*D170252216* D170252216 OMGEVINGSVERGUNNING Aanvrager : Tapijtfabriek Intercarpet BV Datum besluit : 24 mei 2017 Onderwerp : aanpassen vergunning Locatie : Tweede Broekdijk 1 te Aalten OLO-nummer : 2807768 Zaaknummer : W.Z17.102126.01 Activiteit(en) : WABO: Milieu: Milieuneutrale verandering pagina 1 / 7
BESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING Onderwerp Op 21 februari 2017 is er bij de gemeente Aalten een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van Tapijtfabriek Intercarpet BV voor het milieuneutraal veranderen van een inrichting voor het fabriceren van tapijt. Het betreft het wijzigen van de hoeveelheden en soorten compounds en producten waarbij geen oplosmiddelen meer toegepast worden. Daarnaast is het interne transport overgegaan naar elektrische heftrucks, waardoor er geen gasflessen meer aanwezig zijn, behoudens een gasfles t.b.v. 1 lasapparaat. Hierdoor is voorschrift 12.1.1.van de milieuvergunning d.d. 25 oktober 2005 niet meer van toepassing. De aanvraag gaat over de locatie Tweede Broekdijk 1 te Aalten (7122 LB). De aanvraag is geregistreerd onder zaaknummer W.Z17.102126.01 en OLOnummer 2807768. Concreet wordt verzocht om een vergunning ex artikel 2.1, lid 1, onder e juncto artikel 3.10 lid 3 van de Wabo (milieuneutrale verandering) De aanvraag is ontvangen bij de gemeente Aalten, echter het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland is bevoegd gezag in deze. De aanvraag is daarom doorgestuurd naar de provincie Gelderland. Besluit Wij besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze vergunning en gelet op artikel 2.1, eerste lid, onder e juncto artikel 3.10, Iid3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: de omgevingsvergunning te verlenen voor de volgende activiteit: het veranderen van de inrichting; dat de documenten, behorende bij de aanvraag, onderdeel uitmaken van deze vergunning, alsmede de aanvulling die op ons verzoek door aanvrager is geleverd. voorschriften 12.1.1., 12.2.1 t/m 12.3.6 van de geldende vergunning d.d. 25 oktober 2005, nr. 2005-2448, in te trekken. Ondertekening Het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland, namens deze: Hoofd Afdeling Vergunningverlening Omgevingsdienst Regio Nijmegen pagina 2 / 7
Inwerkingtreding en rechtsmiddelen Inwerking treden besluit Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking. Bekendmaking geschiedt door toezending van het besluit. Publicatie Dit besluit wordt digitaal gepubliceerd door de Provincie Gelderland op de landelijke website www.overheid.nl. Deze website kunt u benaderen via www.gelderland.nl/bekendmakingen, via de link Zoeken in bekendmakingen. Bezwaar en mogelijkheid van voorlopige voorziening Belanghebbenden kunnen binnen zes weken nadat dit besluit is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gezonden aan Gedeputeerde Staten, secretariaat Commissie van Advies voor Bezwaarschriften en Klachten, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem. Op envelop en brief duidelijk "bezwaarschrift" vermelden. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht, waaronder het zaaknummer en datum van het besluit; d. de gronden van het bezwaar. Degene die een bezwaarschrift heeft ingediend, kan bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, afdeling Bestuursrecht (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid dat verzoek digitaal in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland, telefoonnummer (026) 359 20 00 of op www.rechtspraak.nl Informatie over de bezwarenprocedure en de mogelijkheid van mediation is te vinden op de website van de provincie Gelderland (www.gelderland.nl/digitaalloket). Deze informatie is vervat in de brochure "Niet eens met een besluit van de provincie Gelderland? Bezwaarschrift of mediation" en is op te vragen bij het Provincieloket via telefoonnummer (026) 359 99 99. W.Z17.102126.01 pagina 3 / 7
Gegevens aanvrager Op 21 februari 2017 is een aanvraag ontvangen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het betreft een verzoek van Tapijtfabriek Intercarpet BV. De aanvraag heeft betrekking op de locatie Tweede Broekdijk 1 te Aalten (7122 LB). Het betreft een inrichting voor het maken van tapijten. De aanvraag bestaat uit: - aanvraagformulier met OLO nummer 2807768, d.d. 21 februari 2017; - plattegrondtekening compoundhal - plattegrondtekening inrichting, - lijst met gebruikte grond- en hulpstoffen (2016) aangevuld d.d. 27 maart 2017. Projectbeschrijving Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven: het milieuneutraal veranderen of veranderen van de werking van een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder e juncto artikel 3.10 lid 3 van de Wabo. Het betreft een inrichting voor het maken van tapijten. Vergunning wordt gevraagd voor het wijzigen van de vergunde hoeveelheden en soorten compounds en het niet meer aanwezig hebben en toepassen van oplosmiddel-houdende stoffen. Daarnaast is het interne transport overgegaan naar elektrische heftrucks, waardoor er geen gasflessen meer aanwezig zijn, behoudens een gasfles t.b.v. 1 lasapparaat. Huidige vergunningsituatie Voor de inrichting is eerder de volgende vergunning verleend: - oprichtingsvergunning Wm d.d. 25 oktober 2005, nr. 2005-2448. De verleende vergunning ingevolge de Wm is volgens de Invoeringswet Wabo van rechtswege gelijkgesteld met een omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd. Bevoegd gezag Gedeputeerde staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel. 3.3 lid 1 van het Bor. Daarnaast betreft het een inrichting waartoe IPPC-installaties behoren welke onder de Richtlijn industriële emissies vallen. Het betreft hier Bijlage 1, categorie 4.1, onder c en i (De fabricage van organisch-chemische producten, zoals zwavelhoudende koolwaterstoffen en synthetische rubber). Volledigheid van de aanvraag en opschorting procedure Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze getoetst op volledigheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook in behandeling genomen. Procedure (regulier) Deze beschikking is voorbereid met de reguliere voorbereidingsprocedure als beschreven in paragraaf 3.2 van de Wabo. Adviezen In de Wabo en het Bor worden bestuursorganen vanwege hun specifieke deskundigheid of betrokkenheid aangewezen als adviseur. Gelet op het bepaalde in artikel 2.26 van de Wabo, alsmede de artikelen 6.1 tot en met 6.4 van het Bor, is het college van burgemeester en wethouders van Aalten in de gelegenheid gesteld om over de aanvraag te adviseren. Naar aanleiding hiervan hebben wij geen adviezen ontvangen. W.Z17.102126.01 pagina 4 / 7
Samenhang met overige wet- en regelgeving Richtlijn industriële emissies De Europese richtlijn industriële emissies (RIE) is in de Nederlandse milieuwetgeving geïmplementeerd (richtlijn 2010/75/EU, PbEU L334). De RIE geeft milieueisen voorde installaties die genoemd staan in de bij de richtlijn horende bijlage I. Wanneer een installatie daar genoemd is, spreken we van een IPPC-installatie. Hier is sprake van een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort. Het betreft hier Bijlage 1, categorie 4.1, onder c en i (De fabricage van organischchemische producten, zoals zwavelhoudende koolwaterstoffen en synthetische rubber). Activiteitenbesluit milieubeheer In het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) zijn voor bepaalde activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden, algemene regels opgenomen. Deze regels zijn direct werkend en mogen niet in de omgevingsvergunning worden opgenomen. In bijlage I, onderdelen B en C van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt aangegeven of voor een inrichting een vergunningplicht geldt. Op type C inrichtingen die vergunningplichtig zijn, kunnen bepaalde artikelen uit het Activiteitenbesluit van toepassing zijn. Dit betekent dat bepaalde voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de bijbehorende Activiteitenregeling een rechtstreekse werking hebben en niet in de vergunning mogen worden opgenomen. De inrichting waarvoor vergunning is aangevraagd, wordt aangemerkt als een type C inrichting. Op basis van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit moet de verandering van de inrichting worden gemeld, voor zover het activiteiten betreft die onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. De gevraagde wijzigingen vallen onder hoofdstuk 4 van het Activiteitenbesluit welk hoofdstuk niet van toepassing is op een vergunningplichtige inrichting (Type C inrichting) (opslag gasflessen en gevaarlijke stoffen; afdeling 4.1 Activiteitenbesluit en in werking hebben acculader; afdeling 4.8. Activiteitenbesluit ). M.b.t. het opladen van accu s zijn in de voorschriften onder paragraaf 12.4. van de geldende vergunning reeds voorschriften opgenomen. W.Z17.102126.01 pagina 5 / 7
Inhoudelijke overwegingen Inleiding De aanvraag heeft betrekking op het milieuneutraal veranderen of veranderen van de werking van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder e van de Wabo. De Wabo bepaalt in artikel 2.14, lid 5 dat een omgevingsvergunning voor een milieuneutrale verandering kan worden verleend als voldaan wordt aan de voorwaarden uit artikel 3.10, lid 3 van de Wabo. Hieruit volgt dat de gevraagde vergunning kan worden verleend indien de realisering van de met deze aanvraag beoogde verandering van de inrichting of verandering van de werkwijze binnen de inrichting: niet zal leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de geldende vergunning zijn toegestaan; niet zal leiden tot het ontstaan van een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend; en niet m.e.r.-plichtig is. Een toetsing aan deze aspecten heeft plaatsgevonden. Toetsing milieuneutrale verandering Wij hebben de ingediende aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens getoetst aan de aspecten genoemd in de inleiding. Wij overwegen daarbij het volgende. Toetsing gevolgen voor het milieu De beoogde verandering betreft het wijzigen van de hoeveelheden en soorten compounds en producten waarbij geen oplosmiddelen meer toegepast worden. Daarnaast is het interne transport overgegaan naar elektrische heftrucks, waardoor er geen gasflessen meer aanwezig zijn, behoudens een gasfles t.b.v. 1 lasapparaat. Dit heeft tot gevolg dat de voorschriften 12.1.1., 12.2.1 t/m 12.3.6 van de geldende vergunning d.d. 25 oktober 2005 feitelijk niet meer van toepassing zijn en daarmee kunnen worden ingetrokken. Deze wijzigingen hebben geen gevolgen voor de bekende milieuaspecten zoals bodem, geur, geluid, externe veiligheid e.d. De voorschriften zoals opgenomen in de geldende vergunning zijn voldoende om het milieubelang te beschermen. Toetsing andere inrichting De beoogde verandering leidt niet tot het ontstaan van een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend. Toetsing wijziging bevoegd gezag De beoogde verandering leidt er toe dat er geen sprake meer zal zijn van een IPPC installatie, waardoor het bevoegd gezag wijzigt van het college van provinciale staten van de provincie Gelderland, naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten. Deze wijziging van bevoegd gezag zal plaatsvinden op het moment dat dit besluit definitief is. Toetsing milieueffectrapport De aangevraagde veranderingen hebben geen betrekking op (verandering van) activiteiten die worden genoemd in onderdeel C of D van de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. De gevraagde wijzigingen staan aangewezen, zoals bedoeld in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Voor de voorgenomen veranderingen geldt geen m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. W.Z17.102126.01 pagina 6 / 7
Conclusie Vanuit het toetsingskader dat betrekking heeft op het milieuneutraal veranderen van een inrichting zijn er geen redenen om de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren. De voorschriften van de onderliggende omgevingsvergunning zijn van overeenkomstige toepassing op de aangevraagde verandering en zijn toereikend. W.Z17.102126.01 pagina 7 / 7