Criminaliteit Winkelcriminaliteit Diefstal voorkomen Winkeldiefstal kun je soms voorkomen. Een klant die jou ziet kijken, zal minder snel durven stelen. Een klant die wil stelen en die merkt dat jij op hem let, kan agressief reageren. Jij belet hem zijn gang te gaan. Zorg er daarom altijd voor dat je er niet alleen voor staat. Vertel gelijk aan een collega of aan je chef wat je gezien hebt. Met behulp van deze spiegel kun je ongemerkt de klanten observeren. Bij het observeren kun je ook gebruikmaken van hulpmiddelen als camera s en spiegels. Die helpen jou om de klanten in de gaten te houden. Zie je dat een klant zich verdacht gedraagt? Loop dan even naar hem toe en spreek hem aan. De klant weet dan dat je hem in de gaten houdt. Verdachte personen Door klanten te observeren krijg je een indruk van hun gedrag. Winkeldieven kijken vaak bij binnenkomst in de winkel (of op de afdeling) al in jouw richting om te zien of jij hen hebt opgemerkt. De meeste winkeldieven zijn nerveus. Ze bekijken artikelen op een overdreven manier en kijken opvallend om zich heen. Andere dingen waar je op kunt letten, zijn: klanten die een opvallend dikke jas dragen; klanten die haast hebben om de winkel te verlaten; klanten die artikelen op een verkeerde plaats neerzetten: dieven zetten artikelen vaak eerst op een stille plaats in de winkel neer, om ze later ongemerkt mee te nemen; klanten die opvallen doordat ze iets uit hun zak halen: een zakdoek bijvoorbeeld om hun neus in te snuiten, of een boodschappenbriefje. Een dief kan een artikel dat hij al in zijn hand heeft, makkelijk op die manier wegstoppen. Als je een klant opmerkt die zich verdacht gedraagt, houd hem dan goed in de gaten. Je houdt zo niet alleen het gedrag van de verdachte persoon in de gaten, maar je schrikt hem waarschijnlijk ook af. De klant kan besluiten dat het te riskant is om iets mee te nemen. Stel in ieder geval altijd je
collega s en je chef op de hoogte wanneer je het vermoeden hebt dat een klant kwaad in de zin heeft. Winkeldieven gedragen zich anders dan gewone klanten. Winkeldiefstal Er is sprake van winkeldiefstal als een klant een artikel uit de winkel meeneemt zonder te betalen. In elke winkel heb je er mee te maken. Diefstal komt veel voor in winkels. De meeste diefstallen gebeuren op een onbewaakt ogenblik. Je kunt diefstal het beste voorkomen door goed op het gedrag van klanten te letten. Als iemand in de winkel iets in zijn tas stopt, is hij formeel nog geen dief. Iemand is pas een dief als hij de winkel verlaat zonder te betalen. In een supermarkt is er sprake van diefstal als de klant de kassa s is gepasseerd zonder te betalen. Maar verdenk je hem in de winkel al, dan mag je hem daar natuurlijk al aanspreken. Diefstal kan vele vormen aannemen. Vaak stopt de dief de artikelen onder de jas of in een grote tas. Maar er zijn nog meer trucs: verwisselen van prijsetiketten; een artikel in een ander artikel verstoppen; aanvullen van al afgewogen hoeveelheden.
Melden diefstal Winkeldiefstal wordt gepleegd door klanten en personeelsleden, maar ook door medewerkers van andere bedrijven die iets met de winkel te maken hebben. Hierbij kun je denken aan leveranciers, schoonmaakpersoneel en vertegenwoordigers. In veel gevallen is het moeilijk te bepalen of iets diefstal is. Is het nemen van kopieën voor eigen gebruik diefstal? Is het naar huis meenemen van een pen van de winkelier diefstal? In andere gevallen is het wel duidelijk dat iemand van plan is een artikel te stelen, maar je mag hem niet aanhouden. Een klant is namelijk pas een dief wanneer hij de winkel uit wil lopen, terwijl hij nog niet alle artikelen heeft afgerekend. Wanneer je dus ziet, dat iemand iets onder zijn jas stopt, mag je hem nog niet aanhouden. Je kunt wel je chef of de bewaking waarschuwen. Zij houden de man of vrouw dan in de gaten. Wist je dat je medeplichtig bent aan diefstal als je weet dat iemand iets heeft gestolen en je dit niet doorgeeft aan je chef of aan de politie? Vast niet, maar toch is het zo. Observeren van klanten Het is belangrijk dat je klanten observeert. Winkeldieven gedragen zich vaak anders dan gewone klanten. Ze zijn nerveus, kijken als ze binnenkomen of het personeel hen heeft gezien, bekijken artikelen op een overdreven manier en zetten artikelen op een verkeerde plaats terug. Ook leveranciers of collega's kunnen zich opvallend gedragen als ze van plan zijn iets te stelen. Hoe herken je verdachte klanten? Ze hebben vaak grote tassen, paraplu's, grote jassen. Ze zoeken (altijd) bij binnenkomst oogcontact. Net zoals jij wilt weten hoe een klant is, zo willen zij ook weten wat voor verkoper jij bent. Ze wijken vaak af van het gebruikelijke looppad. Ze verlaten vaak gehaast de winkel. Ze werken vaak met zijn tweeën. De één leidt jou af, terwijl de ander zijn tas staat te vullen. Ze zijn vaak nerveus, dat kun je zien aan hun non-verbale communicatie. Ze ontwijken oogcontact. Soms zijn winkeldieven ongure types om te zien, maar lang niet altijd. Als je twijfelt, ga je op je gevoel af. Melden van diefstal Wanneer je weet dat iemand iets heeft gestolen, ben je verplicht dat te melden aan je chef of de politie. Als een winkeldief wordt aangehouden door het winkelpersoneel of de politie, wordt de dief door de politie meegenomen voor verhoor. Meld diefstal altijd, ook als de dief je dreigend heeft aangekeken of omdat je een goede collega niet wilt aangeven. Als je op de hoogte bent van diefstal en je meldt het niet, dan ben je medeplichtig! Om diefstal beheersbaar te maken, moet de winkelier namelijk wel weten hoe, wanneer en door wie diefstallen worden gepleegd. Voorkomen van diefstal Een winkel kan verschillende maatregelen treffen om diefstal te voorkomen. Enkele maatregelen zijn: Zorg dat de winkel overzichtelijk is ingericht en dat er zo min mogelijk afgeschermde plekken in de winkel zijn. Neem technische maatregelen in de winkel om diefstal te voorkomen. Plaats bijvoorbeeld camera's in de winkel. Maak met de andere winkelmedewerkers afspraken over hoe je elkaar waarschuwt als je vermoedt dat er een dief actief is en hoe je handelt in geval van diefstal.
Wettelijke voorschriften voor het aanhouden van verdachte personen Een klant die steelt, is volgens de wet strafbaar en mag worden aangehouden. Iemand mag pas worden aangehouden als hij op heterdaad wordt betrapt. Op heterdaad wil zeggen: op het moment dat de klant de diefstal pleegt of kort daarna. Volgens de wet mag iedereen een dief aanhouden. Dat betekent dat je hem mag tegenhouden totdat de politie er is. Verdachten aanhouden Hoe je een verdachte klant aanhoudt, is afhankelijk van de situatie: Je weet honderd procent zeker dat de klant het artikel heeft gestolen. Jij of één van je collega s zag het. Je weet niet helemaal zeker of de klant het artikel heeft gestolen. Of je nu zeker bent of niet, je spreekt de klant in elk geval aan. Je vraagt beleefd om medewerking. Probeer de klant niet te beschuldigen. Zeg bijvoorbeeld: loopt u even mee, we denken dat er iets fout is gegaan bij het afrekenen. Let goed op het gedrag van de klant. Een klant kan agressief op de aanhouding reageren. Of je nu iemand verdenkt van diefstal of dat je zeker weet dat hij gestolen heeft, benader deze persoon met veel tact. Hierdoor voorkom je in de meeste gevallen agressieve reacties of ander gedrag dat opschudding kan veroorzaken. In veel winkels wil de ondernemer of de bedrijfsleider zelf een verdacht iemand aanhouden. Zij hebben dat meestal in hun opleiding geleerd. Waarschuw daarom altijd je chef. Een onterechte aanhouding Als je in een situatie terechtkomt waarbij je zelf een verdacht iemand moet aanhouden, wees dan alert op hoe je dit doet. Probeer te voorkomen dat je een klant onterecht aanhoudt. Bij een onterechte aanhouding kan de klant namelijk een schadevergoeding eisen. Je kunt dit voorkomen door de klant te benaderen en hem de huisregels vertellen. Of door te vragen even mee te gaan omdat er met de betaling iets niet klopt. Je pakt de klant niet vast en zegt niet dat hij aangehouden wordt. Privacy van verdachte personen Vraag de verdachte altijd of hij mee wil gaan naar een rustige, afgezonderde ruimte. Zo houd je rekening met de privacy van de verdachte persoon. Laat de verdachte na de aanhouding nooit alleen. Bel altijd direct de politie en draag de verdachte zo snel mogelijk over. Tips voor het omgaan met winkeldiefstal Stel je op de hoogte van de regels die in jouw bedrijf gelden bij: het melden van winkeldiefstal; het aanhouden van een verdachte; contact tussen je bedrijf en de politie. Blijf altijd kalm en beleefd. Benader een verdachte altijd met tact. Vraag een verdachte altijd mee te komen naar een rustige ruimte. Laat een verdachte nooit gebruikmaken van de telefoon. Bel direct de politie. Voer het eventuele gesprek met de verdachte altijd met een tweede persoon erbij. Gebruik nooit geweld en laat het fouilleren aan de politie over. Als een verdachte ontsnapt, probeer dan enkele opvallende uiterlijke kenmerken te onthouden.
Aanspreken van de verdachte Overbrengen verdachte toe in geval van zelfverdediging en denk aan je eigen veiligheid. kan zien of eventueel gestolen goederen niet weg worden gegooid. kaart of brief kan al zekerheid bieden. probeer die gegevens te controleren. Een geadresseerde auto, motor of bromfiets te noteren. het signalement! Wat mag je niet doen Eigen veiligheid e. Vraag bij de winkel waar je werkt of er een preventieprocedure is. Hierin staat wat je wel of niet kunt doen in verschillende situaties.
Gevolgen van criminaliteit Winkelcriminaliteit Dagelijks kun je in de krant lezen over winkelcriminaliteit. Lang niet alle gevallen staan in de krant. Het is eigenlijk bijna geen nieuws meer. Het is belangrijk dat winkelcriminaliteit voorkomen wordt. Ook moet je weten hoe je moet handelen als er bij jou in de winkel een diefstal of overval gepleegd wordt. Criminaliteit is het opzettelijk begaan van een misdaad, een daad of gedraging die bij de wet strafbaar is gesteld. Er is alleen sprake van criminaliteit als er sprake is van opzet. Als iemand per ongeluk schade toebrengt, is dit geen criminaliteit. Elke winkel heeft wel eens te maken met winkelcriminaliteit. Onder winkelcriminaliteit verstaan we alle vormen van criminaliteit waarmee de winkel te maken heeft. Winkelcriminaliteit. Soorten winkelcriminaliteit Winkels hebben niet met alle vormen van criminaliteit te maken. De meest voorkomende vormen van winkelcriminaliteit zijn: winkeldiefstal vernieling beroving inbraak overvallen. Winkelcriminaliteit kun je onderverdelen in: interne criminaliteit externe criminaliteit. Er is sprake van interne criminaliteit als diefstal en fraude door het personeel wordt gepleegd. Het is natuurlijk ook heel belangrijk interne criminaliteit te melden. Als je ziet dat een collega iets steelt, moet je dit aan je leidinggevende melden. Die kan dan maatregelen nemen. Als je het niet meldt, ben je
medeplichtig.
Externe criminaliteit is diefstal door klanten of derden. Ook deze gevallen moet je altijd melden bij je leidinggevende of het bewakingspersoneel. Winkelcriminaliteit waarbij geld of goederen worden ontvreemd, wordt een vermogensdelict genoemd. Voorbeelden van vermogensdelicten zijn: diefstal inbraak fraude. Winkelcriminaliteit waarbij geweld gebruikt wordt tegen personen of waarbij goederen met opzet vernield worden, noemen we geweldsdelicten. Overvallen en vandalisme zijn voorbeelden van geweldsdelicten. Daders in de detailhandel Vernieling, berovingen en overvallen worden bijna altijd gepleegd door mensen die niets met de winkel te maken hebben. Winkeldiefstal en inbraak kunnen echter ook door de medewerkers van de winkel worden gepleegd. Diefstal van geld uit de winkel wordt zelfs in ongeveer de helft van de gevallen door medewerkers gepleegd. De vormen van criminaliteit waar de detailhandel vooral last van heeft, zijn vaak misdaden die in kleine groepjes worden gepleegd. Dat kunnen groepen jongeren zijn. Maar je kunt geen universele beschrijving geven van personen die zich schuldig maken aan winkelcriminaliteit. Winkelcriminaliteit gebeurt door verschillende soorten mensen uit verschillende lagen van de bevolking. Let op verdacht uitziende groepjes mensen. Dieven werken vaak met zijn tweeën. De één leidt jou af, terwijl de ander zijn tas staat te vullen. Let op grote jassen, paraplu's en grote tassen. Gevolgen criminaliteit Niet alleen de winkelier lijdt schade door criminaliteit. Ook het personeel en de klanten kunnen last hebben van de gevolgen van criminaliteit. Je kunt hierbij onderscheid maken in: materiële schade immateriële schade.
Materiële schade Materiële schade is alle schade die je in geld kunt uitdrukken. Als artikelen worden gestolen of vernield, kost dat de winkelier geld. De winkelier kan de gestolen of vernielde artikelen niet meer verkopen. Verder heeft hij te maken met nee-verkoop. Er zijn minder artikelen die hij kan verkopen. De artikelen zijn daardoor eerder uitverkocht. Klanten raken hierdoor teleurgesteld. Als de winkelier een extra bestelling doet om zijn voorraad aan te vullen, maakt hij hiervoor extra kosten. Ook het personeel en de klanten kunnen last hebben van materiële schade. Producten zijn eerder uitverkocht en de winkel heeft minder inkomsten. Hierdoor moeten misschien personeelsleden worden ontslagen of de prijzen worden verhoogd. Materiële schade door winkelcriminaliteit. Wanneer een winkel wordt overvallen of wanneer er een grote inbraak is geweest, dan moet de winkel vaak enige tijd gesloten blijven voor het politieonderzoek. Omdat er in die periode niets kan worden verkocht, lijdt de winkel ook schade. Die schade noemen we gevolgschade. Die schade wordt niet door de verzekering vergoed. Als de winkel te maken heeft met schade door vandalisme, zoals graffiti op de muren of vernielingen in de winkel, zal de schade wel door de verzekering worden vergoed. Kosten die de winkelier maakt, bestaan niet alleen uit het materiaal dat nodig is om de schade te herstellen, maar ook uit kosten voor de extra arbeidsuren die nodig zijn om alles op te ruimen. De winkel komt bovendien negatief in de publiciteit, waardoor klanten in de toekomst weg kunnen blijven. Immateriële schade Immateriële schade is schade die je niet in geld kunt uitdrukken, zoals een angstig gevoel. Als je slachtoffer bent geworden van criminaliteit, kun je daar een angstig gevoel aan overhouden. Als je als medewerker of als klant een overval hebt meegemaakt, kun je last krijgen van nachtmerries of slapeloosheid. Soms worden mensen zo bang dat ze niet meer kunnen werken op de plek waar de overval is gepleegd. Immateriële schade kan ernstig zijn. Denk maar eens aan de gevolgen die vernielingen in de omgeving van de winkel kunnen hebben. Klanten kunnen zich onveilig voelen in een omgeving waar vaak zaken worden vernield en waar graffiti op de muur wordt gespoten. Dit kan voor klanten een reden zijn om naar een winkel in een andere buurt te gaan.
Voorkomen winkelcriminaliteit Het is niet mogelijk om alle criminaliteit in de winkel te voorkomen. Je kunt wel een aantal zaken doen om mensen die kwaad willen, af te schrikken. In de winkel kunnen drie soorten maatregelen worden genomen: 1. regels voor personeel en klanten; 2. technische maatregelen; 3. maatregelen tegen criminaliteit rondom de winkel. Regels voor personeel en klanten Zowel het personeel als de klanten moeten zich aan regels houden. Sommige van deze regels zijn bedoeld om criminaliteit tegen te gaan. Gebruik van winkelwagen is verplicht. Enkele van deze regels: De winkel wordt altijd door twee personen geopend en gesloten. Het personeel gebruikt alleen de personeelsingang, de klanten gebruiken alleen de klanteningang. Alle ramen worden gesloten voordat de winkel wordt afgesloten. Klanten mogen niet het magazijn in en leveranciers mogen nooit alleen worden gelaten in het magazijn. Verder moet de deur van het magazijn altijd afgesloten zijn. Medewerkers observeren het gedrag van de klanten, zoals buitengewone haast bij klanten. Medewerkers observeren opvallende kleding van klanten, zoals ongewoon dikke jassen of handtassen. Kassamedewerkers laten nooit grote hoeveelheden geld zien. Kassamedewerkers mogen aan een klant vragen of alles is afgerekend. Kassamedewerkers nemen alle artikelen die ze afrekenen in de handen, om te voelen of de klant een artikel heeft verstopt in een ander artikel. Klanten worden verplicht in een supermarkt om een winkelwagentje te gebruiken. Het is belangrijk dat de winkelmedewerkers afspraken maken over hoe ze elkaar waarschuwen als ze vermoeden dat er een dief actief is en hoe ze handelen in geval van diefstal.
Technische hulpmiddelen De winkel kan zo worden ingericht dat diefstal moeilijker wordt. Zo is het belangrijk dat de winkel overzichtelijk is ingericht en dat er zo min mogelijk afgeschermde plekken in de winkel zijn. In winkels worden steeds meer technische hulpmiddelen gebruikt om criminaliteit tegen te gaan. Enkele hulpmiddelen zijn: spiegels waardoor medewerkers klanten kunnen observeren; klemmen die het artikel onbruikbaar maken als ze worden opengebroken; klemmen die een alarm bij een elektronisch poortje in werking zetten; cashboxen waardoor weinig geld in de kassa-lade zit, camera's die eventuele criminelen in de gaten houden; stil alarm dat de politie waarschuwt als er een overval plaatsvindt. Houd je aan de regels. Maak gebruik van de technische hulpmiddelen. Zo kun je als winkelmedewerker helpen om het probleem van criminaliteit beheersbaar te houden. Spreek klanten en medewerkers aan die zich niet aan de regels houden. Als een klant door de personeelsingang naar binnen probeert te gaan, kun je hem vriendelijk verwijzen naar de ingang voor de klanten. Beveiligingscamera. Maatregelen tegen criminaliteit rondom de winkel Voorbeelden van criminaliteit rondom de winkel zijn: graffiti op de muren of rolluiken van de winkel; vernielingen die worden toegebracht aan winkelwagentjes; vernielingen aan borden die buiten staan. Deze vormen van criminaliteit kunnen worden tegengegaan door sociale controle van omwonenden en omliggende winkeliers. Verder kunnen winkeliers in onderlinge samenwerking en in samenwerking met de politie en de stadswacht vaker controleren om en rond de winkel. Jongeren die worden opgepakt wegens vernieling, kunnen vaak zelf kiezen of ze voor de officier van justitie willen verschijnen of dat ze een taakstraf krijgen van Bureau Halt. Bureau Halt is een instelling voor jongeren tussen 12 en 18 jaar. Een taakstraf van Bureau Halt kan inhouden dat de dader muren met graffiti moet schoonmaken. Daarnaast moet de dader ook de schade vergoeden. Het doel hiervan is te voorkomen dat de dader vaker vernielingen aanricht.
Winkelbedrijven willen graag criminaliteit tegengaan. Hiervoor is echter wel informatie nodig over onveilige situaties in de winkels, het soort daders, tijdstippen waarop misdaden worden gepleegd enzovoort. Op basis hiervan kunnen winkeliers de maatregelen toepassen die het beste passen bij het soort criminaliteit. Omgaan met agressie Agressiviteit in de winkel komt steeds vaker voor. Klanten proberen door schelden, bedreigen of zelfs geweld hun zin te krijgen. Er zijn een aantal regels waaraan je je moet houden om goed met agressie om te kunnen gaan. Enkele gedragsregels bij agressie zijn: Ga nooit in discussie met een agressieve klant. Blijf rustig en beleefd. Trek je niets aan van persoonlijke beledigingen. Doe alsof je dreigementen niet hebt gehoord. Probeer te luisteren en doe geen moeite om gelijk te krijgen. Gebruik nooit geweld. Waarschuw collega's of leidinggevende. Schakel de hulp van je chef in als je met een agressieve klant te maken hebt. Hij kan de klant meenemen naar een rustige plaats om stoom af te blazen. Eventueel kan daar ook het probleem uitgepraat worden. Van agressieve klanten kun je angstige gevoelens krijgen. Praat daarom veel met de afdelingschef en met collega's over jouw ervaringen met agressieve klanten. Je raakt dan een deel van de angstige gevoelens kwijt en misschien kun je samen oplossingen bedenken.