Werkblad beschrijving interventie
|
|
|
- Roel Hendriks
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Werkblad beschrijving interventie Op verhaal komen Gebruik de handleiding bij dit werkblad of Contact NJi Contact NCJ Contact RIVM Gert van den Berg Trudy Dunnink Sandra van Dijk De Erkenningscommissie Interventies is een landelijke en onafhankelijke commissie die de kwaliteit en effectiviteit van interventies beoordeelt voor jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg, jeugdwelzijnswerk, ontwikkelingsstimulering, gezondheidsbevordering en preventie. De commissie is ingesteld en wordt secretarieel ondersteund door het Nederlands Jeugdinstituut, Nederlands Centrum Jeugdgezondheid en RIVM Centrum Gezond Leven.
2 Achtergrondgegevens Ontwikkelaar / licentiehouder van de interventie Naam (Post)adres Postcode Plaats Telefoon Fax Website (van de interventie) Ernst Bohlmeijer Universiteit Twente, Faculteit Gedragswetenschappen, Afdeling Psychologie, Gezondheid en Technologie, Citadel H-401 Drienerlolaan 5 Postbus 217, 7500 AE Enschede [email protected] Contactpersoon Vul hier de contactpersoon voor de interventie in, wanneer deze afwijkt van de ontwikkelaar of licentiehouder Naam (Post)adres Postcode Plaats Telefoon Fax Jojanneke Korte Universiteit Twente, Faculteit Gedragswetenschappen, Afdeling Psychologie, Gezondheid en Technologie, Citadel H-403 Postbus 217, 7500 AE Enschede [email protected] Onderstaande in te vullen door Nederlands Jeugdinstituut /RIVM Documentatie voor de erkenningscommissie Aangekruiste documenten worden na de beoordeling geretourneerd. Deelcommissie Aankruisen welke deelcommissie de interventie zou moeten beoordelen. Documentnummer De volgende documentatie wordt in viervoud toegestuurd aan de erkenningscommissie: x Interventiebeschrijving Deelcommissie I. jeugdzorg, psychosociale en pedagogische preventie Deelcommissie II. jeugdgezondheidszorg, preventie en gezondheidsbevordering Deelcommissie III. ontwikkelingsstimulering, onderwijsgerelateerde hulpverlening en jeugdwelzijn x Deelcommissie IV preventie en gezondheidsbevordering voor volwassenen en ouderen 2
3 Voor u begint Check met behulp van onderstaande lijst of u alle vereiste informatie op het werkblad kunt invullen. Als u één of meer vragen met nee moet beantwoorden, maakt uw interventie geen kans op erkenning door de erkenningscommissie. Uw interventie moet eerst verder ontwikkeld worden. Neem bij twijfel contact op met het Nederlands Jeugdinstituut of RIVM (zie voorblad). De vraagnummers in de checklist corresponderen met de onderdelen van de beschrijving op dit werkblad en met de erkenningscriteria. Op de websites van het Nederlands Jeugdinstituut en van RIVM vindt u een meer uitgebreide lijst van de criteria voor erkenning en een toelichting daarop. Criteria voor erkenning op Niveau I: theoretisch goed onderbouwd Vraag 1 Is de aard, ernst, omvang of spreiding van het probleem of risico waar de interventie zich op richt duidelijk omschreven? x Ja Nee Vraag 2 Zijn er concrete doelen, zo nodig onderscheiden in einddoelen en voorwaardelijke doelen? x Ja Nee Vraag 3.1 Bevat de documentatie een definitie van de doelgroep met relevante kenmerken? x Ja Nee Vraag 4.1 Bevat de methodiek een handleiding of protocol waarin de benodigde handelingen, de volgorde ervan, de duur van de interventie, de frequentie en intensiteit van de contacten en materialen zijn vastgelegd? x Ja Nee Vraag 4.2 Zijn de verschillende onderdelen van de interventie beschreven op het niveau van concrete activiteiten? x Ja Nee Vraag 5 Is duidelijk wat de benodigde materialen, waaronder een Nederlandstalige handleiding of protocol, zijn en waar deze materialen verkrijgbaar zijn? x Ja Nee Vraag 6 Is een analyse gemaakt van met het probleem samenhangende factoren (oorzaken, directe en indirecte risico- en beschermingsfactoren)? x Ja Nee Is er een theoretische onderbouwing gegeven waarin de doelgroep, de doelen en de methodiek (de werkzame factoren) verantwoord worden op basis van de probleemanalyse? x Ja Nee Is duidelijk hoe de doelgroep, doelen en methodiek onderling op elkaar aansluiten? x Ja Nee Vraag 8 Is de interventie overdraagbaar, bijvoorbeeld door een systeem van trainingen, begeleiding, registratie, licenties, een overdrachtsprotocol, website, helpdesk of eerdere ervaringen? x Ja Nee Overige Is bekend wie de ontwikkelaar, licentiehouder is en wie de uitvoerende en of ondersteunende organisaties zijn? x Ja Nee 3
4 Samenvatting Het is handig de samenvatting als laatste in te vullen. Gebruik voor de samenvatting als geheel maximaal 600 woorden. Beschrijf hoofddoel(en) of meest karakteristieke (sub)doelen van de interventie. Noem de doelgroep waarop de interventie direct gericht is. Doel De groepsinterventie op verhaal komen is een vorm van geïndiceerde preventie. Ze heeft als doel om depressieklachten te verminderen om het risico op een klinische depressieve stoornis te reduceren. Doelgroep De interventie is gericht op mensen van 55 jaar en ouder met lichte tot matige depressieklachten. Beschrijf de structuur en de inhoud van de interventie. Aanpak De interventie is gebaseerd op life-review. Er vindt een gestructureerde evaluatie van het eigen leven plaats, erop gericht om negatieve ervaringen te verwerken en een positieve betekenis aan het eigen leven te geven. De eerste 4 bijeenkomsten hebben de volgende thema s: kinderjaren en familie, adolescentie, werk en zorg, liefde en vriendschappen. Deze 4 bijeenkomsten hebben dezelfde opzet: Autobiografisch schrijven: de deelnemers schrijven aan de hand van vragen over diverse periodes in hun leven. Autobiografische reflectie: de deelnemers proberen verhalen over moeilijke gebeurtenissen te herschrijven waardoor zij nieuwe (positieve) betekenis geven aan deze gebeurtenissen en waardoor zij zich minder slachtoffer voelen en meer mastery ervaren. Specifieke positieve herinneringen: de deelnemers beschrijven in detail een specifieke positieve herinnering. Identiteitsherinneringen: de deelnemers beschrijven een herinnering aan een gebeurtenis die grote indruk op hen heeft gemaakt. Bijeenkomst 5 richt zich op doelen in het leven die het leven zin geven. Bijeenkomst 6 richt zich op het loslaten van doelen die de deelnemers frustreren. Bijeenkomst 7 richt zich op het versterken van de samenhang of coherentie van het eigen levensverhaal en het formuleren van toekomstperspectieven. Geef aan of er een handleiding en ander materiaal is. Materiaal Er is een interventieboek ontwikkeld: Op verhaal komen. Je autobiografie als bron van wijsheid. Dit boek is uitgegeven bij Uitgeverij Boom en verkrijgbaar bij alle boekhandels in Nederland. Er is een train-de-trainers cursus ontworpen. Er is voor deze training een draaiboek ontwikkeld waarin staat gespecificeerd wat de deelnemers van de train-de-trainers training aangeboden krijgen. Informatie over de interventie en relevant onderzoek wordt vermeld op en en wordt verspreid via de nieuwsflits van de vakgroep geestelijke gezondheidsbevordering van de Universiteit Twente. 4
5 Beschrijf concluderend de resultaten van Nederlands effectonderzoek, buitenlands effectonderzoek en procesevaluaties van de interventie in maximaal 200 woorden. Meld als er geen onderzoek is: Er zijn geen studies voorhanden. Onderzoek Uit een gerandomiseerde gecontroleerde trial blijkt dat de groepsinterventie Op verhaal komen voor mensen van 55 jaar en ouder met lichte tot matige depressieklachten primair effectief is in het verminderen van depressieklachten. Resultaten lieten zien dat de deelnemers in de interventiegroep, in vergelijking tot de controleconditie, direct na afloop van de interventie significant minder depressieklachten hadden (effectgrootte d=0.60), evenals drie maanden na afloop van de interventie (effectgrootte d=0.50). Dit effect bleef 9 maanden na afloop van de interventie gehandhaafd. Ook leidt de interventie tot verminderde angstklachten en tot een versterkte positieve geestelijke gezondheid (Korte, Bohlmeijer, Cappeliez, Smit & Westerhof, 2011). De groepsinterventie werd door de deelnemers op een schaal van 1 tot 10 geëvalueerd met een 7.7. De specifieke oefeningen die werden aangeboden werden over het algemeen als zeer zinvol geëvalueerd. Bovendien waren de deelnemers tevreden over de hoeveelheid huiswerk en de begeleiding. 5
6 Beschrijving voor erkenning op niveau I: theoretisch goed onderbouwd A. Interventiebeschrijving: probleem, doelgroep, doel, aanpak, materialen en uitvoering 1. Risico- of probleemomschrijving Geef aan wat het probleem of het risico is waarop de interventie zich richt. Beschrijf de aard, ernst, omvang en spreiding van het probleem, en de gevolgen bij niet ingrijpen. Als deze informatie er niet is, geef dat dan ook aan. Maximaal 400 woorden. Mensen in de leeftijd van jaar, ook wel de derde levensfase genoemd, krijgen te maken met veel veranderingen. Er vinden bijvoorbeeld ingrijpende levensgebeurtenissen plaats zoals pensionering en het overlijden van een dierbare, of de ontwikkeling van chronische ziekten (Davidhizar & Shearer, 1999). Dergelijke veranderingen zijn gerelateerd aan een toename in depressieklachten (Kraaij, Arensman & Spinhoven, 2002). Onderzoek laat zien dat de aanwezigheid van depressieklachten de meest belangrijke risicofactor is in het ontwikkelen van een klinische depressie (Cuijpers & Smit, 2004). Depressie in de derde levensfase is een omvangrijk gezondheidsprobleem dat gepaard gaat met een slechte prognose (Beekman, Penninx, Deeg, De Beurs, Geerings & Van Tilburg, 2002; Licht-Strunk, Van der Windt, Van Marwijk, De Haan & Beekman, 2007). In de leeftijd van 55 tot 64 jaar heeft 18.4% ooit een depressie gehad (De Graaf, Ten Have & Van Dorsselaer, 2010). Ongeveer 3% van de 65-plussers in Nederland heeft een ernstige depressie en ongeveer 13% van de ouderen heeft depressieklachten die klinisch relevant zijn (Beekman, Geerlings & Van Tilburg, 1998). Depressie brengt een hoge ziektelast met zich mee en het veroorzaakt een grote negatieve invloed op de kwaliteit van leven. Het staat in de top-10 van ziekten met de grootste ziektelast (Gommer, Hoeymans, Poos, & 2010). Daarbij veroorzaakt depressie hoge zorgkosten. In 2005 kostte depressie 773 miljoen euro. Depressie is daarmee één van de duurste kostenposten van de gezondheidszorg van Nederland (Poos, Smit, Groen, Kommer, & Slobbe, 2008). Daarom is het van groot belang om te voorkomen dat mensen in de derde levensfase een depressie ontwikkelen. Uit onderzoek blijkt dat preventieve, psychologische interventies die zich richten op mensen met beginnende depressieklachten effectief zijn in het voorkomen van een depressie. Bovendien laat onderzoek zien dat het risico op het ontwikkelen van een depressie 22% minder is voor mensen die een preventieve interventie hebben gevolgd, in vergelijking tot mensen die geen interventie hebben gevolgd (Cuijpers, van Straten, Smit, Mihalopoulos & Beekman, 2008). Dit geeft aan dat het zeer relevant is om mensen met beginnende depressieklachten een geïndiceerde preventieve interventie aan te bieden en daarmee het risico op een depressie te verlagen. 6
7 2. Doel van de interventie Wat is het doel van de interventie? Beschrijf de einddoelen en eventuele sub- of voorwaardelijke doelen zo concreet mogelijk en bij voorkeur SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden). Hoofddoel De groepsinterventie Op verhaal komen is een vorm van geïndiceerde preventie. Ze heeft primair als doel om depressieklachten te verminderen om het risico op een klinische depressie te reduceren. Depressieklachten worden gemeten met de CES-D (Radloff, 1977). Subdoelen (dragen allen bij aan een afname in depressieklachten) - Toename in het ontwikkelen van de eigen identiteit (als reminiscentiestijl. Door te focussen op de sterke punten van de deelnemer en de successen die zijn behaald gedurende de verschillende levensfases en op verschillende niveaus van functioneren. Het ontwikkelen van de eigen identiteit wordt gemeten met de Reminiscence Functions Scale (Webster, 1993). - Afname van het herleven van bittere herinneringen (als reminiscentiestijl). Een systematische evaluatie van de gehele levensloop leidt tot een integratie van zowel positieve als negatieve herinneringen. Op deze manier kunnen er belangrijke levensthema s naar voren komen waardoor er nieuwe inzichten ontstaan en de bittere herinneringen bij deelnemers zullen afnemen. Het herleven van bittere herinneringen wordt gemeten met de Reminiscence Functions Scale (Webster, 1993). - Toename in het oplossen van problemen (als reminiscentiestijl). Dit wordt bereikt door herinneringen op te halen die een succesvolle adaptatie omvatten. Dergelijke herinneringen kunnen bruikbaar zijn in het toepassen van succesvolle copingstrategieën voor huidige problemen. Het oplossen van problemen wordt gemeten met de Rerminiscence Functions Scale (Webster, 1993). - Afname van verminderen van verveling (als reminiscentiestijl). Dit kan worden tegengegaan door nieuwe levensdoelen te formuleren die gerelateerd zijn aan belangrijke waarden in het leven van de deelnemer. Vermindering van verveling wordt gemeten met de Rerminiscence Functions Scale (Webster, 1993). - Toename van persoonlijke zingeving. Deelnemers leren om conflicten op te lossen tussen hun ideale en werkelijke zelf. Onrealistische verwachtingen en doelen maken plaats voor een realistische levensinvulling. Persoonlijke zingeving wordt gemeten met de Meaning in Life Scale (Steger, Frazier, Oishi & Kaler, 2007). - Toename van vertrouwen in eigen competenties om doelen te bereiken (mastery). Deelnemers staan stil bij lastige levensgebeurtenissen die ze hebben doorstaan en gebruiken deze informatie bij het oplossen van huidige problemen en in het opstellen van specifieke doelen die daaraan zijn gerelateerd. Mastery wordt gemeten met behulp van de Mastery Scale (Pearlin & Schooler, 1978). - Toename in positieve gedachten. Door terug te blikken op specifieke positieve herinneringen en stil te staan bij sterke punten leren deelnemers helpende gedachten te ontwikkelen over zichzelf, de wereld om hen heen en de toekomst. Positieve gedachten worden gemeten met de Automatic Positive Thoughts Questionnaire (Boelen, 2007). Nevendoelen - Afname van angstklachten, gemeten met de HADS-A (Zigmond & 7
8 3. Doelgroep van de interventie Snaith, 1983) - Verbetering van de positieve geestelijke gezondheid, gemeten met de MHC-SF (Lamers Lamers, Westerhof, Bohlmeijer, Ten Klooster & Keyes). Wat is de einddoelgroep van de hier beschreven interventie? Noem ook een eventuele intermediaire doelgroep. Geef een zo precies mogelijke beschrijving van relevante kenmerken van de doelgroep waarop de interventie zich direct richt. Beschrijf indicatie- en contraindicatiecriteria indien van toepassing (indien van toepassing kunnen deze criteria vereist zijn voor erkenning; zie handleiding). Meld ook hoe de doelgroep wordt geselecteerd. Noem eventueel gebruikte selectieinstrumenten en vereiste scores. 3.1 Voor wie is de interventie bedoeld? De doelgroep is mensen van 55 jaar en ouder met lichte tot matige depressieklachten. De ernst van de depressie klachten wordt vastgesteld met de CES- D (Radloff, 1977). Binnen deze doelgroep is de interventie uitermate geschikt voor mensen met zingevingsvragen en mensen met een positieve attitude naar reminisceren. Met zingevingsvragen wordt bedoeld dat mensen twijfelen aan de zin van hun leven. Ze ervaren hun leven als onbevredigend, hebben het gevoel dat ze (nog) niet gedaan hebben wat belangrijk voor ze is. Met een positieve attitude ten aanzien van reminisceren wordt bedoeld dat mensen ervoor moeten openstaan om terug te kijken op hun leven. Oftewel, om door middel van autobiografische reflectie te werken aan hun depressieklachten. 3.2 Indicatie- en contra-indicatiecriteria Eerdere ervaringen laten zien dat de werving het best verloopt via advertenties in kranten, huis-aan-huisbladen en tijdschriften (o.a. Plus Magazine). Daarnaast wordt om informatiefolders te verspreiden via huisartsen, fysiotherapeuten, apothekers en bibliotheken. Mensen die willen deelnemen aan de groepsinterventie nemen contact op met de preventie-afdeling van een GGZ-instelling. Ook de huisarts kan een persoon door verwijzen naar de preventie-afdeling van de GGZ-instellingen als hij/zij inschat dat de persoon lichte tot matige depressieklachten heeft. Het is dan aan de interventiebegeleiders om in te schatten of iemand de capaciteiten en de mogelijkheden heeft om aan de groepsinterventie deel te nemen waarbij de inclusie- en contra-indicatiecriteria als richtlijnen gebruikt kunnen worden. Mocht een persoon niet voldoen aan de criteria kan hij worden doorverwezen naar andere mogelijkheden binnen de GGZinstelling. Indicatiecriteria - 55 jaar en ouder - Aanwezigheid van lichte tot matige depressie klachten ( 10 op de CES-D) - Een positieve attitude ten aanzien van reminiscentie - De behoefte om tot nieuwe zingeving te komen. Contra-indicatiecriteria - Aanwezigheid van een ernstige depressieve episode (8 of 9 van de 9 symptomen volgens de DSM-IV) of een gemiddeld tot hoog suicide risico gemeten met de Mini International Neuropsychiatric Interview (MINI; Sheehan, Lecrubier, Sheehan, Amorim, Janavs, Weiller et al., 1998) - Geen depressieklachten ( 9 op de CES-D) - Recentelijk medicijngebruik tegen depressieklachten (de afgelopen twee maanden) - Overige ernstige psychopathologie 8
9 - Recent (korter dan een jaar) verlies van een partner - Negatieve attitude t.a.v. reminiscentie (herinneringen ophalen) - Overmatig piekeren of rumineren - Sterke persoonlijkheidsproblematiek of andere factoren die het functioneren in de groep of van de groep belemmeren en die veel individuele aandacht vragen. Wanneer een deelnemer voldoet aan de criteria maar niet aan de groepsinterventie kan of wil deelnemen, kan een afdeling preventie de interventie ook als zelfhulp therapie worden aangeboden. Begeleiding kan dan bijvoorbeeld face-to-face of per plaatsvinden. In principe wordt de interventie uitgevoerd vanuit een preventieafdeling van een GGZ-instelling. Voor sommige mensen zou dit een drempel kunnen zijn voor deelname. Deze groep mensen heeft wellicht baat bij de zelfhulpvariant van de interventie. Daarnaast zou de interventie ook uitgevoerd kunnen worden in samenwerking met maatschappelijk werk. Geef aan of de interventie uitsluitend, mede of niet bedoeld is voor (specifieke) migrantengroepen en voor welke. Geef ook aan of er speciale aanpassingen of voorzieningen voor deze groepen zijn. 3.3 Toepassing bij migranten De interventie is niet specifiek ontwikkeld voor migrantengroepen. Wel is er een variant beschikbaar voor Marokkaanse en Turkse ouderen (Boland, Smits, de Vries & van Erp, 2007). Meld indien niet bekend of niet van toepassing: De interventie is niet speciaal ontwikkeld voor migrantengroepen. Meld indien niet bekend of niet van toepassing: Het programma heeft geen speciale faciliteiten (zoals vertaalde schriftelijke instructies of tolken) om migrantengroepen in het bijzonder te kunnen bedienen. 4. Aanpak van de interventie Beschrijf de structuur en de opbouw van de interventie. Denk aan de gebruikelijke duur, indien van toepassing de frequentie en intensiteit van de contacten, de volgorde van de onderdelen, handelingen of stappen, en de setting waarin de interventie wordt uitgevoerd. 4.1 Opzet van de interventie De interventie bestaat uit 7 wekelijkse groepsbijeenkomsten van 2 uur en wordt gegeven door 1 gz-psycholoog en 1 preventiemedewerker, getraind in life-review en narratieve therapie (zie onderdeel 8). Op verhaal komen wordt aangeboden en uitgevoerd door de preventieafdeling van GGZ-instellingen. Deze interventie is bedoeld voor mensen die graag in een groep willen werken aan hun klachten. Er zijn minimaal 4 deelnemers en maximaal 6 deelnemers nodig. Er wordt gebruik gemaakt van het interventieboek Op verhaal komen. Deelnemers krijgen huiswerk mee uit dit boek. De interventie is opgebouwd uit drie delen. In het eerste deel wordt uitgelegd hoe autobiografische herinneringen kunnen helpen bij het verminderen van depressieklachten. Eén van de belangrijkste inzichten is dat niet zozeer de negatieve gebeurtenissen bepalend zijn, maar de verhalen die worden verteld 9
10 over deze gebeurtenissen. Hierbij wordt vooral gekeken naar mogelijkheden in plaats van naar beperkingen. In het tweede deel leren de deelnemers hun leven op een systematische manier te evalueren. Aan de hand van 4 bijeenkomsten blikken ze terug op hun leven. Deelnemers oefenen met het omgaan met pijnlijke herinneringen en leren anders naar die gebeurtenissen te kijken. Zo worden ze verwerkt en op een goede manier opgenomen in het levensverhaal. In het derde deel maken de deelnemers de overstap naar toepassing in hun leven. Er wordt meer gericht op het leven nu en de nabije toekomst. Deelnemers gaan aan de slag met belangrijke doelen in hun leven en leren herinneringen kunnen worden gebruikt om deze doelen te verwezenlijken. Wat gebeurt er concreet bij de uitvoering? Beschrijf hoe de onderdelen van de interventie worden ingevuld of uitgevoerd, zo nodig met enkele typerende voorbeelden. 4.2 Inhoud van de interventie De interventie is primair gebaseerd op life-review. Het belangrijkste doel is het integreren van moeilijke levensgebeurtenissen en het vergroten van persoonlijke zingeving. Om de life-review elementen te versterken is de interventie gekoppeld aan een narratieve therapie. Voor mensen met depressieklachten wordt dit aangeraden (Westerhof, Bohlmeijer, Webster, 2010). Deelnemers leren alternatieve, nieuwe verhalen te ontwikkelen die ze helpen in het omgaan met huidige levensgebeurtenissen en bij het formuleren van levensdoelen. Narratieve therapie vergroot de integratie van negatieve gebeurtenissen en het hervinden van persoonlijke zingeving op verschillende manieren. Het helpt cliënten om een nieuwsgierige en niet-wetende houding aan te nemen. Op deze manier wordt er ruimte gecreëerd om op zoek te gaan naar alternatieve levensverhalen en voorkeuren (White & Epston, 1990). Begeleiders van de interventie beschikken over een groot aantal vragen die helpend kunnen zijn in het ontwikkelen van een alternatief, positiever levensverhaal (bijvoorbeeld Hoe heeft u deze moeilijke periode in uw leven doorstaan?, Waren er ook plezierige momenten in deze moeilijke tijd? en Kunt u nu, op een veel later tijdstip, aangeven of u ook iets hebt geleerd van deze periode? ). Door altijd te focussen op de voorkeuren van de deelnemer en ze te relateren aan andere herinneringen worden deelnemers continu uitgenodigd hun eerdere herinneringen en waarden te blijven benoemen (White, 2007). Alternatieve verhalen worden verder uitgewerkt (verdikt) door ze te relateren aan identiteit ( Wat zegt dit over de persoon die u bent? ) en aan toekomstige doelen en actie ( Wat kunt u in de toekomst doen om te blijven leven naar deze waarden? ). De eerste 4 bijeenkomsten in de interventie bestaan achtereenvolgens uit de volgende levensloopthema s: kinderjaren en familie, adolescentie, werk en zorg, liefde en vriendschappen. In deze bijeenkomsten vertelt iedere deelnemer over een moeilijke herinnering. Vervolgens wordt aan de deelnemers gevraagd om in de groep voor te lezen welke vraag in het cursusboek ze het meest helpend vonden om hiermee om te gaan. Bij dit onderdeel hebben deelnemers de mogelijkheid om hun ervaringen te delen met de andere deelnemers. De verwachting is dat het delen van ervaringen in de groep de effecten van life-review versterkt. Doordat mensen verhalen horen van andere deelnemers krijgen ze aanknooppunten hoe ze hun eigen verhalen op een positievere manier kunnen vertellen. De eerste 4 bijeenkomsten hebben dezelfde opzet: - Autobiografisch schrijven: de deelnemers schrijven aan de hand van vragen over diverse periodes in hun leven. - Autobiografische reflectie: de deelnemers proberen verhalen over moeilijke gebeurtenissen te herschrijven waardoor zij nieuwe (positieve) betekenis geven aan deze gebeurtenissen en waardoor zij zich minder 10
11 slachtoffer voelen en meer mastery ervaren. - Specifieke positieve herinneringen: de deelnemers beschrijven in detail een specifieke positieve herinnering. De verwachting is dat hierdoor herinneringen die bijna waren vergeten weer naar voren komen en dat er een beter balans ontstaat tussen negatieve en positieve herinneringen, vooral bij mensen met depressieklachten (Brewin, 2006; Serrano, Latorre, Gatz & Montanes, 2004; Williams, Barnhofer, Crane, Herman, Raes,). - Identiteitsherinneringen: de deelnemers beschrijven een herinnering aan een gebeurtenis die grote indruk op hen heeft gemaakt. In de laatste drie bijeenkomsten is er aandacht voor het leven nu en in de toekomst. Het gaat erom dat ze van zichzelf weten hoe ze hun leven willen inrichten, met de kennis die ze hebben opgedaan in de eerdere bijeenkomsten. Bijeenkomst 5 richt zich op doelen in het leven die het leven zin geven, terwijl bijeenkomst 6 zich richt op het loslaten van doelen die de deelnemers frustreren. Bijeenkomst 7 richt zich vervolgens op het versterken van de samenhang of coherentie van het eigen levensverhaal en het formuleren van toekomstperspectieven. Bijeenkomsten en voorbeeldvragen/-opdrachten Bijeenkomst 1: Jonge jaren en familie Kun je je vader/moeder omschrijven? Met wie kon je het goed vinden? Hoe zou je je jeugd in drie woorden omschrijven? Bijeenkomst 2: Adolescentie en volwassenwording Wat voor puber was jij? Heb je je afgezet tegen je ouders? Hoe deed je dat? Hoe heb je je opleiding/eerste baan ervaren? Hoe ging het bij jou op het terrein van relaties/verliefdheden? Bijeenkomst 3: Werk en zorg Welke zorgtaken heb je uitgevoerd in je leven? Welk (vrijwilligers)werk heb je gedaan? Welke kwaliteiten heb je kunnen ontwikkelen door je zorgtaken en/of werk? Waar ben je het trotst op? Bijeenkomst 4: Liefde en vriendschappen Hoe verliep je kennismaking met de liefde? Wie is de belangrijkste persoon in jouw leven (geweest) Wat heb je over jezelf geleerd in relaties? Wat vind je belangrijk in vriendschappen? Bijeenkomst 1-4 (narratief therapeutische vragen) Is er een moeilijke herinnering waar je nog steeds mee worstelt? Hoe ben ik ermee omgegaan? Hoe heb ik het volgehouden? Hoe heb ik het kunnen stoppen? Waren er ook uitzonderingen? Heeft deze ervaring alleen maar slechte dingen gebracht of ook iets goeds? Wat heb ik achteraf bezien, ervan geleerd? Wat betekent het voor je? 11
12 Bijeenkomst 5:Doelen in je leven Kenmerkend aan mij is dat ik me inspan voor (mijn doelen zijn) Doelen waarderen qua inspanning, wenselijkheid en moeilijkheid Bepalen tot welke levensdomeinen de doelen behoren Is er een domein dat eruit springt of is er een verdeling over alle domeinen? Zitten er ongezonde/zelf ondermijnende doelen bij? Hoeveel? Ontbreken er doelen in je leven? Kun je de doelen koppelen aan je eigen levensgeschiedenis? Bijeenkomst 6: Levenskunst Wat zijn je doelen en verwachtingen in je leven? Maakt het doel of de verwachting je in het algemeen blij, of frustreert het je? Bij frustrerende doelen: Wat zou er concreet moeten veranderen in je gedrag en welke gevoelens heb je daarbij? Als je kijkt naar je leven tot nu toe, welke domeinen zijn dan het meest aan bod gekomen? Welke domein zou je de komende jaren extra aandacht willen geven? Welke talenten van jezelf zou je meer kunnen aanspreken? Bijeenkomst 7: Het lezen van je leven Deel je leven eens in hoofdstukken in. Geef elk hoofdstuk een titel die iets zegt over de betekenis van die periode. Wat was in dat hoofdstuk de belangrijkste gebeurtenis? Wie waren de belangrijkste karakters in het hoofdstuk? Welk thema stond centraal? Als je op deze wijze je leven in hoofdstukken hebt opgedeeld en je leven leest, is er dan iets wat je opvalt? Herken je bepaalde patronen in je leven? Begin aan een nieuw hoofdstuk in je leven. Wat is de titel van het nieuwe hoofdstuk? Welke thema komt daarin centraal te staan? Welke talenten ga je daarin aanspreken of verder ontwikkelen? 5. Materialen en links Welke materialen zijn er en waar zijn deze verkrijgbaar? Noem ten minste de Nederlandse handleiding. Noem ook eventuele links naar relevante websites, rapporten of andere relevante bestanden. Vermeld eventueel ook of er aparte materialen zijn voor migranten en zo ja welke. Er is een interventieboek ontwikkeld: Op verhaal komen. Dit boek is uitgegeven bij Uitgeverij Boom en verkrijgbaar bij alle boekhandels in Nederland (Bohlmeijer & Westerhof, 2010). Er is eveneens een train-de-trainers cursus ontworpen die 2 keer per jaar zal worden aangeboden (zie onderdeel 8). Voor deze training is een draaiboek ontwikkeld, welke de deelnemers van de train-de-trainers training aangeboden krijgen. Informatie over de interventie en relevant onderzoek wordt vermeld en en wordt verspreid via de nieuwsflits van de vakgroep geestelijke gezondheidsbevordering van de Universiteit Twente. 12
13 13
14 B. Onderbouwing van de interventie 6. Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak Geef aan hoe probleemanalyse, doel, doelgroep en methodiek op elkaar aansluiten. In uw betoog moet antwoord gegeven zijn op de volgende vragen (zie ook de handleiding bij dit werkblad): Probleemanalyse Wat zijn de factoren (determinanten) die het probleem beïnvloeden? Onderbouw dit met theorieën en/of onderzoeksliteratuur, een redenering (ratio) of een visie. Als u hiervoor gebruik maakt van een algemene theorie over gedragsverandering, maak dan aannemelijk dat deze van toepassing is op het probleem. Geef aan hoe deze factoren met elkaar samenhangen. Noem oorzakelijke, risico-, instandhoudende, verzachtende en /of beschermende factoren. Beïnvloedbare factoren Welke factoren zijn beïnvloedbaar? Laat dit alles zien met theorie/ studies of voorbeelden. Op welke veranderbare factoren richt de interventie zich? Verbinding probleemanalyse, doel, doelgroep en aanpak Kan het doel met de gekozen aanpak worden bereikt? Maak dit aannemelijk aan de hand van studies en /of ervaringen. Laat zien dat de doelgroep aansluit bij de probleemanalyse. Werkzame factoren /mechanismen Wat zijn de werkzame factoren /mechanismen? Welke elementen mogen bij aanpassing van de interventie niet ontbreken? Verantwoording Voor de verantwoording kan gebruik worden gemaakt van Nederlands en /of internationaal onderzoek naar de theorie achter de interventie, naar Probleemanalyse Risicofactoren De belangrijkste risicofactor voor het krijgen van een depressie op latere leeftijd is de aanwezigheid van lichte tot matige depressieklachten (Cuijpers & Smit, 2004). Andere risicofactoren zijn de aanwezigheid van een andere psychische stoornis of chronische lichamelijke ziekte, weinig sociale steun in de omgeving of het hebben meegemaakt van stressvolle levensgebeurtenissen (Maas & Jansen, 2000; Schoemaker & Spijker, 2010; Van t Land, Schoemaker & De Ruiter, 2008). Beïnvloedbare factoren De life-review groepsinterventie Op verhaal komen richt zich op mensen met lichte tot matige depressieklachten, aangezien dit een doelgroep is die een verhoogd risico heeft op het ontwikkelen van een depressieve stoornis. Uit onderzoek blijkt dat het verminderen van beginnende depressieklachten het risico op het ontwikkelen van een depressie kan verminderen (Cuijpers et al., 2008). Er is een groot aantal interventiemethoden beschikbaar is voor het behandelen van depressieklachten. Op verhaal komen is primair gebaseerd op life-review. Dit is een is gestructureerd terugblikken op en evalueren van het eigen leven om eventuele doelen conflicten uit het verleden alsnog op te lossen en stil te staan bij de betekenis van het eigen leven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de koppeling van reminiscentie en narratieve therapie (waarbij deconstructie en reconstructie van persoonlijke verhalen instrumenteel zijn). Het onderscheidende van life-review is dat het specifiek kan worden gebruikt bij mensen die zingevingsvragen hebben (Westerhof, Bohlmeijer & Webster, 2010). Mensen die twijfelen aan de zin van hun leven, die hun leven als onbevredigend ervaren, het gevoel hebben dat ze (nog) niet gedaan hebben wat belangrijk voor ze is. Daarnaast is de interventie bij uitstek geschikt voor mensen die moeite hebben om te gaan met specifieke, ingrijpende levensgebeurtenissen, bijvoorbeeld moeite hebben met invulling geven aan hun leven na pensioen of een worstelen met een chronische ziekte (Korte, Bohlmeijer, Westerhof & Pot, 2011). Het kan ook gaan om mensen die behoefte hebben om de balans van hun leven op te maken, niet als voorbereiding op de dood, maar om te leren en groeien door meer zelfinzicht en kennis te verwerven (Westerhof, Bohlmeijer & Webster). Werkzame mechanismen Op verhaal komen is gebaseerd op onderzoek naar het autobiografisch geheugen en reminiscentie en op de narratieve psychologie (zie bijlage 2). In grote lijnen laat dit onderzoek zien dat een overgang in het leven (bijvoorbeeld pensioen) of een ernstige levensgebeurtenis een toename van reminiscentie of autobiografische reflectie veroorzaakt. Het zelf of de identiteit die door de narratieve psychologie als een verhaal wordt opgevat, staan onder druk en moeten worden aangepast. Wanneer de gebeurtenis als negatief wordt ervaren, kan dit de associatie met andere negatieve herinneringen versterken. De verhalen die iemand op basis van deze herinneringen vertelt, 14
15 onderdelen van de interventie en /of naar soortgelijke interventies, en van onderzoek naar buitenlandse versies van de interventie. worden minder coherent en bevatten vooral thema s als onmacht en slachtofferschap. Reminiscentie krijgt vooral de functie om bitterheid in stand te houden of om juist het vroege leven (voor de gebeurtenis) te verheerlijken. Al met al leiden deze processen ertoe dat de zelfwaardering vermindert, iemand minder zingeving en minder invloed op zijn omgeving ervaart. Dit zal ertoe leiden dat gevoelens van depressiviteit en verminderd welbevinden ontstaan. Depressie beïnvloedt de wijze waarop het autobiografisch geheugen werkt. Het wordt bijvoorbeeld moeilijk om specifieke positieve gebeurtenissen te herinneren. Dit proces kan er ook toe leiden dat iemand vooral passief gedrag of juist agressief gedrag vertoont waardoor iemand eerder in negatieve situaties terecht komt. Dit zal eerder nieuwe, negatieve herinneringen doet ontstaan dan positieve. De verhalen die iemand over zichzelf vertelt, krijgen zo de vorm van een selffulfilling prophecy. Er ontstaat een vicieuze cirkel. Of en de mate waarin dit proces plaats vindt wordt mede bepaald door iemands levensgeschiedenis of leergeschiedenis en iemands persoonlijkheid. De belangrijkste werkzame mechanismen zijn dus: Het ontwikkelen van een positieve identiteit Dit gebeurt door nieuwe, coherente verhalen over het eigen leven te ontwikkelen waarin betekenis en vermogen ( agency ) centraal staan. Deze verhalen leiden tot nieuwe betekenisvolle en zingevende doelen in het leven en vertrouwen om deze doelen ( mastery ) te bereiken. Het verwerken van moeilijke gebeurtenissen. Dit wordt ook wel integratieve reminiscentie en instrumentele reminiscentie genoemd. Dit vindt plaats door het focus te leggen op leerervaringen, context en positieve ervaringen met coping. Het ophalen van specifieke positieve herinneringen Door de depressie hebben mensen moeite om specifieke, positieve gebeurtenissen te herinneren. Het trainen van dit deel van het autobiografisch geheugen leidt ertoe dat tot betere zelfacceptatie komen en positieve gedachten over het zichzelf en het eigen leven ontwikkelen. Verbinding probleemanalyse, doel, doelgroep en aanpak Depressie behoort tot de aandoening met de grootste ziektelast. De belangrijkste risicofactor is de aanwezigheid van relevante depressieklachten. De afname van depressieklachten is daarom een belangrijke rationale voor (geindiceerde) preventie. Het is belangrijk dat de preventieve interventie gericht is op factoren die rol spelen bij het in stand houden en verergeren van depressieklachten. Bij ouderen kunnen de confrontatie met negatieve levensgebeurtenissen leiden tot een negatief en onmachtig levensverhaal, waarbij vooral herinneringen worden opgehaald aan negatieve gebeurtenissen. Dit leidt tot afname van zingeving en vertrouwen. Door depressie ontstaan problemen bij het ophalen van specifieke positieve herinneringen. In Op verhaal komen worden ouderen uitgenodigd herinneringen op te halen maar tegelijkertijd uitgedaagd om nieuwe verhalen over gebeurtenissen te ontwikkelen. Er wordt gevraagd naar voorbeelden van succesvolle coping, naar momenten van groei en leren, naar persoonlijke competenties. Daardoor ontstaat een nieuw positief levensverhaal dat de basis is voor een positieve identiteit. Dit leidt tot positieve gedachten over zelf het eigen leven, meer zelfvertrouwen en het vinden van nieuwe zingevende doelen. Dit leidt tot afname van depressieve klachten. 15
16 7. Samenvatting onderbouwing Beschrijf in één tot drie zinnen het verband tussen probleem, doelgroep, doel en methode. De groepsinterventie Op verhaal komen is een op life-review gebaseerde preventieve interventie voor mensen van 55 jaar en ouder met lichte tot matige psychische klachten. De interventie heeft als doel om lichte tot matige depressie klachten en angstklachten te verminderen en om de positieve geestelijke gezondheid te bevorderen, en daarmee een toename van klachten of het ontwikkelen van een klinische depressie te voorkomen. Op verhaal komen wordt aangeboden bij GGZ-instellingen 16
17 C. Overdraagbaarheid 8. Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking Welke eisen zijn er ten aanzien van opleiding, training, certificering, licenties en/of supervisie van de uitvoerend werkers? Beschrijf deze randvoorwaarden voor de toepassing. Meld indien van toepassing: Er zijn geen specifieke eisen voor de uitvoering en begeleiding van de uitvoerend werkers. 8.1 Eisen ten aanzien van opleiding Professionals die de life-review interventie Op verhaal komen willen uitvoeren moeten een 2-daagse training volgen. Deze training zal 2 keer per jaar worden aangeboden. In deze training komen de uitgangspunten, werkmethoden en doelstellingen van de interventie Op verhaal komen aan bod. Er wordt geoefend met specifieke life-review technieken en het stellen van narratieftherapeutische vragen. Na afloop zijn de hulpverleners in staat om de groepsinterventie te geven aan cliënten met (niet ernstige) psychische problematiek. Om aan de training deel te kunnen nemen dienen de hulpverleners ervaring te hebben in het werken met ouderen en een opleiding te hebben gevolgd die relevant is voor de GGZ, zoals psychologie, maatschappelijk werk, sociaalpsychiatrisch verpleegkundige of preventiewerker. De interventie wordt in totaal gegeven door 2 hulpverleners; in ieder geval door 1 GZ-psycholoog. In Nederland is inmiddels een groot percentage hulpverleners en preventiewerkers geschoold in life-review. Voor deze training is een draaiboek ontwikkeld, welke de deelnemers van de train-de-trainers training aangeboden krijgen. Is er voor de overdracht van de interventie een handleiding of protocol? Zijn er eerdere ervaringen waaruit blijkt dat de interventie overdraagbaar is? Meld indien van toepassing: Er is geen handleiding of protocol voor overdracht of implementatie. Hoe wordt de kwaliteit van de interventie beoordeeld en bewaakt? Denk bijvoorbeeld aan registratie van activiteiten en resultaten. 8.2 Eisen ten aanzien van overdracht en implementatie Er is een draaiboek ontwikkeld voor trainers waarin stap voor stap staat beschreven hoe de interventie dient te worden uitgevoerd. Er is geen protocol voor overdracht geschreven. De train-de-trainers is de afgelopen jaren echter regelmatig gegeven. Na afloop van de training geven de deelnemers telkens aan dat zij zich goed in staat voelen om de training te geven. 8.3 Eisen ten aanzien van kwaliteitsbewaking De wijze van kwaliteitsbepaling wordt bepaald door de uitvoerder. Het behoort tot de standaardwerkwijze van preventie-afdelingen om na elke interventie een procesevaluatie uit te voeren en voor en na de interventie klachtenlijsten af te nemen. Meld indien niet bekend of niet van toepassing: De wijze van kwaliteitsbewaking wordt bepaald door de uitvoerder. Wat zijn de kosten van de uitvoering? Noem zo mogelijk kosten van licentie, materiaal, trainingen, kwaliteitsbewaking, Vermeld het jaartal waarvoor 8.4 Kosten van de interventie De kosten voor de uitvoering van de interventie bestaan uit: - wervingskosten van 10 per succesvol geworden deelnemer - een intake van een uur (+30 minuten administratie) door een GZpsycholoog voor 136 per uur 17
18 de prijzen gelden. Noem ook de tijdinvestering van betrokken professionals (uitvoering en coördinatie). Meld indien van toepassing: Er zijn bij deze interventie geen gegevens bekend over de kosten en /of de tijdsinvestering van professionals. - 7 sessies (+ 15 min. voorbereiding) per sessie door 1 klinisch psycholoog voor 136 per uur en 1 preventiewerker voor 100,43 per uur, in groepen van 5 (range 4-6) deelnemers. Om te kunnen deelnemen aan de interventie moeten de deelnemers zelf ook kosten maken, namelijk voor het interventieboek t.w.v. 25,-. 9. Onderzoek naar de uitvoering van de interventie Is er onderzoek gedaan naar de uitvoering van de interventie? Beschrijf doel, type onderzoek (bijvoorbeeld procesevaluatie, behoefteanalyse, nul-meting, haalbaarheidonderzoek, tevredenheidmeting etc.), methode en relevante uitkomsten. Geef aan wat het bereik is, de succes- en faalfactoren en waardering door de doelgroep. Geef ook aan hoe de interventie, indien noodzakelijk, wordt aangepast. Meld indien van toepassing: Er is geen onderzoek gedaan naar de uitvoering van de interventie. Onderzoek De life-review interventie is onderzocht in gerandomiseerd, gecontroleerd effectonderzoek (zie punt 10). In totaal zijn er 202 deelnemers geïncludeerd, met een gemiddelde leeftijd 63 jaar en waarvan 77% vrouw. Qua opleidingsniveau zijn de deelnemers vrijwel gelijk verdeeld; 36.6% van de deelnemers is hoog opgeleid, 33.7% middelbaar opgeleid en 29.7% laag opgeleid. Succes- en faalfactoren D.m.v. moderatieanalyses zijn de volgende succes- en faalfactoren onderzocht: reminiscentiepatroon, persoonlijkheid, leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, klinisch relevante depressieklachten en angstklachten tijdens baseline, eerdere depressieve episodes, chronische medische condities en belangrijke levensgebeurtenissen. De moderatieanalyses lieten zien dat er weinig prognostisch factoren zijn aan te wijzen in de effectiviteit op depressieve symptomen. De interventie lijkt geschikter te zijn voor mensen die hoog scoren op de persoonlijkheidstrek extraversie en laag scoren op de reminiscentiestijl vermindering van verveling. Aangezien een groot aantal potentiële moderatoren is onderzocht en er slechts 2 moderatoren naar voren kwamen kan worden gesteld dat de interventie toegankelijk is voor een breed publiek. Voor u verder gaat Bereik De life-review interventie is inmiddels landelijk geïmplementeerd. Ruim 40% van de GGZ-instellingen in Nederland biedt de interventie aan. Tevredenheid De groepsinterventie werd door de deelnemers op een schaal van 1 tot 10 geëvalueerd met een 7.7. De specifieke oefeningen die werden aangeboden werden over het algemeen als zeer zinvol geëvalueerd. Bovendien waren de deelnemers tevreden over de hoeveelheid huiswerk en de begeleiding. Vermeld kan worden dat de interventie uitgebreid is geëvalueerd in een eerste pilotstudie (Bohlmeijer, Kramer, Smit, Onrust, & Van Marwijk, 2009; Bohlmeijer, Westerhof & Emmerik-de Jong, 2008). Alle specifieke onderdelen en activiteiten werden door de deelnemers beoordeeld. Op basis hiervan is de interventie aangepast. Onderdelen die laag scoorden op zinvolheid en helderheid zijn weglaten of vervangen door andere onderdelen. Check met behulp van onderstaande lijst of u de vereiste informatie op het werkblad kunt invullen. De vraagnummers corresponderen met de desbetreffende onderdelen van de beschrijving op dit werkblad en met de criteria voor erkenning op Niveau II en III. Op de sites van het Nederlands Jeugdinstituut en 18
19 van RIVM kunt u een meer uitgebreide lijst van de criteria voor erkenning en een toelichting daarop vinden. Neem bij twijfel contact op met het Nederlands Jeugdinstituut of RIVM (zie voorblad). Criteria voor erkenning op Niveau II-III: waarschijnlijk of bewezen effectief Vraag 10.1 Is de interventie via Nederlandse studies met een matige tot sterke bewijskracht onderzocht en maken deze studies het aannemelijk dat de interventie de gestelde doelen bij de doelgroep daadwerkelijk bereikt? (Voor een overzicht van de bewijskracht van onderzoek, zie de handleiding bij dit werkblad.) x Ja Nee Vraag 11 Is er onderzoek naar buitenlandse versies van de interventies Ja x Nee LET OP Indien vraag 10 met ja beantwoord wordt, vul dan ook Bijlage 1 in: Beschrijving kenmerken en resultaten onderzoek. Indien vraag 10 en 11 met nee beantwoord moeten worden, komt uw interventie niet in aanmerking voor een beoordeling op niveau II of III. Vul in dat geval paragraaf 10.1 en 11 op de gevraagde manier in en ga verder met paragraaf 12 onder Overige informatie. Vergeet niet het logboek in te vullen aan het einde van dit werkblad. 19
20 Beschrijving voor erkenning op niveau II-III: waarschijnlijk of bewezen effectief D. Effectiviteit 10. Nederlandse effectstudies Wat zijn de kenmerken en uitkomsten van onderzoek naar het effect van de interventie in Nederland? Noem per studie auteur(s) en publicatiejaar, onderzochte (primaire) doelen van de interventie, onderzoeksgroep, onderzoeksdesign en resultaten. Vermeld effectgroottes d of ES, of de gegevens om deze te berekenen (zie de handleiding bij dit werkblad). Beschrijf ook de kenmerken en resultaten van reviews en metaanalyses over de effectiviteit van de interventie in Nederland. Meld indien van toepassing: Er is geen Nederlands onderzoek naar de effectiviteit van de interventie Studies naar de effectiviteit van de interventie in Nederland De effectiviteit van Op verhaal komen is onderzocht in een pilot studie en twee gecontroleerde effectstudies. Pilot studie (studies 1 en 2) Bohlmeijer, Kramer, Smit, Onrust, & Van Marwijk, 2009; Bohlmeijer, Westerhof, & Emmerik-de Jong, 2008 In samenwerking met 6 GGZ-instellingen werden de effecten van Op verhaal onderzocht in een quasi-experimentele studie. Aan dit onderzoek namen 108 ouderen deel. 65 ouderen ontvingen de interventie (experimentele groep) en 43 ouderen stonden tijdelijk op een wachtlijst (controle groep). De uitkomstmaten ware depressieklachten, mastery en persoonlijke zingeving. Na afloop van de interventie hadden de deelnemers significant minder depressieklachten en meer invloed op hun leven. De effectgroottes d waren gemiddeld voor depressieklachten (0.37 direct na de interventie (t1) en 0.39 na een follow-up van drie maanden (t2)) en klein voor mastery (0.25 direct na de interventie (t1) en 0.19 na een follow-up van drie maanden (t2)). Ook het persoonlijk zingevingprofiel van de deelnemers was na afloop positiever in vergelijking tot de controlegroep, met een effectgrootte d van 0.38 direct na de interventie. Gerandomiseerd gecontroleerde effectstudie (studie 3) Korte, Bohlmeijer, Cappeliez, Smit & Westerhof, 2011 De gecontroleerde effectstudie is uitgevoerd in samenwerking met 14 GGZinstellingen. In totaal zijn er 202 deelnemers geïncludeerd. Zij werden random toegewezen aan de interventieconditie (de life-review interventie; n=100) of aan de controlegroep (gebruikelijke zorg, oftewel care-as-usual; n=102). Dit is de grootste RCT die tot op heden is uitgevoerd naar de effecten van life-review. De interventie is onderzocht op de volgende uitkomstmaten: depressieve symptomen, angstsymptomen, huidige depressieve episode, kwaliteit van leven en positieve geestelijke gezondheid. Deze uitkomstmaten zijn op de volgende momenten gemeten: baseline (t0), direct na de interventie (t1; 3 maanden na baseline), tijdens de eerste follow-up (t2; 6 maanden na baseline) en tijdens de tweede follow-up (t3; 12 maanden na baseline). Resultaten lieten zien dat de deelnemers in de interventiegroep, in vergelijking tot de controleconditie, direct na afloop van de interventie significant minder depressieklachten hadden (effectgrootte d=0.60), evenals drie maanden na 20
21 afloop van de interventie (effectgrootte d=0.50). Dit effect bleef 9 maanden na afloop van de interventie gehandhaafd. Bovendien was de kans dat de interventiedeelnemers geen klinisch relevante depressieklachten hadden significant groter dan bij de deelnemers aan de controlegroep (direct na de interventie; OR 3.77, NNT=3.5; bij de eerste follow-up: OR 3.76, NNT=3.3). Er werden tevens kleine, maar significante effecten gevonden ten aanzien van angstklachten (effectgrootte d=0.28 bij t1 en d=0.25 bij t2) en positieve geestelijke gezondheid effectgrootte d=0.29 bij t1 en d=0.26 bij t2), ten gunste van de interventiegroep. Om meer inzicht te krijgen in de werkzame mechanismen van life-review, hebben we in een aanvullende studie mogelijke mediatoren onderzocht op depressieklachten (Korte, Westerhof & Bohlmeijer, accepted for publication). Hiertoe zijn mediatoren bekeken die theoretisch en empirisch zijn voorgesteld als belangrijke werkzame mechanismen van life-review (zie onderdeel 6), namelijk: het ontwikkelen van de eigen identiteit, het oplossen van problemen, het herleven van bittere herinneringen, het tegengaan van verveling (allen reminiscentiestijlen), persoonlijke zingeving, mastery en positieve gedachten. De bevindingen lieten zien dat de herleving van bittere herinneringen, het tegengaan van verveling, mastery en positieve gedachten de effecten van life-review op depressieklachten inderdaad medieerden. Gerandomiseerde gecontroleerde effectstudie (studie 4) Lamers, Korte, Westerhof & Bohlmeijer, in preparation De groepsinterventie Op verhaal komen kan ook worden doorlopen als zelfhulpinterventie. Cliënten werken dan zelfstandig het boek door. Deze zelfhulpinterventie is onderzocht in een gerandomiseerde gecontroleerde effectstudie. Deelnemers aan de interventieconditie kregen begeleiding kregen via contact met een counselor. Ze kregen wekelijks inhoudelijke feedback op de kern van de opdrachten die zij per naar de counselor hadden opgestuurd. De zelfhulpinterventie werd empirisch getoetst op de effectiviteit in termen van afname van depressieklachten, toename van positieve geestelijke gezondheid en afname van overige psychische klachten. Er werden in totaal 174 mensen, van 40 jaar en ouder en met lichte tot matige depressieklachten, geïncludeerd in de studie. Uit de resultaten blijkt dat de zelfhulpinterventie effectief is: deelnemers hebben direct na afloop van de interventie (drie maanden na baseline) minder depressieklachten (effectgrootte d=.30) en algemene psychische klachten (effectgrootte d=.37), en een verhoogde positieve geestelijke gezondheid (effectgrootte d=.16). De deelnemers laten een afname zien van gemiddeld 8.3 punten op depressieklachten, zoals gemeten met de CES-D. Na afloop van de interventie scoren zij rond het afkappunt van 16. Deze effecten bleven drie en negen maanden na de interventie (zes maanden en 12 maanden na baseline) behouden. Vat elke studie in telegramstijl samen. Kies bij Bewijskracht voor: 1 zeer zwak; 2 zwak; 3 matig; 4 redelijk; 5 vrij sterk; 6 sterk; 7 zeer sterk. Kies bij Effectiviteit voor: 1 positieve resultaten 2 effectiviteit niet vastgesteld; 10.2 Samenvatting Nederlandse effectstudies Studies 1 en 2 Auteurs: Bohlmeijer, Kramer, Smit, Onrust & Van Marwijk; Bohlmeijer, Westerhof, & Emmerik-de Jong Jaar: 2008 en 2009 Onderzoekstype: quasi-experimentele studie Belangrijkste resultaten: De life-review interventie Op verhaal komen, voor mensen met lichte tot matige depressieklachten, is effectief in het verminderen van deze klachten en in het bevorderen van mastery en persoonlijke zingeving. 21
22 3 negatieve resultaten; 4. positieve en negatieve resultaten; of 5 effectiviteit onduidelijk of onbekend. (Zie de handleiding bij dit werkblad.) Bewijskracht van het onderzoek: 5 Resultaten effectiviteit: 1 Studie 3 Auteurs: Korte, Bohlmeijer, Cappeliez, Smit & Westerhof Jaar: 2011 Onderzoekstype: gerandomiseerde gecontroleerde trial Belangrijkste resultaten: De life-review groepsinterventie Op verhaal komen, voor mensen met lichte tot matige depressieklachten, is effectief in het verminderen van deze klachten, in het verminderen van angstklachten en in het bevorderen van positieve geestelijke gezondheid. Bewijskracht van het onderzoek: 7 Resultaten effectiviteit: Buitenlandse effectstudies Studie 4 Auteurs: Lamers, Korte, Westerhof & Bohlmeijer Jaar: in preparation Onderzoekstype: gerandomiseerde gecontroleerde trial Belangrijkste resultaten: De life-review zelfhulpinterventie Op verhaal komen, voor mensen met lichte tot matige depressieklachten, is effectief in het verminderen van deze klachten, in het verminderen van algemene psychische klachten en in het bevorderen van positieve geestelijke gezondheid. Bewijskracht van het onderzoek: 5 Resultaten effectiviteit: 1 Wat zijn de kenmerken en uitkomsten van effectstudies, reviews of meta-analyses naar de effectiviteit van buitenlandse versies van de interventie? Noem per studie auteur(s) en publicatiejaar, onderzochte doelen van de interventie, methode en resultaten. Vermeld effectgroottes d of ES, of de gegevens om deze te berekenen (zie de handleiding bij dit werkblad). Er zijn vele studies verricht naar life-review als therapie (primair gericht op het verminderen van depressie) en daarvan zijn verschillende meta-analyses beschikbaar (Bohlmeijer, Smit & Cuijpers, 2003; Hsieha & Wang, 2003; Payne & Marcus, 2008; Peng, Huang, Chen & Lu, 2009; Pinquart, Duberstein & Lyness, 2007; Pinquart & Forstmeier, 2012). De preventieve interventie Op verhaal komen is echter een nieuw aanbod. Er zijn op dit moment geen studies die de effectiviteit van buitenlandse versies van de interventie aantonen. Gebruik per onderzoek niet meer dan 150 woorden. Meld indien van toepassing: Er zijn geen studies die de effectiviteit van buitenlandse versies van de interventie aantonen. E. Overige informatie 12. Toelichting op de naam van de interventie 22
23 Is de naam van de interventie helder? Noem de herkomst of diepere betekenis. Is de interventie bekend onder een andere naam? Noem de naam van de eventuele buitenlandse versie van de interventie. Meldt indien van toepassing: Over de naam van de interventie zijn geen bijzonderheden te vermelden. De naam van de interventie is Op verhaal komen (oude naam De verhalen die we leven). Het verwijst naar een mooie Nederlandse uitdrukking die goed uitdrukt waar het bij de interventie in de kern om gaat. Namelijk je ervaringen beschrijven en vertellen in verhalen waardoor je er weer tegenaan kunt. De naam nodigt bovendien uit tot zelfstandigheid. Deelnemers leren als het ware om (weer) op verhaal te komen. 13. Uitvoering (uitvoerende en of ondersteunende organisaties en partners) Waar, door welk soort organisaties en op welke schaal wordt de interventie toegepast? Beschrijf op welke locatie de interventie wordt uitgevoerd. Noem eventueel lokale en/of regionale varianten. Noem eventueel ook samenwerkingspartners in de uitvoering. De interventie wordt vooral uitgevoerd door preventie-afdelingen van GGZinstellingen. Op basis van train-de-trainers en inventarisatie via Google wordt geschat dat ruim 40% van de instellingen de interventie aanbiedt. Op dit moment zijn er studies gaande waarbij de interventie als zelfhulp wordt aangeboden en online. Meld indien van toepassing: De locatie waar de interventie dient te worden uitgevoerd is niet aangegeven. Er zijn geen gegevens over de uitvoerende organisatie bekend. 14. Overeenkomsten met andere interventies Zijn er soortgelijke interventies? Noem relevante en in het oog springende overeenkomsten en /of verschillen; beperk dit tot sterk vergelijkbare interventies. De interventie is een preventieve toepassing van life-review. Voor zover wij weten is dat uniek in Nederland. Meld indien van toepassing: Er zijn geen gegevens over soortgelijke interventies. Aangehaalde literatuur 23
24 Beschrijf de in dit document aangehaalde literatuur volgens APA-normen (zie de handleiding bij dit werkblad). Beekman, A. T. F., Geerlings, S. W., & Van Tilburg, W. (1998). Depression in later life: Emergence and prognosis. In: D.J.H.Deeg, A.T.F.Beekman and D.M.W.Kriegsman (eds.). Autonomy and well-being in the aging population II : report from the Longitudinal Aging Study Amsterdam, , Amsterdam: VU University Press. Beekman, A.T.F., Penninx, B.W.J.H., Deeg, D.J.H., De Beurs, E., Geerings, S.W., Van Tilburg, W. (2002). The impact of depression on the well-being, disability and use of services in older adults: a longitudinal perspective. Acta Psychiatrica Scandinavica, 105, Boelen, P.A. (2007). Psychometric properties of the Dutch version of the Automatic thoughts Questionnaire-Positive (ATQ-P). Cognitive Behaviour Therapy, 36(1), Bohlmeijer, E.T., Kramer, J., Smit, F., Onrust, S., & Van Marwijk, H. (2009). The effects of integrative reminiscence on depressive symptomatology and mastery of older adults. Community Mental Health Journal, 45(6), Bohlmeijer, E.T, Smit, F., & Cuijpers, P. (2003). Effects of reminiscence and life-review on late-life depression: a meta-analysis. International Journal of Geriatric Psychiatry, 18(12), Bohlmeijer, E., & Westerhof, G. J. (2010). Op verhaal komen: je autobiografie als bron van wijsheid. Amsterdam: Boom. Bohlmeijer, E.T., Westerhof, G.J., & Emmerik-de Jong, M. (2008). The effects of integrative reminiscence on meaning in life: results of a quasiexperimental study. Aging and Mental Health, 12(5), Boland, C., Smits, C. H. M., de Vries, W. M., & van Erp, A. N. J. (2007). De kracht van je leven. De narratieve methode in de GGZ-preventie bij Turkse en Marokkaanse ouderen met depressieve klachten. Maandblad Geestelijke Gezondheidszorg, 62, Brewin, C.R. (2006). Understanding cognitive behaviour therapy: a retrieval competition account. Behaviour Research and Therapy, 44(6), Butler, R. N. (1963). The life-review: an interpretation of reminiscence in the aged. Psychiatry, 26(1), Cappeliez, P. (2002). Cognitive-reminiscence therapy for depressed older adults in day hospital and long-term care. In J. D. Webster and B. K. Haight (eds.), Critical Advances in Reminiscence Work: From Theory to Application (pp ). New York: Springer. Cappeliez, P., & O Rourke, N. (2006). Empirical validation of a model of reminiscence and health in later life. Journal of Gerontology: Psychological Sciences, 61(4), Cappeliez, P., O Rourke, N., & Chaudhury, H. (2005). Functions of reminiscence and mental health in later life. Aging and Mental Health, 9(4),
25 Cappeliez, P., & Robitaille, A. (2010) Coping mediates the relationships between reminiscence and psychological well-being among older adults. Aging & Mental Health, 14(7), Cuijpers, P., & Smit, F. (2004). Sub threshold depression as a risk indicator for major depressive disorder: A systematic review of prospective studies. Acta Psychiatrica Scandinavica, 109, Cuijpers, P., Van Straten, A., Smit, F., Mihalopoulos, C., & Beekman, A. (2008). Preventing the onset of depressive disorders: a meta-analytic review of psychological interventions. American Journal of Psychiatry, 165, Cully, J. A., LaVoie, D., & Gfeller, J. D. (2001). Reminiscence, personality, and psychological functioning in older adults. Gerontologist, 41(1), Davidhizar, R., & Shearer, R.A. (1999). Helping elderly clients adjust to change and loss. Home Care Provider, 4, Gommer A.M., Hoeymans, N., Poos, M.J.J.C. (2010). Wat is de ziektelast in Nederland? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM. Graaf, de, R., Ten Have, M., & Van Dorsselaer, S. (2010). NEMESIS-2: De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut. Haight, B.K. (1992). Long-term effects of a structured life-review process. Journal of Gerontology, 47(5), Hsieha, H.F., & Wang, J.J. (2003). Effect of reminiscence therapy on depression in older adults: a systematic review. International Journal of Nursing Studies, 40(4), Ingram, R. E., Kendall, P. C., Siegle, G., Guarino, J., & McLaughlin, S. C. (1995). Psychometric properties of the Positive Automatic Thoughts Questionnaire. Psychological Assessment, 7(4), Korte, J., Bohlmeijer, E.T., Cappeliez, P., Smit, F., & Westerhof, G.J. (2011, online first). Life-review therapy for older adults with moderate depressive symptomatology: a pragmatic randomized controlled trial. Psychological Medicine, doi: /s Korte, J., Bohlmeijer, E. T., Westerhof, G. J., & Pot, A. M. (2011). Reminiscence and adaptation to critical life events in older adults with mild to moderate depressive symptoms. Aging and Mental Health, 15(5), Korte, J., Westerhof, G.J., & Bohlmeijer, E.T. (accepted for publication). Mediating Processes in an Effective Life-review Intervention. Psychology and Aging. 25
26 Kraaij, V., Arensman, E., & Spinhoven, P. (2002). Negative life events and depression in elderly persons: A meta-analysis. Journal of Gerontology: Psychological Sciences, 57B, P87 P94. Krause, N. (2004). Stressors arising in highly valued roles, meaning in life, and the physical health status of older adults. Journal of Gerontology: Social Sciences, 59(5), S287 S297. Lamers, S.M.A., Korte, J., Westerhof, G.J., & Bohlmeijer, E.T. (in preparation). Life-review therapy as guided self-help for older adults with moderate depressive symptomatology: a pragmatic randomized controlled trial Lamers, S.M.A., Westerhof, G.J., Bohlmeijer, E.T., Ten Klooster, P.M., & Keyes, C.L.M. (2011). Evaluating the psychometric properties of the Mental Health Continuum-Short Form (MHC-SF). Journal of Clinical Psychology 67, Licht-Strunk, E., Van der Windt, D.A., Van Marwijk, H.W., De Haan, M., Beekman, A.T. (2007). The prognosis of depression in older patients in general practice and the community. A systematic review. Family Practice, 24, Maas, I.A.M., & Jansen, J. (2000). Psychische (on)gezondheid: determinanten en de effecten van preventieve interventies. Bilthoven: RIVM. Parker, R. G. (1995). Reminiscence: A community theory framework. Gerontologist, 35(4), Parker, R. G. (1999). Reminiscence as continuity: Comparison of young and older adults. Journal of Clinical Geropsychology, 5(2), Payne, K.T., & Marcus, D.K. (2008). The efficacy of group psychotherapy for older adult clients: a meta-analysis. Group Dynamics: Theory, Research, and Practice, 12(4), Pearlin, L.I., & Schooler, C. (1978). The structure of coping. Journal of Health and Social Behaviour, 19(1), Pekrun, R., Elliot, A. J., & Maier, M. A. (2006). Achievement goals and discrete achievement emotions. Journal of Educational Psychology, 98(3), Peng,.D., Huang, C.Q., Chen, L.J., & Lu, Z.C. (2009). Cognitive behavioural therapy and reminiscence techniques for the treatment of depression in the elderly: a systematic review. The Journal of International Medical Research, 37(4), Pinquart, M. (2002). Creating and maintaining purpose in life in old age: a meta-analysis. Ageing International, 27(2), Pinquart, M., & Forstmeier, S. (2012, online first). Effects of reminiscence interventions on psychosocial outcomes: a meta-analysis. Aging & Mental 26
27 Health, DOI: / Pinquart, M., Duberstein, P.R., & Lyness, J.M. (2007). Effects of psychotherapy and other behavioral interventions on clinically depressed older adults: A meta-analysis. Aging & Mental Health, 11(6), Poos, M.J.J.C., Smit, J.M, Groen, J., Kommer, G.J., & Slobbe, L.C.J. (2008). Kosten van ziekten in Nederland Bilthoven: RIVM. Schoemaker, C., & Spijker, J. (2010). Welke factoren beïnvloeden de kans op depressie? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM. Serrano, J. P., Latorre, J. M., Gatz, M., & Montanes, J. (2004). Life-review therapy using autobiographical retrieval practice for older adults with depressive symptomatology. Psychology and Aging, 19(2), Sheehan, D.V., Lecrubier, Y., Sheehan, K.H., Amorim, P., Janavs, J., Weiller, E., Hergueta, T., Baker, R., Dunbar, G.C. (1998). The Mini International Neuropsychiatric Interview (M.I.N.I.): the development and validation of a structured diagnostic psychiatric interview for DSM-IV and ICD-10. Journal of Clinical Psychiatry 59, Sideridis, G. D. (2005). Goal orientation, academic achievement, and depression: evidence in favour of a revised goal theory framework. Journal of Educational Psychology, 97(3), Sideridis, G. D. (2007). Why are students with LD depressed? A goal orientation model of depression vulnerability. Journal of Learning Disabilities, 40(6), Steger, M., Frazier, P., Oishi, S., & Kaler, M. (2006). The meaning in life questionnaire, assessing the presence of and search for meaning in life. Journal of Counselling Psychology, 53(1), Steunenberg, B., Beekman, A.T., Deeg, D.J., Bremmer, M.A., & Kerkhof, A.J. (2007). Mastery and neuroticism predict recovery of depression in later life. American Journal of Geriatric Psychiatry, 15(3), Radloff, L. S. (1977). The CES-D scale: A self-report depression scale for research in the general population. Applied Psychological Measurement, 1, Van t Land, H., Schoemaker, C., & De Ruiter, C. (2008).Trimbos zakboek psychische stoornissen. Tweede, herziene en uitgebreide druk. Utrecht: De Tijdstroom. Watt, L. M. (1996). Integrative and instrumental reminiscence therapies for the treatment of depression in older adults. Unpublished doctoral dissertation, University of Ottawa, Ottawa, Ontario, Canada. Watt, L. M., & Cappeliez, P. (2000). Integrative and instrumental reminiscence therapies for depression in older adults: intervention strategies and treatment effectiveness. Aging & Mental Health, 4(2),
28 Webster, J. D. (1993). Construction and validation of the Reminiscence Functions Scale. Journals of Gerontology: Psychological Sciences, 48(5), Webster, J. D. (1998). Attachment styles, reminiscence function, and happiness in young and elderly adults. Journal of Aging Studies, 12(3), Webster, J. D., & McCall, M. E. (1999). Reminiscence functions across adulthood: a replication and extension. Journal of Adult Development, 6(1) Westerhof, G. J., Bohlmeijer, E. T., Van Beljouw, I. M.J., & Pot, A. M. (2010). Improvement in personal meaning mediates the effects of a lifereview intervention on depressive symptoms in a randomized controlled trial. The Gerontologist, 50(4), Westerhof, G. J., Bohlmeijer, E. T., & Webster, J. D. (2010). Reminiscence and mental health: a review of recent progress in theory, research, and intervention. Ageing and Society, 30(4), White, M., & Epston, D. (1990). Narrative means to therapeutic ends. W. W. Norton: New York. Williams, J. M., Barnhofer, T., Crane, C., Herman, D., Raes, F., Watkins, E., & Dalgleish, T. (2007). Autobiographical memory specificity and emotional disorder. Psychological Bulletin, 133(1), Wong, P. T. (1995). The processes of adaptive reminiscence. In B.K. Haight and J.D. Webster (eds.), The Art and Science of Reminiscing: Theory, Research, Methods, and Applications (pp.23 35). Pennsylvania, PA: Taylor and Francis. Zigmond, A. S., & Snaith, R. P. (1983). The hospital anxiety and depression scale. Acta Psychiatrica Scandinavica, 67, \ 28
29 Bijlage 1. Beschrijving kenmerken en resultaten onderzoek Scoor met dit formulier elke effectstudie apart. Licht de score bij een item eventueel toe. Studies 1 en 2 Bohlmeijer, E.T., Kramer, J., Smit, F., Onrust, S., & Van Marwijk, H. (2009). The effects of integrative reminiscence on depressive symptomatology and mastery of older adults. Community Mental Health Journal, 45, Bohlmeijer, E.T., Westerhof, G.J., Emmerik-De Jong, M. (2008). The effects of integrative reminiscence on meaning in life: results of a quasi-experimental study. Aging & Mental Health, 12, A. Waar en waarover is de studie uitgevoerd Kruis ja of nee aan Ja Nee 1 De studie is in Nederland uitgevoerd. 2 De studie betreft de hier beschreven, Nederlandse interventie (en niet een andere, soortgelijke interventie of een buitenlandse versie of variant) B. Typering methodologische kenmerken van het onderzoek Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 1 De meting is (mede) gericht op de doelen en de doelgroep van de interventie. 2 De meting is verricht met instrumenten die voldoende betrouwbaar zijn. 3 De meting is verricht met instrumenten die de doelen van de interventie valide operationaliseren. 4 Er is een voormeting (voorafgaand aan / bij start van de interventie). 5 Er is een nameting (aan het einde van de interventie). 6 De resultaten zijn met een adequate statistische techniek geanalyseerd en op significantie getoetst. 7 De resultaten zijn vergeleken met ander onderzoek naar de effecten van de gebruikelijke situatie, handelwijze of zorg (care-as-usual) of een andere zorgvorm bij een soortgelijke doelgroep. 8 Er is een (quasi-)experimentele en een controlegroep (care-as-usual) of een herhaald N=1 onderzoek met een baseline of een timeseries design met een multiple baseline of alternating treatments of een studie naar de samenhang tussen de mate waarin een interventie is toegepast en de mate waarin bedoelde uitkomsten zijn opgetreden. 9 Het onderzoek is uitgevoerd in de praktijk. 10 Er is een follow-upmeting van minimaal 6 maanden na einde interventie. 11 De experimentele en de controlegroep zijn at random samengesteld. 29
30 Classificatie bewijskracht van het onderzoek Kruis aan van welk type de opzet is op basis van de aangekruiste antwoorden in het bovenstaande schema. Alle antwoorden in de aangegeven range moeten aangekruist zijn Niveau 5 Niveau 4 Niveau 3 Niveau 2 Niveau 1 Bewijskracht Zeer zwak Geen van de onderstaande alternatieven 1-6 Zwak Veranderingsonderzoek Matig Resultaten van veranderingsonderzoek zijn vergeleken met ander onderzoek Redelijk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design (niet in de praktijk) Vrij sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk Sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk en met follow-up Zeer sterk Onderzoek met experimenteel design in de praktijk en met follow-up Typering overige methodologische kenmerken Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 12 Er is een controlegroep zonder interventie en/of placebo. 13 Er is een controlegroep met een gespecificeerde andere, duidelijk gespecificeerde interventie. 14 Het onderzoek is uitgevoerd door anderen dan de ontwikkelaars of de aanbieders van de interventie. 15 De mate van uitval van subjecten tussen de meetmomenten is gespecificeerd. 16 De implementatiegetrouwheid is bepaald (i.e. nagegaan is wat de mate is waarin het protocol, de handleiding of de methodiek getrouw is gevolgd - ook wel behandelingsintegriteit, treatment integrity of fidelity genoemd). C. Typering resultaten van het onderzoek 0 Geen van de onderstaande rubrieken zijn van toepassing (licht toe!). 1 Positieve resultaten: De studie rapporteert positieve effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie. 2 Effectiviteit niet aangetoond: De studie rapporteert dat er geen effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie zijn. 3 Negatieve resultaten: De studie rapporteert negatieve effecten #. 4 Positieve en negatieve resultaten: De studie rapporteert positieve en negatieve effecten # ten aanzien van verschillende doelen van de interventie. 8 Effectiviteit onduidelijk of onbekend. # Positief effect = een of meer doelen van de interventie worden gerealiseerd en deze winst is statistisch significant. Geen effect = het doel van de interventie wordt niet gerealiseerd en wordt deels gerealiseerd maar deze winst is niet statistisch significant. Negatief effect = de interventie werkt - statistisch significant - averechts of heeft ernstige, duidelijk aantoonbare bijwerkingen. 30
31 Noteer hieronder eventueel beschikbare gegevens over effectsizes Op verhaal komen (n=100) Controlegroep (n=102) M SD M SD d Depressie (0-60) Baseline (t0) Post-treatment (t1) Follow-up (t2) Mastery (5-25) Baseline (t0) Post-treatment (t1) Follow-up (t2) Zingeving Baseline (t0) Post-treatment (t1)
32 Bijlage 1 vervolg. Beschrijving kenmerken en resultaten onderzoek Scoor met dit formulier elke effectstudie apart. Licht de score bij een item eventueel toe. Studie 3 Korte, J., Bohlmeijer, E.T., Cappeliez, P., Smit, F., & Westerhof, G.J. (2011, online first). Life-review therapy for older adults with moderate depressive symptomatology: a pragmatic randomized controlled trial. Psychological Medicine, doi: /s A. Waar en waarover is de studie uitgevoerd Kruis ja of nee aan Ja Nee 1 De studie is in Nederland uitgevoerd. 2 De studie betreft de hier beschreven, Nederlandse interventie (en niet een andere, soortgelijke interventie of een buitenlandse versie of variant) B. Typering methodologische kenmerken van het onderzoek Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 1 De meting is (mede) gericht op de doelen en de doelgroep van de interventie. 2 De meting is verricht met instrumenten die voldoende betrouwbaar zijn. 3 De meting is verricht met instrumenten die de doelen van de interventie valide operationaliseren. 4 Er is een voormeting (voorafgaand aan / bij start van de interventie). 5 Er is een nameting (aan het einde van de interventie). 6 De resultaten zijn met een adequate statistische techniek geanalyseerd en op significantie getoetst. 7 De resultaten zijn vergeleken met ander onderzoek naar de effecten van de gebruikelijke situatie, handelwijze of zorg (care-as-usual) of een andere zorgvorm bij een soortgelijke doelgroep. 8 Er is een (quasi-)experimentele en een controlegroep (care-as-usual) of een herhaald N=1 onderzoek met een baseline of een timeseries design met een multiple baseline of alternating treatments of een studie naar de samenhang tussen de mate waarin een interventie is toegepast en de mate waarin bedoelde uitkomsten zijn opgetreden. 9 Het onderzoek is uitgevoerd in de praktijk. 10 Er is een follow-upmeting van minimaal 6 maanden na einde interventie. 11 De experimentele en de controlegroep zijn at random samengesteld. 32
33 Classificatie bewijskracht van het onderzoek Kruis aan van welk type de opzet is op basis van de aangekruiste antwoorden in het bovenstaande schema. Alle antwoorden in de aangegeven range moeten aangekruist zijn Niveau 5 Niveau 4 Niveau 3 Niveau 2 Niveau 1 Bewijskracht Zeer zwak Geen van de onderstaande alternatieven 1-6 Zwak Veranderingsonderzoek Matig Resultaten van veranderingsonderzoek zijn vergeleken met ander onderzoek Redelijk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design (niet in de praktijk) Vrij sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk Sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk en met follow-up Zeer sterk Onderzoek met experimenteel design in de praktijk en met follow-up Typering overige methodologische kenmerken Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 12 Er is een controlegroep zonder interventie en/of placebo. 13 Er is een controlegroep met een gespecificeerde andere, duidelijk gespecificeerde interventie. 14 Het onderzoek is uitgevoerd door anderen dan de ontwikkelaars of de aanbieders van de interventie. 15 De mate van uitval van subjecten tussen de meetmomenten is gespecificeerd. 16 De implementatiegetrouwheid is bepaald (i.e. nagegaan is wat de mate is waarin het protocol, de handleiding of de methodiek getrouw is gevolgd - ook wel behandelingsintegriteit, treatment integrity of fidelity genoemd). C. Typering resultaten van het onderzoek 0 Geen van de onderstaande rubrieken zijn van toepassing (licht toe!). 1 Positieve resultaten: De studie rapporteert positieve effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie. 2 Effectiviteit niet aangetoond: De studie rapporteert dat er geen effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie zijn. 3 Negatieve resultaten: De studie rapporteert negatieve effecten #. 4 Positieve en negatieve resultaten: De studie rapporteert positieve en negatieve effecten # ten aanzien van verschillende doelen van de interventie. 8 Effectiviteit onduidelijk of onbekend. # Positief effect = een of meer doelen van de interventie worden gerealiseerd en deze winst is statistisch significant. Geen effect = het doel van de interventie wordt niet gerealiseerd en wordt deels gerealiseerd maar deze winst is niet statistisch significant. Negatief effect = de interventie werkt - statistisch significant - averechts of heeft ernstige, duidelijk aantoonbare bijwerkingen. 33
34 Noteer hieronder eventueel beschikbare gegevens over effectsizes Op verhaal komen (n=100) Care-as-usual (n=102) M SE M SE d Depressie (0-60) Baseline (t0) Post-treatment (t1) Follow-up (t2) Second follow-up (t3) Angst (0-21) Baseline Post-treatment Follow-up Second follow-up Positieve geestelijke gezondheid (0-70) Baseline Post-treatment Follow-up Second follow-up
35 Bijlage 1 vervolg. Beschrijving kenmerken en resultaten onderzoek Scoor met dit formulier elke effectstudie apart. Licht de score bij een item eventueel toe. Studie 4 Lamers, S.M.A., Korte, J., Westerhof, G.J., & Bohlmeijer, E.T. (in preparation). Life-review therapy as guided self-help for older adults with moderate depressive symptomatology: a pragmatic randomized controlled trial A. Waar en waarover is de studie uitgevoerd Kruis ja of nee aan Ja Nee 1 De studie is in Nederland uitgevoerd. 2 De studie betreft de hier beschreven, Nederlandse interventie (en niet een andere, soortgelijke interventie of een buitenlandse versie of variant) B. Typering methodologische kenmerken van het onderzoek Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 1 De meting is (mede) gericht op de doelen en de doelgroep van de interventie. 2 De meting is verricht met instrumenten die voldoende betrouwbaar zijn. 3 De meting is verricht met instrumenten die de doelen van de interventie valide operationaliseren. 4 Er is een voormeting (voorafgaand aan / bij start van de interventie). 5 Er is een nameting (aan het einde van de interventie). 6 De resultaten zijn met een adequate statistische techniek geanalyseerd en op significantie getoetst. 7 De resultaten zijn vergeleken met ander onderzoek naar de effecten van de gebruikelijke situatie, handelwijze of zorg (care-as-usual) of een andere zorgvorm bij een soortgelijke doelgroep. 8 Er is een (quasi-)experimentele en een controlegroep (care-as-usual) of een herhaald N=1 onderzoek met een baseline of een timeseries design met een multiple baseline of alternating treatments of een studie naar de samenhang tussen de mate waarin een interventie is toegepast en de mate waarin bedoelde uitkomsten zijn opgetreden. 9 Het onderzoek is uitgevoerd in de praktijk. 10 Er is een follow-upmeting van minimaal 6 maanden na einde interventie. 11 De experimentele en de controlegroep zijn at random samengesteld. 35
36 Classificatie bewijskracht van het onderzoek Kruis aan van welk type de opzet is op basis van de aangekruiste antwoorden in het bovenstaande schema. Alle antwoorden in de aangegeven range moeten aangekruist zijn Niveau 5 Niveau 4 Niveau 3 Niveau 2 Niveau 1 Bewijskracht Zeer zwak Geen van de onderstaande alternatieven 1-6 Zwak Veranderingsonderzoek Matig Resultaten van veranderingsonderzoek zijn vergeleken met ander onderzoek Redelijk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design (niet in de praktijk) Vrij sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk Sterk Onderzoek met (quasi-) experimenteel design in de praktijk en met follow-up Zeer sterk Onderzoek met experimenteel design in de praktijk en met follow-up Typering overige methodologische kenmerken Kruis voor elke uitspraak die waar is het hokje aan. Kruis in de overige gevallen (nee, niet van toepassing, onbekend, twijfel) geen hokje aan. 12 Er is een controlegroep zonder interventie en/of placebo. 13 Er is een controlegroep met een gespecificeerde andere, duidelijk gespecificeerde interventie. 14 Het onderzoek is uitgevoerd door anderen dan de ontwikkelaars of de aanbieders van de interventie. 15 De mate van uitval van subjecten tussen de meetmomenten is gespecificeerd. 16 De implementatiegetrouwheid is bepaald (i.e. nagegaan is wat de mate is waarin het protocol, de handleiding of de methodiek getrouw is gevolgd - ook wel behandelingsintegriteit, treatment integrity of fidelity genoemd). C. Typering resultaten van het onderzoek 0 Geen van de onderstaande rubrieken zijn van toepassing (licht toe!). 1 Positieve resultaten: De studie rapporteert positieve effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie. 2 Effectiviteit niet aangetoond: De studie rapporteert dat er geen effecten # ten aanzien van de doelen van de interventie zijn. 3 Negatieve resultaten: De studie rapporteert negatieve effecten #. 4 Positieve en negatieve resultaten: De studie rapporteert positieve en negatieve effecten # ten aanzien van verschillende doelen van de interventie. 8 Effectiviteit onduidelijk of onbekend. # Positief effect = een of meer doelen van de interventie worden gerealiseerd en deze winst is statistisch significant. Geen effect = het doel van de interventie wordt niet gerealiseerd en wordt deels gerealiseerd maar deze winst is niet statistisch significant. Negatief effect = de interventie werkt - statistisch significant - averechts of heeft ernstige, duidelijk aantoonbare bijwerkingen. 36
37 Noteer hieronder eventueel beschikbare gegevens over effectsizes Op verhaal komen (n=100) Controlegroep (n=102) M SD M SD d Depressieklachten (0-60) Baseline (t0) Post-treatment (t1) Algemene psychische klachten (1-5) Baseline (t0) Post-treatment (t1) Positieve geestelijke gezondheid (1-6) Baseline (t0) Post-treatment (t1)
38 Bijlage 1. Verklaringsmodel Op verhaal komen 38
Doelgroep De interventie is gericht op mensen van 55 jaar en ouder met lichte tot matige depressieklachten.
Interventie Op Verhaal Komen Samenvatting Doel De groepsinterventie op verhaal komen is een vorm van geïndiceerde preventie. Ze heeft als doel om depressieklachten te verminderen om het risico op een klinische
Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie
Interventie: Families First Deelcommissie: 1 Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier Datum vergadering: 11 april 2014 Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie De commissie
Handleiding voor het beschrijven van interventies
Handleiding voor het beschrijven van interventies Gebruik deze handleiding bij het Werkblad beschrijving interventie (www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling)
Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Werkblad, versie mei 2015
Titel interventie Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Werkblad, versie mei 2015 Dit is een gezamenlijk werkblad van de volgende kennisinstituten: Colofon Ontwikkelaar
Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad
Titel interventie Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Colofon Ontwikkelaar / licentiehouder van de interventie Organisatie Contactpersoon Adres Postcode Plaats E-mail
Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier. Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie
Interventie: Taallijn Deelcommissie: 3 Erkenningscommissie Interventies Beoordelingsformulier Datum vergadering: 8 oktober 2015 / 2 juni 2016 Eindoordeel van de erkenningscommissie over de interventie
Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het
Samenvatting Hoofdstuk 1 is de algemene inleiding van dit proefschrift. Samenvattend, depressie is een veelvoorkomende stoornis met een grote impact op zowel het individu als op populatieniveau. Effectieve
Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Werkblad, versie mei 2015
Titel interventie Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Werkblad, versie mei 2015 Dit is een gezamenlijk werkblad van de volgende kennisinstituten: Colofon Ontwikkelaar
Titel interventie. Werkblad beschrijving interventie. Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad. Voor meer informatie en contact
Werkblad beschrijving interventie Gebruik de HANDLEIDING bij dit werkblad Voor meer informatie en contact www.nji.nl/jeugdinterventies [email protected] www.ncj.nl/onderwerpen/233/erkenningscommissie-interventies
Samenvatting. BurcIn Ünlü Ince. Recruiting and treating depression in ethnic minorities: the effects of online and offline psychotherapy
Samenvatting 194 Dit proefschrift start met een algemene inleiding in hoofdstuk 1 om een kader te scheppen voor de besproken artikelen. Migratie is een historisch fenomeen die vaak resulteert in verbeterde
Reminiscence and depression in later life proefschrift. Ernst Bohlmeijer Senioronderzoeker Trimbos-instituut. samenvatting.
Reminiscence and depression in later life proefschrift Ernst Bohlmeijer Senioronderzoeker Trimbos-instituut samenvatting Achtergrond Wanneer rekening wordt gehouden met verloren levensjaren en levensjaren
Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief
Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief Criteria en procedure Datum Movisie Utrecht, maart 2015, versie 1.1 Utrecht, maart 2015, versie 1.1 * Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief, Criteria en procedure
Wie ben ik? MIJN LEVENSVERHAAL Een ontdekkingsreis naar mezelf. Janny Beernink, GZ-Psycholoog VGGNet In samenwerking met Universiteit Twente
Wie ben ik? MIJN LEVENSVERHAAL Een ontdekkingsreis naar mezelf Janny Beernink, GZ-Psycholoog VGGNet In samenwerking met Universiteit Twente Aanleiding Behoefte aan effectieve behandelprogramma s Reguliere
Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg
Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit
Postmaster opleiding systeemtherapeut
Postmaster opleiding systeemtherapeut mensenkennis In de context met cliënten, gezinnen en kinderen was dit leerzaam en direct bruikbaar in mijn werk. evaluatie deelnemer Postmaster opleiding systeemtherapeut
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/ of www.loketgezondleven.nl/interventies/ Contact NJi Contact NCJ Contact RIVM Gert van den Berg Trudy
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie Preventieve Ondersteuning Mantelzorgers Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling
Erkenning van interventies. Criteria voor gezamenlijke kwaliteitsbeoordeling 2015-2018
Erkenning van interventies Criteria voor gezamenlijke kwaliteitsbeoordeling 2015-2018 1 Algemeen De erkenningscommissie kan een interventie op de volgende niveaus erkennen: 1. Goed onderbouwd 2.1 Effectief
rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.
Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
168 Samenvatting 169 HOOFDSTUK 1: INLEIDING Bij circa 13.5% van de ouderen komen depressieve klachten voor. Met de term depressieve klachten worden klachten bedoeld die klinisch relevant zijn, maar niet
Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening
Gecombineerde Leefstijl Interventie Depressieve klachten in een eerstelijns zorgvoorziening Onderzoeksopzet Waarom dit onderzoek? Beweging is goed voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Wetenschappelijk
LEVEN MET PIJN Een gerandomiseerde studie naar een online ACT-behandeling bij chronische pijn
LEVEN MET PIJN Een gerandomiseerde studie naar een online ACT-behandeling bij chronische pijn Martine Veehof, Hester Trompetter, Ernst Bohlmeijer & Karlein Schreurs 28 maart 2013 Inhoud Achtergrond Online
Gerben Westerhof. Levensverhalen en levenskunst
Gerben Westerhof Levensverhalen en levenskunst Story Lab Levensverhaal en levenskunst Gerben Westerhof Story Lab Levensverhaal AUTOBIOGRAFIE DOOR DE EEUWEN HEEN AUTOBIOGRAFIE DOOR DE EEUWEN HEEN AUTOBIOGRAFIE
Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus
Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus Aanleiding onderzoek Meer kennis over cliëntgestuurde interventies nodig; belangrijk voor ontwikkelingen GGz Interventies door cliënten:
samenvatting Opzet van het onderzoek
167 Angst en depressie komen vaak voor bij kinderen. Angst en depressie beïnvloeden niet alleen het huidige welbevinden van kinderen, maar kunnen ook een negatieve invloed hebben op hun verdere leven.
Positieve Psychologie Interventies
Positieve Psychologie Interventies PPI bij patiënten met bipolaire stoornis in de euthyme fase Melissa Chrispijn AIOS psychiatrie KenBiS Klinisch Wetenschappelijke Vergadering 16 december 2016 Inhoud Achtergrond
Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus
Herstellen doe je zelf; Evaluatie van een cliëntgestuurde cursus Dr. Hanneke van Gestel-Timmermans Dr. Evelien Brouwers Dr. Marcel van Assen Prof. dr. Chijs van Nieuwenhuizen Herstellen doe je zelf Ontwikkeld
Dit is jouw leven, een nieuwe integrale interventie gericht op floreren. Ernst Bohlmeijer
Dit is jouw leven, een nieuwe integrale interventie gericht op floreren. Ernst Bohlmeijer Inhoud Oefeningen Uitleg achtergrond en inhoud Vragen I Sta eens stil bij een moment in je jeugd dat je helemaal
narratieve zorg Elder empowering the elderly
narratieve zorg Elder empowering the elderly huisbezoek 1: KENNISMAKING - 2 - KENNISMAKING - huisbezoek 1- a kennismaking huisbezoek 1: KENNISMAKING a vertrouwelijkheid individueel in teamverband naar
WORKSHOP VERSPREIDING EN IMPLEMENTATIE VAN JE PROJECT. Djoeke van Dale, CGL Renske van der Zwet, Movisie
WORKSHOP VERSPREIDING EN IMPLEMENTATIE VAN JE PROJECT Djoeke van Dale, CGL Renske van der Zwet, Movisie Doelen workshop Inzicht in wat er komt kijken bij het verspreiden en implementeren van je project.
WELBEVINDEN. Levensverhalen en welbevinden WELBEVINDEN WELBEVINDEN WELBEVINDEN DE BETEKENIS VAN LEVENSVERHALEN VOOR HET VERSTERKEN VAN WELBEVINDEN
DE BETEKENIS VAN LEVENSVERHALEN VOOR HET VERSTERKEN VAN Gerben Westerhof Levensverhalen en Welbevinden Duurzame geestelijke gezondheid Levensverhalen Narratieve zorg 31/05/2018 1 2 Discussieer met je buurman
waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.
amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum
Samenvatting SAMENVATTING
Samenvatting 147 Samenvatting Bezorgdheid om te vallen is een algemeen probleem onder zelfstandig wonende ouderen en vormt een bedreiging voor hun zelfredzaamheid. Deze bezorgdheid is geassocieerd met
Cognitieve Gedragstherapie en Mindfulness Based Stress Reduction Therapie voor Angst en Depressie klachten bij volwassenen met
Cognitieve Gedragstherapie en Mindfulness Based Stress Reduction Therapie voor Angst en Depressie klachten bij volwassenen met Autismespectrumstoornissen: ADASS Achtergrond ADASS Veelvuldig voorkomen van
Samenvatting. Grip Op Je Dip
Samenvatting Grip Op Je Dip Online depressie-interventie voor adolescenten en jongvolwassenen: effectiviteit, veranderingsmechanismen, en taalgebruik als psychologische marker 163 Hoofdstuk 1 is de algemene
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie Kleur je Leven Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling Contact
Preffi 2.0: Preventie Effectmanagement Instrument. Ontwikkeling,validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid
Preffi 2.0: Preventie Effectmanagement Instrument Ontwikkeling,validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid De gebruikers 1200 gezondheidsbevorderaars, voorlichters en preventiewerkers, werkzaam bij: GGD
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie In de put, uit de put. Zelf depressiviteit overwinnen. Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling
Dierbare herinneringen bij depressieve klachten en aanpassingsproblemen. 3.2 Richtlijnen bij het protocol Dierbare herinneringen 36
1 2 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 14 15 16 Dierbare herinneringen bij depressieve klachten en aanpassingsproblemen.1 Rationale 6.2 Richtlijnen bij het protocol Dierbare herinneringen 6.2.1 Multidisciplinaire
Werkblad beschrijving interventie
Werkblad beschrijving interventie Preventie van langdurig ziekteverzuim en depressie bij werknemers met een hoog risico Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies/beschrijven
Grip op je Depressie. Cursus voor mensen met depressieve klachten
Grip op je Depressie Cursus voor mensen met depressieve klachten In deze folder vindt u informatie over de cursus Grip op je Depressie, die verzorgd wordt door de afdeling Medische Psychologie van het
hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5
SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de
UW PARTNER HEEFT KANKER EN HOE GAAT HET MET U?
UW PARTNER HEEFT KANKER EN HOE GAAT HET MET U? Nadine Köhle, MSc. Contactdag Stichting Olijf 3 oktober 2015 Garderen EVEN VOORSTELLEN ACHTERGROND KANKER HEB JE NIET ALLEEN! 4 ACHTERGROND IMPACT VAN DE
Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst
Samenvatting 141 Vroeginterventie via het internet voor depressie en angst Hoofdstuk 1 is de inleiding van dit proefschrift. Internetbehandeling voor depressie en angst is bewezen effectief. Dit opent
het laagste niveau van psychologisch functioneren direct voordat de eerste bestraling begint. Zowel angstgevoelens als depressieve symptomen en
Samenvatting In de laatste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de psychosociale gevolgen van kanker. Een goede zaak want aandacht voor kanker, een ziekte waar iedereen in zijn of haar leven wel eens
STAPPENPLAN PREVENTIE VAN EENZAAMHEID IN DE EERSTE LIJN
STAPPENPLAN PREVENTIE VAN EENZAAMHEID IN DE EERSTE LIJN Doelen Het voorkomen, oplossen en/of verwerken van eenzaamheid bij ouderen: 1. Het vaststellen van de mate van eenzaamheid; 2. Het onderscheiden
Netwerk Ouderenzorg Regio Noord
Netwerk Ouderenzorg Regio Noord Vragenlijst Behoefte als kompas, de oudere aan het roer Deze vragenlijst bestaat vragen naar uw algemene situatie, lichamelijke en geestelijke gezondheid, omgang met gezondheid
Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis
Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk
Analyse van de cursus De Kunst van het Zorgen en Loslaten. G.E. Wessels
Analyse van de cursus De Kunst van het Zorgen en Loslaten G.E. Wessels Datum: 16 augustus 2013 In opdracht van: Stichting Informele Zorg Twente 1. Inleiding Het belang van mantelzorg wordt in Nederland
ecourse Moeiteloos leren leidinggeven
ecourse Moeiteloos leren leidinggeven Leer hoe je met minder moeite en tijd uitmuntende prestaties met je team bereikt 2012 Marjan Haselhoff Ik zou het waarderen als je niets van de inhoud overneemt zonder
Aanmeldingsformulier Alexander Concept
Voorkeur trainingsdatum: Stuurt u deze vragen geheel ingevuld en ondertekend aan ons terug. Wanneer wij dit formulier ontvangen hebben, nemen wij contact met u op om samen met u te bespreken of u klaar
CALM: MANAGING CANCER AND LIVING MEANINGFULLY FROUKJE DE VRIES EMMA HAFKAMP
CALM: MANAGING CANCER AND LIVING MEANINGFULLY FROUKJE DE VRIES EMMA HAFKAMP WAAROM CALM? Ongeveer 25% van de oncologische patiënten in de palliatieve fase ontwikkelt een depressie of aanpassingsstoornis.
GZ-PSYCHOLOGIE EN OUDEREN: EEN JONG VELD ANNE MARGRIET POT
GZ-PSYCHOLOGIE EN OUDEREN: EEN JONG VELD ANNE MARGRIET POT WORKSHOP Introductie: Wie is wie? Programma en Vragen vooraf Basisinformatie over ontwikkelingen in: a) demografie b) psychische problemen c)
SMART4U: een app om sociale contacten uit te breiden voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. Dr. Willeke Manders Léon van Woerden MScN
SMART4U: een app om sociale contacten uit te breiden voor mensen met ernstige psychische aandoeningen Dr. Willeke Manders Léon van Woerden MScN Inhoud presentatie Wat is Smart4U Doel van het onderzoek
Bewezen effectief werken. Korte introductie
Bewezen effectief werken Korte introductie Gert van den Berg Brussel, 20 maart 2018 Programma Evidence-based werken Werken aan verbetering Databank en Commissie * Voorbeelden Verdere ontwikkeling 2 Achtergrond
Mindfulness voor mensen met longkanker en naasten
Mindfulness voor mensen met longkanker en naasten De diagnose longkanker is ingrijpend en roept vaak veel emoties en reacties op. Niet alleen bij uzelf maar ook bij uw naasten. Uit wetenschappelijk onderzoek
Interventie Grip op Agressie
Interventie Grip op Agressie 1 Erkenning Erkend door deelcommissie Justitiële interventies Datum: december 2012 Oordeel: Goed onderbouwd De referentie naar dit document is: Hilde Niehoff (2012). Justitieleinterventies.nl:
Informatie voor proefpersonen over het onderzoek: Haal meer uit je leven, met pijn
Informatie voor proefpersonen over het onderzoek: Haal meer uit je leven, met pijn Enschede, februari 2011 Geachte heer/mevrouw, We vragen u vriendelijk om mee te doen aan een wetenschappelijk onderzoek
Van loslaten naar VERBINDEN: Hoe we mensen in rouw kunnen uitnodigen om verhalen te vertellen over wat hen dierbaar is.
Van loslaten naar VERBINDEN: Hoe we mensen in rouw kunnen uitnodigen om verhalen te vertellen over wat hen dierbaar is. Anik Serneels Klinisch psychologe, relatie- en gezinstherapeute, specialisatie narratieve
Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W
Zelfreflectie meetinstrument Ondernemende houding studenten Z&W 1 Naam student: Studentnummer: Datum: Naam leercoach: Inleiding Voor jou ligt het meetinstrument ondernemende houding. Met dit meetinstrument
Positieve Psychologie Interventies
Positieve Psychologie Interventies Positieve psychologie bij patiënten met bipolaire stoornis in de euthyme fase Melissa Chrispijn, AIOS psychiatrie/senior-onderzoeker SCBS Bipolaire stoornissen Jannis
Is cognitive gedragstherapie voor het chronisch vermoeidheidssyndroom ook effectief als groepstherapie?
Nijmeegs Kenniscentrum Is cognitive gedragstherapie voor het chronisch vermoeidheidssyndroom ook effectief als groepstherapie? Jan-Frederic Wiborg, Jose van Bussel, Agaat van Dijk, Gijs Bleijenberg, Hans
Cursus Positief opvoeden volgens Triple P - Amsterdam
Praktijkvoorbeeld Cursus Positief opvoeden volgens Triple P - Amsterdam Samenvatting Door de samenwerking en het gezamenlijk geven van de cursus Positief Opvoeden volgens Triple P door verschillende disciplines
SaMenvatting (SUMMARy IN DUTCH)
Samenvatting (summary in Dutch) Samenvatting In hoofdstuk 1 wordt de algemene introductie van dit proefschrift beschreven. De nadruk in dit proefschrift lag op patiënten met hoofd-halskanker (HHK) en
SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL
SPEELWIJZE LEIDERSCHAPSSPEL Bij werken, zowel betaald als vrijwillig, hoort leiding krijgen of leiding geven. De vraag wat effectief leiderschap is houdt dan ook veel mensen bezig. De meningen hierover
Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games.
Lessons Learned bij de Pilot Verbinden Erkenningstraject Interventies en Serious Games. 2015 Nederlands Jeugdinstituut Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel
Psychotherapie voor Depressie werkt! Maar hoe?
Psychotherapie voor Depressie werkt! Maar hoe? Effecten en Werkingsmechanismes van Cognitieve Therapie en Interpersoonlijke Therapie voor Depressie Dr. Lotte Lemmens Maastricht University Psychotherapie
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals
Zorg zelf voor beter Omgaan met probleemgedrag - een lessenmodule. sessie 1
Zorg zelf voor beter Omgaan met probleemgedrag - een lessenmodule sessie 1 Doelstellingen lessenmodule Weten hoe je beter kunt omgaan met probleemgedrag van bewoners/cliënten Gezamenlijk met het team de
Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant
Preventie van depressie bij adolescenten: wat is de beste weg? Dr. Daan Creemers Gz-psycholoog i.o./onderzoekscoordinator K&J GGZ Oost Brabant Film: fragmenten Iedereen depressief (VPRO) - Depressie groot
Onderzoek naar een zelfhulpcursus voor het vergroten van zelfcompassie en welbevinden. Informatie voor deelnemers
Onderzoek naar een zelfhulpcursus voor het vergroten van zelfcompassie en welbevinden Informatie voor deelnemers Geachte heer, mevrouw, Enschede, september 2015 Wij vragen u vriendelijk om mee te doen
Samenvatting (summary in Dutch)
Samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting (summary in Dutch) Één van de meest voorkomende en slopende ziektes is depressie. De impact op het dagelijks functioneren en op de samenleving is enorm,
Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg
Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg Informatie voor cliënten Cliënten en geestelijke gezondheidszorg Slachtoffers van mensenhandel hebben vaak nare dingen meegemaakt. Ze zijn geschokt
HET BELANGRIJKSTE OM TE WETEN OM MEER ZELFVERTROUWEN TE KRIJGEN
HET BELANGRIJKSTE OM TE WETEN OM MEER ZELFVERTROUWEN TE KRIJGEN Gratis PDF Beschikbaar gesteld door vlewa.nl Geschreven door Bram van Leeuwen Versie 1.0 INTRODUCTIE Welkom bij deze gratis PDF! In dit PDF
Positieve psychologie in de praktijk
Welbevindentherapie Positieve psychologie in de praktijk Prof. dr. E.T. Bohlmeijer Dr. L. Christenhusz Dr. P. Meulenbeek VCGT 2015 Programma 1. Achtergrond & relevantie welbevindentherapie en positieve
TMA 360º feedback Flexibel en online. TMA 360º feedback werkboek. Dank u voor het gebruiken van de TMA 360º feedback competentie-analyse
Haal het maximale uit de TMA 360º fb competentieanalyse Dank u voor het gebruiken van de TMA 360º feedback competentie-analyse 360º feedback is een krachtig instrument, maar dient op de juiste wijze gebruikt
Stepped care bij Angst & Depressie: van eerste tot tweede lijn
Stepped care bij Angst & Depressie: van eerste tot tweede lijn Het SAD-project Een onderzoek naar de behandeling van angst- en stemmingsklachten. Informatie voor deelnemers Drs. L. Kool Dr. A. van Straten
Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers
Psychologie Inovum Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Waarom psychologie Deze folder is om bewoners, hun naasten en medewerkers goed te informeren over de mogelijkheden
Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer
Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer Depressie en angstklachten tijdens de zwangerschap komen regelmatig voor. Toch wordt dit onderwerp nog vaak als taboe ervaren en is niet duidelijk welke
feedback Flexibel en online Robuust 360º Werkboek Robuus Hartelijk dank voor het gebruiken van Robuust 360º Haal het maximale uit 360º
Robuus Robuust 360º Werkboek e Haal het maximale uit Hartelijk dank voor het gebruiken van Robuust 360º 360º feedback is een krachtig instrument, maar dient op de juiste wijze gebruikt te worden. Lees
CHECKLIST BEHANDELDOELEN
Uw naam: Naam therapeut: Datum: CHECKLIST BEHANDELDOELEN Het stellen van doelen is een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle therapie. Daarom vragen wij u uw doelen voor de aankomende therapie aan
Diversiteitscompetentie bij de behandeling van depressie
Diversiteitscompetentie bij de behandeling van depressie Turkse en Marokkaanse cliënten uitgelicht Gabriela A. Sempértegui Promovenda Universiteit van Tilburg, GZ-psycholoog i.o. Psychologisch Centrum
B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1
B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 JE ONBEWUSTE PROGRAMMEREN VOOR EEN GEWELDIGE TOEKOMST De meeste mensen weten heel goed wat ze niet willen in hun leven, maar hebben vrijwel geen
Protocol: Dit is jouw leven in een begeleidingstraject
WHITEPAPER Protocol: Dit is jouw leven in een begeleidingstraject Monique Hulsbergen en Ernst Bohlmeijer Het programma Dit is jouw leven is gebaseerd op de positieve psychologie en beschrijft een integraal
Behandeling van ouderen in de eerste lijn
Behandeling van ouderen in de eerste lijn Lucinda Meihuizen, GZ psycholoog Bestuurslid sectie ouderenpsychologen NIP Zorgpartners Midden-Holland en Samenwerkende psychologen Alphen a/d Rijn Agenda workshop
Psychotherapie. brochure. Praktijk de Cocon
brochure Praktijk de Cocon Psychotherapie Brochure Psychotherapie helpt je af te rekenen met vervelende gevoelens, storende gedachten, sociale problemen, terugkerende problemen waar je veel last van hebt.
Samenvatting Samenvatting
Samenvatting Samenvatting Binnen het domein van hart- en vaatziekten is een bypassoperatie de meest uitgevoerde chirurgische ingreep. Omdat bij een hartoperatie het borstbeen wordt doorgesneden en er meestal
Chapter 9 CHAPTER 9. Samenvatting
CHAPTER 9 Samenvatting 115 Kanker en behandelingen voor kanker kunnen grote invloed hebben op de lichamelijke gezondheid en het psychisch functioneren van mensen. Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit
Effectiviteit van metacognitieve therapie voor gegeneraliseerde angststoornis: een overzicht Colin van der Heiden
Ruminatie na de dood van een dierbare: vermijding of confrontatie? Maarten Eisma, Henk Schut, Margaret Stroebe, Wolfgang Stroebe, Jan van den Bout, Paul Boelen Effectiviteit van metacognitieve therapie
Anke van den Beuken Straat Postcode Mail. De heer Jansen Kapittelweg EN Nijmegen. Horst,
Anke van den Beuken Straat Postcode Mail De heer Jansen Kapittelweg 33 6525 EN Nijmegen Horst, 13-1-2017 Betreft: terugkoppeling behandeling meneer D*****, 12-**-1988 Geachte Meneer Jansen, Met toestemming
2a. Individueel jaargesprek Format medewerker
2a. Individueel jaargesprek Format medewerker 1 Introductie Vraagt u zich ook wel eens af doe ik in mijn werk de dingen waar ik goed in ben en waar ik plezier in heb, heb ik een goede werk/privé balans
Dementiepoli. Ouderen
Dementiepoli Ouderen Dementiepoli Informatie voor cliënten, familie en betrokkenen Met deze folder willen we u en uw familieleden en/of verzorgers graag informeren over de gang van zaken bij de dementiepoli.
