KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN 2014"

Transcriptie

1 KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN 2014 UNIE VAN WATERSCHAPPEN DEN HAAG 30 september :0.1 - Definitief B

2

3 Inhoud Samenvatting... 3 Inleiding Achtergrond, opzet & uitvoering Achtergrond Hoofdlijnen Klimaatakkoord Opzet en uitvoering Klimaatmonitor Waterschappen Vergelijking met Klimaatmonitor Waterschappen Indeling in activiteiten Inventarisatie CO 2 emissie Biogas Kwalitatieve vragen CO2 klimaatvoetafdruk waterschappen in CO2 klimaatvoetafdruk: CO 2 gerelateerd aan de activiteiten van waterschappen in Totaal Elektriciteit Aardgas energiedragers (niet voor vervoersdoeleinden) Brandstoffen vervoer Inkoop metaalzouten en polymeer broeikasgassen: methaan en lachgas Memo-item: inzet biogas in Vergelijking tussen de verschillende waterschappen Beleid klimaat en energie Klimaatbeleid algemeen Duurzaamheid en duurzame energie Vervoer Duurzaam inkopen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) Beschouwing & conclusies Energie efficiënter en zuiniger werken Duurzame energieproductie Minder uitstoot van broeikasgas Duurzaam inkopen Vervoer Maatschappelijk verantwoord ondernemen Aanbevelingen Klimaatakkoord - Inhoud Klimaatmonitor - Proces :0.1 - Definitief ARCADIS 1

4 Bijlage 1 Overzicht waterschappen Bijlage 2 Overzicht tabellen en figuren Bijlage 3 Samenstelling Expertgroep klimaatmonitor en overzicht klimaat coördinatoren van de waterschappen Bijlage 4 Wijze berekening CO2 klimaatvoetafdruk waterschappen Bijlage 4.1 Model CO2 klimaatvoetafdruk Bijlage 4.2 Overzicht kentallen & emissiefactoren Bijlage 5 Totale CO2 klimaatvoetafdruk en de individuele CO2 klimaatvoetafdrukken van de waterschappen Colofon ARCADIS :0.1 - Definitief

5 Samenvatting De Klimaatmonitor Waterschappen 2014 onderzoekt de voortgang van de ambities van de waterschappen voor klimaat en duurzaamheid, zowel binnen het individuele waterschap als van de gehele waterschapssector. Een belangrijke conclusie is dat het Klimaatakkoord, evenals de Lokale Klimaatagenda en het SER Energieakkoord die hierop voortborduren, een forse impuls geeft aan de ambities en activiteiten van de waterschappen op het gebied van klimaat en energie. De Unie van Waterschappen (UvW) heeft in het voorjaar van 2010 met het Rijk een Klimaatakkoord getekend. In dit akkoord zijn de ambities van de waterschappen voor klimaat en duurzaamheid vastgelegd. De verandering van het klimaat moet worden tegengegaan (mitigatie) en de kwetsbaarheid voor de gevolgen hiervan verminderd (adaptatie). Het akkoord omvat ook een aantal bredere duurzaamheidsdoelstellingen, zoals duurzame inkoop, hergebruik van grondstoffen en bewustwording. Daarnaast heeft de Unie van Waterschappen de Lokale Klimaatagenda (2011) en het SER Energieakkoord (2013) ondertekend. Daarin is de doelstelling overgenomen om 40% van het energieverbruik van de waterschapssector zelf duurzaam op te wekken. Energie-efficiency De doelstelling om 30% energie-efficiency te behalen in de periode wordt ruimschoots behaald als de waterschappen de huidige trend voortzetten. Er liggen nog kansen voor een energie-efficiencyverbetering, zeker ook in het watersysteem. Voor energie-efficiency is aangesloten bij de doelstelling van de Meerjarenafspraken energieefficiency (MJA). De waterschapssector streeft naar een verbetering van de energie-efficiency van minimaal 30% in de periode Dit is gemiddeld 2% per jaar. Onder energie-efficiency wordt hierbij verstaan: energiebesparing en inzet van duurzame energie. De jaarlijkse verbetering door besparingen in proces en keten bedroeg 1,9% per jaar. De intensivering van de eigen opwekking van duurzame energie bedroeg 1,1% per jaar. In totaal komt de behaalde energie efficiencyverbetering hiermee uit op 3,0% per jaar. Dit is nog exclusief de maatregelen die zijn genomen in de bedrijfsonderdelen watersysteem en overig. Deze zijn niet gemonitord over de jaren Als de trend van 3,0% energie-efficiencyverbetering per jaar zich de komende jaren doorzet, wordt de ambitie van 30% in 2020 ruimschoots behaald. Het aandeel duurzame energie (inkoop en opwekking) in het bedrijfsonderdeel afvalwaterzuivering is in de periode gestegen van 27% tot zelfs 102% van het totale energieverbruik van de afvalwaterzuivering. Dat dit meer is dan 100% is het gevolg van de teruglevering van zelf met biogas opgewekte elektriciteit aan het openbare net of doorlevering aan derden. De waterschapssector is hiermee koploper. In het watersysteem liggen nog kansen op het gebied van energie-efficiency. Van de waterschappen heeft 75% aangegeven nog niet de energie-efficiency van de gemalen te bewaken. Uit de resultaten van deze Klimaatmonitor kan geconcludeerd worden dat er genoeg handvaten zijn om te kunnen sturen op energie-efficiency in het watersysteem. Om dit te realiseren, zijn bewustwording/aandacht en inzicht/monitoring nodig. Duurzame energieproductie De waterschappen zijn goed op weg om de doelstelling voor 40% zelfvoorzienend in 2020 te halen. In 2013 was 27,5% van het energiegebruik in de sector afkomstig van eigen duurzame energieproductie. De sector is volop bezig met realisatie van en onderzoek naar kansen voor duurzame energieopwekking. Volgens de doelstelling in het Klimaatakkoord moeten de waterschappen in 2020 voor 40% zelfvoorzienend zijn. Twee derde van de waterschappen verwacht dit ook daadwerkelijk te gaan halen. Als de trend van de eigen productie zich op dezelfde manier blijft voortzetten en de druk er op blijft, dan komt het totaal uit op rond de 40%. De meeste waterschappen zetten in op productie van biogas uit de afvalwaterzuiveringsinstallaties Doelstelling ,2% 27,5% 40,0% 0% 10% 20% 30% 40% 50% Aandeel eigen duurzame energie opwekking :0.1 - Definitief ARCADIS 3

6 Inmiddels zijn alle waterschappen betrokken bij de ontwikkeling van de Energiefabriek (winnen van energie uit afvalwater). Dit zal een extra impuls geven aan de eigen opwekking. Daarnaast worden ook kansen gezien in de opwekking van energie uit zon, wind en biomassa. De 40% doelstelling is daarmee haalbaar. Waterschappen faciliteren veel duurzame energieprojecten, bijvoorbeeld bij de plaatsing van windturbines. De opwekking van deze windturbines is nu al groter dan 5% van het energiegebruik van alle waterschappen. Deze opwekking is (nog) niet in de monitoring opgenomen. De doelstelling wordt in 2020 gehaald als de trend zich doorzet (met name groei biogas), de energiefabrieken de verwachte impuls geven en de waterschappen haar bijdrage in projecten met derden kan verzilveren % % CO 2 klimaatvoetafdruk ton CO % Reductie broeikasgassen % % (brandstof & elek.) (metaalzouten en polymeren) (brandstof & elek.) Vrachttransport & personenvervoer Huisvesting (brandstoffen & elek.) De ambitie is om de CO 2 klimaatvoetafdruk van met 30% te verminderen. Historische gegevens ontbreken echter om de reductie ten opzichte van 1990 vast te stellen. Op basis van de energiegegevens van de afvalwaterzuivering is in de periode een vermindering van 244 kiloton CO 2 klimaatvoetafdruk gerealiseerd. Voornamelijk door de productie van biogas en door de inkoop van groene stroom. Deze vermindering betekent een vermindering van de CO 2 klimaatvoetafdruk in 2005 van ongeveer 50%. In het Klimaatakkoord zijn impliciet afspraken gemaakt over de uitstoot van lachgas en methaangas (reductie non ETS). Deze zijn echter gekoppeld aan de clausule van nader onderzoek, omdat er twijfels waren over de juistheid van de berekende hoeveelheden uitstoot en over de mogelijkheden om deze uitstoot te reduceren. De Unie van Waterschappen heeft, na de evaluatie van het Klimaatakkoord in 2012, besloten om de 30% reductiedoelstelling niet meer te relateren aan de emissie van lachgas en methaan, maar uitsluitend aan de CO 2 klimaatvoetafdruk. Door de productie van biogas (44 kiloton) en door de inkoop van groene stroom (170 kiloton) is de berekende totale CO 2 klimaatvoetafdruk in 2005 met ongeveer 50% (214 kiloton) afgenomen. Naast de reductie, gerealiseerd door de toename van de productie van biogas, is er een positieve ontwikkeling in de hoeveelheden afgefakkeld en gespuid biogas. De hoeveelheid afgefakkeld en gespuid biogas is in de periode met respectievelijk 7% en 75% afgenomen. De totale CO 2 klimaatvoetafdruk was in ton CO 2. Dit is een daling van 10% ten opzichte van 2011 ( ton CO 2 ). De CO 2 klimaatvoetafdruk in 2013 is gelijk aan de voetafdruk van huishoudens. De reductie tussen 2011 en 2013 is gelijk aan de CO 2 klimaatvoetafdruk van ruim huishoudens. Duurzame inkoop De doelstelling die in het Klimaatakkoord is afgesproken is om in % duurzaam in te kopen. Dit wordt niet meer door het Rijk via een landelijke monitor gevolgd. Wel komt uit de Klimaatmonitor naar voren dat het percentage elektriciteit wat groen is ingekocht nagenoeg 100% is. In het Klimaatakkoord hebben de waterschappen afgesproken om in % duurzaam in te kopen. Relevante inkoopcategorieën hierbij zijn de inkoop van energie, de aanleg van en het onderhoud aan infrastructurele werken en het gebruik van duurzame materialen, als hout. Dit wordt niet meer door het Rijk via een landelijke monitor bepaald. Om die reden hebben de waterschappen ervoor gekozen via hun eigen ter beschikking staande benchmarks als Waterschapspeil en Waterschapsspiegel en de Klimaatmonitor de ontwikkelingen hierin bij de waterschappen te volgen. Uit de rapportages van de afgelopen jaren blijkt dat de waterschappen goed op weg zijn deze doelstelling te halen. In 2013 bestaat nagenoeg 100% van de door de waterschappen ingekochte elektriciteit uit groene stroom. Hierbij moet wel aangegeven worden dat ongeveer 50% van de ingekochte duurzame elektriciteit afkomstig is uit waterkracht uit Scandinavië, en het momenteel ter discussie staat in hoeverre dit daadwerkelijk als duurzaam gekwalificeerd mag worden. 4 ARCADIS :0.1 - Definitief

7 De inkoop van hout volgens de TCAP-criteria ligt rond de 70%. De huidige werkwijze voor duurzaam inkopen bij aanleg en onderhoud van infrastructurele werken in de waterbouwsector is vastgelegd in de Aanpak Duurzaam GWW. Nog niet alle onderdelen van deze aanpak worden door de waterschappen volledig toegepast. Van de instrumenten wordt de CO 2 -Prestatieladder momenteel het meest gebruikt. Ongeveer 60% van de waterschappen heeft aangegeven in de toekomst meer met de Aanpak Duurzaam GWW te gaan werken. In de Visie op publiek opdrachtgeverschap heeft de sector afgesproken dat de Aanpak Duurzaam GWW tenminste in alle grote werken (> 500K) vanaf de start wordt ingezet. Driekwart van de waterschappen neemt brandstof efficiency van machinerie en transportmiddelen (incidenteel) in aanbestedingen mee. Maatschappelijk verantwoord ondernemen In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de waterschapssector actief kennis en ervaring uitdraagt naar sectoren buiten de waterwereld en naar andere delta s in de wereld. Ongeveer de helft van de waterschappen is hier ook daadwerkelijk mee bezig. Daarnaast zijn de waterschappen ook actief op andere vlakken van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Meer dan de helft van de waterschappen heeft een kader of visie op Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. In ongeveer de helft van de gevallen wordt hiervoor ISO als richtlijn voor gebruikt. Ondanks dat niet ieder waterschap een specifieke richtlijn of visie hebben op MVO, lopen er bij ieder waterschappen wel initiatieven op dit gebied. Ook op het gebied van kennisdeling met het buitenland en keten verantwoordelijkheid is bijna de helft van de waterschappen actief. De activiteiten van de waterschappen zijn erg divers op deze gebieden. Vervoer Groen gas auto t.b.v. beheer watersysteem In het Klimaatakkoord is de ambitie opgenomen om de CO 2-uitstoot van vervoer te reduceren. Van de CO 2 klimaatvoetafdruk bestaat ongeveer 25% uit emissies ten gevolge van personenvervoer en vrachttransport. De CO 2-uitstoot ten gevolge van vervoer is ten opzichte van de Klimaatmonitor 2012 niet afgenomen. Dit komt grotendeels door een betere gegevensverzameling. Daarnaast blijkt dat bijna de helft van de waterschappen een structurele aanpak heeft, of maatregelen neemt om CO 2 -reductie ten gevolge van vervoer te realiseren. In het Klimaatakkoord is de ambitie opgenomen om de CO 2 -uitstoot van vervoer te reduceren. Dit geldt zowel voor dienstreizen als het woonwerkverkeer. Meer dan de helft van de waterschappen heeft onderzoek gedaan naar mogelijkheden om vervoer kilometers te verminderen. Bijna de helft van de waterschappen heeft een structurele aanpak, of neemt maatregelen om CO 2 -reductie in het vervoer te realiseren. Veel waterschappen geven het gebruik van groen gas voor zowel het eigen wagenpark als uitbesteed transport op als kans om de CO 2 -uitstoot te verminderen. Aanbevelingen Aansluiting van het gehele waterschap bij het MJA programma is aan te bevelen. Met deze bewezen gestructureerde en effectieve aanpak kan de kwaliteit van de energiezorg sterk worden verbeterd en voor het gehele waterschap op een niveau worden gebracht als van de afvalwaterzuivering. Er bestaat onzekerheid over de mogelijkheden van levering van duurzame energie in relatie tot de wettelijke, functionele taken van de waterschappen. Aanbevolen wordt om hierover duidelijkheid te scheppen. Er is helderheid gewenst over de interpretatie van de 40% doelstelling voor duurzame energie in het SER Energieakkoord. Er bestaat met name onzekerheid over het mogen meetellen van windmolens en andere installaties, waarvoor het waterschap terreinen aan derden ter beschikking stelt. Het is gewenst dat de Unie van Waterschappen hierover nadere afspraken maakt met de SER. Meer aandacht voor verduurzaming van het personenvervoer en vrachttransport. Het gebruik van polymeren en zouten afwegen op basis van de milieu impact in de keten. Heroverweging van inkoop van groene stroom uit waterkracht uit het buitenland en zoeken van alternatieven hiervoor :0.1 - Definitief ARCADIS 5

8

9 Inleiding Op 12 april 2010 is tussen het Rijk en de Unie van Waterschappen het Klimaatakkoord afgesloten. In dit bestuursakkoord zijn de sectorbrede ambities voor klimaat, energie en duurzaamheid vastgelegd. De focus van het akkoord is gericht op Het Klimaatakkoord vormde voor deze sector de basis voor de Lokale Klimaatagenda (LKA), waaraan eveneens alle waterschappen deelnemen. De waterschappen hebben de ambitie een zichtbare bijdrage te leveren aan de nationale doelstellingen voor broeikasgassen en energie. Daarbij spelen voor de waterschappen vier hoofdmotieven een rol: Het waterschap wordt in zijn zorg voor het watersysteem en de waterveiligheid sterk geconfronteerd met de gevolgen van de klimaatveranderingen. Het waterschap is zelf een grootverbruiker van energie (met name door afvalwaterzuiveringsinstallaties en poldergemalen). De sector verbruikt ongeveer 10 PJ, wat overeenkomt met het elektriciteitsverbruik van huishoudens. De beschikbaarheid van biomassa en grondareaal bieden kansen voor opwekking van duurzame energie (zoals biogas, restwarmte, windenergie, zonne-energie en waterkracht). Duurzaamheid en kostenefficiency blijken in de praktijk vaak goed samen te gaan. In deze Klimaatmonitor legt de waterschapssector verantwoording af over de afspraken die in het Klimaatakkoord zijn gemaakt en die later voor een deel zijn bevestigd in de Lokale Klimaatagenda en in het SER Energieakkoord: 1. Liggen de waterschappen op schema bij de uitvoering van de acties en zijn de afspraken van het Klimaatakkoord en Energieakkoord uitgevoerd? 2. Hoe presteert de sector op het terugbrengen van emissie van broeikasgassen, verbetering van energieefficiency en toepassing van duurzame energie? Daarnaast biedt de Klimaatmonitor elk waterschap meer inzicht in de eigen prestaties en is onderlinge vergelijking mogelijk, voor zover de activiteiten vergelijkbaar zijn. Ook is het model lokaal toe te passen als management- en sturingsinstrument. De Klimaatmonitor bestaat uit een kwantitatief en een kwalitatief deel. Er is veel informatie verzameld en geanalyseerd om de afspraken uit het Klimaatakkoord te monitoren. Met een rekenmodel zijn het energieverbruik en de CO 2 klimaatvoetafdruk in beeld gebracht. Dit is zowel per waterschap als voor de gehele waterschapssector gedaan. Het onderzoek is uitgevoerd door ARCADIS met ondersteuning van een expertgroep van waterschapsambtenaren in afstemming met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Wederom heeft de Klimaatmonitor bijzonder veel nuttige informatie opgeleverd. De kwaliteit van de informatie is volgens verwachting weer toegenomen. Het brede werkveld maakt niettemin dat niet alle informatie overal goed beschikbaar is. In deze tweede klimaatmonitor is door het voortschrijdend inzicht weer een slag gemaakt. Zo zijn de energiegegevens van de RWZI s, onder andere dankzij de jaarlijkse monitoring in kader van de MJA, van zeer goede kwaliteit, maar lukt het nog niet altijd om bijvoorbeeld gegevens van brandstoffen voor transport door derden goed boven tafel te krijgen. Verschillen in waarden tussen 2011 en 2013 zijn voor bepaalde parameters dan ook mede te verklaren door een betere gegevensverzameling. Dit effect is overigens ook bekend vanuit monitoringsactiviteiten in andere sectoren en is altijd het sterkst in de eerste drie monitorronden :0.1 - Definitief ARCADIS 7

10 Onderzoek 1 in 2012 uitgevoerd door de STOWA maakt duidelijk dat de tot dan toe gangbare CO 2 -emissiefactoren voor polymeren die ook in de Klimaatmonitor 2012 zijn gebruikt, aanpassing behoeven. De waarde ligt een factor 3 tot 4 hoger. Fabrikanten van polymeren geven geen inzicht in de CO 2 -emissiefactor en om deze reden heeft de STOWA aan de hand van LCA techniek een afgeleide waarde berekend. In deze Klimaatmonitor is met de nieuwe waarde gerekend. Op basis van de ontvangen informatie zijn heldere conclusies getrokken en kan verantwoording worden afgelegd aan het Rijk. Ook zijn er veel handvatten beschikbaar gekomen voor toekomstige ontwikkeling. Deze zijn terug te vinden in de aanbevelingen. Met de Klimaatmonitor heeft de sector een goed middel in handen voor interne evaluatie van de ambities en doelstellingen. Ook is deze informatie van betekenis voor de uitvoering van de Lokale Klimaatagenda/ SER Energieakkoord en het daaraan verbonden actieprogramma van de sector. Leeswijzer Hoofdstuk 1 schetst de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord en geeft een toelichting op de opzet en uitvoering van de Klimaatmonitor. Hoofdstuk 2 brengt de kwantitatieve gegevens in beeld van het energieverbruik, de uitstoot van broeikasgassen en de opwekking van duurzame energie. In hoofdstuk 3 wordt dieper ingegaan op het beleid en de werkwijze van de waterschappen aangaande energie en klimaat. Een nadere beschouwing met daaruit resulterende conclusies staat in hoofdstuk 4. De aanbevelingen die hierop volgen zijn opgenomen in hoofdstuk 5. 1 GER-waarden en milieu-impactscores productie van hulpstoffen in de waterketen, STOWA ARCADIS :0.1 - Definitief

11 1 Achtergrond, opzet & uitvoering 1.1 ACHTERGROND De Klimaatmonitor geeft zowel een beeld van de stand van zaken binnen de individuele waterschappen als binnen de gehele waterschapssector. De monitor is voor het waterschap een instrument voor management en sturing van beleid en voor de sector een middel om zich te verantwoorden en te presenteren. De Unie van Waterschappen heeft in 2010, namens de waterschappen in Nederland, een Klimaatakkoord getekend met het Rijk. In dit akkoord staan de ambities van de waterschappen ten aanzien van de klimaatsverandering, energieverbruik en een aantal andere doelstellingen op het gebied van duurzaamheid. De waterschappen worden door hun functie als regionaal waterbeheerder als geen ander geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering. In de afgelopen jaren hebben zij diverse inspanningen verricht om te komen tot een klimaatvriendelijkere watersector en een veiliger Nederland. In het Klimaatakkoord hebben de waterschappen sectorbrede klimaatambities vastgesteld. Het akkoord is bedoeld om een (additionele) impuls te geven aan de klimaatactiviteiten van de waterschappen, met aandacht voor adaptatie, mitigatie en duurzaamheid. Een aantal afspraken is in de jaren daarna nog eens bevestigd in de Lokale Klimaatagenda en het SER Energieakkoord. Speerpunt van de sector is de eigen opwekking van duurzame energie. De sector houdt daarnaast vast aan de bredere ambities van het Klimaatakkoord. Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat de waterschappen periodiek een klimaatmonitor uitvoeren. Daarin rapporteren ze over de status en de voortgang van de gemaakte afspraken. De Klimaatmonitor is ook bedoeld als informatie- en inspiratiebron voor waterschappen en andere partijen. Wat opvalt, is dat de ambities in het klimaatakkoord van de waterschappen SMART zijn geformuleerd (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) :0.1 - Definitief ARCADIS 9

12 Afstemming Waterschapspeil en MJA Deze klimaatmonitor is zorgvuldig afgestemd met de Meerjarenafspraken Energie-efficiencyverbetering (MJA) en het Waterschapspeil 2 om dubbel uitzoekwerk zo veel mogelijk te voorkomen. De kwantitatieve gegevens voor de afvalwaterzuivering zijn ontleend aan de gecombineerde enquête samen met de MJAmonitoring en de CBS enquête. De onderdelen klimaat, duurzaamheid en energie zijn binnen de Klimaatmonitor onderzocht. De belangrijkste resultaten zijn opgenomen in het Waterschapspeil. 1.2 HOOFDLIJNEN KLIMAATAKKOORD 30% energie-efficiënter en zuiniger werken tussen 2005 en % zelfvoorzienend door eigen duurzame energieproductie in % minder uitstoot van broeikasgas tussen 1990 en % duurzame inkoop in Visie De waterschappen hebben in hun dagelijkse werk veel te maken met de gevolgen van klimaatverandering. Door dijken, poldergemalen en andere voorzieningen aan te passen, kan in de toekomst de veiligheid gegarandeerd blijven en wateroverlast worden voorkomen (adaptatie). Daarnaast dragen de waterschappen actief bij aan de oplossing van het klimaatprobleem door het nemen van maatregelen die de uitstoot van broeikasgassen beperken (mitigatie). Beleid Door toepassing van innovatieve technieken gaan de waterschappen efficiënt met energie om. De waterschappen hebben het concept van de Energiefabriek breed omarmd. Dit concept gaat ervan uit dat een afvalwaterzuivering energieneutraal is of per saldo energie levert. Dit heeft onder meer geleid tot een hogere productie van biogas uit afvalwater, wat de waterschappen steeds meer zelfvoorzienend maakt. Binnenkort kunnen de zuiveringsinstallaties ook energie aan derden gaan leveren. Daarnaast zoeken waterschappen naar alternatieve duurzame energiebronnen, zoals windenergie, zonne-energie en waterkracht. Ook houden zij zich bezig met duurzaam inkopen en aanbesteden. Uitvoeringsprogramma Voor de uitvoering van het Klimaatakkoord is een actieprogramma opgesteld. Onder coördinatie van een Regiegroep Klimaat en Energie is een aantal expertgroepen actief. Deze richten zich op de productie van duurzame energie en het uitwisselen van kennis en het inventariseren van voorbeeldprojecten, kansen en knelpunten. De expertgroepen ondersteunen deze actieteams op specifieke thema s, zoals biomassa, wind en zon, klimaat actieve stad (KAS), energiezorg in het watersysteem en waterkracht, beschikbaar stellen van terreinen voor burgercoöperaties en de Klimaatmonitor. De Unie van Waterschappen zoekt bij de uitvoering van het actieprogramma nadrukkelijk de samenwerking met andere partijen, zoals gemeenten, provincies, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer. Vertegenwoordigers van deze partijen nemen ook deel aan enkele expertgroepen. 2 In de landelijke rapportage Waterschapspeil doen de waterschappen collectief verslag van de resultaten die zij hebben bereikt. Ook wordt aangegeven welke uitdagingen de waterschappen in de komende jaren wachten. 10 ARCADIS :0.1 - Definitief

13 Standpunten Veiligheid en aanpassing van het waterbeheer aan de veranderende klimaatomstandigheden staan bij de waterschappen voorop. De waterschappen vervullen een voorbeeldfunctie wat eigen energiebeleid en duurzaamheid betreft. Klimaatbeleid en duurzaamheid zijn een stimulans voor innovatie en economische ontwikkeling. Projecten Actieprogramma Klimaatakkoord met regiegroep en expertgroepen. Alle waterschappen werken samen aan de Energiefabriek: een rioolwaterzuiveringsinstallatie die duurzaam energie opwekt tijdens het zuiveringsproces en hiermee minimaal energieneutraal opereert. Alle waterschappen werken samen aan de ontwikkeling van de Grondstoffenfabriek: een rioolwaterzuiveringsinstallatie die kostbare grondstoffen terugwint uit afvalwater (fosfaat, vezels, polymeren, alginaat en CO 2 ) 1.3 OPZET EN UITVOERING KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN VERGELIJKING MET KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN 2012 In 2012 is voor de eerste keer de Klimaatmonitor Waterschappen opgesteld. Deze monitoringsronde is daarop een vervolg. Voor een zo goed mogelijke onderlinge vergelijkbaarheid van de resultaten van de monitoringsrondes van 2012 en 2014, is er voor gekozen om de uitvraag van 2012 grotendeels in stand te houden. Op die manier kan de voortgang ten opzichte van 2012 in beeld gebracht worden. In de Klimaatmonitor Waterschappen 2014 is op enkele punten een verdiepingsslag gemaakt, zoals de energiesituatie van het watersysteem, inkoop van duurzame elektriciteit en duurzame energieprojecten, gebruik grond- en hulpstoffen en financiële aspecten. Enkele vragen zijn niet meer opnieuw gesteld, omdat de antwoorden op die vragen nog als actueel kunnen worden beschouwd. In de vorige Klimaatmonitor werden de emissie van lachgas (N 2 O) en methaan (CH 4 ) apart van de CO 2 klimaatvoetafdruk en de CO 2 -emissie vanuit biogas gerapporteerd. De reden hiervoor was dat de aard en beïnvloedbaarheid van deze drie groepen zo sterk verschillen dat ze beter apart beschouwd kunnen worden. De emissiecijfers voor methaan en lachgas in de afvalwaterzuivering worden niet meer gerapporteerd. Bij de evaluatie van het Klimaatakkoord in 2012 is vastgesteld dat het onmogelijk is om deze uitstoot op betrouwbare wijze te berekenen. Het is ook niet duidelijk welke maatregelen kunnen worden genomen om de uitstoot te reduceren. Voortschrijdend inzicht Op basis van de gegevens van de vorige monitoringsronde 2012 is besloten om voor enkele emissie bronnen de CO 2 -emissiefactor aan te passen, als gevolg van een meer gedetailleerde uitvraag. Dit geldt onder andere voor de emissiefactor van groene elektriciteit (nu uitgesplitst naar type bron waarmee de elektriciteit is opgewekt), en een specificatie van de metaalzouten en polymeer die door de waterschappen worden gebruikt in het zuiveringsproces. Onderzoek 3 in 2012 uitgevoerd door de STOWA maakt duidelijk dat de tot dan toe gangbare CO 2 -emissiefactoren voor polymeren die ook in de Klimaatmonitor 2012 zijn gebruikt, aanpassing behoeven. De waarde ligt circa een factor 3 tot 4 hoger. Fabrikanten van polymeren geven geen inzicht in de CO 2-3 GER-waarden en milieu-impactscores productie van hulpstoffen in de waterketen, STOWA :0.1 - Definitief ARCADIS 11

14 emissiefactor en om deze reden heeft STOWA aan de hand van LCA techniek een afgeleide waarde berekend. In deze Klimaatmonitor is met de nieuwe waarde gerekend. Voortschrijdend inzicht en een verbeterde kwaliteit van gegevens die worden aangeleverd zijn inherent aan monitoring. Er is voor gekozen om de Klimaatmonitor 2012 hiervoor niet met terugwerkende kracht te corrigeren. Een uitzondering is gemaakt voor de bijdrage van polymeren. Bij de vergelijking van de CO 2 klimaatvoetafdrukken in deze Klimaatmonitor met de voetafdruk in de Klimaatmonitor 2012, is de klimaatvoetafdruk 2011 herberekend. In bijlage 5 zijn de herberekende waarden van de CO 2 -emissie voor polymeren in 2011 opgenomen. Excel rekenmodel CO 2 klimaatvoetafdruk Het model waarmee de CO 2 klimaatvoetafdruk is bepaald is als rekenmodel in Excel algemeen beschikbaar voor de waterschappen. Dit biedt de waterschappen gelegenheid om de gegevens van 2011 en 2013 met elkaar te vergelijken. Indien gewenst, kunnen de waterschappen hierin ook meer gedetailleerde gegevens over 2011 invullen of de voetafdruk van het jaar 2012 berekenen INDELING IN ACTIVITEITEN In de CO 2 klimaatvoetafdruk wordt onderscheid gemaakt in drie hoofdactiviteiten: Overig. Tot deze categorie behoren alle activiteiten rond de waterzuiveringstaak van de waterschappen. Een groot deel van de informatie is afkomstig vanuit de gecombineerde uitvraag energiegegevens 4. Deze informatie wordt aangevuld met de gegevens over het transport van slib. Daarnaast wordt ook het energieverbruik van de gebouwen, die verbonden zijn aan de afvalwaterzuivering, toegerekend aan de afvalwaterzuivering. De categorie watersysteem omvat taken als beheer & onderhoud van watergangen en waterkeringen en het peilbeheer. Onder watersysteem valt dus ook het totale onderhoud, inclusief de transporten van bagger en het afvoeren van maaisel. De informatie voor het monitoren van de watersysteemtaken is deels afkomstig uit de vragenlijst van de Klimaatmonitor, en deels verkregen uit de vragenlijst voor het Waterschapspeil. Overig Tot deze categorie behoren alle taken die niet binnen de taken afvalwaterzuivering of watersysteem vallen. Het gaat hierbij onder meer om: energieverbruik van alle gebouwen, zoals kantoren en opslagloodsen, met uitzondering van de kantoren / gebouwen die verbonden zijn aan de afvalwaterzuiveringstaak; zakelijk verkeer en woon-werk verkeer personenauto s; klimaat- en energiebeleid van het waterschap; wegbeheer (inclusief verkeersregelinstallaties). 4 Sinds 2012 is de verzameling van energiegegevens van de afvalwaterzuiveringen gecombineerd. Hiermee worden de gegevens voor de CBS-enquête zuivering van afvalwater, de MJA-monitoring en de monitoring van het Klimaatakkoord in één enquête verzameld. Naast lastenverlichting verhoogt dit ook de kwaliteit en uniformiteit. 12 ARCADIS :0.1 - Definitief

15 Voor een goed inzicht is het wenselijk om: bij alle waterschappen dezelfde indeling te hanteren, en de gegevens door de jaren heen op dezelfde wijze te verzamelen om de consistentie te waarborgen. Verder is het voor het vaststellen van een representatieve CO 2 klimaatvoetafdruk van groot belang dat de gegevens niet dubbel of in het geheel niet zijn opgenomen. Hierop is uitvoerig getoetst in de verzameling van de gegevens. Grenzen activiteiten waterschap De activiteiten van de waterschappen verbreden zich, en er komen ook meer samenwerkingsverbanden. Voor een goede onderlinge vergelijkbaarheid van de gegevens is er incidenteel voor gekozen om niet alle activiteiten van de waterschappen mee te nemen, of in andere gevallen om juist de grenzen op te rekken. Zo is er een waterschap dat gebruik maakt van een WKK-installatie op een naastgelegen terrein. Ondanks dat deze installatie niet binnen de inrichting is gelegen en niet in eigendom is van het waterschap, is besloten deze wel te beschouwen als zijnde binnen de inrichting. Anders zouden de elektriciteit en warmte uit de WKK als inkoop van elektriciteit en warmte worden aangemerkt, terwijl deze feitelijk uit het eigen biogas is opgewekt. Daarnaast zijn ook enkele waterschappen in het bezit van een Slib Droog Installatie. Voor de onderlinge vergelijkbaarheid van de waterschappen zijn deze activiteiten buiten beschouwing gelaten. Ditzelfde geldt voor externe slibverwerking INVENTARISATIE CO 2 EMISSIE De basis voor de Klimaatmonitor wordt gevormd door de afspraken die in het Klimaatakkoord en het SER Energieakkoord zijn vastgelegd. Dit omvat het inventariseren van de stand van zaken met betrekking tot de gemaakte afspraken, maar ook het opstellen van een CO 2 klimaatvoetafdruk voor het waterschap. De CO 2 klimaatvoetafdruk geeft inzicht in de totale broeikasgasuitstoot van het waterschap in CO 2 - equivalenten, gerelateerd aan de activiteiten van het waterschap. Om de CO 2 klimaatvoetafdruk op heldere en consistente wijze weer te geven, is de CO 2 klimaatvoetafdruk ingedeeld conform de NEN ISO norm. Deze norm heeft grote overeenkomsten met het internationaal gehanteerde greenhouse gas- of GHG-Protocol. Scopes De norm onderscheidt drie verschillende scopes. Scope 1 betreft de directe emissies uit de bedrijfsprocessen en emissies uit bedrijfsmiddelen. Het gaat daarbij specifiek om bedrijfsmiddelen die in eigendom zijn of onder controle staan van het waterschap zelf, zoals het eigen wagenpark en brandstoffen (dus geen elektriciteit) voor de gebouwen en de processen. Onder scope 2 vallen de indirecte emissies als gevolg van de inkoop van energie. Het gaat hierbij specifiek om de emissies die vrijkomen bij de productie van elektriciteit, warmte en koude die het waterschap inkoopt. Scope 3 omvat alle indirecte emissies buiten de eigen inrichting die niet afkomstig zijn uit energieproductie. De emissiebronnen in deze categorie zijn zeer divers, wat maakt dat ze soms moeilijk zijn vast te stellen. Over het algemeen zijn de belangrijkste/grootste bronnen van scope 3-emissies meegenomen en bronnen die nodig zijn ten behoeve van de vergelijkbaarheid. Dit laatste treedt bijvoorbeeld op als één waterschap het onderhoud watersysteem/waterkeringen (transport slib, maaisel etc., maaien, krozen, etc.) zelf uitvoert en het andere waterschap dit uitbesteedt. De CO 2 die gerelateerd is aan het onderhoud, valt bij zelf uit :0.1 - Definitief ARCADIS 13

16 voeren onder scope 1 en bij uitbesteding van het onderhoud onder scope 3. Voor de vergelijkbaarheid tussen waterschappen onderling is het noodzakelijk om het uitbesteden van het onderhoud (werk derden) mee te nemen. Figuur 1 Indeling emissie in scopes conform NEN ISO In een CO 2 klimaatvoetafdruk conform NEN ISO worden emissies, die onder scope 1 en scope 2 vallen, altijd gerapporteerd; de rapportage van scope 3-emissies is optioneel. Tabel 1 geeft een overzicht van de opbouw van de CO 2 klimaatvoetafdruk. Zoals in Tabel 1 is te zien, zijn in scope 3 verschillende vormen van vervoer opgenomen, evenals de inkoop van metaalzouten en polymeer. Voor de vormen van vervoer in scope 3 (vervoer dat niet met het eigen materieel wordt uitgevoerd) is gekozen, omdat vervoersactiviteiten een significante bijdrage leveren aan de CO 2 klimaatvoetafdruk. Metaalzouten en polymeren zijn twee grote materiaalstromen waarvan een inzicht in de CO 2 emissie vanuit de productie van deze stoffen in de keten gewenst is. In Bijlage 4 is de berekeningswijze verder uitgewerkt en zijn de gehanteerde CO 2 -emissiecoëfficiënten opgenomen. Bouwprojecten In de CO 2 klimaatvoetafdruk is (nog) niet de CO 2 -emissie opgenomen die gerelateerd is aan bouwprojecten, zoals vernieuwing of uitbreiding van een RWZI, dijkversterking of realisatie van bergingsgebieden. De reden is dat de inspanning voor het verkrijgen van representatieve informatie groot is, terwijl de bijdrage aan de totale CO 2 klimaatvoetafdruk relatief klein is. 14 ARCADIS :0.1 - Definitief

17 Tabel 1 Soorten emissies en de scope conform NEN ISO Emissie Directe CO 2 -emissies (eigen energieverbruik binnen en buiten de inrichting) Scope NEN ISO CO 2 bron Brandstoffen afvalwaterzuivering Scope 1 Aardgas Brandstoffen afvalwaterzuivering Scope 1 Diesel Brandstoffen afvalwaterzuivering Scope 1 brandstoffen Brandstoffen watersysteem Scope 1 Aardgas Brandstoffen watersysteem Scope 1 Diesel Brandstoffen watersysteem Scope 1 brandstoffen Brandstoffen overig (o.a. huisvesting) Scope 1 Aardgas Brandstoffen overig (o.a. huisvesting) Scope 1 brandstoffen Brandstofverbruik zakelijk verkeer eigen wagenpark Scope 1 Brandstof Brandstofverbruik vrachttransport en onderhoud (eigen materieel) Scope 1 Brandstof Indirecte CO 2 -emissies (energieopwekking buiten de inrichting) Elektriciteitsverbruik afvalwaterzuivering Scope 2 Elektriciteit Elektriciteitsverbruik watersysteem Scope 2 Elektriciteit Elektriciteitsverbruik overig (o.a. huisvesting) Scope 2 Elektriciteit Warmte ingekocht afvalwaterzuivering Scope 2 Warmte Warmte ingekocht watersysteem Scope 2 Warmte Warmte ingekocht overige Scope 2 Warmte indirecte CO 2 -emissies (overige emissies buiten de inrichting) Brandstofverbruik zakelijk verkeer privéauto s Scope 3 Brandstof Brandstofverbruik woon-werkverkeer privéauto s Scope 3 Brandstof Brandstofverbruik openbaar vervoer Scope 3 Brandstof Brandstofverbruik zakelijke vliegreizen Scope 3 Kerosine Brandstofverbruik uitbesteed zuiveringsslibtransport Scope 3 Diesel Brandstofverbruik uitbesteed onderhoud watersysteem Scope 3 Diesel Brandstofverbruik uitbesteed overig vrachttransport Scope 3 Diesel Inkoop metaalzouten Scope 3 Metaalzouten Inkoop polymeer Scope 3 Polymeer BIOGAS In de CO 2 klimaatvoetafdruk wordt de CO 2 -uitstoot van de door de waterschappen zelf opgewekte duurzame energie niet meegenomen. Dit gezien het feit dat het hierbij gaat om biogas, een kort-cyclische, nietfossiele brandstof. Het gaat hierbij immers om duurzaam biogas, een kort-cyclische, niet-fossiele brandstof. Biogas is de belangrijkste vorm van zelf opgewekte duurzame energie door de waterschappen. Wel worden emissies vanuit kort-cyclische energiedragers als memo-item gerapporteerd, waarbij onderscheid wordt gemaakt in CO 2 gerelateerd aan: nuttig ingezet biogas op eigen locatie; spui van biogas; afgefakkeld biogas :0.1 - Definitief ARCADIS 15

18 1.3.5 KWALITATIEVE VRAGEN Voor inventarisatie van de kwalitatieve afspraken uit het Klimaatakkoord is gebruik gemaakt van een vragenlijst met zowel open als gesloten vragen. Het doel van de vragenlijst is om inzicht te verkrijgen in de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld energiebeleid, mobiliteit en financiële aspecten. De vragen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën: Klimaatbeleid algemeen. Duurzaamheid en duurzame energie. Vervoer. Duurzaam inkopen. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).. De resultaten zijn uitgewerkt in Hoofdstuk ARCADIS :0.1 - Definitief

19 2 CO 2 klimaatvoetafdruk waterschappen in CO 2 KLIMAATVOETAFDRUK: CO 2 GERELATEERD AAN DE ACTIVITEITEN VAN WATERSCHAPPEN IN TOTAAL De totale CO 2 -emissies, gerelateerd aan de activiteiten van waterschappen zoals gepresenteerd in Tabel 1, vormen samen de CO 2 klimaatvoetafdruk. Emissies vanuit de inzet van biogas zijn emissies vanuit kortcyclische energiedragers en worden volgens het GHG-protocol als memo-item gerapporteerd, zie 2.3. De totale CO 2 -emissie in 2013 gerelateerd aan de activiteiten van de waterschappen bedraagt ton CO 2. Een onderverdeling is weergegeven in Tabel 2. In Figuur 2 worden de emissies per groep weergegeven met zowel het percentuele aandeel als de omvang in ton CO 2 -equivalenten. Figuur 2 Totale emissies per groep en de opbouw in 2013 (in CO 2 -equivalenten) CO 2 klimaatvoetafdruk ton CO % % % (brandstof & elek.) (metaalzouten en polymeren) (brandstof & elek.) Vrachttransport & personenvervoer % % Huisvesting (brandstoffen & elek.) Vorige monitoringsronde was ongeveer de helft van de emissies gerelateerd aan het elektriciteitsverbruik van afvalwaterzuivering en watersysteem. Dit jaar zijn deze samen verantwoordelijk voor 37,3% van de emissies. Dit heeft enerzijds te maken met een daadwerkelijke afname van het elektriciteitsverbruik (5%) alsmede het feit dat bijna 100% van de elektriciteit duurzaam is opgewekt en dit jaar emissiefactoren zijn gebruikt gedifferentieerd naar de wijze van opwekking. Daarnaast is het opvallend dat 29,5% van de CO 2 - uitstoot afkomstig is van het gebruik van metaalzouten en polymeer in het afvalwaterzuiveringsproces :0.1 - Definitief ARCADIS 17

20 Gezien dit substantiële aandeel is er dan ook voor gekozen om dit onderdeel als aparte post in de CO 2 klimaatvoetafdruk mee te nemen. Tabel 2 CO 2 -emissie per emissiebron en totaal in 2013, gerelateerd aan de activiteiten van de waterschappen Emissiebronnen Scope CO 2 bron CO 2 emissie (ton/jaar) Directe CO 2 -emissies ton/jaar ton/jaar % Brandstoffen afvalwaterzuivering Scope 1 Aardgas ,6% Brandstoffen afvalwaterzuivering Scope 1 Diesel ,1% Brandstoffen afvalwaterzuivering Scope 1 brandstoffen ,03% Brandstoffen watersysteem Scope 1 Aardgas ,3% Brandstoffen watersysteem Scope 1 Diesel ,6% Brandstoffen watersysteem Scope 1 brandstoffen ,01% Brandstoffen overig (o.a. huisvesting) Scope 1 Aardgas ,6% Brandstoffen overig (o.a. huisvesting) Scope 1 brandstoffen 0 0 0,0% Brandstofverbruik zakelijk verkeer eigen wagenpark Scope 1 Brandstof ,3% Brandstofverbruik vrachttransport en onderhoud (eigen materieel) Scope 1 Brandstof ,8% Indirecte CO 2 -emissies door energieopwekking Elektriciteitsverbruik afvalwaterzuivering Scope 2 Elektriciteit ,7% Elektriciteitsverbruik watersysteem Scope 2 Elektriciteit ,6% Elektriciteitsverbruik overig (o.a. huisvesting) Scope 2 Elektriciteit ,5% Warmte ingekocht Scope 2 Warmte ,1% Koude ingekocht Scope 2 Koude 0 0 0,0% indirecte CO 2 -emissies Brandstofverbruik zakelijk verkeer privéauto s Scope 3 Brandstof ,5% Brandstofverbruik woon-werk verkeer privéauto s Scope 3 Brandstof ,0% Brandstofverbruik openbaar vervoer Scope 3 Brandstof ,1% Brandstofverbruik zakelijke vliegreizen Scope 3 Kerosine ,1% Brandstofverbruik uitbesteed zuiveringslibtransport Scope 3 Diesel ,9% Brandstofverbruik uitbesteed onderhoud watersysteem Scope 3 Diesel ,6% Brandstofverbruik uitbesteed overig vrachttransport Scope 3 Diesel ,2% Inkoop metaalzouten Scope 3 Metaalzouten ,8% Inkoop polymeer Scope 3 Polymeer ,7% TOTAAL % 5 De CO2-uitstoot ten gevolge van het polymeergebruik in 2011 is her berekend en wijkt af van de rapportage in Klimaatmonitor 2011, zie ook de toelichting in de inleiding. 18 ARCADIS :0.1 - Definitief

klimaatmonitor waterschappen 2014

klimaatmonitor waterschappen 2014 Imagine the result klimaatmonitor waterschappen 2014 Monitoring klimaatakkoord Rijk Waterschappen 2010-2020 Unie van Waterschappen, Den Haag KLIMAATMONITOR WATERSCHAPPEN 2014 UNIE VAN WATERSCHAPPEN DEN

Nadere informatie

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE

WATER- SCHAPPEN & ENERGIE WATER- SCHAPPEN & ENERGIE Resultaten Klimaatmonitor Waterschappen 2014 Waterschappen willen een bijdrage leveren aan een duurzame economie en samenleving. Hiervoor hebben zij zichzelf hoge ambities gesteld

Nadere informatie

Imagine the result. Klimaatmonitor 2012. Monitoring klimaatakkoord Rijk Waterschappen 2010-2020 Unie van Waterschappen, Den Haag

Imagine the result. Klimaatmonitor 2012. Monitoring klimaatakkoord Rijk Waterschappen 2010-2020 Unie van Waterschappen, Den Haag Imagine the result Klimaatmonitor 2012 Monitoring klimaatakkoord Rijk Waterschappen 2010-2020 Unie van Waterschappen, Den Haag KLIMAATMONITOR 2012 UNIE VAN WATERSCHAPPEN DEN HAAG 1 november 2012 076767015:0.1

Nadere informatie

Klimaatmonitor waterschappen

Klimaatmonitor waterschappen Klimaatmonitor waterschappen Met behulp van deze spreadsheet kan de CO 2 -voetafdruk en de omvang van de overige broeikasgassen conform het model van de Klimaatmonitor 22 berekend worden. Gegegevens waterschap

Nadere informatie

Klimaatakkoord Rijk en UvW

Klimaatakkoord Rijk en UvW Klimaatakkoord Rijk en UvW Politieke en beleidsmatige context (klimaatbeleid) Rafaël Lazaroms 25 mei 2010 1 Inhoud presentatie Voorstellen Internationaal en nationaal klimaatbeleid Positie waterschappen

Nadere informatie

GREEN DEAL DUURZAME ENERGIE

GREEN DEAL DUURZAME ENERGIE GREEN DEAL DUURZAME ENERGIE In kort bestek Rafael Lazaroms INHOUDSOPGAVE 1. Wat houdt het in? 2. Motieven, doelstellingen en ambities 3. Organisatiestructuur GELOOFWAARDIGE BOODSCHAP Waterschappen hebben

Nadere informatie

KLIMAAT, ENERGIE EN GRONDSTOFFEN

KLIMAAT, ENERGIE EN GRONDSTOFFEN KLIMAAT, ENERGIE EN GRONDSTOFFEN AKKOORDEN EN GREEN DEALS Rafaël Lazaroms Coördinator Energie en duurzaamheid Unie van Waterschappen 1. Duurzaamheid en taken waterschappen 2. Duurzame ambities in akkoorden

Nadere informatie

Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015

Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015 Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015 Status: Definitief Datum van uitgifte: 16-08-2015 Datum van ingang: 07-09-2015 Versienummer: 1.0 Inhoud 1. INLEIDING... 3 2. CO 2 EMISSIES 1E HALFJAAR 2015... 4 2.1

Nadere informatie

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013 Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2013 Inhoud 1 Aanleiding 1 2 Werkwijze 2 2.1. Bronnen 2 2.2. Kentallen 2 3 CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie 3 4 Ontwikkeling 5 5

Nadere informatie

Carbon footprint 2011

Carbon footprint 2011 PAGINA i van 12 Carbon footprint 2011 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2011_1.2 Versie: 1.2 Status: Definitief Uitgegeven

Nadere informatie

Waterschappen en Energieakkoord

Waterschappen en Energieakkoord Waterschappen en Energieakkoord Energiekansen in het Waterbeheer Hennie Roorda/Rafaël Lazaroms Unie van Waterschappen mei 5, 2014 1 Waar staan de waterschappen voor? Waterveiligheid (veilig wonen en werken

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2014

Periodieke rapportage 2014 Periodieke rapportage 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode 4 1.5 Verificatie 4 2. Afbakening

Nadere informatie

Compensatie CO 2 - emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2012

Compensatie CO 2 - emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2012 Compensatie CO 2 - emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2012 Inhoud 1 Aanleiding 1 2 Werkwijze 2 2.1. Bronnen 2 2.2. Kentallen 2 3 CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie 3 4 Ontwikkeling 5

Nadere informatie

Carbon footprint BT Nederland NV 2014

Carbon footprint BT Nederland NV 2014 Carbon footprint BT Nederland NV 2014 1 Inleiding Ten behoeve van het behalen van niveau 3 van de CO 2 Prestatieladder heeft BT Nederland N.V. (hierna BT Nederland) haar CO 2-uitstoot (scope 1 & 2 emissies)

Nadere informatie

Carbon footprint 2013

Carbon footprint 2013 PAGINA i van 13 Carbon footprint 2013 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Besteknummer: - Projectnummer: 511133 Documentnummer: 511133_Rapportage_Carbon_footprint_2013_2.0 Versie: 2.0 Status: Def Uitgegeven

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Carbon Footprint eerste half jaar 2012

Voortgangsrapportage Carbon Footprint eerste half jaar 2012 Voortgangsrapportage Carbon Footprint eerste half jaar 2012 Van Vulpen B.V. Pagina 1 van 12 Verantwoording Titel jaar 2012 : Voortgangsrapportage Carbon Footprint eerste half Versie : 1.0 Datum : 14-11-2012

Nadere informatie

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

Carbon Footprint 2014

Carbon Footprint 2014 Carbon Footprint 2014 Opdrachtgever: Stuurgroep MVO Projectnummer: 550613 Versie: 1.1 Datum: 19-6-2015 Status: Defintief Adres Kievitsweg 13 9843 HA, Grijpskerk Contact Tel. 0594-280 123 E-mail: info@oosterhofholman.nl

Nadere informatie

Rapportage Jade Beheer 2012 versie 130206

Rapportage Jade Beheer 2012 versie 130206 2012 Meetresultaten Jade Beheer B.V. 2012 In navolging op de rapportages van 2013 Q1/Q2 en 2012 Q3/Q4 is het helaas met de kennis van nu noodzakelijk enkele wijzigingen op die rapportages kenbaar te maken.

Nadere informatie

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014

38,6. CO 2 (ton/jr) 2014 Carbon footprint Op basis van de diverse soorten CO 2 -emissies is de totale CO 2 -emissie van Den Ouden Groep berekend. 9,8 38,6 51,6 Diesel personenwagens Diesel combo's en busjes Hybride personen wagens

Nadere informatie

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT

1. INLEIDING 2. CARBON FOOTPRINT 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed

Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed Carbon Footprint Welling Bouw Vastgoed Dit document bevat de uitgewerkte actuele emissie inventaris van Welling Bouw Vastgoed Rapportage januari december 2009 (referentiejaar) Opgesteld door: Wouter van

Nadere informatie

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie.

Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Derde voortgangsrapportage CO2-emissiereductie. Graag informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO 2 Emissie-inventarisatie, dit alles over 2014. Hierin zijn de hoeveelheden

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT 2015 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016

CARBON FOOTPRINT 2015 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016 Hogeschool Utrecht 3 MAART 2016 Contactpersonen IR. B. (BAȘAK) KARABULUT Adviseur T +31 (0)88 4261 322 M +31 (0)6 312 02492 E basak.karabulut@arcadis.com Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam

Nadere informatie

Energie uit afvalwater

Energie uit afvalwater Energie uit afvalwater 15 november 2011 Giel Geraeds en Ad de Man Waterschapsbedrijf Limburg is een samenwerkingsverband van Waterschap Peel en Maasvallei en Waterschap Roer en Overmaas Onderwerpen Introductie

Nadere informatie

Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010)

Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010) Carbon Footprint 1e helft 2015 (referentiejaar = 2010) Opgesteld door: Akkoord: I. Bangma O. Van der Ende 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Steel Protectors Group staat zowel interne als externe duurzaamheid

Nadere informatie

CARBON FOOTPRINT 2014

CARBON FOOTPRINT 2014 CARBON FOOTPRINT 2014 HOGESCHOOL UTRECHT 16 april 2015 078353524:A - Definitief C05013.000012.0500 Inhoud 1 Uitgangspunten... 3 1.1 Boundaries... 3 1.2 Scope definitie... 3 1.3 Gehanteerde uitgangspunten...

Nadere informatie

CO2-prestatieladder Periodieke voortgangsrapportage 1e helft 2014

CO2-prestatieladder Periodieke voortgangsrapportage 1e helft 2014 CO2-prestatieladder Periodieke voortgangsrapportage 1e helft 2014 Verheij Infra b.v. Prisma 89 3364 DJ Sliedrecht Tel : 0184-433095 Getekend: Email Site : info@verheijsliedrecht.nl : www.verheijsliedrecht.nl

Nadere informatie

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint.

CO₂-nieuwsbrief. De directe emissie van CO₂ - vanuit scope 1 is gemeten en berekend als 1.226 ton CO₂ -, 95% van de totale footprint. Derde voortgangsrapportage CO₂-emissie reductie Hierbij informeren wij u over de uitkomsten van onze Carbon Footprint en de derde CO₂ -emissie inventarisatie, betreffende de periode van juni 2014 tot en

Nadere informatie

1 e half jaar 2015. Carbon Footprint. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening BV.

1 e half jaar 2015. Carbon Footprint. J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening BV. Carbon Footprint 1 e half jaar 2015 J.M. de Wit Groenvoorziening BV Pagina 1 van 13 Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening B.V. Bedrijfsgegevens Bedrijf: J.M. de Wit Groenvoorziening BV Bezoekadres:

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2 e helft 2014. 18 maart 2015 versie definitief

Periodieke rapportage 2 e helft 2014. 18 maart 2015 versie definitief Periodieke rapportage 2 e helft 18 maart 2015 versie definitief Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode

Nadere informatie

Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water. 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015. ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder

Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water. 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015. ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015 ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder Titel: CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015 Auteurs: R. Hurkmans

Nadere informatie

Carbon Footprint Rapportage H1-2014

Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Carbon Footprint Rapportage H1-2014 Naam Paraaf Datum Steller W.B.R. Weening November 2014 Inhoudsopgave D38.Carbon Footprint Report H1-2014.doc 1. Inleiding... 3 2. Afbakening... 4 2.1 Organisatiegrenzen...

Nadere informatie

DB-vergadering 05-03-2013 MEDEDELING INZAKE KLIMAATMONITOR

DB-vergadering 05-03-2013 MEDEDELING INZAKE KLIMAATMONITOR DB-vergadering 05-03-2013 MEDEDELING INZAKE KLIMAATMONITOR./. Bij brief van 15 februari 2013 heeft de Unie van Waterschappen het eindrapport van de Klimaatmonitor 2012 aangeboden, inclusief de verkenning

Nadere informatie

Periodieke rapportage 1 e helft 2014

Periodieke rapportage 1 e helft 2014 Periodieke rapportage 1 e helft 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode 4 1.5 Verificatie

Nadere informatie

Carbon footprint Van Raaijen Groep BV. Carbon Footprint 2014. Van Raaijen Groep BV. Mei 2015. Pagina 1 van 13

Carbon footprint Van Raaijen Groep BV. Carbon Footprint 2014. Van Raaijen Groep BV. Mei 2015. Pagina 1 van 13 Carbon Footprint 2014 Van Raaijen Groep BV Pagina 1 van 13 Carbon footprint Van Raaijen Groep B.V. Bedrijfsgegevens Bedrijf: Van Raaijen Groep BV Bezoekadres: De Binderij 54 Postcode en plaats: 1321 EK

Nadere informatie

Klever Boor- en Perstechniek BV Postbus 72 3410 CB Lopik

Klever Boor- en Perstechniek BV Postbus 72 3410 CB Lopik Klever Boor- en Perstechniek BV Postbus 72 3410 CB Lopik Bezoekadres: Batuwseweg 43 3411 KX Lopikerkapel Tel: 0348-554986 Fax: 0348-550611 E-mail: info@kleverbv.nl CO₂ Footprint 2014 Inhoud 1 Inleiding...

Nadere informatie

CO-2 Rapportage 2014. Inhoudsopgave. Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078

CO-2 Rapportage 2014. Inhoudsopgave. Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078 CO-2 Rapportage 2014 Electrotechnische Industrie ETI bv Vierde Broekdijk 16 7122 JD Aalten Kamer van koophandel Arnhem 09080078 Aalten 28-04-2015 Versie 2.2 J.Nannings Directeur Inhoudsopgave 1. Inleiding

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2014

Arnold Maassen Holding BV. Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2014 Arnold Maassen Holding BV Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2014 G.R.M. Maassen 24-10-2014 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Scope 1 en 2... 3 2.1 Voortgang in relatie tot reductiedoelstellingen....

Nadere informatie

Inhoud. Pagina 2 van 7

Inhoud. Pagina 2 van 7 Energie Audit 2014 Inhoud 1. Introductie... 3 2. Doelstelling... 3 3. Energie-aspecten... 3 Uitstoot door procesemissies... 3 Uitstoot door fabriek installaties... 3 Uitstoot vanuit de kantoorpanden...

Nadere informatie

Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water. 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015. ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder

Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water. 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015. ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder Opdrachtgever: Directie HKV lijn in water 3.A.1 CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015 ten behoeve van de CO 2 -Prestatieladder Titel: CO 2 -emissie inventaris eerste helft 2015 Auteurs: R. Hurkmans

Nadere informatie

2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020]

2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020] 2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020] Transportbedrijf R.Vels & Zn. B.V. Co2-prestatieladder 3.0 2015 Inhoud Inleiding... 2 1.1. Doelstellingen... 3 1.2. Planning meetmomenten... 3 1.3.

Nadere informatie

Milieu jaarverslag 2013-Q4

Milieu jaarverslag 2013-Q4 Milieu jaarverslag 2013-Q4 1. Inleiding In dit verslag worden gegevens gepubliceerd ten aanzien van energie met daaraan gekoppeld de CO 2 footprint. De dataverzameling en rapportage voor CO 2 gebeurt conform

Nadere informatie

P. DE BOORDER & ZOON B.V.

P. DE BOORDER & ZOON B.V. Footprint 2013 Wapeningscentrale P. DE BOORDER & ZOON B.V. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien 31 maart 2014 Definitief Dhr. S.G. Jonker Dhr. K. De Boorder 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Energiemanagement plan

Energiemanagement plan Energiemanagement plan Overzicht energiestromen / -verbruikers en CO2-emissie inventarisatie 2014 Aannemingsbedrijf B.V. 1 Inleiding Het inventariseren en analyseren van de energiestromen binnen het bedrijf,

Nadere informatie

Carbon Footprint Rapportage 2014 3.A.1

Carbon Footprint Rapportage 2014 3.A.1 Carbon Footprint Rapportage 2014 3.A.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Afbakening... 3 2.1 Organisatiegrenzen... 3 2.2 Korte beschrijving rapporterende organisatie... 4 3 Inventarisatie CO2-emissies...

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

CO₂ Emissie inventaris 2015

CO₂ Emissie inventaris 2015 1 van 11 CO₂ Emissie inventaris 2015 Datum 17-2-2016 Rapportnr Opgesteld door Gedistribueerd aan A. van de Wetering & H. Buuts 1x Directie 1x KAM Coördinator 1x Handboek CO₂ Prestatieladder 1 2 van 11

Nadere informatie

Voortgangsrapportage 2012 scope 1 en 2

Voortgangsrapportage 2012 scope 1 en 2 Notitie Contactpersoon Manja Buijen Datum 13 augustus 2013 Kenmerk N028-0495501BUJ-los-V01-NL 1 Inleiding Tauw heeft zich eind 2011 laten certificeren voor de -prestatieladder. Hiervoor heeft zij onder

Nadere informatie

Energie meetplan. Project GOLVO Noord-Nederland 2013-2014 Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2

Energie meetplan. Project GOLVO Noord-Nederland 2013-2014 Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Energie meetplan Project GOLVO Noord-Nederland 2013-2014 Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Gegevens t.b.v. CO

Nadere informatie

CO 2 footprint tussenrapportage 2015 1 e half jaar

CO 2 footprint tussenrapportage 2015 1 e half jaar CO 2 footprint tussenrapportage 2015 1 e half jaar Naam opdrachtgever: Unipro BV Adres: Bouwstraat 18 Plaats: Haaksbergen Uitgevoerd door: Zienergie BV Adres: Dokter Stolteweg 2 Plaats Zwolle Telefoon:

Nadere informatie

Energie meetplan 2013-2015

Energie meetplan 2013-2015 Energie meetplan 2013-2015 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Organisatie Kenmerk Document Ploegmakers Groep B.V. CO2 PRESTATIELADDER 3.B.2_2 Energiemeetplan 2013-2015 Datum 2015-04-21 Versie

Nadere informatie

Ketenanalyse Woon- Werkverkeer

Ketenanalyse Woon- Werkverkeer 2014 Ketenanalyse Woon- Werkverkeer Rapportage: KAWWV 2014 Datum: 12 Augustus 2014 Opgesteld door: Rick Arts Versie: 1.1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Data inventarisatie... 4 2.1.1 Zakelijke

Nadere informatie

CO2-prestatieladder Periodieke voortgangsrapportage 1e+2e helft 2014

CO2-prestatieladder Periodieke voortgangsrapportage 1e+2e helft 2014 CO2-prestatieladder Periodieke voortgangsrapportage 1e+2e helft 2014 Verheij Infra b.v. Prisma 89 3364 DJ Sliedrecht Tel : 0184-433095 Getekend: Email Site : info@verheijsliedrecht.nl : www.verheijsliedrecht.nl

Nadere informatie

1. INLEIDING. 1.1. Rapportage

1. INLEIDING. 1.1. Rapportage 1. INLEIDING Binnen Van der Ende Beheermaatschappij B.V. staat zowel interne als externe duurzaamheid hoog op de agenda. Interne duurzaamheid richt zich met name op het eigen huisvestingsbeleid, de bedrijfsprocessen

Nadere informatie

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris Netters infra De emissie inventaris van: 2013 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Opgesteld door: AMK Inventis Stef Jonker Datum: april 2014 Concept Versie 1 Maart 2014 Pagina

Nadere informatie

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2011

Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2011 Compensatie CO 2 -emissie gemeentelijke organisatie Den Haag over 2011 Dienst Stadsbeheer Milieu en Vergunningen Juni 2012 2 Aanleiding De gemeente Den Haag wil in 2040 een klimaatneutrale en -bestendige

Nadere informatie

Bedrijfsvergelijking (2009)

Bedrijfsvergelijking (2009) Artikel Afvalwaterzuivering Energie onder één noemer Mirabella Mulder (Mirabella Mulder Waste Water Management) Jos Frijns (KWR Watercycle Research Institute) Ad de Man (Waterschapsbedrijf Limburg) Henri

Nadere informatie

Energie Management Actieplan

Energie Management Actieplan Energie Management Actieplan Aannemingsbedrijf K. Dekker B.V. Opgesteld door: Gecontroleerd door: Vrijgave door: D. Blank H. Groenenberg M.J.M. Stoop Versie: augustus 2014 1 Voorwoord In onze missie staat

Nadere informatie

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2015(1) Ter Riele

3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 2015(1) Ter Riele Datum: 11-09- Versie: 2 3.C.1 Voortgangrapportage CO 2 (1) Ter Riele A.J.J ter Riele Directeur 1. Inleiding Middels deze rapportage wil Ter Riele B.V. (Ter Riele) de voortgang op de CO 2 reductiedoelstellingen

Nadere informatie

April 2014. Footprint

April 2014. Footprint April 2014 Footprint Emissie-inventaris 2015 Footprint Emissie-inventaris 2015 Maart 2016 Dit document is opgesteld volgens de NEN-ISO 14064-1 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Bedrijfsbeschrijving... 5

Nadere informatie

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010

De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010 De emissie inventaris van: Aannemingsbedrijf Platenkamp Borne 2010 Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 AMK Inventis Stef Jonker Oktober 2012 Definitief (aangepast op ) 1 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding...

Nadere informatie

Energie Management Actieplan 2015

Energie Management Actieplan 2015 Energie Management Actieplan 2015 Aannemingsbedrijf K. Dekker B.V. Opgesteld door: Gecontroleerd door: Vrijgave door: D. Blank H. Groenenberg A.A. Kirstein Versie: Juni 2015 Energie management actieplan

Nadere informatie

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen

Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen Door: Vincent Damen Ninja Hogenbirk Roel Theeuwen 31 mei 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding... 3 1. Totale resultaten... 4 1.1 Elektriciteitsverbruik... 4 1.2 Gasverbruik... 4 1.3 Warmteverbruik... 4 1.4 Totaalverbruik

Nadere informatie

CO 2 Prestatieladder Voortgangsrapportage 2013 (1 e halfjaar) Periode: 1 januari t/m 30 juni 2013

CO 2 Prestatieladder Voortgangsrapportage 2013 (1 e halfjaar) Periode: 1 januari t/m 30 juni 2013 CO 2 Prestatieladder Voortgangsrapportage 2013 (1 e halfjaar) Periode: 1 januari t/m 30 juni 2013 Auteur Jan ten Cate en Gerda de Raad Versienummer: 2 Versie datum: 26 november 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding...

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 17 maart 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie... 2 2.2

Nadere informatie

Groene bedrijfsvoering

Groene bedrijfsvoering Groene bedrijfsvoering Emissie-inventaris DWA 2011 2 DWA installatie- en energieadvies (DWA) is een adviesbureau met ambitie. Met meer dan honderd collega s werken wij aan de verduurzaming van onder meer

Nadere informatie

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2012-2015 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A3 Hoogland Vastgoedonderhoud 5 Scope 1

Nadere informatie

Energie meetplan CO2 reductiesysteem 2017-2020

Energie meetplan CO2 reductiesysteem 2017-2020 Transportbedrijf R.Vels & Zn. B.V. Energie meetplan CO2 reductiesysteem 2017-2020 Conform niveau op de CO2 prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 1 Inleiding... 3 2 Doelstellingen... 4 3 Planning meetmomenten...

Nadere informatie

Legrand Nederland B.V.

Legrand Nederland B.V. 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Marieke Megens Legrand Nederland B.V. Periode: 1 januari t/m 31 december 013 Datum: 14 maart 014 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

Energie meetplan 2012-2017. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2

Energie meetplan 2012-2017. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Energie meetplan 2012-2017 Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A 5 Scope 1 emissies 5 Scope 2 emissies

Nadere informatie

Carbon Footprint 2013. J.M. de Wit Groenvoorziening BV

Carbon Footprint 2013. J.M. de Wit Groenvoorziening BV Carbon Footprint 2013 J.M. de Wit Groenvoorziening BV Carbon footprint J.M. de Wit Groenvoorziening B.V. April 2014 Bedrijfsgegevens Bedrijf: J.M. de Wit Groenvoorziening BV Bezoekadres: Groenestein 12b

Nadere informatie

Carbon footprint Habo Hoveniers B.V. Carbon footprint. Habo Hoveniers B.V. Datum: 15-03-2016. Februari 2016. Pagina 1 van 13

Carbon footprint Habo Hoveniers B.V. Carbon footprint. Habo Hoveniers B.V. Datum: 15-03-2016. Februari 2016. Pagina 1 van 13 Carbon footprint Habo Hoveniers B.V. Datum: 15-03-2016 Status: definitief Pagina 1 van 13 Carbon footprint Habo Hoveniers B.V. Maart 2016 Bedrijfsgegevens Bedrijf: Habo Hoveniers B.V. Bezoekadres: Duinzoom

Nadere informatie

JAARRAPPORTAGE ENERGIE-EFFICIENCY 2013

JAARRAPPORTAGE ENERGIE-EFFICIENCY 2013 JAARRAPPORTAGE ENERGIE-EFFICIENCY 2013 LOXIA B.V. 30 april 2013 Definitief CO 2 prestatieladder Samenvatting LOXIA B.V. publiceert jaarlijks een energie-efficiency rapportage. In de rapportages worden

Nadere informatie

GER-waarden en milieu-impact scores hulpstoffen voor de afvalwaterzuivering. Heleen Pinkse

GER-waarden en milieu-impact scores hulpstoffen voor de afvalwaterzuivering. Heleen Pinkse GER-waarden en milieu-impact scores hulpstoffen voor de afvalwaterzuivering Heleen Pinkse Aanleiding Energiefabriek: Door toepassen van chemicaliën kan energiegebruik van de zuivering verminderen, maar..

Nadere informatie

3.B.1 Energiereductieprogramma 2014 ten behoeve van de CO2 -Prestatieladder. Hollandridderkerk Groep

3.B.1 Energiereductieprogramma 2014 ten behoeve van de CO2 -Prestatieladder. Hollandridderkerk Groep 3.B.1 Energiereductieprogramma 2014 ten behoeve van de CO2 -Prestatieladder Hollandridderkerk Groep Documentnummer Versienummer Datum Status EnRP2014 14.02 24 april 2014 Gereed Opgesteld door: M. Waarts

Nadere informatie

CO 2 -update H1 2014. versie 2, 16 maart 2015

CO 2 -update H1 2014. versie 2, 16 maart 2015 CO 2 -update H1 2014 versie 2, 16 maart 2015 INLEIDING De belangrijkste milieu-impact van Beelen is haar CO 2 -uitstoot. Daarom hebben wij reeds in 2011 reductiedoelstellingen voor onze CO 2 -uitstoot

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2013 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2013 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

1 van 13. Periode: 1 juli t/m 31 december 2013

1 van 13. Periode: 1 juli t/m 31 december 2013 1 van 13 Periodieke rapportage: H2 2013 Periode: 1 juli t/m 31 december 2013 2 van 13 Inhoud Naam 7.3 ISO 14064-1 Periodieke rapportage Inleiding p 1 Basisgegevens Beschrijving van de organisatie a 2.1

Nadere informatie

Hesselink Koffie. Opgemaakt door Daniëlle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 10. Datum: 15 december 2014

Hesselink Koffie. Opgemaakt door Daniëlle de Bruin. Periode: 1 januari t/m 31 december 2014. 1 van 10. Datum: 15 december 2014 1 van 10 Rapportage CO -voetafdruk Opgemaakt door Daniëlle de Bruin Hesselink Koffie Periode: 1 januari t/m 31 december 014 Datum: 15 december 014 Climate Neutral Group BV Donkerstraat 19a 3511 KB Utrecht

Nadere informatie

20140813.v2 2014 Q1/Q2

20140813.v2 2014 Q1/Q2 2014 Voortgang CO2-prestatieladder 2014 OFN heeft, samen met OFS, in het begin van niveau 5 bereikt op de CO 2 -prestatieladder. Dit is de hoogst haalbare trede op de ladder. Zoals gebruikelijk blikken

Nadere informatie

Energie meetplan 2013-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2013-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2013-2015 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 4 Beheersing doelstellingen 6 4.1. Scope 1 & 2 Kantoor

Nadere informatie

Energiemeetplan 2015-2017. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2

Energiemeetplan 2015-2017. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Energiemeetplan 2015-2017 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1 Vestiging Capelle aan den IJssel 5 4 Beheersing doelstellingen

Nadere informatie

Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III

Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III Jade Beheer B.V. 4.A1 Ketenanalyse scope III Ketenanalyse 1 Inleiding Eis: Aantoonbaar inzicht in de meest materiele emissies uit scope 3 middels 2 ketenanalyses. Voor het in kaart brengen van scope III

Nadere informatie

20140813.v2 2014 Q1/Q2

20140813.v2 2014 Q1/Q2 2014 Voortgang CO2-prestatieladder 2014 OFS heeft, samen met OFN, in het begin van niveau 5 bereikt op de CO 2 -prestatieladder. Dit is de hoogst haalbare trede op de ladder. Zoals gebruikelijk blikken

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2015

Arnold Maassen Holding BV. Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2015 Arnold Maassen Holding BV Voortgangsrapportage scope 1 en 2 1e halfjaar 2015 G.R.M. Maassen 2-9-2015 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Scope 1 en 2... 3 2.1 Voortgang in relatie tot reductiedoelstellingen....

Nadere informatie

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Energie meetplan 2012-2015 Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 3 3 Planning meetmomenten 4 3.1. Vestiging 4 Scope 1 emissies 4 Scope 2 emissies

Nadere informatie

CO 2 -uitstoot 2008-2014 gemeente Delft

CO 2 -uitstoot 2008-2014 gemeente Delft CO 2 -uitstoot 28-214 gemeente Delft Notitie Delft, april 215 Opgesteld door: L.M.L. (Lonneke) Wielders C. (Cor) Leguijt 2 April 215 3.F78 CO 2-uitstoot 28-214 1 Woord vooraf In dit rapport worden de tabellen

Nadere informatie

De CO2 prestatieladder kent 3 scopes. Deze betreffend de uitstoot van CO2 als gevolg van de volgende activiteiten:

De CO2 prestatieladder kent 3 scopes. Deze betreffend de uitstoot van CO2 als gevolg van de volgende activiteiten: CO2 inventarisatie 2011 Scope 1 & 2 Inleiding: Om te voldoen aan de CO2 prestatieladder van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (afgekort skao) heeft Klaver Fietsparkeervoorziening

Nadere informatie

Carbon Footprint Beheer Familie van Ooijen BV Rapportage januari december 2009 (referentiejaar)

Carbon Footprint Beheer Familie van Ooijen BV Rapportage januari december 2009 (referentiejaar) Carbon Footprint Beheer Familie van Ooijen BV Rapportage januari december 2009 (referentiejaar) Dit document bevat: - De uitgewerkte actuele emissie inventaris 2009 o de analyse van de emissie inventaris

Nadere informatie

Eric Kwinkelenberg(procesmanager KAM), Simone Butter-d Hulst Afdeling KAM

Eric Kwinkelenberg(procesmanager KAM), Simone Butter-d Hulst Afdeling KAM Memo Aan Kopie aan Directie BAM Techniek Cindy Ensink Manager KAM Van Afdeling Telefoon direct Fax direct E-mail Eric Kwinkelenberg(procesmanager KAM), Simone Butter-d Hulst Afdeling KAM kam@bamtechniek.nl

Nadere informatie

Review CO 2 reductiedoelstellingen voestalpine WBN. Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2

Review CO 2 reductiedoelstellingen voestalpine WBN. Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Review CO 2 reductiedoelstellingen voestalpine WBN Conform niveau 5 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Voortgang subdoelstellingen 4 2.1. Voortgang subdoelstelling kantoren 4

Nadere informatie

CO2-reductieplan 2015

CO2-reductieplan 2015 CO2-reductieplan 2015 Samen zorgen voor minder CO2 Rapportage 2015 1 Inleiding Dit CO₂-reductieplan heeft, net zoals het volledige energiemanagementsysteem, zowel betrekking op de totale bedrijfsvoering

Nadere informatie

Emissie inventaris 2013. Visser Assen. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1

Emissie inventaris 2013. Visser Assen. Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Emissie inventaris 2013 Visser Assen Dit document is opgesteld volgens ISO 14064-1 Datum Versie Opsteller Gezien juni 2014 Definitief S.G. Jonker R. van der Veen AMK Inventis Advies en Opleiding 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie