schriftelijke ronde

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "schriftelijke ronde 070 351 98 68"

Transcriptie

1 De leden van de Commissie bestuurszaken, communicatie en financiën datum ons kenmerk contactpersoon 11 januari /IP M.A.H. Esch bijlage(n) uw kenmerk CBCF 12-1 t/m 3 - betreft doorkiesnummer schriftelijke ronde Beste leden, Bijgevoegd zijn enkele documenten die op zeer korte termijn om uw reactie vragen en waarmee we dus niet kunnen wachten tot de eerste vergadering van het nieuwe jaar. Het gaat om de volgende onderwerpen: Uniestandpunt Wet Houdbare Overheidsfinanciën (bijlagen CBCF 12-1a en b) Consultatie conceptreactie conceptwetsvoorstel vermindering politieke ambtsdragers (bijlagen 12-2a t/m d) Budget INSPIRE inzetten voor vervolg INSPIRE (bijlage 12-3) Het standpunt van de waterschappen wordt gevraagd in een korte periode van consultatie. Uw reactie moet derhalve uiterlijk maandag 23 januari voor uur bij de beleidsmedewerker van de Unie ontvangen zijn. Met vriendelijke groet, mr. M.A.H. Esch Secretaris

2 Bijlage CBCF 12-1a Oplegnotitie Onderwerp Uniestandpunt Wet Houdbare Overheidsfinanciën Bijlagen CBCF 12-1a en b Portefeuillehouder mr. H.B. Hieltjes Opsteller ir. J.W.C. Dekking Datum behandeling Schriftelijke ronde, reactie voor 23 januari 2012, uur richten aan: Gevraagd besluit 1. In te stemmen met de volgende, door de portefeuillehouder namens de waterschappen in bestuurlijk overleg naar voren te brengen lijn: a. We hebben begrip voor het wetsvoorstel, omdat Nederland hiertoe is gehouden gegeven afspraken die in Europees verband zijn gemaakt. b. Op zich hebben we ook begrip voor de urgentie waarmee het kabinet hiermee aan de slag is, maar vinden het wel jammer dat onze inbreng bij dit belangrijke en verstrekkende onderwerp onder tijdsdruk staat. c. We vragen het kabinet hoe zij nu de samenhang ziet tussen de voorstellen in de Wet HOF en de Bestuursafspraken De bestuursafspraken zijn nog zeer recent en kunnen toch niet van tafel gaan door dit wetsvoorstel. Wij gaan er vanuit dat het in de bestuursafspraken afgesproken onderzoek naar de EMU-referentiewaarden gewoon gaat plaatsvinden. d. De waterschappen zijn in principe bereid een bijdrage te leveren aan de verbetering van de Nederlandse EMU-waarden (uit cijfers van de afgelopen jaren blijkt dat waterschappen dat ook doen: ons EMU-tekort zit steeds rond onze maximale waarde), maar de wet moet wel uitvoerbaar zijn. e. En er moet begrip blijven voor de belangrijkste oorzaken van ons tekort, te weten: de omvangrijke en kostbare investeringen die waterschappen moeten doen om in te spelen op zeespiegelstijging, een andere neerslagverdeling, verstedelijking, bodemdaling en aangescherpte (Europese) milieueisen. Deze maatregelen zijn essentieel om Nederland veilig en bewoonbaar te houden en vloeien voort uit wetgeving en bestuurlijke afspraken die in Europees en nationaal verband zijn gemaakt. Waterschappen zijn gehouden hier invulling aan te geven; het werken met het baten- en lastenstelsel, waarin een sluitende begroting en meerjarenraming, waarop de besturen sturen, een fors EMU-tekort in zich kan hebben. Ook het inzetten van reserves, leidt tot een negatieve bijdrage aan het EMUsaldo, terwijl dat maatschappelijk gewenst is; in het kader van het Bestuursakkoord Water nemen de waterschappen een deel van de financiering van het HWBP van het Rijk over, hetgeen tot een groter EMU-tekort leidt. Het Rijk krijgt hierdoor meer EMU-ruimte, zodat het redelijk is dat de waterschappen ook meer ruimte krijgen. f. Naar voren brengen dat we blij zijn dat de MvT openingen biedt om zowel de huidige ruimte van 0,5% BBP voor de decentrale overheden als maatschappelijk gewenste investeringen te behouden. Kan het kabinet bevestigen dat de Europese afspraken in-

3 Pagina 2 van 4 derdaad geen gevolgen voor deze aspecten hebben? Wat verwacht het kabinet nu exact van de decentrale overheden? g. Als het kabinet aangeeft dat het aandeel voor de waterschappen omlaag gaat, naar voren brengen dat problemen ontstaan. De waterschappen staan dan voor de keuze minder te investeren in de veiligheid en leefkwaliteit van Nederland of de lokale lasten verhogen teneinde te kunnen blijven investeren. Aan beide opties zijn nadelen verbonden. Waterschappen komen in een spagaat. h. Het is niet werkbaar als ieder individueel waterschap zijn begroting in overeenstemming moet brengen met zijn individuele EMU-ruimte. Hierbij is ook relevant dat er meestal geen probleem is als een waterschap zijn individuele norm overschrijdt, omdat deze overschrijding gecompenseerd wordt op een hoger aggregatieniveau (collectief van de waterschappen en/of collectief van de decentrale overheden). Toch moet elk waterschap zijn begroting afstemmen op zijn individuele EMU-norm. Daarom pleiten we voor een bepaling met als strekking dat een individuele overschrijding is toegestaan, zolang de collectiviteit van de waterschappen binnen de norm blijft. i. Een volgend punt zijn de boetes die een waterschap kan krijgen als het zijn individuele norm overschrijdt. Wij zijn van mening dat de EMU-prestaties van de decentrale overheden uit het verleden niet rechtvaardigen dat het rijk een dergelijk zwaar middel in handen krijgt. Daarbij vinden wij het vreemd dat er in het wetsvoorstel, anders dan voor gemeenten en provincies, niet voorzien is in bestuurlijk overleg met de waterschappen voorafgaand aan de sanctie. j. De MvT geeft aan dat een deel van de oplossing van de EMU-problematiek van de decentrale overheden te vinden is in de aanpassing van de verantwoordingsmethodiek. We zijn benieuwd waar het kabinet aan denkt en denken graag mee. k. Een technisch punt is dat het een onwerkbare situatie wordt als gemeenten, provincies en waterschappen verantwoordelijk worden voor het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen waarin zij participeren. Deze organen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. l. Als laatste naar voren brengen dat we er vanuit gaan dat de uitkomsten van het bestuurlijk overleg hun vertaling vinden in het wetsvoorstel zoals dat naar de Raad van State wordt gezonden. 2. Het Uniebestuur te machtigen bij het bepalen van het definitieve Uniestandpunt rekening te houden met de standpunten van de andere koepels, maar waarbij als randvoorwaarde geldt dat bovenverwoorde lijn voldoende tot zijn recht komt. 3. De portefeuillehouder te machtigen om conform bovenstaande lijn, mede op basis van de uitkomsten van het bestuurlijk overleg, een schriftelijke reactie op het wetsvoorstel aan de minister van Financiën op te stellen. Samenvatting Recent gemaakte, aangescherpte Europese afspraken omtrent beheersing van de EMU-saldi (voor begrotingstekort en schuld van de overheid) eisen dat het kabinet afspraken tussen Rijk en decentrale overheden over de beheersing van de saldi in nog dit jaar vast te stellen regelgeving vastlegt. De nieuwe Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) gaat deze afspraken en regels bevatten en moet op in werking treden. Op 16 december heeft het ministerie van Financiën ons gevraagd uiterlijk 20 januari 2012 op het wetsvoorstel te reageren. Omdat de wet vergaande consequenties kan hebben en de decentrale overheden hun achterbannen bij de reactie willen betrekken, hebben de koepels het ministerie gemeld dat in dit geval de normale consultatieperiode van twee maanden moet gelden, dat binnen deze periode bestuurlijk overleg moet plaatsvinden en dat de koepels ook schriftelijk zullen reageren. De Wet Hof heeft als doelen een structurele reductie van het EMU-tekort, een houdbare overheidsschuld en voor langere termijn houdbare overheidsfinanciën. De wet gaat regelen dat de decentrale overheden een aan het rijk gelijkwaardige inspanning aan deze doelstellingen gaan leveren. Omdat alleen het rijk, mede voor de decentrale overheden, door Europa wordt aangesproken, gaat de wet regelen dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid waar kan maken en dat de decentrale overheden niet op het EMU-succes van het Rijk kunnen meeliften. Op zich biedt het wetsvoorstel ruimte om de huidige normen te handhaven, maar de wet kan ook tot gevolg hebben dat het kabinet bepaalt dat de waterschappen aan strengere EMU CBCF/IP 62189

4 Pagina 3 van 4 normen moeten voldoen, dat er strenger toezicht op de naleving van deze normen wordt uitgeoefend en dat er bij overschrijding boetes worden opgelegd. Dit kan tot gevolg hebben dat waterschappen minder kunnen investeren of de belastingen omhoog zullen moeten doen om te kunnen blijven investeren. De ingrijpendheid van de wet hangt echter in belangrijke mate af van de bijdrage aan de verbetering van de EMU-saldi die het kabinet van de waterschappen en de andere decentrale overheden gaat verlangen. Het bestuurlijk overleg biedt gelegenheid dit aan het kabinet te vragen. In bijgevoegde notitie wordt uitgebreider op het wetsvoorstel ingegaan. De notitie bevat een analyse van de gevolgen van het wetsvoorstel voor de waterschappen. In paragraaf 3 vindt op basis van deze analyse een nadere beschouwing plaats, welke uitmondt in een voorstel voor een lijn die in het bestuurlijk overleg naar voren kan worden gebracht en de basis kan vormen voor de schriftelijke reactie van de Unie. Dit voorstel is als punt 1 onder het gevraagde besluit hierboven verwoord en ligt momenteel ook bij het Uniebestuur voor. Uw commissie wordt in deze schriftelijke ronde gevraagd voor maandag 23 januari a.s uur te reflecteren op het concept-uniestandpunt. De reacties vanuit uw commissie worden gebundeld in een notitie die enkele dagen voor zijn vergadering van 27 januari aan het Uniebestuur wordt gezonden. Besproken in Voor de ontvangst van het wetsvoorstel vrijdagmiddag 16 december 2011 is de Unie door het kabinet niet betrokken bij dit dossier. Omdat de Unie eind januari a.s. een bestuurlijke reactie vastgesteld moet hebben, is het niet mogelijk de reactie in reguliere commissie- en werkgroepvergaderingen voor te bereiden en moet een schriftelijke procedure worden gevolgd. Het wetsvoorstel is samen met een eerste analyse van het Uniebureau op 20 december via de hoofden financiën en leden van de Werkgroep Middelen breed bij de waterschappen uitgezet. Vanuit 15 waterschappen is een reactie ontvangen. De punten die door de waterschappen naar voren zijn gebracht en relevant zijn voor het bestuurlijk overleg, hebben een plaats in bijgevoegde notitie gekregen en zijn betrokken bij het opstellen van de voorgestelde bestuurlijke reactie. Verschillende, meer technische punten zijn nog niet in bijgevoegde notitie opgenomen, maar worden wel betrokken bij de schriftelijke reactie van de Unie. Standpunten andere partijen Op 21 december 2011 hebben de drie koepels besproken hoe procedureel en inhoudelijk op het wetsvoorstel kan worden gereageerd. Net zoals in het verleden zullen de koepels op hoofdlijnen hetzelfde standpunt innemen. De standpunten van VNG en IPO zullen in grote lijnen dan ook vergelijkbaar zijn met hetgeen hierboven onder Gevraagd besluit is verwoord. Omdat de Unie de eerste is die zijn concept-standpunt aan het papier heeft toevertrouwd, bestaat momenteel geen inzicht in de details van de standpunten van de andere koepels. In de voorbereiding van het bestuurlijk overleg zullen de koepels hun standpunten en strategie nader op elkaar afstemmen. Gemeenten gaan in ieder geval een hard punt maken van een boete op nationaal niveau bij het overschrijden van de individuele EMU-waarde. Indien er een nadere verdeling over de gemeenten, provincies en waterschappen moet plaatsvinden van het gezamenlijk maximale EMU-tekort van de drie decentrale overheden geldt dat de koepels voor het eigen belang zullen gaan. Het eerste ambtelijke overleg met het Rijk over het wetsvoorstel vond op 11 januari plaats. Het ministerie van Financiën heeft daarin aangegeven dat het Nederlandse EMU-saldo momenteel ca. -4% is, in 2013 minder dan -3% moet zijn en de jaren daarna met 0,5% per jaar moet verbeteren tot ca. -0,5%. Op grond van deze wet vraagt het kabinet de decentrale overheden een aan het Rijk gelijkwaardige inspanning te leveren om dit te bereiken. Dit betekent dat de decentrale overheden naar een begrotingsevenwicht in EMU-termen zouden moeten streven. Daarbij zal het kabinet op zich begrip hebben voor het feit dat deze overheden een baten-lastensystematiek hanteren en investeringen moeten doen waaraan zij gehouden zijn, maar collectief zal een betere EMU-verbeteringsprestatie geleverd moeten worden dan thans. Overschrijdingen bij de ene sector zouden door onderschrijdingen bij andere sectoren gecompenseerd moeten worden. Afspraken hierover zouden in bestuurlijk overleg gemaakt moeten worden CBCF/IP 62189

5 Pagina 4 van 4 Bestuurlijke aandachtspunten De wet kan tot gevolg hebben dat het kabinet bepaalt dat de waterschappen aan strengere EMU-normen moeten voldoen, dat er strenger toezicht op de naleving van deze normen wordt uitgeoefend en dat er bij overschrijdingen boetes worden opgelegd. Dit kan tot gevolg hebben dat waterschappen minder kunnen investeren of de belastingen omhoog zullen moeten doen om te kunnen blijven investeren. Financiële gevolgen Zie onder Bestuurlijke aandachtspunten. Vervolgprocedure/Planning Op 16 december jl. heeft de Ministerraad (MR) met het wetsvoorstel ingestemd, waarna de Minister van Financiën de consultatie is gestart. De MR heeft de minister gemandateerd om de opmerkingen uit de consultatie te verwerken en het wetsvoorstel aan de Raad van State aan te bieden. Het uiteindelijke Uniestandpunt zal door portefeuillehouder de heer Hieltjes in het bestuurlijke overleg naar voren worden gebracht. Mede op basis van de uitkomsten van het overleg zal een schriftelijke reactie aan de minister van Financiën worden gericht. Gewenste communicatieacties De waterschappen zullen over het Uniestandpunt en de uitkomsten van het bestuurlijk overleg worden geïnformeerd CBCF/IP 62189

6 Bijlage CBCF 12-1b Bijlage Naar een Uniestandpunt over het wetsvoorstel Houdbare Overheidsfinanciën 1. Inleiding en doel van deze notitie De laatst gemaakte afspraken over de beheersing van het Nederlandse EMU-saldo zijn vastgelegd in de Bestuursafspraken ( Hoofdlijnenakkoord ) van Rijk en decentrale overheden en dateren van begin september 2011: Beheersing EMU-saldo is een gemeenschappelijke opgave voor Rijk en medeoverheden. Tussen het Rijk en de medeoverheden is bestuurlijk een percentage van 0,5% van het BBP overeengekomen als plafond voor het EMU-tekort voor medeoverheden. Dit plafond is opgedeeld 0,38% BBP voor gemeenten, 0,07% BBP voor provincies en 0,05% BBP voor waterschappen. In 2011 wordt een breed onderzoek gedaan naar de actualisatie van deze percentages. Tot afronding van het onderzoek gelden de huidige percentages. Het Rijk zal bij een dreigende overschrijding in bestuurlijk overleg treden met provincies, gemeenten en waterschappen om afspraken te maken over het gezamenlijk terugdringen van het EMU-tekort. Pas als de EU besluit Nederland een boete op te leggen wegens overschrijding van de EMU-norm én de medeoverheden de 0,5%-norm overschrijden, zal de minister van Financiën - na regulier bestuurlijk overleg - vaststellen voor welk deel medeoverheden bijdragen in de boete. Gemeenten, provincies en waterschappen dragen ook samen met het Rijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de informatievoorziening over het EMU-tekort van Nederland. De volledige informatievoorziening EMU (IV3 en EMU- begrotingsenquête) zal vallen onder de bestaande sanctieregimes ten aanzien van financiële informatievoorziening door de medeoverheden aan het Rijk. Recent gemaakte, aangescherpte Europese afspraken omtrent beheersing van de EMU-saldi (voor begrotingstekort en schuld van de overheid) eisen dat het kabinet verdergaande afspraken maakt en in regelgeving vastlegt. De Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) gaat deze regels bevatten. In het bestuurlijk WOZ-overleg van 7 december 2011 heeft Staatssecretaris Weekers de aanwezigen over de komst van een wetsvoorstel geïnformeerd en aangegeven dat hij de koepels een consultatieperiode van een maand wil geven. Door VNG en Unie is aangegeven dat een dergelijke korte reactietijd alleen acceptabel is als het wetsvoorstel geen ingrijpende gevolgen heeft. Naar voren is gebracht dat er in ieder geval ook fatsoenlijk (bestuurlijk) overleg gevoerd moet worden. Op 16 december jl. heeft de Ministerraad (MR) met het wetsvoorstel ingestemd, waarna het ministerie van Financiën de consultatie is gestart. De MR heeft de minister gemandateerd om de opmerkingen uit de consultatie te verwerken en het wetsvoorstel aan de Raad van State aan te bieden. Wij hebben tot 20 januari 2012 de tijd gekregen om te reageren. Omdat de wet vergaande consequenties kan hebben, hebben de drie koepels het ministerie gemeld dat in dit geval de normale consultatieperiode van twee maanden moet gelden. Binnen deze periode moet bestuurlijk overleg plaatsvinden en zullen de koepels ook schriftelijk reageren. Deze notitie reikt de bouwstenen aan op basis waarvan een Uniestandpunt over het conceptwetsvoorstel kan worden geformuleerd. Dit standpunt wordt ingebracht in het bestuurlijk overleg en later verwoord in een brief aan de minister van Financiën. De notitie bevat in paragraaf 2 een analyse van de gevolgen van het wetsvoorstel. Daarbij zijn elementen van een ambtelijk overleg op 11 januari jl. verwerkt In paragraaf 3 vindt op basis van de analyse een nadere beschouwing plaats, welke uitmondt in een voorstel voor een lijn die in het bestuurlijk overleg naar voren kan worden gebracht.

7 Pagina 2 van 18 Achtergrondinformatie is in bijlagen opgenomen. In bijlage 1 worden de context en voorgeschiedenis van het wetsvoorstel beschreven. Bijlage 2 bevat cijfermatige informatie over met name het EMU-saldo van de waterschappen. De waterschappen hebben ambtelijk breed gereflecteerd op de eerste opzet van deze notitie en het wetsvoorstel. De punten die door de waterschappen naar voren zijn gebracht en relevant zijn voor het bestuurlijk overleg, zijn in deze notitie opgenomen. Verschillende meer technische punten hebben geen plaats in deze notitie gekregen, maar worden wel betrokken bij de schriftelijke reactie die de Unie in een later stadium aan de minster van Financiën zal richten. 2. Analyse gevolgen Wet Hof voor de waterschappen Het concept wetsvoorstel Hof gaat de nieuwe, aangescherpte Europese afspraken omtrent beheersing van de EMU-saldi in nationale wetgeving verankeren. De belangrijkste elementen van dit nieuwe Stabiliteits- en GroeiPact (SGP) zijn: a. EMU-tekort van een lidstaat moet onder 3% BBP blijven. Op de middellange termijn moet een evenwichtssituatie bereikt worden, het Medium-Term Objective (MTO). Jaarlijkse verbetering met gemiddeld 0,5% BBP. b. Zolang MTO niet is bereikt moet groei overheidsfinanciën onder economische groei blijven. Bij evenwichtssituatie mag groei niet groter zijn dan geschatte economische groei. c. Bij onvoldoende progressie kan een lidstaat sanctie krijgen in de vorm van plaatsing van rentedragend deposito. d. Ook bij een structureel tekort boven 3% kunnen lidstaten sancties opgelegd krijgen. e. Bij overschrijding van de 60% schuldnorm moeten lidstaten jaarlijks 1/20 e deel van de overschrijding van deze norm inlopen. Bij niet voldoen aan deze eis kunnen dezelfde sancties als bij EMU-saldo volgen. f. De nationale overheid moet in wetgeving afspraken met de decentrale overheden vastleggen over de gezamenlijke beheersing van de EMU-saldi. Met de nieuwe Wet Hof komt Nederland deze Europese afspraken na. De wet moet begrotingsdiscipline op nationaal en subnationaal niveau waarborgen en voor het eind van 2012 door het parlement zijn vastgesteld. De wet moet op in werking treden. De Wet Hof heeft als doelen een structurele reductie van het EMU-tekort, een houdbare overheidsschuld en voor langere termijn houdbare overheidsfinanciën. De wet gaat regelen dat de decentrale overheden een aan het rijk gelijkwaardige inspanning aan deze doelstellingen gaan leveren. Omdat alleen het rijk door Europa wordt aangesproken en Europa eist dat er een wettelijk regime komt met afspraken tussen rijk en decentrale overheden gaat de wet regelen dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid waar kan maken en dat de decentrale overheden niet op het EMU-succes van het Rijk kunnen meeliften. In het vervolg wordt geschetst welke aspecten van het wetsvoorstel met name nieuw en relevant voor de decentrale overheden zijn en vindt een eerste beoordeling vanuit het perspectief van de waterschappen plaats. Relevant is nog dat het Nederlandse EMU-saldo momenteel ca. -4% is, in 2013 minder dan -3% moet zijn en de jaren daarna met 0,5% per jaar moeten verbeteren tot ca. -0,5%. 2.1 Aandeel en verplichtingen decentrale overheden; toezicht De wet gaat er vanuit dat er een bijdrage van de decentrale overheden nodig is om de SGPdoelstellingen voor Nederland te halen. Tot nu toe hebben rijk en decentrale overheden alleen CBCF/IP 62190

8 Pagina 3 van 18 gesproken over de beheersing van het EMU-saldo. De nieuwe SGP-doelstellingen omvatten daarnaast ook EMU-schuld en MTO. De wet gaat er vanuit dat ook de decentrale overheden bij het bepalen van hun beleid rekening houden met de vereisten van het SGP. En voorts dat de huidige tekortnorm van max 0,5% BBP van de decentrale overheden en de bestuurlijke afspraken daarover onvoldoende zijn, omdat deze niet waarborgen dat er een bijdrage aan de verbetering van het EMU-saldo wordt geleverd en dat sancties vanuit Europa worden voorkomen. a. In het wetsvoorstel is een procedure vastgelegd die moet leiden tot invulling van een gelijkwaardig inspanning, ten einde structureel min of meer een EMU-saldo van 0% te bereiken en aan de schuld-norm te voldoen. Die procedure bevat bestuurlijk overleg, in de regel bij de start van een kabinetsperiode, over de meerjarige ontwikkeling van de EMU-saldi en EMU-schuld van de decentrale overheden. Op basis van het overleg gaat vervolgens de Minister van Financiën over tot het vaststellen van de maximale aandelen van de decentrale overheden in de EMU-criteria. Startpunt in dit overleg is de huidige tekortnorm van 0,5%, die eventueel ook nog wordt geactualiseerd conform de Bestuursafspraken. Blijkens de Memorie van Toelichting (MvT) zal er in dit overleg begrip zijn voor de positie van de decentrale overheden in relatie tot het EMU-saldo. Een algemeen probleem van de decentrale overheden is dat de definitie van het EMU-saldo gebaseerd is op het transactiestelsel (vergelijkbaar met het kasstelsel van het Rijk), terwijl de decentrale overheden het batenen lastenstelsel hanteren. In dit laatste stelsel kan een sluitende begroting en meerjarenraming, waarop de besturen van de decentrale overheden sturen, een fors EMU-tekort in zich hebben. Organisaties zoals de waterschappen die relatief veel investeren hebben per definitie een groot EMU-tekort (zeer eenvoudig gezegd: bij afschrijvingen van 500 miljoen en investeringen van 1 miljard heb je een EMU-tekort van 500 miljoen, terwijl je begroting sluitend is). Overheden investeren om maatschappelijke gewenste voorzieningen tot stand te brengen en niet om het EMU-saldo te frustreren. Ook over het nog steeds kunnen doen van deze investeringen zouden volgens de MvT in het bestuurlijk overleg afspraken gemaakt kunnen worden. b. Na het bestuurlijk overleg op koepelniveau wordt er per individuele decentrale overheid door de verantwoordelijke minister een maximaal en minimaal EMU-saldo vastgesteld. Vervolgens moet de decentrale overheid zorgen dat zijn begroting zodanig is ingericht dat het EMU-saldo binnen deze bandbreedte ligt. En er bij de uitvoering van het beleid voor zorgen dat hier eveneens aan wordt voldaan 1. Wat betreft de naleving geldt dus in eerste instantie de eigen verantwoordelijkheid van de decentrale overheden. c. Voor gemeenten en provincies is in het wetsvoorstel een aanvullende bepaling opgenomen omtrent het toezicht op de begroting. Dit artikel regelt dat het aandeel in het EMU-saldo van een individuele gemeente of provincie kan worden betrokken bij het toezicht dat uitgeoefend wordt door de provincies op de gemeenten en door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de provincies, wanneer dit individuele aandeel wordt overschreden. Gedeputeerde staten kunnen dan bepalen dat de begroting van het eerstvolgende begrotingsjaar alsmede de daarop betrekking hebbende begrotingswijzigingen door de toezichthouder moeten worden goedgekeurd. Voor de waterschappen is volgens de MvT geen regeling opgenomen omdat de provincies reeds de mogelijkheid hebben om de waterschapsbegroting geheel of gedeeltelijk te schorsen of vernietigen als het EMU-saldo niet voldoet aan de eisen die hieraan zijn gesteld (art. 156 Waterschapswet). 1 wanneer de huidige EMU-normen voor de decentrale overheden ook in de nieuwe situatie zouden gelden en de decentrale overheden deze als collectief overschrijden (wat momenteel het geval is) zou de nieuwe wet de provincies een titel geven om 20 van de 25 waterschapsbegrotingen te schorsen of te vernietigen CBCF/IP 62190

9 Pagina 4 van 18 d. In ditzelfde kader wordt in de MvT aangekondigd dat zal worden onderzocht of de vormgeving van de baten-lastensystematiek van de decentrale overheden kan worden aangepast, zodat er een betere aansluiting ontstaat op de Europese systematiek die gebruikt wordt voor de bepaling van het EMU-saldo en de EMU-schuld. Perspectief waterschappen a. De eerste stap lijkt op zich niet veel veranderd. De aanvliegroute is nog steeds goed overleg vooraf. Het overleg resulteert in afspraken die in de kabinetsperiode zullen moeten worden nagestreefd. De inhoud van deze afspraken zal de ingrijpendheid van de gevolgen voor de decentrale overheden bepalen. De tekst van de MvT geeft ruimte om afspraken te maken over het nog steeds kunnen doen van investeringen om maatschappelijke gewenste voorzieningen tot stand te brengen. Dit zou waterschappen ruimte blijven bieden voor investeringen in waterveiligheid, waterbeheersing, watervoorziening en waterkwaliteit (waaronder zuivering). Hierbij is het wel van belang dat de waterschappen aanvullende ruimte krijgen om de investeringen in het kader van het HWBP te kunnen doen. Met ingang van 2011 is er reeds sprake van deze investeringen. Het kabinet zou ook kunnen aangeven dat het aandeel voor de decentrale overheden omlaag gaat. Als Nederland van een maximaal tekort van 3% naar 0,5% gaat, is niet ondenkbeeldig dat het kabinet de lijn kiest dat ook het aandeel van de decentrale overheden navenant, met een factor van ongeveer 6, mee moet bewegen. Dit leidt tot problemen en keuzes. Zie verder de beschouwingen in paragraaf 3; op deze plaats gaat het immers vooral om de wet. b. De tweede stap is wel nieuw. Tot nu toe was de individuele referentiewaarde voor het EMUsaldo van een waterschap een indicatieve waarde die eigenlijk geen status had en was er alleen op koepelniveau overleg over het totale saldo van alle decentrale overheden. Het voorstel is nu dat er wettelijk gaat worden bepaald dat de begroting van ieder waterschap zodanig moet zijn ingericht dat het EMU-saldo binnen de bandbreedte ligt die door de minister wordt vastgesteld. De ervaring van de laatste jaren (zie bijlage) leert dat de waterschappen op begrotingsbasis een forse overschrijding van hun EMU-saldo laten zien (terwijl de saldi zich op realisatiebasis bevinden rond de maximale tekorten die zijn toegestaan). c. Gemeenten en provincies hebben nu al een veel uitgebreidere regeling van het toezicht op de begroting en daarom moeten voor hen voor het specifieke aspect van het EMU-saldo ook specifieke, aanvullende bepalingen worden vastgesteld. Voor waterschappen is dat niet nodig en kunnen de provincies het EMU-saldo op grond van de huidige regelgeving betrekken in het begrotingstoezicht. d. Een laatste aspect in dit kader is de aankondiging van een mogelijke aanpassing van de baten-lastensystematiek van de decentrale overheden. Uit eerdere berichten vermoeden wij dat vanuit het Rijk zal worden voorgesteld over te schakelen op waardering van activa o.b.v. vervangingswaarde i.p.v. historische kosten. Omdat nu niet expliciet wordt gemaakt dat dit het voorstel is, hoeven we daar nu geen aandacht aan te besteden. Wel kunnen we in het bestuurlijk overleg naar voren brengen dat we benieuwd zijn waar het kabinet aan denkt en aangeven dat we graag meedenken. 2.2 Sancties a. Als de decentrale overheden hun gezamenlijke maximale EMU-tekort overschrijden, kan er sprake zijn van een nationale sanctie. Dit als het bestuurlijk overleg dat naar aanleiding van de overschrijding wordt gevoerd in de ogen van het kabinet onvoldoende resultaat oplevert. De sanctie geeft de minister van Financiën een instrument in handen om het EMU-saldo CBCF/IP 62190

10 Pagina 5 van 18 van decentrale overheden in de goede richting te laten bewegen. In bestuurlijk overleg wordt besloten of gemeenten en provincies een individuele of collectieve sanctie krijgen. De sanctie verloopt altijd via het Gemeente- en Provinciefonds. Omdat waterschappen niet over een dergelijke rechtstreekse financiële relatie met het Rijk beschikken, geeft het wetsvoorstel aan dat voor waterschappen alleen sprake kan zijn van een individuele sanctie. Deze sanctie bestaat uit een boete ter grootte van de overschrijding. Deze boete wordt als een renteloos depot gedurende maximaal drie jaar door Financiën aangehouden. Het depot wordt na het derde jaar teruggegeven als in twee van de drie voorgaande jaren geen sprake is van een overschrijding van het EMU-saldo. Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, vervalt het depot ten gunste van de Rijkskas. Bij een sanctie heeft een waterschap dus in het gunstigste geval alleen een renteverlies. b. Er kan ook sprake zijn van een sanctie voor de decentrale overheden als de EU Nederland een sanctie oplegt bij overschrijding van de normen van het SGP en er daarbij sprake is van een overschrijding door de decentrale overheden van hun gezamenlijke maximale EMU-tekort. De tekst van het wetsvoorstel en de MvT lijken met elkaar in tegenspraak als het gaat om de procedure die vervolgens wordt gevolgd: Het wetsvoorstel geeft aan dat er een wet komt die gaat bepalen welk deel van de boete van Nederland wordt doorvertaald naar de gezamenlijke gemeenten resp. provincies en waterschappen (voor waterschappen in de begrotingswet van het ministerie van I&M). De vervolgverdeling over de individuele decentrale overheden die een overschrijding kennen wordt bij AMvB geregeld. De MvT geeft in dit geval dezelfde procedure als bij de nationale sanctie, dus met als eerste stap bestuurlijk overleg voor gemeenten en provincies en een rechtstreekse sanctiemogelijkheid voor de waterschappen. Perspectief waterschappen a. De MvT maakt duidelijk dat de decentrale overheden als een risico worden gezien voor het niet voldoen door Nederland aan de nieuwe Europese regels. Met de voorstellen krijgt de minister van Financiën een vergaand sanctie-instrument in handen. Het is de vraag of de EMU-prestaties van de decentrale overheden uit het verleden wel zodanig zware middelen legitimeren. T.a.v. de nationale sanctie worden de waterschappen in de voorstellen anders behandeld dan de gemeenten en provincies. Bij provincies en gemeenten is er zowel sprake van bestuurlijk overleg voordat sancties worden ingesteld als een bestuurlijk afweegmoment waarin wordt bepaald of sancties collectief dan wel individueel worden. Bij waterschappen is op basis van het argument van ontbreken van een directe financiële band met het Rijk in het wetsvoorstel opgenomen dat deze sanctie altijd individueel is. Ook is er in ons geval geen bestuurlijk overleg voorafgaand aan het opleggen van de sanctie voorzien. We kunnen in het bestuurlijk overleg naar voren brengen dat een dergelijk overleg ook in ons geval op zijn plaats is. b. We zullen in ieder geval moeten wijzen op de strijdigheid van wetsvoorstel en MvT op het punt van de EU-boetes. In het verleden hebben we besloten ons niet druk te maken over de doorvertaling van een Europese boete, omdat het krijgen daarvan door Nederland een theoretische situatie leek. Het is de vraag of dit in de huidige Europese context nog steeds het geval is CBCF/IP 62190

11 Pagina 6 van Informatieverstrekking Van de decentrale overheden wordt verwacht dat zij betere informatie gaan verstrekken zodat de EMU-saldi ook door toezichthouders en ministeries beter kunnen worden gemonitord. De gemeenten, provincies en waterschappen verstrekken reeds jaarlijks op begrotings- en jaarrekeningsbasis informatie over het EMU-saldo en leveren ook op kwartaalbasis informatie aan het CBS aan. De informatie op kwartaalbasis moet binnen 30 dagen na afloop van een kwartaal aan het CBS worden verstrekt. Als aanvullende maatregelen wordt in de wet Hof: de termijn waarbinnen gemeenten en provincies niet, niet tijdig of onvolledig verstrekte informatie kunnen herstellen ingekort van 30 dagen tot 10 werkdagen; de mogelijkheid opgenomen dat aan gemeenten en provincies een sanctie wordt opgelegd als niet, niet tijdig of onvolledig informatie wordt verstrekt: gedurende maximaal 26 weken opschorten van hun uitkering uit Gemeente- resp. Provinciesfonds of een deel daarvan. Voor waterschappen zijn dergelijke bepalingen niet opgenomen, omdat er vanuit is gegaan dat dit al geregeld is in de Waterschapswet. Perspectief waterschappen De Waterschapswet gaat echter op dit punt minder ver dan de voorstellen die nu voor gemeenten en provincies worden gedaan. De wetgever weet dit, want hij citeert in de MvT de betreffende bepalingen uit de Waterschapswet. Het is de vraag of wij dit verschil, vanuit de gedachte gelijke behandeling zelf moeten agenderen CBCF/IP 62190

12 Pagina 7 van Nadere beschouwing t.b.v. inbreng Unie in bestuurlijk overleg Met het wetsvoorstel vult het kabinet een in Europees verband gemaakte afspraak in dat er per lidstaat dit jaar regelgeving wordt vastgesteld over de gezamenlijke beheersing door rijk en decentrale overheden van de EMU-criteria (EMU-saldo, EMU-schuldnorm en MTO). In die zin moeten we als waterschappen begrip hebben voor het wetsvoorstel en de urgentie waarmee het kabinet hiermee aan de slag is (overigens is het wel jammer dat we hierbij zo laat zijn betrokken dat onze inbreng nu onder tijdsdruk staat. Betrokkenheid had eerder gekund). In het verleden hebben we meermalen aangegeven dat de EMU-criteria ook een verantwoordelijkheid van de waterschappen zijn - laatste keer in het kader van de Bestuursafspraken dus het kan niet anders zijn dan dat dat ook in het kader van dit wetsvoorstel onze insteek is. Aan het kabinet kunnen we dus aangeven dat de waterschappen in principe bereid zijn een bijdrage te leveren aan de verbetering van de Nederlandse EMU-waarden (uit cijfers van de afgelopen jaren blijkt dat waterschappen dat ook doen: ons EMU-tekort (op realisatiebasis) zit steeds rond onze maximale waarde). Dat waterschappen een structureel EMU-tekort hebben, wordt voornamelijk veroorzaakt door de omvangrijke en kostbare investeringen die zij moeten doen om in te spelen op zeespiegelstijging, een andere neerslagverdeling in de tijd, verstedelijking, bodemdaling en aangescherpte (Europese) milieueisen. Deze maatregelen zijn essentieel om Nederland veilig en bewoonbaar te houden en vloeien voort uit wetgeving en bestuurlijke afspraken die in Europees en nationaal verband zijn gemaakt. Waterschappen moeten en zijn gehouden hier invulling aan te geven. In het kader van het Bestuursakkoord Water nemen de waterschappen een deel van de financiering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma van het Rijk over, hetgeen tot een groter EMU-tekort leidt. Het Rijk krijgt hierdoor meer EMU-ruimte, zodat het redelijk is dat de waterschappen ook meer ruimte krijgen (om te voorkomen dat de extra ruimte die we nodig hebben voor het HWBP meebeweegt met een eventueel lager percentage EMU-ruimte, komt vanuit de waterschappen de suggestie geen opslag in procenten te vragen, maar een opslag in euro s: 81 mln in 2013, 131 mln in 2014, 181 mln daarna). Bovendien is er natuurlijk het punt dat de definitie van het EMU-saldo gebaseerd is op het transactiestelsel, terwijl de decentrale overheden het baten- en lastenstelsel hanteren. In dit laatste stelsel kan een sluitende begroting en meerjarenraming, waarop de besturen van de decentrale overheden sturen, een fors EMU-tekort in zich hebben. De waterschappen die relatief veel investeren hebben per definitie een relatief groot EMU-tekort. Overheden investeren om maatschappelijke gewenste voorzieningen tot stand te brengen en niet om het EMU-saldo te frustreren. Ook over het nog steeds kunnen doen van deze investeringen moeten in bestuurlijk overleg afspraken gemaakt kunnen worden. Ook het inzetten van reserves, leidt tot een negatieve bijdrage aan het EMU-saldo, terwijl dat maatschappelijk gewenst is (vreemd genomen: opbouwen van reserves daarentegen, levert een positieve bijdrage aan het EMU-saldo, terwijl de hogere lokale lasten die hiervoor nodig zijn, maatschappelijk ongewenst zijn). De MvT bevat openingen dat zowel de huidige ruimte van 0,5% BBP voor de decentrale overheden beschikbaar blijft als dat er afspraken over het blijven kunnen doen van maatschappelijk gewenste investeringen gemaakt kunnen worden. In dat kader is heel belangrijk dat het kabinet op korte termijn aangeeft wat zij exact van de decentrale overheden verwacht. Een mooi item voor het bestuurlijk overleg over het wetsvoorstel 2. In hetzelfde bestuurlijk overleg moeten we het hebben over de samenloop van de voorstellen in de Wet HOF en de Bestuursafspraken Bij dit laatste gaat het met name om het in de bestuursafspraken afgesproken onderzoek naar de EMU-referentiewaarden. 2 In het ambtelijk overleg heeft het ministerie van Financiën aangegeven dat er van de decentrale overheden op het punt van de EMU-schuld geen inspanning wordt verwacht CBCF/IP 62190

13 Pagina 8 van 18 In het overleg kan ook blijken dat het kabinet het aandeel voor de decentrale overheden omlaag gaat brengen. Als Nederland van een maximaal tekort van 3% naar 0,5% gaat, is niet ondenkbeeldig dat het kabinet de lijn kiest dat ook het aandeel van de decentrale overheden navenant, bijvoorbeeld met een factor van 6, moet meebewegen. Bij een saldo van 0 kunnen de waterschappen nog slechts evenveel investeren als zij afschrijven, hetgeen neerkomt op zo n 500 miljoen per jaar, grofweg de helft van wat er nu gebeurt. De ambtelijke reacties geven een verdeeld beeld over de vraag of dit erg is. De meerderheid geeft aan dat de veiligheid en leefkwaliteit in Nederland dan in het geding komen; investeringen zijn nodig en de EMU-regels zullen tot een grote verhoging van de lokale lasten leiden, terwijl in de bestuursafspraken is vastgelegd dat dit niet kan. De minderheid geeft aan dat het bij scherpe prioritering niet onmogelijk is nog steeds de belangrijkste opgaven te realiseren. De eerste reactie in het bestuurlijk overleg kan dan zijn dat de waterschappen voor de keuze komen te staan tussen minder te investeren in de veiligheid en leefkwaliteit van Nederland of de lokale lasten verhogen teneinde te kunnen blijven investeren. Aan beide opties zijn nadelen verbonden. Waterschappen komen in een moeilijke spagaat. Als blijkt dat de waterschappen het toch echt met aanzienlijk minder EMU-ruimte moeten gaan doen, kunnen we meer fundamenteel gaan nadenken over de oorzaken van ons tekort en kijken of we daar door veranderingen in de verantwoording iets aan kunnen doen. Het feit dat wij een structureel EMU-tekort hebben, komt omdat we meer investeren dan afschrijven. Dat komt omdat onze investeringen toenemen en we afschrijven op basis van historische kostprijs en niet op bijvoorbeeld vervangingswaarde. Aan de kant van de investeringen moeten we dan niet alleen denken aan uitstellen/uitsmeren, maar bijvoorbeeld ook aan het meer ten laste van de exploitatie brengen van uitgaven, aan het verkorten van afschrijvingstermijnen en aan het gaan toepassen van de vervangingswaarde als waarderingsgrondslag. Door dit laatste gaan op korte termijn de kosten omhoog, dus we zullen dit goed in beeld moeten brengen. Ook in de periode dat de wet in werking is, moet bestuurlijk overleg resulteren in duidelijkheid over EMU-ruimte in de jaren daarna die de decentrale overheden gezamenlijk, de waterschappen gezamenlijk en ieder individueel waterschap heeft. De eerste verplichting is vervolgens dat de individuele begrotingen in overeenstemming worden gebracht met deze ruimte. De reacties van de waterschappen geven aan dat een dergelijk slot op de begroting op individueel niveau niet gaat werken, omdat dit een te grote rem zet op investeringen. In het ambtelijk overleg heeft het ministerie van Financiën aangegeven dat zijn grootste belang ligt bij het op collectief niveau kunnen beheersen van het EMU-saldo. Dat geldt vooral het collectief van de decentrale overheden en daarbinnen de collectieven van alle gemeenten, alle provincies en alle waterschappen. Hierbij is ook relevant dat er veelal geen gevolgen zijn wanneer een waterschap zijn individuele norm overschrijdt, die overschrijding gecompenseerd wordt op een hoger aggregatieniveau. Toch moet èlk waterschap zijn begroting afstemmen op zijn individuele EMU-norm (art 5 lid 5). In de toelichting wordt dit zowel bevestigd (p.34: het is een resultaatsverplichting) als genuanceerd (om een te mechanische toepassing van de tekortnormering voor decentrale overheden te voorkomen, p.19). Dit kan er voor pleiten in het kader van het wetsvoorstel naar voren te brengen dat er plaats van het huidige artikel 5, vijfde en zesde lid een bepaling komt met als strekking dat een individuele overschrijding is toegestaan, zolang de collectiviteit van de waterschappen binnen de norm blijft. Een inhoudelijk argument achter een collectieve norm is dat de waterschappen in de opmaat naar stroomgebiedbeheerplannen, het nieuwe HWBP e.d. vaak samen afspraken maken wie welke investeringen doet, zodat in feite gezamenlijk wordt bepaald welk waterschap welk EMU-saldo krijgt. De Unie heeft dit punt in het ambtelijk overleg naar voren gebracht en het ministerie lijkt hier niet onwelwillig tegenover te staan. Het ministerie koppelde er wel aan dat het dan logisch is dat ook een eventuele latere boete dan collectief wordt opgelegd. Het punt speelde ook al eind 2009 bij de voorbereiding van het wetsvoorstel Trem en is toen ook ambtelijk (Werkgroep mid CBCF/IP 62190

14 Pagina 9 van 18 delen) voorgelegd aan de waterschappen. Destijds pleitte de werkgroep voor het zo veel mogelijk gelijk behandelen van de decentrale overheden. Het niet hebben van een fonds was voor de werkgroep een onvoldoende argument om ons anders dan gemeenten en provincies te behandelen. Ook wij kunnen wel iets collectiefs bedenken om een boete samen te betalen (bijvoorbeeld Unie collecteert; verdeelsleutel investeringsvolume).. De ambtelijke reacties van de waterschappen gaven aan dat er toen voldoende solidariteit tussen de waterschappen leek om er vanuit te gaan dat ook waterschapen die geen overschrijding van hun EMU-saldo hebben, zouden meebetalen aan een boete. Op grond van de ambtelijke reacties die nu zijn ontvangen, lijkt er op zich nu weinig draagvlak bij de waterschappen meer voor een collectieve betaling van deze boete. Maar als we met een collectieve boete kunnen voorkomen dat de begrotingen van de individuele waterschappen aan de EMU-normen moeten voldoen, is het wel waard dit punt opnieuw naar voren te brengen. De provincies oefenen conform het reguliere regime toezicht op de begroting uit. Naar verwachting zullen de provincies door het Rijk worden gestimuleerd extra aandacht aan de EMU-criteria te geven. Hierbij zou zich ook kunnen gaan wreken dat de waterschappen op begrotingsbasis de EMU-grens overschrijden, terwijl dat in werkelijkheid nauwelijks het geval is. Er is dus steeds wel een begrotingsprobleem, maar geen realisatieprobleem. De belangrijkste oorzaak is dat waterschappen hun investeringen te ruim begroten Hieruit volgen twee actiepunten voor onszelf: investeringen beter begroten wellicht interne richtlijnen voor het opnemen de investeringspost in de EMU-berekening bepalen. Ook een goede invulling van deze twee aspecten kan veel EMU-begrotingsproblemen voorkomen. De volgende stap is het door elk waterschap voldoen aan zijn individuele EMU-grens. Op realisatiebasis wordt na afloop van een jaar nagegaan of dat is gebeurd en kunnen de boetebepalingen in beeld komen. Zolang de decentrale overheden collectief binnen hun maximaal aandeel blijven, dan is er niets aan de hand. Overschrijden de decentrale overheden collectief de norm, maar blijven de waterschappen collectief binnen hun norm, dan is er niets aan de hand. Pas als ook de waterschappen collectief hun norm overschrijden, wordt de individuele norm van een waterschap relevant. Het wetsvoorstel geeft aan, dat dan elk waterschap dat zijn individuele norm overschrijdt een boete kan krijgen. De conclusie van het voorgaande is dat een waterschap dat zijn individuele norm overschrijdt, meestal geen boete krijgt, omdat de overschrijding veelal gecompenseerd wordt op een hoger aggregatieniveau (collectief waterschappen, collectief decentrale overheden, Nederland). De vraag is dan ook of we een zwaar punt van de boetebepalingen moeten maken. Aan de andere kant geldt dat de minister van Financiën een vergaand sanctie-instrument in handen krijgt, waarbij de vraag kan worden gesteld of de EMU-prestaties van de decentrale overheden uit het verleden wel een dergelijk zware middel legitimeren. Dat moeten we zeker in het bestuurlijk overleg doen. Meer in algemene zin geldt dat de uitkomsten van het bestuurlijk overleg hun vertaling dienen te vinden in het wetsvoorstel dat naar de Raad van State wordt gezonden. Op grond van het voorgaande wordt voorgesteld dat de Unie in het komende bestuurlijk overleg het volgende naar voren brengt: a. We hebben begrip voor het wetsvoorstel, omdat Nederland hiertoe is gehouden gegeven afspraken die in Europees verband zijn gemaakt. b. Op zich hebben we ook begrip voor de urgentie waarmee het kabinet hiermee aan de slag is, maar vinden het wel jammer dat onze inbreng bij dit belangrijke en verstrekkende onderwerp onder tijdsdruk staat CBCF/IP 62190

15 Pagina 10 van 18 c. Aan het kabinet vragen hoe zij nu de samenloop ziet van de voorstellen in de Wet HOF en de Bestuursafspraken De bestuursafspraken zijn nog van zeer recent en kunnen toch niet van tafel gaan door dit wetsvoorstel. Wij gaan er vanuit dat het in de bestuursafspraken afgesproken onderzoek naar de EMU-referentiewaarden gewoon gaat plaatsvinden. d. De waterschappen zijn in principe bereid een bijdrage te leveren aan de verbetering van de Nederlandse EMU-waarden (uit cijfers van de afgelopen jaren blijkt dat waterschappen dat ook doen: ons EMU-tekort zit steeds rond onze maximale waarde), maar de wet moet wel uitvoerbaar zijn. e. En er moet wel begrip blijven voor de belangrijkste oorzaken van ons tekort: de omvangrijke en kostbare investeringen die waterschappen moeten doen om in te spelen op zeespiegelstijging, een andere neerslagverdeling, verstedelijking, bodemdaling en aangescherpte (Europese) milieueisen. Deze maatregelen zijn essentieel om Nederland veilig en bewoonbaar te houden en vloeien voort uit wetgeving en bestuurlijke afspraken die in Europees en nationaal verband zijn gemaakt. Waterschappen zijn gehouden hier invulling aan te geven; het werken met het baten- en lastenstelsel, waarin een sluitende begroting en meerjarenraming, waarop de besturen sturen, een fors EMU-tekort in zich kan hebben. Ook het inzetten van reserves, leidt tot een negatieve bijdrage aan het EMU-saldo, terwijl dat maatschappelijk gewenst is; in het kader van het Bestuursakkoord Water nemen de waterschappen een deel van de financiering van het Hoogwaterbeschermingsprogramma van het Rijk over, hetgeen tot een groter EMU-tekort leidt. Het Rijk krijgt hierdoor meer EMU-ruimte, zodat het redelijk is dat de waterschappen ook meer ruimte krijgen (om te voorkomen dat de extra ruimte die we nodig hebben voor het HWBP meebeweegt met een eventueel lager percentage EMU-ruimte, komt vanuit de waterschappen de suggestie geen opslag in procenten te vragen, maar een opslag in euro s; 81 mln in 2013, 131 mln in 2014, 181 mln daarna). f. Naar voren brengen dat we blij zijn dat de MvT openingen biedt om zowel de huidige ruimte van 0,5% BBP voor de decentrale overheden als maatschappelijk gewenste investeringen te behouden. Kan het kabinet bevestigen dat de Europese afspraken inderdaad geen gevolgen voor deze aspecten hebben? Wat verwacht het kabinet nu exact van de decentrale overheden? g. Als het kabinet aangeeft dat het aandeel voor de waterschappen omlaag gaat, naar voren brengen dat problemen ontstaan. De waterschappen staan dan voor de keuze minder te investeren in de veiligheid en leefkwaliteit van Nederland of de lokale lasten verhogen teneinde te kunnen blijven investeren. Aan beide opties zijn nadelen verbonden. Waterschappen komen in een moeilijke spagaat. h. Het is niet werkbaar als ieder individueel waterschap zijn begroting in overeenstemming moet brengen met zijn individuele EMU-ruimte. Hierbij is ook relevant dat er meestal geen probleem is als een waterschap zijn individuele norm overschrijdt, omdat deze overschrijding gecompenseerd wordt op een hoger aggregatieniveau (collectief van de waterschappen en/of collectief van de decentrale overheden). Toch moet èlk waterschap zijn begroting afstemmen op zijn individuele EMU-norm. Daarom pleiten we voor een bepaling met als strekking dat een individuele overschrijding is toegestaan, zolang de collectiviteit van de waterschappen binnen de norm blijft. i. Een volgend punt zijn de boetes die een waterschap kan krijgen als het zijn individuele norm overschrijdt. Wij zijn van mening dat de EMU-prestaties van de decentrale overheden uit het verleden niet rechtvaardigen dat het rijk een dergelijk zwaar middel in handen krijgt. Daarbij vinden wij het vreemd dat er in het wetsvoorstel, anders dan voor gemeenten en provincies, niet voorzien is in bestuurlijk overleg met de waterschappen voorafgaand aan de sanctie. j. De MvT geeft aan dat een deel van de oplossing van de EMU-problematiek van de decentrale overheden te vinden is in de aanpassing van de verantwoordingsmethodiek. We zijn benieuwd waar het kabinet aan denkt en denken graag mee CBCF/IP 62190

16 Pagina 11 van 18 k. Een technisch punt is dat het een onwerkbare situatie wordt als gemeenten, provincies en waterschappen verantwoordelijk worden voor het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen waarin zij participeren. Deze organen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. l. Als laatste naar voren brengen dat we er vanuit gaan dat de uitkomsten van het bestuurlijk overleg hun vertaling vinden in het wetsvoorstel zoals dat naar de Raad van State wordt gezonden. De lijn die hiervoor is weergegeven, is ook de lijn die in de schriftelijke reactie aan de minister van Financiën zal worden gehanteerd. 4. Detailopmerkingen Artikel1, definitie meerjarencijfers Er wordt gesproken over ramingen van de vier op het begrotingsjaar aansluitende jaren. Dit is één jaar verder dan de minimale wettelijke termijn die de meerjarenraming moet bestrijken. Zou ook de verplichting kunnen gaan betekenen wat betreft de EMU-saldi vijf jaar vooruit te kijken. Waterschappen slagen er nu soms niet in het EMU-saldo voor het jaar na het begrotingsjaar in beeld te brengen. Het is derhalve de vraag welke de waarde moet worden toegekend aan cijfers die verder in de toekomst liggen. Artikel 3, vierde lid Onduidelijk of hier nu het EMU-saldo op begrotings- of realisatiebasis wordt bedoeld. Artikel 5, eerste en tweede lid Het feit dat een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regeling waarin hij deelneemt onderdeel wordt van het saldo van de betreffende overheid en deze overheid hier derhalve verantwoordelijk voor wordt lijkt onuitvoerbaar. Artikel 5, derde lid Het begrotingstotaal is een slechte maatstaf voor de verdeling van het EMU-saldo waterschappen over de individuele waterschappen. Een betere maatstaf is het investeringsvolume, omdat dat bij waterschapen een rechtstreekse relatie heeft met het EMU-saldo. MvT, artikel 5, derde lid Aangegeven wordt dat de decentrale overheden op de gebruikelijke wijze over hun maximale EMU-saldo zullen worden geïnformeerd. Op dit moment is er echter helemaal geen communicatie naar de waterschappen; we moeten hier altijd zelf achteraan CBCF/IP 62190

17 Pagina 12 van 18 Bijlage 1 Context en voorgeschiedenis wetsvoorstel Houdbare Overheidsfinanciën 1. Algemeen Ter bescherming van de euro is in het Stabiliteits- en groeipact (SGP) van de Europese Unie onder andere vastgelegd dat: het EMU-tekort van de overheid van een lidstaat niet meer dan 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Er is sprake van een EMU-tekort als de uitgaven van de overheid in een jaar de inkomsten overstijgen; de overheidsschuld niet meer dan 60% van het BBP mag bedragen. Het gaat om de totalen van de gehele overheid; dus ook van de decentrale overheden. Voor het kunnen beheersen van het EMU-saldo zijn in 2004 bestuurlijke afspraken tussen de vier overheden gemaakt. Daarbij hebben alle overheden bevestigd dat de beheersing van het EMU-saldo een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Er is onder andere afgesproken dat het EMU-tekort van de decentrale overheden in principe niet boven 0,5% BBP komt. Dit percentage bestaat uit een tekort van max 0,38% BBP voor gemeenten, max 0,07% BBP voor provincies en max 0,05% BBP voor de waterschappen. Het Rijk zal bij een dreigende overschrijding van een tekort van 3% in bestuurlijk overleg treden met provincies, gemeenten en waterschappen om afspraken te maken over het gezamenlijk terugdringen van het EMU-tekort. Om wat meer gevoel te krijgen voor het EMU-saldo en de bijdrage van de waterschappen daarin, is in bijlage 2 cijfermatige informatie opgenomen. Bij het voorgaande is het belangrijk te weten dat: de in Europees verband afgesproken methodiek om het de EMU-saldo te meten (transactiestelsel; ESR, Europees Stelsel van Rekeningen) ongelukkig uitvalt voor overheden met een baten-lasten-stelsel, zoals de Nederlandse decentrale overheden. Met een sluitende exploitatierekening kunnen deze organisaties toch een redelijk groot EMU-tekort hebben. Dat laatste geldt zeker voor de waterschappen, omdat zij van jaar-op-jaar een investeringsvolume kennen dat aanzienlijk groter is dan het totaal van de afschrijvingen. Bij de waterschappen wordt het EMU-saldo voornamelijk bepaald door het verschil tussen de investeringsuitgaven en de afschrijvingen van hetzelfde jaar; we als waterschappen bij iedere (bestuurlijke) discussie over het EMU-saldo aangeven dat er bij eventuele maatregelen ter verbetering van het saldo voldoende ruimte moet zijn voor onze investeringen die inspelen op klimaatverandering en aangescherpte milieu-eisen en welke voortvloeien uit internationale en nationale wetgeving en bestuursakkoorden. Met name door steunmaatregelen en verminderde inkomsten van het Rijk is het Nederlandse tekort door de crisis de afgelopen jaren en ook momenteel tot ruim boven de 3% BBP gestegen. In Europees verband is vorig jaar afgesproken dat de lidstaten er voor zullen zorgen dat het EMU-tekort, zodra het economisch herstel intreedt, zo snel mogelijk weer onder de 3% uitkomt. Om er zeker van te zijn dat saldo na de crisis verbetert, heeft het vorige kabinet een wetsvoorstel voorbereid waarin wordt vastgelegd op welke wijze het EMU-saldo weer naar normaal zal toegroeien ( Wet TReM ). In 2009 hebben we (ook bestuurlijk) over de contouren van dit wetsvoorstel meegepraat. In Unieverband zijn toen ook standpunten ingenomen over verschillende aspecten van de beheersing van het EMU-saldo. Voor zover dit nog relevant is, wordt daar in het vervolg van deze notitie op ingegaan CBCF/IP 62190

18 Pagina 13 van Afspraken in Bestuursafspraken De ingrijpende bezuinigingsmaatregelen van het kabinet moeten er aan bijdragen dat het EMUsaldo verbetert. Voorts heeft het kabinet aangekondigd dat er met ingang van dit jaar sterk op de verbetering van het EMU-saldo zal worden gestuurd. Sturen staat of valt met goede informatie. Van de decentrale overheden wordt niet alleen verwacht dat zij het eigen saldo zelf beter gaan monitoren, maar ook dat zij betere informatie gaan verstrekken zodat het saldo ook door toezichthouders en ministeries beter kan worden gemonitord. In de voorbereiding van de Bestuursafspraken ( Hoofdlijnenakkoord ) heeft het ministerie van Financiën aangegeven dat de Wet Trem er niet komt. Wel is in de bestuursafspraken, waar de waterschappen mee hebben ingestemd, het volgende opgenomen over het EMUsaldo. 5.4 EMU-saldo Beheersing van het EMU-saldo is een gemeenschappelijke opgave voor Rijk en de medeoverheden. Partijen herbevestigen de bestuurlijke afspraken zoals die zijn terug te vinden in de bijlage van de brief van 15 september Tussen het Rijk en de medeoverheden is bestuurlijk een percentage van 0,5% van het BBP overeengekomen als plafond voor het EMU-tekort voor medeoverheden. Het plafond voor het EMU tekort voor medeoverheden van 0,5% BBP is opgedeeld in een plafond voor het EMU-tekort van 0,38% BBP voor gemeenten, 0,07% BBP voor provincies en 0,05% BBP voor waterschappen. In 2011 wordt een breed onderzoek gedaan naar de actualisatie van deze percentages. Tot afronding van het onderzoek gelden de huidige percentages. Het Rijk zal bij een dreigende overschrijding in bestuurlijk overleg treden met provincies, gemeenten en waterschappen om afspraken te maken over het gezamenlijk terugdringen van het EMU-tekort. Pas als de EU besluit Nederland een boete op te leggen wegens overschrijding van de EMU-norm én de medeoverheden de 0,5%-norm overschrijden, zal de minister van Financiën -na regulier bestuurlijk overleg- vaststellen voor welk deel medeoverheden bijdragen in de boete. Of de sanctie voor provincies en gemeenten en waterschappen op collectief dan wel individueel niveau wordt bepaald zal onderwerp zijn van bestuurlijk overleg. Rijk en medeoverheden delen dan gezamenlijk in een Europese sanctie. Voor de gemeenten en de provincies gaat het om een korting op het gemeentefonds respectievelijk provinciefonds en voor waterschappen om een betaling op aanslag van het ministerie van Financiën. Het Rijk zal ook bij een dreigende sanctie altijd in bestuurlijk overleg treden met provincies, gemeenten en waterschappen om gezamenlijk afspraken te maken over het terugdringen van het EMUtekort. Gemeenten, provincies en waterschappen dragen ook samen met het Rijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de informatievoorziening over het EMU-tekort van Nederland. Medeoverheden verstrekken kwalitatief goede informatie op basis van de eisen van het CBS. Het Rijk informeert de gemeenten, provincies en waterschappen over de ontwikkeling van het EMU-tekort. Indien noodzakelijk is het EMU-saldo onderwerp van gesprek in het Bestuurlijk overleg financiële verhoudingen om tot een gezamenlijke beheersing van het EMU-saldo te komen. De volledige informatievoorziening EMU (IV3 en EMU- begrotingsenquête) zal vallen onder de bestaande sanctieregimes ten aanzien van financiële informatievoorziening door de medeoverheden aan het Rijk.!" CBCF/IP 62190

19 Pagina 14 van Recente ontwikkelingen In het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen van 14 september jl. heeft de Staatssecretaris van Financiën aangegeven dat het hoge tekort van decentrale overheden, 0,8% BBP, hem zorgen baart. Is boven de afgesproken 0,5% en verbetert niet. Hij kondigde aan er vanuit Europa strengere eisen zullen komen: saldo moet zich tussen 0,5 en -0,5% BBP bewegen. Dan moet volgens hem maximum tekort van de decentrale overheden ook kleiner worden. Hij kondigde aan dat als de regelgeving uit Europa duidelijk zou zijn, Financiën met een traject zou starten voor de verankering daarvan in nationale wetgeving, de Wet HOF (Houdbare Overheids Financiën). De decentrale overheden worden hierbij betrokken, zo gaf hij aan. Bij monde van de heer Hieltjes heeft de Unie aangegeven dat het EMU-onderzoek waarover in de Bestuursafspraken afspraken zijn gemaakt en dit wetgevingstraject in elkaar gevlochten zouden moeten worden. EMU-onderzoek vloeit onder andere voort uit bestuursakkoord op grond waarvan van waterschappen wordt verwacht meer te investeren. Vanuit EMUregelgeving lijkt nu een beperking te worden aangebracht en vandaar dat trajecten samen moeten vallen. De Staatssecretaris gaf aan dat voor waterschapsinvesteringen wellicht uitzonderingen binnen EMU-afspraken mogelijk zijn; hij (h)erkent de grote opgaven die de waterschappen hebben. In het verleden heeft de Unie altijd, samen met VNG en IPO, sterk ingezet op een bestuurlijke benadering van de EMU-problematiek in plaats van een mechanische toepassing van harde normen. Dit heeft tot nu toe steeds begrip van het kabinet opgeleverd CBCF/IP 62190

20 Pagina 15 van 18 Bijlage 2 De omvang van het EMU-saldo, waaronder dat van de waterschappen De nu nog geldende maximaal toegestane EMU-tekorten zijn in principe: 3% BBP voor Nederland; 2,5% voor de centrale overheid en de wettelijke sociale verzekeringsinstellingen; 0,5% voor de decentrale overheden, waarbinnen 0,05% voor waterschappen, 0,38% voor gemeenten en 0,07% voor provincies. Voor inzicht in en gevoel voor het EMU-saldo worden in deze bijlage wat cijfers over dit saldo op een rij gezet. Op 31 maart 2011 heeft het CBS als tekort over ,4% BBP gepubliceerd. Dit percentage is als volgt opgebouwd: 4,6% voor de centrale overheid en de wettelijke sociale verzekeringsinstellingen; 0,8% voor de decentrale overheden, waarvan: o 0,053% voor waterschappen o 0,71% voor gemeenten o 0,15% voor provincies. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gerealiseerde EMU-saldo sinds 2000 weergegeven. Totale overheid Lokale overheid Waterschappen Jaar % BBP mln. 's % BBP mln. 's % BBP mln. 's , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , In de volgende tabel zijn de gegevens van het begrote en het uiteindelijk gerealiseerde EMUsaldo van de waterschappen weergegeven. EMU-saldo waterschappen jaar in mln. 's Begroot Gerealiseerd We zien dat het begrote EMU-saldo en het uiteindelijk gerealiseerde saldo behoorlijk uiteen lopen. Dit komt met name door achterblijvende investeringsuitgaven en grotere subsidieontvangsten, met andere woorden te optimistische resp. pessimistische ramingen. In de regel is het zo CBCF/IP 62190

EMU-saldo vanuit het perspectief van de waterschappen

EMU-saldo vanuit het perspectief van de waterschappen Bijlage 2 Bijlage EMU-saldo vanuit het perspectief van de waterschappen 1. Aanleiding Gegeven de huidige situatie van de overheidsfinanciën en het EMU-tekort van Nederland krijgt het EMU-saldo van de waterschappen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 416 Wet inzake houdbare financiën van de collectieve sector (Wet houdbare overheidsfinanciën) Nr. 5 BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 123 IXB Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2010 Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Nadere informatie

Agenda van de openbare Commissie Algemeen Bestuur, Financiën en Welzijn van 23 januari 2013

Agenda van de openbare Commissie Algemeen Bestuur, Financiën en Welzijn van 23 januari 2013 Agenda van de openbare Commissie Algemeen Bestuur, Financiën en Welzijn van 23 januari 2013 Hierbij wordt u uitgenodigd voor de openbare vergadering van de Commissie Algemeen Bestuur, Financiën en Welzijn

Nadere informatie

Variant voor verdeling toegestane tekort tussen Rijk en lokale overheid Op verzoek van het Ministerie van Financiën

Variant voor verdeling toegestane tekort tussen Rijk en lokale overheid Op verzoek van het Ministerie van Financiën CPB Notitie 10 oktober 2012 Variant voor verdeling toegestane tekort tussen Rijk en lokale Op verzoek van het Ministerie van Financiën Aan: Overleg Ministerie van Financien en lokale overheden Centraal

Nadere informatie

Investeren in (frisse) scholen en svz rijksregelgeving

Investeren in (frisse) scholen en svz rijksregelgeving Investeren in (frisse) scholen en svz rijksregelgeving Joop Pennings Directie Woon- en Leefomgeving DG Wonen en Bouwen 20 maart 2013 Inhoud 1. Wet hof 2. Schatkistbankieren 3. BTW-compensatiefonds 4. Ten

Nadere informatie

ons kenmerk ECGF/U Lbr. 14/005

ons kenmerk ECGF/U Lbr. 14/005 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Wet Houdbare Overheidsfinancien uw kenmerk ons kenmerk ECGF/U201400005 Lbr. 14/005 bijlage(n) 1 datum 21 januari

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 579 Besluit van 13 december 2013, houdende wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in verband met de invoering

Nadere informatie

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN van het raadslid J.C. Sneller. sv RIS Regnr. BSD/ Den Haag, 8 maart 2012

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN van het raadslid J.C. Sneller. sv RIS Regnr. BSD/ Den Haag, 8 maart 2012 Gemeente Den Haag BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN van het raadslid J.C. Sneller sv 2012.079 RIS 246506 Regnr. BSD/2012.286 Den Haag, 8 maart 2012 Inzake: Wet Houdbare Overheidsfinanciën De gemeenteraad

Nadere informatie

Bijlage: Technische invulling Stabiliteit en Groeipact verdrukt onbedoeld publieke investeringen

Bijlage: Technische invulling Stabiliteit en Groeipact verdrukt onbedoeld publieke investeringen Bijlage: Technische invulling Stabiliteit en Groeipact verdrukt onbedoeld publieke investeringen In deze bijlage wordt uiteengezet waarom en op welke wijze de huidige methodiek uit het Stabiliteit en Groei

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 20 november 2012 Betreft Toelichting op Wet Hof

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum 20 november 2012 Betreft Toelichting op Wet Hof > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Raad voor de financiële verhoudingen Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag

Nadere informatie

UNIÜ VAN WATTRSCHAPPIIN

UNIÜ VAN WATTRSCHAPPIIN UNIÜ VAN WATTRSCHAPPIIN Bezoekadres Koningskade 40 2596 AA Den Haag Postadres Postbus 93218 2509 AE Den Haag Telefoon 070351 97 5i Fax 0703544642 De leden-waterschappen datum 16 mei 2012 ons kenmerk 63544/EV

Nadere informatie

Wet houdbare overheidsfinanciën

Wet houdbare overheidsfinanciën Wet houdbare overheidsfinanciën Foto: Fred van Assendelft, bron: Panoramio In Europees verband is afgesproken dat een lidstaat een maximum begrotingstekort heeft van 3% en een staatsschuld van 60%. In

Nadere informatie

Iv3 toetsingsbeleid en begrotingsgegevens EMU

Iv3 toetsingsbeleid en begrotingsgegevens EMU Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Datum 19 lull 2005 Ons kenmerk 2005-0000139706 Colleges van B&W en Provinciale staten Onderdeel DGKB/FOBB inlichtingen J. Nijenhuis T (070)4268603

Nadere informatie

: Nieuw belastingstelsel

: Nieuw belastingstelsel A L G E M E E N B E S T U U R Vergadering d.d. : 7 september 2011 Agendapunt: 7 Onderwerp : Nieuw belastingstelsel KORTE SAMENVATTING: In het Bestuursakkoord Water is overeengekomen dat de waterschappen

Nadere informatie

Bijlage - Omvang Bruto EMU-schuldreductie

Bijlage - Omvang Bruto EMU-schuldreductie Bijlage - Omvang Bruto EMU-schuldreductie 1. Inleiding Het brutoschuldbegrip is een internationale standaard. Financiële marktpartijen en kredietbeoordelaars maken internationale vergelijkingen op basis

Nadere informatie

Advies: Kennis te nemen van de treasuryrapportage 2014 inclusief de geactualiseerde liquiditeitsprognose 2014-2015.

Advies: Kennis te nemen van de treasuryrapportage 2014 inclusief de geactualiseerde liquiditeitsprognose 2014-2015. VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS Van: B.J. Zondag Tel.nr. : Datum: 25 september 2014 8416 Team: Financiën Tekenstukken: Nee Bijlagen: 2 Afschrift aan: N.a.v. (evt. briefnrs.): B.Duindam, V. Griessler,

Nadere informatie

Rondetafelgesprek wet Houdbare overheidsfinanciën Uitgevoerd op verzoek van de Commissie Financiën van de Tweede Kamer

Rondetafelgesprek wet Houdbare overheidsfinanciën Uitgevoerd op verzoek van de Commissie Financiën van de Tweede Kamer CPB Notitie 19 november 2012 Rondetafelgesprek wet Houdbare overheidsfinanciën Uitgevoerd op verzoek van de Commissie Financiën van de Tweede Kamer CPB Notitie Aan: Commissie Financiën van de Tweede Kamer

Nadere informatie

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. P& / 20 J W / Ob 0 7 JAN 2G14. Dat. ontv.: Routing

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. P& / 20 J W / Ob 0 7 JAN 2G14. Dat. ontv.: Routing Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Provinciale Staten van Overijssel Postbus 10078 8000 GB ZWOLLE PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr.

Nadere informatie

FINANCIËLE VERORDENING RECREATIESCHAP DOBBEPLAS

FINANCIËLE VERORDENING RECREATIESCHAP DOBBEPLAS FINANCIËLE VERORDENING RECREATIESCHAP DOBBEPLAS Het Algemeen Bestuur van het recreatieschap Dobbeplas; Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 13 oktober 2014; Gelet op het bepaalde in de artikelen

Nadere informatie

PROVINCIE. Mededeling FLEVOLAND

PROVINCIE. Mededeling FLEVOLAND PROVINCIE FLEVOLAND Mededeling Onderwerp Brief financieel toezicht 2017 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) Kern mededeling: Het college van Gedeputeerde Staten verzoekt

Nadere informatie

Code Interbestuurlijke Verhoudingen

Code Interbestuurlijke Verhoudingen CODE > Code Interbestuurlijke Verhoudingen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen dragen samen de verantwoordelijkheid voor een goed bestuur van Nederland. De medeoverheden erkennen dat zij daarin

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Provinciale Staten van Flevoland Postbus AB LELYSTAD

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Provinciale Staten van Flevoland Postbus AB LELYSTAD Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Provinciale Staten van Flevoland Postbus 55 8200 AB LELYSTAD Directoraat-Generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties

Nadere informatie

Europees Stabiliteit en GroeiPact verdrukt

Europees Stabiliteit en GroeiPact verdrukt Europees Stabiliteit en GroeiPact verdrukt Vereniging van Nederlandse Gemeenten investeringen gemeenten Jan van der Lei, 6 december 2016 Nieuwegein EMU-saldo is mutatie financieel Vereniging van Nederlandse

Nadere informatie

P R O V 1 N su È F R VS l! Ä N. Doe. nr.: Class, nr. * Ingek.: AfdelirrT. Beh. door; Afd. Hoofd AWB.. weken. voor kenn isg. aangenomen/tel.

P R O V 1 N su È F R VS l! Ä N. Doe. nr.: Class, nr. * Ingek.: AfdelirrT. Beh. door; Afd. Hoofd AWB.. weken. voor kenn isg. aangenomen/tel. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Gedeputeerde Staten van Fryslan Postbus 20120 8900 HM LEEUWARDEN Datum 18 december 2014 Betreft Begroting

Nadere informatie

Vereniging van Zeeuwse Gemeenten. Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten. ledenbrief

Vereniging van Zeeuwse Gemeenten. Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten. ledenbrief Vereniging van Zeeuwse Gemeenten Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten ledenbrief 2016-001 status standpuntbepaling ons kenmerk BO bijlage(n) -2- contactpersoon bezoekadres

Nadere informatie

Financiën Ingekomen stuk D14 (PA 6 maart 2013) Concern Financiën. Datum uw brief 21 januari 2013

Financiën Ingekomen stuk D14 (PA 6 maart 2013) Concern Financiën. Datum uw brief 21 januari 2013 Financiën Ingekomen stuk D14 (PA 6 maart 2013) Concern Financiën Aan de gemeenteraad van Nijmegen Postbus 9105 6500 HG Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen Telefoon 14024 Telefax (024) 323 59

Nadere informatie

Artikel 1. Definities

Artikel 1. Definities Verordening 212 Het algemeen bestuur van de ISD Bollenstreek besluit, gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, vast te stellen: Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor

Nadere informatie

Doorkiesnummer : (0495) 575 521 Agendapunt: 8 ONDERWERP

Doorkiesnummer : (0495) 575 521 Agendapunt: 8 ONDERWERP Wijnen, Peter FIN S3 RAD: RAD131106 2013-11-06T00:00:00+01:00 BW: BW131001 voorstel gemeenteraad Vergadering van de gemeenteraad van 6 november 2013 Portefeuillehouder : J.M. Cardinaal Behandelend ambtenaar

Nadere informatie

Europese begrotingsregels en investeringen

Europese begrotingsregels en investeringen Europese begrotingsregels en investeringen Maarten Allers 1 Gerber van Nijendaal 2 Verschenen in Openbaar Bestuur, oktober 2012, blz. 13-20 De aangescherpte Europese begrotingsregels hebben vergaande,

Nadere informatie

Financiële verordening gemeente Beesel Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording

Financiële verordening gemeente Beesel Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording Financiële verordening gemeente Beesel 2017 De raad van de gemeente Beesel gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Financiële verordening gemeente Beesel 2017 Hoofdstuk 1. Algemene

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 24 november 2014) 1 Heeft u kennisgenomen van berichten dat gemeenten, provincies en waterschappen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Bijlage 1: Definities... 14

Inhoudsopgave. Bijlage 1: Definities... 14 WET HOF in EDE? 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Voorgeschiedenis wet HOF...4 3. Theorie omzetten naar de Edese praktijk: wat gaan we doen en wat brengt het ons?7 3.1. EMU-saldo in Ede...7 3.2. EMU-schuldquote

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

VRAGEN/TOEZEGGINGEN UIT RAAD/COMMISSIE

VRAGEN/TOEZEGGINGEN UIT RAAD/COMMISSIE VRAGEN/TOEZEGGINGEN UIT RAAD/COMMISSIE Agendering door griffie Betreft : Brede Commissie d.d. 25-08-2014 Agendapunt 4a Vraag en / of opmerking door: Naam / fractie : CDA - Van Helden Onderwerp : Hulp bij

Nadere informatie

Aan Provinciale Staten van Overijssel

Aan Provinciale Staten van Overijssel www.prv-overijssel.nl Aan Provinciale Staten van Overijssel Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 48 52 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum

Nadere informatie

Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg

Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg Startnotitie Rapport bij de jaarstukken 2007 provincies Noord-Brabant en Limburg 1 Aanleiding voor het onderzoek In de jaarrekening en het jaarverslag leggen Gedeputeerde Staten jaarlijks verantwoording

Nadere informatie

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken

http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_15-01-2015/afdrukken http://wetten.overheid.nl/bwbr0011987/geldigheidsdatum_/afdrukken Page 1 of 5 Wet financiering decentrale overheden (Tekst geldend op: ) Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het

Nadere informatie

1. Huidige aandelenverhouding en verliesbijdrage

1. Huidige aandelenverhouding en verliesbijdrage 11 november 2003 Nr. 2003-19.448, EZ Nummer 38/2003 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake aandelenoverdracht en baanverlenging van Groningen Airport Eelde N.V.

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 'Uil Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Provinciale Staten van Flevoland Postbus 55 8200 AB LELYSTAD Datum 20 december 2013 Betreft financieel

Nadere informatie

Ministerie van Binnen andse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnen andse Zaken en Koninkrijksrelaties R. Anderson Contactpersoon Uw kenmerk Postbus 20120 8900 HM Leeuwarden 2016-0000754155 Kenmerk www.facebook.com/minbzk Provincie Fryslâ www.rijksoverheid.ni Provinciale Staten www.twitter.com/minbzk programmabegroting.

Nadere informatie

BAWI/U200801717 Lbr. 08/170

BAWI/U200801717 Lbr. 08/170 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8020 betreft Meerjarig aanvullende Uitkering I-deel WWB uw kenmerk ons kenmerk BAWI/U200801717 Lbr. 08/170 bijlage(n) datum

Nadere informatie

Nota Relatie provincie Utrecht met de waterschappen. Deel 3: Provinciaal toezichtkader

Nota Relatie provincie Utrecht met de waterschappen. Deel 3: Provinciaal toezichtkader 1 INLEIDING Op grond van verschillende regelgeving is de provincie Utrecht belast met het toezicht op de op haar grondgebied gelegen waterschappen. In dit deel van de nota wordt een overzicht gegeven van

Nadere informatie

Paragraaf 4: Financiering

Paragraaf 4: Financiering Paragraaf 4: Financiering Geldstroombeheer van de gemeente Algemeen De treasuryfunctie omvat de financiering van de beleidsvoornemens en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Het beleid

Nadere informatie

(Door de Commissie ingediend op 18 oktober 1996) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

(Door de Commissie ingediend op 18 oktober 1996) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Voorstel voor een VERORDENING (EG) VAN DE RAAD over bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten /* COM/96/0496 DEF - CNS 96/0248 */ Publicatieblad

Nadere informatie

INGEKOMENN STUK. Aan algemeen bestuur 23 april Voorstel aan ab Kennisnemen van

INGEKOMENN STUK. Aan algemeen bestuur 23 april Voorstel aan ab Kennisnemen van Aan algemeen bestuur 23 april 2014 INGEKOMENN STUK Datum 18 maart 2014 Documentnummer 594909 Projectnummer Portefeuillehouder Programma Afdeling drs. T. Klip-Martin Veiligheid Planvorming Bijlage(n) 2

Nadere informatie

Parafering besluit PFO Hae Conform - D&H Conform Geparafeerd door: Wijngaart, P.I.M. van den Bosker, M.H.

Parafering besluit PFO Hae Conform - D&H Conform Geparafeerd door: Wijngaart, P.I.M. van den Bosker, M.H. agendapunt 3.a.6 995956 Aan College van Dijkgraaf en Hoogheemraden VERKIEZINGEN 2012 Portefeuillehouder Haersma Buma, M.A.P. van Datum 20 maart 2012 Aard bespreking Besluitvormend Afstemming Bijlagen 4

Nadere informatie

Aan de commissie: Inwonerszaken Datum vergadering: 23 juni 2004 Agendapunt : 5. Aan de Raad. Made, 29 juni 2004

Aan de commissie: Inwonerszaken Datum vergadering: 23 juni 2004 Agendapunt : 5. Aan de Raad. Made, 29 juni 2004 Aan de commissie: Inwonerszaken Datum vergadering: 23 juni 2004 Agendapunt : 5 Aan de Raad Made, 29 juni 2004 Onderwerp Begrotingskader GROGZ 2005 Voorstel Financiële gevolgen Het begrotingskader GROGZ

Nadere informatie

Raadsvoorstel Reg. nr : 0910655 Ag nr. : Datum : 15-12-09

Raadsvoorstel Reg. nr : 0910655 Ag nr. : Datum : 15-12-09 Ag nr. : Onderwerp Tariefaanpassingen en overige wijzigingen van de verordeningen/besluiten betreffende de belastingen en rechten voor het jaar 2010 (aanvulling). Voorstel Door vaststelling van de verordeningen/besluiten,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Turfmarkt

Nadere informatie

Aa n De minister van Financien van Curac;ao. Contactpersoon Telefoonnummer Telefoon ( + 172 1) 543033 1 Sylvia Bijl (Cft) +5999 461 9081

Aa n De minister van Financien van Curac;ao. Contactpersoon Telefoonnummer Telefoon ( + 172 1) 543033 1 Sylvia Bijl (Cft) +5999 461 9081 Aa n De minister van Financien van Curac;ao o en Sint Maarten Adres kantoor Curacao De Rouvilleweg 39 Willemstad, C ura ~ ao Tel efoon ( + 5999 ) 461908 1 Telefa x (+5999) 46 19088 Adres kantoor Sint Ma

Nadere informatie

Fiscale verwerking van subsidies publicatie 22 december 2016

Fiscale verwerking van subsidies publicatie 22 december 2016 Inleiding In deze notitie wordt ingegaan op de fiscale verwerking van subsidies in relatie tot de Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen (hierna: de wet). Deze notitie heeft

Nadere informatie

1. Wet HOF. In het onderstaande gaan wij in het kort in op de Wet HOF en de mogelijke gevolgen hiervan voor de gemeente Dronten.

1. Wet HOF. In het onderstaande gaan wij in het kort in op de Wet HOF en de mogelijke gevolgen hiervan voor de gemeente Dronten. Dronten : 29 mei 2012 Verzonden 7 juni 2012 Kenmerk U12.010580/CD/HS Uw brief van : -- Uw kenmerk : -- Inlichtingen : de heer Steijn Aan de leden van de raad Onderwerp: Vragen en gewenste informatie bij

Nadere informatie

VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4

VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4 VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4 VOORSTEL 1. tot vaststelling van de verordening voorziening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Gennep en intrekking van het raadsbesluit

Nadere informatie

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 ... No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 Bij Kabinetsmissive van 8 november 2012, no.12.002573, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

Advies W /III gevonden via 'http://www.raadvanstate.nl/pers/abonnemente... Website Ministerie van Financien

Advies W /III gevonden via 'http://www.raadvanstate.nl/pers/abonnemente... Website Ministerie van Financien dit advies dit advies Page 1 of 8 Adviezen Print ZAAKNUMMER W06.12.0141/III DATUM VAN ADVIES woensdag 18 juli 2012 SOORT Wet E-mail MINISTERIE Financiën VINDPLAATS Website Ministerie van Financien Voorstel

Nadere informatie

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Officiële uitgave van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven Nr. 626 6 november 2017 Financiële Verordening 2018 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepaling

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2014 290 Besluit van 16 juli 2014, houdende wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in verband met de rapportageverplichting

Nadere informatie

Nr. 35 van de agenda 2003 van Provinciale Staten van Overijssel

Nr. 35 van de agenda 2003 van Provinciale Staten van Overijssel Nr. 35 van de agenda 2003 van Provinciale Staten van Overijssel Aan Provinciale Staten onderwerp datum: 20 mei 2003 Technische uitwerking n.a.v. de invoering van het BTWcompensatiefonds; ons kenmerk: MI/2003/282

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Voorstel inzake de te nemen besluiten met betrekking tot de gevolgen van de invoering van de Wet Hof

RAADSVOORSTEL. Voorstel inzake de te nemen besluiten met betrekking tot de gevolgen van de invoering van de Wet Hof RAADSVOORSTEL Raadsvergadering d.d.: 18 februari 2014 Voorstelnummer: JR1401 Portefeuillehouder: Wethouder A.C.L.Adema Voorstel inzake de te nemen besluiten met betrekking tot de gevolgen van de invoering

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Aan de gemeenteraad. categorie/agendanr. B. en W RA B 3 16/479. Raad. Onderwerp: Kadernota 2017, Berap 2016-I en MPG

Raadsvoorstel. Aan de gemeenteraad. categorie/agendanr. B. en W RA B 3 16/479. Raad. Onderwerp: Kadernota 2017, Berap 2016-I en MPG svoorstel Jaar Onderwerp: Kadernota 2017, Berap 2016-I en MPG Portefeuillehouder: J. Otter Afdeling: Ontwikkeling, Beleid en Directiestaf Team: Directiestaf A.M. Bosma, telefoonnummer 140591 Aan de gemeenteraad

Nadere informatie

De raad van de gemeente Tholen. Tholen, 25 oktober 2016

De raad van de gemeente Tholen. Tholen, 25 oktober 2016 No.: Portefeuillehouder: Wethouder F.J.A. Hommel Afdeling: Samenleving Behandelaar: C.L. Aarnoudse De raad van de gemeente Tholen Tholen, 25 oktober 2016 Onderwerp: Voorstel om uw opvattingen kenbaar te

Nadere informatie

Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen (Wet financiering decentrale overheden)

Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen (Wet financiering decentrale overheden) (Tekst geldend op: 26-08-2014) Wet van 14 december 2000, houdende nieuwe bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen (Wet financiering decentrale overheden) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen.

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen. Onderhandelingsakkoord tussen de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het dagelijks bestuur van het Korpsbeheerdersberaad i.o. inzake het pakket aan maatregelen en afspraken in het

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 6.9

Aan de raad AGENDAPUNT 6.9 Aan de raad AGENDAPUNT 6.9 Treasurystatuut 2010 Voorstel: het Treasurystatuut 2010 vaststellen. Inleiding In februari 2009 hebben wij u geïnformeerd over de treasury bij onze gemeente. Aanleiding hiervoor

Nadere informatie

Advies jaarrekening 2011 van de commissie BMZ aan het algemeen bestuur HDSR Geachte leden van het algemeen bestuur, De commissie BMZ adviseert het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap De Stichtse

Nadere informatie

1. Aanleiding & samenvatting

1. Aanleiding & samenvatting Notitie MEERJARIG BEGROTEN OP PROJECTEN Contactpersoon R. Bosua T 078 770 43 52 E r.bosua@dordrecht.nl Van Ronald Bosua Aan Auditcommissie Datum 11 november 2013 Kenmerk Betreft Meerjarig begroten op projecten

Nadere informatie

27926 Huurbeleid. Lijst van vragen en antwoorden Vastgesteld 11 oktober 2016

27926 Huurbeleid. Lijst van vragen en antwoorden Vastgesteld 11 oktober 2016 27926 Huurbeleid Nr. 269 Lijst van vragen en antwoorden Vastgesteld 11 oktober 2016 De algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister voor Wonen en Rijksdienst

Nadere informatie

Voorstel aan algemeen bestuur

Voorstel aan algemeen bestuur Voorstel aan algemeen bestuur Van: Werkgroep Financiële zaken D.d.: 17 februari 2011 Betreft: Uitgangspunten, Meerjarenraming(en) en Begroting(en) 1. Voorstel De algemeen besturen wordt gevraagd in te

Nadere informatie

26 november 2002 Bezwaarschrift 19 juli 2002 inzake vaststelling matchingbijdrage 2000 voor televisie

26 november 2002 Bezwaarschrift 19 juli 2002 inzake vaststelling matchingbijdrage 2000 voor televisie Provincie Gelderland Huis der Provincie t.a.v. het College van Gedeputeerde Staten Postbus 9090 6800 GX ARNHEM Datum Onderwerp 26 november 2002 Bezwaarschrift 19 juli 2002 inzake vaststelling matchingbijdrage

Nadere informatie

a a o~co zo1~ provincie HOLLAND ZUID Gedeputeerde Staten 11 DECEMBER 2014 Directie Leefomgeving en Bestuur Afdeling Bestuur Gemeente Molenwaard

a a o~co zo1~ provincie HOLLAND ZUID Gedeputeerde Staten 11 DECEMBER 2014 Directie Leefomgeving en Bestuur Afdeling Bestuur Gemeente Molenwaard 11 DECEMBER 2014 De raad van de gemeente MOLENWAARD Postbus 5 2970 AA BLESKENSGRAAF Gemeente Molenwaard N OW N Gedeputeerde Staten Directie Leefomgeving en Bestuur Afdeling Bestuur Contact A. van den Berg

Nadere informatie

Gemeente Breda ~Q~ ~,,~ Registratienr: [ 40523] Raadsvoorstel

Gemeente Breda ~Q~ ~,,~ Registratienr: [ 40523] Raadsvoorstel ~,,~ Raadsvoorstel Agendapuntnummer: Registratienr: [ 40523] Onderwerp Instemmen met het doonoeren van een stelselwijziging voor de verantwoording- en dekkingswijze van investeringen met maatschappelijk

Nadere informatie

Verkiezingen Tweede Kamer 2012

Verkiezingen Tweede Kamer 2012 Verkiezingen Tweede Kamer 2012 Nederlandse politieke partijen langs de Europese meetlat Financiën dr. Edwin van Rooyen Update: 6-9-2012 Tussen de politieke partijen in Nederland bestaat aanzienlijke verdeeldheid

Nadere informatie

Ons kenmerk N800/ Aantal bijlagen

Ons kenmerk N800/ Aantal bijlagen Openingstijden: maandag t/m vrijdag 08.30-17.00 uur Leden van de gemeenteraad Nijmegen Mariënburg 30 6511 PS Nijmegen Telefoon (024) 329 92 22 Telefax (024) 329 25 11 E-mail gemeente@nijmegen.nl Postadres

Nadere informatie

Raadsstuk. Onderwerp: Actualisatie financiële verordening Haarlem BBV nr: 2015/98823

Raadsstuk. Onderwerp: Actualisatie financiële verordening Haarlem BBV nr: 2015/98823 Raadsstuk Onderwerp: Actualisatie financiële verordening Haarlem BBV nr: 2015/98823 1. Inleiding De gemeenteraad stelt kaders vast o.a. in de vorm van gemeentelijke verordeningen. De financiële beheersverordening

Nadere informatie

VOORSTEL AB AGENDAPUNT :

VOORSTEL AB AGENDAPUNT : VOORSTEL AB AGENDAPUNT : PORTEFEUILLEHOUDER : T.J. Boersma AB VERGADERING D.D. : 24 juni 2014 NUMMER : WM/MFI/NKu/8247 OPSTELLER : N. Kuper, 0522-276740 FUNCTIE : Afdelingshoofd Financiën VERGADERING MT

Nadere informatie

WET HOUDBARE OVERHEIDSFINANCIËN

WET HOUDBARE OVERHEIDSFINANCIËN WET HOUDBARE OVERHEIDSFINANCIËN REKENKAMERBRIEF REKENKAMER UTRECHT 24 mei 2013 LEDEN Watze de Boer (voorzitter) Hans van den Broek Gerard Bukkems MEDEWERKER ONDERZOEK Floris Roijackers (secretaris) CONTACTGEGEVENS:

Nadere informatie

Oplegnotitie (Conceptbegroting 2012 WOZL) Gemeenteblad nr. 2011/41

Oplegnotitie (Conceptbegroting 2012 WOZL) Gemeenteblad nr. 2011/41 Maximaal 1 A4 Oplegnotitie (Conceptbegroting 2012 WOZL) Gemeenteblad nr. 2011/41 Rol van de raad De raad krijgt dit raadsvoorstel voorgelegd om - Uitvoering te geven aan de bevoegdheid vastgesteld in artikel

Nadere informatie

Visiedocument Financieel Beleid

Visiedocument Financieel Beleid 1. Financieel beleid Grip Om grip te houden op de gemeentefinanciën voert de gemeente financieel beleid uit. Enerzijds betreft dit wettelijke taken, zoals het opstellen van een begroting en een jaarrekening,

Nadere informatie

Algemeen Bestuur. De commissie heeft geadviseerd het voorstel door te geleiden voor besluitvorming in het Algemeen Bestuur

Algemeen Bestuur. De commissie heeft geadviseerd het voorstel door te geleiden voor besluitvorming in het Algemeen Bestuur Algemeen Bestuur Onderwerp: Jaarstukken 2014 Portefeuillehouder: B. de Jong Vertrouwelijk: nee Vergaderdatum: 8 juli 2015 Afdeling: MO Medewerker: A Peek Dossiernummer: 927419 versie 7 Behandeld in Datum

Nadere informatie

Memo Reg.nr.: O-FIN/2013/16 / RIS

Memo Reg.nr.: O-FIN/2013/16 / RIS Memo Reg.nr.: O-FIN/2013/16 / RIS 2013-37 Aan : Raadsleden gemeente Boxmeer Van : College van Burgemeester en Wethouders Kopie : Datum : 23 januari 2013 Onderwerp : Decembercirculaire 2012 Bijlage(n) :

Nadere informatie

Raadsvoorstel agendapunt

Raadsvoorstel agendapunt Raadsvoorstel agendapunt Aan de raad van de gemeente IJsselstein Zaaknummer : 157518 Datum: 1 juni 2015 Programma : Sport Blad: 1 van 5 Cluster : Samenleving Portefeuillehouder: mw. M.J.T.G. van Beurkering-Huijbregts

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

AAN DE AGENDACOMMISSIE

AAN DE AGENDACOMMISSIE AAN DE AGENDACOMMISSIE Agenda: 8-6-2017 Franeker, 18-4-2017 Onderwerp Concept begroting 2018 Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân (Dienst) Portefeuillehouder Wethouder T. Twerda Doel

Nadere informatie

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Provincie Flevoland (FL) t.a.v. de Provinciale Staten Postbus 55 8200 AB LELYSTAD DGBK/Bestuur, Democratie

Nadere informatie

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg)

Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg (ADV-Limburg) Pagina 1 van 5 GEMEENTE NUTH Raad: 23 september 2008 Agendapunt: Reg.nr: BJZ/2008/6803 RTG: 9 september 2008 Inleiding AAN DE RAAD Onderwerp: Voorstel tot deelname aan de AntiDiscriminatieVoorziening Limburg

Nadere informatie

BB/U Lbr. 15/103

BB/U Lbr. 15/103 Brief aan de leden T.a.v. het college en de raad informatiecentrum tel. (070) 373 8393 betreft Definitief VNG-akkoord op bestuursakkoord Verhoogde Asielinstroom uw kenmerk ons kenmerk BB/U201502219 Lbr.

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

1. Inleiding en richtlijnen

1. Inleiding en richtlijnen NOTITIE RENTE 2017 1. Inleiding en richtlijnen 1.1 Inleiding Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor de lagere overheden

Nadere informatie

1 juli 2008 EP/AEP /

1 juli 2008 EP/AEP / Aan De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Datum Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n) 1 juli 2008 EP/AEP / 8073386 Onderwerp Wijziging van de Wet Fonds economische

Nadere informatie

Bijlage: Transponeringstabel. Omschrijving beleidsruimte

Bijlage: Transponeringstabel. Omschrijving beleidsruimte Bijlage: Transponeringstabel Artikel Richtlijn 14/67/EU Bepaling in implementatieregeling of in bestaande regelgeving en toelichting indien niet geïmplementeerd of uit zijn aard geen implementatie behoeft

Nadere informatie

gezien het voorstel van de Tijdelijke Commissie ingesteld door de Drechtraad van 21 augustus 2006 en 13 november 2006; b e s l u i t :

gezien het voorstel van de Tijdelijke Commissie ingesteld door de Drechtraad van 21 augustus 2006 en 13 november 2006; b e s l u i t : De Drechtraad gezien het voorstel van de Tijdelijke Commissie ingesteld door de Drechtraad van 21 augustus 2006 en 13 november 2006; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, alsmede artikel 30, eerste

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 320 Besluit van 23 juni 2006 tot wijziging van het Besluit comptabele regelgeving regionale politiekorpsen en het Besluit financiën regionale

Nadere informatie

Voorstelnummer: Houten, 27 augustus 2013

Voorstelnummer: Houten, 27 augustus 2013 Raadsvoorstel Voorstelnummer: 2013-057 Houten, 27 augustus 2013 Onderwerp: Raadsvoorstel Zienswijze Noordvleugelprovincie Beslispunten: 1. In te stemmen met de zienswijze van de gemeente Houten op het

Nadere informatie

Controleverordening Gemeenschappelijke Regeling Waddenfonds 2012.

Controleverordening Gemeenschappelijke Regeling Waddenfonds 2012. Controleverordening Gemeenschappelijke Regeling Waddenfonds 2012. Voor de vergadering van het Algemeen Bestuur d.d. 28 maart 2013 1 Verordening van.2012, betreffende de uitgangspunten voor de controle

Nadere informatie

Aantal bijlagen: - Agendapunt: 8

Aantal bijlagen: - Agendapunt: 8 Adviescommissie 5 oktober 2011 Dagelijks bestuur 12 oktober 2011 Algemeen bestuur 2 november 2011 Aantal bijlagen: - Agendapunt: 8 Onderwerp Uitgangspunten financieel beleid 2012-2013 Het algemeen bestuur

Nadere informatie

Resultaten verantwoordingsonderzoek Gemeentefonds (B) Rapport bij het jaarverslag

Resultaten verantwoordingsonderzoek Gemeentefonds (B) Rapport bij het jaarverslag Resultaten verantwoordingsonderzoek 2015 Gemeentefonds (B) Rapport bij het jaarverslag 2016 Resultaten verantwoordingsonderzoek 2015 Gemeentefonds (B) Rapport bij het jaarverslag Inhoud 1 Conclusies 2

Nadere informatie

Beleidsregels Algemene subsidieverordening Gouda 2003 (zoals gewijzigd op 28 november 2006)

Beleidsregels Algemene subsidieverordening Gouda 2003 (zoals gewijzigd op 28 november 2006) Beleidsregels Algemene subsidieverordening Gouda 2003 (zoals gewijzigd op 28 november 2006) 1 Inleiding Voorgesteld wordt de beleidsregels te wijzigen en aanvullingen op te nemen, zoals in onderstaande

Nadere informatie

VOORSTEL AB AGENDAPUNT :

VOORSTEL AB AGENDAPUNT : VOORSTEL AB AGENDAPUNT : PORTEFEUILLEHOUDER : T.J. Boersma AB VERGADERING D.D. : 25 juni 2013 NUMMER : WM/MFI/NKu/7725 OPSTELLER : N. Kuper, 0522-276740 FUNCTIE : Afdelingshoofd Financiën VERGADERING MT

Nadere informatie