Mei Scheikunde Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica Universiteit van Amsterdam

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Mei 2007. Scheikunde Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica Universiteit van Amsterdam"

Transcriptie

1 Mei 2007 Scheikunde Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica Universiteit van Amsterdam

2 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus RA Utrecht Telefoon: Fax: Internet: QANU Tekst en cijfermateriaal uit deze uitgave mogen, na toestemming van QANU en voorzien van bronvermelding, door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze dan ook, worden overgenomen. QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

3 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Voorwoord van de commissievoorzitter 7 Deel I Algemeen deel 9 1. Inleiding Referentiekader Algemene bevindingen 5 Deel II Opleidingsdeel Bacheloropleiding Scheikunde en masteropleiding Chemistry aan de Universiteit van Amsterdam Bacheloropleiding Bio-exact aan de Universiteit van Amsterdam 75 Bijlagen 101 Bijlage A: Curricula vitae van de leden van de commissie 103 Bijlage B: De Dublin-descriptoren 107 Bijlage C: Basisprogramma voor bezoeken van de onderwijsvisitatie Scheikunde 109 Bijlage D: Lijst met afkortingen 111 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 3

4 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

5 VOORWOORD Dit rapport is onderdeel van de kwaliteitsbeoordeling van universitaire bachelor- en masteropleidingen in Nederland. Het doel van het rapport is om een betrouwbaar beeld te geven van de resultaten van de voor beoordeling voorgelegde opleidingen, alsmede een terugkoppeling te geven naar de interne kwaliteitszorg van de betrokken organisaties en als basis te dienen voor de ac creditatie van de betrokken opleidingen door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). De stichting Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) beoogt onafhankelijke, objectieve en kritische beoordelingen te laten plaatsvinden en opbouwende kritiek te leveren, zo veel mogelijk uitgaande van een gestandaardiseerde set van kwaliteitscriteria met oog voor specifieke omstandigheden. De visitatiecommissie Scheikunde van QANU heeft haar taken met gro te toewijding uitgevoerd in een periode die wordt gekenmerkt door de overgang naar de bachelor-masterstructuur. De opleidingen zijn beoordeeld op een grondige en zorgvuldige manier en binnen een duidelijk beoordelingskader. Wij verwachten dat de oordelen en de aanbevelingen in zorgvuldige overweging zullen worden genomen door de betrokken oplei dingen, faculteitsbesturen en Colleges van Bestuur. Wij zeggen dank aan de voorzitter en de leden van de visitatiecommissie voor hun bereidheid deel te nemen aan deze beoordeling en voor de toewijding waarmee ze hun taak hebben uitge voerd. Ook gaat onze dank uit naar de staf van de betrokken afdelingen aan de universiteiten voor hun inspanningen en hun medewerking aan deze beoordeling. Quality Assurance Netherlands Universities mr. C.J. Peels directeur drs. J.G.F. Veldhuis voorzitter bestuur QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 5

6 6 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

7 VOORWOORD VAN DE COMMISSIEVOORZITTER Een onderwijsvisitatie genereert veel werk, allereerst voor de instelling die gevisiteerd wordt. Het begint met het schrijven van een zelfstudierapport, waarin zoals vereist wordt door het beoordelingskader aan vele, ten dele overlappende, aspecten zorgvuldig aandacht besteed moet worden. De winst voor de instelling bij het opstellen van deze zelfstudie ligt in het positioneren van de opleiding en het aan de oppervlakte brengen van de sterke en zwakke aspecten van een opleiding, gevolgd door het voorstellen en implementeren van maatregelen ter verbetering. Een onderwijsvisitatiecommissie heeft de zware opgave aan de hand van de zelfstudie tijdens de actuele visitatie door gesprekken met zo veel mogelijk direct en indirect betrokkenen een mening te vormen over de kwaliteit van de opleiding, over de mate waarin gestelde ambities worden gehaald en over de maatregelen ter verbetering. De onderwijsvisitatiecommissie Scheikunde heeft deze mening ontwikkeld in een vergelijkend, landelijk perspectief voor de disciplines Scheikunde, Scheikundige Technologie en verwante opleidingen. De commissie is erkentelijk voor de goede ontvangst door de instellingen en voor de vele, vaak openhartige gesprekken met betrokkenen. Het is opvallend hoezeer men zich met de opleiding verbonden voelt. Het lijkt er evenwel op dat de grenzen van de scheikunde vervagen, zowel inhoudelijk als organisatorisch. Enerzijds streeft men naar kleinschalig onderwijs in de bacheloropleiding. Anderzijds wordt op verschillende plaatsen uitgegaan van het vermoeden van een zekere aarzeling bij de aankomende student om een definitieve studiekeuze te maken, met als gevolg weer betrekkelijk grootschalig onderwijs, teneinde op efficiënte wijze studenten van verwante opleidingen gelijktijdig te onderrichten. De organisatie van de scheikunde lijkt te verschuiven van gedefinieerde eenheden naar grootschalige bachelor- en masteropleidingen. In hoeverre deze ontwikkelingen in het belang van de discipline scheikunde zijn, valt nog te bezien. Het voorliggende rapport is een weerslag van de bevindingen van de commissie en is in definitieve vorm tot stand gekomen na hoor en wederhoor van de betrokken opleidingen. Op het conceptrapport is een aantal reacties binnen gekomen, die na beoordeling door de commissie tot wijzigingen aanleiding hebben gegeven. Geconstateerd kan worden, dat door de instellingen diverse maatregelen ter verbetering van de opleiding versneld in uitvoering worden genomen. Het is de intentie van de commissie dat deze visitatie bijdraagt aan een verdere verhoging van de kwaliteit van het scheikunde-onderwijs in Nederland. Namens de visitatiecommissie Scheikunde, Hans Vliegenthart voorzitter QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 7

8 8 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

9 DEEL I: ALGEMEEN DEEL QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 9

10 10 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

11 1. Inleiding Met het oog op de accreditatie van wetenschappelijke bachelor- en masteropleidingen door middel van externe kwaliteitsbeoordeling heeft het bestuur van de stichting QANU in april 2006 de visitatiecommissie Scheikunde ingesteld. In de periode juni-december 2006 heeft deze commissie een bezoek gebracht aan bachelor- en masteropleidingen Scheikunde, Scheikundige Technologie, Moleculaire (Levens)wetenschappen, (Medische) Natuurwetenschappen, Farmaceutische Wetenschappen/Farmacochemie en Bio-exact, waarvoor de QANU een opdracht tot visiteren had ontvangen van de betrokken Colleges van Bestuur. De commissie heeft haar algemene bevindingen vastgelegd in hoofdstuk 3 van Deel I. De opleidingsrapporten zijn opgenomen in Deel II. In hoofdstuk 3 van Deel I gaat de commissie in op een aantal aspecten die haar tijdens de visitatie zijn opgevallen. In hoofdstuk 2 van Deel I is het door de commissie gehanteerde referentiekader opgenomen Betrokken opleidingen De volgende opleidingen zijn in het kader van deze visitatie bezocht: Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen (15-16 juni 2006) de bacheloropleiding Scheikunde (56857) de bacheloropleiding Scheikundige Technologie (56960) de masteropleiding Chemistry (66857) de masteropleiding Scheikundige Technologie (66960) Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (5-6 september 2006) bacheloropleiding Bio-exact (50012) bacheloropleiding Scheikunde (56857) masteropleiding Chemistry (66857) Technische Universiteit Eindhoven, Faculteit Scheikundige Technologie (3-4 oktober 2006) bacheloropleiding Scheikundige Technologie (56960) masteropleiding Chemical Engineering (60437) Universiteit Utrecht, Faculteit Bètawetenschappen (11-12 oktober 2006) bacheloropleiding Scheikunde (56857) masteropleiding Chemische Wetenschappen (60706) Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica ( oktober 2006) bacheloropleiding Natuurwetenschappen (50013) bacheloropleiding Moleculaire Levenswetenschappen (59304) bacheloropleiding Scheikunde (56857) QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 11

12 masteropleiding Natuurwetenschappen (66982) masteropleiding Moleculaire Levenswetenschappen (69304) masteropleiding Chemistry (69304) Wageningen Universiteit, Landbouw- en Milieuwetenschappen (1-2 november 2006) bacheloropleiding Moleculaire Wetenschappen (56991) masteropleiding Molecular Sciences (66991) Technische Universiteit Delft, Faculteit Technische Natuurwetenschappen (6-7 november 2006) bacheloropleiding Scheikundige Technologie en Bioprocestechnologie (50340) masteropleiding Bio-chemical Engineering (60350) masteropleiding Chemical Engineering (60437) Vrije Universiteit Amsterdam, Faculteit Exacte Wetenschappen ( november 2006) bacheloropleiding Farmaceutische Wetenschappen (56989) bacheloropleiding Medische Natuurwetenschappen (50800) bacheloropleiding Scheikunde (56857) masteropleiding Pharmaceutical Sciences (66989) masteropleiding Medical Natural Sciences (60800) masteropleiding Chemistry (66857) Universiteit Maastricht, Faculteit Gezondheidswetenschappen/Levenswetenschappen (16-17 november 2006) bacheloropleiding Moleculaire Levenswetenschappen (59304) Universiteit Twente, Faculteit Technische Natuurwetenschappen (7-8 december 2006) bacheloropleiding Scheikundige Technologie (56960) masteropleiding Chemical Engineering (60437) 1.2. Samenstelling en taak van de commissie De Kamer Scheikunde van de VSNU is gevraagd een lijst met kandidaten voor de visitatiecommissie te geven. Vervolgens is aan de hand van de suggesties van de Kamer Scheikunde de voorzitter voor de commissie gezocht. In overleg met de voorzitter is de verdere samenstelling van de commissie ter hand genomen. Alle betrokken opleidingen en faculteitsbesturen zijn in de voorbereidingsfase in de gelegenheid geweest om bezwaar aan te tekenen tegen de door QANU voorgelegde conceptsamenstelling van de commissie. Van deze gelegenheid is geen gebruikgemaakt. Gedurende de visitatieperiode en op basis van de oriëntatie van de commissie op het internationale veld is besloten nog een commissielid uit het buitenland toe te voegen, voor deze benoeming is dezelfde procedure gevolgd. 12 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

13 Tot voorzitter, tevens lid, van de visitatiecommissie werd benoemd: Prof. dr. J.F.G. Vliegenthart, emeritus hoogleraar Bio-organische Chemie, Universiteit Utrecht; tot leden van de commissie werden benoemd: Prof. dr. J.W. Verhoeven, emeritus hoogleraar Fysisch-Organische Chemie, Universiteit van Amsterdam; Prof. dr. E. Drent, buitengewoon hoogleraar Katalyse, Universiteit Leiden; Prof. dr. ir. A.A.H. Drinkenburg, emeritus hoogleraar Scheikundige Technologie, Technische Universiteit Eindhoven; Prof. dr. ir. H. van Bekkum, emeritus hoogleraar Organische Chemie en Katalyse, Technische Universiteit Delft; Prof. dr. A. van Kammen, emeritus hoogleraar Moleculaire Biologie, Wageningen Universiteit; Prof. dr. C.W. Hilbers, emeritus hoogleraar Biofysische Chemie, Radboud Universiteit Nijmegen; Prof. dr. R.M. Schoonheydt, hoogleraar Scheikunde van de Katholieke Universiteit Leuven; Prof. dr. P. Kirschner, hoogleraar Onderwijskunde, Universiteit Utrecht; hoogleraar Onderwijstechnologie, Open Universiteit; Drs. J.H. Apotheker, vakdidacticus, Rijksuniversiteit Groningen; Mw. S. Hoogendoorn, student Scheikunde, Universiteit Leiden; Mw. R.N.W. Zeiler, BSc student Scheikunde, Universiteit van Amsterdam. Als secretaris van de commissie is opgetreden: mevrouw dr. B.M. van Balen, medewerker van het bureau van QANU. Als bijlage A zijn de curricula vitae van de leden opgenomen. De bepalingen in bijlage 2 van het QANU-kader met betrekking tot de onafhankelijkheid van de leden van een visitatiecommissie zijn uitdrukkelijk onder de aandacht gebracht van de leden. Als uitvloeisel daarvan is alle leden verzocht een onafhankelijkheidsverklaring te ondertekenen en aan de QANU ter beschikking te stellen. In verband met deze onafhankelijkheid van de leden en de beschikbaarheid tijdens het betreffende bezoek zijn niet alle bezoeken door alle leden van de commissie bijgewoond. De studentleden hebben afwisselend deelgenomen aan de bezoeken. Mevrouw Hoogendoorn heeft deelgenomen aan de bezoeken aan de Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit van Amsterdam, Radboud Universiteit Nijmegen, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Maastricht. Mevrouw Zeiler heeft deelgenomen aan de bezoeken aan de Technische Universiteit Eindhoven, de Universiteit Utrecht, de Wageningen Universiteit, Technische Universiteit Delft en de Universiteit Twente. De onderwijskundigen hebben eveneens afwisselend deelgenomen aan de bezoeken. De heer Apotheker heeft de opleidingen aan de UvA, Utrecht, Wageningen, Delft, VU en Twente bezocht. De heer Kirschner heeft deelgenomen aan de bezoeken aan Eindhoven en Nijmegen. Verder heeft de heer Vliegenthart niet deelgenomen aan het bezoek aan de Universiteit Utrecht en is zijn functie tijdens dat bezoek waargenomen door de vicevoorzitter de heer Van Kammen. De heer Drinkenburg heeft niet deelgenomen aan de bezoeken aan Groningen, Eindhoven en Wageningen, de heer Van Bekkum niet aan het bezoek aan Delft, de UvA en Nijmegen, QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 13

14 de heer Drent niet aan de bezoeken aan Wageningen en Maastricht. De heer Hilbers heeft niet deelgenomen aan het bezoek aan Nijmegen, de VU, en Maastricht, de heer Verhoeven niet aan de bezoeken aan de UvA en de VU en de heer Van Kammen niet aan het bezoek aan de UvA. De heer Schoonheydt heeft deelgenomen aan de bezoeken aan de Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit Nijmegen, de VU en Maastricht. De taak van de commissie was het verrichten van een visitatie conform het QANU-protocol. De commissie kreeg de taak om op basis van de door de faculteiten aan te leveren informatie en door middel van ter plaatse te voeren gesprekken een oordeel te geven over de verschillende aspecten van de kwaliteit van de betrokken opleidingen, zoals beschreven in het bovengenoemde protocol, en de punten te identificeren die naar haar oordeel verbeterd moeten worden Werkwijze commissie De commissie hield op 20 april 2006 haar startvergadering. Zij werd formeel namens het QANU-bestuur geïnstalleerd door drs. S. Looijenga. Tijdens deze vergadering is de commissie geïnformeerd over het QANU-kader en zijn de procedure en werkwijze van de commissie besproken. Er zijn in de vergadering afspraken gemaakt over: de te volgen werkwijze, de globale dagindeling van de visitatiebezoeken, en het vice-voorzitterschap van de commissie. Het QANU-protocol is leidraad geweest voor de werkwijze van de commissie. De voorbereidingsfase Allereerst heeft de secretaris de zelfstudierapporten gecontroleerd op kwaliteit en compleetheid van informatie. Op grond daarvan is bepaald of de rapporten bruikbaar waren voor het visitatiebezoek. Nadat de zelfstudierapporten in orde waren bevonden, zijn de commissieleden en de secretaris zich inhoudelijk gaan voorbereiden op het bezoek. De commissieleden lazen het zelfstudierapport (en bijlagen) en formuleerden vragen die werden doorgegeven aan de secretaris. De secretaris compileerde alle vragen tot een document dat voorlag tijdens het visitatiebezoek. De commissieleden lazen van tevoren een aantal bacheloren masterscripties of afstudeerverslagen per bezoek. Deze werden geselecteerd door de secretaris op basis van een spreiding naar specialisatie en gegeven eindcijfer. Een enkele keer is wegens de vertrouwelijkheid van enkele van de opgevraagde afstudeerverslagen met de opleiding de afspraak gemaakt dat de commissie deze tijdens het bezoek zou inzien. Van tevoren is aan de opleiding gevraagd tijdens het bezoek inzage te krijgen in het volgende informatiemateriaal: alle scripties/afstudeerverslagen uit de zelfstudie en eventueel beoordelingsformulieren als die gebruikt zijn; voorlichtingsmateriaal; studiemateriaal: handboeken en syllabi, readers, studiehandleidingen; voorbeelden van werkstukken, portfolio s, onderzoeksverslagen van studenten, stageverslagen; scriptiereglementen en richtlijnen voor het maken van werkstukken; stagereglementen/handleidingen; tentamen- en examenreglement; toetsmaterialen (enkele tentamens, toetshandleiding e.d.); recente verslagen opleidingscommissie, examencommissie, onderwijsjaarverslagen, bachelormasterovergangsregelingen; 14 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

15 college-, onderwijs- en curriculumevaluaties, studententevredenheidsmonitor(en) et cetera; alumni-enquêtes; medewerkerstevredenheidsonderzoek; verslagen/rapporten facultaire onderwijscommissies; verslagen/rapporten relevante (d.i. voor het onderwijs) ad-hoccommissies; jaarverslagen (onderwijs, onderzoek, laatste drie jaar); facultaire sociale jaarverslagen. Alle opleidingen hebben openheid van zaken gegeven. Wanneer gewenste informatie naar het oordeel van de commissie niet volledig voorhanden was, heeft de commissie gevraagd die informatie te verstrekken. De opleidingen waren in alle gevallen in staat om de gevraagde informatie te leveren. Tijdens een vergadering aan het begin van het bezoek vond de laatste voorbereiding van elke visitatie plaats. Referentiekader De commissie kon beschikken over een referentiekader voor de bachelor- en masteropleidingen Scheikunde en Scheikundige Technologie, dat door de regiecommissie van de Kamer Scheikunde van de VSNU was aangeleverd. Dit referentiekader is opgesteld in overleg met het afnemend veld. Ter completering heeft de visitatiecommissie zelf gesproken met vertegenwoordigers van de beroepsvereniging voor scheikundigen (KNCV) en de vereniging voor de chemische industrie (VNCI) over uitgangspunten en kwaliteitseisen voor opleidingen in de Scheikunde. In het bijzonder is gesproken over de arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerde bachelorstudenten en de eisen die de industrie stelt aan kandidaten voor functies op onderzoeksafdelingen. Daarnaast heeft de commissie zich internationaal georiënteerd op opleidingen Scheikunde vooral met betrekking tot voor- en nadelen van brede multidisciplinaire opleidingen dan wel disciplinaire opleidingen en de toekomst van Scheikundeopleidingen in het algemeen. Een delegatie van de commissie heeft daartoe gesprekken gevoerd met verschillende hoogleraren aan de ETH te Zürich, waarvan de Scheikundeopleiding als een van de besten van Europa bekend staat. Een tweede reden om juist met deze hoogleraren te spreken was dat zij zowel bekend zijn met de Nederlandse opleiding als de Zwitserse en enkele Amerikaanse opleidingen. Het referentiekader definieert welke eisen worden gesteld aan de doelstellingen van de opleidingen, met name aan de domeinspecifieke eindkwalificaties. Vervolgens gaat het referentiekader in op de domeinspecifieke eisen aan de inrichting en inhoud van het programma. Het visitatiebezoek De secretaris maakte een basisbezoekprogramma voor de (dag-)indeling van het visitatiebezoek (zie bijlage C). Dat bezoekprogramma werd in samenspraak met de contactpersoon van de opleiding aangepast aan de specifieke situatie van de opleiding. Tijdens het visitatiebezoek is gesproken met (een representatieve) vertegenwoordiging van het faculteitsbestuur, opleidingsbestuur, afgestudeerden, opleidingscommissies, examencommissies en studiebegeleiders. Daarnaast werd er steeds afzonderlijk gesproken met student- en docentvertegenwoordigers van de bachelor- en de masteropleidingen. Tijdens ieder bezoek bestudeerde de commissie het ter inzage gevraagde materiaal en hield zij ruimte vrij voor een spreekuur voor individuele studenten of docenten, die zich daarvoor vooraf aan konden melden. De commissie gebruikte het grootste deel van de laatste middag van het bezoek voor de voorbe- QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 15

16 reiding van de mondelinge rapportage en een discussie over de beoordeling van de opleidingen. In het accreditatiestelsel is voor de beoordeling op facetniveau een vierpuntsschaal voorgeschreven: onvoldoende, voldoende, goed en excellent; op onderwerpniveau een tweepuntsschaal: voldoende of onvoldoende. Aan het einde van een bezoek heeft de voorzitter een mondelinge terugkoppeling gegeven op grond van de eerste bevindingen van de commissie. Daarbij ging het steeds om een aantal algemene waarnemingen en een aantal eerste indrukken per opleiding. Beslisregels De commissie heeft het predikaat voldoende gebruikt voor de basisstandaard of basisnorm. Daardoor zou het oppervlakkig kunnen lijken dat ze de gevisiteerde programma s als mager beschouwt. In werkelijkheid is ze juist over het algemeen van mening dat faculteiten en opleidingen de ontwikkeling van bachelor- en masterprogramma s voortvarend hebben aangegrepen om op basis van de bestaande, veelal goede en soms zeer goede kwaliteit tot verbetering te raken. De commissie heeft de standaard QANU-beslisregels gevolgd. Deze zijn: de beoordeling onvoldoende wijst erop dat het facet beneden de gestelde verwachting ligt en dat beleidsaandacht op dit punt nodig is. de beoordeling voldoende houdt in dat het facet beantwoordt aan de basisstandaard of basisnorm. de beoordeling goed houdt in dat het niveau van het facet uitstijgt boven de basiskwaliteit. de beoordeling excellent houdt in dat voor het facet een niveau wordt gerealiseerd waardoor de beoordeelde opleiding zowel nationaal als internationaal als een voorbeeld van goede praktijk kan functioneren. Wanneer de commissie een good practice heeft uitgesproken, luidt het oordeel in principe: goed. Het oordeel over een onderwerp is een gewogen oordeel van de verschillende tot dat onderwerp behorende facetten, waarbij de commissie de weging heeft bepaald. Wanneer er binnen een facet zowel een aantekening is gemaakt als een good practice wordt uitgesproken, wordt voor het oordeel het gemiddelde genomen: voldoende. Een onderwerp dat verschillende facetten heeft, waarvan er één als onvoldoende wordt beoordeeld, kan door de overige voldoenden aan de basiskwaliteit voldoen, mits de commissie van mening is dat de andere facetten van zwaarder gewicht zijn, dan het als onvoldoende beoordeelde facet. Bij dat alles moet opgemerkt worden dat de te beoordelen facetten van zeer ongelijke zwaarte en complexiteit zijn. Vergelijk bijvoorbeeld een facet als duur van de opleiding (waarbij men zich moeilijk een kwalificatie als goed of excellent kan voorstellen) met zulke belangrijke facetten als relatie tussen doelstellingen en inhoud programma en afstemming tussen vormgeving en inhoud. De rapportage De secretaris heeft, op basis van de bevindingen van de commissie, per instelling conceptrapporten opgesteld. Deze zijn in een eerste conceptvorm voorgelegd aan de commissieleden, naar aanleiding van hun commentaar zijn de conceptrapporten bijgesteld. In een tweede conceptvorm zijn de rapporten tijdens de slotvergadering op 14 februari 2007 door de hele commissie besproken. Eind februari 2007 heeft de intercollegiale beoordeling van QANU plaatsgevonden, 16 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

17 daarop volgend zijn de rapporten bestuurlijk getoetst. In maart 2007 heeft de hoor-wederhoorprocedure plaatsgevonden, waarbij de relevante rapporten zijn aangeboden aan de betrokken faculteiten voor correctie van eventuele onjuistheden. Vervolgens heeft de voorzitter de ontvangen reacties bekeken en deze wanneer daar aanleiding toe was voorgelegd aan de commissie, waarna zij zo nodig verwerkt zijn in de formulering van de definitieve beoordelingsrapporten en/of met de verantwoordelijken afgehandeld. QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 17

18 18 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

19 2. Het referentiekader De regiecommissie van de VSNU Kamer Scheikunde heeft in overleg met het afnemend veld onderstaand referentiekader voor de bachelor- en masteropleidingen Scheikunde en Scheikundige Technologie opgesteld. De visitatiecommissie Scheikunde heeft vervolgens dit referentiekader aangevuld met enkele van haar bevindingen uit de gesprekken met het afnemende beroepenveld (VNCI), de beroepsvereniging (KNCV) en het internationale veld, gerepresenteerd door de ETH Zürich. Karakterisering van universitaire bacheloropleiding Scheikunde/Scheikundige Technologie in Nederland In de nieuwe structuur zal een bacheloropleiding in de eerste plaats gericht zijn op doorstroming naar een masteropleiding. De keuzemogelijkheden moeten daarbij verbreed worden ten opzichte van de huidige situatie. Er moet rekening worden gehouden met studenten, die na hun bacheloropleiding bij een andere universiteit een (Engelstalige) masteropleiding gaan volgen. De bacheloropleiding zal dus breed en oriënterend moeten zijn met de mogelijkheid tot differentiatie, zonder dat dit de mogelijkheden van keuze van een masteropleiding in de chemie beperkt. Daar ook de uitstroom direct uit een bacheloropleiding tot de mogelijkheden behoort, dient de opleiding tevens een afgerond karakter te hebben ten behoeve van studenten die onmiddellijk de arbeidsmarkt betreden. Ten behoeve van de uitstroom naar de arbeidsmarkt zal de bacheloropleiding tevens gericht zijn op de ontwikkeling van algemene academische vaardigheden en een academische attitude, zodat afgestudeerde bachelorstudenten door kunnen stromen naar functies in de maatschappij waarvoor een algemeen academisch niveau en algemene academische vaardigheden worden gevraagd. Er is vooralsnog onvoldoende zicht op het beroepenveld van een afgestudeerde bachelorstudent Scheikunde of Scheikundige Technologie. Om die reden is de waarde van de opleiding als eindopleiding op het gebied van scheikunde nog onzeker. Het arbeidsmarktperspectief voor een bachelor Scheikunde of Scheikundige Technologie zal in de toekomst duidelijk moeten worden aan de hand van de praktijk. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de typisch Nederlandse situatie: werkgevers geven voor posities, waarvoor bachelors in aanmerking zouden kunnen komen, de voorkeur aan hbo ers. De reden is dat de laatsten beter geschoold zijn in de praktische kanten van het laboratoriumwerk, dan wel het werken in de chemische industrie. De meeste andere (Europese) landen (met uitzondering van Duitsland en Engeland) hebben geen opleidingen vergelijkbaar met het Nederlandse hbo. Van groot belang voor de aard en het niveau van het wetenschappelijk onderwijs in de bacheloropleiding is in de eerste plaats de aanwezigheid van hooggekwalificeerde docenten met een universitaire achtergrond. In het algemeen dienen zij gepromoveerd te zijn en ervaring te hebben in en betrokken te zijn bij het wetenschappelijk onderzoek. In de tweede plaats is de aanwezigheid vereist van een academische ambiance wat betreft infrastructuur en onderzoeksomgeving. Tegen deze achtergrond zijn onderstaande eindkwalificaties voor een Nederlandse universitaire bacheloropleiding Scheikunde/Scheikundige Technologie geformuleerd. Het diploma dat behaald wordt is een Bachelor of Science in Chemistry dan wel een Bachelor of Science in Chemical Engineering. QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 19

20 Eindkwalificaties van de universitaire bacheloropleiding Scheikunde/Scheikundige Technologie Vakverbonden kennis en vaardigheden De Bachelor of Science in Chemistry/Chemical Engineering: heeft voldoende inzicht in de diverse specialisaties van de Scheikunde/Scheikundige Technologie die voortbouwen op de bachelorfase om een verantwoorde keuze te maken voor een vervolgopleiding; heeft een gedegen theoretische en praktische basiskennis van de Scheikunde 1 /Scheikundige Technologie en de hulpvakken Natuurkunde, Wiskunde, Informatica, Biologie/ (Bio)technologie die toereikend is om met succes een masteropleiding op het terrein van de Scheikunde/Scheikundige Technologie te volgen; heeft kennisgemaakt met wetenschappelijke onderzoeksvaardigheden en ontwerpmethoden op het gebied van de Scheikunde respectievelijk de Scheikundige Technologie en heeft daarvan een proeve van bekwaamheid afgelegd; is zich bewust van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt na eventuele afsluiting van de studie met een bachelordiploma; heeft kennis van de veiligheids- en milieu-aspecten van de scheikunde; is zich bewust van de rol van de scheikunde in de maatschappij en van het internationale karakter van de scheikunde. Algemene vaardigheden De Bachelor of Science in Chemistry/Chemical Engineering beheerst de algemene vaardigheden op het gebied van het presenteren en rapporteren, informatie zoeken en verwerken, computergebruik, projectmatig werken en het werken in projectgroepen. Globale curriculumstructuur van een universitaire bacheloropleiding Scheikunde/ Scheikundige Technologie De bacheloropleiding bestaat uit een basisprogramma van minimaal twee studiejaren. Het derde studiejaar van de bacheloropleiding omvat een substantieel deel aan scheikunde/scheikundige technologie of andere ß-vakken. Daarnaast kan maximaal eenderde door de studenten worden ingevuld als keuzeruimte. Het is wenselijk om in het derde studiejaar ruimte in het programma te hebben voor oriëntatie op de praktijk. In het derde jaar wordt een individuele proef van bekwaamheid afgelegd. Dat kan een onderzoeksscriptie, een stageverslag of een werkstuk zijn. Eindkwalificaties van de masteropleiding Scheikunde en (Bio)scheikundige Technologie in Nederland (onderzoeksspecialisatie) Doel masteropleidingen In het kader van de introductie van de bachelor-masterstructuur is het wenselijk om (nieuwe) moderne masteropleidingen te introduceren, die ook internationaal aanzien verwerven en 1 Te weten analytische chemie, anorganische chemie, biochemie, fysische chemie, organische chemie Te weten analytische chemie, anorganische chemie, biochemie, fysische chemie, organische chemie, fysische transportverschijnselen, procesontwerp, chemische reactorkunde, scheidingsmethoden, procestechnologie, systeem- en regeltechniek, materiaalkunde 20 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

21 behouden. Om deze doelstellingen te bereiken dienen moderne, flexibele curricula te worden geïntroduceerd die inspelen op actuele ontwikkelingen op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijk onderwijs. De masteropleidingen (MSc) in Nederland op het gebied van de scheikunde, respectievelijk de (bio)scheikundige technologie beogen: studenten op te leiden voor zelfstandige beroepsuitoefening. Hieronder dient in dit verband te worden verstaan het uitvoeren van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, alsook het werken met de bestaande wetenschappelijke kennis en het toepassen daarvan op steeds andere en nieuwe praktijksituaties; interdisciplinaire samenwerking in wetenschapsontwikkeling vanuit een chemische achtergrondkennis actief te stimuleren; vaardigheden, kennis en inzicht te ontwikkelen in een specialisme van het vakgebied, met het accent op inzicht in en de aanpak van wetenschappelijke vraagstellingen; onderwijs te bieden dat studentgericht is en naar internationale maatstaven van hoge kwaliteit; een deel van de te verwerven kennis en inzicht op te laten doen in een internationaal verband; een inspirerende academische leeromgeving en studeerbare paden aan te bieden aan een veeleisende en heterogeen samengestelde studentenpopulatie; het vermogen te ontwikkelen om verworven kennis aan anderen over te dragen. Voor de inrichting van het onderwijs van de opleiding geldt dat kennis en vaardigheden moeten opgedaan worden in soortgelijke situaties waarin zij uiteindelijk toegepast kunnen worden. Om deze reden dient op een heldere wijze te worden beschreven hoe de eindkwalificaties van de opleiding tot uiting dienen te komen in het onderwijsprogramma van de opleiding. Algemene eindkwalificaties voor de (doorstroom) MSc-opleiding (S en ST) De onderstaande algemene eindkwalificaties kunnen voor alle masteropleidingen Scheikunde, respectievelijk de (Bio)scheikundige Technologie worden geformuleerd: De afgestudeerde scheikundige respectievelijk (bio)scheikundig technoloog: dient in staat te zijn de vakliteratuur op de voor hem relevante deelgebieden in algemene zin bij te houden en te benutten; dient in staat te zijn zich in een redelijke tijd in te werken in een deelgebied van de scheikunde, respectievelijk de (bio)scheikundige technologie; dient in staat te zijn een onderzoekswerkplan te formuleren op basis van een globale vraagstelling in een deelgebied van de Scheikunde dan wel (Bio)scheikundige Technologie; dient in staat te zijn onderzoeksresultaten te analyseren en te interpreteren, en dient in staat te zijn er conclusies uit te trekken; dient inzetbaar te zijn in functies waarin kennis en onderzoeksvaardigheden op het gebied van de scheikunde, respectievelijk de (bio)scheikundige technologie vereist zijn; dient voldoende kennis van en inzicht te hebben in de maatschappelijke rol van de Scheikunde en/of (Bio)scheikundige Technologie om tot een verantwoorde beroepskeuze en beroepsuitoefening te kunnen komen; dient inzicht te hebben in de rol van de chemie in een duurzame samenleving; dient in staat te zijn samen te werken met anderen, kennis aan anderen over te dragen, een voordracht te houden, een verslag dan wel internationaal toegankelijke wetenschappelijke publicatie te schrijven en deel te nemen aan een discussie over een vakonderwerp; QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 21

22 dient zelfstandig in staat te zijn om experimenten en de bijbehorende controles te bedenken, uit te voeren, en te evalueren; dient de verkregen resultaten en conclusies te kunnen plaatsen in het kader van door anderen verkregen resultaten. Het is goed mogelijk dat er naast bovengenoemde algemene eindkwalificaties nog extra eindkwalificaties worden geformuleerd. Hierbij kan gedacht worden aan een communicatie-, educatie- en managementvariant (die zijn in het algemeen faculteitsbreed, en additief op de vakeindkwalificaties), maar ook aan verschillen tussen Scheikunde en (Bio)scheikundige Technologie. Ter illustratie is dit hieronder gegeven. Enkele masterspecifieke eindkwalificaties voor technische universiteiten Voor de technische universiteiten zijn een aantal extra eindkwalificaties geformuleerd gericht op de meer technische component van deze opleidingen: dient in staat te zijn een realistisch proces te ontwerpen, inclusief het invullen van de deelstappen, zoals het opstellen van stroomdiagrammen, het omschrijven van apparatuur en processtromen en warmtebeheren het berekenen van het gedrag van procesapparatuur; alsmede het aangeven van alternatieven voor deelstappen; dient inzicht te hebben in (1) de relatie proces-product; (2) het minimaliseren van bijproduct- en afvalstromen; (3) bereidingsmethoden van klassen van moleculen en van producten; dient kennis te hebben van de formulering van een aantal producten, de specificaties, de analysemethoden en de wisselwerking tussen de componenten en van voor de vervaardiging van chemische of biotechnologische producten belangrijke fysische en mechanische werkwijzen. Enkele masterspecifieke eindkwalificaties voor de algemene universiteiten Voor de algemene universiteiten zijn een aantal extra eindkwalificaties geformuleerd gericht op de meer wetenschappelijke component van deze opleidingen: dient in staat te zijn om te beoordelen of de eigenschappen van gemaakte producten en de eventuele bijproducten of afvalproducten op korte of langere termijn tot ongewenste neveneffecten kunnen leiden; dient in staat te zijn om naast het hoofdgebied van studie op een tweede onderdeel binnen de chemie op academisch niveau een vraagstelling op onderzoeksgebied te kunnen aanpakken. NB1: Voor de specialistische MSc-opleidingen van een sterk interdisciplinair karakter, zoals nanotechnologie, drug innovation, die in het algemeen worden uitgevoerd in samenwerking met (of primair door) andere vakgebieden (natuurkunde, biologie, farmacie), kunnen soortgelijke meer specifieke eindkwalificaties worden opgesteld. In het algemeen kan men daar niet met elk BSc-pakket S (of ST) instromen. NB2: In aanvulling op het referentiekader heeft de commissie gesproken met enkele hoogleraren van de ETH Zürich. Deze gesprekken waren vooral bedoeld om een beter zicht te krijgen op de voor- en nadelen van een sterk disciplinegerichte inrichting van de bacheloropleiding Scheikunde of Scheikundige Technologie en een algemene natuurwetenschappelijke of brede flexibele bacheloropleiding. Beide uitgangspunten hebben hun eigen pro- en contra-argumenten. Beide benaderingen leiden tot een aanvaardbaar niveau en bieden de studenten voldoende 22 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

23 om aan de kwalificatie-eisen voor een afgestudeerde bachelorstudent te voldoen. Algemeen criterium is dat in ieder geval, zoals ook in dit referentiekader omschreven, een substantieel deel van de opleiding Scheikunde bevat, dat wil zeggen dat minimaal de helft van de opleiding uit zuivere Scheikundevakken bestaat. QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 23

24 24 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

25 3. Algemene bevindingen 3.1. Inleiding De commissie heeft de bezoeken als prettig en leerrijk ervaren. De gesprekken werden gevoerd in een positieve en openhartige sfeer. De commissie is tijdens de bezoeken getroffen door de inzet van de docenten en het enthousiasme van de studenten. Zonder uitzondering hebben de opleidingen zorggedragen voor een goede voorbereiding en verzorging van de bezoeken. De commissie heeft de zelfstudierapporten nauwgezet kunnen verifiëren. Visitatie heeft door de hervorming van het stelsel een andere betekenis gekregen dan een aantal jaren geleden. De rapporten over de door de commissie bezochte opleidingen moeten dan ook in de eerste plaats gelezen worden als rapporten over kwaliteitscontrole. De commissie is van een grote lijst kwaliteitscriteria nagegaan in welke mate de opleidingen hieraan beantwoorden. Tegelijkertijd is de commissie van oordeel dat een visitatie meer moet zijn dan het nalopen van een checklist. De commissie heeft dan ook de vrijheid genomen enkele opmerkingen te maken en discussiepunten te signaleren. Zij vindt het belangrijk daarbij op te merken dat aanbevelingen niet op onvoldoende kwaliteit hoeven te wijzen. Of opleidingen voldoen aan de normen wordt duidelijk gemaakt in de beoordelingen die voor elk facet wordt gegeven. De aanbevelingen gelden als overwegingen van de commissie en discussiepunten voor de opleiding De belangstelling voor de opleiding Scheikunde De instroom in de negen wetenschappelijke opleidingen Scheikunde/Scheikundige Technologie/ Moleculaire Wetenschappen die Nederland rijk is, lijkt net als vele andere opleidingen sterk onderhevig aan de varkenscyclus. Na zeer grote belangstelling van studenten voor de opleidingen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, is deze, door verminderde vraag naar chemici, begin jaren tachtig teruggelopen, gevolgd door een stijging van de vraag en daarmee van de instroom aan het einde van de jaren tachtig en begin jaren negentig, waarna een zeer sterke daling is ingezet. Inmiddels lijkt het dieptepunt alweer voorbij te zijn. De belangstelling voor bètawetenschappen, evenals de vraag naar afgestudeerden in de bètawetenschappen in het algemeen, lijkt, ook internationaal, weer toegenomen. Bij de opleidingen die de commissie heeft bezocht is deze trend ook waar te nemen. Op enkele opleidingen na is de neergaande studenteninstroom in 2006 omgebogen naar een vergrote belangstelling. Een trend, die naar de commissie hoopt, nog enige jaren door zal zetten. De arbeidsmarkt voor scheikundigen is erg goed, er is veel vraag naar afgestudeerde scheikundigen en scheikundig technologen. Afgestudeerde masterstudenten vinden vrij gemakkelijk een baan. De instellingen hebben in voorgaande jaren voor de dalende studenteninstroom verschillende oplossingen gezocht. Er zijn diverse nieuwe opleidingen met een component Scheikunde in het leven geroepen in de verwachting dat deze de studenten meer zouden aanspreken. Er zijn intensieve voorlichtingscampagnes opgezet door verschillende universiteiten, waar soms door de opleidingen erg veel energie in is gestoken. Docenten en studenten zijn op pad gestuurd naar vwo-scholen en vwo-leerlingen zijn uitgenodigd dagen of weken door te brengen in een laboratorium of collegezaal. Het succes van die voorlichtingscampagnes is wisselend. De keuze voor een bepaalde universiteit wordt in de eerste plaats bepaald door nabijheid. Het merendeel van de studenten kiest voor een universiteit in de buurt van zijn of haar woonplaats. Voor de opleidingen in Twente, Nijmegen en Maastricht brengt dit feit in toenemende mate met zich QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 25

26 mee dat studenten uit Duitsland de betreffende universiteiten weten te vinden. Er zijn slechts een paar universiteiten waar de regionale functie minder voor geldt: studenten die kiezen voor de Wageningen Universiteit komen zelden uit de regio; de Universiteit Utrecht heeft een vrij breed recruteringsgebied; de Universiteit Twente spreekt een bepaalde groep studenten aan vanwege de campusopzet en de sportfaciliteiten. Opleidingen met een eigen profiel, zoals Moleculaire Levenswetenschappen, of Medische Natuurwetenschappen, worden door een deel van de studenten gekozen vanwege de specifieke inhoudelijke richting die er wordt aangeboden. Men kiest bijvoorbeeld specifiek voor de richting in Nijmegen en niet in Maastricht of andersom Aansluiting vwo-universiteit De aansluiting van het aangeboden programma op de kwalificaties die de studenten meebrengen uit het vwo houdt de opleidingen sterk bezig. Vrijwel alle opleidingen die de commissie bezocht heeft, merkten op dat de voorkennis die de eerstejaarsstudenten meebrengen uit het vwo, sinds de invoering van het studiehuis, sterk veranderd is. Samengevat gaat het om twee aspecten: het niveau en de inhoud van de wis- en natuurkundekennis; de studiehouding, het kunnen studeren, zelfstandigheid en mondigheid. Een van de docenten die de commissie gesproken heeft kenschetste de huidige generatie eerstejaars als assertief, consumptief, en passief. Een karakterisering die bevestigd wordt door docenten van andere opleidingen. De ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs hebben kennelijk ook tot gevolg gehad dat eerstejaars op een aantal aspecten minder goed op de universiteit voorbereid zijn. Vooral wiskunde levert vaak aansluitingsproblemen op. Deze problemen zijn verschillend van aard. Vrij aan het begin van de studie hebben studenten kennis nodig over een aantal onderwerpen die kennelijk niet in het wiskunde B-curriculum zitten. Zelfs als de universitaire opleidingen een herhaling aanbieden van de vwo-wiskunde blijkt dat onvoldoende te helpen. De studenten kunnen de wiskunde op zich wel volgen, maar het blijkt dan dat door een gebrek aan vaardigheid ermee om te gaan, een competentie die kennelijk in het vwo een minder belangrijke rol speelt, vervolgens bij toepassing op vakken als fysische chemie, kwantummechanica of natuurkunde grote problemen ontstaan. Dit gebrek aan vaardigheden manifesteert zich ook in een gebrek aan rekenvaardigheden, bijvoorbeeld het werken met logaritmen en het omwerken van formules voor praktische toepassingen. Deze aansluitingsproblemen doen zich, in mindere mate, ook voor ten aanzien van de voorkennis op het gebied van natuurkunde, scheikunde en biologie, afhankelijk van het vwo-profiel waarin de student zijn eindexamen heeft behaald. Behalve de kennis op het gebied van de wiskunde speelt een ander probleem een belangrijke rol. De werkhouding van de instromende studenten sluit niet aan bij de leerhouding die aan de universiteit wordt verwacht. De universiteit verwacht dat studenten een academische werkhouding hebben, dat ze uit zichzelf aan het werk gaan en zich voorbereiden op een werkcollege. De probleemaanpak die van studenten aan de universiteit wordt verwacht is blijkbaar een andere dan die in het vwo is geleerd. De meeste opleidingen hebben dan ook specifieke maatregelen getroffen om de aansluiting 26 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

27 tussen vwo en universiteit te verbeteren. Veel opleidingen bieden herhalingscursussen wiskunde aan, die al dan niet verplicht zijn, en soms gebruikt worden om studenten een juiste studiehouding bij te brengen. Zoals al werd vermeld, doen zich vooral problemen voor bij de vakken die wiskunde als voorkennis veronderstellen zoals kwantum mechanica, fysische chemie en deels natuurkunde. Sommige opleidingen hebben deze vakken om die reden later in het jaar gepland of in het tweede jaar geplaatst nadat de wiskundekennis op het vereiste niveau is gebracht. Een andere oplossing die is gevonden, is voorafgaande aan een studieonderdeel een wiskundetoets ter beschikking te stellen, waarin de belangrijkste vaardigheden die nodig zijn om het vak te volgen aan bod komen met daaraan gekoppeld een remediërend werkcollege. Een nadeel van dit soort oplossingen kwam overigens ook tijdens de visitatie naar boven: veel studenten hebben de studie gekozen om scheikunde te gaan doen en willen daar dan ook graag vanaf het begin mee bezig zijn. Zij raken mogelijk door deze programmering ontmoedigd. Andere opleidingen hebben er om die reden dan ook voor gekozen in het eerste semester direct met scheikunde, met practica en met scheikundig onderzoek bezig te zijn. Studenten worden daardoor gestimuleerd en gemotiveerd en zullen om die reden meer tijd steken in hun studie ook om eventuele deficiënties weg te werken. De Radboud Universiteit Nijmegen heeft om de aansluiting tussen vwo en universiteit te verbeteren vwo-docenten Scheikunde aangesteld als tutoren voor de eerstejaarsstudenten. Deze tutoren houden bijeenkomsten voor de studenten aansluitend aan de vakken die in de eerste periode van het eerste jaar worden gegeven, waarin opdrachten worden gemaakt, begrippen worden uitgelegd en vragen kunnen worden beantwoord. De tutoren geven ook advies aan de docenten over de aansluiting van de stof op de voorkennis van de studenten. De aanbevelingen van de vwo-tutoren bleken zeer waardevol en hebben geresulteerd in enkele aanpassingen in verschillende eerstejaarscursussen in het nieuwe programma. Als resultaat bleken de slagingspercentages van de cohorten 2002, 2003 en 2004 voor tentamens in het eerste jaar vrij hoog. Een grote meerderheid van de eerstejaarsstudenten heeft het eerste jaar dan ook succesvol afgesloten. De drop-out van studenten in het eerste jaar is eveneens laag Nieuwe opleidingen Naast de klassieke Scheikunde- en Scheikundige Technologieopleidingen heeft de commissie ook een groot aantal opleidingen beoordeeld die een inter-, multi-, of transdisciplinaire benadering voorstaan. Er worden kort samengevat twee redenen gepresenteerd om dergelijke opleidingen op te zetten en aan te bieden: a. een inhoudelijke: De kennis over en het onderzoek in grensgebieden van disciplines is de laatste decennia enorm gegroeid. Er is een groeiende behoefte in de maatschappij aan professionals die getraind zijn in een interdisciplinair onderzoeksveld, bijvoorbeeld in ziekenhuizen, in de farmaceutische industrie en in biotechnologische bedrijven. Studenten moeten om inter-, multi- of transdisciplinair onderzoek te kunnen doen of om in een team te kunnen functioneren waarin meer disciplines vertegenwoordigd zijn een solide achtergrond hebben in meer disciplines, dat wil zeggen zowel scheikunde, natuurkunde als biologie. Voor de verschillende aangeboden opleidingen varieert de mate waarin een bepaalde disciplinaire kennis nodig is en de onderwerpen waarin de betreffende student inzicht moet hebben. De studie Moleculaire Levenswetenschappen is meer biologisch gericht, de studie Medische Natuurwetenschappen bevat bijvoorbeeld meer natuurkunde. Er lijkt voldoende vraag te zijn naar de afgestudeerden van deze opleidingen. QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam 27

28 b. een financiële: Bijna alle Scheikundeopleidingen zagen zich genoodzaakt maatregelen te nemen in verband met de terugloop van studentenaantallen. Door nieuwe opleidingen aan te bieden, die inspelen op actuele problemen en aansprekende onderzoeksvragen, hoopt men het tij te keren en studenten die niet door de klassieke disciplines worden aangetrokken voor exacte richtingen te interesseren. In een aantal gevallen is deze strategie effectief gebleken. In andere gevallen zal deze zich nog moeten bewijzen Brede, flexibele of disciplinaire bacheloropleidingen Een andere strategie die door een aantal instellingen deels om efficiëntieoverwegingen is ingezet is het samenvoegen van een deel van de bacheloropleiding met andere bacheloropleidingen in de exacte wetenschappen. Er kan zo onderwijstijd bespaard worden, omdat een aantal programmaonderdelen door de studenten van verschillende studierichtingen gevolgd dient te worden. Voor de studenten, zo is de redenering, is het voordeel dat de keuze voor een studierichting nog even uitgesteld kan worden, overstappen na driekwart van het eerste jaar bijvoorbeeld is dan nog zonder studievertraging mogelijk. Een gezamenlijk eerste jaar geldt bijvoorbeeld voor de opleidingen aan de VU en de RU, die door hun scheikundeachtergrond overigens sterk aan elkaar verwant zijn. De RUG heeft in het academisch jaar 2006 een gezamenlijk deel van het eerste jaar ingevoerd voor vier bacheloropleidingen, zodat Scheikundestudenten een deel van het jaar gezamenlijk hebben met Natuurkunde-, Sterrenkunde- en Wiskundestudenten. De keuze voor een richting wordt pas na het eerste semester gemaakt. Voor veel van de studenten is de mogelijkheid tot uitstel van de keuze aantrekkelijk. Het idee dat na een bepaalde tijd nog zonder vertraging overgestapt kan worden naar een andere aanpalende studie is aantrekkelijk en in zekere mate geruststellend. Bij de genoemde instellingen is deze aanpak tevens onderdeel van het gehanteerde didactische concept. Overigens geeft de commissie er de voorkeur aan de steunvakken zodanig in te richten dat ze zijn afgestemd op de kernvakken van de opleiding Scheikundige Technologie Er is binnen de marges van de Scheikunde niettemin toch een groot verschil tussen opleidingen algemene Scheikunde en opleidingen Scheikundige Technologie. De laatste opleiding wordt naast de drie Technische Universiteiten alleen door de Rijksuniversiteit Groningen aangeboden. De studenten die voor een opleiding Scheikundige Technologie kiezen hebben een andere interesse dan de studenten die voor algemene Scheikunde kiezen. De studenten Scheikundige Technologie kijken niet op van een beetje wiskunde, een groot deel kiest in de eerste plaats voor technologie, in de tweede plaats voor scheikunde en ze zijn veel sterker beroepsgericht dan de studenten algemene Scheikunde. Ongeveer 80% van de studenten algemene Scheikunde gaan door voor een promotie, tegenover ongeveer 40% van de studenten Scheikundige Technologie. Opvallende verschillen in de aangeboden opleidingen zijn onder andere: de opleidingen Scheikundige Technologie zijn gericht op het leren ontwerpen van scheikundige processen inclusief installaties; 28 QANU / Scheikunde, Universiteit van Amsterdam

Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA Universiteit van Amsterdam FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Voor de Bacheloropleidingen Bio-exact Natuurkunde en Sterrenkunde, Scheikunde, Wiskunde

Nadere informatie

Biologie/MST. Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen Universiteit Leiden Faculteit Technische Natuurwetenschappen Technische Universiteit Delft

Biologie/MST. Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen Universiteit Leiden Faculteit Technische Natuurwetenschappen Technische Universiteit Delft Biologie/MST Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen Universiteit Leiden Faculteit Technische Natuurwetenschappen Technische Universiteit Delft oktober 2009 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities

Nadere informatie

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden &

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Technische Universiteit Delft Uitvoeringsregeling/Bijlage behorend bij de Onderwijs-

Nadere informatie

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling Conferentie Onderwijsinspectie, Amersfoort, 20 mei 2015 Sietze Looijenga, QANU In deze workshop: Hoe wordt in visitaties aandacht besteed aan

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling/Bijlage behorend bij de Onderwijs- en Examenregeling van de Bacheloropleiding Molecular Science & Technology 2010-2011

Uitvoeringsregeling/Bijlage behorend bij de Onderwijs- en Examenregeling van de Bacheloropleiding Molecular Science & Technology 2010-2011 Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Technische Universiteit Delft Uitvoeringsregeling/Bijlage behorend bij de Onderwijs-

Nadere informatie

FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009

FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009 UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar 2008-2009 DE MASTEROPLEIDING BIOMEDICAL

Nadere informatie

De Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden

De Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden De Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden Juni 2007 versie t.b.v. aanvraag accreditatie Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56

Nadere informatie

Politicologie Faculteit der Sociale Wetenschappen. Universiteit Leiden

Politicologie Faculteit der Sociale Wetenschappen. Universiteit Leiden Politicologie Faculteit der Sociale Wetenschappen Universiteit Leiden April 2010 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030

Nadere informatie

Science. De nieuwe bètabrede bacheloropleiding van de Radboud Universiteit Nijmegen

Science. De nieuwe bètabrede bacheloropleiding van de Radboud Universiteit Nijmegen Science De nieuwe bètabrede bacheloropleiding van de Radboud Universiteit Nijmegen Waarom een brede natuurwetenschappelijke opleiding? Je krijgt een brede natuurwetenschappelijke basis met vakken uit de

Nadere informatie

BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG

BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG BIJ DIE WERELD WIL IK HOREN! HANS ROMKEMA 3 MAART 2010, DEN HAAG STUDENTEN DOEN UITSPRAKEN OVER DE ACADEMISCHE WERELD, HET VAKGEBIED EN HET BEROEPENVELD.. onderzoek niet zo saai als ik dacht werken in

Nadere informatie

november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Rijksuniversiteit Groningen

november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Rijksuniversiteit Groningen november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Rijksuniversiteit Groningen Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht The Netherlands

Nadere informatie

Politicologie Faculteit der Maatschappijen Gedragswetenschappen. Universiteit van Amsterdam

Politicologie Faculteit der Maatschappijen Gedragswetenschappen. Universiteit van Amsterdam Politicologie Faculteit der Maatschappijen Gedragswetenschappen Universiteit van Amsterdam Februari 2010 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503

Nadere informatie

Toelichting beoordelingskader bij beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland

Toelichting beoordelingskader bij beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland Toelichting beoordelingskader bij beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland Het is aan het beoordelingspanel om te bepalen of deze toelichting relevant is bij de beoordeling van de onderhavige

Nadere informatie

QANU, April 2010. Onderwijsvisitatie Economie Universiteit van Tilburg

QANU, April 2010. Onderwijsvisitatie Economie Universiteit van Tilburg QANU, April 2010 Onderwijsvisitatie Economie Universiteit van Tilburg Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030 230 3100

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding

Onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding Faculteit der Exacte Wetenschappen Onderwijs- en examenregeling van de bacheloropleiding Bedrijfswiskunde en Informatica Deel B Preambule In dit document wordt een A en een B gedeelte onderscheiden. In

Nadere informatie

Politicologie Faculteit der Managementwetenschappen. Radboud Universiteit Nijmegen

Politicologie Faculteit der Managementwetenschappen. Radboud Universiteit Nijmegen Politicologie Faculteit der Managementwetenschappen Radboud Universiteit Nijmegen Februari 2010 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht

Nadere informatie

Onderwijsvisitatie Economie Erasmus Universiteit Rotterdam

Onderwijsvisitatie Economie Erasmus Universiteit Rotterdam Onderwijsvisitatie Economie Erasmus Universiteit Rotterdam QANU, december 2009 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030

Nadere informatie

QANU september 2010. Onderwijsvisitatie Medische Informatiekunde Universiteit van Amsterdam

QANU september 2010. Onderwijsvisitatie Medische Informatiekunde Universiteit van Amsterdam QANU september 2010 Onderwijsvisitatie Medische Informatiekunde Universiteit van Amsterdam Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon:

Nadere informatie

Oktober 2007. Milieuwetenschappen

Oktober 2007. Milieuwetenschappen Oktober 2007 Milieuwetenschappen Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030 230 3100 Fax: 030 230 3129 E-mail: info@qanu.nl

Nadere informatie

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen Aanvullende regels en richtlijnen voor de opleidingen geldig vanaf 01 september 2010 Hoofdstuk 1 Bachelor Wiskunde... 2 Hoofdstuk 2 Master Mathematics... 2

Nadere informatie

Science De bètabrede opleiding van de Radboud Universiteit

Science De bètabrede opleiding van de Radboud Universiteit Science De bètabrede opleiding van de Radboud Universiteit 7 november 2015 Bètabreed - waarom zou ik bètabreed gaan? Multidisciplinair combineer vakgebieden: Behoefte bij bedrijfsleven en in onderzoek:

Nadere informatie

Profilering derde graad

Profilering derde graad De leerling heeft in de 1ste en de 2de graad, de gelegenheid gehad zijn/haar interesses te ontdekken en heeft misschien al enig idee ontwikkeld over toekomstige werk- of studieplannen. Vaardigheden, inzet,

Nadere informatie

Deel B van de onderwijs- en examenregeling voor de duale masteropleiding Communicatie- en informatiewetenschappen, 90 EC, 2014-2015

Deel B van de onderwijs- en examenregeling voor de duale masteropleiding Communicatie- en informatiewetenschappen, 90 EC, 2014-2015 Deel B van de onderwijs- en examenregeling voor de duale masteropleiding Communicatie- en informatiewetenschappen, 90 EC, 2014-2015 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Toepasselijkheid van de regeling Deze

Nadere informatie

november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Radboud Universiteit Nijmegen

november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Radboud Universiteit Nijmegen november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Radboud Universiteit Nijmegen Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon:

Nadere informatie

November 2006. Taalwetenschappen Faculteit der Letteren Vrije Universiteit Amsterdam

November 2006. Taalwetenschappen Faculteit der Letteren Vrije Universiteit Amsterdam November 2006 Taalwetenschappen Faculteit der Letteren Vrije Universiteit Amsterdam Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon:

Nadere informatie

Belangstelling van vwo ers voor een bacheloropleiding Nanobiologie

Belangstelling van vwo ers voor een bacheloropleiding Nanobiologie Belangstelling van vwo ers voor een bacheloropleiding Nanobiologie Rita Kennis Frank Peters Nijmegen, mei 2011 Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt 2011 Kenniscentrum Beroepsonderwijs Arbeidsmarkt,

Nadere informatie

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken.

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. ONDERWIJSVISIE OP HO OFDLIJNEN Geachte collega s, 1 Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. We

Nadere informatie

Sociologie. Faculteit der Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam

Sociologie. Faculteit der Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam Sociologie Faculteit der Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030

Nadere informatie

Introductie tot de cursus

Introductie tot de cursus Inhoud introductietalen en ontleders Introductie tot de cursus 1 Plaats en functie van de cursus 7 2 Inhoud van de cursus 7 2.1 Voorkennis 7 2.2 Leerdoelen 8 2.3 Opbouw van de cursus 8 3 Leermiddelen en

Nadere informatie

November 2006. Taalwetenschappen Faculteit der Letteren Universiteit Utrecht

November 2006. Taalwetenschappen Faculteit der Letteren Universiteit Utrecht November 2006 Taalwetenschappen Faculteit der Letteren Universiteit Utrecht Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030 230

Nadere informatie

Naam opleiding: Life Science & Technology. Toelating

Naam opleiding: Life Science & Technology. Toelating Naam opleiding: Life Science & Technology Toelating Is de studie moeilijk? De studie is pittig; zorg er daarom voor dat je er aan het begin van je studie direct vol voor gaat. Gas terugnemen kan altijd

Nadere informatie

Voorbereidingscursussen

Voorbereidingscursussen Voorbereidingscursussen Biologie Natuurkunde Scheikunde Wiskunde Studeren aan de Open Universiteit voorbereidings cursussen Het systeem van eindexamenprofielen in het voortgezet onderwijs brengt met zich

Nadere informatie

Onderwijs- en examenregeling

Onderwijs- en examenregeling Onderwijs- en examenregeling geldig vanaf 1 september 2010 Opleidingsspecifiek deel: Bacheloropleiding: Slavische talen en culturen Deze Onderwijs- en examenregeling is opgesteld overeenkomstig artikel

Nadere informatie

Revisie Keuzegids Universiteiten 2015

Revisie Keuzegids Universiteiten 2015 Revisie Keuzegids Universiteiten 2015 Voor u ligt een nieuwe analyse Keuzegids 2015 d.d. 5-11-2014. Deze vernieuwde analyse is tot stand gekomen wegens een grote rectificatie op de Keuzegids 2015 d.d.

Nadere informatie

Archiveren toetsen. Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012

Archiveren toetsen. Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012 Archiveren toetsen Toetsadviescommissie, Johan Jeuring Faculteit Bètawetenschappen Januari 2012 Moeten we toetsen archiveren? Welke onderdelen? Waarom moeten we dat doen? Hoe lang moeten we dat doen? Wie

Nadere informatie

Richtlijn voor het schrijven van een zelfevaluatierapport voor een beperkte opleidingsbeoordeling

Richtlijn voor het schrijven van een zelfevaluatierapport voor een beperkte opleidingsbeoordeling Richtlijn voor het schrijven van een zelfevaluatierapport voor een beperkte opleidingsbeoordeling Versie 1.0.3, 1 mei 2012 QANU (Quality Assurance Netherlands Universities) Catharijnesingel 56 Postbus

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen

Nadere informatie

B. OPLEIDINGSSPECIFIEK DEEL VAN DE ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING VAN DE DUALE PROGRAMMA NEDERLANDS ALS TWEEDE TAAL FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN

B. OPLEIDINGSSPECIFIEK DEEL VAN DE ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING VAN DE DUALE PROGRAMMA NEDERLANDS ALS TWEEDE TAAL FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN B. OPLEIDINGSSPECIFIEK DEEL VAN DE ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING VAN DE DUALE MASTEROPLEIDING TAALWETENSCHAPPEN 90 EC PROGRAMMA NEDERLANDS ALS TWEEDE TAAL FACULTEIT DER GEESTESWETENSCHAPPEN 2015-201 Deel

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 4-3 0 5

U I T S P R A A K 1 4-3 0 5 U I T S P R A A K 1 4-3 0 5 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van [naam], appellante tegen het Bestuur van de Faculteit Campus Den Haag, verweerder

Nadere informatie

Studiekeuze van Amsterdamse VWO-leerlingen

Studiekeuze van Amsterdamse VWO-leerlingen Studiekeuze van Amsterdamse VWO-leerlingen Foto: FNWI (Interieur), fotograaf Harry van Veenendaal (2012) Projectnummer: 13156 Lotje Cohen MSc Merel van der Wouden MSc drs. Carine van Oosteren drs. Jeroen

Nadere informatie

november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Universiteit Leiden

november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Universiteit Leiden november 2005 Rapport Romaanse Talen Faculteit der Letteren Universiteit Leiden Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030

Nadere informatie

Onderwijskunde. Faculteit Sociale Wetenschappen Universiteit Utrecht

Onderwijskunde. Faculteit Sociale Wetenschappen Universiteit Utrecht Onderwijskunde Faculteit Sociale Wetenschappen Universiteit Utrecht QANU, augustus 2012 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon:

Nadere informatie

Oriëntatiejaar Life Sciences

Oriëntatiejaar Life Sciences Oriëntatiejaar Life Sciences Oriëntatiejaar Life Sciences Joan Wellink (studieadviseur) Voor wie is het oriëntatiejaar? Wat is het oriëntatiejaar? Wat heb je nodig? Hoe en wat studeer je? Wat kun je er

Nadere informatie

September 2006. Overige Talen van Europa en het Nabije en Midden-Oosten Universiteit Leiden

September 2006. Overige Talen van Europa en het Nabije en Midden-Oosten Universiteit Leiden September 2006 Overige Talen van Europa en het Nabije en Midden-Oosten Universiteit Leiden Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon:

Nadere informatie

PTA scheikunde Belgisch park cohort 14 15-16

PTA scheikunde Belgisch park cohort 14 15-16 Het examenprogramma scheikunde is vernieuwd. In 2013 is in 4 HAVO met dat nieuwe examenprogramma scheikunde gestart. De methode Chemie Overal 4 e editie is geschreven voor dit nieuwe examenprogramma. Toegestaan

Nadere informatie

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor se a ccreditati eorganísati e Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen datum 23 januari 201 3 onderwerp Defìnitief

Nadere informatie

Augustus 2006. Germaanse Talen Faculteit der Letteren Rijksuniversiteit Groningen

Augustus 2006. Germaanse Talen Faculteit der Letteren Rijksuniversiteit Groningen Augustus 2006 Germaanse Talen Faculteit der Letteren Rijksuniversiteit Groningen Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030

Nadere informatie

Wat is het verschil tussen deze opleiding bij de TU Delft en die bij een andere universiteit?

Wat is het verschil tussen deze opleiding bij de TU Delft en die bij een andere universiteit? Naam opleiding: Industrieel Ontwerpen Toelating Is de studie moeilijk? Een studie aan de TU Delft is pittig, zorg er daarom voor dat je er aan het begin van je studie gelijk vol voor gaat. Gas terugnemen

Nadere informatie

Informatiekunde. Faculteit der Economie en Bedrijfswetenschappen. Universiteit van Tilburg

Informatiekunde. Faculteit der Economie en Bedrijfswetenschappen. Universiteit van Tilburg Informatiekunde Faculteit der Economie en Bedrijfswetenschappen Universiteit van Tilburg April 2010 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht

Nadere informatie

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland

Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland Handreiking aanvraag Toets Nieuwe Opleiding Nederland 17 december 2015 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Wanneer een Toets Nieuwe Opleiding? 4 3 Werkwijze Toets Nieuwe Opleiding 5 4 Aanvraagdossier ten behoeve van

Nadere informatie

Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA

Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA Inleiding Tijdens de eerste studiedag van de BAMA-werkgroep op 10 oktober l.l. werd aan de BAMAcoördinatoren de opdracht gegeven om

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde havo

Examenprogramma scheikunde havo Examenprogramma scheikunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kennis

Nadere informatie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Bijlage, Bachelor Opleiding Docent Muziek Studiejaar 2013-2014 Algemeen 1. Deze bijlage bij het algemene gedeelte van de Onderwijs- en examenregeling van Codarts is van toepassing

Nadere informatie

Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling

Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling Wie zijn wij? Patrick van den Bosch Expert Kwaliteitszorg Patrick.vandenbosch@vluhr.be Nieuw accreditatiestelsel: de opleidingsbeoordeling Wouter Teerlinck Expert Kwaliteitszorg Wouter.teerlinck@vluhr.be

Nadere informatie

Informatievergadering. Hervisitatie Specifieke lerarenopleiding

Informatievergadering. Hervisitatie Specifieke lerarenopleiding Informatievergadering Hervisitatie Specifieke lerarenopleiding Wie zijn we? Besluit Vlaamse Regering Visitatieprotocol Planning ZER en beoordelingskader Visitatieproces Visitatiecommissie 23/04/2014 2

Nadere informatie

November 2006. Overige Talen van Europa en het Nabije en Midden-Oosten Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht

November 2006. Overige Talen van Europa en het Nabije en Midden-Oosten Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht November 2006 Overige Talen van Europa en het Nabije en Midden-Oosten Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel

Nadere informatie

Het domeinspecifieke referentiekader professioneel gerichte bacheloropleiding Biomedische laboratoriumtechnologie

Het domeinspecifieke referentiekader professioneel gerichte bacheloropleiding Biomedische laboratoriumtechnologie Uittreksel uit het visitatierapport biomedische laboratoriumtechnologie voedings- en dieetkunde, 15 december 2008 Het domeinspecifieke referentiekader professioneel gerichte bacheloropleiding Biomedische

Nadere informatie

Resultaten alumni-enquête Scheikunde

Resultaten alumni-enquête Scheikunde Resultaten alumni-enquête Scheikunde In het kader van de accreditatie van de opleiding Scheikunde, is een enquête gehouden onder de alumni van deze opleiding. De enquête, bestaande uit vragen over de eerste

Nadere informatie

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf Format samenvatting aanvraag Opmerking vooraf Mocht u de voorkeur geven aan openbaarmaking van de gehele aanvraag in plaats van uitsluitend onderstaande samenvatting dan kunt u dat kenbaar maken bij het

Nadere informatie

STUDIEGEBIED CHEMIE (tso)

STUDIEGEBIED CHEMIE (tso) (tso) Tweede graad... Techniek-wetenschappen Derde graad Techniek-wetenschappen Studierichting Techniek-wetenschappen de graad Een woordje uitleg over de studierichting... Logisch denken Laboratoriumwerk

Nadere informatie

QANU maart 2007. Technische Bedrijfskunde Rijksuniversiteit Groningen

QANU maart 2007. Technische Bedrijfskunde Rijksuniversiteit Groningen QANU maart 2007 Technische Bedrijfskunde Rijksuniversiteit Groningen Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030 230 3100 Fax:

Nadere informatie

februari 2006 Rapport Geschiedenis Faculteit der Letteren Universiteit Utrecht

februari 2006 Rapport Geschiedenis Faculteit der Letteren Universiteit Utrecht februari 2006 Rapport Geschiedenis Faculteit der Letteren Universiteit Utrecht Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030

Nadere informatie

Mei 2007. Liberal arts & sciences Faculteit Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht

Mei 2007. Liberal arts & sciences Faculteit Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht Mei 2007 Liberal arts & sciences Faculteit Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon:

Nadere informatie

Deficiënties. bij de overstap van vwo naar universiteit voor de opleidingen Geneeskunde Tandheelkunde Diergeneeskunde.

Deficiënties. bij de overstap van vwo naar universiteit voor de opleidingen Geneeskunde Tandheelkunde Diergeneeskunde. 1 Deficiënties bij de overstap van vwo naar universiteit voor de opleidingen Geneeskunde Tandheelkunde Diergeneeskunde Januari 2005 Uitgave VSNU Informatiecentrum Aansluiting vwo-wo, in samenwerking met

Nadere informatie

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase 11 februari 2008 Inhoud 1 Inleiding 3 2 Accreditatiekader, toegespitst

Nadere informatie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie

Toetsvormen. Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie Toetsvormen Onderwijsmiddag 14 februari 2012 Ferdi Engels & Gerrit Heil toetsadviescommissie 1 Waarom wordt er getoetst? Om te beoordelen in hoeverre de student in staat is te handelen zoals op academisch

Nadere informatie

Algemene informatie. Beste aanstaande student,

Algemene informatie. Beste aanstaande student, Algemene informatie Beste aanstaande student, Ter voorbereiding op het gesprek vragen we je een korte enquête in te vullen. Met het invullen bevestig je tegelijk je komst naar het kennismakingsgesprek,

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen,

Nadere informatie

7.3 Regels en Richtlijnen van de Examencommissie Lerarenopleiding 2014-2015 voor:

7.3 Regels en Richtlijnen van de Examencommissie Lerarenopleiding 2014-2015 voor: 7.3 Regels en Richtlijnen van de Examencommissie Lerarenopleiding 2014-2015 voor: Lerarenopleidingstraject van de Educatieve Master / Master Communicatie en Educatie Master LVHO Educatieve Minor met betrekking

Nadere informatie

Economie en Bedrijfskunde Faculteit Economie en Bedrijfskunde, opleidingen bedrijfskunde Universiteit van Amsterdam

Economie en Bedrijfskunde Faculteit Economie en Bedrijfskunde, opleidingen bedrijfskunde Universiteit van Amsterdam Economie en Bedrijfskunde Faculteit Economie en Bedrijfskunde, opleidingen bedrijfskunde Universiteit van Amsterdam Februari 2007 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel

Nadere informatie

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016. Regeling Externe toezichthouders bij examens Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar 2015 2016 Regeling Externe toezichthouders bij examens Inhoudsopgave 1. Positie en benoeming externe toezichthouders... 3 2. Taak externe toezichthouder

Nadere informatie

Wijsbegeerte. Faculteit der Wijsbegeerte Vrije Universiteit Amsterdam

Wijsbegeerte. Faculteit der Wijsbegeerte Vrije Universiteit Amsterdam Wijsbegeerte Faculteit der Wijsbegeerte Vrije Universiteit Amsterdam Januari 2010 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Faculteit Geesteswetenschappen BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Onderstaand formulier betreft de beoordeling van het stageverslag en het onderzoeksverslag. Deze wordt door de begeleidende

Nadere informatie

Onderwijskunde. Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen Rijksuniversiteit Groningen

Onderwijskunde. Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen Rijksuniversiteit Groningen Onderwijskunde Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen Rijksuniversiteit Groningen QANU, oktober 2012 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035

Nadere informatie

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen Aanvullende regels en richtlijnen voor de opleidingen geldig vanaf 01 september 2014 Hoofdstuk 1 Bachelor Wiskunde... 2 Hoofdstuk 2 Master Mathematics... 2

Nadere informatie

Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica Decentrale selectie Psychobiologie Procedure en selectiecriteria 2014-2015 Voor het studiejaar 2014-2015 zal de opleiding Psychobiologie 100%

Nadere informatie

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accred tatie aan de opleiding wo-master Computer Science van de Open Universiteit

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accred tatie aan de opleiding wo-master Computer Science van de Open Universiteit n ede rl an ds - u I a a mse a ccre ditati eor ga ni sati e Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accred tatie aan de opleiding wo-master Computer Science van de Open Universiteit datum 31 iuli

Nadere informatie

Oktober 2006. Communicatiewetenschap

Oktober 2006. Communicatiewetenschap Oktober 2006 Communicatiewetenschap Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030 230 3100 Fax: 030 230 3129 E-mail: info@qanu.nl

Nadere informatie

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden &

Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden & Faculteit Technische Natuurwetenschappen van detechnische Universiteit Delft Uitvoeringsregeling behorend bij de Onderwijs- en

Nadere informatie

Taal- en Letterkunde

Taal- en Letterkunde Taal- en Letterkunde Faculteit der Geesteswetenschappen, Universiteit Leiden Bachelor- en masteropleidingen Rapport over de bacheloropleidingen: Taalwetenschap Duitse taal encultuur Engelse taal en cultuur

Nadere informatie

Februari 2007. Kunst en Cultuur Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit van Amsterdam

Februari 2007. Kunst en Cultuur Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit van Amsterdam Februari 2007 Kunst en Cultuur Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit van Amsterdam Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht

Nadere informatie

Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders. verworven competenties (EVC s) Lerarenopleiding Groningen

Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders. verworven competenties (EVC s) Lerarenopleiding Groningen Vrijstellings- en assessmentregelingen m.b.t. elders verworven competenties (EVC s) Lerarenopleiding Groningen Studiejaar: 2015-2016 Voor studenten die Het tweede jaar van de Educatieve Master of de masteropleiding

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 11109 6 juni 2012 Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 april 2012, nr. VO/403948, houdende

Nadere informatie

Highlights Nationale Studenten Enquête 2015

Highlights Nationale Studenten Enquête 2015 Highlights Nationale Studenten Enquête 2015 De Nationale Studenten Enquête (NSE) is een grootschalig landelijk onderzoek waarin jaarlijks alle Bachelor en Master studenten in het hoger onderwijs gevraagd

Nadere informatie

Best practices in academische vaardigheden bij bèta-bacheloropleidingen

Best practices in academische vaardigheden bij bèta-bacheloropleidingen Robert van Wijk & Esther Vleugel vaardigheden bij bèta-bacheloropleidingen Workshop op de ICAB conferentie 2015 Programma Achtergrond van ons academisch vaardigheden onderwijs Onze ervaringen en lessen

Nadere informatie

Artikel Tekst 2.1 Toelatingseisen opleiding Voor toelating tot de opleiding Mediastudies komt in aanmerking de bezitter van

Artikel Tekst 2.1 Toelatingseisen opleiding Voor toelating tot de opleiding Mediastudies komt in aanmerking de bezitter van Opleidingsspecifieke deel OER, 2016-2017 Opleiding / programma: Mediastudies/ Film- en televisiewetenschap; New Media and Digital Culture (voorheen Nieuwe media en digitale cultuur, see English EER) Artikel

Nadere informatie

Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied Faculteit der Wijsbegeerte Vrije Universiteit Amsterdam

Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied Faculteit der Wijsbegeerte Vrije Universiteit Amsterdam Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied Faculteit der Wijsbegeerte Vrije Universiteit Amsterdam Mei 2007 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035

Nadere informatie

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour

Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour Cijfermatige achtergrondinformatie ten behoeve van Slotconferentie HO-tour In deze bijlage zijn feiten en cijfers opgenomen over het hoger onderwijs die illustratief kunnen zijn voor de discussies in de

Nadere informatie

Deel B: Bacheloropleiding Nederlandse Taal en Cultuur voor het studiejaar 2015-2016 Inhoud:

Deel B: Bacheloropleiding Nederlandse Taal en Cultuur voor het studiejaar 2015-2016 Inhoud: FACULTEIT DER LETTEREN ONDERWIJS- EN EAMENREGELING (OER) Deel B: Bacheloropleiding Nederlandse Taal en Cultuur voor het studiejaar 2015-2016 Inhoud: 1 Algemene bepalingen 2 Vooropleiding 3 Inhoud en inrichting

Nadere informatie

Tandheelkunde Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam

Tandheelkunde Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam Tandheelkunde Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam November 2006 Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030 230 3100

Nadere informatie

Januari 2010. Wijsbegeerte. Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit Leiden

Januari 2010. Wijsbegeerte. Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit Leiden Januari 2010 Wijsbegeerte Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit Leiden Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030

Nadere informatie

December 2006. Kunst en Cultuur Faculteit der Letteren Faculteit der Kunsten Universiteit Leiden

December 2006. Kunst en Cultuur Faculteit der Letteren Faculteit der Kunsten Universiteit Leiden December 2006 Kunst en Cultuur Faculteit der Letteren Faculteit der Kunsten Universiteit Leiden Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht

Nadere informatie

Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie. College Sociale Wetenschappen, Universiteit van Amsterdam

Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie. College Sociale Wetenschappen, Universiteit van Amsterdam Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie College Sociale Wetenschappen, Universiteit van Amsterdam Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht

Nadere informatie

Bijlage b bij agendapunt 3.1/09DB39. Erasmus Universiteit Rotterdam. College van bestuur Postbus 1738 3000 DR ROTTERDAM

Bijlage b bij agendapunt 3.1/09DB39. Erasmus Universiteit Rotterdam. College van bestuur Postbus 1738 3000 DR ROTTERDAM Bijlage b bij agendapunt 3.1/09DB39 Erasmus Universiteit Rotterdam College van bestuur Postbus 1738 3000 DR ROTTERDAM Voornemen tot besluit strekkende tot een positieve beoordeling van een aanvraag om

Nadere informatie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING studiejaar 2013-2014 Deel B BACHELOROPLEIDING FUTURE PLANET STUDIES

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING studiejaar 2013-2014 Deel B BACHELOROPLEIDING FUTURE PLANET STUDIES UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA Instituut voor Interdisciplinaire Studies ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING studiejaar 2013-2014 Deel B BACHELOROPLEIDING

Nadere informatie