Bijlage 3 Meetinstrumenten Bijlage 3.1 Visual Analoge Scale (VAS) De intensiteit van de pijn wordt gemeten met een VAS (100 mm) met betrekking tot de draaglijkheid van de pijn gedurende de afgelopen week en dag. Deze VAS is afkomstig uit de Nederlandse versie van de McGill Pain Questionnaire. Aan de patiënte wordt gevraagd met behulp van deze schaal de draaglijkheid van haar gemiddelde pijn van de afgelopen week of dag te beschrijven. Het ene uiteinde betreft geen pijn deze week of dag en het andere uiteinde gemiddeld ondraaglijke pijn deze week of dag. Hoe erg was uw pijn gemiddeld vandaag? Plaatst u een streepje op de lijn. geen pijn ondraaglijk Hoe erg was uw pijn gemiddeld de afgelopen week? Plaatst u een streepje op de lijn. geen pijn ondraaglijk V-18/2009 17
KNGF-richtlijn Zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn Bijlage 3.2 Roland Disability Questionnaire (RDQ) Bij het gebruik van deze vragenlijst wordt de uitspraak vanwege de rugpijn aangevuld met en/of bekkenpijn. De RDQ bestaat uit 24 items met ja/nee-vragen die betrekking hebben op veel voorkomende aspecten uit het dagelijks leven. Uw rug en/of bekkenklachten kunnen u belemmeren bij uw normale dagelijkse bezigheden. De vragenlijst beschrijft een aantal dagelijkse situaties waarin u beperkt kunt zijn. Mogelijk beschrijven deze zinnen ook situaties zoals u die vandaag ervaart. Als u de vragenlijst leest, denk dan aan uzelf vandaag (de afgelopen 24 uur). Kruis het vakje bij ja aan indien de zin vandaag op u van toepassing is. Kruis het vakje bij nee aan indien de zin vandaag niet op u van toepassing is. Lees de zinnen aandachtig. Bepaal, voordat u een antwoord geeft, of de zin vandaag op u van toepassing is. 1. Het grootste deel van de tijd blijf ik thuis, wegens mijn rug- en/of bekkenklachten. nee ja 2. Wegens mijn rug- en/of bekkenklachten verander ik vaak van positie om een prettige houding te vinden. nee ja 3. Door mijn rug- en/of bekkenklachten loop ik langzamer dan gewoonlijk. nee ja 4. Door mijn rug- en/of bekkenklachten kan ik de gebruikelijke werkzaamheden in en rond het huis niet doen. nee ja 5. Wegens mijn rug- en/of bekkenklachten gebruik ik de trapleuning bij het naar boven lopen via de trap. nee ja 6. Wegens mijn rug en/of bekkenklachten ga ik vaker dan gewoonlijk liggen om te rusten. nee ja 7. Wegens mijn rug- en/of bekkenklachten moet ik me vastpakken en optrekken om uit een leunstoel op te staan. nee ja 8. Wegens mijn rug- en/of bekkenklachten probeer ik andere mensen dingen voor me te laten doen. nee ja 9. Ik kleed me trager aan dan gewoonlijk wegens mijn rug- en/of bekkenklachten. nee ja 10. Wegens mijn rug- en/of bekkenklachten sta ik alleen voor korte perioden op. nee ja 11. Wegens mijn rug- en/of bekkenklachten vermijd ik bukken of knielen. nee ja 12. Door mijn rug- en/of bekkenklachten is het moeilijk om van een stoel op te staan. nee ja 13. Ik heb bijna de hele dag last van rug- en/of bekkenpijn. nee ja 14. Door mijn rug- en/of bekkenklachten kan ik me in bed moeilijk omdraaien. nee ja 15. Door mijn rug- en/of bekkenklachten heb ik gebrek aan eetlust. nee ja 16. Ik heb moeite met het aantrekken van sokken (of kousen) wegens mijn rug- en/of bekkenklachten. nee ja 17. Wegens mijn rug- en/of bekkenklachten loop ik alleen korte afstanden. nee ja 18. Ik slaap slecht door mijn rug- en/of bekkenklachten. nee ja 19. Ik krijg hulp bij het aankleden in verband met mijn rug- en/of bekkenklachten. nee ja 20. Ik zit het grootste gedeelte van de dag wegens mijn rug- en/of bekkenklachten. nee ja 21. In verband met mijn rug- en/of bekkenklachten vermijd ik zwaar werk in en rond huis. nee ja 22. Door mijn rug- en/of bekkenklachten raak ik sneller door mensen geïrriteerd dan anders. nee ja 23. Door mijn rug- en/of bekkenklachten loop ik de trap langzamer op dan gewoonlijk. nee ja 24. Ik lig bijna de hele dag in bed in verband met mijn rug- en/of bekkenklachten. nee ja 18 V-18/2009
Bijlagen Bijlage 3.3 Impact on Participation and Autonomy (IPA) Ter inventarisatie van de participatie is het zinvol om de subschalen Zelfverzorging en Bezigheden thuis en gezinsrol van de vragenlijst Impact on Participation and Autonomy (IPA) te gebruiken. In de subschaal Zelfverzorging wordt gevraagd naar de mate waarin de patiënte kan bepalen wanneer zij zichzelf verzorgt of verzorgd wordt en hoe dit gebeurt. De subschaal Bezigheden thuis en gezinsrol heeft betrekking op het vervullen van de gezinsrol en de invloed van de gezondheid of beperkingen op het vervullen van die rol. De antwoorden worden gescoord op een vijfpunts-likertschaal. Het doel van deze vragenlijst is om een beeld te krijgen over de invloed van uw gezondheid of beperking(en) op uw dagelijks leven, en hoe u dit beleeft en beoordeelt. Bij de beantwoording van de vragen gaat het uitsluitend om uw mening en uw ervaringen. U kruist steeds één antwoord aan, tenzij achter de vraag staat meerdere antwoorden mogelijk. Zelfverzorging Er volgen nu enkele vragen over uw persoonlijke verzorging. Het gaat er in deze vraag om of u zelf kunt bepalen wanneer u uzelf verzorgt of verzorgd wordt, en hoe dit gebeurt, ook als u er bij geholpen wordt. 1a Het wassen, kleden en verzorgen op de manier zoals ik dat wil gaat: zeer goed 1b Het wassen, kleden of verzorgen wanneer ik dat wil gaat: zeer goed 1c Het naar bed gaan of opstaan wanneer ik dat wil gaat: zeer goed 1d Het naar het toilet gaan wanneer ik dat wens en nodig vind gaat: zeer goed 1e Het bepalen wanneer ik wil eten en drinken gaat: zeer goed Probleemervaring: 1f In hoeverre vindt u de invloed van uw gezondheid of beperking(en) op uw zelfverzorging een probleem? geen probleem enigszins een probleem een groot probleem (Eventuele) toelichting bij de beantwoording van de vraag: V-18/2009 19
KNGF-richtlijn Zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn Bezigheden thuis en gezinsrol In elk gezin (of andere vormen van wonen) heeft een ieder bepaalde taken en verantwoordelijkheden. Dit wordt ook wel gezinsrol genoemd. De volgende vragen gaan over uw gezinsrol en de invloed van uw gezondheid of beperking(en) op de uitvoering hiervan. Het gaat er weer om in hoeverre u kunt bepalen wanneer en hoe iets gebeurt, ook als u het niet zelf doet, daarom staat het woord laten in sommige vragen tussen haakjes. 2a Mijn bijdrage aan de taken in het huishouden zoals ik dat wil gaat: zeer goed 2b Het (laten) doen van licht huishoudelijk werk (koken, koffie, thee) zoals ik het wil gaat: zeer goed 2c Het (laten) doen van zwaarder huishoudelijk werk (schoonmaken) zoals ik het wil gaat: zeer goed 2d Het (laten) doen van huishoudelijke taken wanneer ik dat wil gaat: zeer goed 2e Het (laten) doen van klusjes en onderhoud van huis en tuin zoals ik het wil gaat: zeer goed 2f De mogelijkheid om in huis de rol te vervullen die bij mij hoort is: zeer goed Probleemervaring 2g In hoeverre vindt u de invloed van uw gezondheid of beperking(en) op uw taken en rol in het gezin of huishouden een probleem? geen probleem enigszins een probleem een groot probleem (Eventuele) toelichting bij de beantwoording van de vraag: 20 V-18/2009
Bijlagen Bijlage 3.4 PHotograph series Of Daily Activities (PHODA) Met de PHODA kan worden vastgelegd bij welke activiteiten onzekerheid en aarzeling aanwezig is ten aanzien van de uitvoering van dagelijkse activiteiten. De PHODA is een gestandaardiseerde methode waarbij de patiënte een aantal foto s krijgt voorgelegd van een dagelijkse activiteit. Van elke foto moet de patiënte aangeven in hoeverre ze denkt dat desbetreffende activiteit schadelijk is voor de rug of het bekken. Aan de patiënte wordt gevraagd om elke foto langs een schaal van 0 tot 100 te leggen. De fysiotherapeut moet uit het assortiment van de PHODA foto s kiezen die relevant zijn voor de activiteiten binnen een gezin met (hele) jonge kinderen. De PHODA is te verkrijgen via de Hogeschool Zuyd, Expertisecentrum meetinstrumenten voor revalidatie. V-18/2009 21
KNGF-richtlijn Zwangerschapsgerelateerde bekkenpijn Bijlage 3.5 Pijn Gedrag Schaal De Pijn Gedrag Schaal, PGS (oorspronkelijk: Pain Behavior Scale, PBS) is een snel en gemakkelijk door de fysiotherapeut in te vullen observatieschaal die bestaat uit een lijst van acht pijngedragingen waarvan de frequentie of de intensiteit van voorkomen door middel van een driepunts-likertschaal beoordeeld kan worden. Het betreft pijngedrag in de communicatieve zin. De geobserveerde pijngedragingen zijn: verbaal pijngedrag, niet verbaal vocaal pijngedrag, pijnlijke gezichtsuitdrukkingen, staande houding, mobiliteit, lichaamstaal, gebruik van ondersteuning en zitten. Het pijngedrag wordt tijdens de zwangerschap en na de bevalling geobserveerd volgens de criteria van de PGS. De geobserveerde periode is de gehele tijdsduur van het rechtstreekse contact met de patiënte. De Maastrichtse interventiestudie laat zien dat wanneer de score op de PGS > 1,5 bedraagt, er sprake is van meer dan gemiddeld pijngedrag (een gedragsgeoriënteerde aanpak is geïndiceerd).1 Geen Incidenteel Frequent (0) (0,5) (1) 1. Verbaal pijngedrag 2. Niet-verbale vocale klachten (grommen, steunen, kreunen, murmelen) 3. Pijnlijke gezichtsuitdrukkingen geen mild/ sterk/ weinig frequent 4. Staande houding normaal mild gestoord gestoord 5. Mobiliteit niet ietwat duidelijk gestoord hinkend, gestoorde gestoord gang 6. Lichaamstaal (wrijven over pijnlijke plekken) geen incidenteel frequent 7. Gebruik van ondersteuning (krukken, stok, leunen op meubilair) geen incidenteel afhankelijk: continue ondersteuning Niet scoren als steun is voorgeschreven 8. Zitten zit stil incidentele constante positieveran- positieverandering dering Totale somscore = Literatuur 1 Bastiaenen CH, Bie RA de, Wolters PMJC, Vlaeyen JWS, Leffers P, Stelma F, Bastiaanssen JM, Essed GGM, Brandt PA van den. Effectiveness of a tailor-made intervention for pregnancy-related pelvic girdle pain after delivery: Short-term results of a randomized clinical trial [ISRCTN08477490]. BMC Musculoskel Disorder. 2006;7. 22 V-18/2009