02. Vaststelling verslag 18 maart 2016 Er zijn geen vragen of opmerkingen en de voorzitter stelt het verslag van 18 maart 2016 ongewijzigd vast.

Vergelijkbare documenten
Veiligheidsbureau VRHM, Peter Kessels Voorstel t.b.v. Algemeen Bestuur Datum: 30 juni Informatief H. Meijer (VD) - Datum: -

Voortgangsbericht projectopdrachten en voortgang Strategische Agenda Versterking Veiligheidsregio's

Convenant project Informatieveiligheid

Convenant programma Geo

Convenant project Informatieveiligheid

RAPPORTAGE STRATEGISCHE AGENDA VERSTERKING VEILIGHEIDSREGIO S

Samenvatting projectplan Versterking bevolkingszorg

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Bestuurlijke Eindrapportage. Project Kwaliteit en Vergelijkbaarheid

mêê^w9êêsěľb^ėě Brandweer

Met inachtneming van de gemaakte opmerkingen stelt de voorzitter het verslag van 27 mei 2016 vast.

Programma Transport en veiligheid Zuid-Holland

Addendum Beleidsplan Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland

STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND

Bundel van de Bestuurscommissie Veiligheid, reguliere vergadering. van 16 november 2018

Bundel van de Bestuurscommissie Veiligheid, reguliere vergadering. van 8 februari 2019

Conclusies Inspectie De Inspectie heeft zich in haar onafhankelijke onderzoek gefocust op de lokale

Beslisnotitie Veiligheidsregio Hollands Midden

111 e iii 0 Grootschalige publieksevenementen en Nationale Evenementen

1. Samenvatting voorstel Op 8 juni 2018 vonden de vergaderingen van het Veiligheidsberaad en het Algemeen Bestuur IFV plaats.

dekken. Het veiligheidsniveau geeft dus weer WAT het bestuur van de organisatie verwacht. De bestuurlijke uitgangpunten geven hier invulling aan.

03. Ingekomen en verzonden stukken Er zijn geen vragen of opmerkingen met betrekking tot het overzicht van ingekomen en verzonden stukken.

Factsheet project Versterking bevolkingszorg tbv organisatie interregionale bijeenkomsten

Raadsmededeling - Openbaar

Bundel van de Bestuurscommissie Veiligheid, reguliere vergadering. van 9 juni 2017

Bijlage 4 Begroting 2016 Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

Programma : (2) Openbare Orde en Veiligheid en (6) Welzijn Portefeuillehouder : E.J. ter Keurs, D.A. Fokkema

Agendapunt 7 Onderwerp. consultatie LMO Datum 12 mei 2015 Aan Van Telefoon adres. Algemeen bestuur VRGZ Dagelijks bestuur.

Genodigde(n): mevrouw A. Raaphorst (VenJ), mevrouw J.M. Wilkinson (LMO).

Softclosure t/m oktober 2016

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA Den Haag

B. Stuurgroep Vervoerregio, 18 september 2014


Samenwerking door veiligheidsregio's

Gemeenteraden in Noord-Holland Noord. Geachte leden van de raad,

Doorontwikkeling Toezicht Nationale Veiligheid

Beleidsnotitie Gemeentelijke Crisisbeheersing 2.0

: 23 en 24 juni 2014 : 7 juli : dhr. C.L. Jonkers : J. van Delden

Overzicht inkomende en uitgaande stukken

Algemeen Bestuur. Veiligheidsregio Groningen UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2016 VRG: Algemeen: Ontwikkelingen 2016: Agendapunt 6

Koers en werkprogramma

Veiligheidsregio in vogelvlucht. Jos Stierhout

Presterend Vermogen. Veiligheidsregio. September 2016 Project K&V Tijs van Lieshout

Convenant Versterking Samenwerking Verkeer en Vervoer

Akkoord / Niet akkoord / Anders nl.

Samenvatting projectplan Continuïteit van de Samenleving

Gemeente Langedijk. Voorstel aan de raad

De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus AG Hoofddorp

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 20 mei 2011 Betreft Beleidsreactie natuurbranden

Datum 12 december 2017 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat de bouwplaats moskee in Enschede is besmeurd met varkensbloed

Checklist. Informatievoorziening. Grote Projecten

Tegen de achtergrond hiervan zijn de minister van BZK en het dagelijks bestuur van het KBB i.o. het volgende overeengekomen.

B en W. nr d.d

Realisatie Fietsbrug over de Gaasp langs de A9

Governance [GOVERANCE IN DE VNOG] Noord- en Oost- Gelderland

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

Vergadering van De commissie Onderzoek van de Rekening. 15 april 2009 COR Status verslag Concept. de heer Romijn

Sector/stafafdeling: Ter behandeling in de vergadering van: de commissie Samenleving d.d. 3 april 2019 de Raad d.d. 26 maart 2019

Evaluatie Wet veiligheidsregio's (2135): projectbeschrijving

1. INLEIDING. Pagina 2 van 7

Verslag AB Veiligheidsberaad d.d. 28 november 2014

De belangrijkste vragen én antwoorden op een rij over vliegen met drones

Datum: Informerend. Datum: Adviserend. 15 februari 10 mei 6 juli 2017

Aan de raad AGENDAPUNT NR. 6. Doetinchem, 13 december 2017 ALDUS VASTGESTELD 21 DECEMBER Doorontwikkeling regionale samenwerking Achterhoek

Reactie op rapport loov en ADD over ICMS

Provinciale Staten van Noord-Holland. Voordracht 64

METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG

Nationale crisisbeheersing en CIMIC. Prof. dr. Rob de Wijk Directeur HCSS en HSD Hoogleraar IB Leiden

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3)

VOORSTEL VOOR HET AB. Datum AB vergadering: 21 maart Agendapunt: 3. Portefeuillehouder: De heer Wolfsen. Onderwerp: Ingekomen stukken

Datum raadsvergadering 10 maart 2016

VERSLAG RUD UTRECHT 2.0

Intern Besluitvormingsproces ROAZ regio AMC/VUmc. Ter vaststelling op 19 juni 2015

METROPODIREGIO AMSTERDAM

GEMEENTE BOEKEL. Onderwerp : Regionaal arbeidsmarktprogramma AgriFood Capital Werkt! en Werkbedrijf Noordoost Brabant

Naam portefeuillehouder: Naam behandelend ambtenaar: Telefoon behandelend ambtenaar: behandelend ambtenaar: Uitvoeringsagenda Achterhoek

SPOORBOEKJE Bestuurlijke Besluitvorming. MIRT Verkenning Haaglanden Infrastructuur en ruimte

Plan van aanpak aanvulling Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland in verband met aansluiting gemeenten in de Rijnstreek

Landelijk Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail

AAN BURGEMEESTER & WETHOUDERS. Onderwerp: Fusie crisisorganisaties gemeente Brielle en Westvoorne. Besluit: Kenmerk:

CRO Luchthaven Rotterdam

In de volgende paragrafen volgt een nadere uiteenzetting van tijdstippen en besluiten,.

o~~çëîççêëíéä= jaar stuknr. Raad categorie/agendanr. stuknr. B. en W RA A 15 07/304

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, (t.a.v. J. van der Meer)

Aan: - DPG en - Leden BAC GHOR. Geachte DPG, geacht lid van de BAC GHOR,

Platformtaak volgens gemeente

Wethouder J. Coes. Voorstel Kennisname van het financieel overzicht over de maanden januari tot en met juli 2015 alsmede de prognose voor 2015.

ZAOV-overleg nader bepaald

: Stimuleringsprogramma de Samenhang op Scherp (SOS) Inhoudsopgave. Ontwerpbesluit pag. 3. Toelichting pag. 5

C2.ľ3b bö DIV.STAN Bv// FPc

Review op uitgevoerde risico-inventarisatie implementatie resultaatgerichte bekostiging

Strategische agenda Veiligheidsberaad

2. De beslispunten binnen het regionale en lokale beleidskader over te nemen, met uitzondering van de regionale beslispunten 1, 5 en 9.

Datum 2 november 2016 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat drie moskeeën zijn aangevallen

Verslag. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

Veiligheidsregio Fryslân. Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012

Sociale wijkzorgteams Den Haag

GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING AVRI

Transcriptie:

Vergadering: Veiligheidsberaad (VB) Locatie & datum: Veenendaal, 27 mei 2016 Algemeen 01. Opening en vaststelling agenda De voorzitter mevrouw Faber opent de vergadering en verwelkomt alle aanwezigen, in het bijzonder de heer Schoof. Zij meldt de ontvangen berichten van verhindering (de details en vervangingen staan aangegeven op de presentielijst die onderdeel uitmaakt van dit verslag). Ook meldt zij het aftreden van DB-lid Bijl in verband met zijn benoeming tot gedeputeerde in de provincie Drenthe. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 02. Vaststelling verslag 18 maart 2016 Er zijn geen vragen of opmerkingen en de voorzitter stelt het verslag van 18 maart 2016 ongewijzigd vast. 03. Ingekomen en verzonden stukken Er zijn geen vragen of opmerkingen met betrekking tot het overzicht van ingekomen en verzonden stukken. 04. Actualiteiten en mededelingen Er zijn geen vragen of opmerkingen met betrekking tot het overzicht van actualiteiten en mededelingen. De voorzitter vraagt ieders aandacht voor het vandaag tekenen van de convenanten Geo en Informatieveiligheid. De heer Aboutaleb tekent onder formeel voorbehoud, want zijn AB komt pas op 4 juni a.s. bijeen. De heer Crone heeft getekend met een, naar zijn zeggen, klein voorbehoud. Thematische verdieping 05. Terrorismegevolgbestrijding - D. Schoof / NCTV In zijn toelichting gaat de heer Schoof in op het huidige dreigingsbeeld en de betekenis daarvan voor de veiligheidsregio's (VR). Dit ook in het licht van de recent ontwikkelde handreiking (brochure) en de daarvan afgeleide werkdocumenten. Alle gezamenlijke inspanningen hebben tot doel om beter voorbereid te zijn op terroristische aanslagen. De kans op een aanslag in Nederland is reëel en daarom is het dreigingsniveau al geruime tijd 1/10

"substantieel". Maar het dreigingsbeeld is wel fors gewijzigd, drie jaar geleden was IS nog niet in beeld. Wel was er sprake van uitreizende jihadstrijders, de risico's ten aanzien van terugkeerders en van de terroristische beweging Al Nusra. Thans is IS heel dominant en is Al Nusra naar de achtergrond verdwenen. De dreiging van de zijde van Al Qaida is niet afgenomen. Volgens de nationale en internationale veiligheidsdiensten zijn er in Europa tal van "operatives" (zowel IS als Al Qaida) aanwezig, die in staat worden geacht tot het plegen van grootschalige aanslagen zoals die plaatsvonden in Parijs en Brussel. Daarnaast speelt het risico van de geradicaliseerde eenling (lone wolf). De veiligheidsinstanties zijn met alle ten dienste staande middelen paraat om aan terroristische dreigingen het hoofd te kunnen bieden, maar er is geen 100% garantie mogelijk ten aanzien van het voorkomen van aanslagen. In het aanslagenpatroon vallen verschuivingen waar te nemen, het palet qua type aanslagen is ingewikkelder geworden (bv. kans op vervolgaanslagen) en vereist(e) bij de veiligheidsdiensten aanpassing van de modus operandi. Het doel van aanslagen is het zaaien van angst en het ondermijnen van het vertrouwen in de samenleving en jihadisten proberen zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Daarom richt de DSI zich primair op het zo snel mogelijk uitschakelen van de terroristen en niet op het eerst consolideren van de ontstane situatie(s); de interventieconcepten zijn dus gewijzigd. Vooral voor betrokkenen in het bestuurlijke domein is het zaak om de veerkracht van de samenleving waar mogelijk te versterken. Deze veerkracht is namelijk van essentieel belang om de samenleving overeind te houden bij een calamiteit en om veerkrachtig te blijven bij het nemen van maatregelen zonder dat daarbij geweld wordt aangedaan aan de rechtstaat. De handreiking (brochure) is in nauwe samenwerking met tal van betrokkenen, waaronder de VR's, tot stand gekomen en gaat vooral in op het handelingsperspectief bij calamiteiten en het samenspel tussen nationale overheid en lokale overheid. Centraal uitgangspunt: de bestaande gezagslijnen worden niet doorbroken, lokaal en nationaal moeten een-op-een op elkaar zijn aangesloten, maar bij een terroristische aanslag krijgt de minister van VenJ wel enkele nationale bevoegdheden. Bij een aanslag zal er zowel lokaal als in Den Haag (ICCB / de heer Schoof & MCCB / de minister-president) opgeschaald worden en treedt het NKC (Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie) in werking. Want na een aanslag is communicatie essentieel; naast de aandacht voor crisisinterventie, hulpverlening en opsporing. In goed samenspel tussen lokaal en nationaal betrokken partijen, dienen evenwichtige en eenduidige communicatieboodschappen uit te gaan. Tot slot geeft de heer Schoof aan dat het speculeren over aanslagdoelen weinig zinvol is. Wel zal een terrorist altijd een doel kiezen waarbij het effect van de aanslag zo groot mogelijk is. Naast concentraties in de grote steden en op vervoersknooppunten (luchthaven, station e.a.) kan gedacht worden aan (grote) evenementen in de regio (Koningsdag, Vierdaagse, opendagen Defensie, nationale evenementen & manifestaties). In dergelijke gevallen is het zaak om direct de relatie(s) te leggen tussen de lokale overheid en de NCTV. Er zijn afspraken gemaakt over het aanschuiven van de NCTV bij de driehoek van de grote steden. Op die wijze wordt de link gelegd tussen het lokaal gezag en de rijksoverheid (incl. ICCB en MCCB). Vanuit de vergadering komen de volgende reacties en opmerkingen. De heer Houben merkt op dat uit de handreiking opgemaakt zou kunnen worden dat er van de VR's nog planvorming wordt verlangd. Oost Brabant heeft daar geen behoefte aan, men heeft (opgezet door de driehoek) een Programmaraad Jihadisme & Radicalisering. Dit betreft een regionale uitwerking van het NCTV actieplan 2014. Met behulp van versterkingsgelden heeft de VR vooral aandacht voor vroegsignalering en de verstoring van de samenleving na een aanslag. 2/10

De heer Kaiser geeft aan dat er tijdens een terrorismebestrijdingsoefening in Ede knelpunten zijn gesignaleerd bij de verantwoordelijkheidsverdeling tussen lokaal en nationaal. De wet gaat (momenteel) voorbij aan omstandigheden die zich in de (oefen)praktijk aandienen. De heer Aboutaleb herkent zich in de woorden van collega Kaiser. Ook bij trainingen in Rotterdam Rijnmond kwam het verschil tussen wet en praktijk aan de orde. Een nietterroristische calamiteit (havenbrand) met veel slachtoffers blijft een puur lokale verantwoordelijkheid, maar bij een bommelding tijdens de nieuwjaarsnacht speelt er plots een rijksverantwoordelijkheid. Zulke verhoudingen kloppen niet en verdienen aandacht. Al met minister Opstelten is hierover gesproken. Lokale en nationale verantwoordelijkheden moeten beter in balans gebracht worden. De heer Meijer vindt dat, tegenover de goede samenwerking met de NCTV (Koningsdag 2016), de thans uitgebrachte handreiking er wel erg ingewikkeld uitziet. Mevrouw Penn-Te Strake vraagt hoe het lokaal bestuur moet omgaan met de vraag van (grote) evenementorganisatoren of zij, gelet op terreurrisico, iets extra's moeten doen. De heer Schelberg attendeert op de risico's van aanslagen door ultrarechtse elementen; weliswaar kleinschalig van aard, maar wel op meerdere locaties (moskeeën). De heer Weerwind attendeert op het belang van goede en tijdige communicatie met de gemeenten over het wel of niet inzetten van veiligheidsdiensten op uiteenlopende hotspots, nadat elders een aanslag heeft plaatsgevonden (voorbeeld Brussel). In zijn reactie stipt de heer Schoof de volgende punten aan. Vroegsignalering Vroegsignalering is een belangrijk aandachtspunt tijdens de contacten met het lokale bestuur. Er is regelmatig overleg (SZW, BZ, VenJ, AIVD/NCTV) met gemeenten waar de vroegsignalering in het bijzonder speelt. Er worden versterkingsgelden ingezet voor een multidisciplinaire aanpak qua vroegsignalering en het komen tot een goede balans tussen preventie en repressie. Het is belangrijk om te voorkomen dat mensen radicaliseren, afreizen naar crisisgebieden evenals dat er een splitsing ontstaat in de samenleving (de islam is niet de oorzaak van het probleem). Ook wordt er gesproken met de federatie van moskeeën en via het contactorgaan moslims en overheid. Vergeleken met dreigingen vanuit klein-rechtse (Pegida) en linkse hoek is die vanuit jihadistische hoek vele malen groter. Natuurlijk wisselt de NCTV informatie uit met de gemeenten, maar de problematiek betreft vooral het domein van de openbare orde (lokaal gezag). Extra maatregelen bij evenementen Met evenementenorganisaties is afgesproken dat zij alert zijn op veiligheidsaspecten; men zet ook meer veiligheidspersoneel in en combineert dat vaak met voorzorgen die eerder, maar dan om andere (commerciële) redenen, werden getroffen (inspectie handbagage e.a.). Daarnaast hebben evenementen hun rampenplannen en die voorzien (grotendeels) in adequate hulpverlening, ongeacht de oorzaak van een calamiteit. Niemand weet waar en wanneer er een aanslag gepleegd zal worden en het is niet mogelijk om alles continu te beveiligen. Zodra er aanleiding is om de beveiliging te intensiveren zal dit ook worden gedaan. Gezagsverhoudingen De insteek is om elkaar niet voor de voeten te lopen en consequent te blijven redeneren vanuit het lokale gezag. De rol van de nationale overheid komt het scherpst tot uitdrukking bij de inzet van de DSI; de minister bepaalt de inzet van dodelijk geweld. Het kan voorkomen dat plotselinge situaties onder hoge tijdsdruk actie vereisen. Wellicht worden er dan eerst essentiële maatregelen getroffen en wordt vervolgens het lokale bestuur geïnformeerd. De precieze lijn van het gezag kan lastig zijn, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van 3/10

maatregelen die getroffen worden op basis van landelijke gelijkwaardigheid. Het goede contact tussen lokale en nationale overheden is steeds van cruciaal belang. Naar aanleiding van de opmerkingen van de heren Aboutaleb en Kaiser zal de heer Schoof nagaan waar "praktijk en wet" schuren en bezien wat er verbeterd zou kunnen worden. Naar aanleiding van de opmerking van de heer Weerwind zal de heer Schoof nagaan waarom het NKC de VR's niet direct informeerde na de aanslag in Brussel en zal hij bezien wat er verbeterd zou kunnen worden. Wel is men bij bewaken en beveiligen heel voorzichtig met informatie, bijvoorbeeld om uitlokking/escalatie te vermijden. De voorzitter dankt de heer Schoof voor zijn bijdrage en attendeert alle voorzitters VR op de handreiking die (incl. bijlagen) onderdeel uitmaakt van de vergaderstukken. Ten aanzien van de complexiteit van de handreiking, merkt de heer Schoof op dat de regio Haaglanden een multidisciplinaire uitwerking heeft gemaakt en ter beschikking kan stellen. Verder zal de NCTV bezien in hoeverre de eerstvolgende update van de handreiking geoptimaliseerd kan worden mede naar aanleiding van de opmerkingen uit de vergadering. Besluitvormend 06. Strategische Agenda Versterking Veiligheidsregio's Onder het motto "Slimmer en effectiever organiseren" belicht de heer Van Mourik de actuele stand van zaken met betrekking tot de zes projecten die uitgevoerd worden in het kader van de Strategische Agenda. Hij stipt daarbij de volgende punten aan. Alle 25 VR's werken samen bij de realisatie van de zes projecten. Drie projecten worden samen met VenJ uitgevoerd: Water & Evacuatie, Stralingsincidenten en Continuïteit van de samenleving. Daarnaast werden drie projecten geprioriteerd door het VB: Kwaliteit & vergelijkbaarheid, Bevolkingszorg en Bovenregionale coördinatie. Via VenJ is het VB verbonden met drie andere departementen: I&M, EZ en VWS. Centraal staat het versterken van de (operationele) uitvoeringskracht van de VR's. Vanuit de ketenbenadering worden nieuwe coalities aangegaan, bijvoorbeeld met waterschappen, Defensie en de overige kolommen. Na het aangaan van convenanten is het nu tijd voor uitwerking, samenwerking en oefenen. Ten aanzien van de individuele projecten belicht de heer Van Mourik de volgende zaken. Project Water & evacuatie. Vooral het element van 'samenredzaamheid' is interessant. Met het aanboren van maatschappelijke vitaliteit zullen burgers medeburgers gaan helpen. Gemeenten en VR's faciliteren en ondersteunen en benutten de kracht die in de samenleving aanwezig is. Over evacuatie merkt de heer Van Mourik op dat vooral bovenregionale evacuatieplannen schaars zijn; er is weinig ervaring met grootschalige evacuaties. Samenwerking met netwerkpartners is vereist, want de VR's kunnen grootschalige evacuaties niet alleen organiseren. Project Continuïteit van de samenleving. Hierbij gaat het over dreigende verstoring of uitval van vitale voorzieningen zoals gas, water, elektra en telecom. Samen met de ketenpartners wordt toegewerkt naar het opzetten van interregionale netwerken en het vervolgens eenduidig en samenhangend maken van de crisisstructuren. De eerder afgesloten convenanten moeten doorontwikkeld worden en leiden tot verbeteracties en tot concrete samenwerkingsafspraken. Project Stralingsincidenten. Dit thema is actueel voor alle VR's, vanwege de jodiumprofylaxe en de recente brief van de ANVS over de zogenoemde B-objecten (174 in NL). Vijftien à zestien VR's hebben hiermee te maken. 4/10

Centraal staat het streven om tot helderheid te komen ten aanzien van de verdeling van verantwoordelijkheden; dat betreft momenteel maar liefst 31 (!) autoriteiten. Project Kwaliteit & vergelijkbaarheid. De Wet veiligheidsregio's geeft aan, dat VR's aan kwaliteitsontwikkeling en kostenvergelijking moeten doen. Het VB zal zich jegens de minister moeten uitspreken over de wijze waarop invulling gegeven wordt aan dit wetsartikel. Alle VR's hebben ingestemd met externe visitatie op basis van een zelfevaluatie. De voorzitter van de visitatiecommissie doet aan de regionale veiligheidsbesturen verslag van de bevindingen. De kostenvergelijking is gestart, maar lastig vanwege de grote regionale verschillen qua (administratieve) inrichting van de VR's. Project Versterking bevolkingszorg. De basis voor dit project is het rapport "Bruinooge II" en de nadruk wordt gelegd op de implementatie van de aanbevelingen in dat rapport. Met alle gemeenten vonden inmiddels gesprekken plaats en er zijn veel best practices. Die moeten beter ontsloten worden en waar knelpunten zijn, worden deze opgelost door een speciaal team. Bij dit project staan het monitoren van taken en de voortgang in kwaliteit centraal; dit gebeurt op basis van heldere prestatie-indicatoren. Deze indicatoren zijn universeel en staan daarom los van de wijze waarop de bevolkingszorg per gemeente feitelijk is georganiseerd. Project Bovenregionale coördinatie. Hierbij gaat het over de doorontwikkeling van de civielmilitaire samenwerking. Er zijn drie fasen gedefinieerd: 1. Bovenregionale operationele besluitvorming, 2. Oefenplan met simulaties en praktijkoefeningen en 3. Operationele gereedstelling; slim samen opleiden en trainen. Thans loopt Fase 1: hoe richt men de bestuurlijke besluitvorming in tussen Rijk, regio's en gemeenten en hoe gaat men om met prioriteiten en besluiten bij regio-overschrijdende incidenten. Bij alle zes projecten ligt de nadruk op de verbetering van de planvorming en op het komen tot een gezamenlijke "doctrine" (met ruimte voor regionale inkleuring). Alles overziend is het streven om te komen tot meer vakbekwaamheid, grotere slagkracht en het versterken van publiek-private samenwerking. De heer Van Mourik roept de VR's op om in de eigen veiligheidsbesturen regelmatig van gedachten te wisselen over de zes projecten, de actuele factsheets bieden daartoe een prima basis. Alle voorzitters wordt om aandacht gevraagd voor het onderdeel Visitatie en vergelijkbaarheid (project Kwaliteit en vergelijkbaarheid). Veel VR's hebben nog koudwatervrees om te worden vergeleken. De visitatiecommissie bestaat uit "critical friends" en het doel is om van elkaar te kunnen leren, te kunnen verbeteren en te kunnen verantwoorden. Het project Versterking bevolkingszorg verdient aandacht van alle regio's. De zichtbaarheid van de oranje kolom moet verbeterd worden en het is belangrijk om 1 à 2 maal per jaar aan de hand van de prestatie-indicatoren (Bruinooge II) te zien hoe de eigen VR ervoor staat. Eind 2016 komt de ambtelijke stuurgroep (Gelton, Van Mourik en Zaal) met een voorstel voor het borgen, beheren en onderhouden van de projectresultaten. Vanuit de vergadering komen de volgende reacties en opmerkingen. VUMC organiseert dit najaar een congres over de recente wateroverlast als gevolg van de leidingbreuk; interessant voor de VR's vanuit de PPS-optiek. Eerst nagaan wat er al in de regio's gebeurt ten aanzien van zelfredzaamheid alvorens te starten met een nieuw strategisch project. Eerst de zes lopende projecten succesvol afronden alvorens met iets nieuws te beginnen. Zelfredzaamheid is belangrijk en de Strategische Agenda moet een dynamisch karakter hebben. 5/10

Eerst meer onderbouwing aanleveren voordat er wordt besloten om zelfredzaamheid toe te voegen als nieuw strategisch project. Nu al wordt er gesproken in termen van richtlijnen bij zelfredzaamheid; de huidige samenleving vereist wellicht andere denkkaders, stelsels en een nieuwe aanpak. Op diverse plaatsen in het land vinden manifestaties plaats rondom het thema zelfredzaamheid. Goed kijken wat er op het vlak van de domotica al gebeurt, er zijn reeds tal van PPSinitiatieven. In zijn reactie geeft de heer Van Mourik aan dat met de Strategische Agenda wordt beoogd om steeds vooruit te denken en in het AB/VB van 18 maart jl. is uitgesproken dat het thema zelfredzaamheid past in die gedachte. De directeuren VR hebben inmiddels contact gehad met de witte en de rode kolom en ook vanuit die hoek wordt de importantie van het thema onderschreven; juist gelet op de lijn om vanuit risicobeheersing naar risicogerichtheid te groeien (stimuleren van de veiligheidscultuur en van partijen in de samenleving). Omdat er in het land al veel gebeurt, stellen de directeuren voor om door middel van vooronderzoek te inventariseren wat er al is; met daarbij aandacht voor knelpunten. Het gaat om een belangrijk vraagstuk dat de gemoederen in de komende 20 à 30 jaar sterk zal bezighouden en het VB zou op die ontwikkeling moeten inspelen. Besluit: De voorzitter concludeert dat de voortgang van de zes huidige projecten helder is en de instemming heeft van de vergadering. Zij roept de voorzitters VR op om de ontwikkelingen ook in de eigen veiligheidsbesturen te bespreken. Met betrekking tot de inhoudelijke uitwerking van het thema zelfredzaamheid memoreert de voorzitter het akkoord op toevoeging van het thema aan de Strategische Agenda en wordt afgesproken dat eerst wordt geïnventariseerd wat er allemaal al gebeurt op dit thema. De RDVR wordt verzocht om deze inventarisatie te verrichten en een nader voorstel te formuleren, inclusief begroting. 07. Bestedingsvoorstel werkbudget Veiligheidsberaad 2016-2019 De heer Aboutaleb vindt de lijn van het voorstel goed, maar is tegen het forse ondersteuningsbudget voor de managementraad Bevolkingszorg zoals dat thans wordt voorgesteld. De heer Hellegers schaart zich achter de woorden van collega Aboutaleb en merkt tevens op dat het werkbudget niet bedoeld is voor de dekking van structurele kosten. De heer Weerwind schaart zich achter de woorden van beide collega's en tevens vraagt hij waarom het budget voor de evaluatie van de Handreiking Evenementenveiligheid zo fors is verhoogd. Mevrouw Penn-Te Strake geeft aan dat de bijdrage voor 2016 niet is opgenomen in de begroting 2016 van haar VR, maar wel onderdeel uitmaakt van het begrotingsvoorstel 2017. De heer Bruinooge onderstreept het belang van het structureel gefinancierd krijgen van de managementraad Bevolkingszorg. In zijn reactie licht de heer Den Oudsten toe dat de financiering van de ondersteuning tot op heden op geïmproviseerde wijze plaatsvond. De ondersteuning van de managementraad Bevolkingszorg wordt niet rechtstreeks betaald vanuit de regio's. Het thans gevraagde bedrag is, voor de komende twee jaar, nodig om het project tot een goed einde te brengen. Het is van groot belang dat Bevolkingszorg op orde komt en de Inspectie geen nieuwe vragen stelt. Het thema vereist een centrale aanpak en daarbij hoort ondersteuning. Het DB heeft geen alternatieve dekkingsmogelijkheden kunnen vinden. Wanneer het project over twee jaar wordt afgerond zullen het structurele vervolg en de structurele financiering 6/10

opnieuw bezien worden. De heer Zaal vult aan dat de ondersteuning zich vooral op beleidsmedewerkers richt. De heer Den Oudsten zal zorgen voor een specificatie van het thans benodigde bedrag en vooralsnog zullen er geen verplichtingen worden aangegaan. Ten aanzien van de 50.000 euro voor Evenementenveiligheid licht de heer Zaal toe dat de oorspronkelijke 15.000 euro niet voldoende bleek om de gevraagde evaluatie te doen uitvoeren waarbij ook het Handboek Evenementenveiligheid wordt betrokken. Besluit: het onderdeel Ondersteuning managementraad Bevolkingszorg wordt aangehouden. Voor het volgende VB zal een onderbouwd voorstel geagendeerd worden, zodat duidelijk is wat er voor het gevraagde budget wordt gedaan en op welke wijze de ondersteuning in de toekomst structureel kan worden gefinancierd. Ook de financiering van het thema Zelfredzaamheid wordt aangehouden. Met de financiering van de evaluatie HEV (Evenementenveiligheid) is ingestemd. 08. Reddingsbrigade Nederland (financiering) Portefeuillehouder Scholten refereert aan het (heldere) besluit in het VB van juni 2015. Inmiddels is er landelijk discussie over het mogelijk opheffen van het onderdeel Crisisbeheersing van de Reddingsbrigade NL en werd er een Kamermotie aangenomen. Helaas is er een onjuiste beeldvorming ontstaan over het gehele voortbestaan van de brigade, maar feitelijk staat dat niet ter discussie. De tot nu toe door VenJ verstrekte financiering loopt af en betrof drie elementen: C2000, onderhoud van de reddingsvloot en de financiering van beleidswerkzaamheden voor de crisistaak (fte's & overhead). Inmiddels hebben de DB-leden Scholten en Noordanus met de minister gesproken en voorgesteld om onderzoek te doen naar de meerwaarde van die crisistaak. In afwachting van die uitkomsten zou 2017 als overgangsjaar beschouwd kunnen worden (50/50 gefinancierd door VenJ en VB). De heer Brok wil graag meedenken over modaliteiten voor het in stand houden van brigadetaken. Hij kan instemmen met het voorstel van de portefeuillehouder. De heer Crone zet vraagtekens bij de opgevoerde crisisbeleidstaak, een kostenpost van 450.000 euro roept de vraag op wat de brigade daar precies voor doet. Tevens dient er voor precedenten gewaakt te worden. De heer Aboutaleb memoreert het overleg van de regioburgemeesters met de minister over dit 'secundaire' onderwerp, er zijn toch belangrijker zaken die de aandacht vereisen. Hij is tegen de oplossing van de portefeuillehouder; geen onderzoek en het departement financiert de Reddingsbrigade. Het DB moet terug naar de minister; het Rijk splitst de gemeenten tal van taken in de maag. De heer Van Aartsen sluit zich aan bij de woorden van collega Aboutaleb. Mevrouw Penn-Te Strake betwijfelt of een onderzoek zal leiden tot een ander standpunt van het VB. De heer Van Zanen is principieel tegen de inzet van Bdur-gelden voor de financiering van de taken in kwestie. In zijn reactie geeft de heer Scholten aan, de gemaakte (kritische) opmerkingen te delen. Terecht kunnen er grote vraagtekens gezet worden bij de inzet van de brigade in het kader van landelijke crisisbeheersing. Maar hij wil graag op inhoud aan de minister en het VB kunnen uitleggen hoe en waarom er veranderingen dienen plaats te vinden met betrekking tot de crisistaak van Reddingsbrigade NL. Samen met de minister is een overgangsjaar gedekt en begin 2017 zullen de onderzoeksresultaten worden opgeleverd. 7/10

Besluit: afgesproken wordt dat er, grotendeels in eigen regie, een onderzoek uitgevoerd zal worden naar de behoefte van de VR's op het terrein van de waterhulpverlening, de rol daarin van de Reddingsbrigade NL evenals naar de financiering van de crisistaak van de brigade. Begin 2017 zullen de onderzoeksresultaten worden opgeleverd. 09. Grootschalig Brandweer Optreden en Specialistisch Optreden De heer Aboutaleb is niet te spreken over het voorstel en de voorafgaande gang van zaken. In het voorstel wordt voorbijgegaan aan het veiligheidsbelang van grootschalige industriële complexen, bijvoorbeeld die in de regio Rotterdam Rijnmond. Het is onverstandig om zulke grote risico's te negeren. Het voorstel is slecht, onbeargumenteerd en dient te worden teruggenomen. Wanneer de gedachte postvat dat de grootste risico's elders liggen dan moet het grootste korps zich, met inbegrip van alle consequenties, op die plaats(en) concentreren. De heer Zaal geeft aan dat het geenszins de bedoeling is om voorbij te gaan aan de risico's ten aanzien van (grote) industriële complexen. Er is sprake van diverse specialismen en het voorstel is om te starten met het specialisme natuurbranden. Van de circa 12 Grip3/4 situaties per jaar, gaat het in 75% van de gevallen om natuurbranden en verhoudingsgewijs is er in natuurgebieden veel (vitale) infrastructuur aanwezig. De heer Meijer neemt afstand van een competentiediscussie die volgens hem dreigt te ontstaan. Graag hoort hij de visie van de portefeuillehouder en/of de voorzitter van de managementraad Brandweer. De heer Kaiser bevestigt de steun van de regio Gelderland voor het voorstel en doet in de richting van collega Aboutaleb een beroep op de solidariteitszin. Via het thans gepresenteerde voorstel komt specialistische kennis generiek beschikbaar en alle regio's kunnen daar hun voordeel mee doen; juist ten bate van de veiligheid van alle burgers. Op verzoek van de voorzitter licht de heer Wevers toe dat er nu goed is onderzocht welke specialismen in Nederland voorhanden zijn. Het gaat over: technische hulpverlening, natuurbrandbestrijding, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen en over logistieke samenwerking. Natuurbranden zijn vaak regio-overschrijdend; componenten die onderdeel uitmaken van de Rotterdamse zorgen zitten wel degelijk in de drie specialismen naast natuurbrandbestrijding. Daarnaast doen de risico s voor natuurbranden zich voor alle regio s op hetzelfde moment voor. Dat vereist een aparte benadering. De heer Houben steunt het voorstel, de plannen zijn opgesteld in nauwe afstemming met de raad van brandweercommandanten (RBC). De heer Den Oudsten vindt dat het niet specifiek benoemen van industriële complexen, het voorstel niet degradeert tot een slecht voorstel. Het is een evenwichtig voorstel dat inzoomt op GBO en SO en daarop worden werkwijzen uitgezet. Qua categorisering zou het VB naar een 'ranking' kunnen kijken en bezien of (grote) industriële complexen aanvullende ondersteuning en/of maatregelen (processen) behoeven. Besluit: het voorstel wordt aangehouden. De in meerderheid positieve houding ten aanzien van het voorstel is groot, maar de opmerkingen vanuit Rotterdam Rijnmond zijn indringend. Niet op de inhoud van het voorstel, maar gelet op de verhoudingen wordt besloten om even pas op de plaats te maken, met ruimte voor gesprek met Rotterdam Rijnmond. 10. Heroriëntatie Bestuurlijke Adviescommissies De heer Hellegers betreurt dat het onderwerp via een omweg alsnog wordt geformaliseerd. De heer Houben onderstreept het belang van aandacht voor het thema crisisbeheersing. Besluit: akkoord conform het voorstel, waarbij de voorzitter benadrukt dat het DB alert blijft ten aanzien van een zo pragmatisch mogelijke aanpak. 8/10

Meningvormend 11. LMO - Heroriëntatie Portefeuillehouder Lenferink licht toe dat de VR's gezamenlijk gaan werken aan de tien meldkamerlocaties. Op landelijk niveau zal gewerkt worden aan informatievoorziening, multiintake en aan het nieuwe meldkamersysteem. Qua financiering is het bekend dat het ministerie een taakstelling van 50 miljoen euro heeft ingeboekt. De besparingsopties betreffen niet alleen de samenvoegingen. De lijn die nu wordt uitgezet voorziet in een, door de VR's op te stellen, businesscase (vanzelfsprekend zo zuinig mogelijk). Deze businesscase zal vervolgens extern getoetst worden en bij een positieve beoordeling resulteert dat in een voor alle partijen gewaarmerkte uitkomst. Het bedrag dat in 2020 wordt uitgegeven aan de nieuwe meldkamer wordt vervolgens, met inbegrip van de gerealiseerde besparingen, overgedragen aan het Rijk. Daarmee wordt het ministerie verantwoordelijk voor de dan nog resterende taakstelling. De heer Lenferink memoreert dat er tijdens de vorige bespreking kritiek was vanuit het VB op de formulering van het onderdeel Financiën. Recent is er met de betrokken partijen een scherpere formulering opgesteld en deze zal aan alle besturen toegezonden worden. De heer Weerwind vraagt de portefeuillehouder om te bevestigen dat er voor de VR's geen taakstellingen zullen resteren. De heer Crone memoreert dat de samenvoeging in het Noorden reeds is voltooid en er dus geen (verdere) besparingsmogelijkheden meer zijn. In zijn reactie geeft de heer Lenferink aan dat de VR's gebonden zijn aan de taakstellingen die in de businesscase worden opgenomen; de redelijkheid van de opgevoerde besparingen zal extern getoetst worden. Besluit: de notitie wordt voor kennisgeving aangenomen en de beslisnotitie wordt nog aan de VR's voorgelegd in een schriftelijke consultatie. 12. Discussienotitie Verdeelsleutel collectieve inspanningen De heer Lenferink memoreert de steeds terugkerende discussies over te hanteren verdeelsleutels bij collectieve inspanningen. Omdat er diverse manieren zijn om gezamenlijke kosten te verdelen, is het voorstel om de verdeelsleutels te inventariseren alvorens een definitief voorstel later dit jaar ter besluitvorming voor te leggen aan het VB. De heer Brok ziet graag dat er spoedig toegewerkt wordt naar een definitief voorstel en er een streep kan worden gezet onder steeds terugkerende discussies. Mevrouw Penn-Te Strake geeft aan dat haar VR graag met één verdeelsleutel werkt, daarbij gaat de voorkeur uit naar variant 2. Voor de indexering gaat de voorkeur uit naar de methode op basis van de werkelijke verhouding tussen lonen en prijzen. De heer Weerwind vraagt of de werkgroep Finance & Control naar de voorstellen heeft gekeken; gaarne een advies van deze werkgroep. De heer Crone is voorstander van variant 2 en vraagt zich af of het echt zo ingewikkeld is om ook de bestaande verdelingen (geleidelijk) aan te passen. De heer Bruinooge schaart zich achter woorden van collega Brok en heeft voorkeur voor variant 2; het VB moet nu eindelijk eens af van de discussies over incidentele gevallen. De heren Broertjes en Meijer zijn voorstander van variant 2 en adviseren om de systematiek zo eenvoudig mogelijk te houden In zijn reactie stipt de heer Lenferink aan dat vooralsnog de mogelijkheid wordt opengehouden om het vaste bedrag te hanteren voor situaties waarin het niet uitmaakt of de 9/10

VR groot of klein is. Zodra het voorstel concreet is zal de reactie van de grote regio's duidelijk worden. In het definitieve voorstel zal een concrete index opgenomen worden. Het advies Besluit: Optie (variant) 2 wordt nader uitgewerkt en geagendeerd voor besluitvorming in het VB. De RDVR wordt om advies gevraagd rond de wijze van indexering. Consequenties om bestaande verdeling van kosten langs dezelfde verdeelsleutel uit te voeren zullen inzichtelijk worden gemaakt. Het netwerk Finance & Control wordt om advies gevraagd voordat het definitieve voorstel wordt doorgeleid naar een volgende vergadering van het VB. Informerend 13. Meerjarenfinanciering programma Informatievoorziening Besluit: de notitie wordt voor kennisgeving aangenomen. Sluiting De voorzitter dank de aanwezigen voor hun inbreng, sluit de vergadering van het VB af en nodigt de leden uit voor de vergadering van het IFV die aansluitend zal plaatsvinden. 10/10