Belevingsonderzoek op de drugsvrije afdeling van de gevangenis van Brugge

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Belevingsonderzoek op de drugsvrije afdeling van de gevangenis van Brugge"

Transcriptie

1 Academiejaar Tweedesemesterexamenperiode Belevingsonderzoek op de drugsvrije afdeling van de gevangenis van Brugge Masterproef II neergelegd tot het behalen van de graad van Master of Science in de Pedagogische Wetenschappen, afstudeerrichting Orthopedagogiek Promotor: Prof. Dr. Wouter Vanderplasschen Charlotte Lucidarme

2

3 Academiejaar Tweedesemesterexamenperiode Belevingsonderzoek op de drugsvrije afdeling van de gevangenis van Brugge Masterproef II neergelegd tot het behalen van de graad van Master of Science in de Pedagogische Wetenschappen, afstudeerrichting Orthopedagogiek Promotor: Prof. Dr. Wouter Vanderplasschen Charlotte Lucidarme

4 Voorwoord Deze masterproef vormt het sluitstuk van mijn opleiding Master of Science in de Pedagogische Wetenschappen, afstudeerrichting Orthopedagogiek. In het kader van deze scriptie vonden een kwalitatief belevingsonderzoek en een grondige literatuurstudie plaats waarbij verwezen werd aan de hand van de zesde editie van de richtlijnen van de American Psychological Association (APA). Deze masterproef kwam tot stand met behulp van een aantal personen die ik graag zou bedanken voor hun bijdrage. Allereerst wil ik mijn promotor Prof. Dr. Wouter Vanderplasschen bedanken voor zijn begeleiding en advies bij het voeren van dit onderzoek. Verder gaat mijn dank uit naar de gevangenis van Brugge en specifiek naar de drugsvrije afdeling D-Side. De goede en vlotte samenwerking met de gedetineerden, hulpverleners en bewakend personeel van de afdeling resulteerde in kwalitatieve onderzoeksdata die een onontbeerlijke aanvulling vormden voor het voltooien van dit onderzoek. Daarnaast wil ik graag Sara Van Malderen bedanken om een onderzoek op de drugsvrije afdeling in de gevangenis van Brugge mogelijk te maken. Tenslotte wil ik graag mijn vrienden en familie bedanken. Bedankt voor jullie rechtstreeks en onrechtstreekse steun, jullie bemoedigende woorden en jullie onvoorwaardelijk geloof in een goed resultaat.

5 Inhoudsopgave 1 Inleiding Opbouw van de masterproef Literatuurstudie Inleiding Gedetineerden met een verslavingsproblematiek De Europese drugsstrategie voor Het Belgisch drugsbeleid Initiatieven tegen drugs in de gevangenissen Internationaal Nationaal De drugsvrije gevangenisafdeling D-Side Conclusie Methodologie Inleiding Participanten Gedetineerden Bewakend personeel Hulpverleners Setting: de gevangenis van Brugge Data-verzameling Kwalitatief onderzoek Kwalitatief interviewen Informed Consent Het afnemen van een interview Data-analyse Resultaten Inleiding Gedetineerden Team van de drugsvrije afdeling Gedetineerden en het team van D-Side D-Side en andere gevangenisafdelingen Hoe D-Side drugsvrij houden Adviezen voor een betere werking Discussie

6 5.1 Inleiding Perspectieven op drugs in de gevangenis Doelgroep en beleid D-Side en andere initiatieven Beleving van de betrokkenen van D-Side Aanbevelingen voor praktijk en beleid Praktijk Beleid Beperkingen van het onderzoek Verder wetenschappelijk onderzoek Algemene conclusie Literatuurlijst Bijlagen

7 1 Inleiding Het gebruik van drugs is in sommige gevangenissen zeer gangbaar (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). Een aantal gedetineerden stopt of vermindert het druggebruik bij de start van hun detentie. Anderzijds zijn er ook gedetineerden die starten met het gebruik of de intensiteit ervan opdrijven. (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2012; Lukasiewicz, et al., 2007). Mogelijke redenen om druggebruik te starten of intenser te maken zijn problemen vergeten, verveling tegengaan of deelnemen aan de gebruikelijke drugspraktijk in de gevangenis; de drugs zijn daarnaast gemakkelijk toegankelijk (Plettinckx, Antoine, Blanckaert, & van Bussel, 2013). Acht tot zestig procent van de gedetineerden zou drugs gebruiken tijdens hun detentie. Tien tot tweeënveertig procent zou dit zelfs op regelmatig basis doen (Todts, 2007). Dit probleem wordt in meerdere Europese landen geconstateerd en de erkenning ervoor stijgt (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). Ook in België wordt het drugsprobleem in de gevangenissen vastgesteld. Uit de gegevens van een tweejaarlijks onderzoek stelt men vast dat in de periode tussen dertig tot vierendertig procent van de gedetineerden drugs gebruikten in detentie (Deprez, et al., 2011; Van Malderen, 2013). In de gevangenissen is er vaak sprake van een ontoereikende gezondheidssituatie, onder meer door overbevolking, gebrekkige hygiëne en een tekort aan medische zorg. Dit maakt dat druggebruikende gedetineerden een risicogroep vormen. Zij bevinden zich in een ontoereikende gezondheidssituatie en hebben daarnaast te kampen met een verslavingsproblematiek (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012). Bovendien ligt het percentage druggebruikers in de gevangenis aanzienlijk hoger dan het percentage druggebruikers in de vrije samenleving (Fazel, Bains, & Doll, 2006). De huidige Europese drugsstrategie poogt een antwoord te formuleren op bovenstaand probleem. Deze strategie werd opgesteld door de Raad van Binnenlandse Zaken en Justitie van de Europese Unie. De actuele drugsstrategie vormt de negende editie van de gezamenlijke aanpak van verschillende Europese landen om het drugsfenomeen tegen te gaan. Voor het eerst is er in de Europese drugsstrategie naast de strijd tegen drugshandel en preventie van druggebruik ook oog voor de sociale en gezondheidsrisico s verbonden aan het druggebruik. Het herstel en de sociale re-integratie van druggebruikers krijgt meer aandacht als primair doel van de drughulpverlening. Dit geldt ook voor het penitentiair drugsbeleid. In de nieuwe drugsstrategie van de Europese Unie voor wordt benadrukt dat de hulpverlening voorzien voor gedetineerden met een drugsverslaving gelijkwaardig moet zijn met die voorzien voor druggebruikers in de vrije samenleving (Council of the European Union, 2012; European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2013). Ook in het Belgisch drugsbeleid kan een verschuiving van repressie naar preventie en hulpverlening worden teruggevonden (Permanente Coördinatie Algemene Cel Drugsbeleid, 2010). Eén van de belangrijkste doelstellingen van de federale drugsnota van 2001 is zorgverlening, risicobeperking en (her)integratie van problematische gebruikers (Dienst voor Strafrechtelijk beleid, 2014, para.6). In de beleidsverklaring van de minister van Justitie in 2009 gaat men nog een stapje verder. In deze verklaring wordt het aanbieden van alternatieven voor gerechtelijke sancties voor drugsverslaafden 7

8 gestimuleerd, men richt zich dus op een maximale doorverwijzing naar de hulpverlening (Dienst voor Strafrechtelijk beleid, 2014). Het huidig Belgisch drugsbeleid is vastgelegd in de Gemeenschappelijke Verklaring van de Interministeriële Conferentie Drugs van 2010 (Dienst voor Strafrechtelijk beleid, 2014). Hierin worden preventie van druggebruik en hulpverlening voor de personen met een verslavingsproblematiek als doelwit gekozen. Repressie wordt beschouwd als laatste redmiddel en wordt voorbehouden voor degenen die drugsfeiten plegen met het oog op winstbejag. Deze houding kan ook aangetroffen worden in het Belgisch penitentiair drugsbeleid. Dit beleid streeft naar een goede balans tussen preventie en voorlichting, een efficiënte controle, een professionele ondersteuning en begeleiding en een gepaste sanctionering bij misbruik (Permanente Coördinatie Algemene Cel Drugsbeleid, 2010, p.28). Zoals hierboven vermeld, focust de nieuwe Europese drugsstrategie voor zich op de beschikbaarheid en de ontwikkeling van initiatieven om druggebruik in de gevangenissen tegen te gaan. Bij het opzetten van initiatieven moet er worden uitgegaan van de noden van de gedetineerden met een verslavingsproblematiek en hun gezondheidstoestand. Via deze weg wordt de kwaliteit van de hulpverlening in de gevangenis gelijkwaardig met die van de vrije samenleving (European Commission, 2012). Gedetineerden hebben recht op toegankelijke hulpverlening die gelijkwaardig is met die buiten de gevangenismuren. Dit gelijkwaardigheidsbeginsel past binnen de internationale mensenrechten (Bruce & Schleifer, 2008; Lines, 2006). België volgt met zijn drugsbeleid dat van de Europese Unie en richt zich ook op het oprichten van initiatieven om drugs in de gevangenissen tegen te gaan. Eén van deze initiatieven is de drugsvrije afdeling D-Side in de gevangenis van Brugge (Permanente Coördinatie Algemene Cel Drugsbeleid, 2010). D-Side is in 2009 gestart als een proefproject van de Federale Overheidsdienst Justitie en is ondertussen uitgegroeid tot een vaste afdeling binnen het penitentiair complex Brugge. Het biedt een drugsvrije detentie aan met oog op vermindering van toekomstig druggebruik en recidivisme. In deze vleugel wordt gestreefd naar een maximale levenskwaliteit. De afdeling wordt geleid door een team bestaande uit bewakingspersoneel, een directie, een zorgequipe en een vaste arts. Het team is opgeleid opdat het kan beantwoorden aan de specifieke noden van de doelgroep. De vleugel is voorbehouden voor twintig mannen met of zonder drugsverleden (Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen, 2010). Deze masterproef handelt rond de drugsvrije afdeling van de gevangenis van Brugge. Om de werking van D-Side te kunnen situeren wordt de doelgroep van dichtbij bekeken, waarbij vooral gefocust wordt op hun noden. Aansluitend wordt het Europees en Belgisch drugsbeleid besproken. Daaropvolgend komen internationale en nationale initiatieven om drugs in gevangenissen te verhinderen aan bod. Hierna wordt de werking van de drugsvrije afdeling D-Side besproken. Tenslotte wordt de beleving van de betrokken partijen van de drugsvrije afdeling weergegeven. Om de werking en beleving van de drugsvrije afdeling D-Side te begrijpen werd volgende probleemstelling geponeerd: Hoe beleven de betrokkenen partijen de drugsvrije vleugel D-Side in de gevangenis van Brugge?. Om de probleemstelling zo volledig mogelijk te beantwoorden, wordt zij opgesplitst in twee onderzoeksvragen: 8

9 1. Op welke manier verloopt de werking van de drugsvrije vleugel D-Side in de gevangenis van Brugge en hoe verhoudt deze werking zich tegenover de werking van internationale initiatieven om drugs in de gevangenissen tegen te gaan? 2. Hoe ervaren de betrokkenen de werking van de drugsvrije afdeling? 1.1 Opbouw van de masterproef In het volgende hoofdstuk van deze masterproef komt de literatuurstudie aan bod. Bij het eerste deel wordt nagegaan waar de noden van de doelgroep gedetineerden met een verslavingsproblematiek liggen. Aansluitend wordt het drugsfenomeen in de gevangenissen in een Europese context geplaatst. Uit de literatuurstudie wordt de visie van Europa in verband met druggebruik in de gevangenissen geëxcerpeerd die nadien in een Belgische context wordt gesitueerd. Het drugsbeleid van België bepaalt voor een groot deel de aanpak van drugs in de Belgische gevangenissen. Vervolgens wordt binnen de nationale en internationale context naar initiatieven om drugs in gevangenissen te verhinderen gezocht. Tenslotte wordt de werking van de drugsvrije afdeling D-Side toegelicht. Het derde hoofdstuk legt de focus op de methodologie, met name het verloop van het onderzoek. Er wordt gestart met een toelichting van de verschillende groepen participanten om vervolgens over te gaan tot een schets van de setting waarbinnen het onderzoek plaatsvindt. Vervolgens wordt overgegaan tot de keuze van het soort onderzoek, gevolgd door de keuze voor de geschikte onderzoeksmethodiek. Om te garanderen dat er op een ethische en verantwoorde wijze onderzoek wordt gevoerd, wordt het gebruik van een informed consent belicht. Een volgend onderdeel geeft enkele richtlijnen mee die de onderzoeker in acht dient te nemen tijdens het interviewen. Tenslotte wordt het hoofdstuk afgesloten met een toelichting over de data-analyse. Het vierde hoofdstuk wordt volledig gewijd aan de resultaten van de interviews. De verschillende interviews worden naast elkaar geplaatst waarbij treffende gelijkenissen binnen en tussen de verschillende groepen participanten de aandacht krijgen. Bij de discussie wordt een antwoord geformuleerd op de onderzoeksvragen en de probleemstelling. Er wordt gezocht naar overeenkomsten en tegenstrijdigheden, om tenslotte aanbevelingen voor praktijk en verder onderzoek te formuleren. Deze masterproef wordt vervolgens afgesloten met een algemene conclusie. 9

10 10

11 2 Literatuurstudie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de aanpak van drugs in de gevangenis vanuit verschillende perspectieven bekeken. Allereerst wordt dieper ingegaan op de doelgroep druggebruikende gedetineerden en wordt beter zicht verkregen op welke manier aan hun noden kan worden voldaan. Vervolgens wordt dieper ingegaan op het drugsbeleid van de Europese Unie, met aandacht voor de realisatie ervan en de rol die dit beleid speelt bij het vormen van een nationaal drugsbeleid. De ruimere beleidslijnen van de huidige Europese drugsstrategie worden geïdentificeerd. Een volgend onderdeel in dit hoofdstuk is de situering van het drugsprobleem in de Belgische gevangenissen om vervolgens het Belgisch drugsbeleid van dichtbij te bekijken. Zo kan worden nagegaan of het Belgisch drugsbeleid naast de Europese beleidslijnen kan worden geplaatst. Verder wordt op zoek gegaan naar internationale en nationale initiatieven die het drugsprobleem in de gevangenissen bestrijden. Er wordt nagegaan of er overeenkomsten zijn in de werking van de verschillende initiatieven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met de werking van D- Side. 2.2 Gedetineerden met een verslavingsproblematiek Gevangenen bevinden zich in een slechte gezondheidssituatie waarin er vaak sprake is van overbevolking, gebrekkige hygiëne en een tekort aan medische zorg. Gedetineerden met een verslavingsproblematiek worden tweemaal benadeeld: éénmaal door hun verslaving en éénmaal door de gebrekkige gezondheidssituatie. Zij vormen een bijzonder kwetsbare doelgroep die zeer vatbaar is voor fysieke en mentale gezondheidsklachten (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012; Fazel, Bains, & Doll, 2006). Een aantal gedetineerden uit deze hoge risicogroep stopt of vermindert het gebruik bij het begin van hun straf. De beschikbaarheid van drugs in de gevangenis betekent voor een ander aantal net hun eerste ervaring met druggebruik. Nog een andere groep zal hun gebruik intensiever maken (Lukasiewicz, et al., 2007). Dit kan gaan over de hoeveelheid drugs, maar ook over het soort drugs. Gedetineerden stappen dan over op een schadelijker drugspatroon. Daarnaast is het gebruik van drugs in sommige gevangenissen zo gangbaar dat de niet-gebruiker wel eens in de problemen zou kunnen komen. Dit geldt ook voor de gedetineerden die graag willen stoppen met het gebruik. Een oplossing hiervoor is de invoer van drugsvrije afdelingen binnen de gevangenis. Gedetineerden kiezen dan vrijwillig voor een drugsvrije detentie (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). Voor een aantal leden van deze doelgroep betekent detentie een unieke kans om bij de drughulpverlening terecht te komen. In de gevangenis kunnen gedetineerden worden bereikt die nog nooit met dergelijke hulpverlening in contact zijn gekomen. Hierdoor kunnen zij gemotiveerd worden om het probleem onder ogen te zien (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012; Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). In Ierland toont onderzoek aan dat het grootste deel van de gedetineerden met een verslavingsproblematiek detentie ook zien als een kans om te 11

12 werken aan hun drugsverslaving en aan drugsgerelateerde problemen. De hulpverlening mag deze kans dus zeker niet laten liggen (Long, Allwright, & Begley, 2004). Eens de gedetineerden hun probleem erkennen, kan er gewerkt worden aan hun verslaving. Op die manier wordt via de drughulpverlening ook gewerkt rond recidivisme. (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012; Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). Onderzoek heeft namelijk aangetoond dat drugsverslaafden kunnen overgaan tot criminele feiten om hun druggebruik in stand te houden. Andere nietverslaafde criminelen zien drugs vaak als een onderdeel van hun levensstijl, het sporadisch gebruik maakt van hen een statussymbool. Een aantal van deze sporadische druggebruikers verliest de controle en ontwikkelt een drugsverslaving wat opnieuw kan leiden tot een verhoging van criminele feiten. Criminele feiten en druggebruik kunnen elkaar dus bekrachtigen. Personen met een verslaving hebben verhoogde kans op het plegen van criminele feiten en criminelen hebben een verhoogde kans op een drugsverslaving. De relatie tussen drugs en detentie is zeer dynamisch en kan binnen één persoon veranderen (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2007). Detentie kan een unieke kans zijn om te werken rond de drugsproblematiek. Voor sommige gedetineerden kan dit betekenen dat de vicieuze cirkel wordt doorbroken (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2007; Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012). Als men de gezondheidssituatie in de gevangenis wil verbeteren moet er gekeken worden naar een algemene fysieke en mentale gezondheidszorg. Voor gedetineerden met een verslavingsproblematiek moet er naast die algemene gezondheidszorg gezorgd worden voor drughulpverlening (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012; Fazel, Bains, & Doll, 2006). Gevangenen met een verslavingsproblematiek hebben dus nood aan een meervoudige en complexe vorm van gezondheidszorg, waarbij een multidisciplinaire en gespecialiseerde aanpak voorop staat (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2013). Gedetineerden die te kampen hebben met een opiaatverslaving hebben recht op een substitutiebehandeling. Deze vorm van hulpverlening heeft zijn effectiviteit reeds bewezen en is fundamenteel bij het voorkomen van bloedoverdraagbare ziekten. Wanneer gedetineerden hier geen beroep op kunnen doen, schiet de penitentiaire instelling tekort in het voorzien van een menswaardige behandeling. Opiaatverslaving moet namelijk gezien worden als een neurobiologische stoornis en substitutiebehandeling vormt een effectieve medische behandeling. Wanneer niet voldaan wordt in het voorzien van zo n behandeling, verhoogt de kans op schadelijk gedrag dat kan leiden tot onnodige letsels (Bruce & Schleifer, 2008). Drughulpverlening op individueel niveau is belangrijk, maar beleid dat enkel gericht is naar het individu zal tekortschieten. Het probleem moet in zijn geheel worden bekeken, waarbij de aandacht naar de volledige gevangenispopulatie en de gevangenis zelf gaat. De context van de individuele verslavingsproblematiek moet in beschouwing worden genomen bij het opzetten van hulpverlening. Dit wil zeggen dat er nood is aan maatregelen die problemen zoals de overbevolking en agressie in de gevangenis tegengaan (Gillespie, 2005). De gelijkwaardigheid van die hulpverlening in de gevangenis met die van de vrije samenleving is volgens Iers onderzoek ontoereikend. Wanneer gekeken wordt naar druggebruik in de gevangenis vanuit het perspectief van Volksgezondheid of vanuit het mensenrechten perspectief, blijkt dat de gelijkwaardigheid van hulpverlening niet voldoende is. In plaats van een gelijkwaardigheid van zorg moet gestreefd worden naar een gelijkwaardigheid van de doelstellingen. In de gevangeniscontext zijn 12

13 gezondheidsrisico s extremer, complexer en frequenter dan in de vrije samenleving. Dit maakt dat de gelijkwaardigheid van zorg tekortschiet; de specifieke situatie vereist nu éénmaal een hogere standaard van hulpverlening. Het is misschien onrealistisch om dit te verwachten in een tijd waarin de gelijkwaardigheid van zorg niet eens is bereikt. Dit wil niet zeggen dat de rechten van de gedetineerden verwaarloosd mogen worden. Zij hebben nood aan een hulpverlening die streeft naar dezelfde resultaten als die van de hulpverlening in de vrije samenleving (Lines, 2006). Het respecteren van bovenstaande basisnoden is van cruciaal belang om de schadelijke gevolgen van detentie te beperken. Zo hebben gedetineerden nood aan een fatsoenlijke omgeving zonder overbevolking. Daarnaast moet er gewerkt worden aan een betere hygiëne, een gezondere voeding en een hogere veiligheid in de gevangenissen. Verder moeten de gevangenissen voorzien in een beleid dat de gedetineerden steunt in het ontwikkelen van zelfrespect en een gezonde levensstijl. Zo kan de persoon in kwestie zijn leven opnieuw in handen nemen na detentie. Veel gevangenissen hebben nog een lange weg af te leggen wat deze noden betreft. Om die reden wordt er vooral ingezet op harm reduction om de schadelijke gevolgen van detentie zo goed mogelijk op te vangen. Hieronder valt een verzameling van initiatieven die de schade van het druggebruik tijdens detentie probeert te minimaliseren. Deze kunnen sterk variëren tussen verschillende landen (WHO Collaborating Centre for Health and Prisons, 2005). Verder is de kwaliteit van zorg gedurende alle fasen van het strafrechtelijk proces een bepalende factor voor het al dan niet slagen van de hulpverlening. Voor gedetineerden zijn vooral de eerste weken na vrijlating uit de gevangenis een risico. De kans op terugval in criminaliteit en/of druggebruik is zeer hoog (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). De mogelijkheid dat deze terugval uitdraait op een overdosis drugs is voor deze gevangenen zeer reëel. Enerzijds is hun kans om te hervallen in druggebruik groot en anderzijds is hun tolerantie voor drugs sterk gedaald. De combinatie van deze twee factoren maakt dat het risico op een fatale overdosis groot is (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012; Farrel & Marsden, 2008). Vrijlating is dus een kritiek moment en het voorzien van hulpverlening voor deze gevangenen is van essentieel belang. Om deze nazorg te kunnen aanbieden is samenwerking tussen gevangenissen en hulpverleningsinstanties noodzakelijk (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). 2.3 De Europese drugsstrategie voor In het stuk hierboven tonen het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving en andere auteurs aan dat het druggebruik binnen de gevangenis een probleem vormt voor de gedetineerden (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012; Fazel, Bains, & Doll, 2006; Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003; Lukasiewicz, et al., 2007). Daarenboven wordt aangegeven dat er nood is aan een meervoudige en gespecialiseerde hulpverlening voor gedetineerden met een verslavingsproblematiek (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2013). Een eerste stap in de goede richting in het opstellen van een adequaat drugsbeleid dat een antwoord kan bieden op de noden van de gedetineerden om hen zo te ondersteunen bij het ontwikkelen van zelfrespect en een gezonde levensstijl (WHO Collaborating Centre for Health and Prisons, 2005). Dit adequaat drugsbeleid kan 13

14 teruggevonden worden in de Europese drugsstrategieën die collectieve acties binnen en buiten Europa dirigeren. Zij vormen een leidraad zonder verplichtingen aan de lidstaten op te leggen. Er wordt een kader aangeboden dat prioriteiten, doelen en acties inzake het drugsfenomeen formuleert en waarmee lidstaten en landen buiten de EU hun nationaal drugsbeleid kunnen opstellen. Hierbij kan de focus verschuiven naargelang de noden van het land. De Europese Unie wil op deze manier haar geïntegreerd en evenwichtig kader doorgeven aan andere landen (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2013). Daarnaast probeert de Europese Unie, door het aanreiken van dit kader, de investeringen van de landen zo effectief en efficiënt mogelijk te maken (European Commission, 2012). De Europese drugsstrategie is gebaseerd op de basisprincipes van de Europese wetgeving en houdt zoveel mogelijk rekening met de fundamentele waarden van de Europese Unie: respect, menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, solidariteit, wetgeving en de rechten van de mens. De strategie beschermt en verbetert het welzijn van de maatschappij en het individu, het beschermt de volksgezondheid en neemt een evenwichtige en geïntegreerde houding aan tegenover het drugsfenomeen (European Commission, 2012). De nieuwe Europese drugsstrategie, opgesteld door de Raad van Binnenlandse Zaken en Justitie van de Europese Unie, vormt de negende editie van de gezamenlijke aanpak van het drugsfenomeen. De eerste versie werd opgesteld in 1990 (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2013). Wanneer gekeken wordt naar voorgaande strategieën kan vastgesteld worden dat druggebruik in de gevangenis al een aantal jaar terugkomt als onderwerp. In de drugsstrategie van de Europese Unie voor werd reeds het belang van de ontwikkeling van preventieve maatregelen om druggebruik in gevangenis tegen te gaan benadrukt. In het bijhorend actieplan werd aangeraden om de inspanningen op vlak van drugpreventie en behandeling te vergroten en om maatregelen te nemen om de schade voor de gezondheid tijdens detentie en na vrijlating te verlagen (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). De Europese drugsstrategie voor vermeldde druggebruik in de gevangenis niet expliciet als één van zijn onderwerpen. Het richtte zich op een hoger niveau van gezondheidsbescherming, welzijn en sociale samenhang door het voorkomen en beperken van drugsgerelateerde schade aan de volksgezondheid en de maatschappij. Als tweede punt werd gestreefd naar een hoger niveau van veiligheid door maatregelen te nemen tegen de drugshandel (Raad van de Europese Unie, 2004). In het bijhorend Europees actieplan werd wel aandacht besteed aan de drugsproblematiek in de gevangenissen. In het Europese actieplan voor werd gestreefd naar een verbeterde toegang voor gedetineerden tot gezondheidszorg. Zo werd het risico op gezondheidsschade door het druggebruik in de gevangenis voorkomen of verminderd (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2012; Permanente Coördinatie Algemene Cel Drugsbeleid, 2010). De recente Europese drugsstrategie voor focust zich op een daling van de vraag en aanbod van drugs en een vermindering van het aantal personen met een verslavingsproblematiek. De strategie probeert een antwoord te formuleren op de nieuwe ontwikkelingen op het vlak van drugs. Voor het eerst focust de strategie zich ook op het verminderen van sociale en gezondheidsrisico s verbonden aan het gebruik. Hierdoor krijgt het herstel en de sociale re-integratie van druggebruikers meer aandacht als primair doel van de drughulpverlening (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2013). Het probleem van druggebruik in de gevangenis wordt in de nieuwe Europese drugsstrategie opnieuw benadrukt (European Monitoring Centre for Drugs and Drug 14

15 Addiction, 2013). De strategie focust zich op de beschikbaarheid en ontwikkeling van initiatieven om druggebruik in de gevangenissen tegen te gaan. Deze maatregelen moeten vertrekken vanuit de noden van de gedetineerden en rekening houden met hun gezondheidstoestand. Op die manier wordt kwalitatieve zorg bekomen die gelijkwaardig is met die in de vrije samenleving. Enkel via deze weg wordt voldaan aan het recht op gezondheidszorg. Daarnaast moet kwaliteit van zorg niet alleen verzekerd zijn tijdens de effectieve detentie, maar ook in alle stadia van het juridisch proces. Dit wil zeggen dat de continuïteit van de hulpverlening moet worden verzekerd, ook bij vrijlating van de gedetineerden (European Commission, 2012). Het druggebruik in de gevangenissen krijgt in de recentste drugsstrategie meer aandacht doordat de vereisten een stuk hoger liggen dan die uit de voorgaande Europese strategieën. Dit wijst op een toenemende erkenning voor het probleem (European Commission, 2012). De Europese drugsstrategie is onder meer gebaseerd op de politieke verklaring en het actieplan van de Verenigde Naties. Er wordt gestreefd naar een internationale samenwerking om te komen tot een geïntegreerde en evenwichtige strategie om het wereldwijde drugsprobleem aan te pakken (European Commission, 2012). Wanneer gekeken wordt naar de recentste versie van de politieke verklaring en het actieplan van de Verenigde Naties van 2009, kunnen gelijkenissen gevonden worden met de Europese drugsstrategie voor De verklaring van de Verenigde Naties richt zich onder andere op het verminderen van de vraag naar drugs. Er moet gestreefd worden naar een geïntegreerde aanpak die zich richt op de verschillende levensdomeinen. Om dit te bereiken worden enkele richtlijnen geformuleerd. Een van die richtlijnen is het opzetten van wetenschappelijk onderbouwde preventieve programma s in verschillende instellingen, waaronder gevangenissen. Volgens de Verenigde Naties is de behandeling van druggebruikers in de gevangenissen vaak ontoereikend. Bovendien bevinden de verslaafde gedetineerden zich in een context van corruptie, overbevolking en drugscirculatie wat de situatie risicovol maakt. Naast een goede hulpverlening en een beter gevangenisklimaat, moet er aandacht komen voor de overgang tussen detentie en vrijlating en sociale re-integratie van gedetineerden. Om te werken aan deze pijnpunten worden in het rapport concrete adviezen geformuleerd (United Nations, 2009). Een eerste advies bestaat uit het aanbieden van een zo volledig mogelijke hulpverlening die overeenstemt met de geldende wetgeving. In het beste geval worden alternatieven gezocht voor opsluiting in de gevangenis. Een tweede advies raadt aan om de strijd met corruptie, overbevolking en druggebruik in de gevangenissen aan te gaan om zo tot een beter gevangenisklimaat te komen. In het derde advies wordt dieper ingegaan op de vereisten waaraan de behandeling tijdens de detentie moet voldoen. De hulpverlening moet voorzien in zorg, ondersteuning en praktische diensten. Gevangenissen moeten inzetten op het verstrekken van hulpverleningsprogramma s die gericht zijn op de overgang naar vrijlating en sociale re-integratie. Het vierde en laatste advies van het rapport richt zich op de opleiding van medewerkers van het strafrechtelijk systeem en van het bewakend personeel. Deze opleiding moet ervoor zorgen dat deze personen betrokken kunnen worden in de maatregelen om druggebruik te verminderen. Daarnaast moet via deze opleiding een respectvolle, niet-veroordelende en niet-stigmatiseerde houding worden ontwikkeld (United Nations, 2009). De attitude van het personeel tegenover druggebruikers speelt een belangrijke rol in het al dan niet slagen van de drugbehandeling (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). 15

16 Zowel de nieuwe Europese drugsstrategie, als de recente politieke verklaring en actieplan van de Verenigde Naties richten zich naar de gevangenis en de gedetineerden met een verslavingsproblematiek. In hun strategie lijken beiden een antwoord te formuleren op bepaalde noden van de gedetineerden aangekaart bij punt 2.2. Zo moet er binnen de gevangenissen hulpverlening worden voorzien die aangepast is aan de specifieke behoeften van de gedetineerden en die gelijkwaardig is met die van de vrije samenleving. Bovendien dient er gewerkt te worden aan een beter gevangenisklimaat en wordt het belang van continue hulpverlening benadrukt waardoor nazorg een belangrijke rol zou moeten krijgen (European Commission, 2012; United Nations, 2009). Desondanks blijkt uit het Europees Drugs Rapport van 2013 dat de levering van zorg in gevangenissen vaak nog steeds achter blijft bij die daarbuiten, ondanks dat men het principe van gelijkwaardigheid van de zorg in brede zin onderschrijft (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2013, p. 57). Dit citaat zou erop kunnen wijzen dat de praktijk het beleid nog niet helemaal heeft bijgebeend. 2.4 Het Belgisch drugsbeleid In België vindt tweejaarlijks een onderzoek plaats rond het druggebruik in de gevangenissen. Aan de hand van de resultaten wordt inzicht verkregen in de drugsproblematiek in de gevangenissen. Uit de resultaten van de periode tussen 2006 en 2010 komt naar voor dat dertig tot vierendertig procent van de gedetineerden verboden middelen heeft gebruikt in de gevangenis (Deprez, et al., 2011; Van Malderen, 2013). Daarnaast toont het onderzoek van Dr. Vandam in de Belgische gevangenissen aan dat zestig procent van de gedetineerden in de voorbije drie maanden van hun detentie illegale middelen heeft gebruikt. Dit cijfer lijkt relatief hoog, toch kan er gesproken worden van een daling van elf procent in vergelijking met het gebruik buiten de gevangenis. De Belgische gevangenissen vormen een middel om te stoppen met drugs voor gebruikers omdat zij de ogen van sommige gedetineerden openen waardoor zij gemotiveerd worden om te werken aan hun verslavingsproblematiek. Het kan ook voorkomen dat gedetineerden minder of net meer gaan gebruiken (Plettinckx, Antoine, Blanckaert, & van Bussel, 2013). De cijfers van het druggebruik in de gevangenissen tonen aan dat het drugsprobleem ook in de Belgische gevangenissen kan worden teruggevonden. Bijgevolg is er nood aan een specifiek en adequaat drugsbeleid (WHO Collaborating Centre for Health and Prisons, 2005). Het opstellen van een dergelijk beleid valt onder de maatschappelijk verantwoordelijkheid (Van Malderen, 2013). Om een antwoord te bieden op de problematiek wordt in België een normaliseringsbeleid gevoerd waarin het drugsprobleem in de eerste plaats wordt beschouwd als een probleem van volksgezondheid. Concreet wordt er in de Gemeenschappelijke Verklaring van de Interministeriële Conferentie Drugs gekozen voor een geïntegreerd beleid dat het drugsfenomeen op een globale en integrale manier benadert (Permanente Coördinatie Algemene Cel Drugsbeleid, 2010). De term integraal benadrukt het feit dat het drugsfenomeen een multidimensionaal gegeven is dat in al zijn facetten moet worden aangepakt. Geïntegreerd slaat op de betrokkenheid van alle actoren, sectoren en diensten die noodzakelijk zijn om op een gepaste manier te kunnen antwoorden op de verschillende dimensies van het fenomeen (Van Malderen, Chapeau, Cammart, Moës, & Vindevogel, 2008). Primair wordt de focus gelegd op preventie, vroegdetectie en vroeginterventie, gevolgd door de hulpverlening voor mensen die af te rekenen hebben 16

17 met een verslavingsproblematiek. Strafrechtelijke vervolging wordt beschouwd als een laatste interventie. De voorkeur wordt gegeven aan alternatieven voor een gerechtelijke sanctie. Zo wordt vermeden dat druggebruikers die geen zware criminele feiten hebben gepleegd in de gevangenis terechtkomen. België volgt met dit beleid de krijtlijnen van het drugsbeleid uitgetekend door de Europese Unie en de Verenigde Naties. De pijlen worden vooral gericht op preventie en hulpverlening. Bij repressie wordt een onderscheid gemaakt tussen de drugsgerelateerde criminaliteit die vanuit winstbejag wordt gepleegd en de drugsgerelateerde criminaliteit die wordt gepleegd om een verslaving te onderhouden. Naast de criminele feiten, speelt de individuele toestand van de persoon mee bij het bepalen van de straf. Bij gedetineerden met een verslavingsproblematiek wordt repressie pas in laatste instantie gebruikt. Daarnaast wordt samenwerking tussen justitie en hulpverlening op basis van wederzijds respect voor elkaars doelen en voorwaarden gestimuleerd (Permanente Coördinatie Algemene Cel Drugsbeleid, 2010). De Minister dan Justitie staat in voor het vastleggen van het penitentiair drugsbeleid. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ervan ligt bij het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen en het hoofd van De Dienst Gezondheidszorg van de Gevangenissen (DGZG) (Deprez, et al., 2011). Daarnaast zijn er twee Regionale Coördinatoren Drugsbeleid Gevangenissen die instaan voor de implementatie en coördinatie van het drugsbeleid in de gevangenissen (Van Malderen, 2014). De Centrale Stuurgroep Drugsbeleid ondersteunt hierbij en zet zich actief in voor de uitvoering. Op niveau van de gevangenis is de lokale stuurgroep drugs, waarin het inrichtingshoofd en de hoofdgeneesheer van de gevangenis zetelen, verantwoordelijk (Federale Overheidsdienst Justitie, 2006). De DGZG heeft daarnaast als taak een gezondheidszorg te voorzien die gelijkwaardig is met die in de vrije samenleving. Tevens moet de zorg aangepast zijn aan de specifieke noden van de gedetineerden. De drughulpverlening in de gevangenis valt dus onder de verantwoordelijkheid van de DGZG. Het bestuur beoogt een globale en geïntegreerde aanpak met focus op preventie en behandeling (Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen, 2010). Concreet wordt er vanuit het penitentiair drugsbeleid gestreefd naar een balans tussen preventie en voorlichting, een efficiënte controle, een professionele ondersteuning en begeleiding en een gepaste sanctionering bij misbruik, zowel ten aanzien van de gedetineerden als van de bezoekers (Permanente Coördinatie Algemene Cel Drugsbeleid, 2010, p. 28). In de omzendbrief van 2006 met betrekking tot de drugsproblematiek in de gevangenissen wordt concreet uitgelegd wat verstaan wordt onder de beleidslijnen. Een allereerste actie bij preventie van drugsgerelateerde problemen is het voorzien van informatie rond drugs en drugsgerelateerde onderwerpen. Vervolgens dient nagegaan te worden of de gedetineerde reeds in behandeling is geweest voor zijn/haar verslavingsproblematiek. Als dit het geval is moet de Medische Dienst van de gevangenis nagaan over welke vorm van hulpverlening het gaat en welke beschikbare hulpverlening in de gevangenis hier het best bij aansluit. Een volgend luik van de preventieve werking is het nagaan of de gedetineerde door zijn/haar verslaving een verhoogd risico loopt op virale aandoeningen. Als dit zo is moet de gedetineerde in kwestie de kans krijgen om getest, behandeld en gevaccineerd te worden. Daarnaast moeten condooms en ontsmettingstabletten aan de gedetineerde worden aangeboden. Om te voorkomen dat gedetineerden overlijden door een overdosis drugs dient de hoofdgeneesheer het medisch personeel de nodige kennis en materiaal te verschaffen om hier gepast op te reageren. Een tweede onderdeel van de omzendbrief wordt gewijd aan de behandeling en verwijzing van een persoon met een verslavingsproblematiek. Zo moet de gedetineerden 17

18 die zich in de ontwenningsperiode bevinden op medisch en psychosociaal vlak ondersteund worden. Daarnaast kan de arts een substitutiehandeling met methadon of buprenorfine opstarten. Op het vlak van ondersteuning en begeleiding heeft de lokale stuurgroep drugs de verantwoordelijkheid om de gedetineerden te informeren over de mogelijke diensten die in de gevangenis beschikbaar zijn. Als de gedetineerde beslist om op dit aanbod in te gaan, dient de stuurgroep de gedetineerde in staat te stellen om deel te nemen aan de hulpverlening. Een volgend luik van de begeleiding is het moment van vrijlating (Federale Overheidsdienst Justitie, 2006). De periode na de vrijlating vormt een kritiek moment voor de gedetineerden (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, 2012; Farrel & Marsden, 2008). Daarom wordt er op toegezien dat de vrijlating zo goed mogelijk wordt voorbereid door alle betrokken diensten. De lokale stuurgroep voorziet daarnaast informatie over de voorzieningen waar de gedetineerde na zijn straf terecht kan. Tenslotte dient er in het kader van een integrale benadering van de drugsproblematiek zoveel mogelijk gewerkt te worden met externe drughulpverleningsorganisaties. De lokale stuurgroep staat in voor deze samenwerking. Het betrekken van een externe hulpverleningsorganisatie is enkel mogelijk wanneer de visie en de activiteiten van de voorziening niet in strijd zijn met het beleid van de gevangenis. Er dient vanuit de hulpverlening ook respect te zijn voor de orde en veiligheid van de penitentiaire instelling (Federale Overheidsdienst Justitie, 2006). In de Gemeenschappelijke Verklaring van de Interministeriële Conferentie Drugs en de omzendbrief van 2006 met betrekking tot de drugsproblematiek in de gevangenissen wordt een antwoord geformuleerd op enkele noden van de gedetineerden omschreven bij punt 2.2. Net zoals bij de Europese drugsstrategie wordt onder meer nadruk gelegd op een integrale hulpverlening die gelijkwaardig is met die in de vrije samenleving en die een goede nazorg biedt (Federale Overheidsdienst Justitie, 2006; Permanente Coördinatie Algemene Cel Drugsbeleid, 2010). Toch toont een recente studie in de Belgische gevangenissen aan dat zestig procent van de gedetineerden in de afgelopen drie maanden van hun detentie illegale middelen heeft gebruikt (Plettinckx, Antoine, Blanckaert, & van Bussel, 2013). Dit hoge cijfer zou kunnen wijzen op het feit dat het drugsbeleid nog niet de gewenste resultaten levert. 2.5 Initiatieven tegen drugs in de gevangenissen De zwaarste straf voor personen die de wet overtreden in de Europese Unie is een gevangenisstraf. De gevangenis is een zeer schadelijke omgeving voor druggebruikers (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003) door onder meer corruptie, overbevolking en drugscirculatie (United Nations, 2009). De laatste jaren werden steeds meer projecten opgezet om dit probleem tegen te gaan. Deze ontwikkeling past binnen de nieuwe Europese drugsstrategie voor , dat naast bestraffing ook oog heeft voor het verminderen van sociale en gezondheidsrisico s verbonden aan het druggebruik (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2013). De strategie focust zich daarbij op de beschikbaarheid en ontwikkeling van initiatieven om druggebruik in de gevangenissen te verhinderen (European Commission, 2012). Uit onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat de initiatieven in de gevangenis om enerzijds abstinentie te bereiken en om anderzijds de schade van het druggebruik te beperken opgedeeld kunnen worden in drie categorieën (Møller, Stöver, 18

19 Jürgens, Gatherer, & Nikogosian, 2007). De eerste is drughulpverlening met een lage intensiteit waaronder begeleiding en kortdurende interventies vallen. Voorbeelden hiervan zijn informatieverstrekking rond druggebruik, terugvalpreventie en crisisinterventie. Een tweede aanpak is de midden- tot hoog intensieve drugsvrije behandeling die zich richt op abstinentie. Hierbij worden afdelingen binnen de gevangenis zelf opgericht die drughulpverlening voorzien zoals in een residentieel kader, bijvoorbeeld een therapeutische gemeenschap binnen de gevangeniscontext. Een derde categorie bevat de substitutieprogramma s op middellange tot lange termijn (European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction, 2012). Deze programma s gaan de afkickverschijnselen tegen door het onder medisch toezicht toedienen van methadon of buprenorfine ter vervanging van de illegale drugs (World Health Organisation, United Nations Office on Drugs and Crime, 2004). Kortom preventie, behandeling, sociale reintegratie en het zoveel mogelijk beperken van de schadelijke invloed van detentie behoren tot de interventiemogelijkheden binnen de gevangenissen (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). In het stuk dat volgt wordt op zoek gegaan naar concrete initiatieven die het druggebruik in de gevangenissen tegengaan of de gevolgen ervan proberen te minimaliseren Internationaal Nederland In Nederland werden in de jaren tachtig enkele drugsvrije afdelingen in penitentiaire instellingen opricht. Deze afdelingen werden in eerste instantie opgericht om zorg te bieden aan de drugsafhankelijke gedetineerde. In tweede opzicht probeerde men de gedetineerden voor te bereiden op een drugsvrij leven. Uit evaluatie bleek dat de aanpak teveel gericht was op een drugsvrij leven en op psychologische ondersteuning zonder oog te hebben voor praktische hulp bij dagelijkse problemen. Verder werd er te weinig aandacht besteed aan re-integratie in de samenleving (De Maere, Hariga, Bartholeyns, & Vanderveken, 2000). Het Verenigd Koninkrijk Het Verenigd Koninkrijk reageerde een aantal jaren geleden op de groei van het druggebruik onder de gedetineerden. Er werd een project ontwikkeld om de frequentie van gebruik te verminderen en om de gedetineerden drug- en misdaadvrij te houden na vrijlating. Dit project was een samenwerking tussen het gevangeniswezen en de drughulpverlening. Het stelde de eis dat de gevangenen een contract ondertekenden die hen verbond aan de belofte om geen drugs meer te gebruiken. Daarnaast hanteerde het project een systeem van beloning bij het naleven van het reglement en werd een hulpverleningsprogramma voorzien. Een belangrijke factor bij deze strategie is dat de behandeling wordt gegeven op een moment waarop de gedetineerde verandering wil brengen in zijn leven (Trace, 1998). Een recenter initiatief van het Verenigd Koninkrijk is het Counselling, Assessment, Referral, Advice and Throughcare Services (CARATS) model. Het model koppelt begeleiding, onderzoek, doorverwijzing, advies en nazorg aan elkaar. Veel van deze diensten werken in andere landen naast elkaar. Door het gevangeniswezen, de gemeenschapsdiensten en de reclassering op elkaar af te 19

20 stemmen, kan het CARATS model een pakket van laagdrempelige initiatieven aan de gedetineerden aanbieden (Møller, Stöver, Jürgens, Gatherer, & Nikogosian, 2007). Denemarken In Denemarken werd het New Day Treatment Program ontwikkeld. Dit initiatief bestaat uit twee componenten: een programma voor cannabisgebruikers en een programma voor gedetineerden die een substitutiebehandeling volgen. De gevangenen hoeven niet ontwend te zijn bij het opstarten van de behandeling, de focus ligt op vermindering van het gebruik. Deelname is geheel vrijblijvend en gedetineerden moeten niet gemotiveerd zijn om te starten. Het programma werkt met doelstellingen op lange termijn: gedetineerden drugsvrij maken of hun gebruik verminderen, hen voorbereiden op een leven zonder misdaad en de aanwezigheid van drugs in de gevangenis verminderen. Het onderzoek rond het New Day Treatment Program gaf aan dat volgende factoren het succes van drughulpverlening in de gevangenis bepalen: - De behandeling wordt aangeboden op een locatie die gescheiden is van de rest van de gevangenis. - De deelnemers van het hulpverleningsprogramma zijn gescheiden van andere gedetineerden. - De hulpverlening wordt continu aangeboden en wordt ondersteund door ervaren therapeuten/begeleiders. - De hulpverlening duurt langer dan drie maanden. - De hulpverlening moet beschikken over een therapeutisch luik. Een therapeutisch geïnspireerde hulpverlening heeft namelijk een invloed op zowel druggebruik als op criminaliteit. Begeleiding (zonder het therapeutisch karakter) heeft vooral invloed op de criminaliteit (Kolind, Frank, & Dahl, 2010). Spanje In Spanje worden spuitenruilprogramma s in de gevangenissen voorzien. De spuitenruilprogramma s worden ingezet als preventie van infectieziekten. Het aantal gevangenissen dat het programma toepast zoals buiten de gevangenis is beperkt. In bepaalde landen bestaat er een aanzienlijk weerstand tegen deze spuitenruilprogramma s. Verschillende redenen liggen aan de basis van deze weerstand. Er kan een verbod zijn van het nationaal- of intern gevangenisbeleid en/of een vrees dat men een onrechtstreeks signaal geeft dat druggebruik toegelaten is. Daarnaast kan er weerstand zijn bij de werknemers die de spuitenruil kunnen zien als een bedreiging van hun eigen welzijn. Een gangbaarder alternatief in de Europese gevangenissen is het voorzien van ontsmettingsmateriaal (Griffiths, Nilson, Carpentier, & Merino, 2003). Het volhouden van drugshulpverlening vormt een betrouwbare voorspeller voor het dalen van druggebruik en recidivisme. Gedetineerden die niet deelnemen aan drughulpverlening in detentie hebben een grotere kans op terugval op vlak van druggebruik en criminele feiten. Een aantal factoren kunnen het niet deelnemen aan of het uitvallen uit een behandeling verklaren. Om beter zicht te krijgen op deze factoren is onderzoek gevoerd op een drugsvrije afdeling in Spanje. Het doel van deze afdeling is het drugsvrij maken en het rehabiliteren van gedetineerden, het internaliseren van sociale vaardigheden/attitudes en het promoten van vrijetijdsbesteding. Belangrijke 20

21 elementen die uit dit onderzoek naar voor komen zijn onder meer het belang van motivatie en van het betrekken van familie. Motivatie is een belangrijke factor in het deelnemen en volhouden van behandeling. Het onderzoek toont aan dat gedetineerden die in eerste instantie deelnemen om te kunnen genieten van de voordelen van de drugsvrije afdeling uiteindelijk toch blijven deelnemen aan de hulpverlening. Extrinsieke motivatie vormt dus geen probleem wat het volhouden van hulpverlening betreft (Casares-López, et al., 2013). Het werken met familie vormt een belangrijke factor in het rehabiliteren en re-integreren van gedetineerden in de vrije samenleving (Møller, Stöver, Jürgens, Gatherer, & Nikogosian, 2007) en vormt naast motivatie een cruciaal element in de strijd tegen druggebruik (Casares-López, et al., 2013). Verenigde Staten Het grootste deel van de drughulpverlening binnen de gevangenismuren voorziet disciplinerende sancties voor de gedetineerden die de programmaregels overschrijden. Er wordt zeer weinig nadruk gelegd op bekrachtiging van positief gedrag. Correctionele instellingen hanteren een andere filosofie dan de hulpverlening. Er wordt gebruik gemaakt van een beleid dat nakoming van het reglement forceert en dat schending ervan beantwoordt met bestraffing. De nadruk ligt op de beheersing van het gedrag van de gedetineerden. Project BRITE (Behavioral Reinforcement to Increase Treatment Engagement) in de Verenigde Staten was een vier jaar durend programma dat het effect van positieve bekrachtiging van het gewenst gedrag naging. Positieve bekrachtiging zou de verandering in de cognitieve processen van de gedetineerde vergemakkelijken. De resultaten van dit project zijn niet volledig representatief. Toch tonen de resultaten nog steeds de mogelijk effectiviteit en efficiëntie van project BRITE aan. Positieve bekrachtiging zou het engagement van de gedetineerden om deel te nemen aan drughulpverlening in de gevangenis kunnen verhogen (Burdon, De Lore, & Prendergast, 2011). In de Verenigde Staten werden in het kader van het Drug-Free Prison Zone Project acht Staten uitgekozen die werden geselecteerd op basis van de initiatieven die werden opgezet in de strijd tegen drugs in de gevangenissen. Het doel van dit onderzoek was het nagaan welk van deze initiatieven het effectiefst was. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de drugsproblematiek in de penitentiaire instellingen het best bestreden kan worden met drie strategieën: een adequaat beleid, gepaste technologie (zoals verschillende testen en opsporingsmechanismen) en kwalitatieve drughulpverlening. Toch zal het effectiefste programma falen als de omgeving niet drugsvrij is. Een drugsvrije omgeving is dus van vitaal belang (Holsinger, 2002). Een nationaal onderzoek in de Verenigde Staten ging na welke voorzieningen op vlak van drughulpverlening voorkomen in de instellingen van het correctioneel systeem. Een eerste vaststelling is dat het aantal initiatieven niet correleert met het percentage van personen met een verslavingsproblematiek in de gevangenispopulatie. Er zouden meer initiatieven moeten worden opgericht. Daarnaast moet de hulpverlening aangepast worden aan de psychosociale noden van de gedetineerden. Bovendien moet er gewerkt worden aan het samengaan van de therapeutische en de bestraffende componenten in de gevangenis (Taxman, Perdoni, & Harrison, 2007). 21

DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening

DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening DBK: Het Gents Model Concept & implementatie Organisatie vanuit Justitie en vanuit Hulpverlening 1 INHOUD PRESENTATIE I. Belgisch drugbeleid II. O.M. en problematisch druggebruik III.De rechtbank en problematisch

Nadere informatie

*** ONTWERPAANBEVELING

*** ONTWERPAANBEVELING EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 2010/0011(E) 16.3.2011 *** ONTWERPAANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad over de sluiting van

Nadere informatie

Gezondheidszorgvisie DJI DJI

Gezondheidszorgvisie DJI DJI Gezondheidszorgvisie DJI DJI 2 / G E Z O N D H E I D S Z O R G V I S I E D J I Inleiding In het rapport Van Dinter (1995) [1] en het rapport Zorg achter tralies (augustus 1999) [2], zijn indertijd diverse

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 30 oktober 2003 (03.11) (OR. it) 11051/4/03 REV 4 CORDROGUE 66 NOTA van: aan: Betreft: het Italiaanse voorzitterschap de horizontale Groep drugs Ontwerp-resolutie van

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 2 oktober 2003 (08.10) (OR. it) 11051/2/03 REV 2 CORDROGUE 66 NOTA van: het Italiaanse voorzitterschap aan: de horizontale Groep drugs nr. vorig doc.: 11051/03 CORDROGUE

Nadere informatie

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012)

Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) Hoge Raad voor Vrijwilligers over het EYAA 2012 (European Year of Active Ageing 2012) De Hoge Raad voor Vrijwilligers (HRV) kijkt relatief tevreden terug op 2011, het Europees Jaar voor het Vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties Nr. 143 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN DE MINISTERS VAN

Nadere informatie

BUURTINFORMATIENETWERKEN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS

BUURTINFORMATIENETWERKEN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS COD24_BROCH BlauwOK2deV_NL 26-09-2005 14:33 Page 1 BUURTINFORMATIENETWERKEN ZELFSTANDIGE ONDERNEMERS OPSTART - PROCEDURE Preventie ter bevordering van veiligheidsgevoel en sociale betrokkenheid Stap mee

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 oktober 2010 (20.10) (OR. en) 12847/2/10 REV 2 CORDROGUE 68

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 15 oktober 2010 (20.10) (OR. en) 12847/2/10 REV 2 CORDROGUE 68 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 15 oktober 2010 (20.10) (OR. en) 12847/2/10 REV 2 CORDROGUE 68 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Horizontale Groep drugs Ontwerp-conclusies van de Raad over

Nadere informatie

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen

Rapportage. Politie in aanraking met veteranen. Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Rapportage Politie in aanraking met veteranen Stuurgroep Politie in aanraking met veteranen Doorn 9 juni 2011 1 Aanleiding en opzet van het onderzoek In de uitvoering van haar taak komt de politie ook

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. III. Drugwet: 24 februari 1921 A. Inleiding 28 1. Algemeen... 28 2. Afbakening... 30 B. Wat is strafbaar?... 30 1. Algemeen...

INHOUDSOPGAVE. III. Drugwet: 24 februari 1921 A. Inleiding 28 1. Algemeen... 28 2. Afbakening... 30 B. Wat is strafbaar?... 30 1. Algemeen... INHOUDSOPGAVE I. Beleid A. Situering van het drugbeleid...1 B. De parlementaire werkgroep Drugs...2 C. De Federale Beleidsnota Drugs...4 D. Invloed van de wetswijziging in 2003...5 E. De richtlijn van

Nadere informatie

Gedragscode medewerkers en cliënten

Gedragscode medewerkers en cliënten Gedragscode medewerkers en cliënten 2014 1/9 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Werkwijze... 3 3. Samenvatting gedragscode... 4 4. Gedragscode medewerkers stichting Zorg Almere... 5 - clientgerichtheid....5

Nadere informatie

GOF. Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen

GOF. Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen Belgische gedragscode voor veiliger gsm-gebruik door jonge tieners en kinderen Voorwoord In februari 2007 ontwikkelden de Europese mobiele providers en content providers een gezamenlijke structuur voor

Nadere informatie

PUBLIC 9322/02 Interinstitutioneel dossier: 2002/0098 (CNS)

PUBLIC 9322/02 Interinstitutioneel dossier: 2002/0098 (CNS) Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 29 mei 2002 (05.06) (OR. f) PUBLIC 9322/02 Interinstitutioneel dossier: 2002/0098 (CNS) LIMITE CORDROGUE 43 SAN 63 INGEKOMEN DOCUMENT van: de heer Sylvain

Nadere informatie

De organisatie van vorming, opleiding en arbeidstoeleiding als voorbereiding sociale re-integratie in Vlaamse gevangenissen

De organisatie van vorming, opleiding en arbeidstoeleiding als voorbereiding sociale re-integratie in Vlaamse gevangenissen De organisatie van vorming, opleiding en arbeidstoeleiding als voorbereiding sociale re-integratie in Vlaamse gevangenissen Promotor: Prof.dr. S.Snacken Onderzoekers: Hanne Tournel en Anne De Ron 1 Vanuit

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 9 februari 2015 Betreft UNGASS 2016 BRIEF

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 9 februari 2015 Betreft UNGASS 2016 BRIEF > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

BEÏNVLOEDENDE FACTOREN VAN THERAPIETROUW EN ZELFMANAGEMENT BIJ ORALE TKIs: EEN KWALITATIEF ONDERZOEK. Mathieu Verbrugghe Prof. dr.

BEÏNVLOEDENDE FACTOREN VAN THERAPIETROUW EN ZELFMANAGEMENT BIJ ORALE TKIs: EEN KWALITATIEF ONDERZOEK. Mathieu Verbrugghe Prof. dr. BEÏNVLOEDENDE FACTOREN VAN THERAPIETROUW EN ZELFMANAGEMENT BIJ ORALE TKIs: EEN KWALITATIEF ONDERZOEK Mathieu Verbrugghe Prof. dr. Ann Van Hecke INLEIDING THERAPIEONTROUW Een patiënt wordt therapieontrouw

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Therapeutisch programma voor druggebruikers en hun omgeving

Therapeutisch programma voor druggebruikers en hun omgeving Therapeutisch programma voor druggebruikers en hun omgeving De Kiem biedt hulp aan personen die problemen ervaren door het gebruik van drugs en aan mensen uit hun omgeving. Het residentiële luik van het

Nadere informatie

DRUGS IN CIJFERS III: OVERHEIDSUITGAVEN VOOR HET DRUGSBELEID IN BELGIË

DRUGS IN CIJFERS III: OVERHEIDSUITGAVEN VOOR HET DRUGSBELEID IN BELGIË PERSBERICHT DRUGS IN CIJFERS III: OVERHEIDSUITGAVEN VOOR HET DRUGSBELEID IN BELGIË Totale overheidsuitgave voor het Belgisch drugsbeleid* in het jaar 2008 wordt geschat op 975.085.793 euro of 91,4 per

Nadere informatie

Herstel van verslaving? Conceptualisering door individuen in herstel

Herstel van verslaving? Conceptualisering door individuen in herstel Herstel van verslaving? Conceptualisering door individuen in herstel Vlaamse hersteldagen 2015, 18.11.2015 Doctoranda: Anne Dekkers Doctoraat: Wegen naar herstel van verslaving: de rol van individueel

Nadere informatie

(COM(2001) 259 C5-0359/2001 2001/0114(CNS))

(COM(2001) 259 C5-0359/2001 2001/0114(CNS)) P5_TA(2002)0195 Illegale drugshandel * (procedure zonder debat) Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare

Nadere informatie

FUNCTIEPROFIEL. Functie: Zorgcoördinator. A. Functiebeschrijving. 1. Doel van de functie

FUNCTIEPROFIEL. Functie: Zorgcoördinator. A. Functiebeschrijving. 1. Doel van de functie FUNCTIEPROFIEL Functie: Zorgcoördinator A. Functiebeschrijving 1. Doel van de functie Hij/zij staat, samen met de leefgroepencoördinator, in voor de aansturing van een woonbuurt bestaande uit een aantal

Nadere informatie

Federaal Fonds ter bestrijding van de verslavingen Subsidieaanvragen voor verlengingen en nieuwe projecten

Federaal Fonds ter bestrijding van de verslavingen Subsidieaanvragen voor verlengingen en nieuwe projecten Federaal Fonds ter bestrijding van de verslavingen Subsidieaanvragen voor verlengingen en nieuwe projecten OPROEP 2012 Mevrouw, Mijnheer, Het Fonds ter bestrijding van de verslavingen werd opgericht in

Nadere informatie

Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken

Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken Paul Ponsaers 1 1. De EU is niet enkel een economische, politieke en sociale gemeenschap, maar evenzeer een waardengemeenschap.

Nadere informatie

HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten

HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten HELLAS-GLANA beleidsnotitie klachten 1. Inhoud 2. Inleiding 1. Inhoud 2. Inleiding 3. Intentie van het beleid op het gebied van klachten 4. Uitvoering beleid 5. Implementatie 6. Bijlage 1 Gemeenschappelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 2113 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Nadere informatie

DE VIJF FUNCTIES BINNEN HET VERNIEUWDE MODEL GEESTELIJKE GEZONDHEID

DE VIJF FUNCTIES BINNEN HET VERNIEUWDE MODEL GEESTELIJKE GEZONDHEID DE VIJF FUNCTIES BINNEN HET VERNIEUWDE MODEL GEESTELIJKE GEZONDHEID Functie 1 Activiteiten op het vlak van preventie; geestelijke gezondheidszorgpromotie; vroegdetectie, -interventie en -diagnosestelling

Nadere informatie

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 april 2000 (17.04) (OR. en) 7316/00 LIMITE EUROPOL 4 NOTA van: Europol aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 5845/00 EUROPOL 1 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3 Betreft: Artikel

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 Rapport Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft gereageerd op zijn brieven waarin hij klachten

Nadere informatie

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding

Hybride werken bij diagnose en advies. Inleiding Hybride werken bij diagnose en advies Inleiding Hybride werken is het combineren van 2 krachtbronnen. Al eerder werd aangegeven dat dit bij de reclassering gaat over het combineren van risicobeheersing

Nadere informatie

Logistiek management in de gezondheidszorg

Logistiek management in de gezondheidszorg Katholieke Universiteit Leuven Faculteit Geneeskunde Departement Maatschappelijke Gezondheidszorg Centrum voor Ziekenhuis- en Verplegingswetenschap Master in management en beleid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik.

Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. Abstinent worden, abstinent blijven en de determinanten van een terugval in harddruggebruik. Samenvatting van de resultaten uit het subcohort abstinenten die deelnemen aan de Amsterdamse Cohort Studie

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005

EUROPEES PARLEMENT. Zittingsdocument 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE. naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005 EUROPEES PARLEMENT 2004 Zittingsdocument 2009 11.1.2006 B6-0038/2006 ONTWERPRESOLUTIE naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B6-0345/2005 ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5 van het

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel SP

Initiatiefvoorstel SP Initiatiefvoorstel SP Open brief Stichting Drugsbeleid Bijlagen/nummer Dienst/afdeling/sector Raad/Raadsgriffie Aan de raad, Aanleiding De Stichting Drugsbeleid heeft een open brief opgesteld inzake het

Nadere informatie

Problems facing women drug users and their children

Problems facing women drug users and their children Problems facing women drug users and their children EMCDDA 2000 selected issue In EMCDDA 2000 Annual report on the state of the drugs problem in the European Union Speciale kwesties Handel in verdovende

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie j1 Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie- en Preventiebeleid Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

De implementatie van de WHO-aanbevelingen inzake harmreduction in een penitentiaire context.

De implementatie van de WHO-aanbevelingen inzake harmreduction in een penitentiaire context. Vakgroep Strafrecht en criminologie De implementatie van de WHO-aanbevelingen inzake harmreduction in een penitentiaire context. Een verkennend onderzoek aan de hand van de Belgische richtlijnen en het

Nadere informatie

INHOUD. 1. Inleiding... 15

INHOUD. 1. Inleiding... 15 INHOUD 1. Inleiding... 15 2. Psychosociale risico s op het werk... 17 2.1. Stress op het werk... 19 2.2. Burn-out... 22 2.3. Ongewenst gedrag en conflicten... 23 2.3.1. Geweld op het werk... 23 2.3.2.

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in?

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in? Aanleiding voor het onderzoek Samenvatting In de 21 ste eeuw is de invloed van ruimtevaartactiviteiten op de wereldgemeenschap, economie, cultuur, milieu, etcetera steeds groter geworden. Ieder land dient

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige

Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige Eindtermen vervolgopleiding intensive care verpleegkundige De beschrijving van de eindtermen voor de vervolgopleiding tot intensive care verpleegkundige is ontleend aan het deskundigheidsgebied intensive

Nadere informatie

FIT en GEZOND op het WERK

FIT en GEZOND op het WERK FIT en GEZOND op het WERK Katrien Bruyninx Prevent Lummen 18 september 2013 Prevent Prevent-Factory A solutions provider Tailor made support of companies and organisations Prevent-Academy Training centre

Nadere informatie

Drugspreventie-beleid

Drugspreventie-beleid Lommel United stelt zich tot doel om voetballers professioneel op te leiden. In kwaliteitsvolle omstandigheden en in een gezonde competitieve én aangenaam constructieve geest wil Lommel United zoveel mogelijk

Nadere informatie

Inhoud. Lijst met afkortingen 13. Voorwoord 15. Inleiding 17

Inhoud. Lijst met afkortingen 13. Voorwoord 15. Inleiding 17 Inhoud Lijst met afkortingen 13 Voorwoord 15 Inleiding 17 DEEL 1 TRENDS IN CIJFERS OVER ILLEGALE DRUGS IN VLAANDEREN/BELGIË 1997-2007 19 HOOFDSTUK 1! ILLEGALE DRUGS. SITUERING EN DEFINIËRING 21 1.1 Wat

Nadere informatie

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment

Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Code VINCI Leveranciers Global Performance Commitment Contents P. 2 Introductie P. 2 VINCI s commitments P. 4 Leveranciers commitments P. 6 Implementatie 1 15 april 2012 Introductie Deze Code «Global Performance

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesaanvraag

Samenvatting. Adviesaanvraag Samenvatting Adviesaanvraag De antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) is een psychiatrische stoornis die wordt gekenmerkt door een duurzaam patroon van egocentrisme, impulsiviteit en agressiviteit.

Nadere informatie

Datum 25 maart 2013 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over drugssmokkel via de Antwerpse Haven

Datum 25 maart 2013 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over drugssmokkel via de Antwerpse Haven 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Middelenbeleid in een onderneming

Middelenbeleid in een onderneming Team psychosociaal welzijn Middelenbeleid in een onderneming Deel 1: Motieven (Waarom?) Inhoud Deel 2: Wat kun je er aan doen? (Wat?) Deel 3: Ontwikkeling beleid (Hoe?) 1 Deel 1: Waarom moet uw organisatie

Nadere informatie

Jaargang 2 nummer 1 16 dec 2010

Jaargang 2 nummer 1 16 dec 2010 Jaargang 2 nummer 1 16 dec 2010 Inhoudsopgave: Inleiding Minisymposium LVG en Verslaving De belangrijkste problemen volgens hulpverleners De ervaringen van cliënten De ervaringen van verwanten Vervolgstappen

Nadere informatie

4. Wat zijn de rechten en plichten van een asielzoeker in België?

4. Wat zijn de rechten en plichten van een asielzoeker in België? 4. Wat zijn de rechten en plichten van een asielzoeker in België? Sinds 12 januari 2007 is in België de 'opvangwet' van kracht. Dit is een bundel van bepalingen die de asielopvang regelen. De opvangwet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1977-1978 14417 Nota uitgangspunten voor een beleid inzake de hulpverlening aan drugverslaafden Nr.9 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter

Nadere informatie

KHB Kwaliteitsbeleid: Visietekst Drugsbeleid

KHB Kwaliteitsbeleid: Visietekst Drugsbeleid KHB Kwaliteitsbeleid: Visietekst Drugsbeleid De hulpverlening in KIDS is gericht op de maximale ontplooiing van de totale persoon. Communicatie neemt daarin een belangrijke plaats, en is zowel middel als

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 30 juni 2015 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 30 juni 2015 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 30 juni 2015 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2013/0207 (E) 10012/15 CORDROGUE 51 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: Ontwerp-UITVOERINGSBESLUIT

Nadere informatie

Factsheet De aansprakelijkheid van de arts

Factsheet De aansprakelijkheid van de arts Factsheet De aansprakelijkheid van de arts Algemeen Als u vermoedt dat een beroepsbeoefenaar uw rechten heeft geschonden, kunt u hem of de zorginstelling waarbinnen hij werkt aansprakelijk stellen. Volgens

Nadere informatie

Manifest voor de Rechten van het kind

Manifest voor de Rechten van het kind Manifest voor de Rechten van het kind Kinderen vormen de helft van de bevolking in ontwikkelde landen. Ongeveer 100 miljoen kinderen leven in de Europese Unie Het leven van kinderen in de hele wereld wordt

Nadere informatie

FACULTATIEF PROTOCOL BIJ HET VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND OVER DE BETROKKENHEID VAN KINDEREN IN GEWAPENDE CONFLICTEN

FACULTATIEF PROTOCOL BIJ HET VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND OVER DE BETROKKENHEID VAN KINDEREN IN GEWAPENDE CONFLICTEN FACULTATIEF PROTOCOL BIJ HET VERDRAG INZAKE DE RECHTEN VAN HET KIND OVER DE BETROKKENHEID VAN KINDEREN IN GEWAPENDE CONFLICTEN (niet officiële Nederlandse vertaling). (VP = Voorafgaande paragraaf) VP 1

Nadere informatie

Training Omgaan met Agressie en Geweld

Training Omgaan met Agressie en Geweld Training Omgaan met Agressie en Geweld 2011 Inleiding In veel beroepen worden werknemers geconfronteerd met grensoverschrijdend gedrag, waaronder agressie. Agressie wordt door medewerkers over het algemeen

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 14 januari 2002 (24.01) (OR. es) 5159/02 STUP 4 NOTA van: aan: Betreft: het voorzitterschap de Groep drugshandel Ontwerp-aanbeveling van de Raad over de noodzakelijke

Nadere informatie

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie?

Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? Hoe kan u strategie implementeren en tot leven brengen in uw organisatie? De externe omgeving wordt voor meer en meer organisaties een onzekere factor. Het is een complexe oefening voor directieteams om

Nadere informatie

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1

Inhoud. deel i de omvang en aard van het probleem 19. Voorwoord 1 1 Voorwoord 1 1 deel i de omvang en aard van het probleem 19 1 Psychiatrische comorbiditeit van verslaving in relatie tot criminaliteit 2 1 Arne Popma, Eric Blaauw, Erwin Bijlsma 1.1 Inleiding 2 2 1.2 Psychiatrische

Nadere informatie

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet. Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking

Nadere informatie

Hoe ziet de toekomst van ICT-beleid eruit in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen?

Hoe ziet de toekomst van ICT-beleid eruit in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen? Informatie en Communicatie Technologie (ICT) in het onderwijs aan leerlingen met beperkingen Visies op de toekomst van Beleid, Praktijk en Onderzoek & Ontwikkeling In september 2002 heeft een internationale

Nadere informatie

Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen

Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen Resocialisatie in Nederlandse Penitentiaire Inrichtingen Anouk Bosma Universiteit Leiden Symposium gevangenismuseum 20 juni 2014 PRISONPROJECT.NL N S C R UL UU Wat ik vandaag wil vertellen Rehabilitatie

Nadere informatie

Doelgroepen kasteelplus. Kerngedachten bij de visie. Ontwennen meer dan stoppen. Visie : controleverlies betekent totale abstinentie

Doelgroepen kasteelplus. Kerngedachten bij de visie. Ontwennen meer dan stoppen. Visie : controleverlies betekent totale abstinentie Doelgroepen kasteelplus Ontwennen meer dan stoppen. Hoe helpen we mensen om te veranderen? dag van de zorg 17/03/2013 Patrick Lobbens Hoofdverpleegkundige verslavingszorg kasteelplus Kasteelplus 1 : mensen

Nadere informatie

Personen met een handicap hebben gelijke rechten

Personen met een handicap hebben gelijke rechten Personen met een handicap hebben gelijke rechten De Europese strategie voor personen met een handicap 2010-2020 Europese Commissie Gelijke rechten, gelijke kansen Europese toegevoegde waarde Circa 80 miljoen

Nadere informatie

Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen

Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen Samenvatting Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen In Nederland bestaat al decennia een succesvol programma voor bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Daarmee

Nadere informatie

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24

EUROPEES PARLEMENT. Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken. 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 EUROPEES PARLEMENT 1999 2004 Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken 20 juni 2003 PE 329.885/6-24 AMENDEMENTEN 6-24 Ontwerpadvies (PE 329.885) Carmen Cerdeira Morterero

Nadere informatie

Het verdrag van Istanbul

Het verdrag van Istanbul Het verdrag van Istanbul De gevolgen van het verdrag voor de aanpak van geweld tegen vrouwen 3 november 2014 Inhoud workshop uitleg verdrag het genderperspectief van het verdrag internationaal verdrag

Nadere informatie

Motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering Motiverende gespreksvoering Naam Saskia Glorie Student nr. 500643719 SLB-er Yvonne Wijdeven Stageplaats Brijder verslavingszorg Den Helder Stagebegeleider Karin Vos Periode 04 september 2013 01 februari

Nadere informatie

Vilnius resolutie: betere scholen door gezondheid (better schools through health) 17 juni 2009

Vilnius resolutie: betere scholen door gezondheid (better schools through health) 17 juni 2009 Vilnius resolutie: betere scholen door gezondheid (better schools through health) 17 juni 2009 Vilnius resolutie: betere scholen door gezondheid 17 juni 2009 Inleiding Onderwijs en gezondheid hebben een

Nadere informatie

Departement Psychosociale Aspecten

Departement Psychosociale Aspecten Departement Psychosociale Aspecten (bron FOD) Model 1 : beleidsverklaring waarbij de onderneming ervoor kiest om het alcohol- en drugsbeleid niet verder uit te werken (zie Art. 3, 3 en 4 van het KB van

Nadere informatie

F U N C T I E P R O F I E L

F U N C T I E P R O F I E L F U N C T I E P R O F I E L I. I D E N T I F I C A T I E G E G E V E N S Functiebenaming Weddeschaal Graad Directie - dep - dienst Functiefamilie maatschappelijk werker Sociale Dienst B1-B2-B3 maatschappelijk

Nadere informatie

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Samenvatting Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Nieuwe biotechnologische methoden, met name DNA-technieken, hebben de vaccinontwikkeling verbeterd en versneld. Met

Nadere informatie

Werken in sph. Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli

Werken in sph. Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli Verslaafden Werken in sph Redactie: Dineke Behrend Maria van Deutekom Britt Fontaine Godelieve van Hees Marja Magnée Alfons Ravelli 2 Verslaafden Auteur: Hans van Nes Bohn Stafleu Van Loghum Houten, 2004

Nadere informatie

De slachtoffers"-richtlijn

De slachtoffers-richtlijn CENTRE FOR EUROPEAN CONSTITUTIONAL LAW THEMISTOKLES AND DIMITRIS TSATSOS FOUNDATION De slachtoffers"-richtlijn De bescherming van slachtoffers voorafgaand, tijdens en na strafproces staat bovenaan de agenda

Nadere informatie

Federaal Fonds ter bestrijding van de verslavingen OPROEP 2014

Federaal Fonds ter bestrijding van de verslavingen OPROEP 2014 Federaal Fonds ter bestrijding van de verslavingen OPROEP 2014 1 Mevrouw, Mijnheer, Het Fonds ter bestrijding van de verslavingen werd opgericht in 2006 met een jaarlijks budget van 5.000.000 (3.000.000

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102 Rapport Rapport in het onderzoek naar klachten en signalen over het Meldpunt Internetoplichting, ondergebracht bij het regionale politiekorps Kennemerland. Datum: 13 juni 2012 Rapportnummer: 2012/102 2

Nadere informatie

Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik

Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 17 november 1999 (OR. en) 12545/1/99 REV 1 LIMITE SAN 171 Betreft : Conclusies van de Raad betreffende de bestrijding van het tabaksgebruik DG I CONCLUSIES VAN DE RAAD

Nadere informatie

R A P P O R T Nr. 87 --------------------------------

R A P P O R T Nr. 87 -------------------------------- R A P P O R T Nr. 87 -------------------------------- Europese kaderovereenkomst betreffende inclusieve arbeidsmarkten Eindevaluatie van de Belgische sociale partners ------------------------ 15.07.2014

Nadere informatie

Advies. Krijtlijnen voor de hervorming van het stelsel van de opleidingscheques

Advies. Krijtlijnen voor de hervorming van het stelsel van de opleidingscheques Brussel, 9 juni 2010 SERV_ADV_20100609_Krijtlijnen_stelsel_opleidingscheques.doc Advies Krijtlijnen voor de hervorming van het stelsel van de opleidingscheques Advies De SERV formuleerde op 14 oktober

Nadere informatie

obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl

obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl 1 Actief burgerschap en sociale integratie: Door de toenemende individualisering in onze samenleving is goed

Nadere informatie

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist

Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist Gedwongen opname en verslaving Dr Anne Van Duyse - De Sleutel en PC Sint Jan Baptist Deel 1: Wet op de gedwongen opname Deel 2: problematisch middelengebruik Toetsing van de wet bij verslaving Geesteszieke

Nadere informatie

Begeleid Wonen. www.st-neos.nl. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld

Begeleid Wonen. www.st-neos.nl. Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld Begeleid Wonen www.st-neos.nl Maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld De stichting Neos is een organisatie voor maatschappelijke opvang en aanpak huiselijk geweld. De organisatie richt zich

Nadere informatie

Samenvatting Inleiding Onderzoeksaanpak

Samenvatting Inleiding Onderzoeksaanpak 1 2 1. Samenvatting Inleiding Kinderen hebben recht op bescherming tegen kindermishandeling, zo staat in het VN- Kinderrechtenverdrag (IVRK). Toch komt kindermishandeling in Nederland nog steeds op grote

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE

Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE Deskundig, respectvol & optimistisch ONZE GROEPSVISIE Richtlijnen/wenken voor het gebruik van onze groepsvisie: Context Het is van steeds groter belang dat we dezelfde boodschappen vertellen (naar patiënten,

Nadere informatie

Universitair Medisch Centrum Groningen

Universitair Medisch Centrum Groningen Universitair Medisch Centrum Groningen Beter af met minder Reduction of Inappropriate psychotropic Drug use in nursing home residents with dementia Claudia Groot Kormelinck Prof.dr. Sytse Zuidema Probleemgedrag

Nadere informatie

betreffende onderwijs in ontwikkelingssamenwerking

betreffende onderwijs in ontwikkelingssamenwerking ingediend op 439 (2014-2015) Nr. 1 16 juli 2015 (2014-2015) Voorstel van resolutie van Ingeborg De Meulemeester, Sabine de Bethune, Herman De Croo, Tine Soens en Wouter Vanbesien betreffende onderwijs

Nadere informatie

Kansarme moeders en de eerste voedingskeuze voor hun kind. Rudy De Cock, Hannie Serlet en Sofie Mestdagh

Kansarme moeders en de eerste voedingskeuze voor hun kind. Rudy De Cock, Hannie Serlet en Sofie Mestdagh Kansarme moeders en de eerste voedingskeuze voor hun kind Rudy De Cock, Hannie Serlet en Sofie Mestdagh Opbouw workshop Schets van het project Aanleiding Doelgroep Doelstellingen Fasen Fase 1: vooronderzoek

Nadere informatie

Naam van de schoolexterne interventie: Arktos HERGO

Naam van de schoolexterne interventie: Arktos HERGO Naam van de schoolexterne : Arktos HERGO 1. Inhoud vd schoolexterne Algemeen kader 1 : Ontstaansgeschiedenis 2 Visie Een HERGO is een groepsoverleg waarin alle partijen betrokken bij een incident, samen

Nadere informatie

Tabel competentiereferentiesysteem

Tabel competentiereferentiesysteem Bijlage 3 bij het ministerieel besluit van tot wijziging van het ministerieel besluit van 28 december 2001 tot uitvoering van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot regeling

Nadere informatie

Checklist Inventarisatie risico s psychosociale belasting Tool voor kleine ondernemingen

Checklist Inventarisatie risico s psychosociale belasting Tool voor kleine ondernemingen Psychosociale risico s regelmatig in kaart brengen is belangrijk voor het mentale welzijn van een onderneming. U kan uw eigen psychosociale risico s in kaart brengen door onderstaande checklist in te vullen.

Nadere informatie

HET SCHENGEN-ACQUIS EN DE INTEGRATIE ERVAN IN DE UNIE

HET SCHENGEN-ACQUIS EN DE INTEGRATIE ERVAN IN DE UNIE [EUROPA] SCADPlus BELANGRIJKE JURIDISCHE KENNISGEVING - Op de informatie op deze site is een verklaring van afwijzing van aansprakelijkheid en een verklaring inzake het auteursrecht van toepassing. HET

Nadere informatie

Eigen regie in de palliatieve fase

Eigen regie in de palliatieve fase Verwante begrippen Eigen regie in de palliatieve fase zelfmanagement Hanke Timmermans Opdracht film ZM Er volgt zo meteen een korte film van ca. 6 minuten, waarin zes mensen met een chronische ziekte aan

Nadere informatie

ethisch handvest Voorwoord door Jean-Louis Bouchard, Voorzitter van de Groep Presentatie en engagement van het Comex Ethisch Handvest Econocom Groep

ethisch handvest Voorwoord door Jean-Louis Bouchard, Voorzitter van de Groep Presentatie en engagement van het Comex Ethisch Handvest Econocom Groep ethisch handvest Voorwoord door Jean-Louis Bouchard, Voorzitter van de Groep Presentatie en engagement van het Comex Ethisch Handvest Econocom Groep Bijlagen WOORD VOORAF DOOR JEAN-LOUIS BOUCHARD, VOORZITTER

Nadere informatie

DE MAATREGEL INRICHTING STELSELMATIGE DADERS (ISD): MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN-BATENANALYSE VAN EEN SAMENVATTING EVENTUELE VERLENGING

DE MAATREGEL INRICHTING STELSELMATIGE DADERS (ISD): MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN-BATENANALYSE VAN EEN SAMENVATTING EVENTUELE VERLENGING DE MAATREGEL INRICHTING STELSELMATIGE DADERS (ISD): MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN-BATENANALYSE VAN EEN EVENTUELE VERLENGING AUTEURS: FRANK VAN ZUTPHEN, MARJOLEIN GODERIE & JAN JANSSEN SAMENVATTING Aanleiding

Nadere informatie

Ervaren problemen door professionals

Ervaren problemen door professionals LVG en Verslaving Lectoraat GGZ-Verpleegkunde Ervaren problemen door professionals Kennisdeling 11 november 2010, Koos de Haan, deel 2 1 Wat komt aan bod? Onderzoek naar problemen door professionals ervaren

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie