Fladderen langs it Canterlân

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Fladderen langs it Canterlân"

Transcriptie

1 Fladderen langs it Canterlân Verslag Vlinderberm Wielenwerkgroep 2013

2 Deze rapportage is uitgevoerd door Bureau N in opdracht van de Wielenwerkgroep Bureau N Canterlandseweg CC Gytsjerk tel: [email protected] onderzoek: Dick Goslinga en Freek Nijland gegevensverwerking Freek Nijland tekst en samenstelling: Freek Nijland adviezen: Dick Goslinga foto s: Dick Goslinga, Lubbert Boersma, Freek Nijland Literatuurverwijzing: Nijland F Fladderen langs it Canterlân, verslag Vlinderberm Publicatie Bureau N nr. 37. Uitgave Wielenwerkgroep

3 Fladderen langs it Canterlân deel 2 Verslag Vlinderberm Wielenwerkgroep 2013

4 INHOUD 1 Inleiding 1 2 Onderzoek 2 3 De dagvlinders aantallen en soorten 3.2. het vlinderjaar 3.3. soorten 3.4. integrale tellingen 3.5. trends 4 Begroeiing plantengroei 4.2. bosplantsoen 5 Nectarplanten soorten 5.2. bloembezoek 6 Waardplanten planten 6.2. bomen en struiken 7 Andere dieren libellen 7.2. zoogdieren 7.3. vogels 8 Beheer maaien 8.2. maaibeheer 8.3. inzaaien en planten 8.4. ontwikkeling van de plantengroei 8.5. invloed bosplantsoen 8.6. onderhoud bomen en struiken 8.7. opschonen van sloten 9 Problemen en oplossingen Effecten natuur publiek uitstraling 11 Discussie ontwikkeling van de vlinderpopulaties uitvoering van het beheer ecologische beheer in de leefomgeving 12 Aanbevelingen Literatuur 26

5 SAMENVATTING In 1989 is de Vlinderberm Canterlân van start gegaan op initiatief van de Wielenwerkgroep samen met de gemeente Tytsjerksteradiel. Het is voor zover bekend het eerste en ook het langstlopende project voor soortgericht ecologisch bermbeheer in Fryslân. In 1990 heeft ook de gemeente Leeuwarden zich bij het project aangesloten. Het beheer is vlindervriendelijk. Dat wil zeggen: er wordt rekening gehouden met de levenscyclus en de levensvoorwaarden van dagvlinders. In 1994 won de Wielenwerkgroep met de Vlinderberm de Milieuprijs van Tytsjerksteradiel. Beheer De ca. 2,5 km lange Vlinderberm ligt in oost-west richting tussen Gytsjerk en Miedum aan weerszijden van het fietspad langs de Canterlandseweg. Aan de noordzijde langs de sloot vindt bloemrijk graslandbeheer plaats. Als regel wordt er twee keer per jaar gemaaid, in juni en september. Het maaisel blijft enkele dagen liggen, alvorens te worden gekeerd en opgehaald. Aan de zuidzijde van de berm, grenzend aan het geboomte ( bosplantsoen ) wordt de berm gefaseerd gemaaid. De berm is er in vakken verdeeld die eenmaal per jaar om en om, in juni respectievelijk september, worden gemaaid. Vlinders In de berm ligt een 250 m lange telroute die in de periode van april tot in september bij goed weer zo mogelijk wekelijks wordt geteld. Totaal zijn bij 289 tellingen 23 soorten dagvlinders waargenomen met in totaal vlinders. De berm heeft vooral betekenis voor karakteristieke graslandvlinders, die hun eitjes op grassen leggen, zoals zwartsprietdikkopje, bruin zandoogje en hooibeestje. De argusvlinder wordt tegenwoordig bijna niet meer gezien. De Vlinderberm behoorde in de jaren negentig tot de monitoringroutes van de Vlinderstichting waar landelijk gezien de meeste zwartsprietdikkopjes werden geteld. Uit het schaarse telmateriaal van voor de instelling van de Vlinderberm en de telresultaten van tien jaar vlindermonitoring blijkt dat de meeste soorten in de eerste jaren sterk hebben geprofiteerd van het nieuwe beheer. Daarna zijn de aantallen weer gedaald en hebben zich naar het zich laat aanzien met de nodige schommelingen gestabiliseerd op een hoger niveau dan voor de instelling van de Vlinderberm. Sommige soorten (groot koolwitje, klein geaderd witje, atalanta) doen het wat beter en andere (kleine vuurvlinder, hooibeestje en bruin zandoogje) wat minder dan de landelijke trend. Bloemrijke berm In 1996 en 2003 zijn enkele plekken van de berm ingezaaid en ingeplant met nectarplanten als knoopkruid, grote valeriaan, boerenwormkruid en koninginnenkruid. Met name knoopkruid en koninginnenkruid bleken zich uitstekend te handhaven of zelf uit te breiden en veel vlinders aan te trekken. Hierdoor is de bloemrijkheid van de berm vergroot. Dat was nodig vanwege de sterke afname van akkerdistel, een voor vlinders belangrijke nectarplant. Veranderingen In 1997 is het maaibeheer door Tytsjerksteradiel zonder meerkosten overgedragen aan de Wielenwerkgroep, die het via agrarisch natuurbeheer uitbesteedt aan iemand uit de streek. Hierdoor is het beheer flexibeler en kan veel beter inspelen op actuele situaties. Nadat bleek dat de gemeente Leeuwarden steeds meer moeite had het kleinschalige vlinderbermbeheer adequaat te laten uitvoeren, heeft ook Leeuwarden in 2001 besloten het maaibeheer aan de Wielenwerkgroep over te dragen. In de winter van 2001 hebben beide gemeenten het bosplantsoen langs de Canterlandseweg vrij ingrijpend gedund, waardoor de lichttoetreding aanmerkelijk is verbeterd. Dit is vooral van belang voor dagvlinders van open grasland. Dit is rond 2010 nog een keer herhaald. Met het Wetterskip Fryslân is overeengekomen de (tocht)sloten langs de berm voortaan pas in oktober na de maaibeurt op te schonen. Daardoor blijft de vegetatie beter gespaard. Effecten De acceptatie van het publiek van het nieuwe beheer is in de eerste twintig jaar dat de Vlinderberm bestaat duidelijk toegenomen. Het informatiebord vervult daarbij ook voor recreanten een nuttige functie. In verschillende andere gemeenten heeft het project Vlinderberm navolging gevonden. Ecologisch groenbeheer heeft baat bij dergelijke initiatieven vanuit de bevolking.

6 1 INLEIDING samenwerking Wielenwerkgroep, Tytsjerksteradiel en Leeuwarden milieuprijs Op vrijdag 30 juni 1989 is de Vlinderberm Canterlân te Gytsjerk geopend door de toenmalige wethouder Albert Sibma van Tytsjerksteradiel. De gemeente kwam daarmee tegemoet aan een initiatief van de Wielenwerkgroep in het kader van het Vlinderjaar 1989'. Een jaar later meldde ook de gemeente Leeuwarden zich aan voor het project, dat sindsdien in samenwerking tussen beide gemeenten en de Wielenwerkgroep is voortgezet. De 2,5 km lange Vlinderberm is een gewone berm aan weerszijden van het fietspad langs de Canterlandseweg tussen Gytsjerk en Miedum, waarin bij het beheer rekening wordt gehouden met de levenscyclus van vlinders. Het project wil een bescheiden bijdrage leveren aan het voortbestaan van alledaagse (dag)vlinders in het landelijk gebied bij steden en dorpen. Bovendien is de Vlinderberm bedoeld om de mensen meer te betrekken bij de natuur in eigen omgeving en ze te informeren over de rol van bermen en overhoekjes als wijkplaats voor planten en dieren in ons intensief gebruikte milieu. In 1994 heeft de Wielenwerkgroep de Milieuprijs gekregen van de gemeente Tytsjerksteradiel. De Vlinderberm Canterlân heeft gefungeerd als voorbeeldproject voor soortgelijke projecten in verschillende andere Friese gemeenten. Figuur 1. Ligging van de Vlinderberm Canterlân. gefaseerd maaibeheer De berm loopt aan twee zijden langs het fietspad in oost-west richting. De zuidzijde, beschut door laanbomen met struweel langs de Canterlandseweg, heeft vrij veel schaduw. De noordzijde ligt langs een sloot en is veel zonniger. De berm wordt aan de zuidzijde van het fietspad gefaseerd gemaaid. Daar is de berm in vakken verdeeld, die om en om één keer per jaar gemaaid worden: het ene vak in juni, het volgende vak in september enzovoorts. Daardoor blijven er gedurende het gehele jaar waardplanten als grassen, kruisbloe- -1-

7 twintig jaar vlinderberm migen en brandnetels staan en krijgen de vlinders betere kansen om hun levenscyclus te voltooien. Op de waardplanten leggen vlinders eitjes en de rupsen eten ervan. Voor het behoud van de bloemrijkheid van de berm wordt de berm aan de noordzijde langs de sloot tweemaal per jaar gemaaid: in juni en september. Na twee dagen liggen, wordt het maaisel gekeerd, verzameld en afgevoerd. Aan het begin van de berm bij Gytsjerk staat een informatiebord waarop in woord en beeld de Vlinderberm wordt gepresenteerd. De Vlinderberm Canterlân bestond in 2010 twintig jaar. In 2001 verscheen een evaluatie over de eerste tien jaar. Daaruit kwam een gemengd beeld naar voren van het gevoerde beheer en het voorkomen van dagvlinders. Met enige vertraging komt de Wielenwerkgroep nu met een tweede evaluatie. In dit rapport wordt een beschrijving gegeven van de ontwikkeling van de vlinderpopulaties en de plantengroei. Bekeken wordt of het beheer aan de verwachtingen heeft beantwoord. Tenslotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan voor verbetering. 2. ONDERZOEK tellingen periode aantal Tabel 1. Aantal tellingen op de vlindertelroute (500 m) langs de Vlinderberm in de periode De Wielenwerkgroep heeft vanaf 1990 vlindertellingen verricht. Dit gebeurde, zo mogelijk wekelijks, in de maanden april-september op een vaste route van 250 m lengte aan weerszijden van het fietspad (figuur pagina 2). De telroute is verdeeld in 20 secties van 25 meter, tien aan de zuidzijde en tien aan de noordzijde. De telroute is opgenomen als monitoringroute van de Vlinderstichting. Monitoren wil zeggen: langlopend tellen volgens een standaardmethode. Vanaf 2003 zijn er jaarlijks ook enkele integrale tellingen verricht van de gehele Vlinderberm. In dit rapport worden de telresultaten besproken van de periode De tellingen zijn uitgevoerd door Dick Goslinga en Freek Nijland volgens de richtlijnen van de Vlinderstichting. Totaal zijn er in de onderzoeksperiode 289 tellingen verricht van de monitoringroute (tabel 1) en 17 integrale tellingen: een tijdsinvestering van ca. 350 uur. De tellingen zijn verricht als de weersomstandigheden het toelieten. Vanwege regen, kou of te harde wind konden verschillende tellingen niet doorgaan. Dit gooide vooral in april en september af en toe roet in het eten. Daarnaast zijn in verschillende perioden tellingen verricht van het bloembezoek door vlinders. De ontwikkeling van de vegetatie (planten en bomen) is slechts globaal gevolgd. 3. DE DAGVLINDERS 3.1. AANTALLEN EN SOORTEN tellingen Tijdens de 289 tellingen van april tot in september zijn op de telroute dagvlinders geteld. Dit komt neer op gemiddeld 55 vlinders per telling over 250 m berm aan weerszijden van het fietspad. In totaal zijn er 22 soorten dagvlinders aangetroffen (tabel 2). Het zijn alle tamelijk algemene tot zeer algemene soorten. Hoewel we geen echte zeldzaamheden in een berm hoeven te verwachten is de verscheidenheid aan soorten toch tamelijk groot te noemen. -2-

8 soort aantal voorkeursbiotoop waardplanten 1 zwartsprietdikkopje bloemrijk grasland grassen 2 klein koolwitje overal raket, kruisbloemigen 3 klein geaderd witje 736 bloemrijk grasland, bosranden pinksterbloem, kruisbloemigen 4 bruin zandoogje 536 bloemrijk grasland, ruigtes grassen 5 argusvlinder 502 bloemrijk grasland grassen 6 hooibeestje 479 schraal grasland grassen 7 kleine vos 381 overal grote brandnetel 8 atalanta 195 overal, ook in open bossen grote brandnetel 9 dagpauwoog 168 overal grote brandnetel 10 groot koolwitje 89 overal raket, kruisbloemigen 11 kleine vuurvlinder 66 schraal grasland schapenzuring, veldzuring 12 bont zandoogje 58 bosranden grassen 13 distelvlinder 58 overal akkerdistel 14 landkaartje 19 bosrijke omgeving grote brandnetel 15 citroenvlinder 17 bosrijke omgeving vuilboom (sporkehout) 16 koevinkje 13 grasland in bosrijke omgeving grassen 17 groot dikkopje 13 grasruigten, bosranden grassen 18 boomblauwtje 10 bosrijke omgeving vuilboom (sporkehout) 19 oranjetipje 2 bosrijke omgeving pinksterbloem 20 icarusblauwtje 2 schraal grasland gewone rolklaver 21 gehakkelde aurelia 1 half open landschappen grote brandnetel 22 oranje luzernevlinder 1 bloemrijk grasland niet in de berm aanwezig Tabel 2. Totale aantallen waargenomen dagvlinders tijdens 289 tellingen van de vlindertelroute in de Vlinderberm in de periode Aangegeven is welke waardplanten in de berm voorkomen. soorten en aantallen verdwenen Vlinders van meer of minder schrale, bloemrijke graslanden voeren in de berm de boventoon. Dat is ook wel te verwachten van een bloemrijke berm in open landschap. Het talrijke voorkomen van het zwartsprietdikkopje springt zeer in het oog. Van alle monitoringroutes van de Vlinderstichting in Nederland was de Vlinderberm begin jaren negentig het rijkst aan zwartsprietdikkopjes (Van Swaay 1994, Vlinderwerkgroep Friesland 2000). Vlinders van meer besloten, bosrijke omgeving zijn in de Vlinderberm minder algemeen. Dat heeft te maken met de ligging. Hoewel langs de gehele berm bomen en struweel aanwezig zijn, ligt de berm voor het overige in zeer open landschap. Twee soorten dagvlinders zijn nu (vrijwel) verdwenen uit de berm: groot dikkopje en mogelijk ook de argusvlinder. Twee nieuwe soorten zijn na de eeuwwisseling incidenteel waargenomen: gehakkelde aurelia en oranje lucernevlinder HET VLINDERJAAR april-september Het vlinderjaar in de berm loopt van april tot in september. Buiten deze periode is het voorkomen van dagvlinders een uitzondering. De waargenomen aantallen in het voorjaar (april-juni) zijn veel lager dan in de zomer (juli, augustus)(figuur 2). Hiervoor zijn drie oorzaken aan te wijzen: -3-

9 1) In het voorjaar zijn de aantallen vlinders in het algemeen kleiner en er vliegen minder soorten dan in de zomer. 2) De berm ligt in het open land, waar de wind vaak vrij spel heeft en de voorjaarstemperaturen laag zijn. Vlinders kunnen dan moeilijk vliegen en blijven langer in dekking. 3) De cijfers worden sterk beïnvloed door het talrijke voorkomen van het zwartsprietdikkopje. Dit vlindertje heeft één generatie die vooral in juli en augustus vliegt. In figuur 2 worden de totale aantallen vlinders getoond die gemiddeld per maand in de telroute van de Vlinderberm zijn waargenomen. Het voorkomen van zwartsprietdikkopjes is afzonderlijk aangegeven SOORTEN 23 soorten waargenomen Achtereenvolgens worden alle 23 soorten dagvlinders besproken die in de Vlinderberm zijn gezien. Op één na zijn ze alle ook op de telroute gezien. Van elke dagvlinder die regelmatig in de berm voorkomt, wordt een grafiek getoond van de aantalsontwikkeling op basis van het maximaal aantal vlinders dat jaarlijks op de telroute is waargenomen. Voor een uitgebreidere beschrijving van de vlinders en hun voorkomen in Fryslân wordt verwezen naar het boek Dagvlinders in Fryslân (Vlinderwerkgroep Friesland & Vlinderstichting 2000) Zwartsprietdikkopje Het zwartsprietdikkopje is een klein vlindertje dat de eitjes legt op ruige grassen. Dit dubbeldekkertje is een typische graslandvlinder. De vlinder, die bij het publiek nogal onbekend is door het onopvallende voorkomen, is in Nederland tamelijk algemeen en komt voor in bermen en randen van niet te intensief gebruikte, maar ook niet te schrale graslanden. In de vlinderberm is het zwartsprietdikkopje veel te vinden op knoopkruid en gewone rolklaver. Er is één generatie per jaar, die vooral in juli en augustus vliegt. In de eerste jaren van het vlindervriendelijk beheer van de berm zijn de aantallen het grootst (figuur 3). Zo worden op 4 augustus 1991 op de telroute maar liefst 1989 zwartsprietdikkopjes gezien. Dat betekent dat langs de gehele 2,5 km lange Vlinderberm mogelijk vlinders aanwezig zijn. In de jaren daarna blijven de aantallen op een veel lager niveau met een licht dalende trend Groot dikkopje Zonnige, grazige plekken op beschutte plaatsen in bosrijke gebieden, daar komt het groot dikkopje vooral voor. De vlinder is iets groter dan het zwartsprietdikkopje. Het mannetje zit vaak op een blad te wachten tot er een vrouwtje het territorium binnenvliegt, waarna het baltsspel kan beginnen. De eitjes worden gelegd op diverse soorten grassen. De enige generatie vliegt in juni en juli. Begin jaren negentig is er een kleine geïsoleerde populatie aanwezig bij de Murk. In de loop van de jaren negentig verdwijnt het groot dikkopje uit de Vlinderberm. Hervestiging heeft -4-

10 niet plaatsgevonden. Na de eeuwwisseling is er nog eenmaal een groot dikkopje gezien, maar daar bleef het bij Kommavlinder Op 3 augustus 2004 is een kommavlinder gezien, nectar drinkend op akkerdistel. De vlinder liet zich duidelijk zien. Dit is nogal uitzonderlijk, aangezien de soort slechts voorkomt op de Waddeneilanden en in Zuidoost-Fryslân. Dit gebeurde tijdens een integrale telling van de Vlinderberm Citroenvlinder Tot de eeuwwisseling werden bijna elk jaar worden een of enkele citroenvlinders aangetroffen in de Vlinderberm (figuur 4). Dit zijn waarschijnlijk zwervende vlinders uit de omgeving, op zoek naar nectar. De grote vlinders, het heldergele mannetje en het zwavelwitte vrouwtje, zijn zeer opvallend. De citroenvlinder overwintert als volwassen vlinder en komt vaak als eerste vlinder in het voorjaar weer te voorschijn. De eitjes worden gelegd op vuilboom, dat op enkele plaatsen langs de berm aanwezig is. De nieuwe generatie verschijnt vanaf eind juli. De waarnemingen in de Vlinderberm komen uit de voorjaars- en zomerperiode. Na de eeuwwisseling is de citroenvlinder nog maar tweemaal in de vlindertelroute genoteerd. Mogelijk heeft de klimaatsverandering er mee te maken. De vlinders gaan tegenwoordig eerder in zomerrust. Daardoor is het aantal waarnemingen in de zomer verminderd Groot koolwitje Groot koolwitjes komen overal voor. Deze algemene, maar niet talrijke vlinders leggen de eitjes op kruisbloemigen, met een voorkeur voor gekweekte kool. Daarom zie je ze regelmatig in tuinen en moestuinen. De vlinders zijn te onderscheiden van andere witjes door hun grootte en een vrij brede zwarte rand op de bovenkant van de voorvleugels. Het zijn goede vliegers, die grote afstanden kunnen afleggen. Het groot koolwitje vliegt in twee of drie generaties: de eerste in mei-juni, de tweede in juli-augustus en vaak nog een gedeeltelijke derde generatie in september. Mogelijk plant het groot koolwitje zich niet voort in de Vlinderberm en bezoeken ze de berm slechts op zoek naar nectar. De aantallen zijn niet groot. Eenmaal zijn er zes vlinders tegelijk aangetroffen op de telroute. In de aantalsontwikkeling (figuur 5) is geen duidelijke trend te ontdekken. -5-

11 Klein koolwitje Net als het groot koolwitje is ook het klein koolwitje overal te vinden, maar het klein koolwitje is talrijker. De vlinder legt de eitjes op wilde en gekweekte kruisbloemigen. In de Vlinderberm onder meer op gewone raket, en in moestuinen op gekweekte kool. Er zijn drie overlappende generaties. Vanaf april tot in oktober kunnen de vlinders worden gezien, met een dip in juni. De vlinders worden vaak nectardrinkend aangetroffen op bloemen van diverse planten, onder meer veel op wilgenroosje en moerasandoorn. De aantalsontwikkeling vertoont een stabiele trend (figuur 6). Diverse malen zijn s ochtends vroeg (gemeenschappelijk) slapende vlinders in de niet gemaaide vegetatie aangetroffen Klein geaderd witje Evenals de beide voorgaande witjes legt het klein geaderd witje de eitjes op kruisbloemigen, maar heeft daarbij een voorkeur voor wilde soorten. Daarom zie je klein geaderd witjes relatief minder in tuinen en meer in het landelijk gebied. Waardplanten in de Vlinderberm zijn onder meer look-zonder-look, pinksterbloem en gewone raket. Bij zittende vlinders zijn zwarte aders op de onderkant van de vleugels zichtbaar, waardoor ze zich van de andere witjes onderscheiden. Nectar drinkende vlinders worden naar verhouding veel op braam en moerasandoorn gezien. De soort behoort met het klein koolwitje tot de gangbare soorten in de Vlinderberm. Ook klein geaderd witjes zijn slapend in niet gemaaide vegetatie aangetroffen. De trend is licht stijgend met schommelingen (figuur 7) Oranjetipje Slechts tweemaal is een oranjetipje gezien tijdens de tellingen. Dat is opvallend weinig, aangezien de vlinder in het nabijgelegen Gytsjerk in april en mei een vertrouwde verschijning is. Daar komt nog bij dat de waardplanten look-zonder-look en pinksterbloem in de berm voorkomen. De verklaring is mogelijk dat de berm in het voorjaar te koud en te winderig is. Slechts bij zuidelijke winden is er enige beschutting door de bosschages langs de Canterlandseweg Oranje luzernevlinder Deze trekvlinder van bloemrijke graslanden in warmere streken in Europa is één keer gezien, op 23 augustus

12 Kleine vuurvlinder figuur 8 Regelmatig, maar niet elk jaar wordt de kleine vuurvlinder in de berm waargenomen. Maximaal zeven vlinders zijn tegelijk waargenomen. De kleine vuurvlinder voelt zich thuis in schrale, open graslanden, waar ook de waardplanten schapenzuring en veldzuring voorkomen. In de Vlinderberm komen beide planten voor, schapenzuring met name op het Gytsjerkster deel. Ook in de omgeving van de berm wordt de kleine vuurvlinder hier en daar aangetroffen, maar steeds in geringe aantallen. De waargenomen vlinders houden zich onder meer bezig met territoriale activiteiten of worden nectar drinkend gezien. Van een duidelijke trend is geen sprake (figuur 8) Icarusblauwtje Slechts tweemaal is een icarusblauwtje in de vlindertelroute gezien, in 1992 en In een goed jaar gaan icarusblauwtjes zwerven op zoek naar nieuwe leefgebieden.verrassend is dat ondanks het uitbundig voorkomen van gewone rolklaver, waardplant van dit blauwtje, de vlinder zich toch niet weet te vestigen. Begin jaren negentig zijn in augustus tien vlinders ( ) van elders in de berm losgelaten. Enkele weken zijn ze aanwezig geweest. Toch heeft ook dit niet geleid tot vestiging van de soort. Blijkbaar zijn de condities in de Vlinderberm toch niet goed voor het icarusblauwtje. Mogelijk speelt verzuring hierbij een rol Boomblauwtje Het boomblauwtje is te vinden in meer of minder besloten landschappen, waar de waardplant vuilboom, klimop of hulst voorkomt. In de Vlinderberm komt alleen vuilboom slechts hier en daar voor. Het voorkomen in de berm is beperkt tot enkele waarnemingen. De vlinder is slechts in vijf jaren waargenomen: in 1995 maximaal twee vlinders, in 1996 vier vlinders bij één bezoek, in 2003, 2004 en 2009 één vlinder Atalanta De atalanta is een immigrant die jaarlijks naar onze streken komt vanuit Zuid-Europa. Hier plant de vlinder zich voort tot een tweede en een gedeeltelijke derde generatie. In het najaar trekken de vlinders weer naar het zuiden of sterven. De laatste tien jaar worden ook wel overwinteraars gemeld. De eitjes worden op grote brandnetel gelegd, die ook in de Vlinderberm volop voorkomt. Vlinders kunnen van juni tot in september in de Vlinderberm worden gezien. Het voorkomen in de berm is echter wat onregelmatig (figuur 9). Atalanta s zijn stevige nectardrinkers die al van grote afstand de bloemen waarnemen. De Vlinderberm moet daarbij in juli en augustus concurreren met talrijke bloeiende vlinderstruiken in Gytsjerk. De vlinders worden veel drinkend gezien op koninginnenkruid, knoopkruid en akkerdistel. Door de jaren heen lijkt de trend licht positief. -7-

13 Distelvlinder Ook de distelvlinder is een immigrant. Het voorkomen in onze contreien is echter veel onregelmatiger dan van de atalanta. De distelvlinder kan in invasiejaren in grote aantallen in mei en juni vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika komen invliegen. De vlinder legt eitjes op diverse soorten distels. Hier komt een tweede generatie tot ontwikkeling, waarvan de vlinders eind augustus, begin september terugtrekken naar het zuiden en deels omkomen. Evenals de atalanta s zijn ook distelvlinders stevige nectardrinkers. Het voorkomen in de Vlinderberm is onregelmatig (figuur 10). Twee uitschieters waren de invasiejaren 1992 en 2009 toen respectievelijk op de telroute maximaal 10 en 12 vlinders zijn genoteerd Kleine vos De kleine vos overwintert als volwassen vlinder en vliegt in twee generaties. In maart komen bij zonnige omstandigheden de eerste vlinders op beschutte plaatsen te voorschijn. Deze vlinders behoren in feite tot de tweede generatie van het jaar daarvoor. In maart en april paren de vlinders en leggen eitjes op grote brandnetel. In juni-juli vliegt de eerste generatie en in augustus-september de tweede generatie. Net als de meeste andere vosachtigen is de kleine vos een opportunistische nectardrinker die overal wat van zijn gading kan vinden en die ook vaak op vlinderstruiken te vinden is. Meer dan andere vossen is de kleine vos in de Vlinderberm ook nectardrinkend waargenomen op vertakte leeuwentand en biggenkruid. In de loop van de jaren negentig is de kleine vos in Nederland sterk achteruit gegaan. In de Vlinderberm was het niet anders. Na de eeuwwisseling hestelde de stand zich weer (figgur 11), maar de aantallen van de beginjaren werden niet meer gehaald Dagpauwoog De dagpauwoog overwintert als vlinder. Meestal is er één generatie die vliegt in juli-augustus. In gunstige jaren kan er een gedeeltelijke tweede generatie tot ontwikkeling komen in september. Dagpauwogen zijn goede vliegers die talloze nectarbronnen benutten. In dorpen zijn ze evenals andere vosachtigen veel op vlinderstruiken te vinden. In de vlinderberm worden ze vaak aangetroffen op koninginnenkruid, akkerdistel en knoopkruid. Na de topjaren 1990 (hier niet getoond) en 1991 zijn de aantallen op de telroute met de nodige schommelingen vrij stabiel en blijft het aantal getelde vlinders meestal beneden de vijf. -8-

14 Landkaartje Het Landkaartje heeft zich in de afgelopen tientallen jaren in de beschutte delen van Fryslân een vaste plaats veroverd. Hoewel nergens talrijk, is de soort op vele plaatsen aan te treffen. Eitjes worden in trosjes onderaan de bladen van grote brandnetel gelegd. Er zijn meestal twee generaties elk met een eigen kleurvorm: de oranje vorm vliegt in mei, de zwart met witte vorm in juli en augustus. In de Vlinderberm wil de opmars niet echt vlotten. Slechts in 8 van de 20 beschreven jaren is de vlinder waargenomen op de telroute (figuur 13) Gehakkelde aurelia Er is slechts één waarneming bekend van de gehakkelde aurelia op de telroute: op 10 augustus We hadden meer waarnemingen verwacht, gezien de opmars die de vlinder de afgelopen tientallen jaren in Fryslân heeft doorgemaakt Bont zandoogje Bont zandoogjes zijn gebonden aan bosrijke plaatsen met zonbeschenen plekken. Mannetjes gebruiken deze plekken, zittend op een boomblad, als uitvalsbasis voor hun territoriale activiteiten. Eitjes worden op diverse soorten grassen gelegd. Er zijn gewoonlijk drie generaties. De vlinders kunnen van april tot in oktober worden gezien. Een deel van de Vlinderberm is voor de soort eigenlijk niet zo geschikt. De omgeving is te open en de berm ligt aan de noordzijde van de boombeplanting langs de Canterlandseweg. Terwijl de zon overwegend vanuit het zuiden schijnt. In een toenemend deel van de Vlinderberm buiten de telroute dichtbij Gytsjerk heeft zich eind jaren negentig een populatie gevestigd van tientallen vlinders. De territoria bevinden zich in spontaan ontstane boomopslag van voornamelijk elzen aan de noordzijde van de berm. Deze opslag wordt om de 6 jaar gefaseerd gekapt. Meestal worden op de telroute slechts enkele vlinders gezien (figuur 14). Uitzondering vormde het jaar 2009 toen bij twee opeenvolgende tellingen in augustus 17 en 14 vlinders werden geteld Argusvlinder De argusvlinder is een typische graslandvlinder. De vlinder voelt zich thuis in open en niet al te besloten landschappen met kruidenrijke graslanden. De eitjes worden afgezet op diverse grassen. Er zijn twee generaties. De voorjaarsgeneratie vliegt in mei, de zomergeneratie vooral rond augustus. In Nederland is de soort de afgelopen twintig jaar met meer dan 90% achteruitgegaan, (van Swaay e.a. 2011). De vlinders zijn veelal te vinden aan de zonnige noordzijde van de berm. De argusvlinders bleken er vooral vertakte leeuwentand, biggenkruid en knoopkruid als nectarplanten te benutten, met name bij de tweede generatie. In de Vlinderberm heeft de argusvlinder zich tot 2003 goed gehandhaafd.daarna kwam de klad er in (figuur 15). Anno 2010 lijkt de argusvlinder te gaan verdwijnen uit de berm. -9-

15 Koevinkje Koevinkjes komen voor in vrij besloten landschappen. De vrouwtjes laten de eitjes gewoon vallen tussen het gras. Na het uitkomen van de eitjes kruipen de rupsjes naar de grassen toe. Er is één generatie die rond juli vliegt. Koevinkjes worden tamelijk onregelmatig op de telroute aangetroffen. Wel is het koevinkje in jaren waarin de soort niet op de telroute werd gezien soms wel daarbuiten aangetroffen. Over een trend valt niet veel te zeggen Hooibeestje Schrale, zonnige graslanden vormen het domein van het hooibeestje. Omdat het hooibeestje een relatief geringe nectarbehoefte heeft, is de aanwezigheid van veel bloeiende kruiden geen noodzakelijke voorwaarde. Evenals bij andere zandogen worden de eitjes op grassen gelegd. Het hooibeestje vliegt in twee generaties, in mei-juni en in augustus-september. De mannetjes zijn territoriaal en de vlinders kunnen in droge omstandigheden goed gedijen. Vooral de zonnige noordzijde van de berm vormt een goede biotoop voor hooibeestjes. Zowel op het zandige/lemige deel als op de kleiige deel van de berm komen hooibeestjes voor. In de Vlinderberm heeft de soort zich, zij het met grote schommelingen, over het algemeen goed gehandhaafd (figuur 17) Bruin zandoogje Het bruin zandoogje is een vlinder van kruidenrijke graslanden en ruigten. De eitjes worden op diverse grassen gelegd. De enige generatie vliegt in juni en juli. In juni komen de akkerdistels in bloei. Dat komt goed uit, want dat is een geliefde nectarplant van het bruin zandoogje in een tijd dat er niet zoveel andere bloeiende planten te vinden zijn. In de Vlinderberm zijn bruin zandoogjes regelmatig aan te treffen op akkerdistel en knoopkruid. Het bruin zandoogje gaat in de Vlinderberm gestaag achteruit (figuur 18). -10-

16 Figuur 19. Gemiddelde jaarmaxima van totaaltellingen van dagvlinders in de Vlinderberm in de maanden juli en augustus INTEGRALE TELLINGEN gemiddelde jaarmaxima Vlinderberm Het tellen van vlinders op een monitoringroute is een efficient middel om de toename of afname van vlinders in beeld te brengen. Voordeel is de tamelijk geringe tijdsbesteding omdat zo n route maar een (klein) deel van de hele berm beslaat. Nadeel is dat het biotoop van zo n telroute vaak niet voldoende representatief is voor de gehele berm, waardoor sommige vlinders niet goed in beeld komen. Vlinders die het in een ander deel van de berm juist beter of slechter doen worden in de telroute onder- of overbelicht. Om een goed beeld te krijgen van de dagvlinderpopulaties in de berm als geheel zijn in de periode in de topmaanden juli en augustus tellingen gehouden van de volledige 2,5 km lange berm. Figuur 19 toont de gemiddelde jaarmaxima van dagvlinders in de berm tussen 2003 en De argusvlinder, hier nog met gemiddeld 12 vlinders in de berm, loopt anno 2010 op zijn laatste benen. Het bont zandoogje komt bij de integrale tellingen veel beter uit de verf dan in de monitoring-telroute het geval is TRENDS gemengd beeld De trends van de algemene vlinders in de Vlinderberm zijn vergeleken met de landelijke trends. Hieruit komt een gemengd beeld naar voren. Sommige soorten (groot koolwitje, klein geaderd witje, atalanta) doen het wat beter en andere (kleine vuurvlinder, hooibeestje en bruin zandoogje) wat minder dan de landelijke trend (tabel 3). -11-

17 soort trend vlinderberm landelijke trend zwartsprietdikkopje sterke afname sterke afname groot koolwitje stabiel afname klein koolwitje stabiel stabiel klein geaderd witje toename afname kleine vuurvlinder stabiel toename atalanta toename stabiel dagpauwoog afname afname kleine vos afname afname bont zandoogje sterke toename sterke toename hooibeestje stabiel toename argusvlinder sterke afname sterke afname bruin zandoogje afname stabiel Tabel 3. Trends van een aantal algemene soorten dagvlinders in de periode BEGROEIING 4.1. PLANTENGROEI linten kruidenrijk grasland structuur grondsoorten De Vlinderberm is een smal lint van extensief gebruikt kruidenrijk grasland. Bermen in onze omgeving zijn in feite restanten van de ouderwetse agrarische graslanden die tot halverwege de jaren zeventig nog gangbaar waren, maar nu zijn vervangen door intensief benutte groene grasmatten. Dat betekent dat graslandvlinders in het boerenland vrijwel louter zijn aangewezen op bermen en minder intensief gebruikte overhoeken. In de Vlinderberm bevindt zich een grote variatie aan grassen. Het assortiment loopt van grassen van schraal grasland (zoals reukgras, witbol en rood zwenkgras) tot grassen van goed bemest land (ruw beemdgras, engels raaigras); van ijle grassen (zoals gewoon struisgras, veldbeemdgras) tot grovere typen (zoals rietgras, riet, kropaar en grote vossenstaart). Daarnaast is een groot aantal kruiden aanwezig. Fijne kruiden, zoals diverse klaversoorten, pinksterbloem en gele composieten zijn vooral aan de noordzijde te vinden langs de sloot. Elders zijn plekken met veel ruigtekruiden als grote engelwortel, fluitenkruid, gewone berenklauw, akkerdistel, dagkoekoeksbloem en wilgenroosje. Juist de afwisseling van fijne en grove grassen en kruiden geeft de nodige structuur aan de berm, waarop vlinders zich kunnen oriënteren. Een aantal kruiden wordt benut als nectar- of waardplant (zie ook tabel 2). De samenstelling van de vegetatie varieert met de grondsoort: klei ten westen van de Murk (Leeuwarder gedeelte) en zand ten oosten van de Murk (gedeelte van Tytsjerksteradiel). Hoewel dit niet is onderzocht, laat het zich raden dat de bodem op het kleiige deel van de berm voedselrijker is en minder zuur dan op het zandige deel. Dat uitte zich door een rijkere begroeiing ten westen van de -12-

18 Murk. Verschillende grote planten als pastinaak (geen nectarplant), wilde margriet en wilde cichorei komen vrijwel alleen in dit deel voor. stijve ogentroost Ten oosten van de Murk is de bodem schraler en de begroeiing minder uitbundig. Bij nadere beschouwing blijkt de berm echter juist hier, met name in het bermdeel aan de noordzijde van het fietspad nabij de Murk, in floristisch opzicht waardevol te zijn. Over een lengte van enkele honderden meters groeit hier stijve ogentroost, een indicator voor zwak zure, ietwat lemige zandgrond (Koster,1993), in Friese bermen een zeldzaam verschijnsel. Op dit schrale bermdeel heeft in het verleden aardbeiklaver gestaan (begin jaren negentig verdwenen na grondwerkzaamheden) en wordt schapenzuring aangetroffen en in sommige jaren brunel. Enkele andere karakteristieke en voor vlinders belangrijke nectarplanten zijn hier gewoon biggenkruid en vertakte leeuwentand BOSPLANTSOEN bosschage soorten Zowel ten oosten als ten westen van de Murk is een bosplantsoen aanwezig aan weerszijden van de Canterlandseweg. Door achterstallig onderhoud is er in de jaren negentig een vrij dichte bosschage ontstaan, waarin boomvormers concurreren met de bestaande (laan)bomen. Bovendien zijn eind jaren tachtig in de zuidzijde van de berm ten oosten van de Murk jonge eiken aangeplant en ten westen van de Murk jonge essen. Dit is gebeurd in het kader van de toen in uitvoering zijnde ruilverkaveling. Tegenwoordig vindt met enige regelmaat dunning plaats van de opslag. Het bosplantsoen bestaat uit een willekeurige mengsel van inheemse boomsoorten met soorten als: braam, eik, els, esdoorn, veldesdoorn, es, meidoorn, vlier en grauwe wilg. Op enkele plaatsen ten westen van de Murk staat schietwilg en berk. Ten oosten van de Murk staat hier en daar lijsterbes en vuilboom en op één plek hulst. Figuur 20. Dwarsdoorsnede van de Vlinderberm en Canterlandseweg. De boomopslag in delen van de berm aan de slootzijde is hier niet afgebeeld. wind- en zonnevang Het bosplantsoen heeft een belangrijke functie voor de warmteregulatie van vlinders. Het struweel zorgt voor windvang. Vlinders verblijven graag in de luwte van begroeiingen en bosschages. Zeker bij heersende ZW-wind is dit een belangrijke functie. -13-

19 Het bosplantsoen werkt echter ook als zonnevang. Indien de bosschage te dicht en te hoog wordt, wordt te veel zonlicht weggenomen. Vlinders hebben zonlicht nodig om op te warmen en schaduw om weer af te koelen. Voor de meeste vlinders is dan ook een combinatie van zon en schaduwrijke plekken ideaal. 5. NECTARPLANTEN 5.1. SOORTEN inheemse soorten In de Vlinderberm groeit een aantal inheemse soorten nectarplanten (tabel 3). De berm is in de tweede helft van de jaren tachtig grotendeels op de schop gegaan in verband met de aanleg van het fietspad in het kader van de Ruilverkaveling Tietjerksteradeel. Daarna heeft de vegetatie zich weer grotendeels hersteld. Maar ook heeft zich op grote schaal akkerdistel gevestigd, met name ten oosten van de Murk. Sindsdien is de berm, met uitzondering van het leggen van kabels in de eerste helft van de jaren negentig, grotendeels met rust gelaten. Dit heeft tot gevolg gehad dat, met uitzondering van sommige plekken waar de kabels zijn gelegd, in de loop van de jaren negentig soort plek ontwikkeling soort plek ontwikkeling akkerdistel LG koninginnenkruid LG x gewoon biggenkruid LXGX 0 kransmunt/ watermunt LGX boerenwormkruid LG x kruldistel L 0 braam LXGX 0 moerasandoorn LXGX dagkoekoeksbloem LXGX 0 paardenbloem LXGX 0 duizendblad G 0 rode klaver LXG gewone hennepnetel LG scherpe boterbloem LXGX 0 gewone hoornbloem LG? speerdistel L 0 gewone rolklaver LGX stijve ogentroost G grote klis G vertakte leeuwentand LG harig wilgenroosje LXGX 0 wilde margriet L kale jonker L 0 wilgenroosje LXGX knoopkruid GX x witte klaver LGX 0 Tabel 4. Lijst van de belangrijkste aanwezige nectarplanten. Verklaring: L=Leeuwarder gedeelte, G=Gytsjerkster gedeelte, X=talrijk; + = toegenomen, =afgenomen, 0 = stabiel,? =onduidelijk, x =geplant het voorkomen van akkerdistel aanzienlijk is verminderd. Sommige soorten nectarplanten zijn in de jaren negentig sterk toegenomen. Akkermelkdistel is spontaan verschenen ten oosten van de Murk en is intussen ook weer bijna verdwenen. Gewoon biggenkruid was rond de eeuwwisseling talrijker dan begin jaren negentig, maar is daarna weer afgenomen. Wilgenroosje, dat vooral door witjes wordt bezocht, is op verschillende plekken verschenen. Daarvan zijn nu aanzienlijke horsten te vinden. Ook gewone rolklaver (van betekenis voor zwartsprietdikopjes) en watermunt/kransmunt langs de sloot zijn toegenomen. Behalve akkerdistel is ook vertakte leeuwentand sterk afgenomen. Deze gele composiet wordt onder meer veel bezocht door -14-

20 argusvlinder, kleine vos en witjes. Eind jaren negentig hebben enkele nieuwe soorten nectarplanten een plek gevonden in de Vlinderberm, zoals knoopkruid, boerenwormkruid, grote valeriaan en koninginnenkruid. Ze zijn in 1996 geplant om de bloemrijkheid van delen van de berm te vergroten. Vooral knoopkruid heeft zich uitgebreid en is van grote betekenis voor alle soorten vlinders BLOEMBEZOEK vlinders bloembezoek In het voorjaar bezoeken de vlinders in de berm naar verhouding minder vaak bloemen dan in de zomer. Mogelijke factoren daarbij zijn onder meer de weersomstandigheden, het voorkomen van bloeiende nectarplanten en aanwezige soorten vlinders (Nijland 2001). Uit onderzoek bleek dat kleine vos, distelvlinder en kleine vuurvlinder in de berm notoire nectardrinkers te zijn, die minstens 80% van de tijd op bloemen te vinden zijn. Ook goede nectardrinkers zijn zwartsprietdikkopje, klein geaderd witje, groot koolwitje, koevinkje, dagpauwoog en landkaartje die 50-80% van de tijd nectar dronken. Klein koolwitje, atalanta, argusvlinder en bruin zandoogje besteedden 30-50% van de tijd aan het bezoeken van bloemen. Het hooibeestje heeft niet veel nectar nodig en was slechts 22% van de tijd op nectarplanten te vinden. In de jaren en is onderzoek gedaan naar het gebruik van nectarplanten door de vlinders. Figuur 20 toont een deel van de resultaten. Zeer opvallend is het grote verschil in bloemkeuze in de twee onderzochte perioden. Figuur 20. Bloembezoek van dagvlinders in de Vlinderberm -15-

21 Zoals eerder vermeld is de berm in de tweede helft van de jaren tachtig op de schop geweest in verband met de aanleg van het fietspad, een nieuwe sloot en aanplant van jonge laanboompjes. Bij de instelling van de Vlinderberm was er een overvloedige aanwezigheid van akkerdistel, een voor dagvlinders zeer aantrekkelijke nectarplant. Naast een rijke begroeiing met gele composieten als vertakte leeuwentand en gewoon biggenkruid, was de berm niet bijzonder gevarieerd wat betreft nectarplanten. In de loop van jaar is de akkerdistel sterk afgenomen. Bij het eerste onderzoek in de periode was de dominantie van akkerdistel nog volop aanwezig en waren gele composieten nog zeer talrijk. Het bloembezoek is tamelijk eenzijdig. Maar liefst 91% van alle bloembezoekende vlinders is te vinden op vijf nectarplanten: akkerdistel (62%!), biggenkruid / vertakte leeuwentand (21%), rode klaver (6%) en gewone rolklaver (2%). In de periode is knoopkruid nu de meest benutte nectarplant (38%), gevolgd door moerasandoorn (14%). Van knoopkruid was dat wel verwacht. Maar moerasandoorn, dat zich langs de slootkant hier en daar sterk heeft uitgebreid, is een verrassende tweede. Als derde kwamen distels uit de bus (11%). De akkerdistel heeft zich teruggetrokken tot enkele haarden en een hier en daar verspreid voorkomen. Op één plek is kruldistel verschenen, terwijl speerdistel zich op enkele plekken op het Leeuwarder deel van de berm heeft gevestigd. Het bloembezoek is vandaag de dag meer gespreid over een breed scala aan nectarplanten, zowel wat betreft de soort als bloeimaand. Voor de duurzaamheid van de berm en haar vlinders is dat beter. Wanneer bepaalde nectarplanten het af laten weten, zijn er andere voorhanden om aan de nectarbehoefte van de vlinders te voldoen. bruin zandoogje distelvlinder klein geaderd witje klein koolwitje kleine vos zwartsprietdikkopje akkerdistel speerdistel biggenkruid/vertakte leeuwentand braam koninginnenkruid knoopkruid wilgenroosje harig wilgenroosje gewone hennepnetel gewone rolklaver rode klaver moerasandoorn vogelmuur Figuur 21. Relatieve voorkeur van een aantal dagvlinders voor nectarplanten in de Vlinderberm. -16-

22 bloemvoorkeuren Om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen de dagvlinders en voorkeuren voor specifieke nectarplanten zijn de gegevens uit de periode in de maanden juli en augustus statistisch geanalyseerd met een Chi-kwadraat toets. De toets gaat na welke vlinder/bloem-combinaties relatief meer voorkomen dan gemiddeld (p<0,05). Een blauw vakje in het schema van figuur 21 -bijvoorbeeld het klein geaderd witje op braam- betekent dat drinkende klein geaderd witjes relatief vaker op braam worden aangetroffen dan gemiddeld andere vlinders en dat braam ook relatief vaker als nectarbron optreedt voor het klein geaderd witje dan gemiddeld andere planten. In de tabel staan alleen vlinders en nectarplanten waarbij de combinatie vlinder/nectarplant aantoonbaar vaker optreedt dan andere combinaties. Vier nectarplanten in de lijst (gewone hennepnetel, gewone rolklaver, rode klaver en vogelmuur) worden vrijwel alleen bezocht door zwartsprietdikkopje. 6. WAARDPLANTEN 6.1 PLANTEN grassen en kruiden Planten waarop vlinders eitjes afzetten en waarvan de rupsen eten, worden waardplanten genoemd. Verschillende soorten waardplanten groeien in de Vlinderberm. Zandogen (bont zandoogje, argusvlinder, hooibeestje, koevinkje en bruin zandoogje) en dikkopjes (zwartsprietdikkopje, groot dikkopje) leggen eitjes op diverse soorten grassen. Het zwartsprietdikkopje doet dat onder meer op kropaar en gestreepte witbol. Maar ook kruiden worden gebruikt. Grote brandnetel is waardplant voor de meeste vosachtigen (atalanta, kleine vos, dagpauwoog en landkaartje). Witjes maken vooral gebruik van kruisbloemigen, zoals pinksterbloem (oranjetipje en klein geaderd witje), look zonder look (oranjetipje) en gewone raket (klein koolwitje). Veldzuring en schapenzuring zijn waardplant voor de kleine vuurvlinder. Gewone rolklaver, waardplant voor het icarusblauwtje, komt in de berm veel voor. Maar dit heeft niet geleid tot vestiging van de soort. Zie ook tabel 2, pagina BOMEN EN STRUIKEN vuilboom Er zijn ook bomen die als waardplant gebruikt worden door dagvlinders. Twee spaarzaam in de Vlinderberm voorkomende dagvlinders zetten eitjes af op bomen. De citroenvlinder doet dat op wegedoorn en vuilboom; het boomblauwtje gebruikt vuilboom, hulst en klimop. Slechts vuilboom komt op enkele plaatsen in de berm voor. -17-

23 7. ANDERE DIEREN 7.1. LIBELLEN 7.2. ZOOGDIEREN 7.3. VOGELS In 2009 en 2010 zijn bij integrale tellingen in juli en augustus ook libellenwaarnemingen genoteerd. De volgende soorten zijn genoteerd: lantaarntje, gewone pantserjuffer, houtpantserjuffer, kleine roodoogjuffer (vóór 2009), bruinrode heidelibel, bloedrode heidelibel, gewone oeverlibel, blauwe glazenmaker en bruine glazenmaker. Dit beeld is zeer onvolledig. Soorten als variabele waterjuffer, glassnijder, vroege glazenmaker zijn soorten van het voorjaar en voorzomer en komen waarschijnlijk ook voor in de Vlinderberm, maar worden bij juli- en augustustellingen gemist. Maar ook latere soorten als steenrode heidelibel en paardenbijter zijn gemist. Naar zoogdieren is geen onderzoek gedaan, maar soorten als veldmuis, huisspitsmuis, mol en egel zijn in de berm aangetroffen. Ook naar vogels is niet speciaal onderzoek gedaan, maar afgaande op zang in de bomen en plaatselijk struweel hebben de volgende soorten langs de Canterlandseweg/Vlinderberm regelmatig gebroed: Fitis, Tjiftjaf, Winterkoning, Grasmus, Spotvogel, Merel, Braamsluiper en Tuinfluiter. Ook worden onder meer Witte kwikstaart, Spreeuw en Putter regelmatig voedselzoekend gezien. 8. BEHEER 8.1. MAAIEN gefaseerd maaibeheer verschralingsbeheer In de Vlinderberm worden twee typen beheer naast elkaar toegepast: 1) gefaseerd maaibeheer: Hierbij worden steeds slechts delen van de vegetatie gemaaid. Het maaisel wordt afgevoerd. Dit beheer vindt plaats aan de zuidzijde van de berm langs de bosschages van de Canterlandseweg. Doel is te zorgen voor constante aanwezigheid van waardplanten en ruigtekruiden. Dit vergroot de kansen voor vlinders om hun levenscyclus, die gebonden is aan de aanwezigheid van waardplanten, te voltooien. Bovendien ontstaan structuren in de vegetatie (hoog/laag, dicht/ijl, ruig/fijn) waarop de vlinders zich kunnen oriënteren. De aanwezigheid van bloeiende ruigtekruiden voorziet tevens in de nectarbehoefte. Aan de noordzijde van de berm worden enkele bloemrijke plekken met knoopkruid en een plek met grasklokje bij de juni-maaibeurt ontzien. 2) verschralingsbeheer: De totale vegetatie wordt tweemaal per jaar gemaaid en na twee dagen liggen wordt het maaisel gekeerd, verzameld en afgevoerd. Dit vindt plaats aan de noordzijde van de berm langs de sloot. Doordat het maaisel enige dagen blijft liggen en pas daarna wordt verzameld en opgehaald, -18-

24 8.2. MAAIBEHEER kan een deel van de aanwezige zaden en vlinderpoppen in de berm achterblijven. Door maaien en afvoeren wordt de vegetatie schraler en minder hoog en wordt de berm bloemrijker. Op den duur hoeft er nog maar eenmaal per jaar gemaaid te worden. De berm moet echter niet te schraal worden, want dan gaat de bloemrijkheid weer achteruit. eenjarige cyclus De bermvakken aan de zuidzijde van het fietspad worden om en om eenmaal per jaar gemaaid in juni en in september. Een rand van een halve meter langs het fietspad wordt eenmaal per jaar gemaaid. Dit gebeurt ten gerieve van de fietsers die vooral in de nazomer natte voeten krijgen van het overhangende bedauwde gras. Het periodiek wegmaaien van het gras vlak langs het fietspad vermindert bovendien de aanwezigheid van riet dat met worteluitlopers het asfalt kan aantasten. 8.3 INZAAIEN EN PLANTEN afname akkerdistel planten en inzaaien Tweemaal zijn hier en daar plekken in de Vlinderberm ingezaaid en beplant met nectarplanten. De eerste keer in 1996 nadat bleek dat de overvloedige aanwezige akkerdistel op het Gytsjerkster gedeelte ten oosten van de Murk aanmerkelijk achteruit ging. Dat betekende een dreigend tekort aan nectarplanten. Op het Leeuwarder deel van de berm speelde dat minder. Daar stond sowieso al veel minder akkerdistel en kleibermen zijn uit zichzelf vaak bloemrijker dan zandbermen. Dat was daar ook het geval. Daarom is besloten op het Gytsjerkster deel hier en daar inheemse nectarplanten uit te planten en in te zaaien. Voor het zonnige bermdeel aan de noordzijde werd gekozen voor het zaaien van kleine klaproos, grasklokje (beide geen nectarplanten, maar goed voor een fleurig beeld) en zandblauwtje. Op enkele gefreesde plekken werd knoopkruid geplant. In het bermdeel aan de zuidkant, half in de schaduw van de bomen, werden grote valeriaan (in de greppel), koninginnenkruid, boerenwormkruid en knoopkruid geplant. Boerenwormkruid en knoopkruid zijn daarnaast ook gezaaid. De tweede keer deed zich voor in 2003 nadat een deel van de berm in 2002 per ongeluk in de zomer was platgemaaid. Loonbedrijf Bijlsma dat ervoor verantwoordelijk was, bood ter compensatie een dag werk aan. Daarmee zijn aan de zuidzijde van de berm vier plekken afgeschoven, waardoor een talud werd gemaakt tot in de greppel. Op deze gecreëerde nattere bermdelen is grote valeriaan, koninginnenkruid en boerenwormkruid geplant. Het plantgoed is uitstekend aangeslagen. De planten bloeien jaarlijks volop en handhaven zich. Van het zaaigoed is echter nauwelijks iets opgekomen. Mogelijk is de grond te zuur of was het zaad niet al te kiemkrachtig. De enige plant die zich hier en daar spontaan vanuit de aanwezige planten heeft uitgezaaid is knoopkruid. Opmerkelijk is een groeiplek van grasklokje aan de noordzijde van de berm. De soort is in 1996 ingezaaid, waarna er jaren niets van is vernomen, tot plots in 2001 een plantje opkwam. Nu tien jaar later staat het er nog en heeft zich wat uitgebreid. -19-

25 8.4. ONTW IKKELING VAN DE PLANTENGROEI schrale berm stijve ogentroost nieuwe planten Door verrommeling, onder meer door het laten liggen van hekkelmateriaal, het stuk rijden van de berm met zwaar materieel en werkzaamheden is de verschraling van de berm die eind vorige eeuw op gang was gekomen, weer onderbroken. Een punt van zorg is nog steeds de afname van vertakte leeuwentand, die zich tegenwoordig blijkbaar minder goed kan handhaven dan gewoon biggenkruid. Beide planten fungeren als nectarplant voor onder meer argusvlinder en kleine vos. De toename van stijve ogentroost, die over een afstand van 150 meter in het Gytsjerkster deel van de berm dicht bij de Murk groeit is mogelijk door bovengenoemde verrommeling gestopt. Voor een Friese berm is dit plantje tamelijk bijzonder. Het kleine plantje, dat vroeger ook wel medicinaal werd gebruikt, gaat achteruit en komt voor op voedselarme, droge, zwak zure bodem. In de loop van de jaren negentig hebben als gevolg van het natuurvriendelijke beheer zich ook andere planten gevestigd. Op enkele plaatsen wordt regelmatig onder meer wilde bertram, sint janskruid en brunel aangetroffen. Er heeft een sterke toename plaatsgevonden van gewone rolklaver en ook is hopklaver gesignaleerd. Op de ruigere delen van de berm is akkermelkdistel spontaan verschenen en weer verdwenen. Op het Gytsjerkster deel is gewone berenklauw sterk toegenomen, terwijl reuzenberenklauw na enkele ontmoedigingsmaatregelen, nu vrijwel is verdwenen. Opvallend is verder de opmars aan de zuidzijde van de berm van wilgenroosje, sommige braamsoorten, en moerasandoorn aan de noordzijde langs de sloot INVLOED BOSPLANTSOEN toenemende schaduw Al bij de vorige evaluatie over de periode t/m 1999 is vastgesteld dat door de ontwikkeling van boomopslag en het groeien van de laanbomen de zuidzijde van de berm langs de weg erg schaduwrijk is geworden, wat ertoe heeft geleid dat met name dagvlinders van het open land daar sterk afgenomen zijn. Deze situatie bestaat nog steeds ONDERHOUD BOMEN EN STRUIKEN dunnen en afzetten Om de toetreding van zon in de Vlinderberm te bevorderen, is met de gemeenten overeengekomen het bosplantsoen langs de Canterlandseweg periodiek uit te dunnen en deels af te zetten. Dit werk is vanaf de winter 2000/2001 tweemaal uitgevoerd. Op het Gytsjerkster deel is het plantsoen dichtbij Gytsjerk grotendeels intact gelaten en is selectief gedund. Gaande in de richting van de Murk is het plantsoen meer ingrijpend onder handen genomen. Op het Leeuwarder deel heeft het afzetten enigszins gefaseerd plaatsgevonden. Plekken waar wat meer geboomte is blijven staan en plekken waar ingrijpend is gedund. Het dunningshout is er in rillen neergelegd tussen de overblijvende opslag OPSCHONEN VAN SLOTEN hekkelmateriaal Het opschonen (hekkelen) van sloten gebeurt door het waterschap, terwijl de gemeenten verantwoordelijk zijn voor het afvoeren van het materiaal. Met name het tijdstip van opschonen leidt soms tot problemen, wanneer al eind augustus of begin -20-

26 september wordt gehekkeld. De berm is dan nog niet gemaaid. Het hekkelmateriaal wordt bovenop de bloeiende planten gedeponeerd en de machines maken daarbij diepe sporen in de vegetatie. Het hekkelmateriaal blijft soms maandenlang liggen waardoor er later weer problemen met maaien ontstaan. 9. PROBLEMEN EN OPLOSSINGEN gemeentelijk maaibeheer onvoldoende flexibel maai-zuigcombinatie klepelen overdracht maaibeheer opschonen van sloten Twintig jaar vlindervriendelijk beheer van een openbare berm heeft behalve successen ook problemen aan het licht gebracht. Al in de eerste jaren van de Vlinderberm is gebleken dat gebruikmaking van (vaak) grootschalig georganiseerd maaibeheer door gemeentes niet voldoende flexibel is voor een natuurvriendelijke berm met een soortgericht kleinschalig beheer. Het beheer kan organisatorisch niet goed inspelen op de actuele situatie in de berm. Zo kan het bijvoorbeeld in sommige jaren nodig zijn een maaibeurt achterwege te laten of wat te vervroegen in verband met de vliegtijden van de vlinders en de aanwezigheid van nectarplanten. Voor een gemeente is dit moeilijk te realiseren. Een Dienst Groenbeheer heeft wel meer aan het hoofd dan de vliegtijden van hooibeestjes. Daar komt bij dat gemeenten het maaibeheer tegenwoordig meestal in grote eenheden uitbesteden aan loonbedrijven, waarbij het maaien plaatsvindt met maai-zuigcombinaties. Het maaien en afvoeren gebeurt daarbij in één run, waarbij plantenzaden, eitjes, rupsen en poppen mee worden verwijderd. Ecologisch, vlindervriendelijk beheer is in een dergelijke situatie vrijwel niet uitvoerbaar. Niet alleen technisch maar ook organisatorisch kunnen er problemen ontstaan. Dat gebeurde dan ook. Dit leidde ertoe dat in sommige jaren het beheer deels achterwege is gebleven of op de verkeerde tijdstippen is uitgevoerd. Ook gebeurt het steeds vaker dat bermen worden geklepeld, waarbij het maaisel blijft liggen. In dat geval gaat de bloemrijkheid achteruit. In 1997 heeft de gemeente Tytsjerksteradiel na overleg besloten het maaibeheer van haar deel van de berm over te dragen aan de Wielenwerkgroep, zonder meerkosten voor de gemeente. De Wielenwerkgroep besteedt het maaien uit aan iemand uit de streek (agrarisch natuurbeheer). Dat werkt veel flexibeler en vergroot tevens het draagvlak in de streek. In de loop van 2001 is ook het maaibeheer van het Leeuwarder deel van de Vlinderberm budget-neutraal overgedragen aan de Wielenwerkgroep. Deze beheersvoering werkt naar tevredenheid van de Wielenwerkgroep en beide gemeenten. De problemen rond het reguliere opschonen van de sloten, waarbij de hekkelspecie nog voor de tweede maaibeurt in de berm wordt gedeponeerd en vaak pas na lange tijd wordt verwijderd, worden met enige regelmaat besproken met het Wetterskip Fryslân. De afspraak is dat het opschonen zal plaatsvinden na 1 oktober, wanneer de bermen gemaaid zijn. Toch blijft het opschonen van sloten en het afvoeren van hekkelmateriaal een punt van zorg. -21-

27 10. EFFECTEN NATUUR overige insecten en planten kleine zoogdieren en vogels Een vlindervriendelijk beheer van bermen is niet alleen goed voor vlinders, maar ook voor andere dier- en plantensoorten. De plantengroei wordt meer gevarieerd en krijgt meer structuur. De meeste (nectar)planten worden veelvuldig door andere insecten bezocht. Onder meer nachtvlinders, bijen, hommels, zweefvliegen en kevers maken gebruik van de berm. Schermbloemigen, zoals engelwortel en gewone berenklauw, zijn bijvoorbeeld zeer in trek bij zweefvliegen en soldaatjes (kevertje). De berm biedt meer dekking voor kleine zoogdieren zoals muizen en egels. Diverse malen is het schrille gepiep van spitsmuizenfamilies gehoord. Af en toe ook worden torenvalken boven de berm aangetroffen, ook een teken dat er muizen gedijen. Een enkele maal is een hermelijn aangetroffen. Ook zangvogels profiteren van de berm. Witte kwikstaarten zoeken er voedsel en putters worden gezien op de distelzaden. In het struweel langs de berm broeden hier en daar soorten als tuinfluiter, grasmus, spotvogel en merel. In het najaar wordt soms in de schemering een jagende ransuil gezien PUBLIEK uiteenlopende reacties informatieborden van de fiets In het begin van de Vlinderberm zijn de reacties van het publiek gemengd geweest. Een deel van de mensen vond de berm met name in de zomer een rommeltje of zelfs een rotzooi. Voor een ander deel van het publiek is de berm er veel mooier en interessanter op geworden. Om de mensen te informeren heeft de Wielenwerkgroep vanaf 1990 twee informatieborden geplaatst. In de beginjaren hadden de borden veel bekijks, vooral van passerende fietsers, die ervoor afstapten. Dat is nu wat minder. De mensen uit de omgeving zijn intussen op de hoogte. Het informatiebord aan de rand van Gytsjerk is met uitzondering van het beginjaar steeds intact gebleven. Het andere bord op de vlakte bij Miedum is in de periode bijna elk jaar uit de grond gerukt of stukgeslagen. Dit vandalisme heeft de Wielenwerkgroep veel energie en geld gekost. Enkele malen is de donateurs gevraagd om een extra bijdrage te leveren voor herstel. In 1998 is in arren moede besloten het bord voorlopig niet meer te plaatsen. In 2001 is een nieuwe poging gewaagd. Na weer een teleurstelling is verder afgezien van plaatsing daar. Er moet voor worden gewaakt dat het verwachtingspatroon van het publiek in verband met het woord Vlinderberm niet te hoog wordt. Het is en blijft een gewone berm, zij het met aangepast beheer. Een veel gehoorde opmerking is: Ik zie nooit een vlinder. Mensen rijden er langs op de fiets en zien dan inderdaad in de gauwigheid alleen een paar witjes en dan houdt het op. De meeste vlinders, zoals hooibeestjes en zwartsprietdikkopjes worden pas gezien als je van de fiets stapt. In mei en juni zijn er inderdaad niet zoveel vlinders te zien. In mei is de berm eigenlijk te koud en te winderig, zodat de vlinders zich moeilijk laten zien en juni is een stille vlindermaand. In juli of augustus ligt dat anders. Met name sinds de aanplant van wat meer in het oog springende bloeiende nectarplanten als knoopkruid en koninginnenkruid is ook de aandacht van het publiek meer op -22-

28 de bloemenweelde en de vlinders gericht. toenemende acceptatie Zeker na de eeuwwisseling heeft de Wielenwerkgroep gemerkt dat, los van de appreciatie van de Vlinderberm, de berm nu veel breder geaccepteerd is dan tien jaar geleden. Voor de mensen gaat het ook zeker niet alleen om de vlinders, maar ook om de bloemrijkheid die het fietsen langs de berm zeker in voorjaar en zomer tot een genot maakt. De berm, die pas gemaaid wordt als de voorjaarsbloemen uitgebloeid raken, behoort met het bloeiend fluitenkruid, scherpe boterbloem en veldzuring tegen de achtergrond van boomstruweel tot de mooiste bermen in de omgeving. De Vlinderberm hoort nu ook meer bij de leefomgeving van de inwoners van Gytsjerk. Illustratief was het optreden tijdens het dorpsfeest in 2012 bij de optocht van een kinder-fietsgroep die de Vlinderberm uitbeeldde. Ze wonnen ook nog een eerste prijs UITSTRALING navolging Het project Vlinderberm is een van de eerste projecten in Fryslân met een soortgericht ecologisch groenbeheer, dat door een particuliere organisatie is opgezet. Het leent zich uitstekend voor het interesseren van het publiek voor hun leefomgeving, omdat via een aaibare diergroep de ogen gericht worden op bloeiende planten en begroeiing. Het project heeft in Fryslân op diverse plaatsen navolging gevonden. Dat blijkt al uit de aanvragen bij de Wielenwerkgroep om informatie van de kant van gemeenten en bijvoorbeeld IVN-werkgroepen. Een vluchtige inventarisatie laat zien dat er ook in Achtkarspelen, Littenseradiel, Lemsterland, Heerenveen, Sneek, Weststellingwerf, Smallingerland en Groningen vlinderprojecten zijn gestart of overwogen zijn. 11. DISCUSSIE ONTWIKKELING VAN DE VLINDERPOPULATIES trendbeeld Figuur 22. Gereconstrueerd beeld van de aantalsontwikkeling van de meeste dagvlinderpopulaties voor en na de instelling van de Vlinderberm. Het gepresenteerde beeld van de aantalsontwikkeling van de meeste dagvlinders in de berm in de periode is er een van achteruitgang. Dit beeld is enigszins vertekend. Ten eerste kennen plaatselijke vlinderpopulaties grote jaarlijkse schommelingen, waardoor een werkelijke trend niet eenvoudig is vast te stellen. Belangrijker echter is het feit dat er vrijwel geen systematische tellingen zijn verricht in de jaren vóór het vlinderbermproject. Dat maakt beoordeling van de effecten van het beheer op de aantalsontwikkelingen van de vlinderpopulaties tot een lastig probleem. Uit de weinige tellingen die er wel zijn en de observaties en indrukken van de samenstellers van dit rapport, gecombineerd met de resultaten van twintig jaar monitoringonderzoek, komt het volgende beeld naar voren. De meeste soorten hebben in de eerste jaren sterk geprofiteerd van het nieuwe beheer, wat zich uitte in sterk toegenomen aantallen vlinders. Daarna zijn de aantallen weer afgenomen en hebben zich in de eerste tien jaar met de nodige schommelingen gestabiliseerd op een wat hoger niveau dan voor de instelling van de Vlinderberm. Dat levert een beeld op zoals gepre- -23-

29 senteerd in figuur 22. Dit geldt in het bijzonder voor het zwartsprietdikkopje, argusvlinder en hooibeestje; vlinders die afhankelijk zijn van grassen als waardplant. Het verschijnsel van plotselinge toename van soorten of het verschijnen van nieuwe soorten als gevolg van nieuw beheer of gebiedsinrichting komt vaker voor. In de jaren daarna normaliseert de situatie zich vaak weer. Bij vlinders zou bijvoorbeeld een rol kunnen spelen dat de aantalsontwikkeling van parasieten (zoals sluipvliegen en sluipwespen) de eerste jaren nog geen gelijke tred kan houden met de aantalstoename van de vlinders door verbeterde omstandigheden, waardoor de aantallen sterk kunnen toenemen UITVOERING VAN HET BEHEER kleinschalig beheer Soortgericht ecologisch bermbeheer vraagt een flexibele en kleinschalige aanpak die goed is afgestemd op de plaatselijke omstandigheden. Bermbeheer bij gemeenten heeft zich, onder meer uit het oogpunt van kostenbeheersing, steeds meer ontwikkeld in de richting van een grootschalige aanpak met moderne apparatuur (maai-zuigcombinatie of klepelaar). Beide principes zijn moeilijk verenigbaar. Met de oplossing van overdracht van het beheer aan de Wielenwerkgroep en uitvoering via agrarisch natuurbeheer hebben beide gemeenten Tytsjerksteradiel en Leeuwarden aangetoond dat dit probleem oplosbaar is ECOLOGISCH BEHEER IN DE LEEFOMGEVING begrip en interesse Het project Vlinderberm Canterlân is een project voor soortgericht ecologisch beheer. Toch gaat het niet om het behoud van vlinders alleen. Doel is ook om mensen te laten zien dat ecologisch beheer gericht op vlinders uit natuureducatief oogpunt een goede mogelijkheid biedt om mensen te betrekken bij de natuur in eigen omgeving. Het kan meer begrip en interesse wekken bij het publiek voor natuurvriendelijk beheer zonder bestrijdingsmiddelen. Wel zal het hoe en waarom van ecologisch beheer steeds opnieuw moeten worden uitgelegd, zowel in de stad als in het buitengebied. Dit is nodig om twee redenen. Veel mensen zijn van oudsher in Nederland gewend aan beheersvormen waarbij rigoureus maaien en gebruik van bestrijdingsmiddelen nog steeds gangbare praktijk was en deels nog is. Ecologisch beheer oogt minder netjes en overzichtelijk. Een tweede reden is dat mensen in dichtbevolkt Nederland uit zichzelf steeds minder kennis hebben over natuur. Initiatieven van de overheid hebben meer kans van slagen naarmate deze mede gedragen worden door mensen en groepen uit de samenleving. Het zou dan ook goed zijn wanneer initiatieven van onderop door de overheid ruimhartig worden ontvangen. -24-

30 12. AANBEVELINGEN De Vlinderberm is het stadium van experiment voorbij. Er is veel kennis opgedaan die in dit rapport naar voren komt. Een en ander resulteert in een reeks aanbevelingen. Veel van de aanbevelingen worden door de gemeenten Leeuwarden en Tytsjerksteradiel onderschreven en zijn inmiddels voor een deel al overgenomen. lijstje 1. Het onderhoud van het bosplantsoen kan in een vijfjarige cyclus plaatsvinden. Er moet gezorgd worden 1) voor voldoende dichte ondergroei als windvang voor vlinders en fietsers en 2) voor voldoende lichttoetreding in de berm. 2. De laanbomen middenin de zuidzijde van de berm dienen op termijn te worden verwijderd. Op den duur geven ze problemen met bladval en lichttoetreding. 3. Het verdient aanbeveling om hier en daar inheemse waardbomen als vuilboom, wegedoorn en hulst in het bosplantsoen bij te planten. 4. Het maaibeheer van de berm wordt zonder extra kosten voor de gemeenten uitbesteed aan de Wielenwerkgroep, die dit uitvoert middels agrarisch natuurbeheer vanuit de streek. 5. Regelmatig vindt overleg plaats tussen de Wielenwerkgroep en beide partners (Leeuwarden, Tytsjerksteradiel) over ontwikkelingen in de berm. 6. Het opschonen van de sloten langs de berm wordt in overleg met het Wetterskip Fryslân, buiten de periode april-september uitgevoerd. Tussentijds opschonen in de tochtsloot kan vanaf de waterkant gebeuren met een veegboot. 7. Bij nieuwe vormen van ecologisch groenbeheer dient zo mogelijk aansluiting te worden gezocht bij plaatselijke werkgroepen ter vergroting van het draagvlak bij het publiek. 8. Beide gemeenten (laten) onderzoeken in welke bermen binnen de gemeentegrenzen gefaseerd maaibeheer zinvol en praktisch kan worden toegepast. -25-

31 12. LITERATUUR Gemeente Leeuwarden, Beheer Openbare Ruimte Nijland F Nijland F Swaay, C.A.M. van, T. Termaat, C.L. Plate Vlinderwerkgroep Friesland & De Vlinderstichting Bermbeheer Canterlandseweg, rapport B.O.R. Leeuwarden Vlinderberm Canterlân. Uitgave Wielenwerkgroep nr. 6, Gytsjerk Fladderen langs it Canterlân, verslag van tien jaar Vlinderberm, publicatie Bureau N, uitgave Wielenwerkgroep, Gytsjerk. Vlinders en libellen geteld. Jaarverslag Rapport VS De Vlinderstichting, Wageningen Dagvlinders in Fryslân, het vluchtige vastgelegd. Friese Pers en KNNV, Leeuwarden. -26-

Dagpauwoog Hoe ziet hij eruit? Wanneer vliegt hij? Waar kun je hem vinden? Waar leven de rupsen? Atalanta

Dagpauwoog Hoe ziet hij eruit? Wanneer vliegt hij? Waar kun je hem vinden? Waar leven de rupsen? Atalanta Je hebt vast wel eens een vlinder gezien. Maar heb een vlinder wel eens goed bekeken? Weet je welke planten een rups lekker vindt? En weet je het verschil tussen dagvlinders en nachtvlinders? De vlinders

Nadere informatie

Witjes in Waasland Noord

Witjes in Waasland Noord Witjes in Waasland Noord 1 klein geaderd witje Sp 45mm 2 klein koolwitje Sp 50mm 3 groot koolwitje groter witje Vvl punt zwart, klein recht afgesneden Vvl punt zwart, klein niet recht afgesneden, kartels

Nadere informatie

Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen

Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen Bermbeheerplan voor een ecologisch waardevolle berm langs te Elingen 1. Inleiding In het dichtbebouwde Vlaanderen zijn bermen overal te vinden. Meestal vervullen ze een vrij belangrijke ecologische rol,

Nadere informatie

Resultaten Tuinvlindertelling

Resultaten Tuinvlindertelling Resultaten Tuinvlindertelling 2013 Aantal tellers In totaal telden 7747 Vlaamse gezinnen op 3 & 4 augustus de vlinders in hun tuin. Maar liefst 202.851 vlinders van 41 verschillende soorten werden in Vlaanderen

Nadere informatie

Dagvlinders vouwen in rust hun vleugels verticaal, recht boven hun lijf samen (met één uitzondering: de dikkopjes).

Dagvlinders vouwen in rust hun vleugels verticaal, recht boven hun lijf samen (met één uitzondering: de dikkopjes). 1 Vlinders herkennen Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders; in Nederland leven 53 soorten dagvlinders en zo n 2000 soorten nachtvlinders. Nachtvlinders zie je echter veel minder omdat veel soorten

Nadere informatie

Planten voor Vlinders en Rupsen

Planten voor Vlinders en Rupsen Bont zandoogje Rups (gestreepte) witbol Groot dikkopje Rups (gestreepte) witbol Bruin zandoogje Rups (rood) zwenkgras Distelvlinder Rups akkerdistel Bruin zandoogje Rups algemene grassoorten Groot dikkopje

Nadere informatie

Jaarverslag 2009 Samenstelling: Henk Wagenaar

Jaarverslag 2009 Samenstelling: Henk Wagenaar Jaarverslag Samenstelling: Henk Wagenaar Dagvlinders in Zeeland Jaarverslag Vlinder en Libellenwerkgroep Zeeland Met medewerking van : Vlinderwerkgroep West Zeeuws-Vlaanderen ( w erkgroep van Natuurbeschermingsver.

Nadere informatie

Vlinders in de vogelakkers van de gemeente Eersel In vergelijking met de regulier verpachte akkers

Vlinders in de vogelakkers van de gemeente Eersel In vergelijking met de regulier verpachte akkers Vlinders in de vogelakkers van de gemeente Eersel In vergelijking met de regulier verpachte akkers Bruin blauwtje Samenstelling Wim Deeben Uitgave: Vogelwerkgroep De Kempen Oktober 2018 Inhoud 1. Inleiding...

Nadere informatie

Veldbezoeken Het gebied is op 16 juli 2014 bezocht door Menno Reemer (EIS) samen met Hendrik Baas (gemeente Zoetermeer).

Veldbezoeken Het gebied is op 16 juli 2014 bezocht door Menno Reemer (EIS) samen met Hendrik Baas (gemeente Zoetermeer). Bijenvraagbaak casus 1: Zoetermeer Westerpark Menno Reemer (EIS Kenniscentrum Insecten) & Robbert Snep (Alterra) 6 oktober 2014 Vraagsteller: Hendrik Baas (Gemeente Zoetermeer) Gebied: Zoetermeer, Westerpark,

Nadere informatie

MET DE VLINDERWERKGROEP NAAR DE HEEMTUIN RUCPHEN

MET DE VLINDERWERKGROEP NAAR DE HEEMTUIN RUCPHEN MET DE VLINDERWERKGROEP NAAR DE HEEMTUIN RUCPHEN Op 12 augustus ging de Vlinderwerkgroep van Ken en Geniet samen op excursie naar de Heemtuin in Rucphen. De ruim 2 hectare grote wilde bloementuin is aangelegd

Nadere informatie

Wat valt er te kiezen?

Wat valt er te kiezen? Marijn Nijssen Effecten van duinbegrazing op faunadiversiteit Begrazing Wat valt er te kiezen? Effecten van duinbegrazing op faunadiversiteit Wat valt er te kiezen? Marijn Nijssen Bart Wouters Herman van

Nadere informatie

Vlinders kijken. op Landgoed Schothorst

Vlinders kijken. op Landgoed Schothorst Vlinders kijken op Landgoed Schothorst Enke Kleine vos erdpa In de maanden mei tot en met september zie je ze vliegen: eeg vandaag ga je op zoek naar s. In dit boekje s!iveook nst Du vind je allerlei spelletjes

Nadere informatie

Oevers 2x maaien Oever 2

Oevers 2x maaien Oever 2 Oevers 2x maaien Oever 2 De vegetatie is rijk aan diverse soorten kruiden, zoals kattenstaart, grote waterweegbree en zwanebloem en behoort tot het Watertorkruidverbond (Oenanthion aquaticae). De vegetatie

Nadere informatie

VERSLAG DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS VLINDERROUTE boomblauwtje

VERSLAG DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS VLINDERROUTE boomblauwtje VERSLAG DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS VLINDERROUTE 2015 boomblauwtje Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT [email protected] www.knnv.nl/afdelingdelfland

Nadere informatie

Dagvlinders in t Gooi 2008 t/m 2012

Dagvlinders in t Gooi 2008 t/m 2012 Vlinder en Libellenwerkgroep t Gooi Monitor routes 9 mei 2013 Dagvlinders in t Gooi 2008 t/m 2012 Rapportage van tellingen op monitorroutes Samengesteld door Pascal Huybers Inhoudsopgave 1. Routeoverzicht

Nadere informatie

Oeverplanten in Lelystad

Oeverplanten in Lelystad Oeverplanten in Lelystad Inleiding Lelystad is rijk aan water. Binnen de bebouwde kom is een blauwe dooradering aanwezig van talloze wateren. Om de waterbergingscapaciteit te vergroten en de leefomgeving

Nadere informatie

Resultaat vlinder monitoring Juli 2013

Resultaat vlinder monitoring Juli 2013 Resultaat vlinder monitoring Juli Algemeen In Juli is het wisselend weer geweest. Toch hebben we het Vreewater 3x en de Ravenvennen plus Heideverbindingsroute 2x gelopen (begin aug bij Juli geteld) Bij

Nadere informatie

DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS 2015 VLINDERMONITOR-VLINDERBIOTOOP. dagpauwoog

DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS 2015 VLINDERMONITOR-VLINDERBIOTOOP. dagpauwoog DAGVLINDERS ABTSWOUDSE BOS 2015 VLINDERMONITOR-VLINDERBIOTOOP dagpauwoog Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT [email protected] www.knnv.nl/afdelingdelfland

Nadere informatie

Bermenplan Assen. Definitief

Bermenplan Assen. Definitief Definitief Opdrachtgever: Opdrachtgever: Gemeente Assen Gemeente Mevrouw Assen ing. M. van Lommel Mevrouw M. Postbus van Lommel 30018 Noordersingel 940033 RA Assen 9401 JW T Assen 0592-366911 F 0592-366595

Nadere informatie

BESTUIVERS IN HET LANDSCHAP

BESTUIVERS IN HET LANDSCHAP BESTUIVERS IN HET LANDSCHAP INTRODUCTIE Biodiversiteit: Biodiversiteit of biologische diversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem, bioom of een gehele planeet.

Nadere informatie

Wat hebben bijen nodig?

Wat hebben bijen nodig? Wat hebben bijen nodig? Plek om te nestelen en te schuilen Genoeg voedsel Bijen zijn volledig afhankelijk van bloemen: stuifmeel (bouwstof) en nectar (brandstof). Hoe meer floristische diversiteit, hoe

Nadere informatie

Overzicht van de beschreven dagvlinders:

Overzicht van de beschreven dagvlinders: 1 Overzicht van de beschreven dagvlinders: SOORT Blz. Atalanta 2 Bont dikkopje 3 Bond zandoogje 4 Boomblauwtje 5 Citroenvlinder 6 Dagpauwoog 7 Distelvlinder 8 Eikenpage 9 Gehakkelde aurelia 10 Groot dikkopje

Nadere informatie

PVM AKKERRANDENMENGSELS MATERIALEN. Telefoon 0316-248099 Telefax 0316-248083

PVM AKKERRANDENMENGSELS MATERIALEN. Telefoon 0316-248099 Telefax 0316-248083 PVM EENJARIG MENGSEL KRUIDENRIJKE ZOOM/BLOEMRIJK GRASLAND NR. 1 Doelsoort : Planten die van nature in Nederland op kleigronden voorkomen (=inheemse flora). Mengsel : Meerjarig mengsel met plantensoorten

Nadere informatie

Verslag libellenmonitoring 2017 Leersumse Veld

Verslag libellenmonitoring 2017 Leersumse Veld Verslag libellenmonitoring 2017 Leersumse Veld Jan Katsman, januari 2018 Libellenmonitoring 2017 in het Leersumse Veld. Het gebied Hert Leersumse Veld is eigendom van en wordt beheerd door Staatsbosbeheer.

Nadere informatie

bosplantsoen Dunnen van

bosplantsoen Dunnen van De gemeente Ede streeft naar een natuurlijk beheer van het openbaar groen. Deze manier van beheren is vooral geschikt voor de grotere groenobjecten, bijvoorbeeld bosplantsoen. Bij het juiste beheer kan

Nadere informatie

VLINDERS. generatie van o.a. de Kleine vos en Gehakkelde aurelia NATUURRIJK TESPELDUYN AUGUSTUS 2018

VLINDERS. generatie van o.a. de Kleine vos en Gehakkelde aurelia NATUURRIJK TESPELDUYN AUGUSTUS 2018 Als je je bal weer eens in de waterkant ziet verdwijnen, hebben sommige golfers toch enige huiver om in de kant te zoeken. De kikkers springen onverwacht op, libellen grazen over je hoofd en vreemde beestjes

Nadere informatie

foto inzet: Staf de Roover

foto inzet: Staf de Roover foto inzet: Staf de Roover 1 2 3 4 Het woord grasland doet veronderstellen dat grassen het grootste aandeel van de vegetatie moeten vormen. Veelal is dit zo, maar er zijn graslanden waarin andere dan grassen

Nadere informatie

Bloemenweides rijkdom aan cases

Bloemenweides rijkdom aan cases inhoudstafel Bloemenweides rijkdom aan cases Basics Beheer 17 februari 2015 Groeninnovatieforum Basics < eindbeeld > Basics < communicatie naar burger > Dynamische beplanting met natuurlijke uitstraling

Nadere informatie

Soortensamenstelling van de Kamgrasweiden

Soortensamenstelling van de Kamgrasweiden Soortensamenstelling van de Kamgrasweiden Grassen Kruiden Vlinderbloemigen Kamgras Madeliefje Witte klaver Engels raaigras Paardenbloem Rode klaver Beemdlangbloem Scherpe boterbloem Kleine klaver Ruw beemdgras

Nadere informatie

Waarnemingen dagvlinders in Waasland-Noord in 2016

Waarnemingen dagvlinders in Waasland-Noord in 2016 Waarnemingen dagvlinders in Waasland-Noord in 2016 Koevinkje en Bruin Zandoogje foto Marc Gevers @ Steengelaag Waarnemingen dagvlinders in Waasland-Noord in 2016 waarnemingen.be 2016: 3383 waarnemingen

Nadere informatie

Grote vos Nymphalis polychloros

Grote vos Nymphalis polychloros Nymphalis polychloros Jan Goedbloed Soortbeschrijving De is een grote bruinrode vlinder, behorend tot de familie van de schoenlappers Nymphalidae waar ook, Atalanta, Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia en Distelvlinder

Nadere informatie

Bijen en Landschapsbeheer

Bijen en Landschapsbeheer Bijen en Landschapsbeheer Hoe maken we het landschap bijenvriendelijk Wat betekent dat voor de biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap Een selectie van de mogelijkheden Arie Koster -- www.bijenhelpdesk.nl

Nadere informatie

Bos/Bosplaats Perceelsnummer LH1 Bestandsnummer

Bos/Bosplaats Perceelsnummer LH1 Bestandsnummer Bos/Bosplaats Perceelsnummer LH1 Bestandsnummer B Grauwe els 40% B Zwarte els 10% K Grassen (Henna, Witbol, Raaigras) 30% K Braam 30% K Koninginnekruid 10% K Grote brandnetel 10% K Moerasspirea 4% K Gewone

Nadere informatie

Vlindervriendelijk tuinieren. Jeroen Mentens 29/05/2011

Vlindervriendelijk tuinieren. Jeroen Mentens 29/05/2011 Vlindervriendelijk tuinieren Jeroen Mentens 29/05/2011 Misvattingen? Mijn tuin is te klein. Ik woon in de stad. Daar zitten geen vlinders. Een vlindervriendelijke tuin ziet er te verwilderd uit. Ik heb

Nadere informatie

Insectenvriendelijk graslandbeheer. in Midden-Friesland

Insectenvriendelijk graslandbeheer. in Midden-Friesland Insectenvriendelijk graslandbeheer in Midden-Friesland 1 Waarom deze brochure Er zijn steeds minder insecten. Dat is zorgwekkend, want insecten zijn belangrijk voor de bestuiving van onze voedselgewassen

Nadere informatie

Argusvlinder Lasiommata megera

Argusvlinder Lasiommata megera Argusvlinder Lasiommata megera Angelique Belfroid Mijn eerste ervaring met de Argusvlinder was een aantal jaren geleden in de Vlietepolder op Noord-Beveland. Terwijl ik over de onverharde weg liep, vlogen

Nadere informatie

Ecologische vegetatiebeheer van bermen, taluds van watergangen en greppels. in Drenthe buiten de natuurgebieden

Ecologische vegetatiebeheer van bermen, taluds van watergangen en greppels. in Drenthe buiten de natuurgebieden Ecologische vegetatiebeheer van bermen, taluds van watergangen en greppels in Drenthe buiten de natuurgebieden Voor meer informatie over ecologisch groenbeheer www.bijenhelpdesk.nl www.bijenbeheer.nl Arie

Nadere informatie

Inheems zaaizaad. Gehakkelde aurelia op Knoopkruid

Inheems zaaizaad. Gehakkelde aurelia op Knoopkruid Inheems zaaizaad Inleiding Gebruik van zaaizaad om een bloemrijke flora te verkrijgen en om insecten als vlinders en bijen te bevoordelen is populair en wint steeds meer terrein. Daarbij wordt de ingeschatte

Nadere informatie

Landelijk meetnet vlinders

Landelijk meetnet vlinders Landelijk meetnet vlinders Maart 2019 Beste teller, De winter loopt op zijn einde en we hebben in februari zelfs alweer vlinders kunnen zien. In deze nieuwsbrief een korte vooruitblik op het komende telseizoen.

Nadere informatie

Taxanomie Naamgeving Soorten Anatomie van een vlinder Levenscyclus van de vlinder Rovers Vlinders in de tuin Bronvermelding

Taxanomie Naamgeving Soorten Anatomie van een vlinder Levenscyclus van de vlinder Rovers Vlinders in de tuin Bronvermelding Taxanomie Naamgeving Soorten Anatomie van een vlinder Levenscyclus van de vlinder Rovers Vlinders in de tuin Bronvermelding Taxonomische indeling Rijk: Animalia (Dieren) Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)

Nadere informatie

Cursus Dagvlinders van bij ons. Samenstelling : Nobby Thys, Bewerking: Joeri Cortens

Cursus Dagvlinders van bij ons. Samenstelling : Nobby Thys, Bewerking: Joeri Cortens Cursus Dagvlinders van bij ons Samenstelling : Nobby Thys, Bewerking: Joeri Cortens Warmtehuishouding Eikenpage Kop Antennen: verdikt uiteinde Facetogen: 3.000-18.000 -> mozaïek (blauw, groen, [rood])

Nadere informatie

Groenbeheer met oog voor bijen

Groenbeheer met oog voor bijen Groenbeheer met oog voor bijen Voorbeelden van bijenvriendelijk beheer in openbaar groen toepasbaar in Groningen, Friesland en Drenthe Arie Koster Voor meer informatie voor ecologisch groenbeheer voor

Nadere informatie

Vlinders. Tijdstip: op een mooie zonnige dag in mei, juni of juli

Vlinders. Tijdstip: op een mooie zonnige dag in mei, juni of juli KB8 Tijdsinvestering: 45 minuten 1/2 3/4 5/6 7/8 lente zomer herfst winter Vlinders. Tijdstip: op een mooie zonnige dag in mei, juni of juli 1. Inleiding Vlinders in alle kleuren en maten spreken de mensen

Nadere informatie

Ontwikkeling en beheer van natuurgraslanden in Utrecht: Kruiden- en faunarijk grasland

Ontwikkeling en beheer van natuurgraslanden in Utrecht: Kruiden- en faunarijk grasland Provincie Utrecht, afdeling FLO, team NEL, 5 februari 2015 is het basis-natuurgrasland. Het kan overal voorkomen op alle grondsoorten en bij alle grondwaterstanden, maar ziet er dan wel steeds anders uit.

Nadere informatie

Brabantse bijen behoeven betere bescherming (beknopte beschouwing betreffende beheer & beleid) Tim Faasen

Brabantse bijen behoeven betere bescherming (beknopte beschouwing betreffende beheer & beleid) Tim Faasen Brabantse bijen behoeven betere bescherming (beknopte beschouwing betreffende beheer & beleid) Tim Faasen 1 Wilde bijen in Noord-Brabant 283 wilde soorten (81% van NL) 89 soorten dalend (31%); 64 soorten

Nadere informatie

Op Stap in het Binnenveld. Willem van Raamsdonk & Christa Heijting

Op Stap in het Binnenveld. Willem van Raamsdonk & Christa Heijting Op Stap in het Binnenveld Willem van Raamsdonk & Christa Heijting Bennekom februari 2011 Hoogtekaart van het Binnenveld en omstreken. Het Binnenveld is een laag gelegen gebied tussen de Veluwe en de Utrechtse

Nadere informatie

Dagvlinders in t Gooi 2008 t/m 2016

Dagvlinders in t Gooi 2008 t/m 2016 Dagvlinders in t Gooi 2008 t/m 2016 Rapportage van tellingen op monitorroutes Samengesteld door Egbert Leijdekker Inhoudsopgave 1. Voorwoord... 2 2. Route overzicht en aantal bezoeken... 3 3. Beheeradvies...

Nadere informatie

NATTE ECO ZONE SCHUYTGRAAF BEELDENBOEK

NATTE ECO ZONE SCHUYTGRAAF BEELDENBOEK NATTE ECO ZONE SCHUYTGRAAF BEELDENBOEK NATTE ECOZONE SCHUYTGRAAF Inleiding 3 Ontwerp 5 Water 7 Randen en oevers 9 Eilanden 13 Verbindingen 17 Gebruik 21 Beplanting 25 I n h o u d NATTE ECOZONE SCHUYTGRAAF

Nadere informatie

Het Grote Vlinderweekend

Het Grote Vlinderweekend Het Grote Vlinderweekend Tel de vlinders in je tuin Resultaten www.vlinderweekend.be 1g&u2stus au 015 2 BEDA NKT VO OR DEEL JE NAM E 12.087 tellers 8 3 5 8.388 ontvangen tellingen Aantal tellers 2015 was

Nadere informatie

SOORTEN DIE GEBRUIKT ZIJN VOOR DE BEPALING VAN DE LIVING PLANET INDEX IN NOORD-HOLLAND

SOORTEN DIE GEBRUIKT ZIJN VOOR DE BEPALING VAN DE LIVING PLANET INDEX IN NOORD-HOLLAND SOORTEN DIE GEBRUIKT ZIJN VOOR DE BEPALING VAN DE LIVING PLANET INDEX IN NOORD-HOLLAND Vlinder Bont zandoogje Sterke toename Vogel Lepelaar Sterke toename Vogel Kolgans Sterke toename Vogel Appelvink Sterke

Nadere informatie

Voorwoord. We zijn ervan overtuigd dat iedereen die het vlinderleerpad volgt veel zal bijleren en zal kunnen genieten van een prachtig stukje Lokeren.

Voorwoord. We zijn ervan overtuigd dat iedereen die het vlinderleerpad volgt veel zal bijleren en zal kunnen genieten van een prachtig stukje Lokeren. Vlinderleerpad Voorwoord De zomer is één en al uitbundigheid! Bomen, struiken, bloemen, gewassen, laten zich van hun aantrekkelijkste kant zien. Met hun fantastische kleurenpracht en hun zoete geuren

Nadere informatie

Wist je dat?... Overwintering van vlinders. Vragen. De vlinder. De levenscyclus..

Wist je dat?... Overwintering van vlinders. Vragen. De vlinder. De levenscyclus.. Lesbrief groep 5 6 Inhoudsopgave Wist je dat?... Vlinderwiel Stripverhaal.. Overwintering van vlinders. Vlinder mobiel Het voedsel van rupsen.. Vragen. De vlinder. De levenscyclus.. 1 Wist je dat Allerlei

Nadere informatie

De Staart in kaart. 4 jaar bosontwikkeling op voormalige akkers

De Staart in kaart. 4 jaar bosontwikkeling op voormalige akkers De Staart in kaart 4 jaar bosontwikkeling op voormalige akkers Esther Linnartz Juli 2008 Inleiding De Staart is een natuurgebied van 24 hectare aan noordoost kant van Oud-Beijerland en ligt aan de oevers

Nadere informatie

Vlinders. Auteur: Ineke Koopmans De Vlinderstichting. schubben (Foto: Ab Baas) De pop van een kleine vos (Foto: Kars Veling)

Vlinders. Auteur: Ineke Koopmans De Vlinderstichting. schubben (Foto: Ab Baas) De pop van een kleine vos (Foto: Kars Veling) Vlinders Auteur: Ineke Koopmans De Vlinderstichting De vlinder is een wonderlijk wezen. Zijn leefwijze is fascinerend: de manier waarop hij zich van rups tot vlinder ontpopt is in veel culturen symbool

Nadere informatie

KUIPERSVEER. Jaarverslag 2013. FREE nature Esther Linnartz-Nieuwdorp februari 2014. In opdracht van

KUIPERSVEER. Jaarverslag 2013. FREE nature Esther Linnartz-Nieuwdorp februari 2014. In opdracht van KUIPERSVEER Jaarverslag 2013 FREE nature Esther Linnartz-Nieuwdorp februari 2014 In opdracht van Inleiding Aan de noordkant van de Hoeksche Waard ligt aan de oever van de Oude Maas het gebied Kuipersveer.

Nadere informatie

Creëren kruidenrijkgrasland

Creëren kruidenrijkgrasland Creëren kruidenrijkgrasland Nick van Eekeren Jan de Wit Projecten: Winst en Weidevogels, Koeien & Kruiden Partners: Van Hall Larenstein, VIC, PPP-Agro Kruidenrijk grasland op boerenland Vroeger extensieve

Nadere informatie

DAGVLINDERS TALUD A VLINDERMONITOR

DAGVLINDERS TALUD A VLINDERMONITOR DAGVLINDERS TALUD A4 2015 VLINDERMONITOR Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging KNNV afdeling Delfland Postbus 133 2600 AC DELFT [email protected] www.knnv.nl/afdelingdelfland twitter:

Nadere informatie

Gemeente Heusden Quick-scan Wethouder van Buulweg Nieuwkuijk

Gemeente Heusden Quick-scan Wethouder van Buulweg Nieuwkuijk Life+/Blues in the Marshes, actie A-4 Gemeente Heusden Quick-scan Wethouder van Buulweg Nieuwkuijk DE GROOT ECOLOGISCH ADVIES EN INRICHTING Gemeente Heusden Quick-scan Wethouder van Buulweg Nieuwkuijk

Nadere informatie

Vlinders kijken en herkennen

Vlinders kijken en herkennen Vlinders kijken en herkennen Vlinders kijken en herkennen In deze bijlage, die je kunt gebruiken voor de 'Buiten vlinders kijken' serie, schrijven we in het kort wat over de meest voorkomende dagvlinders

Nadere informatie

Kleurkeur: keurmerk voor goed bermbeheer. Context: steeds minder insecten. -76% insectenbiomassa Anthonie Stip

Kleurkeur: keurmerk voor goed bermbeheer. Context: steeds minder insecten. -76% insectenbiomassa Anthonie Stip Kleurkeur: keurmerk voor goed bermbeheer Context: steeds minder insecten Anthonie Stip 1 juni 2018 [email protected] @birdingstip -76% insectenbiomassa 1 Insectenverlies vooral na mei Biodiversiteit

Nadere informatie

Kruidenrijk gras voor de veehouderij

Kruidenrijk gras voor de veehouderij Kruidenrijk gras voor de veehouderij Slotsymposium praktijknetwerk Natuurlijk kruidenrijk gras voor de veehouderij Aanleg en beheer van kruidenrijk grasland Rob Geerts Wageningen 12 maart 2014 Inhoud van

Nadere informatie

Natuurtoets deel 1 aanleg fietspad in Houtrak in 2008 1

Natuurtoets deel 1 aanleg fietspad in Houtrak in 2008 1 Natuurtoets deel 1 aanleg fietspad in Houtrak in 2008 1 Natuurtoets deel 1 aanleg fietspad in Houtrak in 2008 2 Inleiding Het Ecologisch Adviesbureau B. Kruijsen te Santpoort-Noord is door het Recreatieschap

Nadere informatie

Verplaatsing houtsingel

Verplaatsing houtsingel Ten behoeve van de herontwikkeling van locatie De Hokhorst in Renswoude moeten een watergang en een aangrenzende houtsingel ca. tien meter naar het oosten worden verplaatst. Om te voorkomen dat deze verplaatsing

Nadere informatie

MIJN BERM BLOEIT! Foto: Joop Verburg

MIJN BERM BLOEIT! Foto: Joop Verburg MIJN BERM BLOEIT! Foto: Joop Verburg Michiel Verhofstad Edwin Dijkhuis Groene aders Buiten bos- en natuurgebieden is er voor wilde planten vooral nog plek in bermen, water / slootkanten, parken en braakliggend

Nadere informatie

De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen.

De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen. De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen. Tekeningen Ciel Broeckx, juni 2010. 1 De Europese Unie heeft in 2002 afgesproken om het verlies aan biodiversiteit

Nadere informatie

Compensatieplan. natuurcompensatie. parkeren De Heimolen. juli 2015

Compensatieplan. natuurcompensatie. parkeren De Heimolen. juli 2015 Compensatieplan natuurcompensatie parkeren De Heimolen juli 2015 Inhoudsopgave: 1. Inleiding 2. Omschrijving verlies aan ecologische waarde. 3. Ruimtelijke begrenzing bestaand en de fysieke compensatie

Nadere informatie

Betaalbaar Natuurlijk Groenbeheer in Eindhoven. Frank Verhagen Beheerder natuurlijke gebieden

Betaalbaar Natuurlijk Groenbeheer in Eindhoven. Frank Verhagen Beheerder natuurlijke gebieden Betaalbaar Natuurlijk Groenbeheer in Eindhoven Frank Verhagen Beheerder natuurlijke gebieden Natuurlijk Groenbeheer in Eindhoven: Maaibeheer stedelijk gebied en wegbermen Maaibeheer natuurterreinen Bosbeheer/

Nadere informatie

Materiaal is gewonnen uit sloten en greppels langs de volgende wegen bij Arrierveld: Arrierveldweg, Noordelijke Dwarsweg, Dwarsweg en Boekweitakkers

Materiaal is gewonnen uit sloten en greppels langs de volgende wegen bij Arrierveld: Arrierveldweg, Noordelijke Dwarsweg, Dwarsweg en Boekweitakkers 16-12-03 Inventarisatie slootmateriaal Bokashikuilen Fix 8 december 2016 Materiaal is gewonnen uit sloten en greppels langs de volgende wegen bij Arrierveld: Arrierveldweg, Noordelijke Dwarsweg, Dwarsweg

Nadere informatie

Wat hebben bijen nodig?

Wat hebben bijen nodig? [Naam docent] Wat hebben bijen nodig? Een zoemende tuin biedt: Nestelgelegenheid Variatie in soorten (en dus in bloeitijden) Variatie in structuur (hoog, laag) Variatie in onderhoud (in ruimte en in tijd)

Nadere informatie

nectarplanten gesorteerd op bloeitijd

nectarplanten gesorteerd op bloeitijd vlinderplanten inleiding Vlinders spreken de meeste mensen aan. Met hun vaak mooie kleuren en zorgeloos fladderen brengen ze de meeste mensen toch wel tot een glimlach. Ook kinderen zijn vaak gefascineerd

Nadere informatie

Inpassingsplan Kavel B (zuidelijke kavel) Leiweg VM aanleg 3000 m 2 natuur

Inpassingsplan Kavel B (zuidelijke kavel) Leiweg VM aanleg 3000 m 2 natuur Inpassingsplan Kavel B (zuidelijke kavel) Leiweg 16-8-2018 VM aanleg 3000 m 2 natuur Bij de aanleg en onderhoud van het stuk natuur achter de woonbestemming gelegen op de locatie Leiweg ongenummerd perceel

Nadere informatie

Lesbrief Vlinderkids 1

Lesbrief Vlinderkids 1 Vlinderkids 1 Doelgroep: Groep 5 t/m 8 Lesduur: Werkvorm: Leerstofgebied: ± 30 minuten Tweetallen Wereldoriëntatie, Kunstzinnige oriëntatie Doel van de opdracht: Het kennismaken met een aantal vlindersoorten

Nadere informatie

Monitoring Natuurgebied Kerkeveld, Wijchen 2012

Monitoring Natuurgebied Kerkeveld, Wijchen 2012 Monitoring Natuurgebied Kerkeveld, Wijchen 2012 Hans Hollander 14 september 2012 Rapport 19 ir. Hans Hollander Oudelaan 2005 6605 SC Wijchen 024-6412564 [email protected] Overige publicaties: 1 Hollander,

Nadere informatie

Een onderzoek naar de herpetofauna, vissen, dagvlinders, libellen en sprinkhanen op golfbaan De Hooge Vorssel te Nistelrode

Een onderzoek naar de herpetofauna, vissen, dagvlinders, libellen en sprinkhanen op golfbaan De Hooge Vorssel te Nistelrode 1 Een onderzoek naar de herpetofauna, vissen, dagvlinders, libellen en sprinkhanen op golfbaan De Hooge Vorssel te Nistelrode Bruine vuurvlinder H. Cuppen Adviesbureau Cuppen September 2011 2 1. Inleiding

Nadere informatie

Beste natuurliefhebber/- ster,

Beste natuurliefhebber/- ster, Beste natuurliefhebber/- ster, In verband met voorbereidende werkzaamheden voor een paar nogal ingrijpende klussen in ons huis waren Monica en ik de vorige dinsdag aan huis gekluisterd. Dus maakte ik geen

Nadere informatie

Screening ecologisch potentieel grasvlakken:

Screening ecologisch potentieel grasvlakken: Studiegebied Biotechniek Campus Roeselare Wilgenstraat 32 8800 ROESELARE Screening ecologisch potentieel grasvlakken: Staden Bregt Roobroeck 2015 2 INLEIDING Deze studie kadert in de maatschappelijke dienstverlening

Nadere informatie