Diverse culturen, divers onderwijs

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Diverse culturen, divers onderwijs"

Transcriptie

1 Diverse culturen, divers onderwijs Cultuurverschillen en studievoortgang binnen de Faculteit voor Economie en Management van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Een kwalitatief onderzoek naar studievoortgangproblemen bij studenten uit andere culturen Een literatuur- en kwalitatieve studie Denk goed na aan welke kant je staat Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart) Denk niet zwart-wit Denk niet wit (denk niet wit), denk niet zwart (denk niet zwart) Denk niet zwart-wit Maar in de kleur van je hart Maar in de kleur van je hart Frank Boeijen (1984): Zwart Wit Frank Vonk Instituut Bedrijfskunde, opleidingen logistiek en HRQM Lectoraat Human Communication development Ruitenberglaan CC Arnhem E:

2 Verantwoording Dit onderzoek kon worden gerealiseerd met de financiële ondersteuning van het College van Bestuur van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Impulsfonds Projectnummer ) 'Bicultureel' vervangt 'allochtoon'? Het woord 'bicultureel' is een goede vervanging voor het woord 'allochtoon', vindt Yesim Candan, oprichtster van de contest 'Inspiratie voor Integratie' (IVI). Hiermee speelt ze in op de suggestie van minister Hirsch Ballin van Justitie. Hij opperde in het radioprogramma de Ochtenden dat we "misschien maar eens af moeten van het hele woordgebruik". Candan baseert haar voorkeur voor het woord 'bicultureel' op een onderzoek uit 2006 van de IVI waaruit zou zijn gebleken dat dit woord goed valt. "De nieuwe generatie jongeren ziet 'bicultureel' als iets 'cools'. Het woord 'bicultureel' drukt een zekere trots uit. Bicultureel is de eerste term die uitdrukt dat twee culturen meer zijn dan één!" vgl.: bicultureel_vervangt_allochtoo.html Tekst en afbeelding op de voorpagina: Liedtekst Zwart-Wit (Frank Boeijen) Kleurenwaaier: 2

3 Inhoudsopgave 3 Voorwoord 5 Managementsamenvatting 6 1. Inleiding Doelstelling van het onderzoek Het onderwijs aan allochtonen 9 2. Doorstroomproblemen bij allochtone studenten. Een literatuurverkenning De meerwaarde van diversiteit in de studentenpopulatie Rationele keuzes Integratie Personeelsbestand Internationale vergelijkingen Internationale studentenmobiliteit Doorstroomfactoren Conflicten en de voorbereiding op de werkplek Diversiteitsbeleid Theoretische excursie: Interculturele gespreksvoering Allochtonenthematiek binnen hogescholen De Hogeschool van Utrecht De werkplek: stageplaatsen en stagebegeleiding INHOLLAND De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Diverse observaties Het onderzoek van Minje Kim (Radboud Universiteit) bij SPH Gesprekken met een campusdecaan Reactie van het management Het onderzoek naar de allochtonenproblematiek binnen de FEM ( ) Methode De gegevens De analyse van de gegevens Taalproblematiek Vooropleiding Heterogene groepen Specialisatie op etnische identiteit en doorstroomproblematiek De docenten Godsdienst Ondersteuning door ouders en familie Ondersteuning en begeleiding in school De voorbereiding op een FEM-opleiding 35 3

4 Het niveau van de opleidingen Casuïstiek Een succesvolle studieloopbaan Loopbaansucces Conclusies Aanbevelingen Literatuur 42 Bijlage A 44 Tabel 1: Gegevens van de geïnterviewde studenten 44 Tabel 2: Instroom- en doorstroomgegevens 46 Bijlage B 57 Gehanteerde vragenlijst 57 Het gemeenschappelijk Europese referentiekader voor talen 61 Bijlage C 62 Bijdrage in de FEMmail, nr. 8, 9 maart 2007 Impulsfonds voor ondersteuning allochtonen 62 Bijlage D 65 Verslag Studiedag Hogeschool Utrecht: Lectoraat Lesgeven in de multiculturele school. 65 Bijlage E 69 Inventarisatie van instroomprojecten in het hoger onderwijs 69 4

5 Voorwoord Met dit onderzoek wil de auteur inzicht geven in de specifieke problemen waarmee niet-nederlandse studenten of studenten met een andere dan de Nederlandse culturele achtergrond te maken krijgen binnen de Faculteit Economie en Management (FEM) van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De doelgroep van dit onderzoek is het management van de FEM, docenten en (studieloopbaan)begeleiders van allochtone studenten binnen de FEM, maar ook geïnteresseerden aan andere hogescholen die allochtone studenten begeleiden of lessen verzorgen. Dat er specifieke problemen zijn, blijkt alleen al uit de relatief hogere uitstroom van studenten met een andere culturele achtergrond na het eerste en tweede jaar op basis van een negatief bindend studieadvies of een eigen keuze om elders de studie voort te zetten dan wel een arbeidsplaats te zoeken. De vraag die aan dit onderzoek ten grondslag ligt is welke factoren bij allochtone studenten binnen de FEM leiden tot een vroeger afhaken dan autochtone studenten. Via bestaande literatuur over dit thema en een aantal interviews binnen de FEM is geprobeerd hier inzicht in te krijgen. Voor hun bereidwilligheid om mij bij te staan bij het afnemen van interviews dank ik Willy Anker, Helena Leusink en Joke Nicaise. Helaas konden niet bij alle opleidingen interviews worden afgenomen of besloten studenten toch niet mee te willen doen. Al die (anonieme) studenten die hebben bijgedragen aan dit onderzoek wil ik bedanken voor hun tijd en moeite om zich door de niet altijd doorzichtige vraagstellingen heen te worstelen. Verder gaat mijn dank naar Monica van Winkel, Toine Sterk, Willy Anker en Els van der Pool (allen van de Faculteit Economie en Management van de HAN) voor hun kritische lezing van dit rapport en voor waardevolle op- en aanmerkingen. Minje Kim (Radboud Universiteit Nijmegen) zond mij een digitale versie van haar stageverslag bij SPH, waarvoor mijn grote dank. Masja van Fruchten (FEM, Instituut Commerce) zeg ik dank voor het toezenden van menige mail met relevante informatie over allochtonenproblematiek in het hoger onderwijs. Voorafgaand aan de literatuurverkenningen en de interviews zullen in een korte managementsamenvatting de belangrijkste resultaten worden opgesomd. Arnhem, maart 2008 Frank Vonk 5

6 6

7 Managementsamenvatting Onze samenleving wordt kleurrijker en de studentenpopulatie binnen de FEM sluit hierbij aan. De instroom van allochtone studenten, studenten met minimaal een ouder die niet in Nederland geboren is, neemt gestaag toe. We zien echter wel een relatief grotere tussentijdse uitstroom van allochtone studenten ten opzichte van autochtone studenten. Op basis van nader literatuuronderzoek en 19 interviews met allochtone studenten binnen de FEM-instituten (met name Bedrijfskunde en Finance) wordt in dit rapport een beeld gegeven van de belangrijkste factoren die enerzijds een verklaring geven voor de tussentijdse uitstroom en anderzijds laten zien waar verbeteringen mogelijk zijn (ik verwijs naar de conclusie en de aanbevelingen in de hoofdstukken 5 en 6). Opvallende uitkomsten van a. het literatuuronderzoek en b. de kwalitatieve uitwerking van een 19tal interviews die met name gaan over de factoren die een rol spelen bij de doorstroom binnen een aantal FEM-opleidingen zijn hieronder weergegeven A. Studentfactoren Wel/niet/moeilijk beïnvloedbaar (w=wel, n=niet, m=moeilijk) 1. Het bepalen van motivatie en studiekeuze w met name de studiekeuze wordt op als uitgangspunten bij de begeleiding van verkeerde gronden gemaakt. het is belangrijk te studenten; de motivatie om hbo-rechten te achterhalen, welke beweegredenen studenten doen of accountancy is groot, maar het aantal hebben om juist deze hbo-keuze te maken. tussentijdse uitstromers ook! 2. Interculturele competentie(s) vergroten bij w allochtone EN autochtone studenten; gerichte trainingen en ondersteuning door interne en externe deskundigen 3. Individuele studieplanning samen met de w begeleider maken en regelmatige check van de studievoortgang B.Docentfactoren Wel/niet/moeilijk beïnvloedbaar (w=wel, n=niet, 1. Studieloopbaanbegeleiding specialiseren naar allochtone studenten (specialisten opleiden of aannemen) 2. Actieve rol bij het samenstellen van (project-) groepen 3. Interculturele competentie(s) vergroten bij het onderwijzende personeel; gerichte trainingen en ondersteuning door interne en externe deskundigen 4. Interculturele competentie(s) vergroten bij autochtone studenten en bij het onderwijzende personeel; gerichte trainingen en ondersteuning vanuit deskundigen m=moeilijk) w C. Organisatiefactoren Wel/niet/moeilijk beïnvloedbaar (w=wel, n=niet, m=moeilijk) 1. Vaststellen van het taalbeheersingsniveau bij instroom (entreetoetsen) w w w w 2. Selectie- en wervingsbeleid van de FEM: volgt de FEM de toenemende instroom aan allochtone studenten bij haar personeel? Is hier beleid op gemaakt? Een duidelijk diversiteitsbeleid dat rekening houdt met de ontwikkelingen in de studenteninstroom, het aanstellingsbeleid van de HAN. Het is goed om dit beleid transparant te maken en in w 7

8 woord en daad uit te voeren. Uitgangspunten zijn de visie, organisatiecultuur, de meerwaarde van diversiteit 3. Keuze voor homogene groepen in het begin en voor heterogene groepen in de hoofdfase (veiligheid gevolgd door integratie en samenwerking met andere culturen). De docenten en de coördinatoren van de propedeuse krijgen hierin een belangrijke taak 4. Mentor- of tutorsysteem: het koppelen van ouderejaars studenten aan allochtone instromers in de hoofdfase 5. Deficiëntiecursussen (in plaats van het reguliere programma) bij gebleken achterstanden bij communicatieve vaardigheden 6. Informatie over stages en afstudeeropdrachten bij Nederlandse bedrijven ook toespitsen op allochtone studenten 7. Duale trajecten instellen voor allochtone studenten; het blijkt dat ze beter functioneren in en vanuit de praktijkervaring die ze hier opdoen m zeker bij opleidingen met kleine aantallen allochtone studenten m met name waar het kleine aantallen betreft; het zou ook als stigmatiserend beschouwd kunnen worden m - met name wat betreft de inbedding in het reguliere programma; het zou ook een traject voor autochtone studenten moeten worden m hier zou meer begeleiding op gezet kunnen worden m allochtone studenten moeten hier wel voor willen kiezen Ten slotte is het duidelijk dat met bovenstaande aanbevelingen iets moet worden gedaan, teneinde de tussentijdse uitstroom van met allochtone studenten te reduceren. Er komt een speciaal ingestelde werkgroep die deze en eventueel andere aanbevelingen vertaalt naar de onderwijspraktijk binnen de FEM. Een begin (pilot) kan worden gemaakt met de opleiding Hbo-rechten (Instituut Finance). Op deze punten zou het MT van de FEM een duidelijk beleid kunnen vaststellen dat uiteindelijk moet leiden tot een aantoonbare vermindering van de tussentijdse uitstroom van allochtone studenten en recht doet aan de uitdagingen die de hedendaagse gekleurde maatschappij ook van het onderwijs vraagt. 8

9 1. Inleiding Dit rapport gaat over de instroom, doorstroom en uitstroom van allochtone studenten binnen de Faculteit Economie en Management van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De uitkomsten van literatuuronderzoek en een 19tal interviews met studenten uit verschillende opleidingen binnen de FEM vormen de basis voor: a. een nadere studie van geconstateerde problemen met allochtone studenten in het hbo en b. een aantal conclusies en aanbevelingen voor docenten en directie van de FEM die niet als zeer spectaculair moeten worden beschouwd, maar wel moeten leiden tot een serieuze aanpak van de geconstateerde doorstroomproblematiek gedurende de studie aan de FEM. In deze inleiding zal ik met name ingaan op wat de laatste twee jaar in de pers is verschenen over de relatie tussen schoolprestaties en cultureel diverse studentenpopulaties is geschreven. Het geeft ook een beeld van de actualiteit van het rapport dat voorligt Doelstelling van het onderzoek De door het College van Bestuur van de HAN gehonoreerde impulsaanvraag voor een nader onderzoek van de specifieke instroom- en doorstroomproblemen van allochtone studenten binnen de FEM heeft geleid tot de volgende projectcontext: Steeds vaker wordt geconstateerd dat er specifieke probleemgebieden zijn met betrekking tot de instroom en doorstroming van allochtone studenten binnen de FEM: taalachterstanden, cultuurverschillen (houdings- of gedragproblemen), achterblijven van resultaten, gewenste aanpassingen aan het onderwijs zoals dat hier wordt gegeven. Studentbegeleiders, studieloopbaanbegeleiders, decanen, tutoren, projectleiders, ondersteunend personeel worden met deze problemen geconfronteerd. Er wordt veel over gesproken (ook de decanen hebben dit thema op de agenda staan, maar nauwelijks voldoende menskracht om dit probleem breder aan te pakken), maar een systematisch en een breed oplossingsgericht onderzoek hiernaar bestaat niet. De bedoeling is dat naast de bovengenoemde personen (functionarissen) ook de allochtone studenten steekproefsgewijs betrokken worden bij het onderzoek en hun ervaringen en geconstateerde problemen met ons onderwijs in kaart worden gebracht. Dit zou kunnen gebeuren door onderzoek te doen naar cultuurgebonden aspecten die een rol spelen bij instroom, doorstroom en uitstroom. Bij instroom van allochtonen valt te denken aan keuzeprocessen. Waardoor laat men zich leiden in het maken van keuzes? In hoeverre en in welke welke mate speelt in welke cultuur bijvoorbeeld status een rol? In de doorstroom zou bijvoorbeeld onderzoek gedaan kunnen worden naar cultuurgebonden waarden als autenticiteit, autononmie en collectiviteit. Waarden die grote invloed kunnen hebben op het al of niet slagen van project- of competentiegericht onderwijs. Onderzoek bij de uitstroom van allochtone studenten zou zich Figuur 1: Overzicht van allochtonen in Nederland en hun herkomst in 2006 (Bron: CBS; uit: 9

10 kunnen richten op culturele barrières in het sollictatieproces, het tempo waarin een carriere zich voltrekt, de richtingen die gekozen worden gerelateerd aan afkomst. Twee voorbeelden: het toenemend aantal studievoortgangsgesprekken met allochtone studenten bij HBO-rechten en bij bedrijfscommunicatie zijn de trainingen voor studenten met taalachterstand onvoldoende; het blijkt dat in het laatste studiejaar deze studenten nog steeds taalachterstanden hebben. Wat allochtone studenten nu precies zijn, is lastig te definiëren. Het Centraal Bureau voor de Statistiek hanteert het volgende criterium: iemand is allochtoon als de persoon of minstens één van de ouders in het buitenland is geboren. (Hamelink/Jenniskens 2007: 15). Dat betekent in veel gevallen dat de instroom van allochtone studenten aan de criteria voldoet. Een student kan dus in het buitenland geboren zijn en op latere leeftijd naar Nederland gekomen zijn, maar ook allochtonen met ouders die op jonge leeftijd naar Nederland gekomen zijn, vallen binnen de doelgroep. En het is voorstelbaar dat in het laatste geval de student minder problemen heeft met een aantal kritische succesfactoren in het hogere beroepsonderwijs, zoals de taalvaardigheid in de ruimste zin van het woord of ondersteuning door ouders bij keuze van de studie en de studie zelf (zie Hamelink/Jenniskens 2007: 15). In elk geval zal in het voorliggende onderzoek de CBS-definitie worden gehanteerd. In de Sensor, waarin we bovenstaande gegevens aantreffen, vinden we nog een aantal voor onderwijs belangrijke observaties: a. het creëren van een stimulerende leeromgeving: hier gaat het ook om de beoordeling door docenten en (mede-)studenten b. de begeleiding door docenten en studieloopbaanbegeleiders speelt een belangrijke rol bij de zelferkenning van de eigen studiehouding en studievoortgang. Dit vraagt een sterk inlevingsvermogen van de begeleidende docenten in hun verschillende rollen (als assessor, studieloopbaanbegeleider, projectbegeleider of lesgever) c. het diversiteitbeleid van de HAN is breed opgezet, maar stelt het individu centraal. DE vraag is of veel allochtone studenten het vanzelfsprekend vinden dat hun eigen, individuele ontwikkeling centraal staat als we bijvoorbeeld rekening houden met de belangrijke invloed van de ouders bij de studiekeuze en de ondersteuning van hun kinderen tijdens de opleiding (zie Hamelink/Jenniskens 2007: 15) d. de vraag is ook of wat voor allochtone studenten geldt in een (groot) aantal gevallen niet ook geldt voor autochtone studenten die bijvoorbeeld vanuit het mbo instromen (gelet op de doorstroomproblemen die vaak te maken hebben met het zelfstandig uitstippelen van de leerroutes). Een intensievere begeleiding lijkt in deze gevallen al een belangrijke stap voorwaarts al zal de student zelf nog steeds de verantwoordelijkheid voor zijn studiekeuze dragen Het onderwijs aan allochtonen In een afzonderlijk hoofdstuk in zijn boek Allochtonen in de multiculturele samenleving (1991, 2 de druk 2002) geeft Siep van der Werf een beeld van de specifieke onderwijsproblemen die voortvloeien uit verschillen in culturele achtergrond. Wat opvalt, is het ontbreken van begrip voor de gang van zaken binnen het onderwijs, de manier van lesgeven, kennisoverdracht, waarop wordt gelet, hoe wordt gestraft en beloond, etc. Duidelijk wordt uit dit hoofdstuk dat stapeling van 10

11 opleidingen bij allochtonen studenten relatief meer voorkomt dan bij autochtone studenten. Daarnaast wordt er te weinig gedifferentieerd tussen de landen van herkomst: men kan dus in cultureel opzicht meer of minder ver weg staan van het Nederlandse onderwijs. Wat ook opvalt, is de achterblijvende deelname van allochtone studenten aan het wo en het hbo, al is dit aantal de laatste jaren groeiende: we praten dan over de tweede en derde generatie studenten die in Nederland zijn geboren en opgegroeid. Van deze populatie haalt ongeveer 80% van de Turken en Marokkanen een diploma mbo of hoger. Dat betekent dan ook in de hogere segmenten van het bedrijfsleven een soort glazen plafond bestaat, waar lastig doorheen te breken is. 1 Van der Werf wijst ook op het verschil tussen rekenvaardigheden, die meer cultuuronafhankelijk lijken te zijn, en taalvaardigheden, die meer cultuurafhankelijk zijn en in veel gevallen ook de grootste problemen bij de instroom, doorstroom en zelfs nog de uitstroom van allochtone studenten opleveren. Culturele achtergronden bepalen ook de waarde die aan een hbo- of wo-opleiding wordt gehecht. Zeker wanneer er geen terugkeer plaatsvindt naar het land van herkomst wordt het grotere belang van scholing gezien bij terugkeer wordt het belang dat aan het Nederlandse onderwijs wordt gehecht minder. Voor Surinaamse en Antilliaanse jongeren is een opleiding van belang bij economische afhankelijkheid (vgl. Van der Werf : 263). Als er naar het geslacht wordt gekeken, nemen met name Turkse en Marokkaanse meisjes hun opleiding serieuzer dan jongens. School en huiswerk voorkomen dat ze alleen in het huishouden actief zijn. Ondersteuning van de moeder, broers of zussen, is een belangrijke succesfactor. Ook de betrokkenheid van ouders bij het onderwijs van hun kinderen komt het studiesucces ten goede. Steeds blijkt dat taalvaardigheid, sociale en communicatieve vaardigheden, een belangrijke rol speelt bij de integratie van allochtone studenten. Niet alleen de actieve beheersing van het Nederlands, maar ook de conventies rondom het taalgebruik: hoe schrijf je brieven, hoe spreek je mensen aan, welke telefoonconventies bestaan er in Nederland enz. Ook de leerkrachten behoeven scholing in het omgaan met allochtone leerlingen en studenten: Autochtone leraren [zijn] gehandicapt in interetnische vriendschappen, ze zijn georiënteerd op de eigen ( witte ) groep, ze kennen geen volwassen Turk of Marokkaan of Surinamer, ze kennen ze alleen uit de boekjes. Veel leerkrachten zijn te kleurenblind om te zien hoe bij de kindervriendschappen etniciteit en schoolprestatie een rol spelen. (Van der Werf : 265) In dit geval moet ook worden gewezen op de lesmethoden en het materiaal dat wordt gebruikt. Specifieke afstemming op verschillend etnisch gedrag is veelal niet aan de orde. Door de nadruk op Westerse methoden, normen en waarden te leggen wordt voorbij gegaan aan de functionele rol van niet-westerse waarden. Dat beïnvloedt in een groot aantal gevallen ook het thuisgevoel dat allochtone studenten missen in het beroepsonderwijs. In de praktijk blijkt dat meer geld voor het wegwerken van achterstanden niet effectief is gebleken. Welk onderwijsbeleid wel effectief is, blijft lastig te achterhalen, al zien we de volgende aspecten steeds terugkeren: a. Focus op kwaliteit 1 Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Zo zet Carmen Breeveld, oprichtster en directeur van Team Care (zie: zich als succesvolle zwarte zakenvrouw met haar HRM-bureau in voor meer vrouwen in de beroepspraktijk. 11

12 b. Positieve en stimulerende verwachtingen bij leerkrachten van hun studenten c. Het creëren van orde en rust in het onderwijsproces d. Nadruk op de verwerving van basisvaardigheden e. Voortdurende evaluatie van studieresultaten (vgl. Van der Werf : 267). In een aantal gevallen moet wel behoedzaam worden omgegaan met het andere leertraject dat het studiesucces van allochtone studenten idealiter zouden moeten doorlopen. 12

13 2. Doorstroomproblemen van allochtone studenten. Een literatuurverkenning Hierna volgen op basis van de in de management summary opgesomde factoren bij een meer of minder succesvolle doorstroom van allochtone studenten in het hbo nadere uitwerkingen van student-, docent- en organisatiefactoren. Deze factoren zijn in dit hoofdstuk op basis van persberichten, berichten in bestaande literatuur weergegeven, waarbij vooral de resultaten van de berichtgeving in de pers en de weergave in publicaties over deze thematiek centraal staan De meerwaarde van diversiteit in de studentenpopulatie Een andere insteek is die van de diversiteitproblematiek als kracht en zwakte van verschillende werkvormen binnen het hbo. Veel af te leveren beroepsproducten worden in teams ontworpen en afgerond. Het is de moeite waard om te kijken naar de mogelijkheden om deze beroepsproducten mede op te hangen aan de diversiteit van de groep die ermee aan de gang gaat. Veel managementvaardigheden, ethische en culturele inzichten, zaak- en procesopvattingen zijn ingegeven door culturele verschillen, diversiteit. Dit kan de studenten in gemengde, niet-homogene groepen uitdagen om de culturele verschillen te gebruiken om diverse opdrachten breder te leren bekijken en deze bredere kijk mee te nemen in de uitwerking van het beroepsproduct (ze ontwikkelen op deze wijze ook hun eigen managementvaardigheden). Heterogene groepen bieden dus meerwaarde voor en in het onderwijsproces, al bestaat het risico dat de benchmark altijd het werkniveau van de Nederlandse, autochtone student zal zijn. Aan de NHTV in Tilburg wordt diversiteit, worden cultuurverschillen optimaal ingezet in het leerproces: Tijdens een college ethiek discussieerden we over de vraag of je toeristen iets mag voorschotelen wat niet echt is, vertelt Ilja Simons, docente interculturele communicatie. De heersende mening bij de studenten was nee, natuurlijk niet. Tot een Chinese studente vertelde dat er in China speciaal voor toeristen trouwceremonies worden georganiseerd die niet echt zijn. Wat is daar mis mee? zei zij. We verdienen daar ons geld mee. Zoiets opent studenten de ogen, meer dan welk boek ook. (zie Kuijpers 2007: 49) De meerwaarde zou erin kunnen liggen dat binnen heterogene groepen de studenten qua kennis en vaardigheden eerder en sneller bijleren dan wanneer ze in homogene groepen zouden worden ondergebracht. Heterogene groepen bevorderen empathie, internationaal of intercultureel denken als een belangrijke factor in Nederlandse hboopleidingen die veelal voor internationaal georiënteerde functies opleiden. Of we het nu over de toeristische opleiding hebben in Tilburg of over een logistieke of commerciële opleiding binnen de FEM. Van belang is ook de mogelijkheid om internationaal te studeren: internationale studies, zoals de International Business and Management School (IBMS), trekken studenten met verschillende culturele achtergronden en bieden mogelijkheden, met name ook aan docenten aan Nederlandse hbo-opleidingen om zich internationaal te oriënteren en te ontdekken wat de meerwaarde van deze bewustwording is voor het docentschap aan hboopleidingen. In de praktijk betekent het werken met heterogene groepen: 1. leren inleven in andere standpunten 2. andere perspectieven kunnen innemen 3. andere handelingscontexten ontdekken en hiermee leren omgaan 13

14 4. leren out of the box te denken: creatieve oplossingen met anderen bedenken voor specifieke business problemen, waarin consensus niet voorop lijkt te staan. (zie Kuijpers 2007) Twee voorbeelden lijken het belang van deze heterogene aanpak te ondersteunen: 1. [Een studente van Nederlands-Zwitserse afkomst] vertelt dat zij samen met Griekse, Afrikaanse en Nederlandse studenten in een werkgroep onderzoek moest doen naar de mogelijkheden om projecten voor homoseksuelen op te zetten in Breda. Daarvoor moesten we ook naar homobars. Maar de Afrikaanse en Griekse studenten weigerden dat, omdat ze daar, in hun cultuur, nooit een voet over de drempel; zouden zetten als hetero. Uiteindelijk heeft de werkgroep de taken verdeeld. Diplomatiek: In een internationale omgeving als deze leer je de kracht van mensen te benutten. 2. [Een student van Duits-Libanese afkomst] is heel wat minder diplomatiek. Ik was geschokt door de werkhouding van de Nederlandse studenten. In werkgroepen nemen zij hun werk veel minder serieus dan ik. Ze vinden het al snel goed genoeg. De vermaledijde zesjescultuur dus. (Kuijpers 2007) Deze voorbeelden geven aan dat er percepties bestaan van andere culturen, hun houding tegenover anderen en hun werkhouding. Wat hier niet wordt beantwoord is de vraag wat je in het eerste geval doet met deze studenten die in de praktijk met deze groeperingen in aanraking kunnen komen? Kunnen zij eigenlijk wel in alle situaties optimaal functioneren als ze bepaalde gewoonten in andere culturen niet kunnen of willen accepteren? En in het tweede geval: als hetgeen de Nederlandse werkhouding karakteriseert nu volstaat om een voldoende resultaat op te leveren, wat doe je dan met die vaststelling? Ook hier blijkt dat een cultuurshock geen onontkoombare factor in internationaal zakendoen vormt en dat de studenten in hun gedrag hierop leren reflecteren en kijken wat er voor hen mogelijk, maar ook onmogelijk is en wat dat concreet betekent voor hun functioneren Rationele keuzes De keuze van een hbo-opleiding wordt ook ingegeven door de culturele achtergrond van studenten. Zo blijken economie en rechten, zowel op hbo- als universitair niveau rationele keuzes van allochtone studenten te zijn: baanzekerheid en een goed inkomen zijn belangrijke factoren. De vraag is echter of de keuze voor deze studies zo rationeel is. Uit cijfers van het Amsterdamse Instituut voor Migratie en Etnische Studies blijkt dat allochtone studenten vaak afhaken voor ze hun diploma hebben ( Allochtoon 2007: 5). Gelet op de tussentijdse uitstroom bij de opleiding hborechten binnen de FEM blijkt dat gelet op met name de taalvaardigheid veel allochtone studenten een negatief studieadvies krijgen. Ongeveer 12 % van alle eerstejaars studenten aan hogescholen is allochtoon, maar de verdeling van de studenten over de verschillende opleidingen verschilt op basis van de reeds genoemde rationele overwegingen. Bovendien haakt ongeveer 50% tussentijds af, terwijl dat voor autochtone rond de 30% ligt (zie Allochtoon 2007: 5). Een relevante observatie in dit artikel lijkt de overweging die aan allochtone studenten meegegeven zou moeten worden om niet baanzekerheid en inkomen, maar om een minder materiële waarde als interesse of geschiktheid voor een bepaalde studie centraal te stellen, ook in de advisering in het eerste jaar Integratie 14

15 Ook integratie lijkt een belangrijk begrip voor studenten die in heterogene groepen werken. Op deze wijze krijgt een diverse 2 studentenpopulatie binnen het onderwijs de mogelijkheid om cultuuroverstijgend te werken aan een beter wederzijds begrip en het leren omgaan met de meerwaarde die heterogene groepen bieden bij het opleveren van beroepsproducten en bij internationaal georiënteerde taken. In de reportage van Rob Pietersen (2007: 5) geven geneeskundestudenten in Rotterdam zelf aan dat interculturele verschillen leiden tot een beter begrip en mogelijk andere en effectievere behandelingen van patiënten uit andere culturen: Allochtonen zijn bijvoorbeeld veel expressiever. Marokkaanse vrouwen in de overgang denken dat ze doodgaan. Die willen niet weg zonder medicijn. Zij zijn pas tevreden als ze een prik met fysiologisch zout in hun bil krijgen. Ook al is zo n prik pure flauwekul. (Pietersen 2007: 5) Allochtonen blijken ziekte niet als psychisch verschijnsel te beschouwen, maar willen als patiënt een medicijn voorgeschreven of toegediend krijgen. Op deze wijze krijgen Nederlandse studenten een andere, bredere kijk op de culturele bepaaldheid van ziekteverschijnselen en wordt de Nederlandse terughoudendheid bij het toedienen van medicijnen in een ander perspectief geplaatst. Cultuurverschillen bepalen ook wederzijds hoe je bijvoorbeeld met ouderen in de maatschappij omgaat: In Marokko neem je ze standaard in huis, in Nederland zoek je zo snel mogelijk een bejaardentehuis of een bejaardenwoning Personeelsbestand Een ander thema binnen de allochtonenproblematiek is vaak ook het personeelsbestand van hogescholen en universiteiten. In vrijwel alle gevallen domineren hoog opgeleide Nederlandse docenten die zich geconfronteerd zien met verschillende culturen, waarmee ze naast hun vakkennis om moeten kunnen gaan. Het onderzoek van Meerman en Van Putten (2006) betreft de multiculturalisering [!] in het personeelsbeleid van hbo-instellingen (tap, Voorwoord). Zij pleiten voor een etnisch divers personeelsbestand, ingegeven door een afspiegelingstheorie van studenten- en docentenpopulatie aan hbo-instellingen enerzijds en een divers beroepenveld anderzijds, waarin studenten als beginnende beroepsbeoefenaars met verschillende culturen worden geconfronteerd. Kijken we in de agenda van de FEM naar het aantal allochtone docenten dan moet worden geconstateerd dat dit aantal wel erg beperkt is. Misschien heeft dit te maken met het huidige opleidingsniveau van de allochtone Nederlanders, dat weliswaar stijgt, maar nog onvoldoende is om een enigszins adequate representatie van het aantal allochtone studenten in het personeelsbestand te effectueren. Naar aanleiding van het onderzoek poneren de auteurs enkele stellingen rondom de diversificering van het personeelsbestand: Stelling 1. Het overgrote deel van het vaak oudere personeelsbestand van de hbo-instellingen vormt geen afspiegeling van de omringende omgeving of van het studentenbestand. De 2 Het begrip multicultureel lijkt in dit verband toch te zeer belast. Visker (2005: 13ev) wijst erop dat het risico van dit begrip erin bestaat dat het niet meer betekent dan de numerieke vaststelling dat er meer dan één cultuur is en dat het goed is dat dat zo is. Goed voor wie? Wat zijn de gevolgen van die veelheid en op wie hebben ze een weerslag? Dat betekent dat we voorbij de multiculturaliteit moeten leren denken en die wordt in de praktijk vorm gegeven door initiatieven die een gezamenlijk doel nastreven en niet een eenheidsstichtend subject. De vraag blijft hoe we die transculturaliteit ook daadwerkelijk realiseren, bijvoorbeeld in het hbo dat ons voor ogen staat, waarin echt iedere student die kansen krijgt om zich te ontplooien en gediplomeerd de opleiding te verlaten. Misschien is dit ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid van het hoger onderwijs. 15

16 vervanging van dit oudere personeelsbestand vraagt oog voor etnisch diverse jonge docenten op de arbeidsmarkt. Stelling 2. Het overgrote deel van het personeelsbestand van de hbo-instellingen is geboren en getogen in Nederland en wit van huidskleur. Ze vormt geen afspiegeling van de omringende omgeving of van het studentenbestand. Dat moet gevolgen hebben voor de kwaliteit van het onderwijs. 3 Stelling 3. E is weinig kennis en ervaring met multicultureel personeelsbeleid, waardoor er niet wordt gewerkt aan de binding van etnische minderheden aan de onderwijsinstelling. Stelling 4. Binnen hbo-instellingen is geen duidelijke opdracht met betrekking tot multiculturalisering; alleen een dergelijke opdracht leidt tot innovatie en nieuwe manieren van werken. 4 (Meerman/Van Putten 2006: 33 ev) Met name de binding van de allochtone studenten aan Nederlandse hbo-instellingen vormt een probleem. De herkomst van deze studenten en het referentiekader van de veelal in Nederland geboren en opgeleide docenten leiden in sommige gevallen tot verschillende inzichten en beslissingen die niet bijdragen tot de gewenste doorstroomeffecten bij studenten met een andere culturele achtergrond. Om deze doorstroom te bevorderen bevelen Meerman/Van Putten (2006: 42) aan om zogenaamde comparatieve kennis bij docenten te ontwikkelen. Op deze manier word je je als docent, en misschien ook als begeleider van allochtone studenten, bewust van de ingeslepen culturele filters en vanuit dit bewustzijn kun je cultuur een duidelijkere plaats geven binnen het beroepsonderwijs Internationale vergelijkingen In een bijdrage in NRC van 9 september 2006 schrijft Japke Bouma in een interview met Andreas Schleicher, OESO-directeur van het onderwijsprogramma, dat vergeleken met bijvoorbeeld Canada, Australië en Amerika de Nederlandse allochtone studenten relatief slecht scoren ten opzichte van de autochtone studenten. Het gaat hierbij om verschillende PISA-toetsen (wiskunde en rekenen) die deze verschillen te zien geven. Wanneer gekeken wordt naar bijvoorbeeld Canada dan blijkt dat allochtone studenten het daar beter doen: Ten eerste staan ze positiever tegenover migranten. Ten tweede is er meer individuele begeleiding voor allochtonen op school, en veel aandacht voor taal. Er is natuurlijk niet één oorzaak, het is een mix van factoren die het verschil veroorzaakt. Er zijn ook factoren waar weinig aan te doen is, erkent Schleicher. Canada heeft bijvoorbeeld nu eenmaal een langere 3 Het is zaak om de dynamische beroepspraktijk binnen de hogescholen proactief een plaats te geven. De dynamische beroepspraktijk bestaat onder meer uit een diversificerende beroepsbevolking met verschillende culturele achtergronden. Het negeren van deze culturele achtergronden binnen de beroepsopleidingen leidt per definitie tot een toenemend spanningsveld binnen de beroepspraktijk. De culturele context van de beroepspraktijk is een serieus te nemen aspect binnen de curricula van de verschillende beroepsopleidingen. DE vraag is hoe diversiteitsmanagement een gezonde plaats kan krijgen binnen genoemde curricula. Vooralsnog lijkt casuïstiek hier een belangrijke plaats te kunnen innemen. Maar bewustwording van de eigen culturele identiteit en die van andere culturen is niet alleen voor de studenten een relevant opleidingsaspect, ook voor docenten vormt deze bewustwording en de mogelijke effecten van het niet onderkennen van de andersheid van andere culturen een belangrijk aspect van hun docentschap bij groepen met een verschillende culturele achtergrond. 4 Veel is in dit verband gezegd over de kracht van diversiteit als het gaat om teamwerk. Veel modellen, zoals die van Kolb, Myers-Briggs of het HBDI-model maken gebruik van diversiteit als motor voor innovatie. Zo ziet Reitsma (2004: 117ev) vanuit het Herrmann Brain Dominance Instrument een mogelijkheid om de positieve en negatieve kanten in de besluitvorming bij homogene en heterogene teams te duiden op basis van bepaalde voorkeuren die nu eens niet per definitie cultureel bepaald zijn, maar afhankelijk zijn van de individuele dominanties van teamleden. 16

17 traditie met migratie. Meer ervaring. Bovendien hebben ze een strikter immigratiebeleid: ze kunnen hogere eisen stellen. (Bouma 2006: 49) Even los van de ruimere ervaring met migratie en een scherper immigratiebeleid is er nogal wat aan te merken op veel Europese scholingssystemen. Dit kan niet zo algemeen worden gesteld als Schleicher dat doet, stelt Erna Gille die namens het CITO bij de PISA toetsen is betrokken. Ook het Centraal Planbureau ziet het wat genuanceerder: je zou naast het scholingssysteem ook de afkomst van allochtone studenten mee moeten nemen (veel Pakistani en Indiërs die naar Canada komen spreken bijvoorbeeld al goed Engels, terwijl dat in Nederland met Turken of Marokkanen anders ligt) en de generatie migranten waar we het over hebben: de tweede generatie allochtonen doet het aanzienlijk beter in ons land dan de eerste generatie (zie Bouma 2006). De etnische afkomst speelt ook een rol, maar maakt in veel gevallen geen deel uit van het onderzoeksparadigma: voor Chinezen is hard werken voor je familie je plicht; of dat voor andere etnische achtergronden ook geldt, verdient nader onderzoek en heeft consequenties voor de door- en uitstroom in het onderwijs. De sociale klasse is wellicht ook een factor die het studiesucces bepaalt, maar ook hier ontbreekt nog goede informatie. Dit geldt overigens niet alleen voor allochtone, maar ook voor autochtone studenten: komaf, sociale klasse (opleidingsniveau van de ouders) en regionale afkomst kunnen een doorslaggevende factor in het doorstroomtraject vormen. Los van alle nuanceringen bevestigen alle ondervraagden dat er sprake is van een kloof tussen autochtone en allochtone studenten die ook invloed heeft op spanningen in de maatschappij en in het bijzonder in de beroepspraktijk (ook hier wordt de doorstroom van allochtonen belemmerd door een gebrekkig opleidingsniveau). Paul Jungbluth, voormalig ITS-onderzoeker en Groen Links kamerlid, constateert dat Nederland weinig interesse heeft in de ontplooiing van allochtonen. Disciplinering en gedrag zijn belangrijker dan doorstromen naar havo en vwo. Oplossingen voor deze doorstroomproblematiek worden ook aangedragen: a. later een school of richting laten kiezen b. vergemakkelijken van het stapelen van opleidingen (dat is bij veel allochtone studenten al het geval, al is dit er met het studiehuis niet gemakkelijker op geworden en verloopt de doorstroom vooral via mbo-opleidingen) en meer aandacht voor taal in het vmbo c. meer voorlichting voor de ouders rondom studie en arbeidsmarkttaalles op de crèche en de kleuterschool (groepen 1 en 2) d. kijken naar andere landen, zoals Canada, waar vakken in het middelbaar onderwijs op verschillende niveaus kunnen worden gevolgd. Leerlingen krijgen daar ook vaak in hun eigen taal les en worden buiten het reguliere programma bijgespijkerd in vakken (extra lessen, bijvoorbeeld op zaterdag). e. wat is de effectiviteit van de verschillende maatregelen die op middelbare scholen worden ingevoerd: als er meer geld voor zwakke leerlingen naar scholen gaat, moet dit ook worden aangewend voor deze doelgroep. Afsluitend stelt de eerder aangehaalde Schleicher dat de drive, de motivatie wel aanwezig is bij allochtone studenten om goed te presteren: nu nog het onderwijs hierop afstemmen Internationale studentenmobiliteit De toenemende globalisering en internationalisering van het bedrijfsleven èn het onderwijs komen veel studenten van buiten Europa, bijvoorbeeld Chinezen, en binnen Europa naar Nederlandse hbo-instellingen en brengen veel Nederlandse, 17

18 autochtone studenten een half of heel jaar studerend door in het buitenland. Momenteel zitten er studenten van de HAN in Engeland, Australië, Canada, Finland, China, Nieuw Zealand, Frankrijk en zien we in Arnhem veel studenten uit China, Afrikaanse landen (Kameroen, Tanzania, Ghana), Indonesië, Duitsland of Frankrijk. Ook de populatie studenten uit het voormalige Oostblok neemt toe: Bulgaren, Polen, Russen, Oekraïeners, Hongaren. Een vraag die Stronkhorst (2003) zich stelt betreft de internationale mobiliteit van allochtone studenten. Zijn zij net zo actief in het werven van buitenlandse studieplaatsen en stages als de autochtone Nederlandse studenten? Aangezien de overheid een evenredige vertegenwoordiging van allochtonen in het onderwijs (Stronkhorst 2003: 4) nastreeft. Als na het schooljaar elf procent van de niet-westerse allochtonen (waaronder Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen) naar het hbo doorstroomt en zes procent naar het wetenschappelijk onderwijs dan zou een evenredige vertegenwoordiging inhouden dat ook een tiende van de allochtone hbo-studenten een studie in het buitenland volgt. Na een onderzoek aan twee hogescholen in Nederland onder 105 MATS-studenten 5 hadden er 10 deelgenomen aan internationale mobiliteit, 43 waren dit nog van plan. 52 studenten hadden geen interesse. Negen procent van de studenten had dus al een internationale studie of stage achter de rug. Daarbij valt op dat de Antilliaanse studenten het meest internationaal georiënteerd waren en de Marokkaanse het minst. De redenen voor allochtone studenten om niet naar het buitenland te gaan zijn: Gebrek aan financiële middelen Invloed van ouders en familie Aanmoediging of durf ontbreken Gebrek aan informatie Nederland is al een soort buitenland De redenen dat ze wel naar het buitenland gaan zijn: Persoonlijke en professionele ontwikkeling Contacten met andere culturen Avontuur Studenten die aangaven nog weg te willen, geven vooral de volgende redenen aan: Vakinhoudelijke redenen: koppeling expertise en het land waar de student naar toe wil Interesse in land en cultuur Taalontwikkeling en beheersing Terugkeer naar het land van herkomst Prestige van het land, de instelling of het bedrijf Avontuur en plezier Afstand De laatste groep geeft ook aan dat het wenselijk is dat autochtone en allochtone studenten in gelijke mate participeren in internationale studies en stages. Van de studenten die niet weg willen blijkt dat velen bij de familie of het gezin willen blijven, 5 Dit zijn studenten met een Marokkaanse, Antilliaanse, Turkse en Surinaamse achtergrond. In 2006 blijken deze etnische minderheden gezamenlijk ongeveer 50% uit te maken van de gezamenlijke groep allochtone Nederlanders (zie boven p. 8) 18

19 velen de drempels niet halen om naar het buitenland te kunnen (deze verschillen per onderwijsinstelling) 6, veel informatie niet bekend is of niet voldoende voorlichting wordt gegeven. Onder de groep Marokkaanse studenten vormen de thuisblijvers het grootste aantal. Hier domineren de tweede generatie allochtonen en deze zijn grotendeels tevreden over de studie in Nederland (zie Stronkhorst 2003: 20). Samenvattend vinden we de volgende conclusies in het onderzoek van Stronkhorst: 1. Surinaamse en Antilliaanse studenten zijn het meest internationaal mobiel (met name eerste generatie allochtonen) van de onderzochte allochtonen groepen en participeren mogelijk niet minder in internationale stages en uitwisselingen dan autochtone studenten. 2. Turkse en Marokkaanse studenten participeren nog zeer beperkt in internationale mobiliteit - en veel minder dan Surinaamse, Antilliaanse en autochtone studenten. 3. De behoefte aan internationale mobiliteit bij allochtone studenten die nog niet mobiel zijn geweest varieert veel minder en wijkt niet veel af van de behoefte onder autochtone studenten: ± 47% bij de Antilliaanse en Turkse studenten en ± 38% bij de Surinaamse en Marokkaanse studenten. 4. Redenen om te participeren in internationale mobiliteit komen over het algemeen overeen met wat hierover voor Europese/Nederlandse studenten is gerapporteerd [ ], behalve dat de behoefte om terug te gaan naar het land van herkomst voor de allochtone studenten uniek is. 5. De volgend factoren kunnen de beperktere deelname aan internationale mobiliteit van bepaalde allochtone groepen (gedeeltelijk) verklaren: - sneller willen afstuderen om een goede baan in Nederland te bemachtigen; - alleen naar het land van herkomst te willen, hetgeen problematisch blijkt; - vaker problemen met ouders die geen toestemming geven. 6. Er is behoefte aan meer en betere - meer op allochtonen toegespitste - informatie (en begeleiding in het voortraject) over internationale mobiliteit onder de allochtone studenten van de instellingen.. (Stronkhorst 2003: 22ev) 2.7. Doorstroomfactoren In diverse artikelen en onderzoek naar de studieresultaten bij allochtone studenten lijken intensieve begeleiding en kleinschaligheid (vgl. Reijn 2006) de toverwoorden om de achterstand die allochtone studenten op autochtone studenten hebben in te halen. Dit krantenartikel gaat terug op een Risbo-onderzoek in opdracht van de stichting Echo onder 1034 eerstejaarsstudenten bij zes universiteiten en acht hbo-opleidingen. Het verschil in prestaties neemt af bij intensievere begeleiding en kleinschaligheid van de opleiding. Voorts is het eindexamencijfer een slechte indicator voor het studiesucces van allochtone studenten in het hoger onderwijs gelet op de ontwikkelingen in het hbo. Zo valt slechts 6 procent van de ingestroomde vrouwelijke allochtone studenten binnen twee jaar uit (tegen ruim 9 procent van de autochtone studenten). Na zes jaar daarentegen had 75 procent van de vrouwelijke autochtone studenten een diploma (tegen 70 procent bij de allochtone studentes). Uit dit onderzoek blijkt dat niet etniciteit, maar vooropleiding, sekse en studiekeuze succesfactoren zijn in het hoger onderwijs. Concreet betekent dit dat mannelijke allochtone studenten meer problemen bij de doorstroming in het hoger onderwijs ervaren dan de vrouwelijke studenten. 6 In principe kunnen alle studenten aan de FEM, zowel de Nederlandstalige als de Engelstalige opleidingen in aanmerking komen voor een plaats aan een buitenlandse universiteit of hogeschool. Er zijn echter niet altijd voldoende plaatsen aan buitenlandse universiteiten. Dat betekent dat er een selectie plaatsvindt op basis van de eisen in de studiegids van de eigen opleiding (drempel), de behaalde cijfers of de motivatie. Dat geldt ook voor stages: de stagedrempel is meestal dat de student zijn/haar propedeuse heeft behaald en in de hoofdfase een proportioneel deel van de opleiding tot aan de stage (tussen de 45 en 60 ECTS in de hoofdfase) of de afstudeeropdracht (bij voorkeur alle onderdelen in de hoofdfase, 150 ECTS, heeft behaald) heeft afgerond. 19

20 In een ander Volkskrant-artikel blijkt uit een interview met de voorzitter van de Haagse Hogeschool, Pim Breebaart, dat de hogere tussentijdse uitval van allochtone studenten grotendeels de eerste generatie (wier ouders in het land van herkomst geboren zijn) betreft. Deze studenten stromen geleidelijk het hoger onderwijs in en zien deze opleiding als een sociale lift (vgl. Ik zie veel 2006). En dat terwijl hun ouders vaak niet hoog zijn opgeleid. Dat leidt vaak tot motivatieproblemen in hun leefwereld. Ter ondersteuning is er een zogenaamd mentorproject opgezet, waarbij studenten van de Haagse Hogeschool allochtone leerlingen begeleiden van de hoogste klassen van drie Haagse middelbare scholen en een mbo. Het gaat daar op het moment van interview om 150 leerlingen. Eenmaal in het hoger onderwijs aangekomen, krijgen deze studenten een tutor uit het vierde jaar aangewezen die ondersteunt bij voorkomende problemen. Opmerkelijk is ook dat blijkt dat de didactische en onderwijskundige aanpak van het Nederlandse onderwijs niet voor alle studenten even geschikt is en dat met name allochtone studenten uit lagere sociale klassen hier problemen mee hebben. Voor hen blijken sociale, culturele en emotionele factoren van groter belang voor studiesucces dan cognitieve factoren: contacten leggen, netwerken opbouwen en reflecteren op je eigen handelen leveren meer op dan alleen kennis of een zo snel mogelijke doorstroom. De vraag is dan ook of de economische kant van de studie bij het studiesucces van allochtone studenten te allen tijde een doorslaggevende factor mag zijn. Dat staat haaks op een begrip als studierendement, waar alle studenten tegen een vaste meetlat worden gelegd, maar de vraag is of het onderwijs daar een kritisch antwoord op moet geven. In de Volkskrant van 4 november 2006 geeft Mary Tupan, directeur van de stichting ECHO het landelijk expertisecentrum voor diversiteitsbeleid aan dat de schoolkeuze bij veel allochtonen niet strookt met hun capaciteiten en dat een van de redenen voor deze foutieve keuze te maken heeft met een gebrekkige begeleiding van de leerlingen bij hun keuze. In Amerika wordt al veel gebruik gemaakt van het mentoren- of tutorensysteem, waarbij ouderejaarsstudenten worden ingezet om leerlingen en studenten op een goede manier te ondersteunen. Aan hbo-instellingen is de laatste paar jaar steeds vaker de studieloopbaanbegeleider de contactpersoon die vaker en intensiever contact heeft met de studenten en op deze wijze wellicht het studiesucces, ook van allochtone studenten, kan vergroten Conflicten en de voorbereiding op de werkplek In hun recent verschenen studie naar Culturele diversiteit op het werk (2006) laten Van der Zee en Oudenhoven zien welke relaties er bestaan tussen enerzijds culturele dimensies zoals onzekerheid, machtsafstand, masculiniteit en individualisme en anderzijds optredende conflicten op de werkplek. Conflicten ontstaan binnen groepen mensen waarbij cultuurverschillen aanjagers kunnen zijn van conflicten. Op basis van deze cultuurverschillen zal in het geval van conflicten een van de volgende strategieën optreden: 1. vermijden 2. toegeven 3. forceren 4. probleemoplossen 5. compromis sluiten (vgl. Van der Zee/Van Oudenhoven 2006: 69) Het blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld een hogere mate van individualisme bij een van de conflictpartners kan leiden tot probleemoplossen of compromissen. In 20

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

WELKOM!! Workshop Het vervolg van matching: doorstroom naar studieloopbaanbegeleiding. Indra Newton Willem Vrooland

WELKOM!! Workshop Het vervolg van matching: doorstroom naar studieloopbaanbegeleiding. Indra Newton Willem Vrooland WELKOM!! Workshop Het vervolg van matching: doorstroom naar studieloopbaanbegeleiding Indra Newton Willem Vrooland Tijdlijn Matching CompetentieTest + Reflectievragenlijst SLB-gesprek Studievoortgangsassessment

Nadere informatie

Diversiteit Loont?! Factsheet Middelbaar Beroepsonderwijs

Diversiteit Loont?! Factsheet Middelbaar Beroepsonderwijs Diversiteit Loont?! Factsheet Middelbaar Beroepsonderwijs Inleiding In opdracht van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt heeft EIM onderzoek gedaan naar de meerwaarde van diversiteitsbeleid in het onderwijs.

Nadere informatie

Resultaten WO-monitor 2013

Resultaten WO-monitor 2013 Resultaten WO-monitor 2013 Samenvatting: De WO-Monitor is een vragenlijst die wordt afgenomen onder recent afgestudeerden (1-1,5 jaar na afstuderen) van de universiteiten in Nederland. De WO-monitor wordt

Nadere informatie

forum beroepsonderwijs. DEC 6 dilemma s pittige discussies constructieve uitkomsten én hilarische momenten 1 oktober 2015 @THNK

forum beroepsonderwijs. DEC 6 dilemma s pittige discussies constructieve uitkomsten én hilarische momenten 1 oktober 2015 @THNK forum beroepsonderwijs 1 oktober 2015 @THNK Vindt u ook wat van het beroepsonderwijs? Praat mee! De volgende bijeenkomst vindt plaats op: n e x t DEC 3 Terugblik op het eerste Forum op 1 oktober met als

Nadere informatie

Analyse van instroom en rendement in hogescholen in de GS5 en in de overige Nederlandse hogescholen

Analyse van instroom en rendement in hogescholen in de GS5 en in de overige Nederlandse hogescholen Bijlage bij hoofdstuk 2 Analyse van instroom en rendement in hogescholen in de GS en in de overige Nederlandse hogescholen Instroom, uitval- en rendementcijfers In figuur 1 is te zien hoe groot het aandeel

Nadere informatie

Datum 8 februari 2016 Antwoord op schriftelijke vragen van het lid Mohandis (PvdA) over het bericht dat selectie aan de poort allochtonen dupeert

Datum 8 februari 2016 Antwoord op schriftelijke vragen van het lid Mohandis (PvdA) over het bericht dat selectie aan de poort allochtonen dupeert >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Hoger Onderwijs & Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375

Nadere informatie

Van mbo en havo naar hbo

Van mbo en havo naar hbo Van mbo en havo naar hbo Dick Takkenberg en Rob Kapel Studenten die naar het hbo gaan, komen vooral van het mbo en de havo. In het algemeen blijven mbo ers die een opleiding in een bepaald vak- of studiegebied

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

voor het hoger beroepsonderwijs

voor het hoger beroepsonderwijs voor het hoger beroepsonderwijs Peer Support betekent systematische en structurele begeleiding van een jongerejaars student door een ouderejaars. Peer Support is een internationaal erkend programma dat

Nadere informatie

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour In deze bijlage zijn feiten en cijfers opgenomen over het hoger onderwijs die illustratief kunnen zijn voor de discussies in de

Nadere informatie

Benchmark Hogescholen In opdracht van Platform Bètatechniek Ten behoeve van bestuurlijk overleg met hogescholen

Benchmark Hogescholen In opdracht van Platform Bètatechniek Ten behoeve van bestuurlijk overleg met hogescholen Benchmark Hogescholen In opdracht van Platform Bètatechniek Ten behoeve van bestuurlijk overleg met hogescholen Auteur: ir.ing. R.M.F. Brennenraedts Datum: mei 2007 Projectnummer: 2007.039 Achtergrond

Nadere informatie

Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van

Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van Presentatie onderzoeksverslag Plaatje 1 Welkom bij mijn presentatie. Mijn naam is Monica Heikoop en ik ben docent aan de opleiding Communicatie van de Hogeschool Rotterdam. Mijn presentatie is opgebouwd

Nadere informatie

Daar zouden we het vaker over moeten hebben. Inleiding Simultaan

Daar zouden we het vaker over moeten hebben. Inleiding Simultaan Daar zouden we het vaker over moeten hebben. Onderzoek naar interculturele competenties van onderwijsmedewerkers (Judith de Beer. Erasmus Universiteit Rotterdam. april 2006) Inleiding De titel daar zouden

Nadere informatie

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Willem Huijnk - Wetenschappelijk onderzoeker

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE MULTICULTURELE SAMENLEVING tekst 1 Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) werd opgeheven op 26 juli 1950. In maart en

Nadere informatie

De Studiekeuzecheck: voor wie werkt het?

De Studiekeuzecheck: voor wie werkt het? De Studiekeuzecheck: voor wie werkt het? Onderzoek naar SKC bij de Randstad hogescholen Dr. F. Rutger Kappe 17 maart, Utrecht rutger.kappe@inholland.nl Opzet Landelijk overzicht SKC in het hbo Resultaten

Nadere informatie

voor het middelbaar beroepsonderwijs

voor het middelbaar beroepsonderwijs voor het middelbaar beroepsonderwijs Peer Support betekent systematische en structurele begeleiding van een jongerejaars student door een ouderejaars. Peer Support is een internationaal erkend programma

Nadere informatie

Bijlage 4: Pabo-specifieke Kenmerken van studiesucces en studie-uitval in beeld

Bijlage 4: Pabo-specifieke Kenmerken van studiesucces en studie-uitval in beeld Bijlage 4: Pabo-specifieke Kenmerken van studiesucces en studie-uitval in beeld In deze bijlage worden theoretische aanknopingspunten voor de inzet en inrichting van studiekeuze gesprekken binnen dit project

Nadere informatie

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Bijlage 7: Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Visie opleidingen Pedagogiek Hogeschool van Amsterdam Wij dragen als gemeenschap en daarom ieder van ons als individu, gezamenlijk

Nadere informatie

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2013. De gehele publicatie is na te lezen op de website

Nadere informatie

Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken

Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken Doorstroom mbo-studenten naar lerarenopleidingen op de Hogeschool Rotterdam: de stand van zaken Factsheet september 2009. Contactpersoon: Daphne Hijzen, onderzoeker en lid van de Kenniskring beroepsonderwijs

Nadere informatie

Hbo tweedegraadslerarenopleiding

Hbo tweedegraadslerarenopleiding Hbo tweedegraadslerarenopleiding Verkort traject www.saxionnext.nl Inhoudsopgave Inleiding 3 Een bijzondere opleiding 4 Opbouw 5 Toelating en inschrijving 7 Beste student, Je hebt een afgeronde hbo- of

Nadere informatie

Methodiekbeschrijving Januari 2008. Laat Zien Wat Je Kunt

Methodiekbeschrijving Januari 2008. Laat Zien Wat Je Kunt Methodiekbeschrijving Januari 2008 Laat Zien Wat Je Kunt Deel 1: Methodiekbeschrijving Het is bij de juiste methodiekvaststelling bepalend uit welke personen de doelgroep bestaat. De methodiek is vooral

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

EFFECTEN VAN DE WEEKEND- SCHOOL VAN STICHTING WITTE TULP. - eindrapport - dr. Marga de Weerd. Amsterdam, november 2009

EFFECTEN VAN DE WEEKEND- SCHOOL VAN STICHTING WITTE TULP. - eindrapport - dr. Marga de Weerd. Amsterdam, november 2009 EFFECTEN VAN DE WEEKEND- SCHOOL VAN STICHTING WITTE TULP - eindrapport - dr. Marga de Weerd Amsterdam, november 2009 Regioplan Beleidsonderzoek Nieuwezijds Voorburgwal 35 1012 RD Amsterdam Tel.: +31 (0)20-5315315

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Interculturele Competenties:

Interculturele Competenties: Interculturele Competenties: Een vak apart W. Shadid Leiden, mei 2010 Interculturele Competenties 2 Inleiding Vooral in multiculturele samenlevingen wordt de laatste tijd veel nadruk gelegd op interculturele

Nadere informatie

Onderzoek studie uitval HBO studenten Het belang van een goede studiekeuze. oktober 2011

Onderzoek studie uitval HBO studenten Het belang van een goede studiekeuze. oktober 2011 Onderzoek studie uitval HBO studenten Het belang van een goede studiekeuze oktober 2011 Hoog percentage studie uitvallers Uit cijfers van de HBO-raad blijkt dat gemiddeld 15,8% van de HBO studenten afvalt

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen

Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen Interculturele competenties? In de opleiding gezinswetenschappen Studiedag Kleurrijke Maatzorg Gaby Jennes, 14 oktober 2011 Iets over de opleiding gw Opleiding voor volwassenen (sinds 1960), geaccrediteerd

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Kansen voor jongeren bij u op de werkvloer Menukaart voor werkgevers

Kansen voor jongeren bij u op de werkvloer Menukaart voor werkgevers Kansen voor jongeren bij u op de werkvloer Menukaart voor werkgevers Voorwoord Een wereld van verschil maken voor jong talent én voor uzelf. Wie wil dat nu niet? Niet iedereen heeft hiertoe de mogelijkheid.

Nadere informatie

Erratum. In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen.

Erratum. In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen. Erratum In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen. In figuur 1, pagina 19, is de legenda onjuist weergegeven, waardoor de categorieën en verwisseld zijn. De juiste grafiek is hieronder

Nadere informatie

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89 Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op

Nadere informatie

Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten

Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten Handleiding Portfolio assessment UvA-docenten najaar 2005 Inleiding In het assessment UvA-docent wordt vastgesteld welke competenties van het docentschap door u al verworven zijn en welke onderdelen nog

Nadere informatie

Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid

Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid www.qompas.nl Januari 2015 Enquêteresultaten QSK & studiekeuzetevredenheid 1 Oordeel studenten/scholieren over Qompas en tevredenheid met betrekking tot

Nadere informatie

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming.

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Tussen 16 december 2013 en 1 januari 2014 heeft GfK voor het ministerie van OCW een flitspeiling uitgevoerd gericht

Nadere informatie

Welke routes doorlopen leerlingen in het onderwijs?

Welke routes doorlopen leerlingen in het onderwijs? Welke routes doorlopen leerlingen in het onderwijs? Wendy Jenje-Heijdel Na het examen in het voortgezet onderwijs staan leerlingen voor de keuze voor vervolgonderwijs. De meest gangbare routes lopen van

Nadere informatie

Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007

Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007 Afdeling Onderwijs Team Monitoring & Bedrijfsvoering Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007 Verwijderd: Bassischooladv iezen Vraagstelling Dit onderzoek is uitgevoerd om antwoord

Nadere informatie

Functieprofiel: Studentenconsultant Functiecode: 0402

Functieprofiel: Studentenconsultant Functiecode: 0402 Functieprofiel: Studentenconsultant Functiecode: 0402 Doel Voorlichten, adviseren, begeleiden, testen en trainen van studenten, alsmede waarborgen van de volledigheid, toegankelijkheid en actualiteit van

Nadere informatie

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs Summa College maart 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: De vijf onderwijspijlers 4 Hoofdstuk 2: De vijf onderwijspijlers

Nadere informatie

Praktijkbeschrijving deel 1,2,3 Hogeschool Windesheim, School of Education OW 10.0842

Praktijkbeschrijving deel 1,2,3 Hogeschool Windesheim, School of Education OW 10.0842 Praktijkbeschrijving deel 1,2,3 Hogeschool Windesheim, School of Education OW 10.0842 Deel 1: Context beschrijving In dit hoofdstuk geven we inzicht in de context van de vier opleidingen van de School

Nadere informatie

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs Informatieboekje Voortgezet Onderwijs 1 2 Voorwoord Dit informatieboekje geeft een overzicht van de belangrijkste gegevens over het VMBO, Havo en VWO. Hoe het VMBO is opgebouwd, welke vakken in de onderbouw

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Naar een betere Match. Inventarisatie knelpunten onderwijs arbeidsmarkt in Zorg en welzijn in Haaglanden Nieuwe Waterweg Noord

Naar een betere Match. Inventarisatie knelpunten onderwijs arbeidsmarkt in Zorg en welzijn in Haaglanden Nieuwe Waterweg Noord Samenvatting Naar een betere Match. Inventarisatie knelpunten en oplossingen bij de aansluiting onderwijs arbeidsmarkt in Zorg en welzijn in de regio Haaglanden Nieuwe Waterweg Noord 1 Samenvatting van:

Nadere informatie

Studeren met een functiebeperking

Studeren met een functiebeperking CIJFERS Studeren met een functiebeperking Gebaseerd op het onderzoek Studeren met een functiebeperking 2012 door ResearchNed/ITS in opdracht van het Ministerie van OCW. 1 De 10 meest voorkomende functiebeperkingen

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting. Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten

Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting. Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten Colofon Titel Auteurs Tekstbewerking Uitgave Ontwerp Vormgeving Bestellen Sociaal kapitaal in

Nadere informatie

De Haagse Hogeschool. Hogeschool Rotterdam. HBO-Nederland

De Haagse Hogeschool. Hogeschool Rotterdam. HBO-Nederland HBO-Nederland De Haagse Rotterdam Utrecht INHOLLAND van Amsterdam Leiden aantal respondenten 195507 10139 14384 13180 9102 17584 4193 Je studie in het algemeen 3,88 3,83 3,81 3,79 3,70 3,83 3,98 De inhoud

Nadere informatie

Reïntegratie... een stapsgewijze benadering

Reïntegratie... een stapsgewijze benadering N A Z A R I A N & Z U I D E M A Reïntegratie... een stapsgewijze benadering Van kennis naar kunde. A C A D E M Y Nr. 12 M I J N O B J E C T I V I T E I T Waarom deze training? Wanneer je als reïntegratiecoach

Nadere informatie

Benchmark Axisopleidingen

Benchmark Axisopleidingen Benchmark Axisopleidingen In opdracht van: Platform Bèta Techniek In samenwerking met Ministerie van OCW HBO-raad Project: 2008.104 Datum: Utrecht, 22 december 2008 Auteurs: Guido Ongena, MSc. drs. Rob

Nadere informatie

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO

Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Kees Dijkstra (Windesheim), Els de Jong (Hogeschool Utrecht) en Elle van Meurs (Fontys OSO). 31 mei 2012 Box 2: Vaststellen beginsituatie Handelingsgericht werken op PABO s en lerarenopleidingen VO Doel

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

STUDIEKEUZEGESPREKKEN BIJ LIBERAL ARTS AND SCIENCES

STUDIEKEUZEGESPREKKEN BIJ LIBERAL ARTS AND SCIENCES STUDIEKEUZEGESPREKKEN BIJ LIBERAL ARTS AND SCIENCES Over het voorkomen van studieuitval bij een universiteitsbrede, interdisciplinaire bacheloropleiding SURF ACADEMY: MASTERCLASS STUDIEKEUZEGESPREKKEN

Nadere informatie

Contact. particuliere hogeschool voor beroepsonderwijs. bezoekadres Handelskade 75. postadres Postbus 2119 7420 AC Deventer

Contact. particuliere hogeschool voor beroepsonderwijs. bezoekadres Handelskade 75. postadres Postbus 2119 7420 AC Deventer Contact bezoekadres Handelskade 75 postadres Postbus 2119 7420 AC Deventer telefoon 0570-60 30 83 fax 0570-60 37 05 e-mail info.next@saxion.nl particuliere hogeschool voor beroepsonderwijs Hbo Tweedegraadslerarenopleiding

Nadere informatie

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek Monitor beleidsmaatregelen 2014 Anja van den Broek Maatregelen, vraagstelling en data Beleidsmaatregelen Collegegeldsystematiek tweede studies uit de Wet Versterking besturing inclusief uitzonderingen

Nadere informatie

Universiteit Opleiding Cursus Beschrijving Link. Vaardigheidsonderwijs 2e jaar

Universiteit Opleiding Cursus Beschrijving Link. Vaardigheidsonderwijs 2e jaar Overzicht bachelorcursussen Dit overzicht geeft een groot aantal bachelorcursussen weer die aandacht besteden cultuur en/of gender op het gebied van gezondheidszorg. Het overzicht betreft cursussen uit

Nadere informatie

IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP

IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN ALS SOCIALE ONDERNEMING VOOR EEN BREDERE GROEP IBN biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meer kansen door het optimaal benutten van talenten,

Nadere informatie

De motor van de lerende organisatie

De motor van de lerende organisatie De motor van de lerende organisatie Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT)

INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) INTERSECTORALE MOBILITEIT IN HET HOGER ONDERWIJS ROB GRÜNDEMANN (HOGESCHOOL UTRECHT) 1. Opzet van het onderzoek 2. Resultaten en conclusies 3. Discussie Vraagstelling 1. Welke omvang heeft intersectorale

Nadere informatie

Diana van Dijk Bas Groot NHTV, internationale hogeschool voor Toerisme en Verkeer, Academie Stedebouw, Logistiek en Mobiliteit, Breda.

Diana van Dijk Bas Groot NHTV, internationale hogeschool voor Toerisme en Verkeer, Academie Stedebouw, Logistiek en Mobiliteit, Breda. 2de GoLeWe-projectconferentie Maastricht, 11 mei 2010 Diana van Dijk Bas Groot NHTV, internationale hogeschool voor Toerisme en Verkeer, Academie Stedebouw, Logistiek en Mobiliteit, Breda 11 mei 2010 Tussentijdse

Nadere informatie

Bijlage 1: Vragenlijst factoren en items

Bijlage 1: Vragenlijst factoren en items Bijlage 1: Vragenlijst factoren en items Factoren Alle studenten die zich vooraanmelden via Studielink krijgen een online vragenlijst aangeboden via een link die in de aanmeldingsprocedure van Studielink

Nadere informatie

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting - Feiten en trends 2010-1- Studenten Aantal ingeschreven voltijd studenten in bekostigde HBO- en WO-instellingen in Nederland 2009-2010 2008-2009

Nadere informatie

Het Studiesuccescentrum Koersen op succes 2015-2016

Het Studiesuccescentrum Koersen op succes 2015-2016 Ik wil succesvol studeren! Het Studiesuccescentrum saxion.nl/succesvolstuderen saxion.nl/studysuccessfully Het Studiesuccescentrum (SSC) coacht, ondersteunt en verbindt zodat de student zo succesvol mogelijk

Nadere informatie

VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VOOR DE SCHOLIER DIE VERDER KIJKT

VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VOOR DE SCHOLIER DIE VERDER KIJKT VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VOOR DE SCHOLIER DIE VERDER KIJKT NAAR VU PRE UNIVERSITY COLLEGE VERDIEPT, VERRIJKT EN VERBINDT De VU wil graag met u werken aan de versterking van de kwaliteit van het voortgezet

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Toelichting competenties

Toelichting competenties Toelichting competenties De vraag van dit onderzoek was of leerkrachten, intern begeleiders en schoolleiders die werken met nieuwkomers aanvullende of extra competenties nodig hebben bovenop de bekwaamheidseisen

Nadere informatie

Wat is het effect van mentoring?

Wat is het effect van mentoring? Wat is het effect van mentoring? Februari 2016 HET IS AANNEMELIJK DAT MENTORING DE WERKLOOSHEID ONDER MIGRANTENJONGEREN KAN VERMINDEREN De werkloosheid onder jongeren van niet-westerse herkomst is veel

Nadere informatie

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015!

Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Voorstellen voor onderzoekspresentaties Mbo Onderzoeksdag Presenteer je eigen onderzoek op de Mbo Onderzoeksdag op 12 november 2015! Indienen van een voorstel kan tot en met 15 mei 2015 via e-mailadres:

Nadere informatie

Handleiding Mbo-hbo doorstroomassessment jij en het hbo ..een succesvolle combinatie?

Handleiding Mbo-hbo doorstroomassessment jij en het hbo ..een succesvolle combinatie? Handleiding jij en het hbo..een succesvolle combinatie? Inhoudsopgave Leeswijzer 3 Inleiding 4 1. Het portfolio 5 1.1 Kwaliteitseisen 5 1.2 Samenstelling van het portfolio 5 1.3 Inleveren portfolio 6 1.4

Nadere informatie

Excellente docent in de mbo-praktijk

Excellente docent in de mbo-praktijk Excellente docent in de mbo-praktijk Uitwisseling scholen HU 7 maart 2014 ROCMN P&O 5-3-2014 1 ROC Midden Nederland Profiel: Kwaliteit, kleinschaligheid en persoonlijk contact Nauwe verbinding met regionale

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs Informatieboekje Voortgezet Onderwijs 1 2 Voorwoord Dit informatieboekje geeft een overzicht van de belangrijkste gegevens over het VMBO, Havo en VWO. Hoe het VMBO is opgebouwd, welke vakken in de onderbouw

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Er zijn 4 selectiecriteria voor goede vwo-ers die meer aankunnen en hoogbegaafden: vaardigheden kennisniveau werkhouding zelfstandigheid

Er zijn 4 selectiecriteria voor goede vwo-ers die meer aankunnen en hoogbegaafden: vaardigheden kennisniveau werkhouding zelfstandigheid Fast Lane VWO: de pilot fase Handleiding voor 2015-2016 Inhoud Inleiding. 1. Welke leerlingen? 2. Hoe aanmelden? 3. Welke leraren? 4. Lesprogramma en rooster. 5. Bevordering, slagen en vwo 6. 6. Leermiddelen

Nadere informatie

Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet

Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet Publicatiedatum CBS-website: 16 juli 2007 Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet Centraal Bureau voor de Statistiek Samenvatting Op 1 januari 2006 is de nieuwe Zorgverzekeringswet inwerking getreden,

Nadere informatie

FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013

FACTSHEET. Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht. Platform Beleidsinformatie Mei 2013 FACTSHEET Instroom en succes in de opleiding tot leerkracht Platform Beleidsinformatie Mei 2013 Samenstelling: Pauline Thoolen (OCW/Kennis) Rozemarijn Missler (OCW/Kennis) Erik Fleur (DUO/IP) Arrian Rutten

Nadere informatie

StudentenBureau Stagemonitor

StudentenBureau Stagemonitor StudentenBureau Stagemonitor Rapportage Mei 2011 1 SAMENVATTING... 3 ERVARINGEN... 3 INLEIDING... 4 ONDERZOEKSMETHODE... 5 RESPONDENTEN... 5 PROCEDURE... 5 METING... 5 DEEL I ANALYSE... 6 1. STAGE EN ZOEKGEDRAG...

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO

Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO Uitkomsten CFO-bijeenkomst Prestatieafspraken in het HBO Eind september ging Deloitte met CFO s uit het hoger onderwijs in gesprek over de uitdagingen om de prestatieafspraken te realiseren, ook al is

Nadere informatie

Avans Hogeschool heeft 54 hbo-opleidingen, 28.000 studenten en 2.400 medewerkers. En heeft zeven locaties. In Breda, s- Hertogenbosch en Tilburg

Avans Hogeschool heeft 54 hbo-opleidingen, 28.000 studenten en 2.400 medewerkers. En heeft zeven locaties. In Breda, s- Hertogenbosch en Tilburg AVANS HOGESCHOOL Avans Hogeschool heeft 54 hbo-opleidingen, 28.000 studenten en 2.400 medewerkers. En heeft zeven locaties. In Breda, s- Hertogenbosch en Tilburg Jij hebt ambitie. Jij legt de lat hoog.

Nadere informatie

Figuur 1: Aantal gediplomeerde studenten lerarenopleidingen studiejaar 2004-2008 (bronnen: hbo-raad en vsnu, bewerkt door sbo)

Figuur 1: Aantal gediplomeerde studenten lerarenopleidingen studiejaar 2004-2008 (bronnen: hbo-raad en vsnu, bewerkt door sbo) Aantal gediplomeerden aan de lerarenopleidingen in Nederland Ondanks huidige en verwachte lerarentekorten is er geen sprake van een substantiële groei van aantal gediplomeerden aan de verschillende lerarenopleidingen.

Nadere informatie

Economie en Bedrijfseconomie. Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde

Economie en Bedrijfseconomie. Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde Economie en Bedrijfseconomie Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde ( FEWEB) Opbouw van studie door prof. dr. Henri de Groot (programmadirecteur)

Nadere informatie

Mijn kind gaat studeren

Mijn kind gaat studeren Voor ouders en verzorgers studeren Mijn kind gaat studeren Tips en trucs om uw kind te ondersteunen bij het vinden van een passende studie Windesheim zet kennis in werking Mijn kind gaat studeren Uw kind

Nadere informatie

Partnerschap. en scholen werken op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid samen met studenten aan hun ontwikkeling tot professional.

Partnerschap. en scholen werken op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid samen met studenten aan hun ontwikkeling tot professional. Sinds een tiental jaren hebben we opleidingsvormen ontwikkeld die recht doen aan zowel vakbekwaamheid als praktijkkennis van aanstaande leraren. In toenemende mate doen we dat op basis van opleiden in

Nadere informatie

Wat doe ik, wa ik en wat wil i

Wat doe ik, wa ik en wat wil i DC START Wat doe ik, wa ik en wat wil i VAN EN VOOR HEEL DRENTHE Drenthe College is een regionaal opleidingen centrum, een school voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo), volwasseneneducatie, bedrijfsopleidingen

Nadere informatie

Programma STUDIESUCCES VOOR IEDEREEN!

Programma STUDIESUCCES VOOR IEDEREEN! Programma STUDIESUCCES VOOR IEDEREEN! Meerjarig programma van de Hogeschool Rotterdam in het kader van afspraken met de minister van OC&W ter verbetering van de in-, door- en uitstroom van studenten. Basisnotitie

Nadere informatie

Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering

Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering Toegankelijkheid hoger onderwijs en de rol van studiefinanciering Achtergrondnotitie van de HBO-raad n.a.v. ideeën over een leenstelsel Den Haag, 3 september 2012 Inleiding In het recente debat over mogelijk

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

DOEL van de WORKSHOP. KIESKEURIG 3 jaar OPDRACHT. Hoe KIESKEURIG bent u geweest bij het kiezen van deze workshop? 13-11-2014

DOEL van de WORKSHOP. KIESKEURIG 3 jaar OPDRACHT. Hoe KIESKEURIG bent u geweest bij het kiezen van deze workshop? 13-11-2014 KIESKEURIG 3 jaar Ondersteuning bij het kiezen van een vervolgopleiding voor middelbare scholieren HAVO en VWO November 2014 Eveline Hartman RSG Wolfsbos Hoogeveen Franca Hiddink Lectoraat rehabilitatie

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Maatwerkrapportage bij Aansluitingsmonitor 2008 2009

Maatwerkrapportage bij Aansluitingsmonitor 2008 2009 Maatwerkrapportage bij Aansluitingsmonitor 2008 2009 Tabellenbijlage hogeschool: opleidingsrapportage: naam opleiding studiejaar: 2008 2009 bron: Aansluitingsmonitor Noordoost Nederland 2008 2009, sept

Nadere informatie

Samen verantwoordelijk voor studiesucces

Samen verantwoordelijk voor studiesucces BIJLAGE 1 De pilot samen verantwoordelijk voor studiesucces biedt de kans om gezamenlijk aan visieontwikkeling te doen. Op basis van een gedeelde visie en gezamenlijk beleid kan onderzocht worden waar

Nadere informatie