Cp7. het bedrijfsplan



Vergelijkbare documenten
CP16. ziek- en betermelden

CP17. het werkoverleg

dat ik aan mijn baas en collega s moet doorgeven welke werkzaamheden ik heb gedaan en wat nog gedaan moet worden.

CP9. In gesprek over de toekomst

van tevoren vragen opschrijven om bij een sollicitatiegesprek te stellen.

CP15. functioneringsgesprek

CP14. gesprek over arbeidsvoorwaarden

CP1. op zoek naar werk

CP23. klachten afhandelen

dat ik als werkende in de zorg of welzijn ook veel praat met de mensen waarvoor ik werk.

Aflevering 6: Eigen bedrijf

CP3. Naar de basisschool

Inhoud. Inleiding 6. 1 Introductie 7 Ondernemerschap in Nederland 8 Drie manieren om een bedrijf te starten 8 IK als ondernemer 9

Aflevering 6: Eigen bedrijf

dat ouders vaak afspraken maken om hun kinderen bij elkaar thuis te laten spelen.

CP2. Documenten en andere zaken aanvragen

WHITEPAPER. Voor het eerst personeel aannemen

Ondernemerschap in Nederland

Je leeft, je verandert. Loyalis verandert met je mee. Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid

CP11. op zoek naar werk

EE P6 n huis huren/ verhuizen

De Kamer van Koophandel

Thema Op het werk. Lesbrief 16. Herhaling thema.

begrijpen wat de huisarts zegt over wat ik moet doen aan mijn klachten.

Thema Op het werk. Les 16. Herhaling thema. Wat leert u in deze les? Veel succes!

Je leeft, je verandert. Loyalis verandert met je mee. Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid

Thema Informatie vragen bij een instelling

Financiële zekerheid bij arbeidsongeschiktheid. Je leeft, je verandert. Loyalis verandert met je mee.

Starten met een plan. Alles op een rij. Robert Loontjens & Anne de Jong

Lesbrief 35. AOW aanvragen.

Thema Informatie vragen bij een instelling

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Herhalingsles van het thema Op zoek naar werk

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

U leert in deze les "om raad vragen". Als u niet weet wat u moet doen, kunt u iemand om raad vragen. U vraagt of iemand u kan helpen met advies.

Thema Informatie vragen bij een instelling

CP1. Op het consultatiebureau

Freelancers en zzp ers

Freelancers en zzp'ers

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De wachtkamer

Levensloopregeling. Spaar voor uw verlof

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. De huisarts

Voorbeeld: Ik werk het liefst met een tweetal.

werkbladen thema 7 DE BASISSCHOOL

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis.

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Thema Op zoek naar werk

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Vrij vragen

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Thema Op zoek naar werk. Demet TV. Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken

lesmateriaal bij Ik regel mijn geldzaken

Het verkoop-adviesgesprek. Waar gaat deze kaart over? Wat wordt er van je verwacht? Verkopen

Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang

Expeditie M&M. ontdek avontuurlijk leren. lesbrief. Bijbanen. Foto: Marcel van den Bergh / Hollandse Hoogte

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 5. Werk vragen in een winkel

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Thema Op zoek naar werk

Betaal niet teveel... ziet u afspraken tussen bedrijven bij aanbestedingen? Meld ze bij ACM. Kansen & keuzes. voor bedrijven en consumenten

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Ik ben een prima huisarts. Maar ik mis een zakelijk gen.

Ondernemersplan. Bedrijfsnaam

Spreken. Les 3: Wat zeg je? De supermarkt OPDRACHTKAART.

3.1 Omcirkel het juiste antwoord.

Ontwikkellijn 1: Ik zorg ervoor dat ik aan het werk ga en blijf!

Thema Gezondheid. Lesbrief 3. De huisarts

Zorg dat je een onderwerp kiest, waarvan je echt meer wilt weten. Dat is interessanter, leuker en makkelijker om mee bezig te zijn.

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken

Vragenlijst Budgetcoaching

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

maandag 11 mei inleveren! STAGE BOEK 2015 VAN.AFDELING...

VERLENGEN KOPEN RUILEN BETALEN

Monica is jarig. Iemand vertelt over haar sollicitatiegesprek. Monica en Arend praten over opleiding, werken en een eigen bedrijf.

Colofon: Inge Bramsen, Kees Willemse, Chris Kuiper & Mieke Cardol, Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam, 2015.

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje

Lesbrief begrijpend lezen (Nieuwsbegrip) tekst groep 5 en 6

Thema Op zoek naar werk

Thema Op zoek naar werk. Les 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Spreken. Les 6: Wat zeg je? Telefoon OPDRACHTKAART.

Ondernemersruimte bij De Goudse

Goed voorbereid van start

U leert in deze les "toestemming vragen". Toestemming vragen is vragen of u iets mag doen.

ORIËNTATIE OP DE NEDERLANDSE ARBEIDSMARKT

Samenvatting Economie Hoofdstuk 2, Werken

Alles wat een ondernemer in het mkb moet weten. Het ZAken ZAk boekje

Taal op niveau Schrijven Op weg naar niveau

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

SPEEDDATE. Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf

Teksten bewerkt uit het gezinsboek Ons Dagelijks Brood veertigdagentijd van pastoor M. Hagen door EBP voor

Thema Gezondheid. Lesbrief 5. De tandarts

DEEL 1. WERKBOEK 5 Eigen keuze Monique van Dam YOU: De keuze is aan jou!

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Vrienden & Relaties

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Voor cliënten

Thema Op zoek naar werk. Les 7. Naar het uitzendbureau.

Allianz Arbeidsongeschiktheids-

Ondernemingsplan. De basis in 10 stappen. Een leidraad om je bedrijf, de markt en jezelf goed in kaart te brengen. Ik ga starten

Transcriptie:

Cp7 het bedrijfsplan Een onderneming starten begint met een idee. U heeft een idee over wat u wilt verkopen en aan wie u dat wilt verkopen. U denkt ook na over een goede plaats voor uw onderneming. Voordat u echt gaat starten met uw bedrijf kunt u een bedrijfsplan maken. In een bedrijfsplan schrijft u heel precies op hoe u uw onderneming gaat starten. U schrijft over uzelf, over de rechtsvorm van uw bedrijf, over wat u gaat verkopen en waar u dat gaat doen en wat u daar allemaal voor nodig heeft. In welke branche gaat u een bedrijf starten? Zijn er veel concurrenten? Kunt u genoeg klanten krijgen? Kunt u genoeg geld verdienen met uw onderneming? Dit heet marktonderzoek. U leert waar u informatie kunt vinden. U denkt ook na over personeel. Heeft u personeel nodig of kunt u het werk alleen doen? Als u personeel aanneemt wordt u werkgever. Werkgevers hebben verplichtingen. U moet uw personeel salaris betalen, ook als het personeel ziek is. U moet ook een loonadministratie bijhouden.

Klaar voor de praktijk Cruciale praktijksituatie 7? Wat weet u? Wat kan u? Maak het bolletje zwart als u kunt zeggen: ja, dit weet ik of ja, dit kan ik. Ik weet 1 2 wat een bedrijfsidee is. wat een bedrijfsplan is. 3 4 5 waarom een bedrijfsplan belangrijk is. waar ik informatie kan vinden over branche en concurrentie. dat een werkgever verplichtingen heeft. Ik Kan 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 informatie lezen over het maken van een bedrijfsplan. praten over het maken van een bedrijfsplan. vragen stellen over het maken van een bedrijfsplan. praten over mijn bedrijfsidee. informatie vinden over branche en concurrentie. informatie begrijpen over branche en concurrentie. praten over branche en concurrentie. informatie noteren over branche en concurrentie. informatie vinden over personeel aannemen. gevolgen van personeel aannemen begrijpen. praten over personeel aannemen. vertellen waarom u wel of geen personeel wilt aannemen. woordenlijst Welke woorden kent u? Welke nog niet? { { { { { { { { { { { { { { { { { { advies, het / advies geven/ adviseren bedrijfsidee, het bedrijfsplan, het / ondernemingsplan, het bedrijfsvorm, de BV, de doelgroep, de eenmanszaak, de failliet financieren/ financiering Kamer van Koophandel/ KVK startende ondernemer, de risico, het voorbereiden/ voorbereiding voorbereiding, de bedrijfschap, het branche. de brancheorganisatie, de concurrentie, de/ concurrenten, de { marktonderzoek doen { onderzoeken { promotie, de { arbeidscontract, het { collectieve Arbeidsovereenkomst CAO { loon betalen { loon doorbetalen { loondienst, de { loonstrook, de { loonadministratie, de { personeel, het { personeel aannemen { personeel in dienst nemen { uitzendbureau, het { vakantiegeld, het { verplichtingen, het { werknemersverzekering, de 2

eerste ronde filmkijken 1 Wat voor zaak wil Halina beginnen? tweede ronde filmkijken 1 Waar heeft Halina een gesprek? a. b. c. bij de kapper bij de winkel aan de overkant bij de Kamer van Koophandel 2 3 1 Welke woorden hoort u in het gesprek? bedrijfsplan bedrijfsidee klanten marktonderzoek concurrenten personeel eenmanszaak Wanneer wil Halina beginnen met haar zaak? a. nu b. later c. over een paar jaar derde ronde filmkijken Halina wil een eigen zaak beginnen. Wat vindt Jerfy daarvan? 2 Halina zegt: Als je me binnenkort niet meer kunt vinden...ik zit daar, aan de overkant. Wat bedoelt Halina daarmee? 3

1. Praten over bedrijfsidee en bedrijfsplan Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) Oefenen: U praat met een ondernemer over het bedrijfsidee en het maken van een bedrijfsplan. De ondernemer is thuis begonnen met een cateringbedrijf. Nu heeft de ondernemer een lunchcafé. U vraagt: -- wanneer deze ondernemer is begonnen met zijn bedrijf, -- wat het bedrijfsidee van de ondernemer is, -- wat de doelgroep van de ondernemer is, -- of de ondernemner een bedrijfsruimte heeft gehuurd, -- waarom de ondernemer een lunchcafé (met accent op de e) heeft, -- of de ondernemer een bedrijfsplan heeft gemaakt, -- waarom de ondernemer een bedrijfsplan heeft gemaakt. Oefen het gesprek met iemand. Stel uw vragen aan de andere ondernemer. Lees uw tekst voor. Ja hoor, dat mag wel. andere Ondernemer Ik ben vijf jaar geleden begonnen. U U bent ondernemer. Mag ik u iets vragen over de start van uw bedrijf? Hoelang bent u al ondernemer? Met welk bedrijfsidee bent u begonnen? Ik wilde een cateringbedrijf beginnen. Voor welke doelgroep? Bedrijven. Ik verzorg lunches voor bedrijven. Heeft u meteen een bedrijfsruimte gehuurd? Nee hoor, ik ben vanuit huis begonnen. Dat heb ik drie jaar gedaan. 4

U heeft nu een lunchcafé. Waarom heeft u een lunchcafé geopend? De zaken gaan goed. Ik heb een nieuwe doelgroep erbij. Nu komen de mensen bij mij lunchen. Maar ik bezorg ook nog lunches. Heeft u ook een bedrijfsplan gemaakt voordat u een bedrijf ging starten? Ja, ik heb mijn bedrijfsidee eerst helemaal uitgewerkt. Waarom heeft u een bedrijfsplan gemaakt? Het is belangrijk om heel goed na te denken voordat je echt gaat starten. Er zijn veel risico s bij het starten van een bedrijf. Goed, ik zal ook goed nadenken voordat ik ga beginnen. Bedankt voor het gesprek. 5

1. Praten over bedrijfsidee en bedrijfsplan Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) spelen: Voor deze oefening gebruikt u het gesprek op de vorige pagina. De andere ondernemer heeft de tekst. U niet. U luistert naar de andere ondernemer. U reageert. Wissel daarna van rol. Meeluisteren: U praat met een ondernemer over het bedrijfsidee en het maken van een bedrijfsplan. De ondernemer is thuis begonnen met een cateringbedrijf. Nu heeft de ondernemer een lunchcafé. U vraagt: -- wanneer deze ondernemer is begonnen met zijn bedrijf, -- het bedrijfsidee van de ondernemer, -- voor welke doelgroep, -- heeft de ondernemer een bedrijfsruimte gehuurd, -- waarom de ondernemer een lunchcafé heeft, -- heeft de ondernemer een bedrijfsplan gemaakt, -- waarom de ondernemer een bedrijfsplan heeft gemaakt. Heeft u dit van de spreker gehoord? Zet een als u het hoort. Mag ik u iets vragen over de start van uw bedrijf? Hoe lang bent u al ondernemer? Met welk bedrijfsidee bent u begonnen? Voor welke doelgroep? Heeft u meteen een bedrijfsruimte gehuurd? Heeft u een bedrijfsplan gemaakt? Waarom heeft u een bedrijfsplan gemaakt? Een afsluiting van het gesprek 6

2. Een bedrijfsplan maken Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of tekst (11) U heeft een bedrijfsidee. U wilt een bedrijfsplan maken. U leest een tekst van de Kamer van Koophandel op internet. Lees de tekst en beantwoord de vragen. Omcirkel het goede antwoord. 1 2 3 Waar gaat deze tekst over? a. een onderneming starten b. een ondernemingsplan schrijven In welk deel van het ondernemingsplan schrijft u wie u bent? a. de ondernemer b. de onderneming In welk deel van het ondernemingsplan schrijft u over uw geldzaken? a. markt b. financiën 7

2. Een bedrijfsplan maken Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of tekst (11) U heeft een bedrijfsidee. U wilt een bedrijfsplan maken. U leest een tekst van de Kamer van Koophandel op internet. Lees de tekst en beantwoord de vragen. Omcirkel het goede antwoord. 1 2 3 4 5 6 Waarom is het goed om voor uzelf een ondernemingsplan maken? a. omdat u een goed bedrijfsidee heeft. b. omdat u plannen heeft. c. omdat u goed over alles na moet denken. Waarbij kunt u een ondernemingsplan nog meer gebruiken? a. b. c. bij het nadenken bij het aanvragen van een financiering bij het slagen van uw bedrijf Wat schrijft u niet in een ondernemingsplan? a. b. c. wie uw docent is waar u zich gaat vestigen welke rechtsvorm u kiest Welke vijf onderdelen moeten in ieder geval in een ondernemingsplan? a. b. c. de ondernemer, de onderneming, markt, producten, financiën de onderneming, markt, financiën, geldzaken, organisatie de ondernemer, de onderneming, organisatie, markt, financiën In welk onderdeel schrijft u over uzelf? a. b. c. organisatie de onderneming de ondernemer In welk onderdeel schrijft u over wat u gaat verkopen? a. b. c. de onderneming markt organisatie 8

Een ondernemingsplan maken Heeft u een goed bedrijfsidee? Met een ondernemingsplan maakt u uw idee concreet. Een ondernemingsplan dwingt u om na te denken over allerlei zaken die een rol spelen bij het slagen van uw bedrijf. Zo ziet u of uw plannen haalbaar zijn. Bovendien kunt u het ondernemingsplan gebruiken bij het aanvragen van een eventuele financiering. Hoe maakt u een ondernemingsplan? In uw ondernemingsplan zet u uw plannen voor uzelf op een rij. Wat wilt u precies gaan doen? Waar gaat u zich vestigen? Welke rechtsvorm kiest u? U onderzoekt uw markt, uw concurrenten en berekent hoeveel geld u nodig heeft om uw plannen van de grond te krijgen. In een gedegen ondernemingsplan werkt u in ieder geval de volgende onderdelen uit:»»»»» De ondernemer: wie bent u? De onderneming: wat gaat u doen? Markt: hoe gaat u uw product of dienst verkopen? Organisatie: hoe gaat u het regelen? Financien: hoe regelt u uw geldzaken?

3. Een bedrijfsidee opschrijven - U heeft een bedrijfsidee. U schrijft uw bedrijfsidee op. U schrijft wat u wilt verkopen en aan wie u wilt verkopen. 1 Vul het formulier in. Schrijf uw bedrijfsidee in het schema. Schrijf wat u gaat verkopen en aan wie u wilt verkopen. 10

Mijn bedrijfsidee Wat? (product/dienst) Voor wie? (doelgroep)

3. Een bedrijfsidee opschrijven - U heeft een bedrijfsidee. U schrijft uw bedrijfsidee op. U schrijft wat u wilt verkopen en aan wie u wilt verkopen. 1 Vul het formulier in. Schrijf uw bedrijfsidee in het schema. 12

Mijn bedrijfsidee Waarom? (motivatie) Voor wie? (doelgroep) Waar? (locatie) Waarom? (motivatie)

4. Praten met een adviseur over uw bedrijfsidee Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een winkel beginnen in dameskleding voor dames met een grote maat. U vertelt een adviseur over uw bedrijfsidee. Oefenen: Oefen het gesprek met iemand. Geef antwoord op de vragen van de medewerker. Lees uw tekst voor. Adviseur U wilt een bedrijf beginnen? Op welke doelgroep richt u zich? Waar wilt u uw bedrijf beginnen? U Ja, ik wil een bedrijf starten in dameskleding. Ik richt me op vrouwen met een grote maat. Ik wil mijn bedrijf vestigen in een grote stad. Daar wonen veel dikke vrouwen. Waar bent u goed in? Waarom wilt u ondernemer worden? Ik ben goed in verkopen. En ik heb zelf ook een grote maat. Er is weinig kleding voor dikke vrouwen. Ik wil graag eigen baas zijn. Heeft u al een bedrijfplan gemaakt? 14

Nee, ik wil graag informatie over een bedrijfsplan. Dat kunt u vinden op de site van de Kamer van Koophandel. Bedankt voor de informatie. Ik zal op de site kijken. Geen dank, graag gedaan. 15

4. Praten met een adviseur over uw bedrijfsidee - U vertelt een adviseur over uw bedrijfsidee. U wilt een winkel beginnen in dameskleding voor dames met een grote maat. U heeft zelf ook een grote maat. Voor dames met een grote maat is weinig kleding te koop. U wilt een winkel beginnen in een grote stad, daar wonen veel dikke dames. U bent goed in verkopen. U wilt graag eigen baas zijn. U heeft nog geen bedrijfsplan gemaakt. U wilt informatie over een bedrijfsplan. spelen: Voor deze oefening gebruikt u het gesprek op de vorige pagina. De medewerker heeft de tekst. U niet. U luistert naar de medewerker. U reageert. Wissel daarna van rol. Meeluisteren: Heeft u dit van de spreker gehoord? Zet een als u het hoort. Ik wil een bedrijf starten in dameskleding. Ik richt me op vrouwen met een grote maat. Ik wil mijn bedrijf beginnen in een grote stad. Ik ben goed in verkopen. Ik wil graag eigen baas zijn. Ik heb nog geen bedrijfsplan gemaakt. Ik wil informatie over een bedrijfsplan. Een afsluiting van het gesprek. 16

5. Vragen stellen over het maken van een bedrijfsplan Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een taxibedrijf beginnen. U praat met een adviseur. U stelt vragen aan de adviseur over het maken van een bedrijfsplan. Oefenen: Oefen het gesprek met iemand. Geef antwoord op de vragen van de adviseur. Lees uw tekst voor. Adviseur Heeft u al een bedrijfsplan gemaakt? Dan kunnen andere mensen uw plan lezen en advies geven. Bijvoorbeeld een bankmedewerker als u praat over de financiering. U Ik wil een taxibedrijf beginnen. Nee, waarom moet ik een bedrijfsplan maken? Wie leest mijn bedrijfsplan? Dat leest u bijvoorbeeld op de website www.kvk.nl. Wat staat er allemaal in een bedrijfsplan? Geen dank. Graag gedaan! Dank u wel voor de informatie. Ik zal op de website kijken. 17

5. Vragen stellen over het maken van een bedrijfsplan Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een taxibedrijf beginnen. U praat met een adviseur. U stelt vragen aan de adviseur over het maken van een bedrijfsplan. U vraagt waarom u een bedrijfsplan moet maken, wie uw bedrijfsplan leest en wat er in een bedrijfsplan staat. spelen: Voor deze oefening gebruikt u het gesprek op de vorige pagina. De adviseur heeft de tekst. U niet. U luistert naar de adviseur. U reageert. Wissel daarna van rol. Meeluisteren: Heeft u dit van de spreker gehoord? Zet een als u het hoort. Ik wil een beginnen. Waarom moet ik een bedrijfsplan maken? Wie leest mijn bedrijfsplan? Wat staat er allemaal in een bedrijfsplan? Een afsluiting van het gesprek 18

6. Praten over het maken van een bedrijfsplan Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een schoonmaakbedrijf beginnen. U wilt eigen baas zijn. U gaat alleen een bedrijf beginnen. U praat met een adviseur over het maken van uw bedrijfsplan. U vraagt advies over de rechtsvorm. Oefenen: Oefen het gesprek met iemand. Geef antwoord op de vragen van de adviseur. Lees uw tekst voor. Adviseur U wilt een schoonmaakbedrijf beginnen. Waarom wilt u ondernemer worden? Heeft u al nagedacht over een bedrijfsvorm? Gaat u alleen een bedrijf beginnen? Of samen met anderen? U Ik wil niet voor een baas werken. Ik wil eigen baas zijn. Nee, welke rechtsvorm adviseert u mij? Ik ga alleen een bedrijf beginnen. Dan adviseer ik een eenmanszaak. Dank u wel voor het advies. Graag gedaan en succes met uw ondernemingsplan. 19

6. Praten over het maken van een bedrijfsplan Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een schoonmaakbedrijf beginnen. U wilt eigen baas zijn. U gaat alleen een bedrijf beginnen. U praat met een adviseur over het maken van uw bedrijfsplan. U vraagt advies over de rechtsvorm. spelen: Voor deze oefening gebruikt u het gesprek op de vorige pagina. De adviseur heeft de tekst. U niet. U luistert naar de adviseur. U reageert. Wissel daarna van rol. Meeluisteren: Heeft u dit van de spreker gehoord? Zet een als u het hoort. Ik wil niet voor een baas werken. Ik wil eigen baas zijn. Welke rechtsvorm adviseert u mij? Ik ga alleen een bedrijf beginnen. Dank u wel voor het advies. 20

7. Informatie vragen over branche en concurrentie Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een restaurant beginnen in Deventer. U praat met een adviseur. U heeft nog geen marktonderzoek gedaan. U vraagt hoe u marktonderzoek kunt doen. Oefenen: Oefen het gesprek met iemand. Geef antwoord op de vragen van de adviseur. Lees uw tekst voor. Adviseur Goedemorgen, u wilt een bedrijf beginnen? Waar wilt u uw bedrijf straten? In Deventer zijn al veel restaurants. Heeft u al marktonderzoek gedaan? Ja, dat is zeker belangrijk. U moet onderzoeken of u genoeg klanten kunt krijgen. Ja, ik wil een restaurant beginnen. U Ik wil een restaurant beginnen in Deventer. Nee, dat heb ik nog niet gedaan. Is dat belangrijk? Hoe moet ik dat doen? U moet onderzoeken hoeveel concurrenten er zijn. En u moet onderzoeken of u met uw bedrijfsidee genoeg klanten kunt krijgen. Waar kan ik de informatie vinden? U kunt zoeken op internet bij uw branche. U kunt bijvoorbeeld zoeken op de site van de Kamer van Koophandel. Op de site van het bedrijfschap kunt u ook veel informatie vinden. Goed, dat zal ik doen. Bedankt voor de informatie. Geen dank en succes! 21

7. Informatie vragen over branche en concurrentie Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een restaurant beginnen in Deventer. U praat met een adviseur. U heeft nog geen marktonderzoek gedaan. U vraagt of dat belangrijk is. U vraagt hoe u marktonderzoek doet. spelen: Voor deze oefening gebruikt u het gesprek op de vorige pagina. De adviseur heeft de tekst. U niet. U luistert naar de adviseur. U reageert. Wissel daarna van rol. Meeluisteren: Heeft u dit van de spreker gehoord? Zet een als u het hoort. Ik wil een restaurant beginnen. Ik wil een restaurant beginnen in Deventer. Marktonderzoek, is dat belangrijk? Waar kan ik de informatie vinden? Een afsluiting van het gesprek 22

8. Informatie zoeken over de branche op internet Zoeken op internet (12) U zoekt informatie over uw branche op internet. U zoekt op de site van de Kamer van Koophandel. Kijk naar de plaatjes. Wat moet u allemaal doen? 1 Zet de plaatjes in de goede volgorde. 1. 2. 3. 23

A B C

8. Informatie zoeken over de branche op internet Zoeken op internet (12) U zoekt informatie over uw branche op internet. U zoekt op de site van de Kamer van Koophandel. Kijk naar de plaatjes. Wat moet u allemaal doen? 1 Zet de plaatjes in de goede volgorde. 1. 2. 3. 4. 5. 25

EM D O A B C

D E

9. Informatie lezen over branchegegevens Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of tekst (11) U zoekt informatie over de branche. Bekijk de grafieken. Geef antwoord op de vragen. Omcirkel het goede antwoord. 1 2 1 2 1 Vragen bij plaatje A Over welke branche krijgt u informatie? a. overzicht b. restaurants Hoeveel ondernemingen zijn er in deze branche? a. 13477 b. 69 Vragen bij plaatje B Over welke provincie krijgt u informatie? a. b. Noord-Holland Overijssel In welke maand zijn de meeste ondernemers gestart? a. b. september december Vragen bij plaatje C In welke maand is meer winst gemaakt? a. april b. oktober 28

9. Informatie lezen over branchegegevens Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of tekst (11) U zoekt informatie over de branche. Bekijk de grafieken. Geef antwoord op de vragen. Omcirkel het goede antwoord. 1 2 1 2 Vragen bij plaatje A Over welke branche krijgt u informatie? a. branche-overzicht b. restaurants c. cijfers Welke zin is waar? a. b. c. Het aantal restaurants blijft gelijk. Er zijn meer stoppers dan starters. Er zijn 69 ondernemers gestopt. Vragen bij plaatje B Over welke periode krijgt u informatie? a. juni t/m december 2009 b. januari t/m mei 2010 c. juni 2009 t/m mei 2010 Welke zin is waar? a. b. c. In juli waren de meeste starters. In december waren de meeste starters. In september waren de meeste starters. Vragen bij plaatje C 1 Kijk naar de grafiek. Welke zin is waar? a. b. c. In de horeca is in oktober meer winst gemaakt dan in april. In de horeca is in januari minder winst gemaakt dan in april. In de horeca in juli net zoveel winst gemaakt als in oktober. 2 Waar is in oktober meer winst gemaakt? a. b. c. in andere bedrijfstakken in de horeca er is geen verschil 29

A B C

10. Marktonderzoek doen Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of tekst (11) U wilt een bedrijf starten. U gaat onderzoek doen naar uw concurrenten en uw klanten. Lees de tekst van de website van de Kamer van Koophandel. Beantwoord de vragen. Omcirkel het goede antwoord. 1 2 3 Hoe heet onderzoek doen naar klanten en concurrenten? a. marktonderzoek b. klantenonderzoek Welke vraag hoort bij klantenonderzoek? a. b. Op welke doelgroep richt u zich precies? Wie zijn uw belangrijkste concurrenten? Welke vraag hoort bij concurrentieonderzoek? a. Waar komen uw klanten vandaan? b. Wat bieden uw concurrenten voor product of dienst? 31

10. Marktonderzoek doen Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of tekst (11) U wilt een bedrijf starten. U gaat onderzoek doen naar uw concurrenten en uw klanten. Lees de tekst van de website van de Kamer van Koophandel. Beantwoord de vragen. Omcirkel het goede antwoord. 1 2 3 4 Wat is marktonderzoek doen? a. onderzoek doen naar klanten en concurrenten b. onderzoek doen naar product of dienst c. onderzoek doen naar leeftijd en prijs Wat hoort niet bij klantenonderzoek? a. b. c. de leeftijd van de klanten de geldbesteding van uw klanten de verjaardag van uw klanten Wat hoort niet bij concurrentieonderzoek? a. het product of de dienst van uw concurrenten b. de kinderen van uw concurrenten c. de prijs van uw concurrenten Waarom is concurrentieonderzoek belangrijk? a. b. c. U kunt dan vrienden worden met uw concurrenten. U kunt zich dan onderscheiden van uw concurrenten. U kunt dan communiceren met uw concurrenten. 32

Marktonderzoek Klanten Om te bepalen hoe u uw product of dienst gaat verkopen, moet u weten wie uw klanten zijn. Met een klantenonderzoek brengt u uw potentiële klanten zo gedetailleerd mogelijk in beeld. Beantwoord vragen als: Op welke doe lgroep richt u zich precies? Welke leeftijd hebben uw klanten? Hoe en waar geven uw klanten hun geld uit? Waar komen uw klanten vandaan? Hoeveel klanten kunt u per jaar kunt bedienen? Concurrentie Meestal bent u niet de enige die een bepaald product of een bepaalde dienst aanbiedt. Daarom gaat u in een concurrentieonderzoek na wie uw concurrenten zjin en wat ze precies doen. Beantwoord daarbij in ieder geval de volgende vragen: Wie zijn uw belangrijkste concurrenten? Wat bieden uw concurrent voor product of dienst? Wat voor prijs vragen uw concurrenten? Hoe verkopen uw concurrenten hun producten of diensten? Als u weet wie uw concurrenten zijn en hoe zij op de klantbehoefte inspelen, kunt u bepalen hoe u zich onderscheidt van de concurrentie. Dat kan zijn door de producten die u levert, door uw imago of door uw communicatie met de klant.

11. Praten MET EEN DESKUNDIGE over branche en concurrenten Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een Thais restaurant beginnen in Zaandam. U praat met een adviseur over uw bedrijfsidee, uw branche en uw concurrentie. Oefenen: Oefen het gesprek met iemand. Geef antwoord op de vragen van de adviseur. Lees uw tekst voor. Adviseur U wilt een restaurant openen in Zaandam? In Zaandam zijn al veel restaurants. Weet u dat? Is het wel een goed idee om een restaurant in Zaandam te openen? Dus u denkt dat er veel klanten komen eten? U Ja, ik wil een Thais restaurant beginnen. Ja, dat weet ik. In Zaandam zijn al 39 restaurants. Er is nog geen Thais restaurant in Zaandam. Thais eten is erg lekker. Zeker, veel mensen houden van Thais eten. Hoe is uw prijs? Ik ben niet duur. Veel concurrenten zijn duurder. Ik denk dat u een goed bedrijfsidee heeft. U kunt dit allemaal in uw bedrijfsplan schrijven. Fijn, dank u wel! Ik zal een bedrijfsplan maken. 34

11. Praten MET EEN DESKUNDIGE over branche en concurrenten Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U wilt een Thais restaurant beginnen in Zaandam. U praat met een adviseur over uw bedrijfsidee, uw branche en uw concurrentie. In Zaandam zijn 39 restaurants. Er is nog geen Thais restaurant. U denkt dat veel mensen Thais eten lekker vinden en u bent niet duur. spelen: Voor deze oefening gebruikt u het gesprek op de vorige pagina. De adviseur heeft de tekst. U niet. U luistert naar de adviseur. U reageert. Wissel daarna van rol. Meeluisteren: Heeft u dit van de spreker gehoord? Zet een als u het hoort. Ik wil een Thais restaurant beginnen. In Zaandam zijn 39 restaurants. Er is nog geen Thais restaurant. Veel mensen houden van Thais eten. Veel concurrenten zijn duurder. Een afsluiting van het gesprek 35

12. Aantekeningen maken over branche en concurrentie - U wilt een taxibedrijf beginnen. U zoekt informatie over de branche op de site van de Kamer van Koophandel. U maakt aantekeningen. Kijk naar de plaatjes. Kies de goede antwoorden. 1 2 3 4 Plaatje A: Aantal ondernemingen: a. -59 b. 5999 Aantal starters: a. 25 b. 84 Plaatje B: Naam brancheorganisatie: a. Taxi b. KNV Taxi Website branchevereniging: a. b. taxi@knv.nl www.knv.nl 36

A B Brancheorganisatie In de branche Taxi zijn de volgende brancheorganisaties gevonden: Brancheorganisatie: KNV Taxi Organisatie KNV Taxi Beschrijving Contactinformatie Postadres Postbus 19365, 2500 CJ Den Haag Bezoekadres Spui 88, 2511 BT, Den Haag Telefoon 070-3751701 Fax 070-3751788 E-mail taxi@knv.nl Website http://www.knv.nl

12. Aantekeningen maken over branche en concurrentie - U wilt een taxibedrijf beginnen. U zoekt informatie over de branche op de site van de Kamer van Koophandel. U maakt aantekeningen. Kijk naar de plaatjes. Maak aantekeningen. 1 2 3 4 Plaatje A: Aantal ondernemingen: Periode: Ontwikkeling: Plaatje B: Omzet vervoer ten opzichte van andere bedrijfstakken in januari 2010: Plaatje C: 5 Winst vervoer ten opzichte van andere bedrijfstakken: 38

A B C

13. Personeel aannemen Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of tekst (11) U wilt personeel aannemen. Lees de tekst van de site van de Kamer van Koophandel. Beantwoord de vragen. Omcirkel het goede antwoord. 1 2 3 Waar gaat deze tekst over? a. personeelskosten b. loonkosten Waar hoort vakantiegeld bij? a. directe loonkosten b. indirecte loonkosten Hoelang moet u ziek personeel doorbetalen? a. 2 jaar b. 70% 40

13. Personeel aannemen Uitleg vragen bij een tekst (4) Informatie zoeken in een folder of tekst (11) U wilt personeel aannemen. Lees de tekst van de site van de Kamer van Koophandel. Beantwoord de vragen. Omcirkel het goede antwoord. 1 2 3 4 Personeel kost meer dan salaris. Hoeveel extra moet u rekenen? a. 70% b. 8% c. 30% Wat hoort niet bij directe loonkosten? a. salaris b. werknemersverzekeringen c. vakantiegeld Wat hoort bij Indirecte loonkosten? a. loonbelasting b. vakantiegeld c. reiskosten Welke verplichtingen heeft u naar ziek personeel? a. b. c. 1 jaar maximaal 70% salaris betalen. 2 jaar 100% salaris betalen. 2 jaar minimaal 70% salaris betalen. 41

Personeelskosten Personeel kost u meer dan alleen salaris. U moet er rekening mee houden dat de personeelskosten ongeveer 30% hoger zijn dan het brutoloon. De personeelskosten bestaan uit: 1. Directe loonkosten Dit zijn salaris, vakantiegeld, winstuitkeringen en provisies. Een werknemer heeft recht op minstens het minimum(jeugd)loon en vakantiegeld van minimaal 8% van het bruto jaarsalaris. In sommige bedrijfstakken moet u zich houden aan de voorwaarden die in een CAO zijn afgesproken. 2 Indirecte loonkosten Dit zijn onder meer pensioen, reis- en onkostenvergoedingen. 3. Verplichte premies en bijdragen Als u personeel in dienst hebt, dan moet u loonheffingen afdragen (loonbelasting/premie volksverzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en premies werknemersverzekeringen). Loon doorbetalen bij ziekte U moet maximaal 2 jaar minimaal 70% van het laatste loon doorbetalen aan zieke werknemers. Vaak is in CAO s vastgelegd dat het om 100% gaat. U kunt zich tegen de financiële gevolgen hiervan verzekeren.

14. Praten met een deskundige over personeel aannemen Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U praat met een adviseur over personeel aannemen. U vertelt waarom u personeel wilt aannemen. U vraagt welke verplichtingen u allemaal heeft. Oefenen: Oefen het gesprek met iemand. Lees uw tekst voor. Adviseur Gaat u personeel aannemen? Wilt u vast personeel? U moet uw personeel salaris betalen. Ja, dat moet. En u moet ook vakantiegeld betalen. U Ja, ik neem personeel in dienst omdat ik het werk niet alleen kan. Ik wil eerst informatie over mijn verplichtingen. Moet ik ziek personeel ook doorbetalen? En wat moet ik nog meer betalen? U moet ook werknemersverzekeringen betalen. Heb ik nog meer verplichtingen? U moet de loonadministratie bijhouden en uw personeel elke maand een loonstrookje geven. Dat kost dus extra tijd. Daar moet u rekening mee houden. Goed, ik zal er nog eens goed over nadenken. Bedankt voor de informatie. 43

14. Praten met een deskundige over personeel aannemen Informatie vragen aan iemand die u niet kent (2) Uitleg vragen in een gesprek (3) Begrijpen (5) Hoe zeg je dat? (6) U praat met een adviseur over personeel aannemen. U wilt personeel aannemen om dat u het werk niet meer alleen kunt. U wilt informatie over uw verplichtingen.u vraagt of u ziek personeel moet doorbetalen. U vraagt wat u nog meer moet betalen. U vraagt of u nog meer verplichtingen heeft. spelen: Voor deze oefening gebruikt u het gesprek op de vorige pagina. De adviseur heeft de tekst. U niet. U luistert naar de adviseur. U reageert. Wissel daarna van rol. Meeluisteren: Heeft u dit van de spreker gehoord? Zet een als u het hoort. Ik neem personeel in dienst omdat ik het werk niet meer alleen kan. Ik wil informatie over mijn verplichtingen. Moet ik ziek personeel doorbetalen? Wat moet ik nog meer betalen? Heb ik nog meer verplichtingen? Een afsluiting van het gesprek. 44

antwoordblad 2. Een bedrijfsplan maken 1 b 2 a 3 b 2. Een bedrijfsplan maken 1 c 2 b 3 a 4 c 5 c 6 a 3. Een bedrijfsidee opschrijven Bespreek deze opdracht met de docent. 8. Informatie zoeken over de branche op internet 1 b 2 c 3 a 8. Informatie zoeken over de branche op internet 1 c 2 a 3 c 4 e 5 b

9. Informatie lezen over branchegegevens Plaatje A 1 b 2 a Plaatje B 1 b 2 a Plaatje C 1 b 9. Informatie lezen over branchegegevens Plaatje A 1 b 2 b Plaatje B 1 a 2 b Plaatje C 1 a 2 b 10. Marktonderzoek doen 1 a 2 a 3 b 10. Marktonderzoek doen 1 a 2 c 3 b 4 b

12. Aantekeningen maken over branche en concurrentie A. Aantalondernemingen: 5999 Aantal starters: 25 B. Naam branchevereniging: KNV Taxi Website branchevereniging: www.knv.nl 12. Aantekeningen maken over branche en concurrentie A. Aantal ondernemingen: 5999 Periode: December 2009 Ontwikkeling: -59 B. Omzet vervoer ten opzichte van andere bedrijfstakken in januari 2010: gelijk/hetzelfde/geen verschil C. Winst vervoer ten opzichte van andere bedrijfstakken: kleiner/minder 13. Personeel aannemen 1 a 2 a 3 a 13. Personeel aannemen 1 c 2 b 3 c 4 c