Indicatiestelling en criteria



Vergelijkbare documenten
Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering

Richtlijnen Commissie Leerling Ondersteuning (CLO) Samenwerkingsverband De Liemers po

RICHTLIJNEN TOELAATBAARHEIDSVERKLARING ALMERE

3. Een psychodiagnostisch onderzoek gericht op de onderwijsbelemmeringen als gevolg van de

Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering (LGF)

Algemene voorschriften voor het vaststellen van stoornis en beperking

Bijlage 1. Indicatiecriteria SWV VO Lelystad

Leerlinggebonden Financiering in het mbo

Indicatie cluster 2 bij kinderen met een CI. Rens Leeuw CI-team Nijmegen Sint-Michielsgestel Viataal

TOELAATBAARHEIDSCRITERIA VOOR HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS

AANVRAAG TOELAATBAARHEIDSVERKLARING CLUSTER 3 1. ZEER MOEILIJK LEREN 2. LANGDURIGE ZIEKTE 3. LICHAMELIJKE HANDICAP 4. MEERVOUDIG HANDICAP

Bijlage beoordelingskader. Bepaling soort TLV en SO-categorie

Landelijke criteria voor de toelaatbaarheidsverklaring SBO en cluster-3 en cluster-4 onderwijs

HANDREIKING EVIDENT EN KENNELIJK STABIELE KINDKEMERKEN Algemene uitgangspunten

Dossieropbouw tbv het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring VSO cluster 3

Bijlage 9: Leerling gebonden financiering (rugzakleerlingen).

Werkstuk Maatschappijleer Kind met handicap op school

Regeling indicatoren voor toelaatbaarheid VSO Cluster 3: Zeer moeilijk lerend (ZML)

Met de rugzak naar school

Toelaatbaarheidscriteria voor het Speciaal Voortgezet Onderwijs

Inhoud. Gelijk aan gele katern Artikel 4 slechthorend:

Criteria voor de toelaatbaarheidsverklaring speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs cluster 3 en 4 1

Geldigheid LGF indicaties cluster 2 bij invoering van passend onderwijs op 1 augustus 2014: Herindicatie en overgangsregeling. Algemene informatie

Steunpunt Autisme Noordelijk Zuid Holland

Afkorting en uitleg begrippen Passend Onderwijs. Kernbegrippen

Protocol Toelaatbaarheid Rugzakleerling

Geldigheid LGF indicaties cluster 2 bij invoering van passend onderwijs op 1 augustus 2014

5. Toelaatbaarheidscriteria Voortgezet Speciaal onderwijs

Kader arrangeren en indiceren

Indicatiestelling speciaal onderwijs 2003/2004: gebruik van de beredeneerde afwijking

Hoofdstuk 3 Speciaal onderwijs en positionering van de school van onderzoek

Stappenplan en zorgvisie De Vuurvlinder

Samenwerkingsverbanden

Richtlijn Toelaatbaarheid tot het Voortgezet Speciaal Onderwijs

Cor Emousschool. School Ondersteunings Profiel (SOP) SO Cor Emousschool Twickelstraat PW Den Haag tel

TRIPLE T. Rapportage Passend onderwijs (uitwerking onderdeel Triple T)

Onderwijsondersteuning, zorg- en cursusaanbod van Auris bij communicatieve problemen

Passend onderwijs Bergen,Gennep en Mook Informatie voor alle ouders

De Voorde. School Ondersteunings Profiel (SOP) SO De Voorde Hoofdgebouw: Bazuinlaan EE Rijswijk Tel

Beleid leerlinggebonden financiering

Richtlijn Toelaatbaarheid tot het Voortgezet Speciaal Onderwijs

Begeleiding van een Zorgleerling

Bijlage - Grondslag bekostiging voor materiële instandhouding lichamelijke oefening

Bijlage - Grondslag bekostiging voor materiële instandhouding lichamelijke oefening

AANMELDING VOOR SPECIAAL ONDERWIJS OF LEERLINGGEBONDEN FINANCIERING. (voor eerste indicatie en voor herindicatie) AANMELDINGSFORMULIER VOOR OUDERS

Begrippenlijst (passend) onderwijs (bron:

Instellingen voor auditief en communicatief beperkte leerlingen. Van Vraag naar Ondersteuning. Landelijk kader inrichting passend onderwijs

Mytylschool Prins Johan Friso te Haren Onderwijscentrum De Springplank te Emmen

Ouderbrochure. Commissie Toelaatbaarheidsverklaring (CTLV)

Naar het voortgezet onderwijs. Antwoorden op vragen

De ambulant begeleider heeft als eerste zorg het welbevinden van de leerling binnen het regulier onderwijs

Indicatiestelling speciaal onderwijs 2003/2004: de indicatiecommissies van cluster vier

Herinrichting onderwijs en begeleiding cluster 2

Onderwijsindicatiestelling van slechthorende kinderen

Landelijke Jeugdmonitor. Rapportage 2e kwartaal 2008

Passend onderwijs Voorblad 1: Foto Typ hier de titel

EEN NIEUW BEGIN OP EEN SPECIALE SCHOOL

Achtergronden van de wet ( knelpunten huidig systeem) en doelen van deze wet:

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Preventieve Ambulante Begeleiding

Bijlage INDICATIESTELLING SPECIAAL ONDERWIJS

zorgmakelaar. AB wordt geboden door Dienstencentrum. Dienstencentrum legt contact met de school. Arrangementen AB medischlichamelijk

Grondslag bekostiging voor materiële instandhouding lichamelijke oefening

Toelichting op de aanvraag leerlingenvervoer schooljaar 2015/2016

Schoolondersteuningsprofiel

Transcriptie:

Indicatiestelling en criteria voor het speciaal onderwijs of een rugzak Brochure voor ouders Regeling van juli 2005

Indicatiestelling en criteria voor het speciaal onderwijs of een rugzak 1 1 Brochure voor ouders

Indicatiestelling en criteria voor het speciaal onderwijs of een rugzak 2 Inhoudsopgave 2 I Het kader 4 De wet 4 Eerlijke verdeling De speciale scholen in clusters 5 De speciale scholen 5 Regionale Expertisecentra (REC s) 6 II De procedure 7 De aanmelding bij de Commissie voor de Indicatiestelling (CvI) 7 Het dossier voor de aanmelding 8 Vier vragen 9 De beredeneerde afwijking 9 De besluitvorming 9 Bezwaar en beroep 10 Na indicatie 10 III Herindicatie 11 Geldigheidsduur 11 De procedure 12

IV De indicatiecriteria 13 De kernthema s bij de indicatiestelling 13 3 De criteria voor de indicatiestelling per schoolsoort 13 3 - Criteria voor onderwijs aan dove kinderen 14 - Criteria voor onderwijs aan meervoudig gehandicapte dove kinderen 15 - Criteria voor onderwijs aan slechthorende kinderen 16 - Criteria voor onderwijs aan meervoudig gehandicapte slechthorende kinderen 17 - Criteria voor onderwijs aan kinderen met ernstige spraak-/taalmoeilijkheden 18 - Criteria voor onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen 19 - Criteria voor onderwijs aan kinderen met een ernstige of diepe stoornis in de intellectuele ontwikkeling 20 - Criteria voor onderwijs aan lichamelijk gehandicapte kinderen 21 - Criteria voor onderwijs aan meervoudig lichamelijk gehandicapte kinderen 22 - Criteria voor onderwijs aan langdurig zieke kinderen 23 - Criteria voor onderwijs aan leerlingen op cluster 4 scholen 24 V Tot slot 25 De Regeling Indicatiecriteria leerlinggebonden financiering 25 Lijst met afkortingen 26 Adressen en Colofon 28

I Het kader 4 De wet 4 Niet alle kinderen kunnen de gewone basisschool of school voor voortgezet onderwijs zonder extra ondersteuning doorlopen. Kinderen met een handicap, ziekte of gedragsstoornis hebben vaak extra hulp of begeleiding van deskundigen nodig. De ouders kunnen een aanvraag doen om hun kind op een speciale school te mogen aanmelden of om de kosten te vergoeden voor speciale hulp en/of extra middelen op een gewone basisschool of school voor voortgezet onderwijs. De speciale hulp of begeleiding wordt vaak verzorgd door deskundige leerkrachten, zogenaamde ambulante begeleiders, vanuit de speciale scholen. De wettelijke regeling waarin dit vastligt heet de Regeling Leerlinggebonden Financiering (LGF) en de vergoeding heet leerlinggebonden budget of ook wel het rugzakje. In deze brochure wordt beschreven hoe de indicatiestelling voor de LGF voor het primair en het voortgezet onderwijs is geregeld. Vanaf januari 2006 is het ook mogelijk om een rugzakje aan te vragen in het middelbaar beroeps onderwijs. De indicatiestelling zal op een vergelijkbare manier gaan verlopen. Meer informatie over deze nieuwe mogelijkheid zal via een afzonderlijke brochure worden verspreid. Eerlijke verdeling In Nederland is door de Tweede Kamer besloten dat alle kinderen met een handicap, ziekte of gedragsstoornis recht hebben op speciale hulp of begeleiding als zij niet voldoende geholpen kunnen worden in het reguliere onderwijs. Vanwege de kosten moeten speciale Commissies voor de Indicatiestelling (CvI) bij elke aanvraag beslissen of het kind recht heeft op een leerlinggebonden budget of een plaats op een speciale school. Zij neemt die beslissing door te kijken of het kind wel of niet voldoet aan criteria die landelijk gelden.

De speciale scholen in clusters Cluster 1: Onderwijsinstellingen voor visueel gehandicapte leerlingen: - scholen voor kinderen die blind of slechtziend zijn - scholen voor meervoudig gehandicapte blinde of slechtziende kinderen Cluster 2: Scholen voor auditief en communicatief gehandicapte leerlingen: - scholen voor kinderen die doof zijn (DOV) - scholen voor kinderen die slechthorend zijn (SH) 5 - scholen voor meervoudig gehandicapte dove of slechthorende kinderen 5 - scholen voor kinderen met ernstige spraak- / taalmoeilijkheden (ESM). Cluster 3: Scholen voor verstandelijk gehandicapte leerlingen, lichamelijk gehandicapte leerlingen (inclusief chronisch zieke leerlingen) en meervoudig gehandicapte leerlingen: - scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK) - scholen voor langdurig zieke kinderen met somatische problematiek (LZK) - scholen voor kinderen met een lichamelijke handicap (mytylscholen) - scholen voor meervoudig gehandicapte kinderen met een lichamelijke handicap (tyltylscholen) Cluster 4: Scholen voor leerlingen met ernstige ontwikkelingspsychopathologie: - scholen voor kinderen met ernstige problemen in het gedrag, met ontwikkelingsproblemen en/of psychiatrische problemen (de vroegere scholen ZMOK, Pedologische Instituten (PI), LZK met psychiatrische problematiek) De speciale scholen Er zijn voor kinderen met een handicap, ziekte of gedragsstoornis allerlei verschillende scholen, die zijn gespecialiseerd in het geven van onderwijs aan kinderen met een beperking. De scholen voor kinderen die blind of slechtziend zijn hebben zich verenigd in cluster 1. Alle scholen voor kinderen die doof of slechthorend zijn of ernstige spraak-/taalmoeilijkheden hebben zijn ondergebracht in cluster 2. Voor kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap of voor langdurig zieke kinderen werken de speciale scholen samen in cluster 3. In cluster 4 zijn de scholen voor kinderen met gedragsstoornissen bijeengebracht. In elk cluster wordt gewerkt aan het verder ontwikkelen van de eigen deskundigheid en de regionale verspreiding daarvan, bijvoorbeeld door de ambulante begeleiders, die in de reguliere scholen ondersteuning en begeleiding geven.

6 Regionale Expertisecentra (REC s) De ruim 300 speciale scholen werken binnen een regio samen in een Regionaal Expertisecentrum (REC). Over heel Nederland verspreid zijn er vier REC s voor dove en gehoorgestoorde leerlingen, zestien voor lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapte leerlingen en dertien voor kinderen met gedragsstoornissen. De REC s zijn niet allemaal even groot. Soms zijn er maar drie scholen in een REC ondergebracht, maar er zijn ook REC s met meer dan twintig scholen. De vier scholen voor blinde en slechtziende kinderen hebben met het Ministerie van OCW in het verleden eigen afspraken over toelating en financiering gemaakt, waardoor voor hen een ander traject bij de indicatiestelling geldt, dan voor de overige speciale scholen. De informatie over dat traject is niet in deze brochure opgenomen. 6

II De prodecure 7 De aanmelding bij de Commissie voor de Indicatiestelling (CvI) Wanneer een leerling op school problemen heeft zal de school waarop het kind zit in overleg met de ouders zoeken naar mogelijkheden voor extra hulp. Ook kunnen de ouders extra begeleidingsmogelijkheden zoeken bijvoorbeeld door een fysiotherapeut, een logopedist of door de jeugdzorg te benaderen. Pas wanneer dat niet mogelijk is of onvoldoende blijkt te helpen, kunnen de ouders een aanvraag doen voor toelating tot een speciale school of voor een leerlinggebonden budget. Ouders kunnen zich dan regelrecht aanmelden bij de Commissie voor de Indicatiestelling van het cluster waar hun kind in zou passen. Maar het kan ook zijn dat een speciale school of een andere ondersteuner de ouders begeleidt bij de doorverwijzing naar de CvI. Soms kan worden aangemeld bij een zogenaamd REC-loket dat de ouders ondersteunt bij de aanmelding bij de CvI. Een en ander kan per REC verschillen. Voor informatie over de exacte gang van zaken in de eigen regio kan men zich tot de betrokken CvI richten. (zie hiervoor www.lcti.nl, onder CvI s in uw regio ) De CvI, die over de aanvraag moet beslissen, bestaat uit verschillende deskundigen die onafhankelijk van de speciale scholen hun beslissing over de leerling nemen. De ouders moeten bij hun aanvraag een aanmeldingsformulier invullen en zorgen voor de onderzoeksverslagen en rapporten die deskundigen over de problemen van hun kind hebben opgesteld. 7

8 Het dossier voor de aanmelding De Commissie voor de Indicatiestelling zal bij haar beslissing over de aanvraag van de ouders zorgvuldig kijken naar de problemen van de leerling. Het gaat om de vraag of het kind speciaal onderwijs of speciale zorg echt nodig heeft en van welke speciale school de hulp moet komen. Voor de indicatiestelling zijn daarom in elk geval gegevens nodig over de ernst van de stoornis, ziekte of problemen. Soms moet daarvoor nog aanvullend onderzoek worden gedaan. Ook moet de school waarop het kind zit duidelijk maken wat de invloed van de problemen is op de leerresultaten, de redzaamheid of het gedrag, wat de school al aan de problemen heeft gedaan en waarom speciale hulp nodig is. Tezamen vormen deze gegevens een dossier, dat de CvI nodig heeft bij de aanmelding. De CvI kan een aanmelding pas in behandeling nemen wanneer zij van de ouders een ingevuld aanmeldingsformulier èn een compleet dossier heeft ontvangen. De procedure van aanmelding tot een beslissing van de CvI verloopt het snelst wanneer de ouders al bij de aanmelding voor de gegevens kunnen zorgen die noodzakelijk zijn om een indicatiebesluit te nemen. Zonder deze gegevens kan en mag de CvI niet beslissen. Dat betekent dat het tempo waarin de aanmeldingsprocedure verloopt sterk afhankelijk is van de medewerking van alle mensen die op de school of bij de zorginstelling onderzoek doen naar de problemen van het kind. Het REC kan de ouders helpen om de gegevens te verzamelen die voor het dossier voor de indicatiestelling nodig 8 zijn.

Vier vragen De CvI beoordeelt een dossier van een aangemelde leerling aan de hand van de volgende vier vragen: 1. Bevat het dossier voldoende informatie om een beslissing te kunnen nemen? 2. Wat is de aard en de ernst van de stoornis/beperking, voldoet deze aan de criteria? 3. Hoe ernstig is het kind belemmerd om aan het onderwijs deel te nemen? 4. Is de zorg vanuit het regulier onderwijs en/of vanuit de zorgsector ontoereikend? Als de CvI de aard en de ernst van de beperkingen in overeenstemming met de criteria vindt, krijgt de leerling een zogenaamde beschikking, waarmee het naar een speciale school kan of voor een leerlinggebonden budget ( rugzakje ) in aanmerking komt. 9 9 De beredeneerde afwijking In bepaalde gevallen kan de CvI een leerling toch toelaatbaar verklaren hoewel deze niet aan alle criteria voldoet. Dat kan alleen wanneer er voor de leerling sprake is van een belemmering in de onderwijssituatie, waarvan de ernst gelijk is aan die van een handicap, ziekte of stoornis die wel aan de indicatiecriteria voldoet. In zo n geval wordt van een beredeneerde afwijking gesproken. De beredeneerde afwijking kan worden gebruikt bij complexe stoornissen of een combinatie van stoornissen die elk afzonderlijk niet onder de criteria vallen, maar die gezamenlijk wel vragen om speciale onderwijszorg. De besluitvorming Nadat de CvI alle noodzakelijke gegevens heeft ontvangen werkt ze volgens een standaardprotocol, waarbij het indicatiebesluit wordt gemotiveerd en vastgelegd. De besluitvorming, de beslissingstermijn en de mogelijkheden voor de ouders om tegen de beslissing bezwaar te maken liggen vast in regels, die vallen onder de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). Dat betekent dat de CvI binnen acht weken na ontvangst van de complete aanmelding een beslissing moet nemen over de toelaatbaarheid (deze termijn kan, als hiervoor duidelijke redenen aanwezig zijn, met acht weken worden verlengd). De CvI is verplicht haar besluit aan de ouders te motiveren. Ook is geregeld hoe de ouders (binnen zes weken) bezwaar kunnen maken tegen de door de CvI genomen beslissing.

10 Bezwaar en beroep Nadat de CvI een beslissing heeft genomen stuurt zij de ouders een zogenaamde beschikkingsbrief. Daarin staat het besluit van de CvI en waarom deze beslissing is genomen. Er staat ook in hoe de ouders bezwaar aan kunnen tekenen tegen dat besluit. Hiervoor is een Bezwaar en Advies Commissie (BAC) in het leven geroepen. Meer informatie over de BAC en de bezwaarprocedure is te vinden op www.oudersenrugzak.nl of www.wecraad.nl 10 Na indicatie In de beschikkingsbrief moet duidelijk zijn vermeld vanaf wanneer de leerling recht heeft op een plaats in de genoemde schoolsoort of op een leerlinggebonden budget. De ouders kunnen nu een keuze maken tussen ambulante begeleiding op de reguliere school van hun kind ( een rugzak ) of op zoek gaan naar een speciale school van de onderwijssoort waarvoor de beschikking is afgegeven. Omdat de ouders niet altijd goed weten welke scholen daarvoor in aanmerking komen, kunnen zij hulp vragen van het REC of een andere ouderondersteuner, die hen bij de schoolplaatsing kan helpen.

III Herindicatie 11 Geldigheidsduur De beschikking van de CvI heeft een beperkte geldigheidsduur. Dat is meestal drie jaar maar bij dove, zeer moeilijk lerende 1 of meervoudig gehandicapte kinderen vier jaar. In de beschikkingsbrief die de ouders krijgen na de indicatieprocedure wordt de einddatum genoemd. In het laatste schooljaar voor de einddatum moet worden bekeken of de leerling nog steeds voldoet aan de indicatiecriteria en nog speciale zorg nodig heeft. De school die het kind bezoekt kan de ouders behulpzaam zijn bij het aanvragen van deze zogenaamde herindicatie. 11 1 Bij zeer moeilijk lerende kinderen met het syndroom van Down is geen herindicatie meer nodig.

12 De procedure In principe is de procedure voor herindicatie dezelfde als bij een eerste indicatie. Met het aanmeldingsformulier kunnen de ouders een nieuwe indicatie aanvragen bij de CvI. Onderzoek naar de stoornis of beperking hoeft niet altijd opnieuw te worden gedaan. In de Regeling Indicatiecriteria wordt bij herindicatie alléén nieuw onderzoek over de ernst van de stoornis gevraagd wanneer de mogelijkheden van de leerling om aan onderwijs deel te nemen worden beïnvloed door een ontwikkeling in de stoornis (bijvoorbeeld door groei of ontwikkeling van het kind), door medicijnen of andere ontwikkelingen. In andere gevallen wordt er gesproken over een zogenaamde stabiele stoornis. De aard en de ernst van de stoornis kan aangetoond worden met het onderzoek dat voor eerste indicatie is gebruikt samen met een korte beschrijving van een deskundig lid van de Commissie voor Begeleiding (CvB) van de school waar de leerling staat ingeschreven of van het REC dat de ambulante begeleiding verzorgt. Uit dit verslag moet blijken dat de aard en de ernst van de stoornis nog onverminderd aanwezig zijn. Ook voor de overige criteria bij de herindicatie zijn de gegevens van de CvB nodig of van het REC waarvan de leerling ambulante begeleiding krijgt. De ernst van de beperkingen die een leerling ondervindt om aan onderwijs deel te nemen, zoals een leerachterstand of een beperkte redzaamheid moet beschreven staan in de jaarlijkse evaluatie van het handelingsplan, evenals de speciale zorg die nodig is om de leerling het komend jaar vooruitgang te laten boeken op school. De evaluatie van het handelingsplan kan in het onderwijskundig rapport worden overgenomen. 12

IV De indicatiecriteria 13 De kernthema s bij de indicatiestelling Door de invoering van de Wet op de expertisecentra is gezorgd dat de Commissies voor de Indicatiestelling onafhankelijk van de speciale scholen hun beslissing over de aanvraag van een leerlinggebonden budget kunnen nemen. In een landelijk geldende regeling zijn de criteria daarvoor vastgelegd. Deze zijn dus per cluster voor het hele land hetzelfde. In de criteria voor de indicatiestelling voor de speciale scholen of een rugzak gaat het om drie belangrijke thema s: 1. de ernst van de stoornissen en/of beperkingen; 2. de belemmering die de leerling daarvan bij het onderwijs ondervindt; 3. de mogelijkheden van de reguliere zorg uit het onderwijs of zorginstantie. Deze thema s zijn voor elke schoolsoort specifiek uitgewerkt in de Regeling Indicatiecriteria. Daarbij zijn ook richtlijnen gegeven voor de soort informatie die minimaal noodzakelijk is. 13 Op basis van ervaringen met en onderzoek naar een goed gebruik van de criteria kunnen er jaarlijks aanpassingen in de criteria plaatsvinden. De complete tekst en de exacte criteria van de meest recente regeling zijn te vinden op de website van het ministerie van OCW (www.leerlinggebondenfinanciering.nl ) en die van de LCTI (www.lcti.nl). De criteria voor de indicatiestelling per schoolsoort Eind juli 2005 is de Regeling Indicatiecriteria aangepast. Op de volgende pagina s worden de aangepaste criteria en de daarvoor benodigde gegevens per schoolsoort in overzichtelijke schema s weergegeven. Voor de leesbaarheid zijn alleen de hoofdlijnen opgenomen. Voor meer details zie de bovengenoemde websites.

Criteria voor onderwijs aan dove kinderen Nodig voor de CvI 14 14 Doofheid of ernstige gehoorstoornis 1 Audiologisch onderzoek En logopedisch onderzoek bij twijfel aan ernst van de gehoorstoornis En bij een cochleair implantaat 2 : verklaring van een CI-team Hoeft niet te worden aangetoond Hoeft niet te worden aangetoond 1 Gehoorverlies groter dan 80 db of tussen 70 en 80 db gepaard gaand met kennelijk doof functioneren, gemeten bij het beste oor en zonder gehoortoestel 2 De gehoorbeperking wordt vastgesteld twee jaar na de operatie en met gebruik van het implantaat

Criteria voor onderwijs aan meervoudig gehandicapte dove kinderen Nodig voor de CvI 15 15 Doofheid of ernstige gehoorstoornis 1 Audiologisch onderzoek En bij twijfel aan de ernst van de gehoorstoornis: logopedisch onderzoek En bij een cochleair implantaat 2 : verklaring van een CI-team En een verstandelijke beperking 3 En psychodiagnostisch onderzoek Hoeft niet te worden aangetoond Hoeft niet te worden aangetoond 1 Gehoorverlies groter dan 70 db gemeten bij het beste oor en zonder gehoortoestel 2 De gehoorbeperking wordt vastgesteld twee jaar na de operatie en met gebruik van het implantaat 3 Bij individueel afgenomen onderzoek een IQ< 70

Criteria voor onderwijs aan slechthorende kinderen 1 Nodig voor de CvI 16 16 Slechthorendheid 2 Audiologisch onderzoek En logopedisch onderzoek bij twijfel aan ernst van de gehoorstoornis En bij een cochleair implantaat 3 : verklaring van een CI-team Leerachterstand 4 Of zeer geringe communicatieve redzaamheid 5 Onderwijskundig rapport Of psychodiagnostisch of logopedisch onderzoek Te weinig vooruitgang ondanks extra hulp 6 van minstens een half jaar Gegevens over de hulp die is geboden en het effect daarvan Of als de leerling al op school zit: een onderwijskundig rapport 1 De leerlingen van 12 jaar en ouder die voldoen aan de criteria voor ESM-scholen zijn toelaatbaar voor VSO-SH scholen 2 Gehoorverlies tussen 35 en 80 db of gehoorverlies groter dan 80 db gepaard gaand met kennelijk slechthorend functioneren, gemeten bij het beste oor en zonder gehoortoestel 3 De gehoorbeperking wordt vastgesteld twee jaar na de operatie en met gebruik van het implantaat 4 Bij primair onderwijs of bij instroom in het voortgezet onderwijs: behorend tot de 10% zwakst presterende leerlingen bij begrijpend lezen, technisch lezen of spellen en rekenen (voor groep 1 en 2: voorbereidend lezen, spellen en rekenen) 5 Kan door gehoorstoornis (maar niet door ontwikkelingsachterstand) onvoldoende informatie opnemen tijdens instructie of deelnemen aan gesprekken 6 Op school of als de leerling nog niet op school zit van zorg- of hulpverleningsinstanties

Criteria voor onderwijs aan meervoudig gehandicapte slechthorende kinderen Nodig voor de CvI 17 17 Slechthorendheid 1 Audiologisch onderzoek En een verstandelijke beperking 2 En psychodiagnostisch onderzoek Hoeft niet te worden aangetoond Hoeft niet te worden aangetoond 1 Gehoorverlies tussen 35 en 71 db gemeten bij het beste oor en zonder gehoortoestel 2 Bij individueel afgenomen onderzoek een IQ< 70

Criteria voor onderwijs aan kinderen met ernstige spraak-/taalmoeilijkheden 1 Nodig voor de CvI Een ernstige spraak-/taalmoelijkheden 2 Die niet wordt veroorzaakt door een beperkte intelligentie En onvoldoende effect van spraak-/taaltherapie van minstens een half jaar Of een andere bijkomende stoornis 5 die de problemen in het onderwijs versterkt Logopedisch onderzoek 3 En psychodiagnostisch onderzoek 4 Bij twijfel over het gehoor: audiologisch onderzoek En de resultaten van de logopedische behandeling Of onderzoeksgegevens waarbij de stoornis wordt aangetoond 18 18 of of Een stoornis uit het autisme spectrum 6 Waarbij vooral de verbale communicatie problemen geeft Onderzoeksgegevens waarbij de stoornis wordt aangetoond En logopedisch onderzoek Leerachterstand 7 Of zeer geringe communicatieve redzaamheid 8 Onderwijskundig rapport Of psychodiagnostisch of logopedisch onderzoek Te weinig vooruitgang ondanks extra hulp 9 van minstens een half jaar Gegevens over de hulp die is geboden en het effect daarvan Of als de leerling al op school zit: een onderwijskundig rapport 1 De leerlingen van 12 jaar en ouder die voldoen aan de criteria voor ESM-scholen zijn toelaatbaar voor VSO-SH scholen 2 Blijkend uit een afwijking naar beneden van meer dan 2 standaarddeviaties in spraak-/taalmoeilijkheden op een algemene test voor spraak-/taalmoelijkheden of van meer dan 1,5 standaarddeviatie in spraak-taalontwikkeling voor tenminste twee van de vier gebieden 3 Logopedisch onderzoek op het gebied van spraakproductie, problemen in de auditieve verwerking, grammaticale problematiek of lexicaal-semantische problematiek 4 Gericht op cognitief en communicatief functioneren 5 Zo mogelijk op basis van DSM-IV of ICD-10 geclassificeerd 6 Volgens DSM-IV classificatie vastgesteld 7 bij primair onderwijs of bij instroom in het voortgezet onderwijs: behorend tot de 10% zwakst presterende leerlingen bij begrijpend lezen, technisch lezen of spellen en rekenen (voor groep 1 en 2: voorbereidend lezen, spellen en rekenen) 8 Kan door spraakstoornis of autisme (maar niet door ontwikkelingsachterstand) onvoldoende informatie opnemen tijdens instructie of onvoldoende deelnemen aan gesprekken 9 Op school of als de leerling nog niet op school zit van zorg- of hulpverleningsinstanties

Criteria voor onderwijs aan zeer moeilijk lerende kinderen Nodig voor de CvI 19 19 Het syndroom van Down Een verklaring van een arts dat er sprake is van dit syndroom Of een matige verstandelijke beperking 1 Of individueel psychodiagnostisch onderzoek Of een lichte verstandelijke beperking 2 Of individueel psychodiagnostisch onderzoek En bij kinderen tot en met 7 jaar een bijkomende stoornis 3 En onderzoeksgegevens waarbij de stoornis wordt aangetoond (Alleen bij een lichte verstandelijke beperking) Zeer geringe sociale redzaamheid 4 En ernstige tekortkomingen in leer- en taakgedrag 5 Of zeer geringe schoolvorderingen 6 Psychodiagnostisch onderzoek Gegevens over de hulp die is geboden en het effect daarvan Of als de leerling al op school zit: een onderwijskundig rapport 7 (Alleen bij een lichte verstandelijke beperking) Te weinig vooruitgang ondanks extra hulp 8 van minstens een half jaar Gegevens over de hulp die is geboden en het effect daarvan Of als de leerling al op school zit: een onderwijskundig rapport 1 Bij individueel afgenomen onderzoek een IQ< 60 2 Bij individueel afgenomen onderzoek een IQ tussen 60 en 70 3 Zo mogelijk op basis van DSM-IV of ICD-10 geclassificeerd 4 Waardoor de leerling niet zelfstandig op een reguliere school kan functioneren 5 Zeer geringe vooruitgang gedurende een jaar in werkhouding, taakgerichtheid, aandacht en motivatie bij kinderen tot en met 7 jaar 6 Zeer geringe vooruitgang gedurende een jaar bij aanvankelijk lezen, spellen en rekenen bij kinderen van 8 tot en met 11 jaar of bij kinderen van 12 jaar en ouder: schoolvorderingen, die niet verder gaan dan beheersing van de leerstof tot en met eind groep 3 van de basisschool 7 Met ruwe toetsscores van een jaar 8 Op school of als de leerling nog niet op school zit van zorg- of hulpverleningsinstanties

Criteria voor onderwijs aan kinderen met een ernstige of diepe stoornis in de intellectuele ontwikkeling Nodig voor de CvI 20 20 Een diepe verstandelijke beperking 1 Individueel psychodiagnostisch onderzoek Of een ernstige verstandelijke beperking 2 Of individueel psychodiagnostisch onderzoek En een beperkt gedragsrepertoire en andere medische of gedragsproblemen En onderzoek gericht op het gedragsrepertoire en de andere problemen Hoeft niet te worden aangetoond Hoeft niet te worden aangetoond 1 Bij individueel afgenomen onderzoek een geschat IQ< 20 2 Bij individueel afgenomen onderzoek een geschat IQ tussen 20 en 35

Criteria voor onderwijs aan lichamelijk gehandicapte kinderen Nodig voor de CvI 21 21 Een of meer stoornissen die motorische beperkingen veroorzaken 1 Medisch en psychodiagnostisch onderzoek Een zeer geringe zelfredzaamheid 2 Of leerachterstand 3 Of structureel verzuim 4 Medisch en psychodiagnostisch onderzoek Of onderwijskundig rapport Of onderwijskundig rapport met verzuimregistratie of behandelschema 5 Te weinig vooruitgang ondanks extra hulp 6 van minstens een half jaar Gegevens over de hulp die is geboden en het effect daarvan Of als de leerling al op school zit: een onderwijskundig rapport 1 En die leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen 2 Afhankelijkheid van derden voor algemeen dagelijkse levensverrichtingen of voor de onderwijsvoorwaardelijke (fijn-)motorische activiteiten en handelingen 3 Bij primair onderwijs of bij instroom in het voortgezet onderwijs: behorend tot de 10% zwakst presterende leerlingen bij begrijpend lezen, technisch lezen of spellen en rekenen (voor groep 1 en 2: voorbereidend lezen, spellen en rekenen) 4 Vermindering van de leertijd met minstens 25% door noodzakelijke zorg of aan de stoornis gerelateerd verzuim 5 Registratie van het verzuim over een jaar of een behandelschema van zorgverleners 6 Op school of als de leerling nog niet op school zit van zorg- of hulpverleningsinstanties

Criteria voor onderwijs aan meervoudig lichamelijk gehandicapte kinderen Nodig voor de CvI 22 22 Een of meer stoornissen die motorische beperkingen veroorzaken 1 Medisch en psychodiagnostisch onderzoek En een verstandelijke beperking 2 En individueel psychodiagnostisch onderzoek naar het cognitief functioneren Zeer geringe sociale redzaamheid 3 (Alleen bij een lichte verstandelijke beperking) En een zeer geringe zelfredzaamheid 4 Of structureel verzuim 5 Psychodiagnostisch onderzoek Medisch en psychodiagnostisch onderzoek Of onderwijskundig rapport met verzuimregistratie of behandelschema 6 Hoeft niet te worden aangetoond 1 En die leiden tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen 2 Bij individueel afgenomen onderzoek een IQ lager dan 70 3 Waardoor de leerling niet zelfstandig op een reguliere school kan functioneren 4 Afhankelijkheid van derden voor algemeen dagelijkse levensverrichtingen of voor de onderwijsvoorwaardelijke (fijn-)motorische activiteiten en handelingen 5 Vermindering van de leertijd met minstens 25% door noodzakelijke zorg of aan de stoornis gerelateerd verzuim 6 Registratie van het verzuim over een jaar of een behandelschema van zorgverleners

Criteria voor onderwijs aan langdurig zieke kinderen 1 Nodig voor de CvI 23 23 Een lichamelijke, neurologische of psychosomatische stoornis 2 Medisch en psychodiagnostisch onderzoek Een zeer geringe zelfredzaamheid 3 Of leerachterstand 4 Of structureel verzuim 5 Medisch en psychodiagnostisch onderzoek Of onderwijskundig rapport Of onderwijskundig rapport met verzuimregistratie of behandelschema 6 Te weinig vooruitgang ondanks extra hulp 7 van minstens een half jaar Gegevens over de hulp die is geboden en het effect daarvan Of als de leerling al op school zit: een onderwijskundig rapport 1 Langdurig somatisch (lichamelijk) zieke kinderen 2 Die niet in hoofdzaak leidt tot motorische beperkingen, maar wel leidt tot een ernstige belemmering om aan onderwijs deel te nemen 3 Afhankelijkheid van derden voor algemeen dagelijkse levensverrichtingen of voor de onderwijsvoorwaardelijke (fijn-)motorische activiteiten en handelingen 4 Bij primair onderwijs of bij instroom in het voortgezet onderwijs: behorend tot de 10% zwakst presterende leerlingen bij begrijpend lezen, technisch lezen of spellen en rekenen (voor groep 1 en 2: voorbereidend lezen, spellen en rekenen) 5 Vermindering van de leertijd met minstens 25% door noodzakelijke zorg of aan de stoornis gerelateerd verzuim 6 Registratie van het verzuim over een jaar of een behandelschema van zorgverleners 7 Op school of als de leerling nog niet op school zit van zorg- of hulpverleningsinstanties

Criteria voor onderwijs aan leerlingen op cluster 4 scholen 1 Nodig voor de CvI Een ernstige gedragsstoornis 2 Of een emotionele stoornis of een ontwikkelingsstoornis 4 En die zowel op school als thuis of bij de vrije tijdsbesteding voorkomt En waarbij gerichte hulpverlening 7 is of wordt verleend Psychodiagnostisch of psychiatrisch onderzoek 3 Psychodiagnostisch of psychiatrisch onderzoek 5 En onderzoeksgegevens die de integraliteit 6 van de problemen aantonen En gegevens van de hulpverleningsinstanties 24 of of 24 Ernstige gedragsproblematiek die met geïndiceerde hulpverlening 8 niet verbetert En die zowel op school als thuis of bij de vrije tijdsbesteding voorkomt Gegevens over de resultaten van de hulp die is verleend En onderzoeksgegevens die de integraliteit 9 van de problemen aantonen Ontbrekende algemene leervoorwaarden 10 Of extreem gedrag 11 Onderwijskundig rapport of bij nog geen school: gegevens van zorginstantie Psychodiagnostisch onderzoek of gegevens van zorginstantie of een onderwijskundig rapport Te weinig vooruitgang ondanks extra zorg 12 van minstens een half jaar Gegevens over de zorg die is geboden en het effect daarvan Of als de leerling al op school zit: een onderwijskundig rapport 1 Voor kinderen met ernstige gedragsproblemen, ontwikkelingsproblemen en/of psychiatrische problemen 2 Die in het classificatiesysteem DSM-IV is beschreven onder conduct disorder of oppositioneel-opstandige gedragsstoornis 0 Dat de kenmerken van de stoornis beschrijft in termen van het DSM-IV systeem 4 Volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10 5 Gericht op classificatie volgens DSM-IV of ICD-10 6 Het probleemgedrag moet niet alleen op school voorkomen, maar ook thuis of in de vrije tijd: het moet dus niet alleen door de situatie worden bepaald. Het onderzoek kan bijvoorbeeld door een maatschappelijk werkende worden gedaan. 7 Hulpverlening door voorzieningen zoals Jeugdhulpverlening, Jeugd GGZ, kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming 8 De ernst moet blijken uit het uitblijven van vooruitgang na een half jaar hulp van een door een indicatieorgaan geïndiceerde hulpverleningsvoorziening 9 Zie voetnoot 6. 10 Ernstige tekortkomingen op gebied van leer-/taakgedrag en/of gedrag in relatie met de leerkracht of medeleerlingen, die al een jaar bestaan, niet situationeel zijn en niet beïnvloedbaar door gerichte aanpak of afspraken 11 Gedrag waardoor de leerling een gevaar voor zichzelf of anderen vormt 12 Op school of als de leerling nog niet op school zit van zorg- of hulpverleningsinstanties

V Tot slot 25 De Regeling Indicatiecriteria leerlinggebonden financiering Over indicatiestelling in het onderwijs, maar ook over die in de gezondheidszorg en jeugdzorg, wordt veel gesproken. In de politiek zijn ontwikkelingen gaande om te proberen deze processen op elkaar af te stemmen. Dat betekent dat er ook in de komende tijd allerlei wijzigingen in de criteria zelf of in de procedures mogelijk zijn. Het is daarom belangrijk om na te gaan of u de meest recente teksten heeft die bij de indicatiestelling voor het speciaal onderwijs een rol spelen. 25 - Op de website www.lcti.nl van de LCTI en op www.leerlinggebondenfinanciering.nl van het ministerie van OCW is de complete tekst van de geldende regeling te lezen. Ook het aanmeldingsformulier is daar te vinden. - Op de website www.oudersenrugzak.nl is veel informatie te vinden over hoe het verder gaat na de indicatiestelling met de plaatsing op een speciale school of met de vergoeding voor de extra begeleiding, de rugzak. Op dezelfde website is ook nog eens uitgelegd hoe de indicatiestelling werkt en hoe de ouders bij de aanmelding ondersteuning kunnen krijgen. - Ook de Federatie van Ouderverenigingen (FvO), de Chronisch zieken en Gehandicaptenraad Nederland (CG-Raad) en hun lidverenigingen verspreiden informatie over de indicatiestelling via brochures en hun websites: www.fvo.nl en www.cg-raad.nl

Lijst met afkortingen 26 26 AWB Algemene Wet Bestuursrecht BAC Bezwaar en Advies Commissie CI cochleair implantaat CvB Commissie voor de Begeleiding CvI Commissie voor de Indicatiestelling db decibel DOV doof DSM-IV Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (4e versie)a ESM ernstige spraakmoeilijkheden GGZ Geestelijke Gezondheidszorg ICD-10 International Classification of Diseases (10e versie) LCTI Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling LG lichamelijk gehandicapt LGF leerlinggebonden financiering LZK langdurig zieke kinderen

MG meervoudig gehandicapt OCW onderwijs, cultuur en wetenschappen PI Pedologisch Instituut REC Regionaal Expertisecentrum SD standaard deviatie SH slechthorend SO speciaal onderwijs 27 VSO voortgezet speciaal onderwijs 27 WEC Wet op de Expertisecentra ZMLK zeer moeilijk lerende kinderen ZMOK zeer moeilijk opvoedbare kinderen

Adressen Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling Postbus 19521 2500 CM Den Haag Tel 070 31 22 860 Fax 070 31 22 870 E-mail post@lcti.nl URL www.lcti.nl 28 Federatie van Ouderverenigingen 28 Postbus 85276 3508 AG Utrecht Tel 030 23 63 767 Fax 030 23 13 054 E-mail utrecht@fvo.nl URL www.fvo.nl Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Postbus 169 3500 AD Utrecht Tel 030 29 16 600 Fax 030 29 70 011 E-mail bureau@cg-raad.nl URL www.cg-raad.nl Colofon Auteur M. Arts Ontwerp JBenA raster grafisch ontwerp, Delft Druk Speed Print, Zoetermeer Uitgave 2005-09-26 ISBN 90-8522-000-9 Landelijke Commissie Toezicht Indicatiestelling