Invordering tegen particulieren Invordering tegen particulieren Aspecten van beslag en executie Invorderingsproblematiek en collectieve schuldenregeling: actualia 2010 Invordering tegen particulieren en consumenten beschermende wetgeving Internationaal invorderen van geringe vorderingen: de EPGV-VO kort toegelicht Vormingsinstituut Nederlandse Orde Advocaten Balie Brussel VIA-NOAB NOAB NEDERLANDSE ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE BALIE TE BRUSSEL
KnopsPublishing, 2012 ISBN-13: 978-9-4603-5185-3 Wettelijk Depot: D/2012/11392/2 Watervoort 85 2200 Herentals Verantwoordelijke uitgever: Anne Knops www.mijnwetboek.be
INHOUDSTAFEL Invordering tegen particulieren aspecten van beslag en executie...................................... 1 Stan Brijs I. Inleiding........................................... 3 II. Afbakening onderwerp en opzet (overzicht rechtspraak)....... 4 III. Bewarend beslag.................................... 5 A. Voorwaarden......................................... 5 B. Geldigheidsduur....................................... 8 IV. Uitvoerbare titel en bevoegdheid beslagrechter.............. 10 A. Uitstel van betaling.................................... 10 B. Uitvoerbare titel (uitlegging; nakoming)..................... 11 C. Schorsing van de uitvoerbare titel......................... 12 V. Onbeslagbaarheid.................................... 14 VI. Voorlopige tenuitvoerlegging........................... 16 VII. Kantonnement...................................... 18 VIII. Betekening Bevel................................... 20 IX. Uitvoerend derdenbeslag.............................. 22 A. Schematisch overzicht van de procedure uitvoerend derdenbeslag en incidenten........................................... 22 B. Voorwerp van het derdenbeslag........................... 23 C. Bankbeslag.......................................... 26 X. Schuldenaarsverklaring................................ 29 XI. Uitvoerend roerend beslag............................. 31 A. Schematisch overzicht van de procedure..................... 31 B. Revindicatie.......................................... 32 XII. Uitvoerend onroerend beslag........................... 34 A. Schematisch overzicht van de procedure..................... 34 B. Hoger beroep en andere aspecten van procesrecht............. 35 C. Tegenspraak en andere incidenten......................... 39 i
INVORDERING TEGEN PARTICULIEREN D. Notariële aansprakelijkheid.............................. 40 XIII. Evenredige verdeling en rangregeling..................... 42 A. Rangregeling......................................... 42 B. Evenredige verdeling................................... 44 Invorderingsproblematiek en collectieve schuldenregeling: actualia 2010.................................. 47 Bertel De Groote m.m.v. Sarah van Bree I. Inleiding........................................... 49 II. Eigendomsvoorbehoud en collectieve schuldenregeling........ 50 A. Eigendomsvoorbehoud in de Hypotheekwet.................. 51 B. Het eigendomsvoorbehoud in de Faillissementswet............. 52 C. Beslag tot terugvordering en cassatiegrieven................. 53 D. Beding van eigendomsvoorbehoud buiten faillissement op de helling 55 E. Weigering prejudiciële vraagstelling aan Grondwettelijk Hof...... 55 III. Fiscale schuldvergelijking.............................. 57 A. Sofinal-Cotesazaak..................................... 57 B. Beoordeling Hof van Cassatie op basis van het gelijkheidsbeginsel. 58 C. Artikel 334 Programmawet 27 december 2004................ 59 IV. Toelaatbaarheidsvoorwaarden........................... 60 A. Artikel 1675/2 Ger. W. juncto artikel 1675/3 Ger. W............ 60 1. Cassatiearrest 15 januari 2010.............................. 61 2. Arbeidshof Bergen 19 januari 2010.......................... 62 B. Invorderingsproblematiek na afsluiting collectieve schuldenregeling 66 1. Vonnis arbeidsrechtbank Gent 8 maart 2010................... 66 2. Wijziging artikel 1675/9 Ger. W. bij artikel 9 van de Wet van 13 december 2005................................................ 68 V. Toelaatbaarheidsvoorwaarden handelaarsbegrip............ 70 ii
INHOUDSTAFEL VI. Gevolgen van de toelaatbaarverklaring reeds aangeplakte verkoop............................................. 73 A. Prejudiciële vraag grondwettelijkheid artikel 1675/7, 2, tweede lid Ger. W.............................................. 73 1. Arrest Grondwettelijk Hof 16 juni 2011....................... 73 VII. Herroeping van toelaatbaarheid......................... 77 1. Procedurele goede trouw schuldenaar........................ 79 VIII. Hoger beroep tegen de herroeping: verplichte vermeldingen.... 85 IX. Laattijdige aangifte................................... 89 X. Plaats van de schuldeiser in de toelaatbaarheidsfase.......... 93 XI. Persoonlijke zekerheidsstelling.......................... 95 A. Kosteloos karakter van de zekerheidsstelling................. 95 B. Schorsing middelen van tenuitvoerlegging................... 97 XII. Ereloon............................................ 100 1. Fonds ter bestrijding van de Overmatige Schuldenlast............ 106 XIII. Beroep tegen een beslissing in het kader van de collectieve schuldenregeling: laattijdigheid en devolutieve werking........... 112 XIV. Aanpassing procedure door de Wet van 6 april 2010.......... 114 Invordering tegen particulieren en consumenten-beschermende wetgeving............................... 121 Dominique Blommaert Freya Bonnarens I. Inleiding........................................... 123 II. De Wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument...................... 124 A. Definities en toepassingsgebied........................... 124 1. Definities............................................. 124 2. Toepassingsgebied...................................... 133 iii
INVORDERING TEGEN PARTICULIEREN B. Minnelijke invordering van schulden van de consument.......... 133 1. Algemeen............................................ 133 2. Bijzondere verboden praktijken............................. 134 C. De activiteit van minnelijke invordering van schulden........... 145 1. Vereiste van voorafgaande inschrijving door de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand & Energie..................... 145 2. Verbod om enige vergoeding te vragen, anders dan de overeengekomen bedragen in de onderliggende overeenkomst................... 146 3. Vereiste van een schriftelijke ingebrekestelling voorafgaand aan elke andere minnelijke invorderingsdaad........................... 147 4. Huisbezoeken.......................................... 150 D. Sancties............................................. 152 1. Burgerrechtelijke sancties................................. 152 2. Strafrechtelijke sancties................................... 155 3. Arrest van het Grondwettelijk Hof van 16 september 2010......... 156 III. De Wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet......... 158 A. Toepassingsgebied..................................... 158 B. Beperkingen aan de invordering van schulden van de consument uit hoofde van een kredietovereenkomst....................... 159 IV. 1. In geval van eenvoudige betalingsachterstand tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst.................................... 159 2. In geval van niet-nakoming door de consument van zijn verplichtingen wanneer de overeenkomst wordt opgezegd.................... 162 3. In geval van niet-nakoming door de consument van zijn verplichtingen wanneer de kredietovereenkomst een einde heeft genomen....... 165 4. Ingeval van ontbinding van de kredietovereenkomst of het verval van de termijnbepaling wegens de niet-uitvoering door de consument van zijn verbintenissen......................................... 165 C. Sancties............................................. 170 1. Burgerlijke sanctie...................................... 170 2. Strafsanctie........................................... 170 Artikel 1344septies van het Gerechtelijk Wetboek........................... 170 A. Algemeen........................................... 170 B. Rechtspleging........................................ 171 C. Toepassingsgebied..................................... 172 iv
INHOUDSTAFEL D. Sanctie............................................. 172 V. Besluit............................................ 173 Internationaal invorderen van geringe vorderingen: de EPGV-Vo kort toegelicht........................ 175 Bart Volders I. Inleiding........................................... 177 A. Toepassingsgebied..................................... 178 B. Bevoegdheid......................................... 180 C. Rechtsingang en procedure.............................. 180 D. Talen en bewijsvergaring................................ 185 E. Beëindiging van de procedure............................ 186 F. Heroverweging....................................... 188 G. Tenuitvoerlegging..................................... 189 II. Besluit............................................ 191 v