Seksualiteit, intimiteit en hulpverlening



Vergelijkbare documenten
Inhoudsopgave. Seksualiteit, intimiteit en hulpverlening Mathieu Heemelaar 5e druk VOORWOORD INLEIDING 1 BELEVING VAN SEKSUALITEIT EN INTIMITEIT

1.0 Uitleg themataken en legenda

Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode?

Seksualiteit en ASS. Presentatie symposium pleegzorg 19 juni presentatie symposium pleegzorg

Werkblad Seksuele Diversiteit. KaartjesspeL voorkant

llochtone meiden en vrouwen in-zicht

Post-hbo opleiding seksuologie

Master in de seksuologie

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde

Heeft u kennis genomen van het artikel 'GGD moet stoppen met seksvragen aan 13-jarigen' in het algemeen Dagblad van 18 februari 2014?

Logopedie en Kindermishandeling. Toelichting op de Meldcode en het Stappenplan

Omgaan met een stoma: een versmald levenspad met een ongenode gast?

Veiligheid van kinderen preventie seksueel misbruik

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen +

Grondhouding voor bejegening

Seksualiteit bij jongeren met een (chronische) aandoening

Over een relatie met een (ex-)zorgvrager. Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties

Blauwdruk Leerlijn Seksualiteit

Seksuele vorming en seksuele ontwikkeling van kinderen. Marianne Cense (Rutgers WPF) & Jos Poelman (Soa Aids Nederland)

Werkinstructie benaderen intermediairs Sense

Inhoud. plaatsbepaling en verklaringsmodel met een verstandelijke beperking Literatuur verstandelijke beperking...

Seksuele dienstverlening voor mensen met een bijzondere kwetsbaarheid

WORKSHOP 1: KANKER IN HET GEZIN: Als een steen in het water

Inhoud Inleiding Een nieuw beroep, een nieuwe opleiding Een nieuwe start bouwt voort op het voorgaande Relaties aangaan Omgaan met gevoelens

Programma workshop seksuele opvoeding: Daar praat je toch niet over met je kinderen?

Persoonlijk Plan Aandachtspunten omgangsvormen, verzorging, lichaamsbeleving, weerbaarheid relaties en seksualiteit

Richtlijn ongewenste intimiteiten

Verkennen van de vele kanten van een mens met een psychiatrische aandoening. Birgit Bongaerts

Redactie M.M. Wagenaar-Fischer, N. Heerdink-Obenhuijsen, M. Kamphuis, J. de Wilde

Peer to peer interventie copyright Marieke Kroneman les 3 van 4 debat

Wat kan de orthopedagoog of psycholoog voor jou doen?

Let s talk about sex Eerste hulp bij seksuele voorlichting

Wonen Doe Je Thuis: inhoudelijk kader van Combinatie Jeugdzorg

Lesmethode Seksualiteit en Weerbaarheid. Module 1 What s Love

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

5 juni 2012 ONDERZOEK BEPERKT WEERBAAR

Seksualiteit en seksuele ontwikkeling

3.6 Diversiteit is meer dan verschil in cultuur Antwoorden uit de gezondheidswetenschappen

Geweldloosheid en veiligheid

Richtlijn JGZ-richtlijn Seksuele ontwikkeling

Omgaan met lichamelijkheid, intimiteit en seksualiteit in de kinderopvang

Literatuur 145. Het Nederlands Jeugdinstituut: kennis over jeugd en opvoeding 173

Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag

Toelichting voorbeeld gedragscode

Tweede Kamer der Staten-Generaal

NASCHOLINGSCENTRUM MAATSCHAPPELIJK WERK

doen gedragsregels van PSW

Een situatie kan lastig worden indien. - voor de bedrijfsarts als arts sommige waarden zwaarder wegen dan voor de bedrijfsarts als adviseur

Beroepscode doktersassistent. Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten

Trainingen, workshops en coaching

Buddy worden, buddy zijn Informatie voor nieuwe buddy's

Datum 1 april 2019 Betreft Kamervragen over kindermishandeling (ingezonden 5 februari 2019)

Doelenlijst Relationele Vorming in de Basisschool in combinatie met de IK-zinnen

Minor Jeugdhulp Specialist. Les 37: Seksueel misbruik

Opleiding ouderbegeleiding

&Ons Tweede Thuis VOLWASSENEN

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter,

Egbert Kruijver. Inhoud Lezing Een veelzijdig vraagstuk. Intimiteit en Seksualiteit In de zorg. seksuoloog NVVS

Handreiking Seksualiteit

VOORTGEZET ONDERWIJS HELP JIJ OF NIET?

Seksuele opvoeding bij kinderen met seksueel misbruik ervaringen

Seksuele vorming: gave (op-)gave

Relaties en seksualiteit

De diep verstandelijk gehandicapte medemens

2010D Lijst van vragen totaal

FOUT VRIENDJE? PAS OP! Hulp. Internet. Heb je vragen? Bel dan naar Meldpunt Jeugdprostitutie, tel.:

Meld. seksueel misbruik. aan de commissie-samson

SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG in en om de school. Oka Storms Ben Serkei

Samen doen. Zorgvisie. Zorg- en dienstverlening van A tot Z

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

DE MELDCODE IN UW PRAKTIJK

Beleid en implementatie aanpak ouderenmishandeling.

Seksuele gezondheid Uitdagingen voor migranten organisaties

Als de opdracht is gemaakt, kun je, door middel van het aanklikken van onderstaande knop, nog een aantal voorbeelden lezen.

Start het gesprek en voorkom seksueel kindermisbruik *Ook voor naasten en professionals/publieke instanties

Wat doet NIM Maatschappelijk Werk?

Aandachtsfunctionaris Academie

LEZINGEN EN WORKSHOPS OPVOEDEN

Inleiding. (leerlingbegeleider op een vmbo-school)

Seksuele gezondheid van holebi s

Seksuele gezondheid in Nederland 2017

Slachtoffers van mensenhandel en geestelijke gezondheidszorg

Interviews: - interview: vragen gast - vragen pleeggezin - vragen aan begeleider van Open Thuis - Interview met de dienst VMG :

Welke hulpverleners en instellingen komen in aanmerking voor opname?

Minor Licht Verstandelijk Beperkt

Lessen en leerdoelen Kriebels in je buik

TEAMNASCHOLING ERVARINGSGERICHTE PSYCHOSOCIALE HULPVERLENING WERKEN MET CLIËNTEN EN HUN RELATIONELE CONTEXT

Concrete kennismaking met de mogelijkheden van ICT in de hulpverlening

Oncologie. Patiënteninformatie. Omgaan met kanker. Bij wie kunt u terecht? Slingeland Ziekenhuis

In de les praten over relaties en seksualiteit. Hoe maak je het makkelijk en leuk!

Gezinsinterventie Gezinsgesprekken voor gezinnen waarbij de ouder psychische problemen heeft

Verslag sessie 3: seksueel grensoverschrijdend gedrag

Psychosomatiek Eikenboom

Directe Hulp bij Huiselijk. U staat er niet alleen voor!

SAMENVATTING VERNIEUWDE MELDCODE HUISELIJK GEWELD & KINDERMISHANDELING

Doelen relationele vorming

Transcriptie:

Mathieu Heemelaar Seksualiteit, intimiteit en hulpverlening Vierde, herziene druk Houten 2013

VII Voorwoord Kort geleden vierden drie organisaties hun vijftigjarig jubileum: de NVSH, het COC en de Federatie van Naturistenverenigingen. Ze zijn alle drie kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht of heropgericht. De Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH) legde zich in het begin vooral toe op geboorteregeling. Tot 1969 verbood de Strafwet het aanbieden of verkopen van enig middel ter voorkoming van zwangerschap. Op tientallen plaatsen in ons land kon je bij afdelingen van de NVSH toch middelen, zoals condooms, betrekken. Daardoor groeide de NVSH uit tot een vereniging met meer dan tweehonderdduizend leden. Maar ondanks die huiskamerhandel in middelen streed de NVSH met open vizier en de bestuursleden waren met naam bekend. Dat was al moeilijker voor het COC, het Centrum voor Ontspanning en Cultuur, de verhullende naam waaronder de vereniging van homoseksuelen na de oorlog opnieuw werd opgericht. Bestuursleden werkten de eerste tijd onder schuilnamen, omdat anders hun beroeps- en privéleven in gevaar kwam. Maar in 1964 startte de Schorerstichting met overheidssteun de hulpverlening aan homoseksuele mannen en lesbische vrouwen. Negen jaar later werd het COC koninklijk goedgekeurd. Tegenwoordig zijn er zelfs Tweede Kamerleden die niet moeilijk meer doen over hun homoseksuele gerichtheid. Alleen voor ministers is het nog steeds problematisch. In 1964 kwam er ook een Federatie van Naturistenverenigingen tot stand. Die kon echter absoluut niet met namen van bestuursleden naar buiten komen. Blootlopen was toen in ons land geheel buiten de orde. Verder dan postbusnummers konden ze in hun publicaties niet gaan. Maar in 1972 kregen we ons eerste naaktstrand, bij Callantsoog, en nu zijn er tientallen plaatsen waar je bloot kunt recreëren. De seksuele revolutie heeft meer vaders en moeders, maar deze drie emancipatiebewegingen hebben het spits afgebeten. Heeft zo n terugblik zin in een boek van 1997? Jawel, want er zijn ongetwijfeld jonge mensen in ons land die opgroeien in een klimaat dat nog trekken heeft van de zojuist geschetste beginjaren. Er ligt een vrij lang traject tussen de voorlopers en de meer behoudenden en er zijn ook heel wat mensen die onderweg even op adem moeten komen. Is de seksuele revolutie nu klaar? Voor sommigen wel, maar voor anderen nog lang niet. Er is ongetwijfeld veel openheid gekomen. De seksvragen die vroeger in de Wij-Willen-Weten -rubriek van Sekstant stonden, worden nu behandeld in pop- en vrouwenbladen. Op de tv komen alle variaties in seksuele gerichtheid tot in den treure aan bod, al of niet voorzien van een moraliserend nawoord. De talkshows hebben immers een onverzadigbare behoefte aan onderwerpen. Softporno vraagt alleen nog wat zappen met de afstandsbediening van de tv en hardporno is ruimschoots voorradig in de videotheek. De ontwikkeling gaat nog steeds door. In de beginjaren van aidsbestrijding werden er bij de voorlichting nog bloemetjes en bijtjes gebruikt. Sinds het CDA niet meer in de regering zit, wordt er met overheidssteun openlijk verwezen naar condoomgebruik: Doe jij wat aan, dan doe ik wat uit.

VIII Voorwoord Er komt ook toenemend aandacht voor minder prettige kanten van seksualiteit. Duidelijk is geworden dat er veel seksueel geweld bestaat en seksueel misbruik van jeugdigen: een op de drie meisjes doet vóór haar zestiende jaar een of meer ongewenste seksuele ervaringen op. Seksuele intimidatie op het werk wordt pas sinds vrij kort herkend en bestreden. Toen het aantal homoseksuele mannen met aids toenam, organiseerde een groot academisch ziekenhuis een bijscholing over homoseksualiteit, omdat er bij de behandelende en verpleegkundige staf veel vragen bestonden over het intieme leven van homomannen. Enkele jaren eerder ontstonden er in enkele universiteitssteden al Werkgroepen homogezondheidszorg, waarin studenten, verpleegkundigen en artsen samen discussieerden over geneeskunde en homoseksualiteit. Zo was er een workshop waarin besproken werd hoe je moest omgaan met een erectie die zich onder je witte jas opdrong bij het onderzoeken van een aantrekkelijke jongen. En als die jongen dat zou merken? Zoiets was tijdens de hele opleiding van artsen en verpleegkundigen nog nooit aan de orde geweest, ook niet in een heterosituatie, waarin het evenzeer kan spelen. Het beeld van de arts en de verpleegkundige als geslachtsloze wezens werd ineens aardig opgeschud. In de hulpverlening bleken veel vaker seksuele contacten te bestaan dan ooit vermoed werd. Beroepsverenigingen namen dat aspect van de cliënt-hulpverlenerrelatie op in hun beroepscode, in de vorm van een absoluut verbod. Houdt zo n verbod zulke contacten echt tegen of werkt het ook versluierend? Er blijft immers ook in andere intermenselijke situaties veel verborgen. Toen er op een onverwacht groot aantal scholen voor voortgezet onderwijs erotische contacten bleken te bestaan tussen leraren en leerlingen, wierpen pers en media zich daar met verve op. Alle aandacht ging uit naar de strafbare leraren. Niemand vroeg zich af waarom jongens zo gemakkelijk ingingen op een aanbod van zulke leraren. De leerling als participant in een intieme relatie lijkt vooralsnog geheel onbespreekbaar. Zou het echt alleen gaan om een hoog cijfer voor godsdienstonderwijs? Dat stelt ouders dan wel gerust, maar hoe geloofwaardig is het? Zou er wellicht het nodige ontbreken aan de seksuele vorming in gezin en op school? Hoewel er stemmen opgaan dat we te ver zijn doorgeschoten in onze seksuele revolutie is er aanleiding genoeg om dat te betwijfelen. Zolang we niet erkennen dat seksualiteit een belangrijke wortel is in ons leven niet alleen in disco en kroeg, maar ook in werk, kerk, onderwijs, en in hulp- en zorgverlening zolang zullen we steeds weer geconfronteerd worden met onverwacht en ongewenst seksueel gedrag. Het bespreekbaar maken van intimiteit vraagt om het verkennen van grenzen. Aanraken is een belangrijk communicatiemiddel, een manier om gevoelens en emoties te uiten. Hand vasthouden, schouderklopje, arm om iemand heenslaan, strelen. Er is een hele reeks van helpende benaderingen, van vrij afstandelijk tot zeer intiem. Mag een troostende lichamelijke benadering ook positieve gevoelens bij de trooster teweegbrengen? En mogen die gevoelens een erotische lading krijgen, bij de cliënt of bij de hulpverlener, of bij allebei? Dit leerboek is niet geschreven vanuit een verbodssfeer, maar vanuit de aanvaarding van intieme verlangens en seksuele gevoelens, zowel bij de cliënt als bij de hulpverlener, en vanuit de behoefte om die gevoelens bespreekbaar te maken. Het is verder een interactief boek. De lezer wordt aan het werk gezet, en niet zo n klein beetje ook. Bovendien in een gebied dat tot voor kort nauwelijks een eigen taal had. Het praten over seksualiteit in het

Voorwoord IX Latijn penis, vagina, coïtus is ooit begonnen om de prikkelbaarheid van het onderwerp te verminderen. De kerk heeft de volkstaal allang ontdekt. Nu de seksualiteit nog. Er bestaat op dit ogenblik grote bezorgdheid over het uit de hand lopen van intieme contacten met jeugdigen, met gehandicapten en met patiënten of cliënten. Dat vraagt om een behoedzame aanpak, met afspraken en protocollen. Maar laten we ervoor waken dat warmte en intimiteit het onderspit delven in een te grote terughoudendheid. In hulpverlenersland is niemand gebaat bij koele afstandelijkheid. Mathieu Heemelaar geeft naast een aanzienlijke hoeveelheid informatie ook een groot aantal voorzetten en handreikingen, op weg naar een intiem klimaat, dat bescherming biedt, maar dat ook doorzichtig is. Dat is moedig en baanbrekend. Ik hoop dat gebruikers van zijn boek niet zullen aarzelen om hun ervaringen te melden. Mathieu zal zeker tijd zoeken om te antwoorden. Mogelijk zullen die ervaringen ook verwerkt worden in een volgende druk, die ongetwijfeld gaat komen. Frits Wafelbakker (1925-2001) Den Haag, maart 1997 Voormalig Geneeskundig Inspecteur voor de Jeugdgezondheidszorg bij de Geneeskundige Hoofdinspectie van de Volksgezondheid; voormalig voorzitter van de commissie Seksueel Misbruik van Jeugdigen.

XI Inleiding Over seksualiteit wordt meer gesproken dan ooit tevoren. Media besteden er dagelijks aandacht aan. Je kunt geen krant openslaan of er worden verscheidene artikelen gewijd aan het onderwerp. De aandacht gaat meestal naar de problematische kanten: seksueel grensoverschrijdend gedrag, seksueel misbruik door hulpverleners, kinderporno enzovoort. Het thema seksualiteit en hulpverlening is bijzonder actueel. Bij de toename van de aandacht voor seksueel geweld blijft de hulpverlener niet buiten beeld. De grenzen in de intieme omgang tussen hulpverlener en cliënt zijn onderwerp van gesprek in veel instellingen, beroepsverenigingen en opleidingen. Seksueel contact tussen hulpverleners en cliënten komt voor in instellingen, ondanks het feit dat het strafbaar is. Soms worden hulpverleners vals beschuldigd van seksueel misbruik en staat hun loopbaan op het spel; soms worden hulpverleners strafrechtelijk veroordeeld. Protocollen, beroepscodes en wetgeving pogen daarbij heldere grenzen aan te geven, maar daarmee is nog niet gezegd wat wél gewenst is. Het grensgebied tussen intimiteit en seksualiteit staat maatschappelijk ter discussie. Hulpverleners hebben een contactberoep. In de omgang met cliënten zijn intieme momenten van belang. We vragen en schenken vertrouwen als we mensen helpen. Vertrouwen vraagt nabijheid. Soms ook in fysieke zin: een arm om een schouder om iemand te troosten. Hulpverleners werken intensief met mensen. Dat werk kan intieme en seksuele gevoelens oproepen bij de hulpverlener. Aan het hanteren van deze gevoelens zitten juridische, ethische en methodische aspecten vast. Cliënten in de sociaal-agogische en verpleegkundige hulpverlening hebben intieme, maar ook seksuele verlangens. Sommige cliënten hanteren die adequaat, andere niet. De verlangens kunnen gericht zijn op andere cliënten of anderen buiten de hulpverlening. Vaak worden deze verlangens door hulpverleners genegeerd, soms uit onwetendheid en handelingsverlegenheid. Seksuele verlangens worden soms als storend voor de hulpverlening beschouwd. En dat terwijl seksualiteit op zich een gezond makende en motiverende uitwerking kan hebben. In het werkveld wordt gewerkt aan het professionaliseren van seksuele voorlichting en preventie van seksueel overdraagbare aandoeningen zoals hiv. Een probleem is dat veel hulpverleners nog niet vaardig zijn in het praten over seks. Seksueel misbruik bij diverse kwetsbare doelgroepen is pas de laatste jaren serieus genomen. De seksualiteit van kinderen, verstandelijk gehandicapten, psychiatrische patiënten en ouderen werd lange tijd ontkend. In dit boek wordt de basisinformatie geboden over seksuele ontwikkeling en intimiteit die noodzakelijk is voor een professionele omgang met en voorlichting aan deze specifieke doelgroepen. Aan seksualiteit en intimiteit kleeft nog steeds een maatschappelijk taboe. Het is voor de meesten onder ons niet gemakkelijk om te praten over seksuele en intieme gevoelens en ervaringen. Zeker niet, als die gevoelens betrekking hebben op cliënten. Die gevoelens worden vaak als onprofessioneel gezien en afgekeurd door collega s, en zo kan een isolement van de betrokken collega ontstaan. Isolatie is niet verstandig: het leren hanteren van emoties vindt bij uitstek plaats in een dialoog met collega s. Het leren bespreken van die gevoelens is een van de hoofddoelstellingen van dit boek.

XII Inleiding Zolang het taboe op het bespreken van seksuele gevoelens in stand blijft, missen we een kans om structureel iets te doen aan de preventie van ongewenste seksualiteit in de relatie hulpverlener-cliënt. Bij nascholing en teambegeleiding verzuchten de werkers nog te vaak: Ik heb er niets over gehad in mijn opleiding. Dat het (leren) bespreken van seksualiteit belangrijk is, werd diverse malen door de overheid en de inspectie benadrukt (Glaser e.a., 1991; Samson, 2012). Frits Wafelbakker wees hier in 1997 al op, in het inmiddels historische voorwoord bij de eerste druk van dit boek. Bij deze vierde druk, vijftien jaar later, geldt dat onverkort. In 2012 bracht de commissie-samson een rapport uit over seksueel misbruik in de jeugdzorg onder de titel Omringd door zorg, toch niet veilig. De commissie-samson was bijzonder duidelijk over het belang van het thema van dit boek:» Uit het onderzoek van de commissie is gebleken dat in de opleiding en werkbegeleiding van professionals weinig tot geen aandacht is voor kennis en vaardigheden op het gebied van gezonde seksuele ontwikkeling, afwijkende seksuele ontwikkeling en seksueel misbruik. ( ) De seksuele ontwikkeling van die kinderen kan, zoals eerder beschreven, gepaard gaan met (onderling) experimenteergedrag en het opzoeken van grenzen. Jeugdzorgwerkers zijn onvoldoende toegerust en missen handvatten om de ervaringen bij en de grenzen van dit experimenteergedrag met de jongeren te bespreken. Men mist het normatieve kader dat nodig is bij oordeel- en besluitvorming rond seksueel gedrag en seksueel misbruik. Als er al over seksueel gedrag wordt gesproken, dan is dat pas bij een vermoeden van seksueel misbruik. Veel hulpverleners gaven aan op dat moment de taal niet te spreken. Kortom, de toerusting van professionals en pleegouders om met deze complexe thema s om te gaan, behoeft verbetering. (Samson, 2012, p. 88) «Dit boek biedt de kennis en de communicatietraining die de commissie-samson zocht. Met alle aandacht voor de problematische kant, moet niet vergeten worden dat seksualiteit juist iets moois kan zijn. Het positieve, het bijzondere en het fijne van seksualiteit en intimiteit krijgen de laatste tijd veel minder aandacht. Bij onderzoek naar de effecten van positief beleefde seksualiteit concludeerde de psycholoog Zeegers: Het inzicht dat seksuele ervaringen een blijvende invloed kunnen uitoefenen op het lichamelijk, sociaal en psychisch functioneren, heeft alom erkenning gevonden (Zeegers, 1992). Maar als we de seksuele wensen van onze cliënten serieus nemen, bevinden we ons in een complex krachtenveld. Hier spelen normen en waarden van diverse betrokkenen een belangrijke rol. In dit boek zal aandacht worden besteed aan zowel de positieve als de negatieve kant van seksualiteit. Plaatsbepaling ten opzichte van andere vakliteratuur Er is al veel geschreven over de problematiek, gerelateerd aan specifieke hulp- en dienstverlening, zoals therapie bij seksueel geweld (plegers, slachtoffers, familie), seksuele ontwikkeling bij verstandelijk gehandicapten, seksuele voorlichting aan jonge kinderen en soa-preventie voor diverse doelgroepen. Deze literatuur is specifiek gericht op specialisten of op specifieke doelgroepen in de hulpverlening.

Inleiding XIII De groepsleider in een instelling voor kinderen en jongeren, de maatschappelijk werker, de verpleegkundige in een (psychiatrisch) ziekenhuis, een begeleider in de geriatrische zorg of de thuiszorgmedewerker, allemaal hebben ze te maken met een bredere doelgroep en daarmee een bredere problematiek: ze zijn veel meer generalist. Zij ontberen een breed opgezet boek waarin de belangrijkste actuele informatie samengevat is. Wat verder ontbreekt voor dit uitgestrekte werkveld van zorg- en hulpverlening, is een boek dat gaat over de manier waarop cliënten die te maken hebben gehad met seksueel misbruik worden opgevangen in instellingen. In algemene inleidingen over werkveld of methodiek wordt zijdelings aandacht besteed aan de manier waarop de eigen grenzen van de hulpverlener gehanteerd worden, maar dit wordt lang niet altijd specifiek benoemd ten aanzien van intimiteit en seksualiteit. Wel zijn diverse themanummers en artikelen aan dit onderwerp gewijd in uiteenlopende vakbladen. Dit boek beoogt dus enerzijds de actuele basisinformatie te bundelen en anderzijds de leemte op te vullen in de algemeen inleidende vakliteratuur over de methodiek in de instellingen. De belangrijkste seksuologische onderzoeksliteratuur wordt in dit boek ontsloten, alsmede informatie over evidence-based methoden voor voorlichting, behandeling en preventie. In dit boek wordt verondersteld dat de elementaire kennis over seks en seksualiteit bij de lezer aanwezig is. Twee uitstekende bronnen daarover zijn: 7 www.sense.info (voor jongeren) en 7 www.seksualiteit.nl (voor volwassenen). Visie op hulpverlening In dit boek wordt uitgegaan van de volgende visie op hulpverlening. Hulpverlening dient mensen te helpen op zo n manier, dat ze hun problemen zo goed en zo snel mogelijk zelfstandig kunnen hanteren. Bij diagnostiek dient een zorgvuldige afweging te worden gemaakt van de problematiek van cliënten. Bij seksueel gedrag dat als problematisch wordt ervaren, is de primaire vraag: wat is voor wie een probleem? In dit boek wordt de aandacht gevestigd op de intieme en seksuele aspecten van het leven van de cliënt. In veel hulpverleningssituaties worden seksuele problemen genegeerd of over het hoofd gezien. In de handelingsplanning dient zorgvuldig bekeken te worden waar hulp geboden is en waar cliënten zelfstandig zaken kunnen oplossen. Hulp is ongewenst als er geen problemen zijn in de ontwikkeling van mensen. Veel cliënten hebben echter in hun relationeel-seksuele ontwikkeling kwetsingen opgelopen. Dat kan een ingrijpende ervaring zijn geweest, die maakt dat ze op bijzondere hulp zijn aangewezen. Professionele hulpverlening vereist dat werkers professioneel reflecteren op en communiceren over hun verhouding en omgang met cliënten. Een kundig hulpverlener communiceert daarom over de gevoelens die cliënten bij hem oproepen, en analyseert kritisch de effecten die zijn handelen heeft op zijn cliënten. Op basis hiervan weet hij afstand en nabijheid zorgvuldig te hanteren in zijn omgang met cliënten: hij is niet bang voor intimiteit en kan

XIV Inleiding intimiteit als instrument inzetten in de hulpverleningsrelatie, maar weet daarnaast wanneer hij afstand moet nemen en de cliënt moet stimuleren zelfstandiger problemen op te lossen. Opbouw van het boek Het eerste hoofdstuk betreft een begripsverkenning en in dit hoofdstuk wordt gepoogd de belangrijkste begrippen (intimiteit, erotiek en seksualiteit) te definiëren. Bovendien wordt het gevarieerde menu van seksuele gerichtheid gepresenteerd. Definiëring voorkomt begripsverwarring. Inzicht in de variaties in seksualiteit draagt bij aan het begrijpen van gevoelens van cliënten en van zichzelf. Deskundig inzicht biedt een basis voor reflectie op normen over afwijkend seksueel gedrag. In hoofdstuk 2 wordt een samenhangende verklaring gezocht voor seksueel en intiem gedrag van mensen. Hoe komt het dat mensen op een bepaalde manier vorm geven aan seksualiteit en intimiteit? Hoe komt het dat jongens en meisjes, mannen en vrouwen, autochtone en allochtone Nederlanders verschillen in seksueel gedrag en seksuele normen? Hoe zijn die verschillen ontstaan? Wetenschappelijke kennis uit biologie, psychologie en sociologie wordt samengevat en geïntegreerd. Deze informatie draagt verder bij aan het inzicht in de oorzaken van de manier waarop wij en onze cliënten met seksualiteit en geslachtsverschillen omgaan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de seksuele ontwikkeling van de mens. Daartoe worden verschillende levensfasen bekeken. Heeft een kind seksuele gevoelens? Hoe verloopt de seksuele ontwikkeling bij jongeren, volwassenen en ouderen? Hebben verstandelijk of lichamelijk gehandicapte mensen andere gevoelens? Is de seksuele ontwikkeling van psychiatrische cliënten gestoord? Op dit gebied bestaan veel misverstanden. De geboden informatie biedt op zich weer een basis voor de overige hoofdstukken. In hoofdstuk 4 komen de seksuele en relationele vorming en voorlichting bij diverse doelgroepen aan de orde. Daarbij wordt aandacht besteed aan de preventie- en voorlichtingsmethodiek op het gebied van seksueel overdraagbare aandoeningen en hiv in het bijzonder. Jongeren zowel als ouderen, verstandelijk gehandicapten, lichamelijk gehandicapten en psychiatrische cliënten ontbreekt het vaak aan kennis over hun eigen seksuele ontwikkeling en over veilige seks. Professionele voorlichting vraagt een heldere visie op de vorming van mensen, opdat zij bevredigende intieme en seksuele relaties kunnen hebben. De hulpverlener/voorlichter dient daarbij aan te sluiten bij de eigen kennis en ervaringen van de cliënt. Specifieke begeleiding is alleen nodig als er daadwerkelijk sprake is van seksuele ontwikkelingsproblematiek. Daarnaast wordt in hoofdstuk 4 aandacht besteed aan pornografie en aan voorlichting en hulpverlening voor prostitués/prostituees. Ook is er aandacht voor seksuele contacten van gedetineerden. Aan het slot van dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vraag hoe je in een team een klimaat ontwikkelt waarbinnen het mogelijk is om met elkaar over seksuele opvoeding te praten.

Inleiding XV In hoofdstuk 5 wordt seksueel misbruik behandeld. Dit hoofdstuk biedt de basisinformatie over seksueel geweld, seksueel misbruik en grensoverschrijdend seksueel gedrag. Hoe hanteert de hulpverlener signalen van misbruik? Hoe begeleidt de hulpverlener de cliënt in de leefsituatie buiten de specifieke therapie? Welke gevoelens kan het werken met slachtoffers en plegers oproepen bij de hulpverlener? Nogal wat cliënten in de hulpverlening zijn slachtoffers of plegers van seksueel geweld. Welke functie kan de hulpverlener vervullen, wanneer verwijst hij door? Hoe werkt de hulpverlener samen met gespecialiseerde therapeuten als er sprake is van traumatische problematiek? In hoofdstuk 6 staat de relatie hulpverlener-cliënt centraal. Welke intieme en seksuele gevoelens kunnen er spelen tussen hulpverleners en cliënten? Welke uitingen zijn positief voor beide partijen? Waar liggen de grenzen van seksualiteit en intimiteit in de hulpverleningsrelatie? In dit hoofdstuk wordt diepgaand ingegaan op de toelaatbaarheid van seksuele contacten tussen hulpverleners en cliënten. Hoe spelen overdracht en tegenoverdracht een rol in de relatie tussen cliënt en hulpverlener? Wat zijn voor- en nadelen van gedragsprotocollen? In dit hoofdstuk komt seksueel misbruik door hulpverleners aan de orde. Daarnaast wordt aandacht besteed aan seksuele contacten tussen cliënten en van cliënten met mensen buiten de instelling. Vaak worden deze verboden, als ongewenst voor de behandeling beschouwd, lastig realiseerbaar geacht vanwege ruimteproblematiek of genegeerd. Door middel van casuïstiek wordt de lezer gestimuleerd zijn normen te onderzoeken en een standpunt in te nemen. In dit hoofdstuk staat niet zozeer kennisoverdracht centraal, maar zal vooral de reflectie op eigen normen en grenzen en die van anderen aan bod komen. Het boek wordt afgerond met een epiloog, dankwoord, literatuurlijst, websiteoverzicht en register. Doelgroep Dit boek biedt studiemateriaal voor scholing en bijscholing van studenten en beroepsbeoefenaars op het terrein van de sociaal-agogische en verpleegkundige praktijk. Het is goed bruikbaar op vooral de volgende hbo-opleidingen: Sociaal Pedagogische Hulpverlening, Pedagogiek, Verpleegkunde, Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, Social Work, Culturele en Maatschappelijke Vorming, maar ook voor andere opleidingen in de gezondheidszorg (Fysiotherapie, Bewegingstherapie, Huidtherapie enzovoort), docentenopleidingen (pabo en lerarenopleidingen) en sportopleidingen. De meeste casus in dit boek gaan specifiek over hulpverlening en zorg, maar zijn vrij gemakkelijk te vertalen naar andere werkvelden. Met extra didactische ondersteuning is het boek geschikt voor mbo-opleidingen in de sectoren welzijn en zorg, de opleiding voor penitentiaireinrichtingswerkers en de politieacademie.

XVI Inleiding Werkwijze Naast informatieve teksten bevat dit boek een aantal hulpmiddelen om de stof te verwerken. Diverse instanties en betrokkenen verwoordden herhaaldelijk hoe belangrijk het is dat hulpverleners (in opleiding) leren praten over dit onderwerp. Daartoe zijn veel studietaken opgenomen. Deze studietaken zijn essentieel. Kennis opdoen is één kant van de medaille. (Leren) praten over deze materie is de andere voorwaarde om deze problematiek professioneel te kunnen hanteren. Als hulpverleners niet kunnen praten over seksualiteit en intimiteit, dupeert dat de cliënt. Een voorbeeld ter onderbouwing van het voorgaande. In de loop van de jaren tachtig van de vorige eeuw werd steeds duidelijker dat een aantal cliënten in de jeugdhulpverlening en de drugshulpverlening slachtoffer was van seksueel misbruik. Er werd niet naar gevraagd en de meeste cliënten roeren dit onderwerp niet uit zichzelf aan. In de loop van de jaren negentig werd seksueel misbruik een standaardvraag bij de intake in de meeste instellingen. Dit biedt een opening om de cliënt te helpen met de verwerking van deze ervaringen. De commissie-samson stelt in haar rapport Omringd door zorg, toch niet veilig in 2012 vast: nog steeds worden slachtoffers van seksueel misbruik die opgenomen zijn in instellingen omringd door zorg opnieuw slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Haar eerste aanbeveling is dat hulpverleners zich in de beroepsopleiding verder moeten ontwikkelen in het leren praten over seksualiteit. Het is niet genoeg om kennis te hebben van misbruiksymptomen en van behandelings- en omgangsadviezen. De hulpverlener moet in staat zijn om met collega s te praten over het misbruik, en over zijn eigen gevoelens over het misbruik. Uit onderzoek blijkt dat die gevoelens ambivalent en verwarrend kunnen zijn. Gespecialiseerde therapeuten meldden tot hun schrik diverse krachtige emoties te ondergaan bij het bespreken van het misbruik met de cliënt, die haaks op elkaar stonden. Zij ervoeren emoties als afkeer en woede versus begrip jegens de pleger; medelijden en sympathie versus irritatie en opwinding jegens het slachtoffer. Het bespreken van deze emoties met collega s blijkt een voorwaarde om een betrouwbare hulpverlener te kunnen blijven. In hoofdstuk 5 wordt hier uitgebreid op ingegaan. De studietaken zijn geformuleerd ten behoeve van de opleidingssituatie: samenwerking met medestudenten is daarbij een uitgangspunt. Hiermee oefent de student met een belangrijke beroepsvaardigheid: het bespreekbaar maken van seksualiteit in een team. De opdrachten zijn ook geschikt om uit te voeren in het kader van intervisie, themateams, werkoverleg en dergelijke binnen de instellingen voor hulpverlening. Lezers die dit boek individueel bestuderen, buiten een opleiding of intervisie, wordt aangeraden de opdrachten uit te voeren met collega s of anderen. Alvorens studenten of collega s beginnen met hun eerste studietaak, wordt hun geadviseerd eerst 7 par. 4.14 over samenwerking in teamverband te lezen en bespreken. De studietaken voegen daadwerkelijk iets toe aan de kennisoverdracht: de vaardigheid om effectiever te communiceren over seksualiteit.

Inleiding XVII Er zijn drie soorten studietaken. Boven aan de betreffende studietaak staat achter de titel tussen haakjes om wat voor soort opdracht het gaat. Het gaat om de volgende drie soorten opdrachten: 1. Oriënterende opdrachten. Deze hebben als bedoeling dat je de bij jou al aanwezige kennis opfrist. 2. Verwerkingsopdrachten. Daarbij ga je aan de slag met de informatie die je hebt gelezen. Verwerkingsopdrachten stimuleren je een beargumenteerd standpunt in te nemen, de stof toe te passen of beter te leren praten over eigen ervaringen. Bij het bespreken van deze studietaken past een combinatie van onderlinge discussie (waar het gaat om het goed toepassen van de geboden informatie) en respect (waar het gaat om het bespreken van eigen ervaringen). Het valt aan te bevelen dit met elkaar te bewaken, zodat je er optimaal van kunt leren. 3. Reflectietaken. Seksualiteit heeft altijd te maken met normen en waarden. Een van de functies van dit boek en in het bijzonder van de reflectietaken is dat je je eigen normen gaat onderzoeken, zodat je beter kunt verwoorden waarom je voor een bepaalde aanpak bij een cliënt kiest. Afhankelijk van eigen normen en waarden, visie op hulpverlening en visie op seksualiteit zijn dan verschillende antwoorden mogelijk. Sommige opdrachten hebben de vorm van een rollenspel. Bij het samen werken aan de reflectietaken past respect voor elkaar. Bij reflectietaken bereik je meer met het aan elkaar stellen van open vragen dan met felle discussies. Stimuleer elkaar dóór te denken en niet te volstaan met korte, voor de hand liggende antwoorden. Bij deze studietaken is geen sprake van één juist antwoord, één oplossing. Naast dit boek is een docentenhandleiding beschikbaar. Deze handleiding bevat een aantal suggesties voor docenten of teambegeleiders hoe met dit boek gewerkt kan worden in groepen en teams. Op de website kunnen invulformulieren ter ondersteuning van studietaken worden gedownload. Voor docenten die het boek als verplichte literatuur opgeven voor de studenten is de docentenhandleiding gratis aan te vragen bij de uitgever. Gebruik van de vierde druk Dit boek is de afgelopen vijftien jaar meerdere malen grondig geactualiseerd. De belangrijkste veranderingen in de tweede druk (2000), de derde druk (2008) en deze vierde druk (2013) zijn te vinden op mijn website. Op tal van deelonderwerpen zijn paragrafen aangevuld en herzien. Waar bij een vorige druk passages stonden als: Daar is nog niet veel onderzoek naar gedaan of: Aanvullend onderzoek kan hier meer zicht op bieden, kon dit bij deze vierde druk vaak worden aangevuld en herschreven met nieuw onderzoek van Rutgers WPF, het Sociaal en Cultureel Planbureau, Movisie en andere expertisecentra. In deze vierde druk is de belangrijkste verandering het gegeven dat aids definitief geen dodelijke ziekte meer is. Maar ook is veel nieuw onderzoeksmateriaal verwerkt naar prevalentie en maatschappelijke acceptatie van seksuele diversiteit (homoseksualiteit, transseksualiteit, aseksualiteit). De wetgeving is de afgelopen jaren op meerdere punten veranderd. Veel voorlichtings- en vormingsmethoden zijn geëvalueerd tot evidence-based. De preventie is met grote stappen ontwikkeld en er is een veel scherper zicht op de seksuele ontwikkeling van

XVIII Inleiding kinderen en op de verstoring van die ontwikkeling bij hen die seksueel misbruikt zijn. Tot slot is door het gebruik van internet de wereld van prostitutie, pornografie en dating de afgelopen jaren radicaal veranderd. Al met al raad ik de lezer aan om alleen deze vierde druk te gebruiken. Schrijfwijze Om de leesbaarheid te bevorderen, is gekozen voor de mannelijke uitdrukkingsvorm. Dat neemt niet weg dat in alle gevallen waarin dat van toepassing is ook zij bedoeld wordt. Overal waar geschreven wordt over de hulpverlener, kan de student ook de toekomstige hulpverlener lezen (of de hulpverlener in opleiding, of de stagiair ). In plaats van docent en student kan ook teambegeleider en collega worden gelezen. Dit boek is bestemd voor sociaal-agogisch hulp- en dienstverleners, verpleegkundigen, verzorgenden, verplegenden en fysio- en bewegingstherapeuten. Deze beroepsgroepen worden in dit boek gebundeld onder de term hulpverlener. Deze keuze is gemaakt om de leesbaarheid te bevorderen. Beroepen, werkvelden en werksoorten kennen alle eigen naamgevingen. Waar specifiek over een beroepsgroep of werkveld wordt gesproken, zoals in casuïstiek, worden begrippen als maatschappelijk werker, verpleegkundige, groepsleider, sociaal-pedagogisch hulpverlener, sociotherapeut, penitentiair inrichtingswerker, activiteitenbegeleider enzovoort gebruikt. De casuïstiek is echter zo gekozen dat andere hulpverleners er met enige vertaling aspecten in kunnen herkennen uit hun eigen werkveld. Voor de cliënten zijn ook tal van begrippen in omloop: bewoner, gedetineerde, patiënt, pupil enzovoort. Hier werd voor de leesbaarheid gekozen voor de term cliënt, tenzij in een casus een bepaald soort cliënten specifiek beschreven wordt. Voor de casuïstiek ben ik tal van studenten en collega-docenten van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening van de Haagse Hogeschool dankbaar. Ik heb vermeden de bron te vermelden. Hiermee en met aanpassingen van de casus heb ik er zo veel mogelijk zorg voor gedragen dat de privacy van cliënten en werkers wordt gewaarborgd. Begrippen die veel gebruikt worden in seksuologische literatuur, zijn vóórkomen (a) en voorkómen (b). Seks komt veel vóór (a), seksueel overdraagbare aandoeningen moet je voorkómen (b). Om te voorkómen (b) dat de lezer zich steeds afvraagt welke betekenis bedoeld wordt, wordt zo veel mogelijk gebruikgemaakt van de begrippen prevalentie (vóórkomen: a) en preventie (voorkómen: b). Bij het gebruik van de begrippen homoseksualiteit en homoseksueel worden in dit boek zowel homoseksuele mannen als vrouwen bedoeld. Dan wordt niet specifiek vermeld dat ook lesbische vrouwen daarvan deel uitmaken. De afkorting die gebruikt wordt voor de gehele groep mensen in het scala van seksuele en seksediversiteit is LHBT (lesbisch, homoseksueel, biseksueel en transgender). Deze term wordt in dit boek sporadisch gebruikt.

Inleiding XIX Het onderwerp seksualiteit brengt met zich mee dat gekozen dient te worden voor een bepaald vocabulaire. De ene lezer voelt zich prettig bij een wat formeel-medisch jargon (penis, vagina, coïtus enzovoort), terwijl de andere lezer juist een persoonlijke voorkeur heeft voor meer alledaags taalgebruik (lul, kut, neuken enzovoort). Vanuit voorlichtingswetenschappelijke inzichten is bekend dat het taalgebruik moet aansluiten bij de doelgroep. Er zijn anekdotes in omloop over hoe niet-aangepast taalgebruik een desastreuze uitwerking had op de effecten van de voorlichting. Waar nodig voor de helderheid, is expliciete taal niet geschuwd. In dit boek wordt meestal gebruikgemaakt van formeel taalgebruik. In een inleidende opdracht voor groepen wordt gevraagd af te spreken welk taalgebruik acceptabel is tijdens de gesprekken. Deze opdracht wordt van harte aanbevolen, om te voorkomen dat het om de vorm en niet om de inhoud gaat en dat het gesprek over seksualiteit wordt verstoord. Tot slot Uit onderzoek van Draijer (1988) blijkt dat een op de zes Nederlandse meisjes en vrouwen aangeeft een of meer keren seksueel te zijn lastiggevallen door verwanten. En dat dit weleens het topje van de ijsberg zou kunnen zijn. Seksueel misbruik van jongens en mannen in Nederland wordt geschat tussen 1,5 en 7% (Draijer, 1985, 1988; Van Outsem, 1990; Bakker e.a., 2006). De meerderheid van de Nederlandse jongeren heeft persoonlijk minstens een keer per jaar te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag (Kuiper e.a., 2011). Mensen met negatieve seksuele ervaringen zijn kwetsbaar. Sommige lezers zullen negatieve ervaringen hebben met seksualiteit. Het is voorstelbaar dat dit het bestuderen van het boek kan belemmeren. De lezers die van zichzelf inschatten dat dit het geval is, wordt geadviseerd in overweging te nemen hun docent/begeleider al of niet vertrouwelijk te informeren over hun ervaringen, zodat in het onderwijs of de teambegeleiding rekening kan worden gehouden met deze problematiek. Ik hoop dat: 5 dit boek een inspirerende bijdrage levert aan de deskundigheidsbevordering van hulpen dienstverleners; 5 dit boek bijdraagt aan een open klimaat in instellingen voor hulpverlening; 5 dit boek een steun mag zijn voor hen die zich isoleren uit angst over de schreef te gaan ; 5 seksueel misbruik afneemt; 5 gewenste seksualiteit met meer plezier en voldoening kan worden beleefd; 5 mensen leren met respect te praten over menselijke gevoelens. Ik ben ervan overtuigd dat het leren praten over seksuele gevoelens een niet te onderschatten preventief middel is tegen seksueel misbruik. Weinig onderwerpen zijn zozeer bezet door eigen ervaringen, emoties, normen en waarden als seksualiteit. Iedere lezer heeft zijn eigen verhaal. Dat kan een verhaal zijn van bevrediging en zelfrealisatie, maar ook van onbevestigde verlangens, van hunkering en soms van angst en verdriet. Iedere lezer heeft zijn eigen geschiedenis, zijn eigen overtuiging en twijfels. Iedere lezer heeft zijn eigen normen en waarden. Seksualiteit is bovenal een emotioneel onderwerp.

XX Inleiding Dat betekent dat het mogelijk is dat passages uit dit boek de lezer kunnen raken : herkenning, sympathie, maar ook afkeer, irritatie, kwaadheid en machteloosheid zijn voorstelbare reacties. Dit geldt zeker als van de lezer wordt gevraagd om als professioneel hulpverlener de feiten onder ogen te zien en zich te verplaatsen in cliënten; ook in die cliënten die in de ogen van de lezer onherstelbare schade hebben aangericht in andermans leven. Het is niet aan hulpverleners om cliënten te veroordelen, dat is het vak van rechters. Het is juist de taak van hulpverleners om mensen niet extra te straffen, maar vanuit menselijke omgang hulp te bieden waar ze iets mee kunnen, waarmee we hen en de samenleving een dienst bewijzen. Stigmatisering en veroordeling zijn blokkerende processen voor de interactie tussen cliënt en hulpverlener. Mathieu Heemelaar februari 2013 7 www.mathieuheemelaar.nl

XXI Inhoud 1 Beleving van seksualiteit en intimiteit.......................................... 1 1.1 Inleiding............................................................................. 2 1.2 Taalgebruik en definities............................................................. 3 1.3 Beleving............................................................................. 9 1.4 Uitingen van sekse en seksualiteit.................................................... 13 1.5 Maatschappelijke acceptatie......................................................... 24 1.6 Samenvatting........................................................................ 29 2 Wetenschap over seksualiteit.................................................... 31 2.1 Inleiding............................................................................. 32 2.2 Biologische verklaringen van seksueel gedrag....................................... 33 2.3 Sociologische verklaringen van seksueel gedrag..................................... 41 2.4 Psychologische verklaringen van seksueel gedrag................................... 60 2.5 Samenvatting........................................................................ 66 3 Seksuele ontwikkeling............................................................ 69 3.1 Inleiding............................................................................. 70 3.2 Kinderen en jongeren................................................................ 70 3.3 Volwassenen......................................................................... 82 3.4 Ouderen............................................................................. 87 3.5 Verstandelijk gehandicapten......................................................... 89 3.6 Lichamelijk gehandicapten........................................................... 90 3.7 Psychiatrische cliënten............................................................... 92 3.8 Samenvatting........................................................................ 93 4 Seksuele en relationele vorming en voorlichting............................... 95 4.1 Inleiding............................................................................. 97 4.2 De geschiedenis van de voorlichting................................................. 99 4.3 Voorlichtingskunde.................................................................. 105 4.4 Seksuele vorming in het onderwijs................................................... 107 4.5 Seksueel overdraagbare aandoeningen.............................................. 111 4.6 Seksuele vorming van jongeren...................................................... 123 4.7 Seksuele voorlichting aan verstandelijk gehandicapten.............................. 133 4.8 Seksuele voorlichting aan lichamelijk gehandicapten................................ 135 4.9 Seksuele voorlichting in de psychiatrie............................................... 137 4.10 Seksuele voorlichting en vorming bij ouderen....................................... 139 4.11 Seksualiteit bij gedetineerden....................................................... 140 4.12 Prostitutie............................................................................ 141 4.13 Pornografie.......................................................................... 145 4.14 Voorlichting en samenwerking in teamverband...................................... 148 4.15 Samenvatting........................................................................ 149 5 Seksueel misbruik................................................................. 151 5.1 Inleiding............................................................................. 152 5.2 Wetgeving seksueel geweld.......................................................... 157

XXII Inhoud 5.3 Vrouwenbesnijdenis................................................................. 158 5.4 Prevalentie van seksueel geweld..................................................... 159 5.5 Effecten van seksueel geweld op slachtoffers......................................... 163 5.6 Diagnostiek bij het slachtoffer....................................................... 167 5.7 Het gezin van het slachtoffer......................................................... 171 5.8 Hulpverlening aan slachtoffers....................................................... 174 5.9 Geïntegreerde hulpverlening aan slachtoffers en plegers............................ 177 5.10 Diagnostiek van de pleger........................................................... 178 5.11 Hulpverlening aan plegers........................................................... 182 5.12 Preventie van seksueel geweld....................................................... 184 5.13 De taak van de niet-gespecialiseerde hulpverlener................................... 189 5.14 Samenvatting........................................................................ 191 6 Seksuele en intieme contacten in de hulpverlening............................ 193 6.1 Inleiding............................................................................. 194 6.2 Wetgeving en beroepscodes......................................................... 197 6.3 Beroepsgebonden factoren.......................................................... 199 6.4 Prevalentie, motivatie en beleving................................................... 201 6.5 Intieme en seksuele ervaringen van hulpverleners................................... 206 6.6 De toelaatbaarheid van seksuele contacten tussen hulpverlener en client............ 209 6.7 Jongeren en volwassenen............................................................ 214 6.8 Overdracht en tegenoverdracht...................................................... 215 6.9 Bewustwording van seksuele gevoelens............................................. 217 6.10 Preventie van misbruik door hulpverleners.......................................... 221 6.11 Seksuele contacten tussen cliënten.................................................. 224 6.12 Samenvatting........................................................................ 229 Epiloog............................................................................. 231 Dankwoord......................................................................... 235 Literatuur........................................................................... 239 Register............................................................................. 253