H.6 regeling. Samenvatting



Vergelijkbare documenten
Samenvatting Biologie Regeling

Samenvattingen. Samenvatting Thema 6: Regeling. Basisstof 1. Zenuwstelsel regelt processen:

Regeling. Regeling is het regelen van allerlei processen in het lichaam. Regeling vindt plaats via twee orgaanstelsels: Zenuwstelsel.

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 6 + 9: Regeling en Gedrag

7,3. Het zenuwstelsel. Zenuwcellen en zenuwen. Samenvatting door een scholier 1716 woorden 24 februari keer beoordeeld

REGELING. 1 G o e d g e r e g e l d. 2 Z e n u w s t e l s e l

Normwaarde = is een waarde die je af leest, zoals bij de thermostaat, zie je 19 graden staan dan is dat de normwaarde. Zo warm moet het zijn.

Examentrainer. Vragen vmbo-bk. Scan

Werkstuk Biologie Regeling en Gedrag.

6,7. Samenvatting door een scholier 1580 woorden 20 juni keer beoordeeld

Samenvatting Biologie Thema 4:

Samenvatting Biologie Thema 6

Examentraining Biologie Kader. Maandag 19 mei 2014

3 keer beoordeeld 15 maart Regelkring van de lichaamstemperatuur is homeostase. Homeostase is een voorbeeld van zelfregulatie.

Samenvatting Biologie voor Jou 1B Thema 6 Waarnemen, regeling en gedrag. Zintuig = orgaan dat reageert op prikkels uit de omgeving

Zenuwcellen. Samenvatting door een scholier 2435 woorden 24 juni keer beoordeeld

Samenvatting Biologie Basisstof 1 tot 10

Samenvatting Biologie voor Jou 2A Thema 4 Waarnemen en regeling

4 keer beoordeeld 30 mei 2017

DOCENT: A. SEWSAHAI Havo HENRY N. HASSANKHAN SCHOLENGEMEENSCHAP LELYDORP [HHS-SGL] Thema: Regeling

Samenvatting Biologie Regeling en waarneming

Samenvatting Biologie Zintuigelijke waarneming

Onwillekurig of Autonoom Ingedeeld in parasympatisch en orthosympatisch

GEZONDHEIDSKUNDE-AFP LES 1. Het zenuwstelsel

OMSCHRIJVING LESSTOF

7,3. Samenvatting door een scholier 2527 woorden 31 maart keer beoordeeld

Zenuwstelsel a3. Wat kun je hier intekenen wat goed weergeeft waar dit hoofdstuk over gaat?

V5 Begrippenlijst Hormonen

Extra paragraaf. Hormonen

Samenvatting door Hidde 506 woorden 31 maart keer beoordeeld. Biologie Hoofdstuk 14: Zenuwstelsel Centraal zenuwstelsel

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

6.6. Boekverslag door D woorden 26 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou. Biologie thema 5, Homeostase

Samenwerking van bepaalde stelsels vb. zintuigstelsel, hormoonstelsel om de omstandigheden van je lichaam constant te houden.

Beide helften van de hersenen zijn met elkaar verbonden door de hersenbalk. De hersenstam en de kleine hersenen omvatten de rest.

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

Biologie samenvatting H6. Let op: ik weet niet of deze samenvatting helemaal goed is.

OMSCHRIJVING LESSTOF

H5 Begrippenlijst Zenuwstelsel

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2009

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2011

PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING TSG VMBO CURSUSJAAR NIVEAU KADER

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 13 en 14

UNIFORM HEREXAMEN MULO 2009

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN STEVIGHEID. 1 De afbeelding geeft een doorsnede van een stengel schematisch weer.

2. Van welke van de onderstaande factoren is de hartslagfrequentie NIET afhankelijk? a. de wil b. lichamelijke activiteiten c.

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS.

6,1. Samenvatting door een scholier woorden 29 maart keer beoordeeld. Biologie voor jou BIOLOGIE VOOR JOU VMBO 3

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2012

GEZONDHEIDSKUNDE. Het menselijk lichaam

Algemeen. Het hormoonstelsel. Soorten. Soorten. Hormoonklieren: hypofyse. Soorten Hebben invloed op:

5,9. Samenvatting door een scholier 1581 woorden 10 april keer beoordeeld. Hypofyse. Tekening van de hypofyse:

Wat een klier! Hormonen en klieren

PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Biologie Les 6

DOCENT: A. SEWSAHAI VWO KLASSE 6

De hersenen, het ruggenmerg en hun bloedvaten worden beschermd door drie vliezen.

Profielwerkstuk Biologie Invloed van kou op het concentratievermogen

Biologie SE4. Hoofdstuk 13 Paragraaf 1 Begrippenlijst:

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2010

Van cel tot organisme hv12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2007

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. De afbeeldingen geven twee typen cellen weer. De foto geeft een plant weer.

Capabel Examens 2011 Pagina 1

Van cel tot organisme vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Inhoud. Woord vooraf 1 1. Over de auteurs 1 2. Redactionele verantwoording 1 3 Curriculummodel 1 3 Didactisch concept Basiswerken 1 4

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. De tekening geeft een gewricht met de verschillende delen schematisch weer.

Herhalingsles Het lichaam. Ademhaling. Benoem de aangeduide delen op onderstaande tekeningen aan.

VITA Module 11 kgt. Diagnostische toets

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 11, Regeling door hormonen

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2008

4,2. Samenvatting door Een scholier 2780 woorden 29 januari keer beoordeeld. Samenvatting biologie hoofdstuk 7 t/m 11:

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 13 Hormonen

Samenvatting Biologie hoofdstuk 14 - zenuwstelsel

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 14 Zenuwstelsel

Fysiologie / zenuwstelsel

UNIFORM HEREXAMEN MULO 2007

Thema 5 Regeling en waarneming Doelstelling 1 Homeostase bij de mens Homeostase Dynamisch evenwicht Homeostatische regelkringen

4,5. 2 vragen. 2 vragen: 3 vragen: Werkstuk door een scholier 1008 woorden 25 januari keer beoordeeld

Cellen aan de basis.

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. Bij de plant komen verschillende typen weefsels voor.

Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl I

Overmatig drinken en plassen is een vaak voorkomend symptoom bij de. hond. Het kan veroorzaakt worden door verschillende ziekten in het

H2 Bouw en functie. Alle neuronen hebben net als gewone cellen een gewone cellichaam.

Samenvatting Biologie Havo 5. Nectar. Hoofdstuk 14 Reageren

Biologie. Examensamenvatting KADER

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 1 t/m 9

Biologie. Examensamenvatting KADER

Waarneming zintuig adequate prikkel fysiek of chemisch zien oog licht fysiek ruiken neus gasvormige

Samenvatting Biologie Zenuwstelsel

Samenvatting Biologie Thema 1: Organen en cellen

Uit waarnemingen en voorbeelden de relatie prikkel-reactie vaststellen

de productieplaats van groeihormoon 8 2. oorzaken van een groeihormoontekort 18 gemeten 24 symptomen van een tekort 30

UNIFORM HEREXAMEN MULO 2008

Thema 5 Regeling en waarneming

We kunnen het zenuwstelsel daarom onderverdelen in de controlekamer: het centrale zenuwstelsel en informatiewegen: het perifere zenuwstelsel.

A. de hersenen en het ruggenmerg B. het hersenvlies en de hersenstam C. het cerebrospinaal vocht en de gevoelszenuwen D. de klieren en de lymfevaten

Transcriptie:

H.6 regeling Samenvatting

Zenuwstelsel Het zenuwstelsel bestaat uit: Centrale zenuwstelsel ( bestaat uit: grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam en ruggenmerg Zenuwen Functies van zenuwstelsel: Verwerken van impulsen afkomstig van zintuigen. In zintuigcellen ontstaat een soort elektrische signaal die gestuurd wordt naar de hersenen. Regeling van de werking van spieren en klieren.

Centrale zenuwstelsel Het zenuwstelsel van een mens bestaat uit het centrale zenuwstelsel en alle zenuwen.

Prikkel en impuls Prikkel = een invloed uit het milieu (omgeving) op een organisme (dieren,planten, enz.) Voorbeeld: een zeer aantrekkelijk persoon loopt langs en jij draait je hoofd richting die persoon. Dit noemen we een prikkel. Voorbeeld: lichtstralen en geuren zijn prikkels Impuls = zijn elektrische signalen die door de zenuwen gestuurd worden naar hersenen of naar de spieren. Voorbeeld: Bij de macdonalds zie je iemand een heerlijk ijsje eten (prikkel). Je ogen sturen een signaal naar de hersenen (impuls). De hersenen stuurt een signaal naar je speekselklieren (impuls). Je begint speeksel te produceren want je hebt ook zin in een ijsje. Je hersenen verwerken de impulsen en reageren door het afgeven van andere impulsen.

Bouw van een zenuwcel Cellichaam met celkern Uitlopers die impulsen naar het cellichaam toe geleiden. Uitlopers die impulsen van het cellichaam af geleiden. Gevoelszenuwcel Aangesloten op Zintuigcellen Centrale zenuwstelsel

3 typen zenuwcellen Gevoelszenuwcel: geleiden impulsen van zintuigen naar het centrale zenuwstelcel. 5 zintuigen: zien, horen, ruiken, proeven, voelen. Heeft 1 hele lange uitloper. Cellichamen liggen vlak bij het centrale zenuwstelsel. Bewegingszenuwcel: Geleiden impulsen van het centrale zwenuwstelsel naar spieren en klieren Liggen in het centrale zenuwstelsel 1 lange uitloper

Schakelcellen: geleiden impulsen binnen het centrale zenuwstelsel. Verbinden uitlopers van gevoelszenuwcellen met uitlopers van bewegingszenuwcellen. Liggen in het centrale zenuwstelsel. Onderling verbonden door middel van uitlopers Schakelcel Bewegingscel uitloper Zit in centrale zenuwstelsel Aangesloten op spiercellen of kliercellen

Zenuw Uitlopers liggen bij elkaar in een zenuw. Elke uitloper is omgeven door een dun laagje. (werkt als isolatie, zodat de uitlopers geen contact met elkaar maken) Om de zenuw ligt bindweefsel. Stevige laag die zorgt voor bescherming van de zenuw. Zie bladzijde 11 afbeelding 7

3 typen zenuwen Gevoelszenuw: Bevat uitlopers van gevoelszenuwcellen. Voorbeeld: oogzenuw. Geleiden impulsen van de zintuigcellen in je ogen naar het centrale zenuwstelsel. Bewegingszenuw: Bevat uitlopers van bewegingszenuwcellen Gemengde zenuw: Bevat uitlopers van gevoelszenuwcellen en uitlopers van bewegingszenuwcellen. Komt het meeste voor.

Zenuwen afkomstig van delen hoofd en hals komen bij de hersenstam aan. (hersenzenuwen) Zenuwen vanaf de romp en ledematen(armen en benen) komen bij het ruggenmerg aan. Zie 3 e pagina met afbeelding hersenzenuwen en ruggenmergzenuwen.

Ruggenmerg Ruggenmerg ligt beschermd in het wervelkanaal in de wervels. (zie plaatje volgende bladzijde) Begint bij hersenstam en eindigt bij de lendenwervels onder aan de rug. (zie plaatje volgende bladzijde) Witte stof (ligt in de schors) Liggen veel uitlopers van schakelcellen. De uitlopers geleiden impulsen van en naar de hersenen. Dus omlaag en omhoog. Witte kleur komt door isolerende laagjes om de uitlopers. Grijze stof (ligt in het merg) (vlindervormige gedeelte) Liggen de cellichamen van schakelcellen en van bewegingscellen.

In het merg ligt grijze stof In de schors ligt witte stof

Ruggenmerg Rugzijde: komen gevoelszenuwen het ruggenmerg binnen Buikzijde: verlaten bewegingszenuwen het ruggenmerg. Functie ruggenmerg: Geleiden van impulsen van zenuwen romp en ledenmaten naar de hersenen en omgekeerd. Geleiden van impulsen in reflexbogen van romp en ledematen

Hersenen Grote hersenen: Functie: het verwerken van impulsen afkomstig van zintuigen en regelen van bewegingen. In de schors ligt grijze stof : daarin zitten cellichamen van schakelcellen In het merg ligt de witte stof: daarin zitten uitlopers van schakelcellen Hersencentra: groepen cellichamen van schakelcellen in de hersenschors. (zie plaatje volgende pagina) Gevoelscentra (gehoorcentra, gezichtscentra): binnenkomende impulsen worden verwerkt. Bewegingscentra (schrijfcentra/denk, spreekcentra): ontstaan impulsen voor bewuste reacties.

De hersenen met de ligging van de hersencentra

Kleine hersenen: Functie: Het coordineren van bewegingen (o.a. Het evenwicht) Hersenstam Functie: Geleiden van impulsen van het ruggenmerg naar de grote en kleine hersenen en omgekeerd Functie: Geleiden van impuslen van zenuwen in hoofd en hals naar de grote en kleine hersenen en omgekeerd Functie: Geleiden van impulsen in reflexbogen van hoofd en hals. Medicijnen, alcohol en drugs beinvloeden de werking van de hersenen. Het waarnemeningsvermogen en reactievermogen kunnen afnemen onder invloed.

Reflexen Reflex: een vaste, snelle, onbewuste reactie op een bepaalde prikkel De snelheid is nodig om lichaam te beschermen tegen beschadigingen. Zijn nodig bij het handhaven van de houding en bewegingen van het lichaam. Terugtrekreflex, kniepeesreflex, ooglidreflex, pupilreflex. Voorbeeld: je wilt je hand afspoelen, maar het water is heet. Je trekt snel je hand terug. Dit is een reflex.

Reflexboog: De weg die impulsen afleggen bij een reflex. ( zie plaatje volgende dia) Via gevoelszenuw geleid naar schakelcellen in het ruggenmerg of hersenstam naar schakelcellen naar bewegingscellen naar spiercellen (spieren kunnen dan samentrekken) Bewuste reactie: Voorbeeld: Iemand duwt je opzij. Je voelt de duw en jij duwt terug. Het terugduwen is een bewuste reactie.

De dokter slaat met zijn hamer op je knie. De volgende reacties volgen.

Het hormoonstelsel Het hormoonstelsel bestaat uit hormoonklieren die hormonen produceren. Veel hormoonklieren hebben geen afvoerbuis: de hormonen worden afgegeven aan het bloed. Via het bloed komt het in het hele lichaam terecht. Hormonen regelen de werking van weefsels en organen die er gevoelig voor zijn. Hormonen zijn onder andere van inlvoed op groei en ontwikkeling, de stofwisseling en de voortplanting. Bladzijde 19 afbeelding 22, klieren schematisch

1. Hypofyse: Ligt onder de hersenen. 3. Schildklier: ligt in de hals, voor het strottenhoofd en tegen de luchtpijp aan. 6. Eilandjes van Langerhans: ligt in de alvleesklier 5. Bijnieren: Liggen als kapjes op de nieren 7. Eierstokken (bij een vrouw): in de buikholte 8. Teelballen (bij de man): in debalzak.

Hypofyse Hypofyse: produceert groeihormonen en hormonen die de werking van andere hormoonklieren beinvloed. Groeihormonen stimuleren de groei van de beenderen van het skelet. (teveel = reuzengroei, te weinig = dwerggroei) Een hormoon uit de hypofyse stimuleert de productie van schildklierhormoon door de de schildklier. Hormonen uit de hypofyse beinvloed de eierstokken en teelballen (geslachtshormonen). Bij vrouwen stimuleren hormonen uit de hypofyse de rijping van de follikeles in de eierstokken en de ovulatie (eiersprong) Bij mannen stimuleren hormonen uit de hypofyse de productie van zaadcellen door de teelballen

De schildklier Ligt in de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan. Produceert onder invloed van hypofyse: schildklierhormoon. Is voor stofwisseling en groei en ontwikkeling. Schildklier hormoon stimuleert de verbranding in cellen. Te veel schildklierhormonen:te veel verbranding in de cellen plaats - > persoon kan rusteloos en vermagert sterk. Te weinig schildklierhormonen: Te weinig verbranding in de cellen plaats -> Persoon krijgt het koud, snel moe. Bij kind geestelijke en lichamelijke ontwikkeling trager. Dit kan komen door te weinig jood in het voedsel. Noodzakelijk voor vorming schildklierhomoon. (jood zit in zout) Struma (kropgezwel) bij een volwassen persoon: Te weinig schilkklierhormonen, schildklier vergroot zich.

Struma Insuline kan ingespoten worden met een insulinepen

De eilandjes van Langerhans Zijn groepjes cellen die tussen de cellen van de alvleesklier liggen. Alvleesklier is een verteringsklier De eilandjes van Langerhans produceren de hormonen: Insuline en glucagon. (houden het glucosegehalte van het bloed constant) Koolhydraten worden verteerd in het darmkanaal tot o.a. Glucose. Glucose wordt opgenomen door de wand van de dunne darm in het bloed. (0,1% glucose in het bloed) Bloedsuikerspiegel = het glucosegehalte van het bloed. Na koolhydraatrijke maaltijd (veel brood, pasta, aardappels) kan het glucose gehalte in het bloed te hoog zijn. De eilandjes van Langerhans reageren daarop om Insuline te produceren. Onder invloed van insuline wordt in de lever en in spieren glucose omgezet in glycogen. Glycogeen is reservestof die wordt opgeslagen in de lever en spieren. Door omzetten glucose in glycogeen daalt glucosegehalte in bloed.

Suikerziekte: Eilandjes van Langerhans produceren te weinig insuline. Waardoor het glucosegehalte in het bloed niet kan dalen. Maximaal mag dit 0,16 % zijn. Mensen met suikerziekte spuiten insuline in. Glucose is de meest gebruikte brandstof voor cellen. Bij lichamelijke inspanning vindt veel verbranding plaats. Cellen halen glucose uit het bloed. Wanneer glucose gehalte te laag (beneden 0,1%) reageren eilandjes van Langerhans daarop door veel glucagon te produceren. Onder invloed van glucagon wordt in de lever en spieren glycogeen omgezet in glucose. Dat wordt afgegeven aan het bloed. Stijging glucose gehalte van het bloed. Glucosegehalte te hoog -> eilandjes van langerhans produceren veel insuline -> lever en spieren zetten glucose om in glycogeen -> glucose gehalte bloed daalt Glucosegehalte te laag -> eilandjes van langerhans produceren veel glucagon -> lever en spieren zetten glycogeen om in glucose -> glucosegehalte in bloed stijgt.

Bijnieren Liggen als kapjes op de nieren. Produceren het hormoon adrenaline Wanneer je woedend, bang of ergens van schrikt geven de bijnieren adrenaline af aan het bloed. Onder invloed van adrenaline wordt in de lever en spieren glycogeen omgezet in glucose -> glucosegehalte stijgt in het bloed. Hartslag en ademhaling onder invloed van adrenaline verhoogt en versneld. Snelle en kortdurende werking. Bij grote inspanning zorgt het lichaam voor snel te handelen.