Vaderschap + Moederschap = Ouderschap

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vaderschap + Moederschap = Ouderschap"

Transcriptie

1 Vaderschap + Moederschap = Ouderschap

2 De scheidingscijfers zijn de afgelopen dertig jaar fors gestegen. Daarmee groeit ook het aantal kinderen dat wordt geconfronteerd met de (echt)scheiding van zijn ouders. Wanneer ouders gaan scheiden, leidt dit voor kinderen vaak tot een aantal ingrijpende veranderingen. Een van die veranderingen is de woonsituatie van het kind: het kind zal voortaan niet meer samen met zijn beide ouders in hetzelfde huis wonen. Uit verscheidene onderzoeken is gebleken dat in de meeste gevallen het hoofdverblijf van de kinderen na een scheiding aan de moeder wordt toegewezen. Hierdoor bevinden moeders zich over het algemeen in een superieure positie ten opzichte van vaders. De Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding die op 1 maart 2009 in werking is getreden moet daar verandering in brengen. Wanneer mensen met kinderen willen scheiden, moeten zij daarvoor een verzoekschrift indienen bij de rechtbank. Deze nieuwe wet stelt ouders vanaf 1 maart 2009 verplicht om een ouderschapsplan op te nemen in dit verzoek tot echtscheiding. In dit plan worden afspraken opgenomen omtrent de zorgverdeling, kinderalimentatie en informatie-uitwisseling tussen de beide ouders over belangrijke zaken met betrekking tot de minderjarige kinderen. Het ouderschapsplan, dat op dit moment ruim een jaar van kracht is, streeft naar een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding: beide ouders hebben gelijke rechten en plichten met betrekking tot de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Enova, onderdeel van Stamm CMO is het kenniscentrum op het gebied van emancipatie en diversiteit in Drenthe. Enova staat voor een samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt. Vanuit deze gedachtegang wil Enova de werking van het ouderschapsplan ten behoeve van het gelijkwaardig ouderschap in beeld brengen, bekeken vanuit het perspectief van de gescheiden vader. De onderzoeksvraag die in dit onderzoek centraal staat luidt als volgt: In hoeverre heeft het ouderschapsplan de potentie om bij te kunnen dragen aan een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding? Dit onderzoek brengt een aantal positieve effecten van het ouderschapsplan naar voren, maar plaatst daarbij ook een aantal kanttekeningen aan het adres van het Nederlandse rechtssysteem. Belemmeren de rechtsprekers, doordat zij de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding niet consequent naleven, zelf de werking van het ouderschapsplan en daarmee ook het tot doel gestelde gelijkwaardige ouderschap?

3 Opdrachtgever: Enova, onderdeel van Stamm CMO Onderzoeker: Carmen Jonathans Studentnummer: S Begeleiders RuG: Dr. P.R. Schreuder Prof. Dr. M.C. Timmerman Begeleider Enova: I. Zwaan Msc. Datum: December 2010

4 VOORWOORD Acht jaar geleden, tijdens een avondje stappen, ontmoette ik een jongen. Ik was zeventien jaar en zat in het examenjaar van het VWO. Deze jongen was zeven jaar ouder en bleek zelfs al vader te zijn. Ondanks het leeftijdsverschil en de verschillende levensfase waarin we zaten, klikte het tussen ons en is de desbetreffende jongen mijn huidige vriend. U zult zich wellicht afvragen waarom deze informatie relevant is voor het onderzoeksverslag dat voor u ligt. Dat zal ik u vertellen. Het halen van mijn eindexamen was nagenoeg het enige waar ik me tot dat moment druk over hoefde te maken. Echter, al snel werd duidelijk dat mijn vriend zich in een situatie bevond waarin hij zich om heel andere zaken moest bekommeren. Geregeld zag ik mijn vriend terneergeslagen thuiskomen omdat zijn ex-partner hun zoon niet bij hem wilde laten verblijven, ondanks de afspraken die zij daarover hadden gemaakt. Misschien dat ik hem volgende week op mag halen, zei hij dan. Dit gebeurde steeds vaker, totdat zijn ex-partner het contact tussen hem en zijn zoon volledig stopzette. Via rechtszaken heeft mijn vriend in 2004 een omgangsregeling tot stand weten te brengen. Ik vertrouwde er volledig op dat de omstandigheden vanaf dat moment zouden verbeteren. Inmiddels ben ik acht jaar ouder en wijzer, maar vooral minder naïef geworden. De expartner van mijn vriend probeert momenteel nog steeds om het contact tussen hem en zijn zoon zoveel mogelijk te belemmeren, zonder dat mijn vriend daar iets tegen kan doen. Naast het verdriet dat mijn vriend daarvan heeft, zie ik ook dat zijn zoon eronder lijdt. Dat gaat me aan het hart, niet alleen als naast betrokkene, maar uiteraard ook als studente Pedagogiek. In het verlengde van deze ervaring, ben ik in februari van dit jaar op zoek gegaan naar een onderwerp voor mijn masterthese. Op het internet stuitte ik op de in 2009 ingevoerde Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding en het daarbij behorende ouderschapsplan. Ik vroeg mij af of de huidige situatie van mijn vriend omtrent de omgang met zijn zoon, anders was geweest als hij destijds samen met zijn ex-partner een ouderschapsplan had opgesteld. Naar aanleiding van deze nieuwsgierigheid heb ik mijn onderzoeksvoorstel geschreven: ik wilde een beeld schetsen van de werking van het ouderschapsplan in de praktijk ten behoeve van het gelijkwaardig ouderschap, bekeken vanuit het perspectief van gescheiden vaders. Ik was me ervan bewust dat het in maart 2009 ingevoerde ouderschapsplan een zeer recent onderwerp was. Dat zou kunnen betekenen dat er nog relatief vrij weinig mensen met het ouderschapsplan in aanraking waren geweest, wat problemen zou kunnen geven bij het werven van respondenten. Omdat een (echt)scheiding in de huidige maatschappij

5 echter een veel voorkomend fenomeen is, vertrouwde ik erop dat ik voldoende respondenten voor mijn onderzoek zou kunnen werven. Helaas bleek ik dit probleem toch te hebben onderschat en heb ik het nagestreefde aantal respondenten uiteindelijk niet kunnen realiseren, mede vanwege de geringe tijd die mij ter beschikking stond. Op dit probleem na is het onderzoeksproces verder tamelijk voorspoedig verlopen. Na het schrijven van mijn onderzoeksvoorstel heb ik op advies van mijn begeleidster, Dr. Pauline Schreuder, contact op genomen met Enova, onderdeel van Stamm CMO. Haar kernactiviteiten zijn gericht op participatie, emancipatie en diversiteit. In het verleden (2009) heeft zij, in samenwerking met een studente van de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoek verricht naar de positie van gescheiden vaders. Mijn onderzoek naar het ouderschapsplan wekte hun belangstelling en ondanks een recente fusie boden ze mij aan om binnen hun organisatie mijn onderzoek naar het ouderschapsplan uit te voeren. Irene Zwaan Msc. werd mijn begeleidster vanuit Enova. De samenwerking met Enova heb ik als zeer aangenaam en zeer waardevol ervaren. Dit voorwoord wil ik dan ook graag benutten om een aantal mensen te bedanken. Allereerst mijn twee begeleidsters: Dr. Pauline Schreuder en Irene Zwaan Msc. Bedankt voor jullie warme belangstelling, inzet, feedback, vertrouwen en vooral voor het duwtje in de rug als het even tegenzat met het onderzoek. Ook Prof. Dr. Greetje Timmerman wil ik bedanken omdat zij op het laatste moment de taak als tweede begeleidster op zich heeft genomen. Corrie van de Ven wil ik bedanken voor haar administratieve hulp en inzet. Voor dit onderzoek was ik op zoek naar vaders die recentelijk (na 1 maart 2009) zijn gescheiden en voor wie de wond van de scheiding daardoor nog behoorlijk vers is. Niet iedereen staat ervoor open om daar op zo n korte termijn al mee te worden geconfronteerd, dat bleek ook uit de teleurstellende respons. Desondanks zijn er een aantal moedige vaders geweest die toch de vragenlijst hebben ingevuld of zelfs een interview hebben gegeven. Deze vaders wil ik heel hartelijk bedanken. Zonder hun inbreng had ik dit onderzoek niet uit kunnen voeren, aangezien hun ervaringen en belevingen de basis vormen van dit onderzoek. De advocaten die hebben meegewerkt aan een interview wil ik ook bedanken voor hun inzichten en expertise. Zij maakten het mogelijk om het ouderschapsplan vanuit een professioneel oogpunt te bekijken. Mijn zusje, Nona Jonathans, wil ik bedanken voor haar creatieve bijdrage aan de vormgeving van de omslag. Zij heeft de uiterlijke impressie van het verslag zeer goed aan laten sluiten op de inhoud van het onderzoek. Tot slot gaat mijn dank uit naar mijn vriend en zijn zoon, aan wie ik de bewustwording van dit probleem en daarmee ook het idee voor dit onderzoek te danken heb. Hoogezand, oktober 2010

6 INHOUDSOPGAVE Voorwoord 1 Inleiding Aanleiding Onderzoeksdoel en vraagstelling Opbouw masterthese 3 2 Invloedsfactoren bij de ontwikkeling van een kind Nature versus nurture Risico- en protectieve factoren Het ecologisch model van Bronfenbrenner 8 3 Behoeften van een kind binnen het gezin Ontwikkelingsdomeinen & bijbehorende kindbehoeften Opvoedingsstijlen Opvoedingsgedrag Nederlandse ouders Ouderschap: vader- én moederschap 14 4 Het verander(en)de gezin Ongehuwd ouderschap (Echt)scheidingscijfers Nederland (Echt)scheiding en kinderen: cijfers Formalisering van het ongehuwd samenwonen 21 5 Gevolgen voor (echt)scheidingskinderen Woonsituatie na scheiding Contact met uitwonende ouder Gemis aan vader 26 6 Het ouderschapsplan Het ouderschapsplan: wat is het? Gelijkwaardig ouderschap 29

7 7 Onderzoeksinformatie Doelgroep en respondenten Onderzoeksmethoden Gestructureerde digitale vragenlijst Face-to-face interviews met vaders Face-to-face interviews met advocaten Verwerken van de gegevens Verwerken digitale vragenlijst Verwerken interviews vaders Verwerken interviews advocaten 37 8 Resultaten Resultaten digitale vragenlijst Resultaten interviews vaders Resultaten interviews advocaten 64 9 Conclusie, discussie en aanbevelingen Conclusie Conclusie ervaring en beleving vaders Conclusie ervaring en beleving advocaten Algemene conclusie Discussie Aanbevelingen 74 Literatuurlijst 77 Bijlagen 83 Bijlage 1a Voorbeeld ouderschapsplan 83 Bijlage 1b Voorbeeld ouderschapsplan 87 Bijlage 1c Voorbeeld ouderschapsplan 94 Bijlage 2 Oproep gescheiden vaders 97 Bijlage 3 Artikel Vadersymposium 98 Bijlage 4 Digitale vragenlijst 101 Bijlage 5 Interview vaders 111 Bijlage 6 Interview advocaten 114

8

9 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING Op 1 maart 2009 is de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding in werking getreden (Ministerie van Justitie, 2009). Deze wet stelt ouders vanaf 1 maart 2009 verplicht om een ouderschapsplan op te stellen wanneer zij willen scheiden. Volgens deze wet zijn er drie situaties die onder een scheiding worden verstaan: een huwelijksontbinding, de ontbinding van een geregistreerd partnerschap en het beëindigen van een vrije samenleving waarbij beide ouders het gezag over het kind uitoefenen (de Bruijn-Lückers & Ydema, 2008). In het ouderschapsplan, dat op dit moment ongeveer een jaar van kracht is, wordt gestreefd naar een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding: beide ouders hebben gelijke rechten en plichten met betrekking tot de opvoeding en verzorging van hun kinderen (Koens en Vonken, 2008). Het doel van dit ouderschapsplan klinkt vrij vanzelfsprekend gezien de positieve invloed die de betrokkenheid van zowel een vader als van een moeder heeft op de ontwikkeling van een kind (Ryan, Martin & Brooks-Gunn, 2006). Een kind heeft zijn vader en zijn moeder even hard nodig. Verscheidene onderzoeken wijzen echter uit dat kinderen na een scheiding in de meeste gevallen bij hun moeder gaan wonen, waardoor het contact met hun vader minder (goed) wordt. In sommige gevallen hebben kinderen na een scheiding helemaal geen contact meer met hun vader (de Graaf, 2001). Het onderzoek dat voor u ligt is uitgevoerd in samenwerking met Enova, onderdeel van Stamm CMO. Enova is het kenniscentrum op het gebied van emancipatie en diversiteit in Drenthe. Haar kernactiviteiten zijn gericht op participatie, emancipatie en diversiteit. Enova staat voor een samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt (Enova, 2010). Ook zij is van mening dat het ouderschap na een scheiding in veel gevallen niet gelijkwaardig wordt verdeeld. In 2009 heeft zij, in samenwerking met een studente van de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoek verricht naar de positie van gescheiden vaders. Uit dit onderzoek is gebleken dat gescheiden vaders in een marginale positie verkeren ten opzichte van moeders, als verzorger en opvoeder van de kinderen (Olde Loohuis, 2009). Het lijkt erop, in elk geval in theorie, dat het ouderschapsplan een stap in de goede richting is naar een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding. Echter, zoals bij vele andere initiatieven welke nog in het beginstadium verkeren, blijkt in de praktijk vaak dat er nog het één en ander moet worden aangepast en verbeterd. In dit onderzoek zal dan ook worden gekeken naar de werking van het ouderschapsplan in de praktijk ten behoeve van het gelijkwaardig ouderschap. Dit zal gebeuren vanuit het perspectief van de gescheiden vader. Aan de hand van een digitale enquête en face-to-face interviews 1

10 wordt getracht een duidelijk beeld te krijgen van de ervaring en beleving van deze vaders inzake het ouderschapsplan. In dit onderzoek zal de nadruk dus duidelijk komen te liggen op de situatie van de vader. Niet omdat de rol van de vader meer gewicht in de schaal legt dan de rol van de moeder, maar omdat de vader in de meeste gevallen de ouder is die zijn kind(eren) minder vaak gaat zien na een scheiding. Naast de persoonlijke visie van de vaders wordt ook aandacht besteed aan de juridische aspecten rondom het ouderschapsplan. Om deze reden zijn er drie advocaten geïnterviewd die gespecialiseerd zijn in personen- en familierecht. Dit heeft als doel om het beeld op de werking van het ouderschapsplan vollediger te krijgen. Aan de hand van het beeld van het ouderschapsplan, dat naar voren komt uit de digitale enquête en de interviews met vaders en advocaten, worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Bij dit onderzoek moet voorop worden gesteld dat de invoering van het ouderschapsplan nog in de kinderschoenen staat. Naarmate het ouderschapsplan langer in gebruik is, zullen er waarschijnlijk nog de nodige aanpassingen worden gedaan. Dit onderzoek poogt vooral een eerste indruk te geven van de werking van het ouderschapsplan ten behoeve van een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding, bekeken vanuit het perspectief van gescheiden vaders. Ik hoop hiermee aanzet te geven tot nader onderzoek, wellicht wanneer het ouderschapsplan een verder stadium heeft bereikt. 1.2 ONDERZOEKSDOEL EN VRAAGSTELLING Het centrale doel van dit onderzoek is om een beeld te schetsen van de werking van het ouderschapsplan in de praktijk ten behoeve van het gelijkwaardig ouderschap, bekeken vanuit het perspectief van gescheiden vaders. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvraag: In hoeverre heeft het ouderschapsplan de potentie om bij te kunnen dragen aan een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding? Hierbij moet worden gekeken naar de volgende deelvragen, welke betrekking hebben op de beleving van de vaders: - Hoe denken de vaders over de gemaakte afspraken met betrekking tot de kinderen en over de manier waarop deze afspraken tot stand zijn gekomen? - Menen deze vaders dat het ouderschapsplan de verstandshouding tussen hen en hun ex-partner ten goede komt? Bijvoorbeeld: minder conflicten omtrent de opvoeding en de verzorging van de kinderen. - Menen deze vaders dat het ouderschapsplan de band met hun kinderen ten goede komt? - Menen deze vaders dat het ouderschapsplan hen beter in staat stelt om betrokken te zijn bij de opvoeding en verzorging van hun kind(eren)? - Hoe beleven deze vaders (de werking van) het ouderschapsplan? 2

11 1.3 OPBOUW MASTERTHESE Op basis van een literatuurstudie wordt een theoretisch kader rondom de bovengenoemde onderzoeksvraag geschetst, welke in de hoofdstukken 2 tot en met 6 wordt beschreven. Respectievelijk komen de volgende onderwerpen aan bod: invloedsfactoren bij de ontwikkeling van een kind; behoeften van een kind binnen het gezin; het verander(en)de gezin; gevolgen voor (echt)scheidingskinderen en tot slot het ouderschapsplan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 7 de onderzoeksinformatie weergegeven, waaronder: de doelgroep en de respondenten, de onderzoeksmethoden en ook de verwerkingsmethoden komen hier aan bod. De verkregen resultaten worden weergegeven in hoofdstuk 8. In hoofdstuk 9 worden tot slot de conclusies getrokken, worden er enkele kanttekeningen geplaatst bij de verkregen onderzoeksresultaten en worden er aanbevelingen gedaan. 3

12 2 INVLOEDSFACTOREN BIJ DE ONTWIKKELING VAN EEN KIND In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de factoren die een bepaalde invloed uit kunnen oefenen op de ontwikkeling van een kind. De volgende onderwerpen zullen aan bod komen: nature versus nurture, risico- en protectieve factoren en het ecologisch model van Bronfenbrenner. 2.1 NATURE VERSUS NURTURE Bij de ontwikkeling van een kind, of het nu gaat om lichamelijke, cognitieve of sociaalemotionele ontwikkeling, zijn altijd twee factoren zijn die een rol spelen, te weten: nature en nurture. Onder nature wordt de genetische bagage verstaan die kinderen van hun ouders meekrijgen (aanleg). In een chromosoom ligt informatie opgeslagen in het DNA. Een klein gedeelte van dat DNA is verschillend bij elk individu en zorgt voor een verschil in genotype: zichtbare of meetbare kenmerken van kinderen. Genen hebben op deze manier invloed op de ontwikkeling van kinderen; variaties in DNA zorgen voor verschillen in het fysiologische systeem. Dit kan zich uiten in uiterlijke kenmerken, gezondheid, gedrag en IQ (van IJzendoorn, 2008). Met nurture worden omgevingsfactoren bedoeld die een rol spelen bij de ontwikkeling van een kind. Zo beweert Vygotsky dat een kind zich ontwikkelt door de sociale interactie die een kind heeft met de omgeving. Het gaat hierbij vooral om interactie met een volwassene, met een hogere competentievaardigheid dan het kind zelf (Belsky, 2007). Orthopedagoog Luc Stevens sluit zich aan bij deze mening, welke hij onderbouwt met het begrip wederzijdse (of sensitieve) responsiviteit. Hiermee bedoelt hij de behoefte van het kind aan contact en het beantwoorden van die behoefte door volwassenen. Volgens Stevens zijn kinderen van nature gericht op hun omgeving en hebben zij de behoefte om contact te maken met hun omgeving. Het is belangrijk dat ouders deze signalen adequaat kunnen interpreteren en dat ze zich richten op de belevingswereld van het kind (Onderwijsraad, 2002). Deze factoren mogen niet los van elkaar worden gezien, er moet dus altijd worden gekeken naar de wisselwerking tussen nature en nurture. Tegenwoordig wordt nog steeds veel onderzoek gedaan naar de interactie tussen genen en invloed van de omgeving. Vele onderzoekers laten zich hierbij inspireren door Belsky s hypothese van differentiële ontvankelijkheid en door het idee van genetische kwetsbaarheid (o.a. van Paris). De eerstgenoemde hypothese gaat er vanuit dat sommige individuen, misschien door hun genetische aanleg, erg vatbaar zijn voor zowel positieve ervaringen als voor 4

13 negatieve ervaringen in de opvoeding. Het laatstgenoemde idee gaat ervan uit dat sommige kinderen (genetisch) vatbaarder zijn voor exclusief negatieve ervaringen die leiden tot een negatieve uitkomst (van IJzendoorn, 2008). Leseman en van den Boom concluderen op basis van hun onderzoek dat het genetisch potentieel dat elk kind meekrijgt bij de geboorte samen met proximale processen zorg draagt voor bepaalde ontwikkelingsuitkomsten. Met proximale processen worden de interacties van het kind met de omgeving bedoeld, waardoor het genetisch potentieel voor bepaalde eigenschappen wordt geactualiseerd (Leseman & van den Boom, geciteerd door de Onderwijsraad, 2002, p. 20). Ook ontwikkelingspsycholoog Reuven Feuerstein die de ideeën van Vygotsky als uitgangspunt neemt, is van mening dat het niet nature óf nurture is, maar juist de letterlijke tussenkomst van de mens tussen het kind (nature) en zijn omgeving (nurture) die bepalend is voor de ontwikkeling van het kind (Feuerstein, geciteerd door Zwarteveen en Voerman, 2004, p. 85). 2.2 RISICO- EN PROTECTIEVE FACTOREN Wanneer wij spreken over de ontwikkeling van een kind moeten we beseffen dat deze ontwikkeling voor elk kind verschillend verloopt. De oorsprong van dit inzicht ligt in het werk van Arnold Gesell. Aan de hand van observaties ontwikkelde Gesell een aantal ontwikkelingsnormen: Gesell developmental schedules. Groei en individuele verschillen staan centraal in zijn opvattingen over het kind (Wubs, 2004). Er is sprake van een grote spreiding in de ontwikkeling van kinderen, welke door een aantal factoren kan worden veroorzaakt. De betreffende factoren kunnen worden verdeeld in risicofactoren en protectieve factoren. Een risicofactor is een gebeurtenis, omstandigheid of eigenschap die geassocieerd is met een statistisch grotere waarschijnlijkheid op een, soms veel later optredend, probleem in de ontwikkeling van een kind (Van IJzendoorn en De Frankrijker, 2005, p.210). Bovendien hebben verscheidene onderzoeken aangetoond dat er een lineair verband bestaat tussen het aantal risicofactoren in het leven van een kind en de kans op een problematische ontwikkelingsuitkomst. Dat wil zeggen: hoe meer risicofactoren er aanwezig zijn, hoe groter de kans op een problematische ontwikkelingsuitkomst. De opeenstapeling van risicofactoren wordt risicocumulatie genoemd (Hermanns, 2007). Protectieve factoren daarentegen, zijn factoren die de kans op het vertonen van een stoornis in de ontwikkeling verminderen, mits er überhaupt een risicofactor aanwezig is (Ten Brink en Veerman, 1998). Uit deze omschrijving blijkt dat een protectieve factor alleen werkt wanneer er een risicofactor aanwezig is. Er is dus sprake van een interactieve werking tussen risico- en protectieve factoren, dit wordt ook wel het buffereffect genoemd (Aalbers - van Leeuwen, Van Hees & Hermanns, 2002). Ten Brink en Veerman (1998, p.36-39) hebben een lijst opgesteld van 130 risico- en protectieve factoren. Het kan 5

14 hierbij gaan om kindfactoren, factoren in de interactie tussen kind en opvoeder, overige gezinsinteracties, factoren in de gezinssituatie, gezinsomstandigheden en factoren in de wijdere omgeving van het kind. Onder kindfactoren worden factoren verstaan die inherent zijn aan het kind; aangeboren kenmerken en eigenschappen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere: aanleg, temperament, karakter en intelligentie. Bij de andere factoren kan het gaan om omgevingsfactoren (o.a. woonsituatie, relaties met familie en vrienden) of om ouderfactoren (o.a. levensgeschiedenis, persoonlijkheidskenmerken) (Durinck & Racquet, 2003). Het balansmodel (Bakker, Bakker, van Dijke & Terpstra, 1998) gaat uit van een noodzakelijk evenwicht tussen draaglast en draagkracht van het gezin. Draaglast is het gehele takenpakket van de ouders en bedraagt dus meer dan enkel de opvoeding van hun kinderen. Ouders (en kinderen) hebben meerdere levenstaken te verrichten, bijvoorbeeld het voorzien in primaire levensbehoeften en materiële bestaansvoorwaarden en het uitvoeren van huishoudelijke en maatschappelijke taken. Naast deze taken kunnen bepaalde risicofactoren of gebeurtenissen zorgen voor extra stress, die de taken verzwaren en de draaglast vergroten. Deze bedreigende factoren worden stressoren genoemd. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om aangeboren problemen van het kind of om problematische sociale en achtergrondfactoren als sociaal isolement, armoede en werkloosheid. Ook kan de draaglast worden vergroot door bepaalde traumatische gebeurtenissen als het overlijden van een ouder of een scheiding tussen ouders. Onder draagkracht wordt het geheel aan competenties en beschermende factoren verstaan, dat ouders en kinderen in de gelegenheid stelt om met deze taken en bedreigende factoren om te gaan (Bakker et. al., 1998). Het balansmodel is te zien op de volgende pagina, op afbeelding 1. 6

15 Afbeelding 1: Het balansmodel Bron: Bakker et. al. (1998) 7

16 2.3 HET ECOLOGISCH MODEL VAN BRONFENBRENNER In de voorgaande paragrafen is benadrukt dat er bij de ontwikkeling van een kind zowel factoren in het kind als factoren buiten het kind een rol kunnen spelen. Tevens is duidelijk geworden dat de interactie tussen deze factoren van essentieel belang is. Bronfenbrenner heeft veel onderzoek verricht naar de wisselwerking tussen het kind en zijn omgeving. Bronfenbrenner beschrijft een viertal omgevingsniveaus die allemaal meer of minder invloed uitoefenen op het kind en waar het kind op zijn beurt weer invloed op uitoefent (wisselwerking). Ook beïnvloeden deze verschillende niveaus elkaar weer onderling. Deze vier omgevingsniveaus heeft Bronfenbrenner in een overzichtelijk model gezet: het ecologisch model [afb.2] (Van der Ploeg, 2005). Afbeelding 2: Het ecologisch model van Bronfenbrenner De vier omgevingsniveaus: het microsysteem, het mesosysteem, het exosysteem en het macrosysteem zullen we nader bekijken. Het microsysteem staat in direct contact met het kind en wordt voornamelijk gevormd door het gezin. Het gezin wordt op zijn beurt weer beïnvloed door de lokale omgeving: bijvoorbeeld de school, de sportclub en de crèche. Ook de peergroup (vriendengroep) van het kind wordt tot dit niveau gerekend. Het kind ontwikkelt op dit niveau zijn relaties en komt hier tot interacties. Het mesosysteem verwijst naar de onderlinge wisselwerking tussen de verschillende microsystemen die het kind beïnvloeden. Bijvoorbeeld: wanneer een kind leert lezen, 8

17 hangen zijn mogelijkheden om deze vaardigheid onder de knie te krijgen niet alleen af van de competentie van de leerkracht, maar ook van de kwaliteit van de relatie tussen de school en het gezin. Het exosysteem staat in indirect contact met het kind. Het gaat hierbij om formele en informele structuren: maatschappelijke, economische, religieuze en politieke instellingen. Ook de sociaal-economische klasse behoort tot dit niveau. Dit niveau beïnvloedt het kind via de ouders. Het macrosysteem is het niveau dat het verst van het kind verwijderd is. Het gaat hierbij om gebeurtenissen en ontwikkelingen op (inter)nationaal niveau. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan heersende ideologieën en culturen (Van der Ploeg, 2005). Bronfenbrenner benadrukt dat alle vier omgevingsniveaus even belangrijk zijn, omdat ze onderling met elkaar in verband staan. Hij zegt hierover het volgende: The definition of developmental ecology is not limited by any single setting; it accords equal importance to relations between settings and to the large contexts in which the settings are embedded (Bronfenbrenner, 1979, p.284). Om de ontwikkeling van een kind goed te laten verlopen, is het belangrijk dat de verschillende aspecten van het systeem met elkaar in evenwicht zijn. Wanneer de aspecten met elkaar in conflict raken kunnen er problemen ontstaan in de ontwikkeling van het kind. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de omgeving meer van het kind eist dan binnen zijn mogelijkheden ligt, maar ook wanneer het kind juist meer wil dan de omgeving toestaat (Van der Ploeg, 2005). Hobbs (1982) ondersteunt de visie van Bronfenbrenner dat elk kind moet worden gezien als een uniek persoon, met een uniek ecosysteem waarvan de verschillende aspecten met elkaar in evenwicht behoren te zijn. Wanneer de verschillende aspecten met elkaar in conflict zijn, spreekt Hobbs over discordantie. Dat wil zeggen dat er een discrepantie ontstaat tussen enerzijds de mogelijkheden van het kind en anderzijds de eisen van de omgeving. Uit voorgaande wordt duidelijk dat het kind in zijn ontwikkeling door verscheidene factoren wordt beïnvloed. Toch valt op dat met name de gezinsfactor een zeer belangrijke rol speelt in dit verhaal. Zo staat het microsysteem in direct contact met het kind, welke voornamelijk wordt gevormd door het gezin. Het exosysteem beïnvloedt het kind via zijn ouders, die een belangrijk deel uitmaken van het gezin. Zelfs bij het macrosysteem speelt het gezin een belangrijke rol, omdat het kind de cultuur en de bijbehorende gebruiken en ideeën voor een groot deel leert kennen binnen het gezin. Het gezin is dus een dermate belangrijke factor, dat een scheiding een grote invloed heeft op de ontwikkeling van een kind. Om deze reden gaan we in het volgende hoofdstuk dieper op deze factor in. 9

18 3 BEHOEFTEN VAN EEN KIND BINNEN HET GEZIN In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat het gezin een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van een kind. Sinds het verschijnen van de Notitie Gezin in 1996 hanteert de Rijksoverheid voor het begrip gezin de volgende definitie: Elk leefverband van één of meer volwassenen die verantwoordelijkheid dragen voor de verzorging en opvoeding van één of meer kinderen (Programmaministerie voor Jeugd en Gezin, 2008, p.5). Bij de opvoeding en verzorging dienen ouders rekening te houden met de behoeften van hun kinderen. In dit hoofdstuk zal ik aandacht besteden aan de behoeften die het gezin voor een kind kan vervullen, ten gunste van een positieve ontwikkelingsuitkomst. 3.1 ONTWIKKELINGSDOMEINEN EN BIJBEHORENDE KINDBEHOEFTEN In deze paragraaf worden er drie belangrijke domeinen besproken van de ontwikkeling van een kind: de lichamelijke en psychomotorische ontwikkeling, de cognitieve ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Tevens wordt er voor elk ontwikkelingsdomein een beeld geschetst van de bijbehorende behoeften van het kind. Lichamelijke en psychomotorische ontwikkeling Rond het vierde levensjaar is een kind in motorisch opzicht zelfstandig. Het kind bezit het vermogen om te zitten, staan, lopen, springen, klimmen en kruipen. Ook kan het kind verscheidene bewegingen maken met armen, handen, vingers en benen. Wanneer het kind dichter bij het vijfde levensjaar komt, kan het kind verschillende handelingen in de oog- en handcoördinatie verrichten en kan het onderscheid maken in kleur, grootte, hard- en zachtheid. Het oriëntatievermogen in tijd (gisteren, vandaag, morgen) en ruimte (hier, daar, boven, onder) groeit en het normatieve vermogen (goed en slecht) is gerijpt. Het kind kan actief deelnemen aan gesprekken en daardoor groeit in deze levensjaren de behoefte aan actief contact met anderen. Spelen is tevens een erg belangrijk onderdeel van de lichamelijke en psychomotorische ontwikkeling van kinderen. Door middel van spel wordt een hele reeks ontwikkelingsaspecten gestimuleerd, zoals bijvoorbeeld de motoriek, creativiteit, sociale en cognitieve vaardigheden en de motivationele en emotionele ontwikkeling. Om deze ontwikkelingsuitkomsten te bereiken heeft een kind zowel fysieke als psychische ruimte nodig (Mönks & Knoers, 1994). 10

19 Cognitieve ontwikkeling De cognitieve ontwikkeling betreft het vermogen van een kind om zich intellectueel te ontwikkelen. Volgens Piaget is de cognitieve ontwikkeling van een kind te verdelen in vier fasen: de sensomotorische fase (0-2 jaar), de preoperationele fase (2-7 jaar), de concreet operationele fase (8-12 jaar) en de formeel operationele fase (ouder dan 12 jaar). Tijdens deze fases ontwikkelt het kind zijn denkvermogen totdat uiteindelijk op twaalfjarige leeftijd de volledige cognitieve potentie is bereikt en het kind het denkvermogen van een volwassene bezit (Belsky, 2007). Orthopedagoog Stevens (1997) is ervan overtuigd dat kinderen van nature de behoefte hebben om contact te maken met hun sociale omgeving. Wederzijdse responsiviteit (eerder aangehaald in paragraaf 2.1) is erg belangrijk om in deze fase aan de behoeften van een kind tegemoet te kunnen komen. Daarnaast is het belangrijk dat volwassenen bereid zijn om het kind te ondersteunen (op te voeden) en daarbij bronnen van stress weg te nemen, waardoor een gevoel van veiligheid, continuïteit en stabiliteit wordt gecreëerd. Voor een optimale ontwikkeling bij kinderen is een wisselwerking tussen het vervullen van de behoeften van het kind in een bepaalde ontwikkelfase door de ouders enerzijds en de aanpassing van het kind aan de opvoedingsdoelen van de ouders anderzijds, noodzakelijk. Ouders en kinderen moeten hun gedrag dus voortdurend op elkaar afstemmen. Sociaal-emotionele ontwikkeling Bij de sociaal-emotionele ontwikkeling gaat het om de relaties die het kind heeft met anderen en om het ontwikkelen van vaardigheden die nodig zijn om op een effectieve manier gevoelens te kunnen reguleren. Volgens de hechtingstheorie van Bowlby is de sociaal-emotionele kwaliteit van de opvoeder-kind relatie van cruciale invloed op de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Ainsworth heeft onderzoek gedaan naar hechtingsstijlen bij kinderen. Ze komt tot de conclusie dat er twee soorten hechtingsstijlen zijn: een zekere en een onzekere hechtingsstijl. Bij de zekere hechtingsstijl ziet het kind zijn ouder als een veilige basis en bij een onzekere hechtingsstijl is dat niet het geval (Belsky, 2007). Een veilige gehechtheidsrelatie met zijn of haar opvoeders biedt het kind veiligheid: het vertrouwen van het kind in zijn eigen kunnen en het vertrouwen in de beschikbaarheid van een volwassene. Een veilige emotionele band met de opvoeders vormt de basis voor een evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling (Onderwijsraad, 2002). 3.2 OPVOEDINGSSTIJLEN Nu er in de vorige paragraaf een globaal beeld is geschetst van de behoeften van een kind, lijkt het ook zinvol om te kijken hoe ouders in hun opvoeding het beste tegemoet kunnen komen aan deze behoeften, om uiteindelijk de meest positieve 11

20 ontwikkelingsuitkomsten te bereiken. In deze paragraaf besteed ik daarom aandacht aan de definitie van opvoeding en vervolgens komen er verschillende opvoedingsstijlen aan bod die door ouders toegepast kunnen worden. Hermanns (2007, p.23) definieert opvoeden als alle manieren waarop in de omgang tussen kinderen en andere mensen een beïnvloeding beoogd wordt of onbedoeld ontstaat op het functioneren en de ontwikkeling van kinderen. Opvoeden gebeurt volgens Hermanns op een adaptieve wijze. Hiermee bedoelt hij dat het een van de ingebouwde doelen van de opvoeding is om zowel het gezin als het kind in staat te stellen te functioneren in de actuele en specifieke materiële en sociale context waarin zij leven (Hermanns, 2007, p.28). Ouders moeten hun kind dus bepaalde vaardigheden, kennis en competenties bijbrengen, zodat het kind kan overleven in alledaagse praktijksituaties. De opvoeding bereidt een kind voor op een productieve deelname in allerlei contexten. Hieruit zouden we voorzichtig kunnen opmaken dat de juiste opvoeding in feite niet bestaat. Opvoeding moet een kind voorbereiden op het handelen in een bepaalde specifieke context en de handeling die in situatie A de juiste is, hoeft dat in situatie B immers niet te zijn. Bovendien is het beeld dat men heeft van de juiste opvoeding afhankelijk van de cultuur waarin men leeft. Zo zullen de opvoedingsdoelen in een oosterse samenleving waarschijnlijk verschillen van de westerse opvoedingsdoelen die wij in Nederland nastreven. De opvoeding die ouders hun kind zullen geven, hangt dus sterk af van de situatie (en dit woord kan in de breedste zin worden opgevat) waarin het kind opgroeit. Omdat het in dit geval een Nederlands onderzoek betreft, zal hoofdzakelijk aandacht worden besteed aan de westerse opvoedingsstijlen. In 1971 schreef Baumrind het boek Current patterns of parental authority. In dit boek beschreef zij een opvoedingsstijl met twee dimensies: responsiveness (adequaat reageren op een kind) en demandingness (eisen stellen aan een kind). Op basis hiervan onderscheidde zij vier opvoedingsstijlen, welke zijn samengebracht in de onderstaande matrix. Het onderscheid in vier opvoedingsstijlen, door Baumrind beschreven in 1971, wordt in veel hedendaagse literatuur nog steeds aangehouden (zie Belsky, 2007; van der Ploeg, 2005). Matrix opvoedingsstijlen Baumrind Dimensies Demanding Undemanding Responsive Autoritatief Permissief Unresponsive Autoritair Ongeïnteresseerd De autoritatieve opvoedingsstijl scoort hoog op beide dimensies. De opvoeders zijn betrokken, begripvol en ondersteunend, ze reageren adequaat op de behoeften van het kind. Tegelijkertijd worden er duidelijke regels en eisen gesteld. Autoritatieve opvoeders staan er voor open om over deze regels en eisen te praten en er uitleg over te geven. Er 12

21 wordt gebruik gemaakt van disciplineringstechnieken als: wijzen op gevolgen van gedrag, praten over en wijzen op eerder gemaakte afspraken (inductie). Autoritaire opvoeders stellen duidelijke regels en eisen aan het kind, waarover geen discussie mogelijk is. Ze reageren niet responsief op zijn behoeften. Er is sprake van machtsuitoefening middels technieken als negeren, straffen en belonen. De permissieve (toegevende) opvoedingsstijl staat lijnrecht tegenover de autoritaire opvoedingsstijl. Deze opvoeders zijn confrontatie vermijdend en geven hun kinderen teveel vrijheid. Ze stellen te weinig regels en eisen aan het kind. De ongeïnteresseerde opvoedingsstijl scoort laag op beide dimensies. Deze opvoeders luisteren niet naar de behoeften van hun kind en stellen ook geen duidelijke regels en eisen. Ze zijn op een minimale manier betrokken bij het kind (Belsky, 2007; van der Ploeg, 2005). Wanneer we wat dieper ingaan op de voorgaande beschrijving van de vier opvoedingsstijlen van Baumrind, valt op dat Belsky (2007) en van der Ploeg (2005) beide een normatieve beschrijving geven van de vier opvoedingsstijlen. Beide auteurs suggereren door middel van hun taalgebruik dat er maar één opvoedingsstijl de juiste is: de autoritatieve opvoedingsstijl. Belsky (2007, p.207) geeft zelfs expliciet haar voorkeur voor de autoritatieve opvoedingsstijl weer: In Diana Baumrind s parenting-styles framework, the best possible child-rearing style ( ). Een mogelijke verklaring voor dit verschijnsel zou kunnen zijn dat de oorspronkelijke beschrijving van Baumrind zelf al enigszins gekleurd was in deze richting. Als we kijken naar het jaar waarin zij het boek schreef (1971) is deze verklaring zeer aannemelijk, gezien het feit dat in de jaren 70 de inspraakgedachte, hoog in het vaandel stond (Vandenbroeck, 2004). Latere onderzoeken hebben een aanvulling gegeven op de vier stijlen van Baumrind: inductie, onthouden van liefde (ouders geven op directe wijze uiting aan hun boosheid/ afkeuring), machtsuitoefening (ouders dwingen een kind tot gewenst gedrag) en ondersteuning (ouders laten zien dat zij het kind accepteren en respecteren). Het concept ondersteuning krijgt een steeds belangrijkere plek in de opvoeding (Gerrits, Dekovic, Groenendaal & Noom, 1996). Kenmerkend voor deze ondersteunende opvoedingsstijl is dat ouders naast responsief gedrag, ook warmte, affectie en betrokkenheid tonen jegens het kind. Volgens Janssens (1998) is er geen sprake van één ideale opvoedingsstijl. De gulden middenweg is volgens hem de meest gunstige manier om een kind op te voeden. Bij te veel ondersteuning kan het kind verwend raken, maar bij te weinig ondersteuning krijgt het kind te weinig warmte, affectie en betrokkenheid. Dit principe geldt uiteraard ook voor de autoritatieve en autoritaire opvoeding. Hier moet echter bij worden vermeld dat deze benadering van Janssens niet is gebaseerd op onderzoeksresultaten. We zullen het dus moeten doen met deze aanname. 13

22 3.3 OPVOEDINGSGEDRAG NEDERLANDSE OUDERS In de jaren 90 is er door Rispens, Hermanns & Meeus (1996) een groot onderzoek gedaan naar het opvoedingsgedrag van Nederlandse ouders. Bij dit onderzoek wordt uitgegaan van de eerder beschreven drie dimensies van opvoeding (ondersteuning, autoritatieve controle en autoritaire controle). Ondersteuning en autoritatieve controle worden beschouwd als stimulerend voor de ontwikkeling van een kind. Autoritaire controle heeft daarentegen een negatieve invloed op de ontwikkelingsuitkomst van een kind. Het begrip opvoedingsstijl wordt in dit onderzoek gezien als een patroon van opvoedersgedragingen, die onder de verschillende dimensies vallen. De onderzoekers stellen een ideaal vast: dit ideaal wordt bereikt wanneer ouders per dimensie het opvoedingsgedrag laten zien dat de meeste samenhang vertoont met een voorspoedige ontwikkelingsuitkomst van het kind; een adequate opvoedingsstijl. Rispens et. al. concluderen dat de Nederlandse gezinnen, zowel op gebied van affectiviteit als op gebied van controle en disciplinering, tegemoetkomen aan het door hen geschetste ideaalbeeld. Ouders reageren responsief op de signalen van hun kinderen en benaderen het gedrag van hun kind op een positieve manier. Het opvoedingsklimaat in Nederlandse gezinnen kan volgens de onderzoekers dan ook worden beschreven als warm. Ouders zijn bereid om met hun kinderen te praten en hen uitleg te geven over de regels en eisen die aan hen worden gesteld. Er wordt meer gebruik gemaakt van inductie als disciplineringstechniek, dan van technieken als negeren en straffen. Naarmate de kinderen ouder worden, wordt de opvoeding minder controlerend en tonen ouders in mindere mate affectie. Kinderen die de puberleeftijd hebben bereikt genieten meer vrijheid van hun ouders dan kinderen met een jongere leeftijd. Aan de hand van deze resultaten concluderen Rispens et. al. dat Nederlandse ouders over het algemeen een adequate opvoedingsstijl toepassen. 3.4 OUDERSCHAP: VADER- ÉN MOEDERSCHAP Voor de jaren 70 van de 20 e eeuw was er sprake van een vaste taakverdeling tussen vader en moeder: vader is de kostwinner en moeder is huisvrouw. Terwijl vader buitenshuis betaald werk verrichtte, werd moeder geacht voor de kinderen te zorgen en de huishoudelijke taken op zich te nemen. Moederliefde werd als een natuurlijk gegeven beschouwd; moeders waren van nature liever, zachter, warmer en meer emotioneel betrokken ten opzichte van hun kinderen. Om deze reden werden zij als de voornaamste opvoeders beschouwd. Vanaf de jaren 70 groeit echter langzaam maar zeker het besef dat ook vaders een belangrijke plek innemen in de opvoeding van hun kinderen (Wubs, 2004). Deze omslag werd grotendeels veroorzaakt doordat er vanaf de jaren 70 verscheidene onderzoeken naar het vaderschap uitwezen dat mannen net zo bekwaam 14

23 zijn als vrouwen in het op een sensitieve, responsieve, verzorgende en stimulerende manier omgaan met baby s en kinderen (Ryan, Martin & Brooks-Gunn, 2006). De invloed die een vader en een moeder hebben op hun kind is wellicht anders, maar zeker even belangrijk. In tegenstelling tot de verwachting van vele psychologen die onderzoek hebben gedaan naar de invloed van vader op de ontwikkeling van het kind, is zelfs gebleken dat er veel overeenkomsten zijn tussen het vader- en het moederschap (Lamb, 1997). Zo werd aangetoond dat vaders en moeders beide responsief reageren op het lachen en huilen van hun kind (Berman, 1980) en dat beide hun manier van spreken aanpassen bij het spreken tegen kinderen; langzamer spreken en kortere zinnen gebruiken (Dalton-Hummel, 1982). Ouderlijke verzorging, warmte en aanwezigheid correleren met positieve ontwikkelingsuitkomsten van het kind, ongeacht of het de invloed van de vader of de moeder betreft (Lamb, 1997). Een ander onderzoek bevestigt deze onderzoeksresultaten van Lamb; voor positieve cognitieve ontwikkelingsuitkomsten van het kind maakt het geen verschil of het kind ondersteuning (dat samenhangt met positieve cognitieve ontwikkelingsuitkomsten) van vader of van moeder ontvangt. Wel is gebleken dat een kind met twee ondersteunende ouders meer voordelen ondervindt dan een kind met slechts één ondersteunende ouder (Ryan et. al, 2006). 15

24 4 HET VERANDER(EN)DE GEZIN Het voorgaande hoofdstuk heeft een indruk gegeven van de gezinsopvoeding. Zo werd duidelijk welke behoeften het gezin voor een kind kan vervullen. Tevens zijn er een aantal opvoedingsstijlen besproken en hebben we gezien welke stijl door de meeste Nederlandse ouders wordt gehanteerd. Tot slot werd duidelijk dat een kind behoefte heeft aan ondersteuning, responsiviteit en sensitiviteit, maar ook aan regels en eisen. Voor de ontwikkelingsuitkomsten van een kind maakt het hierbij geen verschil of de vader of de moeder deze aspecten van de opvoeding vervult. Een kind heeft zowel behoefte aan vader- als aan moederliefde. Het is echter belangrijk dat we ons er bewust van worden dat het instituut gezin de afgelopen vijftig jaar tamelijk wat veranderingen heeft doorgemaakt en dat het gezin in de toekomst waarschijnlijk nog wel meer veranderingen te wachten staat. Dit heeft gevolgen voor de opvoeding binnen het gezin. Het beeld van het stereotype gezin werd lange tijd neergezet als een twee-oudergezin met gehuwde, biologische ouders (Boekhoorn & de Jong, 2008). Uit de definitie die de Rijksoverheid sinds 1996 hanteert voor het begrip gezin (zie hoofdstuk 3) wordt duidelijk dat dit stereotype beeld in de loop der tijd sterk vervaagd is. Als gevolg van een aantal veranderingen, is er steeds meer diversiteit tussen gezinnen waar te nemen. In het kader van het onderwerp van deze masterthese, zal ik enkel ingaan op de veranderingen inzake de gezinsvorming. Zo zal ik aandacht besteden aan het niet-gehuwd ouderschap en aan (echt)scheiding. Tot slot wordt er een beeld geschetst van mogelijke alternatieve formaliseringsvormen voor een relatie. 4.1 ONGEHUWD OUDERSCHAP Onderzoek heeft aangetoond dat er op het gebied van relatie- en gezinsvorming doorheen de tijd enkele veranderingen hebben plaatsgevonden. In de jaren 60 was het vanzelfsprekend dat een kind het ouderlijk huis verliet om te trouwen en kinderen te krijgen. Tegenwoordig is er een groeiend deel van de bevolking dat met een partner gaat samenwonen alvorens ze in het huwelijk treden, of zonder dat er überhaupt in het huwelijk wordt getreden (Latten, 2004). In grafiek 1 op de volgende pagina zijn de resultaten van dit onderzoek te zien. 16

25 Grafiek 1: Aantal huwelijkssluitingen, Bron: CBS (2004). Uit een onderzoek van het CBS in 2006 is gebleken dat, nu het ongehuwd samenwonen steeds meer terrein wint, er ook steeds meer kinderen worden geboren binnen een relatie van ongehuwde ouders. Tussen 1970 en 2005 steeg het aantal buiten het huwelijk geboren kinderen van 5000 tot bijna In de jaren zeventig werd ruim 2% van de kinderen buiten het huwelijk geboren. Daarna steeg het percentage gestaag. In 2005 was 35% van alle geborenen niet-echtelijk (van der Meulen en de Graaf, 2006, p.24). De oorzaak van deze toename ligt voornamelijk in de stijging van het aantal kinderen dat werd geboren binnen een ongehuwde samenwoonrelatie. Zie de resultaten van dit onderzoek in grafiek 2. Grafiek 2: Aandeel niet-echtelijke geboorten op het totale aantal geboorten, Bron: CBS (2006) 17

26 Een recenter onderzoek van het CBS toont aan dat deze trend, het krijgen van kinderen binnen een relatie van ongehuwde ouders, nog steeds groeiende is. Deze trend komt het meest voor bij jonge ouders maar is echter ook al bij de wat oudere paren zichtbaar. Uit het onderzoek, waarbij werd gekeken naar de leeftijd van de vrouw, werd duidelijk dat het aandeel ongehuwde ouders onder de dertigers naar verhouding het sterkst toenam: van 8% naar 22% (CBS bevolkingsstatistiek, 2009c). De resultaten van dit onderzoek zijn te zien in grafiek 3. Grafiek 3: Aandeel samenwonenden in de totale bevolking per geslacht en leeftijd, 2008 Bron: CBS (2009c) De toename van het aantal kinderen dat buiten het huwelijk wordt geboren, geeft aan dat het huwelijk steeds minder wordt gezien als een voorwaarde voor het ouderschap (Latten, 2004). Dit gegeven is met name relevant met oog op de scheidingskans. Uit onderzoek ( ) is namelijk geleken dat wanneer het eerste kind wordt geboren binnen een huwelijk, zonder dat de ouders voorafgaand ongehuwd hebben samengewoond, ongeveer 2% van deze paren na vijf jaar zijn gescheiden. Wanneer ouders wel eerst ongehuwd hebben samengewoond voordat zij in het huwelijk zijn getreden en vervolgens hun eerste kind kregen, is het echtscheidingspercentage na vijf jaar 5%. Voor samenwonende, ongehuwde ouders die in dezelfde periode hun eerste kind kregen ligt dit percentage veel hoger, namelijk 22%. Uit deze cijfers kunnen we opmaken dat kinderen die worden geboren binnen een ongehuwde samenwoonrelatie, een grotere kans hebben om op te groeien in een eenoudergezin of stiefgezin dan kinderen die binnen een huwelijk worden geboren (van der Meulen en de Graaf, 2006). 18

27 4.2 (ECHT)SCHEIDINGSCIJFERS NEDERLAND De definitie van echtscheiding die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt voor haar onderzoeken luidt als volgt: ontbinding van het huwelijk door rechterlijk vonnis op de bij de wet omschreven grond (Spruijt, 2007, p. 15). In de jaren 70 en 80 van de 20 e eeuw is het aantal (echt)scheidingen sterk gestegen (CBS, 2009b). Zie tabel 1 voor een overzicht van de scheidingscijfers van het CBS in de periode 1950 tot Tabel 1: Aantal scheidingen per jaar, Jaar Aantal Per 1000 inwoners Per 1000 echtparen 0,64 0,49 0,79 1,82 1,90 2,18 1,96 3,0 2,2 3,3 7,5 8,1 9,8 9,3 Bron: CBS (2009b) De grote toename van het aantal echtscheidingen in deze periode hing samen met belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen. Zo heeft bijvoorbeeld de emancipatie een rol gespeeld; vrouwen maakten in een toenemende mate onafhankelijke keuzes, terwijl ze voorheen eerder geneigd waren om voor de kinderen bij hun partner te blijven. Tevens heeft de emancipatie er voor gezorgd dat de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt is gestegen, waardoor vrouwen op financieel gebied minder afhankelijk zijn geworden van hun echtgenoot. Verder werden ook de sociale voorzieningen (bijvoorbeeld de Bijstand) verbeterd. Hierdoor kon een alleenstaande moeder na een echtscheiding samen met haar kinderen op eigen kracht rondkomen. Naast de emancipatie heeft ook de secularisatie invloed gehad op de stijging van het aantal echtscheidingen. De kerk, die veel waarde hechtte aan het huwelijk, verloor haar invloed in toenemende mate. In 1971 versoepelde de overheid ook nog de wetgeving, dat het ontbinden van een huwelijk eenvoudiger maakte. De manier waarop werd gedacht over het huwelijk veranderde geleidelijk (de Graaf, 2005). Tot nu toe is er enkel aandacht besteed aan de cijfers met betrekking tot het aantal ontbonden huwelijken. In paragraaf 4.1 hebben we echter kunnen lezen dat het ongehuwd samenwonen steeds meer terrein wint. Om deze reden is het zinvol om ook de cijfers van deze groep nader te bekijken. Dykstra, Kalmijn, Knijn, Komter, Liefbroer & Mulder (2006) hebben onderzoek gedaan naar familiebanden en de relatie tussen familieleden in Nederland: Netherlands Kinship Panel Study (NKPS). Voor hun onderzoek hebben zij gekeken naar de scheidingscijfers in Nederland en hebben daarbij onderscheid gemaakt tussen de ontbinding van een huwelijk (officiële scheiding) en het beëindigen 19

28 van de relatie tussen ongehuwd samenwonenden (officieuze scheiding). Uit hun resultaten blijkt dat 11,6% van alle jarigen ooit een officiële scheiding heeft meegemaakt en dat 10,6% ooit een officieuze scheiding heeft meegemaakt. De scheidingspercentages liggen dus erg dicht bij elkaar. De resultaten van het onderzoek zijn te vinden in tabel 2. Tabel 2: (Echt)scheidingspercentages Leeftijd respondenten Percentage officiële scheidingen Percentage officieuze scheidingen Totaal 1,3 8,4 17,4 18,5 15,8 10,1 11,6 9,2 20,0 13,8 6,7 2,6 1,2 10,6 Bron: NKPS (2006) 4.3 (ECHT)SCHEIDING EN KINDEREN: CIJFERS Duidelijk is dat de scheidingscijfers de laatste dertig jaar fors zijn gestegen. Daarmee groeit ook het aantal kinderen dat geconfronteerd wordt met de (echt)scheiding van zijn ouders. In de periode van hebben er in totaal gemiddeld scheidingen per jaar plaatsgevonden, waarvan er bij gemiddeld scheidingen geen kinderen waren betrokken. Dat betekent dat er bij gemiddeld scheidingen (dus meer dan 50%) wél kinderen betrokken waren. Ook wordt duidelijk dat na 1998 het aantal echtscheidingen met kinderen in de meerderheid is, ten opzichte van het aantal scheidingen zonder kinderen. Voor de volledige gegevens: zie tabel 3. In deze tabel wordt per jaar het totaal aantal echtscheidingen aangegeven. Tevens laat de tabel zien bij hoeveel van deze echtscheidingen er kinderen betrokken zijn (CBS, 2009a). Tabel 3: Bij echtscheiding betrokken kinderen Jaar Totaal aantal echtscheidingen Echtscheidingen zonder kinderen Tot Bron: CBS (2009a) Echtscheidingen met kinderen 20

29 Van het aantal kinderen dat jaarlijks wordt geconfronteerd met de beëindiging van een officieuze scheiding zijn geen absolute cijfers bekend. Maar naar schatting worden jaarlijks circa kinderen betrokken bij de beëindiging van ongehuwde samenwoonrelaties (de Graaf, 2005). 4.4 FORMALISERING VAN HET ONGEHUWD SAMENWONEN In paragraaf 4.1 werd duidelijk dat het aantal ongehuwde, samenwonende paren groeiende is. Veel van deze paren willen (nog) niet in het huwelijk treden, maar willen desondanks toch enige vorm van zekerheid verwerven middels onderling opgestelde afspraken. Een samenlevingscontract kan in deze gevallen een uitkomst bieden. Om volgens de wet in aanmerking te komen voor bepaalde begunstigde gevolgen is een samenlevingscontract namelijk een vereiste. Uit recent onderzoek van het CBS blijkt dat er op 1 januari 2009 in totaal ongehuwde paren samenwonen. In 2008 had meer dan de helft van de niet-gehuwde samenwoners een samenlevingscontract, terwijl dit aandeel in 2003 nog 5% lager was. Het aantal mensen dat ervoor kiest om een dergelijk samenlevingscontract af te sluiten (of af wil laten sluiten) neemt steeds meer toe, zowel onder jongere als onder oudere paren (de Graaf, 2010). In grafiek 4 zijn de resultaten van dit onderzoek te zien. Grafiek 4: Aandeel niet gehuwde samenwoners dat een samenlevingscontract heeft of wil Bron: CBS (2010). Een andere manier om het ongehuwd samenwonen te formaliseren, is het aangaan van een geregistreerd partnerschap. Het geregistreerd partnerschap is in veel opzichten gelijk met het huwelijk; het moet worden afgesloten ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand en tevens de rechten en plichten van de partners zijn in grote mate gelijk aan die van gehuwde partners. Wanneer partners een huwelijk willen 21

30 beëindigen moet dit echter altijd via de rechter worden geregeld. Voor beëindiging van een partnerregistratie is de tussenkomst van een rechter niet nodig. Echter, het grootste verschil tussen het geregistreerd partnerschap en het huwelijk ligt op het gebied van de eventueel aanwezige kinderen. Wanneer een getrouwd paar kinderen krijgt, zijn zowel de vader als de moeder de wettige ouders. Zij delen hierdoor automatisch samen het ouderlijk gezag over hun kinderen. Daarentegen, wanneer er sprake is van een geregistreerd partnerschap, is de vader enkel de wettige vader wanneer hij met toestemming van de moeder het kind erkent (CBS, 1998). Wanneer de vader het kind eenmaal erkend heeft, heeft hij sinds de wetswijziging van januari 2002 ook automatisch het ouderlijk gezag over zijn kind (Cuypers, 2005). Uit onderzoek van het CBS blijkt dat maar relatief weinig mensen een partnerschapsregistratie aangaan, waardoor het CBS geen representatieve informatie kan verschaffen omtrent deze groep (Latten, 2004). Het verschil tussen een geregistreerd partnerschap en een samenlevingscontract is voor veel mensen vaak onduidelijk en deze vormen worden dan ook dikwijls door elkaar gehaald. Toch is er wel degelijk een verschil tussen de twee formaliseringsvormen van het ongehuwd samenwonen. Een geregistreerd partnerschap, levert evenals een huwelijk een burgerlijke staat op; het moet immers ook voor een ambtenaar van de burgerlijke stand worden afgesloten. Bij een samenlevingscontract is dit daarentegen niet het geval. Het is gewenst om een samenlevingscontract op te laten stellen door een notaris, maar het kan ook onderling worden afgesloten. Huwelijkse voorwaarden en partnerschapsvoorwaarden kunnen dan ook aan derden worden tegengeworpen, terwijl een samenlevingscontract uitsluitend tussen partijen geldt (Nuytinck, 2008). In het geval van een samenlevingscontract of in het geval van samenwonen zonder enige vorm van overeenkomst, kan een vader het ouderlijk gezag over zijn kind te verkrijgen door het kind eerst met toestemming van de moeder te erkennen en vervolgens een verzoek om ouderlijk gezag in te dienen bij de rechtbank (van der Burght & Doek, 2002). De informalisering op het gebied van relatie- en gezinsvorming heeft zowel sociale als juridische gevolgen. Bij een echtscheiding zijn de familierechtelijke betrekkingen eenduidig; zaken als het vaderschap, de successierechten en alimentatie zijn automatisch geregeld toen de voormalige partners in het huwelijk traden. Doordat steeds meer paren voor een andere formaliseringvorm kiezen dan het huwelijk, gaan deze automatische regelingen niet altijd meer op en ontstaan er nieuwe problemen (Latten, 2004). In gevallen van informele scheidingen is het soms niet duidelijk welke juridische rechten en plichten beide partijen hebben, wat kan leiden tot conflicten tussen beide partijen. 22

31 5 GEVOLGEN VOOR (ECHT)SCHEIDINGSKINDEREN Wanneer ouders gaan scheiden, heeft dit voor kinderen gevolgen op meerdere vlakken. Kinderen komen automatisch in een moeilijke situatie terecht. In dit hoofdstuk besteed ik daarom aandacht aan de volgende onderwerpen: de woonsituatie voor kinderen na een scheiding, contact met de uitwonende ouder en negatieve ontwikkelingsuitkomsten voor (echt)scheidingskinderen. 5.1 WOONSITUATIE NA SCHEIDING In het Onderzoek Gezinsvorming 1998 door het CBS, werd onderzoek gedaan naar de relatie van volwassenen met hun vader en/ of moeder en naar de relatie tussen hun ouders onderling. Het ging hierbij om zowel mannen als vrouwen (18-52 jaar) die op dat moment het ouderlijk huis al hadden verlaten en die in hun jeugd werden geconfronteerd met een ouderlijke scheiding. Uit dit onderzoek blijkt dat 80% van de kinderen bij de moeder bleef wonen en 15% bij de vader. Het overige deel woonde afwisselend bij hun vader en moeder: co-ouderschap (De Graaf, 2001). Vijf jaar later laat het Onderzoek Gezinsvorming 2003 zien dat het kind nog steeds in 80% van de gevallen na de scheiding bij de moeder gaat wonen, ruim 5% gaat bij de vader wonen en bij de overige 15% is er sprake van een co-ouderschap (de Graaf, 2005). In het Onderzoek Jeugd & Gezin 2006 wordt gekeken naar de woonsituatie van kinderen in de leeftijdscategorie van jaar, na een scheiding van hun ouders. Uit deze gegevens blijkt dat 75% van de kinderen bij de moeder woont, 9% bij de vader en dat er in 16% van de gevallen sprake is van co-ouderschap (zie tabel 4). Uit de percentages in tabel 4 wordt duidelijk dat er in deze groep, in vergelijking met eerder genoemde percentages, meer kinderen bij hun vader wonen. Een verklaring hiervoor kan worden gezocht in de leeftijd van de groep respondenten (12-16 jaar). Oudere kinderen gaan gemiddeld iets vaker bij hun vader wonen dan kinderen uit een jongere leeftijdscategorie, dit is met name bij jongens het geval (Spruijt, 2007). Woonsituatie jongeren na scheiding (getallen in percentages) Woonsituatie Jongens (N=142) Meisjes (N=147) Totaal (N=289) Bij moeder Bij vader Co-ouderschap Totaal Bron: Spruijt (2007). 23

32 Uit de gegevens in deze paragraaf over de woonsituatie van kinderen na een scheiding, wordt duidelijk dat ruim drie kwart van alle kinderen na een scheiding bij de moeder gaat wonen. Dit aanzienlijke percentage wordt volgens Stamps (2002) veroorzaakt door het feit dat rechters, ondanks een neutrale wetgeving, over het algemeen een voorkeur voor moeders laten zien: maternal preference. Ook sociale hulpverleners vertonen een dergelijke voorkeur jegens moeders. Uit onderzoek blijkt dat moeders met financiële, cognitieve of psychische problemen drie keer zoveel kans maken op een positieve aanbeveling betreft de voogdij over hun kind dan vaders die in dezelfde situatie verkeren (Davidson-Arad, Cohen & Wozner, 2003). Het feit dat een kind na een scheiding bij slechts één van zijn twee ouders kan gaan wonen, heeft vanzelfsprekend gevolgen voor het contact tussen het kind en de uitwonende ouder. In de volgende paragraaf zal ik nader op deze gevolgen ingaan. 5.2 CONTACT MET UITWONENDE OUDER In het Onderzoek Gezinsvorming 1998 dat in de vorige paragraaf besproken is, is ook gekeken naar het contact tussen het kind en de beide ouders na de scheiding. Van de respondenten had 28% in de jaren na de scheiding geen contact meer met de vader, tegenover 2% dat geen contact meer had met de moeder. Verder bestempelde slechts 27% het contact tussen hen en hun vader na de scheiding als goed. Het contact tussen het kind en de moeder werd daarentegen in 64% van de gevallen als goed bestempeld. Dit verschil kan worden toegeschreven aan het feit dat het grootste deel van de kinderen na de scheiding bij hun moeder zijn blijven wonen (de Graaf, 2001). Zie voor uitgebreidere gegevens tabel 5. Tabel 5: Meerderjarigen (18-52 jaar) opgegroeid in een eenoudergezin Relatie tussen kind en ouder na de echtscheiding Mannen (%) Vrouwen (%) Totaal (%) Met vader Goed Redelijk Slecht Geen contact Met moeder Goed Redelijk Slecht Geen contact Totaal Bron: Demos (2001). 24

33 Uit een onderzoek van Spruijt & De Goede (2001) blijkt dat ongeveer 24% van de jongeren na de scheiding geen contact meer heeft met de uitwonende vader. In de Verenigde Staten is door Amato, Meyers & Emery (2009) onderzoek verricht naar de veranderingen in het contact tussen niet thuis wonende vaders en hun kind. Hieruit kwam naar voren dat het percentage vaders dat geen contact had met hun kind het hoogste was in 1976 (37%), in 1996 was dit percentage het laagst (24%) en in 2002 is het percentage weer gestegen tot 29%. Tevens is in dit onderzoek gekeken naar de percentages van matig en wekelijks contact. De bijbehorende resultaten zijn te zien in grafiek 5. Grafiek 5: Percentages contact tussen (uitwonende) vader en kind Bron: Family Relations (2009). Zowel de Nederlandse als de Amerikaanse onderzoeksresultaten laten zien dat ongeveer tien jaar geleden circa 25% van de kinderen na een scheiding geen contact meer had met de vader. In het Nederlandse onderzoek Jeugd en Gezin 2006 is wederom de mate van contact tussen het kind en de uitwonende ouder gemeten. Er is onderscheid gemaakt tussen het contact met vader in moedergezinnen en het contact met moeder in vadergezinnen (Spruijt, 2007). De resultaten van dit onderzoek zijn te zien in tabel 6. Tabel 6: Contact tussen het kind en de uitwonende ouder (in %) Mate van contact Contact met vader in moedergezinnen Contact met moeder in vadergezinnen Geen contact keer per jaar keer per jaar keer per maand of 3 keer per maand keer per week > 1 keer per week 18 8 Totaal 100 = = 25 Bron: Spruijt,

34 In de tabel is te zien dat 19% van de kinderen na de scheiding geen contact meer heeft met de vader. Als we deze cijfers vergelijken met de cijfers van een aantal jaren eerder, zien we dat het percentage kinderen dat geen contact heeft met de vader met ongeveer 5% is afgenomen. Wanneer we het percentage geen contact met vader in moedergezinnen (19%) vergelijken met het percentage geen contact met moeder in vadergezinnen (16%), zien we dat deze percentages nauwelijks van elkaar verschillen. Wat we hierbij echter niet uit het oog moeten verliezen is het totale aantal moedergezinnen (n=214) en het totale aantal vadergezinnen (n=25). In het Onderzoek Gezinsvorming 1998 werd naast de frequentie van het contact ook gekeken naar de kwaliteit van de relatie tussen het kind en de beide ouders. Daaruit bleek dat in 64% van de gevallen het contact met moeder goed was, tegenover slechts 27% die de relatie met vader als goed bestempelde. Dit verklaarden we aan de hand van het feit dat het grootste deel van de kinderen na een scheiding bij hun moeder gaat wonen. Ierse onderzoeksresultaten bevestigen deze verklaring: kinderen beschrijven de band met de thuiswonende ouder als hechter dan de band met de uitwonende ouder (Spruijt, 2007). Ook Peters en Ehrenberg (2008) tonen aan dat jongeren uit intacte gezinnen een sterkere vader-kindrelatie hebben dan jongeren uit gebroken gezinnen. Bovendien neemt de contactfrequentie tussen scheidingskinderen en hun vaders in de loop der jaren niet toe. Volwassen scheidingskinderen blijken minder contact te hebben met hun ouders (met name vaders) dan kinderen uit intacte gezinnen (Kalmijn & Dykstra, 2004). 5.3 GEMIS AAN VADER In de voorgaande paragrafen zagen we dat het grootste deel van de kinderen na een scheiding bij hun moeder gaat wonen. Deze kinderen hebben hierdoor minder (goed) contact met hun vader. Ongeveer 20% van de kinderen heeft helemaal geen contact met hun vader. Uit paragraaf 3.4 kwam naar voren dat zowel de vader als de moeder een belangrijke invloed uitoefent op een kind. In deze paragraaf besteed ik aandacht aan de situaties waarin kinderen geen contact meer hebben met hun vader en welke consequenties dit voor hen heeft. Waarom is het belangrijk dat een kind contact heeft met zijn vader? Volgens de Amerikaanse onderzoeker Popenoe (1996) is een vader een belangrijk rolmodel voor zijn kinderen, dat geldt zowel voor meisjes als voor jongens. Een vader brengt zijn kinderen verantwoordelijkheden en doelstellingen bij. Hij leert hen hoe ze assertief en onafhankelijk worden. Dochters leren ook van hun vader (de meest belangrijke man in hun leven) dat ze hun vrouwelijkheid moeten waarderen. Bij jongens die te maken krijgen met een afwijzende, incompetente of absente vader, kan een tegenstrijdig gevoel wat betreft hun mannelijkheid ontstaan. Meisjes met 26

35 ondersteunende vaders hebben over het algemeen een meer succesvolle carrière dan meisjes zonder ondersteunende vader (Popenoe, 1996). De aanwezigheid van een vader heeft ook een positieve invloed op de mentale gezondheid van kinderen. Zo blijkt er samenhang te zijn tussen de aanwezigheid van een vader en levenstevredenheid. In een onderzoek van Dubowitz, Black, Cox, Kerr, Litrownik, Radhakrishna, English, Wood Schneider & Runyan (2001) werd bij zesjarige kinderen die ondersteuning kregen van hun vader, minder depressieve symptomen en een groter gevoel van sociale competentie waargenomen. Volgens Fitzgerald, McKelvey, Schiffman en Montanez spelen vaders een belangrijke rol bij het leren omgaan met intense emoties (Flouri, 2005). Verder vertonen kinderen met betrokken vaders minder antisociaal gedrag en blijken ze succesvollere intieme relaties te hebben (Flouri & Buchanan, 2002). In een studie van Deutsch, Servis & Payne (2001) komt naar voren dat de emotionele betrokkenheid van een vader op een positieve manier in verband staat met het zelfrespect van een kind. Tevens blijkt vaderbetrokkenheid samen te hangen met een grotere intrinsieke controle van het kind (Williams & Radin, 1999). Om deze positieve uitkomsten te bereiken is het belangrijk dat de kwantiteit van de relatie tussen de vader en het kind goed is (het aantal keren dat de vader en het kind elkaar zien). Ook de kwaliteit van de vader-kindrelatie moet goed zijn: gevoelens van warmte, ondersteuning en binding. Een goede kwaliteit van de relatie is belangrijk omdat een hechte band tussen vader en kind de vader beter in staat stelt om op een effectieve manier te zorgen voor, te leren aan én te communiceren met het kind (King & Sobolewski, 2006). Tot slot is er nog een derde factor die bepaalt of contact met de uitwonende vader een gunstige invloed heeft op het kind, namelijk: de tevredenheid van moeder over de omgangsregeling. Als moeder tevreden is, dan heeft de omgang met de vader een positief effect op het welzijn van het kind (King & Heard, 1999). Deze onderzoeksresultaten kunnen worden verklaard door het feit dat er waarschijnlijk minder ouderlijke conflicten plaats zullen vinden wanneer beide ouders tevreden zijn met de omgangsregeling. Hoe minder ouderlijke conflicten, hoe gunstiger dit is voor het kind (Spruijt, 2007). Wat hierbij een grote rol speelt, is het loyaliteitsgevoel dat het kind ten opzichte van beide ouders heeft. Wanneer ouders in conflict raken over de omgang tussen het kind en de uitwonende ouder kan het kind in een loyaliteitsconflict raken: het kind heeft het gevoel dat het moet kiezen tussen beide ouders. Wanneer het kind met zijn vader meegaat, kiest het automatisch tegen moeder en vice versa (Aendekerk, 2005). Het onderzoek van Struss, Pfeiffer, Preuss & Felder (2001) bevestigen de resultaten van King & Heard. Zij concluderen op basis van hun onderzoek dat stimulering door de thuiswonende ouder, weinig ouderlijke conflicten en weinig afzeggingen door de uitwonende ouder een positieve invloed hebben op het contact tussen het kind en de uitwonende ouder. 27

36 6 HET OUDERSCHAPSPLAN 6.1 HET OUDERSCHAPSPLAN: WAT IS HET? Op 12 juni 2007 heeft de Tweede Kamer wetsvoorstel 30145, de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding, aangenomen. Op 18 november 2008 is dit wetsvoorstel plenair behandeld door de Eerste Kamer en is vervolgens op 25 november 2008 aangenomen (Hendrikse-Voogt, 2009). De wet is een poging tot vermindering van (echt)scheidings- en omgangsproblematiek. Op 1 maart 2009 is deze wet in werking getreden (Ministerie van Justitie, 2009). Wanneer mensen met kinderen willen scheiden, moeten zij daarvoor een verzoekschrift indienen bij de rechtbank. De Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding stelt ouders vanaf 1 maart 2009 verplicht om een ouderschapsplan op te nemen in het verzoek tot echtscheiding. Ook voor geregistreerde partners met kinderen geldt deze verplichting; zij moeten een ouderschapsplan opstellen wanneer zij de rechter om ontbinding van het geregistreerd partnerschap verzoeken. Zelfs bij beëindiging van een vrije samenleving moeten ouders een ouderschapsplan opstellen, mits zij het gezamenlijk gezag over het kind uitoefenen (de Bruijn-Lückers & Ydema, 2008). In dit ouderschapsplan zijn afspraken opgenomen omtrent de zorgverdeling, kinderalimentatie en informatie-uitwisseling tussen de beide ouders over belangrijke zaken met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen (Ministerie van Justitie, 2009; Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Boek 3:815 lid 3). Ook wordt de ouderlijke verantwoordelijkheid nader omschreven in het ouderschapsplan. Hieronder vallen de volgende punten: een kind heeft recht op gelijkwaardig ouderschap na een scheiding, een ouder is verplicht om de ontwikkeling van de band van zijn of haar minderjarige kind met de andere ouder te bevorderen en de ouder die niet het gezag uitoefent heeft niet alleen het recht maar ook de verplichting tot omgang. Naast deze verplichte punten zijn ouders vrij om zelf afspraken toe te voegen aan dit ouderschapsplan (Ministerie van Justitie, 2009). Dit leidt ertoe dat er veel verschillende modellen ouderschapsplannen in omloop zijn (zie bijlage 1a t/m 1c). Het opstellen van een ouderschapsplan is voor de volgende kinderen verplicht: De gezamenlijke minderjarige kinderen over wie de echtgenoten of geregistreerde partners al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Voor samenwoners geldt dit alleen als zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen. 28

37 De minderjarige kinderen over wie de echtgenoten of geregistreerde partners volgens artikel 253sa of 253t van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek het gezag gezamenlijk uitoefenen. Ouders zijn dus enkel verplicht om een ouderschapsplan op te stellen, wanneer er bij de scheiding minderjarige kinderen zijn betrokken. Wanneer de kinderen reeds volwassen zijn is het opstellen van een ouderschapsplan niet verplicht. Bovendien wordt het ouderschapsplan opgesteld voor gezamenlijke kinderen van de ouders. Dat wil zeggen dat de ouders die gaan scheiden, beide de juridische ouder van het kind moeten zijn. Hierbij maakt het niet uit of het gezag door beide ouders, of slechts door één ouder wordt uitgeoefend. In een tweede geval gaat het om kinderen over wie de ouders die gaan scheiden het gezamenlijke gezag uitoefenen. Deze situatie komt geregeld voor in samengestelde gezinnen, waarbij de ouder en zijn of haar nieuwe partner gezamenlijk het gezag hebben verkregen over een kind uit een eerdere relatie (Ministerie van Justitie, 2009). 6.2 GELIJKWAARDIG OUDERSCHAP De Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding heeft er voor gezorgd dat er na een scheiding een gelijkwaardig ouderschap kan worden gerealiseerd. Onder gelijkwaardig ouderschap wordt het volgende verstaan: beide ouders hebben gelijke rechten en plichten met betrekking tot de opvoeding en verzorging van hun kind(eren) (Koens en Vonken, 2008, p.328). Dat een gelijkwaardig ouderschap kan worden verwezenlijkt komt door een aanvulling van artikel 1:247 met drie nieuwe leden, te weten: lid 3, lid 4 en lid 5 (Nuytinck, 2009). Respectievelijk worden de drie betreffende leden hieronder nader toegelicht: Art. 1:247 lid 3: Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen. Art. 1:247 lid 4: Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed, na het beëindigen van het geregistreerd partnerschap, of na het beëindigen van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste lid*, is geplaatst, recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Art1:247 lid 5: Ouders kunnen ter uitvoering van het vierde lid in een overeenkomst of ouderschapsplan rekening houden met praktische belemmeringen die ontstaan in verband met de ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding 29

38 van tafel en bed, het beëindigen van het geregistreerd partnerschap, of het beëindigen van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste lid*, is geplaatst, echter uitsluitend voor zover en zolang de desbetreffende belemmeringen bestaan. * Art. 1:252 lid 1: De ouders die niet met elkaar zijn gehuwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan oefenen het gezag over hun minderjarige kinderen gezamenlijk uit, indien dit op hun beider verzoek in het register is aangetekend. (Burgerlijk Wetboek Boek 1) 30

39 7 ONDERZOEKSINFORMATIE 7.1 DOELGROEP EN RESPONDENTEN Dit onderzoek richt zich op de positie van vaders met kinderen onder de 18 jaar, die na 1 maart 2009 van hun partner zijn gescheiden en die daardoor te maken hebben gekregen met het ouderschapsplan. Volgens de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding zijn er drie situaties die onder een scheiding worden verstaan: een huwelijksontbinding, de ontbinding van een geregistreerd partnerschap én het beëindigen van een vrije samenleving waarbij beide ouders het gezag over het kind uitoefenen (de Bruijn-Lückers & Ydema, 2008). In theorie zijn er dus drie groepen ouders die bij het beëindigen van hun relatie de verplichting hebben om een ouderschapsplan in te vullen. Echter, in de praktijk blijkt dat er slechts in de eerste twee situaties een wettelijke dwang kan worden opgelegd om een ouderschapsplan op te stellen, wat aanzienlijke gevolgen heeft voor de laatstgenoemde groep ouders. Dit probleem wordt nader verklaard in paragraaf 8.3. De keuze voor gescheiden vaders is bewust gemaakt omdat verscheidene onderzoeken uitwijzen dat kinderen na een scheiding in de meeste gevallen bij hun moeder gaan wonen, waardoor het contact met hun vader minder (goed) wordt. In sommige gevallen hebben kinderen na een scheiding helemaal geen contact meer met hun vader (de Graaf, 2001). Een onderzoek van Enova uit 2009, in samenwerking met een studente van de RuG, bevestigt deze resultaten. Hieruit blijkt namelijk dat gescheiden vaders in een marginale positie verkeren ten opzichte van moeders, als verzorger en opvoeder van de kinderen (Olde Loohuis, 2009). Voorafgaand aan het voorliggende onderzoek streefde ik naar een minimum aantal van 25 respondenten. Om respondenten te werven is er een oproep verstuurd naar verscheidene huis-aan-huisbladen in Groningen, Friesland en Drenthe (bijlage 2). Daarnaast is de oproep verspreid via een drietal websites van het Vaderkenni (Vaderkenniscentrum, 2010a; Vaderkenniscentrum, 2010b & Vaderkenniscentrum, 2010c). Verder is de oproep geplaatst op de website van de Stichting Dwaze Vaders. De vaders konden zich tot 1 juni 2010 aanmelden. Toen deze sluitingsdatum verstreken was hadden zich echter nog maar acht vaders aangemeld, waarvan er maar vijf daadwerkelijk de digitale vragenlijst 1. Het Vaderkenniscentrum richt zich op ontsluiting van informatie en kennis die eraan bijdraagt om de rol van beide ouders en genders bij de opvoeding van, de zorg voor en het onderwijs aan kinderen op waarde te schatten en met overheidsbeleid te ondersteunen op een wijze die aan inzet en betrokkenheid van beide ouders en genders voor kinderen recht doet (Vaderkenniscentrum, 2010a). 2. De Stichting Dwaze Vaders streeft ernaar om het contact met beide ouders voor kinderen na een (echt)scheiding te waarborgen (Stichting Dwaze Vaders, 2010). 31

40 hadden ingevuld. Vanwege deze teleurstellende respons is vervolgens besloten om de sluitingsdatum te verlengen naar 1 juli Toen twee weken later bleek dat het aantal respondenten zich slechts met twee nieuwe aanmeldingen had aangevuld, werd duidelijk dat enkel een verlenging van de sluitingsdatum niet voldoende was. Om toch het nagestreefde aantal van 25 respondenten te bereiken, is ervoor gekozen om de oproep tevens te plaatsen in huis-aan-huisbladen in Overijssel, Gelderland, Flevoland en Utrecht. Ook is de oproep geplaatst op het forum van de Stichting Huismannen.nl en op het forum van de Stichting 1Ouder. Toevalligerwijs werd rond deze tijd door de Universiteit van Amsterdam, het Vaderkenniscentru adersymposium georganiseerd, waarbij pedagogen, filosofen en andere experts hun visie geven op het moderne vaderschap (IkVader.nl, 2010). Op advies van dhr. Tromp, oprichter van het Vaderkenniscentrum en mede-organisator van het Vadersymposium, heb ik vervolgens een artikel geschreven in het kader van het Vadersymposium 2010 (bijlage 3), waarmee ik mijn onderzoek naar het ouderschapsplan onder de aandacht breng en waarbij ik tevens gescheiden vaders verzoek om hun medewerking te verlenen aan mijn onderzoek. Dit artikel heeft dhr. Tromp via de mail verspreid onder de deelnemers van het Vadersymposium. Echter, ondanks alle inspanningen hebben er uiteindelijk maar 16 respondenten daadwerkelijk de digitale enquête ingevuld. Dat betekent dat ik het streefaantal van 25 respondenten helaas niet heb kunnen realiseren. Een andere verwachting met betrekking tot de respondenten, die ik voorafgaand aan het onderzoek stelde, is dat er vooral een bepaalde groep vaders op deze advertentie zou reageren: namelijk de vaders die over het algemeen ontevreden zijn over de gemaakte afspraken met betrekking tot hun kind(eren). Deze verwachting was gebaseerd op het vermoeden dat met name deze groep vaders zijn stem wil laten horen. Ondanks dat er ook een aantal tevreden vaders hebben gereageerd, is inderdaad gebleken dat het grootste gedeelte van de deelnemende vaders aan het onderzoek ontevreden is over de gemaakte afspraken in het ouderschapsplan. Mijn verwachting wordt daarmee bevestigd. Vanwege het kleine aantal respondenten in dit onderzoek, is het niet mogelijk om een representatief beeld schetsen van het percentage vaders in Nederland dat ontevreden is over de werking van het ouderschapsplan. 3. De Stichting Huismannen.nl is een platform voor mannen die zorg- en opvoedingstaken verrichten (Stichting Huismannen.nl, 2010). 4. De Stichting 1Ouder is een platform voor alleenstaande ouders en samengestelde gezinnen, voor informatievoorziening en -uitwisseling (Stichting 1Ouder, 2010). 5. IkVader.nl is een website voor alle (aanstaande) vaders in Nederland, waarop tips, informatie en nieuws te vinden is op dat gebied. Ook biedt het vaders de gelegenheid om met elkaar in contact te komen (IkVader.nl, 2010). 32

41 7.2 ONDERZOEKSMETHODEN Er is gebruik gemaakt van twee onderzoeksmethoden om de onderzoeksgegevens te verzamelen: een gestructureerde digitale vragenlijst en face-to-face interviews. De betreffende methoden worden in deze paragraaf beschreven GESTRUCTUREERDE DIGITALE VRAGENLIJST Het grootste deel van de data is verzameld aan de hand van een gestructureerde digitale vragenlijst, bestaande uit 45 vragen (zie bijlage 4). De vragen zijn gericht op de beleving van de vaders inzake hun vaderrol na de scheiding en de rol van het ouderschapsplan hierbij. Het merendeel van deze vragen is gesloten, maar er wordt ook een klein aantal open vragen gesteld. De vragenlijst is ontworpen in het programma Examine. Examine is ontwikkeld door de Vrije Universiteit in Amsterdam en maakt het mogelijk om via een browser interactieve vragenlijsten aan te maken en af te nemen bij proefpersonen. Sinds april 2008 is dit programma door de RuG in gebruik genomen en kunnen studenten van de RuG gratis gebruik maken van deze applicatie (RuG, 2010). Het doen van een onlineonderzoek heeft een aantal voordelen: het is snel en makkelijk op te zetten en het is dynamisch van aard. Naast de algemene voordelen van online-onderzoek biedt het programma Examine op zich ook een aantal gebruikersgemakken: het is mogelijk om audiovisueel materiaal in de enquête op te nemen, digitale vragenlijsten zijn snel en goedkoop te verspreiden onder respondenten, er is tussentijds inzicht in de resultaten mogelijk en de gegevens zijn direct digitaal beschikbaar (Examine, 2010). Sowieso heeft het werken met vragenlijsten een aantal voordelen. Allereerst kan er een groot aantal respondenten bij het onderzoek worden betrokken. Tevens is het voor dit onderzoek een voordeel dat er bij een vragenlijst sprake is van een grote anonimiteit, omdat er vrij gevoelige onderwerpen worden aangesneden: scheiding en ouderschap. Er zal hierdoor een grotere openheid in de antwoorden zijn, omdat de respondenten minder snel geneigd zijn om sociaal wenselijke antwoorden te geven (Segers, 2002). Het werken met vragenlijsten heeft echter ook nadelen. Zo kunnen er bij het construeren van de vragenlijst vrij makkelijk en ongemerkt onduidelijkheden in de vragenlijst sluipen: onnodig moeilijke vraagformulering, verkeerde antwoordcategorieën en onbeantwoordbare vragen. De kwaliteit van de verkregen informatie staat of valt met de kwaliteit van de vragenlijst. Om dergelijke fouten te voorkomen is het belangrijk om een duidelijk beeld te hebben van de doelpopulatie en de gewenste informatie (Segers, 2002). In dit geval ben ik op zoek naar de beleving en ervaringen van vaders inzake de werking van het ouderschapsplan ten behoeve van het gelijkwaardig ouderschap. Om de kans op foutenbronnen te verkleinen, heb ik bij het opstellen en evalueren van de vragenlijst gebruik gemaakt van het TAP-paradigma. De afkorting TAP staat voor: Topic (goede definitie), Applicability (toepasbaarheid) en Perspective (interpretatiekader) (Segers, 33

42 2002). Tot slot heb ik het concept van de vragenlijst laten beoordelen door mijn begeleidster vanuit de RuG en mijn begeleidster vanuit Enova. Op basis van hun feedback heb ik de laatste aanpassingen aangebracht in de vragenlijst, waardoor uiteindelijk de definitieve versie is ontstaan FACE-TO-FACE INTERVIEWS MET VADERS Bij het invullen van de vragenlijst kunnen de respondenten aangeven of ze eventueel mee zouden willen werken aan een vervolginterview. Uiteindelijk zijn er vijf respondenten uitgekozen bij wie het interview daadwerkelijk is afgenomen. Het voordeel van face-to-face interviews is dat het de onderzoeker de mogelijkheid biedt om complexe vragen te stellen en dieper op de onderwerpen in te gaan, om op deze manier een uitgebreider en completer antwoord te krijgen. De interviewer kan de respondent belonen, stimuleren en hulp bieden op zowel een verbale als op een non-verbale manier. Ook kan de interviewer signalen opvangen van de respondent en hierop inspelen door een vraag herhalen of een toelichting geven. Het face-to-face interview heeft echter ook nadelen: doordat de interviewer een grote rol speelt tijdens het interview, kunnen ongewenste interviewer-effecten optreden. Interviewers kunnen bijvoorbeeld incorrect of op een suggestieve manier vragen stellen, niet goed doorvragen of fouten maken bij een moeilijke taak. Ook kan het gebeuren dat een respondent, omdat een interview immers niet anoniem is, sociaal wenselijke antwoorden geeft. Deze negatieve effecten kunnen zorgen voor interviewerbias: een vertekend beeld van de antwoorden, veroorzaakt door de interviewer (Segers, 2002). Om interviewerbias zoveel mogelijk te voorkomen is het belangrijk dat de interviewer zich bewust is van dit gevaar (Segers, 2002). Om dit gevaar te beperken, heb ik geprobeerd om mij zo goed mogelijk voor te bereiden op de interviews. De belangrijkste maatregel die ik op dit gebied heb genomen zit in de opzet van het interview: de vragen zijn aan de hand van een gestructureerde vragenlijst (zie bijlage 5) aan de respondenten gesteld, waarbij er overigens wel de mogelijkheid was om door te vragen. In de vragenlijst kwamen vijf onderdelen aan de orde: afspraken in het ouderschapsplan, verstandhouding met de expartner, band met de kinderen, opvoeding en verzorging en de visie op de werking van het ouderschapsplan. Tijdens het interview werd dieper ingegaan op de ervaring en beleving van de vaders inzake het ouderschapsplan. Tijdens de interviews werd duidelijk dat sommige vaders het moeilijk vonden om over het onderwerp, en met name over hun eigen situatie, te praten. Vooral bij de vaders die in een benarde situatie verkeren, was duidelijk de machteloosheid, de frustratie en bovenal het verdriet te merken die zij voelen onder deze omstandigheden. Ondanks dat het voor sommige vaders erg pijnlijk was om op deze manier met hun situatie geconfronteerd te worden, heb ik gemerkt dat een groot deel het ook wel prettig vond om bij een onbekend (en objectief) persoon hun verhaal te vertellen. 34

43 7.2.3 AANVULLEND: FACE-TO-FACE INTERVIEWS MET ADVOCATEN Het feit dat de vaders vanzelfsprekend op een emotionele manier betrokken zijn bij het ouderschapsplan, kan ertoe leiden dat zij tijdens het interview (deels) antwoorden vanuit deze emotie. Enerzijds is dit niet erg, dit onderzoek richt zich immers juist op de beleving en ervaring van deze gescheiden vaders. Anderzijds ontstaat er het gevaar dat hierdoor een te eenzijdig beeld van het ouderschapsplan wordt geschetst. Om deze eenzijdigheid zoveel mogelijk te beperken, is er naast de persoonlijke visie van de vaders ook aandacht besteed aan de juridische aspecten rondom het ouderschapsplan. Om deze reden zijn er tevens advocaten geïnterviewd die gespecialiseerd zijn in personen- en familierecht. De advocaten zijn op een andere manier betrokken bij het ouderschapsplan (minder persoonlijk) dan de geïnterviewde vaders. Deze groep deskundigen neemt geen centrale plek in binnen dit onderzoek, ze maken enkel het beeld op de werking van het ouderschapsplan vollediger. Met hun ervaringen vullen ze de ervaringen van de vaders aan. Om deze reden heb ik ervoor gekozen om het aantal respondenten binnen deze groep tot drie te beperken. De interviewvragen voor deze groep respondenten (bijlage 6) zijn opgesteld naar aanleiding van de aanvullende leden 3, 4 en 5 van artikel 1:247. Deze drie nieuwe leden zijn ervoor bedoeld om het gelijkwaardig ouderschap in de praktijk te realiseren (Burgerlijk Wetboek Boek 1). De interviewvragen kunnen ruwweg in twee categorieën worden opgedeeld: feitenvragen en opinievragen (De Laet, Offermans & Toye, 2004). Door middel van de feitenvragen tracht ik meer helderheid te krijgen omtrent een aantal concrete juridische aspecten rondom het ouderschapsplan. Met behulp van de opinievragen probeer ik te achterhalen wat de visie is van de advocaten op (de werking van) het ouderschapsplan. 7.3 VERWERKEN VAN DE GEGEVENS Het verwerken van de gegevens in dit onderzoek is voor elke onderzoeksmethode verschillend gebeurd. Voor het verwerken van de resultaten uit de digitale enquête is dit vrij vanzelfsprekend. Deze vanzelfsprekendheid geldt wellicht niet voor het onderscheid dat er is gemaakt tussen het verwerken van de interviews met vaders en het verwerken van de interviews met advocaten. Toch is dit een bewuste keuze geweest. Waarom er voor een verschillende werkwijze is gekozen zal duidelijk worden in de hierop volgende paragrafen VERWERKEN DIGITALE VRAGENLIJST Zoals reeds bij het onderdeel over de gebruikte onderzoeksmethoden naar voren is gekomen, is de digitale vragenlijst ontworpen in het programma Examine. Via dit programma is het mogelijk om de resultaten te downloaden in een Excel-bestand en dit bestand is weer eenvoudig om te zetten in een SPSS-bestand. In de enquête kwamen 35

44 een vijftal thema s aan bod: afspraken in het ouderschapsplan, verstandhouding met de ex-partner, band met de kinderen, opvoeding en verzorging en de visie op de werking van het ouderschapsplan. Deze thema s zijn gebaseerd op de deelvragen die voorafgaand aan het onderzoek zijn opgesteld, naar aanleiding van de centrale onderzoeksvraag. De deelvragen werden reeds in de inleiding genoemd, maar worden hieronder nogmaals op een rijtje gezet: - Hoe denken de vaders over de afspraken die gemaakt zijn in het ouderschapsplan en over de manier waarop deze afspraken tot stand zijn gekomen? - Menen deze vaders dat het ouderschapsplan de verstandshouding tussen hen en hun ex-partner ten goede komt? Bijvoorbeeld: minder conflicten omtrent de opvoeding en de verzorging van de kinderen. - Menen deze vaders dat het ouderschapsplan de band met hun kinderen ten goede komt? - Menen deze vaders dat het ouderschapsplan hen beter in staat stelt om betrokken te zijn bij de opvoeding en verzorging van hun kind(eren)? - Hoe beleven deze vaders (de werking van) het ouderschapsplan? Met behulp van het programma SPSS worden er aan de hand van de vijf thema s en de bijbehorende deelvragen een aantal cijfers gepresenteerd. Deze cijfers geven een algemeen beeld van de ervaring en beleving van de vaders inzake het ouderschapsplan. Op basis van deze cijfers heb ik uiteindelijk een conclusie kunnen formuleren VERWERKEN INTERVIEWS VADERS Alle interviews zijn opgenomen met een voice-recorder. Aan de hand van de geluidsopnames is er voor elk interview een interviewprotocol gemaakt: de interviews zijn letterlijk uitgetypt. Ondanks dat de geïnterviewde respondenten allemaal in een vergelijkbare situatie verkeren, heeft elke vader zijn eigen verhaal. Om zoveel mogelijk recht te doen aan de individuele verhalen van deze vaders is ervoor gekozen om de kwalitatieve dataverzameling wederom te ordenen aan de hand van de vijf thema s die bij de digitale enquête, maar ook tijdens het interview aan de orde kwamen: afspraken in het ouderschapsplan, verstandhouding met de ex-partner, band met de kinderen, opvoeding en verzorging en de visie op de werking van het ouderschapsplan. Voor elk thema is vervolgens een tabel opgesteld waarin een aantal essentiële aspecten worden weergegeven die onder het desbetreffende thema vallen. Aan de hand van deze aspecten wordt een eerste indruk gegeven van de situatie waarin de vaders verkeren. De gegevens uit de tabel worden aangevuld met citaten uit de interviews. De keuze om bij het verwerken van de resultaten, zoveel mogelijk de vaders zelf aan het woord te laten is bewust gemaakt 36

45 om de waarde te behouden van deze persoonlijke verhalen. Het doel van de interviews, namelijk een duidelijk beeld krijgen van de onverbloemde ervaring en beleving van deze vaders inzake het ouderschapsplan, wordt op deze manier het beste gerealiseerd. Op basis van de verzamelde en uitgewerkte data heb ik vervolgens een conclusie geformuleerd VERWERKEN INTERVIEWS ADVOCATEN Evenals de interviews met de vaders, zijn ook de interviews met de advocaten opgenomen met een voice-recorder en zijn er aan de hand van de geluidsopnames interviewprotocollen gemaakt. Vervolgens heb ik van deze interviewprotocollen een samenvatting gemaakt, waarbij ik de interviews telkens horizontaal heb doorlopen en per vraag een samenvatting heb gemaakt van de gegeven antwoorden door de drie advocaten. Aan de hand van deze samenvatting heb ik de deelvragen beantwoord die ik voorafgaand aan de interviews had opgesteld. Voor deel I: Feiten aangaande het ouderschapsplan gelden de volgende deelvragen: - Welke ouders hebben precies de verplichting om een ouderschapsplan op te stellen? - Wat gebeurt er wanneer ouders niet tot eensgezinde afspraken kunnen komen in het ouderschapsplan? - Wat gebeurt er wanneer een ouder ondanks de gemaakte afspraken de omgang tussen een kind en de andere ouder blijft frustreren? - Wat zijn de gevolgen voor ouders die zich niet aan de gemaakte afspraken in het ouderschapsplan houden? Voor deel II: Visie advocaten op werking ouderschapsplan zijn de volgende deelvragen opgesteld: - Hoe beoordelen de advocaten de positie van vaders ten opzichte van de positie van moeders, met betrekking tot de verzorging en opvoeding van hun kind(eren), na een scheiding? - In het ouderschapsplan wordt gestreefd naar een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding. Wat wordt er volgens de advocaten precies verstaan onder een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders? (artikel 247, lid 4). En hoe wordt dit gelijkwaardig ouderschap gewaarborgd in het ouderschapsplan? - Welk beeld hebben de advocaten van de mate waarin de afspraken die ouders maken in het ouderschapsplan, over het algemeen worden nagekomen door beide partijen? - Zijn de advocaten van mening dat het ouderschapsplan bijdraagt aan een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding? Waarom wel of waarom niet? 37

46 - Zouden er volgens de advocaten nog een aantal zaken verbeterd of aangepast moeten worden aan het ouderschapsplan, om (nog) beter tegemoet te kunnen komen aan het doel: het realiseren van een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding? Zo ja, welke? 38

47 8 RESULTATEN 8.1 RESULTATEN DIGITALE VRAGENLIJST (N=16) De resultaten van de digitale vragenlijst zullen aan de hand van de eerder genoemde vijf thema s worden weergegeven: afspraken in het ouderschapsplan, verstandhouding met ex-partner, band met kinderen, opvoeding en verzorging en tot slot de visie van vaders op de werking van het ouderschapsplan. Allereerst zullen er echter een aantal kenmerken van de respondenten worden genoemd. Kenmerken respondenten Aan de enquête hebben in totaal 16 respondenten deelgenomen, in de leeftijd van dertig tot en met vijftig jaar. De respondenten zijn afkomstig uit het noorden, midden en zuiden van Nederland. Veertien vaders waren voorafgaand aan de scheiding getrouwd, een vader woonde samen met zijn ex-partner en een vader beschrijft de leefsituatie met zijn ex-partner als anders. In tien gevallen heeft de ex-partner het initiatief tot de scheiding genomen en in twee gevallen de vader zelf. In vier gevallen was de scheiding een gezamenlijke beslissing. Negen vaders zijn op het moment dat zij de enquête invullen alleenstaand. Drie vaders hebben een LAT-relatie, een vader woont samen met een nieuwe partner en drie vaders omschrijven hun huidige leefsituatie als anders. Het aantal kinderen dat de vaders hebben met hun ex-partner varieert van een tot en met drie. Twaalf vaders waren, ten tijde van de geboorte, getrouwd met hun ex-partner. Dat betekent dat zij automatisch het ouderlijk gezag over hun kinderen hebben. Een vader had een geregistreerd partnerschap met zijn ex-partner. Omdat hij vervolgens zijn kind heeft erkend, heeft hij ook het ouderlijk gezag. De drie overige vaders hadden een samenlevingscontract of woonden samen zonder enige vorm van overeenkomst. Deze vaders moeten, als zij het ouderlijk gezag over hun kinderen willen hebben, hun kinderen erkennen en vervolgens het gezag aanvragen via de rechtank. Twee vaders hebben dat ook daadwerkelijk gedaan en een vader heeft zijn kind wel erkend, maar heeft niet het ouderlijk gezag aangevraagd. In twaalf gevallen hebben de kinderen het hoofdverblijf bij hun moeder en in drie gevallen is er sprake van een co-ouderschap. De overige vader geeft aan dat de woonsituatie van de kinderen anders is. In geen enkel geval hebben de kinderen het hoofdverblijf bij hun vader. Zes vaders zien hun kinderen een keer in de week. Twee vaders zien hun kinderen eens in de twee weken en een vader ziet zijn kinderen een keer in de drie weken. Drie vaders geven aan dat ze hun kinderen minder zien dan een keer in de vier weken en vier vaders zien hun kinderen meer dan een keer in de week. 39

48 Tot slot een opmerkelijke uitkomst: vijf van de zestien respondenten zijn gescheiden zonder dat er een ouderschapsplan is opgesteld. Hoewel de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding ouders vanaf 1 maart 2009 verplicht stelt om een ouderschapsplan op te nemen in hun verzoek tot echtscheiding, is er in de praktijk kennelijk toch de mogelijkheid om zonder ouderschapsplan te kunnen scheiden van je partner. Omdat dit onderzoek het doel heeft om de werking van het ouderschapsplan in beeld te brengen, wordt bij het weergeven van de resultaten in de hierop volgende thema s, met uitzondering van het laatste thema, telkens onderscheid gemaakt tussen de vaders die met en de vaders die zonder ouderschapsplan zijn gescheiden. Afspraken in het ouderschapsplan De deelvraag die bij dit thema centraal staat is: Hoe denken de vaders over de gemaakte afspraken met betrekking tot de kinderen en over de manier waarop deze afspraken tot stand zijn gekomen? Om een eerste beeld te krijgen van hoe de vaders het maken van afspraken in het ouderschapsplan ervaren, is er aan de respondenten gevraagd of zij bij het opstellen van het plan problemen hebben ondervonden. Veertien vaders antwoorden dat dit inderdaad het geval is. Het probleem dat verreweg het meest door de vaders wordt genoemd is dat de ex-partner het contact tussen hem en zijn kinderen zoveel mogelijk wil(de) beperken. Een zorgwekkend resultaat, aangezien de ontevredenheid van een moeder over de omgangsregeling met vader een negatief effect kan hebben op het welzijn van het kind. Bovendien kan het kind hierdoor in een loyaliteitsconflict raken. Andere problemen die in het kader van het opstellen van het ouderschapsplan worden genoemd zijn: de ex-partner gebruikt de kinderen om bepaalde zaken bij de vader af te dwingen, de ex-partner is niet bereid om een ouderschapsplan op te stellen en tot slot het niet eens kunnen worden over de hoogte van de alimentatie. Slechts twee vaders hebben zonder problemen afspraken kunnen maken met hun expartner. Vervolgens kijken we hoe de vaders hun tevredenheid zelf beoordelen. De resultaten hiervan zijn te vinden in tabel 7a en 7b. Tabel 7a:Tevredenheid vaders over totstandkoming afspraken Tevreden? Aantal vaders met ouderschapsplan Percentage (%) Aantal vaders zonder ouderschapsplan Percentage (%) Totaal Percentage (%) Ja Nee Totaal

49 Tabel 7b: Tevredenheid vaders over gemaakte afspraken Tevreden? Aantal vaders met ouderschapsplan Percentage (%) Aantal vaders zonder ouderschapsplan Percentage (%) Totaal Percentage (%) Ja Nee Totaal Uit tabel 7a en 7b is af te lezen dat elf vaders (69%) niet tevreden zijn over de manier waarop de afspraken tot stand zijn gekomen. Tien vaders (64%) zijn niet tevreden met de afspraken die uiteindelijk zijn gemaakt met betrekking tot de kinderen. Ondanks de lage tevredenheid onder de vaders, zijn de vaders met ouderschapsplan op beide gebieden meer tevreden zijn dan de vaders zonder ouderschapsplan. Er is dus duidelijk een positief verband te zien tussen het opstellen van een ouderschapsplan en de tevredenheid van de vaders over zowel de totstandkoming van de afspraken als over de gemaakte afspraken op zich. Verstandhouding met ex-partner Bij dit thema staat de vraag centraal of de vaders van mening zijn dat het ouderschapsplan de verstandshouding tussen hen en hun ex-partner ten goede komt. Allereerst kijken we hoe de respondenten de verstandhouding met hun ex-partner zelf beoordelen. In de enquête konden de respondenten kiezen tussen de cijfers 1 tot en met 5, waarbij 1 zeer slecht is en 5 zeer goed (zie tabel 8). Van de vaders met een ouderschapsplan beoordeelt slechts één vader de verstandhouding met het cijfer 3 (normaal). Tien van de elf vaders beoordelen de verstandhouding tussen hen en hun expartner als slecht tot zeer slecht, dat is een percentage van 91%. De vaders zonder ouderschapsplan zijn eenduidig in hun antwoord: alle vaders beoordelen de verstandhouding met hun ex-partner als zeer slecht. Tabel 8: Beoordeling verstandhouding ex-partner Toegekend cijfer Aantal vaders met ouderschapsplan Percentage (%) Aantal vaders zonder ouderschapsplan Percentage (%) Totaal Percentage (%) Totaal (1= zeer slecht 5= zeer goed) 41

50 Vervolgens werd er aan de respondenten gevraagd om een inschatting te maken van hoe de verstandhouding was geweest wanneer er geen ouderschapsplan was opgesteld. De respondenten konden kiezen tussen de volgende antwoordmogelijkheden: beter, slechter of hetzelfde. Bij deze vraag zijn de vaders zonder ouderschapsplan uiteraard buiten beschouwing gelaten. In tabel 9 zijn de resultaten te zien. Zeven van de elf vaders (64%) denken dat het ouderschapsplan geen invloed heeft gehad op de kwaliteit van de verstandhouding tussen hen en hun ex-partner. Vier vaders (36%) verwachten dat de verstandhouding zonder ouderschapsplan slechter was geweest. Tabel 9: Verwachte verstandhouding ex-partner zonder ouderschapsplan Verwachting Aantal vaders Percentage (%) Beter 0 0 Slechter 4 36 Hetzelfde 7 64 Totaal (1= zeer slecht 5= zeer goed) Om bovenstaande gegevens te controleren heb ik de gemiddelde cijfers, die de twee groepen vaders (vaders met en vaders zonder ouderschapsplan) toekennen aan de verstandhouding met hun ex-partner, met elkaar vergeleken. De gemiddelde cijfers zijn te zien in tabel 10. Tabel 10: Gemiddelde beoordeling verstandhouding ex-partner Ouderschapsplan Gemiddeld cijfer Totaal aantal respondenten Met 1,55 11 Zonder 1 5 (1= zeer slecht - 5= zeer goed) Het verschil tussen deze gemiddelde cijfers (0,5) lijkt op het eerste gezicht niet noemenswaardig. Om met zekerheid te kunnen zeggen of de kwaliteit van de verstandhouding afhankelijk is van het wel of niet hebben van een ouderschapsplan, moet worden gekeken of er sprake is van significante verschillen tussen de gemiddelde cijfers. Wetende dat het gaat om een rechtsscheve verdeling en twee onafhankelijke groepen vaders, heb ik een Wilcoxon-toets uitgevoerd met de volgende nulhypothese: de kwaliteit van de verstandhouding is niet afhankelijk van het wel of niet hebben van een ouderschapsplan. De uitkomst van de toets is een W-waarde van 30 en een P-waarde van 0,194 bij een α van 0,05. Op basis van deze uitkomst kunnen we concluderen dat de nulhypothese niet verworpen kan worden. Dat betekent dat het ouderschapsplan niet doorslaggevend is voor een goede verstandhouding tussen de vaders en hun ex-partner. 42

51 Band tussen vader en kinderen De centrale vraagstelling bij dit thema luidt als volgt: Menen deze vaders dat het ouderschapsplan de band met hun kinderen ten goede komt? Om een antwoord te krijgen op deze vraagstelling kijken we allereerst naar het oordeel dat de elf vaders met een ouderschapsplan hebben gegeven aan de band met hun kinderen. Ook hierbij konden de respondenten wederom kiezen tussen de cijfers 1 tot en met 5, waarbij 1 zeer slecht is en 5 zeer goed. De resultaten worden weergegeven in tabel 11. Van alle vaders beoordeelt 91% de band als goed tot zeer goed. Slechts één vader kent het cijfer 1 (zeer slecht) toe aan de band met zijn kinderen. Van de vaders zonder ouderschapsplan beoordeelt 60% van de vaders de band als goed tot zeer goed en 40% van de vaders beoordeelt de band als zeer slecht. Tabel 11:Beoordeling band met kinderen Toegekend cijfer Aantal vaders met ouderschapsplan Percentage (%) Aantal vaders zonder ouderschapsplan Percentage (%) Totaal Percentage (%) Totaal (1= zeer slecht 5= zeer goed) Verder werd er aan de respondenten gevraagd hoe zij denken dat de band met hun kinderen was geweest als er geen ouderschapsplan was opgesteld. Zij konden hierbij kiezen uit de volgende antwoordmogelijkheden: beter, slechter of hetzelfde. De vaders zonder ouderschapsplan zijn wederom niet meegnomen in de resultaten. In tabel 12 zijn de antwoorden van de vaders met ouderschapsplan weergegeven. Bijna de helft van deze vaders (46%) denkt dat de band met zijn kinderen slechter was geweest zonder ouderschapsplan. Meer dan de helft van deze vaders (55%) verwacht dat de band tussen hem en zijn kinderen hetzelfde was geweest als er geen ouderschapsplan was opgesteld. Tabel 12: Verwachte band zonder ouderschapsplan Verwachting Aantal vaders Percentage (%) Beter 0 0 Slechter 5 46 Hetzelfde 6 55 Totaal (1= zeer slecht 5= zeer goed) 43

52 Evenals bij het onderdeel over de verstandhouding met de ex-partners, heb ik dit gecontroleerd door de gemiddelde beoordelingen van de twee groepen vaders (de vaders met en de vaders zonder ouderschapsplan) met elkaar te vergelijken en te toetsen op significante verschillen. De gemiddelde cijfers worden weergegeven in tabel 13. Tabel 13: Gemiddelde beoordeling band met kinderen Ouderschapsplan Gemiddeld cijfer Totaal aantal respondenten Met 4 11 Zonder 3,2 5 (1= zeer slecht 5= zeer goed) In de gemiddelden is een verschil te zien van 0,8. Om zinnige uitspraken te kunnen doen over de vraag of de kwaliteit van de band tussen vader en kinderen afhankelijk is van het wel of niet hebben van een ouderschapsplan, moet wederom worden gekeken of er sprake is van significante verschillen tussen de gemiddelde cijfers. Wetende dat het gaat om een niet-normale verdeling en twee onafhankelijke groepen vaders, heb ik wederom een Wilcoxon-toets uitgevoerd met de volgende nulhypothese: de kwaliteit van de band tussen vader en kinderen is niet afhankelijk van het wel of niet hebben van een ouderschapsplan. De uitkomst van de toets is een W-waarde van 39,5 en een P-waarde van 0,73 bij een α van 0,05. Op basis van deze uitkomst kunnen we concluderen dat de nulhypothese niet verworpen kan worden. Dat betekent dat het ouderschapsplan voor de vaders niet van doorslaggevend belang is voor de kwaliteit van de vader-kindrelatie. Tot slot werd de respondenten gevraagd of zij de band die zij hebben met hun kinderen, wilden vergelijken met de band die ze hadden voorafgaand aan de scheiding. Bij deze vraag moesten de vaders aangeven of de band met hun kinderen slechter of beter was geworden, hetzelfde was gebleven, of was veranderd (zie tabel 14). Tabel 14: Vergelijking met band voor de scheiding Vaders Vergelijking Aantal vaders met ouderschapsplan Percentage (%) Aantal vaders zonder ouderschapsplan Percentage (%) Totaal Percentage (%) Beter geworden Slechter geworden Hetzelfde gebleven Veranderd Totaal

53 In de antwoorden die de vaders hebben gegeven op deze vraag is een grote verscheidenheid te zien, zowel bij de vaders met als bij de vaders zonder ouderschapsplan. Deze grote verscheidenheid kan een aanwijzing zijn voor de aanname dat de ontwikkeling van de band tussen een vader en zijn kinderen na een scheiding, van een groot aantal factoren afhankelijk is. Het wel of niet hebben van een ouderschapsplan lijkt hierbij geen doorslaggevende rol te spelen. Opvoeding en verzorging Bij de opvoeding en verzorging wordt gekeken naar de vraag of de vaders menen dat het ouderschapsplan hen beter in staat stelt om betrokken te zijn bij de opvoeding en verzorging van hun kind(eren). Allereerst kijken we naar de antwoorden die de vaders zelf hebben gegeven op deze vraag. Tien van de zestien vaders (63%) vinden dat het ouderschapsplan geen rol heeft gespeeld bij de mate waarin zij betrokken zijn bij de opvoeding en verzorging van de kinderen. Vier vaders (25%) zijn van mening dat het ouderschapsplan een positieve invloed heeft gehad en twee vaders (13%) vinden dat het ouderschapsplan een negatieve invloed heeft gehad op de mate van betrokkenheid. Om te achterhalen waarom het grootste deel van de vaders van mening is dat het ouderschapsplan geen invloed heeft gehad op de mate van betrokkenheid bij de opvoeding en verzorging, heb ik gekeken naar de mate van overleg tussen de vaders en hun ex-partner, omtrent een drietal belangrijke aspecten van de opvoeding en verzorging (alledaagse zorg, school en de gezondheid van de kinderen). Eerst is er gekeken naar de mate van overleg over de alledaagse verzorging voor de kinderen. Hieronder worden onder andere de lichamelijke verzorging, wijze van kleden, haardracht, thuiskomtijden en bedtijden verstaan. Tabel 15: Overleg met ex-partner omtrent de alledaagse zorg Mate van overleg Aantal vaders met ouderschapsplan Percentage (%) Aantal vaders zonder ouderschapsplan Percentage (%) Totaal Percentage (%) Dagelijks Wekelijks Maandelijks Jaarlijks Nooit Anders Totaal

54 Tabel 15 laat zien dat het grootste deel van de respondenten, van zowel de vaders met als de vaders zonder ouderschapsplan, hebben gekozen voor de antwoordmogelijkheid nooit of anders. Bij de optie anders kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de vader en zijn ex-partner die alleen overleggen als er een belangrijke verandering plaatsvindt op dit gebied (de puberzoon mag een uur later thuiskomen na een avondje stappen of de dochter die nu al in groep 8 zit mag een uur later op bed dan twee jaar geleden). Het kan ook zijn dat de vader en zijn ex-partner geen vaste afspraken hebben gemaakt over de mate van overleg, maar dat er alleen overleg plaatsvindt wanneer één van hen aangeeft daar behoefte aan te hebben. Ondanks dat er in beide groepen door een groot deel van de respondenten wordt aangegeven dat ze nooit met hun ex-partner overleggen over de alledaagse verzorging, is er toch een groot contrast te zien in de percentages. Van de vaders met ouderschapsplan geeft 46% aan nooit te overleggen, tegenover 80% van de vaders zonder ouderschapsplan. In percentages is dat dus bijna het dubbele. Met behulp van de Wilcoxon-toets heb ik de nulhypothese getoetst dat de twee onafhankelijke groepen vaders niet significant van elkaar verschillen. De uitkomst van deze toets is een W-waarde van 37,5 en een P-waarde van 0,59 bij een α van 0,05. De nulhypothese kan niet worden verworpen. Dat betekent dat er geen beduidende verschillen zijn tussen de twee groepen vaders in de mate van overleg, die zij met hun ex-partner hebben over de alledaagse zorg voor hun kinderen. Vervolgens kijken we naar de school van de kinderen: in hoeverre zijn de vaders betrokken bij de school van hun kinderen en bezoeken zij bijvoorbeeld gelegenheden als ouderavonden en 10-minutengesprekken? Tabel 16: Bezoek schoolaangelegenheden Bezoek school Aantal vaders met ouderschapsplan Percentage (%) Aantal vaders zonder ouderschapsplan Percentage (%) Totaal Percentage (%) Gezamenlijk Apart Alleen moeder Alleen vader Niet van toepassing Anders Totaal Tabel 16 laat zien dat 46% van de vaders met ouderschapsplan dergelijke gelegenheden samen met zijn ex-partner bezoekt in tegenstelling tot de 0% van de vaders zonder ouderschapsplan die dat gezamenlijk doet. Het percentage vaders dat apart van zijn ex- 46

55 partner schoolaangelegenheden bezoekt ligt in beide categorieën vaders erg dicht bij elkaar, namelijk rond de 40%. Een enkele vader heeft voor een van de andere opties gekozen. De laatste twee antwoordmogelijkheden ( niet van toepassing en anders ) vereisen wellicht enige toelichting. De optie niet van toepassing is toegevoegd voor vaders die (nog) geen schoolgaande kinderen hebben. Bij de optie anders kan bijvoorbeeld worden gedacht aan situaties waarin de vaders en hun ex-partners in sommige gevallen dergelijke gelegenheden samen bezoeken en in sommige gevallen apart van elkaar. Ook voor dit onderdeel is met behulp van de Wilcoxon-toets gekeken of de vaders met en de vaders zonder ouderschapsplan op significante wijze van elkaar verschillen. De toets geeft een W-waarde van 76,0 en een P-waarde van 0,03 bij een α van 0,05. De nulhypothese dat er bij het bezoeken van schoolaangelegenheden geen significante verschillen zijn tussen de twee groepen vaders, kan in dit geval worden verworpen. Er is dus wel degelijk sprake van een aanzienlijk verschil. Tot slot kijken we naar de mate van overleg omtrent de gezondheid van de kinderen (bijvoorbeeld doktersbezoek, medicijngebruik en ziekte). Bespreken de vaders op dit gebied alles, alleen de belangrijke zaken of bespreken ze niks met hun ex-partner? Ook konden de respondenten bij deze vraag kiezen voor de optie anders. Onder anders kan bijvoorbeeld worden verstaan dat er sprake is van eenrichtingsverkeer: vader houdt moeder wel op de hoogte, maar moeder doet dat niet bij vader of vice versa. Ook kan het zijn dat de ouders hebben afgesproken om alleen belangrijke zaken met elkaar te bespreken, maar dat er af en toe ook minder belangrijke zaken als bijvoorbeeld een doktersbezoek voor hooikoorts, of een voetwratje ter sprake komen. Tabel 17: Overleg met ex-partner omtrent gezondheid van de kinderen Overleg over Aantal vaders met ouderschapsplan Percentage (%) Aantal vaders zonder ouderschapsplan Percentage (%) Totaal Percentage (%) Alles Belangrijke zaken Niets Anders Totaal Tabel 17 geeft een overzicht van de antwoorden die de vaders hebben gegeven. Van de vaders met ouderschapsplan bespreken negen van de elf vaders (91%) de zaken omtrent de gezondheid van zijn kinderen met hun ex-partner (ofwel álle zaken ofwel alleen belangrijke zaken). Daarentegen bespreken slechts twee van de vijf vaders zonder ouderschapsplan (20%) de zaken omtrent de gezondheid van de kinderen met hun expartner. Ook bij dit laatste onderdeel zijn de twee onafhankelijke groepen vaders met 47

56 behulp van de Wilcoxon-toets getoetst op significante verschillen. Deze toets geeft een W-waarde van 74,5 en een P-waarde van 0,01 bij een α van 0,05. Hieruit kunnen we concluderen dat ook hier de nulhypothese, dat er geen significante verschillen zijn tussen de twee groepen vaders, kan worden verworpen. Tot slot is het zinvol om te weten dat 12 van de zestien vaders aangeven, dat is een aanzienlijk percentage van 75%, dat zij graag meer betrokken zouden willen zijn bij de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Kennelijk is slechts 25% van de vaders tevreden met de huidige mate van betrokkenheid. De vaders met ouderschapsplan overleggen over het algemeen meer met hun ex-partner dan de vaders zonder ouderschapsplan. De significantie-toetsen hebben zelfs op twee van de drie gebieden van de opvoeding en verzorging, significante verschillen gevonden tussen de groep vaders met en de groep vaders zonder ouderschapsplan. Kennelijk stelt het ouderschapsplan ouders in staat om beter samen te werken op het gebied van opvoeding en verzorging van de kinderen. Dat betekent, vooral in de gevallen waarbij de kinderen het hoofdverblijf hebben bij de moeder (en dus ook meer tijd met moeder dan met vader doorbrengen), dat het ouderschapsplan vaders wel degelijk beter in staat stelt om meer betrokken te zijn bij de opvoeding en verzorging van hun kinderen. Visie vaders op werking ouderschapsplan Bij dit laatste thema staat de volgende vraag centraal: Hoe beleven deze vaders (de werking van) het ouderschapsplan? Allereerst werd gekeken of de vaders van mening zijn dat het ouderschapsplan wel of niet bijdraagt aan een gelijkwaardig ouderschap. Bij dit onderdeel is de mening van alle vaders van even groot belang, daarom wordt er bij dit thema geen onderscheid gemaakt tussen de vaders met en de vaders zonder ouderschapsplan. In tabel 18 is te zien dat ongeveer een derde van de vaders vindt dat het ouderschapsplan een bijdrage levert aan een gelijkwaardig ouderschap. Bijna al deze vaders onderbouwen deze mening met hetzelfde argument: het ouderschapsplan is een contract waarin afspraken zijn vastgelegd waarop je terug kunt komen. Dit contract verplicht beide ouders om zich aan deze afspraken te houden. Ruim twee derde van de vaders is niet van mening is dat het ouderschapsplan een bijdrage levert aan een gelijkwaardig ouderschap. Twee bezwaren ten opzichte van het ouderschapsplan worden hierbij opmerkelijk vaak genoemd: ten eerste dat het in de praktijk vrij eenvoudig is om te scheiden terwijl er geen ouderschapsplan is opgesteld en ten tweede dat er geen consequenties aan verbonden zijn als de ex-partner zich niet aan de afspraken in het ouderschapsplan houdt. Een ander bezwaar dat door een aantal vaders wordt genoemd is dat er een scheef rechtssysteem is in Nederland; als het om de kinderen gaat kiest een rechter sneller de kant van moeder. Een andere vader vindt dat dit ook voor het ouderschapsplan geldt, waarin teveel rekening wordt gehouden met de moeder en te 48

57 weinig met de vader. Hij doet hierover de volgende treffende uitspraak: Er word alleen maar gesproken over een OMGANGSregeling terwijl ik altijd heb aangegeven een ZORGregeling te willen hebben. Opvallend is dat de ervaringen van de vaders die van mening zijn dat het ouderschapsplan níet bijdraagt aan een gelijkwaardig ouderschap (in de praktijk is er geen verplichting: er zijn geen consequenties aan verbonden als een ouder zich niet aan de afspraken houdt) in feite loodrecht tegenover de ervaringen staan van de vaders die van mening zijn dat het ouderschapsplan wél bijdraagt aan een gelijkwaardig ouderschap (het is een contract dat beide ouders verplicht stelt om zich aan de afspraken te houden). Tabel 18: Visie vaders op werking ouderschapsplan Verbeteringen nodig? Bijdrage aan een gelijk Ja Percentage (%) Nee Percentage (%) Totaal Percentage (%) waardig ouderschap? Ja Nee Totaal Tabel 18 laat tevens zien dat 75% van alle respondenten vindt dat het ouderschapsplan verbeteringen kan gebruiken. De meest genoemde suggestie hierbij is dat zowel het opstellen van een ouderschapsplan als de naleving van de afspraken in het ouderschapsplan écht verplicht moeten worden, door er bijvoorbeeld sancties op te zetten wanneer één of beide ouders niet mee willen werken aan het opstellen van een ouderschapsplan of wanneer één of beide ouders zich niet houden aan de afspraken in het ouderschapsplan. Een andere verbetering die door een groot deel van de vaders wordt genoemd is het standaard uitgaan van een co-ouderschap bij het opstellen van een ouderschapsplan, tenzij het voor één van de ouders niet mogelijk is om de helft van de zorg en opvoeding voor zijn of haar rekening te nemen. Uit het voorgaande kunnen we concluderen dat een buitengewoon groot deel van de vaders van mening is dat de werking van het ouderschapsplan op dit moment nog te wensen overlaat. Met name vanwege het feit dat er in de praktijk vanuit de Nederlandse rechtspraak nog te mild wordt gereageerd op zogenaamde tegenwerkende ouders. 8.2 RESULTATEN INTERVIEWS VADERS (N=5) In deze paragraaf worden de resultaten weergegeven die uit de face-to-face interviews met de vaders verkregen zijn. De resultaten zullen aan de hand van de eerder genoemde vijf thema s worden gepresenteerd: afspraken in het ouderschapsplan, verstandhouding 49

58 met ex-partner, band met kinderen, opvoeding en verzorging en tot slot de visie van vaders op de werking van het ouderschapsplan. Elk thema begint met een tabel waarin een eerste indruk wordt gegeven van de situatie van de vaders. Deze eerste indruk wordt vervolgens aangevuld met een uitgebreidere beschrijving en met een aantal citaten van de geïnterviewde vaders. De keuze om op deze manier de resultaten van de interviews met de vaders te presenteren is heel bewust gemaakt, omdat hiermee recht wordt gedaan aan de onverbloemde ervaring, beleving en gevoelens van deze vaders inzake het ouderschapsplan. Afspraken in het ouderschapsplan In de eerste kolom in de onderstaande tabel wordt aangegeven om welke respondent het gaat. In de tweede kolom is te zien aan wie de rechter de kinderen heeft toegewezen. In de overige vier kolommen wordt vermeld of de vaders inderdaad een ouderschapsplan hebben opgesteld, of zij en hun ex-partner problemen hebben ondervonden bij het opstellen van het ouderschapsplan, of zij bij het opstellen van het ouderschapsplan bemiddeling hebben gehad van een mediator en tot slot wordt aangegeven of de vaders tevreden zijn over de uiteindelijk gemaakte afspraken. Tabel 19: Afspraken in het ouderschapsplan Vader Kinderen toegewezen aan: Ouderschapsplan Problemen bij opstellen ouderschapsplan? Mediation V1 Vader Ja Nee Ja, mediator was heel functioneel. V2 Moeder Nee, mijn ex-partner Ja Ja, maar ex-partner liep weigerde om samen weg uit de gesprekken. afspraken te maken. V3 Moeder Nee, dat wilde mijn expartner niet. Ja Nee, ex-partner weigerde om haar medewerking te verlenen. V4 Moeder Ja Ja Ja, mediator is voor de afspraken van cruciaal belang geweest. V5 Moeder Nee, mijn ex-partner werkte dit tegen. Ja Nee, is niet ter sprake gekomen tijdens het scheidingsproces. Tevreden over de gemaakte afspraken m.b.t. de kinderen? Ja Nee Nee Ja Nee In slechts één van de vijf gevallen zijn de kinderen toegewezen aan hun vader. Hierbij moet overigens worden vermeld dat ook in dit geval de kinderen in eerste instantie aan de moeder waren toegewezen. De moeder bleef de omgang tussen de vader en zijn kinderen echter frustreren, terwijl de vader er juist op gericht was om een goede middenweg te vinden. Wat hierbij opvalt is dat het enige geval waarin de kinderen aan de vader zijn toegewezen, tevens het enige geval is waarbij er geen problemen zijn geweest bij het opstellen van het ouderschapsplan. Er zijn goede afspraken zijn gemaakt voor een co-ouderschap, waar beide ouders zich aan houden. Hierover wordt meer 50

59 verteld in paragraaf 8.2.3: Band met de kinderen. De betreffende vader geeft zelf de volgende verklaring voor het slagen in het opstellen van het ouderschapsplan: V1: Ik had platgezegd de touwtjes in handen. De rechter had mij de kinderen toevertrouwd. Dat betekent dat ik als man, in een situatie waar dat heel ongebruikelijk is, het voor het zeggen had. Ik hoefde dus niet mijn macht aan te wenden, ik hoefde niet als Spiderman in een toren te klimmen om mijn kinderen te zien. Want die periode heb ik ook gehad, dat ik drie maanden lang mijn kinderen bijna niet heb gezien. Dus ik ben de rechter erg dankbaar daarvoor. Ik had de macht in handen om te zeggen: we gaan het zo doen en ik heb die macht niet eens hoeven misbruiken, want het kwartje was al snel gevallen bij mijn ex. En toen konden we ook gewoon op een normale manier onderhandelen. Van de vijf respondenten hebben er drie geprobeerd om met behulp van een mediator goede afspraken met hun ex-partner te maken over de kinderen. Twee vaders hebben dit ondervonden als een positieve ervaring, maar bij een vader is de mediation niet naar wens verlopen. Een aantal uitspraken van vaders over de mediation: V1: Het was prettig dat er een gespreksleider was, want ik ben over het algemeen vrij dominant in gesprekken en omdat ik daarbij ook nog eens de touwtjes in handen had, werkte dat als een rode lap op een stier voor mijn ex. Het was gewoon een hanengevecht en daar móest wel iemand tussen zitten, dat was gewoon heel functioneel. Ik vind eigenlijk sowieso dat het goed is om er iemand tussen te zetten die het belang van de kinderen bewaakt, want dat willen ouders in het heetst van de strijd nog wel eens uit het oog verliezen. V4: De mediator was gelukkig iemand van de middenweg, de regelingen die eruit zijn gekomen zijn ook echt met een liniaal doormidden gedeeld. De mediator is daarbij echt van cruciaal belang geweest. Van mij accepteerde ze niks en van hem accepteerde ze tenminste iets. V2: Dramatisch het is eigenlijk door de rechter opgelegd, of opgelegd die kant op gestuurd. ( ) En hoewel ik er, gezien haar karakter, een hard hoofd in had heb ik er wel mee ingestemd. We hebben een aantal sessies gehad, maar zij is uiteindelijk kwaad weggelopen uit die gesprekken. Ja, dan zit je daar gewoon voor lul, als ik dat zo mag zeggen, want een mediator bespreekt natuurlijk alleen dingen als je met z n drieën aan tafel zit. Zo n mediator moet vervolgens terugkoppelen aan de rechter of de mediation wel of niet gelukt is. Van tevoren moet je afspreken dat je achteraf niet meer mag terugkomen op de oorzaak, dus waarom de mediation niet is gelukt. En eigenlijk vind ik dat best wel jammer, want dan zou zo n rechter wel meteen een beter beeld hebben van de situatie. 51

60 Verder is te zien dat, hoewel het opstellen van een ouderschapsplan in principe een voorwaarde is om te kunnen scheiden, er toch drie van de vijf geïnterviewde vaders zijn gescheiden terwijl het ouderschapsplan ontbrak. Dit vanwege het feit dat de ex-partners van deze vaders er niet voor open stonden om samen afspraken te maken over de kinderen. Uit de uitleg die vader vijf van zijn advocaat krijgt blijkt, dat je in de praktijk zonder al te veel moeite kunt scheiden zonder ouderschapsplan: V5: Ik heb aan mijn advocaat gevraagd: Hoe kan ik nou eigenlijk gescheiden zijn zonder ouderschapsplan, want dat is toch verplicht? Toen zei mijn advocaat: Ja het is verplicht, maar als je het niet doet staan er geen sancties op. Dus in feite zegt het niet zoveel. Opvallend is tot slot het positieve verband tussen het opstellen van een ouderschapsplan en de tevredenheid over de gemaakte afspraken met betrekking tot de kinderen. De twee vaders met ouderschapsplan hebben een co-ouderschap met hun ex-partner en zijn tevreden over de gemaakte afspraken. Dit in tegenstelling tot de vaders zonder ouderschapsplan, die een weekendregeling of minder hebben en ontevreden zijn over de gemaakte afspraken. Verstandhouding met ex-partner In tabel 20 wordt in de eerste kolom wederom aangegeven om welke respondent het gaat. De beoordeling die de vaders zelf hebben toegekend aan de verstandhouding met hun ex-partner wordt weergegeven in de tweede kolom. Kolom drie laat zien via welke weg het contact tussen de vader en zijn ex-partner meestal verloopt. Tot slot worden in de laatste twee kolommen de ergernissen en de positieve aspecten met betrekking tot de verstandhouding met de ex-partner weergegeven. Tabel 20: Verstandhouding met ex-partner Vader Verstandhouding met ex-partner (zeer van slecht - zeer goed) Manier van contact V1 Slecht Face-to-face via of telefonisch. Ergernissen m.b.t. de verstandhouding met ex-partner - In eerste instantie frustreerde mijn ex de omgangsregeling, er is een periode geweest van drie maanden waarin ik mijn kinderen bijna niet heb gezien. - Mijn ex is onberekenbaar. - Ik moet mijn ex telkens wijzen op de gemaakte afspraken. - Ik moet steeds om alles vragen, mijn ex komt nooit zelf met informatie over de kinderen. Positieve aspecten m.b.t. de verstandhouding met expartner - Jaarlijkse evaluatie ouderschapsplan. - Op de verjaardagen van onze kinderen zijn mijn ex-partner en ik beide aanwezig. - We stellen allebei het belang van de kinderen voorop. 52

61 V2 Zeer slecht Soms telefonisch, of face-toface als ik mijn zoontje haal of breng. V3 Zeer slecht Op verzoek van mijn ex alleen via onze advocaten. V4 Zeer slecht Alleen via de . V5 Zeer slecht Meestal via sms of via - Mijn ex gebruikt onze zoon om bepaalde dingen bij mij af te dwingen. - Ze gaat in beroep tegen de omgangsregeling die de rechter heeft uitgesproken, ze wil dat ik afstand doe van mijn vaderschap. - Zij beschuldigt mij ervan dat ik niet goed voor onze zoon zorg. - Mijn ex geeft onze zoon in alles zijn zin en ze houdt hem heel klein. - Ze heeft gedreigd om onze zoon naar Polen te ontvoeren, want daar komt ze oorspronkelijk vandaan. - Ze maakt me zwart bij de crèche. - Ze heeft achter mijn rug om met een pedagoog gepraat en onder het mom van zijn advies verbied ze me om met mijn zoon op vakantie te gaan. - Mijn ex probeerde allerlei conflicten uit te lokken bij het brengen en halen van de kinderen. - Ze frustreerde de voorlopige omgangsregeling. - Mijn ex wil de omgang tussen mij en mijn kinderen stopzetten. - Mijn ex stookt de kinderen tegen mij op en heeft mijn middelste dochter zover gekregen dat ze heeft gezegd dat ik haar heb gedwongen om mij te kussen. Momenteel zie ik mijn kinderen daarom helemaal niet en binnenkort één middag per week onder begeleiding van Bureau Jeugdzorg. - Ze weigert mediation. - Ze wil alleen contact via onze advocaten. - Mijn ex wil met de kinderen verhuizen naar Leeuwarden, dan wordt het nog moeilijker om contact te houden met de kinderen. - Mijn ex probeert mij buiten te sluiten. - Mijn ex wilde in eerste instantie dat ik de kinderen niet meer zou zien. - Mijn ex overlegt nergens over met mij, ze probeert me overal buiten te houden. Zelfs als ik haar vraag om informatie, wil ze het niet geven. - Afgelopen vakantie is mijn jongste dochter maar twee weken bij mij geweest en vijf weken bij haar. - Ze reageert niet op de mails die ik haar stuur m.b.t. onze dochters. - Mijn ex probeert de kinderen in te zetten als wapen tegen mij. - Ze probeert me dwars te zitten met kleine dingen: bijvoorbeeld niet de medicijnen meegeven voor mijn jongste dochter. - Mijn ex wilde dat ik geen contact meer zou hebben met de kinderen en dat ik bovendien nergens over mee zou beslissen (school, sport). - Haar vader en broer hebben mij bedreigd omdat ik niet akkoord ging met haar voorwaarden. - Als de kinderen bij mij zijn belt en smst ze mij en mijn oudste zoons dat ze meteen terug naar huis moeten komen. - Ze probeert alle afspraken te boycotten door de kinderen thuis te houden. - Ze verbiedt mijn kinderen om contact met mij te hebben. Zij zet er zelfs een straf op: twee weken geen computer. Mijn kinderen smsen en msn-en stiekem met mij als zij er niet is. - Ze zegt altijd dat de kinderen niet met mij op Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing. 53

62 vakantie kunnen omdat ze weggaan, maar achteraf blijkt altijd dat ze gewoon thuis zijn. - Ze probeert me dwars te zitten met kleine dingen: bijvoorbeeld mijn dochter te weinig ondergoed meegeven. - Ze verbood mijn kinderen om naar mij te komen als mijn vriendin er was. Dat laat ze de kinderen zelf aan mij schrijven in mails. Deze relatie is inmiddels ook voorbij. - Ze verwijdert mails die ik aan mijn kinderen stuur. - Ze verbiedt mij om naar voorlichtingsavonden van de kinderen te gaan. - Ze informeert me nergens over, verbiedt de kinderen om hun rapport mee te nemen naar mij. Alle vijf vaders hebben een slechte tot zeer slechte verstandhouding met hun ex-partner. De ergernissen die de vaders noemen variëren van het stoken tussen de kinderen en hun vader, tot het verwijderen van de mails die een vader aan zijn kinderen stuurt. Wat opvalt is dat alle vaders aangeven dat hun ex-partner de omgang tussen hem en zijn kinderen belemmerde of nog steeds probeert te belemmeren. Gegeven het feit dat deze afwijzende houding van moeder een negatief effect heeft op het welzijn van het kind en waardoor het kind bovendien in een loyaliteitsconflict kan raken, is dit een zeer negatieve uitkomst. Enkele reacties van vaders: V2: Ik heb het voorstel gehad van: Joh, ik hoef helemaal geen geld van jou, geen alimentatie, als je maar afstand doet van je vaderschap. ( ) Uiteindelijk heeft de rechter een omgangsregeling uitgesproken, het staat op papier, maar een aantal weken geleden heb ik te horen gekregen dat ze tegen deze uitspraak in beroep gaat. Dus eigenlijk begint het verhaal weer van voor af aan. V3: Ze doet allerlei negatieve uitlatingen over mij naar de kinderen. Toen er nog sprake van was dat ik de kinderen één keer in de zoveel tijd ophaalde, zei ze bijvoorbeeld tegen de kinderen: Je mag papa niet kussen hoor. En vervolgens zag je dat met name mijn dochter van zes jaar oud, mij inderdaad niet meer durfde te kussen. En dan zie je eigenlijk echt dat de kinderen problemen krijgen met de loyaliteit. V5: In haar voorstel stond dat ze wilde dat ik geen contact meer zou hebben met de kinderen en ook nergens over mee zou beslissen met betrekking tot de kinderen. Ik werd dus in alles buiten spel gezet. ( ) Nu mag ik mijn kinderen één keer in de twee weken zien, maar de afspraken gaan altijd gepaard met drama, ze probeert altijd alles te boycotten. Het is ook meerdere malen voorgekomen dat we afspraken hadden gemaakt op papier, maar als het dan zover is zegt ze: de kinderen komen niet. En wat moet je dan? Dan zeg ik in eerste instantie: Dan kom ik ze halen, maar dat doe ik natuurlijk niet. Ik ga geen drama maken met mijn ex bij m n oude huis, waar mijn kinderen bij zijn. Maar zij laat het erop aankomen hoor. 54

63 Uit angst voor loyaliteitsproblemen heeft vader drie Bureau Jeugdzorg gevraagd om een beschermingsmaatregel te nemen. Bureau Jeugdzorg heeft vervolgens de Raad voor de Kinderbescherming ingeschakeld, welke een gesprek heeft gehad met de kinderen: V3: Tijdens dat gesprek heeft mijn middelste dochter van 6 jaar oud verteld dat ik haar gedwongen had mij te kussen en dat ik met mijn tong in haar mond zou zijn geweest. ( ) Dus de rechter heeft toen besloten dat het stopzetten van de omgang te ver ging, maar heeft wel gekozen voor een beperking van de omgangsregeling. Daarbij komt dat de omgang ook nog onder begeleiding plaats moet vinden. ( ) Ik vind het zo belachelijk dat ik als misdadiger wordt gezien, terwijl ik. (huilt) altijd de beste bedoelingen heb gehad. Verder vertellen alle vaders dat ze zich ergeren aan het feit dat hun ex-partner bepaalde informatie over de kinderen niet (uit zichzelf) aan hen doorgeeft: V4: Ik moet overal achteraan, want anders krijg ik dus geen informatie. Zelf stuur ik wel allemaal informatie, ik licht haar in over als ik ergens voor of met de kinderen ben geweest, 10-minutengesprekken en dat soort dingen. Maar het laatste 10-minutengesprek viel in haar week, dus daar is zij naartoe geweest, maar heeft daar tegen mij met geen woord over gesproken. V5: Ze zou me bijvoorbeeld een mail kunnen sturen, maar ze vertelt me niets. Als ik hoor dat mijn zoon al een paar weken niet gevoetbald heeft, dan moet ik dat van een ander horen of van hemzelf. Maar in elk geval niet van haar. In het begin was er nog die verplichte wekelijkse mail, maar dan stuurde ze me standaard één regel: deze week niets bijzonders te melden. Daar had ik ook niks aan, dus op een gegeven moment zijn we daar maar mee opgehouden. De vele ergernissen leiden tot een minimaal contact tussen de vaders en hun ex-partner. De eerste twee vaders hebben nog af en toe mondeling contact met hun ex-partner (telefonisch of face-to-face). In de overige gevallen hebben de vaders alleen nog schriftelijk (sms of ) of via de advocaten contact met hun ex-partner. V3: In het begin heb ik nog wel contact gehad via de mail, maar zij vond dat vervelend. Ze vond dat ik haar te vaak mailde. Zij heeft op een gegeven moment in maart 2010 besloten om haar mailadres stop te zetten en ik had geen ander adres van haar. En iedere keer als ik haar belde dan werd er niet opgenomen. Ze vertelde me ook dat alles via de advocaat moest gaan, maar voor mij betekent dat dat ik voor elke zes minuten, ook al gaat het om de kleinste dingen, moet gaan betalen. Zij heeft een pro-deo advocaat. Dus ik ben er helemaal niet blij mee dat alles via de advocaten geregeld moet worden en eigenlijk vind ik dat ook onnodig. 55

64 V4: Face-to-face contact dat werkt gewoon niet. Maar ook via de mail komen we er eigenlijk ook niet uit hoor, want ze doet gewoon altijd heel onredelijk tegen mij. Bovendien, als ze me mailt, is het om mij iets mee te delen, niet om te overleggen ( ) en op de mailtjes die ik haar de laatste tijd heb gestuurd heb ik niet eens antwoord gekregen. Wat moet ik daar nou mee? Ik krijg niks, dus daar kan ik ook niks mee. Omdat we er bij dit onderzoek voor hebben gekozen om enkel vaders kant van het verhaal te belichten, is niet met volledige zekerheid te zeggen dat de oorzaak voor de slechte verstandhouding uitsluitend bij de moeders ligt. Het spreekwoord waar er twee vechten hebben twee schuld bestaat immers niet voor niets. Echter, ook als we deze aanname meenemen in onze beschouwing, blijft het een feit dat de vijf geïnterviewde vaders onafhankelijk van elkaar een aantal overeenkomstige ergernissen noemen met betrekking tot de verstandhouding met hun ex-partner. Of dat wel of geen toeval is laten we in het midden. Band tussen vader en kinderen In de hierop volgende tabel wordt een eerste beeld geschetst van de band tussen de vaders en hun kinderen. In de eerste kolom wordt aangegeven om welke respondent het gaat. Kolom twee geeft de contactfrequentie weer. De beoordeling die de vaders zelf toekennen aan de band met hun kinderen is weergegeven in kolom drie. Ook werd de vaders gevraagd om de huidige band met hun kinderen te vergelijken met de band voor de scheiding. De resultaten hiervan zijn te zien in de laatste kolom. Tabel 21: Band tussen vader en kinderen Vader V1 V2 V3 V4 V5 Aantal keren contact met kinderen Co-ouderschap: de kinderen zijn helft van de week bij vader en de andere helft van de week bij moeder. Één keer in de twee weken een weekend en de andere week een doordeweekse dag. Momenteel helemaal niet. Binnenkort één middag per week onder begeleiding van Bureau Jeugdzorg. Co-ouderschap: de kinderen zijn de ene week bij vader en de andere week bij moeder. Één keer in de twee weken van zaterdagochtend tot zondagavond. Band met kinderen (zeer slecht - zeer goed) Zeer goed Zeer goed Goed Goed Zeer goed Band met kinderen in vergelijking met de situatie voor de scheiding De band is anders geworden: - Ik bied hen niet het gezinsleven dat ik hen graag had willen bieden. - Mijn rol t.o.v. hen is veranderd; ik ben liever geworden. De band is beter geworden: - Mijn zoon is ouder geworden: hij is nu drie en toen we uit elkaar gingen was hij anderhalf. - Ik heb het contact met hem alleen, zonder de bemoeienis van mijn ex. De band is slechter geworden: - Mijn ex-partner probeert de kinderen tegen me op te zetten. De band is beter geworden: - Ik heb na de scheiding een opvoedcursus gedaan over positief opvoeden. De band is hetzelfde gebleven: - Mijn ex verbiedt mijn kinderen om buiten de omgangsregeling om contact met mij te hebben, maar mijn kinderen zoeken toch stiekem contact met mij omdat ze me missen. 56

65 Het aantal keren dat de vaders contact hebben met hun kinderen verschilt. Twee vaders hebben samen met hun ex-partner een co-ouderschap. Twee vaders hebben een weekendregeling, waarbij een vader nog een extra doordeweekse dag heeft met zijn zoon in de andere week. Een vader heeft momenteel geen contact met zijn kinderen, maar werkt er naartoe om zijn kinderen binnenkort een middag in de week te zien, onder begeleiding van Bureau Jeugdzorg. Gezien de samenhang tussen de aanwezigheid van een vader en een grote hoeveelheid positieve ontwikkelingsuitkomsten, is het jammer dat slechts twee vaders een co-ouderschap hebben. Ondanks de verschillende contactfrequenties, hebben alle vaders de band met hun kinderen als goed tot zeer goed beoordeeld. Bij twee vaders is de vader-kindrelatie zelfs beter geworden in vergelijking met de situatie voor de scheiding. Beide vaders geven hiervoor een andere verklaring: V2: Hij is ten eerste natuurlijk een stuk gegroeid en ten tweede heb ik nu het contact met hem alleen, zonder de bemoeienis van mijn ex daarbij. Dat gaat verder buiten jouw onderzoek om, maar dat is één van de issues waarom onze relatie is stuk gelopen. Wij hadden hele verschillende opvattingen over de opvoeding. V4: Nou, ik ben naar opvoedcursussen gegaan, van LOES. Toevallig liep ik daar tegenaan: het gaat om positief opvoeden, dat klonk goed en bovendien was het gratis dus ik dacht: ik kan het altijd proberen. Voor mij zijn die cursussen erg waardevol geweest. De vertrouwensband met de kinderen is sterker geworden, nu ik ze zo positief benader. Ik denk dat dát sowieso een rol heeft meegespeeld. Bij vader één is de band tussen hem en zijn kinderen veranderd, bij vader drie is de band met zijn kinderen na de scheiding slechter geworden en bij vader vijf is de band hetzelfde gebleven. De ex-partner van vader vijf verbiedt de kinderen om, buiten de omgangsregeling om, contact te hebben met hun vader. Desondanks zoeken zijn kinderen buiten het weten van hun moeder om contact met hem. V1: De band is voornamelijk anders omdat ik eigenlijk niet ervaar dat ik een normaal gezinsleven heb met mijn kinderen. Dat is ook gebaseerd op mijn eigen pijn daarin, pijn omdat ik geen normaal gezinsleven heb met vader, moeder en kinderen. Mijn rol ten opzichte van hen is ook veranderd. Ik was een strenge, doch rechtvaardige vader en ik ben nu ook nog lief. Ik ben daar dus ook wel in positieve zin in gegroeid. Maar ik bied mijn kinderen niet het gezinsleven wat ik hen, toen ik aan kinderen begon, had willen bieden. Dus dat is nu wel anders. En met name mijn dochter, dat is echt een meisje-meisje, die heeft daar nu eigenlijk een beetje een oneigenlijke rol in genomen, gekregen door ook zeg maar voor papa te zorgen. Die is zeg maar het vrouwtje in huis. 57

66 V3: De band is slechter geworden. Dat komt met name omdat mijn ex probeert om de kinderen tegen mij op te zetten. Ze doet allerlei negatieve uitlatingen over mij naar de kinderen. V5: Ik zie ze veel minder, maar de band is nog steeds goed. Mijn ex moet niet weten dat ze met mij smsen. Ze zitten ook met mij op MSN, maar mijn ex mag dat niet weten. Ik sta zeg maar niet bij hen in de lijst. Maar als mijn ex even weg is, dan komen ze op MSN om met mij te praten. Hun mail houdt ze ook in de gaten. Zij heeft hun wachtwoord en het is regelmatig gebeurd dat ze mailtjes heeft verwijderd die ik aan mijn kinderen heb gestuurd. De verslechtering van de vader-kindrelatie in de situatie van vader drie lijkt logisch voort te vloeien uit het feit dat hij momenteel geen contact heeft met zijn kinderen. De antwoorden van de andere vaders laten geen samenhang zien met de frequentie van het contact tussen de vaders en hun kinderen. Kennelijk zijn er andere factoren die meer invloed hebben op de ontwikkeling van de band tussen vader en kind na een scheiding. Er kan hierbij worden gedacht aan nurture-factoren: denk aan de opvoedcursus die vader vier na zijn scheiding heeft gevolgd waardoor de vertrouwensband met zijn kinderen beter is geworden. Maar ook nature-factoren kunnen hierbij een rol spelen: bijvoorbeeld het sterke karakter van de kinderen die ondanks het verbod van hun moeder toch stiekem contact zoeken met hun vader. De kwaliteit van het contact tussen vader en kind is blijkbaar niet in een cruciale mate afhankelijk van de kwantiteit van het contact. Opvoeding en verzorging In de volgende tabel worden een aantal belangrijke aspecten weergegeven van de opvoeding en verzorging. Kolom twee tot en met vijf geven aan in hoeverre de ouders met elkaar overleggen over de alledaagse zorg, huisregels, de gezondheid van de kinderen en de schoolkeuze. In kolom zes is te zien hoe de ouders de schoolbezoeken onderling op elkaar hebben afgestemd. Wederom is in de eerste kolom te zien bij welke respondent de weergegeven informatie hoort. Tabel 22: Opvoeding en verzorging Vader V1 Alledaagse zorg Regels Gezondheid Schoolkeuze Bezoek gelegenheden op school (10-minutengesprekken/ ouderavonden) Afspraken over gemaakt in het ouderschapsplan: overleg via wekelijkse mail. Maar nu de kinde- ren ouder zijn is dat niet meer nodig. Vader en expartner passen allebei verschillende regels toe. Afspraken over gemaakt in het ouderschapsplan: alleen overleg over belangrijke zaken m.b.t. de gezondheid van de kinderen. Samen besloten: in ouderschapsplan is vastgelegd naar welke school de kinderen gaan, tenzij in onderling overleg anders wordt afgesproken. Dit soort gelegenheden bezoeken de vader en zijn expartner apart van elkaar. 58

67 V2 Geen overleg. Vader en expartner passen allebei verschillende regels toe. V3 Geen overleg. Niet van toepassing: vader ziet zijn kinderen momenteel niet. V4 Geen overleg. Vader en expartner passen allebei verschillende regels toe. V5 Geen overleg. Vader en expartner passen allebei verschillende regels toe. Geen overleg. Geen overleg. Alleen overleg over belangrijke zaken m.b.t. de gezondheid van de kinderen. Geen overleg. Schoolkeuze is door ex-partner gemaakt: ze is zonder overleg van crèche veranderd. Schoolkeuze is gemaakt toen vader en zijn expartner nog bij elkaar waren. Schoolkeuze is gemaakt toen vader en zijn expartner nog bij elkaar waren. Schoolkeuze is door ex-partner gemaakt. Dit soort gelegenheden bezoeken de vader en zijn expartner apart van elkaar. Dit soort gelegenheden bezoeken de vader en zijn expartner apart van elkaar. Dit soort gelegenheden bezoeken de vader en zijn expartner apart van elkaar. Dit soort gelegenheden bezoeken de vader en zijn expartner apart van elkaar. Vier vaders hebben geen overleg met hun ex-partners over de alledaagse zorg voor de kinderen, hun ex-partners nemen alle beslissingen. Slechts de eerste vader vertelt dat hij en zijn ex-partner in het ouderschapsplan afspraken hebben gemaakt over de alledaagse zorg voor de kinderen: V1: Zolang de kinderen nog niet mondig waren hebben we altijd wekelijkse overdrachten via de mail geschreven: wat hebben ze gedaan, bij wie zijn ze geweest, bijzonderheden. Zodat we daar toch allebei wel van op de hoogte waren. Soms ook hele praktische dingen, bijvoorbeeld op dinsdagavond hebben ze pasta gegeten, dan hou je er rekening mee dat ze woensdagavond niet weer pasta eten. Het zijn hele kleine dingen, maar wel belangrijk. We hebben het heel lang volgehouden, maar sinds twee jaar doen we dat niet meer omdat ze zelf genoeg kunnen vertellen. Verder geven alle vaders aan (met uitzondering van vader drie, omdat dit niet op hem van toepassing is) dat zij en hun ex-partners de regels voor de kinderen niet op elkaar afstemmen en dat zij elk hun eigen regels toepassen wanneer de kinderen bij hen zijn. Toch zouden de meeste vaders het liefst op een normale manier met hun ex-partner overleggen: V2: Ik zou het liefst een hele normale situatie hebben, waarbij je bijvoorbeeld één keer in de zes maanden afspreekt om bepaalde dingen te bespreken, omdat het toch over de verantwoordelijkheid voor één persoontje gaat. Dat is zoals ik het als ideaalbeeld voor ogen heb, maar helaas werkt dat niet zo. V4: Ik laat me niet meer vertellen hoe ik mijn kinderen moet opvoeden. Ik had het natuurlijk liever anders gezien, maar in deze situatie waarin alles zo moeilijk gaat, vind ik het wel prima dat we allebei onze eigen regels toepassen. 59

68 V5: De oudste is 14 maar ze behandelt hem alsof hij negen of tien is, hij wordt heel kort gehouden. Hij mag niks van haar in vergelijking met andere jongens van zijn leeftijd. Laatst was hij bij mij en toen vroeg hij of hij nog even een balletje mocht trappen met wat vrienden. Toen is hij tegen uur thuisgekomen ofzo. Ik bedoel: hij heeft vakantie, is 14 jaar, en hij is op een veldje dicht bij mijn huis, ik kan er binnen een paar minuten zijn, dus ik zei: ja natuurlijk. Maar dat mag hij van zijn moeder dus niet. Over de gezondheid van de kinderen overleggen alleen de twee vaders met een ouderschapsplan (vader één en vader vier) af en toe met hun ex-partner. De drie overige vaders vertellen dat er geen overleg plaatsvindt tussen hen en hun ex-partners over de gezondheid van hun kinderen. De reactie van vader vijf laat zien hoeveel verdriet het hem doet om niet te weten hoe het met zijn kinderen gaat. V1: We zijn inmiddels al uit het consultatiebureau-gebeuren ( ) maar destijds hadden we wel afspraken gemaakt over het consultatiebureau: wie gaat er met ze naar het consultatiebureau, hoe koppel je dat naar elkaar terug, wie verzorgt er de prikjes, dat soort dingen. Verder ben ik gezegend met twee bijzonder gezonde kinderen, dus de afspraken die we daar over hebben gemaakt dat zou ik niet eens precies meer weten, want ze zijn niet meer actueel. De kinderen verzuimen nooit van school vanwege ziekte, het is echt meer een keer een wratje op de voet, van dat soort dingen. ( ) Mijn dochtertje is één keer naar het ziekenhuis geweest voor een foto, omdat ze misschien iets gebroken had, kijk dat hebben we toen wel samen gedaan. Maar dat is voornamelijk ook weer om het kind de veiligheid te bieden van beide ouders, ondanks dat de situatie veranderd is. V4: Het enige wat er na de scheiding aan het licht gekomen is, is dat de jongste wat overgevoelig is voor pollen. ( ) Mijn ex heeft op een gegeven moment aangegeven dat ze met onze jongste dochter naar de dokter is geweest en dat ze medicijnen had gekregen. Welke ze vervolgens overigens niet meekreeg in de week dat ze bij mij was. Ik had dat wel verwacht, dat ze zoiets zou zeggen als: dit zijn de medicijnen, zorg dat ze die inneemt. Maar niet dus. Dus ik heb mijn eigen medicijnen maar geregeld. V5: Het vervelendste is dat je mensen op straat tegenkomt die dan bijvoorbeeld zeggen: Goh, dat is ook wat hè, met de knie van je zoon. En je hebt geen idee waar het over gaat. Dat is echt heel erg hoor. Dan doe je maar net alsof je het weet, maar dat doet zoveel pijn. Dan ga ik het navragen aan de kinderen over de mail of over MSN en dan hoor je het alsnog, achteraf Schoolaangelegenheden, zoals bijvoorbeeld 10-minutengesprekken, bezoeken alle vaders apart van hun ex-partner. Ze krijgen hiervoor geen uitnodiging en moeten dus zelf het initiatief nemen om met de school in contact te blijven. De schoolkeuze voor de kinderen heeft enkel vader één samen met zijn ex-partner gemaakt, zij hebben hierover afspraken 60

69 gemaakt in het ouderschapsplan. Vader drie en vier hebben de keuze samen met hun expartner gemaakt toen zij nog bij elkaar waren. Beide vaders verwachten dat hun expartner in de toekomst geen waarde zal hechten aan hun mening op dit gebied. Vader twee en vader vijf vertellen dat hun ex-partner de schoolkeuze alleen heeft gemaakt. Hieronder de eigen reacties van vader één en drie en vier, twee en vijf. V1: ( ) We hebben zelfs vastgelegd naar welke school ze zouden gaan, maar inmiddels zijn ze naar een andere school gegaan. In het ouderschapsplan staat dat een verhuizing van één van beide niet automatisch leidt tot een andere school voor de kinderen. In het ouderschapsplan staat de intentie dat de kinderen gewoon naar deze basisschool gaan en dat ze daar ook gewoon afzwaaien na groep 8. Dus dat ze ook daarin stabiliteit ontwikkelen. Tenzij onderling anders wordt afgesproken. V3: We hebben in het verleden nogal wat problemen gehad met de school, met name vanwege mijn zoon, vanwege zijn gedragsproblemen. Hij zit inmiddels op de derde school. Dat is een fantastische school, die zijn problemen goed begrijpt en hem daar heel goed bij helpt. Alleen mijn ex komt oorspronkelijk uit Leeuwarden en daar is al haar familie, ( ) dan wil ze gaan verhuizen naar Leeuwarden. En als haar dat lukt dan moeten de kinderen ook naar een nieuwe school en dan heb ik daar verder geen invloed op. V4: Mijn jongste dochter is nu 10, dus zij gaat over twee jaar naar het voortgezet onderwijs. Het zal me niets verbazen als mijn ex-partner gaat proberen om de keuze voor een bepaalde school bij mij af te dwingen. V2: ( ) toen heeft ze uiteindelijk zonder dat ik het wist, na een tijdje een andere crèche gezocht in Woerden, waar ze ook was gaan wonen. ( ) en daar zit hij nu eigenlijk nog steeds, maar ik heb daarbij zelf dus geen inspraak gehad in die keuze. V5: ( ) er is een keer een voorlichtingsavond geweest voor mijn middelste zoon, over de keuze voor het voortgezet onderwijs. Dat las ik op internet en ik had het ook van mijn zoon gehoord. Ik ben daar toen heen gegaan. Maar de volgende dag kreeg ik een mail dat ik het niet moest wagen om nog een keer te komen. Het overleg tussen de vaders en hun ex-partners over de opvoeding en verzorging van de kinderen is dus minimaal. Wel is te zien dat het meeste overleg plaatsvindt in de twee gevallen waarbij de vaders en hun ex-partner een ouderschapsplan hebben opgesteld. Het ouderschapsplan lijkt op dit gebied dus zeker een positieve bijdrage te leveren. 61

70 Visie vaders op werking ouderschapsplan In de volgende tabel wordt de visie weergegeven die de vaders hebben op de werking van het ouderschapsplan. Allereerst kijken we naar de vraag of zij van mening zijn dat het ouderschapsplan een bijdrage levert aan een gelijkwaardig ouderschap. Het antwoord dat de respondenten op deze vraag hebben gegeven is te zien in kolom twee. Kolom drie toont aan op welke ervaringen de vaders hun mening hebben gebaseerd. De laatste kolom geeft een overzicht van de verbeterpunten die het ouderschapsplan volgens de geïnterviewde vaders kan gebruiken. De eerste kolom geeft aan bij welke respondent de betreffende antwoorden horen. Tabel 23: Visie vaders op werking ouderschapsplan Vader Ouderschapsplan: bijdrage aan gelijkwaardig ouderschap? Waarom vind je dat het ouderschapsplan wel of geen bijdrage levert aan een gelijkwaardig ouderschap? V1 Ja Het ouderschapsplan zit heel stapsgewijs in elkaar: eerst de financiën scheiden, afspraken m.b.t. de kinderen en vervolgens de rest van de zaken regelen. V2 Nee Mijn ex-partner en ik hebben geen ouderschapsplan opgesteld. De rechter heeft een uitspraak gedaan m.b.t. mijn zoon, maar mijn ex-partner handelt nog steeds zoals zij denkt dat ze het moet doen. V3 Nee Mijn ex-partner weigert een ouderschapsplan op te stellen. Het idee van een ouderschapsplan is goed, maar in een situatie waarin er sprake is van een vechtscheiding dan zijn er meer dwingende maatregelen nodig. V4 Ja Het ouderschapsplan helpt om voor jezelf op een rijtje te zetten welke zaken er bij een scheiding allemaal geregeld moeten worden. V5 Nee Ik ben gescheiden zonder ouderschapsplan. Er staan geen sancties op als een ouder zegt dat hij of zij niet mee wil werken aan een ouderschapsplan. Verbeterpunten ouderschapsplan Ik ben gescheiden in 2005, dus ik heb het ouderschapsplan al ingevuld voordat het officieel werd ingevoerd. Verbeterpunten voor het huidige ouderschapsplan: - Het plan invullen wanneer je aan kinderen begint. - Het plan meer richten op evaluatie: bijvoorbeeld ouders vullen eerst een voorlopig ouderschapsplan in en na een jaar kunnen ze de afspraken evalueren en zonodig aanpassen. - Er moet verplicht een bemiddelaar bij deze evaluatie aanwezig zijn. - Een gelijke uitgangspositie tussen vaders en moeders in het ouderschapsplan: standaard uitgaan van co-ouderschap, tenzij één van beide ouders aangeeft dat hij of zij geen co-ouderschap kan of wil hebben. - Een ouderschapsplan moet écht verplicht worden gesteld. Bij weigering dient het afgedwongen te worden. Bij blijvende weigering moet aan de meewerkende ouder het gezag en/of het hoofdverblijf worden toegewezen. - Er moet een verplicht evaluatiemoment komen voor het ouderschapsplan waarbij je gaat kijken hoe het plan in de praktijk werkt, zodat je de theoretisch afspraken kan aanpassen aan de realiteit. - Verplichting tot het opstellen van een ouderschapsplan. - Verplichting tot de nakoming van de afspraken in het ouderschapsplan. 62

71 De vaders met ouderschapsplan zijn van mening dat het ouderschapsplan een bijdrage levert aan een gelijkwaardig ouderschap: V1: Voor zover ik toen dingen nuchter kon beschouwen, vond ik die formats allemaal heel logisch in elkaar zitten. Heel stapsgewijs: de financiën scheiden en dan ga je het hebben over kinderen en vervolgens over andere zaken. V4: Ik denk wel dat het zonder ouderschapsplan een langere strijd zou zijn geweest. Nu krijgen beide ouders gepresenteerd welke afspraken er moeten worden gemaakt, of je er nou lang over gaat onderhandelen of niet, uiteindelijk moeten hierover afspraken op papier komen. ( ) Het helpt om je eigen focus te krijgen op wat je allemaal moet regelen bij een scheiding. Op zo n moment heb je zoveel aan je hoofd en je hebt geen idee wat je te wachten staat en dit helpt gewoon om alles, in elk geval voor jezelf, even op een rijtje te kunnen zetten. Toch zijn ze wel van mening dat het ouderschapsplan verbeteringen kan gebruiken: V1: Ouders kunnen bijvoorbeeld best eerst een voorlopig ouderschapsplan opstellen, maar na bijvoorbeeld een jaar moeten ouders opnieuw om de tafel gaan zitten om de afspraken te evalueren en moeten ze de gelegenheid krijgen om deze eventueel aan te kunnen passen. En ik denk ook dat het goed is om daar een derde bij in te zetten, bij die evaluatie. V4: Als er een beslissing is genomen en een afspraak blijkt in de praktijk toch niet zo goed te werken, dan kun je deze afspraken in principe onderling wijzigen. Maar er is een probleem wanneer de andere ouder niet wil onderhandelen en zich strikt blijft houden aan de afspraken in het ouderschapsplan, hoe breek je dat dan open? Dat is waar ik nu mee zit. Hoe zorg je dat er veranderingen in het ouderschapsplan kunnen komen, die aangepast zijn aan de realiteit? ( ) Bij het mediation-proces is eigenlijk al de afspraak opgenomen dat je na een bepaalde tijd terugkomt om te bespreken hoe het ouderschapsplan in de praktijk werkt. De mediator heeft dat in principe ook vastgelegd, maar wat voor sancties staan erop als zij niet komt opdagen? De drie vaders die zonder ouderschapsplan zijn gescheiden, zijn niet van mening dat het ouderschapsplan helpt om een gelijkwaardig ouderschap te realiseren: V2: in mijn situatie voegt dat ouderschapsplan niks toe aan een gelijkwaardig ouderschap, omdat mijn ex toch wel handelt zoals zij denkt dat ze het moet doen en dat is niet in eerste instantie in het belang van onze zoon, maar meer een machtsmiddel om wraak te nemen, of hoe je dat ook noemen wilt. 63

72 V3: Ik sta achter het idee van een ouderschapsplan, maar ik denk niet dat het de oplossing is voor dit soort situaties waarin sprake is van een vechtscheiding. Daarvoor zijn meer dwingende maatregelen nodig en ik denk dat het met name een taak is voor de rechters om te zorgen dat dat ook daadwerkelijk gebeurt. V5: Je kunt gewoon zeggen dat je er niet aan mee wilt werken, daar staan helemaal geen sancties op. Deze drie vaders noemen de volgende verbeterpunten voor het ouderschapsplan: V2: Ik vind dat er standaard een co-ouderschap moet worden ingesteld als ouders gaan scheiden. Maar nu is het omgedraaid, nu is het zo dat vooral de moeder daarin een hele belangrijke stem heeft. Dus als zij zegt: ik wil het niet hebben, dan gebeurt het vaak ook zoals zij het wil. En eigenlijk ben ik het daar gewoon niet mee eens, want je hebt samen dat kind. Kijk, een vader die na een scheiding niks meer met zijn kinderen te maken wil hebben, want die heb je natuurlijk ook, zal uit zichzelf wel aangeven dat hij daar geen behoefte aan heeft. En op het moment dat een vader dat juist wel wil, moet hij ook de gelegenheid krijgen om zijn kind op te voeden. Ik bedoel, ik word ook geacht om alimentatie te betalen, dus dan vind ik dat je qua omgang ook een gelijke uitgangspositie moet hebben. V3: Een ouderschapsplan moet wel echt verplicht zijn. Bij weigering van één van de ouders dient dit afgedwongen te worden. Bij blijvende weigering van één van de ouders dient geregeld te worden dat de niet weigerende ouder het hoofdverblijf dan wel het gezag over de kinderen krijgt. V5: verplichting tot opstelling, gebruik en nakoming. Want het heeft helemaal geen nut als er geen sancties op staan. 8.3 RESULTATEN INTERVIEWS ADVOCATEN (N=3) De interviewresultaten zullen aan de hand van de eerder aangehaalde tweedeling (paragraaf 7.2.3) worden weergegeven; een feitendeel en een opiniedeel. In het eerste gedeelte wordt antwoord gegeven op de deelvragen die een beeld proberen te scheppen van een aantal concrete juridische aspecten rondom het ouderschapsplan. Het tweede deel geeft antwoord op de deelvragen die de visie van de advocaten omtrent (de werking van) het ouderschapsplan verheldert. Feiten aangaande het ouderschapsplan Allereerst kijken we naar de vraag welke ouders feitelijk de verplichting hebben om een ouderschapsplan op te stellen. De drie geïnterviewde advocaten zijn eenduidig in hun antwoord: deze verplichting kan uitsluitend worden opgelegd aan ouders die een huwelijk 64

73 of een geregistreerd partnerschap willen beëindigen. In deze twee situaties moeten ouders namelijk een verzoekschrift indienen bij de rechtbank om het huwelijk of het geregistreerde partnerschap te laten ontbinden. In alle andere gevallen kunnen ouders hun relatie zonder tussenkomst van een rechter beëindigen, waardoor hen geen wettelijke dwang kan worden opgelegd om een ouderschapsplan op te stellen. Het opstellen van een ouderschapsplan kan dus niet voor alle groepen ouders worden gegarandeerd. Dit is een belangrijke uitkomst, omdat het aantal ongehuwde ouderschappen nog steeds groeiende is (paragraaf 4.1). Dat betekent dat een groot deel van alle gescheiden ouders en daarmee ook een groot deel van alle kinderen met gescheiden ouders, buiten de boot vallen wat betreft het ouderschapsplan. In deze alinea bekijken we de volgende vraag: wat gebeurt er wanneer ouders niet tot eensgezinde afspraken kunnen komen in het ouderschapsplan? Alle advocaten benadrukken dat de rechter op dit gebied vrij streng is. Een rechter verwacht dat ouders de nodige inspanningen verrichten om samen tot een goed ouderschapsplan te komen. Indien dit om bepaalde redenen niet mocht lukken, moeten ouders schriftelijk kunnen motiveren waarom dit niet gelukt is. Wanneer de rechter de uitleg voldoende vindt, verklaart de rechter het verzoek tot echtscheiding ontvankelijk en komt er een zitting bij de rechtbank waarin de rechter een beslissing neemt over de basisafspraken omtrent de kinderen: het hoofdverblijf, een omgangsregeling en de alimentatie. Hiermee worden de resultaten van de enquête en de interviews met de vaders bevestigd: er is in de praktijk inderdaad de mogelijkheid om zonder ouderschapsplan te kunnen scheiden. Wanneer de rechter deze uitleg onvoldoende vindt, wordt het echtscheidingsverzoek niet in behandeling genomen en zit er voor de ouders niets anders op dan nogmaals een poging te doen om er samen (of met behulp van een derde) uit te komen. Rechters zijn er volgens de advocaten bovendien vrij actief in om beide partijen er tijdens een zitting van te overtuigen dat mediation erg zinvol kan zijn. Zij doen dit in de hoop dat, als ouders eenmaal bij de mediator zitten, er toch een doorbraak komt in het maken van gezamenlijke afspraken. Mediation is echter op vrijwillige basis is en ouders kunnen er niet toe worden gedwongen om eraan mee te werken. Toch voelen ouders zich volgens de advocaten vaak wel min of meer verplicht om mee te werken aan mediation om te voorkomen dat rechters een negatief beeld van hen krijgen, wat door zal werken in de uitspraak. Ondanks dat rechters objectief behoren te zijn, hun beslissing bovendien moeten kunnen motiveren én de advocaten in eerste instantie vertrouwen hebben in de objectiviteit van een rechter, geven ze alle drie ook aan niet uit te kunnen sluiten dat het beeld dat een rechter van een ouder heeft, tijdens het maken van de beslissing meespeelt in het achterhoofd van een rechter. Vervolgens gaan we nader in op de vraag wat er gebeurt wanneer een ouder ondanks de gemaakte afspraken de omgang tussen een kind en de andere ouder blijft frustreren. Alle 65

74 advocaten noemen hierbij drie opties. De meeste gebruikte sanctie is het opleggen van een dwangsom: een boete (vaak vastgesteld op basis van de draagkracht van deze ouder) voor elke keer dat een ouder de omgang frustreert. Advocaat B benadrukt dat dwangsommen na een half jaar echter verjaren. Dat betekent dat wanneer een dwangsom niet geïnd kan worden vanwege het lage inkomen van een ouder of vanwege het feit dat deze ouder elders ook reeds schulden heeft lopen, dit middel geen effect heeft. Advocaat C voegt hier aan toe dat een rechter in een eerste Kort Geding de vordering tot naleving van de omgangsregeling vaak wel toewijst, maar daar nog geen dwangsom aan verbindt, omdat rechters over het algemeen veel vertrouwen hebben in het gezag van hun eigen uitspraak. Als uiterste sanctie noemen alle drie de advocaten de gijzeling van de tegenwerkende ouder: een ouder wordt vastgezet omdat deze weigert om medewerking te verlenen aan omgang tussen het kind en de andere ouder. Hierbij vermelden de advocaten overigens alle drie dat dit een uitzonderlijke sanctie is die in de praktijk zeer zelden wordt opgelegd. Tot slot noemen de advocaten een andere mogelijkheid om nakoming van de omgangsregeling af te dwingen, namelijk het verzoek om wijziging van het hoofdverblijf. Dat gebeurt nog wel eens in een extreme situatie, zegt advocaat C. Voorwaarde voor deze optie is dat de andere ouder het hoofdverblijf op zich wíl nemen. Sommige vaders staan daar volgens hem niet voor open, omdat zij hun leven daar niet op hebben ingericht, bijvoorbeeld gekeken naar hun werksituatie. Opvallend bij deze verklaring is het feit dat advocaat C er automatisch vanuit gaat dat het in het geval van de andere ouder om de vader gaat. Dit bevestigt de gang van zaken in de praktijk: er is in deze moderne tijd nog steeds min of meer sprake van een traditionele rolverdeling (vader werkt meer dan moeder), waardoor het grootste gedeelte van de kinderen na een scheiding aan hun moeder wordt toegewezen. Hierop kom ik terug in het tweede gedeelte waarin de visie van de advocaten naar voren komt. Tot slot beantwoorden we de vraag wat de gevolgen zijn voor ouders die zich niet aan de gemaakte afspraken in het ouderschapsplan houden. Advocaat A en advocaat C antwoorden hierop dat ook in dit geval in een kort geding om nakoming van de afspraken kan worden gevraagd en dat er eventueel een dwangsom opgelegd kan worden. Advocaat B vertelt dat er in het ouderschapsplan vermeld staat welke stappen ouders dienen te ondernemen wanneer zij een discussie krijgen over de afspraken in het ouderschapsplan: eerst moeten zij het onderling proberen op te lossen, eventueel met behulp van degene die het plan heeft opgesteld (bijvoorbeeld een advocaat) en ook kunnen ouders naar een mediator gaan. Pas in het uiterste geval dienen ouders volgens haar naar de rechtbank te stappen om een kort geding aan te spannen. 66

75 Visie advocaten op werking ouderschapsplan De eerste vraag die we in dit deel zullen beantwoorden luidt als volgt: Hoe beoordelen advocaten de positie van vaders ten opzichte van de positie van moeders, met betrekking tot de verzorging en opvoeding van hun kind(eren), na een scheiding? Advocaat A is van mening dat de positie van vaders met de opkomst van het ouderschapsplan verbeterd is; rechters zijn nu meer geneigd om de zorgtaken evenwichtig tussen beide ouders te verdelen. Ook advocaat B ziet een verbetering op dit gebied; rechters gaan tegenwoordig minder snel mee in het verzoek van moeder om de omgang tussen de vader en het kind te minderen of geheel stop te zetten. Maar, zegt ze wanneer een vrouw echt alles doet om het kind bij de vader weg te houden, dan slaagt ze daar vaak ook wel in. Advocaat B vindt dan ook dat vaders toch min of meer een ondergeschikte positie hebben ten opzichte van moeders. Verder zien beide advocaten dat het hoofdverblijf in de praktijk vrijwel standaard aan de moeder wordt toegewezen. Allebei noemen ze hiervoor als reden dat vader vaak meer uren per week werkt dan moeder. Advocaat C is van menig dat de positie van vaders, puur vanuit juridisch oogpunt bekeken, redelijk gelijkwaardig is aan die van moeders. Echter, in de praktijk ziet ook hij dat het hoofdverblijf van de kinderen in de meeste gevallen bij de moeder komt te liggen. De reden die advocaat C hiervoor noemt is de traditionele taakverdeling die we nog steeds ruwweg in deze maatschappij hebben. Impliciet verwijst hij hiermee dus ook naar de taak van de man als broodwinner (werkt de meeste uren) en de vrouw die de huishouding en opvoeding verzorgt. Een rechter kiest er volgens hem doorgaans voor om aan te sluiten bij deze traditionele taakverdeling. Hij zegt hier verder over: en daar is op zich soms wel wat voor te zeggen, maar soms gaat het wel erg gemakkelijk In veel gevallen zal een vader inderdaad meer moeten regelen dan moeder om de zorg voor zijn kinderen op zich te kunnen nemen. Dat zou echter niet moeten betekenen dat er in de rechtspraak automatisch vanuit mag worden gegaan dat een vader hier niet toe bereid is of dat het een onmogelijke opgave is, waardoor de kinderen dus logischerwijs in de meeste gevallen aan de moeder moeten worden toegewezen. In het ouderschapsplan wordt gestreefd naar een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding. Dit gegeven leidt tot de vraag wat er volgens de advocaten precies wordt verstaan onder een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders (artikel 247, lid 4) en hoe dit gelijkwaardig ouderschap wordt gewaarborgd in het ouderschapsplan. Volgens advocaat A gaat het zowel om de kwantiteit als om de kwaliteit; als een ouder veel tijd met zijn kind doorbrengt is de kwaliteit van de relatie vaak ook wel goed. Het is in haar beleving de bedoeling geweest van de wetgeving om de gelijkwaardige opvoeding letterlijk uit te leggen, namelijk dat beide ouders eigenlijk evenveel zorgtaken op zich zouden moeten nemen, als wel de mogelijkheid zouden moeten krijgen om de zorgtaken op zich te nemen. Als voorbeeld noemt zij hier het co- 67

76 ouderschap. Echter, in de praktijk blijkt een co-ouderschap vaak om twee redenen lastig haalbaar te zijn. Allereerst noemt ze het gebrek aan (goede) communicatie en ten tweede noemt ze het werk van de ouders (het kind brengt automatisch meer tijd door met de ouder die minder werkt). Advocaat B en advocaat C zijn, in tegenstelling tot advocaat A, beide van mening dat het vooral om de kwaliteit van de opvoeding en verzorging gaat. Advocaat C zegt hierover: er staat gelijkwaardig en niet gelijk. Beide advocaten zijn van mening dat de gelijkwaardigheid in kwaliteit het beste kan worden gerealiseerd als beide ouders zaken wat betreft de opvoeding en verzorging in goed onderling overleg regelen en samen beslissingen maken. Vervolgens kijken we naar het beeld dat de advocaten hebben van de mate waarin de afspraken die ouders maken in het ouderschapsplan, over het algemeen worden nagekomen door beide partijen. Advocaat A denkt dat de manier waarop de afspraken tot stand zijn gekomen hierbij een grote rol speelt. Wanneer de afspraken in goed overleg zijn gemaakt is de basis volgens haar vrij goed. Hierbij zegt ze wel: je kunt je hierbij natuurlijk wel afvragen, dat wanneer ouders zo goed in staat zijn om samen een ouderschapsplan te maken, of het niet ook goed zou zijn gegaan zonder ouderschapsplan. Advocaat B denkt dat met name de afspraken over de omgang en de alimentatie door ouders vrij goed worden nageleefd, maar dat de afspraken over het elkaar informeren minder goed stand houden. Advocaat C is het meest sceptisch op dit gebied: ik denk dat ouders al snel weer zijn vergeten welke afspraken ze ook alweer hadden gemaakt in het ouderschapsplan. In deze alinea wordt gekeken of de advocaten wel of niet van mening zijn dat het ouderschapsplan bijdraagt aan een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding. Advocaat A denkt dat ouders die zonder problemen afspraken kunnen maken in een ouderschapsplan en zich hieraan houden, dit ook prima hadden kunnen bewerkstelligen zonder ouderschapsplan. Voor de ouders die lijnrecht tegenover elkaar staan zal de tijd volgens haar de wonden moeten helen, maar niet het ouderschapsplan. Echter, de categorie die hier tussen in zit, de semi-problematische gevallen, hebben volgens haar vaak wel baat bij het ouderschapsplan omdat het voor alle partijen duidelijkheid schept. Advocaat B geeft toe dat ze minder cynisch is geworden over het ouderschapsplan dan dat ze was bij de invoering ervan. Het ouderschapsplan verplicht ouders er volgens haar toe, met name de ouder bij wie de kinderen het hoofdverblijf gaan hebben, om na te denken over goede afspraken omtrent de kinderen. Advocaat C heeft wederom de meest sceptische houding. Hij ziet het ouderschapsplan vooral als een politiek gebaar van de regering om aan te geven hoeveel belang ze hechten aan een goede zorg voor een kind, ook na een scheiding. Aan de ene kant vindt hij het een sympathiek gebaar, maar aan de andere kant zorgt het volgens hem voor veel extra werk met weinig rendement. De hoofdzaken zoals hoofdverblijf, omgang en alimentatie vindt hij het belangrijkste en dat 68

77 moest voor de komst van het ouderschapsplan ook al worden geregeld. Aan de andere afspraken hechten ouders vooral waarde op het moment dat deze worden gemaakt, maar daarna raken ze volgens advocaat C al snel in de vergetelheid. Hij bekrachtigt zijn mening met de veelzeggende woorden: ik vind dat ze dat meteen weer moeten schrappen, dat hele ouderschapsplan. Tot slot kijken we naar de vraag of de advocaten vinden dat er nog een aantal zaken verbeterd of aangepast zouden moeten worden aan het ouderschapsplan, om (nog) beter tegemoet te kunnen komen aan het doel: het realiseren van een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding. Advocaat A heeft er vertrouwen in dat de mensen die het ouderschapsplan hebben bedacht, alle belangrijke zaken erin hebben opgenomen. Ze heeft naar eigen zeggen niet de illusie dat ze daar nog dingen aan toe kan voegen. Verder vindt ze dat het ouderschapsplan bovendien genoeg ruimte biedt om aan de persoonlijke wensen van ouders tegemoet te komen, zolang de basis er maar in blijft staan. Advocaat B vindt dat je je in het ouderschapsplan tot de essentie moet beperken, namelijk tot de drie basisafspraken die in artikel 815 onder lid 3 worden genoemd: zorgverdeling, informatie-uitwisseling en alimentatie (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Boek 3). De meeste modellen zijn naar haar mening te uitgebreid (zie bijlage 1a t/m 1c), wat ervoor zorgt dat er te weinig ruimte overblijft voor flexibiliteit in de afspraken. Advocaat C blijft van mening dat het ouderschapsplan überhaupt geen grote bijdrage levert aan een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding. Om toe te komen aan het doel dat het ouderschapsplan volgens hem heeft, namelijk voor beide partijen een moment van bezinning realiseren, kan naar zijn mening ook worden volstaan met een plan dat zich tot de hoofdzaken beperkt (alimentatie, hoofdverblijf en omgang). In dat opzicht sluit advocaat C zich dus aan bij de visie van advocaat B. 69

78 9 CONCLUSIE, DISCUSSIE EN AANBEVELINGEN 9.1 CONCLUSIE In deze paragraaf worden er conclusies gekoppeld aan de onderzoeksresultaten die in het vorige hoofdstuk zijn gepresenteerd. Omdat de resultaten van de digitale vragenlijst en de resultaten van de interviews met de vaders beide een impressie geven van de ervaringen en beleving van de vaders inzake het ouderschapsplan, wordt er voor deze twee onderdelen een gezamenlijke conclusie gevormd. De conclusie aangaande de ervaringen en beleving van de advocaten wordt onder een aparte subparagraaf weergegeven. Tot slot wordt een algemene conclusie geformuleerd waarin de ervaringen van de advocaten en de ervaringen van de vaders aan elkaar worden gekoppeld CONCLUSIE ERVARING EN BELEVING VADERS (N=16) Er is een lage tevredenheid onder de vaders over zowel de totstandkoming van de afspraken in het ouderschapsplan als over de afspraken die uiteindelijk zijn gemaakt. Desondanks zijn de vaders met ouderschapsplan duidelijk meer tevreden dan de vaders zonder ouderschapsplan. Er is dus een positief verband te zien tussen het opstellen van een ouderschapsplan en de tevredenheid van de vaders omtrent de afspraken met betrekking tot de kinderen. We mogen hierbij echter niet de factor mediation uit het oog verliezen. De objectieve bemiddeling van een mediator speelt een cruciale rol bij het maken van goede afspraken waarmee beide ouders tevreden kunnen zijn. De vaders met ouderschapsplan overleggen ook beduidend meer met hun ex-partner over de opvoeding en verzorging van hun kinderen, dan de vaders zonder ouderschapsplan. Er zijn op dit gebied zelfs significante verschillen aangetoond tussen beide groepen vaders. Het ouderschapsplan stelt ouders beter in staat om samen te werken op het gebied van de opvoeding en verzorging van de kinderen. Hierdoor worden vaders automatisch meer betrokken bij de opvoeding en verzorging. De vaders die niet tot zeer weinig overleggen met hun ex-partner hebben het gevoel dat de verantwoordelijkheid voor hun kinderen grotendeels bij hun ex-partner ligt. Ze zouden graag meer betrokken worden bij beslissingen omtrent de kinderen. Het wel of niet hebben van een ouderschapsplan is in dit onderzoek niet van doorslaggevend belang voor de kwaliteit van de verstandhouding tussen de vaders en hun ex-partner. De verstandhouding tussen beide ouders verslechtert na een scheiding aanzienlijk en de vaders hebben regelmatig conflicten met hun ex-partner. Dat geldt zowel voor de vaders met als voor de vaders zonder ouderschapsplan. Dit is zorgelijk 70

79 gezien het feit dat hoe meer ouderlijke conflicten het kind meemaakt, hoe schadelijker dit is voor het welzijn van het kind. Voor de kwaliteit van de band tussen een vader en zijn kinderen geldt tevens dat het ouderschapsplan geen bepalende factor is. Bij zowel de vaders met als bij de vaders zonder ouderschapsplan geeft de meerderheid aan dat de vader-kindrelatie goed tot zeer goed is. Bovendien is gebleken dat de kwaliteit van het contact tussen vader en kind niet in een cruciale mate afhankelijk is van de kwantiteit van het contact. Dit is een geruststelling, aangezien de meeste vaders hun kinderen na een scheiding minder gaan zien. De onderzoeksresultaten wijzen uit dat het ouderschapsplan een positieve bijdrage levert op het gebied van de opvoeding en verzorging. Desondanks is de meerderheid van de vaders van mening dat het ouderschapsplan niet voldoende bijdraagt aan een gelijkwaardig ouderschap. Zowel met de verplichting om een ouderschapsplan op te stellen als met de verplichting om de afspraken na te leven, wordt er volgens hen in de praktijk té coulant omgesprongen. Het meest genoemde verbeterpunt is dan ook het écht verplicht stellen van het ouderschapsplan. Een andere veel genoemde suggestie voor verbetering is het standaard uitgaan van een co-ouderschap bij het opstellen van een ouderschapsplan. Een klein gedeelte van de vaders is van mening dat het ouderschapsplan wel een bijdrage levert aan een gelijkwaardig ouderschap. Het geeft volgens hen zicht op de zaken die bij de scheiding geregeld moesten worden. Toch noemen ook zij een verbeterpunt: het instellen van een verplicht evaluatiemoment, waarbij de afspraken zo nodig kunnen worden aangepast aan de dagelijkse praktijk CONCLUSIE ERVARING EN BELEVING ADVOCATEN (N=3) Het ouderschapsplan kan uitsluitend verplicht worden gesteld voor ouders die een huwelijk of een geregistreerd partnerschap willen beëindigen. De poging van de regering, om met de invoering van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding en het bijbehorende ouderschapsplan, de (echt)scheidings- en omgangsproblematiek te verminderen, is dus duidelijk niet gericht op alle ouders en alle kinderen die met een (echt)scheiding in aanraking komen. Van de ouders die wel de verplichting hebben om een ouderschapsplan op te stellen, verwacht de rechter dat zij de nodige inspanningen verrichten om dit te realiseren. Indien zij echter goed kunnen onderbouwen waarom het niet lukt om gezamenlijke afspraken te maken, is er de mogelijkheid om zonder ouderschapsplan te scheiden. Met de komst van het ouderschapsplan is de positie van gescheiden vaders volgens de advocaten verbeterd. Toch wordt het hoofdverblijf in bijna alle gevallen standaard toegewezen aan de moeder. Dit komt met name doordat er nog steeds een traditionele rolverdeling heerst (vader werkt meer uren dan moeder). Rechters laten zich, onbewust of bewust (vanuit praktische overwegingen), in hun uitspraken gedeeltelijk leiden door 71

80 deze rolverdeling. Vaders moeten doorgaans meer regelen om de zorg voor de kinderen op zich te kunnen nemen. Dat zou echter niet moeten betekenen dat er in de rechtspraak automatisch vanuit mag worden gegaan dat een vader hier niet toe bereid is of dat het een onmogelijke opgave is, waardoor de kinderen dus logischerwijs in de meeste gevallen aan de moeder moeten worden toegewezen. Deze praktijk sluit niet aan bij het streven van het ouderschapsplan naar een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Dat komt mede doordat er geen eenduidige uitleg is voor deze doelstelling. Er is zowel een figuurlijke verklaring (kwaliteit) als een letterlijke verklaring (kwantiteit) voor een gelijkwaardig ouderschap. Dit zorgt voor onduidelijkheid onder ouders, advocaten én rechters. Het ouderschapsplan zet ouders aan het denken over de situatie na de scheiding. Vooral voor ouders in de categorie semi-problematisch kan dit leiden tot goede afspraken waar ouders samen achter staan en die vervolgens door beide partijen worden nageleefd. Echter, wanneer ouders zo goed in staat zijn om samen een ouderschapsplan te maken, zou het wellicht ook goed zou zijn gegaan zonder ouderschapsplan. Voor ouders die buiten deze categorie vallen, is het rendement zeer minimaal omdat de afspraken die de ouders hebben gemaakt al snel in de vergetelheid raken. Het ouderschapsplan realiseert vooral een moment van bezinning bij ouders, daarom kan volgens het merendeel van de advocaten worden volstaan met een plan dat zich tot de hoofdzaken beperkt ALGEMENE CONCLUSIE Het centrale doel van dit onderzoek was om een beeld te schetsen van de werking van het ouderschapsplan in de praktijk ten behoeve van het gelijkwaardig ouderschap, bekeken vanuit het perspectief van gescheiden vaders. In deze subparagraaf geven we antwoord op de centrale vraagstelling in dit onderzoek: In hoeverre heeft het ouderschapsplan de potentie om bij te kunnen dragen aan een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding? Het ouderschapsplan kan feitelijk verplicht worden gesteld voor ouders die een huwelijk of een geregistreerd partnerschap willen beëindigen. Dit heeft tot gevolg dat een aanzienlijk deel van de ouders en kinderen die te maken krijgen met een scheiding, namelijk de (informeel) samenwonenden, de ouders met een samenlevingscontract en de ouders met een LAT-relatie, niet in aanraking komen met het ouderschapsplan. Dit is jammer, want ondanks dat het ouderschapsplan volgens de advocaten slechts een moment van bezinning is, toont dit onderzoek wel degelijk een aantal positieve effecten van het ouderschapsplan aan. Zo stelt het ouderschapsplan ouders beter in staat om samen te werken en te overleggen, waardoor uitwonende vaders automatisch meer worden betrokken bij de opvoeding en verzorging. Tevens is er een positief verband te zien tussen het opstellen van een ouderschapsplan en de tevredenheid van de vaders 72

81 omtrent de afspraken over de kinderen. Bij het maken van goede afspraken speelt mediation een cruciale rol. Veel vaders zijn echter van mening dat er de mogelijkheid moet komen om de gemaakte afspraken op een later moment eventueel aan te kunnen passen, bijvoorbeeld door het instellen van een verplicht evaluatie-moment. De positie van de vaders lijkt met de komst van het ouderschapsplan te zijn verbeterd. Toch sluit de praktijk niet volledig aan bij de doelstelling van het ouderschapsplan: het realiseren van een gelijkwaardige opvoeding en verzorging door beide ouders. Vanwege de traditionele rolverdeling en het ontbreken van een eenduidige uitleg voor het begrip gelijkwaardig ouderschap, wordt het hoofdverblijf van de kinderen na een scheiding in bijna alle gevallen aan de moeder toegewezen. Veel vaders pleiten dan ook voor een standaard co-ouderschap. Daarnaast beklagen veel vaders zich over het feit dat er in de praktijk te coulant wordt omgesprongen met zowel de verplichting om een ouderschapsplan op te stellen als met de verplichting om de afspraken na te leven. Er moet volgens hen strenger worden toegezien op deze verplichting. Indien er in de toekomst kritischer wordt gekeken naar de praktijk van de huidige rechtsgang, heeft het ouderschapsplan de potentie om de bijdrage aan een gelijkwaardig ouderschap te vergroten. 9.2 DISCUSSIE Er kunnen een aantal methodologische kanttekeningen worden geplaatst bij dit onderzoek, die gevolgen kunnen hebben voor de generaliseerbaarheid van de onderzoeksresultaten. Er is sprake van een kleine steekproefomvang. Dit is niet gunstig voor de foutmarge van de onderzoeksuitkomsten, welke door een kleine steekproefomvang namelijk wordt vergroot. Een grotere foutmarge zorgt automatisch voor een lager betrouwbaarheidsniveau (Moore & McCabe, 2006). Dat betekent dat de kans, dat de onderzoeksresultaten een correcte afspiegeling geven van de populatie, lager is dan wanneer er sprake was geweest van een grotere steekproefomvang. Deze lagere betrouwbaarheid wil echter niet zeggen dat de resultaten en conclusies uit dit onderzoek geen indicatie geven van de huidige werking van het ouderschapsplan in de praktijk ten behoeve van een gelijkwaardig ouderschap, bekeken vanuit het perspectief van gescheiden vaders. Er is sprake van een steekproef op basis van vrijwillige reactie. De respondenten uit dit onderzoek hebben uit zichzelf gereageerd op een algemene oproep. Dit brengt het gevaar van vertekening met zich mee omdat veelal mensen met een uitgesproken mening, vooral negatieve, geneigd zijn om op een dergelijke oproep te 73

82 reageren (Moore & McCabe, 2006). Vaak willen met name deze mensen hun stem laten horen. Dat betekent dat waarschijnlijk vooral de vaders die over het algemeen ontevreden zijn over de gemaakte afspraken met betrekking tot de kinderen, de digitale vragenlijst hebben ingevuld. Dit kan ertoe hebben geleid dat de onderzoeksuitkomsten een enigszins negatiever beeld schetsen van de werkelijkheid dan daadwerkelijk het geval is. Er is sprake van een selecte steekproef, waardoor de onderzoeksuitkomsten niet representatief zijn voor de gehele populatie gescheiden vaders. Het onderzoek richt zich uitsluitend op de situatie van gescheiden vaders. De helft van alle ouders die te maken hebben met het ouderschapsplan, namelijk de moeders, worden in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Om het beeld op de werking van het ouderschapsplan ten behoeve van een gelijkwaardig ouderschap volledig te maken, zouden in een eventueel vervolgonderzoek ook de ervaringen van moeders mee in beschouwing moeten worden genomen. In dit onderzoek is er echter bewust voor gekozen om de rol van vaders te benadrukken. Niet omdat de rol van de vader meer gewicht in de schaal legt dan de rol van de moeder, maar omdat de vader in de meeste gevallen de ouder is die zijn kinderen minder vaak gaat zien na een scheiding. 9.3 AANBEVELINGEN Aan het einde van dit onderzoeksverslag besluit ik met een aantal aanbevelingen. Sommige aanbevelingen zijn vooral ten behoeve van het Nederlandse rechtssysteem, andere willen met name aanzet geven tot nader onderzoek op dit gebied. De aanbevelingen luiden als volgt: 1. Zorg voor een gelijkwaardige uitgangspositie tussen vaders en moeders. Doordat kinderen in 75% van de gevallen na een scheiding aan hun moeder worden toegewezen, wordt er een ongelijkwaardige startpositie gecreëerd. Moeders hebben hierdoor over het algemeen een superieure positie ten opzichte van vaders. Deze macht leent zich uitermate goed om gevoelens van frustratie, boosheid en verdriet (die vrij gebruikelijk zijn in een scheidingsproces) af te reageren op de ex-partner. Hiermee is niet gezegd dat alle moeders deze macht misbruiken. Toch toont dit onderzoek aan dat dit een veelvoorkomend probleem is op het gebied van de echtscheidings- en omgangsproblematiek. Vanwege de negatieve gevolgen dat het kan hebben voor het welzijn van het kind, luidt mijn advies: beter voorkomen dan genezen. Wanneer er een gelijkwaardige uitgangspositie wordt gecreëerd tussen beide ouders, door bijvoorbeeld standaard uit te gaan van een co-ouderschap, kan worden voorkomen dat een kind moet kiezen tussen beide ouders. In de rechtspraak mag er niet automatisch vanuit worden gegaan dat een vader vanwege zijn werk de zorg voor zijn kinderen niet op zich kan of 74

83 wil nemen, waardoor de kinderen automatisch aan de moeder worden toegewezen. Indien vaders gedeeltelijk de zorg- en opvoedingstaken op zich willen nemen, moeten zij de kans krijgen om hun werktijden aan te passen aan de situatie. 2. Zorg voor een eenduidige uitleg van het begrip een gelijkwaardig ouderschap. Deze tweede aanbeveling gaat gepaard met de eerstgenoemde aanbeveling. Wanneer een gelijkwaardig ouderschap op twee verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden, zorgt dit voor onduidelijkheid onder ouders, advocaten én rechters. Een heldere, eenduidige beschrijving kan deze onduidelijkheden wegnemen en daarmee een eind maken aan de verschillende uitgangsposities tussen vaders en moeders. 3. Het rechtssysteem moet strenger toezien op het gebruik (zowel het opstellen als de naleving) van het ouderschapsplan. Het ouderschapsplan is een positief initiatief en het heeft de potentie om een (grotere) bijdrage te kunnen leveren aan een gelijkwaardig ouderschap, om op die manier de echtscheidings- en omgangsproblematiek te verminderen. Op dit moment nemen rechters echter nog vrij snel genoegen met het argument dat ouders niet op een redelijke manier met elkaar kunnen communiceren, waardoor ze geen eensgezinde afspraken met elkaar kunnen maken. Het gevolg is dat er nog aanzienlijk veel ouders scheiden zonder ouderschapsplan. Om het doel van het ouderschapsplan een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding- te kunnen realiseren is het van essentieel belang dat de Nederlandse rechters strenger gaan toezien op de verplichting tot het opstellen van én de naleving van het ouderschapsplan. Allereerst zouden ze minder coulant moeten zijn in het ontvankelijk verklaren van echtscheidingsverzoeken waarbij het ouderschapsplan ontbreekt. In gevallen waarbij de communicatie tussen ouders zeer stroef verloopt kan verplichte mediation wellicht een uitkomst bieden. Wat betreft de naleving van het ouderschapsplan, zouden rechters er sancties op kunnen zetten wanneer een ouder zich niet aan de gemaakte afspraken houdt. 4. Het instellen van een verplicht evaluatie-moment. Het ouderschapsplan moet worden opgesteld voordat ouders hun echtscheidingsverzoek of hun verzoek tot ontbinding van het geregistreerde partnerschap indienen bij de rechtbank. Dit kan ertoe leiden dat er afspraken op papier worden gezet die in eerste instantie heel functioneel lijken, maar die achteraf toch minder praktisch in gebruik blijken te zijn. In principe zijn ouders er vrij in om in onderlinge overeenstemming de afspraken in het ouderschapsplan te wijzigen. Echter, wanneer ouders niet in staat zijn om op een redelijke wijze met elkaar te communiceren, kan een dergelijke wijziging tot 75

84 problemen leiden. Het instellen van een verplicht evaluatiemoment (bijvoorbeeld een jaar nadat het ouderschapsplan door de ouders in gebruik is genomen) onder begeleiding van een mediator, zou dit soort problemen kunnen oplossen. Ouders worden op deze manier in de gelegenheid gesteld om terug te kijken op de gemaakte afspraken en om de afspraken eventueel aan te kunnen passen aan de dagelijkse praktijk. 5. Verschillen in culturele achtergronden in een volgend onderzoek naar het ouderschapsplan mee in beschouwing nemen. Een scheiding zorgt voor een ingrijpende verandering binnen het gezin en heeft daardoor gevolgen voor de ontwikkeling van een kind. Het gezin wordt in dit onderzoek beschreven vanuit een westers perspectief: volgens de normen en waarden van het individuele ik-systeem. Individuele onafhankelijkheid, autonomie, zelfbeschikkingsrecht, zelfvervulling en privacy zijn kenmerkend voor een dergelijk ik-systeem. De ouderkindrelatie staat in dit ik-denken centraal bij de ontwikkeling van een kind (Tjin A Djie & Zwaan, 2010). De Nederlandse bevolking bestaat echter voor ruim 20% uit allochtonen, waarvan meer dan de helft uit niet-westerse landen afkomstig is (CBS, 2010). Met name deze niet-westerse allochtonen groeien veelal op in een collectief wij-systeem. Een wijsysteem wordt gekenmerkt door het in acht nemen van autoriteit, relationele afhankelijkheid en het vormgeven aan familiecontinuïteit. Niet enkel de ouder-kindrelatie, maar evengoed de relatie tussen het kind en andere familieleden staat centraal bij de ontwikkeling van een kind (Tjin A Djie & Zwaan, 2010). Het kan zijn dat dit bredere vangnet, in het leven van kinderen die opgroeien in een wij-cultuur, de negatieve gevolgen van een ouderlijke scheiding beperkt. Om dit te onderzoeken zal bij de respondenten onderscheid moeten worden gemaakt tussen ouders van autochtone en ouders van (niet-westerse) allochtone afkomst. Met dit inzicht wil ik aanzet geven tot nader onderzoek op dit gebied. 6. De werking van het ouderschapsplan onderzoeken in een later stadium. Dit onderzoek naar de werking van het ouderschapsplan is ruim een jaar na de invoering van het ouderschapsplan gestart. Het ouderschapsplan bevindt zich dus nog in een beginstadium. Hierdoor kan er met dit onderzoek voornamelijk een eerste indruk worden gegeven van de werking van het ouderschapsplan ten behoeve van het gelijkwaardig ouderschap na een scheiding. Om het beeld van de werking van het ouderschapsplan nog verder aan te scherpen is het zinvol om een dergelijk onderzoek te herhalen wanneer het ouderschapsplan een verder stadium heeft bereikt. Het ouderschapsplan heeft dan de gelegenheid gehad om zich verder te ontwikkelen, de betrokkenen (ouders, advocaten en rechters) hebben de tijd hebben gehad om te wennen aan deze nieuwe regeling en bovendien zullen er meer mensen in aanraking zijn geweest met het ouderschapsplan. 76

85 Literatuurlijst Aalbers van leeuwen, M., Van Hees, L. & Hermanns, J. (2002). Risico- en protectieve factoren in moderne gezinnen: reden tot optimisme of reden tot pessimisme? Pedagogiek, 22 (1), Aendekerk, F.W.C. (2005). Specifieke context: professioneel netwerk met diversiteit. In: Verheij, F. (red.). Intergratieve kinder- en jeugdpsychotherapie. Assen: Koninklijke Van Gorcum. Amato, P.R., Meyers, C.E. & Emery, R.E. (2009). Changes in Nonresident Father-Child Contact From 1976 to Family Relations. Interdisciplinary Journal of Applied Family Studies. 58 (1) Bakker, I., Bakker, K., Dijke, A. van & Terpstra, L. (1998). O & O in perspectief. Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn [NIZW]. Verkregen op 15 maart 2010, via: Belsky, J. (2007). Experiencing the lifespan. New York: Worth Publishers. Berman, P.W. (1980). Are Women More Responsive Than Men to the Young? A Review of Developmental and Situational Variables. Psychological Bulletin. 88 (3) Boekhoorn, P. & Jong, T. de (2008). Gezinnen van de toekomst. Cijfers en trends. Den Haag: E-Quality. Brink, L.T. ten & Veerman, J.W. (1998). Risicofactoren en protectieve factoren in de ontwikkeling van kinderen en adolescenten. In: Bosch, J.D., Bosma, H.A., Gaag, R.J. van der, Ruijssenaars, A.J.J.M. & Vyt, A.(red.). Jaarboek ontwikkelingspsychologie, orthopedagogiek en kinderpsychiatrie 3 (13-46). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. Bronfenbrenner, U. (1979). The Ecology of Human Development. Experiments by nature and design. Cambridge/ Massachusetts/ London: Harvard University Press. Bruijn-Lückers de, M. & Ydema, O. (2008). Echtscheiding en fiscus. Deventer: Kluwer. Burgerlijk Wetboek Boek 1:247 lid 3 t/m lid 5. Verkregen op 25 maart 2010, via: Burght van der, G.R. & Doek, J.E. (2002). Personen- en familierecht. Deventer/ Alphen aan den Rijn: Kluwer. CBS (1998). Vier maanden geregistreerd partnerschap. Verkregen op 18 maart 2010, via: NL/menu/themas/bevolking/publicaties/artikelen/archief/1998/ wm.htm CBS (2009a). Echtscheiding; leeftijdsverschil, kinderen, geboorteland, huwelijksduur. Verkregen op 18 maart 2010, via: CBS (2009b). Huwelijksontbindingen; door echtscheiding en door overlijden. Verkregen op 18 maart 2010, via: 0,10,20,30,40,50,(l-1)-l&HD= &HDR=G1&STB=T 77

86 CBS (2009c). Relatie en gezin aan het begin van de 21ste eeuw. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek. Verkregen op maandag 8 maart, via: CBS (2010). Bevolking; geslacht, leeftijd, herkomstgroepering en generatie. Verkregen op 7 oktober 2010, via: 4=0&D5=0-4,137,152,215,232&D6=0,4,9,(l-1)-l&HDR=G2,G1,G3,T&STB=G4,G5&VW=T Conflictbemiddeling.nl (2010). Geraadpleegd op 23 augustus 2010, via: Cuypers, J.G. Leven met je familie. Familierecht van wieg tot graf. Rijswijk: Uitgeverij Elmar B.V. Dalton-Hummel, D. (1982). Syntactic and Conversational Characteristics of Fathers Speech. Journal of Psycholinguistic Research. 11 (5) Davidson-Arad, B., Cohen, O. & Wozner, Y. (2003). Social Workers Custody Recommendations: Contributions of Child s Expected Quality of Life and Parental Features. Journal of Divorce & Remarriage. 39 (1) Deutsch, F.M., Servis, L.J. & Payne, J.D. (2001). Paternal Participation in Child Care and Its Effects on Children's Self-Esteem and Attitudes Toward Gendered Roles. Journal of Family Issues. 22 (8) Dubowitz, H., Black, M.M., Cox, C.E., Kerr, M.A., Litrownik, A.J., Radhakrishna, A., English, D.J., Wood Schneider, M. & Runyan, D.K. (2001). Father Involvement and Children's Functioning at Age 6 Years: A Multisite Study. Child Maltreatment. 6 (4) Durinck, K. & Racquet, L. (2003). Opvoedingsondersteuning. Een leidraad voor ouderbegeleiders. Antwerpen/ Apeldoorn: Garant. Dykstra, P.A., Kalmijn, M., Knijn, T.C.M., Komter, A.E., Liefbroer, A.C. & Mulder, C.H. (2006). Family solidarity in the Netherlands. Amsterdam: Dutch University Press. Verkregen op 18 maart 2010, via: Enova (2010). Geraadpleegd op 20 augustus 2010, via: Examine (2010). Geraadpleegd op 23 augustus 2010, via: Flouri, E. (2005). Fathering & child outcomes. Chichester: John Wiley & Sons. Flouri, E. & Buchanan, A. (2002). Life Satisfaction in Teenage Boys: The Moderating Role of Father Involvement and Bullying. Aggressive Behaviour. 28 (2) Gerrits, L.A.W., Dekovic, M., Groenendaal, J.H.A., & Noom, M.J. (1996). Opvoedingsgedrag. In: Rispens, J., Hermanns, J.M.A. & Meeus, W.H.J. (red.). Opvoeden in Nederland (41-69). Assen: Van Gorcum. 78

87 Graaf, A. de (2001). Onder moeders paraplu. Ervaringen van kinderen met relaties na echtscheiding. Demos. 17 (4) Verkregen op 20 maart 2010, via: Graaf, A. de (2005). Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten. Bevolkingstrends, 4 e kwartaal 2005 (39-46). Verkregen op 18 maart 2010, via: 1EFD8918A6B8/0/2005k4b15p039art.pdf Graaf, A. de (2010). Steeds meer samenwoners hebben een samenlevingscontract. Verkregen op 9 maart 2010, via: NL/menu/themas/bevolking/publicaties/artikelen/archief/2010/ wm.htm Hendrikse-Voogt, A. (2009). Stoppen als partners, doorgaan als ouders. Een echtscheidingsleidraad. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Hermanns, J.M.A. (2007). Opvoeden en opgroeien: een visie achter het beleid. In: Lieshout, P.A.H. van, Meij, M.S.S. van der, Pree, J.C.I. De (red.). Bouwstenen voor betrokken jeugdbeleid. Amsterdam: Amsterdam University Press. Hobbs, N. (1982). Troubled and Troubling Child. San Francisco: Jossey-Bass. Hoefnagels, methodische mediation (2010). Geraadpleegd op 23 augustus 2010, via: IJzendoorn van, M.H. (2008). Opvoeding over de grens. Gehechtheid, trauma en veerkracht. Den Haag: Boom Onderwijs. IJzendoorn M.H. van & Frankrijker, H. de (2005). Pedagogiek in beeld. Een inleiding in de pedagogische studie van opvoeding, onderwijs en hulpverlening. Houten: Bohn Stafleu van Loghum. IkVader.nl (2010). Geraadpleegd op 23 augustus 2010, via: Janssens, J.M.A.M. (1998). Opvoedingshulp: doel, methoden en effecten. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen. Kalmijn, M. & Dykstra, P. (2004). Onder vier ogen. Contacten tussen ouders en volwassen kinderen. Demos. 20 (10) Verkregen op 23 maart 2010, via: kalmijn.pdf King, V. & Heard, H.E. (1999). Nonresident Father Visitation, Parental Conflict, and Mother s Satisfaction: What s Best for Child Well-Being? Journal of Marriage and Family. 61 (2) King, V. & Sobolewski, J.M. (2006). Nonresident Fathers' Contributions to Adolescent Well- Being. Journal of Marriage and Family. 68 (3) Koens, M.J.C. & Vonken, A.P.M.J. (red.). (2008). Personen- en familierecht. Tekst en commentaar. Deventer: Kluwer BV. Kwintens, bemiddeling bij conflictsituaties (2010). Geraadpleegd op 23 augustus 2010, via: 79

88 Laet, M. De, Offermans, P. & Toye, P. (2004). Martktonderzoek. Antwerpen: De Boeck nv. Lamb, M.E. The role of the father in Child Development. New York/ Chichester/ Brisbane/ Toronto/ Singapore: John Wiley & Sons. Latten, J. (2004). Trends in samenwonen en trouwen. De schone schijn van burgerlijke staat. Bevolkingstrends, 4 e kwartaal 2004 (46-60). Verkregen op 8 maart 2010, via: AF908/0/2004k4b15p046art.pdf Meulen, A. van der & Graaf, A. de (2006). Samenleven en kinderen. Bevolkingstrends, 2 e kwartaal 2006 (24-27). Verkregen op maandag 8 maart, via: Ministerie van Justitie (2009). Ouderschapsplan opstellen bij scheiding en afschaffing van flitsscheiding. Verkregen op 27 januari 2010, via: Mönks, F.J. & Knoers, A.M.P. (1994). Ontwikkelingspsychologie. Assen: Van Gorcum. Moore, D.S. & McCabe, P. ( ). Statistiek in de praktijk. Den Haag: Sdu Uitgevers bv. Nuytinck, A.J.M. (2008). Het geregistreerd partnerschap wordt niet afgeschaft. Jammer, een gemiste kans! In WPNR, 2008, Verkregen op 8 maart 2010, via: erschap%20wordt%20niet%20afgeschaft.pdf Nuytinck, A.J.M. (2009). Minderjarigheid. In: Mourik, M.J.A. & Nuytinck, A.J.M. Personenen familierecht, huwelijks- vermogensrecht en erfrecht. Deventer/ Alphen aan den Rijn: Kluwer. Olde loohuis, J. (2009). Vaderschap doet ertoe! Masterscriptie Pedagogiek. Rijksuniversiteit Groningen. Onderwijsraad (2002). Spelenderwijs. Kindercentrum en basisschool hand in hand. Den Haag: Onderwijsraad. Peters, B. & Ehrenberg, M.F. (2008). The Influence of Parental Separation and Divorce on Father-Child Relationships. Journal of Divorce & Remarriage. 49 (1/2) Ploeg, J.D. van der (2005). Behandeling van gedragsproblemen. Initiatieven en inzichten. Rotterdam: Lemniscaat. Popenoe, D. (1996). Life without father. Compelling new evidence that fatherhood and marriage are indispensable for the good of children and society. Cambridge: Harvard University Press. Programmaministerie voor Jeugd en Gezin (2008). De kracht van het gezin. Nota gezinsbeleid Verkregen op 13 maart 2020, via: 80

89 Rijksuniversiteit Groningen (2010). Geraadpleegd op 23 augustus 2010, via: Rispens, J.M.A. Hermanns & W.H.J. Meeus (1996). Opvoeden in Nederland. Assen: Van Gorcum. Ryan, M.R., Martin, A. & Brooks-Gunn, J. (2006). Is One Good Parent Good Enough? Patterns of Mother and Father Parenting and Child Cognitive Outcomes at 24 and 36 Months. Parenting: Science and Practice. 6 (2) Segers, J. (2002). Methoden voor de maatschappijwetenschappen. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV. Spruijt, E. (2007). Scheidingskinderen. Overzicht van recent sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van ouderlijke scheidingvoor kinderen en jongeren. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Spruijt, E. & De Goede, M. (2001). Kinderen en hun vader na de scheiding. In: Nijnatten, C. van & Sevenhuijsen, S. (red.). Dubbelleven, nieuwe perspectieven voor kinderen na echtscheiding. Amsterdam: Thela Thesis. Stamps, L.E. (2002). Maternal Preference in Child Custody Decisions. Journal of Divorce & Remarriage. 37 (1/2) Stevens, L. (1997). Overdenken en doen. Een pedagogische bijdrage aan adaptief onderwijs. Den Haag : Procesmanagement Primair Onderwijs. Stichting Dwaze Vaders (2010). Geraadpleegd op 20 augustus 2010, via: Stichting Huismannen.nl (2010). Geraadpleegd op 20 augustus 2010, via: Stichting 1Ouder (2010). Geraadpleegd op 20 augustus 2010, via: Struss, M., Pfeiffer, C., Preuss, U. & Felder, W. (2001). Adolescents from Divorced Families and Their Perceptions of Visitation Arrangements and Factors Influencing Parent- Child Contact. Journal of Divorce & Remarriage. 35 (1&2) Tjin A Djie, K. & Zwaan, I. (2010). Beschermjassen, transculturele hulp aan families. Assen: Van Gorcum BV. Vaderkenniscentrum [VKC] (2010a)Geraadpleegd op 20 augustus 2010, via: Vaderkenniscentrum (2010b). Meldpunt Ouderschapsplan (initiatief van Stichting Kind en Omgangsrecht/ Vaderkenniscentrum). Geraadpleegd op 20 augustus 2010, via: Vaderkenniscentrum (2010c). Stichting Kind en gelijkwaardig Ouderschap na scheiding/ Vaderkenniscentrum. Geraadpleegd op 20 augustus 2010, via: Vandenbroeck, M. (2004). In verzekerde bewaring. Honderdvijftig jaar kinderen, ouders en kinderopvang. Amsterdam: SWP. 81

90 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Boek 3:815 lid 3. Verkregen op 22 juni 2010, via: 2010#DerdeBoek Williams, E. & Radin, N. (1999). Effects of father participation in child rearing: Twenty- Year Follow Up. American Journal of Orthopsychiatry. 69 (3) Wubs, J. (2004). Luisteren naar deskundigen. Opvoedingsadvies aan Nederlandse ouders Assen: Koninklijke Van Gorcum BV. Zwarteveen A.J. & Voerman, L. (2004). Werken (aan)leren. Acht jaar Kag-al in de praktijk ( ). Apeldoorn: Garant Uitgeverij. 82

91 BIJLAGEN Bijlage 1a Voorbeeld Ouderschapsplan Namen partijen Ouders van.. Namen kind/kinderen + geboortedata - de ouders komen de na volgende afspraken overeen met betrekking tot de zorg en opvoeding van hun kind/kinderen. - de ouders verklaren hierbij eveneens dat de hierbij behorende en door henzelf ingevulde werkblad ouderschapsplan deel zal uitmaken van het convenant, in die zin dat de niet in dit ouderschapsplan verwoorde afspraken enkel als intentieverklaring kan worden aangemerkt. Afspraken: 0. kinderalimentatie (In het convenant staat vermeld welke bedragen aan alimentatie worden vastgelegd. Hier kan naar verwezen worden, of men kan de bedragen hierin overnemen. Bij co-ouderschappen of bijzondere situaties kan in een bijlage een opsomming van de verdeling in kosten worden opgegeven. Deze kunnen in bijlage 6 worden meegenomen) 1. Woon- en verblijfplaats kind/kinderen 1.1 De ouders zullen het ouderlijk gezag over het minderjarige kind van partijen na de echtscheiding gezamenlijk voortzetten, conform art.1:251 lid 2BW. 1.2 De ouders zijn overeengekomen dat de nog thuis wonende kinderen hun gewone verblijfplaats zullen hebben bij de moeder/vader. De moeder/vader ontvangt derhalve de ten behoeve van de minderjarige kinderen te ontvangen kinderbijslag. Zie bijlage 1 2. Omgangsregeling met verdeling vakantie- en feestdagen 2.1 De ouders komen overeen dat de kinderen om de week een weekend bij vader/moeder verblijven van vrijdag.uur tot zondag.uur. vader/moeder zal de kinderen ophalen en vader/moeder zal de kinderen ophalen/terug brengen. 2.2 Vakanties: - De ouders zullen ieder jaar in januari de zomervakanties per jaar bespreken, alvorens er kan worden geboekt voor een reis en/of verblijf. Voor 20.. zal gelden dat de kinderen aaneengesloten weken bij de moeder/vader zullen verblijven. Overeengekomen is dat dit de weken.. en.. en.. zullen zijn. - (bij kleine kinderen:)voorop blijft staan dat een verdeling van vakanties het welzijn van de kinderen doorslaggevend zal zijn. Bij een mogelijke vakantie naar het buitenland, waarbij van minimaal een tiental dagen wordt uitgegaan, zal in 83

92 goed overleg tot een mogelijkheid horen. Hierbij geldt wel dat de kinderen regelmatig in contact zullen staan met hun moeder dan wel vader. - De overige vakanties zullen in overleg worden verdeeld, tenzij anders in onderling overleg door partijen wordt besloten Wat betreft de feestdagen zullen de ouders een indeling maken waarbij gelet wordt op een eerlijke verdeling. De ouders komen overeen dat bij de planning in de oneven jaren de invulling in de even jaren omgekeerd zal zijn. afspraken over cadeautjes:. - Indien de door de ouders overeengekomen regeling op enig moment nadelig voor (een van de) kinderen blijkt te zijn, dan zal de regeling in het belang van de kinderen worden herzien. De ouders zullen de regeling in beginsel 1 maal per kwartaal evalueren, dan wel stilzwijgend verlengen met wederom een kwartaal. 2.4 Speciale dagen: De kinderverjaardag zal worden verzorgd door de (de ouder waar het kind woont of bij de ouder waar het kind volgens de omgangsregeling verblijft..of.. anders ). Het kind mag evenwel/niet op de verjaardag bezocht worden door de andere ouder. De familieverjaardagen en andere speciale familieaangelegenheden zullen in onderling overleg tussen partijen aan het begin van ieder kalenderjaar worden vastgelegd, waarbij de wens van het kind doorslaggevend zal zijn. zie bijlage 2 3 Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken 3.1 De ouder waarbij het kind woont, zal de dagelijkse zorg van het kind op zich nemen. In de omgangsperioden zal de uitwonende ouder waar het kind dan verblijft de dagelijkse zorg op zich nemen. De ouders hebben hierbij hun specifieke wensen kenbaar gemaakt waaraan gevolg zal worden gegeven. Zo zal enkel de biologische ouder zeggenschap hebben in de opvoedkundige taak en niet de partner van deze ouder. In het geval een nieuwe partner zich aandient, zal de andere ouder als eerste op de hoogte gesteld worden en in overleg zal bepaald worden welk tijdstip geschikt is om deze nieuwe partner aan de kinderen voor te stellen. In het geval de ouders hierover geen overeenstemming bereiken zal een periode van 3 maanden nadat de melding aan de andere ouders is kenbaar gemaakt worden aangehouden. Schoolactiviteiten: bij, uitvoeringen, diploma-uitreikingen e.d. zullen beide ouders aanwezig zijn. Overlegd kan worden of de dan bij de ouder behorende partner mee kan komen. Bij uitnodigingen voor 10 min. Gesprekken zullen enkel de ouders aanwezig zijn. Het zakgeld van de kinderen wordt als volgt afgesproken: Beslissingen omtrent alledaagse (opvoedkundige / huishoudelijke) zaken worden door de op dat moment aanwezige ouder genomen. 3.3 Beide ouders streven ernaar de opvoeding volgens rechtvaardige opvoedingsnormen en waarden voort te zetten. 84

93 3.4 Eventuele meningsverschillen in de toekomst tussen een van de ouders en het kind wordt in beginsel tussen de betreffende ouder en het kind uitgepraat. Indien het onderliggende conflict van dien aard is dat het welzijn van het kind mogelijkerwijs kan worden geschaad, zal de andere ouder erbij betrokken worden om gezamenlijk tot een oplossing te komen, al dan niet met tussenkomst van een deskundige. 3.5 De ouders geven te kennen dat de omgang met wederzijdse grootouders (ooms en tantes/ andere familieleden die belangrijk zijn) ten alle tijden gewaarborgd dient te blijven. Zie bijlage 3 Andere afspraken die de ouders belangrijk vinden nu vast te leggen: 4 Informatie verstrekking over en weer & Consultatie (raadplegen/overleg) 4.1 De ouders zullen elkaar op de hoogte houden over het welzijn van de kinderen en informeren elkaar over en voorziet elkaar van relevante informatie met betrekking tot de onderstaande aangelegenheden betreffende het kind/de kinderen. b.v. Wekelijks/per 2 weken zal moeder verslag doen aan vader. Vader zal aangeven welke informatie hij graag uitgebreid zou willen zien. Vader zal wekelijks de kinderen bellen of mailen. Hierbij zal b.v. woensdagavond uur het handigst zijn. of: er zal een mee-reis-schrift gehanteerd worden, waarin beide ouders een en ander aan elkaar melden en waarbij wordt opgepast dat er geen verwijten of op en aanmerkingen over de andere ouder in wordt geschreven. Partijen raadplegen elkaar en beslissen in onderling overleg over die onderwerpen die op dat moment aan de orde zijn. betreffende uw kind. Als basis zal het volgende schema dienen: b.v. Bij het bezoeken van een arts/specialist zullen beide ouders bij elkaar te rade gaan wat in het belang van hun kind is. Bij het bepalen van welke school het kind zal gaan, zal overleg plaatsvinden, waarbij de stem van het kind in mee zal klinken. zie bijlage 4 5. Adequate betrokkenheid (de wijze waarop de kinderen erbij betrokken zijn) Bij zaken waarbij het kind in staat is een eigen mening te geven, zal deze meewegen in het uiteindelijke besluit van beide ouders. In het geval er een situatie ontstaat waarbij er geen overeenstemming kan worden bereikt, dan zal er een neutrale derde (b.v. mediator) geconsulteerd worden. Beide ouders zullen een onderscheid maken tussen zaken waarbij het beter is hun kind hierbij te betrekken en zaken die juist hierdoor belastend voor het kind kunnen zijn. (gedacht wordt aan b.v. alimentatiezaken of emotioneel gevoelige kwesties die de ouder met het kind wil bespreken). Hiernaast wordt aangegeven op welke wijze de kinderen betrokken zijn geweest bij het tot stand komen van de omgangsregeling en wijze van communicatie en de hierbij passende afspraken. Zie bijlage 5 85

94 6. Regeling overige zaken Hierbij kunnen o.a. ook de financiële afspraken vastgelegd worden, naast of als aanvulling op de kinderalimentatie. (denk aan naar rato inkomens verdeling van extra kosten zoals aanschaf fiets voor de kinderen; bijdrage schoolreisje; studiereis of studiekosten; bijdrage in de kosten van sport of hobby). Zie bijlage 6 7. Nieuwe gezinssituaties Afspraken die op voorhand en onder bepaalde voorwaarden met betrekking tot (eventuele) de nieuwe partners gemaakt kunnen worden. Zie bijlage 7 Aldus overeengekomen op datum Namen partijen Bron: Kwintens, bemiddeling bij conflictsituaties (2010). 86

95 Bijlage 1b Voorbeeld Ouderschapsplan Art. 1 Uitgangspunten Hier is ruimte voor een considerans. Dat woord lijkt minder geschikt voor ouders en kinderen. Vandaar dat hier, ook in de brochure van Jeugd en Gezin, is gekozen voor de aanhef: uitgangspunten. Hier worden de doelen bepaald die de ouders willen bereiken. Bijv.: Het doel is zoveel als mogelijk aan te sluiten bij het ouderschap zoals dat er tijdens de samenwoning uit zag. Hiermede beogen de ouders de tot heden goede relatie tussen de kinderen en de ouders voort te zetten. Laat hierna een korte beschrijving volgen van het ouderschap tijdens de relatie. Indien de ouders juist een verandering tot stand willen of moeten brengen kan dat hier ook worden weergegeven, met de daarmede beoogde doelstelling. Art. 2 Zorgregeling Voorbeeldtekst: Ondergetekenden hebben gesproken over de wijze waarop zij het ouderschap na scheiding vorm willen geven. De uitwerking daarvan volgt hierna. In het schematisch overzicht wordt beschreven hoe de ouders in praktische zin in hun verzorging en opvoeding te werk gaan, zowel ten opzichte van elkaar als ten opzichte van het kind. Aansluitend wordt beschreven wat de ouders zijn overeengekomen over de wettelijk verplicht te regelen zaken. Art. 3 Opvoedingsstijl Hoe denken de ouders over het stellen van regels en over omgangsvormen Wat moet er gebeuren als de kinderen regels overtreden Hoe staan de ouders tegenover handhaving van regels? In hoeverre mogen de kinderen meepraten over regels en beslissingen die hen aangaan? Bijv.: Wat betreft opvoedingsstijl verschillen ondergetekenden niet erg van elkaar. Waar de moeder meer hecht aan structuur en het aanhouden van een dagelijks ritme, laat de vader meer ruimte voor eigen invulling van de dag door de kinderen. Daar waar dat fricties geeft zullen ondergetekenden naar een compromis toe werken. Art. 4 Regels Welke regels moeten in beide huishoudens gelden? Denk aan zindelijkheidstraining, gezonde voeding, bedtijden, huiswerk maken, hoe laat binnen zijn, kerkbezoek. Bijv.: Regels die in beide huishoudens zullen worden gehanteerd: bedtijden door de week: tussen uur en uur; in de weekeinden (vrijdag- en zaterdagavonden): uur. Huiswerk wordt in beide huishoudens gemaakt, de ouders zullen daar op toezien. Art. 5 Overleg / periodieke bijstelling Kinderen ontwikkelen zich, situaties veranderen. Hoe groeit het ouderschapsplan mee? Welke afspraken zijn nodig om op bepaalde momenten te bezien hoe alles loopt en of bijstelling nodig is? Wat doe je als er tussentijds aanleiding is tot verandering? Bijv.: Ondergetekenden realiseren zich dat met het verstrijken van de tijd de omstandigheden rond de kinderen veranderen. Het ouderschapsplan zal daarop zo nodig nader worden afgestemd. Indien één van de ouders of de kinderen een probleem of gewijzigde omstandigheid aan de orde stelt zullen ondergetekenden hierover met elkaar in overleg gaan teneinde, de kinderen gehoord, tot een oplossing te komen. 87

96 Art. 6 Afwijking van de regeling Wanneer mag worden afgeweken van de afgesproken regeling? Alleen in geval van ziekte, bezoek aan arts, verjaardagsfeestje bij vriendje...? En na overleg? Bijv.: Bijzondere omstandigheden kunnen rechtvaardigen dat van de afspraken wordt afgeweken, in noodsituaties zelfs zonder vooroverleg, in andere gevallen steeds na vooroverleg of vooraankondiging. Zo spoedig als daarna mogelijk zullen ondergetekenden om de tafel gaan teneinde de afwijkingen achteraf te bespreken en de gepaste maatregels te treffen teneinde afwijkingen in de toekomst te vermijden. Art. 7 Aanpak bij verschil van mening Als het niet op eigen kracht lukt een conflict op te lossen, wie kun je dan inschakelen? Een gezamenlijke vertrouwenspersoon, mediator...? Bijv.: Indien ondergetekenden er niet in slagen in onderling overleg tot een oplossing te komen omtrent een aangelegenheid die tenminste voor één van de ouders of de kinderen van te groot belang wordt geacht om te laten lopen, zullen ondergetekenden de hulp inroepen van..., mediator, bij gebreke van beschikbaarheid een mediator aangesloten bij... Art. 8 Overdracht Halen of brengen. Bijvoorbeeld: steeds om en om bijv. de ene ouder haalt op, andere brengt weg. Art. 9 Informatieoverdracht Hoe wordt informatie over de kinderen overgebracht. communicatie tussen de ouders: mondeling, per telefoon of per mail Communicatie over: Bijvoorbeeld: belangrijke medische beslissingen schoolkeuze, vorderingen rapporten, ouderavonden kampen en/of vakantie met derden vakantieschema kinderen/ouder 1x per maand contact Een korte schriftelijke opsomming van gegevens die voor de andere ouder van belang zijn, volstaat De andere ouder reageert schriftelijk binnen een week Post niet via de kinderen Berichten ook niet mondeling via de kinderen Met het oog op vakanties/vrije dagen voorstellen tenminste 6 maanden vooraf Art. 10 Tussentijdse contacten Kan het kind, als het bij de ene ouder is, contact zoeken met de andere ouder en hoe (telefoon, )? Art. 11 Contact met familie 88

97 Hoe onderhoudt het kind contact met grootouders en verdere familie van beide kanten? Art. 12 Verhuizing Welke regels worden in acht genomen ingeval één van de ouders van plan is te gaan verhuizen? Bijv.: Van een voorgenomen verhuizing van meer dan 15 km vanaf de bestaande woonplaats wordt tenminste vier maanden voorafgaande aan de verhuizing kennis gegeven aan de andere ouder. Omtrent de gevolgen van de voorgenomen verhuizing zullen ondergetekenden aansluitend in overleg treden. Indien ondergetekenden omtrent de gevolgen niet tot overeenstemming kunnen komen, ook niet nadat een poging om er in mediation uit te komen niet is gelukt, is het aan de ouder die voornemens is te verhuizen om daartoe (vervangende) toestemming van de rechter te verkrijgen voordat daadwerkelijk wordt verhuisd. Art. 13 Wijziging in het leefverband van een ouder Hoe om te gaan met een wijziging in de leefomstandigheden van een ouder, zo als de komst van een nieuwe partner? Bijv.: De ondergetekenden zijn voornemens elkaar tijdig op de hoogte te stellen van veranderingen in de persoonlijke levenssfeer die het ouderschap ook aangaan. Zo mogelijk zullen ondergetekenden elkaar informeren voordat de kinderen met de gewijzigde omstandigheden bekend raken. Art. 14 Schematische weergave van belangrijke zorgonderwerpen Hierna volgt de schematische weergave van de invulling van belangrijke zorgonderwerpen. Waar de overleg kolommen van toepassing zijn betekent het plaatsen van het kruisje buiten de overleg kolommen dat de ouder die het aangaat zonder overleg met de andere ouder en ook zonder raadpleging een beslissing kan nemen. Indien het kruisje is gezet in de kolom na overleg en aan de zijde van bijvoorbeeld de vader, dan kan de vader eenzijdig beslissen, echter niet dan nadat hij de moeder zal hebben geraadpleegd. Indien het kruisje in de kolom onder in overleg wordt geplaatst betekent dit dat een beslissing steeds in gezamenlijkheid wordt genomen door beide ouders. Afhankelijk van de behoefte van ouders of de leeftijd van de kinderen kan de lijst worden uitgebreid of beperkt (ingeval van een zeer jong kind zal er ook iets worden opgenomen over de crèche of het kinderdagverblijf). 89

98 90

99 91

100 Art. 15 Hoofdverblijfplaats De kinderen hebben hun hoofdverblijf bij de moeder / vader en zullen bij hem / haar in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven staan. Aan hem / haar komt dan ook de kinderbijslag ten goede. Met de ouder bij wie de kinderen niet hun hoofdverblijfplaats hebben geldt een contactregeling als beschreven in het schematisch overzicht onder week en weekend regeling, vakantie en bijzondere (feest)dagen. Voor beide ouders geldt dat zij participeren in de verzorging en opvoeding van de kinderen. Art. 16 Wettelijke aansprakelijkheid Beide ouders zullen er op toezien dat de kinderen inzake wettelijke aansprakelijkheid verzekerd zijn. Art. 17 Kinderalimentatie Met ingang van datum en zolang het kind / de kinderen minderjarig is / zijn en bij de vader / moeder wonen, betaalt de vader / moeder aan de moeder / vader een alimentatie voor het kind / de kinderen van. per kind per maand. Deze alimentatie zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1:402a BW, voor het eerst per 1 januari 20. Art Alimentatie jongmeerderjarige Vanaf het tijdstip waarop een kind meerderjarig wordt betaalt de vader / moeder de in artikel 4.1 genoemde alimentatie aan het kind zelf ex artikel 1:395a BW op een door het kind aan te wijzen bankrekening, tenzij het kind op dat moment nog bij de vader / moeder woont. In dat geval wordt door de ouders en het kind in onderling overleg bepaald op welke wijze wordt betaald, zolang die situatie voortduurt. De wettelijke indexeringsregeling blijft van toepassing totdat het kind de 21-jarige leeftijd heeft bereikt. 92

101 Eventueel: Art Bijdrage tot 25 jaar De ouders / de vader / de moeder verplichten / verplicht zich aan een kind van 21 jaar of ouder een (studie) bijdrage te betalen zolang het kind met redelijke resultaten en in overleg met hen /hem /haar met een beroepsopleiding bezig is of studeert, doch uiterlijk tot het tijdstip waarop het kind de 25-jarige-jarige leeftijd bereikt. Hiervoor hanteren de ouders als norm de voor voortgezette studiefinanciering gestelde eisen/hetgeen als normale voortgang wordt gekwalificeerd door de opleiding in kwestie. Dit beding ten behoeve van ieder der kinderen van de ouders is onherroepelijk, zodat de kinderen het recht hebben om zonodig nakoming van dit beding te vorderen. De ondertekening van dit convenant geldt tevens als aanvaarding van dit beding door partijen als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen. Art. 19 Informatie en consultatie De ouders zullen elkaar over en weer in kennis stellen van zaken en problemen die rond de kinderen spelen en van belang zijn voor de verzorging, opvoeding en ontwikkeling van de kinderen. Art. 20 Betrokkenheid van de kinderen bij de totstandkoming van dit ouderschapsplan De kinderen zijn op de navolgende wijze bij de totstandkoming van dit ouderschapsplan betrokken: Bijv.: Op hoofdlijnen hebben de ouders het plan met de kinderen doorgenomen, met name waar het betreft de zorg- en tijdsverdeling. Plaats Datum Naam ouder 1 Naam ouder 2 Handtekening Handtekening Bron: Hoefnagels, Methodische Mediation (2010). 93

102 Bijlage 1c Voorbeeld ouderschapsplan 94

103 95

104 Bron: conflictbemiddeling.nl 96

105 Bijlage 2 Oproep gescheiden vaders Gezocht voor onderzoek: gescheiden vaders die ervaring hebben met het ouderschapsplan Enova, onderdeel van STAMM CMO*, zoekt gescheiden vaders voor onderzoek. Vanaf 1 maart 2009 zijn ouders verplicht om een ouderschapsplan op te stellen wanneer zij willen scheiden. In dit ouderschapsplan wordt gestreefd naar een gelijkwaardig ouderschap. In het ouderschapsplan staan afspraken over hoe ouders na de scheiding de zorg- en opvoedingstaken verdelen en de informatie-uitwisseling regelen. Enova onderzoekt of het ouderschapsplan bijdraagt aan een verbeterde positie van gescheiden vaders. De nadruk komt te liggen op de situatie van de vader, omdat uit eerder onderzoek van Enova is gebleken dat de vader in de meeste gevallen de ouder is die zijn kind(eren) tot zijn spijt minder vaak gaat zien na een scheiding. Om deze reden zijn wij op zoek naar vaders die na 1 maart 2009 zijn gescheiden en daardoor te maken hebben gehad met het opstellen van een ouderschapsplan. Wij stellen het zeer op prijs als u mee wilt werken aan dit onderzoek. Uiteraard is uw privacy bij deelname aan het onderzoek gewaarborgd. Wilt u meewerken aan dit onderzoek, stuur dan voor 1 juli 2010 een naar: *Voor meer informatie over Enova zie: 97

106 Bijlage 3 Artikel Vadersymposium Het ouderschapsplan Bijdrage aan een gelijkwaardig ouderschap? Carmen Jonathans Enova zoekt vaders voor onderzoek Op 1 maart 2009 is de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding in werking getreden (Ministerie van Justitie, 2009). Deze wet is een poging tot vermindering van (echt)scheidings- en omgangsproblematiek. Gepaard met deze wet, gaat de verplichting voor ouders om een ouderschapsplan op te nemen in hun verzoek tot echtscheiding. In dit ouderschapsplan wordt gestreefd naar een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding. Dit is uiteraard een prachtig streven. De vraag is alleen: Kan dit ouderschapsplan in de praktijk daadwerkelijk bijdragen aan een gelijkwaardig ouderschap na een scheiding? Op deze vraag probeert Enova* emancipatie adviesbureau Drenthe een antwoord te krijgen, door middel van het onderzoek dat zij hebben ingesteld naar de werking van het ouderschapsplan. Om deze reden is Enova op zoek naar vaders die na 1 maart 2009 zijn gescheiden en te maken hebben gehad met het opstellen van een ouderschapsplan. Het wordt zeer op prijs gesteld als u mee wilt werken aan dit onderzoek, uiteraard wordt de privacy van uw gegevens hierbij gewaarborgd. Wilt u meewerken aan dit onderzoek, stuur dan voor 30 juni 2010 een naar: * Voor meer informatie over Enova zie: (Echt)scheidingscijfers in Nederland De laatste dertig jaar zijn de echtscheidingscijfers in Nederland fors gestegen, zo bleek uit een onderzoek van het CBS in Daarmee groeit ook het aantal kinderen dat geconfronteerd wordt met de (echt)scheiding van hun ouders. In de periode van hebben er in totaal gemiddeld echtscheidingen per jaar plaatsgevonden. Bij gemiddeld van deze echtscheidingen (dus meer dan 50%) waren er kinderen betrokken. Het gaat hierbij dus om een aanzienlijk percentage, waarbij er bovendien alleen nog maar is gekeken naar de groep officiële echtscheidingen. Van het aantal kinderen dat jaarlijks wordt geconfronteerd met de beëindiging van een officieuze scheiding zijn geen absolute cijfers bekend. Maar naar schatting worden jaarlijks circa kinderen betrokken bij de beëindiging van ongehuwde samenwoonrelaties (de Graaf, 2005). Scheiden is beter dan ruzie? Voor kinderen is het beter dat ouders gaan scheiden, dan dat ze telkens geconfronteerd worden met ruziënde ouders is een uitspraak waar men vandaag de dag niet meer van op kijkt. Maar in werkelijkheid is de keuze tussen ruziënde ouders en gescheiden ouders natuurlijk kiezen tussen twee kwaden. Wanneer ouders gaan scheiden, komen de kinderen automatisch in een moeilijke situatie terecht. Zo is een verandering in de woonsituatie van het kind onvermijdelijk. Verscheidene onderzoeken tonen aan dat ruim drie kwart van alle kinderen na een scheiding bij hun moeder gaat wonen (De Graaf, 2005; Spruijt, 2007). Dit aanzienlijke percentage wordt volgens Stamps (2002) veroorzaakt door het feit dat rechters, ondanks een neutrale wetgeving, over het algemeen een voorkeur voor moeders laten zien: maternal preference. Ook sociale 98

107 hulpverleners vertonen een dergelijke voorkeur jegens moeders. Uit onderzoek blijkt dat moeders met financiële, cognitieve of psychische problemen drie keer zoveel kans maken op een positieve aanbeveling betreft de voogdij over hun kind dan vaders die in dezelfde situatie verkeren (Davidson-Arad, Cohen & Wozner, 2003). Gemis aan vader Het feit dat het grootste deel van de kinderen na een scheiding bij hun moeder gaat wonen, heeft vanzelfsprekend gevolgen voor het contact tussen het kind en de uitwonende vader. Allereerst is er natuurlijk de afnemende frequentie van het contact tussen een vader en zijn kind. Uit het Onderzoek Jeugd en Gezin 2006 blijkt zelfs dat in 20% van alle gevallen kinderen helemaal geen contact meer met hun vader hebben (Spruijt, 2007). Verder blijkt dat deze afnemende contactfrequentie er vaak ook nog voor zorgt dat de kwaliteit van de vader-kind relatie wordt aangetast. In het Onderzoek Gezinsvorming 1998 werden volwassenen, die in hun jeugd te maken hebben gehad met een ouderlijke scheiding, gevraagd naar de kwaliteit van de relatie met hun beide ouders. Slechts 27% van de ondervraagden bestempelde de relatie met hun vader als goed, tegenover 64% dat de relatie met hun moeder als goed bestempelde. Ook Peters en Ehrenberg (2008) tonen met hun onderzoek aan dat jongeren uit intacte gezinnen een sterkere vader-kind relatie hebben dan jongeren uit gebroken gezinnen. Dit gegeven op zich is natuurlijk al erg genoeg. Echter, des te schrijnender wordt het wanneer we stilstaan bij de waarde van de vaderlijke inbreng in het ontwikkelingsproces van een kind. Waarom is het nou zo belangrijk dat een kind contact heeft met zijn vader? Er zijn tal van redenen te noemen, die bovendien door onderzoeksresultaten worden bevestigd: een vader is een belangrijk rolmodel voor zijn kinderen (Popenoe, 1996), de aanwezigheid van een vader heeft een positieve invloed op de mentale gezondheid van kinderen (Dubowitz, Black, Cox, Kerr, Litrownik, Radhakrishna, English, Wood Schneider & Runyan, 2001), vaders spelen een belangrijke rol bij het leren omgaan met intense emoties (Flouri, 2005), kinderen met betrokken vaders vertonen minder anti-sociaal gedrag (Flouri & Buchanan, 2002), de emotionele betrokkenheid van een vader staat op een positieve manier in verband met het zelfrespect van een kind (Deutsch, Servis & Payne, 2001). Het is wel duidelijk: een kind heeft zijn vader net zo hard nodig als zijn moeder! Literatuur CBS (2009a). Echtscheiding; leeftijdsverschil, kinderen, geboorteland, huwelijksduur. Verkregen op 18 maart 2010, via: Davidson-Arad, B., Cohen, O. & Wozner, Y. (2003). Social Workers Custody Recommendations: Contributions of Child s Expected Quality of Life and Parental Features. Journal of Divorce & Remarriage. 39 (1) Deutsch, F.M., Servis, L.J. & Payne, J.D. (2001). Paternal Participation in Child Care and Its Effects on Children's Self-Esteem and Attitudes Toward Gendered Roles. Journal of Family Issues. 22 (8) Dubowitz, H., Black, M.M., Cox, C.E., Kerr, M.A., Litrownik, A.J., Radhakrishna, A., English, D.J., Wood Schneider, M. & Runyan, D.K. (2001). Father Involvement and Children's Functioning at Age 6 Years: A Multisite Study. Child Maltreatment. 6 (4) Flouri, E. (2005). Fathering & child outcomes. Chichester: John Wiley & Sons. 99

108 Flouri, E. & Buchanan, A. (2002). Life Satisfaction in Teenage Boys: The Moderating Role of Father Involvement and Bullying. Aggressive Behaviour. 28 (2) Graaf, A. de (2005). Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten. Bevolkingstrends, 4 e kwartaal 2005 (39-46). Verkregen op 18 maart 2010, via: 1EFD8918A6B8/0/2005k4b15p039art.pdf Ministerie van Justitie (2009). Ouderschapsplan opstellen bij scheiding en afschaffing van flitsscheiding. Verkregen op 27 januari 2010, via: Olde loohuis, J. (2009). Vaderschap doet ertoe! Masterscriptie Pedagogiek. Rijksuniversiteit Groningen. Peters, B. & Ehrenberg, M.F. (2008). The Influence of Parental Separation and Divorce on Father-Child Relationships. Journal of Divorce & Remarriage. 49 (1/2) Popenoe, D. (1996). Life without father. Compelling new evidence that fatherhood and marriage are indispensable for the good of children and society. Cambridge: Harvard University Press. Spruijt, E. (2007). Scheidingskinderen. Overzicht van recent sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de gevolgen van ouderlijke scheidingvoor kinderen en jongeren. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Stamps, L.E. (2002). Maternal Preference in Child Custody Decisions. Journal of Divorce & Remarriage. 37 (1/2)

109 Bijlage 4 Digitale vragenlijst 101

110 102

111 103

112 104

113 105

114 106

115 107

116 108

117 109

118 110

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders

Nadere informatie

Nog steeds liever samen

Nog steeds liever samen Nog steeds liever samen Steeds meer alleenstaanden 20 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder alleenstaand Momenteel zijn er 486 duizend eenoudergezinnen 16 Trouwen niet uit de gratie Ongeveer drie

Nadere informatie

Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding

Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding Ouderschapsplan opstellen bij scheiding en afschaffing van flitsscheiding Maart 2009 / F&A 9882 Ministerie van Justitie Directie Voorlichting Schedeldoekshaven 100 Postbus 20301 2500 EH Den Haag T 070

Nadere informatie

Samenvatting. Vraagstelling. In het onderhavige onderzoek staan de volgende vragen centraal:

Samenvatting. Vraagstelling. In het onderhavige onderzoek staan de volgende vragen centraal: Samenvatting Naar schatting hebben jaarlijks ongeveer 50 à 60 duizend minderjarige kinderen te maken met een scheiding. Deze kinderen hebben gemiddeld vaker problemen dan kinderen van gehuwde of samenwonende

Nadere informatie

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen

Wonen zonder partner. Arie de Graaf en Suzanne Loozen Arie de Graaf en Suzanne Loozen In 25 telde Nederland 4,2 miljoen personen van 18 jaar of ouder die zonder partner woonden. Eén op de drie volwassenen woont dus niet samen met een partner. Tussen 1995

Nadere informatie

Artikelen. Bijna 33 duizend echtscheidingszaken afgehandeld in 2007. Arno Sprangers en Nic Steenbrink

Artikelen. Bijna 33 duizend echtscheidingszaken afgehandeld in 2007. Arno Sprangers en Nic Steenbrink Artikelen Bijna 33 duizend echtscheidingszaken afgehandeld in 7 Arno Sprangers en Nic Steenbrink In 7 werden 32,6 duizend huwelijken door de Nederlandse rechter ontbonden. Dit is vrijwel gelijk aan het

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

OUDERSCHAPSPLAN als. trait-d union

OUDERSCHAPSPLAN als. trait-d union OUDERSCHAPSPLAN als trait-d union E.Groenhuijsen, 06-10-2011 1 Ouderschapslan als trait-d union Teveel kinderen verloren door scheiding het contact met een van de ouders (25%). Politiek, professionals

Nadere informatie

Als ouders uit elkaar gaan

Als ouders uit elkaar gaan Als ouders uit elkaar gaan Inhoud 3 > Als ouders uit elkaar gaan 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het ouderschap blijft bestaan 7 > Informatie en consultatie 9 > De rol van de Raad 11 > De rechter

Nadere informatie

Als ouders uit elkaar gaan

Als ouders uit elkaar gaan Als ouders uit elkaar gaan Inhoud 3 > Als ouders uit elkaar gaan 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het ouderschap blijft bestaan 7 > Informatie en consultatie 9 > De rol van de Raad 11 > De rechter

Nadere informatie

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting

Inleiding. Familiale kwetsbaarheid en geslacht. Samenvatting Inleiding Depressie en angst zijn veel voorkomende psychische stoornissen. Het ontstaan van deze stoornissen is gerelateerd aan een breed scala van risicofactoren, zoals genetische kwetsbaarheid, neurofysiologisch

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van

In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) De verschillende betekenissen van ongehuwd samenwonen in Europa: Een studie naar verschillen tussen samenwoners in hun opvattingen, plannen en gedrag. In de

Nadere informatie

Als ouders gaan scheiden

Als ouders gaan scheiden Als ouders gaan scheiden Over de Raad voor de Kinderbescherming September 2009 Justitie Ministerie van Justitie Raad voor de Kinderbescherming Als ouders gaan scheiden Met de meeste kinderen en jongeren

Nadere informatie

Vijf belangrijke aandachtspunten voor co-ouderschap. mr. Judith M. van den Nieuwenhuijsen-Duits

Vijf belangrijke aandachtspunten voor co-ouderschap. mr. Judith M. van den Nieuwenhuijsen-Duits Vijf belangrijke aandachtspunten voor co-ouderschap mr. Judith M. van den Nieuwenhuijsen-Duits Uw scheiding, ook onze zorg Wanneer u en uw partner besluiten te gaan scheiden moet er veel geregeld worden.

Nadere informatie

10 stappenplan (echt)scheiding

10 stappenplan (echt)scheiding Een scheiding is vaak vrij onoverzichtelijk. Met deze indeling in 10 stappen kan je precies zien wat je nog moet doen en waar je in het hele proces bent. Stap 1 Vaststellen van het gezamenlijke vermogen

Nadere informatie

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s)

Onderlegger Licht Diagnostisch Instrument tbv bepaling van het gezinsprofiel. 1. Psychische en/of psychiatrische problemen van de ouder(s) A. Ouderfactoren: gegeven het feit dat de interventies van de gezinscoach en de nazorgwerker gericht zijn op gedragsverandering van de gezinsleden, is het zinvol om de factoren te herkennen die (mede)

Nadere informatie

Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg

Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg Pedagogisch Beleidsplan CKO De Herberg Hoofdstuk 1: Missie, visie en doelstellingen Voorwoord Onze Missie en Identiteit Onze Visie Pedagogische hoofddoelstellingen Een goed pedagogisch klimaat Hoofdstuk

Nadere informatie

Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie

Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie De Kinderombudsman Position paper kleinkinderen en omgang na scheiding 1 april 2015 Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie Inleiding De Kinderombudsman is door

Nadere informatie

Mediaopvoeding. workshop 2015. Mediaopvoeding

Mediaopvoeding. workshop 2015. Mediaopvoeding Mediaopvoeding workshop 2015 Mediaopvoeding Contents Wat is mediaopvoeding?... 2 De jeugd van tegenwoordig... 3 Kinderen overzien niet alle gevaren van de media... 3 Opvoedingsstijlen... 4 Opvoedingscompetenties...

Nadere informatie

Rapport Kor-relatie- monitor

Rapport Kor-relatie- monitor Rapport Kor-relatie- monitor Voor: Door: Publicatie: mei 2009 Project: 81595 Korrelatie, Leida van den Berg, Directeur Marianne Bank, Mirjam Hooghuis Klantlogo Synovate 2009 Voorwoord Gedurende een lange

Nadere informatie

Richtlijn / info voor ouders. Scheiding en problemen van jeugdigen. Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. NVO, NVMW en NIP

Richtlijn / info voor ouders. Scheiding en problemen van jeugdigen. Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. NVO, NVMW en NIP Richtlijn / info voor ouders Scheiding en problemen van jeugdigen Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming NVO, NVMW en NIP Inleiding Kinderen 1 van gescheiden 2 ouders 3 hebben het vaak niet makkelijk.

Nadere informatie

Veiligheid en welbevinden. Hoofdstuk 1

Veiligheid en welbevinden. Hoofdstuk 1 30 Veiligheid en welbevinden Kees (8) en Lennart (7) zitten in de klimboom. Kees geeft Lennart een speels duwtje en Lennart geeft een duwtje terug. Ze lachen allebei. Maar toch kijkt Lennart even om naar

Nadere informatie

VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg

VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg Op 12 februari 2009 verscheen het Koninklijk Besluit van 6 februari 2009. Dat KB regelt de inwerkingtreding van onder meer de Wet van 9 oktober 2008

Nadere informatie

VERTeL Het SAMEN. Kinderen in echtscheiding 010-30 70 518

VERTeL Het SAMEN. Kinderen in echtscheiding 010-30 70 518 VERTeL Het SAMEN Kinderen in echtscheiding 7.1 Hoe vertel je het de kinderen? Kinderen herinneren zich het gesprek waarin hun ouder hun echtscheiding aankondigen vaak hun hele leven. Het is een ingrijpend

Nadere informatie

PROTOCOL KIND EN ECHTSCHEIDING

PROTOCOL KIND EN ECHTSCHEIDING PROTOCOL KIND EN ECHTSCHEIDING Versie september 2015, versie 01 Verantwoordelijke Beleidsmedewerker Kwaliteit Aantal pagina s 8 Geldig tot 31 december 2017 Voorwoord/inhoud Het doel van dit protocol is

Nadere informatie

Gezagsdragers hebben (anders dan pleegouders) de plicht te voorzien in het levensonderhoud van het kind waarover zij het gezag uitoefenen.

Gezagsdragers hebben (anders dan pleegouders) de plicht te voorzien in het levensonderhoud van het kind waarover zij het gezag uitoefenen. GEZAG EN VOOGDIJ WAT IS GEZAG? De wet geeft als omschrijving van gezag: de plicht en het recht om een minderjarig kind (dat is een kind jonger dan 18 jaar) te verzorgen en op te voeden. Wat betekent dit

Nadere informatie

Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed

Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed dem s Jaargang 8 Mei ISSN 69-47 Een uitgave van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Bulletin over Bevolking en Samenleving inhoud Trouwen en scheiden in tijden van voor- en tegenspoed

Nadere informatie

1 Het sociale ontwikkelingstraject

1 Het sociale ontwikkelingstraject 1 Het sociale ontwikkelingstraject Tijdens de schoolleeftijd valt de nadruk sterk op de cognitieve ontwikkeling. De sociale ontwikkeling is in die periode echter minstens zo belangrijk. Goed leren lezen,

Nadere informatie

Artikelen. Scheiden en weer samenwonen. Elma Wobma en Arie de Graaf. Gegevens

Artikelen. Scheiden en weer samenwonen. Elma Wobma en Arie de Graaf. Gegevens Artikelen Scheiden en weer samenwonen Elma Wobma en Arie de Graaf Het totaal aantal echtscheidingen en flitsscheidingen was de laatste zeven jaar vrij stabiel. In 28 lag dit aantal op 35 duizend. Zeven

Nadere informatie

Protocol omgaan met gescheiden ouders

Protocol omgaan met gescheiden ouders Protocol omgaan met gescheiden ouders Maart 2013 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. De Wet...3 1.1 Gezag... 3 1.2 Gezag na (echt)scheiding... 3 1.3 Recht op omgang...3 1.4 Recht op informatie... 3 2. De praktijk...4

Nadere informatie

De ouders van het kind zijn de moeder en de vader zoals hierboven omschreven

De ouders van het kind zijn de moeder en de vader zoals hierboven omschreven Protocol School en Scheiding Dit protocol: legt uit wie voor de wet ouder van een kind is; formuleert een aantal richtlijnen waar de school zich aan zal houden, ter voorkoming van misverstanden; beschrijft

Nadere informatie

Protocol bij scheiding

Protocol bij scheiding Protocol bij scheiding De gevolgen van een scheiding tussen vader en moeder kunnen voor een kind ingrijpend zijn. Dit protocol is een poging de gevolgen zoveel mogelijk in goede banen te leiden. 1. Anders

Nadere informatie

PROTOCOL. School en echtscheiding 2013-2017

PROTOCOL. School en echtscheiding 2013-2017 PROTOCOL School en echtscheiding 2013-2017 De Malelande Juttepeergaarde 2 3824 BE Amerfoort 033-4564410 malelande@kpoa.nl Inleiding Dit protocol is geschreven om ouders en leerkrachten een handreiking

Nadere informatie

De school stelt het welzijn en de ontwikkeling van het kind voorop, is geen partij in een echtscheiding en blijft neutraal tegenover beide ouders.

De school stelt het welzijn en de ontwikkeling van het kind voorop, is geen partij in een echtscheiding en blijft neutraal tegenover beide ouders. Protocol omgaan met gescheiden ouders April 2015 We praten over een scheiding; hiermee bedoelen we zowel de ontbinding van een huwelijk, van een geregistreerd partnerschap als het uit elkaar gaan van ouders

Nadere informatie

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129

Proefschrift Girigori.qxp_Layout 1 10/21/15 9:11 PM Page 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 S u m m a r y in Dutch Summary 129 Gedurende de geschiedenis hebben verschillende factoren zoals slavernij, migratie, de katholieke kerk en multinationals zoals de Shell raffinaderij de gezinsstructuren

Nadere informatie

Echtscheiding en kinderen www.cjggooienvechtstreek.nl

Echtscheiding en kinderen www.cjggooienvechtstreek.nl regio Gooi en Vechtstreek Echtscheiding en kinderen www.cjggooienvechtstreek.nl n Echtscheiding en kinderen Kinderen zien het gezin waarin zij zijn grootgebracht vaak als een eenheid die er altijd was

Nadere informatie

Wanneer ouders kiezen voor een omgangsregeling ontvangt de ouder waar het kind woont de kinderbijslag en eventueel de éénouderheffingskorting.

Wanneer ouders kiezen voor een omgangsregeling ontvangt de ouder waar het kind woont de kinderbijslag en eventueel de éénouderheffingskorting. Omgangsregeling en co-ouderschap Inleiding In het algemeen is het voor ouders geen eenvoudige zaak om goede afspraken over een omgangsregeling of het co-ouderschap te maken. Niet alleen moeten de ouders

Nadere informatie

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan A.J.M. Nuytinck Published in WPNR, 2008,

Nadere informatie

Alleenstaande opvoeders steunen elkaar

Alleenstaande opvoeders steunen elkaar Alleenstaande opvoeders steunen elkaar Riny Koersen, orthopedagoge, Community Support Het aantal alleenstaande ouders in Nederland blijft toenemen. Opvoeden en grootbrengen in één hand. In de Gemeente

Nadere informatie

Protocol omgang met gescheiden ouders

Protocol omgang met gescheiden ouders Protocol omgang met gescheiden ouders 1. Algemeen Als ouders van een kind gaan scheiden is dat een zeer ingrijpende gebeurtenis. Dat geldt voor de ouders, maar zeker ook voor hun kinderen. Om duidelijk

Nadere informatie

Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen. Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling

Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen. Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling Echtscheiding en nieuw samengestelde gezinnen Invloeden op ouderschap en kinderontwikkeling Cruciale vragen Verschillen in psychisch welbevinden ts. personen uit gescheiden en nietgescheiden gezinnen?

Nadere informatie

OUDERSCHAPSPLAN. b. Uit het huwelijk is het volgende minderjarige kind / zijn de volgende minderjarige kinderen geboren:

OUDERSCHAPSPLAN. b. Uit het huwelijk is het volgende minderjarige kind / zijn de volgende minderjarige kinderen geboren: OUDERSCHAPSPLAN De ondergetekenden: 1. Mevrouw [voorletters + naam], geboren op [geboortedatum], wonende te [postcode + plaats] aan *straat + huisnummer+, hierna te noemen: de moeder ; en 2. De heer [voorletters

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland

Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Samenvatting onderzoek Bejegening van pleegouders in Zeeland Door Veerle de Leede In opdracht van Stichting Pleegoudersupport Zeeland Beste pleegouder, U heeft aangegeven graag op de hoogte gehouden te

Nadere informatie

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur 2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur Martine Corijn D/2011/3241/019 Inleiding FOD ADSEI-cijfers leidden tot de krantenkop Aantal

Nadere informatie

Gezinsdiversiteit en de wet KNAW symposium 10/9/2015

Gezinsdiversiteit en de wet KNAW symposium 10/9/2015 Faculteit Sociale Wetenschappen Sociologie Gezinsdiversiteit en de wet KNAW symposium 10/9/2015 Anne-Rigt Poortman UHD sociologie, UU 11 september 2015 2 mei 2009 FOTO 1: ons samen 2 mei 2009 11 september

Nadere informatie

Uw Scheiding Uw Financieel Planner

Uw Scheiding Uw Financieel Planner Uw Scheiding Uw Financieel Planner Dr. O. Botjeslaan 83 9681 GE MIDWOLDA 06-29 07 58 01 www.meyshuis.nl info@meyshuis.nl ING Bank: NL 56INGB 043.58.871 KvK Groningen 01163895 BTW NL104595553B01 SCHEIDEN

Nadere informatie

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R

K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R PSYCHOSOCIALE GEZONDHEID Jeugd 2010 4 K I N D E R E N O N D E R Z O E K : 0-1 1 J A A R Kinderenonderzoek 2010 Om inzicht te krijgen in de gezondheid van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland

Nadere informatie

Het gezin van morgen. Rood of blauw?

Het gezin van morgen. Rood of blauw? Het gezin van morgen. Rood of blauw? OUTLINE Lessen voor de 21 ste eeuw Maandag 16 november 2015 Koen Matthys & Sofie Vanassche Family and Population Studies Structuur Historische aanloop Van standaardgezin

Nadere informatie

Protocol omgaan met gescheiden ouders

Protocol omgaan met gescheiden ouders Protocol omgaan met gescheiden ouders Maart 2013 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1. De Wet...3 1.1 Gezag... 3 1.2 Gezag na (echt)scheiding... 3 1.3 Recht op omgang...3 1.4 Recht op informatie... 3 2. De praktijk...4

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Inhoud van de presentatie

Inhoud van de presentatie De overgang van het basis- naar het secundair onderwijs vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief Annelies Somers i.s.m. Prof. Hilde Colpin Prof. Karine Verschueren ~ Centrum voor Schoolpsychologie

Nadere informatie

Het hechtingsproces. bij kinderen tussen de 0 en 2 jaar. Kindergeneeskunde. Hechting. Hoe verloopt het hechtingsproces?

Het hechtingsproces. bij kinderen tussen de 0 en 2 jaar. Kindergeneeskunde. Hechting. Hoe verloopt het hechtingsproces? Het hechtingsproces bij kinderen tussen de 0 en 2 jaar Kindergeneeskunde In deze brochure leest u meer over de hechtingsprocessen bij baby s in de leeftijd van 0 tot 12 maanden. Daar waar ouders staat

Nadere informatie

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien

Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Pedagogisch beleid Kinderopvang Haarlem Spelend Groeien Inleiding Kinderopvang Haarlem heeft één centraal pedagogisch beleid. Dit is de pedagogische basis van alle kindercentra van Kinderopvang Haarlem.

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) * 132 Baby s die te vroeg geboren worden (bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken) hebben een verhoogd risico op zowel ernstige ontwikkelingproblemen (zoals mentale

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Als ouders scheiden: kinderen en hun grootouders Maaike Jappens 1 & Jan Van Bavel 1,2

Als ouders scheiden: kinderen en hun grootouders Maaike Jappens 1 & Jan Van Bavel 1,2 Als ouders scheiden: kinderen en hun grootouders Maaike Jappens 1 & Jan Van Bavel 1,2 1 Vrije Universiteit Brussel, 2 Katholieke Universiteit Leuven Wanneer ouders scheiden, gaan grootouders mogelijk een

Nadere informatie

Bijlage 1: Opdrachten bij het boek Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding. Per groepje van 2/3 uitwerken.

Bijlage 1: Opdrachten bij het boek Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding. Per groepje van 2/3 uitwerken. Bijlage 1: Opdrachten bij het boek Identiteitsontwikkeling en leerlingbegeleiding. Per groepje van 2/3 uitwerken. Hoofdstuk 1: Opdracht 1: Groepsprofiel en de puberteit Bespreek en noteer kort: Hoe je

Nadere informatie

Inhoud Inleiding: Het ouderschap na de scheiding Hoe kinderen de scheiding ervaren

Inhoud Inleiding: Het ouderschap na de scheiding Hoe kinderen de scheiding ervaren Inhoud Inleiding: Het ouderschap na de scheiding 11 Samen de toekomst onder ogen zien 12 Hoe kinderen de scheiding ervaren 12 Communicatie als uiting van liefde 13 Wat is het Zandkastelenprogramma? 15

Nadere informatie

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals

Omdat uit eerdere studies is gebleken dat de prevalentie, ontwikkeling en manifestatie van gedragsproblemen samenhangt met persoonskenmerken zoals Gedragsproblemen komen veel voor onder kinderen en adolescenten. Als deze problemen ernstig zijn en zich herhaaldelijk voordoen, kunnen ze een negatieve invloed hebben op het dagelijks functioneren van

Nadere informatie

Uw Scheiding Onafhankelijk Financieel Planbureau

Uw Scheiding Onafhankelijk Financieel Planbureau Uw Scheiding Onafhankelijk Financieel Planbureau Dr. O. Botjeslaan 83 9681 GE MIDWOLDA 06-29 07 58 01 www.meyshuis.nl info@meyshuis.nl Friesland Bank 2949.67.036 KvK Groningen 01163895 BTW NL104595553B01

Nadere informatie

Uitgebreide omschrijving van het programma 09.30-10.00 uur: Binnenkomst, koffie en thee.

Uitgebreide omschrijving van het programma 09.30-10.00 uur: Binnenkomst, koffie en thee. Uitgebreide omschrijving van het programma 09.30-10.00 uur: Binnenkomst, koffie en thee. 10.00-10.15 uur: Welkom en inleiding. 10.15-11.15 uur: Een ander geluid als het gaat om gezin en relatie 1. Wat

Nadere informatie

STICHTING KATHOLIEK ONDERWIJS DE GOUW

STICHTING KATHOLIEK ONDERWIJS DE GOUW STICHTING KATHOLIEK ONDERWIJS DE GOUW Beleid Informatieverstrekking gescheiden ouders Inleiding In de dagelijkse praktijk hebben scholen vaak te maken met gescheiden ouders en blijkt dat scholen verschillend

Nadere informatie

Uit elkaar. Wat nu? deskundig advies bij echtscheidingen

Uit elkaar. Wat nu? deskundig advies bij echtscheidingen Uit elkaar Wat nu? deskundig advies bij echtscheidingen Eén echtscheidingsnotaris of twee advocaten De Echtscheidingsnotaris is gespecialiseerd in het adviseren bij echtscheiding en het beëindigen van

Nadere informatie

OUDERSCHAPSPLAN II. juli 2011

OUDERSCHAPSPLAN II. juli 2011 OUDERSCHAPSPLAN II juli 2011 mr C.J.A. Snouckaert van Schauburg-Buchwaldt De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch Boers

Nadere informatie

Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten

Scheiden: motieven, verhuisgedrag en aard van de contacten Arie de Graaf Per jaar gaan in Nederland ongeveer 1 duizend paren die gehuwd of niet-gehuwd samenwonen uit elkaar. Hierbij zijn naar schatting tussen de 5 en 6 duizend kinderen betrokken. Als reden voor

Nadere informatie

Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en. Gezag. en voogdij

Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en. Gezag. en voogdij Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en Gezag en voogdij Inhoud Wat is gezag? 2 De ouder 3 Gezag en erfrecht 3 Wie heeft het gezag? 4 Huwelijk 4 Man en vrouw 4 Vrouw

Nadere informatie

Is een klas een veilige omgeving?

Is een klas een veilige omgeving? Is een klas een veilige omgeving? De klas als een vreemde sociale structuur Binnen de discussie dat een school een sociaal veilige omgeving en klimaat voor leerlingen moet bieden, zouden we eerst de vraag

Nadere informatie

Pedagogisch beleidsplan. Kid@home

Pedagogisch beleidsplan. Kid@home Pedagogisch beleidsplan Kid@home Pedagogisch beleidsplan Inhoud: 1. Inleiding 2. Pedagogische visie 3. Verzorging 4. Emotionele veiligheid 5. Persoonlijke competenties 6. Sociale competenties 7. Normen

Nadere informatie

J.G. Kraaijeveld-Wouters, algemeen voorzitter

J.G. Kraaijeveld-Wouters, algemeen voorzitter Aan de Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum : 2 mei 2005 kenmerk : CR35/1032112/05/TH/TvV betreft : advies:scheiden zonder rechter? Mijnheer de Minister, Op 4 maart bracht de Raad

Nadere informatie

Betekenis van vaderschap

Betekenis van vaderschap Betekenis van vaderschap Conferentie vader-empowerment G.O.Helberg Kinder-en Jeugdpsychiater Materiaal ontleed aan onderzoek: Prof. dr. Louis Tavecchio Afdeling POWL, Universiteit van Amsterdam Een paar

Nadere informatie

PROTOCOL OMGAAN MET GESCHEIDEN OUDERS

PROTOCOL OMGAAN MET GESCHEIDEN OUDERS PROTOCOL OMGAAN MET GESCHEIDEN OUDERS 1. ALGEMEEN. Als ouders van een kind gaan scheiden is dat een zeer ingrijpende gebeurtenis. Dat geldt voor de ouders, maar in nog sterkere mate voor hun kinderen.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 145 Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met het bevorderen van voortgezet

Nadere informatie

Welkom. Pedagogische verwaarlozing anno 2013. Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl

Welkom. Pedagogische verwaarlozing anno 2013. Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl Welkom Pedagogische verwaarlozing anno 2013 Bron: Haren de Krant d.d. 22 april 2010 1 2 Het Kind Eerst (juni 2013) www.hetkindeerst.nl Vraagstelling n.a.v. twitterbericht d.d. 12-06-2013 van Chris Klomp

Nadere informatie

Inhoud. 2 Opzet van het boek... 11 2.1 Inleiding... 12 2.2 Onderzoek Scholieren en Gezinnen... 12 2.3 Indeling van het boek... 14

Inhoud. 2 Opzet van het boek... 11 2.1 Inleiding... 12 2.2 Onderzoek Scholieren en Gezinnen... 12 2.3 Indeling van het boek... 14 V 1 Inleiding............................................................................. 1 1.1 Inleiding bij de tweede druk.......................................................... 2 1.2 Scheiden: een

Nadere informatie

indertherapie oevorden Ellen Adema

indertherapie oevorden Ellen Adema Het Relatiehuis Het Relatiehuis Het is prettig om goed, harmonieus contact te hebben met de mensen om u heen. In het bijzonder met de mensen die dicht bij u staan, zoals uw partner, uw kinderen, uw vader

Nadere informatie

2014 Protocol Omgaan met (kinderen van) gescheiden ouders

2014 Protocol Omgaan met (kinderen van) gescheiden ouders 2014 Protocol Omgaan met (kinderen van) gescheiden ouders Versie: 25-2-2014 De Bakelgeert, Daltonbasisschool Stationsweg 40 5831 CR, Boxmeer Tel. 0485-573386 www.debakelgeert.nl info@debakelgeert.nl Inhoud

Nadere informatie

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Machteld Vonk Inleiding Eindelijk is het zover: de regering is gekomen met een conceptwetsvoorstel om het ouderschap van lesbische paren te regelen.

Nadere informatie

Dr. Greta Noordenbos, Klinische Psychologie, Universiteit Leiden

Dr. Greta Noordenbos, Klinische Psychologie, Universiteit Leiden Na een vlotgeschreven en informatief eerste hoofdstuk van Els Verheyen waarin de belangrijkste kenmerken, gevolgen en behandelingen van eetstoornissen worden behandeld, gaat Karolien Selhorst uitvoerig

Nadere informatie

SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH)

SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) SAMENVATTING (SUMMARY IN DUTCH) Sinds de jaren zestig is het aandeel migranten in de Nederlandse bevolking aanzienlijk gegroeid. Van de totaal 16,3 miljoen inwoners in

Nadere informatie

Jouw Belang Jouw ouders bespreken gezamenlijk over én met jou wat jouw belang is. Zodat jouw ouders

Jouw Belang Jouw ouders bespreken gezamenlijk over én met jou wat jouw belang is. Zodat jouw ouders - Dit basis Kindplan kan als onderdeel worden ingevoegd in het ouderschapsplan of los worden gebruikt door ouders al dan niet met hulp van een professional - Ouders ga na de eerste afspraak met een professional

Nadere informatie

E-QUALITY KENNISCENTRUM VOOR EMANCIPATIE, GEZIN EN DIVERSITEIT. Vaderschap 2.0 Opvoedingsondersteuning voor vaders van nu

E-QUALITY KENNISCENTRUM VOOR EMANCIPATIE, GEZIN EN DIVERSITEIT. Vaderschap 2.0 Opvoedingsondersteuning voor vaders van nu E-QUALITY KENNISCENTRUM VOOR EMANCIPATIE, GEZIN EN DIVERSITEIT Vaderschap 2.0 Opvoedingsondersteuning voor vaders van nu Vaderschap 2.0 E-Quality 55 UIT DE PRAKTIJK 3.3 Interview met Arno Janssen en Caroline

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

Ouderschap, gezag en scheiding

Ouderschap, gezag en scheiding Ouderschap, gezag en scheiding mr. Paulien Boerkamp met dank aan: mr. Lydia Janssen 2 en 12 maart 2015 Programma Twee soorten juridische banden met kind: 1. Ouderschap (= familie) 2. Gezag (= zeggenschap)

Nadere informatie

Protocol School en Scheiding

Protocol School en Scheiding Protocol School en Scheiding Dit protocol: - legt uit wie voor de wet ouder van een kind is; - formuleert een aantal richtlijnen waar de school zich aan zal houden, ter voorkoming van misverstanden; -

Nadere informatie

Samenvatting Dit proefschrift beschrijft een aantal onderzoeken op het gebied van gehechtheid en psychosociaal functioneren in de volwassenheid. In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de gehechtheidstheorie.

Nadere informatie

Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling

Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling Tijd rijp voor verplichte scheidingsbemiddeling Nieuwsbrief NGR 14.03.03 De Nederlandse Gezinsraad (NGR) constateert dat er een breed maatschappelijk draagvlak is voor verplichte scheidingsbemiddeling.

Nadere informatie

ABC Echtscheidingsbemiddeling BEGRIP VOOR HET MENSELIJKE PROCES VAN SCHEIDEN

ABC Echtscheidingsbemiddeling BEGRIP VOOR HET MENSELIJKE PROCES VAN SCHEIDEN ABC Echtscheidingsbemiddeling BEGRIP VOOR HET MENSELIJKE PROCES VAN SCHEIDEN ABC Echtscheidingsbemiddeling 2013 Samenvatting Een goede scheiding is het begin van iets beters. Dat vergt een proces waar

Nadere informatie

SAMENLEVINGVORMEN EN SAMENLEVINGSCONTRACT

SAMENLEVINGVORMEN EN SAMENLEVINGSCONTRACT SAMENLEVINGSVORMEN SAMENLEVINGVORMEN EN SAMENLEVINGSCONTRACT Algemeen De gevolgen van het huwelijk en het geregistreerd partnerschap worden in de wet uitgebreid geregeld. Andere samenwonenden worden door

Nadere informatie

De (vak)docent als Pedagoog en Sociaal Agent

De (vak)docent als Pedagoog en Sociaal Agent De (vak)docent als Pedagoog en Sociaal Agent Student : Grell, Soraima Module : De (vak)docent als Pedagoog en Sociaal Agent Opdracht : Studiewijzer 1 Docent : Drs. Jose Fernandes Perna Blok : 1.1 Studiewijzer

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Ouders, kinderen & scheiding. Mie Jacobs VCOK

Ouders, kinderen & scheiding. Mie Jacobs VCOK Ouders, kinderen & scheiding Mie Jacobs VCOK Deze workschop Juridische bril: ouders, kinderen & scheiding Hulp- en dienstverlening, informatie Conflictueuze scheiding: vaak voorkomende vragen Uw vragen

Nadere informatie

Beleid Informatieverstrekking en beslissingsrecht gescheiden ouders

Beleid Informatieverstrekking en beslissingsrecht gescheiden ouders Beleid Informatieverstrekking en beslissingsrecht gescheiden ouders Inleiding In de dagelijkse praktijk hebben scholen vaak te maken met gescheiden ouders en blijkt dat scholen verschillend omgaan met

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO

Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage

Nadere informatie