DE GROTE VERKEERSTOETS Verkeerstekens Lesfiche 5 e LEERJAAR Lesdoel De leerlingen leren de betekenis van de voor hen relevante verkeersborden (gebodsborden, verbodsborden, aanwijzingsborden en gevaarsborden) via verschillende spelletjes. Eindtermen 4.15 Leerlingen beschikken over voldoende reactiesnelheid, evenwichtsbehoud en gevoel voor coördinatie en ze kennen de verkeersregels voor fietsers en voetgangers, om zich zelfstandig en veilig te kunnen verplaatsen langs een voor hen vertrouwde route. Organisatie en materiaal Organisatie: Zet de banken in vier groepen voor hoekenwerk. Materiaal dat je op www.verkeerstoets.be kunt downloaden en afprinten: borden om de leerlingen in groepen te verdelen; 2 x domino; 2 x memory; overzichtsblad aanwijzingsborden; ganzenbord + opdrachtenkaartjes (fotovragen en vraagtekenvragen); overzichtsblad verbodsborden; verbodsborden voor de quiz. Materiaal dat je zelf moet voorzien: 3 timers; dobbelsteen. Beginsituatie De les Verkeerstekens is de eerste themales in de leerlijn van De Grote Verkeerstoets. De leerlingen maken in hoekenwerk op een speelse manier kennis met de gevaarsborden, verbodsborden, gebodsborden en aanwijzingsborden. De categorie voorrangsborden komt in de volgende les uitgebreid aan bod. De volledige leerlijn bestaat uit zeven themalessen. Na elke les kun je oefenvragen over het behandelde thema activeren op www.verkeerstoets.be. www.verkeeropschool.be
Instapfase Verdeel de leerlingen in vier groepen door in de klas van elk soort verkeersborden vijf (kan variëren naargelang het aantal leerlingen in je klas) afgeprinte verkeersborden te verstoppen. Op het startsein mogen de leerlingen allemaal één verkeersbord zoeken. Als ze een bord gevonden hebben, gaan ze op zoek naar medeleerlingen met verkeersborden van dezelfde soort en zetten ze zich samen. Laat elke groep uitleggen waarom ze denken dat zij bij elkaar horen. Laat ze vertellen over de vorm, kleur, en afbeelding van hun verkeersborden. Deel de opdrachtenfiche van de gevaarsborden uit aan de groep die de gevaarsborden in de klas gevonden heeft, die van de verbodsborden aan de groep die de verbodsborden gevonden heeft, enzovoort. TIP: Je kunt de leerlingen ook warm maken voor het thema door voor te lezen uit het boek De bijzondere uitvinding van Boris Bord, geschreven door Nathalie Stroobant. Meer info hierover vind je op https://nieuws.verkeeropschool.be/nieuws/spannend-kinderboekover-het-ontstaan-van-verkeersborden. Verwerkingsfase Voor je het spelmateriaal per groep uitdeelt, vraag je de leerlingen om de opdrachtenfiche goed te lezen. Als alle groepen hun opdracht hebben gelezen en begrijpen, bezorg je het materiaal: Hoek 1: gevaarsborden 2 x de domino Hoek 2: aanwijzingsborden overzichtsblad aanwijzingsborden (2 of 3) 2 x de memory timer Hoek 3: gebodsborden ganzenbord een pion voor elke leerling dobbelsteen opdrachtenkaartjes foto s opdrachtenkaartjes vraagteken timer Hoek 4: verbodsborden overzichtsblad verbodsborden (2 of 3) alle verbodsborden afgeprint timer Als de leerlingen klaar zijn met hun hoekenwerk (10-15 minuten), schuiven ze door naar de volgende hoek. Ga zo voort tot alle leerlingen elk hoekenwerk gedaan hebben. TIP: Je kunt ook telkens één van deze hoeken integreren in je wekelijkse hoekenwerk. 2
Naverwerking Trek met je leerlingen de straat op. Overloop nog eens welke soort verkeersborden ze in de klas gevonden hebben. Laat hen vervolgens verkeersborden zoeken/fotograferen in de buurt van de school die tot de categorie van hun groep behoren. Bespreek de foto s nadien. TIP: het hangt af van je klas en je schoolomgeving of het haalbaar is om je leerlingen alleen te laten zoeken naar de verkeersborden. Als alternatief kun je met heel de klas samen op zoek gaan naar verkeersborden. TIP: de leerlingen hebben nu alle leerinhoud gekregen om verder te oefenen op www. verkeerstoets.be. Hier kunnen ze onder oefenen inloggen met hun persoonlijke code en de oefenvragen over het thema verkeerstekens beantwoorden. Je kunt ze dit in de klas laten doen of meegeven als huiswerk. 3
Hoek gevaarsborden: opdrachtenfiche Een gevaarsbord waarschuwt je voor een gevaar. Het zegt: Pas op, hier Driehoekige vorm met rode rand. In het bord staat er een afbeelding van het gevaar. Pas op, hier volgt een gevaarlijke bocht naar rechts. Spel: domino 1. Neem de dominostenen en ga op zoek naar het stukje met START op. Leg dat in het midden van de tafel, hiermee begint het dominospel. 2. Verdeel de rest van de dominostenen over de spelers. 3. Naast START zie je een verkeersbord. 4. Alle spelers kijken naar hun dominoblokjes en gaan op zoek naar de juiste uitleg bij het verkeersbord. 5. De speler die de bijpassende uitleg heeft, legt tegen het verkeersbord. 6. Naast de uitleg zie je opnieuw een verkeersbord. Ga weer op zoek naar de uitleg hierbij. 7. Wie het eerst al zijn dominostenen kwijt is, wint.
Opdrachtenfiche hoek aanwijzingsborden Een aanwijzingsbord duidt iets aan. Het zegt: Hier is... (Vaak) rechthoekige vorm. Hier is het begin van de bebouwde kom. Spel: memory 1. Alle spelers krijgen twee minuten de tijd om het overzichtsblad met aanwijzingsborden te bestuderen. Zet de timer op 2 minuten. 2. Zorg dat je goed weet wat elk bord wil zeggen. 3. Als de twee minuten om zijn, leg je het overzichtsblad weg. 4. Neem de memorykaarten en verspreid ze willekeurig op de tafel (met de afbeeldingen en tekst naar beneden). 5. De jongste mag beginnen en twee willekeurige kaartjes omdraaien. 6. Kijk goed wat er op de kaartjes staat. Draaide je het juiste aanwijzingsbord om met de juiste uitleg van dit bord? Dan mag je de kaartjes bijhouden en heb je een punt. Draaide je geen twee kaartjes om die bij elkaar horen? Dan moet je ze terug omdraaien. 7. Nu is het aan de volgende speler. 8. Speel verder tot alle kaartjes op zijn en dus alle aanwijzingsborden gekoppeld zijn aan de juiste uitleg. 9. Wie op het einde de meeste punten (kaartjes) heeft, is gewonnen!
Opdrachtenfiche hoek verbodborden Een verbodsbord verbiedt je om iets te doen. Het zegt: Je mag hier niet Ronde vorm met rode rand. Je mag hier niet inrijden. Spel: 1. Alle spelers krijgen 2 minuten de tijd om het overzichtsblad met verbodsborden te bestuderen. Zet de timer op 2 minuten. 2. Zorg dat je goed weet wat elk bord wil zeggen. Opgelet! Er zijn ook twee onderborden. De onderborden hangen onder een verbodsbord en vermelden voor wie het verbod niet geldt. 3. Als de twee minuten om zijn, leg je het overzichtsblad weg. 4. Lees onderstaande zinnen en leg de borden (sommige met onderbord) in de juiste volgorde: 1. Verboden voor voetgangers. 2. Je mag hier niet inrijden, uitgezonderd fietsers. 3. Je mag hier niet sneller rijden dan 30 km/uur. 4. Je mag hier, in beide richtingen, niet inrijden. 5. Je mag aan het volgende kruispunt niet recht afslaan, fietsers mogen dat wel. 6. Ruiters mogen hier niet inrijden. 7. Je mag aan het volgende kruispunt niet keren. 8. Je mag aan het volgende kruispunt niet links afslaan, fietsers en bromfietsers mogen dat wel. 9. Fietsers mogen hier niet inrijden. 10. Bromfietsers mogen hier niet inrijden. 5. Controleer met het overzichtsblad of de borden in de juiste volgorde liggen. 6. Speel nu de snelle quiz. Een van jullie is de quizmaster en heeft de borden in zijn hand. Hij steekt telkens één bord omhoog. De rest moet dan om ter snelst zeggen wat dit bord wil betekent. Wie eerst is, krijgt een punt. Doe dit tot alle borden een keer getoond zijn. De winnaar neemt de plaats in van de quizmaster en zo begint de quiz opnieuw tot iedereen van de groep quizmaster is geweest.
Opdrachtenfiche hoek gebodsborden Een gebodsbord verplicht je om iets te doen. Het zegt: Je moet hier Ronde vorm met blauwe kleur. Je moet hier rechtdoor rijden. Spel: ganzenbord 1. Leg het ganzenbord in het midden van de tafel. 2. Neem allemaal een pion en zet die op START. 3. Gooi allemaal eens met de dobbelsteen om te bepalen wie er begint. Wie het hoogst gooit, begint. 4. Gooi met de dobbelsteen en zet je pion evenveel vakjes vooruit als je ogen hebt gegooid. Kom je op een wit vakje? Je moet niets doen en de speler links naast je is aan de beurt. Kom je op een blauw vakje? Neem een fotovraag. Opgepast! Op de achterkant staat het juiste antwoord. Kijk hier pas naar als je zelf A, B of C gekozen hebt. Heb je het antwoord juist? Je mag blijven staan en is het aan de volgende. Heb je het antwoord fout? Je zet twee stappen terug en het is aan de volgende. Leg het kaartje weer onderaan de stapel. Kom je op een geel vakje? Neem een kaartje van de stapel met het vraagteken. Hierop staat een verkeersbord. Zet de timer op 30 seconden en probeer het verkeersbord uit te beelden(je mag niet spreken). Raden je medeleerlingen welk verkeersbord je uitbeeldt? Dan mag je blijven staan en is het aan de volgende. Kunnen ze het niet raden binnen de tijd? Ga dan drie vakjes achteruit en het is aan de volgende. Leg het kaartje terug onderaan de stapel. 5. Wie met zijn pion het eerst de finish bereikt, wint.