Beslissen in het gevecht, bouwen aan veiligheid. De ontwikkeling van het landoptreden



Vergelijkbare documenten
Toespraak bij de lancering van het Defensie Cyber Commando door de Minister van Defensie, J.A. Hennis-Plasschaert op 25 september 2014 te Den Haag.

De visie van de ChristenUnie op de Krijgsmacht

Defensie en Nationale Veiligheid

ONGERUBRICEERD/ALLEEN VOOR OFFICIEEL GEBRUIK. SBIR-pitch: Defensieverkenningen. cyberspace

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Toespraak Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken Dames, heren,

uitreiking van de herinneringsmedaille Vredesoperaties. Berckmoes-Duindam, Tweede Kamer.

De Militaire Inlichtingenen

Nationale crisisbeheersing en CIMIC. Prof. dr. Rob de Wijk Directeur HCSS en HSD Hoogleraar IB Leiden

Adaptieve Krijgsmacht, samen slimmer en sterker!

Come home or go global, stupid

Crisiscommunicatie en Leiderschap Otto van Wiggen Brigade-generaal bd

Wat gaat er goed en wat kan er beter?

Welkom op dit symposium met de pakkende titel Cybercrime, de digitale vijand voor ons allen.

Het doet mij genoegen u allen hier te verwelkomen. Dat klinkt obligaat, maar dat is het niet. Ik zal u vertellen waarom.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein CR Den Haag Datum 1 oktober 2014 Betreft Inzet van tolken bij Defensie

INDUSTRIE EN SAMENLEVING HET VIZIER OP De bijdrage van de industrie aan de kwaliteit van leven in 2025

TRANSATLANTIC TRENDS 2004 NETHERLANDS

Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2018

Het Ontwikkelteam Digitale geletterdheid geeft de volgende omschrijving aan het begrip digitale technologie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal

CYBER OPERATIONS DS/DOBBP. Kol ir. Hans Folmer Commandant Taskforce Cyber

rust zetten. rust gezet) Commandant der Strijdkrachten.

DAGORDER. Twee mensen die de afgelopen jaren zo hebben gevochten voor Defensie, voor onze krijgsmacht.

SAMENVATTING NOTA. Defensie Industrie Strategie

Data Driven Defensie. Kooy Symposium 2016 AI en Big Data. Prof.dr. Paul C. van Fenema. Nederlandse Defensie Academie

Duurzame Ontwikkeling

AAV 3 Januari 2016 JONGE DEMOCRATEN AMSTERDAM

Een recept voor Vakmanschap. Bejegeningsstijl en opleiding van personeel

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

Christen Unie: - Defensie: Het beschikbaar stellen van een veelzijdige krijgsmacht aan de internationale rechtsorde.

Datum 5 juni 2018 Betreft Reactie op het conceptrapport Inzet Nederlandse krijgsmacht voor VN-missie in Mali. Geachte heer Visser,

Wat is de Cyberdreiging in Nederland?

Psychological Support


Vervoer gevaarlijke stoffen

Tweede Kamer der Staten-Generaal

NAAR EEN EUROPA VOOR ALLE LEEFTIJDEN

MINISTERIE VAN DEFENSIE WERKGROEP STAAL EERSTE DRUK, NOVEMBER 2007 VISIE LEIDINGGEVEN

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Defensie na de kredietcrisis: Een kleinere krijgsmacht in een onrustige wereld

Advies onderzoeksfase Lef L up! Samenvatting

visie verbindingsdienst 2020 we deliver information dominance

Incidentele inzet Europese buitengrenzen

Organisatievisie Gemeente Wijk bij Duurstede ( ): Sterke samenleving, kleine(re) overheid

Inhoud. Woord vooraf 11. Inleiding 15 DEEL I: THEORIE

Houvast en perspectief voor de krijgsmacht: keuzes maken

Vergrijzing, verkleuring en individualisering. Voor wie verstandig handelt!

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Nederlandse Defensie Doctrine Instrument van buitenlands en

De dreiging tegen Nederland en Europa is in de loop van 2016 toegenomen. Dominant is de terroristische dreiging die samenhangt met de strijd in Syrië

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap

Tweede Europese Forum over de cohesie Georganiseerd door de Europese Commissie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

De krijgsmacht dient de Nederlandse veiligheidsbelangen. Artikel 97 van de Grondwet is expliciet:

ABiodiversiteit en natuur & landschap in de samenleving

HDAB Aanvulling stand van zakenbrief Afghanistan: nazorg, counter insurgency opleiding en eigen vuur incident

Medic Special Forces: de hogere kunst van het pleisterplakken

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 Den Haag

ONZE AGENDA OPLEIDEN IN ROTTERDAM VOOR DE WERELD VAN MORGEN STRATEGISCHE AGENDA

Toespraak Commandant der Strijdkrachten, Generaal T.A. Middendorp, ter gelegenheid van het reservistensymposium op 2 december 2013, te Hilversum.

SKPO Profielschets Lid College van Bestuur

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 15 maart 2013 Betreft EUTM Somalië. Geachte voorzitter,

De Landmacht van Morgen

Datum 19 juni 2015 Onderwerp Motie-Van der Staaij c.s. over het ambitieniveau van de krijgsmacht in de komende jaren (kamerstuk , nr.

Datum 20 december 2018 Onderwerp Georganiseerde criminaliteit in relatie tot bescherming personenstelsels bewaken en beveiligen en getuigenbescherming

Uitkomsten onderzoek Controle en Vertrouwen. 7 mei 2012

De VVD kiest bewust voor veelzijdig inzetbare krijgsmacht

Samenvatting. 1. Wat houdt het begrip internationale samenwerking in?

~ ;:;V~'~ / Ministerievan BuitenlandseZaken. Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag.

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein CR Den Haag

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

operationeel Kolonel R. Miedema, programmamanager

29876 Evaluatie AIVD Nr. 4 Brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

ICT: Zelf doen of uitbesteden?

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

Tweede Kamer der Staten-Generaal


STAND VAN EDUCATIEF NEDERLAND

Waar moet het heen met de crisisbeheersing? Prof. Dr. Rob de Wijk Den Haag Centrum voor Strategische Studies Campus Den Haag, Universiteit Leiden

Kadernotitie Platform #Onderwijs 2032 SLO, versie 13 januari 2015

Rampen- en Crisisbestrijding: Wat en wie moeten we trainen

Competenties directeur Nije Gaast

TOETSINGSKADER 2014 Inleiding

Samenvatting project Blueprint - Toekomstbestendige vaardigheden voor de maritieme transportsector (Sector Skills Alliances for implementing a new

Steenwinkel Kruithof Associates Management en Informatica Consultants. Opzetten en inrichten Shared Service Center in de zorg

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 13 februari 2007 (OR. en) 5332/07 PESC 38 COEST 9

Luitenant-kolonel C. Verdonk, commandant DCEC

NL In verscheidenheid verenigd NL A8-0058/1. Amendement. Sabine Lösing, Tania González Peñas namens de GUE/NGL-Fractie

Is een klas een veilige omgeving?

Henk Kamp - Minister van Defensie 4 mei 2006

Keurmerk: Duurzame school

maatschappijwetenschappen pilot vwo 2019-I

Flexibel werken en organiseren

Transcriptie:

Beslissen in het gevecht, bouwen aan veiligheid De ontwikkeling van het landoptreden

INHOUDSOPGAVE INLEIDING...5 1. INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN, EEN COMPLEXE DYNAMIEK...7 1.1 INLEIDING...7 1.2 GLOBALISERING...7 1.3 1.4 SCHAARSTE, ONDERONTWIKKELING EN ONGELIJKHEID...7 KLIMAATVERANDERING...8 1.5 DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN...8 1.6 TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN...8 1.7 1.8 DE STRATEGISCHE SITUATIE: POTENTIËLE BEDREIGINGEN EN CONFLICTEN...9 SUBCONCLUSIES...10 2. NATIONALE ONTWIKKELINGEN...13 2.1 2.2 INLEIDING...13 RELEVANTE MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN...13 2.3 EEN BESCHRIJVING VAN HET HUIDIGE DEFENSIE- EN VEILIGHEIDSBELEID...13 2.4 CONTINUE INZET: EXPEDITIONAIR EN NATIONAAL...14 2.5 DE BESTUURLIJKE OMGEVING VAN DEFENSIE...15 2.6 INTERNE ONTWIKKELINGEN DEFENSIE...15 2.7 SUBCONCLUSIES...16 3. ERVARINGEN UIT OPERATIES...17 3.1 INLEIDING...17 3.2 OPTREDEN IN EEN COMPLEXE OMGEVING...17 3.3 INVLOED GEOGRAFISCHE OMSTANDIGHEDEN EN HET KLIMAAT...18 3.4 DIFFUSE DREIGING...18 3.5 MEER VERANTWOORDELIJKHEDEN IN EEN GROTER GEBIED VAN VERANTWOORDELIJKHEID...19 3.6 DE BETEKENIS VAN MODERNE CONFLICTEN VOOR HET LANDOPTREDEN...19 3.7 OPERATIES IN DE STABILISATIEFASE: DE LANGE ADEM VOOR SUCCES...21 3.8 TOENEMEND BELANG VAN INLICHTINGEN...23 3.9 STATISCH EN MOBIEL OPTREDEN...23 3.10 TECHNOLOGIE ALS BASIS ONDER HET OPTREDEN...24 3.11 OPLEIDING EN TRAINING VOORWAARDEN VOOR SUCCES...27 3.12 NATIONALE OPERATIES VRAGEN GEDEGEN INSPANNING...28 3.13 SUBCONCLUSIES...28 4. ONTWIKKELING VAN HET LANDOPTREDEN...31 4.1 INLEIDING...31 4.2 PERSONEEL, HET KAPITAAL VAN DE LANDSTRIJDKRACHTEN...31 4.3 MATERIEEL, DE HARDWARE VAN DE LANDSTRIJDKRACHTEN...33 4.4 INZET, INSTANDHOUDEN INZET EN OEFENEN...34 4.4.1 EOC-1: Tijdige beschikbaarheid...34 4.4.2 EOC-2: Gevalideerde inlichtingen...35 4.4.3 EOC-3: Ontplooibaarheid en mobiliteit...36 4.4.4 EOC-4: Effectieve inzet...39 4.4.5 EOC-5: Hoogwaardige commandovoering....42 4.4.6 EOC-6: Adequate logistieke ondersteuning...44 4.4.7 EOC-7: Veiligheid en bescherming...45 4.5 SUBCONCLUSIES...46 5. AFSLUITING...51 Pagina 3

Pagina 4

INLEIDING Vooraf Ontwikkelingen in de wereld waarin wij leven voltrekken zich in een steeds hoger tempo. Deze dynamiek heeft zijn invloed op de vrede en veiligheid in de wereld. Waar we in sommige delen van de wereld de stabiliteit zien toenemen, zien we in andere delen instabiliteit groeien. Het verstoren van het evenwicht is van alle dag en een voedingsbodem voor conflicten. Conflicten zullen ook in de toekomst wereldwijd voorkomen. Nederland is hier vaak bij betrokken, vanuit een (in)direct veiligheidsbelang, of vanuit de ambitie bij te dragen aan de internationale rechtsorde, vrede en stabiliteit in de wereld. De krijgsmacht is één van de machtsinstrumenten die Nederland hierbij kan inzetten. De vele ontwikkelingen in de omgeving van de landstrijdkrachten en de ervaringen die wij opdoen in de missies waaraan wij bijdragen, zijn van grote invloed op het landoptreden. De verdere professionalisering als gevolg van recente missies zoals in Afghanistan en Irak is blijvend. Maar tegelijkertijd zijn de ervaringen in Afghanistan niet de enige norm. Toekomstige conflicten zullen variëren in aard, omvang, plaats, geweldsniveau en actoren. De landstrijdkrachten moeten daarom gereed en relevant blijven voor het gehele spectrum van conflicten (full spectrum operations), met alle capaciteiten die daarvoor ook in de toekomst nodig zijn. Waarom dit document? Dit document bouwt voort op de studie De ontwikkeling van het landoptreden, de Koninklijke Landmacht op weg naar de toekomst uit april 2005. Die studie gaf de hoofdschootsrichting aan voor de ontwikkeling van het landoptreden tot 2020 en vormde een uitgangspunt voor de ontwikkeling van doctrine, studies en operationele concepten. Sinds 2005 is er echter het nodige veranderd. Internationale en nationale ontwikkelingen gaan erg snel. Met de beleidsbrief Wereldwijd Dienstbaar is het beleidskader veranderd en ook de bestuurlijke omgeving waarbinnen het Commando Landstrijdkrachten functioneert is anders: de verantwoordelijkheid beperkt zich tot de gereedstelling en instandhouding van inzetbare eenheden. In Afghanistan voeren we op dit moment een van de meest veeleisende operaties uit. De Comprehensive Approach is de leidende benadering voor het oplossen van conflicten, een geïntegreerde aanpak waarbij per definitie de inzet van militairen altijd maar één van de middelen is. Deze relevante veranderingen zijn voor mij aanleiding geweest de bestaande studie De ontwikkeling van het landoptreden uit 2005 tegen het licht te houden. Dit document gaat in hoofdstuk 1 en 2 in op de ontwikkelingen die de internationale en nationale situatie beïnvloeden. Hoofdstuk 3 geeft de beschrijving van de ontwikkelingen in het militair optreden en hoofdstuk 4 vertaalt deze naar de consequenties voor essentiële operationele capaciteiten. Pagina 5

Tot slot In het nieuwe besturingsmodel is de ontwikkeling van kennis voor en over het landoptreden belegd bij de Commandant Landstrijdkrachten als Autoriteit Landoptreden 1. Vanuit die hoedanigheid ben ik gesprekspartner voor de bestuursstaf bij de beleidsontwikkeling maar ook voor de andere operationele commando s en in de internationale omgeving. Gereed en relevant blijven, betekent dat we de ontwikkelingen die zich voordoen en aftekenen tijdig moeten onderkennen, ze moeten analyseren en het effect ervan op het landoptreden in kaart moeten brengen. Daarmee geef ik als Autoriteit Landoptreden richting aan de gewenste ontwikkeling van het landoptreden en zo aan de ontwikkeling van het Commando Landstrijdkrachten. Dat is de doelstelling van dit document. Utrecht, december 2008, Commandant Landstrijdkrachten R.A.C. Bertholee Luitenant-generaal 1 Het autoriteitsgebied Landoptreden omvat het optreden van grondgebonden eenheden. Optreden op de grens van zee en land (amfibische operaties) en optreden van grondgebonden luchtverdedigingseenheden van het CLSK maken daar geen deel van uit. Pagina 6

1. INTERNATIONALE ONTWIKKELINGEN, EEN COMPLEXE DYNAMIEK 1.1 Inleiding Dit hoofdstuk behandelt eerst op hoofdlijnen vijf algemene ontwikkelingen die de internationale situatie beïnvloeden. Vervolgens komen de militaire ontwikkelingen en de ontwikkeling van dreigingen aan bod. Dit hoofdstuk vormt samen met het volgende hoofdstuk de basis voor de ontwikkelingen in het militair optreden die in de daarop volgende hoofdstukken worden beschreven. 1.2 Globalisering Wereldwijd ontstaat er een steeds sterkere economische vervlechting. Gecombineerd met moderne informatietechnologie en migratiestromen betekent deze vervlechting dat afstanden en grenzen tussen nationale samenlevingen betrekkelijk worden: de aarde is plat. Dit biedt kansen voor economische ontwikkeling, zeker voor een open en internationaal land als Nederland. De economische vervlechting schept daarnaast wederzijdse afhankelijkheden die dempend werken op mogelijke conflicten. Globalisering beïnvloedt de traditionele verhoudingen van macht en schaarste in de wereld en is daarmee een bron van conflicten. Globalisering leidt er ook toe dat beginnende conflicten zich sneller kunnen verspreiden. Er is een grotere kans op horizontale escalatie, met geografische uitbreiding en meer actoren. Ook de kans op verticale escalatie (een hogere geweldsintensiteit) neemt toe. De economische vervlechting en globalisering komen sterk tot uiting in het internationale financieel systeem. De complexiteit en kwetsbaarheid hiervan kwamen bij de kredietcrisis aan het licht. 1.3 Schaarste, onderontwikkeling en ongelijkheid Conflicten hebben meestal ook een economische dimensie en zijn gebaseerd op tegengestelde belangen. In de toekomst groeit de wereldwijde schaarste aan grondstoffen, energie, voedsel en drinkwater. De vraag hiernaar neemt door stijging van de welvaart en groei van de wereldbevolking verder toe. De beschikbaarheid van grondstoffen, energie, voedsel en drinkwater houdt deze vraagontwikkeling niet bij: dit leidt tot verdere schaarste. Er worden nu al tussen en zelfs binnen staten oorlogen gevoerd om de toegang tot natuurlijke hulpbronnen. Een complicerende factor is bovendien dat de wereldwijde energievoorraad zich voor een substantieel deel bevindt in instabiele landen en regio s. Kortom, ook in de toekomst is het zeker stellen van de toegang tot grondstoffen, energie, voedsel en drinkwater een bron van conflicten. Onderontwikkeling is een andere bron van conflicten: veiligheid en ontwikkeling hangen nauw samen. Wereldwijd blijft armoede bestaan. Een grote groep armen is bezig met overleven en op zoek naar middelen van bestaan, zoals schoon drinkwater, energiebronnen en vruchtbaar land. Dit kan leiden tot plaatselijke conflicten, migratie en een voedingsbodem bieden voor criminaliteit en terrorisme. Pagina 7

Ook een grote mate van ongelijkheid tussen regio s, godsdienstige of etnische groeperingen betekent dat er een grotere kans op conflicten is. Het gaat niet alleen om economische ongelijkheid, maar ook om verschillen in positie en kansen. Dit geldt met nadruk niet alleen tussen, maar ook binnen landen. 1.4 Klimaatverandering Een niet gemakkelijk te duiden en ook niet gemakkelijk te beïnvloeden ontwikkeling is de opwarming van de aarde en daarmee de verandering van het klimaat. De zeespiegel zal stijgen en de golfstromen in de oceanen kunnen veranderen. Extreme weersinvloeden zullen toenemen. Dit kan leiden tot meer neerslag, overstromingen en orkanen, maar ook verdroging en woestijnvorming. De hoeveelheid land geschikt voor bewoning en voedselproductie neemt waarschijnlijk af. Klimaatverandering wordt vooral veroorzaakt en versterkt door wereldwijde economische activiteiten. Geopolitieke belangen spelen een belangrijke rol in de discussie rondom het nemen van maatregelen tegen de klimaatverandering, met frictie tussen landen als mogelijk gevolg. 1.5 Demografische ontwikkelingen De wereldbevolking zal vooral in Azië en in Afrika toenemen. De bevolking van Europa neemt relatief en absoluut af. Gecombineerd met economische groei zal het machtsevenwicht hierdoor uiteindelijk naar het Oosten verschuiven. Urbanisatie neemt toe, mensen trekken weg van het platteland in de richting van steden en voorsteden, het aantal steden met meer dan 10 miljoen inwoners stijgt. In 2025 zal meer dan 60% van de wereldbevolking in steden wonen. In bepaalde delen van de wereld heeft de toename van de bevolking, gecombineerd met urbanisatie, grote gevolgen. Bestuur, infrastructuur en werkgelegenheid van steden, regio s en landen zijn hier nauwelijks op berekend. Samen met de al genoemde schaarste in andere delen van de wereld, kan de bevolkingsgroei in de wereld leiden tot een destabilisering van regio s, conflicten en migratie. De demografische ontwikkelingen hebben overigens ook voor Nederland gevolgen. Het lage geboortecijfer, samen met het teruglopende bevolkingsaantal en vergrijzing, verkleint de beroepsbevolking en kan leiden tot arbeidsschaarste. Het arbeidspotentieel neemt af en daarmee neemt de concurrentie op de arbeidsmarkt toe. Door migratie, ook in het verleden, verandert langzaam de samenstelling van de bevolking: de multiculturele samenleving. Een substantieel deel van de bevolking heeft een andere achtergrond. 1.6 Technologische ontwikkelingen De mogelijkheden van technologie zullen minstens zo sterk blijven toenemen als de afgelopen twintig jaar. De ontwikkeling van informatietechnologie loopt waarschijnlijk voorop, maar er valt ook veel ontwikkeling te verwachten in gebieden als biotechnologie, nanotechnologie, robotica, nieuwe materialen en energietechnologie. Pagina 8

De ontwikkeling van technologie is vooral civiel gedreven en globalisering geeft steeds meer actoren en ook potentiële tegenstanders toegang tot hoogwaardige technologie. Dit biedt veel kansen, maar ook bedreigingen. De afhankelijkheid van goed functionerende ICT-systemen neemt sterk toe en daarmee de kwetsbaarheid. Cyber warfare is een goed voorbeeld van een nieuwe bedreiging die inspeelt op deze kwetsbaarheid. De voorspelbaarheid van technologische ontwikkelingen op de langere termijn is moeilijk en onzeker. Hetzelfde geldt voor de consequenties ervan. Beter is het om te beseffen dat technologisch ontwikkelingen sneller en verder gaan dan we ons nu kunnen voorstellen. Dat betekent ook een noodzakelijk vermogen om hierop te kunnen anticiperen Het gebruik van de ruimte is zowel civiel als militair sterk toegenomen. Satellieten vormen een essentiële schakel in vitale civiele en militaire systemen, waardoor afhankelijkheid van een vrij gebruik ervan toeneemt. Beheersing van de ruimte is dan ook een dimensie binnen het militair optreden die aan belang zal winnen. 1.7 De strategische situatie: potentiële bedreigingen en conflicten De hiervoor genoemde wereldwijde ontwikkelingen beïnvloeden elkaar en vormen samen de achterliggende oorzaken, of bronnen van conflicten en dreigingen in de toekomst. Deze paragraaf gaat in op de hoofdlijnen van de huidige strategische situatie, potentiële bedreigingen en conflicten. Van een interstatelijke, directe militaire bedreiging van Nederland en de overige delen van het Koninkrijk lijkt geen sprake. Hoewel het aantal oorlogen afneemt, blijven grote delen van de wereld echter instabiel. Instabiel is het Midden-Oosten, met de situatie in Irak, het Israëlisch-Palestijnse conflict en de ontwikkelingen in Iran. Toenemende instabiliteit is ook te vinden in grote delen van Afrika en Azië zoals de Kaukasus. De uitbreiding van de NAVO brengt deze laatste dichter bij het verdragsgebied. Buitenlandse conflicten en binnenlandse veiligheid zijn door escalatie en uitstralingseffecten met elkaar verweven: het onderscheid tussen externe en interne veiligheid vervaagt. Zo verplaatst terrorisme de strijd naar Nederland: het bedreigt de veiligheid van Nederlandse staatsburgers in hun eigen leefomgeving. De Nederlandse veiligheid wordt ook op andere wijzen bedreigd: door de verspreiding van massavernietigingswapens, piraterij, pandemieën, digitale onveiligheid en ook cyber warfare. Een andere bedreiging is grensoverschrijdende criminaliteit (zoals drugssmokkel, mensenhandel en wapenhandel). Conflicten zijn moeilijk te voorspellen. Een complicerende factor hierbij is dat niet alleen staten actoren zijn, maar ook individuele burgers, bevolkingsgroepen, internationale organisaties, private netwerken, criminele of terroristische organisaties, non-gouvermentele instellingen en multinationals. Pagina 9

Nederland is vrijwel continu betrokken bij conflicten die indirect de Nederlandse belangen bedreigen. Actoren zijn veelal niet-statelijk en vinden een vruchtbare bodem in fragiele-, falende- of schurkenstaten. Steun aan staatsvorming en duurzame ontwikkeling zijn bij zulke conflicten vrijwel zonder uitzondering de belangrijkste opgaven. Dit gebeurt altijd in internationaal verband, zoals de VN, NAVO, EU of ad hoc coalities. Het militair optreden hierbij strekt zich uit van humanitaire hulpverlening tot het omverwerpen van onwettige en bedreigende regimes. Dergelijke operaties zijn veelal langdurig en vinden plaats op het land, tussen de bevolking. 1.8 Subconclusies Toekomstige bronnen van dreigingen en conflicten zijn globalisering, schaarste, onderontwikkeling en ongelijkheid, klimaatverandering, demografische ontwikkelingen en technologische ontwikkelingen. Wereldwijd blijft er een groot potentieel aan interstatelijke, intrastatelijke en transnationale dreigingen en conflicten. Deze verschillen in complexiteit door de aard, omvang, plaats, geweldsniveau en actoren. Van een interstatelijke, directe militaire bedreiging van Nederland en de overige delen van het Koninkrijk lijkt op korte termijn geen sprake. Escalatie en uitstralingseffecten van buitenlandse conflicten bedreigen echter indirect de Nederlandse veiligheid. Voorts brengt de uitbreiding van de NAVO de toenemende instabiliteit in de Kaukasus dichter en dichter bij het verdragsgebied. Nederland is vrijwel continu betrokken bij conflicten die indirect de Nederlandse belangen bedreigen. Steun aan staatsvorming en ontwikkeling zijn bij zulke conflicten vrijwel zonder uitzondering de belangrijkste opgaven. Dit vereist dat landstrijdkrachten continu in staat moeten zijn wereldwijd een militaire bijdrage te leveren aan de Nederlandse politieke inspanningen om deze conflicten op te lossen. Militaire inzet hierbij is veelal langdurig en vindt plaats op het land, tussen de bevolking. De inzet strekt zich uit van humanitaire hulpverlening tot het omverwerpen van onwettige en bedreigende regimes. Pagina 10

In 2025 zal meer dan 60% van de wereldbevolking in steden wonen. In bepaalde delen van de wereld heeft de toename van de bevolking, gecombineerd met urbanisatie, grote gevolgen. Wereldwijd blijft armoede bestaan. Een grote groep armen is bezig met overleven en op zoek naar middelen van bestaan, zoals schoon drinkwater, energiebronnen en vruchtbaar land.

De afhankelijkheid van goed functionerende ICT-systemen neemt sterk toe en daarmee de kwetsbaarheid. De samenwerking met civiele autoriteiten voor de nationale veiligheid is geïntensiveerd.

2. NATIONALE ONTWIKKELINGEN 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk behandelt een aantal nationale ontwikkelingen die van invloed zijn op het landoptreden. Aan de orde komen achtereenvolgens: maatschappelijke ontwikkelingen, het defensiebeleid, continue inzet van Defensie, de bestuurlijke omgeving en tot slot een aantal ontwikkelingen binnen Defensie. 2.2 Relevante maatschappelijke ontwikkelingen In Nederland is er sprake van een toenemende individualisering. Individuen gedragen zich op alle gebieden meer en meer als kritische consumenten. De rol van maatschappelijke organisaties neemt af en burgers tonen zich zeer kritisch naar de overheid: dit kan een risico vormen voor het draagvlak van militaire operaties. De invloed en snelheid van de publieke opinie nemen sterk toe. De kritische publieke opinie speelt een nadrukkelijke rol bij het verkrijgen en behouden van draagvlak voor een missie. Militaire operaties worden hierdoor beïnvloed: moderne media brengen operaties nagenoeg onmiddellijk tot in de huiskamer. Het belang van de beeldvorming, publieke opinie en de rol van de media neemt hiermee toe. Perceptie en beeld bepalen mede het slagen van een operatie. De maatschappij eist tegelijkertijd meer van Defensie: een hoge relevantie, bruikbaarheid, efficiency én verantwoording. Dat betekent bijvoorbeeld vooraf én achteraf het waarom en hoe van een militaire operatie gedetailleerd uitleggen. Het betekent ook dat het publiek verwacht dat militairen ook nationaal hun bijdrage leveren, aandringt op snel ingrijpen bij internationale rampen of als bijvoorbeeld mensenrechten worden geschonden. Tegelijkertijd worden bij operaties schade, doden en gewonden (aan beide zijden) niet zonder uitleg of goede reden geaccepteerd. Een maatschappelijke ontwikkeling die hierbij aansluit, is het toenemend veiligheidsbesef, waarbij risico s zoveel mogelijk uitgesloten worden. Een actueel voorbeeld zijn de hogere eisen aan bescherming voor militairen, die onder meer leidden tot de aankoop van pantsercontainers. Recente terreurdaden en - dreigingen beïnvloeden dit veiligheidsbesef: waarden als privacy worden deels ingeruild voor een mogelijke vergroting van de veiligheid. 2.3 Een beschrijving van het huidige Defensie- en veiligheidsbeleid Het defensiebeleid, vastgelegd in de beleidsbrief Wereldwijd Dienstbaar uit 2007, is gebaseerd op ontwikkelingen in de nationale en internationale omgeving en de gevolgen daarvan voor de veiligheid van ons land en voor onze belangen en waarden. Nederland is een open land in een wereld die alsmaar kleiner lijkt te worden. De openheid heeft Nederland onder meer een hoog levenspeil gebracht, maar maakt ons ook kwetsbaar. Nederland wil haar weerbaarheid op peil houden en in internationaal verband een actieve en constructieve partner blijven. De bevordering en de handhaving van de Pagina 13

internationale rechtsorde staat in de grondwet. Nederland investeert in versterking van de internationale samenwerking, in de internationale rechtsorde én in duurzame ontwikkeling waar armoede heerst. Nederland loopt niet weg voor verantwoordelijkheid, ook niet als daarbij aanzienlijke risico s worden gelopen. Deze betrokkenheid -ook die van militaire aard -geeft in internationaal verband bovendien recht van spreken. Een van de instrumenten voor dit actieve, geïntegreerde buitenlands beleid is een moderne, snel inzetbare en kwalitatief hoogwaardige krijgsmacht. Ook binnen de landsgrenzen levert de krijgsmacht op tal van manieren een wezenlijke bijdrage aan veiligheid. Het huidige Defensiebeleid adresseert een aantal ontwikkelingen. Ten eerste de eerder genoemde groeiende verwevenheid tussen interne en externe veiligheid. Ten tweede is onderkend dat de rol van Defensie verandert en verbreedt: naast de bescherming van het grondgebied gaat het in toenemende mate om de bescherming van het individu en de samenleving (way of life). De derde ontwikkeling in het Defensiebeleid is het besef van de sterke samenhang tussen veiligheid en ontwikkeling. Nederland heeft zich ten doel gesteld de millennium-ontwikkelingsdoelen aanzienlijk dichterbij te brengen. Hoewel de doelen betrekking hebben op gezondheid, honger, milieu, onderwijs, eerlijke handel en gelijke rechten, is de afgelopen jaren in internationaal verband het besef gegroeid dat ze alleen haalbaar zijn in landen waar sprake is van voldoende veiligheid. Hierbij is in toenemende mate ook een (ondersteunende) rol voor de krijgsmacht weggelegd. 2.4 Continue inzet: expeditionair en nationaal Veelvuldige en wereldwijde inzet van militairen in landoptreden is de afgelopen jaren een gegeven. Militairen van het CLAS zijn de afgelopen jaren actief geweest in operaties in Afghanistan, Tsjaad, Irak, Bosnië, Soedan, Congo en Liberia. Ook droegen zij bij aan noodhulpoperaties in Indonesië (tsunami) en Pakistan (aardbeving). Jaarlijks zijn er meer dan 5.000 landmachtmilitairen op uitzending. Dit staat los van andere operationele verplichtingen, zoals de bijdragen aan Nato Response Force en de EUbattlegroups. Naast de continue inzet bij expeditionaire operaties zijn landstrijdkrachten ook grootschalig gecommitteerd aan nationale operaties. De samenwerking met civiele autoriteiten voor de nationale veiligheid is geïntensiveerd. Niet alleen de omvang, maar ook de aard van de bijdrage is veranderd. Voor nationale veiligheidstaken zijn niet alleen tot 3200 CLAS-militairen 2 onafgebroken beschikbaar, maar zijn ook specialistische capaciteiten geoormerkt. De regionale militaire commando s, ingebed in de brigades, ontwikkelen zich tot één van de structurele veiligheidspartners in het nationale domein. 2 Defensiebreed worden continu 4600 militairen beschikbaar gehouden vanuit alle Operationele Commando s. Een substantieel deel hiervan kan hierbij grondgebonden worden ingezet. Pagina 14

Het valt te verwachten dat deze veelvuldige inzet blijvend is: ook in de toekomst zullen militairen voor landoptreden continu, wereldwijd én nationaal, voor een palet aan taken worden ingezet en gereed gesteld. 2.5 De bestuurlijke omgeving van Defensie De inzet van militairen is per definitie een onderdeel of instrument van het Nederlandse internationale veiligheidsbeleid. Steeds meer groeit het besef dat de verschillende machtsinstrumenten binnen dat beleid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden en dus ook in samenhang moeten worden aangestuurd. Dit heet de geïntegreerde aanpak; in dit stuk hanteren we de internationale benaming, de Comprehensive Approach 3. Deze aanpak zal zich verder ontwikkelen op alle niveaus; zowel in de uitvoering als in de politiek-bestuurlijke context. Ook de invloed van Europese besluitvorming en samenwerking groeit verder. Dit geldt niet alleen het gezamenlijke Europees veiligheidsbeleid, maar ook de totstandkoming en de invloed van Europese weten regelgeving. Overigens, binnen de wet- en regelgeving verdwijnt de uitzonderingspositie van Defensie meer en meer. Defensie is daarmee gebonden aan reguliere (Europese) civiele procedures en regelgeving. Dit heeft direct zijn effect op operationele processen. Een andere relevante ontwikkeling is de verdergaande noodzaak tot een meer gedetailleerde beleidsen activiteitenverantwoording; niet alleen in de bedrijfsvoering maar ook over operaties. Hieraan gekoppeld is de eis tot een juist en volledig financieel en materieel beheer. 2.6 Interne ontwikkelingen Defensie Met het nieuwe besturingsmodel is de rol van Operationele Commando s veranderd en gericht op de gereedstelling en instandhouding van eenheden. De verantwoordelijkheden in het besturingsmodel leiden tot een centrale rol van de Bestuursstaf: daar vindt de beleidsvorming en aansturing van operaties plaats. Dit verbetert de afstemming en synergie. Centralisatie en eenvormigheid zijn hierbij echter niet altijd de beste oplossingen. Een andere relevante ontwikkeling binnen Defensie is de fragmentatie van de organisatie: met het nieuwe besturingsmodel en na vele reorganisaties bestaat Defensie uit steeds meer aparte organisatieonderdelen. Deze moeten vervolgens weer onderling afspraken maken. Dit geldt niet alleen bij de gereedstelling en vredesbedrijfsvoering, maar ook bij (expeditionaire) operaties. De consequentie hiervan is een continu en ingewikkeld afstemmingsvraagstuk. De uitbesteding van taken, publiek-private partnerschappen en de inzet van private military companies versterken dit effect nog eens. 3 Andere benamingen voor deze aanpak zijn: de 3D benadering (Defense, Diplomacy, Development) en DIME (USA). In essentie verschillen deze benaderingen niet van elkaar. Pagina 15

2.7 Subconclusies Maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland zoals individualisering en de snelheid van de publieke opinie, beïnvloeden militaire operaties. De maatschappij stelt steeds hogere eisen aan Defensie: relevantie, bruikbaarheid, efficiency én verantwoording. Het veiligheidsbesef in Nederland neemt toe. Dit stelt onder meer hogere eisen aan de bescherming van militairen. Nederlandse ambities, veiligheids- en defensiebeleid en de recente geschiedenis maken waarschijnlijk dat in de toekomst militairen voor landoperaties veelvuldige inzet worden: continu, wereldwijd én nationaal, voor een palet aan taken. Inzet van militairen is altijd een onderdeel van het Nederlandse veiligheidsbeleid. De geïntegreerde aanpak, de Comprehensive Approach is dan ook de norm, zowel in de politiekbestuurlijke context áls in de uitvoering. De complexiteit binnen de Defensie-organisatie is toegenomen wat leidt tot een continu en ingewikkeld afstemmingsvraagstuk. Pagina 16

3. ERVARINGEN UIT OPERATIES 3.1 Inleiding De transformatie van de landstrijdkrachten krijgt mede vorm door operationele inzet. Veranderingen die door deze inzet plaatsvinden, grijpen diep in op alle aspecten van onze organisatie. De verworven ervaring is bijzonder waardevol en eist daarom terecht een plaats in het landoptreden van de toekomst. Dit hoofdstuk geeft een analyse van de operationele ervaringen uit onze operaties en de ervaringen in de internationale militaire omgeving. 3.2 Optreden in een complexe omgeving Militaire landoperaties zijn complex vanwege de diversiteit aan actoren, de continue en diffuse dreiging, de invloed van geografische omstandigheden en het klimaat en tot slot een diversiteit aan taken. Bij het optreden op het land komen al die elementen samen, waardoor de complexiteit zich altijd en overal laat gelden 4. Een Nederlandse operatie staat in principe niet op zichzelf maar maakt deel uit van een grotere operatie. Expeditionair landoptreden betekent veelvuldig samenwerken met andere landen (combined), instanties (inter-agency) en krijgsmachtdelen (joint). Voor het succes van een operatie bestaat een wederzijdse afhankelijkheid tussen andere (civiele) actoren en coalitiepartners. Dit stelt eisen aan de interoperabiliteit, vraagt om het kunnen overbruggen van cultuurverschillen, maar ook aan de beheersing van talen als (militair) Engels en Frans op alle niveaus. Om een volwaardige bondgenoot te zijn, dient Nederland over landstrijdkrachten te beschikken die zelfstandig expeditionair kunnen optreden. Naast toereikende algemene militaire capaciteiten zijn ook (internationaal) schaarse capaciteiten en de bereidheid tot burden sharing en risk sharing nodig om een volwaardig partner te kunnen zijn. Het integreren en afstemmen van de militaire bijdrage is hierbij een bijzondere verplichting. Deze commandovoering vindt steeds lager in de organisatie plaats, waarbij de complexiteit dus ook steeds lager komt te liggen. Bataljonsstaven bijvoorbeeld hebben bij hun optreden te maken met een grote diversiteit van militaire en niet-militaire actoren en moeten dat op hun niveau afstemmen. Een hoofdkwartier waar deze integratie en afstemming plaatsvindt, is essentieel om de gewenste effecten te kunnen bereiken. Dit beperkt zich niet alleen tot de Nederlandse operatie maar strekt zich uit tot de mogelijkheid om invulling te kunnen geven aan de rol van lead nation van een internationaal 4 AJP 3.2..: Land Operations: Complexity of environment: weather and terrain vary widely and affect operations dramatically; Interaction with population: direct and complex: refugees/idp, NGOs, civil government etc; Number of moving parts: thousands; Exposure to combat: 24/7 for a significant portion of the force. Pagina 17

hoofdkwartier. Hierbij bepaalt de complexiteit van de operatie het uit te brengen hoofdkwartier en niet zo zeer de omvang van de troepenmacht. Om dus effectief te kunnen zijn in moderne operaties is het essentieel dat hoofdkwartieren deze complexe coördinatie kunnen uitvoeren. De benodigde kennis en ervaring hiervoor zijn geborgd in de brigadehoofdkwartieren en ook bij HQ 1 German/Netherlands Corps. Doorontwikkeling van deze capaciteit is noodzakelijk om ook in de toekomst op elk niveau invulling te kunnen blijven geven aan command and control in een joint, combined en multi-agency omgeving. Inzet brigade- en legerkorpshoofdkwartieren 2002 HQ Task Force Fox Macedonië 41 Mechbrig 2003 HQ ISAF Kabul HQ 1 (GE/NL) Corps 2006 Deployment Task Force Uruzgan 101 Gevechtssteunbrigade 2006 - heden ISAF HQ Task Force Uruzgan 11 Luchtmobiele Brigade, 13 en 43 Mechbrig 2006 ISAF HQ Regional Command South 43 Mechbrig 2008 ISAF HQ Regional Command South 43 Mechbrig 2009 HQ ISAF Kabul HQ 1 (GE/NL) Corps 2010 Redeployment Task Force Uruzgan Operationeel Ondersteunings Commando Land 3.3 Invloed geografische omstandigheden en het klimaat Conflicten op het land vinden vooral plaats in gebieden met een minder sterk ontwikkelde infrastructuur en onder uiteenlopende klimatologische omstandigheden. De effecten op mens en materiaal zijn groot: materiaal wordt zwaar belast en is aan grote slijtage onderhevig. Materiaal moet soms ook worden aangepast om in het specifieke missiegebied onder alle omstandigheden optimaal bruikbaar te zijn. Personeel heeft soms aparte uitrusting nodig om haar taken uit te kunnen voeren. Dit stelt hoge eisen aan het personeel van de landstrijdkrachten, aan het materieel en aan de flexibiliteit van personele en materiële processen. Tevens heeft het budgettaire consequenties, die niet altijd vooraf zijn te voorzien. Operaties stellen altijd specifieke eisen aan uitrusting en materieel van landstrijdkrachten. 3.4 Diffuse dreiging Kenmerkend voor de dreiging op het land is dat zij veelal niet gebonden is aan staatsgrenzen, het thuisvoordeel heeft en snel veranderende verschijningsvormen kent. De tegenstander bevindt zich veelal tussen de bevolking en verandert zijn wijze van optreden voortdurend. De irregulier optredende tegenstander gebruikt technieken en middelen waarmee hij zich minder kwetsbaar maakt voor onze technologische superioriteit. Deze diffuse dreiging toont zich ondermeer in het gebruik van Improvised Explosive Devices (IEDs). Veelvuldig is er een verwevenheid van de tegenstander met criminaliteit door het creëren van een vrijplaats voor criminaliteit of het financieren van het optreden uit opbrengsten van criminaliteit. Pagina 18

3.5 Meer verantwoordelijkheden in een groter gebied van verantwoordelijkheid Binnen het landoptreden is op steeds lagere niveaus een verwevenheid van middelen te zien. Dit heeft zijn oorsprong in het autonome optreden van kleine eenheden waartoe de ontoegankelijkheid en uitgestrektheid van operatiegebieden noodzaakt. Schaarse capaciteiten die traditioneel op hoger niveau in de organisatie zijn ingebed, worden hierdoor zelfs al op compagnies- en pelotonsniveau geïntegreerd. Dit geldt ook voor joint enablers zoals luchtsteun. Bij het uitvoeren van de landoperatie worden deze niveaus geconfronteerd met een diversiteit aan taken. Bijna gelijktijdig moeten zij de aandacht verdelen over het uitschakelen van tegenstanders, het bewaren van de verkregen veilige situatie en het ondersteunen van (weder)opbouw. Daarom is een mix van middelen op laag niveau noodzakelijk, zodat men op dat niveau kan beslissen welke middelen men gezien de situatie het beste kan inzetten. Maar ook op andere niveaus zien we een vergelijkbare tendens: compagniesstaven en bataljonsstaven hebben te maken met joint, combined en inter-agency-spelers, de brigadestaf krijgt verantwoordelijkheden die in het verleden op operationeel en soms strategisch niveau lagen: integratie van verschillende instrumenten van macht in de operatie. Dit gaat gepaard met een geografisch steeds groter gebied waarvoor een eenheid verantwoordelijk wordt gemaakt. Dit heeft dus gevolgen voor de samenstelling van de staven, de ervaringsopbouw van het personeel en het te volgen opleidings- en trainingstraject voor deze staven. 3.6 De betekenis van moderne conflicten voor het landoptreden Moderne conflicten spelen zich af tussen mensen en worden daardoor vrijwel altijd beslist op het land. In de literatuur zijn diverse discussies over een mogelijke paradigmaverandering. Generaal Rupert Smith stelt in zijn bijna klassieke boek The Utility of Force dat het aloude paradigma van de industriële oorlog vervangen is door het paradigma van de oorlog tussen de bevolking ( War amongst the People ). Anderen, zoals de Britse generaal Richard Dannat, zijn juist van mening dat naast het klassieke paradigma er een tweede paradigma, zoals beschreven door Smith, bij is gekomen. Conflicten zoals in Afghanistan vallen ontegenzeggelijk in het paradigma van de oorlog tussen de bevolking. De Russische operatie in Georgië in 2008 laat zien dat het klassieke paradigma ook nog steeds bestaat. Dit betekent dat landstrijdkrachten binnen beide paradigma s in staat moeten zijn effectief op te treden. Hoewel de recente publieke discussie anders doet vermoeden, kan in werkelijkheid geen onderscheid worden gemaakt naar (weder)opbouw - of vechtmissies 5. De militaire bijdrage aan wederopbouw is, binnen de Comprehensive Approach, voornamelijk het scheppen van een veilige situatie. Dit vereist een 5. Operaties zijn operaties. Alle operaties kunnen fundamenteel op dezelfde manier worden benaderd. Er bestaan immers geen beheersbare schotten meer tussen de verschillende geweldsniveaus. Tijdens elke operatie moeten de deelnemende strijdkrachten een breed scala van militaire activiteiten kunnen uitvoeren, variërend van offensieve en defensieve activiteiten tot stabiliserende activiteiten. (LDP 12008, paragraaf 3211). Pagina 19

in tijd en ruimte gesynchroniseerde combinatie van offensieve, defensieve en stabiliserende activiteiten. Militaire operaties vinden altijd plaats binnen het zogenoemde conflictspectrum. Dit spectrum beschrijft in algemene zin de omgeving waarin de operaties plaatsvinden. Het belangrijkste onderscheid binnen het spectrum wordt gevormd door het geweldsniveau. Dit niveau loopt van vreedzame samenwerking tot oorlog. Om de militaire rol te kunnen invullen, moeten landstrijdkrachten dus kunnen optreden op alle geweldsniveaus (Amerikanen noemen dit full spectrum operations). Deze veelzijdigheid van optreden vereist een even veelzijdige mix van middelen. Operaties vragen om eenheden die reactievermogen, voortzettingsvermogen, strategische- en tactische bewegelijkheid combineren met bescherming en slagkracht. Een voorwaarde voor succesvolle inzet is de mogelijkheid en wil om bij toenemend geweld beslissend te kunnen optreden, zogenoemde escalatiedominantie. De diversiteit van de mix van middelen en de kleine verzorgingstotalen binnen uitgezonden eenheden zorgen ervoor dat een effectieve logistieke ondersteuning naar verhouding veel logistieke mensen en middelen kost. De ondersteuning stelt daarmee hoge eisen aan het adaptief vermogen van het logistiek systeem. De veelzijdigheid van het optreden heeft ook grote effecten op het personeel. Door technische middelen neemt de gevechtskracht van de individuele militair toe. De rol van mensen vindt een brandpunt in de uitvoering op de lagere niveaus. Dit stelt buitengewoon hoge eisen aan de leidinggevenden. Hun handelen is niet alleen gericht op het militaire resultaat, maar moet ook in overeenstemming zijn met andere actoren en andere operatielijnen. Zij dienen zich zelfs bewust te zijn van de mogelijke strategische gevolgen. Dit geldt voor zowel de jonge leidinggevenden (junior leaders) als voor de hoger leidinggevenden (senior leadership). Een toename aan verantwoordelijkheden vinden we op alle niveaus terug. Een compagniescommandant bijvoorbeeld, is binnen operaties vaak al verantwoordelijk voor een immens gebied, moet zelfstandig zaken doen met lokale en districtsautoriteiten, treedt op in een joint, combined en inter-agency omgeving en is daarbij actief op alle operatielijnen. Maar ook zien we dat een jonge pelotonscommandant patrouilles zelfstandig uitvoert en daarbij steeds meer middelen meeneemt: naast een regulier gemechaniseerd of gemotoriseerd infanteriepeloton, een geniegroep met search capaciteit; een Explosive Ordnance Disposal team, een Tactical Air Control Party, een Forward Observer, soms extra verkenningscapaciteit, een missieteam van het PRT, een PsyOps element, geneeskundige capaciteit. Zo n eenheid groeit van een kleine 40 man in vier voertuigen naar 80 man met soms wel zestien voertuigen. Hij treedt bovendien zeer zelfstandig op in een groot gebied van verantwoordelijkheid, patrouilles duren tot wel negen dagen en in gevecht stuurt hij ook de inzet van gevechtshelikopters en Close Air Support met vliegtuigen aan. We zien dus dat verantwoordelijkheden lager in de organisatie steeds meer toenemen: een luitenant die steeds meer middelen krijgt, de effecten daarvan moet integreren in zijn optreden dat over verschillende operatielijnen loopt in een Three Block Warfare omgeving waarin hij geconfronteerd wordt met ethische dilemma s waarbij hij in een spilt second moet besluiten terwijl de internationale Pagina 20

media over zijn schouder meekijkt. Hij is daarbij verantwoordelijk voor leven en veiligheid van zijn eigen mensen en van onschuldige burgers. Achteraf dient de leidinggevende zich altijd te kunnen verantwoorden over zijn handelen. Opdracht gerichte commandovoering is essentieel onder deze omstandigheden. Dat betekent dat het senior leadership de te behalen doelstellingen en het gekoppelde oogmerk dient te articuleren, dat het de randvoorwaarden moet scheppen en dat het weg moet blijven van micromanagement in de uitvoering: dit geldt zowel tijdens operaties als tijdens opleiding en training en de vredesbedrijfsvoering. De transparantie van het optreden dat wordt veroorzaakt door alom aanwezige media is een complicerende doch onlosmakelijke factor. De strategic corporal is realiteit: het handelen van een individu binnen een missie kan binnen minuten wereldwijd bekend zijn en daarmee strategische gevolgen hebben. Het hoge operationele tempo, de wisselende- en diffuse dreiging en de klimatologische omstandigheden van hedendaagse operaties vragen bijzonder veel van militairen, het leiderschap en het materieel. 3.7 Operaties in de stabilisatiefase: de lange adem voor succes. De Nederlandse bijdrage aan het oplossen van conflicten vraagt om een geïntegreerde inzet van de instrumenten van macht, de in het vorige hoofdstuk beschreven Comprehensive Approach. Het doel van de militaire bijdrage binnen de Comprehensive Approach is het creëren van een veilige omgeving, waarbinnen de andere processen van staatsvorming kunnen plaatsvinden. Staatsvorming heeft alleen kans van slagen als de bevolking hiermee een aantrekkelijk alternatief wordt geboden. Dit plaatst de bevolking centraal in de operatie. De militaire inzet in conflicten verloopt meestal in drie fases, die niet altijd duidelijk van elkaar zijn gescheiden: de interventiefase, de stabilisatiefase en de normalisatiefase. Pagina 21

Level of violence Winning the battle Building peace Intermediate objective DECISIVE PHASE Strategic objective Intervention Stabilisation Normalisation Figuur 1: De drie fases van een conflict 6 De eerste fase is de interventiefase. In deze fase ligt de nadruk op het militair optreden. De doelstelling is de slag te winnen. Door militaire successen neemt het geweldsniveau geleidelijk af en komt de operatie in de volgende fase. Een Nederlandse inzet binnen een conflict hoeft niet per definitie aan te vangen in deze fase. De tweede fase is de stabilisatiefase. Dit is de beslissende fase binnen de gehele operatie en deze duurt ook het langste. In deze fase verschuift het accent van voornamelijk militair optreden naar de geïntegreerde inzet van alle ter beschikking staande machtsmiddelen teneinde de strategische doelstelling van de missie te kunnen realiseren. Afstemming van effecten in tijd en ruimte is daarbij de crux. De inzet van landstrijdkrachten en het effect ervan dienen dus afgestemd te zijn op de inzet en effecten van andere machtsinstrumenten. Landstrijdkrachten zijn hierbij een conditio sine qua non. Binnen de stabilisatiefase zal regelmatig (zwaar) gevochten moeten worden om veiligheid te creëren, uit te bouwen en blijvend te behouden, want eenmaal gerealiseerde veiligheid wordt continue bedreigd. Het geweldsniveau zal dus regelmatig oplaaien. De tegenstander is nog niet definitief verslagen. De mate van stabiliteit neemt steeds meer toe en het geweldsniveau bouwt langzaam af. Hierbij is het van belang om te beseffen dat dit geen lineair proces is en geen eenduidige faseafronding kent. Landstrijdkrachten dienen dus hierop te zijn ingericht. Het op termijn bestendigen van de afgedwongen 6 Bron: Winning the Battle, Building Peace; Land Forces in present and future conflicts. Centre de Doctrine d Emploi des Forces French Army; Paris 2007. Pagina 22

vrede is afhankelijk van lokale veiligheidsinstanties. Het trainen en ondersteunen van lokale veiligheidsdiensten (Security Sector Reform, SSR) maakt hier deel van uit. Operaties hierbij zijn vrijwel altijd joint, combined en inter-agency van karakter. Operaties in de stabilisatiefase zijn het meest complex door de verwevenheid van militaire en niet-militaire activiteiten in het kader van de Comprehensive Approach. Landstrijdkrachten moeten zich dus richten op het optimaal kunnen uitvoeren van operaties binnen de beslissende en tevens meest complexe fase van een operatie: de stabilisatiefase. Opleiding en training van landstrijdkrachten dient zich primair op het optreden binnen deze, meest complexe fase te richten. De derde fase is de normalisatiefase. In deze fase ligt de focus op het installeren en versterken van een blijvend politiek, justitieel en sociaal systeem dat door de betrokken hoofdrolspelers in het conflict wordt geaccepteerd. De militaire inbreng in de operatie wordt steeds verder afgebouwd naar een volledige terugtrekking. 3.8 Toenemend belang van inlichtingen Om de complexe omgeving te kunnen begrijpen en succesvol optreden mogelijk te maken, neemt het belang van inlichtingen toe. Het gaat daarbij niet alleen om de vraag waar de tegenstander zich bevindt en over zijn motieven en intenties. Binnen die complexe omgeving is het ook belangrijk om inzicht te hebben in andere factoren van invloed, zoals de bevolking, cultuur, bestuur, etc (the human environment). Dit beïnvloedt zowel de benodigde kwaliteit en kwantiteit van de inlichtingenverzamelorganen, maar ook de mogelijkheid tot verwerken en de integratie met andere (internationale) informatiebronnen. Er is zowel nationaal als internationaal een groeiende behoefte aan het delen van informatie/inlichtingen tussen de verschillende actoren. Ook is er een groeiende behoefte te onderkennen aan specifieke inlichtingen op steeds lagere niveaus die vooral door Humint, Imint, Sigint en forensisch onderzoek moeten worden verzameld. Deze ontwikkelingen stellen hoge eisen aan de organisatie van de inlichtingenverzamelorganen, de verwerkingscapaciteit en de ervaringsopbouw van het inlichtingenpersoneel. Het onderstreept de noodzaak tot het hebben van kwalitatief en kwantitatief toereikende geïntegreerde (eigen) inlichtingencapaciteit, op elk niveau. 3.9 Statisch en mobiel optreden De recente operaties in de stabilisatiefase hebben een vergelijkbaar karakter: ze duren langere tijd en vinden plaats in een specifieke Area of Operations. De meest voorkomende modus operandi is het gebruik maken van een of meerdere bases of compounds. Dit compound-principe verbetert de effectiviteit en het voortzettingsvermogen van een eenheid, zeker op langere termijn. Zo biedt het meer mogelijkheden tot bescherming, nemen de mogelijkheden van geneeskundige en logistieke faciliteiten sterk toe, vergemakkelijkt het de noodzakelijke energie- en watervoorziening, biedt het bescherming Pagina 23

tegen weersinvloeden en geeft het ruimte voor comfort verhogende infrastructurele voorzieningen voor rust en ontspanning. Deze statische benadering lijkt bijna vanzelfsprekend. Maar de statische benadering heeft echter ook een belangrijke keerzijde. De opbouw en afbraak vergen veel tijd en capaciteit: het duurt lang voor de eigenlijke operatie kan beginnen en omgekeerd geldt hetzelfde voor de eventuele afbraak. Daarnaast kosten vooral de instandhouding en beveiliging van een base veel van de beschikbare capaciteit. Deze indirecte inzet gaat ten koste van de efficiëntie: het verkleint de direct beschikbare capaciteit voor de operatie. Mobiel optreden is een vanzelfsprekendheid binnen de interventiefase maar heeft ook zijn plaats binnen de stabilisatiefase: juist binnen de steeds groter wordende gebieden van verantwoordelijkheid, versterkt mobiel optreden de fysieke presentie in grotere delen van het operatiegebied en brengt de inzet zichtbaar dichter bij de bevolking. Ook vanuit de statische benadering moet een eenheid streven naar bewegelijk optreden. De geweldsintensiteit in de stabilisatiefase en het geografisch zwaartepunt van een operatie kunnen veranderen, hoofdkwartieren moeten daarom altijd capaciteit behouden om deze verandering fysiek te kunnen volgen. Mobiel landoptreden legt verder de kwetsbaarheid van de logistiek bloot: additionele maatregelen voor bescherming van de logistiek zijn dan ook benodigd. 3.10 Technologie als basis onder het optreden Technologische ontwikkelingen voltrekken zich, zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, in een hoog tempo. Omdat technologie een belangrijke basis vormt onder het moderne optreden moeten deze ontwikkelingen, onder druk van operationele belangen, sneller te velde worden gebracht. Dit vraagt een snel en flexibel behoeftestellings- en verwervingsproces, een flexibel opleidingsproces en goed kennismanagement. Eenmaal verworven materiaal dat zijn waarde heeft bewezen bij operationele inzet, moet duurzaam worden ingebed in de organisatie. Het personeel is immers vertrouwd geraakt met de succesvolle wijze van optreden met deze middelen. Eenmaal terug op de kazerne kan deze ervaring niet worden weggepoetst. Technologie vervult een sleutelrol in het verminderen van het thuisvoordeel van de tegenstander. Zijn vertrouwdheid met de omgeving wordt bij het landoptreden opgevangen door een hoge situational awareness die voortkomt uit goede (persoonlijke) verbindingsmiddelen en commandovoeringondersteuningssystemen van onze militairen. Deze middelen stellen militairen instaat om beter te overzien wat er gebeurt. Deze trend zal zich doorzetten met de individuele digitale assistent, joint common operational picture, battlefield management system, etc. en ontwikkelen tot een netwerk waar sensorinformatie, commandovoering en inzet van effectbrengers toegankelijk worden samengebracht. Dit concept wordt Network Enabled Capabilities (NEC) genoemd. NEC grijpt Pagina 24

Conflicten op het land vinden vooral plaats in gebieden met een minder sterk ontwikkelde infrastructuur en onder uiteenlopende klimatologische omstandigheden. Dit stelt hoge eisen aan personeel en materieel. Eenmaal gerealiseerde veiligheid wordt continue bedreigd.

Doelmatige logistiek moet onder operationele omstandigheden onder alle soorten dreigingen blijven functioneren. Binnen de stabilisatiefase zal frequent gevochten moeten worden om veiligheid te creëren en blijvend te behouden.

diep op landstrijdkrachten in: het heeft effecten op doctrine, commandovoering, training, opleiding, materieel en personeel. Technologie ondersteunt landoptreden over de hele breedte van het geweldspectrum. Het optreden tussen de mensen kan beter vorm worden gegeven met niet of minder letale middelen (Less lethal weapons (LLW)). Deze wapens verdienen een vaste plek in het arsenaal. Verminderd-zichtmiddelen geven een belangrijk voordeel op tegenstanders omdat we daarmee beter in staat zijn om bij duisternis op te treden, het adagium own the night geeft dit goed weer. Tenslotte kan technologie bijdragen aan het verhogen van bescherming. Verbeteringen aan persoonlijke bescherming, opsporingsmiddelen tegen IEDs, geschikte voertuigen en bescherming van bases getuigen hiervan. Hierbij is het goed te realiseren dat de snel wisselende en diffuse dreiging in de eerste plaats het hoofd geboden wordt door getraindheid en goede procedures. Kortom, het effect van nieuwe technologieën gaat veel verder dan vervanging van bestaande systemen. Om het potentieel van technologie op termijn echt te kunnen benutten, moet tijdig gewerkt worden aan nieuwe (operationele) concepten. (Concept Development and Experimenation). 3.11 Opleiding en training voorwaarden voor succes Het belang van opleiding en training (O&T) voor succes in landoperaties kan niet genoeg benadrukt worden. De complexe omgeving bij het landoptreden en de rol van de mens hierbij stellen hoge eisen aan het O&T-traject. In het bijzonder de opleiding van junior leaders is van groot belang omdat juist zij met geringe ervaring zich in het brandpunt van moderne operaties bevinden. Het optreden binnen het gehele conflictspectrum (full spectrum operations) vraagt opleiding en training voor alle taken. Binnen de operaties in de stabilisatiefase komen alle taken (offensief, defensief en stabiliserend) terug, immers het creëren en handhaven van veiligheid is geen lineair proces. Kinetische inzet en non-kinetische inzet wisselen elkaar continu af en stellen daarmee zeer hoge eisen aan opleiding en training. Operaties in de stabilisatiefase zijn de meest complexe operaties. De context van landgebonden operaties in de stabilisatiefase moet dan ook leidend zijn binnen O&T. Trainingen waarin alle elementen aan bod komen en die gebaseerd zijn op reële scenario s, bieden de noodzakelijke voorbereiding. Vanwege de veelheid aan taken moeten landeenheden breed inzetbaar zijn. Daarnaast beschikken individuen en landeenheden ook nog eens over steeds meer verschillend materiaal. Samen met de mix van middelen die benodigd is om iedere vorm van geweld aan te kunnen grijpen binnen landoperaties, vraagt dit een zeer brede opleiding. Het samenstellen van eenheden om de vereiste capaciteiten te ontplooien doet op sommige niveaus geweld aan het principe train as you fight en eenheidsvorming. Dit vraagt om een bezinning over de wijze van organiseren en gereed stellen van landstrijdkrachten. Pagina 27