Protocol (hoog)begaafden Immanuelschool Boskoop 2013
Signalering groep 1 en 2 - het intakeformulier: Hierop staan vragen waarvan de antwoorden kunnen wijzen op mogelijke (hoog)begaafdheid. Ouders vullen het de eerste schoolweek in. De coördinator krijgt een kopie van dit formulier. Dit wordt bekeken en bewaard in het begaafdendossier. - observaties van de leerkracht: de eerste schoolweek (en een menstekening), na 4 maanden en na 14 maanden. Na 4 maanden en 14 maanden onderwijs krijgt de leerkracht een formulier van de coördinator om de observatie te registeren. Al deze observaties worden ook bekeken door de coördinator en bewaard in het begaafden dossier. groep 1 t/m 8 - SIDI3: In oktober wordt de jaarlijkse signalering afgenomen volgens de toetskalender SIDI 3 Afspraken mbt het signalerings- en diagnostiserings instrument SIDI3: - Iedere leerkracht neemt in oktober de groepssignaleringslijst af. - voor kinderen die in groep 1 t/m 5 geïndiceerd zijn met een ontwikkelingsvoorsprong of als (hoog)begaafd, hoeft de groepslijst niet te worden ingevuld. - scoort een kind bij de vragen 1 t/m 12 meer dan 5, dan ga je verder met stap 2. - Overleg de kinderen waar je deel 1 en 2 voor hebt ingevuld met de coördinator en/of IBer. Bepaal samen met welke leerlingen je het vervolgtraject ingaat. - bij kinderen waarbij deel 2 geen enkele zorg is, kun je het ouderformulier en de leerkrachtdiagnose overslaan. En meteen verder gaan met de toetsgegevens en de leerlingvragenlijst. (Er is hier sprake van een harmonisch profiel.) (Voor achtergrond informatie en extra uitleg, zie Protocol voor signalering en diagnostisering van intelligente en (hoog)begaafde kinderen in het primair onderwijs ) Nader onderzoek Wanneer op grond van de signalering (hoog)begaafdheid wordt vermoed, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd. Hiervoor worden de volgende stappen gehanteerd: 1. Overleg met IB/coördinator Overleg over het vermoeden van (hoog)begaafdheid. Waarom denken we eraan?welke stappen moeten er nu genomen worden? 2. Gesprek met ouders. De leerkracht spreekt met ouders over het vermoeden van (hoog)begaafdheid. De leerkracht brengt ouders op de hoogte van de vervolgstappen die de leerkracht gaat nemen.(transparant) Oudergesprekkken zullen regelmatig plaatsvinden, omdat we samen met ouders de optimale begeleiding van het kind kunnen realiseren. 3. Signaleringsinstrument SIDI3. De vervolgstappen worden door de leerkracht en door de ouders ingevuld.
4. Gebruik van toetsen. De leerkracht analyseert de resultaten van de leerlingen. Hij is bekend met het systeem van dóórtoetsen of met DLE s. Het doortoetsen wordt gedaan als we daar consequenties aan willen verbinden. De resultaten worden in zorgoverleg besproken. 5. Menstekening bij kleuters De leerkracht laat de leerling net als in de eerste schoolweek een menstekening maken. Deze vergelijkt hij met de eerste tekening. De resultaten worden in het zorgoverleg besproken. 6. Het vragen van een externe deskundige De leerkracht geeft aan wanneer externe hulp gewenst is. Resultaten worden in zorgoverleg of in het overleg met de IB er / coördinator besproken. 7. Beslissing tot aanpassing Dit wordt vastgelegd in parnassys.
Werkwijze Groep 1 en 2 In groep 1 en 2 wordt veelal gewerkt aan de hand van thema s. Om tot een goede inhoud van deze thema s te komen, wordt veelal gebruik gemaakt van diverse bronnen. Voor leerlingen in groep 1 en 2 die meer aan kunnen, wordt in de planning bewust rekening gehouden met een aanbod op maat. Op het planbord wordt aangegeven welke kleuters ander werk aangeboden krijgen. In het lokaal zijn hoeken, waarin veel met letters, woorden, teksten, hoeveelheden en getallen kan worden gewerkt. De leerkracht stimuleert het leren lezen, rekenen en schrijven. Er wordt hierbij tegemoet gekomen aan de interesses van het kind. Er worden eisen gesteld aan de leerlingen wat betreft het aanvullende werk. In de kring en in een kleine kring wordt de begaafde kleuter uitgedaagd het thema uit te diepen. Hierin staan de initiatieven en interesse van het kind centraal. Materialen - Castle logix - Bouw een huis - Cirkels bouwen - Tangram - Woordkaartjes en letters - Beeldwijs - Clicks/knexx/kapla (met bouwplan) - Maan/roos/vis spel - Klikklakboekje - Veilig leren lezen voor kleuters - Veilig leren lezen voor kleuters computer - Letterhoek materialen (stempel- en magneetletters) - Slimme kleuterkist Materialen in de orthotheek voor groep 1 en 2: - Knapper dan knap - Compact en rijk Bazalt - Slimmeriken deel 1 en 2 - Werkboekje lezen voor kleuters Groep 3 t/m 8 In onze school werken we volgens het leerstofjaarklassensysteem. Binnen dit systeem willen we rekening houden met verschillen tussen leerlingen. In de praktijk betekent dit dat we vanaf groep 3 met leerlijnen voor compacten en verrijkenen werken. Nadrukkelijk geldt dat de leerling wel extra uitdaging geboden wordt, maar dat dit uitsluitend geldt als middel (en niet als doel!) om de leerling te geven wat hij of zij nodig heeft voor een evenwichtige persoonlijkheidsontwikkeling en een ononderbroken leergang door de gehele basisschool. De leerling moet zich dezelfde leerstof eigen maken als de jaargenoten. De tijd die hiernaast overblijft door enerzijds een hoger werktempo en anderzijds compacten, wordt voor extra uitdagende leerstof gebruikt. Ook kan extra uitdaging gezocht worden in het beschikbare verrijkingsaanbod buiten de klas.
Compacten/verrijken Compacten (Hoog)begaafde leerlingen hebben minder uitleg, oefening en herhaling nodig dan de methode aanbiedt. Met behulp van het routeboekje kan de lesstof compact (ingedikt) aangeboden worden. Of d.m.v. vooraf te toetsen kan in beeld worden gebracht of het kind de basisstof beheerst en voor compacten kan worden gekozen. Compacten van rekenen en taal Kinderen komen in aanmerking voor het compacten van rekenen als - de leerling een A of een hoge B op de niet-methodegebonden rekentoetsen scoort. - de leerling zelfstandig kan (leren) werken c.q. om kan gaan met uitgestelde aandacht. - de leerling signalen geeft van verveling en behoefte blijkt te hebben aan minder herhaling. - als er sprake (vermoeden) van (hoog)begaafdheid is. Kinderen komen in aanmerking voor het compacten van taal als - de leerling 90% goed scoort op de methodegebonden taaltoetsen - de leerling zelfstandig kan (leren) werken c.q. om kan gaan met uitgestelde aandacht. - de leerling signalen geeft van verveling en behoefte blijkt te hebben aan minder herhaling - als er sprake (vermoeden) van (hoog)begaafdheid is. Compacten van spelling We zijn voorzichtig in het compacten van spelling. Alle kinderen doen mee aan de werkboeklessen en aan het eerste dictee (en aan werkwoordspelling). Daarna kan er gekozen worden voor verrijkingsmateriaal. Kinderen komen in aanmerking voor het compacten van spelling als - de leerling een A of een hoge B op de niet-methodegebonden spellingtoetsen scoort en 90 o/o score heeft op het eerste dictee. - de leerling zelfstandig kan (leren) werken c.q. om kan gaan met uitgestelde aandacht. - de leerling signalen geeft van verveling en behoefte blijkt te hebben aan minder herhaling. - als er sprake (vermoeden) van (hoog)begaafdheid is.
Verrijken Door het compacten van de leerstof ontstaat er tijd voor verrijkingsstof. Kinderen die niet aan de richtlijnen voor het compacten voldoen, kunnen eventueel wel met verrijkingsstof aan de slag. Het gaat hier om intelligente kinderen die na het doorwerken van de reguliere lesstof tijd overhouden en behoefte hebben aan verdieping. Zowel voor rekenen als voor taal is er een ontwikkelingslijn van verrijkingsmateriaal ontwikkeld. De ontwikkelingslijn voor spelling is in ontwikkeling. De eerste periode van de ontwikkelingslijn loopt van de start van het schooljaar tot het eerste rapport, de tweede periode van het eerste tot het tweede rapport en de derde periode van het tweede rapport tot het einde van het schooljaar. Rekenen Periode 1 Periode 2 Periode 3 Groep 1/2 (Compact en Rijk) (Slimmeriken 1) (Slimmeriken 2) (Klein maar Fijn, deel 1: vogels) Groep 3 - Plustaak 3/4 - Kien Groep 4 Kien Plustaak 4/5 - Bolleboos: getallen in de maak Groep 5 Kien Plustaak 5/6 - Tridio deel b en c Groep 6 Kien Plustaak 6/7 Wisschrift 1 t/m 3 Somplextra 1a en 1b Groep 7 Kien Plustaak 7/8 Wisschrift 4 t/m 6 Somplextra 2a en 2b Groep 8 Kien Plustaak 8 Wisschrift 7 t/m 9 Somplextra 3a en 3b Taal Groep 1/2 Periode 1 Periode 2 Periode 3 Groep 3 - Slimme Taal: Kranten en Tijdschriften Groep 4 Plustaak 4/5 Slimme Taal: Kranten en Tijdschriften Groep 5 Plustaak 5/6 Slimme Taal: Kranten en Tijdschriften Groep 6 Plustaak 6/7 Slimme Taal: Kranten en Tijdschriften Groep 7 Plustaak 7/8 Slimme Taal: Kranten en Tijdschriften Groep 8 Plustaak 8 Slimme Taal: Kranten en Tijdschriften Slimme Taal: Kinderliteratuur Slimme Taal: Kinderliteratuur Slimme Taal: Kinderliteratuur Slimme Taal: Kinderliteratuur Slimme Taal: Kinderliteratuur Slimme Taal: Kinderliteratuur Instructie (Hoog)begaafde kinderen hebben ook behoefte aan instructie. Zij hebben echter genoeg aan korte contactmomenten met de leerkracht. Streef ernaar om per vakgebied minimaal één instructiemoment per week te creëren. Middels pre-teaching wordt de lesstof van de komende week doorgenomen.
Beoordelen van de resultaten Verrijkingswerk van (hoog)begaafde of intelligente kinderen wordt, net als het reguliere werk van kinderen, nagekeken. Op het rapport wordt bij het desbetreffende vakgebied met een verwijzing aangegeven dat er sprake is van compacten en/of verrijken. Er wordt een beoordeling gegeven m.b.t. de inzet, zelfstandigheid en het resultaat.
Plusklas Doelstellingen - De leerlingen kunnen werken met ontwikkelingsgelijken. - Het creatief en oplossend denkvermogen wordt gestimuleerd, waardoor de leerlingen (weer) gemotiveerd raken. - De leerlingen kunnen extra kennis opdoen. - De leerlingen leren te leren. - De leerlingen leren samenwerken - De leerlingen leren plannen - De leerlingen leren eigen talenten te ontwikkelen. Criteria Wij herkennen de leerlingen die deel gaan nemen in de volgende criteria: - Heeft een goede werkhouding in de klas - Begrijpt de leerstof snel - Is gemotiveerd om te leren - Heeft diepgaande interesses - Is inventief en creatief in denken - Heeft tijd over - Heeft Cito-scores op het gebied van rekenen en begrijpend lezen op A-niveau - Is gesignaleerd als (mogelijk) (hoog)begaafd Selectieprocedure De leerlingen, uit de groepen 5 t/m 8 die eventueel in aanmerking komen voor de plusklas, worden aangedragen door de leerkracht en coördinator en/of IBer. Op grond van de bovengenoemde criteria wordt besloten of het kind aan de plusklas mag deelnemen. Hierna zal er een gesprek komen met het kind en zullen de ouders geïnformeerd worden. Het meedoen aan de plusklas is niet vrijblijvend. Leerlingen krijgen op basis van gemaakt werk en inzet een beoordeling. Die zal ook worden vermeld op het rapport. Evaluatie Drie keer per jaar zal de inzet van de leerling in de plusklas geëvalueerd worden en zal worden bekeken of de leerling de volgende periode weer zal deelnemen aan de plusklas. Criteria die zullen worden gehanteerd bij de evaluatie zijn: - Werkhouding in zowel de klas als in de plusklas - Inzet voor de plusklas en de extra opdrachten - Motivatie tijdens de plusklas en voor de meegegeven opdrachten - Resultaten van het reguliere werk in de klas - De Cito-scores blijven op niveau De evaluatie zal plaatsvinden met de plusleerkracht, groepsleerkracht en coördinator (hoog)begaafden en/of IBer. Er zijn na de 1e periode voor alle kinderen ouder/ kindgesprekken. Voorafgaand is er een gesprek met de plusleerkracht en het kind. Bij het 2e en 3e rapport zijn er gesprekken op aanvraag van de plusleerkracht of op verzoek van ouders. Een onderdeel van het gesprek zal zijn of de leerling nog aan de criteria voldoet om deel te nemen aan de plusklas, is het er op zijn plek. Voldoet een kind niet meer aan de
criteria dan zal er worden overlegd of het voor het kind beter is het nog één periode aan te kijken of direct te stoppen met deelname aan de plusklas. Werkwijze - Opzet/organisatie Er zitten (maximaal) 12 kinderen in de plusklas. Er is één groep die bestaat uit kinderen uit groep 7 en 8 en een groep uit 5 en 6. De kinderen komen op donderdagmorgen van half 9 tot half 11 bijelkaar of van 10.45 tot 11.15 in het pluslokaal. Het lange en korte contactmoment wisselt elkaar af. De ene week zullen de vaste onderdelen aanbod komen. De week erna is bedoeld voor vragen stellen over het werk wat in de klas gedaan wordt en voor de plusleerkracht om te volgen hoe het gaat. Vaste onderdelen zijn: filosofie, leren leren, out of the box, breinbrekers, projecten. De kinderen krijgen werk mee naar de klas. Hierin zit kangeroerekenen, plustaak, opdrachten voor leren leren, werk gerelateerd aan het project. - Informatie naar ouders Ouders worden door middel van een brief geïnformeerd dat hun kind de volgende periode deel gaat nemen aan de plusklas. Naar aanleiding van het eerste rapport worden ouder en kind uitgenodigd voor een 10-minutengesprek. In het rapport staat op het inlegvel onder het kopje plusklas een beoordeling van de plusleerkracht. - Presentatie De leerlingen zullen de gemaakte opdrachten eventueel presenteren. De presentatie vindt plaats in de plusklas of in de hal. Hierover worden ouders geïnformeerd in de gele brief. Na een periode kan de plusmap mee naar huis om te laten zien wat er in de plusklas aan bod is gekomen. Materialen - Verrijkingsmaterialen - Breinkrakers - Spel: Wasgij, Set, Match - Breinbrekers - Out of de box - Leren leren - Kangeroerekenen - Plustaak - Origami - Super denkwerk - Mindmap/tijdschriften Materialen voor projecten - Zinder (boeken en werkboeken) Materialen voor inleiding of gezamenlijke afsluiting - Billetjes bloot - Boek: Wie ben ik - Ingebrachte vraagstukken
Spaans Doelstelling - De leerlingen leren de Spaanse taal en raken bekend met de Spaanse cultuur. - Dat het denkvermogen van de leerlingen wordt gestimuleerd - Dat er tegemoet gekomen wordt aan de interesse van de leerlingen om een buitenlandse taal te leren. - Dat de leerlingen leren door samenwerking. Criteria - Er is sprake of een vermoeden van (hoog)begaafdheid - De leerling heeft interesse in het leren van een vreemde taal - De leerling heeft tijd over. Selectieprocedure De leerling, uit de groep 5, 6, 7 of 8, die in aanmerking komt voor Spaans wordt aangedragen door de leerkracht, coördinator en/of IBer. Op grond van de bovengenoemde criteria wordt besloten op het kind aan de Spaanse lessen deel gaat nemen. Hierna zal een gesprek volgen met het kind en zullen ouders geïnformeerd worden door de leerkracht. Het meedoen aan Spaans is niet vrijblijvend. Leerlingen krijgen op basis van hun werkhouding, inzet, motivatie en resultaten een beoordeling. Deze zal ook vermeld worden op het rapport. Evaluatie Drie keer per jaar zal geëvalueerd worden. Dit gebeurt ten eerste in een gesprek met de Spaanse leerkracht en de IBer. Daarna stelt de IBer de groepsleerkracht op de hoogte. De criteria zijn de werkhouding, de inzet, de motivatie en de resultaten. Er zal naar aanleiding hiervan besloten worden of de lessen zullen worden voortgezet. Werkwijze - Wekelijkse lessen van 45 minuten - De les wordt begonnen met een dialoog, gevolgd door grammatica, talige activiteiten, spelletjes, vocabulaire en een opdracht voor in de klas of thuis. Materialen - Lesmethode iqué Guay! - Schrift
Legoleague Doelstellingen Legoleague: - De leerlingen kunnen werken met ontwikkelingsgelijken. - Het creatief en oplossend denkvermogen wordt gestimuleerd. - De leerlingen kunnen kennis en ervaringen opdoen op gebieden die iet in het. - De leerlingen leren samenwerken - De leerlingen leren plannen Criteria: - Heeft een goede werkhouding in de klas. - Begrijpt de leerstof snel. - Is gemotiveerd om te leren. - Heeft diepgaande interesses. - Is inventief en creatief in denken. - Heeft tijd over. - Is gesignaleerd als (mogelijk) (hoog)begaafd. Selectieprocedure De FLL is een project. Het project start na de zomervakantie en kort na de herfstvakantie is de wedstrijddag en eindigt het project formeel. Na die wedstrijd begint de voorbereiding op het nieuwe jaar. De kinderen die aan de wedstrijd hebben meegedaan kunnen dan een nieuwe groep kinderen instrueren die het jaar erop aan de wedstrijd mee gaan doen. Zo wisselt elk jaar een deel van de groep. FLL is voor kinderen uit groep 7 en 8. Er is door de FLL een minimum leeftijd van 9 jaar ingesteld. De FLL is bestemd voor kinderen die aan de plusklas mee doen, eventueel aangevuld met kinderen die hier net buiten vallen maar wel behoefte hebben aan extra uitdaging, vooral op het gebied van techniek. Het meedoen is niet vrijblijvend. Van leerlingen die meedoen verwachten wij dat zij zich positief opstellen, met name naar de ouders die het technische deel ondersteunen. Kinderen die aan de FLL meedoen krijgen over het werk een beoordeling. Deze zal ook worden vermeld op het rapport. Evaluatie Na elk project evalueren we of we doorgaan met de FLL. Beoordelingscriteria zijn onder andere: - Voldoet het project nog aan de doelstellingen - Is het project en de begeleiding naar de wedstrijd nog steeds te organiseren - Zijn de kosten op te brengen - Zijn er alternatieven om de doelstellingen te behalen De evaluatie wordt gehouden met de begeleidende leerkracht, de coördinator/iber en de ouders die het project begeleiden.
Opzet/organisatie Er is één leerkracht die het project coördineert en er zijn twee ouders die de helpen bij het programmeren van de robots. De leerkracht krijgt hiervoor uren in het taakbeleid. De ouders van de kinderen die meedoen krijgen een brief mee waarin het project en de deelname aan de wedstrijddag wordt uitgelegd. De leerlingen zullen na de wedstrijd het resultaat op school presenteren. Materialen Op school is veel Lego Technic aanwezig, ieder jaar wordt het wedstrijdpakket aangeschaft.