Domein C: Beeld en geluid. Subdomein: Beeld en geluid waarnemen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Domein C: Beeld en geluid. Subdomein: Beeld en geluid waarnemen"

Transcriptie

1 Domein C: Beeld en geluid Subdomein: Beeld en geluid waarnemen 1 Twee vlakke spiegels S1 en S2 staan loodrecht op elkaar. Voor deze twee spiegels staat een pijl PQ. In de figuur zijn de pijlen P'Q' en P"Q" getekend. Welke van deze pijlen is een beeld van PQ? A zowel P'Q' als P"Q" B alleen P'Q' C alleen P"Q" D geen van beide 2 Vanuit een puntvormige lichtbron L valt een lichtbundel opeen vlakke spiegel. De bundel wordt teruggekaatst en valt vervolgens op een positieve lens. Er treedt een evenwijdige lichtbundel uit de lens. Hoe groot is de brandpuntsafstand van de lens? A 2,5 cm B 3,0 cm C 5,5 cm D 6,0 cm 3 Jij staat voor een winkelruit. Door het weer is deze vuil geworden. Jij schrijft met je vinger je naam in het vuil. Je vriend en een bezoeker zien in de spiegel dat je dat doet. Zien ze je naam in spiegelschrift of gewoon? A B C D je vriend de bezoeker gewoon gewoon gewoon spiegelbeeld spiegelbeeld gewoon spiegelbeeld spiegelbeeld

2 4 Van een voorwerp LL' wordt dooreen vlakke spiegel een beeldgevormd. Een waarnemer W kan het beeld van LL' niet zien. In de figuur zijn drie richtingen aangegeven. In welke richting moet W lopen om het beeld te kunnen zien? A alleen in richting 1 B in richting 1 of in richting 2 C alleen in richting 3 D in richting 2 of in richting 3 5 In een winkel hangen bolle spiegels. De bedrijfsleidster kan daardoor de winkel met klanten en personeel overzien. Zij ziet de winkel wel verkleind. Bekijk de volgende beweringen. 1 Als je met een lamp op die spiegel schijnt, ontstaat daar een convergerende bundel. 2 De bedrijfsleidster kan wel de winkel overzien, maar een klant kan niet de bedrijfsleidster zien. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide 6 Een convergente lichtbundel valt op een vlakke spiegel. Welke vorm heeft de lichtbundel die door de spiegel wordt teruggekaatst? A convergent B divergent C evenwijdig D dat hangt af van de plaats voor de spiegel 7 Een divergente lichtbundel valt op een vlakke spiegel. Welke vorm heeft de lichtbundel die door de spiegel wordt teruggekaatst? A convergent B divergent C evenwijdig D dat hangt af van de plaats voor de spiegel

3 8 Een convergente lichtbundel valt op een vlakke spiegel. Welke vorm heeft de teruggekaatste lichtbundel op de plaats van waarnemer W? A convergent B divergent C evenwijdig 9 In welke figuur is de loop van een lichtstraal vanuit lucht door een glazen prisma het best getekend? 10 In water lijkt een voorwerp L minder diep onder de oppervlakte te liggen dan in werkelijkheid het geval is. Men beweert dat de plaats waar men L ziet, afhangt van 1 de brekingsindex van het water. 2 de hoek met het wateroppervlak, waaronder men het voorwerp bekijkt. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide

4 11 Tussen een puntvormige lichtbron L en een scherm S bevindt zich een diafragma Df. Zie figuur 1. Op het scherm is een ronde lichtvlek te zien. Wat gebeurt er met de grootte van de lichtvlek als tussen Df en S een rechthoekig stuk glas G wordt geplaatst zoals in figuur 2? A De lichtvlek wordt groter. B De lichtvlek wordt kleiner. C De lichtvlek blijft even groot. D Dat hangt af van de plaats van G. 12 Tussen een puntvormige lichtbron L en een scherm S bevindt zich een diafragma Df. Zie opstelling I. Op het scherm is een ronde lichtvlek te zien. Tussen Df en S wordt een rechthoekig stuk glas G neergezet. Zie opstelling II. Daarna wordt G dichter bij Df geplaatst. Zie opstelling III. Over de grootte van de lichtvlek op S worden twee beweringen gedaan. 1 Deze is in opstelling II kleiner dan in opstelling I. 2 Deze is in opstelling III kleiner dan in opstelling II. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide

5 13 Een lichtstraal l komt vanuit glas op de vlakke grenslaag van dit glas en lucht. Zie de figuur. De brekingsindex van dit glas is 1,5. Welke lichtstralen ontstaan daarbij? A alleen lichtstraal p B alleen lichtstraal q C lichtstraal p en q D lichtstraal p en één die niet samenvalt met q 14 Onder een stuk karton K kan zich bevinden: - of een vlakke spiegel - of een rechthoekig gelijkbenig prisma - of een lens De loop van de lichtstralen wordt daardoor veranderd zoals in de figuur hiernaast is aangegeven. Wat kan er op grond van de aangegeven stralengang onder het karton zitten? A alleen een vlakke spiegel B alleen een prisma C een spiegel of een prisma D een spiegel of een lens 15 Een voorwerp LL' bevindt zich voor een positieve lens, met brandpunten F1 en F2. In de figuur zijn enkele lichtstralen getekend. Van hoeveel lichtstralen is de loop juist getekend? A1 B2 C3 D4

6 16 Een lichtgevende pijl LL' wordt met behulp van een lens scherp afgebeeld op een scherm S. In de figuur zijn drie lichtstralen getekend. Hoeveel van deze lichtstralen zijn goed getekend? A0 B1 C2 D3 17 Drie lichtstralen vallen vanuit een puntvormige lichtbron L op een positieve lens. Tenminste twee lichtstralen zijn juist getekend. Welke lichtstralen zijn juist getekend? A 1 en 2 B 1 en 3 C 2 en 3 D 1, 2 en 3 18 Voor een positieve lens, met optisch middelpunt O, staat een pijl PQ. Een lichtstraal vanuit P wordt door de lens gebroken zoals in de tekening is weergegeven. Hoe groot is de beeldafstand? A -6 cm B -3 cm C 3 cm D 6 cm 19 Voor een positieve lens bevindt zich een pijl. De lengte van de pijl is even groot als de helft van de diameter van de lens. Achter de lens bevindt zich het oog van een waarnemer. De tekening geeft de situatie op schaal weer. Hoe groot is het gedeelte van het beeld van de pijl dat door het oog kan worden waargenomen? A het beeld van de pijl is niet waarneembaar B een derde deel van het beeld van de pijl C twee derde deel van het beeld van de pijl D het gehele beeld van de pijl is waarneembaar

7 20 Voor een positieve lens bevindt zich een pijl. De lengte van de pijl is even groot als de helft van de diameter van de lens. Achter de lens bevindt zich het oog van een waarnemer. In de tekening is de situatie op schaal weergegeven. Hoe groot is het gedeelte van het beeld van de pijl dat door het oog kan worden waargenomen? A een derde deel van het beeld B de helft van het beeld C twee derde deel van het beeld D het gehele beeld 21 Een voorwerp staat 8 cm voor een positieve lens. Het beeld van het voorwerp is even groot als het voorwerp zelf. Bekijk de volgende twee beweringen. 1 Het beeld is virtueel. 2 De brandpuntsafstand van de lens is 4 cm. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide 22 Van een lamp wordt met een lens een verkleind beeld op een scherm geprojecteerd. Om het beeld nog sterker te verkleinen wordt deze lens bij dezelfde afstand tussen lamp en scherm vervangen door een andere lens. Bekijk de volgende twee beweringen. 1 De andere lens moet een grotere brandpuntsafstand hebben. 2 De andere lens moet verder van het scherm staan. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide

8 23 in examen alleen kwalitatief Een kind bekijkt een voorwerp in het nabijheidspunt, figuur 1. De nabijheidsafstand is 15 cm. Het kind wil het voorwerp beter zien, brengt het voorwerpdichterbij, figuur 2, en gaat een loep gebruiken, zodat het uiteindelijk naar het beeld kijkt zoals in figuur 3 aangegeven. De figuren zijn op schaal. Hoe groot is de uiteindelijk bereikte hoekvergroting? A 1,0 B 1,8 C 2,8 D 4,7 24 in examen alleen kwalitatief Met een loep, f = 5,0 cm, bekijkt men een bankbiljet dat op tafel ligt. Afstand bankbiljet-loep is 5,0 cm. Men kijkt met ongeaccommodeerd oog. Beweegt men het oog naar de loep, dan ziet men een groter deel van dat bankbiljet. We vergelijken de hoekvergroting in de tweede situatie met de oorspronkelijke. De hoekvergroting in de tweede situatie is A groter. B even groot. C kleiner. D afhankelijk van de accommodatieverandering van het oog. 25 Het geluid van een knal die in K ontstaat, bereikt een waarnemer W op tijdstip t1. Het geluid kaatst terug tegen een gebouw. Zie de figuur. Op tijdstip t2 hoort W de echo. De luchttemperatuur is 20 C. Hoe groot is het tijdverschil t2 - t1? A 0,29 s B 0,58 s C 0,87 s D 1,46 s

9 26 Om de diepte van het water te peilen, zendt men een geluidssignaal naar de bodem van het water. Na 0,012 s wordt het geluid weer opgevangen. De watertemperatuur is 20 C. Hoe diep is het water? A 2,1 m B 4,1 m C 8,9 m D 17,8 m 27 Anja hangt boven een echoput en schreeuwt iets naar beneden. Ze hoort 0,80 s later de echo. De geluidssnelheid bedraagt 340 m/s. De diepte van de echoput bedraagt A 136 m B 272 m C 425 m D 850 m 28 Astronauten hebben jaren geleden een spiegel op de maangezet. Door de tijd te meten tussen het uitzenden van een korte laserflits en het registreren van het door deze spiegel teruggekaatste laserlicht, kan men de afstand tussen de aarde en de maan bepalen. Hoe groot is de tijd die men bij zo'n meting vindt? A 1,25 s B 1,28 s C 2,51 s D 2,56 s 29 Bij een van de bemande maanvluchten heeft men een reflector op het maanoppervlak geplaatst. De afstand van een zendstation op aarde tot die reflector is ³ km. Vanuit het zendstation stuurt men een laserstraal naar de reflector en meet de tijd totdat de teruggekaatste straal wordt ontvangen. Welke tijd meet men dan? A 0,39 s B 0,78 s C 1,28 s D 2,56 s

10 30 Bij een van de bemande maanvluchten heeft men een reflector op het maanoppervlak geplaatst. Door de tijd te meten die een laserstraal nodig heeft, totdat het gereflecteerde signaal weer ontvangen wordt, kan men uitrekenen hoe groot de afstand tot de maan is. De lichtstraal blijkt er 2,56 s over te doen. Hoe groot is de afstand van de laserbron tot de reflector? A 3, m B 7, m C m D m

11 Subdomein: Eigentrillingen en golven 31 Door een sloot gaan vlakke golven met λ = 0,80 m. In het water drijft een stuk hout en iets verderop een eend. Op t = 0,0 s bevindt een eend zich 2,0 m voor het golffront. De eend beweegt niet ten opzichte van het water. Op dat moment begint het hout te trillen. Omdat er geen stroming is en geen wind, gaat het hout alleen op en neer. Dat gebeurt met een frequentie van 0,63 Hz. Na hoeveel seconde begint de eend mee te deinen met de golfbeweging in het water? A 1,5 s B 2,0 s C 2,6 s D 4,0 s 32 Van een lang touw begint het uiteinde P op t = 0 s harmonisch te trillen met f = 50 Hz. De golflengte bedraagt 30 cm. De golven passeren een punt Q op 90 cm afstand van P. Op welk tijdstip t is de fase van Q gelijk aan 4? A t = 0,02 s B t = 0,06 s C t = 0,08 s D t = 0,14 s 33 Door een touw loopt een transversale golf naar rechts. P is een punt van het touw. Welke van de pijlen in de tekening geeft de bewegingsrichting van P juist weer? A pijl 1 B pijl 2 C pijl 3 D pijl 4 34 Door een touw loopt een transversale golf naar rechts. P is een punt van het touw. Welke van de pijlen in de tekening geeft de bewegingsrichting van P juist weer? A pijl 1 B pijl 2 C pijl 3 D pijl 4

12 35 Vanuit een trillingsbron T in een golfbak worden golven uitgezonden. De cirkels in de figuur gevende plaats aan van de golfbergen op het tijdstip t. Toen T begon te trillen, ging het water omlaag, zodat een kwart trillingstijd later in T een golfdal was. Hoe groot is de afstand van T tot de punten die juist beginnen te trillen op tijdstip t? A 3,2 cm B 3,8 cm C 4,0 cm D 4,1 cm 36 Door een trillingsbron worden golven uitgezonden. Deze golven planten zich met een snelheid van 340 m/s voort. De frequentie van de bron is 400 Hz. Op welke afstand van de bron liggen de luchtdeeltjes, die twee hele trillingen hebben uitgevoerd op het moment dat de bron 0,0060 s heeft getrild? A 0,34 m B 1,2 m C 1,7 m D 2,0 m 37 Van een touw PQR begint P op t = 0 s harmonisch te trillen met f = 50 Hz. De fase van Q op t = 0,080 s is 2. Op welk tijdstip is de fase van R 1,5? A 0,06 s B 0,08 s C 0,09 s D 0,10 s 38 Onderstaande tekening laat een golf zien op een bepaald moment. Voor het faseverschil tussen P en Q geldt: np - nq = 0,5. Welke conclusie kun je op grond van deze gegevens met zekerheid trekken? A de golf plant zich naar links voort B de golf plant zich naar rechts voort C het is een staande golf D het is een staande golf òf een naar rechts lopende golf

13 39 Vanuit de trillingsbron T worden cirkelgolven uitgezonden met een golflengte van 2,0 cm. Bekijk de trillingen van de punten P en Q (zie figuur). Hoe groot is het faseverschil np - nq? A -½ B0 C½ D1 40 In een koord loopt een transversale golf. Het beginpunt blijft voortdurend trillen. Op een gegeven moment is de stand van het koord zoals in nevenstaande figuur is weergegeven. Men fotografeert het stuk QRS. Hierbij gaat de sluiter open als de golf R passeert en dicht als de golf in S aankomt. Welk van onderstaande beelden geeft de foto het best weer?

14 41 Welke natuurkundige grootheid bepaalt de hoogte van een toon en welke bepaalt de geluidssterkte? A B C D toonhoogte geluidssterkte frequentie golflengte frequentie amplitudo golfsnelheid golflengte golfsnelheid amplitudo 42 Een koord voert een staande golfbeweging uit, waarvan de uiterste standen zijn weergegeven. De snelheid van het koord op de plaatsen P resp. Q is vp resp. vq. Welke van onderstaande beweringen is juist? A vp > vq B vp = vq C vp < vq 43 Een koord voert een staande golfbeweging uit, waarvan de uiterste standen zijn getekend. Een punt van het koord beweegt van P naar Q in een tijd tpq en van Q naar R in een tijd tqr (PQ = QR). Welke van onderstaande beweringen is juist? A tpq > tqr B tpq = tqr C tpq < tqr

15 44 De volgende twee vragen hebben betrekking op de situatie die hierna wordt beschreven. Het beginpunt P van een koord PQR voert vanaf t = 0 s één harmonische trilling uit. Deze plant zich voort in het koord met v = 20 m/s en kaatst terug in R. Van het punt Q is het (u,t)-diagram weergegeven in de figuur. 44-a Hoe groot is PQ? A 2,6 m B 3,2 m C 5,4 m D 8,6 m 44-b De heengaande golf bereikt Q op het tijdstip t1; de teruggekaatste golf bereikt Q op het tijdstip t2. Hoe groot is t2 - t1? A 0,16 s B 0,28 s C 0,30 s D 0,44 s 45 Langs de betegelde achterwand van een golfslagbad voert het water een staande golfbeweging uit. Elk tegeltje is 25 cm lang en 12,5 cm hoog. Op t = 0,0 s bevinden alle waterdeeltjes zich in de uiterste stand. De golfvorm van het wateroppervlak wordt dan weergegeven door lijn I. Op t = 1,2 s bevinden alle waterdeeltjes zich voor het eerst na t = 0,0 s opnieuw in een uiterste stand. De golfvorm van het wateroppervlak wordt dan weergegeven doorlijn II. Een zwemster laat zich meebewegen met het water. Op t = 0,0 s bevindt de zwemster zich in het punt F. Hoeveel bedraagt de amplitudo van de beweging die de zwemster uitvoert? A 13 cm B 16 cm C 28 cm D 56 cm

16 46 Langs de betegelde achterwand van een golfslagbad voert het water een staande golfbeweging uit. Elk tegeltje is 25 cm lang en 12,5 cm hoog. Op t = 0,0 s bevinden alle waterdeeltjes zich in de uiterste stand. De golfvorm van het wateroppervlak wordt dan weergegeven door lijn I. Op t = 1,2 s bevinden alle waterdeeltjes zich voor het eerst na t = 0,0 s opnieuw in een uiterste stand. De golfvorm van het wateroppervlak wordt dan weergegeven doorlijn II. Hoe groot is de voortplantingssnelheid van de golven langs de achterwand? A 2,8 m/s B 5,5 m/s C 11,0 m/s D 31,8 m/s 47 Een bladveer is aan één zijde ingeklemd. De bladveer resoneert op de in de figuur aangegeven wijze bij een frequentie van 18 Hz. Bij welke van de volgende frequenties is de bladveer ook in resonantie? A 6 Hz B 12 Hz C 24 Hz D 36 Hz 48 In een aangeslagen stemvork is een staande golf ontstaan volgens nevenstaand patroon. De stemvork trilt met een frequentie van 440 Hz. Bekijk de volgende beweringen. 1 De klankkast van een stemvork van 512 Hz moet langer zijn. 2 Waar de stemvork op de klankkast vastzit, heeft de stemvork een knoop. 3 Uit de beweging van de stemvork volgt dat geluid een transversale golfbeweging is. Hoeveel van bovenstaande beweringen zijn juist? A0 B1 C2 D3

17 49 Een gespannen snaar resoneert op de in de figuur aangegeven wijze bij een frequentie van 24 Hz. Bij welke van de volgende frequenties is de snaar ook in resonantie? A 6 Hz B 8 Hz C 32 Hz D 36 Hz 50 Een koord voert een staande golfbeweging uit. De frequentie hiervan is 5 Hz. Met behulp van een multiflitscamera is de hieronder weergegeven foto van het koord in de uiterste standen gemaakt. Met welke van de frequenties 2 Hz, 5 Hz en 10 Hz van de multiflitscamera kan deze foto gemaakt zijn? A alleen met 2 Hz B alleen met 5 Hz C alleen met 10 Hz D zowel met 2 Hz als met 10 Hz 51 Een gespannen snaar, bestaande uit twee even lange delen PQ en QR, resoneert op de in de figuur aangegeven wijze. QR is even lang, maar dikker dan PQ. De snelheid van een lopende transversale golf in PQ is v m/s en in QR 6,0 m/s. Hoe groot is v in m/s? A 4,0 B 6,0 C 9,0 D niet te bepalen omdat de frequentie niet bekend is.

18 52 Een gespannen snaar, die bestaat uit twee even lange delen PQ en QR, resoneert op de in de figuur aangegeven wijze. QR is even lang, maar dikker dan PQ. De frequentie van de punten van PQ is 12 Hz, die van de punten van QR f Hz. Hoe groot is f? A 8 Hz B 12 Hz C 18 Hz D niet te bepalen omdat de voortplantingssnelheden onbekend zijn. 53 Een gespannen snaar wordt door een trillingsbron met constante frequentie in trilling gebracht. Er ontstaan zes buiken. De spankracht wordt groter gemaakt, waardoor de voortplantingssnelheid van de golf 2x zo groot wordt. Ontstaat er een staande golf en zo ja, hoeveel buiken ontstaan er dan? A nee B ja, 3 buiken C ja, 6 buiken D ja, 12 buiken 54 Twee coherente trillingsbronnen T1 en T2 zenden golven uit met golflengte λ. T1 is 0,1 in fase voor op T2. Het 0e orde-maximum ligt in een punt P. Hoe groot is T1 P - T2 P? A 0,0 λ B 0,1 λ C 0,9 λ D 1,0 λ

19 55 Twee luidsprekers P en Q wekken cirkelgolven op met een golflengte van 2,0 cm. Deze golven interfereren in een punt R, met PR = 4,0 cm en QR = 5,0 cm. Als alleen P trilt is de amplitudo van de trilling in R 5,0 mm, en als alleen Q trilt is deze 3,0 mm. Hoe groot is de amplitudo van de trilling in R als P en Q in tegengestelde fase trillen? A 0,0 mm B 2,0 mm C 4,0 mm D 8,0 mm 56 Vanuit twee synchrone trillingsbronnen P en Q vertrekken oppervlaktegolven met λ = 10 cm. De afstand PQ = 20 cm, PR = 45 cm en QR = 55 cm. Bekijk de volgende beweringen. 1 R ligt op een knooplijn. 2 Tussen P en Q bevinden zich 3 buiklijnen. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide 57 Twee trillingsbronnen P en Q wekken in een golfbak cirkelgolven op met een golflengte van 2,0 cm. Deze golven interfereren in een punt R, met PR = QR = 4,0 cm. Als alleen P trilt is de amplitude van de trilling in R 5,0 mm en als alleen Q trilt is deze 3,0 mm. Hoe groot is de amplitude van de trilling in R als P en Q in tegengestelde fase trillen? A 0,0 mm B 2,0 mm C 4,0 mm D 8,0 mm

20 58 T1 en T2 zijn twee coherente trillingsbronnen, die bolgolven uitzenden. Langs lijn L varieert de opgevangen intensiteit met de plaats. Hierbij is M (T1 M = T2 M) een van de minima op L. Bekijk de volgende beweringen. 1 T1 en T2 trillen in fase. 2 Als de frequentie van de uitgezonden trillingen wordt verhoogd, neemt de afstand tussen de minima langs de lijn L toe. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide 59 T1 en T2 zijn twee coherente trillingsbronnen, die bolgolven uitzenden. Langs lijn L varieert de opgevangen intensiteit met de plaats. Hierbij is M (T1 M = T2 M) een van de maxima op L. Bekijk de volgende beweringen. 1 T1 en T2 trillen in fase. 2 Als de frequentie van de uitgezonden trillingen wordt verhoogd, neemt de afstand tussen de maxima langs de lijn L toe. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide

21 60 Op een schoolplein wordt een interferentieproef met geluid uitgevoerd. Op de grond wordt een rechthoek PQRS van 4,0 m lang en 3,0 m breed geschilderd, zie figuur. In R en S worden 2 luidsprekers opgesteld die dezelfde toon voortbrengen. Daarbij trillen ze in fase, met gelijke amplitudo. De geluidsgolven hebben een golflengte van 0,50 m. Een waarnemer W wandelt van P naar Q en hoort daarbij versterking en verzwakking van het geluid. Bekijk de volgende beweringen. 1 In P zowel als in Q neemt W versterking waar. 2 Tussen P en Q treedt 3 keer versterking op. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide 61 T1 en T2 zijn coherente trillingsbronnen die in fase trillen. Zij zenden golven in alle richtingen uit. Op de lijn L wordt een aantal maxima gevormd. M0 is het 0e ordemaximum, M1 het 1e orde maximum, etc. Hoe groot is de golflengte? A2m B4m C6m D8m 62 T1 en T2 zijn coherente trillingsbronnen die in fase trillen. Zij zenden bolgolven uit met een golflengte 3,00 m. Als men de lijn n doorloopt, constateert men een aantal maxima. Hoeveel maxima vindt men? A5 B6 C7 D8

22 63 P en Q zijn twee puntvormige trillingsbronnen met dezelfde fase, die cirkelgolven uitzenden. Door interferentie ontstaan er buiklijnen (verzamelingen van punten met een maximale amplitudo). In de figuur zijn alle buiklijnen tussen P en Q getekend. Voor het punt A op een van de buiklijnen geldt: AP = 8,4 cm, AQ = 12,0 cm. Hoe groot is de golflengte van deze cirkelgolven? A 1,2 cm B 1,8 cm C 3,6 cm D 7,2 cm 64 P en Q zijn twee puntvormige trillingsbronnen met dezelfde fase, die cirkelgolven uitzenden. Door interferentie ontstaan er knooplijnen (verzameling van punten met een minimale amplitudo). In de figuur zijn alle knooplijnen tussen P en Q getekend. Voor het punt A op een van de knooplijnen geldt: AP = 15,6 cm, AQ = 12,0 cm. Hoe groot is de golflengte van deze cirkelgolven? A 1,8 cm B 2,4 cm C 3,6 cm D 7,2 cm 65 Twee puntvormige trillingsbronnen P en Q zenden voortdurend cirkelgolven uit met een golflengte van 3,2 cm. Als men zich langs de kromme m verplaatst, neemt men maxima en minima waar op de aangegeven plaatsen. L is de middelloodlijn van PQ. Bekijk de volgende beweringen. 1 De trillingsbronnen P en Q trillen in fase. 2 De afstand PQ is groter dan 9,6 cm. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide

23 66 Twee puntvormige trillingsbronnen op een afstand van 2½ λ hebben een onderling faseverschil van ½. Hoeveel knooplijnen zijn er waar te nemen tussen beide bronnen? A3 B4 C5 D6 67 In een golfbak zendt de trillingsbron P vanaf t = 0 oppervlaktegolven uit (λ = 1,0 cm). Achter een scherm waarin een kleine opening R is aangebracht, ligt een punt S met PR = 5,0 cm, RS = 2,5 cm. De fase van P is nu 8,0 als t = t1. Hoe groot is dan de fase van S als t = t1. A 0,0 B 0,5 C 0,7 D 7,5 68 Aan een touw hangt een kogel. Men laat deze kogel heen en weer slingeren. Tijdens het slingeren verricht de zwaartekracht op de kogel A voortdurend geen arbeid. B voortdurend negatieve arbeid. C afwisselend positieve en negatieve arbeid. D voortdurend positieve arbeid. 69 Aan een touw hangt een kogel. Men laat deze kogel heen en weer slingeren. Tijdens het slingeren verricht de spankracht van het touw op de kogel A voortdurend geen arbeid. B voortdurend negatieve arbeid. C afwisselend positieve en negatieve arbeid. D voortdurend positieve arbeid.

24 70 De voortplantingssnelheid van oranje licht bedraagt 3, m/s in lucht en 2, m/s in water. De golflengte van dit licht is 600 nm in lucht. Hoe groot zijn de frequentie en de golflengte van dit licht in water? A B C D frequentie in 1012 Hz golflengte in nm Bekijk de volgende beweringen. 1 In een magnetronoven gebruikt men straling met een frequentie in de orde van grootte van 1010 Hz. 2 Straling met een golflengte van 1, m noemt men röntgenstraling. Welke van deze beweringen is juist? A zowel 1 als 2 B alleen 1 C alleen 2 D geen van beide 72 De afstandsbediening van de tv werkt met infrarode straling. Als je tussen de afstandsbediening en de tv een vel papier houdt, kun je de tv nog steeds aan- en uitzetten. Als je het aantal velletjes papier steeds groter maakt, lukt dit vanaf een bepaald aantal velletjes niet meer. Infrarode straling kan net als zichtbaar licht worden 1 teruggekaatst. 2 geabsorbeerd. 3 doorgelaten. Welke van deze verschijnselen wordt door bovenstaand experiment bevestigd? A alleen absorptie B alleen doorlating C zowel absorptie als doorlating D zowel doorlating als terugkaatsing 73 Een voorwerp kaatst van zichtbaar licht vooral frequenties in de buurt van 5, Hz terug. Welke kleur heeft dit voorwerp? A rood B geel C groen D blauw

25 74 Een voorwerp kaatst uitsluitend elektromagnetische straling terug waarvan de frequentie kleiner is dan Hz. Welke kleur heeft dit voorwerp? A rood B violet C wit D zwart

Na hoeveel seconde begint de eend mee te deinen met de golfbeweging in het water? A 1,5 s B 2,0 s C 2,6 s D 4,0 s

Na hoeveel seconde begint de eend mee te deinen met de golfbeweging in het water? A 1,5 s B 2,0 s C 2,6 s D 4,0 s Domein E: Golven en straling Subdomein: Trilling en golf 1 Het geluid van een knal die in K ontstaat, bereikt een waarnemer W op tijdstip t1. Het geluid kaatst terug tegen een gebouw. Zie de figuur. Op

Nadere informatie

Hierin is λ de golflengte in m, v de golfsnelheid in m/s en T de trillingstijd in s.

Hierin is λ de golflengte in m, v de golfsnelheid in m/s en T de trillingstijd in s. Inhoud... 2 Opgave: Golf in koord... 3 Interferentie... 4 Antigeluid... 5 Staande golven... 5 Snaarinstrumenten... 6 Blaasinstrumenten... 7 Opgaven... 8 Opgave: Gitaar... 8 Opgave: Kerkorgel... 9 1/10

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Licht. Natuurkunde Havo 2011/2012.

Hoofdstuk 4: Licht. Natuurkunde Havo 2011/2012. Hoofdstuk 4: Licht Natuurkunde Havo 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Licht Natuurkunde 1. Kracht en beweging 2. Licht en geluid 3. Elektrische processen 4. Materie en energie Beweging Trillingen en

Nadere informatie

Golven. 4.1 Lopende golven

Golven. 4.1 Lopende golven Golven 4.1 Lopende golven Samenvatting bladzijde 158: Lopende golf Transversale golf http://www.pontes.nl/~natuurkunde/vwogolf164/transversale_golfsimulation.html Longitudinale golf http://www.pontes.nl/~natuurkunde/vwogolf164/longitudinale_golfsimulation.html

Nadere informatie

1. 1 Wat is een trilling?

1. 1 Wat is een trilling? 1. 1 Wat is een trilling? Een trilling is een beweging die steeds wordt herhaald. Bijvoorbeeld een massa m dat aan een veer hangt. In rust bevindt m zich in de evenwichtsstand. Als m beweegt noemen we

Nadere informatie

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige beweging Trilling en

Nadere informatie

Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de

Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de lichtsnelheid ~300.000 km/s! Rechte lijn Pijl er in voor de richting

Nadere informatie

Trillingen en Golven. Samenvatting natuurkunde Hoofdstuk 3 & 4 Joris van Rijn

Trillingen en Golven. Samenvatting natuurkunde Hoofdstuk 3 & 4 Joris van Rijn Trillingen en Golven Samenvatting natuurkunde Hoofdstuk 3 & 4 Joris van Rijn NOTE: DE HOOFDSTUKKEN IN DEZE SAMENVATTING KOMEN OVEREEN MET DE PARAGRAFEN UIT HET BOEK. BIJ EEN AANTAL PARAGRAFEN VAN DEZE

Nadere informatie

1 f T De eenheid van trillingstijd is (s). De eenheid van frequentie is (Hz).

1 f T De eenheid van trillingstijd is (s). De eenheid van frequentie is (Hz). 1. 1 Wat is een trilling? Een trilling is een beweging die steeds wordt herhaald. Bijvoorbeeld een massa m dat aan een veer hangt. In rust bevindt m zich in de evenwichtsstand. Als m beweegt noemen we

Nadere informatie

Samenvatting Hoofdstuk 5. Licht 3VMBO

Samenvatting Hoofdstuk 5. Licht 3VMBO Samenvatting Hoofdstuk 5 Licht 3VMBO Hoofdstuk 5 Licht We hebben zichtbaar licht in de kleuren Rood, Oranje, Geel, Groen, Blauw en Violet (en alles wat er tussen zit) Wit licht bestaat uit een mengsel

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie Golven VWO (versie A) Opgave 2 Leg uit wat het verschil is tussen een transversale golf en een longitudinale golf.

Naam: Klas: Repetitie Golven VWO (versie A) Opgave 2 Leg uit wat het verschil is tussen een transversale golf en een longitudinale golf. Naam: Klas: Repetitie Golven VWO (versie A) Opgave 1 Een stemvork trilt met een trillingstijd van 2,27 ms. Bereken de bijbehorende frequentie. Opgave 2 Leg uit wat het verschil is tussen een transversale

Nadere informatie

Hierin is λ de golflengte in m, v de golfsnelheid in m/s en T de trillingstijd in s.

Hierin is λ de golflengte in m, v de golfsnelheid in m/s en T de trillingstijd in s. Inhoud... 2 Fase... 3 Opgave: Golf in koord... 4 Interferentie... 4 Antigeluid... 5 Opgave: Interferentie van twee puntbronnen... 5 Opgave: Antigeluid... 7 Staande golven... 7 Snaarinstrumenten... 8 Blaasinstrumenten...

Nadere informatie

De snelheid van de auto neemt eerst toe en wordt na zekere tijd constant. Bereken de snelheid die de auto dan heeft.

De snelheid van de auto neemt eerst toe en wordt na zekere tijd constant. Bereken de snelheid die de auto dan heeft. Opgave 1 Een auto Met een auto worden enkele proeven gedaan. De wrijvingskracht F w op de auto is daarbij gelijk aan de som van de rolwrijving F w,rol en de luchtwrijving F w,lucht. F w,rol heeft bij elke

Nadere informatie

Examentraining Natuurkunde havo Subdomein B1. Informatieoverdracht

Examentraining Natuurkunde havo Subdomein B1. Informatieoverdracht Examentraining Natuurkunde havo 2015 Subdomein B1. Informatieoverdracht Een trilling is een periodieke beweging rond een evenwichtsstand Kenmerkende grootheden: trillingstijd T (in s). Uit T is de frequentie

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 1 Opgave 2 Bij diffuse terugkaatsing wordt opvallend licht in alle mogelijke richtingen teruggekaatst, zelfs als de opvallende

Nadere informatie

Exact Periode 5. Dictaat Licht

Exact Periode 5. Dictaat Licht Exact Periode 5 Dictaat Licht 1 1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is een elektromagnetische

Nadere informatie

Naam: Klas: Toets Eenvoudige interferentie- en diffractiepatronen VWO (versie A)

Naam: Klas: Toets Eenvoudige interferentie- en diffractiepatronen VWO (versie A) Naam: Klas: Toets Eenvoudige interferentie- en diffractiepatronen VWO (versie A) Opgave 1 Twee kleine luidsprekers L 1 en L hebben een onderlinge afstand van d = 1,40 m. Zie de figuur hiernaast (niet op

Nadere informatie

jaar: 1994 nummer: 12

jaar: 1994 nummer: 12 jaar: 1994 nummer: 12 Een vrouw staat vóór een spiegel en kijkt met behulp van een handspiegel naar de bloem achter op haar hoofd.de afstanden van de bloem tot de spiegels zijn op de figuur aangegeven.

Nadere informatie

Opgave 1 Onder de uitwijking verstaan we de verschuiving ten opzichte van de evenwichtsstand.

Opgave 1 Onder de uitwijking verstaan we de verschuiving ten opzichte van de evenwichtsstand. Uitwerkingen 1 Opgave 1 Onder de uitwijking verstaan we de verschuiving ten opzichte van de evenwichtsstand. Opgave 2 Periode Opgave 3 1 f T Opgave 4 Dan is het geluid een zuivere toon. Opgave 5 Een harmonische

Nadere informatie

Een snaar vertoont de bovenstaande staande trilling. Met welke toon hebben we hier te maken? 1. De grondtoon; 2. De vijfde boventoon; 3. De zesde bove

Een snaar vertoont de bovenstaande staande trilling. Met welke toon hebben we hier te maken? 1. De grondtoon; 2. De vijfde boventoon; 3. De zesde bove Een snaar vertoont de bovenstaande staande trilling. Met welke toon hebben we hier te maken? 1. De grondtoon; 2. De vijfde boventoon; 3. De zesde boventoon; 4. De zevende boventoon. Een snaar vertoont

Nadere informatie

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht

Exact Periode 5 Niveau 3. Dictaat Licht Exact Periode 5 Niveau 3 Dictaat Licht 1 1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is

Nadere informatie

Domein E: Golven en straling. Subdomein: Trilling en golf

Domein E: Golven en straling. Subdomein: Trilling en golf Domein E: Golven en straling Subdomein: Trilling en golf 1 Een blokje trilt harmonisch. In onderstaand diagram is de uitwijking als functie van de tijd weergegeven. Op t = t1 is de kracht op het blokje

Nadere informatie

Proef van Melde. m l In deze proef gaan we na of dit in de praktijk klopt.

Proef van Melde. m l In deze proef gaan we na of dit in de praktijk klopt. Proef van Melde Doel De voortplantingssnelheid (v) van golven in een gespannen koord hangt van de spankracht (F S ) en de massa per lengte-eenheid van het koord (m/l) af. De theoretisch af te leiden formule

Nadere informatie

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur).

In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). 2.1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is een elektromagnetische golf. Andere voorbeelden

Nadere informatie

Handleiding Golfbak met generator

Handleiding Golfbak met generator Handleiding Golfbak met generator 119221 Het apparaat bestaat uit: 1 bak met 3 staven en vleugelbouten 1 spiegel 1 mat kunststof scherm 2 houders voor het scherm 1 trilmechanisme op brug 1 flesje met vloeibare

Nadere informatie

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan.

T1 Wat is licht? FIG. 3 Zo teken je een lichtstraal. De pijl geeft de richting van het licht aan. T1 Wat is licht? Lichtbron, lichtstraal en lichtsnelheid Licht ontstaat in een lichtbron. Een aantal bekende lichtbronnen zijn: de zon en de sterren; verschillende soorten lampen (figuur 1); vuur, maar

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Licht als golf en als deeltje 24 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht

Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Een platte tekening. Jij staat voor de spiegel, de

Nadere informatie

Als de lijn een sinusvorm heeft spreek je van een harmonische trilling of een zuivere toon.

Als de lijn een sinusvorm heeft spreek je van een harmonische trilling of een zuivere toon. muziek; trillingen en golven Geluidsbron: alles dat geluid maakt. Een geluidsbron maakt geluid door te trillen. Periodieke beweging: een heen en weer beweging van een geluidsbron. Een zo een heen en weer

Nadere informatie

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur

Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1979 Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE Dit examen bestaat uit 4 opgaven ft Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 4 november Brenda Casteleyn, PhD

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 4 november Brenda Casteleyn, PhD Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Licht als golf en als deeltje 4 november 2017 Brenda Casteleyn, PhD Met dank aan: Atheneum van Veurne, Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating)

Nadere informatie

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld

6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld Lichtbronnen: Directe lichtbronnen produceren zelf licht Indirecte lichtbronnen reflecteren licht. Je ziet een voorwerp als er licht

Nadere informatie

2.1 Wat is licht? 2.2 Fotonen

2.1 Wat is licht? 2.2 Fotonen 2.1 Wat is licht? In de figuur hieronder zie je een Elektromagnetische golf: een golf die bestaat uit elektrische en magnetische trillingen.(zie figuur). Licht is een elektromagnetische golf. Andere voorbeelden

Nadere informatie

1 Harmonische trilling

1 Harmonische trilling Golven 1 Harmonische trilling 2 Transversale en longitudinale golven 3 Golflengte 4 Lopende en staande golven 5 Trillende snaar 6 Trillende luchtkolom Bijlage: een trillende luchtkolom modelleren met blokjes

Nadere informatie

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet.

d. Bereken bij welke hoek α René stil op de helling blijft staan (hij heeft aanvankelijk geen snelheid). NB: René gebruikt zijn remmen niet. Opgave 1 René zit op zijn fiets en heeft als hij het begin van een helling bereikt een snelheid van 2,0 m/s. De helling is 15 m lang en heeft een hoek van 10º. Onderaan de helling gekomen, heeft de fiets

Nadere informatie

Handleiding Optiekset met bank

Handleiding Optiekset met bank Handleiding Optiekset met bank 112110 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande Eurofysica optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset (112110) behandelt

Nadere informatie

NATUURKUNDE PROEFWERK

NATUURKUNDE PROEFWERK ATUURKUNDE 1 KLAS 5 10/05/06 NATUURKUNDE PROEFWERK N1V2 2.6-2.8 EN EN HOOFDSTUK 3 Proefwerk bestaat uit 2 opgaven. Geef duidelijke uitleg en berekeningen. Totaal: 33 punten. Opgave 1: een tl-buis Een tl-buis

Nadere informatie

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS APRIL :00 12:45 uur

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS APRIL :00 12:45 uur TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2013 TOETS 1 24 APRIL 2013 11:00 12:45 uur MECHANICA 1 Blok en veer. (5 punten) Een blok van 3,0 kg glijdt over een wrijvingsloos tafelblad met een snelheid van 8,0 m/s

Nadere informatie

13 Golven. e Transversale lopende golven. Onderwerpen:

13 Golven. e Transversale lopende golven. Onderwerpen: 3 Golven Onderwerpen: - Transversale lopende golven - Staande transversale golven - Longitudinale lopende golven - Longitudinale staande golven - Toepassingen 3. Transversale lopende golven In de onderstaande

Nadere informatie

Natuur-/scheikunde Klas men

Natuur-/scheikunde Klas men Natuur-/scheikunde Klas 1 2015-2016 men 1 Wat zie ik? Over fotonen. Je ziet pas iets (voorwerp, plant of dier) wanneer er lichtdeeltjes afkomstig van dat voorwerp je oog bereiken. Die lichtdeeltjes noemen

Nadere informatie

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens.

Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Uitwerkingen 1 Opgave 1 Bolle en holle. Opgave 2 Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Opgave 4 Divergente, convergente en evenwijdige. Opgave 5 Een bolle

Nadere informatie

Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7

Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7 Repetitie Lenzen 3 Havo Naam: Klas: Leerstof: 1 t/m 7 Opgave 1 Iris krijgt een bril voorgeschreven van 4 dioptrie. Zij houdt de bril in de zon en probeert de stralen te bundelen om zodoende een stukje

Nadere informatie

Proef van Melde. m l In deze proef gaan we na of dit in de praktijk klopt.

Proef van Melde. m l In deze proef gaan we na of dit in de praktijk klopt. Proef van Melde Doel De voortplantingssnelheid (v) van golven in een gespannen koord hangt van de spankracht (F S ) en de massa per lengte-eenheid van het koord (m/l) af. De theoretisch af te leiden formule

Nadere informatie

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen

Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen Uitwerking van de extra opgaven bij het onderwerp licht. Als je de uitwerking bij een opgave niet begrijpt kun je je docent altijd vragen dit in de les nog eens uit te leggen! Extra oefenopgaven licht

Nadere informatie

2.1 Kenmerken van een trilling

2.1 Kenmerken van een trilling Uitwerkingen opgaven hoofdstuk. Kenmerken van een trilling Opgave Er is sprake van een periodieke beweging als een beweging zich regelmatig herhaalt. Als het voorwerp bovendien elke keer een evenwichtsstand

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1975 (GYMNASIUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1975 (GYMNASIUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELJK ONDERWJS N 1975 (GYMNASUM EN ATHENEUM) Vrijdag 22 augustus, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE,, " 1: Van een fotocel is de kathode K bedekt met. een laagje metaal mefeen grensgolflengte

Nadere informatie

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl

Oefen-vt vwo4 B h6/7 licht 2007/2008. Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen-vt vwo4 h6/7 licht 007/008. Lichtbreking (hoofdstuk 6). Een glasvezel bestaat uit één soort materiaal met een brekingsindex van,08. Laserstraal

Nadere informatie

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.

Nadere informatie

Opgave 2 Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand.

Opgave 2 Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand. Uitwerkingen 1 Als dit heen en weer beweegt om de evenwichtsstand. Amplitude = afstand tussen de evenwichtsstand en de uiterste stand. Een trilling = de beweging van een voorwerp tussen twee opeenvolgende

Nadere informatie

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).

hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.

Nadere informatie

Geluidsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding

Geluidsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding Geluidsnelheid 1 Inleiding De voortplantingsnelheid v van geluidgolven (of: de geluidsnelheid) in lucht is zo n 340 m/s. Deze geluidsnelheid is echter

Nadere informatie

Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak

Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak Wet van Snellius 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak 1 Lichtbreking Lichtbreking Als een lichtstraal het grensvlak tussen lucht en water passeert, zal de lichtstraal

Nadere informatie

m 2. De berekening terug uitvoeren met die P en r = 100 m i.p.v. 224 m levert L = 57 db.

m 2. De berekening terug uitvoeren met die P en r = 100 m i.p.v. 224 m levert L = 57 db. Doppler A B PASSERENDE FLUIT Het vriest licht; de maan schijnt door de bomen. Ik sta op 100 m van de kruising van twee wegen. Op de kruisende weg rijdt een open auto. Een inzittende blaast op een fluitje

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Lenzen J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair nderwijs, Algemeen Voortgezet nderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie

Nadere informatie

Basic Creative Engineering Skills

Basic Creative Engineering Skills Spiegels en Lenzen September 2015 Theaterschool OTT-2 1 September 2015 Theaterschool OTT-2 2 Schaduw Bij puntvormige lichtbron ontstaat een scherpe schaduw. Vraag Hoe groot is de schaduw van een voorwerp

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde 1 vwo II

Eindexamen natuurkunde 1 vwo II Opgave 1 Defibrillator Een defibrillator wordt gebruikt om het hart van mensen met een acute hartstilstand te reactiveren. Zie figuur 1. figuur 1 electroden De borstkas van de patiënt wordt ontbloot, waarna

Nadere informatie

Augustus blauw Fysica Vraag 1

Augustus blauw Fysica Vraag 1 Fysica Vraag 1 We lanceren in het zwaartekrachtveld van de aarde een knikker met een horizontale snelheid v = 1,5 m/s op de hoogste trede van een trap (zie figuur). Elke trede van de trap heeft een lengte

Nadere informatie

Examen VWO. natuurkunde 1. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. natuurkunde 1. tijdvak 2 woensdag 24 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen VWO 2009 tijdvak 2 woensdag 24 juni 13.30-16.30 uur natuurkunde 1 Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 24 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 76 punten te behalen. Voor

Nadere informatie

Theorie beeldvorming - gevorderd

Theorie beeldvorming - gevorderd Theorie beeldvorming - gevorderd Al heel lang geleden ontdekten onderzoekers dat als licht op een materiaal valt, de lichtstraal dan van richting verandert. Een voorbeeld hiervan is ook te zien in het

Nadere informatie

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet.

a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet. NATUURKUNDE KLAS 5 ROEWERK H14-05/10/2011 PROEWERK Deze toets bestaat uit 3 opgaven (totaal 31 punten). Gebruik van eigen grafische rekenmachine en BINAS is toegestaan. Veel succes! ZET EERST JE NAAM OP

Nadere informatie

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen

Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Maak een tekening in bovenaanzicht. Jij staat voor

Nadere informatie

N A T U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 Copyright

N A T U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 Copyright N AT U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 2 LICHT EN ZIEN 2.1 Donkere lichamen en lichtbronnen 2.1.1 Donkere lichamen Donkere lichamen zijn lichamen die zichtbaar worden als er licht

Nadere informatie

Spiegel. Herhaling klas 2: Spiegeling. Spiegel wet: i=t Spiegelen met spiegelbeelden. NOVA 3HV - H2 (Licht) November 15, NOVA 3HV - H2 (Licht)

Spiegel. Herhaling klas 2: Spiegeling. Spiegel wet: i=t Spiegelen met spiegelbeelden. NOVA 3HV - H2 (Licht) November 15, NOVA 3HV - H2 (Licht) Herhaling klas 2: Spiegeling Spiegel wet: i=t Spiegelen met spiegelbeelden Spiegelen van een object (pijl), m.b.v. het spiegelbeeld: Spiegel 1 2 H.2: Licht 1: Camera obscura (2) Eigen experiment: camera

Nadere informatie

NaSk overal en extra opgaven

NaSk overal en extra opgaven NaSk overal en extra opgaven Opg. 1. Extra opgaven Deel 1: Opgave 1: In de les heeft je docent een experiment uitgevoerd, waarbij een metalen liniaal in trilling gebracht werd. Bij het eerste experiment

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Complete reader periode 1 leerjaar 2. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Complete reader periode 1 leerjaar 2. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Complete reader periode 1 leerjaar J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs,

Nadere informatie

Technische Universiteit Eindhoven

Technische Universiteit Eindhoven Technische Universiteit Eindhoven Tentamen: Golven en Optica (3BB40) Datum: 24 november 2006 N.B.: Dit tentamen bestaat uit 4 vraagstukken en 5 pagina s met formules (LET OP, formulebladen zijn gewijzigd!!).

Nadere informatie

Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden

Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Hoofdstukvragen: Het hoofdstuk gaat over de lichtbeelden die je met spiegels, lenzen en prisma s kunt maken. Hoe ontstaat bij een spiegel een beeld? En

Nadere informatie

Eenvoudige gevallen van interferentie en diffractie

Eenvoudige gevallen van interferentie en diffractie Eenvoudige gevallen van interferentie en diffractie 1 Interferentie bij twee puntbronnen 2 Intensiteit en amplitude 3 Interferentie in het verre veld bij twee puntbronnen 4 Interferentie in het verre veld

Nadere informatie

Y rijdag 14 mei, uur

Y rijdag 14 mei, uur 1 H- II EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1976 Y rijdag 14 mei, 14. 00-17. 00 uur NATUURKUNDE Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit eindexamens

Nadere informatie

Lichtsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding

Lichtsnelheid. 1 Inleiding. VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding VWO Bovenbouwpracticum Natuurkunde Practicumhandleiding Lichtsnelheid 1 Inleiding De voortplantingsnelheid c van elektromagnetische golven (of: de lichtsnelheid) in vacuüm is internationaal vastgesteld

Nadere informatie

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen NATUURKUNDE Havo. Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen Schoolexamen Havo-5: SE4: Na code:h5na4 datum : 11 maart 2009 tijdsduur: 120 minuten. weging: 30%. Onderwerpen: Systematische

Nadere informatie

In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 10 cm en h3 = 15 cm.

In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 10 cm en h3 = 15 cm. Fysica Vraag 1 In een U-vormige buis bevinden zich drie verschillende, niet mengbare vloeistoffen met dichtheden ρ1, ρ2 en ρ3. De hoogte h1 = 1 cm en h3 = 15 cm. De dichtheid ρ3 wordt gegeven door:

Nadere informatie

Tabellenboek. Gitaar

Tabellenboek. Gitaar 4T versie 1 Natuur- en scheikunde 1, Geluid Werk netjes en nauwkeurig Geef altijd een duidelijke berekening of een verklaring Veel succes, Slj en Zan Tabellenboek 1. Neem de volgende tabel netjes over

Nadere informatie

Examentraining HAVO5 Oriëntatietoets 1

Examentraining HAVO5 Oriëntatietoets 1 Examentraining HAVO5 Oriëntatietoets 1 1. Frits heeft voor een practicumproef 100 g alcohol nodig. Hij heeft alleen een maatcilinder tot zijn beschikking want de weegschaal is stuk. Hoeveel cm 3 alcohol

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reflectie en breking. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reflectie en breking. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Reflectie en breking J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde havo 2011 - II

Eindexamen natuurkunde havo 2011 - II Eindexamen natuurkunde havo 0 - II Beoordelingsmodel Opgave Vooruitgang maximumscore 4 uitkomst: s = 8 (m) (met een marge van 5 m) voorbeeld van een bepaling: De afstand s die het schip in de eerste 50

Nadere informatie

Polarisatie. Overig Golven, Polarisatie,

Polarisatie. Overig Golven, Polarisatie, Polarisatie Elektromagnetische golven Elektromagnetische golven bestaan uit elektrische en magnetische velden die zich met grote snelheid door de ruimte verplaatsen. De figuur hiernaast geeft een lichtstraal

Nadere informatie

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2012 TOETS APRIL uur

TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2012 TOETS APRIL uur TWEEDE RONDE NATUURKUNDE OLYMPIADE 2012 TOETS 1 26 APRIL 2012 10.30 12.30 uur 1. STOK IN WATER Een homogene stok met een dichtheid van 0,60 kg/dm 3 is draaibaar aan een onderwater gelegen steen bevestigd.

Nadere informatie

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven. " '"of) r.. I r. ',' t, J I i I.

EXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWIJS IN 1979 , I. Dit examen bestaat uit 4 opgaven.  'of) r.. I r. ',' t, J I i I. .o. EXAMEN VOORBEREDEND WETENSCHAPPELUK ONDERWJS N 1979 ' Vrijdag 8 juni, 9.00-12.00 uur NATUURKUNDE.,, Dit examen bestaat uit 4 opgaven ',", "t, ', ' " '"of) r.. r ',' t, J i.'" 'f 1 '.., o. 1 i Deze

Nadere informatie

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht?

Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Alles noteren met significantie en in de standaard vorm ( in hoeverre dit lukt). Eerst opschrijven wat de gegevens en formules zijn en wat gevraagd wordt.

Nadere informatie

jaar: 1990 nummer: 08

jaar: 1990 nummer: 08 jaar: 1990 nummer: 08 De figuur toont een blok op een helling. Door de wrijving glijdt het blok niet naar beneden zolang de hellingshoek kleiner is dan een bepaalde waarde Vervang nu het blok door een

Nadere informatie

Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur

Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur Tentamen Optica 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur Zet je naam en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 8 opgaven eerst eens door. De opgaven kunnen in willekeurige volgorde gemaakt

Nadere informatie

Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven.

Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven. Inhoudsopgave Geometrische optica Principe van Huygens Weerkaatsing van lichtgolven 3 Breking van lichtgolven 4 4 Totale weerkaatsing en lichtgeleiders 6 5 Breking van lichtstralen door een sferisch diopter

Nadere informatie

Naam Klas: Repetitie trillingen en geluid HAVO ( 1 t/m 6)

Naam Klas: Repetitie trillingen en geluid HAVO ( 1 t/m 6) Naam Klas: Repetitie trillingen en geluid HAVO ( 1 t/m 6) Vraag 1 Een luidspreker en een microfoon zijn in principe op dezelfde manier opgebouwd. Alleen werken ze in omgekeerde richting. Wat bij een luidspreker

Nadere informatie

7.1 Beeldvorming en beeldconstructie

7.1 Beeldvorming en beeldconstructie Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 7 7.1 Beeldvorming en beeldconstructie Opgave 1 Het beeld van een dia bij een diaprojector wordt gevormd door een bolle lens. De voorwerpsafstand is groter dan de brandpuntsafstand.

Nadere informatie

Quiz. Golven en trillingen. Staande golven, dopplereffect, interferentie, frequentie, golflengte,

Quiz. Golven en trillingen. Staande golven, dopplereffect, interferentie, frequentie, golflengte, Quiz Golven en trillingen Staande golven, dopplereffect, interferentie, frequentie, golflengte, Golven en Trillingen SOORTEN GOLVEN EN HUN EIGENSCHAPPEN Wat is het verband tussen trillingen en golven?

Nadere informatie

Uitwerkingen 1. Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner. Opgave 3

Uitwerkingen 1. Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner. Opgave 3 Uitwerkingen 1 Opgave 1 Bij mist wordt het licht door de waterdruppeltjes weerkaatst. Opgave 2 Groter Kleiner Opgave 3 Opgave 4 Licht, steeds donkerder (bij halfschaduw), donker (kernschaduw), steeds lichter

Nadere informatie

Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar (W) of niet waar (NW) zijn. Omcirkel je keuze.

Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar (W) of niet waar (NW) zijn. Omcirkel je keuze. Naam: Klas: Repetitie licht 2-de klas HAVO Opgave 1 Geef van de volgende zinnen aan of ze waar () of niet waar () zijn. Omcirkel je keuze. Een zéér kleine lichtbron (een zogenaamde puntbron) verlicht een

Nadere informatie

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk.

Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Oog Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Netvlies: Ooglens: Op het netvlies bevinden zich lichtgevoelige zintuigcellen; staafjes en kegeltjes (voor

Nadere informatie

Woensdag 11 mei, uur

Woensdag 11 mei, uur 1 H-ll EXAMEN HOGER ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN 1977 Woensdag 11 mei, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit

Nadere informatie

Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO!

Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! M. Beddegenoodts, M. De Cock, G. Janssens, J. Vanhaecht woensdag 17 oktober 2012 Specifieke Lerarenopleiding Natuurwetenschappen: Fysica

Nadere informatie

Proefbeschrijving optiekset met bank 112110

Proefbeschrijving optiekset met bank 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset () behandelt de ruimtelijke optiek en de uitbreidingset (112114) de

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur natuurkunde 1,2 Examen VWO - Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 17. In dit deel staan de vragen waarbij de computer

Nadere informatie

5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht

5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5 5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 10 16 x 4,03 10 a afstand = lichtsnelheid tijd; s = c t t = = = 8 c 2,9979 10 b Eerste manier 1 lichtjaar = 9,461 10

Nadere informatie

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012 DEZE TAAK BESTAAT UIT 36 ITEMS. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Dichtheid Soortelijke

Nadere informatie

Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies)

Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Zie: http://webphysics.davidson.edu/applets/optics/intro.html Bolle (positieve) lens Een bolle lens heeft twee brandpunten F. Evenwijdige (loodrechte)

Nadere informatie

Eindexamen natuurkunde havo 2011 - II

Eindexamen natuurkunde havo 2011 - II Opgave 1 Vooruitgang In de jaren 30 van de vorige eeuw kende Nederland een periode van grote armoede. Zelfs kinderen moesten worden ingezet om zwaar werk te doen. Op de foto is te zien hoe twee schipperskinderen

Nadere informatie

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE NAAM: NATUURKUNDE KLAS 5 INHAALPROEFWERK PROEFWERK H14 11/10/2011 Deze toets bestaat uit 4 opgaven (31 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE

Nadere informatie

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURKUNDE. Kenmerk: /vGr. Datum: 24 juli 2000 TENTAMEN

FACULTEIT TECHNISCHE NATUURKUNDE. Kenmerk: /vGr. Datum: 24 juli 2000 TENTAMEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURKUNDE Kenmerk: 46055519/vGr Datum: 24 juli 2000 Vak : Inleiding Optica (146012) Datum : 21 augustus 2000 Tijd : 9.00 uur - 12.30 uur TENTAMEN Indien U een onderdeel van een vraagstuk

Nadere informatie

Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit eindexamens v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.

Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het Besluit eindexamens v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o. I V- 14 EINDEXAMEN VOORBEREIDEND WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS IN 1977 Woensdag II mei, 9.30-12.30 uur NATUURKUNDE Zie ommezijde Deze opgaven zijn vastgesteld door de commissie bedoeld in artikel 24 van het

Nadere informatie