NAAR NEDERLAND HANDLEIDING
|
|
|
- Antoon Simon van Loon
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 NAAR NEDERLAND HANDLEIDING Nederlands Bahasa Indonesia
2 De examenonderdelen Kennis van de Nederlandse Samenleving, Spreekvaardigheid en Leesvaardigheid zijn in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Den Haag) ontwikkeld door Bureau ICE (Culemborg). Naar Nederland is een film in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ontwikkeld door Odyssee Producties (Amsterdam) in samenwerking met CINOP. Het materiaal ter voorbereiding op de taalonderdelen is ontwikkeld door Uitgeverij Boom (Amsterdam) in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Vormgeving: JACKY0, Rotterdam Opmaak: Boekhorst Design, Culemborg Productie en distributie: Uitgeverij Boom, Amsterdam 2014 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Alle rechten voorbehouden. Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (postbus 3060, 2130 KB, of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16, Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot de Stichting PRO (Stichting Publicatie en Reproductierechten, postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher. NAAR NEDERLAND
3 Inhoud Nederlands Examenprogramma basisexamen Inburgering Handleiding in hulptaal Woordenlijst Inhoud
4 Nederlands 1. Inleiding Sinds 15 maart 2006 moet een deel van de nieuwkomers die voor langere tijd naar Nederland willen komen en een machtiging tot voorlopig verblijf nodig hebben, het basisexamen inburgering in het buitenland afleggen voor de komst naar Nederland. Het gaat om personen tussen 18 en de pensioengerechtigde leeftijd die een gezin willen vormen met iemand in Nederland of die zich willen herenigen met familieleden die al in Nederland wonen. Ook mensen met een geestelijk beroep zoals imam of predikant, die in Nederland komen werken, moeten het basisexamen inburgering in het buitenland afleggen. Met dit zelfstudiepakket leert u de basis van de Nederlandse taal en maakt u kennis met de Nederlandse samenleving. Daarnaast kunt u zich hiermee voorbereiden op het examen. In deze handleiding krijgt u uitleg over de drie onderdelen van het examen. U leest ook wat u bij elk onderdeel moet doen. Verder krijgt u adviezen over welke (taal)vaardigheden u nodig hebt in het examen en hoe u zich op de drie onderdelen kunt voorbereiden. Naast dit zelfstudiepakket kan ook uw partner die al langere tijd in Nederland woont, u helpen bij uw voorbereiding op het examen. Neem deze handleiding samen door, bekijk met elkaar het materiaal en stel een leerplan op, bespreek in welke volgorde en in welk tempo u de lessen doorneemt. Houd uw partner op de hoogte van uw vorderingen en vraag hem of haar om advies. 2. Het examen Wat wordt er getoetst? Het basisexamen inburgering in het buitenland bestaat uit drie onderdelen. U moet deze drie onderdelen halen om voor het basisexamen inburgering in het buitenland te slagen. Als u een van de onderdelen niet haalt, hoeft u alleen dat onderdeel opnieuw te doen. 1. Examen Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) Dit onderdeel omvat kennisvragen over de Nederlandse samenleving. U moet op de computer in het Nederlands antwoord geven op meerkeuzevragen over foto s. 2. Examen Spreekvaardigheid Bij dit onderdeel worden alleen mondelinge vaardigheden (luisteren en spreken) getoetst. Het vereiste basisniveau voor luisteren en spreken in de Nederlandse taal is niveau A1. Dit niveau is gebaseerd op het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen. 3. Examen Leesvaardigheid De Nederlandse taal wordt geschreven in het Latijnse schrift. Dit examen meet of u de Nederlandse taal kunt lezen en begrijpen op niveau A1 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen. 3. Inhoud van dit pakket Met dit zelfstudiepakket kunt u zich zelfstandig voorbereiden op de drie onderdelen van het examen. In het pakket zitten de volgende materialen die u voor zelfstudie kunt gebruiken: deze handleiding met audiocd de dvd met de film Naar Nederland het fotoboek Naar Nederland met audiocd 4 NAAR NEDERLAND
5 het werkboek Naar Nederland, Nederlands voor anderstaligen met audiocd s de dvd met het digitale oefenprogramma een inlogcode voor het online oefenprogramma 4. Voorbereiding op het KNS examen De film Naar Nederland Het examen Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) toetst uw kennis over Nederland. Wat u moet weten, is opgenomen in de film Naar Nederland. U ziet daarin hoe mensen in Nederland leven, hoe mensen in Nederland met elkaar omgaan en wat hun gewoonten zijn. Verder leert u praktische zaken die goed zijn om te weten als u in Nederland woont. De film duurt ongeveer 110 minuten en is ingedeeld in de volgende thema s: 1. Nederland: geografie, vervoer en wonen 2. Geschiedenis 3. Staatsinrichting, politiek en grondwet 4. Nederlandse taal 5. Opvoeding en onderwijs 6. Gezondheidszorg 7. Werk en inkomen Het fotoboek met honderd vragen Bij de film Naar Nederland hoort een fotoboek met een audiocd. In het fotoboek ziet u honderd genummerde foto s met beelden uit de film. Bij elke foto hoort een vraag die u in dezelfde volgorde op de cd hoort. Deze vragen worden in het Nederlands gesteld. De antwoorden zijn ook in het Nederlands. In het fotoboek en op de cd kunt u alle vragen en antwoorden lezen en horen. De antwoorden moet u allemaal kennen als u het examen gaat doen. Het examen bestaat uit dertig vragen die gekozen zijn uit de honderd vragen van het fotoboek en de cd. Instructie Op de zes dvd s die in het pakket zitten, staat dezelfde film. Dvd s 1, 2 en 3 zijn geschikt voor PAL/ SECAM. Dvd s 4, 5 en 6 zijn geschikt voor NTSC. U kiest voor het systeem dat in uw land gebruikt wordt. U kunt hiervoor de handleiding van uw apparatuur raadplegen of dit op de website opzoeken. Op de opdruk van de dvd s staan namen van de steuntalen: Nederlands, Standaard Arabisch, Marokkaans Arabisch, Chinees, Dari, Engels, Frans, Bahasa Indonesia, Koerdisch (Kurmanci), Pasjtoe, Portugees, Russisch, Spaans, Tarifit/RifBerber, Thai, Standaard Somalisch, Urdu en Vietnamees. U kiest de dvd waarop uw steuntaal voorkomt. U stelt deze in via de menukeuzefunctie van uw dvdspeler. Daarmee kunt u ook instellen of u de film in zijn geheel bekijkt of per thema. Voor een goede voorbereiding op de toets kunt u het volgende doen: 1. Bekijk de film meerdere malen in uw steuntaal, tot u de inhoud kent. 2. Bekijk de film daarna in de Nederlandse taal. 3. Bekijk de film per thema in uw eigen taal en in het Nederlands. 4. Oefen per thema met de vragen uit het fotoboek. 5. Luister naar de vragen op de cd. Luister naar de antwoorden. 6. Oefen alle vragen net zolang tot u alle antwoorden kent. 7. Oefen de vragen door elkaar heen, niet alleen op volgorde. 8. Bekijk de film nog een keer in het Nederlands. Nu u de vragen kent, zult u veel meer begrijpen. Nederlands 5
6 De voorbereiding op het KNS examen vraagt minder tijd dan de voorbereiding op de twee taalexamens. Het is het beste om de voorbereiding op alle onderdelen te combineren. In de film Naar Nederland zitten veel woorden die ook in de taalexamens voorkomen. Door vaak naar de Nederlands gesproken versie van de film te kijken en te luisteren raakt u vertrouwd met de klanken van het Nederlands. 5. Voorbereiding op de taalexamens Werkboek en elearning Als u de Nederlandse taallessen uit het pakket volgt, leert u lezen, luisteren en spreken in één keer. U bereidt zich tegelijkertijd voor op het examen Spreekvaardigheid en het examen Leesvaardigheid. Voordat u met de echte voorbereiding op de drie onderdelen van het examen kunt beginnen moet u gealfabetiseerd zijn. De Nederlandse taal wordt geschreven met Latijnse letters, net als het Engels, Spaans, Frans of Portugees. In de eerste twintig lessen leert u het Latijnse schrift en alle Nederlandse klanken. U leert hoe u van de letters woorden kunt maken en hoe die klinken. U leert daarbij ook allerlei Nederlandse woorden kennen. Mensen die al gealfabetiseerd zijn in de eigen taal en het Latijnse schrift goed beheersen, kunnen beginnen met les 21. We raden u aan om vooraf wel kennis te nemen van les 1 tot en met 4 en les 20. In deze lessen worden de Nederlandse klanken en letters geoefend. U kunt de lessen op twee manieren doen: 1. U volgt de lessen van het werkboek met de bijbehorende audiocd s. Deze 65 lessen zijn een zelfstudiecursus Nederlands. Hiermee leert u hoe u moet lezen, luisteren en spreken. U hebt hiervoor een cdspeler nodig. 2. U doet de lessen op uw computer. Als u een computer hebt, kunt u gebruik maken van het oefenprogramma voor de computer. Dit programma bevat dezelfde lessen als het boek. U kunt het oefenprogramma op uw computer installeren (gebruik hiervoor de dvd) of u kunt het oefenprogramma online volgen (gebruik hiervoor de inlogcode). Het online oefenprogramma heeft als voordeel dat uw partner kan meekijken met uw vorderingen. En dat u de oefeningen zo vaak kunt herhalen als u wilt. Natuurlijk kunt u beide manieren ook combineren. Instructie werkboek Algemeen Bekijk of lees de instructie boven de oefening goed. Kijk naar het plaatje en het voorbeeld. Niet iedereen hoeft alle oefeningen te doen. Als u analfabeet, laag of middelbaar opgeleid bent, kunt u de extra, oranje gekleurde blokjes overslaan. Ook hoeft u de oefeningen met een oranje ster niet te maken. Tip: werk met een potlood. Dan kunt u de oefeningen verbeteren en nog een keer doen. Doe de lessen met iemand die de Nederlandse taal kent. Zo controleert u of uw uitspraak goed is. Uw partner kan u helpen met het vertalen van de woorden. In deze handleiding staat de woordenlijst in uw hulptaal. Deze is ook te horen op de cd. Op kunt u (of uw partner) andere talen downloaden en printen. Voor analfabeten en anders gealfabetiseerden In les 1 tot en met 20 leert u het Latijnse alfabet, de Nederlandse klanken en de eerste Nederlandse woorden. Als u het alfabetiseringsprogramma hebt gedaan, kunt u beginnend lezen in het Nederlands. 6 NAAR NEDERLAND
7 Vanaf les 21 leert u Nederlandse woorden en zinnen spreken, verstaan en lezen. Na les 65 kunt u beide voorbeeldexamens maken. Voor degenen die het Latijnse schrift al goed beheersen In les 1 tot en met 4 leert u de Nederlandse klanken en in les 20 maakt u kennis met de Nederlandse letters. Vanaf les 21 leert u Nederlandse woorden en zinnen spreken, verstaan en lezen. Na les 65 kunt u de beide voorbeeldexamens maken. Instructie elearning Bekijk of lees de instructie boven elke oefening goed. U kunt deze in uw eigen taal beluisteren door op het luidsprekertje te klikken. Kijk ook goed naar de voorbeelden waarmee de oefeningen beginnen. Doe de lessen met iemand die de Nederlandse taal kent, bijvoorbeeld uw partner of iemand in uw naaste omgeving. Zo controleert u of uw uitspraak goed is. Deze persoon kan ook inloggen op het online oefenprogramma om te zien hoe ver u met uw lessen bent. Instructieiconen oefeningen lees / kijk / zie zeg na / lees / lees hardop luister / hoor wijs aan / kies omcirkel trek een lijn vul woord in geluid klik / kies tel links naar rechts boven naar beneden vraag tegenstelling 6. Technische gebruikersinstructie elearning De Naar Nederland elearning starten Het computerprogramma bij Naar Nederland kan op twee manieren worden gebruikt: (1) online en (2) door gebruik te maken van de dvd Naar Nederland elearning. 1. Gebruik elearning online gebruik een computer met internettoegang open uw webbrowser ga naar de website klik op de knop inloggen elearning voer de code in die u vindt op het papier inloggen elearning volg verder de instructies op het scherm 2. Gebruik elearning dvd gebruik een computer met dvdspeler stop de dvd Naar Nederland elearning in uw dvdspeler de elearning wordt automatisch gestart (dit kan een paar minuten duren) volg verder de instructies op het scherm Nadat u de elearning hebt gestart opent het scherm met uw persoonlijke instellingen. Nederlands 7
8 Op dit scherm kunt u (1) uw naam invoeren, (2) uw hulptaal en (3) uw leerroute kiezen. U kunt kiezen uit drie verschillende leerroutes. Leerroute 1: analfabeten, anders gealfabetiseerden en iedereen die minder dan 6 jaar onderwijs heeft gehad. Leerroute 2: iedereen die een paar jaar voortgezet onderwijs heeft gehad en het Latijnse schrift goed beheerst. Leerroute 3: iedereen die hoogopgeleid is en in ieder geval het voortgezet onderwijs heeft afgerond en het Latijnse schrift goed beheerst. Kies bij twijfel leerroute 1. U kunt altijd van leerroute wisselen als het voor u te snel of te langzaam gaat. Voor vragen over de elearning kunt u terecht op de website Onder de link FAQ vindt u antwoorden op de belangrijkste vragen. 7. Voorbeeldexamens Leesvaardigheid en Spreekvaardigheid Als u alle lessen hebt gedaan, weet u genoeg van het Nederlands om de voorbeeldexamens te maken. Het is belangrijk om te weten welke soorten vragen u op het examen krijgt. In de oefeningen in het werkboek en het computerprogramma hebt u met verschillende vragen geoefend. Als laatste onderdeel van uw voorbereiding kunt u voorbeeldexamens maken. Deze voorbeeldexamens lijken op de echte examens. Algemene informatie over de voorbeeldexamens Het echte examen gaat via de computer. De voorbeeldexamens Leesvaardigheid (Lezen) en Spreekvaardigheid (Spreken) gaan ook via de computer. Met de voorbeeldexamens kunt u dus ervaren hoe de echte examenonderdelen zullen verlopen. Met het voorbeeldexamen Lezen kunt u proberen of u goed genoeg kunt lezen om het echte examen Lezen te doen. Met het voorbeeldexamen Spreken kunt u proberen of u het Nederlands voldoende kunt verstaan en spreken om het echte examen Spreken te doen. U kunt de voorbeeldexamens voor Lezen en Spreken vinden via de websites De voorbeeldexamen zijn gratis. U kunt er zo vaak mee oefenen als u wilt. Wat moet u doen als u een voorbeeldexamen wilt maken? Ga naar de website Kies het examen dat u wilt maken: Lezen of Spreken. Lees en luister naar de uitleg en de instructie. Daarna kunt u de vragen maken. Na het examen Lezen krijgt u een score. U kunt dan zien hoe goed u het examen hebt gemaakt. De computer kan het examen Spreken niet beoordelen. U krijgt daarom geen score voor Spreken. 8. Meer informatie De website bevat nuttige verwijzingen naar verschillende websites met aanvullende informatie. Ook de antwoorden op veel gestelde vragen over dit pakket en het examen kunt u daar vinden. Op kunt u informatie vinden over hoe u zich bij DUO aanmeldt voor het examen en met wie u contact op kunt nemen als u nog vragen over het examen hebt. 8 NAAR NEDERLAND
9 Examenprogramma Basisexamen Inburgering* Examenstof Het basisexamen inburgering heeft tot doel na te gaan of personen die in aanmerking willen komen voor een machtiging tot voorlopig verblijf voldoen aan de eisen op het gebied van de beheersing van de Nederlandse taal en van kennis van de Nederlandse samenleving. In het basisexamen inburgering worden onderzocht: a. de leesvaardigheid in het Nederlands; b. de spreekvaardigheid in het Nederlands; c. de kennis van de Nederlandse samenleving. Het examenprogramma is een uitwerking van de examenstof zoals omschreven in het advies over het niveau van het basisexamen inburgering in het buitenland van de Adviescommissie Normering Inburgeringseisen en de maatregelen uit de brief aan de Tweede Kamer inzake Huwelijks en gezinsmigratie (2 oktober 2009, Kamerstukken II, , 32175, nr. 1). Afnamecondities De examenonderdelen Leesvaardigheid, Spreekvaardigheid en Kennis van de Nederlandse Samenleving kunnen worden afgenomen in één zitting. Alle drie de examenonderdelen worden afgenomen via de computer. De opgaven worden in het Nederlands gepresenteerd. De antwoorden van de kandidaten worden automatisch opgeslagen. Beoordeling De examenonderdelen Leesvaardigheid en Kennis van de Nederlandse samenleving bestaan uit meerkeuzevragen en worden automatisch door de computer beoordeeld. Het examenonderdeel Spreekvaardigheid wordt beoordeeld door menselijke beoordelaars. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt bij het vaststellen van de examens en de daarbij behorende beoordeling, de cesuur vast. De kandidaat is geslaagd voor het basisexamen inburgering indien het resultaat voor alle drie de onderdelen van het examen voldoende is. LEESVAARDIGHEID Inhoud van het examen Met het examenonderdeel Leesvaardigheid wordt gemeten in hoeverre kandidaten het Latijnse schrift beheersen en geschreven Nederlands kunnen lezen en begrijpen. De items worden in sets geselecteerd uit een grote itembank, zodanig dat elke kandidaat een verschillende combinatie van opgaven krijgt voorgelegd. Het examenonderdeel Leesvaardigheid bestaat uit 2 delen: 1. Technische leesvaardigheid Dit onderdeel kan op twee manieren worden getoetst. In de ene vorm hoort de kandidaat een woord en moet hij kiezen uit vier geschreven antwoordmogelijkheden. In de andere vorm ziet/leest de kandidaat een woord en moet hij kiezen uit vier gesproken antwoordmogelijkheden. De kandidaat moet het juiste antwoord met de muis selecteren. 2. Functionele leesvaardigheid Bij dit onderdeel krijgt de kandidaat op het scherm leesteksten te zien, gekoppeld aan de domeinen werk, opleiding en dagelijks leven uit het Raamwerk NT2. Per leestekst krijgt de kandidaat telkens 2 meerkeuzevragen met 3 of 4 antwoordmogelijkheden. De kandidaat moet het juiste antwoord met de muis selecteren. *Deze tekst staat op ook de website van DUO: Nederlands 9
10 De leesteksten in dit onderdeel zijn functioneel van karakter. Het zijn teksten die kandidaten ook in het dagelijks leven kunnen tegenkomen en de vragen die gesteld worden passen bij het leesdoel van de teksten. Technische leesvaardigheid woorden horen, alternatieven kiezen woorden zien, alternatieven kiezen Functionele leesvaardigheid leesteksten vragen per tekst Afnamecondities Het examenonderdeel Leesvaardigheid wordt volledig digitaal afgenomen via de computer. Hierbij wordt een minimaal beroep gedaan op de computervaardigheid van de kandidaat. De kandidaat moet het juiste antwoord aanklikken met de muis, en eveneens met de muis aangeven dat hij naar de volgende vraag wil. Als hij terug wil naar een vorige vraag kan dat ook door een muisklik. Duur van het examen Het examenonderdeel Leesvaardigheid duurt 35 minuten. Beoordeling en resultaat Alle antwoorden worden automatisch beoordeeld. Ieder examenonderdeel moet met een voldoende afgerond worden om het resultaat geslaagd te krijgen. Het is niet mogelijk om te compenseren. Het eindresultaat van het examen wordt uitgedrukt in een cijfer, een heel getal tussen 1 en 10. Als de kandidaat een van beide onderdelen onvoldoende heeft gemaakt, moet hij beide onderdelen herkansen. SPREEKVAARDIGHEID Inhoud van het examen Met het examenonderdeel Spreekvaardigheid wordt gemeten in hoeverre kandidaten Nederlands kunnen spreken. Kandidaten moeten vragen beantwoorden en gesproken zinnen afmaken. Het examenonderdeel Spreekvaardigheid bestaat uit 2 delen: 1. Vraag en antwoord De kandidaat krijgt vragen en dient hierbij zelf zijn antwoorden te formuleren. De vragen in dit onderdeel zijn functioneel van karakter, het zijn vragen die kandidaten ook in het dagelijks leven zouden kunnen tegenkomen. Bijvoorbeeld: Wat heeft u gisteren gedaan? Wat eet u graag? Hoe oud bent u? 2. Zinnen afmaken De kandidaat hoort een korte zin, gevolgd door het eerste gedeelte van een zin die door de kandidaat aangevuld moet worden. Een afbeelding op het scherm geeft hulp bij de interpretatie van de situatie die in de eerste zin wordt geschetst. Bijvoorbeeld: Maria eet veel fruit. Zij vindt fruit..., ondersteund door een afbeelding van een schaal fruit. 10 NAAR NEDERLAND
11 Spreken A1 Vraag en antwoord Spreken A1 Zinnen afmaken Toets leider Foto Afnamecondities Het examenonderdeel Spreekvaardigheid wordt volledig digitaal afgenomen via de computer. De kandidaat neemt plaats voor een beeldscherm, waarop een video van een menselijke toetsleider zichtbaar is. De toetsleider stelt mondeling vragen, waarbij de kandidaat de uitdrukking en mimiek van de toetsleider op het scherm kan zien. De kandidaat beluistert via de headset de vragen en kan zijn antwoorden vervolgens via de headset inspreken. Bij het tweede onderdeel leest en hoort de kandidaat de vraag en wordt ter ondersteuning bij de vraag een afbeelding getoond. De kandidaat kan zijn antwoord vervolgens via de headset inspreken. Duur van het examen Het examenonderdeel Spreekvaardigheid duurt 30 minuten. Beoordeling en resultaat Alle antwoorden van de kandidaat worden beoordeeld door menselijke beoordelaars. Het examen wordt met een gestandaardiseerd beoordelingsmodel door twee beoordelaars beoordeeld op inhoudelijke adequaatheid en een aantal vormaspecten, in lijn met de in het Raamwerk NT2 vermelde criteria voor de taakuitvoering. Het beoordelingsmodel staat gepubliceerd op Ieder examenonderdeel moet met een voldoende afgerond worden om het resultaat geslaagd te krijgen. Het is niet mogelijk om te compenseren. Het eindresultaat van het examen wordt uitgedrukt in een cijfer, een heel getal tussen 1 en 10. Als de kandidaat een van beide onderdelen onvoldoende heeft gemaakt, moet hij beide onderdelen herkansen. KENNIS VAN DE NEDERLANDSE SAMENLEVING Inhoud van het examen Het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving bevat 30 vragen, behorende bij foto s die geselecteerd zijn uit de film Naar Nederland. De vragen veronderstellen dat kandidaten kennis genomen hebben van de film Naar Nederland (in de eigen taal of in het Nederlands). Het examenonderdeel bevat 30 vragen uit een totale verzameling van 100 vragen. De examenstof bestaat uit de inhoud van de film Naar Nederland en de 100 vragen en antwoorden daarbij. De kandidaat kan kennis nemen van alle vragen uit de totale verzameling van 100 vragen via het zelfstudiepakket. Met de film Naar Nederland, het fotoboek en de bijbehorende DVD (met daarop de langzaam uitgesproken vragen en antwoorden) kunnen kandidaten zich voorbereiden op het examen. Inhoud van de vragen De vragen hebben betrekking op de kernpunten uit de film Naar Nederland. Over zeven onderwerpen uit die film zal een kandidaat op het examen één of meerdere vragen gesteld krijgen: 1. Nederland: geografie, vervoer en wonen In dit onderdeel komen onder meer aan bod: de ligging van Nederland in de wereld, de ligging van Nederland in Europa, de ligging van Nederland t.o.v. de zeespiegel, de oppervlakte van Nederland, de Nederlands 11
12 bevolkingsdichtheid van Nederland, de wegen in Nederland, de vervoermiddelen in Nederland, de woningen in Nederland. 2. Geschiedenis In dit onderdeel komen onder meer aan bod: Willem van Oranje, de tachtigjarige oorlog, de Gouden Eeuw en de VOC, de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog, enkele naoorlogse ontwikkelingen. 3. Staatsinrichting, politiek en grondwet In dit onderdeel komen onder meer aan bod: democratie, de grondwet, het politieke stelsel, de belangrijkste grondrechten, rechten en verplichtingen, omgangsvormen. 4. De Nederlandse taal en het belang van het leren ervan In dit onderdeel komen onder meer aan bod: de Nederlandse taal, lesmethoden, volwassenenonderwijs. 5. Opvoeding en onderwijs In dit onderdeel komen onder meer aan bod: Nederlandse opvoedmethoden, verantwoordelijkheid voor kinderen, onderwijsvormen. 6. Gezondheidszorg In dit onderdeel komen onder meer aan bod: verplichte ziektekostenverzekering, huisarts en gespecialiseerde artsen, consultatiebureau. 7. Werk en inkomen In dit onderdeel komen onder meer aan bod: wie werken er in Nederland, wanneer en waar moet je werk zoeken, in welke sectoren is er werk, regels sollicitatiegesprek in Nederland. Aard van de vragen De kandidaat ziet foto s en leest de vragen. De vragen worden ook uitgesproken in een langzaam spreektempo. De kandidaat ziet en hoort twee antwoordmogelijkheden. De kandidaat moet het juiste antwoord aanklikken met de muis. Voorbeeldvragen Voorbeeldvraag 1: U ziet de Nederlandse vlag. Wat zijn de kleuren van de Nederlandse vlag? Antwoorden: A) Rood, wit, blauw / B) Rood, wit, oranje Voorbeeldvraag 2: U ziet een foto. Wie is dit? Antwoorden: A) Koningin Maxima / B) Willem van Oranje Afnamecondities Het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving wordt volledig digitaal afgenomen via de computer. Het examen bestaat uit 30 items: de kandidaat ziet een foto, hoort de vraag en kiest vervolgens uit twee alternatieven het antwoord. De kandidaat moet het juiste antwoord met de muis selecteren. Duur van het examen Het examenonderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving bestaat uit één deel en duurt 30 minuten. 12 NAAR NEDERLAND
13 Beoordeling en resultaat De beoordeling van het examen wordt automatisch uitgevoerd. Het eindresultaat van het examen uitgedrukt in een cijfer, een heel getal tussen 1 en 10. Nederlands 13
14 Bahasa Indonesia 1. Pengantar Sejak 15 Maret 2006, pendatang baru tertentu yang berniat tinggal di Belanda untuk waktu yang lama, dan yang memerlukan izin tinggal sementara, harus lulus Ujian Dasar Integrasi Warga Negara di Luar Negeri sebelum keberangkatannya ke Belanda. Ini berlaku bagi mereka yang berusia antara 18 dan 65 tahun yang berniat membangun keluarga dengan seseorang di Belanda, atau ingin bersatu kembali dengan anggota keluarga yang sudah tinggal di Belanda. Pemuka agama yang ingin bekerja di Belanda, seperti imam atau pendeta, juga harus mengikuti Ujian Dasar Integrasi Warga Negara di Luar Negeri. Paket bimbingan mandiri ini akan membantu Anda memiliki pemahaman dasar tentang bahasa Belanda dan masyarakat Belanda. Paket ini juga akan membantu Anda menyiapkan diri untuk ujian. Panduan ini menjelaskan tiga bagian ujian dan apa yang harus Anda lakukan di setiap bagiannya. Panduan ini juga memaparkan keterampilan (bahasa) yang akan diperlukan selama ujian dan berisi saran berharga tentang cara menyiapkan diri untuk mengikuti ketiga bagian ujian. Selain paket bimbingan mandiri ini, rekan yang sudah tinggal di Belanda beberapa waktu akan bisa membantu persiapan Anda. Baca bersama panduan ini, perhatikan apa yang harus Anda pelajari, dan susun rencana belajar. Bahas urutan untuk menyelesaikan pelajaran dan cara cepat untuk melakukannya. Beri tahukan kemajuan kepada rekan Anda dan mintalah saran. 2. Ujian Apa yang dinilai dalam ujian ini? Ujian Dasar Integrasi Warga Negara di Luar Negeri terdiri dari tiga bagian. Anda harus lulus ketiga bagian tersebut agar bisa lulus ujian ini sepenuhnya. Jika gagal satu bagian, Anda hanya perlu mengulang bagian yang gagal tersebut. 1. Ujian Pengetahuan tentang Masyarakat Belanda (KNS) Bagian ini terdiri dari serangkaian pertanyaan tentang masyarakat Belanda. Dengan menggunakan komputer, Anda harus memilih jawaban yang benar untuk pertanyaan pilihan ganda tentang foto yang ditampilkan. Pertanyaan dan jawaban dalam bahasa Belanda. 2. Ujian bahasa lisan Bagian ujian ini menilai kemampuan Anda untuk memahami dan berbicara dalam bahasa Belanda. Kemampuan menyimak dan berbicara dasar yang diperlukan adalah Level A1 dari Kerangka Umum Referensi Pembelajaran Bahasa di Eropa (Common European Framework of Reference for Languages). 3. Literasi dan Pemahaman Bacaan Bahasa Belanda menggunakan abjad Latin (juga disebut abjad Romawi). Bagian ujian ini menilai kemampuan Anda untuk membaca dan memahami tulisan berbahasa Belanda di Level A1 Kerangka Umum Referensi Pembelajaran Bahasa di Eropa (Common European Framework of Reference for Languages). 3. Isi paket ini Paket bimbingan mandiri ini memungkinkan Anda menyiapkan diri untuk mengerjakan tiga bagian ujian secara mandiri dan sesuai kemampuan Anda. Paket ini terdiri dari referensi berikut: 14 NAAR NEDERLAND
15 Panduan ini, dilengkapi CD audio DVD video Naar Nederland Buku foto dengan CD audio Buku latihan dengan CD audio DVD yang berisi program latihan digital Kode login untuk program latihan online 4. Menyiapkan diri untuk mengkuti ujian KNS Video Naar Nederland Tes Pengetahuan tentang Masyarakat Belanda (KNS) menilai pemahaman Anda tentang Belanda. Semua yang perlu Anda ketahui ada di video Naar Nederland. Anda juga akan melihat cara hidup di Belanda, cara saling berinteraksi, dan apa saja adat dan kebiasaan masyarakatnya. Anda juga akan mempelajari beberapa hal praktis yang perlu Anda ketahui saat tinggal di Belanda. Durasi video sekitar 110 menit. Video dibagi ke dalam beberapa bagian yang mencakup tema berikut: 1. Belanda: geografi, transportasi dan perumahan 2. Sejarah 3. Pemerintahan, politik dan konstitusi 4. Bahasa Belanda 5. Pengasuhan dan pendidikan 6. Pelayanan kesehatan 7. Pekerjaan dan penghasilan Buku foto dengan seratus pertanyaan Video ini dilengkapi buku foto dan CD audio. Dalam buku foto ini Anda akan menemukan seratus foto bernomor yang menampilkan adeganadegan dari video. Ada pertanyaan untuk masingmasing foto tersebut, yang juga akan Anda dengarkan dari CD dalam urutan yang sama. Pertanyaannya dalam bahasa Belanda. Jawabannya juga dalam bahasa Belanda. Anda bisa membaca semua pertanyaan dan jawaban di buku foto dan bisa mendengarkan semuanya di CD audio. Anda harus mengetahui semua jawabannya saat mengikuti tes. Ujian terdiri dari tiga puluh pertanyaan yang dipilih dari seratus pertanyaan dalam buku foto dan CD. Petunjuk Ada enam DVD dalam paket ini, yang semuanya berisi video yang sama. DVD 1, 2 dan 3 cocok untuk PAL/SECAM. DVD 4, 5 dan 6 cocok untuk NTSC. Anda harus memilih DVD yang kompatibel dengan sistem yang digunakan di negara Anda. Baca panduan pengguna pemutar DVD dan/atau TV Anda, atau kunjungi situs web untuk informasi selengkapnya. Label masingmasing DVD menunjukkan bahasa dukungan yang tersedia: Belanda, Arab Standar, Arab Maroko, Mandarin, Dari, Inggris, Prancis, Bahasa Indonesia, Kurdi (Kurmanji), Pashto, Portugis, Rusia, Spanyol, Tarifit (Rif Berber), Thai, Somali Standar, Urdu dan Vietnam. Masukkan DVD yang sesuai ke dalam pemutar DVD Anda dan pilih bahasa yang diperlukan dari menu. Anda juga bisa memilih untuk menonton semua video atau langsung ke bagian tertentu. Untuk menyiapkan diri sepenuhnya untuk mengikuti ujian, Anda harus: 1 Menonton video berkalikali dalam bahasa Anda hingga paham dengan isinya. 2 Lalu tonton video dalam bahasa Belanda. 3. Tonton masingmasing bagian video dalam bahasa Anda sendiri dan bahasa Belanda. 4. Berlatihlah menjawab pertanyaan di buku foto untuk masingmasing bagian. 5. Dengarkan pertanyaan di CD audio. Dengarkan jawabannya. 6. Berlatihlah menjawab pertanyaanpertanyaan tersebut hingga Anda ingat semua jawabannya. Bahasa Indonesia 15
16 7. Berlatihlah menjawab pertanyaan secara acak (tidak hanya mengikuti urutan dalam buku foto dan CD). 8. Tonton video lagi dalam bahasa Belanda. Karena sekarang Anda sudah tahu pertanyaan dan jawabannya, Anda akan jauh lebih paham. Menyiapkan diri untuk tes KNS tidak akan selama menyiapkan diri untuk dua tes bahasa. Sebaiknya Anda memadukan persiapan Anda untuk tiga bagian. Video menggunakan banyak kata yang juga akan disertakan dalam tes bahasa. Dengan sering menonton dan menyimak video dalam versi bahasa Belanda secara teliti, Anda akan terbiasa dengan bunyibunyi dalam bahasa Belanda. 5. Menyiapkan diri untuk tes bahasa Buku latihan dan program elearning Jika Anda mempelajari semua pelajaran bahasa Belanda dalam paket ini, Anda akan belajar membaca, memahami dan berbicara bahasa Belanda sekaligus. Anda akan menyiapkan diri untuk tes bahasa lisan, serta tes membaca dan pemahaman. Sebelum mulai menyiapkan diri untuk tiga bagian ujian, Anda harus membiasakan diri dengan abjadnya. Bahasa Belanda ditulis dengan abjad Latin, seperti bahasa Eropa lainnya, misalnya Inggris, Spanyol, Prancis dan Portugis. Dua puluh pelajaran pertama memperkenalkan hurufhuruf abjad Latin dan semua bunyi yang digunakan dalam bahasa Belanda. Anda akan mempelajari cara merangkai hurufhuruf tersebut menjadi kata, dan seperti apa bunyinya saat diujarkan. Saat mempelajari itu, Anda juga akan belajar banyak kata bahasa Belanda yang berguna. Siswa yang lancar membaca dalam bahasanya sendiri dan terbiasa dengan abjad Latin bisa melewati dua puluh pelajaran pertama dan langsung mulai dengan Pelajaran 21. Namun, sebaiknya Anda mempelajari Pelajaran 1 hingga 4 dan Pelajaran 20, yang mempraktikkan bunyibunyi dan huruf dalam bahasa Belanda. Ada dua cara untuk mempelajari pelajaran ini: 1 Ikuti pelajaran dari buku latihan dan CD audio yang disertakan. Kursus bimbingan mandiri lengkap ini berisi 65 pelajaran dalam bahasa Belanda. Dengan mengikuti semua pelajaran, Anda akan belajar memahami, bicara dan membaca bahasa Belanda. Anda akan memerlukan pemutar CD. 2 Ikuti pelajaran di komputer. Jika memiliki (akses ke) komputer, Anda bisa menggunakan program latihan digital yang disertakan dalam paket ini. Paket ini berisi pelajaran yang sama seperti di buku. Anda bisa menginstal program latihan ini di komputer dari DVD. Atau, Anda bisa mengikuti pelajaran secara online (dengan menggunakan kode login yang disertakan). Kelebihan program latihan online adalah rekan Anda bisa memantau kemajuan Anda. Anda bisa mengulang program latihan ini sesering yang Anda mau. Tentu, Anda bisa memadukan kedua metode ini. Petunjuk penggunaan buku latihan Umum Perhatikan petunjuk di atas masingmasing latihan. Lihat gambar dan contohnya. Tidak semua orang perlu melakukan semua latihan. Jika Anda tidak lancar membaca atau memiliki pendidikan tingkat dasar saja, Anda bisa melewati bagian yang berwarna oranye. Anda juga tidak perlu menyelesaikan latihan yang bertanda bintang oranye. Tips: gunakan pensil. Agar Anda bisa memperbaiki jawaban dan melakukan latihan ini lagi. Belajarlah dengan seseorang yang bisa berbicara bahasa Belanda. Dia akan bisa memberi tahu apakah pelafalan Anda benar. 16 NAAR NEDERLAND
17 Rekan Anda bisa membantu menerjemahkan kata. Panduan ini berisi daftar kata ( glosarium ) dalam bahasa Anda sendiri. Daftar ini juga disertakan dalam CD audio. Daftar ini bisa diunduh dalam berbagai bahasa dari Anda dan rekan Anda bisa mencetaknya untuk referensi mendatang. Siswa dengan keterampilan literasi terbatas dan/atau tidak terbiasa dengan abjad Latin Pelajaran 1 hingga 20 memperkenalkan abjad Latin, bunyi yang digunakan dalam bahasa Belanda dan beberapa kata bahasa Belanda. Setelah menyelesaikan pelajaran ini, Anda akan bisa membaca bahasa Belanda dalam tingkat dasar. Pelajaran 21 hingga 65 akan mengajari Anda cara berbicara, memahami dan membaca kata dan kalimat dalam bahasa Belanda. Setelah menyelesaikan semua pelajaran, Anda akan bisa mengikuti tes latihan. Siswa yang sudah terbiasa dengan abjad Latin Pelajaran 1 hingga 4 memperkenalkan bunyibunyi yang digunakan dalam bahasa Belanda. Pelajaran 20 berkenaan dengan huruf dan bunyi yang digunakan dalam bahasa Belanda. Pelajaran 21 hingga 65 akan mengajari Anda cara berbicara, memahami dan membaca kata dan kalimat dalam bahasa Belanda. Setelah menyelesaikan semua pelajaran, Anda akan bisa mengikuti tes latihan. Petunjuk program elearning Perhatikan petunjuk di atas masingmasing latihan. Anda bisa mendengarkan petunjuk dalam bahasa Anda sendiri dengan mengeklik ikon pengeras suara di layar. Perhatikan juga contoh yang diberikan di awal masingmasing latihan. Jika memungkinkan, belajarlah bersama seseorang yang bisa berbicara bahasa Belanda, seperti rekan, anggota keluarga atau sahabat. Dia akan bisa memberi tahu apakah pelafalan Anda benar. Orang ini juga bisa login ke program latihan online untuk memantau kemajuan Anda. Ikon petunjuk yang digunakan dalam latihan baca / tonton / lihat ulangi / baca / baca keras simak / dengarkan arahkan ke / pilih lingkari buat garis lengkapi kata yang kosong bunyi klik / pilih hitung dari kiri ke kanan dari atas ke bawah pertanyaan lawan 6. Petunjuk teknis untuk program elearning Membuka program elearning Program komputer ini bisa digunakan dengan dua cara: (1) online, (2) dari DVD yang disertakan. 1 Menggunakan program elearning secara online Gunakan komputer dengan akses internet Buka browser web Anda Buka Bahasa Indonesia 17
18 Klik tombol merah bertanda Login elearning Masukkan kode login yang akan Anda temukan di paket ini Ikuti petunjuk di layar 2 Menggunakan DVD elearning Gunakan komputer yang dilengkapi pemutar DVD Masukkan DVD ke pemutar DVD Program elearning akan otomatis dibuka (mungkin perlu waktu beberapa menit) Ikuti petunjuk di layar Setelah program elearning terbuka, Anda akan melihat layar dengan pengaturan pribadi Anda. Di layar ini, Anda bisa (1) memasukkan nama, (2) memilih bahasa dukungan, dan (3) memilih rute belajar Anda. Ada tiga kemungkinan rute belajar: Rute belajar 1: untuk peserta yang tidak lancar membaca dan/atau tidak terbiasa dengan abjad Latin, dan mereka yang mengenyam pendidikan di bawah enam tahun. Rute belajar 2: bagi peserta yang minimal sudah menamatkan pendidikan tingkat menengah dan terbiasa dengan abjad Latin. Rute belajar 3: bagi siswa yang sudah menamatkan pendidikan tingkat menengah atau atas dan terbiasa dengan abjad Latin. Jika tidak yakin, pilih Rute belajar 1. Anda nantinya selalu bisa beralih ke rute belajar lainnya. Jika ada pertanyaan tentang program elearning, buka dan klik tautan berjudul FAQ. Di bagian tersebut Anda akan menemukan jawaban untuk pertanyaan terpenting. 7. Tes latihan: Bahasa Lisan dan Membaca dan Pemahaman Setelah menyelesaikan semua pelajaran, Anda akan cukup mengetahui bahasa Belanda untuk mengikuti tes latihan. Anda perlu mengetahui jenis pertanyaan apa yang akan diterima selama Ujian Dasar Integrasi Warga Negara di Luar Negeri yang sebenarnya. Anda pastinya sudah menjawab berbagai pertanyaan saat menyelesaikan latihan di buku latihan dan program elearning. Bagian terakhir persiapan Anda meliputi melakukan tes latihan, yang sangat mirip dengan ujian yang sebenarnya. Tes latihan: informasi umum Ujian Dasar Integrasi Warga Negara di Luar Negeri dilakukan menggunakan komputer. Begitu juga dengan ujian Membaca dan Bahasa Lisan, yang membiasakan Anda dengan prosedur ujian itu sendiri. Gunakan contoh tes Membaca dan Pemahaman untuk mengetahui apakah Anda bisa membaca dalam bahasa Belanda dengan cukup baik agar lulus ujian yang sebenarnya, dan contoh tes Bahasa Lisan untuk mengetahui apakah Anda memahami bahasa lisan dan bisa berbicara bahasa Belanda dengan cukup baik agar bisa lulus bagian ujian ini. Kedua tes latihan ini bisa diakses di situs web Tes latihan ini gratis dan bisa Anda ulangi sesering yang Anda mau. Cara melakukan tes latihan Buka Pilih tes yang ingin Anda lakukan: Membaca dan Pemahaman atau Bahasa Lisan. Baca dan simak petunjuknya. Jawab pertanyaannya. 18 NAAR NEDERLAND
19 Setelah selesai melakukan contoh tes Membaca, skor Anda akan ditampilkan. Ini menunjukkan seberapa baik hasil tes Anda. Komputer tidak bisa menilai tes Bahasa Lisan sehingga tidak ada skor yang ditampilkan. 8. Informasi lebih lanjut Situs web menyertakan Tautan ke beberapa sumber informasi lebih lanjut yang berguna, dan jawaban atas Pertanyaan yang Sering Diajukan (FAQ) tentang paket bimbingan ini serta Ujian Dasar Integrasi Warga Negara di Luar Negeri. Informasi tentang cara mendaftar untuk mengikuti ujian ada di Organisasi yang bertanggung jawab untuk mengelola Ujian Dasar Integrasi Warga Negara di Luar Negeri adalah Badan Eksekutif Pendidikan (Education Executive Agency/DUO), yang juga bisa menjawab pertanyaan Anda lebih lanjut, jika ada. Bahasa Indonesia 19
20 Woordenlijst Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Les 21 wat is uw naam (de) dag mevrouw (de) goedemiddag kan (kunnen) ik u helpen (helpen) wil (willen) mij graag inschrijven (inschrijven) goed mijn waar woont (wonen) woon (wonen) in Rotterdam en adres (het) Hoofdstraat weet (weten) de postcode (de) ja hebt (hebben) telefoon (de) nummer (het) dat een makkelijk ook mobiel zeker even denken (denken) wacht (wachten) kijk (kijken) boekje (het) hier staat(staan) het moeilijk vergeet (vergeten) steeds nul één twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien Les 22 vragen (de) kennen (kennen) wij elkaar geloof (geloven) niet jij bij straat (de) zie jou vaak fietsen (fietsen) met hoe heet (heten) ben (zijn) je alleen nee vriend (de) hij daar vrouw (de) siapa Anda nama selamat pagi/siang sore ibu selamat siang dapat saya Anda bantu ingin (= graag willen) diri ingin (= graag willen) mendaftarkan baik saya di mana tinggal tinggal di Rotterdam kota besar dan alamat Hoofdstraat (jalan raya) tahu kode pos ya punya tilpon nomor itu mudah juga hp tentu sebentar memikir tunggu tengok buku di sini ada sulit lupa selalu nol satu dua tiga empat lima enam tujuh delapan sembilan sepuluh pertanyaan kenal kita saling kira tidak kamu di jalan melihat kamu sering naik sepeda dengan siapa nama kamu sendiri tidak teman dia di situ istri er ze staan (staan) onze kinderen (het kind) die jongen (de) dat meisje (het) o zijn (zijn) jouw leuke ze spelen (spelen) altijd buiten heten (heten) ze zoon (de) dochter (de) oud twaalf bijna elf heb (hebben) geen nog jong 24 (vierentwintig) dertien veertien vijftien zestien zeventien achttien negentien twintig dertig veertig vijftig zestig zeventig tachtig negentig honderd Les 23 ons huis (het) dit zien (zien) deur (de) kom (komen) binnen welkom woonkamer (de) keuken (de) achter eten (eten) maar trap (de) zo ga (gaan) naar boven op eerste verdieping (de) badkamer (de) slaapkamers (de) slaapkamer (de) hebben (hebben) hun eigen kamer (de) deze tweede kleine liggen (liggen) ruimte (de) we allerlei spullen (de) dia berdiri kami anakanak itu anak lakilaki itu anak perempuan O mu (jouw man = suamimu) lucu mereka bermain selalu di luar nama (hoe heten ze = siapa nama mereka) mereka anak lakilaki anak perempuan umur (hoe oud zijn ze = umur berapa mereka) dua belas hampir sebelas punya tidak belum muda 24 (dua puluh empat) tiga belas empat belas lima belas enam belas tujuh belas delapan belas sembilan belas dua puluh tiga puluh empat puluh lima puluh enam puluh tujuh puluh delapan puluh sembilan puluh seratus kami rumah ini melihat pintu mari / silakan masuk selamat datang kamar duduk dapur di belakang makan silakan (= kom maar) tangga begini pergi ke atas di pertama lantai kamar mandi kamarkamar tidur kamar tidur mempunyai mereka sendiri kamar ini kedua kecil berada ruangan kami berbagai barang dingen (het ding) nodig nu alles gezien best wel ruime woning (de) hè eten (het) maken (maken) het toilet (het) beneden gang (de) links licht (het) zit (zitten) rechts Les 24 seizoenen (het seizoen) januari Nederland winter (de) dagen (de) kort nachten (de) lang vandaag erg koud toch buiten doe aan (aandoen) dan dikke jas (de) blijf (blijven) binnen warm april wordt (worden) voorjaar (het) fijn seizoen (het) worden (worden) langer warmer gaan zonder eindelijk lente (de) wat mooi al bloemen (de) juli zomer (de) heerlijk weer (het) niemand draagt (dragen) weken (de) droog vrij want scholen (de school) dicht oktober najaar (het) bladeren (het blad) rood geel regent (regenen) veel nat donker gezellig moet hond (de) kalender (de) februari maart mei juni augustus barang perlukan sekarang semua melihat cukup luas rumah bukan makanan membuat kamar kecil di bawah hall sebelah kiri lampu ada sebelah kanan musimmusim Januari negeri Belanda musim dingin harihari pendek malammalam panjang hari ini sangat dingin namun di luar pakai maka tebal jas tinggal di dalam hangat April menjadi musim semi menyenangkan musim menjadi lebih panjang lebih panas pergi tanpa akhirnya musim semi apa bagus semua bunga Juli musim panas enak sekali cuaca tidak seorang pun memakai minggu tidak hujan berlibur karena sekolahsekolah tutup Oktober musim gugur daundaun merah kuning hujan sering basah gelap menyenangkan harus anjing kalender Februari Maret Mei Juni Agustus 20 NAAR NEDERLAND
21 Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia september november december Les 25 De dagen van de week werk (het) lerares (de) school (de) noemen (noemen) juf (de) juffrouw (de) laat begint (beginnen) om half tussen middag (de) tot kwart voor wanneer klaar uur (het) lessen (de) stopt (stoppen) mogen (mogen) opruimen (opruimen) sluit werkt (werken) jouw man (de) bank (de) per soms druk weekend (het) hoeft (hoeven) nooit te werken (werken) gesloten (sluiten) klok (de) één uur kwart over één half twee kwart voor twee uur (het) een half uur kwartier (het) minuut (de) seconde (de) anderhalf uur agenda (de) maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag s ochtends s morgens morgen (de) ochtend s middags s avonds avond (de) s nachts nacht (de) LES 26 eten (het) drinken (het) iets laten (laten) zitten (zitten) aan tafel (de) raam (het) stoelen (de stoel) zullen (zullen) nemen (nemen) broodje (het) kaas (de) niets anders September November Desember harihari minggu bekerja guru sekolah memanggil bu guru ibu guru berapa (jam berapa?) mulai pada (jam setengah empat) setengah di seputar tengah hari sampai seperempat kurang kapan selesai jam les berhenti boleh beresberes menutup bekerja mu (jouw man = suamimu) suami bank per kadangkadang sibuk akhir pekan harus tidak pernah (onvertaald) bekerja tutup jam jam satu jam satu lewat seperempat jam setengah dua jam dua kurang seperempat jam setengah jam seperempat jam menit detik satu setengah jam agenda hari Senin hari Selasa hari Rabu hari Kamis hari Jumat hari Sabtu hari Minggu pagi hari pagi hari pagi pagi siang hari / sore hari malam hari malam malam hari malam makanan minum sesuatu mari duduk di meja jendela kursi akan ambil roti keju tidak apaapa (niets anders = tidak yang lain) lain zoveel honger heb zin in (zin hebben in) zin (de) iets warms kop (de) soep (de) lijkt (lijken) me lekker neem (nemen) vlees (het) drinken (drinken) glas (het) melk (de) haal (halen) zal (zullen) je geld (het) geven (geven) gek betalen (betalen) betaal (betalen) volgende keer (de) eet (eten) samen collega s (de collega) thuis hele (heel) gezin (het) meestal vis (de) groente (de) kip (de) vinden (vinden) ontbijt (het) brood (het) boter (de) kaas (de) kopje (het) thee (de) koffie (de) lunch (de) kop (de) soep (de) gebakken (bakken) ei (het) vlees (het) vis (de) aardappelen (de aardappel) groente (de) glas (het) water (het) Les 27 vroeg uit bed (het) doen (doen) eerst douchen (douchen) trek... aan (aantrekken) schone (schoon) kleren (de kleren) maak (maken) wakker help (helpen) wassen (wassen) aankleden (aankleden) taak (de) haar (het) ontbijt (het) iedereen behalve langzaam roep (roepen) nou te maakt... klaar (klaarmaken) lunch (de) oor (het) luisteren (luisteren) nieuws (het) is (zijn) wereld (de) gebeurd (gebeuren) vertrekt (vertrekken) begitu lapar ingin keinginan sesuatu yang hangat mangkuk sup menurut saya enak ambil daging minum gelas susu ambil akan kamu uang memberi gila membayar membayar lain kali makan bersama temanteman sekerja di rumah seluruh keluarga biasanya ikan sayuran ayam menganggap (lekker vinden = suka) sarapan roti mentega keju cangkir teh kopi makan siang mangkuk sup goreng telur daging ikan kentang sayuran gelas air putih pagipagi keluar dari tempat tidur dilakukan pertamatama ambil shower, mandi mengenakan bersih pakaian membangunkan membangunkan membantu mandi berpakaian tugas rambut sarapan semua kecuali lambat memanggil ayo terlalu (te laat = terlambat) menyiapkan makan siang telinga mendengarkan warta berita dunia terjadi berangkat als zijn ruimen.. op (opruimen) breng (brengen) heel programma (het) moe maar gelukkig koffie (de) kletsen (kletsen) aan het werk wekker (de) tijd (de) om... te op... staan (opstaan) Les 28 nieuwe (nieuw) mensen (de mens) buurt (de) wonen (wonen) familie (de) jongens (de jongen) hoek (de) foto (de) tuin (de) lange (lang) naast haar achternaam (de) oudste (oud) voor moeder (de) midden (het) jongste (jong) ouders (de ouder) grond (de) allemaal blond zoals ziet (zien) gisteren gepraat (praten) aardige (aardig) allebei gemeente (de) net als misschien vriendjes (het vriendje) vriendinnetjes (het vriendinnetje) Les 29 beter (goed) hallo tijd (de) ben ziek geweest (zijn) gelegen (liggen) pijn (de) hoofd (het) armen (de arm) benen (het been) heeft (hebben) dokter (de) gebeld (bellen) apotheek (de) om... te medicijnen (het medicijn) obatobat halen (halen) mengambil voel... me (zich voelen) merasa herfst (de) musim gugur door karena regen (de) hujan koude (koud) dinginnya voelen zich (zich voelen) slecht daarom blijven (blijven) kunt (kunnen) bent (zijn) zorgen (zorgen) drink (drinken) genoeg thee (de) water (het) bijvoorbeeld adviezen (het advies) sebagai nya merapikan mengantar acara capek tetapi syukur kopi berbincangbincang mulai bekerja weker waktu untuk bangun baru orang daerah tinggal keluarga anak lakilaki pojok foto kebun panjang di samping nya nama keluarga tertua di depan ibu di tengah paling muda orang tua lantai semua pirang sebagaimana lihat kemarin berbicara baik duaduanya kotapraja sama dengan mungkin teman teman lebih baik (= ik voel me nu beter, maar: peter is beter = Peter sembuh) halo waktu sakit berbaring sakit kepala lengan kaki sudah dokter menilpon apotek untuk merasa kurang enak badan karena itu tinggal bisa merawat minum cukup teh air putih misalnya nasihat Woordenlijst 21
22 Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia huisarts (de) leef (leven) gezond betekent (betekenen) beweeg (bewegen) regelmatig wandelen (wandelen) enzovoort minstens pas op (oppassen) slechte (slecht) gewoontes (de gewoonte) teveel vet rook (roken) weinig alcohol (de) voldoende rust (de) Les 30 fiets (de) reis (reizen) auto (de) stad (de) vind (vinden) praktisch weg (de) wegen (de weg) rond staat... stil (stilstaan) rijdt (rijden) groot probleem (het) files (de file) pak (pakken) bus (de) vol plaats (de) halte (de) wachten (wachten) dus liever (graag) nadelen (het nadeel) speciale (speciaal) trouwens hebt (geen) last van last (de) gewoon feit (het) verlies (verliezen) voordeel (het) korte (kort) afstanden (de afstand) waar daar... in heb je gelijk in (gelijk hebben in) gelijk (het) andere (ander) voordelen (het voordeel) goedkoper (goedkoop) beweging (de) Les 31 weg gaat (gaan) binnenkort Europa over enkele (enkel) maanden (de maand) voordat regelen (regelen) leert (leren) taal (de) toekomst (de) welk land (het) Nederlands moment (het) dat klopt klopt (kloppen) baan (de) hem wat voor doet (doen) als ik vragen mag vragen (vragen) mag (mogen) haven (de) dokter umum hidup sehat berarti bergerak dengan teratur jalan kaki dan lainlain paling tidak hatihati buruk kebiasaan terlalu banyak lemak merokok sedikit alkohol cukup istirahat sepeda naik mobil kota kira praktis jalan jalanjalan di sekitar mogok jalan besar masalah kemacetan ambil bus penuh tempat halte menunggu jadi lebih suka kerugian khusus namun (tidak) terganggu gangguan saja kenyataan kehilangan keuntungan dekat jarakjarak betul dalam hal itu kamu benar kebenaran lain keuntungan lebih murah bergerak berangkat (= vertrekken) pergi dalam waktu dekat Eropa dalam beberapa bulan sebelum mengurus belajar bahasa masa mendatang yang mana negara bahasa Belanda saat betul betul pekerjaan dia apa melakukan kalau boleh bertanya bertanya boleh pelabuhan schijnt (schijnen) zwaar verdient (verdienen) redelijk ligt (liggen) eigenlijk dichtbij Duitsland Frankrijk ken (kennen) Den Haag steden (de stad) wordt (worden) genoemd (noemen) hetzelfde leuk weer films (de film) foto s (de foto) culturen (de cultuur) komt... bij (bijkomen) eentje (het) Les 32 bent... jarig (jarig zijn) feestje (het) hoezo veertiende maandag (de) feest (het) begin (het) idee (het) zaterdag (de) oplossing (de) kunnen (kunnen) zondag (de) uitslapen (uitslapen) zaterdagavond (de) geef (geven) negentiende vlak kerst (de) afgesproken (afspreken) komt (komen) vertel (vertellen) eens boodschappen (de boodschap) gaat... mee (meegaan) alle tassen (de tas) dragen (dragen) handig zo n sterke (sterk) man (de) ontmoeten (ontmoeten) vrienden (de vriend) verder (ver) besteed (besteden) aandacht (de) daarna zoeken (zoeken) natuur (de) heel wat gevolg (het) zelfs Les 33 waarom omdat voor haar oefent (oefenen) elke (elk) vooral verstaan (verstaan) spreken (spreken) lezen (lezen) belangrijk toets (de) examen (het) bestaat uit onderdelen maakt computer deel hoort (horen) zin afmaken stem (de) zeg... na (nazeggen) katanya berat gajinya lumayan terletak sebenarnya dekat Jerman Perancis kenal Den Haag kotakota disebutkan disebutkan sama senang lagi filmfilm fotofoto kebudayaankebudayaan tambah satu berulang tahun pesta mengapa tanggal empat belas hari Senin pesta awal ide hari Sabtu pemecahan bisa hari Minggu tidur sampai siang malam Minggu mengadakan tanggal sembilan belas pas Natal janji datang cerita (cerita)lah belanja ikut semua tas menenteng praktis begitu kuat lakilaki berjumpa temanteman lalu memberikan perhatian sesudahnya mencari alam banyak sekali akibatnya bahkan mengapa karena untuk dia berlatih setiap terutama mengerti berbicara membaca penting ujian ujian meliputi / terdiri dari / ada bagian ikuti komputer bagian tes mendengar kalimat lengkapi suara ulangi wat vervolgens krijg (krijgen) hoeveel kwartier (het) eenvoudig spreek (spreken) duidelijk antwoord (het) geeft (geven) ander voorbeeld (het) vraag (de) noem (noemen) gebouw (het) les (de) krijgen (krijgen) zeggen (zeggen) deel (het) over welke (welk) manier (de) oefenen (oefenen) Nederlanders (de Nederlander) hen praten (praten) luister (luisteren) Nederlandse (Nederlands) radio (de) lees (lezen) mogelijk bedankt (bedanken) wilt (willen) kun (kunnen) voorbeeldexamen website kies oefenexamen (het) belt (bellen) wens (wensen) succes (het) Les 34 zaterdagochtend (de) van alles vers bruin wit brood (het) het liefst (graag) gesneden (snijden) eieren (het ei) fruit (het) gewone (gewoon) moeten (moeten) cadeautje (het) kopen (kopen) wie vanavond fles (de) wijn (de) chocola (de) daar... op is... gek op (gek zijn op) nieuw appartement (het) komen (komen) pas herinner.. me (zich herinneren) langs winkelcentrum (het) steeds maar rechtdoor voorbij kerk (de) meteen rechtsaf zondagmorgen (de) zijn (zijn) was (zijn) gisteravond nogal afgelopen (aflopen) hoeven (hoeven) op op tijd gegaan (gaan) yang kemudian mendapat berapa seperempat jam mudah bicara dengan jelas jawaban memberi lain contoh pertanyaan disebutkan gedung les mendapat mengatakan bagian tentang mana (op welke manier = bagaimana) cara berlatih orangorang Belanda mereka berbicara dengarkan Belanda radio bacalah mungkin terima kasih mau bisa tes latihan situs web pilih ulangan menilpon ucapkan sukses Sabtu pagi segala sesuatu yang baru dibuat coklat putih roti kalau bisa dipotong telurtelur buahbuahan biasa harus kado membeli siapa nanti malam botol anggur coklat itu suka sekali baru apartemen datang baru saja saya mengingat melalui pertokoan terus saja lurus lewat gereja langsung belok kanan Minggu pagi kemarin malam cukup selesai perlu bangun (= opstaan, op alleen kan niet) pada waktunya pergi 22 NAAR NEDERLAND
23 Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia kijken (kijken) televisie (de) zondagochtend (de) prettig vader (de) Les 35 bijzonders (bijzonder) hoe gaat het zo ziekenhuis (het) hart (het) opgenomen (opnemen) onderzoek (het) bloed (het) onderzocht (onderzoeken) vervelend hoelang paar hopen (hopen) dat ervandoor straks naar... toe het beste beste (goed) dank je wel dank (danken) tot ziens lichaam (het) haar (het) haren (de) hoofd (het) oog (het) ogen (de) neus (de) oor (het) oren (de) mond (de) lip (de) lippen (de) keel (de) nek (de) schouders (de schouder) borst (de) buik (de) rug (de) arm (de) been (het) armen (de arm) benen (het been) knie (de) hand (de) voet (de) handen (de hand) voeten (de voet) vinger (de) teen (de) vingers (de vinger) tenen (de teen) huisarts (de) tandarts (de) bel (bellen) arts (de) praktijk (de) afspraak (de) via spreekuur (het) hou daar rekening mee (rekening houden met) daar... mee rekening (de) wachtkamer (de) stelt (stellen) zo... mogelijk volgt (volgen) klein stuurt (sturen) specialist (de) Les 36 derde kind (het) oudere (oud) broers (de broer) zussen (de zus) zelf getrouwd (trouwen) inmiddels nonton tv Minggu pagi menyenangkan ayah khusus (niets bijzonders = tidak ada apaapa) apa kabar begitu rumah sakit jantung diopname pemeriksaan darah diperiksa tidak enak berapa lama beberapa harap bahwa pergi (= gaan) nanti ke dia semoga cepat sembuh terbaik terima kasih terima kasih sampai jumpa badan rambut rambut kepala mata mata hidung telinga telinga mulut bibir bibir kerongkongan tengkuk bahu dada perut punggung lengan kaki lengan kaki lutut tangan kaki tangan kaki jari jari kaki jarijari jarijari kaki dokter umum dokter gigi menilpon dokter praktek janji lewat jam bicara harap diperhitungkannya nya harap diperhitungkannya = hou daar rekening mee ruang tunggu mengajukan se mungkin menyusul kecil mengirimkan spesialis ketiga anak lebih tua kakak lakilaki adik perempuan sendiri menikah sudah leven (het) verandert (veranderen) krijgt (krijgen) uiteraard organiseren (organiseren) zolang beide is... het geval geval (het) speelt (spelen) piano (de) houdt van (houden van) muziek (de) voetbal veld (het) trainen (trainen) ver erheen brengen (brengen) halen (halen) als taken (de taak) begrijp (begrijpen) net bedrijf (het) grappige (grappig) uitspraak (de) voorbeelden (het voorbeeld) taken (de taak) naast boodschappen doen (doen) eten (het) klaarmaken (klaarmaken) memasak voor... zorgen (zorgen voor) mengurus schone (schoon) bersih kleren pakaian spelletjes (het spelletje) permainan Les 37 verplicht volgens wet (de) vanaf leeftijd (de) jaar (het) beginnen (beginnen) eerder leren (leren) belangrijke (belangrijk) zaken (de zaak) tellen (tellen) rekenen (rekenen) geschiedenis (de) vak (het) kennis (de) verleden (het) landen (het land) aarde (de) bekende (bekend) dergelijke (dergelijk) sport (de) bewegen (bewegen) tekenen (tekenen) zingen (zingen) liedjes (het liedje) woorden (het woord) Les 38 talen (de taal) tegenwoordig Engels tijdens zulke (zulk) kring (de) spelletjes (het spelletje) leerkracht (de) onder leiding van onder leiding (de) Engelse gebeurt (gebeuren) groep (de) aangeboden (aanbieden) jong geleerd, oud gedaan geleerd (leren) gedaan (doen) volgen (volgen) hidup berubah mendapat tentu saja mengurus selama kedua begitu begitu main piano suka musik sepak bola lapangan latihan jauh ke sana mengantar menjemput kalau tugas mengerti seperti perusahaan lucu ucapan contohcontoh tugastugas di samping belanja makanan wajib menurut undangundang sejak umur tahun mulai lebih awal belajar penting halhal menghitung menghitung sejarah mata pelajaran pengetahuan zaman dulu negaranegara dunia terkenal dan sebagainya olah raga gerak badan bergambar nyanyi lagulagu katakata bahasabahasa sekarang ini bahasa Inggris dalam itu lingkaran permainan tenaga pengajar di bawah pimpinan bawah pimpinan Inggris terjadi grup diberikan kecil teranjaanja, besar terbawabawa belajar melakukan mengikuti onderwijs (het) verschilt (verschillen) van... tot... sommigen (sommige) verlaten (verlaten) pas diploma (het) opleiding (de) af zowel... als universiteit (de) richtingen (de) kiezen (kiezen) Les 39 wedstrijd (de) voetballen (voetballen) vanochtend winnen (winnen) ervan gedroomd (dromen) hoewel een stuk (het stuk) ouder (oud) dezelfde ploeg (de) jeugd (de) start (starten) gras (het) doel (het) logisch vrij normaal linkerkant (de) lijn (de) centraal helft (de) zwak raakt (raken) bal (de) telkens verkeerd rent (rennen) springt (springen) lukt (lukken) in vorm vorm (de) scherp slapen (slapen) roept (roepen) broer (de) speler (de) schiet (schieten) hard pakt (pakken) handen (de hand) uit laat... vallen (laten vallen) vallen (vallen) reageert (reageren) vlug Les 40 ruim pauze (de) spelers (de speler) lekkers (lekker) daar... van energie (de) wat strafschop (de) gouden (goud) kans (de) hoog ruzie (de) lelijk schreeuwen (schreeuwen) vechten (vechten) resultaat (het) willen (willen) kracht (de) verdwijnt (verdwijnen) vies gooit (gooien) tas (de) vloer (de) hoef (hoeven) niks zegt (zeggen) pendidikan berbeda sejak sampai ada yang meninggalkan baru ijazah pendidikan selesai baik... maupun universitas jurusan memilih pertandingan sepak bola pagi ini menang tentang itu mimpi meskipun jauh lebih tua yang sama tim anak mulai rumput gol masuk akal cukup biasanya sebelah kiri garis di tengah paruh lemah mengenai bola setiap kali salah berlari berlompat berhasil fit tajam tidur panggil adik lakilaki pemain menendang keras menangkap tangan dari jatuh jatuh bereaksi cepat lebih dari istirahat para pemain enak itu energi agak penalti emas kesempatan tinggi pertengkaran (ruzie krijgen = mulai bertengkar) jelek berteriakteriak memperjuangkan hasil akhir mau tenaga menghilang kotor melemparkan tas lantai perlu tidak apaapa kata Woordenlijst 23
24 Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia verloren (verliezen) huilen (huilen) kom op (opkomen) beetje (het) flink hoor (horen) hete (heet) douche (de) jullie eindstand (de) LES 41 bellen (bellen) schrijven (schrijven) buitenland (het) hou (houden) contact (het) verschillende (verschillend) manieren (de manier) makkelijker (makkelijk) dan vroeger toen brief (de) sturen (sturen) duur goedkoop gratis computer (de) post (de) pen (de) papier (het) schrijft (schrijven) hand (de) kaartje (het) mailen (mailen) snel gemakkelijk normale (normaal) functie (de) persoonlijk op vakantie vakantie (de) stel je voor (zich voorstellen) iemand gestorven (sterven) liefs hartelijke (hartelijk) groeten (de groet) gauw heer (de) mevrouw (de) hoogachtend (hoogachten) LES 42 op bezoek bezoek (het) uitgenodigd (uitnodigen) collega (de) morgen neemt... afscheid (afscheidnemen) afscheid (het) is van plan (van plan zijn) plan (het) nadenken (nadenken) agenda (de) gezet (zetten) beloofd (beloven) meenemen (meenemen) koop (kopen) boek (het) hang... op (ophangen) kast (de) onder meegebracht (meebrengen) pakje (het) platteland (het) gebouwen (het gebouw) bladzijden (de bladzijde) ernaast verhaal (het) prachtig leg (leggen) direct bekijken (bekijken) voorstellen (voorstellen) kalah menangis ayolah sedikit kuat dong panas shower kalian hasil akhir menilpon menulis luar negeri tetap mengadakan kontak berbagai cara mudah daripada dahulu waktu itu surat mengirimkan mahal murah gratis komputer pos pena kertas menulis tangan kartu mengirimkan cepat mudah biasa fungsi pribadi sedang berlibur liburan bayangkanlah seseorang meninggal salam manis hangat salam cepat bapak ibu yang terhormat berkunjung kunjungan diundang teman sekerja besok berpisahan perpisahan bermaksud maksud berpikir (even nadenken: pikir sebentar) agenda mencatat berjanji membawa membeli buku menggantungkan lemari di bawah bawa bungkusan pedesaan gedunggedung halamanhalaman di sampingnya cerita bagus sekali menaruh langsung melihat memperkenalkan zus (de) fris pakken (pakken) er... bij alsof ziet er... uit (eruit zien) gebakken (bakken) LES in mooie (mooi) schoenen (de schoen) broek (de) zoekt (zoeken) goedkope (goedkoop) bril (de) tevoren mee zaak (de)... in... uit z n vindt (vinden) interessant ga mee (meegaan) trek... aan gauw m n op stap stap (de) ontzettend ongeveer anderhalf prachtige (prachtig) gevonden (vinden) precies goede (goed) maat (de) blauwe (blauw) zware (zwaar) boeken (het boek) gekregen (krijgen) op stelt voor (voorstellen) zouden (zullen) krijgt een kleur kleur (de) gezicht (het) grapje (het) eerlijk boos stom helemaal grappig nooit meer ijsje (het) vraagt (vragen) ikke roepen (roepen) tegelijk vergeten (vergeten) euro s (de euro) briefje (het) eurocent (de) op portemonnee (de) leeg LES 44 bevalt (bevallen) zij meneer (de) China geboren prima lastig absoluut smaak (de) punt (het) gesprek (het) voeren (voeren) Nederlander (de) omhoog waar... vandaan Turkije tijdje (het) vergelijk (vergelijken) bijzonder zachte (zacht) strenge (streng) kakak perempuan, adik perempuan minuman dingin ambil dengannya seolaholah kelihatan menggoreng masuk bagus sepatu celana mencari murah kaca mata sebelumnya ikut toko masuk keluar nya menurut (dat vindt hij wel interessant = itu menarik menurut dia) menarik ikut memakai cepat ku jalanjalan langkah sangat kirakira satu setengah bagus sekali menemukan tepat baik ukuran biru berat bukubuku mendapat habis menganjurkan akan menjadi merah warna wajah lelucon adil marah menyebalkan sama sekali lucu tidak pernah eskrim tanya aku teriak bersamaan melupakan Euro uang kertas sen Euro habis dompet kosong terasa dia bapak Tionghoa lahir baik sekali sulit sama sekali selera hal pembicaraan mengadakan orang Belanda ke atas dari mana Turki beberapa waktu membandingkan spesial lembut dingin sekali sneeuw (de) overal ruiken (ruiken) houd... van (houden van) kleuren (de kleur) stevige (stevig) wind (de) zee (de) ongewoon gescheiden (scheiden) afval (het) groen grijs daar... aan wennen sociale (sociaal) band (de) sterk ons juist grote (groot) rol (de) moeilijkste (moeilijk) blijft (blijven) woord (het) verschrikkelijk vreselijk LES 45 leraar (de) studie (de) inderdaad kost... moeite kost (kosten) moeite (de) volg (volgen) cursus (de) docent (de) leer (leren) zelfstudie (de) gebruik (gebruiken) daar... in onder andere passages (de passage) materiaal (het) controleert (controleren) uitspreekt (uitspreken) verbetert (verbeteren) uitspraak (de) saai klas (de) leuker (leuk) vriendin (de) toevallig mekaar tenminste proberen (proberen) niveau (het) laag LES 46 onmogelijk ervaring (de) Duits Frans in ieder geval ieder actief opnieuw eenvoudige (eenvoudig) plaatjes (het plaatje) tekst (de) betekenis (de) vertaling (de) probeer (proberen) zinnen (de zin) onthouden (onthouden) vormen (vormen) basis (de) salju di manamana tercium (lekker ruiken = wangi) suka warna keras angin laut aneh terpisah sampah hijau abuabu kepada itu membiasakan diri sosial hubungan kuat kami justru penting peran paling sulit tetap kata parah amitamit dosen studi betul susah susah kesusahan mengikuti kursus dosen belajar studi sendiri memakai di dalamnya antara lain bagianbagian bahan mengecek mengucapkan memperbaiki pengucapan membosankan kelas lebih menyenangkan teman kebetulan saling setidaktidaknya usahakan tahap rendah tidak mungkin pengalaman (ervaring hebben = berpengalaman) Jerman Perancis paling tidak setiap aktif berulang kali (steeds opnieuw = berulangulang kali) mudah gambar teks arti terjemahan usahakan kalimatkalimat menghafal merupakan basis oefeningen (de oefening) latihan controleer (controleren) mengecek fout salah herhalen (herhalen) mengulangi kunst (de) seni uiteindelijk akhirnya onderdeel (het) bagian gesproken (spreken) lisan 24 NAAR NEDERLAND
25 Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia teksten (de tekst) slagen (slagen) LES 47 wat... voor bouw (de) schilder (de) beslist of zo muren (de muur) deuren (de deur) ramen (het raam) beroep (het beroep) van wel bezig serieus naar mijn gevoel gevoel (het) daardoor plezier (het) zoiets ergens gelezen (lezen) geldt (gelden) baas directeur (de) minister (de) zo blijkt blijkt (blijken) personeel (het) salaris (het) verzorg (verzorgen) netwerk (het) soort (de/het) verbindingen (de verbinding) computers (de computer) denk (denken) vrouwen (de vrouw) technisch LES 48 mailtje (het) lieve (lief) hoor (horen) ontvangen (ontvangen) maak me... zorgen (zich zorgen maken) zorgen (de zorg) sinds vrolijk loopt (lopen) hulp (de) jammer genoeg jammer op zichzelf geboorteland (het) prijzen (de prijs) stijgen (stijgen) voortdurend aantal (het) banen (de baan) daalt (dalen) Amerika verdienen (verdienen) biedt (bieden) tot slot slot (het slot) positief bericht (het) baby (de) elk oom (de) schrijf (schrijven) hun ervaringen (de ervaring) verjaardag (de) missen (missen) liefs LES 49 opzoeken (opzoeken) trein (de) informatie (de) daarvoor website (de) gebruiken (gebruiken) site (de) al openbaar vervoer (het) openbaar vervoer (het) teksteks berhasil apa (perusahaan) bangunan tukang cat sama sekali atau sedemikian dinding pintu jendela pekerjaan memang begitu sibuk serius menurut (perasaan) saya perasaan karena itu suka sesuatu yang seperti itu di suatu tempat membaca berlaku bos direktur menteri ternyata ternyata personil gaji memelihara jaringan jenis hubungan komputer berpikir perempuan teknis mail tersayang mendengar menerima khawatir kekhawatiran sejak ceria berjalan kaki bantuan sayangnya sayang seorang diri tanah air hargaharga naik terus jumlah pekerjaan menurun Amerika mendapat gaji memberikan sebagai penutup penutup positif kabar bayi setiap paman tulislah mereka pengalaman hari ulang tahun kangen salam manis menemukan kereta api informasi untuk itu website menggunakan site semua angkutan umum umum angkutan afgekort (afkorten) tram (de) metro (de) mijnheer met alle plezier ingewikkeld opent (openen) verschijnt (verschijnen) pagina (de) vult... in (invullen) station (het) dat wil zeggen vanwaar hieronder naartoe reist (reizen) drukt (drukken) reisadvies (het) extra prijs (de) duurt (duren) red... mij (zich redden) hartelijk dank dank (de) tot uw dienst dienst (de) werkt (werken) LES 50 plaatsen (de plaats) zet... neer (neerzetten) neer koffers (de koffer) net aangekomen (aankomen) vanuit nacht (de) vliegtuig (het) gezeten (zitten) jullie banken (de bank) zetten (zetten) eventjes ze draaien (draaien) passen (passen) daaronder aardig zo maal (de) spreekt (spreken) merk (merken) moest (moeten) kon (kunnen) conducteur (de) kaartjes (het kaartje) ogenblikje (het) alstublieft waarschijnlijk in orde orde (de) overstappen (overstappen) spoor (het) intercity (de) kant (de) perron (het) minuten (de minuut) uurtje (het) LES 51 vertraging (de) georganiseerd (organiseren) rijden (rijden) treinen (de trein) bussen (de bus) trams (de tram) in het algemeen oorzaak (de) ongeluk (het) bord (het) klinkt (klinken) opeens richting (de) lawaai (het) klachten (de klacht) procent (geen lidwoord) let op (opletten) losse (los) disingkat trem metro bapak dengan senang hati sulit membuka muncul halaman mengisi stasiun yaitu dari mana di bawah ini ke mana pergi tekan nasihat perjalanan tambahan harga lamanya saya bisa banyak terima kasih terima kasih samasama bantuan caranya (hoe werkt dat: bagaimana caranya) tempattempat menaruhkan menaruhkan (= neerzetten) koper baru saja tiba dari malam pesawat terbang duduk kalian bangku menempatkan sebentar nya (suffix) membalik muat di bawah itu baik jadi kali berbicara dengar harus bisa kondektur karcis sebentar mohon mungkin beres ketertiban ganti sepur kereta api cepat sebelah peron menit jam keterlambatan diorganisasi berjalan kereta api bus trem pada umumnya sebabnya kecelakaan papan terdengar tibatiba jurusan keberisikan keluhan persen perhatikan lepas vaste (vast) klant (de) ovchipkaart (de) reizen (reizen) bestellen (bestellen) internet (het) daaraan werkt LES 52 uitgaan (uitgaan) klaarmaken (klaarmaken) ineens heb... geen zin in (geen zin hebben in) koken (koken) restaurant (het) over brug (de) lopend (lopen) aantrekken (aantrekken) bruine (bruin) zwarte (zwart) aandoen (aandoen) ouderen (de oudere) normaal gesproken jonge later (laat) buren (de buurman / de buurvrouw) vertrekken (vertrekken) centrum (het) verbaast (verbazen) lig (liggen) komen... terug (terugkomen) tegen thuiskomen betekenen (betekenen) discotheek (de) dansen (dansen) concert (het) café (het) voorstelling (de) bioscoop (de) film (de) LES 53 pinnen (pinnen) afdeling (de) heb... bij me (bij zich hebben) contant overhemd (het) combinatie (de) bij elkaar strip (de) erdoor geduld (het) a.u.b. (alstublieft) bedrag (het) akkoord drukken (drukken) pincode (de) onjuist cijfer (het) gedrukt (drukken) probeert (proberen) betaald (betalen) alweer gelukt (lukken) bon (de) minder (weinig) veilig bij je... hebben (bij zich hebben) markt (de) krant (de) zak (de) patat (de) echt situaties (de situatie) pin (de) winkels (de winkel) LES 54 beeld (het) erop tetap langganan kartu cip angkutan umum melakukan perjalanan memesan internet pada itu berfungsi keluar jalanjalan membuat tibatiba enggan memasak restoran menyeberang jembatan jalan kaki memakai coklat hitam memakai orang lansia biasanya muda lebih malam tetangga berangkat pusat mengherankan berbaring kembali menjelang pulang berarti diskotek berdansa konser kafe pertunjukan bioskop film membayar dengan kartu pin bagian membawa kontan kemeja kombinasi bersama setrip memasukkan (= erdoor halen, erin doen) kesabaran mohon (geduld aub = mohon sabar) jumlah setuju tekan kode pin salah angka menekan cobalah dibayar sudah berhasil nota jarang aman membawa pasar surat kabar contong kentang goreng asli keadaan pin toko gambar di atasnya Woordenlijst 25
26 Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia molen (de) koeien (de koe) stuk (het) vlak nergens bergen (de berg) platteland (het) namelijk verschil (het) westen (het) rest (de) daar... over Randstad (de) afstand (de) behoorlijk verkeer (het) rustige (rustig) dorpen (het dorp) halve (half) noord zuid nauwelijks west oost gemiddeld vierkante kilometer (de) mis (missen) echte (echt) eilanden (het eiland) noorden (het) verboden (verbieden) auto s (de auto) molens (de molen) koeien (de koe) paarden (het paard) schapen (het schaap) boer (de) boerderij (de) stad (de) industrie (de) LES 55 dagje (het) vrije (vrij) koningin (de) koning viert (vieren) men einde (het) Tweede Wereldoorlog (de) oorlog (de) mei belt... op (opbellen) iets leuks (leuk) bedoel (bedoelen) pretpark (het) fantastisch hartstikke euro (de) persoon (de) kwijt heen terug strand (het) varen (varen) boot (de) brede (breed) rivier (de) ondertussen omgeving (de) schepen (het schip) geweldig genieten (genieten) geniet (genieten) voorstel (het) dacht (denken) wat dacht je van dinsdag (de) onmiddellijk jullie geregeld (regelen) zorg (zorgen) broodjes (het broodje) LES 56 vrije tijd werkweek (de) scheelt (schelen) zing (zingen) kincir angin sapi bidang rata di mana pun tidak gununggunung pedesaan sebab perbedaan bagian barat yang lain tentang itu Randstad jarak cukup lalu lintas sepi desadesa setengah utara selatan hampir barat timur ratarata persegi kilometer rindukan sejati pulaupulau sebelah utara dilarang mobil kincirkincir angin sapi kuda domba petani tempat tinggal dan bekerja petani kota industri hari libur ratu raja merayakan orang akhir Perang Dunia Kedua perang Mei menilpon sesuatu yang lucu maksud taman ria hebat sangat Euro orang makan (makan uang = geld kosten) pergi pulang pantai berlayar kapal luas sungai sementara itu lingkungan kapalkapal hebat menikmati menikmati usul berpikir bagaimana hari Selasa langsung kalian beres mengurus rotiroti kecil waktu luang minggu kerja berbeda bernyanyi grootste (groot) hobby (de) onderwerpen (het onderwerp) politiek (de) zwemmen (zwemmen) verkoop (verkopen) middel (het) communicatie (de) me... voorstellen (zich voorstellen) haast apparaat (het) te koop aangeboden (aanbieden) LES 57 geluk (het) trekken (trekken) rijke (rijk) arme (arm) bouwen... op (opbouwen) veranderen (veranderen) loopt leeg (leeglopen) leeg groeien (groeien) enorm daarop groter (groot) is... te doen zeer keus (de) ooit dorp (het) verhuizen (verhuizen) drukke (druk) voorlopig... uit zomers (de zomer) zon (de) LES 58 vreemde (vreemd) koekje (het) werkelijk er... van terwijl voorbeelden (het voorbeeld) hangt (hangen) kalender (de) muur (de) geboortedatum (de) heleboel (de) personen (de persoon) leden (het lid) bedoeld (bedoelen) gekke (gek) plek (de) lijst (de) bedenken (de) raar nemen... mee (meenemen) kantine (de) te koop gemerkt (merken) houden... open (openhouden) gordijnen (het gordijn) open doorgaan (doorgaan) afspraken (de afspraak) begrijpen (begrijpen) LES 59 aan de beurt beurt (de) kosten (kosten) gele (geel) reclame (de) bossen (de bos) uzelf mijzelf zomaar blij op de hoogte hoogte (de) dat ligt eraan paling besar hobi topik politik berenang menjual sarana komunikasi membayangkan hampir alat dijual disediakan rezeki berangkat kaya miskin membangun berubah mengosong kosong bertumbuh sangat atas itu lebih besar untuk dilakukan amat pilihan pernah desa berpindah ramai untuk sementara keluar dari musim panas matahari (in de zon liggen = berjemur) aneh kue sungguh nya sedangkan contohcontoh tergantung kalender dinding tanggal lahir banyak orang anggotaanggota maksud aneh tempat daftar memikirkan aneh membawa kantin dapat dibeli terasa membiarkan buka gorden buka meneruskan janjijanji mengerti giliran giliran harga kuning reklame (in de reclame zijn = sedang diobral) ikatikat ibu sendiri, bapak sendiri saya sendiri tanpa alasan khusus senang tahu ketinggian tergantung bestaan (het) penghidupan dak (het) atap kwaliteit (de) kualitas verschillen (het verschil) perbedaan dure (duur) mahal artikelen (het artikel) barangbarang tweedehands bekas duizend ribu risico (het) resiko oude (oud) tua kapot rusak kijk... uit (uitkijken) hatihati koopt (kopen) membeli vast tentu saja gebouwd (bouwen) dibangun huren (huren) menyewa vast tetap maand (de) bulan LES 60 tante (de) bezoeken (bezoeken) wijzen (wijzen) kaart (de) vorig bewaar (bewaren) er... aan herinneringen (de herinnering) beschrijven (beschrijven) jawel bossen (het bos) frisse (fris) lucht (de) hoop (de) vogels (de vogel) beesten (het beest) honden (de hond) katten (de kat) wilde (wild) dieren (het dier) vos (de) spannend park (het) verteld (vertellen) witte (wit) LES 61 fijne (fijn) huizen (het huis) vlakbij bomen (de boom) planten (de plant) breed grasveld (het) voetballers (de voetballer) lopen (lopen) snapt (snappen) problemen (het probleem) recht tegenover studenten (de student) overdag studeren (studeren) wel eens vreselijke (vreselijk) horen (horen) luide (luid) gesprekken (het gesprek) waarbij lachen (lachen) er... heen laatst wilden (willen) politie (de) werd (worden) rustig blijken (blijken) vriendelijke (vriendelijk) excuses (het excuus) tante mengunjungi menunjukkan peta lalu menyimpan kepadanya kenangkenangan menggambarkan tentu hutan segar udara banyak burung binatang anjinganjing kucingkucing liar binatang rubah menegangkan taman cerita putih menyenangkan rumahrumah dekat pohonpohon tumbuhan lebar lapangan rumput pemain sepak bola anda mengerti masalah lurus berhadapan mahasiswamahasiswa siang hari belajar kadangkadang jelek sekali mendengar keras pembicaraanpembicaraan di mana tertawa ke sana barubaru ini mau polisi menjadi sepi ternyata ramah maaf LES 62 weggaan (weggaan) berangkat thuisblijven (thuisblijven) tinggal di rumah anderhalve (anderhalf) satu setengah vanwege karena miljoenen (miljoen) jutaan op reis bepergian meesten (meest) kebanyakan orang 26 NAAR NEDERLAND
27 Bahasa Belanda Bahasa Indonesia Bahasa Belanda Bahasa Indonesia zuiden (het) zoeken... op (opzoeken) aldoor berichten (het bericht) volle (vol) buitenlanders (de buitenlander) gaan... weg (weggaan) periode (de) daarnaast toeristen (de toerist) gebied (het) anderen (ander) cultuur (de) beroemde (beroemd) schilders (de schilder) rij (de) bekend museum (het) blijf... thuis (thuisblijven) overigens enige (enig) besluiten (besluiten) financiële (financieel) redenen (de reden) grap (de) selatan mencari terus menerus beritaberita penuh orangorang asing berangkat periode di samping itu turisturis daerah ada juga yang kebudayaan termasyhur pelukis antrean terkenal museum tinggal di rumah tetapi satusatunya memutuskan keuangan alasanalasan mahal (= dure grap) soorten (de/het soort) verwachten (verwachten) kilo (de) koffer (de) ziek doodgaan denkt (denken) durft (durven) vliegen (vliegen) voelt (voelen) gevaar (het) bang toestel (het) totdat gaat... voorbij (voorbijgaan) voorbij gewenst (wensen) jenis dapat diharapkan kilo koper sakit meninggal memikirkan berani terbang merasakan bahaya takut pesawat sampai berlalu lewat didoakan LES 63 namen (de naam) worden (worden) prinses (de) ster (de) figuren (de figuur) techniek (de) kent (kennen) bijzondere (bijzonder) verhalen (het verhaal) daarin beleven (beleven) opa (de) oma (de) zul (zullen) herkennen (herkennen) geheimen (het geheim) plotseling domme (dom) eindigt (eindigen) duidelijke (duidelijk) LES 64 regels (de regel) je aan... houden (zich houden aan) twijfel (twijfelen) zoek... op (opzoeken) wees (zijn) voorzichtig tot donker (het) gevaarlijk ongelukken (het ongeluk) bovendien bedoeling (de) voorkómen (voorkómen) last van... hebben tv (de) gelden (gelden) algemene (algemeen) slaan (slaan) andersom overheid (de) flinke (flink) boete (de) straf (de) echter verstand (het) namanama di isteri pangeran jago tokohtokoh teknik mengenal khusus ceritacerita di dalamnya mengalami kakek nenek akan mengenal kembali rahasiarahasia tibatiba bodoh berakhir jelas peraturan tunduk pada raguragu cari hatihati (= wees voorzichtig) hatihati (= wees voorzichtig) sampai kegelapan berbahaya kecelakaan lagi pula maksud mencegah terganggu oleh... tv berlaku umum memukul sebaliknya pemerintah tinggi denda hukuman tetapi akal LES 65 zover papieren (het papier) vooruitgegaan (vooruitgaan) vooruit benieuwd geslaagd (slagen) bereikt tevreden trots dunne (dun) immers saatnya berkas mengalami kemajuan ke depan ingin tahu lulus tercapai puas bangga tipis karena Woordenlijst 27
28
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 35494 11 december 2014 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 december 2014, 2014-0000179202,
ZELF STARTEN MET NEDERLANDS NEDERLANDS VOOR ANDERSTALIGEN
ZELF STARTEN MET NEDERLANDS NEDERLANDS VOOR ANDERSTALIGEN Het zelfstudiepakket Zelf starten met Nederlands is ontwikkeld door Uitgeverij Boom in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
NAAR NEDERLAND HANDLEIDING
NAAR NEDERLAND HANDLEIDING www.naarnederland.nl De toets Kennis van de e Samenleving, de Toets Gesproken, de toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen en de oefentoetsen zijn in opdracht van het Ministerie
De online inburgeringscursus ter voorbereiding op het basisexamen inburgering buitenland:
Heeft u een buitenlandse partner waarmee u in Nederland wilt wonen? Komt u voor langere tijd naar Nederland of wilt u een MVV aanvragen? Dan moet u voor uw komst al basiskennis hebben van de Nederlandse
Delftse methode. Woordenlijst per les Nederlands - Indonesisch. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z. Basiscursus Nederlands, deel 1
Delftse methode Basiscursus Nederlands, deel 1 A.G. Sciarone, P.J. Meijer Woordenlijst per les Nederlands - Indonesisch deze woordenlijst hoort bij de lesteksten van basiscursus 1 Delftse methode: boek,
Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design
Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door
No part of this book may be reproduced in any way whatsoever without the written permission of the publisher.
LINK werkboek VU-NT2 en Boom uitgevers Amsterdam, 2018 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen
www.edusom.nl Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen Het is belangrijk om veel woorden te leren. In deze extra les vindt u extra woorden bij de Opstartlessen 1 t/m 5. Kijk ook eens naar
Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1. Inleiding. Hoe maakt u de TGN?
Aanvullende informatie ter voorbereiding op de TGN A1 Inleiding Dit is informatie over de Toets Gesproken Nederlands (of TGN) 1. De TGN maakt deel uit van het inburgeringsexamen buitenland. Moet u de TGN
MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1
MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden
Thema In en om het huis.
http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 22. Een huis zoeken Wat leert u in deze les? Praten over uw huis Informatie over het vinden van een nieuwe woning Praten over wat afgelopen is Veel succes!
NAAR NEDERLAND HANDLEIDING. Nederlands - اللغة العربية. B_BOOM061_2 Handleiding Naar Nederland ST ARAB.indd 1
NAAR NEDERLAND HANDLEIDING w w w.n a ar ne de r la n d. n l Nederlands - اللغة العربية B_BOOM061_2 Handleiding Naar Nederland ST ARAB.indd 1 208551-L-sub02-bw_ST_ARABISCH-Boom 30-09-14 08:34 De examenonderdelen
Spelend leren, leren spelen
Spelend leren, leren spelen een werkboek voor kinderen en ouders Rudy Reenders, Wil Spijker & Nathalie van der Vlugt Spelend leren, een werkboek voor kinderen en ouders leren spelen Rudy Reenders, Wil
Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek
Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Taban gaat met zijn dochter voor het eerst naar de bibliotheek. Hij schrijft haar in bij de bibliotheek. Dan laat Soumiya aan Taban en Ama
Bij uw partner in Nederland wonen
Bij uw partner in Nederland wonen Wilt u bij uw partner in Nederland gaan wonen? Dan is deze folder voor u. Denk eerst goed na! Verhuizen naar een ander land is niet gemakkelijk. U heeft plichten als u
Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel
Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl
Oefentoets 1 - Leesvaardigheid A1
Oefentoets 1 - Leesvaardigheid A1 Dit is een oefentoets Leesvaardigheid A1 voor het Basisexamen Inburgering. Bij het echte examen is de toets Leesvaardigheid digitaal je maakt de toets op de computer.
Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag
Thema Op het werk. Demet TV Lesbrief 8. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef vertelt
Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten
www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les
Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen
Beginnerslessen Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen Wat leert u in deze les? Gesprekken over het inburgeringsexamen begrijpen. Welke examens bij het inburgeringsexamen horen. Waar u kunt oefenen met de
Begeleide interne stage
Ik, leren en werken Begeleide interne stage Deel 2 Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 [email protected] www.edu-actief.nl Auteur: Marian van der Meijs Inhoudelijke redactie: Titel: Ik, leren
REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.
61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis
Februari Beste Pabanleden,
Februari 2014 Beste Pabanleden, Wij, het Bestuur, wensen een ieder een gezond en voorspoedig 2014. Het nieuwe jaar is reeds enkele weken oud en we zullen ons best doen om ons aan de goede voornemens te
Hierbij ontvangt u onze nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief verschijnt in de schoolweken elke vrijdag en is ook te lezen op onze site
21-06-2019 Hierbij ontvangt u onze nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief verschijnt in de schoolweken elke vrijdag en is ook te lezen op onze site www.kompasassen.nl. Beste ouders, verzorgers, Nieuws uit het kindcentrum
Dag! kennismaken. Ik ben Eric.
Vocabulaire Oefening 1 Woordweb Dag! Waar kom je vandaan? groeten Goedemorgen! de ontmoeting Hoe heet je? kennismaken Hoi! mensen Hallo! Ik ben Eric. nieuw Ik kom uit Engeland. Hallo, ik ben Mila. Ik ben
Perajaan Natal ini kami Bestir PABAN bersama Kelompok Kerdja Perajaan Natal pakai tema LAIN LIHAT LAIN
Secretariaat: Vrijhof 4, 5301 ZL Zaltbommel [email protected] www.paban.nl No : Paban/161018/012/EVP Pokok : Perajaan Natal Beilohy Amalatu Zaltbommel, 18 Oktober 2016 Kepada jang terhormat orang tua-tua,
Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek
www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Taban gaat met zijn dochter voor het eerst naar de bibliotheek. Hij schrijft haar in bij de bibliotheek. Daarna laat Soumiya
Nederlands. Schrijven. voor 1F Deel 1 van 5
Nederlands Schrijven voor 1F Deel 1 van 5 Colofon Auteur: Mieke Lens Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Redactie: Edu Actief b.v. Vormgeving: PPMP Prepress, Wolvega Illustraties: Edu Actief b.v. Titel:
Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer
Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Een man, meneer Wong, gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er zitten veel mensen.
Les 4. De fysiotherapeut.
http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 4. De fysiotherapeut. Inleiding Deze les gaat over praten met de fysiotherapeut. Een man, meneer Bashir, belt de fysiotherapeut. Hij maakt een afspraak. Hij zegt
Uitprobeerpakket. Toetsboek 4 groep 4 blok 6
Uitprobeerpakket Toetsboek 4 groep 4 blok 6 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd
DIT IS HET DiKiBO-ZAKBOEK VAN
Groep 3 4 & 2 2 DIT IS HET DiKiBO-ZAKBOEK VAN HOE WAT PAS OP TIP 3 COLOFON DiKiBO presenteert het complete reken-zakboek voor groep 3 & 4 3 Auteur: Nicolette de Boer Vanderwel B.V. www.nicolettedeboer.com
Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?
Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? is op het werk. moet aan de machine werken. De chef vertelt eerst hoe de machine werkt. Dan werkt met de machine. De machine doet het niet. roept een
TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN. JAARGANG 1954 No. 126
23 (1954) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN JAARGANG 1954 No. 126 A. TITEL Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië, inzake overdracht door Indonesië
LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1
12/11/14 1 LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 1. (lezen) Ik.... een lange tekst. 2 Hij.... een moeilijk boek. 3. Zij.... een gemakkelijk tekstje. 4..... jullie veel? Ja, wij.... graag kinderboeken.
ALFA A ANTWOORDEN STER IN LEZEN
STER IN LEZEN ALFA A LES 1: NAAR SCHOOL 1 Ziek 1 b 2 3 b 4 a a B maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag zondag C Dit is een vraag Hoe gaat het? Het gaat wel. En met jou? Waarom kom je niet?
Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang
Thema Kinderen en school. Demet TV Lesbrief 9. De kinderopvang zoekt opvang voor haar kind. belt naar een kinderdagverblijf. Is er plaats? Is de peuterspeelzaal misschien een oplossing? Gaat inschrijven
Begrijpend lezen Oefenboek (1) Geschikt voor de Citotoetsen / LVS-toetsen Groep 4
Begrijpend lezen Oefenboek (1) Geschikt voor de Citotoetsen / LVS-toetsen Groep 4 2017 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen
Melkweg. Iedereen fit! Lezen van Alfa A naar Alfa B. Gezondheid: Sporten en bewegen
Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B Iedereen fit! Gezondheid: Sporten en bewegen Colofon Melkweg Lezen van Alfa A naar Alfa B: Iedereen fit, 2013 Auteurs: Merel Borgesius Kaatje Dalderop Willemijn Stockmann
Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6
Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 2019 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets
Rekenen Meten en meetkunde. voor 1F
Rekenen Meten en meetkunde Tijd voor 1F Colofon Auteur: Daphne Ariaens Eindredactie: Jiska van Hall, Christie Hofmeester Redactie: Edu Actief b.v. Vormgeving: Crius Group Illustraties: Edu Actief b.v.,
Gezond eten: Daar heb je een leven lang lol van!
Gezond eten: Daar heb je een leven lang lol van! Opgedragen aan Julia, Floris en Maurits. Gezond eten: Daar heb je een leven lang lol van! EEN VROLIJK BOEK VOOR KINDEREN WAARMEE ZIJ HUN OUDERS KUNNEN LEREN
De Delftse methode Nederlands voor buitenlanders. Woordenlijst Indonesisch Vertaald door Eka Budiarto
De Delftse methode Nederlands voor buitenlanders Woordenlijst Indonesisch Vertaald door Eka Budiarto Les 1 Hallo, ik ben Sofie van Delft 1 hallo halo 2 ik saya 3 ben - (adalah) 4 van dari/asal 5 mijn saya
Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten
Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten Kofi is op het werk. De chef geeft opdrachten: zij zegt wat Kofi moet doen. De eerste opdracht is de rommel opruimen. Kofi moet de vloer vegen. Het is weer netjes
Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?
Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine? is op het werk. moet aan de machine werken. De chef vertelt eerst hoe de machine werkt. Dan werkt met de machine. De machine doet het niet. roept een
Herhalingsoefeningen. Thema 3 Familie en relaties. 1 Woorden. Familie
Herhalingsoefeningen Thema 3 Familie en relaties 1 Woorden Familie Lees de zinnen over de familie van Simon en Els. Schrijf de volgende namen in de stamboom: Hans, Helena, Hester, Joke, Mark, Michiel,
Delftse methode. Woordenlijst. Basiscursus Nederlands, deel 1 en 2. A.G. Sciarone, P.J. Meijer. Nederlands - Indonesisch. nieuwe woorden per les
Delftse methode Basiscursus Nederlands, deel 1 en 2 A.G. Sciarone, P.J. Meijer Woordenlijst Nederlands - Indonesisch nieuwe woorden per les Technische Universiteit Delft Uitgeverij Boom Nederlands Indonesisch
i n s t a p b o e k j e
jaargroep 6 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p b o e k j e k l o k k i j k e n Les 1 Uren en minuten 1 Hoe laat begint elke les? Schrijf op. Rekenen Taal 2 Hoeveel uur is de
Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer
Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Meneer Bashir gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er zitten veel mensen. Ze praten.
Thema In en om het huis
http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Les 26. Herhaling thema Wat leert u in deze les? De woorden uit les 22, 23, 24 en 25 Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag
Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel
Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel Inleiding Deze les gaat over het zoeken naar werk. Over hoe je een baan kunt vinden. In deze les gaat een vrouw, Maria, naar een winkel om
de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.
Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.
Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen
1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets
Opstartlessen. Les 1. Kennismaken
www.edusom.nl Opstartlessen Les 1. Kennismaken Wat leert u in deze les? Uzelf voorstellen Kennismaken Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam HET GESPREK
PrOmotie. Rekenen en Wiskunde. Werkboek Uurwerk
PrOmotie Rekenen en Wiskunde Werkboek Uurwerk Colofon Auteur: Onder redactie van: Vormgeving: Technisch tekenwerk: Illustraties: Drukwerk: Ad van den Broek Sluiter boekproductie, Lelystad Adato design,
Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6
Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 2019 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets
Onderweg. Voorbereiding op het inburgeringsexamen in Nederland. Jenny van der Toorn-Schutte. Boom, Amsterdam. onder redactie van Mariëlle van Rooij
Onderweg Voorbereiding op het inburgeringsexamen in Nederland Jenny van der Toorn-Schutte onder redactie van Mariëlle van Rooij Boom, Amsterdam Inhoud Voorwoord 6 Aanwijzingen voor de docent 8 De klanken
Taal op niveau Luisteren Op weg naar niveau
Taal op niveau Luisteren Op weg naar niveau 1F Naam: Groep: Uitgeverij: Edu Actief b.v. Meppel Auteur: Annemieke Struijk Redactie: Edu Actief b.v. Meppel Vormgeving: Edu Actief b.v. Meppel Illustraties:
Lesbrief 3. De fysiotherapeut.
MDS-65 speakerstand Thema Gezondheid. Lesbrief 3. De fysiotherapeut. Inleiding Deze les gaat over praten met de fysiotherapeut. Een man, meneer Kaya, belt de fysiotherapeut. Hij maakt een afspraak. Hij
werkbladen thema 7 DE BASISSCHOOL
werkbladen thema 7 DE BASISSCHOOL 7.0 vragen bij de film alleen Kijk naar de film. Geef antwoord op de vragen. eerste ronde filmkijken 1 2 3 Badria vindt Nederlands moeilijk. De juf komt op huisbezoek.
Luisteren: muziek (B1 nr. 2)
OPDRACHTEN LUISTEREN: MUZIEK www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U
Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? Veel succes! www.edusom.nl
www.edusom.nl Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema Dit is een herhalingsles. U heeft vier gesprekken van Kofi gelezen. In deze gesprekken was Kofi op zijn werk. U heeft in les 12, 13, 14 en 15 veel
PrOmotie. Cultuur en Maatschappij. Werkboek Huur een huis
PrOmotie Cultuur en Maatschappij Werkboek Huur een huis Colofon Auteurs: Onder redactie van: Met dank aan: Vormgeving: Illustraties: Drukwerk: Gerda Verhey, Ruud Drupsteen, Caroline van den Kommer, Mary
Jaargang 28 Nummer 3 JULI 2012
Jaargang 28 Nummer 3 JULI 2012 Daarom, zo heb ik vastgesteld, is het maar het beste voor een mens dat hij vreugde put uit alles wat hij onderneemt. Dat is wat hem is toebedeeld, want wie zal hem van iets
Lesbrief 14. Naar personeelszaken.
http://www.edusom.nl Thema Op het werk Lesbrief 14. Naar personeelszaken. Wat leert u in deze les? Wanneer u zeggen en wanneer jij zeggen. Je mening geven en naar een mening vragen. De voltooide tijd gebruiken.
Spreekopdrachten thema 4 Wonen
Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.
Marisca Milikowski. Dyscalculie en rekenproblemen. 20 obstakels en hoe ze te nemen
Marisca Milikowski Dyscalculie en rekenproblemen 20 obstakels en hoe ze te nemen Dyscalculie en rekenproblemen Dyscalculie en rekenproblemen 20 obstakels en hoe ze te nemen Marisca Milikowski BOOM Voor
TAALCOMPLEET. Nederlands voor anderstaligen KNM. 5 e druk 2016 ISBN KNM: Copyright: KleurRijker B.V.,
TAALCOMPLEET Nederlands voor anderstaligen KNM 5 e druk 2016 ISBN KNM: 978-94-90807-19-1 Copyright: KleurRijker B.V., [email protected] Hoofdredactie: Janneke Blom Redactie: Nynke Oosterhuis Auteurs:
Thema Op het werk. Les 12. De eerste werkdag
www.edusom.nl Thema Op het werk. Les 12. De eerste werkdag Deze les gaat over de eerste werkdag. Kofi gaat voor het eerst werken bij een snoepfabriek. Hij komt binnen en maakt kennis met de chef. De chef
Thema Gezondheid. Les 2. De wachtkamer
http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Les 2. De wachtkamer Deze les gaat over praten in de wachtkamer. Een man, meneer Bashir, gaat naar de huisarts. Hij moet even wachten. Hij zit in de wachtkamer. Er
Initiatiefnemer Ben Vaske, Stichting Expertisecentrum Oefenen.nl. Projectmanagement Claudette Verpalen, Utrecht
Klik & Tik Werkboek Dit werkboek is ontwikkeld door Stichting Expertisecentrum Oefenen.nl in het kader van het Actieplan Laaggeletterdheid 2012-2015 Geletterdheid in Nederland en mogelijk gemaakt door
Nederlands voor Arabisch taligen A0 A1/A2
Auteur boek: مو لف الكتاب: Vera Lukassen Titel boek: Nederlands voor Arabisch taligen كتاب : الھولندي للناطقین باللغة العربیة المستوى Niveau A0 A2, A0 A2 2015, Serasta Uitgegeven in eigen beheer [email protected]
Thema Op zoek naar werk. Demet TV. Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken
Thema Op zoek naar werk. Demet TV Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken Inleiding Maria heeft een sollicitatiegesprek met de manager. Deze les gaat over het tweede deel van het gesprek. Maria
Les 7 Doen: Windows Live Mail
Wegwijs in Windows 7 Les 7 Doen: Windows Live Mail Vervangende les voor Windows Live Mail versie 2011 Hannie van Osnabrugge bussum 2011 Deze vervangende les voor Windows Live Mail versie 2011 hoort bij
Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken
Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken. U praat met de assistente.
Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen
1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets
Spreekopdrachten thema 4 Wonen
Boven: Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 2 bij 4.1 * slaapkamer 2 trap Beneden: tuin garage TaalCompleet A1 Spreken Plus Thema 4-1 Opdracht 3 bij 4.1 ** Vertel. Wat voor huis heb jij? - Woon je in
Les 35. Een nieuw paspoort
http://www.edusom.nl Thema Het stadhuis Les 35. Een nieuw paspoort Wat leert u in deze les? Informatie over het aanvragen en verlengen van uw paspoort of identiteitskaart. Vragen stellen bij het loket.
Basisvaardigheden Nederlands Deel 1 van 2
Basisvaardigheden Nederlands Deel 1 van 2 Colofon Auteur: Hanneke Molenaar Inhoudelijke redactie: Ina Berlet Redactie: Edu Actief b.v. Vormgeving: Crius Group Illustraties: Edu Actief b.v. Titel: Basisvaardigheden
Let s Be Joyful! J A A R G A N G 2 6 N U M M E R 1 J A N U A R I 2 0 1 0
J A A R G A N G 2 6 N U M M E R 1 J A N U A R I 2 0 1 0 Let s Be Joyful! In memoriam: dr. Rudy Budiman 3 Kersttoespraak: Let s Be Joyful! 19 Gedicht: Ondoorgrondelijke wegen 22 Dagboek DB: Het wel en wee
Oefentekst voor het Staatsexamen
Oefentekst voor het Staatsexamen Staatsexamen NT2, programma I, onderdeel lezen bij Hoofdstuk 4 van Taaltalent NT2-leergang voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Katja Verbruggen Henny Taks Eefke
Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde
Info Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Inhoud INHOUD 1. Waar gaat het over 3 2. Aanraken 4 3. Hoe noem jij dat? 5 4. Baas over
Opstartlessen. Les 2. Wonen. Wat leert u in deze les? Veel succes! Een gesprek voeren over wonen. Zeggen hoe u woont.
www.edusom.nl Opstartlessen Les 2. Wonen Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over wonen. Zeggen hoe u woont. Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente Den Haag en DWI Amsterdam
Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.
Intro Met de docent Wat ga je doen in dit hoofdstuk? 1 Herhalen: je gaat herhalen wat je hebt geleerd in hoofdstuk 7, 8 en 9. 2 Toepassen: je gaat wat je hebt geleerd gebruiken in een situatie over werk.
