BASISKENNIS BOEKHOUDEN BKB elementair boekhouden NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT
OPLEIDINGEN BASISKENNIS BOEKHOUDEN BKB BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP ELEMENTAIR BOEKHOUDEN (BKB) (met bijlage grootboek en studie-app) Drs. P.F. Pietersen K.P. Pietersen 10 e druk, 1 e oplage ISBN 978 90 6355 025 7 NEDERLANDS ONDERWIJS INSTITUUT BV
DE NOI-METHODE VOOR DE DIPLOMALIJN ONDERNEMERSCHAP De Associatie-diplomalijn Ondernemerschap bestaat uit drie examens: Basiskennis Ondernemerschap Elementair Boekhouden NIMA Basiskennis Marketing Voor elk van deze examens wordt een afzonderlijk diploma afgegeven door de Nederlandse Associatie voor Examinering uit Amersfoort (www.associatie.nl). Combinaties van deze diploma's leveren functiegerichte diploma's op: functiegericht Praktijkdiploma Financieel Ondernemer: Basiskennis Ondernemerschap + Elementair Boekhouden. functiegericht Praktijkdiploma Commercieel Ondernemer: Basiskennis Ondernemerschap + NIMA Basiskennis Marketing. De NOI-methode 'Ondernemerschap' bestaat uit een studieboek 'Zelfstandig ondernemen' met een studie-app of een werkboek en een studieboek 'Elementair boekhouden' inclusief een gratis studie-app. Deze uitgaven zijn bestemd voor het cursorisch onderwijs en voor het betreffende dagonderwijs. Beide NOI-boeken zijn volledig op maat gesneden voor het behalen van de Associatie-diploma's 'Basiskennis Ondernemerschap' en 'Elementair Boekhouden'. Diploma NOI-UITGAVEN DIPLOMALIJN ONDERNEMERSCHAP Basiskennis Ondernemerschap DIPLOMA BASISKENNIS ONDERNEMERSCHAP NOI-boek Zelfstandig ondernemen Werkboek Zelfstandig ondernemen of een studie-app DIPLOMA ELEMENTAIR BOEKHOUDEN Diploma NOI-boek Elementair Boekhouden Elementair boekhouden (BKB) Studie-app Elementair boekhouden In dit studieboek Elementair boekhouden (10 e druk) is het examenprogramma Elementair Boekhouden (versie 02 juni 2014) volledig verwerkt.
DE NOI-METHODE VOOR DE DIPLOMA'S BKB, BKC EN PDB De NOI-serie voor de Associatie-examens BKB, BKC en PDB bestaat uit onderstaande vijf uitgaven. BKB Elementair boekhouden (BKB) BKC Calculaties in de praktijk PDB Bedrijfsadministratie voor PDB Financiering voor PDB Kostencalculatie voor PDB Examenregeling met ingang van 2016 De diploma's BKB en BKC geven samen recht op het diploma Financial Assistant. De certificaten Bedrijfsadministratie, Financieringen Kostencalculatie geven samen recht op het Praktijkdiploma Boekhouden (PDB). Copyright: NOI Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, database, computerbestand, internet of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het NOI. Omslagontwerp: Ronald Meij
WOORD VOORAF De Nederlandse Associatie voor Examinering in Amersfoort kent een diplomalijn Financieel/administratief en een diplomalijn Ondernemerschap. In beide diplomalijnen is het examen Elementair boekhouden opgenomen. Op dit examen is de NOI-uitgave Elementair boekhouden (BKB) afgestemd. 'Elementair boekhouden' bestaat voor een belangrijk deel uit korte cases die een totaalbeeld van de boekhouding geven. Dit totaalbeeld ontstaat doordat je 'echte' boekingsstukken (voor kas, bank, inkoop, verkoop en diversen) rechtstreeks in het grootboek verwerktendaaruitzelfbalansen en resultatenoverzichten samenstelt. In de cases staat het grootboek centraal: balans Q boekingsstukken Q GROOTBOEK Q balans/resultatenoverzicht Na de cases wordt, weer met 'echte' boekingsstukken, een aantal praktijkboekingen besproken die extra aandacht vragen (lonen, kortingen, boekingen zaak/privé enz.). Bij de tiende druk, eerste oplage De tiende druk is aangepast aan de in 2015 en 2016 gewijzigde Associatie-eindtermen voor Basiskennis ondernemerschap en voor Elementair boekhouden (BKB). De Associatieexamens worden nu ook binnen het reguliere mbo-onderwijs afgenomen. In verband met de samenvoeging van de eindtermen van Basiskennis boekhouden en Elementair boekhouden is deze tiende druk niet bruikbaar naast de voorgaande drukken van onze uitgaven voor deze examens. In deze nieuwe druk van Elementair boekhouden (BKB) zijn de belangrijkste wijzigingen: bij de kolommenbalans van de BV is de winstverdeling uitgebreid met behandeling van reserves en dividendbetaling; aan de tekst over het subgrootboek voorraden zijn enkele opdrachten toegevoegd; de afdeling Loonadministratie is aan de nieuwe wettelijke regels aangepast; in afdeling 9 zijn het plaatsen van aandelen, aandelenemissie en agioreserve toegevoegd; het hoofdstuk over voorinkopen en voorverkopen is weggenomen. Dit onderwerp staat niet meer in de eindtermen. Daarnaast zijn door het hele boek kleine wijzigingen aangebracht. Bij hoofdstuk 8.1 is een - opgenomen. Daarmee wordt aangegeven dat dit hoofdstuk wel interessant is, maar niet tot de examenstof behoort. Voor uw ervaringen en suggesties houden wij ons van harte aanbevolen. Ons adres is: e-mail bkb@noi.nl, telefoon 035-5416743, fax 035-5417341 NOI
afdeling hoofdstuk paragraaf INHOUD 1 DE BALANS 1 2 STOMERIJ 3 GROOTHANDEL BALANSBEGRIPPEN...blz. 12 1 Bezittingen en vermogen... 12 2 Nog een voorbeeld.. 14 3 Veranderingen in de balans... 16 2 HERHALING AFDELING 1... 21 SCHONEBEEK 1 2 3 4 BALANS EN GROOTBOEK... 30 1 Functie van het grootboek... 30 2 Openen van het grootboek... 31 3 Evenwicht in het grootboek... 32 4 Vragen... 33 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (1)... 34 1 Inkoopfacturen verwerken... 34 2 Vragen... 39 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (2)... 40 1 Het bankafschrift... 40 2 Uitbreiding van de boekingsregel voor bezit... 41 3 Uitbreiding van de boekingsregel voor schuld... 43 BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN 46 1 Het boeken van opbrengsten... 46 2 Het boeken van kosten... 49 3 De proefbalans... 51 WINDHORST 1 2 3 KENNISMAKING MET HET BEDRIJF... 56 1 De boekhouding... 56 2 Toepassing van het rekeningschema... 57 3 Het openen van de boekhouding... 58 INKOOP VAN GOEDEREN... 59 1 De voorraadrekeningen... 59 2 Het boeken van de inkoop van goederen... 60 VERKOOP VAN GOEDEREN... 61 1 Het boeken van de opbrengst van de verkopen... 61 2 Het boeken van de inkoopprijs van de verkopen... 62 3 Boekingsschema handelsonderneming... 64
3 4 4 WEGMANS DE BOEKINGSREGEL VOOR PRIVÉ... 65 1 Het boeken van privé-opnamen... 65 2 Nog enkele kasstukken... 66 5 6 7 8 SCHULD AAN DE BANK... 68 1 Bankkrediet... 68 2 Bankstukken... 68 3 De proefbalans... 71 EENBOEKINGSRUNINDECEMBER... 72 1 De boekhouding per 27 december... 72 2 Retourbon en verkoop-creditfactuur... 73 3 Boekingsschema vaste coderingen... 74 4 Verkoopfacturen en verzendbonnen... 75 5 Inkoopfacturen voor goederen... 77 6 Inkoopfacturen voor kosten... 78 7 Kas- en bankstukken met kosten... 80 8 De afschrijvingen... 82 GROOTBOEK EN PROEFBALANS... 83 1 Bijwerken van het grootboek... 83 2 De proefbalans... 83 3 Vragen... 85 DE KOLOMMENBALANS... 86 1 De saldibalans... 86 2 De resultaten... 86 3 De eindbalans... 87 4 Vragen... 90 5 Het exploitatieoverzicht... 91 6 Opbrengsten en kosten, ontvangsten en uitgaven... 92 BANDENCENTRUM BV 1 2 3 HET BOEKEN VAN BTW... 100 1 Kennismaking met het bedrijf... 100 2 Btw in de boekhouding... 102 3 Het boeken van inkoop-creditfacturen... 104 KAS- EN BANKSTUKKEN... 106 1 Kasontvangsten van debiteuren... 106 2 Kasuitgaven... 107 3 Bankafschriften... 109 INKOPEN EN VERKOPEN VAN ARTIKELEN... 111 1 De inkoop van artikelen... 111 2 De verkoop van artikelen... 114
4 4 HET JAARWERK... 116 1 Afschrijvingen... 116 2 Nog te betalen bedragen... 117 3 Vooruitbetaalde bedragen... 117 4 Grootboek en proefbalans... 118 5 DE KOLOMMENBALANS VAN EEN BV... 119 1 Journaliseren en coderen... 119 2 Winstverdeling en algemene reserve... 119 3 Overboekingen VpB... 121 4 Overboekingen winstsaldo... 124 5 Het boeken van de betalingen... 125 6 Beoordeling balansgegevens... 128 7 Extra opdracht... 129 6 HERHALING MET JOURNAALPOSTEN... 132 5 SUBADMINISTRATIES 1 6 DE 2 HET SUBGROOTBOEK CREDITEUREN... 144 1 Het belang van een subadministratie... 144 2 Openen en bijwerken van de subadministratie... 145 3 Controle van de subadministratie... 148 HET SUBGROOTBOEK DEBITEUREN... 149 1 Levering op rekening... 149 2 Boekingsrun Wolf-import... 149 3 HET SUBGROOTBOEK VOORRADEN... 155 KASSTAAT 1 2 DE KASSTAAT BIJ BEDRIJVEN DIE OP REKENING LEVEREN... 164 1 Het samenstellen van de kasstaat... 164 2 De kascontrole... 165 3 De kasstaat als boekingsstuk... 168 4 Kasboek en overige dagboeken... 169 5 Extra opdrachten... 170 DE KASSTAAT BIJ BEDRIJVEN DIE CONTANT LEVEREN... 174 1 De kassa... 174 2 Het boeken van de kasstaat... 174 3 Het boeken van de bankbijschrijving... 176
7 LOONADMINISTRATIE 1 2 3 SOCIALE VERZEKERINGEN... 180 1 De werknemersverzekeringen... 180 2 De volksverzekeringen... 181 HET BOEKEN VAN DE LONEN... 182 1 Van brutoloon naar nettoloon... 182 2 De loonbetaalstaat 183 3 De premies ten laste van het bedrijf... 184 HET BOEKEN VAN DE BETALINGEN... 185 1 De betaling van het nettoloon... 185 2 De betaling aan de Belastingdienst... 186 3 De betaling aan het bedrijfspensioenfonds... 187 4 Schema loonkosten en betalingen... 188 5 Extra opdrachten... 188 8 PRAKTIJKBOEKINGEN 1 2 3 4 DOEL EN FUNCTIE VAN DE ADMINISTRATIE... - 198 1 Boekhouding en administratie... - 198 2 Computerboekhouden... - 198 DE AFDRACHT VAN DE BTW... 200 1 De btw-aangifte... 200 2 De elektronische aangifte... 201 3 De betaling aan de Belastingdienst... 204 4 Extra opdrachten... 205 PRIVÉ-POSTEN... 212 1 Zakelijk of privé... 212 2 Kosten voor zaak en privé... 213 3 Privé-stortingen en privé-opnamen... 213 4 Privé-gebruik goederen uit de zaak... 214 5 Privé-gebruik van diensten... 215 6 Privé-gebruik woongedeelte bedrijfspand... 216 7 Vergoedingen aan privé... 216 8 Extra opdrachten... 217 KORTINGEN... 222 1 Korting op de inkoopprijs... 222 2 Korting via inkoop-creditfactuur... 223 3 Verleende korting.. 224 4 Extra opdracht... 226
8 5 9 DIVERSE BANK- EN VERZEKERINGSKOSTEN... 229 1 Bankkosten... 229 2 Verzekeringspremies... 231 3 Kosten arbodienst.. 232 4 Extra opdrachten... 233 ONDERWERPEN 1 2 3 4 5 6 BALANSWAARDERINGEN... 242 1 De inkoopwaarde van de omzet... 242 2 Verbouwings- en onderhoudskosten... 243 3 Afboeken van oninbare vorderingen... 245 4 Extra opdrachten... 245 EIGEN VERMOGEN BV... 249 1 Indeling van het eigen vermogen van de BV... 249 2 Plaatsen van aandelen... 250 3 Aandelenemissie en agioreserve... 251 4 Opdrachten... 253 DUURZAME PRODUCTIEMIDDELEN... 255 1 Aankoop van inventaris... 255 2 Verkoop van inventaris... 256 3 Inruil van vaste activa... 257 4 Extra opdrachten... 258 CORRECTIEBOEKINGEN... 261 1 Correctieboekingen 261 2 Voorraadverschillen 264 3 Correcties in subadministraties... 265 4 Extra opdrachten... 266 MAANDELIJKSE RESULTATENBEREKENING (PERMANENCE)... 272 1 Permanence en kosten... 272 2 Permanence en opbrengsten... 276 3 Afschrijvingskosten maandelijks boeken... 280 4 Samenvatting permanence... 284 BIJZONDERE BOEKINGEN... 285 1 Voorafgaande journaalposten... 285 2 Uitbreiding kolommenbalans... 286 3 Het afsluiten van grootboekrekeningen... 286 4 Het samenstellen van grootboekrekeningen... 288 5 Extra opdrachten... 290
10 ALGEMENE HERHALING HERHALINGSOPDRACHTEN EB 1... 300 2 3 EXTRA OPDRACHTEN KOLOMMENBALANS... 332 VOORBEELDEXAMEN EB... 340 TREFWOORDENREGISTER... 347
1 De balans AFDELING 1.1 Balansbegrippen... 12 1.2 Herhaling afdeling 1... 21 DE BALANS - Afdeling 1 11
1.1 balansbegrippen 1.1 1 BEZITTINGEN EN VERMOGEN Iedereen heeft bezittingen en meestal ook wel schulden. Bezittingen zijn bijvoorbeeld het geld dat je op zak hebt, het tegoed bij de bank, je laptop, mobieltje, brommer, kleding, cd's, dvd's, boeken enz. Schulden kunnen bestaan uit een 'rood' saldo bij de bank, een lening, huurschuld, een niet betaalde rekening enz. Door je schulden van de bezittingen af te trekken, kun je bepalen hoe 'rijk' je bent, dus hoe groot je 'privé-vermogen' is. Ad Smulders wil een eigen restaurant beginnen. Hij heeft flinkgespaardenkanvanzijnprivé-vermogen 10.000, als eigen vermogen in de zaak steken. Om het restaurant te beginnen heeft Smulders aan die 10.000, eigen vermogen niet genoeg. Daarom leent hij van zijn oom 25.000,. Zodoende kan Smulders voor zijn zaak beschikken over 10.000, 'eigen' en 25.000, 'vreemd' vermogen. Het totale bedrag zet hij op een rekening bij de ING Bank. Wat er nu is gebeurd, staat in de volgende overzichtjes: vóór de lening Banktegoed 10.000, Eigen vermogen 10.000, ná de lening Banktegoed 35.000, Eigen vermogen 10.000, Vreemd vermogen (schuld) 25.000, Totaal 35.000, Totaal 35.000, Is Smulders door de lening rijker geworden? Nee, want het eigen vermogen dat hijin z'n zaak heeft, bedraagt nog steeds 10.000,. Wél heeft hij nu voor zijn bedrijf de beschikking over meer vermogen, namelijk 35.000, in plaats van slechts 10.000,. Smulders laat het restaurant inrichten voor 32.000, en betaalt deze investering via de ING Bank. Het overzichtje komt er nu zo uit te zien: 12 BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1
ná de inrichting Inrichting 32.000, Banktegoed 3.000, Eigen vermogen 10.000, Vreemd vermogen 25.000, Totaal 35.000, Totaal 35.000, Vraag: Is Smulders door het inrichten van het restaurant armer geworden? Antwoord: Nee, want zijn eigen vermogen is nog steeds 10.000,. OPDRACHT 1 Smulders koopt een kassa voor 2.000,. Hij betaalt weer per bank. a Bereken het nieuwe banktegoed............. b Vul het onderstaande overzicht in. debet BALANS credit Inrichting... Kassa -... Banktegoed -... Eigen vermogen... Vreemd vermogen -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... In de boekhouding noemen we het bovenstaande overzicht een balans. Een balans is altijd in evenwicht. Dat zien we ook op bovenstaande balans: aan beide kanten staat 35.000,. Aan de linkerkant staan de bezittingen (activa) van het bedrijf. We noemen dat dedebetkant van de balans. Aan de rechterkant staat het vermogen (passiva). Dat noemen we de creditkant van de balans. De creditkant geeft aan waar het geld voor de bezittingen vandaan komt. Een balans is een overzicht waarop debet de bezittingen staan en credit hoe die zijn gefinancierd met eigen vermogen en vreemd vermogen. In formuletaal: BEZITTINGEN = EIGEN VERMOGEN + VREEMD VERMOGEN Deze balans van Smulders is de BEGINBALANS van het bedrijf. BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1 13
1.1 2 NOG EEN VOORBEELD Annie Mantel gaat een kledingboetiek beginnen. Van haar privé-vermogen besteedt zij 15.000, als eigen vermogen in haar bedrijf. Van haar broer Bert leent zij 25.000,. Beide bedragen zet zij op een rekening bij de Rabobank. OPDRACHT 2 Vul onderstaande balans in. debet BALANS credit Tegoed Rabobank... Eigen vermogen... Vreemd vermogen: - schuld Bert Mantel -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... Annie Mantel koopt een winkelpand voor 220.000,. Van een hypotheekbank krijgt zij voor deze aankoop een lening van 195.000,. Om zeker te zijn dat dit bedrag terugkomt, eist de bank het recht van 'hypotheek'. Dit houdt in dat als zij niet tijdig de rente en aflossing betaalt, de hypotheekbank het recht heeft om het pand te verkopen. Door de aankoop van het pand heeft ze er een nieuwe bezitting bijgekregen van 220.000,. Daar staat echter tegenover dat ze nu aan de hypotheekbank een schuld heeft van 195.000,. De rest van het aankoopbedrag betaalt ze van haar banktegoed. OPDRACHT 3 a Bereken het nieuwe banktegoed.......... 14 BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1
b Vul onderstaande balans in. debet BALANS credit Winkelpand... Tegoed Rabobank -... Eigen vermogen... Vreemd vermogen: - schuld Bert Mantel -... - hypotheekschuld -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... Mantel koopt de inventaris voor de winkel (vloerbedekking, kledingrekken, verlichting en kassa) die totaal op 12.500, komt. Dit bedrag betaalt zij per bank. Zij heeft er weer een nieuwe bezitting bijgekregen, maar haar banktegoed is nog kleiner geworden. c Vul onderstaande balans in. debet BALANS credit Winkelpand... Winkelinventaris -... Tegoed Rabobank -... Eigen vermogen... Vreemd vermogen: - schuld Bert Mantel -... - hypotheekschuld -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... Mantel koopt een voorraad kleding in. Voor de ingekochte goederen ontvangt zij van de leverancier een 'factuur' waarop staat vermeld dat de goederen 15.000, kosten. Deze factuur hoeft zij pas over enige tijd te betalen. Mantel heeft dus weer meer bezit, maar ook meer schuld. Zo'n schuld aan leveranciers noemen we schuld aan 'crediteuren'. Mantel haalt nog 500, van de bank omdat zij in haar zaak 'kasgeld' nodig heeft. Dit betekent dat het banktegoed kleiner wordt. Daarvoor krijgt zij echter een nieuw 'bezit' in de plaats, namelijk 500, kasgeld. OPDRACHT 4 VulvoorManteldeBEGINBALANS op de volgende bladzijde in. (Let op het evenwicht.) BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1 15
debet BEGINBALANS ANNIE MANTEL credit Winkelpand... Winkelinventaris -... Voorraad kleding -... Tegoed Rabobank -... Kasgeld -... Eigen vermogen... Vreemd vermogen: - schuld Bert Mantel -... - hypotheekschuld -... - schuld aan crediteuren -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... Invullen Aan de debetkant van de balans staan nu vijf bezittingen met een totaalbedrag van... De creditkant laat zien dat deze bezittingen zijn 'gefinancierd' met... eigen vermogenenmet... vreemd vermogen. Dit is de situatie op het moment dat Annie Mantel haar kledingboetiek opent. 1.1 3 VERANDERINGEN IN DE BALANS Inventarislijst Als basis voor de balans gebruiken veel ondernemingen een inventarislijst. Dat is een overzicht van de bezittingen en schulden per een bepaalde datum. Een inventarislijst kent geen debet- en creditkant; er staat ook geen eigen vermogen op vermeld. Voor fietsenhandelaar K. Vlug ziet de inventarislijst er op 2 januari 2015 als volgt uit: INVENTARISLIJST K. VLUG Bezittingen volgens inventarisatie: Winkelpand 200.000 Inventaris - 20.000 Handelsvoorraad 1) - 45.000 Banktegoed - 9.000 Kasgeld - 1.000 Totaal bezittingen 275.000 Vreemd vermogen: Hypotheek 150.000 Schuld aan crediteuren 1) - 40.000 Totaal schulden 190.000 1) Opmerkingen De voorraden worden tijdens het inventariseren op een voorraadstaat genoteerd en alleen het totaalbedrag zie je op de inventarislijst. De nog niet betaalde facturen van leveranciers worden op een crediteurenstaat genoteerd en het totaalbedrag wordt op de inventarislijst opgenomen bij schulden. 16 BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1
De balans De inventarislijst is de basis voor de (begin)balans. Op de balans staan afgezien van het eigen vermogen, dezelfde bedragen als op de inventarislijst. Op de balans van K. Vlug staan debet de bezittingen en credit het (nog te berekenen) eigen vermogen, de hypotheekschuld en de schuld aan crediteuren. OPDRACHT 5 a Noteer de bedragen van de inventarislijst op onderstaande balans (bij Totaal vermogen hetzelfde bedrag invullen als bij Totaal bezittingen). b Bereken het eigen vermogen en noteer dat in de balans (Totaal bezittingen verminderen met de schulden). debet BALANS K. VLUG PER 2 JANUARI 2015 credit Winkelpand... Inventaris -... Handelsvoorraad -... Banktegoed -... Kasgeld -... Eigen vermogen... Hypotheek -... Crediteuren -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... Een balans geeft dus de waarde van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen. Zo'n balans geldt echter maar voor één bepaald moment. Zodra er zaken worden gedaan ontstaan er veranderingen in de balans: meer of minder bezittingen; meer of minder schulden; meer of minder eigen vermogen. We gaan dat duidelijk maken aan dehand van de balans van fietsenhandelaar K. Vlug. Feit nr. 1 Op 2 januari om 9 uur ontvangt Vlug van zijn leverancier Groenland twee fietsen voor totaal 800,. Bij de zending is een factuur gevoegd, die binnen 30 dagen moet worden betaald: BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1 17
GROOTHANDEL GROENLAND BV POELENBURG 103 1504 NE ZAANDAM FACTUUR DATUM: 2 JANUARI 2015 DE HEER K. VLUG WORMERVEER 2 FIETS GAZELLE 400,00 800,00 Deze factuur betekent: 800, méér bezit aan handelsvoorraad; 800, méér schuld aan crediteuren. OPDRACHT 6 a Bereken hoe groot de handelsvoorraad nu is.......... b Bereken hoe groot de schuld aan crediteuren nu is.......... c Noteer de twee veranderde posten in de balans en tel de balans op. debet BALANS K. VLUG PER 2 JANUARI 2015 (9 uur) credit Winkelpand 200.000, Inventaris - 20.000, Handelsvoorraad -... Banktegoed - 9.000, Kasgeld - 1.000, Eigen vermogen 85.000, Hypotheek - 150.000, Crediteuren -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... 18 BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1
Feit nr. 2 Op 2 januari om 10 uur koopt Vlug, tegen contante betaling, 25 fietsbanden voor 300,. G. LANKHORST & ZN - UTRECHT Datum: 2 januari 2015 Afleveringsadres: de heer K. Vlug Wormerveer... CONTANTBON... 25... banden... 12,... 300,................................................ TOTAAL 300, Dit kasstuk betekent: 300, méér bezit aan handelsvoorraad; 300, mínder bezit aan kasgeld. OPDRACHT 7 a Bereken hoe groot de handelsvoorraad nu is.......... b Bereken hoeveel kasgeld er nu is.......... c Noteer de twee veranderde posten in de balans hieronder en tel de balans op. debet BALANS K. VLUG PER 2 JANUARI 2015 (10 uur) credit Winkelpand 200.000, Inventaris - 20.000, Handelsvoorraad -... Banktegoed - 9.000, Kasgeld -... Eigen vermogen 85.000, Hypotheek - 150.000, Crediteuren - 40.800, Totaal bezittingen... Totaal vermogen... BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1 19
Feit nr. 3 Op 2 januari om 11 uur brengt de post onderstaand bankstuk. Daaruit blijkt dat Vlug 5.000, heeft afgelost op zijn hypotheekschuld. ING BANK Rekeningafschrift DE HEER K. VLUG ZAANWEG 44 Soort rekening (in EUR) BIC ONDERNEMERSREKENING INGBNL2A 1521 DL WORMERVEER Rekeningnummer IBAN Datum afschrift Aantal bladen Blad Volgnr. 33.90.06.736 NL83INGB339006736 02-01-2015 1 001 1 Vorig saldo Nieuw saldo Totaal afgeschreven Totaal bijgeschreven 9.000,00 +/CREDIT 4.000,00 +/CREDIT 5.000,00 0,00 Boekdatum Omschrijving Bedrag af (debet) Bedrag bij (credit) 02-01 AFLOSSING HYPOTHEEK 5.000,00 Dit bankstuk betekent: 5.000, mínder bezit aan banktegoed; 5.000, mínder hypotheekschuld. OPDRACHT 8 Noteer de twee veranderde posten in onderstaande balans en tel de balans op. debet BALANS K. VLUG PER 2 JANUARI 2015 (11 uur) credit Winkelpand 200.000, Inventaris - 20.000, Handelsvoorraad - 46.100, Banktegoed -... Kasgeld - 700, Eigen vermogen 85.000, Hypotheek -... Crediteuren - 40.800, Totaal bezittingen... Totaal vermogen... Het is nu wel voldoende duidelijk geworden dat de bezittingen en de schulden van een onderneming voortdurend veranderen. Alles is in beweging. In deze paragraaf hebben we ons nog beperkt tot één verandering per uur. In de praktijk zullen dat er veel meer zijn. Het spreekt dus wel vanzelf dat het niet mogelijk is, na elke verandering een nieuwe balans samen te stellen. Dat zou veel te bewerkelijk zijn. In de praktijk worden al die veranderingen daarom op een andere manier vastgelegd, namelijk in een 'boekhouding'. Hoe dat gaat zien we in afdeling 2 van dit boek. 20 BALANSBEGRIPPEN - Hoofdstuk 1.1
1.2 herhalingafdeling1 OPDRACHT 9 Marlies Raster begint een reproshop. Gegevens over de bezittingen: de inventaris van het bedrijf kost haar 7.500, ; voor machines betaalt ze 21.000, ; het papier dat ze nodig heeft kost 1.500, ; ze wil bovendien over 1.000, kasgeld kunnen beschikken. Gegevens over het vermogen: haar eigen vermogen bedraagt 17.500, ; de Rabobank wil haar voor het ontbrekende geld een lening geven. a Bereken hoe groot die lening moet zijn................... b Vul de openingsbalans in. debet BALANS credit Inventaris... Machines -... Papier -... Kasgeld -... Eigen vermogen... Schuld Rabobank -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... HERHALING AFDELING 1 - Hoofdstuk 1.2 21
OPDRACHT 10 Ruud Speenhof beschikt per 31 december over de volgende balansgegevens: inventaris 22.400, ; goederen 13.600, ; banktegoed 2.300, ; kasgeld 400, ; zijn schuld aan crediteuren bedraagt 11.300,. a Stel de inventarislijst van Speenhof op. INVENTARISLIJST SPEENHOF Bezittingen volgens inventarisatie:......... -...... -...... -... Totaal bezittingen... Vreemd vermogen:......... -... Totaal schulden... b Bepaal het eigen vermogen van Speenhof.... c Noteer deze gegevens in de balans en controleer het evenwicht. debet BALANS credit......... -...... -...... -............ -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... 22 HERHALING AFDELING 1 - Hoofdstuk 1.2
OPDRACHT 11 Gegevens over het bedrijf van Gerrit Terpstra te Dokkum per 1 januari: inventaris 13.000, ; machines 9.700, ; auto 3.600, ; goederen 18.400, ; kasgeld 400, ; schuld aan ING-bank 3.800, ; crediteuren: D. Bovenkamp 2.000, ; BV Centolic 2.600, ; Groothandel Vertol 3.200,. a Stel de inventarislijst van Terpstra op. INVENTARISLIJST TERPSTRA............ -...... -...... -...... -..................... -......... b Bepaal het eigen vermogen.... c Stel hieronder de balans samen. De schulden aan crediteuren in één bedrag in de balans opnemen. debet BALANS credit......... -...... -...... -...... -............ -...... -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... HERHALING AFDELING 1 - Hoofdstuk 1.2 23
d Bereken het vreemd vermogen................ OPDRACHT 12 Anja Berkelaar gaat een bedrijf beginnen. Zij heeft een eigen vermogen van 35.000,. Hiervan staat 33.500, op haar bankrekening; 1.500, doet zij in de kas van de zaak. Zij koopt de volgende bezittingen: werkplaats 145.000, ; machines 12.000, ; gereedschappen 7.000,. Om de werkplaats te kunnen kopen sluit zij een hypothecaire geldlening van 132.500,. De rest van de koopprijs plus de machines en de gereedschappen betaalt zij per bank. a Bereken het banktegoed................... b Stel de openingsbalans samen. debet BALANS credit Werkplaats... Machines -... Gereedschappen -... Banktegoed -... Kas -... Eigen vermogen... Hypotheek -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... 24 HERHALING AFDELING 1 - Hoofdstuk 1.2
OPDRACHT 13 Arnold Bosman heeft per 1 januari onderstaande balans samengesteld: debet BALANS credit Inventaris 57.000, Auto - 5.000, Goederen - 52.000, Banktegoed - 8.000, Kasgeld - 23.000, Eigen vermogen 74.000, Schuld Bosman sr. - 30.000, Crediteuren - 41.000, Totaal bezittingen 145.000, Totaal vermogen 145.000, Boekingsfeit 1 Per bank 6.000, afgelost op de lening van Bosman sr. a Welke twee balansposten veranderen door dit boekingsfeit?...... b Stel de nieuwe balans samen. debet BALANS credit Inventaris 57.000, Auto - 5.000, Goederen - 52.000, Banktegoed -... Kasgeld - 23.000, Eigen vermogen 74.000, Schuld Bosman sr. -... Crediteuren - 41.000, Totaal bezittingen... Totaal vermogen... Boekingsfeit 2 De auto verkocht. Per kas ontvangen 5.000,. c Welke twee balansposten veranderen door dit boekingsfeit?...... HERHALING AFDELING 1 - Hoofdstuk 1.2 25
d Stel de nieuwe balans samen. debet BALANS credit Inventaris 57.000, Auto -... Goederen - 52.000, Banktegoed -... Kasgeld -... Eigen vermogen 74.000, Schuld Bosman sr. -... Crediteuren - 41.000, Totaal bezittingen... Totaal vermogen... Boekingsfeit 3 Goederen gekocht voor 20.000, en per kas betaald. e Welke twee balansposten veranderen door dit boekingsfeit?...... f Stel de nieuwe balans samen. debet BALANS credit Inventaris 57.000, Auto -... Goederen -... Banktegoed -... Kasgeld -... Eigen vermogen 74.000, Schuld Bosman sr. -... Crediteuren - 41.000, Totaal bezittingen... Totaal vermogen... 26 HERHALING AFDELING 1 - Hoofdstuk 1.2
OPDRACHT 14 Dorien Blokdijk is per 1 april een kledingatelier begonnen. De openingsbalans ziet er als volgt uit: debet OPENINGSBALANS PER 1 APRIL credit Gebouw 222.000, Machines - 44.000, Stoffen - 18.000, Kasgeld - 1.000, Eigen vermogen 60.000, Lening - 225.000, Totaal bezittingen 285.000, Totaal vermogen 285.000, Op 2 april koopt ze er nog een naaimachine bij. Deze machine kost 3.000,. Ze heeft met de leverancier afgesproken dat de machine over een maand zal worden betaald. a Welke balanspost verandert door deze aanschaf?... b Welke balanspost moet worden toegevoegd in verband met de schuld aan de leverancier?... c Hoe ziet de balans er direct na de aankoop van de machine uit? debet BALANS PER 2 APRIL credit......... -...... -...... -...... -............ -...... -...... -...... -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... HERHALING AFDELING 1 - Hoofdstuk 1.2 27
OPDRACHT 15 Een constructiebedrijf beschikt per 1 januari over de volgende balansgegevens: bedrijfsgebouw 285.000, ; machines en gereedschappen 54.000, ; goederen 34.000, ; banktegoed 7.000, ; eigen vermogen 195.000, ; hypotheekschuld 173.000, ; schuld aan crediteuren 12.000,. Stel uit deze gegevens de balans samen per 1 januari. debet BALANS PER 1 JANUARI credit......... -...... -...... -...... -............ -...... -...... -...... -... Totaal bezittingen... Totaal vermogen... 28 HERHALING AFDELING 1 - Hoofdstuk 1.2
2 Stomerij Schonebeek AFDELING 2.1 Balans en grootboek... 30 2.2 Boekingsregels voor bezit en schuld (1)... 34 2.3 Boekingsregels voor bezit en schuld (2)... 40 2.4 Boekingsregels voor opbrengsten en kosten... 46 STOMERIJ SCHONEBEEK - Afdeling 2 29
2.1 balans en grootboek 2.1 1 FUNCTIE VAN HET GROOTBOEK Margo Schonebeek bezit een stomerij. Het bedrijf reinigt kleding en verricht ook kledingreparaties. De balans van dit bedrijf ziet er per 1 januari 2015 zo uit: debet BALANS PER 1 JANUARI 2015 credit Bedrijfspand 214.000, Inventaris - 36.000, Bank - 9.000, Kasgeld - 1.000, Eigen vermogen 65.000, Hypotheek - 183.000, Crediteuren - 12.000, Totaal bezittingen 260.000, Totaal vermogen 260.000, Uit deze balans blijkt dat het bedrijf in een eigen pand is gevestigd. De inventaris bestaat uit machines voor het reinigen en drogen, een naaimachine, vloerbedekking, verlichting enz. Het totaalbedrag van de bezittingen is 260.000,. Uit de creditkant van de balans blijkt dat de bezittingen zijn gefinancierd met: eigen vermogen van Margo 65.000, vreemd vermogen: hypotheekschuld 183.000, schuld aan crediteuren - 12.000, - 195.000, totaal vermogen 260.000, 30 BALANS EN GROOTBOEK - Hoofdstuk 2.1
De balans geeft de stand aan van de bezittingen, de schulden en het eigen vermogen per 1 januari 2015. Die situatie verandert echter van dag tot dag: banktegoed en kassaldo wijzigen voortdurend; oude schulden worden betaald, nieuwe ontstaan enz. In de boekhouding worden die veranderingen zorgvuldig genoteerd. Dat gebeurt op losse kaarten. Voor de boekhouding van Schonebeek zijn deze verkleind afgedrukt in de Bijlage bij dit boek (blz. 2 en 3). Daar is voor elk van de zeven balansposten een eigen kaart afgedrukt: vier kaarten voor de bezittingen; één kaart voor het eigen vermogen; twee kaarten voor de schulden. Opmerkingen De zeven kaarten zijn in de Bijlage verschillend van lengte omdat op sommige kaarten veel en op andere kaarten weinig wordt geboekt. In de praktijk zijn ze natuurlijk allemaal even groot. Als een kaart vol is, ga je verder op een vervolgkaart. Vroeger werden er geen losse kaarten gebruikt maar een boek: het GROOTBOEK. Daardoor spreken we ook nu nog van 'grootboekkaarten' of 'grootboekrekeningen' en alle rekeningen samen noemen we nog steeds het 'grootboek'. Tegenwoordig schrijf je de veranderingen niet meer op kaarten maar breng je ze in op de computer. Dat werkt snel en eenvoudig als je het gewone boekhouden begrijpt. Inzicht in het boekhouden krijg je het gemakkelijkst 'al doende'. Dat gebeurt in de cases diejenugaatmaken. 2.1 2 OPENEN VAN HET GROOTBOEK We zullen nu de boekhouding van Schonebeek 'openen'. Dat betekent dat we de balansposten van 1 januari 2015 gaan overbrengen op grootboekrekeningen. OPDRACHT 16 a Open de vier grootboekrekeningen voor de bezittingen. De rekening Bedrijfspand is al als voorbeeld ingevuld. Bezittingen staan aan dedebetkant van de balans. Noteer deze bedragen daarom in de debetkolom van de grootboekrekeningen. Een fout is snel gemaakt. Werk daarom met potlood. b Open de drie grootboekrekeningen voor eigen vermogen en schulden. Dit zijn posten die aan de creditkant van de balans staan. Noteer deze bedragen daarom in de creditkolom van de grootboekrekeningen. Opmerking bij blz. 3 van de Bijlage De grootboekrekeningen rechts van de dubbele lijn gebruiken we pas in hoofdstuk 2.4. BALANS EN GROOTBOEK - Hoofdstuk 2.1 31
2.1 3 EVENWICHT IN HET GROOTBOEK We hebben zojuist elke balanspost op een afzonderlijke grootboekrekening geboekt. De regel daarbij was: debet balans is debet grootboek; credit balans is credit grootboek. Hieruit volgt, dat het evenwicht van de balans ook in het grootboek is terug te vinden. Kijk maar: debet BALANS PER 1 JANUARI 2015 credit Bedrijfspand 214.000, Inventaris - 36.000, Bank - 9.000, Kasgeld - 1.000, Eigen vermogen 65.000, Hypotheek - 183.000, Crediteuren - 12.000, Totaal bezittingen 260.000, Totaal vermogen 260.000, GROOTBOEK BEDRIJFSPAND datum omschrijving debet credit jan.1 balans 214.000 EIGEN VERMOGEN datum omschrijving debet credit jan.1 balans 65.000 INVENTARIS datum omschrijving debet credit jan.1 balans 36.000 HYPOTHEEK datum omschrijving debet credit jan.1 balans 183.000 BANK datum omschrijving debet credit jan.1 balans 9.000 CREDITEUREN datum omschrijving debet credit jan.1 balans 12.000 KASGELD datum omschrijving debet credit jan.1 balans 1.000 OPDRACHT 17 Controleer of het geopende grootboek op blz. 2 en 3 van de Bijlage gelijk is aan het bovenstaande overzicht. 32 BALANS EN GROOTBOEK - Hoofdstuk 2.1
Scontrovorm De balans van de vorige pagina heeft een T-vorm: de bezittingen (met de geldbedragen) staan links (debet) terwijl het eigen vermogen en de schulden (met de geldbedragen) rechts (credit) staan. Deze T-vorm wordt de scontrovorm genoemd. Somshebben ookde grootboekrekeningen de scontrovorm. Hier zijn ze echter afgedrukt zoals dat in de praktijk meestal voorkomt. De debet- en creditgeldkolom staan rechts naast elkaar. Dat is voor de grootboekrekeningen de standaardvorm. Om toch even het verschil te zien is hieronder een van de grootboekrekeningen in scontrovorm afgedrukt: debet BEDRIJFSPAND credit datum omschrijving bedrag jan. 1 Balans 214.000 datum omschrijving bedrag 2.1 4 VRAGEN 1 Noem de rekeningen van bezit in het grootboek van Schonebeek............. 2 Noem de rekeningen van schuld.......... 3 Waarom staan in het grootboek de bezittingen in de debetkolom en de schulden in de creditkolom?......... 4 Hoe noemen we de T-vorm van een balans en grootboekrekeningen?...... BALANS EN GROOTBOEK - Hoofdstuk 2.1 33
2.2 boekingsregels voor bezit en schuld (1) Het geopende grootboek van Schonebeek geeft nu voor bezit, schuld en eigen vermogen de stand van zaken aan per 1 januari 2015. Deze situatie verandert zodra er zaken worden gedaan. Die veranderingen moeten op de grootboekrekeningen worden genoteerd en wel zo dat het evenwicht tussen debet en credit niet wordt verstoord. Het grootboek moet steeds 'in balans' blijven. Het bijwerken van de boekhouding gebeurt in de praktijk uitsluitend op grond van boekingsstukken. De belangrijkste zijn: inkoopfacturen, verkoopfacturen, kasstukken en bankstukken. Voor het boeken van deze stukken gebruiken we vaste 'boekingsregels'. 2.2 1 INKOOPFACTUREN VERWERKEN Als Schonebeek nieuwe inventaris koopt, ontvangt zij van de leverancier een inkoopfactuur. Zij gebruikt deze inkoopfactuur als boekingsstuk. 34 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (1) - Hoofdstuk 2.2
HANDELSONDERNEMING BRUKO STOMERIJ M. SCHONEBEEK HENGELOSESTRAAT 14 7511 JB ENSCHEDE FACTUUR NR. 3817 Valeriusstraat 12 7604 CN ALMELO datum 02-01-2015 aantal omschrijving prijs p. stuk bedrag 2 KLEDINGREKKEN 80000 1.60000 If 1 Dit is de eerste inkoopfactuur die Schonebeek dit jaar heeft ontvangen. Zij heeft er daarom If 1 op gezet. Uit de factuur blijkt dat zij van leverancier Bruko te Almelo twee kledingrekken heeft gekocht voor totaal 1.600,. (De btw wordt behandeld in afdeling 4 van dit boek. Daarom komt op de boekingsstukken voorlopig nog geen btw voor.) De aankoop van inventaris (in dit geval kledingrekken) heeft voor het grootboek twee veranderingen tot gevolg: méér bezit aan inventaris en méér schuld aan crediteuren. De boeking op de grootboekrekening Inventaris Je hebtin de Bijlage de grootboekrekening Inventarisdebet geopend omdat op de balans de bezittingen aan de debetkant staan (zie blz. 32). Méér bezit aan inventaris moet je daarom aan de debetkant van de grootboekrekening bijboeken: Naam: Inventaris Volgnr. 1 datum omschrijving debet credit jan.1 balans 36000 jan.2 If1 1600 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (1) - Hoofdstuk 2.2 35
Hieruit leiden we de volgende boekingsregel af: REGEL VOOR BEZIT: méér bezit debet boeken De boeking op de grootboekrekening Crediteuren Je hebt de grootboekrekening Crediteuren credit geopend omdat op de balans de schuldenaan de creditkantstaan (zie blz. 32). Méér schuld aan crediteuren moet je daarom aan de creditkant van de grootboekrekening bijboeken: Naam: Crediteuren Volgnr. 1 datum omschrijving debet credit jan.1 balans 12000 jan.2 If1 1600 Hieruit leiden we de volgende boekingsregel af: REGEL VOOR SCHULD: méér schuld credit boeken Het boekingsstempel De factuur van Bruko is hiernaast nog eens afgedrukt. Nu met een stempel erop. Daarin is behalve het nummer (If 1) ook genoteerd: op welke grootboekrekening we het bedrag debet moeten boeken; op welke grootboekrekening we het bedrag credit moeten boeken. Het is gebruikelijk om bij het invullen van het stempel eerst de debetboeking en daaronder de creditboeking te noteren. 36 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (1) - Hoofdstuk 2.2
HANDELSONDERNEMING BRUKO STOMERIJ M. SCHONEBEEK HENGELOSESTRAAT 14 7511 JB ENSCHEDE FACTUUR NR. 3817 Valeriusstraat 12 7604 CN ALMELO datum 02-01-2015 aantal omschrijving prijs p. stuk bedrag 2 KLEDINGREKKEN 80000 1.60000 boekingsstuk: If 1 grootboekrek. debet credit Inventaris 1.600, Crediteuren 1.600, OPDRACHT 18 a Maak op blz. 2 van de Bijlage de boeking op de grootboekrekening Inventaris. Indedatumkolom: de datum van het boekingsstuk. In de omschrijvingskolom: If 1. In de debetkolom: 1600. Eventuele fouten (verkeerdbedrag, verkeerde kolom, verkeerde rekening) herstellen door uitgummen of doorstrepen. b Maak op blz. 3 van de Bijlage de boeking op de grootboekrekening Crediteuren. (Datum en omschrijving als bij Inventaris; bedrag nu credit.) BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (1) - Hoofdstuk 2.2 37
NCR NCR Nederland N.V. Buitenveldertselaan 3 1082 VD Amsterdam Stomerij M. Schonebeek Hengelosestraat 14 7511 JB Enschede datum FACTUUR 05-01-2015 nr. 116580 1 Kassa Alpha 12 900,00 boekingsstuk: If 2 grootboekrek. debet credit OPDRACHT 19 (invullen en doorhalen) Volgens inkoopfactuur nr. 2 heeft Schonebeek van NCR een kassa gekocht. De gevolgen van deze aankoop zijn: 900, meer bezit aan inventaris. Dit boeken we debet/credit op de rekening Inventaris (regel voor...); 900, meer schuld aan crediteuren. Dit boeken we debet/credit op de rekening Crediteuren (regel voor...). OPDRACHT 20 a Vul op inkoopfactuur nr. 2 het boekingsstempel in. b Maak de boeking op de grootboekrekening Inventaris (Bijlage blz. 2). c Maak de boeking op de grootboekrekening Crediteuren (Bijlage blz. 3). 38 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (1) - Hoofdstuk 2.2
2.2 2 VRAGEN 1 Aan welke kant moet een boeking plaatsvinden als een bezit toeneemt?...... 2 Wanneer moet een rekening van schuld worden gecrediteerd?...... 3 Welke grootboekrekening is voor de twee inkoopfacturen gedebiteerd?...... 4 Is deze grootboekrekening een rekening van bezit of van schuld?...... 5 Op welke grootboekrekening zijn de twee inkoopfacturen gecrediteerd?...... 6 Op grond van welke boekingsregel werd deze rekening gecrediteerd?...... 7 Verklaar waarom het evenwicht tussen debet en credit in het grootboek door deze veranderingen niet is verstoord.......... BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (1) - Hoofdstuk 2.2 39
2.3 boekingsregels voor bezit en schuld (2) 2.3 1 HET BANKAFSCHRIFT Schonebeek heeft een rekening bij de Rabobank. Daarop staat het bedrag dat zij van deze bank te goed heeft. Dit tegoed wordt groter als er per bank geld aan haar wordt overgemaakt. Dan wordt een bedrag op de bankrekening bijgeschreven. Hettegoedwordt kleinerals Schonebeek haar leveranciers (crediteuren) per bank betaalt. Dan wordt een bedrag afgeschreven van de bankrekening. Regelmatig ontvangt Schonebeek van de bank een rekeningafschrift. Het gaat hier om een rekeningafschrift van de Rabobank. Op het afschrift zie je de BIC en de IBAN. De BIC (Bank Identifier Code) van de Rabobank is RABONL2U. Je IBAN (International Bank Account Number) is je rekeningnummer. Rabobank Rekeningafschrift STOMERIJ M. SCHONEBEEK HENGELOSESTRAAT 14 Soort rekening (in EUR) BIC ONDERNEMERSREKENING RABONL2U 7511 JB ENSCHEDE Rekeningnummer IBAN Datum afschrift Aantal bladen Blad Volgnr. 48.87.08.477 NL23RABO0488708477 09-01-2015 1 001 1 Vorig saldo Nieuw saldo Totaal afgeschreven Totaal bijgeschreven 9.000,00 +/CREDIT 9.150,00 +/CREDIT 0,00 150,00 Boekdatum Omschrijving Bedrag af (debet) Bedrag bij (credit) 09-01 G. VISSER (WEGENS OVERNAME 150,00 KASREGISTER) boekingsstuk: B1 grootboekrek. debet credit Controleer van het rekeningafschrift de volgende gegevens: het rekeningnummer van Schonebeek is NL23RABO0488708477. Aan dit nummer kun je zien bij welke bank Schonebeek een rekening heeft. Het nummer begint met letters voor de landcode gevolgd door een controlegetal, de afkorting van de naam van de bank en de cijfers van het rekeningnummer van Schonebeek; 40 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (2) - Hoofdstuk 2.3
het volgnummer 1 betekent dat dit het eerste afschrift van 2015 is. Bovendien is dit het eerste blad van dit rekeningafschrift (blad 001). Er is geen tweede blad want op dit afschrift staat bij aantal bladen: 1; het vorig tegoed bij de bank was 9.000, (klopt met de rekening Bank op blz. 2 van de Bijlage). Achter het tegoed staat het woordje CREDIT. Dit laat zien dat het tegoed van Schonebeek voor de bank een schuld is; er is één bedrag bijgeschreven van 150, ; het nieuwe tegoed komt daardoor op 9.150,. 2.3 2 UITBREIDING VAN DE BOEKINGSREGEL VOOR BEZIT Op rekeningafschrift 1 is door de bank een bijschrijving verwerkt: Schonebeek heeft het oude kasregister verkocht en daarvoor 150, ontvangen. Dit bankstuk heeft voor het grootboek van Schonebeek twee veranderingen tot gevolg: méér bezit aan banktegoed; mínder bezit aan inventaris. Deze twee veranderingen moeten op de grootboekrekeningen Bank en Inventarisworden geboekt. We weten hoe we méér bezit moeten boeken. Een vermindering van bezit hebben we nog niet eerder geboekt. Hoe dat gebeurt blijkt uit de rekening Inventaris: Naam: Inventaris Volgnr. 1 datum omschrijving debet credit jan.1 balans 36000 jan.2 If1 1600 jan.5 If2 900 jan.9 B1 150 De rekening is debet geopend omdat deze bezitting op de balans aan de debetkant stond. Méér bezit (de kledingrekken en de nieuwe kassa) hebben we daarom debet bijgeboekt. Mínder bezit (de verkoop van de oude kassa) moeten we dus credit afboeken. We breiden de boekingsregel voor bezit nu als volgt uit: REGEL VOOR BEZIT: méér bezit debet boeken mínder bezit dus credit boeken BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (2) - Hoofdstuk 2.3 41
OPDRACHT 21 a Vul op rekeningafschrift 1 het boekingsstempel in. Méér bezit aan banktegoed: dat boeken we debet/credit op de rekening Bank (regel voor...). Mínder bezit aan inventaris: dat boeken we debet/credit op de rekening Inventaris (regel voor...). b Werk de beide grootboekrekeningen bij (Bijlage blz. 2). Boekingsdatum: de datum van het rekeningafschrift. Omschrijving: B 1. Rabobank Rekeningafschrift STOMERIJ M. SCHONEBEEK HENGELOSESTRAAT 14 Soort rekening (in EUR) BIC ONDERNEMERSREKENING RABONL2U 7511 JB ENSCHEDE Rekeningnummer IBAN Datum afschrift Aantal bladen Blad Volgnr. 48.87.08.477 NL23RABO0488708477 10-01-2015 1 001 2 Vorig saldo Nieuw saldo Totaal afgeschreven Totaal bijgeschreven 9.150,00 +/CREDIT 9.900,00 +/CREDIT 0,00 750,00 Boekdatum Omschrijving Bedrag af (debet) Bedrag bij (credit) 10-01 STORTING KASGELD 750,00 boekingsstuk: B2 grootboekrek. debet credit Op dit rekeningafschrift is een bijschrijving verwerkt: Schonebeek heeft kasgeld naar de bank gebracht. Deze bijschrijving betekent: méér bezit aan banktegoed. Dat boeken we debet op de rekening Bank (regel?); mínder bezit aan kasgeld. Dat boeken we credit op de rekening Kasgeld (regel?). OPDRACHT 22 a Vul op rekeningafschrift 2 het boekingsstempel in. b Werk de grootboekrekeningen bij. 42 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (2) - Hoofdstuk 2.3
Opmerking Bij het uit de kas nemen van het geld heb je nog geen bankafschrift ontvangen waarop het gestorte geld staat bijgeschreven. De bankboeking kun je eigenlijk pas maken als het bankafschrift is ontvangen. Daarom wordt dit bedrag in de praktijk tijdelijk op een 'tussenrekening' Kruisposten of Geld onderweg geboekt. Meer hierover in hoofdstuk 4.2. 2.3 3 UITBREIDING VAN DE BOEKINGSREGEL VOOR SCHULD Rabobank Rekeningafschrift STOMERIJ M. SCHONEBEEK HENGELOSESTRAAT 14 Soort rekening (in EUR) BIC ONDERNEMERSREKENING RABONL2U 7511 JB ENSCHEDE Rekeningnummer IBAN Datum afschrift Aantal bladen Blad Volgnr. 48.87.08.477 NL23RABO0488708477 12-01-2015 1 001 3 Vorig saldo Nieuw saldo Totaal afgeschreven Totaal bijgeschreven 9.900,00 +/CREDIT 8.300,00 +/CREDIT 1.600,00 0,00 Boekdatum Omschrijving Bedrag af (debet) Bedrag bij (credit) 12-01 HANDELSONDERNEMING BRUKO, 1.600,00 ALMELO FACTUUR 3817 boekingsstuk: B3 grootboekrek. debet credit Op rekeningafschrift 3 is door de bank een afschrijving verwerkt: de betaling aan crediteur Bruko. Deze betaling heeft voor het grootboek twee veranderingen tot gevolg: minder bezit aan banktegoed; minder schuld aan crediteuren. Deze tweeveranderingen moeten op de grootboekrekeningenbank en Crediteuren worden geboekt. We weten hoe we minder bezit moeten boeken. Een vermindering van schuld hebben we nog niet eerder geboekt. Hoe dat verloopt blijkt uit de rekening Crediteuren: BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (2) - Hoofdstuk 2.3 43
Naam: Crediteuren Volgnr. 1 datum omschrijving debet credit jan.1 balans 12000 jan.2 If1 1600 jan.5 If2 900 jan.12 B3 1600 De rekening is credit geopend omdat deze schuld op de balans aan de creditkant stond. Méér schuld (de twee inkoopfacturen) hebben we daarom credit bijgeboekt. Mínder schuld (de betaling aan Bruko) moeten we dus debet afboeken. We breiden de boekingsregel voor schuld nu als volgt uit: REGEL VOOR SCHULD: méér schuld credit boeken mínder schuld dus debet boeken OPDRACHT 23 a Vul op rekeningafschrift 3 het boekingsstempel in. Mínder schuld aan crediteuren: dat boeken we debet/credit op de rekening Crediteuren (regel voor...). Mínder bezit aan banktegoed: dat boeken we debet/credit op de rekening Bank (regel voor...). b Werk de twee grootboekrekeningen bij (Bijlage blz. 2 en 3). 44 BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (2) - Hoofdstuk 2.3
Rabobank Rekeningafschrift STOMERIJ M. SCHONEBEEK HENGELOSESTRAAT 14 Soort rekening (in EUR) BIC ONDERNEMERSREKENING RABONL2U 7511 JB ENSCHEDE Rekeningnummer IBAN Datum afschrift Aantal bladen Blad Volgnr. 48.87.08.477 NL23RABO0488708477 13-01-2015 1 001 4 Vorig saldo Nieuw saldo Totaal afgeschreven Totaal bijgeschreven 8.300,00 +/CREDIT 8.150,00 +/CREDIT 150,00 0,00 Boekdatum Omschrijving Bedrag af (debet) Bedrag bij (credit) 13-01 DOBBELMAN B.V., NIJMEGEN, 150,00 FACTUUR 221206 boekingsstuk: B4 grootboekrek. debet credit OPDRACHT 24 a Vul op rekeningafschrift 4 het boekingsstempel in. Weer een betaling aan een crediteur: Welke grootboekrekening debiteren? (regel?) Welke grootboekrekening crediteren? (regel?) b Werk de grootboekrekeningen bij. BOEKINGSREGELS VOOR BEZIT EN SCHULD (2) - Hoofdstuk 2.3 45
2.4 boekingsregels voor opbrengsten en kosten In de stomerij van Margo Schonebeek worden kledingstukken gereinigd en reparaties aan kleding verricht. De vergoedingen die zij daarvoor ontvangt noemen we de opbrengsten van hetbedrijf. Dezeopbrengsten zijn voormargo haar inkomsten: haar eigen vermogen neemt daardoor toe. Daarnaast maakt Margo allerleikosten: gas, water en elektriciteit, rentekosten, advertenties enz. Door de kosten neemt het eigen vermogen af. Omdat de opbrengsten en kosten van invloed zijn op het eigen vermogen, zou je verwachten dat die geboekt worden op de rekening Eigen vermogen. Nadeel daarvan is dat we dan tijdens en aan het einde van het jaar geen duidelijk overzicht meer hebben van de opbrengsten en kosten. Om die reden boeken we de opbrengsten en kosten op hulprekeningen van het eigen vermogen. Deze hulprekeningen worden in de praktijk resultatenrekeningen genoemd. Bij Schonebeek zijn dat twee kostenrekeningen en twee opbrengstrekeningen. (Zie blz. 3 van de Bijlage.) 2.4 1 HET BOEKEN VAN OPBRENGSTEN Schonebeek laat haar klanten contant betalen. Aan het einde van elke week schrijft zij een kasstuk uit voor de ontvangsten van de afgelopen week: KASSTUK Ontvangen / Betaald... opbrengst reiniging eerste week 2015 900, boekingsstuk: K 1 grootboekrek. debet credit Datum:... Paraaf:... 5-1-2015 MS. 46 BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4
Uit dit kasstuk blijkt dat in de eerste week van 2015 totaal 900, is ontvangen voor het reinigen van kleding. Het is duidelijk dat 900, meer bezit aan kasgeld op de rekening Kasgeld moet worden gedebiteerd (regel voor bezit). Door de opbrengsten neemt het eigen vermogen van Margo toe met 900,. Omdat het eigen vermogen credit op de balans staat (zie blz. 32), boeken we een toename daarvan credit. We doen dat echter niet rechtstreeks op de grootboekrekening Eigen vermogen maar op een hulprekening, een resultatenrekening. Voor Schonebeek staan ze op blz. 3 van de Bijlage. De keuze daaruit is snel gemaakt: dat moet wel de rekening Opbrengst reiniging zijn. OPDRACHT 25 a Vul op kasstuk 1 (K 1) het boekingsstempel in. b Werk de beide grootboekrekeningen bij (Bijlage blz. 2 en 3). Uit het verwerken van dit kasstuk leiden we een nieuwe boekingsregel af: OPBRENGSTREGEL: opbrengsten credit boeken (toename eigen vermogen) OPDRACHT 26 Vulopdekasstukken2,3en4hetboekingsstempelin. Doorhalen: meer bezit aan kasgeld boeken we debet/credit op de grootboekrekening Kasgeld (regel voor bezit); de opbrengsten voor het reinigen van kleding boeken we debet/credit op de grootboekrekening Opbrengst reiniging (opbrengstregel); de opbrengsten voor kledingreparatie boeken we debet/credit op de grootboekrekening Opbrengst reparatie (opbrengstregel). BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4 47
KASSTUK Ontvangen / Betaald... opbrengst reparatie eerste week 2015 700, boekingsstuk: K 2 grootboekrek. debet credit Datum:... Paraaf:... 5-1-2015 MS. KASSTUK KASSTUK Ontvangen / Betaald... opbrengst reiniging tweede week 2015 1.100, boekingsstuk: K 3 grootboekrek. debet credit Datum:... Paraaf:... 12-1-2015 MS. Ontvangen / Betaald... opbrengst reparatie tweede week 2015 600, boekingsstuk: K 4 grootboekrek. debet credit Datum:... Paraaf:... 12-1-2015 MS. OPDRACHT 27 Werk voor de kasstukken 2, 3 en 4 de grootboekrekeningen bij. 48 BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4
2.4 2 HET BOEKEN VAN KOSTEN We hebben nu al aardig wat opbrengsten geboekt. Om opbrengsten te krijgen, moeten echter ook kostenworden gemaakt. Kosten voor verwarming, voor schoonhouden, voor reclame enz. Uit het volgende kasstuk blijkt dat Schonebeek de ramen heeft laten lappen en daarvoor per kas 30, heeft betaald. SCHOONMAAKBEDRIJF KWIEK EDISONSTRAAT 16 7533 CA ENSCHEDE Stomerij M. Schonebeek Hengelosestraat 14 7511 JB ENSCHEDE 5 januari 2015 CONTANTBON Ramen gelapt 30, contant betaald boekingsstuk: K 5 grootboekrek. debet credit Het is duidelijk dat deze uitgave van 30, op de rekening Kasgeld moet worden gecrediteerd (regel voor bezit). Om het evenwicht in het grootboek te handhaven moet ook nog een rekening worden gedebiteerd. Daarbij moeten we bedenken dat door de kosten voor het ramen lappen, het eigen vermogen van Margo afneemt met 30,. Omdat het eigen vermogen credit op de balans staat (zie blz. 32), boeken we een afname daarvan debet. We doen dat echter niet rechtstreeks op de grootboekrekening Eigen vermogen maar op een hulprekening, een resultatenrekening. Het is niet moeilijk vast te stellen dat dit de rekening Huisvestingskosten moet zijn (zie de Bijlage blz. 3). OPDRACHT 28 a Vul op kasstuk 5 het boekingsstempel in. Let op: op de bovenste regel de debetpost noteren. b Werk de beide grootboekrekeningen bij. BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4 49
Uit het verwerken van dit kasstuk leiden we een nieuwe boekingsregel af: KOSTENREGEL: kosten debet boeken (afname eigen vermogen) Hierna volgen nog drie boekingsstukken voor kosten: een inkoopfactuur voor briefpapier, een kasstuk voor postzegels en een inkoopfactuur voor de reparatie van de voordeur. DRUKKERIJ RUUD VELTHUIS Bisschopsstraat 12-7513 AK ENSCHEDE Factuur voor STOMERIJ M. SCHONEBEEK HENGELOSESTRAAT 14 7511 JB ENSCHEDE 05-01-2015 BRIEFPAPIER 230,00 boekingsstuk: If 3 grootboekrek. debet credit OPDRACHT 29 a Vul op inkoopfactuur 3 het boekingsstempel in. Welke grootboekrekening debiteren? (kostenregel) Welke grootboekrekening crediteren? (regel voor schuld) b Werk de beide grootboekrekeningen bij. 50 BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4
09-01-2015 Artikel Aantal Subtotaal Postzegel zakelijk 1 (200x op rol) 1 108, Totaal 108, HANNINK B.V. Onderhoudswerkzaamheden Lenteweg 18 7532 RB Enschede FACTUUR Stomerij M. Schonebeek Hengelosestraat 14 7511 JB ENSCHEDE 2015 12 jan Reparatie voordeur 170, boekingsstuk: K6 grootboekrek. debet credit boekingsstuk: If 4 grootboekrek. debet credit OPDRACHT 30 a Vul op kasstuk 6 en inkoopfactuur 4 het boekingsstempel in. b Werk de grootboekrekeningen bij. 2.4 3 DE PROEFBALANS We gaan nu controleren of het grootboek, na alle boekingen, in evenwicht is gebleven. Dat doen we met behulp van een 'proefbalans'. Op de volgende bladzijde is de proefbalans per 15 januari afgedrukt. De eerste vijf regels zijn als voorbeeld al ingevuld. BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4 51
PROEFBALANS PER 15 JANUARI 2015 naam grootboekrekening debet credit BALANSREKENINGEN: Bedrijfspand... 214.000... Inventaris... 38.500... 150 Bank... 9.900... 1.750 Kasgeld... 4.300... 888 Eigen vermogen...... 65.000 Hypotheek...... Crediteuren...... RESULTATENREKENINGEN: Huisvestingskosten...... Algemene kosten...... Opbrengst reiniging...... Opbrengst reparatie...... Totaal...... OPDRACHT 31 Tel in de Bijlage de grootboekrekeningen op. Trek op de rekeningen een lijn onder het laatst ingeschreven bedrag en tel de kolommen in potlood op. OPDRACHT 32 a Vergelijk de reeds in de proefbalans ingevulde tellingen met de grootboekrekeningen. b Noteer de eindbedragen van de overige grootboekrekeningen in de proefbalans. OPDRACHT 33 Tel de beide geldkolommen van de proefbalans op en controleer het evenwicht. 52 BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4
Samenvatting We kennen nu vier boekingsregels voor het bijwerken van het grootboek. Twee voor het bijwerken van balansrekeningen (bezit en schuld) en twee voor het bijwerken van resultatenrekeningen (kosten en opbrengsten). Deze boekingsregels vatten we hieronder samen: REGEL VOOR BEZIT: DE BOEKINGSREGELS méér bezit debet boeken minder bezit dus credit boeken REGEL VOOR SCHULD: méér schuld credit boeken minder schuld dus debet boeken KOSTENREGEL: OPBRENGSTREGEL: kosten debet boeken (afname eigen vermogen) opbrengsten credit boeken (toename eigen vermogen) Wanneer moet welke boekingsregel worden toegepast? Toe- of afname van bezit boek je op een grootboekrekening van bezit. Dat doe je met de regel voor bezit. Toe- of afname van schuld boek je op een grootboekrekening van schuld. Dat doe je met de regel voor schuld. Toe- of afname van kosten boek je op een grootboekrekening voor kosten. Dat doejemetdekostenregel. Toe- of afname van opbrengsten boek je op een grootboekrekening van opbrengsten. Dat doe je met de regel voor opbrengsten. BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4 53
......................................................................................................... 54 BOEKINGSREGELS VOOR OPBRENGSTEN EN KOSTEN - Hoofdstuk 2.4