INHOUD Ten geleide 13 Hoofdstuk 1 Inleiding 15 1.1 Beleid en ondernemerschap 15 1.2 Duurzame ontwikkeling en duurzaam ondernemen 17 1.3 Maatschappelijke context en finaliteit van de onderneming 18 1.4 Organisatie en beheer 20 1.5 Innovatie en onderneming 22 1.6 Bibliografie 23 Hoofdstuk 2 Productlevenscyclus 25 2.1 Begrip productlevenscyclus 25 2.2 Bedenkingen Voorbeelden 30 2.2.1 Productcategorie-productsubcategorie-merk-model 30 2.2.2 Industrietak Innovator 31 2.2.3 Verlenging van de PLC 32 2.2.4 Foothill -verschijnsel 33 2.2.5 Rageproducten 34 2.2.6 Grondstoffen en energieën 34 2.3 Nut van het concept PLC 35 2.4 PLC en kostprijs 35 2.5 Bibliografie 36 Hoofdstuk 3 Algemene boekhouding 37 3.1 Inleiding 37 3.2 Principes van de algemene boekhouding 39 3.2.1 Begrip 39
6 bedrijfskunde 3.2.2 De zaaktheorie 39 3.2.3 De dubbele boekhouding 40 3.3 De balans 41 3.3.1 Begrip 41 3.3.2 Inhoud 42 3.3.3 Belang 43 3.3.4 Wettelijke voorschriften betreffende de verslaggeving 46 3.3.5 De sociale balans 51 3.3.6 Boekhouden met opeenvolgende balansen 52 3.4 De rekening en het journaal 53 3.4.1 De rekening 53 3.4.2 De jaarrekening 56 3.4.3 Voorbeeld 56 3.5 De resultatenrekening 62 3.5.1 Begrip 62 3.5.2 Inhoud 62 3.5.3 Belang 63 3.5.4 Wettelijke voorschriften betreffende de verslaggeving 66 3.6 Bibliografie 70 Bijlage: Model van een volledige balans 71 Hoofdstuk 4 Financiële analyse en financiering 75 4.1 Inleiding 75 4.2 Vermogensstroomanalyse 76 4.2.1 Vermogensstroomcyclus en vermogensstroomanalyse 76 4.2.2 Voorbeeld 78 4.3 Ratio-analyse 80 4.3.1 Belangrijkste kengetallen in verband met de financiële structuur en financiering 80 4.3.2 Belangrijkste kengetallen in verband met het rendement en de rentabiliteit 84 4.3.3 Voorbeeld 90 4.4 Financiering 93 4.4.1 Financieringsmiddelen op lange en middellange termijn 93 4.4.2 Financieringsmiddelen op korte termijn 96 4.5 Bibliografie 97
inhoud 7 Hoofdstuk 5 Kostprijssystemen 99 5.1 Inleiding 99 5.2 Kostprijselementen 100 5.3 Vaste en variabele kosten 101 5.3.1 Vaste kosten 101 5.3.2 Variabele kosten 102 5.4 Directe en indirecte kosten 103 5.4.1 Directe kosten 103 5.4.2 Directe materiaalkosten 103 5.4.2.1 FIFO (first in first out) 103 5.4.2.2 LIFO (last in first out) 103 5.4.2.3 Gemiddelde aankoopprijs 104 5.4.2.4 Vervangingswaarde 104 5.4.2.5 Standaardprijs 104 5.4.3 Directe loonkosten 105 5.4.4 Indirecte kosten 105 5.4.5 Primitieve toeslagmethode 105 5.4.5.1 Toewijzing op basis van directe loonkosten 106 5.4.5.2 Toeslag per eenheid eindproduct 106 5.4.5.3 Toeslag op basis van directe materiaalkosten 106 5.4.5.4 Toeslag op basis van directe kosten 106 5.4.6 Verfijnde toeslagmethode 106 5.4.7 Kostenplaatsmethode (methode der homogene centra) 107 5.4.8 Voorbeeld 109 5.4.8.1 Gegevens 109 5.4.8.2 Gevraagd 109 5.4.8.3 Uitwerking 110 5.5 Afschrijvingen 112 5.5.1 Definities 112 5.5.2 Belangrijke aspecten 113 5.5.3 Investeringskost en residuwaarde 114 5.5.4 Afschrijvingsperiode 114 5.5.5 Afschrijvingsmethode 115 5.5.5.1 Lineaire afschrijving (vast bedrag per jaar) 115 5.5.5.2 Degressieve afschrijving (dalend bedrag per jaar) 116 5.5.5.3 Vertraagde afschrijving (stijgend bedrag per jaar) 117 5.5.5.4 Afschrijving in verhouding tot prestatie 117 5.6 Kostprijsberekeningsmethoden 117
8 bedrijfskunde 5.7 Historische totale kostprijs 118 5.7.1 Principe 118 5.7.2 Moeilijkheden 118 5.7.3 Nadelen 119 5.7.4 Voorbeeld 120 5.8 Industriële standaardkostprijs 121 5.8.1 Principe 121 5.8.2 Voordelen 122 5.8.3 Nadelen 122 5.8.4 Voorbeeld 123 5.9 Evenredige standaardkostprijs (marginale kostprijs) 123 5.9.1 Principe 123 5.9.2 Voordelen 124 5.9.3 Nadelen 125 5.9.4 Voorbeeld 125 5.9.5 Dodepuntdiagramma (break even chart) 125 5.9.6 Resultaatmaximalisatie 129 5.10 Afwijkingsanalyse 129 5.10.1 Principe 129 5.10.2 Voorbeeld 131 5.11 Activity Based Costing 131 5.11.1 Inleiding 131 5.11.2 Activity based costing 132 5.11.3 Voorbeeld 133 5.11.3.1 Kostprijsberekening op basis van directe arbeid 134 5.11.3.2 Kostprijsberekening op basis van een Activity Based Costing -systeem 134 5.11.4 Conclusie 136 5.12 Target costing 138 5.12.1 Inleiding 138 5.12.2 Hoe werkt target costing? 139 5.12.3 Hulpmiddelen bij Target-Costing 141 5.12.4 Besluit 141 5.13 Bibliografie 142
inhoud 9 Hoofdstuk 6 Economisch model 143 6.1 Inleiding 143 6.2 Economisch model 143 6.2.1 Principe 143 6.2.2 Betekenis 145 6.2.3 Voordelen 145 6.2.4 Nadelen 145 6.2.5 Voorbeeld 145 6.3 Schaduwkost (shadow cost) 147 6.3.1 Principe 147 6.3.2 Betekenis 148 6.3.3 Voorbeeld 148 6.4 Transferprijs 149 6.4.1 Principe 149 6.4.2 Voorbeeld 149 6.4.3 Betekenis 152 6.4.4 Formulering als LP 152 6.5 Knelpuntcalculatie 153 6.5.1 Principe 153 6.5.2 Voorbeeld 155 6.5.3 Besluit 157 6.6 Bibliografie 158 Hoofdstuk 7 Butgettering en Kasplanning 159 7.1 Inleiding 159 7.2 Budgettering als beheersproces 160 7.3 Soorten budgetten 161 7.4 Functionele indeling van de budgetten 162 7.4.1 Deelbudgetten 163 7.4.1.1 Verkoopbudget 163 7.4.1.2 Productiebudget 163 7.4.1.3 Investeringsbudget 164 7.4.1.4 Kostenbudgetten 164 7.4.1.5 Kasbudget 164 7.4.1.6 Previsionele resultatenrekening en balans 165 7.4.2 Samenhang van de diverse deelbudgetten 166
10 bedrijfskunde 7.4.3 Voorbeeld 166 7.5 Budgetcontrole 175 7.5.1 Afwijkingsanalyse 175 7.5.1.1 Directe kosten 175 7.5.1.2 Indirecte kosten 175 7.5.2 Voorbeelden 176 7.5.2.1 Afwijkingsanalyse bij direct materiaalverbruik 176 7.5.2.2 Afwijkingsanalyse bij indirecte kosten 177 7.6 Kasplanning 180 7.6.1 Basisvoorwaarden voor een evenwichtig financieel beheer 180 7.6.1.1 Efficiënte aanwending van de beschikbare middelen 180 7.6.1.2 Evenwichtige financiële structuur 181 7.6.2 Plannenvandetoekomstigeuitgaveneninkomsten 181 7.6.3 Het evenwicht herstellen 183 7.7 Besluit 184 7.8 Bibliografie 184 Hoofdstuk 8 Investeringsanalyse 185 8.1 Probleemstelling 185 8.2 De kern van het probleem 186 8.3 De basisgegevens 187 8.3.1 De horizon 187 8.3.2 Het uitgavenpatroon 187 8.3.3 Het inkomstenpatroon 188 8.3.4 Kasstroom 188 8.4 Financiële evaluatie 188 8.5 Samengestelde interesten, actualisatie en annuïteiten 190 8.5.1 Samengestelde interesten 190 8.5.2 Actualisatie 191 8.5.3 Annuïteit 193 8.5.4 Enkele voorbeelden en oefeningen 194 8.6 Enkele beoordelingscriteria van investeringen 196 8.6.1 Pay-back periode P (terugbetalingstermijn) 196 8.6.2 Discounted cashflow (netto huidige waarde of net present value) 197 8.6.3 Profitability index 198 8.6.4 Internal rate of return (inwendige rendementsgraad) 198
inhoud 11 8.6.5 Besluit 200 8.7 Oefeningen op beslissingscriteria 201 8.8 De factor risico 204 8.9 Besluit 205 8.10 Bibliografie 205