 1 Algemeen Statistiek is de wetenschap die beschrijft hoe we gegevens kunnen verzamelen, verwerken en analyseren om een beter inzicht te krijgen in de aard,
Correctievoorschrift VWO 2016
Correctievoorschrift VWO 2016 tijdvak 1 Arabisch Het correctievoorschrift bestaat uit: 1 Regels voor de beoordeling 2 Algemene regels 3 Vakspecifieke regels 4 Beoordelingsmodel 5 Inzenden scores 6 Bronvermeldingen
1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items
1. Gegeven zijn de itemsores van 8 personen op een test van 3 items item Persoon 1 2 3 1 1 0 0 2 1 1 0 3 1 0 0 4 0 1 1 5 1 0 1 6 1 1 1 7 0 0 0 8 1 1 0 Er geldt: (a) de p-waarden van item 1 en item 2 zijn
Overzicht van tabellen 13. Overzicht van figuren 15. Voorwoord 17. Inleiding 19
Inhoudsopgave Overzicht van tabellen 13 Overzicht van figuren 15 Voorwoord 17 Inleiding 19 Ontwikkelingen in het Hoger Beroepsonderwijs 19 Praktijkgericht Onderzoek 21 De focus van dit boek 23 De structuur
WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0
WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van de
REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS
REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS Schooljaar 008/009 Inhoud Uitleg bij het boekje Weektaak voor e week: optellen en aftrekken Weektaak voor e week: vermenigvuldigen Weektaak voor e week: delen en de staartdeling
Beschrijvende statistieken
Elske Salemink (Klinische Psychologie) heeft onderzocht of het lezen van verhaaltjes invloed heeft op angst. Studenten werden at random ingedeeld in twee groepen. De ene groep las positieve verhaaltjes
Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen Statistiek 2009 Versie 2
Centraal Bureau voor de Statistiek Divisie sociale en regionale statistieken (SRS) Sector statistische analyse voorburg (SAV) Postbus 24500 2490 HA Den Haag Kenmerk ontheffing in de Bijstands Uitkeringen
Product Informatie Blad - Taaltoets
Product Informatie Blad - Taaltoets PIB150-2010-Taaltoets Context In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft de Commissie Meijerink onderzoek gedaan naar wat leerlingen
Medewerkertevredenheid
Medewerkertevredenheid 2014-2015 Dit rapport over medewerkertevredenheid (op schoolniveau) toont detailinformatie over de tevredenheid van het personeel. De informatie is te gebruiken als sturingsinformatie.
Meten: algemene beginselen. Harry B.G. Ganzeboom ADEK UvS College 1 28 februari 2011
Meten: algemene Harry B.G. Ganzeboom ADEK UvS College 1 28 februari 2011 OPZET College 1: Algemene College 2: Meting van attitudes (ISSP) College 3: Meting van achtergrondvariabelen via MTMM College 4:
