Blaaskanker. Wat is blaaskanker? We leggen het u graag uit. ESMO/AKF Patient Guide Series. Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Blaaskanker. Wat is blaaskanker? We leggen het u graag uit. ESMO/AKF Patient Guide Series. Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO"

Transcriptie

1 Blaaskanker Wat is blaaskanker? We leggen het u graag uit. ESMO/AKF Patient Guide Series Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO

2 BLAASKANKER: GIDS VOOR PATIËNTEN PATIËNTENINFORMATIE OP BASIS VAN DE ESMO-RICHTLIJNEN Deze gids voor patiënten werd voorbereid door het Antikankerfonds om patiënten en hun familie te helpen een beter inzicht te krijgen in blaaskanker en de beste beschikbare behandelingsopties volgens het subtype blaaskanker. We raden de patiënten aan om hun artsen te vragen welke tests of behandelingen nodig zijn voor hun ziekte en ziektestadium. De medische informatie in deze gids is gebaseerd op de medische praktijkaanbevelingen van de European Society for Medical Oncology (ESMO) voor de behandeling van blaaskanker. Deze gids voor patiënten is opgesteld in samenwerking met ESMO en wordt verspreid met de toestemming van ESMO. Hij is geschreven door een arts en nagelezen door twee oncologen van ESMO, waaronder de verantwoordelijke voor de overeenkomstige clinical practice guidelines voor professionals. Hij is ook nagelezen door patiëntenvertegenwoordigers van de Cancer Patient Working Group van ESMO. Meer informatie over het Antikankerfonds: Meer informatie over de European Society for Medical Oncology: Woorden die met een sterretje zijn aangeduid, worden achteraan dit document uitgelegd. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 1

3 Inhoudstafel Definitie van blaaskanker... 3 Komt blaaskanker vaak voor?... 4 Wat veroorzaakt blaaskanker?... 5 Hoe wordt de diagnose van blaaskanker gesteld?... 7 Wat moet geweten zijn voor een optimale behandeling?... 9 Wat zijn de behandelingsopties? Wat zijn de mogelijke bijwerkingen van de behandelingen? Wat gebeurt er na de behandeling? Definities van moeilijke woorden Deze tekst werd geschreven door dr. An Billiau, Celsus Medical Writing, LLC (voor het Antikankerfonds) en nagelezen door dr. Svetlana Jezdic (ESMO), prof. Joaquim Bellmunt (ESMO), en prof. Louis Denis (Stoma-Ilco, Europa Uomo namens de Cancer Patient Working Group van ESMO). Deze tekst werd vertaald uit het Engels door een expert in het vertalen van wetenschappelijke en medische teksten en werd vervolgens nagelezen door Dr. Ann-Sofie Schauwvlieghe. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 2

4 DEFINITIE VAN BLAASKANKER Blaaskanker is een kanker die ontstaat in weefsels van de blaas. De blaas is het orgaan dat fungeert als urinereservoir. Het meest voorkomende type blaaskanker is overgangscelcarcinoom*. Dit type kanker ontstaat in cellen die normaal de binnenste slijmvlieslaag* van de blaas vormen, ook overgangsepitheel* of urotheel* genoemd. Andere types omvatten plaveiselcelcarcinoom*, blaaskanker die ontstaat in de dunne, platte cellen in het slijmvlies* van de blaas en adenocarcinoom*, kanker die ontstaat in cellen in het blaasslijmvlies die mucus of slijm afscheiden. Anatomie van het mannelijke (links) en vrouwelijke (rechts) urinewegstelsel met de nieren, de urineleiders*, de blaas en de urethra*. Urine wordt gevormd in de niertubuli* en verzamelt in het nierbekken*. De urine vloeit van de nieren via de urineleiders naar de blaas. De urine wordt in de blaas opgeslagen tot hij het lichaam verlaat via de urethra*. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 3

5 KOMT BLAASKANKER VAAK VOOR? In 2008 werd in Europa bij naar schatting ongeveer patiënten blaaskanker vastgesteld. Blaaskanker is bijgevolg de 5 de meest voorkomende kanker in Europa. Blaaskanker komt ongeveer vijfmaal vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. In 2008 ontwikkelden naar schatting, 27 op mannen en 5 op vrouwen blaaskanker. Blaaskanker is de 4 de meest voorkomende kanker bij mannen en de 13 de meest voorkomende kanker bij vrouwen. In de Europese Unie is de waarschijnlijkheid voor een man om blaaskanker te ontwikkelen tussen 1,5 en 2,5%. Voor mannen in Vlaanderen, Malta, Spanje en Italië ligt dit percentage iets hoger: tussen 3,1 en 4,2%. In de Europese Unie krijgt minder dan 1% van de vrouwen ooit blaaskanker. Het risico op blaaskanker neemt toe met de leeftijd; globaal treden bij 70% van de patiënten die blaaskanker krijgen de symptomen op na de leeftijd van 65 jaar. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 4

6 WAT VEROORZAAKT BLAASKANKER? Het is niet volledig duidelijk wat blaaskanker veroorzaakt. Er zijn een aantal risicofactoren* geïdentificeerd, maar in vele gevallen lijkt er geen enkele aanwezig te zijn. Een risicofactor verhoogt het risico op kanker, maar is niet voldoende of is niet vereist om kanker te veroorzaken. Een risicofactor is geen oorzaak op zich. Sommige mensen met deze risicofactoren zullen nooit blaaskanker krijgen en sommige mensen zonder deze risicofactoren zullen desalniettemin blaaskanker krijgen. De belangrijkste risicofactoren voor blaaskanker zijn: - Verouderen: blaaskanker komt vooral voor bij ouderen; globaal gezien wordt bij 70% van de patiënten blaaskanker vastgesteld na de leeftijd van 65 jaar. - Voorgeschiedenis van blaaskanker. - Roken: roken is de belangrijkste risicofactor voor blaaskanker. Meer dan 4 jaar stoppen met roken kan het risico verminderen. - Er zijn een aantal chemische stoffen geïdentificeerd die blaaskanker kunnen veroorzaken: o Anilinekleurstoffen: chemische stoffen die in gekleurde stoffen aanwezig kunnen zijn. o Cyclofosfamide: een chemotherapeuticum* gebruikt voor de behandeling van kanker. o Aromatische aminen: in verscheidene beroepen is blootstelling aan deze chemische stoffen mogelijk zoals in de verf-, leder-, auto-, metaal-, papier- en rubberindustrie, maar ook bij vrachtwagenchauffeurs, chemische reinigers, tandtechnici en kappers. In deze omstandigheden komt blaaskanker pas 30 tot 50 jaar na de blootstelling voor. o Arsenicum: In een Taiwanese regio waar het water hoge arsenicumconcentraties bevatte, werd een verhoogd risico op blaaskanker vastgesteld. o Aristolochia fangchi: dit is een Chinees kruid; bij mensen die een voedingssupplement hadden gebruikt waaraan dit kruid per vergissing was toegevoegd werd een verhoogd risico op blaaskanker vastgesteld. - Straling: blootstelling aan ioniserende straling* in de blaasstreek, bijvoorbeeld tijdens radiotherapie voor prostaatkanker *, zou het risico op blaaskanker verhogen. - Sommige risicofactoren zijn vooral belangrijk voor een specifiek type blaaskanker, met name plaveiselcelcarcinoom*. Deze tumor wordt veroorzaakt door chronische irritatie of ontsteking van de blaas. In Westerse landen omvatten de belangrijkste risicofactoren voor plaveiselcelcarcinoom een slecht werkende blaas, de langdurige aanwezigheid van een katheter* in de blaas, blaasstenen en chronische blaasinfectie. In Afrika en het Midden- Oosten, is een belangrijke risicofactor voor plaveiselcelcarcinoom een infectie met Schistosoma hematobium, een microbe die in deze gebieden vaak voorkomt. Ze kan de blaas infecteren en leiden tot chronische ontsteking. - Diabetes*: personen met diabetes type 2 hebben een verhoogd risico op blaaskanker. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 5

7 Men vermoedt dat andere factoren geassocieerd zijn met een verhoogd risico op blaaskanker, maar de bewijzen zijn onsamenhangend. - Koffie, kunstmatige zoetstoffen en alcohol: er zijn geen duidelijke bewijzen dat het gebruik van deze stoffen een risico op blaaskanker inhoudt. - Leidingwater met hoge concentraties trihalomethanen, afbraakproducten van het ontsmettingsmiddel chloor: uit enkele studies blijkt dat het langdurige gebruik van dit leidingwater het risico op blaaskanker kan verhogen, maar de bewijzen zijn onsamenhangend. - Genen: in het algemeen houdt een familielid met blaaskanker een licht verhoogd risico op de ziekte in. Blaaskanker als gevolg van een erfelijk gendefect* is zeer zeldzaam. - Eén studie heeft aangetoond dat overgewicht geassocieerd is met een hoger risico op blaaskanker, maar dit wordt niet door andere studies bevestigd. Sommige factoren zouden beschermen tegen blaaskanker, maar duidelijke bewijzen hiervoor zijn niet beschikbaar. - Vochtopname: een hoge vochtopname zou bij mannen het risico op blaaskanker verlagen, maar er is een gebrek aan samenhang tussen de studies. - Fruit en groenten: de consumptie van fruit en groeten zou een beschermend effect hebben. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 6

8 HOE WORDT DE DIAGNOSE VAN BLAASKANKER GESTELD? Blaaskanker kan worden vastgesteld tijdens een routinecheck-up, of kan worden vermoed op basis van specifieke symptomen. De belangrijkste symptomen zijn: Bloed in de urine (hematurie): dit is gewoonlijk pijnloos en komt voor bij 85% van de patiënten met blaaskanker. Urineproblemen: de behoefte om vaker dan gewoonlijk te urineren (frequentie genoemd), de behoefte om dringend te urineren (aandrang genoemd) of pijn bij het urineren (dysurie genoemd). Deze symptomen zijn echter niet specifiek voor blaaskanker en kunnen ook voorkomen bij vele aandoeningen die geen verband houden met kanker zoals een urineweginfectie, nierstenen of benigne* prostaathyperplasie*. Blaaskanker kan de urinestroom vanuit de nieren blokkeren. De accumulatie van urine in de nieren kan leiden tot uitzetting van de nieren (hydronefrose genoemd) en pijn. De arts zal niet alleen informeren naar de hierboven vermelde symptomen maar ook een algemeen lichamelijk onderzoek uitvoeren en laboratoriumbloedonderzoeken aanvragen van de bloedceltellingen en de nierfunctie. De diagnose van blaaskanker wordt gesteld op basis van de volgende onderzoeken: 1. Klinisch onderzoek* Een lichamelijk onderzoek verstrekt informatie over de symptomen van blaaskanker en andere gezondheidsproblemen. De arts kan het rectum en de vagina (bij vrouwen) onderzoeken om de grootte van de blaastumor te bepalen en om na te gaan of en hoever de tumor is uitgezaaid. 2. Cystoscopie* Een cystoscopie is een technisch onderzoek van de blaas: de arts brengt een buisje met aan het uiteinde een lichtbron en een camera in de urethra* in om de binnenkant van de blaas en de urethra te onderzoeken op de aanwezigheid van tumoren. Een cystoscopie kan in de spreekkamer van de arts worden uitgevoerd; bij gebruik van een lokale anesthetische* gel wordt deze procedure gewoonlijk goed verdragen. Een cystoscopie kan echter ook onder algemene anesthesie* worden uitgevoerd samen met het klinische bimanuele onderzoek* (zie hierboven) van de blaas. De arts kan in het buisje van de cystoscoop een dun chirurgisch instrument inbrengen om - onder rechtstreeks zicht - weefselmonsters van de tumor of andere verdachte gebieden te nemen. Dit monster wordt een biopt* genoemd. Voor sommige blaaskankers, Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 7

9 kan de arts onmiddellijk de volledige tumor verwijderen: dit wordt een transurethrale resectie van de blaastumor genoemd (TURB)*. In dit geval is de cystoscopie ook de eerste stap van de behandeling. In deze omstandigheden zal de arts ook de urineleiders* onderzoeken, een procedure die ureteroscopie* wordt genoemd. In andere omstandigheden, omvat een cystoscopie ook een biopsie* van de urethra*. 3. Histopathologisch onderzoek* Dit is een laboratoriumonderzoek van de tumorcellen. Het wordt uitgevoerd op het tijdens de cystoscopie* afgenomen tumorweefsel. De histopathologische* informatie bevestigt de diagnose van blaaskanker en toont de specifieke kenmerken van de tumor aan, die de arts in staat stellen om het type blaaskanker te bepalen. Indien na de cystoscopie (gewoonlijk een TURB*) een operatie geïndiceerd is, zal een tweede histopathologisch onderzoek worden uitgevoerd op het operatief verwijderde tumorweefsel. Dit is zeer belangrijk om de resultaten van de eerste biopsie* te bevestigen en nauwkeurigere informatie te verstrekken over de kanker en het kankerstadium. 4. Radiologisch onderzoek* Indien uit het histopathologische onderzoek* blijkt dat de tumor tot in de diepere lagen (spierlagen) van de blaas is gegroeid, dan is radiologisch onderzoek nodig om te bepalen of de tumor ook buiten de blaas in de weefsels en de lymfeklieren*is gegroeid. Het radiologische onderzoek maakt deel uit van een diagnostisch proces dat stadiëring* wordt genoemd en kan worden uitgevoerd met behulp van computertomografie (CT-scan)* of magnetische resonantiebeeldvorming (MRI)* van het abdomen en het bekken. De stadiëringsprocedure omvat ook een CT-scan van de borst en in geval van symptomen van tumoruitzaaiing in de botten, ook een botscintigrafie*. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 8

10 WAT MOET GEWETEN ZIJN VOOR EEN OPTIMALE BEHANDELING? Om de beste behandeling te kunnen bepalen moeten artsen verschillende elementen verzamelen over de patiënt en de kanker. Relevante informatie over de patiënt Geslacht Persoonlijke medische voorgeschiedenis, vroegere ziekten en behandelingen Voorgeschiedenis van blaaskanker bij verwanten Algemeen welzijn en specifieke lichamelijke klachten Resultaten van het klinische onderzoek* Resultaten van laboratoriumonderzoeken uitgevoerd om de bloedtellingen, de nier- en de leverfunctie te bepalen Relevante informatie over de kanker Stadiëring* Artsen gebruiken stadiëring om de ernst van de kanker en de prognose* van de patiënt te bepalen. Gewoonlijk wordt het TNM-stadiëringssysteem* gebruikt. Met de combinatie van grootte van de tumor en de invasie* van omliggend weefsel (T), betrokkenheid van de lymfeklieren* (N) en metastasering* of uitzaaiing naar andere organen in het lichaam (M) kan de kanker in één van de hieronder beschreven stadia worden ingedeeld. Het stadium* is essentieel om een juiste behandelingsbeslissing te nemen. Hoe minder gevorderd het stadium, hoe beter de prognose. De stadiëring wordt uitgevoerd na de klinische en radiologische onderzoeken* en het histopathologische onderzoek* van het biopt*. Indien een operatie geïndiceerd is, wordt een tweede stadiëring uitgevoerd op basis van het laboratoriumonderzoek van het afgenomen monster. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende stadia van blaaskanker. Omdat de definities technisch zijn is het aangeraden artsen om meer uitleg te vragen. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 9

11 Stadium Definitie (zie de afbeelding van de blaaswand onderaan) Categorie Stadium 0a Stadium 0is Stadium I Stadium II Stadium III Stadium IV Niet-invasief papillair carcinoom: de tumor is beperkt tot de binnenste cellagen van het blaasslijmvlies (het epitheel*) Carcinoom in situ, ook aan gerefereerd als vlakke tumor: een hooggradige tumor die beperkt is tot de binnenste cellagen van het blaasslijmvlies (het epitheel*) De tumor dringt de diepere bindweefsels van het blaasslijmvlies (de lamina propria*) binnen. De tumor dringt de blaasspier binnen. Stadium II is in 2 stadia ingedeeld: T2a: de tumor dringt de binnenste helft van de blaasspier binnen T2b: de tumor dringt de buitenste helft van de blaasspier binnen De tumor dringt de weefsels rond de blaas binnen. Stadium III is in 3 stadia ingedeeld: T3a: microscopische invasie* T3b: macroscopische invasie* T4a: invasie van organen rond de blaas: de prostaat* bij mannen, de uterus en/of vagina bij vrouwen De tumor dringt de bekkenwand en/of de buikwand binnen of De tumor is uitgezaaid* naar de lymfeklier(en)* of een orgaan op afstand van de blaas Nietspierinvasi eve blaaskank er Spierinvasi eve blaaskank er Gevorderd e en gemetasta seerde* ziekte Lagen van de blaaswand met de mucosa* (de slijmvlieslaag* van de blaas bestaande uit het epitheel* en de lamina propria*) en de spierlagen. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 10

12 Resultaten van de biopsie* Het weefsel van de tumorbiopsie wordt in het laboratorium onderzocht door een patholoog*. Dit onderzoek wordt histopathologie* genoemd. Bij een operatie na een cystoscopie*, bestaat het histopathologische onderzoek uit het onderzoek van de operatief verwijderde tumor en lymfeklieren*. Dit is zeer belangrijk om de resultaten van de eerste bevindingen te bevestigen en meer informatie te verstrekken over het kankerstadium. De resultaten van het bioptonderzoek omvatten: o Histologisch type* Het histologische type verwijst naar het type cellen waaruit de tumor is samengesteld. Ongeveer 90% van de blaaskankers zijn overgangscelcarcinomen*. De resterende 10% zijn hoofdzakelijk plaveiselcelcarcinomen* en adenocarcinomen*. Andere histologische types zijn zeer zeldzaam. Overgangscelcarcinoom*, ook urotheelcarcinoom genoemd: tumor die ontstaat uit het overgangsepitheel*. Het overgangsepitheel bestaat uit multipele cellagen die van vorm kunnen veranderen als de blaas uitzet en die de binnenste blaaswand bekleden. Plaveiselcelcarcinoom*: tumor die ontstaat uit het overgangsepitheel* maar uitsluitend bestaat uit dunne, vlakke cellen, die plaveiselcellen worden genoemd. Adenocarcinoom*: tumor die ontstaat uit kliercellen van de binnenste slijmvlieslaag* van de blaas. o Graad* De graad wordt bepaald op basis van hoe verschillend de tumorcellen zijn van de cellen die gewoonlijk in gezond blaasslijmvlies worden gevonden. De abnormale kenmerken geven de snelheid aan waarmee de cellen zich vermenigvuldigen en hoe invasief ze zijn. Voor blaaskanker zijn er 4 graden: Papilloom: een tumor samengesteld uit niet-kwaadaardige cellen. Papillair urotheliaal neoplasma met laag maligne potentieel (PUNLMP): een tumor samengesteld uit niet-kwaadaardige cellen die typisch bedekt zijn met een verdikte laag van overgangsepitheel*. Laaggradig urotheelcarcinoom: langzaam groeiende kwaadaardige tumor die waarschijnlijk nooit zal uitzaaien. Hooggradig urotheelcarcinoom: sneller groeiende kwaadaardige tumor die waarschijnlijker uitzaait. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 11

13 WAT ZIJN DE BEHANDELINGSOPTIES? Bij de planning van de behandeling is een multidisciplinair team van artsen betrokken. Dit impliceert gewoonlijk een vergadering van verschillende specialisten, multidisciplinair advies* of tumor board review genoemd. Tijdens deze vergadering wordt de behandelingsplanning besproken op basis van de hierboven vermelde relevante informatie. De behandeling combineert gewoonlijk therapieën die lokaal op de kanker inwerken, zoals een operatie, radiotherapie*, lokale chemotherapie* en lokale immunotherapie* inwerken op kankercellen in het hele lichaam door middel van systemische chemotherapie De precieze behandeling hangt af van het kankerstadium, de kenmerken van de tumor en de risico's voor de patiënt. De onderstaande behandelingen hebben voordelen, maar kunnen ook risico s inhouden en contraindicaties* hebben. Het is aanbevolen dat patiënten hun artsen vragen naar de verwachte voordelen en risico's van elke behandeling, zodat ze op de hoogte zijn van de gevolgen van de behandeling. Voor sommige behandelingen zijn verschillende mogelijkheden beschikbaar. De keuze moet worden besproken op basis van de voordeel-risicoverhouding. Behandelingsplan voor niet-spierinvasieve ziekte (stadium 0a, stadium 0is, stadium I) In deze stadia is de tumor beperkt tot de oppervlaktelaag van de blaaswand (mucosa*) en is niet binnengedrongen in de blaasspier. Het belangrijkste behandelingsdoel is de operatieve verwijdering van de lokale tumor tijdens een TURB*. Een bijkomende lokale blaasbehandeling (adjuvante* intravesicale* behandeling genoemd) is echter aanbevolen omdat ze het risico op tumorrecidief of progressie* vermindert. Het type adjuvante therapie hangt af van het risico op progressie* en recidief*: voor elke patiënt met een stadium 0a- of stadium I-tumor, wordt dit berekend met behulp van een scoresysteem op basis van verschillende tumorspecifieke kenmerken. Cystoscopie* en transurethrale resectie van de blaastumor (TURB)* Na een cystoscopie ondergaan alle patiënten een TURB. Vaak wordt de volledige tumor verwijderd. In dit geval is de TURB de definitieve behandeling. Soms is echter een bijkomende behandeling aanbevolen (adjuvante behandeling* genoemd) met geneesmiddelen die rechtstreeks in de blaas wordeningebracht (intravesicale* behandeling genoemd). Het type bijkomende behandeling hangt af van het individuele risico op recidief en progressie*, maar ook van hoe goed de patiënt de bijwerkingen* verdraagt. Bij geselecteerde patiënten met hoogrisicotumoren, is een tweede TURB aanbevolen vóór of na de intravesicale therapie, om residuele ziekte te detecteren en voor een nauwkeurigere stadiëring. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 12

14 Intravesicale* chemotherapie* of immunotherapie* Om het risico op recidief en progressie* te verminderen, krijgen alle patiënten die een TURB* hebben ondergaan onmiddellijk na de operatie één intravesicale instillatie* met een chemotherapeuticum. Hiervoor worden de geneesmiddelen Mitomycine C*, epirubicine* of doxorubicine* gebruikt. Bij patiënten met een tumor met laag recidief- en progressierisico, voltooit één instillatie de behandeling. Voor patiënten met een intermediair of hoog risico op tumorrecidief of -progressie, dient de eerste instillatie te worden gevolgd door verdere intravesicale chemotherapie, of intravesicale immunotherapie met bacillus Calmette Guérin (BCG)* (zie verder). Of voor chemotherapie of immunotherapie wordt gekozen hangt af van het individuele risicoprofiel. Chemotherapie wordt gewoonlijk tot 1 jaar lang toegediend. Immunotherapie wordt minstens 1 jaar toegediend. Intravesicale* immunotherapie* met bacillus Calmette-Guérin (BCG)* Voor patiënten met geselecteerde risicoprofielen is een intravesicale behandeling met bacillus Calmette-Guérin (BCG) aanbevolen. Dit is een vaccin tegen tuberculose*. Het werkingsmechanisme van intravesicale BCG-therapie is niet volledig duidelijk. Men veronderstelt dat BCG een immuunreactie* veroorzaakt die kankercellen doodt. Daarom wordt een BCGbehandeling als immunotherapie beschouwd. Gewoonlijk wordt gestart met een behandelingsschema van 6 weken (inductietherapie genoemd), gevolgd door een zogenaamde onderhoudstherapie van minstens 1 jaar. Sommige onderhoudsschema's duren twee jaar. Cystectomie* Een cystectomie is aanbevolen voor patiënten met stadium Ois- en stadium I-tumoren die niet reageren op een adjuvante* intravesicale* behandeling. Behandelingsplan voor spierinvasieve blaaskanker (stadium II en stadium III) In deze stadia is de tumor de spierlaag van de blaaswand binnengedrongen of is door de blaaswand heen uitgezaaid naar de weefsels rond de blaas. Bij deze behandeling worden de volledige blaas en de lymfeklieren* in het bekken en de omliggende organen verwijderd. Vóór de operatie wordt chemotherapie* toegediend om de tumor te verkleinen, de tumorcellen in metastasen* aan te vallen die te klein zijn om gedetecteerd te worden en om tijdens de operatie het risico op uitzaaiing van de tumorcellen naar andere delen in het lichaam te verminderen. Radicale cystectomie* De standaardbehandeling voor spierinvasieve blaaskanker omvat radicale cystectomie. Voor mannelijke patiënten impliceert dit de volledige verwijdering van de blaas, alle zichtbare tumorweefsels, maar ook de urethra*, de prostaat*, de zaadblaasjes*, het onderste gedeelte van de urineleiders* en de lymfeklieren* in het bekken. Voor vrouwelijke patiënten impliceert radicale cystectomie de verwijdering van de blaas, alle zichtbare, reseceerbare tumoren, de volledige urethra, het onderste gedeelte van de urineleiders*, de aangrenzende vagina*, de uterus* en de lymfeklieren* in het bekken. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 13

15 Bij sommige patiënten kan deze procedure enigszins worden aangepast om bepaalde structuren te sparen. Of dit al dan niet mogelijk is hangt af van de uitzaaiing van de tumor en moet voor elke individuele patiënt zorgvuldig worden beoordeeld. Radicale cystectomie* leidt tot het verlies van de blaasfunctie, d.w.z. de urineopslag. Daarom verbindt de chirurg de urineleiders* met een nieuw afvoerkanaal om de urine te kunnen evacueren (een urineomleiding* genoemd). Dit nieuwe afvoerkanaal kan de urethra*, de huid van het abdomen, of het allerlaatste gedeelte van de dikke darm zijn (rectosigmoïdomleiding genoemd). De keuze van de benadering hangt van vele factoren af zoals het tumorstadium, de structuren die na radicale cystectomie kunnen worden gespaard, de algemene medische toestand en de voorkeur van de patiënt. De verschillende opties worden verder in de tekst uitgelegd (zie Mogelijke bijwerkingen* van de behandelingen). Radicale cystectomie ook de verwijdering van de voortplantingsorganen* inhouden. Dit kan leiden tot seksuele disfunctie* en/of het verlies van de voortplantingsfunctie* (zie Mogelijke bijwerkingen van de behandelingen). Chemotherapie* Voor patiënten met stadium T2- of T3- ziekte is een neo-adjuvante combinatiechemotherapie aanbevolen. Dit betekent dat vóór de cystectomie* of definitieve radiotherapie* een combinatie van chemotherapeutica* wordt toegediend. De aanbevolen combinaties zijn gemcitabine* en cisplatine* (afgekort als GC), of methotrexaat*, vinblastine*, doxorubicine* en cisplatine (afgekort als MVAC). Het doel van neo-adjuvante therapie* is micrometastasen* uit te roeien, de tumor te verkleinen en om tijdens de chirurgische procedure het risico op uitzaaiing van de tumorcellen te verminderen. Radiotherapie* Radiotherapie alleen kan aanbevolen zijn voor patiënten die medisch niet in staat zijn om een zware radicale cystectomie* te ondergaan. In specifieke gevallen van blaassparende therapie, kan radiotherapie worden toegediend als onderdeel van een combinatiebehandeling* (zie: orgaansparende therapie*). Orgaansparende therapie* Orgaansparende therapie verwijst naar een behandeling waarbij de blaas wordt gespaard. Dit wordt voorgesteld voor patiënten die geen radicale cystectomie* willen ondergaan, of die medisch niet in staat zijn om dergelijke ingreep te verdragen. Deze behandeling kan bestaan uit: agressieve TURB*, TURB in combinatie met radiotherapie* of chemotherapie* of TURB in combinatie met radio- en chemotherapie. Dit laatste wordt trimodale therapie genoemd en is de voorkeursbenadering. Een orgaansparende therapie kan ook worden overwogen bij geselecteerde patiënten met een vroeg stadium van blaaskanker, op voorwaarde dat ze aan een aantal andere strikte medische criteria voldoen. Een orgaansparende therapie vereist een strikte levenslange follow-up* met cystoscopie* en urinecytologie* om de behandelingsrespons te evalueren en ziekterecidief op te sporen. Bij persisterende of recidiverende ziekte is, indien mogelijk, een onmiddellijke cystectomie aanbevolen. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 14

16 Behandelingsplan voor gevorderde en gemetastaseerde* ziekte (stadium IV) In dit stadium is de tumor door de blaaswand in de bekken- of abdomenwand gegroeid of voorbij het abdomen naar organen op afstand. Aangezien het moeilijk of medisch niet geïndiceerd is om alle tumorweefsel operatief te verwijderen, is het hoofddoel van de behandeling de tumorcellen te treffen met behulp van intraveneuze chemotherapie, die derhalve systemisch werkt. Chemotherapie* Het standaardcombinatieschema bestaat uit cisplatine* met gemcitabine* (afgekort als GC) of methotrexaat*, vinblastine*, doxorubicine* en cisplatine (afgekort als MVAC). Het MVAC-schema veroorzaakt meer toxische bijwerkingen* dan GC. Patiënten met beperkte gevorderde ziekte (betrokkenheid van de lymfeklieren* en geen viscerale* metastasering* in organen) en diegenen die medisch in staat zijn om een hoge dosis MVAC te krijgen in combinatie met granulocyt-koloniestimulerende factor * (G-CSF), een groeifactor die de verdraagbaarheid van de chemotherapie kan verhogen. Ongeveer de helft van de patiënten is medisch niet in staat om cisplatine te verdragen door een slechte algemene toestand, een slechte nierfunctie of de aanwezigheid van andere ziekten. Deze patiënten worden behandeld met carboplatine* en gemcitabine* (afgekort als CG), met methotrexaat*, carboplatine en vinblastine (afgekort als M-CAVI) of met taxaan* of gemcitabine alleen. CG is de referentiebehandeling. Het M-CAVI-schema veroorzaakt meer toxische bijwerkingen dan GC. Operatie en radiotherapie* na systemische chemotherapie* Voor bepaalde patiënten met lokaal gevorderde ziekte kan systemische chemotherapie gevolgd door cystectomie en lymfadenectomie* of radiotherapie worden overwogen. Radiotherapie* Radiotherapie kan nuttig zijn om pijn of bloedingen te verlichten. Behandeling van door ziekte veroorzaakte complicaties Blokkering van de urineinstroom Blaaskanker kan de urineinstroom blokkeren waardoor de urine in de nieren accumuleert. Dit kan tot pijn en een verstoorde nierfunctie leiden. Indien een cystectomie* niet mogelijk is omwille van gevorderde ziekte of omdat de patiënt medisch niet in staat is om deze procedure te ondergaan, kan het nodig zijn om de urinestroom van de blaas om te leiden naar buiten. Dit kan door de nier of de urineleider* chirurgisch te verbinden met de huid van het abdomen. Dit wordt respectievelijk nefrostomie en ureterostomie genoemd. De urine wordt verzameld in een op de huid bevestigd plastieken zakje. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 15

17 WAT ZIJN DE MOGELIJKE BIJWERKINGEN VAN DE BEHANDELINGEN? Operatie Algemene risico's en bijwerkingen* Sommige risico's zijn hetzelfde als voor alle chirurgische ingrepen die onder algemene anesthesie* worden uitgevoerd. Deze complicaties zijn zeldzaam en omvatten de vorming van bloedstolsels in de bloedvaten, hart- of ademhalingsproblemen, bloedingen, infectie of reacties op de anesthesie*. Deze worden maximaal voorkomen door een grondige medische preoperatieve evaluatie. De blaas ligt in het bekken samen met de lokale lymfeklieren*, gedeelten van de darm, belangrijke bloedvaten en bij vrouwen de voortplantingsorganen*. Afhankelijk van de omvang van de chirurgische resecties die nodig zijn om de beste resultaten te bereiken, kunnen sommige van deze structuren beschadigd worden. Accurate preoperatieve stadiëring* en beeldvorming* helpen om dit risico tot een minimum te beperken. Wanneer lymfeklieren* in het bekken en het abdomen verwijderd worden, kan dit het lymfevatenstelsel* beschadigen of blokkeren met lymfoedeem* als gevolg, een aandoening waarbij zich lymfevocht* opstapelt in de benen waardoor ze zwellen. Dit kan onmiddellijk na de ingreep gebeuren, maar ook later. Blaasfunctieverlies na cystectomie. Het gevolg van cystectomie* is het verlies van de blaasfunctie. Er bestaan verschillende chirurgische opties om de urine om te leiden en te verzamelen, binnen of buiten het lichaam. De beste keuze moet zorgvuldig worden geëvalueerd en hangt af van het tumorstadium, de toegepaste chirurgische behandeling, de algemene toestand en de voorkeur van de patiënt. Hieronder worden de verschillende mogelijkheden kort besproken. Het is raadzaam om de arts om meer informatie te vragen. Orthotopische blaas. Er wordt een nieuwe blaas (neoblaas genoemd) gevormd: weefsel van de darm wordt gebruikt om een zakje te vormen dat tussen de urineleiders* en de urethra* wordt geplaatst. Orthotopisch betekent dat de nieuwe blaas zich op de plaats van de oorspronkelijke blaas bevindt. De urine wordt in dit zakje opgeslagen en wordt via de urethra verwijderd. Abdominale omleiding. De chirurg verbindt de urineleiders* met een kunstmatige opening in de buikwand, een stoma* genoemd. Dit kan een rechtstreekse verbinding zijn, maar de chirurg kan ook weefsel van de dunne darm gebruiken om de urine naar het stoma te leiden. De urine wordt verzameld in een op de huid bevestigd plastieken zakje. De chirurg kan een ook een zakje vormen aan de binnenkant van het abdomen en een stoma die geen spontane urinepassage naar buiten mogelijk maakt: in dit geval kan het zakje van buitenuit via een katheter* worden leeggemaakt. Dit wordt een continente urineomleiding* genoemd. Rectosigmoïdomleiding De chirurg verbindt de urineleiders* met het allerlaatste gedeelte van de dikke darm, rectosigmoïd genoemd. Het rectosigmoïd houdt normaal de ontlasting op en zal nu dezelfde functie hebben voor de urine. De chirurg kan een darmsegment tussen de urineleiders en het rectosigmoïd plaatsen. De aard en de frequentie van de bijwerkingen* van deze omleidingsprocedures* hangen af van het type procedure. De meest frequente problemen zijn een vernauwing van de urineleider ter hoogte van het stoma* en een nierinfectie. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 16

18 Seksuele disfunctie* en/of verlies van de voortplantingsfunctie* Radicale cystectomie* bij mannen omvat de resectie van de urethra*, zaadblaasjes* en de prostaat*. Bij vrouwen omvat ze de resectie van de uterus* en een deel van de vagina*. Het verlies van deze voortplantingsorganen* kan leiden tot seksuele disfunctie*, het onvermogen om kinderen te verwekken en bij vrouwen het onvermogen om kinderen te baren. De arts zal dergelijke patiënten doorverwijzen naar gespecialiseerde steunverleners. Radiotherapie* Bijwerkingen* van radiotherapie kunnen voorkomen in rechtstreeks bestraalde organen, maar ook in gezonde organen dicht bij de blaas en die door de röntgenstralen* niet kunnen worden vermeden. Voor blaaskanker zijn de moderne bestralingstechnieken zeer veilig en ernstige complicaties komen bij minder dan 5% van de patiënten voor. De effecten op het urinewegstelsel omvatten pijn bij het urineren, mictieaandrang, bloed in de urine, blokkering van de urinestroom en ulceratie van het blaasslijmvlies. De effecten van bestraling op de onderste ingewanden omvatten ongemak, diarree, slijm- en bloedafscheiding en, zelden, darmperforatie. Bij vrouwen is een vaginale vernauwing een mogelijk laat bestralingseffect in het bekkengebied. De oncoloog zal advies geven over strategieën om deze reacties maximaal te voorkomen en te verlichten. Intravesicale instillatie* De belangrijkste bijwerking* van de intravesicale instillatie van bacillus Calmette Guérin* is een blaasontsteking, cystitis* genoemd. De ernstigste bijwerking is een gegeneraliseerde infectie die kan voorkomen wanneer de bacillen via de blaaswand in het bloed worden opgenomen; daarom is deze therapie niet aanbevolen bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem*. In het algemeen kunnen de bijwerkingen van intravesicale BCG-therapie* worden behandeld. De intravesicale instillatie van chemotherapie zoals Mitomycine C* kan verschillende bijwerkingen hebben zoals cystitis*, allergie en huidreacties. Chemotherapie* De bijwerkingen* van chemotherapie zijn komen vaak voor maar tegenwoordig goed onder controle met behulp van adequate ondersteunende maatregelen. De bijwerkingen hangen af van de toegediende geneesmiddel(en), de dosis en individuele factoren. Bij patiënten die in het verleden andere medische problemen hebben gehad, moeten enkele voorzorgsmaatregelen worden genomen en/of de behandeling worden aangepast. De bijwerkingen zijn ernstiger bij systemische chemotherapie (gewoonlijk via een bloedvat), dan bij lokaal, rechtstreeks in de blaas toegediende chemotherapie (zie: intravesicale* geneesmiddelentherapie). Hieronder worden de bijwerkingen vermeld die voorkomen met één of een aantal van de chemotherapeutica die momenteel voor de behandeling van blaaskanker worden gebruikt. De aard, de frequentie en de ernst van de bijwerkingen verschillen voor elke gebruikte combinatie. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 17

19 De meest voorkomende bijwerkingen zijn: Haaruitval of -verdunning Verlaagde bloedceltellingen die kunnen leiden tot anemie*, bloeding en bloeduitstorting en infecties. Vermoeidheid Misselijkheid of braken Andere bijwerkingen die kunnen voorkomen met één of een aantal van de chemotherapeutica* die voor de behandeling van blaaskanker worden gebruikt: Mondzweren of -ulcera Smaakveranderingen Diarree Korrelig gevoel of waterige ogen Overgevoeligheid voor zonlicht Nierbeschadiging Gehoorverlies Schade aan de foetus in de baarmoeder van een kankerpatiënte die chemotherapie* krijgt Vruchtbaarheidsverlies Uitblijven van de menstruatie bij vrouwen (amenorroe), wat tijdelijk kan zijn Soms voorkomende bijwerkingen: Veranderingen in de leverfunctie en structuur Beschadiging van de hartspier Gevoelloosheid of tintelingen in vingers en tenen (perifere neuropathie) Constipatie Wazig zien Huiduitslag of rode ogen Hoesten of kortademigheid Kleurveranderingen van de huid en/of de nagels Allergische reactie Ontsteking rond de toedieningsplaats van het infuus/de injectieplaats Koorts en rillingen Zeldzame bijwerkingen: Depressie Pijnlijke ogen Hoofdpijn Versnelde hartslag Duizeligheid Hoge bloeddruk Ten slotte dient te worden opgemerkt dat sommige chemotherapeutica* overgaan in de moedermelk en schadelijk kunnen zijn voor de baby. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 18

20 WAT GEBEURT ER NA DE BEHANDELING? Het is niet ongebruikelijk dat na de therapie behandelingsgerelateerde symptomen optreden. Angst, slaapproblemen of depressie zijn niet ongebruikelijk en patiënten met deze symptomen kunnen psychologische ondersteuning nodig hebben. Tijdens en na de behandeling kan voeding problematisch worden door verminderde eetlust, misselijkheid en algemene malaise. Geheugen- en concentratieproblemen zijn vaak voorkomende bijwerkingen* van systemische chemotherapie, d.w.z. oraal of intraveneus toegediend. Follow-up* met artsen Na de behandeling zal de arts een opvolgplan voorstellen om: Bijwerkingen van de behandeling op te sporen en te voorkomen Mogelijk recidief* zo snel mogelijk op te sporen en de gepaste behandeling in te stellen Psychologische ondersteuning te bieden, medische informatie te verstrekken en de patiënt door te verwijzen naar gespecialiseerde steunverleners om de terugkeer naar een normaal leven te versnellen. Het protocol voor het opvolgplan omvat regelmatige bezoeken en onderzoeken. Het protocol hangt af van de graad* en de stadiëring* van de behandelde blaastumor en het type toegediende behadeling. In het algemeen omvatten de opvolgingsbezoeken een combinatie van de volgende onderzoeken: Opnemen van de voorgeschiedenis van de algemene lichamelijke gezondheid en blaaskankergerelateerde symptomen sinds het laatste bezoek Een cystoscopie* om recidief* op te sporen en een biopsie* van nieuwe letsels Beeldvorming van het bovenste urinewegstelsel Urinecytologie*: Laboratoriumonderzoek van de urine op de aanwezigheid van tumorcellen afkomstig van een mogelijk teruggekeerde blaastumor. Laboratoriumonderzoeken: bloedchemie en nierfunctie Herhaalde radiologische onderzoeken* indien de initiële onderzoeken abnormale bevindingen aantoonden. Er zijn geen algemeen aanvaarde opvolgingsprotocollen. Aanbevolen mogelijke schema's zijn: Bij een orgaansparende therapie* is een nauwgezet opvolgplan verplicht: cystoscopie*, urinecytologie* en/of blaasbiopsie* zijn de eerste 2 jaar om de 3 maanden aanbevolen en vervolgens om de 6 maanden. Dit geldt ook voor patiënten die radiotherapie* hebben gekregen. Na een cystectomie moet de eerste 2 jaar om de 3 maanden een klinische controle* plaatsvinden en daarna gedurende 5 jaar om de 6 maanden. Terugkeer naar een normaal leven Het kan moeilijk zijn om te leven met de gedachte dat de kanker kan terugkomen. Indien bekende risicofactoren* voor blaaskanker aanwezig zijn, is het aanbevolen om deze maximaal te elimineren. Blaaskanker: gids voor patiënten - Gebaseerd op de ESMO-richtlijnen v Pagina 19

Blaaskanker Radboud universitair medisch centrum

Blaaskanker Radboud universitair medisch centrum Blaaskanker Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 2. Anatomie van de blaas 1 3. Wat is blaaskanker? 2 4. Oorzaken van blaaskanker 2 5. Onderzoeken 3 6. Behandeling niet-spierinvasieve blaaskanker 3 7. Behandeling

Nadere informatie

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

Blaaskanker, informatie over behandeling Urologie

Blaaskanker, informatie over behandeling Urologie Blaaskanker, informatie over behandeling Urologie Beter voor elkaar 2 In Nederland wordt per jaar in totaal bij ongeveer 5.200 mensen blaaskanker vastgesteld. Daarvan hebben circa 2.600 mensen een spierinvasief

Nadere informatie

Nabehandeling voor oppervlakkige blaasgezwellen met BCG of Mitomycine-C SAP 13554

Nabehandeling voor oppervlakkige blaasgezwellen met BCG of Mitomycine-C SAP 13554 Nabehandeling voor oppervlakkige blaasgezwellen met BCG of Mitomycine-C SAP 13554 2014, opgemaakt door de dienst urologie te Az Damiaan Oostende. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden

Nadere informatie

SLOKDARMKANKER: GIDS VOOR PATIËNTEN

SLOKDARMKANKER: GIDS VOOR PATIËNTEN SLOKDARMKANKER: GIDS VOOR PATIËNTEN PATIËNTENINFORMATIE OP BASIS VAN DE ESMO RICHTLIJNEN Deze leidraad voor patiënten werd opgesteld door het Antikankerfonds om patiënten en hun familie te helpen een beter

Nadere informatie

BAARMOEDERHALSKANKER GIDS VOOR

BAARMOEDERHALSKANKER GIDS VOOR BAARMOEDERHALSKANKER GIDS VOOR PATIËNTEN PATIËNTENINFORMATIE OP BASIS VAN DE ESMO-RICHTLIJNEN Deze gids voor patiënten werd voorbereid door Het Antikankerfonds om patiënten en hun familie te helpen een

Nadere informatie

Behandeling borstkanker

Behandeling borstkanker Behandeling borstkanker 1. Heelkunde (chirurgie) (operatie): - Borstsparend: betekent wegname van het gezwel met veiligheidsmarge van gezond weefsel rondom en wegname van de schildwachtklier (poortwachterklier

Nadere informatie

Longkanker en nieuwe ontwikkelingen. Dr. SA Smulders longarts

Longkanker en nieuwe ontwikkelingen. Dr. SA Smulders longarts Longkanker en nieuwe ontwikkelingen Dr. SA Smulders longarts Indeling Cijfers over longkanker Een vlekje op de foto, en wat dan? - Diagnostiek - Stadiering - Behandelplan Behandelmogelijkheden Nieuwe ontwikkelingen

Nadere informatie

Wat is baarmoederhalskanker?

Wat is baarmoederhalskanker? Baarmoederhalskanker Wat is baarmoederhalskanker? We leggen het u graag uit. www.antikankerfonds.org www.esmo.org ESMO/AKF Patient Guide Series Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO

Nadere informatie

Trastuzumab (Herceptin )

Trastuzumab (Herceptin ) Trastuzumab (Herceptin ) Borstkanker (mammacarcinoom) De diagnose borstkanker is bij u vastgesteld. Dit wordt ook wel een mammacarcinoom genoemd. De behandeling van een mammacarcinoom bestaat uit een operatieve

Nadere informatie

Patiënten Informatie Map

Patiënten Informatie Map Patiënten Informatie Map Niet-spierinvasieve blaaskanker Deze Patiënten Informatie Map is eigendom van: Naam: De vinder van deze map wordt dringend verzocht contact op te nemen met de polikliniek urologie

Nadere informatie

3.3 Borstkanker bij de man

3.3 Borstkanker bij de man 3.3 Borstkanker bij de man Bij u is zojuist de diagnose borstkanker vastgesteld. Alle patiënten die voor borstkanker worden behandeld in het Catharina-ziekenhuis ontvangen een Persoonlijke Informatie Map.

Nadere informatie

DE DIKKE DARM DE DIKKE DARM

DE DIKKE DARM DE DIKKE DARM DE DIKKE DARM DE DIKKE DARM Om te begrijpen wat dikkedarmkanker is, wordt eerst het spijsverteringsstelsel en de werking van de spijsvertering uitgelegd. Om te begrijpen wat dikkedarmkanker is, wordt eerst

Nadere informatie

Screening op prostaatkanker

Screening op prostaatkanker Screening op prostaatkanker Informatie voor mannen die een PSA-test overwegen of aanvragen. Wat we weten en wat we niet weten: zaken om over na te denken alvorens te besluiten een PSA-test te laten uitvoeren.

Nadere informatie

Afdeling: Urologie. Onderwerp: Verwijderen van de blaas / Bricker

Afdeling: Urologie. Onderwerp: Verwijderen van de blaas / Bricker Afdeling: Urologie Onderwerp: Verwijderen van de blaas / Bricker Verwijderen van de blaas met aanleg van urineomleiding Radicale cystectomie met urinedeviatie vlgs Bricker Inleiding Tijdens uw bezoek aan

Nadere informatie

Verwijderen van de blaas / Bricker

Verwijderen van de blaas / Bricker Verwijderen van de blaas / Bricker Urologie Beter voor elkaar 2 Verwijderen van de blaas met aanleg van urineomleiding Radicale cystectomie met urinedeviatie vlgs Bricker Inleiding Tijdens uw bezoek aan

Nadere informatie

Blaasspoeling met cytostatica tijdens de opname na een blaasoperatie

Blaasspoeling met cytostatica tijdens de opname na een blaasoperatie Blaasspoeling met cytostatica tijdens de opname na een blaasoperatie Informatie voor patiënten over een blaasspoeling met epirubicine en mitomycine na een blaasoperatie op de verpleegafdeling urologie.

Nadere informatie

Urologie. Transurethrale resectie van een blaasgezwel (TUR-blaas)

Urologie. Transurethrale resectie van een blaasgezwel (TUR-blaas) Urologie Transurethrale resectie van een blaasgezwel (TUR-blaas) Inhoudstafel 1. Inleiding 2. Ingreep 3. Nazorg 4. Klachten 5. Complicaties 6. Controle 7. Wat te doen in geval van ziekte of verhindering

Nadere informatie

Passant tarief vanaf 01-01-2016 t/m 31-12-2016 Declaratiecode Zorgproduct Omschrijving Tarieven

Passant tarief vanaf 01-01-2016 t/m 31-12-2016 Declaratiecode Zorgproduct Omschrijving Tarieven 15B903 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 1.577,89 15B904 010501003 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 333,91

Nadere informatie

Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie

Behandelingen bij longkanker. inclusief klinische studie immuuntherapie Behandelingen bij longkanker inclusief klinische studie immuuntherapie 1 Longkanker Longkanker is niet één ziekte: er bestaan meerdere vormen van longkanker. In deze brochure bespreken we de twee meest

Nadere informatie

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel

BOTTUMOREN. 1. Normaal botweefsel BOTTUMOREN Om beter te kunnen begrijpen wat een bottumor juist is, wordt er in deze brochure meer uitleg gegeven over de normale structuur van het bot. Op die manier krijgt u een beter zicht op wat abnormaal

Nadere informatie

Versie 1.0 Blad 1 van 71. Declaratiecode DBCzorgproductcode

Versie 1.0 Blad 1 van 71. Declaratiecode DBCzorgproductcode Versie 1.0 Blad 1 van 71. 15B903 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 1.846,31 15B904 / 17B904 010501003 Lasertherapie bij een seksueel

Nadere informatie

Mijn pathologieverslag begrijpen

Mijn pathologieverslag begrijpen Mijn pathologieverslag begrijpen Deze brochure bevat zeker niet alle gedetailleerde informatie over uw pathologieverslag. We geven u vooral de belangrijkste en juiste informatie mee over de resultaten

Nadere informatie

Standaard prijslijst DBC-zorgproducten Zaans Medisch Centrum per 1 januari 2016 (voorlopig)

Standaard prijslijst DBC-zorgproducten Zaans Medisch Centrum per 1 januari 2016 (voorlopig) DBCzorgproductc 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B903 1.731,82 010501003 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening

Nadere informatie

Maagkanker. Wat is maagkanker? We leggen het u graag uit. ESMO/AKF Patient Guide Series. Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO

Maagkanker. Wat is maagkanker? We leggen het u graag uit. ESMO/AKF Patient Guide Series. Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO Maagkanker Wat is maagkanker? We leggen het u graag uit. www.antikankerfonds.org www.esmo.org ESMO/AKF Patient Guide Series Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO MAAGKANKER: GIDS VOOR

Nadere informatie

Declaratie Zorg code product Omschrijving Tarief

Declaratie Zorg code product Omschrijving Tarief Declaratie code Zorg product Omschrijving Tarief 15B903 10501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 3.060,92 15B904 10501003 Lasertherapie bij

Nadere informatie

Verwijderen van een blaastumor

Verwijderen van een blaastumor Verwijderen van een blaastumor VERWIJDEREN VAN EEN BLAASTUMOR (transurethrale resectie) Deze folder geeft u informatie over de voorbereiding, de operatie, mogelijke risico s en complicaties en nazorg

Nadere informatie

010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B903 2.147,72

010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B903 2.147,72 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B903 2.147,72 010501003 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B904 378,92

Nadere informatie

Declaratiecode Zorgproduct. Ingangsdatum Einddatum

Declaratiecode Zorgproduct. Ingangsdatum Einddatum en kunnen bij meerdere productcodes voorkomen ivm een ander specialisme of een andere diagnose. 15B903 010501002 614,11 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Longkanker

Patiënteninformatie. Longkanker Patiënteninformatie Longkanker Inhoudsopgave Pagina Wat is longkanker? 4 Onderzoek en diagnose 4 De meest voorkomende onderzoeken. 5 Behandeling 7 De meest voorkomende behandelmethoden 8 Revalidatie 9

Nadere informatie

INFORMATIEBLAD. Beste patiënt(e),

INFORMATIEBLAD. Beste patiënt(e), INFORMATIEBLAD Studie waar het nut van 6 chemotherapie kuren met CHOP en Rituximab gevolgd door een radiochemotherapie aan myeloablatieve dosis met toediening van autologe perifere stamcellen, vergeleken

Nadere informatie

Wat is endometriumkanker?

Wat is endometriumkanker? Endometriumkanker Wat is endometriumkanker? We leggen het u graag uit. www.antikankerfonds.org www.esmo.org ESMO/AKF Patient Guide Series Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO ENDOMETRIUMKANKER:

Nadere informatie

Een operatie bij eierstokkanker

Een operatie bij eierstokkanker Een operatie bij eierstokkanker Deze folder geeft u informatie over een grote gynaecologische operatie bij een ovariumcarcinoom (eierstokkanker). In deze folder leest u meer over deze ingreep, die in medische

Nadere informatie

Zorgproductcode Declaratiecode Zorgproduct consumentenomschrijving Totaalprijs

Zorgproductcode Declaratiecode Zorgproduct consumentenomschrijving Totaalprijs 010501002 15B903 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 1.717,64 010501003 15B904 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 337,05

Nadere informatie

Patiënteninformatie De behandeling van borstkanker met Zoladex

Patiënteninformatie De behandeling van borstkanker met Zoladex Patiënteninformatie De behandeling van borstkanker met Zoladex Uw arts heeft u Zoladex voorgeschreven. Zoladex kan worden toegepast bij vrouwen met borstkanker bij wie sprake is van uitzaaiingen. In deze

Nadere informatie

AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40

AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Deurne Florent Pauwelslei 1 2100 Deurne T 03 320 50 00 F 03 320 56 00 Borstchirurgie: sentinelklierprocedure

Nadere informatie

Urologie. Richard van der Linden Thijn de Vocht

Urologie. Richard van der Linden Thijn de Vocht Urologie Richard van der Linden Thijn de Vocht Qais Niemer Laurens Donkers Richard van der Linden Thijn de Vocht 2 John Verhulst Urologie? Urologie is het vakgebied dat zich bezighoudt met ziekten in de

Nadere informatie

WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het?

WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het? WEKE DELEN SARCOOM Wat betekent het? Oncologie/0145 1 Deze informatiebrochure is voor personen met een weke delen sarcoom en alle anderen die hier heel dichtbij betrokken zijn: familie, vrienden We geven

Nadere informatie

Prijslijst passanten 2016 (voorlopige versie 15 november 2015)

Prijslijst passanten 2016 (voorlopige versie 15 november 2015) Prijslijst passanten 2016 (voorlopige versie 15 november 2015) Zorg Declaratie Omschrijving Passanten product code prijs 2016 010501004 15B905 Kleine operatie bij een seksueel overdraagbare aandoening

Nadere informatie

Borstcentrum Bernhoven. Yvonne Paquay Chirurg

Borstcentrum Bernhoven. Yvonne Paquay Chirurg Borstcentrum Bernhoven Yvonne Paquay Chirurg Klachten van de borst? Verwijzing naar het borstcentrum voor analyse en zonodig behandeling 2 3 4 Verwijsredenen: > Knobbeltje voelbaar > BOBZ (de bus) > Controle

Nadere informatie

Transurethrale resectie van een blaastumor

Transurethrale resectie van een blaastumor Urologie Transurethrale resectie van een blaastumor TURT Inleiding Uit onderzoek is gebleken dat u een tumor in de blaas hebt. Het woord blaastumor wordt gebruikt voor alle poliepachtige processen die

Nadere informatie

Geldig vanaf januari 2016. Declaratiecode Zorgproduct. Tarief

Geldig vanaf januari 2016. Declaratiecode Zorgproduct. Tarief Declaratiecode Zorgproduct Tarief Geldig vanaf januari 2016 Omschrijving 15B903 010501002 3.060,92 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B904 010501003

Nadere informatie

Methotrexaat. Poli Reumatologie

Methotrexaat. Poli Reumatologie 00 Methotrexaat Poli Reumatologie 1 U heeft in overleg met uw arts besloten Methotrexaat te gaan gebruiken. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft u na het lezen nog vragen dan kunt

Nadere informatie

Vlaams Indicatoren Project VIP²

Vlaams Indicatoren Project VIP² Vlaams Indicatoren Project VIP² Het initiatief voor het Vlaams Indicatoren Project VIP² gaat uit van de Vlaamse overheid, de Vlaamse vereniging van hoofdartsen en de ziekenhuiskoepels Zorgnet en Icuro.

Nadere informatie

Inleiding In deze folder leest u meer over de diagnose maagkanker, de onderzoeken en de behandelmogelijkheden.

Inleiding In deze folder leest u meer over de diagnose maagkanker, de onderzoeken en de behandelmogelijkheden. MAAGKANKER 17852 Inleiding In deze folder leest u meer over de diagnose maagkanker, de onderzoeken en de behandelmogelijkheden. Maagkanker is een kwaadaardige tumor in de maag, het wordt ook wel maagcarcinoom

Nadere informatie

Inleiding Vóór de operatie

Inleiding Vóór de operatie Darmkanker 2 Inleiding Als u deze folder krijgt heeft u zojuist een gesprek gehad met uw chirurg. Uit het onderzoek is gebleken dat u dikke darmkanker heeft. In deze folder leggen we de behandelmogelijkheden

Nadere informatie

Bloedvergiftiging. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl

Bloedvergiftiging. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl Bloedvergiftiging Informatie voor patiënten F0907-1225 juni 2010 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam 070 357 44

Nadere informatie

Prijslijst DBC-zorgproducten Ziekenhuis Gelderse Vallei

Prijslijst DBC-zorgproducten Ziekenhuis Gelderse Vallei DBCzorgproduct 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B903 1.722,47 010501003 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening

Nadere informatie

Prijslijst DBC-zorgproducten Ziekenhuis Gelderse Vallei

Prijslijst DBC-zorgproducten Ziekenhuis Gelderse Vallei DBCzorgproduct 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B903 1.722,47 010501003 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening

Nadere informatie

Borstkanker. Celdeling

Borstkanker. Celdeling Borstkanker In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 12.000 vrouwen borstkanker (mammacarcinoom) ontdekt. Daarnaast wordt bij ongeveer 1.300 vrouwen in Nederland een voorstadium van borstkanker (ductaal

Nadere informatie

DE SLOKDARM DE SLOKDARM

DE SLOKDARM DE SLOKDARM DE SLOKDARM DE SLOKDARM De slokdarm (oesofagus) is een onderdeel van het spijsverteringskanaal. Het grootste deel van de slokdarm ligt in de borstholte. De slokdarm loopt ongeveer midden door de borstholte

Nadere informatie

Het opsporen van prostaatkanker

Het opsporen van prostaatkanker Het opsporen van prostaatkanker Welke informatie moet men de patiënt verschaffen alvorens een PSA-bepaling of een rectaal toucher uit te voeren? Prostaatkanker : natuurlijke evolutie kanker. Enkel een

Nadere informatie

Tarieven 2015 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 mei 2015

Tarieven 2015 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 mei 2015 Tarieven 2015 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 mei 2015 DBCzorgproductcode 010501008 Behandeling of onderzoek tijdens een polikliniekbezoek of dagbehandeling bij een seksueel overdraagbare aandoening

Nadere informatie

Ustekinumab. (Stelara) Dermatologie

Ustekinumab. (Stelara) Dermatologie Ustekinumab (Stelara) Dermatologie Inhoudsopgave Inleiding 4 1. Hoe werkt Ustekinumab (Stelara) 4 2. Wat moet u weten voordat u Ustekinumab (Stelara) gebruikt 5 Gebruik Ustekinumab (Stelara) niet 5 Wees

Nadere informatie

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn:

De indicatoren over borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn: Indicatoren VIP²-project Oncologie In België is, net als in Europa, borstkanker de meest voorkomende oorzaak van overlijden door kanker bij vrouwen (20,6 % van alle overlijdens ingevolge kanker). In 2009

Nadere informatie

Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014

Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014 Tarieven 2014 Antoni van Leeuwenhoek Ingangsdatum: 1 april 2014 DBCzorgproductcode 19999007 6 tot maximaal 28 verpleegligdagen bij Een infectieziekte 15B932 11.286,44 10.283,87 1.002,57 20107006 Operatie

Nadere informatie

Radiotherapie Medische Oncologie Curatieve chemoradiotherapie

Radiotherapie Medische Oncologie Curatieve chemoradiotherapie Radiotherapie Medische Oncologie Curatieve chemoradiotherapie Uitwendige bestraling van slokdarmkanker in combinatie met chemotherapie Radiotherapie Medische Oncologie Inleiding Na verschillende onderzoeken

Nadere informatie

Hoe vaak komt een craniofaryngeoom voor? Een craniofaryngeoom komt bij een op de 300.000 kinderen voor.

Hoe vaak komt een craniofaryngeoom voor? Een craniofaryngeoom komt bij een op de 300.000 kinderen voor. Craniofaryngeoom Wat is een craniofaryngeoom? Een craniofaryngeoom is een relatief goedaardige hersentumor die ontstaat op een bepaald gebied in de hersenen uit speciaal weefsel wat het zakje van Ratke

Nadere informatie

Blaaspijnsyndroom Interstitiële cystitis (IC)

Blaaspijnsyndroom Interstitiële cystitis (IC) Blaaspijnsyndroom Interstitiële cystitis (IC) Het blaaspijnsyndroom of interstitiële cystitis (IC) is een zeldzame en pijnlijke vorm van chronische blaasontsteking (cystitis) die vooral bij vrouwen voorkomt

Nadere informatie

Hormoonbehandeling bij prostaatkanker Urologie

Hormoonbehandeling bij prostaatkanker Urologie Hormoonbehandeling bij prostaatkanker Urologie Inleiding Bij u is een kwaadaardig gezwel in de prostaat aangetroffen (prostaatkanker). De uroloog heeft er samen met u voor gekozen om de prostaatkanker

Nadere informatie

Wat is colorectale kanker?

Wat is colorectale kanker? Colorectale kanker Wat is colorectale kanker? We leggen het u graag uit. www.antikankerfonds.org www.esmo.org ESMO/AKF Patient Guide Series Gebaseerd op de medische praktijk aanbevelingen van ESMO COLORECTALE

Nadere informatie

011101007 Ziekenhuisopname van 6 tot en met 28 verpleegdagen bij een virusinfectie van de huid of slijmvliezen 15B916 2.836,78

011101007 Ziekenhuisopname van 6 tot en met 28 verpleegdagen bij een virusinfectie van de huid of slijmvliezen 15B916 2.836,78 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B903 1.745,88 010501003 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B904 291,94

Nadere informatie

De behandeling van borstkanker met Nolvadex

De behandeling van borstkanker met Nolvadex Meer informatie Voor meer informatie kunt u kijken op de internetsite www.astrazeneca.nl (onder het kopje Patiënteninformatie en vervolgens 'Kanker'). U kunt ook de brochure Borstkanker roept vragen op

Nadere informatie

Blaasspoelingen. Havenziekenhuis. Andere vormen van behandeling

Blaasspoelingen. Havenziekenhuis. Andere vormen van behandeling Blaasspoelingen Zoals u reeds van uw uroloog heeft vernomen, is de blaastumor die recent bij u is verwijderd, kwaadaardig. Deze tumor groeide slechts oppervlakkig en kon bij de operatie geheel worden verwijderd.

Nadere informatie

MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op

MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op MRI spoort prostaatkanker nauwkeurig op Prostaatkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker bij mannen. Een op de zes mannen krijgt er last van. Maar het is ook een erg lastig op te sporen

Nadere informatie

KEYTRUDA (pembrolizumab)

KEYTRUDA (pembrolizumab) Risico minimalisatie materiaal betreffende Keytruda (pembrolizumab) voor patiënten KEYTRUDA (pembrolizumab) Patiënteninformatiefolder Risico minimalisatie materiaal betreffende Keytruda (pembrolizumab)

Nadere informatie

TUR blaas. Urologie. Beter voor elkaar

TUR blaas. Urologie. Beter voor elkaar TUR blaas Urologie Beter voor elkaar 2 TUR Blaas - Transurethrale resectie van een blaastumor Inleiding Uw behandelend arts heeft met u besproken dat u een tumor in de blaas hebt en dat deze verwijderd

Nadere informatie

Docentenhandleiding. Niveau: expert. Lees de taal van de tumor Organisatieniveaus

Docentenhandleiding. Niveau: expert. Lees de taal van de tumor Organisatieniveaus Docentenhandleiding Niveau: expert Lees de taal van de tumor Organisatieniveaus Ontwikkeld door het Cancer Genomics Centre in samenwerking met het Freudenthal Instituut voor Didactiek van Wiskunde en Natuurwetenschappen

Nadere informatie

AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40

AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Antwerpen Harmoniestraat 68 2018 Antwerpen T 03 240 20 20 F 03 240 20 40 AZ Monica, campus Deurne Florent Pauwelslei 1 2100 Deurne T 03 320 50 00 F 03 320 56 00 Borstchirurgie: segmentectomie

Nadere informatie

Kanker van de baarmoeder

Kanker van de baarmoeder Kanker van de baarmoeder Endometriumcarcinoom Deze informatiebrochure is bestemd voor vrouwen met baarmoederkanker en hun omgeving. De brochure geeft u een antwoord op volgende vragen: Wat is baarmoederkanker?

Nadere informatie

Kanker van de schaamlippen

Kanker van de schaamlippen Kanker van de schaamlippen Vulvacarcinoom Deze informatiebrochure is bestemd voor vrouwen met kanker van de schaamlippen en voor de mensen in hun omgeving. We geven u een antwoord op volgende vragen: Wat

Nadere informatie

Urologie Het verwijderen van een tumor uit de blaas

Urologie Het verwijderen van een tumor uit de blaas Urologie Het verwijderen van een tumor uit de blaas Transurethrale resectie van een tumor (TURT) Urologie Inleiding Onderzoek heeft aangetoond dat u tumorweefsel in uw blaas heeft. De uroloog heeft u

Nadere informatie

Kinderneurologie.eu. Neuroblastoom. www.kinderneurologie.eu

Kinderneurologie.eu. Neuroblastoom. www.kinderneurologie.eu Neuroblastoom Wat is een neuroblastoom? Een neuroblastoom is een kwaadaardig kankergezwel (tumor) wat ontstaan is uit een bepaald type zenuwweefsel. Dit zenuwweefsel wordt het sympathische zenuwstelsel

Nadere informatie

Hairy cell leukemie (HCL)

Hairy cell leukemie (HCL) Interne geneeskunde Patiënteninformatie Hairy cell leukemie (HCL) U ontvangt deze informatie, omdat bij u hairy cell leukemie (HCL) is geconstateerd. Hairy cell leukemie (HCL) is een zeldzame aandoening,

Nadere informatie

blaasspoelingen met BCG

blaasspoelingen met BCG patiënteninformatie blaasspoelingen met BCG Uw uroloog heeft met u afgesproken dat u een aantal blaasspoelingen met BCG krijgt. Dit is een middel om de afweerreactie van uw blaas te vergroten. Waarom zijn

Nadere informatie

Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker

Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker Radiotherapie Medische Oncologie Chemoradiotherapie gevolgd door chirurgie bij slokdarmkanker Uitwendige bestraling van slokdarmkanker in combinatie met chemotherapie, voorafgaand aan een operatie van

Nadere informatie

Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE. onderdeel BORSTKANKER

Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE. onderdeel BORSTKANKER Patiënteninformatiedossier (PID) MAMMACARE onderdeel BORSTKANKER Inhoud Wat is borstkanker?... 3 Vormen van kanker... 4 DCIS... 4 Ductaal carcinoom... 4 Lobulair carcinoom... 4 Erfelijke en familiare belasting...

Nadere informatie

Borstkanker. Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven

Borstkanker. Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Borstkanker Borstcentrum Máxima is gevestigd op locatie Eindhoven Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Vóór het dertigste jaar is borstkanker zeldzaam, maar met het stijgen

Nadere informatie

Verwijderen van een tumor uit de blaas volgens de TUR-methode Transurethrale resectie

Verwijderen van een tumor uit de blaas volgens de TUR-methode Transurethrale resectie Onderzoek heeft aangetoond dat u een tumor in de blaas hebt. Uw behandelend arts heeft met u besproken dat deze verwijderd moet worden. De ingreep die hiervoor wordt gedaan wordt TUR Blaas genoemd: transurethrale

Nadere informatie

B 15A021 Toedienen via een infuus of injectie van medicijnen die het afweersysteem versterken tijdens een ziekenhuisopname bij borstkanker 6.

B 15A021 Toedienen via een infuus of injectie van medicijnen die het afweersysteem versterken tijdens een ziekenhuisopname bij borstkanker 6. Passanten prijslijst zorgproducten 2016 Máxima Medisch Centrum Geldig vanaf 1 januari 2016 t/m 31 december 2016 De onderhavige prijslijst is niet van toepassing op verzekerden van zorgverzekeraars waarmee

Nadere informatie

Verwijdering blaastumor via de plasbuis

Verwijdering blaastumor via de plasbuis UROLOGIE Verwijdering blaastumor via de plasbuis TURT BEHANDELING Verwijdering blaastumor via de plasbuis Binnenkort komt u naar het St. Antonius Ziekenhuis. Daar wordt uw blaastumor verwijderd via de

Nadere informatie

Geschreven door Diernet Team dinsdag, 23 augustus 2011 13:31 - Laatst aangepast donderdag, 15 september 2011 22:17

Geschreven door Diernet Team dinsdag, 23 augustus 2011 13:31 - Laatst aangepast donderdag, 15 september 2011 22:17 Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Hyperthyreoïdie is een ziekte die wordt veroorzaakt door een overmatige hoeveelheid schildklierhormonen. Schildklierhormonen

Nadere informatie

2007 American Medical Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden. Order Number: 600345-08

2007 American Medical Systems, Inc. Alle rechten voorbehouden. Order Number: 600345-08 American Medical Systems, Inc. World Headquarters 10700 Bren Road West Minnetonka, MN 55343 USA Phone: 952 930 6000 Fax: 952 930 6157 www.americanmedicalsystems.com www.greenlightforbph.com American Medical

Nadere informatie

2. Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn?

2. Wanneer mag u dit middel niet toegediend krijgen of moet u er extra voorzichtig mee zijn? Bijsluiter: Informatie voor de patiënt Drytec, 2.5-100 GBq radionuclide generator natrium [ 99m Tc]pertechnetaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel krijgt toegediend want er staat

Nadere informatie

Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling

Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling Status bepaling: 99,4% Aandeel van patiënten met invasieve borstkanker waarbij een ER, PR en/of HER2 statusbepaling werd uitgevoerd vóór enige systemische behandeling Vóór het starten van de behandeling

Nadere informatie

Standaard prijslijst DBC-zorgproducten Zaans Medisch Centrum per 1 januari 2015

Standaard prijslijst DBC-zorgproducten Zaans Medisch Centrum per 1 januari 2015 c 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B903 1.667,24 010501003 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 15B904

Nadere informatie

lyondellbasell.com PROSTAATKANKER

lyondellbasell.com PROSTAATKANKER PROSTAATKANKER Prostaat Kanker Ongeveer 1 op de 7 mannen krijgt de diagnose Prostaatkanker te horen. Je kent misschien zelf wel iemand die het heeft of ervoor behandeld is. Ondanks dat dit schokkende cijfers

Nadere informatie

Instructies voor het gebruik van Enbrel (etanercept)

Instructies voor het gebruik van Enbrel (etanercept) Instructies voor het gebruik van Enbrel (etanercept) Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Voor wie is deze therapie geschikt?... 1 3 Voor het starten met de behandeling... 1 4 Starten met Enbrel... 2 5 Toediening...

Nadere informatie

PRAKTISCH KANKER BIJ HUISDIEREN

PRAKTISCH KANKER BIJ HUISDIEREN PRAKTISCH KANKER BIJ HUISDIEREN l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n over houden van huisdieren De diagnose kanker bij uw geliefde huisdier komt hard aan.

Nadere informatie

Radiotherapie. Radiotherapie bij borstkanker

Radiotherapie. Radiotherapie bij borstkanker Radiotherapie Radiotherapie bij borstkanker Radiotherapie Inleiding Na verschillende onderzoeken is bij u borstkanker vastgesteld. U bent voor de bestralingsbehandeling verwezen naar de afdeling Radiotherapie

Nadere informatie

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J J. Mamma aandoeningen nhoudsopgave 1 J 2 J 3 J 4 J 5 J 6 J 7 J 8 J 9 J 1 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J Screening: vrouwen jonger dan 4 jaar zonder genetisch risico... 1 Screening: vrouwen

Nadere informatie

Kwaadaardige prostaatgezwellen

Kwaadaardige prostaatgezwellen Kwaadaardige prostaatgezwellen 1 Wanneer aan denken? Vanaf 50 jaar Vanaf 40 jaar als er familie is met prostaatkanker 2 Wat moet ik doen? Ga jaarlijks op raadpleging wij uw huisarts. Deze zal een prostaatonderzoek

Nadere informatie