Rijden onder invloed van illegale drugs
Rijden onder invloed van illegale drugs 1. Wettelijk kader Het artikel 37 bis 1 WPW bepaalt dat het besturen op de openbare weg van een voertuig of een rijdier of het begeleiden van een bestuurder met het oog op scholing strafbaar is wanneer de aanwezigheid van minstens één van de in het artikel opgesomde stoffen in het organisme wordt aangetoond door een speekselanalyse of een bloedonderzoek. De stoffen die in de wet zijn opgenomen zijn THC, amfetamine, MDMA, morfine en cocaïne of benzoylecgonine. 2. Afhandeling overtredingen door de politie De politie kan een procedure starten tegen elke persoon die (artikel 61 bis 1 WPW): De vermoedelijke dader is van een verkeersongeval of aan iedereen die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer is (zie schema 4) Aan ieder die op een openbare weg een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing (zie schema 3) Aan ieder die op het punt staat om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen of op het punt staat een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing (zie schema 2) De procedure voor het vaststellen van de overtreding bestaat uit drie stappen (artikel 61 bis 2 en 63 1). De procedure stopt wanneer een test negatief is. De gestandaardiseerde checklist: hierbij gaat de politie na of er uiterlijke tekenen zijn die doen vermoeden dat de rijvaardigheid beïnvloed is door één van de stoffen bepaald in artikel 37 bis 1, 1. De test is positief wanneer minstens drie aantekeningen worden gemaakt verdeeld over ten minste twee verschillende rubrieken. (model checklist zie achteraan tekst) Is het afnemen van de checklist onmogelijk (bijvoorbeeld na een ongeval), dan wordt onmiddellijk een speekseltest afgenomen (zie verder). Indien de gestandaardiseerde checklist als positief wordt beoordeeld, dan wordt door de politie een speekseltest afgenomen. Is deze test positief, kan de test niet worden uitgevoerd en gaf de checklist een vermoeden van invloed, of is er een weigering, dan is het de betrokkene verboden een voertuig of een rijdier te besturen of een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing gedurende een periode van twaalf uur vanaf de vaststelling( artikel 61 ter 1). Indien de betrokkene een wettige reden voor de weigering inroept, zal hij in principe steeds uiterlijke tekenen vertonen die doen vermoeden dat hij onder invloed van illegale stoffen is omdat hij al een positieve checklist heeft afgelegd. De inhouding van het rijbewijs voor 12 uur is hier ook van toepassing. De persoon aan wie het verbod wordt opgelegd moet het rijbewijs overhandigen aan de politie voor de duur van het verbod (artikel 61 quater). Het rijbewijs wordt pas teruggegeven nadat de betrokkene een nieuwe speekseltest heeft afgelegd die aantoont dat er geen invloed meer is van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden en die opgesomd worden in artikel 37 bis 1. De inhouding van het rijbewijs wordt telkens hernieuwd voor een periode van 12 uur wanneer een nieuwe speekseltest de aanwezigheid van één van de bedoelde stoffen aantoont (artikel 61 ter 2) (zie schema 5) Het artikel 55.1 bepaalt dat de Procureur des Konings het rijbewijs onmiddellijk kan intrekken indien een overtreding op o.a. artikel 61ter 1 wordt vastgesteld (zie ook COL 09/2006 herzien op 2010). De duur hiervan is maximum 15 dagen. Het artikel 55bis (in 1 en 5) 1 biedt de mogelijkheid om de duur van de intrekking te verlengen met twee maal drie 1 Wet van 20 juli 2005, artikel 16 (inwerking 31 maart 2006) 2
maanden. Hiervoor moet de Procureur des Konings een beschikking vorderen van de politierechtbank. De derde stap van de procedure is de speekselanalyse. Wanneer de speekseltest positief is wordt een speekselanalyse afgenomen (behalve wanneer de speekseltest werd afgenomen van een persoon die op het punt staat om ). Daartoe overhandigt de politieambtenaar aan de persoon een speekselcollector en verzoekt hem om hierin speeksel te deponeren. Vervolgens wordt deze collector in het speekselbewaargedeelte gebracht en overgemaakt aan een erkend laboratorium voor de analyse. Wanneer de hiervoor beschreven procedure niet of niet volledig kan doorgaan kan een bloedproef worden opgelegd. Een bloedproef wordt voorgesteld aan een bestuurder, een begeleider van een bestuurder met het oog op scholing en de vermoedelijke dader van een verkeersongeval of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken o Waarbij de speekseltest of de speekselanalyse niet kon worden uitgevoerd (bijvoorbeeld omdat er te weinig speeksel kon worden afgenomen) o Die weigert de speekseltest of de speekselanalyse te ondergaan maar uiterlijke tekenen vertoont van gebruik van een illegale stof De bloedproef wordt nooit opgelegd aan een persoon die gecontroleerd wordt terwijl hij op het punt staat om te besturen of te begeleiden met het oog op scholing. De bloedproef wordt uitgevoerd door een arts die door de politie daartoe wordt opgevorderd. De arts moet aan deze opvordering voldoen als gevolg van artikel 1 van het KB van 4 juni 1999 2. De arts mag zich enkel onthouden om de bloedproef uit te voeren wanneer hij formele contra-indicaties vaststelt tegen het afnemen van de bloedproef. De arts ontvangt van de politie de venule waarmee de bloedafname moet gebeuren. Indien de persoon weigert een bloedstaal te laten afnemen moet hij zijn beslissing bekend maken aan de arts. Indien hij een reden opgeeft zal de arts beoordelen of de reden die de persoon aanvoert gegrond is of niet. In elk geval wordt het rijbewijs voor 12 uur ingehouden, is een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs mogelijk (zie hiervoor) en moet PV worden opgesteld. Indien de persoon de bloedproef heeft geweigerd zal dit in het PV vermeld worden samen met het oordeel van de arts over de gegrondheid van de weigering. Wanneer het rijbewijs werd ingehouden voor 12 uur kan de bestuurder zijn rijbewijs enkel terugbekomen na het afleggen van een negatieve speekseltest. Er moet dus voorzien worden dat er een bevoegde (opgeleide) agent beschikbaar is om de testen af te nemen 12 uur nadat een rijbewijs werd ingehouden. Wanneer de speekseltest positief is wordt het rijbewijs opnieuw ingehouden voor een periode van 12 uur. Deze procedure wordt herhaald tot de bestuurder een negatieve test aflegt. Wanneer de speekseltest negatief is, maar de persoon is blijkbaar in een toestand zoals voorzien in artikel 35 van de Wet op de politie over het wegverkeer (dronkenschap of soortgelijke toestand) dan wordt het inhouden van het rijbewijs ook met 12 uur verlengd. Is een speekseltest niet mogelijk of is er een weetige reden om deze te weigeren dan wordt een checklist uitgevoerd. Is de checklist positief dan zal ook een nieuwe periode van inhouden van het rijbewijs ingaan. Wanneer het rijbewijs onmiddellijk wordt ingetrokken door het parket is er geen hertest voorzien. Documenten die voorschriften i.v.m. de afhandeling door de politie bevatten zijn: COL 8/2006 3 herzien op 29-09-2010 2 KB van 4 juni 1999 betreffende de bloedproef met het oog op het bepalen van het gehalte van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden. 3 COL 8/2006 herzien op 29-09-2010 Gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van Procureurs-generaal houdende een eenvormig vaststellingsbeleid en vervolgingsbeleid betreffende het sturen onder invloed van alcohol, in staat van dronkenschap of in soortgelijke staat onder meer ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen, alsook betreffende der aanwezigheid in het organisme van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden sturen onder in vloed van alcohol - drugs 3
COL 9/2006 4 herzien op 29-09-2010 COL 11/2007 5 COL 19/2010 6 3. Organisatie van controles drugs in het verkeer De procedure die op 1 oktober 2010 in voege gaat is veel eenvoudiger dan de procedure die sinds 5 december 2000 in gebruik was. Daarom zal het mogelijk worden om a-selectieve controles op drugs in het verkeer te organiseren. Toch zal het nog vaak voorkomen dat deze controles samen met alcoholcontroles worden uitgevoerd of samen met snelheidscontroles met staandehouding. Het organiseren van controles drugs in het verkeer kan op basis van objectieve vaststellingen, samen met andere controles, op vraag van autoriteiten of bewoners of tijdens de vaststellingen van een ongeval. 3.1. Controles drugs in het verkeer op basis van objectieve vaststellingen Objectieve vaststellingen kunnen zijn: ongevallen met bestuurders onder invloed van illegale drugs, verbindingsweg tussen dancings, veel positieve vaststellingen tijdens controles, De controles drugs in het verkeer zullen dan ofwel een maatregel zijn die is opgenomen in een actieplan dat werd geschreven in het kader van het zonaal veiligheidsplan, ofwel een fenomeen dat niet als prioritair wordt beschouwd of zich als nieuw probleem aandient. 3.1.1. Controles drugs in het verkeer in het kader van een actieplan Weinig zones hebben in hun actieplannen een project drugs in het verkeer ingeschreven. Nochtans blijkt uit recente studies dat het probleem van drugs in het verkeer steeds toeneemt en stilaan dezelfde bedreiging voor de verkeersveiligheid gaat vormen als alcoholgebruik. Het feit dat weekendcontroles vanaf 2006 een apart thema is in de verkeersveiligheidovereenkomsten zou er toe moeten leidden dat de politiezones meer aandacht gaan schenken aan het steeds groeiende probleem van druggebruik door bestuurders. 3.1.1.1. Communicatie- en preventie. Communicatie maakt een integraal deel uit van de handhaving. Het is minstens zo belangrijk als het toezicht omdat via een goede en brede communicatie aan de weggebruiker zowel de noodzaak van het toezicht als het bestaan van een reële pakkans kan meegedeeld worden. Tips voor de organisator van de controle drugs in het verkeer: Ga na of de voorziene communicatiematerialen aanwezig en technisch in orde zijn (folders, preventieborden, feedbackborden, preventieve snelheidsmeters, full graphique panel, ). Leg in de briefing de nadruk op het belang van een correcte, beleefde benadering van de weggebruiker. 4 COL 9/2006 herzien op 29-09-2010 Gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie en het College van procureurs-generaal houdende een eenvormig strafrechtelijk beleid inzake onmiddellijke intrekking van het rijbewijs. 5 COL 11/2007 Omzendbrief van het College van Procureurs-generaal betreffende het rijbewijs en vervallenverklaring van het recht tot sturen - Het opsporings- en vervolgingsbeleid betreffende de inbreuken op de wet betreffende de politie over het wegverkeer en zijn uitvoeringsbesluiten, gepleegd door bestuurders die sinds minder dan twee jaar houder zijn van een rijbewijs B jonge bestuurders. 6 COL 19/2010 Gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie en het College van Procureursgeneraal houdende een eenvormig toezichts-, vaststellings-, opsporings- en vervolgingsbeleid betreffende de aanwezigheid in het organisme van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden Sturen onder invloed van drugs 4
Bepaal welke gegevens nodig zijn voor een correcte en volledige verslaggeving. Dit is belangrijk voor de communicatie van de resultaten. 3.1.1.2. Keuze van de modus. Er is eigenlijk geen keuze mogelijk wat de modus betreft, er is maar één procedure voorzien. Controles op het rijden onder invloed van illegale stoffen hebben maar zin wanneer gewerkt wordt met een vast dispositief. "Vliegende "controles waarbij een ploeg rondrijdt en bestuurders die een verdacht rijgedrag vertonen doen stoppen zijn niet aangewezen. Een belangrijke doelstelling van de controles, het positief beïnvloeden van de subjectieve pakkans, wordt door dit soort controles niet bereikt. Tips voor de organisator van een controle drugs in het verkeer: Neem voor de controle contact met het parket voor het maken van afspraken. Dring er op aan dat ook na een positieve alcoholcontrole, wanneer er uiterlijke tekenen zijn die druggebruik doen vermoeden, er ook een procedure drugs in het verkeer mag afgenomen worden. Dit is belangrijk voor de verkeersveiligheid, recente studies tonen aan gelijktijdig gebruik van alcohol en drugs een groter risico op ongevallen veroorzaakt dan het afzonderlijke gebruik. Bovendien wordt alcohol soms gebruikt om het druggebruik te camoufleren. Bestuurders die illegale stoffen gebruikt hebben proberen de drugcontrole te ontkomen en gebruiken een geringe hoeveelheid alcohol, denkende dat er na een alcoholtest (gemikt wordt op een alcoholintoxicatie tussen 0,22 mg/l UAL en 0,35 mg/l UAL) toch geen drugcontrole meer gebeurt. Maak ook afspraken over het al dan niet onmiddellijk intrekken van de rijbewijzen na het afleggen van een positieve speekseltest of, na een onwettige weigering. Neem voor de controle contact met de arts die zal gevorderd worden voor het afnemen van de bloedproeven. Neem bij voorkeur een arts die u kent, waarop u kunt betrouwen en die de procedure kent. Dit voorkomt tijdverlies en discussie op het terrein. Ga na of het personeel beschikt over de machtiging 7 voor het uitschrijven van OI s. Bepaal in het operatieorder duidelijk dat eerst een alcoholcontrole dient te gebeuren. Geef in het operatieorder de afspraken die gemaakt werden met het parket, het is belangrijk dat alle controleurs deze kennen. Vermeld in het operatieorder ook duidelijk de procedure die moet gevolgd worden ingeval van weigering Controleer de vervaldatum van de speekseltesten, de speekselanalysetoestellen en de venules voor bloedproef. Bepaal, gegeven het aantal personen dat in het dispositief voorzien is en het aantal overtredingen dat statistisch gezien kan verwacht worden, of alle voertuigen zullen gestopt worden, enkel bepaalde (buitenlandse nummerplaten, meerdere inzittenden, ) of volgens de mogelijkheden van het dispositief. Hou hierbij ook rekening met de plaats (parkeermogelijkheden?) en het tijdstip van controle, zodat er geen lange files of verkeersonveilige toestanden ontstaan. Wanneer geen parkeerplaats beschikbaar is kan gedacht worden aan de inzet van motorrijders om bestuurders te begeleiden naar een veilige controleplaats. Voorzie voldoende signalisatiemateriaal (kegels, lampen, verlichting, ) om de plaats van de interceptie duidelijk te markeren. Eis van al het personeel dat ze de voorziene kledij dragen (verkeersmantel of fluoricerend hesje) en dat ze al het materiaal bij zich hebben dat hun taak noodzaakt (toortslamp, bewapening, ). Bepaal duidelijk wie wat zal doen. Wie bepaalt welk voertuig zal gestopt worden, wie neemt contact met de parketmagistraat, wie loodst de bestuurder die geen overtreding beging terug in het verkeer, wie vordert de arts, 7 KB 22 december 2003 betreffende de inning en consignatie van een som bij de vaststelling van de overtredingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer en zijn uitvoeringsbesluiten. 5
Ga na wie de opleiding drugs in het verkeer gevolgd heeft. Koppel een ervaren politieambtenaar aan een minder ervaren. Voorzie steeds dat er problemen kunnen rijzen met dronken bestuurders of verdachte personen. Spreek tijdens de briefing af hoe hierop moet gereageerd worden. Is er in het dispositief geen OBP aanwezig zorg er dan voor dat je deze gedurende de ganse duur van de controle kan contacteren. Leg de nadruk op de eigen veiligheid: de inzet van interceptieploegen (cut-off ploegen) kan soms vermeden worden door een goede plaatskeuze, achtervolging moet afgebroken worden als te veel risico s moeten genomen worden, de controlerende agent mag niet in gevaar gebracht worden door voorbijrijdende voertuigen, denk bij duisternis aan voldoende verlichting, maak het dispositief niet te groot zodat er steeds onderlinge beveiliging en bijstand mogelijk is, Voorzie voldoende mensen in het dispositief. Probeer de controle niet te beperken tot alcohol en drugs in het verkeer, maar heb ook oog voor andere overtredingen. Het is aan te bevelen dat elk gestopt voertuig wordt gecontroleerd op de staat van de banden, leesbaarheid van de nummerplaat en verlichting. Controle van verzekering, rijbewijs, technische inspectie en inschrijving vraagt slechts enkele minuten en voorkomt dat overtreders straffeloos een controle kunnen passeren. Het is beter minder voertuigen te laten stoppen dan personen die gecontroleerd worden te laten doorrijden terwijl ze bijvoorbeeld geen geldige verzekering voor het voertuig hebben. Voorzie voldoende laptops, printers, voor het opstellen van de PV's Neem de nodige formulieren voor het opstellen van PV s mee. 3.1.2. Controles drugs in het verkeer voor een niet prioritair of nieuw fenomeen. 3.1.2.1. Communicatie en preventie Wanneer controles drugs in het verkeer worden georganiseerd die niet voorzien zijn in een actieplan is het toch steeds van belang om zoveel mogelijk te communiceren. De middelen die beschikbaar zijn voor de controles voorzien in een actieplan kunnen ook bij deze acties zoveel mogelijk ingezet worden. In elk geval zijn handhavingssignalen steeds belangrijk. De interceptie kan best goed zichtbaar gebeuren met duidelijke aanduiding dat er een controle van het druggebruik door bestuurders gebeurt (borden die de niet gestopte weggebruiker hierop attent maken zoals "Rij drugvrij", "Controle druggebruik door bestuurders" ). Het doel hiervan is het verhogen van de subjectieve pakkans. De tips voor de organisator van de controles drugs in het verkeer in het kader van een actieplan zijn uiteraard ook hier van toepassing. 3.1.2.2. Keuze van de modus Wanneer men geconfronteerd wordt met een nieuw fenomeen (bijvoorbeeld een nieuwe dancing) of een gekend probleem dat niet als prioriteit werd erkend moet de organisator van de handhaving een keuze maken. Deze keuze zal in grote mate bepaald worden door de vrije capaciteit van de zone. Controles op het rijden onder invloed van drugs, niet in de planning (dus in het veiligheidsplan) zijn opgenomen zullen meestal slechts sporadisch, met een beperkt dispositief, of in de plaats van andere, wel voorziene activiteiten, kunnen uitgevoerd worden. Versterking van de handhaving kan dan bekomen worden door preventief toezicht, veelvuldige patrouilles in de omgeving, preventie via de dancing of aanvragen van versterking bij de federale politie. Wanneer een controle wordt georganiseerd die niet als prioritair werd bestempeld of die een nieuw fenomeen bestrijdt, dan zijn de tips die gegeven werden voor de controles in het kader van een actieplan ook zinvol. 3.2. Meeliften met andere controles. 6
Drugcontroles worden soms gecombineerd met alcoholcontroles en/of snelheidscontroles met interceptie. In principe wordt eerst een alcoholtest afgenomen en wanneer er vermoedens zijn van druggebruik ook een drugtest. Ook wanneer het een snelheidscontrole betreft zal bij vermoeden van druggebruik steeds eerst een alcoholtest worden opgelegd. Hieruit mag blijken dat er voldoende personeel moet voorzien worden voor elke soort controle. Gebeurt dit niet dan is de kans dat er weinig drugcontroles zullen gebeuren zeer groot. 3.3. Toevallige controles Een politieambtenaar kan tijdens de uitvoering van een dienst (bijvoorbeeld tijdens de vaststelling van een verkeersongeval) geconfronteerd worden met een bestuurder die blijkbaar onder invloed rijdt. Een alcoholcontrole kan elke operationele politieambtenaar uitvoeren, een drugcontrole echter (nog) niet. Wanneer de vaststellers zelf geen opleiding hebben gehad voor het afnemen van de testen maar ze hebben vermoeden dat een bestuurder drug heeft gebruikt, kunnen ze beroep doen op een collega die de opleiding wel heeft gevolgd. 3.4. Op vraag autoriteiten of bewoners Soms worden politiediensten geconfronteerd met de vraag om drugcontroles uit te voeren. Deze vragen komen meestal van personen die in de omgeving van een dancing wonen en die slachtoffer worden van lawaaihinder, vandalisme, roekeloos rijgedrag, enz Soms worden plaatselijke autoriteiten ingeschakeld om de vraag kracht bij te zetten. In een eerste fase kan de politie hier op reageren door de toestand van nabij te bekijken. Welke overtredingen worden begaan, is er een objectief probleem of is het vooral een subjectief onveiligheidsgevoel? Uit de analyse van het probleem zal blijken of verder optreden nodig is of niet. Het is van belang om de personen die de vraag stelden steeds op de hoogte te houden van de beslissingen die genomen worden. Uiteraard is de beschikbare capaciteit aan mensuren een factor die zal meespelen in de beslissing die genomen wordt. Wanneer er een reëel probleem is kan de politie kiezen tussen niets doen (geen middelen, andere problemen eerst, ) of optreden. Optreden kan bestaan uit repressief en/of preventief optreden en/of communicatie. Wanneer gekozen wordt voor het uitvoeren van controles zijn alle tips die gegeven werden voor de controles in het kader van een actieplan ook zinvol. 4. Effecten van het rijden onder invloed van illegale drugs Uit een onderzoek van het BIVV en de UGent, in opdracht van het Federaal Wetenschapsbeleid 8, blijkt dat drugs naast alcohol een belangrijk probleem vormt in het verkeer. Psychoactieve stoffen kunnen een negatief effect uitoefenen op vaardigheden die van belang zijn voor het besturen van een voertuig. Er werd aangetoond dat bestuurders onder invloed van drugs wel degelijk deelnemen aan het verkeer, waarbij het percentage van de bestuurders onder invloed van cannabis (4%) slechts iets lager ligt dan het percentage onder invloed van alcohol (5,3%). Benzodiazepines werden vastgesteld bij 2,5% van de bestuurders, cocaïne en opiaten bij 1% en amfetamines bij 0,8%. Uit de gegevens van recente enquêtes blijkt dat ongeveer 3,6% van de algemene bevolking verklaart te rijden onder invloed van drugs. Bij de jongeren bedraagt dit 15% en bij de druggebruikers 85%. Verscheidene studies tonen daarenboven aan dat bestuurders onder invloed van drugs een hoger risico hebben op een verkeersongeval en op verantwoordelijkheid voor een ongeval. Een meta-analyse toonde aan dat bestuurders die rijden onder invloed van cannabis, benzodiazepines en opiaten respectievelijk 2; 2,5 en 8 Een samenvatting van dit rapport staat op www.bivv.be onder Publicaties &materiaal/ onderzoek. 7
3 keer meer kans hebben op een ongeval dan indien ze niet onder invloed van deze drug zouden verkeren. De effecten van de verschillende producten op het gedrag zijn kort samengevat: Cannabis: beïnvloeding van de waarneming en de psychomotoriek, daling van de coördinatie, perceptie en waakzaamheid en verminderd vermogen om een richting te volgen. Alcoholgebruik verstrekt de werking van cannabis. Amfetamines: Hebben een stimulerende, euforiserende werking waardoor meer risico's worden genomen en irrationeel gedrag voorkomt. Heroïne en morfine: Kalmeerde, pijnstillende werking met als gevolg slecht concentratievermogen, apathie, slaperigheid, onverschilligheid en verlenging van de reactietijd. Cocaïne: cocaïnegebruik kenmerkt zich door drie fasen: o Fase van euforie: verhoogde risicoaanvaarding, daling van remmingen en beoordelingsvermogen, hallucinaties o Fase van roes: angst, paranoia, drogwaarnemingen o Fase van depressie: agressiviteit, zware uitputting 8
5. Bestraffing Rijden onder invloed van Drugs (refertes COL 8/2006, COL 9/2006, COL 11/2007, COL 19/2010 en WPW) Overtreding Straf Opmerkingen Speekselanalyse of bloedproef positief voor THC, amfetamine, MDMA, 1.100 tot 11.000 morfine, cocaïne of benzoylecgonine Mogelijk VRS van 8 dagen tot 5 jaar Zonder wettige reden speekseltest, speekselanalyse of bloedproef weigeren 1.100 tot 11.000 Mogelijk VRS van 8 dagen tot 5 jaar Herhaling (binnen 3 jaar) 2.200 tot 27.500 en/of gevangenisstraf van 1 maand tot 2 jaar VRS minstens 3 maand en ten hoogste 5 jaar of voorgoed Nieuwe herhaling (binnen drie jaar na eerste herhaling) 4.400 tot 55.000 en/of gevangenisstraf van 2 maand tot 4 jaar VRS minstens 3 maand en ten hoogste 5 jaar of voorgoed Staat van dronkenschap of soortgelijke staat ten gevolge van het gebruik van drugs of geneesmiddelen 1.100 tot 11.000 VRS minstens 1 maand en ten hoogste 5 jaar of voorgoed Onmiddellijke intrekking van het rijbewijs door de Procureur des Konings is mogelijk: Positieve speekseltest In staat van dronkenschap of soortgelijke toestand ten gevolge van het gebruik van drugs of geneesmiddelen Zonder reden speekseltest, speekselanalyse of bloedproef weigeren Algemene opmerkingen: De rechter kan rekening houden met verzachtende omstandigheden. De rechter kan bepalen dat het VRS wordt uitgevoerd tijdens het WE of op een feestdag. Opmerkingen bij het verval van het recht tot sturen (VRS): Het Parket zal in principe doorverwijzen naar de politierechtbank. De hierbij vermelde straffen worden dus door de politierechter uitgesproken. Het parket kan eventueel een werkstraf of een probatiemaatregel vorderen. 9
De rechter kan het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van het slagen voor één of meerdere examens, onderzoeken of specifieke scholingen. De rechter moet evenwel een verval uitspreken in de volgende gevallen: Bij gelijktijdige veroordeling voor drugs in het verkeer en doding als gevolg van een ongeval: ten minste 3 maanden Bij gelijktijdige veroordeling voor herhaling drugs in het verkeer of dronkenschap achter het stuur en doding als gevolg van een ongeval: ten minste 1 jaar Bij gelijktijdige veroordeling voor herhaling drugs in het verkeer of dronkenschap achter het stuur en toebrengen van slagen en verwondingen als gevolg van een verkeersongeval: ten minste 6 maanden Het herstel van het recht tot sturen is in deze gevallen steeds afhankelijk van het slagen voor de examens, onderzoeken en speciale scholingen. De rechter moet het verval van het recht tot sturen uitspreken en het herstel van het recht tot sturen minstens afhankelijk maken van het slagen voor het theoretisch of praktisch examen indien hij veroordeelt wegens een overtreding begaan met een motorvoertuig die tot een verval van het recht tot sturen kan leiden en de schuldige sinds minder dan twee jaar houder is van het rijbewijs B. Opmerkingen: De rechter kan rekening houden met verzachtende omstandigheden. Gebruikte afkortingen OI onmiddellijke inning MS minnelijke schikking PV proces-verbaal VRS verval van het recht tot sturen OIRB onmiddellijke intrekking van het rijbewijs Begeleider persoon die de bestuurder begeleid met het oog op scholing VRS mogelijk de rechter heeft de mogelijkheid om een rijverbod op te leggen VRS principieel de rechter zal in principe rijverbod opleggen, maar hij kan mits gemotiveerde beslissing hiervan afwijken WPW wet betreffende de politie over het wegverkeer 1 0
6. Betrokken instanties Naast de evidente actoren betreffende de opsporing, de vervolging en bestraffing (politie, parket en politierechter) kunnen volgende instanties betrokken worden bij het actieplan: Communicatie en sensibilisatie Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) Verzekeringen Gemeentebestuur Provincie Vlaamse Stichting Verkeersveiligheid Responsible Young Drivers Drive Up Safety Laboratoria: Een nieuw KB zal de bestaande KB s voor de erkenning vanr de laboratoria voor de bloed en speekselanalyse vervangen. Van zodra dit KB verschijnt zullen de erkende laboratoria hier worden vermeld. Bestuurlijke maatregelen Gemeentebestuur Provinciebestuur 7. Analysegegevens Er worden momenteel geen gegevens m.b.t. het rijden onder invloed van illegale drugs gevat op het nationaal, regionaal of provinciaal niveau. De zones zijn dus op hun eigen registratie aangewezen. 8. Communicatie In het verkeersbeleid onderscheiden zich verschillende soorten communicatie: - Handhavingscommunicatie (actiecommunicatie) Deze communicatie heeft een directe invloed op de perceptie van de pakkans, dus op de subjectieve pakkans. Handhavingscommunicatie kan door: - Handhavingssignalen (communicatie op of langs de weg): Mottoborden zijn een zeer effectief handhavingssignaal. Ook het goed zichtbaar uitvoeren van de controles, zodat de weggebruikers effectief kunnen zien dat er wordt gecontroleerd, is een belangrijk signaal. Vooral bij controles op het rijden onder invloed van illegale drugs is het belangrijk om zoveel mogelijk weggebruikers duidelijk te maken dat er controles gebeuren. De subjectieve pakkans voor deze overtreding is immers zeer klein. - Handhavingsvoorlichting (communicatie van de handhaving door publiciteit) is eveneens een belangrijk onderdeel van de handhavingsstrategie. Een startmanifestatie, waarop de pers wordt uitgenodigd, markeert het begin van een handhavingsproject. Regelmatig moeten resultaten worden verspreid, zodat het project in de belangstelling blijft. Eventueel kunnen folders uitgedeeld worden tijdens de controle om de bestuurders verder te sensibiliseren. Een combinatie van de handhavingsactiviteit en signalen en voorlichting is noodzakelijk. Daarbij moeten de controles zelf onvoorspelbaar blijven. Wanneer de weggebruikers weten dat op een bepaald traject wordt gecontroleerd hoeven ze niet precies te weten waar en wanneer de controle doorgaat.
- Beleidscommunicatie (themacommunicatie) Beleidscommunicatie gaat over wat moet worden gehandhaafd en waarom. Deze communicatie heeft een invloed op de perceptie van de weggebruiker van het belang van veilig gedrag. De beleidscommunicatie bepaalt voor een groot gedeelte het belang dat de weggebruiker aan het onderwerp zal toekennen, de kennis van en de mening over de regel die men wil doen respecteren en zorgt daardoor voor de legitimering van de handhaving. Er wordt van uitgegaan dat de perceptie een invloed heeft op het gedrag en op de subjectieve pakkans. Beleidscommunicatie is vooral een zaak van bestuurlijke en gerechtelijke autoriteiten. - Interne communicatie Met interne communicatie wordt de informatie-uitwisseling bedoeld tussen alle bij de handhavingsactiviteiten betrokken personen. Het gaat hier in de eerste plaats om de personen die de verkeerscontroles uitvoeren maar ook de vertegenwoordigers van de parketten, van de wegbeheerders en andere betrokkenen. Het is belangrijk dat zij op de hoogte zijn van het verloop en de resultaten van de handhavingsinspanningen. Dergelijke informatie is ook nuttig om alle betrokkenen te motiveren. Deze communicatie kan schriftelijk en/of mondeling gebeuren. Een uitstekend middel hiervoor is het stuurbord. Imagocommunicatie Uit het oogpunt van imago is het voor de politie van belang elke vorm van contact met het publiek naar tevredenheid te laten verlopen; Bovendien hangt de effectiviteit en duurzaamheid van handhaving nauw samen met communicatieve vaardigheden. Het is dus belangrijk dat de politie bij controles de weggebruikers met respect benaderd en kort uitleg geeft over het doel van de controle. 9. Interessante informatie, interessante links www.vad.be www.mobilit.fgov.be www.bivv.be www.erso.eu (safetynet) www.ikbenvoor.be www.wegcode.be www.vlaanderen.be www.uitweg.be www.steunpuntverkeersveiligheid.be www.belspo.be www.swov.nl www.verkeershandhaving.nl 1 2
Checklist ter voorbereiding van de controle op het terrein: Activiteit Contact parket Contact met arts Controle communicatiemiddelen en indien nodig controle van de werking (folders beschikbaar, borden, werking full-graphique panel, ) Controle beschikbaarheid voorziene parkeerplaats(en) Controle voertuigen (getankt, noodzakelijk materieel aanwezig, werking lichten, zwaailicht, geluidssignaal, ) Controle beveiligingsmateriaal (batterijen lampen, werking lampen, voldoende kegels, verlichtingsinstallatie, ) Controle PC's, werking, installatie type PV Controle kledij en persoonlijk materiaal van de deelnemende politieagenten en politieambtenaren (wapen, kledij, toortslamp, boekjes OI, ) Controle of deelnemers de voorziene taken kennen, of controleurs de opleiding hebben gevolgd en of ze over de machtiging voor het uitschrijven van OI s beschikken. Controle werking PC s, GSM s, radio s, reservebatterijen Controle ademtesttoestellen, ademanalysetoestel (keuring en werking), zijn er mondstukken, speekseltesten, speeselanalysetoestellen, handschoenen, recipiënten en venules voor bloedafname beschikbaar (geldigheidsdatum?) Afspraak over het doorgeven van informatie binnen het dispositief Afspraak over de contactname met de parketmagistraat indien nodig Afspraak met OBP over wijze van contactname indien nodig Afspraken over reactie bij problemen (dronken bestuurders, verdachte personen, ) Afspraken over reactie wanneer iemand de controleplaats wil ontwijken (cut-off, achtervolging, ) Afspraken over de plaats van controle (afstand beperken, vermijden dat controlerende agenten zich te ver van elkaar plaatsen) Afspraken over de controles (welke overtredingen?) Afspraken over de manier waarop de weggebruikers benaderd worden Afspraken over wie, wat en hoe resultaten worden bijgehouden Uitgevoerd 1 3
SCHEMA 1: ORGANISATIE DRUGS IN HET VERKEER Drugs in het verkeer Op basis van objectieve vaststellingen Meeliften Toevallig Op vraag autoriteit of bewoners Prioriteit ZVP Geen prioriteit ZVP Vaststellen Niet vaststellen Meten Actieplan Analyse Communicatie en/of Preventief en/of Repressief + - Intern Extern Keuze Info naar vrager Stuurbord Beleidscommunicatie Handhavingscommunicatie Niets doen Repressief en/of Communicatie en/of Preventief Signalen Voorlichting Imagocommunicatie Info naar vrager Zie communicatie actieplan Evaluatie Controles uitvoeren 1 4
De hiernavolgende flow-charts werden met toestemming van mijnheer Ivan Bruggeman, auteur, overgenomen uit de cursus Drugs in het verkeer de speekseltest. 1 5
Schema 2: Op het punt staan om te besturen te begeleiden met het oog op scholing Gestandaardiseerde checklist positief? Geen gevolg 1 mogelijk? 12 uur verbod 3 Uitvoeren speekseltest geweigerd? positief? Onderzoek door gevorderde geneesheer (PV 3 ) + 12 uur verbod 2 Wettige reden? PV opstellen (art 37bis, 1.5 ) + 12 uur verbod 2 1 Behoudens indien betrokkene zich in een toestand bedoeld in art 35 bevindt (staat van dronkenschap of soortgelijke staat) PV (art 35) opstellen + 12 uur verbod 2 2 Verbod om een voertuig of rijdier te besturen en verbod om te begeleiden met het oog op scholing 3 Indien een geneesheer gevorderd werd dient er een PV opgesteld te worden louter om de geneesheer te kunnen vergoeden. Betrokkene zal echter in het kader dan drugs in het verkeer niet vervolgd worden. 1 6
Schema 3: Besturen of begeleiden Gestandaardiseerde checklist positief? Gestandaardiseerde checklist mogelijk? Uitvoeren checklist Geen gevolg 1 mogelijk? PV opstellen 2 (art 37bis, 1.1 ) + 12 uur verbod 3 + bloedproef 4 Uitvoeren speekseltest geweigerd? positief? Onderzoek door gevorderde geneesheer Speekselanalyse mogelijk? Wettige reden? Speekselanalyse geweigerd? PV opstellen 2 (art 37bis, 1.1 en 1.5 ) + 12 uur verbod 3 + bloedproef 4 Uitvoeren speekselanalyse PV opstellen 2 (art 37bis, 1.1 ) + 12 uur verbod 3 PV opstellen (art 37bis, 1.1 ) + 12 uur verbod 3 + bloedproef 4 1 Behoudens indien betrokkene zich in een toestand bedoeld in art 35 bevindt (staat van dronkenschap of soortgelijke staat) PV (art 35) opstellen + 12 uur verbod 3 2 Kennisgave aan het parket met het oog op de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs 3 Verbod om een voertuig of rijdier te besturen en verbod om te begeleiden met het oog op scholing 4 Indien de bloedproef geweigerd wordt : art 37bis, 1.2 toevoegen 1 7
Schema 4: Verkeersongeval Gestandaardiseerde checklist mogelijk? 5 Gestandaardiseerde checklist positief? Uitvoeren checklist Geen gevolg 1 mogelijk? PV opstellen 2 (art 37bis, 1.1 ) + 12 uur verbod 3 + bloedproef 4 Uitvoeren speekseltest geweigerd? positief? Onderzoek door gevorderde geneesheer Speekselanalyse mogelijk? Wettige reden? Uitvoeren speekselanalyse PV opstellen 2 (art 37bis, 1.1 en 1.5 ) + 12 uur verbod 3 + bloedproef 4 PV opstellen 2 (art 37bis, 1.1 ) + 12 uur verbod 3 PV opstellen 2 (art 37bis, 1.1 ) + 12 uur verbod 3 + bloedproef 4 1 Behoudens indien betrokkene zich in een toestand bedoeld in art 35 bevindt (staat van dronkenschap of soortgelijke staat) PV (art 35) opstellen + 12 uur verbod 3 2 Kennisgave aan het parket met het oog op de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs 3 Verbod om een voertuig of rijdier te besturen en verbod om te begeleiden met het oog op scholing 4 Indien de bloedproef geweigerd wordt : art 37bis, 1.2 toevoegen 5 De gestandaardiseerde checklist is geen verplichting. Er kan onmiddellijk overgegaan worden tot de speekseltest zonder noodzakelijkerwijze de checklist te overlopen. Noot: indien de betrokkene in het ongeval geen bestuurder was, kan art 37bis, 1.1 niet weerhouden worden. 1 8
Schema 5: Beëindigen tijdelijk verbod om te sturen en te begeleiden Uitvoeren speekseltest uitgevoerd? positief? geweigerd? Hernieuwing verbod 1 Wettige reden? Toestand art 35 3? mogelijk? Einde verbod 2 Uitvoeren checklist Hernieuwing verbod 1 Checklist positief? 1 Verlenging van het verbod om een voertuig of rijdier te besturen of om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing voor de duur van 12 uur. 2 Einde van het verbod om een voertuig of rijdier te besturen of om een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing 3 Art 35 : staat van dronkenschap verkeert of soortgelijke staat met name ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen. 1 9
2 0