Examenprogramma Ondernemingsrecht 1



Vergelijkbare documenten
EXAMENPROGRAMMA. Juridisch Diploma('s) Ondernemingsrecht niveau 5 Juridisch adviseur Paralegal Examen Ondernemingsrecht niveau 5 Niveau

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Examenprogramma Burgerlijk Procesrecht 1

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Examenprogramma Bijzondere Overeenkomsten: Koop en Huur 1

Arbeidsrecht en Sociale Zekerheid. Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Ondernemerschap Diploma('s) Basiskennis Ondernemerschap Financieel Ondernemer Commercieel Ondernemer Examen

Examenprogramma Communicatieve Vaardigheden 1

Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Er is geen specifieke vooropleiding vereist

Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Er is geen specifieke vooropleiding vereist

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

Loonadministratie Associatie Praktijkdiploma Loonadministratie Arbeidsrecht (FAR) MBO+ Vooropleiding:BKL, MPZ; vervolgopleiding: VPS

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens BKL, MPZ, PDL

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 3-0 Geldig vanaf Vastgesteld op Vastgesteld door

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht

Verbintenissenrecht. Inleiding in het recht

I VERBINTENISSENRECHT 17

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Jaarrekening niveau 6 Niveau

De juridische organisatie van de onderneming

Verbintenissenrecht & ondernemingsrecht

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Externe Verslaggeving niveau 6 Niveau

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) Examen. Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Veronderstelde voorkennis n.v.t.

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s)

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Bedrijfsadministratie niveau 6 Niveau

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 5-2 Geldig vanaf Vastgesteld op Vastgesteld door

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Secretarieel & Talen Diploma('s)

INHOUD AFKORTINGEN / 13 VERKORT AANGEHAALDE WERKEN / 15

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s)

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s)

Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Er is geen specifieke vooropleiding vereist

Van de BV en de NV DOOR MR. P. VAN SCHILFGAARDE. Hoogleraar aan de Rijksuniversiteit te Groningen en Utrecht Advocaat te 's-gravenhage.

EXAMENPROGRAMMA. Juridisch Diploma('s) Vermogensrecht niveau 5 Juridisch adviseur Paralegal Examen Vermogensrecht niveau 5 Niveau.

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Nemas Middle Management wordt geadviseerd.

EXAMENPROGRAMMA. Secretarieel & Talen Diploma('s) Diplomalijn(en)

Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Praktijkdiploma Loonadministratie (PDL ) diploma

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Bestuurders Bestuurders van bedrijven (rechtspersonen) zijn natuurlijke personen of bedrijven (niet natuurlijk) die namens de rechtspersoon handelen.

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens 1

Recht in je opleiding

Rechtspersoon, vennootschap en onderneming

EXAMENPROGRAMMA. Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingwetgeving niveau 5 Niveau

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) Examen. Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Bijzonderheden. Pagina 1

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) Examen

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Bijzonderheden

EXAMENPROGRAMMA. Management Diploma('s) Diplomalijn(en) Nemas Advanced Management Examen. Advanced Management Niveau

Onderdeel van Praktijkdiploma Boekhouden (PDB ) Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Financieel-Administratief Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Financiële Administratie (FA) Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

BRONNEN ADMINISTRATIEVE VERPLICHTINGEN

Burgerlijk recht 4 BURGERLIJK RECHT 4 (CJU16.4/CREBO:56178)

Inhoud. 1.5 Materieel en formeel recht Samenvatting 17

COMPENDIUM VAN HET ONDERNEMINGSRECHT

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Accounting Information Systems niveau 6 Niveau

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en) Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Examen. Belastingwetgeving Niveau

Samenvatting Ondernemingsrecht R10343

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

Het NHR maakt het volgende onderscheid ten aanzien van rechtspersonen en rechtsvormen:

Praktijkdiploma Loonadministratie (PDL) Loonheffingen 2 (LH2) Vooropleiding: BKL,MPZ; vervolgopleiding: VPS

Toetstermen STIBEX Moderne Bedrijfsadministratie Financiering 5

VOORWOORD LIJST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN

1.1 Inleiding Boekhoudkundige overzichten en hun betekenis Overzichten in een computerboekhoudprogramma 20

De nummers van het Handelsregister. Versie 1.3, 15 november 2010

2.3.3 Overeenkomst is in strijd met de wet, goede zeden of openbare orde 58

EXAMENPROGRAMMA. Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Kostencalculatie niveau 5 Niveau

Onderdeel van Praktijkdiploma Boekhouden (PDB) Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Inhoud. Deel 1 Ondernemingsrecht 12

Syllabus. Leerdoelen voor de European Business Competence* Licence, EBC*L Niveau A

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) 5 (vergelijkbaar met hbo-ad) Versie 5-0 Geldig vanaf Vastgesteld op Vastgesteld door

Wetsvoorstel Personenvennootschappen. 2 april 2007

EXAMENPROGRAMMA. Management Diploma('s) Diplomalijn(en) Nemas HRM Examen. HRM Niveau

IORE-1AR (Inleiding Ondernemingsrecht) IORE-1AE (Economie voor Juristen) IORE-1AR: de heer mr. S. Boelens IORE-1AE: de heer R.

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Diploma('s) Examen

5 BELASTINGEN 61 ONDERNEMINGSVORMEN. INHOUDSOPGAVE BEDRIJFSECONOMIE voor het mkb. afdeling hoofdstuk paragraaf

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 3

Open vragen 1. Wat zijn stakeholders van een onderneming?

Examenprogramma Belastingwetgeving 1

DOCUMENT EBC*L NIVEAU A VOORBEELDEXAMEN A. Opleidingcentrum: Datum: Tijd: Plaats: (VERSIE )

EXAMENPROGRAMMA. Vakopleiding Bedrijfsadministratie & Accountancy (VBA ) Examen Belastingrecht niveau 6 Niveau

UITWERKINGEN OPGAVEN HOOFDSTUK 7

Om welke bouwaanvraag gaat het en wat is het (voorlopige) adres van de bouwactiviteit?

8. Vergelijking tussen verschillende vennootschapsvormen. Hierbij de verschillende afkortingen :

Hoofdstuk 9. Rechtsvormen. Voorbeelden: Eenmanszaak Vennootschap Onder Firma Besloten vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Stichting

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

Van vereniging en stichting, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Geen

Hoofdlijnen Nederlands Recht Wolters-Noordhoff 1

Transcriptie:

Diplomalijn Examen Juridisch Niveau mbo 4 Versie 1.0 Ondernemingsrecht Geldig vanaf 01-01-2013 Vastgesteld op Juni 2006 Vastgesteld door Veronderstelde voorkennis Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Examenprogramma Ondernemingsrecht 1

Bedrijfsrecht en beroeps- en bedrijfsuitoefenaren, administratie en bedrijfseconomisch recht 1 Inleiding Bedrijfsrecht 1.1 De kandidaat kan aangeven wat wordt verstaan onder de volgende begrippen: bedrijfsrecht; vermogensrecht; faillissementsrecht; procesrecht; gewoonterecht. 1.2 De kandidaat kan aangeven en omschrijven: de indeling van het bedrijfsrecht; de bronnen van nationaal bedrijfsrecht; de bronnen van internationaal bedrijfsrecht. 1.3 De kandidaat kan de volgende begrippen omschrijven: beroep; bedrijf; onderneming. 1.4 De kandidaat kan herkennen wanneer er sprake is van: eenvoudige bankbreuk; bedrieglijke bankbreuk. 2 Beroeps- en bedrijfsuitoefenaren 2.1 De kandidaat kan omschrijven wat wordt verstaan onder de volgende beroeps- en bedrijfsuitoefenaren: eenmanspraktijk; eenmanszaak; maatschap; vennootschap onder firma; commanditaire vennootschap. 2.2 De kandidaat kan aangeven wat het verschil is tussen de eenmanspraktijk en de eenmanszaak. 2.3 De kandidaat kan omschrijven wat wordt verstaan onder de interne en externe verhouding van de beroeps- en bedrijfsuitoefenaren en de betekenis hiervan toelichten. 2.4 De kandidaat kan aangeven welke kenmerken een maatschap heeft en de aansprakelijkheid van de maten toelichten. 2.5 De kandidaat kan aangeven op welke wijzen een maatschap kan eindigen en het belang verklaren van het voortzettingsbeding. 2.6 De kandidaat kan aangeven welke kenmerken een vennootschap onder firma heeft en welke oprichtingsvereisten van kracht zijn. 2.7 De kandidaat kan verklaren wat het verschil is tussen een vennootschap onder firma en een commanditaire vennootschap. 2.8 De kandidaat kan aangeven wat de rechtspositie is van de commanditaire vennoot. 3 Administratie, registratie en vestiging 3.1 De kandidaat kan aangeven welke verplichtingen de ondernemer heeft ten aanzien van het voeren van een administratie. 3.2 De kandidaat kan de elektronische handtekening toelichten. 3.3 De kandidaat kan de vereisten voor de jaarrekening aangeven met betrekking tot: balans; winst- en verliesrekening; toelichting; accountantsverklaring; Examenprogramma Ondernemingsrecht 2

publicatieplicht. 3.4 De kandidaat kan toelichten waarom een jaarverslag verplicht is. 3.5 De kandidaat kan verklaren in welke gevallen inschrijving in het handelsregister verplicht is. 3.6 De kandidaat kan de derdenwerking van het handelsregister toelichten. 4 Bedrijfseconomisch recht 4.1 De kandidaat kan aangeven en toelichten de aansprakelijkheid van de ondernemer voor de bedrijfsschulden bij: eenmanszaak; vennootschap onder firma 4.2 De kandidaat kan aangeven welke mogelijkheden er zijn voor de financiering van de onderneming. 5 Aspecten van tussenpersonen 5.1 De kandidaat kan aangeven wat het verschil is tussen directe en indirecte vertegenwoordiging. 5.2 De kandidaat kan directe vertegenwoordiging herkennen, voortvloeiende uit: de wet; benoeming; arbeidsovereenkomst; lastgeving met volmacht; zaakwaarneming, niet op eigen naam. 5.3 De kandidaat kan herkennen wanneer er sprake is van indirecte vertegenwoordiging, voortvloeiende uit: lastgeving zonder volmacht; zaakwaarneming, op eigen naam. 5.4 De kandidaat kan omschrijven wat de kenmerkende verschillen zijn tussen de volgende tussenpersonen: makelaar; handelsagent; handelsvertegenwoordiger; commissionair; expediteur. 6 Rechtspersonen 6.1 De kandidaat kan omschrijven wat onder een rechtspersoon wordt verstaan. 6.2 De kandidaat kan het onderscheid toelichten tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen. 6.3 De kandidaat kan de algemene bepalingen van rechtspersonen omschrijven. 6.4 De kandidaat kan ten aanzien van de vereniging aangeven en toelichten: verschil tussen formele en informele verenigingen; lidmaatschap; opzegging; ontzetting; 6.5 De kandidaat kan ten aanzien van de coöperatieve vereniging en de onderlinge waarborgmaatschappij aangeven en toelichten: aansprakelijkheid van de leden; jaarrekening. 6.6 De kandidaat kan ten aanzien van de stichting aangeven en toelichten: Examenprogramma Ondernemingsrecht 3

vertegenwoordigingsbevoegdheid; 6.7 De kandidaat kan ten aanzien van de naamloze vennootschap omschrijven en verklaren: kenmerken; kapitaalsbegrippen; rechtskarakter vennootschap i.o.; soorten aandelen; overdracht van aandelen; structuurvennootschap; aansprakelijkheid voor rechtshandelingen; jaarrekening; 6.8 De kandidaat kan ten aanzien van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid omschrijven en verklaren: aandelen van de vennootschap; blokkeringsregeling; aansprakelijkheid voor rechtshandelingen; jaarrekening; 7 Bijzondere aspecten van rechtspersonen 7.1 De kandidaat kan aangeven wanneer sprake is van een rechtsgeldige omzetting van rechtspersonen. 7.2 De kandidaat kan een omschrijving geven van de omzetting(svereisten) van: een nv in een bv; een bv in een nv; een vereniging in een stichting; een stichting in een vereniging. 7.3 De kandidaat kan aangeven wanneer sprake is van een deelneming en wanneer deelneming mogelijk is. 7.4 De kandidaat kan herkennen wanneer van een dochtermaatschappij kan worden gesproken. 7.5 De kandidaat kan omschrijven wat wordt verstaan onder een groep en een groepsmaatschappij 7.6 De kandidaat kan vaststellen wanneer sprake is van een concern. 7.7 De kandidaat kan aangeven wat wordt verstaan onder: economische fusie; juridische fusie; fusiegedragsregels; SER-fusiegedragsregels; splitsing van rechtspersonen. 7.8 De kandidaat kan de inhoud van de geschillenregeling ten aanzien van de nv en bv omschrijven. 7.9 De kandidaat kan verklaren wat wordt verstaan onder het recht van enquête en de te volgen procedure, inclusief de sancties. Examenprogramma Ondernemingsrecht 4

Diplomalijn Examen Versie 1.0 Juridisch Ondernemingsrecht Geldig vanaf 01-01-2012 Vastgesteld op 28-08-2012 Vastgesteld door Toetsvorm Toetsduur Toegestane hulpmiddelen Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Schriftelijke examen 90 minuten Niet-geannoteerde wettenbundel en de Kleine Gids voor de Nederlandse sociale zekerheid voor het onderdeel Arbeidsrecht en Sociale Zekerheid Basiswoordenboek Nederlands zonder aantekeningen of markeringen Woordenboek Nederlands-vreemde taal/vreemde taal- Nederlands zonder aantekeningen of markeringen Rekenmachine Toetsmatrijs K= Kennisvragen B= Begripsvragen T= Toepassingsvragen Eind term Toetsterm Puntenverdeling in % Aantal vragen Vraagsoort min max min max % % % 1 1.1 t/m 1.4 0 10 3 Open vragen 2 2.1 t/m 2.8 5 20 1 5 Open vragen 3 3.1 t/m 3.6 5 10 1 3 Open vragen 4 4.1 t/m 4.2 5 10 1 3 Open vragen 5 5.1 t/m 5.4 0 10 3 Open vragen 6 6.1 t/m 6.8 20 40 4 10 Open vragen 7 7.1 t/m 7.9 20 30 4 8 Open vragen totaal 100 18 24 10* 10* 80* * Met een marge van plus of min 5%. Examenprogramma Ondernemingsrecht 5