De aankomende grootschalige decentralisaties zijn bedenkelijk vanuit het beginsel van decentralisatie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De aankomende grootschalige decentralisaties zijn bedenkelijk vanuit het beginsel van decentralisatie"

Transcriptie

1 324 de stelling In deze rubriek wordt een stelling besproken door een voor- en tegenstander. Deze keer wordt de stelling opgeworpen of de aankomende decentralisaties zich al dan niet goed verhouden met het beginsel van decentralisatie. Remco Nehmelman (hoogleraar Publiek organisatierecht, Universiteit Utrecht) plaatst enkele vraagtekens bij de aankomende decentralisaties en is voorstander van de hiernavolgende stelling. Job Cohen (bijzonder hoogleraar van de Thorbeckeleerstoel, Universiteit Leiden) is voorstander van de decentralisaties en tegenstander van de volgende stelling. De aankomende grootschalige decentralisaties zijn bedenkelijk vanuit het beginsel van decentralisatie R. Nehmelman* 1. Inleiding * Prof. mr. R. Nehmelman is hoogleraar Publiek organisatierecht, in het bijzonder op het gebied van het waterbeheer, Universiteit Utrecht en lid van de Raad voor het Openbaar Bestuur. 1 Op de website van de VNG is de laatste stand van zaken raadpleegbaar ten aanzien van alle wetsvoorstellen die worden ingevoerd voor de bewerkstelliging van de overheveling van taken; (laatst geraadpleegd op 19 augustus 2014). In 2015 zullen de taken voor de Nederlandse gemeenten aanzienlijk worden uitgebreid. Dan zullen gemeenten tevens verantwoordelijk worden voor jeugdzorg, werk en inkomen en zorg aan langdurig zieken en ouderen. 1 Een aantal van deze taken hebben gemeenten nu ook al, maar zij zullen worden aangepast en uitgebreid. Een ander deel van deze taken is nieuw en nemen gemeenten over van andere overheden. De bedoeling is dat vanuit de gemeente één persoon ondersteuning en begeleiding zal bieden op voornoemde taken aan mensen die dat nodig hebben. Voor één huishouden wordt één basisplan gemaakt. De gedachte achter deze decentralisaties is dat gemeenten dichter bij de inwoners staan en daarom de zorg effectiever en met minder bureaucratie en goedkoper zullen kunnen leveren. Een streven van de decentralisaties is voorts om de regeldruk voor inwoners tot een minimum te beperken; de regels moeten zo eenvoudig mogelijk zijn. Ingewikkelde problemen moeten samenkomen bij één gemeentelijk loket. Bovendien moeten de geldstromen aan gemeenten voor de taken in het sociaal domein eenvoudiger en eenduidiger worden ingericht. Gemeenten zullen daarom uiteindelijk één budget, waarover straks meer, krijgen met als doelstelling de participatie in de maatschappij te bevorderen. Gelet op de omvang van de nieuwe decentrale taken zullen veel gemeenten op bestuurlijk, ambtelijk en financieel gebied moeten samenwerken of zelfs, al dan niet vrijwillig, moeten fuseren. Uitgangspunt is bovendien dat het Rijk beleidsvrijheid aan gemeenten biedt bij de uitvoering van hun taken.

2 TVCR OKTOBER 2014 De stelling 325 Bovenstaande samenvatting van de aanstaande decentralisaties is afkomstig van de website van de Nederlandse regering. 2 Op grond van de argumenten op de website kan eigenlijk niemand tegen deze decentralisatieoperatie zijn. Op een aantal terreinen van de decentralisaties valt de overheveling dan ook zeker toe te juichen. Gemeenten staan dichter bij de burger en een meer klantvriendelijke en efficiënte, waaronder financiële, benadering is dan ook een voordeel dat kan worden behaald. Toch zijn er bedenkingen tegen deze enorme overheveling van taken naar gemeenten te plaatsen vanuit het beginsel van decentralisatie en een aantal elementen die daaruit voortvloeien. Alvorens deze bedenkingen te bespreken is het noodzakelijk om eerst kort aandacht te besteden aan de vraag wat het decentralisatiebeginsel inhoudt. Daarmee zal dan ook eerst worden aangevangen waarna vervolgens enkele kritiekpunten volgen. Deze bijdrage wordt afgesloten met enkele concluderende opmerkingen. Tot slot van deze inleiding nog een opmerking voor wat betreft de beperkingen van deze bijdrage. De aankomende decentralisaties zijn zo omvangrijk en gedetailleerd dat het onmogelijk is om hier alle nuancering aan te brengen. Volstaan wordt met algemene bedenkingen die vrijwel altijd op de loer liggen bij de overheveling van taken van Rijk naar gemeenten. Niettemin is en blijft het van groot belang hierop te (blijven) wijzen. de stelling 2. Beginsel van decentralisatie In de kern is het decentralisatiebeginsel te omschrijven als het beginsel dat alle overheidsbevoegdheden die aan provincie- en gemeentebesturen (en overige gedecentraliseerde overheidsorganisaties) kunnen worden toevertrouwd, ook aan hen moeten worden toevertrouwd, en wel met zo veel mogelijk beleidsvrijheid, waarbij de gemeente de eerste voorkeur heeft. 3 Kernachtig zou men dit beginsel kunnen omschrijven als: decentraal wat kan, centraal wat moet. In 2002 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur dit beginsel meer specifiek omschreven als het gegeven dat publieke taken in beginsel aan de meest gedecentraliseerde en volledig democratisch gelegitimeerde bestuurslaag worden overgelaten en zodoende de autonomie van deze eenheden wordt behartigd. 4 Daarbij moet de betrokken bestuurslaag zoveel mogelijk beleidsvrijheid worden gelaten en moet zijn voorzien in voldoende financiële middelen om deze taakbehartiging te kunnen waarmaken. In eerste instantie moet dan worden gedacht aan een eigen belastinggebied. Konijnenbelt duidt het decentralisatiebeginsel ook wel als het staatsrechtelijk subsidiariteitsbeginsel onderwerpen/gemeenten/decentralisatie-van-overheidstakennaar-gemeenten (laatst geraadpleegd op 22 juli 2014). 3 Vgl. Zijlstra 2009, p Vgl. Rob Konijnenbelt 1995, p

3 326 De stelling Het decentralisatiebeginsel is nooit als zodanig in het geschreven Nederlandse recht gecodificeerd. Elementen van dit beginsel treft men niettemin aan in art. 124 Grondwet (de autonome en medebewindsbevoegdheden voor gemeenten en provincies) en de artikelen 116 en 117 Gemeentewet 6 (bevordering decentrale taken door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). 7 Het sterkst is het beginsel te herkennen in het Europese Handvest inzake lokale autonomie van de Raad van Europa. Naast een aantal bepalingen (art. 2 en 3 lid 1), waarin wordt verankerd dat autonomie van decentrale overheden het uitgangspunt dient te zijn, is het decentralisatiebeginsel in art. 4 lid 3 en 4 van het Handvest te herkennen. Deze bepalingen luiden: Art. 4 lid 3 en 4 Europees Handvest inzake lokale autonomie 3. Overheidsverantwoordelijkheden dienen in het algemeen bij voorkeur door die autoriteiten te worden uitgeoefend die het dichtst bij de burgers staan. Bij toekenning van verantwoordelijkheid aan een andere autoriteit dient rekening te worden gehouden met de omvang en de aard van de taak en de eisen van doelmatigheid en kostenbesparing. 4. Bevoegdheden die aan lokale autoriteiten zijn toegekend dienen in de regel volledig en uitsluitend te zijn. Zij mogen niet worden aangetast of beperkt door een andere, centrale of regionale autoriteit, behalve voor zover bij de wet is bepaald. Van belang is hier voorts art. 9 van het Europees Handvest inzake lokale autonomie waarin over de financiële middelen van lokale overheden onder andere het volgende is bepaald: 6 Vgl. tevens art. 114 en 115 Provinciewet. 7 Ten slotte kan in dit verband worden gewezen op Aanwijzing 16 (Aanwijzingen voor de regelgeving) waarin is vervat dat de taken en bevoegdheden op decentraal niveau worden gelegd, tenzij het onderwerp van zorg niet op doelmatige en doeltreffende wijze door decentrale organen kan worden behartigd. De Aanwijzingen voor de Regelgeving zijn vervat in een (interne) Circulaire afkomstig van de minister-president en zijn bindend voor alle rijksambtenaren, in het bijzonder degenen die met wetgeving zijn belast. Art. 9 lid 1, 2, 3 en 4 Europees Handvest inzake lokale autonomie 1. De lokale autoriteiten hebben binnen het kader van het nationale economische beleid, recht op voldoende eigen financiële middelen, waarover zij vrijelijk kunnen beschikken bij de uitoefening van hun bevoegdheden. 2. De financiële middelen van de lokale autoriteiten dienen evenredig te zijn aan de bevoegdheden zoals die zijn vastgelegd in de grondwet of de wet. 3. Ten minste een deel van de financiële middelen van de lokale autoriteiten dient te worden verkregen uit lokale belastingen en heffingen waarover zij, binnen de grenzen bij de wet gesteld, de bevoegdheid hebben de hoogte vast te stellen. 4. De financieringsstelsels op basis waarvan lokale autoriteiten middelen ter beschikking krijgen, dienen voldoende gevarieerd van aard te zijn en groeicapaciteit te hebben om hen in staat te stellen gelijke tred te houden, zoveel als in de praktijk mogelijk is, met de werkelijke groei van de kosten van het uitvoeren van hun taken.

4 TVCR OKTOBER 2014 de stelling 327 Het Europees Handvest inzake lokale autonomie biedt dus belangrijke aanknopingspunten voor het uitgangspunt van decentralisatie. Een probleem is echter dat de bepalingen in dit Handvest niet kunnen worden gekwalificeerd als een ieder verbindende verdragsbepalingen in de zin van art. 94 Grondwet. Een vordering bij de rechter met een beroep op het Handvest heeft dan ook geen zin. Dit blijkt onder meer uit een geruchtmakende zaak uit 2007 waarin de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en vier gemeenten een zaak aanspanden tegen de Staat der Nederlanden vanwege het beperken van het eigen belastinggebied (beperking van de onroerend zaaksbelasting). De Rechtbank Den Haag bepaalde in deze zaak dat art. 9 lid 3 van het Handvest, bezien in samenhang met het eerste lid, geen een ieder verbindende verdragsbepaling is. 8 Ook in hoger beroep werd de vordering van de VNG c.s. afgewezen. 9 Dit betekent overigens niet dat de Nederlandse Staat niettemin gehouden is om de bepalingen van het Handvest na te leven. Een vordering bij de Nederlandse rechter met een beroep op het Handvest inzake lokale autonomie zal echter als gezegd vooralsnog geen effect sorteren. 3. Bedenkingen bij de grootschalige decentralisaties Voor zover men het decentralisatiebeginsel enkel omschrijft als: decentraal wat kan, centraal wat moet, vallen de komende decentralisaties alleen maar toe te juichen. Het waren dan ook gemeenten zelf die bij monde van de VNG destijds hebben gepleit voor vergaande decentralisaties in de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (in de praktijk ook wel de 3D s genoemd). Het decentralisatiebeginsel moet echter nader worden ingevuld met meer concrete elementen. In de literatuur valt in dit verband te wijzen op drie meer inhoudelijke elementen die voortvloeien uit het beginsel van decentralisatie. 10 Deze zijn achtereenvolgens: a. De eigen democratische legitimatie (via de lokale volksvertegenwoordiging); b. De zelfstandigheid ten opzichte van het Rijk zowel vanuit beleids- als vanuit financieel perspectief (deze laatste toevoeging is van de auteur); c. De zelfstandigheid ten opzichte van andere gemeenten of provincies. Vanuit deze drie elementen zijn er de nodige bedenkingen te plaatsen bij de aanstaande decentralisaties in het sociale domein. Ik zal deze hier kort behandelen aan de hand van deze zojuist genoemde elementen. 8 Rechtbank s-gravenhage van 18 april 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA Gerechtshof s-gravenhage, 10 juli 2008, nr /01 (civiele kamer). 10 Vgl. Dölle & Elzinga 2004, p en tevens Hennekens, Van Geest & Fernhout 1993.

5 328 De stelling 11 Kamerstukken II 2013/14, , nr Ad. a. Een eigen democratische legitimatie voor de nieuwe gemeentelijke taken Decentralisatie betekent dat publieke taken worden uitgeoefend door andere overheden dan de rijksoverheid. Bij de uitoefening van deze gemeentelijke taken behoort een afdoende democratische legitimatie via de lokale volksvertegenwoordiging. De gemeenteraad dient erop toe te zien dat de uitvoering van de nieuwe taken op het gebied van het sociale domein op een efficiënte en rechtsstatelijke wijze wordt uitgeoefend. De komende decentralisaties zullen echter leiden tot een afname van de lokale democratische controle. Dit komt omdat veel gemeenten onderling zullen (moeten) gaan samenwerken waardoor het leerstuk van de gemeentelijke samenwerking om de hoek komt kijken. Ook de regering heeft aangegeven dat samenwerking tussen gemeenten (en andere overheden) onderling waarschijnlijk onontkoombaar zal zijn vanwege de kleine omvang van gemeenten en vanuit het oogpunt van efficiency gemeenten moeten samenwerken en in het uiterste geval zelfs moeten fuseren (gemeentelijke herindeling). Nu is deze samenwerking tussen gemeenten veelal noodzakelijk vanuit het oogpunt van efficiency, alleen leert de praktijk dat de democratische controle bij gemeentelijke samenwerking veel te wensen overlaat. Gemeenten hebben daarbij de keuze tussen gebruikmaking van de Wet gemeenschappelijke regelingen of privaatrechtelijke arrangementen zoals het in het leven roepen van een stichting. Er is in de afgelopen jaren veel kritiek geweest op het gebrek aan democratische controle op deze samenwerkingsverbanden. De gemeentelijke praktijk, waarin gebruik wordt gemaakt van deze publiek- of privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden, laat zien dat de gemeenteraden geen zicht meer hebben op de gemeentelijke taken waarmee de democratische controle ernstig in het gedrang komt. Dit kan mijns inziens voorkomen worden door in de eerste plaats te stellen dat in de regel eerst de publiekrechtelijke weg moet worden gevolgd bij intergemeentelijke samenwerking en de privaatrechtelijke arrangementen eerder uitzondering dan regel mogen zijn. In de tweede plaats zou de (publiekrechtelijke) Wet gemeenschappelijke regelingen nog eens goed moeten worden doordacht en worden bezien of vereenvoudiging en verbetering van de democratische controle door de participerende gemeenten (en derhalve gemeenteraden) kan worden bewerkstelligd. Inmiddels is de Tweede Kamer hierover ook bezorgd aangezien zij onlangs de motie-bergkamp (D66) heeft aangenomen. 11 Daarin wordt gesteld dat door de decentralisaties in het sociaal domein een stapeling van regionale samenwerkingsverbanden dreigt en voorts wordt geconstateerd dat zeven van de tien gemeenteraadsleden van mening zijn dat regionale samenwerkingsverbanden een bedreiging vormen voor de lokale democratie. In deze motie wordt dan ook gevraagd om te bezien hoe de

6 TVCR OKTOBER 2014 de stelling 329 democratische legitimiteit kan worden gewaarborgd bij de (onvermijdelijke) samenwerkingsarrangementen in het kader van de grootschalige decentralisaties in het sociale domein. Ad. b. Zelfstandigheid ten opzichte van het Rijk Een tweede punt van zorg is de vraag of het Rijk daadwerkelijk ruimte aan gemeenten zal laten om de nieuwe taken naar eigen inzicht uit te voeren. Op het eerste gezicht laat de nieuwe wetgeving op het terrein van de decentralisaties ruimte voor voldoende beleidsvrijheid. Het verleden bewijst echter dat loslaten niet het sterkste punt is van het centraal gezag. 12 Het Rijk zal moeten bewijzen dat het ruimte laat aan lokale overheden om zelfstandig invulling te geven aan de nieuwe taken. 13 Dat kan gevolgen hebben voor het gelijkheidsbeginsel; zo kan de beleidsvrijheid betekenen dat in de ene gemeente bepaalde sociale voorzieningen wel worden vergoed en in de andere gemeente niet. Vanuit eenheidsstatelijk perspectief is dat bedenkelijk, vanuit het beginsel van decentralisatie een noodzakelijk gevolg. Ook zal de regering terughoudend moeten zijn met de algemene toezichtarrangementen waarvan zij gebruik kan maken. Als voorloper van de decentralisaties is het interbestuurlijk toezicht een aantal jaar geleden herzien waarbij veel speciale toezichtbepalingen werden geschrapt ten faveure van de generieke toezichtinstrumenten, namelijk de schorsings- en vernietigingsbevoegdheid van de Kroon en de wettelijke taakverwaarlozingsinstrumenten. Terughoudendheid bij de inzet van deze instrumenten blijft uiteraard het devies bij de komende decentralisaties. Een aanpalende vraag is bovendien wat de zogeheten stelsel- of systeemverantwoordelijkheid van het Rijk, in het bijzonder van de minister van Binnenlandse Zaken op dit gebied zal betekenen. Het leerstuk van deze specifieke verantwoordelijkheid is nooit goed doordacht en het zou goed zijn om nog eens te bezien wat deze verantwoordelijkheid van het centrale gezag in het licht van de komende decentralisaties inhoudt. Wanneer moet het Rijk ingrijpen indien blijkt dat bepaalde elementen van de decentralisaties niet goed gaan uitwerken in een groot aantal gemeenten? Naast dit gevaar van de beperking van beleidsvrijheid vanuit bestuurlijk perspectief bestaat er een nog groter risico voor wat betreft de financiële armslag van gemeenten in het licht van de komende decentralisaties. De overheveling van taken van het Rijk naar gemeenten zijn niet in de laatste plaats getroffen vanuit het oogpunt van bezuiniging. In de toekomst zullen gemeenten voor de drie decentralisaties kunnen rekenen op een bedrag van ruim 15,6 miljard Euro vanuit het Rijk. Vergeleken met het budget dat thans voor deze taken beschikbaar is, 21,1 miljard Euro, betekent dit een bezuiniging van 5,5 miljard Euro. Daarbij komt dat 12 Vgl. Munneke Zie hierover ook Rob 2012.

7 330 De stelling gemeenten afhankelijk blijven voor wat betreft hun financiële armslag van het Rijk.; het Centraal Planbureau heeft de wetgever opgeroepen om in het licht van de komende omvangrijke decentralisaties gemeenten meer ruimte te geven om zelfstandig belastingen te heffen. 14 Het huidige kabinet wil hier echter niet van weten. 15 Plaatst men daarbij de gedachte dat een gemeentelijke begroting altijd sluitend moet zijn, en niet zoals de rijksbegroting kan worden aangevuld door middel van suppletoire begrotingswetten, dan valt te bezien of met een aanzienlijk beperkter budget dan voorheen gemeenten financieel kunnen rondkomen bij de uitvoering van de nieuwe taken in het sociale domein. Ook hier zou het goed zijn om het advies van het Centraal Planbureau nog eens goed te doordenken en te bezien of niet moet worden overgegaan tot een uitbreiding van het zelfstandig belastinggebied voor gemeenten. De financiering van het Rijk aan gemeenten voor de nieuwe taken zijn bovendien aan te duiden als specifieke uitkeringen. Het betreft hier anders gezegd geoormerkte bedragen waarbij niettemin een zekere ruimte voor gemeenteraden en bestuurders wordt gelaten om invulling te geven aan de uitvoering van de nieuwe taken CPB 2014, p. 6 e.v. 15 Zie (laatst geraadpleegd 22 juli 2014). 16 Zie hierover uitvoerig Van Nijendaal Ad. c. Zelfstandigheid ten opzichte van andere overheden Ten slotte rijst de vraag hoeveel zelfstandigheid gemeenten zullen krijgen of houden bij de uitvoering van de nieuwe en aangepaste taken. Voor wat betreft de verhouding ten opzichte van het Rijk zijn onder punt b al de nodige bedenkingen geuit. Hoeveel ruimte zal Den Haag laten ten aanzien van de beleidsvrijheid die gemeenten krijgen vanuit bestuurlijk en financieel perspectief? Deze vraag rijst vooral bij het financiële plaatje dat gepaard gaat met de decentralisaties. Vrijwel alle taken worden immers bekostigd vanuit gelden die afkomstig zijn uit Den Haag. Uit het hiervoor weergegeven punt a, te weten de vermoedelijk grootschalige samenwerkingsverbanden tussen gemeenten op de terreinen waar zal worden gedecentraliseerd, is tevens een risico van een te grote inbreuk op de zelfstandigheid van de gemeenten ten opzichte van elkaar. De overheveling van de decentralisatietaken zal leiden tot omvangrijke samenwerkingsverbanden waardoor individuele gemeenteraden niet meer volledig zelfstandig controle houden over de uitoefening van de taken en de besteding van de daarvoor benodigde financiële middelen. Dat hoeft uiteraard niet altijd bedenkelijk te zijn, maar niet ontkend kan worden dat ook hier een risico in schuilt voor wat betreft de zelfstandige positie die gemeenten hebben ten opzichte van het Rijk maar ook ten opzichte van elkaar. Weliswaar zijn deze samenwerkingsverbanden als vrijwillig aan te duiden, maar afgevraagd kan worden in hoeverre sprake is van vrijwilligheid als men als gemeente niet anders kan dan samenwerken indien voor

8 TVCR OKTOBER 2014 de stelling 331 een zelfstandige uitvoering van de nieuwe taken simpelweg geen financiën aanwezig zijn. 4. Conclusie Vanuit de gedachte dat bepaalde publieke taken in beginsel door decentrale overheden, primair door gemeenten, moeten worden geregeld en uitgevoerd (het decentralisatiebeginsel) zijn de komende decentralisaties toe te juichen. Voor een goede uitoefening van de nieuwe taken bestaan er mijns inziens niettemin een aantal reële risico s die niet mogen worden onderschat. In de eerste plaats betreft dat de vraag of de hoogstwaarschijnlijk omvangrijke samenwerkingsverbanden niet een te grote inbreuk betekenen op de democratische legitimatie van de gemeenteraden. In dit verband heb ik gesteld dat het goed zou zijn om de publiekrechtelijke weg, te weten de mogelijkheden die de Wet gemeenschappelijke regelingen biedt, de voorkeur te geven boven privaatrechtelijke arrangementen. Bovendien zou de Wet gemeenschappelijke regelingen nog eens goed tegen het licht moeten worden gehouden waardoor een vereenvoudiging en democratisering van de samenwerkingsverbanden wellicht kan worden bewerkstelligd. In de tweede plaats rijst de vraag hoeveel bestuurlijke en financiële beleidsvrijheid voor gemeenten ontstaat. Is het centrale gezag bereid om schaars gebruik te maken van de algemene toezichtinstrumenten zoals de schorsing- en vernietigingsbevoegdheid die de Kroon heeft? Moet niet nagedacht worden over een groter lokaal belastinggebied waardoor gemeenten minder afhankelijk zijn van de financiële middelen die Den Haag aan hen verstrekt? Ook deze vraag kan niet worden ontweken; overheveling van taken naar gemeenten waardoor tevens een grootschalige bezuiniging wordt beoogd, kan op termijn waarschijnlijk niet zonder vergroting van een groter lokaal belastinggebied. Dit laatste heeft bovendien een naar alle waarschijnlijkheid gunstig neveneffect voor de opkomst bij lokale verkiezingen. Er valt daadwerkelijk iets te kiezen waardoor burgers werkelijk geprikkeld worden om de gang naar de gemeentelijke stembus te maken. Decentralisatie moet, maar doe het goed!

9 332 De stelling Literatuur CPB 2014 Centraal Planbureau, Vervolgrapportage decentralisaties in het sociaal domein, juni 2014 Dölle & Elzinga 2004 A.H.M. Dölle & D.J. Elzinga, Handboek van het Nederlandse gemeenterecht, Deventer: Kluwer 2004 Hennekens, Van Geest & Fernhout 1993 H.Ph.J.A.M. Hennekens, H.J.A.M. van Geest & R. Fernhout, Decentralisatie, Nijmegen: Ars Aequi 1993, p. 1-2 Konijnenbelt 1995 Willem Konijnenbelt, De Grondwet en het openbaar bestuur, uitgebreide versie van de rede uitgesproken op het Thorbecke-symposium op 19 januari 1995 te Den Haag, Bestuurswetenschappen 1995, nr. 1, p Munneke 2013 S.A.J. Munneke, Decentralisatie op grote schaal, Aandachtspunten en uitgangspunten voor de decentralisaties in het sociale domein, Regelmaat, 2013 nr. 5, p. 296 e.v. Van Nijendaal 2014 G.A. van Nijendaal, Drie decentralisaties in het sociale domein, in: J.H.M. Donders en C.A. de Kam (red.), Jaarboek Overheidsfinanciën 2014, Wim Drees Stichting voor Openbare Financiën p Rob 2002 Raad voor het openbaar bestuur, Provincies en gemeenten in de Grondwet, Advies modernisering hoofdstuk 7 van de Grondwet deel II, december 2002 Rob 2012 Raad voor het openbaar bestuur rapport: Loslaten in vertrouwen, 2012 Zijlstra 2009 S.E. Zijlstra, Bestuurlijk organisatierecht, Deventer: Kluwer 2009

10 372 boeken boek is speciaal aan dat onderwerp gewijd. The problem of epistemic or knowledge-related discretion arises whenever knowledge of what is commanded or prohibited by the constitution is unreliable. (p. 109). Deze onbetrouwbaarheid van kennis speelt volgens Klatt en Meister een belangrijke rol bij de balancing of constitutional rights (maar wat is dat? De beoordeling van de toelaatbaarheid van beperkingen? Of de belangenafweging die nodig is bij botsing van grondrechten, en/of bij reikwijdteoverlap? En is dit altijd een taak voor de rechter?). Zij sluiten bij de epistemische problematiek echter expliciet de beoordeling van waarschijnlijkheden en dus, naar het lijkt, risico-inschatting uit (Klatt en Meister, p. 111). Nader onderzoek blijft hier nodig.

Vernieuwen en vertrouwen

Vernieuwen en vertrouwen Vernieuwen en vertrouwen Samenvatting Vernieuwen en vertrouwen Gemeenten krijgen er in 2015 drie grote taken bij in het sociaal domein: jeugd, zorg en werk. Bovendien moeten gemeenten het sociaal domein

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 34 300 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2016 Nr. 11

Nadere informatie

ECGF/U200801752 Lbr. 08/174

ECGF/U200801752 Lbr. 08/174 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft OZB-procedure tegen Staat uw kenmerk ons kenmerk ECGF/U200801752 Lbr. 08/174 bijlage(n) datum 15 oktober 2008

Nadere informatie

Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer

Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 20015 der Staten-Generaal 2500 EA Den Haag Binnenhof 4 r 070-342 43 44 DEN HAAG E voorlichbng@rekenkamer.nl w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

Een Constitutioneel Organogram van het Huis van Thorbecke

Een Constitutioneel Organogram van het Huis van Thorbecke Een Constitutioneel Organogram van het Huis van Thorbecke Een onderzoek naar de staatsrechtelijke beginselen achter de gedecentraliseerde eenheidsstaat Rik Dekker Paper Jonge Onderzoekersdag Staatsrechtkring

Nadere informatie

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus EA Den Haag

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus 20011 2500 EA Den Haag Raad voor het openbaar bestuur Korte Voorhout 7

Nadere informatie

Code Interbestuurlijke Verhoudingen

Code Interbestuurlijke Verhoudingen CODE > Code Interbestuurlijke Verhoudingen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen dragen samen de verantwoordelijkheid voor een goed bestuur van Nederland. De medeoverheden erkennen dat zij daarin

Nadere informatie

Sector : I Nr. : 10/63.13 Onderwerp : Gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân

Sector : I Nr. : 10/63.13 Onderwerp : Gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân AAN: De raad van de gemeente Ferwerderadiel Sector : I Nr. : 10/63.13 Onderwerp : Gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân Ferwert, 11 december 2013 Op meerdere

Nadere informatie

ECGF/U201301543 Lbr. 13/106

ECGF/U201301543 Lbr. 13/106 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Actualiteiten gemeentefinanciën uw kenmerk ons kenmerk ECGF/U201301543 Lbr. 13/106 bijlage(n) - datum 13 december

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Wormerland

Aan de raad van de gemeente Wormerland RAADSVOORSTEL Aan de raad van de gemeente Wormerland Datum aanmaak 11-12-2013 Onderwerp Programma en portefeuillehouder Inkoopsamenwerking decentralisaties Zaanstreek-Waterland, Regeling Zonder Meer Anna

Nadere informatie

Doorkiesnummer : (0495) 575 521 Agendapunt: 8 ONDERWERP

Doorkiesnummer : (0495) 575 521 Agendapunt: 8 ONDERWERP Wijnen, Peter FIN S3 RAD: RAD131106 2013-11-06T00:00:00+01:00 BW: BW131001 voorstel gemeenteraad Vergadering van de gemeenteraad van 6 november 2013 Portefeuillehouder : J.M. Cardinaal Behandelend ambtenaar

Nadere informatie

Bestuurslagen in Nederland rijksoverheid provinciale overheid gemeentelijke overheid

Bestuurslagen in Nederland rijksoverheid provinciale overheid gemeentelijke overheid Vak Maatschappijwetenschappen Thema Politieke besluitvorming (katern) Klas Havo 5 Datum november 2012 Hoofdstuk 4 Het landsbestuur (regering en parlement) Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Overbetuwe Onderzoeksopzet Decentralisaties jeugdzorg en Wmo/AWBZ (2 D s)

Rekenkamercommissie Overbetuwe Onderzoeksopzet Decentralisaties jeugdzorg en Wmo/AWBZ (2 D s) Rekenkamercommissie Overbetuwe Onderzoeksopzet Decentralisaties jeugdzorg en Wmo/AWBZ (2 D s) 1. Aanleiding voor het onderzoek De decentralisaties van de jeugdzorg, de extramurale AWBZ-taken en taken op

Nadere informatie

Uitslagen enquête onder raadsleden Provincie Gelderland

Uitslagen enquête onder raadsleden Provincie Gelderland Uitslagen enquête onder raadsleden Provincie Gelderland Februari 2015 Inleiding Stichting Politieke Academie deed in opdracht van Nederland Lokaal onderzoek naar de mening van gemeenteraadsleden. Aan hen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 750 VII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2014 Nr. 17

Nadere informatie

Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein

Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein Gefaseerde invulling congruent samenwerkingsverband 3 decentralisaties sociaal domein Inleiding Op 1 januari 2015 krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid voor een aantal nieuwe taken in het sociale domein

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 34 264 Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met het toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst T BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGOBR Directie Organisatie- en Personeelsbeleid Rijk www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk

Nadere informatie

Er komt zo snel mogelijk, na vaststelling van de verordening, een publieksversie, waarin de verschillende onderdelen worden uitgewerkt.

Er komt zo snel mogelijk, na vaststelling van de verordening, een publieksversie, waarin de verschillende onderdelen worden uitgewerkt. Opmerkingen/verzoeken Meer leesbare versie Graag zouden we zien dat er een meer leesbare/publieksvriendelijkere versie van de verordening komt. Er wordt in dit stuk er al wel vanuit gegaan dat iedereen

Nadere informatie

Hartelijk dank aan de Raad voor het Openbaar Bestuur voor dit advies over de relatie tussen decentrale overheden en Europa.

Hartelijk dank aan de Raad voor het Openbaar Bestuur voor dit advies over de relatie tussen decentrale overheden en Europa. Het gesproken woord geldt Speech VNG-voorzitter Jorritsma Rob, 25 november 2013 Hartelijk dank aan de Raad voor het Openbaar Bestuur voor dit advies over de relatie tussen decentrale overheden en Europa.

Nadere informatie

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad Gemeente Langedijk Raadsvergadering : Agendanummer : Portefeuillehouder Afdeling Opsteller : H.J.M. Schrijver : Beleid en Projecten : E.J. (Eric) van Tatenhove Voorstel aan de raad Onderwerp : Gefaseerde

Nadere informatie

Internetpublicatiemodel Decentrale Regelgeving. Deel II: Soorten regelgeving

Internetpublicatiemodel Decentrale Regelgeving. Deel II: Soorten regelgeving Internetpublicatiemodel Decentrale Regelgeving Deel II: Soorten regelgeving IPM Decentrale Regelgeving Versie 4.0, Augustus 2008 ICTU / Overheid heeft Antwoord Wilhelmina van Pruisenweg 104 2595 AN Den

Nadere informatie

Datum 18 oktober 2013 Beeld ontwikkeling, ondersteuning en monitoring decentralisaties

Datum 18 oktober 2013 Beeld ontwikkeling, ondersteuning en monitoring decentralisaties > Retouradres De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten - Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag DGBK Bestuur, Democratie en Financiën - Project Decentralisaties Uw kenmerk Betreft Beeld ontwikkeling,

Nadere informatie

Een Lokaal Referendum of niet?

Een Lokaal Referendum of niet? Een Lokaal Referendum of niet? Een eerste discussie over een lokaal in Krimpen aan den IJssel als onderdeel van burgerparticipatie. Inleiding In ons land zijn de afgelopen periode op het gebied van de

Nadere informatie

Reactie Landelijke Cliëntenraad op wetsvoorstellen VN-verdrag rechten mensen met een beperking

Reactie Landelijke Cliëntenraad op wetsvoorstellen VN-verdrag rechten mensen met een beperking Reactie Landelijke Cliëntenraad op wetsvoorstellen VN-verdrag rechten mensen met een beperking De regering houdt op dit moment een internetconsultatie over de Goedkeuringsen Uitvoeringswet bij ratificatie

Nadere informatie

Beginselen van het Nederlands Staatsrecht

Beginselen van het Nederlands Staatsrecht Prof.mr. A.D. Belinfante Mr. J.L. de Reede Beginselen van het Nederlands Staatsrecht druk Samsom H.D. Tjeenk Willink Alphen aan den Rijn 1997 VOORWOORD II AFKORTINGEN 13 I INLEIDING 15 1. Benadering van

Nadere informatie

Op zoek naar de meerwaarde van decentrale rekenkamers

Op zoek naar de meerwaarde van decentrale rekenkamers Op zoek naar de meerwaarde van decentrale rekenkamers Peter Castenmiller & Klaartje Peters * Met de invoering van het dualisme zijn ook lokale en provinciale rekenkamers, ter ondersteuning van raden en

Nadere informatie

Initiatiefvoorstel tot wijziging van het Reglement van Orde teneinde de binding met de gekozen Leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te

Initiatiefvoorstel tot wijziging van het Reglement van Orde teneinde de binding met de gekozen Leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te Initiatiefvoorstel tot wijziging van het Reglement van Orde teneinde de binding met de gekozen Leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal te verbeteren Dit initiatiefvoorstel tot wijziging van het Reglement

Nadere informatie

Provincies en gemeenten in de Grondwet Advies modernisering hoofdstuk 7 van de Grondwet deel II

Provincies en gemeenten in de Grondwet Advies modernisering hoofdstuk 7 van de Grondwet deel II Provincies en gemeenten in de Grondwet Advies modernisering hoofdstuk 7 van de Grondwet deel II december 2002 Rob Inhoud /3/ Voorwoord 5 Samenvatting 7 1. Inleiding 9 1.1 Adviesaanvraag en achtergrond

Nadere informatie

Onderzoeksopzet decentralisaties sociale domein gemeente Nijkerk

Onderzoeksopzet decentralisaties sociale domein gemeente Nijkerk Onderzoeksopzet decentralisaties sociale domein gemeente Nijkerk 27 maart 2013 1. Inleiding Overheidsbeleid In de afgelopen jaren is een beweging ingezet om meer taken in het sociale domein van de rijksoverheid

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan

De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series De in de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding vergeten voogden en het voogdijplan A.J.M. Nuytinck Published in WPNR, 2008,

Nadere informatie

Autonoom of automaat? Advies over gemeentelijke autonomie

Autonoom of automaat? Advies over gemeentelijke autonomie Autonoom of automaat? Advies over gemeentelijke autonomie augustus 2005 /2/ Door dergelijke wetten, worden geen autonomen, maar automaten en, wat bepaaldelijk deze voordracht betreft, plaatselijke automaten

Nadere informatie

Collegevoorstel. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BECMM07. Onderwerp Concept bestuursakkoord 2011-2015

Collegevoorstel. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BECMM07. Onderwerp Concept bestuursakkoord 2011-2015 Collegevoorstel Het Rijk en mede-overheden hebben overeenstemming bereikt over een concept bestuursakkoord 2011-2015. Gemeenten zijn tot 28 mei 2011 in de gelegenheid om hun bevindingen kenbaar te maken,

Nadere informatie

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht

Memorie van antwoord. Convenant actieve informatieplicht Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders en de griffier Datum : 26 januari 2015 Onderwerp : memorie van antwoord bij Nota geheimhouding,

Nadere informatie

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer mr. K.G. de Vries Staatssecretaris van Financiën de heer drs. W.J.

Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer mr. K.G. de Vries Staatssecretaris van Financiën de heer drs. W.J. Aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer mr. K.G. de Vries Staatssecretaris van Financiën de heer drs. W.J. Bos Bijlagen -- Inlichtingen bij W.M.C. van Zaalen Onderwerp Artikel

Nadere informatie

Deze plannen hebben met een aantasting van de democratische rechtsstaat weinig te maken.

Deze plannen hebben met een aantasting van de democratische rechtsstaat weinig te maken. 197 Deze plannen hebben met een aantasting van de democratische rechtsstaat weinig te maken. E.J. Daalder* Minister Donner zette op 31 mei 2011 aan de Tweede Kamer zijn opvattingen uiteen over de wijze

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar Tina Bollin, 0595-447776 gemeente@winsum.nl (t.a.v. Tina Bollin)

Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar Tina Bollin, 0595-447776 gemeente@winsum.nl (t.a.v. Tina Bollin) Vergadering: 11 maart 2014 Agendanummer: 9 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar Tina Bollin, 0595-447776 E-mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. Tina Bollin) Aan de gemeenteraad,

Nadere informatie

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries

Advies. Gemeenteraad. Westland. Prof. mr. D.J. Elzinga. Mr. dr. F. de Vries Advies Gemeenteraad Westland Prof. mr. D.J. Elzinga Mr. dr. F. de Vries Inhoud Casus... 2 Vragen... 2 Benoeming van publieke bestuurders... 3 Onduidelijkheid in wet- en regelgeving... 4 Dubbele geheimhouding?...

Nadere informatie

Raadsmededeling - openbaar

Raadsmededeling - openbaar Raadsmededeling - openbaar Nummer : 7/2011 Datum : 4 januari 2011 B&W datum : 11 januari 2011 Portefeuillehouder : H.J. Rijks Onderwerp : Vragen GB over zorg Aanleiding Op 23 december 2010 heeft de fractie

Nadere informatie

Raadsstuk. Onderwerp: Actualisatie financiële verordening Haarlem BBV nr: 2015/98823

Raadsstuk. Onderwerp: Actualisatie financiële verordening Haarlem BBV nr: 2015/98823 Raadsstuk Onderwerp: Actualisatie financiële verordening Haarlem BBV nr: 2015/98823 1. Inleiding De gemeenteraad stelt kaders vast o.a. in de vorm van gemeentelijke verordeningen. De financiële beheersverordening

Nadere informatie

Binnengemeentelijke decentralisatie na afschaffing van de deelgemeenten en deelgemeentebesturen

Binnengemeentelijke decentralisatie na afschaffing van de deelgemeenten en deelgemeentebesturen Binnengemeentelijke decentralisatie na afschaffing van de deelgemeenten en deelgemeentebesturen mr. R.J.M.H. de Greef, mr. dr. S.A.J. Munneke en prof. mr. S.E. Zijlstra Aanleiding 1. In het regeerakkoord

Nadere informatie

IAK. Het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving. 3 fasen. in kaart en kleur

IAK. Het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving. 3 fasen. in kaart en kleur IAK 3 fasen Het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving in kaart en kleur wat is het IAK? Het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) is zowel een werkwijze als een bron van

Nadere informatie

Code interbestuurlijke verhoudingen

Code interbestuurlijke verhoudingen Code interbestuurlijke verhoudingen I. Interbestuurlijke verhoudingen I.a. Visie interbestuurlijke verhoudingen I.b. I.c. Sturing Verantwoording en interbestuurlijk toezicht I.d. Relatie tot de EU I.e.

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

Handelen in de geest van wens en wet

Handelen in de geest van wens en wet 13 OKTOBER 2013 Handelen in de geest van wens en wet Stand van zaken en ontwikkelingen rond de gemeenschappelijke regeling en dualisme Mogelijkheden voor de GR Drechtsteden om de griffier door het AB te

Nadere informatie

Overdracht van raadsbevoegdheden. Rekenkamer Leeuwarden

Overdracht van raadsbevoegdheden. Rekenkamer Leeuwarden Overdracht van raadsbevoegdheden Rekenkamer Leeuwarden Juli 2014 Colofon Samenstelling Rekenkamer Leeuwarden drs. P.L. Polhuis MA (voorzitter) ir. E. Voorwinde M.A. Hoekstra mw. J.E. Rijpma (secretaris)

Nadere informatie

Wanneer kan een gemeente aanspraak maken?

Wanneer kan een gemeente aanspraak maken? Wanneer kan een gemeente aanspraak maken? Om aanspraak te kunnen maken op een vangnetuitkering over 2015 dient de gemeente aan een beperkt aantal voorwaarden te voldoen. De voorwaarden gelden in beginsel

Nadere informatie

Beoogd effect een efficiënte en klantgerichte uitvoering van de taken op het vlak van belastingen, met geminimaliseerde bedrijfsrisico's.

Beoogd effect een efficiënte en klantgerichte uitvoering van de taken op het vlak van belastingen, met geminimaliseerde bedrijfsrisico's. Portefeuillehouder Datum raadsvergadering E.Th. Kamminga 25 oktober 2012 Datum voorstel 18 september 2012 Agendapunt Onderwerp Samenwerking op het vlak van belastingen De raad wordt voorgesteld te besluiten:

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 50 Besluit van 21 januari 2009 houdende vaststelling van regels met betrekking tot de hoogte van de vergoeding voor adviescolleges en commissies

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 9 Voorstel van wet van het lid Schouw houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende

Nadere informatie

Factsheet Rol van gemeenten en inspecties in het kader van toezicht

Factsheet Rol van gemeenten en inspecties in het kader van toezicht Factsheet Rol van gemeenten en inspecties in het kader van toezicht Ter voorbereiding op de Cursus crisismanagement tijdens de tweedaagse van de subcommissie Jeugd op 29 oktober 2014 geven we hier een

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 977 Evaluatie Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) Nr. 3 BRIEF VAN DE ALGEMENE REKENKAMER Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Nieuwjaarsspeech VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma

Nieuwjaarsspeech VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma HET GESPROKEN WOORD GELDT Nieuwjaarsspeech VNG-voorzitter Annemarie Jorritsma 8 januari 2015 U bent getuige van mijn eerste nieuwjaarsspeech als VNG-voorzitter, op een dag die wordt overschaduwd door de

Nadere informatie

Is er nog ruimte voor kaderstelling? Een goede controle begint vóór 1 januari 2015. Decentralisaties in het sociaal domein in Dordrecht

Is er nog ruimte voor kaderstelling? Een goede controle begint vóór 1 januari 2015. Decentralisaties in het sociaal domein in Dordrecht Is er nog ruimte voor kaderstelling? Een goede controle begint vóór 1 januari 2015 Decentralisaties in het sociaal domein in Dordrecht Fase 2 van het onderzoek naar de drie Decentralisaties in het sociale

Nadere informatie

Toelichting Gemeenschappelijke regeling samenwerking decentralisaties sociale domein.

Toelichting Gemeenschappelijke regeling samenwerking decentralisaties sociale domein. Toelichting Gemeenschappelijke regeling samenwerking decentralisaties sociale domein. Algemeen. Gemeenschappelijke regeling zonder meer. Onder een gemeenschappelijke regeling wordt verstaan: een meerzijdige

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 95 Wet van 9 februari 2006, houdende regels inzake de openbaarmaking van beloningen bij rechtspersonen of organisaties die deel uit maken van

Nadere informatie

Bezwaar en beroep Jeugdwet Betekenis voor gemeenten

Bezwaar en beroep Jeugdwet Betekenis voor gemeenten Bezwaar en beroep Jeugdwet Betekenis voor gemeenten versie 1.0 K2 Brabants Kenniscentrum Jeugd Jos Janssen, Mei 2014 1 Bezwaar en Beroep Jeugdwet Van recht op zorg naar jeugdhulpplicht In het wetsvoorstel

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 20 november 2012 Betreft Toelichting op Wet Hof

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 20 november 2012 Betreft Toelichting op Wet Hof > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Raad voor de financiële verhoudingen Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag

Nadere informatie

Stuknummer: AM2.06095

Stuknummer: AM2.06095 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. uw kenmerk bijlagefn) (070) 373 8393 1 betreft ons kenmerk datum Ontwikkelingen FLO/U201200941 22 juni 2012 woningcorporatiesector

Nadere informatie

Decentralisaties in het sociaal domein Stand van Zaken. Informatieve raadssessie 23 mei 2013

Decentralisaties in het sociaal domein Stand van Zaken. Informatieve raadssessie 23 mei 2013 Decentralisaties in het sociaal domein Stand van Zaken Informatieve raadssessie 23 mei 2013 Uitbreiding van het Sociaal Domein 2007: Invoering Wmo 2015: Participatiewet 2015: Jeugdzorg 2015: AWBZ Bedreiging:

Nadere informatie

Onderzoek onder Raadsleden naar regionale samenwerking, gemeenschappelijke regelingen en herindeling

Onderzoek onder Raadsleden naar regionale samenwerking, gemeenschappelijke regelingen en herindeling Onderzoek onder Raadsleden naar regionale samenwerking, gemeenschappelijke regelingen en herindeling 13 januari 2014 Uitgevoerd door Overheid in Nederland in opdracht van Raadslid.Nu www.overheidinnederland.nl

Nadere informatie

Verordening. Verordening individuele inkomenstoeslag 2015

Verordening. Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Verordening Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Artikel 1 Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Inkomen: totaal van inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet en de

Nadere informatie

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen.

Te treffen maatregel voor deze doelgroep: Forfaitaire uitkering afhankelijk van de huwelijksduur van de betrokkenen. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG

Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG tot politieke keuze cassatierechter Den Haag, 4 april205 No. 25./4/ME/ds PRESIDENT VAN DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Zijne Excellentie mr. G.A. van der Steur Minister van Veiligheid en Justitie Postbus

Nadere informatie

De Wet goed onderwijs, goed bestuur: vormen van toezicht

De Wet goed onderwijs, goed bestuur: vormen van toezicht 3 De Wet goed onderwijs, goed bestuur: vormen van toezicht Op 1 augustus 2010 is de Wet goed onderwijs, goed bestuur in werking getreden. Een van de elementen uit deze wettelijke regeling is de verplichting

Nadere informatie

VNG: Referentiemodellen Gegevensuitwisseling Jeugddomein. Concept, 30 september 2014.

VNG: Referentiemodellen Gegevensuitwisseling Jeugddomein. Concept, 30 september 2014. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Nadere informatie

Samen aan de IJssel Inleiding

Samen aan de IJssel Inleiding Samen aan de IJssel Samenwerking tussen de gemeenten Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel, kaders voor een intentieverklaring en voor een onderzoek. Inleiding De Nederlandse gemeenten bevinden

Nadere informatie

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Inleiding Uit onze gemeentelijke armoedemonitor 1 blijkt dat Leeuwarden een stad is met een relatief groot armoedeprobleem. Een probleem dat nog steeds

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over de decentralisatie van de jeugdzorg

Veelgestelde vragen over de decentralisatie van de jeugdzorg Veelgestelde vragen over de decentralisatie van de jeugdzorg Decentralisatie 1. Wat is de gedachte achter de decentralisatie van de jeugdzorg? De kerngedachte is het samenbrengen van alle zorg voor jeugd

Nadere informatie

Onderwerp: Gemeentelijke opschaling, regionale samenwerking en decentralisaties

Onderwerp: Gemeentelijke opschaling, regionale samenwerking en decentralisaties Voorstel aan de raad Nummer: 131027418 Portefeuille: Programma: Programma onderdeel: Steller: Afdeling: Telefoon: E-mail: G.M. Asselman BLD Beleid Burgemeester 2.6 Voor de Lelystedeling 2.6.1 Gemeentelijke

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

19 januari 2015 10 2015/ n.v.t. burgemeester A.G.J. Strien

19 januari 2015 10 2015/ n.v.t. burgemeester A.G.J. Strien Aan de raad van de gemeente Olst-Wijhe. Raadsvergadering d.d. Agendapunt Voorstelnummer Opiniërend besproken d.d. Portefeuillehouder 19 januari 2015 10 2015/ n.v.t. burgemeester A.G.J. Strien Kenmerk 14.411162

Nadere informatie

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Postbus 20017 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder

Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder Privaatrechtelijk kostenverhaal door de wegbeheerder De Hoge Raad schept duidelijkheid over verhaal van kosten voor opruimwerkzaamheden na een ongeval Hoge Raad van 12 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3594

Nadere informatie

Samenwerken: waarom eigenlijk?

Samenwerken: waarom eigenlijk? Samenwerken: waarom eigenlijk? Samenwerking is geen doel op zich maar een keus om een bepaald doel te bereiken. Over het algemeen zijn er vijf hoofdredenen te onderscheiden waarom gemeenten samenwerken:

Nadere informatie

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

Minister van Justitie. Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt. R e g i s t r a t i e k a m e r Minister van Justitie..'s-Gravenhage, 30 april 1999.. Onderwerp Wijziging van het Wetboek van Strafvordering Bij brief met bijlage van 9 maart 1999 (uw kenmerk: 750136/99/6)

Nadere informatie

Datum vergadering: Nota openbaar: Ja

Datum vergadering: Nota openbaar: Ja Nota Voor burgemeester en wethouders Nummer: 14INT01753 Datum vergadering: Nota openbaar: Ja 2? MEI 20Í4 Onderwerp: Planning aanpassing minimabeleid Advies:» Kennisnemen van deze nota» Instemmen met de

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Vertaling C-603/12-1 Zaak C-603/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 december 2012 Verwijzende rechter: Verwaltungsgericht Hannover

Nadere informatie

Benelux-verdrag inzake de warenmerken

Benelux-verdrag inzake de warenmerken I-1 Benelux-Regelgeving inzake merken 1 I 1. Deze tekst is een uitgave verzorgd door het Benelux-Merkenbureau. Hoewel er bij het verzorgen ervan de uiterste zorg is nagestreefd, kan voor de aanwezigheid

Nadere informatie

Jaarplan 2015 Rekenkamercommissie Woerden

Jaarplan 2015 Rekenkamercommissie Woerden Jaarplan 2015 1 Jaarplan 2015 Rekenkamercommissie Woerden 1. Doel en werkwijze van de rekenkamercommissie De Rekenkamercommissie Woerden is per 1 april 2004 ingesteld door de gemeenteraad. Sinds eind 2006

Nadere informatie

Toelichting bij Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland

Toelichting bij Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland Toelichting bij Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland 1.1 Inleiding Sinds 2011 werken de Flevolandse gemeenten samen aan de decentralisaties in het sociale domein. In het Bestuurlijk Overleg Transitie

Nadere informatie

Aan de Vaste Kamercommissie van VWS T.a.v. de griffier dhr. T. Teunissen Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Vaste Kamercommissie van VWS T.a.v. de griffier dhr. T. Teunissen Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Aan de Vaste Kamercommissie van VWS T.a.v. de griffier dhr. T. Teunissen Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 22 april 2014 Behandeling Wmo 2015 BL1404024 Liesbeth Boerwinkel

Nadere informatie

Financieel overzicht behorend bij Beleidsplan 4D s DAL 18 september 2014

Financieel overzicht behorend bij Beleidsplan 4D s DAL 18 september 2014 Financieel overzicht behorend bij Beleidsplan 4D s DAL 18 september 2014 De basis voor de met de decentralisaties gemoeide financiën voor 2015 zijn de cijfers zoals deze in de Meicirculaire 2014 door het

Nadere informatie

Wat is een constitutie?

Wat is een constitutie? Wat is een constitutie? Veel landen op de wereld worden op een democratische manier bestuurd. Een democratie staat echter niet op zichzelf. Bij een democratie hoort namelijk een rechtsstaat. Democratie

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET)

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET) BOB 14/001 BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET) Aan de raad, Voorgeschiedenis / aanleiding Per 1 januari 2015 worden de volgende taken vanuit het rijk naar de gemeenten gedecentraliseerd:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 467 Oprichting van het College voor de rechten van de mens (Wet College voor de rechten van de mens) Nr. 9 AMENDEMENT VAN HET LID HEIJNEN Ontvangen

Nadere informatie

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder.

de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. Uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/6388 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z],

Nadere informatie

: invoering Participatiewet in Oost-Groningen

: invoering Participatiewet in Oost-Groningen Voor het kiezen van de datum voor de raadsvergadering --> Klik op het knopje ernaast om een raadsvergaderdatum te selecteren.onderstaande velden worden door tekstverwerking ingevuld!!!stuur DIT RAADSVOORSTEL

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk VIII Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 77 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 01 013 Nr. 300 MOTIE VAN DE LEDEN VAN T WOUT EN BERGKAMP Voorgesteld 13 juni 013 overwegende dat gemeentelijke beleidsvrijheid ten aanzien van de besteding van middelen cruciaal is voor het

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Verordening leerlingenvervoer gemeente Bunnik 2015. Aan de raad,

RAADSVOORSTEL. Raadsvergadering. Onderwerp Verordening leerlingenvervoer gemeente Bunnik 2015. Aan de raad, RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 23-04-2015 15-020 Onderwerp Verordening leerlingenvervoer gemeente Bunnik 2015 Aan de raad, Onderwerp Verordening leerlingenvervoer gemeente Bunnik 2015 Gevraagde

Nadere informatie

De Raad van de gemeente Ede,

De Raad van de gemeente Ede, De Raad van de gemeente Ede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Ede d.d. 11 november 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet; overwegende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 656 Samenvoeging van de gemeenten Buren, Lienden en Maurik Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave Het advies van de Raad van State wordt

Nadere informatie